Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
     
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws & analyses P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
Status PV update SDE / RVO 2 april 2021: 610 MWp nieuwe realisaties, 5,5 GWp totaal, 3,8 GWp verloren gegaan
Weer verrassend februari rapport CertiQ - zeer lage groei van 13,6 MWp voor PV
CBS en zonnestroom - 2020 de eerste cijfers

24 februari 2021 en recenter


 
^
TOP

8 april 2021: "Officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 2 april 2021) - weer hoog volume, 610 MWp realisaties, totaal 5.521 MWp gerealiseerd. Ruim 3,8 GWp ooit toegekende capaciteit verloren gegaan.

Op de website van RVO verscheen begin april de laatste status update voor de SDE regelingen, met peildatum 2 april 2021. Deze volgde binnen 3 maanden na het exemplaar voor 4 januari 2021, alhier uitgebreid door Polder PV tegen het licht gehouden. Alle beschikkingen tot en met SDE 2020 I staan hier in, en geven dus de status weer van de stand van zaken van alle drie de oude SDE, en de daar op volgende 14 SDE "+" regelingen. Er is inmiddels in totaal 5.521 MWp aan beschikt PV volume gerealiseerd, verdeeld over bijna 24,1 duizend toegekende aanvragen (niet gelijk te stellen aan "projecten"), volgens deze "officiële" update. Dat is een hoge, doch geen record toevoeging van 610 MWp aan door RVO toegekend volume, verdeeld over 1.207 beschikkingen, sedert de vorige versie. De massieve verliezen van talloze eerder beschikte projecten blijven aanhouden. In de nu besproken update is wederom de voorjaars-ronde van SDE 2019 de grote verliezer. 281 MWp, een hoog volume van 626 beschikkingen is daar verloren gegaan. Bij de overige SDE rondes bleven de verliezen in relatieve zin "beperkt", met SDE 2018 I op de tweede plaats (56 MWp, verdeeld over 89 toekenningen). T.o.v. de vorige update is er in totaal weer een aanzienlijk volume van 451 MWp aan oorspronkelijk beschikte capaciteit verloren gegaan, verdeeld over 817 subsidie toekenningen. In totaal is er bij alle ooit toegekende SDE beschikkingen (SDE en SDE "+") een enorm volume van al 3.833 MWp (ruim 3,8 GWp) aan beschikte PV capaciteit, verdeeld over bijna 16,3 duizend oorspronkelijke beschikkingen verdwenen. Met deze update resteert, tot en met de SDE 2020 I regeling, de laatste officiële SDE "+" ronde, een nog in te vullen, beschikt volume van 9.797 MWp, verdeeld over 12.152 PV project beschikkingen in dit omvangrijke dossier. Dit artikel behandelt de actuele status update volgens de recentste cijfers gepubliceerd door RVO.

Dit artikel behandelt in ieder geval de status update voor zonnestroom en, kort, thermische zonne-energie, gedateerd 2 april 2021. Een analyse van recente uitgebreide updates vindt u onder 22 januari 2021, 29 oktober 2020, 21 juli 2020, 9 april 2020, 15 januari 2020, 30 december 2019, 19 augustus 2019, 16 mei 2019, 18 februari 2019, 13 december 2018, 12 juli 2018, 19 april 2018, 13 februari 2018, en voor 2017 onder 18 november, 4 september, 31 augustus, en 31 mei 2017.

In deze meest recente update is bij de opgeleverde capaciteit, als "officieel" SDE beschikt zonnestroom volume opgegeven door RVO een volume van 5.520,8 MWp (voor status datum 4 januari 2021 was dat nog: 4.910,7 MWp), verdeeld over 24.087 project beschikkingen. In het overzicht van 4 jan. 2021 lag dat laatste nog op een volume van 22.880 gerealiseerde toekenningen. Al geruime tijd staan er onder de ooit succesvolle, oude SDE 2014 regeling t.o.v. de update van 22 september 2020 2 beschikkingen open, evenals voor de daar op volgende regeling, SDE 2015. Kennelijk hebben die een lange verlenging kunnen aanvragen, anders hadden ze al lang moeten zijn weg gestreept door RVO. Voor beide regelingen is verder de status quo niet gewijzigd.

De SDE 2017 I regeling had al geruime tijd het stokje van SDE 2014 (realisatie 575,2 MWp) overgenomen m.b.t. de door RVO bestempelde gerealiseerde capaciteit, en zat sedert de update van januari 2021, als eerste SDE regeling ooit, op een invulling van meer dan 1 GWp. Inmiddels is dat alweer 1.170,1 MWp geworden, ruim 2 maal zo veel capaciteit (volgens de beschikkingen), dan onder de vroeg succesvolle SDE 2014. De najaars-regeling van SDE 2017 is inmiddels, in de nu besproken april 2021 update, de tweede historische SDE regeling met meer dan 1 GWp "beschikt opgeleverd". Meer precies, 1.019,5 MWp. Er zijn inmiddels nog eens drie recentere SDE regelingen, wat beschikte gerealiseerde volumes betreft, de SDE 2014 voorbij. SDE 2018 II met ruim 861 MWp, SDE 2018 I met bijna 596 MWp, resp. SDE 2016 II, net aan, met ruim 577 MWp.

Ook op het vlak van opgeleverde aantallen beschikkingen is SDE 2017 I weer verder uitgelopen op SDE 2014, met 2.522 t.o.v. 2.142 exemplaren. SDE 2017 II zal waarschijnlijk, met de huidige met een "ja-vinkje" gezegende 2.131 beschikkingen, en nog eens 146 exemplaren nog niet ingevuld, op dit punt ook SDE 2014 nog kunnen gaan inhalen. Ook al zal er alsnog het nodige van gaan afvallen, nog 11 realisaties, en hetzelfde niveau is bereikt.

Er is, tm. de hier besproken RVO update, die alle resterende beschikkingen omvat inclusief de recent toegevoegde SDE 2020 I, in totaal al bijna 3.833 MWp aan beschikte SDE capaciteit, verdeeld over 16.278 beschikkingen, voor zonnestroom verloren gegaan (!) om diverse redenen. Daarnaast staan er nog 12.152 SDE subsidie beschikkingen voor zonnestroom projecten open (vanaf SDE 2014 tm. SDE 2020 I), met een gezamenlijke, beschikte capaciteit van 9.797 MWp. Ook SDE 2016 I loopt bijna op haar eind, met nog slechts 202 kWp aan beschikt volume verdeeld over 6 - kleine - toekenningen.

Gelieve voornoemde artikelen te raadplegen voor achtergronden van de getoonde data. In het huidige artikel presenteer ik zoveel mogelijk de harde, actuele, "officiële" cijfers, mijn commentaar, en interpretaties. En geef ik updates van in een recente analyse geintroduceerde twee nieuwe grafieken met de aanzienlijke verschillen tussen de oorspronkelijke en de overgebleven beschikkingen.



Update van de grafiek gepresenteerd voor de status van 4 januari 2021, met de nieuwe cijfers voor 2 april 2021 toegevoegd (laatste kolom achteraan). Ik heb voor het huidige overzicht wederom de fysieke optelling genomen van de beschikte volumes (!) van alle gerealiseerde projecten in de volledige, recent gepubliceerde spreadsheet van RVO. Bovenaan de kolommen zijn de volumes aan gerealiseerde PV beschikkingen uit de SDE 2017 voorjaar- tot en met de 2 SDE 2018 rondes wederom flink door gegroeid t.o.v. alle eerdere regelingen bij elkaar. SDE 2016 I en SDE 2016 II zijn qua realisatie "beperkt" gewijzigd, beiden met toevoegingen van zo'n 2,8 MWp (voorjaar cumulatie nu 122 MWp, najaar naar 577 MWp). SDE 2017 I heeft haar record realisatie in de beschikkingen verder uitgebouwd naar 1.170 MWp, en was daarmee in de vorige update van januari al, in de SDE historie, de eerste regeling geworden die een GWp aan gerealiseerde, beschikte capaciteit is gepasseerd. SDE 2017 II is haar voorganger op de voet gevolgd, en heeft inmiddels ook ruim een GWp, meer specifiek, 1.019 MWp beschikt geaccumuleerd. De voorjaars-ronde van SDE 2018 heeft inmiddels 596 MWp aan gerealiseerde beschikkingen staan, de najaars-ronde is flink gegroeid t.o.v. de vorige update (679 MWp), en komt momenteel op 861 MWp (beschikt). Hier bovenop zijn de groeiende volumes gerealiseerde beschikkingen voor de twee SDE 2019 regelingen toegevoegd. De voorjaarsregeling komt momenteel op 322 MWp. De met massieve afwijzingen geconfronteerde SDE 2019 II, heeft inmiddels bijna het dubbele volume staan t.o.v. de vorige update (58 MWp), en staat momenteel op 95 MWp. Tot slot, heeft de laatste officiële SDE "+" regeling, SDE 2020 I al een flinke tussenspurt gemaakt. Er zijn inmiddels al 199 beschikkingen, volgens de altijd achter de realiteit lopende RVO administratie, opgeleverd, met een toegekende capaciteit van 43 MWp. Het drievoudige volume van de update van januari jl.

SDE 2015 en SDE 2014 hebben beiden al geruime tijd, en vrij byzonder, 2 resterende, openstaande beschikkingen, goed voor 131 resp. 81 kWp nog in te vullen capaciteit. De opgeleverde beschikte capaciteiten zijn, ongewijzigd, 8 MWp, resp. ruim 575 MWp. Tot en met SDE 2013 is alles wat niet voorheen door RVO is afgevoerd uit de lijsten, reeds uitgevoerd, er staan geen beschikkingen meer open voor die oudere subsidie rondes.

Totale progressie
Sedert de voorlaatste update van januari 2021 (4.911 MWp geaccumuleerd) is er een hoog, doch geen record volume aan gerealiseerde beschikte capaciteit bijgekomen, 610 MWp.

Achtereenvolgens waren de nieuwe volumes t.o.v. de voorgaande updates, in de afgelopen jaren als volgt: in 2017 50 MWp (jan.-apr.), 49 MWp (apr.-juli), 72 MWp (juli-okt.), 69 MWp (okt. 2017-jan. 2018), 133 MWp (jan.-apr. 2018), 122 MWp in de korte periode apr. - juni 2018), 235 MWp (juni - okt. 2018), 244 MWp (okt. 2018 - jan. 2019), 447 MWp (voormalig record, jan. - mei 2019), 216 MWp (mei - aug. 2019), 432 MWp (aug. - nov. 2019), 308 MWp (nov. 2019 - jan. 2020), het voormalige record volume van 548 MWp (jan. - apr. 2020), 344 MWp (apr. - juli 2020), resp. 356 MWp (juli - sep. 2020). In de periode sep. 2020 - jan. 2021 werd een historisch record gevestigd van 891 MWp nieuw toegevoegd volume.

Als we, voor een eerlijker vergelijking, terug rekenen naar het aantal dagen tussen de peildata, (die behoorlijk kunnen verschillen, zie de afstanden tussen de updates in de grafiek) lag dat tempo in de oktober 2018 update nog op gemiddeld 1.990 kWp/dag sedert de daar aan vooraf gaande versie (wat toen een record was). In de periode tussen 4 oktober 2018 en 7 januari 2019 was het al 2.569 kWp/dag. Van 7 jan. 2019 tm. 6 mei had dat gemiddelde zelfs een nieuw record niveau bereikt van 3.758 kWp gemiddeld per dag. Tot en met 5 augustus zakte dat tempo weer behoorlijk in, tot gemiddeld ongeveer 2.368 kWp per dag. Tussen 5 augustus en 1 november werd een nieuw relatief record gevestigd, van gemiddeld 4.911 kWp per dag. De periode tussen 1 november 2019 en 6 januari 2020 lag iets lager, 4.662 kWp per dag, maar de opvolgende periode heeft destijds wederom ook op dit vlak het oude record verbroken. Tussen 6 januari en 6 april dat jaar, kwam er gemiddeld genomen 6.021 kWp per dag bij, in uitsluitend het SDE dossier. Dit, althans, als "beschikt volume". De exacte realisatie van die beschikte volumes is onbekend, en kan behoorlijk afwijken (!).

Weer forse opleving na tijdelijke dip
In de 88 dagen sedert die relatieve record toevoeging per dag, ging het tempo weer behoorlijk onderuit, naar nog maar 3.914 kWp per dag (tussen 6 april en 3 juli 2020). Mogelijk is dat een tijdelijk effect van de eerste partiële Covid pandemie lockdown geweest, want in de 81 dagen tussen 3 juli en 22 september 2020, is een gemiddelde van alweer 4.399 kWp per dag bereikt, een toen nog mooie vierde plaats bij deze relatieve graadmeter, in tijden van crisis. En alsof er geen crisis bestond, is dat in de laatste periode weer verpletterend verbroken. Tussen 22 september 2020 en 4 januari 2021, midden in de tweede Covid golf, werd in 104 dagen tijd een gemiddelde hoeveelheid aan beschikt vermogen van maar liefst 8.570 kWp/dag bekendgemaakt met een "ja" vinkje bij RVO. Dus niet alleen in absolute zin, maar ook in relatieve maatvoering een record periode waar je "u" tegen mag zeggen. De laatste periode komt, met een terugrekening over de verstreken 88 dagen, wel op een respectabele tweede plaats, ondanks de winterperiode (en een flinke sneeuw / vorst periode in februari): tussen 4 januari en 2 april werd gemiddeld genomen volgens de RVO administratie 6.932 kWp per dag opgeleverd aan SDE - PV projecten

Deze ruim 6,9 MWp gemiddeld per dag aan opgeleverde SDE projecten (volgens de beschikte volumes), moet u dus als minimaal project volume zien, bovenop andere realisaties bij projecten die andere incentives kennen (zoals EIA, subsidies voor sportinstellingen, VvE's, MIA / Vamil, etc.), of zelfs helemaal geen subsidies. Zoals vaak bij nieuwbouw projecten, waarin eventuele PV daken in de bouwsom worden meegenomen. Dit nog exclusief de ook nog steeds booming residentiële markt, inclusief de grote portfolio's die bij de huur corporaties worden uitgerold (volumes: qua toegevoegde MWp-en onbekend, maar groot).

Alles bij elkaar opgeteld is er inmiddels voor een beschikt volume van 5.521 MWp aan "officieel gerealiseerde" PV-projecten (met "ja vinkje" in de gepubliceerde lijst) bekend bij RVO, die een (of meer) SDE beschikking(en) hebben. Zoals te zien bovenaan de laatste kolom in bovenstaande grafiek. In werkelijkheid is er echter al meer aan het net gekoppeld, omdat er flinke administratieve vertragingen zijn in de verwerking van data bij RVO, Polder PV heeft daar honderden voorbeelden van in zijn eigen project overzichten. Het Agentschap is wat de "gerealiseerde beschikte volumes" betreft inmiddels wel weer even de fysiek opgeleverde status van gecertificeerde PV capaciteit bij CertiQ voorbij gestreefd (eind februari, zie verderop).

SDE 2017 I en II over 1 GWp grens beschikte gerealiseerde volumes heen, SDE 2018 II en 2019 I regelingen meeste nieuwe aanwas
Een substantieel deel van al deze realisaties is tot en met eind 2019 afkomstig geweest van de succesvolle SDE 2014 regeling. In een alweer wat oudere update, is dat succes door de resultaten uit de voorjaars-ronde van SDE 2017 echter al lang overvleugeld, die vooral sedert april 2019 grote volumes opleveringen bij de beschikkingen liet zien. En daar is, ondanks de ook gelijktijdig optredende grote verliezen bij de overgebleven beschikkingen, wederom veel volume bijgekomen in de huidige update. Er is inmiddels een historisch record volume van 1.170 MWp beschikt gerealiseerd onder die jaar ronde, wat al het dubbele van het geaccumuleerde volume, ruim 575 MWp, bij SDE 2014, is geworden. En zal, gezien de nog steeds openstaande 450 beschikkingen, met nog 506 MWp aan beschikte capaciteit, nog veel groter gaan worden. De toename van de opgeleverde beschikkingen voor SDE 2017 I is in rode cijfers in de grafiek weergegeven bij de betreffende kolom segmenten.
Genoemde 1.170 MWp ("gerealiseerd beschikte") capaciteit voor SDE 2017 I was op de laatst bekende peildatum dus ruim 21% van het totale "officieel gerealiseerde SDE volume" wat toen werd bereikt (5.521 MWp). Dat aandeel op het totaal is echter t.o.v. de januari 2021 update (22%) wederom verder gedaald, omdat ook andere SDE regelingen flinke nieuwe volumes inbrachten.

De "zuster" regeling, de najaars-ronde van SDE 2017, heeft sedert januari dit jaar als tweede historische SDE regeling een volume van meer dan 1 GWp opgeleverd, 1.019 MWp. De potentie voor verdere groei is ook aanwezig, maar wel minder groot dan onder SDE 2017 I, met nog 146 projecten, met gezamenlijk 451 MWp beschikte capaciteit in de spaarpot.

In de update van april 2020 bracht SDE 2018 I het grootste nieuwe volume in. In het exemplaar van september 2020 was SDE 2018 II absoluut record houder, met 153 MWp aan nieuwe realisaties. In de update van 4 januari 2021 werd onder de SDE 2017 II regeling de grootste (beschikte) toevoeging gerealiseerd, met 263 MWp. In de huidige april update is wederom SDE 2018 II, met 182 MWp nieuw volume, de belangrijkste contribuerende regeling. SDE 2019 I kan nog enigszins meekomen, met ruim 115 MWp nieuw volume. De najaars-, resp. voorjaars-rondes van SDE 2017 volgen op afstand (94 resp. 90 MWp nieuw). Op een flink lager niveau volgen SDE 2018 I (56 MWp), SDE 2019 II (37 MWp), resp. SDE 2020 I (30 MWp). De twee SDE 2016 rondes lieten bescheiden groei van elk zo'n 2,8 MWp zien. Ook opvallend was weer de uitval van enkele beschikkingen onder de oude SDE 2008-2010 en SDE "+" 2011-2013 rondes. 11 beschikkingen zijn verloren gegaan, met een zeer bescheiden totaal volume van een halve MWp. Het lot van de onderhavige PV installaties is niet bekend. Aan de verwijdering van de beschikkingen kunnen meerdere oorzaken ten grondslag liggen.

Relatieve verhoudingen t.o.v. oorspronkelijk beschikte volumes
Ook wat de verhouding van de opgeleverde beschikte capaciteit t.o.v. het oorspronkelijk beschikte volume van SDE 2014 betreft, is het al sedert de november 2019 update niet meer de meest succesvolle regeling. Bij SDE 2014 is dit gestabiliseerd op 65,2%. De qua absolute volumes zwaar tegenvallende, en bepaald niet representatieve SDE 2015, met slechts 33 overgebleven gerealiseerde beschikkingen, gaat daar al behoorlijk ver overheen, met 71,9% t.o.v. de oorspronkelijk beschikte volumes. SDE 2016 I heeft inmiddels, als "meer representatieve" regeling, met 566 gerealiseerde beschikkingen, het hoogste niveau van 68,4% bereikt, wat dus al duidelijk hoger ligt dan de relatieve verhouding bij SDE 2014. De eerder gesuggereerde "theoretische max. van 70%" wordt niet meer gehaald vanwege de al verwachte tussentijdse uitval van beschikkingen: er staat nog slechts 0,2 MWp open voor SDE 2016 I, verdeeld over slechts 6 beschikkingen. Dat resulteert in een maximaal haalbare 68,5% (als al die 6 beschikkingen worden gerealiseerd, en de capaciteiten door RVO niet worden gewijzigd).

De relatieve score van de najaarsronde van SDE 2016 is inmiddels uitgekomen op 59,5% van de beschikte capaciteit. Er is 3,7 MWp beschikt volume binnen die regeling nog niet gerealiseerd cq. "pending" (verdeeld over 21 beschikkingen), de maximaal haalbare realisatie graad zal onder de 60% blijven steken voor die najaars-regeling. Latere regelingen zitten momenteel nog op (veel) lagere realisatie niveaus. Voor alle andere absolute en relatieve prestaties per SDE resp. SDE "+" regeling, zie de nieuwe verzamel tabel verderop.


RVO cijfers lopen weer iets voor op laatst bekende cijfers bij CertiQ
Met de huidige update, met beschikte gerealiseerde volumes is RVO weer net aan de fysiek gerealiseerde volumes bekend bij CertiQ voorbij gestreefd. RVO zit met de april update op 5.521 MWp beschikt volume met "ja" vinkje. CertiQ zat eind februari 2021 op 5.493 MWp (analyse). Maar dat is weer geen "eerlijke" vergelijking, want er zit ruim een maand tussen de dateringen van die updates. De gemiddelde maandelijkse toename volgens de maand rapportages van CertiQ was in de 12 maanden tm. februari 167 MWp (NB: inclusief "negatieve groei anomalie" april 2020 !). Met dat gemiddelde ligt CertiQ "eind maart" dan weer fors boven het niveau van RVO. Er is tijdens publicatie van deze analyse nog geen maandrapport over maart, maar dat kan zeer binnenkort verschijnen bij de TenneT dochter.

De eerder genoemde, bizarre "april 2020 anomalie" bij CertiQ is vermoedelijk reeds gaandeweg de daar op volgende maand rapportages "gerepareerd". Een door Polder PV gevraagde, en gekregen actuele status update van de maandelijkse cijfers, liet al zien dat de beruchte april anomalie was "opgelost", al trad er in een andere maand (feb. 2020) weer een veel kleinere "dip" op. De maandelijkse cijfers worden dus continu aangepast door de TenneT dochter. Ook vele maanden later nog, en we moeten dan ook de veel later verschijnende jaar rapport revisies afwachten, voordat de reële jaargroei in 2020 in dat zeer belangrijke zonnestroom dossier duidelijk is geworden. Voor de "definitieve" (?) status bij CertiQ voor kalenderjaar 2019, zie mijn uitgebreide analyse van die cijfers.

(Nieuwe) afvallers
Terugkerend naar bovenstaande grafiek: bij de oudste regelingen, SDE 2008 tm. SDE 2013 zal er niets meer bijkomen, er staan geen beschikkingen meer "open" voor die regelingen. Wel zijn er in recente updates nog steeds, regelmatig, om niet gespecificeerde redenen beschikkingen, soms zelfs voor reeds (lang) gerealiseerde projecten afgevallen. Redenen zouden kunnen zijn: brand, diefstal, hagel schade, installatie afgebroken, verhuizing / nieuwe eigenaar niet geïnteresseerd in subsidie perikelen, of een onbekende, andere reden. Die verloren gegane volumes zijn hier onder in detail weergegeven t.o.v. de update van 4 januari 2021. Zie ook de bespreking van de uitgebreide update voor de totale volume accumulaties in de tabel verderop.

Let op dat het aantal verloren gegane beschikkingen en de capaciteiten niet hoeven te "corresponderen". Ik bemerk al langere tijd, dat RVO regelmatig forse (altijd: neerwaartse) bijstellingen van eerder beschikte capaciteiten doorvoert in haar SDE lijsten, die dus niet gepaard gaan met uitschrijving van de betreffende beschikte projecten. NB: "projecten" derhalve beter te lezen als "beschikkingen", omdat er regelmatig meer dan 1 beschikking voor een en hetzelfde "PV project" wordt aangevraagd en afgegeven (meestal uit verschillende jaargangen, maar niet noodzakelijkerwijs). Polder PV heeft van dergelijke projecten met meer dan 1 SDE beschikking vele tientallen voorbeelden in zijn overzichten staan. Ook dat is in de sector kennelijk extreem slecht bekend, want je hoort er verder niemand over, en/of de implicaties worden verzwegen. Zelfs door bekende analisten in de markt.

  • SDE 2008 4 beschikkingen verloren gegaan, goed voor 8 kWp (vermoedelijk residentieel, gemiddeld 2,0 kWp per beschikking)
  • SDE 2009 2 beschikkingen minder, 16 kWp (gemiddeld 8 kWp/beschikking)
  • SDE 2010 1 beschikking minder, 5 kWp
  • SDE 2011 1 beschikking minder, 21 kWp
  • SDE 2012 1 beschikking minder, 241 kWp (al zeer magere omvang van deze regeling verder uitdunnend, nog 34 realisaties over)
  • SDE 2013 2 beschikkingen minder, 203 kWp (gemiddeld plm. 102 kWp/beschikking)
  • SDE 2016 II 1 beschikking minder, 14,8 MWp ! (hoofd oorzaak: 1 grote beschikking fors neerwaarts aangepast !)
  • SDE 2017 I 11 beschikkingen minder, 30,0 MWp (hier vermoedelijk - ook - al veel neerwaarts bijgestelde beschikkingen !)
  • SDE 2017 II 11 beschikkingen minder, 25,1 MWp (idem)
  • SDE 2018 I 89 beschikkingen minder, 56,1 MWp (idem)
  • SDE 2018 II 29 beschikkingen minder, 35,9 MWp (idem)
  • SDE 2019 I 626 ! beschikkingen minder, 280,5 MWp (idem, hoogste verlies per regeling in deze update !)
  • SDE 2019 II 24 beschikkingen minder, 4,5 MWp
  • SDE 2020 I wederom 15 beschikkingen afgevoerd, 5,6 MWp

De uitval is ditmaal in totaal weer een aanzienlijke hoeveelheid van 817 beschikkingen (in vorige update nog 744 stuks), met weer een hoog niveau van 451,3 MWp aan verdwenen / reeds afgeboekte beschikte capaciteit (in de vorige update 345,8 MWp). Zowel wat betreft de aantallen weer afgevoerde toekenningen, als de daarmee gepaard gaande verloren gegane (potentiële) capaciteit, is het wederom de voorjaars-regeling van SDE 2019 die de grootste klap heeft gekregen. In eerdere updates waren het vooral de twee SDE 2017 rondes die grote verliezen hebben geleden, de grote klappen werden daarna vooral aan de twee SDE 2018 rondes toebedeeld. In de huidige update zijn, naast het record verlies onder SDE 2019 I, wat de capaciteiten betreft, vanaf de najaars-regeling van SDE 2016, ook nog steeds behoorlijke "afval volumes" te bespeuren bij de opvolgende regelingen, die allen hoge volumes beschikkingen voor PV hebben opgeleverd.

Een ander opvallend detail is dat onder SDE 2016 II er "maar" (netto) 1 beschikking verloren is gegaan, maar dat ging wel gepaard met een verlies van 14,8 MWp aan toegekende capaciteit ! Dit is zo byzonder, en "extreem", dat ik de lijsten van beide updates (4 januari en 2 april 2021) met elkaar ben gaan vergelijken. Daaruit blijkt dat er géén groot project is weg gestreept, maar wél dat het grootste verlies volume te wijten is aan de forse neerwaartse bijstelling van de beschikking voor het Tynaarlo project in Drenthe (bijna 14 MWp minder). Ook hieruit blijkt weer, dat er altijd zeer zorgvuldig naar de verschillen tussen "oorspronkelijke toegekende" volumes, "overblijvend beschikt" vermogen, respectievelijk de "fysiek gerealiseerde" capaciteit van projecten / beschikkingen gekeken moet blijven worden. Ook geeft het aan dat grote volumes verloren blijken te gaan bij kennelijk veel te groot aangevraagde projecten, die bijvoorbeeld best door kleinere projecten bij naast het potje piesende lokale energiecoöperaties ingevuld hadden kunnen worden ...

Weliswaar zijn in de huidige update geen totaal records bij de verliezen opgetreden, maar de pijn is er niet minder om. De in absolute zin opgetreden records waren beiden voor april 2020, met 1.376 afgevoerde beschikkingen, en een verwijderd volume van maar liefst 608 MWp. Vanaf januari 2019 zijn achtereenvolgens 160, 101, 74 MWp, 257 MWp (update november 2019), 473 MWp (update januari 2020), een record van 608 MWp (update april 2020), 353 MWp (update juli 2020), 382 MWp (update september 2020), resp. 346 MWp (update januari 2021) verloren gegaan. En nu dus alweer ruim 451 MWp daar bovenop. Een blijvend groot, nieuw verlies aan voormalig met subsidie toekenningen beschikt PV volume. Om u een idee te geven van de impact daarvan: gerekend met moderne PV modules van 330 Wp (plm. 1,62 m²) per stuk, hebben we het, wat het verlies in de huidige, laatste update betreft, alweer over een niet gerealiseerd potentieel van 1,37 miljoen zonnepanelen, met een gezamenlijke oppervlakte van zo'n 222 hectare ... (in een periode van bijna 3 maanden tijd).

Uitval percentages
Voor de voorjaars-ronde van SDE 2017 is het uitval percentage inmiddels opgelopen tot 28,8% (678 MWp) van de (oorspronkelijk) beschikte capaciteit. In de update van jan. 2020 was dat in absoluut volume de grootste verliezen lijdende regeling geworden. De najaars-regeling van SDE 2017 heeft inmiddels 440 MWp aan verloren gegane (beschikte) capaciteit. Echter, vanwege het ronduit massieve verlies in de april update, én later opgetreden, verdere verliezen, heeft de voorjaars-ronde van SDE 2018 al enige tijd de rouwvlag overgenomen, en "met stip", verder in de mast gehesen. Momenteel is, met het nieuwste verlies in de huidige update, onder die regeling nu reeds bijna 753 MWp afgeschreven, goed voor 44% van het oorspronkelijk beschikte totaal volume (1.710,2 MWp). Ook bij de aantallen project beschikkingen is SDE 2018 I al sedert de april versie "negatief kampioen": er zijn er in totaal alweer 1.843 afgeschreven door RVO, bijna 49% van de oorspronkelijk beschikte hoeveelheid van maar liefst 3.774 exemplaren. Wat al (veel) meer is dan de massale uitval bij 2 van de drie oude SDE regelingen, waarbinnen vooral residentiële en zeer kleine andere PV projectjes werden gerealiseerd (SDE 2009 en SDE 2010, zie tabel). De SDE 2017 najaars-regeling volgt op dit punt op de voet, met al een uitdunning van 1.668 project beschikkingen (ruim 42% van oorspronkelijk beschikte aantallen), en mogelijk nog heel wat te gaan op dat vlak. De voorjaars-ronde van SDE 2017 zit inmiddels in totaal, met 1.414 verloren gegane beschikkingen ook al op ruim 32% verlies t.o.v. het oorspronkelijk toegekende aantal.

Procentueel bezien t.o.v. de oorspronkelijke beschikte volumes zijn vooral de eerste drie SDE "+" regelingen flink in de min geraakt: 43-69% verlies bij de aantallen, 55-74% bij de beschikte capaciteiten. Daarbij is het in absolute zin echter om véél lagere volumes gegaan dan bij de latere SDE 2016 - 2020 I regelingen.

Voor de forse uitval onder SDE 2017 was eerder al gewaarschuwd, door Siebe Schootstra op Twitter (m.b.t. SDE 2017 en 2018, en later wederom m.b.t. SDE 2018). Dit in verband met een geclaimd slecht business model voor bedrijven met hoog eigenverbruik van via een SDE beschikking gegenereerde hoeveelheid zonnestroom, waarvoor lagere subsidie bedragen dan voor directe net-invoeding zijn gaan gelden (rooftop projecten). Polder PV is benieuwd of de reeds heftige gematerialiseerde aderlatingen nog langer zullen aanhouden in latere updates. De signalen zijn hier met name voor de voorjaars-regeling van SDE 2018 niet best, gezien de al grootschalige uitval die we tot nog toe hebben gezien. Daar zijn echter nog maar 254 exemplaren van over, met een totale capaciteit van 362 MWp die nog moeten worden ingevuld, dus heel erg veel groter kan het totaal verlies niet echt meer worden.

De ronduit schokkende 1.338 MWp afvoer onder de twee SDE 2018 regimes, vermeerderd met de forse uitval bij de 2 SDE 2017 regelingen, 1.118 MWp, bovenop de ook al aanzienlijke verliezen onder beide voorgaande SDE 2016 regelingen (totaal 446 MWp), en de 451 MWp voor de 2 SDE 2019 regimes, is in ieder geval beslist slecht nieuws, ook voor Den Haag. Alle moeite die voor de hier dus definitief afgevoerde projecten is gedaan, honderden miljoenen Euro's aan SDE subidie toezeggingen, alle duur betaalde ambtelijke tijd (en consultancy uitgaven voor ontwikkelaars) die hiermee zinloos is verspild: dat alles is voor niets geweest...

Ruim 4,4 miljard Euro misgelopen
Bovendien is het voor de branche organisatie ook zeer slecht nieuws, zeker in de huidige crisis tijd, met nog ongewisse middel-lange termijn gevolgen van de Corona pandemie, flinke problemen bij de uitvoering van - vaak enorme - project portfolio's, rap om zich heen grijpende problemen met net-capaciteiten, en snel verslechterende financiële situaties bij veel betrokken bedrijven. Alle beschikte (overgebleven) PV projecten tm. SDE 2020 I hebben een maximale subsidie claim van, inmiddels, bijna 15,4 miljard Euro (over een periode van max. 15 jaar exclusief "banking year"). In de versie van 4 januari 2021 was het overgebleven maximale subsidie bedrag tm. SDE 2020 I nog bijna 15,9 miljard Euro, waarmee alweer een "waarde" van maximaal 491 miljoen Euro in minder dan een kwartaal tijd is verdampt voor de sector. Het verlies in de voorgaande update was (maximaal) 407 miljoen Euro.

Oorspronkelijk is er vanaf SDE 2008 tot en met SDE 2020 I voor zonnestroom maximaal voor zo'n 19,8 miljard Euro aan subsidie toekenningen gedaan (2e grafiek in historisch overzicht artikel van 5 oktober 2020). De zonne-energie branche, en de talloze niet aangesloten binnenlandse en buitenlandse organisaties die ook PV projecten ontwikkelen, hebben nu al voor ruim 4,4 miljard Euro aan (maximaal haalbare) subsidie beschikkingen voor fotovoltaïsche capaciteit laten liggen. Daar hadden mooie dingen mee gedaan kunnen worden, de afgelopen jaren ...

More troubles ahead
Het ligt in de verwachting, dat dit reeds enorme verlies nog fors groter zal gaan worden, de komende jaren. Zeker ook, bovenop de Corona-virus maatregelen, als de om zich heen grijpende netcapaciteit problemen zelfs al lang beschikte projecten in gevaar gaan brengen, vanwege extreme vertragingen van netaansluitingen in wat tegenwoordig met een sjiek woord "congestie" gebieden heet. Als die vertragingen de realisatie termijn van de soms jaren geleden verkregen beschikkingen gaan overschrijden, dreigt immers onherroepelijke, nog steeds in de regelgeving afgetimmerde intrekking van die kostbare RVO papierwaren ... Een eerder afgekondigde mogelijke - voorwaardelijke - verlenging van een jaar (aangenomen gewijzigde motie van Van der Lee / GL en Sienot / D'66 van 19 december 2019) zal daarbij slechts als een doekje voor het bloeden kunnen gelden, gezien de zeer grote problemen op dit punt. Al langere tijd in Noord-Oost Nederland (netcapaciteit kaartje Enexis van 10 maart 2021), in steeds meer gebieden van de grootste netbeheerder, Liander (kaartje met status 18 maart 2021), en, schokkend, een snel verder verslechterende net situatie in Noord-Brabant en Limburg (wederom Enexis gebied, status 12 maart 2021), en inmiddels zelfs ook op Schouwen-Duiveland en Tholen in het netgebied van Enduris, in zonnig Zeeland (status vanaf 22 oktober 2020). In het netgebied van Stedin waren op 1 januari 2021 nog geen "oranje" dan wel "rode" gebieden, maar wel al de nodige regio met "beperkte" transportcapaciteit (geel in kaartjes, zie update daar). Coteq Netbeheer heeft "beperkte" transportcapaciteit voor het Overijsselse Goor, Almelo is zeer problematisch geworden en zit in de gevarenzone, met het daarbij behorende congestie onderzoek (kaartje). Voor Rendo (delen van Drenthe en Overijssel) waren nog geen "krapte kaartjes" te vinden (er wordt wel in het recente investeringsplan uitgebreid stilgestaan bij de te verwachten ontwikkeling rond capaciteit voor o.a. elektra, zie pdf). De Coteq en Rendo "enclaves" vinden we sowieso terug in de hier boven al geciteerde net kaartjes voor NO Nederland van de grote netbeheerder Enexis. Ook Westland Infrabeheer heeft geen speficieke kaartjes voor netproblemen in het grote kassen gebied in ZW Zuid Holland. Liander en Stedin kaartjes laten o.a. invoeding op het net zien (er zijn ook separate kaartjes voor afname van het net).

Een kamerbreed gedane oproep richting voormalig Min. van EZK, Wiebes, om projecten een jaar uitstel te gaan geven, is onder voorwaarden geaccepteerd ("projecten met een realisatietermijn in 2020 met vertraging buiten hun invloedssfeer op aanvraag één jaar ontheffing", brief minister Wiebes van 21 april 2020), maar de vraag blijft of dit wel voldoende soelaas zal gaan bieden in de huidige crisis. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) memoreerde dit in hun corona update brief van oktober 2020, met de resultaten van een nieuwe raadpleging onder haar leden, "Ondernemers in de energietransitie houden nog steeds de adem in - Resultaten NVDE-inventarisatie corona-effecten op duurzame energiesector" als volgt: " In april werd weliswaar aangekondigd dat alle projecten uit de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+) die in 2020 opgeleverd hadden moeten worden, vanwege corona één jaar uitstel krijgen, maar hiermee zijn projecten die in 2021 moeten worden afgerond niet per definitie veiliggesteld. Het zou verlichting geven wanneer de overheid op korte termijn al enig perspectief kan bieden op een clemente behandeling van projecten die vanwege corona ook in latere jaren vertraging ondervinden. Dat kan voor sommige bedrijven het verschil betekenen in de afweging of ze projecten moeten aanhouden of stopzetten".

(Nieuwe) realisaties
Uiteraard zijn er ook projecten cq. beschikkingen tussentijds "volgens de administratieve definities" van RVO gerealiseerd. Géén nieuwe exemplaren tm. SDE 2015, en met het voorbehoud dat er ook wat oudere SDE project beschikkingen zijn "verdwenen" uit de RVO registers (zie opsomming hierboven). Wel is er in de huidige update een vijftal nieuwe beschikkingen voor de voorjaars-ronde van SDE 2016 met het "ja" stempel voorzien, goed voor bijna 2,9 MWp nieuwe (beschikte) capaciteit. Sedert het januari 2021 rapport van RVO zijn er ook 30 nieuwe gerealiseerde beschikkingen voor de najaars-ronde van SDE 2016 bijgekomen (toegevoegd volume 2,8 MWp, gemiddeld dus kleinere beschikkingen dan in de voorjaars-ronde).

De twee rondes onder SDE 2017 voegden resp. 107 en 54 beschikkingen toe aan de realisaties, gepaard gaand met 90,5 resp. 94,3 MWp aan capaciteit. Hierbij kwamen ook 112, resp. 257 gerealiseerde beschikkingen, met 55,7 MWp, resp. 182,3 MWp beschikte capaciteit onder de twee opvolgende SDE 2018 regimes. De capaciteit toevoeging voor de najaars-ronde was een record in deze update. Het eerder gesignaleerde dubbele beeld, dat er tegelijkertijd een nog hoge uitval kan zijn van bestaande beschikkingen, én een hoge groei van feitelijke realisaties, bij genoemde regelingen al langer zichtbaar, zien we weer goed terug in de voorjaars-ronde van SDE 2019. Volgens de "officiële tellingen" van RVO, werden onder dat regime in deze update record hoeveelheden project beschikkingen en capaciteit alweer afgevoerd. Maar zagen inmiddels ook weer 473 nieuwe toekenningen de status realisatie tegemoet (record voor deze update), met 115,4 MWp aan beschikte capaciteit. De uitval voor de najaars-ronde van SDE 2019 was zeer beperkt, maar ook het aantal nieuwe realisaties valt nog steeds tegen: slechts 46 stuks, met 37,1 MWp beschikte capaciteit. Dat ligt, bij deze byzondere regeling, vooral aan het feit dat er vooral gemiddeld (zeer) grote projecten zijn toegekend. Meestal duurt het veel langer voordat die gerealiseerd worden, vanwege een veel langere voorbereidingstijd van degelijke, vaak complexe projecten. De voorjaars-ronde van SDE 2020, tot slot, de laatste SDE "+" regeling, gaf in de huidige update fors meer nieuwe realisaties te zien, 134 beschikkingen. Die, met elkaar, een toegewezen (niet "fysiek gerealiseerde") capaciteit hebben van 29,5 MWp. Wederom, het klassieke beeld bij voorgaande regelingen in de beginfase van de uitvoering volgend, relatief kleine projecten dus. Met een gemiddelde capaciteit van 220 kWp per stuk.

Dit alles geeft een totaal van, netto, 1.207 nieuwe formeel gerealiseerde beschikkingen, met een volume aan beschikte claims voor 610,1 MWp t.o.v. de januari 2021 update. In de voorlaatste update waren de nieuwe volumes 1.051 beschikkingen opgeleverd, resp. 891,2 MWp. Dat laatste was een record volume voor de capaciteit. In de april 2020 update ging het nog om een record (aantal) volume van 1.435 beschikkingen, maar wel met een fors lager beschikte capaciteit van 548 MWp. Ook hierin zien we weer de verder gaande schaalvergroting van gerealiseerde projecten terug.

Disclaimers
Let altijd op, dat de "capaciteit" (deze update, 610 MWp "netto groei" sedert januari 2021) beslist niet het daadwerkelijke, fysiek gerealiseerde volume is. RVO geeft dat namelijk in de meeste gevallen niet op. Zoals meermalen gesteld, heb ik van talloze projecten met SDE subsidies fors verschillende opgeleverde capaciteiten in mijn spreadsheet staan, die soms wel tot 30% kunnen afwijken van het capaciteit cijfer getoond in de RVO lijsten. Zowel afwijkend naar boven, als naar onder. RVO stelt de laatste paar jaar wel steeds vaker de opgevoerde toegekende projecten middels (neerwaartse !) correcties bij t.o.v. de eerder beschikte volumes. Maar het blijft nog steeds eerder uitzondering, dan regel, gezien gedetailleerde project informatie die Polder PV op tafel heeft gekregen van duizenden SDE beschikte projecten (via talloze bronnen). Het is een van de grootste misverstanden bij een toenemend aantal "makkelijke kaartjesmakers", die de RVO bestanden volautomatisch leegtrekken en die via softwarematige manipulaties "in een kaartje gooien". Met daarbij de kennelijke suggestie dat daarin "de verspreiding van gerealiseerde vermogens per project" zou staan in Nederland. Dat is helemaal niet waar. Ten eerste manipuleren ze beschikkingen, geen projecten (die meer dan 1 beschikking kunnen hebben op 1 lokatie). Ten tweede zijn de werkelijk gerealiseerde capaciteiten meestal afwijkend van de beschikking (kan twee kanten op gaan, groter of kleiner). Ten derde, zijn de "types" installaties bij RVO regelmatig fout geklassificeerd, waardoor beschikkingen onterecht in een bepaalde categorie worden geplaatst. Sowieso komt het regelmatig voor, dat rooftop en grondgebonden installaties (feitelijk: "beschikkingen") gewoon op een hoop worden gegooid, terwijl het om fundamenteel andere typen installaties gaat. Ten vierde, alle "niet SDE gesubsidieerde" (grotere) projecten schitteren door afwezigheid, waardoor een extra "vals" en misleidend beeld wordt opgeroepen. En, tot slot, er is geen enkel begrip voor de aard van feitelijke installaties, omdat het ongelofelijk veel werk is om dat in the picture te krijgen. Polder PV doet dat laatste, en een zo goed mogelijk "volledige" inventarisatie, met alle projectdata voor de grotere projecten, al sedert 2015, als enige in Nederland.

Voor de details van alle wijzigingen en "overgebleven" aantallen bij de verschillende categorieën, en de diverse SDE regelingen, zie de volgende tabel hier onder.


Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen

Voor uitgebreide toelichting bij de (inhoud van de) tabel, zie artikel met analyse status 3 april 2017.


^^^
KLIK
op plaatje voor uitvergroting (komt in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)

In deze regelmatig door Polder PV ververste tabel alle relevante bijgewerkte zonnestroom cijfers voor de aantallen en Megawatten voor alle (bekende) SDE regelingen, tot en met de beschikkingen voor de 1e ronde van SDE 2020 (voorjaars-ronde, tevens de allerlaatste, officiële SDE "+" regeling). En de cijfers van de update van 2 april 2021 bevattend. Links de oorspronkelijk beschikte volumes, in rood de actuele status van wat RVO met de huidige (detail) update nog in portfolio heeft staan, in blauw de daar uit resulterende, heftige, verloren gegane hoeveelheden t.o.v. oorspronkelijk toegekend. In groen volgen de fysieke volumes, volgens administratieve normen van RVO geldende "opgeleverde" (gerealiseerde) project beschikkingen. De laatste vier kolommen betreffen de overgebleven hoeveelheden, nog in te vullen (of t.z.t. af te voeren) beschikkingen van de betreffende SDE regimes.

Zowel voor de aantallen als voor de beschikte capaciteit waren de oorspronkelijke toevoegingen onder de najaars-ronde van SDE 2018 aanvankelijk wederom record hoeveelheden, die de voorgaande records onder de voorjaars-ronde van 2017 hebben vervangen. Het aantal beschikkingen onder de voorjaars-ronde van SDE 2019 had het stokje op dat punt van die van het voorgaande jaar overgenomen, met een record van 4.738 toekenningen door RVO. SDE 2019-II viel echter weer sterk terug, vanwege zeer hoge uitval als gevolg van de extreme overtekening van het beschikbare budget. En het feit, dat door felle competitie met andere projecten, alleen de beschikkingen overbleven die laag hebben ingezet met het betreffende fase bedrag. Dat zijn grotendeels alleen de grotere projecten geweest, talloze kleinere rooftop projecten zijn binnen die regeling gesneuveld.

De laatste SDE "+" ronde, SDE 2020 I heeft alle piketpalen wederom verzet, onder die ronde zijn zowel bij de aantallen oorspronkelijk goedgekeurde beschikkingen (6.882 exemplaren), als de daarmee gepaard gaande toegekende capaciteit (3.440,1 MWp), nieuwe records gevestigd (dikke rode kaders). Waarbij ook rekenschap gehouden moet worden met het feit, dat onder SDE 2017 I tm. SDE 2018 II er telkens 6 miljard Euro was te vergeven, sedert SDE 2019 I echter nog maar 5 miljard Euro per ronde (NB: voor álle projecten, niet alleen voor zonnestroom).

Bij de oudere "SDE" voorgangers waren de aantallen maximaal bij SDE 2008 (8.033 oorspronkelijke beschikkingen), bij de capaciteit was het SDE 2009, die voor de twee varianten bij elkaar ("klein" resp. "groot" categorie) 29,0 MWp kreeg beschikt (dunne rode kaders).

In oranje veldjes heb ik in het blok "overgebleven beschikte volumes" bij de primaire data wederom aangegeven dat er negatieve wijzigingen zijn geweest t.o.v. de status in de voorgaande update. U ziet dat bij de eerste zes SDE regelingen (3x "SDE", resp. 3x "SDE+") hier het een en ander in negatieve zin is gewijzigd bij de aantallen. En voor drie van die regelingen tevens bij de overgebleven beschikte capaciteit (SDE 2009; en SDE "+" 2012 en 2013).

Anomalie hier is de voorjaars-ronde van SDE 2016, die een stabiel aantal overgebleven beschikkingen liet zien, maar juist een toename van de beschikte capaciteit (122,4 MWp, in update van 4 jan. 2021 nog 120,7 MWp). Een dergelijke opwaartse bijstelling, weergegeven door het groene veldje in de tabel, zien we zelden bij RVO.

Voor recentere regelingen, vanaf SDE 2016 II, zijn verloren gegane beschikkingen en daarmee gepaarde gaande beschikte capaciteiten, soms in zeer grote hoeveelheden, helaas "het normale beeld" geworden. Ze hebben hun realisatie termijn overschreden, de beschikbare netcapaciteit was niet ordentelijk of correct geregeld, of ze zijn om hele andere redenen alsnog ingetrokken. Hetzij door de initiatiefnemers, hetzij door RVO. Derhalve kleuren alle vakjes vanaf die regeling (ook) oranje. Data in de overige "blanco" veldjes zijn niet meer gewijzigd sedert de vorige update van 4 januari 2021.


(a) Verloren gegane beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes (blauwe sectie in tabel), accumulaties - ruim 3,8 GWp aan capaciteit teloor gegaan

Er is t.o.v. de accumulatie status getoond in de vorige update weer een groot volume aan beschikkingen en capaciteit verloren gegaan (beschikkingen om wat voor reden dan ook ingetrokken of alsnog ongeldig verklaard door RVO, zie ook paragraaf "nieuwe afvallers" hier boven). Voor de langdurig een dominante rol spelende SDE 2014 is na al die jaren in totaal een (theoretische) capaciteit van 307 MWp verspeeld (829 project beschikkingen). Het capaciteits-verlies is opgelopen tot bijna 35% (aantallen: bijna 28%) ten opzichte van oorspronkelijk beschikt. Deze populaire oudere regeling is op het gebied van capaciteit verlies echter in (extreem) negatieve zin overtroefd door meerdere latere regelingen. Cumulatief gingen daarbij met name de volgende grote volumes aan beschikte capaciteiten verloren: 389,7 MWp onder SDE 2016 II, 678,0 MWp onder SDE 2017 I, 440,0 MWp onder SDE 2017 II, en een triest dieptepunt van 752,7 MWp onder de voorjaars-regeling van SDE 2018. Ook latere regelingen beginnen grote hoeveelheden capaciteit te verliezen. Een zeer hoog beschikt volume van 585,2 MWp onder SDE 2018 II, en een reeds forse omvang van 444,8 MWp onder SDE 2019 I. Opvallend is het nog steeds zeer lage verlies van 6,4 MWp bij SDE 2019 II, maar bekend is dat er bijna uitsluitend grote projecten zijn toegekend onder die extreem overtekende subsidie regeling. En dat een zeer substantieel deel van de kleinere rooftop projecten daar op voorhand al naar Armageddon zijn verwezen door RVO. Dat soort grote projecten, waar van tevoren al heel veel tijd, energie en geld in is gestoken (zeker de grotere zonneparken), zijn meestal zeer goed planmatig doortimmerd, en worden meestal ook gerealiseerd, door zeer ervaren, binnenlandse en buitenlandse partijen. Ook het verlies bij de laatst toegekende regeling, SDE 2020 I, waar binnen wel een grote hoeveelheid "kleinere" rooftop project beschikkingen is toegewezen, is onrustbarend, 30,8 MWp, verdeeld over 30 beschikkingen (dus gemiddeld een respectabele 1 MWp per stuk ...).

Gezamenlijk verloren alle SDE regelingen bij elkaar al 16.278 project beschikkingen met een geaccumuleerde capaciteit van 3.832,9 MWp. Voor alleen de regelingen onder het SDE "+" regime waren die hoeveelheden 9.910 stuks, wat al sedert de april 2020 update meer is dan het geaccumuleerde verlies van de oude drie SDE regelingen (inmiddels alweer 6.368 beschikkingen teloor gegaan, 7 meer dan in de vorige update). Dat is t.o.v. de enorme hoeveelheid oorspronkelijke beschikkingen (36.470 onder SDE "+", incl. SDE 2020 I) al ruim 27%. Kijken we naar de beschikte capaciteit, is het totaal verlies voor SDE "+" 3.812,7 MWp, ruim 3,8 GWp (!). T.o.v. het oorspronkelijk beschikte volume (19.082 MWp) is dat, ondanks het feit, dat SDE 2020 I aan de totale beschikte accumulatie is toegevoegd in de update van eind 2020, al een totaal verlies van 20%. Een vijfde van het oorspronkelijk beschikte volume is alweer verdwenen ...

Dit kan echter nog verder in negatieve zin veranderen, als de claim van energie specialist Siebe Schootstra bewaarheid gaat worden over twee van de belangrijkste jaar rondes van de SDE "+" regeling: "dat van de voorjaarsronde van 2018 nog niet de helft gerealiseerd zal worden. Voor 2017 geldt ook zoiets", aldus zijn nogal onrustbarende tweet van 5 september 2018. Er moet immers nog zeer veel volume opgeleverd gaan worden (laatste kolom in tabel). Wat de aantallen beschikkingen voor SDE 2017 betreft, heeft hij echter al langer ongelijk gekregen, het realisatie percentage is daar al 57,5 resp. 54,0%, met nog bijna 600 beschikkingen te gaan. Wat de beschikte capaciteit betreft, is dat voor SDE 2017 I inmiddels ook al op bijna 50% gearriveerd (het hoogste absolute volume van alle jaar rondes, 1.170,1 MWp). De najaars-ronde van SDE 2017 is die regeling echter ook al in relatieve zin voorbij gestreefd, met een invulling van reeds dik 53% van de lagere oorspronkelijk beschikte capaciteit. Dus ook in dat opzicht, heeft Schootstra voor in ieder geval de SDE 2017 regelingen reeds ongelijk gekregen. Er staat bovendien nog een volume van 957 MWp open voor beide SDE 2017 regelingen, dus de relatieve prestatie zal nog verder gaan toenemen, zelfs als er alsnog veel uitval zal optreden.

SDE 2018 I haalt mogelijk 50% niet
De voorjaars-ronde van SDE 2018 zit momenteel nog maar op bijna 35% van realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt, en is zelfs al 44% van de ooit toegekende capaciteit kwijt (ingetrokken of anderszins). Zelfs als alle resterende openstaande capaciteit, 362 MWp, daadwerkelijk ingevuld zou gaan worden, kan die regeling nog maar maximaal 56% van oorspronkelijk beschikt volume halen. Gezien de voortgaande massieve uitval van beschikkingen, lijkt het onwaarschijnlijk dat dat gaat gebeuren, en moeten we vrezen dat in ieder geval voor SDE 2018 I Schootstra's claim bewaarheid kan gaan worden wat de capaciteit betreft.

Het verloren gegane volume van 3.833 MWp aan ooit beschikte SDE capaciteit voor zonnestroom (SDE en SDE "+"), is al 32 procent hoger dan de totale eindejaars-accumulatie aan PV volume in heel Nederland (2.911 MWp), in 2017, volgens de voorlopige laatste (herziene) CBS cijfers van 24 februari 2021. Het totale verlies is al 20% van de oorspronkelijk beschikte volumes voor al die regelingen tezamen, incl. SDE 2020 I, die een record volume van ruim 3,4 GWp aan beschikte capaciteit inbracht in het totaal. Maar aan dat verloren volume kan beslist nog het nodige worden toegevoegd, gezien de vele "riskante" grote project beschikkingen van de afgelopen rondes in 2016-2020. M.b.t. de aantallen is het verlies al fors groter, bijna 16,3 duizend projecten, 31% van oorspronkelijk toegekend door RVO en haar voorgangers. Dat lag aanvankelijk vooral aan de enorme verliezen bij de oude SDE regelingen, zoals hierboven gemeld. Die staan boven de stippellijn in de tabel, het betreft veelal beschikkingen voor particulieren, maar ook woningbouw projecten die niet zijn doorgegaan, of die om diverse andere redenen zijn ge-cancelled. Helaas is de SDE "+" al langere tijd ook bij de aantallen project beschikkingen massale verliezen aan het lijden, en heeft ze de hoeveelheden teloor gegane project beschikkingen bij de oude SDE regelingen sedert de update van april 2020 ingehaald. Inmiddels 9.910 om 6.368 stuks.

Nieuwe grafieken - updates
Om goed zichtbaar te maken wat de volumes aan teloor gegane (beschikte) aantallen en capaciteiten zijn, heb ik in deze analyse wederom de 2 volgende, bijgewerkte grafieken opgenomen.


In bovenstaande grafiek links de stapel kolom met de aantallen oorspronkelijk uitgegeven PV beschikkingen, voor alle SDE (2008-2010) resp. SDE "+" (2011-2020 I) regelingen. Met bovenaan de sommatie van wat ooit is uitgegeven voor solar: 52.517 beschikkingen (NB: niet "projecten", omdat veel project sites meerdere beschikkingen hebben gekregen). In de rechter kolom de hoeveelheden die er in de RVO update van 2 april 2021, tot en met SDE 2020 I, in totaal zijn overgebleven, als gevolg van voortdurende eliminatie van om wat voor reden dan ook weer verwijderde project beschikkingen uit de RVO database. Er zijn nu nog in totaal 36.239 beschikkingen over (deels al gerealiseerd, zie later), wat 69% is van het oorspronkelijke volume (blauwe pijl, in vorige update nog 70,6%). Vooral de forse verliezen bij de populaire SDE "+" 2017-2018 regelingen vallen hier al op, onder de oude 3 SDE regelingen zijn destijds ook al massieve volumes verloren gegaan (veel op kleinzakelijke projecten, en bij veel particulieren). Nog steeds "lekken" er ook van die oudste drie regelingen af en toe beschikkingen weg, bij elke RVO update, inclusief de huidige. Waarvan verder door vrijwel niemand in Nederland notie wordt genomen, noch van het verlies "de reden" bekend wordt gemaakt.

Voor de feitelijke realisaties t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder aantallen in sectie f.


In deze tweede grafiek een vergelijkbaar beeld als bij de aantallen beschikkingen, maar ditmaal met de oorspronkelijk beschikte capaciteit per regeling (in MWp, links), resp. de daarvan overgebleven beschikte volumes in de update van 2 april 2021 (ditto, MWp, rechter kolommen stapel). In totaal is er, tm. SDE 2020 I, een spectaculair volume van 19.151 MWp (19,2 GWp) ooit beschikt onder SDE en haar opvolger regelingen, onder de noemers SDE "+". Daarvan zou op 2 april jl. een volume van in totaal 15.318 MWp zijn overgebleven volgens de RVO boekhouding, een nog steeds hoge score van 80% (blauwe pijl bovenaan, in vorige update nog 82,3%). Dat dit, in verhouding tot de aantallen beschikkingen, zo hoog ligt, komt vooral doordat de verliezen bij de aantallen zeer groot zijn geweest, aanvankelijk bij de drie oude SDE regelingen. Terwijl record regeling SDE 2020 I, met al haar beschikte capaciteit (3.440 MWp) nu nog volop de rest domineert. Als hier veel van zal gaan afvallen, net als bij veel van de "succesvolle" voorganger regelingen onder SDE "+", wordt de verhouding waarschijnlijk heel anders. Veel zal ook afhangen van het overblijven van veel grote projecten. Als die om wat voor reden dan ook alsnog zouden afvallen, kan dit een forse invloed gaan hebben op de ratio overgebleven versus oorspronkelijk toegekend, in deze capaciteit grafiek.

In het "kader" gevormd door de twee zwarte stippellijnen heb ik de volumes voor de vier "succesvolle" SDE 2017 en 2018 regelingen weergegeven. Oorspronkelijk was dat een volume van 8.928 MWp, maar daar is nog maar 6.473 MWp van overgebleven. Derhalve, een verhouding van 72,5%. Dat is beduidend minder dan de 80% voor alle project beschikkingen bij elkaar. Wat aangeeft, dat de verliezen bij deze vier, bij zowel de aanvragen als de beschikkingen succesvolle regelingen bovenmatig hoog zijn geweest.

Voor het feitelijke gerealiseerde volume aan beschikte capaciteit t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder capaciteit in sectie f.


(b) Fysieke realisaties per SDE jaar-ronde "volgens de officiële RVO cijfers" (groene sectie in tabel), accumulaties

In totaal is er tot de huidige officiële RVO update een volume van bijna 5.521 MWp "SDE beschikt" opgeleverd, verdeeld over 24.087 project beschikkingen, waarbij we de interne administratieve vertragingen bij RVO voor lief nemen. De volumes zijn derhalve minimale hoeveelheden, er is begin april 2021 al veel meer netgekoppelde, SDE gesubsidieerde capaciteit opgeleverd.

De opleverings-sequentie van de beschikte capaciteiten volgens de RVO updates was, van meest recent naar ouder, als volgt: januari 2021 4.911 MWp, september 2020 4.019 MWp, juli 2020 3.663 MWp, apr. 2020 3.319 MWp, jan. 2020 2.771 MWp, nov. 2019 2.463 MWp, aug. 2019 2.031 MWp, mei 2019 1.815 MWp, jan. 2019 1.368 MWp, oktober 2018 1.124 MWp.

Genoemde aantal van ruim 24 duizend beschikkingen in de huidige update betreft echter beslist veel minder projecten, omdat er veel sites meerdere beschikkingen hebben, een van vele eigenaardigheden van de SDE regelingen die nooit de pers halen, maar die Polder PV al vele jaren signaleert en toelicht. Aanvankelijk kwam het merendeel van dat "aantal" uit de oude SDE regelingen, toen duizenden particulieren mee konden doen. Dat is echter al in recente updates omgeslagen naar het SDE "+" volume, wat vrijwel exclusief op en door bedrijven, instellingen, gemeentes e.d. wordt gerealiseerd (achter grootverbruik aansluitingen). Veel grote rooftop projecten hebben meerdere beschikkingen, deels onder dezelfde regeling, deels onder verschillende SDE rondes. Een deel betreft uitbreidingen van eerder gerealiseerde projecten, een fors deel is gewoon opsplitsing van projectplannen voor dezelfde lokatie, verdeeld over meerdere tranches. Hetzelfde geldt voor diverse grote veld-installatie projecten. Alle individuele beschikkingen moeten separaat, fysiek gecertificeerd en geijkt bemeten worden (pers. comm. CertiQ), dus dat gaat vaak om logistiek bezien nogal complexe bedradings-, en afzekerings-trajecten.

Het aandeel van alleen SDE op totaal realisatie SDE + SDE "+" bedraagt momenteel 9.679 (overgebleven !) beschikkingen = 40% bij de aantallen, inclusief de SDE 2020 I regeling. Dat was nog 60% in de augustus 2019 update (zonder de SDE 2019 - SDE 2020 I rondes). Dat aandeel zal stapsgewijs verder blijven dalen, naarmate er meer SDE "+" (en, later, SDE "++") projecten zullen worden opgeleverd. Het aandeel van alleen opgeleverde SDE beschikkingen is slechts 49 MWp op een totaal van momenteel 5.521 MWp (SDE + SDE "+" tm. SDE 2020 I) = 0,9% (januari 2021 1,0%, sep. 2020 1,2%, juli 1,3%, apr. 1,5%, jan. 2020 1,8%, nov. 2019 2,0%, aug. 2019 2,4%, mei 2019 2,8%; dit was nog zonder SDE 2017 II in de april 2018 update 6,4%; in juli 2017 was het nog ruim 10%). Wezenlijk verschillend, dus. Dat heeft alles te maken met de enorme schaalvergroting onder het SDE "+" regime, waar onder de "bovencap" van, ooit, 100 kWp is ge-elimineerd, en er enorm grote projecten werden beschikt, en inmiddels, in een steeds rapper tempo, zijn, en worden opgeleverd. Zoals Zonnepark Harpel / Vlagtwedde in de nieuwe Groningse gemeente Westerwolde, met bijna 110 MWp tot nog toe een tijdje als grootste (medio september 2020 aangesloten op het regionale netwerk van Enexis). En als de door de gemeente toegestane, 80 hectare grote uitbreiding door de omgevings-vergunningproducedure komt (eind september 2020 "verklaring van geen bedenkingen" afgegeven), én als er een nieuwe transportindicatie verzilverd is bij Enexis / TenneT, én een SDE "++" beschikking (aangevraagde volumes zijn inmiddels bekend, project details uiteraard nog niet vrijgegeven), een gooi blijft doen naar "voorlopig nog eventjes de grootste". Daarbij mogelijk het Vloeivelden Hollandia project van Solarfields cs. in Drenthe (130 MWp), én het door Solarfields nog te bouwen Dorhout Mees reuzen project op de oude golfbaan in Biddinghuizen (mogelijk 147 MWp) nog voor blijvend. Alleen het al langer voorbereide grootschalige project Energielandgoed Wells Meer (Limburgse gemeente Bergen) kan, met een toe te wijzen omvang van 180 hectare, nog groter gaan worden, sterk afhankelijk van de tegen de tijd van realisatie te selecteren opstellingswijze en gekozen modules (die rap in capaciteit toenemen). Voor alle documentatie van dat zeer grote project in Bourgondisch Nederland, zie de aparte website.

Relevant in dit aspect blijft, dat de opgevoerde beschikte capaciteit bij RVO bijna nooit het daadwerkelijk gerealiseerde vermogen van de installaties weergeeft. Daar kunnen behoorlijke afwijkingen in zitten. Bovendien kunnen beschikkingen door RVO later nog aangepast worden. Zo verloor de beschikking voor het bekende Woldjerspoor project van GroenLeven in Groningen maar liefst 6 MWp (!) t.o.v. de oorspronkelijk beschikte capaciteit. Het resultaat lijkt echter, met de huidige update van 2 april 2020, nog steeds niet de daadwerkelijk opgeleverde capaciteit weer te geven, volgens de detail project informatie beschikbaar bij Polder PV, het verschil is dik 20%. Er zijn geen andere (al dan niet anonieme) veldopstelling beschikkingen bekend in dit gebied. Ook van andere (grote) projecten heb ik realisaties die (veel) hoger, óf véél lager uitvallen dan de beschikking van RVO toont.

Relatieve recordhouders bij de realisaties
Kijken we bij de realisaties naar de percentages t.o.v. de oorspronkelijke beschikkingen, duiken andere "record houdende SDE jaarrondes" op dan bij de absolute volumes. Voor de "oude SDE" was dat SDE 2009 voor zowel aantallen en capaciteiten (inmiddels, door historische uitval 66 resp. 76 procent van oorspronkelijk beschikt). Hierin zal geen (positieve) wijziging meer komen, die regelingen zijn al lang "afgerond". Alleen wegval van dergelijke projecten zou nog tot kleine neerwaartse bijstellingen kunnen gaan leiden. Waarbij "wegval" beslist niet persé hoeft te betekenen, dat het project is afgebroken o.i.d. Het kan zijn verhuisd (zonder de beschikking "mee te nemen"), of overgenomen, waarbij de nieuwe eigenaar geen trek had in SDE administratie "gedoe", of er zijn andere redenen waarom de beschikking zou kunnen zijn vervallen. Wie weet hoort "fraude" daar ook bij, al hoor je daar nooit iets over in relatie tot de oude, kleine beschikkingen jaren geleden verstrekt.

Voor het "SDE+ regime" zijn de "records" inmiddels voor de aantallen (72%) nog steeds de SDE 2014 regeling, ook al is in absolute zin al sedert een eerdere update SDE 2017 I deze ooit populaire regeling voorbij gestreefd (inmiddels 2.522 versus 2.142 opgeleverde project beschikkingen). Als er niet veel meer uitval zal komen bij de najaars-ronde van SDE 2017, kan deze ook nog net voorbij het absolute aantal gerealiseerde beschikkingen van SDE 2014 gaan komen.

De zeer weinig volumes leverende SDE 2015 heeft op het vlak van invulling van de capaciteit een "score" van bijna 72% t.o.v. oorspronkelijk beschikt. SDE 2016 I was even tweede, verloor die positie door een neerwaartse aanpassing van de beschikte capaciteit in de update van januari 2020, maar is terug op de tweede positie sedert de update van april 2020, met, momenteel, 68,4% t.o.v. oorspronkelijk beschikt. Daardoor is SDE 2014 weer, met inmiddels 65,2% op de 3e plaats beland onder het SDE "+" regime. Bij SDE 2016 I zal er niet heel veel meer wijzigen, er staat namelijk nog maar 0,2 MWp open voor 6 beschikkingen.

Opvallend is de zeer slechte prestatie voor de (ook reeds lang afgeronde) SDE 2012: slechts 31% van aantal oorspronkelijke beschikkingen opgeleverd, en zelfs maar 27% van de capaciteit. Uiteraard was er ook maar heel weinig beschikt (oorspronkelijk 17,1 MWp, waarvan er echter maar 4,8 MWp is overgebleven), anders had dat een "ramp-subsidie-jaar" geworden. De positie is nog verder verslechterd sinds begin 2021, omdat een beschikking en 241 kWp is weggevallen sedert de update van januari.

Latere regelingen kunnen uiteraard nog forse realisatie toenames laten zien. Voor SDE 2014 projecten zal dat geen soelaas meer gaan bieden, met nog maar 81 kWp beschikte capaciteit te gaan, verdeeld over, nog steeds, maar 2 beschikkingen. SDE 2016 II zal het record van de voorjaars-ronde in dat jaar niet gaan evenaren, gezien de 59,5% realisatie, en nog 0,4% van capaciteit open staand (minder dan 60% haalbaar). De latere regelingen gaan nog spannend worden, mede gezien de enorme verliezen van beschikkingen binnen die rondes, die waarschijnlijk nog verder zullen gaan oplopen. SDE 2017 I zit nog maar op bijna de helft realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt, maar heeft nog wel een groot volume te gaan (506 MWp, 22% t.o.v. oorspronkelijk toegekend volume). De verwachting is, echter, dat er nog heel wat volume van zal gaan wegvallen.

Gemiddelde beschikking grootte bij de realisaties
In de kolom realisaties ziet u achteraan de uit de aantallen en beschikte capaciteiten berekende gemiddelde omvang per beschikking, volgens de toekenningen van RVO. Hierin is een duidelijk trend van schaalvergroting herkenbaar. Van zeer klein (gemiddeldes van zo'n 2-9 kWp per beschikking onder de 1e 3 SDE regimes), tot fors uit de kluiten gewassen in groeiende tendens onder de "SDE+" regimes vanaf SDE 2011. Groeiend van gemiddeld 48 kWp onder SDE 2011 tot volumes tussen de 216 en 269 kWp gemiddeld in de SDE 2014-2016 I regelingen. Een vorig recordhouder, SDE 2016 II in de april 2020 update nog op 489 kWp zittend, is door de nieuwe, gemiddeld genomen kennelijk kleinere realisaties in de latere updates weer een stuk lager uitgekomen, inmiddels op 457 kWp. Inmiddels is een nieuwe, vermoedelijk tijdelijke recordhouder opgedoken, de najaars-ronde van SDE 2019, die momenteel op 667 kWp gemiddeld per beschikking is gekomen. Dat was in de september update van vorig jaar nog 184 kWp bij de realisaties. Nog steeds zijn er relatief weinig beschikkingen ingevuld, 142 stuks. Daar moet dus sowieso een of meer grotere exemplaren bij gezeten hebben, die dat hoge gemiddelde kan / kunnen verklaren. Bij navlooien van de spreadsheet, kwamen er inderdaad meerdere reeds fysiek opgeleverde kandidaten uit, die het gemiddelde flink omhoog hebben gestuwd. Zonnepark Ter Apelkanaal (Gr.) van Powerfield, al langer in de lange "pending" lijst van Polder PV, is nieuw opgeleverd, evenals diverse extensies / uitbreidingen van grotere zonnepark projecten, in Oosterwolde (Fr.), Stadskanaal (Gr.), Buinerveen en Fluitenberg (Dr.). Die beschikkingen tellen al op tot 57 MWp, en daar komen dan nog wat projecten van "enkele MWp" per stuk bij die zijn opgeleverd onder die SDE regeling. Een logische verklaring dus, voor het hoge bereikte gemiddelde per beschikking voor SDE 2019 II, in de huidige update.

Na het hoge niveau van deze najaars-ronde van SDE 2019, vallen de overige gemiddeldes globaal genomen weer terug naar 496 kWp (SDE 2018 II), 478 kWp (SDE 2017 II), 464 kWp (SDE 2017 I), 457 kWp voor SDE 2016 II, en 355 kWp onder SDE 2018 I. De 199 gerealiseerde beschikkingen van SDE 2020 I betreffen nog relatief kleine projectjes, met gemiddeld slechts 218 kWp per stuk (volgens beschikking). De laatstgenoemde regeling moet uiteraard nog een beetje "op stoom" komen, met name wat de grote project realisaties betreft. Voor alle realisaties bij elkaar heeft het gemiddelde per beschikking inmiddels al een omvang bereikt van 229 kWp. In de vorige updates waren die gemiddeldes achtereenvolgens: jan. 2021 215 kWp, sep. 2020 184 kWp, juli 2020 175 kWp, apr. 2020 167 kWp, jan. 2020 150 kWp, nov. 2019 138 kWp, aug. 2019 121 kWp, mei 2019 114 kWp, jan. 2019 90 kWp, daar voor 77 kWp. Ook al groeit dat gemiddelde dus continu, het wordt nog steeds fors gedrukt door de vele kleine residentiële projecten onder de 3 oudste SDE regimes, zoals ook al bekend is uit de maandelijks door Polder PV geanalyseerde CertiQ data over de gecertificeerde zonnestroom capaciteit in ons land.

Splitsen we die twee regimes uit (onderaan in de tabel), is de oude SDE op de gemiddelde overgebleven beschikking grootte blijven steken van 5 kWp. SDE "+" heeft een aanzienlijk groter gemiddelde bij de realisaties, inmiddels 380 kWp. Maar dat is nog wel slechts 66% van het gemiddelde volume van alle overgebleven beschikkingen (rode cijfer veld, 575 kWp gemiddeld). Eerder lag het laatst genoemde gemiddelde beduidend hoger: 604 kWp in de update van juli 2020. Die weer flink hoger lag dan de 532 kWp in de update van april van dat jaar. Deze fluctuaties zijn het gevolg van het opnemen van de SDE 2019 najaars-ronde in de cumulatie van de beschikkingen (april 2020), die per stuk gemiddeld zeer grote installaties heeft toegevoegd, gevolgd door de recent opgenomen SDE 2020-I ronde, die gemiddeld weer veel kleinere project beschikkingen heeft opgeleverd, al was het wel in grote aantallen.

De gemiddelde project groottes bij de overgebleven beschikkingen (rode veld in tabel) zijn, voor de regelingen waarvoor nog (veel) projecten open staan, ook bij de deel regelingen hoger dan die bij de realisaties. Dit komt omdat vele (zeer) grote projecten nog niet zijn gerealiseerd. Als die worden opgeleverd, zullen ze een opwaartse druk geven aan het systeem gemiddelde van de uiteindelijk gerealiseerde projecten cumulaties. Voor alle overgebleven beschikkingen is het gemiddelde momenteel 423 kWp (iets minder dan in de vorige update). Dat is een factor 2 maal zo hoog dan bij de realisaties tot nog toe.


(c) Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel), accumulaties

Dit alles (oorspronkelijk beschikt minus verloren gegane beschikkingen cq. realisaties) leidt tot een "overgebleven" pool aan beschikte projecten die nog opgeleverd moet gaan worden. Of, bij pech, tot extra verlies om wat voor reden dan ook. In de april 2021 update waren er bij RVO voor SDE 2014 tm. de recent toegevoegde SDE 2020 I nog 12.152 beschikkingen over, resp. 9.797 MWp (januari 2021 10,9 GWp, sep. 2020, met SDE 2020 I toegevoegd, 12,1 GWp, juli 2020, nog zonder SDE 2020 I 9,4 GWp, apr. 2020, nog zonder SDE 2019 II 8,1 GWp, jan. 2020 nog 9,3 GWp, nov. 2019 10,1 GWp, aug. 2019, nog zonder SDE 2019 I, nog ruim 8,2 GWp). Ondanks de reeds zeer forse verliezen van eerder afgegeven beschikkingen, nog steeds een enorm volume voor een land wat begin 2021 volgens de meest recente cijfers van het CBS, minimaal 10.213 MWp aan geaccumuleerde PV capaciteit (inclusief de projecten markt, én residentieel) had staan. Dat CBS cijfer, de begin 2021 gedane extrapolatie van Polder PV grotendeels bevestigend, zal later trouwens ongetwijfeld nog worden bijgesteld. Puur theoretisch bezien, zou er dus nog steeds een resterend beschikt SDE volume zijn, met een omvang van 96% van het geaccumuleerde volume begin dit jaar, wat er bij zou kunnen komen. En dan hebben we het natuurlijk nog niet over het waarschijnlijk weer grote volume aan PV projecten wat beschikt zal gaan worden binnen de huidige, weer fors overtekende SDE 2020 II (eerste SDE "++") ronde. RVO is daar nog steeds mee bezig.

De marginale resterende volumes voor SDE 2014 en 2015 zullen, afhankelijk van realisatie of definitieve "afvoer", niets meer uitmaken gezien hun zeer geringe volumes. Ook de 0,2 MWp, resp. 3,7 MWp overgebleven capaciteiten voor SDE 2016 I en II gaan zo langzamerhand de "eind-fase" in. Er gaat mogelijk nog wat volume van die regelingen afvallen, maar dat is klein bier. Voor de zeer forse volumes voor de opvolgende regelingen moet daar beslist ook deels voor worden gevreesd, als ze niet op tijd gebouwd of aan het net kunnen worden gekoppeld. Mede gezien de smaller geworden tijd-vensters voor de oplevering (ondanks het al geaccepteerde uitstel onder voorwaarden van een jaar extra realisatie tijd in Den Haag), gecombineerd met om zich heen grijpende netcapaciteit problemen en tekorten aan personeel bij de netbeheerders. En, daarbij als "kers op de taart", ook nog de enorme gevolgen van de Corona crisis er nog eens overheen ... Voorspellingen zullen op dit vlak met prudentie moeten worden genoten, want het aantal onzekerheden over de (potentie aan) realisaties neemt alleen maar toe. Zelfs als we er van uitgaan dat er al verschillende "oplossingsrichtingen" voor de beperkte net capaciteit in gang zijn gezet.


(d) Ratio SDE+/SDE

Onderaan twee velden in de tabel heb ik ook nog de ratio berekend van de officieel overgebleven beschikte volumes voor alle SDE+ t.o.v. de oude SDE regelingen (rode veld), en dit herhaald voor de reeds door RVO als opgeleverd beschouwde project beschikkingen (groene veld). Die verhouding ligt, vanwege heftige toevoegingen van beschikkingen onder met name de laatste acht SDE "+" rondes, verminderd met de tussentijdse aanzienlijke hoeveelheden reeds verloren gegane exemplaren, inmiddels rond de 2,7 voor de aantallen overgebleven beschikkingen. In een vorige update was dat nog factor 2,2, in juli 2017 zelfs nog maar een factor 0,6. De SDE werd door duizenden particuliere toekenningen gedomineerd, en die was tot nog toe bepalend voor deze inmiddels aardig "recht getrokken" verhouding. Bij de realisaties is die verhouding echter een stuk schever (ongeveer 1,5, reeds behoorlijk groter volume onder SDE "+"), omdat veel grote projecten uit latere SDE "+" regelingen nog niet zijn opgeleverd, en de vele reeds afgeronde oude SDE micro projectjes die som nog zwaarder onder druk zetten.

Bij de capaciteiten is de verhouding precies andersom, omdat SDE "+" gedomineerd wordt door talloze zeer grote projecten. Bij de overgebleven beschikkingen, incl. de zeven toegevoegde SDE 2017-2019 en SDE 2020 I regelingen, is die factor weer wat afgenomen, tot een factor 313 : 1 (SDE "+" staat tot SDE; in update van jan. 2021 factor 322 : 1, in sep. 2020 nog 326 : 1; in juli 2020 261 : 1; in juni 2018 120 : 1, wel ook tussentijdse afname vanwege uitval van beschikkingen !). Bij de realisaties een stuk lager, inmiddels een factor 112 : 1 (in jan. 2021 nog 100 : 1, sep. 2020 nog 81 : 1; in juli 2020 nog 73 : 1; in de juni 2018 update was dat nog 17 : 1, dus nog steeds verder oplopend). Met dezelfde oorzaak: veel zeer grote projecten in de beschikkingen zijn nog niet opgeleverd, inclusief de grote volumes uit SDE 2017 I tm. SDE 2019 II, en de recent toegevoegde SDE 2020 I. Tot slot, bij de gemiddelde systeemgrootte vinden we die trend wederom terug. "SDE +" staat tot SDE bij de beschikkingen 114 : 1, maar bij de realisaties nog "maar" een factor 75 : 1 (juni 2018 update 43 : 1). Ook deze verhoudingen kunnen wijzigen, naar gelang er een fors aantal grote "SDE + projecten" daadwerkelijk alsnog gerealiseerd zal gaan worden.


(e) Evolutie systeemgemiddelde capaciteit volgens RVO beschikkingen

In een van de artikelen over de effecten van de beschikkingen van SDE 2019 I, heb ik reeds uitgebreid stil gestaan bij de belangrijke factor "gemiddelde capaciteit" per beschikking, en bij de realisaties. Zie daarvoor het 5e artikel in die reeks (16 november 2019), paragraaf 3.


(f) Verzamel grafieken alle SDE regelingen - PV capaciteit bij beschikkingen / realisaties

Ondertussen is het ook weer de hoogste tijd geworden voor de meest recente versies van de 2 bekende "stapel grafieken" met de begin dit jaar overgebleven volumes bij de beschikkingen (weergegeven in de grafiek hierboven, onder a), en bij de door RVO opgegeven "realisaties". Die vindt u hier onder.


Stapelgrafiek met links de kolommen stapel met de overgebleven (!!) hoeveelheden beschikkingen van SDE 2008 tm. SDE "+" 2020 I. SDE 2020 I is in de update van eind 2020 toegevoegd (oranje segment bovenaan). Vanwege de enorme (record) toevoeging onder SDE 2020 I zien we een cumulatie in de resterende, inmiddels overgebleven hoeveelheid van 36.239 toekenningen voor zonnestroom (project beschikkingen). Dat waren bij de ooit oorspronkelijk vergeven exemplaren nog 52.517 beschikkingen (zie tabel en eerste grafiek onder a). De rechter stapel kolom geeft de in de update van 2 april 2021 door RVO formeel als "gerealiseerd" verklaarde hoeveelheden beschikkingen per regeling weer. Met als voorlopige cumulatie 24.087 beschikkingen gerealiseerd. Wat ruim 66% van het overgebleven aantal "totaal overgebleven beschikt" (linker stapel) is. Goed is hier het extreme verschil tussen de SDE 2019 II en SDE 2020 I regelingen te zien. De eerste had relatief zeer weinig beschikkingen, die gemiddeld per stuk echter wel "zeer groot" waren. De laatste SDE "+" regeling, 2020 I, had een record aantal aan gemiddeld genomen véél kleinere toekenningen. "Onderin" de kolommen stapel is er, tm. SDE 2016 I vrijwel geen activiteit meer, omdat bijna al die oudere regelingen geen openstaande beschikkingen meer hebben (of nog maar een handvol). Wel is er soms nog geringe uitval, met name, regelmatig, bij de oudste 3 SDE regelingen (hierover wordt door RVO niets gecommuniceerd).


Vergelijkbare stapelgrafiek, met nu niet de aantallen (overgebleven) beschikkingen, maar links ditto, de totale capaciteit in MWp die er over is gebleven in de laatste update (met reeds aanzienlijke volumes door RVO virtueel weg gekieperd en dus niet meer zichtbaar). Zie ook de tweede grafiek onder paragraaf (a), voor een vergelijking tussen oorspronkelijk beschikte volumes en op 2 april dit jaar daarvan overgebleven hoeveelheden.

Wederom is SDE 2020 I als laatst toegevoegde regeling bovenaan zichtbaar geworden, het totale volume culmineert in (inmiddels overgebleven) 15.318 MWp. Dat was bij het ooit oorspronkelijk vergeven / beschikte project volume nog 19.151 MWp (zie tabel en grafiek onder paragraaf a). Rechts het nog zeer beperkte "gerealiseerde" volume, althans van de beschikkingen (niet de reeël opgeleverde capaciteit !). Met in totaal "officieel" 5.521 MWp gerealiseerd. Wat slechts 36% is van het overgebleven beschikte volume. Er is dus in ieder geval wat het RVO - SDE dossier betreft, op het gebied van te realiseren capaciteit nog 64 procent van het nu (overgebleven) beschikte volume te gaan.

Het CertiQ dossier (met keiharde, fysiek gerealiseerde volumes), normaliter al een stuk verder ge-evolueerd dan de beschikking cijfers van RVO, blijft in hun huidige status update van eind februari 2021 iets achter bij de gerealiseerde volumes beschikkingen van RVO. Bij CertiQ stond eind van die maand 5.493 MWp aan fysieke opleveringen, waarvan het allergrootste deel SDE beschikte projecten is (en nog een onbekend, hoogstwaarschijnlijk "zeer beperkt" deel zonder SDE beschikking). Wat 4,3% minder volume is dan wat er begin april in totaal beschikt staat bij RVO (incl. SDE 2020 I). Normaliter ligt CertiQ altijd (ver) voor op dit dossier, er moet dan ook nog ruim een hele maand aan realisaties bekend worden gemaakt (nog niet actueel bij publicatie van dit artikel). Feit blijft, dat sowieso bij RVO talloze reeds netgekoppelde projecten nog niet met een "ja" vinkje zijn gezegend. Die dus nog niet in hun cijfers kunnen zitten. Die projecten staan al lang in de CertiQ databank, omdat er al meteen garanties van oorsprong aangemaakt moeten gaan worden, "zodra de stekker in het betreffende project gaat". De meeste projecten achter grootverbruik aansluitingen dienen maandelijks (automatisch) meetgegevens via de meet-gemachtigde in, die direct naar CertiQ worden doorgesluisd na validatie. Registratie bij CertiQ gebeurt in het grootste deel van de gevallen zeer rap na fysieke netkoppeling. Dagelijks worden updates gedraaid met de nieuwste toevoegingen die door de exploitanten worden doorgegeven, en waarvoor de netbeheerders hun formele fiat hebben gegeven (pers. comm. CertiQ). Wat daarna geschiedt in het RVO traject kan echter vele maanden kosten, voordat dit leidt tot een "formeel ja vinkje" in hún databestand.

Het verschil tussen "overgebleven beschikt" volume en "gerealiseerd volume status 2 april 2021" bedraagt 15.318 - 5.521 = 9.797 MWp. Dat is het volume aan beschikkingen wat nog gerealiseerd moet gaan worden. Maar ik waarschuw hierbij al op voorhand: er gaat nog heel veel volume van afvallen, gezien de trend van de afgelopen overzichten van RVO. En het is nog steeds niet het "gerealiseerde" volume. Dat kunnen we alleen te weten komen als exacte project informatie beschikbaar komt, zoals in ultimo bij CertiQ bekend moet zijn of worden. Polder PV heeft in ieder geval van de "top" in de markt, de grootste projecten, inclusief de al ruim 450 gerealiseerde zonneparken, die de grootste volumes aan MWp-en inbrengen, het meest complete overzicht van Nederland.


Thermische zonne-energie

In dit kleine andere zonne-energie dossier, is er bij de beschikte cq. gerealiseerde volumes na de toevoeging van de SDE 2020 I in de update van eind 2020 weinig gewijzigd. Dat was al zo in de update van januari (zie aldaar, laatste paragraaf). En ook in de huidige versie van begin april zijn er slechts relatief bescheiden wijzigingen geweest. Er zijn weer 9 beschikkingen (de enige resterende van SDE 2017 II, 1x SDE 2018 II, 6x SDE 2019 I, en 1x SDE 2019 II, totale capaciteit bijna 18 MWth), verloren gegaan. Wat het totale aantal overgebleven beschikkingen (incl. die uit voorgaande rondes) op 166 stuks heeft gebracht, met een gezamenlijke capaciteit van 137,2 MWth., en een gemiddelde omvang van 827 kWth. per beschikking. Die omvang is, door de toevoeging van vooral kleinere projecten onder SDE 2020 I binnen deze vrij kleine totale populatie, weer wat afgenomen sinds de update van juli 2020, toen was deze gemiddeld nog 1.067 kWth. per beschikking. Wel is het gemiddelde niveau nog wat hoger dan de 811 kWth. gemiddeld in de update van april 2020.

De beschikkingen zijn vergeven in de jaargangen 2012 tm. 2020 I (voorjaarsronde), behalve in 2015. Het enige overgebleven exemplaar van SDE 2017 II, met een omvang van 291 kWth., is inmiddels om onbekende reden aan de wilgen gehangen. 38% (63 stuks) van het aantal, en slechts 21% (28,7 MWth.) van de capaciteit beschikt komt uit de in een recente update toegevoegde SDE 2020 I ronde. De hoogste beschikte capaciteit voor 1 beschikking was aanvankelijk voor het project bij Ter Laak in het Zuid-Hollandse Wateringen (SDE 2016 I, 15,7 MWth.). Maar is inmiddels veruit achterhaald door het al langer geplande Dorkwerd zon-thermie park wat Solarfields op een oud baggerdepot langs het Hoendiep benoorden Groningen gaat realiseren. Dat heeft een SDE 2019 II beschikking voor 37,4 MWth. Ondanks dat grote project heeft die regeling niet de hoogste gemiddelde capaciteit. SDE 2016 I heeft, met 9 beschikkingen, de hoogste gemiddelde thermische capaciteit van 3,9 MWth toegekend gekregen. SDE 2019 II, met, overgebleven, 18 toekenningen, zit op een gemiddelde van 2,5 MWth. De vele nieuwe beschikkingen toegekend onder SDE 2020 I moeten het met een veel lager gemiddelde stellen, en zijn dus veel kleiner (gemiddeld 456 kWth. per stuk).

Als we kijken naar de "officiële realisaties", volgens de richtlijnen van RVO, zijn daarvan tot nog toe 41 projecten opgeleverd, 1 meer dan in de update van 4 januari jl. Nieuw gerealiseerd is een eerste, geanonimiseerde beschikking uit de SDE 2019 II regeling in Houten (Ut.), met een bescheiden thermisch vermogen van 40 kWth. Ook is er, weer byzonder, een zeer kleine verhoging van de gerealiseerd beschikte capaciteit bij de 9 SDE 2016 I beschikkingen geweest: er is 30 kWth. thermisch vermogen toegevoegd, kennelijk een correctie. Het totale gerealiseerde thermische vermogen volgens de beschikkingen is volgens RVO, met deze zeer kleine wijzigingen nog steeds 48,4 MWth (wijzigingen ver achter de komma). Dat is momenteel ruim 35% van het overgebleven beschikte volume (137,2 MWth.), inclusief SDE 2020 I. Naast de 9 project realisaties voor SDE 2016 I (35,3 MWth., geen openstaande toekenningen meer) zijn er o.a. ook 8 van de project realisaties (capaciteit: 1,9 MWth totaal, vol geboekt) met een SDE 2014 subsidie beschikking. SDE 2017 I zit momenteel op 7 ingevulde toekenningen, met 1,4 MWth aan toegekende capaciteit. Hiervoor staan nog 2 beschikkingen open.

Omdat dit relatief kleine zonne-energie dossier wel wat "substantie" begon te krijgen, heb ik, naar analogie van de al jaren bijgehouden standaard grafiek met alle SDE realisaties voor zonnestroom projecten, in de update van januari 2020 voor het eerst ook een dergelijke grafiek gemaakt voor de door RVO met "ja" stempel gezegende thermische zonne-energie (gerealiseerde) beschikkingen. Deze grafiek is inmiddels bijgewerkt met de resultaten uit de huidige update, 2 april 2021, en deze vindt u hier onder. Hieruit blijkt kristalhelder de voortdurende dominantie van de paar realisaties uit de SDE 2016 I regeling.


Bronnen

Zie ook uitgebreid overzicht met verwijzingen naar eerdere SDE 2016-2020 analyses op Polder PV, in het overzicht onder de vorige update van januari 2021.

Extern:

Feiten en cijfers SDE(+) (RVO)


1 april 2021: Maandproducties februari en maart 2021 bij Polder PV. In het huidige artikel presenteer ik de maandelijkse zonnestroom producties van de deelsystemen van het oude PV systeem van Polder PV.

Onze installatie bestaat uit verschillende deelsystemen, die separaat gemonitord kunnen worden vanwege de al sinds het begin aanwezige, inmiddels compleet "verouderde" micro-inverters van het Nederlandse fabrikaat OK4E-100, destijds door NKF geproduceerd. Onze oudste "set", 4 panelen van Shell Solar, met een nominaal vermogen van slechts 93 Wp per stuk, heeft wederom een historische mijlpaal bereikt. Op 13 maart 2021 was het 21 jaar geleden dat dat eerste, nog prijzige setje (duizend gulden per paneel) fysiek aan het net werd gekoppeld. En sedertdien vrijwel onafgebroken, de nachten "vrij" hebbend, duurzame zonnestroom hebben geproduceerd, tot op de dag van vandaag, 7.689 dagen later. De 6 iets krachtiger modules die we dik een jaar later lieten installeren, zijn inmiddels ook alweer 7.111 dagen geleden aan het net gekoppeld, in oktober 2001. Later kwamen er nog wat panelen bij, in totaal liggen er al sinds de laatste toevoeging van 2 kleine Kyocera modules à 50 Wp (in serie op 1 micro-inverter) in april 2010 14 modules op het dak, met een bescheiden totale capaciteit van 1,34 kWp. Daarmee produceren we al jaren meer duurzame stroom dan we op jaarbasis verbruiken.

Maand producties deelsystemen - februari en maart 2021

Om de maandproducties van de afgelopen twee maanden te bepalen moest ik een - vaker gebruikte - truuk uithalen, omdat we rond de maandwisseling februari-maart afwezig waren voor een korte kampeervakantie op Goeree Overflakkee, waar we onder anderen het fraaie nieuwe zonnepark van Vattenfall bezochten (en daar onverwacht een bekende Twitteraar tegenkwamen ...). Ik had wel de meterstanden van eind 22 februari, en begin 2 maart. Op basis van de dagelijkse instralingsgegevens van KNMI station Voorschoten, dicht bij de lokatie van Polder PV gelegen, kon ik het aandeel van de berekende productie in de tussenliggende periode redelijk verantwoord opdelen in procentuele blokken voor de laatste dagen van februari en nog een restantje voor 1 maart, waarmee ik de ge-extrapoleerde eind meterstanden voor 28 februari kon afleiden. Op basis van die berekende eind meterstanden zijn de maand producties bepaald. Normaliter heb ik altijd een fysieke meting van alle standen bij de maandwisseling*. De "fout" die hier wordt gemaakt zal beperkt zijn, het gaat bij de maandproducties om periodes van 28 tot en met 31 dagen, waarbij eventuele "statistische ruis" wegvalt tegen het geheel.

* Er is geen "continue logging" bij Polder PV, daarvoor is het systeem veel te oud, en totaal onvergelijkbaar met de moderne installaties waarbij meestal de omvormers de logging data naar een aangesloten portal sturen, en deze meestal later en elders zijn op te vragen en/of te downloaden. Dat daar ook risico's aan vastzitten, werd laatst door een andere bekende twitteraar getoond, die opeens een waarschuwing ontving dat de omvormer fabrikant Omnik met de dienstverlening was gestopt (waarschijnlijk failliet, al is daarover nog geen expliciet artikel te vinden op het web). Gelukkig is er een migratie van historische data naar een onafhankelijke data provider toegezegd (zie links in tweet Polder PV).

In de tabel is te zien dat februari weer relatief hoge producties heeft laten zien, terug gerekend naar het generator vermogen binnen de onderscheiden deelgroepen tussen de 52 en 57 kWh/kWp in die maand, beduidend hoger dan het langjarige gemiddelde (44 kWh/kWp voor het kernsysteem van 1,02 kWp). Het KNMI bestempelde februari als een "zonnige" maand, met 125 zonuren tegenover het nieuwe langjarige gemiddelde van 92 uren (gemiddelde over 1991-2020). De in de eerste week van februari gevallen flinke hoeveelheid sneeuw, die door de opvolgende vorst periode lang bleef liggen, heeft ditmaal gelukkig niet onze productie beïnvloed: de stuifsneeuw is niet op onze relatief steil (30 graden) geplaatste modules blijven liggen, en de oude zonnepanelen konden in de opvolgende zeer zonrijke periode dus "volop" blijven door produceren. Als er bevroren sneeuw op de panelen was blijven liggen hadden ze (nagenoeg) niets geproduceerd (zie ook voorbeelden op zonnepanelen en sneeuw special pagina).

Maart daarentegen viel wat tegen, en bleef met specifieke producties van 77 tot 82 kWh/kWp op iets ondergemiddelde waarden steken. Het langjarige gemiddelde van het kernsysteem van 1,02 kWp ligt namelijk op 82 kWh/kWp. De hoge waarde voor de Kyocera modules is altijd al het hoogst geweest, en wijkt daarmee in positieve zin van de rest van de installatie af. KNMI bestempelde maart echter landelijk bezien als "vrij zonnig", met 160 zonuren t.o.v. het langjarige gemiddelde van 146 uren. Noordwest Nederland zou maar 130-135 zonuren hebben gehad in die maand.

In het laatste kolommen blok zien we de geaccumuleerde producties in het eerste kwartaal van dit jaar. Met specifieke opbrengsten tussen de 150 en 166 kWh/kWp. Die liggen, zoals we verderop zullen zien, beduidend hoger dan het langjarige gemiddelde in die periode.

Alle maandopbrengsten 1,02 kWp kern installatie PPV

In deze al vele jaren bijgehouden maand grafiek zijn de berekende resultaten voor februari en maart 2021 opgenomen, voor het 1,02 kWp kern systeem van Polder PV. 2021 is met een rode kleur weergegeven. Februari zit met 53,8 kWh 23% boven het langjarige gemiddelde voor die maand (43,8 kWh). Maart 2021 ligt bij Polder PV's kern installatie iets ónder dat langjarige gemiddelde: met 79,3 kWh bijna 4% onder de gemiddelde 82,2 kWh. De hoogste producties ooit werden bereikt in juli 2006 (149,1 kWh), resp. de "Corona mei maand" 2020, met een spectaculaire 150,8 kWh. Producties vóór oktober 2001 zijn slechts van de eerste 4 panelen afkomstig, en niet representatief voor de output van het uit tien modules bestaande kern systeem. Oktober 2010 was ook niet representatief omdat het complete systeem toen grotendeels was uitgeschakeld wegens een forse dakrenovatie.

In deze tweede grafiek heb ik de eerdere jaren weggelaten, om de maandelijkse producties van de laatste vier jaar beter met elkaar te kunnen vergelijken. Zelfs in die vrij korte periode fluctueren de maandelijkse producties aanzienlijk, met name in de zomerse maanden. Maar zelfs een winterse maand als februari laat forse wijzigingen in de output zien, wat is terug te voeren op een combinatie van sterk wisselend gemiddeld weer in die maand, en de buitentemperatuur: als het gemiddeld zeer zonnig is, én de temperatuur is nog steeds relatief laag, zullen PV installaties bovenmatig goed presteren (vanwege de negatieve temperatuur coëfficiënt). In de zomer loopt de gemiddelde omgevingstemperatuur al rap op tot ver boven de 25 graden waar op de nominale STC waarde van PV modules is bepaald, en worden eventuele extremen bij langdurig zonnig weer wat gedempt. Met uiteraard ook uitzonderingen, als het echt langdurig zonnig is, zoals in mei 2020 en juli 2018. De lage productie in juli 2020 is in ieder geval bij Polder PV een "artefact" geweest, we hadden toen last van flinke uitval van enkele oude micro inverters, als gevolg van hittestress. Twee van die apparaatjes heb ik in augustus dat jaar vervangen voor reserve exemplaren.

In deze grafiek wederom de geaccumuleerde productie van ons 1,02 kWp kern systeem per kalenderjaar, waarbij alleen de productie in het eerste kwartaal (januari tm. maart) is getoond. We zien dat 2021 het alweer prima doet, met 157 kWh bijna 5% boven het langjarige gemiddelde van 150 kWh (achterste, oranje kolom en horizontale groene lijn). En in de historische - representatieve - reeks vanaf 2002 op de vijfde plaats komend. Het eerste kwartaal van 2002 en, vooral, bij Polder PV "beroemd" geworden jaar 2003, is uitzonderlijk productief geweest, in QI 2003 zelfs een spectaculaire 32% (!) hoger dan het langjarige gemiddelde. 2005 bleef op een laag niveau van 127 kWh steken, omdat we toen met de eerste uitval van omvormers te maken hadden, waarbij we langer dan normaal moesten wachten op vervanging. In mei van dat jaar is de hele installatie omgebouwd door de leverancier, vanwege de aanhoudende problemen bij de micro inverters die buiten onder de panelen hingen. Die zijn toen allemaal naar binnen in huis verplaatst bij Polder PV, een forse operatie.

Tweakers / Boonstra grafiek - opmerkelijk hoge productie februari bij Polder PV (!)

Voor februari heeft Anton Boonstra reeds een productie grafiek gemaakt van de gemeten opbrengsten in het PV Output portal (vrijwel allemaal residentiële installaties, overview alhier). Hieruit blijken voor die zonnige maand specifieke opbrengsten te zijn behaald tussen de 37,2 kWh/kWp in Friesland, en 51,4 kWh/kWp in Zeeland (Limburg zat ook hoog in de boom, met 50,5 kWh/kWp in februari). Mijn provincie Zuid-Holland kwam op een gemiddelde van slechts 43,3 kWh/kWp uit. Dit is beduidend slechter dan het gemiddelde voor alle panelen in het systeem van Polder PV (tabel hierboven: berekend 53,2 kWh/kWp). Het is nog niet duidelijk waar dat opmerkelijke verschil aan ligt. Het lijkt me vrij onwaarschijnlijk een gevolg van mijn extrapolatie berekening, omdat er slechts 1 dag productie (1 maart over gemeten periode) terug gerekend moest worden. Dit kan nooit dat grote verschil verklaren. Ik heb de brongegeven nog even gecheckt, en daar geen fouten in kunnen ontdekken. Polder PV zat met zijn februari opbrengst zelfs fors hoger dan het landelijk gemiddelde berekend door Boonstra: 43,8 kWh/kWp. Een mógelijke verklaring zou kunnen zijn, dat veel andere installaties in Nederland, inclusief in Zuid-Holland, wél langdurig last hebben gehad van sneeuwbedekking, i.t.t. de installatie van Polder PV, die vrijwel continu sneeuwvrij is gebleven en heeft door geproduceerd. En dat veel installaties elders in Nederland dus mogelijk minimaal een week productie zouden hebben kunnen gemist, totdat de dooi eindelijk de sneeuwlast heeft doen wegsmelten bij die PV systemen. Vooralsnog blijft dit echter speculatie.

Instraling / productie PV Output maart (nagekomen 4 april 2021 / Twitter)

Boonstra publiceerde later data over maart, die ik hier toevoeg.

De instraling in maart 2021 was, met 82,7 kWh/m², gemiddeld genomen over het hele land 13,4% lager dan in maart 2021. De range lag over de provincies tussen de 76,2 kWh/m² in Flevoland en een opvallend hoge 92,9 kWh/m² in Limburg (net voor Zeeland, met 91 kWh/m²). Ook de relatieve verschillen kwamen aan deze 2 provincies toe: -21,2% in Flevoland, -3,5% in Limburg. Zuid-Holland zat met 83,2 kWh/m² relatief hoog in de boom, maar dat niveau lag desondanks toch 11,8% lager dan de instraling in maart 2020.

Kijken we naar de resulterende specifieke zonnestroom opbrengst van ruim 1.100 residentiële installaties uit het PV Output bestand, berekende Boonstra extremen van 62,7 kWh/kWp in Friesland, resp. 91,1 kWh/kWp in Limburg, bij een landelijk gemiddelde opbrengst van 73,8 kWh/kWp in de geselecteerde projecten "pool". De installaties in Zuid-Holland kwamen gemiddeld op 74,1 kWh/kWp in maart, wat duidelijk lager is dan de 78 kWh/kWp voor alle modules van Leidse Polder PV in die maand.

Boonstra maakte ook een berekening over het hele eerste kwartaal voor de PV Output Org installaties, en kwam daarvoor in eerste instantie met een instraling van gemiddeld 150,0 kWh/m² over heel Nederland (extremen 143,0 kWh/m² in Flevoland, resp. 163,4 kWh/m² in Limburg), en zat daarmee 2,7% hoger dan de 150,0 kWh/m² in QI 2020. Bij de berekening van de gemiddelde specifieke opbrengsten echter, kwam het nationale gemiddelde (voor de kleine onderzochte populatie) op 137,3 kWh/kWp, wat marginaal lager lag (0,3%) dan het gemiddelde in QI 2020. Boonstra concludeert dat dit mogelijk met langdurige sneeuwbedekking van veel installaties te maken gehad kan hebben in februari. De gemiddelde specifieke opbrengst in Zuid-Holland was trouwens 138 kWh/kWp volgens Boonstra. Dat is beduidend lager dan de 156 kWh/kWp die Polder PV met het totale systeem liet zien (tabel bovenaan dit artikel, laatste kolommen paar). Wat extra voer geeft aan de speculatie dat het forse verschil gelegen kan hebben aan het vrijwel niet voor langere tijd door sneeuw bedekt zijn van de Polder PV panelen, terwijl veel andere systemen daar wel door werden "geplaagd".

Klimaatakkoord productie data

Voor februari heeft Klimaatakkoord, gebruikmakend van de data achter het energieopwek.nl portal van En-Tran-ce (Martien Visser), berekend dat er 8% meer energie uit hernieuwbare bronnen is geproduceerd dan in februari 2020 (nieuwsbericht 8 maart 2021). Warmtepompen hadden een flink aandeel, en konden op "topdag" 9 februari 2 miljoen kubieke meter aardgas verbruik voorkomen. Wel moest daarvoor 4% van de nationale stroomvoorziening worden gebruikt. Die wordt wel rap "groener". Biomassa had een gekrompen aandeel en moest het met 16% minder doen dan in januari 2021, windturbines produceerden ook iets minder. Zonnestroom groeide echter hard, wat alles te maken heeft met de combinatie van forse groei in zowel de residentiële, als de - SDE subsidie gedreven - projecten markt. Berekend is, dat in februari er 96% toename van de zonnestroom productie is geweest t.o.v. dezelfde maand in 2020. Dat zou al 5% van de gemiddelde stroomvraag in Nederland zijn in die maand. Wind claimt 15,5% (meeste inmiddels van productie op de Noordzee). Van alle elektra zou 28% in februari uit hernieuwbare bronnen afkomstig zijn geweest, tegenover 26,1% in februari 2020. Hier wordt ook een klein "gifaddertje" zichtbaar, want de productie in februari 2020, schrikkeljaar, bevat een dag meer. Het verschil zal dus terug gerekend "per dag", nog groter zijn geweest ...

Voor maart was er nog geen bericht tijdens publicatie van dit artikel, dat voeg ik toe als het wordt gepubliceerd.

Bronnen

Intern: Zonnestroom productiedata Polder PV sedert maart 2000

Extern (Anton Boonstra bijdrages op Twitter, 2 april 2021):

Horizontale instraling KNMI weerstations in maart 2021

Specifieke producties PV Output Org installaties in maart 2021

Horizontale instraling KNMI weerstations in QI 2021

Specifieke producties PV Output Org installaties in QI 2021

 


6 maart 2021: Voorlopig (1e) jaaroverzicht CertiQ 2020*, in vergelijking met gereviseerde rapportages voorgaande jaren - zonnestroom. Met de publicatie van het januari rapport van 2021 van de hand van CertiQ, verscheen gelijktijdig het allereerste jaar rapport over 2020, met nog zeer voorlopige cijfers over dat voor zonnestroom nieuwe record jaar. Hierbij werden meteen alweer aangepaste cijfers voor zowel de aantallen als de capaciteit aan het eind van 2020 gepubliceerd, verschillend van die van de december maand rapportage van dat jaar. In deze introductie worden enkele kernpunten uit het jaar rapport uitgelicht. Waarbij ook al duidelijk wordt gesteld, dat dit beslist nog niet de definitieve cijfers voor gecertificeerde productie capaciteit zijn, maar dat deze in een latere revisie beslist nog aangepast zullen gaan worden. Vooral ook de middels Garanties van Oorsprong vastgelegde gecertificeerde zonnestroom productie zal zelfs na die revisie nog kunnen wijzigen, zoals in voorgaande jaren is geschied.

Het eerste jaar rapport over 2020 verscheen vrij kort na de zeer laat gepubliceerde revisie van de cijfers over 2019. Die revisie is separaat besproken, en tot in detail geanalyseerd, en op 4 november 2020 gepubliceerd. Dergelijke detail analyses produceert Polder PV al jaren als enige in Nederland, waarbij de cijfers tevens van inhoudelijk commentaar en duiding worden voorzien. Hier onder volgen de eerste data voor het jaaroverzicht van 2020.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand / jaar rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij CertiQ. Wat de gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

CertiQ heeft de eindejaars accumulaties voor "Covid19 jaar" 2020 inmiddels voorlopig bepaald op 5.316,7 MWp, en 26.736 installaties, met een systeemgemiddelde capaciteit van 199 kWp, en wijkt daarmee in het jaar rapport alweer iets af van de cijfers geproduceerd in het maandoverzicht over december (5.122,6 MWp / 26.476 installaties / 194 kWp systeemgemiddelde).

De evolutie van de eindejaars- capaciteit, aantallen, en daar uit afgeleid systeemgemiddelde vermogen, vindt u in de grafiek hier onder, die in de detail analyse verder wordt uitgediept:

De combinatie van deze eerste cijfers voor 2020, met de in november 2020 gepubliceerde jaar rapport revisie over 2019, geeft een voorlopig eerste afschatting voor de toevoegingen in 2020. Deze komen momenteel uit op een jaargroei van 2.036,4 MWp, en 4.787 nieuwe projecten, met een systeemgemiddeld vermogen van ruim 425 kWp per stuk (!) voor de nieuwe projecten in 2020. Wat de verschil cijfers met de jaargroei in 2019 betreft, die definitief lijken te zijn, gebaseerd op de gereviseerde jaar rapporten voor 2018 en 2019, is de jaargroei in 2020 bij de capaciteit ruim 24% geweest t.o.v. de aanwas in 2019. En bij de aantallen nieuwe projecten slechts 5,2% meer, wat een zoveelste vingerwijzing is naar de verdere schaalvergroting in de projecten markt (de nieuwe projecten blijven gemiddeld genomen groter worden). De groei van het systeemgemiddelde vermogen van de nieuwe installaties was 18% t.o.v. het niveau in 2019.

Hier onder wordt de tabel met kerndata voor de jaargroei volumes in de afgelopen vijf jaar getoond, inclusief de nog zeer voorlopige resultaten voor 2020:

 jaargroei cijfers
2016
toename
jaargroei 2016 tov groei 2015
2017
toename jaargroei 2017 tov groei 2016
2018
toename jaargroei 2018 tov groei 2017
2019
toename jaargroei 2019 tov groei 2018
2020*
toename jaargroei 2020* tov groei 2019
aantallen projecten
1.404
209%
1.717
22%
2.693
57%
4.550
69%
4.787
5%
capaciteit (MWp)
192,0
66%
303,1
58%
914,9
202%
1.636,3
79%
2.036,4
24%
gemiddelde capaciteit (kWp)
136,8
-46%
176,5
29%
339,7
92%
359,6
6%
425,4
18%

Verder is ook een eerste melding gedaan van de productie van gecertificeerde zonnestroom voor kalenderjaar 2020, al zal daar later nog een fors volume bij moeten worden geteld. Bekend is al een jaarproductie van minimaal 3.749 GWh, wat al een spectaculaire 75% meer is dan de inmiddels ook weer licht gereviseerde gecertificeerde zonnestroom productie in het jaar 2019, 2.142 GWh.

Voor de jaargroei van de capaciteit (blauwe kolommen, inset), en de gecertificeerde zonnestroom producties per kalenderjaar (gele kolommen, hoofd diagram), zie de hier onder weergegeven grafiek, die verder tegen het licht wordt gehouden in de detail analyse:

De diverse wijzigingen zijn door Polder PV weer in een uitgebreide grafische jaar rapportage verwerkt. Hierin wordt onder anderen diep ingegaan op de segmentaties in verschillende deel categorieën, zoals onderstaande 3e grafiek laat zien.

Uit de eerste accumulatie cijfers voor 2020 volgt nu ook, dat het aandeel van gecertificeerde PV capaciteit bekend bij CertiQ, eind dat jaar al meer dan de helft (52%) van het totale geaccumuleerde volume gepubliceerd door CBS voor heel Nederland (10.213 MWp) bedraagt (eerste afschatting, status 24 februari 2021). Waarbij wel als disclaimer moet, dat zowel de CBS, als de CertiQ data nog kunnen wijzigen, en dus ook de verhouding tussen die twee. Het aantal installaties bekend bij CertiQ blijft, ondanks behoorlijke verdere groei in 2020, slechts een zeer gering deel van het totaal volume bekend bij CBS (eind 2019 ruim 1 miljoen PV installaties, cijfer voor 2020 nog niet bekend gemaakt). Eind 2019 claimde het aantal installaties ingeschreven bij CertiQ in ieder geval slechts 2,1% van het totale volume bekend bij CBS.

De evolutie van de eindejaars-volumes (EOY) en jaarlijkse aanwas cijfers (YOY) zijn voor de afgelopen vijf jaar in tabelvorm naast elkaar gezet voor zowel de gecertificeerde volumes bij CertiQ, als voor álle installaties / capaciteit volgens het CBS. Onderaan is dan telkens het relatieve aandeel van het CertiQ contingent t.o.v. het CBS cijfer bepaald, in procent. De CBS cijfers voor 2019 zijn in de laatste update van februari (weer) aangepast en in rood weergegeven. De EOY, en daarvan afgeleide YOY volumes voor alle posten in 2020 zijn nog zeer voorlopig, en kunnen nog wijzigen. In ieder geval is nu voor het eerste zichtbaar dat zelfs bij de EOY accumulatie, het CertiQ volume de grootste helft van het totale nationale volume lijkt te hebben geclaimd, een gebeurtenis die er gezien de rappe evolutie van met name de SDE markt, er gewoon aan zat te komen. Voor de jaargroei cijfers had CertiQ zelfs al in 2018 de grootste helft van totaal te pakken (54%). Dat ligt met de aangepaste cijfers voor 2019 al op 72%. De eerste data voor 2020 laten een iets lager aandeel van 67% zien bij de jaarlijkse aanwas. Maar zoals gezegd: dat relatieve volume kan nog gaan wijzigen.

Capaciteit (MWp)
EOY 2016
YOY 2016
EOY 2017
YOY 2017
EOY 2018
YOY 2018
EOY 2019
YOY 2019
EOY 2020*
YOY 2020*
CertiQ
426
192
729
303
1.644
915
3.280
1.636
5.317
2.036
CBS (status 24 feb. 2021)
2.135
609
2.911
776
4.608
1.698
7.177
2.265
10.213
3.036
aandeel CertiQ t.o.v. volume CBS
20%
32%
25%
39%
36%
54%
46%
72%
52%
67%

In de derde grafiek hier onder toon ik een van de nieuwe, bijgewerkte grafieken in de detail analyse, met de jaargroei van de capaciteit per jaar, en per grootteklasse segment. Uit deze bijgestelde grafiek wordt, nog duidelijker dan in eerdere versies, kristalhelder, dat de groei van de gecertificeerde PV capaciteit in het CertiQ dossier al enige tijd zeer dominant plaatsvindt bij installaties groter dan 100 kWp per stuk. De volumes bij de kleinere installaties zijn of zéér bescheiden (categorie 15,5-100 kWp, totaal 92 MWp nieuw in 2019), of "bijna non-existent" in de lagere grootte klassen. Dit heeft te maken met de ondergrens van 15 kWp in de SDE "+" subsidie regelingen (sedert SDE 2011). Het nieuwe volume in de grootste project categorie, 2.052 MWp, nam in 2020 met 33% toe t.o.v. de aanwas in 2019 in dat segment (1.543 MWp). Ook werd weer eens een anomalie vastgesteld voor de jaargroei in de op een na grootste categorie, die negatief uitpakte in 2020. Mogelijk wordt dit nog gecorrigeerd in een later te publiceren update door CertiQ. De verwachting is, dat ook voor de grootste categorie nog een fikse - opwaartse - aanpassing bekend zal worden gemaakt, gezien de trend in vorige jaren.

Enkele andere highlights in de detail analyse van het eerste 2020 jaar rapport

  • Eind 2020 een accumulatie van meer dan negenduizend gecertificeerde PV projecten elk groter dan 100 kWp (eind 2019: bijna zesduizend exemplaren).
  • Meer dan 3.100 daarvan zijn toegevoegd in 2020.
  • De Compound Annual Growth Rate (CAGR) voor het totale aantal projecten is in de periode 2010-2020 gemiddeld 15% per jaar. Voor alle project categorieën worden separate CAGR's gepresenteerd.
  • De totale pool van gecertificeerde projecten groter dan 100 kWp per stuk bereikte in 2020 reeds een geaccumuleerde capaciteit van meer dan 5 GWp (2019: bijna 3 GWp).
  • Ruim 2 GWp daarvan werd toegevoegd in 2020.
  • De Compound Annual Growth Rate voor de totale PV capaciteit is in de periode 2010-2020 gemiddeld 67% per jaar, en ligt dus op een veel hoger niveau dan de toename van het aantal projecten (impliciete betekenis: projecten worden steeds groter). Ook voor de capaciteiten worden voor alle individuele project categorieën eigen CAGR groeicijfers verstrekt door Polder PV.
  • Het systeemgemiddelde vermogen van alle bij CertiQ ingeschreven PV projecten is gestegen naar 199 kWp (EOY 2019: 149 kWp).
  • Nieuwe grafiek met jaargroei cijfers toegevoegd aan analyse (aantallen projecten, capaciteit, gemiddeld systeemvermogen).
  • Gecertificeerde zonnestroom productie in 2020 al gestegen naar minimaal 42% van nationale productie, maar waarschijnlijk nog fors hoger bij te stellen in latere updates.
  • Diverse historische wijzigingen van CertiQ volumes worden uitgebreid gedocumenteerd in de detail analyse.
  • Duurzame gecertificeerde stroomproductie in Nederland in 2020 met minimaal 40% gestegen t.o.v. 2019 (vier modaliteiten, inclusief zonnestroom), van 19,8 naar 27,6 TWh.
  • Relatieve stijging van zonnestroom het grootst, met 75%, van 2,1 naar naar 3,7 TWh.
  • Import van Garanties van Oorsprong (GvO's) in 2020 iets terug gevallen, van 45,2 naar 42,7 TWh (4 modaliteiten, grootste volumes betrekking hebbend op certificaten uit windenergie).
  • Export van GvO's toegenomen van 3,3 naar 5,9 TWh in 2020.
  • Time-line van aan import van GvO's contribuerende landen wordt getoond in een lange reeks van juni 2016 tm. februari 2021, met sterk wisselende, en continu wijzigende aandelen.
  • Een korte status update voor gecertificeerde thermische zonne-energie wordt als toetje verstrekt (weinig toegenomen).

Als extra smaakmaker wordt een animatie van de import van GvO's Nederland in gegeven, met de dynamische veranderingen bij de contribuerende landen in de afgelopen 57 maanden, tot en met februari 2021. Die animatie vindt u ook hier onder.


 

Voor uitleg van, en toelichting op deze, en diverse andere nieuwe grafieken, en veel meer details m.b.t. de gepubliceerde CertiQ jaar overzichten, zie:

Evolutie gecertificeerde PV systemen, capaciteit en productie, in jaar rapportages CertiQ tm. 2020 (eerste, voorlopige versie)



 
^
TOP

4 maart 2021: Gecertificeerde zonnestroom cijfers CertiQ, februari 2021 maandrapport alweer verrassing - zeer lage toevoeging 13,6 MWp, accumulatie 5.493 MWp*. De cijfers van TenneT dochter CertiQ blijven verrassen. Na een absolute record toevoeging in het vorige maandrapport voor de maand januari, is er in februari juist weer een extreem lage toevoeging van slechts 13,6 MWp aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit gemeld. Wel met een relatief hoog aantal van 400 nieuwe installaties, die per stuk dan ook een zeer laag gemiddelde systeemvermogen moeten hebben gehad. Het heeft in ieder geval duidelijk impact gehad op de gemiddelde capaciteit van alle installaties bij elkaar, getoond in een separate grafiek. Met deze geringe toevoeging kwam de totale "solar" accumulatie bij CertiQ op 5.492,7 MWp. Wel is wederom het grootste volume aan gecertificeerde zonnestroom productie uit eigen land, in een periode van 12 maanden tm. januari 2021 genoteerd (3.854 GWh). De reden van deze in lange tijd weer zéér lage groei in februari is onduidelijk (zie nagekomen commentaar van CertiQ, onderaan dit artikel ). Mogelijk een combinatie van het winterse, en sneeuw-rijke weer in februari, waardoor de bouwactiviteiten buiten voor langere tijd zijn gestaakt, met nog niet goed begrepen statistiek anomalieën bij CertiQ zelf.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij CertiQ. Wat de gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

Het overzicht met de cijfers over februari 2021 (en voor de Garanties van Oorsprong, GvO's, tm. januari 2021) verscheen bij CertiQ op 4 maart 2021.

In de detail analyse hier op volgend wordt ingegaan op de wijzigingen en aanvullingen, deels grafisch verbeeld. Voor uitgebreide toelichting ter referentie, gebruik s.v.p. daarvoor het eerder gepubliceerde artikel met analyse van het augustus 2019 rapport van de TenneT dochter.

1. Ontwikkeling van aantallen gecertificeerde zonnestroom installaties


Nieuwe aantallen installaties in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de linker Y-as. In december 2020 werd, na diverse behoorlijk hoge nieuwbouw cijfers in voorgaande maanden, en na het tussentijdse record in juli (589 netto nieuw), in de laatste kalendermaand wederom een nieuw record niveau met de (netto) bijschrijvingen bereikt bij CertiQ, 616 nieuwe exemplaren (geel omrand data punt rechtsboven in de grafiek). In januari 2021 viel het nieuwe volume fors terug, maar het was met 344 exemplaren desondanks wel een record voor die wintermaand, die normaliter slechts moeizaam op gang komt. Februari liet een iets hoger niveau zien, van 400 stuks, wat echter iets lager lag dan het record volume in die maand in 2020 (429 netto nieuwe projecten), zie ook de volgende grafiek.

De accumulatie is te zien aan de blauwe kolommen curve in bovenstaande grafiek. In de september 2019 rapportage is de grens van twintigduizend gecertificeerde zonnestroom projecten overschreden. Het totaal is eind oktober 2020, zoals in eerdere rapportages reeds voorspeld, de volgende piketpaal van 25 duizend gecertificeerde zonnestroom projecten gepasseerd. En is inmiddels, met februari 2021 toegevoegd, uitgekomen op, voorlopig, 27.220 exemplaren. Dit is weliswaar nog steeds een zeer gering aandeel op het totaal aantal PV systemen in Nederland, wat eind 2019 al een omvang had van meer meer dan 1 miljoen installaties volgens de meest recente CBS cijfers op dat punt (dominant residentieel). Maar bij de capaciteit heeft de projecten markt al in 2019 de residentiële sector stevig ingehaald, gezien dezelfde CBS data. Die eind december 2020 in een uitgebreide, voor Nederland unieke detail analyse nogmaals is getoond (paragraaf 0(e) in analyse). Grove, nog niet gesegmenteerde eerste CBS cijfers voor 2020 vindt u in de recente Polder PV analyse van 24 februari jl.

Voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand. Bovendien geldt ook, dat alle huidige "eerste cijfers" voor 2020 en 2021, later nog zullen worden bijgesteld, zoals ook voor voorgaande jaren is geschied (zie revisies voor de jaren 2018 en 2019, met de daar aan gelinkte gedetailleerde analyses). Ook is recent duidelijk geworden, dat al snel na publicatie van de officiële maandrapportages bij CertiQ, de waarden per maand al flink bijgesteld kunnen worden (analyse 4 november 2020). In de maandrapport besprekingen bij Polder PV wordt altijd dié inhoud als referentie aangehouden, en vergeleken met oudere maand rapportages, om in ieder geval die trends op een gelijkwaardige wijze met elkaar te kunnen vergelijken.


Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. De nieuwe volumes gerealiseerde projecten per maand zijn vanwege de enorme stapel aan SDE beschikkingen die wordt uitgevoerd in 2020 t.o.v. 2019 al weer sterk toegenomen, ondanks de fikse beperkingen a.g.v. de Covid19 pandemie. In 2019 (gele kolommen, met max., in juli, 443 nieuwe projecten) was er op dit punt al duidelijk een versnelling zichtbaar. De maandelijkse toevoegingen in 2020 waren gemiddeld genomen zeer hoog, en culmineerden in nieuwe maand records in, juni, en, vooral, juli (589), resp. december (616 nieuwe projecten).

Ook januari 2021 heeft een nieuw record gevestigd voor die maand, 344 nieuwe installaties, 54 meer dan in januari 2020. Februari kwam iets lager uit dan het record niveau voor die maand in 2020, maar geeft op het gebied van aantallen nieuwe projecten ook een mooie start te zien (400 t.o.v. 429 stuks in 2020).

Vanwege de in de laatste jaren toegenomen forse toevoegingen, zijn de maandgemiddeldes over de afgelopen jaren sterk aangetrokken, weergegeven met de bij de betreffende jaren horende gekleurde horizontale stipellijnen. Dat jaar gemiddelde nam toe van 105 stuks/mnd in 2016, 158 stuks/mnd in 2017, 210 stuks/mnd in 2018, 350 stuks/mnd in 2019, naar een voorlopig record niveau van 445 stuks in 2020. Voor 2021 zal ik na het verstrijken van het eerste kwartaal een nieuw jaargemiddelde in de grafiek opnemen, dat is met de eerste 2 maanden nu 372 installaties per maand, en dus al hoger dan het niveau in het hele jaar kalenderjaar 2019.

Tót 2018 was er een verwarrende periode van 4 jaar waarbij ook tijdelijk negatieve groei optrad, vanwege een combinatie van langdurende her-registratie verplichtingen, en mogelijk "natuurlijke uitval" bij CertiQ.

Ook deze volumes (evenals die voor de capaciteiten) zullen achteraf nog worden bijgesteld door wijzigingen in de primaire database van CertiQ. Deze revisies kunnen zowel positief (capaciteit 2015-2018, eerste jaar rapport 2020), als negatief uitpakken. In 2019 is de bijstelling voor de capaciteit in negatieve zin uitgepakt, zoals we zullen zien bij de jaarcijfers (paragraaf 6).

Het nieuwe jaarvolume voor 2017 kwam volgens de maandrapporten uit op 1.898 installaties. In 2018 was dat 2.516 stuks, 2019 kwam op 4.195 exemplaren netto, 67% meer volume dan in dezelfde periode in het voorgaande jaar. Dat is inmiddels alweer fors opgewaardeerd naar maar liefst 4.550 nieuwe installaties in dat jaar, in de gepubliceerde tweede revisie van het jaar rapport (analyse).

In 2020 zijn in de 12 maandrapporten al 5.335 nieuwe projecten opgetekend door CertiQ. Een nieuw jaar record, wat 27,2% boven het kalenderjaar volume van de maandrapportages in 2019 (4.195 projecten) is komen te liggen. Mijn - conservatieve - afschatting op basis van het maandgemiddelde in de eerste 11 maanden van 2020 was in een vorige analyse nog zo'n 5.150 nieuwe projecten totaal, december heeft dus bovenmatig hoog gescoord t.o.v. dat gemiddelde niveau.

Tot slot kan hier worden gemeld, dat de maandrapportages in 2020 slechts 2 maanden lagere cijfers lieten zien dan in 2019, augustus en september. Alle andere maand cijfers lagen in 2020 beduidend, tot veel hoger, wat de enorme progressie in de afwikkeling van met name het SDE dossier goed laat zien. De eerste maandrapporten voor 2021 laten zien, dat een verdere toename nu al zichtbaar is, al zullen tijdelijke bescheidener volumes niet uitgesloten mogen worden, de komende maanden. Zeker gezien de evolutie van de door CertiQ gerapporteerde capaciteit in februari, die weer een byzondere anomalie laat zien ...

2. Capaciteit evolutie van gecertificeerde zonnestroom installaties


Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor september 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast.
Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage ! Ook voor juli 2019 is het aanvankelijk op 1 augustus 2019
verschenen maandrapport na interventie door Polder PV fors neerwaarts gecorrigeerd in een later gereviseerde versie.
Als klap op de vuurpijl resulteerde uit het april 2020 rapport een bizarre negatieve maandgroei van -108,5 MWp,
a.g.v. een "drie-nullen correctie" van een eerder (?) foutief ingegeven installatie door een netbeheerder.

In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit al langer om opvallende, gemiddeld substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Met name in 2018 en 2019, en voor 2020 (met name vanaf mei, maar met uitzondering van augustus). Na de heftige revisie van het nieuwe netto volume voor juli 2019 volgde een nieuw, met nog wel wat vraagtekens omgeven historisch record van 270,9 MWp in augustus, wat het vorige record in februari van dat jaar (165,0 MWp) naar de annalen verwees. In november van 2019 werd wederom een verpletterend nieuwe record toevoeging van maar liefst 409,9 MWp geregistreerd. Ook december pakte hoog uit, met 156,2 MWp.

In 2020 werden in slechts 3 maanden veel slechtere resultaten gerapporteerd dan in dezelfde maand in 2019. Dat waren maart, april (met de bizarre negatieve anomalie vanwege een - herstelde - blunder van een netbeheerder), en augustus, wat veel lager uitkwam dan diezelfde maand in 2019. Zeer grote positieve verschillen vonden we in 2020 in de maanden juli, september, oktober, en december. En november haalde net aan niet het all-time high record van diezelfde maand in 2019, al scheelde het niet veel.

Het maandgemiddelde is in 2020, mede veroorzaakt door de hoge groei in de tweede jaarhelft, nadat het met het november rapportage al - eindelijk - hoger was geworden dan het kalenderjaar gemiddelde in 2019, op een record niveau beland, van 158 MWp. In de oktober update lag de blauwe nog iets lager dan de gele stippellijn. Het huidige record was door Polder PV al voorspeld in een vorige update, maar december heeft het zelfs dermate goed gedaan, dat het maandgemiddelde nieuwe vermogen nu in 2020 11,5% hoger is komen te liggen, dan dat in 2019 (142 MWp). Een opmerkelijk resultaat voor Covid19 jaar 2020.

2021 heeft meteen al twee byzondere verrassingen voor ons in petto, wat voorspellen in deze extreem dynamische markt zelfs op korte termijn zo lastig maakt. Januari scoorde vér boven verwachting, met een record voor die maand, 356,5 MWp nieuwe capaciteit toegevoegd, maar liefst een factor 6,3 maal het volume in januari 2020. Maar dat tijdelijke hoogtepunt werd direct in februari weer afgewisseld met een nieuwe, extreme dip. In de 2e, weliswaar winterse maand van 2021 werd slechts 13,6 MWp toegevoegd aan het CertiQ register. Een ongekend lage score, voor wie de recente cijfers over 2020 nog op het netvlies heeft. Slechts 7% van de 204 MWp toevoeging in februari 2020. Afgezien van de de bizarre april 2020 anomalie ("negatieve groei"), moeten we voor een nog lagere maandelijkse toename helemaal teruggaan naar april 2017, toen slechts 7,5 MWp netto werd toegevoegd in die maand. Bijna vier jaar geleden ...

De reden van deze bizar lage toevoeging is onduidelijk (zie nagekomen Tweet van CertiQ, onderaan dit artikel ). Wellicht heeft het winterse weer, met sneeuw en deels strenge vorst in ieder geval in de eerste helft van de maand deels parten gespeeld en zijn langdurig buiten werkzaamheden stilgelegd (zie KNMI bericht over het weer in februari 2021). Maar de tweede helft van februari was de vorst weer grotendeels verdwenen, evenals de grote hoeveelheid sneeuw die eerder was gevallen. Dus dat lijkt geen beletsel te zijn geweest om tijdelijk gestaakte werkzaamheden weer rap te hervatten. Ook gezien de soms schokkende historie van de CertiQ data sluit Polder PV eventuele andere "statistiek anomalieën" bij de TenneT dochter beslist niet uit, om de zeer lage toevoeging van capaciteit (bij een behoorlijk hoog volume van nieuwe installaties) te kunnen verklaren. Misschien is er wel weer een ingave fout geweest, zoals eerder meermalen is voorgekomen. Zie de disclaimer die Polder PV al enige tijd standaard in deze analyses heeft opgenomen, om hiervoor te waarschuwen.

3. Gemiddelde capaciteit & absolute volumes PV projecten (tot en met) februari 2021

Voor bespreking tot en met 2019 verwijs ik naar een eerdere rapportage met november en december 2019. Als we uitgaan van de CertiQ cijfers zoals nu gepubliceerd, deze als "correct" beschouwen, "relatief weinig uitstroom" van verwijderde projecten in de data bestanden veronderstellen, en de maandelijkse netto toevoegingen in februari 2021 combineren met de toegevoegde capaciteit in die maand, resulteert dit weer in een bizar laag gemiddeld systeem vermogen van slechts 34 kWp per stuk bij de nieuwkomers. Een "far cry" van het zeer hoge gemiddelde in januari (1.036 kWp bij de nieuwkomers). Hier moeten we nog veel verder terug graven in de tijd om, afgezien van ook voorkomende negatieve groeicijfers in enkele maandrapportages, een lager positief systeemgemiddelde bij de nieuwkomers tegen te komen: Februari 2015 had een gemiddelde capaciteit van slechts 25,1 kWp bij de nieuwkomers. Dat is 6 jaar geleden ...

Dat het gemiddelde vermogen per project in februari zo laag ligt, heeft natuurlijk te maken met het feit, dat het een combinatie is van een relatief hoog aantal nieuwe projecten (400), bij een zéér lage nieuwe capaciteit (13,6 MWp). Deze merkwaardige combinatie, in het licht van de recente cijfers voor 2019-2020, doet hier toch een vreemde statistiek aberratie vermoeden bij CertiQ, en/of foute opgave van de totale capaciteit. Of er is iets anders aan de hand. Het is beslist weer een zoveelste afwijking van de trend van de afgelopen tijd. We zullen later gaan zien of hier mogelijk nog correcties op gaan komen, eventueel bij de sowieso nog te verwachten revisies van de CertiQ cijfers.

Voor het evoluerende systeemgemiddelde bij de totale accumulatie in het CertiQ dossier, zie paragraaf 8.

4. Kwartaal cijfers CertiQ maandrapportages - eerste 2 maand resultaten voor QI 2020


Groeicijfers per kwartaal. De volumes voor alle vier de kwartalen in 2019 gaven allen nieuwe records t.o.v. de vergelijkbare periodes in 2018 te zien. Onder anderen door de Covid19 crisis kwam daar het eerste half jaar van 2020 de klad in, met iets lager volume in QI (304 t.o.v. 314 MWp QI 2019), en een zeer laag volume van 161 MWp in QII, grotendeels veroorzaakt door de gemelde negatieve groei in het maandrapport voor april dat jaar (dit, t.o.v. 295 MWp nieuw volume in QII 2019). Zowel QIII als QIV echter, gaven in 2020 weer forse groei te zien t.o.v. dezelfde kwartalen in de tweede helft van 2019, 558 t.o.v. 440 MWp in QIII, resp. een absoluut record volume van 874 t.o.v. 653 MWp in QIV. Dat is 34% meer groei in het laatste kwartaal van 2020, en het is een factor 3,2 maal het niveau in QIV 2018 (274 MWp).

Het eerste kwartaal van 2021 had al met januari een nieuw record gevestigd, en dat is met de zwaar tegenvallende toevoeging in februari marginaal verder verbeterd. Met 370 MWp in de eerste twee maanden (gearceerde kolom achteraan), werd nu al 18% meer nieuw volume gerapporteerd, dan in het voormalige record eerste hele kwartaal, QI van 2019 (314 MWp).

5. Half-jaar cijfers CertiQ maandrapportages - tm. februari 2021


Groeicijfers per half-jaar. De Y-as geeft de nieuw gerapporteerde capaciteiten in MWp, volgens de maandrapportages in de getoonde half-jaren. Op de X-as per kolom de resultaten van de 6 maand rapportages uit de half-jaren (HI = jan. tm. juni; HII = juli tm. december) sinds 2010, tot en met het tweede afgeronde half-jaar voor 2020. Met een nieuwe record capaciteit van 1.432 MWp. Die het voorgaande half jaar record, HII in 2019 1.094 MWp, alweer aan diggelen sloeg, met 31% meer toegevoegde capaciteit in dat tweede half-jaar (en wel, midden in de mondiale Covid19 pandemie).

Achteraan het nog premature eerste resultaat voor het eerste half jaar van 2021, met de accumulatie voor januari en tegenvallend februari, 370 MWp, als gearceerde kolom. Dit is 80% van het totale volume in het eerste half-jaar van 2020 (465 MWp), al moet daar wel aan toegevoegd worden dat in dat laatste cijfer ook de "negatieve groei anomalie in april 2020" zat besloten. Het is ook nog steeds ver verwijderd van het record voor het eerste half-jaar, gevestigd in 2019, met 608 MWp. Maar dat kan beslist alweer gebroken gaan worden, als de groei vanaf maart weer full-swing zal gaan, zoals in januari. En bizar lage vermogens toevoegingen zoals in februari achterwege zullen blijven ...

6. Kalenderjaar cijfers CertiQ maandrapportages & jaar-revisies - tm. februari 2021, inclusief revisie 2019 en eerste jaar rapport cijfer 2020


Deze grafiek heb ik aanvankelijk in een eerdere analyse opgenomen om het verschil te laten zien tussen de nieuwe kalenderjaar volumes volgend uit de oorspronkelijke maand rapportages (lichtblauwe kolommen), en de volumes die volgen uit de later verschenen oorspronkelijke, dan wel gereviseerde jaar rapportages (donkerblauwe kolommen). Laatstgenoemde bijgestelde "definitieve" jaargroei cijfers vindt u ook in de inset van de belangrijke verzamelgrafiek in het recent (tweede maal) gereviseerde jaaroverzicht van 2019, die ik op 3 en 4 november 2020 van een update heb voorzien. De "definitieve" resultaten voor 2019 zijn eerder toegevoegd, met een - bijgestelde - jaargroei van 1.636 MWp.

Het is hierbij goed om te beseffen, dat de trend was, dat de jaar volumes sedert 2015 allemaal opwaarts zijn bijgesteld ten opzichte van de voorlopige jaar rapportages, een half jaar eerder. In 2018 ging het om maar liefst 7,5% meer jaargroei (915 i.p.v. 851 MWp), dan volgde uit de oorspronkelijke maand rapportages. Maar met de revisie voor 2019, is het jaargroei volume juist neerwaarts bijgesteld, met 3,9%, van 1.702 MWp (oorspronkelijk) naar 1.636 MWp ("definitief"). Dit laat onverlet, dat uit de gereviseerde jaar rapporten over 2018 en 2019 nu helder wordt, dat de toename van de jaargroei in de gecertificeerde PV markt zéér hoog is geweest in 2019. De volume groei nam in dat jaar toe met 79% t.o.v. de aanwas in 2018.

Begin februari 2021 is ook het eerste jaaroverzicht voor 2020 verschenen, waaruit ik het nog zeer voorlopige jaargroei volume (verschil EOY rapport 2020 met EOY van het gereviseerde rapport 2019) heb afgeleid, en in de donkerblauw gearceerde kolom onder 2020 heb toegevoegd. U ziet dat die nog zeer voorlopige groei, van 2.036 MWp, al 7,3% hoger is dan de jaargroei die uit de eerder verschenen, oorspronkelijke maandrapportages was afgeleid voor dat jaar (1.897 MWp), dus weer een flink positieve bijstelling, zoals in de jaren 2015-2018. Maar het jaargroei cijfer voor 2020 is nog lang niet zeker, en kan nog behoorlijk worden bijgesteld in de veel later dit jaar door CertiQ te publiceren revisie van het jaaroverzicht voor 2020. Polder PV heeft inmiddels al een zeer gedetailleerde analyse van het eerste jaaroverzicht voor 2020 bijna afgerond, en komt hier spoedig op terug op de website.

Vergelijken we voor 2020 nu de twee cijferreeksen, "jaargroei gebaseerd op maandrapportages", met de "jaargroei gebaseerd op jaaroverzichten", krijgen we de volgende verschillen. In het eerste geval is in 2020 de jaarlijkse aanwas toegenomen met (1.897-1.702)/1.702 * 100% = 11,5%. Dit is de "achterhaalde versie", omdat eerder al is gebleken, dat de maandelijkse accumulatie cijfers fors kunnen wijzigen in voortgaande updates bij CertiQ (artikel Polder PV van 4 november 2020).

Vergelijken we de jaargroei cijfers gebaseerd op het gereviseerde jaaroverzicht van 2019, en het nog voorlopige 1e jaaroverzicht van 2020, komen we op de volgende vergelijking: (2.036-1.636)/1.636 * 100% = 24,4% toename van de groei in Covid19 jaar 2020 ! Dat is veel hoger dan uit de oude maandrapportages blijkt. Met daarbij de waarschuwing dat het nog steeds niet de definitieve relatieve toename is, omdat vooral de brondata over 2020 nog flink kan worden aangepast.

In ieder geval is de aanvankelijk voorzichtige afschatting, door mij gemaakt in een vorige maandrapport update, een jaargroei van mogelijk 1.720 MWp in 2020 (paragraaf 9 in artikel van 7 december 2020), met het huidige concretere cijfer van CertiQ, en gebaseerd op de jaaroverzichten dus al duidelijk fors overvleugeld. Met dik 18%.

2021

De eerste nieuwe cijfers voor 2021 laten al een nieuw volume zien van 370 MWp, in de eerste twee maanden, wat is weergegeven als gearceerde kolom achteraan in de grafiek. Waar uiteraard nog 10 maand rapportages bij opgeteld zullen gaan worden. Het niveau is echter nu al fors hoger dan de 273 MWp voor het hele kalenderjaar 2017 in de maandrapportages over dat jaar. 2021 gaat beslist weer een record jaar worden, maar hoe hoog dit zal gaan uitpakken is nog lang niet duidelijk, vanwege talloze onzekerheden. Mede versterkt door de hoogst merkwaardige, extreem lage toevoeging in februari.

7. Accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit


De trendlijn in de grafiek is sedert de mei 2020 update, als gevolg van de aanvankelijk tegenvallende cijfers in 2020 (incl. de negatieve groei in april anomalie), aangepast t.o.v. het exemplaar in de voorgaande versies. De polynoom "best fit" curve is vervangen door een voortschrijdend gemiddelde trendlijn, waarbij het gemiddelde resultaat van de laatste drie maanden wordt weergegeven. Mede vanwege de bizarre "negatieve maandgroei in april 2020", vlakte deze curve rond die maand tijdelijk wat af. De groei is echter op hoog niveau gecontinueerd door respectabele volumes genererende maanden mei tm. juli, de "mindere" maand augustus en, vooral, door de (zeer) hoge groei volumes in september tm. december 2020, en, wederom, januari 2021. Vandaar dat de rode lijn weer een zeer sterk positieve stijging laat zien, in ieder geval tot de in meerdere opzichten zwaar tegenvallende februari 2021, waarbij de hellingshoek van de rode lijn weer begint af te nemen. Vertikale blauwe stippellijnen geven vanaf de bespreking van de november (2020) rapportage het snijpunt van de bereikte 1.000 MWp piketpalen ("een GWp") met deze curve weer. De vierde piketpaal werd rond september 2020 bereikt. De vijfde is, zoals in een vorige update reeds voorspeld, begin 2021 gepasseerd. Kijken we naar het absolute volume (gele kolommen), is die piketpaal zelfs in december vorig jaar al bereikt. Als het groei tempo aan zal houden, zoals in januari dit jaar, zal het niet lang meer duren voordat ook de zesde mijlpaal zal worden gepasseerd. Maar dan moeten nieuwe "verrassingen" zoals in het februari rapport uitblijven.

In 2018 vond er een duidelijke versnelling van de gerapporteerde capaciteiten plaats, culminerend in een record toevoeging in december. In 2019 ging het rap verder met de toevoegingen, van ruim 51 MWp in januari, tot nieuwe maand records van, achtereenvolgens, 165 MWp in februari, bijna 271 MWp in augustus, en, tot slot, de spectaculaire, goed zichtbare bijna 410 MWp nieuwe capaciteit in november. Januari en februari 2020 voegden ook weer voor die maanden record hoeveelheden toe, 57 resp. 204 MWp. Daarna kwam, o.a. door de gevolgen van de Corona crisis, én de merkwaardige negatieve groei in april 2020, de klad er tijdelijk in. Om in mei tot en met juli wederom een "inhaalrace" te beginnen, in augustus weer tijdelijk terug te vallen, en in september tot en met december (incl. het nieuwe maand record voor 2020, in november) weer rap in de versnelling te gaan. Januari 2021 continueerde de trend van zeer veel nieuw volume, met alweer 357 MWp daar bovenop, februari viel zeer zwaar tegen met marginale groei.

De verdere progressie hangt wederom van onzekere factoren af, met name de ontwikkeling van (de impact van) het Corona virus, de voortwoekerende netcapaciteit problemen, en de beschikbaarheid van kundig en gekwalificeerd technisch personeel. De SDE portfolio's zijn echter nog dermate groot (analyse 4 jan. 2021 update alhier), dat we nog zéér veel volume kunnen gaan verwachten in 2021. Hoogstwaarschijnlijk, mede gezien de krappe tijdvensters waarbinnen SDE beschikte projecten gebouwd dienen te worden, en ondanks een jaar respijt vanwege de pandemie, wordt 2021 alweer een record jaar. Zeker op het gebied van de realisatie van grotere projecten (grotendeels SDE gesubsidieerd). We gaan er hierbij vanuit, dat februari "de anomalie" van de maandrapportages in het nieuwe jaar zal blijken te zijn, en dat de komende rapportages weer hoge groeicijfers zullen laten zien.

Eind december 2020 bereikte de zonnestroom databank van CertiQ in ieder geval een geaccumuleerde gecertificeerde capaciteit van 5.122,6 MWp, en heeft het daarmee de vijfde Gigawatt ruim overschreden in - bijna exclusief - de projecten markt. Het bereiken van de eerste "gecertificeerde" GWp kostte sinds eind 2009, toen er nog slechts 22 MWp PV capaciteit bij CertiQ bekend was (gecertificeerd), 8 een een half jaar. De tweede GWp heeft minder dan een jaar gekost. De derde GWp is al binnen een periode van 6 maanden toegevoegd (tussen mei en december 2019). De vierde GWp volgde, mede vanwege de curieuze "negatieve groei" in het april rapport, en de vertragingen vanwege de Covid19 pandemie, 10 maanden later. De vijfde volgde echter alweer zeer rap, binnen 4 maanden tijd. Het is een van de belangrijkste redenen, waarom de netbeheerders op talloze plekken in ons land in de problemen zijn gekomen met de beschikbare netcapaciteit: ze zijn compleet overvallen door het enorme tempo van de nieuwbouw van met name de grote PV projecten. En, wat de grote zonneparken betreft: vaak in dunbevolkte gebieden met een historisch verklaarbare "krappe netcapaciteit". Voor voorbeelden bij Enexis: NO NL resp. zuid NL, en bij Liander.

Het inmiddels alweer bereikte volume van 5.493 MWp in het rapport van februari 2021 is een factor 250 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al ruim 42 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. Voor een nieuwe prognose voor medio 2021, gebaseerd op dit diagram, zie de grafiek in paragraaf 9.

CertiQ vs. RVO

In januari heeft Polder PV in detail uit de doeken gedaan wat de resterende beschikte, resp. gerealiseerde volumes aan zonnestroom projecten onder de SDE - SDE"+" regimes zijn geweest, volgens de opgegeven of bijgestelde beschikte hoeveelheden, in de RVO status update van 4 januari 2021. Het geaccumuleerde volume aan "ingevulde beschikte capaciteit" was op die peildatum bij RVO opgelopen tot 4.911 MWp.

CertiQ komt nu eind februari 2021 met fysiek gerealiseerd (= niet gelijk aan beschikt volume !) 5.493 MWp PV capaciteit voor (gecerticificeerde) zonnestroom. Dat volume is inclusief een onbekend, waarschijnlijk gering volume "niet SDE gesubsidieerde" PV projecten*. De recente januari update van RVO ligt dus alweer, wat beschikte volumes betreft, 582 MWp (!) achter op de harde realisatie cijfers van CertiQ tm. eind januari 2021. Dit soort forse, tot soms zelfs extreme verschillen zal niet verdwijnen, het niveau van het gesignaleerde verschil verandert immers per status update van een van de beide instanties. Meestal lopen de RVO updates ver achter bij de CertiQ data.

Voor meer beschouwingen over dit onderwerp, zie de update van december 2020.

* NB: Hardnekkige claims, dat de CertiQ databanken alleen maar projecten "met SDE+ subsidie" (beschikkingen) zouden bevatten kloppen absoluut niet. Een groot volume bij de aantallen betreft kleine projecten met oude SDE beschikkingen, zoals hier ook voor de zoveelste maal gemeld. Maar daarnaast zijn er ook projecten zónder SDE of SDE "+" (dan wel, inmiddels, zelfs SDE "++") subsidie, die via diverse groencertificaten platforms instromen. Het aantal of het volume daarvan (in MWp) is echter niet publiekelijk bekend, omdat dat onderscheid in de CertiQ data niet wordt gemaakt. Voor een overzicht van hoeveelheden door CertiQ geturfde projecten per grootteklasse, zie de revisie van de jaarcijfers voor 2019, in detail geanalyseerd door Polder PV. Een update met de eerste resultaten voor 2020 volgt spoedig op deze website.

8. Evolutie systeemgemiddelde capaciteit bij accumulaties CertiQ dossier


Met de aanhoudend sterke groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, bleef jaren lang ook de gemiddelde projectgrootte fors groeien in de cijfers van CertiQ. Maar daar is in het voorjaar van 2020 tijdelijk de klad in gekomen, sedert de toen historische piek in februari 2020 (159,5 kWp). Al in maart van dat jaar kregen we te maken met een "unicum", de gemiddelde systeemcapaciteit van het totale geaccumuleerde volume nam af. Door continue instroom van behoorlijk veel nieuwe projecten, maar beperkte hoeveelheden nieuwe capaciteit, én de daar op volgende "april anomalie" (negatieve capaciteits-groei), is het systeemgemiddelde voor het eerst in zeer lange tijd een korte periode achteruit gegaan. Vanaf mei 2020 is er weer een toename te zien, en belandde dit eind juni op 156,6 kWp per project. Eind juli hadden we een nieuw record te pakken, 161,4 kWp, ondanks ook een record bij het aantal nieuw geregistreerde projecten. Vanwege de voortdurende toevoegingen van grote volumes nieuwe projecten, met ook weer veel capaciteit, in augustus 2020 tm. januari 2021, blijkt dat record begin dit jaar in de accumulatie cijfers wederom fors te zijn verbeterd. De gemiddelde systeem capaciteit van alle bij CertiQ aangemelde dan wel overgebleven gecertificeerde installaties is namelijk verder gestegen naar 204,3 kWp per project.

Toen kwam echter het februari rapport, met zwaar tegenvallende toegevoegde capaciteit, en wederom kregen we een herhaling van de geschiedenis, al is het vermoedelijk een zeer tijdelijke: het systeemgemiddelde vermogen van alle gecertificeerde PV projecten nam weer tijdelijk iets af, en wel naar 201,8 kWp. Als er geen verdere vreemde lage toevoegingen van capaciteit komen dit jaar, verwacht ik echter dat dit snel "gerepareerd" zal gaan worden in deze onthullende grafiek.

Het maximale niveau eind januari 2021 is een hoge factor 35,2 maal het gemiddelde begin 2010. En een factor 13,6 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, horizontale blauwe stippellijn). Ook in deze grafiek is, vanwege de trendbreuk begin 2020, afgestapt van een polynoom trendlijn, en is deze vervangen door een voortschrijdend gemiddelde lijn, met gemiddelde waarden van de laatste drie maanden (rode curve). Na een korte neerwaartse buiging tm. juni, is deze weer omhoog gebogen a.g.v. de forse toevoegingen aan capaciteit in de rapportages van juli 2020 tm. januari 2021. En tijdelijk aan het afvlakken vanwege de tegenvallende inbreng in het februari 2021 rapport.

In het maand rapport van maart 2019 is de gemiddelde systeemgrootte bij de accumulatie aan gecertificeerde PV installaties bij CertiQ voor het eerst boven de 100 kWp gekomen. In het december rapport van 2019 is de 150 kWp grens gepasseerd. Met de update voor januari 2021 is ook bij deze afgeleide parameter de tweede belangrijke "piketpaal" bereikt: de gemiddelde project omvang is inmiddels de 200 kWp voorbij. Dit had ik al in de update van december van vorig jaar voorspeld, dat die piketpaal er aan zat te komen.

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoeging in de februari 2021 rapportage lag die maand extreem laag, slechts 34 kWp (paragraaf 3), wat véél lager ligt dan het niveau in januari (1.036 kWp gemiddeld bij de nieuwe projecten). Als komende maandrapportages weer een "normale" trend zullen laten zien, met forse nieuwe capaciteit toevoegingen, verwacht ik weer dat die gemiddeld veel hoger zullen blijken te zijn dan de systeemgemiddelde capaciteit van alle installaties bij elkaar.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten normaliter een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben (zie grafiek met de actuele [overgebleven] aantallen per grootte categorie in het gereviseerde jaar overzicht van 2019). Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.

9. Totaal CertiQ volume - extrapolatie tm. medio 2021, inclusief versie "revisie jaar cijfers"

De verwachting, dat Nederland in 2019 weer een record jaar tegemoet zou gaan zien, is met de pas laat in 2020 gepubliceerde, gereviseerde cijfers voor de projecten markt - in casu CertiQ data - volledig uitgekomen. Hetzelfde geldt, voor sommigen wellicht een verrassing, voor Covid jaar 2020. Een belangrijke vervolg vraag blijft luiden: hoe "groot" wordt het CertiQ volume in het nieuwe jaar 2021 ?

Lange tijd werd er in 2019 - voor wie dat aandurfde - over mogelijk 2 GWp nieuwbouw voor heel Nederland gesproken, inclusief de gecertificeerde volumes (bijna uitsluitend SDE projecten), en de grote volumes aan residentiële en niet, of anderszins gesubsidieerde projecten. De groei is substantieel hoger geworden dan "slechts" 2 GWp", al moeten we nog steeds voor "definitieve" cijfers wachten op het CBS. De eerste publicatie kwam op 2.402 MWp uit. Het allerlaatste, fors bijgestelde jaargroei cijfer voor 2019 is inmiddels alweer 2.569 MWp, 7% hoger. Het is echter nog steeds een "nader voorlopig" cijfer, en kan dan ook later alsnog worden aangepast. Voor uitvoerige details van de meest recente CBS cijfers voor 2019, zie mijn gedetailleerde overzicht, gepubliceerd eind 2020 (introductie alhier).

Voor 2020 is het eerste "officiële cijfer" inmiddels bekend. CBS rekent in haar eerste afschatting voor dat jaar op een eindejaarsvolume van 10.213 MWp, wat, met de gereviseerde data voor 2019, neerkomt op een voorlopige jaargroei van 3.036 MWp in de Nederlandse zonnestroom markt in 2020 (detail analyse hier). Ook die afschatting zal later nog worden bijgesteld.

Hier onder ga ik, wat alleen het CertiQ volume betreft (!), met een nieuwe extrapolatie, in op het accumulatie potentieel voor medio 2021. Dit, n.a.v. de groei bij de accumulatie van de capaciteit, inclusief de toevoegingen in de laatste maandrapporten. Ook in deze versie tm. de februari 2021 rapportage wederom een afschatting op basis van een extrapolatie van de gereviseerde EOY jaar cijfers, en het eerste jaar rapport over 2020, van de hand van CertiQ.


Eerder maakte ik een dergelijke extrapolatie grafiek voor het eindejaars-volume van 2018 op basis van het november rapport dat jaar, waarbij ik destijds uitkwam op - zeer conservatief geschat - zo'n 1.470 MWp eind van het jaar. Het werd in het voorlopige (eerste) jaar rapport van CertiQ zelfs 1.523 MWp (weergegeven in de grafiek op basis van de maand rapportages, gele kolommen), dus ik was toen inderdaad "conservatief". In recentere versies heb ik ook de gereviseerde EOY jaarcijfers opgenomen in de vorm van een curve met groene diamantjes, waar doorheen een best fit curve (3e graads polynoom trendlijn) en prognose "de toekomst in" is getrokken (bijbehorende groene stippellijn). EOY 2018 is zelfs alweer opgewaardeerd naar 1.644 MWp door CertiQ, wat alweer 12% meer volume is dan ik aan de hand van de extrapolatie op basis van het november rapport voor dat jaar had afgeschat. Hier is laat vorig jaar het gereviseerde volume voor EOY 2019 bijgekomen. Aanvankelijk was het volume volgens de maandrapportages 3.225 MWp, maar in de revisie is dat alweer 3.280 MWp geworden, een bescheiden 1,7% meer.

Dit, om aan te geven dat de wijzigingen van die cijfers, soms behoorlijk, kunnen oplopen. En dat daar altijd rekening mee gehouden dient te worden. Daar staat tegenover, dat er ook tegenslagen kunnen komen. Gezien de maand rapportages in met name het eerste halfjaar, was daar in de eerste helft van 2020 duidelijk sprake van, in de vorm van de impact van de Covid19 pandemie, én een curieuze negatieve maandgroei in het april rapport. Weliswaar is de groei daarna gelukkig op hoog niveau doorgegaan, maar de "klap" in het eerste halfjaar heeft uiteraard impact gehad op het jaar resultaat. Wat er zonder pandemie beslist nóg florissanter uit had kunnen zien. Desondanks is de groei spectaculair geweest in de projectenmarkt, en zijn de gevolgen voor de nieuwbouw zeer bescheiden geweest. 2020 is een nieuw record jaar geworden, ondanks de blijvende problemen bij diverse markt condities. Dit vinden we terug in het toegevoegde datapunt uit het eerste jaaroverzicht over 2020, waar Polder PV nog in detail op in zal gaan. Het nieuwe eindejaars-volume voor dat jaar is alweer fors opgewaardeerd, van 5.123 MWp (maand rapportages), naar 5.317 MWp (open groene diamantje). Het is het meest recente datapunt voor de door Excel berekende trendlijn op basis van de jaaroverzichten, en wordt daarmee een betrouwbaarder extra extrapolatie middel. Wel zal de hoogte van dat laatste cijfer nog beslist wijzigen in een later te verschijnen revisie, aangegeven door de gestreepte rand van het bijbehorende label.

Extrapolaties voor medio 2021

In een nieuwe, "conservatieve" lineaire extrapolatie voor de mogelijke accumulatie in het CertiQ register, medio 2021 (zwarte lijn), heb ik in eerste instantie eind 2018 als begin referentie genomen (eerste vertikale blauwe stippellijn), en via het laatste maand resultaat (tegenvallend februari 2021) lineair ge-extrapoleerd naar medio 2021 (MY '21, 2e vertikale blauwe stippellijn). Met deze extrapolatie komen we halverwege 2021 inmiddels op een mogelijke accumulatie van zo'n 6.080 MWp uit, weergegeven rechts van de rechter Y-as. Dat is alweer zo'n 170 MWp láger dan in de afschatting in de voorlaatste update (tm. jan. 2020: 6.250 MWp).

Ten tweede. Gaan we uit van de best fit trendlijn door de maand resultaten, een 4e graads polynoom (rode curve), en bepalen we daarvan het snijpunt met genoemde blauwe stippellijn, komen we op een niveau uit van ongeveer 6.500 MWp. Dat niveau is stabiel gebleven t.o.v. de extrapolatie in de voorlaatste update.

Middelen we deze 2 relatief conservatieve scenario's uit, zouden we op een voorlopige "educated guess" voor het geaccumuleerde CertiQ volume, medio 2021, komen van ongeveer 6.290 MWp, 85 MWp minder dan de 6.375 MWp in de voorlaatste update.

Gaan we nu extrapoleren op basis van de (conservatieve !) 3e graads polynoom trendlijn door de (gereviseerde) jaar rapport data, inclusief het net toegevoegde "harde" datapunt (EOY 2020 eerste resultaat, 5.317 MWp), zouden we op basis van die prognose weer fors hoger uitkomen, ongeveer op 7.400 MWp (groen cijfer rechts). Dat is wederom een halve GWp meer dan in de voorlaatste update, en ligt beduidend hoger dan eerstgenoemde extrapolaties op basis van de oude maandrapportages.

Medio 2021

Voor een zoekrichting voor het mogelijke accumulatie volume medio dit jaar, moeten we ons op de zwarte gestreepte ovaal rechtsboven in de grafiek concentreren. Afhankelijk van de gehanteerde evolutie curve, zouden we dan rond die tijd uit moeten kunnen komen op volumes tussen de 6,1 GWp en 7,4 GWp. Vanwege de onzekerheid rond de extrapolatie van de groene curve (inclusief nog onzeker eindresultaat voor 2020), wordt vooralsnog van het hierboven geschetste "conservatieve scenario" uitgegaan (bijna 6,3 GWp, medio 2021). Dat zou dan mogelijk al weer (minimaal) zo'n 1 GWp aan nieuwbouw van gecertificeerde capaciteit in het eerste half jaar van 2021 kunnen gaan opleveren. Maar dat is een zeer conservatieve inschatting, die ver opwaarts kan gaan uitpakken, als we de jaarrapport cijfer extrapolatie als leidraad zouden nemen (die meer dan 1 GWp hoger uitkomt in het extrapolatie scenario !). Dit is sowieso nog exclusief de residentiële, nieuwbouw, huur- en andere marktsegmenten, die niet, of nauwelijks zijn vertegenwoordigd in het - omvangrijke - CertiQ dossier. Buiten kijf staat in ieder geval dat 2021 grote volumes zal gaan opleveren, die "ongekend" zijn in de Nederlandse PV historie.

10. Gecertificeerde zonnestroom productie tm. januari 2021 - winters dieptepunt alweer gepasseerd

De "gemeten" producties van gecertificeerde zonnestroom worden door CertiQ ook in hun maand rapportages weergegeven, en wel over de daar aan voorafgaande maand. Dit zijn, wederom, altijd minimum inschattingen, omdat er vaak nog de nodige productie cijfers "na worden geleverd". De grootste volumes zijn wel al bekend, in de rapportage maand, volgend op de verslag-maand. Na het laatste historisch record volume in juni 2019, vielen de productie cijfers stapsgewijs weer terug, in het ritme van de seizoenen. Met de later toegevoegde (eerste) resultaten tot en met juni 2020 hadden we wederom, na het record volume in mei, een nieuw productie record te pakken, van maar liefst 509 GWh. Wat, gezien de combinatie van zeer zonnig weer in juni (volgens het KNMI), én de capaciteits-toevoegingen in de maanden januari tm. mei, weer geen verrassing is. Echter, in juli, bij het KNMI ingeboekt als "vrij normaal" wat de instralings-duur betreft, is er een duidelijke, flink neerwaartse - voorlopige - productie vastgesteld door CertiQ, van slechts 392 GWh. Maar liefst 23% minder dan in record maand juni ! Hier lijkt het een en ander aan productie nog te moeten worden bijgeschreven, want het verschil tussen juni en juli is beslist opmerkelijk, en slecht verklaarbaar.

Voor de maanden juli - september, zie ook bespreking door Polder PV in het oktober rapport.


In bovenstaande grafiek in magenta de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in de CertiQ databank, cumulerend in, voorlopig, 5.492,7 MWp in het qua nieuw volume tegenvallende februari 2021 rapport (geel omrand punt rechtsboven, referentie: linker Y-as). Na het - voorlopige - productie record van 508,7 GWh in juni 2020 (rood omrande datapunt in de blauwe curve), zijn de maandelijkse producties, op augustus na, stapsgewijs verder omlaag gegaan. En blijken inmiddels hun winterse laagtepunt in de maand december 2020 weer te hebben bereikt, op een niveau van 66,2 GWh. Dit heb ik aangegeven met de "vijfde blauwe pijl" rechtsonder in de grafiek. Wel is deze hoeveelheid al 43% hóger dan de gemelde uitgifte in het maandrapport van december 2019 (46,2 GWh). De belangrijkste oorzaak is natuurlijk de enorme hoeveelheid nieuwbouw, die in de tussentijd allemaal on-line is gegaan, en waarvoor grote hoeveelheden extra volumes GvO's zijn, en met terugwerkende kracht, nog worden afgegeven door CertiQ. Ondanks het feit dat december natuurlijk de minst productieve maand is in het jaar.

Ondanks de door KNMI gekwalificeerde "natte en sombere" januari 2021 (58 i.p.v. "normaal" 68 zonne-uren), is er door CertiQ toch alweer een positieve uitgifte geregistreerd van 94,0 GWh in die maand, in weerwil van mijn suggestie dat het mogelijk slechter zou kunnen uitpakken in de analyse van het december rapport. Met later nog toe te voegen extra volumes in het verschiet. Dat ligt in ieder geval nu al 42% hoger dan de gemelde productie in december 2020.

Januari 2020 was ook somber, en zat met de toen geldende referentie periode (1981-2010) zelfs nog ongunstiger bij de zonuren: 49 t.o.v. "normaal" 62 uur (KNMI maandrapport). In januari 2021 werd in ieder geval al een veel hoger volume gecertificeerde zonnestroom genoteerd door CertiQ dat in het voorgaande jaar (43,4 GWh), een factor 2,2 maal zoveel (!).

Totale gecertificeerde jaarproductie, grijze en groene stroom 2020

Zie hiervoor, en over eerste bespiegelingen over de totale "groene" en "grijze" stroomproductie in 2020, de uitgebreide bespreking in het januari rapport 2021. Ook in de analyse van het eerste jaar rapport over 2020 kom ik hier nog verder in detail op terug. Met het allereerste gecertificeerde productie cijfer voor 2020, wat later nog een stuk opwaarts zal worden bijgesteld (momenteel: bijna 3.749 GWh), was de aanwas t.o.v. de gecertificeerde productie in (record) jaar 2019 nu al 75%. Dit gaat nog hoger worden, maar is nu al respektabel te noemen, zeker als we ons realiseren met welke problemen de installatiebedrijven werden geconfronteerd in Covid19 jaar 2020. De verwachting is dat deze lijn in 2021 voortvarend verder wordt voortgezet. De eerst genoteerde gecertificeerde productie in wintermaand januari 2021 laat dit in ieder geval al goed zien.

11. Andere cijfers zonnestroom certificaten CertiQ

CertiQ geeft ook al jaren per maandrapport een cumulatie van alleen de gecertificeerde, van Garanties van Oorsprong (GvO's) voorziene duurzame producties van de laatste 12 maanden op, per modaliteit. Daarvoor is voor zonnestroom alweer het in januari al gebroken record verder aangescherpt. Er werd maar liefst 3.854 GWh aan gecertificeerde productie in een jaar tijd genoteerd (meer dan de 3.701 GWh compleet gemeten in 2019, van kernsplijter Borssele). Ten opzichte van die cumulatie in het voorgaande maandrapport is het verschil weer bijna ver-drievoudigd, tot 105 GWh. In juni werd door CertiQ nog een historisch record verschil volume van maar liefst 300 GWh vastgesteld t.o.v. de voorgaande rapportage.

CertiQ publiceert ook separate import- en export cijfers van GvO's voor zonnestroom. Die waren in februari dit jaar 85,6 GWh import, bijna het dubbele van het volume in februari 2020 (49,6 GWh). Het hoogste volume in 2020, 94,1 GWh, werd genoteerd in mei van dat jaar. Daarnaast werd een volume van 69,7 GWh voor ge-exporteerde zonnestroom certificaten gepubliceerd voor februari dit jaar. Dat lag wel op een lager niveau dan de 78,6 GWh in februari 2020. In oktober 2020 was dat nog een record volume van 90,1 GWh. Voor de accumulaties van de laatste 12 maanden waren de hoeveelheden in februari dit jaar 522,5 GWh (import) respectievelijk 467,3 GWh (export). Die 12 maandelijkse accumulatie voor de export bereikte in het voorgaande januari 2021 rapport een nieuw record volume, van 476,2 GWh. De langjarige maandgemiddeldes in de periode januari 2016 tm februari 2021 waren als volgt: 71,6 GWh/mnd (import) resp. 15,8 GWh/mnd (export). Dus blijvend veel meer (netto) import dan export, waarmee een nog steeds relatief klein deel van de dominant fossiele stroom consumptie "administratief wordt vergroend".

De maand met de hoogste import van zonnestroom GvO's was, vanaf de eerste rapportages in 2014, juli 2016 (310,0 GWh, al lang ongewijzigd), de hoogste export vond plaats in oktober 2020 (90,1 GWh). De voortschrijdende 12-maand accumulaties vonden hun hoogtepunten in oktober 2018 (import, 1.830,7 GWh), resp. januari 2021 (export, 476,2 GWh, die daarmee november 2020, met 442,8 GWh, naar de 2e plaats heeft verwezen). Als we de "balans" van import minus export volumes van zonnestroom certificaten in een aaneengesloten periode van 12 maanden tegen elkaar afzetten, zien we sedert het eerste datapunt (maart 2015) een zeer grote spreiding. Variërend van 1.771 GWh (oktober 2018 en 11 maanden daar aan voorafgaand) positief, tot 23,2 GWh negatief (meer export dan import van zonnestroom GvO's in die periode) voor maart 2020 en de daar aan voorafgaande 11 maanden.

Nagekomen (4 maart 2021)

In reactie op een vraag van Polder PV op Twitter over de onwaarschijnlijk lage capaciteits-toename in het februari rapport, kreeg ik het volgende ontluisterende bericht van de TenneT dochter:


https://twitter.com/CertiQ/status/1367549710156910597

Dit zou betekenen, dat we inmiddels al het vierde (!) grote "data incident" hebben bij CertiQ, het resultaat van incorrecte opgaves van een (of meer) netbeheerder(s), die kennelijk (deels ?) alweer zou(den) zijn gecorrigeerd in het februari rapport. Ik kan niet anders concluderen, dan dat dit een zeer kwalijke zaak is, en dat er als gevolg van deze ingave fouten, en de niet geoormerkte, en dus onnavolgbare correcties die daar het gevolg van zijn, er geen touw meer aan de maandrapportages is vast te knopen. En dat we mogelijk zelfs nog méér van dergelijke ingrijpende data incidenten tegemoet zullen kunnen zien. Het is, derhalve, niet voor niets, dat ik aan het begin van al mijn CertiQ rapportage analyses, een flinke disclaimer heb opgenomen. Om u te waarschuwen voor potentiële (grote) fouten in de aangeleverde data. Pas véél later zullen we te weten (gaan) komen, wat de "werkelijke" jaar volumes zullen zijn geworden, als (finale) revisies van jaarcijfers (helaas geen getallen per maand) bekend worden gemaakt door het agentschap. De maandrapportages kunnen kennelijk forse foute ingaves en/of (deels) correcties daarop bevatten, waardoor ze beslist géén "normale", logische evolutie laten zien die je van een gevestigd instituut als CertiQ zou verwachten. Een slechte zaak, in tijden waarin hárde, nauwkeurige data, essentieel zijn !

Eerdere analyses van maandrapportages 2021 op Polder PV:

Januari 2021

Bron:

Statistische overzichten CertiQ (per maand)


 
^
TOP

24 februari 2021: 2 "Kerncentrales aan zonnestroom" - Eerste zonnestroom cijfers CBS over 2020 - zoals verwacht spectaculaire groei, met, voorlopig, 3.036 MWp, CertiQ volume bij accumulatie dominante helft. Ook andere modaliteiten groeien hard. Het CBS voelt de "druk" vanuit de samenleving als geen ander als het om "harde cijfers" over energie uit hernieuwbare bronnen gaat. Jaren geleden mochten we "blij" zijn als we pas laat in het voorjaar eerste cijfers over zonnestroom kregen gepresenteerd van het voorafgaande jaar. Die echter later meermalen moesten worden bijgesteld. Dat had onder anderen te maken met het feit dat dit met zeer moeizame belrondes richting leveranciers gepaard ging, waarvoor Polder PV jaren uitgebreide, lange lijsten verstuurde naar het CBS. Het data instituut heeft haar methodiek na zeer prangende vragen uit gemeentes en provincies compleet gewijzigd, waardoor sneller, en ook meer regionaal gesegmenteerd cijfers beschikbaar komen. Die echter evengoed weer later kunnen worden bijgesteld, wat trouwens ook in andere landen om ons heen regelmatig gebeurt, al zijn daar de feitelijke registraties véél beter georganiseerd, en niet zo'n chaos zoals in ons eigen land.

Vorig jaar werden de eerste cijfers voor 2019 al "relatief snel" gepresenteerd, al op 4 maart 2020 (analyse Polder PV). Dit jaar wist het CBS dat record nog eens te verbreken, en kwamen 24 februari 2021 de eerste data voor 2020 reeds in de openbare ruimte terecht. En die zijn spectaculair, zei het nog wel "voorlopig". CBS voegde 3.036 MWp aan zonnestroom genererende capaciteit toe aan haar databank voor kalenderjaar 2020, en kwam reeds op een cumulatie uit van 10.213 MWp, eind vorig jaar. De - berekende - productie steeg met 53% naar 8,1 TWh, ruim het dubbele van de jaarproductie van kernsplijter Borssele. Ook windenergie productie, én elektriciteit verkregen uit diverse soorten biomassa stegen hard. Bij de stroomvoorziening steeg het aandeel van alle hernieuwbare bronnen bij elkaar, met een zeer gewenste 40%, naar ruim een kwart van het binnenlandse stroom verbruik.

Zonnestroom

Eerst de cijfers voor zonnestroom in historisch perspectief. Capaciteit voor de voorgaande jaren blijkt marginaal te zijn gewijzigd ten opzichte van mijn staatje van 10 december 2020 (alhier besproken), 2020 is toegevoegd. Naar analogie van mijn al jaren bijgehouden "verschil tabel" (verschillen tussen eerste cijfers en "definitieve" data per kalenderjaar) hieronder eerst de bijgewerkte tabel tot en met 2020:

Voor de "meest recente" (huidige) update, zijn de EOY accumulatie cijfers voor zowel 2018 als 2019 marginaal met 1 MWp neerwaarts bijgesteld in de CBS tabel (3e kolom "most recent", 4.608 resp. 7.177 MWp), de afgeleide jaargroei cijfers zijn inmiddels 1.697 MWp (2018), resp. 2.569 MWp (2019). 2020 is nu voor het eerst toegevoegd, met 10.213 MWp EOY accumulatie in de 2e kolom ("1st est." = officieel door CBS gepubliceerde eerste afschatting voor het betreffende jaar). Vergeleken met het licht bijgestelde EOY volume voor 2019, betekent dat momenteel dat 2020 een jaargroei heeft gekend van (vermoedelijk minimaal) 3.036 MWp. Dat is 18,2% groei van het nieuwe jaar volume t.o.v. 2019, in, laten we dat hier ook maar weer goed in de oren knopen, het "Covid19" jaar 2020, waarbij forse inperkingen van de economische activiteit zijn opgelegd. Dit mag beslist als een prestatie van formaat worden gezien door de zonnestroom sector in Nederland !

Disclaimer: 2019 staat volgens het CBS nog steeds met twee sterren vermeld, "nader voorlopig". In theorie zou zelfs dat cijfer nog kunnen wijzigen, maar als dat al gebeurt zal dat marginaal zijn, verwacht Polder PV. 2020, met 1 ster, zal beslist nog aangepast gaan worden ("voorlopige cijfers"), daarvoor zouden updates in de zomer, en zeker nog eind 2021 verwacht kunnen worden, gezien de statistiek historie van het CBS.

In bovenstaande al jaren bijgewerkte grafiek van Polder PV de evolutie van de Nederlandse zonnestroom markt, getoond vanaf 2012. De blauwe kolommen tonen de einde-jaars accumulaties in MWp (EOY). De oranje kolommen geven de jaargroei in het betreffende jaar weer, wederom in MWp (beide variabelen met referentie de rechter Y-as). Cijfers voor 2018-2019 zijn marginaal aangepast, de eerste, zeer voorlopige data voor 2020 zijn achteraan als gearceerde kolommen toegevoegd. Duidelijk wordt, dat de groei met name vanaf kalenderjaar 2018 fenomenaal is geweest, en zelfs in Covid19 jaar 2020 nog verder is versterkt. In de grijze curve is de toename (of, 2014, kleine afname) van de jaargroei t.o.v. de aanwas in het voorgaande jaar ("x-1") getoond in procenten, met referentie de linker Y-as. Vooral in 2018 was de toename zeer hoog t.o.v. de aanwas in 2017, 119% (ruime verdubbeling van de jaargroei). Al zakt dat percentage via 51% in 2019, naar 18% in 2020, dát er met de immense volumes die er jaarlijks worden geplaatst toch nog steeds bijna een vijfde meer groei is in 2020 dan in het voorgaande record jaar 2019, mag als een byzonder goed resultaat worden gezien, waar veel andere industriële sectoren jaloers naar zullen kijken.

De zeer hoge groei in 2013 moet in het licht worden gezien van de toen hoge impact van de nationale subsidie voor particulieren, die toen nog met hun volumes "de markt domineerden". Die handje-contantje subsidie werd verstrekt als maatregel uit het beroemde "Lenteakkoord". Het geld was echter medio 2013 "op", en toen stortte de markt als vanouds weer - tijdelijk - in elkaar. Resultaten van die tijdelijke subsidieregeling vindt u hier op Polder PV. Daarna nam de enorme groei vanuit de SDE gesubsidieerde projectenmarkt, vermeerderd met door kostenreducties veroorzaakte "natuurlijke groei" van de residentiële markt, én natuurlijk ook de incentive van de mogelijkheid tot teruggave van de btw op de aanschaf van de installaties bij kleinverbruikers, die gezamenlijk de totale volumes jaar na jaar verder gingen opstuwen.

Korte vergelijking met andere bronnen

De nieuwe cijfers van het CBS zijn voor kalenderjaar 2020 voor de eindejaars-accumulatie momenteel 1,0% hoger dan data begin dit jaar gepresenteerd in het Nationaal Solar Trendrapport 2021 van DNER, en voor het jaargroei volume zelfs al 3,5%. De verwachting is dat die verschillen nog kunnen oplopen.

Kijken we naar de laatst bekende cijfers van CertiQ, 1.644 MWp EOY 2018 en 3.280 MWp EOY 2019 (analyse PPV), resp. voorlopig eerste cijfer voor EOY 2020, 5.123 MWp (analyse PPV), komen we voor de verhoudingen van de gecertificeerde eindejaars-capaciteit t.o.v. het totale landelijke volume op relatieve aandelen van 36% (2018), 46% (2019), tot zelfs al ruim 50% (2020). Vooral die laatste verhouding kan nog beslist gaan wijzigen, omdat zowel de CertiQ als de CBS data op dat punt nog lang niet "definitief" zijn. Maar duidelijk is, dat het CertiQ bestand in ieder geval, vanwege de onstuimige groei in dat dossier, vanaf 2021 het "dominante volume" aan PV capaciteit heeft staan. Wat grotendeels, doch niet exclusief, uit SDE gesubsidieerde installaties bestaat. Het is goed om dit even duidelijk op het netvlies te krijgen, want het is weer een zoveelste historische piketpaal in de dynamische geschiedenis van zonnestroom in Nederland.

Eind 2030 zou volgens de Klimaat- en Energieverkenning 2020 volgens het PBL er een zonnestroom volume van "26.000 megawatt" kunnen staan in ons land (rapportage, pagina 96). Daarvan is echter eind vorig jaar al ruim 10 GWp bereikt, en zou er nog maar 16 GWp bij moeten komen in tien jaar tijd (!). U kunt er vergif op innemen, dat die prognose van het PBL al rap in de prullenmand kan, zelfs als de SDE regeling(en) in 2025 zouden worden stopgezet, vanwege verdergaande kosten dalingen door de gehele sector. En dat die KEV prognose voor eind 2030 fors zal moeten worden bijgesteld, als we zelfs een stabilisering van de groei zouden gaan krijgen (zeker de eerstvolgende jaren echter veel meer verwacht dan in recordjaar 2020).

Zonnestroom productie - nieuwe cijfers

Voor zonnestroom productie had ik het laatst een grafiek getoond met de status van 29 juni 2020 (alhier), hierin is de berekende productie voor de jaren 2018 en 2019 ook weer aangepast, en de output in 2020 toegevoegd:

De berekende jaarproducties in 2018-2019 zijn gewijzigd. Ten opzichte van de update van juni 2020 is er voor 2018 een volume van 16 GWh bijgeboekt, een klein verschil van 0,4%, nu leidend tot een berekende productie van in totaal 3.709 GWh in dat jaar. Voor 2019 is het verschil beduidend groter, 166 GWh kwam er voor dat jaar bij, 3,2% meer dan in de update van juni 2020 nog was gepubliceerd. In 2019 zou er nu 5.336 GWh aan zonnestroom zijn geproduceerd, waarbij de (aangepaste) capaciteits-cijfers worden gebruikt, instralingsdata van het KNMI worden gehanteerd voor de laatste jaren, en kengetallen voor de productie worden gebruikt (vermoedelijk nog steeds te laag). De verbeterde methodieken zijn ook terug te vinden in een vergelijking met de database van En-Tran-Ce, die voor Klimaatakkoord de energieopwek.nl site bijhoud, en die over omvangrijke bestanden aan data en simulerings-modellen beschikt. Er zijn nog steeds wel verschillen, maar globaal lopen de berekende maandproductie cijfers van deze data instellingen inmiddels behoorlijk in de pas. Zie analyse van Polder PV van 4 december 2020.

De eerste productie data voor 2020 zijn achteraan toegevoegd in een afwijkend kleurstelling, omdat hier nog wel het een en ander aan zal wijzigen. Vorig jaar zou een record hoeveelheid van 8.056 GWh aan zonnestroom zijn geproduceerd, wat meer dan twee maal het jaarvolume van kernsplijter Borssele is (3.701 GWh in 2019).

Kijken we naar de impact in de elektriciteits-markt, zit zonnestroom in 2020 al op een percentage van 6,74% aandeel ten opzichte van de totale bruto productie van elektriciteit volgens de CBS cijfers. Kijken we echter naar de netto productie, waarvan het verbruik voor de eigen productie (bijv. in kolencentrales e.d.) is afgetrokken, zit zonnestroom zelfs al op een percentage van 6,93%. De verwachting is dat dit alleen maar verder zal gaan toenemen, gezien de verwachte uitbouw van grote hoeveelheden capaciteit.

Totale groei "hernieuwbaar" opmerkelijk hoog

CBS had ook een kort eigen artikel over de totale productie van stroom uit hernieuwbare bronnen. De groei van de productie was fenomenaal, 40% t.o.v. 2019. Meer dan een kwart van de in ons land verbruikte stroom kwam al van hernieuwbare bronnen, in 2019 was dat nog 18%. De verdeling van de jaarproducties voor de afgelopen drie jaar vindt u hier onder, gesplitst per bron.

Jaarproducties (TWh)
2018
toename (%)
2019
toename (%)
2020**
toename (%)
windenergie
10,03
4,0%
10,77
7,4%
13,90
29,1%
biomassa
4,70
0,6%
6,01
27,9%
9,31
54,9%
zonnestroom
3,71
67,9%
5,34
43,9%
7,99*
49,6%
waterkracht
0,09
0%
0,09
0%
0,09
0%
Totaal
18,53
11,2%
22,21
19,9%
31,29
40,9%

In de tabel is onder "toename (%)" het verschil van de jaarproducties in de kolom er links van getoond ten opzichte van de volumes in het voorgaande jaar. De verschillen tussen de jaren onderling, en tussen de hier getoonde vier modaliteiten, zijn opmerkelijk, afgezien van waterkracht, wat stabiel blijft op een marginaal niveau. Windenergie kende YOY groeicijfers van de output van 4, via 7,4, naar een hoge 29,1% in 2020 (t.o.v. 2019). Dit laatste werd vooral veroorzaakt door ingebruikname van offshore turbine capaciteit voor de Zeeuwse kust, wat een grote slok op een borrel toevoegde op het totaal. Maar ook verrassend is de forse toename van biomassa, die de jaargroei zag toenemen van een marginale 0,6% in 2018 (t.o.v. 2017), via bijna 28% in 2019, naar het hoogste groei percentage van allemaal, bijna 55% in 2020 t.o.v. het volume in 2019. Dit komt gegarandeerd door met name de sterk toegenomen - gesubsidieerde - biomassa bijstook in steenkolencentrales. Maar zonnestroom laat ook hoge groeicijfers per jaar zien, bijna 68% meer productie in 2018 tov 2017, bijna 44% in 2019 t.o.v. output in 2018, en een spectaculaire bijna 50% in 2020, t.o.v. het volume in 2019. Dit zal waarschijnlijk nog niet einde verhaal zijn, omdat ook de capaciteit (groei) cijfers nog flink zullen worden bijgesteld voor 2020. Hydropower / waterkracht zit al jaren op een stabiel en zeer laag niveau. Bij de totalen groeien de toenames per jaar ook verder aan: ruim 11% groei in 2018 tov het volume in 2017, bijna 20% in 2019 t.o.v. volume in 2018, en alweer bijna 41% groei in 2020 t.o.v. het productie volume in 2019.

* CBS geeft in het artikel van 24 februari 2020, ook grafisch, 7,99 TWh op voor zonnestroom. Ik haal echter, zoals gebruikelijk, deze cijfers uit de detail tabel op het Opendata portal, met hetzelde datumstempel (hier). Daar staat al een hogere productie van 8.056 GWh voor 2020 vermeld, zoals ik ook in de tweede grafiek heb weergegeven in dit artikel. Onduidelijk is waar dat kleine verschil aan ligt.

Grafiek uit artikel van © het CBS van 24 februari 2021, met de opvallende progressie van elektriciteit productie uit hernieuwbare bronnen, van grootste naar kleinste contribuant (2020) windenergie (13,90 TWh), biomassa (9,31 TWh), zonnestroom (7,99 TWh), tot "klein zusje" waterkracht (90 GWh, vrijwel onzichtbaar op dit niveau).

De stroomproductie voor 2020 is nog niet geheel bekend. In 2019 was de bruto productie 121,1 TWh, netto was het 117,6 TWh (dit zal niet structureel anders zijn in 2020, zie tabel CBS). Ten opzichte van de 31,3 TWh uit duurzame bronnen zou het aandeel t.o.v. de bruto productie opgelopen kunnen zijn naar zo'n 26%.

In 2020 blijft windenergie uiteraard de grootste contribuant bij de opwekking uit hernieuwbare bronnen, 44% van totaal volume. Biomassa volgt, ondanks de forse groei, op afstand, met bijna 30%. Zonnestroom volgt daar niet ver achter, met ruim 25,5%. Waterkracht doet voor spek en bonen mee, met minder dan 0,3%.

Bronnen (extern)

Productie groene stroom met 40 procent gestegen (24 februari 2021, CBS)

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen / Gewijzigd op: 24 februari 2021 (24 februari 2021, CBS - Statline)

Groene stroom met 40 procent gestegen; zonnestroom maakt inhaalslag (24 februari 2021, NOS)

Bronnen, links (intern)

Alle cijfermatige wijzigingen en aanvullingen van / door het CBS voor het jaar 2019 (en eerder) vindt u hier onder op een rijtje, met de link naar het artikel van Polder PV over deze wijzigingen / aanvullingen achteraan vermeld.

Voor de grote eindejaars-revisies van de zonnestroom data tm. 2019 bij het CBS - analyses op Polder PV, zie:

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012

Voetnoot: berekende cijfers in dit artikel gepresenteerd kunnen iets afwijken van opgaves door CBS vanwege afrondingsverschillen / gebruikmaking van afgeleide data

 
 
 
© 2021 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP