zonne-energie forever!
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (4 januari 2018)
Eerste maand rapport CertiQ 2018 - 700 MWp accumulatie gepasseerd
Nationaal Solar Trendrapport 2018 deel 2. De nieuwe marktcijfers
Analyse van volledige instralings-data KNMI voor Nederland
CertiQ jaaroverzichten - samenvatting en voorlopige stand van zaken 2017
CBS updates 3. Marktsegmentatie zonnestroom sector 2011 - 2016
Aandelen maandproducties in jaaropbrengst: 2017
Zonnestroom productie PV installatie Polder PV in 2017 - zeer matig, maar niet het laagst

1 januari 2018 en recenter nieuws

Voor belangrijke "highlights" voor ons PV-systeem, zie pagina nieuws_PVJSS22.htm

Voor een selectie van interessant nieuws over andere duurzame energiebronnen en gerelateerde zaken:
zie duurzame energie nieuwspagina

Het zonnestroom/zonne-energie nieuws op Polder PV is slechts een zeer bescheiden greep uit de lawine aan informatie die inmiddels de dagelijkse realiteit is. De laatste jaren is eigen research steeds belangrijker geworden, en diepgaande analyses, waarvan u de resultaten op deze site zult terugvinden, vreten tijd. Derhalve is er geen tijd meer voor "kattebelletjes" over het enorme aanbod aan zonnestroom nieuws. Voor een goed beeld van de actuele ontwikkelingen gelieve u te vervoegen bij het dicht op de sector zittende Solar Magazine onder de redactie van Edwin van Gastel.

Het nieuws is een selectieve, persoonlijke, vaak ongezouten en kritische beschouwing van
actuele ontwikkelingen in de zonne-energie branche

"Met het overnemen cq. becommentariëren van persberichten uit de energiesector moet je heel erg uitkijken. Voor je het weet kom je aan niets anders meer toe, en ben je feitelijk onbetaald in dienst van het bedrijfsleven getreden zonder dat je het in de gaten hebt. En ben je een speelbal geworden van de gevestigde orde."

Polder PV webmaster brainwave tijdens bezinnings-rondje, 26 mei 2011

"Without energy nothing works, nothing is possible ...
The time of energy wars has begun."

Hermann Scheer 14 oktober 2010 [obituary], in MIT lezing California


<<< recenter

actueel 142 141 140-131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights


 
^
TOP

23 februari 2018: Het reeds lang "verwachte" winterse zonnestroom output record in Nederland. Het zat er al een tijdje aan te komen, en vandaag is het geschied. Al enige tijd is in opdracht van de borgingscommissie van de Sociaal Economische Raad een on-line portal actief wat de berekende (niet gemeten !) opbrengsten van drie duurzame stroom opwekkende modaliteiten live laat zien. De opbrengst van windstroom, zonnestroom, en biogas. Met de uitdrukkelijke bedoeling om ook andere (verondersteld) duurzame opwekkings-technieken zichtbaar te gaan maken (de productie van warmtepompen zit in de pipe-line). Drijvende kracht achter de berekeningen voor dit portal, energieopwek.nl, is Martien Visser van de Hanzehogeschool in Groningen, die ook elke maand uitvoerige rapportages over de stand van zaken rond duurzame stroom (en andere energie modaliteiten) laat zien, naar analogie van de al jaren bekende detail analyses van Fraunhofer in Duitsland (te raadplegen via het onge-evenaarde portal Energy Charts).

Ik volg dit portal regelmatig, om te zien hoe de opwek actueel verloopt, en had er al enige malen in mijn CertiQ rapport besprekingen op gewezen, en output records per maand vermeld.

Zonnestroom zat al een tijdje op de wip, het hoogste berekende output record voor een wintermaand als februari was tot nog toe, sedert het portal live is gegaan (eerste data van 1 februari 2016) "slechts" 687 MW, op 24 feb. 2017. Maar gezien de al mooie zonnige dagen in februari dit jaar, was de verwachting, dat een dezer dagen alweer een nieuwe piketpaal richting "de Gieg" gezet zou kunnen gaan worden. Omdat in de tussentijd natuurlijk een forse hoeveelheid capaciteit is bijgeplaatst, en daarmee de verwachting was, dat de berekende output navenant een stuk hoger zou gaan worden. Omdat die capaciteit moet worden geschat (vanwege het totaal ontbreken van enige nationale statistiek op dit gebied, te bizar voor woorden), blijft de uitkomst natuurlijk nog steeds speculatief. Maar desondanks was vandaag dan toch het moment daar: In een wintermaand is nu midden op de dag in heel Nederland de 1 Gigawatt zonnestroom output doorbroken.

23 februari 2018 liet het portal midden op de dag al 1.029 MW berekende output voor zonnestroom zien. En dat is een mooie opsteker voor nog veel meer records op dit en ander terrein, want er wordt dit jaar ongenadig veel PV capaciteit bijgebouwd.

België nog dubbel zo veel
En dat is hard nodig. Want België, wat in relatief korte tijd een ongekende boom heeft gekend op het vlak van zonnestroom, enkele jaren daarna weinig bijplaatste, maar nu weer in de opgaande lijn zit (Apère: 271 MW nieuwe capaciteit in 2017 t.o.v. 179 MW nieuw in 2016, en een dieptepunt van slechts 102 MW in 2014), had vandaag, na een opwaartse capaciteits-correctie van ruim 416 MWp (21 feb. 2018*), een maximale output van ongeveer 2.083 Megawatt vermogen (ELIA portal, waarden kunnen later nog aangepast worden). Ik daag de rest van Nederland uit, om ook op dit punt binnen korte tijd in te gaan lopen op onze zuiderburen. En natuurlijk, het liefst, om ze met de vingers in de neus te gaan inhalen op het vlak van capaciteit bijbouw van PV installaties, en de productie van zonnestroom ...

http://energieopwek.nl

Inzicht in de dagelijkse productie duurzame energie (toelichting op het portal, artikel 9 nov. 2016 op website NVDE)

https://twitter.com/Polder_PV/status/967012193672802304

https://twitter.com/Polder_PV/status/967017968499642369

ELIA zonnestroom live logging portal (België) *. ELIA gaat na een opwaartse correctie met 416,27 MWp per 21 feb. 2018 uit van een totaal volume aan gemonitorde capaciteit van ruim 3.369 MWp. Apère meldde voor eind 2017 een totaal opgesteld vermogen van 3.828 MWp in heel België.


 
^
TOP

13 februari 2018: Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (4 januari 2018). RVO heeft wederom een status update gegeven van de (overgebleven) beschikkingen en de realisaties van de SDE subsidie regelingen. Dit artikel behandelt de status update voor zonnestroom (en, kort, thermische zonne-energie), gedateerd 4 januari 2018. Een analyse van de updates in 2017 vindt u onder 18 november, 4 september, 31 augustus, en 31 mei 2017. De laatste SDE update die van RVO naar Rijkswaterstaat is gegaan, en die de op alle andere vlakken verschrikkelijk ver achter lopende Klimaatmonitor databank bereikte, was van maart 2017, en toonde (voorlopige) data tm. 2016 (analyse van 23 maart 2017).

Begin dit jaar is als "officieel" SDE beschikt zonnestroom volume opgeleverd door RVO 634 MWp, verdeeld over 13.079 projecten, genoteerd. SDE 2014 realisatie was op dat moment 56% van de oorspronkelijke aantallen beschikkingen (1.652 gerealiseerde projecten), en ruim 46% bij de beschikte capaciteit (410 MWp). En is daarbij wat relatieve invulling betreft bij de capaciteiten tot nog toe de succesvolste SDE "+"regeling geworden. Er is in totaal al 364 MWp aan beschikte SDE capaciteit voor zonnestroom verloren gegaan om diverse redenen.

Gelieve voornoemde artikelen te raadplegen voor achtergronden van de getoonde data. In het huidige artikel presenteer ik zoveel mogelijk de harde, actuele, "officiële" cijfers, mijn commentaar, en interpretaties.

Kwartaal update van de vorige grafiek, met wederom een nieuwe kolom toegevoegd ter rechterzijde ("RVO status 4 januari 2018"), en een al rap uitgroeiend "schilfertje" van nu al gerealiseerde SDE 2017 ronde I PV projecten zichtbaar (oranje). De Y-as is weer aangepast vanwege de verder gegroeide totaal kolom. Ik heb voor het huidige overzicht de fysieke optelling genomen van alle gerealiseerde projecten in de volledige, net gepubliceerde spreadsheet van RVO.

Sedert die voorlaatste update van oktober 2017 (565 MWp) is er weer flink wat capaciteit bijgekomen. In jan.-apr. was het 50 MWp, in apr.-juli 49 MWp. In de drie tussen sedert juli en oktober is er zelfs 72 MWp toegevoegd. De groei in het laatste kwartaal van 2017 lag op 69 MWp (volgens RVO gedocumenteerde "officiële" berichtgeving, zie ook verderop). Alles bij elkaar opgeteld is er inmiddels 634 MWp aan "officieel gerealiseerde" PV-projecten bekend bij RVO, die een (of meer) SDE beschikking(en) hebben.

Het grootste deel van deze realisaties blijft afkomstig van de implementatie van de tot nog toe meest succesvolle SDE 2014 regeling (blauwe kolom segmenten en getallen), waarvan de "officiële realisatie" is gestegen van 335,1 MWp (3 juli 2017 update) via 376,6 MWp (12 okt. 2017), tot 409,7 MWp (4 januari 2018). Een stijging van 33,1 MWp in drie maanden tijd (bijna 9% t.o.v. het niveau op 12 okt. 2017). Dat volume van bijna 410 MWp was op die peildatum dus bijna 65% van het totale "officieel gerealiseerde SDE volume" wat toen werd bereikt.

Dit is, wat de capaciteit betreft, inmiddels 46,4% van de oorspronkelijk beschikte hoeveelheid van bijna 883 MWp voor SDE 2014. Dat percentage lag nog op 42,7% in de voorgaande update. Inmiddels heeft, zoals ik in de vorige update al heb voorspeld, SDE 2014 qua "slagings-percentage" inmiddels wat de door RVO met "ja" bestempelde beschikkingen betreft, de voorgaande succesvolste regeling, SDE 2013 ingehaald. Die bleef namelijk bij de capaciteit invulling steken op 44,3%. SDE 2014 zal waarschijnlijk nog verder gaan uitlopen, omdat er de nodige grote projecten worden gebouwd met zo'n beschikking. Voor alle andere absolute en relatieve prestaties per SDE resp. SDE "+"regeling, zie de tabel verderop.

Tempo van gerealiseerde capaciteit bij SDE 2014
Ik heb wat de progressie tussen de kwartaal rapporten van RVO betreft, ook gekeken naar het tempo van de realisaties voor de belangrijkste SDE regeling, SDE 2014. Daarbij heb ik als betrouwbare maatstaf de gemiddeld toegevoegde capaciteit per dag in de tussenliggende periodes genomen. Dit, voor de periode dat er data beschikbaar waren bij RVO, sedert 1 juli 2015. Dan blijkt, dat in de update van 3 juli 2017 het laagste tempo werd getoond (gemiddeld 365 kWp per dag t.o.v. de voorgaande update van april). En die van 27 januari 2017 het hoogste tempo, met gemiddeld 654 kWp/dag. Wat alles had te maken met de oplevering van het grootste PV park van Nederland, Sunport, wat een hoge impact heeft. In de periode van 3 juli tm. 12 oktober 2017 lag het tempo voor deze SDE regeling op gemiddeld 411 kWp/dag. Het tempo is verder terug gezakt in de laatste update met de progressie in het laatste kwartaal van 2017, naar 394 kWp/dag. Mochten er in korte tijd enkele grote SDE 2014 projecten worden opgeleverd, kan dat tijdelijk nog even hoger worden. Maar omdat de termijn zal gaan verlopen waarbinnen ze gerealiseerd mochten worden (3 jaar tenzij eenmalig - gemotiveerd - uitstel verkregen), is de verwachting dat de invulling van SDE 2014 bij RVO stapsgewijs verder zal opdrogen. Alle niet gebouwde projecten met beschikking zullen na verstrijken van de termijn uit de toekomstige spreadsheets van RVO verwijderd gaan worden.

Totale trend bij SDE invullingen naar nieuw record
Kijken we naar het totaal van de invullingen van alle SDE regelingen, hebben we wat het terug gerekende tempo van hoeveelheid bijgeschreven volume per dag een nieuw record te pakken. Voor medio 2015 lag dat niveau (voor alle regelingen bij elkaar) lager dan 100 kWp/dag. Daarna nam het rap toe, van 363 kWp/dag in het eerste kwartaal van 2016, naar 713 kWp/dag in het derde kwartaal van 2017. Het vierde kwartaal van 2017 ging daar alweer overheen, en liet RVO gemiddeld genomen 824 kWp/dag aan "officieel gerealiseerde SDE beschikkingen voor PV projecten" bijschrijven (periode: 12 okt. 2017 tm. 4 jan. 2018).

Polder PV cijfers SDE 2016 lijken achter te lopen op die van RVO, maar schijnt bedriegt
Wederom o
pvallend in de grafiek zijn de realisaties voor de twee SDE 2016 rondes. Daar is alweer 8,4 resp. 12,1 MWp nieuw van gerealiseerd sedert oktober 2017, volgens de "officiële" cijfers van RVO. In totaal is er nu geaccumuleerd 71,1 MWp officieel opgeleverd uit die twee subsidie rondes, 40% meer volume dan in oktober 2017 (50,7 MWp). Ongeveer fifty-fifty verdeeld over beide rondes, 260 resp. 266 projecten (totaal 526 stuks).

Ik had halverweg januari 2018 in mijn eigen PV projecten lijst zelf waarschijnlijk positief geïdentificeerd zo'n 283 SDE 2016 projecten met een gezamenlijk vermogen van maar liefst 76 MWp. Ik had dus veel minder projecten, wat niet vreemd is omdat over lang niet alle nieuwe installaties iets in de media wordt gerapporteerd, met name over de kleinere projecten niet. Maar ik had wel al meer capaciteit staan als opgeleverd (netgekoppeld). Dat komt, omdat ik al vier grote - deels grondgebonden - projecten met SDE 2016 beschikking heb meegeteld die zijn netgekoppeld, maar die nog geen "ja- vinkje" bij RVO hebben gekregen. En die gezamenlijk een gerealiseerde omvang hebben van bijna 35 MWp. Wat al aangeeft dat zelfs RVO altijd achter loopt bij de realiteit, met haar SDE data.

Ook kan het beslist ook zo zijn, dat ik wel degelijk al veel van de door RVO met "ja" aangevinkte projecten in mijn lijst heb staan, maar dat ik ze nog niet "herken", omdat er wellicht anonieme beschikkingen zijn verstrekt, die zeker in grotere gemeentes vrijwel niet zijn te traceren. SDE is namelijk beslist niet het enige segment in mijn lijst, de impact bij de capaciteit is bijna driekwart van het totaal. Bij de aantallen projecten veel minder, ruim veertig procent. Veel van die ogenschijnlijk "niet-SDE" projecten in mijn lijst kunnen best zo'n beschikking hebben, die anoniem blijkt te zijn.

Aan de andere kant, als ik kijk naar het totaal aan alleen al de >=15 kWp single-site projecten wat ik medio januari lijk te hebben gevonden met SDE beschikking, 600 MWp, is en blijft dat een zeer substantieel volume. Als we namelijk de gerealiseerde volumes voor SDE 2008 en SDE 2009 en SDE 2010 "klein" (totaal 36,1 MWp, installaties tot max. 15 kWp per stuk) aftrekken van het totale volume van 634 MWp volgens RVO, houden we "maar" 598 MWp over (ergo: projecten groter dan 15 kWp). Dan zou ik dus mogelijk nog steeds, met SDE gesubsidieerde projecten die al lang zijn opgeleverd, maar die nog geen "ja" vinkje bij RVO hebben gekregen, iets boven genoemd "rest" volume van het agentschap kunnen zitten. En dat alleen al met de zgn. "single-sites" (multi-sites nog niet meegerekend). Kennelijk is mijn deels onafhankelijk tot stand gekomen projecten lijst dus behoorlijk representatief voor wat de instanties tot nog toe hebben gerapporteerd.


RVO cijfers lopen achter op realiteit bij CertiQ
RVO loopt sowieso ook "achter bij de realiteit", vanwege de administratieve vertraging die aanwezig is tussen de fysieke oplevering van een project en "het ja vinkje" in hun SDE dossier. Die vertraging kan fors oplopen. Dit laat een vergelijking zien met recent bekend geworden cijfers van CertiQ, waar inmiddels, met name wat de capaciteiten betreft, bijna alleen nog maar SDE gesubsidieerde PV projecten zijn opgenomen (vrijwel alle oude projecten met MEP subsidies zullen inmiddels zijn verdwenen uit die databank). De laatste relevante stand bij CertiQ was in het door Polder PV besproken rapport over de maand december 2017, waarin al een geaccumuleerde capaciteit van 672 MWp werd opgevoerd voor gecertificeerde PV capaciteit in ons land. Dat is al 38 MWp meer (bijna 6%) dan het volume van 634 MWp in de nu besproken RVO update van 4 januari 2018. Het lijkt niet waarschijnlijk dat dit forse verschil (alleen maar) kan liggen aan een groot volume gecertificeerde PV projecten bij CertiQ wat géén SDE beschikking(en) zou hebben ...

Uiteraard is er inmiddels, eind januari 2018, alweer veel meer volume bij CertiQ geaccumuleerd. De stand, grafische ge-evalueerd door Polder PV, was toen alweer rap opgeklommen naar 710,6 MWp.

Afvallers
Terugkerend naar bovenstaande grafiek: bij de oudste regelingen, SDE 2008 tm. SDE 2012 zal er niets meer bijkomen, er staan geen beschikkingen meer "open" voor die regelingen. Wel vallen er nog steeds om onbekende redenen soms reeds (lang) gerealiseerde projecten af (brand, diefstal, hagel schade, installatie afgebroken, verhuizing / nieuwe eigenaar niet geïnteresseerd in subsidie perikelen, andere reden?). Mede gezien de getallen die uit de RVO sheet zijn te extraheren. De "uitval" t.o.v. de vorige update van 12 oktober 2017 was ook ditmaal relatief beperkt: de SDE 2008 regeling verloor wederom 2 (bestaande) projecten, de SDE 2009 regeling 1 exemplaar.

Ook voor de "nog lopende" regelingen zijn weer project beschikkingen afgevallen, soms zelfs substantieel. De verliezen t.o.v. de voorgaande update van de oktober 2017 update waren als volgt: 59 stuks voor SDE 2014 (11,2 MWp), 67 exemplaren voor de voorjaars-ronde van SDE 2016 (goed voor 14,7 MWp verlies aan capaciteit), maar liefst 92 voor de najaars-ronde van die jaargang (verlies 22,1 MWp), en ook alweer 9 exemplaren voor de voorjaars-ronde van SDE 2017 (waarvoor oorspronkelijk 4.386 aanvragen werden beschikt, verlies in capaciteit zeer gering, 0,6 MWp, dus kleine projectjes betreffend). De totale uitval bij de beschikkingen is daarmee sedert oktober 2017 gekomen op 230 stuks, met een geaccumuleerde verdwenen project capaciteit van 48,5 MWp. Dat is een fors volume. Alle moeite die in die projecten is gestoken is voor niets geweest.

Realisaties
Uiteraard zijn er ook projecten tussentijds "volgens de administratieve definities" van RVO gerealiseerd. Sedert het oktober 2017 rapport waren dat er 4 voor SDE 2013 (1,2 MWp), 84 voor SDE 2014 (33,1 MWp), 1 voor SDE 2015, 34 voor de voorjaars-ronde van SDE 2016 (8,4 MWp), en nog eens 82 voor de najaars-ronde (12,1 MWp). De voorjaars-ronde van SDE 2017 gaf al 51 nieuw gerealiseerde projecten te zien, die 14,4 MWp toevoegden. Dit alles geeft een totaal van 253 nieuwe formele realisaties (exclusief de 3 verloren gegane SDE 2008 & SDE 2009 beschikkingen), met een capaciteit van de beschikkingen die optelt tot 69 MWp t.o.v. de oktober 2017 update.

Let wel bij de laatstgenoemde capaciteit (69 MWp "groei") op, dat dit beslist niet het fysiek gerealiseerde volume is. RVO geeft dat namelijk helemaal niet op. Ik heb van talloze projecten met SDE subsidies fors afwijkende opgeleverde capaciteiten in mijn spreadsheet staan, die soms wel tot 30% kunnen afwijken van het getal getoond in de RVO lijsten. Zowel afwijkend naar boven, als naar onder. Voor de details van alle wijzigingen en "overgebleven" aantallen bij de verschillende categorieën, en de verschillende SDE regelingen, zie de volgende tabel hier onder.


Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen

Voor uitgebreide toelichting bij de (inhoud van de) tabel, zie artikel met analyse status 3 april 2017.


^^^
KLIK
op plaatje voor uitvergroting (komt in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)

In deze tabel alle relevante bijgewerkte cijfers voor de aantallen en Megawatten voor alle (bekende) SDE regelingen (tot en met de beschikkingen voor de eerste ronde van SDE 2017, 2e ronde nog niet bekend). Links de oorspronkelijk beschikte volumes, in rood de actuele status van wat RVO met de huidige update nog in portfolio heeft staan, in blauw de daar uit resulterende verloren gegane hoeveelheden t.o.v. oorspronkelijk toegekend. In groen volgen de fysieke volumes, volgens administratieve normen van RVO geldende "opgeleverde" (gerealiseerde) projecten. De laatste vier kolommen betreffen de overgebleven hoeveelheden, nog in te vullen (of t.z.t. af te voeren) beschikkingen van de betreffende SDE regimes. De beschikkingen voor SDE 2017 ronde I ("voorjaars-ronde") zijn in de vorige update toegevoegd in de tabel. Zowel voor de aantallen als voor de beschikte capaciteit, betreft dit nieuwe record hoeveelheden onder het "SDE + regime". Vóór die regeling was dat bij de aantallen SDE 2014 (2.973 projecten oorspronkelijk beschikt). En bij de beschikte capaciteit was het de najaars-ronde voor SDE 2016 (oorspronkelijk 970,7 MWp beschikt). Bij de oudere "SDE" voorgangers waren de aantallen maximaal bij SDE 2008 (8.033 oorspronkelijke beschikkingen), bij de capaciteit was het SDE 2009, die voor de twee varianten bij elkaar ("klein" resp. "groot" categorie) 29,0 MWp kreeg beschikt (rode kaders).

(a) Verloren gegane beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes (blauwe sectie in tabel)

Er is t.o.v. de accumulatie status getoond in de vorige update weer wat extra volume verloren gegaan (beschikkingen om wat voor reden dan ook ingetrokken of ongeldig verklaard door RVO). Voor SDE 2014 is inmiddels een capaciteit van 157,7 MWp verloren gegaan (602 projecten, 59 exemplaren verdwenen t.o.v. de update van oktober 2017), 11,2 MWp meer dan in de vorige update. Dat is bijna 18% (aantallen: ruim 20%) van oorspronkelijk beschikt. Bij de twee SDE 2016 regelingen waren de "klappen" nog forser: deze verloren resp. 67 projecten met een capaciteit van 14,7 MWp (SDE 2016 I), resp. 92 projecten met een beschikt vermogen van 22,1 MWp (SDE 2016 II) t.o.v. de voorgaande update. Geaccumuleerd zijn deze 2 SDE regelingen al 284 beschikte projecten kwijtgeraakt, "goed", voor 62,7 MWp aan beschikte capaciteit.

Voor alle SDE regelingen bij elkaar telt alle verloren beschikte capaciteit inmiddels op tot 363,7 MWp, bijna 48,5 MWp meer dan de 315,1 MWp in de oktober 2017 update (verdeeld over 230 teloor gegane beschikkingen). NB: dat volume van 363,7 MWp is al bijna het volume van de totale Nederlandse eindejaars-accumulatie aan PV capaciteit in 2012 (369 MWp volgens de CBS cijfers). Dat verlies is 7,8% van de oorspronkelijk beschikte volumes voor al die regelingen, en zelfs bijna 16% als SDE 2017 ronde I, pas vrij recent vol beschikt, niet bij dat volume wordt gerekend. Maar bij dat verloren volume kan beslist nog "het nodige" worden toegevoegd, gezien de vele "riskante" grote project beschikkingen van de afgelopen rondes in 2016-2017. M.b.t. de aantallen is het verlies al fors groter, 7.605 projecten, 27,4% van oorspronkelijk toegekend door RVO en haar voorgangers (zelfs bijna 33% als SDE 2017 ronde I niet wordt meegerekend). Dat ligt vooral aan de enorme verliezen bij de oude SDE regelingen. Die staan boven de stippellijn in de tabel, het betreft veelal beschikkingen voor particulieren, maar ook woningbouw projecten die niet zijn doorgegaan of om andere redenen.

(b) Fysieke realisaties per SDE jaar-ronde "volgens de officiële RVO cijfers" (groene sectie in tabel)

Onder het SDE 2014 regime is weer de nodige groei geweest: 1.652 (okt. 2017 1.568, juli 2017 1.419) projecten volgens RVO directieven tot nog toe "officieel" opgeleverd, met een gezamenlijke capaciteit van bijna 410 MWp (okt. 2017 377 MWp, juli 2017 335 MWp). By far het hoogste absolute realisatie volume tot nog toe, van alle SDE jaarrondes. Met een gemiddelde systeemgrootte van inmiddels alweer 248 kWp per project. In okt. 2017 was dat nog 240 kWp, in juli 2017 nog 236 kWp, en in april 2017 zelfs nog maar 231 kWp. De opgeleverde projecten van die belangrijke regeling worden dus gemiddeld groter. Daarmee is SDE 2014 volgens de - uiteraard niet actuele - RVO cijfers op een realisatie van 46,4% gekomen t.o.v. de oorspronkelijk beschikte capaciteit (okt. 2017 42,7 %, juli 2017 38,0%). Bij de aantallen beschikkingen is het zelfs al 55,6% (okt. 2017 52,7%, juli 2017 47,7%).

In mijn huidige projecten lijst had ik halverwege januari een fors minder groot aantal gevonden SDE 2014 realisaties (ruim een 200-tal minder). Dat kan verschillende oorzaken hebben. Het zullen waarschijnlijk de wat "kleinere" projecten zijn die nauwelijks meer worden gerapporteerd, en die ik "dus" nog niet heb gezien. Projecten waarvan een beschikking ID niet was te achterhalen (geanonimiseerd bij RVO). Of, en dat moet ook niet vergeten worden: het kan liggen aan het feit dat nogal wat (SDE 2014) projecten meerdere beschikkingen op "een lokatie" hebben. Die lokatie kan dan bijvoorbeeld verschillende adres nummers hebben, waar slim van gebruik is gemaakt bij de aanvragen (er mocht maar 1 aanvraag per adres, eigenlijk "EAN nummer" worden gedaan).

Ondanks bovenstaande, had ik medio januari wel al een groter volume opgeleverde "SDE 2014 capaciteit" staan in mijn projecten overzicht. Waarschijnlijk zo'n 421 MWp (wat mogelijk al bijna 48% realisatie bij SDE 2014 zou kunnen inhouden t.o.v. oorspronkelijk beschikte capaciteit, 883 MWp). Dat is bijna 3% meer capaciteit dan RVO nu "officieel" meldt voor 4 januari 2018. Een tweede signaal, dat ik dus al de nodige in de tussentijd opgeleverde "grotere" projecten uit die regeling heb gevonden als "fysiek opgeleverd en netgekoppeld". Die in de laatste update echter nog geen "ja" vinkje bij RVO hebben gekregen. Grote, grondgebonden projecten en installaties op distributiecentra e.d. hebben immers een forse impact op het totaal aan bereikte capaciteit binnen een SDE regeling. Als je dergelijke projecten (nog) niet in het geheel hebt zitten, mis je een fors volume.

Het echte percentage van de totaal realisatie voor SDE 2014 zal beslist nog hoger liggen dan wat ik nu in spreadsheet heb staan, omdat ik niet alle activiteit in de markt "zie". Er wordt beslist niet over alle projecten meer iets in de media vermeld, of info daar over is domweg nog niet gevonden. Hierbij dient u goed te beseffen, dat ik nog regelmatig meldingen van PV projecten zie die in voorgaande jaren al zijn opgeleverd. Maar die ik tot nog toe niet had gevonden. Er komt dus nog steeds "ouder spul" in de spreadsheet. En dat zal ook wel zo blijven.

Er is niets gewijzigd in de "record houdende" jaarronde regeling bij de absolute volumes (SDE 2014 alle drie indicatoren). In totaal is er tot deze officiële RVO update een volume van 634,1 MWp "SDE beschikt" opgeleverd, verdeeld over 13.079 projecten (okt. 2017 564,9 MWp, 12.826 projecten; juli 2017 492,9 MWp, 12.469 projecten). Een zeer substantieel deel van dat "aantal" komt uit de oude SDE regelingen, toen duizenden particulieren mee konden doen. Het aandeel SDE op totaal realisatie "SDE + SDE+" bedroeg (licht bijgesteld door paar uitvallers) 10.019 beschikkingen = 77% bij de aantallen. Dat zijn er 3 minder dan in de vorige update (uitval 2x bij SDE 2008, 1x bij SDE 2009). Dat aandeel zal stapsgewijs blijven dalen, naarmate er meer SDE"+" projecten zullen worden opgeleverd. Het aandeel van opgeleverde SDE beschikkingen is slechts 49,7 MWp op een totaal van momenteel 634,1 MWp = 7,8% (in okt. 2017 nog minder dan 9%, in juli 2017 nog ruim 10%). Wezenlijk verschillend, dus. Dat heeft alles te maken met de enorme schaalvergroting onder het SDE "+" regime, waar onder de "bovencap" van, ooit, 100 kWp is ge-elimineerd, en er enorm grote projecten werden beschikt, en inmiddels mondjesmaat zijn opgeleverd. Sunport 30,8 MWp tot nog toe voorlopig een tijdje als grootste, en voorlopig "uniek in zijn soort". Al heeft het reuzen project inmiddels gezelschap gekregen van enkele andere netgekoppelde, forse grondgebonden installaties. Die echter nog niet officieel een "ja-vinkje" hebben gekregen van RVO ...

Kijken we bij de realisaties naar de percentages t.o.v. de oorspronkelijke beschikkingen, duiken andere "record houdende SDE jaarrondes" op: Voor de "oude SDE" was dat SDE 2009 voor zowel aantallen en capaciteiten (67 resp. 77 procent van oorspronkelijk beschikt). Hierin zal geen wijziging meer komen, die regelingen zijn al lang "afgerond". Voor het "SDE+ regime" is dat tot nog toe SDE 2011 voor de aantallen (58%), resp. SDE 2014 bij de capaciteit (inmiddels ruim 46%, waarmee het SDE 2013 sedert de vorige update naar de tweede plaats heeft verwezen op dit punt). Zoals in de vorige analyse ook door mij is voorspeld.

Opvallend is de zeer slechte prestatie voor de (ook reeds afgeronde) SDE 2012: slechts 32% van aantal oorspronkelijke beschikkingen opgeleverd, en zelfs maar 28% van de capaciteit. Uiteraard was er ook maar heel weinig beschikt (oorspronkelijk 17,1 MWp, waarvan er echter maar 4,8 MWp is overgebleven), anders had dat een "ramp-subsidie-jaar" geworden. Latere regelingen kunnen uiteraard nog forse realisatie toenames laten zien. Voor SDE 2014 projecten gaat echter de tijd dringen: de laatste in bouw zijnde projecten moeten, eventueel met een eenmalige verlenging op zak, echt dit jaar nog aan het net gaan, anders dreigen de vele overblijvende beschikkingen te worden ingetrokken. Het is dan ook niet vreemd dat ik de laatste maanden nog steeds regelmatig project realisaties zie voorbijkomen met zo'n "oude" SDE 2014 beschikking. En diverse grote projecten, ook op de grond, inmiddels volop in de bouwfase zijn beland. Die gaan nog "het nodige" aan MWp-en toevoegen aan de implementatie van die succesvolle SDE "+" regeling.

(c) Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel)

Dit alles (oorspronkelijk beschikt minus verloren gegane beschikkingen cq. realisaties) leidt tot een "overgebleven" pool aan beschikte projecten die nog opgeleverd moeten gaan worden. Of, als de Nornen in een kwade bui zijn, tot extra verlies om wat voor reden dan ook. Begin januari 2018 waren er bij RVO nog 2.806 beschikkingen tm. SDE 2016 (rondes I en II) over (okt. 2017 3.229, juli 2017 3.671), met een gezamenlijk volume van 1.336 MWp (okt. 2017 1.439 MWp, juli 1.532 MWp). Met de (overgebleven) beschikkingen van SDE 2017 I er bij geteld (4.291 stuks, 2.333 MWp) kwam dat totale aantal "nog in te vullen" op 7.097 stuks, resp. 3.670 MWp. Een enorm volume voor een land wat mogelijk nog slechts in de buurt is gekomen van de 3 GWp aan geaccumuleerde PV capaciteit, zeker als je ook nog het niet bekende te beschikken volume voor SDE 2017 II daarbij ook nog in aanmerking neemt. Voor de resterende 315 MWp uit de SDE 2014 regeling (36% van oorspronkelijk beschikte capaciteit, 43% van overgebleven beschikte volume, 724,9 MWp) gaat de tijd dringen. Er gaat gegarandeerd nog veel volume van afvallen. Hoeveel, dat blijft nog even de vraag.

(d) Ratio SDE+/SDE

Onderaan twee velden in de tabel heb ik ook nog de ratio berekend tussen de officieel overgebleven beschikte volumes voor alle SDE+ resp. de oude SDE regelingen (rode veld), en dit herhaald voor de reeds door RVO als opgeleverd beschouwde projecten (groene veld). Die verhouding ligt, vanwege een heftige toevoeging van beschikkingen onder SDE 2017 ronde I, inmiddels rond de 1 (in juli 2017 was dat nog 0,6) voor de beschikte hoeveelheden. De SDE werd door duizenden particuliere toekenningen gedomineerd, en die was tot nog toe bepalend voor deze inmiddels aardig "recht getrokken" verhouding. Bij de realisaties is die verhouding echter veel schever (slechts 0,3), omdat veel grote projecten uit latere "SDE +" regelingen nog niet zijn opgeleverd, en de vele reeds afgeronde oude SDE micro projectjes die som nog zwaarder "onder druk zetten".

Bij de capacititeiten is de verhouding precies andersom, omdat "SDE +" gedomineerd wordt door talloze zeer grote projecten. Bij de overgebleven beschikkingen is die factor opgelopen tot een heftige factor 86 : 1. Bij de realisaties een stuk lager, inmiddels bijna 12 : 1. Met dezelfde oorzaak: veel zeer grote projecten in de beschikkingen zijn nog niet opgeleverd. Tot slot, bij de gemiddelde systeemgrootte vinden we die trend wederom terug. "SDE +" staat tot SDE bij de beschikkingen ruim 84 : 1, maar bij de realisaties nog "maar" een factor 39 : 1. Ook deze verhoudingen kunnen fors wijzigen, naar gelang er een fors aantal grote "SDE + projecten" daadwerkelijk alsnog gerealiseerd zal gaan worden. Echter, omdat deze verhoudingen t.o.v. de voorgaande update nauwelijks zijn gewijzigd, moeten daarvan eerst grote volumes opgeleverd gaan worden. Dat kan nog wel "even" gaan duren.


Thermische zonne-energie

In dit kleine andere zonne-energie dossier is er ook weer het een en ander gewijzigd. T.o.v. de oktober 2017 update zijn er in de huidige versie van 4 jan. 2018, nogal bizar, maar liefst 10 (!) SDE 2016 ronde I beschikkingen van de aardbodem verdwenen. Kennelijk waren de financiële condities waarop is beschikt (niveau basis bedrag) zo slecht, dat de project planners al snel de handdoek in de ring hebben gegooid, en de beschikkingen hebben laten intrekken ? (speculatie). Er zijn nog maar 19 thermische ZE projecten uit die regeling over, dus dat was een forse aderlating...

Ondertussen is er ook, vrij curieus, een SDE 2017 ronde I beschikking bijgekomen, een geanonimiseerd thermisch zonne-energie project in Emmen (Dr.), met een vermogen van 158 kWth. Dit resulteert in een "netto verlies" van 9 thermische zonne-energie beschikkingen t.o.v. de voorgaande update. In totaal resteert er nu ruim 71 MWth aan beschikte zonnewarmte capaciteit, verdeeld over 71 projecten, waarvan er nu 22 onder SDE 2017 ronde I. Als we kijken naar de "officiële realisaties", volgens de richtlijnen van RVO, zijn daarvan tot nog toe 10 projecten opgeleverd (14%), met een totaal thermische vermogen van 3 MWth (ruim 4%). 5 daarvan (1,6 MWth totaal) hebben een SDE 2014 subsidie beschikking.

Zie ook andere recente SDE 2016-2017 analyses:

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (18 november 2017; voorlaatste update SDE van RVO)

Wederom nieuw record fotovoltaïsche projecten SDE regime: SDE 2017 ronde II overtreft voorjaars-ronde, 3,2 GWp aangevraagd (12 nov. 2017)

Verdeling aantallen projecten en vermogens over grootte categorieën SDE 2016 tm. SDE 2017 ronde I (5 sep. 2017)

Data SDE 2017 ronde I bekend - record toegekend budget en capaciteit voor PV (4 sep. 2017)

Nieuw record aanvragen fotovoltaïsche projecten SDE regime SDE 2017 - > 2,6 GWp (6 april 2017)

Status update stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (3 juli 2017) (31 augustus 2017)

Feiten en cijfers SDE(+) (RVO, extern)


8 februari 2018: Eerste maand rapport CertiQ 2018 - op 1 na hoogste maand groei bijna 39 MWp, 700 MWp accumulatie gepasseerd. In het eerste maand rapport van 2018, dat voor januari, officieel geopenbaard op 7 februari in het nieuwe jaar, gaf bij CertiQ voor gecertificeerde zonnestroom capaciteit een op een na hoogste groei te zien van bijna 39 MWp. Daarmee kwam het totale PV vermogen in het CertiQ register op 710,6 MWp, waarbij wederom een "100 MWp grens" werd doorbroken bij de accumulaties. Er werden netto 127 nieuwe gecertificeerde PV projecten toegevoegd aan de databank in de eerste maand van het jaar. In dit artikel de grafische analyse van het laatste maandrapport, met als zwaartepunt de wijzigingen bij gecertificeerde zonnestroom genererende installaties.

Wat de maandelijkse toevoegingen (of: tijdelijke afnames) van aantallen installaties betreft, rode curve, met als referentie de rechter Y-as, zijn er in januari "netto" 127 nieuwe PV projecten bij gekomen. Ongeveer een gemiddeld niveau t.o.v. de trend in het laatste halve jaar. Nog steeds fors minder dan het opvallende maand record van (netto) 445 nieuwe PV projecten in juli 2017. Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten.

De accumulatie is te zien aan de gele curve (referentie: linker Y-as) die, na het "plateau" in 2013-2015, de laatste 2 jaar opvallend is gaan stijgen. De nieuwe cijfers in de laatste maand rapportages geven weer een wat minder sterke toename te zien. De curve geeft eind januari 2018 een accumulatie van 14.557 gecertificeerde PV projecten in de database van CertiQ (gemarkeerd data punt rechts bovenaan).

De volgende grafiek toont de resultaten bij de aantallen in de vorm van per kalenderjaar gegroepeerde maanden, om de verschillen tussen de jaren goed te kunnen weergeven:

Uit bovenstaande grafiek, met het eerste maand resultaat voor het kalenderjaar 2018 toegevoegd, blijkt duidelijk, dat er per jaar grote verschillen zijn opgetreden tussen de maandelijkse rapportages onderling, en dat soms zelfs negatieve groei mogelijk is geweest (met name in de periode van "verplichte her-inschrijvingen bij CertiQ", 2013-2015). Voor een overzichtje van de effecten van jaar tot jaar, zie de bespreking van het sep. 2017 rapport. In oktober 2017 nam het aantal netto bijschrijvingen (98) weer toe t.o.v. het lage niveau in september (71), in november werd dat aantal nog groter (164), in december zakte het weer in naar 119 stuks. En in januari 2018 nam het weer licht toe naar netto 127 nieuwe projecten.

Gemiddeld genomen is het niveau in het kalenderjaar 2017 op 158 nieuwe installaties per maand gekomen volgens de (deels verouderde) cijfers uit de maand rapportages. Zoals we in het vorige verslag hebben kunnen zien, is echter op basis van de jaar rapportages, die deels al bijgestelde volumes lieten zien, voorlopig het gemiddelde op 120 nieuwe installaties per maand komen te liggen in dat jaar (dit is echter pending een revisie voor het jaar rapport over 2017). Gaan we van dat laatste cijfer uit, zou januari 2018 daar dus iets boven liggen.

De laatste jaren zijn de nieuwe aantallen per maand gemiddeld genomen wel veel lager dan de toevoegingen in de jaren dat er nog veel residentiële installaties doordrongen tot de burelen van CertiQ, met name in 2009-2011. Die kleine residentiële projectjes hadden allemaal subsidie beschikkingen uit de regelingen SDE 2008 tm. SDE 2010 ("categorie klein"). Met de introductie van het SDE "+" regime in 2011 is de "ondercap" verhoogd naar 15 kWp, en is er later ook nog een verplichte grootverbruik aansluiting in de regeling opgenomen. Waardoor zelfs particulieren met forse dak-ruimte geen schijn van kans meer maakten om nog (op individuele basis) een SDE aanvraag te kunnen doen.

Dat er desondanks weer "aardige" groei volumes van de aantallen bij CertiQ geregistreerde projecten zijn te zien is voor een aanzienlijk deel te wijten aan de lopende realisaties van omvangrijke volumes onder de diverse SDE "+" regelingen beschikte PV projecten (voor overzicht beschikkingen en "officiële" realisaties, zie meest recente analyse van RVO cijfers). De grootste groei zit hem echter niet in het "aantal" installaties, maar met name in de opgestelde productie capaciteit, wat daarmee wordt ingebracht. Dat stijgt spectaculair, zoals we hier onder zullen zien, en heeft alles te maken met het feit dat het om (gemiddeld en absoluut) véél grotere PV projecten gaat dan wat enkele jaren geleden "gebruikelijk" was voor Nederland.


In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit om substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Voor 2018 heb ik voor het vierde jaar op rij alweer een nieuw capaciteits-bouw record voorspeld voor de totale Nederlandse markt (o.a. tijdens de informele winter-sessie van SolarPlaza). Het is derhalve niet vreemd dat ook in de sub"markt" van het CertiQ dossier, in januari dit jaar, alweer netto 38,6 MWp nieuwe capaciteit werd toegevoegd. Waarmee het de op-een-na-grootste netto toevoeging is geweest sedert het record in januari 2017 (45,7 MWp, met toen als reden: toevoeging van het grootste zonnepark in NL, Sunport Delfzijl 30,8 MWp). Daarmee komt de nieuwe additie in januari ver uit boven het maandelijkse gemiddelde voor 2017, (bijna 22,8 MWp/mnd, groene stippellijn). Het gemiddelde over 2016 (rose stippellijn) lag veel lager, rond de 16 MWp/mnd, zo'n 43% minder dan in 2017. De reden dat het volume in januari weer zo hoog is, lijkt me wederom te liggen aan het feit dat er, naast de "reguliere" grote SDE projecten, weer 1 of meer forse grondgebonden installaties zijn doorgedrongen tot de CertiQ databank. Ik ken er twee, met een gezamenlijke opwek capaciteit van - waarschijnlijk - 29,8 MWp, die eind van vorig jaar fysiek zijn opgeleverd. Mogelijk dat 1, of mogelijk zelfs 2 van die installaties pas in het januari rapport is bijgeschreven, waardoor het totale nieuwe (netto) maand volume zo hoog is uitgepakt. Er kan beslist verschil zijn tussen de datum van de fysieke netkoppeling, en de registratie datum bij CertiQ. Zo'n verschil kan dus ook over de - voor statistici zeer belangrijke - jaargrens heen gaan.

Bovenstaande is het beeld op basis van de cijfers uit de maand rapportages. Die kunnen echter achteraf worden bijgesteld, en dat is tot nog toe ook daadwerkelijk altijd geschied. Voor een korte discussie over de (nog te verwachten) bijstelling voor 2017, zie het voorgaande artikel. Hierin ook mijn verwachting, dat 1 van de 2 die maand fysiek opgeleverde zonneparken mogelijk niet in december, maar in januari zou kunnen worden bijgeschreven bij CertiQ. Als béide - fysiek in december opgeleverde - parken pas in januari zouden zijn bijgeschreven, zou je netto nog maar 38,6 - 29,8 = 8,8 MWp voor de "normale" nieuwe toevoegingen in januari overhouden. Dat zou weer op een behoorlijk laag niveau liggen, al is dat natuurlijk, gezien de cijfers voor 2017, niet onmogelijk. Zonder verdere info over de projecten bij CertiQ, blijven aannames over deze verwachtingen nogal speculatief.

Gemiddelde capaciteit PV projecten in januari

Als we uitgaan van "relatief weinig uitstroom" uit de CertiQ bestanden, en de maandelijkse netto toevoeging van 127 nieuwe installaties, met genoemde 38,6 MWp netto nieuwe capaciteit combineren, zou hier uit resulteren dat een "netto nieuw toegevoegd project" in de januari 2018 update een gemiddeld systeem vermogen zou hebben van 304 kWp per stuk, een record voor de afgelopen twaalf maanden. Dat is het equivalent van een fors rooftop project, van ongeveer 1.126 moderne kristallijne 270 Wp panelen per installatie (type vaak ingezet op grotere daken, residentieel ligt dat vermogen inmiddels al hoger). Aangezien het hier om een gemiddelde gaat, zitten er natuurlijk ook (veel) grotere projecten bij. Er worden al vaker forse rooftop projecten van vele honderden kWp tot soms zelfs 1 of zelfs "enkele" MWp-en aan het net gekoppeld. Zoals het vorig jaar opgeleverde grootste Nederlandse "single-roof" PV project met 15.318 multi-kristallijne zonnepanelen (ruim 4 MWp), op het enorme platte dak van Rhenus Contract Logistics op industrieterrein Ekkersrijt in Son en Breugel (NB), door KiesZon.

Voor het overige blijven er stapsgewijs grote grondgebonden zonneparken opgeleverd worden, zoals de eerder genoemde 2 exemplaren. Naast ook regelmatig kleinere veld projectjes, die, wat hun opgestelde capaciteit betreft, nauwelijks opvallen tussen de talloze rooftop systemen. Al dit soort grotere PV projecten stuwen het maandgemiddelde flink omhoog. Als ze tenminste als "administratief opgeleverd" in de betreffende maand worden opgenomen in het CertiQ register. Daar kan beslist een vertraging van een maand, of wellicht zelfs langer in zitten.


Na het bereiken van de halve GWp aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit in het rapport van mei 2017 ging de groei verder, en na de heftige "correctie" t.a.v. het september rapport, op een behoorlijk consistent, gemiddeld hoog niveau in de laatste maand rapportages. Januari 2018 gaf bovenop de recente trend weer een flinke versnelling te zien.

De enorme versnelling in het CertiQ dossier, sedert de nazomer van 2015 (juni: 129,5 MWp), is kristalhelder in deze al jaren door Polder PV geactualiseerde grafiek. De gecertificeerde PV capaciteit heeft bij CertiQ inmiddels een nieuwe piketpaal "genomen", de 700 MWp accumulatie is alweer in 1 maand vet overschreden. En momenteel is bij CertiQ een omvang bereikt van 710,6 MWp, eind januari 2018. Een factor van ruim 32 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En een factor van bijna 5 en een half maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. Die laatste toename werd dus in ruim 2 en een half jaar gerealiseerd. De tussenpozen tussen het bereiken van een nieuwe "100 MWp" grens bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar in ieder geval steeds korter geworden (afstand tussen de vertikale blauwe stippellijnen in de grafiek).

En er zal nog heel veel op bovenstaande gaan volgen, gezien de enorme SDE subsidie portfolio's die er op het vlak van zonnestroom al eerder zijn beschikt door RVO. Verhevigd door de enorme toevoeging van de eerste SDE 2017 ronde (4.386 beschikte projecten met een nieuwe record omvang van 2.354 MWp, analyse Polder PV hier). En ongetwijfeld verder versterkt door een nog onbekend (mogelijk tegenvallend?) volume aan te beschikken projecten binnen de 26 oktober jl. gesloten najaars-ronde voor SDE 2017. Waarvoor wederom een zeer hoog bedrag van 6 miljard Euro was klaargezet, maar waarvan waarschijnlijk ook zeer veel uitval van de 5.456 aangevraagde PV projecten in fase 3 valt te verwachten. Mede gezien de enorme overtekening van het budget, ongeveer halverwege fase 2, maar vooral ook omdat er volgens de bekende zegsman van RVO, zeer veel "bagger aanvragen" tussen hebben gezeten in die najaarsronde. Die dus al op voorhand afgewezen zullen zijn - of nog gaan worden.

De rode lijn in de grafiek is de "best match" voor een trendlijn. Ik heb deze gewijzigd van een vierde- naar een vijfdegraads polynoom sinds het oktober 2017 rapport, omdat deze een betere match met de gerapporteerde maand resultaten gaf te zien.

Voor bespiegelingen over nog mogelijke bijstellingen van - met name - capaciteiten in gecorrigeerde jaarcijfers, zie bespreking van december 2017.


Aandeel CertiQ t.o.v. "CBS totale PV capaciteit" sterk gegroeid sedert 2014

En-Tran-Ce was ditmaal vrij snel met hun "hernieuwbare energie rapportage" voor heel Nederland over januari. Mede n.a.v. de nieuwe - nogal onverwachte zeer hoge - data in het Solar Trendrapport, en de kritiek van Polder PV op het eindresultaat is m.b.t. de mogelijke bijgeplaatste capaciteit per maand voor een "gulden middenweg" gekozen. Het "mogelijke volume" van PV eind januari 2018 (overzicht rapportages, januari 2018, p. 11) is voorlopig gesteld op 2.700 MWp, in de december 2017 rapportage lag het nog op een niveau van 2.590 MWp (110 MWp lager). Het Groningse onderzoeks-instituut stelde in het verleden af en toe op basis van nieuwe inzichten (meestal nieuwe CBS cijfers) het gemiddelde maandvolume bij. Vorig jaar nog werd de maandelijkse groei van 40 naar 50 MWp opgehoogd, en dit volume zal fors hoger gaan worden in 2018. Met het voor januari gerapporteerde volume bij CertiQ (711 MWp accumulatie), en de speculatieve eindstand voor het hele land (En-Tran-Ce: 2.700 MWp), zou er bij de TenneT dochter eind van die maand dus al ongeveer 26% van die veronderstelde nationale capaciteit daar bekend staan als "gecertificeerd vermogen". Als de nationale groei in 2017 fors hoger is geweest, zoals Solar Trendrapport suggereert, is het aandeel echter kleiner op het totaal.

Als we december 2014 als ijkpunt van vóór de versnelling bij CertiQ gebruiken (118,6 MWp volgens gereviseerd jaar rapport 2014, wat 4,6% hoger ligt dan de 113,4 MWp in de eerder gepubliceerde, "voorlopige" december rapportage voor dat jaar), en het officiële (internationaal erkende) CBS cijfer ernaast leggen (1.048 MWp, zie grafiek in mijn recentste artikel over CBS stats), komen we voor dát jaar op een verhouding van slechts ruim 11% uit! Ergo: eind januari 2018, ruim 3 jaar later, is dat aandeel van CertiQ capaciteit bij zonnestroom met ruim een factor 2,3 toegenomen, een ronduit opmerkelijke groei. Een trend die waarschijnlijk gaat doorzetten, als de residentiële markt "relatief matig" groeit / blijft groeien (zie 2e grafiek in artikel over markt segmentatie). En de (grote) projecten markt daarentegen versneld groter zal gaan worden. Uiteraard meestal met forse SDE "plus" beschikkingen op zak, die in grote hoeveelheden zijn toegekend de afgelopen twee jaar.


Systeemgemiddelde capaciteit
Met de blijvend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, blijft ook de gemiddelde projectgrootte nog steeds behoorlijk groeien in de cijfers van CertiQ. Zoals weergegeven in bovenstaande grafiek, wederom met een "best fit" 5e graads polynoom als trendlijn (rood). Het systeemgemiddelde nam afgelopen maand verder toe, van 46,6 kWp (eind december 2017) naar 48,8 kWp gemiddeld voor alle eind januari 2018 bij CertiQ bekende (grotendeels SDE-gesubsidieerde) projecten. Dit is een factor 8,4 maal het gemiddelde begin 2010. En is al een factor 3,3 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn).

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoegingen in de januari rapportage lag op een véél hoger niveau, 304 kWp. Dit zeer hoge niveau wordt structureler, omdat er steeds meer zeer grote (druppelsgewijs ook grondgebonden) projecten worden opgeleverd.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten bij elkaar een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben. Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ.


"Niet SDE projecten" bij CertiQ
Zie hiervoor het commentaar bij het augustus rapport in een vorige verslag.


Gecertificeerde productie weer seizoens-gerelateerd omlaag, maar nog steeds "hoog"

De accumulatie van de (gecertificeerde) PV capaciteit (magenta curve) is terug te vinden op de linker Y-as. Daarbij horen de rode 100 MWp interval lijnen.

Na het record volume van maar liefst 69,5 GWh aan Garanties van Oorsprong door CertiQ aangemaakt voor zonnestroom in juli (apart gemarkeerd data punt met rode rand), is met het verstrijken van de zomer in augustus tot en met december weer een - logische - terugval te zien. In deze maanden wordt normaliter al minder zonnestroom geproduceerd dan in de voorgaande zomerse maanden (zie recent ververste procentuele overzicht van het kern-systeem bij Polder PV). Met de tot nog toe vastgestelde uitgifte van slechts 13,8 GWh aan productie GvO's in de sombere wintermaand december 2017 ("ongeveer 32 uur zonneschijn terwijl het langjarig gemiddelde 49 uur is", KNMI), lag dat niveau alweer zo'n 22% lager dan het volume in november (17,7 GWh). Het waarschijnlijk later nog aan te passen volume voor december 2017 is daarentegen reeds 33% meer dan dat gerapporteerd voor december 2016 (10,4 GWh). Deze resultaten vindt u terug in de blauwe curve (referentie: rechter Y-as).

De "winterdip" van 2017-2018 ligt alweer een stuk hoger dan die van 2016-2017, en die weer fors hoger dan die van 2015-2016. Dit komt vanwege forse tussentijdse groei van de gecertificeerde PV capaciteit, en de meer-productie van die nieuwe installaties bovenop de output van de al bestaande projecten. Te verwachten valt dat, door de aanzienlijke komende capaciteits-toevoegingen in 2018, die "winter dip" in de komende koude periode (winter 2018-2019) alweer flink hoger zal komen te liggen. Let op dat de GvO productie grafiek een maand achter loopt bij die voor de toegevoegde capaciteiten. En ook, dat zeker de recenter gepubliceerde volumes achteraf altijd nog - meestal relatief bescheiden - aangepast kunnen gaan worden. De vorm van de curve kan dan ook nog enigszins gaan wijzigen (in ieder geval: een gladder verloop krijgen).

Verwacht mag worden dat in het komende rapport over februari, de "stijgende lijn" bij de uitgegeven GvO's weer opgepakt zal gaan worden. En dat rond de zomer weer een zoveelste nieuw record volume getoond zal gaan worden. Daarbij zal de Y-as voor de GvO's flink aangepast moeten worden.

De eerder genoemde record productie in de maand juli (tot nog toe "geteld"), 69,5 GWh in een maand tijd, is het equivalent van het gemiddelde maandelijkse stroom-verbruik van ruim 286.500 gemiddelde Nederlandse huishoudens (2.910 kWh/HH.jr anno 2016 volgens StatLine van CBS, dat is nog exclusief het op landelijk totaal bezien nog relatief verwaarloosbare eigen verbruik van zonnestroom).

Uiteraard is het gecertificeerde volume tot nog toe slechts een blijvend klein onderdeel van de totale, onbekende Nederlandse zonnestroom productie. Die inmiddels mogelijk (maximaal) het 4-voudige van de productie bekend bij CertiQ zou kunnen omvatten, dus het equivalent van het (elektra) verbruik van zo'n 1,1 miljoen Nederlandse huishoudens. Echter, de capaciteit toename van de CertiQ bijschrijvingen groeit snel, zoals we dit maandrapport voor de zoveelste maal hebben kunnen vaststellen. Het is te voorzien dat een steeds groter aandeel van de totale fysieke zonnestroom productie in ons land afkomstig zal zijn van die rap groeiende, bij CertiQ bekend wordende populatie van - soms zéér grote - SDE gesubsidieerde PV projecten.


Gecertificeerde PV capaciteit en gecertificeerde zonnestroom productie per jaar volgens (gereviseerde) jaar overzichten CertiQ

In het vorige maand overzicht heb ik ook de eerste resultaten voor het hele kalenderjaar 2017 weergegeven, n.a.v. het eerste verschenen jaar rapport van CertiQ. Die data gaan nog bijgesteld worden medio 2018. Voor een korte beschouwing van de eerste jaarcijfers, met bijbehorende, tale-telling grafiek, zie het vorige artikel.


Landelijke zonnestroom en andere duurzame productie - berekend
Voor het destijds - conservatief berekende (!) - nationale zonnestroom dagproductie record op de Energieopwek.nl site van 1 juni verwijs ik naar de korte bijdrage in de bespreking van een vorig maandrapport. Voor overige "records" in dat portal, zie de analyse van het september rapport. De hoogst behaalde, berekende "momentane" (piek) vermogens bij zonnestroom, die zeer kort zullen zijn aangehouden waren per maand dit jaar als volgt (sommige data zijn in recentere versies aangepast op basis van nieuwe inzichten en berekenings-methodieken, check laatst bekende waardes gedaan 8 feb. 2018):

Max. output zonnestroom (MW)
Jan.
Feb.
Mrt.
Apr.
Mei
Jun.
Jul.
Aug.
Sep.
Okt.
Nov.
Dec.
2017
608
(22e)
687
(24e)
1.182
(27e)
1.448
(30e)
1.596
(26e)
1.632
(1e)
1.573
(9e)
1.455
(7e)
1.238
(3e)
909
(15e)
647
(6e)
417
(17e)
2018
577
(30e)
862*
(7e)

* Voorlopig hoogste resultaat in februari 2018 vóór publicatie van dit artikel. Januari 2018 was erg somber, zonder extreem zonnige dagen. Vandaar dat het resultaat onder dat van januari 2017 bleef steken, ondanks de tussentijdse groei van de capaciteit.

Op de vermeende, breed in de Nederlandse media rond-getoeterde (en van een uitspraak van een Eneco medewerker na-gekwaakte) "record dag" 21 juni 2017, was het volgens de laatste cijfers van En-Tran-Ce slechts 1.531 MW (6,2% minder dan het echte record in die maand, 1 juni, 1.632 MW). En bovendien ook nog minder dan de twee in bovenstaand overzichtje weergegeven record dagen in mei en juli).

Intermezzo - stroom productie records En-Tran-Ce portal Energieopwek.nl

Het vorige "totaal output record windstroom + zonnestroom + elektra opgewekt via biogas", van 3 augustus 2017 (gewijzigd, nu max. 5.204 megawatt vermogen, na 4 uur 's middags, toen het zeer hard waaide bij zeer zonnig weer), is sindsdien nog niet verbeterd. Wel kwam 11 september aardig in de buurt (bijgesteld, max. 4.987 MW).

Voor andere hoge waarden sedertdien, verwijs ik naar mijn vorige bespreking. In januari 2018 was de record momentane output voor de drie modaliteiten gezamenlijk 4.358 MW, in de middag van de 29e.

Energie productie equivalenten
Op de website van Energieopwek.nl vindt u naast de getoonde vermogens-pieken ook de energie productie die per dag wordt terug gerekend naar "een hypothetische stad met x aantal inwoners". Zie uitleg van Martien Visser van Hanzehogeschool (drijvende kracht achter data / integratie via En-Tran-Ce) op de NVDE website (bericht 9 nov. 2016) hoe die berekening in zijn werk gaat (en info venster, rechts onderaan op site knop gebruiken). Tot nog toe heeft bij alleen de modaliteit zonnestroom, qua energie opbrengst berekend over een hele dag, in 2017 14 juni het record, met een equivalente energie opwek voor de verzorging van, bijgesteld, "een stad met 163.067 inwoners". Dat record zal pas weer in 2018 verbroken worden, aangezien we midden in de sombere winter verkeren. Ter vergelijking met voornoemd juni record: de meest productieve dag in november 2017 was de 6e, toen door de PV installaties berekend een energie productie equivalent van de consumptie van "een stad met 38.120 inwoners" werd bereikt. In december 2017 was het nog maar 19.957 bewoners-equivalenten, op de 17e. Dat is een factor 8,2 maal zo weinig dan het record op 14 juni 2017.

In de verder sombere januari 2018 was het "record" een eq. van 33.582 inwoners op de 30e. De beste dag voor februari was tot publicatie van dit artikel de 7e, met een equivalent verbruik van al 54.014 inwoners.

Voor alle drie de (momenteel bekende) modaliteiten wind + zon + biogas bij elkaar zijn de record dagen natuurlijk vooral in stormachtige periodes te vinden, omdat windenergie dominant is in de "mix". 3 dagen in oktober sprongen ver boven de "middelmaat" uit, met equivalente energie producties voor de energie huishouding van steden met 885 duizend tot bijna 900 duizend inwoners. Maar de records tot nog toe door Energieopwek.nl vastgelegd vinden we in een stormachtige periode in de tweede week van september, goed voor het energieverbruik voor bijna 919 duizend (13 sep.), tot zelfs ruim een miljoen huishouden equivalenten, op 11 september. In november was het de constant zeer wind-rijke 22e met de hoogste dagelijkse energie productie uit genoemde drie bronnen, goed voor de voorziening van "een stad met bijna 959.000 inwoners" (exclusief niet elektrisch vervoer en andere niet genoemde energie modaliteiten). In december 2017 was het de 25e, Eerste Kerstdag, met ruim 942.000 bewoners-equivalenten (be's).

Het nieuwe jaar trapte goed af: 3 januari werd al een dagelijks productie maximum berekend van ruim 982.000 be's. Alleen 29 januari kwam nog enigszins in de buurt, met ruim 959.000 be's. Tijdens de zeer felle storm op 18 januari (met, helaas, veel van het dak gewaaide zonnepanelen), werd er massaal afgeregeld om de windturbines te ontzien. Dat resulteerde op die dag slechts voor het totaal in een equivalent van bijna 731.000 be's. Tot nog toe de enige aardige - beetje winderige - dag in februari was de eerste, toen ruim 684 duizend be's werden "gescoord".

In de Energieopwek.nl grafiek zijn "record" productie dagen te herkennen door een zeer brede, hoge (blauw gekleurde) band gedurende een groot deel van de dag bij de opwek van wind-energie, die dan de hoogste impact heeft in dit soort staatjes.

De berekeningen van het Groningse onderzoeks-instituut En-Tran-Ce zijn gebaseerd op o.a. aannames over de opgestelde capaciteit in ons land, zeker wat het opgestelde PV vermogen betreft. Bij windstroom en biogas zijn de cijfers makkelijker en zeer actueel te verkrijgen, het gaat daarbij om relatief geringe aantallen. Zonnestroom capaciteit is een compleet ander verhaal: er zijn enkele honderdduizenden installaties (zie ook analyse), en de groei blijft ook op dat vlak fenomenaal. Daarnaast blijven de statistiek rapportages over PV bar slecht, al doet Polder PV continu pogingen om er beter zicht op te krijgen wat de zeer belangrijk wordende projecten markt betreft. En probeert de webmaster markt actoren te bewegen om cijfer materiaal vrij te (gaan) geven. M.i. zijn de aannames voor zonnestroom capaciteit, ook al zijn ze opwaarts bijgesteld, mogelijk nog steeds enigszins conservatief, omdat het met name bij de SDE projecten hard gaat de afgelopen twee jaar. Zie ook commentaar in een voorgaande maandrapportage.

De berekeningen van En-Tran-Ce lieten voor de maand juni 2017 een zonnestroom productie van ongeveer 0,3 TWh zien, voor heel Nederland (juli was marginaal minder, mei nog iets lager). Dat zou volgens hun eigen berekeningen 35% hoger liggen dan het niveau in juli 2016. De werkelijke productie zal waarschijnlijk wat hoger hebben gelegen (er stond toen mogelijk meer capaciteit dan En-Tran-Ce suggereert). Maar genoemde 0,3 TWh is dus al een factor 4,3 maal de 69,5 GWh aan GvO's die (tot nog toe bekend / gepubliceerd) door CertiQ zijn afgegeven voor de bij hen bekende gecertificeerde PV installaties in de nieuwe "record" maand juli 2017.

Voor de weinig productieve winter-maanden december 2017 en januari 2018 heeft En-Tran-Ce een (nationaal) zonnestroom productie volume van 0,03 TWh resp. 0,06 TWh afgeschat. Voor En-Tran-Ce rapportages zie de website.

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV), Energieopwek.nl (landelijk berekend voor Energieakkoord), en "Renewable Energy in The Netherlands" maand rapportages (En-Tran-Ce / Energy Transition Centre, Groningen)


 
^
TOP

26 januari 2018: Nationaal Solar Trendrapport 2018 deel 2. De nieuwe marktcijfers. In het vorige artikel heb ik een korte sfeer impressie gegeven van de Solar Business Day in Apeldoorn, op 24 januari 2018. Ik heb hierbij nog een voordracht overgeslagen. En wel die van Rolf Heynen, werkzaam voor Good!, Solar Solutions, en een van de trekkers van de grootste zonnestroom beurs van Nederland, die nog steeds onder het dak van lange tijd het grootste PV project plaatsvindt (voormalige Flora, nu Expo Haarlemmermeer gebouw in Vijfhuizen, NH). Rolf behandelde in de eerste bijdrage enkele opmerkelijke zaken uit het (Nationale) Solar Trendrapport 2018 (STR18).

Rolf kwam met ronduit opmerkelijke cijfers voor de marktgroei vorig jaar. Ik wist die al een week of twee, en we hebben er uitgebreid over gecorrespondeerd. Ik had namelijk opdracht gekregen om net als vorig jaar een lijstje met de tien grootste gerealiseerde PV projecten te versturen, en om twee grafieken te maken met de markt groei cijfers over 2017. Daarom heb ik uitgebreide berekeningen gedaan met de zeer schaarse voorhanden zijnde informatie. Een enorm gebrek daarbij is, dat het PIR register van de netbeheerders niet meer wordt geopenbaard sedert mei 2016 (met verouderde data tm. 2015!), het wordt niet meer verstuurd naar Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat. Zogenaamd (deels ?) uit privacy overwegingen, maar dat is onzin, omdat alle info door Rijkswaterstaat tot een niet identificeerbaar postcode niveau wordt gelumpt. Dat terzijde: ik moest het dus doen met de zeer schaarse informatie die er was, waar onder onvolledige, én onvergelijkbare data van de drie grootste netbeheerders, en de gelukkig wel zeer recente updates van CertiQ (bijna alle daar geregistreerde capaciteit is van gerealiseerde projecten met SDE subsidie). En ik moest bij dat rekenwerk allerlei aannames doen waardoor de uitkomst erg onzeker was. Ik vond sowieso dat ik al relatief hoog was ge-eindigd, met een mogelijke toevoeging tussen de 650 en 700 MWp, waarbij ik als "absolute max" 725 MWp had geopperd.

Als ik die "max" had aangenomen, zou dat al een factor 1,4 maal de jaargroei in 2016 zijn (534 MWp), zoals volgde uit de laatste revisie van de CBS cijfers voor dat jaar. Natuurlijk had ik al lang voorspeld, in Solar Trend Rapport 2017, dat 2017 een nieuw record jaar zou worden. Ik ging toen nog uit van een jaargroei van 610 MWp, met een zeer grote "spread" van zo'n 300 MWp t.o.v. het gemiddelde, dus maximaal zo'n 750 MWp. Ik had t.o.v. die vroege speculatie dus "hoog in de boom" van de spreiding gezeten met de nieuwste "educated guess" (nogmaals: op basis van schaarse informatie).

Spectaculair nieuw volume 2017
Twee weken geleden kwam Rolf in een telefoongesprek met hun compleet nieuwe cijfers die zijn gebaseerd op een nieuwe onderzoeks-methode. Ze hebben de zogenaamde "BOS" leveranciers, die ondersteunings-constructies produceren en leveren voor zonnestroom systemen intensief benaderd, wat ze zelf "de kleinst mogelijke populatie met de grootst mogelijke dekking" hebben genoemd (i.t.t. partijen als omvormer leveranciers en, vooral zonnepanelen en systeem- aanbieders, waarvan er extreem veel zijn). Ik was zeer gecharmeerd van hun nieuwe aanpak, hoe meer "andere cijfers", hoe beter. Ook om elkaar, de sector, en natuurlijk de nationale cijfers verstrekkende instanties scherp te houden. Maar ik maakte wel bezwaren m.b.t. de mogelijke interpretatie van de nieuwe cijfers. Omdat ik al diverse zonneparken in aanbouw kende, die eind 2017 nog lang geen zonnepanelen hadden noch een netkoppeling, maar waar wel al vele duizenden frames al in het veld stonden opgesteld, en waarvan die "BOS" hardware dus al was verkocht. Ik gaf daarbij als voorbeeld het in oktober 2017 al "klaar staande" frame veld voor de eerste 15 MWp van De Groene Hoek in Hoofddorp, wat pas in het eerste kwartaal van 2018, met panelen en netaansluiting, opgeleverd gaat worden (zie foto).

^^^
Voorbeeld van zonnepark waarvan de ondersteunings-constructie al eind 2017 "klaar stond" (en dus: was verkocht), maar die niet in 2017, maar pas in 2018 zal worden opgeleverd. Foto genomen op 17 oktober 2017 (!) door de webmaster van Polder PV, tijdens een "inspectierondje" op de fiets vanuit Leiden. Dit eerste deel van "Groene Hoek" in Hoofddorp / Haarlemmermeer, waarop 15 MWp aan PV capaciteit komt te liggen, zou volgens de laatst bekende planning pas begin februari 2018 worden opgeleverd. En mag derhalve NIET voor kalenderjaar 2017 worden mee gerekend voor de statistieken. Dit was niet het enige zonnepark "in aanbouw" wat hiermee te maken krijgt, ik kende er vorig jaar reeds meerdere.

De "nog niet gebouwde zonneparken" (en, waarschijnlijk, ook veel grote rooftop installaties in aanbouw!) zouden sowieso een scheef beeld gaan geven op de statistiek cijfers. Voor zuivere cijfers mogen nog niet netgekoppelde PV systemen niet meegenomen worden in kalenderjaar statistieken, een richtlijn die de Europese branche organisatie Solar Power Europe al jaren hanteert. Derhalve hebben Rolf en zijn medewerkers een correctie aangebracht op hun totaal, maar alleen op basis van een door mij aangeleverd reeds wél netgekoppeld totaal volume aan grondgebonden zonneparken in 2017.

Zelfs nadat die, het totaal iets omlaag trekkende correctie werd doorgevoerd, bleef er met de data die Good! / Solar Solutions op deze wijze heeft weten te verkrijgen van zo'n 25 zonnepaneel-montagesystemen leverende partijen een ronduit spectaculaire cijfer over. In 2017 zou er volgens deze, door Rolf en de zijnen als "zeker" bestempelde methode een nieuwe PV capaciteit zijn opgeleverd van maar liefst 853 MWp. Dat zou t.o.v. de (uit de laatste CBS data volgende) jaargroei van 534 MWp in 2016 een toename zijn van maar liefst 319 MWp, een marktgroei van 60% t.o.v. de jaarlijkse toename in 2016 (en t.o.v. het nieuwe eindejaarsvolume wat CBS voor 2016 opgaf, 2.049 MWp, een toename van 42%)! Dat zou niet simpel "een hoge", maar voor Nederlandse begrippen zelfs een "extreme" marktgroei zijn, als die cijfers zouden kloppen.

Residentieel volume
Van genoemde spectaculaire 853 MWp jaar-groei, zou ook weer een zeer hoog volume 415 MWp residentiële capaciteit betreffen (in het STR18 "particulier" genoemd). Een behoorlijk aandeel hiervan zal echter inmiddels niet in opdracht van "bestaande" huiseigenaren, maar door huurcorporaties op grondgebonden huurwoningen, en/of door bouwbedrijven uit hoofde van het scoren van een voldoende "EPC" norm op de in 2017 al fors toegenomen nieuwbouw (zie diagram hier onder) zijn aangelegd. Al zijn die specifieke aandelen op het totaal niet bekend. Hier onder geef ik de fors toegenomen bouw activiteit in de nieuwbouw weer, om aan te geven dat hier het nodige extra potentieel aan PV bijgekomen kan zijn.

Kaartje © van CBS Statline (deze tabel) wat het aantal nieuwbouw woningen (lichtblauw) en "niet-woningen" (donkerblauw) weergeeft, per kwartaal, van 2012 tm. het derde kwartaal van 2017. Er is een constant zeer hoog nieuwbouw niveau geweest in de eerste drie kwartalen van 2017 (grofweg tussen de 14 en 14 en een half duizend nieuwe woningen per kwartaal). En het traditioneel drukste laatste kwartaal is zelfs nog niet bekend voor 2017. Wat het kwartaal gemiddelde waarschijnlijk nog flink omhoog zal gaan halen, gezien de historie in de grafiek (QIV stelselmatig hoogste nieuwbouw in elk jaar). In 2016 werden nog 54.849 nieuwbouw woningen gebouwd. 2017 zal daar beslist fors overheen kunnen gaan, als het laatste kwartaal ongeveer op het niveau van dat van 2016 zal liggen. Mogelijk komt 2017 ergens uit rond de 62.000 nieuwbouw woningen. Hierbij ook nog meenemend het feit, dat veel (helaas niet alle) nieuwbouw woningen tegenwoordig bijna standaard met minimaal een "setje" van 4, en vaak zelfs al meer zonnepanelen worden uitgerust, kunt u zich voorstellen dat een behoorlijk aandeel van het totaal "PV in de residentiële sector" inmiddels al op nieuwbouw woningen terecht komt.

Uitgaande van 25% van de nieuwbouw met "een" setje van gemiddeld 6 panelen à 280 Wp, zou dat kunnen betekenen dat er in 2017 62.000 x 0,25 x 6 x 0,28 = 26 MWp alleen al op dat markt segment terecht gekomen zou kunnen zijn. Dit als voorbeeld, wat echter vooralsnog een volstrekt speculatieve uitkomst heeft omdat de kern data niet bekend zijn. In ieder geval zijn deze marktsector, plus de huur corporaties belangrijke "nieuwe spelers" aan het worden in het klassieke residentiële marktsegment. Over de huur corporaties is helaas nog niets bekend. Wel is er beslist hoge activiteit in PV projecten, al sedert 2016. Maar branche organisatie Aedes heeft nog steeds geen cijfers. Zo te zien zijn er nog steeds - complexe - benchmark analyses onderweg (bericht 2 nov. 2017) ...

Wel is er in de nieuwe cijfers van Solar Solutions een verdeling bekend van "soort" installaties in het residentiële markt segment. Van genoemde 415 MWp zou er 365 MWp op schuine daken zijn aangebracht (88% van residentieel, 43% van het totaal), en 50 MWp op platte daken (12% van residentieel, bijna 6% van totaal). Daarmee is "residentieel" dus dominant schuin dak. Nog niet duidelijk is, waar grote door huurcorporaties aangelegde PV systemen op platte daken van appartementen complexen ("flats") voor het verlagen van de servicekosten van de centrale voorzieningen toe worden gerekend in deze cijfers. Ook daarvan worden er steeds meer aangelegd, en vaak betreft dat kleinverbruik aansluitingen (aparte meter voor centrale voorzieningen). Waarbij er dus geen fysieke verbinding is met de appartementen, tenzij er een zgn. "Stroomverdeler" is toegepast (dit wel in een beperkt aantal gevallen).

Consequentie 1: zeer hoge groei residentiële markt
Bovenstaande daargelaten, is er een consequentie van deze cijfers, die ik op de conferentie ook heb aangegeven, en die niet onbenoemd mag blijven. CBS publiceert al enkele jaren grove markt segmentaties van de opgestelde capaciteit aan het eind van het jaar, voor PV systemen. Polder PV heeft de laatst gepubliceerde segmentatie, die voor 2016, samen met de eerder bekende data, reeds op 4 januari dit jaar geanalyseerd. Hieruit volgen sterk wisselende groeicijfers voor het door CBS ook apart opgevoerde residentiële marktsegment, reeds eerder gepubliceerde tabel met highlight residentieel:

In bovenstaande tabel ziet u in het rood omlijnde veld de uit de CBS cijfers volgende jaarlijkse groei van de residentiële markt in MWp staan (linker kolom), en de afwijking van die groei t.o.v. de toename in het voorgaande jaar. Sterke wisselingen van 54% resp. 48% positief (2013, 2015), en 17% resp. 9% negatief (2014, 2016). In de nieuwe cijfers van Good! / Solar Solutions blijkt een door hen vastgestelde marktgroei van 415 MWp residentieel in 2017. Dat zou t.o.v. de residentiële marktgroei van 289 MWp in 2016, uitgesleuteld uit de gepubliceerde data van CBS, betekenen dat de toename in 2017 44% zou zijn geweest t.o.v. het nieuwe volume in 2016 (126 MWp meer groei in 2017 dan in 2016, een volume van zo'n 450.000 modules van 280 Wp, een in 2017 vaak gebruikte module capaciteit op woningen). In een jaar dat er al regelmatig discussies opflakkerden over "het einde van salderen van zonnestroom". In te ruilen door een nog onzeker, nog te bevestigen / wettelijk vast te leggen invoedings-tarief voor momentaan optredende, het net op vloeiende overschotten. Zo'n groei percentage t.o.v. de toename in het voorgaande jaar past weliswaar in het beeld van de groei volumes in 2013 en 2015, maar de markt was zeker in 2013 "een sterk kunstmatige", vanwege de toen geldende extreem lucratieve max. EUR 650 aanschaf subsidie in het handje vanwege het Lenteakkoord. En ook het verschil tussen de markt toename van 2014 en 2015 was feitelijk "een kunstmatige", omdat 2014 een duidelijk "dip jaar" was a.g.v. het wegvallen van genoemde Lenteakkoord regeling in de zomer van 2013. En het niet kunnen compenseren van die wegval door de inmiddels in het leven geroepen "btw teruggaaf regeling" (a.g.v. het beruchte "Fuchs Arrest").

Als we deze overwegingen naast de nieuwe resultaten houden, vind ik de 44% marktgroei in het residentiële segment "zeer hoog" voor 2017. In ieder geval als gemiddelde voor heel Nederland. Dat het niet onmogelijk is, laten cijfers voor Stedin zien, de kleinste van de drie grote netbeheerders. Henri Bontenbal, werkzaam bij dat bedrijf, publiceerde hierover reeds enkele interessante statistieken op Twitter. Volgens de eerste cijfers zou in het PIR register voor die netbeheerder (geclaimd: "huishoudens", maar er zitten beslist ook de nodige kleinere bedrijven, organisaties zoals scholen e.d. met PV projecten bij) de eindejaars-accumulatie van 213 (EOY 2016) naar 277 MWp (EOY 2017) zijn toegenomen. Een jaargroei van 64 MWp. T.o.v. de jaargroei in 2016 (44 MWp) zou die aanwas dus 20 MWp in een jaar hebben bedragen, een toename van ruim 45% t.o.v. de jaargroei in 2016. Maar we moeten hierbij wel goed beseffen, dat Stedin een overmatig hoge concentratie aan stedelijk gebied omvat (grote steden en groeikernen als Den Haag, Zoetermeer, Delft, Rotterdam, Utrecht), waar traditie getrouw zeer veel PV wordt geplaatst op woningen, huur corporaties met hun PV uitbouw grote volumes wegzetten, en waar de meeste nieuwbouw van woningen wordt gerealiseerd. Of dit beeld ook nationaal zo hoog zal zijn, zoals nu gesuggereerd uit de nieuwe aanpak van het STR18, moet nog blijken. Daarvoor hebben we echt serieus regelmatig updates van het PIR register in de Klimaatmonitor databank nodig, om dat te kunnen checken. Ergo: het Stedin netgebied hoeft ook in dit opzicht niet "representatief" te zijn voor heel Nederland, wat trends betreft bij PV.

Consequentie 2: ook zeer hoge groei non-residentiële markt, cijfers "wringen" met CertiQ data

Een ander vraagstuk wat ik te berde bracht, was een probleem in combinatie met de meest actuele - en noodzakelijkerwijs nauwkeurige - data van allemaal, die van TenneT dochter CertiQ. Uit de nieuwe cijfers van STR18 blijkt, dat er in totaal 392 MWp aan rooftop PV bij zakelijke klanten zou zijn geïnstalleerd (46% van totaal). En dat er 45 MWp (afgerond) grondgebonden parken fysiek aan het net zouden zijn gekoppeld (ruim 5% van totaal, info aangeleverd door Polder PV). Gezamenlijk, zou dit volume 437 MWp "zakelijk" betekenen, nieuw in 2017. Wat iets hoger zou zijn komen te liggen dan de residentiële markt (415 MWp), die in de jaren hiervoor een veel hoger aandeel heeft gehad (tot zo'n 70%) op het totaal. Hierbij is verder geen rekening gehouden met eventuele particuliere participanten in zonneparken, de primaire exploitanten hebben immers allemaal een KvK nummer, in wat voor hoedanigheid dan ook (BV, stichting, cooperatie, vereniging, etc.).

Wat "wringt", is dat in de eerste rapportage van CertiQ voor 2017 er een eindejaars-accumulatie van 672 MWp is opgegeven, terwijl dat in het laatste gereviseerde jaar rapport voor 2016 426 MWp is geweest (analyse met grafiek). Dit betekent een voorlopige jaar groei van slechts 246 MWp aan gecertificeerde PV capaciteit. Zoals eerder al betoogd, gaat het bij CertiQ zeker wat de capaciteiten (MWp-en) betreft, bijna uitsluitend nog om instromende SDE gesubsidieerde projecten. Er komt wel nog een revisie van de eerste cijfers aan. We kunnen op de eerste cijfers voor 2017 een fictieve correctie doen, waarbij wordt aangenomen dat een vergelijkbare correctie gaat plaatsvinden als voor de cijfers voor 2016. Het eerste jaarrapport voor dat jaar kwam tot 398,6 MWp EOY, het gereviseerde exemplaar een half jaar later tot 426 MWp EOY. Daarmee werd de jaargroei t.o.v. de revisie voor EOY 2015 (234 MWp), aanvankelijk nog gedacht 164,6 MWp a.g.v. het revisie rapport dus 192 MWp. De "correctie" voor de jaargroei is dus (192-164,6)/164,6 * 100% = bijna 17% geweest t.o.v. de eerste afschatting.

Als we genoemde 17% voor de eerste afschatting voor de jaargroei van 2017 gaan toepassen, komen we op een fictief potentieel resultaat van: 246 + (246*0,17) = grofweg 288 MWp jaargroei van gecertificeerde capaciteit bij CertiQ, voor 2017. Dit is uiteraard speculatie, maar "een richtsnoer".

Genoemde 288 MWp "mogelijke jaargroei" CertiQ, verminderd met ongeveer 45 MWp netgekoppeld grondgebonden volume ("zonneparken"), wat beslist bij CertiQ aangemeld moet zijn geweest (anders geen uitbetalingen voor de SDE beschikking in de onderhavige gevallen) is een volume van 243 MWp. Hier lijkt een grote discrepantie op te treden met het in STR18 opgegeven volume van maar liefst 392 MWp aan zakelijke rooftop projecten (sensu lato). Het verschil is maar liefst 149 MWp. Omdat dat volume kennelijk niet bij CertiQ stond ingeschreven, eind 2017, zou het kunnen betekenen dat een aanzienlijk deel van dat volume geen SDE beschikking zou hebben gehad. Mogelijk dat een klein deel alsnog in de CertiQ databank zou moeten verschijnen. Maar het verschil is erg groot. Als de STR18 data correct zouden zijn, zou mogelijk ver over de 100 MWp aan zakelijke projecten zónder SDE beschikking nieuw opgeleverd "moeten" zijn in 2017. Die zouden in theorie niet meer met SDE te dubbelen EIA, of wellicht KIA / VAMIL belasting incentives gehad kunnen hebben. Of een ander verdienmodel hebben gehad. Maar ik blijf erbij, dat het "resterende (niet SDE hebbende) volume" volgend uit deze berekeningen nog steeds erg hoog ligt.

Mogelijk dat later bekend wordende data meer licht op deze opmerkelijke verschillen kunnen werpen.

Ook oudere data gewijzigd (!)
Tot slot geef ik u hieronder in twee grafieken de "officiële cijfers" van het CBS weer, én de nieuwe cijfers die in het STR18 zijn opgenomen. Want wat helemaal niet ter sprake is gekomen tijdens de conferentie, is het feit dat niet alleen eerste (spectaculaire) cijfers voor 2017 zijn gegeven. Maar dat óók data voor eerdere jaargangen blijken te zijn gewijzigd t.o.v. de "officiële" CBS cijfers. Vreemd is dat dit alleen bij de eindejaars-accumulaties is geschied, maar niet bij de jaargroei cijfers. Of dit te maken heeft met de nieuwe onderzoeks-systematiek wordt niet duidelijk, er wordt verder met geen woord over gerept in de tekst van het rapport. De wijzigingen zijn niet zeer groot, maar ze moeten hier beslist worden benoemd (zie tweede grafiek, EOY accumulaties).
Omdat dit een "historische" wijziging van de officiële nationale cijfers zou inhouden. Of deze ook hout snijden, is een tweede. Met name gezien de diverse correcties en aanpassingen die het CBS met hun eigen onderzoeksmethodiek reeds tot stand hebben gebracht in de loop der jaren. N.a.v. onderzoek aan data verstrekt door 350 importerende leveranciers van PV modules (lijst status november 2016, melding in rapportage "Hernieuwbare energie in Nederland 2016", gepubliceerd 29 september 2017), en een kleine aanpassing van in totaal slechts 9 MWp, toegevoegd in de uiteindelijke "definitieve update" van 21 december 2017.

In deze grafiek heb ik de jaargroei cijfers van het CBS (tm. 2016 definitief), en het nieuwe, spectaculaire cijfer voor 2017 (853 MWp) uit het Solar Trendrapport 2018 gebruikt als de uitgangs-data. Wel heb ik het cijfer voor 2017 in een gestippelde zone weergegeven, omdat ik vind dat er nog de nodige onzekerheden mee samenhangen, al waren de auteurs van het rapport zelf erg zeker van hun zaak. Ik heb n.a.v. het verrassende cijfer van STR18 nogmaals naar mijn complexe berekeningen gekeken. En kom nu met mijn eigen data, en twee aanpassingen, meer in de richting van zo'n 750 MWp jaargroei in 2017, met een hele grote spread tussen 700 en 800 MWp, vanwege de blijvende onzekerheden (zie zwarte streepjeslijnen onder de "853" in de grafiek). Dus de 853 MWp van STR18 haal ik daarmee niet.

Overigens werd op pagina 19 van het rapport m.b.t. de jaargroei in 2017 gerept van "een groei van 328 megawatt ten opzichte van 2016". Dat klopt niet meer (als de 853 MWp ook daadwerkelijk officieel zal "materialiseren"), want dan is er uitgegaan van 525 MWp jaargroei in 2016. Dat cijfer is echter door het CBS bijgesteld tot 534 MWp, op 21 december 2017 (analyse Polder PV). Alle voorgaande jaargroei cijfers in de eerste grafiek van STR18 laten wél dezelfde (CBS) jaargroei cijfers zien. Alleen voor 2016 wordt het achterhaalde oude cijfer getoond (525 MWp).

Van tevoren inschatten blijft extreem moeilijk
Dat het uitermate lastig blijft om de Nederlandse markt ontwikkeling in te schatten, laat ook een in februari 2017 gepubliceerd artikel zien op de website van PVEurope.eu. Daarin werden - mag je verwachten - ervaren managers van de Chinese top module fabrikant Jinko Solar (populair in Nederland), Krannich Solar (Duitse PV groothandel), en wereldberoemd groothandel en project ontwikkelaar IBC Solar (ook uit Duitsland) gevraagd naar hun verwachting van de Nederlandse markt in dat jaar. De cijfers waarmee deze vaklui kwamen lagen echter extreem laag, tussen de 500 en 560 MWp "verwachte" marktgroei in 2017. Die verwachtingen lagen in ieder geval vér bezijden de realiteit en de nu bekende "voorlopige nieuwe afschattingen" voor dat jaar (grafiek).

Maar zélfs de eigen Nederlandse groothandels en markt grootheden lieten zich eerder al in een artikel in het september nummer van 2016 van Solar Magazine op het verkeerde been zetten (vanaf pagina 29). Zoals van Vaalen van groothandel Libra, die in 2017 een markt verwachtte "die net zo groot zou worden als 2016". Wat ook "ietwat" bezijden de waarheid bleek uit te pakken (zie grafiek). Zowel Cees van den Werken (van den Pol elektrotechniek) als Cecil Nieuwenhuis van groothandel Rexel claimden destijds dat "de consumentenmarkt achterblijft" of dat "de residentiële markt verder afkoelt". Gezien de cijfers waarmee bijvoorbeeld Stedin is gekomen, en de zeer heftige cijfers voor de residentiële markt van Good! / Solar Solutions, blijkt dat in 2017 helemaal anders te zijn uitgepakt: de residentiële markt groeide als nooit tevoren in dat jaar ... Alleen Peter Meijers van IBC Solar leek in te zien dat er een "significante groei van de afzet bij consumenten markt" zat aan te komen. Nieuwenhuis van Rexel dekte zich destijds wel al in voor de verwachtingen voor 2017, en durfde geen getallen (meer) te noemen: "De afgelopen jaren hebben wij gezien dat elke voorspelling of uitspraak over marktgroei binnen een kwartaal weer achterhaald is".

Mede vanwege de blijvende onzekerheden, en de schrale, niet-actuele data voorziening in ons land, is het zeer belangrijk dat er meer, en vooral ook actuele cijfers blijven loskomen, met name bij de netbeheerders. En zal het weer spannend gaan worden wat de eerste en uiteindelijke cijfers van het CBS voor 2017 zullen gaan worden. Ik heb me door de organisatie van de Solar Business Day 2018 al laten vertellen, dat als CBS structureel lager zou gaan uitkomen, dan de 853 MWp die nu in hun rapport staat vermeld, niet de organisatoren en auteurs van de onderhavige studie, maar het CBS "een probleem" zou hebben. Zo zeker zijn ze kennelijk van hun zaak ...

In deze tweede grafiek, die de eindejaars-accumulaties (EOY) in de loop van de tijd weergeeft, heb ik de volgende data opgenomen:

(1) In rood de "officiële nationale cijfers" van het CBS, die tot nog toe bekend zijn gemaakt. Met als laatste - licht herziene - cijfer voor 2016, 2.049 MWp accumulatie eind van dat jaar.

(2) In blauw de curve die is aangehouden in het STR18. Zoals reeds hierboven opgemerkt, wijken de opgegeven "historische waarden" van deze curve af van de officiële CBS cijfers. Daar zijn enkele vreemde dingen mee. Ten eerste is er natuurlijk de vraag waaróm die historische waarden zijn aangepast. Omdat er niets over wordt gezegd, zou je kunnen veronderstellen dat het kennelijk het gevolg is van de opname van oudere data van de bij het onderzoek betrokken "BOS" leveranciers. Maar dan volgt meteen het tweede curieuze fenomeen: je zou dan op basis van "nieuwe historische cijfers uit ongedachte bron" per jaar variabele aanpassingen van de officiële cijfers verwachten. En dat blijkt helemaal niet zo te zijn, want tot en met 2015 blijkt er voor 7 kalenderjaren telkens 21 MWp boven op het CBS cijfer te zijn geteld. Nog vreemder is, dat voor 2016 er niet 21 maar slechts 12 MWp bovenop is geteld (het "verschil" is nu net de 9 MWp toevoeging die CBS eind 2017 voor 2016 heeft gepubliceerd ...). En ga je kijken naar de procentuele verschillen t.o.v. de originele CBS cijfers, blijken die in het begin (natuurlijk) zeer hoog te zijn (30% afwijking in 2009), en stapsgewijs af te nemen tm. 2015 en 2016, die "slechts" een afwijking van 1% van de CBS data laten zien. In ieder geval een zeer vreemde serie correcties blijkt uit deze combinatie grafiek.

(3) Ook heb ik in de grafiek mijn her-berekende (gemiddelde) prognose voor eind 2017 aangegeven (oranje streepjes-lijn). Die ongeveer neerkomt op 2.800 MWp. De spreiding met / tussen mijn prognose en die van het STR18 (2.914 MWp) is grofweg zo'n 120 MWp (korte vertikale blauwe pijl).

(4) Tot slot heb ik ook nog een zéér voorlopige, speculatieve prognose voor een mogelijk haalbaar eindejaars-volume voor het huidige jaar, 2018 gegeven (oranje stippellijn). Dit is mede ingegeven door de gigantische portfolio aan met name benoemde grote PV projecten in mijn enorme waslijst "pending". Waarvan talloze projecten SDE beschikkingen hebben, veel daarvan nog oudere exemplaren (SDE 2014-2016). Uiteraard zijn er veel onzekerheden over de uitvoering van al die projecten, maar er staat zóveel volume in de startblokken, en de financiële belangen om met name de grote zonneparken te gaan realiseren met beschikking, zijn zo groot, dat ik denk dat er in totaal zeker iets van 1,3 GWp gerealiseerd zou kunnen gaan worden dit jaar. En als resultaat mogelijk een EOY accumulatie van zo'n 4,1 GWp eind 2018. Met als voetnoot de aanname, dat de residentiële markt niet door het "gesodemieter" met de salderings-regeling zal instorten, maar "op niveau zal blijven" (of wellicht nog verder zal groeien ?). Met als gevolg uiteraard een aanzienlijke spread vanwege de onzekerheden, uiteindelijk mogelijk leidend tot een accumulatie tussen de 3,9 en 4,2 GWp eind 2018 (2e vertikale spreiding weergevende, blauwe dubbele pijl). Dit moet volgens mij "tot de mogelijkheden behoren". Waarmee in een jaar tijd niet alleen de "3 GWp" grens (al zeer vroeg dit jaar), maar zelfs mogelijk al de volgende Gieg, "4 GWp" overschreden zou kúnnen gaan worden. En de globale "6 GWp doelstelling voor 2020" in het hoogste groei scenario van het vermaarde DNV-GL (alweer) een lachertje zou gaan worden, zoals verbeeld in de vierde versie van het Nationaal Actieplan Zonnestroom uit 2016. De destijds nog "ambitieuze" 4 GWp voor het kalenderjaar 2020 in het eerste Nationaal Actieplan Zonnestroom uit 2011, laat ik dan maar verder voor wat het is... Inderdaad: Nederland is een zeer sterk groeiende PV markt, zoals diverse andere pionierende EU landen reeds eerder hebben laten zien.

Andere issues en thema's
Er staan talloze andere boeiende en interessante nieuwe cijfers in het STR18, die ik hier niet verder ga uitspitten. Daarvoor verwijs ik u naar het van de website van Solar Solutions te downloaden rapport. En wellicht kom ik later deels op enkele andere gepresenteerde details terug. Het rapport staat vol zeer interessante wetenswaardigheden en blijft een must om op uw (digitale) bureau als naslagwerk voor het grijpen te houden.

Een paar aspecten zijn er nog wel kort uit te halen.

Productie

Ten eerste, de uit de nieuwe cijfers "volgende" zonnestroom productie (in het rapport verbeeld in de grafiek GWh opbrengst onderaan pagina 20). STR18 komt met hun nieuwe EOY cijfer van 2.914 MWp voor 2017 op een "equivalente" zonnestroom productie van 2.572 GWh per jaar. Kennelijk wordt er daarbij uitgegaan van een specifieke opbrengst van 883 kWh/kWp.jr voor de complete populatie? Als we de "officiële CBS methode" zouden volgen, zouden we uit moeten gaan van de ge-interpoleerde populatie halverwege 2017, en daarop, vanaf het jaar 2011, het door Universiteit van Utrecht in 2014 berekende nieuwe "kengetal", 875 kWh/kWp.jr op los moeten laten. Dan zouden we voor "het jaar 2017", met de nieuwe data van STR18, komen op:

[(2.061 + 2.914)/2]*875 = 2.177 GWh productie in het kalenderjaar 2017. Dat is ruim 15% minder dan wat STR18 opgeeft.

Althans, nogmaals: "volgens de officiële (CBS) richtlijn", waar beslist vraagtekens bij mogen worden geplaatst. Zou je wel deze methodiek hanteren, maar nu van de opgegeven 2.572 GWh voor 2017 uitgaan door STR18, en terugrekenen met de capaciteit "halverwege het jaar" (volgens STR18 cijfers is dat 2.488 MWp), zou er met een specifieke opbrengst van maar liefst 1.034 kWh/kWp.jaar zijn gerekend. Die productie ligt weer veel te hoog. Mijns insziens ligt de gemiddelde specifieke productie in Nederland ergens tussen de 900 en 950 kWh/kWp.jaar. Siderea.nl, die het beste instralingsmodel voor Nederland claimt te hebben, komt voor 2017 op haalbare specifieke opbrengsten tussen de 865 en 998 kWh/kWp. Afhankelijk van de lokatie in het land, en of het een "gemiddelde" of een "optimaal uitgerichte" installatie betreft (LOB jaar 2017).

In ieder geval is het zo dat je natuurlijk niet in een jaar dat er - door het hele jaar heen - continu forse volumes worden bijgebouwd, volgens STR18 853 MWp, met dat "complete volume" een volle kalenderjaar productie mag berekenen. Een fors deel van dat volume produceert namelijk maar een (veel kleiner) deel van dat kalenderjaar. Dat is de reden dat CBS voor een "fictief aanwezige populatie halverwege het jaar" heeft gekozen, en daar het "nieuwe (lage) kengetal" van 875 kWh/kWp.jaar op loslaat in haar berekening.

Ook de "afgeleide" hoeveelheid energie productie (claim STR18: 9,3 petajoule, eind 2017) moet in dit licht naar beneden worden bijgesteld als de "officiële richtlijn" (voortkomend uit het "Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie", versie 2015) wordt gevolgd (2.177 GWh zou, als de uitgangspunten correct zouden zijn, een equivalent zijn van zo'n 7,8 PJ). Op basis van het stroomverbruik van 2016, 119.595 GWh volgens Statline, zou genoemde 2.177 GWh betekenen, dat zonnestroom productie t.o.v. het elektra verbruik van 2016 een aandeel van 1,8% zou hebben verkregen (niet de opgegeven 2,2%).

Tabel

Ook is wederom een tabel van ondergetekende opgenomen (pagina 53), met de grootste opgeleverde "single-site" PV projecten in 2017, waar op het laatste nog een heftige aanpassing op moest worden doorgestuurd, want het grootste project (Lange Runde zonnepark van Statkraft, 14,2 MWp in Drenthe) werd nog net in 2017 aan het net gekoppeld. Dit is slechts een topje van de ijsberg, Polder PV gaat hopelijk binnenkort weer een overzicht van de status van zijn PV projectenlijst publiceren.

Potentiële energie productie

Tot slot nog het "potentieel" aan dak- en veld oppervlakte, wat opnieuw is berekend door de organisatie, in de "PV Roadmap" in het begin van het rapport. In samenwerking met Wijnand van Hooff van TKI Urban Energy is hier uit een verdeling van de "beschikbare oppervlaktes" van specifieke kwaliteit berekend, met, afgezien van de "economische zone op zee" (2.850 km² van in totaal 57.000 km² beschikbaar), als grootste contribuant de categorie "agrarisch terrein", waar 753 van de aanwezige 20.350 km² (slechts 3,7%, LTO !) in potentie geschikt zou zijn om zonnestroom te implementeren. Daarnaast vinden we nog 7 andere categorieën landgebruik, waarvan "woonterreinen" 496 van de beschikbaar 3.100 km² (NB: slechts 16%) geschikt voor implementatie van PV wordt geacht. Het totaal aan potentie wordt nu afgeschat op zo'n 5.500 km², waarvan tot en met 2017 volgens STR18 nog slechts 12,1 km² zou zijn ingevuld. Ergo: slechts 0,2%, en nog heel veel te gaan...

Of deze "potenties" op termijn ook daadwerkelijk zullen worden ingevuld, en/of dat voortgaande technologische ontwikkelingen wellicht zelfs nog meer oppervlak "geschikt" zal kunnen maken voor PV, moeten we nog gaan zien. Maar het is beslist een zeer interessante gedachte, dat met deze nieuwe potentieel studie, puur theoretisch bezien, al zo'n 500 GWp aan PV capaciteit gerealiseerd zou kunnen worden (hier bij is al rekening gehouden met voortgaande efficiëntie verbeteringen). Wat "goed" zou zijn voor bijna 1.700 petajoule (1,7 exajoule) aan stroom productie. Een equivalent van ruim driekwart van de totale Nederlandse energievoorziening (2015: 2.206 PJ). Overigens, is eind 2017 het finale energie verbruik voor 2016 gepubliceerd door CBS-Statline (voorlopige cijfers). Dat lag alweer wat hoger, op 2.410 PJ, dus het aandeel zal wat lager zijn met dat nieuwere consumptie cijfer in gedachten.

Er zal uiteraard op alle fronten hard gewerkt moeten worden om zelfs een belangrijk deel van die potentie daadwerkelijk te gaan invullen. Maar ook daarom is en blijft het Solar Trendrapport een waardevol instrument om de actualiteit rond zonnestroom te plaatsen, en het potentieel te proberen te duiden. Dank daarvoor aan de initiatiefnemers, die een belangrijk deel van hun tijd hun energie in dit rapport hebben gestoken!

Solar Trendrapport te downloaden van deze site (na uw gegevens te hebben ingevuld)

https://nos.nl/artikel/2213538-recordaantal-zonnepanelen-door-prijsdalingen-en-bewustwording.html (het NOS besteedde er zelfs aandacht aan, op 24 januari 2018)

https://energeia.nl/energeia-artikel/40065005/groei-zonne-energie-in-2017-853-mwp-vermogen-toegevoegd (kort verslag van de bijeenkomst, waarbij "Opvallend genoeg is Segaar het niet eens met de cijfers van het Trendrapport" wellicht wat dik is aangezet. "De tot nog toe bekende marktdata lijken deels niet te rijmen met de bevindingen van STR18 die een compleet nieuwe onderzoeksmethode heeft gebruikt" is wellicht een wat zuiverder interpretatie ...)

https://www.pv-magazine.com/2018/01/25/netherlands-installed-853-mw-of-solar-in-2017-monocrystalline-modules-dominate-the-market/ (PV Magazine, altijd zeer rap en alert met de berichtgeving, bracht het nieuws op de 25e. De nieuwe cijfers zijn echter beslist niet afkomstig van "the Dutch power distributors" (netbeheerders) "and solar installers", zoals onterecht gesuggereerd. Maar specifiek van montage materialen leveranciers, die ook hun domicilie in het buitenland kunnen hebben. Ook jammer van de niet erg toepasselijke gerafelde Nederlandse vlag op de bijgevoegde foto, gezien de enorme marktgroei die werd gepubliceerd. Het in STR18 becijferde aandeel van 60% marktaandeel voor monokristallijne zonnepanelen op het totaal van de nieuw verkochte volumes in 2017, wordt door PV Magazine getypeerd als "surprising" ...)

Nagekomen

Michael Schmela, Executive Advisor & Head of Market Intelligencevan Solar Power Europe, de Europese PV branche organisatie, heeft in zijn februari 2018 analyse het (niet als zodanig "gemarkeerde") 2017 jaargroei cijfer volgens het Solar Trendrapport 2018 van Good! / Solar Solutions (853 MWp) kennelijk overgenomen in haar - eerste, later nog bij te stellen - beschouwing over de Europese PV markt in 2017. Zie het bericht.


 
^
TOP

26 januari 2018: Nationaal Solar Trendrapport 2018 deel 1 - Solar Business Day. Op 24 januari jl. werd het vijfde Nationale Solar Trendrapport gepresenteerd in de Apenheul in Apeldoorn (Gld). Vijf jaar na de uitreiking van het eerste exemplaar in 2014. Met een prachtige cover. En met een andere insteek: meer diepgang, en meer eigen onderzoek, dan in voorgaande versies. Polder PV was wederom "kennis partner" van het rapport, en heeft diverse data aangeleverd met markt informatie. De "Solar Business Day" die om het event was georganiseerd, was een byzonder interessante bijeenkomst, met frisse presentaties die alle hoeken en gaten van de sector belichtten. En waarbij regelmatig een rood of groen vel papier als "stem medium" werd gehanteerd voor een breed spectrum aan "kritische (en soms gevoelige) vragen aan het publiek".


^^^
Ook dit jaar was Polder PV weer "kennis partner" van Good! / Solar Solutions, waarbij basis data voor het
Nationaal Solar Trendrapport 2018
werden aangeleverd van de Nederlandse zonnestroom markt, en kennis werd gedeeld.

Er waren aan het begin en aan het eind twee wervelende bijdragen. In het begin van professor Arno Smets (TU Delft). Bekend van zijn "online edX course on Solar Energy" die meer dan 150.000 students over de hele planeet heeft getrokken en die een ongekende spin-off hebben veroorzaakt. Arno liet ons alle hoeken en gaten van de fysica van de klimaatproblemen zien, en de rol die solar in het bestrijden van die problemen zou kunnen gaan betekenen. Zowel puur vanuit de fysica bezien, maar ook vanuit economische wetmatigheden, de enorme leercurve die solar al heeft doorgemaakt, en nog verder gaat laten zien. Dit, in combinatie met kostprijs reducties bij opslag systemen waar u nu nog geen idee van heeft, maar die er gewoon aan staan te komen, zal solar een "major player" worden bij de verduurzaming van onze aardkloot. Arno's bijdrage werd gelardeerd met een serie slides om U tegen te zeggen, en feiten die er niet om liegen. Als hij een keer in uw buurt een voordracht houdt is mijn advies, om de kans om hem te horen niet voorbij te laten gaan. Indrukwekkend. Aan het eind van de bijeenkomst verscheen Ruud Koornstra, naast ondernemer in duurzaamheid ook al een tijdje Energiecommissaris, die met 41 graden koorts toch beslist even langs moest komen om de sector het klappen van de zweep van goede marketing onder de neus te wrijven. Waarbij humor een belangrijk wapen bleek te zijn. Respect voor zijn optreden.

Maar ook "daar tussenin" interessante bijdragen. Onder anderen een vraaggesprek met twee super lobbyisten, Bernard Wientjes (voorheen VNO-NCW; voorzitter Taskforce, enkele jaren "machtigste man van Nederland"), en Claudia Reiner, vice voorzitter van installatie branche organisatie UNETO-VNI, over de bij vele aanwezigen nog onbekende "Bouwagenda" om de extreme ambities van de verduurzaming van de bouwsector daadwerkelijk ingevuld te krijgen. Waarmee bijvoorbeeld zo'n 50.000 woningen per jaar "CO2 neutraal" vertimmerd moeten gaan worden. Een "major task", waarbij samenwerking met alle partijen, inclusief de al groot geworden solar sector dringend nodig is. Om "volumes" te kunnen gaan draaien. Industrialisatie en integratie van PV bouwproducten zijn daarbij een van de vele benodigde trajecten die moeten worden ingezet. Met het belangrijke doel, dat alles (integrale verduurzaming van de bebouwde omgeving) veel goedkoper moet gaan worden. Anders wordt de energietransitie van de bebouwde omgeving veel te duur.

Dit gesprek werd gevolgd door een zeer leerzame bijdrage van "politiek lobbyiste" Noortje Thijssen (Public Matters), over de "do's", en de "don'ts" bij het solar lobby werk. Een status update van de lobby gesprekken van Holland Solar met o.a. MinEZK volgde, over de problemen met de nieuwe voorwaarden van de voorjaarsronde voor SDE 2018 ("financiële straf voor eigenverbruik van zonnestroom opwek"), en natuurlijk het hete thema "wat na het salderen tijdperk".

Verder bijdragen van Harry Wolkenfelt (SolarIF) over alle soorten verzekeringen die bij zonnestroom om de hoek kunnen komen kijken, problemen rond het thema grote zonnestroom projecten in relatie tot de (capaciteit van) netbeheer, door Daan Schut van Alliander. Frank Groenewegen van beveiligings-bedrijf Fox-IT sloot de dag af met zijn visie op (internet) veiligheid van inverters, en wat de sector daar aan zou moeten doen.

Twee "resterende" sprekers

In bovenstaande ben ik expres twee sprekers vergeten omdat die iets meer, tot zeer veel aandacht vragen.

Ten eerste was daar de update van oude getrouwe Wido van Heemstra, die twee opmerkelijke thema's ten berde bracht. Ten eerste zijn "persoonlijke opvatting" over het al dan niet subsidiëren van CCS (lees: CO2 productie van fossiele stroom productie afvangen en dat middels nog nauwelijks bewezen - en dure - technieken in de bodem voor lange tijd, met alle gevaren van dien, "opbergen"), wat n.a.v. een passage in het Regeerakkoord een "brandend thema" is geworden. Zijn "eigen (solar) pet opzettend declameerde Wido dat hij persoonlijk mordicus tegen zo'n onzalige denkrichting is, omdat het niets oplost, en als de subsidies uiteindelijk wegvallen, het probleem (CO2 uitstoot van een verouderde industrie) nog steeds bestaat, en hij dat zijn kleinkinderen absoluut niet aan wil doen. Een ronduit opmerkelijk publiek optreden voor een RVO medewerker, waarvoor hij geprezen mag worden.

SDE 2017 najaarsronde
Zijn tweede bericht zaaide echter nogal wat onrust, voor wie de feiten kent rond de verdeling van de aanvragen voor zonnestroom projecten in de nog steeds onder de stofkam van RVO liggende najaarsronde voor SDE 2017. Er was een record intekening voor solar projecten (3,2 GWp aan projecten, 5.456 aanvragen). Ten eerste ligt het zwaartepunt van de aanvragen in fase 3, die, gezien de enorme budget overtekening in fase 2 al met zo'n 1 miljard Euro was overtekend, waardoor die ruim 3.000 aanvragen in de laatste fase sowieso vrijwel geen kans meer zouden hebben gemaakt. Maar wat Wido vertelde, was nog erger: kennelijk zitten er in deze specifieke najaars-ronde bij de zonnestroom projecten enorm veel - letterlijk zo uitgesproken - "bagger aanvragen", waarmee van alles mis is. Talloze aanvragen blijken incompleet, soms zelfs bewust onjuist ingevuld (hierbij gaat het o.a. over het verzwijgen van het overschrijden van een aangevraagde portfolio groter dan 500 kWp, waardoor automatisch een financiële verantwoording overhandigd zou moeten worden).

Er zijn verder diverse tijdelijke bouwvergunningen voor bijvoorbeeld maar 2 jaar uitgegeven, wat volstrekt onvoldoende is voor een "legitieme" aanvraag. Er zijn van diverse projecten alleen kadastrale gegevens verstrekt, waarvoor nog niet eens bouwvergunningen zijn afgegeven. Vaak zijn zelfs de getoonde vergunningen niet op orde. Ook blijken huurders lang niet altijd een geschreven toestemming van de eigenaar van het pand (of de grond) te hebben bijgevoegd. En ga zo maar door. Al deze gevallen lopen het gevaar om alleen al om die specifieke "administratieve" redenen afgewezen te worden. En het bizarre is, dat dit in de najaarsronde van SDE 2017 dus een chronisch, wijd verspreid fenomeen blijkt te zijn geweest. Dit is nauwelijks bekend uit de voorjaarsronde, waarvoor slechts marginale uitval aan solar project aanvragen is geweest, 98 stuks, 2,2% van het oorspronkelijk aantal aanvragen voor solar. Op mijn vraag of de grote hoeveelheid "mankerende" aanvragen in de tweede ronde van SDE 2017 vooral (of uitsluitend) wellicht zeer naieve nieuwkomers heeft betroffen kon Wido geen antwoord geven (niet bekend). Maar het lijkt er op dat de kans groot is dat een groot deel van de solar projecten binnen de najaars-ronde van SDE 2017 zal worden afgewezen, alleen op deze gronden.

Wat betekent dat mogelijk zelfs de zwaar overschreven 6 miljard Euro budget (ingetekend voor een bedrag van uiteindelijk ruim 9,9 miljard Euro) uiteindelijk niet behaald zal worden met het totaal aan resterende projecten (inclusief een nog onbekend volume overblijvende PV aanvragen). Dit kan betekenen dat, als er echt een zeer hoge uitval van solar projecten uit SDE 2017 ronde II zal gaan komen, én er is geen reparatie meer mogelijk van de voor de sector zeer ongunstige nieuwe voorwaarden voor SDE 2018 fase I, dat er wat zonnestroom betreft een jaar voor SDE grotendeels verloren lijkt te zijn gegaan. En dat er weer een fors hiaat in de "SDE beschikkingen trein" zal komen die feitelijk vooral door de toekenning van, destijds, 883 MWp aan SDE 2014 beschikkingen was ingezet.

Voor de tweede nog niet genoemde spreker, en wat hij zoals te berde bracht, en wat de gevolgen daarvan zijn, verwijs ik u naar mijn vervolg artikel over de Solar Business Day en het nieuwste Solar Trend Rapport.

Congres Solar Business Day 2018 (Apenheul, Apeldoorn, 24 jan. 2018)


 
^
TOP

17 januari 2018: Analyse van volledige instralings-data KNMI voor Nederland. Een force majeure aan het begin van het jaar is een inventarisatie van de dagelijkse instralings-gegevens die KNMI publiceert voor al haar (momenteel 31) actieve weer- en meetstations. Polder PV heeft hier weer een uitgebreide analyse op gedaan, en de resultaten op een aparte webpagina gepresenteerd. Waarbij de evolutie van zonne-uren en de instraling door de tijd heen grafisch wordt weergegeven.


^^^
Een van de grafieken opgenomen in het nieuwe instralings-artikel van Polder PV. Voor uitleg, zie onderstaande verwijs-link naar het artikel.

Ook al leek het voor vele medelanders "een slecht zonnejaar" te zijn geweest in 2017, het kwam uiteindelijk toch nog iets boven het langjarige gemiddelde uit, wat de fysiek gemeten instraling betreft. Zowel voor een korte periode, 2002-2017, waarvoor de meeste meetstations continue data hebben. Als voor de "klassieke" referentie periode die KNMI al lange tijd gebruikt, het tijdvak 1981-2010. Wel was er gemiddeld ongeveer anderhalf procent minder instraling in het horizontale vlak, dan in 2016.

Ook zijn er uiteraard blijvende verschillen tussen de meetstations, wat gezien de algemeen heersende west-oost instralingsgradiënt in ons land, en micro klimaat verschillen, ook niet vreemd is. Verder is het zo, dat de (toename van de) instraling bij de kust-stations een hogere impact lijkt te hebben dan bij de meer landinwaarts gelegen lokaties, met name bij de voortschrijdende gemiddeldes over de afgelopen tien jaar. Bij alle 5 langst data generererende stations zijn zowel op de kortere termijn (10 jaar voortschrijdend gemiddelde), als bij de langere termijn (25 jaar voortschrijdend gemiddelde) de trends positief: er is gemiddeld genomen steeds meer instraling op het horizontale vlak in Nederland, een trend die al langer zichtbaar is.

Dat is uiteraard goed nieuws voor de paar honderdduizend eigenaren van zonnestroom genererende installaties, want zelfs al zou er "degradatie" zijn van hun PV-systemen, deze wordt deels of wellicht zelfs wel helemaal gecompenseerd omdat er steeds meer zonlicht op hun installaties valt. Op voorhand is echter niet te zeggen of de toenemende hoeveelheid instraling een blijvend fenomeen zal zijn, aangezien ontwikkelingen beïnvloed (zullen) worden door atmosferische condities, die zeer complex zijn.

Voor uitgebreide analyse met grafische presentaties, zie:

Nationale instralingsdata KNMI tot en met kalenderjaar 2017


Bron data: KNMI


 
^
TOP

11 januari 2018: CertiQ december 2017 rapportage 2. Import / export groencertificaten, warmte dossier. Hoge import stroom GvO's - 7,1 TWh. In het tweede deel van de analyse van het december rapport van CertiQ van vorig jaar (deel 1 hier) de import/export cijfers van garanties van oorsprong, en kort het warmte dossier. De unieke dynamische grafiek die de variërende contributie van GvO's voor elektra per land, voor import Nederland in toont, is ook bijgewerkt.

Import / export GvO's

Hier onder vindt u weer de import- en export staatjes voor garanties van oorsprong (GvO's) van CertiQ, met de door mij berekende aandelen per optie (percentages in geel, bovenaan), en per land (idem in blauw/rood, rechts), t.o.v. de totalen aan geïmporteerde resp. ge-exporteerde GvO's. Er is voor een zéér substantieel volume aan GvO's ingevoerd, in december 2017, ruim 7 TWh.


^^^
Tabel zoals verschenen op 3 januari 2018 op de CertiQ website. Percentages berekend door Polder PV.

De landen die als "grootste GvO exporteur naar Nederland" kunnen worden bestempeld wijzigen meestal met de maand. In december was het ditmaal de "relatieve nieuwkomer" Spanje wat net aan even kampioen mocht zijn, met 17,9% totaal aandeel. In maart 2017 was het land ook al de grootste verstrekker van groene papierwaren aan Nederland. Het land verscheen, als relatieve "laatkomer" voor zo'n grote natie, pas in september 2016 voor het eerst in de CertiQ staatjes. Het overgrote merendeel van de Spaanse certificaten kwamen uit windenergie, slechts 1,1% kwam uit de hydropower centrales daar. De bijna 1.247 GWh aan wind certificaten uit het mediterrane land was zelfs, opvallend, het aller grootste volume bij de Nederland in geïmporteerde wind GvO's. Alleen het welbekende Denemarken (1.045 GWh), en op afstand Italië (820 GWh) konden nog een beetje volgen. Door de gezamenlijke contributie van wind GvO's uit maar liefst 9 landen, cumuleerde het totaal aandeel van die modaliteit in ruim 3,8 TWh, 54,4% van het totaal aan ons land geïmporteerde certificaten in de laatste maand van 2017. Daar staat tegenover dat hydropower 39,5% aandeel claimde, biomassa 3,1%, en zonnestroom GvO's 2,7% bijdroegen. Het grootste deel van de zonnestroom GvO's stamde uit Italië, en een zeer klein deel uit - wellicht voor u verrassend, maar er staan de nodige grote PV projecten daar - Tsjechië. Byzonder ditmaal is dat ook geothermie GvO's wat "mochten" bijdragen, 0,3% van het totaal. Die komen uit de thermische centrales op IJsland - wat geen fysieke elektrische verbinding heeft met het Europese subcontinent.

Drie landen volgden Spanje op de voet met de relatieve aandelen op het totaal: "Oudgediende" Noorwegen (16,6%), Italië (15,2%), resp. Denemarken (14,9%). De rest van de landen aandelen lag op (Zweden) tot onder de 10%. Groene stroom super mogendheid Duitsland leverde in december uitsluitend een zeer bescheiden volume aan GvO's uit biomassa installaties aan Nederland, 167 GWh. Dat is slechts 2,4% van de totale import, Nederland in. Voor een verklaring van die lage volumes, zie de november rapportage.

Het hoge totaal aan Nederland in geïmporteerde zon-GvO's, 188,3 GWh zou, bij 2.910 kWh/HH.jr (plm. 243 kWh/HH.mnd), theoretisch bezien, in december ongeveer het stroomverbruik van 776.500 normaliter 100% "grijze stroommix" afnemende huishoudens kunnen hebben "vergroend". Dit komt nog eens bovenop de ongeveer 0,03 TWh (= 30 GWh) die in Nederland met eigen PV installaties zou zijn opgewekt in die maand, volgens de berekeningen van En-Tran-Ce (dec. 2017 rapport alhier, pagina 12).


Totale import GvO's

Absoluut bezien is de import van GvO's t.o.v. de voorgaande maand spectaculair toegenomen, van 2,3 TWh in november tot bijna 7,1 TWh in december 2017. Een groei van 209% ! December is "traditioneel" de maand met de hoogste import, kennelijk omdat er dan nog even snel aan wat "verkochte groene stroom compensaties" gesleuteld moet worden om de boekhouders - en de controlerende autoriteiten gerust te stellen. Hiermee werd de 5,4 TWh in december 2016 in ieder geval ver overvleugeld. Maar zijn ook de import volumes van GvO's in de 2 voorgaande jaren deels met vlag en wimpel gebroken. In december 2015 was het nog 6,9 TWh, in december 2014 6,0 TWh. We moeten helemaal terug gaan naar december 2013 om een nóg hogere import (meer dan 8 TWh) te vinden (zie grafiek in gereviseerd jaar rapport over dat jaar bij CertiQ).

In historisch perspectief bezien waren de - soms fors fluctuerende - import volumes per maand als volgt (okt. 2016 - dec. 2017):

Okt
Nov
Dec
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Import per mnd (TWh)
4,2
1,4
5,4
4,2
4,3
4,4
2,7
2,2
1,9
2,8
<1,8
2,0
2,8
2,3
7,1

Bovengenoemde 7,1 TWh aan import van groene papierwaren in 1 maand tijd is het equivalent van ongeveer 6% (!) van de fysieke jaarlijkse stroom consumptie in ons land (laatst bekend: 119,6 TWh in 2016). Om een andere vergelijking te gebruiken: die 7,1 TWh aan groene papier import is het equivalent aan een factor 1,8 maal de normale totale jaarproductie van kernsplijter Borssele. Die echter langdurig in onderhoud was (april - juli 2017, zie slides 56-59 in dit rapport van En-Tran-Ce), vorig jaar, en dus veel minder zal hebben geproduceerd. Dat dit volume (weer) zo hoog is, heeft ongetwijfeld te maken met het rap "vergroenen" van bestaande (fysiek grijze) stroom contracten. Niet alleen bij burgers (die ontwikkeling is al jaren gaande). Maar vooral, bij het bedrijfsleven. En daar gaat het niet om maar een paar duizend kWh per jaar, maar al gauw om tienduizenden tot vele malen meer kilowatturen. Dan gaat het hard bij de "druk" op de beschikbare GvO's. En dus "moet" er massaal extra "groen" worden geïmporteerd...

Verschuivingen in het "12 maanden taartdiagram" t.o.v. het exemplaar voor november. Italië, wat al langer de eerste plaats ten koste van Noorwegen heeft ingenomen, verloor weer wat van haar voorsprong. In dec. 2016 21,7% > 19,3% in november > 16,9% in december 2017.

Het aandeel van Noorwegen, in de juli 2017 rapportage voor het eerst niet meer het hoogste aandeel, is weer licht gegroeid t.o.v. november: dec. 25,5% 2016 > 14,2% in november > 15,0% in december 2017. Denemarken verstevigde haar voorsprong op haar Scandinavische collega: dec. 2016 16,3% > 14,8% in november > 15,2% in december 2017.

Frankrijk, waarvan de positie sedert januari 2016 enige tijd stabiliseerde rond een zeer lage 8,6%, groeide gemiddeld genomen met wisselende toenames en afnames naar 12,1% in november, maar viel weer terug naar 11,4% in december 2017. Waardoor haar lange positie op de derde plaats fundamenteel in het gedrang is gekomen, en deels al is voorbij gestreefd, gezien de ontwikkelingen bij Spanje en Zweden. Zweden, wederom abusievelijk niet in de legenda weergegeven door CertiQ (onderaan toegevoegd door Polder PV), ging aanvankelijk van 7,5% (januari 2016) naar 10,2% in november, en wist Frankrijk reeds bij te halen met een gelijke 11,4%, eind 2017. Relatieve nieuwkomer Spanje, aanvankelijk van een half procent, via 1,1% (januari 2016), evolueerde sterk verder omhoog. Heeft, zoals eerder door Polder PV voorspeld, met haar in juli bereikte 8,1% Finland ingehaald, en is inmiddels op de vierde plaats beland na Noorwegen, van 10,2% in november fors verder groeiend naar 12,9% in het december 2017 rapport. België (4,2% in dec. 2017, een terugval van 5,2% in november) zit met de rest van de andere landen onder de 5%. Relatieve nieuwkomer Tsjechië, links bovenaan zichtbaar geworden als zeer smal segment, bleef steken met 0,3% op de teller. Ook bemerkenswürdig: de toename van 1,0 (nov. 2017) naar 1,4% aandeel door Europees groene stroom productie kampioen Duitsland, waarmee het het hoogste aandeel in haar historie behaalde (tot nog toe). Alsmede het sterk terug gevallen aandeel van Oostenrijk: van 3,1% in november tot nog maar 0,6% in de december 2017 rapportage. Dat was niet eerder zo laag (laagste sedert juni 2016: 2,8% in maart 2017). Ook Slovenië bereikte met 0,3% aandeel een dieptepunt. Kroatië heeft tot nog toe nog geen GvO's geleverd aan Nederland.


Verschuiving GvO import naar land van herkomst

Het continue verschuiven in de verdeling van de GvO's over de landen had Polder PV in de januari bijdrage van 2017 voor het eerst grafisch al verder uitgediept. Zie aldaar voor de (statische) grafieken en toelichting. Polder PV gaat nog een stapje verder met de extensie van de dynamische grafiek die voor het eerst bij de analyses vanaf de februari rapportages voor 2017 werd opgemaakt.

Om deze verschuivingen wat beter zichtbaar te maken, heeft Polder PV van de afgelopen 19 maandelijkse rapportages, waarbij Nederland als "zelf-importerend land" uit de basis cijfers is gegooid door CertiQ (sedert het juni 2016 rapport), een animatie gemaakt. Tsjechië, nieuw ingetreden bij CertiQ, is voor het eerst in de update van juli 2017 toegevoegd. Het filmpje is als een oneindige "loop" getoond, met een pauze aan het eind van de reeks. De rangschikking is met België telkens bovenaan beginnend (blauw), en kloksgewijs de landen volgorde alfabetisch afwerkend, via Italië onderaan (donkergrijs), uiteindelijk eindigend met Zweden (geel):


Voor een uitgebreide toelichting op de jaarcijfers van CertiQ, import, export, en "consumptie" van groene stroom certificaten in eigen land ("afboekingen"), zie de details in een vorige bespreking. Goed is in de animatie te zien dat Noorwegen haar langjarige leiders-positie in juli kwijt raakte aan Italië en nog verder in aandeel heeft moeten inboeten. En dat ook Zweden haar aanvankelijk prominente plaats zag afzwakken in de loop van de tijd, maar recent weer aangroeide. Verder is goed de snelle groei van Denemarken en, later, van Spanje te zien als belangrijke nieuwe contribuanten aan de GvO import, Nederland in. Denemarken heeft inmiddels haar Scandinavische collega Noorwegen ingehaald. Frankrijk blijft ook een belangrijke contribuant, maar fluctueert qua absoluut aandeel.

In de afgelopen 12 maanden inclusief december 2017 werd volgens CertiQ voor een volume van maar liefst 38.248 GWh, aan GvO's Nederland in geïmporteerd, weer fors hoger dan in november. Over de afgelopen 15 maanden heb ik de wijzigingen in die import van een jaar op een rijtje gezet (omvang import Garanties van Oorsprong in TWh):

Okt
Nov
Dec
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Import 12 mnd. (TWh)
39,2
37,6
36,4
35,6
38,8
40,6
40,3
39,6
38,2
35,6
36,8
37,2
35,8
36,7
38,2
Wijziging
-1,5%
-4,1%
-3,2%
-2,2%
+9,0%
+4,6%
-0,7%
-1,7%
-3,5%
-6,8%
+3,4%
+1,1%
-3,8%
+2,5%
+4,1%

Het niveau tm. december is een forse 4,1% procent hoger dan in de 12 maanden tm. het november rapport, en ligt weer op het niveau van juni. In de periode van 12 maanden tm. november 2017 werd er, met nog voorlopige cijfers voorhanden, slechts voor ruim 15,5 TWh fysiek aan eigen opwek (op eigen bodem, inclusief de Noordzee) van stroom uit hernieuwbare bronnen gerealiseerd. Een equivalent van slechts 42% van het volume aan import GvO's tm. november (36,7 TWh) werd in eigen land opgewekt. Zelfs al moet er nog het nodige volume aan fysieke opwek bijgeschreven worden in toekomstige updates, het gat tussen eigen groene productie, en de import van GvO's voor het vergroenen van onze voornamelijk gas/steenkolen gevoedde stroommix, blijft onverminderd groot.


Export

Het "detail" plaatje voor de export van GvO's in december. Veel simpeler dan dat voor de import.

In december werd weer een groot volume aan GvO's Nederland uit ge-exporteerd, 676 GWh, veruit het hoogste volume in 2016-2017 (zie pdf CertiQ, eerste jaar rapport 2017). We moeten naar 2014 terug gaan om (nog veel) hogere niveaus terug te zien (zie grafiek in pdf CertiQ, gereviseerd jaar rapport 2015). Toen handelde Nederland nog levendig met elders opgekochte, en voor een beperkte (?) winst weer doorverkochte GvO's richting België (en Noorwegen). Het laagste niveau in 2017 was, op "exceptioneel" maart (4,2 GWh) na, april (77 GWh).

Tijdens het regelmatig stuivertje wisselen tussen de lange tijd enige overgebleven "export kandidaten" was het in december alweer Noorwegen wat de meeste groene papierwaren "retour" mocht ontvangen, 551,8 GWh, 82% van het totaal. België kocht een groot deel van de rest van het totale volume van 676 GWh aan certificaten (12,5%), maar ook nu weer deed "grootproducent" in groene stroom zaken Duitsland een greep uit het Hollandse export mandje, 5,9% van het totaal (40 GWh).

Ook in december kwam het grootste deel van de export GvO's weer van biomassa, bijna 66% van het totaal. Wind-certificaten claimden bijna 34%. En er werden zelfs enkele "kostbare" zonnestroom GvO's ons fossiele land uit ge-exporteerd, 5 GWh, goed voor 0,7% van de totale export. De ratio export / import van GvO's is in december, ondanks het zéér grote import volume, weer fors afgenomen t.o.v. november, tot 9,6% (676 / 7.055 GWh). Hoe dat het afgelopen jaar is verlopen toon ik in het volgende tabelletje (percentages berekend met aangegeven waarden, hoeveelheden weergegeven in Terawattuur; 1 TWh = 1.000 GWh):

Okt
Nov
Dec
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Export per mnd. (TWh)
0,18
0,13
0,22
0,27
0,19
0,004
0,08
0,11
0,12
0,11
0,28
0,24
0,19
0,29
0,68
Import per mnd (TWh)
4,2
1,4
5,4
4,2
4,3
4,4
2,7
2,2
1,9
2,8
<1,8
2,0
2,8
2,3
7,1
Exp / Imp verhouding
4,3%
9,3%
4,1%
6,4%
4,4%
4,4%
3,0%
5,0%
6,3%
3,9%
16,0%
12,0%
6,8%
12,6%
9,6%

Onderaan in de tabel / figuur het taartdiagram voor de laatste 12 maanden, waarbij, ondanks dat een deel van de certificaten weer richting België en Duitsland ging, het aandeel van Noorwegen weer verder is toegenomen. Het nam in de reeks vanaf november 2016 toe van 48% naar ruim 79% in november 2017, en in december ging het zelfs over de 81% heen. Het aandeel van België daalde van 54% (oktober 2016) naar ruim 13% in november 2017, tot zelfs ruim 11% in december. Zweden kwam in een keer op de derde plaats vanwege de contributie in augustus 2017, maar daalde verder naar 4,9% van totaal. Duitsland sluit de rij met landen die "iets" ontvingen, de afgelopen 12 maanden, met, gezien de nieuwe afname in december 2017, een verdere stijging naar 2,7% van het totaal.

Over de laatste 12 maanden gemeten is het aandeel van alle andere landen nihil gebleven. In die periode van een jaar blijft het export volume, 2.554 GWh tm. december (wel weer behoorlijk gestegen t.o.v. de 2.098 GWh tm. november 2017), nog steeds een zeer bescheiden deel t.o.v. de totale import van GvO's in dezelfde periode (38.348 GWh, eerste taartdiagram in dit artikel): 6,7%. Dat was in november nog 4,8%, in oktober 5,4%, in september 5,2%, in augustus 4,8%, in juli 4,3%, in juni 4,1%, in mei 4,0%, in april 3,7%, en in januari was het 4,2%. Dus zelfs al is die ratio gemiddeld genomen wel wat verder gestegen, en blijft ze dat ook doen: Nederland blijft, uniek in Europa, nog steeds massaal netto importeur van "papieren groenheid".


Warmte incl. thermische zonne-energie - novum

In het separaat verschenen "warmte equivalent" maandrapport blijkt het aantal projecten biomassa verwerkende installaties te zijn toegenomen, van 259 naar 263 stuks. Netto bezien ging dat aantal van 4 nieuwe biomassa projecten gepaard met een toename van ruim 181 MWth aan duurzame warmte producerende capaciteit (van 1.599 MWth naar ruim 1.780 MWth). Een forse toename, met een gemiddelde capaciteit van ruim 45 MWth per nieuw (biomassa) project.

In totaal hebben de - ongewijzigd - 14 geregistreerde geothermie installaties een geaccumuleerde capaciteit van ruim 215 MWth. Met een gemiddelde systeem capaciteit van ruim 15 MWth per stuk.

Nieuw: thermische zonne-energie bezet nieuwe plek bij CertiQ
Nieuw in de statistiek info van CertiQ is, dat voor het eerst in de historie ook apart een categorie "Zon" in het warmte dossier is opgenomen in de december rapportage. Er zijn nu 10 gecertificeerde thermische ZE (zonne-energie) projecten geregistreerd, die een totaal vermogen hebben van 3,37 MWth. Zie nieuwe plaatje van CertiQ, hier onder. Daarmee komt bij de opgestelde capaciteiten eind 2017 de verdeling uit op 89,2% voor biomassa, 10,8% voor geothermie, en nog een bescheiden 0,2% voor thermische zonne-energie projecten (NB: alleen de gecertificeerde, er staat in Nederland natuurlijk veel meer zonnecollector capaciteit: zie de bijgewerkte statistiek van het CBS voor de kleine installaties tot 6 m², en de totale impact op de energie productie, in vergelijking met de evolutie bij PV (zonnestroom).

Er stond al langer een plaatje met aantallen installaties klaar voor thermische zonne-energie (zie ook evolutie plaatje augustus rapport). Dat heeft nu een update gekregen bij CertiQ:


Bron: CertiQ maandrapport dec. 2017

Het aantal ZT installaties is eind december 2017 op 10 gekomen (oranje-gele kolommen, linker Y-as), opgestelde capaciteit (rode lijn, rechter Y-as): bijna 3,4 MWth. Gemiddeld genomen bijna 340 kWth per installatie. Nog niet zo heel erg groot, maar dat gaat beslist stijgen als met SDE subsidies beschikte projecten verder uitgerold gaan worden. De 21 installaties beschikt in de voorjaars-ronde van SDE 2017 hadden een gezamelijk vermogen van 12 MWth, en dus gemiddeld genomen al een capaciteit van 571 kWth per stuk.

Productie "warmte uit HE bronnen"
De tot nog toe geregistreerde hoeveelheid (gecertificeerde) duurzame warmte, waarvoor ook door CertiQ "warmte GvO's" worden verstrekt, kwam over de laatste 12 maanden tm. november op een warmte equivalent van 3.202 GWh, 6% meer dan de 3.022 GWh in het november rapport, maar nog steeds iets minder dan de 3.240 GWh in de oktober rapportage. Gezien dit nog "jonge" dossier, kan er nog een hoop daadwerkelijk geproduceerde energie bij gaan komen, omdat de rapportage verplichtingen vooral op het gebied van warmte complex zijn, en veel tijd kosten. Onder de door CertiQ getoonde progressie grafiek in het maand rapport staat dan ook een expliciete disclaimer, "De grafiek ... laat gedurende het lopende kalenderjaar ... altijd slechts het totaal van productiecijfers zien dat door CertiQ is ontvangen en vastgesteld". Genoemde hoeveelheid duurzaam geproduceerde warmte is in ieder geval energetisch bezien het equivalent van bijna 21% van de bijna 15,5 TWh (el.) die in de laatste 12 maanden tot en met november 2017 bij elektriciteit "duurzaam" werd geregistreerd volgens het al vele jaren lang lopende vergelijkbare dossier bij CertiQ.

(Voorgaande) analyses van maand rapportages CertiQ, door Polder PV:

2017:
Jaaroverzicht 2017 (eerste, voorlopige jaar rapport - intro resp. grafische uitwerking)
December 2 import/export GvO's, warmte - huidige artikel)
December 1 (focus op evolutie zonnestroom)
November 2 (import/export GvO's, warmte)
November 1 (focus op evolutie zonnestroom, bijna 650 MWp geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in databank)
Oktober 2 (import/export GvO's, warmte)
Oktober 1 (focus op evolutie zonnestroom)
September 3 (... majeure neerwaartse correctie van cijfers zonnestroom in eerste rapport vanwege fouten netbeheerder en onoplettendheid CertiQ !)
September 2 (import/export GvO's, warmte)
September 1 (focus op evolutie zonnestroom, spectaculaire, voorheen ongekende record toevoeging gecertificeerde PV capaciteit ... zie verder deel 3 !)
Augustus 2 (import/export GvO's, warmte)
Augustus 1 (focus op evolutie zonnestroom, wederom nieuw maandelijks productie record / GvO evolutie zonnestroom)
Juli 2 (import/export GvO's, warmte)
Juli 1 (focus op evolutie zonnestroom, nieuw maand record aantal netto toegevoegde PV installaties)
Juni 2 (import/export GvO's, warmte)
Juni 1 (focus op evolutie zonnestroom, nieuw maand productie record / GvO's zonnestroom)
Mei 2 ( import/export GvO's, warmte)
Mei 1 (focus op evolutie zonnestroom; doorbreking 500 MWp accumulatie, nieuw maand productie record)
April 2 (import/export GvO's, warmte / thermische zonne-energie)
April 1 (focus op evolutie zonnestroom; maandrecord uitgegeven aantal GvO's zonnestroom)
Maart 2 (import/export GvO's en warmte)
Maart 1 (focus op evolutie zonnestroom)
Februari 2 (import/export GvO's en warmte; primeur - dynamische weergave import GvO's)
Februari 1 (focus op evolutie zonnestroom)
Januari 2 (import/export GvO's en warmte)
Januari 1 (focus op evolutie zonnestroom; record toename capaciteit/mnd)

2016:
December
November
Oktober
Augustus-September
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari

Eerdere jaren: 2015 zie links onderaan november rapportage 2017; zie verder voor oudere artikelen overzichten via index (vrijwel altijd aan begin van de maand bespreking nieuwe CertiQ maandrapport)

Statistische overzichten CertiQ (extern)


 
^
TOP

6 januari 2018: CertiQ jaaroverzichten - samenvatting en voorlopige stand van zaken 2017. Aan het begin van het jaar publiceert CertiQ de eerste cijfermatige overzichten van het afgelopen jaar. Deze geven een eerste beeld van de stand van zaken van gecertificeerde elektriciteit (en sedert veel kortere tijd ook warmte) productie. Dit is echter een eerste schatting, waarbij de resultaten voor de maand december nog deels ontbreken. Later worden die hiaten opgevuld. Een majeure revisie van de eerste - voorlopige - cijfers wordt meestal een half jaar later gepubliceerd. En zelfs nog later kunnen - meestal kleinere - wijzigingen worden doorgevoerd in de jaarcijfers. Zelfs van eerdere jaren.

Polder PV heeft alle gereviseerde jaar rapporten en de laatst bekende cijfers bij elkaar gezocht, en daar aan de eerste, nog zeer voorlopige cijfers voor 2017 bij gevoegd. En van het resultaat overzichten gemaakt van de evolutie van de accumulatie en de jaargroei van de aantallen, en van de capaciteit van de gecertificeerde PV projecten in de CertiQ databank. Daarbij geeft de webmaster van Polder PV ook de segmentaties over de project groottes, zoals destijds op zijn verzoek door CertiQ opgenomen in de jaar rapportages.


^^^
Klik op plaatje voor uitvergroting

Hier boven weergegeven de door Polder PV gereconstrueerde grafiek met de jaargroei van de nieuwe (netto) aantallen gecertificeerde PV installaties, per grootte klasse. Uitleg en meer grafieken worden verder gegeven in het nieuwe jaaroverzicht van de gecertificeerde zonnestroom data van CertiQ, tot en met de eerste cijfers voor 2017:

Evolutie gecertificeerde PV systemen en capaciteit in jaar rapportages CertiQ (tm. 2017)

 


 
^
TOP

5 januari 2018: Laatste maand rapport CertiQ 2017 - gemiddelde groei, eind 2017 672 MWp gecertificeerde PV capaciteit geaccumuleerd. In het laatste maand rapport van 2017, dat voor december, officieel geopenbaard op 3 januari in het nieuwe jaar, gaf bij CertiQ voor gecertificeerde zonnestroom capaciteit een gemiddelde groei te zien van bijna 23 MWp. Daarmee kwam het totale PV vermogen in het CertiQ register op 672 MWp. Er werden netto 119 nieuwe gecertificeerde PV projecten toegevoegd in de laatste maand van het jaar. Het gaat om nog voorlopige cijfers die later kunnen worden bijgesteld, net als in eerdere maand rapportages van de TenneT dochter. Vergeleken met de gereviseerde cijfers voor het jaar 2016, zou er met deze eerste publicatie in het jaar 2017 een record netto nieuw (minimaal) volume van 246 MWp gecertificeerde PV capaciteit zijn bijgekomen, een stijging van 22% t.o.v. de groei in 2016. Wat aantallen betreft was de toename een stuk minder groot, 1.441 netto gecertificeerde PV projecten toegevoegd in 2017, wat 2,6% meer was dan de netto toevoeging in 2016. In dit artikel de grafische analyse van het laatste maandrapport, met als zwaartepunt de wijzigingen bij gecertificeerde zonnestroom genererende installaties.

Wat de maandelijkse toevoegingen (of: tijdelijke afnames) van aantallen installaties betreft, rode curve, met als referentie de rechter Y-as, zijn er in december "netto" 119 nieuwe PV projecten bij gekomen. Ongeveer een gemiddeld niveau t.o.v. de trend in de laatste vijf maanden. Nog steeds fors minder dan het opvallende maand record van (netto) 445 nieuwe PV projecten in juli 2017. Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten.

De accumulatie is te zien aan de gele curve (referentie: linker Y-as) die, na het "plateau" in 2013-2015, de laatste 2 jaar opvallend is gaan stijgen. De nieuwe cijfers in de laatste maand rapportages geven weer een wat minder sterke toename te zien. De curve geeft eind december, met de voorlopig laatste cijfers voor 2017, een accumulatie van 14.430 gecertificeerde PV projecten in de database van CertiQ (gemarkeerd data punt rechts bovenaan).

De volgende grafiek toont de resultaten bij de aantallen in de vorm van per kalenderjaar gegroepeerde maanden, om de verschillen tussen de jaren goed te kunnen weergeven:

Uit bovenstaande grafiek, die het jaar 2017 voorlopig afrondt, blijkt duidelijk, dat er per jaar grote verschillen zijn opgetreden tussen de maandelijkse rapportages onderling, en dat soms zelfs negatieve groei mogelijk is geweest (met name in de periode van "verplichte her-inschrijvingen bij CertiQ", 2013-2015). Voor een overzichtje van de effecten van jaar tot jaar, zie de bespreking van het sep. 2017 rapport. In oktober 2017 nam het aantal netto bijschrijvingen (98) weer toe t.o.v. het lage niveau in september (71), in november werd dat aantal nog groter (164), maar in de laatste maand, december, werden netto "slechts" 119 nieuwe projecten toegevoegd aan het jaar totaal. Gemiddeld genomen is het niveau daarmee in het kalenderjaar 2017 voorlopig op 158 nieuwe installaties per maand gekomen. Althans, volgens de maand rapportages.

Als we echter het gereviseerde jaar rapport van CertiQ voor 2016 nemen (hierin zijn de oude cijfers voor dat jaar bijgesteld), en het voorlopige eind cijfer voor 2017, komt de jaar toename in 2017 voorlopig op 1.441 stuks uit. Wat slechts 2,6% hoger ligt dan het niveau in het voorgaande jaar, 2016 (groei op basis van definitieve jaar rapporten: 1.404 netto). Daarmee zou het voorlopige maand gemiddelde in 2017 op slechts netto 120 nieuwe installaties per maand komen te liggen. Over een half jaar wordt een revisie van de jaarcijfers voor het jaar 2017 verwacht, die deze getallen nog flink kunnen gaan bijstellen.

De laatste jaren zijn de nieuwe aantallen per maand gemiddeld genomen wel veel lager dan de toevoegingen in de jaren dat er nog veel residentiële installaties doordrongen tot de burelen van CertiQ, met name in 2009-2011. Die kleine residentiële projectjes hadden allemaal subsidie beschikkingen uit de regelingen SDE 2008 tm. SDE 2010 ("categorie klein"). Met de introductie van het SDE "+" regime in 2011 is de "ondercap" verhoogd naar 15 kWp, en is er later ook nog een verplichte grootverbruik aansluiting in de regeling opgenomen. Waardoor zelfs particulieren met forse dak-ruimte geen schijn van kans meer maakten om nog (op individuele basis) een SDE aanvraag te kunnen doen.

Dat er desondanks weer "aardige" groei volumes van de aantallen bij CertiQ geregistreerde projecten zijn te zien is voor een aanzienlijk deel te wijten aan de lopende realisaties van omvangrijke volumes onder de diverse SDE "+" regelingen beschikte PV projecten (voor overzicht beschikkingen en "officiële" realisaties, zie meest recente analyse van RVO cijfers). De grootste groei zit hem echter niet in het "aantal" installaties, maar met name in het opgestelde vermogen wat daarmee wordt ingebracht. Dat stijgt spectaculair, zoals we hier onder zullen zien, en heeft alles te maken met het feit dat het om (gemiddeld en absoluut) véél grotere PV projecten gaat dan wat enkele jaren geleden "gebruikelijk" was voor Nederland.


In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit om substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. In december werd netto 22,7 MWp nieuwe capaciteit toegevoegd, waarmee het op de 6e plaats is gekomen in de reeks voor 2017. Daarmee ligt het vrijwel op het maandelijkse gemiddelde voor 2017, (inclusief december bijna 22,8 MWp/mnd, groene stippellijn). De afstand tot het equivalent over het gehele kalenderjaar 2016 (rose stippellijn, plm. 16 MWp/mnd) is daardoor vrijwel gestabiliseerd met de december toevoeging. Het gemiddelde ligt in 2017 bijna 43% hoger dan het niveau van dat in voorgaand jaar.

Bovenstaande is het beeld op basis van de cijfers uit de maand rapportages. Die kunnen echter achteraf worden bijgesteld, en dat is tot nog toe ook daadwerkelijk altijd geschied. Als we weer het gereviseerde jaar rapport van CertiQ voor 2016 nemen (hierin zijn de oude cijfers voor dat jaar bijgesteld, EOY geaccumuleerd gecertificeerd PV volume 426,0 MWp), en het voorlopige eind cijfer voor 2017 (672,0 MWp), komt de jaar toename in 2017 voorlopig op 246,0 MWp uit. Wat, i.t.t. de "matige" groei bij de aantallen installaties, maar liefst 22% hoger ligt dan het niveau in het voorgaande jaar, 2016 (groei op basis van definitieve jaar rapporten: ruim 192 MWp netto). Daarmee zou het voorlopige maand gemiddelde in 2017 op slechts netto 20,5 MWp per maand komen te liggen. Bijna tien procent onder het niveau zoals volgt uit de separate maand rapportages over dat jaar (grafiek). Voor een definitief oordeel moeten we wachten op de over een half jaar door CertiQ te publiceren revisie van de jaarcijfers voor het jaar 2017. De verwachting is, dat die cijfers fors zullen worden bijgesteld.

Wederom is hier de impact van de implementatie van de SDE regelingen, die steeds grotere beschikte projecten genereren, goed terug te zien. Wel is het zo, dat een groot zonnepark van ruim 14 MWp mogelijk niet, gezien de omvang van het maandvolume, in het cijfer voor december 2017 terecht is gekomen, maar beslist wel in die maand is opgeleverd volgens mijn informatie. Als dat klopt, zou ik verwachten dat dat volume in de komende januari rapportage verwerkt zou moeten worden. Aangezien CertiQ geen data vrij geeft over individuele projecten, blijft dat helaas giswerk. Het is echter wel zeer relevant voor correcte statistieken - het betreffende zonnepark heb ik dan ook zelf "officieel" voor 2017 ingeboekt (netkoppeling is eind vorig jaar geschied).

Gemiddelde capaciteit PV projecten in december

Als we uitgaan van "relatief weinig uitstroom" uit de CertiQ bestanden, en de maandelijkse netto toevoeging van 119 nieuwe installaties, met genoemde 22,7 MWp netto nieuwe capaciteit combineren, zou hier uit resulteren dat een "netto nieuw toegevoegd project" in de december update een gemiddeld systeem vermogen zou hebben van 191 kWp per stuk, slechts marginaal lager dan de 194 kWp in het november rapport. Dat is het equivalent van een "groot" rooftop project, van ongeveer 707 moderne kristallijne 270 Wp panelen per installatie. Aangezien het hier om een gemiddelde gaat, zitten er natuurlijk ook (veel) grotere projecten bij. Er worden al vaker forse rooftop projecten van vele honderden kWp tot soms zelfs 1 of zelfs "enkele" MWp-en aan het net gekoppeld. Zoals het recent opgeleverde grootste Nederlandse "single-roof" PV project met 15.318 multi-kristallijne zonnepanelen (ruim 4 MWp), op het enorme platte dak van Rhenus Contract Logistics op industrieterrein Ekkersrijt in Son en Breugel (NB), door KiesZon.

Voor het overige worden er stapsgewijs grote grondgebonden zonneparken opgeleverd, zoals het reeds eerder genoemde exemplaar, die het maandgemiddelde flink omhoog kunnen stuwen. Als ze tenminste als "administratief opgeleverd" in de betreffende maand worden opgenomen in het CertiQ register. Daar kan beslist een vertraging van een maand, of wellicht zelfs langer in zitten.


Na het bereiken van de halve GWp aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit in het rapport van mei 2017 ging de groei verder, en na de heftige "correctie" t.a.v. het september rapport, op een behoorlijk consistent, gemiddeld hoog niveau in de laatste maand rapportages.

De enorme versnelling in het CertiQ dossier, sedert de nazomer van 2015 (juni: 129,5 MWp), is kristalhelder in deze al jaren door Polder PV geactualiseerde grafiek. De gecertificeerde PV capaciteit heeft bij CertiQ inmiddels een omvang bereikt van 672,0 MWp. Een factor 30,5 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En er zal nog heel veel op gaan volgen, gezien de enorme SDE subsidie portfolio's die er op het vlak van zonnestroom al eerder zijn beschikt door RVO. Verhevigd door de enorme toevoeging van de eerste SDE 2017 ronde (4.386 beschikte projecten met een nieuwe record omvang van 2.354 MWp, analyse Polder PV hier). En ongetwijfeld verder versterkt door een nog onbekend volume aan te beschikken projecten binnen de 26 oktober jl. gesloten najaars-ronde voor SDE 2017. Waarvoor wederom een zeer hoog bedrag van 6 miljard Euro was klaargezet, maar waarvan waarschijnlijk ook zeer veel uitval van de 5.456 aangevraagde PV projecten in fase 3 valt te verwachten gezien de enorme overtekening van het budget, ongeveer halverwege fase 2. De tussenpozen tussen het bereiken van een nieuwe "100 MWp" grens bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar in ieder geval steeds korter geworden (afstand tussen de vertikale blauwe stippellijnen in de grafiek). En lijkt te zijn gestabiliseerd rond het niveau van begin 2017.

De rode lijn in de grafiek is de "best match" voor een trendlijn. Ik heb deze gewijzigd van een vierde- naar een vijfdegraads polynoom sinds het oktober rapport, omdat deze een betere match met de gerapporteerde maand resultaten gaf te zien.

CertiQ data - vergelijking met vorig jaar

In de bijbehorende besprekingen ben ik al ingegaan op de aangepaste vergelijkingen van de maand data met de gegevens van de herziene rapportages voor het jaar 2016. De verwachting is, dat er beslist nog enkele forse bijstellingen kunnen gaan plaatsvinden. Niet zo opvallend hoog voor de aantallen projecten in 2017, maar beslist wel fors voor de nieuwe capaciteiten in MWp. Mogelijk moet er nog het e.e.a. aan volume verwerkt worden door CertiQ, wat gezien de extreme dynamiek in de markt helemaal niet vreemd is.

Enkele extra factoren kunnen hierbij nog een groei percentage verhogende rol gaan spelen: (1) Zoals reeds meermalen gezegd, zijn diverse grote zonnestroom parken (met SDE "+" subsidie beschikkingen) in aanbouw, waarvan een deel mogelijk nog in december 2017 opgeleverd zou kunnen zijn, maar wat nog niet bekend is gemaakt. Dat tikt aan bij de toegevoegde MWp-en bij CertiQ. (2) Gezien de "last chance" om nog legitiem oude SDE 2014 beschikkingen te verzilveren, is de verwachting dat beschikking houders nog zullen hebben geprobeerd om hun projecten nog voor de jaarwisseling afgerond (netgekoppeld) te krijgen. Ik heb eind vorig jaar regelmatig opleveringen van projecten met SDE 2014 beschikking gezien, en ik kan er beslist de nodige nog hebben gemist. (3) Meestal worden de data die in de jaar rapportages van CertiQ voorkomen later behoorlijk omhoog bijgesteld. Zo bleek het totaal geaccumuleerde gecertificeerde volume bij PV in 2016 7% hoger te zijn geworden in de revisie dan in het eerste jaaroverzicht voor 2016 werd weergegeven (399 MWp werd 426 MWp). Mijn verwachting is dus, dat de jaargroei in 2017 beslist nog wel hoger kunnen gaan uitpakken dan hierboven geschetst. Daarvoor moeten we echter wachten op de revisie van de cijfers over 2017, die we pas medio 2018 van CertiQ zouden kunnen gaan vernemen. Wettelijke verplichtingen om hard onderbouwde statische (detail-) rapportages over zonnestroom capaciteit te publiceren zijn afwezig in ons land. Verder zijn de administratieve procedures bij de diverse instanties tijdrovend, en ook historische bijstellingen laten helaas zeer lang op zich wachten. Dit alles maakt voorspellen van "de PV markt" in Nederland zo vreselijk moeilijk. Zelfs al gaat het over de realisaties in het laatste jaar.


Aandeel CertiQ t.o.v. "CBS totale PV capaciteit" sterk gegroeid sedert 2014

Omdat er nog geen nieuw rapport is verschenen bij En-Tran-Ce sedert de vorige bespreking (overzicht rapportages, november 2017, p. 11: 2.540 MWp), moeten we hier nog uitgaan van de status voor die maand. Het Groningse onderzoeks-instituut rekent, met nieuwe inzichten, sedert de juni rapportage dit jaar, met een gemiddelde toevoeging van 50 MWp per maand (daarvóór werd 40 MWp/mnd groei gehanteerd van de nationale markt). Met het voor november gerapporteerde volume bij CertiQ (669 MWp accumulatie), zou er bij de TenneT dochter eind van die maand dus al bijna 26% van die veronderstelde nationale capaciteit daar bekend staan als "gecertificeerd vermogen".

Als we december 2014 als ijkpunt van vóór de versnelling bij CertiQ gebruiken (118,6 MWp volgens gereviseerd jaar rapport 2014, wat 4,6% hoger ligt dan de 113,4 MWp in de eerder gepubliceerde, "voorlopige" december rapportage voor dat jaar), en het CBS cijfer ernaast leggen (1.048 MWp, zie grafiek in mijn recentste artikel over CBS stats), komen we voor dát jaar op een verhouding van slechts ruim 11% uit! Ergo: eind november 2017, bijna 3 jaar later, is dat aandeel van CertiQ capaciteit bij zonnestroom met ruim een factor 2,3 toegenomen, een ronduit opmerkelijke groei. Een trend die waarschijnlijk gaat doorzetten, als de residentiële markt "relatief matig" groeit / blijft groeien (zie 2e grafiek in artikel over markt segmentatie). En de (grote) projecten markt daarentegen versneld groter zal gaan worden. Uiteraard meestal met forse SDE "plus" beschikkingen op zak, die in grote hoeveelheden zijn toegekend de afgelopen twee jaar.


Systeemgemiddelde capaciteit
Met de blijvend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, blijft ook de gemiddelde projectgrootte groeien in de cijfers van CertiQ. Zoals weergegeven in bovenstaande grafiek, wederom met een "best fit" 5e graads polynoom als trendlijn (rood). Het systeemgemiddelde nam afgelopen maand verder toe, van 45,4 kWp (eind november) naar 46,6 kWp gemiddeld voor alle eind december bij CertiQ bekende (grotendeels SDE-gesubsidieerde) projecten. Dit is een factor 8 maal het gemiddelde begin 2010. En is al een factor 3,1 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn).

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoegingen in de december rapportage lag op een véél hoger niveau, 191 kWp. Dat is wat lager dan het niveau in oktober (302 kWp gemiddeld), maar blijft substantieel. Dit hoge niveau wordt structureler, omdat er steeds meer zeer grote (druppelsgewijs ook grondgebonden) projecten worden opgeleverd.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten bij elkaar een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben. Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ.


"Niet SDE projecten" bij CertiQ
Zie hiervoor het commentaar bij het augustus rapport in een vorige verslag.


Gecertificeerde productie weer seizoens-gerelateerd omlaag, maar nog steeds "hoog"

De accumulatie van de (gecertificeerde) PV capaciteit (magenta curve) is terug te vinden op de linker Y-as. Daarbij horen de rode 100 MWp interval lijnen.

Na het record volume van maar liefst 69,5 GWh aan Garanties van Oorsprong door CertiQ aangemaakt voor zonnestroom in juli (apart gemarkeerd data punt met rode rand), is met het verstrijken van de zomer in augustus tot en met november weer een - logische - terugval te zien. In deze maanden wordt normaliter al minder zonnestroom geproduceerd dan in de voorgaande zomerse maanden (zie recent ververste procentuele overzicht van het kern-systeem bij Polder PV). Met de tot nog toe vastgestelde uitgifte van 17,7 GWh aan productie GvO's in november 2017, lag dat niveau alweer bijna 41% lager dan het volume in oktober (29,8 GWh). Het waarschijnlijk later nog aan te passen volume voor november 2017 is daarentegen reeds ruim 65% meer dan dat gerapporteerd voor november 2016 (10,7 GWh). Deze resultaten vindt u terug in de blauwe curve (referentie: rechter Y-as).

De "winterdip" van 2016-2017 ligt alweer een stuk hoger dan die van 2015-2016, vanwege forse tussentijdse groei van de gecertificeerde PV capaciteit, en de meer-productie van die nieuwe installaties bovenop de output van de al bestaande projecten. Te verwachten valt dat, door de aanzienlijke tussentijdse capaciteits-toevoegingen bij CertiQ in 2017, die "dip" in de huidige winter alweer flink hoger zal komen te liggen (verwacht minimum net als in voorgaande jaren december, te publiceren in komend maand rapport). Let op dat de GvO productie grafiek een maand achter loopt bij die voor de toegevoegde capaciteiten. En ook, dat zeker de recenter gepubliceerde volumes achteraf altijd nog - meestal relatief bescheiden - aangepast kunnen gaan worden. De vorm van de curve kan dan ook nog enigszins gaan wijzigen (in ieder geval: een gladder verloop krijgen).

De eerder genoemde record productie in de maand juli (tot nog toe "geteld"), 69,5 GWh in een maand tijd, is het equivalent van het gemiddelde maandelijkse stroom-verbruik van ruim 286.500 gemiddelde Nederlandse huishoudens (2.910 kWh/HH.jr anno 2016 volgens StatLine van CBS, dat is nog exclusief het op landelijk totaal bezien nog relatief verwaarloosbare eigen verbruik van zonnestroom).

Uiteraard is het gecertificeerde volume tot nog toe slechts een blijvend klein onderdeel van de totale, onbekende Nederlandse zonnestroom productie. Die inmiddels mogelijk (maximaal) het 4-voudige van de productie bekend bij CertiQ zou kunnen omvatten, dus het equivalent van het (elektra) verbruik van zo'n 1,1 miljoen Nederlandse huishoudens. Echter, de capaciteit toename van de CertiQ bijschrijvingen groeit snel, zoals we dit maandrapport voor de zoveelste maal hebben kunnen vaststellen. Het is te voorzien dat een steeds groter aandeel van de totale fysieke zonnestroom productie in ons land afkomstig zal zijn van die rap groeiende, bij CertiQ bekend wordende populatie van - soms zéér grote - SDE gesubsidieerde PV projecten.


Gecertificeerde PV capaciteit en gecertificeerde zonnestroom productie per jaar volgens (gereviseerde) jaar overzichten CertiQ

Omdat er weer een jaar, zei het voorlopig, is afgesloten, wordt het weer de hoogste tijd om de resultaten van de talloze rapportages van CertiQ op een rijtje te zetten. Ik heb daartoe alle laatst bekende, af en toe bijgestelde data van de TenneT dochter uit de (gereviseerde) jaar rapportages bij elkaar gezet. En wel voor de jaarlijks toegevoegde capaciteiten voor zonnestroom, alsmede de daarmee gepaard gaande, door CertiQ uitgegeven Garanties van Oorsprong (GvO's), die de fysiek bemeten productie van de geaccumuleerde capaciteit per kalenderjaar weergeven. Tot en met 2016 lijken de data nu "min of meer gesetteld" te zijn. Al zijn toekomstige revisies beslist nooit uit te sluiten. Voor 2017 kunnen we alleen de aller-eerste beschikbare data weergeven. Hierbij dient beseft te worden, dat de GvO registratie altijd een maand achterloopt, dus het resultaat voor 2017 is sowieso nog maar voor de accumulatie tot en met november. Daar zal dus beslist nog het nodige aan volume bij gaan komen, zoals dat tot nog toe voor alle eerdere jaargangen is geschied. Evenals latere correcties, die we ook regelmatig in revisie rapporten zien langskomen (meestal: opwaartse bijstellingen betreffend).

In het kleine grafiekje (blauwe kolommen) de nieuwe capaciteit aan gecertificeerde PV installaties per kalenderjaar, zoals geregistreerd door CertiQ, volgens de laatste stand van zaken (gereviseerde jaar rapportages). Met een duidelijke, zeer forse toename van de volumes vanaf 2015, voorlopig culminerend in 246 MWp nieuwe capaciteit in 2017. Een volume, wat later nog beslist bijgesteld zal gaan worden, vandaar kolom rand gestreept weergegeven. Het gemiddelde over alle getoonde jaren is 45 MWp nieuw volume per jaar geweest (gearceerde kolom achteraan). NB: de eerste SDE regeling startte in 2008, de veel significantere volumes brengende "SDE+" regelingen begonnen met de SDE2011 in 2011. Er zit altijd forse vertraging tussen het beschikkings-jaar, en de feitelijke implementaties (en dus: uiteindelijke registratie bij CertiQ). Mede daarom bestaat een substantieel volume van de kalenderjaren 2015 tm. 2017 uit (deels) ingevulde beschikkingen uit het "voormalige recordjaar" 2014. Toen oorspronkelijk een volume van 883 MWp werd toegekend, met een hoge basisprijs.

De hoofd grafiek geeft de per kalenderjaar uitgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong weer (in gele kolommen), in GWh per jaar, wat gelijk staat aan de fysieke productie van de bij CertiQ geregistreerde totaal volumes. Ook hiervoor geldt, dat de resultaten tot en met 2016 redelijk zijn geconsolideerd (laatst bekende volumes uit gereviseerde jaar rapporten). De productie voor 2017, nu al bijna het dubbele volume voor 2016 (550 versus 322 GWh), is slechts bekend tm. november dat jaar. En zal dus nog flink worden aangepast in komende jaar rapportages (vandaar ook kolom rand gestreept). Het langjarige gemiddelde (2007-2017, gearceerde kolom achteraan) is al gestegen naar 112 GWh/jaar. Duidelijk is dat 2017 daar het veelvoudige van heeft opgeleverd, zelfs al met de voorlopige resultaten. Met klem wordt hier gewezen op het feit dat het om echt fysiek bemeten producties gaat (met geijkte bruto productie meters). Wat een compleet ander verhaal is dan de continue afschattingen van het CBS met behulp van altijd aanvechtbare "gemiddelde parameters", voor het totale volume aan PV capaciteit in ons land. Zie daarvoor de laatste afschatting in het artikel van 21 december 2017, en bekijk ook de recentere afschattingen van het Energieopwek portal van En-Tran-Ce hier onder.


Landelijke zonnestroom en andere duurzame productie - berekend
Voor het destijds - conservatief berekende (!) - nationale zonnestroom dagproductie record op de Energieopwek.nl site van 1 juni verwijs ik naar de korte bijdrage in de bespreking van een vorig maandrapport. Voor overige "records" in dat portal, zie de analyse van het september rapport. De hoogst behaalde, berekende "momentane" (piek) vermogens bij zonnestroom, die zeer kort zullen zijn aangehouden waren per maand dit jaar als volgt (sommige data zijn in recentere versies aangepast op basis van nieuwe inzichten en berekenings-methodieken):

Max. output zonnestroom (MW)
Jan.
Feb.
Mrt.
Apr.
Mei
Jun.
Jul.
Aug.
Sep.
Okt.
Nov.
Dec.
2017
607
(22e)
685
(24e)
1.175
(27e)
1.437
(30e)
1.587
(26e)
1.617
(1e)
1.555
(9e)
1.437
(7e)
1.220
(3e)
895
(15e)
636
(6e)
409
(17e)
2018
279*
(1e)

* Voorlopig hoogste resultaat in januari 2018 vóór publicatie van dit artikel

Op de vermeende, breed in de Nederlandse media rond-getoeterde (en van een uitspraak van een Eneco medewerker na-gekwaakte) "record dag" 21 juni 2017, was het volgens de laatste cijfers van En-Tran-Ce slechts 1.515 MW (6,3% minder, en bovendien ook nog minder dan de twee in bovenstaand overzichtje weergegeven record dagen in mei en juli).

Intermezzo - stroom productie records En-Tran-Ce portal Energieopwek.nl

Het vorige "totaal output record windstroom + zonnestroom + elektra opgewekt via biogas", van 3 augustus 2017 (ongewijzigd max. 5.189 megawatt vermogen, na 4 uur 's middags, toen het zeer hard waaide bij zeer zonnig weer), is sindsdien nog niet verbeterd. Wel kwam 11 september aardig in de buurt (max. 4.974 MW). Op 5 oktober lag dat maximum bij harde wind iets lager (4.862 MW). Op 23 november werd, na een al winderige start op de voorgaande dag, een momentane output bereikt van 4.308 MW in de vroege middag. De zon staat in de wintermaanden te laag om bovenop het windaanbod bij harde wind nog veel verschil te kunnen maken. Op die dag droeg PV slechts maximaal 214 MW bij aan de gezamenlijke "duurzame" output (3 berekende opties). Ook de feestdagen in de winter van 2017 waren memorabel. Tijdens Tweede Kerstdag (26 dec. 2017) veroorzaakte een al vanaf de 25e woedende flinke storm midden op de dag in combinatie met (stabiel) biogas en een beetje "winterse" zonnestroom prik extra een piekje van 4.211 MW. 30 december piekte op 4.228 MW, de laatste dag van het jaar haalde nog een kort maximum van 4.186 MW. De eerste dag van het nieuwe jaar werd zelfs in de vroege nachtelijke uren met alléén wind en biogas 4.154 MW afgetikt (!), gevolgd door een iets hoger piekje met de bijkomende zonnestroom opbrengst midden op de dag (4.171 MW). Tijdens de eerste storm van het nieuwe jaar, Eleanor, op 3 januari, moest vanwege de voorspelde zware windstoten veel windturbine capaciteit uit voorzorg worden afgeregeld, waardoor geen nieuwe max. gehaald kon worden. Pas nadat alles weer veilig kon "roteren", werd in de namiddag toch nog 4.150 MW op de teller gezet na het maximum van de depressie.

Hogere waarden dan hierboven genoemd kunnen we verwachten bij de eerstvolgende flinke storm zonder al te extreme (afregeling veroorzakende) windstoten, gezien de hoge impact van windenergie op de totale output in het portal. Al zijn de hoogste waarden tot nog toe in combinatie met relatief hoge berekende opbrengsten zonnestroom gerealiseerd, "ongeveer midden op de dag". Aangezien we nu in een periode van structureel weinig zon zitten (winter), zal het extreem hard continu moeten waaien om vergelijkbare potentiële pieken terug te zien. Zeer waarschijnlijk moeten we voor een volgend "vermogens-record" een eerstvolgende voorjaars-storm afwachten, als de inmiddels flink toegenomen zonnestroom capaciteit voor een voldoende hoge extra ondersteunende piek zorg kan dragen halverwege de dag.

Energie productie equivalenten
Op de website van Energieopwek.nl vindt u naast de getoonde vermogens-pieken ook de energie productie die per dag wordt terug gerekend naar "een hypothetische stad met x aantal inwoners". Zie uitleg van Martien Visser van Hanzehogeschool (drijvende kracht achter data / integratie via En-Tran-Ce) op de NVDE website (bericht 9 nov. 2016) hoe die berekening in zijn werk gaat (en info venster, rechts onderaan op site knop gebruiken). Tot nog toe heeft bij alleen de modaliteit zonnestroom, qua energie opbrengst berekend over een hele dag, in 2017 14 juni het record, met een equivalente energie opwek voor de verzorging van "een stad met 161.436 inwoners". Dat record zal pas weer in 2018 verbroken worden, aangezien we midden in de sombere winter verkeren. Ter vergelijking met voornoemd juni record: de meest productieve dag in november 2017 was de 6e, toen door de PV installaties berekend een energie productie equivalent van de consumptie van "een stad met 37.475 inwoners" werd bereikt. In december 2017 was het nog maar 19.584 bewoners-equivalenten, op de 17e. Dat is een factor 8,2 maal zo weinig dan het record op 14 juni 2017.

Voor alle drie de (momenteel bekende) modaliteiten wind + zon + biogas bij elkaar zijn de record dagen natuurlijk vooral in stormachtige periodes te vinden. 3 dagen in oktober sprongen ver boven de "middelmaat" uit, met equivalente energie producties voor de energie huishouding van steden met 885 duizend tot bijna 900 duizend inwoners. Maar de records tot nog toe door Energieopwek.nl vastgelegd vinden we in een stormachtige periode in de tweede week van september, goed voor het energieverbruik voor 918 duizend (13 sep.), tot zelfs ruim een miljoen huishouden equivalenten, op 11 september. In november was het de constant zeer wind-rijke 22e met de hoogste dagelijkse energie productie uit genoemde drie bronnen, goed voor de voorziening van "een stad met ruim 958.000 inwoners" (exclusief niet elektrisch vervoer en andere niet genoemde energie modaliteiten). In december 2017 was het de 25e, Eerste Kerstdag, met bijna 942.000 bewoners-equivalenten (be's). Het nieuwe jaar trapte goed af: 3 januari werd al een dagelijks productie maximum berekend van ruim 982.000 be's.

In de Energieopwek.nl grafiek zijn dat soort "record" dagen te herkennen door een zeer brede, hoge (blauw gekleurde) band gedurende een groot deel van de dag bij de opwek van wind-energie, die dan de hoogste impact heeft in dit soort staatjes.

De berekeningen van het Groningse onderzoeks-instituut En-Tran-Ce zijn gebaseerd op o.a. aannames over de opgestelde capaciteit in ons land, zeker wat het opgestelde PV vermogen betreft. Bij windstroom en biogas zijn de cijfers makkelijker en zeer actueel te verkrijgen, het gaat daarbij om relatief geringe aantallen. Zonnestroom capaciteit is een compleet ander verhaal: er zijn enkele honderdduizenden installaties (zie ook analyse), en de groei blijft ook op dat vlak fenomenaal. Daarnaast blijven de statistiek rapportages over PV bar slecht, al doet Polder PV continu pogingen om er beter zicht op te krijgen wat de zeer belangrijk wordende projecten markt betreft. M.i. zijn de aannames voor zonnestroom capaciteit, ook al zijn ze opwaarts bijgesteld, mogelijk nog steeds enigszins conservatief, omdat het met name bij de SDE projecten hard gaat de afgelopen twee jaar. Zie ook commentaar in een voorgaande maandrapportage.

De berekeningen van En-Tran-Ce lieten voor de maand juni 2017 een zonnestroom productie van ongeveer 0,3 TWh zien, voor heel Nederland (juli was marginaal minder, mei nog iets lager). Dat zou volgens hun eigen berekeningen 35% hoger liggen dan het niveau in juli 2016. De werkelijke productie zal waarschijnlijk wat hoger hebben gelegen (er staat mogelijk meer capaciteit dan En-Tran-Ce suggereert). Maar genoemde 0,3 TWh is dus al een factor 4,3 maal de 69,5 GWh aan GvO's die (tot nog toe bekend / gepubliceerd) door CertiQ zijn afgegeven voor de bij hen bekende gecertificeerde PV installaties in de nieuwe "record" maand juli 2017.

Voor de maanden oktober en november heeft En-Tran-Ce inmiddels een (nationaal) zonnestroom productie volume van 0,10 TWh resp. 0,07 TWh afgeschat. Voor oktober zou dat 24% hoger zou zijn dan in dezelfde maand in 2016. Voor november zou het 25% zijn geweest (voor En-Tran-Ce rapportages zie de website).

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV), Energieopwek.nl (landelijk berekend voor Energieakkoord), en "Renewable Energy in The Netherlands" maand rapportages (En-Tran-Ce / Energy Transition Centre, Groningen)


 
^
TOP

4 januari 2017: CBS updates 3. Marktsegmentatie zonnestroom sector 2011 - 2016. Naast talloze andere bijgewerkte energie data, publiceert het CBS sedert enkele jaren ook een zogenaamde "maatwerk tabel" over zonnestroom. Ook ditmaal werd dat onopvallende tabelletje gepubliceerd "in de luwte" van het overige energie geweld, en was het aanvankelijk zelfs niet te openen. Nadat ik het CBS daar op had gewezen, werd met wat moeite alsnog een correcte, geactualiseerde versie geproduceerd. Deze tabel is tot nog toe de énige "officiële" poging om te proberen iets van segmentatie te laten zien in de geaccumuleerde capaciteit aan PV systemen in ons land. In het huidige artikel doe ik voor u weer de laatste stand van zaken uit de doeken, met uiteraard een tijdreeks om de laatst bekende cijfers (over 2016) in perspectief te plaatsen. Ook al lijkt de residentiële markt, ondanks nog steeds een forse groei, in relatieve zin wat afgekoeld t.o.v. eerdere jaren, er stond volgens de berekeningen van het CBS eind 2016 maar liefst 1,34 GWp opgesteld, op daken van burgers. De diensten sector is flink aangetrokken in 2016, en passeerde landbouw wederom met nieuw toegevoegde capaciteit.

Voor de eerdere artikelen over de nieuwe CBS cijfers, zie "definitieve eindstand 2016", resp. "vergelijking impact thermische zonne-energie en PV".

In deze samenvatting presenteer ik twee grafieken en twee van de vier tabellen die ik van een update heb voorzien of nieuw geïntroduceerd. Voor een uitgebreide analyse van de nieuwe - en afgeleide - data, zie de aparte webpagina hier onder gelinkt.

Grafiek

Voor de zes jaren dat CBS nu de cijfers heeft gepubliceerd in haar jaarlijkse maatwerktabellen zijn hier de 6 door het statistiek instituut onderscheiden marktsegmenten gestapeld weergegeven, met de totale eindejaars-accumulaties vetgedrukt in cijfers bovenaan de kolommen. Het grootste marktsegment voor het jaar 2016 staat onderaan, de kleinste bovenaan, de diensten sector is nu (weer) wat groter dan het landbouw segment, volgens de laatste inzichten van het CBS. De residentiële sector mag, zo blijkt wel weer, blijvend als "de dragende zuil" van onze zonnestroom markt worden gezien, met een geaccumuleerde capaciteit van 1.340 MWp eind 2016, nog steeds 65% van het totale volume van (zeer recent bijgesteld) 2.049 MWp.

De bovenste drie segmenten hebben bij elkaar een nog relatief gering aandeel van ruim 8% (168 MWp) op het geheel van 2.049 MWp, eind 2016. Dat is wel iets meer dan de bijna 6% in het voorgaande jaar, dus er zit wel iets meer groei bij die drie kleinste sectoren. De sector "energiebedrijven" is in 2016 zelfs fors gegroeid (zeer ruime verdubbeling, zie tabellen). Nadat in de periode 2012-2013 er een (kennelijke) stagnatie was in die sector. Het segment "industrie" groeide redelijk, van 27 MWp in 2015 naar 41 MWp, een groei van 52%. Wat natuurlijk logisch is, want als daar al iets wordt geplaatst, gaat het vaak al om forse installaties.

De bouwsector blijft tot en met 2016 nog steeds een beetje achter de feiten aan hobbelen, en had volgens deze CBS segmentatie toen nog maar 28 MWp staan. Slechts 1,3% van het totaal en marginaal beter dan in het voorgaande jaar. Het is te voorzien dat dit aandeel wel gaat groeien (al in 2017), omdat de bouwsector heftige tijden beleeft, en er al heel vaak hele huizenblokken van (enkele tot dakhelft vullende) zonnepanelen worden voorzien. Soms met NOM concepten, waarbij via aparte dochters van bouwbedrijven contracten worden aangegaan met de bewoners. Ook hier weer de vraag: hoe worden dergelijke projecten ingedeeld bij het CBS? Als "residentieel", of (deels) via NOM concepten (met energieprestatievergoeding contract - EPV) onder "bouwsector", of, wellicht, indien een huurcorporatie de EPV regelt, de "dienstensector" ?

Zeer opvallend is, dat, zoals trouwens eerder al door mij tijdens enkele The Solar Future conferenties voorspeld, de dienstensector ook in 2016 weer flink is gegroeid. Dit is inclusief de op dit vlak zeer actieve gemeentes, die massaal SDE beschikkingen hebben aangevraagd, en toegekend gekregen de afgelopen jaren. Veel daarvan is inmiddels al geïmplementeerd, en er komt nog veel meer aan. In 2013 had deze sector tijdelijk een achterstand op de agrarische sector opgelopen. Die achterstand werd in 2014 alweer bijna goed gemaakt, toen deze twee sectoren ongeveer even grote aandelen van bijna 12,5% op het totaal bereikten (grofweg 130 MWp per segment). In 2015 nam landbouw toch weer het stokje even over (198 versus 179 MWp). Maar in 2016 wist de dienstensector weer een voorsprong op haar "concurrerende" agrarische tegenstrever te nemen, met 285 versus (landbouw) 256 MWp. 2% meer van het aandeel op het totaal (14 versus 12%).

Zoals te doen gebruikelijk, blijft boven alles de residentiële sector uittorenen, met een forse groei, van 732 MWp geaccumuleerd eind 2014 (70% van totale accumulatie), via 1.051 MWp eind 2015 (ruim 69% van totaal), tot 1.340 MWp eind 2016 (65% van totaal). Met wederom een respectabele jaargroei van zo'n 289 MWp in het jaar 2016, volgens deze grove CBS inschatting. Die toename was voor de residentiële markt in 2016 dus nog steeds 54% van de totale groei van 534 MWp in dat jaar. Een zeer substantieel, zelfs - nog steeds - het belangrijkste deel van de totale Nederlandse PV markt, werd in 2016 toegevoegd bij particulieren. En het grootste gedeelte, 65% van het totaal stond einde van dat jaar op het dak van de burgers. Knoop die s.v.p. voor de zoveelste maal in uw oren, ook als u aan de inmiddels veelbesproken "politiek gemotiveerde ingreep" in het fenomeen salderen van zonnestroom denkt, die vervroegd al in of vanaf 2020 zou moeten gaan plaatsvinden volgens Rutte III. U kunt over dat "hete" onderwerp alles lezen, in de talloze artikelen in mijn enorme literatuur lijst op de speciale link pagina "het nieuwe salderen".

De "rest" van de markt, 245 MWp van de jaargroei, resp. 709 MWp van het geaccumuleerde volume, bestond in / eind 2016 dus uit niet-residentiële installaties. Waarvan het overgrote merendeel (ruim 76%), grofweg evenredig verdeeld, bij de dienstverlenende sectoren en bij de landbouw stond opgesteld.

In bovenstaande grafiek (samenvatting van inmiddels zes maatwerktabellen gepubliceerd door CBS), zijn historische cijfers in de deelsegmenten niet gecorrigeerd (CBS heeft die namelijk niet opnieuw berekend). De verhoudingen in de drie jaren 2011-2013 zijn derhalve bepaald t.o.v. de in zwarte cijfers weergegeven totalen bovenaan de kolommen. Later zijn die totalen licht gereviseerd door CBS, die nieuwe totaal-cijfers heb ik weergegeven in rood, om de - relatief bescheiden - verschillen in ieder geval te duiden. Die nieuwe "historische" cijfers zullen echter relatief weinig impact hebben gemaakt op de verhoudingen tussen de verschillende marktsegmenten. Hoe dat precies heeft uitgepakt zou de beschikbaarheid van exacte cijfers van die markten vergen, en die cijfers zijn er gewoon niet. We moeten het dus doen met bovenstaande getallen, geleverd door het CBS, en de door Polder PV daarvan afgeleide berekeningen.


Groei residentiële sector per jaar
Uit het "accumulatie staatje" hierboven volgen jaarlijkse toenames van de verschillende markt segmenten, zoals CBS die uitsplitst.
In de volgende tabel zijn de jaargroei cijfers berekend in MWp, in percentage aandeel t.o.v. de totale jaargroei (zonder latere historische correcties, violet), en de groei in procent van het einde-jaars volume van het voorgaande jaar (rood). Aan de rechterkant zijn de berekende jaar groei cijfers a.g.v. de later doorgevoerde historische correcties van het CBS toegevoegd (geen extra correcties bekend na 2014).


KLIK op plaatje voor uitvergroting

Resumerend voor het belangrijkste marktsegment, de residentiële populatie, hier onder de berekende, originele jaar groeicijfers:

  • 2012 +169 MWp (77% van totale jaargroei)
  • 2013 +261 MWp (70% van totale jaargroei)
  • 2014 +216 MWp (70% van totale jaargroei)
  • 2015 +319 MWp (68% van totale jaargroei)
  • 2016 +289 MWp (54% van totale jaargroei)

Ik heb alle gereconstrueerde jaargroei cijfers ook in een grafiek gevisualiseerd, zoals het volgende plaatje laat zien:

In de grafiek zijn per markt segment ook speculatieve trendlijnen uitgezet, afhankelijk van verwachte ontwikkelingen bij de deel segmenten. De ontwikkelingen voor 2017 zijn echter vrij onzeker wat de residentiële markt betreft. Bestaand uit een combinatie van eerste mogelijke "markt twijfels" m.b.t. discussies rond salderen bij huishoudens, versus positieve effecten vanuit zowel de huursector als in de nieuwbouw voor dat jaar, waar flinke projecten zijn gestart of al langer lopen. Wat beslist een hogere groei zal hebben gehad in 2017 zijn de groei van de dienstensector, energiebedrijven, en industrie, gezien de grote SDE portfolio's. Dus daar kan beslist het nodige extra's aan groei uit de hoed zijn getoverd.

In bovenstaande tabel de procentuele afwijkingen van de jaargroei data t.o.v. de volume groei in het voorgaande jaar, waaruit blijkt dat er heftige "stemmingswisselingen" per markt segment zijn geweest (soms zelfs om het jaar van negatieve naar positieve groei en omgekeerd). Ook hier uit blijkt een grote dynamiek, die van veel factoren afhankelijk is, en die elk jaar weer fors afwijkende trends kan genereren. Helemaal rechts de "historische correcties" a.g.v. de latere, relatief kleine aanpassingen van de eindejaars-cijfers.

Voor nadere berekeningen, detail tabellen, en overwegingen, verwijs ik voor het vervolg van dit artikel gaarne naar de nieuwe web pagina "markt segmentatie zonnestroom CBS":

Markt segmentaties zonnestroom tm. 2016 volgens cijfers CBS

 

Besprekingen oudere CBS maatwerktabellen PV sector door Polder PV:

2011-2015 (24 december 2016)
2011-2014 (17 december 2015)
2011-2013 (8 januari 2015)
2011-2012 (18 november 2013)
2011 (23 december 2012)

CBS: Zonnestroom naar sector, 2016 (maatwerktabel, 2 januari 2017, NB: aanvankelijke problemen met downloaden van de file lijken inmiddels te zijn opgelost)


 
^
TOP

3 januari 2017: Aandelen maandproducties in jaaropbrengst: Vergelijking langjarige gemiddeldes met het laatste volledig bemeten jaar - 2017. Net als vorig jaar is deze zeer belangrijke grafiek ook weer van een update voorzien. Daarin worden de relatieve aandelen van de zonnestroom producties van elke maand op de totale jaarproductie van elk jaar bepaald in procent. Vervolgens worden over alle compleet bemeten jaren die percentages per maand gemiddeld. Hieruit volgt een grafiek die een representatief beeld laat zien van de sterk seizoensmatig bepaalde productie van zonnestroom voor het onderhavige systeem. In dit geval, de 17 jaar oude 1,02 kWp grote "kern" installatie van Polder PV, op het platte dak van de vierde verdieping van ons appartementen complex in westelijk Leiden (ZH). Met de toevoeging van de 6 toen nieuwe 108 Wp modules aan de 4 reeds eerder geïnstalleerde (93 Wp) modules, en de netkoppeling op 12 oktober 2001 werd de "officiële productie" van die uit tien panelen bekende kern installatie gestart.

In onderstaande grafiek de relatieve aandelen van elke maand voor het afgesloten jaar 2017 (paars), afgezet tegen de langjarige gemiddelde percentages in de hele reeks volledig bemeten jaren, 2002-2009 en 2011 tm. 2017 (geel). Voor de originele maandelijkse productie data voor dit deel-systeem in kilowatturen, zie het vorige artikel, en de tabel op de highlights pagina van Polder PV.

2017 (paars)
De eerste jaarhelft van 2017 had nog wel enkele positieve relatieve productie aandelen per maand t.o.v. de langjarige gemiddelde waardes (geel), de tweede jaarhelft echter was grotendeels treurnis wat die verdeling betreft. Een trend die omgekeerd lijkt van de waarnemingen voor 2016 (zie grafiek van vorig jaar). Na een opvallend hoge productie in de startmaand januari (0,8% van het jaar aandeel hoger dan "normaal", 2,6% van totale jaar opbrengst), was februari juist zeer slecht, zelfs 0,1% lager dan januari. En maar liefst 1,2% (!) lager dan "normaal" (4,5%). Maart was weer een opvallend productieve maand, met een hele procent meer aandeel t.o.v. dat lang-jarige gemiddelde (9,0%). Ook de daar op volgende maanden in het eerste ruim halve jaar lagen de aandelen in 2017 wat hoger dan gemiddeld. 0,6% hoger in april, 0,3% in mei en juli, en 0,4% in juni. Augustus kon nog net bijbenen bij het langjarige gemiddelde (11,9%). Maar vanaf september was het "bal". 0,9% minder "jaar aandeel" voor zowel september als oktober t.o.v. gemiddeld (8,5 i.p.v. 9,4%, resp. 5,4 i.p.v. 6,3%). Wel nog even bijna ex aequo (in het voordeel van 2017) voor november (0,1% meer dan gemiddeld). December liet zoals al gemeld een triest dieptepunt zien in absolute zin. En scoorde met 1,1% van de jaarproductie 0,6% minder dan gemiddeld (1,7%).

Als we naar de verdeling van de jaarhelft aandelen kijken, komen we voor 2016 op 51,5 / 48,5 % voor jaarhelften I en II. In 2017 is die verdeling flink in het "voordeel" van de eerste jaarhelft verschoven: 56,4% was het aandeel van de eerste 6 maanden in de totale jaarproductie, de tweede jaarhelft bracht maar 43,6% in. Een nogal significant verschil met de verdeling in het voorgaande jaar.

Bij vergelijkingen van eigen productie resultaten met deze specifiek voor Polder PV systeem gemaakte grafiek dient altijd een waarschuwing in acht te worden genomen. Sterke afwijkingen van de hellingshoek, oriëntatie t.o.v. het zuiden, en microklimaat aberraties (hoge stofbelasting, of bijv. juist extra instraling indien systeem vlak bij een groot wateroppervlak staat), kunnen nogal wat impact hebben op de procentuele verdeling tussen de maanden bij andere PV installaties. Globaal zal het beeld wel vergelijkbaar zijn, maar op detail niveau kunnen beslist afwijkingen worden vastgesteld voor de eigen installatie.

Voor de steeds populairder wordende "oost-west" installaties (met name op platte daken, maar zelfs ook al "ingeburgerd" bij vrije-veld projecten) verwijs ik gaarne naar een prachtige, klassieke zomer (dag-)curve van zo'n systeem, die zo in een studieboek voor installateurs kan worden opgenomen (tweet Polder PV van 22 januari 2016). Uiteraard gaat het in dergelijke, in ons land al bijna usance geworden installatie configuraties, om een nogal afwijkende verdeling van de productie per dag (per oriëntatie), en zal dit ook de nodige impact kunnen hebben op de productie verdeling over het jaar. Al helemaal, als dergelijke systemen niet "pal oost-west" staan, maar bijvoorbeeld, zoals ik al heel vaak heb gezien, bijvoorbeeld OZO/WNW of WZW/ONO.

U vindt een iets uitgebreidere toelichting van de ververste maand aandelen grafiek op de specifieke pagina op Polder PV:

Maandelijks aandeel van zonnestroom productie in de jaaropbrengst

Bron:
Maandelijkse uitlezingen van alle 13 OK4E-100 micro-inverters bij Polder PV, en daarvan afgeleide percentages


2 januari 2018: Zonnestroom productie PV installatie Polder PV in 2017 - zeer matig, maar niet het laagst. We zagen de afgelopen maanden al aan de tegenvallende cumulatieve opbrengsten dat de jaarproductie van zonnestroom van ons oude PV systeem beslist geen giller zou gaan worden in 2017. Dat is met de laatste data voor december dan ook uitgekomen. De productie is fors achtergebleven bij die van voorgaande jaren, al is het gelukkig nog niet "het slechtste jaar" geweest.

Dit laat ik zien aan de hand van enkele tabellen en grafieken.

Eerst de productie in december. Dat was een sombere maand volgens het KNMI, gemiddeld genomen over het hele land met ongeveer 32 "zonne-uren", terwijl het langjarig gemiddelde 49 uur is. Aan de kust was het weliswaar "minder somber", maar met 10 zonne-uren minder dan normaal was het ook hier een zeer duistere bedoening. En dat zien we terug in onze eigen zonnestroom productie data, zoals weergegeven in de eerste tabel:

In totaal hebben al onze (14 oude) zonnepanelen maar 13,8 kWh opgewekt in december 2017. Dat is de laagste opbrengst tot nog toe voor die toch al sombere maand. In de laatste kolom staat de berekende specifieke opbrengst in kWh/kWp voor december weergegeven. De kleurcodes geven de verschillende deelgroepen in ons kleine systeem weer. 6x 108 SSE (violette band) is een cumulatie van de twee daarboven weergegeven subgroepjes (rood en oranje). De gifgroene band onderaan betreft ons langst aanwezige, uit 10 panelen bestaande deelsysteem (4x 93 SSE lichtblauw + 6x 108 SSE violet). De vier in de achterste rij staande oudste 108 Wp modules doen het zoals gebruikelijk "het slechtst" (8 kWh/kWp), deels vanwege partiële beschaduwing in de wintermaanden als het zonnig is (laag staande zon > schaduwen van voorste rij), en omdat er waarschijnlijk wat minder goed werkende micro inverters en/of hogere systeem verliezen zijn in deze subgroep. De best performers blijven onze laatste aanwinsten, de twee "50 Wp" Kyocera modules (geflashte waarde totaal 98,3 Wp), die in serie op een OK4 omvormer zijn geschakeld, en 13 kWh/kWp te zien gaven in de laatste maand van vorig jaar (lichtgroene band bovenaan).

Als we de zwaar tegenvallende opbrengst voor het lang-jarige 1,02 kWp deelsysteem in de gebruikelijke maand productie grafiek invullen, zien we het barre resultaat voor die maand, rechts onderaan. Het was, met een magere productie van, exact, 10,096 kWh, in de jaar reeks 2001 (magenta) - 2017 (donkergroen) voor het getoonde 1,02 kWp systeem zelfs de slechtste (december) maand. Daarmee werd de vorige kandidaat, december 2006 (10,325 kWh) zelfs met 2,2% "onderboden".

In bovenstaande grafiek is alleen van de laatste drie jaar, 2015, 2016 resp. 2017, de zonnestroom opbrengst per maand getoond, en het langjarige gemiddelde (dikke zwarte lijn), om de opvallende verschillen beter te zien (wederom van de 1,02 kWp deel-installatie). 2015 had een vrij regelmatige productie curve die vooral in de belangrijke voorjaar / voorzomer periode opvallend goede, bovengemiddelde opbrengsten liet zien. 2016 had fors tegenvallende resultaten in april, en vooral, de volledig verzopen juni maand. Maar leefde vanaf juli weer langdurig op, met continu bovengemiddelde maand producties, waarbij vooral de prachtige, "zomerse" september maand opviel (toen fietsten we in Noord Nederland onder een zinderende "herfst" zon, en met bijna "subtropische" temperaturen). 2017 begon met een "spectaculair zonnige" januari, viel toen echter meteen zwaar tegen in februari, en kon nog even een bovengemiddeld resultaat in maart laten zien. Maar daarna was het "grijs gemiddeld" tot "bar slecht" in augustus tot en met oktober. Even "gemiddeld" in november. Tot het reeds aangegeven "absolute dieptepunt" in december van dat jaar, helemaal rechtsonder te zien, en dik 33 procent onder het langjarige gemiddelde voor die maand liggend (15 kWh).

Overigens is dat laagte record beslist geen uitzondering, bij Polder PV. Siderea.nl heeft inmiddels hun prognose voor december 2017 weergegeven in een kaartje (gebaseerd op een zeer nauwkeurig instralings-model). Wat vergelijkbare trieste productie verwachtingen heeft afgegeven voor 5 lokaties in Nederland. De best uitgerichte installaties zouden niet boven de 11-12 kWh/kWp zijn uitgekomen die maand. De "gemiddeld georiënteerde" installaties op slechts 10 tot 11 kWh/kWp. Dan zitten enkele deel systemen van onze oude installatie met de specifieke opbrengsten dus nog zelfs boven die verwachtingen (zie eerste tabel). Ergo: de landelijke tristesse was ongeveer even groot, "gedeelde smart is halve smart".

Jaarproductie 2017

Uiteraard is inmiddels ook de totale jaarproductie van alle deel-systemen bij Polder PV bekend. U vindt ze hier onder in het overzichtje:

In totaal hebben onze antieke, 14 zonnepanelen, ondanks de fors tegenvallende tweede jaarhelft, toch weer 1.178 kWh geproduceerd (bovenste regel in de tabel). NB: dit is exclusief het "mobiele reserve paneel", waarvan de totale productie niet wordt gemeten aangezien het om incidentele opwek gaat. Genormeerd over de totale systeem capaciteit komt dit neer op weliswaar een "teleurstellend lage" specifieke opbrengst van 883 kWh/kWp.jr. Maar het is nog steeds, ondanks de hoge ouderdom van een groot deel van onze installatie, iets meer dan de "standaard nieuwe rekenfactor" waar de Universiteit van Utrecht in maart 2014 mee kwam, 875 kWh/kWp.jaar (Webarchive link). Ook hier is weer te zien dat de achterste vier, in de winter partieel beschaduwde 108 Wp panelen (oranje band) het "het slechtst" doen van alle opgestelde modules. Dat de vier oudste, in de voorste rij staande panelen (4x 93 SSE) het beslist goed blijven doen (885 kWh/kWp.jaar in 2017). Dat ons 17 tot bijna 18 jaar oude jarige "kern" systeem, de 1,02 kWp installatie met 10 panelen, iets onder de nieuwe reken factor van UU zit, met 873 kWh/kWp in 2017. En dat de laatste toevoeging, de 2 kleine Kyocera modules, in serie geschakeld op 1 OK4 omvormer, een zeer hoge specifieke opbrengst blijft vertonen. In 2017 959 kWh/kWp.jaar (bijna 10% hoger dan het eerder genoemde "nieuwe kengetal" van UU voor Nederland). Nota bene: ook aangesloten op een voor moderne maatstaven zeer inefficiënte OK4 micro inverter, die beslist geen hoger (commercieel) omzettingsrendement zal hebben dan 92%.

Als we weer van ons 1,02 kWp kern-systeem uitgaan, en de totale zonnestroom productie van alle voorgaande jaren naast elkaar zetten, zoals in bovenstaande grafiek, zien we wat u natuurlijk al aan voelde komen: 2017 is voor onze installatie een zeer matig jaar geweest. Met 890 kWh productie was het in de reeks het op 2 na slechtste "normale" jaar, als we 2010 niet meerekenen (toen was in oktober het complete systeem wegens een dakrenovatie van het net gekoppeld, en was dat dus niet een "representatief jaar" te noemen). Met alle representatieve jaren bij elkaar gerekend (2002 tm. 2017 minus dak renovatie jaar 2010), was het langjarige gemiddelde 928 kWh (oranje kolom achteraan & horizontale zwarte lijn; flink opgekrikt door de absurd hoge productie in zonnestroom record jaar 2003). Waardoor 2017 dus 4% onder de gemiddelde productie is komen te liggen. Alleen 2012 en 2013 presteerden nog iets slechter, met 885-886 kWh (ruim 4,5% minder dan gemiddeld). 2003 scoorde tot nog toe maar liefst 15,3% bóvengemiddeld !

In de grafiek ook 2 andere lijnen. De bruine geeft de voor een 1,02 kWp berekende "verwachting" die het CBS jarenlang heeft gehanteerd voor Nederlandse zonnestroom systemen, een absurd lage 700 kWh/kWp.jaar. Terug gerekend naar een 1,02 kWp installatie komt dat neer op een (destijds) verwachte absolute productie van slechts 714 kWh/jaar. U ziet dat al onze jaar producties daar extreem ver boven liggen, dus mijn protesten dat die verwachting ver bezijden een acceptabele waarheid lagen blijken al die tijd goed gefundeerd. De blauwe lijn is de "aangepaste verwachting" op basis van het hierboven gelinkte artikel van Copernicus Instituut van de Universiteit van Utrecht. Wat sedert 2011 uitgaat van een haalbare specifieke opbrengst van 875 kWh/kWp.jaar in Nederland, wat voor een 1,02 kWp installatie neerkomt op een jaarproductie van gemiddeld 893 kWh. U ziet echter, dat onze installatie over een langjarig gemiddelde nog steeds beter presteert. En wel 4% beter. Uiteraard is het genoemde getal een nationaal gemiddelde, en ligt het systeem van Polder PV relatief dicht bij de zonrijke kust. Maar aan de andere kant, is het systeem van Polder PV antiek, bevat het inefficiënte, compleet achterhaalde micro inverters, zijn er lange kabel lengtes met diverse extra systeemverliezen genererende "knooppunten", en heeft het oude zonnepanelen met lage omzettings-efficiëntie. Derhalve mag verwacht worden dat een "gemiddelde moderne PV installatie" in Nederland veel beter zal presteren dan ons systeem. Daarom ben ik van mening dat ook het "nieuwe kengetal" van UU nog steeds te conservatief is.

In Duitsland wordt voor rooftop installaties door het instituut r2b in het trend-scenario gerekend met een haalbare gemiddelde specifieke opbrengst van 893-909 kWh/kWp.jaar (2016-2022), en voor geoptimaliseerde vrije-veld installaties zelfs met specifieke opbrengsten van 943-958 kWh/kWp.jaar. Het betreffende, uitvoerig gedocumenteerde rapport is een van de basis documenten voor het berekenen van de - politiek gevoelige - EEG Umlage die bij de oosterburen als heftige opslag wordt geheven over elke kilowattuur die wordt verbruikt (in 2018: 6,792 Eurocent/kWh ex btw).

Productie Polder PV in perspectief

Is onze lage jaar opbrengst in 2017 "byzonder", of representatief voor een grotere populatie? Daarvoor heb ik drie mogelijke bronnen geraadpleegd.

Ten eerste het systeem van collega Wouterlood aan de andere kant van Leiden, die ook al sedert 2001 maand productie bijhoudt, o.a. van zijn oude Shell Solar setje van 6 panelen. Die installatie produceert altijd al veel minder dan het systeem van Polder PV, wat vrij uitzicht heeft (geen bomen e.d.), en dichter bij de zonrijke kust ligt. Floris z'n deel-systeem kwam voor 2017 op 427,8 kWh, waarbij hij er van uitgaat dat het 95 Wp panelen betreft (6 panelen: 0,57 kWp). Derhalve: een zeer matige opbrengst van 751 kWh/kWp in dat jaar. In zijn beschouwende artikel over de langjarige productie stelt Floris dat 2017 bij zijn "matig presterende" systeem 1% onder het langjarige gemiddelde lag (2001-2016: 429 kWh). Dat is een stuk minder laag dan bij het verschil bij Polder PV (die overigens 2017 bij het langjarige gemiddelde rekent). Misschien een teken dat het systeem bij PPV harder achteruit gaat dan bij de heer Wouterlood? Daarvoor zullen we langer moeten monitoren, we gaan immers de "senioren fase" van ons beider installaties in.

Ten tweede Sonnenertrag, cq. haar Nederlandstalige equivalent Zonnestroomopbrengst.eu.

In bovenstaande plaatje drie curves van specifieke jaaropbrengsten (in kWh/kWp.jaar) voor ons kernsysteem (Polder PV 1,02 kWp: "flachlander"). De eigen productie in oranje, het gemiddelde van de installaties voor de provincie Zuid-Holland (steenrood), resp. het gemiddelde voor alle installaties in Nederland in dat portal, waarvoor "bereinigte data" voorhanden zijn (alle systemen met onvolledige jaarproducties uit de data set gegooid, blauw). Hier aan zien we dat de specifieke jaar opbrengst voor 2017 bij onze installatie "netjes" tussen de resultaten voor heel Nederland (iets lager) en Zuid-Holland (iets hoger) in ligt. In absolute zin zijn de cijfers voor 2017: 864 (Nederland), 873 (Polder PV / "flachlander"), resp. 892 kWh/kWp.jaar in 2017 voor de installaties in provincie Zuid-Holland. Er zijn in onze provincie dus beslist installaties die gemiddeld beter presteerden dan de oude installatie van Polder PV in Leiden. Dat is natuurlijk helemaal niet vreemd. Onze installatie stond in het jaar 2001 als 1 van de 2 in de hele provincie vermeld op dat portal. In 2017 waren het er al 74, de meesten daarvan van (zeer) recente leeftijd. Dat zijn meestal nieuwe, nauwelijks "gedegradeerde" installaties, en ze bevatten natuurlijk veel efficiëntere panelen én omvormers dan de oude installatie van Polder PV. Het gemiddelde in heel Nederland wordt enigszins "gedrukt" doordat veel installaties in oost Nederland zijn te vinden, waar gemiddeld genomen minder zoninstraling is. En dus ook minder productie per opgestelde kWp dan in west Nederland cq. Zuid-Holland is te verwachten.

NB: de "dip" in de curve van Polder PV in 2010 is het gevolg van de afkoppeling van het systeem in oktober dat jaar (dak renovatie). Lage productie resultaten voor Nederland en Zuid Holland rond 2008 liggen waarschijnlijk aan het toen nog bescheiden aantal installaties in de database (66 stuks), en een mogelijk hoog aandeel van oude "knutsel" resp. DHZ systeempjes met allerlei problemen / lage efficiënties. Dat is vanaf 2011 zo'n beetje "recht getrokken", toen de grote commerciële "boom" met gemiddeld goede installaties (toen nog met name residentiële markt) begon. Ook duidelijk uit deze selectie is, dat de gemiddelde specifieke opbrengst zeker de laatste jaren hoger ligt dan 875 kWh/kWp.jaar. Gemiddeld over de laatste vier jaar lag het landelijk op 893 kWh/kWp.jaar. Hierbij ook nog de kanttekening, dat commerciële installaties, die door de bank genomen op zo hoog mogelijke efficiëntie zijn uitgelegd, zelden zijn te vinden in portals als Sonnenertrag. Daar wordt dus gemiddeld genomen een "sub-optimale" deel-populatie van het totaal aan systemen getoond. In totaal staan er weliswaar inmiddels 660 systemen in het portal, maar aangezien we in mei 2017 mogelijk al zo'n 540.000 adressen met PV installaties hadden in ons land, is dat natuurlijk nog maar een kleine fractie van het totaal, ongeveer 0,1% ...

Als voorlopig laatste vergelijkings-maatstaf mocht ik van Anton Boonstra weer zijn geweldige samenvatting van de prestatie van zo'n 600 particuliere PV installaties van participanten van het "GoT Tweakers" forum gebruiken. Hij heeft meteen al aan het begin van het jaar dit fraaie plaatje met gemiddelde specifieke opbrengsten (kWh/kWp.jaar) per postcode gebied op Twitter gepubliceerd, wat ik hier mocht overnemen. Met grote dank!

Grafiek: copyright © Anton Boonstra

Boonstra heeft de verzameling met productie installaties van de participerende Tweakers individuen per postcode gebied gegroepeerd, wat een mooi houvast geeft voor anderen in de betreffende gebieden om te kijken of hun (specifieke) zonnestroom productie enigszins in de buurt komt, of dat de eigen productie er erg - in negatieve zin - van afwijkt (wat een indicatie zou kunnen zijn "dat er iets mis zou kunnen zijn" met de installatie).

Goed is te zien dat voor ons gebied, met postcode 2000 - 2999, een relatief hoge specifieke productie is berekend, 929 kWh/kWp in 2017. Dat ligt 6,4% boven de hier boven weergegeven opbrengst voor het kernsysteem van Polder PV (874 kWh/kWp), een behoorlijk verschil. Om te kijken of er "binnen" genoemd postcode gebied wellicht vreemde opgaves zitten, heb ik Boonstra's basis gegevens bekeken. Voor alleen Leiden vond ik daar slechts 3 installaties. Die zaten gemiddeld al wat lager, 924 kWh/kWp in 2017. Met een spreiding tussen 809 en 1.004 kWh/kWp binnen de gemeente grenzen (NB: systemen die voor alle maanden productie waarden hebben ingegeven). Dus in dat opzicht, valt de gemeten productie bij Polder PV beslist mee, mede gezien de ouderdom van onze installatie.

Wat ook weer duidelijk naar voren komt is de - via zonnestroom productie "vertaalde" - instralings-gradient van west naar oost in ons land: de laagste producties zien we in de oostelijke provincies resp. postcode gebieden terug. Met hier als dieptepunt noord-oost Nederland, slechts gemiddeld 846 kWh/kWp in 2017. Met een zeer opvallende uitzondering: midden-zuid Limburg. Die met haar gemiddelde van 952 kWh/kWp in 2017 de rest van Nederland naar de kroon lijkt te steken. Ik ben benieuwd of een vergelijkbaar resultaat uit de te verwachten nieuwe update van Solarcare data over 2017 tevoorschijn gaat komen (update 2016 alhier). Want dat zou dan toch wel een opvallend fenomeen zijn.

Bron:
Maandelijkse uitlezingen van alle 13 OK4E-100 micro-inverters bij Polder PV en geciteerde bronnen


 
^
TOP

2 januari 2018: Nieuwjaars-groet Polder PV. De webmaster is niet zo'n traditioneel type met "vaste nationale gewoontes". Maar kan het toch niet laten af en toe met een vette knipoog een "alternatieve versie" van dergelijke gebruiken te laten zien. U heeft de laatste jaren wellicht wat "ongebruikelijke" einde cq. begin-van-het-jaar uitingen gezien op de Polder PV website. En in recentere jaren ook op het veelvuldig door de webmaster gebruikte moderne medium Twitter.

Voor ons is, of eigenlijk "was" 31 december jaren geleden een vervelend iets omdat er destijds veel vandalisme mee gepaard ging in onze wijk. Op een gegeven moment zo erg, dat we, ruim tien geleden, letterlijk het land uitvluchtten, en onze tent in het Reichswald hadden opgezet.

Die "vlucht" is bij ons een traditie geworden. Sedertdien hebben we elk jaar de jaarwisseling onder de open lucht door gebracht. Soms op paalkampeer terreintjes (probleem is daar dat je je drinkwater mee moet nemen, de pomp is dan afgesloten), soms op "wilde" plekken, en de laatste jaren wat vaker op de prachtige NTKC terreintjes.

Afgelopen jaarwisseling was door trieste familie gebeurtenissen het spontane idee opgekomen om "in de buurt" van de familie te blijven, en hebben we in een verder zeiknat, blubberig landschap een "relatief droog" groen bobbeltje gevonden. Waar we nat-geregend ons oude tentje hebben opgezet, en de jaarwisseling - deels als een os slapend - hebben doorgebracht. Dat, ondanks de krankzinnige hoeveelheden vuurwerk die onafgebroken heel oudjaarsavond, tot diep in nieuwjaars-ochtend continu werden afgestoken. Op grote afstand, maar horen en zien konden we het zeer goed. Afgelopen jaarwisseling werd er voor maar liefst 68 miljoen Euro de lucht in geblazen. Waar je heel wat schone zonnestroom voor kunt salderen (nu het nog kan en mag van Rutte III).

^^^
Van grote afstand en uitvergroot. Camera op statief, lens langere tijd open. Flinke wind, dus deels bewogen. Ging aan een stuk door, op oudejaars avond ...

Bijgaand hier onder onze "alternatieve" nieuwjaars-groet in de buurt van een grote stad. Na een nacht "verlicht" door siervuurwerk spektakel aan de horizon was het met de oude botten "even strekken geblazen" in de ochtend van het nieuwe jaar. Maak er een spetterend jaar van. Als mijn PV projectenlijst pending mij niet bedriegt, gaat het (wederom) een krankzinnig productief solar jaar worden voor Nederland. Mooi dat we dat gaan meemaken, na jarenlang in de achterhoede van het Europese continent te hebben gespeeld. Veel plezier en professionaliteit toegewenst bij het verwezenlijken en implementeren van uw vele, en vaak spectaculaire bouw plannen!


 
^
TOP

2 januari 2018: Verbruiks-cijfers Polder PV in 2017 - vierde jaar op rij "stroom neggie". De tijd gaat snel. 2017 is achter de rug, en het is weer tijd om de balans op te maken van enkele energie verbruiks-cijfer data van het huishouden van Polder PV. Wat bestaat uit 2 personen, en woonachtig is in een huurappartementje op de begane grond, 73 m², met elektra, stadswarmte, kookgas, en drinkwater aansluitingen. En al bijna 18 jaar eigen zonnepanelen op het dak van de verhuurder, op de 4e verdieping. De eerste 4 panelen werden 6.139 dagen geleden (13 maart 2000) op ons huisnet aangesloten, en, ook al zijn het inmiddels wat prestatie betreft te kwalificeren als prehistorische beestjes, ze doen het "naar omstandigheden" nog steeds prima.

Elektra

In bovenstaande grafiek de totale netto resterende stroom consumptie per kalenderjaar (getal bovenzijde niet geel gekleurde kolommen), de totale zonnestroom productie per jaar (geel, stapsgewijs groter wordend door systeem uitbreidingen tm. april 2010, zwarte cijfers bovenzijde kolommen), en eventueel in elk kalenderjaar optredende kleine "overschotten" (eerste "beetje" in 2012). Die ik onder de X-as heb weergegeven, met bijbehorende omvang in gele cijfers met een "-" er voor. En die dus netto netinvoeding op kalenderjaar-basis inhouden. Die overschotten worden in ons complex, net zoals in de meeste andere "stedelijke gevallen" gewoon direct geconsumeerd door de buren. Via de eigen stroommeters, waar over gewoon energiebelasting, SDE heffing, en btw wordt betaald. En waarvoor de buren dus "gratis" i.p.v. vieze grijze mix, wat zonnestroom elektronen hebben mogen consumeren...

In 2017 hebben we zelf zoals gebruikelijk relatief weinig elektra verbruikt. Zelfs minder dan in het voorgaande jaar, wat deels ook te maken had met het feit dat ik, naast de al jaren aanwezige zonnepanelen op het dak, frequent op zonnige dagen een netgekoppeld "mobiel" reserve zonnepaneel (93 Wp Shell Solar oldie) buiten op het terras zet, waardoor het "bruto" eigenverbruik nog verder wordt gedrukt. Derhalve zaten we in totaal weer onder de 1.000 kWh verbruik in 2017, preciezer, 970 kWh. Dat was in 2016 nog 1.096 kWh. 208 kWh van onze totale zonnestroom opwek is netto bezien, op jaarbasis in 2017, het net op gegaan ("na saldering"). Dat was alweer behoorlijk wat meer dan in 2016. Toen was het nog 133 kWh. We zijn dus al vier jaar op rij een zogenaamde "neggie", een huishouden wat op jaarbasis bezien meer stroom zelf opwekt dan dat ze netto verbruikt. Midden op de dag hebben we vaak, behalve in de somberste wintermaanden, overschot, wat automatisch naar de buren vloeit. Uiteraard gebruiken we 's avonds net als iedereen stroom van het net. Wat dominant via gas- en kolencentrales wordt opgewekt in ons land, al komt er steeds meer windstroom en (sterk decentraal opgewekte) zonnestroom op het distributienet. Voor overzichten, zie de maandelijkse rapportages van En-tran-ce van Hanzehogeschool in Groningen.

Intermezzo - Zonnestroom in perspectief

Wat dat laatste betreft, meldde Nu.nl dat uit voorlopige cijfers van En-Tran-Ce zou zijn gebleken dat er in 2017 40% meer zonnestroom zou zijn opgewekt dan in 2016. NB: die flinke toename aan productie wordt berekend met kengetallen en aannames over mogelijk opgestelde capaciteit aan het eind van elke maand. Het verschil met 2016 is grotendeels te verklaren door de enorme groei aan SDE gesubsidieerde, grote PV projecten, waar ik regelmatig over rapporteer. Ondanks die forse stijging zal de meeste zonnestroom, zeker in stedelijke omgevingen, momentaan worden verbruikt, vaak binnen dezelfde straat waar het wordt opgewekt. Alleen bij zeer grote, met name aan de periferie van elektrische infrastructuur gelegen projecten, zal het overschot (verder) het net op vloeien en mogelijk, bij zwak uitgelegde netten, lokaal problemen kúnnen veroorzaken. Maar als er goede samenwerking is met de netbeheerder, kunnen veel problemen al direct worden opgelost of zelfs van tevoren worden afgevangen.

Nu.nl rapporteerde dat er in 2017 - door En-Tran-Ce berekend - zo'n 2,1 TWh aan zonnestroom zou zijn geproduceerd*, wat al ruim de helft is van de maximale jaar productie van kerncentrale Borssele (4 TWh). Die trouwens, naast de (geplande) reguliere wisseling van splijtstof in april, gevolgd door langdurige onderhoudswerkzaamheden gedurende mei, juni en de eerste helft van juli, lang off-line was. En ook even ongepland een paar dagen werd stilgelegd na een kortsluiting in oktober afgelopen jaar. Ongelukje. Kan gebeuren. Zelfs met kerncentrales.

De totale jaar productie voor Borssele zal in 2017 dan ook beslist fors lager zijn komen te liggen dan in "normale" jaren waarin uitsluitend een korte splijtstof wissel zal zijn geschied. Als we de tm. november 2017 afgeschatte maand producties uit de En-Tran-Ce rapporten optellen, en we voegen daar nog eens max. 0,37 TWh voor december aan toe, kom ik op mogelijk niet meer dan 3,3 TWh voor de jaar productie van Borssele in 2017 (plm. 83% van "regulier"). Als genoemde prognoses voor zonnestroom (indirect afkomstig van kernfusie van de Zon), en voor via kernsplijting geproduceerde elektriciteit correct blijken te zijn, zou in dat jaar dus al 64% van het jaar productie equivalent van kerncentrale Borssele uit miljoenen zonnepanelen in ons land decentraal zijn geproduceerd. En dat is best een "vermelding" waard.

* Primaire bron is een artikel gepubliceerd door de Sociaal Economische Raad op 28 december 2017: "Meer duurzame stroom opgewekt in 2017". De SER is een van de samenwerkende partijen die de website Energieopwek.nl mogelijk maakt, samen met En-Tran-Ce, Gasunie, TenneT, Netbeheer Nederland, Universiteit Groningen, Dycon, en I Am communicatie.

Kookgas

Het tweede exemplaar van onze jaarlijkse energie verbruik cijfers laat ons volledig bemeten schriele verbruik aan kookgas zien. Met in oranje een lineaire trendlijn. De meting geschiedt via een officiële, gecertificeerde G1,6 gas meter (netmeter Liander). Bijna alle "normale" huizen hebben minimaal G4 tot G6 meters! De grafiek laat een mooie dalende lijn zien, grotendeels veroorzaakt doordat werd overgestapt op een elektrische waterkoker i.p.v. de klassieke fluitketel. Verder minder ingewikkeld, korter koken, en vaker uit huis geweest. We verbruikten in 2017 slechts 15,5 m³ kookgas, een fractie lager dan de 15,8 m³ in het voorgaande jaar. Daarmee begint de "pijngrens" in zicht te komen van wat we nog minder kunnen gaan gebruiken. Desondanks is die hoeveelheid nog steeds een fractie van wat een Nederlands "gas huishouden" (warmte, tapwater en kookgas) verbruikt, want dat was in 2016 volgens het CBS - vanwege een relatief koud jaar licht gestegen t.o.v. 2016 - 1.300 m³. Desondanks blijven we de "volle mep" aan aansluit- en meterkosten betalen voor het equivalent van een "standaard gaswoning", aan de netbeheerder. Die we vervolgens weer "gecompenseerd krijgen" van onze stadswarmte leverancier, omdat er een "Niet Meer Dan Anders" principe (warmte vs. gas) gehanteerd zou worden...

Warmte (incl. tapwater, excl. kookgas)

De beruchte stadswarmte voorziening blijft, zoals gebruikelijk, een pain in the ass in het zuinige huishouden van Polder PV. Dat heeft niet zozeer met het getoonde kalenderjaar verbruik te maken, integendeel. Maar wel met de blijvend migraine veroorzakende #vastrechtwoeker die er mee gepaard gaat. ACM heeft alweer aangekondigd, dat de warmte monopolisten - in theorie - in 2018 nog meer vastrecht mogen gaan vragen. U hoeft weinig fantasie te hebben hoe PPV daar over denkt, zelfs als de betreffende warmte leverancier - in ons geval dochter Nuon van het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall - de hand over het hart strijkt en het vastrecht op de (voor zuinige huishoudens veel te hoge) "nul lijn" houdt. Dat horen we helaas pas ergens eind januari dit jaar.

Ondertussen is het enige wat huurders als ondergetekende "kunnen" doen aan het inperken van die door de Nederlandse Staat gefaciliteerde inhaligheid bij de warmte leveranciers, de radiatorkraan zo weinig mogelijk open, en het tapwater verbruik reduceren. Echter, we zitten al sedert we hier wonen - bewust - op zeer lage verbruiks-cijfers. En het resterende verbruik wordt in extreme mate bepaald door de "koude" in een bepaald jaar. Zo zal in een "warm" jaar het aantal GJ zeer beperkt kunnen blijven (2002, 2014, slechts rond 6 GJ/jaar), maar als er zelfs maar korte hevige koude periodes in zo'n jaar vallen, schiet ook bij Polder PV het verbruik omhoog (met name in 2010, toen we op het dubbele verbruik kwamen, ruim 12 GJ).

We worden echter ook een jaartje ouder, in januari en april 2017 vroor het behoorlijk, november en december hielden ook niet over met langdurig sombere, niet al te warme dagen. En dat in combinatie met het feit dat ik continu thuis werk, maakt dat we in 2017 weer wat meer warmte zijn gaan gebruiken. Ditmaal 9,49 GJ, wat bijna 14 en een half procent boven ons langjarige gemiddelde (8,29 GJ/jaar, blauwe stippellijn in grafiek) ligt. Desondanks ligt ons (gemiddelde) verbruik blijvend extreem veel lager dan het regelmatig door de sector én ACM rondgetoeterde zogenaamde "gemiddelde" jaarverbruik van 35 GJ/jaar (minder dan een vijfde van dat veronderstelde gemiddelde). De meeste huurders zullen sowieso - soms zoals ons huishouden extreem - veel minder verbruiken dan genoemde hypothetische 35 GJ/jaar, en zullen net als Polder PV lijden onder de absurde vastrecht tarieven, die elke zin tot besparing in de kiem smoren. Het ziet er tot nog toe helaas niet naar uit dat de politiek deze trieste situatie wil aanpakken, die blijven zich achter de cijfer tovenarij van de zogenaamd "onafhankelijke" marktwaakhond ACM verschuilen. En tonen aan een zeer substantieel deel van de warmteklanten, de al jaren met forse huurverhogingen gepakte huurders, dovemansoren, waar het de absurde discrepantie tussen verbruiks- en vastrecht-gerelateerde kosten betreft.

(Drink-)waterverbruik

Polder PV houdt ook al jaren nauwkeurig het drinkwater verbruik bij, en het volume wat hij bespaart aan uit de regentonnen "geviste" hoeveelheid water voor de toiletspoeling (simpel emmertjes water dragen alhier). Zoals u eerder al heeft kunnen lezen, is Polder PV in 2016 helaas getroffen door een geniepige, forse drinkwater lekkage in een van de kruipruimtes. Die al die jaren onbereikbaar was. En die pas nadat de oude vloer was opengebroken, toegankelijk werden. Met direct de bevestiging van de al eerder geuitte vrees, dat er iets goed mis moest zijn met de water "infrastructuur" ergens in het appartement. Zie artikel van 6 november 2016.

Het hier boven afgebeelde plaatje mag dan ook geen verrassing meer zijn, maar hij blijft natuurlijk wel schokkend voor een zuinig huishoudens als Polder PV. Ik heb destijds de Y-as heftig moeten aanpassen, om het verspilde drinkwater in 2016 afgebeeld te krijgen. Tot en met 2015 was het gemiddelde verbruik (alleen drinkwater) 24,4 m³/jaar, inclusief 2016 was dat opeens met 5,7% toegenomen naar 25,8 m³/jaar. Nog steeds is dat extreem veel lager dan de ruim 43 m³ per persoon wat in een NL huishouden zou worden verbruikt volgens de claim van drinkwater belangen vereniging VEWIN (sector cijfer overzicht 2015). Maar onbevredigend blijft het natuurlijk, zelfs al hadden we geen enkele controle over dat vervelende lek in een ondergrondse drinkwater leiding.

In 2017 is het verbruik weer genormaliseerd, en zitten we met een totaal verbruik van 22,4 m³ drinkwater en 5,3 m³ regenwater voor incidentele toiletspoeling weer op het bekende zeer lage niveau wat we al jaren kenden.

Computer verbruik

Afgelopen zomer hebben we als voorzorgsmaatregel "voor eventueel optredende problemen" een nieuwe harde schijf voor de NUC micro computers besteld en deze ingebouwd. Geen enkel probleem bij de computer bij mijn partner. Maar bij mijn eigen exemplaar ging het mis: de computer weigerde na inbouw op te starten. De leverancier van de computer heeft de zaak bekeken en concludeerde dat de NUC om onbegrijpelijke redenen kennelijk de geest had gegeven. Gelukkig kregen we onder garantie van de fabrikant een nieuw exemplaar. En ik kon - na enige tijd op het exemplaar van m'n partner te hebben moeten werken - verder op die nieuwe. Kennelijk heeft Polder PV geen geluk met computers, je krijgt er grijze haren van (inmiddels al flink "wit" aan het worden).

Desondanks kunnen we uit de stroom verbruiks-grafiek concluderen dat de nieuwe NUC en z'n vervanger (groen) een structureel veel lager verbruik hebben dan de eerder gebruikte "mini-computer" (blauw), die al een fors minder verbruik had dan de oude antieke "tower" (rood). Het jaarverbruik in 2017 kwam op 186 kWh, wat nog geen 36% was van het jaarverbruik van de oude "tower" in 2011. "Dips" omlaag zijn periodes dat we langdurig van huis waren (computers etc. uit). Wel gebruik ik de nieuwe computers zeer intensief, dagelijks, en langdurig. Het totale jaarverbruik van de meest recente NUC, in combinatie met een spaarlamp voor de avond uurtjes, is een substantieel deel van ons lage jaarverbruik, 186 van (netto) bijna 970 kWh. We hebben weinig zware apparatuur, de enige apparaten die verder echt invloed hebben - naast de energiezuinige koelkast - zijn de waterkoker, het koffiezet apparaat, en de wasmachine, die we 2, max. 3x in de week gebruiken. De meeste andere apparatuur wordt weinig gebruikt, en hebben nauwelijks impact op het totale stroom verbruik.

Bron:
Maandelijkse meterstand opnames alle energie en water modaliteiten Polder PV

 
 
 
© 2018 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP