zontwikkelingen "oud"
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina 130

meest recente bericht boven

Specials:
Volledige reeks instralingsdata Valkenburg ZH tm. 2015
Netbeheer Nederland: eind 2015 1,32 GWp in PIR register
Inhaalrace PIR Netbeheer Nederland - meer dan 325.000 PV installaties
Nationale instralingsdata KNMI - opnieuw zonnig(er) 2015
Meer dan 2.500 grote PV projecten en >200 MWp in spreadsheet Polder PV
Belastingplan 2016 aangenomen - salderen zonnestroom minder profitabel

19 december 2015 - 14 januari 2016

Voor belangrijke "highlights" voor ons PV-systeem, zie pagina nieuws_PVJSS22.htm

<131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights


 
^
TOP

14 januari 2016: Instralingsdata KNMI Valkenburg ZH - volledige reeks tm. 2015. Na de nationale instralingsdata van 31 KNMI meetstations op jaarbasis te hebben vergeleken in het vorige artikel, is op detail niveau gekeken naar de trend bij het dichtbij Polder PV gelegen meetstation Valkenburg ZH. De seizoensmatige fluctuaties en verhouding van de instraling t.o.v. voorgaande jaren, en de evolutie van de zonneschijnduur ("zonneuren") zijn wederom tot in detail in kaart gebracht, en met diverse grafieken gevisualiseerd. Alle grafieken en de toelichtingen vindt u op de aparte pagina!

(voor toelichting op grafiek, zie link hier onder)



12 januari 2016: Weer een vrije-veld installatie er bij - in Leur (Gld). Langzamerhand begint er wat "beweging" te komen bij de bouw van vrije-veld installaties met PV modules. Ze zijn meestal niet erg groot, al moeten we daarbij Zonnepark Ameland (6 MWp, begin dit jaar waarschijnlijk ook definitief opgeleverd) natuurlijk even als "nogal byzonder exemplaar" parkeren. Het gaat ditmaal om een hartstikke leuk project, Zonnepark De Hagert, van de Energiecoöperatie Leur e.o. in Gelderland. Die op woonzorgboerderij de Hagert, westelijk van Wijchen, met een SDE 2014 (fase 5) subsidie voor de Stichting Dorp in Bedrijf, een klein 54 kWp project heeft gerealiseerd. En niet op een dak, maar "in het vrije veld", op een afgelegen plekje van de mooi gelegen boerderij. Voorwaarde voor het verkrijgen van een flinke bijdrage van Provincie Gelderland (de bekende "minimaal 50 participanten in het project" regeling), was, dat de PV-installatie eind 2015 opgeleverd moest worden. Anders zou de subsidie (ter hoogte van 19.000 Euro) weer ingevorderd worden.

Het byzondere van dat 76.000 Euro kostende PV project (ex post onvoorzien EUR 3.000) is dat talloze vrijwilligers letterlijk door de modder zijn gegaan bij het graven van sleuven voor de bekabeling. En menig vrije zaterdag hebben opgeofferd, om met eigen handen het project gerealiseerd te krijgen. En dat is gelukt, voor de Kerst van 2015 stond de generator op zelf opgebouwde profielen boven het gras. En eind 2015 werd de eerste stroom geleverd. 200 full-black 270 Wp zonnepanelen van Ulica Solar, met een totaal vermogen van 54 kWp, geschakeld op een Delta RPI M50A omvormer, staan daar momenteel een beetje, en in het voorjaar een hele grote hoeveelheid zonnestroom te bakken voor de voorzieningen van woonzorgboerderij De Hagert. De installatie is formeel in eigendom van 65 coöperatie leden, in het bezit van Zonnestroomdelen van EUR 300 ex btw. Op 6 oktober 2015 waren die reeds uitverkocht. De geraamde terugverdientijd zou 10,4 jaar zijn, maar de vraag is of de enthousiaste participanten dat wel het meest belangrijke punt van dit leuke Do It Your Self project hebben gevonden...

Er zal nog een groenrand rond het park worden gemaakt, om het kleine project, waar geen mens zich aan zou hoeven te storen (dan moet je naar Duitsland gaan, om je te gaan "storen" als solar tourist...), een beetje "aan het zicht te onttrekken". Wat mij betreft had dat beslist niet gehoeven, al is er overleg geweest met de lokale welstands-autoriteiten voor de beste "inpassing". Laat maar zien wie er in Nederland ECHT voor duurzame energie gaat, en wie er allemaal continu over lopen te miepen (en het nooit over die hoogspanningsleidingen hebben, die desondanks elke seconde door iedereen gebruikt worden, of over de honderden vreselijke bioindustrie complexen overal zichtbaar - en te ruiken - in oost en zuid Nederland) ... Maar goed, dat is mijn bescheiden mening.

Met groot respect voor de inspanningen van al die vrijwilligers in en rond het buurtschap Leur. Ik ben benieuwd of zulk tomeloos duurzaam enthousiasme ook in de Randstad getoond zou worden bij zo'n "landelijk" duurzame energie project.

Vrije-veld installatie lijstje Polder PV
Met deze toevoeging, staan er in mijn "reeds gerealiseerd" lijstje reeds 42, meestal nog niet zulke grote "vrije veld PV projecten" ("zonne-akkers", of hoe ze ook worden genoemd), met een gezamenlijk vermogen van 8,2 MWp. Waarvan er 20 groter of gelijk zijn aan 50 kWp (incl. "project Leur"), met een gezamenlijk vermogen van 7,7 MWp. Uiteraard gaat Ameland dat laatste volume binnenkort bijna verdubbelen. Maar dat is van een andere, in NL vooralsnog unieke orde.* **

Uiteraard hebben ze de smaak goed te pakken in het Gelderse Leur. Men is al op zoek naar nieuwe locaties voor meer ... Veel succes daarbij!

* Bij dat lijstje met "projectmatige", commerciële, of via organisaties tot stand gekomen vrije-veld installaties zijn nog niet de vele tientallen micro projectjes "in de tuin" bij meestal particulieren geteld. Daarbij gaat het meestal om slechts een paar tot "enkele tientallen" panelen. Ik kom ze tegenwoordig regelmatig tegen.

** Zoals besproken, heb ik het verwijderde Zonnegrond project in Langedijk NH naar de lijst "afgevoerde PV projecten" verplaatst. Bizar is, dat de website nog steeds bestaat ...

We zijn in bedrijf (laatste bericht van 7 januari 2016: "Vlak voor de kerst is de zonneakker getest en eind 2015 is de zonneakker definitief in bedrijf gegaan").
Hij staat! (op 23 september 2015 was de PV generator met veel inzet van vrijwilligers opgeleverd)

Veel foto's van de werkzaamheden op de nieuwspagina van de coöperatie!

Energiecoöperatie Leur e.o.
Energiek Leur op website Dorp in Bedrijf
Woonzorgboerderij de Hagert

Holland Gaat Duurzaam (leverancier van het project, uit het naburige Wijchen)

'Zonneakker' Leur op zoek naar aandeelhouders (ouder bericht de Gelderlander, van 24 april / 10 juni 2015)


12 januari 2016: Energie data 2015 van En-Tran-Ce - "dubbele boodschap". Tijdens het scannen van diverse portals naar berichten over grote PV projecten wil ik nog wel eens "een afleidende link" tegenkomen. U kent het wel, er staat veel interessants op internet. Je zit zo ergens waar je helemaal niet naar op zoek was. Zo belandde ik "via-via" weer eens op de website van En-Tran-Ce. Nu is dat fascinerende portal beslist geen nieuwe voor me, in februari vorig jaar besteedde ik al aandacht aan dat zeer interessante initiatief. Hanzehogeschool Groningen is al een tijdje bezig met zo actueel mogelijke energie statistieken in van de briljante Fraunhofer ISE rapporten (Energy-charts) "afgekeken" maandelijkse rapportages. Ik tweet er regelmatig leuke plaatjes uit (met copyright vermelding), het is zeer interessante en leerzame kost. Verzorgd door Dr. Martien Visser (een carrière in de klassieke energiewereld achter de kiezen hebbend, waaronder Gasunie, GasTerra, Clingendael en Energy Delta Instituten...). Die er heeeeeeel erg veel uren werk in heeft zitten. Van hemzelf en van een groep studenten.

Recent is het laatste maandrapport over 2015 uitgebracht, met overzichten voor december, en de nodige (voorlopige) jaarcijfers. Die vertellen een zeer dubbele boodschap, waar je hersencellen van in de war raken. Met aan de ene kant records bij duurzame energie producties, en aan de andere kant de gitzwarte, ten hemel schreiende, exploderende kolenstook (laatste paragraaf).

Duurzaam incl. zonnestroom
Met name wind, want het was zeker aan het eind van het jaar zeer goed "windweer". Er zou volgens En-Tran-Ce 7,2 TWh meer windstroom zijn opgewekt, een kwart meer dan in 2014. En voor zonnestroom werd ook een heel jaar getoond. Daarbij wordt nog steeds van een speculatief increment van "continu 30 MWp/maand" uitgegaan. Dat zou resulteren in een eindejaars-volume van 1.445 MWp voor begin december 2015 (plaatje). Waarbij nog het oude, door mij in het vorige Solar Trendrapport "verwachte" volume van 1.100 MWp voor eind 2014 is gebruikt in de berekeningen (laatste grafiek in dit artikel). Een volume wat echter niet is gehaald. CBS kwam na bijstelling van hun eerste cijfers voor eind 2014 uiteindelijk op 1.048 MWp, dus de "start" van En-Tran-Ce begin 2015 was grofweg 50 MWp te hoog (als CBS als "leading" wordt aanvaard bij de statistieken).

Plaatje van de december 2015 rapportage van En-Tran-Ce met het speculatief geschatte vermogen voor begin december, voor de getoonde niet duurzame (gas, kolen, nucleair), resp. "verondersteld duurzame" opwekkings-opties voor elektriciteit (wind en zon hernieuwbare bronnen, biomassa deels problematisch, en waarschijnlijk nooit een zeer aanzienlijke rol toe te delen). Zonnestroom zou begin december volgens dat plaatje 2015 1.445 MWp geaccumuleerd vermogen hebben volgens de "simpele" berekening EOY 2014 1.100 MWp (achterhaald) plus bijna elke maand een volstrekt hypothetische toevoeging van continu 30 MWp (zonder toelichting werd voor februari 2015 slechts 15 MWp bijgeplust in de En-Tran-Ce statitiek). Wat natuurlijk beslist niet de "realiteit" weergeeft.

Als je die grove methodiek voortzet, en dus eind december 2015 op 1.475 MWp terecht zou komen, kom je desondanks wel enigszins in de buurt van het net door mij afgeleide eerste ruwe cijfer op basis van de grote update van Netbeheer Nederland: grofweg 1,5 GWp eind 2015 geëxtrapoleerd voor het totale PV volume. Op basis van die speculatieve maandelijkse progressie van het opgestelde PV vermogen, werd door En-Tran-Ce vervolgens een veronderstelde maandelijkse zonnestroom productie berekend. Hetgeen tot het tweede plaatje leidde:

De veronderstelde zonnestroomproductie per maand, berekend door En-Tran-Ce op basis van een "simpel" model van (meestal) 30 MWp bijbouw van nieuwe capaciteit per maand (werkelijkheid is uiteraard veel complexer, en kan per maand bovendien zeer sterk afwijken). En met hulp van instralingsdata op basis daarvan een afgeleide berekening / afschatting van de productie per maand. Met dit simpele model komen de initiatiefnemers van Hanzehogeschool Groningen zo op 12 opeenvolgende maandrecords in 2015, met grofweg zo'n 160 GWh in juni als topmaand. En een totale veronderstelde productie van 1,03 TWh voor heel 2015, wat ook, natuurlijk, een nieuw record zou zijn. 1 TWh zonnestroom productie is het equivalent van 0,88% van de 116,5 TWh aan stroom consumptie in 2014 volgens CBS StatLine (2015 nog niet bekend). U kunt er vergif op innemen dat, ook al is dit een benadering, we in 2016 ver over de 1% zonnestroom in de stroommix zullen gaan krijgen. Natuurlijk ook weer afhankelijk van de hoeveelheid elektriciteit die er in totaal geconsumeerd zal gaan worden.

CBS, wat ook al jaren productie zeer grof afschat, en de methodiek daarvoor vorig jaar heeft gewijzigd op basis van een nieuw door Univ. Utrecht vastgesteld "kengetal" (875 kWh/kWp.jaar landelijk gemiddelde, waarschijnlijk alweer een onderschatting, mede gezien de toegenomen hoeveelheid instraling in ons land), kwam voor 2014 in haar laatste update (waarin ook de nieuwe EOY capaciteit van 1.048 MWp eind 2014) op 785 GWh. Derhalve lijkt het door En-Tran-Ce genoemde percentage van 45% (productie 2015 t.o.v. 2014) aan de hoge kant. Genoemde veronderstelde ruim 1 TWh in 2015 zou 31% meer zijn dan de "officieel" door CBS opgegeven (en in internationale statistieken gebruikte) jaarproductie voor 2014. Maar En-Tran-Ce gebruikt instralingsdata, wat beter lijkt dan de aangepaste, ook op punten "gemankeerde" rekenmethodiek van het CBS. Een nadeel van En-Tran-Ce is dan weer, dat ze uitgaan van een strakke, vaste gemiddelde maandelijkse groei van de capaciteit, wat ook "tegen-natuurlijk" is, en een zeer grove simplicifatie van de realiteit.

Beide methodieken hebben hun zwaktes. Waarvan de grootste natuurlijk blijft: de zonnestroom productie wordt bij het grootste deel van de PV projecten in ons land niet fysiek (noch, in de meeste gevallen, geijkt) gemeten. Hopelijk gaan goede data van de bruto productie metingen van een, qua opgesteld vermogen sterk toegenomen populatie SDE gesubsidieerde projecten geregistreerd bij CertiQ daar binnenkort eindelijk eens verandering in brengen, want meten is weten. En dat kan de eventuele afschattingen voor de hele landelijke populatie alleen maar beter maken.

Het gitzwarte nieuws - "de dubbele boodschap"
Tot slot nog een laatste plaatje wat ook getoond moet worden, of u het wilt of niet. En dat is de totale stroomproductie uit gitzwarte, middeleeuwse steenkolen. Houdt u vast: volgens En-Tran-Ce bedroeg dat volume vorig jaar een ronduit verpletterende 45 TWh.

Een van de dramatische gevolgen hiervan laat zich nalezen op pagina 28 van deze publicatie: "In 2015 the CO2 emissions were 168 Mton, an increase by 10 Mton (6%) compared to last year".

En-Tran-Ce claimt dat die absurde hoeveelheid vieze steenkolen stook, gepubliceerd een maand na het aannemen van de door onze wereldleiders met heul veul GreenSpeak ondersteunde "ADOPTION OF THE PARIS AGREEMENT" (11 december 2015, #COP21), 40% van onze stroom consumptie zou betreffen, hooggeschatte Minister-President Rutte. Zelfs als je de hierboven genoemde 116,5 TWh voor 2014 zou gebruiken als referentie, en derhalve "maar" uit komt op 39%, blijft dat een Nationale Schanddaad (u mag zelf hier eventuele eigen schutting termen invullen). Waar het hele kabinet (en vele daar aan vooraf gaande !) ter verantwoording voor geroepen dient te worden. Ik heb gezegd. Howgh!

Records / feiten gemeld in het december 2015 rapport:

  • Stroom uit HE bronnen december nieuw record 14,7%
  • 26 december nieuw record piek HE stroom productie op 26,3%
  • 3 TWh productie stroom uit HE bronnen in december, nieuw record
  • Zonnestroom in 2015 nieuw productie record >1 TWh
  • Fractie energie uit HE bronnen (incl. elektriciteit, warmte, motorbrandstoffen) naar 5,9% in 2015
  • Stroom productie uit wind 44% hoger in dec. 2015 t.o.v. dec. 2014, nieuw record 1,17 TWh
  • Gemiddelde "utilisation factor" t.o.v. opgesteld vermogen in december voor wind 44 procent, voor PV 2%
  • Totale CO2 emissie december 5% minder vanwege (zeer) hoge temperatuur
  • 2 kolencentrales met totaal vermogen 1.200 MW definitief gesloten (Nijmegen "Gelderland 13" en Geertruidenberg "Amer 8" *).

* Volgens een bericht op Fluxenergie is de steenkolencentrale in Borssele al in november 2015 vervroegd, definitief dicht gegaan, na drie ongelukken, waaronder een dodelijke. Dit was ook al door En-Tran-Ce in het november rapport gemeld.

Renewable Energy in The Netherlands December 2015 (En-Tran-Ce / Hanzehogeschool Groningen, 105 pagina's grafieken in pdf file)


11 januari 2016 - 14h38: Netbeheer Nederland publiceert ook bijbehorend vermogen - 1,32 GWp eind 2015. N.a.v. mijn publicatie van de eerste afschatting van "het potentiële eindcijfer" voor het vermogen van 2015 heb ik ruggespraak gehad met de koepel van de netbeheerders. Er werd toegezegd dat ze de "accumulatie van het PV-vermogen in PIR" status in hun laatste nieuwsbericht zouden verwerken. Dat is inmiddels geschied.

Netbeheer Nederland kwam met hun nieuwste update voor het PIR register eind 2015 op 1.322,231 MWp uit (in update op de NN website afgerond naar 1,32 GWp). Ik zat dus "een beetje te hoog" met mijn schatting van 1,4 GWp voor het PIR. Maar ik had dan ook allerlei voorbehouden gemaakt voor mijn berekening, met de bijbehorende disclaimer. Wat betekent dit voor de daar weer van afgeleide "mogelijk totale effecten" op het volledige volume voor eind 2015? Wat zou de status voor het "mogelijke" CBS cijfer dan gaan worden? Daarvoor heb ik meteen een nieuwe grafiek gemaakt. Zie hier onder.

U ziet dat, met de aannames die ik in het vorige artikel al duidelijk heb geschetst, en daar bovenop de "fysieke vermogens opgave" van Netbeheer Nederland nu ook duidelijk, dat we met de CBS extrapolatie mogelijk zouden kunnen gaan uitkomen op of wellicht iets boven de anderhalve (1,5) GWp PV vermogen, eind 2015. Met de daarbij blijvende waarschuwing dat dit allemaal nog kan wijzigen als ook de historische data van het PIR nog gaan veranderen. Het blijft een extrapolatie, die nu in ieder geval weer een klein beetje meer body gaat krijgen.

De onherroepelijke consequentie van dit alles is, dat ook de hier weer van af te leiden jaargroei voor 2015 bijgesteld moet gaan worden, en wel omlaag:

Eindejaarsaccumulaties (EOY) "CBS" (zie bericht 17 december 2015):

  • 2012: 369 MWp (CBS opgave)
  • 2013: 746 MWp (CBS opgave)
  • 2014: 1.048 MWp (CBS opgave)
  • 2015**: plm. 1.500 MWp (afleiding van data Netbeheer Nederland door Polder PV)

Jaargroei volumes "CBS" (voor opgaves CBS, zie bericht 18 december 2015):

  • 2013: 377 MWp (CBS opgave: 375 MWp, mogelijk afronding of afgevoerde capaciteit niet gemeld)
  • 2014: 302 MWp (CBS opgave: 300 MWp, idem)
  • 2015**: ruim 450 MWp (voorlopige afschatting op basis trend PIR register NN)

De hier genoemde "ruim 450 MWp" ligt zo'n beetje op mijn "minimum" afschatting ("450-525 MWp") die ik had gemeld tijdens het Solar Future Networking Event, zoals in mijn oorspronkelijke artikel hier onder weergegeven.

Cijfers voor 2015 blijven natuurlijk nog aan discussie onderhevig, we moeten ook eerst nog gaan zien wat er uiteindelijk uit de integratie van het vernieuwde PIR dossier bij Klimaatmonitor gaat komen (totaal dossier, KMt). Als die cijfers duidelijk zijn ga ik een nieuwe grafiek maken met de verhouding tussen de curves voor CBS, KMt, en KM-PIR. En dan kijken hoe de vlaggen er dan bij staan. Maar de basis voor 2015 lijkt nu in ieder geval gelegd.

Aangepast nieuwsbericht Netbeheer Nederland 11 januari 2016 (incl. vermogens-opgave "1,32 GWp" eind 2015, nieuwe datum bericht is abusievelijk verkeerd op 7 jan. 2016 gesteld, oorspronkelijke zonder vermogens-opgave was van 6 jan. 2016)

N.a.v. zijn twee analyses over de nieuwe PIR cijfers werd Polder PV gebeld door Photon. Op basis daarvan werd de volgende samenvatting gemaakt door het vermaarde internationale PV platform. Het wezenlijke onderscheid tussen de (uiteindelijk) altijd hoogste CBS cijfers en de in de ultieme statistieken blijvend achter alle feiten aan hobbelende PIR data zit ook bij Photon nog niet goed op het netvlies. Maar het is al een stuk beter dan in het voorlaatste bericht van 18 december 2015, wat zelfs verouderde CBS cijfers noemde (gevolg is altijd: verkeerde afgeleide jaargroei cijfers):

The Netherlands tops 1.32 GW of PV capacity (Photon.info, 13 januari 2016)

Nagekomen (13 jan. 2016)
Leuke referentie: in de met de nodige mitsen en maren tot stand gekomen infographic voor The Solar Future 2015 (eind mei 2015; samenstelling / "forecasts by": SolarPlaza) stond voor 2015 ... genoteerd? Juist ja. 1,5 GWp. Het aantal residentiële systemen heeft echter een veel hogere vlucht genomen dan toen verwacht. Forecast SP was een kwart miljoen "total PV systems" (accumulatie) voor 2015. Anno 6 januari 2016 stonden er echter al ruim 326.000 alleen al in het PIR register, dik 30% meer. En Klimaatmonitor totaal register gaat daar natuurlijk nog eens vet overheen, als het flink opgewaardeerde PIR eenmaal daarin is geïntegreerd...

http://www.thesolarfuturenl.com/infographic

Energieoverheid.nl publiceerde op 25 januari 2016 een artikel over de toekomst van de salderings-regeling, n.a.v. de door Good! / Solar Solutions georganiseerde Solar Business Day (19 jan. 2016). En citeerde mijn ook op die dag grafisch weergegeven opgaves - en extrapolatie voor 2014 - voor de eindejaars-volumes van PV vermogen in Nederland:

http://www.energieoverheid.nl/2016/01/25/salderingsregeling-achilleshiel-van-zon-pv/ (25 januari 2016)


11 januari 2016: Inhaalrace PIR Netbeheer Nederland - meer dan 326.000 PV installaties, en mogelijke - verbazingwekkende - consequentie. NB: voor update van dit artikel, zie het volgende stuk met opgave PV vermogen door Netbeheer Nederland!

In deze belangrijke update de laatste stand van zaken m.b.t. de (waarschijnlijke) status van het PIR (Productie Installatie) register voor zonnepanelen*. Het hoogste getal tot nog toe, t.o.v. de tot voor kort gerapporteerde totaalcijfers voor het PV vermogen in NL. Dik 326.000 installaties, en een mogelijk daaruit door Polder PV afgeleid, hoog totaal vermogen van zo'n 1,4 GWp in het PIR register. Het wachten is op incorporatie van deze nieuwe data in het totaal register van Klimaatmonitor om de impact ervan goed te kunnen doorgronden. Een eerste kritische bespreking van deze data vindt u hieronder. Inclusief een poging om het potentiële effect op de CBS eindejaars-accumulatie voor 2015 te berekenen. Met een nogal spectaculair resultaat.

Disclaimer: dit artikel heeft niet de pretentie een statistische "waarheid" te verkondigen, maar doet een poging tot een educated guess van het mogelijke eindejaars-volume van PV vermogen in 2015 in Nederland. Op basis van een nieuw cijfer van Netbeheer Nederland, en gebruikmaking van verondersteld logische extrapolaties. Als er structurele fouten in dat nieuwe cijfer zitten en/of in de gebruikte aannames, wordt ook de hier besproken extrapolatie daardoor in wezenlijke zin beïnvloed.

* PIR bevat ook andere kleine productie installaties, maar die sneeuwen compleet onder in het totaal aan PV volume (aandeel op totaal is zeer gering)


Intro
In mijn laatste analyse van het zonnestroom (PV) vermogen in de drie grootste registers in ons land, had ik het over een grote achterstand van het vermogen weergegeven in het PIR deelregister bij Klimaatmonitor. Het laatst bekende PIR cijfer voor eind 2014 was 866 MWp, het nog lang niet volledige - zeg maar "eerste" - cijfer voor 2015 was toen 1.086 MWp (beiden status: 10 sep. 2015). Na de "definitieve" CBS update voor eind van 2014, 1.048 MWp, was het verschil tussen die twee grote data series eind van dat jaar dus opgelopen tot een heftige 182 MWp. 21% verschil t.o.v. het cijfer voor het PIR. Ik had al voorspeld, dat er sowieso voor 2015 veel vermogen bij zou moeten komen in het PIR register, omdat de registraties cq. de verwerking daarvan waarschijnlijk een zeer forse achterstand op de realiteit hadden (en blijven hebben).

(1) Nieuwe (doch alweer achterhaalde) PIR lijst van Netbeheer NL
Eind vorig jaar kreeg ik al, op aanvraag bij Netbeheer Nederland, n.a.v. een stakeholders overleg in Breukelen in de zomer, een ruwe versie van een gewijzigd, flink opgehoogde hoeveelheid vermogen, in een zeer voorlopige lijst voor november 2015. Daarin werd al een geaccumuleerd vermogen van maar liefst 1.408 MWp in het PIR register vermeld, verdeeld over 299.765 installaties. Een ronduit spectaculaire stijging. Al moeten we prudent blijven bij dergelijke eerste cijfers, gezien de vele problemen die ik al in het register heb geconstateerd. Ik heb de dataset goed bekeken, en heb geconcludeerd dat in ieder geval de twee grootste clusters (zie later) foute entries moeten bevatten, omdat ze 100 MWp (!) resp. 15,4 MWp in (kleine) delen van Winterswijk resp. Amsterdam lieten zien. Wat gewoon onmogelijk is. Als we die twee "hoogst verdachte", foute records er uithalen, en ervan uitgaan dat ze een factor 1.000 te hoog zijn opgegeven, houden we met hetzelfde aantal ingaves ruim 1.292 MWp over. Zelfs als er nog steeds de nodige fouten in die lijst zouden staan, is de enorme toename in het PIR register natuurlijk beslist duidelijk, t.o.v. de gemelde status update van 866 MWp voor eind 2014.

(2) Nieuw getal in persbericht - aanvankelijk echter foutief weergegeven
Netbeheer Nederland heeft recent een bericht op de eigen website gezet (gedateerd 6 januari 2016), waarin oorspronkelijk in een hoogst curieuze melding stond "Sinds de start eind 2011 staat de teller nu op 326.284 zonnepanelen die via de website zijn aangemeld". Die "start" slaat op het begin van de promotie van de energieleveren.nl website, waar iedereen zijn/haar PV-installatie zou kunnen aanmelden. Maar waar geen sanctie op staat als dat achterwege wordt gelaten. Bovendien is het nog steeds niet mogelijk om daar projecten groter dan 99,999 kWp aan te melden (af en toe probeer ik zo'n "fictief" project in te voeren, wat niet lukt, je kunt nog steeds geen groter vermogen invullen). Dat specifiek opgevoerde getal (326.284) sloeg natuurlijk nergens op, als het over "aantal zonnepanelen" zou gaan. Want als dat allemaal, sinds 2011, exemplaren van 250 Wp zouden zijn geweest (wat beslist niet klopt, het gemiddelde vermogen over die periode 2011-2015 ligt zelfs een stuk lager), zou slechts een volume resulteren van nog geen 82 MWp. Dat kan natuurlijk nooit. In het PIR deel-register van Klimaatmonitor staat voor eind 2014 het reeds vermelde voorlopige volume van al 866 MWp, bijna 11 maal zo hoog!

Bedoeld werd natuurlijk 326.284 PV-systemen, wat op vragen van mij richting een specialist die zich met het register bezighoudt, werd bevestigd. Later op de dag kreeg ik een positieve reply op mijn vraag via Twitter, waarin de glitch werd erkend, en beloofd werd, dat de fout zou worden hersteld (is op maandag morgen 11 januari inderdaad gebeurd). Helaas was daarvoor het bericht al 1 op 1 ongecheckt blind door een derde partij overgenomen, al werd dat later zonder commentaar in het gepubliceerde stukje gecorrigeerd.

Het lag natuurlijk ook in de lijn van de verwachting, dat het aantal installaties alweer fors meer zou zijn dan in de nog zeer voorlopige update die ik in december al ontving van Netbeheer NL. Momenteel zouden er dus ruim 26.500 installaties méér zijn ingeschreven dan in die vorige (niet officieel gepubliceerde) update. En zelfs al bijna 49.000 (!) PV-systemen (bijna 18%) méér, dan de 277.373 exemplaren die momenteel nog in het PIR deeldossier van Klimaatmonitor staan te prijken (update datum 10 sep. 2015!). Er lijkt wat aantallen installaties betreft dus een enorme inhaalslag te zijn gemaakt, mogelijk voor een fors deel oudere, voorheen nog niet in het PIR opgenomen systemen betreffend. Maar er zullen beslist zeer veel nieuwe installaties bij zitten, en zeker niet alleen van particulieren.

Vermogen nog de vraag, een eerste poging tot reconstructie
Helaas stond er in het bericht van Netbeheer Nederland niet wat het vermogen dan wel zou zijn van al die installaties bij elkaar. Vragen daarover zijn nog niet beantwoord. Maar met de eerder gepubliceerde cijfers is er beslist een "verantwoorde afschatting" te maken. De twee totaalcijfers uit de voorlopige update van december vorig jaar, hierboven genoemd, en niet officieel gepubliceerd, impliceren na verwijdering van de twee onmogelijke grootste records, een gemiddelde installatiegrootte van 4,31 kWp per installatie in het toen bekende PIR dossier. Een beslist representatief cijfer, gezien de dominantie van residentiële, kleine PV installaties van hoogstens een paar kWp per stuk.

Als we er van uitgaan dat het systeemgemiddelde gelijk zou zijn gebleven, zou met het nieuwe cijfer van ruim 326.000 PV installaties, dan een spectaculair geaccumuleerd vermogen kunnen resulteren van al 1.406 MWp in het PIR register. Dat is beslist een zeer hoog volume, met daarbij nog onbeantwoorde vraagtekens omtrent eventuele verdere foute invoer gegevens in de database. Maar het is zovéél meer dan de laatst gepubliceerde status (866 MWp eind 2014), dat een significante afwijking naar onder vrij onwaarschijnlijk lijkt. Bovendien: er worden al een tijd lang, sowieso in heel 2015, veel (zeer) grote PV projecten opgeleverd gemeld, en die zullen het gemiddelde systeem vermogen ook binnen het PIR register alleen maar verder opdrijven. Als er tenminste niet tegelijkertijd een "onverwacht grote spurt" van de - dominante - residentiële markt zou zijn gekomen. Er zijn echter geen aanwijzingen dat daarin een "extreme versnelling" is gekomen, wel dat die grootste deelsector gewoon gezond blijft groeien. Op basis van bovenstaande, kan geconcludeerd worden, met de wetenschap dat het ene na het andere grote PV-project daadwerkelijk aantoonbaar wordt opgeleverd, dat bovengenoemd vetgedrukt "berekend" vermogen zelfs een minimum schatting zou kunnen zijn. Al ruim 1,4 GWp in PIR, begin 2016.

"PIR" is nog lang geen totaal volume
Maar: dat is nog steeds "slechts" het PIR. Er is veel PV volume beslist niet gemeld in dat register, wat de enorme discrepantie van het totale volume voor 2014 t.o.v. dat van het CBS al duidelijk heeft aangegeven. Ergo: er moet eind 2015 reeds veel méér volume staan, als mijn extrapolatie - globaal - blijkt te kloppen. In de volgende grafiek doe ik een poging om met een lineaire extrapolatie van het CBS cijfer voor 2014, te proberen een "richting" te geven waar dat cijfer eind 2015 ongeveer zou kunnen terechtkomen. Dit is expliciet niet bedoeld om een "reële schatting" te maken voor het totale eindejaars-volume voor 2015, gezien de data problemen die er nog steeds zijn rond de gepubliceerde cijfers. Maar die schatting volgt onherroepelijk uit de consequenties van de aannames hierboven gedaan.

Deze grafiek is een update van het exemplaar getoond in het artikel van 18 december 2015. Met een fors omhoog bijgestelde Y-as, vanwege het enorme veronderstelde, door mij uit de laatste publicatie van Netbeheer Nederland afgeleide nieuwe vermogen voor het PIR register. In genoemde voorlaatste versie van deze grafiek was het toen net ververste "definitieve" CBS cijfer voor eind 2014 toegevoegd (oranje curve). In de huidige update heb ik mijn "afgeleide vermogen afschatting" voor eind 2015/begin 2016 voor het PIR register in de grafiek weergegeven (paarse stippellijn segment 2014-2015). De daarbij behorende cijfers (oude cijfer van 866 MWp voor eind 2014, afgeleid cijfer van 1.406 MWp voor eind 2015) heb ik in grijs weergegeven, omdat (a) de afleiding voor eind 2015 natuurlijk een speculatieve schatting is. En (b) de oudere data binnen de PIR database beslist ook nog met terugwerkende kracht flink kunnen zijn bijgewerkt (zoals al jaren gebeurt met data in dit dossier). Zolang daarover nog geen duidelijkheid is, moeten we vooral voorzichtig blijven met de weergegeven "eindwaarden" voor met name de laatste 2 jaren. Nogmaals: deze grafiek is een "logisch gedachten experiment". We moeten nog voorzichtig blijven om daar "harde" conclusies uit te trekken.

Enorm eindejaarsvolume voor 2015?
Wat wel duidelijk lijkt is, dat de toename van het vermogen, gezien de enorme stijging van de aantallen installaties, zeer hoog is / moet zijn geweest voor het PIR register. Als we er, gezien de "historische" trends, vanuit zouden gaan, dat de evolutie van de CBS curve en die voor de - tot en met 2014 - op een veel lager niveau liggende PIR curve, een vergelijkbare progressie zouden hebben meegemaakt, zou puur theoretisch, met een lijnsegment met dezelfde hellingshoek als het PIR vertoont tussen 2014 en 2015, voor het CBS de ingetekende oranje stippellijn 2014-2015 "kunnen" resulteren. Hier moet wel het nodige voorbehoud bij worden gemaakt, vanwege blijvende onzekerheden betreffende het PIR register. Een tweede voorbehoud is dat, als ook oudere eindejaarscijfers voor het PIR nog zouden worden bijgesteld (bijvoorbeeld: 2014 hoger), dat dan ook de hellingshoek van het aan CBS 2014 toe te voegen lijnsegment zwakker zou kunnen worden. Wat zou resulteren in een lagere geaccumuleerde eindwaarde voor 2015.

Dit alles daargelaten, als deze cijfer excercitie op aannemelijke gronden blijkt te zijn verricht (daarbij het eindejaarsvermogen van het PIR op genoemde berekende 1.406 MWp houdend), dat in dat geval het eindejaarsvolume voor CBS (altijd de hoogste curve in deze Polder PV grafiek) al in de buurt zou kunnen gaan komen van maximaal zo'n 1.600 MWp (rood cirkeltje in de grafiek).

Ook heftige implicaties voor jaargroei 2015...
Dit veronderstelde, op basis van zekere aannames berustende eindejaars volume van bijna 1,6 GWp voor 2015 lijkt gezien andere geluiden in de markt zeer hoog, ondanks de "voorstelbare" extrapolatie die ik daarbij heb gedaan. Dus wie kritiek heeft op de aannames, mag me gerust een e-mail sturen met commentaar. Maar als dat eind resultaat wel bij benadering cq. in ordegrootte zou kloppen, en het eind cijfer voor 2014 niet meer fundamenteel zou wijzigen, zou het "moeten" resulteren in een zeer hoge jaargroei van maximaal zo'n 550 MWp in het kalenderjaar 2015. Natuurlijk heb ik eerder al duidelijk gemaakt dat we een record jaar moeten hebben gehad in 2015, maar zo'n hoog record? Mijn eigen "voorzichtig optimistische" inschatting tijdens het Solar Future Networking Event in Utrecht (8 dec. 2015) lag nog ergens tussen de 450 en 525 MWp nieuwbouw in 2015. Wat al een 20-40% hogere groei zou zijn dan in het vorige record jaar (2013: groei grofweg 375 MWp volgens CBS opgave). Als de huidige extrapolatie "ongeveer" zou kloppen, zouden we in 2015 bijna op een factor 1,5 maal zo hoog jaargroei volume uitkomen dan in 2013.

De enige factor die roet in het statistische eten zou kunnen gooien, is een "endemische" vertegenwoordiging van veel (gezien het totale volume!) in het PIR ingeschreven projecten waarvan het opgestelde vermogen een factor 1.000 of zo te hoog zouden zijn ingeschat. We hebben eerder dergelijke (majeure) statistiek incidenten geanalyseerd bij Polder PV (Berkelland en Almelo), en de twee grootste "verdachte" entries heb ik al uit de lijst van november 2015 gegooid (volume van die twee gebiedjes handmatig terug gebracht met genoemde factor 1.000). Ik heb in de update van december 2015 beslist al enkele entries gevonden die ook "zeer verdacht" zijn (tussen de 3 en 5 MWp per kleine postcode "cluster", een waarschijnlijk veel te hoog volume in een gebied waar volgens mijn projecten kennis beslist geen grote installaties of dergelijke volumes kunnen staan). Maar tot nog toe ook weer veel te weinig om een hoge negatieve impact op het totale volume te kunnen veronderstellen. Ik ben van boven af (gebieden met meeste vermogen) begonnen naar beneden te werken, en hoe lager ik daarbij kom, hoe geringer de impact van eventuele "veel te hoge vermogens opgave" zal uitpakken (al rap verdwijnend in de ruis van de al zeer grote populatie).

Maar een waarheid mogelijk
We zijn derhalve zeer benieuwd wat de "echte", niet met mitsen en maren in elkaar geflanste getallen ons straks zullen laten zien. Er kan maar een "waarheid" zijn: óf de markt blijkt veel minder hard te zijn gegroeid in 2015, dan in dit artikel wordt gesuggereerd. Wat zou moeten blijken uit snoeiharde gegevens van de vele honderden leverende bedrijven zelf, wat CBS in theorie zou moeten kunnen achterhalen uit de afzet cijfers (eerste schatting verwacht in voorjaar 2016). Óf de PIR- en afgeleide Klimaatmonitor statistieken zouden "flink moeten liegen". Ik heb nog geen overtuigend bewijs gezien dat het laatste in extreme mate het geval kan zijn. Zeker niet m.b.t. het totale verzameldossier van Klimaatmonitor, waar het PIR het grootste onderdeel van is.

Als mijn grafische extrapolatie van het "potentiële" geaccumuleerde vermogen op globaal niveau in de buurt zou komen te liggen van de werkelijke realisatie (bijna 1,6 GWp eind 2015), kunnen we wederom vragen gaan stellen bij het oorspronkelijke "ambitie" niveau van het in 2011 gepubliceerde Nationaal Actieplan Zonnestroom. Wat slechts 4 GWp voorspelde voor het nog vijf lange jaren van ons verwijderde jaar 2020, en waar ik toen al de nodige kritiek op had ("te weinig ambitieus"). Kennelijk is bij de opstellers van dat eerste rapport inmiddels een lichtje gaan branden, want de ambitie is in de versie van 2016 fors opgevoerd naar "10 GWp in 2023" (oudere versies hier te downloaden). Een nogal heftige "aanpassing" voor een koepel organisatie, al lijkt deze niet het meest ambitieuze wat we ons kunnen voorstellen op basis van huidige groeicijfers. Branche organisatie Holland Solar noemde de bijstelling enigszins eufemistisch "Het oorspronkelijk groeiscenario voor zonnestroom van 4 GWp in 2020 is daarom bijgesteld naar 10 GWp in 2023".


Klimaatmonitor nu weer "achter" liggend
Omdat Klimaatmonitor altijd voor de oorspronkelijke data afhankelijk is van derden zoals de netbeheerders, loopt het totaal dossier daar nu dus weer - tijdelijk - achter op dat getoond in het PIR "deel"-dossier. De laatste stand van zaken (van 21 september 2015) was 974 MWp voor eind 2014, en een eerste, nog zéér voorlopig cijfer van al 1.168 MWp voor 2015. Normaliter ligt die belangrijke derde curve tussen die voor PIR en CBS in (zie gele lijn in de grafiek). Maar nu heeft het PIR dus tijdelijk (op basis van mijn vermogens-berekening) dat voor Klimaatmonitor "totaal" (KMt) met een heftige groeispurt ingehaald. Dat moet weer "goed gaan komen" als het ververste PIR wordt opgenomen in het totaal register van KMt van Rijkswaterstaat, waarbij adressen op PC6 zullen worden "ontdubbeld". Dat kan nog even duren, het moet immers zorgvuldig gebeuren. PIR zal, indien data eenmaal goed zijn bijgewerkt, altijd ondergeschikt blijven aan KMt, en ver achterlopen op bijgewerkte CBS data, zoals het verleden goed laat zien in de grafiek.

Doorslaande weegschaal - "helft" van aantal installaties?
In het stuk van Netbeheer Nederland staat tot slot ook nog een opmerking, dat op dit moment "ongeveer de helft van het aantal duurzame installaties in Nederland" (in het PIR register) zou zijn geregistreerd. Ik weet niet hoe de netbeheer koepel aan die merkwaardige veronderstelling komt. Want als die claim waar zou zijn, zou alleen al het "werkelijke volume" aan PV-systemen derhalve - begin 2016 - al richting ruim 650.000 (!) installaties moeten gaan. Ik ben best bereid aan te nemen dat de momenteel bijna 300.000 adressen met PV-systemen in het totaal register van Klimaatmonitor beslist ook een forse onderschatting is - en ook zal blijven. Wat ik ook regelmatig ventileer. Maar (momenteel) zo'n 650.000 al gerealiseerde PV-installaties in ons land lijkt me toch een beetje van een "ongekende" orde. Dus ook bij dat cijfer alstublieft een nogal dik vraagteken, met uw permissie. Ik heb flinke twijfels over die curieuze uitspraak van de koepelvereniging van de Nederlandse netbeheerders...


Slecht nieuws voor statistici - wettelijke inperking data verkeer
Vanwege een wijziging in de Wet bescherming persoonsgegevens (met name artikel 49), worden organisaties die publieke data beheren, verantwoordelijk (lees: aansprakelijk) voor eventuele gevolgen daarvan, ook als hun data worden bewerkt door derden. Voorkomen dient te worden dat data zijn te herleiden tot individuen of identificeerbare adressen. Er moet dan sowieso melding van worden gemaakt. Ik heb van deze gewijzigde privacy situatie de eerste gevolgen al gezien in de premature PIR update van december vorig jaar. In een bijgaande verklaring werd gesteld:

"Alleen als een postcode meer dan 10 aansluitingen met een productie-installatie heeft, wordt hij vermeld. Zo niet, dan wordt het aantal van de volgende postcode erbij geteld, tot het aantal aansluitingen met een installatie groter is dan (of gelijk aan ) 10."

Het gevolg voor de lijst met postcodes (en aantal installaties en vermogen per PC6 postcode) is dat er gelumpt wordt. Een voorbeeld van hoe dat er uit gaat zien:

Begin van de lange PIR file van november 2015 (met veel minder installaties dan wat net door Netbeheer NL is gepubliceerd, dus achterhaald). Helaas zijn de gebieden nu veel groter geworden, zodat terugvinden van grote installaties, mijn specialiteit, een stuk lastiger wordt, dan al het geval was. Postcodes zijn in opvolgende "blokken" bij elkaar geschraapt, net zo lang totdat er minimaal 10 aansluitingen in het uiteindelijke "gebied" zitten. En identificatie van "eenheden" vrijwel onmogelijk wordt. Per "blok" (postcode x tot en met postcode y) wordt dan het aantal gevonden aansluitingen (minimaal 10) en het bijbehorende vermogen (totaal van die minimaal 10 installaties) weergegeven.

In totaal zijn er in genoemde PIR file van november 2015 26.432 "postcode clusters" (s.v.p. niet verwarren met de beroemde "postcoderoos" uit het Energieakkoord!) terug te vinden met de reeds eerder genoemde 299.765 aansluitingen met zonnepanelen.

Klimaatmonitor ook geen PC download files meer
Een ander zeer vervelend effect is, dat van de Klimaatmonitor website géén lijsten met PV data (sortering op postcode PC6) meer zijn te downloaden. Op de betreffende pagina staat inmiddels de mededeling:

"Hieronder kon u de laatste stand van zaken van registraties van gerealiseerde zonnepanelen per postcodegebied (PC6) downloaden. Op 1 januari 2016 treedt er een nieuwe wet in werking omtrent de privacy. In die wet zijn de partijen die data beschikbaar stellen aansprakelijk voor de data, ook als die door anderen in de keten wordt “Bewerkt” of gebruikt. Om deze reden worden de gegevens per postcodegebied niet meer ter download aangeboden."

Van web pagina "Bestanden" op website Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat (11 jan. 2016)

Goed nieuws / minder goed nieuws
Het goede nieuws is in ieder geval, dat er beslist grote projecten toegevoegd - of eerder al aanwezig - lijken te zijn in de aan mij verstuurde november update van het PIR register. 5 van de grootste, al (lang) gerealiseerde >1 MWp single site projecten lijken er in ieder geval al in te staan, gezien hun locatie, en hun forse omvang. Daaronder ook, hoogstwaarschijnlijk, het momenteel grootste project, Wehkamp Zwolle (2,5 MWp). Dat belooft wat, als de huidige, nog grotere PIR database, geïntegreerd zal gaan worden met het totaal dossier bij Klimaatmonitor. Daar tegenover staat, dat ik beslist ook al de nodige grote projecten mis in die oudere file, gezien hun locatie kunnen die niet in die lijst staan. Dus als er al een update komt bij Klimaatmonitor, zal daar nog steeds het nodige gerealiseerde vermogen in ontbreken als ze er in de korte tussentijd tussen eind vorig jaar en begin dit jaar niet in zijn opgenomen.

Helaas heb ik in die PIR file van vorig jaar bij de kunstmatig gecreëerde postcode clusters ook alweer op veel plekken inconsequenties gezien bij de indeling. Zoals in onderstaand voorbeeld:

In bovenstaande "groepering" volgt de postcode groep "3791AH tm. 3791PE" niet logisch op de voorgaande groep "3785LE tm. 3792NH". Ze zijn niet "logisch opvolgend"; de PC 3792NH hoort logischerwijs in het eerstvolgende van toepassing zijnde lager staande groepje "3791VX tm. 3811ML". Ook het daar weer op volgende postcode blok begint weer met een eerdere postcode ("3792NK"), dan het laatstgenoemde exemplaar...

Een vervelend gevolg van deze nieuwe methodiek is, dat er veel postcode "blokken" zijn gecreëerd die over provincie grenzen heen gaan, wat in het getoonde geval ook zo blijkt te zijn (grensgebied provincies Utrecht en Gelderland). Waardoor je bijvoorbeeld geen "nette" statistieken per provincie meer zou kunnen maken. En je dus een soort "afvalbak categorie" moet maken die naast de provincies komt te staan, met "locatie niet goed passend binnen het provincie stramien". Ik heb de data van de (verouderde) november 2015 update moeizaam nagevlooid op die waarschijnlijke "postcode overschrijdingen" op de grenzen van provincies, en ben bij die analyse gelukkig tot een relatief bescheiden impact op het totaal gekomen: 0,3% van het aantal postcode clusters en het aantal aansluitingen, resp. 0,4% van het totale landelijke vermogen blijkt in die grensgebied overschrijdende probleem gebieden te liggen. De statistische schade lijkt dus vooralsnog mee te vallen, al is het laatste woord hierover beslist nog niet gezegd.

Het wordt er met deze extra statistische complicaties in ieder geval niet makkelijker op om de evolutie details goed in de smiezen te krijgen. En dat mag beslist als verontrustend nieuws worden gekenschetst voor geïnteresseerden in deze materie.

Nagekomen: Na ruggespraak met Netbeheer Nederland kwam eindelijk ook het nieuwe (voorlopige) cijfer voor het vermogen in het PIR register op tafel. Waardoor de grafiek in het huidige artikel bijstelling behoeft. Zie daarvoor het vervolg artikel!

Veel zonnepanelen aangemeld via www.energieleveren.nl (Netbeheer Nederland, oorspronkelijk 6 januari 2016)
Klimaatmonitor databank

Een blijvend lezenswaardig en tale-telling artikel over "prognoses" m.b.t. de evolutie van PV markten op Polder PV. Alweer van 30 december 2011:

PV prognoses met pot zout


7 januari 2016: Zonnestroom opwek en energie verbruiken bij Polder PV. Er is weer een jaar voorbij, dus kan er weer worden geïnventariseerd wat er zoal is geproduceerd, en wat er aan energie en aanverwante zaken is verbruikt in huize Polder PV. Ik ga dit doen aan de hand van bijgewerkte pagina's die al jaren op de site staan, en die nodig een update behoeven, na 2 jaar "stilstand". Door de enorme storm aan informatie die Polder PV al jaren dagelijks krijgt te verwerken is het er niet eerder van gekomen.

Ik doe het in "brokjes", omdat ik alweer met een noodsituatie zit alhier, en ik elke gelegenheid aangrijp om de info op de site te krijgen.

Voor toelichting zie de gelinkte pagina. Grofweg: boven de nul is netto productie cq. consumptie in een maand, er onder is netto levering aan het "net" per maand, vaak al 6 maanden in het jaar.

(1) Totale zonnestroom productie cq. stroom consumptie per maand tot en met eind 2015. Volledige reeks.
(2) Totale zonnestroom productie cq. stroom consumptie per jaar van 1996 tm. 2015. Volledige reeks.
(3) Totale consumptie van kookgas per maand tot en met eind 2015. Volledige reeks.
(4) Totale consumptie van kookgas per jaar van 1996 tm. 2015. Volledige reeks.
(5) Totale consumptie van stadswarmte per maand tot en met eind 2015. Volledige reeks.
(6) Totale consumptie van stadswarmte per jaar van 1996 tm. 2015. Volledige reeks.
(7) Totale consumptie van drinkwater per maand tot en met eind 2015. Volledige reeks.
(8) Totale consumptie van drinkwater per jaar van 1996 tm. 2015. Volledige reeks.

Updates worden later toegevoegd als ze klaar zijn en "de gelegenheid zich voordoet".

Bronnen: Productie en verbruikscijfers archief Polder PV (productie vrijwel dagelijks vanaf maart 2000; verbruikscijfers per maand sinds eind 1996)

6 januari 2016: CertiQ update december 2015 - wel groei, maar minder PV vermogen toegevoegd. Het laatste maandrapport van 2015 is gepubliceerd door TenneT dochter CertiQ. Op het gebied van zonnestroom zijn er netto t.o.v. het vorige rapport weer 39 PV installaties minder. Maar het geregistreerde PV vermogen nam opnieuw toe, met ruim 6,3 MWp.

Wat aantallen installaties betreft, met "helaas" weer negatieve groei door waarschijnlijk een combinatie van "meer uitschrijvingen dan nieuwe inschrijvingen" bij CertiQ, resulteert dat in de volgende update van de bekende grafiek.

Een klein "dipje" weer, met de laatste toevoeging aan het eind. Het totaal aantal bij CertiQ geregistreerde, gecertificeerde PV installaties ligt per 1 januari 2016 nu op 11.278, 39 minder dan in het november rapport. Maar nog wel 190 "stuks" hoger dan het voormalige "record" (eind november 2013), vóór de veelvuldig door mij besproken "her-registratie operatie" bij CertiQ (2013-2014). Als we het laatst bekend gemaakte aantal nog onder MEP gesubsidieerde installaties (280 stuks, alweer een oud cijfer van voorjaar 2014, van RVO.nl) daarvan aftrekken, houden we een minimale hoeveelheid van "waarschijnlijk met SDE subsidie" geregistreerde systemen over, 10.998 stuks. Minimaal, omdat het aantal in de CertiQ databank opgenomen systemen met MEP subsidies ondertussen ongetwijfeld verder zal zijn afgenomen. Maar in theorie is ook een (kleine ?) component "niet SDE gesubsidieerde" installaties nog mogelijk, wat het in rood aangegeven cijfer weer licht zou drukken. Het rode cijfer geeft derhalve een "richtlijn" voor SDE projecten bij CertiQ. Maar kan niet als een "absoluut" cijfer worden gezien.


Nieuw en geaccumuleerd PV vermogen & gemiddelde systeem capaciteit bij CertiQ
Er is sinds de november rapportage weer netto (nieuw ingeschreven volume minus uitgeschreven PV capaciteit) 6.334 kWp nieuw bijgekomen. Dat is weliswaar weer fors minder dan in de afgelopen twee rapportages (18,4 MWp oktober resp. 13,8 MWp november), maar het is beduidend meer dan het lange tijd is geweest. Het afgelopen half jaar werd, inclusief december 2015, netto een nieuw vermogen toegevoegd van 78,2 MWp. Dat was bijna vijf maal zo veel dan de 16,1 MWp in het eerste half jaar! De vooral door de SDE 2014 projecten veroorzaakte explosieve groei zal beslist verder in 2016, met al talloze expliciet aangekondigde projecten doorzetten. De vraag is natuurlijk "hoe hard gemiddeld dan wel". Het gemiddelde van genoemde laatste 6 maanden was 13 MWp per maand. Laten we hopen dat in ieder geval die gemiddelde groei aangehouden zal worden de komende tijd. Er is immers ruim 880 MWp beschikt voor alleen al SDE 2014. Dan zou het tempo bij CertiQ eigenlijk nog veel hoger moeten komen te liggen, om niet jaren lang op realisatie te hoeven wachten. Er moet nog enorm beschikt vermogen van SDE 2014 worden gerealiseerd, zelfs al zou je rekening houden met "forse uitval". Uitval, waarvan natuurlijk niet is te hopen dat het "dramatisch" zal gaan worden, want dan gaan de problemen om "de doelstelling" te bereiken in 2020/2023 nog groter worden dan ze al zijn.

Met genoemde 6,3 MWp extra toevoeging bij CertiQ, krijgen we de volgende accumulatie grafiek volgens de maand rapportages (waarvoor de cijfers achteraf worden bijgesteld, maar nooit uit eigen beweging publiek gemaakt door CertiQ).

Eind december hebben we nu een voorlopige accumulatie van 207,7 MWp in het register staan bij CertiQ. Nog steeds slechts een klein deel van de totale, onbekende accumulatie (1.048 MWp eind 2014 plus nog het niet bekende nieuw volume in 2015). Mogelijk zelfs niet eens de 15% van het totaal te boven komend. Zeer veel grotere PV projecten zijn immers nooit bij CertiQ geregistreerd omdat ze noch MEP noch SDE subsidie ontvangen, een "verplichting" tot registratie bij deze certificatie instelling bestaat niet. Polder PV had met Kerst vorig jaar al 208 MWp aan grote single-site projecten in een spreadsheet staan. Maar uiteraard groeit sinds enige tijd ook de populatie bij de TenneT dochter dus zonder meer snel.

Gemiddelde PV systeem omvang bij CertiQ registraties

Het gemiddelde vermogen van de bij CertiQ geaccumuleerde PV capaciteit is verder toegenomen. Van 17,8 kWp (november rapportage) naar 18,4 kWp in het december rapport. Te voorzien is dat dit verder zal blijven toenemen, naarmate er meer (zeer) grote SDE 2014 gesubsidieerde projecten hun weg zullen vinden naar de CertiQ databank. De rode lijn is een "best-fitting" vierdegraads polynoom berekend door Excel, die een duidelijke schwung opwaarts laat zien in 2015.


Groei gecertificeerd vermogen in samenhang met garanties van oorsprong (GvO)

In deze grafiek in violet de groei van het geccumuleerde PV vermogen bij CertiQ (in MWp, linker Y-as). Twee rode lijnen geven de "historische" passages van de 100 resp. 200 MWp weer (juli 2014 resp. nov. 2015). In blauw de uitgegeven Garanties van Oorspring (GvO's, in GWh per maand). Tot voorjaar 2015 bevatten de maandcijfers helaas ook veel GvO's die betrekking hadden op productie in eerdere periodes. Die pas in de betreffende maand effectief werden bijgeschreven als er weer een "1 MWh grens" was gepasseerd (vooral bij talloze kleine particuliere installaties een issue). Als het goed is, moet vanaf april 2015 alleen het daadwerkelijke aantal GvO's voor in die maand opgewekte zonnestroom zijn weergegeven. Al kunnen die cijfers later ook nog worden bijgesteld, omdat waarschijnlijk lang niet alle data per maand op tijd worden aangeleverd, of beschikbaar zijn. Het verschil heb ik zichtbaar gemaakt met een puntenlijn tot het voorjaar van 2015, en een getrokken blauwe lijn er na. Het aantal per maand aangemaakte GvO's is in de herfst/winter maanden van 2015 alweer zeer sterk teruggevallen, al zal de uiteindelijke vorm er waarschijnlijk minder dramatisch uit komen te zien.


Wijzigingen aantallen/vermogen bij CertiQ geregistreerde installaties en productie

Er is, na de enorme klap voor biomassa in het november rapport (met name enorme uitschrijving van aantal en vermogen van afvalverbrandings-installaties), relatief weinig gewijzigd in het maandrapport voor december 2015. Er zijn netto 40 installaties uitgeschreven, waarvan 39 PV en 1 windenergie installatie. Maar er kwamen ook (netto) een vergisting- en een stortgas installatie bij. Bij de vermogens was er een netto "lek" van, totaal, 7,4 MW voor biomassa (curieus: combinatie van 8,1 MW minder vermogen voor vergisting - bij netto toename van 1 installatie - en toename van 0,6 MW bij stortgas). Er kwam, ondanks (al tijden) gestabiliseerd aantal waterkracht projecten (14) bijna 5 MW vermogen bij voor die modaliteit. Verder voegde zoals gezegd PV 6,3 MW(p) toe, maar windenergie "verloor" 2,8 MW. De combinatie van alle wijzigingen leidde tot een zeer geringe totale toename van slechts 1,1 MW "netto nieuw" vermogen in de databank van CertiQ, t.o.v. de november rapportage van vorig jaar.

NB: "netto" toename of afname is altijd een combinatie van het verschil tussen (nieuwe) inschrijvingen en uitschrijvingen in dezelfde maandrapportage bij CertiQ.

Productie tm. november 2015
De 11 maanden voorafgaand aan, en inclusief november 2014 werd er volgens CertiQ (voorlopige data) ruim 12.451 GWh aan elektriciteit uit hernieuwbaar geachte bronnen geproduceerd. Bijna 1% daarvan bestond uit gecertificeerde zonnestroom, maar de totale PV-productie is natuurlijk vele malen hoger. CertiQ bevat immers waarschijnlijk nog geen 15% van het totale opgestelde zonnestroom genererende vermogen. De december data zijn nog niet bekend.


Import / export GvO's

December is feestmaand, en dat hebben ze geweten bij de groot-inkopers van groene papiertjes om de smerige kolen- en gasmix geleverd aan groenestroom klanten in ons polderlandje te kunnen "vergroenen". De al vele jaren lang bestaande praktijk om "sjoemelstroom" te kunnen verkopen aan argeloze Nederlanders, die wellicht denken dat ze daarmee ons land vooruit helpen. Nee, ze helpen vooral de GvO handelaren, die er een leuk opcentje aan verdienen, want die certificaten worden massaal in het buitenland voor een prikkie opgekocht. Ook zo in december, toen weer een ronduit verpletterend volume van maar liefst 6,9 Terawattuur, een factor 1,7 maal de maximale jaarlijkse output van kerncentrale Borssele, aan certificaten werd "geïmporteerd". Maar liefst 2,3 maal zoveel volume dan de al heftige inkoop in november (toen: 3,0 TWh import van GvO's). Het zal u dan ook wellicht niet verbazen dat werkelijk heel Europa werd afgeschuimd, tot het in geen geval met "een elektriciteitsnet" aan Europa verbonden IJsland aan toe. Waar van 0,7% van het totaal aan ingekochte GvO's een symbolische hoeveelheid aan geothermie certificaten werden "gescoord" door (een) onbekende handela(a)ren.

12 Europese naties mochten groene papierwaren aanleveren aan ons land in die laatste maand van vorig jaar. Waarmee de gas/kolenmix in de volop verlichte feestmaand van een schaamgroen randje voorzien mocht worden. De ontluisterende, en tale-telling ontbrekende schakel in het "feestelijke" groene geheel was, jawel, ons met ongeveer 30% (in 2015, eerste schatting) echte duurzame elektriciteit gezegende buurland Duitsland. Er werden nulkommanul GvO's uit dat land naar ons geïmporteerd, omdat de onder het EEG vallende stroom grotendeels direct op de beurs verkocht moet worden door de 4 hoogspanningsnetbeheerders, en er geen garanties van oorsprong worden gegenereerd voor dat enorme volume...

Bijna 67% van de GvO import in Nederland werd in december zoals gebruikelijk uit antieke waterkracht centrales verkregen, en een kwart uit windenergie. Biomassa deed met 6,4% nog een beetje haar best, maar zal waarschijnlijk nooit echt een doorslaggevende rol gaan krijgen. Het blijft een problematisch optie, die met veel inzet van middelen, en extra energie inzet (en vergeet kunstmest niet bij energieteelten!) "drijvend" gehouden moet worden. Het is dus niet te verwachten dat die GvO's erg goedkoop - en dus voor de Hollandse VOC handelaren "gewilde waar" - zullen worden.

Ditmaal was het verre mediterrane Italië het land met de hoogste impact bij de import (18,6% van totaal). Met grotendeels nota bene (!) GvO's van windturbines, en een beetje van zon (53,5 GWh: een productie goed voor het jaarverbruik van zo'n 17.300 NL huishoudens) en biomassa. Maar hydropower-rijk Frankrijk leverde in totaal nagenoeg hetzelfde volume (alleen waterkracht), beiden leverden bijna 1,3 TWh aan "groene papiertjes". Er waren nog twee landen die in die ene maand dik over 1 TWh aan GvO's exporteerden naar ons land. Onze bekende hofleverancier Noorwegen, en ook Alpenland (en waterkracht centrale rijk) Oostenrijk. Die ook bijna niets anders dan overtollige, el cheapo waterkracht certificaatjes aan ons, duurzame energie producerende paupers, wilden afstaan. Zweden was een goede vijfde, met ruim, 881 GWh aan een mix van waterkracht en wind GvO's. Voor de rest bleef dan nog bijna 19% over om te verdelen. Zelfs certificaten "uit Nederland" (3,7%, grotendeels biomassa GvO's betreffend). Die kennelijk (weer) Nederland in werden "geïmporteerd". Het blijft een hoogst curieuze handel in die groene papiertjes, waar Henk en Ingrid de ballen van zullen blijven begrijpen. En: met fysieke productie in eigen land heeft het allemaal geen snars te maken. Laten we dat vooral duidelijk blijven stellen, ondanks de verpletterende getallen die er in december weer door Sinterklaas en de Kerstman in de rondte werden gestrooid, rond de handel met GvO's...

In dit diagram de "rolverdeling" van de belangrijkste contribuanten van de groene papierwaren om Neer'lands smerige stroommix "virtueel te vergroenen", op basis van de import van het laatste jaar (12 maanden), inclusief december 2015. Met natuurlijk Noorwegen blijvend kampioen, 25,9% van het totaal, en vrijwel uitsluitend "overtollige" waterkracht GvO's betreffend, met voor de Noren nauwelijks "waarde". Het aandeel van de Noorse GvO's is wel ietsje verder afgenomen t.o.v. november, toen het land nog 27,0% bijdroeg. Zweden en Frankrijk blijft tweede resp. derde, met 19,0% (nov. 2015: 17,8%), resp. 15,9% (maand geleden: 17,0%). Italië, Denemarken, en Finland volgen met aandelen van 10,7-5,6%. Duitsland, productie kampioen van duurzame elektriciteit in 2015 (ruim 194 TWh, bijna twee maal de totale jaarlijkse stroomconsumptie in Nederland!), droeg vrijwel géén GvO's bij. Goed om te herinneren als er idioten beweren dat we ons "arm kopen" aan Duitse zonnestroom. Die wordt sowieso grotendeels in eigen land direct door miljoenen stroomconsumenten verbruikt, en de "groenwaarde" ervan blijft in eigen land. Waar het "hoort". Daar kan geen mooi weer pratende "groene" leverancier in ons land groene sier mee lopen maken, met de enorme prestaties van de oosterburen op het vlak van snoeiharde duurzame opwekking.

Let op het onvoorstelbare grote volume aan groencertificaten die in 2015 ons land in werden geïmporteerd de afgelopen 12 maanden: goed voor het vergroenen van een hoeveelheid van 34,3 TWh aan deels kolenzwart opgewekte stroom. Dat enorme volume is gelijk aan dik 29% (!!) van de totale Nederlandse stroom productie / consumptie in 2014, 116,5 TWh volgens CBS StatLine. En, het is alweer 2,8% meer dan de 32,4 TWh die in het gereviseerde jaar rapport voor 2014 werd opgegeven door CertiQ.


Voor de "eenvoudige" paragraaf export van GvO's het volgende plaatje voor december 2015.

Slechts 2 landen ontvingen GvO's "uit" Nederland. Meestal verhandeld door Nederlandse handelaren die er brood in zien. België blijft "top" afnemer van het schamele beetje wat er wordt geëxporteerd, 68,4%, goed voor 272 GWh. De rest ging naar ... jawel, daar izzie weer. Noorwegen, waar we dik het negenvoudige volume aan GvO's voor ontvingen (tabel hier boven)... Zoals gezegd: het blijft een hoogst curieuze handelskermis, dat groene GvO gedoe, met productie en zelf die duurzame stroom consumeren heeft het allemaal niks te maken.

Curiosa: Er werd zelfs voor een volume van 26 MWh aan "zonnestroom" GvO's geëxporteerd naar het in waterkracht (en olie en gas) zwelgende Noorwegen. Een equivalent van de jaarproductie van een kleine PV installatie van nog geen 30 kWp. Cadeautje voor de Nederlandse ambassadeur in Noorwegen?? De meeste het land uit gezette GvO's betrof trouwens biomassa, maar liefst 63% van het totale volume. In totaal werd slechts 398 GWh aan GvO's geëxporteerd in december 2015. Dat is minder dan een ze-ven-tien-de deel van de GvO's die Nederland in dezelfde maand in werden geïmporteerd...

Over de 12 maanden tm. december 2015 gaat dit laatste plaatje van CertiQ. In totaal werden "maar" 3.488 GWh aan groen geachte GvO's geëxporteerd, het merendeel (bijna driekwart) naar België, en 22 procent naar ... groen Noorwegen. Het import volume in dezelfde periode (vorige taart diagram) was bijna een factor tien hoger dan het geëxporteerde volume. Nederland importeert schijnheilige groenheid, exporteert af en toe fysiek grotendeels fossiel opgewekte elektriciteit (9,7 TWh naar België in 2015), en importeerde massaal, hoogstwaarschijnlijk grotendeels fossiele bruinkolenstroom overschotten uit Duitsland in die periode.

Nederland blijft de grootste fysieke importeur van Duitse stroom overschotten. Dat illustreert het volgende plaatje met data van ENTSOE, wat op prachtige, intelligente wijze (interactief) is weergegeven op de onnavolgbare top site van ISE Fraunhofer, energy-charts.de:

Het plaatje toont alle import- en export-stromen naar en vanuit Duitsland (DE). De breedste donker oranje band gaat naar Nederland toe: 21 Terawattuur werd er volgens deze data aan stroom geëxporteerd vanuit Duitsland naar ons land (2015 tm. halverwege 29 december). Dat is maar liefst 18% van de binnenlandse Nederlandse stroom consumptie in 2014. Nederland exporteerde in dezelfde periode fysiek maar 233 GWh terug naar de oosterburen. 1,1% van het geïmporteerde volume uit Duitsland...

En hoe ziet die eigen productie er dan uit, in ons land? Die wordt steeds meer vergiftigd door steenkolenstroom, een optie waarvan je zou denken dat die in de middeleeuwen zou thuis horen, inmiddels. Nee hoor, Nederland gaat full-speed door met die zwarte troep. Ondanks een relatief hoog aandeel van windenergie, drukte kolenstook een gigantisch stempel op de CO2 emissie uitstoot onder het ETS systeem voor Nederland in november 2015. Zoals de Hanzehogeschool liet zien in hun laatste overzicht op de geweldige En-tran-ce site.

Plaatje uit presentatie van En-Tran-Ce over november 2015 (pdf). De emissie van steenkolen stook was al verantwoordelijk voor driekwart van de hele stroom sector in die maand. Gasgestookte centrales emitteerden "slechts" een derde deel daarvan, ook al was de verhouding bij de stroom productie in die maand veel minder nadelig ten opzichte van gas: 3,47 TWh gasgestookt, tegenover 4,05 TWh kolengestookt (zie plaatje pagina 10 in dezelfde presentatie). De fysieke stroom import (en derhalve de daarmee gepaard gaande, niet onder ETS vallende emissie) was vrij gering, o.a. omdat het (ook in Nederland) behoorlijk hard waaide. Er was een nieuw Nederlands record van bijna 1 TWh uit windkracht, en mede daardoor, van 14% stroom uit hernieuwbare bronnen in die maand. Veel hoger dan de 8,5% in november 2014 (ditto).


Warmte uit hernieuwbare bronnen

Nu nog een ondergeschoven kindje, maar dat kan gaan veranderen de komende jaren: GvO's van "warmte uit hernieuwbare bronnen". Er zijn wederom 3 biomassa projecten bijgekomen, wat het totaal op 183 brengt. Geothermie bleef stabiel op 11 projecten staan, er zijn eind 2015 dus 194 warmte projecten ingeschreven bij CertiQ. Gezamenlijk gaat het om een opgestelde capaciteit van ruim 1.439 MW, waarvan ruim 89% biomassa centrales omvat.

De tot nog toe geregistreerde hoeveelheid (gecertificeerde) duurzame warmte, waarvoor ook door CertiQ "warmte GvO's" worden verstrekt, kwam over de laatste 12 maanden op een equivalent van 2.251 GWh (thermisch), wat alweer 15% meer is dan de hoeveelheid tijdens de stand in november (1.957 GWh). Gezien dit nog "jonge" dossier, kan er nog een hoop daadwerkelijk geproduceerde energie bij gaan komen, omdat de rapportage verplichtingen complex zijn, en veel tijd kosten. Genoemde 2.251 GWh equivalenten duurzame warmte is alweer 18% van de 12,45 TWh die in de 12 maanden tot en met november 2015 uit elektriciteit "duurzaam" werd opgewekt volgens het al jaren lang lopende equivalente dossier bij CertiQ.

Voorgaande analyses van maand rapportages CertiQ (2015), door Polder PV:

November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari

Statistische overzichten CertiQ

4 januari 2016: Nationale instralingsdata KNMI - opnieuw zonnig(er) 2015, echter nog steeds geen record. Er is weer een kalenderjaar voorbij, en KNMI heeft de instralingsdata voor al haar meetstations tot en met eind december 2015 gepubliceerd. In navolging van mijn uitgebreide analyse van vergelijkbare data voor 2014 (artikel 14 januari 2015), met daarbij veel achtergronden en toelichting daarop, publiceer ik in dit artikel de volledig bijgewerkte landelijke data tot en met 2015. Gemiddeld werd er door de 32 in dat jaar actieve meetstations 2,1% meer horizontale instraling gemeten dan in het al relatief zonrijke voorgaande jaar. 2015 liet 3,1% meer instraling zien dan het langjarige gemiddelde in de periode 2002-2015. Het record van het extreem zonrijke jaar 2003 werd echter nog steeds bij lange na niet gehaald. Byzonder is dat, t.o.v. de gemiddelde landelijke trend, de meetgegevens van vijf meetstations in noord-oost Nederland een minder hoge instraling hebben laten zien dan in 2014, tot zelfs 2,4% minder in Lauwersoog. De langjarige trends (10 resp. 25 jaar voortschrijdende gemiddeldes) blijven positief: de metingen bij de 5 al zeer lang instralings-data rapporterende KNMI stations geven gemiddeld genomen steeds meer zonlicht te zien. Dit betekent dat zonnestroom genererende fotovoltaïsche installaties per jaar meer elektriciteit kunnen genereren, als de degradatie van de zonnecellen beperkt blijft. En dat opwek prognoses omhoog bijgesteld dienen te worden voor een realistische productie verwachting.

(1) Geen 100% lineaire correlatie tussen "zonuren" en "globale instraling"

KNMI geeft in principe drie reeksen cijfers voor de dagelijkse instraling op haar meetstations. De in dit artikel gebruikte series zijn de globale straling (in J/cm²), resp. de zonneschijnduur ("zonne-uren", in eenheden van 0,1 uur), welke door het KNMI tegenwoordig wordt berekend uit de globale straling (hierbij kan zelfs een "waarde" van -1 voorkomen, indien die periode korter is dan 0,05 uur). Een derde, hier niet beschouwde meetwaarde, is het percentage van de langst mogelijke zonneschijnduur op de betreffende dag.

Gevoelsmatig zou je veronderstellen dat er een "directe relatie" is tussen aantal zonne-uren en fysieke instraling. Er is voor een belangrijk deel beslist zo'n relatie, maar hij is zeker niet "100 procent lineair". Dat heeft natuurlijk te maken met de sterk wisselende intensiteit van de instraling, waardoor het ene "zonneuur" het andere niet is - noch "kan zijn". Dit maak ik duidelijk aan de hand van een grafiek met alle gemeten combinaties van waarden, waarvoor dus volledige data aanwezig zijn, tot en met 2015. Elk van de 34 meetstations heeft daarbij een eigen kleur gekregen. We krijgen dan de volgende, nieuwe grafiek:

In deze grafiek zien we dat er wel degelijk een "grove" lineaire relatie is tussen fysiek gemeten instraling en het aantal zonne-uren. Er loopt een denkbeeldige "rechte lijn" van linksonder naar rechtsboven door de grote puntenwolk. Maar er zijn ook een hoop meetwaarden die zich op een behoorlijke afstand van die puntenwolk bevinden, grotendeels ter linkerzijde. Veel van die meetpunten behoren bij meetstations De Kooy, Maastricht, Eelde, en Vlissingen. Het is niet duidelijk waarom die stations zoveel hoge meetwaarden voor instraling zouden hebben t.o.v. de rest. Slechts 2 van die meetstations liggen namelijk aan de kust, Maastricht ligt diep landinwaarts in het zuid-oosten, Eelde ligt in noord-oost Nederland, ook behoorlijk ver van de (Wadden)kust verwijderd. Niet bekend is of het hier een mogelijke afwijking in gevoeligheid van de gebruikte apparatuur zou kunnen betreffen. De forse spreiding tussen de meetpunten laten in ieder geval zien dat je "aantal zonne-uren" en "fysieke instraling" data van het KNMI niet zomaar 1 op 1 met elkaar zou mogen vergelijken. Ik neem zelf in ieder geval als referentie voor metingen van de zonnestroom productie van mijn PV installatie altijd de fysieke instraling, gemeten op het dichtbij gelegen meetstation Valkenburg (ZH).

In de volgende grafieken beschouw ik de metingen voor "zonne-uren" en die voor de fysieke instraling dan ook, zoals gebruikelijk, apart van elkaar.

(2) Voortschrijdend gemiddelde zonne-uren 10 jaar

Van de meeste KNMI stations zijn pas metingen van het aantal "zonne-uren" bekend vanaf eind tachtiger jaren of zelfs pas vanaf de eeuw-wisseling (20e/21e eeuw). Slechts 5 weerstations hebben zeer lange tijdreeksen, vanaf 1901 (De Bilt) cq. vanaf 1906-1908 (De Kooy - Den Helder, Kop van Noord-Holland; Eelde - Groningen Airport, in Noord-Drenthe; Vlissingen in Zeeland; Maastricht in Limburg). Die metingen zijn in deze zeer lange tijdreeks weergegeven als data punten. Tevens zijn in bijpassende kleur de voortschrijdende gemiddeldes (MA - moving average) weergegeven van het weergegeven jaar en de 9 daar aan voorafgaande (lijn is dus gemiddelde van afgelopen 10 jaar, elk jaar opnieuw berekend). KNMI heeft in 1992 de methodiek gewijzigd (van Campbell-Stokes meting naar - nauwkeuriger - metingen m.b.v. pyranometers). Dit is weergegeven met de vertikale stippellijn. In De Bilt zijn de twee meet-technieken langere tijd parallel gecontinueerd, en was de conclusie van het KNMI dat er nauwelijks verschillen ontstonden in de vaststelling van het jaarlijkse aantal zonuren.

Ondanks deze methode wijziging, die tot niet significante verschillen in meetresultaten lijkt te hebben geleid, was al vóór 1992 duidelijk, dat er gemiddelde genomen bij deze vijf stations steeds meer zonuren werden gemeten (vanaf eind tachtiger jaren). En dat deze trend zich zeer manifest verder heeft versterkt. Met de altijd voorkomende jaarlijkse fluctuaties, is de gemiddelde trend zeer duidelijk naar meer zonuren per jaar (en derhalve ook meer te verwachten opbrengst bij van zonlicht afhankelijke productie systemen als zonnepanelen). Door microklimaat verschillen tussen lokaties onderling, kan de vorm van de curves die het voortschrijdend gemiddelde weergeven variëren, zoals ook duidelijk wordt uit de grafiek. Opvallend was de "inhaalrace" van Maastricht bij dit vijftal, wat voor de twee wereldoorlogen laag begon, en uiteindelijk met zuster stations Eelde en De Bilt ongeveer gelijk op begon te lopen sinds de eeuwwisseling.

Ook wordt duidelijk dat de in de zeer zonrijke kustregio gelegen stations De Kooy en Vlissingen elk jaar weer de gooi naar "de beste" doen, wat de laatste drie jaar (incl. 2015), m.b.t. het voortschrijdende gemiddelde, in het voordeel van de Zeeuwse gemeente is beslecht. Ondanks het feit dat De Kooy in 2012-2014 hogere jaar cijfers gaf te zien dan Vlissingen. Of deze verhouding zo blijft is echter de vraag, het kan best zo zijn dat De Kooy op termijn Vlissingen weer gaat inhalen bij de langjarige trend. De afstand van deze twee kust-stations t.o.v. de drie voornoemde, in het binnenland / oosten van het land gelegen locaties is in ieder geval aanzienlijk, en is zelfs gemiddeld genomen sinds de negentiger jaren van de vorige eeuw toegenomen.

(3) Voortschrijdend gemiddelde zonne-uren 25 jaar

In deze tweede grafiek een zelfde weergave, maar nu is de voortschrijdende trendlijn voor alle vijf KNMI stations berekend over een veel langere periode van 25 jaar, waardoor tussentijdse verschillen tussen jaren onderling meer worden uitgemiddeld, en de langjarige trend nog beter kan worden weergegeven. Na een licht maximum in de curves rond eind veertiger jaren van de vorige eeuw, lijkt de instraling stapsgewijs wat minder te zijn geworden, wat mogelijk (doch beslist niet zeker) door toename van luchtvervuiling kan zijn veroorzaakt a.g.v. de enorme economische groei sinds het einde van WOII. Echter, sinds eind tachtiger jaren is hierin een zeer duidelijke trendbreuk te zien. We hebben sindsdien, op de gebruikelijke "incidenten" na (dipje begin 21e eeuw), te maken met een zeer duidelijke toename van het aantal zonuren per jaar. Ook 2015 lijkt deze trend verder, zij het slechts in lichte mate, te hebben versterkt. De drie "binnenland" stations Maastricht, De Bilt en Eelde, lijken wat aantal zonuren betreft naar elkaar toe te convergeren (tussen 1.650 en 1.700 zonuren). Hetzelfde, maar dan op een veel hoger niveau (1.850 zonuren), geschiedde met de curves voor de meetstations De Kooy en Vlissingen, beiden aan de zonrijke kust (maar wel bijna 185 kilometer in rechte lijn van elkaar verwijderd). Goed is te zien dat in het verleden deze twee zonrijke stations tweemaal stuivertje hebben gewisseld bij de langjarige trend.

Maastricht heeft een opvallende inhaalrace doorgemaakt sinds de twintiger jaren van de vorige eeuw. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn, dat de zwaar vervuilende kolenindustrie in het aanpalende ("bovenwindse") België in elkaar is gestort, waardoor eventuele luchtvervuiling (met onze overheersende zuid-westen winden) kan zijn afgenomen. Dit is echter speculatie, en zou door een geïnteresseerde nader onderzocht kunnen worden.

(4) Aantal zonuren 2015
Volgens het jaaroverzicht van 2015, zouden er in dat jaar gemiddeld (bijgesteld op 6 jan. 2016) 1.894 "zonuren" zijn geweest. Waardoor 2015 volgens het KNMI het predikaat "zeer zonnig jaar" heeft gekregen. Als ik het jaarlijkse gemiddelde aantal zonuren per KNMI station uit-middel, kom ik iets lager uit, 1.876 "zonuren" (-1,0
% t.o.v. de KNMI opgave). Ik weet niet waar het verschil aan ligt, een afrondingsfout lijkt me ietwat te groot om dat verschil te verklaren. Er zitten "lege" velden in de data records van het KNMI (zie introductie in artikel begin 2015). Ik heb voor zuivere reeksen alle records geëlimineerd waar dergelijke data "gaten" in zaten (anders krijg je vreemde, soms veel te lage jaar totalen). Wellicht kan die methodiek het - relatief kleine - verschil verklaren. KNMI claimt dat normaliter 1.639 "zonuren" de standaard is, waarbij die standaard, belangrijk om dat in de oren te knopen, de referentieperiode 1981-2010 omvat. In mijn berekeningen met de originele KNMI data kom ik voor die periode uit op 1.623 "zonuren". Bijna 1% minder. Ook hier een ietwat te groot verschil om dat af te doen als "afrondingsfout". KNMI geeft verder ook nog een grafiek met "Duur van de zonneschijn 2015, De Bilt" op deze pagina. Daar zouden 1.856 zonuren zijn gemeten tegenover 1.602 normaal (ergo: 15,9% meer).

Volgens het voorlopige KNMI jaar rapport over 2015 zijn april en juni de twee zonnigste maanden geweest, met ieder 243 zonuren. Zoals we eerder hebben gezien, is dat niet hetzelfde als "hoeveelheid instraling" in genoemde maanden. Mei, juli en augustus gaven ook ruim 200 zonuren te zien. Zuidwest Nederland stak duidelijk boven de rest van het land uit. Vlissingen noteerde 2.007 zonuren. Het noordoosten van het land was volgens het KNMI het minst zonnig met "circa 1.750" zonuren; Eelde had echter de laagste gemeten waarde met 1.778 zonuren, minder heb ik niet in de data van KNMI kunnen terugvinden. Een uitzondering op die "regel" (NO Nederland "relatief somber") was dan weer Stavoren, wat na het reeds genoemde Vlissingen, en De Kooy (1.947), op de derde plaats kwam met 1.945 uren. Haar zeer gunstige ligging op een uitstekende punt van Friesland, in het noordelijke deel van IJsselmeer, zal daar alles mee hebben te maken. Wel is het zo, dat verschillende meetstations in 2015 in noord-oost Nederland beslist lagere instraling hebben laten zien dan in het voorgaande jaar, terwijl in de rest van het land overal hogere waarden zijn gemeten. Zie verderop onder paragraaf 7.


(5) Voortschrijdend gemiddelde fysieke horizontale instraling 10 jaar

Voor zonnestroom producenten is de "arbitraire" maat "aantal zonuren" geen goede referentie als het om potentieel aan zonnestroom productie gaat. Een PV systeem reageert namelijk direct op licht, en dan is de hoeveelheid fysieke instraling in kilowattuur per oppervlakte eenheid de doorslaggevende factor. Die cijfers houdt KNMI ook bij, al is het helaas minder lang dan die voor het "aantal zonne-uren". De langste meetreeksen zijn wederom aanwezig voor bovengenoemde vijf KNMI stations, die data sinds 1958 (De Bilt) cq. sinds de zestiger jaren (4 andere locaties) registreren. Van die reeksen heb ik wederom twee grafieken gemaakt, de eerste geeft het 10-jarige voortschrijdende gemiddelde voor de globale horizontale instraling op 5 stations weer, in de afgeleide eenheid kilowatturen per vierkante meter (origineel worden de data in J/cm² weergegeven).

Niet verrassend: evenals het aantal zonuren, is ook de globale instraling op het horizontale vlak gemiddeld genomen (met de onvermijdelijke kleine bobbels en kuiltjes in de curves) flink toegenomen sinds eind tachtiger jaren. Die trend werd ook al ingezet vóórdat van meetsysteem werd gewisseld (de pyranometer metingen vervingen de Campbell-Stokes methodiek). De toename van de instraling mag gerust "opvallend" genoemd worden. Echter, sinds ik mijn eerste uitgebreide artikel over die forse toename schreef, bleef het op dat vlak angstaanjagend stil in zonnestroom liefhebbend Nederland. Ik ben benieuwd of die merkwaardige mediastilte blijft voortduren, of dat Polder PV een roepende in de woestijn blijft.

Rond 1987 ontvingen de 2 "somberste" meestations in deze specifieke reeks, De Bilt en Eelde, zo'n 923 kWh/m² aan zoninstraling. De kust stations Vlissingen en De Kooy zaten fors hoger, met waarden tussen 1.025 (Vlissingen) en 1.035 (De Kooy) kWh/m². Maastricht zat tussen deze twee groepen in, met een al eerder gevestigd laagte "record" in deze meetreeks (voortschrijdend gemiddelde 964 kWh/m², in 1981). Vanaf dat jaar zat er beduidend progressie in de reeks voor de Limburgse hoofdstad, en liet deze Eelde en De Bilt lange tijd achter zich, om de laatste jaren weer wat in te boeten (het verschil wordt weer kleiner). Gemiddeld genomen neemt de instraling voor alle stations toe, maar die voor de kuststations lijkt soms harder te groeien. Vlissingen en De Kooy eindigden in 2015 met het voortschrijdend gemiddelde ongeveer op gelijk niveau, tussen 1.100 en 1.110 kWh/m². Vlissingen "topte" in de voortschrijdende curve in 2012. Beide stations hebben de laatste jaren gemiddelde instralings-niveaus die beduidend hoger liggen dan de voortschrijdende gemiddeldes in de tachtiger jaren van de vorige eeuw lieten zien.

Let in dit plaatje ook op de record hoeveelheid instraling in het jaar 2003 (losse datapunten). De kust stations hadden een enorm hoge instraling in dat jaar, Vlissingen zelfs 1.185 kWh/m², maar zelfs het ver van zee liggende station Maastricht liet zich in dat exceptioneel zonrijke jaar beslist niet onbetuigd, met 1.176 kWh/m². Van de KNMI stations die in dat byzondere jaar 2003 meetwaarden hadden, waren er maar liefst 26 van de 33 die meer dan 400.000 J/cm² cq. ruim 1.110 kWh/m² aan gemeten jaarlijkse instraling lieten zien. Een niveau wat sindsdien ongeevenaard is. De webmaster van Polder PV is uiteraard blij dat hij dat zonrijke jaar volledig heeft meegemaakt, met tien "ronkende" zonnepanelen...

(6) Voortschrijdend gemiddelde fysieke horizontale instraling 25 jaar

Mocht u na de vorige drie grafieken nog twijfelen, zal die bij dit laatste exemplaar definitief worden weggenomen. Onherroepelijk kruipen de voortschrijdende gemiddelde curves bepaald over een langjarig traject van 25 jaar in deze eeuw langzaam maar gestaag omhoog. Soms tijdelijk een lichte terugval vertonend, of, zoals bij Vlissingen in de laatste drie jaar een stabilisatie. Maar vanaf begin deze eeuw is de gemiddelde stijging beslist goed zichtbaar. Dat betekent dat er meer licht op uw zonnestroom systeem valt. En dat u meer zonnestroom zult produceren, vermits deze meeropbrengst niet teniet wordt gedaan door onverwachte systeem fouten en/of degradatie van de hardware. Polder PV meet al jaren lang de opbrengsten van zijn eigen (deels bijna 15 jaar bestaande) systeem, en merkt nauwelijks iets van verminderde opbrengsten. Sterker nog, 2015 was weer een prima jaar (zie bijgewerkte Sonnenertrag ingave voor het 1,02 kWp deel-systeem; tab-blad "alle jaren"; sep-okt. 2010 was dak-renovatie alhier, met uitgeschakeld systeem). Hier wordt nog separaat over gerapporteerd. Als de zonnecellen in uw panelen van goede kwaliteit zijn, en de modules op een decente wijze in elkaar zijn gezet, lijkt het met deze onherroepelijk positieve instralings-trend tot maar een conclusie te moeten leiden: uw PV systeem gaat nog meer stroom produceren dan u waarschijnlijk de afgelopen jaren had gedacht. Of wat u wellicht door uw op dit gebied slecht geïnformeerde leverancier is voorgespiegeld.

Disclaimer: atmosferische trends zoals verminderde luchtvervuiling, die een mogelijke verklaring kunnen zijn voor de toename van de hoeveelheid invallende instraling op het horizontale vlak in ons land, kunnen natuurlijk ook weer in negatieve zin wijzigen in de komende jaren. Al lijkt daar gevoelsmatig weinig aanleiding voor te zijn. Ik ben benieuwd of de in deze laatste grafiek zeer duidelijk aangetoonde stijging van de gemiddelde instraling bij de vijf KNMI stations zal aanhouden, of dat ze weer zal gaan afvlakken of wellicht weer zou kunnen gaan afnemen.


(7) Gemiddelde globale instraling alle KNMI stations in periode 2002-2015 en in geselecteerde jaren

Deze grafiek, een uitbreiding van het voorgaande exemplaar, onder toevoeging van inmiddels afgerond kalenderjaar 2015, geeft primair in kolommen de gemiddelde globale instraling in de van (bijna) alle stations gemeten periode 2002 tot en met 2015. Waarbij de oorspronkelijke meetwaarde (Joule per cm²) is weergegeven op de Y-as. De volgorde van links naar rechts op de X-as, is volgens de cijfercode die KNMI aan haar stations geeft (Valkenburg ZH, 210 tm. Arcen Limburg, 391). Helemaal achteraan heb ik het gemiddelde voor alle gemeten stations opgegeven. Daarbij zijn uitsluitend de stations meegenomen die in genoemde periode een sluitende en complete dataset hadden. Derhalve zijn de data van stations Voorschoten ZH (eerste meting pas 16 juli 2014), Soesterberg Ut. (gesloten; laatste meetpunt dd. 16 november 2008), en Wilhelminadorp Zld (gesloten; laatste meetpunt 5 januari 2014) niet in dat langjarige gemiddelde opgenomen. Het langjarige gemiddelde voor de resterende "complete" datasets hebbende 31 meetstations bedraagt voor 2002-2015 379.770 J/cm² (omgerekend: 1.055 kWh/m² *). Dat is 0,23% hoger dan het gemiddelde van 378.893 J/cm² over de periode 2002-2014. 2015 was dan ook weer beduidend "lichter" dan 2014, wat ook al fors meer instraling ontving dan in 2013.

* Toegevoegd (14 jan. 2016). Siderea.nl neemt als gemiddelde instralings-periode 1991-2010 (typefout? KNMI hanteert 1981-2010 als referentie periode), en komt dáármee kennelijk op een lagere waarde uit van grofweg 1.028 kWh/m². 2015 zou volgens hen een gemiddelde instraling hebben gehad van 1.090 kWh/m², wat 6% hoger dan dát gemiddelde zou liggen. Mijn berekeningen voor 2015 komen uit op 1.087 kWh/m².

De afgelopen drie jaren is de gemiddelde instraling bij de 31 meetstations opmerkelijk toegenomen (NB: Voorschoten heeft haar eerste volledig gemeten kalenderjaar net achter de kiezen, dus geen eerdere volledige jaren beschikbaar). Was dat gemiddelde in 2013 nog 375.110 J/cm² (1,2% onder het langjarig gemiddelde van 2002-2015 liggend), werd dat al bovengemiddeld 383.544 J/cm² in 2014. En deed 2015 er vervolgens nog een schep bovenop, met 391.448 J/cm² op de teller, 3,1% boven het langjarige gemiddelde. Uiteraard haalt dat nieuwe gemiddelde voor 2015 nog bij lange na niet het ongebroken gemiddelde in 2003 (408.274 J/cm² gemiddeld voor 33 meetstations).

Ook heb ik met aparte symbolen de prestaties in het gemiddeld slechtste, en die voor het beste jaar in de getoonde meetperiode weergegeven. 2002 had een gemiddelde van slechts 361.960 J/cm², 4,7% onder het langjarige gemiddelde. 2003 blijft eenzaam de topscore uitstralen van gemiddeld 408.274 J/cm², een spectaculaire 7,5% boven datzelfde langjarige gemiddelde over de periode 2002-2015. Twee opeenvolgende jaren met ditto extremen. Zo heftig kan zelfs het (gemiddelde) "weer" dus binnen 2 jaar veranderen.

Bijstelling productie verwachting PV installaties
Bovenstaande betekent, dat exploitanten van (goed werkende) PV installaties (nog veel) hogere opbrengsten kunnen verwachten, dan ze waarschijnlijk al jaren wordt voorgespiegeld. Leveranciers willen nog wel eens extreem conservatief opbrengsten inschatten, mogelijk om geen "klachten" te horen als het een jaartje wat tegenzit met de instraling. Maar van fysieke instralings-data hebben veel leveranciers sowieso vaak weinig kaas gegeten. Ook het zogenaamde nieuwe "kengetal", door Univ. Utrecht "vastgesteld" op 875 kWh/kWp.jaar voor een "verondersteld gemiddeld" NL PV systeem, zal waarschijnlijk nog verder omhoog moeten worden bijgesteld, als de al jaren durende toename van fysiek door KNMI gemeten instraling verder zal worden gecontinueerd.

Afzonderlijke jaar metingen
Voor de vijf getoonde jaren zijn ook voor alle meetstations de afzonderlijk gemeten resultaten weergegeven in de gekleurde horizontale balkjes. We vinden daarbij voor de gemiddeld slechtst en best presterende jaren 2002 en 2003 nog twee jaar "relatieve" extremen: 342.276 J/cm² voor station Leeuwarden in Friesland (8,7% onder het langjarige gemiddelde voor die KNMI locatie). En een all-time high voor kust station Vlissingen. Wat met haar ongebroken record instraling van 426.625 J/cm² in het ongekende jaar 2003 6,6% boven het toch al spectaculaire langjarige gemiddelde, gemeten nabij kerncentrale Borssele bij Vlissingen uitstak.

Er is in de KNMI overzichten geen andere jaar waarde terug te vinden die hoger uitkomt dan genoemde hoge instraling voor Vlissingen in het record jaar 2003. Maar er zijn beslist nog veel lagere instralingswaarden te vinden dan genoemde 342.276 J/cm² voor Leeuwarden in het gemiddeld slechtst presterende jaar 2002. De laagste jaar instraling die ik kon vinden in volledig bemeten kalenderjaren was een treurige 308.967 J/cm² in het jaar 1998, een "heel somber" jaar, wat bovendien een regen record op haar geweten heeft volgens het KNMI. Deze zeer lage instralings-waarde werd gemeten op weerstation Twenthe. Die waarde ligt een spectaculaire 16,2% onder het langjarige gemiddelde voor dat KNMI station. Voorwaar, een jaar wat je gaarne zo snel mogelijk weer wilt vergeten, zeker als je daar hebt gewoond in die periode...


(8) Curiosum: Deel van noord-oost Nederland presteerde in 2015 juist slechter
Als u de laatste grafiek goed bekijkt, zult u bij enkele stations voor afgelopen jaar 2015 juist minder hoge instralingsniveaus zien dan in het voorgaande jaar (blauwe streepje voor 2015 ligt onder het groene voor 2014). Zonder uitzondering bevinden deze vijf KNMI stations zich in noord-oost Nederland. Het betreft Hoorn (Terschelling, Fr.), met een gering verschil; Leeuwarden (Fr.), Lauwersoog (Gr.), Eelde (Dr.), en Nieuw Beerta (Gr.), dus uitsluitend locaties in de noord-oostelijke drie provincies. Lauwersoog was daarbij de meest opvallende negatieve uitschieter: 379.617 (2015) t.o.v. 388.926 J/cm² (2014). Resulterend in 2,4% minder instraling in 2015 dan in 2014. Het langjarige gemiddelde voor dat station is echter nog lager, 375.334 J/cm². Dus ondanks die "negatieve trend in 2015", blijft ook voor Lauwersoog overeind staan, dat recente jaren (flink) hogere instralingsniveaus kennen dan gemeten over een lange voorgaande periode. Alleen was 2015 voor noord-oost Nederland kennelijk een terugval t.o.v. het voorgaande jaar, mogelijk door langdurige mist en bewolking. Ook al was de lente zeer zonrijk in 2015, het meetstation Eelde (noord Drenthe) gaf landelijk bezien de laagste instraling te zien in die belangrijke periode volgens het KNMI. In de zomer rapportage voor 2015 werd door het weer instituut ook melding gemaakt van de laagste instralingswaarden voor stations Nieuw Beerta en Eelde in en nabij Groningen. Als in de normaliter "meest zonrijke" lente- en zomer periodes de instraling gemiddeld "relatief laag" is (in de nationale statistieken), heeft dat uiteraard de hoogste impact op de jaartotalen. De "grens" lijkt wat dat betreft redelijk scherp te zijn geweest, want het station Hoogeveen, t.o.v. Eelde ruim 45 kilometer verder zuidwaarts gelegen in zuid Drenthe, had een fors hogere instraling in 2015 dan in 2014. I.t.t. haar iets noordelijker gelegen zuster stations.

Tot slot
Polder PV zal nog meer data uitwerken, met name voor de seizoensmatige detaillering van de cijfers van ons nabijgelegen meetstation Valkenburg ZH (wat gelukkig nog steeds actief is, ook al staat het helaas op de nominatie om gesloten te worden). Dit, om de eigen zonnestroom productie data op een behoorlijke wijze te kunnen "wegen". Mede gezien de in dit artikel onomstotelijk aangetoonde trend dat er gemiddeld genomen steeds meer licht op onze PV modules valt. Ook voor Valkenburg ZH: in 2015 weer beduidend meer in 2014, wat ook al fors meer licht liet zien dan in 2013.

KNMI instralingsdata deel 3: landelijke ontwikkeling (14 januari 2015: Uitgebreide analyse Polder PV tm. 2014, incl. achtergronden)

Daggegevens van het weer in Nederland (KNMI, volledige meetreeksen, interactieve selectie, etc.)
Zeer warm en zeer zonnig 2015 (28 december 2015; voorlopig KNMI jaarbericht 2015; later bijgestelde data in aangepast bericht van 6 januari 2016)
Jaar 2015 (5 januari 2016; KNMI jaaroverzicht weer in 2015)

Achtergrond - Waarnemingen klimaatveranderingen (standaard referentieperiode KNMI: 1981 - 2010. "De zonnestraling is vanaf de jaren 80 toegenomen, met 9 procent tussen 1981 en 2013". Verklaring KNMI: "de lucht schoner is geworden en daardoor ook transparanter")

2 januari 2016: Zonnig oudejaars-bivak Polder PV in Noord-Brabant. Traditie-getrouw zijn de webmaster van Polder PV en zijn partner weer de "Nederlandse jungle" op gaan zoeken, met de jaarwisseling. Ditmaal voor het eerst (deels) op de fiets, het was oudejaarsdag namelijk schitterend zonnig - en voor december absurd "warm" - weer. We zijn met de NS naar Breda afgereisd met onze Biohummer® resp. (nieuwe) Ecosuvfie®. Vandaar zijn we via de prachtige fietsroute langs het riviertje de Mark door het Brabantse landschap gefietst. Hebben tijdens de route twee maal een stuk België doorkruisd, en vonden uiteindelijk na het invallen van de schemering ten zuiden van Bladel de bivak plek op NTKC terrein De Smagten. Hier zijn we eerst in de slaapzakken gekropen om weer op te warmen, want we waren onderwijl flink afgekoeld in de schemering. Vervolgens hebben we met een ander avontuurlijk, ook in een tentje bivakkerend stel, de jaarwisseling doorgebracht bij het door hen al opgestarte kampvuur.

De NTKC staat bekend om haar prachtige kampeer plaatsen. De Smagten doet daar niet voor onder: heerlijk kamperen, zomer of winter.

Tijdens onze fietstocht passeerden we ook weer het nodige "solar moois". Je bent verslaafd of niet, vandaar hierbij wat foto's van enkele "zonnestroom genererende objecten".

Belgische hoeve met 40 monokristallijne PV modules, ten noorden van Meerle, met op de voorgrond een akker met asperge dijkjes onder plastic.

Wederom een agrarisch bedrijf op Belgisch grondgebied, met in totaal 285 monokristallijne modules (geschatte omvang zo'n 63 kWp indien 220 Wp modules gebruikt). Let op de brede ventilatie spleet tussen de golfplaat daken en de modules door middel van toepassing van een kruisverband frame opbouw (2 liggers dwars op elkaar). En op de byzonderheid dat de twee linker module velden óver de nok heen zijn gebouwd, waarbij de achterzijde met vertikale steunen is verankerd op de noordzijde van het dak.


KLIK op foto voor uitvergroting

Deze Belgische pluimveehouderij, de Heggehoeve, was van "iets grotere" omvang dan wat je normaliter op het dak van "een" boerderij tegenkomt. Gelegen in Weelde, heeft dit complex naar schatting 576 modules. Indien gerealiseerd in de "hoogtijdagen", 2011 (VREG: 828 MWp nieuw PV vermogen in Vlaanderen in dat jaar), en een verondersteld 220 Wp module, zou deze generator een vermogen kunnen hebben van zo'n 127 kWp. Het was de grootste die we tegenkwamen tijdens onze korte encounters met Belgisch grondgebied. Voor een detail zie ook onderstaande foto:


KLIK op foto voor uitvergroting

Op Nederlands grondgebied kwamen we nog niet zoveel boerderijen met grote PV installaties tegen. De intensivering van de veesector heeft wel zeer zware impact, overal zie je gigantische nieuwe stallen bij melkvee-, varkens- en pluimvee bedrijven. En overal ruik je de onvermijdelijke daarmee geassocieerde zware mestlucht. Niet zo'n prettige ervaring voor een veggie stel als onderhavige. In Hooge Mierde kwamen we een boerderij tegen met een "bescheiden" PV installatie van ongeveer 230 modules.


KLIK op foto voor uitvergroting

Indien recent gerealiseerd, en als 250 Wp het module vermogen zou zijn, zou deze generator zo'n 58 kWp geïnstalleerd vermogen kunnen hebben (is verder niets van bekend).

Op Nieuwjaarsdag hebben we de tent weer opgebroken, en zijn we grotendeels via de LF51 fietsroute naar Eindhoven gefietst, en zijn daar weer op de trein gestapt. Onderweg kwamen we nog meer #solarmoois tegen.

In de buurt van Eersel kwamen we deze woning met fraai ingebouwd PV systeem met 20 monokristallijne all-black modules tegen "tussen de pannen". Kennelijk aangebracht door de lokale installateur Kennis Totaal Techniek, gezien het bord.


KLIK op foto voor uitvergroting

Ogenschijnlijk een "normale" installatie van 52 modules op een schuur van een boomkwekerij aan de rand van Eersel. Totdat je oog valt op een "ongebruikelijke" grondgebonden tweede installatie, waar je straal overheen zou kunnen kijken als je er niet op bedacht bent. Nog net te zien voor de heg rechtsonder, met nog eens 24 PV modules (totaal 76 panelen, met een geschat totaal vermogen van zo'n 19 kWp). Dat "ongebruikelijke" is trouwens in Nederland alweer te relativeren, want ik heb inmiddels een folder gevuld met al tientallen vergelijkbare kleine grondgebonden PV installaties, her en der verspreid in Nederland. Dergelijke systemen zijn vergunningsplichtig. PV systemen op daken - onder enkele beperkende voorwaarden - echter niet.

Even verderop, hadden we uitzicht op deze grote PV installatie op een grote, nieuwe stal bij een boerderij in het gehucht Duizel, vlak bij een hoogspanningsmast (stal nog niet te zien op digitale foto's van Google Maps e.a.).


KLIK op foto voor uitvergroting

De volledige bovenhelft, en ruim een derde deel van de onderhelft van het dak is gevuld met zonnepanelen. Bij nadere bestudering van een uitvergroting van de oorspronkelijke, van veraf genomen foto, lijkt het om een forse installatie te gaan van grofweg zo'n 375 modules (waarschijnlijk richting 95 kWp gaand, mogelijk zelfs meer). In deze contreien is sowieso veel vermogen gerealiseerd, met name op boerderij daken. De buurt Duizel bevat 257 kWp volgens de laatste informatie van Klimaatmonitor (een minimum, aangezien die database van Rijkswaterstaat niet alle installaties bevat).

De grootste toch een Nederlandse installatie - op nieuwjaarsdag
Wie Eersel noemt en bekend is met eerdere publicaties van Polder PV, weet, waaróm hij "even" af wilde wijken van de fietsroute. Want in Eersel staat een zeker in het begin bij weinig mensen bekende, enorme installatie op het grote nieuwe complex van Venco Campus, wat in de vorm van een kippenei is gebouwd (zie kaartje Klimaatmonitor verderop). Vandaar dat ik daar "even" heen wilde, al had dat wel wat voeten in de aarde omdat we een omweg moesten maken (de zuidelijke toegangsroute N397 vanuit Valkenswaard is verboden voor fietsers). Maar uiteindelijk kwamen we bij het fraaie Biesven waar het complex aan is gebouwd, en wat door onafhankelijk EPC / BREEAM controleur Souverein Advies als het energiezuinigste kantoorgebouw van Nederland is bestempeld (NB: voordat The Edge aan de Amsterdamse Zuid-as werd opgeleverd).


KLIK op foto voor uitvergroting

Daar mocht wel even voor worden geposeerd, want het dak heeft een enorme PV installatie van maar liefst 5.712 monokristallijne panelen van de Chinese producent Trina Solar. Met een gezamenlijk vermogen van ruim 1,6 MWp, waarmee het (momenteel, voor zover mijn kennis reikt) het 5e grootste single-site PV systeem is in ons land, cq. het op-3-na-grootste dakgebonden project (laatste analyse grote projecten zie hier).

Je kunt via een parkeerplaats aan de zuid-oostkant wat hoger komen, waarbij je een mooi uitzicht over een deel van het dak van het complex krijgt:

Hier is goed te zien dat het PV systeem gebouwd is op grote sheddaken bovenop het platte dak. In totaal zijn er 12 van die sheddaken, de voorste en de achterste twee korter van lengte dan de overige 8 in het midden-segment van het ei-vormige dak. Alle modules zijn voorzien van SolarEdge optimizers, en de energie productie kan dus afzonderlijk per paneel worden uitgelezen.

In Klimaatmonitor vinden we voor het eerst het ei-vormige gebouw van Venco Campus terug in het digitale kaartmateriaal (door mij met pijlkop aangeduid). Het gebouw ligt net in de randzone van de "buurt Verspreide huizen Duizel", waar volgens de synthese van Klimaatmonitor (verzameldossier KMt) ruim 1,6 MWp vermogen toe wordt gerekend. Dat ligt vrijwel allemaal op dat ene gebouw, de "buurt" is echter veel groter dan wat hier is afgebeeld (rose gedeelte aan de linkerzijde van het plaatje). Het plaatje komt uit de vernieuwde Klimaatmonitor database van Rijkswaterstaat.

Op het hoog-gelegen parkeerterrein aan de zuid-oostzijde van het complex staan maar liefst 5 oplaadpalen voor elektrische auto's.

Geen ingeprikte e-vehikels op deze eerste dag van het nieuwe jaar. Wie hier in de zomer overdag z'n automobiel elektrisch oplaadt, heeft een goede kans dat de meeste elektronen gegenereerd zullen zijn op het naburige dak van Venco Campus. Overigens, een dak waarmee gemeente Eersel, met relatief weinig inwoners, enkele jaren hoge ogen heeft gegooid bij het vermogen per inwoner, zoals getoond in de betreffende grafiek in mijn analyse van 12 november 2015. Alleen is de gemeente in 2015 aan het "terug zakken" in de nationale rangorde, omdat er t.o.v. andere hard gegroeide gemeentes slechts zeer beperkt vermogen is bijgekomen in de laatste paar jaar. Venco Campus is al in het najaar van 2012 opgeleverd.

Leverancier van het Venco Campus PV systeem is Aliusenergy BV, wat op loopafstand bezuiden het complex haar hoofdkantoor heeft. Ze verzorgen trainingen voor het door hen, als grootste groothandel in de Benelux, gepopulariseerde SolarEdge optimizer systeem. Tegenwoordig zijn ze bezig met alweer een nieuwe ontwikkeling, JA Solar PV modules gecombineerd met een warmte - leverende back-unit. Gevoerd onder de handelsnaam VolThera PV-T panelen.

Tot slot - nieuwjaars-wens
Rest mij alle lezers van Polder PV natuurlijk nog een prachtig nieuw jaar toe te wensen. Waarbij, dat kan ik u alvast op een briefje geven, het ene na het andere record gebroken zal gaan worden in de fotovoltaïsche sfeer in ons land. Zowel wat "de grootste PV-installatie in categorie x, y, of z" betreft. Als het te verwachten totaal bij te plaatsen nieuwe zonnestroom vermogen. Vandaar voor u deze laatste, door mijn partner gemaakte foto bij de kampvuur plaats van De Smagten in Bladel:

Eind 2015 in Bladel weer uitgeblust, afkoelen maar.

Dan wordt 2016 weer een "heet" en zonnig Nieuw Jaar.

Het is maar dat u het weet,

't wordt weer zonnepanelen bij de vleet.

Misschien installeert u er ook nog wel een paar.

25 december 2015: Nieuwe records bij inventarisatie grote PV projecten Nederland - meer dan 200 MWp single sites in database. Het is een drukke periode geweest bij de continu voortgaande inventarisatie van grote, gerealiseerde PV projecten voor Polder PV. Wekelijks zijn er weer veel nieuwe grote projecten bijgekomen, en het doorvlooien van talloze oudere bestanden om de "oude populatie" in de spreadsheet te krijgen gaat tussen alle drukte zo goed en kwaad als dat gaat door. Daarnaast ligt er een werkelijk verpletterend aantal plannen voor (grote) projecten klaar, u gelooft uw ogen niet als u die bonte verzameling zou kunnen zien. Variërend tussen "direct afgeleverd uit het geboortekanaal bij wellicht nog erg naïeve plannen makers", tot "alleen nog even de netaansluiting op orde brengen, en we kunnen gáán met die solar banaan...". Deze update beschrijft echter alleen de (reeds gevonden) realisaties. De plannetjes wacht ik nog even mee, want het is Kerst, en ik wil ook nog andere dingen (kunnen) doen.

De vorige, op zich al heftige update was van 18 augustus jl. De huidige is van 25 december 2015. Een leuk Kerstkindje, derhalve. Er zitten inmiddels al ver over de 2.600 PV single-site zonnestroom projecten groter of gelijk aan 15 kWp in de spreadsheet, met een gezamenlijk vermogen van meer dan 208 MWp. 56 MWp meer dan in de vorige update. Een nieuw record is gevestigd bij de grootste PV-projecten: er zijn nu reeds 11 bij mij bekende single-sites groter dan 1 MWp daadwerkelijk gerealiseerd. Met een 12e die op het punt staat om te worden aangesloten aan het net (als er geen beren op de weg komen, wat niet kan worden uitgesloten). Gezamenlijk zijn alleen die 12 exemplaren al goed voor 19 MWp (het 12e project heb ik al opgenomen in de "realisaties" lijst, de modules zijn allemaal al geïnstalleerd en de bekabeling aangebracht). De verwachting is, dat het aantal en het geaccumuleerde vermogen bij de grote PV projecten rap verder gaat toenemen, en dat de impact ervan op het totaal geïnstalleerde vermogen navenant ook verder zal gaan stijgen.


  • 1 kWp = 1.000 Wp = bijna 4 moderne modules met een nominaal vermogen van 255-260 Wp.
  • 1 MWp = 1.000 kWp = bijna 3.850 modules van 260 Wp, een oppervlakte van ongeveer 6.300 vierkante meter.
  • 200 MWp = bijna 770.000 modules van 260 Wp, een oppervlakte van bijna 1,3 miljoen vierkante meter. Ongeveer 174 voetbalvelden van het "maximale" formaat verordonneerd door de KNVB.

Inventarisatie
In de niet door mij openbaar gemaakte*, enorm gegroeide installatie lijst, talloze records bevattend van partijen die hun fraaie projecten liever niet aan de grote klok willen hangen, vinden we de volgende verdeling van aantallen projecten en vermogen per "grootte-klasse" weer. Omdat het aantal single-site projecten groter of gelijk aan 1 MWp inmiddels groter is dan - een historische - "tien", heb ik die categorie afgesplitst van de volgende categorie, die derhalve nu is ingeperkt tot "groter of gelijk aan 500 kWp tót 1 MWp.

Disclaimer: Bovenstaande grafiek geeft de situatie weer tijdens publicatie van mijn artikel. De aan de basis ervan liggende projecten spreadsheet wordt bijna dagelijks bijgewerkt. Niet alleen met zowel "oude" als nieuwe entries. Maar ook: Oude opgegeven of afgeschatte data kunnen wijzigen (nieuwe inzichten, nieuwe bronnen, correcties van project eigenaren of betrokkenen, etc.), dus de aantallen en de (totale) vermogens per categorie veranderen mee met elke aanvulling/wijziging. De "verhoudingen" tussen de categorieën veranderen echter niet in opvallende mate met deze soms dagelijkse wijzigingen. Wel is de verwachting dat, met name door implementatie van via de SDE (2013 en) 2014 gesubsidieerde projecten, vooral de grotere categorieën een (nog) hogere impact gaan krijgen in het totale volume (MWp). De categorie indeling op de X-as is in kWp klassen opgegeven.

In de grafiek vinden we een verdeling van de tot nog toe gevonden (NB: absoluut nog lang niet alle "aanwezige") gerealiseerde / opgeleverde, in mijn spreadsheet opgenomen PV projecten in Nederland, groter of gelijk aan 15 kWp. Vooral de "kleinere" categorieën van 25-50 en, met name, 15-25 kWp zullen structureel, en chronisch zijn onder-vertegenwoordigd. Dit, omdat er steeds minder aandacht aan wordt besteed in zowel pers-uitingen, als op webpagina's van installateurs e.d. Vandaar dat ik met een verticale stippellijn heb aangegeven dat aan de rechterzijde van de grafiek (de kleinste installaties tot zo'n 50 kWp) er heel veel aantallen installaties zullen, en opgestelde capaciteit (MWp) zal ontbreken, het meest in de kleinste categorie. Het zwaartepunt van mijn inventarisatie blijft op de "echt grote" projecten liggen, en dat is dus aan de linkerkant van die stippellijn. Die natuurlijk ook niet als "absoluut" dient te worden gezien, er zullen beslist ook wel grotere projecten dan 50 kWp niet of nauwelijks in de media zijn terechtgekomen, al lijkt die kans geringer te worden naarmate die projecten (nog) groter zijn. Maar vergis u s.v.p. niet: er zijn beslist partijen, die in het geheel géén ruchtbaarheid aan hun gerealiseerde "zeer grote" solar-moois willen geven. Ik heb daar verschillende, soms zelfs ronduit spectaculaire voorbeelden van in mijn spreadsheet, die ik via verschillende kanalen op het spoor ben gekomen.

Binnen de 7 hier onderscheiden grootte-klassen, waarbij zoals gezegd die voor single-site projecten groter of gelijk aan 1.000 kWp is toegevoegd, helemaal links in de grafiek, zijn wat de aantallen betreft ("natuurlijk") de categorieën >=50-100 kWp (660 stuks) resp. >=25-50 kWp (879 stuks) dominant. Dat de kleinste categorie "ondergewaardeerd" is met slechts 622 stuks, komt door genoemde reden ("projectjes niet veel meer in media terechtkomend"), en het feit dat mijn aandacht vooral naar de echt grote projecten blijft gaan bij de inventarisaties (álles wat ik op dat vlak tegenkom "moet direct in de spreadsheet", het kleinere grut kan wat langer wachten). De verwachting is natuurlijk, dat die kleinste categorie >=15 tot 25 kWp in werkelijkheid waarschijnlijk de mééste projecten zal bevatten.

* Mocht u Polder PV willen helpen om de grote projecten sheet >= 15 kWp verder te vervolmaken, stuurt u dan s.v.p. een e-mail om uw eventuele contributie kenbaar te maken. Wat niet reeds publiek is gemaakt, zal beslist niet door mij aan derden worden doorgegeven of met naam en toenaam worden geopenbaard. Eventueel verstrekte project gegevens blijven geheim, tenzij expliciet anders aangegeven. Met grote dank voor uw hulp, deze klus is een majeure operatie...


471x >= 100 kWp, groot, groter, grootst
Wat de grootste installaties betreft, zijn er daar natuurlijk nog niet veel van, de eerste drie categorieën (vanaf 250 kWp) hebben er nog "maar" 132. Maar dat zijn er wel al 42 (!) meer dan in de update van augustus. Dat is vrijwel allemaal in 2015 gerealiseerd, een toename in mijn database van 47%. Met de notitie dat ik beslist grote projecten (nog) over het hoofd zal hebben gezien. Ook is het goed om te beseffen dat we nu al (minimaal) 471 PV single-site projecten hebben die groter of gelijk zijn dan 100 kWp. Dat zijn er alweer tien meer dan ik verkondigde tijdens de informele "TSF NL Networking Event" in Utrecht, op 8 december jl., georganiseerd door Solar Plaza (foto impressie). En maar liefst 127 (!) meer dan de 344 stuks in de update van 8 augustus... Het gaat dus, zoals al meermalen door mij voorspeld, heel erg rap met die grotere PV installaties. 12 projecten daarvan hebben al een omvang van 1 MWp of meer. WDP / Wehkamp (Zwolle Ov) heeft een tijdje geleden al langjarig (sinds 2002) kampioen Floriade dak (Vijfhuizen NH) van de eerste plaats verdrongen. Ik rapporteerde daar over op 2 september jl, in een bericht waarin ik ook de betreffende gemeente Zwolle als nieuw nationaal gemeentelijk kampioen neerzette (wat geaccumuleerd PV vermogen betreft). Wat in een volgende Klimaatmonitor update werd bevestigd.

Begin 2016 zal, naar verwachting, ook nog het by far grootste PV-project van Nederland, fors (over-) gesubsidieerd (Waddenfonds, bijdragen province, gemeente, project partners, én een in tijd daardoor wegens milieu steunkader regels "beperkte" SDE 2014 subsidie, fase 5), 6 MWp Ameland, officieel worden opgeleverd. De zonnepanelen "liggen er allemaal al op", de bekabeling is al tot het trafostation gevorderd. Nog wat laatste punten op de i, "de kabels en de kroonsteentjes" aansluiten (geintje op facebook), en het project is af. Fraaie project foto's vindt u hier. Zonnepark Ameland staat echter nog niet in mijn grafiek, maar zal vast in de volgende versie terecht gaan komen (en de gemiddelde projectgroottes een flinke schwung opwaarts gaan geven).

Bij de accumulaties van de vermogens is er een concentratie rond de projecten >=100-250 kWp (totaal vermogen binnen die categorie bijna 50 MWp), en de 1 stap kleinere categorie >=50-100 kWp (ruim 44 MWp). Vervolgens is de - waarschijnlijk in de media al ondergewaardeerde - categorie tussen 25 en 50 kWp aan de beurt die al bijna 32 MWp telt. Stapsgewijs nemen de accumulaties bij de grootste categorieën af van 28 MWp (categorie 250-500 kWp) via 23 MWp (500-1.000 kWp) naar 19 MWp (projecten >= 1 MWp). De kleinste categorie (15-25 kWp), chronisch "ondergewaardeerd" in de media, heeft nog maar minder dan 12 MWp verzameld in mijn database. Maar het is natuurlijk in werkelijkheid veel meer.

Met alle nieuwe projecten bij elkaar staat er nu ruim 208 MWp in mijn single site projectenlijst. Dat is maar liefst 56 MWp meer, verdeeld over 615 nieuwe PV projecten, dan in de update van 131 dagen geleden. U ziet: ik heb aardig door gewerkt de laatste maanden...

In onderstaand staatje heb ik t.o.v. de vorige update van medio augustus de toenames weergegeven van de nieuw toegevoegde projecten in de verschillende categorieën in procenten, voor zowel de aantallen als voor de accumulaties van de capaciteit per categorie.

Zowel bij de aantallen PV projecten, als de toename van het geaccumuleerde vermogen in de betreffende categorieën, waren de laagste percentages bij de categorie 50-100 kWp terug te vinden (26% resp. 27%). Wat al forse toenames zijn. Maar recordhouder in beide statistiek toenames was de grote project categorie van een halve tot één MWp. Waarvoor de toenames sinds augustus 59% (aantallen installaties toegevoegd) tot maar liefst 67% (bijgeschreven aantal MWp-en) waren. Bij de categorie 250-500 kWp vinden we ook hoge toenames (42 resp. 44%). Ook de grootste door mij onderscheiden categorie nam flink toe, de helft bij de aantallen, en 37% bij het bijgeschreven vermogen. Het is het zoveelste teken aan de wand, dat SDE 2014 flink in de realisatie fase is beland. Want de gemiddelde beschikte installatiegrootte voor de 2.973 oorspronkelijk toegewezen PV projecten binnen die regeling was maar liefst 297 kWp. Derhalve was ook al te verwachten dat het aantal - voor Nederlandse begrippen - "grote tot zeer grote" projecten ook flink toe zou gaan nemen. Die verwachting is al in het eerste "echte" realisatie jaar, 2015, duidelijk uitgekomen. Bij de totalen van alle single-site projecten >= 15 kWp, zijn de toenames ook hoog geweest: 30% voor de aantallen in de lijst toegevoegde projecten. En 37% bij de geaccumuleerde capaciteit.


Verdeling over de kalenderjaren in de onderzochte populatie PV projecten
Het is beslist lastig om van alle grote PV projecten informatie te vinden in welk jaar ze zijn opgeleverd. Met veel moeite lukt dat bij de meeste projecten wel, maar ik heb ook een hoop exemplaren waarvoor dat nog niet duidelijk is. Die heb ik het label "onbekend" meegegeven. Ik heb nu voor het eerst ook van de huidige stand van zaken een grafiekje gemaakt met de verdeling over de kalenderjaren (jaar van oplevering). Van projecten die tussentijds zijn uitgebreid (een frequent voorkomend verschijnsel in ons land, wat alles met de voortdurend wipkippende, zeer onbetrouwbare incentive regelingen heeft te maken), heb ik het uitbreidingsjaar, voorzover traceerbaar, genomen als uitgangspunt. Omdat we geen nationale projecten database hebben, blijft het derhalve roeien met de riemen die je hebt. Het is echt lastig om "degelijke" cijfers en goede, betrouwbare project informatie uit dat soort excercities af te leiden. Er zijn verder ook zeer grote verschillen in de kwaliteit en de volledigheid van data over PV projecten, tussen de vele honderden leveranciers cq. installatie bedrijven. De project selectie geeft in ieder geval onderstaande beeld, met vijf verschillende berekende parameters.


^^^
NB: Y-as is logarithmisch!

Helemaal rechts vindt u in deze onderzochte populatie van 2.632 projecten de grote hoeveelheid (346, 13% van totaal) projecten waarvoor ik nog geen jaar van oplevering heb kunnen vinden. Dit kan best veranderen, als er meer info over die projecten beschikbaar komt, en zal derhalve in toekomstige updates worden gecorrigeerd. De trend, dat is waar het om gaat, en die vinden we in de lijn-curves voor projecten waarvoor het jaar van oplevering wel (soms met moeite, soms een verantwoorde schatting betreffend) kon worden achterhaald.

Het aantal projecten waarvoor het opleverings-jaar bekend is, in blauw, was in het begin natuurlijk extreem bescheiden, met een grillig verloop vanwege de toen al beruchte knipperlicht regelingen (NOVEM, MAP, EPA). Het aantal grote projecten >= 15 kWp stijgt sedert 2008 snel, en lijkt af te vlakken, maar dat is schijn, omdat de Y-as logaritmisch is weergegeven. Was het aantal tot nog toe gevonden, in 2009 opgeleverde projecten nog slechts 3, in 2012 was het al gestegen naar 292 stuks (eerste effecten SDE 2009-2011). En, na een lichte, mogelijk statistisch niet relevante inzinking in 2014, zitten we in het huidige jaar, met waarschijnlijk nog een hoop projecten die ik over het hoofd heb gezien, en die ik in de loop van de tijd hoop "te vinden", nu al op een record van 628 nieuwe grote projecten (het zijn er natuurlijk veel meer, vooral vanwege de zeer zware onderwaardering van de kleinste project categorieën).

De bovenste, groene curve geeft het totale aantal per project bekende, dan wel uit opgegeven vermogens en jaar van oplevering afgeleide aantal panelen van alle getelde installaties bij elkaar weer. Na een flinke dip in "Brinkhorst Droogte" jaren 2005-2008 nam dit ook snel toe, van (nog zwaar onderschat, nog bij te plussen) 578 stuks in 2009, naar een zeer sterk gestegen volume van ruim 438.000 nieuwe exemplaren tot nog toe geteld in 2015. Veel van die panelen zijn in de zeer grote boerderij complexen gaan zitten waarvan ik wederom de ene na de andere voorbij heb zien komen het afgelopen jaar. Een continuering van een trend die al een paar jaar bezig is in de agrarische sector. En waarmee reeds vele honderden plekken in de spreadsheet zijn bezet.

Nieuw toegevoegde vermogens per jaar, vermogen per paneel
Natuurlijk nauw gerelateerd aan het vorige exemplaar is de nieuwe capaciteit in kWp die per jaar is toegevoegd binnen de getelde populatie, weergegeven in de bruine curve. Daarbij moet echter wel worden beseft, dat het gemiddelde vermogen per (kristallijn) zonnepaneel flink is toegenomen, van grofweg 100 Wp begin deze eeuw, naar inmiddels al - commercieel veel toegepast - een (ook fysiek een stuk groter) module van zo'n 260 Wp. Een kennelijke anomalie (verstoring van de trend bij de twee curves), "relatief veel" panelen, en "relatief weinig" nieuw vermogen, in 2011, zou verklaard kunnen worden vanwege veel projecten met amorf / microkristallijn Si dunnelaag panelen in dat jaar. Die panelen hadden gemiddeld genomen een veel lager vermogen (grofweg zo'n 130 Wp) dan de toen al populaire kristallijne zusjes met vermogens (ver) boven de 200 Wp per stuk. Veel van die dunnelaag projecten werden gerealiseerd door de succesvolle agrarische leverancier Agro-NRG.

De "anomalie" voor 2011 zien we ook terug in de oranje curve, "gemiddelde module grootte", berekend uit het totaal nieuw toegevoegde vermogen en het aantal nieuw geplaatste zonnepanelen per kalenderjaar. Daar zien we een kleine dip in de curve ("gemiddelde paneel vermogen iets minder"). Maar de globale trend blijft natuurlijk ook mondiaal gaan naar steeds grotere paneel vermogens. Dat lag begin deze eeuw nog rond de 100 Wp. In 2015 zijn we gemiddeld genomen, in de onderzochte populatie, al gearriveerd bij 243 Wp. Daarbij s.v.p. op het netvlies houden, dat ook al behoorlijk veel moderne dunnelaag projecten, zoals de twee Thyssen-Krupp installaties (13.000 Solar Frontier panelen op locaties Veghel en Zwijndrecht) en de iets oudere, ruim 5.500 CIS module bevattende installatie bij IKEA Zwolle, het "dominante kristallijne Si volume" onder druk zet. Tegenwoordig is Solar Frontier populair (ook vanwege het niet hoeven rapporteren aan de Douane m.b.t. de handelsstrijd met China). Het momenteel hoogste module vermogen van deze Japanse leverancier (Shell dochter!) is 170 Wp (EU website). Fors minder dan de "courante" 260 Wp silicium modules. Nieuwe loten aan de dunnelaag stam, al gesignaleerd in Nederland, nadat de Taiwanese halfgeleider fabrikant TSMC had aangekondigd dat ze zouden stoppen met hun dunnelaag avontuur, zijn de uit Amerika komende CIGS merken Miasolé (opgekocht door Hanergy uit China), en het nog onafhankelijk opererende Stion. De eerste grotere projecten zijn inmiddels reeds gerealiseerd, waaronder, nota bene, een postcoderoos installatie in Andijk (NH). Het relatief hoge aandeel van de, nog steeds door Solar Frontier in alle opzichten gedomineerde dunnelaag projecten in de Nederlandse "grote projecten markt", maakt, dat het gemiddelde module vermogen daar in "relatief laag ligt". In een tijd dat er massaal aan burgers kristallijn Si panelen worden verkocht met minimaal 250-260 Wp per module (en soms al over de 300 Wp heen gaand).

Ook bij het nieuw geïnstalleerde vermogen binnen de onderzochte project populatie, zien we een zeer scherpe toename van 2014 naar 2015: er kwam bijna 107 MWp nieuw gevonden volume bij, waar dat in 2014 nog slechts 27 MWp was. Grofweg een factor vier maal zoveel. Of dat ook de reeële trend bij alle installaties groter of gelijk aan 15 kWp is geweest, durf ik nog niet zo hard te stellen. Daarvoor heb je het liefst zo groot mogelijke cijfer populaties nodig, en in de huidige ontbreekt gewoon nog teveel, en zijn er nog te veel onzekerheden. Maar dat de toename vrij explosief cq. "een trendbreuk" zal zijn geweest lijkt wel duidelijk. Daarbij weet ik zeker dat ik veel volume "mis", en in een voor grote projecten sterk groei jaar als 2015, gaat het dan al rap om vele MWp-en die ik (nog) niet op het netvlies heb. We kunnen alleen al op basis van de in de grafiek weergegeven bruine curve, én de notie dat de residentiële markt in 2015 sterk is door gegroeid, concluderen, dat 2015 een nieuw record jaar gaat worden voor het afgezette nieuwe volume. Hoeveel het gaat worden, is nog niet duidelijk, hopelijk gaat CBS daar in het voorjaar van 2016 een eerste aanzet voor geven met onderbouwde (niet bij elkaar gespeculeerde) cijfers.

Een laatste curve is die voor het gemiddelde systeem vermogen per project, de paarse lijn (in kWp). Na de chaotisch verlopen "begintijd", met maar een paar projecten, bleef het gemiddelde nieuwe project vermogen lang hangen tussen de 30 en 60 kWp in de >=15 kWp projecten markt. Echter, wederom is ook hier een zeer duidelijke trendbreuk zichtbaar. In 2015 ging dat systeem-gemiddelde, over veel meer projecten dan in het begin van deze eeuw per jaar werd toegevoegd, plotsklaps zeer fors omhoog. En belandde het in de onderzochte populatie al op een spectaculair gemiddelde van 170 kWp per nieuw project. Wederom: de SDE 2014 implementatie doet zich dit jaar al volop gelden...

Als je de blauwe curve (aantal projecten) vergelijkt met de bruine (vermogen bij diezelfde projecten) in de periode 2011-2015, is er een onontkoombare conclusie: het aantal nieuw gevonden projecten stijgt nog steeds per jaar. Het totaal daarmee toegevoegde vermogen stijgt echter veel harder, met name in 2015. De projecten worden gemiddeld genomen dus steeds groter. Een feit waar de sector "rekening" mee moet (gaan) houden in haar marktbenadering. Want het gaat om een compleet ander marktsegment dan de residentiële sector. Met grote potentie, maar ook met haar specifieke - vaak complexe - problemen.


Vrijeveld installaties
Ook na de vorige update is het nog niet echt opgeschoten met de talloze plannen voor "grondgebonden PV". Behalve het al genoemde Ameland (nog niet opgeleverd), heb ik nu geaccumuleerd wat realisaties betreft, binnen het al genoemde totaal van ruim 2.600 installaties, 41 projecten en kleinere installaties met een geaccumuleerd vermogen van 8,1 MWp in de spreadsheet staan die als "vrijeveld" mogen worden gekwalificeerd. Nog afgezien van de daar nog niet bij getelde tientallen micro-installaties in de tuin of op het erf bij particulieren (en sommige bedrijven). Gaan we naar het "serieuzere" werk kijken, vanaf 50 kWp, kom ik nu op 19 grond-gebonden projecten, met een gezamenlijk vermogen van 7,1 MWp. Nog steeds niet veel, maar er zit heel veel in diverse stadia van planning, dan wel uitvoering. Dus dat kan rap gaan veranderen.


^^^
Inderdaad staat deze vrije veld installatie ook al lang in mijn projecten lijst. Deze is niet zo heel erg moeilijk om te raden.
Polder PV heeft er meermalen over gesproken en foto's laten zien...

Overigens, ook hier weer een waarschuwing aan alle kleine en grote project ontwikkelaars op dit specifieke vlak: reken op - soms zeer ernstige - vertraging, want het gaat allemaal niet zo makkelijk in ons kleine, volgepropte, over-gereguleerde landje. Het eerder al aangehaalde, deels gecrowdfunde Zonnewijde project in Breda moest naar een nieuwe locatie verkassen in een zeer laat stadium, en het gevecht om de financiering rond te krijgen duurt nog steeds voort. Er is nu alweer een uitstel aangekondigd naar - hopelijk - maart 2016. Eind 2015, zoals na een eerder uitstel gepland, is alweer niet gelukt. Het project gaat dus doorschuiven naar het volgende kalenderjaar. Om over catastrofes als het binnen een jaar weer "verwijderde" Zonnegrond postcoderoos project maar te zwijgen. Tel bij de implementatie van - zelfs de kleinere - grondgebonden solar parken uw zegeningen. U zult ze nodig hebben...


Multi-sites, "vermogen gerealiseerd onbekend", en totaal in drie project dossiers
In de vorige update werd ook al gewag gemaakt van de portfolio's aan grote projecten op "verschillende plekken of plaatsen", die niet eenvoudig binnen de "single-site" spreadsheet kunnen worden opgenomen. Soms wordt er alleen maar een totaal projectvolume genoemd voor meerdere PV installaties in bijvoorbeeld een tender binnen een gemeente. En is niet altijd (makkelijk) te achterhalen wat dan wel waar is geïnstalleerd. Dergelijke projecten breng ik onder in de "multi-site folder". Die telt in deze laatste update 164 van dergelijke meervoudige locaties omvattende projecten, met een gezamenlijk vermogen van nog eens bijna 48 MWp. Dat is 8 MWp meer dan in de update van augustus.

De categorie "beslist al gerealiseerd", maar nog geen richting gevende, of in het geheel geen indicatie voor het opgestelde vermogen hebbende populatie is vooralsnog ongewijzigd. Met minder dan 2 MWp die mogelijk toewijsbaar is, maar het gros van het volume niet bekend. Het zijn meestal als "gerealiseerd" gemarkeerde SDE gesubsidieerde projecten, waar nog geen enkele specifieke project informatie over is gevonden. Hier zijn de geanonimiseerde projecten zelfs nog niet eens in opgenomen, want er is niets met die informatie te doen. Je weet niet waar je zou moeten zoeken met die forse hoeveelheid kennelijk al gerealiseerde PV projecten "ergens in Nederland". Vandaar dat onderstaande totaal uitkomst een absoluut minimum is: er is al (veel) meer gerealiseerd dan tot nog toe is gevonden en opgenomen in de projecten spreadsheet.

Gaan we alleen op de "gerealiseerde" projecten af, single-site + multi-site, en nog een geschatte hoeveelheid van 2 MWp "toewijsbaar gerealiseerd" in het "reserve lijstje", kom ik nu al op bijna 2.800 stuks, met een gezamenlijk vermogen van minimaal 258 MWp (reeds gevonden) "gerealiseerde grote PV projecten" uit. Dit kan nooit "slechts 10% van de totale populatie" zijn, zoals elders geclaimd, want dan zouden we al 2,6 GWp aan zonnestroom vermogen moeten hebben staan. Dat had leuk geweest, maar is natuurlijk polderkolder. Eind 2014 zou er volgens CBS 1.048 MWp zijn geaccumuleerd in ons land. Het is te bizar voor woorden om te veronderstellen dat er in 2015 dik anderhalve GWp aan PV capaciteit zou zijn bijgebouwd, dat is onmogelijk. Maar als we zo blijven doorgroeien, zoals we in 2015 hebben laten zien, gaan we die 2,6 GWp natuurlijk wel al binnen een kleine 2 jaar halen...


Tot slot: SDE "plus"
Ik heb ook een selectie van de "positief herkende" projecten met SDE "plus" subsidies (SDE 2011 tot en met SDE 2014, SDE 2015 heb ik nog geen realisaties van gevonden) gemaakt. Daar vallen "neutraal" met SDE subsidie geoormerkte projecten buiten, als niet duidelijk is welke regeling precies werd bedoeld. Ook alle projecten waarvan geen beschikking was te achterhalen, omdat bijvoorbeeld "een derde partij" de subsidie toewijzing heeft overgenomen, en die partij niet makkelijk is terug te vinden in de RVO lijsten, vallen daarbuiten. Tevens alle anonieme, niet aan een exact project of locatie toewijsbare beschikkingen: die heb ik achterwege gelaten. Zo kom ik tot absolute minimum aantallen en vermogens van SDE "plus" gesubsidieerde projecten die al in mijn spreadsheet "realisaties" zijn terug te vinden. Hier moet nog wel wat werk in gestoken worden, vooral van de oudere regelingen moet ik het nodige boven tafel zien te krijgen.

  • SDE 2011 144 projecten met ruim 11 MWp
  • SDE 2012 27 projecten met bijna 4,5 MWp
  • SDE 2013 178 projecten met bijna 33 MWp
  • SDE 2014 238 projecten met ruim 49 MWp (grofweg helft van totaal, zie volgende regel)
  • Totaal SDE "+" in PPV spreadsheet: 587 projecten, totaal vermogen minimaal zo'n 98 MWp

In een recente vorige analyse van de impact van de SDE 2014 regeling (7 december jl.) had ik het nog over een schatting van minimaal 44 MWp gerealiseerd voor SDE 2014: daar lijkt nu dus alweer minimaal 5 MWp bovenop te zijn gekomen. Er is natuurlijk wel nog een zeer lange weg te gaan (883 MWp beschikt voor die regeling...), met ongetwijfeld een helaas zeer substantiële hoeveelheid uitval gaande de uitvoering. Maar genoemde 49 MWp is natuurlijk al wel extreem veel hoger dan de 9,2 MWp die nog in het halfjaar rapport van 1 juli dit jaar werd genoemd door RVO. Een teken des te meer dat het heel erg hard gaat met de uitvoering van die "grootste impact van alle subsidie regelingen m.b.t. zonnestroom" hebbende SDE 2014. Als je tenminste "salderen" bij huishoudens niet als "subsidie" ziet.

Eerdere updates van Polder PV's grote PV projectenlijst:

The Solar Future VII - 6. Nieuwe mijlpaal - 2.000 grote PV projecten in spreadsheet (18 augustus 2015)
Tip of the iceberg - grote projecten lijst Polder PV inmiddels met 100 MWp gevuld (24 feb. 2015)
Nieuwste megaproject van Polder PV - eerste "duizend" binnen (15 dec. 2014)

23 december 2015: Belastingplan 2016 aangenomen - salderen zonnestroom minder profitabel, gas (netto) fors duurder incl. nagekomen teruggaaf EB 2016*. Rond 11 uur 's nachts was het zo ver. De met veel problemen omgeven voorstellen voor het Belastingplan voor 2016 (34.302 dossier) zijn na een monster proces waarin heel veel werd gesmeerd en geolied, door de Senaat in de Eerste Kamer aangenomen. VVD, PvdA, CDA, OSF en D66 stemden voor (bij zitten en opstaan). Tevens werd de politiek gevoelige "Novelle" aangenomen (34.360 nr. 2), zeg maar een noodzakelijk "correctie" om de belasting hervormings-plannen er door te krijgen. In het belastingplan is ook de "gelijkstelling" van postcoderoos projecten aan "klassiek thuis salderen" opgenomen (ergo: nihil energiebelasting betalen over de "elders" opgewekte zonnestroom uit "jouw" paneeltjes). Wat mij betreft een compleet unicum in ons land. Omdat daarmee de facto het al talloze jaren in de mond liggende "kropje sla model" feitelijk mogelijk wordt gemaakt (met de nodige bureaucratie die je door moet, en een lange adem zo'n beetje verplicht, maar dat terzijde).

Tegelijkertijd werd in dezelfde vergadering het bizarre pakket aan maatregelen verpakt in de "Wet STROOM" juist afgestemd door de Eerste Kamer. Alleen SGP, VVD, PvdA, GroenLinks en D66 stemden voor, en dat was kennelijk niet voldoende. Zeg maar even dag met het handje tegen de voortvarende uitbouw van wind op zee, want TenneT zit nu dus nog even werkeloos te wezen met een "lege" (want: de facto naar de prullenbak verwezen) Wet. Minstens een halve jaar vertraging te verwachten... Talloze andere ramificaties zijn er te verwachten van deze toestand, in ieder geval bleek de verwachte definitieve afsplitsing van de netbeheerders van de Eneco en Delta holdings (Stedin resp. het nieuw omgedoopte Enduris als netbedrijf in Delta's thuishonk Zeeland) tot in het Heilige der Heiligen, de Eerste Kamer, een hardnekkige Splijtzwam Van Formaat.

Wat velen in ieder geval slecht of in het geheel niet beseffen is, dat er weer enkele typische gifangels én engeltjes in "het pakket aan maatregelen" waren gestopt onder het "Belastingplan sensu lato", die het energie landschap weer flink op z'n kop gaan zetten. De voorbode werd al door de vierde "nota van wijziging van het Belastingplan 2016" gegeven. Maar, het is in de totale chaos van de eindejaars-discussies velen ontgaan, dat er nog een prikkelend vervolg op kwam. En dat was een extra verhoging van de energiebelasting voor gas (u weet wel, arm Groningen...). Terwijl tegelijkertijd de uitholling van de energiebelasting op elektriciteit overeind bleef.


En wat betekent dat dan allemaal wel, hooggeschatte lezers van Polder PV? Dat betekent dit, nu de Senaat voor het Belastingplan en de "bijbehorende novelle" heeft gestemd:

  • Energiebelasting op gas wordt per 1 januari 2016 met 6,058 Eurocent verhóógd van EUR 0,1911 (2015) naar een verpletterende EUR 0,25168 per kubieke meter.
  • Dat is een plotselinge verhoging van maar liefst 31,7 procent (!!).
  • Dat is exclusief btw. Incl. 21% btw wordt het extra per verbruikte m³ te betalen bedrag t.o.v. de tariefstelling in 2015: (+) EUR 0,0733/m³
  • Energiebelasting op elektriciteit wordt tegelijkertijd met 1,89 Eurocent verláágd van EUR 0,1196 (2015) naar EUR 0,10070 per kWh.
  • Dat is een verláging van 15,8%. Jan Willem Zwang van Greencrowd noemde dit - terecht - een "trendbreuk" in de energie belasting policy in deze eeuw, lees zijn zeer interessante artikel van 18 december 2015.
  • Inclusief btw wordt het minder per kWh te betalen bedrag: (-) EUR 0,0229/kWh t.o.v. 2015.
  • Dit betekent tegelijkertijd ook, dat uw verdienste met het salderen van zonnestroom in de eerste (belangrijkste, voor bijna alle particulieren "enige" belasting-)staffel tm. 10.000 kWh/jaar wat de energiebelasting betreft evenredig minder zal worden. De "marktwaarde" van uw zonnestroom wordt alleen al vanwege deze heftige "schuif in de energiebelastingen" dik 2 Eurocent minder, uw terugverdientijd wordt langer (als u dat al belangrijk zou vinden, er zijn immers veel meer redenen om PV op uw dak te willen).
  • In de netto verláging van de EB op stroom is inbegrepen een zeer geringe "dekking" van 0,003 Eurocent/kWh verhóging, vanwege het aannemen van de motie Schouten c.s., waarvoor volledige vrijstelling van energiebelasting voor postcoderoos projecten werd gevraagd - en gehonoreerd (zie Kamerstuk, 34302 nr. 84).
  • Postcoderoos projecten, waarvan de participanten in 2015 nog 4,46 Eurocent/kWh ex btw moesten betalen (11,96 ct "klassieke EB" minus 7,5 ct/kWh "korting"), worden, zoals in de wetstekst staat vermeld, "tot nihil" getaxt. Ergo: ze hoeven over de opwek van hun zonnepanelen "op vreemd dak", bij aftrek van de kWh van hun thuis verbruik (tot max. van 10.000 kWh/jaar), in het geheel géén energiebelasting meer te betalen. De facto dus een identieke situatie (belasting-technisch bezien), als een "salderend huishouden" van eigen dak doet, omdat daar de energiebelasting voor 100 procent op jaarbasis weggestreept mag worden. Eventuele overschotten boven het eigenverbruik hier even terzijde schuivend (geen EB, ODE of btw over te salderen, alleen kale leveringsprijs, of wat de gek er voor wil bieden).
  • Nota bene: datzelfde geldt NIET voor de zogenaamde SDE heffing, de ODE. Ik heb daar niets over vernomen in de belasting hervormingsplannen. Thuis opwekkers mogen die ook weg"salderen" op jaarbasis, bij de nog honderdduizenden huishoudens met een Ferrarismeter gaat dat vol-automatisch. Postcoderoos project participanten moeten de SDE heffing echter wel degelijk (blijven) betalen.
  • De SDE heffing bedraagt vanaf 1 januari 2016 0,56 Eurocent/kWh, en voor gas gebruikers al 1,13 Eurocent/m³ (beiden nog excl. btw). Verhogingen van 56% resp. 53% t.o.v. de tariefstellingen voor 2015.
  • In de btw gerekend betekent de nieuwe SDE heffing per 1-1-2016: 0,6776 Eurocent/kWh resp. 1,3673 Eurocent/m³
  • De verwachting is dat die heffing flink verder gaat door stijgen de komende jaren, er is immers alweer voor vele miljarden aan nieuwe SDE projecten beschikt, waarvan de meesten (hopelijk) zullen worden gerealiseerd.
  • De marktwaarde van zonnestroom wordt nog lager omdat de marktprijzen voor elektriciteit verder omlaag gaan. Voor een voorbeeld, zie de eerste grafiek hier onder.
  • Aanvankelijk heb ik in de papierberg over het Belastingplan 2016 niets kunnen vinden over een wijziging van de teruggavepost voor energiebelasting van Min. Fin. Ook wel "Belastingvermindering energiebelasting", NIET zoals wijdverspreid onterecht geciteerd "heffingskorting". Die was vorig jaar al, uniek, sinds 2009, uitgekleed met EUR 6,78 vanwege "de nodige belastingderving compensaties" (lees: eindejaars-paniek).
  • (Toegevoegd*) Diepgravende twitteraar Greenwatts duikelde echter al rap "het" document op met de belastingwijzigingen voor 2015, waarin op pagina 27-28 (pdf) wordt beschreven dat ook in 2016 en 2017 een - geringe - vermindering van deze zeer slecht begrepen nota post is gepland. Om de eerdere belastingvoordelen voor huurders en voor de btw opeisers onder de zonnepanelen kopende lieden (wegens Fuchs arrest) "recht te breien". De in 2015 nog geldende EUR 311,84 teruggaaf zou met 0,33% verder worden verlaagd tot EUR 310,81 ex btw (= EUR 376,08 incl. btw) in 2016. In 2017 zou er nog eens 0,73% vanaf gaan, en zou er nog maar EUR 308,54 ex btw (= EUR 373,33 incl. 21% btw) overblijven. In 2018 zou er geen verdere reductie meer plaatsvinden. Maar met genoemde EUR 373,33 in 2017 zou er t.o.v. de van 2009 tm. 2014 ongewijzigde teruggaaf van (EUR 318,62 ex btw =) EUR 385,53 incl. btw dus al op jaarbasis 12,20 Euro zijn af gesnoept. Dat heet in de energie-business ook wel salami-tactiek. Telkens een beetje afschaven, dan merkt (bijna) niemand het...
  • NB: de teruggaaf post wordt op kalenderjaar-basis berekend. Deze wordt terug gerekend naar daggemiddelde, en op jaarnota's wordt dan het gefactureerde aantal dagen daarvoor meegenomen.
  • Een bijkomend geluk van het aannemen van het Belastingplan 2016 is, dat postcoderoos project organisatoren nu volop met het kersverse Kerstcadeautje "los" mogen gaan. Want middels de motie Schouten cs. (volledige energiebelasting vrijstelling voor het aandeel stroomopwek van participanten) kan de veel beklaagde postcoderoos nu eindelijk, in de bewoordingen van Juridisch Actueel, een postcode "kanjer" gaan worden. Ik heb een paar tiental plannen in die richting in diverse staat van progressie klaar staan in de projecten spreadsheet "pending"...
  • (Toegevoegd*) Ook een wijziging van de "geografische aard" van de postcoderoos is opgenomen in de voorstellen, en dus aangenomen. De locatie waar de "PCR panelen" worden opgesteld, hoeft niet meer per definitie in het "hart" van een "postcoderoos" te liggen, als de participanten maar in hetzelfde, of in het direct aangrenzende gebied hun aansluiting hebben. De eerste vier cijfers van de postcode zijn daarbij bepalend. Dit is in lastig te begrijpen bewoordingen geregeld in Artikel XLII0A in het gewijzigde Belastingplan voor de Wet belastingen op milieugrondslag, pagina 24 (pdf). Zie ook het kennis-dossier van HierOpgewekt.nl voor nadere beschouwingen over de "regeling verlaagd tarief".

Elektriciteitsprijs per kWh bij Vattenfall/NUON (grijs)


^^^
Voor deze en de volgende grafiek geldt dat op sommige detailpunten afrondings-verschillen ontstaan,
waardoor getallen iets kunnen afwijken van elders gepubliceerde cijfers.

De gevolgen van de energiebelasting herziening voor de variabele stroomkosten per kilowattuur, met als voorbeeld de verwachte (reeds op de website gepubliceerde) tariefstelling bij Vattenfall/NUON voor het eerste half jaar van 2016, bij een variabel tarief contract (en max. 10.000 kWh/jaar verbruik). Links tariefstelling voor het tweede half jaar van 2015, rechts de nieuwe opbouw per 1 januari van het nieuwe jaar. We zien de volgende interessante zaken terug.

  • De kale leveringsprijs (= markt inkoop prijs Vattenfall plus "marge") ex btw, grijs kolom segment, gaat in weerwil van alle sprookjes die u regelmatig hoort, weer verder dalen, van 6,36 tot 5,97 Eurocent/kWh, minus 6,1% (!!).
  • De energiebelasting per kWh gaat, een historisch "novum", ook dalen, van 11,96 naar 10,07 Eurocent/kWh, een verpletterende bijstelling omlaag van maar liefst 15,8%.
  • De SDE heffing gaat, zoals al jaren geleden in de Wet voorgeprogrammeerd, in 2016 verder stijgen, van 0,36 naar 0,56 Eurocent/kWh (NB: een stijging van 55,6%). Het is nog een kleine post, maar dat kan per jaar rap meer gaan worden.
  • De "belasting toegevoegde waarde" (btw) over deze drie deelposten daalt netto ook mee, van 3,92 naar 3,49 Eurocent/kWh (minus 11,2%).
  • Het overall effect van deze grotendeels fors dalende trend is, dat de variabele kWh prijs (exclusief vaste transportkosten, vastrecht levering, en vaste post teruggaaf energiebelasting) in het nieuwe jaar met maar liefst 11,2% zal zijn verminderd. Van 22,61 naar 20,08 Eurocent/kWh.
  • Dit houdt ook in dat uw eigen zonnestroom opwek met hetzelfde percentage minder waard zal zijn geworden bij het salderen. Dik een jaar voordat er sprake is van (beginnend) "onderzoek naar het aanpakken van de salderings-regeling"...
  • De greep van de Staat op de hoogte van de variabele kWh prijs wordt ietsje minder door deze (combinatie van) wijzigingen: van 72% valt het "aandeel aan de Staat toe te vallen kWh inkomsten" terug naar 70% in het nieuwe jaar. Nog steeds verpletterend hoog natuurlijk.
  • De uitkomsten kunnen uiteraard van stroomcontract tot contract verschillen. De enige factor die daarbij wijzigt is de kale leveringsprijs (en de daar aan gekoppelde totale btw post die moet worden afgedragen). Mijn verwachting is, dat daar geen absurde verschillen tussen zullen zitten, en dat globaal genomen van vergelijkbare effecten sprake zal zijn. De kWh prijs blijft gedomineerd worden door prijsvorming van de overheersende belastingen incl. btw. Zelfs nu de EB fors naar beneden is bijgesteld.

Gasprijs per m³ bij Vattenfall/NUON (grijs)

  • Ook bij gas is de kale leveringsprijs (= markt inkoop prijs Vattenfall plus "marge") ex btw, grijs kolom segment, i.t.t. wat u wellicht had gedacht, gezien de aardbevings-drama's in Groningen, weer verder gedaald, van 30,60 naar 28,25 Eurocent/m³, minus 7,7% (!!!).
  • Een "extra'tje" bij gas is de beruchte, slecht begrepen post "regiotoeslag". Gelukkig is dat voor de Randstad zone C een zeer mager postje van 0,51 Eurocent per kuub gas, wat al jaren ongewijzigd is. Pro memori, dus, dit postje heeft verder weinig effect op de totale gas prijs. Alleen in gebieden ver van Groningen heeft het "een iets minder kleine" impact (hogere regioheffing, de hoogste in de oude NUON lijst was voor regio J, 1,36 cent/m³ ex btw, in Zeeland).
  • De energiebelasting per m³ gaat, alweer een historisch "novum", vanwege de ellende in Groningen, en het onder zware druk van de boze Grunnegers verder dicht draaien van de productie kranen, extreem omhoog, van 19,11 naar 25,17 Eurocent/m³, een verpletterende bijstelling omhoog van maar liefst 31,7%.
  • Dit resulteert in een meerbedrag van EUR 0,0733/m³ incl. btw voor de energiebelasting op gas t.o.v. 2015.
  • De SDE heffing gaat, zoals wederom al jaren geleden in Wet vastgelegd, in 2016 verder stijgen, van 0,74 naar 1,13 Eurocent/m³ (NB: een stijging van 52,7%). Ook deze nu nog relatief kleine post zal per jaar fors meer gaan worden.
  • De "belasting toegevoegde waarde" (btw) over deze vier deelposten stijgt netto, vanwege de enorme verhoging van de EB post, van 10,70 naar 11,56 Eurocent/m³ (plus 8,0%). Alleen dat al is een "prettig bijkomend effect" voor de Staat der Nederlanden...
  • Het overall effect van deze deel-componenten trends is, dat de variabele m³ prijs (exclusief transportkosten en teruggaaf energiebelasting, de laatste wordt op uw nota onder de post "elektra" geboekt) in het nieuwe jaar met maar liefst 8,0% zal zijn toegenomen. Van 61,67 naar 66,62 Eurocent/m³. Een (netto) toename van EUR 0,0599/m³ incl. btw t.o.v. de tariefstelling voor de all-in m³ prijs in 2015-II. Ondanks de - fors - gedaalde component "levering".
  • Dit zal, in combinatie met de aankondigde subsidieregeling van 70 miljoen Euro voor zonnecollectoren en warmtepompen, voor de kapitaalkrachtigen onder ons (vergéét de reeds heftig geplaagde en leeg gezogen huurders...), een stevige stimulans betekenen om minimaal fors op gasverbruik te verminderen. Of, als het kapitaal en de mogelijkheden groot genoeg zijn voor de welgestelden, om helemaal "van gas af" te gaan, om de enorm toegenomen belastingdruk effectief bij gas te gaan ontwijken. Als een elektrische warmtepomp kan worden ingezet, kan daarbij "prettig" van de fors lagere kWh prijs (eerste grafiek) worden mee genoten. Maar nogmaals: alleen voor de welgestelden onder ons met genoeg ruimte in huis...
  • De greep van de Staat op de hoogte van de variabele m³ prijs wordt dankzij de enorme "belastingschuif" bij gas fors hoger door de (combinatie van) wijzigingen: van grofweg 50% van de totale gasprijs in 2015-II gaat het "aandeel aan de Staat toe te vallen m³ inkomsten" fors omhoog naar 57% in het nieuwe jaar. De heftig extra te verminderen gas productie in aardbevings-gebied Groningen doet verschrikkelijk zeer in Den Haag, en dit is een van de manieren om die pijn enigszins te gaan "verzachten". Uiteraard vooral op kosten van (al dan niet noodgedwongen) op gas stokende Nederlandse huishoudens. Die waarschijnlijk verbijsterd zullen kijken naar de fors toegenomen gasprijs, terwijl de leverings-component met bijna ("diezelfde") 8% is gedááld...
  • De uitkomsten kunnen uiteraard wederom van gascontract tot contract verschillen. De enige factor die daarbij wederom wijzigt is de kale leveringsprijs (en indirect de totale btw druk). Mijn verwachting is, dat hier wellicht iets grotere verschillen tussen zullen zitten, omdat de leveringscomponent bij gas nog steeds een "forse", maar wel flink verminderde invloed heeft (in 2016 42% van totaal). En met name de grote partijen die kunnen - en willen - stunten, hier wellicht met hun prijsvorming de 50 andere leveranciers zullen gaan bevechten...

Compound Annual Growth Rates
Ook al aangestipt in het geweldige artikel van JW Zwang, heb ik de gemiddelde jaarlijkse groeicijfers voor de volgende componenten ook op een rijtje gezet. Voor het ex btw tarief voor de posten levering cq. (vroeger: "regulerende") energiebelasting, en de totale inclusief btw prijs per kWh en per m³ voor elektra en gas. Nogmaals: vaste transportkosten, het "vastrecht levering", en de teruggave post energiebelasting (vast bedrag) zijn hier verder terzijde geschoven. De kWh prijzen tm. 2008 werden deels bepaald door een variabele transport component bij de netbeheerders. Die is in 2009 afgeschaft, en vervangen door het capaciteitstarief (zie grafieken in tariefcomponenten overzicht). Voor gas, waar al lang nog maar een zeer klein postje "variabel" was, geschiedde hetzelfde tijdens die enorme tarief pyramide schuif begin 2009. De berekeningen leiden tot het volgende "gemiddelde groei per jaar staatje" voor de periode 2002-I tm. 2016-I waarvoor ik alle tarief componenten bij Vattenfall/NUON in archief heb:

Terwijl er regelmatig van de daken wordt gegild dat in het verleden "wel 7% groei van het kWh tarief per jaar" zou zijn opgetreden, weet u meteen dat die ongefundeerde, massaal blind herhaalde bewering rabiate lulkoek is als u dit staatje ziet. Voor de kale post levering exclusief btw is het slechts gemiddeld 2,63%/jaar voor elektra, en 1,75%/jaar voor gas geweest. Tussentijds kunnen de tarieven fors zijn gestegen en zelfs ook behoorlijk sterk zijn gedaald (grafiek); het gaat hier om gemiddeldes over langere periodes. Wat wel opvalt, is dat de component REB/EB exclusief btw beslist hogere groeipercentages laat zien in de periode 2002-I tm. 2016-I. Al halen die ook bij lange na de door mij al jaren gewraakte "7%/jaar" niet. Voor EB elektra was het 3,76%/jaar, voor EB gas, vooral ook door de recente, in dit artikel besproken majeure ingreep veroorzaakt, gemiddeld 5,18%/jaar. Uit het verschil tussen deze fors hogere groei cijfers voor de heftigste belasting post op uw nota, de (regulerende) energiebelasting, in vergelijking met de stuk lagere groei percentages voor de kale leverings-post (bij Vattenfall/NUON), weet u (nu) dat onze Staat een ongezond hoge invloed heeft op de tarieven. En dan kunnen ze nog zo hoog van het Torentje blazen dat we een "geliberaliseerde" markt hebben: hij blijft permanent, en zwaar beïnvloed worden door diezelfde Staat.

Als we alles op een hoop gooien, de btw erbij proppen, maar de vaste kosten (niet beïnvloedbaar) buiten de kWh cq. m³ berekening laten, komen we op de laatste twee cijfers. Gemiddeld genomen is er in de periode 2002-I tm. 2016-I (14 jaar) een jaarlijkse stijging van slecht 1,32% geweest voor de variabele all-in kWh prijs (elektriciteit). En een ruim 2x zo hoge stijging van gemiddeld 3,02%/jaar voor Neer'lands dure verslavings-product, gas. Als iemand het nog aandurft om "historisch 7%/jaar groei energieprijs" of dergelijke onzin te kwaken, kan van mij, als ik daar behoefte aan heb, stevig commentaar verwachten. Met een snoeiharde link naar dit artikel...

Conclusie
We zien wederom heftig wipkip beleid terug in de van mega "incident" naar heftige staatsingreep bewegende energie sector. De tweeledige boodschap "elektriciteit flink omlaag, en tegelijkertijd gas weer flink omhoog" (in de warmste winter aller tijden), zal moeilijk zijn uit te leggen aan Henk en Ingrid. Die zullen er waarschijnlijk de ballen van begrijpen, tenzij ze wellicht mijn tarief opbouw grafieken in dit artikel zullen zien. Zegt het daarom voort, via uw sociale media, dan heeft de arme burger er wellicht ook nog iets aan...

Ik zal vast wel e.e.a. over het hoofd hebben gezien in de complete belasting perikelen chaos die zo "normaal" is geworden in ons land. Als het eindejaars-persbericht van het Ministerie van Financiën anders luidt, en/of de belastingdienst met een nieuw overzicht komt, waarin cijfers afwijken, zal ik die nog wel bijstellen in een update. Mocht u fouten ontdekken in het cijfermateriaal, wordt een e-mail uiteraard op prijs gesteld.

34.302 Belastingplan 2016 (dossier Eerste Kamer; aangenomen op 22 december 2015)
34.360 Novelle Belastingplan 2016 (dossier Eerste Kamer; aangenomen op 22 december 2015)
34.199 Elektriciteits- en gaswet (dossier Eerste Kamer; afgestemd op 22 december 2015)

34.302 Nr. 84 Gewijzigd amendement van het lid Schouten c.s. ter vervanging van dat gedrukt onder nr. 37 (postcoderoos vrij van energiebelasting over de door participanten opgewekte duurzame elektriciteit "op vreemd dak"; amendement aangenomen dd. 18 november 2015, zie stemming lijst onderaan)

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016) (34.302 D, met de soms nauwelijks te volgen wijzigingen in de energie belasting tarieven en -condities. Hier relevant ARTIKEL XLII - EB wijzigingen, en ARTIKEL XLII0A - wijzigingen postcoderoos / "verlaagd tarief", t.a.v. de Wet belastingen op milieugrondslag)

Lagere kosten voor energie (website Vattenfall / NUON, met nieuwste tarieven "grijs" voor 2016. Titel is natuurlijk zwaar misleidend: als zware gas gebruiker ga je vet meer betalen vanwege de enorme stijging van energiebelasting op gas, ondanks gedaalde leverings-post, "gemiddelde" verbruikers bestaan niet. Iedereen moet z'n eigen situatie door-rekenen!)

Tabellen tarieven milieubelastingen (Belastingdienst, tarieven 2016 zijn nog niet geïncorporeerd)
Belangrijkste wijzigingen belastingen 2016 (toegevoegd, verschenen op 23 dec. 2015, Rijksoverheid. Overzicht met op pp. 23-24 "Belastingen op milieugrondslag")

Trendbreuk (Jan Willem Zwang's geweldig goed geschreven stukje over de "trendbreuk" in de energiebelastingen, 18 dec. 2015)


<131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights

 
 
 
© 2015-2016 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP