Nieuw zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
     
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws & analyses P.V. pagina 181

meest recente bericht boven
RVO update SDE regelingen voor zonnestroom, status 1 januari 2023 - 9.112 MWp realisaties

Specials:
CertiQ update december 2022, met correctie op "november anomalie" - EOY 9.324 MWp gecertificeerde PV capaciteit
RVO SDE update status 1 januari 2023 - 505 MWp PV toegevoegd, 691 MWp verlies, cumulatie 9.112 MWp realisatie

vanaf 9 januari 2023


 
^
TOP

16 januari 2023: Reactie CertiQ / VertiCer n.a.v. "negatieve groei anomalie" voor zonnestroom capaciteit in laatste maandrapportage 2022. Zoals in de voorgaande analyse, waarin helaas weer van een forse "negatieve anomalie" van de progressie in capaciteit in het gecertificeerde zonnestroom dossier wordt gerept, al aangestipt, had Polder PV direct op 4 januari 2023 een e-mail naar de organisatie gestuurd, met een verzoek tot opheldering en nadere duiding van deze voor buitenstaanders volstrekt onbegrijpelijke ontwikkeling in hun statistiek.

Vlak voor het weekend kreeg ik een reactie, met een nadere toelichting van de wijze, waarop de cijfers bij CertiQ tot stand komen. Hieruit blijkt eens te meer, dat het allemaal nog complexer in elkaar steekt dan wellicht gewild door velen. Maar het is goed om deze uitleg tot u te nemen, zodat er een duidelijker begrip zal ontstaan over deze maandelijks gepubliceerde cijfers. En wat ze wél, en wat ze beslist niét zeggen.

Het volledige antwoord (vetdruk van Polder PV):

"In onze maandelijkse rapportages vermelden wij het aantal installaties (en het bijbehorende vermogen) dat op dat moment geregistreerd staat voor de uitgifte van garanties van oorsprong (GvO’s). Er valt niet zonder meer te stellen dat de delta* tussen twee maanden toe te schrijven is aan een toename of afname van het opgestelde vermogen:

  • Het is niet verplicht om GvO’s aan te vragen voor de productie van (hernieuwbare) energie.
  • Installaties met een vermogen groter dan of gelijk aan 15 kW moeten iedere vijf jaar opnieuw worden ingeschreven. Doen zij dit niet, dan worden zij na vijf jaar automatisch uitgeschreven.
  • Installaties kunnen worden verwijderd of vervangen, en dat geldt dus ook voor inschrijvingen van installaties voor GvO’s.
  • Producenten kunnen ervoor kiezen om hun installatie uit te schrijven, bijvoorbeeld wanneer hun subsidiebeschikking verloopt.

Het is de taak van de netbeheerders om de juistheid van het vermogen te controleren op het moment dat de installatie bij VertiCer wordt aangemeld. Net als u vermoeden wij dat het vermogen van een of meer installaties is bijgesteld door de netbeheerders.

Echter, het vergt helaas (te) veel werk om de delta tussen twee maanden uit te splitsen:

  • Het aantal records is te groot.
  • Er zijn verschillende redenen waarom de inschrijving van een installatie kan worden beëindigd (zie hierboven).
  • Het komt voor dat bestaande installaties met nieuwe IDs (EAN-code) worden (her)ingeschreven. Zonder uitgebreide vergelijking t.a.v. velden over het adres en het vermogen zijn deze niet te onderscheiden van nieuwe installaties."

(slot van verklaring van CertiQ / VertiCer)

* Met "delta" wordt hier bedoeld, het "verschil in omvang van de bedoelde parameter tussen de 2 opvolgende maand rapportages".

Herstel capaciteit door netbeheerder waarschijnlijk, maar niet zeker

Gezien de omvang van de "negatieve groei" (zo u wilt, "de delta") tussen de november en december rapportages in 2022, was het Polder PV al duidelijk dat, los van de gesignaleerde bronnen van wijziging, er zeker (weer, zoals in het verleden) een (of meer dan een) forse wijziging geweest moet zijn van (een) in november ingediend(e) project(en) van een (of meer) netbeheerders, omdat het verschil, minus 151 MWp zéér groot is, zelfs voor het omvangrijke PV dossier. En een vergissing zou kunnen berusten op een aanvankelijk veel te hoge entry van 1 (of meer) zonneparken. Die in december zou zijn bijgesteld. In de reactie van CertiQ ziet u, dat men daar ook van uit lijkt te gaan, maar ook, dat, gezien de enorme bestanden waarmee men al een tijd werkt, men dit niet meer kan nagaan. En er zijn verschillende extra redenen van bijstellingen mogelijk.

Interessant is de vaststelling, dat "bestaande installaties met een nieuwe identeit (EAN code) kunnen worden (her-) ingeschreven", en dat niet, zonder forse inspanningen, na te gaan is, of zo'n installatie met een nieuw ID inderdaad is ontstaan.

Blijven oppassen met interpretatie progressie cijfers

Al met al kunnen we dus blijven stellen, dat de maandelijkse rapportages van CertiQ / VertiCer wel degelijk een redelijk beeld van de progressie van (gecertificeerde) PV capaciteit, en ander als "hernieuwbaar verondersteld productie vermogen) blijven geven. Maar dat in situaties van anomalieën en/of vreemde groei cijfers, er verschillende oorzaken zijn aan te wijzen, die niet op voorhand zijn te identificeren.

Zeer grote negatieve groeicijfers bij PV lijken nog steeds te wijzen op (herstelde) grote fouten in de opgaves van grote projecten als zonneparken. Maar zeker kleinere wijzigingen, zullen (a) niet goed opvallen, en (b) de oorzaak van die wijzigingen kunnen verschillend zijn, zoals de reactie van CertiQ laat zien.

Het is dus goed om deze reactie in uw oren te knopen, zodat u geen vreemde gevolgtrekkingen zult maken als u de "harde cijfers" van CertiQ voor u ziet.

Polder PV zal vanaf een volgende maandrapport analyse zijn al jaren bovenaan de berichten toegevoegde disclaimer verder aanscherpen, met verwijzing naar dit artikel.

Bron: e-mail CertiQ (VertiCer) medewerker (13 jan. 2023)

9 januari 2023: Sinterklaas surprise november rapport CertiQ 2022 bleek een fopspeen: december rapport wederom "negatieve groei", 1e status update †.

In de vorige maandrapportage van TenneT dochter CertiQ werd, vanwege een zeer hoge toename van de gecertificeerde capaciteit aan het eind van de maand, impliciet een "record groei" volume gemeld van 461 MWp. Ook al had die groei "in theorie" beslist gekund, als er meerdere zonneparken aangesloten hadden geweest in die maand, gezien diverse door Polder PV in de afgelopen jaren gemelde data incidenten, kunnen (zeer) hoge groeicijfers in CertiQ maandrapporten ook op foute data berusten. Dat is in het verleden meermalen gebeurd, en het is dan ook niet voor niets, dat Polder PV al jaren terecht een strenge disclaimer bovenaan zijn CertiQ data analyses publiceert, zie het aangepaste exemplaar hier onder.

In de december rapportage van CertiQ, die vlak voor het weekend verscheen op 4 januari in het nieuwe jaar, was het namelijk weer eens zover. Voor de eindejaars-accumulatie in dat dossier werd voor gecertificeerde PV capaciteit namelijk 9.324,0 MWp gemeld, terwijl het eind november 9.474,6 MWp zou zijn geweest. Een "onmogelijke", negatieve groei van 150,6 MWp in december zou daarvan het gevolg zijn. Polder PV klom zoals te doen gebruikelijk, in de pen, en stuurde direct op 4 januari een e-mail naar CertiQ, met de vraag om opheldering, en nadere duiding van de waarschijnlijk wél correcte cijfers voor genoemde maanden. Met name voor november, want het vermoeden rijst, dat er wederom een of meerdere ingave blunders door (een) netbeheerder(s) is gemaakt in de november rapportage, die vervolgens weer, ondanks alle toegezegde controles, niet is opgemerkt door de TenneT dochter. Zoals eerder al meermalen is geschied, met dramatische consequenties voor de "logica" van de publiek gemaakte CertiQ cijfers.

Polder PV wacht nog steeds op antwoord, en de situatie is inmiddels nog steeds niet gewijzigd (de 2 gepubliceerde maandrapportages staan onveranderd op de website van CertiQ), terwijl dit eerste artikel wordt geschreven. Vandaar dat er af en toe vreemde zaken opduiken in de (capaciteits-) grafieken, die direct het gevolg zijn van deze zoveelste data anomalie. Data voor de productie en geïmporteerde en ge-exporteerde garanties van oorsprong voor zonnestroom zijn hoogstwaarschijnlijk (wel) correct. Dat gaat namelijk over gecertificeerd bemeten installaties, en het hele (Europese) GvO systeem berust op dat waterdicht geachte certificatie systeem. Helaas is dat niet zo voor de ook genoteerde opgestelde en nieuwe capaciteiten (en, in mindere mate, de aantallen projecten). Waarvoor in Nederland géén snoeiharde wettelijke, en gevalideerde registratie verplichtingen gelden (i.t.t. de situatie in bijvoorbeeld Duitsland).

Ergo: u zult het met de nu bevonden "status quo" moeten doen, zo lang CertiQ geen uitsluitsel geeft over de wel correcte cijfers.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en gemiddeld genomen steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van Polder PV niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021. En, helaas, herhaalde dit zich wederom in de december rapportage van 2022 (huidige artikel).

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij CertiQ. Wat de directe gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

Voor 2020 en 2021 zijn de consequenties van deze continu optredende bijstellingen opnieuw berekend - in de rapportage voor december 2021. Deze bijstellingen worden in analyses van de maand rapportages verder bijgehouden door Polder PV, waaruit o.a. de meest actuele jaargroei volumes worden berekend.

Het overzicht met de cijfers over december 2022 (en voor de Garanties van Oorsprong, GvO's, tm. november 2022) verscheen bij CertiQ op 4 januari 2023.

In de analyse hier op volgend wordt ingegaan op de wijzigingen en aanvullingen, deels grafisch verbeeld.

** "Projecten" hier gelijk te stellen aan "inschrijvingen bij CertiQ". Dit kan deels gaan om meerdere deel installaties op een en hetzelfde adres en/of bedrijfs-complex. Vaak gaat het daarbij om separate SDE beschikkingen, waarvoor vereist is dat ze allen een eigen bemetering hebben, tenzij daarvoor afspraken zijn gemaakt met RVO. Er zijn de nodige lokaties met meer dan 1 SDE beschikking, Polder PV heeft daar honderden voorbeelden van in zijn eigen project dossier.

† De "registratie procedure" bij CertiQ is, naar eigen zeggen, als volgt: "Pas nadat uw netbeheerder uw aanmelding heeft goedgekeurd, schrijven wij uw installatie in en ontvangt u hiervan een bevestiging. Als er sprake is van subsidie, dan geven wij uw inschrijving de volgende dag door aan RVO". RVO krijgt de data dus pas ná inschrijving en registratie bij CertiQ. Die direct in het opvolgende maandrapport zichtbaar worden op de website van de TenneT dochter (inmiddels opgegaan in VertiCer). De verwerking, validatie, en registratie van gegevens bij RVO (in het geval van 1 of meer SDE beschikkingen), kan echter zéér lang duren, tot vele maanden lang aan toe. Vandaar dat publiek gemaakte rapportages over de status van de administratie bij RVO altijd (soms zeer sterk) achterlopen bij de maandelijkse rapportages bij CeritQ.

1. Aantallen gerealiseerde PV projecten / entiteiten


In bovenstaande grafiek de aantallen gerealiseerde beschikkingen voor gecertificeerde zonnestroom projecten volgens de CertiQ maandrapportages, vanaf eind december 2003. Maandelijkse toevoegingen in rode curve, referentie linker Y-as. Maandelijkse waarden konden negatief uitpakken vanwege tijdelijke uitschrijvingen, gevolgd door latere her-inschrijvingen vanwege registratie voorwaarden bij CertiQ. Deze voorwaarden zijn later strenger geworden. In de grafiek staan ook 3 vertikale stippellijnen die de afgrenzing van de drie SDE "regimes" weergeven: voor eerste lijn nog geen SDE (wel: MEP subsidie registraties); start SDE (april 2008); start SDE "+" (juli 2011); start SDE "++" (oktober 2020). Sterke fluctuaties per maand, in 2020 hoogtepunt, daarna structureel (veel) minder nieuwe registraties per maand. Record nieuw volume december 2020 (netto 616 nieuwe projecten, gemarkeerd). Curve toont netto effect van inschrijvingen en uitschrijvingen in dezelfde maand.

Status december 2022: netto 240 nieuwe registraties, 51 meer dan in november. Cumulatie, met als referentie rechter Y-as, blauwe curve: eind 2022 33.164 PV projecten (beter: entiteiten vanwege mogelijkheid meer dan 1 SDE beschikking op 1 adres) in het CertiQ bestand.

Nieuw toegevoegde aantallen PV projecten / entiteiten in alle maandrapporten van CertiQ, vanaf 2009, elk jaar met eigen kleur. Voor 2022 (magenta) zijn de aantallen nieuw gerealiseerde projecten fors teruggevallen t.o.v. de voorgaande 2 jaren. Met de 240 nieuw toegevoegde projecten in december kwam het totaal aantal volgens de maandrapportages in dat jaar op 2.615 installaties, met een gemiddelde van 218 per maandrapport (horizontale magenta stippellijn, en een hoogste volume van 264 netto nieuwe projecten in mei dat jaar. Het maandgemiddelde in 2020 ligt daarmee iets boven het gemiddelde voor 2018, maar ver beneden dat van 2021 (339), 2019 (350), resp. record (Corona !) jaar 2020, met gemiddeld 445 netto nieuwe installaties per maand. Het hoogste historische maandrapport volume werd geturfd in december 2020 (616 nieuwe toevoegingen).

Hierbij uiteraard wel een disclaimer: de maandcijfers kunnen (al lang) zijn gewijzigd, zoals een vergelijking van 2 datasets van CertiQ kristalhelder heeft aangetoond (analyse 4 november 2020). Er kunnen nog steeds records worden gewijzigd van de afgelopen jaren. De meest recente stand van zaken met gereconstrueerde aantallen vindt u in paragraaf 9 (reconstructies vanuit meest actueel beschikbare CertiQ grafiek). Aangezien er vanaf het kalenderjaar 2020 geen revisie rapportages meer verschijnen bij CertiQ, moest op die nieuwe reconstructie techniek worden overgestapt, die voor het eerst werd toegepast voor de analyse van het december 2020 rapport. In maandrapportages als onderhavige, wordt altijd van de oorspronkelijke rapportages uitgegaan, om een uniform vergelijkingscriterium te kunnen hanteren, en historische trends te kunnen duiden.

2. Capaciteit evolutie van gecertificeerde zonnestroom installaties - wederom een zeer nare verrassing

Naar analogie van de verbeelding van de progressie van de aantallen CertiQ installaties in paragraaf 1 hierbij het equivalent voor de daarmee gepaard gaande netto capaciteit toevoeging per maandrapport van de TenneT dochter in bovenstaande grafiek. De verschillen zijn veel groter dan bij de aantallen, omdat de schaalvergroting in de projecten markt vleugels heeft gekregen onder de opvolgende SDE regimes. De "oudere jaren" vindt u derhalve dicht bij de X-as, met nauwelijks waarneembare nieuwe volumes. Vanaf 2018 is het echter hard gegaan met de toegevoegde nieuwe capaciteiten, die tot nog toe zijn gecumuleerd in een nieuwe volume van 409,9 MWp in het november rapport van 2019.

Deze lijkt later te zijn overvleugeld door een nieuw record voor november 2022 (461,1 MWp nieuw), maar dat lijkt dus wederom het resultaat te zijn van een grote fout in de ingaves (weer een blunder van een data leverende netbeheerder ?), gezien de direct daar op volgende negatieve groei van -150,6 MWp in het december rapport van 2022. Daarmee lijkt het "voorval" van april 2020 herhaald te zijn, toen ook een negatieve groei van 108,5 optrad, wat het gevolg was van correctie van cijfers van 1 netbeheerder door CertiQ nadat - op aanwijzing van Polder PV - die anomalie was "ontdekt". Nog niet is duidelijk wat er precies in de laatste 2 maandrapportages van 2022 is fout gegaan (antwoord is nog "pending"), maar duidelijk is dat er helaas weer iets goed fout is gegaan. Vandaar ook, dat de "record" toevoeging voor november met een rode ovaal is voorzien: waarschijnlijk moet dat véél lager zijn (geworden). En de december groei moet natuurlijk "positief" zijn. Hoe hoog beide cijfers dan wel moeten zijn, dat weten we nog niet.

Dit laat onverlet, dat voor de 12 maanden wel een gemiddelde is te bepalen, getoond in de horizontale magenta stippellijn. Inclusief het "schijnrecord" in november en de negatieve groei in december, komt dat namelijk op 158,9 MWp gemiddeld per maandrapport. Dat niveau ligt wel duidelijk onder het hoogste niveau tot nog toe, 191,3 MWp in de maandraportages voor 2021. Maar het ligt ook iets hoger dan het niveau in 2020 (wat op 158,1 MWp/mnd uitkwam in de maandrapportages). Dit laat, wederom, onverlet, dat latere bijstellingen van maand data, hier alsnog verandering in kunnen gaan brengen (met name bij de uiteindelijk vastgestelde maandgemiddeldes voor 2021 en 2022). Zie voor een nieuwe afschatting wederom paragraaf 9.

Actuele grafiek CertiQ toont "gladstrijken" veel te hoge november opgave

In de screendumps van de actuele grafieken in de november en december rapportages, is goed te zien dat de veel te hoge ingave in november, inmiddels in de (actueelste grafiek in de) december rapportage is "glad gestreken". Zie de zwarte pijl bij de november 2022 volumes: piekje in de rode lijn in het november rapport (bovenste diagram), wat geheel is "glad gestreken" in de update in het maandrapport van december dat jaar (onderste diagram). Derhalve: een forse correctie op een in het november rapport gemaakte grote fout bij de capaciteit.

3. Gemiddelde nieuwe capaciteit in december - pending

Aangezien nog niet duidelijk is hoe de verhoudingen tussen november en december 2022 liggen, is ook nog niet helder hoe de gemiddelde capaciteit per (netto) nieuwe beschikking zich heeft ontwikkeld eind vorig jaar. Pas wanneer de data daarover beschikbaar komen, is hier iets zinnigs over te zeggen. Zie voor paragraaf 8 voor het gemiddelde voor de totale (eind december 2022 geaccumuleerde) PV populatie bekend bij CertiQ.

4. Kwartaal cijfers CertiQ maandrapportages - 2022 geheel bekend incl. "negatieve groei december"

Er van uitgaand dat het "teveel" aan volume in november in het laatste maandrapport voor 2022 correct is verwerkt, komen we op de volgende evolutie van de kwartaalcijfers tm. QIV 2022.

Accumulatie cijfers van maandrapportages in kwartalen per jaargang. Bijna onzichtbare groeicijfers in de jaren tm. 2015, vervolgens matige groei. En zeer hoge groeivolumes vanaf 2018, maar wel met soms zeer grote verschillen tussen de kwartalen onderling. Het record volgens de maandrapportages werd bereikt in het laatste kwartaal van Corona jaar 2020 (874 MWp), daarna ging stapsgewijs, met fluctuaties, de groei terug naar lagere niveaus. Om in QIV 2022, met "netto" 408 MWp toegevoegd in de maandrapportages (incl. veel te hoog volume in november en "negatieve groei" in december), op het voorlopig laagste punt sedert QIV 2021 te eindigen. Die groei was 9,3% lager dan in het voorgaande kwartaal (QIII 2022, 450 MWp). En véél lager dan de 672 MWp toevoeging in QIV 2021: 39,3% minder. De jaren lange voort-denderende "SDE trein" is duidelijk aan het stokken, en de vraag is hoe dat er in 2023 uit zal komen te zien bij de statistieken.

In het al langer in deze grafiek opgenomen rood omlijnde witte kader heb ik, naast de eerder voorgekomen "april 2020 anomalie", nu ook de onmogelijke "negatieve groei" in het december 2022 maandrapport aangegeven. Dit, om de weergegeven statistiek goed te kunnen duiden.

5. Half-jaar cijfers CertiQ maandrapportages - 2e half-jaar bekend, maar tegenvallend

Naar analogie van de kwartaal cijfers in bovenstaand diagram de equivalenten voor het eerste (HI) resp. het tweede half-jaar (HII) per kalenderjaar, dus de cijfers voor 6 maandrapportages per jaarhelft. Hier is de 2e jaarhelft van Corona jaar 2020 overduidelijk kampioen, met 1.432 MWp toevoegingen in de maand rapportages van CertiQ. Daarna gaat het bijna constant (op overgang 2021 HI - HII na) bergafwaarts. De tweede jaarhelft van 2022 bracht 858 MWp nieuwe capaciteit. Wat 18,2% lager is dan in het eerste half-jaar van vorig jaar (1.049 MWp nieuwe capaciteit in de maand rapportages). En 16,4% lager dan in hetzelfde tweede half-jaar van 2021 (1.026 MWp nieuw). Wederom, ook al kunnen de cijfers voor recente jaargangen met terugwerkende kracht nog worden aangepast: een duidelijke afkoeling van de realisatie van - met name - SDE gesubsidieerde grotere projecten.

Ook in deze grafiek heb ik het rood-omlijnde witte kader aangepast n.a.v. de "negatieve groei in december 2022 anomalie".

6. Kalenderjaar cijfers CertiQ maandrapportages & jaar-revisies - tm. december 2022, inclusief revisie 2019, eerste jaar rapport cijfers 2020 en 2021, en meest recente herzieningen

Samenvatting van optellingen van PV capaciteiten in de CertiQ maandrapport cijfers per kalenderjaar (lichtblauwe kolommen), de jaargroeicijfers volgend uit (gereviseerde) jaaroverzichten van de TenneT dochter (donkerblauwe resp. gearceerde kolommen), en de meest actuele resultaten volgend uit de nieuwe reconstructie techniek gehanteerd door Polder PV, vanwege het ontbreken van jaar revisies sedert kalenderjaar 2020 (horizontale rode streepjes).

Uit de eerste dataset volgen de eerste ruwe jaargroei cijfers, met een ogenschijnlijke "piek" in 2021, toen er 2.295 MWp uit de maandrapportages was te halen. Tot en met 2019 heeft CertiQ revisies van jaar rapportages gepubliceerd, waaruit de flinke groei in de donkerblauwe kolommen blijkt, piekend in 1.636 MWp in 2019. En daarbij meteen al aantonend, dat bij de revisie de jaargroei wat lager lag dan uit de maandrapportages bleek (1.702 MWp). Voor de jaargroei van 2020 is provisorisch gerekend met het verschil in de eindejaarsvolumes in het gereviseerde jaarrapport voor 2019 en het niet gereviseerde (eerste) jaarrapport voor 2020. Daarbij komt de gereconstrueerde jaargroei duidelijk bóven het niveau uit volgend uit de cumulatie van de maandrapportages in 2020: 2.036 MWp i.p.v. 1.897 MWp. Voor 2021 is hetzelfde gedaan, maar ditmaal met de twee ongereviseerde jaarrapportages, voor 2020 en 2021. Daarbij is het effect weer andersom: het jaarvolume is daar beduidend minder dan dat volgend uit de maandrapportages: 2.101 MWp t.o.v. 2.295 MWp.

Met behulp van de per maandrapport gepubliceerde actuele vermogens-grafiek die CertiQ al jaren publiceert in haar maandrapporten, maar zonder duidelijke benoeming van cijfers, heb ik m.b.v. de reconstructie techniek voor het eerst toegepast begin 2021, weer de meest recente EOY volumes voor zowel 2019, 2020 als 2021 bepaald, en indien nodig gewijzigd.

De door Polder PV gereconstrueerde, meest recente EOY cijfers:

  • 2019 kan als redelijk stabiel beschouwd worden, met ongeveer 22.020 installaties, resp. 3.250 MWp
  • Meest recent gereconstrueerde data voor 2020, 27.500 installaties, met plm. 5.630 MWp
  • Idem voor 2021, 31.300 installaties, met plm. 7.820 MWp.
  • Uit het maandrapport voor december volgt voorlopig voor EOY 2022 een geaccumuleerde capaciteit van 9.324 MWp, verdeeld over 33.164 "installaties".

Hieruit volgen de meest recente wijzigingen, weergegeven in de rode streepjes voor de jaren 2020, 2021, en 2022, in de grafiek:

  • Jaargroei 2020 2.380 MWp (met plm. 5.480 nieuwe installaties)
  • Jaargroei 2021 2.190 MWp (met plm. 3.800 nieuwe installaties)
  • Nog zeer voorlopige jaargroei 2022 "slechts" 1.504 MWp, 1.864 nieuwe installaties (nog de nodige wijzigingen te verwachten). Volgens de maandrapportage optellingen waren de oude cijfers 1.906 MWp resp. 2.615 nieuwe installaties, dus dat zijn alweer forse verschillen.

Met deze nog (steeds) niet officieel door CertiQ gepubliceerde, noch bevestigde, gereconstrueerde jaargroei volumes, komt Polder PV op de volgende bevindingen voor de daar bekende cijfers voor de Nederlandse projecten markt, grotendeels gestimuleerd via de diverse SDE regelingen:

  • Jaargroei 2020 46% hoger dan jaargroei 2019 voor capaciteit, 21% voor hoger aantallen nieuwe installaties
  • Jaargroei 2021 8% lager dan jaargroei 2020 voor capaciteit, 31% lager voor aantallen nieuwe installaties (schaalvergroting verder gecontinueerd, i.v.m. veel lager verschil percentage bij capaciteit)
  • Jaargroei 2022 31% lager dan jaargroei 2021 voor capaciteit, maar liefst 51% lager voor aantallen nieuwe installaties.

Concluderend: als bovenstaande gereconstrueerde cijfers bij benadering kloppen, zijn de wijzigingen in de projectenmarkt de afgelopen drie jaar aanzienlijk geweest. Wat ook weer niet vreemd is, gezien alle marktproblemen, met name de netcongestie problematiek daarbij in gedachten houdend.

7. Accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit

De reeds talloze jaren door Polder PV gepubliceerde accumulatie grafiek wordt in onderstaand diagram getoond, waarbij de kolom randen zijn verwijderd om een minder "druk" beeld te krijgen. December 2022 toegevoegd, helemaal rechts:

De vertikale blauwe stippellijnen geven de passages van de 1 GWp pieketpalen weer, die rap op elkaar zijn gevolgd sedert de eerst GWp werd gepasseerd in de zomer van 2018. Eind 2022 werd de negende piketpaal "genomen", en zitten we eind van dat jaar reeds op 9.324,0 MWp, in uitsluitend het gecertificeerde CertiQ dossier (exclusief alle andere capaciteit volumes, grotendeels residentieel). Eind dat jaar stond er alweer 72 maal meer capaciteit dan medio 2015, voordat de projecten markt als kool begon te groeien.

De rode lijn is een voortschrijdend gemiddelde trendlijn (telkens gemiddelde van de laatste 3 maanden tonend). Goed zijn de 2 "onmogelijke" data dips te zien, veroorzaakt door veel te hoge, foutieve maandrapportages in de voorafgaande maanden, die vervolgens moesten worden gecorrigeerd (april 2020 en december 2022).

8. Evolutie systeemgemiddelde capaciteit bij accumulaties CertiQ dossier

Met de aanhoudend sterke groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, bleef jaren lang ook de gemiddelde projectgrootte fors groeien in de cijfers van CertiQ. In twee korte periodes was er even een terugval (voorjaar 2020, en in februari 2021). Het gevolg van verkeerde ingaves met veel te hoge capaciteiten, die o.a. na meldingen van Polder PV werden gecorrigeerd. Hetzelfde is wederom geschied in december 2022, na de veel te hoge ingave voor november dat jaar, die kennelijk in december werd ontdekt, met een "negatief maandrapport resultaat" als gevolg. We hopen dat het eindejaars-resultaat hiermee weer correct is, pending latere wijzigingen van eerdere maandcijfers.

Er zijn eerder al twee piketpalen gepasseerd, in maart 2019 werd een gemiddelde van 100 kWp gehaald, in januari 2021 ging het al over de 200 kWp heen (bovenste 2 horizontale stippellijnen). De toename van het systeemgemiddelde was hoog in 2020-2021, toen vele grote projecten werden toegevoegd. De groei was in 2022 duidelijk minder sterk vanwege vele problemen met het bouwen en on-line brengen van gerealiseerde projecten. Maar eind december van dat jaar werd alsnog, na correctie van de "november anomalie", een hoog gemiddeld niveau bereikt, van 281,1 kWp. Het eind lijkt nog steeds niet in zicht.

Het maximale niveau eind 2022 is een hoge factor van 48,5 maal het gemiddelde begin 2010. En een factor van 18,7 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+", resp. SDE "++" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, onderste horizontale blauwe stippellijn). Ook in deze grafiek is, vanwege de trendbreuk begin 2020, afgestapt van een polynoom trendlijn, en is deze vervangen door een voortschrijdend gemiddelde lijn, met gemiddelde waarden van de laatste drie maanden (rode curve).

De gemiddelde omvang van de netto toevoeging in december is nog niet bekend, vanwege het herstel van de "november anomalie" (en resulterende negatieve groei in het december rapport). Normaliter wordt het gemiddelde vermogen van de nieuw bij CertiQ ingeschreven aantal installaties vermeld in paragraaf 3. Het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten ligt normaliter (veel) lager dan bij de maandelijkse toevoegingen, vanwege het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk).

9. Totaal CertiQ volume - nieuws m.b.t. revisie cijfers en extrapolatie tm. medio 2023

Voor een uitgebreide analyse van gereviseerde cijfers voor de afgelopen twee jaren (2020 en 2021), zie paragraaf 9 in de bespreking van het december 2021 rapport.

Op basis van de actuele grafiek in het december 2022 rapport van CertiQ heb ik voor 2019 tm. 2022 geldende eind cijfers (EOY) opnieuw bepaald, met behulp van de eerder besproken lay-over techniek. Deze heb ik reeds getoond en besproken in paragraaf 6; ze geven het meest actuele resultaat aan voor die jaren. De verwachting is dat deze resultaten nog lang niet definitief zijn, en met elk maandrapport nogmaals zullen worden bijgesteld, met name voor de jaren 2021 en 2022. Die zullen dan ook in komende analyses direct worden meegenomen.

Nieuwe extrapolatie, voor medio 2023, op basis van maandrapportages

Er is inmiddels een nieuwe prognose voor medio 2023 gedaan voor de PV capaciteit accumulatie bij CertiQ. Ten eerste de lineaire extraolatie medio 2018 via eindresultaat 2022 >> 10.300 MWp medio 2023 (zwarte lijn). De 3e graads polynoom door de historische resultaten voor de CertiQ maandrapportages (rode curve) snijdt de lijn iets lager, op 10.000 MWp, wat een gemiddelde oplevert van zo'n 10.150 MWp voor deze 2 benaderingen.

Gaan we de conservatieve 3e graads polynoom door de gereviseerde EOY cijfers (revisie rapporten tm. 2019, daarna reconstructie data van Polder PV gemeld in paragraaf 6) vervolgen, komen we veel hoger uit medio 2023, rond de 12,5 GWp. Het "zoekgebied" voor de capaciteit bij CertiQ valt in de gestreepte ovaal rechtsboven, met een voorkeur voor het lagere deel, gezien de vele problemen met realisatie en netkoppeling van grotere projecten in de huidige marktomstandigheden. Dus mogelijk rond de 11 GWp, medio 2023.

Het eindejaars-resultaat voor 2022, voorlopig 9.324 MWp, ligt veel lager dan de prognose in de vorige update (10,2 GWp), wat het directe gevolg is van de veel te hoge entry voor november bij CertiQ, waardoor we op een totaal verkeerd spoor werden gezet.

10. Gecertificeerde zonnestroom productie tm. november 2022 - lagere maand opbrengsten, en wederom enkele record volumes bij GVO uitgifte in 12 maanden tijd, en export

De "gemeten" producties van gecertificeerde zonnestroom worden door CertiQ ook in hun maand rapportages weergegeven, en wel over de daar aan voorafgaande maand. Dit zijn, wederom, altijd minimum inschattingen, omdat er vaak nog de nodige productie cijfers "na worden geleverd". De grootste volumes zijn wel al bekend, in de rapportage maand, volgend op de verslag-maand.


^^^
Voor totale presentatie vanaf 2003, zie de tm. juli 2022 bijgewerkte grafiek in het betreffende rapport

Omdat al lange tijd in deze grafiek voor 2014 er nauwelijks meer iets was te zien, heb ik enkele updates geleden de weergegeven periode flink verkort. Vanaf de analyse van het aug. 2022 rapport worden alleen de data sedert eind 2012 getoond, waardoor een "mooier" beeld ontstaat bij met name de progressie van de uitgegeven garanties van oorsprong voor gecertificeerde zonnestroom (blauwe curve). In magenta is de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in de CertiQ databank weergegeven (volgens maandrapportages). Eindigend op 9.324 MWp in het december 2022 rapport (geel omrand punt rechtsboven, referentie: linker Y-as). De hogere gepubliceerde capaciteit in het rapport van november is kennelijk veel te hoog geweest, gezien de "negatieve groei in december", en dus niet representatief. De productie curve is sedert het laatste dieptepunt, in december 2021 voorlopig een volume van 94,4 GWh (43% hoger dan december 2020) weer, als vanouds, rap gegroeid tot en met de zomer van 2022. Juni brak weer alle records, met een volume van 1.125,8 GWh (blauw data punt met rode rand, rechtsboven in de grafiek). Dat is 37% meer dan de 822,5 GWh genoteerd voor juni 2021. Goed om te beseffen dat dit uitsluitend het gecertificeerde volume betreft, en dat dit nog opwaarts zal worden bijgesteld.

De verwachting uitgesproken in het juli rapport, dat de gecertificeerde productie voor die maand nog hoger zou kunnen gaan uitpakken, is echter gelogenstraft. Juli 2022 heeft inmiddels een lager niveau van 1.026,2 GWh gehaald. Onduidelijk is, waar dat aan ligt, de maand was zeer zonnig en er zou meer capaciteit aan het net moeten zijn gekoppeld. Mogelijk is, vanwege de vakantie, een deel van de wel bereikte productie cijfers, nog niet gearriveerd bij CertiQ, en worden die data later bijgeplust. Of er is iets anders aan de hand. Een van de zaken die in ieder geval vaker zal gaan optreden, is curtailment van productie in overbelaste netregio's, hier zijn echter geen publieke cijfers van beschikbaar.

Niet geheel verrassend, is het resultaat, voor augustus 2022, weer een stuk hoger dan dat voor juli, maar liefst 1.068,2 GWh, 63% hoger (!) dan de productie in die maand in het voorgaande jaar. Dat komt natuurlijk, omdat augustus in 2022 "extreem zonnig" was in de terminologie van het KNMI. En zelfs bij het oude PV systeem van Polder PV toen een record voor die maand werd gehaald. Dit heeft ook zijn weerslag gekregen in de resultaten in eerste instantie ontvangen door CertiQ, vandaar het "2e piekje" dat jaar.

Vanaf september ging de curve weer, naar verwachting, steil omlaag. Er werden volumes van 695,1 GWh voor september, 464,6 GWh voor oktober, resp. 225,5 GWh voor november aan gecertificeerde productie door CertiQ opgegeven. Voor november was dat maar liefst 54% (!) hoger dan het volume in november 2021. Zoals verwacht kon worden, is het ook bijna 52% minder dan het niveau in oktober 2022.

De producties in de winterse december maanden worden elk jaar steeds hoger, zoals rechts onderaan de grafiek goed is te zien. Ook dit is een onherroepelijk gevolg van de enorme toename aan opgestelde capaciteit, waarvan de productie in de winter, hoe laag ook, wordt toegevoegd aan dat van de bestaande populatie.

Totale gecertificeerde jaarproducties zonnestroom in 2021

In het jaarverslag van CertiQ over 2021 wordt gerept van 5,9 TWh "issuance" van zonnestroom certificaten in dat jaar (Annual Report 2021, zie download pagina). Wel is vreemd, dat in hetzelfde jaarverslag 3,8 TWh voor 2020 wordt verondersteld, wat niet in lijn is met de ruim 3,9 TWh vermeld in het eerste jaaroverzicht van 2021 voor dat jaar. Mogelijk betreft dat een - byzondere - neerwaartse bijstelling van de eerder gepubliceerde cijfers.

De tot nog toe geregistreerde productie van de twaalf maanden tot en met november 2022 laat voor de zoveelste maal een nieuw, wederom opvallend record volume voor de maand rapportages zien van 8.316 GWh (ruim 8,3 TWh). De netto nationale stroom productie was in 2021 ongeveer 118 TWh (lager dan in 2020, zie CBS tabel), zonnestroom is dus structureel impact aan het maken in de Nederlandse elektriciteits-mix, en het aandeel zal verder blijven toenemen.

11. Andere cijfers zonnestroom certificaten CertiQ

GvO import

CertiQ publiceert ook separate import- en export cijfers van GvO's voor zonnestroom. Door eerder gerapporteerde problemen met de registraties daarvan (verdwenen nieuwsberichten op de website), zijn de import cijfers mogelijk niet representatief voor de laatste maanden van 2021. In november dat jaar was het niveau relatief laag, slechts 25,5 GWh. In december is dat plots 410,5 GWh geworden, toen een record. Januari 2022 gaf echter alweer een nóg hoger volume te zien (mogelijk deels vanwege administratief inhaalwerk), 520,6 GWh. Daarna wisselden de import volumes, tussen de 38 GWh in maart, en 456 GWh in september. In december werd voor 133 GWh aan solar certificaten geïmporteerd. Het laagste niveau in 2022 was slechts 0,7 GWh in april.

GvO export - weer een record

Gelijktijdig met de import van GvO's voor zonnestroom, werden er in november 2022 ook weer zonnestroom GvO's ge-exporteerd, uit Nederland, naar buitenlandse opkopers onder de Europese paraplu. Na de hoge volumes in de eerste maanden van 2022, bereikte dat in juni een dieptepunt van slechts 11,1 GWh. In juli tm. november trok dat, gemiddeld genomen, weer flink aan, naar ruim 118, 156, 160, 152, resp. 101 GWh. Het export maandrecord werd echter gevestigd in het laatste maandrapport, december. Met een volume van 398 GWh.

12 maand accumulaties

Voor de accumulaties van de laatste 12 maanden nam de import fors toe, van 418 GWh (juli 2021), naar, alweer, een nieuw record volume van 2.882 GWh in november 2022. In december lag het op een wat lager niveau, 2.604 GWh. Bij de 12 maandelijkse accumulatie voor de export werd, voor de derde maal achter elkaar, ook alweer een nieuwe record volume, van 1.441 GWh gehaald in december 2022. Het is veel meer dan de 1.097 GWh in november. Mogelijk heeft dit te maken met de beperkte "houdbaarheid" van in Nederland aangemaakte GvO's (maximaal een jaar te gebruiken). En is er door meerdere partijen besloten om ze versneld richting buitenlandse opkopers van de hand te doen, gezien het feit dat er weer enorm veel nieuw volume aan gaat komen, in 2023.

Afgezien van mogelijke fouten bij de ingaves bij CertiQ, schommelt de balans tussen de import- en export volumes van GvO's voor zonnestroom ook continu. In 2022 is drie maal een negatief volume genoteerd (minder aan certificaten ge-importeerd dan het land uit ge-exporteerd). Met een record in december 2022, vanwege het export record die maand: 265 GWh in de min. In mei was het krap positief, 4 GWh, in juni alweer fors hoger, 149 GWh. In juli was het nog maar 33 GWh. De hoogste positieve balans werd al in januari bereikt (ruim 428 GWh, import minus export volume). Bij de 12-maandelijkse accumulaties is vanaf februari 2022 elke maand een overschot van meer dan 1 TWh geweest (meer import dan export in die 12 maanden). Met als recordhouder november 2022, die een positief resultaat van 1.785 GWh liet zien. Waarmee het oude record van 1.771 GWh overschot in oktober 2018 inmiddels naar de annalen van de zonnestroom historie is verwezen. In juli 2021 lag dat 12 maandelijks voortschrijdend gemiddelde nog op een record negatief niveau van -161 GWh (meer export dan import in die periode). In december is de positieve balans 1.163 GWh.

GvO maandgemiddeldes

De langjarige maandgemiddeldes voor de zonnestroom GvO's in de periode januari 2016 tm december 2022 waren als volgt: 96,6 GWh/mnd (import) resp. 36,8 GWh/mnd (export). Dus blijvend veel meer (netto) import dan export, waarmee een nog steeds relatief klein deel van de dominant fossiele stroom consumptie "administratief wordt vergroend". Het gemiddelde voor de export is wel flink gestegen, vanwege het record niveau in december vorig jaar.

Januari 2022 blijft voorlopig de maand met de hoogste import volumes van zonnestroom GvO's (521 GWh), voor de export is dat nu dus december 2022 geworden (398 GWh, meer dan het dubbele volume t.o.v. vorig recordhouder, september 2021). Bij de voortschrijdende 12-maand accumulaties is de record maand november 2022 (import, 2.882 GWh), en, inmiddels, december 2022, met een geaccumuleerde export van 1.441 GWh. Als we de "balans" van import minus export volumes van zonnestroom certificaten in een aaneengesloten periode van 12 maanden berekenen, zien we sedert het eerste datapunt (maart 2015) een zeer grote spreiding. Variërend van 1.785 GWh (november 2022 en 11 maanden daar aan voorafgaand) positief, tot 161 GWh negatief (meer export dan import van zonnestroom GvO's in die periode) voor juli 2021 en de daar aan voorafgaande 11 maanden.

Eind december 2022 was de "voorraad" van nog niet aangesproken GvO's bij CertiQ (van groot naar klein: wind, biomassa, zon, water, en [nihil] geothermie GvO's) 20,71 TWh, wederom wat lager dan de 20,79 TWh in het voorgaande maandrapport. Dat blijft, desondanks, een opvallend hoog volume t.o.v. de 117,9 TWh verbruik in 2021 (CBS data), bijna 18% van dat totaal. Die enorme voorraad blijft een aanzienlijke marktwaarde aan "groenheid" vertegenwoordigen. Zeker in de extreem volatiele energie markt van vandaag de dag. Een feit wat slechts weinigen in ons land beseffen. Opvallend is hierbij, dat het volume op voorraad liggende zonnestroom certificaten de afgelopen 3 maanden hóger is geworden dan dat voor biomassa. Het verschil in december was 4.230 GWh "zon" t.o.v. 4.143 GWh "biomassa".

12. Status thermische zonne-energie

Er is sedert de juli 2022 rapportage langere tijd geen wijziging geweest in het gecertificeerde thermische zonne-energie vermogen. In de november rapportage kwam er 1 nieuwe installatie bij (totaal 50 stuks). In het rapport over december werden nog eens 2 nieuwe projecten toegevoegd, en steeg het thermische vermogen van dergelijke projecten, van 53,2 naar 53,9 MWth. Dus vrij kleine projecten van gemiddeld zo'n 0,3 MWth betreffend. De totale thermische capaciteit in het CertiQ register is in de december rapportage echter flink afgenomen, van 3.798 naar 3.718 MTth, bij een netto verlies van totaal 4 projecten. Het vermogen blijft gedomineerd worden door biomassa projecten die warmte "uit hernieuwbare bronnen" produceren (toegenomen naar 3.189 MWth, bijna 86% van totaal volume "warmte" projecten).

13. Jaarverslagen en jaaroverzichten

Voor cijfers uit het jaarverslag over 2020 zie paragraaf 12 in de analyse van maart 2021. Er is nog geen jaaroverzicht over 2022 verschenen (en revisies daarvan verschijnen sinds 2020 niet meer, helaas).

Voor links naar besprekingen van de jaaroverzichten van 2020 en 2021, en de maandoverzichten vanaf 2021, zie bronnen overzicht hier onder.


Eerdere analyses van maandrapportages 2021-2022 op Polder PV

Huidige rapportage: december 2022

November 2022
Oktober 2022
September 2022
Augustus 2022

Juli 2022
Juni 2022
Mei 2022
April 2022
Maart 2022
Februari 2022
Januari 2022

December 2021
November 2021
Oktober 2021
September 2021
Augustus 2021
Juni & juli 2021
Mei 2021
April 2021
Maart 2021
Februari 2021
Januari 2021

Detail analyse eerste jaar rapport 2021 van CertiQ (zonnestroom). Zie ook introductie (2 februari 2022)

Detail analyse eerste jaar rapport 2020 van CertiQ (zonnestroom). Zie ook introductie (6 maart 2021)

Bronnen:

Jaarverslagen CertiQ

Statistische overzichten CertiQ (per maand)

NB: de website van CertiQ is volledig vernieuwd op 20 september 2021. Aanvankelijk waren alleen de maandrapportages van 2021 toegankelijk. Eind oktober 2021 werden weer alle maandrapportages beschikbaar gemaakt via downloadbare zip-files per kalenderjaar, vanaf 2004 (archief pagina).

9 januari 2023: RVO update alle SDE regelingen zonnestroom incl. SDE 2021, 1 januari 2023 - wederom behoorlijke groei, 505 MWp realisaties, maar ook weer 691 MWp beschikte capaciteit verloren gegaan.

Recent verscheen het laatste status overzicht voor de SDE regelingen bij RVO, met peildatum 1 januari 2023, met alle overgebleven beschikkingen tot en met de SDE 2021 regeling (2e SDE "++") die in een vorige update werd toegevoegd. In deze analyse wordt het grote zonnestroom deel-dossier weer in detail tegen het licht gehouden. Er is in een kwartaal tijd gelukkig wederom een behoorlijke groei vastgesteld, van 505 MWp (verdeeld over slechts 397 nieuw gerealiseerde beschikkingen), bij, helaas, ook weer een hoog verlies van 691 MWp ooit beschikte PV capaciteit, verdeeld over 878 toekenningen. Ook nu weer werd het grootste verlies vastgesteld bij de eerste SDE "++" regeling (SDE 2020 II), 501 MWp toegekend PV volume ging daar verloren, verdeeld over 685 afgevoerde beschikkingen.

Het weer flink gegroeide realisatie tempo leidde eind december 2022 tot een totaal van 9.112 MWp aan beschikt gerealiseerd PV vermogen, verdeeld over inmiddels 29.049 gerealiseerde aanvragen. Die daarbij niet gelijk gesteld mogen worden aan "projecten" i.v.m. de mogelijkheid van meerdere beschikkingen per project. De nieuwe toevoeging van 505 MWp beschikt vermogen is wel 14% lager dan de 584 MWp toename in de voorgaande update. De najaars-ronde van SDE 2018 is, met een accumulatie van 1.521 MWp aan beschikte realisaties, iets verder uitgelopen op de najaars-ronde van SDE 2017, waar inmiddels 1.449 MWp van is gerealiseerd (volgens beschikt volume). Relateren we de nieuwe volumes aan het opgeleverde (beschikte) vermogen per dag, is er in de huidige versie, weer een relatief hoog volume bereikt, van 5,5 MWp per dag, in het laatste kwartaal van 2022, voor het totaal van alle SDE regelingen. Het lag wel iets lager dan het gemiddelde niveau in het 3e kwartaal, ruim 6,3 MWp gemiddeld per dag.

De verliezen van talloze eerder beschikte projecten blijven ook in de huidige update aanhouden, en , helaas, wederom op een zeer hoog niveau. Met ook nu weer de eerste SDE "++", SDE 2020 II regeling als grootste verliezer. Voor alleen de SDE "+" regelingen is, mede door het enorme geaccumuleerde verlies onder SDE 2020 I, reeds 38% van het oorspronkelijk toegekende vermogen verloren gegaan. In totaal is er bij alle ooit toegekende SDE beschikkingen (SDE, SDE "+", en de eerste 2 SDE "++" regelingen, SDE 2020 II en SDE 2021) een enorm volume van ruim 8,2 GWp aan beschikte PV capaciteit, verdeeld over ruim 25 duizend oorspronkelijke beschikkingen verdwenen. Hiermee heeft de PV sector reeds een maximale marktwaarde aan subsidies van bijna 8,1 miljard Euro laten verdampen sedert de start van de eerste SDE regeling.

Met deze update resteert, tot en met SDE 2021, de tweede officiële SDE "++" ronde, een nog in te vullen, beschikt volume van ruim 9,2 GWp, verdeeld over nog 5.712 overgebleven PV project beschikkingen in dit omvangrijke dossier. Dit artikel behandelt de actuele status update volgens de recentste cijfers gepubliceerd door RVO.

Het door RVO wederom her-berekende RES doel van 35 TWh elektra uit zon en wind op land voor 2030 lijkt verder gevaar te lopen. Het Agentschap komt inmiddels ruim 5 TWh tekort voor dat jaar in hun nieuwste prognose, op basis van resterende SDE-beschikte capaciteit volumes.


Dit artikel behandelt in ieder geval de status update voor zonnestroom en, kort, thermische zonne-energie, gedateerd 1 januari 2023. Een analyse van uitgebreide updates over de laatste 5 jaar vindt u onder de volgende publicatie data op Polder PV: 13 oktober 2022, 26 augustus 2022, 14 april 2022, 11 februari 2022, 10 december 2021, 4 augustus 2021, 8 april 2021, 22 januari 2021, 29 oktober 2020, 21 juli 2020, 9 april 2020, 15 januari 2020, 30 december 2019, 19 augustus 2019, 16 mei 2019, 18 februari 2019, 13 december 2018, 12 juli 2018, 19 april 2018, 13 februari 2018, en voor 2017 onder 18 november, 4 september, 31 augustus, en 31 mei 2017.

In deze meest recente update is bij de opgeleverde capaciteit, door RVO een "officieel" SDE beschikt zonnestroom volume opgegeven van 9.112,3 MWp, dus al ruim 9,1 GWp (voor peildatum 1 oktober 2022 was dat nog 8.607 MWp), verdeeld over 29.049 project beschikkingen. In het overzicht van 1 okt. 2022 lag dat laatste nog op een volume van 28.652 gerealiseerde toekenningen. Van de oudste regelingen staan er nog steeds 2 (SDE 2015), resp. 10 (SDE 2016 II) beschikkingen open. Er zijn geen openstaande beschikkingen meer voor SDE 2016 I.

De SDE 2017 I regeling had al sinds lange tijd het stokje van SDE 2014 overgenomen m.b.t. de door RVO bestempelde gerealiseerde capaciteit, en was de eerste SDE regeling ooit, waarvoor de invulling meer dan 1 GWp was. Dat is in de huidige update marginaal toegenomen naar ruim 1.449 MWp. Het realisatie niveau is al enige tijd hoger onder nieuwe kampioen SDE 2018 II, wat al bijna 1.521 MWp in de boeken heeft staan. Er zijn nog steeds 3 regelingen met meer dan 1 GWp bij de realisaties, naast genoemde twee hierboven, heeft de najaars-regeling van SDE 2017 inmiddels 1.235 MWp. De volgende potentiële kandidaat, SDE 2019 I, heeft momenteel nog maar 972 MWp, dus dat duurt waarschijnlijk niet lang meer, voordat die de 1 GWp piketpaal gaat halen. Dit gaat waarschijnlijk wel lukken, ondanks nog volgende uitval in komende updates (er staat nog 442 MWp open voor die regeling).

Vanaf SDE 2016 II zijn er al 8 SDE regelingen die het gerealiseerde volume van langjarig oud-kampioen, de SDE 2014 (al lang), 575 MWp, zijn gepasseerd.

Op het vlak van opgeleverde aantallen beschikkingen is SDE 2017 I weer iets verder uitgelopen op SDE 2014, met 2.755 t.o.v. (finaal) 2.144 exemplaren. Er staan nog 16 beschikkingen voor SDE 2017 I open, dus het verschil kan nog iets oplopen. SDE 2018 II, SDE 2019 I, en SDE 2017 II, zijn op dat punt de SDE 2014 ook al voorbij gestreefd, met inmiddels 2.385, 2.240, resp. 2.209 stuks.

Er is, tm. de hier besproken RVO update, die alle resterende beschikkingen omvat inclusief de in een vorige rapportage toegevoegde SDE 2021, in totaal al een historisch volume van ruim 8,2 GWp, 8.218 MWp, aan beschikte SDE capaciteit, verdeeld over 25.074 beschikkingen, voor zonnestroom verloren gegaan (!) om diverse redenen. Hier wordt verderop in dit artikel dieper op ingegaan. Daarnaast staan er nog 5.712 SDE subsidie beschikkingen voor zonnestroom projecten open, vanaf de 2 overgebleven exemplaren voor SDE 2015 tm. de slechts 807 overgebleven exemplaren voor "grote verliezer" SDE 2020 I (SDE "+"), de nog maar 939 resterende beschikkingen voor SDE 2020 II (SDE "++"), en nog bijna alle, 3.552 overgebleven, exemplaren voor SDE 2021. Met een gezamenlijke, beschikte capaciteit van 9.214 MWp. In de vorige update was dat volume nog 10.410 MWp.

Gelieve voornoemde artikelen te raadplegen voor achtergronden van de getoonde data. In het huidige artikel presenteer ik zoveel mogelijk de harde, actuele, "officiële" cijfers, mijn commentaar, en interpretaties. En geef ik uiteraard ook weer actuele updates van grafieken en tabellen.

* Veel projecten worden de laatste jaren (soms fors) kleiner gerealiseerd dan waarvoor ze oorspronkelijk zijn beschikt. Wat mogelijk (deels) met de grote problemen met aansluitingen, en overgebleven capaciteit voor grootverbruikers op het net heeft te maken. In ieder geval is het gevolg de al jaren door Polder PV gesignaleerde trend, dat RVO de omvang van de gepubliceerde beschikkingen neerwaarts bijstelt in de meest actuele updates over de SDE regelingen. Als dit geschiedt bij een SDE regeling, waarbinnen weinig "activiteit" (lees: nieuwbouw) is geweest sinds de voorlaatste rapportage, kan het gevolg zijn, dat de totale overgebleven beschikte capaciteit binnen die regeling lager uitpakt dan in de voorgaande update.



Update van de grafiek gepresenteerd voor de status van 1 oktober 2022, met de nieuwe cijfers voor 1 januari 2023 toegevoegd (laatste kolom achteraan). Ik heb voor het huidige overzicht wederom de fysieke optelling genomen van de (overgebleven) beschikte volumes van alle gerealiseerde projecten in de recent gepubliceerde spreadsheet van RVO. Bovenaan de kolommen zijn de volumes aan gerealiseerde PV beschikkingen vanaf de SDE 2018 II tm. 2020 I rondes het meest significant gegroeid, met de grootste toename bij de najaars-regeling van SDE 2019. De totale groei is iets minder sterk geweest t.o.v. de aanwas in de voorgaande versie, maar wel substantieel. De wijzigingen t.o.v. de vorige update zijn als volgt.

Tot en met SDE 2016 II is er, op de nodige neerwaartse correcties van oudere aantallen beschikkingen en capaciteiten (eerste vier SDE regelingen) na, weinig gewijzigd. SDE 2017 I en SDE 2017 II voegden bescheiden aantallen beschikkingen toe (8 resp. 7 exemplaren), met hoeveelheden van 924 kWp, resp. 4,4 MWp. Daarmee kwamen de geaccumuleerde capaciteiten op ruim 1.449 MWp, resp. ruim 1.235 MWp voor die 2 regelingen. Onder SDE 2018 I kwam er maar 1 beschikking bij, maar werd er tegelijkertijd een negatieve groei van dik 6,5 MWp vastgesteld, waardoor het overgebleven gerealiseerde beschikte volume nog maar op ruim 776 MWp kwam te staan in de RVO boeken.

De najaars-ronde van SDE 2018 kwam in accumulatie voor het eerst in de SDE historie op de eerste plaats, en heeft, met inmiddels, 1.521 MWp toegekend volume haar eerste plaats verstevigd. Hier bovenop zijn de hoogste volumes gerealiseerde beschikkingen, voor de twee SDE 2019 regelingen in de huidige toegevoegd. De voorjaar-ronde met netto 115,1 MWp groei (44 nieuw gerealiseerde beschikkingen), komt momenteel op 972 MWp. De eerder met massieve afwijzingen geconfronteerde SDE 2019 II, voegde netto een record volume van 193,5 MWp toe (met slechts 29 nieuw gerealiseerde beschikkingen), en staat momenteel op 804 MWp aan gerealiseerde (beschikte) capaciteit.

In deze update werden onder de laatste officiële SDE "+" regeling, SDE 2020 I, 139 nieuwe beschikkingen met een "ja" vinkje voorzien, waarmee 65,0 MWp werd toegevoegd. In totaal kwam voor SDE 2020 I de accumulatie aan gerealiseerde beschikkingen daarmee uit op ruim 804 MWp.

De eerste officiële SDE "++" regeling, SDE 2020 II, voegde het hoogste aantal realisaties toe in de huidige update, 152 stuks, goed voor 66,6 MWp aan capaciteit. In accumulatie kwam deze ronde daarmee op bijna 223 MWp.

Hier bovenop volgden, tot slot, nog 44 realisaties, resp. 15,3 MWp capaciteit aan kleine nieuwe projecten onder SDE 2021. Daarmee zwol het totale volume aan tot ruim 46 MWp.

Totale progressie

Sedert de voorlaatste update van oktober 2022 (8.067 MWp geaccumuleerd) is er 505 MWp gerealiseerde beschikte capaciteit bijgekomen. Dat is 14% minder dan de 584 MWp in de oktober update.

Achtereenvolgens waren de nieuwe volumes t.o.v. de voorgaande updates, in de afgelopen jaren als volgt: in 2017 50 MWp (jan.-apr.), 49 MWp (apr.-juli), 72 MWp (juli-okt.), 69 MWp (okt. 2017-jan. 2018), 133 MWp (jan.-apr. 2018), 122 MWp in de korte periode apr. - juni 2018), 235 MWp (juni - okt. 2018), 244 MWp (okt. 2018 - jan. 2019), 447 MWp (voormalig record, jan. - mei 2019), 216 MWp (mei - aug. 2019), 432 MWp (aug. - nov. 2019), 308 MWp (nov. 2019 - jan. 2020), het voormalige record volume van 548 MWp (jan. - apr. 2020), 344 MWp (apr. - juli 2020), resp. 356 MWp (juli - sep. 2020). In de periode sep. 2020 - jan. 2021 werd een historisch record gevestigd van 891 MWp nieuw toegevoegd volume. Tussen jan. en apr. 2021 was de toevoeging 610 MWp, gevolgd door ruim 587 MWp tussen april en juli 2021, en nog maar 328 MWp tussen juli en oktober van dat jaar. Het groeitempo is met de 609 MWp tussen oktober 2021 en januari 2022 echter weer flink omhoog gegaan, en verder gestegen, met 790 MWp tot 1 april. Tm. juni volgde een zeer sterke terugval naar een toename van slechts 189 MWp. We moeten naar medio 2018 terug grijpen voor een nog slechter kwartaal resultaat. Gelukkig veerde de markt weer op, en werd 584 MWp nieuw beschikt vermogen genoteerd door RVO, tussen juli en begin oktober 2022. In het laatste kwartaal van 2022 werd daar nog eens 505 MWp nieuw beschikt vermogen toegevoegd.

Als we, voor een eerlijker vergelijking, terug rekenen naar het aantal dagen tussen de peildata, (die behoorlijk kunnen verschillen, zie de afstanden tussen de updates in de grafiek), komen we met de volgende bevindingen. Een al langer geleden gevestigde oude record toename was bereikt tussen 6 januari en 6 april 2020, met, gemiddeld genomen, 6.021 kWp groei per dag, in uitsluitend het SDE dossier. Dit, althans, als "beschikt volume". De exacte realisatie van die beschikte volumes is onbekend, en kan behoorlijk afwijken (!). De twee periodes daarna vielen deze progressies wat terug, rond de 4 MWp per dag gemiddeld, maar tussen 22 september 2020 en 4 januari 2021 werd het oude record flink omhoog geschroefd naar gemiddeld 8,6 MWp gemiddeld per dag. Daarna viel het weer terug, naar een lage 3,6 MWp/dag tussen 1 juli en 1 oktober 2021. Tot 1 januari dit jaar ging dat omhoog naar ruim 6,6 MWp/dag gemiddeld, maar werd dit in de periode tm. 1 april alweer verbroken met het nieuwe record van bijna 8,8 MWp toegevoegd sedert 1 januari.

In het kwartaal tussen april en juli 2022 was de groei sterk ondermaats, slechts 2,1 MWp gemiddeld per dag. We moeten naar de update van 4 oktober 2018 teruggrijpen voor nog lagere relatieve groeicijfers (iets lager dan 2 MWp/dag). Dat is dik 3 en een half jaar geleden, dus dat zegt wel iets over de status quo in de huidige projecten markt. Mogelijk was dit echter een tijdelijke dip, want tussen juli en oktober hebben we weer een hoog niveau te pakken, van gemiddeld 6,3 MWp/dag. Gevolgd door een iets lager, maar nog steeds hoog niveau, van 5,5 MWp/dag tussen begin oktober en eind december 2022.

Genoemde 5,5 MWp gemiddeld per dag in het SDE dossier komt uiteraard bovenop andere realisaties bij projecten die andere incentives kennen (zoals EIA, subsidies voor sportinstellingen, VvE's, MIA / Vamil, etc.), of zelfs helemaal geen subsidies. Zoals vaak bij nieuwbouw projecten, waarin eventuele PV daken in de bouwsom worden meegenomen. Dit nog exclusief de ook nog steeds booming residentiële markt, inclusief de grote portfolio's die bij de huur corporaties worden uitgerold (volumes: qua toegevoegde MWp-en onbekend, maar groot).

Alles bij elkaar opgeteld is er inmiddels, binnen het SDE dossier, voor een beschikt volume van 9.112 MWp aan "officieel gerealiseerde" PV-projecten, en dus met "ja vinkje" in de gepubliceerde lijst, bekend bij RVO, die een (of meer) SDE beschikking(en) hebben. Zoals te zien bovenaan de laatste kolom in bovenstaande grafiek. In werkelijkheid is er echter al meer aan het net gekoppeld, omdat er flinke administratieve vertragingen zijn in de verwerking van data bij RVO, Polder PV heeft daar honderden voorbeelden van in zijn eigen project overzichten.


RVO cijfers blijven achter lopen op laatst bekende cijfers bij CertiQ

Met de beschikte gerealiseerde volumes in de huidige, kerverse update voor de status begin januari 2023, blijft RVO nog steeds onder de ook recent gepubliceerde accumulatie cijfers bij CertiQ voor eind 2022. Toen stond er, volgens het laatst gepubliceerde maandrapport van de TenneT dochter, 9.324 MWp in de database van de TenneT dochter. RVO zit, met de huidige 9.112 MWp voor SDE projecten in de zeer recente update voor 1 januari in het nieuwe jaar, met een beschikt volume met "ja" vinkje, dus sowieso alweer op een 2,3% lager niveau dan CertiQ. Dat verschil gaat natuurlijk wederom verder oplopen richting de volgende update(s) bij CertiQ.


(Nieuwe) afvallers update 1 januari 2023

Terugkerend naar bovenstaande grafiek: bij de oudste regelingen, SDE 2008 tm. SDE 2014 en SDE 2016 I zal er niets meer bijkomen, er staan geen beschikkingen meer "open" voor die regelingen. Wel zijn er in recentere updates nog steeds, regelmatig, om niet gespecificeerde redenen beschikkingen, soms zelfs voor reeds (lang) gerealiseerde projecten, afgevallen. Redenen zouden kunnen zijn: brand, diefstal, hagel schade, installatie afgebroken, verhuizing / nieuwe eigenaar niet geïnteresseerd in subsidie perikelen, of een onbekende, andere reden. Die verloren gegane volumes zijn hier onder in detail weergegeven t.o.v. de update van 1 oktober 2022. Zie ook de bespreking van de uitgebreide update voor de totale volume accumulaties in de tabel verderop.

Let hierbij op, dat het aantal verloren gegane beschikkingen en de capaciteiten beslist niet hoeven te "corresponderen". Zoals eerder in een voetnoot opgemerkt, zie ik al langere tijd, dat RVO, inmiddels zeer regelmatig forse (altijd: neerwaartse) bijstellingen van eerder beschikte capaciteiten doorvoert in haar SDE lijsten, die dus niet gepaard gaan met uitschrijving van de betreffende beschikte projecten. NB: "projecten" derhalve beter te lezen als "beschikkingen", omdat er regelmatig meer dan 1 beschikking voor een en hetzelfde "PV project" wordt aangevraagd en afgegeven (meestal uit verschillende jaargangen, maar niet noodzakelijkerwijs). RVO besteedde recentelijk ook weer een webpagina met gelinkte documenten aan wat zij de "vrijval" van capaciteit noemen, met de nodige cijfers. Al was dat deels weer met achterhaalde cijfers tm. eind 2021 (CBS heeft namelijk al lang weer opwaartse correcties van het nationale vermogen doorgevoerd, voor zowel 2020, als voor 2021). Zie ook link onderaan.

Polder PV heeft van projecten met meer dan 1 SDE beschikking vele tientallen voorbeelden in zijn overzichten staan. De grootste twee-en-een-half-duizend projecten, waarvoor SDE beschikkingen zijn uitgegeven in mijn overzicht, hebben gemiddeld zo'n 1,23 beschikking per project. Ook dat is in de sector kennelijk extreem slecht bekend, want je hoort er verder niemand over, en/of de implicaties worden verzwegen. Zelfs door bekende analisten in de markt.

  • SDE 2008 27 beschikkingen minder, 51 kWp (waarschijnlijk grotendeels residentieel, of kleine projecten achter andersoortige kleinverbruik aansluiting; mogelijk begin uitval van oorspronkelijk beschikte eerste SDE projecten bij beginnende afloop subsidie periode ?)
  • SDE 2009 7 beschikkingen minder, 44 kWp
  • SDE 2010 11 beschikkingen minder, 59 kWp
  • SDE 2011 2 beschikkingen minder, 101 kWp
  • SDE 2014 constant aantal beschikkingen, maar 20 kWp minder (hoogstwaarschijnlijk neerwaarts bijgestelde beschikking[en] betreffend, is vaker op deze wijze geschied bij voorgaande updates)
  • SDE 2016 II constant aantal beschikkingen, maar 4 kWp minder
  • SDE 2017 I 1 beschikking minder, 251 kWp minder
  • SDE 2017 II 1 beschikking minder, 15,1 MWp minder (idem, waarschijnlijk meerdere beschikkingen capaciteit neerwaarts bijgesteld)
  • SDE 2018 I 2 beschikkingen minder, 16,8 MWp minder (idem)
  • SDE 2018 II 14 beschikkingen minder, 33,2 MWp minder (idem)
  • SDE 2019 I 8 beschikkingen minder, 25,5 MWp minder (idem)
  • SDE 2019 II 40 beschikkingen minder, 29,3 MWp minder (idem)
  • SDE 2020 I 74 beschikkingen afgevoerd, 48,3 MWp minder (idem)
  • SDE 2020 II 685 (!) beschikkingen afgevoerd, 500,6 MWp (voor beide parameters by far de hoogste volumes verloren gegaan in deze update)
  • SDE 2021 6 beschikkingen minder, 21,3 MWp minder (idem).

De totale uitval t.o.v. de vorige update betreft een volume van 878 beschikkingen (in vorige update lag dat een stuk hoger, 1.596 stuks), met bijna 691 MWp aan verdwenen / reeds afgeboekte beschikte capaciteit (in de vorige update ruim 752 MWp). De grootste klappen werden ook ditmaal weer voor zowel de aantallen als de capaciteit geïncasseerd door de eerste SDE "++" regeling, de SDE 2020 II. In eerdere updates waren het vooral de twee SDE 2017 rondes die zeer fors moesten incasseren met talloze verdwenen beschikkingen en capaciteiten. De grote klappen werden daarna vooral aan de twee SDE 2018 rondes, SDE 2019 I en SDE 2020 I toebedeeld. SDE 2018 II leden in de huidige update grofweg vergelijkbare verliezen, goed voor 25-33 MWp.

Triest lijstje verliezen

In de historie van het SDE gebeuren zijn de volgende grote volumes aan afgegeven beschikkingen gerelateerd aan capaciteit verloren gegaan, per RVO update. Vanaf januari 2019 achtereenvolgens 160, 101, 74 MWp, 257 MWp (update november 2019), 473 MWp (update januari 2020), een eerder record van 608 MWp (update april 2020), 353 MWp (update juli 2020), 382 MWp (update september 2020), 346 MWp (update januari 2021), 451 MWp (update april 2021), ruim 210 (update juli 2021), bijna 477 MWp (update oktober 2021), en 314 MWp (update januari 2022). In de april 2022 update werd een nieuw record van ruim 1.624 MWp gevestigd, begin juli een bescheiden 295 MWp, begin oktober 752 MWp, en nu dus nog eens bijna 691 MWp afgevoerd. Om u een idee te geven van de impact van dat laatste cijfer: gerekend met moderne PV modules van 400 Wp (plm. 1,86 m²) per stuk, hebben we het, wat het verlies in de huidige, laatste update betreft, alweer over een niet gerealiseerd potentieel van ruim 1,7 miljoen zonnepanelen, met een gezamenlijke oppervlakte van zo'n 321 hectare ... (in een periode van 3 maanden tijd).

Uitval totalen en percentages t.o.v. oorspronkelijke beschikkingen

In absolute zin hebben sedert de vorige update alweer 4 opvolger regelingen de SDE 2017 I naar de 5e plaats verwezen wat verliezen betreft (bijna 851 MWp verdwenen, goed voor bijna 37% van oorspronkelijk toegekend). SDE 2020 I staat, met stip, bovenaan, met inmiddels al totaal 1.521 MWp aan weggevallen beschikte capaciteit (ruim 44% van de oorspronkelijk toegekende 3.440 MWp). Trieste volger in absolute zin, is de najaars-ronde van SDE 2018, die alweer 1.111 MWp kwijt is, bijna 38% van de oorspronkelijk beschikte capaciteit (2.953 MWp). SDE 2019 I komt op er vlak na, op de derde plaats bij de capaciteits-verliezen, 1.101 MWp, van de oorspronkelijk beschikte 2.515 MWp (bijna 44% teloor gegaan). De voorjaarsronde van 2018 is ook bij de verliezen verder uitgelopen op 2017 I, met een teloorgang van 920 MWp van oorspronkelijk 1.710 MWp.

Procentueel bezien, blijven de eerste drie SDE "+" regelingen de grootste verliezers bij de capaciteit, met verlies percentages tussen de 56% (SDE 2013) en 74% (SDE 2012). Drie latere regelingen, met grote beschikte volumes, beginnen inmiddels echter ook al zeer zorgwekkende verliespercentages te tonen: SDE 2019 I en 2020 I al 44%, en SDE 2018 I nu al bijna 54% (!).

Bij de aantallen project beschikkingen was SDE 2018 I, al sedert de april versie van 2020 "negatief kampioen", maar daar is ook al langer het een en ander in gewijzigd. Nieuwe verlies kampioen bij de aantallen beschikkingen is al weer eventjes SDE 2020 I. Die inmiddels in totaal al 4.073 toekenningen zag verdampen, wat zelfs fors hoger is dan de bijna uitsluitend kleine residentiële beschikkingen kennende oude SDE 2008 (3.671 beschikkingen verdwenen). Onder SDE "+" zijn de opvolgende grote absolute verliezers SDE 2019 I (2.346 beschikkingen kwijtgeraakt), resp. SDE 2018 II (1.945 exemplaren in de min), op de voet gevolgd door SDE 2018 I, SDE 2017 II, en SDE 2017 I (1.899, 1.723 resp. 1.615 beschikkingen verdwenen).

Procentueel bezien t.o.v. de oorspronkelijke beschikte volumes zijn ook hier vooral de eerste drie SDE "+" regelingen flink in de min geraakt: 43-69% verlies bij de aantallen. Daarbij is het in absolute zin echter om véél lagere volumes gegaan dan bij de latere SDE 2016 - 2021 regelingen. De grootste "relatieve verliezers" in deze latere regelingen zijn wederom SDE 2020 I (ruim 59% !), SDE 2018 I (ruim 50%), resp. SDE 2019 I (bijna 50%). Het allergrootste deel van de omvangrijke verliezen betreft beschikkingen voor dakgebonden projecten. Toekenningen voor grondgebonden en/of drijvende zonneparken worden zelden terug getrokken, omdat er door ontwikkelaars vaak al veel geld in de plannen is gestoken, en er een grondige voorbereiding heeft plaatsgevonden.

Voor de eerder gesignaleerde forse uitval onder SDE 2017 was al vroeg gewaarschuwd, door Siebe Schootstra op Twitter (m.b.t. SDE 2017 en 2018, en later wederom m.b.t. SDE 2018). Dit in verband met een geclaimd slecht business model voor bedrijven met hoog eigenverbruik van via een SDE beschikking gegenereerde hoeveelheid zonnestroom, waarvoor lagere subsidie bedragen dan voor directe net-invoeding zijn gaan gelden (rooftop projecten). Polder PV is benieuwd of de reeds heftige gematerialiseerde aderlatingen nog langer zullen aanhouden in latere updates. De signalen zijn hier met name voor de voorjaars-regeling van SDE 2018 niet best, gezien de al grootschalige uitval die we tot nog toe hebben gezien bij de capaciteit. Daar zijn echter nog maar 20 exemplaren van over, met een totale capaciteit van 14 MWp die nog moeten worden ingevuld, dus heel erg veel groter kan het totale verlies niet echt meer worden.

De grote gesignaleerde en gedocumenteerde verliezen in de eerdere updates zijn in ieder geval beslist slecht nieuws, ook voor Den Haag. Alle moeite die voor de hier dus definitief afgevoerde projecten is gedaan, honderden miljoenen Euro's aan SDE subsidie toezeggingen, alle duur betaalde ambtelijke tijd (en flinke consultancy uitgaven voor ontwikkelaars) die hiermee zinloos is verspild: dat alles is voor niets geweest...

Bijna 8,1 miljard Euro misgelopen door de PV sector

Bovendien is het voor de branche organisatie ook zeer slecht nieuws, zeker in de huidige crisis tijd, met de hoge energie- en grondstof prijzen, flinke problemen bij de uitvoering van - vaak enorme - project portfolio's, grote krapte op de arbeidsmarkt voor gespecialiseerd - en kundig - personeel, en chronische problemen met beschikbare net-capaciteiten. Alle beschikte (overgebleven) PV projecten tm. SDE 2021 hebben een maximale subsidie claim van, inmiddels, bijna 15,8 miljard Euro (over een periode van max. 15 jaar exclusief "banking year"). In de versie van 1 oktober 2022 was het overgebleven maximale subsidie bedrag tm. SDE 2021 nog bijna 16,3 miljard Euro, waarmee inmiddels alweer maximaal 486 miljoen Euro in een kwartaal tijd is verdampt voor de sector. Dat lag in de update van januari 2022 ongeveer op 288 miljoen Euro, in april was er een catastrofaal verlies van 1.284 miljoen Euro vanwege de enorme hoeveelheid beschikkingen die toen met name voor de SDE 2020 I regeling verloren gingen. In juli 2022 was het 273 miljoen Euro, en in oktober werd een verlies geïncasseerd van nog eens ruim 584 miljoen Euro. Deze vijf updates bij elkaar zagen al ruim 2,9 miljard Euro aan PV potentie verloren gaan...

Oorspronkelijk is er vanaf SDE 2008 tot en met SDE 2021 voor zonnestroom maximaal voor zo'n 23,9 miljard Euro aan subsidie toekenningen uitgegeven door RVO en haar voorgangers. Gezien bovenstaande cijfers, hebben de zonne-energie branche, en de talloze niet aangesloten binnenlandse en buitenlandse organisaties die ook PV projecten ontwikkelen, nu al voor bijna 8,1 miljard Euro aan (maximaal haalbare) subsidie beschikkingen voor fotovoltaïsche capaciteit laten liggen. Daar hadden mooie dingen mee gedaan kunnen worden, de afgelopen jaren ...


(Nieuwe) realisaties update 1 januari 2023

Uiteraard zijn er ook projecten cq. beschikkingen tussentijds "volgens de administratieve definities" van RVO gerealiseerd. Deze zijn, per regeling, benoemd in de sectie onder de eerste grafiek in dit artikel.

Bij elkaar is er een totaal van 444 nieuwe formeel gerealiseerde beschikkingen, met een beschikt volume van 512,2 MWp t.o.v. de oktober 2022 update toegevoegd. Tegelijkertijd zijn er, bij de oudste vier regelingen, 47 beschikkingen verdwenen, en is (bij 6 regelingen) in totaal 6,8 MWp aan beschikte capaciteit afgeschreven (dit betreft zeer waarschijnlijk neerwaartse bijstellingen van kleiner dan beschikt opgeleverde projecten).

Het absolute record bij de capaciteit nieuwbouw was te vinden in de update van 4 januari 2021, toen 891 MWp werd toegevoegd aan de SDE records bij RVO. In eerdere regelingen werden hogere aantallen beschikkingen gerealiseerd, maar die waren per stuk flink kleiner, dan wat er tegewoordig gemiddeld genomen wordt opgeleverd vanuit de SDE regelingen.

Disclaimer

Let altijd op, dat de "capaciteit" (deze update, 505 MWp "netto groei" sedert oktober 2022) beslist niet het daadwerkelijke, fysiek gerealiseerde volume is, of hoeft te zijn. RVO geeft dat namelijk in de meeste gevallen niet op. Zoals meermalen gesteld, heb ik van talloze projecten met SDE subsidies fors verschillende opgeleverde capaciteiten in mijn spreadsheet staan, die soms wel tot 30% kunnen afwijken van het capaciteit cijfer getoond in de RVO lijsten. Zowel afwijkend naar boven, als naar onder. RVO stelt de laatste paar jaar wel, en steeds vaker, de opgevoerde toegekende projecten middels (neerwaartse !) correcties bij t.o.v. de eerder beschikte volumes. Daar staat tegenover, dat voor projecten die groter worden uitgevoerd dan waarvoor staat beschikt, zeker in het verleden vaak gesignaleerd, RVO de beschikte capaciteiten niet aanpast in hun overzichten. Bovendien kunnen we nog heel wat meer neerwaartse bijstellingen gaan verwachten van reeds opgeleverde projecten, omdat informatie over feitelijke realisaties pas (zeer) laat op de RVO burelen kan arriveren. Die correcties verschijnen dan pas achteraf, in toekomstige updates.

Voor de details van alle wijzigingen en "overgebleven" aantallen bij de verschillende categorieën, en de diverse SDE regelingen, zie de volgende tabel hier onder.


Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen

Voor uitgebreide toelichting bij de (inhoud van de) tabel, zie artikel met analyse status 3 april 2017.


^^^
KLIK
op plaatje voor uitvergroting (komt in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)

In deze regelmatig door Polder PV ververste hoofd-tabel alle relevante bijgewerkte zonnestroom cijfers voor de aantallen en Megawatten voor alle (bekende) SDE regelingen, waar in de vorige update de beschikkingen voor de 2e SDE "++" ronde (SDE 2021) aan zijn toegevoegd, onder de 2e stippellijn, en ook weer van de eerste wijzigingen zijn voorzien. En tevens de cijfers van de update van 1 januari 2023 bevattend voor alle oudere regelingen. Links de oorspronkelijk beschikte volumes, in rood de actuele status van wat RVO met de huidige (detail) update nog in portfolio heeft staan, in blauw de daar uit resulterende, verloren gegane hoeveelheden t.o.v. oorspronkelijk toegekend. In groen volgen de fysieke volumes, volgens administratieve normen van RVO geldende "opgeleverde" (gerealiseerde) project beschikkingen. De laatste vier kolommen betreffen de overgebleven hoeveelheden, nog in te vullen (of t.z.t. af te voeren) beschikkingen van de betreffende SDE regimes.

Zowel voor de aantallen als voor de beschikte capaciteit waren de oorspronkelijke toevoegingen onder de najaars-ronde van SDE 2018 aanvankelijk wederom record hoeveelheden, die de voorgaande records onder de voorjaars-ronde van 2017 hebben vervangen. Het aantal beschikkingen onder de voorjaars-ronde van SDE 2019 had het stokje op dat punt van die van het voorgaande jaar overgenomen, met een record van 4.738 toekenningen door RVO. SDE 2019-II viel echter weer sterk terug, vanwege zeer hoge uitval als gevolg van de extreme overtekening van het beschikbare budget. En het feit, dat door felle competitie met andere projecten, alleen de beschikkingen overbleven die laag hebben ingezet met het betreffende fase bedrag. Dat zijn grotendeels alleen de grotere projecten geweest, talloze kleinere rooftop projecten zijn binnen die regeling gesneuveld.

De laatste SDE "+" ronde, SDE 2020 I, verzette wederom alle piketpalen. Onder die ronde zijn zowel bij de aantallen oorspronkelijk goedgekeurde beschikkingen (6.882 exemplaren), als de daarmee gepaard gaande toegekende capaciteit (3.440,1 MWp), destijds nieuwe records gevestigd (dikke rode kader voor aantallen). Waarbij ook rekenschap gehouden moet worden met het feit, dat onder SDE 2017 I tm. SDE 2018 II er telkens 6 miljard Euro was te vergeven, sedert SDE 2019 I echter nog maar 5 miljard Euro per ronde (NB: voor álle projecten, niet alleen voor zonnestroom). Op het gebied van de toegekende capaciteit, werd dat record echter al snel verbroken onder de SDE 2020 II regeling, met 3.602,9 MWp aan toegekende capaciteit in. Dat was geen lang leven beschoren, want SDE 2021 heeft dat alweer verbeterd naar 3.790 MWp (rood kader), met slechts ruim de helft van het aantal beschikkingen onder SDE 2020 I. Daarbij de voortdurende schaalvergroting in de projecten markt nogmaals benadrukkend: er worden gemiddeld genomen steeds grotere projecten aangevraagd, en toegekend.

Bij de oudere "SDE" voorgangers waren de aantallen maximaal bij SDE 2008 (8.033 oorspronkelijke beschikkingen), bij de capaciteit was het SDE 2009, die voor de twee varianten bij elkaar ("klein" resp. "groot" categorie) 29,0 MWp kreeg beschikt (dunne rode kaders).

In oranje veldjes heb ik in het blok "overgebleven beschikte volumes" bij de primaire data wederom aangegeven dat er negatieve wijzigingen zijn geweest t.o.v. de status in de voorgaande update (oktober 2022). Ditmaal zijn er bij vier oudere regelingen projecten en/of capaciteit verloren gegaan. Vanaf SDE 2017 I zien we weer de gebruikelijke, soms forse neerwaartse bijstellingen terugkomen bij zowel de aantallen als de daarmee gepaard gaande capaciteiten van de project beschikkingen in de recentere regelingen.

Data in de overige "blanco" veldjes zijn niet meer gewijzigd sedert de vorige update van 1 oktober 2022.


(a) Verloren gegane beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes (blauwe sectie in tabel), accumulaties - ruim 8,2 GWp aan capaciteit teloor gegaan

Er is t.o.v. de accumulatie status getoond in de vorige update wederom een fors volume verdwenen. Beschikkingen die, om wat voor reden dan ook, ingetrokken of alsnog ongeldig zijn verklaard door RVO, zie ook paragraaf "nieuwe afvallers" hier boven. Voor de langdurig een dominante rol spelende, in de vorige update formeel afgesloten SDE 2014 is na al die jaren in totaal een (theoretische) capaciteit van 307 MWp verspeeld (829 project beschikkingen). Het capaciteits-verlies is opgelopen tot bijna 35% (aantallen: bijna 28%) ten opzichte van oorspronkelijk beschikt. Deze populaire oudere regeling is op het gebied van capaciteit verlies echter in (extreem) negatieve zin overtroefd door meerdere latere regelingen. Cumulatief gingen daarbij met name de volgende grote volumes aan beschikte capaciteiten verloren: 384,9 MWp onder SDE 2016 II, 619,7 MWp onder SDE 2017 II, 850,5 MWp onder SDE 2017 I, 919,9 MWp onder SDE 2018 I, 1.100,8 MWp onder de voorjaars-regeling van SDE 2019, resp. 1.110,8 MWp onder SDE 2018 II. Record houder werd in een vorige update de toen met catastrofale verliezen geconfronteerde laatste SDE "+" regeling, SDE 2020 I, met inmiddels alweer 1.521,3 MWp aan verloren gegane beschikte capaciteit (gemarkeerd in de tabel).

De najaars-regeling van SDE 2019 heeft nog een relatief beperkt teloorgegaan volume van 209,1 MWp, maar bekend is dat er voornamelijk (zeer) grote beschikkingen zijn overgebleven, na een grote slachtpartij onder de kleinere rooftop aanvragen vanwege de enorme overtekening in die ronde. De verwachting is dat de meeste van dergelijke grote beschikkingen wel gerealiseerd zullen gaan worden, ook omdat er grote (financiële) belangen bij zullen spelen.

Het verlies bij de eerste SDE "++" regeling, SDE 2020 II pas vrij recent toegevoegd aan de lange lijst, begint al bedenkelijke vormen aan te nemen, met momenteel alweer 946,0 MWp in het afvoerputje. Voor de recent toegevoegde SDE 2021 zijn de verliezen nog beperkt, 48,0 MWp verdeeld over 28 toekenningen.

Gezamenlijk verloren alle SDE regelingen bij elkaar, "geholpen" door het al massieve verlies onder SDE 2020 I, 25.074 project beschikkingen met een geaccumuleerde capaciteit van 8.218 MWp, dus al ruim 8,2 GWp wat verloren is gegaan ... Voor alleen de regelingen onder het SDE "+" regime waren die hoeveelheden 16.530 stuks, wat al sedert de april 2020 update meer is dan het geaccumuleerde verlies van de oude drie SDE regelingen (inmiddels alweer 6.487 beschikkingen teloor gegaan). Dat is t.o.v. de enorme hoeveelheid oorspronkelijke beschikkingen (36.470 onder SDE "+", incl. SDE 2020 I) al ruim 45%. Kijken we naar de beschikte capaciteit, is het totaal verlies voor SDE "+" 7.203 MWp (!). T.o.v. het oorspronkelijk beschikte volume (19.082 MWp) is dat al een totaal verlies van bijna 38%.

Claim Schootstra deels onwaar

Energie specialist Siebe Schootstra plaatste op 5 september 2018 een nogal onrustbarende tweet waarin hij claimde: "dat van de voorjaarsronde van 2018 nog niet de helft gerealiseerd zal worden. Voor 2017 geldt ook zoiets". Wat de aantallen beschikkingen voor SDE 2017 betreft, heeft hij echter al geruime tijd ongelijk gekregen, het realisatie percentage is daar inmiddels al opgelopen naar 62,8 resp. 56,0%, met nog 29 beschikkingen te gaan. Wat de beschikte capaciteit betreft, is dat voor SDE 2017 I inmiddels op 61,6% gearriveerd (1.449 MWp). De najaars-ronde van SDE 2017 heeft echter al een invulling van 64,6% van de lagere oorspronkelijk beschikte capaciteit bereikt. Dus ook in dat opzicht, heeft Schootstra voor in ieder geval de SDE 2017 regelingen reeds ongelijk gekregen. Er staat bovendien nog een volume van 110 MWp open voor beide SDE 2017 regelingen, dus de relatieve prestatie zal bij de capaciteit nog verder gaan toenemen, zelfs als er alsnog veel uitval zal optreden.

SDE 2018 I haalt 50% (net) niet

De voorjaars-ronde van SDE 2018 zit wat de capaciteit betreft momenteel nog maar op 45,4% van realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt (verslechtering t.o.v. vorige update). En is zelfs al 53,8% van de ooit toegekende capaciteit kwijt (ingetrokken of anderszins). Zelfs als alle resterende openstaande capaciteit, bijna 14 MWp, daadwerkelijk ingevuld zou gaan worden, kan die regeling nog maar maximaal 46,2% van oorspronkelijk beschikt volume halen. En is in ieder geval voor SDE 2018 I Schootstra's claim al correct wat de capaciteit betreft. Wat de aantallen beschikte projecten betreft zit deze regeling al een stuk hoger, op 49,2% realisatie, maar ook daarmee wordt de helft van ooit beschikt waarschijnlijk net niet gehaald, met nog maar 20 open staande beschikkingen. Dit alles nog zonder aanname van verdergaande uitval van openstaande beschikkingen, dus zowel voor aantallen als voor capaciteit is de bewering - voor SDE 2018 I "waar".

Het totaal verloren gegane volume van 8.218 MWp aan ooit beschikte SDE capaciteit voor zonnestroom (SDE, SDE "+", en eerste, forse verliezen voor SDE "++"), is al fors meer dan de eindejaars-accumulatie in heel Nederland (7.226 MWp), aan het eind van 2019, volgens de meest recente CBS cijfers van 15 december 2022. Het totale verlies is al 31,0% van de oorspronkelijk beschikte volumes voor al die regelingen tezamen, inclusief de in een vorige update toegevoegde SDE 2021 regeling, die een record volume van 3,8 GWp aan beschikte capaciteit inbracht in het totaal. En die nog nauwelijks forse verliezen kent tm. de huidige update.

Aan dit reeds kolossale verloren volume kan beslist nog het nodige worden toegevoegd, gezien de vele "riskante" grote project beschikkingen van de afgelopen rondes in 2016-2021. M.b.t. de aantallen is het verlies al fors groter, ruim 25 duizend projecten, bijna 42% van oorspronkelijk toegekend door RVO en haar voorgangers. Dat lag aanvankelijk vooral aan de enorme verliezen bij de oude SDE regelingen, zoals hierboven gemeld. Die staan boven de eerste stippellijn in de tabel. Het betreft veelal beschikkingen voor particulieren, maar ook woningbouw projecten die niet zijn doorgegaan, of die om diverse andere redenen zijn ge-cancelled. Helaas is de SDE "+" al langere tijd ook bij de aantallen project beschikkingen massale verliezen aan het lijden, cumulerend in de enorme afschrijvingen onder SDE 2020 I, en de nog steeds optredende grote verliezen bij andere regelingen. Het SDE "+" regime heeft de hoeveelheden teloor gegane project beschikkingen bij de oude SDE regelingen sedert de update van april 2020 ingehaald. Inmiddels komt dat alweer neer op 16.530 om 6.487 stuks.

Nieuwe grafieken - updates

Om goed zichtbaar te maken wat de volumes aan teloor gegane (beschikte) aantallen en capaciteiten zijn, heb ik in deze analyse wederom de 2 volgende, bijgewerkte grafieken opgenomen.


In bovenstaande grafiek links de stapel kolom met de aantallen oorspronkelijk uitgegeven PV beschikkingen, voor alle SDE (2008-2010), SDE "+" (2011-2020 I), resp. SDE "++" (2020 II-2021) regelingen. Met bovenaan de sommatie van wat ooit is uitgegeven voor solar: 59.835 beschikkingen tm. SDE 2021. NB: niet "projecten", omdat veel project sites meerdere beschikkingen hebben gekregen. In de rechter kolom de hoeveelheden die er in de RVO update van 1 januari 2023, tot en met SDE 2021, in totaal zijn overgebleven, als gevolg van voortdurende eliminatie van om wat voor reden dan ook weer verwijderde project beschikkingen uit de RVO database. Er zijn nu nog in totaal 34.761 beschikkingen over. Inclusief de in een vorige update toegevoegde SDE 2021 beschikkingen, waarvan zelfs al een klein aantal vrij snel zijn gerealiseerd (zie later). Dat laatstgenoemde totaal cijfer is 58,1% van het oorspronkelijke toegekende volume (blauwe pijl). In de vorige update was dit percentage nog 59,6%. Ergo: reeds bijna 42% van alle oorspronkelijk toegekende project beschikkingen is alweer verdwenen.

Vooral de forse verliezen bij de populaire SDE "+" 2017-2018 regelingen vallen hier al op, maar het nieuwe drama is zich al enige tijd aan het aftekenen onder SDE 2020 I: de hoeveelheid overgebleven beschikkingen is nog maar minder dan 41% van het oorspronkelijke volume, in relatief korte tijd. Onder de oude 3 SDE regelingen zijn destijds ook al grote volumes verloren gegaan (de nodige op kleinzakelijke projecten, en bij veel particulieren). Nog steeds "lekken" er ook van de oudste, inmiddels vier regelingen, af en toe een gering aantal beschikkingen weg, in bijna elke RVO update. RVO besteedt geen enkele aandacht aan de wegval van die oudere, reeds lang geleden opgeleverde project beschikkingen. Van de oorspronkelijk uitgegeven 16.047 beschikkingen voor genoemde eerste drie SDE regelingen zijn er inmiddels nog maar 9.560 over (minder dan 60%). Mogelijk heeft inmiddels een klein deel van het verdwijnen van de oude beschikkingen te maken met het bijna verstrijken van de subsidie termijn (15 jaar vanaf 2008 = 2023), maar dat is vooralsnog speculatie.

Voor de feitelijke realisaties t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder aantallen in sectie f.


In deze tweede grafiek een vergelijkbaar beeld als bij de aantallen beschikkingen, maar ditmaal met de oorspronkelijk beschikte capaciteit per regeling (in MWp, links), resp. de daarvan overgebleven beschikte volumes in de update van 1 januari 2023 (ditto, MWp, rechter kolommen stapel). Aan de stapels waren in een vorige update ook de volumes voor de tweede SDE "++" regeling, SDE 2021, toegevoegd. Ook daarvoor zijn de actuele volumes, met nog relatief beperkte verliezen getoond.

In totaal is er, tm. SDE 2021, een spectaculair volume van 26.543 MWp (26,5 GWp) ooit beschikt onder SDE en haar opvolger regelingen, onder de noemers SDE "+", resp. SDE "++". Daarvan zou op 1 januari jl. een volume van in totaal 18.326 MWp zijn overgebleven volgens de RVO boekhouding, een nog steeds relatief hoge score van 69,0% (blauwe pijl bovenaan). In de vorige update was dit nog 71,6%, dus er is wederom flink wat beschikt volume verloren gegaan.

Dat het totale percentage, in verhouding tot de aantallen beschikkingen (58,1%, vorige grafiek), zo hoog ligt, komt vooral doordat de verliezen bij de aantallen zeer groot zijn geweest, aanvankelijk bij de drie oude SDE regelingen, en culminerend onder SDE 2020 I. Terwijl de recent toegevoegde record regeling SDE 2021, met nog bijna de volledige beschikte capaciteit (inmiddels 3.742 MWp) nu nog volop de rest domineert. Als hier veel van zal gaan afvallen, net als bij veel van de "succesvolle" voorganger regelingen onder SDE "+", wordt de verhouding waarschijnlijk heel anders. Veel zal ook afhangen van het overblijven van veel grote projecten. Als die om wat voor reden dan ook alsnog zouden afvallen, kan dit een forse invloed gaan hebben op de ratio overgebleven versus oorspronkelijk toegekend, in deze capaciteit grafiek.

In het "kader" gevormd door de twee lange zwarte stippellijnen heb ik de volumes voor de vier "historisch succesvolle" SDE 2017 en 2018 regelingen weergegeven. Oorspronkelijk was dat een volume van 8.928 MWp, maar daar is nog maar 5.426 MWp van overgebleven. Derhalve, een verhouding van 60,8%. Dat is beduidend minder dan de 69,0% voor alle project beschikkingen bij elkaar. Wat aangeeft, dat de verliezen bij deze vier, bij zowel de aanvragen als de beschikkingen succesvolle regelingen bovenmatig hoog zijn geweest. Een vergelijkbaar lot gaan de opvolger regelingen SDE 2019 I en SDE 2020 I tegemoet, waarvoor nog maar 56,2%, resp. 55,8% van de oorspronkelijk beschikte capaciteit van over is.

Voor het feitelijke gerealiseerde volume aan beschikte capaciteit t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder capaciteit in sectie f.


(b) Fysieke realisaties per SDE jaar-ronde "volgens de officiële RVO cijfers" (groene sectie in tabel), accumulaties

In totaal is er tot en met de huidige officiële RVO update een volume van 9.112 MWp "SDE beschikt" opgeleverd (ruim 9,1 GWp), verdeeld over 29.049 project beschikkingen, waarbij we de interne administratieve vertragingen bij RVO voor lief nemen. De volumes zijn derhalve minimale hoeveelheden, er is aan het begin van 2023 al veel meer netgekoppelde, SDE gesubsidieerde capaciteit opgeleverd.

De opleverings-sequentie van de beschikte capaciteiten volgens de RVO updates was, van meest recent naar ouder, als volgt: okt. 2022 8.607 MWp, juli 2022 8.023 MWp, april 2022 7.835 MWp, januari 2022 7.045 MWp, oktober 2021 6.436 MWp, juli 2021 6.108 MWp, april 2021 5.521 MWp, januari 2021 4.911 MWp, september 2020 4.019 MWp, juli 2020 3.663 MWp, apr. 2020 3.319 MWp, jan. 2020 2.771 MWp, nov. 2019 2.463 MWp, aug. 2019 2.031 MWp, mei 2019 1.815 MWp, jan. 2019 1.368 MWp, oktober 2018 1.124 MWp.

Genoemde aantal van ruim 29 duizend beschikkingen in de huidige update betreft echter beslist veel minder projecten, omdat er veel sites meerdere beschikkingen hebben, een van vele eigenaardigheden van de SDE regelingen die nooit de pers halen, maar die Polder PV al vele jaren signaleert en inhoudelijk toelicht. Aanvankelijk kwam het merendeel van dat "aantal" uit de oude SDE regelingen, toen duizenden particulieren mee konden doen. Dat is echter al in recente updates omgeslagen naar het SDE "+", en, in de vorige update, toegevoegde SDE "++" volume, wat vrijwel exclusief op en door bedrijven, instellingen, gemeentes e.d. wordt gerealiseerd, achter grootverbruik aansluitingen. Veel grote rooftop projecten hebben meerdere beschikkingen, deels onder dezelfde regeling, deels onder verschillende SDE rondes. Een deel betreft uitbreidingen van eerder gerealiseerde projecten, een fors deel is gewoon opsplitsing van projectplannen voor dezelfde lokatie, verdeeld over meerdere tranches. Hetzelfde geldt voor diverse grote veld-installatie projecten. Alle individuele beschikkingen moeten separaat, fysiek gecertificeerd en geijkt bemeten worden (pers. comm. CertiQ), dus dat gaat vaak om technisch-logistiek bezien nogal complexe bedradings-, en, gezien de hoge capaciteiten die daarmee gepaard gaan, ingewikkelde afzekerings-trajecten.

Alle anderszins gefinancierde projecten, inclusief de al vele honderden PCR of, recenter, SCE ("postcoderoos 2.0") gesubsidieerde installaties die geen SDE "component" hebben, recentere installaties met EIA belasting voordelen, en ook de projecten zonder enige vorm van directe overheids-subsidie, zult u in de hier geanalyseerde SDE overzichten in het geheel niet terugvinden. Goed om dat in de oren te blijven knopen.

Het aandeel van alleen SDE op totaal realisatie SDE + SDE "+" + SDE "++" bedraagt momenteel 9.560 (overgebleven !) beschikkingen = 32,9% bij de aantallen, inclusief de in een recente update toegevoegde SDE 2021 regeling. Dat aandeel was nog 60% in de augustus 2019 update (zonder de SDE 2019 - SDE 2020 I rondes), en dit zal stapsgewijs verder blijven dalen, naarmate er meer SDE "+" en SDE "++" projecten zullen worden opgeleverd. Bovendien verdwijnen er nog steeds druppelsgewijs eerder afgegeven beschikkingen, maar dat geschiedt zowel bij de oude SDE, als bij de latere SDE "+" en SDE "++" rondes. Het aandeel van alleen opgeleverde SDE beschikkingen is slechts 48,4 MWp op een totaal van momenteel 9.112 MWp (SDE + SDE "+" + SDE "++") = 0,53% (okt. 2022 0,56%, juli 2022 0,61%, april 2022 0,62%, januari 2022 0,69%, oktober 2021 0,76%, juli 2021 0,8%, april 2021 0,9%, januari 2021 1,0%, sep. 2020 1,2%, juli 1,3%, apr. 1,5%, jan. 2020 1,8%, nov. 2019 2,0%, aug. 2019 2,4%, mei 2019 2,8%; dit was nog zonder SDE 2017 II in de april 2018 update 6,4%; in juli 2017 was het nog ruim 10%). Wezenlijk verschillend, dus, van de situatie bij de aantallen beschikkingen.

Dat heeft alles te maken met de enorme schaalvergroting onder het SDE "+" regime, waar onder de "bovencap" van, ooit, 100 kWp is ge-elimineerd, en er enorm grote projecten werden beschikt, en inmiddels, in een steeds rapper tempo, zijn, en worden opgeleverd. Zoals Zonnepark Harpel / Vlagtwedde, het daar op volgende nog grotere Zonnepark Vloeivelden Hollandia, het recent opgeleverde grote Dorhout Mees project op de oude golfbaan in Biddinghuizen, en het al langer in stappen voorbereide grootschalige project Energielandgoed Wells Meer (Limburgse gemeente Bergen, zie de aparte website). Een eerste (SDE 2021 "++") beschikking voor een 1 hectare grote "pilot" van 2.000 zonnepanelen voor Wells Meer is al afgegeven door RVO (nieuwsbericht van 4 februari 2020, op de project website). Als alle beschikkingen voor de "zon op dijken" projecten van drie ontwikkelaar groepen voor de westkust van de Noordoostpolder (Fl.) bij elkaar worden geveegd, zou je op een nog groter project volume komen (beschikt ruim 400 MWp). Ik houd de aparte delen echter vooralsnog gescheiden, vanwege het gesplitste eigenaarschap van die grote deelprojecten.

Relevant in dit aspect blijft, dat de opgevoerde beschikte capaciteit bij RVO zeker bij de duizenden oudere installaties bijna nooit het daadwerkelijk gerealiseerde vermogen van de installaties weergeeft. Daar kunnen behoorlijke afwijkingen in zitten. Bovendien kunnen beschikkingen door RVO later nog aangepast worden. Zo verloor de beschikking voor het bekende, in 2017 opgeleverde Woldjerspoor project van GroenLeven in Groningen maar liefst 6 MWp (!) t.o.v. de oorspronkelijk beschikte capaciteit. Het resultaat lijkt echter, met de huidige update van 1 januari 2023, nog steeds niet de daadwerkelijk opgeleverde capaciteit weer te geven, volgens de detail project informatie beschikbaar bij Polder PV, het verschil is dik 20%. Er zijn geen andere (al dan niet anonieme) veldopstelling beschikkingen bekend in dit gebied. Ook van andere (grote) projecten heb ik realisaties die (veel) hoger, óf véél lager uitvallen dan de beschikking van RVO toont.

Relatieve recordhouders bij de realisaties

Kijken we bij de realisaties naar de percentages t.o.v. de oorspronkelijke beschikkingen, duiken andere "record houdende SDE jaarrondes" op dan bij de absolute volumes. Voor de "oude SDE" was dat SDE 2009 voor zowel aantallen en capaciteiten (inmiddels, door historische uitval 66 resp. 76 procent van oorspronkelijk beschikt). Hierin zal geen (positieve) wijziging meer komen, die regelingen zijn al lang "afgerond". Alleen wegval van dergelijke projecten zou nog tot kleine neerwaartse bijstellingen kunnen gaan leiden. Waarbij "wegval" beslist niet persé hoeft te betekenen, dat het project is afgebroken o.i.d. Het kan zijn verhuisd (zonder de beschikking "mee te nemen"), of overgenomen, waarbij de nieuwe eigenaar geen trek had in SDE administratie "gedoe", of er zijn andere redenen waarom de beschikking zou kunnen zijn vervallen. Wie weet hoort "fraude" daar ook bij, al hoor je daar nooit iets over in relatie tot de oude, kleine beschikkingen jaren geleden verstrekt.

Voor het "SDE+ regime" zijn de "records" inmiddels voor de aantallen (72%) nog steeds de inmiddels afgesloten SDE 2014 regeling, ook al is in absolute zin al sedert een eerdere update SDE 2017 I deze ooit populaire regeling voorbij gestreefd (inmiddels 2.755 versus 2.144 opgeleverde project beschikkingen). En ook de najaars-ronde van SDE 2018, de voorjaars-ronde van SDE 2019, en de najaars-ronde van SDE 2017 zijn, met 2.385, 2.240, resp. 2.209 gerealiseerde beschikkingen, SDE 2014 in absolute zin al voorbij.

De zeer weinig volumes leverende SDE 2015 heeft op het vlak van invulling van de capaciteit een "score" van bijna 72% t.o.v. oorspronkelijk beschikt. SDE 2016 I was even tweede, verloor die positie door een neerwaartse aanpassing van de beschikte capaciteit in de update van januari 2020, maar is terug op de tweede positie sedert de update van april 2020, met ondertussen 68,4% t.o.v. oorspronkelijk beschikt. Dit zal niet meer wijzigen, er staan geen beschikkingen meer open voor die regeling. Daardoor is SDE 2014, met 65,2%, op de 3e plaats beland onder het SDE "+" regime. SDE 2014 was in de update van april 2022 al definitief afgerond met het verschijnen van het laatste "ja" vinkje bij RVO.

Opvallend is de zeer slechte prestatie voor de (ook reeds lang afgeronde) SDE 2012: slechts 31% van aantal oorspronkelijke beschikkingen opgeleverd, en zelfs maar 27% van de capaciteit. Uiteraard was er ook maar heel weinig beschikt (oorspronkelijk 17,1 MWp, waarvan er echter maar 4,5 MWp is overgebleven), anders had dat een "ramp-subsidie-jaar" geworden.

De latere regelingen gaan nog spannend worden, mede gezien de enorme verliezen van beschikkingen binnen die rondes, die waarschijnlijk nog verder zullen gaan oplopen. SDE 2017 I zit nog op maar 61,6% realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt, maar heeft nog wel wat volume te gaan (54 MWp, 2,3% t.o.v. oorspronkelijk toegekend volume). De verwachting is, echter, dat er nog wat volume van zal gaan wegvallen. Er zal dus maximaal minder dan 64% gerealiseerd kunnen gaan worden van de oorspronkelijk beschikte capaciteit.

De najaarsronde van dat jaar zit met de realisaties zelfs al wat hoger, 64,6% bij de capaciteit, met nog bijna 56 MWp (bijna 3% van oorspronkelijk beschikt volume) te gaan. Deze kan bij beperkte verdere wegval dus beslist nog flink over de 65% realisatie heen gaan. Latere SDE regelingen zitten bij de capaciteits-realisatie nu nog meestal op percentages (ver) onder de 50% t.o.v. de oorspronkelijk beschikte volumes, maar SDE 2018 II zit al op 51,5%, met nog bijna 11% van oorspronkelijk beschikte capaciteit pending.

Gemiddelde beschikking grootte bij de realisaties

In de kolom realisaties ziet u achteraan de uit de aantallen en beschikte capaciteiten berekende gemiddelde omvang per beschikking, volgens de toekenningen van RVO. Hierin is een duidelijk trend van schaalvergroting herkenbaar. Van zeer klein (gemiddeldes van zo'n 2-9 kWp per beschikking onder de 1e 3 SDE regimes), tot fors uit de kluiten gewassen in groeiende tendens onder de "SDE+" regimes vanaf SDE 2011. Groeiend van gemiddeld 48 kWp onder SDE 2011 tot volumes tussen de 214 en 268 kWp gemiddeld in de SDE 2014-2016 I regelingen. Een vorig recordhouder, SDE 2016 II in de april 2020 update nog op 489 kWp zittend, is door de nieuwe, gemiddeld genomen kennelijk kleinere realisaties in de latere updates weer een stuk lager uitgekomen, inmiddels op 458 kWp. In een van de vorige updates is een nieuwe recordhouder opgedoken, de najaars-ronde van SDE 2019, die momenteel op een record van 1.690 kWp gemiddeld per beschikking is gekomen. Dat was in de oktober 2022 versie nog 1.367 kWp, in juli 2022 nog 1.208 kWp, in april van dat jaar 1.181 kWp, in januari 2022 864 kWp, in de oktober update van vorig jaar 702 kWp, en daarvoor zelfs nog maar 184 kWp bij de realisaties (in juli 2021 was het tijdelijk fors hoger, 762 kWp). Dat gemiddelde is dus aanzienlijk gegroeid in de loop van de tijd, er zijn dus zeer forse project realisaties toegevoegd aan dat deel-dossier. Nog steeds zijn er relatief weinig beschikkingen ingevuld, 476 stuks, maar dat is wel al bijna de helft van de oorspronkelijk beschikte hoeveelheid.

Na het hoge niveau van deze najaars-ronde van SDE 2019, vallen de overige gemiddeldes globaal genomen weer terug naar 638 kWp (SDE 2018 II), 559 kWp (SDE 2017 II), 526 kWp (SDE 2017 I), 458 kWp voor SDE 2016 II, en 419 kWp onder SDE 2018 I. De inmiddels 2.002 gerealiseerde beschikkingen van SDE 2020 I betreffen nog relatief kleine projecten, met gemiddeld slechts 332 kWp per stuk (volgens beschikking). De laatstgenoemde regeling moet uiteraard nog een beetje "op stoom" komen, met name wat de grote project realisaties betreft. SDE 2020 II heeft nog maar 634 gerealiseerde beschikkingen, met ook nog een relatief bescheiden gemiddelde van 351 kWp per realisatie. De recent toegevoegde SDE 2021 zit op gemiddeld 339 kWp, voor de eerste 136 opgeleverde beschikkingen. Typische "beginner" projectjes bij een recent opgenomen SDE regeling in de RVO verzameling.

Voor alle realisaties bij elkaar heeft het gemiddelde per beschikking inmiddels al een omvang bereikt van 314 kWp. In de vorige updates waren die gemiddeldes achtereenvolgens: oktober 2022 300 kWp, juli 2022 287 kWp, april 2022 286 kWp, januari 2022 266 kWp, oktober 2021 251 kWp, juli 2021 245 kWp, apr. 2021 229 kWp, jan. 2021 215 kWp, sep. 2020 184 kWp, juli 2020 175 kWp, apr. 2020 167 kWp, jan. 2020 150 kWp, nov. 2019 138 kWp, aug. 2019 121 kWp, mei 2019 114 kWp, jan. 2019 90 kWp, daar voor 77 kWp. Ook al groeit dat gemiddelde dus continu door, het wordt nog steeds fors gedrukt door de vele kleine residentiële projecten onder de 3 oudste SDE regimes, zoals ook al bekend is uit de maandelijks door Polder PV geanalyseerde CertiQ data over de gecertificeerde zonnestroom capaciteit in ons land.

Splitsen we die twee regimes uit (onderaan in de tabel), is de oude SDE op de gemiddelde overgebleven beschikking grootte blijven steken van 5,1 kWp. SDE "+" heeft een aanzienlijk groter gemiddelde bij de realisaties, inmiddels 470 kWp. Maar dat is nog wel slechts 79% van het gemiddelde volume van alle overgebleven beschikkingen (rode cijfer veld, 596 kWp gemiddeld). In de update van juli 2020 lag het laatst genoemde gemiddelde op 604 kWp, flink hoger lag dan de 532 kWp in de update van april van dat jaar. Deze fluctuaties zijn het gevolg van het opnemen van de SDE 2019 najaars-ronde in de cumulatie van de beschikkingen (april 2020), die per stuk gemiddeld zeer grote installaties heeft toegevoegd, gevolgd door de SDE 2020-I ronde, die gemiddeld weer veel kleinere project beschikkingen heeft opgeleverd, al was het wel in grote aantallen.

De gemiddelde project groottes bij de overgebleven beschikkingen (rode veld in tabel) zijn, voor de regelingen waarvoor nog (veel) projecten open staan, ook bij de deel regelingen hoger dan die bij de realisaties. Dit komt omdat vele (zeer) grote projecten nog niet zijn gerealiseerd. Als die worden opgeleverd, zullen ze een opwaartse druk geven aan het systeem gemiddelde van de uiteindelijk gerealiseerde projecten cumulaties. Voor alle overgebleven beschikkingen is het gemiddelde momenteel 527 kWp. Dat is iets lager dan de 534 kWp in de vorige update. Genoemde 527 kWp is een factor 1,7 maal zo hoog dan bij de realisaties tot nog toe.


(c) Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel), accumulaties

Dit alles (oorspronkelijk beschikt minus verloren gegane beschikkingen cq. realisaties) leidt tot een "overgebleven" pool aan beschikte projecten die nog opgeleverd moet gaan worden. Of, bij pech, tot extra verlies om wat voor reden dan ook. Zie de laatste, zwarte sectie in de tabel.

In de januari 2023 update waren er bij RVO voor SDE 2015 tm. SDE 2021, exclusief SDE 2016 I, waarvoor de laatste toekenning is ingevuld, nog 5.712 beschikkingen over, resp. 9.214 MWp (oktober 2022 10,4 GWp, juli 2022, mét SDE 2021 11,7 GWp, april 2022, nog zónder SDE 2021, 8,5 GWp, januari 2022 10,9 GWp, oktober 2021, incl. SDE 2020 II, 11,8 GWp, juli 2021, nog zónder SDE 2020 II, bijna 9,0 GWp, april 2021 9,8 GWp, januari 2021 10,9 GWp, sep. 2020, met SDE 2020 I toegevoegd, 12,1 GWp, juli 2020, nog zonder SDE 2020 I 9,4 GWp, apr. 2020, nog zonder SDE 2019 II 8,1 GWp, jan. 2020 nog 9,3 GWp, nov. 2019 10,1 GWp, aug. 2019, nog zonder SDE 2019 I, nog ruim 8,2 GWp). Ondanks de doorgaande verliezen van beschikkingen bij diverse oudere SDE regelingen, heeft de toevoeging van SDE 2021 recent weer voor een forse opwaartse bijstelling van de populatie "nog op te leveren" gezorgd.

Deze resterende capaciteit van ruim 9,2 GWp is een zeer groot volume, voor een klein land wat medio 2022, volgens de meest recente CBS update, inclusief de projecten markt, én residentieel, na al die jaren, 16.857 MWp aan PV capaciteit had staan. Puur theoretisch zou dat volume alleen al vanwege de resterende, nog niet ingevulde SDE beschikkingen met 54% kunnen toenemen, maar helaas gaat daar natuurlijk nog heel veel capaciteit om diverse redenen van wegvallen.

De marginale resterende volumes voor SDE 2015 en 2016 II, 1,13 MWp, zullen, afhankelijk van realisatie of definitieve "afvoer", niets meer uitmaken gezien hun zeer geringe omvang. Wat de forse resterende volumes voor de opvolgende regelingen betreft, moet daar deels wel voor worden gevreesd, als ze niet op tijd gebouwd of aan het net kunnen worden gekoppeld. Mede gezien de smaller geworden tijd-vensters voor de oplevering (ondanks het geaccordeerde uitstel onder voorwaarden van een jaar extra realisatie tijd in Den Haag), gecombineerd met om zich heen grijpende netcapaciteit problemen en tekorten aan personeel bij de netbeheerders. Voorspellingen zullen op dit vlak met prudentie moeten worden genoten, want het aantal onzekerheden over de (potentie aan) realisaties neemt alleen maar toe. Zelfs als we er van uitgaan dat er al verschillende "oplossingsrichtingen" voor de beperkte net capaciteit in gang zijn gezet. Makkelijk zal het allemaal beslist niet gaan.


(d) Ratio SDE+/SDE

Onderaan twee velden in de tabel heb ik ook nog de ratio berekend van de officieel overgebleven beschikte volumes voor alle SDE "+" t.o.v. de oude SDE regelingen (rode veld), en dit herhaald voor de reeds door RVO als opgeleverd beschouwde project beschikkingen (groene veld). Die verhouding ligt, vanwege heftige toevoegingen van beschikkingen onder met name de laatste acht SDE "+" rondes, verminderd met de tussentijdse aanzienlijke hoeveelheden reeds verloren gegane exemplaren, net als in de vorige update, rond de 2,1 voor de aantallen overgebleven beschikkingen. In de update van juli 2017 was het slechts een factor 0,6. De SDE werd door duizenden particuliere toekenningen gedomineerd, en die was tot niet zo lang geleden bepalend voor deze inmiddels aardig "recht getrokken" verhouding. Bij de realisaties is die verhouding inmiddels ongeveer 2,0. Dit, omdat veel grote projecten uit latere SDE "+" regelingen nog niet zijn opgeleverd, en de vele reeds afgeronde oude SDE micro projectjes die som nog zwaarder onder druk zetten.

Bij de capaciteiten is de verhouding precies andersom, omdat SDE "+" gedomineerd wordt door talloze zeer grote projecten. Bij de overgebleven beschikkingen, incl. de zeven toegevoegde SDE 2017-2019 en SDE 2020 I-SDE 2021 regelingen, is die factor weer verder afgenomen, een verhouding 245 : 1 (SDE "+" staat tot SDE; in update van oktober 2022 factor 248 : 1, juli 2022 factor 255 : 1, 1 april 2022 factor 260 : 1, 1 januari 2022 factor 293 : 1, oktober 2021 factor 299 : 1, juli 2021 factor 308 : 1, apr. 2021 factor 313 : 1, jan. 2021 factor 322 : 1, in sep. 2020 nog 326 : 1; in juli 2020 261 : 1; in juni 2018 120 : 1, wel ook tussentijdse afname vanwege uitval van beschikkingen !).

Bij de realisaties ligt die verhouding een stuk lager, inmiddels een factor 182 : 1 (in oktober 2022 nog 172 : 1, in juli 2022 162 : 1, in april 2022 159 : 1, in januari 2022 143 : 1, in oktober 2021 131 : 1, juli 2021 124 : 1, apr. 2021 112 : 1, jan. 2021 100 : 1, sep. 2020 81 : 1; in juli 2020 73 : 1; in de juni 2018 update was dat nog 17 : 1, dus nog steeds verder oplopend). Met dezelfde oorzaak: veel zeer grote projecten in de beschikkingen zijn nog niet opgeleverd, inclusief de grote volumes uit SDE 2017 I tm. SDE 2021. Tot slot, bij de gemiddelde systeemgrootte vinden we die trend wederom terug. SDE "+" staat tot SDE bij de overgebleven beschikkingen 118 : 1, maar bij de realisaties nog "maar" een factor 93 : 1 (juni 2018 update 43 : 1). Ook deze verhoudingen kunnen wijzigen, naar gelang er een fors aantal grote "SDE + projecten" daadwerkelijk alsnog gerealiseerd zal gaan worden.

Uiteraard zijn dergelijke vergelijkingen ook te maken tussen de SDE en SDE "++" regelingen, of tussen SDE "+" en SDE "++", maar omdat de eerste SDE "++" ronde, SDE 2020 II, en de SDE 2021 pas redelijk recent zijn toegevoegd, heeft dat nog niet veel zin. Wellicht wil ik daar in een later stadium nog wat woorden aan spenderen.


(e) Evolutie systeemgemiddelde capaciteit volgens RVO beschikkingen

In een van de artikelen over de effecten van de beschikkingen van SDE 2019 I, heb ik reeds uitgebreid stil gestaan bij de belangrijke factor "gemiddelde capaciteit" per beschikking, en bij de realisaties. Zie daarvoor het 5e artikel in die reeks (16 november 2019), paragraaf 3.


(f) Verzamel grafieken alle SDE regelingen - Aantallen en capaciteit bij beschikkingen / realisaties

In deze paragraaf toon ik weer de meest recente versies van de 2 bekende "stapel grafieken" met de begin juli dit jaar overgebleven volumes bij de beschikkingen (weergegeven in de grafiek hierboven, onder a), en bij de door RVO opgegeven "realisaties". Die vindt u hier onder.


Stapelgrafiek met links de kolommen stapel met de overgebleven (!!) hoeveelheden beschikkingen van SDE 2008 tm. SDE "++" 2021. SDE 2021 is in een recente update toegevoegd, en nog grotendeels met intacte oorspronkelijke volumes (bruin-rode segment bovenaan). In combinatie met de voortgaande uitval bij de oudere SDE regelingen, zien we momenteel een cumulatie in de resterende, overgebleven hoeveelheid van 34.761 toekenningen voor zonnestroom (project beschikkingen). Dat waren bij de ooit oorspronkelijk vergeven exemplaren nog 59.835 beschikkingen (zie tabel en eerste grafiek onder a). De rechter stapel kolom geeft de in de update van 1 januari 2023 door RVO formeel als "gerealiseerd" verklaarde hoeveelheden beschikkingen per regeling weer. Met als voorlopige cumulatie 29.049 beschikkingen gerealiseerd. Wat 83,6% van het overgebleven aantal "totaal overgebleven beschikt" (linker stapel) is. Wederom een forse toename t.o.v. de 80,4% in de vorige update. Dit komt door een combinatie van voortgaande wegval van oudere beschikkingen (linker kolom wordt lager), en, natuurlijk, toename van het aantal realisaties (rechter kolom wordt hoger).

Goed is hier het grote verschil tussen de SDE 2019 II en SDE 2020 I regelingen te zien. De eerste had relatief zeer weinig beschikkingen, die gemiddeld per stuk echter wel "zeer groot" waren. De laatste SDE "+" regeling, 2020 I, had een record aantal aan gemiddeld genomen véél kleinere toekenningen, waar, ondanks de massieve uitval, nog steeds veel volume van over is. Daar bovenop zijn links de nieuwe volumes voor SDE 2020 II en SDE 2021 gestapeld, waarvan echter nog maar weinig beschikkingen zijn opgeleverd. "Onderin" de kolommen stapel is er, tm. SDE 2016 II vrijwel geen activiteit meer, omdat bijna al die oudere regelingen geen openstaande beschikkingen meer hebben (of nog maar een handvol). Wel is er regelmatig geringe uitval bij de oudste 3-4 SDE regelingen. Die uitvallers zien we druppelsgewijs in deze, en de voorgaande grafiek terug komen, al hebben ze relatief weinig impact.


Vergelijkbare stapelgrafiek, met nu niet de aantallen (overgebleven) beschikkingen, maar links ditto, de totale capaciteit in MWp die er over is gebleven in de laatste update (met reeds aanzienlijke volumes door RVO virtueel weg gekieperd en dus niet meer zichtbaar). Zie ook de tweede grafiek onder paragraaf (a), voor een vergelijking tussen oorspronkelijk beschikte volumes en op 1 januari dit jaar daarvan overgebleven hoeveelheden.

De in een vorige update relatief nieuw toegevoegde SDE 2021 regeling is, nog bijna ongeschonden sinds de in de kamerbrief genoemde volumes, bovenaan zichtbaar, met nog 3.742 MWp aan beschikt vermogen (oorspronkelijk toegekend 3.790 MWp). Het totale volume voor alle regelingen culmineert in (inmiddels overgebleven) 18.326 MWp. Dat was bij het ooit oorspronkelijk vergeven / beschikte project volume nog 26.543 MWp (zie tabel en grafiek onder paragraaf a). Vooral de verliezen bij de SDE 2017 tm. SDE 2020 I regelingen wegen zwaar. Rechts het nog zeer beperkte "gerealiseerde" volume, althans van de beschikkingen (voor een belangrijk deel niet de werkelijk opgeleverde capaciteit !). Met in totaal "officieel" 9.112 MWp gerealiseerd, ruim 9,1 GWp. Wat nog maar 49,7% is van het (overgebleven) beschikte volume (vorige update 45,3%). Er is dus in ieder geval wat het RVO - SDE dossier betreft, op het gebied van te realiseren capaciteit nog iets meer dan de helft van het nu (overgebleven) beschikte volume te gaan.

Het CertiQ dossier (met fysiek gerealiseerde volumes) blijkt in hun laatste status update van begin dit jaar alweer een stuk verder te zijn, t.o.v. de gerealiseerde volumes beschikkingen van RVO. Bij CertiQ stond op 1 januari 2023 9.324 MWp aan fysieke opleveringen, waarvan het allergrootste deel SDE beschikte projecten is (en nog een onbekend, hoogstwaarschijnlijk "zeer beperkt" deel zonder SDE beschikking). Wat, ondanks de huidige, zeer recente RVO update, alweer 2,3% meer geaccumuleerd volume is dan wat er begin dit jaar in totaal als gerealiseerd beschikt staat bij het Agentschap. Zouden we het bereikte CertiQ volume afmeten aan het overgebleven beschikte totaal volume bij RVO, zouden we al op 50,9% realisatie komen, ruim de helft (kader in grafiek). Met de voorbehouden die daar bij horen.

Normaliter ligt CertiQ altijd (ver) voor op het RVO - SDE dossier. Feit blijft, dat sowieso bij RVO talloze reeds netgekoppelde projecten nog niet met een "ja" vinkje zijn gezegend in de publiek beschikbare data overzichten. Die dus nog niet in hun cijfers kunnen zitten. Die projecten staan al lang in de CertiQ databank, omdat er al meteen garanties van oorsprong aangemaakt moeten gaan worden, "zodra de stekker in het betreffende project gaat". De meeste projecten achter grootverbruik aansluitingen dienen maandelijks (automatisch) meetgegevens via de meet-gemachtigde in, die direct naar CertiQ worden doorgesluisd na validatie. Registratie bij CertiQ gebeurt in het grootste deel van de gevallen zeer rap na fysieke netkoppeling. Dagelijks worden updates gedraaid met de nieuwste toevoegingen die door de exploitanten worden doorgegeven, en waarvoor de netbeheerders hun formele fiat hebben gegeven (pers. comm. CertiQ). Wat daarna geschiedt in het RVO traject kan echter vele maanden kosten, voordat dit leidt tot een "formeel ja vinkje" in hún databestand.

Het verschil tussen "overgebleven beschikt" volume en "gerealiseerd volume status 1 januari 2023" bedraagt 18.326 - 9.112 = 9.214 MWp (ruim 9,2 GWp). Sowieso gaat hier nog heel veel volume van afvallen, gezien de trend van de afgelopen overzichten van RVO. En het is nog steeds niet het "gerealiseerde" volume. Dat kunnen we alleen te weten komen als exacte project informatie beschikbaar komt, zoals in ultimo bij CertiQ bekend moet zijn of worden. Polder PV heeft in ieder geval van de "top" in de markt, de grootste projecten, inclusief de 662 reeds gerealiseerde grondgebonden zonneparken (excl. andere "niet rooftop" projecten zoals drijvende projecten), die de grootste volumes aan MWp-en inbrengen, het meest complete, gedetailleerde overzicht van Nederland.


RES doel "elektra" loopt nog steeds gevaar op basis van alleen SDE projecten volgens RVO berekening

RVO insereert de laatste tijd ook een tabblad bij de projecten status sheets, met de volgens hen gehanteerde prognoses hoe het staat met de haalbaarheid van het zogenaamde RES doel. Dat was lange tijd: productie van 35 TWh aan extra, "subsidiabele" stroom uit de hernieuwbare bronnen wind en zonnestroom op land (incl. floating solar etc., installaties groter dan 15 kW), aan het eind van het jaar 2030. RVO heeft wederom nieuwe berekeningen gedaan op basis van de meest actuele situatie bij de SDE regelingen. En komt nu op een prognose uit die alweer slechter is dan in de vorige update. Toen was dat nog 30,9 TWh (daarvoor nog 31,1 TWh). Met de versie van 1 januari 2023 komt RVO nog maar op "slechts" 30,7 TWh in 2030. Hierbij wordt onder anderen uitgegaan van slechts (gemiddeld) 60% realisatie van de beschikte capaciteit bij de nog niet gerealiseerde PV projecten, voor wind ligt die aanname veel hoger (98%). Genoemde 30,7 TWh is verdeeld over realisatie wind (10,9 TWh) en zon (8,6 TWh), onder uitsluitend SDE (!), totaal 19,4 TWh. En een nog te verwachten realisatie van nog eens 11,2 TWh voor projecten die in 2030 kunnen gaan bijdragen aan de "RES doelstelling" (wind 6,0 TWh, zon 5,2 TWh).

Het lijkt er dus structureel op, dat ook RVO verwacht dat de marktcondities voor realisaties van SDE beschikte projecten verder verslechteren, gebaseerd op hun laatste cijfers. Polder PV signaleert al langer, dat de perspectieven voor realisatie van grote volumes aan nieuwe zonnestroom projecten eroderen, en dat optimisme over de uitbouw enigszins gedempt moet gaan worden.

Ook al geeft RVO ook aan dat er geen "rechten" aan deze berekening ontleend kunnen worden, het geeft wel aan dat we voor die oorspronkelijke RES doelstelling inmiddels al ruim 5 TWh tekort zouden komen, als je alleen van het SDE potentieel zou uitgaan. Dat is grofweg het equivalent van de maximaal haalbare jaarproductie van oude kernsplijter Borssele. Er moet dus meer gebeuren om dat doel te halen, in weerwil van de heel wat optimistischer berekeningen die Martien Visser van Energieopwek.nl begin 2021 nog publiceerde (33,2 TWh, zie artikel bij Sargasso.nl). Visser gaf in zijn berekening toen trouwens slechts 50% invulling van de PV beschikkingen op, en was dus pessimistischer dan het uitgangspunt bij RVO. Voor een reactie op een vraag aan Visser over de actuele stand van zaken, zie het antwoord in de paragraaf "Nagekomen" in de vorige update van oktober 2022.


Thermische zonne-energie

Over dit kleine andere zonne-energie dossier is al wat langer niet zeer veel zinnigs te melden, gezien de trage ontwikkeling. In de huidige update zijn er 2 project beschikkingen verdwenen uit het dossier (1 maal met SDE 2018 I beschikking, alsmede de voorlaatste [!] toekenning voor SDE 2020 II), en er zijn twee projecten met een SDE 2019 ronde I resp. ronde II toewijzing opgeleverd. Deze 4 wijzigingen bij elkaar hebben tot een bescheiden wijziging van zowel de totale beschikte, als gerealiseerd staande capaciteit opgeleverd. Vandaar dat de kolom helemaal rechts in de grafiek slechts weinig hoger ligt dan de voorlaatste kolom (status 1 okt. 2022), op 53,3 MW thermisch vermogen.

In de voorgaande update verdwenen er ook al 11 beschikkingen, momenteel zijn met het verlies van nog eens 2 exemplaren begin dit jaar nog maar 91 beschikkingen voor thermische zonne-energie projecten over, met een geaccumuleerd vermogen van 105,7 MWth. De oudste beschikking komt uit de SDE 2012 (al lang gerealiseerd), SDE 2015 en SDE 2017 II hebben géén beschikkingen voor dergelijke installaties (meer).

Naast deze puur thermische zonne-energie installaties ontdekte ik in de vorige update ook nog een "innovatief" project in de groslijst met SDE beschikkingen. Dat is een PVT-project in combinatie met een warmtepomp, met een beschikking voor 3,75 MW thermisch vermogen, die door RVO in de deel-categorie "CO2-arme warmte" van SDE 2021 is ondergebracht. Dat gaat dus deels om een combi-systeem thermische zonnewarmte / fotovoltaïsche omzetting, en deels om genoemd warmtepomp systeem om de opgewekte warmte (ook) direct te gebruiken. Het betreft een project van Escom.nu in een flatgebouw vlakbij metrostation Reigersbos in Amsterdam.

Voor details van de status quo bij de realisaties, zie ook onder de analyse van de 1 april 2022 update (onderaan het artikel).

Frequente updates over de SDE regelingen bij Polder PV, sedert 2008. Huidig exemplaar: status 1 januari 2023

Bron (extern):

Feiten en cijfers SDE(+)(+) - RVO, status 1 januari 2023)

Monitoring zonne-energie - RVO, status 13 oktober 2022 (echter cijfers betreffende stand van zaken tm. 2021, deels met verouderde CBS data werkend; diverse gelinkte pagina's en rapportages, incl. "Monitoring zon-pv 2021 (peildatum 31-12-2020)"

 
 
 
 
© 2023 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP