Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
Tussenrapportage voorjaars-ronde SDE 2019: 4.738 PV projecten beschikt (record SDE "+")
Klimaat- en Energieverkenning 2019 PBL:
I Verwachting evolutie zonnestroom productie tm. 2030
II Evolutie PV capaciteit tm. 2030 en aandeel zonneparken
III Reactie Min. EZK, extra voorstellen, en "aflaten" voor stoppen gaten Klimaatakkoord

"Definitieve" jaar cijfers 2018 gecertificeerde PV capaciteit bij CertiQ
PV capaciteit data update netgebied Alliander - 579 MWp tm. QIII 2019, > 2 GWp accumulatie

15 oktober 2019 en recenter nieuws

<<< recenter

actueel 156 155 154 153 152 151 150-141 140-131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights



 
^
TOP

5 november 2019: Korte status update voorjaars-ronde SDE 2019 in lange kamerbrief - record aantal beschikkingen zonnestroom projecten onder SDE "+", 4.738 stuks. Vandaag verscheen een wederom lange kamerbrief met antwoorden op vragen aan Minister Wiebes van EZK n.a.v. de begrotingsbehandeling (2020). In de 286 antwoorden verdeeld over 76 pagina's ook een korte status update van de laatste drie SDE regelingen.

Onder vraag 46 publiceert Min. EZK een staatje met de huidige stand van zaken omtrent SDE 2018 I en II, en de voorjaars-ronde dit jaar, SDE 2019 I*:

Ten opzichte van het voorgaande voorlopige overzicht (10 juli 2019), toen er al 236 beschikkingen (inclusief 189 voor PV projecten) voor SDE 2019 I waren afgewezen, en eerdere publicaties, is wat zonnestroom betreft het volgende gewijzigd:

  • Getoonde status SDE rondes 2018 I en II ongewijzigd t.o.v. eerder gepubliceerde kamerbrieven.

  • Echter, het laatste RVO overzicht van 5 augustus liet al wat wat uitval voor die twee regelingen zien die hier niet wordt gerapporteerd door Min. EZK: SDE 2018 I 20 beschikte PV projecten met 9,7 MWp toen al afgeschreven, resp. SDE 2018 II 5 projecten met 1,8 MWp.

  • Het aantal beschikte zonnestroom projecten onder SDE 2019 I is gestegen van 3.025 (van aangevraagd 5.175) naar 4.738 projecten, 1.713 stuks meer, en momenteel 91,6% van het oorspronkelijk aangevraagde aantal. Van het totaal aantal nu beschikte SDE 2019 I projecten (4.864 stuks) claimt zonnestroom al 97,4%. Onder SDE 2018 I was dat oorspronkelijk, met 3.774 projecten, 96,8% (definitieve hoeveelheid), onder SDE 2018 II, met 4.411 stuks, 95,5% (definitief). Er zouden met de huidige update nog 248 aanvragen voor zonnestroom open kunnen staan voor SDE 2019 I, maar het extra aantal afgewezen exemplaren sedert de 189 in de eerste update is nog niet bekendgemaakt. Dus heel veel resterende projecten kan het niet betreffen. Vermoedelijk wel enkele "grotere" exemplaren die nog definitief beoordeeld moeten worden.

  • Genoemde nu beschikte aantal aanvragen voor zonnestroom is nu al een nieuw absoluut record onder het "SDE+" regime. Het ligt niet alleen hoger dan de oorspronkelijk beschikte 4.386 projecten in de voorjaars-ronde van SDE 2017 (waar in de update van 5 augustus van RVO helaas nog maar 3.458 exemplaren van over waren gebleven). Maar zelfs al fors boven de (toen record) 4.411 exemplaren uit SDE 2018 II (5 aug. 2019 nog 4.406 resterend). Er kan nog e.e.a. bijkomen, maar het record van SDE 2018 II is nu alweer gebroken.

  • Het toegekende budget voor de beschikte PV projecten is onder SDE 2019 I inmiddels al 2.544 miljoen Euro, ruim 65% van de nu toegekende 3.905 miljoen Euro. Dat komt gemiddeld neer op 537 duizend Euro per project. Onder SDE 2018 I was dat nog 538 duizend Euro (alle beschikte projecten), onder SDE 2018 II lag het bij het totaal aan beschikte projecten op een beduidend hoger niveau, 668 duizend Euro gemiddeld per project (NB: beschikte bedragen zijn maxima, en zullen in de praktijk beslist lager gaan uitvallen).

  • Het niveau tot nog toe voor SDE 2019 I ligt dus zo'n beetje op dat van SDE 2018 I. Echter, omdat de grote projecten vaak pas zeer laat worden beschikt (complexe beoordeling procedure), kan het beslist zo zijn dat onder SDE 2019 I het gemiddelde beschikte (maximale) bedrag per project nog een stuk hoger kan gaan uitpakken.

  • Alleen al in de laatste drie SDE rondes is er voor bijna dertienduizend PV projecten oorspronkelijk al ruim 7 en een half miljard Euro aan SDE "+" beschikkingen de deur uit gegaan bij RVO.

  • Er is 5 miljard Euro beschikbaar (beide SDE 2019 rondes hebben dat bedrag als budget plafond), er resteert nu nog bijna 1,1 miljard Euro om toe te kennen onder SDE 2019 I, mogelijk deels aan PV projecten.

  • Voor thermische zonne-energie zijn er inmiddels 29 projecten onder SDE 2019 I beschikt, dat is 34% van het oorspronkelijk aantal aanvragen (85 stuks). Het zijn niet zeer grote projecten, met een maximaal beschikt bedrag van 10 miljoen Euro. Dat is gemiddeld 345 duizend Euro per project. Dat was onder SDE 2018 I zelfs maar 273 Euro per beschikt project (definitief alle projecten). Onder SDE 2018 II werd een zeer fors gemiddelde behaald met maar liefst ruim 1,6 miljoen Euro per project met dus enkele zeer grote exemplaren (definitief). Daar zit SDE 2019 I nog ver van af. De vraag is wat er nog kan worden binnen gehaald aan (grotere) thermische zonne-energie projecten.

Wiebes geeft aan dat er - uiteraard - weer een kamerbrief zal komen: "Over de resultaten van de voorjaarsronde ga ik nader in op de beschikte projecten en relevante ontwikkelingen, zoals de netproblematiek". Maar hij noemt nog geen datum wanneer we die brief kunnen gaan verwachten. Wordt dus vervolgd.

* In de hashtag van de deep-link naar dit artikel staat abusievelijk "najaars-ronde" (moet natuurlijk voorjaars-ronde zijn). Die hashtag heb ik laten staan omdat er al meermalen naar het artikel is gelinkt van buitenaf, en ik geen doodlopende verwijzingen wilde veroorzaken (PJS).

Feitelijke vragen begrotingsbehandeling. Minister Wiebes beantwoordt de feitelijke vragen over begrotingsbehandeling (website Rijksoverheid, 5 november 2019)


3 november 2019: Klimaat- en energieverkenning 2019 PBL III. Reactie Wiebes / Min. EZK & extra voorstellen Klimaatakkoord incl. "aflaten". Uiteraard volgde op het enorme KEV 2019 rapport onder regie van het PBL (besproken door Polder PV, deel I, en deel II), een reactie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dit, omdat PBL al had aangegeven dat nog niet alle aangekondigde maatregelen van het Klimaatakkoord doorgerekend konden worden. Maar dat de perceptie was, dat alsnog Rutte III's regeerakkoord doel, "49% CO2 reductie in 2030", niet gehaald zou gaan worden.

Wiebes reageerde hier in een 24 pagina's lange brief op, waarvan de nummering vanaf pagina 2 in de soep is gelopen. Hij gaat uitvoerig in op de blijvende wens van Rutte III om die hoogst ambitieuze 49% te gaan halen, verwijst naar diverse afspraken die zijn gemaakt in, en na te komen verplichtingen jegens de Europese Unie, en gaat in op de wijze waarop Nederland denkt die afspraken (alsnog) na te komen. Althans, vanuit het kabinets-standpunt uit beredeneerd.

Wiebes erkent dat de al talloze paden die zijn ingegaan, ondanks forse inspanningen (onder anderen van de "Klimaat tafels"), nog steeds onvoldoende zijn om de gestelde doelen (inclusief het nakomen van de CO2 reductie doelstelling voor de rechter afgedwongen in de Urgenda Klimaatzaak) te bereiken. En komt met een zoveelste pakket van extra maatregelen om de grootste gaten te stoppen in het beleid.

Extra SDE "+" ronde 2020 ...
De meest opvallende maatregel is, dat er nota bene een extra subsidieronde onder de SDE zal worden ingelast, waarbij Wiebes deze nogal ongebruikelijke "move" onderbouwt, met het feit dat er twee spaken in het wiel van het reeds flink op stoom gekomen SDE "circus" zijn gestoken, die voortvarende project aanvraag en -bouw dreigen te brusqueren. Dat zijn de dreigende "bouwstop" voor alle grotere bouwprojecten vanwege de uitspraak van Raad van State over het stikstof dossier ("PAS uitspraak", zie ook info pagina van de overheid, met "stikstof helpdesk", en FAQ), waar zelfs duurzame energie projecten de klos van dreigen te worden. En, als noviteit, door hemzelf veroorzaakt (...): als gevolg van het niet verkrijgen van een positieve transportindicatie van de regionale netbeheerder, dreigen projecten zoals zonneparken die al ver in het stadium van voorbereiding zijn, in de momenteel lopende najaars-ronde van SDE 2019 te gaan stranden ("geen transportindicatie, dan ook geen geldige aanvraag", resulterend in afwijzing door RVO).

Bizar is wel, dat Wiebes stelt: "Door de mogelijkheid te bieden om een nieuwe aanvraag in te dienen, kunnen projecten waarvoor een negatieve transportindicatie is afgegeven op een andere locatie alsnog worden gerealiseerd. Ook projecten waarvoor geen vergunning kon worden afgegeven in verband met PAS-uitspraak kunnen mogelijk alsnog worden gerealiseerd. De extra opstellingsronde draagt daarmee niet alleen bij aan het aandeel hernieuwbare energie, maar biedt ook de mogelijkheid om hernieuwbare energieprojecten die vanwege bovenstaande redenen niet zijn gerealiseerd alsnog tot stand te brengen". De crux zit hem natuurlijk in die eerste frase, "een andere locatie". Want Wiebes is niet van plan om de netbeheerders nog verder op de kast te jagen, maar biedt zogenaamd een uitweg voor de betreffende ontwikkelaars, om dan maar "ergens anders" een project te gaan starten. Waar dus [nog] geen netproblemen zijn, en een transportindicatie van de daar actieve netbeheerder geen probleem zou zijn. Ergo: er wordt gewoon "tijd" gegeven om een compleet nieuw project, met alle toeters en bellen die daar aan vast zitten, en alle kosten die in de voorbereiding gestoken zullen moeten worden (procedures, informatie avonden, rapportages ...), van de grond te krijgen.

Lokale coöperaties (wederom) de klos ?
Het bestaande project, waarvoor géén (tijdige) transportindicatie afgegeven kon worden, maar waarvoor al veel geld in de voorbereiding is gestoken, staat echter de facto on-hold, met een groot vraagteken op mogelijkheid tot realisatie, als de lokale transport knelpunten niet binnen afzienbare tijd opgelost zullen zijn. Een nogal onzekere propositie richting de betreffende ontwikkelaars. En voor lokale energie coöperaties, die specifiek locatie-gebonden zijn, natuurlijk de hond in de pot: die kunnen waarschijnlijk moeilijk intern "verkopen" dat ze "elders in de regio" (als daar al geen transport problemen zijn) een project "moeten" gaan realiseren, omdat het in de regio de komende tijd met hun met veel bloed, zweet, en tranen, tot stand gekomen lokale project "nog niet kan" (omdat de capaciteit is vol geclaimd door enkele grote project ontwikkelaars). Een geheel "nieuw", onzeker project, "elders" in de regio, kun je niet verwachten, van vrijwilligers die al jaren op hun tandvlees lopen met hun eerste, nog steeds niet gerealiseerde "lokale kindje".

Voor goed in de slappe was zittende grotere projectontwikkelaars kan het ontwikkelen van "andere" locaties een tijdelijke escape zijn, al zullen ze tandenknarsend moeten accepteren dat onderdelen in hun bestaande project portfolio ernstige vertraging gaan oplopen (en mogelijk bij langdurige blokkade van de regionale transport capaciteit, afgeblazen moeten gaan worden).

Na wat opmerkingen over terughoudendheid jegens de maatschappelijk gevoelige projecten voor biomassa verbranding, stelt Wiebes dat "deze extra openstellingsronde wordt gefinancierd uit het niet-benutte budget van de openstellingsronden in het voorjaar en najaar van 2019 en gaat dus niet ten koste van de openstellingsronde van de verbrede SDE++ in 2020. Hiermee zal naar verwachting de komende jaren additionele hernieuwbare opwek en CO2- reductie kunnen worden gerealiseerd". Wat er met "het niet-benutte budget" uit voorgaande jaar-rondes zal geschieden wordt er niet bij gezegd. Alleen al voor zonnestroom, zijn duizenden projecten uit die rondes inmiddels richting de virtuele papiershredder gegaan (overzicht laatste stand van zaken SDE 5 aug. 2019, alleen al 3.600 projecten met een gezamenlijke capaciteit van maar liefst 943 MWp, onder de SDE "+" regelingen tm. SDE 2018 II, samengesteld door Polder PV).

Andere "nieuwe" maatregelen die belangrijk zijn voor zonne-energie in de kamerbrief:

  • Het ISDE budget voor 2019 is met MEUR 60 opgehoogd. Dat wisten we al, in de grafiek die ik al twee jaar bijhoud met updates van RVO, staat de nieuwe 160 miljoen Euro voor 2019 reeds sinds september ingetekend. Niet voor zonnestroom panelen, wel voor (thermische) zonnecollectoren toegankelijk. Waarvan het effect "beperkt" is, en waarschijnlijk zal blijven. Eind 2020 houdt de ISDE op te bestaan.

  • Vanwege optimaal "draagvlak", en natuurlijk ook n.a.v. de aangenomen - gewijzigde - motie van Carla Dik-Faber (CU), om "een zonneladder" in de besluitvorming op te nemen (impliciet doel: zonneparken onderaan "die ladder" te krijgen), kondigt Wiebes een aanvullend maatregelenpakket aan "dat beoogt het versnellen van de uitrol van zon op daken van onder andere overheidsgebouwen, scholen en particulieren". In eerste instantie lijkt dat vooral om een informatie campagne, o.a. richting schoolbesturen, te gaan (particulieren krijgen al jaren de reclame load van 1.700 aanbiedende partijen over zich heen). Daarnaast wordt het budget voor het ontwikkelfonds voor energiecoöperaties verdubbeld (gaat naar 10 miljoen Euro) "om hun slagkracht te vergroten" en meer projecten gerealiseerd te krijgen. Dit wordt vooral ingezet om de aanloopkosten van grotere (wind- en zon) projecten te dekken. Daarnaast wordt via het zogenaamde "Kennis- en Innovatieplatform Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed" getracht om actie uit te lokken bij de vele beheerders van gebouwen met een maatschappelijk relevante functie, door verduurzamings-adviezen aan hen te (laten) verstrekken. Deze nieuwe ontwikkelingen (kunnen) nog niet worden gekwantificeerd, de impact van de effecten is onzeker.

  • Het Rijk gaat (eindelijk...) versneld inzetten op verduurzaming van het eigen vastgoed. Zowel op de daken, als op de Rijksgronden. Dat moet dan wel weer, daar is het gebruikelijke toverwoord, "kostenefficiënt". De potentie zal met name op Rijksgronden (lees: die vermaledijde zonneparken) het grootst zijn van alle hier voorgestelde nieuwe acties. We weten immers nu al enkele jaren, dat een relatief bescheiden aantal zonneparken enorme capaciteiten kunnen inbrengen (tm. 2018 al dik 13% van het totaal gerealiseerde volume claimend volgens data van Polder PV). Maar ze zijn ook "niet onomstreden" ... De potentie op daken is er beslist, maar veel van die Rijks-panden zijn ook oud, en deels monumentaal. Wel goed dat eindelijk wordt ingezien dat deze weg ingeslagen moet worden, al was het vanwege de voorbeeld functie. Mij staat nog vers de uitspraak van Directeur Rijksgebouwendienst Peter Jägers, in het geheugen gegrift: "Zonnepanelen, daar beginnen we nog niet aan. Het levert te weinig op". Dat was in de herst van 2009. Times, they change ...

  • Het thema "energiebesparing" bij het bedrijfsleven, aangedragen door een actiepunten lijst van Urgenda ("40 punten plan"), heeft zowel directe, als mogelijk indirecte gevolgen voor extra stimulans voor zonne-energie projecten. De overheid gaat bijvoorbeeld bezien of de reeds wettelijk geldende informatieplicht voor besparings-maatregelen ingezet kan worden als voorwaarde in aanbestedingsprocedures. In een bijlage bij de kamerbrief gaat Wiebes in op de reactie van het kabinet op de diverse voorstellen van Urgenda. Ongeveer een tiental punten is direct of indirect relevant voor de zonnestroom markt. Een groot deel van de acties was al bekend, deels worden ze afgeserveerd als onhaalbaar (op korte termijn).

  • Daarnaast is de regering nog steeds op zoek naar andere mogelijkheden om de gaten te stoppen die het bereiken van het eigen hyper-ambitieuze doel (49% CO2 reductie in 2030) nog tot een redelijk utopische excercitie bestempelen. Alle suggesties die daarbij kunnen helpen zijn welkom. Dus wellicht, als u een lumineus idee heeft: hier is de contact pagina van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Hoe dit alles ("extra maatregelen Klimaatakkoord") zal gaan uitwerken is nog byzonder slecht te kwantificeren. Mogelijk dat het PBL in haar volgende analyse daar intelligente antwoorden op weet te formuleren. Ik denk dat de impact van het ter beschikking stellen van Rijksgronden voor grotere zonneparken een hoge impact kán hebben. Dat hoeft beslist niet (voormalige) landbouw grond te zijn, die immers ook ooit ontnomen is aan "de natuur" (en waar je nooit iemand over hoort). Er is veel ruimte langs infrastructuur, waar met een beetje wil mooie PV projecten op zijn te realiseren, waar niemand "last" van heeft. Duitsland doet dat al jaren, en had er korte tijd zelfs een expliciet regeling voor onder de EEG wetgeving. Tijdens onze treinreizen door dat pionier land komen we regelmatig zonneparken langs het spoor (en langs snelwegen) tegen. Onder anderen, op weg naar Denemarken, meerdere exemplaren rond Barderup zuidelijk van Flensburg (hier). Als het Rijk hier echt verschil in wil maken, en die gronden ter beschikking wil stellen voor zonneparken, eventueel in combinatie met 1 of meer windurbines (cable-pooling), bij voorkeur natuurlijk, met lokale participatie. Want draagvlak "rules" in Nederland.

"Statistische overdracht" - salderen summa cum laude
Ronduit onrustbarend in deze alweer lange kamerbrief is de passage over de aflaten die Wiebes overweegt, omdat het aandeel van 14% duurzame energie in 2020 (Europese verplichting) ook volgens de meest recente berekeningen van het PBL beslist niet zal worden gehaald (11,4% i.p.v. de verplichte 14%). Ondanks eerder parlementair verzet tegen het inzetten van SDE gelden voor "goedkope duurzame energie projecten in het buitenland" (ter invulling van de nationale doelstellingen !) overweegt Wiebes nu de inzet van het nieuwste magische instrument. Dit, omdat hij inmiddels begint in te zien dat de Europese Commissie problemen gaat veroorzaken: "Als Nederland het doel van 14% hernieuwbare energie in 2020 niet haalt, kan de Commissie Nederland in gebreke stellen en de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU". Om deze Nationale Ramp en - voor Rutte III kennelijk onverteerbare - reputatie beschadiging voor ons geweldige (rijke) land te voorkomen, zet Wiebes in op de mogelijkheid tot statistische overdracht. "Hiermee kan een deel van de hernieuwbare energie die met bestaande projecten in een ander lidstaat wordt opgewekt worden overgenomen en aan Nederland worden toegerekend, waardoor het meetelt in het behalen van het Nederlandse doel". Met andere woorden: "OK, we gaan het dus niet zelf halen, die armetierige doelstelling voor 2020, dan gaan we het gewoon 'elders' (laten) realiseren".

In een brief van 15 januari 2018 antwoordde Wiebes nog op vragen van de vaste kamercommissie voor Economische Zaken (van 22 december 2017) over dergelijke suggesties, met "Nee, ik ben niet bereid tot een garantstelling voor hernieuwbare energieprojecten in het buitenland", daarbij mede verwijzend naar een aangenomen motie van Dik-Faber (CU) en Van Tongeren (GroenLinks) van 17 november 2014. Maar hij hield daarbij de mogelijkheid van zo'n optie open, en ambtelijk onderzoek naar de haalbaarheid van zo'n forse verruiming van het subsidie beleid zou gewoon doorgaan. Waarbij hij verwijst naar zijn ambtsvoorganger Henk Kamp, die zo'n optie in eerste instantie uitsloot, echter onder voorwaarde "voordat is gebleken dat dit onvermijdelijk is om de doelstellingen te halen en daarover met de Kamer van gedachten is gewisseld" (brief van Kamp aan het parlement, 9 januari 2015).

Te gek voor woorden, of "nood breekt wet"?
Zelfs al moeten we hier benadrukken, dat "elders" nog steeds de Europese Unie betreft, het is natuurlijk te gek voor woorden, dat ons land zich met zo'n rekentruuk (die ook nog eens - voor hoeveel ? - betaald moet gaan worden. Door wie? Door de massaal jarenlang VVD stemmende bevolking natuurlijk ...) van haar jarenlange wanprestatie op het gebied van energie productie uit hernieuwbare bronnen zou gaan afmaken. Dit doet mij sterk denken aan het geweldige stuk over "salderen" sensu lato van Vincent Bijlo, wat ik op Polder PV mocht her-publiceren. En het riekt ook sterk naar de steeds vaker door bedrijven bedreven aflaat en afschuif politiek, die Sybrand Frietema de Vries over het "boekhoudkundig wegmoffelen van schade aan klimaat en natuur" recent in het Friesch Dagblad aan de kaak stelde als "ontoelaatbaar", onder de kop "de vervuiler compenseert" (Tweet met column van 25 oktober jl.). Als je er zelf kennelijk niet toe in staat bent, vanwege jarenlang wanbeleid en struisvogel politiek, ga je gewoon "elders" je compensatie halen. Je "saldeert" gewoon alle verantwoordelijkheid weg elders op deze planeet, en wat dat voor consequenties voor mondiale verhoudingen e.d. heeft zal je verder een zorg wezen (goed passend in de onverwoestbare Nederlandse "VOC mentaliteit").

Wiebes doet echter, nu het water aan de lippen staat, serieus de suggestie om dat door boekhouders verzonnen onzalige mechanisme in werking te gaan stellen. Niet alleen, omdat er momenteel geen (fysieke) projecten bestaan die ingezet kunnen worden om voor 2020 het gewenste "resultaat" ("administratief bereiken van de 14%") te bewerkstelligen. Maar, zonder met de ogen te knipperen:

"Om de resterende opgave – voor zover resterend na het aanvullende maatregelenpakket – in te vullen, kan statistische overdracht een noodzakelijk sluitstuk zijn van een breder pakket aan maatregelen om de Europese doelstelling te realiseren en een eventueel boete en dwangsom te voorkomen. Daarom verken ik op dit moment de ruimte en voorwaarden voor statistische overdracht in aanvulling op alle genoemde nationale maatregelen. Hierbij zou het wenselijk zijn dat de middelen die met de overdracht gemoeid zijn, worden besteed aan de energietransitie in de EU".

Laat die maar eventjes op u inwerken ...

Extern:

Kamerbrief over Kabinetsreactie op de Klimaat- en Energieverkenning 2019 en de aanvullende notities (24 pagina's, 1 november 2019)

Reacties van branche- en milieu organisaties en koepels op Klimaat- en Energieverkenning 2019:

NVDE-reactie op KEV: Voortvarende klimaatactie permanent nodig en bron van kansen (NVDE, 1 nov. 2019)
Klimaat- en Energieverkenning toont spectaculaire ontwikkeling elektriciteitssysteem (Energie Nederland, 1 nov. 2019)
Reactie Natuur & Milieu op Klimaat- en Energieverkenning (N&M, 1 nov. 2019)
KEV 2019: klimaatdoelstellingen 2020 waarschijnlijk niet gehaald (VEMW, 4 nov. 2019)

Andere beschouwingen over de Klimaat- en Energieverkenning 2019 op Polder PV:

Klimaat- en energieverkenning 2019 PBL I. Status productie potentieel zonne-energie (1 november 2019)

Klimaat- en energieverkenning 2019 PBL II. Status zonne-energie - gemiddelde groei 2018-2030 >16%/jaar (3 november 2019)


3 november 2019: Klimaat- en energieverkenning 2019 PBL II. Status zonne-energie - gemiddelde groei 2018-2030 >16%/jaar. In deel I van dit drie-luik gaf ik een grafische representatie van de mogelijke ontwikkeling van de productie van zonne-energie tm. 2030 volgens nieuwe cijfers gepresenteerd door het PBL en CBS. In het 242 pagina's omvangrijke definitieve KEV 2019 rapport van PBL staan nog meer passages omtrent zonnestroom die hier worden behandeld.

PV capaciteit evolutie volgens KEV 2019
Op p. 105 gaat PBL in op de mogelijke ontwikkelingen bij zonne-energie, dominant zonnestroom. PBL verwacht dat de capaciteit van PV, na eind 2018 - voorlopig volgens CBS - 4.414 MWp te hebben bereikt (door PBL afgerond op 4.400 MWp), eind 2020 zal zijn toegenomen tot 9 GWp, in 2023 zal zijn aangezwollen tot 15 GWp, en omstreeks 2030 een volume van 27 GWp zal hebben bereikt. Dit impliceert, dat door het PBL in de periode 2018-2030 rekening wordt gehouden met compound annual growth rates (CAGR) van gemiddeld 11%/jaar voor de residentiële sector, ruim 20%/jaar voor de "niet-woning" sector, en gemiddeld rond de 16,3%/jaar voor de totale marktgroei voor zonnestroom capaciteit in die periode.

Zoals in het eerste artikel van dit drie-luik geponeerd, was mijn eerdere voorspelling voor eind 2019 6,7 GWp (met verwachte jaargroei van 2,3 GWp in 2019), wat zou inhouden dat volgens PBL ongeveer een zelfde jaar volume in 2020 zou moeten worden gerealiseerd (2,3 GWp). Gezien de enorme stapel SDE beschikkingen die tijdig moeten worden afgerond, om het gevaar van intrekking door RVO te voorkomen, lijkt me dat aan de conservatieve kant. Mogelijk houdt PBL rekening met forse uitval of "niet tijdige realisatie" als gevolg van capaciteit problemen op het net in 2020 en in de jaren daarna, en/of hebben ze de recente spectaculaire evolutie van de CertiQ maandrapport cijfers voor 2019 (nog) niet meegenomen in hun analyses (?).

Slaging-kans SDE projecten
Tot en met 2023 verwacht het PBL wat de slagings-kans van SDE-gesubsidieerde zonne-energie projecten betreft slechts 60% (!), terwijl dat voor wind-energie op 100% wordt gesteld. PBL stelt expliciet, dat de SDE budgetten, die tot en met 2023 in de begroting 2019 van het Ministerie van EZK staan, in de huidige verkenning (KEV 2019) niet volledig zullen worden benut. PBL verwacht dat in de periode van 2024 tot en met 2030, er door Min. EZK rekening gehouden zal gaan worden met de slagingskans van SDE projecten, "waardoor uiteindelijk het beoogde niveau van 3,4 miljard uitgaven per jaar gehaald wordt" (structureel voor het eerst in 2026 bereikt).

Verschillende berekeningen capaciteit en zeer hoge onzekerheids-marge
27 GWp zonnestroom capaciteit in 2030, zoals opgenomen in het KEV 2019 rapport, correspondeert niet helemaal met de data die ik uit een spreadsheet van ECN heb gehaald. Daarin staat namelijk, dat er in 2030 naar verwachting 87,8 PJ aan elektra (zonnestroom) zou worden opgewekt. 1 PJ staat gelijk aan 278 GWh, dus de verwachte jaarproductie in 2030 zou 24.408 GWh bedragen (24,4 TWh). Bij aannames van zonder meer haalbare specifieke opbrengsten van 875-1.000 kWh/kWp.jr kom je dan op een opgestelde capaciteit tussen de 24 en 28 GWp, die bovengenoemde productie op haar geweten moet hebben. Dit, als al die capaciteit in dat jaar een volle jaar productie zou gaan draaien. Ga je halverwege deze twee extremen zitten, kom je op zo'n 26 GWp uit, 1 GWp lager dan in het KEV rapport zelf staat als (EOY) volume in 2030. En 2 GWp meer dan ik berekende op basis van de productie cijfers.

Er wordt echter ook een zeer grote onzekerheids-marge gehanteerd bij de cijfers van KEV 2019 voor 2030. Deze ligt voor PV tussen de 18 en 36 GWp (!!), een zeer aanzienlijke spread voor dat jaar. PBL wijt deze enorme onzekerheid aan de reeds vastgestelde grote variatie in de hoeveelheid aanvragen voor SDE / SDE "+" subsidies, de daar uit volgende beschikkingen, en de feitelijke realisaties die het gevolg daarvan zijn, in de afgelopen jaren. Het PBL stelt daarom: "De onzekerheid in de snelheid waarmee de zonne-sector projecten kan ontwikkelen, is daardoor groot". Te zien aan de grote spread, gaat het PBL dan kennelijk uit van "zeer grote onzekerheid" over het eindresultaat.

De gerealiseerde capaciteit tm. 2018 (CBS, voorlopig), mijn prognose voor 2019, en de prognoses uit het KEV 2019 rapport, heb ik in onderstaande grafiek bij elkaar gebracht, voor 2 markt sectoren:

^^^ In deze eerste grafiek zijn 3 curves afgebeeld. Ten eerste de resultaten voor de capaciteit evolutie voor woningen (rood), waarvoor door het CBS cijfers zijn opgegeven (tm. 2018, nog niet definitief, voor eerdere grafieken tm. 2017, zie artikel van Polder PV). Het was jarenlang het dominante segment in Nederland, maar dat gaat veranderen. De "niet-woningen" curve bevat alle volume wat op of bij bedrijven, instellingen, gemeentedaken en andere nuts- en "niet-nuts" voorzieningen is aangebracht (blauw). Deze curve knikt in 2018 al merkbaar omhoog, en zal die voor het woning segment gaan snijden. Zonneparken bevinden zich in deze grafiek nog onder dit segment "niet-woningen" (zie voor het aandeel daarvan de tweede grafiek). Het totaal volume is in zwart weergegeven, wat, afgerond, op 4 GWp komt, eind 2018 (detail opgave CBS is 4.414 MWp). Alle verder in de tijd liggende data punten zijn prognoses.

Voor totaal eind 2019 heeft Polder PV (minimaal) 6,7 GWp voorspeld (open rondje). Het PBL voorspelt voor 2020 9 GWp, voor 2023 15 GWp, en voor 2030 27 GWp. Dat laatste datapunt heeft echter een enorme onzekerheid, weergegeven met de vertikale zwarte pijl (tussen 18 en 36 GWp). Voor de marktsegmenten, tot slot, is uit de marktaandeel percentages gegeven door PBL (zie ook 2e grafiek) berekend dat op woningen ongeveer 8 GWp aan PV capaciteit zou zijn geaccumuleerd in 2030, en bijna 19 GWp elders (in deze grafiek "niet-woningen", meestal bedrijven & andere rooftops, en in zonneparken). Daarbij dient uiteraard wel rekening te worden gehouden met de enorme spread in het verwachte totaal volume.

Door de datapunten zijn"best-fit" curves getrokken middels Excel. Kristalhelder is dat residentieel ("woningen") weliswaar verder zal gaan groeien, maar dat deze groei relatief bescheiden zal zijn t.o.v. het totaal volume. In de periode 2018-2030 is de compound annual growth rate (CAGR) van dit segment gemiddeld 11% per jaar. De "niet-woningen" sector gaat aan de haal met de grootste volumes, grotendeels als gevolg van de enorme hoeveelheid SDE beschikkingen en verwachtingen van meer volume via dat subsidie kanaal. Deze sector zal volgens PBL eind 2030, met 19 GWp, een factor 2,4 maal zo groot kunnen worden dan het "woningen" marktsegment. Voor dit segment ligt de (verwachte) CAGR op een veel hoger niveau, ruim 20% per jaar gemiddeld. De trendlijnen van de twee grote marktsegmenten hebben dan ook een fundamenteel verschillend karakter, zoals te zien in de grafiek. Voor de totale marktgroei zou de CAGR voor de periode 2018-2030 neerkomen op gemiddeld 16,3% per jaar.

Forse bijstellingen t.o.v. NEV 2016, 2017
In twee voorgaande Nationale Energieverkenningen, die uit 2016 en 2017, zijn ook prognoses genoemd voor de mogelijke opgestelde capaciteit in het jaar 2020. Deze lagen een stuk lager dan in het huidige KEV 2019 rapport (9 GWp), namelijk 4-5 GWp (NEV 2016), resp. 6 GWp (NEV 2017). Het huidige scenario gaat dus al uit van een ruime verdubbeling t.o.v. de lage schatting in NEV 2016, en ik vermoed dat het nog steeds een te lage schatting kan zijn. Dit hebben we overal ter wereld gezien in sterk groeiende zonnestroom markten: de schattingen van zowel regerings-instanties, als van de regionale branche organisaties blijken keer op keer te laag te zijn geweest. De eigen PV markt groeide in werkelijkheid vaak harder dan men van tevoren dacht.

In 2018 is geen NEV rapportage verschenen vanwege de complexe onderhandelingen over het aanstaande Klimaatakkoord. In eerdere rapportages van de NEV (2015 en 2014) werden geen expliciete prognoses voor de mogelijke capaciteits-ontwikkeling van de PV markt gegeven.

Segmentatie
Gaan we uit van het KEV 2019 rapport, zou van de 27 GWp in 2030 30 procent zijn opgesteld bij huishoudens (eerste grafiek: plm. 8 GWp). Dit geeft duidelijk aan dat, waar Nederland jaren lang aanvankelijk dominant residentieel was georiënteerd bij de opgestelde PV capaciteit (grafiek met data tm. 2016 in artikel van 1 augustus 2018), dit, als gevolg van de opeenvolgende SDE regelingen, significant omgeslagen is naar een steeds groter aandeel bij bedrijven, en in grote PV projecten van, o.a., project ontwikkelaars. PBL claimt dat maar liefst 37% van de opgestelde capaciteit in 2030 al in zonneparken zal staan, naast grofweg nog eens zo'n 30 procent "op daken van bedrijven". Als we de percentages, om 100 procent totaal te krijgen, verdelen over 30% woningen (rooftop), 33% niet-woningen (rooftop "bedrijven"), resp. 37% zonneparken, krijgen we de volgende gereconstrueerde grafiek om de evolutie goed te kunnen duiden.

^^^ In deze tweede grafiek heb ik de marktsegmentatie voor drie typen installaties weergegeven in een "100 procents-grafiek" (Y-as telt op tot 100% / totale volume). De aandelen van de marktsegmenten, PV op daken van woningen (rood), en "niet-woningen rooftops" (blauw), zijn hierbij uitgedrukt in procent t.o.v. dat totaal. Voor de periode tm. 2018 heb ik de gepubliceerde detail resultaten van het CBS genomen in hun Open Data overzicht van 26 april 2019. Daarbij heb ik een derde segment, de grondgebonden zonneparken (groen), uit mijn eigen projecten database gebruikt, die in de afgelopen twee jaren fors hogere volumes laat zien, dan wat het CBS tot nog toe heeft gepubliceerd. De data van Polder PV zijn wat de grondgebonden PV projecten betreft al jaren op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen, middels gedegen bronnen onderzoek, en zijn volgens de webmaster van betere kwaliteit en sowieso veel vollediger dan die van het CBS. Het "blauwe segment", de niet-woning roof-top projecten, vormen in deze grafiek derhalve het restvolume van de CBS totaal data verminderd met de residentiële rooftops en "mijn zonneparken volume". Voor 2018 volgt dan (met het CBS totaal volume van nu nog 4.414 MWp), dat de residentiële markt nog net aan meer dan de helft van het markt aandeel had (52,3%), dat de "niet-woning" rooftops (grotendeels bedrijven e.a. objecten) 34,6% van het totaal volume claimde. En dat grondgebonden zonneparken (NB: exclusief drijvende zonneparken, carports, geluidswallen, etc.) in 2018 al ruim 13% van het totale geaccumuleerde PV volume zouden claimen.

De residentiële markt had in 2013-2014 het grootste historische aandeel (max. 66,6%, waarschijnlijk (na-ijlend) effect van de Lenteakkoord subsidie, die uiteindelijk 272 MWp nieuw residentieel vermogen binnen dik een jaar tijd opleverde), met deze opzet had het "niet-woningen" rooftop segment (exclusief de zonneparken volumes volgens Polder PV) het grootste aandeel in 2016 (38,4%). Daarna namen de zonneparken een steeds groter deel van de niet-residentiële sector over, ten koste van het blauwe segment.

Het KEV 2019 rapport van PBL geeft alleen voor 2030 een verdeling aan van een "mogelijke" markt segmentatie, de kolom helemaal rechts. We zien dat de residentiële rooftop markt volgens deze voorstelling van zaken fors aan marktaandeel inboet, en nog maar 30% overhoudt in dat jaar (meer dan 2 maal zo klein dan het maximale aandeel in 2013-2014). De "niet-woning" rooftop sector is dan (nog steeds) tweede met 33%. Maar volgens het PBL zal er in 2030 een nieuwe kampioen zijn ontstaan, die maar liefst 37% van het dan totaal geaccumuleerde volume (27 GWp, echter met zeer grote spread, zie eerste grafiek) onder de rokken zal hebben: de grondgebonden zonneparken. Een trend die overal ter wereld in groeiende zonnestroom markten is voorgekomen, en waar Nederland, ondanks groeiend "verzet" tegen deze ontwikkeling, geen uitzondering op zal blijken te zijn.

Effecten opheffen salderings-regeling NIET meegenomen, gevolgen mogelijk opgevangen ?
Opvallend is dat het KEV 2019 claimt dat er is uitgegaan van "voortgezette, ongekorte saldering tot en met 2030 en het beschikbaar blijven van SDE+-subsidie voor grote zonnestroomprojecten". Kennelijk is de recente brief van Wiebes, over het concrete wetsvoorstel om de salderings-regeling stapsgewijs af te bouwen door slechts nog maar een percentage van de ingevoede hoeveelheid zonnestroom "saldeerbaar" te maken, niet in het omvangrijke overzicht van PBL opgenomen. Wel stelt het PBL in de KEV 2019, dat "er is aangekondigd dat de salderingsregeling wordt afgebouwd tussen 2023 en 2031. De wijze waarop is nog niet bekend". Dat is nu dus wel al bekend, al zal het zeer lastig blijken om te proberen te becijferen, wat de eventuele gevolgen van die stapsgewijze afbouw voor de aantrekkelijkheid van de aanschaf van zonnepanelen bij particulieren zal gaan hebben. PBL stelt "de aantrekkelijkheid van zonnestroom bij huishoudens zal daardoor lager liggen dan aangenomen in deze KEV". Maar stelt daarbij óók een potentiële "vlucht" route voor de in ons land actieve, al bijna 1.700 PV systemen aanbiedende bedrijven (mijn vetdruk): "Een deel van de installatiecapaciteit van de sector zal echter voor andere projecten ingezet kunnen worden. Hierdoor zal het afschaffen van de salderingsregeling wellicht meer invloed hebben op het soort zonnestroomprojecten, dan op de totale toename van zonnestroom".

Gevolgen wind en zon groei voor primair energie verbruik
Op pagina 109 vinden we een toelichting op het effect van de sterke groei van de productie van elektriciteit uit windturbines en zonnestroom centrales op het primaire energie verbruik. PBL zegt daarover: "De statistische conventie is dat bij wind- en zonne-energie de elektriciteitsproductie telt als het primair verbruik, er worden dus geen omzettingsverliezen toegerekend. Daardoor leidt de groei van elektriciteit uit wind en zon tot een daling van het primaire verbruik met circa 70 petajoule over de periode 2020-2030."

Verdringing thermische zonnecollectoren door PV
Op pagina 138 van KEV 2019 stelt het PBL, dat de toekomst voor zonnecollectoren niet rooskleurig lijkt, zelfs al is het mogelijk om daar onder de ISDE regelingen subsidie voor aan te vragen (het budget is recent weer met 60 miljoen Euro verhoogd wegens vervroegde dreigende uitputting). Slechts 5,3% van het totale geclaimde budget gaat naar zonneboilers (3,6% particulieren, 1,7% bedrijven), het grootste deel van de claims gaat naar warmtepompen. Het PBL zegt hierover: Zonnepanelen die elektriciteit produceren verdringen zonneboilers die warm water produceren. De beperkte groei van zonneboilers tot 2010 is nagenoeg tot stilstand gekomen. Doordat oude systemen niet meer worden vervangen, zal de hernieuwbare warmteproductie door zonneboilers in de toekomst af gaan nemen. Zie daarvoor ook de door mij gemaakte grafiek in deel I van dit drie-luik, die genoemde stagnatie goed illustreert. Na 2020 lijkt er geen alternatief meer voor de ISDE regeling te zijn, deze stopt per 31-12-2020. Een groot deel van het bestaande volume in Nederland is al aardig op leeftijd, en zal waarschijnlijk binnen komende jaren stapsgewijs worden afgeschreven. Dit is de belangrijkste factor die de negatieve prognose lijkt te onderbouwen. En daar kan de vrij beperkte impact van de ISDE regeling helaas geen verandering in brengen.

Tot en met 2018 is de nieuwbouw resp. (veronderstelde) uit-gebruikname van thermische collector oppervlakte zo'n beetje op een vergelijkbaar niveau gekomen, en is het totale overgebleven areaal, na jaren van continue groei, vrijwel ongewijzigd gebleven (grafiek bij CBS Open Data, status 29 mei 2019).

Meer opmerkingen over zonnestroom in KEV 2019

In enkele andere passages passeert zonnestroom in andere hoedanigheid in het omvangrijke rapport. Polder PV licht er de volgende uit:

  • Verdienmodel. Op pagina 10 (samenvatting), en op 99 van KEV 2019 interessante bespiegelingen: "De groothandelsprijs voor elektriciteit neemt, na een daling tot 2020, toe tot gemiddeld 57 euro/megawattuur in 2030. Omdat er steeds meer wind- en zonne-energie komt en deze op het moment dat het veel waait of de zon onbelemmerd schijnt de prijs drukken, ontvangen de producenten van elektriciteit uit wind en zon in toenemende mate een lagere prijs dan de gemiddelde groothandelsprijs, waarbij het verschil met die gemiddelde groothandelsprijs oploopt tot een ordegrootte van 13-16 procent in 2030". Dit wordt ook wel het "profiel effect" genoemd. "Voor zonnestroom is het profieleffect in 2030 14 procent. In 2030 leveren wind- en zonne-energie in de raming gemiddeld 48 tot 50 euro per megawattuur op, de groothandelsprijs is in 2030 gemiddeld €57 per megawattuur".

  • KEV 2019 (p. 93), m.b.t. status 2018. "De productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in Nederland nam toe met 1 terawattuur, met name door de groei van het opgestelde vermogen voor zonnestroom. Het aandeel van zon en wind in de Nederlandse elektriciteitsproductie in 2018 was 12,1 procent".

  • Kleinschalige opwekking van zonnestroom "achter de meter" wordt door Nederland als energiebesparing gezien (p. 110 van KEV 2019)

  • Zowel gas- als elektra verbruik bij huishoudens nemen verder af tm. 2030 (figuur 5.10, p. 136 KEV 2019). Eerder al heeft CBS laten zien dat het huishoudelijk verbruik structureel is afgenomen tm. 2018 (analyse Polder PV). PBL stelt, dat vanwege de toenemende opwek van zonnestroom door huishoudens, per saldo de levering vanuit het elektriciteitsnet nog sneller daalt dan de vraag zelf, en laat dat in genoemde figuur ook zien. Dit betekent, dat het "verdienmodel" van energieleveranciers, wat de verkoop van stroom aan huishoudens betreft, verder zal verslechteren. Dit gaat nog meer impact krijgen door de verplichte "minimum prijs" die Wiebes in gedachten heeft voor de toenemende hoeveelheid zonnestroom overschotten die niet meer gesaldeerd mogen worden op de jaarnota, en die dus "voor een marktprijs" aan de leverancier gesleten moeten worden (wetsvoorstel wijziging saldering).

  • Pagina 138 KEV 2019: "Per saldo is de hoeveelheid elektriciteit die huishoudens met zonnepanelen opwekken sinds 2005 (0 procent) gestegen naar acht procent van de vraag in 2018. Het aantal zonnepanelen zal naar verwachting nog sterk blijven stijgen. In 2030 zal het aandeel zelfopgewekte elektriciteit naar verwachting 36 procent zijn. Dit staat dan voor alle huishoudens samen gelijk aan 26 petajoule hernieuwbare elektriciteit". In dit rekenscenario is echter nog uitgegaan van continuering van de salderingsregeling (wetsvoorstel Wiebes nog niet bekend). Dit kan beslist gevolgen hebben voor de te bereiken percentages tm. 2030. Hoeveel, dat is een lastige vraag om te beantwoorden. Voor het verbruik van zonnestroom bij huishoudens in PJ is een staatje opgenomen op pagina 225 van de rapportage, voor de diensten sector (stijging verbruik zonnestroom van 2 PJ in 2018 tot 22 PJ in 2030), zie pagina 226.

  • M.b.t. investeringen in zonne-energie cq. zonnestroom stelt KEV 2019 op pp. 193-194: "De investeringen in zonne-energie zijn gegroeid van 500 miljoen euro in 2014 tot bijna 1 miljard in 2017" (recentere info is kennelijk nog niet beschikbaar). En: "De enorme toename in het opgestelde vermogen van zonne- en windenergie resulteert in investeringen die tussen 2020 en 2030 ongeveer 70 tot 80 procent van de totale investeringen in hernieuwbare energie beslaan. De investeringen in overige hernieuwbare energie groeien ook, maar zijn relatief klein ten opzichte van de investeringen in zonne- en windenergie".

  • M.b.t. werkgelegenheid stelt KEV 2019 op p. 194: "Het plaatsen van zonnepanelen is arbeidsintensief werk. Voor zonneenergie steeg de werkgelegenheid tussen 2014 en 2017 met bijna 60 procent". Ook hier kennelijk nog geen cijfers voor 2018 voorhanden.

Bron: Schoots, K. & P. Hammingh (2019), Klimaat- en Energieverkenning 2019, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving (digitaal te downloaden via deze link)

Andere beschouwingen over de Klimaat- en Energieverkenning 2019 op Polder PV:

Klimaat- en energieverkenning 2019 PBL I. Status productie potentieel zonne-energie (1 november 2019)

Klimaat- en energieverkenning 2019 PBL III. Reactie Wiebes / Min. EZK & extra voorstellen Klimaatakkoord incl. "aflaten" (3 november 2019)


1 november 2019: Klimaat- en energieverkenning 2019 PBL I. Status productie potentieel zonne-energie. Het lang verwachte rapport "Klimaat- en energieverkenning 2019" (KEV 2019)* is gepubliceerd door het Planbureau voor de Leefomgeving, PBL. Diverse doelstellingen op het gebied van energie en klimaat worden niet gehaald, inclusief de door de Europese Commissie voor Nederland "verplichte" 14% energie uit hernieuwbare bronnen (HE) in 2020 (raming PBL: 11,4 [bandbreedte: 10-12] procent). Ten tweede, de gewilde 100 PJ (petajoule) besparing in dat jaar zal niet worden bereikt met het vigerende, én het voorgenomen beleid, PBL blijft momenteel steken op slechts 80 PJ besparing voor dat jaar. Ook de uit de Urgenda rechtszaak voortvloeiende verplichting om 25% van de broeikasgas uitstoot in 2020 t.o.v. referentie (Kyoto) jaar 1990 te hebben bespaard zal niet worden gehaald. PBL komt niet verder dan 23%, met een forse onzekerheid liggend tussen 19 en 26%. Dus alles moet meezitten om dat door de rechter afgedwongen doel alsnog te halen (reken er echter niet te vast op).

Het nieuwe doel om 16% energie uit HE bronnen in 2023 te halen, kán wel bereikt worden, met de raming van PBL op 16,1%, echter wederom met een onzekerheids-marge, tussen 14 en 17% (kan dus alsnog te laag uitpakken in het slechtste geval).

Het PBL gaat ook apart nog in op de mogelijke extra stimulansen die vanwege afspraken in het recent afgesloten Klimaatakkoord uit zouden kunnen gaan, en vat die samen in een separate "policy brief". De belangrijkste conclusies uit die brief:

"Enerzijds onderzoekt de studie of met Klimaatakkoord meer emissiereductie kan worden gerealiseerd dan met het ontwerp Klimaatakkoord. Het antwoord daarop is bevestigend. Anderzijds geeft de studie antwoord op de vraag of het doel van 49% emissiereductie bij uitvoering van het akkoord bereikt wordt. Ondanks het grotere effect is het antwoord op deze vraag negatief. De studie concludeert dat met het akkoord een reductie van 43% - 48% bereikt kan worden". Ergo, de met veel tam-tam verkondigde "49%" uit het Regeerakkoord van Rutte III, "het groenste kabinet ever", gaat ook, op deze wijze, niet bereikt worden.

Wel is er uiteraard al heel erg veel in gang gezet, met name vanwege de vele miljarden Euro's die al in vele duizenden subsidie beschikkingen voor opwekking van duurzame energie onder de SDE regimes zijn toegezegd. Maar de berekeningen laten duidelijk zien dat het allemaal veel te laat is geweest, dit had veel eerder moeten geschieden.

Voor zonne-energie heb ik uit het pakket documenten de ramingen, die in petajoule productie per jaar worden weergegeven, in een grafiek uitgezet, om de door het PBL geschetste, mogelijke groei-trend tot en met 2030 te laten zien:

In deze grafiek is de gerealiseerde (groen kader, tm. 2018, laatste jaar echter nog steeds niet definitief vastgesteld) en de verwachte productie cq. het bruto eindverbruik van zonnestroom (geel) en thermische zonne-energie warmte, donker rood) weergegeven (gestapeld, in PJ productie per jaar). Vanaf 2019 geldt dat voor het door PBL doorgerekende resultaat met bestaand én het voorgenomen beleid. Zonnestroom groeit, zoals op basis van de enorme groei en de grote berg (overgebleven) SDE subsidie beschikkingen die zijn afgegeven verwacht kon worden, vergezeld van de autonome groei van de kleinverbruik sector, als kool. Van, volgens het PBL, 11,5 PJ productie in 2018, naar bijna 88 PJ in 2030**. Als we uitgaan van tegen die tijd een haalbare specifieke opbrengst van 1.000 kWh/kWp.jaar voor moderne zonnestroom systemen, zou dat kunnen neerkomen op ruim 24 GWp opgesteld PV vermogen in 2030 (met een verwachte jaar productie van ruim 24 TWh). Ter vergelijking: eind 2018 stond er nog maar ruim 4,4 GWp. De voorspelling van Polder PV is dat het, met de toevoegingen in nieuw record jaar 2019 (mogelijk richting de 2,3 GWp gaand), gestegen kan zijn naar 6,7 GWp, eind december.

Hier moet beslist bij worden gezegd, dat genoemde 24 GWp eind 2030 volgens PBL, nog ver verwijderd is van de potentie die branche organisatie Holland Solar nog voor zich zag voor dat verre jaar voor alleen zonnestroom. Zij suggereerde dat 58 GWp opgesteld PV vermogen in 2030 haalbaar zou moeten zijn, in een analyse in 2018, herbevestigd in een commentaar van toenmalig voorzitter Baarsma op 10 juli dat jaar.

TKI Urban Energy kwam eind 2017 in hun uitgebreide prognose voor de ontwikkelingen tm. 2050 voor het jaar 2030 wat lager uit, en zetten in op 50 GWp PV capaciteit in dat jaar (rapport Roadmap PV Systemen en Toepassingen). Voor beide scenario's liggen de berekeningen van het PBL dus stukken lager voor 2030. Ook moet hierbij natuurlijk nog worden vermeld, dat nog niet goed duidelijk is hoe ernstig de huidige capaciteits-problemen op de stroomnetten eventueel roet kunnen gaan gooien in de geschetste evolutie paden door de verschillende partijen. Dat kan nog wel eens voor nare verrassingen gaan zorgen.

Thermische zonne-energie blijft klein ?
Ook valt sterk op in de grafiek, dat thermische zonne-energie, in de beginjaren veruit de grootste contribuant bij de energie productie bij de twee zonne-energie modaliteiten (grafische analyse), het veruit aflegt tegen zonnestroom, en ook een ondergeschoven kindje zal blijven, volgens de PBL berekeningen. Of u dat leuk vindt of niet. Het aandeel zou moeizaam stijgen naar 0,9 PJ in 2030. Dat is slechts 1% van de verwachte hoeveelheid zonnestroom in vergelijkbare energie equivalenten ...

* De KEV is een gezamenlijke publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), ECN part of TNO en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en wordt ondersteund door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). PBL is projectcoördinator en eindverantwoordelijk. Het is de eerste Nationale Klimaat- en Energieverkenning, hiervoor verschenen Energieverkenningen, de laatste was de NEV 2017.

** Gemiddelde jaarlijkse groei percentages (CAGR) volgend uit de cijfers van de PBL berekeningen voor evolutie zonnestroom zijn:

2018-2030: 18,5% gemiddeld per jaar
2015-2018: 42,2% gemiddeld per jaar
2005-2018: 44,1% gemiddeld per jaar

U kunt alle documentatie zelf nalezen op de website van het CBS en van het PBL, en naar hartelust grasduinen:

Klimaat- en Energieverkenning 2019. Ambitieuze doelen geven energietransitie elan, uitvoering blijkt weerbarstig (1 nov. 2019, persbericht PBL)

Klimaat- en Energieverkenning 2019 (1 nov. 2019, rapport PBL, 242 pagina's, pdf)

Het Klimaatakkoord: effecten en aandachtspunten (1 nov. 2019, "policy brief" n.a.v. nog niet in KEV 2019 verwerkte nadere plannen in het recent afgesloten Klimaatakkoord, PBL)

Klimaat- en Energieverkenning 2019 (1 nov. 2019, persbericht CBS)

Klimaat- en Energieverkenning 2019 (1 nov. 2019, toelichting en links naar documenten, CBS)

Andere beschouwingen over de Klimaat- en Energieverkenning 2019 op Polder PV:

Klimaat- en energieverkenning 2019 PBL II. Status zonne-energie - gemiddelde groei 2018-2030 >16%/jaar (3 november 2019)

Klimaat- en energieverkenning 2019 PBL III. Reactie Wiebes / Min. EZK & extra voorstellen Klimaatakkoord incl. "aflaten" (3 november 2019)


23 oktober 2019: "Definitief" jaaroverzicht CertiQ 2018*, in vergelijking met gereviseerde rapportages voorgaande jaren - zonnestroom. In het laatst gepubliceerde artikel over de CertiQ cijfers ben ik weer uitgebreid ingegaan op de evolutie van de cijfers m.b.t. (gecertificeerde) zonnestroom, in de maand rapportages van de TenneT dochter. In dat geval, met cijfers voor september 2019, en een nieuwe prognose voor het mogelijke eindejaars-volume voor 2019. Dergelijke detail analyses produceert Polder PV al jaren als enige in Nederland, waarbij de cijfers tevens van inhoudelijk commentaar worden voorzien. Het voorlopige overzicht voor het kalenderjaar 2018 heb ik op 6 januari 2019 nader aan de tand gevoeld.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand- & jaar-rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met 2 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017 resp. juni 2019), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige cq. de gereviseerde status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand- dan wel jaar-rapportage.

Het is echter ook al jaren zo, dat data in de maand rapportages later worden bijgesteld. In sommige gevallen zelfs behoorlijk ingrijpend. Later in het jaar verschijnt een - soms fors - gereviseerd jaaroverzicht, waardoor eerder gepubliceerde cijfers worden herzien. In eerder jaren verscheen die revisie al zo'n beetje in het voorjaar. Het aangepaste rapport voor 2017 verscheen echter pas eind augustus 2018 (zie gedetailleerde analyse van die gereviseerde rapportage). Na vragen mijnerzijds aan CertiQ, is nu eindelijk ook de revisie voor 2018 gepubliceerd, en wel op 21 oktober dit jaar. Ongebruikelijk laat, en een zoveelste teken aan de wand dat het waarschijnlijk zeer druk is bij de administratie van de TenneT dochter.

Polder PV heeft de cijfers in dat gereviseerde jaar rapport zoals gebruikelijk in historische context geplaatst, en in een separate analyse gepubliceerd. Zie daarvoor onderstaande link in deze introductie.

Het meest opvallend is uiteraard de afgeleide jaargroei van de capaciteit van gecertificeerde PV capaciteit op basis van deze "definitieve" rapportage over 2018. Uit de maandelijkse rapporten is eerder een jaargroei van 794 MWp berekend voor 2018. In de revisie voor 2018 is daar een fors volume bijgekomen. De nieuwste afschatting voor gecertificeerde zonnestroom toevoegingen staat voor 2018 inmiddels op 914,9 MWp, ruim 15% meer. Het geaccumuleerde eindejaars-volume (EOY) werd in de update opgehoogd van 1.523,3 MWp naar 1.644 MWp. Een toename van 120,7 MWp, bijna 8% groei t.o.v. het "oude" EOY volume voor 2018.

De toename van de jaargroei in 2018, t.o.v. het - ook gereviseerde - nieuwe jaar volume in 2017, ruim 303 MWp, is zonder meer spectaculair geweest: de aanwas in 2018 was ruim een factor drie maal zo hoog !

Ook nieuw in het gereviseerde jaaroverzicht van 2018 is een behoorlijk omhoog bijgestelde jaar productie van gecertificeerde zonnestroom voor kalenderjaar 2018. Die viel 3,6% hoger uit dan de eerst-publicatie voor dat jaar (1.066 GWh werd in de update 1.104 GWh). Dit nieuwe productie volume voor 2018 kan echter mogelijk nog in de oorspronkelijke en gereviseerde jaaroverzichten voor 2019 verder worden bijgesteld, zoals is gebleken bij revisies in voorgaande jaren.

De diverse wijzigingen zijn door Polder PV weer in een grafische jaar rapportage verwerkt. Uit de accumulatie cijfers voor 2018 volgt nu ook, dat het aandeel van gecertificeerde PV capaciteit bekend bij CertiQ, eind dat jaar al ruim 37% van het totale geaccumuleerde volume gepubliceerd door CBS voor heel Nederland (4.414 MWp) bedraagt.

Voor de jaargroei is het aandeel van gecertificeerde nieuwe capaciteit inmiddels al opgelopen tot bijna 61% van het totale jaarvolume wat CBS momenteel aanhoudt voor 2018 (915 MWp CertiQ t.o.v. 1.510 MWp CBS). De verwachting is, dat het gecertificeerde aandeel verder zal gaan stijgen bij de jaargroei in (nieuw record jaar) 2019. Dit, vanwege de blijvend zeer hoge groei in de projecten markt met SDE beschikkingen (alle SDE gesubsidieerde projecten belanden uiteindelijk in de CertiQ database).

Ook de CBS cijfers voor 2018 kunnen nog wijzigen (hoogstwaarschijnlijk, zoals in de afgelopen jaren, opwaarts), dus het precieze aandeel voor 2018 moeten we nog even afwachten.

Voor de ontwikkeling van de eindejaars-volumes (aantallen en capaciteit van gecertificeerde zonnestroom projecten bekend bij CertiQ, en afgeleide systeem-gemiddelde capaciteit) volgt deze nieuwe, ververste grafiek:

Voor de afgeleide jaargroei cijfers (blauw), en de nieuwe, geijkt bemeten jaar producties van gecertificeerde zonnestroom (geel, beide volumes voor 2018 kunnen nog steeds worden bijgesteld) heb ik de hier onder weergegeven nieuwe grafiek gemaakt, waaruit blijkt dat er al minimaal 1,1 terawattuur (= 1,1 miljard kilowattuur, equivalent van netto stroomverbruik van ruim 394 duizend gemiddelde huishoudens in 2018, 2.790 kWh/jr) gecertificeerde zonnestroom is geregistreerd door CertiQ, voor het jaar 2018:

Voor uitleg van, en toelichting op deze, en diverse andere nieuwe grafieken, en veel meer details m.b.t. de gepubliceerde CertiQ jaar overzichten, zie:

Evolutie gecertificeerde PV systemen en capaciteit in jaar rapportages CertiQ tm. 2018 ("definitieve" versie)

 


15 oktober 2019: Alliander update PV capaciteit groei van 579 MWp 1e 9 maanden 2019 / accumulatie > 2 GWp. De grootste netbeheerder van Nederland, Alliander, publiceerde nieuwe cijfers over de in het netgebied van hun dochter bedrijf, Liander, opgestelde zonnestroom capaciteit aan het eind van het derde kwartaal. Na het record volume in het 2e kwartaal is er een forse terugval in de nieuwbouw in de laatste 3 maanden, 145 MWp nieuw volume (vakantie effect). Maar het niveau ligt desondanks beduidend hoger dan in QIII 2018. In de eerste 9 maanden werd 579 MWp nieuw PV vermogen toegevoegd, waarmee begin oktober 2019 de 2 GWp accumulatie inmiddels is overschreden (2.080 MWp) in het netgebied van Liander. De volume groei in de eerste drie kwartalen van 2019 nam toe met 31% t.o.v. de aanwas in dezelfde periode in 2018. Een prognose voor het volume eind 2019 wordt gegeven tot besluit.

Introductie
Op 15 oktober verschenen nieuwe capaciteitscijfers voor het opgestelde vermogen op de website van netbedrijf Alliander, het grootste van Nederland. Er is daarbij wederom gesegmenteerd naar gebieds-deel, de provincies Gelderland, Friesland, Flevoland (sedert overname van de Noordoostpolder van collega netbeheerder Enexis in 2016 in zíjn geheel tot het netgebied van dochter Liander behorend), Noord-Holland zonder Amsterdam, Amsterdam, en het noordelijke (NB: kleinste) deel van provincie Zuid-Holland (waar ook Polder PV's gemeente Leiden toe behoort).

In de volgende grafiek geef ik per gebiedsdeel, en tevens van heel Noord-Holland incl. Amsterdam, de evolutie, met de laatste cijfers voor het derde kwartaal (QIII) 2019 toegevoegd. Ik heb steekproefs-gewijs gekeken of er nog historische data zijn gewijzigd, maar dat blijkt wederom niet het geval te zijn geweest. Derhalve is het eerste deel van de grafiek tm. QI 2019 vergelijkbaar met die getoond in de uitvoerige detail analyse van Polder PV, gepubliceerd op 11 april jl. (intro, resp. volledige analyse)*.

Aanwas PV volume per regio

In deze grafiek wordt de evolutie van de accumulaties per Liander regio getoond aan het eind van elk kwartaal, tot en met het net toegevoegde derde kwartaal voor 2019 (derhalve: status begin oktober 2019). De groei zet onvervaard door, al is er een tijdelijke terugval in het tempo te zien bij sommige regio. Een vergelijkbaar effect als dat in QIII 2018, wat waarschijnlijk aan de vakantie periode is te wijten (bouwvak). De anomalie bij Flevoland in 2016 Q1 wordt veroorzaakt door de overname van de Noordoostpolder door Liander, oorspronkelijk Enexis gebied.

Gelderland blijft boven alle andere regio uit steken en groeide bijna rechtlijnig verder, om eind QIII 2019 al een volume van 722 MWp te bereiken. Noord-Holland (incl. Amsterdam) blijft een klinkende tweede plaats behouden bij de accumulatie (611 MWp), maar viel wat tempo betreft wat terug (ook terug te zien in de curve voor de provincie zonder de hoofdstad; accumulatie 543 MWp). Ook de groei voor Friesland, op forse afstand van de vorige twee provincies, is opvallend minder geweest in het derde kwartaal (verzameld volume: 408 MWp). Flevoland groeide bijna rechtlijnig verder, blijft te klein om de grote provincies bij te kunnen houden, en eindigde voorlopig op totaal 205 MWp. Iets vergelijkbaars geldt voor noordelijk Zuid-Holland (waar mijn woonplaats Leiden in ligt), eind QIII 2019 op 134 MWp komend. Wat als deelgebied veel te klein is om de complete (buur) provincie Noord-Holland te kunnen bijbenen. Het grootste deel van de volumes in onze provincie staat in het veel grotere zuidelijke deel, waar ook nog enkele grotere zonneparken zijn opgeleverd, die een hoge impact maken (Goeree). Zie daarvoor de analyses van de lokale netbeheerder daar, Stedin. Het laatste exemplaar concentreert zich op de statistieken achter kleinverbruik aansluitingen per gemeente. Voor voorlopige totalen (KVB + GVB) in het hele Stedin gebied in 2018, zie het korte bericht van 8 januari 2019. Er zijn nog geen nieuwe cijfers door Stedin gepubliceerd.

Records en high-impact gemeentes
Overall bezien, blijft, ondanks de terugval in het vakantie kwartaal, de groei van de accumulaties fenomenaal, een trend die je door heel Nederland ziet. Zowel bij de grote SDE-gesubsidieerde projecten (dominant: grootverbruik aansluitingen, zie statistieken RVO), als in de kleinverbruikers-markt (cijfers Enexis). 2019 wordt beslist alweer een nieuw record jaar, zoals breed de verwachting was. Amsterdam zit inmiddels volgens de Liander data op 68 MWp geaccumuleerde PV-capaciteit. Dat is beslist niet meer het hoogst per gemeente, omdat de hoofdstad grootschalige PV lastig kan realiseren op haar dicht bebouwde grondgebied. Die "eer" valt toe aan landelijke gemeentes waar grote zonneparken geplaatst worden.

Gaan we op de Liander data af, zou er in de hoofdstad in de eerste 9 maanden van 2019 in ieder geval minimaal 22 MWp bij gebouwd kunnen zijn. Ongeveer 73 en een half duizend nieuwe PV modules met een nominaal vermogen van 300 Wp per stuk. Voor nadere beschouwing van de statistiek voor de hoofdstad, zie de vorige analyse (QII 2019).

Accumulatie totale volumes - regio gestapeld

In deze tweede grafiek zijn de afzonderlijk beschouwde gebieden gestapeld weergegeven per kwartaal, met Amsterdam en Noord-Holland zonder Amsterdam als gescheiden entiteiten. De hoogste impact makende gebieden staan onderaan (Gelderland), de kleinste bovenaan (Amsterdam). Helemaal bovenaan de kolommen voor het eerste (QI 2011) resp. de vier laatst bekende kwartalen in deze reeks de totale geaccumuleerde volumes in Liander netgebied aan het eind van elk kwartaal. Dat groeide eind QII van 1.935 naar 2.080 MWp, met een volume van 145 MWp (zie ook de verderop gegeven kwartaal groei grafiek). Mijn prognose dat er eind QIII 2019 meer dan 2 GWp PV capaciteit in Liander netgebied zou staan (in de vorige analyse), is dus uitgekomen. Ik heb het bereiken van de eerste GWp (QI 2018) en de tweede (QIII 2019) met rode stippellijnen gemarkeerd. De tweede GWp is dus al binnen een anderhalf jaar toegevoegd, wat een goede illustratie is van de zeer hard groeiende marktvolumes aan PV capaciteit in ons land.

De eerste 9 maanden is er alweer (2.080 - 1.935 =) 145 MWp nieuwe PV capaciteit bijgekomen bij Liander. Dat is fors minder dan het nieuwe record volume in QII (434 MWp), zoals ook reeds verwacht in de voorgaande analyse voor QII dit jaar. Maar QIV kan beslist nog verrassingen voor ons in petto hebben. Met name op het vlak van de nodige zonneparken die in bouw zijn, en die mogelijk al voor het eind van het jaar aan het net worden gekoppeld.

Volume groei per kwartaal - totale capaciteit

In deze derde grafiek toon ik de totale volume groei van zonnestroom capaciteit in het netgebied van Liander per kwartaal, zoals afgeleid kan worden uit de opgaves van de accumulaties aan het eind van elk kwartaal per regio (eerste grafiek). Er is altijd fluctuatie per kwartaal, en geen "homogene verdeling" over de vier tijdvakken per jaar. Duidelijk is verder ook, dat de volumes in 2012 beduidend begonnen toe te nemen t.o.v. 2011. Het eerste jaar dat SDE 2011 (de eerste "SDE +" regeling, zonder "bovencap" per beschikking) gerealiseerd begonnen te worden. Een gestage groei volgt tot en met 2017, vooral gevoed door een grote stapel beschikkingen uit de populaire SDE 2014 regeling. Met volumes tussen de 17 (Q4 2013) en 75 MWp (Q2 2017) per kwartaal. In 2018 volgt een explosieve ontwikkeling met volumes tussen de 113 MWp (vakantie kwartaal Q3) en een toen nog geldend record in het laatste kwartaal, 187 MWp. Dat laatste werd meteen alweer verpletterd door de eerste 2 kwartalen van 2019, met 205 MWp in Q1, en een nieuw record volume van 229 MWp in Q2. Dat laatst genoemde volume ligt alweer 40% boven de nieuwe capaciteit in Q2 2018 (164 MWp). En is ook al ruim 22% hoger dan het vierde - record - kwartaal in 2018 (187 MWp). Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2017 (75 MWp), heeft Q2 2019 een factor 3,1 maal zo grote groei laten zien.

QIII 2019 liet weer beduidend minder volume zien, 145 MWp, maar dat was desondanks alweer ruim 28% hoger dan het vergelijkbare volume in vakantie kwartaal, QIII 2018 (113 MWp). En dat had zelfs al drie maal zoveel nieuw volume als QIII 2017 (38 MWp).

Kijken we naar de kwartaal gemiddeldes per jaar, zaten we in 2017 op 56 MWp, en in 2018 op 157 MWp per kwartaal. De eerste 3 kwartalen van 2019 laten al een gemiddelde zien van 193 MWp. Dat is weliswaar iets lager dan het gemiddelde in het eerste half jaar (217 MWp/kwartaal). Maar toch weer een toename van 23% t.o.v. het kwartaal gemiddelde in heel 2018. De eerste drie kwartalen van 2019 laten al een capaciteits-toename zien van 579 MWp, een factor 2,6 maal zo groot dan de complete jaargroei in 2017 (222 MWp).

Alleen dit al geeft aan dat 2019 een nieuw record jaar zal gaan worden, het zoveelste op rij voor het Liander netgebied (zie ook laatste grafiek).

Jaargroei PV capaciteit Liander gebied en eerste 3 kwartalen 2019


NB: jaarvolumes afgeleid van de - huidige - Alliander grafiek. Deze kunnen licht verschillen van de jaarvolumes
volgend uit een detail update, op aanvraag verstuurd naar Polder PV eerder dit jaar (zie analyse met grafieken).

Met de toevoeging van het derde kwartaal kunnen we een enigszins zinvolle vergelijking maken met de al bekende jaargroei cijfers van de capaciteit in de loop der jaren. Hierbij zijn de kolomen weer als stapels weergegeven, met de hoogst contribuerende regio (Gelderland) onderaan, en de kleinste bovenaan (Amsterdam). De gearceerde kolom rechts geeft de groei in de eerste 9 maanden van 2019 aan. 579 MWp nieuwbouw in die eerste 3 kwartalen van 2019 is al 92% van de totale nieuwbouw in heel 2018 (628 MWp). Met nog een laatste, waarschijnlijk zéér druk kwartaal te gaan.

Wel zijn er duidelijk verschillen tussen de regio waar te nemen. Als we het aandeel van de groei in de eerste 9 maanden van 2019 vergelijken met de totale groei in het hele jaar 2018, in procent, verschillen de regio behoorlijk. Flevoland doet het hier "het minst goed", met slechts 75% aandeel van de eerste 3 kwartalen van 2019 t.o.v. de jaargroei in heel 2018. Wel is dit een duidelijke verbetering van de 54% tm. QII in de vorige update. Noordelijk Zuid-Holland zit op al 86%, Gelderland en Noord-Holland zonder Amsterdam beiden op 92%. Friesland zit op exact het jaarvolume van heel 2018, met nog een kwartaal te gaan (100%, zie ook opmerkingen over status tm. QII in vorige update). Amsterdam is de enige regio die al boven de 100% zit: met 22 MWp realisatie in de eerste 9 maanden is dat al 116% t.o.v. het jaarvolume van 19 MWp in 2018.

Prognose accumulatie PV capaciteit EOY 2019 Liander netgebied

Met de cijfers voor de eerste 9 maanden nu duidelijk voor Liander, wagen we ons weer aan een prognose voor de mogelijke accumulatie van de capaciteit voor eind 2019 in dat netgebied. Een "verbetering" van het eerste en tweede exemplaar getoond in mijn eerdere analyses.

In bovenstaande grafiek in oranje punten de accumulaties in Liander netgebied aan het eind van elk kwartaal. Als we een rechtlijnige groei zouden verwachten (lijn doorgetrokken tussen eind 2011 en eind 2018), zouden we slechts op 1.700 MWp komen. Uitsluitend ter illustratie, de groei is tussentijds zoals uit de grafiek blijkt, in een zeer forse versnelling gegaan, dus moeten we anders afschatten. Een logischer "rechte lijn" trekken we daarom slechts door de laatste datapunten waarin de versnelde groei "grofweg rechtlijnig" is geweest. Derhalve, door de datapunten QIV 2017 en QIII 2019, de 2e blauwe lijn rechtsboven. Dan komen we al op een veel hogere eindejaars-accumulatie uit van zo'n 2.250 MWp.

Nog nauwkeuriger echter is een trendlijn door alle punten laten berekenen door Excel, en een best-fit benadering toepassen. Dan komen we met een 4e graads polynoom op de rode stippellijn. Die eind 2019 de Y-as kruist rond de 2.400 MWp. Dat is iets lager dan de voorspelde 2.450 MWp in de vorige update, veroorzaakt door de fors lagere kwartaalgroei in QIII.

Als we conservatief blijven schatten, en het gemiddelde van de 2 laatste 2 schattings-methodieken nemen, zou je rond de 2.325 MWp uit kunnen komen, eind dit jaar, in het netgebied van Liander. Dat is 50 MWp lager dan in de vorige schatting, maar nog steeds iets hoger in de daar aan vooraf gaande prognose (toen kwam ik nog gemiddeld op zo'n 2,3 GWp). Maar als, zoals ik verwacht, de groei in het laatste kwartaal fors zal zijn vanwege de oplevering van een behoorlijke hoeveelheid grote zonneparken, kunnen we beslist ver over de 2,4 GWp aan capaciteit kunnen gaan verwachten bij Liander. Als dat scenario uit zou komen, zou de jaargroei in 2019 bij Liander richting de 900 MWp of zelfs meer kunnen gaan. Bij publicatie van hun vierde kwartaal cijfers zullen we weten hoe ver ik mis zat.

Keerzijde

Uiteraard is, net als in het netgebied van de collegae van Enexis, de extreme groei van zonnestroom capaciteit ook bij Liander niet onopgemerkt gebleven. Met name waar het de grote problemen veroorzakende zonneparken (en andere grote projecten, windparken, datacenters) in "dunne" netten hebbende landelijke gebieden betreft. Liander heeft inmiddels ook kaartjes en een hele serie detail analyses van capaciteits-problemen per regio gepubliceerd. Die vindt u alhier op hun website (separaat kaartjes voor "afname" resp. "invoeding" van elektra). Zie ook de tweet die Polder PV aan deze problematiek wijdde, met de status eind september dit jaar. De verwachting is, dat, ondanks de forse inspanningen die de netbeheerders al enige tijd doen om de problemen het hoofd te bieden, er met de enorme uit te voeren SDE portfolio's (veelal grote tot zeer grote [PV] projecten omvattend) nog wel geruime tijd "toestanden" zullen optreden bij de inpassing van al dat duurzame fraais. Er zijn al de nodige kamervragen over de capaciteits-problemen geweest, en er zullen er waarschijnlijk nog wel meer gaan komen, is de inschatting van Polder PV.

Om "zinloze" SDE subsidie aanvragen met de huidige transportschaarste problematiek te voorkomen, heeft Minister Wiebes van EZK inmiddels de eisen aangescherpt voor "valide" aanvragen onder de najaars-ronde van SDE 2019. Er moet een "transportindicatie verklaring" van de betreffende netbeheerder overlegd worden door de aanvrager. Ook het "eigendom" van het pand cq. de grond (of water lichaam) voor aanleg van (floating) zonneparken moet duidelijk zijn, en de eigenaar moet expliciet in een toe te voegen verklaring bij de subsidie aanvraag RVO toestemming voor het gebruik van het betreffende dak cq. perceel hebben verstrekt. Anders gaat het feest niet door en wordt een aanvraag geweigerd. Zie daarvoor de recent (op 23 september 2019) gepubliceerde "Wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie" **. Vanaf 29 oktober kunnen (valide) aanvragen weer worden ingediend bij RVO (link). Gezien de forse verslechtering van de condities onder de al aangekondigde "verbreding" van de SDE (onder de mijns insziens onacceptabele, fantasieloze naam paraplu "SDE++") per 2020, verwacht Polder PV, ondanks de nieuwste aanscherpingen van de subsidie voorwaarden, een run op subsidie aanvragen voor (met name, veel grote) PV projecten in de najaars-ronde.

* De cijfers voor de hier getoonde grafieken heb ik overgenomen van de on-line Alliander grafiek. Dit zijn afrondingen van detail cijfers die ik eerder separaat van Liander heb gekregen (gesplitst in klein- resp. grootverbruik data). Derhalve, kunnen de totalen iets verschillen van de eerder getoonde detail grafieken in mijn uitgebreide analyse van oudere data.

** Staatscourant publicatie met, helaas, een blunder: "Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 201". Dat zal gerepareerd moeten worden, om juridische problemen te voorkomen, is de inschatting van Polder PV. Nadat PPV dit publiek had gemeld aan Ministerie van Economische Zaken, bleken de ambtenaren kennelijk de fout al ontdekt te hebben. Er is namelijk in de Staatscourant al rap, op 30 september, een rectificatie verschenen, die deze startdatum inmiddels correct op 1 oktober 2019 heeft gesteld ...

Voor analyse van separaat verstuurde detail data met kleinverbruik en grootverbruik cijfers (tm. Q1 2019), zie intro, en analyse op Polder PV.

Zie ook:

Alliander update PV capaciteit groei van 434 MWp 1e half jaar 2019 (13 juli 2019)
Jaargroei cijfers zonnestroom bij grootste netbeheerder, Alliander, 2018 (21 januari 2019)
Nieuwe cijfers Alliander geplaatste zonnestroom capaciteit QIII (12 oktober 2018)
Nieuwe cijfers Alliander geplaatste zonnestroom capaciteit - afstevenend op nieuw record jaar, 1 GWp reeds ver overschreden. Implicaties voor nationale volumes (26 juli 2018)

Onze actuele prestaties - ontwikkeling zonne-energie (website Alliander, update 15 oktober 2019)

Liander kwam pas op 22 okt. 2019 met een eigen bericht over de nieuwe cijfers, met een ietwat cryptische (tweede) tabel waarin met name de laatste kolom vraagtekens oproept:

Liander sluit fors meer zonnepanelen en laadpalen aan op het net

 
 
 
© 2019 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP