zonne-energie forever!
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
Data SDE voorjaarsronde 2017 bekend: record toekenning zonnestroom projecten 2.354 MWp
Nieuw zonnestroom productie record gecertificeerde PV capaciteit (CertiQ)

1 september 2017 en recenter nieuws

Voor belangrijke "highlights" voor ons PV-systeem, zie pagina nieuws_PVJSS22.htm

Voor een selectie van interessant nieuws over andere duurzame energiebronnen en gerelateerde zaken:
zie duurzame energie nieuwspagina

Het zonnestroom/zonne-energie nieuws op Polder PV is slechts een zeer bescheiden greep uit de lawine aan informatie die inmiddels de dagelijkse realiteit is. De laatste jaren is eigen research steeds belangrijker geworden, en diepgaande analyses, waarvan u de resultaten op deze site zult terugvinden, vreten tijd. Derhalve is er geen tijd meer voor "kattebelletjes" over het enorme aanbod aan zonnestroom nieuws. Voor een goed beeld van de actuele ontwikkelingen gelieve u te vervoegen bij het dicht op de sector zittende Solar Magazine onder de redactie van Edwin van Gastel.

Het nieuws is een selectieve, persoonlijke, vaak ongezouten en kritische beschouwing van
actuele ontwikkelingen in de zonne-energie branche

"Met het overnemen cq. becommentariëren van persberichten uit de energiesector moet je heel erg uitkijken. Voor je het weet kom je aan niets anders meer toe, en ben je feitelijk onbetaald in dienst van het bedrijfsleven getreden zonder dat je het in de gaten hebt. En ben je een speelbal geworden van de gevestigde orde."

Polder PV webmaster brainwave tijdens bezinnings-rondje, 26 mei 2011

"Without energy nothing works, nothing is possible ...
The time of energy wars has begun."

Hermann Scheer 14 oktober 2010 [obituary], in MIT lezing California


<<< recenter

actueel 140 139 138 137 136 135 134 133 132 131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights


 
^
TOP

13 september 2017: Grondgebonden en "drijvende" grote PV projecten in de SDE regelingen. Al langere tijd is er sprake van "een nieuw fenomeen" in Nederland, wat in de meeste andere Europese landen al jaren realiteit is. En dat is de installatie van zonnepanelen "op de grond". Althans, natuurlijk altijd bevestigd op frames met de daarbij noodzakelijke "fundering". En afhankelijk van de ondergrond kunnen dat zgn. schroef-fundamenten zijn, geheide palen, of constructies op frames die zelf weer zijn gefundeerd op betonsegmenten e.d. Ik heb al vaak aangegeven dat er al een fors aantal zeer kleine van dergelijke projectjes in tuinen bij particulieren en bij bedrijven zijn gerealiseerd in ons land. Daar zijn de laatste jaren de "middelgrote" en inmiddels al een paar "grote" projecten (met duizenden tot vele tienduizenden zonnepanelen) bijgekomen. Voorlopig culminerend in het voor Nederlandse begrippen "enorm grote" PV park Sunport in Delfzijl-Farmsum, met 30,8 MWp en ruim 116.000 kristallijne PV modules alweer een tijdje "eenzaam" op de eerste plek staand.

N.a.v het verschijnen van de langverwachte volledige resultaten van de voorjaarsronde van de SDE regeling voor dit jaar (totale impact en verdeling aantallen en vermogens over grootte categorieën), heb ik inmiddels ook een inventarisatie gemaakt van de belangrijkste grote "vrijeveld" projecten die door RVO zijn toegekend. Die heb ik bij de nog openstaande grote portfolio van eerder beschikte grondgebonden projecten opgeteld, en van het resultaat een totaal overzichtje samengesteld (onderaan dit artikel).

Die "inventarisatie" is beslist niet lichtzinnig op te vatten, want uit de informatie die RVO in haar overzichten verstrekt is zeker niet altijd eenvoudig af te leiden om wat voor "type" installatie het gaat. Soms is dat evident uit de naamgeving, als er bijvoorbeeld "zonnepark" of de zeer nieuwe categorie "zandwinput" of "-plas" in de naam staat. Maar ook dat kan misleidend zijn, want er is in ons land bijvoorbeeld een project ontwikkelaar actief, die "zonnepark" in de naam heeft staan, die echter alleen maar rooftop installaties (PV projecten op daken) lijkt te gaan aanleggen (te checken, als je bijvoorbeeld via Google Maps de situatie per adres gaat bekijken).

Speurtochtje SDE 2017
Om vrij zeker te zijn dat ik alle relevante beschikte "grotere" grondgebonden PV projecten in mijn aparte lijst kon opnemen, heb ik dan ook álle SDE 2017 ronde I beschikkingen nagelopen van grootst (Duurkenakker 52 MWp) tot "klein", tot een niveau van 750 kWp. Voor de, met stip, grootste projectontwikkelaar in deze ronde, Herbo Groenleven uit Heerenveen (in totaal 550,5 MWp beschikt, verdeeld over in ieder geval 416 afzonderlijke projecten onder eigen naam), heb ik nog even verder omlaag gescreend tot een niveau van 500 kWp. In totaal heb ik voor deze synthese zo'n 472 projecten (gezamenlijke capaciteit 1,49 GWp) afzonderlijk bekeken (KvK gegevens, Google Maps features), om te kijken of het grondgebonden projecten konden zijn, of dat het, zoals "gebruikelijk" (merendeel!), rooftop lokaties waren. Van een behoorlijk deel van de gevonden grondgebonden (cq. "drijvende") lokaties had ik al een melding staan in mijn "pending" lijst omdat er eerder al artikelen over waren gepubliceerd of anderszins info over was die ik al had gevonden. Die kon ik dus mooi direct "cross-checken", en ze aanvinken met de bijbehorende SDE beschikking.

Uiteraard zal ik, met de aanname, dat het gros van de grondgebonden installaties groter zal zijn dan 500 cq. 750 kWp (equivalent aan zo'n 1.900 tot zo'n 2.800 kristallijne panelen à 270 Wp), mogelijk een klein contingent kleine installaties over het hoofd zien, vandaar dat ik ook nog op naam heb gescreend om te kijken of daar nog meer uit viel te halen. De oogst was zeer mager, slechts 1 extra exemplaar. De meeste grondgebonden PV installaties met SDE 2017 ronde I beschikking blijken (veel) groter te zijn dan genoemde grens van 500-750 kWp.

Drijvende PV
Wel is er een zeer opvallende "noviteit" in SDE 2017 ronde I, wat ook al bij Solar Magazine was opgevallen (artikel): er zijn in deze ronde opvallend veel PV projecten "op water" toegekend. Dat waren er tot voor kort nog maar 3 (met oudere SDE beschikkingen), afgezien van enkele andere project plannen "op water" waarvoor nog geen SDE beschikkingen waren afgegeven. Maar er zijn nu mogelijk zelfs 16 nieuwe SDE subsidies toegekend, waarvan 15 projecten van Groenleven betreft op (soms voormalige) zandwin lokaties, in de vorm van diepe plassen. Variërend van ruim 2 MWp tot (Sellingerbeetse, Groningse gemeente Vlagtwedde) zelfs 49 MWp. Wat het totaal in mijn telling van dergelijke "drijvende solar projecten" brengt op een groot volume van 271 MWp. Met een opvallend hoog gemiddelde van die 15 lokaties: 18 MWp per stuk. In een keer is hiermee deze voor Nederland (en Europa) nogal nieuwsoortige categorie "met harde hand" op de kaart gezet. Al moeten al die projecten natuurlijk nog wel worden gebouwd. En wel door een project ontwikkelaar die z'n handen sowieso vol zal hebben aan de al lopende, en nog uit te voeren, enorm grote SDE (en, daarnaast, EIA) project portfolio's ...

Mijn speurtocht in de SDE 2017 en oudere SDE lijsten resulteerde uiteindelijk in het volgende staatje.

In totaal heb ik tot nog toe 119 "grondgebonden" PV projecten met SDE beschikking gevonden, en een geaccumuleerd volume van ruim 1,1 GWp. Daarnaast zijn er "opeens" 19 projecten "op water", met een gezamenlijke capaciteit van 299 MWp, het aller grootste deel op conto bij te schrijven van ontwikkelaar Groenleven uit Heerenveen (bijna alles onder SDE 2017 ronde I vallend). Het totaal "grondgebonden" + "op water" telt op tot 138 projecten, met een zeer groot volume van maar liefst ruim 1,4 GWp. Dat is een "zeer substantieel deel" van de 4,4 GWp van alle SDE beschikkingen voor PV (vorig artikel), 32% (bijna een derde deel). Terwijl het qua aantallen projecten maar om "een schijntje" van het totaal gaat (ibid, 138 van totaal 20.526 SDE beschikte projecten, slechts 0,7% van totaal).

Met de voorjaarsronde van SDE 2017 zijn er 56 met subsidie toekende "grondgebonden" PV projecten met een capaciteit van 575 MWp bijgekomen, en 16 projecten "op water" met een beschikte capaciteit van 273 MWp. In totaal dus optellend tot 72 nieuwe projecten met een gealloceerde capaciteit van 848 MWp. Die volumes betreffen dus maar liefst 52% van het totale aantal SDE beschikkingen "grondgebonden + op water" tot en met die voorjaarsronde van dit jaar. En zelfs 60% van de totale capaciteit.

Ook hieruit blijkt kristalhelder, dat de schaalvergroting bij de toegekende PV projecten onder de opvolgende SDE regimes weer een tand"je" verder is bijgezet met de laatste SDE regeling van dit voorjaar. We gaan, bij daadwerkelijke realisatie van deze grote portfolio aan nieuwe PV projecten, zeer grote installaties in het landschap tegenkomen. De hoogste tijd dat u zich dat realiseert, en dat u er dus alvast aan zult wennen. Energie transitie betekent een sterke trend naar decentrale opwekking, en zichtbaarheid in het (reeds eeuwen continu door mensen op de schop genomen) landschap.

Nog steeds niet alles
En dit is natuurlijk nog niet alles, want er resteert ook nog een portfolio van soms al vergevorderde andere plannen voor grondgebonden installaties en drijvende solarparken. Die nu nog geen SDE beschikking hebben. Dat zijn er momenteel in mijn aparte lijst ook alweer bijna 160, met een gezamenlijk geplande capaciteit van ver over de 2 GWp (nog lang niet altijd is het geplande project volume bekend). Nog exclusief de drijvende parken, de geluidswallen met PV langs autosnelwegen, en grote geplande "carport" projecten met PV. Ook de grote, "klassieke rooftop" projecten (met name genoemd in pers-uitingen e.d. ook alweer optellend tot 1,2 GWp), en de bijna 200 geplande postcoderoos projectjes (met bescheiden omvang, totaal zo'n 24 MWp) moeten nog bij dat totaal worden opgeteld. Het houdt niet op, er komen regelmatig projecten bij in de al enorm grote spreadsheet "pending".

Op naar de najaars-ronde van de SDE regeling. Waar wederom 6 miljard Euro aan subsidies over (maximaal) 15 jaar voor wordt klaar gezet door het Ministerie van Economische Zaken.

Bron: RVO data, uitwerking Polder PV


 
^
TOP

5 september 2017: Verdeling aantallen projecten en vermogens over grootte categorieën SDE 2016 tm. SDE 2017 ronde I. Zoals in een vorige analyse van de twee SDE 2016 rondes, kunnen we de huidige, volledig beschikte voorjaarsronde van SDE 2017 getalsmatig ook op een andere manier vergelijken dan "per jaarronde" (vorige artikel). In een vergelijking gemaakt op 28 januari heb ik de projecten voor de twee rondes binnen SDE 2016 ingedeeld in vermogensklassen. Ik breid deze vergelijking in dit artikel uit en neem er de nieuwe data voor SDE 2017 ronde I in mee.

Van links naar rechts worden de aantallen project beschikkingen in de achtereenvolgende drie laatste SDE rondes (SDE 2016 I, SDE 2016 II, en SDE 2017 I) getoond, gesorteerd per grootte categorie (indeling: zie legenda). De hoge impact van de twee latere regelingen t.o.v. SDE 2016 I wordt direct evident, er zijn steeds méér PV projecten beschikt, in alle grootteklassen. De toename in de kleinste categorie, 15 tot 50 kWp is nog relatief bescheiden (173 - 332 - 347 stuks, verdubbeling t.o.v. SDE 2016 I), maar voor veel andere grootte klassen is de groei ronduit opmerkelijk te noemen. Met name voor de derde categorie, 100 tot 200 kWp, met een toename van 206 - 497 - 1.024 projecten (laatstgenoemde dus vijf maal zo omvangrijk als een jaar eerder in de voorjaarsronde van SDE 2016). De daar op volgende categorie, 200 tot 300 kWp groeide zelfs 12-voudig in de reeks 72 - 272 - 839 projecten. Ook de daar op volgende grootte categorieën groeiden hard bij de beschikkingen. Die van 500 - 1.000 kWp zelfs ruim 18-voudig (17 - 73 - 314 projecten). Byzonder is ook de forse toename van de grootste project categorieën, van 3 naar 58 voor categorie 2,5 - 5 MWp, van 2 naar 29 voor 5 - 10 MWp grote projecten. En een ver-acht-en-twin-tig-voudiging (1 naar 28 projecten) voor de grootste categorie, projecten van minimaal 10 MWp per stuk. Die categorie groeide onder SDE 2017 I zelfs ook nog met 133% t.o.v. het aantal beschikte projecten in de najaarsronde van SDE 2016.

Een tweede opvallend aspect is de "ietwat minder populaire grote" categorie tussen de 300 en 400 kWp. Die vertoont een opvallende "dip" tussen de twee omliggende project categoriëen in. Kennelijk is het geen populair, dan wel minder goed toepasbaar traject, en "passen" veel daken cq. dak-complexen niet goed in die range. Of het heeft mogelijk met bepaalde overgangen van capaciteits-categorieën van de aansluiting van doen. Zeker bij de grotere projecten kan er een enorm kostenverschil ontstaan wanneer er een zwaardere aansluiting aangelegd moet worden door de netbeheerder.

Opmerkelijk
Tenslotte is het ook weer opmerkelijk, doch ook begrijpelijk, dat in de categorie 400 - 500 kWp er een bovenmatig groot gedeelte van de 495 projecten in de voorjaars ronde van SDE 2017 een beschikt volume heeft van elk 499 kWp. Dat zijn er maar liefst 154 (31% van totaal in die categorie). Als je alle projecten met beschikte capaciteiten van 495-499 kWp optelt binnen die regeling kom je zelfs op 215 exemplaren uit (43% van totaal). De reden is bekend: voor projecten (of: portfolio's) vanaf 500 kWp per aanvrager, moet er bij RVO een "haalbaarheidsstudie" worden ingeleverd. Veel aanvragers hebben daar kennelijk geen zin in, en gaan dan dus op die - volstrekt artificiële - 499 kWp bij de aanvraag zitten. Wat een farce is, want van veel oudere SDE beschikkingen met zo'n "opmerkelijke" omvang, heb ik project realisaties gezien die soms ver boven de 500 kWp uitgaan. Ze krijgen weliswaar dan alleen voor het beschikte deel subsidie. Onder SDE 2014, met max. 1.000 kWh/kWp.jaar, zou er dan 15 jaar lang maximaal 499 x 1.000 x 15 = 7.485.000 kWh worden gesubsidieerd volgens de geldende regels (vast basisbedrag, per jaar wisselend correctiebedrag). Maar het laat zien hoe makkelijk soms bepaalde "beperkingen" in zo'n zeer complexe regeling kunnen worden omzeild.

Wat impact betreft mogelijk nog spectaculairder is de vorige grafiek als je niet de aantallen beschikte projecten per grootte categorie weergeeft, maar de geaccumuleerde capaciteiten die zijn toegekend in die categorieën (in MWp). Dan zijn de verschillen tussen met name de kleinste en grootste categorieën nog veel opvallender.

In de kleinste categorie, 15 - 50 kWp, is de toename zeer bescheiden tussen deze drie opvolgende SDE regelingen (5 - 10 - 11 MWp). In het midden-segment, projecten met een omvang van 400 tot 500 kWp, is die groei al zeer substantieel (22 - 93 - 231 MWp, bijna een ver-elf-voudiging tussen de twee voorjaarsrondes SDE 2017 t.o.v. SDE 2016). Vergelijkbare expansies van de beschikkings-portfolio's zien we bij andere project categoriëen. Maar geen enkele kan tippen aan de enorme groei van de grootste project categorie, die vanaf 10 MWp grote installaties. Daarin groeide het geaccumuleerde volume van 16 MWp (voorjaarsronde SDE 2016), via 393 MWp (najaarsronde 2016), naar een spectaculair (en opvallend qua uitkomst) volume van 666 MWp in de voorjaarsronde van SDE 2017. Een ver-twee-en-veer-tig-voudiging t.o.v. de voorjaarsronde van het voorgaande jaar. En een volume wat een factor 61 maal de omvang is van de kleinste categorie in deze regeling (15 - 50 kWp). Dit wordt allemaal uiteraard veroorzaakt door de toegenomen populariteit van aanvragen voor (zeer) grote grondgebonden installaties, die met name in de voorjaarsronde van SDE 2017 een hoge vlucht heeft genomen. Omdat de meeste van dergelijke PV projecten per stuk al zeer groot zijn, heeft een forse verzameling ervan, 28 stuks, natuurlijk een enorme impact vergeleken met de kleinste project categorieën.

Met rode streepjes in de grafiek heb ik de impact van het grootste beschikte PV project in die grootste project categorie weergegeven. In de voorjaarsronde van SDE 2016 was er maar 1 project in deze categorie (Leeuwerik terrein Veendam, Gr., 15,8 MWp), dus geeft dat streepje de max. beschikte waarde aan. De impact van het grootste beschikte project tot nog toe, Zonnepark Midden Groningen in de najaarsronde van 2016 (Sappemeer, Gr., 103 MWp), heeft een vrij hoge impact op het totaal in de grootste project categorie (ruim 26% van totaal 393 MWp). In de voorjaarsronde van 2017 is de impact van het in die regeling grootste project, Duurkenakker (Muntendam, Gr., 56,2 MWp) een stuk minder, omdat het totale geclaimde volume in die grootste project categorie zo hoog is. Derhalve claimt Duurkenakker in die regeling "slechts" ruim 8% van het totaal (666 MWp). Een stuk minder dan het "monster" project van Powerfield in de voorgaande regeling.

Schaalvergroting SDE in casu zonnestroom in Nederland een feit
Al met al kunnen we uit bovenstaande twee grafieken duidelijk concluderen: de schaalvergroting van zonnestroom in ons land is op het gebied van de SDE gesubsidieerde projecten in korte tijd manifest geworden als we naar de verdeling over de categorieën, en de evolutie in de tijd kijken. PV is alweer in een nieuwe versnellingsfase beland. Zonneparken gaan een belangrijke rol spelen, of je het wilt of niet. En als je het SDE 2017 ronde I project kaartje van © RVO bekijkt (zie verkleinde weergave hiernaast), zie je dat - natuurlijk - een substantieel deel van die zeer grote PV park beschikkingen (oranje gekleurd) in noord-oost Nederland zijn gesitueerd (Drenthe, Friesland en Groningen)*. Daar waar de grond nog goedkoop is, veel gemeentes met de handen in het haar zitten met nauwelijks gebruikte, destijds door de gemeentes gekochte gronden voor bedrijfs-terreinen, lokaties ooit bedoeld voor grootschalige huizenbouw, afval depots-, oude grondopslag lokaties, "vloeivelden", en waar er soms sprake is van langzame "leegloop" en/of vergrijzing van de dorpen. In Groningen speelt natuurlijk als extra fenomeen de enorme maatschappelijke toestanden rond de gasbevingen, de aanwezigheid van stroom zuipende grote bedrijven (Eemshaven en Delfzijl), de presentie van een forse hoogspannings-infrastructuur, en een algeheel bevinden dat de energievoorziening "op de kop moet". Daar passen dit soort grootschalige PV park plannen natuurlijk prima in. Al gaat het beslist niet zonder verzet, zoals we al snel, en reeds meerdere malen hebben gezien. De Nederlandse "Energiewende" gaat, net als in het buitenland, en vooral vanwege de hoge bevolkingsdichtheid en een mondige bevolking, niet over rozen.

Voor uitgebreidere beschouwingen van de diverse project categorieën, verdeling over gemeentes, grootste project ontwikkelaars (ronduit spectaculair: meer dan een halve GWp cq. 416 projecten, voor een groot deel bedoeld voor de portfolio voor GroenLeven in opdracht van Friesland Campina, aangevuld met diverse grote grondgebonden - en drijvende - PV projecten van deze "PV komeet" uit Heerenveen), verwijs ik gaarne naar het pionierende werk van de groep noeste arbeiders bij Solar Magazine. Het vak tijdschrift wat, zoals gebruikelijk, diverse artikelen over de voorjaarsronde van SDE 2017 publiceerde (zie enkele van hun artikelen hier onder gelinkt).

* Andere "concentraties" van de grotere PV project beschikkingen vinden we in Westelijk Brabant, Zeeland, en Limburg.

En Leiden?
Een ding wil ik er nog even uit lichten. Namelijk de claims die vanuit mijn eigen gemeente Leiden voor de voorjaars-ronde van 2017 zijn verzilverd bij RVO. Dat blijken er wel wat meer te zijn dan in de afgelopen rondes. Maar met in totaal slechts 7 nieuwe beschikkingen die optellen tot maar 1,56 MWp toegekend vermogen, schiet het nog steeds niet op in onze Sleutelstad. Er zijn twee "aardige" PV projecten met een beschikt vermogen van 499 kWp gehonoreerd, en eentje met 240 kWp. Die projecten zouden op de platte daken van de Infotheek groep, en de aanpalende bedrijfspanden van Kolonos B.V. en Bas Neon worden geïnstalleerd. Deze drie naast elkaar gelegen bedrijfspanden liggen zuidelijk van de bekende wielerbaan van Swift (Roomburg), vlak bij het spoor naar Utrecht. Niet ver van het eerder door mij getoonde kleine project op het nieuwe gebouw van de NEM, zuidelijk van de A4/E19 (destijds de 2.000e entry in mijn projecten lijst). De vier overige beschikkingen voor Leiden zijn weer een stuk kleiner (204, 120, 50 en 32 kWp), en vallen al nauwelijks meer op in het geweld met de megawatten overal elders in ons land.

Analyse 1e ronde SDE+-2017: de details van de 10 grootste zonnestroomprojecten (Solar Magazine, 4 sep. 2017)
Analyse SDE+ ronde 1-2017: ook Sunrock, KiesZon, WDP en Rooftop gooien hoge ogen (Solar Magazine, 4 sep. 2017)
Analyse SDE+ ronde 1-2017: 550,5 megawattpiek zonnestroomprojecten Groenleven goedgekeurd (Solar Magazine, 4 sep. 2017)
Analyse 1e ronde SDE+ 2017: meeste aanvragen in Amsterdam, grootste volume in Zwolle en Menterwolde (Solar Magazine, 4 sep. 2017)

Primaire bron: SDE 2017 voorjaarsronde, onder "stand van zaken aanvragen" bij RVO


 
^
TOP

4 september 2017: Data SDE 2017 ronde I bekend - record toegekend budget en capaciteit voor PV. Het zat er natuurlijk aan te komen, gezien de reeds heftige toekenning tijdens de eerste tussenstand voor de voorjaars-ronde van SDE 2017. Zonnestroom heeft het hoogste budget en bijbehorende capaciteit ooit toegewezen gekregen voor deze optie, en is ook deze ronde weer de deel-optie die het meeste geld kreeg toegewezen (dat gebeurde ook al tijdens SDE 2014, toen PV 1.312 miljoen Euro kreeg beschikt op een totaal van 3,5 miljard Euro, geen enkele andere optie kreeg toen meer geld toegekend).

Aantallen
In de zojuist verschenen kamerbrief over de "definitieve stand van zaken" rond de voorjaarsronde van SDE 2017, en de daarna verschenen tabellen, kaartje, en documentatie bij RVO, blijkt zonnestroom een spectaculair volume van 4.386 beschikte projecten te hebben opgeleverd. Dat zijn er 806 meer dan nog voor het zomer reces bekend was gemaakt (eerste tussenstand 28 juni 2017: 3.580 PV projecten beschikt). En t.o.v. het oorspronkelijke aantal aanvragen, 4.484, zijn er dus slechts een relatief gering aantal van, totaal, 98 stuks (2,2%) verloren gegaan (om diverse redenen mogelijk, bijvoorbeeld het niet voldoen aan de inhoudelijke voorwaarden voor het doen van een aanvraag). Opvallend is, dat bij die eerste tussenstand al 62 afvallers waren. Ergo: in het laatste traject heeft RVO nog slechts 36 extra PV projecten afgewezen. Dat betekent dat de gemiddelde "kwaliteit" van de aanvragen voor PV projecten kennelijk zeer hoog lag.

Overigens is genoemde 4.386 beschikkingen geen record. SDE 2008 (toen particulieren ook nog mee mochten doen) had oorspronkelijk 4.668 beschikkingen. Wel is SDE 2017 ronde I met dit hoge nieuwe aantal de tot nog toe meest succesvolle ronde binnen het SDE "+" regime (sedert SDE 2011 ingegaan).

In de hieronder weergegeven grafiek, een vervolg van een eerder gepubliceerd exemplaar (aug. 2016), combineer ik de huidige stand van zaken bij de overgebleven aantallen beschikkingen, met de recentelijk gepubliceerde status bij de realisaties van die beschikte volumes (RVO update van 3 juli 2017, analyse Polder PV hier).

In de linker "stapel" de cumulatieve hoeveelheden overgebleven SDE beschikkingen per deel-regeling bekend bij RVO (ook SDE 2009 en 2010 uitgesplitst in de toen apart beschouwde sub-categorieën "klein" resp. "groot"). SDE 2017 ronde I is inmiddels toevoegd bovenaan de stapel. Met die laatste toevoeging van 4.386 nieuwe PV projecten, is het totaal volume (overgebleven) "PV beschikkingen" nu gegroeid naar 20.526 stuks.

In de rechter "stapel" de realisaties van alle voornoemde rondes, volgens de stand van zaken bij RVO op 3 juli jl. Zoals door mij besproken, is die stand van zaken waarschijnlijk een onderschatting van de realiteit, omdat de administratieve processen tussen netkoppeling en een "ja" vinkje bij RVO lang duren. Er zijn waarschijnlijk ondertussen al meer SDE beschikte projecten daadwerkelijk opgeleverd (lees: aan het net gekoppeld, en zonnestroom producerend).

Het in rood weergegeven percentage is het aandeel van de realisaties t.o.v. de (overgebleven) hoeveelheid beschikkingen in de nu bekende "officiële" RVO cijfers, tot en met SDE 2017 ronde I. Dat ligt momenteel op 61% voor het geheel, waarbij natuurlijk bedacht moet worden dat voor de voorjaarsronde van SDE 2017 "officieel" nog geen realisaties bekend zijn geworden (ik ken wel een twijfelgeval, maar dat valt in zo'n grafiek natuurlijk weg tegen de rest).

Capaciteiten
Een zelfde bespreking als voor aantallen is natuurlijk nodig voor de beschikte en gerealiseerde "volumes" in MWp eenheden. Ook daar een nieuw record: Volgens de documentatie is er onder de voorjaarsronde van SDE 2017 een volume van 2.353,9 MWp aan PV projecten beschikt. Daar was nog niets over gepubliceerd in de beschouwing voor het zomer reces, al heb ik daar toen wel al wat gedachten over laten gaan, en kwam ik op een mogelijke range tussen de 800 en 2.100 MWp uit. Het huidige reëele cijfer ligt daar dus toch weer fors boven, en is de zoveelste illustratie dat als een (jonge) PV markt eenmaal gaat groeien, dat meestal nóg harder gaat dan zelfs markt kenners bevroeden. Natuurlijk moet dit volume wel ook nog allemaal gerealiseerd gaan worden, en dat moeten we, gezien het feit dat er veel zeer grote projecten bij zitten, allemaal nog gaan zien (reken er op dat er nogal wat kan afvallen de komende tijd). Maar duidelijk is dat we een nieuw beschikt volume record hebben. Genoemd toegekend volume is maar liefst een factor 2,4 maal zo groot als het recente record, voor de najaarsronde van SDE 2016. Daarvan was op 3 juli overgebleven: 969 MWp beschikt (oorspronkelijk volume: 971 MWp), wat op zich al een factor 1,3 maal het overgebleven beschikte volume voor de succesvolle SDE 2014 regeling is (739 MWp, tabel in deze analyse; oorspronkelijk beschikt en destijds een record: 883 MWp). Conclusie van deze enorme schaalvergroting bij de beschikte capaciteiten: we gaan echt nieuwe tijden tegemoet met PV in Nederland, het gaat zeer hard, met zéér substantiële volumes die er aan gaan komen. Die versnelling cq. schaalvergroting is natuurlijk al een tijdje bezig (zie CertiQ progressie), maar we gaan een nieuwe "ronde" in, zo lijkt het.

Voor deze grafiek dezelfde opzet als bij de aantallen beschikte en gerealiseerde projecten, maar ditmaal met de geaccumuleerd MWp volumes per (sub-) SDE regeling. Hier zien we bij de beschikkingen (linker kolom) een enorm "waterhoofd" ontstaan van capaciteit, veroorzaakt door de combinatie van de volumes uit met name SDE 2014, najaarsronde SDE 2016, en natuurlijk de nieuwe record toevoeging van de voorjaarsronde van SDE 2017. Het totaal van alle regelingen, inclusief de overgebleven beschikkingen van de oudere regelingen bekend bij RVO, telt op tot een spectaculair volume van 4.379 MWp. Goed om daarbij te bedenken dat we eind 2016 in Nederland slechts ruim 2 GWp aan alle capaciteit hadden staan (volgens eerste prognose van CBS, grootste deel is residentieel en niet in de SDE statistieken terug te vinden). Er staat dus alleen al aan SDE project beschikkingen nog eens 4,4 GWp minus de realisaties (493 MWp, rechter kolom), dus zo'n 3,9 GWp in de wachtrij, bijna het dubbele volume. En dat is dan nog maar een deel van de totale PV markt...

Bij de realisaties zitten we "nog maar" op 493 MWp totaal (met name, tot nog toe, realisaties uit de SDE 2014 regeling betreffend), en dat is nog slechts 11% van het totaal aan alle beschikkingen tm. voorjaarsronde SDE 2017. Hier moeten dus nog hele grote slagen worden gemaakt. Als van de enorme linker stapel heel veel volume daadwerkelijk gaat worden gerealiseerd, gaan we zeer "interessante" tijden tegemoet, de komende jaren. We moeten tegelijkertijd ook hopen dat er niet teveel volume van af gaat vallen, anders hebben we een gigantisch probleem erbij in de toch al traag verlopende duurzame energie evolutie...

Gemiddelde project grootte bij de SDE regelingen
Ook reeds eerder vertoond een nieuwe grafiek die voor zowel de beschikte volumes, als voor de harde realisaties van SDE beschikte PV projecten, de gemiddelde systeemgrootte per project per regeling laat zien. Ik hamerde er in het verleden al diverse malen op dat dit een belangrijke parameter is om cijfermateriaal over PV te checken, naast het feit dat het sowieso een goede indicator is van de "status" van de PV projecten markt.

Zoals eerder al vastgesteld, is de gemiddelde systeemgrootte bij de beschikkingen (gele kolommen, gemiddelde alle regelingen in oranje kolom achteraan) fors toegenomen sedert de eerste - op residentiële systemen gerichte - SDE 2008. In die beginjaren werden voor de "kleine categorie" gemiddelde project groottes van slechts 2 (SDE 2008) tot 5/6 kWp (opvolgende jaren) beschikt. Dat volume was voor de "grote" categorieën onder SDE 2009 en 2010 76 resp. 36 kWp gemiddeld (wat alles te doen had met de beschikte portfolio's van voornamelijk 1 aanvrager in die jaren). Vanaf SDE 2011, toen er geen "bovencap" van 100 kWp per project / aanvraag meer werd gehanteerd, steeg de gemiddelde beschikte project grootte fors, van 47 kWp (SDE 2011) naar een tijdelijk maximum van 303 kWp onder de zeer succesvolle SDE 2014 regeling. Er was toen een tijdelijke terugval naar gemiddelde systeemgroottes rond de 215 kWp onder SDE 2015 en de voorjaarsronde van SDE 2016. Maar de twee laatste rondes zetten weer de toon, met zeer sterk toegenomen gemiddelde groottes van 474 kWp (najaarsronde SDE 2016) tot zelfs 537 kWp per project in de voorjaarsronde van SDE 2017. Dit heeft alles te maken met de toename van beschikkingen voor zéér grote PV projecten, die de systeemgemiddeldes per project per regeling fors omhoog trekken. Zie ook de volgende tabel.

Het systeemgemiddelde van alle (overgebleven) beschikte projecten is inmiddels opgelopen tot 213 kWp. Dat is equivalent aan een flinke boerderij installatie met 789 PV modules met per stuk een capaciteit van 270 Wp, en een totale oppervlakte van zo'n 1.280 m².

Bij de realisaties zien we tot en met de reeds afgeronde SDE 2012 regeling (geen openstaande beschikkingen meer voor SDE 2008 - 2012) dezelfde project gemiddeldes als bij de beschikkingen. Daarna laten de realisaties (rood omlijnde kolom segmenten) een soms fors lager gemiddelde zien. Bij SDE 2013, waarvoor nog maar 14 projecten (totaal 5,1 MWp) nog officieel als niet gerealiseerd stonden in de 3 juli 2017 update van RVO, lag het project gemiddelde van de realisaties, 168 kWp, al wel in de buurt van het overgebleven beschikte volume (96% van 175 kWp). Maar voor SDE 2014, waarvoor nog heel veel capaciteit officieel nog niet als opgeleverd bekend staat, was de realisatie (236 kWp gemiddeld) al fors lager dan het totaal aan overgebleven beschikkingen (78% van 303 kWp). Wat duidt op bovenmatig grote projecten in de nog niet gerealiseerde portfolio. Onder de qua volumes zwaar tegenvallende, vrijwel betekenis-loze SDE 2015 was de ratio vergelijkbaar (169 kWp gemiddeld bij realisaties, 78% van 216 kWp gemiddeld beschikt).

Voor de laatste twee "lopende" SDE regelingen, zijn de gemiddelde gerealiseerde project groottes nog zeer bescheiden, wat duidt op snelle realisatie van vooral kleine projecten in de nog vrij recent gestarte uitvoerings-fases voor die regelingen. Bij SDE 2016 I zijn de cijfers 99 kWp gemiddelde projectgrootte gerealiseerd (46% van gemiddelde overgebleven beschikte portfolio, 214 kWp). Bij SDE 2016 II was het 96 kWp gemiddeld gerealiseerd per project (slechts 20% van gemiddelde overgebleven beschikte portfolio, 474 kWp). Ook daarvoor geldt uiteraard dat er nog heel veel van de echt grote projecten moeten worden opgeleverd. Wat nog wel enige tijd kan gaan duren, mogelijk tot ver in 2019.

Voor 2017 ronde I is er uiteraard nog geen "realisatie" bekend, dus daarvoor is geen rood vakje te zien. Over het gemiddelde van alle (overgebleven) beschikte projecten is tot nog toe een systeemgemiddelde van 40 kWp bekend. Dat getal wordt zwaar beïnvloed door de duizenden residentiële projecten uit SDE 2008-2010 in het totaal, en kan alleen maar fors hoger worden als echt honderden zeer grote SDE gesubsidieerde projecten opgeleverd gaan worden. Die 40 kWp is 19% van het systeemgemiddelde van alle (overgebleven), onder SDE beschikte projecten bij elkaar, 213 kWp (oranje kolom achteraan in de grafiek).

Projecten groter of gelijk aan 1 MWp hoge impact
In onderstaand door mij samengesteld staatje uit de oudere en laatste RVO overzichten de stand van zaken bij de volumes aan (overgebleven) PV project beschikkingen van elk 1 MWp of groter.

In de tweede kolom het aantal SDE beschikte projecten per stuk 1 MWp of groter wat is overgebleven, of in de huidige update toegevoegd (SDE 2017 I). In de tweede kolom de daarbij behorende totale capaciteit in MWp van al die beschikte projecten. De derde geeft de gemiddelde systeemgrootte van dit specifieke segment (groter of gelijk aan 1 MWp per project) weer. In de laatste kolom het grootste beschikte project per ronde.

Afgezien van de "uniek verlopen" SDE 2014, toen er tijdelijk veel grote projecten werden beschikt (waar onder eind 2016 opgeleverd grootste project Sunport in Delfzijl, bijna 31 MWp), startte SDE 2015 onder een zeer slecht gesternte. Met een verwaarloosbaar aantal beschikte projecten, waarvan er maar 1 boven de 1 MWp uit kwam (Waternet 2,9 MWp project in Nieuwegein). Daarna nam het aantal beschikte grote projecten rap toe, van 20 en 110 (beide SDE 2016 rondes) naar een grote hoeveelheid van 315 installaties van minimaal een MWp per stuk. Ook de evolutie bij de gezamenlijk beschikte capaciteiten in die portfolio's is indrukwekkend te noemen: van 3 MWp (SDE 2015), 61 en 612 MWp (SDE 2016 rondes I en II) naar een zeer groot volume van bijna 1,4 GWp in SDE 2017 ronde I. Het systeemgemiddelde van deze grote project categorie nam vanaf SDE 2014 toe van 2,8 MWp naar maar liefst 5,6 MWp in de najaarsronde van SDE 2016, en viel toen weer terug naar 4,3 MWp in SDE 2017 ronde I. Maar gezien het enorme volume van de totale portfolio in de voorjaarsronde van het huidige jaar (1,4 GWp) lijkt dat verder geen spelbreker te zijn in de trend naar steeds meer, en steeds grotere PV projecten.

Tot nog toe heb ik 49 projecten vanaf 1 MWp als "opgeleverd" staan in ons land, waarvan het grootste deel rooftop projecten betreft. Daar gaat heel veel bijkomen, gezien bovenstaand staatje. Het grootste beschikte project valt onder de najaarsronde van SDE 2016: Zonnepark Midden Groningen van Powerfield, 103 MWp groot. Het grootste park in de voorjaarsronde van SDE 2017 blijkt een project van Sunvest te zijn (firma nauw gerelateerd aan groothandel ProfiNRG), in het Groningse Muntendam (gemeente Menterwolde). Het heeft een beschikking voor 56,2 MWp, en staat al enige tijd in mijn "pending" overzicht grondgebonden PV projecten - met SDE subsidie - onder de lokaal bekende naam "Duurkenakker".

Duidelijk blijkt uit bovenstaande tabel, dat er een enorme schaalvergroting van het grootste markt segment bij PV projecten is te zien. Wat betekent dat ook de professionaliteit bij de projectontwikkelaars rap zal moeten toenemen, omdat potentiële financiers de hoogste kwaliteit en, in ieder geval, het over vele jaren lang "verzekerd hoogste financiële rendement" van dergelijke projecten zullen eisen. U kunt er zeker van zijn dat een toenemende hoeveelheid grote PV projecten door (mogelijk Nederlandse dochters van) ervaren buitenlandse project ontwikkelaars uitgevoerd zal gaan worden.

Financiën
Tot slot nog iets over de financiën van al dit zonnestroom fraais. Daarvoor heb ik alle oorspronkelijk beschikte bedragen voor alle SDE regelingen bij elkaar gezocht, en indien beschikbaar de bedragen die oorspronkelijk voor PV zijn beschikt. En deze in een grafiek bij elkaar gezet:

De budgetten voor de SDE regelingen (blauwe kolommen) zijn in de loop van de tijd enorm opgehoogd, vanaf SDE 2016 zijn er zelfs twee rondes per jaar. Ergo: de 9 miljard Euro van beide regelingen in dat jaar (4 resp. 5 miljard Euro voorjaar / najaar ronde) was al een factor 2,6 maal het totale budget voor SDE 2015 (3,5 miljard Euro). Byzonder is, dat in de voorjaarsronde van SDE 2017 voor het eerst in de SDE historie niet het totale ter beschikking staande bedrag van 6 miljard Euro is toegekend. Volgens de kamerbrief was er "voor € 1,2 miljard aan projecten afgewezen, omdat deze projecten niet aan de inhoudelijke eisen voldeden. Hierdoor kon een beperkt deel van het verplichtingenbudget, circa € 168 miljoen, niet worden beschikt". Derhalve is er uiteindelijk "slechts" 5.832 miljoen Euro toegekend in de voorjaarsronde, dit jaar. Deze aanvragers kunnen, met een verbeterde en volledige project aanvraag, alsnog in de najaarsronde (wederom 6 miljard Euro beschikbaar) of later indienen. De najaarsronde duurt van 3 tot 26 oktober 2017.

In gele kolommen heb ik de bij de jaarrondes behorende toewijzingen voor uitsluitend PV projecten weergegeven (1 jaargang, SDE 2015, heb ik moeten reconstrueren uit andere data omdat daar geen expliciete opgave voor werd gedaan door RVO). In groen de daarbij behorende percentages, aandeel van toekenning voor PV t.o.v. totaal beschikte budget per regeling.

Uiteraard heeft PV in de eerdere jaargangen, toen de kostprijs nog een belangrijke beperkende factor was, vrij weinig impact gehad, het hoogst onder SDE 2009 met 101 miljoen Euro beschikt (4% van totaal toegekend). Pas in 2014 was er, door een samenloop van omstandigheden, tm. de laatste fase nog veel budget beschikbaar en werden duizenden PV aanvragen beloond met een beschikking, wat oorspronkelijk een volume van ruim 1,3 miljard Euro claimde. 37% van het totale toegewezen budget, een eerste record voor PV (toen ook de deeloptie met het hoogste toegewezen budget). SDE 2015 stelde niets voor ("verloren" regeling voor PV), SDE 2016 kwam met de eerste ronde aarzelend op gang (172 miljoen Euro voor PV oorspronkelijk beschikt, 4% van totaal). De najaarsronde in dat jaar had weliswaar wel een capaciteits-record te pakken (eerste grafiek in dit artikel), maar niet een budget toewijzing record (988 miljoen Euro, 20% van totaal budget), vanwege de forse kost reducties bij zonnestroom (minder geld voor meer capaciteit nodig). In die ronde ging het meeste geld naar biomassa bijstook in steenkolencentrales (!), 2,1 miljard Euro, en, de derde budget toewijzing plaats claimend, naar windenergie (745 miljoen Euro).

En nu dus een nieuwe record ronde voor zonnestroom, voorjaar 2017, met maar liefst 2.867 miljoen Euro toegekend aan zonnestroom projecten, wat de grootste deeloptie is in deze regeling, 49% van de totale budget toewijzing. Daarnaast heeft windenergie ook zeer veel toegewezen gekregen, ruim 2,2 miljard Euro. Bij biomassa / "hernieuwbare warmte" vielen ditmaal veel lagere bedragen uit de koker, met geothermie als grootste deeloptie (172 miljoen Euro). De optie "hernieuwbaar gas" kreeg slechts 188 miljoen Euro beschikt. Hiermee is SDE 2017 ronde I een kampioens-ronde voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen geworden, met een toewijzing van in totaal 5.083 miljoen Euro, 87% van de in totaal gealloceerde MEUR 5.832. Ook waterkracht kaapte onder de optie elektra een verrassende 7 miljoen Euro weg, voor 4 projecten.

De totale, maximaal onder SDE 2017 ronde I te subsidiëren hoeveelheid zonnestroom productie bedraagt volgens de RVO cijfers 33,544 TWh over de komende 15 subsidie jaren. Met de opgegeven 2.867 miljoen Euro die maximaal is beschikt, komt dit neer op een spectaculair laag gemiddeld maximaal basisbedrag (subsidie) van 8,55 Eurocent per kWh waarvoor de beschikkingen zijn afgegeven. Uiteraard zullen diverse projecten daar boven zitten, maar ook vele er onder. Ter vergelijking: voor SDE 2014 kwam het oorspronkelijk beschikte volume uit op een gemiddelde prijs van 9,91 Eurocent per kWh voor alle projecten. Uiteraard moet hier nog de verdienste aan de pure kWh verkoop bij gerekend worden (RVO gebruikt in haar berekeningen en bijstellingen daarvoor een "veronderstelde" en later bijgestelde "gemiddelde marktprijs per categorie", het correctiebedrag. Uit bovenstaande blijkt de verdere kosten reductie van zonnestroom: er kan lager worden ingezet - en toegekend.

Thermische zonne-energie
Ook thermische zonne-energie, het "kleine zusje" van PV bij het SDE subsidie circus, kreeg projecten toegekend. En wel 21 stuks, met totaal 12 MWth aan capaciteit, een budget toewijzing van 8 miljoen Euro, en maximaal 121 GWh (thermische equivalenten) te subsidiëren over de subsidie periode van 15 jaar. Nog steeds erg weinig projecten dus. Er zal het een en ander moeten wijzigen in de systematiek wil deze zinvolle optie onder SDE meer kansen krijgen.

Kamerbrief over resultaten voorjaarsronde SDE+ 2017 (MinEZ 4 sep. 2017)

Verdubbeling duurzame energieprojecten, zonnestroom voor het eerst koploper (nieuwsbericht MinEZ 4 sep. 2017)

Bijna helft SDE+ budget voorjaar 2017 naar Zon-PV (RVO 4 sep. 2017)

Stand van zaken aanvragen SDE regelingen (RVO, diverse tabellen, cijfers, kaartje, 4 sep. 2017)


 
^
TOP

3 september 2017: CertiQ juli rapportage 2 - import / export groencertificaten, warmte dossier. In het tweede deel van de analyse van het augustus rapport van CertiQ (deel 1 hier) de import/export cijfers van garanties van oorsprong, en kort het warmte dossier. De unieke dynamische grafiek die de variërende contributie van GvO's per land, voor import Nederland in toont, is ook bijgewerkt.

Import / export GvO's

Hier onder vindt u weer de import- en export staatjes voor garanties van oorsprong (GvO's) van CertiQ, met de door mij berekende aandelen per optie (percentages in geel, bovenaan), en per land (idem in blauw/rood, rechts), t.o.v. de totalen aan geïmporteerde resp. ge-exporteerde GvO's.

De landen die als "grootste GvO exporteur naar Nederland" kunnen worden bestempeld wijzigen meestal met de maand. In augustus was het echter voor de tweede maal na elkaar wederom Denemarken, na in januari ook al de loef te hebben afgestoken t.o.v. de rest. Na een aandeel van 30% in juli, was het in augustus 29,1% van de totale import, Nederland in, wat Denemarken voor haar rekening nam. Het dominante deel van de GvO's betrof uiteraard weer windstroom exemplaren (98%), het restant wederom afkomstig van elektra opwek uit biomassa opties. Scandinavische "zus" Zweden nam ditmaal de 2e plaats in met 25,2% van de import certificaten voor ons land, grotendeels uit waterkracht GvO's bestaand (91%). En het Scandinavische trio werd door oude bekende Noorwegen gecompleteerd, op de derde plaats met 18,6%, waarvan 86% van de klassieke hydropower installaties afkomstig was. Italië zat daar ver achter, met 8% (wind / water certificaten, 80 / 20%). Nieuwkomer Tsjechië (juli) deed ook deze maand een verse duit in het zakje, met een mix van zelfs drie bronnen (totaal 1,3% van import), waaronder de enige zonnestroom certificaten die de virtuele Nederlandse grens passeerden (2,2 GWh). De rest van de in totaal 11 contribuerende landen (2 meer dan in juli) zat met de aandelen onder de 5%, Finland voorop (4,7%).

Ditmaal was niet Noorwegen, maar Zweden de grootste waterkracht GvO's leverende partner, met 400 GWh. Er was een redelijke balans tussen GvO's uit water (45,5%) en windkracht (51,9%). Biomassa voegde nog 2,4% toe, zonnestroom deed zoals gebruikelijk "voor spek en bonen" mee, met 0,1% van het totaal aan Nederland in geïmporteerde certificaten.


Totale import GvO's

Absoluut bezien is de import van GvO's t.o.v. de vorige maand fors afgenomen. In historisch perspectief bezien waren de import volumes: oktober 2016 4,2 TWh, november 1,4 TWh, december 5,4 TWh, januari 2017 4,2 TWh, februari 4,3 TWh, bijna 4,4 TWh in maart, 2,7 TWh in april, 2,2 TWh in mei, 1,9 TWh in juni, 2,8 TWh in juli. En in augustus nog minder dan 1,8 TWh. Het volume import GvO's in augustus ligt daarmee op een relatief lage 18% van een twaalfde deel van het fysieke Nederlandse stroomverbruik in heel 2016 (119,6 TWh volgens StatLine update van 6 feb. 2017; aandeel was nog 28% in juli). Ditmaal werd dus gelukkig "een relatief bescheiden deel" van het gemiddelde maandelijkse stroomverbruik op die manier fictief schoon gewassen met buitenlandse "groenheid".

Verschuivingen in het "12 maanden taartdiagram" t.o.v. het exemplaar voor juli. Het aandeel van Noorwegen, in de vorige maand rapportage voor het eerst niet meer het hoogste aandeel, is weer licht toegenomen. Evolutie van het aandeel van Noorwegen: Nov. 2016 26,0%, dec. 25,5%, jan. 2017 24,2%, feb. 23,3%, 22,2% in maart en april, 21,2% in mei, 20,3% in juni, 16,5% in juli, tot 16,7% in augustus. Italië, wat de eerste plaats ten koste van Noorwegen heeft ingenomen, zakte weer licht in, volgens de volgende reeks: dec. 2016 21,7%, jan. 2017 19,8%, feb. 18,9%, mrt. 17,1%, 16,3% in april en mei, een sterke stijging naar 18,9% in juni tot zelfs 19,5% in juli, en weer een procentpunt minder (18,5%) in augustus (nog steeds 1,8% meer dan Noorwegen). Denemarken won echter weer verder terrein op Italië, al blijft het land nog net achter Noorwegen steken: sep. 2016 12,4%, okt. 13,2%, nov. 14,5%, dec. 16,3%, jan. 2017 18,3%, feb. 16,8%, mrt. 17,2%, apr. 15,7%, mei 16,4%, 15,6% in juni, 15,4% in juli, en alweer 16,2% in augustus.

Frankrijk, waarvan de positie in januari stabiliseerde op een zeer lage 8,6%, groeide door de weer hoge februari (11,0%), maart (11,1%) en april (11,4%) contributies, viel in mei weer omlaag naar 10,3%, en verder naar 10,1% in de juni rapportage. Maar klom weer terug naar 11,3% in juli, om min of meer stabiel op 11,2% te blijven in augustus. Zweden, wederom abusievelijk niet in de legenda weergegeven door CertiQ (onderaan toegevoegd door Polder PV), ging aanvankelijk van 8,8% naar 7,5% (januari), 8,9% (feb.), 8,8% (maart), 9,6% in april, en in mei naar 9,9%. Viel terug naar 9,3% in juni, verder omlaag naar 8,5% in juli, om in augustus weer de weg omhoog te vinden naar 9,5%. Relatieve nieuwkomer Spanje, aanvankelijk van een half procent, via 1,1% (januari), 2% (februari), evolueerde stapsgewijs verder omhoog naar 5,5% in maart, 5,7% in april, 5,9% in mei, en 6,5% in juni. En heeft, zoals eerder door Polder PV voorspeld, met haar in juli bereikte 8,1% inmiddels Finland ingehaald, waarbij de voorsprong in augustus echter weer stabiliseerde (Spanje 8,0%, Finland 7,4%). De rest van de landen zit onder de 5%. Nieuwkomer Tsjechië is links bovenaan (nog niet als "segment") zichtbaar, met nog slechts 0,2% op de teller.


Verschuiving GvO import naar land van herkomst

Het continue verschuiven in de verdeling van de GvO's over de landen had Polder PV in de januari bijdrage voor het eerst grafisch al verder uitgediept. Zie aldaar voor de (statische) grafieken en toelichting. Polder PV gaat nog een stapje verder met de extensie van de dynamische grafiek die voor het eerst bij de analyses van de februari tm. juli rapportages werd opgemaakt.

Om deze verschuivingen wat beter zichtbaar te maken, heeft Polder PV van de afgelopen 14 maandelijkse rapportages, waarbij Nederland als "zelf-importerend land" uit de basis cijfers is gegooid door CertiQ, een animatie gemaakt. Tsjechië, nieuw ingetreden bij CertiQ, is voor het eerst in de vorige versie toegevoegd. Het filmpje is als een oneindige "loop" getoond, met een pauze aan het eind van de reeks. De rangschikking is met België telkens bovenaan beginnend (blauw), en kloksgewijs de landen volgorde alfabetisch afwerkend, via Italië onderaan (donkergrijs), uiteindelijk eindigend met Zweden (geel):


Voor een uitgebreide toelichting op de jaarcijfers van CertiQ, import, export, en "consumptie" van groene stroom certificaten in eigen land ("afboekingen"), zie de details in een vorige bespreking. Goed is in de animatie te zien dat Noorwegen haar langjarige leiders-positie in juli kwijt raakte aan Italië.

In de afgelopen 12 maanden inclusief augustus 2017 werd volgens CertiQ voor een volume van maar liefst 36.799 GWh aan GvO's Nederland in geïmporteerd. Dat niveau ligt tussen dat van juni (38.152 GWh) en juli (35.647 GWh) in, en is nog steeds zeer hoog. Dit, terwijl er in de periode van 12 maanden tm. juli 2017, met nog voorlopige cijfers voorhanden, slechts voor 14.698 GWh fysiek aan eigen opwek (op eigen bodem, inclusief de Noordzee) aan stroom uit hernieuwbare bronnen werd gerealiseerd. Een equivalent van slechts 40% van het volume aan import GvO's werd in eigen land opgewekt. Zelfs al moet er nog het nodige volume aan fysieke opwek bijgeschreven worden in toekomstige updates, het gat tussen eigen groene productie, en de import van GvO's voor het vergroenen van onze voornamelijk gas/steenkolen gevoedde stroommix, blijft onveranderd groot.


Export

Het "detail" plaatje voor de export van GvO's in augustus. Veel simpeler dan dat voor de import, al is er weer een "noviteit" te zien.

In augustus werd weer een zeer substantieel volume GvO's Nederland uit ge-exporteerd, bijna 279 GWh. We moeten ver terug gaan om een nog hogere export hoeveelheid terug te vinden. Januari 2017 lag namelijk nog iets lager (273 GWh). Pas als we bij februari 2016 (!) belanden, zien we daar een nog veel hoger volume (510 GWh). In de vorige maand, juli 2017 werd nog maar 110 GWh aan GvO's ge-exporteerd, het laagste niveau dit jaar was, op "exceptioneel" maart (4,2 GWh) na, april (77 GWh).

Tijdens het continue stuivertje wisselen tussen de lange tijd enige overgebleven "export kandidaten" was het in augustus wederom Noorwegen die de meeste groene papierwaren mocht ontvangen, 142,3 GWh, ruim 51% van het totaal. België kocht bijna 47% van dat totaal. En, verrassend, voor het eerst in lange tijd, is er een derde land, Zweden, wat zelf een majeure duurzame stroom productie kent (hydro, biomassa), wat desondanks wat van onze export GvO's opkocht (6,2 GWh / 2,2% van totaal). Voor het laatst dat een ánder land dan Noorwegen en/of België GvO's van Nederland kochten was mei 2016, toen Duitsland (!) een bescheiden hoeveelheid van 626 MWh aan GvO's kocht (zie bespreking).

Het grootste deel van de export GvO's kwam in augustus ditmaal van biomassa certificaten (ruim 51%), hydropower claimde bijna 45%, en er was nog 4,1% aan wind-certificaten te "vergeven" (11,3 GWh). De ratio export / import van GvO's is in augustus fors toegenomen, tot 15,9% (279 / 1.750 GWh). Dat was in juli nog maar 3,9% (110 / 2.811 GWh), in juni 6,1% (116 / 1.897 GWh), in mei 5,0% (109 / 2.159 GWh), en in april 2,8% (77 / 2.726 GWh), in februari nog 4,4%, in januari 6,5%. In december 2016 4,1%, in november 9,2%, en in oktober 4,3%. Maart 2017 was exceptioneel, met een ratio van slechts minder dan 0,1% (er werd toen bijna niets aan GvO's ge-exporteerd uit NL).

Onderaan het taartdiagram voor de laatste 12 maanden, waarbij, door het wederom hoge aandeel in augustus, de positie van Noorwegen weer iets verder is gestegen t.o.v. België. Het aandeel nam in de reeks vanaf november 2016 toe van 47,9%, via 52,3% in december, 60,8% in januari, 65,3% in februari, 65,4% in maart, 70,8% in april, 73,9% in mei, 80,5% in juni, 80,7% in juli. Daarna viel het in augustus weer omlaag naar 77,1% vanwege de contributie van Zweden in deze maand. Het aandeel van België daalde verder, van 54,2% (oktober) naar nog maar 15,7% in augustus. Zweden kwam in een keer op de derde plaats vanwege de contributie in augustus (7,1% van totaal). Over de laatste 12 maanden gemeten is het aandeel van alle andere landen nihil gebleven. In die periode van een jaar blijft het export volume, 1.753 GWh tm. augustus (wel behoorlijk gestegen t.o.v. de 1.517 GWh tm. juli), nog steeds een fractie van de totale import van GvO's in dezelfde periode (36.799 GWh, eerste taartdiagram in dit artikel): 4,8% (dat was in juli 4,3%, in juni 4,1%, in mei 4,0%, in april 3,7%, in januari was het nog 4,2%). Dus zelfs al is die ratio inmiddels wel iets gestegen: Nederland blijft, uniek in Europa, massaal netto importeur van "papieren groenheid".


Warmte incl. thermische zonne-energie

In het separaat verschenen "warmte equivalent" maandrapport blijkt het aantal projecten met (netto) 1 exemplaar te zijn afgenomen, van 259 naar 258 stuks. Netto bezien is 1 biomassa project "verdwenen" uit de CertiQ bestanden, gepaard gaand met een netto afname van 0,51 MWth aan duurzame warmte producerende capaciteit. Er bleef nog een substantiële hoeveelheid van 1.514,3 MWth productie vermogen over bij biomassa. De daarnaast ook al lang ingeschreven 13 geothermie installaties hebben een capaciteit van 199,2 MWth. Dat is 11,6% van de totale "warmte capaciteit", wat in het augustus rapport dus optelt tot bijna 1.714 MWth (de rest zijn biomassa verwerkende installaties van divers kaliber).

De tot nog toe geregistreerde hoeveelheid (gecertificeerde) duurzame warmte, waarvoor ook door CertiQ "warmte GvO's" worden verstrekt, kwam over de laatste 12 maanden tm. juli op een warmte equivalent van 2.964 GWh. Dat is 2,7% minder dan de bijna 3.047 GWh in het juli rapport. Maar dat was weer een forse 33% méér dan de 2.298 GWh in de juni rapportage. Gezien dit nog "jonge" dossier, kan er nog een hoop daadwerkelijk geproduceerde energie bij gaan komen, omdat de rapportage verplichtingen vooral op het gebied van warmte complex zijn, en veel tijd kosten. Genoemde hoeveelheid duurzaam geproduceerde warmte is energetisch bezien ruim 20% van de bijna 14,7 TWh die in de laatste 12 maanden tot en met juli 2017 uit elektriciteit "duurzaam" werd geregistreerd volgens het al jaren lang lopende equivalente dossier bij CertiQ.

Thermische zonne-energie: "beweging"
In het subdossier thermische zonne-energie is bij CertiQ wederom voor het eerst in lange tijd (voorjaar 2016) weer een wijziging geconstateerd. De in een vorige update getoonde progressie grafiek bleef lange tijd namelijk een "flat line" vertonen. Maar inmiddels is in het augustus rapport een installatie toegevoegd, wat het totaal bij CertiQ nu op 8 installaties brengt. De totaal opgestelde thermische zonne-energie capaciteit geregistreerd bij de TenneT dochter is daarmee met ruim 0,1 MWth toegenomen tot bijna 3 MWth. Het lijkt vrij waarschijnlijk dat het om een van de paar projecten met een SDE beschikking van RVO gaat. Onbekend is welke dat dan zou zijn. Voor de bijgewerkte grafiek van CertiQ zie het volgende plaatje.

Vanwege het nog geringe aantal installaties, is thermische zonne-energie nog niet in de energie productie grafiek van CertiQ opgenomen, met de bijgaande verklaring: "Productiecijfers voor zonthermie-installaties zijn nog onvoldoende beschikbaar en worden derhalve niet getoond."

(Voorgaande) analyses van maand rapportages CertiQ, door Polder PV:

2017:
Augustus 2 (huidige artikel, import/export GvO's, warmte)
Augustus 1 (focus op evolutie zonnestroom, wederom nieuw maandelijks productie record / GvO evolutie zonnestroom)
Juli 2 (huidige artikel, import/export GvO's, warmte)
Juli 1 (focus op evolutie zonnestroom, nieuw maand record aantal netto toegevoegde PV installaties)
Juni 2 ( import/export GvO's, warmte)
Juni 1 (focus op evolutie zonnestroom, nieuw maand productie record / GvO's zonnestroom)
Mei 2 ( import/export GvO's, warmte)
Mei 1 (focus op evolutie zonnestroom; doorbreking 500 MWp accumulatie, nieuw maand productie record)
April 2 (import/export GvO's, warmte / thermische zonne-energie)
April 1 (focus op evolutie zonnestroom; maandrecord uitgegeven aantal GvO's zonnestroom)
Maart 2 (import/export GvO's en warmte)
Maart 1 (focus op evolutie zonnestroom)
Februari 2 (import/export GvO's en warmte; primeur - dynamische weergave import GvO's)
Februari 1 (focus op evolutie zonnestroom)
Januari 2 (import/export GvO's en warmte)
Januari 1 (focus op evolutie zonnestroom; record toename capaciteit/mnd)

2016:
December
November
Oktober
Augustus-September
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari

2015:
Eerste (voorlopige) jaaroverzicht 2015
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari

Eerdere jaren: zie artikelen overzichten via index (vrijwel altijd aan begin van de maand bespreking nieuwe CertiQ maandrapport)

Statistische overzichten CertiQ (extern)


 
^
TOP

2 september 2017: CertiQ maandrapport augustus 1 - nieuw historisch record zonnestroom productie. De (netto) aanwas van aantallen nieuwe PV projecten en capaciteit in het augustus maandrapport van CertiQ waren relatief bescheiden t.o.v. eerdere maanden. Er werden netto 91 (nieuwe) gecertificeerde projecten toegevoegd, met een gezamenlijke (netto) nieuwe capaciteit met een omvang van 14,0 MWp. Er staat bij CertiQ inmiddels bijna 572 MWp aan gecertificeerde PV capaciteit geregistreerd. Wel werd een nieuw historisch record van 69,5 GWh gecertificeerde zonnestroom in een maand in de boeken bijgeschreven. De cijfers in beelden en toelichting.

In rood de maandelijkse "netto" toevoegingen (of: tijdelijke afnames), met referentie de rechter Y-as. Na een flinke toename in de periode dat de eerste SDE regelingen van kracht waren (2009-2011, hierbij veel kleine residentiële projecten!) zakte de activiteit wat de "aantallen" projecten betreft fors in, belandde op een dieptepunt in 2014-2015 (met een extreem negatieve uitschieter in januari 2014), maar is sedert begin 2016 weer gestaag aan het toenemen. Wel met soms nog netto afnames per maandrapport, maar dat zijn relatief kleine "dips" geweest. In de juli 2017 maand rapportage werd een "historisch record" gepubliceerd van (netto) 445 nieuwe PV installaties. In augustus viel dat terug naar een relatief bescheiden aantal van 91 exemplaren.

De accumulatie is getoond in de gele curve (referentie: linker Y-as) die, na het "plateau" in 2013-2015, het laatste jaar opvallend is gaan stijgen. De curve culmineert in het augustus rapport op een niveau van 13.978 gecertificeerde PV projecten in de database van CertiQ (gemarkeerd data punt rechts bovenaan).

De netto capaciteits-groei voor zonnestroom installaties was in het augustus rapport van CertiQ een stuk lager dan in juli. Er werd (netto) 14,0 MWp aan PV capaciteit toegevoegd. Daarmee is het op april na de maand met de minst (netto) toegevoegde capaciteit dit jaar. Daardoor zakte de gemiddelde maandelijkse toevoeging in 2017, tot vorige maand nog 22,7 MWp/mnd, naar een niveau van 21,6 MWp/mnd (groene stippellijn). Ondanks die geringe verlaging, ligt momenteel 2017 gemiddeld genomen in de eerste 8 maanden nog steeds een flinke 36% hoger dan het jaargemiddelde in 2016 (rose stippellijn, plm. 16 MWp/mnd). Die flinke verhoging van het gemiddelde wordt in 2017 met name veroorzaakt door de enorme toevoeging in het januari rapport, wat zeer waarschijnlijk het gevolg is van de opname van het 30,8 MWp Sunport project in de databank van CertiQ. Maar diverse daar op volgende maanden (met name maart, mei-juli), hebben beslist ook aan een forse extra toename bijgedragen.

Sedert het bereiken van de halve GWp aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit in het mei rapport, blijft de groei onverminderd doorgaan, ook al is het op een iets lager niveau. Zo ook in de huidige rapportage. De enorme versnelling in het CertiQ dossier, sedert de nazomer van 2015 (juni: 129,5 MWp), is kristalhelder in deze al jaren door Polder PV geactualiseerde grafiek. Eind augustus 2017 heeft de TenneT dochter in haar database een geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit met een omvang van 571,6 MWp in de boeken staan. Een factor 26 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En er zal nog heel veel op gaan volgen, gezien de enorme SDE subsidie portfolio's die er op het vlak van zonnestroom al eerder zijn beschikt door RVO. Verhevigd door de nu al bekende omvangrijke (record) toevoeging aan beschikkingen voor PV projecten in de voorjaarsronde van SDE 2017, met nog "een flink staartje te verwachten" bij deze subsidie verstrekker (al bijna 3.600 beschikte projecten bekend, analyse Polder PV hier). De tussenpozen tussen het bereiken van een nieuwe "100 MWp" grens bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar steeds korter geworden (afstand tussen de vertikale blauwe stippellijnen in de grafiek).

CertiQ data - vergelijking met vorig jaar
Om de grote versnellingsfase waar de CertiQ cijfers zich in bevinden bij zonnestroom beter te duiden, toetsen we deze weer aan enkele cijfers van vorig jaar. In de herziene jaar rapportages van CertiQ is voor eind 2016 t.o.v. eind 2015 een bijgestelde jaar groei vastgesteld van 12.989-11.585 = 1.404 nieuwe gecertificeerde PV installaties met een gezamenlijk (nieuw) vermogen van 426-234 = 192 MWp (gemiddelde: 137 kWp per installatie). Als we de gemiddelde groei cijfers voor januari tm. augustus 2017 daarnaast zetten (voorlopige cijfers: 181 netto nieuwe installaties cq. 21,6 MWp/mnd, systeemgemiddelde plm. 119 kWp), zou je extrapolerend op een kalenderjaar volume van zo'n 2.172 installaties met een gezamenlijke capaciteit van ruim 259 MWp kunnen uitkomen. Dat zou een jaargroei van 55% bij de aantallen nieuwe projecten, en 35% bij de capaciteit betekenen. Dat zijn op zich al zeer forse groeicijfers.

Dan kunnen enkele extra factoren daarbij nog een groei percentage verhogende rol gaan spelen: (1) Er zijn diverse grote zonnestroom parken in aanbouw, waarvan een deel dit jaar mogelijk al opgeleverd zal worden. Dat tikt aan bij de toegevoegde MWp-en bij CertiQ. (2) Gezien de "last chance" om nog legitiem oude SDE 2014 beschikkingen te verzilveren, is de verwachting dat beschikking houders nog zullen proberen om hun projecten daadwerkelijk op korte termijn gerealiseerd te krijgen, dus grotendeels nog in 2017. (3) Meestal worden de data die in de jaar rapportages van CertiQ voorkomen later behoorlijk omhoog bijgesteld. Zo bleek het totaal geaccumuleerde gecertificeerde volume bij PV in 2016 7% hoger te zijn geworden in de revisie dan in het eerste jaaroverzicht voor 2016 werd weergegeven (399 MWp werd 426 MWp). Dus de jaargroei in 2017 zou beslist nog wel hoger kunnen gaan uitpakken dan hierboven geschetst. Daarvoor moeten we echter wachten op de revisie van de cijfers over 2017, die we pas medio 2018 gaan vernemen (eerste cijfers: begin 2018).

Aandeel CertiQ t.o.v. "CBS totale PV capaciteit" sterk gegroeid sedert 2014
We kunnen de huidige PV-capaciteit bij CertiQ afzetten tegen de inschatting van het totaal geaccumuleerde zonnestroom genererende vermogen in heel Nederland volgens de laatste rapportage van En-Tran-Ce (overzicht rapportages, juli 2017: 2.340 MWp). Het Groningse onderzoeks-instituut rekent, met nieuwe inzichten, sedert het voorlaatste rapport (juni: 2.290 MWp accumulatie), met een gemiddelde toevoeging van 50 MWp per maand. Als we die toevoeging ook in augustus zouden hanteren (rapport nog niet verschenen), zou er eind augustus dus volgens En-Tran-Ce's methodiek 2.390 MWp PV vermogen kunnen staan in ons land. Met bovenstaande cijfers van CertiQ (572 MWp), zou er bij de TenneT dochter eind van die maand dus ongeveer 24% van die nationale capaciteit daar bekend staan als "gecertificeerd vermogen". Als we december 2014 als ijkpunt van vóór de versnelling bij CertiQ gebruiken (118,6 MWp volgens gereviseerd jaar rapport 2014, wat 4,6% hoger ligt dan de 113,4 MWp in de eerder gepubliceerde, "voorlopige" december rapportage voor dat jaar), en het CBS cijfer ernaast leggen (1.048 MWp, zie grafiek in mijn laatste artikel over CBS stats), komen we voor dat jaar op een verhouding van slechts ruim 11% uit! Ergo: augustus 2017, ruim 2 en een half jaar later, is dat aandeel van CertiQ capaciteit bij zonnestroom meer dan verdubbeld. Een trend die waarschijnlijk gaat doorzetten, als de residentiële markt "relatief matig" groeit / blijft groeien, en de (grote) projecten markt daarentegen versneld groter zal gaan worden - meestal met SDE "plus" beschikkingen op zak.

Systeemgemiddelde capaciteit
Met de blijvend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, blijft ook de gemiddelde projectgrootte groeien in de cijfers van CertiQ. Het systeemgemiddelde relatief nam afgelopen maand relatief bescheiden toe, van 40,2 kWp (eind juli) naar 40,9 kWp gemiddeld voor alle eind augustus bij CertiQ bekende (grotendeels SDE-gesubsidieerde) projecten. Dit is een factor 7,1 maal het gemiddelde begin 2010. En is al een factor 2,7 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn).

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoegingen in de augustus rapportage lag op een fors hoger niveau dan in de afgelopen maand rapportages, bijna 154 kWp. Dat is sedert maart (178 kWp gemiddeld) niet zo hoog meer geweest. Kennelijk zaten er dus 1 of meer vrij grote projecten bij het netto toegevoegde volume in augustus (in juli lag het systeemgemiddelde van de netto toevoegingen bijna een factor drie lager: 56 kWp).

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten bij elkaar een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er véél, en ook zeer grote nieuwe SDE projecten gaan instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben.

Ook niet SDE projecten bij kleine PV projecten CertiQ
Volgens het gereviseerde jaar rapport over 2016, zouden er 8.118 PV-installaties tm. 5 kWp in de CertiQ database staan, tm. 15 kWp zijn het er zelfs 10.302. Het allergrootste volume daarvan zal SDE (2008-2010) beschikkingen betreffen van particulieren en kleine ondernemers / stichtingen e.d., gezien de "ondercap" van 15 kWp vanaf SDE 2011. Maar er stromen beslist ook nog steeds niet SDE gesubsidieerde projecten kleiner dan 15 kWp binnen bij CertiQ. Dit is af te leiden uit het verschil tussen de gereviseerde, en de eerste jaar rapporten voor 2016 (gepubliceerd in 2017). Daar zit onder de 15 kWp een verschil in van 179 projecten (met een geaccumuleerd volume van 0,6 MWp). Die kennelijk in het eerste half jaar van 2017 zijn bijgeschreven voor dat jaar. Het is bijna onmogelijk dat dit oude SDE 2008-2010 projecten kunnen zijn, omdat die al lang opgeleverd moeten zijn. Derhalve zijn het "andere" kleine PV projecten. Mogelijke kandidaten, waarvoor dus kennelijk GvO's worden afgegeven en "verkocht", zijn kleinere installaties uit portfolio's van "groene stroom van vreemd dak" aanbieders zoals AGEM, Engie, Greenchoice, Huismerk Energie, Powerpeers, Vandebron, Vrij op Naam, e.a. Veel zijn het (nog) niet, maar het is wel een factor om rekening mee te gaan houden in de beschouwing (en gebruik!) van de CertiQ data.

Onder de wat grotere projecten (meestal enkele tientallen kWp tot een paar 100 kWp groot) zullen daarbij ook nog eens de nodige postcoderoos (PCR) projecten kunnen zitten (waarvan er volgens mijn aparte lijst inmiddels 72 zijn opgeleverd, mogelijk al iets meer). Postcoderoos projecten mogen, zoals wettelijk voorgeschreven, niet ook een SDE subsidie beschikking voor hetzelfde project hebben. In diverse gevallen werd, als er een poging werd gedaan een SDE beschikking te krijgen, en deze door RVO daadwerkelijk werd verzilverd, afgestapt van het PCR gebeuren, en is de participatie in het lokale project vaak omgezet in een soort van crowdfunding met rente uitbetalingen aan de crowdfunders. Ook deze projecten zullen bij CertiQ ingeschreven kunnen zijn, als er behoefte bestaat om de Garanties van Oorsprong van de groene productie van de betreffende projecten als extra - kleine - inkomstenbron te verzilveren. Noodzakelijk is dat echter niet, noch wettelijk verplicht.

Nieuw productie record in augustus

Na de kleine "terugval" in tot dan toe bekende productie van gecertificeerde zonnestroom, in juli 2017, laat de nu bekende productie eind augustus een nieuwe historische record waarde zien. Er werd reeds een hoog volume van maar liefst 69,5 GWh aan Garanties van Oorsprong door CertiQ aangemaakt. Wat 8% hoger ligt dan het vorige record volume in mei (64,5 GWh), en ruim twee maal zo hoog is dan het hoogste tot nog toe bekende productie cijfer in 2016 (juli: 32,9 GWh). Deze resultaten vindt u terug in de blauwe curve (referentie: rechter Y-as). De accumulatie van de (gecertificeerde) PV capaciteit (magenta curve) is terug te vinden op de linker Y-as. Daarbij horen de rode 100 MWp interval lijnen. De "winterdip" van 2016-2017 ligt alweer een stuk hoger dan die van 2015-2016, vanwege forse tussentijdse groei van de gecertificeerde PV capaciteit, en de meer-productie van die nieuwe installaties bovenop de output van de al bestaande projecten. Let op dat de volumes achteraf nog aangepast kunnen gaan worden, dus de vorm van de curve kan nog enigszins gaan wijzigen (in ieder geval: een gladder verloop krijgen).

De genoemde record productie in augustus (tot nog toe "geteld"), 69,5 GWh in een maand tijd, is het equivalent van het gemiddelde maandelijkse stroom-verbruik van grofweg 280.000 gemiddelde Nederlandse huishoudens (2.980 kWh/HH.jr anno 2015 volgens StatLine van CBS). Uiteraard is het gecertificeerde volume slechts een blijvend klein onderdeel van de totale, onbekende Nederlandse zonnestroom productie. Die mogelijk (maximaal) het vijf-voudige van de productie bekend bij CertiQ zou kunnen omvatten, dus het equivalent van het (elektra) verbruik van 1,4 miljoen Nederlandse huishoudens ...

Landelijke zonnestroom productie - berekend
Voor het - zeer conservatief berekende (!) - nationale zonnestroom dagproductie record op de Energieopwek.nl site van 1 juni verwijs ik naar de korte bijdrage in de bespreking van een vorig maandrapport (bijgesteld: 1.527 megawatt PV output rond middaguur volgens laatste data Energieopwek.nl). Sindsdien is er midden op de dag alweer een hoger output niveau behaald op 9 juli 2017 (1.555 MW momentaan vermogen) in de nog relatief jonge geschiedenis van dat interessante energie portal. Inmiddels is ook bekend wat de maximale "uurlijkse output" van die hele dag is / kan zijn geweest (En-Tran-Ce juli rapportage): ruim 1,5 GWh in een uur tijd (pers. comm. Martien Visser). In de maand augustus viel wat de momentane output betreft de "eer" te beurt aan maandag de 7e, wat echter een 7,5% lager niveau liet zien dan 9 juli (1.437 MW). Een combinatie van weer wat kortere daglengte, bewolktere lucht, en mogelijk een hogere omgevings-temperatuur zijn hier de mogelijke oorzaken.

Wel is er een nieuw "totaal output record windstroom + zonnestroom + elektra opgewekt via biogas" in de grafieken terug te vinden, en wel op 3 augustus jl. In totaal, inmiddels bijgesteld t.o.v. een eerder gemelde waarde van 5.075 MW naar max. 5.189 megawatt vermogen, na 4 uur 's middags, toen het zeer hard waaide bij zeer zonnig weer. Sindsdien hebben we geen hogere "totaal" outputs gezien. Dat kunnen we verwachten bij de eerstvolgende flinke storm, gezien de hoge impact van windenergie op de totale output in het portal.

De berekeningen van het Groningse onderzoeks-instituut En-Tran-Ce zijn gebaseerd op o.a. aannames over de opgestelde capaciteit in ons land, zeker wat het opgestelde PV vermogen betreft. M.i. zijn deze aannames, ook al zijn ze opwaarts bijgesteld, mogelijk nog steeds enigszins conservatief. Zie ook discussie in een voorgaand maandrapport.

De berekeningen van En-Tran-Ce laten voor de maand juli 2017 een zonnestroom productie van ongeveer 0,3 TWh zien, voor heel Nederland. Dat zou volgens hun eigen berekeningen 35% hoger liggen dan het niveau in juli 2016. De werkelijke productie zal waarschijnlijk wat hoger hebben gelegen (er staat waarschijnlijk meer capaciteit dan En-Tran-Ce suggereert). Maar genoemde 0,3 TWh is dus al een factor 4,3 maal de 69,5 GWh aan GvO's die (tot nog toe bekend / gepubliceerd) door CertiQ zijn afgegeven voor de bij hen bekende gecertificeerde PV installaties in de nieuwe "record" maand augustus 2017.

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV), Energieopwek.nl (landelijk berekend voor Energieakkoord), en "Renewable Energy in The Netherlands" maand rapportages (En-Tran-Ce / Energy Transition Centre, Groningen)


 
^
TOP

1 september 2017: Productie zonnestroom bij Polder PV. Augustus is voorbij. De zomer gaat over in de nazomer. De productie resultaten van het deels 17 jaar oude PV systeem van Polder PV.

Het 1,02 kWp kernsysteem van Polder PV genereerde 106 kWh in augustus. Dat is 2,8% minder dan het langjarige gemiddelde van 109 kWh voor die maand. Het lag ook beduidend lager dan de hoge opbrengst in augustus 2016, toen 118 kWh werd gegenereerd. Augustus 2016 was volgens het KNMI "zonnig", met west Nederland zelfs "zeer zonnig". Augustus 2017 had een "gemiddelde" zonneschijnduur volgens het meteorologische instituut, waarbij ditmaal het noordelijke kustgebied het zonnigst was.

In deze grafiek staat voor hetzelfde 1,02 kWp "kern"systeem de kalenderjaar productie van januari tot en met augustus geaccumuleerd weergegeven in de gele kolommen. Het langjarige gemiddelde (vanaf representatief jaar 2002 tm. 2017, oranje kolom achteraan) is 738 kWh voor deze installatie. 2017 lag daar met 729 kWh ongeveer 1,2% onder. Maar het is beslist niet het "slechtste" jaar qua productie. 2016 lag nog wat lager (722 kWh), en, afgezien van "niet representatief jaar 2005" (langdurige problemen destijds met buiten hangende, uitvallende micro-inverters, en lange tijd voordat de problemen door Nuon werden verholpen) is 2013 nog minder, en 2012 tot nog toe "het dieptepunt" geweest (702 kWh, 4,9% onder langjarige gemiddelde). Record jaar blijft, onge-evenaard, 2003, wat van januari tm. eind augustus al 844 kWh productie liet zien, 14,4% boven het langjarige gemiddelde. Qua instraling was het een ongekend jaar, KNMI qualificeerde dat jaar in haar jaaroverzicht als "Record zonnig, warm en droog".

De gekleurde stippellijnen zijn referentie waarden voor volledige kalenderjaar producties. Bruin: herleide oude referentie CBS (rekenend met specifieke kalenderjaar opbrengst van 700 kWh/kWp.jaar). Blauw: herleide nieuwe referentie Univ. Utrecht (rekenend met 875 kWh/kWp.jaar). Groen: fysiek behaalde gemiddelde jaarproductie over de representatieve kalenderjaren 2002-2016 (928 kWh/jaar). We zien aan zowel de productie van jan. tm. augustus (2017), als aan het langjarige gemiddelde (oranje kolom), dat we tm. augustus reeds boven de oude referentie van CBS zitten. En als er niets vreemds gebeurt met onze installatie tm. december, gaan we beslist ook weer met onze antieke installatie over de "nieuwe referentie" van Univ. Utrecht heen dit jaar.

Het 1,02 kWp systeem is onderdeel van onze complete PV installatie van 14, meestal (zeer) oude zonnepanelen. Wat een totale omvang heeft van ruim 1,33 kWp. En wat in augustus in totaal ruim 140 kWh produceerde (ruim 105 kWh/kWp in die maand).

Aan het eind van augustus stond de enkele teller van onze enkeltarief Ferrarismeter wederom 58 kWh lager dan eind juli. We hebben inmiddels een aardig overschot aan zonnestroom productie opgebouwd, omdat we gewoon een zeer laag basis stroom verbruik hebben. Wat je iedere Nederlander zou toewensen.


 
^
TOP

1 september 2017: Zonne-energie - zonnestroom versus thermisch - update. Eind vorig jaar presenteerde ik twee grafieken met cijfers over thermische zonne-energie in Nederland, deels in relatie tot de evolutie van zonnestroom. Het is tijd voor een update. De meest recente cijfers van CBS zijn namelijk van 30 juni 2017, en bevatten eerste, later waarschijnlijk nog bij te stellen data voor 2016.

Deze nieuwe grafiek toont per collector type, en voor de drie types bij elkaar opgeteld, de eindejaars-accumulatie van het totale collector oppervlak (apertuur* in vierkante meter). Uiteraard is de curve voor de afgedekte systemen bij particulieren (meestal ver onder de 6 vierkante meter, blauw) hier het meest relevant. Deze groeide prima begin dit milennium, zakte tijdens de crisis in 2008 wat in, versnelde toen weer licht, maar is stapsgewijs verder afgevlakt de afgelopen jaren. Met de eerst bekende cijfers voor eind 2016, zou er bijna 438.000 m² aan kleinere afgedekte zonnecollectoren aanwezig zijn.

Grote afgedekte systemen (groter dan 6 m², oranje), meestal bij bedrijven te vinden, groeiden, qua totale apertuur oppervlak, veel minder hard dan de residentiële installaties. Wel was er een lichte versnelling in 2009-2010, maar ook daar zette die versnelling niet door, en bleef het groeitempo vrij matig. Het totale oppervlak bleef eind 2016 voorlopig steken op zo'n 114.000 m², ruim een kwart van dat van de "residentiële" systemen.

Onafgedekte systemen, die men veelal op daken van zwembaden aantreft (ook bij particulieren, totaal in grijze curve), waren tot de crisis enigszins populair, maar daarna kwam er "goed de klad in", en daalde het opgestelde volume flink (waarschijnlijk deels ook vanwege - vermeende - einde levensduur). Eind 2016 zou er volgens het CBS nog maar ruim 100.000 m² aanwezig zijn. Een niveau wat eind vorige eeuw al was gehaald, en wat inmiddels onder het totale niveau voor afgedekte grotere collector systemen is komen te liggen ...

Alle drie categorieën bij elkaar optellend, komen we aan de bovenste, gele totaal curve, die globaal de vorm van die voor de "residentiële curve" met kleinere systemen - op afstand - volgt, maar die iets harder groeit, ook in relatieve zin. Van ver onder de 100.000 m² in 1990, eindigde het totaal voorlopig eind 2016 op ruim 652.000 m². Ter vergelijking: in buurland Duitsland zou volgens de branche organisatie Bundesverband Solarwirtschaft 19,9 miljoen vierkante meter thermisch collector oppervlak zijn geaccumuleerd eind 2016 (verdeeld over 2,24 miljoen systemen). Dat is een factor 31 maal zo hoog, bij een globaal slechts minder dan 5 maal zo grote bevolking. Ook hieruit blijkt klip en klaar dat het rijke Nederland op het vlak van de toepassing van thermische zonne-energie hopeloos achterloopt.

* Apertuur bij duurzame energie producerende zonne-energie installatie is de "afgrenzing" van het daadwerkelijk voor de energie omzetting gebruikte apparaat oppervlak. Het frame om zonnecollectoren en zonnestroom producerende modules mag daarbij dus feitelijk niet mee worden geteld, gebruikelijk is om de binnenrand van het frame als de "buitengrens" te gebruiken. Wat vacuumbuis thermische collectoren betreft, zal dan uitgegaan moeten worden van de twee buitenste buizen, en de bevestiging / doorvoer aan de binnenzijde van het frame. Veel "oppervlak" wordt bij dergelijke types collectoren natuurlijk niet gebruikt, vanwege de afstand / loze ruimte tussen de buizen. Maar die buizen hebben natuurlijk omdat ze rond zijn, sowieso een compleet ander karakter, dan klassieke vlakkeplaat collectoren.

Bij PV wordt verder ook geen rekening gehouden met loze ruimtes tussen de afzonderlijke cellen, omdat die kunnen verschillen tussen de vele honderden types. Bij monokristallijne zonnepanelen is er sowieso altijd extra verlies van fotosynthetisch potentieel vanwege de afgeronde cel-hoeken. Die zijn wel steeds kleiner geworden, zodat het oppervlak van de tussenruimtes ("diamantjes", lichtgekleurd bij standaard witte back-foil) ook is afgenomen, zeker bij moderne mono panelen. Zie ook "Apertuur rendement" in de "basics" sectie.


In deze grafiek de tijdreeks voor het aantal in gebruik genomen afgedekte zonnecollector systemen (oranje-geel), en onder de X-as het in dat jaar (door CBS berekende) aantal uit gebruik genomen installaties (blauw). Waarbij onder "uit gebruik genomen" van alles kan betekenen, inclusief het "in het geheel niet (meer) functioneren" van het systeem, terwijl het nog wel jaren op het dak kan (blijven) liggen. Linksboven, in een apart inset diagram, het resulterende volume aantal installaties aan het eind van het betreffende jaar (EOY), in 2016, met de huidige voorlopige cijfers, geaccumuleerd tot een volume van 154.439 stuks. De record jaarlijkse toevoeging vond alweer lang geleden plaats: 10.714 nieuwe afgedekte zonnecollectoren in 2009. De neergaande lijn bij de nieuw geïnstalleerd aantal systemen (5.145 in 2015) en het in dat jaar berekende forse aantal van 3.300 (vermeend) "uit-gebruik genomen" installaties, liet echter een niet al te beste trend zien voor de thermische zonne-energie sector.

Gelukkig is deze negatieve trend (ook in andere Europese landen een bekend verschijnsel) weer omgebogen in wat groei bij de nieuwe systemen, tot een volume van 6.050 stuks in 2016. Maar dat is nog maar marginaal beter dan het resultaat in het lang vervlogen jaar 2006. Deze trendwijziging is waarschijnlijk het gevolg van de in 2016 gestarte, tot eind 2020 door lopende ISDE regeling. Een aanschaf subsidie op duurzame apparatuur "niet zijnde zonnestroom producerende installaties". Maar in de harde statistieken van RVO blijken zonnecollectoren bij particulieren, op biomassa ketels na, het minst populaire product te zijn waarvoor subsidies werden aangevraagd (status updates op aparte pagina van RVO). In de update van 31 juli dit jaar was van het budget voor de in totaal 11.954 toegekende aanvraag subsidies voor particulieren slechts ongeveer een zevende deel voor zonneboilers bestemd. Ver over de 60% ging naar warmtepompen toe.

Voor zakelijke aanvragen waren zonnecollectoren nóg minder populair. Afgezien van het feit dat pelletketels daar nauwelijks op belangstelling konden rekenen, kon bij de budget toewijzing voor in totaal 9.048 apparaten voor zonneboilers er ook maar zo'n 6% van het totaal bedrag worden toegekend. Ook in de zakelijke wereld waren warmtepompen zeer populair, met een claim van zo'n 68%. De vraag is, of de extra 70 miljoen Euro subsidie voor de ISDE regeling in 2017, én de verbeterde condities voor zonnecollectoren (50% hogere subsidie per kWh output equivalent bij kleine systemen, en 20% meer bij de systemen vanaf 10 m² apertuur oppervlak), deze negatieve trend zal kunnen stoppen. Holland Solar is al langere tijd met een zonnewarmte promotie campagne bezig, en ziet, mede met inzet van SDE subsidie gelden, "kansen in Nederland". We zullen zien of hun inspanningen de nieuwe statistieken de komende jaren weer flink de hoogte in zullen gaan jagen. Voorlopig is het aantal SDE beschikkingen voor zonnewarmte projecten onbeduidend gebleken (zie cijfers onderaan recente SDE artikel op Polder PV).

Waar de sector echter ook nog steeds rekening mee moet houden is, dat het (berekende) aantal uit gebruiknames bij deze technologie alweer flink is toegenomen, en wel naar 4.454 uit gebruiknames eind 2016. Wat de installed base slechts langzaam doet groeien. Hier moeten echt grote slagen worden gemaakt, dat lijkt me duidelijk.


Deze reeds eerder getoonde, maar nu met (eerste afschatting voor) 2016 uitgebreide grafiek toont de door het CBS berekende (niet gemeten) jaarlijkse output van zonnestroom (geel) en zonnewarmte (oranje), in vergelijkbare energie productie equivalenten (terajoule, TJ **). Daarnaast is in groene kolommen de totale (berekende) output van beide opties bij elkaar weergegeven ("productie cq. bruto eindverbruik zonne-energie"). Voor alle drie de datasets heb ik een zwevend gemiddelde trendlijn laten berekenen door Excel (gestippelde curves). Hierin is ook kristalhelder terug te zien dat, terwijl de output van zonnewarmte in ons land weinig meer is toegenomen de laatste jaren (zelfs sterk is afgevlakt), die voor PV (zonnestroom) explosief is gestegen sedert 2011. Dat ten gevolge van de implementatie van honderden SDE-gesubsidieerde projecten die een extra boost bovenop de residentiële markt begon te geven (de laatste maakte ook nog een forse expansie door in de twee "nationale subsidie jaren" 2012-2013). De "cross-over" tussen de twee zonne-energie modaliteiten geschiedde in 2012-2013, en eind 2016 heeft PV, met 5.600 TJ (berekende) productie, al een factor 4,9 maal zoveel (berekende) output dan thermische zonne-energie (1.147 TJ). Die factor was nog 3,6x in 2015. Zonnestroom bereikte een aandeel van 83% in de totale output voor zonnewarmte en PV bij elkaar (ruim 6,7 petajoule zonne-energie). In 2015 was dat nog 78%.

** 1 TJ = 278 MWh elektrische equivalenten. Bij een gemiddeld stroom verbruik van 2.980 kWh per huishouden per jaar (2015 CBS Statline), zou dat neerkomen op de jaarlijkse elektrische in-house consumptie van plm. 93 huishoudens. De eerste afschatting voor opbrengst PV in NL in 2016 (5.600 TJ) zou dan neerkomen op het gemiddelde (2015) stroomverbruik van bijna 522.000 huishoudens (ruim een half miljoen, dat is meer dan de ruim 456 duizend huishoudens in Amsterdam).


In de laatste grafiek de door het CBS berekende percentages aandelen van zonnewarmte (oranje) en zonnestroom (geel), en de cumulatie van die twee (vetgedrukte cijfers bovenaan kolommen) in het totaal aan "vermeden emissies CO2 vanwege de inzet van hernieuwbare bronnen". De totale impact voor zonne-energie is, vooral door de zeer sterke groei van zonnestroom productie, rap toegenomen. Van vijf-honderdste procent in 2010, naar bijna 0,7 procent in 2016. Waarvan het leeuwendeel, 94%, afkomstig is van fotovoltaïsche omzetting van elektriciteit. De verwachting is dat dat aandeel rap verder zal toenemen, vooral gedreven door de dynamische, en zeker de komende jaren, zeer sterk groeiende PV markt.

Zonnewarmte; aantal installaties, collectoroppervlak en warmteproductie (CBS Statline tabel, update 30 juni 2017)
Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing (idem)

Statistische Zahlen der deutschen Solarwärmebranche (Solarthermie) Statistiek basics thermische zonne-energie Duitsland (BSW-Solar/www.solarwirtschaft.de)

 
 
 
© 2017 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP