Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
Energieleveren.nl 2.0 - een nieuw portal
CertiQ update april rapportage - wederom hoogst curieuze data
Zonnestroom productie Polder PV - na 2 magere 2 vette maanden
Klassieke SDE "+ extra" ronde (voorjaar 2020) licht overtekend, wederom >4 GWp aanvragen zonnestroom
CertiQ rapport maart 2020 - mogelijk eerste Corona pandemie effecten - lage maandgroei PV dossier

21 april 2020 en recenter


 
^
TOP

26 mei 2020: Energieleveren.nl 2.0. Vandaag is de sedert 2011 actieve website energieleveren.nl van de regionale netbeheerders overgegaan op een nieuwe versie. Dit heeft te maken met aanscherpingen van Europese regelgeving, gebundeld onder de System Operation Verordening van 2017 (EU wetgeving 2017/1485). En is later ook wel bekend geworden onder de separate voorwaarden voor de implementatie van de netcode(s) binnen Europa. Via de "Requirements for Grid Connection of Generators" (verkort RfG), uitgevaardigd door de Europese koepel organisatie voor elektriciteit, Entsoe (link). Solar Magazine heeft er diverse artikelen aan gewijd, zie uitgebreide toelichting in hun bericht van 5 april 2019, zie ook het bericht op de Essent website Zelf Energie Produceren, van 8 april 2019.

Doel

De aanscherping van de Europese regelgeving heeft als voornaamste doel om de stabiliteit van de Europese elektriciteitsmarkt te waarborgen, aldus Energeia (8 april 2019). Energieleveren.nl trekt dit breder, en poneert vier punten waarom hier werk van wordt gemaakt. De wijzigingen zijn nodig voor:

  • De veiligheid van het elektriciteitssysteem.
  • De bevordering van de handel in elektriciteit binnen de Europese Unie.
  • De integratie van hernieuwbare energiebronnen.
  • Een efficiënter gebruik van het elektriciteitsnetwerk.

Achtergrond

Omdat (nauwkeurige) registratie van met name de honderdduizenden PV installaties in Nederland nooit echt goed en grondig is geregeld, moest Autoriteit Consument en Markt (ACM) zelfs een "afwijkingsbesluit" publiceren, om netbeheerders de tijd te geven orde op zaken te stellen, en in ieder geval aan de "geest" van de Europese verordening te kunnen gaan voldoen. De gewijzigde energieleveren.nl website is een van de stappen die daarvoor wordt doorlopen, voor de kleinere PV systemen, aan grotere installaties zijn al zwaardere eisen gesteld. Daarnaast wordt het ook al lang bestaande "PIR register", waar de data vanuit energieleveren.nl in komen te staan (in ieder geval voor alle aangemelde installaties achter kleinverbruik aansluitingen, en wellicht ook voor kleine installaties achter grootverbruik aansluitingen), ook omgezet, en is er reeds een nieuw beveiligd data platform genaamd CERES ("Centrale Registratie van Systeemelementen") in het leven geroepen (live augustus 2019, onder beheer van data platform voor de energie sector, EDSN). Dit zou het PIR register aanvankelijk op 27 april 2019 gaan vervangen, maar dat werd uitgesteld door diverse complicaties, en het feit dat enorm veel installaties in Nederland niet aan nieuwe Europese certificatie eisen voldeden (en nog steeds niet voldoen).

Ik maakte vroeger nog wel eens grafische overzichten van de PV installaties in het oude PIR register, toen dit nog actueel instroomde bij de Klimaatmonitor databank van Rijkswaterstaat, maar ontdekte daarbij ook regelmatig allerlei vreemde toestanden. Zoals onmogelijke cumulatieve capaciteit zonnestroom installaties in gemeente Berkelland, ditto in Almelo, tot zeer substantiële wijzigingen in de data voor netbeheerder Liander aan toe (analyse 17 juli 2014). Vroeger werden er zelfs wel eens spook aanmeldingen bij het PIR gemeld, waarvan we hopen dat dat echt tot het verleden gaat behoren, als het nieuwe CERES systeem goed gaat lopen. Ook andersoortige irritaties jegens de melding bij "een register" bij prosumenten zouden bij een verplichting voor iedereen mogelijk niet meer hoeven voorkomen, als de netbeheerders tenminste open kaart blijven spelen.

In augustus 2018 maakte netbeheerder Stedin melding van het feit dat bij een steekproef vergelijking tussen hun PIR bestand en fotografische mapping van 2 steden, een kwart van de aangetroffen (aantallen) PV installaties niet bleek te zijn opgenomen in het PIR, zie ook het artikel in Trouw wat daar op volgde. Of dat betekent, dat een dergelijk groot verschil ook voor heel Nederland zou gelden (inclusief grote landelijke regio, met een zeer verschillend karakter, Stedin netgebied is immers zwaar verstedelijkt), is echter nog steeds niet duidelijk. Het is wel een van de "pains-in-the-ass" voor de netbeheerders, omdat ze structureel capaciteit "te kort komen" in het bestaande PIR register. Hoeveel precies, dat is de grote vraag.

In de "frequently asked questions" (FAQ) sectie van de nieuwe energieleveren.nl site zijn enkele opmerkelijke zaken te bewonderen. Ik licht er een paar uit.

FAQ - van DC naar AC melding ...

"De maximumcapaciteit van een zonnepaneel of andere elektriciteitsopwekkers wordt omschreven in kW, ofwel kilowatt. Bij zonnepanelen gaat het hier om de maximumcapaciteit van de omvormer waarmee de panelen aan het net gekoppeld zijn."

Dat is een novum, waar heel veel problemen mee kunnen gaan ontstaan. Want de capaciteit wordt in Nederland, net als in de meeste andere landen, weergegeven als het DC generator vermogen in kilowattpiek / kWp. Te lezen als: de opgetelde, onder standaard test condities bepaalde nominale DC vermogens van de betreffende zonnepanelen in de generator. Waarbij er trouwens ook een verschil is tussen de fysiek gemeten "geflashte" individuele paneel vermogens, en de gemiddelde waarde van de batch waaraan het betreffende paneel is toegewezen. Die "batches" zijn bij de alomtegenwoordige kristallijne zonnepanelen vrijwel altijd afgegrensd op klassen oplopend met 5 Wp, dus een module "serie" van hetzelfde merk en type kan bijvoorbeeld verkocht worden in klassen van 300, 305, 310, 315 ... Wp, waarbij de individuele geflashte waarden binnen die klassen een bepaald percentage kunnen afwijken (voor voorbeelden van dergelijke variatie, zie mijn flashdata basics webpagina). De laatste jaren is het zo, dat vrijwel uitsluitend "plus toleranties" worden uitgeleverd (zoals geselecteerd door de producent), een marketing strategie om producten "aantrekkelijker" te laten lijken. Ergo: het daadwerkelijke nominale STC vermogen van "een" paneel binnen een serie, zal in die gevallen altijd minimaal het voor die serie aangegeven "gemiddelde" of "vermarkte" vermogen betreffen. En in de meeste gevallen "hoger" liggen (maar wel onder het gemiddelde vermogen in de opvolgende module vermogens-klasse). Vroeger kwamen er ook "minus" toleranties voor, mijn oude Shell panelen hadden een verwachte fluctuatie tussen de - en + 5 Wattpiek t.o.v. de toen vastgestelde gemiddelde waardes op het datasheet. Voor die oude panelen golden destijds STC opgaves van 93 resp. 108 Wp nominaal, de werkelijke individuele waarden konden dus 88,35 - 97,65 Wp, resp. 102,6 - 113,4 Wp per paneel bedragen.

Nu wordt er opeens gevraagd naar het "maximale omvormer vermogen". Ook daardoor zullen problemen optreden, want de meeste mensen zijn absoluut niet technisch onderlegd, en zullen niet wijs kunnen worden uit de cijferbrei van de documentatie, of snappen wat voor cijfer ze dan wel moeten overnemen. Als die documentatie er al is (zeker bij oudere installaties zeer gebrekkig tot zelfs afwezig). En bij de in Nederland zéér veelvuldig voorkomende "in de loop van de tijd uitgebreide installaties", elk met hun eigen omvormers (regelmatig ook nog met verschillende types), gaat dat een tour de force worden voor de betreffende systeem eigenaren. Veel leveranciers uit de beginjaren zijn ook nog eens failliet, of er mee opgehouden, dus daar kunnen genoemde PV eigenaren ook al niet om advies vragen. Bij wie moeten ze dan te rade?

Ik voorzie vooral voor de forse populatie oudere systemen nogal wat problemen, als die gewongen zouden worden om hun "AC data" in dat nieuwe portal in te (laten) voeren. Voor nieuwe installaties, en/of bij substantiële wijzigingen aan bestaande projecten, zouden installatiebedrijven kristalheldere richtlijnen dienen te krijgen, om de nieuwe situatie "correct" in het nieuwe portal in te voeren. Daarbij zal ook een clausule opgenomen dienen te worden, dat een particulier PV eigenaar niet als "schuldige" aangewezen kan worden, als een data entry niet blijkt te kloppen. Alleen professionals zouden die data entry moeten doen, waarbij er helaas een uitzondering gemaakt moet worden voor de omvangrijke "oude populatie" (die nog heel lang zal meegaan, onze installatie is al deels 20 jaar oud ...).

Ja, ook dat nog ...

Last but not least: van een netbeheerder heb ik reeds vernomen dat de door hen bijgehouden kleinverbruik populatie (ondergebracht in het oude PIR) tot nog toe op basis van DC generator vermogen is geinventariseerd. Maar dat de statistiek voor de grote commerciële projecten tot stand komt op basis van het (AC) vermogen van de gebruikte omvormers. En die twee worden doodleuk bij elkaar opgeteld...

Wie straks nog weg weet uit de hierdoor optredende statistische verschillen in geïnventariseerde "vermogens" in een bepaalde regio, is een knappe jongen / meid.

Invul beren ...

Overigens, zien de netbeheerders ook op een ander vlak beren op de weg, met de waarschuwing: "Let op dat u de goede waarde in kW invult: 1300 W is bijvoorbeeld 1,3 kW". Polder PV heeft regelmatig vreemde cijfers gezien, die ongetwijfeld in eerdere jaren te wijten zijn geweest aan rabiaat foute ingaves, de beruchte "drie nullen fouten". Die komen vaak voor, op diverse monitoring portals, en als mensen zelf die ingaves moeten doen, is dat vragen om moeilijkheden. Maar zelfs leveranciers en installateurs gaan wel eens in de fout op dat vlak (maakt niet uit of het DC generator, of AC omvormer capacteiten betreft). En zelfs netbeheerders zelf maken soms dergelijke ingave blunders, zoals de recentste dramatische CertiQ cijfers weer eens lieten zien (update 12 mei 2020).

We gaan dus weer zeer benieuwd zijn, of deze nieuwste ingave eis niet weer tot nieuwe, ernstige data ongelukken zal gaan leiden, of dat de solar cijfer verzameling daadwerkelijk beter gaat worden in Nederland.

Inbedrijfname

Gevraagd wordt naar daadwerkelijke ingebruikname datum, derhalve: netkoppeling van de installatie. Dus niet wanneer de zonnepanelen op het dak zijn gelegd. Voor residentiële installaties is dat bijna altijd de installatie datum, maar zeker bij grotere projecten, kan er "nogal" wat tijd verstrijken tussen het aanleggen van de generator, en de fysieke ingebruikname datum. Hier kunnen, zeker in netcapaciteit krapte tijden, verergerd door de corona pandemie effecten, soms zelfs vele maanden overheen gaan. Dit is vooral een zeer belangrijke issue bij overschrijding van de kalenderjaar grens, omdat voor grote projecten dan een flinke impact op jaar statistieken kan ontstaan. De Europese branche organisatie SolarPower Europe hanteert een hard "fysieke netkoppeling" moment als bepalend voor de statistieken. Immers, alleen op dat moment wordt (voor het eerst) groene stroom op het net gezet. Complicaties kunnen hierbij wederom optreden, bij zeer grote projecten waarvan segmenten "stapsgewijs", in de loop van de tijd, fysiek aan het net worden gekoppeld. Hier is vaak geen zicht op, en blijven speculaties over "project realisatie" rondzingen.

Accu's

Er wordt nu kennelijk ook gevraagd naar de aanwezigheid van enige vorm van elektriciteits-opslag ("thuisbatterij", accu). Grappig is, dat wordt gesteld, dat "Niet iedere elektriciteitsopwekker dit heeft". Dat is als vanouds een understatement van de eeuw: die zijn, mede vanwege de nog steeds vigerende salderingsregeling voor kleinverbruikers, een nogal zeldzaam fenomeen in Nederland, en beslist geen "usance". Dat kan op termijn natuurlijk wijzigen, maar zo ver is het nog lang niet. Voor de spaarzame cases, dus, inclusief de systemen bij de grotere projecten, die nu druppels-gewijs opgestart beginnen te worden.

Wat wordt vastgelegd?

Volgens de FAQ sectie op energieleveren.nl wordt, na registratie via een invul formulier, per aansluiting (met eigen zogenaamde EAN-code) vastgelegd:

  • Welke elektriciteitsopwekkers achter de betreffende aansluiting zitten.
  • Wat het vermogen van deze elektriciteitsopwekkers is (in de nieuwe casus bij PV dus AC vermogen van de omvormers)
  • Vanuit welke bron deze elektriciteitsopwekkers energie maken.

Daarbij wordt gesteld, dat de betreffende netbeheerder daarmee een inschatting maken hoeveel elektriciteit ongeveer wordt "terug" geleverd aan (of gewoon: "ingevoed op") het net. Waar deze dan rekening kan houden "bij de verdeling van de energie over het elektriciteitsnet". Dat zal dan hoogstens met hulp van kengetallen kunnen, tenzij eventueel aanwezige slimme meters met momentane (kwartierwaarden van) netinvoeding voor dat doel zouden mogen worden ingezet. De data worden afgeschermd met een zelf op te geven paswoord, via een eigen account. De data zijn ook later te wijzigen, bijvoorbeeld bij herstel van fouten, en/of in het geval van wijzigingen aan de installatie.

Verplichting

Geclaimd wordt, dat iedere opwekker / invoeder van (duurzame) elektriciteit "wettelijk verplicht is deze gegevens te registreren", met als stok achter de deur dat de energieleverancier "kan besluiten geen teruglevering/saldering toe te passen, wanneer u hier niet aan voldoet". Dat zal echter lastig worden bij de nog vele huishoudens, waarin een volautomatisch salderende Ferrarismeter hangt, want dan moet je "fysieke toegang" tot die meter (in de woning, of daar buiten) eisen, en de netbeheerder dwingen om die meter te vervangen. Zo ver is het nog niet. Maar al die meters zullen uiterlijk 31 december 2022 uit de Nederlandse huizen moeten zijn "gesloopt". Omdat 1 januari 2023 de "officiële afbouw van de salderingsregeling" moet starten, iedereen over een en dezelfde kam geschoren moet worden, en dus "een" meter in huis moet hebben gekregen, die netinvoeding en netafname fysiek gescheiden, en "gevalideerd" kan meten. Een geruststelling: die meter hoeft dan geen "slimme" te zijn, als u daar geen behoefte aan heeft. Maar een "domme digitale" die hetzelfde kan, mag u niet weigeren. Op straffe van een dwangsom van, tegen die tijd, vermoedelijk Agentschap Telecom, de door Wiebes aan te wijzen "handhaver".

Overzetten oude gegevens duurt nog even

Op de vernieuwde energieleveren.nl site staat ook nog een melding voor "eerdere registranten", die ik u hierbij niet zal onthouden:

"Deze website is vernieuwd. Heeft u hier eerder zonnepanelen of andere elektriciteitsopwekkers aangemeld? Dan is deze aanmelding mogelijk nog niet zichtbaar. Het overzetten van de gegevens duurt namelijk enkele weken. Het is dus voorlopig niet nodig om de registratie opnieuw te doen. Vanaf 1 augustus kunt u checken of uw aanmelding goed is doorgevoerd."

Polder PV is daarbij zeer benieuwd, hoe er dan in het geval van "overgezette oude registraties" van het oorspronkelijk opgegeven "DC vermogen van de generator" een - door de betreffende netbeheerder berekende ?? - "AC omvormer capaciteit" zal zijn gemaakt. Want die is helemaal niet opgegeven in de oorspronkelijke registraties ...

Nagekomen - bericht Netbeheer Nederland, zie onder bronnen

Nadere toelichting op bovenstaande. Extra punten:

  • "Bij de registratie van zonnepanelen moet voortaan ook worden opgegeven of er sprake is van energieopslag en wat het merk, type en vermogen van de omvormer zijn."
  • "Wie een installatie wil registreren, moet voortaan bovendien een persoonlijk account op de site aanmaken, in combinatie met een toets op de laatste cijfers van het meternummer. Zo is beter gewaarborgd dat een gerechtigd persoon de registratie of wijziging doorvoert."
  • "De wijzigingen op de website gelden vanaf vandaag voor iedereen die een nieuwe installatie van het type A (tot 1 megawatt) wil aanmelden. Het grootste deel van de installaties valt hieronder."

Wat dat laatste betreft: hier vallen dus onherroepelijk ook zeer veel PV projecten onder die zijn aangesloten op een grootverbruik aansluiting (meeste PV projecten boven de 50-60 kWp). In dat opzicht, krijgt het nieuwe energieleveren.nl portal beslist een compleet ander karakter, dan haar grotendeels op "kleine residentiële projecten" gefocuste voorganger, en het daarmee gevulde oude PIR register. Slechts een paar honderd-tal grotere gerealiseerde projecten worden dan niet op deze wijze "ingevoerd" in de databanken van de netbeheerders. Polder PV zal over die grotere projecten nog nader berichten.

Bronnen / verder lezen:

https://www.energieleveren.nl (hernieuwde website van de 7 regionale netbeheerders, en van hoogspannings-netbeheerder TenneT)

Dit verandert er per vandaag bij het aanmelden van zonnepanelen (26 mei 2020, website Netbeheer Nederland, link doorgekregen nadat ik huidig artikel had gepost, zie "nagekomen", hier boven)

To register, or not to register? Kritisch eerder bericht van Polder PV over de registratie, alweer van 27 juli 2012

Gezamenlijke netbeheerders lanceren de nieuwe dienst CERES (EDSN, 26 mei 2020, vrij technisch)
Nieuw registratiesysteem particuliere zonnepanelen vertraagd (Energeia, 15 april 2019, pay-wall)
Nieuw registratiesysteem voor hernieuwbare opwekinstallaties (Energeia, 8 april 2019, pay-wall)
Na telling CBS blijken nog veel meer zonnepanelen geïnstalleerd dan gedacht (Energeia, 26 april 2014, pay-wall)



11 mei 2020: CertiQ update april rapportage - wederom hoogst curieuze data. Het CertiQ maandrapport van april is uit. Je zou kunnen veronderstellen dat de corona pandemie er "flink inhakt", in de progressie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit. Maar zo zout als vandaag heeft Polder PV het nog nooit gegeten, ook niet bij eerder door hem gesignaleerde "merkwaardige data" bij CertiQ (voorbeeld 2017, voorbeeld 2019).

Uit het april maand rapport van 2020 zou namelijk het volgende blijken, als de data correct zouden zijn: 433 netto nieuwe gecertificeerde PV projecten t.o.v. status 1 april, bijna een record. Wat logisch is, omdat er enorm veel SDE beschikkingen opgeleverd moeten worden. Maar, netto bezien, zou de bij de TenneT dochter geregistreerde gecertificeerde PV capaciteit tussen 1 april en 1 mei zijn gedaald met een spectaculair volume van (minus) 108,5 MWp (accumulaties op die data: 3.529,5 MWp op 1 april, resp. 3.421,0 MWp op 1 mei). Weliswaar zijn er in het verleden wel diverse malen "negatieve groeicijfers" geweest, die te maken hadden met her-registratie verplichtingen. Maar de eisen voor her-registraties zijn dermate aangescherpt, dat je het wel uit je hoofd laat om dat "te vergeten". Anders verlies je namelijk het recht op uitbetaling van de lopende exploitatie subsidies. Bovendien was het hoogste "netto negatieve niveau" ooit minus 3,9 MWp in het maandrapport van januari 2014 (t.o.v. eind 2013). Wat t.o.v. het toen nog hoogste cumulatie niveau in november 2013 een totaal verlies liet zien van bijna 4,7 MWp. Dat er nu bijna 109 MWp zou "kunnen" zijn uitgeschreven, in zelfs maar 1 maand tijd, bij CertiQ, leek mij direct al hoogst onwaarschijnlijk.

^^^
Screendump van staatje uit CertiQ spreadsheet Polder PV,
met de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit bij CertiQ
van augustus 2019 (2.500 MWp) tm. de curieuze, omláág springende
3.421 MWp in het april 2020 rapport (t.o.v. maart rapportage 3.529,5 MWp).
Het niveau ligt in dit april rapport zelfs lager dan in de rapportage van feb. 2020 (3.486,1 MWp) ...

Vandaar dat ik even wacht met een mogelijk zinloze analyse van het huidige maandrapport over april. Ik heb direct een mail verstuurd naar CertiQ om te vragen wat voor verklaring ze hebben voor deze bizarre, zeer omvangrijke negatieve groei in PV capaciteit, en of dit wellicht zou kunnen liggen aan een foute opgave voor het bij hen geaccumuleerde gecertificeerde vermogen. Ik hoop daarover binnenkort uitsluitsel te krijgen.

Update 12 mei 2020

N.a.v. mijn e-mail aan CertiQ kreeg ik de volgende reactie van een woordvoerder van de TenneT dochter:

"Er is door [een] netbeheerder een wijziging in vermogen van [een] installatie doorgevoerd. Het vermogen is aangepast van 110 MW naar 0,11 MW. Dit creëert het bijzondere verschil van 109,89 MW. Deze correctie wordt komende maand voor de gehele foutieve periode verwerkt in de statistieken, waardoor het verloop weer klopt".

Ergo: een herhaling van - zeer forse - foute ingaves van een netbeheerder, ondanks eerdere toezeggingen, dat controle op de "validiteit" van cijfers verscherpt zouden worden (naar aanleiding van de eerder door Polder PV gemelde "data incidenten"). Een PV installatie van 110 MWp zou immers meteen alle rode alarmvlaggen bij zowel de netbeheerder, als bij CertiQ moeten laten wapperen. Dergelijke installaties zijn zeldzaam (en nog steeds qua feitelijke realisatie in Nederland zelfs op dit moment: non-existent).

Naar aanleiding van de reactie van CertiQ heb ik vervolg vragen gesteld. Want nog niet duidelijk is wat deze zeer forse omissie van een netbeheerder voor getalsmatige gevolgen heeft gehad voor de data voor april, en/of mogelijk (als de installatie eerder was ingeschreven bij CertiQ), voor de opgevoerde cumulaties weergegeven in eerdere rapportages. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

April 2020 rapportage CertiQ - incl. het bizarre accumulatie cijfer voor capaciteit (3.421,0 MW) - verschenen 11 mei 2020


1 mei 2020: Zonnestroom productie Polder PV - na 2 magere 2 vette maanden. Er is weer een maand voorbij, tijd voor een update van de productie van zonnestroom van Polder PV's inmiddels deels twintig jaar oude (!) PV installatie. De eerste twee maanden waren zeer matig, maar terwijl het Corona / Covid-19 virus over onze planeet voort-raasde, hadden we in maart en april spectaculaire (maar ook weer: geen record) opbrengsten. Een grafische samenvatting.

In deze grafiek staan alle maand opbrengsten van ons "kern" systeem bij elkaar. Tot oktober 2001 nog slechts met 4 panelen (donkerblauwe en magenta curves), vanaf november met 10 PV modules, 1,02 kWp, tot op de dag van vandaag (producties van andere, latere toevoegingen, hier niet verder meegenomen, om vergelijkbare resultaten van een en hetzelfde systeem te laten zien).

Inmiddels heb ik de eerste vier maand resultaten voor 2020 (turquoise curve) toegevoegd. Voor de status update tm. 2019, zie analyse van begin dit jaar. Duidelijk is te zien, dat de januari en februari opbrengsten (ver) beneden gemiddeld waren, met januari 20% onder het langjarige gemiddelde voor die maand (dikke zwarte curve). En februari zelfs 23% minder dan dat gemiddelde. Overigens, voor beide maanden gold, dat dit geen "dieptepunten" waren, die lagen iets lager, voor januari in 2004, voor februari in meerdere jaren, met het laagste niveau in 2009. Januari was "vrij somber" volgens het KNMI, met in De Bilt 40 zonuren, tegen 62 uur normaal. En ook februari was "aan de sombere kant", met gemiddeld over het land 73 zonuren tegen 85 uren normaal, en in de Bilt zelfs maar 68 uur, t.o.v. normaliter 89 uur.

Daar staat tegenover, dat midden in de Corona virus / Covid-19 pandemie, zowel maart als april heel veel zon lieten zien, waarbij de instraling nog eens een boost kreeg vanwege een hardnekkig hogedruk gebied boven onze contreien, verstevigd door forse emissie reducties a.g.v. sterk afgenomen transport stromen over land en in de lucht, en lage industriële activiteit (zie KNMI artikel van 27 april 2020). Maart kreeg van het KNMI het predikaat "zeer zonnig", met als extra label "eindigt in top vijf zonnigste maartmaanden". Waarbij gemiddeld 194 uren zon werden gescoord, wat ruim boven het langjarig gemiddelde van 125 uur ligt. April was zelfs "record zonnig". Wat met maar liefst 285 zonuren maar liefst 60% (!!) boven het langjarige gemiddelde van 178 zonuren kwam te liggen, en bijna 2% boven het vorige record (280 uren zon in april 2007). Nooit eerder werden in die maand zo veel zonuren gemeten door het weer instituut.

Bij de productie van het al zeer oude PV systeem van Polder PV, werd ondanks de ouderdom, en verre van "efficiënt" te kwalificeren onderdelen van de installaties, ook hoge, maar geen record waarden bij de stroom productie gemeten in deze twee maanden. In maart was dat ruim 92 kWh voor de 1,02 kWp installatie, ruim 12% hoger dan het langjarige gemiddelde*. Het was zeker niet de hoogste opbrengst in deze maand: maart 2003 (105 kWh), 2014 (100 kWh), en 2002 (94 kWh), gingen haar voor.

April gaf een hoge productie van 131,5 kWh, wat 16% boven het langjarige gemiddelde lag bij Polder PV (ruim 113 kWh in die maand). Alleen april 2007 ging haar, met 141 kWh, nog een flink stuk voor. Zie ook de animatie die Polder PV voor die record productie maand april maakte. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat, met zo'n oude installatie, met de nodige "gebreken", er, ondanks de zeer gunstige input condities, er geen echte "top" prestaties meer verwacht mogen worden. Al blijven de prestaties van onze oude installatie zonder meer buitengewoon.

* Bij Polder PV bepaald over de meetperiode november 2001 tm. april 2020 voor de 1,02 kWp deel installatie. Het KNMI hanteert als referentie periode het tijdvak 1981-2010.

In deze tweede grafiek toon ik alleen de maandelijkse producties in de laatste vier jaar, en het langjarige gemiddelde (zwarte lijn) voor het 1,02 kWp kern-systeem van Polder PV. Hier is duidelijk het opvallende verschil in "prestatie" te zien tussen de eerste twee, en de 2 opvolgende maanden in 2020. De fluctuaties per maand kunnen opvallend groot zijn, zoals dit diagram met maar vier kalenderjaren laat zien. Juli 2018 vestigde net geen maand record (zie eerste grafiek: de record houder bij Polder PV is juli 2006).

Deze laatste grafiek laat de cumulatieve productie zien van de eerste vier maanden van elk jaar sedert de eerste netkoppeling van de eerst vier panelen in maart 2000. De vergelijking is 100% vanaf 2002 (tien panelen / 1,02 kWp referentie installatie). De langjarig gemeten gemiddelde productie in die eerste vier maanden is 261 kWh geweest voor deze installatie, zie de oranje kolom achteraan, en de horizontale groene streepjes-lijn.

We zien dat 2020 hier beduidend boven ligt, met 276 kWh, bijna 6% hoger dan dat gemiddelde. Maar het is beslist niet de hoogste waarde in de getoonde tijdreeks. Extreem zonnig 2003 begon al goed, met 326 kWh, wat al 36% hoger lag dan het niveau in 2020. En zelfs 2002 (294 kWh), 2007 (280 kWh), en 2011 (278 kWh), gaan de productie van januari tm. april in 2020 nog een stuk voor. Wel is het zo, dat er sedert het hoge niveau van 2011 er maar liefst 9 jaar voorbij gingen, voordat de hoge opbrengst in de eerste vier maanden in 2020 zich manifesteerde.

Conclusie: ja, maart en april waren zeer zonnig, maar opgeteld bovenop de sombere eerste twee maanden, resulteerde dit niet in een extreem hoge positie in de rating van de hier getoonde kalenderjaren, voor de gezamenlijke periode van de eerste vier maanden.

Bronnen:

Maandelijkse productie metingen Polder PV sedert maart 2000

Nationale instralingsdata KNMI - Zonnig jaar 2019, maar geen records (Polder PV, uitgebreide analyse, met extra links artikelen 2020)

Extern:

Zonnestroom breekt record na record (Klimaatakkoord website, 30 april 2020; totaal 29,5% van alle elektriciteit in april uit hernieuwbare bronnen, 8% hoger dan in april 2019. Zonnestroom had daarvan een aandeel van 40% [11,8%], op dag basis regelmatig 15% van elektra verbruik uit zonnestroom in deze maand. T.o.v. de vorige record dag productie op 31 mrt. 2020, werden in april meestal veel hogere waarden bereikt; in totaal werd het "dag gemiddelde vermogen" 8 maal achter elkaar verbroken, de laatste maal op 22 april. De maximale momentane output werd op 26 april bereikt, 5,41 GW midden op de dag)

Zonnige maand past in trend voorjaar (KNMI, 27 april 2020)

Uitzonderlijk blauwe voorjaarsluchten (KNMI, 24 april 2020)

Archief maand/seizoen/jaaroverzichten (KNMI)

Twintig procent hogere opbrengst zonnepanelen door zonnige lente (TNO, 22 april 2020)

Opbrengst zonnepanelen eerste kwartaal krijgt boost door zonnige maart (website Essent, 22 april 2020)

Productie zonnestroom in Nederland. Maart 2020, supermaand (Siderea.nl, 1 april 2020, zie ook Landelijke Opbrengst Berekening mrt. 2020)


21 april 2020: Klassieke SDE "+ extra" ronde (voorjaar 2020) licht overtekend, wederom veel aanvragen zonnestroom (ruim 4 GWp). In de laatste officiële "SDE +" subsidieronde, feitelijk een extra'tje vanwege o.a. de gevolgen van de Urgenda uitspraak, voorjaar 2020 (2020 I), is een lichte overtekening van het beschikbare budget opgetreden. Dat budget was oorspronkelijk slechts 2 miljard Euro, maar werd in een kamerbrief van 4 april alweer verdubbeld naar 4 miljard Euro. Dat beschikbare maximale budget is nu met 137 miljoen Euro (een relatief bescheiden 3,4%) overtekend. De ervaring leert, dat daar nog wel het een en ander van kan gaan afvallen bij het analyseren van de aanvragen, voordat beschikkingen de deur uit gaan bij RVO. Zonnestroom was alweer de populairste optie, met 7.395 van de in totaal 7.562 aanvragen (98%), een relatief "bescheiden" claim van ruim 2,5 miljard Euro (61% van genoemde ruim 4,1 miljard geclaimd totaal), en een gevraagde capaciteit van 4.032 MWp (er was 4,65 GW aan - onvergelijkbare - capaciteit voor alle opties aangevraagd). Ook al zal hier ongetwijfeld weer het nodige van afvallen.

Introductie

Wederom gold voor deze ronde de verplichting van het meesturen van een transportindicatie (voor het eerst verplicht onder SDE 2019 II). Volgens Netbeheer Nederland waren er deze ronde 9.040 indicaties voor unieke adressen afgegeven, en 809 geweigerd a.g.v. beperkingen op het lokale stroomnet (8,2% van totaal aangevraagd, 9.849 stuks). Wiebes claimt dat er uiteindelijk iets meer zijn afgegeven, 9.064 stuks. Er zijn dus bij dit eerste "filter" al iets meer dan anderhalf duizend projecten die een transportindicatie document hebben ontvangen, niet "gematerialiseerd" in de vorm van een aanvraag bij RVO, bijna 17% van de afgegeven indicaties. Ook stelt hij dat, na screening door RVO, er heel veel "zon-op-dak" projecten zullen overblijven, en dat het aandeel bij de beschikkingen "substantieel" zal zijn. Een belangrijke wens van het parlement gaat daarbij in vervulling, al was het al lang zo, dat rooftop beschikkingen massaal aanwezig waren, en ook al jaren lang in grote aantallen worden ingevuld in ons land.

Over de definitieve stand van zaken rond de voorganger regeling, de heftig overtekende SDE 2019 II, is nog geen nieuws bekend. Wiebes stelt, dat de afhandeling "langer duurt dan gebruikelijk", met als opmerkelijke verklaring, dat met name "het grote aantal aanvragen voor geothermie projecten" de bottleneck blijkt te zijn. Daarvan zijn er in die ronde echter "maar" 14 stuks aangevraagd (en, bijvoorbeeld, maar liefst 7.251 voor zonnestroom, een factor 518 maal zo veel ...). Maar blijkbaar zijn die geothermie aanvragen zo "ingewikkeld en specifiek", dat de beoordeling daarvan (veel) tijd vreet. Het is, mede hierdoor, ronduit opvallend, dat de ene SDE ronde nog steeds niet qua beschikkingen is afgewikkeld, of de volgende dient zich - met alle aanvragen - alweer aan ... Wiebes zal direct aan de Tweede Kamer rapporteren, zodra alle aanvragen van SDE 2019 II zijn beoordeeld / afgehandeld.

Jaar ontheffing voor SDE "+" projecten generiek toegestaan onder voorwaarden

Al eerder werd door diverse kamerleden uitstel van de realisatie termijn voor SDE "+" projecten gevraagd, die in de knel dreigden te komen vanwege (a) de Coronavirus pandemie (o.a. leveringsproblemen, beschikbaarheid personeel), en / of (b) tijdelijke transport problemen op het betreffende stroomnet. Wiebes staat nu formeel die verlenging toe. Er bestond al een mogelijkheid tot ontheffing, maar die wordt vanwege de oorzaken "buiten de invloedssfeer van de initiatiefnemers" nu "generiek" gemaakt, in navolging van een aangenomen gewijzigde motie van kamerleden van der Lee (GroenLinks) en Sienot (D'66), die daartoe oproept. Voorwaarden voor het verkrijgen van zo'n verlenging zijn, dat daadwerkelijk binnen genoemd jaar het bedreigde project moet kúnnen worden gerealiseerd, en er moet gemotiveerd ontheffing bij RVO worden aangevraagd.

Kamerbrief - de data voor SDE 2020 I

Hier onder presenteer ik de data uit de door Min. EZK op 21 april gepubliceerde tabel in de 5 pagina's tellende Kamerbrief van Wiebes*, aangevuld met een viertal kolommen uit deze data, berekend door Polder PV.


^^^
KLIK op plaatje voor uitvergroting (in separaat tabblad verschijnend)

Voetnoot: de optellingen van de afzonderlijke technieken (laatste regel in grijs) lopen niet altijd 100% synchroon met de opgaves
van Min. EZK (op een na laatste regel in bold). Dit betreft waarschijnlijk afrondings-verschillen.

* De door Polder PV al lang geleden verstuurde melding aan de Rijksoverheid, dat de pagina nummering van de Kamerbrieven van EZK in het honderd loopt, lijkt helaas geen follow-up te hebben gekregen. Vanaf pagina 2 van het onderhavige exemplaar gaat het alweer mis. Inmiddels heb ik hetzelfde euvel ook al bij een kamerbrief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken ontdekt, en wellicht is het wijder verspreid. Het lijkt wel een virus ... Zie ook tweet van Polder PV, van 15 april jl ....

Aantallen en capaciteit

In de eerste kolom het aantal aangevraagde projecten. Of, nauwkeuriger, "het aantal beschikkingen" wat wordt gevraagd. Het komt immers regelmatig voor dat er meer dan 1 beschikking voor een project locatie wordt gevraagd, en ook verzilverd. Meestal uit verschillende jaargangen, maar ik heb meerdere gevallen uit een en dezelfde jaar ronde in mijn projecten lijst (realisaties) staan. Zonnestroom is als vanouds kampioen bij dergelijke aantallen. En, zoals al "enigszins" was te verwachten, en impliciet voorspeld door Polder PV, vanwege de sterk verslechterende omstandigheden onder de "verbrede" SDE "++" regeling in het najaar van 2020, wederom een record hoeveelheid aanvragen voor zonnestroom. Ditmaal 7.395 exemplaren, 144 meer dan in de najaars-ronde van 2019 (voormalig record bij aantal aanvragen onder het SDE "+" regime).

In de kamerbrief stelt Wiebes, dat van genoemd volume van 7.395 aanvragen voor zonnestroom projecten, er 7.335 voor rooftop ("zon-op-dak") projecten zouden zijn, 99,2% van totaal. Dat zou suggereren, dat er 60 "veld-installaties" zouden kunnen zijn aangevraagd in deze ronde. Echter, de typering van RVO is beslist niet altijd correct, of onvolledig gebleken, volgens de detail data van Polder PV, dus hier zouden nog wel wat bijstellingen verwacht kunnen worden. Die zullen wat de aantallen installaties betreft echter marginaal blijven, rooftop is altijd al "über-dominant" geweest bij alle project rondes onder de SDE / SDE "+" regimes. Hierbij dient ook rekening gehouden met het feit, dat voor 1 grondgebonden project (lokatie) er meer dan 1 aanvraag gedaan kon worden, afhankelijk van de lokale condities, perceel adressering, potentiële invoed punten, e.d. Dit kan trouwens ook bij rooftop project lokaties het geval zijn. Polder PV kent talloze PV projecten waarvoor meer dan 1 beschikking is afgegeven in het verleden. Zelfs binnen 1 ronde.

Bij de capaciteit is de verhouding uiteraard compleet anders. Wiebes gaat daar niet direct op in, maar benoemt wel, dat de "zon-op-veld" projecten in deze ronde ongeveer vijf maal zo weinig budget claimen dan de rooftop installaties. Waarmee er wellicht wat "druk" op het maatschappelijke veld wordt afgenomen, wat zich in toenemende mate is gaan verzetten jegens grondgebonden projecten (overigens: heel vaak met valse of onderbuik argumenten, die vaak in rechtbanken van tafel worden geveegd).

Andere technieken
Opvallend bij deze ronde is, dat niet windenergie, maar thermische zonne-energie op plaats 2 eindigt, met 78 aanvragen, wat wel 6 stuks minder is dan onder SDE 2019 II. Het aantal resterende aanvragen is zeer beperkt, 40 voor windenergie, 29 voor biomassa warmte en WKK, 11 voor biomassa gas, 6 voor geothermie, en 3 voor waterkracht. De impact bij de aangevraagde budgetten, vermogens, en geclaimde subsidiabele jaarproductie, zijn echter nogal verschillend, wat sterk afhangt van de arbeidsuren per technologie, en het haalbare kosten niveau.

Wat de capaciteit betreft (kolom 2), werd ditmaal géén record, doch een blijvend hoog volume van 4.032 MWp voor zonnestroom projecten aangevraagd. Dit kwam op de tweede plaats in de aanvraag historie bij RVO. Alleen SDE 2019 II had een hogere claim (4.649 MWp). De aangevraagde capaciteiten bij de overige technieken liggen op een veel lager niveau, tussen de 146 MWth (geothermie) en 37 MWth (thermische zonne-energie). Zeer opvallend is de claim voor waterkracht, die altijd marginaal volume inbracht bij de aanvragen. Ditmaal is er voor slechts 3 projecten een opvallend hoog volume van 53 MW aangevraagd. In de voorgaande regeling kwamen 2 aanvragen niet verder dan slechts 0,1 MW.

Uiteraard moeten we rekening blijven houden met het feit dat de capaciteits-factor bij de verschillende technieken wezenlijk anders is. Windturbines en biomassa centrales kunnen ook draaien in de avonduren, zonnepanelen (zowel elektrisch, PV, als thermische collectoren) absoluut niet. Als we dit wezenlijke onderscheid terzijde schuiven, maakt de aangevraagde capaciteit voor PV in ieder geval 87% van de totale geclaimde capaciteit uit. Dat is zelfs een hoger aandeel dan de 82% in de "record" regeling, SDE 2019 II.

De pecunia

Iets dergelijks zien we terug bij de aangevraagde (maximale) subsidie (kolom 3), maar in minder heftige mate dan bij de vorige SDE "+" ronde. Zonnestroom claimt ditmaal 2.513 miljoen Euro. Relatief bescheiden t.o.v. de 4,4 miljard Euro aangevraagd onder de voorgaande SDE 2019 II regeling, maar nog wel steeds goed voor bijna 61% van de totale vraag van 4.137 miljoen Euro in deze ronde. De drie opvolgende technologie platforms biomassa gas, geothermie, en, nogal verrassend, waterkracht, hebben budgetten voor 606, 341, resp. 280 miljoen Euro aangevraagd. Biomassa warmte en WKK volgt met 243 miljoen Euro, windenergie met een bescheiden 140 miljoen Euro, en tot slot, thermische zonne-energie, met slechts 15 mln. Euro.

In totaal is er een claim gedaan voor 4.137 miljoen Euro, een beperkte 3,4% boven het budget van 4 miljard Euro. De uitval zal sowieso veel minder zijn dan onder de extreem overtekende SDE 2019 II ronde, maar het is geen garantie dat de 4 miljard budget plafond ook daadwerkelijk - in aanvang - geclaimd zal kunnen gaan worden. Ook hier zal RVO weer alle aanvragen moeten gaan doorvlooien op procedurele onjuistheden, ongeldige dan wel onvolledige aanvragen, aanwezigheid van correcte transport indicaties documentatie, en/of ontwikkelaars kunnen alsnog de aanvraag om wat voor reden dan ook intrekken. Wat er overblijft is nu nog onbekend, net als, trouwens, voor de voorgaande regeling waarvan het definitieve beschikkingen resultaat nog steeds niet officieel is gepubliceerd ...

Energie productie gevraagd

Wat de totale geclaimde energie productie betreft (kolom 7), is er 24,7 PJ per jaar aangevraagd, ruim de helft van de excessieve (en qua te beschikken volume véél te hoge) 43,6 PJ per jaar in SDE 2019 II. De huidige ronde ligt in dat opzicht dicht bij de totaal 22,5 PJ/jaar aangevraagd onder SDE 2019 I.

Zonnestroom blijft ook op dit punt dominant aanwezig bij de geclaimde energie productie: 13,8 PJ/jaar, 38% meer dan het gevraagde volume onder SDE 2019 I (10,0 PJ/jaar). Het is een hoge 56% van de totale vraag naar 24,7 PJ/jaar voor alle opties. Veel hoger dan het aandeel van 36% geclaimde zonnestroom productie onder SDE 2019 II. Biomassa gas en geothermie volgen hier weer op afstand, met claims van 3,4 resp. 3,1 PJ/jaar. Op de vierde plek komt niet waterkracht (claim 0,7 PJ/jaar), maar biomassa warmte en WKK (2,3 PJ/jaar). Thermische zonne-energie is, met een claim van 0,1 PJ/jaar, hier de sluitpost.

In de kamerbrief wordt wederom een taartdiagram van de energie claims getoond, hier onder weergegeven, die de dominantie van zonnestroom bij de aanvragen goed weergeeft.


^^^
Figuur uit kamerbrief van Min. EZK, met segmentatie aanvragen (tabel links), en de aandelen voor de
aangevraagde hoeveelheid energie (diagram), voor SDE 2020 I ("
SDE+ extra voorjaars-ronde")

Afgeleide berekeningen

Uit de primaire data verstrekt door Min. EZK, heb ik nog enkele afgeleide berekeningen gemaakt. In kolom 4 in de hier boven afgebeelde tabel, heb ik de gemiddelde capaciteit per aanvraag berekend. Hier vallen ditmaal vooral de twee opties geothermie en langdurig "ondergeschoven kindje" waterkracht op. Die met gemiddeld 24,3 en, opvallend, 17,7 MW/aanvraag aangeven dat het hier om (gemiddeld) grote projecten gaat. Biomassa gas zit met gemiddeld 11,2 MW/aanvraag voor 11 projecten ook hoog in de boom. Biomasse warmte en WKK, resp. windenergie (4,6 resp. 3,1 MW/aanvraag) volgen op grote afstand. De twee "solar" techniek platforms zijn gemiddeld genomen veel kleiner. Zonnestroom komt in deze ronde op een gemiddelde beschikking aanvraag van 550 kWp. Dat is beduidend lager dan de 641 kWp gemiddeld binnen SDE 2019 II; SDE 2018 II was op dit punt recordhouder met gemiddeld 658 kWp. Ergo: de gemiddelde omvang van de projecten neemt af, vermoedelijk vanwege minder grote of in aantallen minder zonneparken (pas bij de beschikkingen wordt dat, veel later, duidelijker). Thermische zonne-energie had een gemiddelde project omvang van zelfs maar 470 kWth. Kijken we naar alle projecten bij elkaar, komt het gemiddelde op 0,61 MW per aanvraag. Met daarbij de blijvende disclaimer, dat technisch bezien zeer verschillende projecten op basis van nominale capaciteit niet zomaar met elkaar vergeleken kunnen worden.

Kolom 5 geeft de berekende gemiddelde gevraagde subsidie per beschikking. Waarbij ditmaal, zeer opvallend, waterkracht ver uitsteekt boven de rest, met maar liefst 93 miljoen Euro gemiddeld per aanvraag (waarvan er maar 3 zijn). In de vorige SDE ronde lag dat véél lager, rond de 200 duizend Euro/aanvraag (!). Geothermie en biomassa gas volgen op afstand, met 57 resp. 55 miljoen Euro gemiddeld per aanvraag. Biomassa warmte / WKK en wind zitten met 8,4 en 3,5 mln Euro per aanvraag al veel lager. Ditmaal zit zonnestroom, met gemiddeld 0,34 mln Euro per aanvraag, op een hoger niveau dan thermische zonne-energie (0,19 mln Euro/aanvraag, beiden op een lager niveau dan onder SDE 2019 II). Het gemiddelde over alle projecten is 0,55 miljoen Euro per aanvraag. Dat is ruim de helft minder dan in de najaars-ronde van SDE 2019.

Kolom 6, geeft de gemiddelde subsidie per gevraagde megawatt aan project capaciteit. Uiteraard hierbij ook weer in gedachten houdend, dat de capaciteitsfactoren tussen de verschillende technieken fors verschillen, zijn hier waterkracht en biomassa gas de veruit duurste opties, met 5,28 resp. 4,93 miljoen Euro per MW. Dan komt geothermie, met 2,34 miljoen Euro/MW, biomassa warmte/WKK met 1,81 miljoen Euro/MW, gevolgd door windenergie met 1,12 miljoen Euro/MW. Zonnestroom (0,62 miljoen Euro/MW) en, wederom verrassend, thermische zonne-energie installaties (0,41 miljoen Euro/MW), doen het in dit opzicht het best, met lage (gevraagde) kostprijzen per eenheid van capaciteit.

Kolom 8, tot slot, geeft de terugrekening weer van de hoeveelheid subsidie per (maximaal) aangevraagde hoeveelheid energie productie. Ditmaal blijkt windenergie het goedkoopst, met 100 miljoen Euro per PJ/jaar (geclaimde) max. productie. Dat niveau onderbiedt dat voor biomassa warmte/WKK, wat op 106 miljoen Euro per PJ/jaar blijft steken. Met uitzondering van de "dure" waterkracht (400 miljoen Euro per PJ/jaar), zijn biomassa gas (178 miljoen Euro per PJ/jaar) en zonnestroom (182 miljoen Euro per PJ/jaar) het minst goedkoop. Het niveau lag voor zonnestroom echter een stuk hoger in de najaars-regeling van SDE 2019, op 278 mln Euro/PJ.jr: de kosten reductie blijft daar ook bij de aangeboden aanvragen onvervaard doorwerken.

Als we de producties voor zonnestroom over de gehele subsidie periode van 15 jaar terugrekenen naar Euro's per kilowattuur, zien we, zoals was te verwachten, de laatste jaren een duidelijke neerwaartse tendens, die nog niet zal stoppen, gezien de voortgaande kosten reducties. Bij de aanvragen was dit nog 10 eurocent/kWh onder SDE 2014, 8,5-8,6 eurocent/kWh onder de twee SDE 2017 regimes, 8,1-7,8 eurocent/kWh onder de twee rondes van SDE 2018, 7,1 eurocent/kWh onder SDE 2019 I. Onder de aanvragen van SDE 2019 II zaten we op 6,7 eurocent/kWh. En in de huidige SDE 2020 I regeling ligt het niveau alweer op een spectaculair lage 4,4 eurocent/kWh. Een einde van die dalende "kost" prijs is nog niet in zicht.

Bij bovenstaande ratio's voor de aanvragen dient beseft te worden, dat de verhoudingen bij de uiteindelijk overblijvende beschikkingen weer behoorlijk anders zullen kunnen gaan worden, sterk afhankelijk van de type projecten die over zullen blijven, en die een beschikking zullen krijgen. En in het stadium daarna, "wat wordt er feitelijk gerealiseerd", kunnen de parameters nogmaals op de schop gaan, en er heel anders uit komen te zien, dan bij de aanvragen nog zichtbaar was.


Segmentatie fases SDE 2020 I

Over segmentatie van de fases stelt Wiebes het volgende. Fase I, met een max. basisbedrag van 7 Eurocent/kWh, leverde al een claim van ruim de helft van het budget plafond op, >2 miljard Euro. Dit was voornamelijk voor windenergie en zonnestroom projecten. In de tweede fase (basisbedrag max. 8 ct/kWh) liep het bedrag op tot 3 miljard Euro, met wederom vooral zonnestroom project aanvragen. De laatste fase, met een basisbedrag van max. 13 ct/kWh, leverde de genoemde lichte overschrijding van het budget op (claim: 4,1 miljard Euro). Aangezien pas in deze laatste fase het budget plafond werd overschreden, maken veel projecten (incl. zonnestroom) een kans op toekenning. Mits hun papier werk op orde wordt bevonden door RVO.

Wiebes stelt voorts, dat een groot aantal - ook zonnestroom - projecten (ver) onder het maximale basisbedrag per fase heeft ingezet, "met name voor zon-op-dak". Wat de langjarig bezongen EZK mantra "kosteneffectiviteit" zou ondersteunen. Wiebes geeft echter tegelijk aan, dat hij wel laat "monitoren wat de gevolgen van de lagere subsidiebedragen zijn voor de uiteindelijk realisatie van deze projecten". Want je kunt wel laag inzetten om een kans op een beschikking te krijgen, de crux is natuurlijk of dat bedrijfseconomisch bezien ook wel een haalbaar project oplevert... Want we hebben niets aan later alsnog geprullebakkeerde projecten, omdat de inzet te riskant bleek te zijn, en de aanvraag werd ingetrokken. We hebben tot in het recente verleden gezien, dat er massale volumes aan zonnestroom beschikkingen verloren zijn gegaan. Recent nog leidend tot een ware "slachting" onder beschikkingen afgegeven onder de voorjaars-ronde van SDE 2018 (detail analyse van Polder PV). De redenen daarvoor kunnen overigens zeer divers zijn.

Overigens, de link op de website van RVO naar het betreffende document, liep op 21 april dood.


SDE "++" 2021

Het PBL is bezig aan een advies voor de basisbedragen voor de openstelling van deze tweede zogenaamde "SDE ++" ronde, waarbij niet alleen duurzame energie productie een kans maakt, maar alle technieken die CO2 reduceren cq. afvangen. Begin mei zal het PBL advies over "nieuwe technieken" worden gepubliceerd, waarbij marktpartijen kans krijgen om te reageren op de voorstellen en de talloze, steeds ingewikkelder wordende parameters. Openstelling voor de (enige) ronde zal kort na de zomer van 2021 zijn.

Wnb vergunning

Een ander thema is de noodzaak van het hebben van een zgn. Wnb vergunning ("natuurvergunning") voor steeds meer projecten die onder de verbrede SDE "++" zullen gaan vallen. De hot issue hier is met name de stikstof uitstoot in de exploitatie periode. Biomassa projecten zijn op dit punt "veelbesproken", en daarvoor zal, mits van toepassing, voor dergelijke projecten een Wnb vergunning verplicht worden gesteld als bijlage van aanvragen voor nieuwe SDE subsidie rondes. Bij de meeste andere projecten zou de "aanwezigheid" van zo'n vergunning "niet bepalend zijn voor de realisatie", waarvoor zo'n verplichting niet zal worden opgelegd.

Meest heikele punt: 14% gat 2020 "dichten met statistische overdracht"

Een bloedheet punt, wat in de nodige bezwerende "als / dan" taal wordt geventileerd, is de boven Rutte III zwevende onhaalbaarheid van de beruchte 14% duurzame energie in 2020 voor Nederland. Ergo, de onverbiddelijke Europese verplichting. Het is eerder al in omfloerste taal op tafel gekomen, maar begint nu te nijpen, gezien het feit dat we nog maar 254 dagen hebben voordat het Statistische Zwaard Van Damocles valt. Met de eigen sterk opgepimpte activiteiten op het vlak van opwekking van energie uit hernieuwbare bronnen, gaan we die 14% eind dit jaar nog steeds niet halen volgens de berekeningen van het PBL. En dus komt het meest onfrisse middel op tafel wat de ambtenarij heeft kunnen verzinnen, de "statistische overdracht". In de bewoordingen van Opper Tovenaar Wiebes: "Deze verkenning heeft ertoe geleid dat ik momenteel gesprekken voer met als doel een verstandige overeenkomst te kunnen sluiten met een ander land, om het eventueel resterende tekort bovenop de nationale maatregelen te dichten met statistische overdracht. De inzet van het kabinet is dat bij gebruik van statistische overdracht de middelen die hiermee gemoeid zijn ten goede komen aan nieuwe projecten die een additionele bijdrage leveren aan de klimaat- en energietransitie. Over de uitkomst van de gesprekken verwacht ik uw Kamer binnen enkele maanden te kunnen informeren". Wiebes kondigt hier dus doodleuk aan dat, "als" het niet gaat lukken met die 14% in 2020 (een feit wat vrijwel zeker is, zie grafiek van Martien Visser van Hanzehogeschool), het stoute Nederland gewoon "elders in Europa" het tekort gaat laten aanvullen, en dat op haar "Europese verplichtingen conto" zal gaan bijschrijven. Leuker kunnen we het immers niet maken in Nederland.

Tot slot

Wiebes besluit met toezeggingen over het amendement van CDA parlementslid Mulder, om voor zon op dak van maatschappelijk vastgoed én panden van het midden en kleinbedrijf, de bestaande ISDE regeling te gaan uitbreiden met een optie voor PV subsidies met die doeleinden. Waarvoor 100 miljoen Euro extra beschikbaar zou moeten komen, en waarvoor voor de zomer een kamerbrief is toegezegd. Nog onduidelijk is, of dat geld wordt "geoormerkt", of dat het in directe concurrentie moet met de bestaande opties binnen die regeling (met name warmtepompen, in mindere mate pelletkachels, biomassa ketels, en thermische zonne-energie projecten, statistiek budget bij RVO alhier).

Kamerbrief over verloop openstelling najaarsronde SDE+ 2019 (21 april 2020, Min. EZK)

SDE+ voorjaar 2020: 7.562 aanvragen (21 april, website RVO)

Tabellen stand van zaken SDE+ voorjaar 2020 (21 april nog niet bereikbaar op website RVO)

SDE+-projecten met realisatietermijn in 2020: 1 jaar ontheffing (21 april 2020, website RVO)

Transportindicaties voorjaarsronde SDE+ bekend (Netbeheer Nederland, details over afgegeven transport indicaties, 3 april 2020)


21 april 2020: Laatste maandrapport QI 2020 CertiQ - Fors verminderde groei, 43 MWp, mogelijk eerste effecten Corona pandemie, unicum bij voortschrijdend systeemgemiddelde*. Zoals voorspeld in de vorige update, zou de Corona pandemie wel eens een flink effect kunnen gaan hebben op de groei van het gecertificeerde zonnestroom vermogen, wat door TenneT dochter CertiQ al vele jaren lang wordt bijgehouden. Dit is inderdaad uitgekomen, en wel op twee manieren. De rapportage over maart liet weer lang op zich wachten, en werd vandaag pas gepubliceerd. Daarin wordt weliswaar het verheugende feit zichtbaar, dat er in de CertiQ bestanden inmiddels meer dan 3,5 GWp aan gecertificeerde PV capaciteit is geaccumuleerd (exact: 3.529,5 MWp). Maar ook, daar uit resulterend, een zwaar tegenvallende lage maandelijkse groei van slechts 43,4 MWp aan nieuwe gecertificeerde PV capaciteit in de maand maart, toen de Corona pandemie al in volle hevigheid in ons land was losgebarsten. Dit is de laagste toename in een maand sedert november 2018. En het is minder dan de helft van de bijna 98 MWp nieuw gecertificeerde capaciteit in maart 2019 (record voor die maand). Daar tegenover staat, dat voor maart wel een record netto aantal nieuwe installaties is ingeschreven, 405 stuks, die dus per stuk gemiddeld kleiner van omvang zijn dan in eerdere rapportages. Uniek is, dat voor het eerst in zeer lange tijd, het voortschrijdend systeemgemiddelde van alle projecten bij CertiQ, iets is gedaald t.o.v. de voorgaande update.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met 2 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017 resp. juni 2019), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Het maart rapport breekt weer de trend bij CertiQ, dat aan het begin van de maand "normaliter" een maand rapport wordt uitgebracht. De rapportage verscheen pas op 21 april dit jaar. Dit heeft vermoedelijk te maken met het feit dat de meeste mensen bij CertiQ waarschijnlijk (grotendeels) vanuit huis moeten werken, en dat alle informatie van netbeheerders e.d. ook vertraging op kan lopen.

In de detail analyse hier op volgend wordt ingegaan op de wijzigingen en aanvullingen, deels grafisch verbeeld. Voor uitgebreide toelichting ter referentie, gebruik s.v.p. daarvoor het eerder gepubliceerde artikel met analyse van het augustus 2019 rapport van de TenneT dochter.

1. Ontwikkeling van aantallen gecertificeerde zonnestroom installaties

Nieuwe aantallen installaties in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de linker Y-as. In maart 2020 kwamen er netto 405 nieuwe PV projecten bij, een record voor deze maand. Wel was dat iets minder dan in februari (429 stuks nieuw), en blijft juli 2017 met 445 stuks nog steeds historisch record houder. Maar de toevoeging ligt boven het maandgemiddelde in 2020, wat op dit punt nog steeds het hoogst is van alle jaren sedert de SDE "+" regeling van kracht is (zie verderop).

De accumulatie is te zien aan de blauwe kolommen curve in bovenstaande grafiek. In de september 2019 rapportage is de piketpaal van twintigduizend gecertificeerde zonnestroom projecten gepasseerd. Het totaal is eind maart 2020 gekomen op, voorlopig, 22.265 exemplaren (gemarkeerd datapunt rechtsboven). Dit is weliswaar nog steeds een zeer gering aandeel op het totaal aantal PV systemen in Nederland, wat mogelijk al rond zo'n 1 miljoen stuks zou kunnen zijn geworden (dominant residentieel). Maar bij de capaciteit zal de projecten markt waarschijnlijk al in 2019 de residentiële sector stevig hebben ingehaald, gezien de trend tm. 2018 (analyse CBS data, derde grafiek in paragraaf "Nationale trends"), en bevindingen in het recent verschenen Nationaal Solar Trendrapport 2020.

Voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand. Bovendien geldt ook, dat alle huidige "eerste cijfers" voor 2020, en ook die voor 2019, later nog zullen worden bijgesteld, zoals ook voor voorgaande jaren is geschied (wijzigingen voor 2018 zijn in de revisie van het CertiQ rapport over dat jaar besproken, zie ook de daar gelinkte detail analyse). Voor de eerste jaar resultaten van 2019, zie het voorlopige rapport, waarvan we later waarschijnlijk nog een forse revisie kunnen gaan verwachten.

Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. De nieuwe volumes gerealiseerde projecten per maand zijn vanwege de enorme stapel aan SDE beschikkingen die wordt uitgevoerd in 2020 t.o.v. 2019 al weer sterk toegenomen. In 2019 (gele kolommen) was er op dit punt al duidelijk een versnelling zichtbaar.

De normaliter relatief "rustige" wintermaand" januari laat meestal wat lagere aantallen zien, het jaar komt meestal traag op gang met installatie activiteit. Na de record toevoeging in februari 2020, deed maart het weer wat rustiger aan, en voegde 405 installaties toe. Dat is echter voor die maand een historisch record, 35% hoger dan de toevoeging in maart 2019. Vanaf 2018 zijn de nieuwe aantallen fors gegroeid per maand. Daarvoor was er een verwarrende periode van 4 jaar waarbij ook negatieve groei optrad, vanwege een combinatie van langdurende her-registratie verplichtingen, en mogelijk "natuurlijke uitval" bij CertiQ.

Het gemiddelde van de eerste 3 maand rapportages in 2020 is voorlopig gekomen op netto 375 nieuwe installaties per maand (horizontale blauwe stippellijn). Dat was in het hele kalenderjaar 2019 wat lager, 350 stuks (gele stippellijn). Het gemiddelde in 2020 is een factor 1,8 maal het kalenderjaar gemiddelde in 2018 (210 stuks/mnd), 2,4 maal dat van 2017 (158 stuks/mnd), resp. 3,6 maal dat van 2016 (105 stuks/mnd). Het hoogste tot nog toe gesignaleerde "absolute" maand record viel in juli 2017 (netto 445 nieuwe installaties).

Ook deze volumes (evenals die voor de capaciteiten) zullen achteraf nog worden bijgesteld door wijzigingen in de primaire database van CertiQ. De revisie voor 2017 gaf, bijvoorbeeld, gemiddeld 143 nieuwe installaties per maand (1.717 nieuwe installaties in 2017). 9,5% lager dan uit de oorspronkelijke maand rapportages afgeleid kon worden. In de revisie voor 2018 zijn de meest recente EOY cijfers in de revisie tabel 14.706 (EOY 2017) resp. 17.399 (EOY 2018), waaruit een jaargroei resulteert van 2.693 nieuwe PV projecten (afgerond gemiddeld 224 per maand). Vergelijken we die met de cijfers volgend uit de veel eerder gepubliceerde oorspronkelijke maand rapportages (14.430 resp. 16.946), was die groei aanvankelijk 2.516 exemplaren (gemiddeld 210 per maand). Met de gecorrigeerde EOY cijfers bij CertiQ zijn er dus netto 177 nieuwe projecten bijgekomen in 2018, 7% méér (ditto bij het daar van afgeleide maandgemiddelde).

Het nieuwe jaarvolume voor 2017 kwam volgens de maandrapporten uit op 1.898 installaties. In 2018 was dat 2.516 stuks. 2019 zit inmiddels op 4.195 exemplaren netto, 67% meer volume dan in dezelfde periode in het voorgaande jaar. Op het vlak van aantallen is er dus ook een zeer duidelijke groei. Wederom hierbij het voorbehoud, dat totale volumes per jaar achteraf kunnen - en zullen - worden bijgesteld door CertiQ.

2. Capaciteit evolutie van gecertificeerde zonnestroom installaties

Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor september 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast.
Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage ! Ook voor juli 2019 is het aanvankelijk op 1 augustus 2019
verschenen maandrapport na interventie door Polder PV fors neerwaarts gecorrigeerd in een later gereviseerde versie.

In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit al langer om opvallende, substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Met name in 2018 en 2019. Na de heftige revisie van het nieuwe netto volume voor juli 2019 volgde een nieuw, met nog wel wat vraagtekens omgeven historisch record van 270,9 MWp in augustus, wat het vorige record in februari van dat jaar (165,0 MWp) naar de annalen verwees. In november van 2019 werd wederom een verpletterend nieuwe record toevoeging van maar liefst 409,9 MWp geregistreerd. Ook december pakte hoog uit, met 156,2 MWp.

2020 Begon met name in februari voortvarend, met het hoogste historische maandvolume in het eerste kwartaal, 204 MWp. Daarna kwam er zeer fors de klad in. Met een zwaar tegenvallende groei van 43,4 MWp in maart 2020, wat zelfs onder de toename lag in maart 2018 (70,9 MWp), en minder dan de helft van het volume in maart 2019 (97,6 MWp), is daarmee voor het eerst het kwartaalgemiddelde voor QI nu een stuk ónder dat van het voorgaande jaar komen te liggen: 101,4 MWp in 2020, t.o.v. 104,6 MWp in 2019. Bovendien is het eerste kwartaalgemiddelde in 2020 nu fors lager dan het kalenderjaar gemiddelde in 2019 (blauwe t.o.v. gele stippellijn), waar dat in het februari rapport er nog marginaal onder lag.

Oorzaken terugval
Vermoedelijk is een combinatie van eerder optredende leverings-problemen van PV-modules uit Zuid-oost Azië (met name eerste Corona pandemie brandhaard China), de flinke mobiliteits- en arbeid restricties rond de aanwakkerende crisis in eigen land, én, waarschijnlijk als versterkende factor, de fors toegenomen problemen met de netcapaciteit in met name de netgebieden van Enexis en Liander, het complex van oorzaken, waardoor de PV capaciteit toevoeging in maart 2020 bij CertiQ zo opvallend laag is geworden. Kleinere projecten konden meestal nog wel doorgang vinden, mogelijk nog terend op aanwezige voorraden eerder in maart (resulterend in een hoog volume van aantallen nieuwe - vaak SDE gesubsidieerde - projecten). Grote volumes voor de grote projecten konden kennelijk slechts beperkt worden aangeleverd en/of gerealiseerd. Deze grote projecten worden vaak ook direct vanuit het buitenland on-site beleverd, waardoor problemen ontstaan als de logistieke keten - tijdelijk - stil komt te liggen. De vraag is hoe dat de komende maanden zal gaan uitpakken. Er worden nog steeds grotere projecten - onder stricte voorwaarden en beperkingen - opgeleverd, en gebouwd, maar het tempo zal beslist lager liggen dan in "normale tijden" zonder restricties. Ook al is China inmiddels weer vrijwel op volle sterkte, wat de in werking getreden productie capaciteit betreft. Voor kort commentaar op de markt situatie, zie ook het nieuwsbericht van Dutch New Energy Research van 15 april 2020.

3. Gemiddelde capaciteit & absolute volumes PV projecten (tot en met) december 2019

Voor bespreking tot en met 2019 verwijs ik naar de vorige rapportage met november en december 2019. Als we uitgaan van de CertiQ cijfers zoals nu gepubliceerd, en "relatief weinig uitstroom" van verwijderde projecten in de data bestanden, en de maandelijkse netto toevoegingen in maart 2020 combineren met de toegevoegde capaciteit, resulteert dit in een gemiddeld systeem vermogen van slechts 107 kWp per stuk in deze derde maand van het nieuwe jaar. Ook hieraan zien we duidelijk een negatieve trend, want voor een lagere gemiddelde systeem capaciteit in CertiQ maand rapporten, moeten we teruggaan naar november 2018 (toen 93 kWp gemiddeld netto per nieuw project). Daar vóór was het juli 2017 (56 kWp gemiddeld). Alle tussenliggende maand rapportages hadden (veel) hogere gemiddelde netto capaciteiten per nieuw aangemeld project, tot een maximum van 1.073 kWp/project gemiddeld in de november 2019 rapportage.

Voor evoluerend systeemgemiddelde bij de totale accumulatie in het CertiQ dossier, zie paragraaf 8.

4. Kwartaal cijfers CertiQ maandrapportages - laatste maand QI toegevoegd


Groeicijfers per kwartaal. De volumes voor alle vier de kwartalen in 2019 gaven allen nieuwe records t.o.v. de vergelijkbare periodes in 2018 te zien. Achtereenvolgens QI 314 MWp (89% meer volume dan in QI 2018), QII 295 MWp (43% meer dan in QII 2018), resp. QIII, aanvankelijk een nieuw record kwartaal volume, 440 MWp. Wat 115% hoger ligt dan in QIII 2018 (205 MWp). Het laatste kwartaal van 2019 sloeg wederom alle records, met 653 MWp nieuw toegevoegde capaciteit. Een spectaculaire factor 2,4 maal de 274 MWp in QIV van 2018. En ook nog eens anderhalf maal zoveel volume dan in het voorgaande record kwartaal, QIII 2019.

Het eerste kwartaal van 2020 laat meteen alweer een forse trendbreuk zien. Voor het eerst sedert het derde kwartaal van 2019 is er geen toename, maar meer dan een halvering t.o.v. het voorlaatste (weliswaar: record) kwartaal, QIV 2019, te zien. QI 2020 liet een groei in de maandrapporten zien van slechts 304 MWp. Dit is zelfs iets (ruim 3%) minder dan in QI 2019, toen 314 MWp nieuw verscheen in de eerste drie maand rapportages. De Corona pandemie lijkt hier reeds "diepe sporen" achter te laten. Het is afwachten of de kwartaal groei in april tm. juni zal herstellen. De vooruitzichten zijn op dat punt niet positief.

5. Half-jaar cijfers CertiQ maandrapportages - tm. maart 2020


Groeicijfers per half-jaar. De Y-as geeft de nieuw gerapporteerde capaciteiten in MWp, volgens de maandrapportages in de getoonde half-jaren. Op de X-as per kolom de resultaten van de 6 maand rapportages uit de half-jaren (HI = jan. tm. juni; HII = juli tm. december) sinds 2010, tot en met het tweede afgeronde half-jaar voor 2019. Met een voorlopig nieuwe, spectaculaire record capaciteit van 1.094 MWp. Die het voorgaande half jaar record, HI in 2019 608 MWp) alweer aan diggelen sloeg, met een factor 1,8 maal zo veel toegevoegde capaciteit in dat tweede half-jaar.

In vergelijking met HII in 2018, toen "slechts" 479 MWp nieuwe gecertificeerde PV capaciteit werd toegevoegd, is de toename bizar: een factor 2,3 maal zo veel volume, 1.094 MWp, werd in de tweede jaarhelft van 2019 toegevoegd t.o.v. haar evenknie in 2018. Het totale volume in 2019, 1.702 MWp, is (exact) het dubbele van de 851 MWp in 2018. Waarschijnlijk gaat dit al zeer hoge nieuwe volume in een veel later te publiceren update van CertiQ nog verder omhoog worden bijgesteld.

Helemaal rechts is het nog zéér voorlopige eerste resultaat voor HI 2020 getoond, met alleen nog maar het totaal volume van de eerste 3 maand rapporten, exclusief de nog onbekende resultaten van het tweede kwartaal, daar later nog aan toe te voegen. De kolom is daarom ook gearceerd weergegeven. Ook al is het volume in 2020 nu al de helft van het totale volume voor het eerste half jaar van 2019 (608 MWp), de vraag is of dat tot nog toe "record eerste half jaar" ge-evenaard zal gaan worden, met de blijvende actuele problemen. Met name m.b.t. de impact van de Corona pandemie én de sterk toegenomen krapte op het stroomnet, vermeerderd met problemen met het vinden van voldoende geschoold en kundig personeel (vooral bij netbeheer). Waardoor sowieso veel projecten vertraagd opgeleverd zullen kunnen worden.

6. Kalenderjaar cijfers CertiQ maandrapportages & jaar-revisies - tm. maart 2020


Deze nieuwe grafiek heb ik in een eerdere analyse toegevoegd om het verschil te laten zien tussen de nieuwe kalenderjaar volumes volgend uit de oorspronkelijke maand rapportages (lichtblauwe kolommen), en de volumes die volgen uit de later gereviseerde jaar rapportages (donkerblauwe kolommen). Laatstgenoemde bijgestelde "definitieve" jaargroei cijfers vindt u ook in de inset van de belangrijke verzamelgrafiek in het eerste jaaroverzicht van 2019, die ik begin dit jaar heb opgesteld. De eerste resultaten voor 2019 zijn gearceerd weergegeven, omdat de verwachting is, dat in de komende revisie (mogelijk pas halverwege 2020 of zelfs later), het EOY cijfer voor zowel dat, als voor het voorgaande jaar nog zal worden bijgesteld. En, voor 2019, mogelijk ook nog in een later rapport van CertiQ kan wijzigen. Dit naar aanleiding van vergelijkbare bijstellingen van de CertiQ cijfers in voorgaande jaren. De jaar volumes zijn de laatste jaren allemaal opwaarts bijgesteld, in 2018 ging het om maar liefst 7,5% meer jaargroei (915 i.p.v. 851 MWp), dan volgde uit de oorspronkelijke maand rapportages.

De cumulatie van de eerste 3 maandrapportages voor 2020 is rechts uiteraard weer gearceerd weergegeven, daar moet nog heel veel volume, voor de overige drie kwartalen, bij worden geschreven. Getoonde 304 MWp is wel al 11 procent meer dan het hele jaarvolume volgend uit de maandrapportages in het jaar 2017 (273 MWp).

7. Accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit


De trendlijn in de grafiek is in deze update (maart 2020) nog gelijk gehouden aan die voor de voorgaande versie (rood: 5e graads polynoom, "best fit"). Als de groei weer gaat afvlakken, zal ik deze mogelijk weer gaan aanpassen. Ik heb, gezien de blijvende tempo versnellingen, in een voorgaande update al de oude "piketpalen" voor volumes van telkens 400 MWp vervangen voor nieuwe exemplaren voor elke bereikte 500 MWp ("een halve GWp"). Deze zijn met de vertikale blauwe stippellijnen aangegeven.

In 2018 vond er een duidelijke versnelling van de gerapporteerde capaciteiten plaats, culminerend in een record toevoeging in december. In 2019 ging het rap verder met de toevoegingen, van ruim 51 MWp in januari, tot nieuw maand records van, achtereenvolgens, 165 MWp in februari, bijna 271 MWp in augustus, en, tot slot, de spectaculaire, goed zichtbare bijna 410 MWp nieuwe capaciteit in november. Januari en februari 2020 voegden ook weer voor die maanden record hoeveelheden toe, 57 resp. 204 MWp. Tale-telling is, dat maart daar ver bij achter is gebleven, met ruim 43 MWp zelfs flink onder het nieuwe volume in maart 2018. De verwachting is, dat de combinatie van negatieve factoren (Corona pandemie, netcapaciteit, inzet - kundig - personeel), ook de komende maanden hun tol zullen eisen. Hoe dat later dit jaar gecompenseerd zal gaan worden, hangt wederom van onzekere factoren af, met name beslissingen van het kabinet omtrent eventuele "versoepeling" van restricties a.g.v. de Corona crisis.

Eind maart 2020 bereikte de zonnestroom databank van CertiQ in ieder geval een zonder meer respectabele geaccumuleerde gecertificeerde capaciteit van 3.529,5 MWp, waarmee weer een nieuwe "halve GWp piketpaal" is gepasseerd. Het bereiken van de eerste "gecertificeerde" GWp kostte sinds eind 2009, toen er nog slechts 22 MWp PV capaciteit bij CertiQ bekend was (gecertificeerd), 8 een een half jaar. De tweede GWp heeft minder dan een jaar gekost. De derde GWp is al binnen een periode van 6 maanden toegevoegd (tussen mei en november 2019). Het is een van de belangrijkste redenen, waarom de netbeheerders op talloze plekken in ons land in de problemen zijn gekomen met de beschikbare netcapaciteit: ze zijn compleet overvallen door het enorme tempo van de nieuwbouw van met name de grote PV projecten. En, wat de grote zonneparken betreft: vaak in dunbevolkte gebieden met een historisch verklaarbare "krappe netcapaciteit".

Het bereikte volume van ruim 3,5 GWp in het maart rapport is reeds een factor 160 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al ruim 27 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. De tussenpozen tussen het bereiken van de nieuwe "500 MWp" piketpalen bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar steeds korter geworden. Voor een nieuwe prognose voor medio 2020, gebaseerd op dit diagram, zie de grafiek in paragraaf 9.

CertiQ vs. RVO
Als we het huidige accumulatie cijfer vergelijken met de meest recente status van het SDE dossier bij RVO, kort geleden in detail uit de doeken gedaan door Polder PV, zien we het volgende beeld. Status eind maart 2020 vlg. CertiQ: 3.529,5 MWp (alle voor het verkrijgen van Garanties van Oorsprong gecertificeerde capaciteit, inclusief een onbekend, waarschijnlijk gering volume "niet SDE gesubsidieerde" PV projecten*). RVO status 6 april 2020 3.318,7 MWp. Dat laatste is de accumulatie van uitsluitend onder SDE regimes vallende projecten, en omvat grotendeels alleen de toegekende beschikte volumes. Fysieke realisaties (die wel bij CertiQ worden gemeld) kunnen sterk afwijken van de door RVO gehanteerde capaciteiten. Polder PV heeft daar vele honderden voorbeelden van in zijn overzichten staan ! RVO past daarnaast de laatste tijd ook regelmatig het volume van de beschikte capaciteit van een toenemend aantal projecten aan in haar overzichten. Dat is altijd in neerwaartse richting. Polder PV kent daarnaast talloze projecten die (soms fors) groter zijn uitgevoerd dan dat er door RVO is beschikt bij de SDE toekenning.

Dat daargelaten: CertiQ heeft eind maart dus al 211 MWp (6,4%) meer PV volume fysiek gerealiseerd en gecertificeerd staan, dan RVO in haar altijd flink op de actualiteit achter lopende cijfers voor uitsluitend de beschikte hoeveelheden "met ja vinkje" heeft geaccumuleerd. Dit zal zo blijven, het niveau van het verschil verandert per status update van een van de beide instanties.

* NB: Hardnekkige claims, dat de CertiQ databanken alleen maar projecten "met SDE+ subsidie" (beschikkingen) zouden bevatten kloppen absoluut niet. Een groot volume bij de aantallen betreft kleine projecten met oude SDE beschikkingen, zoals hier ook voor de zoveelste maal gemeld. Maar daarnaast komen er ook projecten voor zónder SDE of SDE "+" subsidie in voor, die via diverse groencertificaten platforms instromen. Het aantal of het volume daarvan (in MWp) is echter niet bekend.

8. Evolutie systeemgemiddelde capaciteit bij accumulaties CertiQ dossier


Met de aanhoudend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, bleef jaren lang ook de gemiddelde projectgrootte groeien in de cijfers van CertiQ. Zoals weergegeven in bovenstaande grafiek, met een "best fit" 4e graads polynoom als trendlijn (rood). Het systeemgemiddelde nam in 2018 al sterk toe, van 46,6 kWp (eind december 2017) naar 89,9 kWp gemiddeld eind 2018. In 2019 groeide het verder naar 152,6 kWp. En eind februari 2020 naar 159,5 kWp. Dat was al een factor 27,5 maal het gemiddelde begin 2010. En een factor 10,6 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn).

In het maand rapport van maart 2019 is de gemiddelde systeemgrootte bij de accumulatie aan gecertificeerde PV installaties bij CertiQ voor het eerst boven de 100 kWp gekomen. In het december rapport van 2019 is de 150 kWp piketpaal reeds gepasseerd.

Unicum
Echter, voor het eerst in zeer lange tijd, is het unieke feit opgetreden, dat de systeemgemiddelde capaciteit iets is terug gelopen t.o.v. de voorgaande maand rapportage. In maart 2020 bleek dit uit te komen op 158,5 kWp, 0,6% lager dan in februari. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de hoge instroom van nogal wat "kleinere" SDE gesubsidieerde projecten de laatste tijd, inclusief de 405 nieuwe projecten in het maart rapport, waardoor het geaccumuleerde gemiddelde iets onder druk kwam te staan. De verwachting is, dat dit een stabilisatie kan aankondigen in de reeds jaren zichtbare voortgaande progressie, tenzij er regelmatig zeer grote projecten als grondgebonden zonneparken zullen worden toegevoegd. Dan kan de opwaartse lijn beslist verder worden gecontinueerd.

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoeging in de maart 2020 rapportage lag ook op een relatief laag niveau van 107 kWp (paragraaf 3), dus opvallend lager dan bij het totaal aan geaccumuleerde projecten. Ook dat lijkt een - hopelijk tijdelijke - trendbreuk te zijn.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten normaliter een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben (zie grafiek met de actuele [overgebleven] aantallen per grootte categorie in het eerste jaar overzicht van 2019). Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.

9. Totaal CertiQ volume - extrapolatie tm. medio 2020 inclusief versie "revisie jaar cijfers"

De verwachting, dat Nederland in 2019 weer een record jaar tegemoet zou gaan zien, is met de voorlopige cijfers voor de projecten markt - in casu CertiQ data - volledig uitgekomen. Een belangrijke vervolg vraag is natuurlijk: hoe "groot" wordt het CertiQ volume in 2020 ?

Lange tijd werd er in 2019 - voor wie dat aandurfde - over mogelijk 2 GWp nieuwbouw voor heel Nederland gesproken, inclusief de gecertificeerde volumes (bijna uitsluitend SDE projecten), en de grote volumes aan residentiële en niet, of anderszins gesubsidieerde projecten. De groei is veel hoger geworden dan "slechts" 2 GWp", al moeten we tot eind dit jaar wachten voordat het CBS daar meer duidelijkheid over kan verschaffen (een eerste poging is dit voorjaar gepubliceerd: 2.402 MWp jaargroei). Voor 2020 deden aanvankelijk nog zeer grove speculaties van "mogelijk 3 GWp" de ronde. Dat was echter vóórdat een akkefietje als "de gevolgen van een Coronavirus pandemie" de ronde deed...

Hier onder ga ik daar wat alleen het CertiQ volume betreft (!) andermaal op in, met een nieuwe extrapolatie tot en met medio 2020. Dit, n.a.v. de blijvende, doch ook weer afvlakkende groei bij de accumulatie van de capaciteit, inclusief forse toevoegingen in de laatste maandrapporten. Ook in deze versie tm. de maart 2020 rapportage wederom een afschatting op basis van een extrapolatie van de gereviseerde EOY jaar cijfers van CertiQ.


Eerder maakte ik een dergelijke extrapolatie grafiek voor het eindejaars-volume van 2018 op basis van het november rapport dat jaar, waarbij ik destijds uitkwam op - zeer conservatief geschat - zo'n 1.470 MWp eind van het jaar. Het werd in het voorlopige (eerste) jaar rapport van CertiQ zelfs 1.523 MWp (weergegeven in de grafiek op basis van de maand rapportages, gele kolommen), dus ik was toen inderdaad "conservatief". In de voorlaatste versie heb ik ook de gereviseerde EOY jaarcijfers opgenomen in de vorm van een curve met groene diamantjes, waar doorheen een best fit curve (5e graads polynoom trendlijn) en prognose "de toekomst in" is getrokken (bijbehorende groene stippellijn). EOY 2018 is nu zelfs al opgewaardeerd naar 1.644 MWp door CertiQ, wat alweer 12% meer volume is dan ik aan de hand van de extrapolatie op basis van het november rapport voor dat jaar had afgeschat. Dit, om aan te geven dat de wijzigingen van die cijfers behoorlijk kunnen oplopen. En dat daar altijd rekening mee gehouden dient te worden.

In een nieuwe, "conservatieve" lineaire extrapolatie (zwarte lijn), ben ik niet meer uitgegaan van medio 2015 als startpunt, omdat de groei daarna zeer sterk is toegenomen. Voor een vergelijkbare extrapolatie heb ik eind 2018 als begin referentie genomen (eerste vertikale blauwe stippellijn), en via het laatste maand resultaat (tegenvallend maart 2020) lineair ge-extrapoleerd naar medio 2020 (2e vertikale blauwe stippellijn). Dit geeft een veel "logischer" conservatief scenario, dan op basis van de niet meer realistische extrapolatie over een veel langere periode, toen de "oude" groeicijfers op een véél lager niveau lagen. Met deze extrapolatie komen we inmiddels op een mogelijk accumulatie, medio 2020, van zo'n 3.900 MWp uit, weergegeven rechts van de rechter Y-as. Dat is alweer 4% minder dan de 4.050 MWp op basis van de resultaten tm. de februari rapportage (analyse).

Ten tweede. Gaan we, logischer, uit van de best fit trendlijn door de maand resultaten, een conservatievere 4e graads polynoom (rode curve), en bepalen we daarvan het snijpunt met genoemde blauwe stippellijn, komen we op een iets lager niveau, 4.125 MWp, dan in de vorige update, 4.150 MWp. Als we van deze twee extrapolaties weer, conservatief, het gemiddelde nemen, komen we op ongeveer 4.013 MWp als voorlopige "educated guess" voor het geaccumuleerde CertiQ volume, medio 2020. Dat ligt, mede vanwege de geschetste trends in dit artikel, alweer een stuk lager dan de 4.100 MWp in de voorgaande update.

Gaan we, een stuk riskanter, gezien de veel langere prognose periode vanaf het laatst bepaalde, bekende "harde" datapunt (EOY 2018 - 1.644 MWp) van de trendlijn door de EOY cijfers voor de door CertiQ gereviseerde cijfers (groene punten, wederom best-fit 4e graads polynoom curve), zouden we op basis van die prognose fors hoger uitkomen, rond de 4.375 MWp (groen cijfer rechts).

Vanwege de forse onzekerheden met laatstgenoemde extrapolatie, de om zich heen grijpende gevolgen van de Corona crisis, én de heftig toegenomen problemen met netcapaciteit en mogelijk daardoor ontstane vertragingen bij grote projecten (update Enexis, update Liander), lijkt het eerder genoemde "conservatieve" scenario van ruim 4,0 GWp een veiliger aanname dan die op basis van de groene extrapolatie curve.

10. Gecertificeerde zonnestroom productie tm. maart 2020

De "gemeten" producties van gecertificeerde zonnestroom worden door CertiQ ook in hun maand rapportages weergegeven. Dit zijn, wederom, altijd minimum inschattingen, omdat er vaak nog de nodige productie cijfers "na worden geleverd". De grootste volumes zijn wel al bekend, in de rapportage maand, volgend op de verslag-maand. Na het nieuwe historisch record volume in juni, vielen de productie cijfers stapsgewijs weer terug, in het ritme van de seizoenen. Met de nu toegevoegde (eerste) resultaten voor februari zijn we de bekende "winterdip" van december - januari weer voorbij, en begint de curve weer rap te stijgen.

In bovenstaande grafiek in magenta de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in de CertiQ databank, cumulerend in, voorlopig, 3.529,5 MWp in het maart 2020 rapport (geel omrand punt rechtsboven, referentie: linker Y-as). Het tweede record was eerder in juni 2019 gevestigd, zie het rood omrande datapunt in de blauwe curve, rechts bovenaan (referentie: rechter Y-as, in GWh garanties van oorsprong toegekend per maand). Dat gaf al een volume aan van 278,1 GWh (met ook nog forse opwaartse bijstellingen te verwachten). Voor deze maand is nu dus al 68% meer gemeten productie bekend, dan in de "voormalige topmaand" juli 2018 (165,2 GWh). Het ligt in de lijn der verwachting, dat de volumes aan GvO's uit te geven voor minimaal de maanden mei tm. juli 2020 daar alweer in zeer substantiële mate overheen zullen gaan. Aangezien er tegen die tijd een forse hoeveelheid nieuwe capaciteit bij is gekomen, waarvan de extra productie meegenomen gaat worden...

Na het record in juli 2019 viel, zoals te doen gebruikelijk, de bekende productie terug naar de "winterdip maanden" december 2019 en januari 2020, met in laatstgenoemde het laagste nieuwe niveau (43,4 GWh). Ook deze volumes zullen later opwaarts worden bijgesteld. Het eerst gerapporteerde volume voor februari 2020 ligt alweer op een veel hoger niveau, 92,7 GWh. Dat is alweer ruim het dubbele van de (nu al bekende) productie in januari. En ligt 21% boven het niveau in februari 2019 (76,5 GWh). Dit, terwijl februari 2020 vrij somber was (KNMI: 73 zonuren t.o.v. normaal 85 zonuren), en februari 2019 juist "zeer zonnig" is geweest (139 zonuren t.o.v. genoemde normaal). Het opvallende positieve verschil voor februari 2020 wordt veroorzaakt door de enorme nieuwbouw aan capaciteit sedert najaar 2018, die grote hoeveelheden nieuwe zonnestroom productie heeft toegevoegd aan het volume van de toen reeds bestaande netgekoppelde installaties.

Rechts onderaan in de grafiek zijn de vier meest recente, herkenbare "winter-dips" zichtbaar (blauwe pijlen). Deze worden steeds "hoger", vanwege de continu toenemende capaciteiten, en de daarmee gepaard gaande - relatief geringe winterse - producties in die maanden, die bovenop de producties van de al langer bestaande installaties worden gestapeld. De logische verwachting is, dat december 2020 en januari 2021 weer op een veel hoger niveau zullen eindigen, dan de recent gerapporteerde resultaten voor die wintermaanden in 2019 / 2020.

 
 
 
© 2020 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP