Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
Nederland passeert begin december 1 GWp aan netgekoppelde, grondgebonden zonneparken
SDE 2019 voorjaarsronde:
VI Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle SDE beschikkingen


 
^
TOP

10 december 2019: "Laatste" klassieke SDE ronde (najaar 2019) zoals reeds vermoed overstelpt door zonnestroom aanvragen, en 81% overschrijding van budget. In de laatste "normale" SDE "+" subsidieronde, najaar 2019 (2019 II), blijkt volgens de kamerbrief van MinEZK en de data bij RVO, een enorme overtekening van het beschikbare budget plaatsgevonden te hebben. I.p.v. de maximale beschikbare 5 miljard Euro subsidie (over periodes van 12 tot 15 jaar uit te betalen), is er 81% meer budget geclaimd (9.063 miljoen Euro). Zonnestroom was, zoals reeds voorspeld door Polder PV weer mateloos populair, met 7.251 aanvragen, een claim van ruim 4,4 miljard Euro, en een gevraagde capaciteit van 4.649 MWp. Ook al zal hier weer byzonder veel van afvallen, er zal hopelijk weer veel capaciteit overblijven bij de uiteindelijk toe te kennen beschikkingen. Zelfs de aangescherpte aanvraag voorwaarden (aanwezigheid transport indicatie) in gedachten houdend.

Introductie

Wederom was er weer wat "vreemds" bij de publicatie van de aanvragen voor SDE 2019 II, waar Polder PV ook een tweet aan spendeerde. Er verscheen nota bene op zondag 8 december een bericht op Solar Magazine (redactie normaliter gesloten in het weekend), gedateerd 9 december (!), met reeds de hier gememoreerde cijfers van Min. EZK. Echter, op zowel de website van het ministerie, als op de data pagina van uitvoerende dienst RVO, was die dag nog in het geheel niets terug te vinden. Die informatie werd pas in de loop van maandag 9 december gepubliceerd. De kamerbrief bleek gedateerd op (vrijdag) 6 december, en kennelijk is die reeds voor het weekend verstuurd, zonder dat het ministerie een eigen bericht aan de materie had besteed. Een curieuze gang van zaken, in ieder geval.


https://twitter.com/Polder_PV/status/1203748988798853120

De feiten

Uiteraard zijn de feiten zoals te doen gebruikelijk belangrijker, vandaar hier onder de data uit de door Min. EZK op 9 december gepubliceerde tabel in de 5 pagina's tellende Kamerbrief van Wiebes*, aangevuld met een viertal kolommen uit deze data, berekend door Polder PV.


^^^
KLIK op plaatje voor uitvergroting (in separaat tabblad verschijnend)

Voetnoot 1: de optellingen van de afzonderlijke technieken (laatste regel in grijs) lopen niet altijd 100% synchroon met de opgaves
van Min. EZK (op een na laatste regel in bold). Dit betreft waarschijnlijk afrondings-verschillen.

Voetnoot 2: De opgave voor de totale maximale energie productie (43,6 PJ/jaar in tabel, laatste kolom) spoort niet met de opgave in de
broodtekst van de kamerbrief (pagina 1, "35,1 PJ"). De laatstgenoemde opgave is waarschijnlijk, gezien de detail opgaves in de tabel, incorrect !

* Er is iets vreemds aan de hand met recente kamerbrieven van EZK die Polder PV heeft gelezen. De pagina nummering loopt regelmatig in het honderd. Ditmaal zijn pagina's 1-2 correct genummerd, maar vanaf pagina 3 lijkt de "teller" te lijven steken op pagina 2 ... Hier is inmiddels melding van gedaan bij de Rijksoverheid.

Aantallen en capaciteit

In de eerste kolom het aantal aangevraagde projecten. Of, nauwkeuriger, "het aantal beschikkingen" wat wordt gevraagd. Het komt immers regelmatig voor dat er meer dan 1 beschikking voor een project locatie wordt gevraagd, en ook verzilverd. Meestal uit verschillende jaargangen, maar ik heb meerdere gevallen uit een en dezelfde jaar ronde in mijn projecten lijst (realisaties) staan. Zonnestroom is als vanouds kampioen bij dergelijke aantallen. En, zoals al "enigszins" was te verwachten, en impliciet voorspeld door Polder PV, vanwege de sterk verslechterende omstandigheden onder de "verbrede" SDE "++" regeling in 2020, wederom een record hoeveelheid aanvragen voor zonnestroom, maar liefst 7.251 exemplaren . Die het vorige record onder het sedert SDE 2011 geldende SDE "+" regime, dat van de najaars-ronde van SDE 2018 (5.636 aanvragen), met 29% verplettert (ruim 1.600 aanvragen meer).

Windenergie kan nog een beetje meekomen, met 113 aanvragen (bijna drie maal de 42 onder SDE 2019 I), daarna drogen de hoeveelheden aanvragen snel op. Thermische zonne-energie omvatte ditmaal 84 aanvragen, bijna even veel als de 85 in de voorjaars-ronde (waar er echter slechts 29 van zijn toegekend, een enorm verlies dus, in een ronde die structureel werd óndervraagd). Zeer opvallend is het veertien-tal aanvragen voor geothermie, dat waren er nog maar 2 in de voorjaars-ronde (ook Min. EZK noemt dit aantal opmerkelijk). Deze 14 aanvragen leggen, na zon en wind, de hoogste claim op het aangevraagde budget, 1.234 miljoen Euro.

Wat de capaciteit betreft (kolom 2), werd wederom een record volume van 4.649 MWp voor zonnestroom projecten aangevraagd, ruim 59% meer dan de 2.921 MWp gevraagd onder SDE 2019 I. En ruim een kwart meer dan het vorige record op dit gebied, 3.708 MWp, onder SDE 2018 II (verschil 941 MWp). De aangevraagde capaciteiten bij de overige technieken liggen op een veel lager niveau, tussen de 640 MW (windenergie) en 83 MWth (thermische zonne-energie). Waterkracht blijft marginaal bijdragen, ook bij de aanvragen (slechts 0,1 MW capaciteit gevraagd, voor 2 projectjes). Uiteraard moeten we rekening houden met het feit dat de capaciteits-factor bij de verschillende technieken wezenlijk anders is. Windturbines kunnen ook draaien in de avonduren, zonnepanelen (zowel elektrisch, PV, als thermische collectoren) absoluut niet. Als we dit wezenlijke onderscheid terzijde schuiven, maakt de aangevraagde capaciteit voor PV een spectaculaire 82% van de totaal aangevraagde capaciteit uit.

De pecunia

Iets dergelijks zien we terug bij de aangevraagde (maximale) subsidie (kolom 3). Zonnestroom claimt 4.424 miljoen Euro, wederom een record, al is het "slechts" bijna 7% hoger dan het vorige record, voor SDE 2018 II, met 4.145 miljoen Euro bij de aanvragen. De drie opvolgende technologie platforms windenergie, geothermie, en biomassa gas, hebben budgetten voor 1,4, 1,2, resp. 1,0 miljard Euro aangevraagd. Ook biomassa warmte en WKK zit hoog in de boom met 927 miljoen Euro, thermische zonne-energie (59 mln. Euro) resp. waterkracht (0,4 mln Euro) vallen onder de categorie "klein bier".

In totaal is er een spectaculaire claim gedaan voor 9.063 miljoen Euro, waarvan 49% voor de zonnestroom projecten. Er is slechts 5 miljard Euro te vergeven onder de huidige ronde. Er is dus met ruim 4 miljard Euro (81%) overtekend. Er zal weer een zeer groot gedeelte van de met veel moeite (want: voorwaarden steeds meer aangescherpt) tot stand gekomen aanvragen voor SDE 2019 II afgewezen gaan worden. Die maken nog een laatste kans in een haastig door Wiebes ingelaste "extra SDE "+" ronde" in 2020 (kamerbrief 14 nov. 2019), waar echter slechts maximaal 2 miljard Euro voor zal worden gereserveerd (en minimaal anderhalf miljard Euro). Dat zal beslist onvoldoende zijn voor een substantieel volume van de nu af te wijzen projecten. En die kunnen dus alleen maar onder de veel slechtere condities onder de "verbrede SDE" (doel: CO2 reductie), later in 2020, proberen om alsnog in te dienen. Of die aanvragen worden dan helemaal niet meer ingediend, dat kan ook ...

Wiebes stelt in de kamerbrief onderkoeld dat "er grote kans is dat het budget volledig kan worden beschikt". Kennelijk gaat hij er van uit, dat er alsnog een "kleine kans" is, dat er zo massaal project aanvragen zullen uitvallen, dat de extreme overschrijding van het budget alsnog "gevaar" zou kunnen lopen ...

Energie productie gevraagd

Wat de totale geclaimde energie productie betreft (kolom 7), is, het wordt saai, wederom een record volume aan "geclaimde energie eenheid" bereikt. 43,6 PJ per jaar is in deze ronde gevraagd, 94% meer dan de 22,5 PJ/jaar onder SDE 2019 I. En 24% meer dan het vorige record, 35,1 PJ/jaar onder SDE 2018 II. Zonnestroom is ook op dit punt dominant aanwezig bij de geclaimde energie productie: 15,9 PJ/jaar, ongeveer anderhalf maal zo veel dan het gevraagde volume onder SDE 2019 I (10,0 PJ/jaar). Het is ruim 36% van de 43,6 PJ/jaar totaal gevraagd voor SDE 2019 II. En 25% meer dan het voorgaande record, 12,7 PJ aangevraagd onder SDE 2018 II. Windenergie en geothermie volgen met 8,5 resp. 7,6 PJ/jaar. Verrassend is hier de positie voor biomassa warmte en WKK, die de vierde plaats inneemt, met een geclaimde productie van 6,6 PJ/jaar (voor 52 gevraagde projecten en een gevraagde, langdurig onder "volle last" werkende, 317 MW aan capaciteit). Ook hier komt thermische zonne-energie er, met 0,2 PJ/jaar, bekaaid van af. Waterkracht is op 1 cijfer achter de komma zelfs niet significant, en wordt afgerond op 0,0 PJ/jaar.

In de kamerbrief wordt ook een taartdiagram van de energie claims getoond, hier onder weergegeven, die de dominantie van zonnestroom bij de aanvragen goed weergeeft. Zoals hier boven in het onderschrift onder de tabel gemeld, gaat Min. EZK in de broodtekst van de brief waarschijnlijk fors in de fout, met "35,1 PJ" aan gevraagde gezamenlijke jaarproductie. In de tabel wordt namelijk 43,6 PJ opgegeven, wat "bijna" matcht met de optelling van de detail opgaves (43,7 PJ, waarschijnlijk een afrondings-verschil).


^^^
Figuur uit kamerbrief van Min. EZK, met segmentatie aanvragen (tabel links), en de aandelen voor de
aangevraagde hoeveelheid energie (diagram), voor SDE 2019 II ("najaars-ronde")

Afgeleide berekeningen

Uit de primaire data verstrekt door Min. EZK, heb ik nog enkele afgeleide berekeningen gemaakt. In kolom 4 in de hier boven afgebeelde tabel, heb ik de gemiddelde capaciteit per aanvraag berekend. Hier vallen vooral de twee opties geothermie en biomassa gas op. Die met gemiddeld 25,5 en 19,9 MW/aanvraag aangeven dat het hier om grote projecten gaat. Biomassa warmte / WKK (6,1 MW/aanvraag) resp. windenergie (5,7 MW/aanvraag) volgen op grote afstand. De andere techniek platforms zijn gemiddeld genomen veel kleiner. Dat weten we natuurlijk al lang van zonnestroom, die in deze ronde op een gemiddelde beschikking aanvraag van 641 kWp is uitgekomen. Dat is net geen record. Het gemiddelde lag bij de aanvragen voor SDE 2018 II op een niet eerder noch later bereikt niveau van gemiddeld 658 kWp (de uitzonderlijke claim onder SDE 2011 hierbij opzij leggend, dat was waarschijnlijk een curieuze anomalie). Kijken we naar alle projecten, komt het gemiddelde op 0,83 MW per aanvraag.

Kolom 5 geeft de berekende gemiddelde gevraagde subsidie per beschikking. Waarbij biomassa gas ver uitsteekt boven de rest, met maar liefst 114 miljoen Euro gemiddeld per aangevraagde beschikking. Geothermie volgt op gepaste afstand, met 88 mln. Euro per aanvraag. Biomassa warmte / WKK en wind zitten met 18 en ruim 12 mln Euro per aanvraag al veel lager. Thermische zonne-energie zit met 0,7 mln aanvraag nog boven het gemiddelde voor zonnestroom (0,61 mln/aanvraag). De 2 aanvragen voor hydropower zijn erg klein, en claimen gemiddeld maar in de ordegrootte van 200 duizend Euro per aanvraag. Het gemiddelde over alle projecten is 1,2 miljoen Euro per aanvraag.

Kolom 6, geeft de gemiddelde subsidie per gevraagde megawatt aan project capaciteit. Uiteraard hierbij ook weer in gedachten houdend, dat de capaciteitsfactoren tussen de verschillende technieken fors verschillen, is hier biomassa gas de duurste optie, met 5,72 miljoen Euro per MW. Dan komt waterkracht, wat gezien de kleine schaal niet geheel bevreemdend, op 4,00 miljoen Euro per MW komt. Geothermie volgt met 3,46 miljoen Euro/MW, biomassa warmte/WKK met 2,92 miljoen Euro/MW, gevolgd door windenergie met 2,18 miljoen Euro/MW. Zonnestroom (0,95 miljoen Euro/MW) en, vrij verrassend, thermische zonne-energie installaties (0,71 miljoen Euro/MW), doen het in dit opzicht het best, met lage (gevraagde) kostprijzen per eenheid van capaciteit.

Kolom 8, tot slot, geeft de terugrekening weer van de hoeveelheid subsidie per (maximaal) aangevraagde hoeveelheid energie productie. Hier is biomassa warmte/WKK het goedkoopst, met 140 miljoen Euro per PJ/jaar (geclaimde) max. productie, waarschijnlijk omdat er zowel elektra als warmte wordt gemaakt in de bedrijfsprocessen. Zonnestroom (278 miljoen Euro per PJ/jaar) en thermische zonne-energie (295 miljoen Euro per PJ/jaar) zijn (nu nog) het minst goedkoop. Voor waterkracht kon deze verhouding niet worden bepaald vanwege de deling door "0" in de noemer.

Als we de producties voor zonnestroom over de gehele subsidie periode van 15 jaar terugrekenen naar Euro's per kilowattuur, zien we wel, zoals was te verwachten, de laatste jaren een duidelijke neerwaartse tendens, die nog niet zal stoppen, gezien de voortgaande kosten reducties. Bij de aanvragen was dit nog 10 eurocent/kWh onder SDE 2014, 8,5-8,6 eurocent/kWh onder de twee SDE 2017 regimes, 8,1-7,8 eurocent/kWh onder de twee rondes van SDE 2018, 7,1 eurocent/kWh onder SDE 2019 I. En, onder de aanvragen van SDE 2019 II zitten we inmiddels al op 6,7 eurocent/kWh. Een einde van die dalende "kost" prijs is nog niet in zicht.

Bij bovenstaande ratio's voor de aanvragen dient beseft te worden, dat de verhoudingen bij de uiteindelijk overblijvende beschikkingen weer behoorlijk anders zullen kunnen gaan worden, sterk afhankelijk van de type projecten die over zullen blijven, en die een beschikking zullen krijgen. En in het stadium daarna, "wat wordt er feitelijk gerealiseerd", kunnen de parameters nogmaals op de schop gaan, en er heel anders uit komen te zien, dan bij de aanvragen nog zichtbaar was.


Segmentatie fases SDE 2019 II

Bij RVO is ook de detail segmentatie voor de aanvragen in de drie fases voor de najaars-regeling verschenen (zie bron onderaan). In de eerste fase, met een maximum fasebedrag van 9 cent/kWh ("groen" gas 6,4 ct/kWh equivalent), is de 5 miljard Euro reeds met ruim 9% overvraagd (5.462 miljoen Euro), met in totaal 1.276 aanvragen, met een energie claim van 29,9 PJ/jaar. Het kan, bij vrij weinig uitval in die eerste fase aanvragen, dus beslist al zo uitpakken, dat de 2e en 3e fases (5.784 resp. 465 extra aanvragen, voor elektra max. fasebedag 11 resp. 13 ct/kWh) niet meer aan bod zouden kunnen gaan komen. Dit gebeurt alleen, als er veel projecten uit de eerste fase zullen afvallen, om wat voor reden dan ook. Gezien de flink aangescherpte voorwaarden onder de SDE "+ regimes lijkt dat echter niet zeer waarschijnlijk.

Zonnestroom claimde in die eerste fase "slechts" 1.088 projecten (15% van totaal aanvragen), 2.059 MWp (44%), 1.826 miljoen Euro (41%), resp. 7,0 PJ/jaar (44%). Dit doet vermoeden, dat vooral de "grotere projecten", die immers met een laag fasebedrag kunnen inzetten vanwege hun schaal grootte, vooral in de eerste fase lijken te zijn aangeboden. En dat, gezien het lage percentage voor het aantal aanvragen in die eerste fase, de 5.724 "kleinere" aanvragen voor zonnestroom nieuw ingebracht in fase 2 een veel kleinere kans zullen maken bij weinig uitval in fase 1. Het wordt dus nog spannend, of een zeer substantieel gedeelte van het totaal aangevraagde volume van ruim 4,6 GWp aan PV projecten de eindstreep wel zal gaan halen. In fase 3 kwamen er nog maar 465 aanvragen bij, waarvan 439 voor zonnestroom. Die zullen vrijwel geen kans maken op een beschikking, tenzij er massale uitval onder zowel fase 1 als fase 2 zou plaatsvinden. Bereidt u zich voor op een aardige massa slachting onder de zonnestroom aanvragen, gezien de extreme overtekening van SDE 2019 II.

In de kamerbrief reppen Wiebes' ambtenaren over "met name windenergie op land" bij beschouwing van fase 1 voor SDE 2019 II. Weliswaar zijn, op 7 aanvragen na, alle windenergie project aanvragen in die eerste fase gedaan. Maar (a) ze vielen desondanks weg tegen de 1.088 aanvragen voor PV projecten. Bovendien was het aangevraagde budget in die eerste fase voor zonnestroom (1.826 mln Euro) al 34% hoger dan dat voor windenergie (1.361 mln. Euro). Mogelijk bedoelen ze de geclaimde energie productie in dit opzicht: voor wind is het in de eerste fase 8,3 PJ/jaar, maar ook geothermie (alle 14 projecten !) en zonnestroom lieten zich in die eerste fase beslist niet onbetuigd, met 7,6 resp. 7,0 PJ/jaar geclaimd.

Transportindicatie

De najaars-ronde was de eerste SDE ronde waarbij een verplichte "transport indicatie" van de regionale netbeheerder was vereist. Er zijn er 9.167 afgegeven door de netbeheerders (waarvan het netgebied van Rendo de facto een ramp bleek, alle 20 aanvragen daar kregen een negatieve indicatie). 11% van de aanvragen werd negatief beoordeeld: hetzij acuut geen transport capaciteit meer, of binnen de periode van bouw van het project als onhaalbaar gezien (uitbreiding capaciteit door de betreffende netbeheerder binnen die periode als onmogelijk bevonden). Opvallend is dus, dat kennelijk van genoemde 9.167 afgegeven transport indicaties er maar liefst 1.642 niet zijn terug te vinden in de vorm van aanvragen voor de SDE 2019 najaars-ronde, maar liefst 18% van het volume aan afgegeven indicaties. Wiebes gaat daar onderzoek naar laten doen, wat de oorzaak daarvan is. Mogelijk zijn aanvragers alsnog geschrokken van de implicaties van het doen van zo'n aanvraag, of zijn ze in een vroeg stadium al van plan veranderd en hebben ze afgezien van het doen van een SDE aanvraag (of wachten ze "betere tijden" af). Het kan niet liggen aan eventueel meerdere aanvragen (en dus transport indicaties) per adres, het bepaalde cijfer door Netbeheer Nederland is al "ontdubbeld" op locatie.

Waarschuwing

Overigens, waarschuwt Wiebes er voor, dat zelfs mét een transport indicatie en eventuele toewijzing van een beschikking, er geen garantie zal zijn "dat het gevraagde transportvermogen in de toekomst beschikbaar is; het geeft alleen een indicatie". We kunnen dus zelfs bij beschikking van projecten verdere problemen gaan verwachten, zoals bijvoorbeeld slechts gedeeltelijke aansluiting van projecten, afknijpen van de output cq. curtailment, e.d. Dit zal de business-case van sommige projecten ernstig doen verslechteren, want de SDE subsidie is een exploitatie vergoeding. Als er minder stroom het net op mag, zal de berekende "terugverdientijd" voor een "normaliter op vol vermogen werkende" installatie beslist langer gaan worden. De vraag is in hoeverre toekomstige exploitanten hier rekening mee gaan houden, of dat ze door de problematiek overvallen zullen gaan worden in de komende jaren.

Sowieso gaat Wiebes het in de sector slecht ontvangen instrument van de transport indicatie evalueren. Hierbij zal hij ook de belofte betrekken, dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) - mede op verzoek van Holland Solar, in de gelegenheid gesteld moet worden om het door netbeheerders verrichte onderzoek naar congestie in diverse netgebieden inhoudelijk te toetsen, en het capaciteitsbeleid te kunnen evalueren. Ook om de netbeheerders "scherp" te houden, dat ze niet om onduidelijke of niet-objectieve, oncontroleerbare redenen toegang tot het lokale net ontzeggen voor nieuwe initiatieven.

Zoals gezegd, is er een "extra SDE 2020" ronde ingelast die nog onder de "oude" condities van het SDE "+" regime zal worden ingezet. Er zal slechts een beperkt budget hiervoor beschikbaar zijn, die de enorme druk vanuit de markt slechts beperkt zal kunnen afvangen. Over de details daarvan bericht Wiebes deze maand nog (dec. 2019).

Kamerbrief over verloop openstelling najaarsronde SDE+ 2019 (6 december 2019, pas op 9 december gepubliceerd op website Min. EZK)

Tabellen stand van zaken SDE+ najaar 2019 (gepubliceerd 9 december 2019 op website RVO)

Transportindicaties najaarsronde SDE+ bekend (Netbeheer Nederland, details over afgegeven transport indicaties, 21 nov. 2019)


9 december 2019: Historisch unicum numero zoveel in de Nederlandse zonnestroom markt - Ruim 1 GWp netgekoppelde grondgebonden PV parken geregistreerd. Begin van afgelopen weekend was het eindelijk zo ver. Polder PV kwam, met de toevoeging van een groot zonnepark aan zijn al jaren bijgehouden gedetailleerde projecten register, op een geaccumuleerde capaciteit van minimaal (ruim) 1 GWp aan grondgebonden PV projecten, elk met een minimale omvang van 15 kWp, verdeeld over 260 exemplaren, en een gemiddelde project omvang van 3,9 MWp per stuk. Ruim voor het eind van het jaar, met nog e.e.a. te verwachten, omdat veel zonneparken in bouw zijn, en sommigen daarvan nog dit jaar netgekoppeld kunnen (en deels zullen) worden opgeleverd.

Introductie

Omdat de project categorie grondgebonden zonneparken voor de Nederlandse PV statistieken rap in betekenis is toegenomen, vanwege de zeer grote volumes aan zonnepanelen die hiermee worden gerealiseerd, volgt Polder PV deze categorie reeds jaren nauwgezet. En publiceert daar regelmatig over. In aparte lijsten wordt, zo goed als mogelijk bijgehouden wat er aan dergelijke projecten daadwerkelijk netgekoppeld is gerealiseerd, en wordt veel energie gestoken om te proberen te achterhalen wat het exacte project vermogen is. Daar er geen wettelijk afgedwongen statistiek verplichtingen zijn om werkelijk gerealiseerde volumes te rapporteren, is dit beslist geen sinecure. Van talloze projecten worden slechts indicatieve volumes gepubliceerd, of alleen aantallen zonnepanelen (die echter zéér sterk in vermogen kunnen verschillen, waar vaak niets over wordt gemeld), of zelfs alleen maar een (vermeende) productie van elektriciteit in de nogal nietszeggende, doch veelvuldig aangehaalde "hoeveelheid huishoudens" die met de productie van zo'n zonnepark zouden (kunnen) worden bediend).

Polder PV zag de afgelopen 2 jaar de totale, reeds gerealiseerde volumes van dergelijke grondgebonden zonneparken* zeer rap groeien, en zat de laatste maanden aan te hikken tegen een nieuwe aankomende mijlpaal in de bewogen Nederlandse zonnestroom historie. En die mijlpaal is dus rond afgelopen weekend daadwerkelijk bereikt. Waarbij direct wordt gemeld, dat de inschrijving van het project wat de 1 GWp aan geaccumuleerde capaciteit in deze belangrijke categorie vol maakte, niets minder betekent, dan dat minimaal dat volume reeds netgekoppeld is gerealiseerd. Er zijn immers nogal wat van dergelijke projecten al langere tijd in bouw, en het kan beslist al zo zijn dat er reeds meer projecten inmiddels door de regionale netbeheerders van een netkoppeling zijn voorzien - waar mogelijk nog niet over is gerapporteerd in een of andere publieke bron.

Voor de goede orde: dát moment, de fysieke (!) koppeling van het project aan het lokale distributie net, is bepalend voor de Europese en internationale statistieken. Als een zonnepark reeds is gebouwd, en een netkoppeling heeft nog niet plaatsgevonden, geldt dat beslist nog niet als "opgeleverd". Polder PV kent voorbeelden van grote PV projecten, die soms al langere tijd "klaar" zijn (lees: "gebouwd"), maar waarvan de netkoppeling nog steeds op zich laat wachten (NB: uiteraard gebeurt dit ook bij talloze rooftop projecten). En sommige van die projecten zullen pas in 2020 aan het net gaan, en moeten derhalve niet aan 2019, maar aan 2020 worden toegerekend. Het is belangrijk om dit in het achterhoofd te houden, want sommige andere bronnen houden beslist géén rekening met dit zeer wezenlijke verschil, en rekenen "een in december gebouwd" project automatisch tot 2019. Zonder rekening te houden met de status van de netkoppeling. Ook omdat er op veel plekken al forse problemen zijn met de lokale netcapaciteit, is er bijna altijd vertraging van (grotere) projecten op dit cruciale punt. En moet daar dus beslist rekening mee gehouden worden.

* Grondgebonden zonneparken inclusief projecten op afvalbergen / grond depots, maar exclusief drijvende zonneparken, PV op geluidsschermen / wallen, carports, trackers, en vergelijkbare installaties. Ergo, in onderhavig artikel en voorgangers, wordt bij Polder PV het type "grondgebonden zonnepark" altijd sensu stricto beschouwd, ook omdat over dit type installatie er nogal wat maatschappelijke discussie is ontstaan.


1. Grondgebonden PV projecten per grootte categorie na bereiken >1 GWp accumulatie

Na het bereiken van de 1 GWp aan geaccumuleerde capaciteit, is de verdeling over de door Polder PV al langer aangehouden grootte categorieën weergegeven in de grafiek hier boven. Met in de linker kolommen groep het aantal projecten per categorie. En in de rechter groep de daarbij behorende capaciteiten, in MWp. Hierbij is het totale aantal projecten met installaties "in het vrije veld" altijd zeer bescheiden geweest, en zal dat ook zo blijven. In totaal telt het register bij Polder PV per 8 december 260 netgekoppelde zonneparken elk met een omvang van minimaal 15 kWp, waarvan er veel in de kleinere grootte segmenten zijn terug te vinden: 62 in de categorie 15 tot 50 kWp, en een record aantal van 68 in de daar op volgende categorie 50-500 kWp. De daar op volgende categorie, 500-1.000 kWp blijkt niet erg populair voor dergelijke projecten, slechts 17 exemplaren heb ik tot nog toe terug gevonden in mijn projecten database. Mogelijk verrassend voor velen, is de tweede plaats wat aantallen betreft, 64 stuks, voor de projecten per stuk tussen de 1 en 5 MWp. Waarna de aantallen projecten verder afkalven, naar 34 voor categorie 5-15 MWp (al behoorlijk grote parken), 8 voor categorie 15-30 MWp, resp. 7 voor de grootste categorie, installaties per stuk 30 MWp of groter. Met tot nog toe Zonnepark Midden-Groningen als kampioen (103 MWp).

De drie kleinste categorieën claimen in dit overzicht 147 = 57% van het totale aantal veldopstellingen groter of gelijk aan 15 kWp. Er zijn, niet getoond, reeds honderden kleinere veld-projectjes gerealiseerd, meestal bij particulieren of bij bedrijven. Deze zijn voor een behoorlijk deel wel bekend bij Polder PV, maar ze worden hier verder niet in beschouwing genomen.

Capaciteit - vingerwijzing naar grootste volumes realisaties in NL
De rechter kolommen groep, capaciteit reeds netgekoppeld gerealiseerd per grootte categorie, toont een compleet andere verdeling. De drie kleinste categorieën claimen slechts 27 MWp aan capaciteit, 2,7% van de totaal nu reeds bekende 1.009 MWp (verdeling 2, 13, resp. 12 MWp van klein naar groter). De vierde categorie, projecten met elk een volume tussen de 1 en 5 MWp, claimt met 157 MWp al een factor 5,8 maal zo veel volume, dan we vinden bij die drie kleinste categorieën. De bij de aantallen populairste grotere categorie 5-15 MWp heeft, met 332 MWp, alweer 2,1 maal zo veel capaciteit dan voornoemde categorie. De grootte klasse 15-30 MWp, met slechts 8 projecten, valt dan weer terug naar 159 MWp (ongeveer evenveel als we vinden in klasse 1-5 MWp). En kampioen is nu al de grootste categorie (per stuk minimaal 30 MWp), met slechts 7 projecten, die gezamenlijk maar liefst 334 MWp inbrengen. Een factor 12,4 maal het volume in de drie kleinste klassen, tot 1 MWp.

De drie grootste project categorieën (vanaf 5 MWp per stuk) claimen een gerealiseerd volume van 825 MWp, wat maar liefst 82% van het totale reeds gerealiseerde volume is aan grondgebonden zonneparken. De boodschap, hier nog maar eens voor de zoveelste maal herhaald: deze categorie om wat voor reden dan ook "niet willen" in Nederland, betekent onherroepelijk, dat je enorm veel projecten op daken zult moeten ophoesten, die een vergelijkbaar volume zullen kunnen "scoren". Als je als uitgangspunt "een" dak van 100 kWp zou nemen (wat voor veel mensen al een forse installatie is, zelfs voor een bedrijfsdak, 333 moderne zonnepanelen à 300 Wp), zou je daarvan maar liefst 8.250 stuks moeten ophoesten, om een vergelijkbaar effect te bewerkstelligen. Polder PV heeft momenteel, na jaren intensieve project monitoring, slechts rond de drieduizend rooftop projecten van 100 kWp of groter "verzameld", een volume wat in vele jaren is geaccumuleerd (met name vanaf 2011). Het rooftop segment op bedrijfsdaken groeit beslist snel, maar kan nooit de volumes (in MWp-en) ophoesten die nu al in de grondgebonden projecten zijn gerealiseerd.

Als we alle reeds gevonden grondgebonden zonneparken bij elkaar nemen, komen we inmiddels op een gemiddeld project vermogen van maar liefst bijna 3,9 MWp per stuk uit. Aan bovenstaande grafiek ziet u duidelijk, dat met name de grotere project categorieën, de structurule oorzaak zijn waardoor dat gemiddelde zo hoog wordt opgedreven. Dit, ondanks het feit, dat er behoorlijk veel "relatief kleine" projecten zijn, met capaciteiten ver onder de 1 MWp per stuk.

2. Gerealiseerde grondgebonden PV installaties - groei aantallen en capaciteit per kalenderjaar

In deze tweede grafiek de update van een vaker gepubliceerde grafiek (laatste exemplaar van 9 augustus 2019), met bijgewerkte data tm. 8 december, toen ik heb vastgesteld dat er minimaal 1 GWp aan PV capaciteit in grondgebonden zonneparken netgekoppeld was opgeleverd binnen de grenzen van Nederland (exclusief overzeese gebiedsdelen).

Op de rechter Y-as de referenties voor de aantallen nieuwe projecten per kalenderjaar (blauwe kolommen), en de hoeveelheid nieuwe capaciteit die daarmee per jaar gepaard is gegaan (oranje kolommen, in MWp). Uiteraard is 2019 nog zeker niet definitief, en derhalve gearceerd weergegeven (er is wellicht ook nog e.e.a. niet openbaar gepubliceerd, wat wel al is opgeleverd). Er is ook nog een "rest" categorie, van 17 grondgebonden projectjes van minimaal 15 kWp per stuk, waarvan het jaar van oplevering nog niet kon worden vastgesteld. Het gaat om vrij kleine, al wat oudere projecten, met een systeemgemiddelde capaciteit van slechts 20 kWp per stuk, totaal ongeveer 345 kWp (laatste kolommen paar achteraan).

Duidelijk is in ieder geval, dat de aantallen nieuwe projecten per jaar gestaag zijn gestegen, en in 2018 in de versnelling ging (van 27 in 2017 naar 75 stuks in 2018, een factor 2,8 maal zo veel). Bij de capaciteit toevoegingen per kalenderjaar is die versnelling beduidend groter: van 82 MWp in 2017, naar maar liefst 443,2 MWp in 2018. Een factor 5,4 maal zo groot. Tot nog toe zijn bij Polder PV al 76 nieuwe netgekoppelde grondgebonden projecten in 2019 bekend (al 1 meer dan in heel kalenderjaar 2018), met 429,2 MWp aan capaciteit. Dit laatste is nog 3% kleiner dan het grote volume in 2018, maar in december kan nog heel wat volume netgekoppeld worden opgeleverd. Bovendien kan ik beslist nog wel het een en ander over het hoofd hebben gezien, wat al stroom staat te leveren. Mijn verwachting is dat er beslist meer volume nieuw aan het net zal zijn gegaan aan het eind van het huidige jaar. Wel is het zo, dat de al langer gesignaleerde netcapaciteit problemen (met name in NO Nederland, maar beslist ook al elders vaker optredend), inmiddels al het nodige roet in het eten aan het gooien is. Ook op het gebied van de netkoppeling van de in dit artikel behandelde grote grondgebonden PV projecten. Bijna alle prognoses van eerder geschatte datum van oplevering van dergelijke projecten (en ook van grotere, maar helaas zelfs van kleinere rooftop installaties), worden door de realiteit ingehaald: bijna altijd is er al - soms fors - vertraging bij die opleveringen. Dit kan in de ergste gevallen vele maanden tot zelfs langer dan een jaar duren.

Het gemiddelde nieuwe project vermogen per kalenderjaar is weergegeven in de gestreepte grijze lijn (referentie: linker Y-as, in MWp). Het neemt door de enorme schaalvergroting bij de grondgebonden projecten rap toe. Van 476 kWp in 2015, via 2,2 MWp in 2016, en ruim 3,0 MWp in 2017 naar al 5,9 MWp gemiddeld per nieuw project in 2018. Voor de nog lang niet afgeronde stand van zaken in 2019, is het gemiddelde project vermogen van de reeds netgekoppelde grondgebonden projecten al 5,6 MWp. Afhankelijk van de omvang van dit jaar nog op te leveren (of: "nog in publicaties terug te vinden") grotere grondgebonden projecten, kan dit nog behoorlijk wijzigen bij de "definitieve", later te bepalen kalenderjaar cijfers voor het huidige jaar.

3. Grondgebonden PV projecten aantallen en capaciteiten - accumulaties EOY

Deze derde grafiek, waarvan het voorlaatste exemplaar ook werd gepubliceerd op 9 augustus 2019), worden de meest recente data tm. 8 december getoond. De kolommen geven per kalenderjaar aan, wat het voortschrijdend geaccumuleerde vermogen is geweest bij de aantallen, en bij de totale capaciteit (MWp) van de grondgebonden zonneparken aan het eind van elk kalenderjaar. In deze grafiek is niet het zeer kleine contingent aan grondgebonden zonneparken opgenomen, waarvan het jaar van oplevering (nog) niet bekend is geworden bij Polder PV, maar die beslist (soms als lang) zijn gerealiseerd (totaal 17 projectjes, met slechts 345 kWp, geeft netto 243 grondgebonden zonneparken weergegeven in de grafiek, afgerond nog steeds 1.009 MWp). Ook al is 2019 nog niet afgesloten, zeker is, dat al op 8 december er meer dan 1 GWp aan netgekoppelde PV capaciteit is geaccumuleerd, verdeeld over 243 projecten (gearceerde kolommen rechts in de grafiek).

Historische volumes kunnen licht wijzigen t.o.v. voorgaande updates, als bijvoorbeeld betere informatie over de gebruikte module types boven tafel is gehaald. Hierover wordt door de bank genomen vaak uitzonderlijk slecht gecommuniceerd door project ontwikkelaars (uiteraard zijn er ook bedrijven die wel helder zijn in hun communicaties daar over). Soms kom je "via via" alsnog achter dergelijke wezenlijke project informatie. Zeker bij grote projecten is dit heel erg belangrijk, omdat je hier al snel een flink scheve schaats kan gaan rijden als je bijvoorbeeld alleen maar het aantal panelen weet in zo'n project.

Uit de grafiek blijkt, dat ook het systeemgemiddelde project vermogen alweer fors is toegenomen. Van 3,5 MWp voor de geaccumuleerde projecten tm. 2018, tot al 4,2 MWp voor de 243 projecten netgekoppeld opgeleverd tm. 8 december 2019 (grijze lijn, referentie: linker Y-as, in MWp). Duidelijk uit dit alles is, dat 2018 een enorme versnelling heeft laten zien in de realisatie van grondgebonden zonneparken, en dat 2019 ook al een hoog volume heeft opgeleverd.

Verdeling over de provincies

Ik kom hier in een later stadium nog in detail op terug, in een nieuwe update van mijn snel groeiende projectenlijst (voor status 9 aug. 2019 zie intro en detail analyse). Momenteel heeft Noord-Holland nog steeds het hoogste aantal gerealiseerde zonneparken (35 stuks, op de voet gevolgd door Gelderland, met 34, en Noord-Brabant, 33 stuks). Maar Groningen steekt nu nog verder met kop en schouders boven de rest uit bij de geaccumuleerde capaciteit, 238 MWp, bijna 2 maal het volume van numero 2. Mogelijk voor velen verrassend gevolgd door Zeeland (121 MWp, bijna de helft afkomstig van Zonnepark Scaldia), en Noord-Brabant (110 MWp). Flevoland en Utrecht hebben de minste netgekoppelde zonneparken (11 stuks), met een zeer groot verschil in capaciteit: 90 resp. ruim 12 MWp (het laagste volume per provincie op 8 dec. 2019). Deze ratio kan snel wijzigen, met elk toegevoegd groot zonnepark.

Vergelijking bevindingen Polder PV met status RVO

Op 1 november verscheen een laatste detail overzicht van de (overgebleven) PV projecten met SDE subsidie beschikking bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, RVO. Hierin verschijnt al enkele jaren de toekenning "veldopstelling" of "veldsysteem" voor grondgebonden projecten. Vaak wordt door derden naar dergelijke overzichten gerefereerd als "de officiële stand van zaken" met betrekking tot de status van (grondgebonden) zonneparken. Sterker nog, er worden zelfs af en toe grafieken en kaartjes gemaakt met de door RVO gepubliceerde cijfers. Dat is om meerdere redenen echter beslist niet het geval, en geeft beslist niet de realiteit weer, zoals Polder PV meermalen heeft benadrukt. Hier onder enkele redenen waarom die cijfers met prudentie en een zeer kritische instelling genoten dienen te worden:

  • (1) De door RVO opgegeven capaciteiten betreffen meestal slechts de beschikte volumes, niet de feitelijk opgeleverde vermogens.
  • (2) Er worden af en toe flinke fouten gemaakt met de toewijzing van de categorie "veldopstelling" (soms zijn het zuivere "rooftops").
  • (3) Een behoorlijk aantal van de "kleinere" - soms al lang opgeleverde - veldopstellingen is niet als zodanig bekend bij RVO.
  • (4) Alle postcoderoos projecten die in de vorm van grondgebonden zonneparken zijn uitgevoerd staan niet in het SDE register van het agentschap (hun volume mag wettelijk niet "gedubbeld" worden met SDE, zelfs al maken ze - weliswaar fysiek gescheiden - in ruimtelijke zin onderdeel uit van een veel groter [SDE-gesubsidieerd] project).
  • (5) Ook kleinere "privé" projecten of grondopstellingen zonder SDE subsidie, staan niet in het RVO SDE register, zelfs als ze groter zijn dan 15 kWp.
  • (6) Het register van RVO loopt vaak maanden, en soms ook nog veel langer, achter op de fysieke realiteit van de opleveringen. De administratieve procedures die uiteindelijk moeten leiden tot een "ja" vinkje achter een (correct toegewezen) project met "veldopstelling" in de RVO database, kosten zeer veel tijd.
  • (7) Het register van RVO geeft slechts de beschikkingen weer. Er zijn talloze zonnestroom projecten met meer dan 1 SDE beschikking, waar onder ook de nodige grondgebonden installaties. Hiermee kunnen nogal grote fouten gemaakt worden als "beschikking" gelijk wordt gesteld aan "project". Dit gebeurt helaas regelmatig.

Ondanks bovenstaande, heb ik toch een vergelijking tussen de laatst bekende RVO status (project beschikkingen met toekenning "veldsysteem") en mijn huidige, actuele status update van 8 december voor reeds netgekoppelde ("fysiek opgeleverde") grondgebonden PV projecten gemaakt, om de al forse verschillen zichtbaar te maken.

Realisaties grondgebonden PV projecten NL: RVO versus Polder PV
aantal (beschikkingen dan wel project lokaties)
Capaciteit (MWp)
Gemiddelde per beschikking cq. project (MWp)
RVO status 1 nov. '19 beschikkingen veldopstellingen
164
810
4,9
Polder PV 8 dec. '19 fysiek netgekoppelde projecten
260
1.009
3,9
bevindingen RVO "SDE" volume t.o.v. Polder PV totaal (%)
63%
80%
126%

Uit bovenstaande tabel blijkt, dat in de 1 november update van RVO slechts 63% van de aantallen projecten bekend bij Polder PV (260 stuks) op 8 december in de vorm van (164) beschikkingen een "ja" vinkje had staan. Bij de capaciteit was de verhouding iets gunstiger: 810 MWp beschikt (RVO) t.o.v. 1.009 fysiek gerealiseerd (Polder PV), 80%. Met daarbij uiteraard de aantekening, dat "beschikt" beslist nog niet hoeft te betekenen, dat die capaciteit ook daadwerkelijk is opgeleverd. Polder PV heeft van talloze projecten soms zeer significante afwijkingen van de daadwerkelijk opgeleverde volumes t.o.v. de beschikte capaciteit geconstateerd. Zeker bij grotere projecten, kan dat een fors volume schelen in absolute zin. Overigens kan die afwijking t.o.v. de beschikking zowel in positieve, als in negatieve zin uitpakken.

Kijken we naar het gemiddelde per beschikking (RVO 4,9 MWp) resp. per feitelijk opgeleverd project (8 dec. 2019 Polder PV, 3,9 MWp), is die verhouding andersom. RVO heeft een hoger volume staan. Ook dit is goed te verklaren: met name de kleinere, opgeleverde projecten ontbreken immers in de overzichten van RVO. Ze kunnen wel met een "ja" vinkje zijn voorzien, maar de toewijzing "veldopstelling" ontbreekt, of RVO kent ze in het geheel niet, omdat ze geen SDE beschikking hebben. Van de inmiddels al richting de twintig (deel) projecten gaande opgeleverde postcoderoos projecten ontbreekt ook elk spoor in de RVO cijfers. Daarom is het niet vreemd dat de gemiddelde capaciteit per beschikking hoger ligt dan de fysiek gerealiseerde gemiddelde project grootte die Polder PV heeft vastgesteld, bij bijna 100 meer projecten. Zélfs als we daarbij bedenken, dat het bij RVO om beschikkingen gaat, en niet altijd om "projecten" (die per project meer dan 1 beschikking kunnen hebben).

Vergelijking bevindingen Polder PV met oudere cijfers van CBS

CBS had in april wat eerste cijfers over grondgebonden projecten genoemd, die zij hetzij als "zonneparken", hetzij als "veldopstellingen" kwalificeren (zonder de definitie nader uit te werken of daarbij sterk afwijkende subcategorieën uit te sluiten). CBS maakt de laatste tijd gebruik van uitgebreide syntheses van verschillende data bestanden, om tot haar nieuwe cijfers voor de zonnestroom statistieken te komen (zie o.a. bespreking door Polder PV). Het statistiek instituut benoemde cijfers voor zowel 2017 als voor 2018. In het tabelletje hier onder vindt u een vergelijking tussen de bevindingen van het CBS volgens hun nieuwe onderzoeks-methodiek, én de huidige status van de zeer gedetailleerde detail project sheets die Polder PV in de loop van de jaren heeft samengesteld m.b.t. de status van de grondgebonden zonneparken in Nederland.

Realisaties grondgebonden PV projecten NL: CBS versus Polder PV
2017 EOY aantal
2017 EOY MWp
2018 EOY aantal
2018 EOY MWp
CBS historische status 26 april 2019 veldopstellingen
22
98
65
444
Polder PV 8 dec. '19 fysiek netgekoppelde projecten**
109
137
184
580
bevindingen CBS t.o.v. Polder PV (%)
20%
72%
35%
77%

** In de cijfers van Polder PV wordt aangenomen dat de 17 kleine grondgebonden zonneparkjes waarvan het jaar van oplevering (nog) niet bekend is reeds in 2017 aan het net waren gekoppeld (en dus zowel voor EOY 2017 als voor EOY 2018 zullen meetellen).

Uit bovenstaande tabel volgt kristalhelder, dat zelfs met de nieuwe onderzoekstechnieken die door het CBS zijn geïntroducteerd om "betere" zonnestroom statistieken te kunnen produceren, er in ieder geval op het punt van de grondgebonden zonneparken er nog heel veel volume wordt "gemist" door ons nationale statistiek instituut. Het CBS had eind 2017 slechts 20% (!), 22 van de door Polder PV reeds gevonden 109 veldopstellingen gevonden in de (alleen voor hen) toegankelijke databanken. Bij de capaciteiten was het gelukkig veel meer, 98 t.o.v. 137 bij Polder PV, 72%. Wat, net als bij de RVO data, weergeeft, dat ook het CBS niet in staat blijkt te zijn om met name de kleinere gerealiseerde projecten terug te vinden, dan wel als veldopstelling te identificeren (waarschijnlijk staan ze ook daar gewoon als "rooftop" project geklassificeerd).

Voor 2018 zijn de cijfers iets bemoedigender, maar nog steeds zijn deze fors lager dan bij Polder PV. CBS wist slechts 35% van de aantallen die Polder PV in spreadsheet als gerealiseerd had staan, einde van dat jaar, te identificeren (65 t.o.v. de door Polder PV al gevonden 184 exemplaren). Bij de capaciteit vond CBS in april dit jaar, dat er eind 2018 444 MWp aan veldopstellingen was opgeleverd. Polder PV heeft nu al 580 MWp staan voor EOY 2018, derhalve heeft CBS 77% van het PPV volume in april dit jaar terug gevonden. Ze geven wel voorbehoud aan hun destijds gepubliceerde cijfers, in de laatste paragraaf "wijze van berekenen". Waarbij het CBS claimt: "De verwachting is dat op basis van de gebruikte registraties minimaal 95 procent van het totaal opgestelde vermogen in Nederland bekend is. Wel is bekend dat registraties naijlen waardoor voorlopige cijfers het opgesteld vermogen in dat jaar kunnen onderschatten."

Wat die "95%" betreft zitten ze dus t.o.v. de bevindingen van Polder PV nog steeds fors mis, want de in april gepubliceerde cijfers laten voor EOY 2018 nog maar 77% zien t.o.v. mijn harde cijfers. Dit kan echter binnenkort beslist nog aangepast gaan worden, omdat bij CBS de traditie is, dat pas zeer laat oudere statistieken alsnog worden bijgesteld, soms zelfs, zoals in 2018, meermalen. De laatste jaren was dat stelselmatig opwaarts, zie de tabel gepubliceerd door Polder PV tijdens de laatste grote bijstelling, van eind mei 2019 (de jaargroei is in het jaar rapport over 2018 later marginaal bijgesteld van 1.511 naar 1.510,1 MWp, mogelijk een afrondings-kwestie). Ook kan het zo zijn, dat CBS volume voor grondgebonden projecten toerekent aan een ander jaar, dan Polder PV tot nog toe heeft gevonden. Dit probleem geldt met name de (grotere) installaties die rond de jaarwisseling worden opgeleverd. Dit kan beslist de nodige verschuivingen in de eindejaars-cijfers geven. Polder PV is dan ook benieuwd, wat eventuele nieuwe EOY cijfers resp. latere bijstellingen door het CBS zullen gaan brengen op dit punt.

Tot nog toe heeft Polder PV in ieder geval zowel t.o.v. recent gepubliceerde SDE cijfers van RVO, als t.o.v. de wat oudere cijfers van CBS voor de reeds lang verstreken jaren 2017 en 2018, al fors meer volume aan grondgebonden zonnestroom projecten staan als "gerealiseerd", dan de nationale instituten. Wat ronduit opmerkelijk is, omdat Nederland volop de energietransitie in is gegaan, en keiharde, betrouwbare realisatie cijfers essentieel zijn om boven tafel te krijgen.

Er zijn wel programma's opgestart om bijvoorbeeld van satelliet foto's e.d. "aantallen panelen" vast te stellen. Duivels lastige materie, waarbij software met een humane interface "actief geleerd wordt wat zonnepanelen zijn en wat niet". Maar van "aantallen" panelen naar "opgestelde capaciteit" is ook weer zo'n traject waarbij ongewild de nodige statistische ongelukken kunnen geschieden, i.v.m. de enorme spread aan fysiek in de Nederlandse markt geleverde paneel vermogens (momenteel kan er van alles tussen de 270 en >400 Wp mogelijk worden geleverd, waarbij niet te voorspellen is waar wat wordt afgezet). Op 7 oktober werd een samenwerkingsverband tussen TNO en CBS aangekondigd om deze methodiek, en het thema artificial intelligence, ook in relatie tot de toegevoegde zonnestroom capaciteit in Nederland, verder te gaan uitdiepen.

Aandeel van grondgebonden PV t.o.v. totaal marktvolume revisited

Omdat we nog niets zeker weten over het totale eindejaarsvolume van PV capaciteit in 2019, en zelfs het EOY van 2018 nog kan wijzigen bij het CBS, zijn de aandelen van de grondgebonden zonneparken op die totaal volumes nog niet met zekerheid vast te stellen. Echter, met de cijfers die we nu kennen, kunnen we wel alvast een richtlijn aangeven van de grootte ordes (die dus nog wel iets kunnen wijzigen, met name voor 2019). Dat heb ik weergegeven in onderstaande tabel. Ik heb daarbij voor het totale EOY volume voor 2019 mijn inschatting van 6,6 GWp genomen (zie paragraaf 9 in artikel van 2 december jl.).

Aandeel grondgebonden PV projecten
op totaal volumes
2017 EOY
2018 EOY
2019*
CBS totaal EOY volume
2.903
4.414
6.600
PPV 8 dec. '19 fysiek netgekoppeld grondgebonden volume*
137
580
1.009
Aandeel op EOY volume (%)
4,7%
13,1%
15,3%

Het aandeel van de netgekoppelde grondgebonden zonneparken t.o.v. de totale gerealiseerde volumes in de hele PV markt is in bovenstaande tabel berekend door de getallen in de tweede rij te delen op de CBS volumes voor de jaren 2017 en 2018 (eerste rij), resp. op het door Polder PV geprognosticeerde EOY cijfer voor 2019* (6,6 GWp). Dan komen we op al hoge impact cijfers van de grondgebonden zonnestroom parken, achtereenvolgens, 4,7% in 2017, 13,1% in 2018, en al 15,3% in 2019. Met daarbij de disclaimer, dat er nog het nodige aan volume bijgeschreven kan worden in december 2019 (of mogelijk zelfs nog uit eerdere maanden, wat nog niet bekend was). Dat het totale EOY cijfer voor 2019 mogelijk pas definitief bekend zal worden eind 2020 (!), en dat zelfs mogelijk nog het EOY cijfer voor 2018 zou kunnen wijzigen, aangezien CBS aangeeft dat hun laatste cijfers voor dat jaar nog steeds de status "voorlopig" hebben. Maar kristalhelder is al, uit genoemde "minimale" 15% voor 2019: zonneparken hebben dit jaar al een substantiële impact op de totale volumes gekregen (echter nauwelijks impact op de aantallen projecten: compleet verwaarloosbaar). Indien de netproblemen tijdig opgelost kunnen worden door de netbeheerders, zal het aandeel van deze relatief zeer bescheiden aantallen kennende grote projecten, een zeer belangrijke nieuwe steunpilaar in de Nederlandse zonnestroom markt gaan worden. Naast het al vele jaren belangrijke marktsegment van de residentiële sector (zowel eigen woningen, als, in toenemende mate, in de huursector).

Persbericht

Polder PV heeft een downloadbaar persbericht gepubliceerd in de vorm van een Word document, omtrent de in dit artikel nader toegelichte vaststelling dat er op 8 december 2019 reeds 1 GWp aan grondgebonden zonnestroom parken aan het net is gekoppeld in Nederland. U kunt dit persbericht downloaden via deze link.

Bronnen:

Projecten overzichten Polder PV (gedetailleerde cijfers over grotere PV projecten inclusief grondgebonden zonneparken en diverse andere typen installaties). Mede vanwege bedrijfs-gevoelige informatie, hoge commerciële waarde, e.d. strict geheim, data worden met niemand gedeeld. Huidige status: onder anderen meer dan 8 en een half duizend single-site installaties betreffend. Onderzoek loopt reeds jaren en wordt dagelijkds gecontinueerd.

Interne link:

Spannend nieuw onderzoek CBS naar betere marktdata zonnestroom (artikel van 30 mei 2018 op Polder P,V met beschouwing over de nieuwe aanpak van het CBS om tot betere statistieken van zonnestroom te komen voor Nederland)

PV projecten >= 15 kWp. Stand van zaken grote PV projecten overzicht van Polder PV, status 9 augustus 2019 (laatste stand van zaken in het complete PV projet dossier van Polder PV, gepubliceerd op 30 augustus 2019; zeer veel detail informatie)

Externe links:

Stand van zaken SDE-aanvragen (RVO updates projecten met SDE beschikkingen, laatse complete overzicht van 1 november 2019)

Vermogen zonnepanelen meer dan de helft toegenomen (artikel CBS van 26 april 2019 met de toen laatste stand van zaken omtrent verdeling van PV capaciteit en aantallen projecten, in diverse segmentaties)

Zonnestroom; vermogen bedrijven en woningen, regio (indeling 2018) (basis statistiek zonnestroom Nederland volgens de nieuwe onderzoek systematiek van het CBS, status update 26 april 2019)


2 december 2019: Unicum bij CertiQ - extreem vertraagd maandrapport oktober. Groei gecertificeerde zonnestroom moderaat, >87 MWp nieuw toegevoegd. Wederom een byzonderheid bij de TenneT dochter CertiQ: een maandrapport, over oktober 2019, wat veel later werd gepubliceerd dan "normaal". Er werd in die maand netto een volume van 87,3 MWp* nieuwe PV capaciteit toegevoegd, verdeeld over 337 nieuwe projecten. Met deze toevoegingen is eind oktober een geaccumuleerde gecertificeerde capaciteit van 2.659,2 MWp ontstaan.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met 2 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017 resp. juni 2019), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

In de detail analyse hier op volgend wordt korter ingegaan op de wijzigingen en aanvullingen, deels grafisch verbeeld. Voor uitgebreide toelichting ter referentie, gebruik s.v.p. daarvoor het eerder gepubliceerde artikel met analyse van het augustus rapport van de TenneT dochter.

Inleiding

Met de rapportage van het oktober maand rapport is ook weer een unicum achter de rug. Nooit eerder, voor zover Polder PV in zijn overzichten kon terugvinden, is een maand rapport namelijk niet verschenen in de opvolgende maand (historisch bezien meestal in de eerste week, maar het laatste jaar vaak veel later in die maand). Maar is het pas vandaag verschenen, op 2 december. Ruim een maand na het verstrijken van de besproken maand (oktober). Ik heb eerder wel eens om opheldering over een status rapport gevraagd, maar ik wil CertiQ niet continu lastig vallen met vragen. Het augustus rapport was ook al laat verschenen, maar nog wel in de (laatste week van de) opvolgende maand, september. Ditmaal verscheen er in november niets op de website van CertiQ, en heb ik er vanochtend toch maar een e-mail aan gewaagd. Vrij kort nadat die ontvangen was bij CertiQ, verscheen opeens de oktober rapportage in hun statistieke overzicht. Het mag duidelijk zijn: het lijkt bij CertiQ dus ook zeer druk, en de normale routines rond de publicatie van de statistische rapportages lijken ernstig te zijn verstoord door die drukte.

1. Ontwikkeling van aantallen gecertificeerde zonnestroom installaties

Nieuwe aantallen installaties in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de linker Y-as. In oktober kwamen er netto 337 nieuwe PV projecten bij, weer 31 installaties minder dan in september (368). Daarmee is het tempo de laatste vier maanden weer stapsgewijs gedaald, na het "bijna maximum" van 443 stuks in juli dit jaar. Nemen we alle cijfers voor de eerste tien maand rapportages in 2019, ligt het gemiddelde nu rond de 342 projecten nieuw per maand.

De accumulatie is te zien aan de blauwe kolommen curve in bovenstaande grafiek. In de september rapportage is de twintigduizend gecertificeerde zonnestroom projecten gepasseerd, het totaal is eind oktober dit jaar gekomen op 20.365 exemplaren (gemarkeerd datapunt rechtsboven). Dit is weliswaar nog steeds een zeer gering aandeel op het totaal aantal PV systemen in Nederland, wat mogelijk al over niet al te lange tijd richting de 1 miljoen stuks gaat (dominant residentieel). Maar bij de capaciteit zal de projecten markt op termijn de residentiële sector in gaan halen. Bij de nieuwbouw dit jaar is dat al zo, vanwege de zeer harde groei van de projectenmarkt, gedreven door enorme hoeveelheden SDE "+" beschikkingen.

Voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand.

Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. De nieuwe volumes gerealiseerde projecten per maand zijn vanwege de enorme stapel aan SDE beschikkingen die wordt uitgevoerd dit jaar toegenomen t.o.v. 2018, maar vanaf juli (443 nieuw, "record" voor 2019), dalen de (netto) toegevoegde projecten per maand weer: 403 nieuwe installaties in augustus, 368 in september, 337 in oktober. Het gemiddelde van de eerste 10 maanden lag eind oktober 2019 op netto 342 nieuwe installaties per maand (horizontale gele stippellijn, stabiel sedert het vorige maand rapport). Dat is een factor 1,6 maal het kalenderjaar gemiddelde in 2018 (210 stuks/mnd), 2,2 maal dat van 2017 (158 stuks/mnd), resp. 3,3 maal dat van 2016 (105 stuks/mnd).

Wel kunnen deze volumes (evenals die voor de capaciteiten) achteraf nog worden bijgesteld door wijzigingen in de primaire database van CertiQ. De revisie voor 2017 gaf gemiddeld 143 nieuwe installaties per maand (1.717 nieuwe installaties in 2017). 9,5% lager dan uit de oorspronkelijke maand rapportages afgeleid kon worden. In de recent verschenen revisie voor 2018 zijn de meest recente EOY cijfers in de revisie tabel 14.706 (EOY 2017) resp. 17.399 (EOY 2018), waaruit een jaargroei resulteert van 2.693 nieuwe PV projecten (afgerond gemiddeld 224 per maand). Vergelijken we die met de cijfers volgend uit de veel eerder gepubliceerde oorspronkelijke maand rapportages (14.430 resp. 16.946), was die groei aanvankelijk 2.516 exemplaren (gemiddeld 210 per maand). Met de gecorrigeerde EOY cijfers bij CertiQ zijn er dus netto 177 nieuwe projecten bijgekomen in 2018, 7% méér (ditto bij het daar van afgeleide maandgemiddelde).

Het nieuwe jaarvolume voor 2017 kwam volgens de maandrapporten uit op 1.898 installaties. In 2018 was dat 2.516 stuks. 2019 zit nu al op 3.419 exemplaren netto, reeds 36% meer volume dan in het gehele voorgaande jaar. Op het vlak van aantallen is er dus ook een duidelijke groei. Wederom hierbij het voorbehoud, dat totale volumes per jaar achteraf kunnen - en zullen - worden bijgesteld door CertiQ.

2. Capaciteit evolutie van gecertificeerde zonnestroom installaties

Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor september 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast.
Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage ! Ook voor juli 2019 is het aanvankelijk op 1 augustus 2019
verschenen maandrapport na interventie door Polder PV fors neerwaarts gecorrigeerd in een later gereviseerde versie.

In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit al een tijdje echt om opvallende, substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Met name in 2018 en 2019. Na de heftige revisie van het nieuwe netto volume voor juli 2019 volgde een nieuw, met nog wel wat vraagtekens omgeven historisch record van 270,9 MWp in augustus, wat het vorige record in februari dit jaar (165,0 MWp) verpletterde. In september viel de netto nieuwbouw terug naar nog maar 71,9 MWp, iets onder het peil van september in 2018. In oktober trok het nieuwe volume weer enigszins aan, met een groei van 87,3 MWp. Dat is, opvallend, beduidend minder dan het volume in oktober in het voorgaande jaar, 120,5 MWp (okt. 2018), en daarmee de eerste maand in 2019, dat de groei niet "ongeveer gelijk of substantieel hoger" lag, dan in 2018. Wel ligt de oktober toevoeging nog wel een stuk boven het jaargemiddelde in 2018 (bijna 71 MWp/mnd). Het nieuwe volume in oktober ligt wel fors onder het gemiddelde voor de eerste tien maanden in 2019. Dat wordt weergegeven door de gele stippellijn en is inmiddels wederom iets lager geworden: 113,6 MWp/mnd (tm. sep. 2019 was dit nog 116,5 MWp/mnd, tm. aug. 2019 122,1 MWp/mnd).

Het nieuwe gemiddelde niveau is al een factor 1,6x groter dan het kalenderjaar gemiddelde in 2018 (70,9 MWp/mnd), 5 maal zo groot dan dat in 2017 (22,8 MWp/mnd), en 7,1 maal het gemiddelde volume in 2016 (15,9 MWp/mnd). De verwachting is, dat door voortgaande schaalvergroting in de projecten markt, het gemiddelde volume per maand nog verder zal gaan toenemen.

Het is mogelijk, dat er door CertiQ 1 of, logischer, meer grote zonneparken die in werkelijkheid pas in september tm. oktober aan het net zijn gekoppeld, "per ongeluk" in de resultaten voor spektakel maand augustus is / zijn opgenomen, wat het zeer grote nieuwe volume voor die maand zou kunnen verklaren. Dit blijft echter speculatie, zo lang we de detail data van CertiQ niet kennen. Deze worden sowieso nooit geopenbaard. Foute ingaves van grote projecten door netbeheerders zijn ook nog steeds een mogelijk alternatieve verklaring, om dergelijke hoge nieuwbouw cijfers te kunnen verklaren, gezien het verleden met twee door Polder PV gesignaleerde grote data incidenten (zie onderschrift grafiek).

Een "brandende issue" is hierbij vooral het momenteel grootste zonnepark van Nederland, het bijna 103 MWp grote Zonnepark Midden-Groningen te Sappemeer. Dat is volgens een Youtube filmpje van TenneT (upload datum 29 oktober 2019) aan het hoogspanningsnet (station Kropswolde) aangesloten. Het is mogelijk dat dit grote zonnepark pas in het volgende maand rapport (november 2019) ingevoerd zal gaan worden bij CertiQ. Als dat klopt, kunnen we in dat rapport een forse totale capaciteits-toevoeging gaan verwachten.

3. Gemiddelde capaciteit & absolute volumes PV projecten (tot en met) oktober 2019

Als we uitgaan van de CertiQ cijfers zoals nu gepubliceerd, en "relatief weinig uitstroom" van verwijderde projecten in de data bestanden, en de maandelijkse netto toevoeging van 337 nieuwe installaties, met genoemde 87,3 MWp netto nieuwe capaciteit combineren, zou hier uit resulteren dat een "netto nieuw toegevoegd project" in de oktober 2019 update een gemiddeld systeem vermogen zou hebben gehad van ruim 259 kWp per stuk (grofweg 863 PV modules à 300 Wp). Dat ligt nog steeds substantieel lager dan de 672 kWp gemiddeld voor de toevoegingen in augustus. Als de data van CertiQ correct zijn, is het waarschijnlijk dat in augustus meerdere grote zonneparken als "opgeleverd in de databank van de TenneT dochter" moeten zijn bijgeschreven. En dat het volume aan dergelijke grote projecten in de twee opvolgende maanden een veel bescheidener omvang heeft gehad.

De gemiddelde nieuwe systeem omvang in de eerste 10 maandrapporten van 2019 komt inmiddels, met 3.419 nieuwe projecten en bijna 1.136 MWp nieuwe capaciteit, op ongeveer 332 kWp (weer iets lager dan tm. augustus, 360 kWp, resp. tm. september, 342 kWp). Dat is 2% mínder dan het (voorgaande) record kalenderjaar volume in 2018 (338 kWp op basis van maand rapportages). Maar dat kan nog omslaan naar "meer", als de laatste 2 maand rapportages met veel grote project volumes gaan komen. Iig is het nu al een factor 1,3 hoger dan het gemiddelde in 2017, 144 kWp, in de maand rapportages (alle nieuwe projecten dat jaar).

Voor evoluerend systeemgemiddelde bij de totale accumulatie in het CertiQ dossier, zie paragraaf 7.

Wat de absolute volumes betreft: in 2019 zijn tm. oktober, volgens de maand rapportages, al 69% meer nieuwe projecten bijgeschreven dan in de eerste 10 maanden in 2018 (2.029 stuks). Bij de capaciteit is het inmiddels 63% meer dan in 2018 in de 1e 10 maanden (698 MWp). De 1.136 MWp nieuwe gecertificeerde capaciteit in de eerste 304 dagen van 2019 is al 13% hoger dan de eindejaars-accumulatie van het jaar 2014 (CBS: 1.007 MWp, totale volume, dus ook grotendeels niet bij CertiQ bekende grote residentiële deelmarkt). En is al 75% van de kalenderjaar toevoeging voor record jaar 2018 (voorlopig cijfer CBS: 1.511 MWp, totale volume). Met nog twee (drukke !) maanden te gaan om het huidige kalenderjaar vol te maken.

4. Kwartaal cijfers CertiQ maandrapportages - eerste resultaat QIV binnen


Groeicijfers per kwartaal. De volumes voor de eerste drie kwartalen in 2019 geven allen nieuwe records t.o.v. de vergelijkbare periodes in 2018. Achtereenvolgens QI 314 MWp (89% meer volume dan in QI 2018), QII 295 MWp (43% meer dan in QII 2018), resp. met september afgerond QIII, een nieuw record kwartaal volume, 440 MWp. Wat maar liefst 115% hoger ligt dan in QIII 2018 (205 MWp). Het laatste kwartaal van 2019 begon op een "rustig" niveau, met 87 MWp (gemiddelde per maand in QIV 2018 was 91 MWp, dus iets hoger over het hele kwartaal bezien), maar daar moeten nog 2 maand rapportages bij gaan komen. Of het derde kwartaal van 2019 daarbij ge-evenaard zal gaan worden moeten we nog gaan zien (mede vanuit oogpunt van grote problemen op het net, vertragingen met aansluitingen e.d.).

5. Half-jaar cijfers CertiQ maandrapportages - tm. oktober 2019


Let s.v.p. ook in deze grafiek op de disclaimer betreffende mogelijke, nog niet "ontdekte" onvolkomendheden van de CertiQ data. De Y-as geeft de nieuw gerapporteerde capaciteiten in MWp, volgens de maandrapportages in de getoonde half-jaren. Op de X-as per kolom de resultaten van de 6 maand rapportages uit de half-jaren (HI = jan. tm. juni; HII = juli tm. december) sinds 2010, tot en met het eerst afgeronde half-jaar voor 2019. Met een voorlopig nieuwe record capaciteit van 608 MWp. Reeds 63% meer dan het volume in de vergelijkbare periode in 2018 (372 MWp). Helemaal rechts de eerste resultaten voor HII 2019, juli-oktober, toegevoegd, weergegeven als gearceerde kolom waar nog veel volume bij gaat komen (resultaten van de laatste 2 maanden). De eerste 4 maanden van de tweede jaarhelft laten al 528 MWp groei zien, wat nu al ruim 10% meer is dan het volume in HII van 2018 (479 MWp). Er is nog slechts 80 MWp te gaan om het volume in de eerste jaarhelft van dit jaar te evenaren. Dat ligt echter zelfs onder het maand gemiddelde voor het hele jaar (paragraaf 2). We gaan de tweede jaarhelft dus sowieso naar een nieuw record volume toe. Hoeveel meer is nog even spannend (mede gezien de verwachting dat Zonnepark Midden-Groningen daar bij zal moeten zitten). Dat 2019 een record jaar wordt, wisten we al lang. Hoe omvangrijk - in het CertiQ dossier - zullen we begin 2020 mogelijk pas voor het eerst "een richtlijn" over vernemen. Pas veel later in 2020 zal er meer duidelijkheid komen over de werkelijk opgeleverde capaciteit in 2019. Zowel in dit CertiQ dossier (dominant doch niet exclusief gedragen door SDE gesubsidieerde projecten). Als voor de kleinverbruikers- en andere deel-markten (incl. bijvoorbeeld nieuwbouw die geen SDE beschikkingen gebruikt, e.a. projecten die zich niet aanmelden bij CertiQ).

6. Accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit


De trendlijn in de grafiek is in deze update (oktober 2019) gelijk gehouden aan die voor de voorgaande versie (rood: 5e graads polynoom, "best fit"). Ik heb inmiddels de oude "piketpalen" voor volumes van telkens 400 MWp vervangen voor nieuwe exemplaren voor elke bereikte 500 MWp ("een halve GWp"). Deze zijn met de vertikale blauwe stippellijnen aangegeven. In 2018 vond er een duidelijke versnelling van de gerapporteerde capaciteiten plaats, culminerend in een record toevoeging in december.

In 2019 ging het rap verder met de toevoegingen, van ruim 51 MWp in januari, tot een nieuw maand record van 270,9 MWp in augustus. Daarna viel het tempo weer wat terug. Met de "relatief bescheiden" extra bijna 72 MWp in september, en de toevoeging van ruim 87 MWp in oktober, bereikte de zonnestroom databank van CertiQ een geaccumuleerde gecertificeerde capaciteit van 2.659,2 MWp. Het bereiken van de eerste "gecertificeerde" GWp kostte sinds eind 2009, toen er nog slechts 22 MWp PV capaciteit bij CertiQ bekend was (gecertificeerd), 8 een een half jaar. De tweede GWp heeft minder dan een jaar gekost. En gezien de snel in te vullen enorme SDE portfolio's, zal de derde GWp nog rapper worden behaald. Het is een van de duidelijkste redenen, waarom de netbeheerders op talloze plekken in ons land in de problemen zijn gekomen met de beschikbare netcapaciteit: ze zijn compleet overvallen door het enorme tempo van de bijbouw van met name de grote PV projecten.

Het bereikte volume van bijna 2,7 GWp in het oktober rapport is reeds een factor 121 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al 20,5 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. De tussenpozen tussen het bereiken van de nieuwe "500 MWp" piketpalen bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar steeds korter geworden. Voor een nieuwe prognose voor eind 2019, gebaseerd op dit diagram, zie de laatste grafiek in dit artikel.

7. Evolutie systeemgemiddelde capaciteit bij accumulaties CertiQ dossier


Met de aanhoudend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, blijft ook de gemiddelde projectgrootte nog steeds sterk groeien in de cijfers van CertiQ. Zoals weergegeven in bovenstaande grafiek, met een "best fit" 4e graads polynoom als trendlijn (rood). Het systeemgemiddelde nam vorig jaar al sterk toe, van 46,6 kWp (eind december 2017) naar 89,9 kWp gemiddeld eind 2018. In januari tm. oktober 2019 groeide het verder, van 91,5 naar zelfs 130,6 kWp. Dit is inmiddels ruim een factor 22,5 maal het gemiddelde begin 2010. En is al een factor 8,7 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn).

In het maand rapport van maart 2019 is de gemiddelde systeemgrootte bij de accumulatie aan gecertificeerde PV installaties bij CertiQ voor het eerst boven de 100 kWp gekomen.

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoegingen in de oktober 2019 rapportage lag op een hoger niveau, 259 kWp (paragraaf 3). Het gemiddeld hoge niveau wordt structureler, omdat er steeds meer zeer grote (druppelsgewijs ook grondgebonden) projecten worden opgeleverd.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten bij elkaar een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben (zie grafiek met de actuele [overgebleven] aantallen per grootte categorie in de update voor 2018). Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.

8. Totaal CertiQ volume - extrapolatie tm. eind 2019 inclusief versie "revisie jaar cijfers"

De verwachting is, dat Nederland in 2019 weer een record jaar tegemoet zal gaan zien, uiteraard vooral ook weer binnen de zwaar door SDE subsidies gedreven projecten markt. De grote vraag is natuurlijk: hoe "groot" wordt het CertiQ volume dit jaar? Lange tijd werd er in 2019 - voor wie dat aan durfde - over mogelijk 2 GWp nieuwbouw voor heel Nederland gesproken, inclusief de gecertificeerde volumes (bijna uitsluitend SDE projecten), en de grote volumes aan residentiële en niet, of anderszins gesubsidieerde projecten. Hier onder ga ik daar wat alleen het CertiQ volume betreft (!) weer op in, met een nieuwe extrapolatie tot en met eind 2019. Dit, n.a.v. de blijvend hoge groei bij de accumulatie van de capaciteit, inclusief de nieuwe record toevoeging voor augustus, en de bescheidener volumes voor september en oktober. Nieuw in deze versie tm. de oktober raportage is, dat ik ook een afschatting heb opgenomen op basis van de gereviseerde EOY jaar cijfers van CertiQ.


Eerder maakte ik een dergelijke extrapolatie grafiek voor het eindejaars-volume van 2018 op basis van het november rapport dat jaar, waarbij ik destijds uitkwam op - zeer conservatief geschat - zo'n 1.470 MWp eind van het jaar. Het werd in het voorlopige (eerste) jaar rapport van CertiQ zelfs 1.523 MWp (weergegeven in de grafiek op basis van de maand rapportages, gele kolommen), dus ik was toen inderdaad "conservatief". Inmiddels heb ik ook de gereviseerde EOY jaarcijfers opgenomen in de vorm van een curve met groene diamantjes, waar doorheen een best fit curve (4e graads polynoom trendlijn) en prognose "de toekomst in" is getrokken (bijbehorende groene stippellijn). EOY 2018 is nu zelfs al opgewaardeerd naar 1.644 MWp door CertiQ, wat alweer 12% meer volume is dan ik aan de hand van de extrapolatie op basis van het november rapport voor dat jaar had afgeschat. Dit, om aan te geven dat de wijzigingen van die cijfers behoorlijk kunnen oplopen. En dat daar altijd rekening mee gehouden dient te worden.

In de huidige extrapolatie grafiek hier boven doe ik een nieuwe poging, ditmaal voor eind 2019, inclusief de laatste update voor oktober dit jaar. Daarvoor heb ik wederom een rechtlijnige trendlijn vanaf de sterke groeiperiode (eind juni 2015, bijna 130 MWp) via het laatst bekende maand resultaat (okt. 2019, 2.659 MWp) doorgetrokken naar de achterste blauwe vertikale stippellijn (peildatum eind 2019), waarbij ik op zo'n 2.750 MWp accumulatie kom (35 MWp hoger dan in de vorige inschatting op basis van de resultaten tm. de september rapportage, 2.715 MWp). Gaan we, logischer, uit van de best fit trendlijn door de maand resultaten, een 4e graads polynoom (rode curve), en bepalen we daarvan het snijpunt met genoemde blauwe stippellijn, komen we een stuk hoger uit, op zo'n 2.910 MWp (15 MWp lager t.o.v. de vorige inschatting, 2.925 MWp, vanwege de wat terug gevallen groei in de laatste maand rapportages). Als we van deze twee extrapolaties weer, conservatief, het gemiddelde nemen, komen we op ongeveer 2.830 MWp als voorlopige "educated guess" voor het geaccumuleerde CertiQ volume, eind dit jaar (circa 10 MWp hoger dan in vorige schatting, 2.820 MWp).

Gaan we, iets riskanter gezien de veel langere prognose periode vanaf het laatst bepaalde datapunt (EOY 2018 - 1.644 MWp) van de trendlijn door de EOY cijfers voor de gereviseerde cijfers (groene punten), zouden we op basis van die prognose zelfs nog wat hoger, rond de 3.000 MWp kunnen uitkomen (groen cijfer rechtsboven), als het gereviseerde eindcijfer van CertiQ voor 2019 bekend zal worden, en er geen vreemde zaken zijn geschied met de historische cijfer reeksen bij de TenneT dochter. Echter, gezien de publicatie historie van CertiQ, zullen nieuwe gereviseerde EOY cijfers zeker niet voor de zomer van 2020 bekend zijn, is mijn inschatting.

Gezien de hausse aan in bouw zijnde zonneparken, deels dit jaar nog op te leveren, zal dit dus sowieso een conservatieve inschatting kunnen zijn. Als we voorlopig genoemde 2.830 MWp EOY 2019 aannemen, en daar het gereviseerde EOY cijfer voor 2018 (1.644 MWp) van af trekken, zou het "nieuwe gecertificeerde jaarvolume" al minimaal bijna 1.190 MWp kunnen omvatten. Waarschijnlijk is / wordt dat een absolute bottom-line. Zowel het EOY cijfer voor 2018, als, uiteraard, het nog niet bekend eerste cijfer voor EOY 2019, kunnen later aangepast gaan worden, met nog onbekend resultaat voor de jaargroei in zowel 2018 als in 2019.

Oppassen met extrapolaties !

Per mail kreeg ik een beschouwing van een statisticus over andere prognose grafieken (die van de Alliander data, zie analyse). Daarin werd gesuggereerd dat er logarithmische trends zichtbaar waren die als handvat gebruikt zouden kunnen worden om voorspellingen over (nabije) toekomstige ontwikkelingen te doen. Dat ga ik echter beslist niet doen. En wel om de zeer belangrijke reden, dat Nederland in een nieuwe fase is beland bij haar eerste tenen in het energie transitie water. Met name de zeer snel opgekomen capaciteits-problemen op het net. Er staat weliswaar een gigantische portfolio aan SDE beschikkingen klaar, maar het is beslist niet gezegd, dat een "zeer substantieel deel" daarvan daadwerkelijk ook uitgevoerd zal kunnen gaan worden, met name vanwege de structurele problemen op een groeiend deel van het Nederlandse elektriciteitsnet. Ik heb dit al kort aangestipt in reacties richting PV Magazine International (artikel 27 nov. 2019). Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is erg pessimistisch over de invulling van de SDE: zij claimen mogelijk slechts 60% realisatie. En in een factsheet van het nieuwe platform voor de regionale energie strategiëen (RES) wordt zelfs rekening gehouden met een invulling van mogelijk slechts 50% van het aantal afgegeven SDE beschikkingen (tweet PPV) ! Het is mede in dit licht, dat "extrapolatie van CertiQ groeicijfers met logarithmische curves" beslist niet opportuun is, en dat we zelfs met flink terugvallende nieuwbouw cijfers rekening moeten zullen gaan houden. Waarschijnlijk al in 2020.

9. Potentieel nieuw totaal volume 2019 - tweede poging

In de update tm. augustus heb ik een eerste "serieuzere" poging gedaan om te komen tot een onderbouwde prognose voor de mogelijk totale nieuwbouw van PV capaciteit in 2019 in Nederland. Zie daar voor de wijze van berekenen / afschatten. Hier onder geef ik kort de aangepaste cijfers weer, met medename van de resultaten voor oktober 2019 voor de CertiQ data. De eerste deel berekening geeft als resultaat dat het nationale volume van PV capaciteit achter kleinverbruik (KVB) aansluitingen voor alle netbeheerders eind 2018 grofweg zo'n 2.024 MWp kan zijn geweest. En dat de jaargroei in 2018 ongeveer zo'n 1 GWp zou moeten zijn in het KVB segment. Wat hoogstwaarschijnlijk, gezien de onstuimige ontwikkelingen in de PV markt voor woningen (incl. huur sector en nieuwbouw), ook een minimaal niveau zal worden voor 2019.

Gecombineerd met het hier boven afgeschatte nieuwe volume van plm. 1.190 MWp aan uitsluitend gecertificeerde capaciteit (GVB aansluitingen, CertiQ dossier ge-extrapoleerd), geeft dit een potentieel totaal nieuw jaar volume van minimaal (!) 2,2 GWp voor kalenderjaar 2019 (GVB + KVB). Wat zou kunnen resulteren in 6,6 GWp geaccumuleerd volume voor heel NL, eind 2019 (onder voorbehoud van aanpassing van EOY cijfer door het CBS, mogelijk deze maand nog). Ondanks diverse aannames bij deze berekening, lijkt hiermee duidelijk, dat de al wat langer in de Nederlandse markt rondzingende "mogelijk 2 GWp groei in 2019" aan de conservatieve kant kan liggen. Want we hebben hierbij nog geen rekening gehouden met een forse groei van (ook) het residentiële segment in 2019, zoals de cijfers van Enexis kristalhelder laten zien in de update van juli dit jaar. Ergo: zelfs 2,2 GWp jaargroei in 2019 kan een minimum scenario blijken te zijn.

10. Gecertificeerde zonnestroom productie tm. september 2019

De "gemeten" producties van gecertificeerde zonnestroom worden door CertiQ ook in hun maand rapportages weergegeven. Dit zijn, wederom, altijd minimum inschattingen, omdat er vaak nog de nodige productie cijfers "na worden geleverd". Na het nieuwe historisch record volume in juni, vielen de productie cijfers weer terug, in juli en augustus matig, maar in september substantieel.

In bovenstaande grafiek in magenta de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in de CertiQ databank, cumulerend in, voorlopig, 2.659 MWp in het oktober 2019 rapport (geel omrand punt rechtsboven, referentie: linker Y-as). Het tweede record was eerder in juni 2019 gevestigd, zie het rood omrande datapunt in de blauwe curve, rechts bovenaan (referentie: rechter Y-as, in GWh garanties van oorsprong toegekend per maand). Dat gaf al een volume aan van 278,1 GWh (met ook nog forse opwaartse bijstellingen te verwachten). Voor deze maand is nu dus al 68% meer gemeten productie bekend, dan in de "voormalige topmaand" juli 2018 (165,2 GWh). Het ligt in de lijn der verwachting, dat de volumes aan GvO's uit te geven voor minimaal de maanden mei tm. juli 2020 daar alweer in zeer substantiële mate overheen zullen gaan. Aangezien er tegen die tijd een forse hoeveelheid nieuwe capaciteit bij zal zijn gekomen, waarvan de extra productie meegenomen gaat worden...

Ook de gecertificeerde productie in augustus 2019 lag, net als het volume in juli, niet ver onder het nieuwe record in juni. Echter, zoals verwacht kon worden (ook uitgesproken in de vorige maand rapportage update door Polder PV), was het daarna grotendeels gedaan met de pret in 2019. De eerste cijfers voor september geven nog maar 176 GWh aan nieuwe GvO's aan, een flinke terugval t.o.v. de zomer maanden (63% van het record volume in juni 2019). Ook dit volume zal later opwaarts worden bijgesteld. Wel is het natuurlijk zo, dat het eerst gerapporteerde volume voor september 2019 alweer 69% (!) hoger ligt dan de 104,2 GWh gemeld voor september 2018. Veroorzaakt door, met name, de enorme nieuwbouw aan capaciteit sedert najaar 2018, die grote hoeveelheden nieuwe zonnestroom productie heeft toegevoegd aan het volume van de toen reeds bestaande netgekoppelde installaties.

Rechts onderaan in de grafiek zijn de vier meest recente, herkenbare "winter-dips" zichtbaar (blauwe pijlen). Deze worden steeds "hoger", vanwege de continu toenemende capaciteiten, en de daarmee gepaard gaande - relatief geringe winterse - producties in die maanden, die bovenop de producties van de al langer bestaande installaties worden gestapeld.

Zie ook de gereviseerde kalenderjaar cijfers van CertiQ tot en met het jaar 2018 (rapportage op 23 okt. 2019, compleet overzicht zie hier)

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV)


21 november 2019: SDE 2019 voorjaarsronde. Deel 6. Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle (overgebleven) SDE beschikkingen. N.a.v. het bekend worden van de beschikkingen voor de voorjaars-ronde van SDE 2018 heb ik destijds, 29 augustus 2018, voor het eerst een totaal overzicht gemaakt van alle door RVO gemarkeerde "veldopstellingen" in hun beschikkingen lijsten. Grondgebonden PV projecten kunnen immers aanzienlijke nieuwe capaciteiten inbrengen in het totale "solar landschap", terwijl hun aantallen t.o.v. dakgebonden zonnestroom projecten marginaal zijn, en blijven. Het is daarom belangrijk om te achterhalen wat er zoal aan dergelijke projecten onder de diverse SDE regimes wordt en al is toegekend door RVO en haar rechtsvoorgangers. Polder PV inventariseert in dit artikel wederom de nieuwe toevoegingen onder de recent gepubliceerde voorjaars-ronde van SDE 2019. En laat de totale volumes (overgebleven) beschikkingen zien voor dergelijke projecten, zoals gemarkeerd door RVO, onder alle SDE regimes tot en met laatstgenoemde. In totaal is er inmiddels een volume toegekend van 3.538 MWp aan dit soort veldopstellingen (tm najaars-ronde SDE 2018 nog 2.831 MWp), verdeeld over 489 beschikkingen (voorheen: 405). Van de capaciteit zou er bijna 23% van totaal beschikt "officieel" zijn opgeleverd, 810 MWp (in vorige update nog slechts 393 MWp!), maar inmiddels ligt dat volume al een stuk hoger vanwege forse administratieve vertragingen in de rapportages. Polder PV doet in onderstaand artikel uit de doeken wat de huidige status quo is rond de beschikte volumes, en de mogelijke realisatie graad volgens de officiële (RVO) cijfers.

Polder PV heeft voorheen al meerdere malen inventarisaties van de grondgebonden projecten in Nederland gedaan. Het laatste overzicht werd gepubliceerd in de projecten update met status van 9 augustus 2019 (inleiding, voor uitgebreide, en voor de Nederlandse markt unieke details zie hier). In een volgend project overzicht van mijn continue inventarisaties zal ik uiteraard de actuele stand van zaken wederom gaan behandelen. In dat overzicht staan sowieso behoorlijk wat méér projecten dan bekend zijn bij RVO, omdat die (a) met name de wat kleinere projecten helemaal niet ziet, deze niet heeft kunnen identificeren in hun eigen overzichten, en/of er helemaal geen SDE subsidie is vergeven voor de betreffende "missende" installaties, en (b) de administratie van opgeleverde projecten altijd - soms fors - achterloopt bij de realiteit. Het is goed om dit te beseffen: datgene wat RVO markeert als "veldopstelling" is altijd het minimale volume in heel Nederland. Bovendien geven de cijfers van RVO meestal slechts de beschikte volumes weer. Lang niet altijd gerealiseerde capaciteiten.

Disclaimer

In het huidige artikel ga ik wederom in op uitsluitend de SDE beschikte projecten volgens de officieel gepubliceerde cijfers van RVO. Daarbij ga ik uit van het in eerdere overzichten geintroduceerde nieuwe data veld "veldsysteem" (dat was eerder "veldopstelling"), wat door RVO aan haar projecten lijsten werd toegevoegd. Daar waren, en blijven beslist de nodige problemen mee. Ik heb destijds al snel meerdere inconsequenties kunnen vaststellen aan de hand van een grote quick-scan van de door hen opgegeven projecten (analyse en voorbeelden in artikel van 14 juli 2018). Ook vond ik in het meest recente overzicht van SDE 2019 I weer enkele als "veldsysteem" gekwalificeerde projecten die als afwijkend cq. "a-typisch" kunnen worden beschouwd (carport resp. opstelling op een geluidswal). In eerdere overzichten hebben "carports" (soort rooftops al dan niet vrijstaand op palen boven de grond, of tegen een gebouw aan gebouwd) helemaal geen aparte status toegewezen gekregen, en vallen ze weg in de categorie rooftop of "n.b.", waarschijnlijk "niet bekend").

Daarnaast is er door RVO helaas in de laatste SDE ronde ook een toekenning "watersysteem" voor een project gedaan, wat in de vergunnings-info helemaal geen drijvend project blijkt te zijn, maar een "klassieke veldopstelling", en moet deze dus eigenlijk opgenomen worden in deze laatste categorie. Ik heb hier echter de (foute) RVO indicatie aangehouden om hier de resultaten van de "officiële rapportage" data te analyseren. In mijn eigen grote project sheet gebruik ik alleen de correcte toekenningen, voor zover deze waren te achterhalen (in vrijwel alle gevallen traceerbaar). Polder PV houdt sowieso specifieke categorieën als solar carports, installaties op geluidswallen, floating solar projecten, tracker installaties e.d., apart van de "standaard" veldopstellingen. Alleen de sub-categorie PV projecten op afvalbergen, slibdepots, e.d., schaar ik direct onder de hoofd categorie veldopstellingen.

Ik ga er voor de huidige analyse in ieder geval van uit dat het merendeel van de RVO opgaves inmiddels "correct" is, en dat hieruit dus "de officiële" cijfers zouden moeten volgen.

(1) Beschikte volumes "veldopstellingen" binnen SDE 2019 I

Eerst laat ik twee grafieken zien met de volumes die door RVO zijn gemarkeerd als veldopstelling binnen de laatst beschikte SDE regeling, die van de voorjaars-ronde van SDE 2019. Ik heb hier deels al aandacht aan besteed in de vorm van het 3e artikel in deze serie, waarbij ik twee grafieken liet zien met segmentaties voor deze laatste SDE regeling naar project type. In paragraaf 2 volgen nog 2 extra grafieken voor de cumulatie van alle veldopstellingen voor álle SDE regelingen. Het gaat daarbij om alle beschikkingen die "over" zijn bij RVO. Slechts een beperkt deel van dat totaal volume is inmiddels gerealiseerd (zie verderop).

* Beschikking is niet altijd identiek met "project", zie commentaar, en 1e voorbeeld grafiek in analyse van 29 aug. 2018.

In deze grafiek wordt, naar analogie van de capaciteits-indeling weergegeven in eerdere analyses van SDE "+" regelingen, een segmentatie gemaakt van de door RVO gemarkeerde veldopstellingen naar aantallen beschikkingen (linker kolommen groep), en naar de totale capaciteit per grootte-categorie van die toekenningen voor alleen de SDE 2019 I regeling (rechter kolommen groep). Ook al zijn het weer behoorlijke aantallen en capaciteits-volumes, ze zijn grotendeels beduidend minder dan de nieuwe volumes onder de voorgaande regeling, SDE 2018 II (zie analyse).

Wat aantallen beschikkingen voor grondgebonden projecten betreft, zijn er "officieel" 85 stuks bijgekomen. Het totaal aantal PV beschikkingen in SDE 2019 I was 4.738, dus 1,8% daarvan betrof toekenningen voor aanvragen voor veldopstellingen. Onder SDE 2018 II werden 105 beschikkingen voor veldinstallaties afgegeven, onder SDE 2018 I 62. Zoals vanouds, claimt, ondanks het bescheiden aantal beschikkingen, de categorie veldopstellingen een respectabele 601,3 MWp aan beschikte capaciteit. Dat is weer een belangrijk aandeel t.o.v. de totale beschikte 2.515 MWp: 24%. Dat was zelfs een hoge 32% onder SDE 2018 II (951,2 MWp van 2.953 MWp), maar slechts 13% onder SDE 2018 I (225,2 MWp op totaal van 1.710 MWp toegekend). Na de forse groei onder SDE 2018 II nu dus weer een relatieve afname bij de beschikkingen voor deze belangrijke project categorie.

Bij de verdeling van de aantallen heeft categorie 1-5 MWp wederom het hoogste volume, 29 toekenningen. De rest is iets ongelijkmatiger verdeeld dan onder SDE 2018 II, over nog eens 4 categorieën (8-20 stuks per klasse), naast nog eens 4 exemplaren bij de grootste zonneparken (beschikkingen vanaf 30 MWp, onder SDE 2018 II nog 8 stuks nieuw). Net als onder SDE 2018 II, zijn er geen veldopstelling beschikkingen in de laagste project categorie (15-50 kWp) gevinkt door RVO. Vaak worden dergelijke zeer kleine projectjes al zonder subsidie gerealiseerd, en/of er wordt gesaldeerd achter de (kleinverbruik) aansluiting, en/of, eventueel met een power begrenzer geschakeld om de invoeding in het gareel te houden.

Bij de capaciteiten zien we, ook weer zoals voorheen, een compleet andere "rolverdeling". Daar klimmen de aandelen van de toegekende capaciteiten met elke grootteklasse steeds verder op. Van 3,0 MWp onder de hier kleinste categorie (50-500 kWp) via 128 MWp bij de categorie 5-15 MWp, naar een hoog volume van 215 MWp voor de slechts 4 beschikkingen voor de grootste zonneparken vanaf 30 MWp (zie ook paragraaf 3 in het derde deel van deze artikel serie over SDE 2019 I). Dat laatste is maar liefst 36% van het totaal beschikte volume aan grondgebonden projecten onder deze regeling (601 MWp), al was het zelfs 41% onder SDE 2018 II. Wat voor de zoveelste maal het belang onderstreept van de potentiële impact van slechts een hand vol van dergelijke grote projecten, op de te verwachten totale productie van schone zonnestroom.

Kijken we naar alle beschikkingen voor veldopstellingen vanaf 5 MWp, gedomineerd door dergelijke grote, grondgebonden zonneparken, is het volume zelfs al 85% (511 MWp) van het totaal, verdeeld over maar 25 beschikkingen voor veldopstellingen ... T.o.v. alle beschikte capaciteit, 2.515 MWp, is het aandeel aan beschikkingen vanaf 5 MWp per stuk nog steeds hoog, 20% (onder SDE 2018 II fors hoger, 29%)*. In andere bewoordingen: als je die grote zonneparken om wat voor reden dan ook niet zou willen, houd je een substantieel deel minder over van de totale potentiële invulling voor zonnestroom (onder de SDE regimes). En dan zal je "elders" moeten zoeken naar zoveel in te vullen volume. Mijn voorspelling is: dan zul je al snel met je mond vol tanden staan, omdat het onmogelijk zal blijken te zijn om zoveel capaciteit op een eenvoudige (en goedkope) wijze ingevuld te krijgen ...

* Er zijn ook weer onder SDE 2019 I echter ook de nodige grote rooftop projecten bij de totale volumes toegekend. De grootste rooftop beschikking, 13 MWp, is voor de herontwikkeling / nieuwbouw van Flora Holland te Bleiswijk (Lansingerland, ZH). Wel is het zo, dat de grootste rooftops veel minder impact maken dan de grondgebonden projecten. De tien grootste dak beschikkingen claimen 93 MWp. De grootste 10 grondgebonden project beschikkingen maar liefst 351 MWp. Een factor 3,8 maal zo veel.

PCR: blinde vlek bij RVO

Een andere project categorie die zelfs helemaal niet wordt bijgehouden door RVO, zijn de grondgebonden projecten die in zijn geheel, of slechts deels onder postcoderoos (PCR) trajecten worden opgeleverd. Daar zijn inmiddels aardig wat voorbeelden van. Het grootste gerealiseerde exemplaar is nu Zonnepark Welschap op Vliegveld Eindhoven (NB), waar een complexe PCR opzet is gehanteerd over meerdere coöperaties, en er ruim 11 duizend zonnepanelen zijn opgeleverd. Een ander groot voorbeeld is het PCR deel van Zonnepark De Vlaas in Deurne (ook in NB), wat formeel buiten het ook opgeleverde SDE deel valt (mag fysiek niet onder 1 aansluiting vallen !). Wat dik achtduizend zonnepanelen telt, en wat, net als alle andere PCR projecten, NIET voorkomt in de beschikkingen lijsten van RVO (uiteraard wel het dik 10 duizend panelen tellende SDE gedeelte van Greenspread). Ook komt het al vaker voor, dat kleine stukjes van grotere zonneparken van commerciële projectontwikkelaars (met 1 of meer SDE beschikkingen) afgesplitst worden en onder een PCR traject naar de lokale energie coöperatie worden "overgeheveld". Betrouwbare data over die "PCR delen van grote zonneparken" vinden is duivels lastig, er wordt meestal nauwelijks een woord aan vuil gemaakt in publicaties. Als ze daadwerkelijk onder een PCR traject komen te vallen, moet de daarmee gepaard gaande capaciteit afgetrokken worden van de gerealiseerde totale capaciteit, zoals, althans in theorie, in de beschikkingen lijsten van RVO wordt weergegeven.

Provincies

In de volgende grafiek geef ik voor alleen de SDE 2019 I / voorjaars-ronde de verdeling van de capaciteit van door RVO aangewezen veldopstellingen weer over de 12 provincies. Omdat deze zeer sterk afwijkt van het exemplaar voor SDE 2018 II / najaars-ronde, heb ik die er direct onder afgebeeld zodat de verschillen in een oogopslag opvallen. Let daarbij op, dat de Y-assen verschillen qua volume weergave !

<<< "nieuw"

<<< "oud"
^^^
Deze onderste grafiek is ontnomen aan de analyse over SDE 2018 II, zie aldaar

Provincies op alfabetische volgorde. Ten eerste is het weer opvallend, dat de verdeling van de toegekende capaciteiten voor veldopstellingen over de provincies onder SDE 2019 I (bovenste grafiek) sterk verschilt van de verdeling voor SDE 2018 II (onderste grafiek). Deze laatstgenoemde regeling liet eerder al ook een flink afwijkend beeld van de verdeling over de provincies zien t.o.v. de voorjaars-ronde dat jaar.

Ditmaal heeft niet Drenthe het hoogste volume aan veldopstelling capaciteit toegekend gekregen (nu pas 2e in de rangorde), maar is provincie Gelderland wederom absoluut kampioen op dit gebied. Met 145 MWp (verdeeld over 15 beschikkingen) 24 procent van het totale volume claimend. Een factor 3,4 maal zo veel dan het beschikte volume voor Gelderland in de najaars-ronde van SDE 2018 !

Drenthe (113 MWp, 10 beschikkingen) en Flevoland (109 MWp, 7 toewijzingen) volgen vlak na elkaar op plaatsen 2 en 3. Flevoland stond in de vorige SDE ronde zelfs bijna achteraan (13 MWp), wat weer laat zien hoe sterk de toekenningen per jaarronde en per regio kunnen verschillen.

Opvallend is de vierde positie van Utrecht, een "moeilijke" provincie voor zonneparken vanwege de hoge bevolkingsdichtheid en infrastructuur, die, i.t.t. de zeer karige 1,4 MWp onder SDE 2018 II nu maar liefst het 58-voudige (!) toegekend kreeg onder SDE 2019 I, bijna 81 MWp verdeeld over slechts 2 (!) zonneparken. Het reeds genoemde grote Overbetuwe project van Suninvest (het grootste onder deze ronde), en een kleine veld installatie op een RWZI in Amersfoort.

Groningen, nog 2e wat capaciteit betreft in SDE 2018 II, komt nu pas op plaats 5 met ruim 50 MWp (minder dan een derde van het nieuw beschikte volume onder SDE 2018 II), verdeeld over 6 beschikkingen, binnen SDE 2019 I. Na 3 kleine middenmoters Noord-Brabant, Friesland, en Limburg (bijna 28, 23, resp. 20 MWp), is het al snel gedaan met de volumes, en duiken die met de hekkensluiters Zuid-Holland en Zeeland (ruim 3 resp. 1 MWp) naar marginale niveaus.

Ook hier dus weer een compleet andere volgorde in beschikte capaciteiten dan in de voorgaande ronde, le histoire se répète. Het blijft voor netbeheerders en andere betrokken partijen dus nog steeds zeer lastig, om op korte termijn te voorspellen waar de grote capaciteiten zullen gaan komen. Ontwikkelaars zijn soms jaren bezig met de voorbereidingen van projecten, die in theorie overal in Nederland gerealiseerd kunnen worden. Als ze eenmaal de felbegeerde omgevingsvergunning te pakken hebben, vragen ze SDE subsidie aan. Waar dat gebeurt, kan in principe overal zijn, al blijft een zwaartepunt natuurlijk Noord-Oost Nederland, waar de grond goedkoop is en de regio dunbevolkt. Onder de huidige ronde, waarschijnlijk ook vanwege de grote problemen met beschikbare transportcapaciteit daar, op "een wat lager pitje" (Gr., Fr., Dr. + Ov. ruim 197 MWp, een derde van totale nieuw beschikte capaciteit van veldopstellingen. Dat was onder SDE 108 II nog 721 MWp, ruim drie-kwart van het totaal van 951 MWp.

Van regeling tot regeling kan de toegewezen capaciteit voor veldopstellingen dus echt aanzienlijk verschillen, zo blijkt wel weer bij de beschikkingen voor veldopstellingen in twee opvolgende jaar rondes. Het is goed om dit te beseffen, en dat netbeheerders hier de facto geen "controle" op kunnen uitoefenen, noch er (in de huidige situatie) "regie" op kunnen voeren. Vandaar dat het zware middel van een benodigde transport indicatie van de regionale netbeheerder in de (reeds gesloten) najaars-ronde onder SDE 2019 is vereist. Al is daar weer tegenover komen te staan, dat Wiebes nota bene weer een extra SDE ronde, vanaf eind maart 2020 heeft gepland, om al te grote "schade" door weg vallende project aanvragen te voorkomen. Hierover is door hem de zoveelste kamerbrief verstuurd op 14 november, met een toezegging van beschikbaar budget tussen de anderhalf en maximaal twee miljard Euro (brief op website Rijksoverheid.nl). Onduidelijk is nog wat SDE 2019 II zal gaan brengen, ik verwacht "zeer veel" PV project aanvragen. En als er veel buiten de boot gaat vallen, ook veel aanvragen onder de komende "ingelaste 2020 ronde". Wat daarna gebeurt, onder de "verbrede SDE 2020 plus-plus", met nog meer concurrentie vanwege het zwaartepunt CO2 reductie potentieel, is nog lastig in te schatten. Maar populair zal zonnestroom beslist blijven, vanwege de al zeer laag geworden kostprijs.

Dit alles gezegd hebbende voor alleen de SDE 2019 I (in vergelijking met SDE 2018 II) ronde: Als we naar de totale volumes inmiddels beschikt onder alle SDE regelingen kijken, zien we wederom een compleet ander beeld, zie de laatste grafiek in dit artikel (2e paragraaf). Daar liggen de onderlinge verhoudingen tussen de provincies weer - grotendeels - anders.

Grondgebonden projecten bij veel marktpartijen

De meeste projecten waarvoor onder SDE 2019 I beschikkingen zijn afgegeven vanaf 5 MWp waren wederom reeds langer bekend in de zeer lange zonnepark plan "pending" lijst van Polder PV. De status van 1 zeer groot project, van 44 MWp in Zeewolde (Fl.) is nog onzeker, omdat er niets over project details bekend is gemaakt. Ik heb wel een vermoeden, maar daarvoor wacht ik waarschijnlijk later nakomende informatie af om te kijken of dat vermoeden bevestigd wordt. Beschikkingen onder de 10 MWp waren deels wel al voor reeds bekende project sites, maar deels ook nieuw. Hoe kleiner het project, hoe makkelijker het aan de aandacht ontsnapt, omdat er vaak geen (vroege) publiciteit aan wordt gegeven.

Ik heb in ieder geval alle projecten met "veldsysteem" kwalificatie, en de paar "watersysteem" project beschikkingen in detail nagelopen, en omvangrijke omgevingsvergunning plannen nagevlooid, om te kijken of ik de projecten al kende. Dat waren wederom de meeste projecten, deze zijn met extra details verrijkt voor completere entries in mijn eigen overzichten. Ik heb ditmaal in totaal onder SDE 2019 I een dertigtal "veldsysteem" beschikkingen gevonden voor projecten die ik nog niet kende, en deze toegevoegd. Veel daarvan zijn kleinere installaties in de snel populair geworden categorie rioolwaterzuiverings-installaties (RWZI's), bij diverse waterschappen, zie ook aparte paragraaf daarover verderop. Twee entries zijn twijfelgevallen. Een project op een geluidswal, en een carport systeem, die ik in mijn eigen overzichten apart houdt van de klassieke veldopstellingen. Tot slot, is er een beschikking afgegeven voor een project locatie wat al een oudere SDE toekenning had, maar die blijkt zonder verklaring te zijn verdwenen uit de huidige RVO records, en is dus vermoedelijk ingetrokken door de aanvrager. Mogelijk is deze in tijdnood gekomen, en is besloten, om een nieuwe aanvraag voor hetzelfde project te doen, daarbij de oudere beschikking intrekkend.

In ieder geval zijn alle nu bekende grondgebonden projecten met geïdentificeerde SDE (2019 I) beschikking versleept naar de aparte verzameling SDE beschikte projecten in de grote spreadsheet van Polder PV. Zonder beschikking, zal geen enkel plan voor een groot grondgebonden project slagen. Mét beschikking, is het, mede gezien de financiële vooruitzichten voor de project ontwikkelaars, "vrij zeker" dat dergelijke projecten daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden (onvoorziene calamiteiten uitgezonderd). Gezien de volumes die met deze verzameling beschikkingen gepaard gaan, en die een substantieel stempel zullen gaan drukken op de totaal te realiseren hoeveelheid PV-capaciteit in Nederland, houd ik dat overzicht zo goed als mogelijk bij, met zo veel mogelijk project details.

Onder de grootste beschikte projecten vinden we (uiteraard) allemaal zonnepark plannen van de bekende grote ontwikkelaars, waarbij ook af en toe ook weer nieuwe namen voorbijkomen. Zoals Suninvest, Tautus, GroenLeven, Solarcentury, Kronos, Prowind, Wircon, Solarfields, Statkraft, Shell, Vattenfall, Powerfield, International Solar, LC Energy, etc. Daarnaast nog enkele lokaal te (co-) financieren projecten, waaronder zonnepark Assen-Zuid en Valgenweg / Delfzijl (Bronnen VanOns), een uitbreiding van Ecopark Waalwijk (in de vorige update reeds genoemde project van Langstraat Energie Coöperatie), een zonnepark te koppelen op het lokaal geco-financierde windpark De Grift te Lent (burger coöperatie Windpower Nijmegen, hier wordt "cable-pooling" wind met zon op 1 aansluiting geïmplementeerd), 2 lokaal gedragen zonneparkjes in Heerenveen (Fr.), en een in Haren (Gr.), een via Zonnepanelendelen deels gecrowdfund project bij een agrariër naast een hoogspannings-station in Assen, etc. En zelfs een project op naam van een stichting die het regionale landgoed beheert (zonnepark Hemmen / Valburg, Gld).

Voor een korte bespreking van de tien "grootste projecten" onder SDE 2019 I, zie het Solar Magazine artikel van 14 november 2019 (aldaar tevens meerdere inventarisaties van "de tien grootste beschikkingen" onder SDE 2019 I, e.d., zoals te doen gebruikelijk).

RWZI's en grond opstellingen

De in het vorige overzicht al gesignaleerde trend naar meer beschikkingen voor veldopstellingen op RWZI's is gecontinueerd onder SDE 2019 I. Dit zijn gemiddeld genomen wederom de wat kleinere projecten, met een systeemgemiddelde capaciteit (in beschikking) van bijna 1,2 MWp per stuk. Dat is wel iets groter dan het gemiddelde onder SDE 2018 II (bijna 1 MWp). Maar het ligt nog steeds veel lager dan de gemiddelde omvang voor alle veldopstelling beschikkingen die RVO heeft uitgegeven binnen de SDE 2019 I regeling (7 MWp per toekenning). De kleinste beschikking in deze sub-categorie is slechts 186 kWp (Almelo-Vissedijk, prov. Ov.), de grootste toewijzing voor een veldopstelling op een RWZI locatie is ditmaal voor een project van waterschap Aa en Maas te Heeswijk-Dinther (NB), met een beschikking van 3 MWp (een stuk kleiner dan de 4,9 MWp voor een RWZI onder SDE 2018 II). Details zijn nog niet bekend voor al deze plannen voor kleinere veldopstellingen bij RWZI's.

Ik heb 20 RWZI beschikkingen gevonden onder SDE 2019 I, wat een respectabele 23% van het totaal aan beschikkingen voor veldopstellingen is (86 inclusief het abusievelijk door RVO als "watersysteem" bestempelde project in Zeeland, wat grondgebonden blijkt te zijn). Dit twintigtal beschikkingen claimt echter slechts 23 van de 601 MWp voor alle toegekende veldopstellingen, en blijft daarmee steken op een aandeel van slechts 3,8% van het totale beschikte grondgebonden volume.

Realisaties & SDE beschikkingen voor veldopstellingen bij RWZI's

Tot nog toe heb ik al een aardige verzameling van 34 (vorige update: 19) gerealiseerde veldopstellingen bij RWZI's in mijn eigen projecten lijst staan, met een totaal volume van ruim 36 MWp (vorig update: 19 MWp). Het lijkt er dus op, dat een gemiddelde (opgeleverde) installatie bij de RWZI's van Nederland grofweg zo'n 1 MWp groot is (ongewijzigd t.o.v. vorige update), met uiteraard de nodige uitzonderingen. Het nu, by far grootste gerealiseerde grondgebonden project betreft de RWZI te Rilland (Reimerswaal / Zld), onderdeel van Waterschap Brabantse Delta. Dat project is gebouwd in opdracht van Scheldezon B.V., een samenwerking tussen bekende regionale wind- en zon project ondernemer Hopmans, regionale wind coöperatie Zeeuwind, en energieleverancier Eneco. Met haar deze zomer opgeleverde 9,5 MWp aan capaciteit is het al een factor 2 en een half maal zo groot dan de grootste installatie bij een RWZI in de voorgaande update (3,7 MWp beschikking voor RWZI Venlo, L.).

Er staat inmiddels al veel meer aan veldopstellingen bij RWZI's in de planning, bij diverse waterschappen. Daarvan een groot deel met, maar ook nog een behoorlijk deel zonder bekende SDE beschikking. In mijn huidige, bijgewerkte lijst met beschikkingen incl. SDE 2019 I, staan alweer 66 toekenningen voor veldopstellingen op RWZI's klaar, met een gezamenlijke beschikte capaciteit van 80 MWp. Op het totaal aan toekenningen voor nog open staande SDE beschikkingen voor alle grondgebonden projecten betreft het aandelen van 24% bij de aantallen, en wederom een bescheiden 3,4% bij de toegekende capaciteiten. Het potentieel blijft hoog, volgens stichting Nederlandse Watersector zijn er 352 RWZI's in Nederland. De gemiddelde toegekende omvang per beschikking is 1,2 MWp per stuk, dus iets hoger dan tot nog toe is gebleken bij de gerealiseerde projecten.

Daarnaast gebeurt er ook al e.e.a. op de terreinen van de drinkwater bedrijven, waarvan ik ook al 6 exemplaren, met 2,9 MWp aan capaciteit als gerealiseerd heb staan in mijn projecten overzicht. Ook staat er nog eens 3,5 MWp met SDE beschikt in de lijst "pending".

Disclaimer (natuurlijk)

Tot slot nog een kleine disclaimer bij dit "RWZI geweld". Soms worden naast de veldopstellingen gelijktijdig óók zonnepanelen op 1 of meer daken van de complexen aangelegd. Formeel horen die natuurlijk niet tot de categorie grondgebonden PV installatie. Als ik concrete aanwijzingen heb voor het gerealiseerde volume op de daken (meestal slechts een beperkt deel van het totaal, met ook hier weer uitzonderingen), trek ik dat volume af van het totale project vermogen, om nauwkeuriger de opgestelde capaciteit van uitsluitend de veldopstelling(en) te kunnen afleiden. Deze laatste cijfers, zijn dan "leidend" voor deze belangrijke subcategorie "opgesteld vermogen veldopstellingen bij RWZI's". Er wordt helaas zelden over dit soort belangrijke details gerapporteerd, ik moet het in dergelijke gevallen van harde module tellingen van foto's proberen af te leiden, als die beschikbaar zijn of komen.


(2) Accumulatie van beschikte volumes "veldopstellingen" alle SDE regelingen tm. SDE 2019 I

In tweede instantie, toon ik 2 grafieken met de accumulatie van de volumes die door RVO zijn gemarkeerd als "veldopstelling", voor álle SDE regelingen, in de update van 1 november jl. (bovenaan). Wederom de grafiek uit de vorige update daar direct onder, de status van 26 april dit jaar tonend, ter vergelijking.

<<< "nieuw"

<<< "oud"

(gg zonneparken = grondgebonden zonneparken)

In de grafieken wederom zowel de aantallen (blauwe kolommen) als het geaccumuleerde vermogen wat met de betreffende beschikkingen gepaard gaat, per grootte categorie (oranje kolommen). Per grootteklasse (grote grafieken), en de totale volumes (insets linksboven in de betreffende grafiek).

Zoals al lang bekend, blijft het aantal beschikkingen voor grote(re) veldopstellingen relatief bescheiden. Van de in totaal per 1 november bekende overgebleven beschikkingen voor zonnestroom projecten onder alle SDE regelingen (SDE + SDE "+" tm. 2019 I: 33.537 stuks) is het volume van 489 exemplaren voor door RVO gemarkeerde veldopstellingen slechts een schijntje (1,5%, 84 exemplaren meer dan in vorige update). Het totaal aantal overgebleven beschikkingen zal ondertussen voor de oudere regelingen misschien weer iets lager zijn geworden, dus mogelijk ligt dat percentage inmiddels nog iets hoger. Overigens: er zijn uitsluitend (overgebleven) toekenningen voor veldopstellingen bekend vanaf SDE 2014. De eerdere regelingen kenden dat soort projecten niet, RVO heeft ze niet als zodanig "herkend", en/of eventuele beschikkingen zijn later ingetrokken.

De grootste volumes "aantallen" vinden we in de categorieën 1-5 MWp (163 stuks, 29 [22%] meer dan de 134 stuks tm. 26 april 2019), 5-15 MWp (102 exemplaren, toename 16%), 50-500 kWp (90 beschikkingen, toename 13%), resp. 500-1.000 kWp (66 beschikkingen, toename 32%). De kleinste categorie van 15-50 kWp heeft het minste aantal veldopstelling toekenningen, nog steeds slechts 5 exemplaren, wat logisch is (meestal zonder SDE aanvraag gerealiseerd door particulieren en bedrijven, op eigen erf). Desondanks heb ik al vele tientallen van dergelijke, reeds gerealiseerde mini projectjes, in een aparte lijst staan.

De grootste categoriëen, van 15-30 Mp, resp. vanaf 30 MWp per beschikking, hebben inmiddels 35 resp. 28 beschikkingen. Gezien hun omvang wederom een behoorlijke toename sedert de cumulatie tm. de vorige SDE regeling (26 [+35%] resp. 22 [+ 27%]).

Capaciteiten - a different story

Een compeet ander beeld zien we bij de (overgebleven) capaciteiten die met dit relatief gering aantal beschikkingen gepaard gaan (oranje kolommen in de grafiek). Alle SDE regelingen bij elkaar hebben momenteel, tm. SDE 2019 I, een (overgebleven) capaciteit van 12.536 MWp. Het totale volume aan (overgebleven) beschikkingen voor door RVO gemarkeerde veldopstellingen is 3.538 MWp (25% meer dan de 2.831 MWp geaccumuleerd tm 26 april, onderste grafiek). Dat is al een aandeel van ruim 28% van het totale, overgebleven beschikte volume (tm. SDE 2018 II was dat nog 27%, tm. SDE 2018 I nog ruim 24%). Beperken we ons tot de relevante SDE "+" (overgebleven) beschikkingen bij SDE 2011 tm. SDE 2019 I, 12.487 MWp, gaan we al naar een aandeel van 28,3% (tm. 2018 II 27,2%, tm. 2018 I 24,5%). Ook hiervoor geldt, dat het, bij verdere wegval van de totale beschikte capaciteit (grotendeels optredend bij kleinere rooftop projecten), dat percentage nog kan toenemen.

Bij de beschikte capaciteiten tot en met SDE 2019 I steken, in de bovenste grafiek, met name de grootste categorie (>=30 MWp), met 1.400 MWp (40% van totaal volume beschikte veldinstallaties, met maar 28 beschikkingen) en 5 tot 15 MWp, met 937 MWp (ruim 26%) ver boven de rest uit. In de voorgaande update, onderste grafiek, waren die volumes nog 1.092 resp. 806 MWp. De categorie 15 tot 30 MWp, sedert de vorige update op de derde plaats gekomen, claimt 704 MWp, al bijna 20% van totaal (deze categorie groeide in de laatste 2 voorgaande updates rap, van 11 naar 18% t.o.v. totaal volume). Categorie 1-5 MWp is toegenomen naar 421 MWp en claimt momenteel bijna 12% van totaal beschikt volume voor veldopstellingen, ongeveer even hoog als het aandeel in de update van april jl. (het lag eerder een stuk hoger, op ruim 15% aandeel tm. SDE 2018 I). Andere grote markt segmenten groeiden beduidend harder.

De drie kleinste categorieën (beschikkingen kleiner dan 1 MWp per stuk) komen in totaal op nog geen 77 MWp, en blijft daarbij steken op een aandeel van slechts ruim 2% op het totaal volume. Dat volume is slechts 15 MWp hoger dan de 61,5 MWp in deze drie kleinste categorieën in de update van april, doch geeft beslist een mooie relatieve groei van bijna 25% t.o.v. dat vorige volume te zien. Het relatief geringe volume in deze drie kleinste veldopstelling categorieën (die nog een beetje "haalbaar" zijn voor lokale energie coöperaties gezien de benodigde investeringen), geeft voor de zoveelste maal aan, dat voor "betekenis-volle" progressie op het vlak van capaciteit van zonnestroom, je echt die grote projecten nodig zult hebben. Want als je alleen de kleine schaal zou ambiëren, blijft het, hoe goed de bedoelingen van "lokaal draagvlak" ook zijn, te weinig om een echte deuk in het fossiele pak boter te krijgen.

Bij de accumulatie van alle SDE beschikkingen heeft de grootste project categorie, >=30 MWp, zonder meer het hoogste volume van alle onderscheiden grootte-klasses, zoals getoond in de eerste grafiek in deze paragraaf. Bij de nieuwe toegevoegde beschikte capaciteit onder de laatste SDE ronde, SDE 2019 I, is het echter de populair geworden categorie 50-500 kWp, een typisch "rooftop" segment, wat by far het meeste volume beschikt heeft gekregen. Wat mogelijk een eerste kentering in de tijdelijk door grote zonneparken "gedreven" markt zou kunnen inluiden.

Floating solar - niet goed gecodeerd door RVO, niet in grafiek opgenomen

Wat de byzondere categorie "drijvend op water" (floating solar) betreft, moeten we helaas vaststellen dat RVO haar huiswerk niet goed heeft gedaan. We zagen dat eerder al bij een projectje in Zeeland, wat niet op water wordt gerealiseerd, maar op de grond. Kijken we naar de toekenningen "drijvende installatie" resp. "watersysteem", blijken er nu in totaal maar 13 beschikkingen te staan (allen "nog niet opgeleverd", alleen voor SDE 2018 II en SDE 2019 I), met gezamenlijk 54 MWp toegekende capaciteit. Echter, oudere projecten hebben niet zo'n kwalificatie gekregen, maar gaan schuil achter een verkeerde opgave in de RVO overzichten. Zowel "daksysteem" als "veldsysteem" komen daarbij als foutieve indicaties tevoorschijn.

In totaal heeft Polder PV inmiddels beschikkingen voor 38 drijvende PV projecten geïdentificeerd, met een gezamenlijke (beschikt) vermogen van ruim 340 MWp. Een beperkt deel ervan betreft "mixed" installaties (bijvoorbeeld rooftop of veldopstelling + drijvend deelproject op dezelfde locatie). Die hoeveelheden zijn bijna drie maal (aantallen) tot zelfs een factor 6,3 maal zo hoog (capaciteit), dan de RVO opgaves ! 9 van dat reeds forse volume aan beschikte projecten zijn inmiddels opgeleverd volgens de data van Polder PV. Wel is het zo, dat bij de realisaties vermoedelijk vele megawatten zullen verdwijnen: geplande projecten worden vaak véél kleiner gerealiseerd dan dat er is beschikt. Er zijn inmiddels bezwaren gerezen om - zelfs - zandwinnings-plassen helemaal vol te leggen, dus wordt er inmiddels bij enkele grotere projecten slechts een drijvend zonneveld in een deel / het midden van het betreffende watervolume gelegd. Veel meer volume is wel onder voorgaande SDE regimes geclaimd, maar wordt voor een fors deel niet ingevuld, en is ondertussen niet beschikbaar geweest voor bijvoorbeeld kleine lokale ontwikkelaars die beslist hun projecten gerealiseerd zouden hebben, als ze de kans hadden gehad. Bij het "ergste" voorbeeld is slechts 11% van het beschikte volume bij een drijvend zonnepark gerealiseerd ...

Gemiddelde omvang beschikkingen

Uit de beschikkingen tabellen is voorts ook nog te destilleren, dat de gemiddelde capaciteit per beschikking van alle overgebleven, door RVO gemarkeerde veldinstallatie projecten, inmiddels neerkomt op 7,2 MWp per toekenning (meestal, doch niet altijd, 1 beschikking per project). Dit was tm. SDE 2018 II nog iets minder dan 7 MWp, en tm. SDE 2018 I nog slechts 6,2 MWp. De 13 bij RVO bekende "a-typische" categorie drijvende zonneparken heeft een gemiddelde omvang van slechts 3,7 MWp per beschikking, maar nogal wat zeer grote projecten hebben een veel grotere omvang (en staan verkeerd getypeerd als "dak" danwel "veld" systeem). Het grote Sellingerbeetse project van GroenLeven (gem. Westerwolde, Groningen) heeft een beschikking voor bijna 49 MWp ....

Kijken we uitsluitend naar de "niet-veldinstallaties" (althans: de overgrote meerderheid van projecten die RVO geen "ja" vinkje geeft in het betreffende data veld), en gooien we ook de door het agentschap gemarkeerde 13 drijvende zonnepark beschikkingen uit het totaal, zouden we de veronderstelde (officiële) rooftop projecten moeten overhouden. Dat zijn, tot en met SDE 2019 I, inmiddels 33.035 beschikkingen met 8.950 MWp, en een systeemgemiddelde capaciteit van slechts 271 kWp per toewijzing. Kijken we naar alle projecten bij elkaar, is het gemiddelde 374 kWp per beschikking (tm. SDE 2018 II 339 kWp, tm. SDE 2018 I 284 kWp). Een equivalent van 1.247 panelen à 300 Wp, met een oppervlakte van zo'n 2.020 m². Hieruit blijkt, dat de enorme hoeveelheid rooftop projecten een dominant neerwaartse invloed heeft op het totale gemiddelde. En dat een gemiddelde rooftop beschikking véél kleiner is dan een gemiddelde toewijzing voor een veldinstallatie. In dit geval is de laatste gemiddeld genomen maar liefst een factor 27 maal zo groot dan een gemiddelde toewijzing voor een rooftop project (over alle SDE subsidie beschikkingen tm. SDE 2019 I gerekend). Het verschil in omvang is wel iets geringer dan tm. de vorige update van april, toen deze factor nog 29 was, maar het blijft een zeer groot verschil.

Het concept van de "zonneladder" (aangenomen motie Carla Dik-Faber / CU) is leuk, maar als dat te strict en klemmend, of zelfs in extremo "beperkend" toegepast gaat worden, om grondgebonden zonneparken te "weren", kunt u significante progressie op het vlak van capaciteit uitbouw van zonnestroom, die nodig is, wel op uw buik schrijven. Ondanks alle toeters en bellen die tegenwoordig worden opgetuigd om nóg meer zonnepanelen "op de daken" te krijgen. Inmiddels heeft Holland Solar in ieder geval een belangrijke "gedragscode" voor ontwikkelaars van grote PV projecten op tafel weten te krijgen, die is ondertekend door een breed spectrum aan ondersteunende partijen, tot milieu- en natuur organisaties aan toe. We gaan hopen dat deze gedragscode de verhoudingen jegens projectontwikkelaars zullen normaliseren, zodat er niet meer (alleen) vanuit de onderbuik over zonneparken wordt gesproken. Ze geven ook grote kansen om iets te doen aan verbetering van de ecologie van vaak monotone (akkerbouw of weiland) percelen, en kunnen, mits goed georganiseerd, lokale participatie in een "eigen" duurzame energie project faciliteren.

Waarschuwing consequenties "geen grote zonneparken !" - bijgesteld

Stel, dat je grote projecten groter dan 15 MWp om wat voor (al dan niet verzonnen) reden niet zou willen. Dan gooi je in een keer 59% van de beschikte capaciteit, voor álle grondgebonden projecten, overboord (dat was tm. tm. SDE 2018 II nog 57%, tm. SDE 2018 I nog maar 49%). En bij knagen aan de ook zeer omvangrijke categorie 5-15 MWp nog veel meer. Je gaat het nooit "redden" om dat goed te maken met dan beslist "af te dwingen" zonnestroom projecten op daken. Want dan heb je voor het equivalente missende volume van 2.104 MWp (2 grootste project categorieën) maar liefst 7.764 daken nodig, op élk dak met een bovengenoemd "rooftop" gemiddelde van 271 kWp per beschikking. Dik 1.463 m² bedekt met zonnepanelen, voor ál die daken die dan gezocht moeten worden (in werkelijkheid meer, omdat tussenruimtes nodig zijn en panelen schuin worden opgesteld, ook bij oost-west configuraties). Waarvan de eigenaar dan ook nog eens verleid dient te worden om dat daadwerkelijk toe te staan. Laat staan om de financiën voor die majeure operatie geregeld te krijgen. Nog afgezien van de enorme berg papierwerk voor die duizenden benodigde - forse - rooftops. In een huidige zonnemarkt, waar de inmiddels zo'n 1.700 aanbieders zich al dagelijks de schompes uit het lijf werken om alle normale opdrachten voor zonne-energie projecten (zijnde residentiële rooftops en utiliteit) uitgevoerd te krijgen ...

Provincies - totale volumes

Ook voor provincies kunnen we uiteraard een optelsom laten zien voor de aantallen en capaciteiten die met alle overgebleven en uit SDE 2019 I komende nieuwe beschikkingen voor veldinstallaties gepaard gaan. Zoals in deze laatste grafiek getoond. Totalen (zie vorige grafiek): 489 beschikkingen, 3.538 MWp. Gemiddelde waarden (tussen haakjes volume tm. SDE 2018 II): 41 (34) projecten, 295 (236) MWp, resp. 7,5 (6,9) MWp systeemgemiddelde per beschikking, per provincie. Met dus toenames van 21% (aantallen), 25% (capaciteit), resp. 9% (gemiddelde capaciteit per beschikking) t.o.v. de vorige update in dit verzamel dossier.


Voor het vorige exemplaar (cumulaties tm. SDE 2018 II), zie laatste grafiek in artikel van 13 mei 2019

In doorzichtig blauwe kolommen (referentie: linker Y-as) de aantallen beschikkingen voor veldopstellingen, zoals toegekend en geoormerkt door RVO. In oranje kolommen (referentie: rechter Y-as) de capaciteiten die daarmee gepaard gaan (MWp). Tot slot, uit bovenstaande twee variabelen de berekende gemiddelde omvang per beschikking per provincie (MWp), groene datapunten (wederom referentie: linker Y-as, MWp/beschikking). Het gemiddelde vermogen per beschikking (in de meeste, maar niet alle gevallen gelijk aan de projectgemiddelde capaciteit) is voor alle installaties bij elkaar opgelopen tot 7,5 MWp (was voorheen 6,9 MWp/beschikking tm. SDE 2018 II, resp. 6,2 MWp/beschikking, tm. SDE 2018 I).

In tegenstelling tot de versie van april, toen met name Drenthe een enorme sprong voorwaarts maakte, zijn in de huidige versie, met de beschikkingen uit de voorjaars-ronde van SDE 2019 toegevoegd, geen al te opvallende zaken bij de verdelingen geschied. Wel graduele, op een byzonder geval na. Provincie Utrecht, in de update van april dit jaar nog het "slechtst" presterend bij de toegekende capaciteit voor grondgebonden projecten, is een positie opgeschoven ten koste van Limburg. En dit, met slechts 2 toegevoegde beschikkingen. Dit komt uiteraard omdat het grootste toegevoegde project omvangrijk is (het al gesignaleerde Zonnepark Overbetuwe, beschikt voor 80 MWp). Hiermee is het gemiddelde per project beschikking ook sterk toegenomen, van 3,9 naar 9,6 MWp, een zeer ruime verdubbeling. Ook op dat punt is hier structureel een wijziging gekomen t.o.v. de update van april dit jaar.

Limburg blijft hier vooralsnog nog steeds sterk bij achter, ondanks het dubbele volume aan beschikkingen (25 stuks). Die zijn echter maar "goed" voor 77 MWp, 2/3e van het volume voor Utrecht. Derhalve is de gemiddelde beschikking ook maar 3,1 MWp groot, meer dan drie maal zo klein dan het huidige, flink toegenomen niveau in provincie Utrecht.

Aan de andere kant van de schaal staan twee "reuzen", waarbij provincie Groningen nog net aan "the lead" neemt, met 722 MWp beschikte capaciteit verdeeld over 49 project beschikkingen. En daardoor ook bij het gemiddelde vermogen per beschikking op de hoogste trede belandt: 14,7 MWp per stuk (NB: identiek aan het gemiddelde in de vorige update). Wat niet vreemd is: onder anderen de momenteel twee grootste zonneparken bevinden zich in die provincie, of wordt gebouwd. Sappemeer is, met 103 MWp recent - als eerste - aan het hoogspanningsnet van TenneT (Kropswolde station) gekoppeld, de bouw voor Vlagtwedde (110 MWp) is inmiddels in de startfase beland (samenwerking tussen ontwikkelaar Powerfield, bouwer Solarcentury, en investeerder Impax). De geclaimde totale capaciteit voor Groningen is iets hoger dan het rap toegenomen vermogen in aangrenzende provincie Drenthe, wat met 55 beschikkingen 711 MWp claimt, en dus een wat lagere gemiddelde omvang heeft van 12,9 MWp per beschikking. Ook dat ligt niet ver van het gemiddelde bij de stand van zaken voor deze provincie tm. SDE 2018 II, toen het gemiddelde nog op 13 MWp lag.

Na deze twee zonnepark "reuzen" valt er een fors "gat" voordat nummer drie, Gelderland, met 335 MWp zich aandient. Verdeeld over maar liefst 61 beschikkingen (op dat punt een nieuwe record houder, in de vorige update was dat nog Noord-Holland), resulteert dat in een relatief lage capaciteit van 5,5 MWp per beschikking.

Naast het feit dat overal natuurlijk de volumes verder zijn gestegen, zijn er ook wat verschillen opgetreden in de verhoudingen tussen laatst-genoemde provincie Gelderland, Flevoland en Friesland. Deze drie lagen ongeveer op eenzelfde niveau in de vorige update, maar Friesland is bij dat trio wat verder weg gezakt (237 MWp verdeeld over 55 beschikkingen). Verder is het verschil tussen provincies Zeeland (170 MWp) en Noord-Holland (166 MWp) meer genivelleerd in het voordeel van laatstgenoemde. Wel is Noord-Holland nog steeds de provincie met het laagste gemiddelde vermogen per beschikking. Evenals in de voorlaatste update blijft dat slechts op een niveau van 2,9 MWp per beschikking steken. Hier ligt een verhouding van "relatief veel beschikkingen" (57 stuks, niet meer het hoogst) t.o.v. een "beperkte" totaal capaciteit (166 MWp voor veldopstellingen) aan ten grondslag.

Ook Limburg, Friesland, Overijssel en Gelderland, hebben gemiddeld genomen de wat kleinere beschikkingen voor grondgebonden projecten toebedeeld gekregen. De niveaus liggen tussen 3,1 en 5,5 MWp per beschikking, duidelijk lager dan de 7,2 MWp gemiddeld over alle provincies.

Mijn eigen provincie, Zuid-Holland, terug gevallen van een derde positie bij de capaciteit tm. SDE 2018 I (200 MWp, vooral veroorzaakt door eerder afgegeven toekenningen voor grote zonneparken op Goeree-Overflakkee), naar een bescheidener 5e positie tm. SDE 2018 II, heeft die positie behouden na toevoeging van de beschikkingen uit ronde SDE 2019 I. Met inmiddels 206 MWp, verdeeld over 36 beschikkingen (2 meer dan in de vorige update), en een gemiddelde van 5,7 MWp per toekenning.

Toegevoegd 22 november 2019 - verdeling over netbeheerders

Voor de grootste twee netbeheerders, Alliander / Liander, en Enexis, is het op basis van de verdelingen over de provincies inmiddels vrij makkelijk om de impact voor hen te bepalen:

Alliander = Flevoland + Gelderland + Noord-Holland + het noordelijke (kleine) deel van Zuid-Holland (gecheckt op project basis: 1 zeer kleine beschikking) = 1.026 MWp (204 beschikkingen)

Enexis (inclusief deelgebieden voor CoteQ en Rendo NB) = Drenthe + Groningen + Limburg + Noord-Brabant + Overijssel = 2.020 MWp (221 beschikkingen)

Daarnaast zijn de volumes voor de overige netbeheerders:

Stedin = zuidelijke (grootste) deel Zuid-Holland + Utrecht = 321 MWp (47 beschikkingen)

Enduris = Zeeland (onderdeel van Stedin Groep) = 170 MWp (17 beschikkingen)

Westland Netbeheer = Westland (ZH) - geen beschikkingen voor grondgebonden projecten onder SDE

TenneT (hoogspanningsnet beheerder) = 2 projecten, Sappemeer (103 MWp) resp. Vlagtwedde (110 MWp), deze zijn beiden onder Groningen ondergebracht.

Uit bovenstaande verdeling, wordt duidelijk dat, ook al is Enexis niet de grootste netbeheerder, ze twee maal zoveel zonnepark volume te verstouwen krijgen dan de grootste netbeheerder, Alliander (als de projecten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd). Dit, bij slechts ruim 8% meer beschikkingen dan grote broer Alliander. Ergo: de grootste capaciteiten worden bij Enexis geïmplementeerd, het is dan ook niet vreemd dat met name een groot deel van noord-oost Nederland, een van de kerngebieden van Enexis (naast Z. Nederland) bij deze beheerder al "op slot" zit. Ze kunnen de enorme toename van beschikte cq. geclaimde capaciteit aan grote zonneparken niet snel genoeg aangesloten krijgen. Nieuwe capaciteits-claims voor grootverbruik aansluitingen zijn in een groot gebied in NO Nederland inmiddels - hopelijk slechts tijdelijk - "op slot" gezet.


(3) Realisaties - totaal volumes volgens RVO

Tot slot nog even de "officiële" stand van zaken bij wat RVO vindt dat er al gerealiseerd zou zijn op het vlak van de door hen als zodanig gemarkeerde veldopstellingen binnen de SDE regelingen. Tot en met SDE 2019 I zouden er al 164 (tm SDE 2018 II 87, tm. SDE 2018 I 46) van de in totaal 489 veldopstelling beschikkingen zijn gerealiseerd volgens het agentschap ("ja" vinkje in lijst van 1 november 2019). Dat is, inclusief de recent beschikte volumes voor SDE 2019 I, 33,5% (vorige update: 21,5%) van het totaal aantal beschikkingen voor dergelijke projecten. Wat capaciteit betreft liggen de cijfers echter op een stuk lager niveau: "slechts" 810 MWp (tm. SDE 2018 II 393) van de in totaal 3.538 MWp beschikte capaciteit aan veldopstellingen is door RVO van een "ja" vinkje voorzien in de update van 1 november 2019. Dat is slechts 22,9% van het totaal (tm. vorige update: 13,9%). Volgens hun status update zou er sedert de november 2019 update dus nog 77% van het totale beschikte volume aan zonneparken gerealiseerd moeten worden, inclusief alle exemplaren onder SDE 2019 I.

Van de project categorieën brengt het segment van 5-15 MWp het meest volume in bij de realisaties "volgens de officiële cijfers", 315 MWp (verdeeld over 33 beschikkingen volgens cijfers van RVO, en goed voor 39% van genoemde 810 MWp). De grootste categorie, beschikkingen vanaf 30 MWp staat op plaats 2 bij de realisaties, met 239 MWp (met slechts 6 ingevulde toekenningen, 30% van totaal ingevulde capaciteit). Het erepodium wordt afgesloten met project categorie 1-5 MWp, met volgens de RVO data ingevuld ruim 136 MWp, verdeeld over 55 beschikkingen (17% van realisaties bij capaciteit). De drie kleinste categorieën (15 - 1.000 kWp) brengen, met 65 ingevulde beschikkingen, slechts ruim 26 MWp in (ruim 3% van totaal "officieel gerealiseerd" volume).

De officiële cijfers daargelaten, heeft Polder PV al van nogal wat meer grondgebonden zonneparken die nog niet door RVO als "opgeleverd" worden beschouwd in het recente overzicht van 1 november, meldingen binnen van oplevering (lees: netkoppeling, eerste groene stroom geproduceerd). In mijn laatste overzicht tm. SDE 2018 II (mei dit jaar) zat ik al hoog in de boom, op een niveau van 675 MWp. RVO zat in de april update op nog maar 393 MWp gerealiseerd volume aan grond-opstellingen. In de eigen project update van 5 augustus zat ik al op 813 MWp, met de kanttekening dat de netkoppelings-status van enkele grote projecten toen nog niet duidelijk was. Sedertdien is het realisatie volume echter verder gegroeid, we zitten in 2019 weer duidelijk in een versnellings-fase, ook op het gebied van de veldopstellingen.

In ieder geval blijft de definitie of een zonnepark daadwerkelijk al aan het net gekoppeld is een doorslaggevend criterium voor de officiële statistieken, zoals bijvoorbeeld ook door de Europese branche organisatie Solar Power Europe wordt gehanteerd. Van enkele reeds gebouwde zonneparken met "de nodige" MWp op de potentieel teller, is die status nog steeds niet helemaal duidelijk. Ik kom daar hopelijk binnenkort op terug, als ik enkele cruciale details heb kunnen invullen.

Als mijn voorspellingen uitkomen dat er in 2019 minstens 2,3 GWp nieuw totaal PV vermogen bij komt (paragraaf 9 in laatste CertiQ maandrapport analyse), en er per maand dus ongeveer 192 MWp nieuw zou zijn of worden bij geplaatst, zouden we begin november, met EOY 2018 volgens CBS op 4.414 MWp, al een accumulatie van ruim 6,3 GWp aan PV capaciteit kunnen hebben gehad. Van dát potentiële totaal volume, is de (structureel) te lage RVO opgave van netgekoppelde capaciteit aan grondgebonden zonneparken, 810 MWp, dus sowieso al 13%. Mijn voorspelling is, dat dat aandeel alweer hoger zal blijken te liggen, omdat er al fysiek meer volume is opgeleverd / aan het net gekoppeld.

Dit is deel 6 in de serie artikelen die naar aanleiding van het verschijnen van de SDE 2019 voorjaarsronde beschikkingen is gepubliceerd op Polder PV. Voor de overige artikelen zie:

(1) SDE 2019 voorjaarsronde. Deel 1. Beschikkingen - 2.515 MWp PV inclusief. 1,1 miljard Euro niet geclaimd. Portfolio beschikt: 12,8 GWp

(2) SDE 2019 voorjaarsronde. Deel 2. Kern parameters cumulaties alle SDE - SDE "+" beschikkingen

(3) SDE 2019 voorjaarsronde. Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken

(4) SDE 2019 voorjaarsronde. Deel 4. Synthese en segmentatie beschikkingen alle regelingen inclusief laatste voorjaars-ronde SDE 2019

(5) SDE 2019 voorjaarsronde. Deel 5. Stapelgrafieken beschikkingen en realisaties aantallen en capaciteit PV, en gemiddelde omvang per beschikking

(6) huidige artikel

Bron:

Stand van zaken SDE aanvragen (website RVO - de project lijst voor alleen SDE 2019 I verscheen pas 14 nov. 2019 op deze pagina)

 

 
 
 
© 2019 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP