![]() |
![]() |
||||||||
|
Nieuws
zonnestroom actueel |
|||||||||
|
|
<<<
recenter |
actueel
207
206 205
204 203
202 201
200-191
190-181
180-171
170-161 160-151
150-141
140-131
|
3 mei 2026. Zonnestroom productie PV systeem Polder PV zonnig april 2026, duidelijk bovengemiddelde productie voor de vierde maand. Na de bovengemiddelde productie in het eerste kwartaal presteerde de eerste maand van het tweede kwartaal in 2026 wederom bovengemiddeld, wat zonnestroom productie betreft.
In deze analyse de cijfers voor april 2026, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis, begin mei 2026, inmiddels 9.545 dagen in bedrijf is. Voor een verslagje van de systeemrevisie op 8 maart, bij het eerste kwart eeuw jubileum, 13 maart 2025, zie hier. De in een eerdere rapportage uitgesproken hoop dat "alles weer normaal" zou worden in 2025, als gevolg van die systeem renovatie, blijkt met de cijfers voor april tot en met december volledig te zijn uitgekomen. En zelfs tot de derde beste jaarproductie ooit te hebben geleid, dat jaar.
In onderstaand verslag de resultaten met het gerenoveerde, ruim een kwart eeuw oude Polder PV (kern) systeem.
In eerste instantie de gebruikelijke tabel met de fysiek gemeten maandopbrengsten per deelgroep in het kleine PV systeem van Polder PV, die hier onder zijn weergegeven.

De tabel met de gemeten / deels geïnterpoleerde producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, voor april 2026, en voor de sommatie van de producties in januari tm. april 2026, in vergelijking met de (specifieke) opbrengst in april 2025, en de cumulatieve opbrengsten voor de eerste vier maanden in 2025, helemaal rechts (zie aparte analyse op Polder PV). Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. De productie viel voor de periode januari tm. april 2025, mede vanwege de forse infra problemen die al langer in 2023-2024 speelden, tegen, omdat een deel van die periode nog vóór de infra renovatie werd geturfd. Die situatie is, net als in april 2025 tm. maart 2026, volledig gewijzigd. Alle producie resultaten liggen in 2026 weer redelijk dicht bij elkaar (kWh/kWp).
In de wederom "zeer zonnige" maand april 2026 is de vaak in het verleden goed presterende set met 2 Kyocera 50 Wp paneeltjes in serie op 1 micro-inverter ook ditmaal, net als in de voorgaande maanden, wederom de beste, met een specifieke opbrengst van 134,4 kWh/kWp. Op de 2e en 3e plek staan ditmaal het oudste kwartet zonnepanelen, 4x 93 Wp Shell Solar modules (129,9 kWh/kWp), en, vrijwel ex aequo, de 2 in de voorste rij staande, resp. de 4 in de achterste rij staande 108 Wp panelen ( rode resp. oranje band), met 127,5 kWh/kWp.
Vergelijk met april 2025 en met cumulatie januari tm. april 2025
De productie verschillen met de ook zeer zonnige maand april 2025 zijn vrij klein, tussen 2,2% minder, voor de oudste vier 93 Wp panelen, tot 3,1% meer productie bij Kyocera set (98,3 Wp).
Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van 130,9 kWh in april, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 128,4 kWh/kWp. Dat ligt 34% hoger dan de 95,6 kWh/kWp in maart 2026, vanwege een combinatie van weer toenemende daglengtes, de gemiddeld weer groter wordende hoogte van de zon t.o.v. de horizon, wat een nog sterker effect heeft (uitleg bij KNMI), en de heldere lucht in deze maand.
Voor de totale productie in de eerste vier maanden van 2026, blijft wederom de Kyocera set het beste jongetje van de klas (296,1 kWh/kWp), en ook hier weer de achterste set 108 Wp panelen, waarschijnlijk vanwege nog wat resterende schaduw effecten bij laagstaande ochtendzon, rode lantaarndrager (276,8 kWh/kWp). Omdat in maart 2025 het systeem door een infra renovatie weer op orde is gebracht, is er in de vier maanden van 2025 nog een deel van de productie achtergebleven t.o.v. een "normale" situatie, vandaar dat ik nog een rood kader heb gezet bij de meest problematische set panelen (2 108 Wp exemplaren in de voorste rij), die in die periode nog wat achterblijven bij de rest. De verwachting is dat over een langere periode in het jaar, het relatieve verschil verder zal afnemen.
Alle paneel sets hadden in januari tm. april 2026 een iets lagere productie dan in de eerste vier maanden in 2025, tussen de 11% minder voor de oudste set zonnepanelen, tot een vrijwel gelijk volume voor de in 2025 deels nog "problematische set" van 2 in de vooraan staande 108 Wp modules (rode band). Dit heeft grotendeels te maken met minder zonuren in 2026 (zie verder).
KNMI maandbericht
April 2026 kreeg van het KNMI de kwalificatie "Zeer zacht, zeer zonnig en aan de droge kant" toebedeeld (voorlopig overzicht van 30 april). Met 258 zonuren t.o.v. het langjarige gemiddelde van 196 voor die maand, lag dat dus alweer 32% boven het historisch gemiddelde [referentie periode 1991-2020]. Het aantal zonuren was duidelijk hoger dan in 1 dag langer durend maart 2026 (212 zonuren), maar was marginaal lager t.o.v. de 261 zonuren in zeer zonnig april 2025. Zuidwest Nederland was het zonnigst, met 260-270 zonuren, oostelijk Nederland moest het met "slechts" 240-250 zonuren doen (desondanks veel hoger dan de normaal, liggend op 185-190 zonuren). Centraal gelegen, landelijk gemiddeld weerstation De Bilt, had, met 264 zonuren, de vierde zonnigste april in haar meet historie.
Kijken we naar de cumulatie van het aantal zonuren in de eerste vier maanden, zien we dat 2026 bijna 7,5% minder uren zon liet zien dan in 2025 (623 om 673 zonuren), wat een verklaring is voor bovengenoemde "minder opbrengst" in die periode in het huidige kalenderjaar.
Het resultaat voor het nog steeds prima functionerende 1,02 kWp kernsysteem in april 2026 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2026 heeft een eigen kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.
Voor een korte bespreking van de maandproducties tm. juli 2025, zie de rapportage over augustus. Voor de overige maanden van 2025, zie de rapportage over december van dat jaar.
Januari 2026 kwam, met een productie van 23,1 kWh, minder dan 1% onder het langjarige gemiddelde (23,2 kWh) voor die maand uit. Februari zit, met 35,3 kWh, 18% onder het langjarige gemiddelde. Maart, daarentegen, komt, met 97,5 kWh, weer bijna 16% hoger uit dan het gemiddelde voor die maand. In april is er ook een flinke meeropbrengst t.o.v. het langjarige gemiddelde: 130,9 kWh t.o.v. 113,6 kWh, een verschil van ruim 15%. De extremen voor april lagen tussen de 87,8 kWh in 2024 (structureel problemen met infra op het dak), tot het hoogste niveau, 141,2 kWh, in april 2007 (24% meer dan gemiddeld). Zie ook de daarvoor in elkaar gezette animatie ("moeder aller april records"), op Polder PV.
Opvallend blijft, dat bij Polder PV, de maand met de gemiddeld hoogste productie over alle jaren, alweer een tijdje de maand mei is geworden. Dit heeft vermoedelijk te maken met de combinatie van hoge instraling, met een nog relatief lage luchttemperatuur. In warme zomermaanden, heeft het PPV systeem te maken met hittestress, met name bij de in ons appartement hangende micro-inverters (die op zeer hete dagen geforceerd worden gekoeld met computer ventilatoren). Ook is de lucht in mei koeler dan in de latere zomermaanden, en minder vochtig, waardoor de instraling gemiddeld genomen intenser is, ook over langere periodes.

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. 2022 is verwijderd, en 2026 is begin dit jaar toegevoegd in deze nieuwe grafiek. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Vooral 2025 steekt bij de voorjaar-zomer producties duidelijk boven de 2 eerdere jaren uit, met zeer hoge producties. Dit heeft deels met de infra problemen in 2023-2024 te maken (vooral in 2024 tot zeer lage opbrengsten leidend), en deels wordt het veroorzaakt door hoge instraling in deze maanden in 2025. We gaan in 2026 zien, hoe dit zich gaat ontwikkelen in die hoog-productieve periode. Met maart en april is hiermee alweer een aardig startschot afgegeven.
De eerste 4 maand producties in 2026 laten tot nog toe onder (februari) tot duidelijk bovengemiddelde niveaus zien (maart, april). Januari 2024 scoorde bovenmatig hoog in deze periode, wat in februari echter weer ten negatieve werd "gecompenseerd". Maart 2025 was exceptioneel, wat gezien de record hoeveelheid instraling in die maand, ook weer niet hoeft te verbazen.

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel. Momenteel is dat, voor het nieuwe jaar, de periode januari tm. april. De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in januari tm. april is in de laatste oranje kolom weergegeven, en door de horizontale zwarte streepjeslijn, en bedraagt (periode 2002-2026) inmiddels 264,0 kWh voor dit deel-systeem.
De spreiding in de cumulatieve opbrengsten is voor de eerste vier maanden nog steeds behoorlijk hoog. De verschillen worden echter later over een langere periode uitgemiddeld, en zullen beslist lager gaan worden tussen de jaren onderling. De extremen voor januari tm. april liggen momenteel tussen de 212 kWh (2024, jaar met nog deels niet herstelde infra problemen), en 326 kWh (2003). 2026 zit, met 287 kWh hoog in de boom, en komt op de 5e plek in de langjarige historie.
In bovenstaande grafiek is ook weer de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2026 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt inmiddels duidelijk onder het gemiddelde, op een niveau van 260,6 kWh.

In deze vierde grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. 2023 (lichtgeel) was, door diverse infra problemen, tot voor kort het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het toen nog laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).
2024 heeft, helaas "met stip", 2023 in negatieve zin overtroefd, en kwam, door een combinatie van structurele problemen met de oude installatie, en het beslist niet meewerkende weer door het jaar heen, tot en met december bij de productie op een nieuw laagte-record, 806 kWh (gemiddelde over alle jaren: 922 kWh).
2025 heeft, vanwege een combinatie van zeer zonnige condities, én de systeem infra renovatie in maart, de op twee na hoogste productie ooit opgebracht, voor dit deelsysteem: 1.003 kWh.
2026 begon in januari met een gemiddelde productie, februari ondergemiddeld, en maart en april weer beduidend bovengemiddeld. Eind april kwam de cumulatie al op 287 kWh.
De cumulatieve jaarproducties van de drie hoogst (2003, 2022 en 2025), en 2 slechtst presterende jaargangen (2024, 2023) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.
Data Anton Boonstra, Siderea.nl, NKP, Energieopwek.nl
Actuele data voor maart ontbraken bij publicatie van dit artikel nog bij zowel Boonstra als bij Siderea, die worden hier toegevoegd als ze worden gepubliceerd.
Instraling en productie data via Boonstra
Er is in april 2026 gemiddeld 150,8 kWh/m² instraling gemeten door het KNMI in Nederland, wat 4,1% méér zou zijn dan in april 2025. De extremen vinden we in noord-oost Nederland, met name in Groningen, met 145,3 kWh/m², en, opvallend, 156,2 kWh/m² in centraal gelegen Utrecht (nog voor Zuid-Holland en Zeeland). De relatieve verschillen met april 2025 lagen tussen de -2,7% in Zeeland, en +10,0% in Flevoland.
De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor de PVOutput data van de (bijna 1.100) Nederlandse contribuanten op 119,6 kWh/kWp in april 2026, wat, volgens Boonstra, 2,5% hoger lag dan in dezelfde maand in 2025. Rode lantaarndrager was Groningen, met 112 kWh/kWp. Zeeland had de hoogste gemiddelde productie, 125 kWh/kWp, gevolgd door Noord- en Zuid-Holland (123 resp. 122 kWh/kWp).
De productie van het gereviseerde PV-systeem van Polder PV kwam, met gemiddeld 34,6 kWh/kWp (eerste tabel aan het begin van dit artikel), wederom behoorlijk (14%) boven het provinciale gemiddelde (Zuid-Holland) uit, met een gemiddelde van 30,4 kWh/kWp, volgens Boonstra's data extracten. Met name in de warme zomermaanden ligt dat meestal andersom (wanneer onze micro-inverters vaak aan "hittestress" leiden).
De relatieve afwijkingen t.o.v. de productie cijfers in februari 2025 lagen tussen -20,7% in Noord-Brabant, en -9,6% tot -9,5% in Drenthe, resp. Groningen.
In de eerste 2 maanden van 2026 is, volgens de KNMI data extracten van Boonstra, een hoeveelheid van gemiddeld 57,5 kWh/m² aan horizontale instraling gemeten. Dit was 5,7% lager dan de instraling in dezelfde 2 maanden in 2025. De gemiddeld genomen laagste instraling in die 2 maanden werd gemeten in Groningen, 54,6 kWh/m², en, vrij byzonder, het hoogst in centraal gelegen Utrecht (60,0 kWh/m²). Het verschil tussen de extremen is niet zeer groot, Utrecht ontving gemiddeld bijna 10% meer instraling dan in Groningen. Bij de relatieve verschillen t.o.v. de instraling in januari tm. februari 2025, liggen deze tussen de extremen -9,7% in Limburg, resp. -1,5% in Gelderland.
Voor de eerste 2 maanden van 2026 kwam Boonstra met een specifieke productie van gemiddeld 48,2 kWh/kWp, 13,0% minder productie, dan in dezelfde periode in 2025. De extremen kwamen voor in Fryslân (40,2 kWh/kWp), resp. Zeeland, met 55,1 kWh/kWp (37% hoger dan in Fryslân). In relatieve zin, was de minder opbrengst t.o.v. januari - februari 2025 inmiddels het hoogst in Gelderland (-15,5%), en het laagst in Zeeland (-9,8%). Het oude PV systeem van Polder PV deed het inmiddels, na de uitgebreide systeem revisie op 8 maart jl., in januari tm. februari in Leiden, 17% beter (57,2 kWh/kWp, tabel bovenaan dit artikel) dan het provinciale gemiddelde van 48,9 kWh/kWp.
Instraling en productie data via Boonstra
Er is in februari 2026 gemiddeld 35,3 kWh/m² instraling gemeten door het KNMI in Nederland, wat 14,1% minder zou zijn dan in februari 2025. De extremen vinden we in noord Nederland, met 33,6 kWh/m² in Drenthe en ruim 34 kWh/m² in de 3 omringende provincies (Gr., Fr. en Ov.), en 37,0 kWh/m² in Limburg. De relatieve verschillen met februari 2025 lagen tussen de -16,5% in Limburg, en -11,0% in Fryslân.
De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor de PVOutput data van de (plm. 1.100) Nederlandse contribuanten op 31,0 kWh/kWp in februari 2026, wat, volgens Boonstra, 17,8% lager lag dan in dezelfde maand in 2025. Rode lantaarndrager was, wederom Fryslân, met 26,9 kWh/kWp. Limburg had de hoogste gemiddelde productie, 33,4 kWh/kWp, gevolgd door Noord-Holland en Zeeland (32,8 resp. 32,7 kWh/kWp).
De productie van het gereviseerde PV-systeem van Polder PV kwam, met gemiddeld 128,4 kWh/kWp (eerste tabel aan het begin van dit artikel), ruim 5% boven het provinciale gemiddelde (Zuid-Holland) uit, met een gemiddelde van 122 kWh/kWp, volgens Boonstra's data extracten. Met name in de warme zomermaanden ligt dat meestal andersom (wanneer onze micro-inverters vaak aan "hittestress" leiden).
De relatieve afwijkingen t.o.v. de productie cijfers in april 2025 lagen tussen -4,5% in Zeeland, en +7,6% in Overijssel.
In de eerste 4maanden van 2026 is, volgens de KNMI data extracten van Boonstra, een hoeveelheid van gemiddeld 304,1 kWh/m² aan horizontale instraling gemeten. Dit was 3,4% lager dan de instraling in dezelfde 4 maanden in 2025. De gemiddeld genomen laagste instraling in die periode werd, zoals wel vaker, gemeten in Groningen, 290,9 kWh/m², en, vrij byzonder, het hoogst in centraal gelegen Utrecht (315,4 kWh/m²). Het verschil tussen de extremen is niet zeer groot, Utrecht ontving gemiddeld ruim 8% meer instraling dan in Groningen. Bij de relatieve verschillen t.o.v. de instraling in januari tm. april 2025, liggen deze tussen de extremen -6,3 en -6,2% in Noord-Holland, resp. Zeeland, en +0,3% in Gelderland.
Voor de periode januari tm. april 2026 kwam Boonstra met een specifieke productie van gemiddeld 252,2 kWh/kWp, 6,3% minder productie, dan in dezelfde periode in 2025. De extremen kwamen voor in Fryslân (231 kWh/kWp), resp. Zeeland, met 270 kWh/kWp (17% hoger dan in Fryslân). In relatieve zin, was de minder opbrengst t.o.v. januari - april 2025 inmiddels het hoogst in Noord-Holland (-8,5%), en het laagst in Overijssel (-3,0%). Het oude PV systeem van Polder PV deed het inmiddels, na de uitgebreide systeem revisie op 8 maart jl., in januari tm. april in Leiden, bijna 10% beter (281,2 kWh/kWp, tabel bovenaan dit artikel) dan het provinciale gemiddelde van 256 kWh/kWp.
Verschillen
instraling vs. productie
De (positieve) verschillen van de gemeten producties zijn normaliter
kleiner t.o.v. dezelfde periode in het voorgaande jaar, dan bij de instralings-data.
Dit is al langere tijd zo, en is waarschijnlijk deels terug te voeren
op extra problemen, zoals veroudering, tijdelijk uitvallende omvormers
bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet - gebieden (woonwijken
e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling van PV installaties
bij klanten met een dynamisch stroom contract, in periodes met negatieve
stroomprijzen. Deze problemen zullen vermoedelijk stapsgewijs gaan toenemen.
In 2025 was de situatie echter omgekeerd: bij 11,7% meer horizontale instraling, heeft Boonstra, in een vorige update, 12,3% meer productie geconstateerd in de door hem beheerde groep installaties, tussen de jaren 2024 en 2025. Het is onduidelijk waar dit aan ligt. Mogelijk ligt het verschil binnen de statistische afwijkingen, en/of is de door hem geraadpleegde installatie populatie niet representatief voor het totaal aan PV projecten in Nederland. Dit blijft vooralsnog echter speculatie. In de 1e 2 maanden van 2026 was de situatie weer als vanouds.
Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening (LOB), met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad.
Nieuw bij Siderea.nl
Er zijn diverse toevoegingen geweest op de site van Siderea sinds oktober 2025, zie de berichten op het blog aldaar. Er wordt o.a. melding gemaakt van vervanging van het Limburgse KNMI meetstation Arcen (gesloten) door Horst (geopend). Zie ook het KNMI bericht van 20 november 2024 over dat nieuwe station. Bij de berekeningen voor de LOB overzichten is nu ook rekening gehouden met aparte opbrengst berekeningen voor zonnepanelen gericht op ZW dan wel op ZO. In de nieuwe LOB overzichten wordt daaruit een gemiddelde opbrengst getoond van die 2 gescheiden situaties.
Verder is er ook nog een interessante bijdrage toegevoegd (12 dec. 2025), waarbij op basis van publieke pyranometer waarden van station de Bilt geclaimd wordt, dat deze metingen "afwijkend gedrag" lijken te vertonen (diverse "spikes" gesignaleerd). Op de site wordt in de april 2026 rapportage zelfs aangekondigd, dat "Resultaten voor meetstation De Bilt worden niet langer getoond vanwege problemen met het meetinstrument".
Vervolgens gaat bij Siderea vanaf dit jaar (2026) gerekend worden met productie potentialen gebaseerd op uurwaardes, die nauwkeuriger resultaten zouden genereren dan die gebaseerd op de gebruikelijke dagwaardes (bericht 21 december 2025).
Tot slot, in een blog post van 16 januari 2026, stelt Siderea, dat de condities in (oostelijke) delen van Nederland wat instraling betreft meer op het "landklimaat van Duitsland" beginnen te lijken. Vanaf 2002 zou er zelfs "een abrupte verschuiving van zonuren naar de ochtend" zijn opgetreden, op basis van waargenomen verdelingen van de hoeveelheid daglicht in de ochtend resp. in de middag. Siderea claimt dat dit een indicatie zou zijn dat in delen van Nederland het zeeklimaat verdrongen zou worden door een meer landklimaat-achtig regime. Vervolgens wordt deze vaststelling gebruikt, om voor de langjarig gemiddelde opbrengsten voortaan (bij Siderea.nl) uit te gaan van de periode 2006-2025 † ...
Resultaten Siderea.nl
Voor april 2026 ("zeer hoge opbrengsten") worden haalbare specifieke opbrengsten van 135 kWh/kWp in oostelijk Brabant en in Eelde (Drenthe noord), tot 142 kWh/kWp in Den Helder (NH), voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO getoond. Tot waarden van 144 kWh/kWp tot 152 kWh/kWp voor dezelfde stations, en de hoogste waarde tevens voor Flevoland, voor installaties met optimale oriëntaties, op Z.
Voor januari tm. april 2026 liggen de prognoses tussen de 294 / 325 kWh/kWp voor Eelde in noordelijk Drenthe, tot 316 / 348 kWh/kWp in Zeeland.
Voor de nieuw-vastgestelde langjarige referentie periode 2006-2025 † (voorheen daar: 2001-2020) berekende Siderea voor alleen de maand april haalbare gemiddelde opbrengsten, tussen de 110 kWh/kWp (noord Limburg en de Veluwe, Gld) en 125 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "licht beschaduwde zonnepanelen met hellingshoek 40 graden op ZW of ZO". En 116 kWh/kWp (Veluwe, Gld), tot 134 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "optimale oriëntaties" op zuid.
Voor de periode januari tm. december voor genoemde, aangepaste meetperiode van 2006-2025, liggen de laagste waarden in centraal Gelderland (Veluwe, 911 resp. 969 kWh/kWp), de hoogste in de Kop van Noord-Holland (1.016 resp. 1.087 kWh/kWp), resp. Zeeland (1.004 resp. 1.072 kWh/kWp), op de voet gevolgd door het Friese Stavoren (1.000 resp. 1.071 kWh/kWp).
Zoals vaker gememoreerd, zijn door Siderea finaal berekende cijfers allemaal ideale gevallen. De meeste van de recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet (zoals al jaren blijkt uit de verzamelde data van Boonstra), omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties. Dit zal sowieso niet gaan verbeteren, maar eerder nog minder gaan worden. In ieder geval in de "zonnige" maanden. Wat de door de Eerste Kamer aangenomen wet afschaffen salderen voor extra negatieve gevolgen zal gaan hebben voor de te verwachten (specifieke) productie volumes is nog afwachten. Dit kan beslist een significante rol gaan spelen. 2026 wordt het aller-laatste jaar waarin er gesaldeerd mag worden, op 1 januari 2027 is het einde verhaal. In de op 4 september officeel gepubliceerde "Solar Bible", "Zon in de polder", wordt op pagina's 289-291 dieper ingegaan op de "mogelijke" resp. te verwachten (specifieke) opbrengsten van zonnestroom installaties in Nederland.
Nationaal Klimaat Platform had nog geen cijfermatige beschouwing over de eerste vier maanden van 2026 tijdens publicatie van deze analyse. Voor eerste inzichten over de productie in december en in kalenderjaar 2025, zie het artikel van 29 december 2025 (samenvatting op Polder PV).
De actueel berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV. Eerder leek te worden gesuggereerd, dat de energieopwek.nl site in de 2e helft van 2024 zou worden opgeheven, en in het NED zal worden ondergebracht. Begin 2026 is deze echter nog steeds als separate entiteit actief, zie hier onder.
Energieopwek.nl
De brondata voor, achtereenvolgens, Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en het Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (inmiddels gepensioneerd), die met steeds geavanceerder modelleringen worden gevoed (energieopwek.nl website). Hierbij dient echter de nodige prudentie betracht te worden. Zoals al langer verwacht door Polder PV, zijn door het CBS recent de capaciteits-cijfers voor zonnestroom in ieder geval voor 2023 en 2024 fors bijgesteld, in laatstgenoemd jaar in sterk neerwaartse richting. Inmiddels lijken de nu actuele productie cijfers op energieopwek.nl als gevolg van die forse bijstellingen, ook te zijn aangepast, want record volumes liggen nu op lagere niveaus dan in eerdere overzichten. Toen de cijfers nog niet waren aangepast, was er een opmerkelijk verschil met de officiële waarden gepubliceerd door het CBS te zien, met name in 2024 ff., zie de grafiek vergelijking met de maandproducties van CBS versus energieopwek.nl, gemaakt door Polder PV en besproken in het artikel van 21 november jl. De volgende bespreking gaat van de nu actuele (in een vorige update gecorrigeerde) volumes op de energieopwek.nl site uit.
In april 2026 werd het hoogste gemiddelde vermogen voor de berekende zonnestroom productie op de 29e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 6,74 GW over dat etmaal. Dit is, uiteraard, nog duidelijk lager dan het nieuwe historische record berekend, voor 2025, inmiddels voor 12 juni (7,24 GW). Maar voor april beslist goed te noemen.
In tegenstelling tot de eerste drie maanden, die gemiddelde pieken lieten zien die wat láger lagen dan de pieken in dezelfde maanden in 2025, is april 2026 nu de eerste maand die "hoger piekt" dan de hoogste piek in april 2025. Die werd destijds op de 27e bereikt, met gemiddeld 6,6 GW. April 2026 piekt dus ruim 2% hoger, 2 dagen later. Wel is opvallend, dat dit met iets minder zonuren in april 2026 is bereikt, dan in april 2025. Kennelijk is de tussentijdse (aangenomen) capaciteits-groei "voldoende" geweest, om dat nieuwe april record gevestigd te krijgen, op de 29e april dit jaar. Daarbij ervan uitgaand, dat de modellering van de berekeningen in het Energieopwek.nl portal de werkelijkheid zo goed mogelijk benadert.
Record waarden per maand
In de voorliggende maanden werden, met de huidige energieopwek.nl cijfers, de gemiddelde record waarden bereikt op de volgende (meest recente) data:
19 maart 2026 (5,01 GW), 25 februari 2026 (3,60 GW), 22 januari 2026 (1,78 GW).
25 december 2025 (1,93 GW), 21 november (2,23 GW), 1 oktober (3,97 GW), 7 september (5,07 GW), 11 augustus (6,18 GW), 1 juli (6,75 GW), 12 juni (7,24 GW, het nieuwe all-time-high maand record), 19 mei (6,89 GW), 27 april (6,60 GW), 27 maart 2025 (5,39 GW), 17 februari 2025 (3,99 GW), 13 januari (2,13 GW).
En voor 2024: 1 december 2024 (1,54 GW), 3 november (2,31 GW), 5 oktober (3,95 GW), 1 september (4,4 GW), 12 augustus (5,64 GW), 29 juli (5,97 GW), resp. voormalig record houder in dat jaar, 26 juni 2024, met 6,46 GW gemiddeld, flink lager dan oorspronkelijk 7,33 GW).
In 2023 werd het voorgaande jaar record, ook in juni, op de 13e vastgesteld op 6,23 GW gemiddeld (bij eerst-publicatie was dat nog maar 5,85 GW). Nieuwe records zullen mogelijk weer gaan sneuvelen vanaf de lente van 2026.
Het nieuwe dag-"record" voor de maand april 2026, op de 29e die maand, komt neer op een berekende zonnestroom productie van 6,74 (GW) x 24 (uren) = 161,8 GWh. Dat ligt ruim 2% hoger dan het hoogste niveau in april 2025 (27e: 158,4 GWh).
Voor de maand april 2026 werd de hoogste momentane berekende output piek voor zonnestroom, 19,22 GW, niet op de 27e (15,62 GW), maar 3 dagen later behaald, op de 30e. Ook op 23, 25, 28 en 29 maart kwam het momentane vermogen op vrijwel, of iets boven de 19 gigawatt uit. Die pieken liggen uiteraard nog duidelijk lager dan het historische record van bijna 20,1 GW momentaan vermogen berekend voor 12 juni 2025 (30 juni lijkt hoger uit te komen, maar vertoont een merkwaardige aberratie midden op de dag). De momentane dag pieken zullen vanaf april 2026 naar verwachting weer verder gaan groeien.
Hierbij is verder geen rekening gehouden met al enige tijd optredende curtailment (afschakel) volumes, in periodes van negatieve dan wel zeer onaantrekkelijke marktprijzen, die de werkelijk geproduceerde volumes verder onder druk zullen gaan zetten. Deze zijn beslist niet exact te becijferen, omdat veel van dergelijke informatie bedrijfsgeheim is, tenzij wettelijke voorschriften publicatie van die volumes zullen verplichten.
Solarcare 2025
Het bekende monitoring platform van Solarcare had eerder in 2024 reeds haar bevindingen over het kalenderjaar 2024 gepubliceerd. Zij kwamen met minder hoge gemiddelde opbrengsten dan in het zonniger jaar 2023. De gemiddelde specifieke opbrengst die zij hebben bepaald over hun deel-populatie (22 MWp, 2.500 installaties, dus gemiddeld vrij klein, 8,8 kWp per stuk), is 820 kWh/kWp.jaar. In 2023 was het nog 870 kWh/kWp.jr.
Zoals reeds verwacht, zijn begin 2026 de resultaten over 2025 gepubliceerd. Deze zijn beduidend hoger dan in 2024. Toen werden door ongeveer 2.000 geselecteerde PV-installaties (totaal plm. 20 MWp, dus gemiddeld zo'n 10 kWp per project) genormeerde producties behaald van gemiddeld 930 kWh/kWp, wat gemiddeld genomen zo'n 13% hoger was dan in 2024. De spreiding over heel Nederland was een zeer lage 780 kWh/kWp in Drenthe, tot een max. van 990 kWh/kWp voor Zeeland, en zelfs een regionale outlier van 1.050 kWh/kWp op Texel. Een "verondersteld gemiddelde installatie", met een opgesteld generator vermogen van 3,5 kWp zou in 2025 een jaaropbrengst van gemiddeld 3.287 kWh hebben gehad, volgens Solarcare. Opvallend is wederom, dat mei 2025 als meest productieve maand wordt gezien in de Solarcare analyse.
Het is hierbij goed om te beseffen, dat belangrijke deelpopulaties, die normaliter veel hogere specifieke opbrengsten halen, de zonneparken, en de grote rooftop projecten op DC's van meerder MWp-en hierbij niet vertegenwoordigd lijken te zijn.
Anton Boonstra vergeleek later zijn productie resultaten met die van Solarcare voor 2025 (Bluesky post van 2 februari 2026), en kwam tot enkele opvallende verschillen, met name voor de provincies Drenthe (veel lager bij Solarcare) en voor Flevoland (beduidend hoger bij Solarcare). De oorzaak van die verschillen zijn vooralsnog onbekend. De gemiddelde waarden voor heel Nederland ontlopen elkaar echter niet veel (919 AB, 930 kWh/kWp Solarcare).
Bronnen, achtergrond artikelen
Meetdata Polder PV sedert maart 2000
Extern:
April 2026. Vrij warm maar vooral uitzonderlijk droog en zonnig (30 april 2026, maandbericht KNMI, voorlopig!)
Zonnige en zeer droge april (30 april 2026, nieuwsbericht KNMI)
Jaar 2025. 2025 was zeer warm, droog en zeer zonnig (definitief jaaroverzicht KNMI 2025, 7 januari 2026)
Jaar 2024. Extreem warm en zeer nat met vrijwel de normale hoeveelheid zon (definitief jaaroverzicht over 2024, KNMI, 10 januari 2025)
Schonere lucht zorgt voor meer zonneschijn (zeer interessant artikel, KNMI, 18 juni 2025)
De staat van ons klimaat 2025: Nederlands weer in tijden van klimaatverandering (29 januari 2026, nieuwsbericht KNMI met link naar volledige rapportage. Let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 10, de progressie van de instraling per kalenderjaar [slide 11], en het berekende zonne- plus windenergie [potentieel] per dag, op slide 15. Op de berekende zonnestroom productie had Polder PV echter wel onderbouwd commentaar, zie draadje op Bluesky, 28 januari 2026)
De staat van ons klimaat 2024: Weer een recordwarm jaar (31 januari 2025, nieuwsbericht KNMI, met link naar volledige rapportage over dat jaar)
Klimaatstreepjescode krijgt nieuw streepje voor 2025 (nieuwsbericht 30 december 2025, KNMI)
Klimaatstreepjescode vanaf het begin van de jaartelling (nieuwsbericht 8 januari 2025, KNMI, incl. "klimaatstreepjescode" tm. 2024)
En verder:
Overzichten Anton Boonstra op Bluesky
Gemiddelde horizontale instraling per provincie in april 2026, resp. januari tm. april 2026 (post 2 mei 2026)
Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie van 1.100 installaties per provincie in april 2026 (post 2 mei 2026)
Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie per provincie in januari tm. april 2026 (post 2 mei 2026)
Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)
Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea
2025: Meer duurzame energie, ook meer ongebruikte overschotten. Voorlopig overzicht status Klimaatmonitor voor kalenderjaar 2025
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2025: 0,93 kWh/Wp (Solarcare ongedateerd januari 2026. Totale jaaropbrengsten 2025 van zo'n 2.000 installaties / 20 MWp.
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2024: 0,82 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2025. Totale jaaropbrengsten 2024 van zo'n 2.500 installaties / ruim 22 MWp, ongeveer 6% lager dan in 2023. Incl. provinciale verdeling).
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp (Solarcare / webarchive, ongedateerd, januari 2024)
2025 solar resource overview in maps: A year of exceptional highs and lows (7 januari 2026; blog artikel instralings-specialist Solargis over globale verschillen in instraling in 2025 t.o.v. langjarig gemiddelde. Europa deels 4-10% meer instraaling, oost Azië 15-20% meer, India en delen van Zuid en Midden Amerika 7-14% minder dan langjarig gemiddeld)
Solargis data helps unveil new insights into Europe’s solar radiation trends (16 februari 2026; blog artikel Solargis over langjarige trends van instraling in periode 1994-2023 in Europa. Gemiddeld 2,1 W/m² per jaar toename van de instraling, niet homogeen verdeeld over Europa, combinatie van effecten verminderde aerosol concentratie / luchtvervuiling en wijzigingen in wolkendek)
Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden / selectie. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet). Vanaf maart worden hier de Bluesky links geplaatst, direct toegankelijk voor account houders aldaar (equivalent op Twitter blijft voorlopig nog actief). Overigens, "detail", Visser is inmiddels gepensioneerd, maar zet diverse activiteiten zoals onderhavige gewoon door:
In april 2025 dekking van ongeveer een kwart van de finale energievraag gedekt door hernieuwbare bronnen in NL (post 2 mei 2026)
Berekende potentiële afschakeling zon & wind op land en in zee op 1 mei 2026 zo'n 10 GW, 65 GWh niet benut (post 2 mei 2026)
3% meer zonnestroom productie (nationaal) berekend in april 2026 dan in april 2025 (post 1 mei 2026)
Op 1 mei overdag bodem marktprijs EPEX van -50 ct/kWh, waarschijnlijk buitenlands vrije dag effect (post 30 april 2026)
April 2026 met 449 kwartierwaarden met negatieve stroomprijzen (post 30 april 2026)
28 april 2026 voorlopig dag record berekend van 300 GWh voor zon en wind (post 29 april 2026)
Ontwikkeling gemiddelde CO2 uitstoot per kWh bij elektra in Nederland (post 29 april 2026)
Dag productie record zonnestroom, 150 GWh, op 21 april 2026 (post 22 april 2026)
30 april 2026: Aangepast RVO SDE overzicht eerste kwartaal 2026 - 240 MWp netto toename PV project beschikkingen sedert 1 januari 2026 & "herhaal blunder" RVO.
In het voorgaande artikel werd ingegaan op de (dramatisch) verslechterde status van de statistiek voorziening bij RVO, m.b.t. de evolutie van de SDE beschikkingen incl. die voor zonnestroom. Omdat Polder PV op aanvraag toch de totaal cijfers voor de update van begin april wist te verkrijgen van het Agentschap, is voor een groot deel van de al vele jaren bijgehouden rapportages op dit gebied gelukkig een "bijna complete" RVO analyse mogelijk geweest. Of dit in de toekomst ook kan blijven geschieden, is echter nu nog ongewis.
Medio april 2026 verscheen het - uitgeklede - eerste kwartaal overzicht voor de SDE regelingen in 2026 bij RVO, met peildatum (1) april 2026, en alle overgebleven beschikkingen en realisaties voor de regelingen tm. SDE 2024. In deze analyse worden de meest recente cijfers getoond, die alleen maar gepresenteerd kunnen worden dankzij een cumulatie statistiek per SDE regeling die Polder PV op verzoek kreeg toegezonden van RVO, toen hij tot de conclusie kwam, dat essentiële info ontbrak.
Nieuw toegevoegd werd, t.o.v. de status op 1 januari 2026, een netto beschikt vermogen van bijna 243 MWp, onder uitsluiting van een onterecht weer opgevoerd "dubbelaar" zonnepark. Er verdween wederom een grote hoeveelheid meestal kleinere beschikkingen, bij de aantallen wederom vooral veroorzaakt door een grote hoeveelheid uitschrijvingen uit de oudste SDE regeling, SDE 2008. Sinds de update van 1 januari 2026 zijn er in totaal 327 beschikkingen, "goed" voor 22,5 MWp aan beschikte capaciteit verdwenen, waarbij SDE 2020-I de hoogste capaciteit kwijtraakte (7,2 MWp). De hoogste realisatie werd ditmaal bij SDE 2023 bereikt, met een toename van ruim 190 MWp verdeeld over 35 beschikkingen. SDE 2023, 2021 en SDE 2022 voegden de hoogste aantallen toe, al bleef het bij bescheiden niveaus: 35, 16, resp. 12 gerealiseerde beschikkingen.
De nieuwe realisaties en de tussentijdse uitschrijvingen leidden, in cumulatie, begin QII 2026, tot een volume van 13.853 MWp aan (SDE) beschikt gerealiseerd PV vermogen, verdeeld over inmiddels 28.763 gerealiseerde (overgebleven) aanvragen. Door verliezen / uitschrijvingen van veelal oudere gerealiseerde projecten, is dat aantal weer lager dan in de vorige update, en zal de ooit behaalde, tijdelijke status van meer dan 30.000 geregistreerde exemplaren (tm. rapportage 1 juli 2025) zeer waarschijnlijk nooit meer bereikt gaan worden onder de SDE regimes. De netto realisatie van 240 MWp beschikt vermogen in het eerste kwartaal van 2026 (balans van nieuwe realisaties en uitgeschreven projecten), is ruim 38% lager dan de 388 MWp toename in QIV 2025.
Gerekend naar het door RVO gemelde jaar van oplevering van de afzonderlijke SDE beschikkingen, is er een forse afname van de realisaties opgetreden, de afgelopen jaren. In 2023 (1.195 gerealiseerde toekenningen) nog maar bijna de helft van de realisatie in 2022; in 2024 (649 realisaties) nog maar 54% van het niveau in 2023, en in 2025 (263 realisaties) nog maar 41% van het niveau in 2024. Voor de vermogens kon dit helaas niet meer worden bepaald, omdat die gegevens niet meer per kalenderjaar worden getoond in het meest recente RVO overzicht. Voor 2026 zijn er tot nog toe nog maar 12 SDE realisaties bekend bij RVO.
De najaars-ronde van SDE 2018 blijft, met 1.750 MWp aan opgeleverde, beschikte capaciteit, realisatie kampioen van alle SDE regelingen, op behoorlijke afstand van de nieuwe numero 2, de najaars-ronde van SDE 2019, waar 1.541 MWp van is gerealiseerd, volgens de huidige status. Opvallend daarbij is, dat de SDE 2019 II regeling al een realisatie percentage van 79% bij de capaciteit heeft bereikt ten opzichte van de oorspronkelijk beschikte hoeveelheid, het hoogste relatieve aandeel van alle SDE regimes. De laatste officiële SDE "+" ronde, SDE 2020 I, de zesde regeling met meer dan 1 GWp, staat momenteel op een inmiddels weer neerwaarts bijgestelde, beschikte realisatie van 1.164 MWp. Na SDE "++" 2021 (momenteel 1.211 MWp), volgde SDE 2020 II als 8e regeling met meer dan 1 GWp gerealiseerd (bijgesteld tot 1.220 MWp).
Relateren we de nieuwe volumes aan het opgeleverde (beschikte) vermogen per dag, is er in de huidige versie, voor het totaal van alle SDE regelingen, in het eerste kwartaal van 2026, gemiddeld 2,7 MWp per dag gerealiseerd, 37% minder dan de 4,2 MWp/dag in het vierde kwartaal van 2025. Het gerealiseerde volume is bij de realisaties dus weer flink afgenomen in de SDE gedreven projecten markt. Records (QI 2022, 8,8 MWp/dag gemiddeld) zullen zeer waarschijnlijk niet meer worden gehaald, gezien de blijvende, grote problemen bij met name de actuele elektrische infrastructuur.
In de huidige update staan, onder de overblijvende SDE "+" regimes (SDE 2019 II en SDE 2020 I) nog maar 14 beschikkingen, resp. 53 MWp capaciteit open. Onder de vijf recentere SDE "++" regimes incl. de in een vorige update toegevoegde SDE 2024 regeling, is nog het grootste volume voorhanden, 834 openstaande beschikkingen, met 4,62 GWp aan capaciteit. In totaal resteren 848 nog openstaande beschikkingen, met 4,67 GWp aan capaciteit, de spoeling begint dus steeds dunner te worden onder de vigerende SDE regimes. Dit is wel nog zonder het volume wat toegekend zal worden onder SDE 2025, waarvoor slechts 1.075 MWp aan aanvragen (166 exemplaren) zijn binnen gekomen bij RVO.
De verliezen van talloze eerder beschikte projecten blijven ook in de huidige update aanhouden. Voor alleen de SDE "+" regelingen is, mede door het enorme, historisch geaccumuleerde verlies onder SDE 2020 I, al 43,7% (8.345 MWp) van het oorspronkelijk toegekende vermogen verloren gegaan. Nieuw relatief kampioen bij de verliezen onder de SDE "+" - "++" regimes is inmiddels SDE 2022 geworden: daar is nog maar 32,3% van het oorspronkelijk beschikte volume van over.
In totaal is er bij alle ooit toegekende SDE beschikkingen (SDE, SDE "+", en de 5 momenteel inhoudelijk bekende SDE "++" regelingen, SDE 2020 II, SDE 2021 tm. SDE 2024) inmiddels al 14,9 GWp aan beschikte PV capaciteit, verdeeld over 33.200 oorspronkelijke beschikkingen verdwenen. Sedert de update van oktober 2025 is dat reeds meer dan de helft van het ooit afgegeven aantal beschikkingen, wat is verdwenen (inmiddels 52,9%). Hiermee heeft de omvangrijke PV sector reeds een maximale marktwaarde aan subsidies van ruim 11,7 miljard Euro laten verdampen sedert de start van de eerste SDE regeling, SDE 2008.
Dit artikel behandelt in ieder geval de status update voor zonnestroom en, kort, thermische zonne-energie, gedateerd 1 april 2026. De vorige analyse, voor de status op 1 januari 2026, vindt u hier. Voor een overzicht van alle oudere detail analyses, vanaf mei 2017, zie de opsomming in de introductie van de update van 1 oktober 2023.
In deze meest recente update is bij de opgeleverde, netto overgebleven capaciteit, door RVO een "officieel" SDE beschikt zonnestroom volume opgegeven van 13.853 MWp (voor peildatum 1 januari 2026 was dat 13.612 MWp), verdeeld over 28.763 overgebleven project beschikkingen. In het overzicht van 1 januari 2026 lag dat laatste nog op een volume van 29.021 gerealiseerde toekenningen. Wat betekent, dat er, netto bezien, steeds meer registraties verdwijnen bij RVO, dan er in dezelfde periode zijn ingeschreven, in het laatste kwartaal (vergelijkbaar met de al langer vastgestelde trend van netto uitstroom in het omvangrijke VertiCer dossier). In de update van januari 2024 werd de piketpaal van netto dertigduizend gerealiseerde beschikkingen gepasseerd, maar door de toenemende uitschrijvingen bij RVO, is het overgebleven niveau dus weer verder onder die piketpaal gezakt. De capaciteit blijft nog steeds doorgroeien, wat betekent dat er een concentratie is van steeds grotere projecten in de RVO bestanden, en dat met name kleinere gerealiseerde projecten het RVO systeem "verlaten". Wat nog niets zegt over hun status, ze kunnen immers nog zeer lang gewoon doordraaien zonder SDE subsidie. Daar heeft RVO echter in het geheel geen oog meer op, het wordt in ieder geval niet (publiekelijk) gedocumenteerd.
Nadat de laatste SDE 2019 ronde I beschikking in de RVO update van 1 juli jl. was toegevoegd (maar al veel eerder bleek te zijn opgeleverd), staan voor de resterende 2 SDE "+" regelingen (2019 II en 2020 I) nu in totaal nog maar 14 (4 + 10) beschikkingen open (bijna 53 MWp).
In de rating van realisaties zijn er al enige tijd 8 regelingen die meer dan 1 GWp aan beschikte capaciteit hebben staan bij RVO. Bovenop de tussentijdse toevoegingen, verdwijnt er soms ook weer een gering volume per regeling, vermoedelijk vanwege de al frequent door Polder PV gememoreerde (continue) bijstellingen van de beschikte capaciteiten, en/of door gecontinueerde uitschrijvingen uit het SDE dossier, door RVO. Daar bovenop komen nog nieuw gerealiseerde projecten met late realisaties van overgebleven beschikkingen per regeling. Van boven naar onder zijn de overgebleven volumes nu actueel, achtereenvolgens, SDE 2018 II (1.750 MWp), SDE 2019 II (1.541 MWp), SDE 2017 I (1.489 MWp), SDE 2019 I (weer, onterecht, flink opwaarts bijgesteld, naar 1.335 MWp†), SDE 2017 II (1.267 MWp), SDE 2020 II, de 8e regeling met >1 GWp, met inmiddels 1.220 MWp geaccumuleerd. SDE 2021, 1.211 MWp, en SDE 2020 I, 1.164 MWp, sluiten deze rij van de 8 meest impact makende regelingen af.
Er is, tm. de hier besproken RVO update, die alle resterende beschikkingen omvat inclusief de recent toegevoegde SDE 2024, in totaal al een enorm volume van 14,9 GWp, aan beschikte SDE capaciteit, verdeeld over 33.200 beschikkingen, voor zonnestroom verloren gegaan (!) om diverse redenen. Hier wordt verderop in dit artikel dieper op ingegaan. In de huidige update staan, gecombineerd met de gecontinueerde verliezen onder oudere project beschikkingen, tot en met de laatst geïncorporeerde SDE 2024 toekenningen, nog resterende volumes open van 848 beschikkingen, resp. 4.674 MWp. Vanaf de reeds genoemde exemplaren voor de oudere regelingen, tm. de slechts 10 overgebleven exemplaren voor "grote verliezer" SDE 2020 I (SDE "+"), en de 23 resterende beschikkingen voor SDE 2020 II (SDE "++"). Nog maar 67 overgebleven exemplaren voor SDE 2021, 83 voor SDE 2022, en 406 overgebleven exemplaren van SDE 2023. De in een recente update toegevoegde SDE 2024 heeft nog 255 van de oorspronkelijk toegekende 283 beschikkingen, goed voor 1.558 MWp.
In het huidige artikel presenteer ik zoveel mogelijk de harde, actuele, "officiële" cijfers, mijn commentaar, en interpretaties. En geef ik uiteraard ook weer actuele updates van grafieken en tabellen. 2 nieuwe grafieken, toegevoegd in een vorige update, die de verliezen per SDE regeling in de loop van de tijd in beeld brengen, zijn ook weer bijgewerkt. Afgesloten wordt met de kleine update van thermische zonne-energie, waarin, wederom, slechts weinig is gewijzigd.
Voetnoot
"negatieve groei"
Zeer veel projecten worden de laatste jaren (soms fors) kleiner
gerealiseerd dan waarvoor ze oorspronkelijk zijn beschikt. Wat waarschijnlijk
(deels) met de grote problemen met aansluitingen, en overgebleven
capaciteit voor grootverbruikers op het net heeft te maken. In ieder
geval is het gevolg de al jaren door Polder PV gesignaleerde trend,
dat RVO de omvang van de gepubliceerde beschikkingen neerwaarts
bijstelt in de meest actuele updates over de SDE regelingen,
meestal als het project opgeleverd blijkt te zijn. Als dit geschiedt
bij een SDE regeling, waarbinnen weinig "activiteit" (lees:
nieuwbouw) is geweest sinds de voorlaatste rapportage, kan het gevolg
zijn, dat de totale overgebleven beschikte capaciteit binnen die
regeling lager uitpakt dan in de voorgaande update. Iets
dergelijks kan ook geschieden met het overgebleven aantal beschikkingen.
Bij een aantal uitschrijvingen wat uitstijgt boven het aantal nieuwe
inschrijvingen, resulteert netto negatieve groei in het betreffende
tijdvak.
Complete evolutie SDE dossier voor zonnestroom

Update van de grafiek gepresenteerd voor de status van 1 januari 2026, met de nieuwe cijfers voor 1 april 2026 toegevoegd (laatste kolom achteraan). Ik heb voor het huidige overzicht wederom de fysieke optelling genomen van de (overgebleven) beschikte volumes van alle gerealiseerde projecten in de door mij gevraagde specificatie per regeling, verkregen van RVO (de vermogens worden helaas niet meer weergegeven bij de afzonderlijke projecten!). In deze update zijn de volumes aan gerealiseerde PV beschikkingen weer op een relatief laag tempo toegenomen, de groei was ditmaal, wat de capaciteit aanwas betreft, het hoogst onder het SDE 2023 regime, met veel lagere realisaties bij SDE 2021 en SDE 2024. De eerste realisaties onder SDE 2024 vinden we als klein lichblauw segmentje, bovenop de laatste kolom gestapeld (36 MWp in accumulatie).
De totale netto groei (nieuw bijgekomen minus bij RVO uitgeschreven volume) is in het eerste kwartaal van 2026 weer beduidend lager geweest dan in het 4e kwartaal van 2025, zoals getoond rechtsboven in bovenstaande grafiek. Deze is, met 240,1 MWp, t.o.v. de netto aanwas in het voorgaande kwartaal, oktober-december van 2025, ruim 38% lager geweest. T.o.v. QI 2025 (een relatief grote netto toename van 341,6 MWp) was de aanwas een forse 30% lager. Voor de details, zie ook de bekende tabel, verderop in deze analyse.
Voor 13 SDE regelingen zijn weer netto neerwaartse correcties van oudere aantallen beschikkingen en voor 14 bij de capaciteiten doorgevoerd bij de realisaties, waarschijnlijk omdat deze oudere projecten actief zijn uitgeschreven uit de RVO registers (wat iets anders is dan fysiek verwijderd !!). Het hoogste volume van verdwenen beschikkingen vinden we weer bij SDE 2008, een flink volume van 251 exemplaren. Waarvan het grootste deel residentiële installaties zal zijn geweest. Bij de 1e 3 SDE rondes ging het sowieso om meestal kleine projectjes op woningen, tussen de 2 en ruim 9 kWp per stuk. Bij de capaciteiten gaat het bij de neerwaartse bijstellingen dan ook om relatief geringe aanpassingen, tot minus 502 kWp onder SDE 2008. Een van de onherroepelijke consequenties van meerdere forse neerwaartse aanpassingen bij de aantallen overgebleven beschikkingen voor de eerste SDE regeling was, dat in de update van 1 januari 2026, voor het eerst in de historie, er mínder gerealiseerde SDE 2008 beschikkingen zijn overgebleven dan onder SDE 2010, een situatie die tot de oktober 2025 update nog omgekeerd was. Inmiddels is nog maar 26% aan realisaties in de administratie van RVO overgebleven voor SDE 2008, ten opzichte van het oorspronkelijk beschikte aantal projecten (2.102 om 8.053 beschikkingen, zie groene sectie in de tabel).
Bij drie SDE ("+") regelingen zijn er in de huidige update geen capaciteit wijzigingen doorgevoerd (SDE 2012, SDE 2015 en SDE 2019 II).
Blunder van RVO 2.0: na herstel wederom in de fout met dubbelaar †
In de update van 1 oktober 2025 was een zeer opvallende uitzondering te bespeuren in de wijzigingen. Bij naspeuringen door Polder PV bleek de beschikking voor zonnepark Broekstraat in het Gelderse Voorst twee maal te zijn opgevoerd in de RVO lijst (1 maal onterecht voor gemeente Apeldoorn), waardoor toen een merkwaardige inconstitentie voor de cijfers voor SDE 2019 ronde I ontstond. Deze anomalie werd in de daar op volgende update van 1 januari 2026 gecorrigeerd door RVO (nog maar 1 entry voor betreffend project overgebleven, voor Voorst). Helaas was de gelijktijdige uitgesproken hoop van Polder PV, dat "dergelijke bizarre fouten niet meer zullen gaan voorkomen, maar ik sluit ze beslist niet uit" niet voorbarig. RVO is in de huidige update van 1 april 2026 opnieuw in de fout gegaan, en heeft wederom onterecht dezelfde foute dubbelaar weer in de lijsten gezet. Er moet dus sowieso 1 beschikking, én bijna 20 MWp worden afgetrokken van de huidige lijst, die dubbelaar moet (weer) weg. Het is duidelijk dat de interne controle processen bij dit agentschap niet op orde zijn, zo'n "herhaal fout" mag gewoon niet voorkomen.
Capaciteiten per regeling
Per gewijzigde regeling zijn bij de realisaties de volgende "eind"standen te zien, die ook in de grafiek zichtbaar zijn gemaakt. Alleen regelingen vanaf SDE 2014 worden hier behandeld.
Regelingen met (netto) "nul" danwel negatieve groeicijfers. De overgebleven (gerealiseerde) capaciteit bij de ooit succesvolle SDE 2014 is sinds de vorige update bijna 6,5 MWp "kwijtgeraakt", en komt nu op bijna 562 MWp. De daar op volgende regelingen stabiliseerden, op 7,9 MWp voor SDE 2015, op 121 MWp onder SDE 2016 I, en op 584 MWp voor SDE 2016 II. SDE 2017 I verloor 2 MWp en eindigt voorlopig op 1.489 MWp, de najaars-regeling verloor wat volume en kwam op 1.267 MWp. SDE 2018 I (voorjaars-regeling) bleef op 785 MWp staan, evenals de najaars-regeling, al langer record houder, met 1.750 MWp. De in de vorige update herstelde "anomalie" onder SDE 2019 I is helaas weer terug†, er is bijna 20 MWp teveel geteld, en de accumulatie komt nu onterecht weer veel te hoog uit, op bijna 1.335 MWp. De najaarsronde van 2019 bleef nog steeds steken op 1.541 MWp. De voorjaarsronde van SDE 2020, de laatste SDE "+" regeling, kwam, bij een verlies van 7,2 MWp, op een accumulatie uit van ruim 1.164 MWp. Ook de eerste SDE "++" regeling, SDE 2020 II, verloor wat vermogen, 3,5 MWp, bij een netto stabiel aantal project beschikkingen. En belandde daarmee in cumulatie op ruim 1.220 MWp.
Regelingen met (netto) positieve groeicijfers. Vanaf SDE 2021 hebben de regelingen voor de capaciteiten netto positieve aanwas cijfers sinds het laatste kwartaal van 2025. SDE 2021 zelf (enige jaar ronde) voegde netto ruim 24 MWp aan capaciteit toe (met netto 16 opgeleverde beschikkingen), waarmee deze op bijna 1.211 MWp uitkwam. Onder SDE 2022 was de toevoeging, bij een netto groei van 12 nieuwe beschikkingen, bijna 8,2 MWp, wat, in cumulatie, is neergekomen op 358 MWp. SDE 2023 voegde het hoogste volume in deze update toe, ruim 190 MWp, met netto 35 nieuwe beschikkingen, waarmee het voorlopig gerealiseerde, beschikte volume culmineerde op bijna 303 MWp.
Voor SDE 2024 zijn inmiddels 14 "officiële" realisaties bekend. Het geaccumuleerde vermogen nam in de huidige update met ruim 20 MWp toe, tot een nog relatief bescheiden 35,7 MWp. Dat vinden we terug onder het net zichtbare kleine bovenste segment in de laatste kolom.
Systeemgemiddelde capaciteit bij de realisaties
Als we terugrekenen naar gemiddelde capaciteit per beschikking die in het laatste kwartaal is gerealiseerd zien we, zoals is te verwachten, een behoorlijke spreiding tussen de SDE regelingen onderling. Deze varieert, bij de regelingen met netto groeicijfers, tussen de 680 kWp bij SDE 2022, tot al aardig grote (gemiddelde) projecten van 5,4 MWp onder SDE 2023 (netto 35 realisaties). Onder die laatste opleveringen vallen vermoedelijk enkele grotere zonneparken en, bij minder impact makende, grote rooftop projecten, die de gemiddeldes per regeling altijd flink kunnen opstuwen.
Totale progressie - realisatie
Omdat er tegelijkertijd ook weer de nodige beschikkingen zijn verdwenen in oudere SDE regelingen, met weer een grote hoeveelheid van 251 exemplaren onder de oudste, SDE 2008 regeling, is het netto effect van alle plussen en minnen, sedert de status in de update van 1 januari 2026, inmiddels weer een negatief volume van -258 oorspronkelijk ingevulde beschikkingen geweest (resultaat van 69 nieuw, minus 327 verdwenen). Hier zit de voor de tweede maal geïntroduceerde blunder m.b.t. het dubbel getelde zonnepark bij inbegrepen, in werkelijkheid is het netto resultaat dus -257 in de huidige update.
Bij de capaciteit domineren, als vanouds, de toevoegingen nog steeds de verdwenen hoeveelheden: er is netto 240 MWp toegevoegd sedert de vorige update. Dit is het netto effect van (a) gerealiseerde groei bij meestal jongere SDE regelingen, 243 MWp, (b) de uit de voorgaande bestanden weer verwijderde beschikte capaciteit, 22,5 MWp (diverse redenen mogelijk), en (c) de capaciteit van de onterecht weer ingevoerder dubbelaar onder SDE 2019-I, 19,6 MWp. Die moet weer worden afgetrokken van het netto resultaat, waardoor een beperkte groei van 221 MWp ontstaat sinds de vorige update.
Het gecorrigeerde resultaat is daarmee flink lager dan in de vorige update: 43% minder dan de netto 388 MWp toename in QIV 2025.
Toenames afgelopen updates; evolutie MWp realisaties PV projecten per dag
De netto nieuw toegevoegde volumes tussen 2 RVO updates, meestal een tijdsspanne van een kwartaal omvattend, lagen in 2022 tussen 189 MWp (QII) en 790 MWp (QI), in 2023 tussen 317 MWp (QI) en 598 MWp (QII), en in 2024 tussen 161 MWp (laatste kwartaal) en 491 MWp (QIII). De resultaten voor 2025 voegen daar tussen de 208 MWp (QII), en 388 MWp voor het laatste kwartaal aan toe, en het eerste kwartaal van 2026 nog maar 240 MWp. Gemiddeld genomen een duidelijke afkoeling, de laatste twee jaar.
Als we, voor een eerlijker vergelijking, terug rekenen naar het aantal dagen tussen de peildata (die behoorlijk kunnen verschillen, zie de afstanden tussen de updates in de grafiek), komen we tot een minimale aanwas in de tweede jaarhelft van 2013 (gemiddeld 22 kWp/dag), en een maximale groei in QI 2022 (8,8 MWp/dag !). In QI 2025 lag het gemiddelde weer op een aardig niveau, bijna 3,8 MWp/dag, viel in QII weer terug naar 2,3 MWp/dag, nam in QIII weer toe naar 3,6 MWp/dag, en eindigde in QIV op het hoogste niveau dat jaar, op gemiddeld 4,2 MWp/dag. Het eerste kwartaal van 2026 viel weer terug naar een niveau van 2,7 MWp/dag.
Genoemde 2,7 MWp gemiddeld per dag in het SDE dossier komt uiteraard bovenop andere realisaties bij projecten die andere incentives kennen (zoals EIA, SCE - "postcoderoos 2.0", subsidies voor sportinstellingen, VvE's, MIA / Vamil, Dumava, etc.), of zelfs helemaal geen subsidies. Zoals vaak bij nieuwbouw projecten, waarin eventuele PV daken in de bouwsom worden meegenomen. Dit nog exclusief de inmiddels flink afgekoelde residentiële markt, de dominante aandeelhouder van de "sub 1 MW markt" (recent overzicht hier), inclusief de portfolio's die bij de huur corporaties werden uitgerold (volumes: qua toegevoegde MWp-en onbekend, maar, althans in recente jaren, substantieel).
Voor de evolutie van deze relatieve maatvoering in uitsluitend het RVO - SDE dossier, heb ik een nieuwe versie van de bekende grafiek hier onder getoond:

Deze grafiek toont de gemiddelde groei van de nieuwe capaciteit per dag tussen twee RVO updates, daarbij rekening houdend met het aantal dagen tussen de peildata van de gepubliceerde rapportages. Tm. 2015 gebeurde er relatief weinig, met de laagste toename eind 2013 (22 kWp gemiddeld per dag nieuw volume gerealiseerd in die periode). Vanaf 2016 zijn de administratieve bijschrijvingen in de SDE gedreven projectenmarkt merkbaar gegroeid, vielen ze in Corona jaar 2020 kort terug, en lieten daarna nog sterkere wisselingen van het tempo te zien. Om te culmineren in het eerste kwartaal van 2022, met een record niveau van gemiddeld 8.776 kWp per dag toegevoegd in die periode. Na sterke wisselingen in het tempo werd 2024, met het laagste niveau in lange tijd afgesloten, 1.747 kWp/dag. In QI 2025 nam dat weer flink toe (3.795 kWp/dag), om het daar op volgende kwartaal weer net zo hard in te zakken, naar een niveau van 2.283 kWp/dag. De laatste 2 kwartalen gingen weer in de versnelling, en kwamen uit op volumes van 3.603 kWp/dag (QIII) resp. 4.220 kWp/dag (QIV). De toename in het laatste kwartaal was opvallend veel hoger dan de aanwas in QIV 2024 (factor 2,4 maal zo hoog). Maar het was al duidelijk lager dan de aanwas in QIV 2023 (5.086 kWp/dag, 17% minder). Het eerste kwartaal van 2026 viel fors terug, naar 2.668 kWp gemiddeld per dag.
In de grafiek is een voortschrijdend gemiddelde trendlijn (rood gestippeld) toegevoegd, waaruit duidelijk de terugval in realisaties (capaciteit) blijkt in de laatste jaren. Wat grotendeels door endemische netcongestie in Nederland wordt veroorzaakt, en enkele andere oorzaken, zoals steeds stringenter wordende voorwaarden in de elkaar opvolgende SDE regelingen, en harde competitie binnen die regelingen met talloze andere techniek platforms. De hoogtijdagen voor onder SDE gesubsidieerde PV projecten zijn duidelijk verleden tijd.
Alles bij elkaar opgeteld is er inmiddels, binnen het SDE dossier, voor een beschikt volume van 13.853 MWp aan "officieel gerealiseerde" PV-projecten, en dus met "ja vinkje" in de gepubliceerde lijst, bekend bij RVO, die een (of meer) SDE beschikking(en) hebben. Zoals te zien bovenaan de laatste kolom in de eerste grafiek in dit artikel. In werkelijkheid is er echter al meer aan het net gekoppeld, omdat (a) er flinke administratieve vertragingen zijn in de verwerking van data bij RVO, en (b) er ook heel veel projecten zijn die groter uitgevoerd worden dan het gemaximeerde volume in de beschikking, waarvan de "meer-capaciteit" door RVO echter niet wordt geopenbaard. Polder PV heeft hier honderden voorbeelden van in zijn eigen, al een decennium lang bijgehouden project overzichten. (c) Er ook al veel volume, wat beslist ooit onder SDE regelingen is gerealiseerd, niet meer staat geregistreerd bij RVO, maar mogelijk nog steeds actief is. (d) Tot slot is er een groeiende populatie PV projecten, inclusief de nodige bemerkenswaardige grotere exemplaren, opgeleverd, die nooit beroep hebben gedaan op de SDE regelingen, en die RVO helemaal niet kent.
(Nieuwe) afvallers update 1 april 2026
Terugkerend naar de eerste grafiek: bij de oudste regelingen, SDE 2008 tm. SDE 2019 I, zal er niets meer bijkomen, er staan geen beschikkingen meer "open" voor die regelingen. Wel zijn er in recentere updates nog steeds, regelmatig, om niet gespecificeerde redenen beschikkingen, soms zelfs voor reeds lang geleden gerealiseerde projecten, afgevallen. Redenen zouden kunnen zijn: brand, diefstal, hagel schade, installatie afgebroken, verhuizing / nieuwe eigenaar niet geïnteresseerd in subsidie perikelen, inschrijving bij VertiCer (moet eens per 5 jaar, verplicht bij SDE beschikking) niet meer verlengd, of een onbekende, andere reden. Die verloren gegane volumes zijn hier onder in detail weergegeven t.o.v. de update van 1 januari 2026. Zie ook de bespreking van de uitgebreide update voor de totale volume accumulaties in de tabel verderop.
Let hierbij op, dat het aantal verloren gegane beschikkingen en de capaciteiten beslist niet hoeven te "corresponderen". Zoals eerder in een voetnoot opgemerkt, zie ik al jaren, dat RVO zeer regelmatig forse (altijd: neerwaartse) bijstellingen van eerder beschikte capaciteiten doorvoert in haar SDE lijsten, die dus niet gepaard gaan met uitschrijving van de betreffende beschikte projecten. Men dient "projecten" derhalve beter te lezen als "beschikkingen", omdat er regelmatig meer dan 1 beschikking voor een en hetzelfde "PV project" wordt aangevraagd en afgegeven (meestal uit verschillende jaargangen, maar niet noodzakelijkerwijs). RVO besteedde in de "Monitor Zon-PV 2025" ook weer aandacht aan wat zij de "vrijval" van capaciteit noemen, met de nodige cijfers, (23 sep. 2025). Polder PV bericht hier al vele jaren over, en documenteert de volumes op basis van de meest recente RVO data in de bekende SDE lijsten.
Polder PV heeft van projecten met meer dan 1 SDE beschikking honderden voorbeelden in zijn overzichten staan. De grootste projecten, vanaf 500 kWp per stuk, waarvoor SDE beschikkingen zijn uitgegeven in mijn actuele overzicht, momenteel 3.109 stuks, hebben gemiddeld zo'n 1,22 beschikking per project. Ook dat is in de sector kennelijk extreem slecht bekend, want je hoort er verder niemand over, en/of de implicaties worden verzwegen. Zelfs door bekende analisten in de markt. Ook bij RVO wordt hier met geen woord over gerept.
In bovenstaand overzicht blijkt de afvoer van aantallen beschikkingen en daarmee gepaard gaande verloren gegane capaciteit wederom als een normale gang van zaken te zijn opgetreden, de meeste regelingen zijn weer beschikkingen en capaciteit kwijtgeraakt. De grootste capaciteit volumes in de recentere regelingen. Record houder voor zowel de aantallen als de capaciteit is bij die recente regelingen, ditmaal SDE 2023, die 212 beschikkingen verloor, resp. 169,2 MWp.
De eerste SDE regeling, die in een recente update door de continue verliezen (uitschrijvingen) van overgebleven beschikkingen onder de vierduizend exemplaren was gekomen, is wederom een groot volume van 251 exemplaren kwijtgeraakt, waarmee er momenteel nog maar 2.102 exemplaren over zijn voor die regeling. Oorspronkelijk waren er voor die 1e regeling 8.033 beschikkingen afgegeven, dus bijna 74% is alweer verdwenen resp. uitgeschreven bij RVO. Dit hoeft echter nog niets te zeggen over de installaties zelf, die kunnen (deels) prima zonder SDE subsidie blijven doordraaien (gedenk de prima functionerende, kwart eeuw oude PV installatie bij Polder PV!). Ze zijn wel buiten de waarneming van RVO komen te liggen, door de uitschrijving. Het overgebleven volume bij de aantallen is al veel lager dan onder het actueel resterende volume bij SDE 2010 (hiervan zijn nog 2.609 beschikkingen geregistreerd bij RVO).
Bij de capaciteit zijn, na SDE 2023, de opvallendste verliezen zichtbaar bij SDE 2022, SDE 2021, en SDE 2020 II (89 MWp, 20 MWp, resp. bijna 14 MWp minder). Het volume voor SDE 2019 I is echter weer kunstmatig opwaarts gecorrigeerd, vanwege de voor de tweede maal onterecht opgevoerde "dubbelaar" (zonnepark Broekstraat).
De totale, netto uitval t.o.v. de vorige update betreft een volume van 582 beschikkingen, met een netto verlies van 334 MWp aan (oorspronkelijk) beschikte capaciteit. Hierbij is genoemde anomalie (de "dubbelaar") niet meegenomen.
In de vorige update lagen deze uitval volumes op 803 stuks, resp. 908 MWp. In de update van 1 april 2022 ging een bizar hoog, historisch volume van 4.062 beschikkingen verloren.
Bij de capaciteit trad in de totale SDE historie het verlies record ook op in de update van april 2022. Toen viel zelfs 1.624 MWp weg, het grootste volume onder SDE 2020 I. In nog oudere updates waren het vooral de twee SDE 2017 rondes die zeer fors moesten incasseren met talloze verdwenen beschikkingen en capaciteiten. De grote klappen werden daarna vooral aan de twee SDE 2018 rondes, SDE 2019 I en SDE 2020 I toebedeeld. Inmiddels begint de wegval ook onder de SDE "++" regelingen significant te worden, met in de huidige update voor de niet zo lang geleden toegevoegde SDE 2023 regeling het hoogste verlies. De verliezen blijven op een hoog niveau, wat ongetwijfeld te maken heeft met de vele problemen in de oververhitte projecten markt, met de netcapaciteit als permanent etterende zweer die realisaties niet makkelijk maakt. En regelmatig zelfs actueel onmogelijk maakt. Het gevolg is dat een substantieel deel van de vaak met veel moeite gepaard gaande aanvragen, en uiteindelijk zelfs verzilverde SDE beschikkingen, uiteindelijk toch worden teruggetrokken door de ontwikkelaars. En/of langdurig op ijs worden gelegd. Zelfs de nodige zonnepark plannen, waar heel erg veel planning en geld in is gestoken, zijn, met SDE beschikking, de laatste tijd, uit de RVO lijsten verdwenen. Dat was nog niet zo lang geleden een zeldzame gebeurtenis.
Triest lijstje verliezen, impact wel weer iets minder in huidige update
In de historie van het SDE gebeuren zijn grote volumes aan afgegeven beschikkingen, gerelateerd aan capaciteit verloren gegaan, per RVO update. In de oktober 2023 update heb ik die voor het laatst op een rijtje gezet, zie aldaar. Ook zijn daar de percentages verliezen per regeling gememoreerd. Die vindt u verder ook terug in de bijgewerkte, grote SDE tabel verderop. Hier komt nu dus weer 334 MWp nieuw verlies bovenop. Om u een idee te geven van de impact van dat laatste cijfer: gerekend met moderne PV modules van 480 Wp (plm. 2,21 m²) per stuk, hebben we het, wat het verlies in de huidige, laatste update betreft, alweer over een niet gerealiseerd potentieel van 696 duizend zonnepanelen, met een gezamenlijke oppervlakte van zo'n 154 hectare, in een periode van 3 maanden tijd...
Nieuwe grafieken - uitval in beeld
De grafieken met een verbeelding van de verliezen / uitschrijvingen uit de SDE regelingen zijn inmiddels ook weer ververst.
In de hierboven weergegeven eerste grafiek wordt de evolutie van de overgebleven aantallen SDE beschikkingen voor PV projecten in de loop van de tijd vervolgd, per regeling, en met een markering per peildatum, beginnend op 1 april 2020. Toen waren de meeste SDE regelingen al langer "actief". Later actief geworden regelingen zijn, vanaf de peildatum dat er voor het eerst data van bij RVO verschenen, met een eigen kleurstelling opgenomen, van SDE "+" 2019 II tm. SDE "++" 2024.
Sommige SDE regelingen kenden slechts geringe volumes beschikkingen en/of het verloop is zeer gering in de loop van de tijd. Maar er zijn meerdere SDE regelingen waarbij de verliezen groot, tot zelfs catastrofaal zijn geweest. De meest impact hadden de uitschrijvingen onder SDE 2020 I, waarvoor de overgebleven volumes in de getoonde periode onderuit gingen, van 6.882 naar nog maar 2.397 beschikkingen, begin QII 2026. Er was toen nog maar minder dan 35% over van de beginwaarde in de grafiek. Ook de aantallen in andere "recente" regelingen, eroderen sterk, wat voor een belangrijk deel te maken heeft met de overal optredende netcongestie, die realisatie van veel nieuwe projecten onmogelijk maakt. Meestal omdat de periode waarin de beschikking verzilverd moet worden te kort is geworden in combinatie met andere factoren.
Let ook op de structurele, voortgaande uitholling van het aantal overgebleven exemplaren onder de oudste regeling, SDE 2008. Waarvan de uitschrijving bij RVO sinds het 2e kwartaal van 2024 al in de versnelling leek te zijn gegaan. En in de 3 laatste updates een zeer forse neerwaartse trend laat zien, met talloze nieuwe "uitschrijvingen" uit de RVO databank. Ook SDE 2009 en, opvallend, de vrij recente regeling SDE 2023, laten al een merkbaar neerwaartse trend zien. Wat laatstgenoemde regeling betreft, zal dat zeker om problemen met aansluiting aan het net zijn gegaan, waardoor de ontwikkelaars nogal wat projecten hebben moeten staken.
In de update van oktober 2025 is ook voor het eerst SDE 2024 opgenomen, die niet zeer veel beschikkingen had verzilverd voor solar, en die in dit diagram rechtsonderaan zichtbaar is geworden.
In deze tweede grafiek, die de erosie van de overblijvende, beschikte capaciteit (in MWp) aangeeft van alle SDE regelingen, is het verval nog duidelijker te zien. Dit heeft deels te maken met de schaalvergroting bij de aanvragen, en dus ook bij de beschikkingen. Komen dergelijke beschikkingen, om wat voor reden dan ook, te vervallen, heeft dit met name bij de overblijvende vermogens een merkbare impact (meestal duidelijk groter dan bij de aantallen beschikkingen). Daarbij komt óók, dat al jaren een duidelijke trend is bij RVO, dat talloze bestaande beschikkingen, bij uiteindelijke realisatie, bijna altijd neerwaarts worden bijgesteld: de projecten worden meestal (veel) kleiner opgeleverd dan waarvoor ze (ooit) zijn beschikt, mede vanwege netcongestie en andere problemen. Vaak zijn de neerwaartse bijstellingen zelfs aanzienlijk, en gaan bij grote geplande projecten als zonneparken en daken op distributiecentra, vele megawattpieken aan oorspronkelijk toegekende capaciteit verloren. In de al gememoreerde SDE 2020 I is het verval in de getoonde periode van 3.440 MWp naar nog maar 1.203 MWp gegaan (35,0% van beginwaarde in grafiek). Ook de nakomende SDE "++" regelingen (SDE 2020 II tm. SDE 2024), kennen al hoge uitval cijfers bij de capaciteit. Bij de nog niet zo lang geleden opgenomen SDE 2023 is inmiddels een forse erosie van de overgebleven beschikte capaciteit zichtbaar geworden (ruim 34% minder overgebleven vermogen).
Zelfs de recent opgenomen SDE 2024 is al een flinke hoeveelheid capaciteit kwijtgeraakt, ruim 11% van het oorspronkelijke volume. Het gaat daarbij, vanwege de voortdurende schaalvergroting binnen de SDE regimes, om, gemiddeld genomen, grote projecten, waar al heel veel tijd en geld in is gestoken door de ontwikkelaars.
De dramatische wegval bij SDE 2008, goed zichtbaar bij de aantallen overgebleven beschikkingen (vorige grafiek), is hier niet zichtbaar, omdat het sowieso altijd al om byzonder lage capaciteiten is gegaan (grotendeels residentiële projectjes). Er is nog net iets over de helft van de op 1 april 2020 overgebleven capaciteit (4,7 van 9,6 MWp) over voor die regeling. Ten opzichte van de oorspronkelijk toegekende capaciteit in 2008 (15,0 MWp), is het nog maar 31%.
Uitval totalen en percentages t.o.v. oorspronkelijke beschikkingen
Wat de totale aantallen verloren gegane beschikkingen betreft, zijn de procentuele "verliezen" (lees: uitschrijvingen) momenteel het hoogst: onder de 3 SDE regelingen SDE 2008 (-73,8% t.o.v. oorspronkelijk beschikt), onder de 14 SDE "+" regelingen SDE 2012 (-72,7%), resp. onder de 5 SDE "++" regelingen SDE 2021, die met 70,2% verlies de vorige "kampioen", SDE 2020 II (-67,7%), in negatieve zin heeft ingehaald. Bij de capaciteit zijn de grootste verliezers voor deze 3 super categorieën te vinden bij 2 van dezelfde regelingen. Dus, wederom SDE 2008 (-68,6%), en SDE 2012 (-75,0%). De grootste SDE "++" verliezer, SDE 2022, is nog dieper in het rood gekomen, en is inmiddels al 67,6% van het oorspronkelijk beschikte volume kwijtgeraakt. Deze 3 regelingen zijn dus al ver over de helft van de ooit beschikte capaciteit kwijtgeraakt, en/of de betreffende projecten zijn uitgeschreven bij RVO.
Het allergrootste deel van de omvangrijke verliezen betreft beschikkingen voor dakgebonden projecten. Toekenningen voor grondgebonden en/of drijvende zonneparken werden in een lange periode zelden terug getrokken, omdat er door ontwikkelaars vaak al veel geld in de plannen was gestoken, er al vroeg netcapaciteit was gecontracteerd met de regionale netbeheerder, en er een grondige (soms zelfs jaren lange) voorbereiding had plaatsgevonden. De meeste grondgebonden projecten met SDE beschikking(en) die in het verleden waren gestaakt, en die Polder PV in een apart overzicht bijhoudt, betreft kleinere projecten, met enkele honderden kWp tot een paar MWp in de oorspronkelijke plannen. Hier is voor het eerst in de update van oktober 2023 verandering in gekomen, toen een behoorlijke hoeveelheid grotere zonnepark beschikkingen waren ingetrokken, en waarvan destijds door Polder PV werd gehoopt, dat ze onder iets minder ongunstige condities, onder SDE 2023 opnieuw konden indienen. Uit een recente analyse van de gepubliceerde SDE 2023 regeling blijkt inderdaad, dat vrijwel het gehele volume aan toen ingetrokken grondgebonden projecten, daadwerkelijk weer een (of meer) beschikkingen onder SDE 2023 hebben weten te verzilveren (analyse PPV).
Desondanks staat er in de "afvoer" map van Polder PV inmiddels ook al een fors volume aan - deels SDE beschikte - zonnepark plannen. In de omvangrijke zonnepark update van begin 2026 is Polder PV daar wederom kort op ingegaan.
Voor de eerder gesignaleerde forse uitval onder SDE 2017 was al vroeg gewaarschuwd, door Siebe Schootstra op Twitter. Dit in verband met een geclaimd slecht business model voor bedrijven met hoog eigenverbruik van via een SDE beschikking gegenereerde hoeveelheid zonnestroom, waarvoor lagere subsidie bedragen dan voor directe net-invoeding zijn gaan gelden (rooftop projecten). De verliezen zijn voor alle rondes onder SDE 2017 en SDE 2018 weer iets opgelopen, door extra uitgevallen beschikkingen en capaciteit in de huidige update. Er staan voor genoemde regelingen sowieso geen beschikkingen meer open.
De grote gesignaleerde en gedocumenteerde verliezen in de eerdere updates zijn in ieder geval beslist slecht nieuws, ook voor Den Haag. Alle moeite die voor de hier dus definitief afgevoerde projecten is gedaan, honderden miljoenen Euro's aan SDE subsidie toezeggingen, alle duur betaalde ambtelijke tijd (en flinke consultancy uitgaven, en het laten opstellen van diverse kostbare rapportages voor ontwikkelaars) die hiermee zinloos is verspild: dat alles is voor niets geweest...
Ruim 11,7 miljard Euro misgelopen door de PV sector
Bovendien is het voor de branche organisatie ook zeer slecht nieuws, zeker in de huidige crisis tijd, met de alweer stijgende energie- en grondstof prijzen, flinke problemen bij de uitvoering van - vaak enorme - project portfolio's, grote krapte op de arbeidsmarkt voor gespecialiseerd - en kundig - personeel, en chronische problemen met beschikbare net-capaciteiten. Alle beschikte (overgebleven) PV projecten tm. SDE 2024 hebben een maximale subsidie claim van, inmiddels, bijna 14,6 miljard Euro (over een periode van maximaal 15 jaar exclusief "banking year"), tm. SDE 2022 is dat momenteel nog ruim 13,5 miljard Euro. In de versie van 1 januari 2026 was het overgebleven maximale subsidie bedrag tm. SDE 2022 nog ruim 13,6 miljard Euro, waarmee inmiddels alweer maximaal 150 miljoen Euro in een kwartaal tijd is verdampt voor de sector. Gelukkig is dat wel minder dan de helft van de 312,2 miljoen Euro verlies in de vorige update. In april 2022 was er een catastrofaal verlies van zelfs 1.284 miljoen Euro vanwege de enorme hoeveelheid beschikkingen die toen met name voor de SDE 2020 I regeling verloren gingen.
Oorspronkelijk is er vanaf SDE 2008 tot en met SDE 2024 voor zonnestroom maximaal voor zo'n 26,3 miljard Euro aan subsidie toekenningen uitgegeven door RVO en haar voorgangers. Gezien bovenstaande cijfers, hebben de zonne-energie branche, en de talloze niet aangesloten binnenlandse en buitenlandse organisaties die ook PV projecten ontwikkelen, nu al voor ruim 11,7 miljard Euro aan (maximaal haalbare) subsidie beschikkingen voor fotovoltaïsche capaciteit laten liggen. Daar hadden mooie dingen mee gedaan kunnen worden, de afgelopen jaren ...
Het goede nieuws - (nieuwe) realisaties update 1 april 2026
Uiteraard zijn er ook projecten cq. beschikkingen tussentijds "volgens de administratieve definities" van RVO gerealiseerd. Deze zijn, per regeling, benoemd in de sectie onder de eerste grafiek in dit artikel. De hoeveelheden nieuwe realisaties zijn echter beslist bescheiden, de hoogtijdagen zijn op dat punt al lang voorbij.
Bij elkaar is er een totaal van slechts 69 nieuwe formeel gerealiseerde beschikkingen, met een beschikt volume van 243 MWp t.o.v. de januari 2026 update toegevoegd tm. de SDE 2024. Tegelijkertijd zijn er echter ook, bij 13 van de oudere regelingen, 327 beschikkingen verdwenen (meeste bij de SDE 2008, 251 stuks). En is er in totaal 22,5 MWp aan beschikte capaciteit afgeschreven bij 14 regelingen. Dit betreft zeer waarschijnlijk deels neerwaartse bijstellingen van kleiner dan beschikt opgeleverde projecten, en/of daadwerkelijk fysiek uitgeschreven project beschikkingen. Bij elkaar genomen is het netto resultaat van al deze wijzigingen, t.o.v. de status in januari 2026, dus bij de aantallen een negatieve groei van -258 exemplaren, resp. 240,1 MWp capaciteit toegevoegd. Als we de herhaalde blunder m.b.t. de onterecht weer toegevoegde zonnepark "dubbelaar" hier uit elimineren, is het netto verschil resultaat -259 exemplaren, resp. 220,5 MWp.
Het absolute record bij de capaciteit nieuwbouw was te vinden in de update van 4 januari 2021, toen er netto 891 MWp werd toegevoegd aan de SDE data bij RVO. In eerdere regelingen werden hogere aantallen beschikkingen gerealiseerd, maar die waren per stuk flink kleiner, dan wat er tegenwoordig gemiddeld genomen wordt opgeleverd vanuit de SDE regelingen.
Met alle SDE regelingen bij elkaar, was het in de update van 1 januari 2024 voor het eerst in de geschiedenis, dat er meer dan dertigduizend toekenningen de status "realisatie" hadden bereikt, en die niet om een of andere reden weer waren afgevoerd uit de RVO databank. In de vorige 2 en huidige updates is dat door de forse netto negatieve groei weer afgenomen, naar inmiddels 28.763 exemplaren, en zal het niveau van dertigduizend overgebleven beschikkingen niet meer kunnen worden behaald gezien de voortgaande, forse uitval van gerealiseerde beschikkingen. In totaal is er bij de capaciteit inmiddels 13.853 MWp opgeleverd, volgens het door RVO gepubliceerde niveau van de beschikkingen. Dit is echter exclusief niet door RVO vermelde "capaciteit realisatie die boven de beschikking uit gaat".
Disclaimer
Let altijd op, dat de "capaciteit" (deze update, 221 MWp "netto groei" sedert januari 2026, excl. de zonnepark dubbelaar blunder van RVO), beslist niet het daadwerkelijke, fysiek gerealiseerde volume is, of hoeft te zijn. RVO geeft dat namelijk in de meeste gevallen niet op. Zoals meermalen gesteld, heb ik van talloze projecten met SDE subsidies fors verschillende opgeleverde capaciteiten in mijn spreadsheet staan, die soms wel tot 30% kunnen afwijken van het capaciteit cijfer getoond in de RVO lijsten. Zowel afwijkend naar boven, als naar onder. RVO stelt de laatste paar jaar wel frequent de opgevoerde toegekende projecten middels (neerwaartse !) correcties bij t.o.v. de eerder beschikte volumes. Ze noemen dat "vrijval", maar ze beperken, erg vreemd, het tellen daarvan tot project beschikkingen waarvan de realisatie minder dan 90% bedraagt t.o.v. de oorspronkelijke beschikking ("gedeeltelijke vrijval" van capaciteit, wat 5% van de totale vrijval zou zijn geweest in 2024 [totaal = grotendeels ingetrokken beschikkingen + "gedeeltelijke vrijval"], zie Monitor 2025). Daar staat tegenover, dat voor projecten die groter worden uitgevoerd dan waarvoor staat beschikt, zeker in het verleden vaak gesignaleerd, RVO de beschikte capaciteiten vrijwel nooit aanpast in hun overzichten. Bovendien kunnen we nog heel wat meer neerwaartse bijstellingen gaan verwachten van reeds opgeleverde projecten, omdat informatie over feitelijke realisaties pas (zeer) laat op de RVO burelen kan arriveren. Die correcties verschijnen dan pas achteraf, in toekomstige updates.
Bovenstaande zal moeilijker te traceren zijn, omdat vanaf de update van 1 april 2026, de individuele beschikte vermogens per beschikking niet meer worden gepubliceerd ...
Dit alles, ook nog zonder de nieuwe projecten die géén SDE beschikking(en) hebben, maar die wel degelijk worden gerealiseerd. Ook daarvan heeft Polder PV al een forse, nog immer groeiende hoeveelheid in zijn project overzichten, die dus niet in de RVO records voorkomt. Ergo: de "betekenis" van de SDE populatie, is ook al aan het eroderen, nogal wat nieuwe realisaties worden immers al langer zonder SDE opgeleverd. En zijn dus helemaal niet bekend bij RVO.
Voor de details van alle wijzigingen en "overgebleven" aantallen bij de verschillende categorieën, en de diverse SDE regelingen, zie de volgende tabel hier onder.
Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen - update 1 april 2026
Voor uitgebreide toelichting bij de (inhoud van de) tabel, zie artikel met analyse status 3 april 2017.

^^^
KLIK op plaatje voor uitvergroting (komt
in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)
In deze regelmatig door Polder PV ververste hoofd-tabel alle relevante bijgewerkte zonnestroom cijfers voor de aantallen en Megawatten voor alle (bekende) SDE regelingen, waarbij de vijfde SDE "++" ronde (SDE 2024) in de update van oktober 2025 was toegevoegd, met inmiddels al enkele realisaties. De tabel bevat verder de actuele cijfers van de update van 1 april 2026 voor alle oudere regelingen. Links de oorspronkelijk beschikte volumes, in rood de actuele status van wat RVO met de huidige (detail) update nog in portfolio heeft staan, in blauw de daar uit resulterende, verloren gegane hoeveelheden t.o.v. oorspronkelijk toegekend. In groen volgen de fysieke volumes, volgens administratieve normen van RVO geldende "opgeleverde" (gerealiseerde) project beschikkingen. De laatste vier kolommen betreffen de overgebleven hoeveelheden, nog in te vullen (of t.z.t. af te voeren) beschikkingen van de betreffende SDE regimes. Ook wel: de projecten "pijplijn" genoemd.
Zowel voor de aantallen als voor de beschikte capaciteit waren de oorspronkelijke toevoegingen onder de najaars-ronde van SDE 2018 aanvankelijk wederom record hoeveelheden, die de voorgaande records onder de voorjaars-ronde van 2017 hebben vervangen. Het aantal beschikkingen onder de voorjaars-ronde van SDE 2019 had het stokje op dat punt van die van het voorgaande jaar overgenomen, met een record van 4.738 toekenningen door RVO. SDE 2019-II viel echter weer sterk terug, vanwege zeer hoge uitval als gevolg van de extreme overtekening van het beschikbare budget. En het feit, dat door felle competitie met andere projecten, alleen de beschikkingen overbleven die laag hebben ingezet met het betreffende fase bedrag. Dat zijn grotendeels alleen de grotere projecten geweest, talloze aanvragen voor kleinere rooftop projecten zijn binnen die regeling gesneuveld.
De laatste SDE "+" ronde, SDE 2020 I, verzette wederom alle piketpalen. Onder die ronde zijn zowel bij de aantallen oorspronkelijk goedgekeurde beschikkingen (6.882 exemplaren), als de daarmee gepaard gaande toegekende capaciteit (3.440,1 MWp), destijds nieuwe records gevestigd (dikke rode kader voor aantallen). Waarbij ook rekenschap gehouden moet worden met het feit, dat onder SDE 2017 I tm. SDE 2018 II er telkens 6 miljard Euro was te vergeven, sedert SDE 2019 I echter nog maar 5 miljard Euro per ronde (NB: voor álle projecten, niet alleen voor zonnestroom). Op het gebied van de toegekende capaciteit, werd dat record echter al snel verbroken onder de SDE 2020 II regeling, met 3.602,9 MWp aan toegekende capaciteit. Dat was geen lang leven beschoren, want SDE 2021 heeft dat alweer verbeterd naar 3.790 MWp (rood kader), met slechts ruim de helft van het aantal beschikkingen onder SDE 2020 I. Daarbij de voortdurende schaalvergroting in de projecten markt nogmaals benadrukkend: er worden gemiddeld genomen steeds grotere projecten aangevraagd, en toegekend.
Bij de oudere "SDE" voorgangers waren de oorspronkelijk beschikte aanvragen maximaal bij SDE 2008 (8.033 oorspronkelijke beschikkingen), bij de capaciteit was het SDE 2009, die voor de twee varianten bij elkaar ("klein" resp. "groot" categorie) 29,0 MWp kreeg beschikt (dunne rode kaders).
SDE 2022 - SDE 2024
Zowel de SDE 2022 als SDE 2023 hebben geen records gebroken, mede omdat de competitie met andere CO2 verminderende modaliteiten fel was, er al langer structurele netproblemen zijn waardoor in veel gevallen er geen aanvraag voor grote projecten gedaan kunnen worden in veel locaties, omdat de eisen voor zonnestroom projecten steeds stringenter zijn geworden, én omdat de kostprijzen tijdelijk waren gestegen i.p.v. gedaald.
Volgens de Kamerbrief voor SDE 2022 zouden er oorspronkelijk 1.505 beschikkingen voor PV projecten zijn afgegeven, goed voor 1.913,1 MWp, maar bij RVO bleken oorspronkelijk iets hogere volumes te zijn genoteerd, waar verder niets over is geventileerd op de sites van Min. EZK of RVO (zie update juli 2023). Voor deze regeling zijn vanaf een vorige update de startwaarden bij RVO weergegeven onder de "oorspronkelijk beschikte volumes".
Voor SDE 2023 is er geen verschil tussen de opgaves in de betreffende Kamerbrief, en de eerste publicatie van de beschikkingen lijst door RVO.
Voor SDE 2024 zijn er voor zonnestroom projecten relatief weinig aanvragen binnengekomen, 319 stuks, met een gevraagd vermogen van 2.023 MWp (kamerbrief van Hermans / MinKGG, van 17 december 2024, webarchive link). In een tweede kamerbrief, van 6 juni 2025, ging de inmiddels demissionaire minister in op de status bij de beschikkingen. Voor het domein Elektriciteit was alles al door RVO nagekeken, zonnestroom heeft ondanks de felle concurrentie, en de moeilijke marktomstandigheden, een nog redelijk volume van 281 beschikkingen, resp. 1.792 MWp, toebedeeld gekregen. Waarbij met name de schaalvergroting als opmerkelijk mag worden bestempeld (gemiddeld 6,38 MWp per beschikking, bij de grondgebonden zonneparken zelfs gemiddeld 23,8 MWp per stuk!).
In het document "Eindstand SDE++ 2024" van RVO, uitgewerkt door Polder PV in zijn analyse van 10 september 2025, en verschenen ná de tweede kamerbrief, waren er opeens 2 beschikkingen méér opgetekend door de ambtenaren, en een verzameld vermogen van 1.851,3 MWp, duidelijk meer dan in genoemde kamerbrief. Echter, in het totaal overzicht van 1 oktober 2025, van dezelfde ambtelijke organisatie, wordt weer gewag gemaakt van de oorspronkelijke volumes, 281 afgegeven beschikkingen, met 1.792 MWp capaciteit. Het is onduidelijk waar dat tijdelijke verschil aan heeft gelegen. Het zou erg toevallig zijn, dat tussentijdse wegval van beschikkingen op precies de in de Kamerbrief genoemde volumes terecht zou zijn gekomen. Ik houd, naar analogie van de situatie onder SDE 2023, de oorspronkelijke RVO volumes als "startwaarden" aan voor de SDE 2024.
Wegval beschikkingen en capaciteiten - en een foutieve, positieve correctie in huidige update
In oranje veldjes heb ik in het blok "overgebleven beschikte volumes" bij de primaire data wederom aangegeven dat er negatieve wijzigingen zijn geweest t.o.v. de status in de voorgaande update januari 2026, alleen wijzigingen t.o.v. de eerste komma plaats bij capaciteit). Negatieve wijzigingen zijn ditmaal weer bij een groot deel van de regelingen voorgekomen (wegval / uitschrijving, resp. bijstelling capaciteit). Data in de overige "blanco" veldjes zijn niet meer gewijzigd sedert de vorige update van 1 januari 2026. Dit kan in toekomstige updates echter beslist weer geschieden.
Duidelijk zichtbaar in de tabel is weer de tweede maal dat onterecht een zonnepark dubbel is ingevoerd (Broekstraat, zowel in gemeente Voorst, als, onterecht, in Apeldoorn). Daardoor is weer een kunstmatige, flinke toename van de capaciteit voor de al lang afgesloten SDE 2019 I zichtbaar geworden (groen vlakje in capaciteits-kolom overgebleven beschikkingen). Een gevolg van een 2e, ook eerder al gemaakte, identieke blunder bij RVO.
(a) Verloren gegane beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes (blauwe sectie in tabel), accumulaties - 14,9 GWp aan capaciteit teloor gegaan
Er is t.o.v. de accumulatie status getoond in de vorige update wederom een behoorlijk verlies aan beschikkingen en daarmee gepaard gaande, eerder toegekende capaciteit gesignaleerd. Beschikkingen die, om wat voor reden dan ook, zijn ingetrokken, of die om wat voor reden dan ook zijn uitgeschreven uit de RVO registers, zie ook paragraaf "nieuwe afvallers" hier boven. Voor de langdurig een dominante rol spelende, al langer formeel afgesloten SDE 2014 is na al die jaren in totaal een (theoretische) capaciteit van ruim 321 MWp verspeeld (overgebleven: 2.096 project beschikkingen, weer 3 minder dan in de vorige update, inclusief latere uitval van realisaties). Het capaciteits-verlies is opgelopen tot 36,4% (aantallen: 29,5%) ten opzichte van oorspronkelijk beschikt. Nog steeds "lekt" er regelmatig wat volume weg uit deze, en andere oudere regelingen.
Deze populaire oudere regeling is op het gebied van capaciteit verlies echter in (extreem) negatieve zin overtroefd door meerdere latere regelingen. Cumulatief gingen daarbij met name de volgende grote volumes aan beschikte capaciteiten verloren:
386,6 MWp onder SDE 2016 II, 643,4 MWp onder SDE 2017 II, 865,3 MWp onder SDE 2017 I, 925,6 MWp onder SDE 2018 I, 1.180,0 MWp onder de voorjaars-regeling van SDE 2019 (echter met anomalie "dubbelaar", in de vorige update was het verlies al 1.199,7 MWp), resp. 1.203,6 MWp onder SDE 2018 II, en, bij fast risers met de capaciteits-uitval, SDE 2021, met al een verlies van 1.922,5 MWp, resp. SDE 2020 II, met 1.989,4 MWp uitgeschreven bij RVO. Absoluut record houder blijft de eerder al regelmatig met catastrofale verliezen geconfronteerde laatste SDE "+" regeling, SDE 2020 I, die in de huidige update nog wat extra vermogen verloor. Inmiddels is deze regeling, waarvoor ooit 3.440 MWp was toegekend voor zonnestroom projecten, al een record volume van 2.237,3 MWp aan beschikte capaciteit kwijtgeraakt (gemarkeerd met blauwe rand), 65% van oorspronkelijk toegekend volume (gemarkeerd in de tabel). Bij de aantallen beschikkingen was het nog erger, er is al 65,2% van de beschikkingen verdwenen (4.485 stuks). Een waar slachtveld voor die regeling.
De najaars-regeling van SDE 2019 heeft een relatief beperkt teloorgegaan volume van 399,7 MWp, maar bekend is dat er voornamelijk (zeer) grote beschikkingen zijn overgebleven, na een grote slachtpartij onder de kleinere rooftop aanvragen vanwege de enorme overtekening in die ronde. De verwachting, dat de meeste van dergelijke grote beschikkingen wel gerealiseerd zouden gaan worden, ook omdat er grote (financiële) belangen bij zullen spelen, is grotendeels uitgekomen. Er staat nog een beperkte volume van 14,0 MWp open voor deze ronde, verdeeld over 4 resterende beschikkingen.
De verliezen voor de in juli 2023 toegevoegde SDE 2022 zijn inmiddels al opgelopen naar 1.300,5 MWp, verdeeld over 942 beschikkingen.
Van SDE 2023 zijn inmiddels 558 verloren gegane beschikkingen bekend, met een hoeveelheid van 1.075,9 MWp aan niet gerealiseerde capaciteit. Waarmee het zich, zoals reeds in de vorige update voorspeld, als 7e SDE regeling schaart in het trieste rijtje, waarbij al (ver) over de GWp aan beschikte capaciteit verloren is gegaan.
De recent toegevoegde SDE 2024 heeft inmiddels een verlies geincasseerd van 14 verdwenen beschikkingen, met al een onrustbarend volume van 257,9 MWp aan capaciteit.
Gezamenlijk verloren alle SDE regelingen bij elkaar, "geholpen" door o.a. de massieve verliezen onder SDE 2020 I, 33.200 project beschikkingen met een geaccumuleerde capaciteit van 14.919 MWp. Al ruim 14,9 GWp aan ooit toegekende capaciteit is dus al verloren gegaan. Voor alleen de regelingen onder het SDE "+" regime waren die hoeveelheden 17.292 stuks, wat al sedert de april 2020 update meer is dan het geaccumuleerde verlies van de oude drie SDE regelingen (inmiddels alweer 9.349 beschikkingen teloor gegaan, en/of niet meer ingeschreven bij RVO). Dat is t.o.v. de enorme hoeveelheid oorspronkelijke beschikkingen (36.470 onder SDE "+", incl. SDE 2020 I) al 47,4%. Kijken we naar de beschikte capaciteit, is het totaal verlies voor SDE "+" 8.345 MWp. T.o.v. het oorspronkelijk beschikte volume (19.082 MWp) is dat in ieder geval al een totaal verlies van 43,7%.
Voor de vijf opvolgende SDE "++" regelingen, inclusief de SDE 2024, is het verlies al opgelopen tot 6.559 beschikkingen (63,7%, dus al een veel hoger relatief verlies dan onder SDE "+"), resp. 6.546 MWp (45,8%, ook al hoger dan het relatieve verlies onder SDE "+"). Deze cijfers vindt u onderaan in het blauwe veld van de tabel.
Het totaal verloren gegane volume van 14.919 MWp aan ooit beschikte SDE capaciteit voor zonnestroom (SDE, SDE "+", en al forse verliezen voor SDE "++"), is inmiddels al hoger dan de eindejaars-accumulatie in heel Nederland (14.823 MWp), aan het eind van 2021, volgens de meest recente CBS cijfers van 9 maart 2026. Het totale verlies is al 44,6% van de oorspronkelijk beschikte volumes voor al die regelingen tezamen, inclusief de in een recente update toegevoegde SDE 2024 regeling, die nog eens een volume van 1,9 GWp aan beschikte capaciteit inbracht in het totaal.
Aan dit reeds kolossale verloren volume kan beslist nog het nodige worden toegevoegd, gezien de vele "riskante" grote project beschikkingen van de afgelopen rondes in 2019-2024. M.b.t. de aantallen is het verlies al fors groter, 33.200 projecten, wat, sinds de update van oktober 2025, voor het eerst in de schokkende SDE historie, al meer dan de helft is van oorspronkelijk toegekend door RVO en haar voorgangers, 52,9%. Dat lag aanvankelijk vooral aan de enorme verliezen bij de oude SDE regelingen, zoals hierboven gemeld. Die staan boven de eerste stippellijn in de tabel. Het betreft veelal beschikkingen voor particulieren, maar ook woningbouw projecten die niet zijn doorgegaan, of die om diverse andere redenen zijn ge-cancelled. In toenemende mate betreft dat echter ook fysieke uitschrijvingen uit de RVO databank (i.v.m. verstreken subsidieperiodes). Helaas is de SDE "+" al langere tijd ook bij de aantallen project beschikkingen massale verliezen aan het lijden, cumulerend in de enorme afschrijvingen onder SDE 2020 I, en de nog steeds optredende behoorlijke verliezen bij andere regelingen. Het SDE "+" regime heeft de hoeveelheden teloor gegane project beschikkingen bij de oude SDE regelingen sedert de update van april 2020 ingehaald. Inmiddels komt dat alweer neer op 17.292 om 9.349 stuks, ondanks de versnelde uitstroom (uitschrijving) bij de oudere SDE projectjes. Onder SDE "++" zien we een vergelijkbare, onrustbarende trend, met al 6.559 afgeschreven beschikkingen, en nog het nodige aan teloor gegaan volume in de verwachting.
Nieuwe grafieken oorspronkelijke versus overgebleven beschikkingen - updates
Om goed zichtbaar te maken wat de volumes aan teloor gegane (beschikte) aantallen en capaciteiten zijn, heb ik in deze analyse wederom de 2 volgende, bijgewerkte grafieken opgenomen.
In bovenstaande grafiek links de stapel kolom met de aantallen oorspronkelijk uitgegeven PV beschikkingen, voor alle SDE (2008-2010), SDE "+" (2011-2020 I), resp. SDE "++" (2020 II-2024) regelingen. Met bovenaan de sommatie van wat ooit is uitgegeven voor solar: 62.811 beschikkingen tm. de recentlijk nieuw opgenomen SDE 2024. NB: het gaat hierbij niet om "projecten", omdat heel veel project sites meerdere beschikkingen hebben gekregen. In de rechter kolom de hoeveelheden die er in de RVO update van 1 april 2026, tot en met SDE 2024, in totaal zijn overgebleven, als gevolg van voortdurende eliminatie van om wat voor reden dan ook weer verwijderde project beschikkingen uit de RVO database. Er zijn nu nog in totaal 29.611 beschikkingen over. Dat laatstgenoemde totaal cijfer is 47,1% van het oorspronkelijke toegekende volume (blauwe pijl). In de vorige update was dit percentage nog 48,1%. Ergo: meer dan de helft, 52,9% van alle oorspronkelijk toegekende project beschikkingen is alweer verdwenen bij RVO. Bij de oudste regelingen betreft dit grotendeels uitschrijvingen, bij recentere exemplaren zijn de verliezen vooral te wijten aan grote hoeveelheden niet gerealiseerde projecten of om andere redenen weer ingetrokken beschikkingen.
Wat betreft de SDE "+" en opvolger regelingen, vallen de forse verliezen bij de populaire SDE "+" 2017-2018 regelingen hier op, en, recenter, onder SDE 2020 I, de eerste SDE "++" regeling, SDE 2020 II, en inmiddels ook SDE 2021: De hoeveelheid overgebleven beschikkingen is nog maar 34,8% onder SDE 2020 I. SDE 2020 II heeft haar zelfs in negatieve zin ingehaald, met nog maar 32,3% van oorspronkelijk beschikt volume. SDE 2021, de nieuwe "verlies kampioen", heeft die regeling ook in negatieve zin gevolgd, en zit nog maar op een resterend volume van 29,8%. Onder de oude 3 SDE regelingen zijn destijds ook al grote volumes verdwenen, waarvan de nodige op kleinzakelijke projecten, en bij veel particulieren. Nog steeds "lekken" er ook van de oudste, al lang formeel afgeronde regelingen, af en toe beschikkingen weg, in vrijwel elke RVO update. Die volumes nemen fors toe; in de huidige update is weer een verlies van 251 beschikkingen onder het SDE 2008 regime vastgesteld. RVO besteedt vrijwel geen aandacht aan de wegval van die oudere, reeds lang geleden opgeleverde project beschikkingen. Van de oorspronkelijk uitgegeven 16.047 beschikkingen voor genoemde eerste drie SDE regelingen zijn er inmiddels nog maar 6.698 over (41,7%). Hoogstwaarschijnlijk heeft het verdwijnen van met name de oudere beschikkingen te maken met het verstrijken van de subsidie termijn (15 jaar vanaf 2008-2010 = 2023-2025), gevolgd door actieve uitschrijving bij zowel VertiCer, als bij RVO.
Voor de feitelijke realisaties t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder aantallen in sectie f.
In deze tweede grafiek een vergelijkbaar beeld als bij de aantallen beschikkingen, maar ditmaal met de oorspronkelijk beschikte capaciteit per regeling (in MWp, links), resp. de daarvan overgebleven beschikte volumes in de update van 1 april 2026 (ditto, MWp, rechter kolommen stapel). Aan de stapels zijn in een recente update ook, bovenaan de kolommen, de actuele volumes voor de vijfde SDE "++" regeling, SDE 2024, toegevoegd. Inmiddels met al beperkte wijzigingen in volume.
In totaal is er, tm. SDE 2024, een spectaculair volume van 33.446 MWp (33,4 GWp) ooit beschikt onder SDE en haar opvolger regelingen, onder de noemers SDE "+", resp. SDE "++". Daarvan zou op 1 april 2026, een volume van in totaal 18.527 MWp zijn overgebleven volgens de RVO boekhouding, een nog steeds relatief hoge score van 55,4% (blauwe pijl bovenaan). In de vorige update was dit nog 56,3%, dus ook hier nemen de relatieve aandelen af, al liggen deze nog boven de helft van de oorspronkelijke volumes, i.t.t. de situatie bij de aantallen.
Dat het totale percentage, in verhouding tot de aantallen beschikkingen (47,1%, vorige grafiek), veel hoger ligt, komt vooral doordat de verliezen bij de aantallen zeer groot zijn geweest, aanvankelijk bij de drie oude SDE regelingen, en culminerend onder SDE 2020 I. Terwijl de in de vorige update toegevoegde regeling SDE 2024, met oorspronkelijk beschikt 1.851 MWp, weer een behoorlijke positieve impact op de relatieve verhoudingen heeft gehad. Al is er inmiddels ook in de recentere regelingen alweer vrij snel een forse hoeveelheid capaciteit verdwenen.
In het "kader" gevormd door de twee lange zwarte stippellijnen heb ik de volumes voor de vier "historisch succesvolle" SDE 2017 en 2018 regelingen weergegeven. Oorspronkelijk was dat een volume van 8.928 MWp, maar daar is inmiddels nog maar 5.291 MWp van overgebleven. Derhalve, een verhouding van 59,3%. Een nog erger lot gaan de opvolger regelingen SDE 2019 I, SDE 2020 II, en SDE 2020 I tegemoet, waarvoor nog maar 53,1% (verminkt percentage vanwege onterecht weer opgevoerde "dubbelaar zonnepark", vorige update was percentage nog 52,3%), 44,8%, resp. 35,0% van de oorspronkelijk beschikte capaciteit van over is. De nieuwe relatieve kampioen op dit punt is echter SDE 2022 geworden: daar is nog maar 32,3% van het oorspronkelijk beschikte volume van over.
Voor het feitelijke gerealiseerde volume aan beschikte capaciteit t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder capaciteit in sectie f.
(b) Fysieke realisaties per SDE jaar-ronde "volgens de officiële RVO cijfers" (groene sectie in tabel), accumulaties
In totaal is er tot en met de huidige officiële RVO update een volume van 13.853 MWp "SDE beschikt" opgeleverd (bijna 13,9 GWp), verdeeld over 28.763 overgebleven project beschikkingen, waarbij we de forse interne administratieve vertragingen bij RVO voor lief nemen. De volumes zijn derhalve minimale hoeveelheden, er is aan het begin van QII 2026 al veel meer netgekoppelde, (grotendeels) SDE gesubsidieerde capaciteit opgeleverd. De netto realisatie (exclusief uitschrijvingen / verdwenen beschikkingen) nam t.o.v. de vorige update af, van 410 naar 243 MWp nieuw (beschikt) vermogen. Daarbij is de weer in de huidige update onterecht ingevoerde zonnepark "dubbelaar" buiten beschouwing gelaten.
De opleverings-sequentie van de beschikte capaciteiten, en de relatieve percentages in de loop van de tijd, volgens berekeningen n.a.v. de RVO updates, kunt u onder paragraaf (b) in de update van 1 oktober 2023 terugvinden.
Genoemde aantal van bijna 29 duizend opgeleverde beschikkingen geaccumuleerd in de huidige update betreft echter beslist veel minder projecten, omdat er veel sites meerdere beschikkingen hebben, een van vele eigenaardigheden van de SDE regelingen die nooit de pers halen, maar die Polder PV al vele jaren signaleert en inhoudelijk toelicht. Aanvankelijk kwam het merendeel van dat "aantal" uit de oude SDE regelingen, toen duizenden particulieren mee konden doen. Dat is echter al in latere updates omgeslagen naar het SDE "+", en de later toegevoegde SDE "++" volumes, die vrijwel exclusief op en door bedrijven, instellingen, gemeentes e.d. wordt gerealiseerd, achter grootverbruik aansluitingen. Veel grote rooftop projecten hebben meerdere beschikkingen, deels onder dezelfde regeling, deels onder verschillende SDE rondes. Een deel betreft uitbreidingen van eerder gerealiseerde projecten, een fors deel is gewoon opsplitsing van projectplannen voor dezelfde lokatie, verdeeld over meerdere tranches. Hetzelfde geldt voor diverse grote veld-installatie projecten. Alle individuele beschikkingen moeten separaat, fysiek gecertificeerd en geijkt bemeten worden (pers. comm. met, destijds, CertiQ), dus dat gaat vaak om technisch-logistiek bezien nogal complexe bedradings-, en, gezien de hoge capaciteiten die daarmee gepaard gaan, ingewikkelde afzekerings-trajecten.
Alle anderszins gefinancierde projecten, inclusief de al vele honderden PCR / SCE ("postcoderoos 2.0") gesubsidieerde installaties die geen SDE "component" hebben, recentere installaties met EIA belasting voordelen, diverse andere subsidie regimes, en ook de projecten zonder enige (traceerbare) vorm van directe overheids-subsidie, zult u in de hier geanalyseerde SDE overzichten in het geheel niet terugvinden. Er zullen ook steeds meer niet-gesubsidieerde projecten worden opgeleverd, en daar vindt Polder PV ook steeds meer voorbeelden van in diverse bronnen, die hij uiteraard ook in zijn "Big Sheet" opneemt. Het is goed om dat in de oren te blijven knopen, het RVO dossier geeft niet de totale gerealiseerde (projecten) markt weer!
Aandeel SDE t.o.v. latere SDE "+" en SDE "++" regelingen
Het aandeel van alleen SDE op totaal realisatie SDE + SDE "+" + SDE "++" bedraagt momenteel 6.698 (overgebleven !) beschikkingen = 23,3% bij de aantallen, inclusief de SDE 2024 regeling. Dat aandeel was nog 60% in de augustus 2019 update (zonder de SDE 2019 - SDE 2022 rondes), en dit zal stapsgewijs verder blijven dalen, naarmate er meer SDE "+" en SDE "++" projecten zullen worden opgeleverd. Bovendien verdwijnen er continu, en in steeds sterkere mate, eerder afgegeven beschikkingen, maar dat geschiedt zowel bij de oude SDE, als bij de latere SDE "+" en SDE "++" rondes. Omdat de subsidie termijn voor oude SDE projecten grotendeels is verstreken, is de uitval daar momenteel behoorlijk hoog.
Het aandeel van alleen opgeleverde (overgebleven) SDE beschikkingen is slechts 41,1 MWp op een totaal van momenteel 13.853 MWp (SDE + SDE "+" + SDE "++") bij de capaciteit, is 0,30%. In juli 2017 was dat aandeel nog ruim 10%. Wezenlijk verschillend, dus, van de situatie bij de aantallen beschikkingen.
Schaalvergroting
Dat heeft alles te maken met de enorme schaalvergroting onder de SDE "+" en opvolgende SDE "++" regimes, waar onder de "bovencap" van, ooit, 100 kWp is ge-elimineerd, en er enorm grote projecten werden beschikt, en inmiddels, in een steeds rapper tempo, zijn, en worden opgeleverd. Zoals Zonnepark Harpel / Vlagtwedde, het daar op volgende nog grotere Zonnepark Vloeivelden Hollandia, het in 2022 opgeleverde, meerdere jaren grootste Dorhout Mees project op de oude golfbaan in Biddinghuizen, en het in de zomer van 2024 afgeronde, flink over de tong gaande, en door Schiphol en KLM in kort geding bestreden, "schitterende" Groene Corridor project bij Zwanenburg. Wat na veel soebatten weer compleet is verwijderd (Kamerbrief 21 augustus 2025, en wat inmiddels van compleet nieuwe, "niet schitterende" PV modules wordt voorzien.
Nog grotere projecten staan al enige tijd op stapel, zoals het 3 SDE beschikkingen hebbende, en recent in het eerste kwartaal van 2026 opgeleverde dubbel-project Eekerpolder, op de grens van Groninger gemeentes Midden-Groningen en Oldambt, waarvan een eerste deel in oktober 2025 aan het net zou zijn gekoppeld, en het naar het TenneT hoogspannings-netwerk voerende private GDS netwerk Avermieden inmiddels ook al is opgeleverd. In de huidige SDE update zijn ook de 2 overige beschikkingen als opgeleverd gemarkeerd door RVO, het project is nu dus het grootste (functionerende) zonnepark project van Nederland geworden.
Het Energielandgoed Wells Meer (Limburgse gemeente Bergen), waarvoor het bestemmingsplan inmiddels onherroepelijk is, is ook al langere tijd in de pijplijn, al moet daar de eerste spade nog voor in de grond worden gestoken. Als alle beschikkingen voor de "zon op dijken" projecten van drie ontwikkelaar groepen voor de westkust van de Noordoostpolder (Fl.) bij elkaar worden geveegd, zou je op mogelijk zelfs op een nog groter project volume komen (beschikt ruim 400 MWp). Inmiddels is van het Noordermeerdijk deelproject (2 ontwikkelaars, 3 eigenaren) al het totaal aan generator velden (24 percelen) te zien op recente luchtfoto's, en zijn de gedeeltes van Ampyr, alsmede het deel van HVC in 2025 al formeel opgeleverd volgens de ontwikkelaars. Ik houd de aparte delen van dit super-project echter gescheiden, vanwege het gesplitste eigenaarschap van die grote deelprojecten. Het Westermeerdijk sub-project van Novar heeft wat vertraging opgelopen, de bouw ervan zou in mei 2026 beginnen, waarbij begin 2017 dan mogelijk ook dat grote deelproject zou kunnen worden opgeleverd.
Relevant in dit aspect blijft, dat de opgevoerde beschikte capaciteit bij RVO zeker bij de duizenden oudere installaties bijna nooit het daadwerkelijk gerealiseerde vermogen van de installaties weergeeft. Daar kunnen behoorlijke afwijkingen in zitten. Bovendien kunnen beschikkingen door RVO later nog aangepast worden. Zo verloor de beschikking voor het bekende, in 2017 opgeleverde Woldjerspoor project van GroenLeven in Groningen maar liefst 6 MWp (!) t.o.v. de oorspronkelijk beschikte capaciteit. Het resultaat lijkt echter, tot en met de update van 1 januari 2026, nog steeds niet de daadwerkelijk opgeleverde capaciteit weer te geven, volgens de detail project informatie beschikbaar bij Polder PV, het verschil is dik 20%. Er zijn geen andere (al dan niet anonieme) veldopstelling beschikkingen bekend in dit gebied. Ook van talloze andere (grote) projecten heb ik realisaties die (veel) hoger (zoals het Duurkenakker project), óf véél lager uitvallen dan de beschikking van RVO in de publiek toegangelijke cijfers toont. Veel secundaire bronnen volgen blind de opgave van RVO op in hun artikelen, en zitten dus consequent fout ...
Relatieve recordhouders bij de realisaties
Kijken we bij de realisaties naar de percentages t.o.v. de oorspronkelijke beschikkingen, duiken andere "record houdende SDE jaarrondes" op dan bij de absolute volumes. Voor de "oude SDE" was dat SDE 2009 voor zowel aantallen en capaciteiten tm. een recente update (62% aantallen / 73% capaciteit). Zoals al eerder verwacht, is dat door voortdurende uitschrijving van projecten iets gewijzigd. Sinds de update van 1 januari 2026 is bij de aantallen SDE 2010 nu record houder (59,8%), SDE 2009 nog steeds het hoogst bij de capaciteit (69,0%). Hierbij moet ook weer expliciet worden gesteld, dat "wegval" of "uitschrijving bij RVO" beslist niet persé hoeft te betekenen, dat het project is afgebroken o.i.d. Het kan gewoon zonder SDE subsidie door produceren. Het kan zijn verhuisd (zonder de beschikking "mee te nemen"), of overgenomen, waarbij de nieuwe eigenaar geen trek had in SDE administratie "gedoe", of er zijn andere redenen waarom de beschikking zou kunnen zijn vervallen. Wie weet hoort "fraude" daar ook bij, al hoor je daar nooit iets over in relatie tot de oude, kleine beschikkingen jaren geleden verstrekt.
Voor het SDE "+" regime zijn de "records" inmiddels voor de aantallen (70,5%) nog steeds de inmiddels afgesloten SDE 2014 regeling, ook al is in absolute zin al in latere updates SDE 2017 I deze ooit populaire regeling voorbij gestreefd, gevolgd door meerdere andere regelingen. Door wijzigingen bij de overgebleven beschikkingen onder SDE 2016 I, heeft deze nu slechts 66,8% t.o.v. oorspronkelijk volume gerealiseerd bij de aantallen. SDE 2015, die SDE 2016 I in een vorige update tijdelijk had ingehaald is, ook door tussentijdse wegval, die positie weer kwijt, en moet het nu nog stellen met 66,7%.
Nieuwe kampioen bij relatief aandeel realisatie capaciteit: SDE 2019 II
Bij de capaciteit is SDE 2015, met nog maar 32 overgebleven realisaties, en 71,5% t.o.v. oorspronkelijk beschikt, in een vorige update door SDE 2019 II van de eerste plaats verdrongen. Laatstgenoemde regeling heeft namelijk al 78,8% van het oorspronkelijke toegekende, overgebleven volume gerealiseerd. Tussentijds is SDE 2014, met 63,6%, ook al voorbijgestreefd door de najaars-ronde van SDE 2017 (66,3%), en SDE 2016 I (67,9%), beiden onder het SDE "+" regime.
Opvallend is de zeer slechte prestatie voor de (ook reeds lang afgeronde) SDE 2012: slechts 27,3% van aantal oorspronkelijke beschikkingen opgeleverd, en zelfs maar 25% van de capaciteit. Uiteraard was er ook maar heel weinig beschikt (oorspronkelijk 17,1 MWp, waarvan er nu echter, na een tussentijdse kleine correctie, maar een bedroevend volume van 4,3 MWp is overgebleven), anders had dat een "ramp-subsidie-jaar" geworden.
De latere regelingen gaan nog spannend worden, mede gezien de enorme verliezen van beschikkingen binnen die rondes, die waarschijnlijk nog verder zullen gaan oplopen. SDE 2017 I is gestrand op, inmiddels, 63,2% realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt, zonder overblijvende beschikkingen. Bij verdere uitval van eerder gerealiseerde beschikkingen kan dat aandeel nog wat uitgehold worden. De najaarsronde van dat jaar zit met de realisaties zelfs al wat hoger, 66,3% bij de capaciteit, en heeft inmiddels ook geen beschikkingen meer openstaan.
De eerder afgeronde SDE 2016 II is op 60,2% uitgekomen. SDE 2018 II zit op 59,2%, de laatste beschikking is al langer geleden ingevuld. SDE 2019 I zit momenteel op 53,1% realisatie, inclusief de in de vorige update ingevulde laatste beschikking. De onterecht (wederom) door RVO opgevoerde zonnepark dubbelaar verstoort het beeld bij die regeling echter, in de vorige update lag dat percentage lager (52,3%).
Afgezien van de al genoemde nieuwe record houder, SDE 2019 II, zitten alle recente SDE regelingen bij de capaciteits-realisatie nu nog op beperkte realisatie percentages t.o.v. de oorspronkelijk beschikte volumes. En zullen, gezien de al snel optredende, dramatische ontwikkeling bij de uitval, vermoedelijk niet zeer hoog uitkomen bij deze relatieve maatvoering. Voor de nog "relatief jonge" SDE "++" regelingen, ligt momenteel SDE 2020 II op het hoogste realisatie niveau (bijna 34% t.o.v. oorspronkelijk beschikt).
Gemiddelde beschikking grootte bij de realisaties
In de kolom realisaties ziet u achteraan de uit de aantallen en beschikte capaciteiten berekende gemiddelde omvang per beschikking, volgens de toekenningen van RVO. Hierin is een duidelijk trend van schaalvergroting herkenbaar, die al jarenlang door Polder PV wordt gesignaleerd, in verschillende grafiek updates. Van zeer klein (gemiddeldes van zo'n 2-10 kWp per overgebleven beschikking onder de 1e 3 SDE regimes), tot fors uit de kluiten gewassen in groeiende tendens onder de "SDE+" regimes vanaf SDE 2011. Groeiend van gemiddeld 50 kWp onder SDE 2011 tot volumes tussen de 219 en 268 kWp gemiddeld in de SDE 2014-2016 I regelingen. Een vorig recordhouder, SDE 2016 II in de april 2020 update nog even op 489 kWp gekomen, is door de nieuwe, gemiddeld genomen kennelijk kleinere realisaties in de latere updates uiteindelijk een stuk lager uitgekomen, op 463 kWp.
In een van de vorige updates is een nieuwe recordhouder opgedoken, de najaars-ronde van SDE 2019, die momenteel op een record van 2.732 kWp gemiddeld per beschikking is gekomen. Dat was ooit slechts 184 kWp, en was in de januari 2024 update nog 2.366 kWp. Dat gemiddelde is dus aanzienlijk gegroeid in de loop van de tijd, er zijn dus zeer forse project realisaties toegevoegd aan dat deel-dossier. Er zijn relatief weinig beschikkingen ingevuld, 564 stuks, maar dat is wel al 57% van de oorspronkelijk beschikte hoeveelheid. Door ook tussentijdse uitval van beschikkingen, staan er nog steeds maar 4 exemplaren open voor die regeling, goed voor maximaal zo'n 14 MWp.
Na het hoge niveau van deze najaars-ronde van SDE 2019, vallen de overige gemiddeldes globaal genomen weer terug naar 721 kWp (SDE 2018 II), 575 kWp (SDE 2017 II), 544 kWp (SDE 2017 I), 463 kWp voor SDE 2016 II, en 425 kWp onder SDE 2018 I. De inmiddels 2.387 overgebleven gerealiseerde beschikkingen van SDE 2020 I, aanvankelijk nog relatief kleinere projecten, hebben inmiddels al een gemiddelde capaciteit van 488 kWp per stuk (volgens beschikking). En zijn dus op dat punt de SDE 2018 I én inmiddels ook SDE 2016 II voorbij. Omdat de verliezen binnen deze regeling kolossaal waren, en er nog maar 10 beschikkingen open staan, zal hier vermoedelijk niet veel verandering in gaan optreden.
SDE "++" gemiddelde omvang per beschikking
Voor SDE "++" gelden de volgende overwegingen. SDE 2020 II heeft nog maar 1.142 gerealiseerde beschikkingen, maar daarvan is het gemiddelde flink toegenomen, naar inmiddels al 1.069 kWp per realisatie. De SDE 2021 zit zelfs al op gemiddeld 1.163 kWp, voor 1.041 opgeleverde beschikkingen. Onder SDE 2022 zijn tot nog toe 487 beschikkingen gerealiseerd, met gemiddeld 735 kWp per stuk. Onder SDE 2023 zijn de eerste 217 realisaties geen "beginner" projectjes meer. Was het gemiddelde vermogen per beschikking nog 619 kWp in de update van 1 januari 2026, is dat rap verder toegenomen naar inmiddels al 1.396 kWp, er zijn dus de nodige grotere projecten bijgekomen. Het gemiddelde vermogen in deze regelingen stijgt nog steeds door, de grotere projecten worden meestal pas later ingevuld als er geen problemen aan de horizon rijzen. Onder SDE "++" lijkt het in ieder geval duidelijk naar verdere schaalvergroting te gaan, t.o.v. de gemiddeldes getoond bij de SDE "+" regelingen.
Hoog gemiddelde SDE 2024, vanwege laatste beschikking grootste zonnepark van Nederland
De eerste 14 gerealiseerde beschikkingen van de recent toegevoegde SDE 2024, toen nog met een gemiddeld geringe omvang, van 255 kWp, is in 2 stappen fors hoger geworden, van 1.903 kWp in de update van 1 januari, tot zelfs alweer 2.547 kWp gemiddeld in de huidige update. Dat was, in de vorige update, het gevolg van al vier forse projecten die bleken te zijn opgeleverd, rooftop installaties met vermogens van 1,4 en 3,7 MWp, en 2 veld projecten van 1,8 resp. 7,4 MWp. In de huidige update is de derde grote beschikking voor Zonnepark Eekerpolder in de Groningse gemeentes Midden-Groningen en Oldambt toegevoegd, met "ja-vinkje", die voor een belangrijk deel verantwoordelijk is voor de extra push bij de gemiddelde systeem omvang. Omdat ook de 2e beschikking (voor SDE 2023) inmiddels zo'n vinkje heeft gekregen in de huidige update (beiden opgeleverd in QI 2026), is het nu duidelijk dat het grootste zonnepark van Nederland (3 beschikkingen, eerste deel al in 2025 opgeleverd) nu ook officieel, en volledig, "on-line" is gegaan. Het laatste zonnepaneel van het project (totaal 311.742 exemplaren) werd op 13 maart 2026 "officieel gelegd". Het gehele project staat inmiddels bovenaan de realisaties lijst van Polder PV te prijken, boven 4 jaar lang voormalig kampioen, het nu 2e grootste project, Zonnepark Dorhout Mees te Biddinghuizen (Fl.), van dezelfde projectontwikkelaar, Novar.
Voor alle realisaties bij elkaar heeft het gemiddelde per beschikking inmiddels al een omvang bereikt van 482 kWp. In de vorige updates waren die gemiddeldes achtereenvolgens, van "nieuw" naar "oud": januari 2026 469 kWp, oktober 2025 450 kWp, juli 2025 425 kWp, april 2025 414 kWp, januari 2025 404 kWp, oktober 2024 400 kWp, juli 2024 383 kWp, april 2024 371 kWp, januari 2024 359 kWp, oktober 2023 347 kWp, juli 2023 338 kWp, april 2023 321 kWp, januari 2023 314 kWp, oktober 2022 300 kWp, juli 2022 287 kWp, april 2022 286 kWp, januari 2022 266 kWp, oktober 2021 251 kWp, juli 2021 245 kWp, apr. 2021 229 kWp, jan. 2021 215 kWp, sep. 2020 184 kWp, juli 2020 175 kWp, apr. 2020 167 kWp, jan. 2020 150 kWp, nov. 2019 138 kWp, aug. 2019 121 kWp, mei 2019 114 kWp, jan. 2019 90 kWp, daar voor 77 kWp. Ook al groeit dat gemiddelde dus continu door, het wordt nog steeds fors gedrukt door de vele overgebleven kleine residentiële projecten onder de 3 oudste SDE regimes, zoals ook al lang bekend is uit de maandelijks door Polder PV geanalyseerde VertiCer (ex CertiQ) data over de gecertificeerde zonnestroom capaciteit in ons land.
Splitsen we de inmiddels 3 verschillende regimes uit (onderaan in de tabel), is de oude SDE op de gemiddelde overgebleven beschikking grootte blijven steken van 6,1 kWp (wederom hoger geworden door een flink aantal uitschrijvingen van kennelijk kleinere residentiële projectjes sedert de vorige update). SDE "+" heeft een aanzienlijk groter gemiddelde bij de realisaties, inmiddels 557 kWp. Dat is wel iets lager dan het gemiddelde volume van alle overgebleven beschikkingen (rode cijfer veld, 560 kWp).
Onderaan vinden we, tot slot, de gemiddeldes bij de 5 SDE "++" rondes, inclusief de in de vorige update toegevoegde SDE 2024. Met 1.078 kWp is dat wederom flink hoger t.o.v. de 1.020 kWp in de vorige update, en al 94% hoger dan het gemiddelde onder SDE "+" realisaties. Er is nog veel volume (incl. voor veel grotere projecten) te gaan, dus dat kan nog flink verder bijtrekken.
De gemiddelde project groottes bij de overgebleven beschikkingen (rode veld in tabel) zijn, voor de regelingen waarvoor nog (veel) projecten open staan, ook bij de deel regelingen meestal hoger dan die bij de realisaties. Dit komt omdat een relatief groot aantal zeer grote projecten nog niet zijn gerealiseerd. Als die worden opgeleverd, zullen ze een opwaartse druk geven aan het systeem gemiddelde van de uiteindelijk gerealiseerde projecten cumulaties.
(c) Realisaties per kalenderjaar - status 1 april 2026
RVO geeft bij de opgeleverde beschikkingen ook het jaar van oplevering weer, indien volgens haar administratieve normen aan alle voorwaarden daartoe is voldaan. Ook al strookt dit niet met de oplevering, zoals VertiCer die hanteert (sterker nog, RVO zet zeer vaak pas "ja" vinkjes, vele maanden nadat een project al lang groene stroom levert, vaak pas in het opvolgende jaar, of nóg later), het geeft wel een interessant doorkijkje naar de evolutie van de (beschikte) realisaties per kalenderjaar. Polder PV heeft daartoe in de update van januari 2024 een nieuwe grafiek gemaakt, met, per kalenderjaar van oplevering, de aantallen projecten, de cumulatieve beschikte capaciteit volgens RVO (MWp), en het gemiddelde capaciteit niveau per beschikking (kWp), volgens de publieke informatie van het Agentschap.
Omdat er, zoals al gezegd, een serieuze verslechtering van de statistiek voorziening is opgetreden, is het niet meer mogelijk om de vermogens per jaar voor de afzonderlijke beschikkingen meer in cumulatie te krijgen. Derhalve, kan ik alleen maar de grafiek met de aantallen beschikkingen weergeven Die geef ik hier onder weer, met de data uit de 1 april 2026 update. Voor de laatste grafiek met de capaciteit, zie het exemplaar in de vorige update.
In dit diagram zijn uiteraard niet de beschikkingen met "nee" vinkje opgenomen. Dat waren in de update van 1 april 2026 848 overgebleven exemplaren. Lager dan in de vorige update, vanwege de continue uitstroom van uitgeschreven project plannen (grotendeels vanwege intrekking van de SDE beschikking).

Uit deze grafiek resulteren de volgende waarnemingen:
De SDE beschikkingen zijn wat aantallen (blauwe kolommen) betreft eerst explosief gestegen, en stapsgewijs afgenomen, maar door forse uitval uit de eerste regelingen vertoont nu niet meer 2009 de eerste piek waarde (overgebleven nog maar 1.005 exemplaren, dat was in de 1 april 2025 update nog een piekje van 2.587 stuks), maar, sinds de update van 1 juli 2025 is dat SDE 2010. Die in de tussentijd uiteraard ook gerealiseerde beschikkingen kwijtraakte (1 juli 2025 nog 2.504 stuks, in de huidige update van 1 april 2026 nog maar 2.237 exemplaren over). De eerste 3 SDE regelingen omvatten bijna uitsluitend residentiële mini-projectjes, op enkele uitzonderingen na (zoals het met tientallen SDE 2009 beschikkingen "gezegende" Klepperstee veldinstallatie project, opgeleverd in het voorjaar van 2012).
De "all-time low" werd onder het nieuwe SDE "+" regime bereikt in 2014, met slechts 216 nieuwe (overgebleven) opleveringen dat jaar. Gelukkig was daar de zeer succesvolle SDE 2014, die voor nieuwe energie zorgde, en voor die tijd een record aantal toekenningen. Gaandeweg namen de volumes weer rap toe, uiteraard extra versneld door met name de enorme hoeveelheid beschikkingen voor de SDE 2016 en latere regelingen. De uiteindelijke max. kwam in Corona jaar 2020, met 4.542 opgeleverde, overgebleven beschikkingen dat jaar (weer 3 minder overgebleven t.o.v. de vorige update). Daarna gingen de volumes rap omlaag, grotendeels vanwege landelijk optredende congestie op de netten. Het realisatie tempo nam flink af, om in 2023 haar voorlopige dieptepunt te bereiken, momenteel 1.195 nieuw opgeleverde beschikkingen, althans, volgens de RVO administratie.
In de update van 1 april 2026 zijn inmiddels 649 opgeleverde beschikkingen aan kalenderjaar 2024 toegewezen, 263 exemplaren aan 2025, en ook al 12 beschikkingen die in het eerste kwartaal van 2026 "officieel" zijn opgeleverd. Waar nog veel volume bij zal gaan komen in latere updates. Deels door grote administratieve vertragingen bij RVO zelf. Deels doordat opleveringen in 2026 veel later dit jaar, pas in het volgende jaar of zelfs later nog, doorgegeven zullen gaan worden.
Voor de capaciteiten, en, uiteraard, ook de gemiddelde capaciteit per realisatie, verwijs ik naar de beschouwingen in de vorige update. De optellingen van de realisaties per kalenderjaar zijn niet meer te maken omdat deze essentiële data uit de huidige spreadsheet van RVO zijn verdwenen.
Vergelijking aantallen nieuwe beschikkingen RVO / projecten VertiCer per kalenderjaar
Om te kijken hoe de nieuwe opleveringen, zoals RVO die bijhoudt voor het SDE dossier, zich verhouden tot de gecertificeerde PV projecten, die TenneT/Gasunie dochter VertiCer (opvolger van CertiQ) registreert sedert er Garanties van Oorsprong worden uitgegeven in Nederland (2003), heb ik een update toegevoegd met een vergelijking tussen de meest recent beschikbare data van de twee instanties. De aantallen beschikkingen / projecten vindt u hier onder, wederom kon een zelfde exemplaar voor opgeleverde capaciteiten wegens het ontbreken van die informatie niet meer worden opgemaakt.

In dit diagram worden de uit de oudere CertiQ, en meer recente VertiCer updates ge-extraheerde aantallen nieuwe gecertificeerde PV-projecten per kalenderjaar (groene kolommen) vergeleken met de uit de vorige grafiek overgezette aantallen SDE beschikkingen die per jaar zouden zijn opgeleverd volgens de RVO administratie (oranje kolommen). Direct valt op, dat de aantallen bij de CertiQ/VertiCer data stelselmatig een stuk hoger liggen dan die voor de SDE beschikkingen bij RVO. De laatste liggen op niveaus tussen de 27% (2009) en 86% (2011), tot bijna 94% (2022) ten opzichte van die van VertiCer. In een eerdere update was de verhouding voor 2023 nog in het voordeel van de data van RVO, maar ook dat is het inmiddels, met de meeste recente data, in het voordeel van de cijfers van VertiCer omgeslagen, zoals in een voorgaande update al was voorspeld. Voor 2024 was de situatie ongeveer gelijk, maar met de meest recente cijfers is wederom het VertiCer dossier "leading" t.o.v. de huidige status bij de SDE realisaties bij RVO. Door de hoge uitstroom van project registraties in, met name, de oudste jaargangen bij RVO (huidige analyse), zijn de procentuele verschillen met de data van VertiCer in die jaren zelfs groter aan het worden. Dat is in de laatste updates vooral voor het jaar 2009 zeer duidelijk geworden.
Voor 2025 en 2026 is de situatie nog lang niet duidelijk. Nu is er voor beide jaren nog een flinke "negatieve groei" zichtbaar in de VertiCer cijfers, maar dat trekt in latere updates altijd weer bij, zoals hun continu evoluerende historische data tonen. En kan flink positief gaan worden. Veel volume is nog helemaal niet bekend, bij zowel VertiCer, als het ver achter de feiten aan lopende RVO dossier, dus er is over deze jaargangen nog niet veel zinnigs te zeggen.
Blijft over de vraag: waar ligt het structurele verschil tussen de RVO en VertiCer data aan, in de eerdere jaargangen?
Bij RVO staan, in dit dossier, uitsluitend SDE beschikkingen geregistreerd. VertiCer verstrekt Garanties van Oorsprong, ook aan projecten zónder SDE subsidie (!). Daar staat dus sowieso meer volume (ook: aantallen projecten), en kennelijk is dat een behoorlijk, doch van jaar tot jaar wisselend volume.
Mogelijk is er, daarnaast, verschil in de wijze van "tellen". In theorie zou er bij RVO dan méér SDE aantallen kunnen staan dan bij VertiCer, als de laatstgenoemde alleen projecten "per aansluiting" of "per adresnummer" telt. Polder PV heeft immers al lang vastgesteld, dat er meer dan 1 SDE beschikking per adres / project locatie afgegeven kan zijn, wat bij verschil in wijze van "tellen" tot flinke discrepanties kan leiden. Het is echter nog het geheel niet duidelijk of zo'n theoretisch verschillende wijze van tellen tot genoemde, soms aanmerkelijke discrepanties (2009, 2020) bijdragen.
Ook zouden er, in theorie, verschillen bij zowel de aantallen als de capaciteiten kunnen ontstaan, bij het weer uitschrijven van projecten, uit de (publiek zichtbare) bestanden, zowel bij VertiCer, als bij RVO. We hebben in het huidige dossier van RVO al gezien, dat de uitstroom bij de oudste SDE regelingen nu al een flink tempo heeft gekregen, wat een extra complicerende factor is in de vergelijking tussen deze verschillende datasets. Het hangt maar helemaal af van de wijze van administratie, hoe e.e.a. uit zal pakken bij de (overgebleven) nieuwe volumes per kalenderjaar, bij beide instanties.
Feit blijft, dat VertiCer stelselmatig, structureel meer volume heeft staan bij de nieuwe aanwas per jaar, dan bij RVO. In ieder geval bij de aantallen.
Voor de vermogens, en de daarvan afgeleide gemiddelde vermogen per gerealiseerde beschikking, is geen zinnige vergelijking meer te maken. De data voor capaciteit ontbreken bij de beschikkingen vanaf de 1 april 2026 update van RVO. Zie aparte paragraaf in de vorige update voor een laatste exemplaar.
(d) Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel), accumulaties
Dit alles (oorspronkelijk beschikt minus verloren gegane beschikkingen cq. realisaties) leidt tot een "overgebleven" pool aan beschikte projecten die nog opgeleverd moet gaan worden. Of, bij pech, tot extra verlies om wat voor reden dan ook. Zie de laatste, zwarte sectie in de tabel. Door de toevoeging van de beschikkingen voor SDE 2024 in een recente update, in combinatie met tussentijdse realisaties, en wegval, bij andere regelingen, is hier weer e.e.a. in gewijzigd.
Sequentie overgebleven, nog te realiseren beschikte capaciteit
In de 1 april 2026 update waren er bij RVO voor SDE 2019 II tm. SDE 2024 nog 848 beschikkingen over, resp. 4.674 MWp door RVO toegekende capaciteit; in de update van 1 januari 2026 was dat nog 5.229 MWp. In de versie van 1 oktober 2025 was dat 6.524 MWp, en in de update van 1 juli 2025 was dat, voor de verzameling SDE 2019 II tm. SDE 2023, nog 5.365 MWp, in april 2025, vanaf SDE 2019 I, 5.869 MWp, in januari 2025, vanaf SDE 2017 I, 6.420 MWp, in oktober 2024 6.847 MWp, in juli 2024 8.047 MWp (incl. toen toegevoegde SDE 2023), in april 2024, nog zónder SDE 2023, 5.977 MWp, in januari 2024 7.072 MWp, in oktober 2023 7.973 MWp, juli 2023, met SDE 2022, 9,8 GWp, april 2023, nog zónder SDE 2022, 8,7 GWp, januari 2023 9,2 GWp, oktober 2022 10,4 GWp, juli 2022, mét SDE 2021 11,7 GWp, april 2022, nog zónder SDE 2021, 8,5 GWp, januari 2022 10,9 GWp, oktober 2021, incl. SDE 2020 II, 11,8 GWp, juli 2021, nog zónder SDE 2020 II, bijna 9,0 GWp, april 2021 9,8 GWp, januari 2021 10,9 GWp, sep. 2020, met SDE 2020 I toegevoegd, 12,1 GWp, juli 2020, nog zonder SDE 2020 I 9,4 GWp, apr. 2020, nog zonder SDE 2019 II 8,1 GWp, jan. 2020 nog 9,3 GWp, nov. 2019 10,1 GWp, aug. 2019, nog zonder SDE 2019 I, nog ruim 8,2 GWp.
Deze resterende capaciteit van bijna 4,7 GWp blijft, ondanks de voortdurende krimp van deze pending portfolio, nog steeds een groot volume, voor een klein land wat, eind 2025, volgens de meest recente CBS update, inclusief de projecten markt, én residentieel, mogelijk 29,2 GWp generator capaciteit had staan. Maar helaas gaat daar natuurlijk nog de nodige capaciteit om diverse redenen van wegvallen. Zoals de soms schokkende cijfer historie bij RVO heeft aangetoond, de laatste jaren.
De kleine resterende volumes voor SDE "+" (SDE 2019 II en SDE 2020 I), 53 MWp, verdeeld over 14 beschikkingen, zal, afhankelijk van realisatie of definitieve "afvoer", niet heel veel meer uitmaken gezien de vrij bescheiden omvang.
Wat de som nog grote resterende volumes voor de opvolgende regelingen betreft, vanaf SDE 2020 II, moet daar deels wel voor worden gevreesd, als ze niet op tijd gebouwd of aan het net kunnen worden gekoppeld. Mede gezien de smaller geworden tijd-vensters voor de oplevering, gecombineerd met de hardnekkige, continu om zich heen grijpende netcapaciteit problemen en tekorten aan personeel bij de netbeheerders. Voorspellingen zullen op dit vlak met prudentie moeten worden genoten, want het aantal onzekerheden over de (potentie aan) realisaties neemt alleen maar toe. Zelfs als we er van uitgaan dat verschillende "oplossingsrichtingen" voor de beperkte net capaciteit al lang in gang zijn gezet (voorbeeld bericht TenneT van 8 april 2025), en accu systemen inmiddels rap worden geïmplementeerd bij veel oude en nieuwe projecten. Makkelijk zal het allemaal beslist niet (meer) gaan.
Onderaan twee velden in de grote verzamel-tabel heb ik weer de ratio berekend van de officieel overgebleven beschikte volumes voor alle SDE "+" t.o.v. de oude SDE regelingen (rode veld), en dit herhaald voor de reeds door RVO als opgeleverd beschouwde project beschikkingen (groene veld). Die verhouding ligt, vanwege heftige toevoegingen van beschikkingen onder met name de laatste acht SDE "+" rondes, verminderd met de tussentijdse aanzienlijke hoeveelheden reeds verloren gegane exemplaren, inmiddels rond de 2,9 voor de aantallen overgebleven beschikkingen. In de update van juli 2017 was het slechts een factor 0,6. De SDE werd door duizenden particuliere toekenningen gedomineerd, en die was tot niet zo lang geleden bepalend voor deze inmiddels aardig "recht getrokken" verhouding. Bij de realisaties is die verhouding ook op dat niveau beland, een factor 2,9.
Bij de capaciteiten is de verhouding precies andersom, omdat SDE "+" gedomineerd werd door talloze zeer grote projecten. Bij de overgebleven beschikkingen, incl. de zeven toegevoegde SDE 2017-2019 en SDE 2020 I regelingen, is die factor flink gedaald, naar een verhouding 261 : 1 (SDE "+" staat tot SDE; in de update van september 2020 was dat nog 326 : 1).
Bij de realisaties ligt die verhouding nog marginaal lager, al is ze wel flink toegenomen, inmiddels een factor 260 : 1 (in de update van januari 2024 nog 210 : 1). In de update van juni 2018 update was dat nog 17 : 1, die ratio is dus aanzienlijk opgelopen sinds dat jaar. Als meerdere van de 14 overgebleven, nog openstaande beschikkingen onder de laatste SDE "+" regelingen daadwerkelijk worden gebouwd, zal de ratio mogelijk nog iets gaan toenemen t.o.v. de SDE volumes.
Tot slot, bij de gemiddelde systeemgrootte vinden we die trend wederom terug. SDE "+" staat tot SDE bij de overgebleven beschikkingen (ruim) 91 : 1, bij de realisaties fractioneel lager, afgerond voor de komma (juni 2018 update 43 : 1). Ook deze verhoudingen kunnen nog iets wijzigen, als er nog enkele resterende "SDE + projecten" daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden.
Ratio SDE++/SDE+
Helemaal onderaan heb ik ook weer berekeningen gemaakt voor dergelijke verhoudingen tussen de beschikkingen en realisaties van de tot nog toe bekende 5 SDE "++" rondes (SDE 2020 II tm. SDE 2024). Omdat er veel meer volume onder SDE "+" is afgegeven dan tot nog toe onder SDE "++", is die verhouding telkens kleiner dan 1.
Bij de (overgebleven) beschikkingen is die verhouding SDE++/SDE+ bij de aantallen een factor 0,19 : 1, bij de realisaties 0,15 : 1. Bij de capaciteit is die factor 0,72 : 1 bij de beschikkingen, bij de realisaties is het 0,29 : 1. Kijken we naar de gemiddelde omvang per beschikking, is deze ratio veel hoger, 3,7 : 1 bij de overgebleven beschikkingen. Bij de realisaties is deze ook al in het "voordeel" van SDE "++" omgeslagen: 1,9 : 1. De reden: verdere schaalvergroting bij de opgeleverde projecten, met name onder de SDE "++" regimes.
(f) Evolutie systeemgemiddelde capaciteit volgens RVO beschikkingen
In een van de artikelen over de effecten van de beschikkingen van SDE 2019 I, heb ik reeds uitgebreid stil gestaan bij de belangrijke factor "gemiddelde capaciteit" per beschikking, en bij de realisaties. Zie daarvoor het 5e artikel in die reeks (16 november 2019), paragraaf 3.
(g) Verzamel grafieken alle SDE regelingen - Aantallen en capaciteit bij beschikkingen / realisaties
In deze paragraaf toon ik weer de meest recente versies van de 2 bekende "stapel grafieken" met de begin april 2026 overgebleven volumes bij de beschikkingen (weergegeven in de grafiek hierboven, onder a), en bij de door RVO opgegeven "realisaties". Die vindt u hier onder.
Stapelgrafiek met links de kolommen stapel met de overgebleven (!!) hoeveelheden beschikkingen van SDE 2008 tm. SDE "++" 2024 (laatstgenoemde als azuurblauwe segment bovenaan zichtbaar). In combinatie met de voortgaande uitval bij de oudere SDE regelingen, zien we momenteel een cumulatie in de resterende, overgebleven hoeveelheid van 29.611 toekenningen voor zonnestroom (project beschikkingen, vorige update: 30.193 exx.). Dat waren bij de ooit oorspronkelijk vergeven exemplaren nog 62.811 beschikkingen (zie tabel en eerste grafiek onder a), waarvan dus al een aanzienlijk deel in de (digitale) papiershredder is verdwenen. De rechter stapel kolom geeft de in de update van 1 april 2026 door RVO formeel als "gerealiseerd" verklaarde hoeveelheden beschikkingen per regeling weer. Met als voorlopige cumulatie 28.763 beschikkingen gerealiseerd. Dat is wederom een flinke afname t.o.v. de voorgaande update (29.021 exx.), door een toegenomen aantal uitschrijvingen uit de RVO databank. Dit overgebleven volume is 97,1% van het overgebleven aantal "totaal overgebleven beschikt" (linker stapel) is. Weer een toename t.o.v. de 96,1% in de vorige update.
Goed is hier het grote verschil tussen de SDE 2019 II en SDE 2020 I regelingen te zien. De eerste had relatief zeer weinig beschikkingen, die gemiddeld per stuk echter wel "zeer groot" waren. De laatste SDE "+" regeling, 2020 I, had een record aantal aan gemiddeld genomen véél kleinere toekenningen, waar, ondanks de massieve uitval, nog steeds veel volume van over is. Bij de realisaties is de verhouding tussen de 2 regelingen vergelijkbaar met de nu actuele stand van zaken bij de overgebleven beschikkingen.
Daar bovenop zijn links de nieuwe volumes voor SDE 2020 II tm. SDE 2024 gestapeld. Van de laatste 3 regelingen zijn nog maar relatief weinig beschikkingen opgeleverd. "Onderin" de kolommen stapel is er tot en met SDE 2019 vrijwel geen activiteit meer, omdat al die oudere regelingen geen openstaande beschikkingen meer hebben, of nog maar een handvol (SDE 2019 II). Wel blijft er zeer regelmatig uitval bij de oudste SDE regelingen optreden. Die uitvallers zien we druppelsgewijs in deze, en de voorgaande grafiek terug komen, al hebben ze lange tijd relatief weinig impact gehad. Voor SDE 2008 begint deze wegval echter beslist significant te worden, met de 222 + 47 + 84 + 271 + 828 + 384 + 251 extra weggevallen beschikkingen uit de RVO bestanden in de vorige 6, en de huidige update, zijn de resterende volumes inmiddels op een veel lager niveau beland, dan de ooit ruim 3 duizend exemplaren. Op momenteel 2.102 exemplaren, om precies te zijn.
Vergelijkbare stapelgrafiek, met nu niet de aantallen (overgebleven) beschikkingen, maar links ditto, de totale capaciteit in MWp die er over is gebleven in de laatste update (met reeds aanzienlijke volumes door RVO virtueel weg gekieperd en dus niet meer zichtbaar). Zie ook de tweede grafiek onder paragraaf (a), voor een vergelijking tussen oorspronkelijk beschikte volumes en op 1 april 2026 daarvan overgebleven hoeveelheden.
De in de vorige update nieuw toegevoegde SDE 2024 regeling had oorspronkelijk 1.851 MWp beschikt gekregen in de officiële RVO lijst voor die jaargang, waar inmiddels 1.593 MWp van over is. Het totale volume wat is overgebleven voor alle regelingen inclusief SDE 2024 is momenteel 18.527 MWp. Dat was bij het ooit oorspronkelijk vergeven / beschikte project volume nog 33.446 MWp (zie tabel en grafiek onder paragraaf a), er is dus extreem veel capaciteit al verloren gegaan. Vooral de verliezen bij de SDE 2017 tm. SDE 2020 II regelingen, en onder de drie eerste SDE "++" opvolgers, zijn substantieel. Rechts het nog beperkte "gerealiseerde" volume, althans van de beschikkingen (voor een belangrijk deel niet de werkelijk opgeleverde capaciteit !). Met in totaal nu "officieel" 13.853 MWp gerealiseerd. In de juli 2023 update werd de 10 GWp grens gepasseerd bij deze parameter. Genoemde, bijna 13,9 GWp, is 74,8% van het (overgebleven) beschikte volume (vorige update 72,2%). Er is dus in ieder geval wat het RVO - SDE dossier betreft, op het gebied van te realiseren capaciteit, nog ruim een kwart van het nu (overgebleven) beschikte volume te gaan.
VertiCer / RVO
Het VertiCer (voorheen CertiQ) dossier, met fysiek gerealiseerde volumes, blijkt in hun laatste status updates, zoals te doen gebruikelijk, alweer een stuk verder te zijn, t.o.v. de gerealiseerde volumes beschikkingen van RVO, al hoort hier weer een forse waarschuwing bij. Bij VertiCer stond eind maart 2026 namelijk 14.705 MWp aan fysieke opleveringen, waarvan het allergrootste deel SDE beschikte projecten betreft (en nog een onbekend, hoogstwaarschijnlijk "zeer beperkt" deel zonder SDE beschikking). Dat volume is wat de realisaties betreft tuim 6% groter dan het totaal aan beschikte capaciteit wat er eind QI 2026 bij RVO nog over zou zijn voor de SDE projecten. Zouden we het reeds bereikte VertiCer volume afmeten aan het overgebleven beschikte totaal volume bij RVO, begin april 2026, zouden we al op een onwaarschijnlijke 79,4% realisatie komen, beduidend hoger dan de status bij RVO zelf (kader in grafiek). Met de voorbehouden die daar bij horen. Een zo'n voorbehoud is, dat het VertiCer volume waarschijnlijk veel te hoog ligt, doordat er nog zeker 2 forse anomalieën in de opgegeven capaciteit cijfers blijken te zitten. Derhalve, moet dat volume later flink neerwaarts worden bijgesteld. Hoeveel, dat is nog de grote vraag.
Normaliter liggen de cijfers bij VertiCer wel altijd (ver) voor op het RVO - SDE dossier. Feit blijft, dat sowieso bij RVO talloze reeds netgekoppelde projecten nog niet met een "ja" vinkje zijn gezegend in de publiek beschikbare data overzichten. Die dus nog niet in hun (actuele) cijfers kunnen zitten. Die projecten staan al lang in de VertiCer databank, omdat er al meteen garanties van oorsprong aangemaakt moeten gaan worden, "zodra de stekker in het betreffende project gaat". Voor de meeste projecten achter grootverbruik aansluitingen worden maandelijks (automatisch) meetgegevens via de meet-gemachtigde ingediend, die direct naar VertiCer worden doorgesluisd na validatie door de betreffende netbeheerder. Registratie bij VertiCer gebeurt in het grootste deel van de gevallen zeer rap na fysieke netkoppeling. Dagelijks worden updates gedraaid met de nieuwste toevoegingen die door de exploitanten worden doorgegeven, en waarvoor de netbeheerders hun formele fiat hebben gegeven (pers. comm. Polder PV met medewerker van VertiCer rechtsvoorganger CertiQ, in 2022). Wat daarna geschiedt in het RVO traject kan echter vele maanden kosten, voordat dit leidt tot een "formeel ja vinkje" in hún databestand. Ik kom soms nieuwe "ja" vinkjes tegen van projecten die in de 2 voorgaande jaren netgekoppeld zijn opgeleverd, dus die vertraging kan bij sommige projecten zeer fors oplopen. Het is een van diverse redenen, waarom de nationale statistiek cijfers zo "vloeibaar" zijn, en regelmatig wijzigen.
Het verschil tussen "overgebleven beschikt" volume en "gerealiseerd volume status 1 april 2026" bij RVO bedraagt 18.526,7 - 13.852,6 = (in afronding) 4.674 MWp (bijna 4,7 GWp). Dat is de nu nog overeind gebleven "pijplijn" aan PV projecten binnen alle SDE regelingen tm. SDE 2024. Dit is alweer ruim een halve GWp minder (555 MWp), dan de overgebleven 5.229 MWp pijplijn in de status update van januari 2026, wat is veroorzaakt door voortschrijdende negatieve bijstellingen van de beschikte capaciteiten, en een flinke hoeveelheid uitschrijvingen uit de RVO databank.
Sowieso gaat ook daar weer veel volume van afvallen, gezien de trend van de afgelopen overzichten van RVO. En het is nog steeds niet het "gerealiseerde" volume. Dat kunnen we alleen te weten komen als exacte project informatie beschikbaar komt, zoals in ultimo bij de netbeheerders en VertiCer bekend zou moeten zijn of worden. Polder PV heeft in ieder geval van de "top" in de markt, de grootste projecten, inclusief de inmiddels alweer alhier bekende, 1.191 reeds gerealiseerde, netgekoppelde grondgebonden zonneparken (> 15 kWp per stuk, excl. andere "niet rooftop" projecten zoals drijvende projecten), die de grootste volumes aan MWp-en inbrengen, het meest complete, continu ververste, en gedetailleerde overzicht van Nederland. Voor de uitgebreide recente analyse van de zonneparken in Nederland (peildatum 27 januari 2026), volg deze link.
RES & uitgebreid "klimaat doel elektra"
Voor overwegingen m.b.t. het behalen van de RES doelstellingen voor (aanvankelijk) 35 TWh productie uit hernieuwbare bronnen op land, resp. het vooralsnog onhaalbaar geachte doel van 55 TWh in 2030, zie de aparte paragraaf in de update van 1 juli 2025.
Martien Visser, gepensioneerd, maar nog steeds actief met zijn "grafiek van de dag" (Bluesky), voorspelt op basis van zijn nieuwste berekeningen (incl. aanvragen SDE 2025, waar natuurlijk, ondanks gedane suggestie, beslist nog e.e.a. van gaat afvallen) wederom, dat het Klimaatakkoord doel, 35 TWh stroomproductie uit hernieuwbare bronnen op land, in 2030 "ruim gaat halen" (42 TWh; post van 9 januari 2026).
Voor de broeikasgas reducties die nodig zijn voor 2030 (55%) is dit echter volstrekt onvoldoende, dat doel gaan we zonder draconische ingrepen beslist niet halen, volgens het Planbureau voor de Leefomgeving, in de Klimaat- en Energieverkenning 2025.
Over dit kleine andere zonne-energie dossier was al wat langer niet zeer veel zinnigs te melden, gezien de trage ontwikkeling. In meer recente versies is er echter wel een en ander gewijzigd t.o.v. de update van oktober 2023. In de versie van januari 2024 werden er 7 nieuwe realisaties gemeld, en werd er 1 beschikking afgevoerd uit de RVO databank. In de update van 1 april 2024 zijn er wederom 5 nieuwe realisaties bekendgemaakt. 1 maal een beschikking uit de SDE 2019 II (493 kWth. toegevoegd), 2x SDE 2020 I (841 kWth.), en de eerste SDE 2020 II (350 kWth.), resp. SDE 2021 beschikkingen (232 kWth.), die zijn opgeleverd. Daarnaast is 1 al langer geleden opgeleverde SDE 2016 II beschikking (140 kWth.) afgevoerd, om onbekende reden.
Hier bovenop is een belangrijke nieuwe wijziging gekomen. Of eigenlijk 2. In de update van 1 juli 2024 is een SDE 2019 II beschikking geprullebakkeerd (Nagele Warmte, 322 kWth, in Noordoostpolder). Maar tegelijkertijd is ook de grootste ooit afgegeven beschikking voor thermische zonne-energie, in dezelfde SDE 2019 II regeling als opgeleverd gemarkeerd. Het gaat daarbij, uiteraard, om zonne-energie park Dorkwerd van Novar, in Groningen, wat het lokale stadswarmte net moet gaan beleveren. De beschikking heeft een omvang van 37,4 MWth, wat natuurlijk direct een zeer forse impact heeft op de progressie voor alle regelingen, zoals in onderstaande grafiek getoond. Volgens Novar zou dit het "3e grootste zonthermiepark ter wereld" zijn (geworden), en het project heeft de grootste SDE beschikking ooit die voor deze zonne-energie techniek is afgegeven, in de historie van die reeks subsidie regelingen.
In de update van 1 oktober 2024, is de beschikking voor het Dorkwerd project iets neerwaarts bijgesteld (38,28 MWth), en is een klein rooftop project op een appartementencomplex in Blaricum (NH) als gerealiseerd opgevoerd, met een capaciteit van 186 kWth. Het betreft de laatst overgebleven beschikking uit de SDE 2020 voorjaarsronde. Er verdwenen 2 beschikkingen, 1 uit de SDE 2019 II, en 1 uit de SDE 2021 (vermoedelijk teruggetrokken).
Updates 1 januari 2025 tm. 1 april 2026
In de update van 1 januari 2025, zijn er geen nieuwe realisaties afgevinkt door RVO. Wel is er 1 kleine beschikking van 168 kWh-th uit de voorjaars-regeling van SDE 2019 afgeschreven (Nassau Staete, Nijmegen). Verder is er toen niets gewijzigd.
In de update van 1 april 2025 verdwenen er weer 2 beschikkingen, uit de SDE 2022 regeling. Dit bracht een extra verlies op van 8,9 MWth aan beschikte capaciteit. Tot slot, werd de capaciteit voor SDE 2019 II iets opwaarts bijgesteld. Er waren geen nieuwe realisaties.
In de update van 1 juli 2025 is 1 SDE 2021 beschikking voor een thermisch project in het Overijsselse Rijssen verzilverd, met een capaciteit van 173 kWth, is het oudste gerealiseerde project met beschikking voor SDE 2012 (102 kWth), te 's-Gravendeel, uit de records van RVO verdwenen (...), en is de laatste overgebleven SDE 2019 I beschikking die nog niet was ingevuld, met een omvang van 168 kWth, ook verwijderd.
De RVO update van 1 oktober 2025 wijzigde nauwelijks. De anonieme beschikking voor een klein projectje in Harskamp (Ede, Gld), met een omvang van slechts 70 kWth, werd verwijderd.
In de update van 1 januari 2026 blijkt er 1, reeds in 2017 opgeleverd project bij een zuivelboerderij in Katwoude (Waterland, NH), met een SDE 2016 II beschikking van 984 kWth, te zijn verdwenen uit de RVO records. Ook is er een anonieme SDE 2021 beschikking voor 197 kWth, met "nee" vinkje, voor een project in Eindhoven afgevoerd.
In de huidige update van 1 april 2026, tot slot, zijn er in totaal 3 al gerealiseerde beschikkingen weer afgevoerd (2x SDE 2016 II en 1x SDE 2018 II), en is er een marginale capaciteit correctie onder SDE 2019 I geweest. De capaciteit verkreeg ik weer op aanvraag in een separaat lijstje per SDE ronde, van RVO. In totaal nam daarmee het beschikte vermogen af met 802,3 kWth.
Tezamen met voorgaande verliezen van oorspronkelijk toegekende beschikkingen, zijn er inmiddels nog maar 69 beschikkingen voor thermische zonne-energie projecten over, met een geaccumuleerd vermogen van 97,1 MWth. De oudste overblijvende beschikkingen komen uit de SDE 2013 (al lang gerealiseerd), SDE 2015 en SDE 2017 II hebben géén beschikkingen voor dergelijke thermische warmte projecten (meer). Er zijn in totaal 67 (overgebleven) SDE beschikkingen gerealiseerd middels deze zonne-energie techniek, met als (overgebleven) gerealiseerd vermogen 95,6 MWth. Opvallend is, dat onder de SDE 2023 en SDE 2024 "++" regelingen, er géén nieuwe beschikte projecten meer zijn bijgekomen.
Er staan nog maar 2 beschikkingen open, onder SDE 2021, met een bescheiden vermogens-vraag (1,4 MWth).
Naast deze puur thermische zonne-energie installaties ontdekte Polder PV eerder ook nog een "innovatief" project in de groslijst met SDE beschikkingen. Dat was een PVT-project in combinatie met een warmtepomp, met een beschikking voor 3,75 MW thermisch vermogen, die door RVO in de deel-categorie "CO2-arme warmte" van SDE 2021 was ondergebracht. Die beschikking is inmiddels afgevoerd uit de meest recente RVO SDE lijst.
Voor details van de status quo bij eerdere realisaties, zie ook onder de analyse van de 1 april 2022 update (onderaan het artikel).

Frequente updates over de SDE regelingen bij Polder PV, sedert 2008. Huidig exemplaar: status 1 april 2026 (QI 2026)
Bronnen (extern):
Feiten en cijfers SDE(+)(+) - RVO, status 13 april 2026
Monitoring zonne-energie - RVO, status 23 september 2025 (cijfers betreffende stand van zaken tm. 2024)
Monitoring zonne-energie - RVO, status 10 oktober 2024 (cijfers betreffende stand van zaken tm. 2023)
Bronnen (intern):
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2025
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2024
Deel dossier SDE 2024 - zie eerste rapportage en vervolgen (bronnen)
30 april 2026: Nieuwe statistiek SDE bij RVO na 50 detail analyses Polder PV uitgekleed, waarde voor Nederlandse PV statistieken sterk verminderd. Het heeft even geduurd voordat de eerste kwartaal statistiek van 2026, van de hand van RVO over de voortgang van de SDE statistieken, werd gepubliceerd op de bekende website. Polder PV houdt deze statistieken al vele jaren bij, en heeft inmiddels al ruim 50 (!) maal, in steeds gedetailleerdere vorm over de progressie gerapporteerd, sinds zijn detail analyse voor SDE 2011, en de eerste overzichten met de evolutie van de realisaties voor zonnestroom beschikkingen, in het voorjaar, en in de zomer van 2012.
Inzage van de nieuwe lijst van april 2026 (medio die maand verschenen bij RVO) zette meteen al een enorme domper op het geheel. Er ontbraken twee essentiële kolommen in de downloadbare csv file, die voor het toegekende vermogen per beschikking (generator vermogen, MWp), en de maximaal beschikte productie per jaar (in MWh/jr). Door het ontbreken van die essentiële data, was zinvol onderzoek niet meer mogelijk, en kon de jarenlang door Polder PV opgebouwde detail statistiek voor het qua capaciteit toevoegingen belangrijkste marktsegment van de Nederlandse zonnestroom markt niet meer worden gecontinueerd! Alleen met de aantallen (overgebleven) beschikkingen kon nog iets worden gedaan, maar dat is zo mager en zo weinig betekenisvol, dat ik daar weinig brood in zag.
RvS uitspraak / voorlopige voorziening, met onheilspellende gevolgen
Derhalve, heb ik direct contact opgenomen met RVO, om te vragen of die al vele jaren gepubliceerde, maar nu dus ontbrekende data alsnog konden worden toegevoegd. Ik kreeg al snel een vrij schokkend antwoord:
"De reden waarom we de Excel hebben ingeperkt, ligt in een recente uitspraak van de Raad van State. Aan RVO is aangegeven dat er onvoldoende grondslag is om deze gegevens actief openbaar te maken zoals we dat altijd deden. Vandaar dat veel informatie moet worden weggelaten. RVO volgt dus de uitspraak van de RvS in deze."
Uiteraard ben ik direct op zoek gegaan naar de aard van die verder niet met naam benoemde, infame uitspraak, en vond deze hier terug (bij navraag werd dat ook bevestigd door de betreffende RVO medewerker). Dit betreft een hoger beroep bij de Raad van State naar aanleiding van een WOO (Wet Open Overheid) procedure verzoek van het Financiële Dagblad (FD) bij het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, waarbij werd gevraagd naar "gegevens over alle verschillende openstellingsrondes van de SDE, SDE+ en SDE++". Op dit verzoek werd documentatie gepubliceerd op 20 oktober 2023 (!), waaronder een dataset met aantallen van projecten in het kader van de SDE, SDE+ en SDE++ die eerst waren beschikt en, vervolgens weer waren ingetrokken. NB: Polder PV publiceert al vele jaren lang de detail consequenties van die (duizenden) intrekkingen per SDE regeling in zijn RVO overzichten ...
Voorlopige voorziening
Voor een tweede set data, met (SDE) projecten in beheer, die al openbaar was gemaakt, stelde de minister echter hoger beroep in, waarbij de voorzieningenrechter werd verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die zou inhouden, dat er nog geen gevolg gegeven zou hoeven worden aan dat deel van de uitspraak van de rechtbank. Het zou daarbij vooral gaan om "openbaarmaking van de hoogte van de daadwerkelijk uitgekeerde subsidiebedragen". Die zouden bedrijfsgevoelig zijn en niet openbaar mogen worden gemaakt, waarbij FD repliceerde dat die gegevens gewoon door RVO berekend worden, via de bekende methoden geopenbaard op hun website. En dat die data dus niet als zodanig geoormerkt kunnen worden, en ook niet konden worden geweigerd in het WOO verzoek. Dat werd door de rechtbank echter ontzenuwd, de informatie is volgens hen dermate concurrentiegevoelig, dat "bescherming daarvan zwaarder moet wegen dan het belang van het FD om de besteding van overheidsgeld beter te kunnen controleren". Dit geldt dan weer niet voor informatie van 5 jaar of ouder, en de minister wordt dan ook opgedragen om eventuele gevoeligheid van die oudere informatie (grotendeels SDE 2008-2010 en diverse opvolgende SDE "++" regelingen betreffend) helder, en overtuigend te motiveren in een nieuw "besluit op bezwaar".
De uitspraak vat de gevolgen van het rechts-proces samen als volgt: "Omdat niet kan worden uitgesloten dat de minister in het nieuwe besluit op bezwaar zal besluiten om de gevraagde informatie die ouder is dan vijf jaar, of een deel daarvan, alsnog openbaar te maken, zal de voorzieningenrechter bepalen dat feitelijke verstrekking achterwege zal blijven tot in hoger beroep is beslist. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat onomkeerbare gevolgen intreden. Van een zwaarder wegend belang bij openbaarmaking voorafgaand aan de beslissing in hoger beroep, is niet gebleken."
Er wacht dus nog een beslissing van RvS op het hoger beroep door de Minister, tot die tijd mogen de gevraagde gegevens (voor de tweede dataset) nog niet openbaar worden gemaakt.
Gevolgen
Kennelijk heeft deze rechtszaak de nodige schokgolven veroorzaakt bij de juridische afdeling van RVO, en heeft zij met de door mij geschetste ingreep in hun meest recente SDE overzicht (april 2026), verwijdering van twee essentiële data per project, het beschikte generator vermogen, en de maximaal beschikte productie per jaar, alvast een voorschot genomen op een eventuele voor hen "vervelende" beslissing van de Raad van State. Dit heeft echter catastrofale gevolgen voor mijn jarenlange analyses, die het verloop van de SDE regelingen zeer nauwgezet hebben kunnen volgen, en waarvoor minimaal het vermogen van de cumulatieven bij de projecten essentieel is. Niet op "project niveau", maar per SDE regeling, en per kalenderjaar, waarbij dus individuele info niet relevant was, maar wel de optellingen daarvan.
Terug naar RVO met verzoek
Ik had wel van RVO een toezegging van een mogelijke optie tot een bepaalde manier van (alternatieve) data verstrekking verkregen. In een reactie op de gevonden, voorlopige RvS uitspraak, werd daarbij nog gesteld: "Dat informatie ergens anders beschikbaar is, is overigens geen reden om het dan zelf ook actief openbaar te maken. Daar moet een grondslag (reden) voor zijn, die nadrukkelijk voor RVO aan de orde is". Ik had eerder de suggestie gedaan, om, als alternatief, minimaal de geaccumuleerde overgebleven vermogens en aantallen beschikkingen per SDE regeling, gesegregeerd in reeds gerealiseerde projecten, en nog niet gerealiseerde beschikkingen, te publiceren, eventueel als extra tabblad bij hun (uitgeklede) groslijst. Er zou daar door de juridische afdeling naar gekeken worden.
Al binnen twee dagen kreeg ik een verheugend bericht, en 2 tabellen. De eerste met, per SDE regeling de nieuwste status (april 2026) van de aantallen projecten, en het geaccumuleerde vermogen daarvan, zowel voor de reeds gerealiseerde projecten, als voor de nog niet gerealiseerde exemplaren. Een tweede tabel bevatte hetzelfde, voor het ook al heel lang door mij bijgehouden, zeer bescheiden thermische zonne-energie dossier. Volledig geanonimiseerd, zonder expliciete, afzonderlijke project informatie, waarmee ik voor een essentieel deel alsnog mijn analyses kon vervolgen. Althans, als deze staatjes alsnog als bijlage gepubliceerd zullen gaan worden, want dat schijnt nog "in overweging" te zijn bij RVO, ook omdat er nog "een andere partij" geïnteresseerd zou zijn in dergelijke informatie (naar de identiteit daarvan kan alleen maar geraden worden, maar dat is ook weer niet zo moeilijk, voor de insiders). Dat blijft dus nog even spannend. Ik zal ook nog proberen of bij een dergelijke "bijlage" ook het (geaccumuleerde) vermogen en aantallen beschikkingen per kalenderjaar van realisatie / oplevering toegevoegd kan worden, want die informatie ontbreekt ook nog voor de huidige regeling.
Voorlopige conclusie: kleine zucht van verlichting, onder voorbehoud
Met de aan mij verstuurde tabelletjes heb ik inmiddels een groot deel van mijn SDE analyse "trein" voort kunnen zetten, die u in het vervolg zult aantreffen. Juichen doe ik pas, als zowel de segregaties per beschikking, als die per jaar van oplevering, als structureel onderdeel van komende SDE updates van RVO toegevoegd zullen gaan worden. Want als dat niet gebeurt, of die tabellen zijn niet meer op verzoek bij RVO te verkrijgen, zou dat voor de zoveelste maal een slag in het gezicht van de wetenschap zijn: dan droogt de basis voor een GOEDE nationale solar statistiek verder op, en wordt het Nationale Drama genaamd de zonnestroom statistiek van Nederland een nog erger drijfzand moeras dan het al vele jaren was...
Uitspraak 202500976/2/A3 (Raad van State, 17 december 2025, voorlopige voorziening getroffen tot hoger beroep is afgewikkeld)
Feiten en cijfers SDE(+)(+) - RVO, status 13 april 2026
23 april 2026: "Contracts for Difference" plannen voor opname in SDE regelingen. Er is al meerdere malen naar plannen verwezen om zogenaamde "Contracts for Difference" (CfD's) te entameren binnen het al zeer complexe raamwerk van de stimuleringsregeling(en) voor duurzame energie (SDE, inmiddels al een tijd in de "SDE++" fase beland). 20 maart jl. verscheen een 8 pagina's tellende kamerbrief van Stientje van Veldhoven-van der Meer, nieuwe Minister van Klimaat en Groene Groei, die een en ander nader uitdiept. Daarbij wordt de Nederlandse vertaling "tweerichtingscontracten" gebezigd.
De Minister gaat in op de wijzigingen in het Europese beleid voor "prijszekerheid" voor zon en wind, waarbij het vele jaren lang gehanteerde uitgangspunt van de talloze SDE regelingen geen soelaas meer biedt, en wat voor genoemde "tweerichtingscontracten" ingeruild moet gaan worden. En wel, per medio 2027. Hiermee zouden lagere financieringskosten gerealiseerd moeten worden, en de "uitrol kostenefficiënt" worden voortgezet (een mantra die al vele jaren lang over de diverse SDE regelingen wordt uitgesproken). Belangrijk onderdeel van dit alles is windenergie op zee, waarvoor de ambitie van 40 GW is uitgesproken. Bij RVO wordt uitgegaan van een verhoging van de huidige ruim 4,7 GW naar 30-40 GW tm. 2040 voor wind op zee.
Er zijn al langer ontwerpen in voorbereiding voor deze nieuwe vorm van contracten, waarbij de initiatiefnemer / stroom producent van wind- of zonneparken op land en voor wind op zee steun krijgt als de marktprijs onder een bepaald gemiddelde blijkt te liggen, en deze producent de Staat geld moet betalen, als die prijs er boven blijkt te liggen. Voor de nu voorliggende ontwerpen wordt het Planbureau voor de Leefomgeving om advies gevraagd, en kunnen marktpartijen reeds kennis nemen van de gedachten richting over die ontwerpen. Partijen zijn reeds in eerdere overleggen betrokken, waarbij al gepraktizeerde CfD's (o.a. UK) tegen het licht zijn gehouden. Op basis van het advies van het PBL wordt een definitief ontwerp opgesteld, die rekening houdt met beschikbare budgetten, en het "doelbereik".
Andere juridische realiteit
Het principe van CfD's is in juridische zin geheel anders dan de SDE subsidie beschikkingen die jarenlang (sedert 2008) door RVO en haar rechtsvoorgangers zijn afgegeven. Het zijn namelijk zogenaamde "privaatrechtelijke contracten" tussen marktpartijen en de Staat. Het kan daarbij beslist voorkomen, dat binnen de looptijd van zo'n contract, de Staat meer geld zal ontvangen, dan uitkeren. Daarvoor dient een apart wetgevingstraject te worden doorlopen. Hiervoor was een concept gepubliceerd, wat tussen 16 oktober en 14 november 2025 becommentarieerd kon worden door belangstellenden. 19 partijen hebben een reactie ingestuurd, waaronder, uiteraard, TenneT TSO, NVDE, enkele bekende grote energie leveranciers (ja, ook Shell), de belangenvereniging van de energieproducenten / leveranciers, EWA (die pleit voor juist stimulering van ándere bronnen dan wind- en zon, zoals waterkracht), cooperaties Meerwind en Windvogel, zelfs een korte reactie van groot energiebedrijf EnBW uit Duitsland, en enkele anonieme partijen. Waar onder een particulier die zich opwindt over het feit dat de salderingsregeling wordt afgeschaft, en subsidies voor bedrijven worden gecontinueerd ...
De consultatie resultaten zijn verwerkt in het voorstel van het ministerie, wat bij de Raad van State ligt ter beoordeling. Na het advies van RvS wordt de Tweede Kamer gevraagd om een "voorspoedige behandeling" van het wetsvoorstel, zodat een nieuwe Wet in 2027 geldig zal kunnen zijn. De wet dient er met name voor om het CfD mechanisme juridisch mogelijk te maken, inhoudelijke keuzes over de uitvoering ervan zullen niet in de wetstekst voorkomen, maar in later te formuleren ministeriële regelingen (waar de Kamer alsnog op kan ingaan). In het wetsvoorstel wordt echter wel de mogelijkheid van toepassing van het CfD mechanisme opgenomen bij ándere vormen van energie opwek dan wel van CO2 reductie. Met name genoemd worden hierbij kernenergie, productie van duurzame warmte, elektrificatie, en zelfs CCS (carbon capture & storage).
De brief gaat verder dieper in op de ontwerpkeuzes, waarbij enkele uitgangspunten worden gehanteerd:
Uitkomsten van de overwegingen
Bron:
Kamerbrief tweerichtingscontracten verrekening verschillen zon-PV en windenergie (20 maart 2026)
13 april 2026: Maandcijfers VertiCer update 2 april 2026. Deel II - Garanties van Oorsprong
In het eerste deel van dit tweeluik rapporteerde ik over de nieuwe data van VertiCer met betrekking tot de evolutie van de aantallen en capaciteit van de gecerfiticeerde PV installaties in hun register, na een onderbreking van 2 maanden. In dit tweede deel ga ik in op de afgegeven hoeveelheden Garanties van Oorsprong. Die borg staan voor de vergroening van de geproduceerde hoeveelheid zonnestroom van deze volledig geijkt bemeten grote populatie PV projecten in Nederland.
Ook hiervoor moest goed gekeken worden in de complexe basis data, want op dit vlak is de toch al ingewikkelde eerdere wijze van presenteren fors gewijzigd t.o.v. de voorgaande overzichten bij VertiCer. Ook hier zijn weer problemen opgetreden, met name omdat een groot volume van de in eerdere rapportages nog aanwezige productie in 2021 niet meer terug te vinden is in de primaire data van VertiCer. De reden daarvan is onbekend. Het geringe volume wat daarvan nog over is, is apart gemarkeerd in de productie grafiek.
Ook zijn nu nog slechts (eerste) resultaten tm. januari 2026 bekend, met een zeer klein eerste volume voor februari. Normaliter zouden de data voor een bepaalde maand aan het eind van de volgende maand grotendeels al bekend moeten zijn (begin april dus grotendeels al voor de hele februari maand). Mogelijk worden deze en de door mij gesignaleerde ontbrekende data voor 2021 alsnog later toegevoegd, als het nieuwe portal naar behoren functioneert bij VertiCer.
Evolutie van gecertificeerde zonnestroom productie / uitgifte van GvO's tm. januari 2026
Ook voor deze parameter, afgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong (GvO's), geldt, dat er op 24 augustus 2024 een update van de historische cijfers is gegeven. Deze zijn weergegeven in de tweede VertiCer revisie naast het voorgaande maandrapport. In het huidige bijgestelde overzicht geef ik weer alleen de meest recente cijfers weer, vanaf mei 2021. Meer volledig lijken de resultaten pas vanaf december dat jaar te zijn. Voor een fraaie, bijgewerkte grafiek die verder terug gaat in de tijd, zie de update in de bespreking van het augustus 2024 rapport, en het commentaar daarbij. Helaas zijn ook de 2 door mij al lang gesignaleerde (en aan VertiCer gerapporteerde) anomalieën in februari en augustus 2024, nog steeds niet officieel "gerepareerd" in de publiek beschikbare VertiCer data.

De extractie van een continue reeks van zonnestroom productie data uit de nieuwe spreadsheets van VertiCer is niet eenvoudig omdat de zonnestroom data tussen alle overige GvO cijfers in staan (diverse energie productie platforms), sterk verspreid over meerdere locaties, er terug gerekend moet worden naar maand van productie, er continu wijzigingen / bijstellingen zijn, en alle over verschillende periodes uitgegeven garanties van oorsprong (GvO's) voor gecertificeerde zonnestroom uiteindelijk per maand opgeteld moeten worden. Bovenstaande grafiek is het uiteindelijke resultaat van het bij elkaar schrapen van alle gegevens in een ordentelijk overzicht, waarbij het criterium "issue" ("uitgegeven certificaten"), vanaf de huidige update, als criterium is genomen. Met de meest recent beschikbare reeks van mei 2021 tm. de eerste cijfers voor januari 2026 (en nog een marginale hoeveelheid voor februari, rechtsonderaan in de grafiek). In de maand rapportages lopen de productie resultaten normaliter altijd 1 maand achter op die van de opgestelde generator capaciteit. De productie is weergegeven in de blauwe curve (eenheid GWh = 1.000 MWh = 1 miljoen kWh). Normaliter worden, door continue toevoegingen in latere maand rapportages, de meeste (recentere) cijfers weer verder opgehoogd, derhalve ook de gesignaleerde "piek" waarden per kalenderjaar. Zoals gezegd, lijken in de nieuwe data opzet van VertiCer een groot deel van de afgegeven GvO's voor 2021 te ontbreken (vergelijk deze grafiek met het vorige exemplaar met status update 2 januari 2026!)
In de basis data van VertiCer wordt bij de afgegeven ("issued") certificaten niet meer gesproken over gescheiden volumes voor netlevering en niet-netlevering (lees: eigenverbruik). Laatstgenoemde deel categorie was tm. de update van 2 januari 2026 in de overzichten van VertiCer al stelselmatig, voor alle recente maand rapportages, op nul gesteld. Vermoedelijk is dit het gevolg van de beslissing, aangekondigd in de Kamerbrief over de openstelling van SDE 2024, om eigen verbruik bij nieuwe PV projecten niet meer te belonen met Garanties van Oorsprong, om overwinsten te voorkomen (zie bespreking kamerbrief in artikel van 11 maart 2024). Normaliter blijft voor oudere regelingen deze (contractuele) afspraak overeind, maar er zijn sinds genoemde maand in het geheel geen GvO's voor eigenverbruik meer uitgegeven door VertiCer, zoals uit hun eigen administratie bleek. Deze splitsing is kennelijk vanwege die reden weer overboord gegooid door VertiCer, een niet meer bestaand "onderscheid" wordt niet meer als zodanig in hun basis tabellen gemaakt. En dienen we voor de uitgegeven GvO's dus uit te gaan van (volledige) "netlevering".
Voor de teruggetrokken GvO's heb ik deze niet meer van genoemde afgiftes afgetrokken, maar beschouw ik die vanaf de huidige update als afzonderlijke categorie. Deze kunnen immers ook voor eerder afgegeven periodes gelden, en dienen dan ook als zodanig te worden beschouwd (zie verderop).
Drijvende krachten GvO uitgifte
Er zijn twee "drijvende krachten" achter het verloop van deze curve. Ten eerste natuurlijk de seizoens-variabiliteit, die zich uit in hoge producties in de zomermaanden ("toppen"), resp. lage output in de wintermaanden ("dalen"). Meestal is december de minst producerende maand. Eerder zagen we al dat, sterk afhankelijk van de gemiddelde instralings-condities in de betreffende maand, in de zomerperiodes hetzij mei (2020), juni (2019, 2021, 2022), of juli (2017, 2018) de best performer waren bij de productie. Voor de hier getoonde recentere periode zijn de waargenomen "zomer pieken" langere tijd alle 4 in juni gevallen. Sinds enige tijd is in 2024 juli de (momenteel) beste productie maand in dat jaar geworden. Inmiddels zijn alle piekwaarden voor 2022 tm. 2025 weer opnieuw vastgesteld. In deze nieuwe opzet, is recordhouder, met ruim 1.617 GWh fysiek gemeten productie ("issued GvO's"), juni 2023. Dat is marginaal meer dan de 1.615 GWh in juni 2025. We moeten komende updates afwachten, of die verhouding ook zo zal blijven, of dat door extra toevoeging van alnog uit te geven GvO's, juni 2025 wellicht toch hoger kan uitkomen.
Wat instraling betreft was in 2025 in ieder geval niet juni (gemiddeld 179 kWh/m² horizontale instraling), maar mei de maand met de hoogste instraling, 182 kWh/m², volgens de in detail bijgehouden instralings-data van het KNMI, door Anton Boonstra. Let wel, dat dit met 1 dag meer is geweest dan in juni. Juli had een beduidend lagere instraling (2025 165 kWh/m²; 1,4% meer dan in 2024), en ook tot nog toe de laagste productie (afgegeven GvO's). Interessant zal zijn hoe de verhoudingen tussen deze drie maanden zullen uitpakken in komende updates, als meer GvO's bijgeschreven zullen gaan worden voor die periode. Aangezien verschillende maanden met afwijkende aanpassingen te maken zullen blijven hebben, is de uiteindelijke verhouding nog niet goed te voorspellen.
2024 had een duidelijk lagere piek dan in de jaren 2023 en 2025, in juli, met 1.439 GWh aan afgegeven GvO's. De verwachting is, dat augustus, als het volume daarvoor tenminste gecorrigeerd gaat worden, geen nieuw record niveau voor dat jaar zal gaan opleveren, gezien de door Boonstra ge-extraheerde instralings-niveaus (links naar Twitter resp. Bluesky posts: aug. 2023 134,6 kWh/m², aug. 2024 149,2 kWh/m², resp. aug. 2025 147,9 kWh/m²). De instraling in augustus 2024 lag slechts marginaal hoger dan in augustus 2025, en had natuurlijk ook een kleinere populatie gecertificeerd bemeten PV projecten. Belangrijker nog, juli 2024 had een beduidend hoger instralingsniveau dan augustus dat jaar (162,4 kWh/m² volgens data extract Boonstra), dus het is onwaarschijnlijk dat augustus een (veel) hogere uitkomst heeft laten zien dan in de voorgaande maand. Zelfs met een beperkte bijbouw van nieuw participerende projecten.
De vier piekwaarden in de getoonde periode zijn in bovenstaande grafiek weergegeven. De data voor 2021 lijken met de nieuwe presentatie methode grotendeels uit de records te zijn verdwenen, en zijn dus niet representatief meer (open cirkels, links onder in de grafiek).
Alle (piek) volumes kunnen later nog, zij het marginaal, worden bijgeplust. Zeker van de kleinere projecten, die niet maandelijks door een meetbedrijf worden gemeten, komen productiecijfers namelijk heel erg laat pas beschikbaar, en worden ze dan pas aan de databestanden van VertiCer toegevoegd. En worden ze "zichtbaar" in de hier getoonde productie historie. Als dit al geschiedt, zal de impact ervan echter zeer bescheiden zijn.
Voor drie "Casussen anomalieën bij GvO uitgifte volumes", zie de bespreking in de analyse van het juli 2025 rapport van VertiCer.
Maandcijfers
Omdat de rekenwijze is gewijzigd, is er geen vergelijking meer mogelijk met de cijfers uit eerdere rapportages, zoals in de update van 2 januari 2026 nog werd gedaan.
Met name voor de laatst gerapporteerde maanden zullen er sowieso nog het nodige aan uitgegeven GvO's bij gaan komen. Standaard bij de GvO data van VertiCer is, dat de eerstpublicatie voor een willekeurige maand al het veruit grootste volume GvO's voor die maand oplevert. Afgiftes die later worden gepubliceerd, zijn al veel geringer van omvang, en worden stapsgewijs kleiner qua volume. Het "doorsijpelen" van later afgegeven GvO's, die met terugwerkende kracht voor de betreffende maand worden bijgeschreven, kan echter zeer lang doorgaan. Dat kan langer dan een jaar duren in veel gevallen.
Meer capaciteit, meer GvO's, maar ook keerzijde
De tweede drijvende kracht achter de curve in bovenstaande grafiek is uiteraard de in het recente verleden zeer onstuimige groei van de projecten markt, met telkens flink meer, gemiddeld genomen steeds grotere PV projecten, wier nieuwe productie volumes in de loop van het kalenderjaar toegevoegd worden aan de output van het eerder al bestaande productie "park". Dat is dé drijvende kracht achter de steeds hoger wordende pieken (bovenop de verschillen in instraling van jaar tot jaar). Alle nieuwe capaciteit zal bijdragen aan het verhogen van de pieken, zelfs al hebben ze in sterk toenemende mate oost-west opstellingen om de voor netbeheerders zeer vervelende "middag-output-piek" te verlagen. Dit geschiedt bij de grotere rooftop projecten al vrijwel standaard, ook bij zonneparken is er een nog steeds toenemende trend naar (meer) O/W oriëntaties. Zie de aparte paragraaf daarover in mijn recente zonnepark analyse.
Een mogelijke factor van betekenis bij de uitgifte niveaus van GvO's, is de al flink opgelopen hoeveelheid afschakeling van veel grote projecten (vanwege negatieve marktprijzen). Martien Visser van energieopwek.nl deed recent meerdere pogingen om afschakeling nog beter te modelleren. Voor de zeer zonnige maand april 2025 schatte hij, dat 10% van de potentiële productie uit zon- én wind afgeschakeld zou zijn onder de toen heersende marktcondities (zie zijn Blue Sky bijdrage van 6 mei 2025, met grafiek). In ook zeer zonnig mei, schat Visser zelfs 15% curtailment in bij alleen al de PV populatie ... (Blue Sky bericht van 1 juni 2025). Voor ook zonnig september 2025 schatte hij 15% afschakeling voor zowel wind als zon in (Blue Sky bericht van 16 oktober 2025). Voor maart 2026 maakte hij een nieuwe "afschakel grafiek" (13 april 2026, gemodelleerd, met de nodige technische aannames). De potentiële zonnestroom productie wordt dus, als gevolg van deze afschakelingen, in toenemende mate uitgehold.
Nog niet is bekend, hoe er bij VertiCer omgegaan zal gaan worden met certificaten voor, bijvoorbeeld, door grote zonnestroom projecten tijdelijk in accu's opgeslagen elektra. Mijn vermoeden is, dat zo'n accu dan als "afnemer" gezien zal worden, en dat daarna het recht op "groenheid" bij gebruik verloren is gegaan. Er is immers al bij de productie een certificaat afgegeven, dat kan niet "verdubbeld" worden. Er is veel interesse voor accu systemen ("BESS"), en ik zie een flinke toename van opslag van elektra. Zowel in de residentiële en kleinzakelijke markt (analyse sub 1 MWac segment), als bij de (zeer) grote projecten.
Progressie in winter"dips"
In de productie curve was tot aan een vorige update goed te zien dat de zogenaamde "winter-dips" in de periode 2021 - 2023 ook op een steeds hoger niveau komen te liggen, a.g.v. de almaar toenemende productie capaciteiten, die ook in de winter aan een toenemende hoeveelheid zonnestroom output bijdragen. In de huidige update, met een nieuwe reken methodiek (alleen uitgifte van GvO's getoond), evolueren deze winter-dips als volgt:
Voor de laatste twee winterperiodes geldt, dat er nog flink wat GvO's bijgeschreven kunnen gaan worden. Het is dus mogelijk, dat ze alsnog op een hoger niveau komen te liggen, dan in de winterperiode in het voorafgaande jaar. Dit zullen we in latere updates gaan zien.
Jaarproducties volgens Garanties van Oorsprong
Een herziene versie van de grafiek met de jaarlijkse uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's) werd door Polder PV gegeven in de analyse van de augustus cijfers van 2024 (link).
Integreren we de data uit dat overzicht, met de meest recente toevoegingen (ook uit eerdere jaren) van de update van 2 april 2026, krijgen we de volgende grafiek met de totaal uitgegeven hoeveelheden GvO's (lees: zonnestroom producties) in de kalenderjaren 2006 tm. 2025, en het eerste volume, voor januari 2026.
Met betrekking tot 2021, waarvoor t.o.v. de vorige update een fors volume productie "mist", heb ik speculatief geïnterpoleerd op basis van de stand van zaken in de vorige update (stapeling ongevuld kolom segment, bovenop nu gedocumenteerd, zeer lage volume bij VertiCer).
Aangezien voor 2024 er nog steeds twee zeer grote anomalieën in de cijfers aanwezig zijn, voor februari, en, nieuw toegevoegd in een vorige update, voor augustus, zal het uiteindelijke uitgifte niveau zeer waarschijnlijk fors lager gaan worden. Tenminste, als die grote fouten ook daadwerkelijk, vermoedelijk sterk vertraagd, publiekelijk zullen worden hersteld in de cijfers van VertiCer. Vandaar dat ik de kolom voor 2024 gearceerd heb weergegeven, en, uiteraard, ook voor 2025 en het eerste volume voor 2026.

De tot nog toe bekende zonnestroom productie van uitsluitend de gecertificeerde zonnestroom markt (dus exclusief vrijwel alle residentiële en andere niet bij VertiCer bekende capaciteit) groeide razendsnel. Van nog bijna onmeetbare hoeveelheden in 2006, tot een volume van 219 GWh in 2015. Vervolgens zette de groei stevig in, vooral veroorzaakt door een toenemende hoeveelheid, en steeds grotere, grotendeels via de SDE regelingen gesubsidieerde projecten. Van 556 GWh in 2016, 832 GWh in 2017, 1,6 TWh in 2018, 2,9 TWh in 2019, 5,1 TWh in toenmalig record jaar 2020, naar, mogelijk, 6,2 TWh in 2021. Aangezien 2022 zeer zonnig was (Anton Boonstra: 13% meer horizontale instraling dan in 2021), volgt meteen een grote sprong naar bijna 8,7 TWh in 2022.
Vervolgens werden er voorlopig al ruim 9,7 TWh aan GvO's afgegeven voor 2023. Hierbij komt ook nog, dat de nodige nakomende volumes van eerdere maanden worden bijgeplust. Het zal daarbij interessant zijn, te zien, wat de balans zal gaan worden tussen de méér productie van de (record) toegevoegde nieuwe gecertificeerde capaciteit in 2023, in relatie tot het feit, dat de cumulatieve instraling in dat jaar, 7,2% láger lag, dan in het relatief zonnige jaar 2022, aldus de data-extracten en waarnemingen van Anton Boonstra. Dat 2023 tot nog toe niet zeer veel hoger uitkomt dan 2022, zou deels ook kunnen komen door actieve curtailing van grote projecten a.g.v. lage / negatieve marktprijzen, die toen al regelmatig voorkwamen. De toename van het jaarvolume in 2023 is echter opvallend laag (ruim 1 TWh, t.o.v. bijna 2,5 TWh nieuw in 2022, wat doet vermoeden, dat ook hier weer iets niet helemaal in orde lijkt bij de officiële statistieken ...
Verrassend is, dat 2024, met nog veel updates te verwachten, nu al vér boven het kalenderjaar totaal voor 2023 uitkomt, met netto 13,9 TWh aan reeds uitgegeven GvO's. Hiermee is voor het eerst in de historie de 10 terawattuur gecertificeerde stroomproductie in een kalenderjaar al vroegtijdig "geboekt". Echter, omdat er twee zeer grote anomalieën in deze cijfers zitten (februari en augustus), zal het uiteindelijke niveau veel lager gaan worden. Hoeveel lager is helaas nog niet duidelijk. Pas wanneer de evident foutieve data worden hersteld, zal hopelijk een normaler beeld ontstaan van de evolutie.
Het momenteel bekende uitgifte niveau voor 2025 lijkt in dit opzicht een normaler, plausibel beeld op te leveren, waarbij de 10 TWh grens al ver gepasseerd is, zonder opgetreden "anomalieën" in de beschikbare cijfers. Er werd tot nog toe al 11.603 GWh aan productie geteld. Waar uiteraard nog veel, en, hoogstwaarschijnlijk, een nieuw record volume aan toegevoegd zal gaan worden. Daarmee heeft 2025 nu al ruim 19% meer gecertificeerde zonnestroom productie bereikt dan in 2023.
Voor 2026 staat inmiddels een eerste beperkte hoeveelheid van 185 GWh uitgegeven certificaten in de boeken van VertiCer. Hier gaat uiteraard nog zeer veel volume aan worden toegevoegd.
Reken we de nog te corrigeren fouten voor februari en augustus 2024 mee, zouden er vanaf 2006 tot en met begin februari 2026 door VertiCer en haar rechts-voorgangers, inmiddels 57,7 TWh aan garanties van oorsprong zijn uitgegeven voor gecertificeerde PV capaciteit. Hoe ver we boven de 50 TWh piketpaal uit zullen komen, als februari en augustus 2024 volumes (neerwaarts) worden gecorrigeerd, zullen we in komende updates vermoedelijk gaan terugzien.
Andere aspecten rond GvO's
In de huidige, nieuwe brontabel van VertiCer vinden we ook enkele andere zaken terug die interessant zijn om te vermelden. Certificaten worden uitgegeven als 1 MWh eenheden, waarvan de productie fysiek, en geijkt bemeten is met een bruto productiemeter.
(1) Er worden per maand 7 categorieën uitgesplitst, te weten "Issue" (uitgegeven GvO's, hierboven besproken), "Import" (uit andere anden NL in geïmporteerde certificaten), "Export" (ditto, Nederand uit ge-exporteerde certificaten), "Transfer" (binnenlandse handel in certificaten), "Cancel" (afgeboekt: de MWh energie eenheid is door een aan een leverancier verbonden klant "geconsumeerd"), "Withdrawal" (GvO is om niet verder gespecififeerde reden teruggetrokken en niet meer geldig), resp. "Expiry" (GvO is automatisch verlopen een jaar na uitgifte / maand van productie).
(2) Het totaal aantal uitgegeven GvO's voor zonnestroom telt op tot 44,5 TWh in de periode juni 2012 tm. februari 2026.
(3) De categorie "teruggetrokken" GvO's omvat een totaal volume van 687,5 GWh in de periode januari 2021 tm. januari 2026.
(4) Het totaal aantal geïmporteerde GvO's uit het buitenland heeft een grote, totale omvang van 26,7 TWh (bijna de helft van het volume in eigen land aangemaakt GvO's !). Dat betreft een volume in de periode januari 2021 tm. januari 2026. Opvallend is, dat de piek importen in de zomermaanden zijn gevallen, waar Nederland zelf ook al heel veel eigen zonnestroom productie heeft. In juli 2023 was dit een omvang van 1,5 TWh, in augustus 2024 1,2 TWh, en in juli 2025 1,0 TWh. Kennelijk zijn die certificaten dan zo goedkoop, dat diverse leveranciers die gebruiken om resterende hoeveelheden grijze stroom in Nederland te vergroenen. Daar staat tegenover, dat in die maanden ook grote hoeveelheden zonnestroom certificaten worden ge-exporteerd. Kennelijk betreft dit dus een belangrijke handel van certificaten, die voor een groot deel via Nederland loopt.
(5) Ook zeer interessant is, dat er beperkte volumes zonnestroom certificaten specifiek zijn geoormerkt als hetzij "building integrated", hetzij "open space" (andere technologie codes dan de "bulk" van de generieke zonnestroom GvO's). Kennelijk betreft dit als zodanig gemarkeerde GvO's van BIPV projecten (?), danwel van zonneparken. De allergrootste volumes van beide deel-sectoren zijn geïmporteerd, en kennelijk direct in dezelfde maand weer ge-exporteerd, en zijn dus te kwalificeren als handels-volumes. In Nederland zijn dergelijke specifieke GvO's niet als zodanig gewaarmerkt, en valt alles onder "generiek PV". Deze specifieke volumes komen dan ook niet voor in de in bovenstaand artikel omschreven "uitgifte" van in Nederland geproduceerde zonnestroom. Terwijl er uiteraard een reusachtig volume aan zonneparken in ons land aanwezig is (netgekoppeld, 7,1 GWp, zie analyse). Die dus kennelijk niet als zodanig wordt "gespecificeerd" bij VertiCer.
(6) Er is ook nog een "generieke solar" categorie (voor elektra), die niet verder is gespecificeerd. Mogelijk vallen hier deels elektra opwek van PVT installaties onder, maar omdat ook hier het grootste deel om import / export volumes gaat, is het grootste deel vermoedelijk niet nauwkeurig gedocumenteerde productie uit het buitenland, die door Nederlandse handelaren voor een leuke opslag naar een ander buitenland worden "verhandeld".
Bronnen:
Wat is een Garantie van Oorsprong? (website VertiCer)
13 april 2026: Nieuwe presentatie maandcijfers VertiCer - update per 2 april, maar kopzorgen over resultaten blijven. Deel I - capaciteit
Introductie
Voor uitgebreide toelichting van de voorliggende historie van de CertiQ data voor gecertificeerde zonnestroom in Nederland, zie de bespreking van 7 maart 2023 (februari rapportage). Voor de transitie van CertiQ naar de nieuwe organisatie VertiCer, zie introductie in de analyse, van 19 juli 2023.
De oplettende lezer zal bemerkt hebben dat Polder PV sinds de laatste update van VertiCer, uitgebreid geanalyseerd in het Polder PV artikel van 5 januari 2026, er géén updates zijn gepubliceerd voor de maanden januari tm. februari. Polder PV heeft nagevraagd wat de reden daarvan was, en kreeg eind maart de volgende reactie:
"... eind januari is VertiCer overgestapt naar een ander datacenter, waardoor onze rapportages opnieuw gemaakt moesten worden.
Hierdoor konden we tijdelijk geen nieuwe data overzichten opmaken en publiceren op onze website in de maanden januari en februari 2026. Vanaf begin april levert VertiCer deze rapportage weer maandelijks via onze website. We blijven ook rapporteren over de afgelopen 5 kalenderjaren zoals we voorheen deden."
Even later kreeg ik ook nog antwoord op enkele aanvullende vragen (vetdruk van Polder PV):
(1) VertiCer publiceert enkel de gegevens; wij doen daar verder geen analyses op en hebben geen invloed op de data. Deze data zijn gebaseerd op wat wij aangeleverd krijgen.
(2) Gebaseerd op wat wij aangeleverd krijgen, kan gecorrigeerd worden wanneer de partijen in de keten daar aanleiding toe geven.
(3) CBS ontvangt de data (nog) niet, aangezien wij bezig zijn via de nieuwe applicatie de gegevens te ontsluiten en een vertaalslag te maken naar leesbare gegevens. Zodra dat technisch mogelijk is, zal ook CBS de gegevens weer gaan ontvangen vanuit VertiCer.
Aldus de huidige status van de data verwerking bij VertiCer, en de eventuele consequenties voor de data die het CBS zal gaan ontvangen. Die zijn uiteraard zeer belangrijk voor de nationale zonnestroom statistieken, omdat de projectenmarkt, grotendeels bekend bij VertiCer, de grootste capaciteit volumes bevat.
Op 25 maart jl. werd vervolgens een nieuwsbericht gepubliceerd, waarin wordt uitgelegd, dat er een en ander gewijzigd is in de presentatie van de data:
"U zult merken dat enkele dataelementen niet zijn teruggekomen in de nieuwe rapportage, omdat deze al was vervangen door de nieuwe AIB standaard (versie V80). In de oude rapporten werden bepaalde oude elementen nog genoemd, maar feitelijk nooit gevuld. Deze elementen zijn daarom uit de nieuwe rapportage verdwenen. Verder zijn inhoudelijk de rapporten gelijk, maar kan het zijn dat de data iets anders gepresenteerd wordt."
Op 2 april 2026 werd weer het eerste maandrapport op de website van VertiCer gepubliceerd, met de data tm. maart (en nog zeer prematuur, enkele data voor de eerste dagen van april), maar inderdaad in een fors gewijzigde vorm. Het heeft de nodige tijd gekost om alles kritisch te bekijken, en om alle data weer goed "uitgelijnd" te krijgen met de presentaties zoals Polder PV die al jaren genereert. Hierbij zijn wel weer enkele (oude) problemen geconstateerd. Gelieve ook de paragraaf "nagekomen" na te lezen over interpretatie van de regelmatig zeer verwarrende cijfers bij VertiCer, in de analyse van 2 januari 2026.
Capaciteit cijfers
In de huidige (eerste) rapportage brengt Polder PV de nieuwe resultaten uit de data rapportage van VertiCer, voor de capaciteits-cijfers voor zonnestroom, in de periode tm. maart 2026, waarbij de jaargroei cijfers tot en met 2024 stabiel zijn gebleven, maar waarbij het afgeleide "record niveau van ruim 3,8 GWp groei" in 2024 nog steeds een enorme anomalie moet betreffen, gezien de blijvend onmogelijke uitkomst. Dat blijft, ook gezien andere gepubliceerde marktcijfers, met name voor de in 2024 fors neerwaarts (!) bijgestelde cijfers van de totale volumes in Nederland door het CBS, schier onmogelijk. En zal in een later stadium zeer waarschijnlijk aanzienlijk neerwaarts (moeten) worden bijgesteld. Zoals in de inleiding wederom duidelijk werd gemaakt, blijft VertiCer afhankelijk van de input van derden (meetgemachtigden en netbeheerders). Als daar (catastrofale) fouten zijn gemaakt in de data, worden die automatisch, en ongewijzigd verwerkt door VertiCer, en kunnen dergelijke grote anomalieën langdurig in de publicaties van VertiCer blijven bestaan.
In een vervolg artikel gaat Polder PV in op de geregistreerde Garanties van Oorsprong (lees: zonnestroom producties) in dit rapport.
Inconsistenties, ongerijmdheden
Terugkerend in de analyses van Polder PV blijft de observatie dat er regelmatig "onwaarschijnlijke", dan wel "inconsistente" cijfers in de actuele data van VertiCer zijn terug te vinden. Dit is deels het gevolg van het feit dat het bij maandelijkse verschillen altijd om netto effecten van zowel instroom als uitstroom van projecten gaat, er een toenemend aantal uitschrijvingen van meestal kleinere installaties actueel is, en, tegelijkertijd, steeds groter wordende nieuwe projecten bij de inschrijvingen. Anderszijds, is dit het gevolg van de frequent gememoreerde "onmogelijke" data entries, die af en toe de statistieken flink in de war kunnen schoppen. Deze zijn vrijwel altijd terug te voeren op grote fouten in de aangeleverde cijfers van netbeheerders, zoals in de jarenlang gepresenteerde disclaimer bovenaan deze analyses is verduidelijkt. Deze is voor de laatste maal weergegeven in de rapportage 2 januari 2026, zie de link naar die disclaimer. Die disclaimer wordt in de huidige en komende analyses niet meer weergegeven, maar blijft actueel.
Samenvatting capaciteit
De geaccumuleerde gecertificeerde zonnestroom capaciteit in de database van VertiCer ligt, voor eind december 2025, nog steeds flink lager (bijna 15,0 GWp) dan voor het momenteel nog veel te hoge niveau voor eind 2024 / begin 2025 (16,5 GWp). Wel is dat volume, sedert de update van 1 december 2025, hoger dan de huidig bekende accumulatie voor eind juli 2024, ruim een jaar eerder (14,5 GWp). De grootste project categorie (>1 MWp) zou een geaccumuleerd volume hebben bereikt van bijna 10,0 GWp, wat weer iets lager ligt dan in de vorige update. Het blijft in ieder geval, by far, het grootste volume van alle grootte categorieën, en dat zal ook zo blijven. De in een vorige update gemelde hoge capaciteits-toevoeging in het tweede kwartaal van 2024 is inmiddels uitgekomen op 986 MWp (pending latere updates), waarmee het record bij de netto kwartaal groeicijfers weer iets opwaarts is bijgesteld.
De in een vorige update gemelde nieuwe "anomalie", voor het nieuwe maand volume voor december 2024, is verder opgelopen, tot een "onmogelijke" netto aanwas van 1.830 MWp in die maand. Dit heeft mede tot gevolg dat de 2e jaarhelft van 2024 een, gezien de markt omstandigheden onwaarschijnlijk, nieuw half-jaar record van, inmiddels, 2.129 MWp netto nieuwbouw zou hebben opgeleverd. Ook deze cijfers zullen zeer waarschijnlijk later aangepast (moeten) gaan worden, ze zijn veel te hoog, en kunnen de werkelijke marktsituatie beslist niet illustreren.
Bijstellingen - niets nieuws onder de zon
Benadrukt zal hier blijven worden, dat de voor sommigen (zelfs specialisten uit de zonnestroom sector) wellicht verwarrende, continu wijzigende maand-cijfers bij VertiCer, en haar rechtsvoorganger CertiQ, beslist géén "nieuw fenomeen" betreffen, ook al wordt regelmatig het tegendeel beweerd. Dit is altijd al staande praktijk geweest bij CertiQ, en wordt gecontinueerd onder rechtsopvolger VertiCer. Niet alleen werd dat zichtbaar in de soms fors gewijzigde cijfers in de herziene jaar rapportages tot en met het exemplaar voor 2019. Vanaf dat jaar zijn er echter helaas geen jaarlijkse revisies meer verschenen. In een tussentijdse analyse van oorspronkelijk gepubliceerde, en toen actuele, bijgestelde cijfers, werd al duidelijk, dat de databank van de destijds alleen onder TenneT vallende dochter continu wijzigingen ondergaat, zoals geïllustreerd in de Polder PV analyse van 4 november 2020. In dit opzicht, is er dan ook niets nieuws onder de zon. De wijzigingen zijn er altijd al geweest, alleen zijn ze inmiddels, met weliswaar de nodige moeite, regelmatig zichtbaar te maken, door de nieuwe wijze van rapporteren van VertiCer. De cijfermatige consequenties daarvan worden weer besproken in de huidige analyse.
Het overzicht met de eerste, resp. gewijzigde cijfers voor de periode tm. maart 2026 verscheen in de nieuwe, alweer gewijzigde vorm op de website van VertiCer, op 2 april 2026. Referenties naar eerder verschenen historische data zijn uiteraard impliciet als CertiQ gegevens geanalyseerd, in oudere analyses.
2a. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer juli 2021 - maart 2026

(Herziene) status tm. maart (/ april) 2026
In deze grafiek, met de meest recente actuele en gewijzigde data uit de 2 april 2026 gepubliceerde rapportage van VertiCer, en deels oudere data uit de CertiQ updates, de stand van zaken vanaf januari 2021 tm. maart (en de eerste resultaten voor begin april) 2026. Bovendien is ditmaal ook de eerste jaarhelft voor 2021 toegevoegd, in de oudere tabellen waren voor de accumulaties voor dat tijdvak nog geen gegevens te vinden. De blauwe kolommen geven de ontwikkeling van de aantallen installaties weer (ref.: rechter Y-as), voorlopig culminerend in 34.482 exemplaren, begin april 2026. Wat, wederom, een netto negatieve groei weergeeft van 234 projecten** t.o.v. de status in het voorlaatste rapport, eind december 2025 (wederom gereviseerd, nu 35.500 exemplaren), en wat zelfs 2.182 exemplaren (6,0%) minder is dan het tot nog toe hoogste niveau (36.664 in, inmiddels, juli 2024, gereviseerd).
Er vindt dus, zo blijkt al langere tijd kristalhelder, in toenemende mate, een netto uitstroom van projecten plaats uit de VertiCer databank (per maand meer projecten uitgeschreven dan ingeschreven). Wel is er, t.o.v. het herziene eindejaars volume van 2022, netto bezien in kalenderjaar 2023 een groei geweest van 1.429 projecten in het VertiCer bestand. Wat 45% minder is dan de groei in 2022 (2.592 nieuwe projecten; voor de half-jaar volumes, zie ook nieuwe half-jaar grafiek verderop).
In de gele kolommen (ref. rechter Y-as, in MWp) de bijbehorende geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit, die na de grote anomalie in augustus - oktober 2024 (rood omlijnde kolommen), weer verdacht cumuleerde in 17,4 GWp in januari 2025, maar daarna stapsgewijs weer in "normaler" vaarwater terecht kwam, met eind 2025 nu 14,7 GWp geaccumuleerd vermogen. Waarschijnlijk is de continue erosie bij de netto overgebleven aantallen projecten nu ook de drijvende kracht achter een afname van het geregistreerde netto vermogen, inmiddels 14,5 GWp begin april 2026 (bijna 3% lager dan de accumulatie eind 2025).
Dit alles kan uiteraard nog steeds / wederom verder gaan wijzigen in komende updates, zoals ook in alle vorige exemplaren is geschied. Afhankelijk van komende revisies van historische cijfers, lijkt de 10 GWp in dit grote PV dossier, in ieder geval inmiddels begin januari 2023 te zijn gepasseerd.
De opmerkelijke, forse wisselingen in de netto (overgebleven) volumes in, met name, 2024 en 2025, heeft uiteraard ook gevolgen gehad voor de systeemgemiddelde capaciteit.
In de groene curve is de uit voorgaande parameters berekende systeemgemiddelde capaciteit voor de gehele, overgebleven gecertificeerde populatie PV-projecten bij VertiCer, in kWp (referentie linker Y-as) weergegeven. Dit blijft door de bank genomen almaar toenemen, en is sedert eind 2022 verder gegroeid, van 289 naar 357 kWp, eind 2023. In januari - februari 2024 nam dit flink toe, naar 394 resp. 398 kWp. Eind april nam dit echt weer stevig af, vanwege de toen doorgevoerde, forse neerwaartse capaciteits-bijstelling, en eindigde voorlopig op ruim 365 kWp gemiddeld. Vanaf mei steeg het weer naar 396 kWp in juli 2024.
... anomalie in augustus - september rapportages, in 2 grote stappen, in publiek toegankelijke data hersteld; meest recente cijfers & nieuwe anomalie december 2024
In augustus 2024 werd helaas weer een ronduit verbijsterend cijfer gemeld door VertiCer, wat met geen mogelijkheid verklaard kon worden, en wat als het grootste data incident in de lange historie (incl. rechtsvoorganger CertiQ) beschouwd kan worden in de solar statistieken. Hierover is uitvoerig gerapporteerd in een vorige maand update, en is vervolgens commentaar van VertiCer weergegeven in het intermezzo in deel II van die analyse. Met inmiddels alweer verder opgehoogde, en dus nog steeds ongeloofwaardige cijfers volgens de VertiCer tabel, een bizar volume van 18.804 MWp, wat een onwaarschijnlijke maandgroei van 4,3 GWp in augustus zou geven. Uit de reactie van VertiCer op vragen van Polder PV hier over blijkt, dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en accuraatheid van de aangeleverde cijfers bij de netbeheerders ligt, en moeten we dus helaas vaststellen, dat er géén (effectieve) uitgangscontrole bij de netbeheerders is voor deze zeer belangrijke data. En dat, bovendien, een lang geleden aan Polder PV beloofde ingangscontrole bij VertiCer moet ontbreken, anders had deze enorme anomalie al snel opgemerkt geweest. Niets van dit alles, (enorm) foute ingaves van netbeheerders blijven dus nog altijd "ongeschonden" de publiek toegankelijke data van VertiCer in ernstige mate vervuilen. En van de daaruit volgende statistieken een puinhoop genereren.
Deze anomalie lijkt in de twee opvolgende maand rapportages voor september en oktober 2024 te zijn "weg gewerkt" door hoge negatieve bijstellingen in die overzichten. Vanaf november dat jaar leek alles weer even normaal, al trad daarna alsnog een hoge piek op.
De grootste wijzigingen m.b.t. de "augustus anomalie" worden vooral veroorzaakt door flinke neerwaartse bijstellingen voor de grootste project categorie (projecten groter dan 1 MWp), zie ook verderop bij segmentaties in paragraaf 4b).
Nieuwste anomalie: aanwas capaciteit december 2024 - januari 2025 ?
De merkwaardige cijfers blijven helaas terugkomen. Eind 2024 zouden we namelijk, na tussentijdse wijzigingen, in de huidige update een voorlopig eind-volume van 16.484 MWp hebben bereikt. Wat eind januari 2025 voorlopig zelfs op een onwaarschijnlijk niveau van bijna 17,4 GWp terechtkomt, en daarna weer stapsgewijs neerwaarts wordt bijgesteld. Vreemde wijzigingen en accumulatie cijfers blijven dus, helaas, terugkeren in de cijfers van deze TenneT/Gasunie dochter. Het is zeer lastig om hier het hoofd koel bij te houden, en om "logische trends" in de continu wijzigende cijfers te ontdekken.
Als gevolg van de veel te hoge capaciteiten in augustus tm. oktober, en de wél "logische" aantallen netto overgebleven geregistreerde projecten in die maanden, is de daar uit berekende systeemgemiddelde capaciteit natuurlijk ook véél te hoog (groene curve, incorrecte volumes van 513 resp. 453 kWp gemiddeld per project weergevend in die maanden). In november 2024 zijn we eindelijk weer teruggekeerd naar "enigszins normale" verhoudingen. Het project gemiddelde kwam toen op een "geloofwaardig" niveau van 401 kWp. Vanaf december 2024 lijkt, ondanks de zeer forse bijstelling voor die maand, voor het project gemiddelde de normale routine weer een paar maanden te zijn teruggekeerd, met aan het eind van die maand een netto project gemiddelde capaciteit van 452 kWp. Eind januari 2025 steeg het naar 476 kWp, viel eind februari terug, nam weer toe tm. eind april (451 kWp), om, in juli 2025 weer flink terug te vallen (414 kWp), en na continu, licht toenemende volumes in de volgende maand updates, eind december voorlopig te eindigen op een duidelijk lager niveau, wat tm. begin april 2026 stabiel rond de 422 kWp bleef hangen.
Dat gemiddelde staat wel steeds duidelijker onder invloed van de fors lagere aantallen netto geregistreerde projecten. Hoe meer (kleine) installaties uitgeschreven zullen worden, hoe hoger de te verwachten gemiddelde capaciteit van de overgebleven populatie zal worden. Zeker in combinatie met de blijvende schaalvergroting bij nieuwe, de databank van VertiCer instromende projecten, zal dat het gemiddelde op termijn vermoedelijk weer omhoog gaan drijven.
** Beter: "het netto overblijvende nieuwe volume, wat het verschil is tussen de (niet qua volume geopenbaarde) uitschrijvingen en de volumes aan nieuwe inschrijvingen".
2b. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer EOY 2009 - 2026
Ik geef hieronder de volledig gereviseerde grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties weer. Hierbij is gebruik gemaakt van een separaat verschenen historische update (24 augustus 2024), van de oudere jaargangen, destijds gepubliceerd in CertiQ rapportages, waarin alleen zeer marginale wijzigingen zijn te vinden, en die dus nauwelijks effect hebben gehad op de hoogte van de kolommen. En waarbij de nu bekende, inmiddels deels weer gewijzigde cijfers in het nieuwe rapport van VertiCer (2 april 2026), voor de jaren 2021 tm. 2025, en de eerste cijfers voor 2026 zijn opgenomen. De cijfers voor 2023 en later dienen nog als (zeer) voorlopig te worden beschouwd, en kunnen nog behoorlijk gaan wijzigen in komende updates (gearceerde kolommen). Het capaciteits-cijfer voor 2024 heeft inmiddels een minder onrealistisch niveau bereikt in vergelijking met de evident foutieve waardes in de augustus-oktober rapportages in dat jaar, vandaar dat ik de laatste kolom voor de capaciteit, weliswaar gearceerd (zeer voorlopige cijfers), weer in normale kleurstelling heb weergegeven. Echter, vanwege de onwaarschijnlijke hoge actuele opgave voor eind december, zal in ieder geval voor de capaciteit, het huidige cijfer alsnog drastisch neerwaarts aangepast moeten gaan worden. Data voor 2025 lijken grotendeels correct, op de hoge piek in januari na. De data voor 2026 zijn met open kolommen resp. cirkel weergegeven, omdat ze uiteraard (a) nog zéér onvolledig zijn, en (b) ze later ook nog fors bijgesteld zullen gaan worden.

De tweede grafiek in deze sectie geeft niet de maandelijkse progressie (paragraaf 2a), maar de evolutie van de eindejaars-accumulaties van 2009 tm. 2025, en, achteraan, de eerste resultaten voor 2026 weer, met alle ondertussen weer gewijzigde data in de huidige VertiCer update. De opbouw van de grafiek is vergelijkbaar met die voor de laatste maand-cijfers, maar om alle data in 1 grafiek te krijgen zonder extreme verschillen, is de Y-as voor alle drie de parameters hier logaritmisch gekozen. Het aantal installaties is fors toegenomen, van 3.767 exemplaren, eind 2009, naar 34.030, eind 2022, resulterend in een Compound Annual Growth Rate (CAGR) van gemiddeld 18,4% per jaar in 2009-2022. Eind december 2023 staat de teller alweer op 35.459 projecten; de CAGR voor de periode 2009-2023 heeft, met de nog voorlopige data voor met name 2023, een gemiddelde van 17,4% per jaar.
Bij de capaciteits-ontwikkeling is het echter nog veel harder gegaan. Deze nam toe van 18,7 MWp, eind 2009, tot alweer 9.838,9 MWp, eind 2022. Resulterend in een byzonder hoge CAGR, van gemiddeld 61,9% per jaar (!). Wel begint er, voorstelbaar, na zo'n langdurige, spectaculaire groei periode, een afvlakking zichtbaar te worden in de expansie. Wat veel te maken heeft met overal optredende problemen met beschikbare netcapaciteit, gestegen project kosten, forse competitie met andere CO2 besparende opties binnen de nieuwste SDE regelingen, diverse verzwarende omstandigheden voor planning en realisatie van nieuwe projecten (verzekeringen, participatie trajecten, eisen m.b.t. aansluiting en ecologie), beschikbaar personeel, etc. Eind december 2023 is de capaciteit fors doorgegroeid naar een voorlopig volume van 12.649,1 MWp, resulterend in een voorlopige CAGR van gemiddeld 59,3% per jaar, in de periode 2009-2023. Hierbij moet ook worden vermeld, dat het eindejaars-cijfer voor 2023 fors is bijgesteld in eerdere updates van VertiCer. Vermoedelijk is er toen veel capaciteit bijgeschreven na de nodige vertragingen in de administratieve verwerking ervan.
Uit voorgaande twee parameters werd door Polder PV weer de gemiddelde systeem-capaciteit aan het eind van elk kalenderjaar berekend (groene curve in bovenstaande grafiek). Ook deze nam spectaculair toe, van slechts 5,0 kWp, eind 2009 (bijna uitsluitend kleinere residentiële installaties), tot alweer 356,7 kWp, eind 2023 (bestand VertiCer inmiddels gedomineerd door duizenden middelgrote tot zeer grote projecten incl. zonneparken). Een factor 72 maal zo groot, in 14 jaar tijd. Wat de enorme schaalvergroting in de projecten sector goed weergeeft.
2024 ff.
Voor 2024 volgt een waarschijnlijk "logisch", doch beslist nog niet definitief aantal van 36.481 installaties. Inmiddels resulterend in een voorlopige netto toename van 1.022 projecten in een jaar tijd (in een vorige update was dat nog een netto verlies van 221 projecten) sedert eind 2023. En met een bijgesteld, maar, op basis van andere marktcijfers, zeer waarschijnlijk véél te hoog volume van 16.484 MWp (NB: in een vorige update nog "slechts" 14.929 MWp!) voor de capaciteit, waaraan sowieso al flinke correcties zijn voorafgegaan, na de al eerder gememoreerde "augustus anomalie". Dit resulteert voorlopig in een systeemgemiddelde capaciteit van 452 kWp, beduidend hoger dan de 357 kWp eind 2023.
Voor de nog zeer voorlopige, en aantoonbaar foutieve eindstand van 2024 zou de CAGR over de periode 2009-2024 inmiddels in een nog steeds respectabele gemiddelde toename van 16,3% per jaar voor de aantallen projecten. Een percentage, wat echter onder druk komt te staan door de netto uitstroom verliezen bij VertiCer. Voor de capaciteit komt de CAGR in de periode 2009-2024 inmiddels uit op een gemiddelde groei van 57,1%/jaar. Een percentage wat waarschijnlijk neerwaarts bijgesteld zal moeten worden, gezien de reeds vastgestelde, nog niet herstelde "december 2024 anomalie".
Sowieso zal er voor kalenderjaar 2024 nog veel volume bijgeschreven en gewijzigd gaan worden in de vervolg rapportages in het nieuwe jaar.
Uiteraard zijn ook voor de nog zeer voorlopige cijfers voor 2025 diverse wijzigingen doorgevoerd. Het netto aantal overgebleven projecten zou eind dat jaar, met 35.500 exemplaren, inmiddels wel iets boven het niveau van eind 2023 zijn gekomen (35.459). Bij de capaciteit, 14.969 MWp, ligt het echter al flink bóven het eindejaarsvolume van 2023. Het systeemgemiddelde vermogen zou zijn gedaald naar 422 kWp, maar omdat die berekende waarde van 2 input cijfers afhankelijk is, die nog in beide richtingen kunnen wijzigen, zegt dat nog niet zoveel.
Voor 2026 zijn nog slechts zeer premature data voorhanden, weergegeven in open kolommen, rechts in de grafiek. Zowel bij de aantallen (34.482 exemplaren), als bij de capaciteit (14.544 MWp), liggen deze, begin april dit jaar, onder de eindejaars-cijfers voor 2025. Hier kan nog veel in gaan wijzigen.
Waar dit alles zal "eindigen", inclusief nog te verwachten andere correcties, is nog een niet te beantwoorden vraag. Er komen in ieder geval nog flink wat aanvullingen en wijzigingen aan met name voor recente jaargangen 2024 ff. aan. Veel vragen kunnen nog niet worden beantwoord op basis van deze vaak grillig verlopende cijfers. Nederland is immers Duitsland niet, waar álle solar statistieken actueel, en grondig worden bijgehouden, geregeld bij Wet (zie energy-charts.de).
3. Maandelijkse, kwartaal-, half-jaar- en jaarlijkse toenames aantallen en capaciteiten bij VertiCer
3a. Maandelijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer augustus 2021 - december 2025

Ook al moet ook bij deze grafiek de blijvende waarschuwing, dat de cijfers nog lang niet zijn uitgekristalliseerd, en we nog de nodige bijstellingen kunnen verwachten, de trend bij de nieuwe (netto) aantallen projecten door VertiCer, en rechtsvoorganger CertiQ, geregistreerd van maand tot maand, laten, ook in de huidige versie van maart 2026, een zeer duidelijke afkoeling van de PV-projectenmarkt zien sedert begin 2021 (vanaf feb. 2021 nu netto maandgroei bekend). Dit heeft deels te maken met het feit, dat er netto bezien, per maand, steeds meer (oudere) projecten uitstromen bij VertiCer, dan er nieuw worden gerapporteerd en opgenomen in de databank.
In de grafiek is tevens met Excel een voortschrijdend gemiddelde trendlijn (gestippeld) berekend, met een periode van een jaar (12 maanden), die de neerwaartse trend goed weergeeft.
Werden er in januari 2022 nog netto 385 nieuwe gecertificeerde PV-projecten bijgeschreven, is dat in de rest van het jaar al zeer duidelijk minder geworden, en vanaf augustus dat jaar zelfs zeer sterk "afgekoeld". Met wat ups en downs, is het laagste volume in de er op volgend jaren bereikt in november 2022 (107 netto nieuwe installaties), augustus 2023 (25 stuks), en juli 2024 (96 exemplaren), waarna tot nog toe bijna uitsluitend netto negatieve groeicijfers per maand resulteren, op uitzondering januari 2025 na (78 exemplaren in de plus). Het grootste deel van de nu nog negatieve netto groeicijfers in de recente jaargangen zal waarschijnlijk in latere updates omslaan in positieve, doch relatief lage groei.
Eerder getoonde negatieve groeicijfers voor 2023 zijn inmiddels, zoals gebruikelijk, omgezet in positieve aanwas, a.g.v. de voortdurend wijzigende historische cijfers in de VertiCer bestanden. In de huidige update, van 2 april 2026, zijn in totaal voor 21 maanden de waarden inmiddels weer aangepast sinds het exemplaar tm. december 2025. De oudste wijziging was voor juli 2023 (netto 1 project toegevoegd). Ook alle recentere maanden vanaf begin 2024, behalve februari, april, juli en september dat jaar, hebben gewijzigde cijfers gekregen sedert de vorige update. Het volume alle maanden in 2025 is ook gewijzigd (minder negatieve groeicijfers), de drie netto maandgroei cijfers voor het eerste kwartaal van 2026 zijn, vanwege de niet verschenen januari en februari rapportages, nieuw.
Al zullen de meeste maandwaarden in positieve zin ombuigen in latere updates, zoals in het recente verleden is geschied, de trend is bij de aantallen onmiskenbaar: er worden, netto bezien, nog maar relatief weinig netgekoppelde projecten bijgeschreven bij VertiCer, per maand. Dit is goed te zien in de aan de grafiek toegevoegde trendlijn met het voorschrijdend gemiddelde. Een van de belangrijkste redenen zal zijn, dat er een toenemend aantal uitschrijvingen uit de databank van de TenneT / Gasunie dochter is begonnen, die de instroom (tijdelijk) afremt of zelfs overvleugelt. Waarschijnlijk is de oorzaak de beginnende uitval van de oudste onder SDE 2008 tm. 2010 gesubsidieerde kleine projectjes, die immers 15 jaar subsidie konden genieten. Gevolgd door, inmiddels de eerste SDE "+" regeling, SDE 2011.
Voor de kleinste, residentiële installaties moet die uitschrijving wel actief geschieden, anders blijven ze in het VertiCer bestand aanwezig. We moeten gaan zien hoe het verloop bij de aantallen zich ontwikkelt, nu de subsidie termijn voor de eerste projecten reeds is verstreken, of aan het aflopen is. Uiteraard betekent uitschrijving uit de VertiCer databank verder beslist niet dat de betreffende projecten fysiek zijn, of worden verwijderd. Ze kunnen nog vele jaren lang met een aardig rendement worden ge-exploiteerd door de eigenaren, zonder SDE-gerelateerde inkomsten, gezien de fysieke levensduur van ver over de 25 jaar van de PV generatoren. Hier is byzonder weinig zicht op, cijfers over het al of niet verder exploiteren van deze oudere projecten ontbreken in het geheel in statistiek moeras Nederland, en officiële, harde statistieken rond formeel "afgevoerde" installaties, zijn non-existent (behalve bij Polder PV, althans, voor de afgevoerde grotere projecten die hij gaande het gecontinueerde onderzoek tegenkomt).
Een vergelijkbare grafiek als voor de aantallen (vorige exemplaar), maar ditmaal de ermee gepaard gaande netto maandelijkse toename (of tijdelijke, soms zelfs dramatische afname) van de capaciteit van gecertificeerde PV-projecten, in MWp. In een vorige update is de Y-as fors aangepast, al vallen er nog steeds extremen buiten de nieuwe grenzen. En ook ditmaal is een trendlijn met het voortschrijdend gemiddelde (periode 12 maanden), als een rode stippellijn, toegevoegd.
De evolutie laat een nogal afwijkend, zo u wilt, zeer chaotisch beeld t.o.v. dat bij de aantallen zien, met sterk fluctuerende verschillen tussen de maanden onderling. Ik heb dit exemplaar dan ook al langere tijd als koosnaampje de "chaosgrafiek" toebedeeld.
Ook deze vaak al flink aangepaste maand waardes kunnen uiteraard naderhand nog worden bijgesteld. Als voorbeeld: de "netto negatieve groei" in september 2022, al gesignaleerd in het januari 2023 rapport, is uiteindelijk in latere updates in ieder geval omgeslagen in "normale, positieve groei", van, inmiddels, 74,1 MWp. Door de extreem wisselende trend van de maandelijkse aanwas cijfers, is zelfs de trendlijn zeer grillig, en wordt deze ook in bovenmatige zin ernstig verstoord door de augustus 2024 anomalie, en de sterk negatieve "bijstelling" in juli 2025.
Bizarre nieuwe pieken voor eerste maand in jaren 2023 en 2024
Zoals al bij de eerst-rapportage gemeld (jan. 2024 rapport), is er een byzonder verschijnsel zichtbaar voor de maand januari 2023. Die maand had al lang de hoogste piekwaarde ooit meegekregen, en is in veel latere maandrapportages continu bijgeplust, tot het in het december 2023 rapport een al zeer hoog volume bereikte van 433 MWp. In het "klassieke" CertiQ december rapport van 2022 was nog een zeer hoge november piek zichtbaar bij de capaciteit. Het lijkt er op, dat een groot volume daarvan naar het begin van het nieuwe jaar is geschoven (de vermoedelijke feitelijke datum van netkoppeling). Ook in januari 2022 zagen we eerder al een "nieuw-jaars-piek", maar die is duidelijk kleiner, inmiddels neerkomend op 307 MWp nieuw volume (ongewijzigd in de laatste updates).
In de rapportage van januari 2024 is dat al hoge volume opeens extreem opgehoogd naar 770 MWp, en is dat momenteel aanbeland, bij bijna 804 MWp in de huidige update van 2 april 2026.
Tweede en derde groei piek & "negatieve pieken"
En dat is nog niet alles, want hetzelfde is geschied met het nieuwe volume voor januari 2024. Dat was in de update voor die maand nog een negatieve groei van -84,6 MWp. In de februari 2024 rapportage sloeg dat in een keer om in een "record positieve aanwas" van 973 MWp, wat inmiddels in de huidige update nog verder is opgehoogd, naar alweer ruim 1.470 MWp (buiten de huidige Y-as vallend). Een onwaarschijnlijk hoog volume waar Polder PV, net als bij de vorige piek voor januari 2023, geen plausibele verklaring voor heeft. Ik heb in een eerste rood omkaderd venster aangegeven dat het bij beide maandgroei pieken om "uitzonderlijke", vooralsnog onverklaarbare volumes gaat.
Voor februari 2023 was er aanvankelijk een magere positieve groei van 28,1 MWp positief. Deze sloeg echter in de maart rapportage in dat jaar om in een grote negatieve bijstelling van 316 MWp negatief (!), bij een netto aanwas van 65 nieuwe projecten. In de april 2023 update was er een marginale opwaartse correctie naar -312 MWp. In de rapportages voor mei 2023 tm. maart 2026 is de negatieve "groei" verder fors geslonken naar minus 202 MWp.
In de rapportage van maart 2024 heeft dit proces zich herhaald, voor het eerste groeicijfer voor die maand. Terwijl de groei in februari 2024 evolueerde van een "bescheiden" negatieve 11,7 MWp naar een inmiddels "normale" positieve 181 MWp, kwam maart opeens met een record negatief groei volume van -1.141 MWp. Dat is in de huidige, maart 2026 update, weliswaar verminderd, maar is nog steeds sterk negatief (-931 MWp). Ook deze extreme netto negatieve groei is zeer slecht verklaarbaar. Of het moet een verder niet door VertiCer toegelichte "correctie" betreffen van het veel te hoge volume in januari dat jaar.
Het eerste beschikbare "groei" cijfer voor april 2024 was ook negatief, maar niet zo extreem als in de voorgaande maand, -219 MWp. Dit is inmiddels weer minder sterk negatief geworden, in het maart 2026 rapport neerkomend op een negatieve aanwas van -118 MWp. De verwachting is dat dit volume nog opwaarts aangepast zal gaan worden.
Mei 2024 verraste weer in twee opzichten. Ten eerste, was het eerst gepubliceerde aanwas volume meteen al fors positief was, netto 198 MWp, wat tot de oktober update langzaam doorgroeide naar 208 MWp. In de november 2024 update, echter, is er een enorm volume bijgeplust, en zou de netto aanwas, in de huidige update, zelfs neerkomen op 945 MWp, op een 4,5-voudig niveau t.o.v. de oktober update. Ook dit is weer een raadselachtige wijziging, zonder plausibele verklaring.
Juni en juli 2024 begonnen weer op een negatief niveau, maar hebben inmiddels ook positieve aanwas cijfers (beiden ruim 159 MWp).
Zoals al vaker gemeld, kunnen de redenen voor zulke, soms aanzienlijke bijstellingen, en, meestal tijdelijk, zelfs fors negatieve, of positieve netto groei cijfers, zeer divers zijn, zoals destijds gerapporteerd door CertiQ na vragen van Polder PV daar over (artikel 16 januari 2023). Mogelijk zijn er, daar bovenop, deels forse correcties doorgevoerd van foutieve opgaves, al zullen we nooit weten wat precies de oorzaken zijn geweest van deze, hoge impact hebbende, merkwaardige data updates.
Augustus anomalie met gigantische impact - waarschijnlijk in twee stappen hersteld
De eerder al meermalen vermelde, grote anomalie in het augustus 2024 rapport van VertiCer heeft natuurlijk een enorme impact bij de afgeleide maandgroei cijfers. Volgens de huidige data, in het rapport van maart 2026, zou namelijk in augustus een groei opgetreden zijn van 4.290 MWp. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, een volslagen onmogelijk groeicijfer en moet op een zeer ernstige fout bij VertiCer en/of (een) data aanleverende netbeheerder(s) berusten†. Deze enorme fout is zichtbaar gebleven in de september- en oktober 2024 updates. Kennelijk is of zijn de fout(en) in twee stappen hersteld, in de oktober update ging er zeer veel volume van af, en ook in de update van november is er weer een substantieel volume verwijderd, waardoor de accumulatie op een "meer normaal" niveau is gekomen. U vindt die aanzienlijke bijstellingen onder de betreffende maand aanwas cijfers, als negatieve volumes van -2.204 resp. -1.928 MWp. Maar het aanwas volume voor augustus staat nog steeds op de onwaarschijnlijk hoge omvang, de betreffende kolom is dan ook doorzichtig gemaakt en rood omlijnd, met een extra commentaar venstertje.
† Het beknopte antwoord van VertiCer, met vérstrekkende consequenties voor de betrouwbaarheid van hun (actuele) statistieken, is besproken in een apart intermezzo in het vervolg artikel van een vorige analyse, door Polder PV.
Na augustus blijvend verrassingen
September 2024 begon met minus 86 MWp, wat inmiddels minder negatief is geworden, -18,2 MWp. De verwachting is, dat dit in komende updates opwaarts zal worden aangepast, en mogelijk zelfs positief zal gaan worden, zoals in de "normale historie" van de VertiCer records.
December 2024 verraste weer in positieve zin, met een direct al hoog "start" volume wat in de april 2025 update nog neerkwam op 486 MWp. In de mei 2025 update is dat echter plotsklaps ruim ver-drie-voudigd, en komt inmiddels, in de rapportage van maart 2026, op een zeer onwaarschijnlijk hoge aanwas van 1.830 MWp. Een vrijwel onmogelijk nieuw volume in een maand tijd, in tijden van structurele netcongestie.
2025
Januari 2025 zat van meet af aan al hoog in de boom, en zit momenteel al 911 MWp in de plus.
Daarna kwam in februari 2025 met een grote verrassing: het inmiddels weer marginaal bijgestelde volume voor die maand is wederom zeer sterk negatief, een netto groei van -1.594 MWp. Inmiddels kijkt Polder PV nergens meer van op, en moeten we dergelijke extreme wisselingen in de maandgroei cijfers bij VertiCer dus gewoon "voor lief" gaan nemen. Gelukkig is het eerste maandgroei cijfer voor maart niet al te schokkend, na de eerste entry (-18,5 MWp), is deze recent op een, geringe, positieve groei van, inmiddels, 98 MWp beland. April 2025 begon meteen sterk positief, en vertoont inmiddels een groei van 561 MWp. Mei en juni 2025 begonnen beiden weer negatief, met in de huidige update een netto aanwas van -155 resp. 13 MWp. In de update van eind 2025 was het volume voor juni nog 2 MWp negatief, dus die maand heeft inmiddels ook (lichte) netto groei laten zien. Juli verraste weer, met een start volume van 1.422 MWp in de min, inmiddels minder sterk negatief, -1.340 MWp. Mogelijk zit hier al een correctie voor eerdere, veel te hoog opgegeven (positieve) volumes in verwerkt (?). Ook augustus tm. oktober 2025 startten aan de onderzijde van de X-as, met (inmiddels) minus 31, -17, resp. +2,7 MWp. Oktober is dus inmiddels ook van de onderkant naar de bovenkant van de X-as gewisseld. November begon meteen positief, met inmiddels een netto aanwas van bijna 48 MWp. December startte weer onder de X-as, met -34 MWp, en, inmiddels, -12 MWp.
2026
De eerste resultaten voor 2026 zijn nu ook bekend geworden, alle drie voor de eerste maanden in de min startend: -97, -63, resp. -104 MWp.
Forse wijzigingen in VertiCer data
In het tabelletje hier onder heb ik, voor 2023 tm. 2026, de wijzigingen tussen de oorspronkelijk gepubliceerde groeicijfers per maand en de huidige, meest recent bekende weergegeven. Waar duidelijk de, soms zeer forse, continue veranderingen uit blijken die in het VertiCer dossier worden doorgevoerd, in de loop van de tijd. Achteraan cursief weergegeven = wijziging sedert de update van 2 januari 2026. Voor 2023 is ditmaal een wijzigingen doorgevoerd, vanaf januari 2024 is het volume voor de meeste maanden, behalve voor februari, april, juli en september 2024, sedert de vorige update herzien.
In de huidige update zijn voor in totaal 21 maanden de nieuwe capaciteit volumes inmiddels weer, allemaal opwaarts, aangepast sinds het exemplaar tm. december 2025, voor 1 maand in 2023, 8 maanden in 2024, en voor alle maanden van 2025. Ook de eerste volumes voor het eerste kwartaal van 2026 zijn nu bekend.
De augustus 2024 opgave is en blijft onmogelijk, en berust op (een) enorme blunder(s) bij de data verstrekkende netbeheerder(s). De negatieve groei in september van dat jaar is al wat minder geworden. Oktober en november beginnen met de grootste netto negatieve groei cijfers ooit gedocumenteerd, ook al zijn ze later wat bijgesteld, en zijn vermoedelijk forse correcties voor de evident foute opgave in het augustus rapport. Ook het nieuwe, hoge volume van ruim 1,8 GWp voor december 2024 is zeer waarschijnlijk incorrect. Althans: kan nooit de marktgroei in die maand weergeven.
In 2025 zijn de extremen in positieve zin januari (+911 MWp), maar februari en juli springen er in negatieve zin bovenuit (-1.594 resp. -1.340 MWp). In het eerste kwartaal van 2026 zijn er nog slechts "relatief bescheiden" eerste negatieve groeicijfers.
Bij de jaargroei volumes komen we inmiddels op een groei uit van bijna 1.992 MWp voor 2022. Voor 2023 was de groei in een recente update nog maar 1.298 MWp (en daarmee fors lager dan 2022), maar mede door de bizarre toename in januari, en de daar op volgende extra wijzigingen, is de jaargroei voor 2023 inmiddels stevig bijgesteld, naar een record jaarvolume van momenteel ruim 2.810 MWp. Wat inmiddels 41,1% hóger is, dan in 2022. Bij de aantallen was er een groot negatief verschil, 44,9% minder netto nieuwe projecten in 2023 (1.429), dan de 2.592 exemplaren in 2022.
De meest waarschijnlijke oorzaak van de verschillen tussen de aantallen en capaciteiten in deze 2 jaren, is de flinke terugval in aanwas cijfers bij de aantallen, grotendeels veroorzaakt wordt door wegval van (SDE gesubsidieerde) kleine installaties, en dat alleen nog maar grote(re), inclusief nieuw toegevoegde, projecten overblijven, die een zwaar stempel op de nieuwe, en de geaccumuleerde capaciteit zijn gaan zetten.
2024 komt, vooral door de zeer hoge aanpassing voor december, en de daar op volgende wijzigingen, momenteel op een volstrekt onwaarschijnlijk jaargroei volume uit van bijna 3.835 MWp, wat zelfs ruim 36% hoger zou zijn dan het recordjaar 2023. Dit is de facto onmogelijk, ook vanwege recent aangepaste CBS cijfers voor dat jaar. En zal vermoedelijk flink aangepast gaan worden in komende updates. Een "nieuwe anomalie" lijkt alweer haar intrede te hebben gedaan, in de solar cijfers van de VertiCer databank.
2025 heeft tot nog toe nog steeds een netto negatieve groei bij de capaciteit, van -1.515 MWp. Dit zal deels beslist minder sterk negatief gaan worden, maar de vraag is of het überhaupt nog in positieve groei kan omslaan in latere updates.
3b. Kwartaal groeicijfers QIV 2021 - QI 2026
In een eerdere update heb ik de kwartaal cijfers weer van stal gehaald en in grafiek weergegeven tm. de toen net "volledig", geworden cijfers voor de kwartalen QIV 2021 tot en met QI 2023. In het huidige exemplaar heb ik de soms weer licht gewijzigde data gebruikt, en nog lang niet definitief vastgestelde, ook aangepaste resultaten voor QII 2023 tot het eerste resultaat voor QI 2026 rechts toegevoegd. Met name de volumes van de meest recente kwartalen zullen nog flink wijzigen, gezien de continue wijzigingen in door Polder PV bijgehouden data historie van VertiCer en haar rechts-voorganger CertiQ. De grote anomalie voor de capaciteit in augustus 2024 heeft ook hier een enorme impact, en is dan ook wederom in een aparte kleurstelling in de betreffende kolom weergegeven ("kan niet" / geeft absoluut niet de feitelijke marktontwikkeling weer).

Ook voor deze grafiek is de Y-as aangepast, en zijn voor zowel de aantallen (blauwe stippellijn) als voor de capaciteit (rode stippellijn) trendcurves voor de voortschrijdende gemiddeldes ingetekend. Deze hebben ook een periode van 1 jaar (4 kwartalen).
Wederom met bovengenoemde disclaimer in het achterhoofd, waardoor de verhoudingen tussen kwartalen onderling dus ook nog lang niet vaststaan (deze zijn sowieso al aanzienlijk gewijzigd in recente updates), lijkt een conclusie wel al duidelijk getrokken te kunnen worden: Met name de aantallen netto nieuw geregistreerde PV projecten per kwartaal, zijn sinds het laatste kwartaal van 2021 in globale zin stapsgewijs beduidend verminderd. Het aantal nieuwe projecten per kwartaal is afgenomen van, momenteel, 903 exemplaren in QIV 2021, tot nog maar 452, met de nu bekende cijfers, voor QIV 2022, toegenomen naar 596 exemplaren in het eerste kwartaal van 2023, waarna het een bodem bereikte in QIII 2023 (158 netto nieuwe exemplaren). QIV 2023 zit momenteel op een plus van 342 nieuwe projecten. QI 2024 vertoont, mede door de bizarre negatieve groei in maart, en de later komende correcties, inmiddels, na een periode van netto negatieve aanwas, een positieve groei van netto 661 projecten. QII 2024 had in een vorige update nog een netto negatieve groei van 37 projecten, maar dat is in de december 2024 tm. december 2025 updates inmiddels omgeslagen in een netto positieve groei van 448 stuks. Wat ongetwijfeld nog verder bijgesteld zal gaan worden, in positieve zin.
Hetzelfde geldt voor QIII 2024, met in de huidige update een lichte, netto positieve aanwas van 81 projecten, in een vorige update was dit nog een licht negatieve netto groei. Het inmiddels ook weer aangepaste volume voor QIV, is nog steeds flink negatief, -168 projecten. Alleen QI 2025, in de januari 2026 update nog -73 MWp, is inmiddels omgeslagen naar netto 45 boven de X-as. De resultaten voor QII tm. QIV van 2025 en QI 2026 starten allemaal onder de nullijn, met inmiddels 189, 357, 480, resp. 712 projecten netto negatief. We zullen later zien of voor de laatstgenoemde kwartalen uiteindelijk ook nog een "positief" resultaat gehaald zal worden, al zal dat resultaat dan bescheiden blijven t.o.v. de netto aanwas in die kwartalen in eerdere jaargangen. De trendlijn voor de netto aantallen nieuwe projecten per kwartaal spreekt in ieder geval boekdelen, die is sterk neerwaarts gericht.
Capaciteit wijzigingen per kwartaal
Bij de nieuwe gerapporteerde netto capaciteit is het verhaal compleet anders, wat vooral werd veroorzaakt door de eerder gesignaleerde "excessieve" extra netto groei voor januari 2023 en 2024, en alle tussentijdse, soms bizarre cijfer wisselingen bij die belangrijke parameter.
Het netto volume per kwartaal nam even toe, van, momenteel, 557 MWp in QIV 2021, naar 627 MWp, in QI 2022, maar is daarna ook, gemiddeld genomen, enkele kwartalen minder geworden. Om een voorlopig dieptepunt te bereiken in QIV 2022, met 375 MWp netto nieuw gerapporteerd volume, gebaseerd op de huidige, meest recente cijfers.
En toen kwam de "grote verrassing", QI 2023 telde in een vorige update nog 449 MWp nieuw volume, maar dat is, met name door de zeer hoge toevoeging in januari 2023, en de daar op volgende wijzigingen in de maandrapportages, nu alweer een voorlopig record volume van 944 MWp. Wat nu alweer de helft hoger zou zijn dan de groei in QI in 2022 (627 MWp). Voor de aanwas in QII 2023 geldt momenteel een netto groei van 546 MWp. Het niveau is daarmee, zoals eerder al voorspeld door Polder PV, gestegen, naar 11% boven het volume van 492 MWp in QII 2022. De nog premature aanwas in QIII 2023 is inmiddels 540 MWp in de plus. Zoals was te verwachten, is dat inmiddels 8,7% méér dan het nieuwe netto volume in QIII 2022 (497 MWp). Tot en met de november 2024 update lag dat nog iets lager.
Voor het laatste kwartaal van 2023 is het totale volume, al flink toegenomen in de januari 2024 update, in de versies van mei 2024 tm. maart 2026 verder gegroeid, naar momenteel 780 MWp. Dit is al ruim het dubbele volume, t.o.v. de 375 MWp in QIV 2022.
2024
De tweede grote verrassing zien we bij de eerste, nog zeer voorlopige resultaten voor QI 2024. Januari was in een vorige rapportage extreem in positieve zin bijgesteld, maart vertoonde een record negatieve groei, en ook in april was de groei negatief. Met de opvolgende extra bijstellingen, is het voorlopige tussen-resultaat voor het hele kwartaal na even "negatieve aanwas" te hebben gekend, inmiddels op een positieve groei van 720 MWp beland.
Het tweede kwartaal van 2024 gaf de derde verrassing. Het startte met een negatieve aanwas, maar groeide al rap in positieve zin in de vorige updates. Door de enorme toename voor de maand mei (zie capaciteit grafiek voor de wijzigingen van maand tot maand), is dit volume abrupt toegenomen naar, inmiddels een record niveau van 986 MWp groei. Dat is 4,4% hoger dan de groei bij de vorige recordhouder, QI 2023. In een eerdere update lag het niveau voor QII 2024 zelfs nog hoger dan 1 GWp, maar dat is weer wat terug gezakt in de laatste rapportages.Het derde kwartaal van 2024 is, met de extreme anomalie voor augustus, vooralsnog een enigma, waar natuurlijk de hoge negatieve correcties op zijn gevolgd in het laatste kwartaal. De rood gemarkeerde kolom voor dit kwartaal heeft een onverklaarbare en onwaarschijnlijke toename van, momenteel, 4.431 MWp. Goed is te zien, dat de rood gestippelde voortschrijdend gemiddelde trendlijn in ernstige mate wordt "verstoord" door genoemde, extreme, augustus anomalie.
Het vierde kwartaal van 2024 start, met eerder doorgevoerde, zeer forse negatieve correcties, én het bizarre nieuwe voorlopige aanwas volume voor december, met een resulterende "historisch negatieve groei" van maar liefst 2.302 MWp in de min. Als we de nu bekende cijfers voor QIII en QIV middelen, komen we op een gemiddelde groei van 1.065 MWp per kwartaal, wat op een onwaarschijnlijk, erg hoog niveau is komen te liggen. Uiteraard moeten we gaan afwachten wat voor verdere wijzigingen in de latere updates zullen gaan komen, voordat we hier meer klaarheid in kunnen brengen.
2025 - QI 2026
QI 2025 zit inmiddels op 584 MWp in de min (negatief volume februari overcompenseerde het positieve volume voor januari, maart had een bescheiden positieve, april een duidelijk hogere groei).
QII 2025 laat een positieve netto groei van totaal 419 MWp laat zien.
QIII 2025 zit weer op een zeer laag, netto negatieve groei van -1.388 MWp.
De groei in QIV is inmiddels omgeslagen, van een negatieve aanwas van -15 MWp in de eerste update, naar inmiddels 39 MWp positief.
De nog zeer voorlopige eerste resulaten voor het 1e kwartaal van 2026 geven een negatieve aanwas te zien van -264 MWp.
Hoe eventuele verdere wijzigingen bij de capaciteit van gecertificeerde projecten zal gaan verlopen blijft gezien bovenstaande, soms extreme wisselingen, elke keer weer spannend.
Voor de evolutie van de gemiddelde systeem omvang (per maand), zie ook de grafiek onder paragraaf 2a.
3c. Halfjaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer 2022 - 2026 HI
Omdat een tijdje geleden de eerste resultaten voor het 1e half-jaar van 2023 beschikbaar waren gekomen, en alweer gewijzigd, heb ik in een vorige analyse ook weer de half-jaar grafiek van stal gehaald. Die had ik voor het laatst gepubliceerd op basis van de oude CertiQ data in het bericht van 9 januari 2023. Het huidige exemplaar bevat echter alleen de laatst bekende resultaten gebaseerd op de compleet gereviseerde publicatie systematiek bij VertiCer. In deze grafiek worden de resultaten vanaf de 1e jaarhelft van 2021 (alleen januari ontbrekend, kolommen gearceerd), tm. de eerste resultaten voor HI 2026 getoond. Vanaf 2024 zullen er ongetwijfeld nog de nodige aanvullingen, en forse bijstellingen komen (gearceerde kolommen).

Ook uit deze nog zeer voorlopige halfjaarlijkse groei cijfers blijkt een duidelijke afname van het aantal (overgebleven) projecten in het VertiCer dossier, wat waarschijnlijk heeft te maken met verwijderde, meestal kleine projectjes waarvan de oudste SDE beschikkingen zijn vervallen, danwel actief uitgeschreven bij VertiCer. Bij de aantallen projecten nam de bij VertiCer geregistreerde half-jaarlijkse netto aanwas af, van 1.956 nieuwe projecten in HII 2021, via 1.525 exemplaren in HI 2022 (22% minder), 1.067 stuks in HII 2022 (30% minder), naar nog maar een (voorlopige) groei van slechts 929 nieuw in HI 2023. Wederom bijna 13% minder. De tweede jaarhelft van 2023 heeft nog maar 500 netto nieuwe projecten (-46%), maar daar kan mogelijk nog wel iets aan gaan wijzigen. In HI 2024 is tot nog toe weer een duidelijk hoger volume bekend, netto 1.109 nieuwe installaties, maar vanaf HII 2024 zien we voor alle recente half-jaren nog netto negatieve groeicijfers: -87 voor HII 2024, -144 voor HI 2025, -837 voor HII 2025, resp. -712 voor HI 2026 (alleen nog QI 2026 bevattend).
Bij de capaciteit is het beeld compleet anders (geworden, in de meest recente updates), en is er zelfs een behoorlijke opleving te zien in beide jaarhelften van 2023 en het eerste van 2024. Met de huidige bekende cijfers 1.135 MWp nieuw in HII 2021, 1.119 MWp in HI 2022 (ruim 1% minder), 872 MWp in HII 2022 (22% minder), en, vanwege de bizarre, eerder al besproken toename in 1 maand (januari 2023), nu alweer een 1.490 MWp nieuwe capaciteit in HI 2023. Dat is 33% meer dan in HI 2022, en zelfs al bijna 71% meer dan in HII 2022. In de update van december 2023 was het netto aanwas volume voor HI 2023 nog maar 923 MWp.
De tweede jaarhelft van 2023 geeft, met de netto groei van, momenteel 1.320 MWp, al een fors hoger volume te zien dan in eerdere recente updates, en laat momenteel dan ook alweer een ruim 51% hoger volume zien, dan de aanwas in HII 2022.
Voor het eerste half-jaar van 2024 zijn de data nog zeer fluïde. Het voorlopige resultaat voor het eerste half-jaar is, van een licht negatieve aanwas tm. mei (-12 MWp), inmiddels omgeslagen in een record positieve, netto groei van al 1.706 MWp. Dat is al ruim 14% hoger dan het vorige record, in HI 2023. Het nog zeer voorlopige netto volume in HII 2024, 2.129 MWp (in april 2025 update nog maar 706 MWp!), laat een ogenschijnlijk nieuw record volume zien, maar met de waarschuwing dat hier de nieuwe "extreme" anomalie december 2024 bij zit, moeten we daar de nodige korrels zout naast leggen.
Het eerste half-jaar van 2025 bracht, met name door het flink negatieve aandeel van februari, gevolgd door de flinke negatieve aanwas in mei, een netto negatieve groei van -166 MWp met zich mee. HII 2025, startte alweer met een sterk negatieve netto groei van, inmiddels, -1.349 MWp. De eerste netto aanwas cijfers voor HI 2026 zijn weliswaar ook negatief, maar op een veel minder extreem niveau: -264 MWp.
Het zal nog wel even gaan duren voordat er beter zicht komt op de (definitieve) groeicijfers voor de half-jaren, met name voor de recente jaargangen. Uiteraard gaat met name voor de periode vanaf 2024 nog wel flink wat wijzigen in deze cijfers.
Mogelijk wordt de trend van véél minder netto overgebleven (want: deels bij VertiCer uitgeschreven) aantallen installaties, en nog steeds relatief hoge groeicijfers voor de capaciteit, nog verder versterkt, doordat er regelmatig kleinere projecten worden uitgeschreven bij VertiCer (zie tabellen onder paragraaf 5), terwijl de overblijvende (en nieuwe) projecten in de bestanden gemiddeld genomen zelfs al veel groter zijn dan de oude (deels zelfs residentiële) kleine installaties.
3d. Jaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer YOY 2009 - 2024*

Wederom naar analogie van de grafiek voor de eindejaars-volumes, ditmaal de daar uit afgeleide jaargroei cijfers volgens de laatste data update van VertiCer, in bovenstaande grafiek (alle drie parameters met referentie de rechter schaal, logaritmisch weergegeven). Tot en met kalenderjaar 2020 zijn de data gebruikt uit de in 2024 beschikbaar gestelde update (24 aug. 2024), waarin echter nauwelijks wijzigingen zijn opgenomen. De meest recente cijfers voor 2021**, 2022**, 2023*, en 2024*, rechts toegevoegd, komen uit de huidige update van de data tm. december 2025, zoals recentelijk geopenbaard door VertiCer. De grafiek toont dus de meest recente situatie, met de laatst beschikbare bron-cijfers. Vanaf 2025 zijn de afgeleide jaargroei cijfers nog steeds negatief, en kunnen dus nog niet in deze grafiek worden weergegeven (vanwege de logaritmische Y-as). Mochten toekomstige "historische" jaarcijfers alsnog wijzigen, en wereldkundig worden gemaakt, zullen die in latere updates worden toegevoegd aan deze grafiek. Het is waarschijnlijk, dat eventuele nagekomen correcties, met name voor de oudere jaargangen, marginaal zullen zijn.
Goed is te zien dat er een duidelijk verschil is in de trend bij de nieuwe jaarlijkse aantallen installaties (blauwe kolommen) en bij de nieuwe capaciteit per jaar (gele kolommen). Bij de aantallen beginnen we op een hoog niveau van 3.765 [overgebleven †† !] nieuwe installaties in 2009, het gevolg van de enkele duizenden grotendeels particuliere kleine SDE beschikkingen die in de eerste jaren van de SDE (2008 tm. 2010) werden opgeleverd. Die bron droogde al snel op omdat particuliere installaties de facto uit de opvolger regelingen werden gedwongen (eis minimaal 15 kWp, later ook nog verplicht grootverbruik aansluiting), en zakte de hoeveelheid nieuwe installaties dan ook stapsgewijs naar het dieptepunt van 259 nieuwe projecten in 2014. Daarna zwol het jaarlijkse volume weer aan door een lange reeks van (deels) succesvol geïmplementeerde SDE "+" beschikkingen, tot een voorlopig maximum van 5.503 nieuwe projecten in Corona jaar 2020.
Daarna is, zelfs met grote hoeveelheden nieuw beschikte projecten onder de SDE "++" regimes, het tempo weer fors afgenomen, ook vanwege massieve wegval van beschikte projecten, waar met name de wijdverspreide netcongestie problemen een belangrijke (maar niet de enige) oorzaak van zijn. In 2021 en 2022 zijn met de recentste cijfers nu netto 3.889, resp. 2.592 nieuwe projecten toegevoegd. Dat laatst bekende volume voor 2022 is 47,1% van het record niveau in 2020.
In 2023 is een beperkt volume van 1.429 (netto) nieuwe projecten bekend (eerste gearceerde blauwe kolom). Het inmiddels positieve volume voor 2024 is nog steeds aan het toenemen, naar, inmiddels, netto 1.022 projecten. Met name voor 2024 ff. kan nog het nodige aan deze data wijzigen, in de te verwachten maandelijkse cijfer updates in 2026. Duidelijk is, dat er netto bezien steeds minder aantallen projecten bijkomen. Zoals al vaker gememoreerd, komt dit grotendeels door een toenemende uitstroom van projecten, waarvan grotendeels de subsidie termijn is verlopen. Er komen daarvoor in de plaats slechts relatief weinig nieuwe projecten bij (grotendeels met SDE beschikking), waardoor de netto groei per jaar sterk afneemt, bij de aantallen projecten. Deze trend is duidelijk zichtbaar vanaf 2021.
Capaciteit andersoortige trend, met een nieuw record jaar (2023), 2024 nog zeer ongewis
Bij de capaciteit is de jaarlijkse aanwas in de beginjaren relatief "stabiel" geweest, met wat kleine op- en neerwaartse bewegingen, van 18,7 MWp nieuw in 2009, tijdelijk zakkend naar 13,0 MWp nieuw volume in 2010, nog eens 4 jaar iets boven dat niveau blijvend, om vanaf 2015 sterk te stijgen. Dat was in het begin vooral vanwege de implementatie van de toen succesvolle SDE 2014 regeling. Er werd elk jaar weer meer capaciteit toegevoegd, gestuwd door de opvolgende SDE "+" regelingen met miljarden budgetten, tot een voorlopig maximum van 2.436,9 MWp, wederom in het Corona jaar 2020. Maar ook de nieuwe capaciteit begon in de jaren 2021-2022 af te nemen, al was het op een veel minder dramatisch niveau dan bij de aantallen projecten.
In 2021 was het nieuwe netto volume nog 2.007,6 MWp, dat is in 2022 momenteel nog maar 1.991,6 MWp met de bekende cijfers in de huidige update. Dat is voor 2022, met 81,7% van het maximale nieuwbouw volume in 2020, in ieder geval beduidend beter dan de flinke terugval bij de (netto) aantallen nieuwe projecten (47,1%). Met, uiteraard, de blijvende disclaimer, dat ook deze jaargroei cijfers nog niet "in beton zijn gegoten", en nog verder licht kunnen wijzigen. Opvallend blijft in ieder geval, dat met de updates in de afgelopen 2 jaar, het jaargroei volume voor de capaciteit in 2022 continu, maar traag, dichter is toegekropen naar dat van het voorgaande jaar. Het verschil is nog maar 16,0 MWp.
In 2023 is inmiddels, vooral vanwege de eerder besproken, bizar hoge toevoeging in januari dat jaar, en de nodige toevoegingen in de meest recente updates, een netto volume bijbouw van 2.810,1 MWp geconstateerd (enkele updates hiervoor was dat nog slechts 1.223 MWp!). Dat is nu dus al hoger dan de nu bekende groei in zowel 2021 en 2022, en heeft de eerder vastgestelde record groei in Corona jaar 2020 al met ruim 373 MWp overtroefd. 2023 is dus een nieuw recordjaar, wat de groei van gecertificeerde capaciteit betreft. Met de huidige stand van zaken zou de jaargroei in 2023 dus al ruim 41% hoger hebben gelegen dan de aanwas in 2022, en 15,3% meer dan in vorig record jaar 2020. We hebben echter ook gezien dat data regelmatig (flink) worden bijgesteld, dus de relatieve verhouding van de jaargroeicijfers in deze laatste jaren ligt beslist nog niet vast.
Achteraan in de grafiek heb ik ook de capaciteits-aanwas in 2024 weergegeven. Daar moeten we helaas nog een zeer groot vraagteken bij zetten, want met de nog zeer voorlopige resultaten voor dat jaar zouden we nu al aan een "nieuw record volume" zitten, van bijna 3.835 MWp (in de april 2025 update was dit nog "maar" 2.282 MWp). Gezien de problematische, extreme, met terugwerkende kracht bekend geworden toevoeging voor, met name, december 2024, in de analyse hierboven uitgebreid becommentarieerd, moeten we hier voorzichtig mee zijn. Want die december groei is uiterst onwaarschijnlijk, en kan nog fors neerwaarts worden bijgesteld, en/of er komen nog hoge "negatieve maandgroei cijfers" in komende maand rapportages overheen. De grote vraag is echter: wanneer kómen die bijstellingen dan wel? Dit kan erg lang duren, gezien eerder commentaar wat ik ontving van VertiCer na vragen daarover ...
Het Nationaal Solar Trendrapport 2025 van Dutch New Energy claimde voor 2024 een verkoop van 2,3 GWp PV vermogen in het zakelijke segment, wat, opvallend, véél lager is dan de afgeleide cijfers van VertiCer tot nog toe laten zien (ruim 3,8 GWp netto nieuw volume in de daar geregistreerde projecten markt). Dat verschil is "kolossaal", liefst 1,5 GWp, en neemt bovendien nog steeds toe. En is daarmee "onverklaarbaar groot". Hier moeten grote fouten in zitten, met name aan de kant van VertiCer. Hier is dus beslist nog niet alles mee gezegd, de finale data voor 2024 zijn immers nog lang niet bekend!
Gemiddelde project omvang
Wederom heb ik, uit deze uit de eindejaars-data afgeleide jaargroei cijfers, uiteraard ook weer de gemiddelde systeemcapaciteit van de nieuwe aanwinsten per jaar berekend, en getoond in de groene curve in bovenstaande grafiek (vermogen in kWp gemiddeld per nieuwe installatie). Deze vertoont, na een lichte inzinking tussen 2009 en 2010, een zeer sterke progressie, van 5,0 kWp bij de nieuwe projecten in 2009, tot alweer ruim 768 kWp gemiddeld per nieuw project in 2022. Een factor 155 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Deze enorme schaalvergroting, sterk gedreven door de oplevering van honderden zonneparken en enorme distributiecentra bomvol zonnepanelen op de uitgestrekte platte daken, is een van de belangrijkste oorzaken, van de nieuwe realiteit bij de stroomvoorziening in Nederland: de overal zichtbaar geworden netcongestie, met name op de middenspannings-netten. Voor de bijna actuele situatie, met details, zie de nieuwe gedetailleerde capaciteitskaart van Netbeheer Nederland (gescheiden in netafname resp. -invoeding, in de kaarten is reeds al lang van tevoren gereserveerde capaciteit voor nieuwe, nog te bouwen projecten, ingesloten). Wat uiteraard ook zijn weerslag heeft gekregen op de progressie van de uitbouw van de gecertificeerde nieuwe volumes in de VertiCer databank: die is sterk aan het vertragen. En slechts met veel moeite, onder anderen, door schaalvergroting van de individuele projecten, "op niveau" te houden. Die schaalvergroting zien we met name ook in de belangrijke zonnepark sector, zie de diepgaande analyse daarvan, begin maart 2026 gepubliceerd op de Polder PV website.
Voor 2023 is een sterke toename van de gemiddelde capaciteit zichtbaar, naar inmiddels 1.967 kWp per project (!). Echter, omdat deze maatvoering van 2 input variabelen afhankelijk is (die beiden netto volumes betreffen, verschillen tussen instroom en uitstroom bij VertiCer), die beiden nog flink, in beide richtingen, kunnen gaan afwijken van de huidige waarden, is er nog niet veel te zeggen over wat dit uiteindelijk op kalenderjaar basis zal gaan opleveren. Het is echter wel waarschijnlijk, dat die gemiddelde nieuwe project capaciteit op een hoog niveau zal komen te liggen, vanweg de sterk neerwaartse trend bij het netto aantal nieuwe projecten, bij een blijvend hoog niveau voor de nieuwe totale capaciteiten.
Het voorlopige gemiddelde voor 2024 ligt nog op een veel hoger niveau, 3.752 MWp. In een vorige update was dit zelfs extreem hoog, 28,4 MWp (ver buiten het bereik van de getoonde Y-as vallend). Dit lag aan het feit dat in een eerste update een zeer laag netto positief groei volume bij de aantallen was te zien, bij een zeer hoge netto capaciteit toevoeging. De verwachting dat dit zeer stevig bijgesteld zou gaan worden, is reeds uitgekomen. Maar het eindresultaat zal nog lang op zich laten wachten. En zal mogelijk flink afwijken van het huidige niveau, vooral gezien de nog zeer onzekere, nog lang niet vaststaande, met dikke mistflarden omgeven capaciteits-data voor dat jaar.
†† Met name uit de oudere SDE regelingen, vallen regelmatig lang geleden bij VertiCer voorganger CertiQ ingeschreven projecten weg. Hier zijn verschillende redenen voor. In de uitgebreide SDE project analyses van Polder PV wordt hier regelmatig, en gedetailleerd over gerapporteerd (exemplaar 1 januari 2026, zie hier).
4. 100 procents-grafieken en segmentatie naar grootteklasse
Een van de nieuwe mogelijkheden van de compleet herziene presentaties bij VertiCer, is de segmentatie naar grootteklasse. Daar kon tot enkele jaren geleden uitsluitend iets over gezegd worden op basis van de jaaroverzichten, waar, al lang geleden op basis van een verzoek in die richting door Polder PV, inderdaad werk van gemaakt is door rechtsvoorganger CertiQ. Zoals in de eerste analyses al duidelijk werd, is dit nu ook op maandelijkse basis mogelijk. Met, we blijven dit herhalen, de waarschuwing, dat alle cijfers bijgesteld kunnen worden in latere updates, met name m.b.t. de meest recente data. Bij de al wat oudere periodes vinden wijzingen minder vaak plaats, en zijn ze meestal van een bescheiden omvang.
In het 3e artikel over de eerste resultaten van januari 2023 heb ik al meer-jaarlijkse trends laten zien bij de evolutie van de diverse grootte klasses. Inclusief een toen nog in de bestanden van CertiQ voorkomende enorme anomalie, die niet bleek te zijn hersteld (artikel 14 februari 2023). Van dat historische overzicht is medio 2024 een recente update verschenen, maar daar blijkt nauwelijks iets in te zijn gewijzigd (marginale bijstellingen). De huidige grafiek geeft voor de kortere termijn de nieuwe data tot en met begin april 2026, en de aangepaste waarden voor de maanden in de meest recente periode daar aan voorafgaand.
In de gereviseerde data overzichten van VertiCer is sinds de update van 2 april 2026 ook het grootste deel van de eerste jaarhelft van 2021 (vanaf eind januari) bekendgemaakt, die data zijn vooraan in deze grafieken toegevoegd.
4a. 100 procents-grafiek aantallen per categorie

Een zogenaamde "100-procents-grafiek" voor de evolutie trends van de 8 door VertiCer en haar rechtsvoorganger onderscheiden grootteklassen van de gecertificeerde PV-populatie die zij bijhouden, dit exemplaar voor de aantallen projecten aan het eind van elke maand. Voor begin april 2026 zijn de absolute waarden per grootteklasse rechts weergegeven. Globaal genomen namen in de loop van de tijd de kleinste categorieën (1-5 kWp, 5-10 kWp, en 10-50 kWp) in betekenis af sedert begin 2021, de impact van de grotere categorieën werd groter. Vervolgens kwam er een stabilisatie, omdat het tempo bij de aantallen nieuw netgekoppelde (danwel netto overgebleven) projecten onder de SDE regimes weer flink is afgenomen. Dit wordt getoond door de in de grafiek opgenomen streepjeslijn, die het "laagste" niveau voor de kleinste categorie weergeeft (derde kwartaal 2024). In de laatste maand cijfers zien we het relatieve aandeel van de kleinste project categorie weer duidelijk toenemen t.o.v. de overige categorieën, waarschijnlijk omdat de uitval (uitschrijving uit het VertiCer register) vooral wat grotere projecten betreft. Hierdoor komt het bovenste blauwe segment voor de kleinste categorie weer iets onder de streepjeslijn te liggen.
In de update van 2 april 2026, is het totale aantal installaties groter of gelijk aan 50 kWp, eind januari 2021 al bijna de helft (48,7%), met het gezamenlijke volume al op 58,3% van het totaal gekomen (20.110 van, in totaal, 34.482 netto overgebleven projecten). De categorie 100-250 kWp omvat het grootste aantal overgebleven projecten, 7.587 exemplaren (wel een netto verlies van 155 projecten sinds de update van 2 januari 2026), afgezien van de kleinste installaties tot 5 kWp (overgebleven 8.518 stuks, 25 minder dan eind december 2025). Uiteraard hebben de grotere project categorieën, vanaf 250 kWp, relatief weinig tot bescheiden aantallen. Maar schijn bedriegt: ze omvatten, by far, de allergrootste volumes bij de capaciteit, en hebben een zéér grote impact op de totale populatie, en dus ook op de te verwachten stroomproductie. Zie de volgende grafiek, in paragraaf 4b.
Plussen en minnen
Een klein deel van de afnemende betekenis van de kleinste project categorieën wordt veroorzaakt door continue uitval uit het databestand van VertiCer (diverse redenen mogelijk, ook al heel lang waargenomen bij de SDE portfolio's, analyse status 1 januari 2026). Daar staat ook weer tegenover dat volledig buiten de populaire SDE regelingen om gerealiseerde kleinschalige projecten bijgeschreven kunnen worden in de registers van VertiCer. Een fenomeen wat compleet onbekend lijkt in de PV sector in ons land, er wordt in ieder geval nooit over gerept, behalve dan bij Polder PV. In 2023 werden er bijvoorbeeld, met de meest recente data, netto 38 installaties in de kleinste project categorie uitgeschreven, maar kwam er tegelijkertijd een verrassende hoeveelheid van 143 exemplaren bij in de categorie 5 tm. 10 kWp, waarvoor normaliter beslist géén (nieuwe) SDE beschikking afgegeven kan zijn sedert SDE 2011, vanwege de 15 kWp "onder-cap" bij de afgegeven beschikkingen (zie ook tabel paragraaf 5b). Tot nog toe waren het al netto 36 uitgeschreven projecten voor de kleinste categorie, resp. netto 25 nieuw ingeschreven projecten voor categorie 5-10 kWp, in 2024.
Dat soort kleine projecten zijn mogelijk afkomstig uit portfolio's van bedrijven zoals Powerpeers, Vandebron, en Allinpower, en het in België al actieve EnergySwap, die geoormerkt garanties van oorsprong (GvO's) van door de afnemer aangewezen projecten afboeken, ter "vergroening" van de stroomconsumptie van de klant. Daar kunnen ook (zeer) kleine residentiële projecten, of bijvoorbeeld kleine installaties op scholen, gymzalen e.d. bij zitten. Om dat soort transacties in Nederland te kunnen / mogen doen, moeten de betrokken projectjes ook verplicht geregistreerd worden bij VertiCer. En die zien we hier dus tevoorschijn komen.
Voor 2025 zijn deze voorlopige volumes inmiddels ook bekend. In de kleinste categorie verdwenen netto 72 projecten. Maar bij de categorie installaties tussen 5 en 10 kWp is daar ook inmiddels een groot volume verdwenen. Het netto resultaat van eventuele bijschrijvingen, en uitschrijvingen is voor die categorie in dat jaar inmiddels sterk negatief, -456 stuks, t.o.v. de update van begin 2026. De (netto) uitval bij de iets grotere categorieën lijkt dus inmiddels haar beslag gekregen te hebben.
Bijstellingen aantallen per categorie
De grootste categorie, projecten (of eigenlijk: "registraties") groter dan 1 MWp per stuk, omvat begin april 2026 1.812 installaties. Dit is wederom een netto afname van 24 projecten t.o.v. de vorige update, dus ook hier "verdwijnen" projecten uit de VertiCer bestanden. Wat echter niets zegt over de status van die projecten, ze kunnen gewoon blijven door produceren, zonder "recht" op Garanties van Oorsprong voor hun opgewekte stroom.
Wat de aantallen projecten in deze grootste project klasse betreft, is dit slechts 5,3% van het totale aantal op dit moment. Op herhaalde verzoeken van Polder PV, om deze grote "verzamelbak" verder op te splitsen, gezien de dominante hoeveelheid capaciteit in deze categorie (zie grafiek onder paragraaf 4b), is, destijds, CertiQ, helaas niet ingegaan, en zal waarschijnlijk onder hoede van haar rechtsopvolger niet gaan geschieden.
4b. 100 procents-grafiek capaciteit per categorie - augustus 2024 anomalie lijkt hersteld, maar trend beslist niet stabiel in 2023-2025

Een vergelijkbare "100 procents-grafiek" als voor de aantallen projecten, maar nu voor de periode eind januari 2021 tm. begin april 2026, voor de daarmee gepaard gaande, bij VertiCer geregistreerde netto capaciteiten in MWp. Voor begin april 2026 zijn wederom de absolute volumes rechts weergegeven, alsmede, voor de grootste categorie, voor de status quo vlak voor "De Grote Augustus Anomalie" (2024). Een totaal ander beeld is hier te zien, met "überdominant" de grootste project categorie (installaties groter dan 1 MWp). Ook is direct te zien, waar de enorme capaciteits-anomalie voor augustus, eerder reeds beschreven, zijn grondslag heeft. Eind juli 2024 was het volume in die categorie, met projecten per stuk groter dan 1 MWp, namelijk "nog maar" 9.745 MWp groot (wel alweer, door voortdurende bijstellingen / nagekomen volume, 18,3% meer dan de eind van die maand gerapporteerde 8.238 MWp). Wat in lijn is met de historie van de voorgaande evolutie.
In augustus tm. september 2024 zou, volgens de oorspronkelijke cijfers van VertiCer, er al een absurd hoog volume van 14,0 GWp zijn geaccumuleerd in die categorie. Dit is terug te voeren op de toen nog niet publiekelijk gecorrigeerde grote anomalie voor augustus dat jaar, en heeft een enorme impact op de kwaliteit van deze 100-procents-grafiek. In de augustus 2024 update ben ik kort ingegaan op de onmogelijkheid van deze accumulatie cijfers (paragraaf "29 Dorhoutmeessen"). Omdat de cijfers voor deze 2 maanden onwaarschijnlijk hoog zijn, heb ik deze gearceerd weergegeven, met rode kolom rand. Ook voor oktober zien we een nog steeds onwaarschijnlijk hoge status van, inmiddels, 11,8 GWp, waarbij er kennelijk al een eerste "correctie ronde" over de data heen is gegaan bij VertiCer. In november lijken de data weer "genormaliseerd", en is het volume op een voorstelbaar niveau van 9.880 MWp uitgekomen, zoals in een vorige update al was voorspeld door Polder PV. Vandaar dat ik ook oktober hier gearceerd heb weergegeven, toen was er waarschijnlijk nog steeds sprake van gedeeltelijk incorrecte (veel te hoge) data. De sterk verstorende invloed op de evolutie van alle data in deze 100% grafiek is duidelijk zichtbaar bij de maandelijkse aandeel-percentages voor augustus tm. oktober.
Status > 1 MW segment begin april 2026
De toegevoegde, alweer gewijzigde cijfers voor december 2024 en januari 2025 laten in de huidige update wederom een "onwaarschijnlijk hoog" accumulatie niveau zien voor het > 1 MW segment, van 11,7 tot bijna 12,6 GWp. In een vorige update waren die volumes nog maar 10,3 tot 11,0 GWp, hier is dus direct alweer een verdachte, waarschijnlijk veel te hoge capaciteit in de databank van VertiCer geslopen, zoals we eerder al hebben gezien. In december 2024 zou in 1 keer de 10 GWp accumulatie in de grootste categorie ruimschoots zijn gepasseerd. In de februari rapportage is er echter alweer een duidelijke neergang van 13% te zien, naar, momenteel bijna 11,0 GWp. Zo u wilt een "normalisatie" van de capaciteit accumulatie.
In maart tm. juni 2025 is er weer globaal genomen een lichte groei cq. plateau fase te zien, naar bijna 11,5 GWp, maar in de juli update is er weer een terugval te zien, naar bijna 10,2 GWp, wat in de opvolgende periode augustus 2025 - begin april 2026 marginaal afnam naar 9.992 MWp, al is het aandeel op het totaal volume in diezelfde periode wel (marginaal) toegenomen. Dat volume is 68,7% van de neerwaarts bijgestelde totale capaciteit (ruim 14,5 GWp). Eind januari 2021 was dat aandeel van de grootste categorie nog bijna 52%. Het relatieve verschil is dus, ondanks de soms curieuze cijfer bijstellingen, behoorlijk groot geworden, in bijna 5 jaar tijd. De combinatie forse opwaartse (dec. '24 / jan. '25) / neerwaartse capaciteit bijstelling in februari 2025 is in ieder geval wederom slecht verklaarbaar. Mogelijk is een van de oorzaken genoemd door, destijds, CertiQ, hier debet aan.
"Afwijkingen van de normaal"
Om de "afwijkingen van de normaal" voor de grootste projecten categorie (>1 MW) beter zichtbaar te maken, heb ik vanaf de mei 2025 update een rechtlijnige gele stippellijn in bovenstaande grafiek toegevoegd, interpolerend tussen de eerste en de laatste maand waarde. Daarmee is direct duidelijk waar (te) grote afwijkingen van een normaal verloop van het procentuele aandeel van die categorie opdoemen. In de periode 2023 tm. medio 2025 zijn de accumulaties in ieder geval beduidend hoger dan "normaal", eind 2025 en in de eerste maanden van 2026 is er een stagnatie zichtbaar. De beruchte augustus 2024 anomalie, die tot in oktober dat jaar voortduurde, steekt duidelijk boven alles uit, en heeft te maken met een veel te hoge capaciteit accumulatie, die nog steeds zichtbaar is in de publiek beschikbare data van VertiCer.
Met een horizontale zwarte lijn is het snijpunt van genoemde referentielijn voor eind 2024 weergegeven. Dat komt neer op een capaciteit volume van zo'n 10,3 MWp, het vermoedelijk minimale niveau, in vergelijking met de huidige, veel te hoge eindejaars-waarde die nog in de VertiCer cijfers is terug te vinden (11,7 GWp). In werkelijkheid zal het niveau toch hoger hebben gelegen, omdat er altijd veel volume is wat pas later wordt opgenomen in de actuele cijfers bij VertiCer, vanwege blijvende administratieve vertragingen. Ergens tussen de "extremen" 10,3 en 11,7 GWp zal het werkelijke eindejaars-volume van 2024 moeten liggen. Waar precies, blijft de onbeantwoorde vraag.
Meer cijfers project categorieën
De grootste categorie heeft, bij een blijvend zeer hoog capaciteits-volume, tegelijkertijd een relatief bescheiden aantal projecten, de hierboven al genoemde 1.812 exemplaren. Dit resulteert in een steeds hoger wordende systeemgemiddelde capaciteit binnen deze categorie. Eind januari 2021 was dat nog 4.377 kWp gemiddeld, begin april 2026 is dat alweer opgehoogd naar 5.514 kWp, een toename van 26% in 62 maanden tijd. De grote projecten gaan een steeds hogere impact op de totale volumes krijgen bij VertiCer, dat is al lang duidelijk.
Voor de overige categorieën blijft er dan niet zeer veel "ruimte" meer over op het totaal. Nemen we ook nog de drie opvolgende categorieën mee (flinke projecten van een halve - 1 MWp, 250 - 500 kWp, resp. 100 - 250 kWp), claimen de grootste vier project categorieën het allergrootste geregistreerde volume in de totale markt. Dit was eind januari 2021 al 93,0%, begin april 2026 is dat, met de meest recente data in de huidige update, 96,6% geworden. De kleinste 2 categorieën zijn op deze schaal al vrijwel niet meer zichtbaar. Hun aandeel is begin april 2026 geslonken naar nog maar 0,11% van totaal volume (15,6 MWp, projecten van elk 5 - 10 kWp), resp. 0,15% (21,7 MWp, projecten van elk 1 - 5 kWp).
Dan resteren, eind maart 2026, nog relatief bescheiden volumes voor de categorieën projecten van 50-100 kWp (totaal volume nog maar 351 MWp, 2,4%), resp. 10-50 kWp (ruim 113 MWp, 0,8%).
5. Jaarvolume segmentaties 2022 -2024
5a. 2022 - status update publicatie 2 april 2026
In de maandrapport analyse voor januari 2023 publiceerde ik ook een tabel met de nieuw gereconstrueerde cijfers voor de jaargroei voor kalenderjaar 2022. Daar zijn natuurlijk in de tussenliggende rapportages weer veel wijzigingen in gekomen, waarbij ik de laatste stand van zaken in de september 2025 update hier onder weergeef in tabelvorm. Voor nadere toelichting, zie de analyse bij het januari 2023 rapport. In de 10 voorgaande rapportages waren er geen wijzigingen meer in deze tabel. In de update van 1 december 2025 is er bij de categorie 500 - 1.000 kWp 1 installatie bijgekomen, daarna is er niets meer gewijzigd. Voor tabel en toelichting, zie de update van 2 januari 2026.
5b. Groei in 2023 - status update publicatie 2 april 2026
Naar analogie van de cijfers voor de nieuwe aanwas in heel 2022, geef ik hier onder de voorlopige data voor de 12 maanden van 2023 (cumulatie januari tm. december), volgens de cijfers in het laatste maandrapport verschenen op de VertiCer website. In deze tabel is 1 wijziging doorgevoerd, in de project categorie 250 - 500 kWp.
| Nieuwe
jaarvolumes 2023 (YOY) |
Aantallen |
aandeel
op totaal (%) |
Capaciteit
(MWp) |
aandeel
op totaal (%) |
Gemiddelde
capaciteit per nieuwe / uitgeschreven installatie (kWp) |
1-5
kWp |
-38 |
-2,7% |
-0,040 |
-0,001% |
1,1 |
5-10
kWp |
143 |
10,0% |
1,255 |
0,05% |
8,8 |
10-50
kWp |
75 |
5,2% |
2,376 |
0,09% |
31,7 |
50-100
kWp |
267 |
18,7% |
20,309 |
0,7% |
76,1 |
100-250
kWp |
333 |
23,3% |
55,279 |
2,0% |
166,0 |
250-500
kWp |
222 |
15,5% |
73,852 |
2,6% |
332,7 |
500-1.000
kWp |
169 |
11,8% |
124,482 |
4,4% |
736,6 |
>
1 MWp |
258 |
18,1% |
2.532,614 |
90,1% |
9.816,3 |
| Totaal |
1.429 |
100% |
2.810,127 |
100% |
1.966,5 |
Uit dit overzicht blijken 2 zaken kristalhelder: de groei is in 2023, wat de toegevoegde capaciteit betreft, in bijna alle kleinere categorieën "niet van betekenis" geweest, en/of, vanwege de vele wijzigingen in de actuele databestanden bij VertiCer, hebben deze zelfs (tijdelijk ?) tot negatieve groeicijfers geleid t.o.v. de herziene status aan het begin van het jaar (= status EOY 2022). Er zijn vanaf begin 2023 nogal wat wijzigingen geweest in de updates van de jaarcijfers. Sommige voorheen "negatieve groeicijfers" zijn inmiddels gewijzigd in positieve exemplaren, en vice versa. De categorie 10-50 kWp had eerst negatieve groeicijfers, kwam bij de aantallen op precies nul uit in de update van juli 2024, en laat nu al een positieve groei zien van 75 exemplaren. Nogmaals wijs ik op het oorspronkelijke, uitgebreide commentaar van CertiQ, hoe dergelijke (tijdelijke) negatieve groeicijfers en wijzigingen daarin tot stand kunnen komen in hun databestanden.
Negatieve groei cijfers zijn er nu alleen nog maar voor zowel aantallen als bij de capaciteit bij de categorie 1-5 kWp (-38, resp. -0,040 MWp). Het gemiddelde van die "netto afvoer" geeft een project gemiddelde van 1,1 kWp.
In totaal zijn er netto bezien in 2023 nog maar 1.429 nieuwe projecten bijgekomen. Dat kan weliswaar nog steeds bijgesteld worden in komende updates, al verwacht ik hier niet al te grote wijzigingen meer. Het blijft in ieder geval een zeer laag niveau, dat is al een tijdje duidelijk. Een neergaande trend bij de netto bijkomende projecten was al veel langer zichtbaar in de klassieke maand rapportages. Zie de eerste grafiek in de analyse van het laatste "gangbare" maandrapport van rechtsvoorganger CertiQ (december 2022). Deze trend lijkt zich te hebben versterkt, vooral bij de netto aantallen nieuwkomers (netto = nieuwe aanwas minus bij VertiCer uitgeschreven projecten per maand).
Flinke wijziging bij groei capaciteit in 2023
Wat overblijft, is het enige positieve punt, namelijk de groei van de capaciteit, ondanks de vele, structurele problemen in de markt (met name voorhanden actuele netcapaciteit en hogere project kosten). De facto is die vrijwel exclusief neergekomen op een toename in, het wordt eentonig, de grootste project categorie (registraties per stuk groter dan 1 MWp). Want daar werd tussen januari en eind december 2023 een aanzienlijk volume van 2.532,6 MWp aan toegevoegd, ruim 90% van het totale nieuwe record jaar volume van ruim 2.810 MWp. Inmiddels dus al duidelijk hoger dan de niet meer formeel gewijzigde jaargroei van voorgaand record jaar 2020 (bijna 2.437 MWp). Dit was in de update van eind 2023 nog maar 1.298 MWp, de bizarre toename van het bij VertiCer geregistreerde vermogen in januari 2023, gevolgd door de vele verdere wijzigingen in de volgende updates, is hier grotendeels debet aan. Er wordt dus heel veel volume later bijgeschreven voor reeds verstreken jaren. Het is goed dat men dit beseft. Met bovengenoemd volume is 2023 bovendien het nieuwe record jaar geworden bij de aanwas cijfers voor capaciteit in de gecertificeerde projecten markt.
Schaalvergroting nochmals
De schaalvergroting in de projecten sector wordt duidelijk geïllustreerd, door het feit dat de capaciteits-aanwas voor de grootste PV installatie categorie (projecten per stuk groter dan 1 MWp), in 2023 nu al 76% groter is dan in 2022 (2.533 MWp voor 2023, tabel 5b, versus 1.436 MWp voor 2022). Dit zien we ook terug bij de gemiddelde capaciteit voor die categorie. Die was in 2022 nog, netto, 4.352 MWp per project. In 2023 is dat gemiddeld 9.816 MWp geworden, een factor 2,3 maal zo groot in 1 jaar tijd!
Ook vanwege de hoge project gemiddelde capaciteit in deze grootste categorie blijft deze een zeer dominant stempel op het totale gerealiseerde volume zetten.
De enige categorieën die nog enigszins iets voorstellen zijn de 3 op een na grootsten, met projecten tussen de 500 en 1.000 kWp, resp. 250-500 kWp, en 100-250 kWp, die momenteel cumulatief in 2023 een verzameling van 124 MWp, resp. 74 MWp en 55 MWp nieuw toegevoegde capaciteit tellen. De overige categorieën stellen weinig voor bij de nieuw opgeleverde capaciteit in deze periode.
5c. Groei in 2024 - status update publicatie 2 april 2026
In onderstaande tabel geef ik de nog steeds premature eerste (al enkele malen flink gewijzigde) cijfers voor de groei van de volumes per categorie in kalenderjaar 2024. Cursief (broncijfers) zijn wijzigingen sedert de vorige update.
| Nieuwe
jaarvolumes 2024 (YOY) |
Aantallen |
aandeel
op totaal (%) |
Capaciteit
(MWp) |
aandeel
op totaal (%) |
Gemiddelde
capaciteit per nieuwe / uitgeschreven installatie (kWp) |
1-5
kWp |
-36 |
-3,5% |
-0,039 |
-0,001% |
1,1 |
5-10
kWp |
25 |
2,4% |
0,201 |
0,005% |
8,0 |
10-50
kWp |
-5 |
-0,5% |
-0,037 |
-0,001% |
7,4 |
50-100
kWp |
137 |
13,4% |
10,899 |
0,28% |
79,6 |
100-250
kWp |
354 |
34,6% |
56,339 |
1,5% |
159,1 |
250-500
kWp |
210 |
20,5% |
77,627 |
2,0% |
369,7 |
500-1.000
kWp |
126 |
12,3% |
90,414 |
2,4% |
717,6 |
>
1 MWp |
211 |
20,6% |
3.599,341 |
93,9% |
17.058,5 |
| Totaal |
1.022 |
100% |
3.834,745 |
100% |
3,752,2 |
Nog sterker dan in de tabel voor 2023, blijkt de enorme dominantie van de grootste project categorie, registraties groter dan 1 MWp. Daarvan zijn er tot nog toe 211 geteld (1 meer t.o.v. de vorige update), wat al bijna 21% van alle nieuwe installaties is. Maar de capaciteit claimt, met bijna 3,6 GWp, al bijna 94% van het totale volume. De populatie nieuwe projecten in dat jaar bestaat qua capaciteit, en, derhalve, theoretische stroom productie, bijna alleen maar uit zéér grote installaties, met een gemiddelde voor die categorie van zelfs 17,1 MWp per project (!). De volumes aan kleine installaties drogen op waar je bij staat.
Deze cijfers zullen in komende updates uiteraard nog flink gaan wijzigen en verder aangevuld worden. De forse capaciteit anomaliëen in augustus en in december van dat jaar, drukken nu nog een zeer stevig stempel op de nog zeer onzekere cijfers. Die hopelijk in komende rapportages enigszins zullen normaliseren. Al blijven verrassingen endemisch, bij de VertiCer rapportages, zoals we de laatste jaren al vaak hebben gezien.
Vooralsnog is de nu bekende totale kalender jaargroei, volgens de VertiCer broncijfers, een zogenaamd record volume van bijna 3.835 MWp in 2024, zie ook de optelling van de twee half-jaren in de grafiek in paragraaf 3c. 1.706 MWp toename in het eerste half-jaar, en nog eens 2.129 MWp (in een vorige update was dat nog maar 706 MWp!) in de tweede jaarhelft. Wat in beide gevallen hoogst onwaarschijnlijke nieuwbouw volumes in de projecten markt zijn. Maar die cijfers zullen sowieso nog dramatisch gewijzigd gaan worden. Pro memori, dus.
2025 nog niet gepresenteerd
Voor 2025 zijn de cijfers nog lang niet compleet, noch "logisch". Uit de huidige status update volgt, dat er een netto negatieve jaargroei van (minus) 981 projecten, resp. een zeer hoge negatieve netto aanwas van de capaciteit (-1.515 MWp) in de boeken staat bij VertiCer. Pas als er meer zicht op "normale" cijfers komt, na de noodzakelijke, forse correcties in eerdere gegevens, zal Polder PV hier weer een deel overzicht tabel van maken.
In een vervolg analyse zal nader ingegaan worden op de afgegeven Garanties van Oorsprong in het VertiCer dossier. Zie deel II.
Conclusie
Het is natuurlijk fijn, dat er weer nieuwe cijfers zijn van VertiCer, en dat de maandelijkse rapportage wordt gecontinueerd. Tegelijkertijd moet vastgesteld worden, dat de oude problemen, van inconsistente, en soms zelfs onmogelijk lijkende cijfers, blijven bestaan. De vraag is ook, hoe, en wat voor data er uiteindelijk bij het CBS terecht zullen komen, en hoe zij eventuele (grote) fouten uit de aangeleverde data zullen gaan halen. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.
Intern - eerdere rapportages CertiQ / VertiCer
Vorige maandrapportages 2025:
December 2025: gepubliceerd op 5 januari 2026
November 2025: gepubliceerd op 2 december 2025
Oktober 2025, gepubliceerd op 5 november 2025
September 2025, gepubliceerd op 3 oktober 2025
Augustus 2025, gepubliceerd op 3 september 2025
Juli 2025, gepubliceerd op 5 augustus 2025
Juni 2025, gepubliceerd op 4 juli 2025
Mei 2025, gepubliceerd op 11 juni 2025
April 2025, gepubliceerd op 7 mei 2025
Maart 2025, gepubliceerd op 3 april 2025
Februari 2025, gepubliceerd op 4 maart 2025
Januari 2025, gepubliceerd op 5 februari 2025
Voor 2024: zie de lijst gepubliceerd in de update van 6 januari 2025
Voor 2023: zie de lijst gepubliceerd in de update van 1 februari 2024
Voor 2022 en 2021, zie overzichtje onderaan analyse van 9 januari 2023
CertiQ herziet cijfer presentatie methodiek - een nieuw tijdperk ? (8 februari 2023)
Meer licht in de duisternis (?) omtrent ontwikkeling gecertificeerde zonnestroom portfolio in (2019-) 2020 bij CertiQ. (4 november 2020; vroege signalering van sterk wijzigende historische CertiQ data door Polder PV)
Extern
Data overzichten website VertiCer (opgelet, tijdens laatste upload blijken alleen nog maar de 3 laatste maandrapportages voor elektra, en 1 voor "groen gas", aanwezig te zijn, alle voormalige rapportages zijn verdwenen van de site!)
Data overzichten garanties van oorsprong weer beschikbaar per april 2026 (nieuwsbericht met wijziging indeling primaire data bij VertiCer, 25 maart 2026)
Wijziging correctie meetwaarden (nieuwsbericht voor handelaren op site VertiCer, 6 januari 2025)
NB: de oude website van CertiQ is niet meer actief, de url verwijst door naar de site van rechtsopvolger VertiCer !
|