Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index

 

 

 

SOLARENERGYERGY

Nieuws & analyses P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
VertiCer mei-juni 2026 II: afgifte Garanties van Oorsprong voor zonnestroom tm. mei
VertiCer rapportage mei - juni 2026. Weinig beweging in dit dossier
Lage toegekende volumes voor PV in SDE 2025 regeling, 86 beschikkingen, met 773 MWp
CBS update 3. Maandelijkse zonnestroom producties, context andere HE bronnen en -energie
CBS update 2. Strijd Australië versus Nederland inzake solar/capita voor 2025: onbeslist
Opwaardering CBS capaciteits- en productie data zonnestroom voor kalenderjaar 2025
17% hogere toename capaciteit registraties opslag (BESS) in sub 1 MWac markt in juni 2026
Groei sub 1 MWac zonnestroom markt energieleveren.nl in juni 2026
Zonnestroom productie juni 2026 bij Polder PV iets bovengemiddeld
Zonnestroom productie mei 2026 bij Polder PV, hoog, maar geen record
VertiCer update II - uitgifte zonnestroom certificaten (fysieke productie) tm. maart 2026
VertiCer maandrapport april - stabilisatie capaciteit, overgebleven aantallen PV registraties blijft dalen

Vanaf 14 mei 2026

<<< recenter

actueel 208 207 206 205 204 203 202 201 200-191 190-181 180-171 170-161 160-151 150-141 140-131
130-121
120-111 110-101 100-91 90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights



21 juli 2026: Maandcijfers VertiCer update 15 juli 2026. Deel II - Garanties van Oorsprong

In het eerste deel van dit tweeluik rapporteerde ik over de meest recente data van VertiCer met betrekking tot de evolutie van de aantallen en capaciteit van de gecertificeerde PV installaties in hun register. In dit tweede deel ga ik in op de afgegeven hoeveelheden Garanties van Oorsprong (GvO's) tot en met mei dit jaar. GvO's staan borg voor de vergroening van de geproduceerde hoeveelheid zonnestroom van deze volledig geijkt bemeten grote populatie PV projecten in Nederland.

Een groot volume van de in eerdere rapportages nog aanwezige productie in 2021 is nog steeds niet terug te vinden in de primaire data van VertiCer. De reden daarvan is onbekend. Het geringe volume wat daarvan nog over is, is apart gemarkeerd in de productie grafiek. Mogelijk worden deze ontbrekende data voor 2021 alsnog later toegevoegd, bijvoorbeeld in een historische update van oudere cijfers van VertiCer.

De eerste resultaten voor mei 2026 zijn nu bekend. Normaliter worden voor de GvO's de data voor een bepaalde maand aan het eind van de volgende maand gepubliceerd, ze lopen meestal een maand achter op de data voor zonnestroom capaciteit.

Evolutie van gecertificeerde zonnestroom productie / uitgifte van GvO's tm. mei 2026

Ook voor deze parameter, afgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong (GvO's), geldt, dat er op 24 augustus 2024 een update van de historische cijfers is gegeven. Deze zijn weergegeven in de tweede VertiCer revisie naast het voorgaande maandrapport. In het huidige bijgestelde overzicht geef ik weer alleen de meest recente cijfers weer, vanaf mei 2021. Meer volledig lijken de resultaten pas vanaf december dat jaar te zijn. Voor een fraaie, bijgewerkte grafiek die verder terug gaat in de tijd, zie de update in de bespreking van het augustus 2024 rapport, en het commentaar daarbij. Helaas zijn ook de 2 door mij al lang gesignaleerde (en aan VertiCer gerapporteerde) anomalieën in februari en augustus 2024, nog steeds niet officieel "gerepareerd" in de publiek beschikbare VertiCer data.

De extractie van een continue reeks van zonnestroom productie data uit de nieuwe spreadsheets van VertiCer is niet eenvoudig omdat de zonnestroom data tussen alle overige GvO cijfers in staan (diverse energie productie platforms), er ook nog eens verschillende "typen" zonne-energie certificaten zijn, de data sterk verspreid staan over meerdere locaties, er terug gerekend moet worden naar maand van productie, er continu wijzigingen / bijstellingen zijn, en alle over verschillende periodes uitgegeven garanties van oorsprong (GvO's) voor gecertificeerde zonnestroom uiteindelijk per maand opgeteld moeten worden. Bovenstaande grafiek is het uiteindelijke resultaat van het bij elkaar schrapen van alle gegevens in een ordentelijk overzicht, waarbij het criterium "issue" ("uitgegeven certificaten"), vanaf de update van maart 2026, na wijziging van het publicatie format bij VertiCer, als criterium is genomen. Met de meest recent beschikbare reeks van mei 2021 tm. de eerste cijfers voor mei 2026. In de maand rapportages lopen de productie resultaten normaliter altijd 1 maand achter op die van de opgestelde generator capaciteit. De productie is weergegeven in de blauwe curve (eenheid GWh = 1.000 MWh = 1 miljoen kWh). Zoals te doen gebruikelijk worden, door continue toevoegingen in latere maand rapportages, de meeste (recentere) cijfers weer verder opgehoogd, derhalve ook de gesignaleerde "piek" waarden per kalenderjaar. In de nieuwe data opzet van VertiCer lijkt een groot deel van de afgegeven GvO's voor 2021 te ontbreken (vergelijk deze grafiek met het exemplaar met status update 2 januari 2026!). Die data zijn met open rondjes weergegeven, links onderaan.

In de basis data van VertiCer wordt bij de afgegeven ("issued") certificaten niet meer gesproken over gescheiden volumes voor netlevering en niet-netlevering (lees: eigenverbruik). Laatstgenoemde deel categorie was tm. de update van 2 januari 2026 in de overzichten van VertiCer al stelselmatig, voor alle recente maand rapportages, op nul gesteld. Vermoedelijk is dit het gevolg van de beslissing, aangekondigd in de Kamerbrief over de openstelling van SDE 2024, om eigen verbruik bij nieuwe PV projecten niet meer te belonen met Garanties van Oorsprong, om overwinsten te voorkomen (zie bespreking kamerbrief in artikel van 11 maart 2024). Normaliter blijft voor oudere regelingen deze (contractuele) afspraak overeind, maar er zijn sinds genoemde maand in het geheel geen GvO's voor eigenverbruik meer uitgegeven door VertiCer, zoals uit hun eigen administratie bleek. Deze splitsing is kennelijk vanwege die reden weer overboord gegooid door VertiCer, een niet meer bestaand "onderscheid" wordt niet meer als zodanig in hun basis tabellen gemaakt. En dienen we voor de uitgegeven GvO's dus uit te gaan van (volledige) "netlevering".

Voor de teruggetrokken GvO's heb ik deze niet meer van genoemde afgiftes afgetrokken, maar beschouw ik die vanaf de vorige update als afzonderlijke categorie. Deze kunnen immers ook voor eerder afgegeven periodes gelden, en dienen dan ook als zodanig te worden beschouwd (zie verderop).

Drijvende krachten GvO uitgifte

Er zijn twee "drijvende krachten" achter het verloop van deze curve. Ten eerste natuurlijk de seizoens-variabiliteit, die zich uit in hoge producties in de zomermaanden ("toppen"), resp. lage output in de wintermaanden ("dalen"). Meestal is december de minst producerende maand. Eerder zagen we al dat, sterk afhankelijk van de gemiddelde instralings-condities in de betreffende maand, in de zomerperiodes hetzij mei (2020), juni (2019, 2021, 2022), of juli (2017, 2018) de best performer waren bij de productie. Voor de hier getoonde recentere periode zijn de waargenomen "zomer pieken" langere tijd alle 4 in juni gevallen. Sinds enige tijd is in 2024 juli de (momenteel) beste productie maand in dat jaar geworden. Inmiddels zijn de piekwaarden voor 2022 en 2025 wederom opnieuw bijgesteld. In deze nieuwe opzet, is de nieuwe recordhouder sinds kort niet meer juni 2023 (nu 1.618 GWh), maar mei 2025, met bijna 1.634 GWh fysiek gemeten productie ("issued GvO's"). Dat is inmiddels 1% meer dan de 1.618 GWh in juni 2025. We moeten komende updates afwachten, of die nieuwe verhouding ook zo zal blijven, of dat door extra toevoeging van alsnog uit te geven GvO's, juni 2025 wellicht toch hoger kan uitkomen.

Wat instraling betreft was mei 2025 dan ook de maand met de hoogste instraling dat jaar, met 182 kWh/m², terwijl normaliter iets zonniger juni bleef steken op gemiddeld 179 kWh/m² horizontale instraling), volgens de in detail bijgehouden instralings-data van het KNMI, door Anton Boonstra. Let wel, dat dit met 1 dag meer is geweest in mei, dan in juni. Juli had een beduidend lagere instraling (2025 165 kWh/m²; 1,4% meer dan in 2024), en ook tot nog toe de laagste productie (afgegeven GvO's) van dit drietal maanden. In de tussentijd zal er slechts een beperkte hoeveelheid nieuwbouw zijn geweest, die eventuele productie in de latere maanden heeft kunnen versterken. Interessant zal zijn hoe de verhoudingen zullen uitpakken in komende updates, als meer GvO's bijgeschreven zullen gaan worden voor die periode. Aangezien verschillende maanden met afwijkende aanpassingen te maken zullen blijven hebben, is de uiteindelijke verhouding nog niet goed te voorspellen, omdat de resultaten nog relatief dicht bij elkaar liggen.

2024 had een duidelijk lagere piek dan in de jaren 2023 en 2025, in juli, met 1.440 GWh aan afgegeven GvO's. De verwachting is, dat augustus, als het volume daarvoor tenminste gecorrigeerd gaat worden, geen nieuw record niveau voor dat jaar zal gaan opleveren, gezien de door Boonstra ge-extraheerde instralings-niveaus (links naar Twitter resp. Bluesky posts: aug. 2023 134,6 kWh/m², aug. 2024 149,2 kWh/m², resp. aug. 2025 147,9 kWh/m²). De instraling in augustus 2024 lag slechts marginaal hoger dan in augustus 2025, en had natuurlijk ook een kleinere populatie gecertificeerd bemeten PV projecten. Belangrijker nog, juli 2024 had een beduidend hoger instralingsniveau dan augustus dat jaar (162,4 kWh/m² volgens data extract Boonstra), dus het is onwaarschijnlijk dat augustus een (veel) hogere uitkomst heeft laten zien dan in de voorgaande maand. Zelfs met een beperkte bijbouw van nieuw participerende projecten.

De vier piekwaarden in de getoonde periode, inclusief de veel lagere, iets bijgestelde 1.257 GWh in juni 2022, zijn in bovenstaande grafiek weergegeven. De data voor 2021 lijken met de nieuwe presentatie methode grotendeels uit de records te zijn verdwenen, en zijn dus niet representatief meer (open cirkels, links onder in de grafiek).

Alle (piek) volumes kunnen later nog, zij het marginaal, worden bijgeplust. Zeker van de kleinere projecten, die niet maandelijks door een meetbedrijf worden gemeten, komen productiecijfers namelijk heel erg laat pas beschikbaar, en worden ze dan pas aan de databestanden van VertiCer toegevoegd. En worden ze "zichtbaar" in de hier getoonde productie historie. Als dit al geschiedt, zal de impact ervan echter zeer bescheiden zijn.

Voor drie "Casussen anomalieën bij GvO uitgifte volumes", zie de bespreking in de analyse van het juli 2025 rapport van VertiCer.

2026

Voorlopig ligt het hoogste resultaat voor 2026 bij de laatst toegevoegde maand mei, met momenteel al bijna 1.586 GWh genoteerde productie / verstrekte GvO's. Dat is nu nog 3% lager dan in (record) mei 2025, maar zal zeker nog gaan bijtrekken. Wel is het zo, dat mei 2026 6,8% minder zonnig was dan mei 2025, met een gemiddelde instraling van 169,7 kWh/m², t.o.v. 182,0 kWh/m² in het voorgaande jaar. De vraag is of tussentijdse nieuwbouw van gecertificeerde PV-capaciteit in een jaar tijd die hoeveelheid mindere instraling kan hebben opgevangen bij de feitelijk gemeten productie. We gaan later zien hoe dit gaat uitpakken, als de data voor mei 2026 meer volledig bekend zijn.

Met name voor de laatst gerapporteerde maanden zullen er sowieso nog het nodige aan uitgegeven GvO's bij gaan komen. Standaard bij de GvO data van VertiCer is, dat de eerstpublicatie voor een willekeurige maand al het veruit grootste volume GvO's voor die maand oplevert. Afgiftes die later worden gepubliceerd, zijn al veel geringer van omvang, en worden stapsgewijs kleiner qua volume. Het "doorsijpelen" van later afgegeven GvO's, die met terugwerkende kracht voor de betreffende maand worden bijgeschreven, kan echter zeer lang doorgaan. Dat kan langer dan een jaar duren in veel gevallen.

Meer capaciteit, meer GvO's, maar ook keerzijde

De tweede drijvende kracht achter de curve in bovenstaande grafiek is uiteraard de in het recente verleden zeer onstuimige groei van de projecten markt, met telkens flink meer, gemiddeld genomen steeds grotere PV projecten, wier nieuwe productie volumes in de loop van het kalenderjaar toegevoegd worden aan de output van het eerder al bestaande productie "park". Dat is dé drijvende kracht achter de steeds hoger wordende pieken (bovenop de verschillen in instraling van jaar tot jaar). Alle nieuwe capaciteit zal bijdragen aan het verhogen van de pieken, zelfs al hebben ze in sterk toenemende mate oost-west opstellingen om de voor netbeheerders zeer vervelende "middag-output-piek" te verlagen. Dit geschiedt bij de grotere rooftop projecten al vrijwel standaard, ook bij zonneparken is er een nog steeds toenemende trend naar (meer) O/W oriëntaties. Zie de aparte paragraaf daarover in mijn zonnepark analyse van begin dit jaar.

Een mogelijke factor van betekenis bij de uitgifte niveaus van GvO's, is de al flink opgelopen hoeveelheid afschakeling van veel grote projecten (vanwege negatieve marktprijzen). Martien Visser van energieopwek.nl deed de afgelopen jaren meerdere pogingen om afschakeling nog beter te modelleren. Voor de zeer zonnige maand april 2025 schatte hij, dat 10% van de potentiële productie uit zon- én wind afgeschakeld zou zijn onder de toen heersende marktcondities (zie zijn Blue Sky bijdrages van 6 mei 2025, zie ook grafiek van 5 mei 2026). In ook zeer zonnig mei 2025, schat Visser zelfs 15% curtailment in bij alleen al de PV populatie ... (Blue Sky bericht van 1 juni 2025). Voor ook zonnig september 2025 schatte hij 15% afschakeling voor zowel wind als zon in (Blue Sky bericht van 16 oktober 2025). Voor maart 2026 maakte hij een nieuwe "afschakel grafiek" (13 april 2026, gemodelleerd, met de nodige technische aannames), voor juni dit jaar 14% (wind en zon afschakeling, post 16 juli 2026). De potentiële zonnestroom productie wordt dus, als gevolg van deze afschakelingen, in toenemende mate uitgehold.

Nog niet is bekend, hoe er bij VertiCer omgegaan zal gaan worden met certificaten voor, bijvoorbeeld, door grote zonnestroom projecten tijdelijk in accu's opgeslagen elektra. Mijn vermoeden is, dat zo'n accu dan als "afnemer" gezien zal worden, en dat daarna het recht op "groenheid" bij gebruik verloren is gegaan. Er is immers al bij de productie een certificaat afgegeven, dat kan niet "verdubbeld" worden. Er is veel interesse voor accu systemen ("BESS"), en ik zie een flinke toename van opslag van elektra. Zowel in de residentiële en kleinzakelijke markt (analyse sub 1 MWac segment), als bij de (zeer) grote projecten. Dit is de meest waarschijnlijke oorzaak, waarom in 2026 de trend lijkt te keren bij afschakeling van wind- en zonneparken. Er worden minder uren met "bijna gratis stroom" gesignaleerd, zelfs al minder dan in dezelfde periode in 2024 (post Visser van 20 juli 2026).

Progressie in winter"dips"

In de productie curve was tot aan een vorige update goed te zien dat de zogenaamde "winter-dips" in de periode 2021 - 2023 ook op een steeds hoger niveau komen te liggen, als gevolg van de almaar toenemende productie capaciteiten, die ook in de winter aan een toenemende hoeveelheid zonnestroom output bijdragen. In de huidige update, met een nieuwe reken methodiek (alleen uitgifte van GvO's getoond), evolueren deze winter-dips als volgt:

  • december 2021 121,9 GWh
  • december 2022 144,7 GWh (18,7% meer)
  • januari 2024 233,5 GWh (61,4% meer)
  • januari 2025 212,6 GWh (9,0% mínder)
  • januari 2026 193,5 GWh (9,0% mínder)

Voor de laatste twee winterperiodes geldt, dat er nog flink wat GvO's bijgeschreven kunnen gaan worden. Het is dus mogelijk, dat ze alsnog op een hoger niveau komen te liggen, dan in de winterperiode in het voorafgaande jaar. Dit zullen we in latere updates gaan zien.

Duidelijk is dat genoemde winter-dips op een veel hoger niveau zijn komen te liggen dan in voorgaande jaren. Ten opzichte van januari 2018 (de oudste wintermaand met laagste output, waarvan data van VertiCer bekend zijn, 29,8 GWh opwek), had januari 2024 al een factor 7,8 maal zo veel productie.


Jaarproducties volgens Garanties van Oorsprong

Een herziene versie van de grafiek met de jaarlijkse uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's) werd door Polder PV gegeven in de analyse van de augustus cijfers van 2024 (link).

Integreren we de data uit dat overzicht, met de meest recente toevoegingen (ook uit eerdere jaren) van de update van 15 juli 2026, krijgen we de volgende grafiek met de totaal uitgegeven hoeveelheden GvO's (lees: zonnestroom producties) in de kalenderjaren 2006 tm. 2025, en het eerste volume, tm. mei, voor 2026.

Met betrekking tot 2021, waarvoor t.o.v. de vorige update een fors volume productie "mist", heb ik speculatief geïnterpoleerd op basis van de stand van zaken in de laatste update dat er een "normale" totale hoeveelheid productie werd geteld (begin 2026; stapeling ongevuld kolom segment, bovenop het nu gedocumenteerde, zeer lage volume bij VertiCer, uitgaande van stabiel blijvende totale productie).

Aangezien voor 2024 er nog steeds twee zeer grote anomalieën in de cijfers aanwezig zijn, voor februari, en, nieuw toegevoegd in een vorige update, voor augustus, zal het uiteindelijke uitgifte niveau zeer waarschijnlijk fors lager gaan worden. Tenminste, als die grote fouten ook daadwerkelijk, vermoedelijk sterk vertraagd, publiekelijk zullen worden hersteld in de cijfers van VertiCer. Vandaar dat ik de kolom voor 2024 gearceerd heb weergegeven, en, uiteraard, ook voor 2025 en het eerste volume voor 2026.

De tot nog toe bekende zonnestroom productie van uitsluitend de gecertificeerde zonnestroom markt (dus exclusief vrijwel alle residentiële en andere niet bij VertiCer bekende capaciteit) groeide razendsnel. Van nog bijna onmeetbare hoeveelheden in 2006, tot een volume van 219 GWh in 2015. Vervolgens zette de groei stevig in, vooral veroorzaakt door een toenemende hoeveelheid, en steeds grotere, grotendeels via de SDE regelingen gesubsidieerde projecten. Van 556 GWh in 2016, 832 GWh in 2017, 1,6 TWh in 2018, 2,9 TWh in 2019, 5,0 TWh in toenmalig record jaar 2020, naar, mogelijk, 6,2 TWh in 2021. Aangezien 2022 zeer zonnig was (Anton Boonstra: 13% meer horizontale instraling dan in 2021), volgt meteen een grote sprong naar bijna 8,7 TWh in 2022.

Vervolgens werden er voorlopig al ruim 9,7 TWh aan GvO's afgegeven voor 2023. Hierbij komt ook nog, dat de nodige nakomende volumes van eerdere maanden worden bijgeplust. Het zal daarbij interessant zijn, te zien, wat de balans zal gaan worden tussen de méér productie van de (record) toegevoegde nieuwe gecertificeerde capaciteit in 2023, in relatie tot het feit, dat de cumulatieve instraling in dat jaar, 7,2% láger lag, dan in het relatief zonnige jaar 2022, aldus de data-extracten en waarnemingen van Anton Boonstra. Dat 2023 tot nog toe niet zeer veel hoger uitkomt dan 2022, zou deels ook kunnen komen door actieve curtailing van grote projecten a.g.v. lage / negatieve marktprijzen, die toen al regelmatig voorkwamen (zie link naar Bluesky post van Martien Visser op 20 juli 2026, hier boven). De toename van het jaarvolume in 2023 is echter opvallend laag (ruim 1 TWh, t.o.v. bijna 2,5 TWh nieuw in 2022, wat doet vermoeden, dat ook hier weer iets niet helemaal in orde lijkt bij de officiële statistieken ...

Verrassend is, dat 2024, met nog veel updates te verwachten, nu al vér boven het kalenderjaar totaal voor 2023 uitkomt, met netto ruim 13,9 TWh aan reeds uitgegeven GvO's. Hiermee is voor het eerst in de historie de 10 terawattuur gecertificeerde stroomproductie in een kalenderjaar al vroegtijdig "geboekt". Echter, omdat er twee zeer grote anomalieën in deze cijfers zitten (februari en augustus), zal het uiteindelijke niveau veel lager gaan worden. Hoeveel lager is helaas nog niet duidelijk. Pas wanneer de evident foutieve data worden hersteld, zal hopelijk een normaler beeld ontstaan van de evolutie.

Het momenteel bekende uitgifte niveau voor 2025 lijkt in dit opzicht een normaler, plausibel beeld op te leveren, waarbij de 10 TWh grens al ver gepasseerd is, zonder opgetreden "anomalieën" in de beschikbare cijfers. Er werd tot nog toe al 11.714 GWh aan productie geteld van (uitsluitend) gecertificeerde PV-installaties. Waar uiteraard nog veel, en, hoogstwaarschijnlijk, een nieuw record volume aan toegevoegd zal gaan worden. Daarmee heeft 2025 nu al bijna 20,5% meer gecertificeerde zonnestroom productie bereikt dan in 2023.

Voor 2026 staat tot en met de eerste resultaten voor mei inmiddels een flinke hoeveelheid van 4.700 GWh uitgegeven certificaten in de boeken van VertiCer. Hier gaat uiteraard nog zeer veel volume aan worden toegevoegd.

Reken we de nog te corrigeren fouten voor februari en augustus 2024 mee, zouden er vanaf 2006 tot en met begin juni 2026 door VertiCer en haar rechts-voorgangers, inmiddels 62,3 TWh aan garanties van oorsprong zijn uitgegeven voor gecertificeerde PV capaciteit. Hoe ver we boven de 50 TWh piketpaal uit zullen komen, als februari en augustus 2024 volumes (neerwaarts) worden gecorrigeerd, zullen we in komende updates vermoedelijk gaan terugzien.

Andere aspecten rond GvO's

In de huidige, nieuwe brontabel van VertiCer vinden we ook enkele andere zaken terug die interessant zijn om te vermelden. Certificaten worden uitgegeven als 1 MWh eenheden, waarvan de productie fysiek, en geijkt bemeten is met een bruto productiemeter.

(1) Er worden per maand 7 categorieën uitgesplitst, te weten "Issue" (uitgegeven GvO's, hierboven besproken), "Import" (uit andere anden NL in geïmporteerde certificaten), "Export" (ditto, Nederand uit ge-exporteerde certificaten), "Transfer" (binnenlandse handel in certificaten), "Cancel" (afgeboekt: de MWh energie eenheid is door een aan een leverancier verbonden klant "geconsumeerd"), "Withdrawal" (GvO is om niet verder gespecififeerde reden teruggetrokken en niet meer geldig), resp. "Expiry" (GvO is automatisch verlopen een jaar na uitgifte / maand van productie).

(2) Het totaal aantal uitgegeven GvO's voor zonnestroom telt op tot 49,2 TWh in de periode juni 2012 tm. mei 2026.

(3) De categorie "teruggetrokken" GvO's omvat een totaal volume van 696,3 GWh in de periode januari 2021 tm. mei 2026.

(4) Het totaal aantal geïmporteerde GvO's uit het buitenland heeft een grote, totale omvang van 28,8 TWh in januari 2021 tm. mei 2026 (bijna de helft van het volume in eigen land aangemaakt GvO's !). Opvallend is, dat de piek importen in de zomermaanden zijn gevallen, waar Nederland zelf ook al heel veel eigen zonnestroom productie heeft. In juli 2023 was dit een omvang van 1,5 TWh, in augustus 2024 1,4 TWh, en in juli 2025 weer bijna 1,5 TWh. Kennelijk zijn die certificaten dan zo goedkoop, dat diverse leveranciers die gebruiken om resterende hoeveelheden grijze stroom in Nederland te vergroenen. Daar staat tegenover, dat in die maanden ook grote hoeveelheden zonnestroom certificaten worden ge-exporteerd. Kennelijk betreft dit dus een belangrijke handel van certificaten, die voor een groot deel via Nederland loopt.

(5) Ook zeer interessant is, dat er beperkte volumes zonnestroom certificaten specifiek zijn geoormerkt als hetzij "building integrated", hetzij "open space" (andere technologie codes dan de "bulk" van de generieke zonnestroom GvO's). Kennelijk betreft dit als zodanig gemarkeerde GvO's van BIPV projecten (?), danwel van zonneparken. De allergrootste volumes van beide deel-sectoren zijn geïmporteerd, en kennelijk direct in dezelfde maand weer ge-exporteerd, en zijn dus te kwalificeren als handels-volumes. In Nederland zijn dergelijke specifieke GvO's niet als zodanig gewaarmerkt, en valt alles onder "generiek PV". Deze specifieke volumes komen dan ook niet voor in de in bovenstaand artikel omschreven "uitgifte" van in Nederland geproduceerde zonnestroom. Terwijl er uiteraard een reusachtig volume aan zonneparken in ons land aanwezig is (netgekoppeld, inmiddels 7,4 GWp, zie ook eerdere analyse). Die dus kennelijk niet als zodanig wordt "gespecificeerd" bij VertiCer.

(6) Er is ook nog een "generieke solar" categorie (voor elektra), die niet verder is gespecificeerd. Mogelijk vallen hier deels elektra opwek van PVT installaties onder, maar omdat ook hier het grootste deel om import / export volumes gaat, is het grootste deel vermoedelijk niet nauwkeurig gedocumenteerde productie uit het buitenland, die door Nederlandse handelaren voor een leuke opslag naar een ander buitenland worden "verhandeld".

Bronnen:

Data overzichten VertiCer

Wat is een Garantie van Oorsprong? (website VertiCer)



17 juli 2026: VertiCer updates 10 juni, 15 juli 2026 - Cumulatie PV volume naar bijna 16,5 GWp. Deel I - capaciteit

Introductie

Voor uitgebreide toelichting van de voorliggende historie van de CertiQ data voor gecertificeerde zonnestroom in Nederland, zie de bespreking van 7 maart 2023 (februari rapportage). Voor de transitie van CertiQ naar de nieuwe organisatie VertiCer, zie introductie in de analyse, van 19 juli 2023. De maart update voor 2026 liet even op zich wachten, de reden daarvoor was migratie naar een ander datacenter (zie introductie voor onderhavige rapportage).

Tijdens onze vakantie werd, op 10 juni 2026, het maandrapport voor mei op de website van VertiCer gepubliceerd, met de data tm. eind die maand. Omdat ik het na onze vakantie druk had met meerdere zaken, stelde ik bespreking uit totdat het volgende rapport zou verschijnen. Naar verwachting was dat begin juli, maar het juni rapport verscheen pas 15 juli op de website van VertiCer. Vandaar hier de laatste stand van zaken in dát rapport. Waarin relatief weinig dynamiek in de cijfers is terug te vinden.

Diverse, eerder al meermalen gesignaleerde problemen met VertiCer data blijven, als vanouds, bestaan. Gelieve ook de paragraaf "nagekomen" na te lezen over interpretatie van de regelmatig zeer verwarrende cijfers bij deze dochter onderneming van het Minister van Financiën, in de analyse van 2 januari 2026.


Capaciteit cijfers

In de huidige (eerste) deel analyse brengt Polder PV de nieuwe resultaten uit de data rapportage van VertiCer, voor de capaciteits-cijfers voor zonnestroom, in de periode tm. juni 2026, waarbij de jaargroei cijfers tot en met 2024 stabiel zijn gebleven, en het "record niveau van ruim 3,8 GWp groei" in 2024 nog steeds een enorme anomalie moet betreffen, gezien de blijvend onmogelijke uitkomst. Dat blijft, ook gezien andere gepubliceerde marktcijfers, met name voor de in 2024 fors neerwaarts (!) bijgestelde cijfers van de totale volumes in Nederland door het CBS, schier onmogelijk. En zal in een later stadium zeer waarschijnlijk fors moeten worden aangepast. Zoals in de inleiding in de update van maart 2026 duidelijk werd gemaakt, blijft VertiCer afhankelijk van de input van derden (meetgemachtigden en netbeheerders). Als daar (catastrofale) fouten zijn gemaakt in de data, worden die automatisch, en ongewijzigd verwerkt door VertiCer, en kunnen dergelijke grote anomalieën langdurig in de publicaties van deze data verstrekker blijven bestaan.

In een vervolg artikel gaat Polder PV in op de geregistreerde Garanties van Oorsprong (lees: zonnestroom producties) in dit rapport.

Inconsistenties, ongerijmdheden

Terugkerend in de analyses van Polder PV blijft de observatie dat er regelmatig "onwaarschijnlijke", dan wel "inconsistente" cijfers in de actuele data van VertiCer zijn terug te vinden. Dit is deels het gevolg van het feit dat het bij maandelijkse verschillen altijd om netto effecten van zowel instroom als uitstroom van projecten gaat, er een toenemend aantal uitschrijvingen van meestal kleinere installaties actueel is, en, tegelijkertijd, steeds groter wordende nieuwe projecten bij de inschrijvingen. Anderszijds, is dit het gevolg van de frequent gememoreerde "onmogelijke" data entries, die af en toe de statistieken flink in de war kunnen schoppen. Deze zijn vrijwel altijd terug te voeren op grote fouten in de aangeleverde cijfers van netbeheerders, zoals in de jarenlang gepresenteerde disclaimer bovenaan deze analyses is verduidelijkt. Deze is voor de laatste maal weergegeven in de rapportage 2 januari 2026, zie de link naar die disclaimer. Die disclaimer wordt in de huidige en komende analyses niet meer weergegeven, maar blijft actueel.

Samenvatting capaciteit

De netto geaccumuleerde gecertificeerde zonnestroom capaciteit in de database van VertiCer ligt, voor eind december 2025, inmiddels weer een stuk hoger, op 16,4 GWp (vorige update: 16,3 GWp), met een zeer onwaarschijnlijk laag verschil van zo'n 125 MWp t.o.v. het nog steeds veel te hoge niveau voor eind 2024 / begin 2025 (bijna 16,5 GWp). Wel is dat volume, sedert de update van 1 december 2025, beduidend hoger dan de huidig bekende accumulatie voor eind juli 2024, ruim een jaar eerder (ruim 14,5 GWp). De grootste project categorie (>1 MWp) zou inmiddels een geaccumuleerd volume hebben bereikt van bijna 11,8 GWp, wat in de loop van de rapportages flink is toegenomen. Het blijft, sowieso, by far, het grootste volume van alle grootte categorieën, en dat zal ook zo blijven. De in een vorige update gemelde hoge netto capaciteits-toevoeging in het tweede kwartaal van 2024 ligt nog steeds op een niveau van 988 MWp (pending latere updates).

De in een vorige update gemelde nieuwe "anomalie", voor het nieuwe maand volume voor december 2024, blijft op een "onmogelijke" netto aanwas van 1.834 MWp in die maand steken. Dit heeft mede tot gevolg dat de 2e jaarhelft van 2024 een, gezien de markt omstandigheden onwaarschijnlijk, nieuw half-jaar record van, inmiddels, 2.132 MWp netto nieuwbouw zou hebben opgeleverd. Ook deze cijfers zullen zeer waarschijnlijk later aangepast (moeten) gaan worden, ze zijn veel te hoog, en kunnen in ieder geval de werkelijke marktsituatie beslist niet weergeven.


Bijstellingen - niets nieuws onder de zon

Benadrukt zal hier blijven worden, dat de voor sommigen (zelfs specialisten uit de zonnestroom sector) wellicht verwarrende, continu wijzigende maand-cijfers bij VertiCer, en haar rechtsvoorganger CertiQ, beslist géén "nieuw fenomeen" betreffen, ook al wordt regelmatig het tegendeel beweerd. Dit is altijd al staande praktijk geweest bij CertiQ, en wordt gecontinueerd onder rechtsopvolger VertiCer. Niet alleen werd dat zichtbaar in de soms fors gewijzigde cijfers in de herziene jaar rapportages tot en met het exemplaar voor 2019. Vanaf dat jaar zijn er echter helaas geen jaarlijkse revisies meer verschenen. In een tussentijdse analyse van oorspronkelijk gepubliceerde, en toen actuele, bijgestelde cijfers, werd al duidelijk, dat de databank van de destijds alleen onder TenneT vallende dochter continu wijzigingen ondergaat, zoals geïllustreerd in de Polder PV analyse van 4 november 2020. In dit opzicht, is er dan ook niets nieuws onder de zon. De wijzigingen zijn er altijd al geweest, alleen zijn ze inmiddels, met weliswaar de nodige moeite, regelmatig zichtbaar te maken, door de nieuwe wijze van rapporteren van VertiCer. De cijfermatige consequenties daarvan worden weer besproken in de huidige analyse.

Het overzicht met de eerste, resp. gewijzigde cijfers voor de periode tm. mei 2026 verscheen in de nieuwe, alweer gewijzigde vorm op de website van VertiCer, op 10 juni 2026, het hier besproken juni rapport werd op 15 juli 2026 gepubliceerd. Referenties naar eerder verschenen historische data zijn uiteraard impliciet als CertiQ gegevens geanalyseerd, in oudere analyses.


2. Evoluties basis parameters

2a. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer juli 2021 - juni 2026

(Herziene) status tm. juni 2026

In deze grafiek, met de meest recente actuele en gewijzigde data uit de op 15 juli 2026 gepubliceerde rapportage van VertiCer, en deels oudere data uit de CertiQ updates, de stand van zaken vanaf januari 2021 tm. juni 2026 (volledige maand). Ook de eerste jaarhelft voor 2021 is zichtbaar, vanaf eind januari, in de oudere tabellen waren voor de accumulaties voor dat tijdvak nog geen gegevens te vinden. De blauwe kolommen geven de ontwikkeling van de aantallen installaties weer (ref.: rechter Y-as), voorlopig culminerend in 35.056 exemplaren, begin juli 2026. Wat, wederom, een netto negatieve groei weergeeft van 245 projecten** t.o.v. de status in het voorlaatste rapport, eind mei 2026 (gereviseerd, nu 35.301 exemplaren), en wat zelfs 1.612 exemplaren (4,4%) minder is dan het tot nog toe hoogste niveau (36.668 in juli 2024, gereviseerd).

Er vindt dus, zo blijkt al langere tijd kristalhelder, in toenemende mate, een netto uitstroom van projecten plaats uit de VertiCer databank (per maand meer projecten uitgeschreven dan ingeschreven). Wel is er, t.o.v. het herziene eindejaars volume van 2022, netto bezien in kalenderjaar 2023 een groei geweest van 1.429 projecten in het VertiCer bestand. Wat 45% minder is dan de groei in 2022 (2.592 nieuwe projecten; voor de half-jaar volumes, zie ook nieuwe half-jaar grafiek verderop).

In de gele kolommen (ref. rechter Y-as, in MWp) de bijbehorende geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit, die na de grote anomalie in augustus - oktober 2024 (rood omlijnde kolommen), weer verdacht cumuleerde in 17,4 GWp in januari 2025, maar daarna stapsgewijs weer in "normaler" vaarwater terecht kwam, vanaf juli 2025 grofweg rond de 16 GWp bleef steken, met eind 2025 nu bijna 16,4 GWp geaccumuleerd vermogen. Waarschijnlijk is de continue erosie bij de netto overgebleven aantallen projecten nu ook de drijvende kracht achter een stabilisatie van het geregistreerde netto vermogen, een beperkte 98 MWp meer, begin juli 2026, dan eind 2025 (bij een afnemend netto aantal overgebleven projecten).

Dit alles kan uiteraard nog steeds / wederom verder gaan wijzigen in komende updates, zoals ook in alle vorige exemplaren is geschied. Afhankelijk van komende revisies van historische cijfers, lijkt de 10 GWp in dit grote PV dossier, in ieder geval inmiddels begin januari 2023 te zijn gepasseerd.

De opgetreden opmerkelijke, forse wisselingen in de netto (overgebleven) volumes in, met name, 2024 en 2025, zijn inmiddels vanaf de zomer van 2025 grotendeels gladgestreken. Wat uiteraard ook gevolgen heeft gehad voor de evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit.

In de groene curve is de uit voorgaande parameters berekende systeemgemiddelde capaciteit voor de gehele, overgebleven gecertificeerde populatie PV-projecten bij VertiCer, in kWp (referentie linker Y-as) weergegeven. Dit blijft door de bank genomen almaar toenemen, en is sedert eind 2022 verder gegroeid, van 289 naar 357 kWp, eind 2023. In januari - februari 2024 nam dit toe, naar 394 resp. 398 kWp. Eind april nam dit echt weer stevig af, vanwege de toen doorgevoerde, forse neerwaartse capaciteits-bijstelling, en eindigde voorlopig op ruim 365 kWp gemiddeld. Vanaf mei steeg het weer naar 396 kWp in juli 2024.

... anomalie in augustus - oktober 2024, in 2 grote stappen, in publiek toegankelijke data hersteld; meest recente cijfers & nieuwe anomalie eind 2024/begin 2025

In augustus 2024 werd helaas weer een ronduit verbijsterend cijfer gemeld door VertiCer, wat met geen mogelijkheid verklaard kon worden, en wat als het grootste data incident in de lange historie (incl. rechtsvoorganger CertiQ) beschouwd kan worden in de solar statistieken. Hierover is uitvoerig gerapporteerd in een vorige maand update, en is vervolgens commentaar van VertiCer weergegeven in het intermezzo in deel II van die analyse. Met inmiddels alweer verder opgehoogde, en dus nog steeds ongeloofwaardige cijfers volgens de VertiCer tabel, een bizar volume van 18.809 MWp, wat een onwaarschijnlijke maandgroei van bijna 4,3 GWp in augustus zou geven. Uit de reactie van VertiCer op vragen van Polder PV hier over blijkt, dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en accuraatheid van de aangeleverde cijfers bij de netbeheerders ligt, en moeten we dus helaas vaststellen, dat er géén (effectieve) uitgangscontrole bij de netbeheerders is voor deze zeer belangrijke data. En dat, bovendien, een lang geleden aan Polder PV beloofde ingangscontrole bij VertiCer moet ontbreken, anders had deze enorme anomalie al snel opgemerkt geweest. Niets van dit alles, (enorm) foute ingaves van netbeheerders blijven dus nog altijd "ongeschonden" de publiek toegankelijke data van VertiCer in ernstige mate vervuilen. En van de daaruit volgende statistieken een puinhoop genereren.

Deze anomalie lijkt in de twee opvolgende maand rapportages voor september en oktober 2024 te zijn "weg gewerkt" door hoge negatieve bijstellingen in die overzichten. Vanaf november dat jaar leek alles weer even normaal, al trad daarna alsnog een tweede hoge piek op.

De grootste wijzigingen m.b.t. de "augustus anomalie" worden vooral veroorzaakt door flinke neerwaartse bijstellingen voor de grootste project categorie (projecten groter dan 1 MWp), zie ook verderop bij segmentaties in paragraaf 4b).

Nieuwste anomalie: aanwas capaciteit december 2024 - januari 2025 ?

De merkwaardige cijfers blijven helaas terugkomen. Eind 2024 zouden we namelijk, na tussentijdse wijzigingen, in de huidige update een voorlopig eind-volume van 16.491 MWp hebben bereikt. Wat eind januari 2025 voorlopig zelfs op een onwaarschijnlijk niveau van 17,4 GWp terechtkomt, en daarna weer neerwaarts wordt bijgesteld. Vreemde wijzigingen en accumulatie cijfers blijven dus, helaas, terugkeren in de cijfers van deze TenneT/Gasunie dochter. Het is zeer lastig om hier het hoofd koel bij te houden, en om "logische trends" in de continu wijzigende cijfers te ontdekken.

Als gevolg van de veel te hoge capaciteiten in augustus tm. oktober, en de wél "logische" aantallen netto overgebleven geregistreerde projecten in die maanden, is de daar uit berekende systeemgemiddelde capaciteit natuurlijk ook véél te hoog (groene curve, incorrecte volumes van 513 resp. 453 kWp gemiddeld per project weergevend in die maanden). In november 2024 zijn we eindelijk weer teruggekeerd naar "enigszins normale" verhoudingen. Het project gemiddelde kwam toen op een "geloofwaardig" niveau van 401 kWp. Vanaf december 2024 lijkt, ondanks de zeer forse bijstelling voor die maand, voor het project gemiddelde de normale routine weer een paar maanden te zijn teruggekeerd, met aan het eind van die maand een netto project gemiddelde capaciteit van 452 kWp. Eind januari 2025 steeg het naar 474 kWp, viel eind februari terug, nam weer toe tm. eind april (450 kWp), om, in juli 2025, weer flink terug te vallen (413 kWp), en na continu, licht toenemende volumes in de volgende maand updates, eind december dat jaar, voorlopig te eindigen op een niveau van 454 kWp. Tot en met begin juli 2026 nam het, vanwege een gestabiliseerde capaciteit bij afnemende aantallen projecten, stapsgewijs verder toe, naar 470 kWp.

Dat gemiddelde staat wel steeds duidelijker onder invloed van de fors lagere aantallen netto geregistreerde projecten. Hoe meer (kleine) installaties uitgeschreven zullen worden, hoe hoger de te verwachten gemiddelde capaciteit van de overgebleven populatie zal worden. Zeker in combinatie met de blijvende schaalvergroting bij nieuwe, de databank van VertiCer instromende projecten, zal dat het gemiddelde op termijn vermoedelijk verder omhoog gaan drijven.

** Beter: "het netto overblijvende nieuwe volume, wat het verschil is tussen de (niet qua volume geopenbaarde) uitschrijvingen en de volumes aan nieuwe inschrijvingen".

2b. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer EOY 2009 - 2026

Ik geef hieronder de volledig gereviseerde grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties weer. Hierbij is gebruik gemaakt van een separaat verschenen historische update (24 augustus 2024), van de oudere jaargangen, destijds gepubliceerd in CertiQ rapportages, waarin alleen zeer marginale wijzigingen zijn te vinden, en die dus nauwelijks effect hebben gehad op de hoogte van de kolommen. En waarbij de nu bekende, inmiddels deels weer gewijzigde cijfers in het nieuwe rapport van VertiCer (15 juli 2026), voor de jaren 2021 tm. 2025, en de eerste half-jaar cijfers voor 2026 zijn opgenomen. De cijfers voor 2024 en later dienen nog als (zeer) voorlopig te worden beschouwd, en kunnen nog behoorlijk gaan wijzigen in komende updates, gezien de nog steeds aanwezige, grote data anomalieën (gearceerde kolommen). Het capaciteits-cijfer voor 2024 heeft inmiddels een minder onrealistisch niveau bereikt in vergelijking met de evident foutieve waardes in de augustus-oktober rapportages in dat jaar, vandaar dat ik de laatste kolom voor de capaciteit, weliswaar gearceerd (zeer voorlopige cijfers), weer in normale kleurstelling heb weergegeven. Echter, vanwege de onwaarschijnlijke hoge actuele opgave voor eind december, zal in ieder geval voor de capaciteit, het huidige cijfer alsnog drastisch neerwaarts aangepast moeten gaan worden. Data voor 2025 lijken grotendeels correct, op de hoge piek in januari na. De data voor 2026 zijn met open kolommen resp. cirkel weergegeven, omdat ze uiteraard (a) nog zéér onvolledig zijn, en (b) ze later ook nog fors bijgesteld zullen gaan worden.

De tweede grafiek in deze sectie geeft niet de maandelijkse progressie (paragraaf 2a), maar de evolutie van de eindejaars-accumulaties van 2009 tm. 2025, en, achteraan, de eerste resultaten voor 2026 weer, met alle ondertussen weer gewijzigde data in de huidige VertiCer update. De opbouw van de grafiek is vergelijkbaar met die voor de laatste maand-cijfers, maar om alle data in 1 grafiek te krijgen zonder extreme verschillen, is de Y-as voor alle drie de parameters hier logaritmisch gekozen. Het aantal installaties is fors toegenomen, van 3.767 exemplaren, eind 2009, naar 34.030, eind 2022, resulterend in een Compound Annual Growth Rate (CAGR) van gemiddeld 18,4% per jaar in 2009-2022. Eind december 2023 staat de teller alweer op 35.459 projecten; de CAGR voor de periode 2009-2023 heeft, met de nog voorlopige data voor met name 2023, een gemiddelde van 17,4% per jaar.

Bij de capaciteits-ontwikkeling is het echter nog veel harder gegaan. Deze nam toe van 18,7 MWp, eind 2009, tot alweer 9.838,9 MWp, eind 2022. Resulterend in een byzonder hoge CAGR, van gemiddeld 61,9% per jaar (!). Wel begint er, voorstelbaar, na zo'n langdurige, spectaculaire groei periode, een afvlakking zichtbaar te worden in de expansie. Wat veel te maken heeft met overal optredende problemen met beschikbare netcapaciteit, gestegen project kosten, forse competitie met andere CO2 besparende opties binnen de nieuwste SDE regelingen, diverse verzwarende omstandigheden voor planning en realisatie van nieuwe projecten (verzekeringen, participatie trajecten, eisen m.b.t. aansluiting en ecologie), beschikbaar personeel, etc. Eind december 2023 is de capaciteit fors doorgegroeid naar een voorlopig volume van 12.649,1 MWp, resulterend in een voorlopige CAGR van gemiddeld 59,3% per jaar, in de periode 2009-2023. Hierbij moet ook worden vermeld, dat het eindejaars-cijfer voor 2023 fors is bijgesteld in eerdere updates van VertiCer. Vermoedelijk is er toen veel capaciteit bijgeschreven na de nodige vertragingen in de administratieve verwerking ervan.

Uit voorgaande twee parameters werd door Polder PV weer de gemiddelde systeem-capaciteit aan het eind van elk kalenderjaar berekend (groene curve in bovenstaande grafiek). Ook deze nam spectaculair toe, van slechts 5,0 kWp, eind 2009 (bijna uitsluitend kleinere residentiële installaties), tot alweer 356,7 kWp, eind 2023 (bestand VertiCer inmiddels gedomineerd door duizenden middelgrote tot zeer grote projecten incl. zonneparken). Een factor 72 maal zo groot, in 14 jaar tijd. Wat de enorme schaalvergroting in de projecten sector goed weergeeft.

2024 ff.

Voor 2024 volgt een waarschijnlijk "logisch", doch beslist nog niet definitief aantal van 36.485 installaties. Inmiddels resulterend in een voorlopige netto toename van 1.026 projecten in een jaar tijd (in een vorige update was dat nog een netto verlies van 221 projecten) sedert eind 2023. En met een bijgesteld, maar, op basis van andere marktcijfers, zeer waarschijnlijk véél te hoog volume van 16.491 MWp (NB: in een vorige update nog "slechts" 14.929 MWp!) voor de capaciteit, waaraan sowieso al flinke correcties zijn voorafgegaan, na de al eerder gememoreerde "augustus anomalie". Dit resulteert voorlopig in een systeemgemiddelde capaciteit van 452 kWp, beduidend hoger dan de 357 kWp eind 2023.

Voor de nog zeer voorlopige, en aantoonbaar foutieve eindstand van 2024 zou de CAGR over de periode 2009-2024 inmiddels in een nog steeds respectabele gemiddelde toename van 16,3% per jaar voor de aantallen projecten. Een percentage, wat echter onder druk komt te staan door de netto uitstroom verliezen bij VertiCer. Voor de capaciteit komt de CAGR in de periode 2009-2024 inmiddels uit op een gemiddelde groei van 57,1%/jaar. Een percentage wat waarschijnlijk neerwaarts bijgesteld zal moeten worden, gezien de reeds vastgestelde, nog niet herstelde "december 2024 anomalie".

Sowieso zal er voor kalenderjaar 2024 nog het nodige aan volume bijgeschreven en gewijzigd gaan worden in de vervolg rapportages in het nieuwe jaar.

Uiteraard zijn ook voor de nog zeer voorlopige cijfers voor 2025 diverse wijzigingen doorgevoerd. Het netto aantal overgebleven projecten zou eind dat jaar, met 36.025 exemplaren, inmiddels wel iets boven het niveau van eind 2023 zijn gekomen (35.459). Bij de capaciteit, 16.366 MWp, ligt het echter al vér boven het eindejaarsvolume van 2023. Het systeemgemiddelde vermogen zou zijn toegenomen naar 454 kWp, maar omdat die berekende waarde van 2 input cijfers afhankelijk is, die nog in beide richtingen kunnen wijzigen, zegt dat nog niet zoveel.

Voor 2026 zijn nog slechts premature data voorhanden, weergegeven in open kolommen, rechts in de grafiek. Bij de aantallen (35.056 exemplaren) liggen deze, begin juli dit jaar, duidelijk onder de eindejaars-cijfers voor 2025. De nu bekende capaciteit (16.464 MWp), ligt niet zo ver boven het nu bekende eindejaars-volume voor 2025. Hier kan nog veel in gaan wijzigen.

Waar dit alles zal "eindigen", inclusief nog te verwachten andere correcties, is nog een niet te beantwoorden vraag. Er komen in ieder geval nog flink wat aanvullingen en wijzigingen aan met name voor recente jaargangen 2024 ff. aan. Veel vragen kunnen nog niet worden beantwoord op basis van deze vaak grillig verlopende cijfers. Nederland is immers Duitsland niet, waar álle solar statistieken actueel, en grondig worden bijgehouden, geregeld bij Wet (zie energy-charts.de).


3. Maandelijkse, kwartaal-, half-jaar- en jaarlijkse toenames aantallen en capaciteiten bij VertiCer

3a. Maandelijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer augustus 2021 - juni 2026

Ook al moet ook bij deze grafiek de blijvende waarschuwing, dat de cijfers nog lang niet zijn uitgekristalliseerd, en we nog de nodige bijstellingen kunnen verwachten, de trend bij de nieuwe (netto) aantallen projecten door VertiCer, en rechtsvoorganger CertiQ, geregistreerd van maand tot maand, laten, ook in de huidige versie van juni 2026, een zeer duidelijke afkoeling van de PV-projectenmarkt zien sedert begin 2021 (vanaf feb. 2021 netto maandgroei bekend). Dit heeft deels te maken met het feit, dat er netto bezien, per maand, steeds meer (oudere) projecten uitstromen bij VertiCer, dan er nieuw worden gerapporteerd en opgenomen in de databank.

Duidelijk is, dat er, netto bezien, nog maar relatief weinig netgekoppelde projecten worden bijgeschreven bij VertiCer, per maand. Dit is goed te zien in de aan de grafiek toegevoegde trendlijn met het voorschrijdend gemiddelde, met een periode van een jaar (12 maanden). Een van de belangrijkste redenen zal zijn, dat er al enige tijd een toenemend aantal uitschrijvingen uit de databank van de TenneT / Gasunie dochter is opgetekend, die de instroom (tijdelijk) afremt of zelfs overvleugelt. De uitval van de oudste onder SDE 2008 tm. 2010 gesubsidieerde kleine projectjes, die 15 jaar subsidie konden genieten, is daarvan de belangrijkste oorzaak. Gevolgd door, inmiddels de eerste SDE "+" regeling, SDE 2011.

Voor de kleinste, residentiële installaties moet die uitschrijving wel actief geschieden, anders blijven ze in het VertiCer bestand aanwezig. We moeten gaan zien hoe het verloop bij de aantallen zich ontwikkelt, nu de subsidie termijn voor de eerste projecten reeds is verstreken, of aan het aflopen is. Uiteraard betekent uitschrijving uit de VertiCer databank verder beslist niet dat de betreffende projecten fysiek zijn, of worden verwijderd. Ze kunnen nog vele jaren lang met een aardig rendement worden ge-exploiteerd door de eigenaren, zonder SDE-gerelateerde inkomsten, gezien de fysieke levensduur van ver over de 25 jaar van de PV generatoren. Hier is byzonder weinig zicht op, cijfers over het al of niet verder exploiteren van deze oudere projecten ontbreken in het geheel in statistiek moeras Nederland, en officiële, harde statistieken rond formeel "afgevoerde" installaties, zijn non-existent (behalve bij Polder PV, althans, voor de afgevoerde grotere projecten die hij gaande het gecontinueerde onderzoek tegenkomt).


Een vergelijkbare grafiek als voor de aantallen (vorige exemplaar), maar ditmaal de ermee gepaard gaande netto maandelijkse toename (of tijdelijke, soms zelfs dramatische afname) van de capaciteit van gecertificeerde PV-projecten, in MWp. In een vorige update is de Y-as fors aangepast, al vallen er nog steeds extremen buiten de nieuwe grenzen. En ook ditmaal is een trendlijn met het voortschrijdend gemiddelde (periode 12 maanden), als een rode stippellijn, toegevoegd.

De evolutie laat een nogal afwijkend, zo u wilt, zeer chaotisch beeld t.o.v. dat bij de aantallen zien, met sterk fluctuerende verschillen tussen de maanden onderling. Ik heb dit exemplaar dan ook al langere tijd als koosnaampje de "chaosgrafiek" toebedeeld.

Ook deze vaak al flink aangepaste maand waardes kunnen uiteraard naderhand nog worden bijgesteld. Door de extreem wisselende trend van de maandelijkse aanwas cijfers, is zelfs de trendlijn zeer grillig, en wordt deze ook in bovenmatige zin ernstig verstoord door de augustus 2024 anomalie, en de sterk negatieve "bijstelling" in juli 2025.

Bizarre nieuwe pieken voor eerste maand in jaren 2023 en 2024

Zoals al bij de eerst-rapportage gemeld (jan. 2024 rapport), is er een byzonder verschijnsel zichtbaar voor de maand januari 2023. Die maand had al lang de hoogste piekwaarde ooit meegekregen, en is in veel latere maandrapportages continu bijgeplust, tot het in het december 2023 rapport een al zeer hoog volume bereikte van 433 MWp. In het "klassieke" CertiQ december rapport van 2022 was nog een zeer hoge november piek zichtbaar bij de capaciteit. Het lijkt er op, dat een groot volume daarvan naar het begin van het nieuwe jaar is geschoven (de vermoedelijke feitelijke datum van netkoppeling). Ook in januari 2022 zagen we eerder al een "nieuw-jaars-piek", maar die is duidelijk kleiner, inmiddels neerkomend op 307 MWp nieuw volume (ongewijzigd in de laatste updates).

In de rapportage van januari 2024 is dat al hoge volume opeens extreem opgehoogd naar 770 MWp, en is dat momenteel aanbeland, bij bijna 804 MWp in de huidige update van 15 juli 2026.

Tweede en derde groei piek & "negatieve pieken"

Hetzelfde is geschied met het nieuwe volume voor januari 2024. Dat was in de update voor die maand nog een negatieve groei van -84,6 MWp. In de februari 2024 rapportage sloeg dat in een keer om in een "record positieve aanwas" van 973 MWp, wat inmiddels in de huidige update nog verder is opgehoogd, naar alweer ruim 1.470 MWp (buiten de huidige Y-as vallend). Een onwaarschijnlijk hoog volume waar Polder PV, net als bij de vorige piek voor januari 2023, geen plausibele verklaring voor heeft. Ik heb in een eerste rood omkaderd venster aangegeven dat het bij beide maandgroei pieken om "uitzonderlijke", vooralsnog onverklaarbare volumes gaat.

Voor februari 2023 was er aanvankelijk een magere positieve groei van 28,1 MWp positief. Deze sloeg echter in de maart rapportage in dat jaar om in een grote negatieve bijstelling van 316 MWp negatief (!), bij een netto aanwas van 65 nieuwe projecten. In de april 2023 update was er een marginale opwaartse correctie naar -312 MWp. In de rapportages voor mei 2023 tm. juni 2026 is de negatieve "groei" verder fors geslonken naar minus 202 MWp.

In de rapportage van maart 2024 heeft dit proces zich herhaald, voor het eerste groeicijfer voor die maand. Terwijl de groei in februari 2024 evolueerde van een "bescheiden" negatieve 11,7 MWp naar een inmiddels "normale" positieve 181 MWp, kwam maart opeens met een record negatief groei volume van -1.141 MWp. Dat is in de huidige, juni 2026 update, weliswaar verminderd, maar is nog steeds sterk negatief (-929 MWp). Ook deze extreme netto negatieve groei is zeer slecht verklaarbaar. Of het moet een verder niet door VertiCer toegelichte "correctie" betreffen van het veel te hoge volume in januari dat jaar.

Het eerste beschikbare "groei" cijfer voor april 2024 was ook negatief, maar niet zo extreem als in de voorgaande maand, -219 MWp. Dit is inmiddels weer minder sterk negatief geworden, in het juni 2026 rapport neerkomend op een negatieve aanwas van -118 MWp. De verwachting is dat dit volume nog opwaarts aangepast zal gaan worden.

Mei 2024 verraste weer in twee opzichten. Ten eerste, was het eerst gepubliceerde aanwas volume meteen al fors positief was, netto 198 MWp, wat tot de oktober update langzaam doorgroeide naar 208 MWp. In de november 2024 update, echter, is er een enorm volume bijgeplust, en zou de netto aanwas, in de huidige update, zelfs neerkomen op ruim 946 MWp, op een 4,5-voudig niveau t.o.v. de oktober update. Ook dit is weer een raadselachtige wijziging, zonder plausibele verklaring.

Juni en juli 2024 begonnen weer op een negatief niveau, maar hebben inmiddels ook positieve aanwas cijfers (160 - 159 MWp).

Zoals al vaker gemeld, kunnen de redenen voor zulke, soms aanzienlijke bijstellingen, en, meestal tijdelijk, zelfs fors negatieve, of positieve netto groei cijfers, zeer divers zijn, zoals destijds gerapporteerd door CertiQ na vragen van Polder PV daar over (artikel 16 januari 2023). Mogelijk zijn er, daar bovenop, deels forse correcties doorgevoerd van foutieve opgaves, al zullen we nooit weten wat precies de oorzaken zijn geweest van deze, hoge impact hebbende, merkwaardige data updates.

Augustus anomalie met gigantische impact - waarschijnlijk in twee stappen hersteld

De eerder al meermalen vermelde, grote anomalie in het augustus 2024 rapport van VertiCer heeft natuurlijk een enorme impact bij de afgeleide maandgroei cijfers. Volgens de huidige data, in het rapport van juni 2026, zou namelijk in augustus een groei opgetreden zijn van 4.290 MWp. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, een volslagen onmogelijk groeicijfer en moet op een zeer ernstige fout bij VertiCer en/of (een) data aanleverende netbeheerder(s) berusten†. Deze enorme fout is zichtbaar gebleven in de september- en oktober 2024 updates. Kennelijk is of zijn de fout(en) in twee stappen hersteld, in de oktober update ging er zeer veel volume van af, en ook in de update van november is er weer een substantieel volume verwijderd, waardoor de accumulatie op een "meer normaal" niveau is gekomen. U vindt die aanzienlijke bijstellingen onder de betreffende maand aanwas cijfers, als negatieve volumes van -2.204 resp. -1.928 MWp. Maar het aanwas volume voor augustus staat nog steeds op de onwaarschijnlijk hoge omvang, de betreffende kolom is dan ook doorzichtig gemaakt en rood omlijnd, met een extra commentaar venstertje.

Het beknopte antwoord van VertiCer, met vérstrekkende consequenties voor de betrouwbaarheid van hun (actuele) statistieken, is besproken in een apart intermezzo in het vervolg artikel van een vorige analyse, door Polder PV.

Na augustus blijvend verrassingen

September 2024 begon met minus 86 MWp, wat inmiddels minder negatief is geworden, -20,0 MWp. De verwachting is, dat dit in komende updates opwaarts zal worden aangepast, en mogelijk zelfs positief zal gaan worden, zoals in de "normale historie" van de VertiCer records.

December 2024 verraste weer in positieve zin, met een direct al hoog "start" volume wat in de april 2025 update nog neerkwam op 486 MWp. In de mei 2025 update is dat echter plotsklaps ruim ver-drie-voudigd, en komt inmiddels, in de rapportage van juni 2026, op een zeer onwaarschijnlijk hoge aanwas van 1.834 MWp. Een vrijwel onmogelijk nieuw volume in een maand tijd, in tijden van structurele netcongestie.

2025

Januari 2025 zat van meet af aan al hoog in de boom, en zit momenteel al ruim 936 MWp in de plus.

Daarna kwam in februari 2025 met een grote verrassing: het inmiddels weer marginaal bijgestelde volume voor die maand is wederom zeer sterk negatief, een netto groei van -1.592 MWp. Inmiddels kijkt Polder PV nergens meer van op, en moeten we dergelijke extreme wisselingen in de maandgroei cijfers bij VertiCer dus gewoon "voor lief" gaan nemen. Gelukkig is het eerste maandgroei cijfer voor maart niet al te schokkend, na de eerste entry (-18,5 MWp), is deze recent op een, geringe, positieve groei van, inmiddels, 102 MWp beland. April 2025 begon meteen sterk positief, en vertoont inmiddels een groei van 567 MWp. Mei en juni 2025 begonnen beiden weer negatief, mei kwam in de huidige update op een netto (negatieve) aanwas van -139 MWp. Juni heeft inmiddels, na de 13 MWp in de min in de update van maart 2026, in de huidige versie een positieve groei van 41 MWp.

Juli verraste weer, met een start volume van 1.422 MWp in de min, inmiddels minder sterk negatief, -1.327 MWp. Mogelijk zit hier al een correctie voor eerdere, veel te hoog opgegeven (positieve) volumes in verwerkt (?). Een tweede verrassing volgde in augustus, wat, na een negatieve start, opeens een sterk positieve toename kreeg toebedeeld, in de juni 2026 update 1.169 MWp...

Tot en met 2026

September 2025 tm. juni 2026 startten allen aan de onderzijde van de X-as, waarbij in latere versies inmiddels voor de maanden oktober - december 2025, en voor januari en maart 2026, gering positieve groeicijfers zijn vastgesteld. Juni 2026 startte netto negatief, met -64 MWp.

Forse wijzigingen in VertiCer data

In het tabelletje hier onder heb ik, voor 2023 tm. 2026, de wijzigingen tussen de oorspronkelijk gepubliceerde groeicijfers per maand en de huidige, meest recent bekende weergegeven. Waar duidelijk de, soms zeer forse, continue veranderingen uit blijken die in het VertiCer dossier worden doorgevoerd, in de loop van de tijd. Tot en met 2024 zijn in de huidige update geen wijzigingen meer doorgevoerd in de laatste update. Vanaf 2025 zijn wijzigingen sinds de vorige update cursief weergegeven.

  • januari 2023 354,4 MWp >>> 803,5 MWp
  • februari 2023 28,1 MWp >>> -202,4 MWp
  • maart 2023 197,4 MWp >>> 342,8 MWp
  • april 2023 -15,4 MWp >>> 206,7 MWp
  • mei 2023 -0,2 MWp >>> 182,7 MWp
  • juni 2023 -0,7 MWp >>> 157,0 MWp
  • juli 2023 -14,6 MWp >>> 134,3 MWp
  • augustus 2023 -25,5 MWp >>> 177,9 MWp
  • september 2023 -41,6 MWp >>> 227,5 MWp
  • oktober 2023 82,7 MWp >>> 219,2 MWp
  • november 2023 -60,2 MWp >>> 173,6 MWp
  • december 2023 -52,5 MWp >>> 387,4 MWp

  • januari 2024 -84,6 MWp >>> 1.470,0 MWp
  • februari 2024 -11,7 MWp >>> 180,7 MWp
  • maart 2024 -1.140,9 MWp (!) >>> -928,6 MWp
  • april 2023 -218,5 MWp >>> -118,4 MWp
  • mei 2024 198,4 MWp >>> 946,5 MWp
  • juni 2024 -20,0 MWp >>> 159,6 MWp
  • juli 2024 -55,9 MWp >>> 159,3 MWp
  • augustus 2024 4.175,7 MWp >>> 4.290,2 MWp (volstrekt onmogelijke opgaves !)
  • september 2024 -86,0 MWp >>> -20,0 MWp
  • oktober 2024 -2.655,0 MWp >>> -2.203,6 MWp
  • november 2024 -2.058,3 MWp >>> -1.928,2 MWp (okt. & nov. vermoedelijk forse correcties op foute augustus ingave)
  • december 2024 450,9 MWp >>> 1.833,7 MWp (onwaarschijnlijk! NB: in april 2025 update nog slechts 485,5 MWp!)

  • januari 2025 557,7 MWp >>> 936,4 MWp
  • februari 2025 -1.716,3 MWp >>> -1.592,1 MWp
  • maart 2025 -18,5 MWp >>> 102,5 MWp
  • april 2025 414,1 MWp >>> 567,2 MWp
  • mei 2025 -355,7 MWp >>> -138,6 MWp
  • juni 2025 -123,4 MWp >>> 41,3 MWp (nog -2,0 MWp in update nov. 2025)
  • juli 2025 -1.422,3 MWp >>> -1.327,0 MWp
  • augustus 2025 -114,7 MWp >>> 1.169,1 MWp (daarvoor netto negatief)
  • september 2025 -101,1 MWp >>> -7,2 MWp
  • oktober 2025 -150,6 MWp >>> 62,4 MWp (nog -17,0 MWp in update april 2026)
  • november 2025 26,8 MWp >>> 60,6 MWp
  • december 2025 -33,9 MWp >>> 0,3 MWp (voorheen nog licht negatief)
  • januari 2026 -97,1 MWp >>> 123,3 MWp
  • februari 2026 -63,0 MWp >>> -27,6 MWp
  • maart 2026 -104,4 MWp >>> 107,5 MWp
  • april 2026 -84,6 >>> -28,9 MWp
  • mei 2026 -20,8 >>> -12,4 MWp
  • juni 2026 eerste opgave -63,5 MWp

In de huidige update zijn voor in totaal 17 maanden de nieuwe capaciteit volumes inmiddels weer, allemaal opwaarts, aangepast sinds het exemplaar tm. mei 2026, voor alle maanden van 2025, en de eerste vijf van 2026. Juni 2026 betreft een nieuwe, eerste opgave.

De augustus 2024 opgave is en blijft onmogelijk, en berust op (een) enorme blunder(s) bij de data verstrekkende netbeheerder(s). De negatieve groei in september van dat jaar is al wat minder geworden. Oktober en november beginnen met de grootste netto negatieve groei cijfers ooit gedocumenteerd, ook al zijn ze later wat bijgesteld, en zijn vermoedelijk forse correcties voor de evident foute opgave in het augustus rapport. Ook het nieuwe, hoge volume van ruim 1,8 GWp voor december 2024 is zeer waarschijnlijk incorrect. Althans: kan nooit de marktgroei in die maand weergeven.

In 2025 zijn de extremen in positieve zin januari (+936 MWp), maar februari en juli springen er in negatieve zin bovenuit (-1.592 resp. -1.327 MWp). In het eerste half-jaar van 2026 zijn er nog slechts "relatief bescheiden" negatieve groeicijfers voor februari en april tm. juni, en redelijk positieve volumes voor januari en maart (bijstellingen t.o.v. eerst negatieve netto volumes).

Jaargroei cijfers

Bij de nieuwe jaar volumes komen we inmiddels op een groei uit van bijna 1.992 MWp voor 2022. Voor 2023 was de groei in een recente update nog maar 1.298 MWp (en daarmee fors lager dan 2022), maar mede door de bizarre toename in januari, en de daar op volgende extra wijzigingen, is de jaargroei voor 2023 inmiddels stevig bijgesteld, naar een record jaarvolume van momenteel ruim 2.810 MWp. Wat inmiddels 41,1% hóger is, dan in 2022. Bij de aantallen was er een groot negatief verschil, 44,9% minder netto nieuwe projecten in 2023 (1.429), dan de 2.592 exemplaren in 2022.

De meest waarschijnlijke oorzaak van de verschillen tussen de aantallen en capaciteiten in deze 2 jaren, is de flinke terugval in aanwas cijfers bij de aantallen, grotendeels veroorzaakt wordt door wegval van (SDE gesubsidieerde) kleine installaties, en dat alleen nog maar grote(re), inclusief nieuw toegevoegde, projecten overblijven, die een zwaar stempel op de nieuwe, en de geaccumuleerde capaciteit zijn gaan zetten.

2024 komt, vooral door de zeer hoge aanpassing voor december, en de daar op volgende wijzigingen, momenteel op een volstrekt onwaarschijnlijk netto jaargroei volume uit van bijna 3.842 MWp, wat zelfs bijna 37% hoger zou zijn dan het recordjaar 2023. Dit is de facto onmogelijk, ook vanwege de meest actuele CBS cijfers voor dat jaar. En zal vermoedelijk flink aangepast gaan worden in komende updates. Dit betreft overduidelijk een "nieuwe anomalie", in de solar cijfers van de VertiCer databank.

2025 heeft tot nog toe nog steeds een netto negatieve groei bij de capaciteit, van, inmiddels, -125 MWp. Dit zal in komende updates nog minder negatief gaan worden, en mogelijk uiteindelijk in netto positieve groei kunnen omslaan.

3b. Kwartaal groeicijfers QIV 2021 - QII 2026

In een eerdere update heb ik de kwartaal cijfers weer van stal gehaald en in grafiek weergegeven tm. de toen net "volledig", geworden cijfers voor de kwartalen QIV 2021 tot en met QI 2023. In het huidige exemplaar heb ik de soms weer licht gewijzigde data gebruikt, en nog lang niet definitief vastgestelde, ook aangepaste resultaten voor QII 2023 tm. QII 2026 rechts toegevoegd. Met name de volumes van de meest recente kwartalen zullen nog flink wijzigen, gezien de continue wijzigingen in door Polder PV bijgehouden data historie van VertiCer en haar rechts-voorganger CertiQ. De grote anomalie voor de capaciteit in augustus 2024 heeft ook hier een enorme impact, en is dan ook wederom in een aparte kleurstelling in de betreffende kolom weergegeven ("kan niet" / geeft absoluut niet de feitelijke marktontwikkeling weer).

Ook voor deze grafiek is de Y-as aangepast, en zijn voor zowel de aantallen (blauwe stippellijn) als voor de capaciteit (rode stippellijn) trendcurves voor de voortschrijdende gemiddeldes ingetekend. Deze hebben ook een periode van 1 jaar (4 kwartalen).

Wederom met bovengenoemde disclaimer in het achterhoofd, waardoor de verhoudingen tussen kwartalen onderling dus ook nog lang niet vaststaan (deze zijn sowieso al aanzienlijk gewijzigd in recente updates), lijkt een conclusie wel al duidelijk getrokken te kunnen worden: Met name de aantallen netto nieuw geregistreerde PV projecten per kwartaal, zijn sinds het laatste kwartaal van 2021 in globale zin stapsgewijs beduidend verminderd. Het aantal nieuwe projecten per kwartaal is afgenomen van, momenteel, 1.053 exemplaren in QIII 2021, tot nog maar 452, met de nu bekende cijfers, voor QIV 2022, toegenomen naar 596 exemplaren in het eerste kwartaal van 2023, waarna het een bodem bereikte in QIII 2023 (158 netto nieuwe exemplaren). QIV 2023 zit momenteel op een plus van 342 nieuwe projecten. QI 2024 vertoont, mede door de bizarre negatieve groei in maart, en de later komende correcties, inmiddels, na een periode van netto negatieve aanwas, een positieve groei van netto 663 projecten. QII 2024 had in een vorige update nog een netto negatieve groei van 37 projecten, maar dat is in de december 2024 tm. december 2025 updates inmiddels omgeslagen in een netto positieve groei van 450 stuks. Wat ongetwijfeld nog verder bijgesteld zal gaan worden, in positieve zin.

Hetzelfde geldt voor QIII 2024, met in de huidige update een lichte, netto positieve aanwas van 80 projecten, in een vorige update was dit nog een licht negatieve netto groei. Het inmiddels ook weer aangepaste volume voor QIV, is nog steeds flink negatief, -167 projecten. Alleen QI 2025, in de januari 2026 update nog -73 MWp, is inmiddels omgeslagen naar netto 247 boven de X-as. De resultaten voor QII tm. QIV van 2025 en QI en (1e volume voor) QII 2026 starten allemaal onder de nullijn, met inmiddels 130, 274, 303, 343, resp. 626 projecten netto negatief. We zullen later zien of voor de laatstgenoemde kwartalen uiteindelijk ook nog een "positief" resultaat gehaald zal worden, al zal dat resultaat dan bescheiden blijven t.o.v. de netto aanwas in die kwartalen in eerdere jaargangen. De trendlijn voor de netto aantallen nieuwe projecten per kwartaal spreekt in ieder geval boekdelen, die is sterk neerwaarts gericht.

Capaciteit wijzigingen per kwartaal

Bij de nieuwe gerapporteerde netto capaciteit is het verhaal compleet anders, wat vooral werd veroorzaakt door de eerder gesignaleerde "excessieve" extra netto groei voor januari 2023 en 2024, en alle tussentijdse, soms bizarre cijfer wisselingen bij die belangrijke parameter.

Het netto volume per kwartaal nam even toe, van, momenteel, 535 MWp in QII 2021, naar 627 MWp, in QI 2022, maar is daarna ook, gemiddeld genomen, enkele kwartalen minder geworden. Om een voorlopig dieptepunt te bereiken in QIV 2022, met 375 MWp netto nieuw gerapporteerd volume, gebaseerd op de huidige, meest recente cijfers.

En toen kwam de "grote verrassing", QI 2023 telde in een vorige update nog 449 MWp nieuw volume, maar dat is, met name door de zeer hoge toevoeging in januari 2023, en de daar op volgende wijzigingen in de maandrapportages, nu alweer een voorlopig record volume van 944 MWp. Wat nu alweer de helft hoger zou zijn dan de groei in QI in 2022 (627 MWp). Voor de aanwas in QII 2023 geldt momenteel een netto groei van 546 MWp. Het niveau is daarmee, zoals eerder al voorspeld door Polder PV, gestegen, naar 11% boven het volume van 492 MWp in QII 2022. De nog premature aanwas in QIII 2023 is inmiddels 540 MWp in de plus. Zoals was te verwachten, is dat inmiddels 8,7% méér dan het nieuwe netto volume in QIII 2022 (497 MWp). Tot en met de november 2024 update lag dat nog iets lager.

Voor het laatste kwartaal van 2023 is het totale volume, al flink toegenomen in de januari 2024 update, in de versies van mei 2024 tm. juni 2026 verder gegroeid, naar momenteel 780 MWp. Dit is al ruim het dubbele volume, t.o.v. de 375 MWp in QIV 2022.

2024

De tweede grote verrassing zien we bij de eerste, nog voorlopige resultaten voor QI 2024. Januari was in een vorige rapportage extreem in positieve zin bijgesteld, maart vertoonde een record negatieve groei, en ook in april was de groei negatief. Met de opvolgende extra bijstellingen, is het voorlopige tussen-resultaat voor het hele kwartaal na even "negatieve aanwas" te hebben gekend, inmiddels op een positieve groei van 723 MWp beland.

Het tweede kwartaal van 2024 gaf de derde verrassing. Het startte met een negatieve aanwas, maar groeide al rap in positieve zin in de vorige updates. Door de enorme toename voor de maand mei (zie capaciteit grafiek voor de wijzigingen van maand tot maand), is dit volume abrupt toegenomen naar, inmiddels een record niveau van 988 MWp groei. Dat is 4,7% hoger dan de groei bij de vorige recordhouder, QI 2023. In een eerdere update lag het niveau voor QII 2024 zelfs nog hoger dan 1 GWp, maar dat is weer wat terug gezakt in de laatste rapportages.

Het derde kwartaal van 2024 is, met de extreme anomalie voor augustus, vooralsnog een enigma, waar natuurlijk de hoge negatieve correcties op zijn gevolgd in het laatste kwartaal. De rood gemarkeerde kolom voor dit kwartaal heeft een onverklaarbare en onwaarschijnlijke toename van, momenteel, 4.429 MWp. Goed is te zien, dat de rood gestippelde voortschrijdend gemiddelde trendlijn in ernstige mate wordt "verstoord" door genoemde, extreme, augustus anomalie.

Het vierde kwartaal van 2024 start, met eerder doorgevoerde, zeer forse negatieve correcties, én het bizarre nieuwe voorlopige aanwas volume voor december, met een resulterende "historisch negatieve groei" van maar liefst 2.298 MWp in de min. Als we de nu bekende cijfers voor QIII en QIV middelen, komen we op een gemiddelde groei van 1.066 MWp per kwartaal, wat op een onwaarschijnlijk, erg hoog niveau is komen te liggen. Uiteraard moeten we gaan afwachten wat voor verdere wijzigingen in de latere updates zullen gaan komen, voordat we hier meer klaarheid in kunnen brengen.

2025 - QII 2026

QI 2025 zit inmiddels op 553 MWp in de min (negatief volume februari overcompenseerde het positieve volume voor januari, maart had een bescheiden positieve, april een duidelijk hogere groei).

QII 2025 laat een positieve netto groei van totaal 470 MWp zien.

QIII 2025 zit weer op een netto negatieve groei van -165 MWp, wat een flinke opwaartse aanpassing is van eerdere, nog veel sterker negatieve groei cijfers.

De groei in QIV is in een vorige update omgeslagen, van een negatieve aanwas van -15 MWp naar een positief volume, en is inmiddels 123 MWp positief.

De nog zeer voorlopige eerste resulaten voor het 1e kwartaal van 2026 gaven aanvankelijk een negatieve aanwas te zien van -264 MWp, maar ook dat is inmiddels flink positief, 203 MWp.

Van QII 2026 is inmiddels het eerste resultaat van april - juni bekend, een netto aanwas van -105 MWp.

Hoe eventuele verdere wijzigingen bij de capaciteit van gecertificeerde projecten zal gaan verlopen blijft gezien bovenstaande, soms extreme wisselingen, elke keer weer spannend.

Voor de evolutie van de gemiddelde systeem omvang (per maand), zie ook de grafiek onder paragraaf 2a.

3c. Halfjaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer 2022 - 2026 HI

Omdat een tijdje geleden de eerste resultaten voor het 1e half-jaar van 2023 beschikbaar waren gekomen, en alweer gewijzigd, heb ik in een vorige analyse ook weer de half-jaar grafiek van stal gehaald. Die had ik voor het laatst gepubliceerd op basis van de oude CertiQ data in het bericht van 9 januari 2023. Het huidige exemplaar bevat echter alleen de laatst bekende resultaten gebaseerd op de compleet gereviseerde publicatie systematiek bij VertiCer. In deze grafiek worden de resultaten vanaf de 1e jaarhelft van 2021 (alleen januari ontbrekend, kolommen gearceerd), tm. de eerste resultaten voor HI 2026 getoond. Vanaf 2024 zullen er ongetwijfeld nog de nodige aanvullingen, en forse bijstellingen komen (gearceerde kolommen).

Ook uit deze nog zeer voorlopige halfjaarlijkse groei cijfers blijkt een duidelijke afname van het aantal (overgebleven) projecten in het VertiCer dossier, wat waarschijnlijk heeft te maken met verwijderde, meestal kleine projectjes waarvan de oudste SDE beschikkingen zijn vervallen, danwel actief uitgeschreven bij VertiCer. Bij de aantallen projecten nam de bij VertiCer geregistreerde half-jaarlijkse netto aanwas af, van 1.956 nieuwe projecten in HII 2021, via 1.525 exemplaren in HI 2022 (22% minder), 1.067 stuks in HII 2022 (30% minder), naar nog maar een (voorlopige) groei van slechts 929 nieuw in HI 2023. Wederom bijna 13% minder. De tweede jaarhelft van 2023 heeft nog maar 500 netto nieuwe projecten (-46%), maar daar kan mogelijk nog wel iets aan gaan wijzigen. In HI 2024 is tot nog toe weer een duidelijk hoger volume bekend, netto 1.113 nieuwe installaties, maar vanaf HII 2024 zien we voor alle recente half-jaren, behalve HI 2025, nog netto negatieve groeicijfers: -87 voor HII 2024, -577 voor HII 2025, resp. -969 voor HI 2026 (1e resultaten voor jan. tm. juni bevattend). De in de maart (2026) update nog negatieve netto aanwas van -144 voor HI 2025, is in de huidige update omgeslagen naar een netto positieve groei, +117 exemplaren.

Bij de capaciteit is het beeld compleet anders (geworden, in de meest recente updates), en is er zelfs een behoorlijke opleving te zien in beide jaarhelften van 2023 en het eerste van 2024. Met de huidige bekende cijfers 1.135 MWp nieuw in HII 2021, 1.119 MWp in HI 2022 (ruim 1% minder), 872 MWp in HII 2022 (22% minder), en, vanwege de bizarre, eerder al besproken toename in 1 maand (januari 2023), nu alweer een 1.490 MWp nieuwe capaciteit in HI 2023. Dat is 33% meer dan in HI 2022, en zelfs al bijna 71% meer dan in HII 2022. In de update van december 2023 was het netto aanwas volume voor HI 2023 nog maar 923 MWp.

De tweede jaarhelft van 2023 geeft, met de netto groei van, momenteel 1.320 MWp, al een fors hoger volume te zien dan in eerdere recente updates, het is ruim 51% hoger dan de aanwas in HII 2022.

Voor het eerste half-jaar van 2024 zijn de data nog zeer fluïde. Het voorlopige resultaat voor het eerste half-jaar is, van een licht negatieve aanwas tm. mei (-12 MWp), inmiddels omgeslagen in een record positieve, netto groei van al 1.710 MWp. Dat is al bijna 15% hoger dan het vorige record, in HI 2023. Het nog zeer voorlopige netto volume in HII 2024, 2.132 MWp (in april 2025 update nog maar 706 MWp!), laat een ogenschijnlijk nieuw record volume zien, maar met de waarschuwing dat hier de nieuwe "extreme" anomalie december 2024 bij zit, moeten we daar de nodige korrels zout naast leggen.

Het eerste half-jaar van 2025 bracht, met name door het flink negatieve aandeel van februari, gevolgd door de flinke negatieve aanwas in mei, een netto negatieve groei van -83 MWp met zich mee. HII 2025, startte alweer met een sterk negatieve netto groei van, inmiddels, -42 MWp, een flinke "positieve bijstelling" t.o.v. recentere updates. De eerste netto aanwas cijfers voor HI 2026, inclusief alle tussentijdse wijzigingen, en de eerste data voor januari tm. juni, geven inmiddels een positief resultaat van +99 MWp.

Het zal nog wel even gaan duren voordat er beter zicht komt op de (definitieve) groeicijfers voor de half-jaren, met name voor de recente jaargangen. Uiteraard gaat met name voor de periode vanaf 2024 nog wel flink wat wijzigen in deze cijfers.

Mogelijk wordt de trend van véél minder netto overgebleven (want: deels bij VertiCer uitgeschreven) aantallen installaties, en nog steeds relatief hoge groeicijfers voor de capaciteit, nog verder versterkt, doordat er regelmatig kleinere projecten worden uitgeschreven bij VertiCer (zie tabellen onder paragraaf 5), terwijl de overblijvende (en nieuwe) projecten in de bestanden gemiddeld genomen zelfs al veel groter zijn dan de oude (deels zelfs residentiële) kleine installaties.

3d. Jaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer YOY 2009 - 2024*

Wederom naar analogie van de grafiek voor de eindejaars-volumes, ditmaal de daar uit afgeleide netto jaargroei cijfers volgens de laatste data update van VertiCer, in bovenstaande grafiek (alle drie parameters met referentie de rechter schaal, logaritmisch weergegeven). Tot en met kalenderjaar 2020 zijn de data gebruikt uit de in 2024 beschikbaar gestelde update (24 aug. 2024), waarin echter nauwelijks wijzigingen zijn opgenomen. De meest recente cijfers voor 2021**, 2022**, 2023*, en 2024*, rechts toegevoegd, komen uit de huidige update van de data tm. juni 2026, zoals recentelijk geopenbaard door VertiCer. De grafiek toont dus de meest recente situatie, met de laatst beschikbare bron-cijfers. Voor 2025 zijn de afgeleide netto jaargroei cijfers voor zowel de capaciteit (- 125,1 MWp), als voor de aantallen (-460 exemplaren), nog steeds negatief, en kunnen deze dus nog niet in de grafiek worden weergegeven (vanwege de logaritmische Y-as). Mochten toekomstige "historische" jaarcijfers alsnog wijzigen, en wereldkundig worden gemaakt, zullen die in latere updates worden toegevoegd aan deze grafiek. Het is waarschijnlijk, dat eventuele nagekomen correcties, met name voor de oudere jaargangen, marginaal zullen zijn.

Goed is te zien dat er een duidelijk verschil is in de trend bij de nieuwe jaarlijkse aantallen installaties (blauwe kolommen) en bij de nieuwe capaciteit per jaar (gele kolommen). Bij de aantallen beginnen we op een hoog niveau van 3.765 [overgebleven †† !] nieuwe installaties in 2009, het gevolg van de enkele duizenden grotendeels particuliere kleine SDE beschikkingen die in de eerste jaren van de SDE (2008 tm. 2010) werden opgeleverd. Die bron droogde al snel op omdat particuliere installaties de facto uit de opvolger regelingen werden gedwongen (eis minimaal 15 kWp, later ook nog verplicht grootverbruik aansluiting), en zakte de hoeveelheid nieuwe installaties dan ook stapsgewijs naar het dieptepunt van 259 nieuwe projecten in 2014. Daarna zwol het jaarlijkse volume weer aan door een lange reeks van (deels) succesvol geïmplementeerde SDE "+" beschikkingen, tot een voorlopig maximum van 5.503 nieuwe projecten in Corona jaar 2020.

Daarna is, zelfs met grote hoeveelheden nieuw beschikte projecten onder de SDE "++" regimes, het tempo weer fors afgenomen, ook vanwege massieve wegval van beschikte projecten, waar met name de wijdverspreide netcongestie problemen een belangrijke (maar niet de enige) oorzaak van zijn. In 2021 en 2022 zijn met de recentste cijfers nu netto 3.889, resp. 2.592 nieuwe projecten toegevoegd. Dat laatst bekende volume voor 2022 is 47,1% van het record niveau in 2020.

In 2023 is een beperkt volume van 1.429 (netto) nieuwe projecten bekend (eerste gearceerde blauwe kolom). Het inmiddels positieve volume voor 2024 is nog steeds aan het toenemen, naar, inmiddels, netto 1.026 projecten. Met name voor 2024 ff. kan nog het nodige aan deze data wijzigen, in de te verwachten maandelijkse cijfer updates in 2026. Duidelijk is, dat er netto bezien steeds minder aantallen projecten bijkomen. Zoals al vaker gememoreerd, komt dit grotendeels door een toenemende uitstroom van projecten, waarvan grotendeels de subsidie termijn is verlopen, en er actief wordt uitgeschreven bij VertiCer. Er komen daarvoor in de plaats slechts relatief weinig nieuwe projecten bij (grotendeels met SDE beschikking), waardoor de netto groei per jaar sterk afneemt, bij de aantallen projecten. Deze trend is duidelijk zichtbaar vanaf 2021.

Capaciteit andersoortige trend, met een nieuw record jaar (2023), 2024 nog zeer ongewis

Bij de capaciteit is de jaarlijkse aanwas in de beginjaren relatief "stabiel" geweest, met wat kleine op- en neerwaartse bewegingen, van 18,7 MWp nieuw in 2009, tijdelijk zakkend naar 13,0 MWp nieuw volume in 2010, nog eens 4 jaar iets boven dat niveau blijvend, om vanaf 2015 sterk te stijgen. Dat was in het begin vooral vanwege de implementatie van de toen succesvolle SDE 2014 regeling. Er werd elk jaar weer meer capaciteit toegevoegd, gestuwd door de opvolgende SDE "+" regelingen met miljarden budgetten, tot een voorlopig maximum van 2.436,9 MWp, wederom in het Corona jaar 2020. Maar ook de nieuwe capaciteit begon in de jaren 2021-2022 af te nemen, al was het op een veel minder dramatisch niveau dan bij de aantallen projecten.

In 2021 was het nieuwe netto volume nog 2.007,6 MWp, dat is in 2022 momenteel nog maar 1.991,6 MWp met de bekende cijfers in de huidige update. Dat is voor 2022, met 81,7% van het maximale nieuwbouw volume in 2020, in ieder geval beduidend beter dan de flinke terugval bij de (netto) aantallen nieuwe projecten (47,1%). Met, uiteraard, de blijvende disclaimer, dat ook deze jaargroei cijfers nog niet "in beton zijn gegoten", en nog verder licht kunnen wijzigen. Opvallend blijft in ieder geval, dat met de updates in de afgelopen 2 jaar, het jaargroei volume voor de capaciteit in 2022 continu, maar traag, dichter is toegekropen naar dat van het voorgaande jaar. Het verschil is nog maar 16,0 MWp.

In 2023 is inmiddels, vooral vanwege de eerder besproken, bizar hoge toevoeging in januari dat jaar, en de nodige toevoegingen in de meest recente updates, een netto volume bijbouw van 2.810,1 MWp geconstateerd (enkele updates hiervoor was dat nog slechts 1.223 MWp!). Dat is nu dus al hoger dan de nu bekende groei in zowel 2021 en 2022, en heeft de eerder vastgestelde record groei in Corona jaar 2020 al met ruim 373 MWp overtroefd. 2023 is dus een nieuw recordjaar, wat de groei van gecertificeerde capaciteit betreft. Met de huidige stand van zaken zou de jaargroei in 2023 dus al ruim 41% hoger hebben gelegen dan de aanwas in 2022, en 15,3% meer dan in vorig record jaar 2020. We hebben echter ook gezien dat data regelmatig (flink) worden bijgesteld, dus de relatieve verhouding van de jaargroeicijfers in deze laatste jaren ligt beslist nog niet vast. Dat 2023 ook nationaal bezien (alle capaciteit in heel Nederland) een record groei jaar was, laten de ook regelmatig bijgestelde CBS cijfers zien (hier).

Achteraan in de grafiek heb ik ook de capaciteits-aanwas in 2024 weergegeven. Daar moeten we helaas nog een zeer groot vraagteken bij zetten, want met de nog zeer voorlopige resultaten voor dat jaar zouden we nu al aan een "nieuw record volume" zitten, van bijna 3.842 MWp (in de april 2025 update was dit nog "maar" 2.282 MWp). Gezien de problematische, extreme, met terugwerkende kracht bekend geworden toevoeging voor, met name, december 2024, in de analyse hierboven uitgebreid becommentarieerd, moeten we hier voorzichtig mee zijn. Want die december groei is uiterst onwaarschijnlijk, en kan nog fors neerwaarts worden bijgesteld, en/of er komen nog hoge "negatieve maandgroei cijfers" in komende maand rapportages overheen. De grote vraag is echter: wanneer kómen die bijstellingen dan wel? Dit kan erg lang duren, gezien eerder commentaar wat ik ontving van VertiCer na vragen daarover ...

Het Nationaal Solar Trendrapport 2025 van Dutch New Energy claimde voor 2024 een verkoop van 2,3 GWp PV vermogen in het zakelijke segment, wat, opvallend, véél lager is dan de afgeleide cijfers van VertiCer tot nog toe laten zien (ruim 3,8 GWp netto nieuw volume in de daar geregistreerde projecten markt). De meest recente aanvullingen en wijzigingen in de nationale statistieken van het CBS geven voor de sector "economische activiteiten" (alle PV capaciteit wat niet op woningen zou liggen), in 2024 zelfs nog maar een totale groei van 2.039 MWp in dat jaar.

Gaan we uit van de officiële statistieken van het CBS, is het verschil met de momenteel bij VertiCer bekende netto groei in 2024, "kolossaal", liefst 1,8 GWp. En is daarmee "volstrekt onverklaarbaar, en onmogelijk groot". De VertiCer populatie zal altijd een deelverzameling van de nationale CBS cijfers blijven, beslist niet andersom! Hier moeten grote fouten en/of in de VertiCer bestanden doorgevoerde correcties en/of aanpassingen in zitten. Hier is dus beslist nog niet alles mee gezegd, de finale data voor 2024 zijn immers nog lang niet bekend!

Gemiddelde project omvang

Wederom heb ik, uit deze uit de eindejaars-data afgeleide jaargroei cijfers, uiteraard ook weer de gemiddelde systeemcapaciteit van de nieuwe aanwinsten per jaar berekend, en getoond in de groene curve in bovenstaande grafiek, met het vermogen in kWp gemiddeld per nieuwe installatie. Deze vertoont, na een lichte inzinking tussen 2009 en 2010, een zeer sterke progressie, van 5,0 kWp bij de nieuwe projecten in 2009, tot alweer ruim 768 kWp gemiddeld per nieuw project in 2022. Een factor 155 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Deze enorme schaalvergroting, sterk gedreven door de oplevering van honderden zonneparken en enorme distributiecentra bomvol zonnepanelen op de uitgestrekte platte daken, is een van de belangrijkste oorzaken, van de nieuwe realiteit bij de stroomvoorziening in Nederland: de overal zichtbaar geworden netcongestie, met name op de middenspannings-netten. Voor de bijna actuele situatie, met details, zie de nieuwe gedetailleerde capaciteitskaart van Netbeheer Nederland (gescheiden in netafname resp. -invoeding, in de kaarten is reeds al lang van tevoren gereserveerde capaciteit voor nieuwe, nog te bouwen projecten, ingesloten). Wat uiteraard ook zijn weerslag heeft gekregen op de progressie van de uitbouw van de gecertificeerde nieuwe volumes in de VertiCer databank: die is sterk aan het vertragen. En slechts met veel moeite, onder anderen, door schaalvergroting van de individuele projecten, "op niveau" te houden. Die schaalvergroting zien we met name ook in de belangrijke zonnepark sector, zie de diepgaande analyse daarvan, begin maart 2026 gepubliceerd op de Polder PV website.

Voor 2023 is een sterke toename van de gemiddelde capaciteit zichtbaar, naar inmiddels 1.967 kWp per project (!). Echter, omdat deze maatvoering van 2 input variabelen afhankelijk is (die beiden netto volumes betreffen, verschillen tussen instroom en uitstroom bij VertiCer), die beiden nog flink, in beide richtingen, kunnen gaan afwijken van de huidige waarden, is er nog niet veel te zeggen over wat dit uiteindelijk op kalenderjaar basis zal gaan opleveren. Het is echter wel waarschijnlijk, dat die gemiddelde nieuwe project capaciteit op een hoog niveau zal komen te liggen, vanweg de sterk neerwaartse trend bij het netto aantal nieuwe projecten, bij een blijvend hoog niveau voor de nieuwe totale capaciteiten.

Het voorlopige gemiddelde voor 2024 ligt nog op een veel hoger niveau, 3.744 MWp. In een vorige update was dit zelfs extreem hoog, 28,4 MWp (ver buiten het bereik van de getoonde Y-as vallend). Dit lag aan het feit dat in een eerste update een zeer laag netto positief groei volume bij de aantallen was te zien, bij een zeer hoge netto capaciteit toevoeging. De verwachting dat dit zeer stevig bijgesteld zou gaan worden, is reeds uitgekomen. Maar het eindresultaat zal nog lang op zich laten wachten. En zal mogelijk flink afwijken van het huidige niveau, vooral gezien de nog zeer onzekere, nog lang niet vaststaande, met dikke mistflarden omgeven capaciteits-data voor dat jaar.

Omdat voor 2025 vooralsnog slechts netto negatieve groeicijfers zijn genoteerd, voor zowel de capaciteit als voor de aantallen, is er nog geen zinnig woord te zeggen over de gemiddelde capaciteit per project bij de aanwas in dat jaar.

†† Met name uit de oudere SDE regelingen, vallen regelmatig lang geleden bij VertiCer voorganger CertiQ ingeschreven projecten weg. Hier zijn verschillende redenen voor. In de uitgebreide SDE project analyses van Polder PV wordt hier regelmatig, en gedetailleerd over gerapporteerd (exemplaar 1 april 2026, zie hier).


4. 100 procents-grafieken en segmentatie naar grootteklasse

Een van de nieuwe mogelijkheden van de compleet herziene presentaties bij VertiCer, is de segmentatie naar grootteklasse. Daar kon tot enkele jaren geleden uitsluitend iets over gezegd worden op basis van de jaaroverzichten, waar, al lang geleden op basis van een verzoek in die richting door Polder PV, inderdaad werk van gemaakt is door rechtsvoorganger CertiQ. Zoals in de eerste analyses al duidelijk werd, is dit nu ook op maandelijkse basis mogelijk. Met, we blijven dit herhalen, de waarschuwing, dat alle cijfers bijgesteld kunnen worden in latere updates, met name m.b.t. de meest recente data. Bij de al wat oudere periodes vinden wijzingen minder vaak plaats, en zijn ze meestal van een bescheiden omvang.

In het 3e artikel over de eerste resultaten van januari 2023 heb ik al meer-jaarlijkse trends laten zien bij de evolutie van de diverse grootte klasses. Inclusief een toen nog in de bestanden van CertiQ voorkomende enorme anomalie, die niet bleek te zijn hersteld (artikel 14 februari 2023). Van dat historische overzicht is medio 2024 een recente update verschenen, maar daar blijkt nauwelijks iets in te zijn gewijzigd (marginale bijstellingen). De huidige grafiek geeft voor de kortere termijn de nieuwe data tot en met begin april 2026, en de aangepaste waarden voor de maanden in de meest recente periode daar aan voorafgaand.

In de gereviseerde data overzichten van VertiCer is sinds de update van 2 april 2026 ook het grootste deel van de eerste jaarhelft van 2021 (vanaf eind januari) bekendgemaakt, die data zijn vooraan in deze grafieken toegevoegd. De grafiek toont de meest recent gewijzigde data, gepubliceerd op 15 juli 2026.

4a. 100 procents-grafiek aantallen per categorie

Een zogenaamde "100-procents-grafiek" voor de evolutie trends van de 8 door VertiCer en haar rechtsvoorganger onderscheiden grootteklassen van de gecertificeerde PV-populatie die zij bijhouden, dit exemplaar voor de aantallen projecten aan het eind van elke maand. Voor begin juli 2026 zijn de absolute waarden per grootteklasse rechts weergegeven. Globaal genomen namen in de loop van de tijd de kleinste categorieën (1-5 kWp, 5-10 kWp, en 10-50 kWp) in betekenis af sedert begin 2021, de impact van de grotere categorieën werd groter. Vervolgens kwam er een stabilisatie, omdat het tempo bij de aantallen nieuw netgekoppelde (danwel netto overgebleven) projecten onder de SDE regimes weer flink is afgenomen. Dit wordt getoond door de in de grafiek opgenomen streepjeslijn, die het "laagste" niveau voor de kleinste categorie weergeeft (derde kwartaal 2024). In de laatste maand cijfers zien we het relatieve aandeel van de kleinste project categorie weer toenemen t.o.v. de overige categorieën, waarschijnlijk omdat de uitval (uitschrijving uit het VertiCer register) vooral wat grotere projecten betreft. Hierdoor komt het bovenste blauwe segment voor de kleinste categorie weer iets onder de streepjeslijn te liggen.

In de update van 15 juli 2026, is het totale aantal installaties groter of gelijk aan 50 kWp, eind januari 2021 al bijna de helft (48,7%), met het gezamenlijke volume al op 59,1% van het totaal gekomen (20.707 van, in totaal, 35.056 netto overgebleven projecten). De categorie 100-250 kWp omvat het grootste aantal overgebleven projecten, 7.795 exemplaren, afgezien van de kleinste installaties tot 5 kWp (overgebleven 8.472 stuks). Uiteraard hebben de grotere project categorieën, vanaf 250 kWp, relatief weinig tot bescheiden aantallen. Maar schijn bedriegt: ze omvatten, by far, de allergrootste volumes bij de capaciteit, en hebben een zéér grote impact op de totale populatie, en dus ook op de te verwachten stroomproductie. Zie de volgende grafiek, in paragraaf 4b.

Plussen en minnen

Een klein deel van de afnemende betekenis van de kleinste project categorieën wordt veroorzaakt door continue uitval uit het databestand van VertiCer (diverse redenen mogelijk, ook al heel lang waargenomen bij de SDE portfolio's, analyse status 1 april 2026). Daar staat ook weer tegenover dat volledig buiten de populaire SDE regelingen om gerealiseerde kleinschalige projecten bijgeschreven kunnen worden in de registers van VertiCer. Een fenomeen wat compleet onbekend lijkt in de PV sector in ons land, er wordt in ieder geval nooit over gerept, behalve dan bij Polder PV. In 2023 werden er bijvoorbeeld, met de meest recente data, netto 38 installaties in de kleinste project categorie uitgeschreven, maar kwam er tegelijkertijd een verrassende hoeveelheid van 143 exemplaren bij in de categorie 5 tm. 10 kWp, waarvoor normaliter beslist géén (nieuwe) SDE beschikking afgegeven kan zijn sedert SDE 2011, vanwege de 15 kWp "onder-cap" bij de afgegeven beschikkingen (zie ook laatst gewijzigde tabel in de update van april 2026). Tot nog toe waren het al netto 36 uitgeschreven projecten voor de kleinste categorie, resp. netto 25 nieuw ingeschreven projecten voor categorie 5-10 kWp, in 2024.

Dat soort kleine projecten zijn mogelijk afkomstig uit portfolio's van bedrijven zoals Powerpeers, Vandebron, en Allinpower, en het in België al actieve EnergySwap, die geoormerkt garanties van oorsprong (GvO's) van door de afnemer aangewezen projecten afboeken, ter "vergroening" van de stroomconsumptie van de klant. Daar kunnen ook (zeer) kleine residentiële projecten, of bijvoorbeeld kleine installaties op scholen, gymzalen e.d. bij zitten. Om dat soort transacties in Nederland te kunnen / mogen doen, moeten de betrokken projectjes ook verplicht geregistreerd worden bij VertiCer. En die zien we hier dus tevoorschijn komen.

Voor 2025 zijn deze voorlopige volumes inmiddels ook bekend. In de kleinste categorie verdwenen netto 67 projecten. Maar bij de categorie installaties tussen 5 en 10 kWp beginnen daar kennelijk ook netto wat projecten te verdwijnen. Het resultaat van eventuele bijschrijvingen, en uitschrijvingen is voor die categorie in dat jaar inmiddels 3 stuks negatief.

Bijstellingen aantallen per categorie

De grootste categorie, projecten (of eigenlijk: "registraties") groter dan 1 MWp per stuk, omvat begin juli 2026 1.915 installaties. Dit is, na de flinke toename van 44 exemplaren in de voorgaande update een netto aanwas van nog eens 11 projecten.

Wat de aantallen projecten in deze grootste project klasse betreft, is dit slechts 5,5% van het totale aantal op dit moment. Op herhaalde verzoeken van Polder PV, om deze grote "verzamelbak" verder op te splitsen, gezien de dominante hoeveelheid capaciteit in deze categorie (zie grafiek onder paragraaf 4b), is, destijds, CertiQ, helaas niet ingegaan, en zal dit waarschijnlijk onder hoede van haar rechtsopvolger niet gaan geschieden.

4b. 100 procents-grafiek capaciteit per categorie - augustus 2024 anomalie lijkt hersteld, maar trend beslist niet stabiel in 2023-2025

Een vergelijkbare "100 procents-grafiek" als voor de aantallen projecten, maar nu voor de periode eind januari 2021 tm. begin juli 2026, voor de daarmee gepaard gaande, bij VertiCer geregistreerde netto capaciteiten in MWp. Voor eind juni 2026 zijn wederom de absolute volumes rechts weergegeven, alsmede, voor de grootste categorie, voor de status quo vlak voor "De Grote Augustus Anomalie" (2024). Een totaal ander beeld is hier te zien, met "überdominant" de grootste project categorie (installaties groter dan 1 MWp). Ook is direct te zien, waar de enorme capaciteits-anomalie voor augustus, eerder reeds beschreven, zijn grondslag heeft. Eind juli 2024 was het volume in die categorie, met projecten per stuk groter dan 1 MWp, namelijk "nog maar" 9.749 MWp groot (wel alweer, door voortdurende bijstellingen / nagekomen volume, 18,3% meer dan de eind van die maand gerapporteerde 8.238 MWp). Wat in lijn is met de historie van de voorgaande evolutie.

In augustus tm. september 2024 zou, volgens de oorspronkelijke cijfers van VertiCer, er al een absurd hoog volume van 14,0 GWp zijn geaccumuleerd in die categorie. Dit is terug te voeren op de toen nog niet publiekelijk gecorrigeerde grote anomalie voor augustus dat jaar, en heeft een enorme impact op de kwaliteit van deze 100-procents-grafiek. In de augustus 2024 update ben ik kort ingegaan op de onmogelijkheid van deze accumulatie cijfers (paragraaf "29 Dorhoutmeessen"). Omdat de cijfers voor deze 2 maanden onwaarschijnlijk hoog zijn, heb ik deze gearceerd weergegeven, met rode kolom rand. Ook voor oktober zien we een nog steeds onwaarschijnlijk hoge status van, inmiddels, 11,8 GWp, waarbij er kennelijk al een eerste "correctie ronde" over de data heen is gegaan bij VertiCer. In november lijken de data weer "genormaliseerd", en is het volume op een voorstelbaar niveau van 9.883 MWp uitgekomen, zoals in een vorige update al was voorspeld door Polder PV. Vandaar dat ik ook oktober hier gearceerd heb weergegeven, toen was er waarschijnlijk nog steeds sprake van gedeeltelijk incorrecte (veel te hoge) data. De sterk verstorende invloed op de evolutie van alle data in deze 100% grafiek is duidelijk zichtbaar bij de maandelijkse aandeel-percentages voor augustus tm. oktober.

Status > 1 MW segment begin juli 2026

De toegevoegde, alweer licht gewijzigde cijfers voor december 2024 en januari 2025 laten in de huidige update wederom een "onwaarschijnlijk hoog" accumulatie niveau zien voor het > 1 MW segment, van 11,7 tot bijna 12,6 GWp. In een vorige update waren die volumes nog maar 10,3 tot 11,0 GWp, hier is dus direct alweer een verdachte, waarschijnlijk veel te hoge capaciteit in de databank van VertiCer geslopen, zoals we eerder al hebben gezien. In december 2024 zou in 1 keer de 10 GWp accumulatie in de grootste categorie ruimschoots zijn gepasseerd.

In maart tm. juni 2025 is er weer globaal genomen een lichte groei cq. plateau fase te zien, naar een niveau rond de 11,6 GWp, maar in de juli update is er weer een tijdelijke terugval te zien, naar 10,2 GWp, wat in de opvolgende periode augustus 2025 - begin juli 2026 verder toenam, naar 11.784 MWp. Waarmee het aandeel op het totaal volume in die periode verder is toegenomen, naar 71,6% van de weer opwaarts bijgestelde totale capaciteit (bijna 16,5 GWp). Eind januari 2021 was dat aandeel van de grootste categorie nog bijna 52%. Het relatieve verschil is dus, ondanks de soms curieuze cijfer bijstellingen, behoorlijk groot geworden, in 5 en een half jaar tijd. De combinatie forse opwaartse (dec. '24 / jan. '25) / neerwaartse capaciteit bijstelling in februari 2025 is in ieder geval wederom slecht verklaarbaar. Mogelijk is een van de oorzaken genoemd door, destijds, CertiQ, hier debet aan.

"Afwijkingen van de normaal"

Om de "afwijkingen van de normaal" voor de grootste projecten categorie (>1 MW) beter zichtbaar te maken, heb ik vanaf de mei 2025 update een rechtlijnige gele stippellijn in bovenstaande grafiek toegevoegd, interpolerend tussen de eerste en de laatste maand waarde. Daarmee is direct duidelijk waar (te) grote afwijkingen van een normaal verloop van het procentuele aandeel van die categorie opdoemen. In de periode 2023 tm. eind 2025 zijn de accumulaties in ieder geval beduidend hoger dan "normaal", eind 2025 en in het eerste half-jaar van 2026 is er een stagnatie zichtbaar. De beruchte augustus 2024 anomalie, die tot in oktober dat jaar voortduurde, steekt duidelijk boven alles uit, en heeft te maken met een veel te hoge capaciteit accumulatie, die nog steeds zichtbaar is in de publiek beschikbare data van VertiCer.

Met een horizontale zwarte lijn is het snijpunt van genoemde referentielijn voor eind 2024 weergegeven. Dat komt neer op een capaciteit volume van zo'n 7,7 MWp, het vermoedelijk minimale niveau, in vergelijking met de huidige, veel te hoge eindejaars-waarde die nog in de VertiCer cijfers is terug te vinden (11,7 GWp). In werkelijkheid zal het niveau toch hoger hebben gelegen, omdat er altijd veel volume is wat pas later wordt opgenomen in de actuele cijfers bij VertiCer, vanwege blijvende administratieve vertragingen. Ergens tussen de "extremen" 7,7 en 11,7 GWp zal het werkelijke eindejaars-volume van 2024 moeten liggen. Waar precies, blijft de onbeantwoorde vraag.

Meer cijfers project categorieën

De grootste categorie heeft, bij een blijvend zeer hoog capaciteits-volume, tegelijkertijd een relatief bescheiden aantal projecten, de hierboven al genoemde 1.915 exemplaren. Dit resulteert in een steeds hoger wordende systeemgemiddelde capaciteit binnen deze categorie. Eind januari 2021 was dat nog 4.377 kWp gemiddeld, begin juli 2026 is dat alweer opgehoogd naar 6.153 kWp, een toename van bijna 41% in 65 maanden tijd. De grote projecten gaan een steeds hogere impact op de totale volumes krijgen bij VertiCer, dat is al lang duidelijk.

Voor de overige categorieën blijft er dan niet zeer veel "ruimte" meer over op het totaal. Nemen we ook nog de drie opvolgende categorieën mee (flinke projecten van een halve - 1 MWp, 250 - 500 kWp, resp. 100 - 250 kWp), claimen de grootste vier project categorieën het allergrootste geregistreerde volume in de totale markt. Dit was eind januari 2021 al 93,0%, eind juni 2026 is dat, met de meest recente data in de huidige update, 96,9% geworden. De kleinste 2 categorieën zijn op deze schaal al vrijwel niet meer zichtbaar. Hun aandeel is begin juli 2026 geslonken naar nog maar 0,09% van totaal volume (15,6 MWp, projecten van elk 5 - 10 kWp), resp. 0,13% (21,6 MWp, projecten van elk 1 - 5 kWp).

Dan resteren, eind juni 2026, nog relatief bescheiden volumes voor de categorieën projecten van 50-100 kWp (totaal volume nog maar 358 MWp, 2,2%), resp. 10-50 kWp (115 MWp, 0,7%).


5. Jaarvolume segmentaties 2022 -2024

5a. 2022 - status update publicatie 15 juli 2026

In de maandrapport analyse voor januari 2023 publiceerde ik ook een tabel met de nieuw gereconstrueerde cijfers voor de jaargroei voor kalenderjaar 2022. Daar zijn natuurlijk in de tussenliggende rapportages weer veel wijzigingen in gekomen, waarbij ik de laatste stand van zaken in de april 2026 update hier onder weergeef in tabelvorm. Voor nadere toelichting, zie de analyse bij het januari 2023 rapport. In de meeste voorgaande rapportages waren er geen wijzigingen meer in deze tabel. In de update van 1 december 2025 is er bij de categorie 500 - 1.000 kWp 1 installatie bijgekomen, daarna is er niets meer gewijzigd. Voor tabel en toelichting, zie de update van 2 januari 2026.

5b. Groei in 2023 - status update publicatie 15 juli 2026

Er is sinds de update van maart 2026 geen wijziging geweest voor sub-categorieën in 2023. Voor de volledige tabel, zie paragraaf 5b in die update, en bijbehorend commentaar en duiding.

5c. Groei in 2024 - status update publicatie 15 juli 2026

In onderstaande tabel geef ik de nog steeds premature eerste (al enkele malen flink gewijzigde) cijfers voor de groei van de volumes per categorie in kalenderjaar 2024. Cursief (broncijfers) zijn wijzigingen sedert de vorige (mei 2026) update. Er is slechts bij 1 categorie iets gewijzigd, die met installaties van 250-500 kWp.

Nieuwe jaarvolumes 2024 (YOY)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
Gemiddelde capaciteit per nieuwe / uitgeschreven installatie (kWp)
1-5 kWp
-36
-3,5%
-0,039
-0,001%
1,1
5-10 kWp
25
2,4%
0,201
0,005%
8,0
10-50 kWp
-5
-0,5%
-0,037
-0,001%
7,4
50-100 kWp
138
13,5%
10,961
0,29%
79,4
100-250 kWp
354
34,5%
56,339
1,5%
159,1
250-500 kWp
211
20,6%
78,052
2,0%
369,9
500-1.000 kWp
126
12,3%
90,414
2,4%
717,6
> 1 MWp
213
20,8%
3.605,811
93,9%
16.928,7
Totaal
1.026
100%
3.841,702
100%
3.744,3

Nog sterker dan in de tabel voor 2023, blijkt de enorme dominantie van de grootste project categorie, registraties groter dan 1 MWp. Daarvan zijn er tot nog toe 213 geteld (stabiel sinds de vorige update), wat al bijna 21% van alle nieuwe installaties is. Maar de capaciteit claimt, met 3,6 GWp, al bijna 94% van het totale volume. De populatie nieuwe projecten in dat jaar bestaat qua capaciteit, en, derhalve, theoretische stroom productie, bijna alleen maar uit zéér grote installaties, met een gemiddelde voor die categorie van zelfs 16,9 MWp per project (!). De volumes aan kleine installaties drogen op waar je bij staat.

Deze cijfers zullen in komende updates waarschijnlijk nog wat gaan wijzigen en verder aangevuld worden. De forse capaciteit anomaliëen in augustus en in december van dat jaar, drukken nu nog een zeer stevig stempel op de nog zeer onzekere cijfers. Die hopelijk in komende rapportages enigszins zullen normaliseren. Al blijven verrassingen endemisch, bij de VertiCer rapportages, zoals we de laatste jaren al vaak hebben gezien.

Vooralsnog is de nu bekende totale kalender jaargroei, volgens de VertiCer broncijfers, een zogenaamd record volume van bijna 3.842 MWp in 2024, zie ook de optelling van de twee half-jaren in de grafiek in paragraaf 3c. 1.710 MWp toename in het eerste half-jaar, en nog eens 2.132 MWp (in een vorige update was dat nog maar 706 MWp!) in de tweede jaarhelft. Wat in beide gevallen hoogst onwaarschijnlijke nieuwbouw volumes in de projecten markt zijn. Maar die cijfers zullen sowieso nog dramatisch gewijzigd (moeten) worden. Pro memori, dus.

2025 nog niet gepresenteerd

Voor 2025 zijn de cijfers nog lang niet compleet, noch "logisch". Uit de huidige status update volgt, dat er een netto negatieve jaargroei van (minus) 460 projecten, resp. een negatieve netto aanwas van de capaciteit (-125 MWp) in de boeken staat bij VertiCer. Dat laatste is wel veel minder sterk negatief, dan de -1,4 GWp in een voorgaande update. Pas als er meer zicht op "normale" cijfers komt, na de noodzakelijke, forse correcties in eerdere gegevens, zal Polder PV hier weer een deel overzicht tabel van maken.

In een vervolg analyse zal nader ingegaan worden op de afgegeven Garanties van Oorsprong in het VertiCer dossier. Zie deel II.


Conclusie

Het is natuurlijk fijn, dat er weer, sinds de update van juni, nieuwe cijfers zijn van VertiCer, en dat de maandelijkse rapportage wordt gecontinueerd. Tegelijkertijd moet vastgesteld worden, dat de oude problemen, van inconsistente, en soms zelfs onmogelijk lijkende cijfers, blijven bestaan. De vraag is ook, hoe, en wat voor data er uiteindelijk bij het CBS terecht zullen komen, en hoe zij eventuele (grote) fouten uit de aangeleverde data zullen gaan halen. Wat de status van 2024 betreft, hebben we hierboven reeds gezien, dat CBS een compleet ander jaar volume heeft gereconstrueerd, dan de ongeloofwaardige, veel te hoge jaargroei data van VertiCer. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.


6. Bronnen

Intern - eerdere rapportages CertiQ / VertiCer

Vorige maandrapportages 2026 (mei opgenomen in huidige bespreking voor juni):

April 2026: gepubliceerd op 15 mei 2026 (capaciteit, resp. Garanties van Oorsprong)

Maart 2026: gepubliceerd op 13 april 2026 (capaciteit, resp. Garanties van Oorsprong)

Januari - februari 2026: géén data (uniek in CertiQ / VertiCer historie)

December 2025: gepubliceerd op 5 januari 2026

November 2025: gepubliceerd op 2 december 2025

Oktober 2025, gepubliceerd op 5 november 2025

September 2025, gepubliceerd op 3 oktober 2025

Augustus 2025, gepubliceerd op 3 september 2025

Juli 2025, gepubliceerd op 5 augustus 2025

Juni 2025, gepubliceerd op 4 juli 2025

Mei 2025, gepubliceerd op 11 juni 2025

April 2025, gepubliceerd op 7 mei 2025

Maart 2025, gepubliceerd op 3 april 2025

Februari 2025, gepubliceerd op 4 maart 2025

Januari 2025, gepubliceerd op 5 februari 2025

Voor 2024: zie de lijst gepubliceerd in de update van 6 januari 2025

Voor 2023: zie de lijst gepubliceerd in de update van 1 februari 2024

Voor 2022 en 2021, zie overzichtje onderaan analyse van 9 januari 2023

CertiQ herziet cijfer presentatie methodiek - een nieuw tijdperk ? (8 februari 2023)

Meer licht in de duisternis (?) omtrent ontwikkeling gecertificeerde zonnestroom portfolio in (2019-) 2020 bij CertiQ. (4 november 2020; vroege signalering van sterk wijzigende historische CertiQ data door Polder PV)

Extern

Data overzichten website VertiCer (opgelet, tijdens laatste upload blijken alleen nog maar de 3 laatste maandrapportages voor elektra, en 1 voor "groen gas", aanwezig te zijn, alle voormalige rapportages zijn verdwenen van de site!)

Data overzichten garanties van oorsprong weer beschikbaar per april 2026 (nieuwsbericht met wijziging indeling primaire data bij VertiCer, 25 maart 2026)

Wijziging correctie meetwaarden (nieuwsbericht voor handelaren op site VertiCer, 6 januari 2025)

NB: de oude website van CertiQ is niet meer actief, de url verwijst door naar de site van rechtsopvolger VertiCer !



11 juli 2026: Grootste deel toekenningen SDE 2025 (zesde SDE "++") gepubliceerd, zonnestroom slechts 86 beschikkingen, met 773 MWp nog maar 43% van volume SDE 2024; openstelling SDE 2026. Afgelopen week verscheen eindelijk een kamerbrief van Stientje van Veldhoven-van der Meer (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / KGG), met de voorlopige resultaten voor de beschikkingen van de aanvragen voor SDE "++" 2025 †. De resultaten m.b.t. de binnengekomen aanvragen voor deze SDE regeling werden door minister Hermans in een eerdere brief gepubliceerd op 11 december 2025, en in een analyse op 16 december dat jaar door Polder PV gepubliceerd. Toen was al bekend dat de regeling "extreem overtekend" was, met een aanvraag voor 21,8 miljard Euro, terwijl er slechts 8 miljard Euro was gereserveerd voor deze regeling.

Als alle SDE (2025) aanvragen zijn beoordeeld, wordt op de website van RVO de eindstatus gerapporteerd, en zal deze waarschijnlijk ook in een volgende SDE Kamerbrief worden voorgelegd aan het parlement. Op 10 juli waren echter nog lang niet alle aanvragen finaal beoordeeld door RVO, 7 maanden na de kamerbrief met de ingediende projecten (!). Hun status diagram van 23 juni jl. toonde dat er toen nog steeds 89 aanvragen in behandeling waren (van totaal 468 exemplaren). 50 voor het Domein Elektriciteit, 18 voor het Domein Moleculen, 12 voor het Domein CCS/CCU, resp. 9 voor het Domein LT-warmte. Alle 20 aanvragen voor het Domein HT-warmte waren toen wel al beoordeeld.

Er is volgens de kamerbrief al voor 7.998 miljoen Euro aan beschikkingen uitgegeven, dus het eventuele resterende aantal, nog niet beoordeelde aanvragen, zal bij de nog af te geven beschikkingen niet veel verschil meer maken. Als RVO met de definitieve stand van zaken komt, zal ik een update geven van de "finale" toekenningen voor zonnestroom.

De Kamerbrief gaat ook weer in op diverse facetten van de aankomende SDE 2026. Ik behandel in dit artikel enkele opvallende zaken, nadat ik eerst in detail op de cijfermatige status update voor SDE 2025 inga, en op de situatie voor zonnestroom. Waarvoor wederom flink minder aanvragen zijn gehonoreerd dan onder SDE 2024, maar, tegelijkertijd, de al jaren door mij gesignaleerde schaalvergroting bij de wel toegekende projecten is gecontinueerd (gemiddeld 41% grotere project beschikkingen onder de huidige regeling). Mogelijk volgen er nog een bescheiden aantal andere toekenningen, afhankelijk van het beperkte resterende budget.

De volgende analyse heeft een vergelijkbare opzet als die voor de beschikkingen afgegeven onder de voorgaande SDE 2024 regeling, op de Polder PV website gepubliceerd op 23 juni 2025. Deze gaat vooral in op de effecten voor de PV markt. Voor een analyse van alle aanvragen gedaan onder de nieuwe SDE 2025, zie het Polder PV artikel van 16 december 2025.

† Sinds korte tijd worden, helaas, de nieuwe documenten van de verantwoordelijke ministeries niet meer op aparte (sub) websites bij de Rijksoverheid gepubliceerd, maar zijn ze nog wel, met de nodige moeite, op de omvangrijke website van de Tweede Kamer terug te vinden, of via de site "Open overheid". Een goed alternatief is de door de beroemde IT specialist Bert Hubert opgezette informatie service, die op een toegankelijke wijze de talloze documenten van de Tweede Kamer beschikbaar heeft gemaakt, zie daarvoor zijn sub-portal "tkconv".


In onderstaand detail overzicht heb ik bij de meeste parameters een onderverdeling gemaakt tussen de oorspronkelijke aanvragen onder SDE 2025 (a), de uiteindelijk beschikte hoeveelheden (b), resp. het daar uit bepaalde "score percentage" in % t.o.v. aangevraagd (c).

Tabel beschikkingen SDE 2025 "++" (voorlopig), kerncijfers en afgeleide berekeningen (Kamerbrief & Polder PV)


^^^
KLIK op het plaatje voor leesbare uitvergroting, verschijnt in apart venster.
Tabel data overgenomen uit Kamerbrief van 3 juli 2026, met als peildatum 23 juni 2026, en van diverse extra berekeningen voorzien door Polder PV.
Die tevens de gekleurde kaders voor zonnestroom gerelateerde project beschikkingen toegevoegde.

Er is in de huidige regeling, waarvoor wederom een bedrag van 8 miljard Euro was gereserveerd (na het record van 13 miljard Euro voor SDE 2022, de 8 miljard Euro voor SDE 2023, resp. 11,5 miljard Euro voor SDE 2024), extreem "overboden". Er is namelijk voor maar liefst 21,785 miljard Euro aan projecten aangevraagd. Met het verschijnen van de huidige kamerbrief is er "slechts" 7.998 miljoen Euro toegekend, pending het nog kleine, resterende bedrag, waarvoor waarschijnlijk nog enkele kleinere beschikkingen afgegeven zullen worden door RVO, om het budgetplafond van 8,0 miljard "vol" te maken. Wanneer dat geschiedt, is nog niet duidelijk.

Flink minder aanvragen, door verscherpte eisen, netcongestie, etc.

Van de oorspronkelijk ingediende 468 aanvragen †† (SDE 2024: 761), met een budget claim van bijna 21,8 miljard Euro (2,7 maal zo veel gevraagd dan het subsidieplafond van 8 miljard Euro), zijn er tot nog toe 283 voorzien van een beschikking van RVO (ruim 60%). Al zijn de eisen weer strenger geworden, en zullen de toegekende beschikkingen een hoge "kwaliteit" hebben, blijft de verwachting dat, gezien de chronische netcongestie (zie capaciteitskaart Netbeheer Nederland), er zeker bij de elektrische varianten (104 aanvragen toegekend), er mogelijk weer het nodige volume alsnog zal gaan afvallen in komende RVO updates, zoals de schokkende beschikking historie meermalen heeft laten zien de afgelopen jaren.

Van Veldhoven-van der Meer geeft aan dat van de (RVO 23 juni: 89) nog openstaande aanvragen de budget claim 0,7 miljard Euro was. Zelfs als hier nog veel projecten van zullen uitvallen, gezien het feit dat er nog maar 2 miljoen Euro valt te vergeven, zal het subsidieplafond beslist worden ingevuld.

†† In de kamerbrief met de aanvragen stond destijds voor categorie domein hoge temperatuur warmte een volume van 614 aanvragen vermeld. De optelling van de deelcategorieën kwam echter uit op 633 exemplaren. In de tabel is de kamerbrief gevolgd voor dat subtotaal volume. Bij de categorie Industriële warmtepomp (open) stond oorspronkelijk maar 1 aanvraag vermeld. Er zijn er echter 2 beschikt, goed voor 52 MW capaciteit (bij aanvraag nog maar 2 MW).

Hekjes

Van Veldhoven-van der Meer stelt verder, dat ondanks de extreme overtekening, de concurrentie kennelijk niet zo groot was als gedacht / gehoopt. Binnen het domein elektra kwamen er nóg minder aanvragen binnen dan onder SDE 2024, en het budget beslag binnen het "beruchte" domein CCS / CCU was ditmaal relatief beperkt (2,4 miljard Euro beschikt). Dit had tot gevolg, dat de diverse malen al gememoreerde "hekjes" binnen de andere 3 domeinen de facto weinig effect hebben gehad bij het toekennen van beschikkingen. Maar mogelijk wel hebben bijgedragen aan de flinke hoeveelheid aanvragen in die domeinen.

Afvallers

Ook benoemt ze, ondanks de herhaalde oproep om vooral geldige aanvragen te doen, dat toch weer de nodige project aanvragen niet voldeden aan de voorwaarden. Soms waren benodigde vergunningen niet voorhanden, en werden projecten al in een laat aanvraag stadium alsnog teruggetrokken, omdat benodigde bankgaranties ontbraken, en/of er te grote onzekerheden waren voor een sluitende business-case.

Toekenningen per "domein"; elektra onderaan

De optie met de hoogste impact was, volgens de in de kamerbrief getoonde "bijna vol beschikte" SDE 2025, CCS/CCU, met 2,43 miljard Euro aan toegekende beschikkingen (25 stuks). Domein moleculen volgde, met name door de hoge impact van optie waterstof uit elektrolyse (2 toekenningen), op de voet, met totaal 2,27 miljard Euro, verdeeld over 53 beschikkingen. LT-warmte deed goed mee, met cumulatief een toekenning van 1,8 miljard Euro (85 beschikkingen). De minister benoemt expliciet de optie lucht-water warmtepomp, waarvoor het dubbele aantal projecten sinds de vorige regeling werd verzilverd. De in de brief benoemde cijfers daarvoor zijn echter in de tabel alweer hoger (69 projecten, MEUR 594 toegekend).

Het hoge temperatuur warmte "neefje" was goed voor 16 beschikkingen, die bijna 1 miljard Euro wisten te verzilveren. Hekkensluiter is ditmaal het langjarig veruit populairste domein, elektriciteit. Dit kon onder SDE 2024 nog 722 miljoen Euro claimen bij de beschikkingen (334 stuks), maar dat is onder opvolger regeling SDE 2025 weer verder onderuit gegaan, met nog maar 104 toegekende projecten, en een budget claim van nog maar (maximaal) 509 miljoen Euro.

Zonnestroom volgt eerder ingezette neerwaartse trend, met ver onder 1 GWp aan toekenningen

Voor zonnestroom waren oorspronkelijk 166 aanvragen ingediend bij RVO (52% van het niveau bij SDE 2024, wat weer een kwart was van het volume onder voorganger SDE 2023), gepaard gaand met 1.075 MWp aan gevraagde capaciteit (53% van de 2.023 MWp onder SDE 2024, wat 60% van volume was van de 3.361 MWp onder SDE 2023; artikel 21 januari 2025). Voor SDE 2025 is 52% van het aantal toegekend (86 stuks), wat wederom een beduidend slechter resultaat is dan de 88% bij SDE 2024. Bij de capaciteit, slechts 773 MWp beschikt, is het resultaat in relatieve zin duidelijk beter, 72% van het gevraagde volume. Dit laat goed de verder eroderende projecten markt die voor SDE opteert zien, waarbij met name de kleinere rooftop projecten nauwelijks meer een poot aan de grond krijgen, maar vanwege de door alle ontwikkelingen "geforceerde" schaalvergroting, met name de vrijeveld installaties hier wederom de hoogste impact krijgen. Zelfs al moeten ze onder de huidige regeling allemaal aan het criterium "natuurinclusief" voldoen, wat de business-case extra op scherp zet. We zien verder, dat dit uiteraard ook gevolgen heeft voor de aangevraagde en toegekende project gemiddeldes bij de vrijeveld projecten.

Schaalvergroting bij zowel rooftop PV als bij veldopstellingen onder SDE "++" gecontinueerd

Op het gebied van de gemiddelde omvang van beschikte projecten zijn de piketpalen voor de zoveelste maal verder verzet voor zonnestroom toekenningen. De gemiddelde capaciteit is onder SDE 2025 namelijk alweer fors toegenomen, naar 8.988 kWp per beschikking (kolom 4b). Onder de voorganger regelingen was dat nog "slechts" 6.377 kWp (SDE 2024), 2.649 kWp (SDE 2023), 1.271 kWp (SDE 2022), 1.020 kWp (SDE 2021), resp. ongeveer 1 MWp onder de eerste SDE "++" regeling, SDE 2020-II. Onder de laatste SDE "+" regeling, SDE 2020-I, was het zelfs nog maar minder dan een vijfde van het gemiddelde onder SDE 2023 (500 kWp). SDE 2025 steekt hier met de kop boven de schouders bovenuit, wat voor een belangrijk deel mede wordt veroorzaakt door het zeer geringe overgebleven aantal rooftop toekenningen. De resterende capaciteits-claim wordt in steeds duidelijker mate door de toegekende grote veld projecten ingevuld.

De fotovoltaïsche installaties zijn onder SDE 2025 door Min. EZK - KGG, net als bij de aanvragen, wederom gesplitst in rooftop beschikkingen, toekenningen voor veld-installaties, en voor (alleen) projecten drijvend op water (zie gele kader in tabel). De ene aanvraag voor de speciaal voor deze SDE regeling in het leven geroepen categorie façade systemen heeft het kennelijk niet gered, deze is (volgens de status van de kamerbrief) niet toegekend.

Beschikte rooftops slinken waar we bij staan, maar worden, net als de veldopstellingen, per stuk weer groter

De rooftop exemplaren claimen weliswaar nog steeds de meerderheid bij de aantallen, 50 stuks, maar dat is slechts 23% van het al zeer lage volume beschikkingen onder SDE 2024. De toegekende capaciteit is wederom véél lager dan bij de veldopstellingen, die 17 minder beschikkingen hebben gekregen. Solar rooftops kregen ditmaal slechts 140 MWp toegekend, veel minder dan de 448 MWp onder SDE 2024, waarbij onder SDE 2023 zelfs nog 1.519 MWp werd verzilverd in dat segment. De afgeleide gemiddelde capaciteit is daarmee bij de rooftop projecten 2,8 MWp geworden, wederom flink hoger dan de 2.055 kWp onder SDE 2024, en de 1.390 kWp bij SDE 2023. Ook in dit deelsegment is er dus een continue toename van de schaalvergroting, al houdt het overgebleven aantal toegekende projecten beslist niet over. Het beschikte budget voor de dak installaties bedroeg 68 miljoen Euro, grofweg de helft van het budget onder SDE 2024, en slechts 11% van de 634 miljoen Euro onder SDE 2023.

De categorie veldopstellingen kreeg "slechts" 33 beschikkingen toebedeeld (65% t.o.v. de aanvragen). Het daarmee gepaard gaande beschikte vermogen was echter goed voor 575 MWp (74% van aanvragen). Dat is fors hoger dan het beschikte volume voor de rooftops, wat voor de zoveelste maal tegen het "gewenste" beleid in Den Haag in gaat, om juist rooftop PV projecten te (willen) "bevorderen". Het toegekende volume is 37% van de 1.563 MWp beschikt onder SDE 2023. Het gemaximeerde budget voor deze zuivere veldopstellingen was in de huidige ronde 262 miljoen Euro, bijna hetzelfde niveau als onder SDE 2024. Dit betekent, dat voor dezelfde subsidie Euro er in theorie flink meer capaciteit geplaatst zou (kunnen) worden. Als de projecten uiteindelijk ook volgens de beschikking worden gebouwd. Bij de realisatie wordt echter zeer frequent afgeweken van de oorspronkelijk toegekende capaciteit, wat afhankelijk is van diverse factoren.

Er zijn ook nog 3 van de 4 aanvragen voor drijvende zonneparken toegekend, met een vermogen van 58 MWp. De toegewezen budget claim is 28 miljoen Euro.

De verhouding budgetclaim bij veldopstellingen versus rooftop projecten is 3,9 : 1. De verhouding bij de toegekende capaciteit is zelfs 4,1 : 1. Ook hier geldt dus weer, dat er bij de veldopstellingen "een efficiëntere wijze van de inzet van overheids-geld" plaatsvindt ("more bang for the buck"), dan bij de ogenschijnlijk zo beminde dak projecten.

Hoge gemiddelde capaciteiten per beschikking - risico's voor lokale participatie (ctd.)

De gemiddelde omvang per beschikking is 2,80 MWp bij de rooftops, wat weer beduidend hoger is, dan de 2,06, resp. 1,39 MWp gemiddeld onder de voorgaande regelingen. Wat ook / zelfs in de sub-sector daksystemen (sensu lato) wijst op een nog verdere schaalvergroting, bij de aanvragen die daadwerkelijk een beschikking hebben kunnen verzilveren.

Bij de klassieke zonnepark beschikkingen is het gemiddelde 17,4 MWp, bij floating solar zelfs 19,3 MWp. Nemen we deze 2 bij elkaar, is het gemiddelde van de sub-populatie "klassiek veld + drijvend" onder SDE 2025 17,6 MWp. Dit ligt weer wat lager dan de 21,3 MWp, resp. 18,3 MWp gemiddeld per beschikking bij de voorgaande 2 SDE regelingen. Bij SDE 2022 was het gemiddelde van veld- en drijvende opstellingen (toen niet gesplitst) 11,5 MWp per beschikking, onder SDE 2021 lag dat op een vergelijkbaar niveau (11,6 MWp), onder SDE 2020-II op slechts 5,0 MWp. In vijf opvolgende SDE "++" regelingen, is dat gemiddelde niveau dus beduidend hoger geworden.

Het is duidelijk dat de schaalvergroting op alle niveaus verder gaat, wat vermoedelijk, gezien de toegenomen risico's rond dergelijke kapitaal-intensieve projecten, een "vlucht naar voren" bij de ontwikkelaars inhoudt, zowel bij rooftop als bij veld en drijvende projecten. Dit gaat een zeer groot probleem opleveren voor de haalbaarheid van "participatie" (sensu lato) bij de honderden grotendeels uit vrijwilligers bestaande energiecoöperaties, die met steeds grotere financiële lasten worden geconfronteerd om bij dergelijke projecten in te stappen. Het afbreuk risico van dergelijke trajecten wordt alleen maar groter, omdat op een gegeven moment er harde, beslist na te komen afspraken gemaakt moeten gaan worden over de wijze van financieren. Veel kleinere coöperaties, met te weinig financiële expertise en/of buffers, zullen dat vermoedelijk niet meer kunnen trekken. Bij diverse energie coöperaties is zelfs al de handdoek in de ring gegooid bij dergelijke projecten, omdat ze niet meer te verantwoorden zijn voor het vaak bescheiden aantal leden. Zie recente voorbeelden bij zonnepark Zomereiken te Groenlo (Gld) en bij zonnepark Betuwelijn in Hardinxveld-Giessendam, ZH (coöp Drechtse Energie).

Berekeningen en afgeleide parameters in tabel

In de tabel heb ik nog enkele zaken toegevoegd, berekend uit de voorgaande drie parameters (aantal beschikkingen, capaciteit, en maximaal toegekende subsidie). Deze zijn weergegeven in de kolommen 4, 5 en 6. Ook hierin is weer de onderverdeling gemaakt naar oorspronkelijke aanvragen, uiteindelijke beschikkingen, en de "score" ratio in % t.o.v. oorspronkelijk aangevraagd. Deze kolommen geven achtereenvolgens weer: de gemiddelde capaciteit per aanvraag cq. beschikking in megawatt (4), de gemiddelde subsidie per aanvraag / beschikking in miljoen Euro (5), resp. de gemiddelde subsidie per gevraagde / beschikte megawatt in miljoen Euro (6).

In de zevende kolom volgen de geclaimde (berekende) CO2 reductie potentiëlen van aanvragen resp. beschikkingen, in megatonnen CO2 reductie per jaar. Als alle toegekende beschikkingen daadwerkelijk zouden materialiseren, zou maximaal onder SDE 2025, met de in de kamerbrief gemelde toekenningen, een reductie van 1,76 megaton/jaar, volgens de in de brief opgenomen tabel gehaald kunnen gaan worden (onder SDE 2024 nog 1,66 megaton/jaar, onder SDE 2023 2,39 megaton/jaar, bij SDE 2022 4,58 megaton/jaar). Uiteraard gaat dat niet lukken, vanwege de beruchte, al jaren voortdurende wegval van toegekende projecten, om diverse redenen. Wel kan er nog een marginale hoeveelheid extra volume bijkomen, gezien de paar tientallen aanvragen die nog in behandeling waren toen de kamerbrief werd verstuurd. Al zet de nog zeer beperkte hoeveelheid overgebleven budget daar ook weer een flinke rem op. Veel zal dat niet worden.

De achtste kolom, tot slot geeft, voor alleen de beschikte projecten, de door MinEZK opgegeven "subsidie intensiteit" per optie weer, in Euro per ton CO2. Dat geeft min of meer, onder de nodige aannames, de "effectiviteit" van de bewuste optie weer om voor dezelfde Euro een maximale hoeveelheid CO2 reductie te bewerkstelligen. Voor alle opties bij elkaar (momenteel beschikt) zou het gemiddelde neerkomen op ongeveer 264 Euro per ton CO2 reductie excl. de nog niet verwerkte paar aanvragen. Hetgeen weer een hogere intensiteit is dan de 145, resp. 153 Euro per ton onder SDE 2024 en SDE 2023, resp. 149 €/ton onder SDE 2022. Bij de aanvragen binnen de SDE 2025 lag dat ditmaal op een gemiddeld láger niveau, op 252 €/ton.

Door allerlei kunstgrepen heeft rooftop solar wederom een lage drempelwaarde, van 94 Euro per ton (SDE 2024 minus 15 Euro/ton, SDE 2023 144 Euro/ton negatief; SDE 2022: 67 Euro/ton positief). De veldinstallaties zitten veel hoger, op 178 Euro per ton. Drijvende projecten hebben ditmaal een hoge subsidie intensiteit toebedeeld gekregen, van 265 Euro/ton (nog negatief onder SDE 2024). Ondanks de, ten opzichte van de rooftops "ongunstiger" footprint, blijkt het grootste deel van de veld-projecten gewoon toegekend door RVO, met een hoger aandeel beschikt dan bij de dak project aanvragen. Er zullen dus, mede gezien het feit dat er al veel voorbereidend werk in dergelijke projecten is gestoken, waarvoor ook al het nodige geld is uitgegeven, blijvend meer zonneparken, op veld, en, in zeer bescheiden mate, op water, komen vanuit de nationale SDE regelingen. Een trend die al jaren gaande is, en die niet zonder draconische politieke ingrepen is te stoppen, ondanks alle maatschappelijke reuring hier over.

Portfolio aan nog in te vullen SDE (+, ++) beschikkingen PV weer verder gegroeid

Hierboven is aangegeven dat in de huidige SDE 2025 regeling voor (minimaal) 773 MWp extra aan PV is beschikt. In de RVO update van 1 april 2026 was er van SDE 2019-II tot en met SDE 2024 voor zonnestroom een volume over van 4.674 MWp wat nog moest worden ingevuld. Als we van die recente status uitgaan, en daar de huidige SDE 2025 toekenning bij optellen, staat er tot en met de hier besproken regeling nu een nog te realiseren portfolio voor zonnestroom projecten open van maximaal 5.447 MWp (5,4 GWp), die nog ingevuld zal moeten gaan worden via de vigerende SDE regelingen ("nee" vinkje). Dat, in combinatie met het voorlopig geaccumuleerd totaal vermogen van 29,4 GWp (recent aangepast CBS cijfer) aan het eind van 2025 op het netvlies, wat reeds gepaard is gegaan met zeer grote problemen bij de net infrastructuur en diverse andere complicaties (personeel, leveringsproblemen, capaciteit beperkingen, peak-shaving, spanningsproblemen op laagspanningsnetten). En nog exclusief de reeds gerealiseerde tussentijdse groei in zowel de projecten markt (inclusief de installaties zonder SDE), als in de tm. medio 2023 zeer hard gegroeide, maar daarna onderuit gaande residentiële markt. De grote vraag blijft dan ook weer gesteld worden: wat gaat er "over" blijven van het theoretische potentieel van, in totaal aan realisaties + SDE beschikkingen = bijna 35 GWp PV capaciteit in ons land?

Andere "zonnige" platforms niet van betekenis

In tegenstelling tot het zeer beperkte volume van 3 beschikte projecten voor thermische zonne-energie onder SDE 2022, zijn er zowel onder SDE 2023 en SDE 2024 geen aanvragen, en dus ook geen beschikte projecten gekomen. SDE 2025 heeft slechts 1 beschikt project opgeleverd, wat kennelijk zo klein is, dat voor het vermogen "0" is weergegeven. Een andere aanvraag heeft het niet gehaald. De grootschalige thermische ZE sector heeft kennelijk, ondanks af en toe een mooie installatie, al langere tijd flinke opstart problemen. De SDE condities zijn blijkbaar al jaren "blijvend niet stimulerend" voor dit solar platform.

De 3 domeinen Lage en Hoge temperatuur warmte, en Moleculen, zijn ook onder deze regeling met "hekjes" beveiligd tegen een te hoge vraag uit de domeinen elektriciteit (klassieker), en CCS / CCU (relatief nieuw). Deze "hekjes" blijken onder de huidige regeling nauwelijks noodzakelijk te zijn geweest, gezien het commentaar van de verantwoordelijke minister (zie hier boven). Voor de details m.b.t. de in betekenis flink toegenomen vier overige platforms verwijs ik gaarne naar de tabel.

Openstelling en contouren SDE 2026

Ruim 6 pagina's van de kamerbrief bevatten details rond de openstelling, voorwaarden, en invulling van 2 openstaande kamer moties m.b.t. de SDE 2026. In het nieuwe coalitie akkoord van kabinet Jetten is vastgelegd dat deze al lange tijd bestaande, doch continu aangepaste subsidie regeling, tot en met 2032 van middelen zal worden voorzien. Voor SDE 2026 is 8 miljard Euro beschikbaar (kamerbrief 13 februari 2026). Door onvoorziene omstandigheden (o.a. problemen aanpassingen ICT voor het verwerken van data bij de CCS "opslag en transport" optie) is de openstelling vertraagd. Deze is verzet naar 27 oktober 2026, waarbij de eerste fase (met fase grens voor aanvragen tm. 75 Euro per ton CO2 reductie) wordt opengesteld. Dan volgen nog eens vier fases, die ingaan op 2, 9, 16 en 23 november, met projecten die kunnen indienen tot 150, 225, 300, resp. 400 Euro per ton geclaimde CO2 reductie. De intekening sluit in de namiddag van 26 november dit jaar. De regelingen met de details zouden "binnenkort" worden gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van RVO. Eerste resultaten van deze nieuwe "tender" zouden met de kamer worden gedeeld in de wintermaanden na de sluiting van de SDE 2026 ronde.

In de kamerbrief worden weer de nodige categorie-specifieke punten nader uitgewerkt, waarvan veel gaat over de optie CCS en CCU (CO2 opslag en -gebruik), de systematiek bij het omgaan met "negatieve emissies" en daarmee gepaard gaande "CDR credits", aanpassing realisatie termijn van complexe projecten, mogelijke vervanging van vergunning door "verklaring van vergunbaarheid" voor subsidiabel worden van enkele opties binnen de 2 warmte domeinen (vanaf 2027), coulance regeling VertiCer wegens gewijzigde aanvraag systematiek Garanties van Oorsprong (GvO's) voor "groen gas", e.d. Hogetemperatuur pompen voor (stads)warmte netten gaan ook worden gestimuleerd. Voor details, zie de Kamerbrief, ik licht slechts enkele voor zonnestroom / elektra relevante zaken hier onder uit.

Verscherping transport indicaties voor zonnestroom

Er is (enorm) veel uitval van beschikte PV projecten in de laatste SDE regelingen, zie de al jaren bijgehouden uitval door Polder PV (update april 2026). Geclaimd wordt, dat dit te maken heeft met de alomtegenwoordige netcongestie. Om te voorkomen dat middelen worden gereserveerd voor de vele PV projecten die niet worden gerealiseerd, is in samenspraak met de netbeheerders en branche organisatie Holland Solar gewerkt aan het "aanscherpen" van de al jaren noodzakelijke transport indicatie die van de netbeheerder verkregen wordt, en die sowieso verplicht is om een SDE aanvraag te kunnen doen. Aangescherpte regels zouden in een beoordelings-kader voor deze transportindicatie worden gepubliceerd door de netbeheerders, en het al enige tijd actieve platform Partners in Energie.

Invoedingstarief (ACM)

Energiemarkt waakhond ACM is al enige tijd bezig met het opstellen van regels voor een invoedings-tarief voor producenten van elektra, die de rap stijgende kosten van de transportnetten moet helpen te dekken (nieuwsbericht 30 april 2026). Uiteraard zou dit ook gaan gelden voor zonnestroom opwekkers. Na "geuite zorgen" van de minister, dat dit flink nadelig zou kunnen gaan uitpakken voor alle elektra invoedende partijen die via de SDE systematiek gesteund (zouden gaan) worden, heeft ACM in repliek aangegeven, dat er voor bestaande grote producenten, of voor projecten waarvoor de definitieve investerings-beslissing vóór de geplande invoer datum, 1 januari 2032, wordt genomen, naar analogie van de situatie in Duitsland, een overgangstermijn van 20 jaar zou gaan gelden, waarbinnen zo'n invoedings-tarief niet zou worden toegepast (bericht 30 juni 2026). Dat betekent, dat voor alle projecten die op tijd binnen SDE 2026 worden gerealiseerd, dat overgangs-recht zou gaan gelden. ACM komt zo spoedig mogelijk met de door hen opgestelde voorwaarden voor het geplande tarief.

Uiteraard gaan álle invoedende (grote) partijen na genoemde 20 jaar ook dat tarief betalen. De problemen op het net zijn dermate groot, en kosten zo veel geld, dat het adagium "free lunch" op dat punt voorgoed historie zal moeten worden. De termijnen lijken Polder PV aan de riante kant, talloze productie installatie eigenaren (met zeer grote PV en andere stroom opwekkende project portfolio's) ontspringen met deze plannen namelijk (alsnog) langdurig de dans.

Kamer moties

Er worden, tot slot, ook nog 2 kamer moties inhoudelijk behandeld ("afgedaan").

De eerste is een gewijzigde motie van het Laurens Dassen van Volt, die oproept tot onderzoek of "uitgestelde levering met batterijopslag binnen de SDE++ mogelijk gemaakt kan worden voor nieuwe en bestaande projecten".

Bepalend voor succes is of er GvO's voor netlevering vanuit de batterij kunnen worden verstrekt. Dit is mogelijk via de al langer op de markt gezette optie van een zogenaamde MLOEA aansluiting via de netbeheerder, "Meerdere leveranciers op één aansluiting", aldus de minister. Andere projecten ontvangen geen, of minder subsidie. De Minister onderzoekt de mogelijkheid om "uitgestelde levering" via accu's mogelijk te (gaan) maken onder komende SDE regelingen, maar is daarbij ook afhankelijk van het standpunt van de Europese Commissie. Het vigerende beleid daar is namelijk dat uitgestelde levering subsidiëren alléén mogelijk is bij projecten, waarbij er géén fysieke mogelijkheid is tot afname van stroom van het distributienet. Vanuit systeemperspectief is het beste scenario, dat batterijen alleen netstroom zouden mogen gebruiken, i.p.v. zelf opgewekte elektriciteit. Het allergrootste deel van de grotere batterijen in Nederland, is netgekoppeld. Sowieso zou uitgestelde levering opnemen binnen het SDE raamwerk aparte regelgeving behoeven. Of en hoe dat ingepast kan worden, is onderdeel van nader onderzoek.

De tweede motie is al een stuk ouder, ingediend op 2 oktober 2025, door kamerleden Grinwis (ChristenUnie) en Rooderkerk (D66). Deze riep het destijdig nog functionele kabinet Schoof op "zich maximaal in te spannen om de investeringsstroom via de SDE++ voor 2027 en daaropvolgende jaren op peil te houden", en de kamer daarover te informeren. Na SDE 2026 zouden er namelijk geen middelen meer zijn gereserveerd om de doelstellingen van 2030 te kunnen behalen. Het ministerie heeft Aurora Energy Research ingeschakeld om onderzoek te doen naar de benodigde middelen. Daar kwam uit, dat er jaarlijks ongeveer 10,5 miljard Euro aan budget nodig was om zowel generieke EU als nationale doelstellingen te behalen, daarbij rekening houdend met andere (bestaande) subsidie regelingen en reeds gerealiseerde projecten. Het rapport is als bijlage bij de kamerbrief te vinden op de Tweede Kamer website.

Omdat het behalen van genoemde doelstellingen niet alleen via de SDE hoeft te geschieden, maar ook via o.a. normering (vervoer), beprijzing (groen gas injectie) e.d. kan geschieden, is het nieuwe kabinet tot hun nieuwe beleid gekomen, om nog 6 nieuwe openstellingsrondes, tussen 2027 en 2032, en elk met een indicatief budget van 8 miljard Euro, te gaan initiëren. Daarbij is rekening gehouden met de "beschikbare kasmiddelen". Waarmee ook deze oudere motie is afgehandeld.

Bronnen

Extern:

Resultaten SDE++ 2025 en openstelling SDE++ 2026 (Kamerbrief met bijlagen, gepubliceerd op website Tweede Kamer, 3 juli 2026. Ook beschikbaar via info service Bert Hubert, via deze link)

Kamerbrief over voorlopige resultaten regeling SDE++ 2024 en openstelling 2025 (6 juni 2025; Kamerbrief voorlopige resultaten SDE++ 2024 en diverse andere zaken, website Rijksoverheid)

Kamerbrief over stand van zaken openstelling SDE++ 2024 en resultaten SDE++ 2023 (17juni 2024; Kamerbrief definitieve resultaten SDE++ 2023, en diverse andere zaken, website Rijksoverheid)

Kamerbrief stand van zaken SDE++ en resultaten SCE en SDE++ 2022 (26 april 2023; Kamerbrief definitieve resultaten SDE++ 2022, status SCE 2022, en diverse andere zaken, 10 pagina's, website Rijksoverheid)

Intern

SDE 2026:

Kamerbrief - eerste contouren SDE 2026 (9 maart 2026)

SDE 2025:

Grootste deel toekenningen SDE 2025 (zesde SDE "++") gepubliceerd, zonnestroom slechts 86 beschikkingen, met 773 MWp nog maar 43% van volume SDE 2024; openstelling SDE 2026 (10 juli 2026, huidige artikel)

"Contracts for Difference" plannen voor opname in SDE regelingen. (23 april 2026)

Zesde SDE "++" ronde (najaar 2025). Budgetplafond weer extreem overschreden met factor 2,7; zonnestroom aanvragen verder neerwaarts, 166 exemplaren, 1.075 MWp, 47% lager dan in SDE 2024 (16 december 2025)

Contouren SDE 2025 en zonnestroom (25 februari 2025)

SDE 2024:

Aangepast RVO SDE overzicht eerste kwartaal 2026 - 240 MWp netto toename PV project beschikkingen sedert 1 januari 2026 & "herhaal blunder" RVO. (update RVO met realisatie peildatum 1 januari 2026, incl. SDE 2024; 30 april 2026)

Nieuwe statistiek SDE bij RVO na 50 detail analyses Polder PV uitgekleed, waarde voor Nederlandse PV statistieken sterk verminderd (30 april 2026)

RVO SDE overzicht laatste kwartaal 2025 - 388,3 MWp netto toename PV projecten sedert 1 oktober 2025, kalenderjaar 2025 905 MWp, 35% minder dan in 2024. Jaargroei volumes 2023 & 2024 in actuele RVO bestand voorlopig 1.762 MWp & 1.394 MWp. (update RVO met realisatie peildatum 1 januari 2026, incl. SDE 2024; 12 januari 2026)

SDE 2024 deel 4. RVO SDE overzicht derde kwartaal 2025 - 330,7 MWp netto toename PV projecten sedert 1 juli 2025, eerste 9 maanden 35% minder dan in 2024. Nieuwe jaargroei 2023 & 2024 voorlopig 1.766 MWp & 1.358 MWp. (9 oktober 2025; eerste RVO - SDE analyse met inbegrepen SDE 2024)

SDE 2024 (vijfde SDE "++"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken, en herhaling van een opmerkelijk Nederlands accent (10 september 2025)

SDE 2024 (vijfde SDE "++"). Deel 2. Kern parameters cumulaties alle SDE - SDE "++" beschikkingen (24 juni 2025)

Toekenningen SDE 2024 (vijfde SDE "++") gepubliceerd, deel 1 - zonnestroom weinig beschikkingen, toch flink volume, 1.792 MWp (23 juni 2025; huidige artikel)

Vijfde SDE "++" ronde (najaar 2024). Minder aangevraagd dan budget plafond, 10,5 md Euro; zonnestroom aanvragen duidelijk achterblijvend, 2.023 MWp, 40% lager dan in SDE 2023 (21 januari 2025)

SDE 2023:

Vierde SDE "++" ronde (najaar 2023). Record aangevraagd / overtekend budget 16,3 md Euro; zonnestroom blijvend hoge vraag, met 3.361 MWp helft hoger dan in SDE 2022 (27 oktober 2023)

SDE 2023 nog geen uitsluitsel bij kamerbrief, wel transportindicaties bekend (6 maart 2024)

Toekenningen SDE 2023 (vierde SDE "++") gepubliceerd, deel 1 - zonnestroom verrassend op hoog niveau beschikt, 3.128 MWp (17 juli 2024)

SDE 2023 (vierde SDE "++"). Deel 2. Kern parameters cumulaties alle SDE - SDE "++" beschikkingen (17 juli 2024)

SDE 2023 (vierde SDE "++"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken, en een opmerkelijk Nederlands accent (26 juli 2024)

SDE 2023 analyse. Deel 4, RVO data tweede kwartaal 2024 - ruim 428 MWp netto realisaties PV projecten sedert 1 april 2024, en 630 MWp beschikte capaciteit verloren gegaan. Nieuwe jaargroei 2023 voorlopig 1.678 MWp (1 augustus 2024)

SDE 2022 en eerder: zie bronnenlijst bij bespreking SDE 2023 (onderaan artikel)


 
^
TOP

8 juli 2026: CBS update deel 3. Maandelijkse zonnestroom producties, verhouding met data Energieopwek.nl, en relatie met generaties bij andere hernieuwbare stroom bronnen. In het eerste artikel in deze reeks behandelde ik de nieuwe capaciteit cijfers van het CBS voor zonnestroom, voor heel 2025. In het tweede deel werd de capaciteit per capita verhouding tussen Nederland en voormalig wereldkampioen Australië van een update voorzien. In dit derde deel worden de maandelijkse stroom producties getoond, wordt weer een uitgebreide vergelijking gedaan met de bekende data van het Energieopwek.nl portal, en wordt de verhouding van de jaarproducties t.o.v. andere hernieuwbare, en niet hernieuwbare energie bronnen in Nederland gepresenteerd. Dit, uiteraard, geïllustreerd met verduidelijkende grafieken, zoals u van Polder PV gewend bent.


Maandelijkse producties (meestal) stapsgewijs hoger

CBS houdt ook per maand de berekende zonnestroom producties bij. De laatste keer dat ik dit grafisch zichtbaar had gemaakt was in de update van 9 maart 2026, tot en met de toen bekende maandproducties tm. december 2025. Door forse capaciteit aanpassingen zijn in een eerder stadium oudere maandproductie data flink bijgesteld voor de jaren 2023-2024. Inmiddels zijn alle voorlopige maandproducties van 2025 bekend dan wel deels aangepast, en zijn de door CBS berekende producties in de maanden januari tm. april 2026 voor het eerst gepubliceerd.

Hier onder geef ik de bijgewerkte grafiek met alle maandcijfers weer, tm. april 2026. Ten opzichte van de vorige update gepubliceerd op Polder PV zijn de maandproductie cijfers van februari tm. december 2025 inmiddels gewijzigd, en zijn de eerste vier maandproductie cijfers in 2026 bekend geworden. Maandproductie cijfers wijzigen regelmatig bij het CBS. De wijze van berekenen wordt bij het CBS steeds verfijnder. Ze hebben hier in december 2023 zelfs een long-read aan gewijd, zie link naar dat interessante artikel. Bovendien wijzigen de onderliggende capaciteits-data regelmatig, op basis van nieuwe informatie die bij het CBS binnenkomt, wat noopt tot aanpassingen van de berekende producties. Voor 2024 zijn in de huidige update nog geen aanpassingen doorgevoerd. De definitieve maandproducties voor dat jaar zouden eind 2026 bekend moeten worden gemaakt, volgens de reguliere data planning van het statistiek instituut.

De volledige (voorlopige) maandreeks voor 2025, tm. december, was in de vorige update reeds beschikbaar, en, met grotendeels weer aangepaste cijfers, weergegeven in de bovenste donkerblauwe curve. Opvallend is, dat er hoge producties zijn berekend in de maanden februari tm. mei 2025. Januari startte een stuk lager dan dezelfde maand in 2024, maar die maand was volgens het KNMI zonnig, met landelijk gemiddeld 86 zonuren tegen 68 zonuren normaal. Januari 2025 was aan de sombere kant met gemiddeld 62 zonuren. Dat verklaart waarom, ondanks tussentijdse uitbouw van de participerende PV capaciteit in deze grafiek, het volume in januari 2025 duidelijk onder de (berekende) output van januari 2024 ligt. Er zijn nog wel bijstellingen mogelijk in latere CBS updates, maar dat geldt voor beide maanden. De verwachting is, dat de getoonde verhouding tussen die 2 maanden niet significant zal wijzigen.

Tussen februari en september liggen de productie resultaten voor 2025 inmiddels duidelijk boven die in de voorgaande jaren. Tot en met het vroege najaar, is 2025 op alle fronten kampioen in de relevante, zonrijke delen van het jaar. Alleen oktober een sombere maand, aldus het KNMI, ligt onder de curve van 2024. December 2025 is inmiddels flink opgewaardeerd, en heeft een berekende record opbrengst gekregen, van 425 GWh, 67% meer dan het nu bekende cijfer voor december 2024. Anton Boonstra stelde vast, dat december 2025 maar liefst 54% meer horizontale instraling had, dan december 2024, dus dat lijkt daar aan te liggen (post Boonstra op Bluesky, 3 januari 2026).

Ook deze verhoudingen kunnen nog wijzigen in komende cijfer updates, behalve voor de jaargangen tm. 2023. Die cijfers zouden "finaal" zijn vastgesteld door het CBS.

De eerste resultaten voor januari tm. april 2026 (donkergroene curve) liggen iets onder (februari, maart), tot iets boven (april) de nu bekende resultaten voor 2025. Ook deze cijfers kunnen nog behoorlijk wijzigen, later zullen we zien hoe de werkelijke verhoudingen zullen blijken te zijn. Vanwege de beperkte capaciteits-uitbouw in 2026, zullen de verschillen met 2025 niet zeer groot worden, zo is de verwachting.

In een vorige update was juni 2023, vanwege met name de zeer zonnige condities, nog de houder van het maandproductie record (3.494 GWh). Daar zijn inmiddels 3 maanden in 2025 alweer overheen gegaan, achtereenvolgens juli (3.606 GWh), en juni (3.780 GWh). Nieuw kampioen is, momenteel, mei 2025, met 3.845 GWh berekende zonnestroom productie, 4,6% meer dan de gemiddelde jaar productie van kernsplijter Borssele (3.675 GWh/jr in de periode 2018-2025). En het ligt 10% hoger dan bij de voorgaande recordhouder, juni 2023.

De volumes in 2024 waren niet bovenmatig spectaculair, maar liggen in de meeste maanden wel wat hoger dan de vergelijkbare maanden in 2023. De piek ligt tot nog toe in juli, met 3.294 GWh.

Aan het verloop van de curves per kalenderjaar, zien we dan ook dat de output pieken beslist niet altijd in dezelfde (zomer) maand hebben gelegen, wat met generieke weer verschillen heeft te maken tussen de maanden onderling. In 2015, 2016, 2020 en in 2025 was op het gebied van zonnestroom mei de meest productieve maand, in 2018 en 2024 juli, en in 2017 augustus. Juni had de hoogste producties in 2019, en in 2021 tm. 2023.

In de winter is de productie het laagst, meer specifiek de december maand. Toch nemen ook in die maand de producties toe, vanwege de voortdurende capaciteits-uitbouw van het PV-park. Het verschil tussen december 2015 en december 2025 is, met de huidige beschikbare cijfers al opgelopen tot een factor 16,3 (26, resp. 425 GWh). In de zomer is het verschil wel een stuk groter, tussen mei 2015 en nieuwe record maand mei 2025 is dat een factor 25,3. Er wordt op alle fronten naarstig gezocht naar methodieken, om die forse seizoensverschillen te gaan opvangen, en om de pieken in de zomermaanden zo goed als mogelijk "af te vangen". Hetzij via peak-shaving en/of curtailing (weggooien van piek productie), tijdeljke opslag (vooralsnog alleen in korte termijnen haalbaar), hetzij via omzetting in "moleculen" (bijv. H2), om de netten zo goed als mogelijk te ontzien. Dit is een proces van lange adem, we hopen op spoedig commercieel succes van zoveel mogelijk oplossingsrichtingen. Die elkaar ook weer "scherp" zouden moeten houden, om kosten reductie in gang te zetten voor alle succesvolle techieken.

Maandelijkse producties voortschrijdend in de loop van de tijd

Deze grafiek heb ik ook vaker getoond, en deze is nu ook tot en met april 2026 bijgewerkt. De resultaten zijn tm. 2023 "definitief", vanaf januari 2024 nog "nader voorlopig", en voor 2026 "voorlopig".

In deze grafiek zijn de maanden achter elkaar weergegeven, in een lange reeks van januari 2015 tot en met (de voorlopige resultaten voor) april 2026. Goed is te zien dat de maandproductie pieken in de zomerse maanden bijna continu hoger worden, tot het voorlopige, nieuwe record van 3.845 GWh in mei 2025. Dat ligt, zoals reeds gezegd, 10% boven de maximale productie in juni 2023, en is zelfs een factor 25 maal de productie piek in 2015 (mei, 152 GWh). In 2024 vond de tot nog toe berekende maximale productie ditmaal in juli plaats, maar die piek is, met 3.294 GWh, beduidend lager dan de pieken in de 2 omliggende jaren. Met name de volumes in 2025 (en 2026) zullen nog wel behoorlijk kunnen wijzigen in komende cijfer updates van het CBS.

Kijken we naar de jaarlijkse maandgemiddelde opbrengsten, apart door horizontale streepjeslijnen weergegeven in de grafiek, is het verschil tussen 2025 en 2015 een stuk lager, maar nog steeds zeer hoog, een factor van 23 (92 GWh/mnd in 2015, 2.156 GWh/mnd in 2025). 2024 lag, met een gemiddelde productie van 1.819 GWh/mnd, tussen de niveaus van 2023 (1.634 GWh/mnd), en 2025 in. Ook de data voor 2024 kunnen nog enigszins wijzigen.


Hoogste kwartaal productie tm. 2025

Wat de kwartaal producties betreft, zijn eerder al, door diverse wijzigingen, wat zaken veranderd. Tot en met eind 2024 was het tweede kwartaal van dat jaar recordhouder, met een berekende productie van 8.658 GWh (aangepaste cijfers). Dit is een factor 4,3 maal zo veel productie dan in het laatste kwartaal (1.998 GWh), wat logisch is, omdat daar 2 winterse maanden met korte dagen in zitten.

Inmiddels hebben twee kwartalen in 2025 dat oude record alweer verbroken. QIII 2025 komt nu op 9.097 GWh, maar de absolute nieuwe kampioen heeft nu al meer dan 10 TWh als berekende productie staan. QII 2025 heeft volgens de laatste CBS berekeningen 10.782 GWh zonnestroom productie opgeleverd. Dat is alweer 24,5% hoger dan het record kwartaal QII 2024. QII 2025 bevatte dan ook "zeer zonnig april", "zeer zonnig mei", én "zeer zonnig juni", dus dat hoeft niet te verbazen.

Het eerste kwartaal van 2026 komt tot nog toe nog 9% lager uit dan QI van 2025. Dit kan nog veranderen in komende updates bij het CBS.

Maand producties 2019 - april 2026 op een rij (tabel)


^^^
Klik op plaatje voor uitvergroting in apart venster

In deze tabel staan per maand, voor de jaren 2019 - 2025, en januari - april 2026, de door het CBS (her)berekende zonnestroom producties (in GWh per maand). Links van de zwarte balk de absolute producties, met onderaan de jaar volumes. Toenemend van 5,4 TWh in 2019, via 8,6 TWh in 2020, 11,3 TWh in 2021, 16,7 TWh in 2022, 19,6 TWh in 2023 (definitief), en 21,8 TWh in 2024 (nader voorlopig), tot alweer 25,9 TWh in 2025 (nader voorlopig). In de eerste vier maanden van 2026 berekende CBS alweer, nog zeer voorlopig, 6,9 TWh productie. Cijfers voor 2024, en, vooral, voor 2025 en 2026, kunnen nog wijzigen in een later stadium.

Rechts van de zwarte balk zijn de verschillen in de afzonderlijke maandproducties tussen, achtereenvolgens 2019-2020, 2020-2021, 2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025 weergegeven. Met telkens in de linker kolom het absolute verschil in berekende productie, en rechts ernaast, het relatieve verschil t.o.v. de productie in de betreffende maand van het eerstgenoemde jaar, in procent.

De extremen bij de relatieve verschillen vinden we voor 2020 t.o.v. 2019 tussen 11% voor februari, resp. 114% voor maart. In de vergelijking van 2020-2021 zijn de extremen terug te vinden bij mei (9% verschil t.o.v. mei 2020), resp. februari (107% meer productie in 2021 dan in 2020). Voor de verschillen tussen 2021 en 2022 is dit het laagst in januari (19%), en het hoogst in maart (76% meer productie in deze exceptioneel zonnige maand in 2022 t.o.v. maart 2021).

Bij de verschillen tussen 2023 en 2022 is er een opmerkelijke -18% voor maart (vanwege de extreem zonnige maart 2022), versus een maximale plus van 42% voor juni. Vergelijken we 2023 met 2024, vallen zelfs twee negatieve percentages op, voor februari (-12%), resp. juni (-6%). De max. is daar een zeer forse 88% meeropbrengst in relatief zonnig januari 2024 t.o.v. de berekende output in somber januari 2023.

Dat laatste is weer omgekeerd bij de vergelijking januari 2025 met januari 2024, leidend tot een negatief verschil van -26%. Daar staat tegenover, dat december het maximale positieve percentage toont in 2025: 67%, met de huidige, bijgestelde cijfers. Ook in februari en maart is het verschil groot, 61 resp. 64% meer productie dan in dezelfde maanden in 2024. Oktober 2025 was echter zeer somber, en kwam op een negatief verschil uit van -11% t.o.v. oktober 2024.

Aan de relatieve verschillen voor de jaren 2024, en, vooral, 2025, zal ongetwijfeld nog wel e.e.a. gaan wijzigen, in komende cijfer updates van het CBS.

Onderaan zien we de relatieve toenames op jaarbasis, met de meest recente data: 59% productie groei tussen 2019 en 2020, 32% toename tussen 2020 en 2021, en weer een hoge 47% tussen 2021 naar 2022. Daarna nemen de groeicijfers van de berekende producties tussen de jaren duidelijk af. Tussen 2022 en 2023 is dit nog 18%, maar tussen 2023 en 2024 is het nog maar 11% (voorlopige cijfers). In 2024-2025 was de groei weer groter, veroorzaakt door, met name het veel zonniger jaar 2025: 19%.

Helemaal achteraan volgt ook nog een vergelijking tussen de maand producties in 2025 t.o.v. de situatie in 2019. De relatieve verschillen in 6 jaar tijd zijn opmerkelijk, tussen de 296% in oktober, en zelfs 711% in maart. In de zomerse maanden juni - augustus is het relatieve verschil "moderaat", 332-340%.

Kijken we naar de vergelijking van volledige kalenderjaar producties, was er over het hele jaar genomen 379% meer zonnestroom productie in 2025 dan in 2019.

Bij de vergelijking van de half-jaar producties tussen de jaren onderling, valt het volgende op: de ratio in de berekende opbrengsten van het 1e half jaar heeft t.o.v. de productie in de tweede jaarhelft z'n extremen tussen een factor 0,96 in 2018 (2e jaarhelft, byzonder, iets productiever dan de 1e), en een factor 1,30 in het voordeel van de eerste jaarhelft in 2025 (deze was dan ook zeer zonnig). Het gemiddelde van deze ratio in de jaren 2015 tm. 2025 is een factor 1,11 in het voordeel van de 1e jaarhelft.


Vergelijking berekende maandopbrengsten CBS versus energieopwek.nl

De laatste keer dat ik een vergelijking maakte tussen de berekende maandproducties van het CBS, en die van de onafhankelijk opererende website energieopwek.nl, tegenwoordig onder de paraplu van het Nationaal Energie Dashboard, was, wederom, 9 maart 2025, met producties tm. december 2025. In onderstaande grafiek vindt u de meest recente update, tm. april 2026 (CBS), resp. juni 2026 (energieopwek.nl), inclusief gewijzigde data voor de maandcijfers van februari tm. december 2025 (CBS).

In deze grafiek worden de maandproducties zoals berekend door het CBS (blauwe curve) vergeleken met de producties die berekend zijn uit opgaves van "het gemiddelde etmaal vermogen" voor zonnestroom in het Energieopwek.nl data portal (oranje curve). Alle maandelijkse productie data op het Energieopwek.nl portal zijn wederom door Polder PV nagelopen en gecheckt, omdat er soms wijzigingen in de reken systematiek worden doorgevoerd, die uiteraard ook doorwerken in de historische resultaten. Derhalve, zijn alle nu actuele data wederom getoond in de grafiek.

De curves kwamen langere tijd grofweg genomen redelijk met elkaar overeen, terwijl er andere methodieken cq. fine-tuning worden gebruikt bij de berekeningen, wat de relatieve betrouwbaarheid van de gedeelde resultaten versterkt. In de update van november 2025 werd er een opmerkelijk verschil zichtbaar tussen de twee datasets, die zeer waarschijnlijk het gevolg was van nog niet doorvoeren van fors gewijzigde capaciteitsdata van het CBS voor de jaren 2023 en 2024, in het energieopwek.nl portal. Inmiddels lijken die data wel te zijn verwerkt, want de curves liggen voor een groot deel weer aardig over elkaar heen in de grafiek.

In de zomermaanden lijkt Energieopwek.nl af en toe duidelijk optimistischer dan het CBS, maar in 2024 lag hun curve juist weer onder die van het statistiek instituut. Bij de wintermaanden is de trend vanaf 2019/2020 ook duidelijk: CBS rekent hier structureel wat lagere opbrengsten dan energieopwek.nl doet (ook al is het wederom in 2024 genuanceerder, met ongeveer gelijke producties voor december). Het meest opvallend in de huidige grafiek, met aangepaste waarden voor de meeste maanden in 2025, is de opvallende afwijking voor de winter van 2025-2026, waarbij het CBS duidelijk lager uitkomt dan de Energieopwek.nl berekeningen. We zullen zien of dit later, bij nieuwe actuele cijfers, weer recht(er) getrokken zal worden.

Jaarproducties Energieopwek.nl vs. CBS

Bij de, deels (her)berekende kalenderjaar producties komen we in de jaar-reeks 2016 tm. 2025 op de volgende bevindingen. Hieronder zijn de door het CBS opgegeven kalenderjaar producties getoond, gevolgd door de berekende maandopbrengsten gecumuleerd per jaar voor de data van Energieopwek.nl. De afwijkingen zijn op enkele punten gewijzigd t.o.v. de berekeningen in eerder gepubliceerde updates (Energieopwek.nl). Cursief gedrukt zijn wijzigingen in de primaire data sinds de vorige update, resp. nieuwe volumes voor 2025.

  • 2016 CBS 1.602 GWh; Energieopwek.nl 1.660 GWh. 3,7% meer bij laatstgenoemde.
  • 2017 CBS 2.204 GWh; Energieopwek.nl 2.218 GWh. 0,6% meer bij laatstgenoemde.
  • 2018 CBS 3.708 GWh; Energieopwek.nl 3.512 GWh. 5,3% minder bij laatstgenoemde.
  • 2019 CBS 5.399 GWh; Energieopwek.nl 5.626 GWh. 4,2% meer bij laatstgenoemde.
  • 2020 CBS 8.567 GWh; Energieopwek.nl 9.217 GWh. 7,6% meer bij laatstgenoemde.
  • 2021 CBS 11.304 GWh; Energieopwek.nl 12.307 GWh. 8,9% meer bij laatstgenoemde.
  • 2022 CBS 16.657 GWh; Energieopwek.nl 18.384 GWh. 10,4% meer bij laatstgenoemde.
  • 2023 CBS 19.607 GWh; Energieopwek.nl 21.789 GWh. 11,1% meer bij laatstgenoemde.
  • 2024 CBS 21.822 GWh; Energieopwek.nl 22.237 GWh. 1,9% meer bij laatstgenoemde.
  • 2025 CBS 25.881 GWh; Energieopwek.nl 27.157 GWh. 4,9% meer bij laatstgenoemde.

Aangezien het zeker bij 2024-2025 nog om voorlopige resultaten gaat, kunnen de verhoudingen tussen de 2 data leveranciers beslist nog wijzigen in die jaren. Het verschil is, vanaf vrijwel nihil in 2017, flink toegenomen, tot ruim 11% in 2023. In 2024 viel het weer terug naar 1,9%, om in 2025 weer toe te nemen, naar 4,9%, met de huidig beschikbare cijfers.

In de meeste jaren is het berekende productie volume door energieleveren.nl duidelijk hoger dan bij het CBS. In internationale statistieken (IEA, IRENA, EurObserv'ER, e.a.), blijven de officiële cijfers van het CBS echter "leading".


Zonnestroom productie in relatie tot andere hernieuwbare energie bronnen

Ook deze grafiek betreft een update van een al meermalen eerder gepubliceerd exemplaar. Deze grafische verbeelding geeft de berekende zonnestroom productie weer in relatie tot de andere grote platforms van elektriciteit generatie uit hernieuwbare bronnen. Inclusief de laatst bekende (soms herberekende) data voor de laatste jaren, waarbij de data tm. 2023 definitief zijn, die voor 2024-2025 nog nader voorlopig. De gegevens komen uit de CBS tabel "Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen".

De totale stroom productie uit hernieuwbare bronnen (groene curve) is toegenomen van 13,01 TWh in 2015, tot, inmiddels, alweer 64,27 TWh in 2025. Vanaf 2020 was er een duidelijke versnelling van de productie zichtbaar, met de huidige resultaten tm. 2025 is het tempo van de toename weer afgenomen. Dit zijn echter nog voorlopige resultaten, die later kunnen worden bijgesteld. 2024 was een relatief "goed" windjaar, wat altijd een behoorlijke impact op het totaal aan stroom productie uit hernieuwbare bronnen heeft. 2025 was juist een beduidend minder goed windjaar, wat een duidelijke neerwaartse "knik" geeft in de blauwe curve in de grafiek. Het was, daarentegen, een prima jaar voor de opwek van zonnestroom, de gele curve buigt merkbaar omhoog in dat jaar. De Compound Annual Growth Rate (CAGR) in de getoonde periode was gemiddeld 17,3% per jaar, een forse groei. Over de langere periode van 1998 tm. 2025 was het nog steeds een respectabele 13,7%/jaar gemiddeld.

De berekende zonnestroom productie nam merkbaar toe, van een volume van 1,11 TWh in 2015, naar al een spectaculaire hoeveelheid van 25,88 TWh in 2025. Dit levert een CAGR op van maar liefst 37,0% gemiddeld per jaar over de lange periode 2015 tm. 2025, en op gemiddeld 38,4%/jaar, vanaf 1998. In het zeer zonnige jaar 2022 kwam de productie zelfs behoorlijk dicht in de buurt van de totale windstroom productie.

Het aandeel van de zonnestroom productie op het totaal van de vier getoonde bronnen is in de loop van de jaren continu toegenomen, van 8,5% in 2015, 24,5% in 2019, tot een nieuw record van 40,3% in 2025 (aangepast percentage, voor het eerst over de 40% heen). De hoogste relatieve toename van de productie t.o.v. de groei in het voorgaande jaar was in 2018 (68% toename). Daarna schommelde die relatieve toename van jaar tot jaar. Vanaf 2022 (47% toename) is een dalende lijn ingezet, met bijna 18% toename in 2023, tot nog maar een aanwas van ruim 11% t.o.v. het voorgaande jaar, in 2024. Dit is ook niet verbazingwekkend. Na vele gouden jaren, begint de markt verzadigd te raken, en gaat potentiële verdere groei gepaard met de nodige forse problemen (laaghangende fruit al lang "geplukt", structurele netcongestie, aanname wet stop salderen per 1 jan. 2027, in rekening gebrachte invoedings-kosten bij kleinverbruikers, etc.). Desondanks, was er in 2025, vanwege zeer zonnige omstandigheden, een opleving, en was de relatieve toename van de zonnestroom productie bijna 19%.

Windenergie (cumulatie van on-shore en off-shore) groeide van 7,55 TWh (2015) naar 32,8 TWh (2024), maar zakte in 2025 weer in, naar ruim 32 TWh. Daarmee kwam de CAGR tussen 2015 en 2025 op gemiddeld 15,6%/jaar (vrijwel gelijk indien over de periode 1998-2025 wordt gemiddeld). Dus wezenlijk lager qua gemiddelde groei, dan bij zonnestroom. De ratio tussen de wind productie op land en op zee is sterk afgenomen, van factor 5,7 (2015), naar 1,5 (2023), en zelfs nog maar 1,1 in 2025. Op land zijn grote problemen met de aanleg van nieuwe windparken, op de Noordzee worden "zeer forse" windparken gebouwd. Het zal niet lang meer duren, of de productie off-shore gaat de output van de turbines op land (en/of "in meer") overvleugelen. Tenminste, als de financiële condities voor wind off-shore verbeteren, want ook daar zijn problemen, en heeft de laatste off-shore tender (IJmuiden) geen biedende partijen opgeleverd. De Staat lijkt steuncondities te gaan verbeteren, en eind van 2026 gaan 2 nieuwe tenders open (nieuwsbrief RVO).

Verhouding wind / zon

De verhouding tussen de wind- en zonnestroom producties is sterk afgenomen in de loop van de jaren, van een factor 160 in 1998, via 6,8 (2015), naar nog maar 1,3 in 2022. In 2023 en 2024 nam het iets toe, naar een factor 1,5, maar in 2025 kwam het weer op een factor van ruim 1,2 te liggen. Voor een "betere, gebalanceerdere stroommix" is het wel wenselijk dat windenergie fors wordt uitgebouwd, en er cable-pooling met PV projecten wordt opgetuigd. Dit zijn echter zeer lastige projecten, waar veel tijd en energie in gestoken dient te worden. Vattenfall blies recent de bouw van reeds met SDE beschikking voorzien zonnepark Panderweg Oost (Echteld) af, omdat het "te cablepoolen", gekoppelde windenergie project nog steeds geen vergunning heeft, en de geplande gezamenlijke aansluiting essentieel is om het totale project rendabel, resp. gerealiseerd te krijgen (bericht 5 maart 2026).

Een mooi voorbeeld project van combinatie van PV met wind, zijn de zonnestroom "dijk" veldprojecten aan de westrand van de Noordoostpolder. Zowel de Amphyr als de HVC delen zijn inmiddels opgeleverd, gezamenlijk goed voor 194 MWp opgesteld generator vermogen. Uiteindelijk moet zo'n beetje de hele westrand van de Noordoostpolder zo'n lang "lint" van zonneparkjes naast de grote windturbine arrays gaan krijgen, aan te sluiten op meerdere substations naast het "windpark trafostation" Westermeerdijk. Formeel is dit echter geen "cable pooling", omdat voor de zonnepark delen apart kabels naar het hoogspanningsstation zijn gelegd. De "elektra-hub" die daar ontstaat, bevat wel grote hoeveelheden wind- en zonnestroom, die, in combinatie met de ook al geplande, grote opslag faciliteit, zo efficiënt mogelijk zal worden ingezet. Zie ook foto's en info in Polder PV draadje vanaf 23 augustus 2025, op Bluesky.

Biomassa is al jaren een flink onderwerp van kritiek, al is die deels niet terecht. De productie was in 2015 nog 4,26 TWh, en daalde licht naar 3,91 TWh in 2018. Daarna steeg de productie flink, o.a. door de veelbesproken bijstook van biomassa in steenkolen centrales, naar een maximum van 9,82 TWh in 2021. Vanwege alle maatschappelijke commotie, strenger wordende eisen om "als hernieuwbaar mee te mogen tellen", vermoedelijk ook (bijkomende) kosten, en sluiting van enkele centrales, is de totale output van biomassa vervolgens weer stapsgewijs gedaald, van 8,73 TWh in 2022, 6,77 TWh in 2023, tot nog maar 5,93 TWh in 2024. In 2025 nam het weer enigszins toe, naar 6,30 TWh. Dit alles heeft als resultaat, dat de CAGR over de periode 2015 - 2025 relatief beperkt is, gemiddeld slechts 4,0%/jaar. Over de langere periode 1998 - 2025 is de CAGR hoger, gemiddeld 6,1%/jaar.

Als vanouds blijft het stiefkindje bij deze vier waterkracht, waarvoor gewoon erg weinig potentie is in ons platte land. De productie nam in het begin iets toe, van 93 naar 100 GWh (2015 - 2016), maar viel daarna terug, naar een minimum van 46 GWh in 2020, waarna het schommelde tussen 88 en 50 GWh/jaar, om in 2023 op slechts 69 GWh te blijven steken. 2024 leefde weer enigszins op, naar 85 GWh, hoogstwaarschijnlijk vanwege de hoge neerslag hoeveelheden. De beekjes bij ons vakantiehuisje op de stuwwal in oost Twente stroomden rijkelijk, het hele jaar door. In het zeer droge jaar 2025 (28% minder neerslag dan jaargemiddelde, zie jaaroverzicht KNMI), viel de productie weer fors terug, naar nog maar 57 GWh. Ten opzichte van de grote contribuanten wind en zon, niet bepaald "van betekenis", dus. Al is elke kilowattuur duurzame opwek natuurlijk meegenomen.

Meer CBS cijfers elektriciteit

De meest recente productie cijfers voor de totaal volumes voor alle hernieuwbare bronnen vindt u in onderstaand staatje† terug, grotendeels uit de tabel HE productie en vermogen van het CBS, voor de jaren 2020/2021 tot en met 2025. De verwachting is dat voor 2024 en, vooral, 2025, nog wel wat zal gaan wijzigen (vooral voor biomassa komen cijfers voor de ingewikkelde rapportages pas laat beschikbaar). Cursief = gewijzigd t.o.v. vorige update, of eerst-vermelding.

  • Bruto elektra productie alle HE bronnen (niet genormaliseerd) 2022 48.093 GWh; 2023 56.952 GWh; 2024** 62.099 GWh; 2025** 65.650 GWh
  • Netto elektra productie alle HE bronnen (niet genormaliseerd) 2022 46.510 GWh; 2023 55.483 GWh; 2024** 60.675 GWh; 2025** 64.270 GWh
  • Aandeel bruto productie HE bronnen in binnenlands verbruik (n.g.) 2022 41,00%; 2023 49,10%; 2024** 51,91%; 2025** 54,12%
  • Aandeel netto productie HE bronnen in binnenlands verbruik (n.g.) 2022 41,16%; 2023 49,46%; 2024** 52,30%; 2025** 54,70%
  • Genormaliseerde bruto productie alle HE bronnen 2021 40.706 GWh; 2022 46.512 GWh; 2023 53.840 GWh; 2024** 60.464 GWh; 2025** 66.399 GWh
  • Aandeel genormaliseerde bruto productie in binnenlands verbruik 2021 33,25%; 2022 39,65%; 2023 46,42%; 2024** 50,54%; 2025* 54,73%
  • Het netto totale stroomverbruik in Nederland was in de afgelopen 6 jaren, volgens de Elektriciteitsbalans tabel van het CBS, 112,4 TWh (2020), 113,4 TWh (2021), 108,1 TWh (2022), 107,1 TWh (2023), 111,3 TWh (2024**), resp. 112,8 TWh (2025**, nader voorlopig). De totale bruto stroomproductie was in die jaren 123,3 TWh, 122,2 TWh, 121,6 TWh, 121,6 TWh, 123,8 TWh (2024**), resp., sterk toegenomen met 9,3% (!), 135,4 TWh (2025**, nader voorlopig). Vanwege de - door diverse crisissen noodgedwongen - besparingen in o.a. de industrie, en de lagere stroomvraag, is het relatieve aandeel van de hernieuwbare bronnen in 2024 mede gestegen, bovenop de autonome ontwikkeling van de oplevering van nieuwe installaties. Door de forse groei van de bruto productie in 2025, is dat aandeel echter weer flink onder druk gezet.
  • Het aandeel van zonnestroom in het bruto eindverbruik nam, volgens de Energiebalans tabel van het CBS (laatste update 12 juni 2026), toe van 30,8 PJ (2020), via 40,7 PJ (2021), 60,0 PJ (2022), 70,6 PJ (2023), en 78,6 PJ (2024**), naar 93,2 PJ (2025**).
  • In de CBS tabel "Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing" (status 9 juni 2026) vinden we de relatieve aandelen van zonnestroom bij het bruto eindverbruik terug, tm. 2024 volgens de RED I - II methodiek. Dat aandeel steeg van 1,62% (2020), via 2,03% (2021), 3,27% (2022), en 3,96% (2023), naar 4,39% (2024**). Voor 2025 is inmiddels een aparte tabel verschenen bij CBS, met update datum 19 juni 2026, waarbij bij de rekenmethode is overgestapt op de EU Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III). Het aandeel zonnestroom zou dat jaar naar 5,27% zijn gestegen t.o.v. het bruto eindverbruik van (alle) energie.

† Kleine discrepanties kunnen voorkomen t.o.v. cijfers in andere CBS tabellen, en zijn meestal terug te voeren op afrondings-verschillen
GWh = Gigawattuur (1 miljoen kWh); PJ = petajoule (1 PJ is ongeveer het energetische equivalent van 278 GWh). 1 terawattuur (1.000 GWh) is ongeveer 3,6 PJ.


Evolutie netto stroom productie mix Nederland schommelt rond 50% hernieuwbaar in 2024-2025

Tot slot presenteer hier ik de nieuwe versie van een in het vierde deel van de CBS serie van november 2023 voor het eerst gepresenteerde grafiek. Hierin de netto stroom producties voor 6 modaliteiten, in de getoonde periode van 2015 tm. 2025 (tm. 2023 definitief, 2024 en 2025 nog nader voorlopige data). Voor achtergrond info, zie de broodtekst in dat artikel.

In een vorige update tm. 2024, was duidelijk zichtbaar dat het aandeel van de fossiele bronnen bij de netto stroom productie weer iets verder was teruggedrongen t.o.v. 2023. Helaas is dat proces tijdelijk onderbroken door een tussentijdse toename, al nam de productie van hernieuwbare bronnen gelijktijdig ook toe. CBS verklaart dat door een hoge "stroomvraag uit het buitenland" (zie verderop), waardoor de gas- én kolencentrales in Nederland extra hoeveelheiden elektriciteit produceerden.

De evolutie van de fossiele opwek verliep als volgt: van totaal 91,6 TWh in 2019, naar nog maar 55,5 TWh in 2024. In 2025 nam het weer toe naar 62,8 TWh (stijging 13,2%!). De inzet van het strategische aardgas, verminderde, van 71,2 TWh in 2020, naar 43,2 TWh in 2024. En nam vervolgens weer, met 10,9%, toe naar 47,9 TWh in 2025. Bij steenkool was de stijging zelfs nog groter, 24,8%. Wel is sedert 2015 de inzet van steenkolen met 70% afgenomen.

De zonnestroom productie nam in 2025 fors toe, met 18,6%, windstroom productie zakte iets in, met 2,4%, naar 32,0 TWh. Het aandeel van biomassa nam ditmaal ook toe, met 6,2% naar 6,3 TWh (berekening volgens nieuwe richtlijnen EU). CBS verklaart dat door toegenomen inzet van bijstook in kolencentrales. De "restpost" overige bronnen totaal lijkt in eerdere jaren opwaarts te zijn bijgesteld, vermoedelijk een verschuiving binnen de grote post "niet hernieuwbare bronnen". De laatste jaren is deze post echter zeer klein. Zonnestroom heeft inmiddels een behoorlijk deel van de totale productie voor rekening genomen, 25,9 TWh, 19,7% van de totale netto stroom productie in 2025. In 2024 was dat nog 18,2%.

Schommeling rond historische piketpaal

Als we de vier hernieuwbare modaliteiten bij elkaar optellen, en dat volume relateren aan de totale getoonde netto stroomproducties, is het aandeel hernieuwbaar ge-evolueerd van 12,4% in 2015, naar 50,5% van de totale netto productie, eind 2024. In dat jaar is daarmee voor het eerst in de Nederlandse historie een aandeel van meer dan de helft van de nationale stroom productie behaald, waarvoor we ons, mede gezien een vrij schokkende, slechte start in ons land, in dat jaar best wel voor op de rug mochten kloppen. De inhaalrace was heftig, geschiedde in relatief korte tijd, en ging met een "steile leercurve" gepaard.

Helaas is in 2025 een terugval opgetreden, het aandeel is terug gezakt naar 48,9%, al zijn "hernieuwbare bronnen de belangrijkste bron van elektriciteitsproductie, net als in 2024", aldus het CBS. De groei van de stroomproductie door deze 4 HE bronnen was vorig jaar 5,9% t.o.v. het eindejaars-volume in 2024, en is ongeveer vijf maal zo hoog dan in 2015. Genoemde bijna 6% is beslist niet de hoogste relatieve groei, die vond plaats in Corona jaar 2020, toen zelfs 44,1% meer volume werd geproduceerd dan eind 2019. De windstroom productie nam met 2,4% af sinds 2024. In 2023 was de hoogste toename sinds het eindejaarsvolume van het voorgaande jaar (37,8%). Het windturbine park had eind 2025 een opgesteld vermogen van 11,78 GW (7,04 GW op land, 4,75 GW op zee). CBS stelt dat er op zee meer windstroom werd geproduceerd dan in 2024. "Dit komt grotendeels doordat windparken, die in 2024 operationeel werden, in 2025 een volledig jaar meedraaide in de productie". De meerproductie in 2025 was 432 GWh t.o.v. het volume in het voorgaande jaar.

De zonnestroom output groeide met 18,6% in 2025, t.o.v. het eindejaars-volume van 2024, maar in eerdere jaren waren die groeipercentages een stuk hoger. In 2018 was dat zelfs 68,2% t.o.v. het eindejaars-volume in 2017. Kijken we naar de relatieve groei t.o.v. de jaarlijkse aanwas in het voorgaande jaar, is een wisselend beeld zichtbaar voor zonnestroom. Met relatieve groei van 22,1% in 2017 t.o.v. de aanwas in 2016, 149,8% in 2018, slechts 12,4% in 2019, gevolgd door weer een forse toename naar 87,3% in 2020. In 2021 was de jaargroei 13,6% negatief t.o.v. de aanwas in 2020, en in 2022 was er weer een tijdelijke positieve groei van 95,6%. Vanaf 2023 kwam er tijdelijk de klad in. Zowel in 2023 als in 2024 zijn de jaarlijkse groeicijfers van de zonnestroom productie 44,9% resp. 24,9% negatief t.o.v. de aanwas in het voorgaande jaar. In zonnig 2025 was de aanwas echter weer fors positief t.o.v. de toename in relatief somber 2024, + 83,3%. Al kan het laatstgenoemde percentage nog gaan wijzigen in komende CBS updates.

De vier HE bronnen bij elkaar genomen, kwamen voorlopig tot een productie volume van bijna 64,3 TWh in 2025.

Zouden we kernenergie als "CO2 neutrale modaliteit" meetellen, komt het gezamenlijke aandeel van "hernieuwbaar plus Borssele" in 2025, met de nog voorlopige cijfers, al uit op 51,8%.

De totale netto stroomproductie (in de grafiek in vetgedrukte cijfers bovenaan de kolommen) nam in de eerdere jaren toe, van 105,8 TWh (2015) naar 113,5 TWh (2017), nam even af in 2018, bereikte een voorlopig maximaal niveau van 119,8 TWh in Corona jaar 2020, zakte vervolgens weer in tot 117,3 TWh in 2022, en begon toen weer toe te nemen. Tot 117,8 TWh in 2023, naar nieuwe record volumes van 120,2 TWh in 2024 (2,0% hoger dan in 2023), tot zelfs 131,5 TWh in 2025 (9,4% hoger dan in 2024).


Uitvoer / invoer van elektriciteit

In de aangepaste elektriciteitsbalans tabel van het CBS vinden we ook de data voor de uitvoer- en invoer van elektra terug. Het vorige record volume export van 25,2 TWh in 2023 is in 2025 verpletterd met 30,4 TWh, een stijging van 21% (en zelfs 26 procent meer dan in 2024, 24,2 TWh). Nadat in 2024 tijdelijk België het hoogste volume kreeg van Nederland, is in 2025 het grootste volume, 12,7 TWh, weer naar Duitsland gegaan, als vanouds (België 12,2 TWh in 2025, dat was nog 9,8 TWh in 2024, toen ging 8,8 TWh naar de oosterburen). De export naar het Verenigd Koninkrijk nam verder af, van 4,4 TWh (2023), via 3,3 TWh (2024), naar bijna 3,0 TWh (2025).

De import van elektriciteit nam in 2024 weer toe, maar ging weer omlaag in 2025, van 20,0 naar 16,3 TWh, een afname van bijna 19%. Voor alle naar Nederland exporterende landen behalve het Verenigd Koninkrijk gingen de volumes omlaag. Er werd de helft meer stroom naar Nederland geexporteerd via de BritNed kabel, in 2025. In 2021 bedroeg de import uit België nog 5,2 TWh, Noorwegen piekte jaren eerder, met 5,8 TWh, in 2015.

Het netto export/import saldo is voor het 4e jaar op rij weer in het voordeel van de export gekomen, met een balans van 14,0 TWh. Dat is alweer ruim 3 maal het netto export volume van 4,2 TWh in 2024. In 2021 was dat nog licht negatief (253 GWh in het voordeel van de import). Nederland exporteert daarmee een forse hoeveelheid van haar duurzaamheid, maar ook van de tijdelijk toegenomen fossiele opwek, naar de buren.

CO2 uitstoot in 2025 tijdelijk toegenomen, QI 2026 weer minder

Omdat het binnenlandse verbruik slechts matig toeneemt, ondanks alle voorspellingen, dat het door elektrificatie etc. flink toe zou (moeten gaan) nemen, is de CO2 uitstoot in Nederland in 2025 toegenomen. De berekende netto consumptie van stroom steeg slechts matig, van 111,3 TWh (2024), naar 112,8 TWh (2025). Een stijging van slechts 1,3%.

Vanwege de toename van fossiele opwek in 2025, stootte de stroom sector 22% meer emissies uit dan in 2024, volgens het CBS (tm. 2024 daling naar 23,0 miljard CO2 equivalenten, in 2025 28,0 miljard). Dit, gecombineerd met lagere emissies in de industrie- en transport sector (4,5% resp. 2,7% minder), en de uitstoot cijfers van andere emittenten, resulteerde in 2025 in een toename van de totale emissies van 1,0% (vorige update 0,8%). Er werd 1,5 megaton meer uitgestoten dan in 2024. Het doel van de klimaatwet is om in 2030 55% minder broeikasgassen te hebben uitgestoten dan in referentiejaar 1990. Om dat te bereiken moet gemiddeld per jaar in de komende 5 jaar 8,7 megaton minder uitstoot per jaar worden gerealiseerd. Jetten en het volgende kabinet krijgen dus een "zeer zware dobber" om de negatieve trend in 2025 om te buigen in een "versterkte positieve trend". Sommige analisten zullen die taak als schier onmogelijk beschouwen, tenzij Jetten een onverwachte troef uit de mouw tovert.

Gelukkig is er voor het eerste kwartaal van 2026 ook een positief bericht. Dat liet ruim 5% minder uitstoot zien dan in QI 2024, wat vooral werd veroorzaakt door de (voorlopige) 12,5% minder hoge emissie door de elektriciteits-sector. Vanwege meer wind, werd de inzet van steenkool met bijna een kwart verminderd. Daardoor nam het aandeel van de stroomsector op de totale emissies in het eerste kwartaal af, van 23% in QI 2025, naar 21% in QI 2026. Of deze trend zal aanhouden in de rest van het jaar moeten we echter nog gaan zien.

Energie uit hernieuwbare bronnen t.o.v. totaal energie verbruik

Op 19 juni werd door het CBS een samenvatting gepubliceerd van de impact van energie opwekking uit hernieuwbare bronnen op de totale energie huishouding. NB: energie = warmte + transport + elektriciteit.

In 2025 zou inmiddels 22,7% van het totale energie verbruik uit hernieuwbare bronnen zijn gekomen, in 2024 was dit nog 20,2%. Er was een toename van 11% van het verbruik van energie uit hernieuwbare bronnen t.o.v. 2024, het kwam in 2025 uit op een verbruik van 401 petajoule (PJ). Het totale energieverbruik in Nederland nam af, en bereikte een niveau van 1.767 PJ (= 1,77 EJ, exajoule).

34% van de energie uit hernieuwbare bronnen is afkomstig uit diverse soorten energie, allen vallend onder de noemer "biomassa" (137 PJ). Er was een toename van 13% van de inzet van biomassa, wat met name op conto komt van de vervoers-sector. Benoemd worden verbruik van biodiesel (33 PJ, 11% toename), biokerosine (14 PJ, anderhalf maal zo veel dan in 2024), resp. biobenzine (11 PJ, ongeveer even hoog als in 2024).

Windenergie nam met 4% toe (121 PJ), zonnestroom met 19% (93 PJ), zonne-energie (incl. thermische ZE) heeft in 2025 een aandeel van 23% bij alle energie opwek uit hernieuwbare bronnen.

Warmtepompen zijn ook al een tijd aan een opmarks bezig, ze haalden in 2025 in totaal 34 PJ aan energie uit de lucht en/of de bodem, het aandeel op het totaal aan energie uit hernieuwbare bronnen is gestegen naar 9%.

CBS gaat in hun bericht verder in op enkele andere segmentaties en de Europese context, zie aldaar.


Bronnen CBS update 12-19 juni 2026

Intern

Drieluik CBS status 12-19 juni 2026:

2e cijfer opgave totale PV markt Nederland in 2025, door CBS. Deel 1 - Capaciteit, jaargroei en zonnestroom producties 2025 opwaarts aangepast. (7 juli 2026)

CBS update 2. Strijd Australië versus Nederland inzake solar/capita voor 2025: onbeslist. (7 juli 2026)

CBS update deel 3. Maandelijkse zonnestroom producties, verhouding met data Energieopwek.nl, en relatie met generaties bij andere hernieuwbare stroom bronnen. (huidige artikel, 8 juli 2026)

Extern

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen (CBS tabel, status 19 juni 2026)

Hernieuwbare energie; verbruik energiebron, techniek, toepassing, 1990-2024 (CBS tabel, RED I-II methodiek tm. 2024, status 9 juni 2026)

Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron en techniek (CBS tabel, RED III methodiek, alleen 2025, status 19 juni 2026)

Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik (CBS tabel, status 26 juni 2026)

Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik (CBS tabel, status 12 juni 2026)

Emissies broeikasgassen (IPCC); klimaatsector, kwartaal (CBS tabel, 10 juni 2026)

Stijging uitstoot broeikasgassen in 2025 (CBS bericht, 11 maart 2026)

Minder broeikasgassen uitgestoten in eerste kwartaal van 2026 (CBS bericht, 10 juni 2026)

23 procent energieverbruik komt uit hernieuwbare bronnen (CBS bericht, 19 juni 2026)



7 juli 2026. CBS update 2. Strijd Australië versus Nederland inzake solar/capita voor 2025: onbeslist.

Nu het CBS weer een update van de "eindejaars-cijfers" van opgesteld vermogen bekend heeft gemaakt voor 2025 (deel 1 van dit tweeluik), zijn we direct gaan kijken naar het verschil in de evolutie van het opgestelde vermogen per capita, tussen de (voormalige) wereldkampioenen Nederland en Australië. Met de nog steeds zeer voorlopige cijfers voor beide landen, eind 2025 (met name voor Nederland) blijkt de strijd, net als bij de update van afgelopen maart, weer helemaal open te liggen. Beide landen komen nog steeds op vrijwel exact hetzelfde opgestelde (generator) vermogen per hoofd van de bevolking uit, eind 2025. We zullen pas later te weten komen, als alle cijfers eindelijk zijn "gesetteld", wie er eind van dat jaar (net aan) de leiding heeft genomen op dat vlak.

Polder PV zocht dit tot in detail uit, met, wederom, de meest recent beschikbare officiële capaciteits-cijfers, en de exacte bewoners-aantallen in beide landen, volgens de officiële data providers. Met daarbij natuurlijk nog steeds een grote slag om de arm: voor 2025 zijn de cijfers voor Nederland nog lang niet in steen gebeiteld, en kunnen ze nog steeds flink wijzigen (vermoedelijk een stuk hoger worden). Voor Australië zal een eventuele aanpassing vermoedelijk niet zeer groot zijn, de solar data worden daar veel beter, actueel, en nauwkeurig bijgehouden. Maar ook daar zijn de cijfers voor eind 2025 nog van behoorlijk recente datum, en kunnen ook die nog (opwaarts) worden aangepast.

In onderstaande grafiek geef ik de update met de meest recent beschikbare cijfers, voor het opgestelde relatieve (generator) vermogen aan het eind van elk jaar, tm. 2025, daarbij tevens gebruik makend van de meest actuele bevolkingscijfers. Voor uitgebreid commentaar op deze gegevens, en de vergelijking, verwijs ik gaarne naar het dieper gravende stuk in de analyse van 7 maart 2024. Voor vorige versies van deze grafiek, zie de updates van 10 maart 2026, 19 november 2025, en van 18 november 2024.

Ditmaal zijn de zonnestroom capaciteit cijfers voor Australië niet gewijzigd sinds de update van maart jl, maar de bevolking statistiek voor zowel 2024 als voor 2025 is inmiddels wel licht aangepast. Voor Nederland waren de zonnestroom data ingrepen voor de jaren 2023 en 2024 in vorige versies al substantieel, en op 9 maart dit jaar werden eindelijk de eerste EOY cijfers voor 2025 bekend. In de update van 12 juni zijn nu voor het eerst ook de eerste cijfers voor zowel het generator vermogen (MWp), als het omvormer vermogen (MWac) voor eind 2025 door het CBS gemeld (in MWp). Het eerder in een andere tabel gepubliceerde "systeemvermogen", is weer aangepast aan de nieuwe data realiteit. Nog steeds zijn deze meest recente cijfers nog zéér voorlopig, en zullen ze gegarandeerd later meermalen wijzigen. Cijfers voor 2024 zijn nog steeds niet aangepast bij het CBS. Ook het actuele cijfer voor het aantal inwoners voor eind 2025 is nog niet gewijzigd sedert de vorige update.

Ten opzichte van de vorige grafiek zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd en zijn de volgende observaties te benoemen:

  • De cijfers voor de vermogens per capita zijn van een 1e kommaplaats voorzien om de marginale verschillen (in 2025) te tonen.
  • Voor eind 2025 heeft Australië inmiddels 1.621,8 Wp/capita staan.
  • Nederland haalde Australië bij de Wp/capita bepaling in 2023 in en werd daarmee - tijdelijk ? - wereldkampioen (tm. 2024).
  • Een claim dat Australië eind 2023 "retains a world-leading position in solar per capita at 1.3kW/person, followed closely by The Netherlands", in een APVI bericht van 22 oktober 2024, kan met bovenstaande, meest recent beschikbare officiële cijfers, als "beslist niet meer houdbaar" worden gezien. Nederland was Australië in dat jaar duidelijk al voorbij op dit punt.
  • Voor zowel 2023 als 2024 heeft Nederland duidelijk de koppositie van Australië overgenomen, met ratio 1.377,3 resp. 1.550,6 Wp/capita. Dat was toen nog beduidend, 6,7% tot 5,8% hoger dan de ratio voor Australië, in die jaren.
  • De verhouding van de Wp/capita ratio's tussen AUS/NL lag tussen 2023 en 2024 onder een factor 1: 0,937, resp. 0,945.
  • De nog zeer voorlopige laatste cijfers voor eind 2025 komen voor Nederland inmiddels uit op 1.623,0 Wp/inwoner. Dat is inmiddels nog maar marginaal (verwaarloosbaar), 0,07% hoger dan deze ratio voor Australië, dat jaar. De verhouding AUS/NL is daarmee op een bijna gelijk niveau gekomen (factor 0,999 : 1, grijze curve).
  • Omdat de cijfers voor eind 2025 nog steeds zeer voorlopig zijn, en in beide landen kunnen wijzigen, zullen daarmee ook de ratio's Wp/inwoner nog steeds kunnen veranderen. Het kan dus nog beide kanten op gaan, zowel Australië, als Nederland, kunnen mogelijk alsnog aanspraak maken op een (hernieuwde dan wel voortgezette) kampioens-status op dit vlak, sterk afhankelijk van de aard van de door te voeren wijzigingen. Voor Nederland zal dit, helaas, lang duren, definitieve, officiële CBS capaciteits-cijfers voor PV worden voor 2025 pas verwacht eind ... 2027.
  • Het hoogste verschil in de ratio AUS/NL, toen Australië op dit punt nog wereldkampioen was, is een factor 6,89 : 1, in 2011.
  • De Compound Annual Growth Rate (CAGR) van de afgeleide maatvoering Wp/capita was voor de periode 2010 tm. 2025 voor Australië al een hoge 32,8% gemiddeld per jaar, maar Nederland ging daar ver overheen, met een spectaculaire groei van gemiddeld 46,3%/jaar in die periode (!).

Conclusie

De conclusie blijft voorlopig, dat op het vlak van opgesteld nominaal generator vermogen per hoofd van de bevolking, kemphanen Nederland en Australië eind van 2025 vrijwel op een lijn zijn komen te liggen. Een duidelijke "kampioen" is nog niet vast te stellen, mede vanwege het feit dat nogal wat cijfers nog flink bijgesteld kunnen worden (vooral m.b.t. Nederland). En, sterk afhankelijk van die bijstellingen, hetzij Australië, hetzij Nederland, alsnog de leiding genomen kan hebben, begin 2026. Daar gaan we uiteraard in komende updates weer op in, als er nieuwe cijfers beschikbaar zijn gekomen.



7 juli 2026: 2e cijfer opgave totale PV markt Nederland in 2025, door CBS. Deel 1 - Capaciteit, jaargroei en zonnestroom producties 2025 opwaarts aangepast. Zoals in de vorige artikelen indirect al aangegeven, zijn tijdens onze vakantie door het CBS, vrij kort na de eerste update voor 2025 op 9 maart jl., op 12 en 19 juni 2026 nieuw aangepaste cijfers voor dat jaar gepubliceerd. Weliswaar geven de gewijzigde cijfers voor 2025 zeer lage volumes weer, wat met talloze zaken heeft te maken (incl. netcongestie), ze zijn wel nu al opwaarts aangepast, en de verwachting is dat dit nog enkele malen kan gaan gebeuren, dit, en komend jaar. Dit komt, omdat de combinatie van reeds gevonden grote projecten door Polder PV, én de nu al bekende gegevens voor de sub 1 MWac markt volgens de registers van energieleveren.nl in 2025, doen vermoeden, dat de officiële CBS data verder opwaarts aangepast zullen moeten gaan worden. Dit is overigens niets nieuws, dit soort aanpassingen zijn al jaren bekend in de opvolgende CBS publicaties. Polder PV analyseert de nieuwe data in onderstaand artikel.

In de "klassieke" CBS tabel met de aantallen installaties is nog geen nieuwe informatie opgenomen. Ze zijn echter 1 week eerder wel degelijk al gepubliceerd, maar dan in een ander CBS overzicht (Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio). Deze zijn voor het huidige overzicht geïntegreerd, omdat daaruit ook bijvoorbeeld de belangrijke indicator gemiddeld project vermogen uit is te halen. Voor de laatst bekende cijfers m.b.t. de aantallen, zie de tabel in de voorlaatste update, van november 2025. Eerder is al gemeld, dat de eind 2025 gepubliceerde, toen zeer voorlopige half-jaar cijfers voor dat jaar (eind juni 2025), niet meer publiekelijk zullen worden bijgesteld door het CBS. Ze zijn inmiddels natuurlijk beslist al flink gewijzigd, dus referentie naar die half-jaar cijfers in analyses zijn inmiddels (compleet) achterhaald.

1. Evolutie aantallen PV installaties volgens CBS

In bovenstaande tabel de meest recent beschikbare cijfers van het CBS voor de evolutie van de totale aantallen zonnestroom installaties, zoals zij uit diverse registers hebben ge-extraheerd, tot en met eind 2025. De cijfers voor 2024 zijn nog niet gewijzigd, in een vorige update werden er ruim 120 duizend (!) installaties door het CBS geschrapt, kennelijk waren die destijds om wat voor reden dan ook "teveel geteld". Ten opzichte van de allereerste afschatting voor dat jaar (2e kolom), zijn er desondanks, netto, alweer ruim 115 duizend nieuwe installaties toegevoegd (4e kolom), wat inmiddels 3,8% hoger zou liggen dan de eerste afschatting (5e kolom). Het percentage heeft daarmee weer het niveau van 2022 bereikt, wat het eerder geuite vermoeden dat er "iets mis" was gegaan op dit punt bij CBS, onderstreept.

Voor 2023 zijn uiteindelijk, na diverse correcties, 10.281 meer installaties gevonden dan bij de aller-eerste update voor dat jaar bekend was geworden (2.808.439), een positief verschil van slechts 0,4%. In een voorgaande update was dat verschil nog 2,4%, wat voor de zoveelste maal aangeeft, dat data zelfs bij het CBS fors kunnen wijzigen in de loop van de tijd. Wel zijn de cijfers tm. 2023 nu "definitief", en zullen niet meer worden bijgesteld, tenzij er weer een "tel systematiek wijziging" zou komen bij het CBS. Daar zijn - gelukkig - geen aanwijzingen voor.

Jaargroei aantallen

De laatste kolom geeft de uit de meest recente eindejaars-cijfers (EOY) berekende toename per jaar weer (YOY groei), wat met de gewijzigde EOY volumes voor zowel 2023 als 2024 in de vorige update tot verrassingen heeft geleid.

In 2023 is door alle tussentijdse wijzigingen een ("finale") jaargroei ontstaan van 519.861 nieuwe installaties, wat 8,6% lager is geworden, dan de jaargroei in 2022 (568.574). In de update van 15 juli jl. was dat nog een positief verschil van 1,4% in het "voordeel" van 2023. Ook hieraan is goed te zien, dat door wijzigingen in de CBS data, sommige jaargangen opeens in een ander daglicht komen te staan, wat de progressie betreft ... 2022 blijkt dus uiteindelijk het nieuwe recordjaar te zijn, bij de nieuw toegevoegde aantallen PV installaties.

2024 is, met nog steeds "nader voorlopige" cijfers (!), inmiddels op een aanwas van maar 348.579 installaties gekomen, ongewijzigd sinds de update van maart jl. Daarmee is het verschil met de aanwas in 2023 (zie hierboven) verder in negatieve zin toegenomen. In de vorige update was dat al -28,5%, en dit is verder toegenomen naar bijna 33% minder aanwas dan in 2023. Een beduidende "instorting" van de PV markt, met als duidelijk aanwijzbare oorzaak de verdere terugval van het residentiële marktsegment (zie energieleveren.nl statistiek).

Bij dit nieuwe, reeds aangepaste, doch nog steeds hoge cijfer voor de aanwas in 2024, moet een dik vraagteken, omdat uit de energieleveren.nl data, wat het CERES register voor de populatie installaties kleiner dan 1 MWac per stuk van cijfers voorziet, en wat zonder meer het grootste aantal installaties moet bevatten (sowieso de hele residentiële markt, alsmede tienduizenden kleinere bedrijfsmatige projectjes), een aanwas van slechts 298 duizend nieuwe installaties in dat markt-segment zou volgen. Het CBS zou met de totale markt, na al enkele wijzigingen, nog steeds zo'n 17 procent (grofweg zo'n 51 duizend nieuwe installaties) hoger zitten bij de jaargroei in 2024. Het is vrij onwaarschijnlijk, dat dit forse verschil goed gemaakt zou zijn in het segment van projecten groter of gelijk aan 1 MWac. Mogelijk wordt het verschil in de komende, finale updates voor 2024 nog wat lager. Ook voor voorgaande jaren zijn er vreemde verschillen te zien in de totale uitkomsten van het CBS, versus de door energieleveren.nl gerapporteerde jaarvolumes voor de sub 1 MWac markt (2022 minder, 2023 juist veel méér nieuwe installaties bij energieleveren.nl). Het blijft de hersenpannen kraken, om dit soort hoogst merkwaardige verschillen tussen diverse datasets in Nederland te proberen te verklaren ...

Eerste cijfers 2025

Voor de eerste jaarhelft van 2025 was in de update van eind 2025 een eerste volume bekend gemaakt (3,2 miljoen installaties), maar omdat dat om een zeer voorlopig cijfer is gegaan, wat ook nog eens niet meer (publiekelijk) aangepast zal worden door het CBS, is dat cijfer achterhaald.

In de update van 12 juni is nu weer een eerste cijfer gepresenteerd voor het eindejaars-volume van vorig jaar. Eind 2025 zouden er volgens die eerste afschatting 3.313.355 PV installaties aanwezig zijn in Nederland, wat een nog zeer voorlopige groei van 146.056 nieuwe installaties sinds eind 2024 zou opleveren. Dat ligt zoals te verwachten op een veel lager niveau dan in 2024, maar wel duidelijk hoger, dan het dubbele niveau van de eerste jaarhelft cijfers die het CBS eerder publiceerde voor 2025. Ook dit zijn slechts zeer voorlopige cijfers, die allemaal grondig zullen worden gereviseerd. Dat de aanwas in 2025 wat de aantallen betreft relatief karig zal zijn, staat uiteraard als een paal boven water, daarvoor kunt u duidelijke aanwijzingen in het energieleveren.nl dossier zien (zie link hierboven, met name eerste grafiek in die lopende analyse). Mogelijk wordt zelfs dit relatief lage volume bij CBS nog neerwaarts bijgesteld, aangezien alleen al in het sub 1 MWac dossier er in 2025 zo'n 160 duizend nieuwe PV installaties bijgekomen zouden zijn in het energieleveren.nl dossier. Die cijfers zijn tot nog toe nog nooit gewijzigd (worden niet later bijgesteld).

2. Evolutie PV capaciteit (generator, omvormer, en "systeem" vermogen), volgens CBS

Voor de generator capaciteit zijn nu voor het eerst nieuwe "officiële" cijfers gepubliceerd voor 2025, door het CBS, die mijn eerdere afschatting op basis van het sinds 2022 door het CBS gepubliceerde "systeemvermogen" inmiddels vervangen. Genoemd "systeemvermogen" is een relatief nieuw construct, wat uit Europese regelgeving zou zijn voortgekomen. Het CBS definieert dit als volgt: "Het systeemvermogen is het maximale vermogen van de installatie, wat bepaald wordt door het minimum van het paneelvermogen en het omvormervermogen". Het is dus weer een andere eenheid dan zowel het aparte generator, als het omvormer vermogen sec, die in de meer gedetailleerde segmentatie statistieken van het CBS opduiken. Voor de huidige analyse maakte ik een synthese van 2 CBS tabellen, voor het volgende overzicht met de evoluties van de verschillende typen opgestelde capaciteit.

Ik heb onderstaande tabel gereviseerd, en in de 7e en 8e kolom inmiddels zowel het omvormer, als het genoemde "systeemvermogen" ondergebracht. Daarvan zijn slechts cijfers vanaf 2022 beschikbaar, en nu dus ook voor het eerst voor eind 2025.

In deze tabel wordt de evolutie van de cumulatieve capaciteiten van alle PV projecten weergegeven. Voor de generator capaciteit in de eerste helft van de tabel tm. de dubbele lijn, in MWp. Rechts ervan de nieuw toegevoegde accumulaties van AC omvormer vermogens, resp. de "systeemvermogens" volgens de CBS definitie, in recentere jaargangen, en 2 afgeleide parameters (jaargroei systeemvermogen, resp. verhouding generator t.o.v. omvormer vermogen).

Eindejaars generator vermogens

CBS geeft voor het eerst specifiek een cijfer voor generator vermogen aan het eind van 2025, een capaciteit van 29.426 MWp, weergegeven in het rode cijfer links onderaan (dus iets groter dan mijn eerste afschatting in de maart 2026 update, toen nog 29,2 GWp). De rest van de jaargangen, vanaf 2011, vindt u daar boven. Dit betreft allen de allereerste afschattingen die ooit door het CBS voor de betreffende jaargangen zijn gepubliceerd.

In de derde kolom staan de meest recente opgaves van het CBS, voor dezelfde jaargangen. Dit kan een paar keer per jaar wijzigen, en het eindresultaat kan fors verschillen van de eerste afschattingen. Tot en met 2023 zijn, volgens het CBS, deze meest recente afschattingen "definitieve" opgaves. 2024 en 2025, zijn nog nader voorlopig dan wel zéér voorlopig.

In de 4e kolom staan de verschil volumes in generator vermogen tussen de eerste en laatste afschattingen van het CBS per jaar vermeld, in de 5e kolom is het percentage afwijking t.o.v. de eerste opgave berekend. Het verschil kan flink oplopen, 22% minder capaciteit dan oorspronkelijk was opgegeven in 2012. Vanaf 2015 zijn de verschillen positief: er werd steeds méér capaciteit gevonden door het CBS na enkele revisie rondes, dan bij de eerste opgave, wat veel heeft te maken met de langdurige, administratieve vertragingen in met name de projecten markt, waarvan actuele informatie pas zéér laat beschikbaar komt (het meeste volume via de SDE dossiers van RVO, maar er worden ook projecten zonder subsidies gebouwd).

Het verschil liep op tot 8,8% in 2020 (eerste Corona jaar), daarna nam het weer af, naar 3,4% meer capaciteit dan oorspronkelijk gedacht, in 2023. Met de nog voorlopige cijfers voor 2024 (waarvan het volume in een vorige update, bij uitzondering, néérwaarts werd bijgesteld), zit het CBS in de laatste update weer op een negatieve afwijking van 2,2% t.o.v. de eerste afschatting voor het eindejaars-volume. Maar omdat de cijfers voor 2024 nader voorlopig zijn, kan dit nog steeds wijzigen. Als er veel reeds gerealiseerd volume nog "mist" in de CBS data, zou het verschil, puur theoretisch, zelfs kunnen omslaan in een gering positieve afwijking van de oorspronkelijke inschatting van het CBS, maar dat blijft afwachten.

Jaargroei cijfers - 2025 nog lang niet helder

In de 6e kolom zijn de jaargroei volumes van het generator vermogen weergegeven, zoals afgeleid van de meest recent bijgestelde eindejaars-volumes volgens het CBS. De data voor 2011 en 2012 zijn niet goed vergelijkbaar met de cijfers voor 2013 en later, omdat er toen van een compleet andere onderzoek systematiek gebruik werd gemaakt. Die cijfers zijn grijs weergegeven in de tabel.

De jaargroei volumes nemen vanaf 2013 toe, tot 776 MWp nieuwe generator capaciteit in 2017. In 2018 werd voor het eerst (fors) meer dan een GWp nieuw vermogen bijgeplaatst, meer precies 1.697 MWp.

Tot en met 2023 volgde een reeks verbazingwekkende jaren met grote capaciteit toevoegingen, zeer sterk gedreven vanuit de SDE regelingen waarbinnen steeds grotere projecten werden aangevraagd en grotendeels ook gerealiseerd. Dat, in combinatie met een ook sterk gegroeide residentiële PV markt. In de update van eind 2025 werd pas bekend, dat 2023 het nieuwe record jaar is geworden, met maar liefst 5.176 MWp nieuwe capaciteit, wat alweer 10% meer was dan de al flinke aanwas in 2022. In 2024 ging het volume echter sterk achteruit, naar, voorlopig, nog maar 3.267 MWp, 37% minder. Met het eerste eindejaars-cijfer voor 2025 van het CBS, is de mogelijke jaargroei in 2025 verder onderuit gegaan, naar, voorlopig, nog maar 1.447 MWp groei bij de generator capaciteit. Wat nog maar 44% van de aanwas in 2024 zou zijn geweest.

Ook al is kristalhelder dat, door het instorten van de residentiële markt, in combinatie met een behoorlijk kwakkelende projectenmarkt, 2025 inderdaad een slecht jaar is geweest, deze cijfers zijn nog zéér prematuur. En zullen zeer waarschijnlijk nog wel opwaarts bijgesteld gaan worden. Polder PV had namelijk in 2025 al een nieuwe volume van 937 MWp aan nieuwe zonneparken gevonden in dat jaar (introductie tot uitgebreide recente zonneparken update). En voor alle projecten vanaf 1 MWp heeft hij tot nog toe al 1.081 MWp opgenomen in zijn projecten overzicht (nieuw in 2025). Daar moeten alle kleinere projecten nog bij. In het sub 1 MWac segment werd in de data van energieleveren.nl namelijk nog eens 882 MW (ac) nieuw volume gevonden. Het generator vermogen zal flink hoger liggen (mogelijk boven de tien procent), dus dan zou je met deze volumes bij elkaar mogelijk al op 1.081 + 1,1*882 = bijna 2,1 GWp kunnen komen. We gaan later zien, hoe dicht de CBS data in die buurt kunnen gaan komen.

NSTR vs. CBS

Eerder werd al gerept over verschillen tussen de vigerende CBS cijfers en de data uit het Nationaal Solar Trendrapport 2025. In november 2025 is het Nationaal Storage & Solar Trend rapport 2025 verschenen, een samenwerking van DNE Research en Solar365, en te downloaden van de DNE website (hier). Daarin wordt een eerste prognose voor de jaargroei van de zonnestroom markt in Nederland gegeven, in 2025, van 2,08 GWp. Die vrijwel identiek is aan de nog grove, eigen berekening hierboven.

Omvormer vs. generator vermogen

In de 7e kolom zijn nu voor het eerst de uit een apart CBS overzicht gehaalde omvormer vermogens van 2022 tm. 2025 weergegeven. 2025 is nieuw toegevoegd, en bedraagt 26.045 MWac eind van dat jaar. In de laatste (10e) kolom is het verschil in generator vermogen t.o.v. dat omvormer vermogen weergegeven, in procent. In genoemde vier jaren lopen deze langzaam aan uiteen, van 11,9% in 2022 en 2023, via 12,3% in 2024, naar alweer 13,0% meer generator dan omvormer vermogen in 2025: er wordt gepoogd de beschikbare, en tegenwoordig ook via de SDE flink "geknepen" omvormer (aansluit-) capaciteit zo goed mogelijk te benutten, door er meer generator capaciteit op aan te sluiten. Houdt dat vrij hoge percentage in gedachten, als u de hierboven genoemde sub 1 MWac data bekijkt, want energieleveren.nl gaat bij haar conversie uit van een veel te laag percentage van gemiddeld slechts 5% (!).

"Systeemvermogen"

In de 8e kolom heb ik het door CBS sinds 2022 separaat weergegeven "systeemvermogen" weergegeven. De volumes liggen telkens iets onder dat voor het omvormer vermogen, de nieuwe waarde voor 2025 ligt marginaal boven het volume bekend in de update van 9 maart jl. Uit de EOY cijfers is in de volgende, 9e kolom het afgeleide jaargroei volume berekend voor dat systeemvermogen, 4.601 MWac (record) in 2023, 2.815 MWac in 2024 (39% minder dan in recordjaar 2023), en in 2025 nog zeer voorlopig, een aanwas van slechts 1.129 MWac. Weer 60% (!) minder dan in 2024. Weliswaar nog een prematuur cijfer, wat gegarandeerd flink aangepast gaat worden in komende CBS updates, maar al tale-telling voor de zonder meer lage groei in 2025. Wat natuurlijk aan een combinatie van de ingestorte residentiële markt (zie cijfers energieleveren.nl, net van een verse update voorzien), met een sterk afgekoelde projecten markt heeft te maken.

3. Gemiddelde systeem capaciteit - schaalvergroting andermal

Uit de nu bekende aantallen PV installaties, én de bijbehorende generator capaciteiten, kunnen we eenvoudig de evolutie van de systeemgemiddelde (generator) capaciteit berekenen. Die ontwikkelt zich met de huidige data als volgt (geldig voor álle PV installaties in Nederland, van zeer klein tot zeer groot):

  • 2019 6,80 kWp
  • 2020 8,03 kWp
  • 2021 8,57 kWp
  • 2022 8,50 kWp
  • 2023 8,77 kWp
  • 2024** 8,83 kWp
  • 2025** 8,88 kWp

Ook hier is weer de duidelijke trend naar voortdurende schaalvergroting per project zichtbaar. De gemiddelde project omvang, eind 2025 is met de huidige data alweer 31% groter dan eind van het jaar 2019.

4. Grafiek evolutie EOY en YOY volumes PV capaciteit Nederland volgens CBS

In deze frequent bijgewerkte grafiek de laatste stand van zaken van de CBS data voor de evolutie van het generator vermogen in MWp, voor de eindejaars-accumulaties (EOY, blauwe kolommen), resp. het daar uit afgeleide jaargroei cijfer (YOY, oranje kolommen), beiden met rechter Y-as als referentie.

De cijfers tot en met 2023 zijn definitief, vanaf 2024 zijn ze nog "nader voorlopig", en zullen deze nog gaan wijzigen. De verwachting is, dat zeker de cijfers voor 2025 nog flink opwaarts aangepast zullen gaan worden, gezien de berekening door Polder PV in de broodtekst boven deze grafiek.

Met de huidige update is duidelijk dat, na jaren van continu hogere jaarvolumes, het tweede Corona jaar, 2021 het eerste jaar was met een lichte terugval in de groei (van 3.883 MWp nieuw in 2020 naar 3.714 MWp in 2021, oranje kolom segmenten). Daarna zette de groei weer door, naar forse volumes van 4.713 MWp nieuw in 2022, en nieuw historisch recordhouder 2023, met zelfs 5.176 MWp jaargroei. Een volume wat vermoedelijk nooit meer ge-evenaard zal gaan worden, zolang netcongestie het land "plat" blijft leggen.

Daarna volgde - met nog voorlopige cijfers - een zeer forse terugval, naar een aanwas van 3.267 MWp in 2024 (nog maar 63% van het nieuwe jaarvolume in 2023). Het nieuwe vermogen ligt daarmee momenteel tussen de aanwas cijfers in 2019 en 2021. Het uit de beschikbare CBS cijfers afgeleide nieuwe volume van 1.447 MWp voor 2025 is waarschijnlijk veel te laag, waar veel capaciteit bij moet worden geplust. Waarvan deels al lang aan het net gekoppelde grote(re) projecten, die nog niet zijn doorgedrongen tot de CBS databank (een proces wat zéér lang kan duren!). Dat zegt dus nog niet zoveel, maar 2025 zal beslist géén hoge ogen gooien bij de te verwachten nieuwe PV capaciteit, dat is duidelijk.

De blauwe kolommen geven de evoluerende eindejaars-capaciteit weer, en, in de laatste gearceerde kolom, de nog zeer voorlopige status aan het eind van 2025. De eerste 10 GWp werd in de tweede helft van Corona jaar 2020 bereikt, de 20 GWp vroeg in 2023, en de 25 GWp vroeg in 2024. Helemaal afhankelijk van nog toe te voegen capaciteit aan 2025, kan eind van dat jaar mogelijk de 30 GWp zijn bereikt, of er marginaal onder blijven. Dat zullen we pas later te weten komen. Momenteel heb ik dat herleid uit de CBS cijfers, tot een volume van 29.426 MWp. Dat zou 5,2% hoger liggen dan het (voorlopige) EOY volume in 2024, bij de omvormer vermogens zou het verschil 4,5% zijn.

In groene liggende balkjes heb ik in dezelfde grafiek de volumes voor de bijbehorende omvormer vermogens aan het eind van 2022, 2023, en 2024, en het nieuwe volume voor eind 2025 geplot, die op veel lagere niveaus liggen dan de generator capaciteit die daar aan is gekoppeld. De volumes vanaf 2024 kunnen nog worden bijgesteld.

Uit de jaargroei cijfers heb ik ook, voor het generator vermogen, de procentuele wijziging per kalenderjaar geplot t.o.v. de jaarlijkse aanwas in het voorafgaande jaar, in een grijze gestippelde curve, met als referentie de linker Y-as, in procenten. Voorlopig ligt de aanwas in 2025 56% onder de jaargroei in het voorgaande jaar.

Eind 2025 zou er voorlopig 29,426 GWp generator vermogen zijn ge-accumuleerd, bij een omvormer vermogen van 26,045 GWac (13% meer generator dan omvormer).

Achterhaalde verwachtingen - what's new under the sun repeat modus

In de in juni 2024 gepubliceerde update van het "Integraal Nationaal Plan Energie en Klimaat 2021-2030" werd door het toenmalige ministerie EZK nog gewag gemaakt van een verwachting van 22,7 GW opgesteld PV vermogen in 2025, 25,7 GW in 2030 en tot 42,6 GW in 2040 (volgens uitgangspunten van het zgn. KEV2022). Eind 2025 zijn we, met de huidige CBS cijfers die verwachting voor 2025 dus al, ondanks de aanhoudende netcongestie problematiek, ruimschoots, met 30%, voorbij (en de verwachting voor 2030 al met 14,5%).

We hebben dit soort continu fors "de markt onderschattende" statistieken al vaker gezien, zoals met de in-depth beschouwingen van Auke Hoekstra over de IEA statistieken (o.a. PV Magazine, nov. 2018). Daar staat echter ook weer tegenover, dat oneindige groei gewoonweg niet mogelijk is, steeds meer voorheen "spetterende" PV markten hebben te maken met verzadiging, en andere remmende factoren, zoals de onovertroffen Jenny Chase in een fantastisch informatieve "jaarupdate draad", in een tale-telling grafiek liet zien op BlueSky, in oktober 2025.

5. Zonnestroom producties volgens het CBS

In dezelfde tabel met de nieuwste PV-capaciteit cijfers, zijn ook de kalenderjaar volumes voor de berekende zonnestroom producties weergegeven. In de CBS tabel "Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio") werd in een vorige update nog een eerste prognose voor het eerste half jaar van 2025 opgegeven, een volume van 14.495 GWh.

Inmiddels is de tweede berekening voor het complete jaar gedaan, wat nu uitkomt op 25.881 GWh (1,4% meer dan in de update van maart jl.). Voor het eerst in de zonnestroom historie van Nederland meer dan 25 terawattuur (TWh). In het CBS artikel van 19 juni 2026 wordt dit in meer bredere zin vertaald als een productie van 93 petajoule (1 PJ energie = ongeveer 278 GWh elektra equivalent). De toename t.o.v. 2024 is momenteel 18,6%. Het volume voor 2024 is nog niet aangepast, en zal zeker nog 1 maal gaan wijzigen, totdat de data voor dat jaar "finaal" worden verklaard door de statistici van het CBS.

2025 was dan ook een zeer zonnig jaar. Volgens de Bluesky post van Anton Boonstra was er in de periode januari tm. december dat jaar 12,3% meer productie in de PVOutput.org populatie, dan in 2024. Volgens de officiële KNMI jaar rapportages had de gemiddelde instraling in 2025 een niveau van 431.530 J/cm² (jaar-rapportage, p. 12), in 2024 was het 383.324 J/cm² (jaar-rapportage, p. 11), bij een langjarig gemiddelde instraling van 378.600 J/cm². 2025 was, derhalve, 12,6% rijker aan instraling dan 2024. En het lag bijna 14% boven het langjarige gemiddelde.

Stroom producties worden helaas niet altijd consequent doorgevoerd in de vele energie tabellen van het CBS. Zo wijken de geclaimde producties voor 2017 en 2018 af in de tabel "Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik", en lijkt er in de huidige tabel een fout gemaakt te zijn voor het jaar 2020 bij de genormaliseerde bruto productie †. Dit soort (kleine) inconsequenties komen al jaren voor in de CBS tabellen, wat met verschillende reken methodes heeft te maken, vermoedelijk deels gecombineerd met afrondings-verschillen.

Er is ook goed nieuws te melden over het door het CBS berekende, relatieve aandeel van de zonnestroom productie ten opzichte van het bruto respectievelijk netto stroomverbruik bekend, en ditto, voor het genormaliseerde bruto elektra verbruik. Voor 2025 zitten we momenteel voor het eerst in de Nederlandse historie op ruim een vijfde van de zonnestroom productie t.o.v. het binnenlandse stroomverbruik dat jaar (cf. uitgangspunten EU politiek, zie grafiek, rode cijfers / linker Y-as). Meer to the point, op 21,33%. Zouden we de productie relateren aan het netto stroomverbruik (onder aftrek van eigenverbruik van sommige centrales), komen we weer hoger uit: 22,03% in 2025. Ook deze relatieve waarden zullen waarschijnlijk vanaf 2024 gaan wijzigen in komende CBS updates.

† Polder PV had het CBS gevraagd naar een gevonden anomalie in de gepubliceerde datareeks. Alle productie cijfers zijn identiek voor zonnestroom (3 reeksen), alleen het volume van de genormaliseerde bruto productie voor 2020 was duidelijk afwijkend van de overige twee opgaves. Polder PV kreeg de volgende reactie van het CBS:

"De genormaliseerde bruto productie wordt berekend volgens de regels uit de Renewable Energy Directive (RED). De genormaliseerde cijfers voor 2020 zijn volgens de RED I berekend. Deze passen wij niet meer aan, conform de afspraak met Eurostat. Meestal updaten wij een jaar zo'n 3 keer: de eerste keer in juni van jaar+1, tweede in november van jaar +1, en als laatste in november van jaar+2. Het "bevriezen" van de cijfers voor 2020 conform de afspraken van de RED kwam daartussen, waardoor de genormaliseerde productie geen update meer kreeg in deze tabel. En dat zul dus ook niet meer geüpdatet worden. De andere productievormen zijn wel geüpdatet."

Bronnen:

Drieluik CBS status 12-19 juni 2026:

2e cijfer opgave totale PV markt Nederland in 2025, door CBS. Deel 1 - Capaciteit, jaargroei en zonnestroom producties 2025 opwaarts aangepast. (huidige artikel, 7 juli 2026)

CBS update deel 2. Strijd Australië versus Nederland inzake solar/capita voor 2025: onbeslist. (7 juli 2026)

CBS update deel 3. Maandelijkse zonnestroom producties, verhouding met data Energieopwek.nl, en relatie met generaties bij andere hernieuwbare stroom bronnen. (8 juli 2026)

Bronnen intern (eerdere CBS data analyses van Polder PV)

CBS update 9 maart 2026 (tm. EOY 2025), delen 1, 2 en 3

CBS update 18 november 2025 (tm. medio 2025), delen 1, 2 en 3

CBS update 15 juli 2025 ("Wederom verrassende zonnestroom statistiek aanpassingen door het CBS, met blijvende vraagtekens")

CBS update 17 juni 2025 ("CBS past marktgroei zonnestroom markt 2024 in negatieve zin aan")

CBS update 10 maart 2025 (1e cijfer EOY 2024), deel 1 capaciteit, deel 2 stroomproductie

CBS update 15 november 2024 (tm. medio 2024), delen 1, 2 en 3 (voor eerdere referenties, zie bronnen onder eerste bijdrage)

Bronnen extern

23 procent energieverbruik komt uit hernieuwbare bronnen (nieuwsbericht CBS, 19 juni 2026)

Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio (CBS tabel 12 juni 2026)

Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik (CBS tabel update 9 maart 2026)

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen (CBS tabel update 26 juni 2026)

Vermogen (definitie / omschrijving van het CBS van "vermogen" bij wind- en zonne-energie installaties)



3 juli 2026: Nieuwe update registratie opslag (accu) systemen sub 1 MWac markt - capaciteit groei in juni 17% hoger dan in mei 2026. In de vorige analyse gaf ik de al vele maanden verzorgde solar statistiek voor het sub 1 MWac segment. Ditmaal is het weer de beurt voor de ontwikkelingen in de accu wereld in hetzelfde (grote) marktsegment. Die werden voor het eerst publiekelijk toegankelijk in dezelfde statistiek van energieleveren.nl in maart. In de huidige korte introductie geef ik de belangrijkste nieuwe grafiek in de vierde update van deze explosief evoluerende "BESS" markt (battery energy storage systems).

Deze geeft de nieuwbouw van de opgegeven capaciteit van de bij energieleveren.nl (verplicht) gerapporteerde opslag systemen (accu's, BESS, EOS-en), zoals nu bekend, vanaf mei 2024, tot en met de laatste rapportage maand, juni 2026:

De grafiek geeft de stapeling van de opslag capaciteit van drie categorieën weer, met bovenaan de stapelkolommen de totale volumes (cijfer weergave in MWac aangesloten uitgangs-capaciteit, dus niet de opslag capaciteit, die wordt uitgedrukt in MWh). Onderaan de kleinste categorie, opslag installaties tot 5 kWac, vrijwel uitsluitend beperkt tot implementatie bij huishoudens (zalmroze kolomsegmenten), die in juni een totaal niveau van 6,3 MWac toevoegden aan de al rap toegenomen marktvolumes.

Daar bovenop gestapeld zijn de nieuwe opslag systemen tussen de 5 en 15 kWac, naar analogie van de indeling bij de (capaciteit van de) PV-installaties behandeld in de voorgaande analyse (magenta). Na wat op en neergaande bewegingen, groeit dat volume de laatste maanden ronduit opmerkelijk, tot een nieuw record niveau van 66,6 MWac nieuw vermogen in april. In mei lag het op een veel lager niveau, al was de geregistreerde nieuwbouw van 24,4 MWac na het april record de tweede hoogste toevoeging in de geschiedenis. In juni werd dat alweer verbeterd, met 31,6 MWac aan nieuw geregistreerd uitgangs-vermogen. Het nieuwe volume is een factor 5 maal de toename in het kleinste marktsegment.

De grootste categorie, het segment met 15 - 1.000 kWac aan uitgangs-vermogen (paarse kolom segmenten), groeide zeer hard, en bereikte met een nieuwbouw van 72,4 MWac in maart zelfs een record volume. Ook in april 2026 was het nog steeds zeer hoog, 50,7 MWac, maar in mei en juni 2026 viel het nieuwe volume flink terug, naar 21,0, resp. 21,4 MWac aan uitgangs-capaciteit. De verwachting is, dat deze grootste categorie forse volumes in de markt zal blijven zetten, zeker als de crisis in het Midden-Oosten aan blijft houden, en accu technologie bovendien "als een razende" in kostprijs blijft dalen.

Het nieuwe totaal volume was in juni 59,4 MWac, 48% van de record toevoeging in april (123,2 MWac), waarmee het net het op 2 na hoogste totale nieuwbouw volume is geworden in de getoonde reeks. Dit is nog zonder alle nog niet geregistreerde installaties, en ook nog zonder de separaat door CBS bijgehouden grote BESS projecten (met een opslag capaciteit groter dan 1 MWh). Ergo, de elektra opslag markt is in werkelijkheid nog veel groter dan hier getoond.

De eerste "halve GWac" aan cumulatie is reeds in maart gepasseerd. In totaal is er begin juli 2026 in deze drie marktsegmenten bij elkaar al 813 MWac opslag capaciteit geregistreerd. De eerste "gieg" in dit deel dossier zal niet lang meer op zich laten wachten ...

Capaciteit

Tot slot, is ook, met hulp van de altijd uitmuntende Duitse Energiewende cijfers van Energy-charts.de, een poging gedaan, om de door energieleveren.nl gerapporteerde "uitgangs-capaciteit" om te rekenen naar opgestelde batterij capaciteit. De eerste poging leidt voor eind juni 2026 tot 1.228 MWh in de sub 1 MWac markt, met, naar verwachting, nog veel capaciteit "missend".

Voor de volledige analyse, met meer grafieken en toelichtingen, zie:

Bron

Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")



3 juli 2026: Energieleveren.nl - sub 1 MWac PV markt juni 2026: licht herstel, groei blijft beperkt. De update van de stand van zaken in het sub 1 MWac PV segment is weer gepubliceerd in het energieleveren.nl portal. In een eerdere rapportage werd het jaar 2024 afgesloten, met 53% minder nieuwe capaciteit in dit marktsegment, dan in record jaar 2023. Medio januari 2026 volgde de rapportage voor 2025, met ruim 45% minder aanwas dan in 2024, en een record lage aanwas in de maand december. Bij de aantallen registraties waren die percentages zelfs 53% (2024 t.o.v. 2023) en ruim 46% minder (2025 t.o.v. 2024). Januari 2026 gaf vervolgens een nieuw dieptepunt te zien bij de geregistreerde aanwas. In februari tm. mei bleven de groeicijfers op een bescheiden, laag niveau.

Het volume aan nieuwe registraties in juni 2026 is weer wat hoger dan in mei, in dit door residentiële installaties gedomineerde, grote marktsegment. Er werden voor juni 10.649 nieuwe registraties genoteerd, ruim anderhalf duizend exemplaren (ruim 18%) meer dan in mei. Het was wel ruim 25% minder dan het nieuwe volume een jaar eerder, in juni 2025.

In cumulatie werd een opgesteld vermogen van 19.603 MWac capaciteit bereikt, verdeeld over ruim 3,34 miljoen installaties.


In de eerste analyse van de energieleveren.nl cijfers, medio september 2024, maakte ik al gewag van de "instorting" van het kleine PV marktsegment in Nederland, op basis van de in dat jaar voor het eerst daar gepubliceerde marktcijfers van de "sub 1 MWac markt". In augustus 2024 werd destijds een voorlopig dieptepunt bereikt, met slechts 14 duizend nieuwe installaties, met een toegevoegd omvormer vermogen van 82 MWac. Een tweet van Polder PV (toen nog op "X") over deze markt "instorting" werd zeer vaak bekeken (laatste stand van zaken: 16.500 maal).

In de daar op volgende periode was de trend duidelijk negatief, met af en toe een kleine "opklaring" (maart - april 2024), maar het hele kalenderjaar werd beduidend minder volume geregistreerd dan in record jaar 2023.

Ook in 2025 bleven de nieuwbouw volumes zeer laag, tussen de 17.329 exemplaren in april, en enkele tussentijdse "laagte records", waaronder, uiteindelijk, het nieuwe dieptepunt in december, met 9.635 exemplaren. Het gemiddelde vermogen per nieuwe registratie, opvallend hoog in juni 2025 (6,18 kWac), bleef flink op en neer gaan. Na een nieuwe low in november 2025 (5,04 kWac), schommelde de gemiddelde capaciteit bij de nieuwkomers zeer sterk, bereikte een piek van 6,51 kWac in maart, maar is dat eind juni 2026 alweer ingezakt naar 5,47 kWac gemiddeld per nieuwe registratie.

^^^
Grafiek met, per maand, de nieuwe aantallen registraties per maand, opgetekend door energieleveren.nl, tm. juni 2026.
2024 in magenta gekleurde kolommen, die de forse terugval in nieuwe installaties in het <1 MWac segment goed laat zien.
2025 begon weer op een laag niveau, en in de tweede jaarhelft is het niveau zelfs "zeer laag" geworden.
Het nieuwe dieptepunt vinden we in januari 2026, met slechts 6.897 nieuwe exemplaren, wat vervolgens in 3 stappen werd verbeterd,
met 8.774 exemplaren in februari, en 10.474 nieuwe registraties in maart. April ging daar met 20 extra registraties overheen,
in mei zakte het niveau weer naar 8.991 nieuwe exemplaren, juni verbeterde weer iets met 10.649 stuks.
Dat is ruim een kwart lager dan in juni 2025, en slechts 16% van het record niveau in juni 2023.

Met de weer bescheiden toevoeging in juni 2026 zijn er begin juli in totaal nu ruim 3,34 miljoen PV installaties per stuk < 1 MWac bekend bij energieleveren.nl, volgens de optelling van de drie grootte-categorieën. Hierbij nogmaals de bekende disclaimer: dat is niet het aantal woningen, of dergelijke claims. Er worden immers zeer regelmatig uitbreidingen (= "installaties") aan bestaande projecten toegevoegd, zowel residentieel, als in de projecten markt, een endemisch verschijnsel in Nederland. Het aantal "objecten", "erven", "project sites", is, derhalve, altijd (veel) lager, dan bovengenoemd getal. Wat, desondanks, natuurlijk zonder meer een spectaculair volume blijft weergeven.

Het is nog zeer onzeker of deze "sub 1 MWac" markt zich in enige mate zal herstellen. Voorlopig zullen de nieuwbouw cijfers waarschijnlijk erg laag blijven. Wat vooral ligt aan de "schrik" in de residentiële markt, over het ook door de Senaat aangenomen wetsvoorstel van het vorige kabinet (Schoof), om de salderingsregeling per 1 januari 2027 definitief af te schaffen. En dat, in combinatie met de vrijwel bij alle leveranciers ingevoerde invoedings-heffingen voor kleinverbruikers met zonnepanelen, resulterend in forse extra af te dragen bedragen bij, met name, de grotere residentiële installaties.

Wel is het zo, dat er eerste signalen zijn dat de invoedings-vergoedingen weer afnemen (contract Vattenfall, zie Bluesky post van 3 februari 2026). Bovendien zijn we in een bizarre "energie-gerelateerde" oorlog in het Midden-Oosten beland, die de piketpalen mogelijk weer zou kunnen verzetten. Al is er op dit niveau bij de registraties van nieuwe kleinschalige PV-systemen nog weinig van te merken, in tegenstelling tot een zéér progressieve ontwikkeling bij de geregistreerde batterij systemen (waar ik later op terug zal komen).

Of dat voldoende stimulans zal zijn om de residentiële markt weer een duw in de rug te geven blijft echter nog onzeker. Tale-telling is, in ieder geval, dat de grootste partij die meer dan 50 duizend huurwoningen van zonnepanelen heeft voorzien, waarvan het businessmodel voor een belangrijk deel van het mogen salderen van zonnestroom bij de betreffende huurders afhangt, de overkoepelende BV van Wocozon, het faillissement had aangevraagd, o.a. vanwege corona schulden, in combinatie met een "ingestorte markt". Gelukkig volgde eind maart de aankondiging, dat het Amsterdamse Klimaat & Energiefonds gaat proberen om de boel daar weer op de rails te krijgen.

Ruim 19,6 GWac capaciteit in cumulatie - en langzaam verder groeiend

In de september 2024 rapportage werd het passeren van de piketpaal 18 GWac gemeld, en eind augustus 2025 de 19 GWac grens, in alleen het sub 1 MWac segment. Eind juni 2026 staat nu al een totaal volume van 19.603 MWac vermogen geaccumuleerd. 37% daarvan, een enorm volume van 7,2 GWac, is bijna exclusief residentieel (installaties kleiner dan 5 kWac, blauwe segmenten in de grafiek). Daarbovenop komt nog een deel van de op 1 na grootste categorie, installaties tussen de 5 en 15 kWac, die begin juli 2026 in totaal nog eens ruim 4,8 GWac omvatte. Het grootste deel van deze 2 segmenten, plus nog een aardige hoeveelheid van het grootste segment, mag de opgewekte zonnestroom nog steeds salderen, tot en met eind 2026.

Als we de - ter discussie te stellen - 5% meer generator vermogen dan AC vermogen volgens energieleveren.nl als uitgangspunt nemen, zou eind september 2025 voor het eerst in de geschiedenis alleen al dit sub 1 MWac marktsegment, een generator vermogen omvatten wat de 20 GWp zou zijn gepasseerd. Vermoedelijk is het echter al een stuk meer, omdat uit CBS statistieken blijkt, dat die verhouding DC / AC ver boven de 5% ligt (meer richting 10-11%). Eind juni 2026 zou met de door energieleveren.nl gehanteerde, conservatieve, 5% conversie, er minimaal 20,6 GWp generator vermogen kunnen zijn geaccumuleerd in dit grote marktsegment.

Relatieve aandelen op totaal volumes

Voor eind 2025, met volgens de Open Data van energieleveren.nl 19.270 MWac omvormer capaciteit, zou dat met bovengenoemde 5%, op een potentiële 20,23 GWp nominale generator capaciteit gekomen kunnen zijn. Het CBS rapporteerde op 10 juni dit jaar voor eind 2025 voor het eerst een totaal generator vermogen (alle installaties, dus inclusief de grote projecten) van 29,43 GWp. Wat met deze aannames, zou inhouden, dat energieleveren.nl eind dat jaar bijna 69% van dat totaal volume zou bevatten. En dat voor het >= 1 MWac segment, de grote projecten, 31% van het totale capaciteits-volume daar niet is terug te vinden.

Kijken we uitsluitend naar het < 5 kW marktsegment in het energieleveren.nl dossier, zou het aandeel van deze "exclusief residentiële" kleine installaties t.o.v. de totale CBS volumes (AC capaciteit omvormers), iets zijn toegenomen, van 27,4% in 2022, naar 27,9% in record residentieel jaar 2023. En weer wat zijn afgenomen naar 27,3%, EOY 2024. Voorlopig komt EOY 2025 op hetzelfde aandeel uit als in het voorgaande jaar. Dit kan nog wijzigen, met name vanwege het pas zeer laat "doorsijpelen" van de toevoegingen van grotere projecten, die o.a. via het SDE dossier van RVO instromen.

Groei capaciteit per maand ook na dieptepunt in januari 2026 relatief laag, maar weer iets verbeterd

In bovenstaande grafiek wordt de maandelijkse groei van de AC capaciteit bij de drie categorieën sub 1 MWac installaties getoond, afgeleid uit de accumulatie cijfers voor het eind van de maand, getoond in het vorige exemplaar. Hierin is goed te zien dat het nieuwbouw niveau voor de capaciteit in januari 2025 iets onder dat van augustus 2024 is komen te liggen, en toen een nieuw "all-time-low" had bereikt.

In 2025 tot en met januari 2026 gingen de volumes gemiddeld genomen verder onderuit, met aanwas cijfers tussen de 92 MWac (maart en april 2025), en, na het vorige record voor december, alweer een nieuw historisch dieptepunt in de getoonde periode, slechts 42,3 MWac in januari 2026. Februari was weer marginaal beter (45,1 MWac), en maart zette een extra stap voorwaarts, met 68,2 MWac. Daarne krompen de volumes echter weer, via 66,0 MWac in april, naar 53,3 MW in mei 2026. Juni gaf weer een lichte verbetering te zien, met 58,2 MW groei. De horizontale streepjeslijnen geven de jaargemiddelde maandgroei cijfers weer. Meer specifiek, de 2e jaarhelft 2021 tm. kalenderjaar 2025, en voor het eerste half-jaar van 2026, rechts onderaan. Het maandgemiddelde in 2025 (bijna 74 MWac/mnd) ligt flink onder dat voor 2024 (135 MWac/mnd), wat eerder al substantieel lager uitkwam t.o.v. het record gemiddelde in 2023 (284 MWac/mnd).

Bij de aanwas cijfers, is het aandeel van de capaciteit toevoeging van de kleinste, puur residentiële installaties (tot 5 kWac) in februari 2026 bijna 35% van het totaal. Door een flinke toevoeging in de grootste deelcategorie (installaties tussen 15 en 1.000 kWac), nam het aandeel van genoemde kleinste categorie bij de toevoegingen af naar het kleinste percentage sinds juni 2021: ruim 25%. De grootste klasse (> 15 kW) had in maart een aandeel van 48% van datzelfde totaal volume, in april tm. juni zakte dat weer in, via ruim 46% en 41%, naar nog maar 35%.

Voor het eerst in lange tijd had bij de nieuwe registraties het toegevoegde capaciteits-volume voor de midden-categorie (installaties tussen 5 en 15 kW) het hoogste aandeel (35,7%) van de drie onderscheiden grootteklasses. Het is ook voor het eerst dat het de grootste bijdrage is. Tot en met medio 2024 was de kleinste grootte categorie de grootste contribuant bij de nieuwe installatie capaciteit.

De gemiddelde aanwas in het eerste half-jaar van 2026 ligt zeer laag, op 55,5 MWac (korte streepjeslijn rechtsonder in de grafiek). Dat ligt 24,5% onder het gemiddelde jaar niveau in 2025.


Ik heb in een vorige update 1 nieuwe grafiek toegevoegd, met de bekende volumes, voor de accumulatie aan het eind van het jaar, en de jaarlijkse aanwas cijfers, voor zowel de capaciteit (grote grafiek), als voor de aantallen installaties (inset linksboven), tussen 2021 en 2024. Hier onder staan de resultaten voor de complete jaargangen tm. 2025, tot en met het nu afgeronde 2e kwartaal van 2026. Een volgende update volgt als de resultaten voor het derde kwartaal van 2026 bekend zijn gemaakt (waarschijnlijk begin oktober).

Goed is te zien, dat 2023 het jaar met de hoogste toevoeging is geweest in dit grote deel-dossier, met 635 duizend nieuwe installaties en een toegevoegde capaciteit van 3.403 MWac. 2024 ging hard onderuit, met minder dan de helft van de nieuwe volumes in 2023 (298 duizend nieuwe installaties, 1.616 MWac). 2025 zakte nog verder onderuit, met een capaciteits-volume van 882 MWac, resp. 160 duizend nieuwe registraties. Wat 45% lager ligt dan de toevoeging in het ook al tegenvallende jaar 2024, en wat slechts ruim een kwart is van de record toevoeging in 2023.

Het eerste half-jaar van 2026 begon ook weer op een zeer laag niveau, met 56 duizend nieuwe registraties, goed voor 333 MWac vermogen. Dat is nog slechts 38% van het nieuwe jaarvolume in 2025 (capaciteit).

Zie voor de mogelijke impact, andere grafieken, waaronder ook de update van het recent nieuw toegevoegde exemplaar met segmentatie in klein- en grootverbruik aansluiting, en duiding van dat alles, de bespreking van de meest recente cijfers in mijn update, hier onder gelinkt:

Statistieken PV markt segment registraties < 1 MWac bij energieleveren.nl

update 1 juli 2026

Voor het tweede deel van dit tweeluik, betreffende de accu opslag (BESS) statistiek van hetzelfde marktsegment, zie het vervolg artikel.

Bron

Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")


1 juli 2026. Zonnestroom productie PV systeem Polder PV zonnig juni 2026, 4e maand op rij (krap) bovengemiddeld. De maandproducties waren in het eerste half-jaar grotendeels bovengemiddeld. Ook weer in wisselvallig, doch zonnig juni, al lag de zonnestroom productie slechts krap boven het langjarige gemiddelde: 1,3% meer dan het gemiddelde, sedert 2002. We waren net op tijd terug van fietsvakantie, om de maandwissel standen van alle micro inverters op te nemen, en de feitelijke producties te kunnen bepalen (ons oude systeem heeft geen continue data opslag mogelijkheid).

In deze analyse de cijfers voor juni 2026, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis, begin juli 2026, inmiddels 9.606 dagen in bedrijf is. Voor een verslagje van de systeemrevisie op 8 maart, bij het eerste kwart eeuw jubileum, 13 maart 2025, zie hier. De in een eerdere rapportage uitgesproken hoop dat "alles weer normaal" zou worden in 2025, als gevolg van die systeem renovatie, blijkt met de cijfers voor april tot en met december dat jaar, volledig te zijn uitgekomen. En zelfs tot de derde beste jaarproductie ooit te hebben geleid.

In onderstaand verslag de resultaten met het gerenoveerde, ruim een kwart eeuw oude Polder PV (kern) systeem.

In eerste instantie de gebruikelijke tabel met de fysiek gemeten maandopbrengsten per deelgroep in het kleine PV systeem van Polder PV, die hier onder zijn weergegeven.

De tabel met de gemeten / deels geïnterpoleerde producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, voor juni 2026, en voor de sommatie van de producties in januari tm. juni 2026, in vergelijking met de (specifieke) opbrengst in juni 2025, en de cumulatieve opbrengsten voor het eerste half jaar in 2025, helemaal rechts (zie aparte analyse op Polder PV). Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. De productie viel voor het eerste half-jaar van 2025, mede vanwege de forse infra problemen die al langer in 2023-2024 speelden, tegen, omdat een deel van die periode nog vóór de infra renovatie werd geturfd. Die situatie is, net als in mei 2025 tm. mei 2026, volledig gewijzigd. Alle productie resultaten liggen in 2026 weer redelijk dicht bij elkaar (kWh/kWp).

In de "zonnige" maand juni 2026 is de vaak in het verleden goed presterende set met 2 Kyocera 50 Wp paneeltjes in serie op 1 micro-inverter ook ditmaal, net als in de voorgaande maanden, wederom de beste, en steekt zelfs behoorlijk uit boven de rest, met een specifieke opbrengst van 128,2 kWh/kWp, maar duidelijk minder dan de specifieke productie in de zonniger mei maand, dit jaar (134,6 kWh/kWp). Op de 2e en 3e plek staan ditmaal het oudste kwartet zonnepanelen, 4x 93 Wp Shell Solar modules (123,3 kWh/kWp), gevolgd door dicht bij elkaar liggende producties van de andere sets (tussen de 122 en 121 kWh/kWp).

Vergelijk met juni 2025 en met cumulatie januari tm. juni 2025

De productie verschillen in afgelopen juni t.o.v. de zeer zonnige maand juni 2025 zijn voor alle paneel combi's negatief, tussen 3,4% minder, voor de Kyocera set (lichtgroene band), tot 7,1% minder productie bij de oudste set, met 4x 93 Wp panelen.

Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van 124,5 kWh in juni, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 122,0 kWh/kWp. Dat ligt 4,5% láger dan de 127,7 kWh/kWp in mei 2026. Normaliter zal, vanwege een combinatie van weer toenemende daglengtes, en de gemiddeld weer groter wordende hoogte van de zon t.o.v. de horizon, wat een nog sterker effect heeft (uitleg bij KNMI), in ieder geval tm. juni de productie toenemen t.o.v. de voorgaande maand. Ditmaal had grillig verlopend juni echter een wat lager aantal zonuren dan in mei (250 om 258 uren zon). Als de atmosferische omstandigheden ongunstig zijn geweest (in het geval van juni vaak bewolkt en/of regenachtig weer), kan er dus soms een tijdelijke terugval zijn bij het totaal aantal zonuren. Wel heeft juni 1 dag minder dan mei, wat het verschil in relatieve zin kleiner maakt.

Voor de totale productie in het eerste half-jaar van 2026, blijft wederom de Kyocera set veruit het beste jongetje van de klas (559,0 kWh/kWp), en is ook hier weer de achterste set 108 Wp panelen rode lantaarndrager (523,9 kWh/kWp). Omdat in maart 2025 het systeem door een infra renovatie weer op orde is gebracht, is er in het eerste half-jaar van 2025 nog een - steeds kleiner wordend - deel van de productie achtergebleven t.o.v. een "normale" situatie, vandaar dat ik nog een rood kader heb gezet bij de meest problematische set panelen (2 stuks 108 Wp exemplaren in de voorste rij), die in die periode nog wat achterblijven bij de rest. De verwachting is dat over een langere periode in het jaar, het relatieve verschil verder zal afnemen.

Alle paneel sets hadden in januari tm. juni 2026 een lagere productie dan in de eerste zes maanden in 2025, tussen de bijna 9% minder voor de oudste set zonnepanelen, tot 2,7% minder voor de in 2025 deels nog "problematische set" van 2 vooraan staande 108 Wp modules (rode band). Dit heeft grotendeels te maken met minder zonuren in 2026 (zie verder).

KNMI maandbericht

Juni 2026 kreeg van het KNMI de kwalificatie "Zeer warm, zonnig en vrij nat" (voorlopig overzicht van 30 juni), waarbij uiteraard vooral de lange hittegolf van 18 tm. 29 juni opviel, met aan het eind van de maand zelfs extreme temperaturen. KNMI stelt nuchter vast, dat "zonder klimaatverandering waren deze temperaturen vrijwel ondenkbaar geweest".

Met 250 zonuren t.o.v. het langjarige gemiddelde van 214 voor die maand, lag dat alweer bijna 17% boven het historisch gemiddelde [referentie periode 1991-2020]. In juni werden 8 zonne-uren minder geconstateerd dan in 1 dag langer durend mei 2026 (258 zonuren), en lag het bovendien duidelijk lager, -8,8%, t.o.v. de 274 zonuren in zeer zonnig juni 2025. Er was een duidelijke tweedeling, met een ondergemiddelde hoeveelheid zonuren in de eerste helft, en uitbundig veel zon in de laatste helft. Hoek van Holland (ZH) had het hoogst aantal zonuren (270), Deelen (Veluwe, Gld), het minst aantal (235). Centraal gelegen, landelijk gemiddeld weerstation De Bilt, had, met 240 zonuren, bijna 16% meer zonuren dan de historische standaard voor die locatie (207).

Kijken we naar de cumulatie van het aantal zonuren in het eerste half-jaar, zien we dat 2026 inmiddels al 8,5% minder uren zon liet zien dan in 2025 (941 om 1.130 zonuren), wat een verklaring is voor bovengenoemde "minder opbrengst" in die periode in het huidige kalenderjaar. Alle maanden, behalve januari, hadden in 2026 minder zonuren, dan hun evenknie in 2025. Februari liet het grootste verschil zien (-23,3%).

Het productie resultaat voor het nog steeds prima functionerende 1,02 kWp kernsysteem in juni 2026 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2026 heeft een eigen kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.

Voor een korte bespreking van de maandproducties tm. juli 2025, zie de rapportage over augustus. Voor de overige maanden van 2025, zie de rapportage over december van dat jaar.

Januari 2026 kwam, met een productie van 23,1 kWh, minder dan 1% onder het langjarige gemiddelde (23,2 kWh) voor die maand uit. Februari zit, met 35,3 kWh, 18% onder het langjarige gemiddelde. Maart, daarentegen, komt, met 97,5 kWh, weer bijna 16% hoger uit dan het gemiddelde voor die maand. In april is er ook een flinke meeropbrengst t.o.v. het langjarige gemiddelde: 130,9 kWh t.o.v. 113,6 kWh, een verschil van ruim 15%. De extremen voor april lagen tussen de 87,8 kWh in 2024 (structureel problemen met infra op het dak), tot het hoogste niveau, 141,2 kWh, in april 2007 (24% meer dan gemiddeld). Zie ook de daarvoor in elkaar gezette animatie ("moeder aller april records"), op Polder PV. Mei presteerde bovengemiddeld, maar kwam in de sequentie op de historisch bezien 9e plaats, met 4,7% meer productie dan langjarig gemiddeld. Mei 2020 was kampioen, met ruim 21% meer productie dan het gemiddelde. Het was, voor het toen ruim 20 jaar bestaande kernsysteem bij Polder PV, zelfs het hoogste maandrecord ooit.

Juni 2026 was weliswaar bovengemiddeld (1,3% meer productie dan langjarig gemiddeld), maar moest desondanks 13 jaren voor zich laten met hogere output. Waarbij juni van record jaar 2003 duidelijk boven de rest uitsteekt (met 139,4 kWh 13,5% meer dan het gemiddelde).

Opvallend blijft, dat bij Polder PV, de maand met de gemiddeld hoogste productie over alle jaren, alweer een tijdje de maand mei is geworden. Dit heeft vermoedelijk te maken met de combinatie van hoge instraling, met een nog relatief lage luchttemperatuur. In warme zomermaanden, heeft het PPV systeem te maken met hittestress, met name bij de in ons appartement hangende micro-inverters (die op zeer hete dagen geforceerd worden gekoeld met computer ventilatoren). Ook is de lucht in mei koeler dan in de latere zomermaanden, en minder vochtig, waardoor de instraling gemiddeld genomen intenser is, ook over langere periodes. Toch moest Polder PV de ventilatortjes nu al meerdere dagen laten draaien, vanwege de snel oplopende buitentemperaturen in combinatie met hoge instraling. Resulterend in een flinke belasting van de in huis hangende omvormertjes. Tijdens onze vakantie zijn deze ventilatoren uitgeschakeld, en kunnen de inverters zeker in de beruchte, hete week van 22-28 juni, flink te lijden hebben gehad van de hoge omgevings-temperatuur. Gelukkig doen alle apparaatjes het nog prima, zo bleek uit de laatste data logging aan het eind van juni.

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. 2022 is verwijderd, en 2026 is begin dit jaar toegevoegd in deze nieuwe grafiek. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Vooral 2025 steekt bij de voorjaar-zomer producties duidelijk boven de 2 eerdere jaren uit, met zeer hoge producties. Dit heeft deels met de infra problemen in 2023-2024 te maken (vooral in 2024 tot zeer lage opbrengsten leidend), en deels wordt het veroorzaakt door hoge instraling in deze maanden in 2025. In 2026 zijn met name maart en april duidelijk bovengemiddeld bij de productie, mei en juni zitten nog steeds iets boven het gemiddelde, maar op een lager niveau.

De eerste 6 maand producties in 2026 laten tot nog toe onder (februari) tot duidelijk bovengemiddelde niveaus zien (maart - juni). Januari 2024 scoorde bovenmatig hoog in deze periode, wat in februari echter weer ten negatieve werd "gecompenseerd". Maart tm. juni 2025 gaven hoge tot exceptionele producties te zien, wat gezien de hoge, tot zelfs record hoeveelheden instraling in die maanden, ook weer niet hoeft te verbazen.

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel. Momenteel is dat, voor het nieuwe jaar, de periode januari tm. juni. De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in het eerste half-jaar is in de laatste oranje kolom weergegeven, en door de horizontale zwarte streepjeslijn, en bedraagt (periode 2002-2026) inmiddels 511,3 kWh voor dit deel-systeem.

De spreiding in de cumulatieve opbrengsten is voor de eerste 6 maanden nog steeds behoorlijk hoog. De verschillen worden echter later over een langere periode uitgemiddeld, en zullen beslist lager gaan worden tussen de jaren onderling. De extremen voor januari tm. juni liggen momenteel tussen de 427 kWh (2024, jaar met toen nog deels niet herstelde infra problemen), en 591 kWh (2003). 2026 zit, met 542 kWh, relatief hoog in de boom, en komt op de 5e plek in de langjarige historie, vlak na 2020.

In bovenstaande grafiek is ook weer de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2026 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt nu weer marginaal onder het gemiddelde, op een niveau van 508,4 kWh.

In deze vierde grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. 2023 (lichtgeel) was, door diverse infra problemen, tot voor kort het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het toen nog laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).

2024 heeft, helaas "met stip", 2023 in negatieve zin overtroefd, en kwam, door een combinatie van structurele problemen met de oude installatie, en het beslist niet meewerkende weer door het jaar heen, tot en met december bij de productie op een nieuw laagte-record, 806 kWh (gemiddelde over alle jaren: 922 kWh).

2025 heeft, vanwege een combinatie van zeer zonnige condities, én de systeem infra renovatie in maart, de op twee na hoogste productie ooit opgebracht, voor dit deelsysteem: 1.003 kWh.

2026 begon in januari met een gemiddelde productie, februari ondergemiddeld, en maart tm. juni weer beduidend tot licht bovengemiddeld. Begin juli kwam de cumulatie al op 542 kWh.

De cumulatieve jaarproducties van de drie hoogst (2003, 2022 en 2025), en 2 slechtst presterende jaargangen (2024, 2023) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.


Data Anton Boonstra, Siderea.nl, NKP, Energieopwek.nl

Instraling en productie data via Boonstra

Er is in juni 2026 gemiddeld 173,3 kWh/m² instraling gemeten door het KNMI in Nederland, wat 3,1% minder zou zijn dan in juni 2025. De extremen vinden we in Utrecht en Noord-Brabant, met 168,3 resp. 169,1 kWh/m², en wederom in Noord-Holland (178,5 kWh/m²). De relatieve verschillen met juni 2025 lagen tussen de -7,9% in Zuid-Holland, en -0,3 tot -0,4%% in Flevoland en Gelderland.

De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor de PVOutput data van de (bijna 1.100) Nederlandse contribuanten op 122,9 kWh/kWp in juni 2026, wat, volgens Boonstra, 3,3% minder was dan in dezelfde maand in 2025. Rode lantaarndrager was Utrecht, met 116 kWh/kWp. Zeeland had weer de hoogste gemiddelde productie, 129 kWh/kWp, gevolgd door Noord-Holland en Limburg (128 kWh/kWp).

De productie van het gereviseerde PV-systeem van Polder PV kwam, met gemiddeld 122 kWh/kWp (eerste tabel aan het begin van dit artikel), voor het eerst dit jaar, en al voorspeld in een vorige update, 4% onder het provinciale gemiddelde (Zuid-Holland, 127 kWh/kWp) uit. Dit komt waarschijnlijk door het warme weer, wanneer onze oude, niet zeer efficiënte micro-inverters vaak aan "hittestress" leiden.

De relatieve afwijkingen t.o.v. de productie cijfers in juni 2025 hadden een flinke spreiding, tussen -9,2% in Zeeland, en +6,3% in Groningen.

In het eerste half-jaar van 2026 is, volgens de KNMI data extracten van Boonstra, een hoeveelheid van gemiddeld 647,1 kWh/m² aan horizontale instraling gemeten. Dit was 4,2% lager dan de instraling in dezelfde periode in 2025. De gemiddeld genomen laagste instraling in die 6 maanden werd weer gemeten in Overijssel en Groningen, 629,5, resp. 631,5 kWh/m². Mijn provincie, Zuid-Holland, heeft haar 1e plek behouden, met 661,6 kWh/m². Daarbij ontving ze gemiddeld 5% meer instraling dan in Overijssel. Bij de relatieve verschillen t.o.v. de instraling in januari tm. juni 2025, liggen deze tussen de extremen -6,1% in Utrecht, resp. -1,5% in Gelderland.

Voor de eerste 6 maanden van 2026 kwam Boonstra met een specifieke productie van gemiddeld 498,3 kWh/kWp, 6,0% minder productie, dan in dezelfde periode in 2025. De extremen kwamen ditmaal voor in Drenthe (477 kWh/kWp), resp. Zeeland, met 530 kWh/kWp (ruim 11% hoger dan in Drenthe). In relatieve zin, was de minder opbrengst t.o.v. januari - juni 2025 inmiddels het hoogst in Utrecht (-7,6%), en het laagst in Overijssel (-3,5%). Het oude PV systeem van Polder PV deed het inmiddels, na de uitgebreide systeem revisie in het voorjaar van 2025, in januari tm. juni 2026, in Leiden, 3,9% beter (531 kWh/kWp, tabel bovenaan dit artikel) dan het provinciale gemiddelde van 511 kWh/kWp.

Boonstra publiceerde ook een nieuw kaartje, met de afwijking van de instraling in het eerst half-jaar van 2026, t.o.v. het gemiddelde over de voorgaande 20 jaar (2006 tm. 2025). Landelijk bezien lag dat 9% boven het gemiddelde, tussen de 7,2% in Fryslân, en 12,0% in Gelderland. Wat de trend bevestigt die al eerder door Polder PV en het KNMI was gesignaleerd: gemiddeld genomen neemt de instraling de laatste jaren toe.

Verschillen instraling vs. productie
De (positieve) verschillen van de gemeten producties zijn normaliter kleiner t.o.v. dezelfde periode in het voorgaande jaar, dan bij de instralings-data. Dit is al langere tijd zo, en is waarschijnlijk deels terug te voeren op extra problemen, zoals veroudering, tijdelijk uitvallende omvormers bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet - gebieden (woonwijken e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling van PV installaties bij klanten met een dynamisch stroom contract, in periodes met negatieve stroomprijzen. Deze problemen zullen vermoedelijk stapsgewijs gaan toenemen, zeker vanaf begin 2027, wanneer er niet meer zonnestroom "gesaldeerd" mag worden.

In 2025 was de situatie echter omgekeerd: bij 11,7% meer horizontale instraling, heeft Boonstra, in een vorige update, 12,3% meer productie geconstateerd in de door hem beheerde groep installaties, tussen de jaren 2024 en 2025. Het is onduidelijk waar dit aan ligt. Mogelijk ligt het verschil binnen de statistische afwijkingen, en/of is de door hem geraadpleegde installatie populatie niet representatief voor het totaal aan PV projecten in Nederland. Dit blijft vooralsnog echter speculatie. In de 1e 6 maanden van 2026 was de situatie weer als vanouds.

Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening (LOB), met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad. Voor diverse nieuwe zaken op de website, zie samenvatting onder het bericht van 1 mei 2026.

Resultaten Siderea.nl

Voor juni 2026 worden haalbare specifieke opbrengsten van 128 kWh/kWp in midden Brabant en midden Gelderland, tot 143 kWh/kWp in Den Helder (NH), voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO getoond. Tot waarden van 130 kWh/kWp voor dezelfde stations, en voor westelijk Gelderland, resp. 146 kWh/kWp in de Kop van Noord-Holland, voor installaties met optimale oriëntaties, op Z.

Voor januari tm. juni 2026 liggen de prognoses tussen de 551 / 585-586 kWh/kWp voor centraal Gelderland en ditto Overijssel, tot 601 / 641 kWh/kWp in Den Helder (NH).

Voor de door Siderea nieuw-vastgestelde langjarige referentie periode 2006-2025 (voorheen daar: 2001-2020) berekende Siderea voor alleen de maand juni haalbare gemiddelde opbrengsten, tussen de 124 kWh/kWp (centraal Gelderland) en 143 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "licht beschaduwde zonnepanelen met hellingshoek 40 graden op ZW of ZO". En 126 kWh/kWp (Veluwe, Gld), tot 143 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "optimale oriëntaties" op zuid.

Voor de kalenderjaar (januari tm. december) potenties, voor genoemde, aangepaste "referentie" periode van 2006-2025, liggen de laagste waarden in centraal Gelderland (Veluwe, 911 resp. 969 kWh/kWp), de hoogste in de Kop van Noord-Holland (1.016 resp. 1.087 kWh/kWp), resp. Zeeland (1.004 resp. 1.072 kWh/kWp), op de voet gevolgd door het Friese Stavoren (1.000 resp. 1.071 kWh/kWp).

Ideaal versus realiteit

Zoals vaker gememoreerd, zijn door Siderea finaal berekende cijfers allemaal ideale gevallen. De meeste van de recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet (zoals al jaren blijkt uit de verzamelde data van Boonstra), omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd, of, tegenwoordig, moeten opereren. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties. Dit zal sowieso niet gaan verbeteren, maar eerder nog minder gaan worden. In ieder geval in de "zonnige" maanden. Wat de door de Eerste Kamer aangenomen wet afschaffen salderen voor extra negatieve gevolgen zal gaan hebben voor de te verwachten (specifieke) productie volumes is nog afwachten. Dit kan beslist een significante rol gaan spelen. 2026 wordt het aller-laatste jaar waarin er gesaldeerd mag worden, op 1 januari 2027 is het einde verhaal. In de op 4 september officeel gepubliceerde "Solar Bible", "Zon in de polder", wordt op pagina's 289-291 dieper ingegaan op de "mogelijke" resp. te verwachten (specifieke) opbrengsten van zonnestroom installaties in Nederland.


Nationaal Klimaat Platform had voor het eerst in langere tijd weer een kwartaalbericht (QII van 2026), gepubliceerd op 1 juli 2026, met als boodschap: "productie energie uit hernieuwbare bronnen groeit, maar oplevering van nieuwe productie vermogens stagneert".

Er was 4% minder windenergie productie dan in het 2e kwartaal van 2025, voorzien wordt vrijwel geen toename in nieuwe turbines, hoogstens "repowering" van bestaande. Grotere windturbines vangen wel meer wind, maar dan moet het windregime wel gunstig zijn.

Zonnestroom bij particulieren, en ook bij de huurcorporaties, stagneert, zoals indirect al uit de energieleveren.nl statistieken valt af te leiden (forse terugval van nieuwe capaciteit in het sub 1 MWac markt segment).

Het NKP claimt wel dat, van het bestaande, enorme potentieel (CBS eind 2025 voorlopig: 29,2 GWp) aan PV installaties, deze "dankzij de export, flexibiliteit en de betere opslag minder vaak werden uitgezet". Wat zou betekenen, dat er 34% méér zonnestroom zou zijn geproduceerd in QII 2026 dan in hetzelfde kwartaal in 2025. Vanwege de betere benutting van wind- en zonnestroom (of, anders gezegd, de minder frequent optredende stilstand "verliezen"), is het aantal uren met negatieve Day-Ahead marktprijzen voor elektra weer flink gedaald. Met 248 uren tm. eind van QII, zou dat bijna de helft minder zijn dan het record tm. QII in 2025. Een goede ontwikkeling, dus.

65% van alle stroom opwek in QII 2026 zou uit hernieuwbare bronnen afkomstig zijn. Wind had evenredige aandelen van zee en op land (beiden 13%), zonnestroom zou een aandeel van al 31% hebben gekregen (dus al flink meer dan de 2 windenergie bijdragen), biomassa deed er nog eens 7% bij. "Conventioneel" (gas, kolen, restafval en kernenergie) hadden een aandeel van 36%, volgens het NKP rapport. Het aandeel hernieuwbaar is wel licht gedaald t.o.v. "zonnig en winderig" QII 2025. Het aandeel had zelfs ruim 70% kunnen zijn geweest zonder noodzakelijke afschakeling van installaties, er zou volgens de berekeningen 4,5 petajoule aan energie opwek "weggegooid" (niet gerealiseerd) zijn geweest, wat volgens het NKP een equivalent zou zijn van het stroomverbruik "van 400.000 huishoudens".

Het totale energieverbruik in Nederland ligt natuurlijk veel hoger, elektra is ongeveer een vijfde van het totaal. De grote "klappers" moeten komen van de verduurzaming van warmte (55%), resp. transport (25%). Elektrificatie van die processen, zou het aandeel van duurzaam opgewekte elektra in de totale energie "mix" moeten doen toenemen. PBL verwacht voor 2030 een aandeel van 24% elektra t.o.v. het finale gebruik van energie.

De actueel berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV. Eerder leek te worden gesuggereerd, dat de energieopwek.nl site in de 2e helft van 2024 zou worden opgeheven, en in het NED zal worden ondergebracht. Begin juli 2026 is deze echter nog steeds als separate entiteit actief, zie hier onder.


Energieopwek.nl

De brondata voor, achtereenvolgens, Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en het Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (al een tijdje gepensioneerd), die met steeds geavanceerder modelleringen worden gevoed (energieopwek.nl website). Hierbij dient echter de nodige prudentie betracht te worden. Zoals al langer verwacht door Polder PV, zijn door het CBS recent de capaciteits-cijfers voor zonnestroom in ieder geval voor 2023 en 2024 fors bijgesteld, in laatstgenoemd jaar in sterk neerwaartse richting. Inmiddels lijken de nu actuele productie cijfers op energieopwek.nl als gevolg van die forse bijstellingen, ook te zijn aangepast, want record volumes liggen nu op lagere niveaus dan in eerdere overzichten. Toen de cijfers nog niet waren aangepast, was er een opmerkelijk verschil met de officiële waarden gepubliceerd door het CBS te zien, met name in 2024 ff., zie de grafiek vergelijking met de maandproducties van CBS versus energieopwek.nl, gemaakt door Polder PV en besproken in het artikel van 21 november jl. De volgende bespreking gaat van de nu actuele (in een vorige update gecorrigeerde) volumes op de energieopwek.nl site uit.

In juni 2026 werd het hoogste gemiddelde vermogen voor de berekende zonnestroom productie op de 22e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 7,22 GW over dat etmaal. Dit is al hoog, hoger nog dan de piek in mei (7,16 GW), maar het is nog steeds iets lager dan het nieuwe historische record berekend, voor 2025, inmiddels voor 12 juni (7,24 GW). De vraag is dus, of we überhaupt een nieuw dag record gaan aantikken in 2026. Juli en augustus zijn vaak warmer (onderdrukt output efficiëntie van kristallijn silicium), en de zon komt alweer lager aan de hemelkoepel te staan, dus dat lijkt niet waarschijnlijk.

Juni 2026 volgt, na hogere pieken in april en mei 2026 t.o.v. dezelfde maanden in 2025, de berekende resultaten voor de eerste drie maanden dit jaar, die gemiddelde pieken lieten zien die wat láger lagen dan de pieken in dezelfde maanden in 2025. In juni 2025 werd de (record) maximale waarde op de 12e bereikt, met gemiddeld 7,24 GW. Juni 2026 piekt nu dus weer 0,3% láger, 10 dagen later. Het door de bank genomen zeer warme weer in de 2e helft zal daar ongetwijfeld de oorzaak zijn geweest, bij een ook zeer lage (nu bekende) groei van nieuwe productie capaciteit.

Record waarden per maand

In de voorliggende maanden werden, met de huidige energieopwek.nl cijfers, de gemiddelde record waarden bereikt op de volgende (meest recente) data:

28 mei 2026 (7,16 GW), 29 april 2026 (6,74 GW), 19 maart 2026 (5,01 GW), 25 februari 2026 (3,60 GW), 22 januari 2026 (1,78 GW).

25 december 2025 (1,93 GW), 21 november (2,23 GW), 1 oktober (3,97 GW), 7 september (5,07 GW), 11 augustus (6,18 GW), 1 juli (6,75 GW), 12 juni (7,24 GW, het nieuwe all-time-high maand record), 19 mei (6,89 GW), 27 april (6,60 GW), 27 maart 2025 (5,39 GW), 17 februari 2025 (3,99 GW), 13 januari (2,13 GW).

En voor 2024: 1 december 2024 (1,54 GW), 3 november (2,31 GW), 5 oktober (3,95 GW), 1 september (4,4 GW), 12 augustus (5,64 GW), 29 juli (5,97 GW), resp. voormalig record houder in dat jaar, 26 juni 2024, met 6,46 GW gemiddeld, flink lager dan oorspronkelijk 7,33 GW).

In 2023 werd het voorgaande jaar record, ook in juni, op de 13e vastgesteld op 6,23 GW gemiddeld (bij eerst-publicatie was dat nog maar 5,85 GW).

Het nieuwe dag-"record" voor de maand juni 2026, op de 22e die maand, komt neer op een berekende zonnestroom productie van 7,22 (GW) x 24 (uren) = 173,3 GWh. Dat ligt, zoals al gezegd, marginaal, 0,3% lager dan het hoogste (record) niveau in juni 2025 (12e: 173,8 GWh).

Voor de maand juni 2026 werd de hoogste momentane berekende output piek voor zonnestroom, 19,83 GW, ook op de 22e behaald. Latere zonnige dagen die week waren te heet om die piek te evenaren. Op 18, 19, 23-26 en 29 juni kwam het momentane vermogen uit rond de 19 gigawatt. Genoemde pieken liggen nog steeds marginaal lager dan het historische record van 20,06 GW momentaan vermogen berekend voor 12 juni 2025. Het lijkt niet waarschijnlijk dat die historische piekwaarde in (meestal warm) juli, dit jaar, gehaald zal worden.

Hierbij is verder geen rekening gehouden met al enige tijd optredende curtailment (afschakel) volumes, in periodes van negatieve dan wel zeer onaantrekkelijke marktprijzen, die de werkelijk geproduceerde (dus: niet berekende) volumes verder onder druk zullen gaan zetten. Deze zijn beslist niet exact te becijferen, omdat veel van dergelijke informatie bedrijfsgeheim is, tenzij wettelijke voorschriften publicatie van die volumes zullen verplichten.

Solarcare 2025

Het bekende monitoring platform van Solarcare had eerder in 2024 reeds haar bevindingen over het kalenderjaar 2024 gepubliceerd. Zij kwamen met minder hoge gemiddelde opbrengsten dan in het zonniger jaar 2023. De gemiddelde specifieke opbrengst die zij hebben bepaald over hun deel-populatie (22 MWp, 2.500 installaties, dus gemiddeld vrij klein, 8,8 kWp per stuk), is 820 kWh/kWp.jaar. In 2023 was het nog 870 kWh/kWp.jr.

Zoals reeds verwacht, zijn begin 2026 de resultaten over 2025 gepubliceerd. Deze zijn beduidend hoger dan in 2024. Toen werden door ongeveer 2.000 geselecteerde PV-installaties (totaal plm. 20 MWp, dus gemiddeld zo'n 10 kWp per project) genormeerde producties behaald van gemiddeld 930 kWh/kWp, wat gemiddeld genomen zo'n 13% hoger was dan in 2024. De spreiding over heel Nederland was een zeer lage 780 kWh/kWp in Drenthe, tot een max. van 990 kWh/kWp voor Zeeland, en zelfs een regionale outlier van 1.050 kWh/kWp op Texel. Een "verondersteld gemiddelde installatie", met een opgesteld generator vermogen van 3,5 kWp zou in 2025 een jaaropbrengst van gemiddeld 3.287 kWh hebben gehad, volgens Solarcare. Opvallend is wederom, dat mei 2025 als meest productieve maand wordt gezien in de Solarcare analyse.

Het is hierbij goed om te beseffen, dat belangrijke deelpopulaties, die normaliter veel hogere specifieke opbrengsten halen, de zonneparken, en de grote rooftop projecten op DC's van meerder MWp-en hierbij niet vertegenwoordigd lijken te zijn.

Anton Boonstra vergeleek later zijn productie resultaten met die van Solarcare voor 2025 (Bluesky post van 2 februari 2026), en kwam tot enkele opvallende verschillen, met name voor de provincies Drenthe (veel lager bij Solarcare) en voor Flevoland (beduidend hoger bij Solarcare). De oorzaak van die verschillen zijn vooralsnog onbekend. De gemiddelde waarden voor heel Nederland ontlopen elkaar echter niet veel (919 AB, 930 kWh/kWp Solarcare).


Bronnen, achtergrond artikelen

Meetdata Polder PV sedert maart 2000

Extern:

Juni 2026. Zeer warm, zonnig en vrij nat (30 juni 2026, maandbericht KNMI, voorlopig)

Zeer warme, zonnige maar ook natte juni (30 juni 2026, nieuwsbericht KNMI)

Jaar 2025. 2025 was zeer warm, droog en zeer zonnig (definitief jaaroverzicht KNMI 2025, 7 januari 2026)

Jaar 2024. Extreem warm en zeer nat met vrijwel de normale hoeveelheid zon (definitief jaaroverzicht over 2024, KNMI, 10 januari 2025)

Schonere lucht zorgt voor meer zonneschijn (zeer interessant artikel, KNMI, 18 juni 2025)

De staat van ons klimaat 2025: Nederlands weer in tijden van klimaatverandering (29 januari 2026, nieuwsbericht KNMI met link naar volledige rapportage. Let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 10, de progressie van de instraling per kalenderjaar [slide 11], en het berekende zonne- plus windenergie [potentieel] per dag, op slide 15. Op de berekende zonnestroom productie had Polder PV echter wel onderbouwd commentaar, zie draadje op Bluesky, 28 januari 2026)

De staat van ons klimaat 2024: Weer een recordwarm jaar (31 januari 2025, nieuwsbericht KNMI, met link naar volledige rapportage over dat jaar)

Klimaatstreepjescode krijgt nieuw streepje voor 2025 (nieuwsbericht 30 december 2025, KNMI)

Klimaatstreepjescode vanaf het begin van de jaartelling (nieuwsbericht 8 januari 2025, KNMI, incl. "klimaatstreepjescode" tm. 2024)

En verder:

Overzichten Anton Boonstra op Bluesky

Gemiddelde horizontale instraling per provincie in juni 2026, resp. januari tm. juni 2026 (post 2 juli 2026)

Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie van 1.100 installaties per provincie in juni 2026 (post 2 juli 2026)

Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie per provincie in januari tm. juni 2026 (post 2 juli 2026)

Relatieve afwijking horizontale instraling per provincie en landelijk in eerste half-jaar 2026 t.o.v. gemiddelde in dezelfde periode, in 2006-2025 (post 4 juli 2026)

Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)

Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea

Kwartaalbericht Energieopwek: Hernieuwbare energie groeit, nieuw vermogen stagneert (1 juli 2026)

2025: Meer duurzame energie, ook meer ongebruikte overschotten. Voorlopig overzicht status Nationaal Klimaat Platform voor kalenderjaar 2025

Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2025: 0,93 kWh/Wp (Solarcare ongedateerd januari 2026. Totale jaaropbrengsten 2025 van zo'n 2.000 installaties / 20 MWp.

Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2024: 0,82 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2025. Totale jaaropbrengsten 2024 van zo'n 2.500 installaties / ruim 22 MWp, ongeveer 6% lager dan in 2023. Incl. provinciale verdeling).

Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp (Solarcare / webarchive, ongedateerd, januari 2024)

2025 solar resource overview in maps: A year of exceptional highs and lows (7 januari 2026; blog artikel instralings-specialist Solargis over globale verschillen in instraling in 2025 t.o.v. langjarig gemiddelde. Europa deels 4-10% meer instraaling, oost Azië 15-20% meer, India en delen van Zuid en Midden Amerika 7-14% minder dan langjarig gemiddeld)

Solargis data helps unveil new insights into Europe’s solar radiation trends (16 februari 2026; blog artikel Solargis over langjarige trends van instraling in periode 1994-2023 in Europa. Gemiddeld 2,1 W/m² per jaar toename van de instraling, niet homogeen verdeeld over Europa, combinatie van effecten verminderde aerosol concentratie / luchtvervuiling en wijzigingen in wolkendek)

Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden / selectie. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet). Vanaf maart worden hier de Bluesky links geplaatst, direct toegankelijk voor account houders aldaar (equivalent op Twitter blijft voorlopig nog actief). Overigens, "detail", Visser is inmiddels gepensioneerd, maar zet diverse activiteiten zoals onderhavige gewoon door:

5 procent minder zonnestroom productie berekend in juni 2026 dan dezelfde maand in 2025, afschakeling zou 15% verlies van potentie hebben opgeleverd (posted 1 juli 2026)

"Decentrale" versus "centrale" stroom productie (incl. PV) volgens eigen norm, afwijkend van werkwijze CBS (posted 30 juni 2026)

Marktprijs zonnestroom midden op de dag zo'n 10 Eurocent/kWh "waard" ex btw, op 30 juni (posted 29 juni 2026)

Negatieve Day-Ahead stroomprijs uren blijven opvallend achter bij zelfde periode in 2025. Oorzaak: betere benutting, meer opslag, efficiëntie? (posted 28 juni 2026)

Week 21-27 juni 2e week met meer dan 50% van totale stroomproductie uit zonlicht (posted 28 juni 2026)

Voor het eerst lichte groei stroomvraag in NL - gemiddeld zo'n 1,5% in eerste vier maanden 2026 (posted 27 juni 2026)

Update Klimaatmonitor met aandelen stroom uit HE bronnen, incl. PV 2024 (primaire bron: CBS). Drenthe scoort het hoogst, ruim de helft (posted 24 juni 2026)

"Verwachte groei" zonnestroom volgens diverse scenario's. Die nooit zullen uitkomen, zoals de historie al meermalen heeft aangetoond (posted 23 juni 2026)


3 juni 2026: Nieuwe update registratie opslag (accu) systemen sub 1 MWac markt - na record groei april lagere, doch nog steeds hoge toename in mei 2026. In de vorige analyse gaf ik de al vele maanden verzorgde solar statistiek voor het sub 1 MWac segment. Ditmaal is het weer de beurt voor de ontwikkelingen in de accu wereld in hetzelfde (grote) marktsegment. Die werden voor het eerst publiekelijk toegankelijk in dezelfde statistiek van energieleveren.nl in maart. In de huidige korte introductie geef ik de belangrijkste nieuwe grafiek in de derde update van deze explosief evoluerende "BESS" markt (battery energy storage systems).

Deze geeft de nieuwbouw van de opgegeven capaciteit van de bij energieleveren.nl (verplicht) gerapporteerde opslag systemen (accu's, BESS, EOS-en), zoals nu bekend, vanaf mei 2024, tot en met de laatste rapportage maand, mei 2026:

De grafiek geeft de stapeling van de opslag capaciteit van drie categorieën weer, met bovenaan de stapelkolommen de totale volumes (cijfer weergave in MWac aangesloten uitgangs-capaciteit, dus niet de opslag capaciteit, die wordt uitgedrukt in MWh). Onderaan de kleinste categorie, opslag installaties tot 5 kWac, vrijwel uitsluitend beperkt tot implementatie bij huishoudens (zalmroze kolomsegmenten), die in mei een totaal niveau van 5,2 MWac toevoegden aan de al rap toegenomen marktvolumes.

Daar bovenop gestapeld zijn de nieuwe opslag systemen tussen de 5 en 15 kWac, naar analogie van de indeling bij de (capaciteit van de) PV-installaties behandeld in de voorgaande analyse (magenta). Na wat op en neergaande bewegingen, groeit dat volume de laatste maanden ronduit opmerkelijk, tot een nieuw record niveau van 66,6 MWac nieuw vermogen in april. In mei lag het op een veel lager niveau, al is de geregistreerde nieuwbouw van 24,4 MWac na het april record de tweede hoogste toevoeging in de geschiedenis. Het nieuwe volume is een factor 4,7 maal de toename in het kleinste marktsegment.

De grootste categorie, het segment met 15 - 1.000 kWac aan uitgangs-vermogen (paarse kolom segmenten), groeide zeer hard, en bereikte met een nieuwbouw van 72,4 MWac in maart zelfs een record volume. Ook in april 2026 was het nog steeds zeer hoog, 50,7 MWac, maar in mei viel het nieuwe volume flink terug, naar 21,0 MWac aan uitgangs-capaciteit. De verwachting is, dat deze grootste categorie forse volumes in de markt zal blijven zetten, zeker als de crisis in het Midden-Oosten aan blijft houden, en accu technologie bovendien "als een razende" in kostprijs blijft dalen.

Het nieuwe totaal volume was in mei 50,6 MWac, 41% van de record toevoeging in april (123,2 MWac), waarmee het op drie na hoogste totale nieuwbouw volume is geworden in de getoonde reeks. Dit is nog zonder alle nog niet geregistreerde installaties, en ook nog zonder de separaat door CBS bijgehouden grote BESS projecten (met een opslag capaciteit groter dan 1 MWh). Ergo, de elektra opslag markt is in werkelijkheid nog veel groter dan hier getoond.

De eerste "halve GWac" aan cumulatie is reeds in maart gepasseerd. In totaal is er begin juni 2026 in deze drie marktsegmenten bij elkaar al 754 MWac opslag capaciteit geregistreerd. De eerste "gieg" in dit deel dossier zal niet lang meer op zich laten wachten ...

Capaciteit

Tot slot, is ook, met hulp van de altijd uitmuntende Duitse Energiewende cijfers van Energy-charts.de, een poging gedaan, om de door energieleveren.nl gerapporteerde "uitgangs-capaciteit" om te rekenen naar opgestelde batterij capaciteit. De eerste poging leidt voor eind mei tot 1.131 MWh in de sub 1 MWac markt, met, naar verwachting, nog veel capaciteit "missend".

Voor de volledige analyse, met meer grafieken en toelichtingen, zie:

Bron

Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")



3 juni 2026: Energieleveren.nl - sub 1 MWac PV markt mei 2026: weer lichte terugval / magere groei. De update van de stand van zaken in het sub 1 MWac PV segment is weer gepubliceerd in het energieleveren.nl portal. In een eerdere rapportage werd het jaar 2024 afgesloten, met 53% minder nieuwe capaciteit in dit marktsegment, dan in record jaar 2023. Medio januari 2026 volgde de rapportage voor 2025, met ruim 45% minder aanwas dan in 2024, en een record lage aanwas in de maand december. Bij de aantallen registraties waren die percentages zelfs 53% (2024 t.o.v. 2023) en ruim 46% minder (2025 t.o.v. 2024). Januari 2026 gaf vervolgens een nieuw dieptepunt te zien bij de geregistreerde aanwas. In februari verbeterde de groei marginaal, in maart en april was er een lichte verbetering.

Het volume aan nieuwe registraties in mei 2026 is weer lager dan in april in dit door residentiële installaties gedomineerde, grote marktsegment. Er werden voor mei slechts 8.991 nieuwe registraties genoteerd, anderhalf duizend exemplaren (ruim 14%) minder dan in april. Het was ook ruim 28% minder dan het nieuwe volume een jaar eerder, in mei 2025. In cumulatie werd een opgesteld vermogen van 19.545 MWac capaciteit bereikt, verdeeld over ruim 3,3 miljoen installaties.


In de eerste analyse van de energieleveren.nl cijfers, medio september 2024, maakte ik al gewag van de "instorting" van het kleine PV marktsegment in Nederland, op basis van de in dat jaar voor het eerst daar gepubliceerde marktcijfers van de "sub 1 MWac markt". In augustus 2024 werd destijds een voorlopig dieptepunt bereikt, met slechts 14 duizend nieuwe installaties, met een toegevoegd omvormer vermogen van 82 MWac. Een tweet van Polder PV (toen nog op "X") over deze markt "instorting" werd zeer vaak bekeken (laatste stand van zaken: 16.500 maal).

In de daar op volgende periode was de trend duidelijk negatief, met af en toe een kleine "opklaring" (maart - april 2024), maar het hele kalenderjaar werd beduidend minder volume geregistreerd dan in record jaar 2023.

Ook in 2025 bleven de nieuwbouw volumes zeer laag, tussen de 17.329 exemplaren in april, en enkele tussentijdse "laagte records", waaronder, uiteindelijk, het nieuwe dieptepunt in december, met 9.635 exemplaren. Het gemiddelde vermogen per nieuwe registratie, opvallend hoog in juni 2025 (6,18 kWac), bleef flink op en neer gaan. Na een nieuwe low in november (5,04 kWac), schommelde de gemiddelde capaciteit bij de nieuwkomers zeer sterk, bereikte een piek van 6,51 kWac in maart, maar is dat eind mei 2026 alweer ingezakt naar 5,93 kWac gemiddeld per nieuwe registratie.

^^^
Grafiek met, per maand, de nieuwe aantallen registraties per maand, opgetekend door energieleveren.nl, tm. april 2026.
2024 in magenta gekleurde kolommen, die de forse terugval in nieuwe installaties in het <1 MWac segment goed laat zien.
2025 begon weer op een laag niveau, en in de tweede jaarhelft is het niveau zelfs "zeer laag" geworden.
Het nieuwe dieptepunt vinden we in januari 2026, met slechts 6.897 nieuwe exemplaren, wat vervolgens in 3 stappen werd verbeterd,
met 8.774 exemplaren in februari, en 10.474 nieuwe registraties in maart. April ging daar met 20 extra registraties overheen,
maar in mei zakte het niveau weer naar 8.991 nieuwe exemplaren. Dat is 29% lager dan in mei 2025, en slechts 13% van het record niveau in april 2023.

Met de weer geringe toevoeging in mei 2026 zijn er begin juni in totaal nu ruim 3,33 miljoen PV installaties per stuk < 1 MWac bekend bij energieleveren.nl, volgens de optelling van de drie grootte-categorieën. Hierbij nogmaals de bekende disclaimer: dat is niet het aantal woningen, of dergelijke claims. Er worden immers zeer regelmatig uitbreidingen (= "installaties") aan bestaande projecten toegevoegd, zowel residentieel, als in de projecten markt, een endemisch verschijnsel in Nederland. Het aantal "objecten", "erven", "project sites", is, derhalve, altijd (veel) lager, dan bovengenoemd getal. Wat, desondanks, natuurlijk zonder meer een spectaculair volume blijft weergeven.

Het is nog zeer onzeker of deze "sub 1 MWac" markt zich in enige mate zal herstellen. Voorlopig zullen de nieuwbouw cijfers waarschijnlijk erg laag blijven. Wat vooral ligt aan de "schrik" in de residentiële markt, over het ook door de Senaat aangenomen wetsvoorstel van het vorige kabinet (Schoof), om de salderingsregeling per 1 januari 2027 definitief af te schaffen. En dat, in combinatie met de vrijwel bij alle leveranciers ingevoerde invoedings-heffingen voor kleinverbruikers met zonnepanelen, resulterend in forse extra af te dragen bedragen bij, met name, de grotere residentiële installaties.

Wel is het zo, dat er eerste signalen zijn dat de invoedings-vergoedingen weer afnemen (contract Vattenfall, zie Bluesky post van 3 februari 2026). Bovendien zijn we in een bizarre "energie-gerelateerde" oorlog in het Midden-Oosten beland, die de piketpalen mogelijk weer zou kunnen verzetten. Al is er op dit niveau bij de registraties van nieuwe kleinschalige PV-systemen nog weinig van te merken, in tegenstelling tot een zéér progressieve ontwikkeling bij de geregistreerde batterij systemen (waar ik later op terug zal komen).

Of dat voldoende stimulans zal zijn om de residentiële markt weer een duw in de rug te geven blijft echter nog onzeker. Tale-telling is, in ieder geval, dat de grootste partij die meer dan 50 duizend huurwoningen van zonnepanelen heeft voorzien, waarvan het businessmodel voor een belangrijk deel van het mogen salderen van zonnestroom bij de betreffende huurders afhangt, de overkoepelende BV van Wocozon, het faillissement had aangevraagd, o.a. vanwege corona schulden, in combinatie met een "ingestorte markt". Gelukkig volgde eind maart de aankondiging, dat het Amsterdamse Klimaat & Energiefonds gaat proberen om de boel daar weer op de rails te krijgen.

Ruim 19,5 GWac capaciteit in cumulatie - en langzaam verder groeiend

In de september 2024 rapportage werd het passeren van de piketpaal 18 GWac gemeld, en eind augustus 2025 de 19 GWac grens, in alleen het sub 1 MWac segment. Eind mei 2026 staat nu al een totaal volume van 19.545 MWac vermogen geaccumuleerd. 37% daarvan, een enorm volume van bijna 7,2 GWac, is bijna exclusief residentieel (installaties kleiner dan 5 kWac, blauwe segmenten in de grafiek). Daarbovenop komt nog een deel van de op 1 na grootste categorie, installaties tussen de 5 en 15 kWac, die begin juni 2026 in totaal nog eens 4,8 GWac omvatte. Het grootste deel van deze 2 segmenten, plus nog een aardige hoeveelheid van het grootste segment, mag de opgewekte zonnestroom nog steeds salderen, tot en met eind 2026.

Als we de - ter discussie te stellen - 5% meer generator vermogen dan AC vermogen volgens energieleveren.nl als uitgangspunt nemen, zou eind september 2025 voor het eerst in de geschiedenis alleen al dit sub 1 MWac marktsegment, een generator vermogen omvatten wat de 20 GWp zou zijn gepasseerd. Vermoedelijk is het echter al een stuk meer, omdat uit CBS statistieken blijkt, dat die verhouding DC / AC ver boven de 5% ligt (meer richting 10-11%). Eind mei 2026 zou met de door energieleveren.nl gehanteerde, conservatieve, 5% conversie, er minimaal ruim 20,5 GWp generator vermogen kunnen zijn geaccumuleerd in dit grote marktsegment.

Relatieve aandelen op totaal volumes

In heel Nederland stond begin 2025, volgens de laatst beschikbare officiële CBS update, in totaal 24.772 MWac aan PV "systeemvermogen".

De "sub 1 MWac" markt zou, bij aanname van de CBS (AC systeemvermogen) data, volgens deze laatste gecombineerde cijfers een aandeel hebben van ruim 74% van het totaal volume, bij referentie aan de ge-extraheerde AC vermogens, eind 2024. De verwachting is, dat het nog neerwaarts aangepast zal worden, omdat de nodige gerealiseerde grotere, meestal SDE gesubsidieerde projecten (incl. grote PV daken en zonneparken), nog niet doorgedrongen zullen zijn tot de CBS data. Daar gaat meestal lange tijd overheen. Eind 2025 is het aandeel met de huidige, voor dat jaar nog zeer voorlopige CBS cijfers, ruim 71%. Dat lijkt op een daling van het aandeel te duiden, maar zoals gezegd, vanwege de zeer voorlopige status van de broncijfers, kan dit beslist nog gaan wijzigen.

Kijken we uitsluitend naar het < 5 kW marktsegment in het energieleveren.nl dossier, zou het aandeel van deze "exclusief residentiële" kleine installaties t.o.v. de totale CBS volumes ("systeem capaciteit"), iets gedaald zijn, van 28,1% EOY 2023, naar 27,5%, EOY 2024. Voorlopig komt EOY 2025 op hetzelfde aandeel uit als in het voorgaande jaar.

Groei capaciteit per maand ook na dieptepunt in januari 2026 relatief laag, maar weer enigszins aantrekkend

In bovenstaande grafiek wordt de maandelijkse groei van de AC capaciteit bij de drie categorieën sub 1 MWac installaties getoond, afgeleid uit de accumulatie cijfers voor het eind van de maand, getoond in het vorige exemplaar. Hierin is goed te zien dat het nieuwbouw niveau voor de capaciteit in januari 2025 iets onder dat van augustus 2024 is komen te liggen, en toen een nieuw "all-time-low" had bereikt.

In 2025 tot en met januari 2026 gingen de volumes gemiddeld genomen verder onderuit, met aanwas cijfers tussen de 92 MWac (maart en april 2025), en, na het vorige record voor december, alweer een nieuw historisch dieptepunt in de getoonde periode, slechts 42,3 MWac in januari 2026. Februari was weer marginaal beter (45,1 MWac), en maart zette een extra stap voorwaarts, met 68,2 MWac. Daarne krompen de volumes echter weer, via 66,0 MWac in april, naar 53,3 MW in mei 2026. De horizontale streepjeslijnen geven de jaargemiddelde maandgroei cijfers weer. Meer specifiek, de 2e jaarhelft 2021 tm. kalenderjaar 2025, en voor de eerste vijf maanden van 2026, rechts onderaan. Het maandgemiddelde in 2025 (bijna 74 MWac/mnd) ligt flink onder dat voor 2024 (135 MWac/mnd), wat eerder al substantieel lager uitkwam t.o.v. het record gemiddelde in 2023 (284 MWac/mnd).

Bij de aanwas cijfers, is het aandeel van de capaciteit toevoeging van de kleinste, puur residentiële installaties (tot 5 kWac) in februari 2026 bijna 35% van het totaal. Door een flinke toevoeging in de grootste deelcategorie (installaties tussen 15 en 1.000 kWac), nam het aandeel van genoemde kleinste categorie bij de toevoegingen af naar het kleinste percentage sinds juni 2021: ruim 25%. De grootste klasse (> 15 kW) had in maart een aandeel van 48% van datzelfde totaal volume, in april en mei zakte dat weer iets in, via ruim 46% naar ruim 41%.

De gemiddelde aanwas in de eerste vijf maanden van het nieuwe jaar ligt zeer laag, op 55,0 MWac (nieuwe korte streepjeslijn rechtsonder in de grafiek). Dat ligt alweer ruim 25% onder het gemiddelde jaar niveau in 2025.


Ik heb in een vorige update 1 nieuwe grafiek toegevoegd, met de bekende volumes, voor de accumulatie aan het eind van het jaar, en de jaarlijkse aanwas cijfers, voor zowel de capaciteit (grote grafiek), als voor de aantallen installaties (inset linksboven), tussen 2021 en 2024. Hier onder staan de resultaten voor de complete jaargangen tm. 2025, en, in een vorige update toegevoegd, voor het eerste kwartaal van 2026. Een volgende update volgt als de resultaten voor het tweede kwartaal van 2026 bekend zijn gemaakt (waarschijnlijk begin juli).

Goed is te zien, dat 2023 het jaar met de hoogste toevoeging is geweest in dit grote deel-dossier, met 635 duizend nieuwe installaties en een toegevoegde capaciteit van 3.403 MWac. 2024 ging hard onderuit, met minder dan de helft van de nieuwe volumes in 2023 (298 duizend nieuwe installaties, 1.616 MWac). 2025 zakte nog verder onderuit, met een capaciteits-volume van 882 MWac, resp. 160 duizend nieuwe registraties. Wat 45% lager ligt dan de toevoeging in het ook al tegenvallende jaar 2024, en wat slechts ruim een kwart is van de record toevoeging in 2023.

Het eerste kwartaal van 2026 begon ook weer op een marginaal niveau, met 26 duizend nieuwe registraties, goed voor 156 MWac vermogen. Met april en mei meegerekend, komt het nieuwe volume nu op 275 MWac uit. Dat is nog slechts 31% van het jaarvolume in 2025.

Zie voor de mogelijke impact, andere grafieken, waaronder ook de update van het recent nieuw toegevoegde exemplaar met segmentatie in klein- en grootverbruik aansluiting, en duiding van dat alles, de bespreking van de meest recente cijfers in mijn update, hier onder gelinkt:

Statistieken PV markt segment registraties < 1 MWac bij energieleveren.nl

update 1 juni 2026

Voor het tweede deel van dit tweeluik, betreffende de accu opslag (BESS) statistiek van hetzelfde marktsegment, zie het vervolg artikel.

Bron

Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")


1 juni 2026. Zonnestroom productie PV systeem Polder PV zonnig mei 2026, bovengemiddeld, maar geen record productie. De maandproducties waren dit jaar grotendeels bovengemiddeld. Zo ook in mei, al lag de zonnestroom productie niet op een record niveau: het was, bij Polder PV, de vijfde hoogste productie in een mei maand sedert 2002.

In deze analyse de cijfers voor mei 2026, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis, begin juni 2026, inmiddels 9.576 dagen in bedrijf is. Voor een verslagje van de systeemrevisie op 8 maart, bij het eerste kwart eeuw jubileum, 13 maart 2025, zie hier. De in een eerdere rapportage uitgesproken hoop dat "alles weer normaal" zou worden in 2025, als gevolg van die systeem renovatie, blijkt met de cijfers voor april tot en met december dat jaar, volledig te zijn uitgekomen. En zelfs tot de derde beste jaarproductie ooit te hebben geleid.

In onderstaand verslag de resultaten met het gerenoveerde, ruim een kwart eeuw oude Polder PV (kern) systeem.

In eerste instantie de gebruikelijke tabel met de fysiek gemeten maandopbrengsten per deelgroep in het kleine PV systeem van Polder PV, die hier onder zijn weergegeven.

De tabel met de gemeten / deels geïnterpoleerde producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, voor mei 2026, en voor de sommatie van de producties in januari tm. mei 2026, in vergelijking met de (specifieke) opbrengst in mei 2025, en de cumulatieve opbrengsten voor de eerste vijf maanden in 2025, helemaal rechts (zie aparte analyse op Polder PV). Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. De productie viel voor de periode januari tm. mei 2025, mede vanwege de forse infra problemen die al langer in 2023-2024 speelden, tegen, omdat een deel van die periode nog vóór de infra renovatie werd geturfd. Die situatie is, net als in mei 2025 tm. april 2026, volledig gewijzigd. Alle productie resultaten liggen in 2026 weer redelijk dicht bij elkaar (kWh/kWp).

In de "zonnige" maand mei 2026 is de vaak in het verleden goed presterende set met 2 Kyocera 50 Wp paneeltjes in serie op 1 micro-inverter ook ditmaal, net als in de voorgaande maanden, wederom de beste, met een specifieke opbrengst van 134,6 kWh/kWp, vrijwel gelijk aan de specifieke productie in april dit jaar. Op de 2e en 3e plek staan ditmaal het oudste kwartet zonnepanelen, 4x 93 Wp Shell Solar modules (129,8 kWh/kWp), gevolgd door dicht bij elkaar liggende producties van de andere sets (tussen de 128 en 126 kWh/kWp).

Vergelijk met mei 2025 en met cumulatie januari tm. mei 2025

De productie verschillen met de zeer zonnige maand mei 2025 zijn bescheiden, tussen 2,8% minder, voor het aparte stel, pal zuid gerichte 108 Wp panelen (donkergroene band), tot 6,0% minder productie bij de oudste set, met 4x 93 Wp panelen. Als enigen, presteerden de 2 kleine, in serie op een OK4E-100 micro-inverter staande Kyocera panelen, ditmaal zelfs marginaal meer dan in mei 2025 (0,1%).

Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van 130,3 kWh in mei, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 127,7 kWh/kWp. Dat ligt ditmaal 0,5% láger dan de 128,4 kWh/kWp in april 2026. Normaliter zal, vanwege een combinatie van weer toenemende daglengtes, en de gemiddeld weer groter wordende hoogte van de zon t.o.v. de horizon, wat een nog sterker effect heeft (uitleg bij KNMI), in ieder geval tm. juni de productie toenemen t.o.v. de voorgaande maand. Ditmaal had mei echter vrijwel hetzelfde aantal zonuren dan in april (258 om 257 uren zon). Als de atmosferische omstandigheden ongunstig zijn geweest (veel strooilicht e.d.), kan er dus soms een tijdelijke terugval zijn bij het totaal aantal zonuren. Dit, ondanks het feit, dat mei zelfs 1 dag meer heeft dan april, wat het effect nog iets versterkt.

Voor de totale productie in de eerste vijf maanden van 2026, blijft wederom de Kyocera set veruit het beste jongetje van de klas (430,8 kWh/kWp), en is ook hier weer de achterste set 108 Wp panelen rode lantaarndrager (403,0 kWh/kWp). Omdat in maart 2025 het systeem door een infra renovatie weer op orde is gebracht, is er in de vijf maanden van 2025 nog een - steeds kleiner wordend - deel van de productie achtergebleven t.o.v. een "normale" situatie, vandaar dat ik nog een rood kader heb gezet bij de meest problematische set panelen (2 stuks 108 Wp exemplaren in de voorste rij), die in die periode nog wat achterblijven bij de rest. De verwachting is dat over een langere periode in het jaar, het relatieve verschil verder zal afnemen.

Alle paneel sets hadden in januari tm. mei 2026 een iets lagere productie dan in de eerste vijf maanden in 2025, tussen de ruim 9% minder voor de oudste set zonnepanelen, tot 1,8% minder voor de in 2025 deels nog "problematische set" van 2 vooraan staande 108 Wp modules (rode band). Dit heeft grotendeels te maken met minder zonuren in 2026 (zie verder).

KNMI maandbericht

Mei 2026 kreeg van het KNMI de kwalificatie "Warm, vrijwel de gemiddelde hoeveelheid neerslag en zonnig" (definitief overzicht van 2 juni, gewijzigd t.o.v. eerdere versie). Met 258 zonuren t.o.v. het langjarige gemiddelde van 225 voor die maand, lag dat dus alweer 15% boven het historisch gemiddelde [referentie periode 1991-2020]. In mei werd slechts 1 zonuur langer geconstateerd dan in 1 dag korter durend april 2026 (257 zonuren), maar was beduidend lager, -10,4%, t.o.v. de 288 zonuren in zeer zonnig mei 2025. Ditmaal was noordwest Nederland het zonnigst (de Kooy, 303 t.o.v. historisch gemiddeld 247 zonuren, bijna 23% meer); oostelijk Nederland ontving het minst aantal uren zon (Limburgs Beek: 228 t.o.v. normaal 218 zonuren). Centraal gelegen, landelijk gemiddeld weerstation De Bilt, had, met 245 zonuren, ruim 17% meer zonuren dan de historische standaard (209).

Kijken we naar de cumulatie van het aantal zonuren in de eerste vijf maanden, zien we dat 2026 inmiddels al 8,4% minder uren zon liet zien dan in 2025 (880 om 961 zonuren), wat een verklaring is voor bovengenoemde "minder opbrengst" in die periode in het huidige kalenderjaar. Alle maanden, behalve januari, hadden in 2026 minder zonuren, dan hun evenknie in 2025. Februari liet het grootste verschil zien (-23,3%).

Noemenswaardig in andere recente berichtgeving van het KNMI is, dat in de meteorologische lente van 2026 (maanden maart, april, en mei), na aanpassing van de definitieve data, weerstation De Kooy in Noord-Holland (dus niet meer Voorschoten), het zonnigst bleek te zijn, met 762 zonuren t.o.v. het historisch gemiddelde van 617 uren (23,5% meer!).

Het resultaat voor het nog steeds prima functionerende 1,02 kWp kernsysteem in mei 2026 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2026 heeft een eigen kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.

Voor een korte bespreking van de maandproducties tm. juli 2025, zie de rapportage over augustus. Voor de overige maanden van 2025, zie de rapportage over december van dat jaar.

Januari 2026 kwam, met een productie van 23,1 kWh, minder dan 1% onder het langjarige gemiddelde (23,2 kWh) voor die maand uit. Februari zit, met 35,3 kWh, 18% onder het langjarige gemiddelde. Maart, daarentegen, komt, met 97,5 kWh, weer bijna 16% hoger uit dan het gemiddelde voor die maand. In april is er ook een flinke meeropbrengst t.o.v. het langjarige gemiddelde: 130,9 kWh t.o.v. 113,6 kWh, een verschil van ruim 15%. De extremen voor april lagen tussen de 87,8 kWh in 2024 (structureel problemen met infra op het dak), tot het hoogste niveau, 141,2 kWh, in april 2007 (24% meer dan gemiddeld). Zie ook de daarvoor in elkaar gezette animatie ("moeder aller april records"), op Polder PV. Mei presteerde bovengemiddeld, maar kwam in de sequentie op de historisch bezien 9e plaats, met 4,7% meer productie dan langjarig gemiddeld. Mei 2020 was kampioen, met ruim 21% meer productie dan het gemiddelde. Het was, voor het toen ruim 20 jaar bestaande kernsysteem bij Polder PV, zelfs het hoogste maandrecord ooit.

Opvallend blijft, dat bij Polder PV, de maand met de gemiddeld hoogste productie over alle jaren, alweer een tijdje de maand mei is geworden. Dit heeft vermoedelijk te maken met de combinatie van hoge instraling, met een nog relatief lage luchttemperatuur. In warme zomermaanden, heeft het PPV systeem te maken met hittestress, met name bij de in ons appartement hangende micro-inverters (die op zeer hete dagen geforceerd worden gekoeld met computer ventilatoren). Ook is de lucht in mei koeler dan in de latere zomermaanden, en minder vochtig, waardoor de instraling gemiddeld genomen intenser is, ook over langere periodes. Toch moest Polder PV de ventilatortjes nu al meerdere dagen laten draaien, vanwege de snel oplopende buitentemperaturen in combinatie met hoge instraling. Resulterend in een flinke belasting van de in huis hangende omvormertjes.

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. 2022 is verwijderd, en 2026 is begin dit jaar toegevoegd in deze nieuwe grafiek. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Vooral 2025 steekt bij de voorjaar-zomer producties duidelijk boven de 2 eerdere jaren uit, met zeer hoge producties. Dit heeft deels met de infra problemen in 2023-2024 te maken (vooral in 2024 tot zeer lage opbrengsten leidend), en deels wordt het veroorzaakt door hoge instraling in deze maanden in 2025. In 2026 zijn met name maart en april duidelijk bovengemiddeld bij de productie, mei zit nog steeds boven het gemiddelde, maar op een wat lager niveau.

De eerste 5 maand producties in 2026 laten tot nog toe onder (februari) tot duidelijk bovengemiddelde niveaus zien (maart - mei). Januari 2024 scoorde bovenmatig hoog in deze periode, wat in februari echter weer ten negatieve werd "gecompenseerd". Maart tm. mei 2025 gaven hoge tot exceptionele producties te zien, wat gezien de hoge, tot zelfs record hoeveelheden instraling in die maanden, ook weer niet hoeft te verbazen.

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel. Momenteel is dat, voor het nieuwe jaar, de periode januari tm. mei. De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in januari tm. mei is in de laatste oranje kolom weergegeven, en door de horizontale zwarte streepjeslijn, en bedraagt (periode 2002-2026) inmiddels 388,5 kWh voor dit deel-systeem.

De spreiding in de cumulatieve opbrengsten is voor de eerste vijf maanden nog steeds behoorlijk hoog. De verschillen worden echter later over een langere periode uitgemiddeld, en zullen beslist lager gaan worden tussen de jaren onderling. De extremen voor januari tm. mei liggen momenteel tussen de 316 kWh (2024, jaar met toen nog deels niet herstelde infra problemen), en 452 kWh (2003). 2026 zit, met 417 kWh, relatief hoog in de boom, en komt op de 5e plek in de langjarige historie.

In bovenstaande grafiek is ook weer de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2026 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt nu weer marginaal onder het gemiddelde, op een niveau van 387,2 kWh.

In deze vierde grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. 2023 (lichtgeel) was, door diverse infra problemen, tot voor kort het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het toen nog laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).

2024 heeft, helaas "met stip", 2023 in negatieve zin overtroefd, en kwam, door een combinatie van structurele problemen met de oude installatie, en het beslist niet meewerkende weer door het jaar heen, tot en met december bij de productie op een nieuw laagte-record, 806 kWh (gemiddelde over alle jaren: 922 kWh).

2025 heeft, vanwege een combinatie van zeer zonnige condities, én de systeem infra renovatie in maart, de op twee na hoogste productie ooit opgebracht, voor dit deelsysteem: 1.003 kWh.

2026 begon in januari met een gemiddelde productie, februari ondergemiddeld, en maart tm. mei weer beduidend bovengemiddeld. Begin juni kwam de cumulatie al op 417 kWh.

De cumulatieve jaarproducties van de drie hoogst (2003, 2022 en 2025), en 2 slechtst presterende jaargangen (2024, 2023) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.


Data Anton Boonstra, Siderea.nl, NKP, Energieopwek.nl

Instraling en productie data via Boonstra

Er is in mei 2026 gemiddeld 169,7 kWh/m² instraling gemeten door het KNMI in Nederland, wat 6,8% minder zou zijn dan in mei 2025. De extremen vinden we in oost Nederland, met name in Overijssel, met 161,9 kWh/m², en in Noord-Holland (179,1 kWh/m²), op de voet gevolgd door Fryslân (178,4 kWh/m²). De relatieve verschillen met mei 2025 lagen tussen de -10,1% in Utrecht, en -2,0% in Noord-Holland.

De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor de PVOutput data van de (bijna 1.100) Nederlandse contribuanten op 119,6 kWh/kWp in april 2026, wat, volgens Boonstra, 2,5% hoger lag dan in dezelfde maand in 2025. Rode lantaarndrager was Groningen, met 112 kWh/kWp. Zeeland had de hoogste gemiddelde productie, 125 kWh/kWp, gevolgd door Noord- en Zuid-Holland (123 resp. 122 kWh/kWp).

De productie van het gereviseerde PV-systeem van Polder PV kwam, met gemiddeld 128 kWh/kWp (eerste tabel aan het begin van dit artikel), wederom 4% boven het provinciale gemiddelde (Zuid-Holland) uit. Dit zal in de komende warme zomermaanden vermoedelijk andersom gaan worden, wanneer onze micro-inverters vaak aan "hittestress" leiden.

De relatieve afwijkingen t.o.v. de productie cijfers in mei 2025 lagen tussen -11,2% in Drenthe, en -3,7% tot -3,8% in Zeeland, resp. Fryslân.

In de eerste 5 maanden van 2026 is, volgens de KNMI data extracten van Boonstra, een hoeveelheid van gemiddeld 473,8 kWh/m² aan horizontale instraling gemeten. Dit was 4,7% lager dan de instraling in dezelfde periode in 2025. De gemiddeld genomen laagste instraling in die 5 maanden werd gemeten in Overijssel en Groningen, 458,6, resp. 459,6 kWh/m². Byzonder is, dat mijn provincie, Zuid-Holland, ditmaal op de 1e plek is gekomen, met 486,6 kWh/m². Daarbij ontving ze gemiddeld ruim 6% meer instraling dan in Overijssel. Bij de relatieve verschillen t.o.v. de instraling in januari tm. mei 2025, liggen deze tussen de extremen -5,9% in Utrecht, resp. -3,2% in Gelderland.

Voor de eerste 5 maanden van 2026 kwam Boonstra met een specifieke productie van gemiddeld 375,7 kWh/kWp, 6,8% minder productie, dan in dezelfde periode in 2025. De extremen kwamen wederom voor in Fryslân (357 kWh/kWp), resp. Zeeland, met 401 kWh/kWp (ruim 12% hoger dan in Fryslân). In relatieve zin, was de minder opbrengst t.o.v. januari - mei 2025 inmiddels het hoogst in Utrecht (-8,2%), en het laagst in Fryslân en Limburg (-5,2%). Het oude PV systeem van Polder PV deed het inmiddels, na de uitgebreide systeem revisie in het voorjaar van 2025, in januari tm. mei 2026, in Leiden, 6,2% beter (409 kWh/kWp, tabel bovenaan dit artikel) dan het provinciale gemiddelde van 385 kWh/kWp.

Verschillen instraling vs. productie
De (positieve) verschillen van de gemeten producties zijn normaliter kleiner t.o.v. dezelfde periode in het voorgaande jaar, dan bij de instralings-data. Dit is al langere tijd zo, en is waarschijnlijk deels terug te voeren op extra problemen, zoals veroudering, tijdelijk uitvallende omvormers bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet - gebieden (woonwijken e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling van PV installaties bij klanten met een dynamisch stroom contract, in periodes met negatieve stroomprijzen. Deze problemen zullen vermoedelijk stapsgewijs gaan toenemen, zeker vanaf begin 2027, wanneer er niet meer zonnestroom "gesaldeerd" mag worden.

In 2025 was de situatie echter omgekeerd: bij 11,7% meer horizontale instraling, heeft Boonstra, in een vorige update, 12,3% meer productie geconstateerd in de door hem beheerde groep installaties, tussen de jaren 2024 en 2025. Het is onduidelijk waar dit aan ligt. Mogelijk ligt het verschil binnen de statistische afwijkingen, en/of is de door hem geraadpleegde installatie populatie niet representatief voor het totaal aan PV projecten in Nederland. Dit blijft vooralsnog echter speculatie. In de 1e 5 maanden van 2026 was de situatie weer als vanouds.

Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening (LOB), met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad.

Nieuw bij Siderea.nl

Er zijn diverse toevoegingen geweest op de site van Siderea sinds oktober 2025, zie de berichten op het blog aldaar. Er wordt o.a. melding gemaakt van vervanging van het Limburgse KNMI meetstation Arcen (gesloten) door Horst (geopend). Zie ook het KNMI bericht van 20 november 2024 over dat nieuwe station. Bij de berekeningen voor de LOB overzichten is nu ook rekening gehouden met aparte opbrengst berekeningen voor zonnepanelen gericht op ZW dan wel op ZO. In de nieuwe LOB overzichten wordt daaruit een gemiddelde opbrengst getoond van die 2 gescheiden situaties.

Verder is er ook nog een interessante bijdrage toegevoegd (12 dec. 2025), waarbij op basis van publieke pyranometer waarden van station de Bilt geclaimd wordt, dat deze metingen "afwijkend gedrag" lijken te vertonen (diverse "spikes" gesignaleerd). Op de site wordt in de april 2026 rapportage zelfs aangekondigd, dat "Resultaten voor meetstation De Bilt worden niet langer getoond vanwege problemen met het meetinstrument".

Vervolgens gaat bij Siderea vanaf dit jaar (2026) gerekend worden met productie potentialen gebaseerd op uurwaardes, die nauwkeuriger resultaten zouden genereren dan die gebaseerd op de gebruikelijke dagwaardes (bericht 21 december 2025).

Tot slot, in een blog post van 16 januari 2026, stelt Siderea, dat de condities in (oostelijke) delen van Nederland wat instraling betreft meer op het "landklimaat van Duitsland" beginnen te lijken. Vanaf 2002 zou er zelfs "een abrupte verschuiving van zonuren naar de ochtend" zijn opgetreden, op basis van waargenomen verdelingen van de hoeveelheid daglicht in de ochtend resp. in de middag. Siderea claimt dat dit een indicatie zou zijn dat in delen van Nederland het zeeklimaat verdrongen zou worden door een meer landklimaat-achtig regime. Vervolgens wordt deze vaststelling gebruikt, om voor de langjarig gemiddelde opbrengsten voortaan (bij Siderea.nl) uit te gaan van de periode 2006-2025 † ...

Resultaten Siderea.nl

Voor mei 2026 ("bovengemiddeld") worden haalbare specifieke opbrengsten van 128 kWh/kWp in zuid-oostelijk Brabant, tot 159 kWh/kWp in Den Helder (NH), voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO getoond. Tot waarden van 131 kWh/kWp tot 164 kWh/kWp voor dezelfde stations, voor installaties met optimale oriëntaties, op Z.

Voor januari tm. mei 2026 liggen de prognoses tussen de 425 / 457 kWh/kWp voor zuid-oost Brabant, tot 463 / 500 kWh/kWp in Den Helder (NH).

Voor de nieuw-vastgestelde langjarige referentie periode 2006-2025 † (voorheen daar: 2001-2020) berekende Siderea voor alleen de maand mei haalbare gemiddelde opbrengsten, tussen de 125 kWh/kWp (noord Limburg) en 144 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "licht beschaduwde zonnepanelen met hellingshoek 40 graden op ZW of ZO". En 127 kWh/kWp (Veluwe, Gld), tot 149 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "optimale oriëntaties" op zuid.

Voor de kalenderjaar (januari tm. december) potenties, voor genoemde, aangepaste meetperiode van 2006-2025, liggen de laagste waarden in centraal Gelderland (Veluwe, 911 resp. 969 kWh/kWp), de hoogste in de Kop van Noord-Holland (1.016 resp. 1.087 kWh/kWp), resp. Zeeland (1.004 resp. 1.072 kWh/kWp), op de voet gevolgd door het Friese Stavoren (1.000 resp. 1.071 kWh/kWp).

Ideaal versus realiteit

Zoals vaker gememoreerd, zijn door Siderea finaal berekende cijfers allemaal ideale gevallen. De meeste van de recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet (zoals al jaren blijkt uit de verzamelde data van Boonstra), omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties. Dit zal sowieso niet gaan verbeteren, maar eerder nog minder gaan worden. In ieder geval in de "zonnige" maanden. Wat de door de Eerste Kamer aangenomen wet afschaffen salderen voor extra negatieve gevolgen zal gaan hebben voor de te verwachten (specifieke) productie volumes is nog afwachten. Dit kan beslist een significante rol gaan spelen. 2026 wordt het aller-laatste jaar waarin er gesaldeerd mag worden, op 1 januari 2027 is het einde verhaal. In de op 4 september officeel gepubliceerde "Solar Bible", "Zon in de polder", wordt op pagina's 289-291 dieper ingegaan op de "mogelijke" resp. te verwachten (specifieke) opbrengsten van zonnestroom installaties in Nederland.


Nationaal Klimaat Platform had nog geen cijfermatige beschouwing(en) over de eerste vijf maanden van 2026 tijdens publicatie van deze analyse. Voor eerste inzichten over de productie in december en in kalenderjaar 2025, zie het artikel van 29 december 2025 (samenvatting op Polder PV).

De actueel berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV. Eerder leek te worden gesuggereerd, dat de energieopwek.nl site in de 2e helft van 2024 zou worden opgeheven, en in het NED zal worden ondergebracht. Begin juni 2026 is deze echter nog steeds als separate entiteit actief, zie hier onder.


Energieopwek.nl

De brondata voor, achtereenvolgens, Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en het Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (inmiddels gepensioneerd), die met steeds geavanceerder modelleringen worden gevoed (energieopwek.nl website). Hierbij dient echter de nodige prudentie betracht te worden. Zoals al langer verwacht door Polder PV, zijn door het CBS recent de capaciteits-cijfers voor zonnestroom in ieder geval voor 2023 en 2024 fors bijgesteld, in laatstgenoemd jaar in sterk neerwaartse richting. Inmiddels lijken de nu actuele productie cijfers op energieopwek.nl als gevolg van die forse bijstellingen, ook te zijn aangepast, want record volumes liggen nu op lagere niveaus dan in eerdere overzichten. Toen de cijfers nog niet waren aangepast, was er een opmerkelijk verschil met de officiële waarden gepubliceerd door het CBS te zien, met name in 2024 ff., zie de grafiek vergelijking met de maandproducties van CBS versus energieopwek.nl, gemaakt door Polder PV en besproken in het artikel van 21 november jl. De volgende bespreking gaat van de nu actuele (in een vorige update gecorrigeerde) volumes op de energieopwek.nl site uit.

In mei 2026 werd het hoogste gemiddelde vermogen voor de berekende zonnestroom productie op de 28e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 7,16 GW over dat etmaal. Dit is al zeer hoog, maar nog steeds iets lager dan het nieuwe historische record berekend, voor 2025, inmiddels voor 12 juni (7,24 GW).

In tegenstelling tot de eerste drie maanden, die gemiddelde pieken lieten zien die wat láger lagen dan de pieken in dezelfde maanden in 2025, zijn april en mei 2026 de eerste maanden die "hoger pieken" dan de hoogste maand maxima in april en mei 2025. In mei 2025 werd die maximale waarde op de 19e bereikt, met gemiddeld 6,89 GW. Mei 2026 piekt nu dus 3,9% hoger, 9 dagen later. Wederom opvallend is, dat dit met een duidelijk minder aantal zonuren in mei 2026 is bereikt (258 zonuren), dan in mei 2025 (288 zonuren). Kennelijk is de tussentijdse (aangenomen) capaciteits-groei "voldoende" geweest, om dat nieuwe record gevestigd te krijgen, op de 28e mei, dit jaar. Daarbij ervan uitgaand, dat de modellering van de berekeningen in het Energieopwek.nl portal de werkelijkheid zo goed mogelijk benadert.

Record waarden per maand

In de voorliggende maanden werden, met de huidige energieopwek.nl cijfers, de gemiddelde record waarden bereikt op de volgende (meest recente) data:

29 april 2026 (6,74 GW), 19 maart 2026 (5,01 GW), 25 februari 2026 (3,60 GW), 22 januari 2026 (1,78 GW).

25 december 2025 (1,93 GW), 21 november (2,23 GW), 1 oktober (3,97 GW), 7 september (5,07 GW), 11 augustus (6,18 GW), 1 juli (6,75 GW), 12 juni (7,24 GW, het nieuwe all-time-high maand record), 19 mei (6,89 GW), 27 april (6,60 GW), 27 maart 2025 (5,39 GW), 17 februari 2025 (3,99 GW), 13 januari (2,13 GW).

En voor 2024: 1 december 2024 (1,54 GW), 3 november (2,31 GW), 5 oktober (3,95 GW), 1 september (4,4 GW), 12 augustus (5,64 GW), 29 juli (5,97 GW), resp. voormalig record houder in dat jaar, 26 juni 2024, met 6,46 GW gemiddeld, flink lager dan oorspronkelijk 7,33 GW).

In 2023 werd het voorgaande jaar record, ook in juni, op de 13e vastgesteld op 6,23 GW gemiddeld (bij eerst-publicatie was dat nog maar 5,85 GW).

Het nieuwe dag-"record" voor de maand mei 2026, op de 28e die maand, komt neer op een berekende zonnestroom productie van 7,16 (GW) x 24 (uren) = 171,8 GWh. Dat ligt bijna 4% hoger dan het hoogste niveau in mei 2025 (19e: 165,4 GWh).

Voor de maand mei 2026 werd de hoogste momentane berekende output piek voor zonnestroom, 20 GW, ook op de 28e behaald, kennelijk in een korte "grotendeels landelijk zonnige" periode tussen wolken in. Ook op 1, 7 en 22 mei kwam het momentane vermogen in de buurt van de 19 gigawatt. Op andere - zeer zonnige - dagen, drukte vermoedelijk de temperatuur de berekende output, en kwamen de maxima slechts uit rond de 18 GW. Genoemde pieken liggen nu nog marginaal lager dan het historische record van 20,06 GW momentaan vermogen berekend voor 12 juni 2025. De momentane dag pieken kunnen in juni 2026 in potentie iets hoger gaan worden, als de atmosferische condities gunstig zijn.

Hierbij is verder geen rekening gehouden met al enige tijd optredende curtailment (afschakel) volumes, in periodes van negatieve dan wel zeer onaantrekkelijke marktprijzen, die de werkelijk geproduceerde (dus: niet berekende) volumes verder onder druk zullen gaan zetten. Deze zijn beslist niet exact te becijferen, omdat veel van dergelijke informatie bedrijfsgeheim is, tenzij wettelijke voorschriften publicatie van die volumes zullen verplichten.

Solarcare 2025

Het bekende monitoring platform van Solarcare had eerder in 2024 reeds haar bevindingen over het kalenderjaar 2024 gepubliceerd. Zij kwamen met minder hoge gemiddelde opbrengsten dan in het zonniger jaar 2023. De gemiddelde specifieke opbrengst die zij hebben bepaald over hun deel-populatie (22 MWp, 2.500 installaties, dus gemiddeld vrij klein, 8,8 kWp per stuk), is 820 kWh/kWp.jaar. In 2023 was het nog 870 kWh/kWp.jr.

Zoals reeds verwacht, zijn begin 2026 de resultaten over 2025 gepubliceerd. Deze zijn beduidend hoger dan in 2024. Toen werden door ongeveer 2.000 geselecteerde PV-installaties (totaal plm. 20 MWp, dus gemiddeld zo'n 10 kWp per project) genormeerde producties behaald van gemiddeld 930 kWh/kWp, wat gemiddeld genomen zo'n 13% hoger was dan in 2024. De spreiding over heel Nederland was een zeer lage 780 kWh/kWp in Drenthe, tot een max. van 990 kWh/kWp voor Zeeland, en zelfs een regionale outlier van 1.050 kWh/kWp op Texel. Een "verondersteld gemiddelde installatie", met een opgesteld generator vermogen van 3,5 kWp zou in 2025 een jaaropbrengst van gemiddeld 3.287 kWh hebben gehad, volgens Solarcare. Opvallend is wederom, dat mei 2025 als meest productieve maand wordt gezien in de Solarcare analyse.

Het is hierbij goed om te beseffen, dat belangrijke deelpopulaties, die normaliter veel hogere specifieke opbrengsten halen, de zonneparken, en de grote rooftop projecten op DC's van meerder MWp-en hierbij niet vertegenwoordigd lijken te zijn.

Anton Boonstra vergeleek later zijn productie resultaten met die van Solarcare voor 2025 (Bluesky post van 2 februari 2026), en kwam tot enkele opvallende verschillen, met name voor de provincies Drenthe (veel lager bij Solarcare) en voor Flevoland (beduidend hoger bij Solarcare). De oorzaak van die verschillen zijn vooralsnog onbekend. De gemiddelde waarden voor heel Nederland ontlopen elkaar echter niet veel (919 AB, 930 kWh/kWp Solarcare).


Bronnen, achtergrond artikelen

Meetdata Polder PV sedert maart 2000

Extern:

Mei 2026. Warm, vrijwel de gemiddelde hoeveelheid neerslag en zonnig (2 juni 2026, maandbericht KNMI, definitief)

Zeer zonnige lente in top 5 warmste (29 mei 2026, nieuwsbericht KNMI)

Lente (maart, april, mei) 2026. Zeer warm, zeer droog en zeer zonnig (2 juni 2026, kwartaalbericht KNMI, definitief)

Jaar 2025. 2025 was zeer warm, droog en zeer zonnig (definitief jaaroverzicht KNMI 2025, 7 januari 2026)

Jaar 2024. Extreem warm en zeer nat met vrijwel de normale hoeveelheid zon (definitief jaaroverzicht over 2024, KNMI, 10 januari 2025)

Schonere lucht zorgt voor meer zonneschijn (zeer interessant artikel, KNMI, 18 juni 2025)

De staat van ons klimaat 2025: Nederlands weer in tijden van klimaatverandering (29 januari 2026, nieuwsbericht KNMI met link naar volledige rapportage. Let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 10, de progressie van de instraling per kalenderjaar [slide 11], en het berekende zonne- plus windenergie [potentieel] per dag, op slide 15. Op de berekende zonnestroom productie had Polder PV echter wel onderbouwd commentaar, zie draadje op Bluesky, 28 januari 2026)

De staat van ons klimaat 2024: Weer een recordwarm jaar (31 januari 2025, nieuwsbericht KNMI, met link naar volledige rapportage over dat jaar)

Klimaatstreepjescode krijgt nieuw streepje voor 2025 (nieuwsbericht 30 december 2025, KNMI)

Klimaatstreepjescode vanaf het begin van de jaartelling (nieuwsbericht 8 januari 2025, KNMI, incl. "klimaatstreepjescode" tm. 2024)

En verder:

Overzichten Anton Boonstra op Bluesky

Gemiddelde horizontale instraling per provincie in mei 2026, resp. januari tm. mei 2026 (post 2 juni 2026)

Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie van 1.100 installaties per provincie in mei 2026 (post 2 juni 2026)

Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie per provincie in januari tm. mei 2026 (post 2 juni 2026)

Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)

Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea

2025: Meer duurzame energie, ook meer ongebruikte overschotten. Voorlopig overzicht status Klimaatmonitor voor kalenderjaar 2025

Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2025: 0,93 kWh/Wp (Solarcare ongedateerd januari 2026. Totale jaaropbrengsten 2025 van zo'n 2.000 installaties / 20 MWp.

Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2024: 0,82 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2025. Totale jaaropbrengsten 2024 van zo'n 2.500 installaties / ruim 22 MWp, ongeveer 6% lager dan in 2023. Incl. provinciale verdeling).

Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp (Solarcare / webarchive, ongedateerd, januari 2024)

2025 solar resource overview in maps: A year of exceptional highs and lows (7 januari 2026; blog artikel instralings-specialist Solargis over globale verschillen in instraling in 2025 t.o.v. langjarig gemiddelde. Europa deels 4-10% meer instraaling, oost Azië 15-20% meer, India en delen van Zuid en Midden Amerika 7-14% minder dan langjarig gemiddeld)

Solargis data helps unveil new insights into Europe’s solar radiation trends (16 februari 2026; blog artikel Solargis over langjarige trends van instraling in periode 1994-2023 in Europa. Gemiddeld 2,1 W/m² per jaar toename van de instraling, niet homogeen verdeeld over Europa, combinatie van effecten verminderde aerosol concentratie / luchtvervuiling en wijzigingen in wolkendek)

Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden / selectie. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet). Vanaf maart worden hier de Bluesky links geplaatst, direct toegankelijk voor account houders aldaar (equivalent op Twitter blijft voorlopig nog actief). Overigens, "detail", Visser is inmiddels gepensioneerd, maar zet diverse activiteiten zoals onderhavige gewoon door:

De beroemde peentjesgrafiek. 23% van de tijd zonne- en windenergie productie goed voor 100% van de vraag naar stroom in NL (posted 1 juni 2026)

Maandelijkse berekende producties zonnestroom vanaf 2020. Mei 11% lager berekend dan mei 2025 (posted 1 juni 2026)

Negatieve marktprijzen nu eindelijk door 200 uren heen in 2026, wel duidelijk lager dan in 2025, voer voor div. speculaties (posted 31 mei 2026)

Geen (duidelijke) relatie tussen aandeel hernieuwbare bronnen in stroommix en stroom export / import naar / van België (posted 25 mei 2026)

De "echte" klimaat footprint van Nederland. Grote extra, meestal niet mee gerekende posten: luchtvaart, en, vooral, sterk verstoorde balans import / export (posted 24 mei 2026)

Berekende dagproducties zonnestroom en jaar record, meer dan 50% van NLse stroomvraag uit zonlicht omzetting (posted 23 mei 2026)

Hoogste aandeel zonnestroom in elektriciteitsvraag per provincie in Drenthe; Polder PV reageert met eigen grafiek (posted 15 mei 2026)

Virtuele H2 elektrolyser update, nog niet bekend wanneer 't nu echt gebouwd gaat worden, pun intended (posted 12 mei 2026)



17 mei 2026: Maandcijfers VertiCer update 6 mei 2026. Deel II - Garanties van Oorsprong

In het eerste deel van dit tweeluik rapporteerde ik over de nieuwe data van VertiCer met betrekking tot de evolutie van de aantallen en capaciteit van de gecertificeerde PV installaties in hun register. In dit tweede deel ga ik in op de afgegeven hoeveelheden Garanties van Oorsprong (GvO's). Die borg staan voor de vergroening van de geproduceerde hoeveelheid zonnestroom van deze volledig geijkt bemeten grote populatie PV projecten in Nederland.

Hiervoor moest weer goed gekeken worden in de complexe basis data, want op dit vlak is de toch al ingewikkelde eerdere wijze van presenteren sedert de update van maart dit jaar fors gewijzigd t.o.v. de voorgaande overzichten bij VertiCer. Een groot volume van de in eerdere rapportages nog aanwezige productie in 2021 is nog steeds niet terug te vinden in de primaire data van VertiCer. De reden daarvan is onbekend. Het geringe volume wat daarvan nog over is, is apart gemarkeerd in de productie grafiek. Mogelijk worden deze ontbrekende data voor 2021 alsnog later toegevoegd, bijvoorbeeld in een historische update van oudere cijfers van VertiCer.

Eerste resultaten voor maart 2026 zijn nu bekend. Normaliter worden voor de GvO's de data voor een bepaalde maand aan het eind van de volgende maand gepubliceerd, ze lopen meestal een maand achter op de data voor zonnestroom capaciteit.

Evolutie van gecertificeerde zonnestroom productie / uitgifte van GvO's tm. maart 2026

Ook voor deze parameter, afgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong (GvO's), geldt, dat er op 24 augustus 2024 een update van de historische cijfers is gegeven. Deze zijn weergegeven in de tweede VertiCer revisie naast het voorgaande maandrapport. In het huidige bijgestelde overzicht geef ik weer alleen de meest recente cijfers weer, vanaf mei 2021. Meer volledig lijken de resultaten pas vanaf december dat jaar te zijn. Voor een fraaie, bijgewerkte grafiek die verder terug gaat in de tijd, zie de update in de bespreking van het augustus 2024 rapport, en het commentaar daarbij. Helaas zijn ook de 2 door mij al lang gesignaleerde (en aan VertiCer gerapporteerde) anomalieën in februari en augustus 2024, nog steeds niet officieel "gerepareerd" in de publiek beschikbare VertiCer data.

De extractie van een continue reeks van zonnestroom productie data uit de nieuwe spreadsheets van VertiCer is niet eenvoudig omdat de zonnestroom data tussen alle overige GvO cijfers in staan (diverse energie productie platforms), er ook nog eens verschillende "typen" zonne-energie certificaten zijn, de data sterk verspreid staan over meerdere locaties, er terug gerekend moet worden naar maand van productie, er continu wijzigingen / bijstellingen zijn, en alle over verschillende periodes uitgegeven garanties van oorsprong (GvO's) voor gecertificeerde zonnestroom uiteindelijk per maand opgeteld moeten worden. Bovenstaande grafiek is het uiteindelijke resultaat van het bij elkaar schrapen van alle gegevens in een ordentelijk overzicht, waarbij het criterium "issue" ("uitgegeven certificaten"), vanaf de update van maart dit jaar (na wijziging publicatie format bij VertiCer), als criterium is genomen. Met de meest recent beschikbare reeks van mei 2021 tm. de eerste cijfers voor maart 2026. In de maand rapportages lopen de productie resultaten normaliter altijd 1 maand achter op die van de opgestelde generator capaciteit. De productie is weergegeven in de blauwe curve (eenheid GWh = 1.000 MWh = 1 miljoen kWh). Zoals te doen gebruikelijk worden, door continue toevoegingen in latere maand rapportages, de meeste (recentere) cijfers weer verder opgehoogd, derhalve ook de gesignaleerde "piek" waarden per kalenderjaar. Zoals gezegd, lijken in de nieuwe data opzet van VertiCer een groot deel van de afgegeven GvO's voor 2021 te ontbreken (vergelijk deze grafiek met het vorige exemplaar met status update 2 januari 2026!). Die data zijn met open rondjes weergegeven, links onderaan.

In de basis data van VertiCer wordt bij de afgegeven ("issued") certificaten niet meer gesproken over gescheiden volumes voor netlevering en niet-netlevering (lees: eigenverbruik). Laatstgenoemde deel categorie was tm. de update van 2 januari 2026 in de overzichten van VertiCer al stelselmatig, voor alle recente maand rapportages, op nul gesteld. Vermoedelijk is dit het gevolg van de beslissing, aangekondigd in de Kamerbrief over de openstelling van SDE 2024, om eigen verbruik bij nieuwe PV projecten niet meer te belonen met Garanties van Oorsprong, om overwinsten te voorkomen (zie bespreking kamerbrief in artikel van 11 maart 2024). Normaliter blijft voor oudere regelingen deze (contractuele) afspraak overeind, maar er zijn sinds genoemde maand in het geheel geen GvO's voor eigenverbruik meer uitgegeven door VertiCer, zoals uit hun eigen administratie bleek. Deze splitsing is kennelijk vanwege die reden weer overboord gegooid door VertiCer, een niet meer bestaand "onderscheid" wordt niet meer als zodanig in hun basis tabellen gemaakt. En dienen we voor de uitgegeven GvO's dus uit te gaan van (volledige) "netlevering".

Voor de teruggetrokken GvO's heb ik deze niet meer van genoemde afgiftes afgetrokken, maar beschouw ik die vanaf de vorige update als afzonderlijke categorie. Deze kunnen immers ook voor eerder afgegeven periodes gelden, en dienen dan ook als zodanig te worden beschouwd (zie verderop).

Drijvende krachten GvO uitgifte

Er zijn twee "drijvende krachten" achter het verloop van deze curve. Ten eerste natuurlijk de seizoens-variabiliteit, die zich uit in hoge producties in de zomermaanden ("toppen"), resp. lage output in de wintermaanden ("dalen"). Meestal is december de minst producerende maand. Eerder zagen we al dat, sterk afhankelijk van de gemiddelde instralings-condities in de betreffende maand, in de zomerperiodes hetzij mei (2020), juni (2019, 2021, 2022), of juli (2017, 2018) de best performer waren bij de productie. Voor de hier getoonde recentere periode zijn de waargenomen "zomer pieken" langere tijd alle 4 in juni gevallen. Sinds enige tijd is in 2024 juli de (momenteel) beste productie maand in dat jaar geworden. Inmiddels zijn alle piekwaarden voor 2022 tm. 2025 wederom opnieuw bijgesteld. In deze nieuwe opzet, is de nieuwe recordhouder niet meer juni 2023 (nu 1.618 GWh), maar, inmiddels, mei 2025, met ruim 1.622 GWh fysiek gemeten productie ("issued GvO's"). Dat is marginaal meer dan de 1.618 GWh in juni 2025. We moeten komende updates afwachten, of die nieuwe verhouding ook zo zal blijven, of dat door extra toevoeging van alnog uit te geven GvO's, juni 2025 wellicht toch hoger kan uitkomen.

Wat instraling betreft was mei 2025 dan ook de maand met de hoogste instraling dat jaar, met 182 kWh/m², terwijl normaliter iets zonniger juni bleef steken op gemiddeld 179 kWh/m² horizontale instraling), volgens de in detail bijgehouden instralings-data van het KNMI, door Anton Boonstra. Let wel, dat dit met 1 dag meer is geweest in mei, dan in juni. Juli had een beduidend lagere instraling (2025 165 kWh/m²; 1,4% meer dan in 2024), en ook tot nog toe de laagste productie (afgegeven GvO's) van dit drietal maanden. Interessant zal zijn hoe de verhoudingen zullen uitpakken in komende updates, als meer GvO's bijgeschreven zullen gaan worden voor die periode. Aangezien verschillende maanden met afwijkende aanpassingen te maken zullen blijven hebben, is de uiteindelijke verhouding nog niet goed te voorspellen, omdat de resultaten nog dicht bij elkaar liggen.

2024 had een duidelijk lagere piek dan in de jaren 2023 en 2025, in juli, met 1.440 GWh aan afgegeven GvO's. De verwachting is, dat augustus, als het volume daarvoor tenminste gecorrigeerd gaat worden, geen nieuw record niveau voor dat jaar zal gaan opleveren, gezien de door Boonstra ge-extraheerde instralings-niveaus (links naar Twitter resp. Bluesky posts: aug. 2023 134,6 kWh/m², aug. 2024 149,2 kWh/m², resp. aug. 2025 147,9 kWh/m²). De instraling in augustus 2024 lag slechts marginaal hoger dan in augustus 2025, en had natuurlijk ook een kleinere populatie gecertificeerd bemeten PV projecten. Belangrijker nog, juli 2024 had een beduidend hoger instralingsniveau dan augustus dat jaar (162,4 kWh/m² volgens data extract Boonstra), dus het is onwaarschijnlijk dat augustus een (veel) hogere uitkomst heeft laten zien dan in de voorgaande maand. Zelfs met een beperkte bijbouw van nieuw participerende projecten.

De vier piekwaarden in de getoonde periode, inclusief de veel lagere 1.256 GWh in juni 2022, zijn in bovenstaande grafiek weergegeven. De data voor 2021 lijken met de nieuwe presentatie methode grotendeels uit de records te zijn verdwenen, en zijn dus niet representatief meer (open cirkels, links onder in de grafiek).

Alle (piek) volumes kunnen later nog, zij het marginaal, worden bijgeplust. Zeker van de kleinere projecten, die niet maandelijks door een meetbedrijf worden gemeten, komen productiecijfers namelijk heel erg laat pas beschikbaar, en worden ze dan pas aan de databestanden van VertiCer toegevoegd. En worden ze "zichtbaar" in de hier getoonde productie historie. Als dit al geschiedt, zal de impact ervan echter zeer bescheiden zijn.

Voor drie "Casussen anomalieën bij GvO uitgifte volumes", zie de bespreking in de analyse van het juli 2025 rapport van VertiCer.

2026

Voorlopig ligt het hoogste resultaat voor 2026 bij zonnig maart, met momenteel al bijna 1.042 GWh genoteerde productie / verstrekte GvO's. Dat is nu nog 13% lager dan in maart 2025 (1.197 GWh), maar zal zeker nog gaan bijtrekken. Wel is het zo, dat maart 2025 nóg zonniger was dan maart 2026, het aantal zonuren was 247 uren in 2025 (record sinds minstens 1965), resp. 212 uren in maart 2026 (t.o.v. langjarig gemiddeld 146 uren). De vraag is of tussentijdse nieuwbouw in een jaar tijd die hoeveelheid minder zonuren kan hebben opgevangen bij de feitelijk gemeten productie. We gaan later zien hoe dit gaat uitpakken, als de data voor maart 2026 meer volledig bekend zijn.

Met name voor de laatst gerapporteerde maanden zullen er sowieso nog het nodige aan uitgegeven GvO's bij gaan komen. Standaard bij de GvO data van VertiCer is, dat de eerstpublicatie voor een willekeurige maand al het veruit grootste volume GvO's voor die maand oplevert. Afgiftes die later worden gepubliceerd, zijn al veel geringer van omvang, en worden stapsgewijs kleiner qua volume. Het "doorsijpelen" van later afgegeven GvO's, die met terugwerkende kracht voor de betreffende maand worden bijgeschreven, kan echter zeer lang doorgaan. Dat kan langer dan een jaar duren in veel gevallen.

Meer capaciteit, meer GvO's, maar ook keerzijde

De tweede drijvende kracht achter de curve in bovenstaande grafiek is uiteraard de in het recente verleden zeer onstuimige groei van de projecten markt, met telkens flink meer, gemiddeld genomen steeds grotere PV projecten, wier nieuwe productie volumes in de loop van het kalenderjaar toegevoegd worden aan de output van het eerder al bestaande productie "park". Dat is dé drijvende kracht achter de steeds hoger wordende pieken (bovenop de verschillen in instraling van jaar tot jaar). Alle nieuwe capaciteit zal bijdragen aan het verhogen van de pieken, zelfs al hebben ze in sterk toenemende mate oost-west opstellingen om de voor netbeheerders zeer vervelende "middag-output-piek" te verlagen. Dit geschiedt bij de grotere rooftop projecten al vrijwel standaard, ook bij zonneparken is er een nog steeds toenemende trend naar (meer) O/W oriëntaties. Zie de aparte paragraaf daarover in mijn recente zonnepark analyse.

Een mogelijke factor van betekenis bij de uitgifte niveaus van GvO's, is de al flink opgelopen hoeveelheid afschakeling van veel grote projecten (vanwege negatieve marktprijzen). Martien Visser van energieopwek.nl deed de afgelopen jaren meerdere pogingen om afschakeling nog beter te modelleren. Voor de zeer zonnige maand april 2025 schatte hij, dat 10% van de potentiële productie uit zon- én wind afgeschakeld zou zijn onder de toen heersende marktcondities (zie zijn Blue Sky bijdrages van 6 mei 2025, zie ook grafiek van 5 mei 2026). In ook zeer zonnig mei 2025, schat Visser zelfs 15% curtailment in bij alleen al de PV populatie ... (Blue Sky bericht van 1 juni 2025). Voor ook zonnig september 2025 schatte hij 15% afschakeling voor zowel wind als zon in (Blue Sky bericht van 16 oktober 2025). Voor maart 2026 maakte hij een nieuwe "afschakel grafiek" (13 april 2026, gemodelleerd, met de nodige technische aannames). De potentiële zonnestroom productie wordt dus, als gevolg van deze afschakelingen, in toenemende mate uitgehold.

Nog niet is bekend, hoe er bij VertiCer omgegaan zal gaan worden met certificaten voor, bijvoorbeeld, door grote zonnestroom projecten tijdelijk in accu's opgeslagen elektra. Mijn vermoeden is, dat zo'n accu dan als "afnemer" gezien zal worden, en dat daarna het recht op "groenheid" bij gebruik verloren is gegaan. Er is immers al bij de productie een certificaat afgegeven, dat kan niet "verdubbeld" worden. Er is veel interesse voor accu systemen ("BESS"), en ik zie een flinke toename van opslag van elektra. Zowel in de residentiële en kleinzakelijke markt (analyse sub 1 MWac segment), als bij de (zeer) grote projecten.

Progressie in winter"dips"

In de productie curve was tot aan een vorige update goed te zien dat de zogenaamde "winter-dips" in de periode 2021 - 2023 ook op een steeds hoger niveau komen te liggen, a.g.v. de almaar toenemende productie capaciteiten, die ook in de winter aan een toenemende hoeveelheid zonnestroom output bijdragen. In de huidige update, met een nieuwe reken methodiek (alleen uitgifte van GvO's getoond), evolueren deze winter-dips als volgt:

  • december 2021 121,9 GWh
  • december 2022 144,7 GWh (18,7% meer)
  • januari 2024 233,4 GWh (61,4% meer)
  • januari 2025 212,3 GWh (9,0% minder)
  • januari 2026 190,0 GWh (10,5% minder)

Voor de laatste twee winterperiodes geldt, dat er nog flink wat GvO's bijgeschreven kunnen gaan worden. Het is dus mogelijk, dat ze alsnog op een hoger niveau komen te liggen, dan in de winterperiode in het voorafgaande jaar. Dit zullen we in latere updates gaan zien.


Jaarproducties volgens Garanties van Oorsprong

Een herziene versie van de grafiek met de jaarlijkse uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's) werd door Polder PV gegeven in de analyse van de augustus cijfers van 2024 (link).

Integreren we de data uit dat overzicht, met de meest recente toevoegingen (ook uit eerdere jaren) van de update van 6 mei 2026, krijgen we de volgende grafiek met de totaal uitgegeven hoeveelheden GvO's (lees: zonnestroom producties) in de kalenderjaren 2006 tm. 2025, en het eerste volume, tm. maart, voor 2026.

Met betrekking tot 2021, waarvoor t.o.v. de vorige update een fors volume productie "mist", heb ik speculatief geïnterpoleerd op basis van de stand van zaken in de vorige update (stapeling ongevuld kolom segment, bovenop nu gedocumenteerd, zeer lage volume bij VertiCer).

Aangezien voor 2024 er nog steeds twee zeer grote anomalieën in de cijfers aanwezig zijn, voor februari, en, nieuw toegevoegd in een vorige update, voor augustus, zal het uiteindelijke uitgifte niveau zeer waarschijnlijk fors lager gaan worden. Tenminste, als die grote fouten ook daadwerkelijk, vermoedelijk sterk vertraagd, publiekelijk zullen worden hersteld in de cijfers van VertiCer. Vandaar dat ik de kolom voor 2024 gearceerd heb weergegeven, en, uiteraard, ook voor 2025 en het eerste volume voor 2026.

De tot nog toe bekende zonnestroom productie van uitsluitend de gecertificeerde zonnestroom markt (dus exclusief vrijwel alle residentiële en andere niet bij VertiCer bekende capaciteit) groeide razendsnel. Van nog bijna onmeetbare hoeveelheden in 2006, tot een volume van 219 GWh in 2015. Vervolgens zette de groei stevig in, vooral veroorzaakt door een toenemende hoeveelheid, en steeds grotere, grotendeels via de SDE regelingen gesubsidieerde projecten. Van 556 GWh in 2016, 832 GWh in 2017, 1,6 TWh in 2018, 2,9 TWh in 2019, 5,0 TWh in toenmalig record jaar 2020, naar, mogelijk, 6,2 TWh in 2021. Aangezien 2022 zeer zonnig was (Anton Boonstra: 13% meer horizontale instraling dan in 2021), volgt meteen een grote sprong naar bijna 8,7 TWh in 2022.

Vervolgens werden er voorlopig al ruim 9,7 TWh aan GvO's afgegeven voor 2023. Hierbij komt ook nog, dat de nodige nakomende volumes van eerdere maanden worden bijgeplust. Het zal daarbij interessant zijn, te zien, wat de balans zal gaan worden tussen de méér productie van de (record) toegevoegde nieuwe gecertificeerde capaciteit in 2023, in relatie tot het feit, dat de cumulatieve instraling in dat jaar, 7,2% láger lag, dan in het relatief zonnige jaar 2022, aldus de data-extracten en waarnemingen van Anton Boonstra. Dat 2023 tot nog toe niet zeer veel hoger uitkomt dan 2022, zou deels ook kunnen komen door actieve curtailing van grote projecten a.g.v. lage / negatieve marktprijzen, die toen al regelmatig voorkwamen. De toename van het jaarvolume in 2023 is echter opvallend laag (ruim 1 TWh, t.o.v. bijna 2,5 TWh nieuw in 2022, wat doet vermoeden, dat ook hier weer iets niet helemaal in orde lijkt bij de officiële statistieken ...

Verrassend is, dat 2024, met nog veel updates te verwachten, nu al vér boven het kalenderjaar totaal voor 2023 uitkomt, met netto 13,9 TWh aan reeds uitgegeven GvO's. Hiermee is voor het eerst in de historie de 10 terawattuur gecertificeerde stroomproductie in een kalenderjaar al vroegtijdig "geboekt". Echter, omdat er twee zeer grote anomalieën in deze cijfers zitten (februari en augustus), zal het uiteindelijke niveau veel lager gaan worden. Hoeveel lager is helaas nog niet duidelijk. Pas wanneer de evident foutieve data worden hersteld, zal hopelijk een normaler beeld ontstaan van de evolutie.

Het momenteel bekende uitgifte niveau voor 2025 lijkt in dit opzicht een normaler, plausibel beeld op te leveren, waarbij de 10 TWh grens al ver gepasseerd is, zonder opgetreden "anomalieën" in de beschikbare cijfers. Er werd tot nog toe al 11.658 GWh aan productie geteld. Waar uiteraard nog veel, en, hoogstwaarschijnlijk, een nieuw record volume aan toegevoegd zal gaan worden. Daarmee heeft 2025 nu al bijna 20% meer gecertificeerde zonnestroom productie bereikt dan in 2023.

Voor 2026 staat tot en met de eerste resultaten voor maart inmiddels een eerste beperkte hoeveelheid van 1.620 GWh uitgegeven certificaten in de boeken van VertiCer. Hier gaat uiteraard nog zeer veel volume aan worden toegevoegd.

Reken we de nog te corrigeren fouten voor februari en augustus 2024 mee, zouden er vanaf 2006 tot en met begin februari 2026 door VertiCer en haar rechts-voorgangers, inmiddels 59,2 TWh aan garanties van oorsprong zijn uitgegeven voor gecertificeerde PV capaciteit. Hoe ver we boven de 50 TWh piketpaal uit zullen komen, als februari en augustus 2024 volumes (neerwaarts) worden gecorrigeerd, zullen we in komende updates vermoedelijk gaan terugzien.

Andere aspecten rond GvO's

In de huidige, nieuwe brontabel van VertiCer vinden we ook enkele andere zaken terug die interessant zijn om te vermelden. Certificaten worden uitgegeven als 1 MWh eenheden, waarvan de productie fysiek, en geijkt bemeten is met een bruto productiemeter.

(1) Er worden per maand 7 categorieën uitgesplitst, te weten "Issue" (uitgegeven GvO's, hierboven besproken), "Import" (uit andere anden NL in geïmporteerde certificaten), "Export" (ditto, Nederand uit ge-exporteerde certificaten), "Transfer" (binnenlandse handel in certificaten), "Cancel" (afgeboekt: de MWh energie eenheid is door een aan een leverancier verbonden klant "geconsumeerd"), "Withdrawal" (GvO is om niet verder gespecififeerde reden teruggetrokken en niet meer geldig), resp. "Expiry" (GvO is automatisch verlopen een jaar na uitgifte / maand van productie).

(2) Het totaal aantal uitgegeven GvO's voor zonnestroom telt op tot 46,0 TWh in de periode juni 2012 tm. maart 2026.

(3) De categorie "teruggetrokken" GvO's omvat een totaal volume van 688,9 GWh in de periode januari 2021 tm. maart 2026.

(4) Het totaal aantal geïmporteerde GvO's uit het buitenland heeft een grote, totale omvang van 27,9 TWh in januari 2021 tm. maart 2026 (bijna de helft van het volume in eigen land aangemaakt GvO's !). Opvallend is, dat de piek importen in de zomermaanden zijn gevallen, waar Nederland zelf ook al heel veel eigen zonnestroom productie heeft. In juli 2023 was dit een omvang van 1,5 TWh, in augustus 2024 1,2 TWh, en in juli 2025 1,3 TWh. Kennelijk zijn die certificaten dan zo goedkoop, dat diverse leveranciers die gebruiken om resterende hoeveelheden grijze stroom in Nederland te vergroenen. Daar staat tegenover, dat in die maanden ook grote hoeveelheden zonnestroom certificaten worden ge-exporteerd. Kennelijk betreft dit dus een belangrijke handel van certificaten, die voor een groot deel via Nederland loopt.

(5) Ook zeer interessant is, dat er beperkte volumes zonnestroom certificaten specifiek zijn geoormerkt als hetzij "building integrated", hetzij "open space" (andere technologie codes dan de "bulk" van de generieke zonnestroom GvO's). Kennelijk betreft dit als zodanig gemarkeerde GvO's van BIPV projecten (?), danwel van zonneparken. De allergrootste volumes van beide deel-sectoren zijn geïmporteerd, en kennelijk direct in dezelfde maand weer ge-exporteerd, en zijn dus te kwalificeren als handels-volumes. In Nederland zijn dergelijke specifieke GvO's niet als zodanig gewaarmerkt, en valt alles onder "generiek PV". Deze specifieke volumes komen dan ook niet voor in de in bovenstaand artikel omschreven "uitgifte" van in Nederland geproduceerde zonnestroom. Terwijl er uiteraard een reusachtig volume aan zonneparken in ons land aanwezig is (netgekoppeld, 7,1 GWp, zie analyse). Die dus kennelijk niet als zodanig wordt "gespecificeerd" bij VertiCer.

(6) Er is ook nog een "generieke solar" categorie (voor elektra), die niet verder is gespecificeerd. Mogelijk vallen hier deels elektra opwek van PVT installaties onder, maar omdat ook hier het grootste deel om import / export volumes gaat, is het grootste deel vermoedelijk niet nauwkeurig gedocumenteerde productie uit het buitenland, die door Nederlandse handelaren voor een leuke opslag naar een ander buitenland worden "verhandeld".

Bronnen:

Data overzichten VertiCer

Wat is een Garantie van Oorsprong? (website VertiCer)



15 mei 2026: VertiCer update 6 mei 2026 - Cumulatie PV volume stabiel rond de 15 GWp. Deel I - capaciteit

Introductie

Voor uitgebreide toelichting van de voorliggende historie van de CertiQ data voor gecertificeerde zonnestroom in Nederland, zie de bespreking van 7 maart 2023 (februari rapportage). Voor de transitie van CertiQ naar de nieuwe organisatie VertiCer, zie introductie in de analyse, van 19 juli 2023. De maart update voor 2026 liet even op zich wachten, de reden daarvoor was migratie naar een ander datacenter (zie introductie voor onderhavige rapportage).

Op 6 mei 2026 werd het maandrapport voor april op de website van VertiCer gepubliceerd, met de data tm. eind die maand. Eerder al gesignaleerde problemen met VertiCer data blijven bestaan. Gelieve ook de paragraaf "nagekomen" na te lezen over interpretatie van de regelmatig zeer verwarrende cijfers bij deze dochter onderneming van het Minister van Financiën, in de analyse van 2 januari 2026.

Voor bespreking van de in dit rapport ook opgenomen afgifte van de Garanties van Oorsprong voor zonnestroom, deel II van dit tweeluik.


Capaciteit cijfers

In de huidige (eerste) deel analyse brengt Polder PV de nieuwe resultaten uit de data rapportage van VertiCer, voor de capaciteits-cijfers voor zonnestroom, in de periode tm. april 2026, waarbij de jaargroei cijfers tot en met 2023 stabiel zijn gebleven, en het afgeleide, nog iets verder opgehoogde "record niveau van ruim 3,8 GWp groei" in 2024 nog steeds een enorme anomalie moet betreffen, gezien de blijvend onmogelijke uitkomst. Dat blijft, ook gezien andere gepubliceerde marktcijfers, met name voor de in 2024 fors neerwaarts (!) bijgestelde cijfers van de totale volumes in Nederland door het CBS, schier onmogelijk. En zal in een later stadium zeer waarschijnlijk aanzienlijk neerwaarts (moeten) worden bijgesteld. Zoals in de inleiding in de update van maart 2026 duidelijk werd gemaakt, blijft VertiCer afhankelijk van de input van derden (meetgemachtigden en netbeheerders). Als daar (catastrofale) fouten zijn gemaakt in de data, worden die automatisch, en ongewijzigd verwerkt door VertiCer, en kunnen dergelijke grote anomalieën langdurig in de publicaties van deze data verstrekker blijven bestaan.

In een vervolg artikel gaat Polder PV in op de geregistreerde Garanties van Oorsprong (lees: zonnestroom producties) in dit rapport.

Inconsistenties, ongerijmdheden

Terugkerend in de analyses van Polder PV blijft de observatie dat er regelmatig "onwaarschijnlijke", dan wel "inconsistente" cijfers in de actuele data van VertiCer zijn terug te vinden. Dit is deels het gevolg van het feit dat het bij maandelijkse verschillen altijd om netto effecten van zowel instroom als uitstroom van projecten gaat, er een toenemend aantal uitschrijvingen van meestal kleinere installaties actueel is, en, tegelijkertijd, steeds groter wordende nieuwe projecten bij de inschrijvingen. Anderszijds, is dit het gevolg van de frequent gememoreerde "onmogelijke" data entries, die af en toe de statistieken flink in de war kunnen schoppen. Deze zijn vrijwel altijd terug te voeren op grote fouten in de aangeleverde cijfers van netbeheerders, zoals in de jarenlang gepresenteerde disclaimer bovenaan deze analyses is verduidelijkt. Deze is voor de laatste maal weergegeven in de rapportage 2 januari 2026, zie de link naar die disclaimer. Die disclaimer wordt in de huidige en komende analyses niet meer weergegeven, maar blijft actueel.

Samenvatting capaciteit

De geaccumuleerde gecertificeerde zonnestroom capaciteit in de database van VertiCer ligt, voor eind december 2025, nog steeds flink lager (bijna 15,1 GWp) dan voor het momenteel nog veel te hoge niveau voor eind 2024 / begin 2025 (bijna 16,5 GWp). Wel is dat volume, sedert de update van 1 december 2025, hoger dan de huidig bekende accumulatie voor eind juli 2024, ruim een jaar eerder (14,5 GWp). De grootste project categorie (>1 MWp) zou een geaccumuleerd volume hebben bereikt van 10,4 GWp, wat duidelijk hoger ligt dan in de vorige update. Het blijft, by far, het grootste volume van alle grootte categorieën, en dat zal ook zo blijven. De in een vorige update gemelde hoge netto capaciteits-toevoeging in het tweede kwartaal van 2024 is inmiddels uitgekomen op 988 MWp (pending latere updates), waarmee het record bij de netto kwartaal groeicijfers weer iets opwaarts is bijgesteld.

De in een vorige update gemelde nieuwe "anomalie", voor het nieuwe maand volume voor december 2024, is verder opgelopen, tot een "onmogelijke" netto aanwas van 1.834 MWp in die maand. Dit heeft mede tot gevolg dat de 2e jaarhelft van 2024 een, gezien de markt omstandigheden onwaarschijnlijk, nieuw half-jaar record van, inmiddels, 2.132 MWp netto nieuwbouw zou hebben opgeleverd. Ook deze cijfers zullen zeer waarschijnlijk later aangepast (moeten) gaan worden, ze zijn veel te hoog, en kunnen de werkelijke marktsituatie beslist niet illustreren.


Bijstellingen - niets nieuws onder de zon

Benadrukt zal hier blijven worden, dat de voor sommigen (zelfs specialisten uit de zonnestroom sector) wellicht verwarrende, continu wijzigende maand-cijfers bij VertiCer, en haar rechtsvoorganger CertiQ, beslist géén "nieuw fenomeen" betreffen, ook al wordt regelmatig het tegendeel beweerd. Dit is altijd al staande praktijk geweest bij CertiQ, en wordt gecontinueerd onder rechtsopvolger VertiCer. Niet alleen werd dat zichtbaar in de soms fors gewijzigde cijfers in de herziene jaar rapportages tot en met het exemplaar voor 2019. Vanaf dat jaar zijn er echter helaas geen jaarlijkse revisies meer verschenen. In een tussentijdse analyse van oorspronkelijk gepubliceerde, en toen actuele, bijgestelde cijfers, werd al duidelijk, dat de databank van de destijds alleen onder TenneT vallende dochter continu wijzigingen ondergaat, zoals geïllustreerd in de Polder PV analyse van 4 november 2020. In dit opzicht, is er dan ook niets nieuws onder de zon. De wijzigingen zijn er altijd al geweest, alleen zijn ze inmiddels, met weliswaar de nodige moeite, regelmatig zichtbaar te maken, door de nieuwe wijze van rapporteren van VertiCer. De cijfermatige consequenties daarvan worden weer besproken in de huidige analyse.

Het overzicht met de eerste, resp. gewijzigde cijfers voor de periode tm. april 2026 verscheen in de nieuwe, alweer gewijzigde vorm op de website van VertiCer, op 6 mei 2026. Referenties naar eerder verschenen historische data zijn uiteraard impliciet als CertiQ gegevens geanalyseerd, in oudere analyses.


2. Evoluties basis parameters

2a. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer juli 2021 - april 2026

(Herziene) status tm. april 2026

In deze grafiek, met de meest recente actuele en gewijzigde data uit de 6 mei 2026 gepubliceerde rapportage van VertiCer, en deels oudere data uit de CertiQ updates, de stand van zaken vanaf januari 2021 tm. april 2026 (volledige maand). Ook de eerste jaarhelft voor 2021 is zichtbaar, vanaf eind januari, in de oudere tabellen waren voor de accumulaties voor dat tijdvak nog geen gegevens te vinden. De blauwe kolommen geven de ontwikkeling van de aantallen installaties weer (ref.: rechter Y-as), voorlopig culminerend in 35.074 exemplaren, begin mei 2026. Wat, wederom, een netto negatieve groei weergeeft van 225 projecten** t.o.v. de status in het voorlaatste rapport, eind maart 2026 (gereviseerd, nu 35.299 exemplaren), en wat zelfs 1.593 exemplaren (4,3%) minder is dan het tot nog toe hoogste niveau (36.667 in, inmiddels, juli 2024, gereviseerd).

Er vindt dus, zo blijkt al langere tijd kristalhelder, in toenemende mate, een netto uitstroom van projecten plaats uit de VertiCer databank (per maand meer projecten uitgeschreven dan ingeschreven). Wel is er, t.o.v. het herziene eindejaars volume van 2022, netto bezien in kalenderjaar 2023 een groei geweest van 1.429 projecten in het VertiCer bestand. Wat 45% minder is dan de groei in 2022 (2.592 nieuwe projecten; voor de half-jaar volumes, zie ook nieuwe half-jaar grafiek verderop).

In de gele kolommen (ref. rechter Y-as, in MWp) de bijbehorende geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit, die na de grote anomalie in augustus - oktober 2024 (rood omlijnde kolommen), weer verdacht cumuleerde in 17,4 GWp in januari 2025, maar daarna stapsgewijs weer in "normaler" vaarwater terecht kwam, vanaf juli 2025 grofweg rond de 15 GWp bleef steken, met eind 2025 nu 15,1 GWp geaccumuleerd vermogen. Waarschijnlijk is de continue erosie bij de netto overgebleven aantallen projecten nu ook de drijvende kracht achter een stabilisatie van het geregistreerde netto vermogen, slechts 3 MWp meer, begin mei 2026, dan eind 2025 (bij een afnemend netto aantal overgebleven projecten).

Dit alles kan uiteraard nog steeds / wederom verder gaan wijzigen in komende updates, zoals ook in alle vorige exemplaren is geschied. Afhankelijk van komende revisies van historische cijfers, lijkt de 10 GWp in dit grote PV dossier, in ieder geval inmiddels begin januari 2023 te zijn gepasseerd.

De opgetreden opmerkelijke, forse wisselingen in de netto (overgebleven) volumes in, met name, 2024 en 2025, zijn inmiddels vanaf de zomer van 2025 gladgestreken. Wat uiteraard ook gevolgen heeft gehad voor de evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit.

In de groene curve is de uit voorgaande parameters berekende systeemgemiddelde capaciteit voor de gehele, overgebleven gecertificeerde populatie PV-projecten bij VertiCer, in kWp (referentie linker Y-as) weergegeven. Dit blijft door de bank genomen almaar toenemen, en is sedert eind 2022 verder gegroeid, van 289 naar 357 kWp, eind 2023. In januari - februari 2024 nam dit toe, naar 394 resp. 398 kWp. Eind april nam dit echt weer stevig af, vanwege de toen doorgevoerde, forse neerwaartse capaciteits-bijstelling, en eindigde voorlopig op ruim 365 kWp gemiddeld. Vanaf mei steeg het weer naar 396 kWp in juli 2024.

... anomalie in augustus - oktober 2024, in 2 grote stappen, in publiek toegankelijke data hersteld; meest recente cijfers & nieuwe anomalie eind 2024/begin 2025

In augustus 2024 werd helaas weer een ronduit verbijsterend cijfer gemeld door VertiCer, wat met geen mogelijkheid verklaard kon worden, en wat als het grootste data incident in de lange historie (incl. rechtsvoorganger CertiQ) beschouwd kan worden in de solar statistieken. Hierover is uitvoerig gerapporteerd in een vorige maand update, en is vervolgens commentaar van VertiCer weergegeven in het intermezzo in deel II van die analyse. Met inmiddels alweer verder opgehoogde, en dus nog steeds ongeloofwaardige cijfers volgens de VertiCer tabel, een bizar volume van 18.808 MWp, wat een onwaarschijnlijke maandgroei van 4,3 GWp in augustus zou geven. Uit de reactie van VertiCer op vragen van Polder PV hier over blijkt, dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en accuraatheid van de aangeleverde cijfers bij de netbeheerders ligt, en moeten we dus helaas vaststellen, dat er géén (effectieve) uitgangscontrole bij de netbeheerders is voor deze zeer belangrijke data. En dat, bovendien, een lang geleden aan Polder PV beloofde ingangscontrole bij VertiCer moet ontbreken, anders had deze enorme anomalie al snel opgemerkt geweest. Niets van dit alles, (enorm) foute ingaves van netbeheerders blijven dus nog altijd "ongeschonden" de publiek toegankelijke data van VertiCer in ernstige mate vervuilen. En van de daaruit volgende statistieken een puinhoop genereren.

Deze anomalie lijkt in de twee opvolgende maand rapportages voor september en oktober 2024 te zijn "weg gewerkt" door hoge negatieve bijstellingen in die overzichten. Vanaf november dat jaar leek alles weer even normaal, al trad daarna alsnog een tweede hoge piek op.

De grootste wijzigingen m.b.t. de "augustus anomalie" worden vooral veroorzaakt door flinke neerwaartse bijstellingen voor de grootste project categorie (projecten groter dan 1 MWp), zie ook verderop bij segmentaties in paragraaf 4b).

Nieuwste anomalie: aanwas capaciteit december 2024 - januari 2025 ?

De merkwaardige cijfers blijven helaas terugkomen. Eind 2024 zouden we namelijk, na tussentijdse wijzigingen, in de huidige update een voorlopig eind-volume van 16.490 MWp hebben bereikt. Wat eind januari 2025 voorlopig zelfs op een onwaarschijnlijk niveau van 17,4 GWp terechtkomt, en daarna weer neerwaarts wordt bijgesteld. Vreemde wijzigingen en accumulatie cijfers blijven dus, helaas, terugkeren in de cijfers van deze TenneT/Gasunie dochter. Het is zeer lastig om hier het hoofd koel bij te houden, en om "logische trends" in de continu wijzigende cijfers te ontdekken.

Als gevolg van de veel te hoge capaciteiten in augustus tm. oktober, en de wél "logische" aantallen netto overgebleven geregistreerde projecten in die maanden, is de daar uit berekende systeemgemiddelde capaciteit natuurlijk ook véél te hoog (groene curve, incorrecte volumes van 513 resp. 453 kWp gemiddeld per project weergevend in die maanden). In november 2024 zijn we eindelijk weer teruggekeerd naar "enigszins normale" verhoudingen. Het project gemiddelde kwam toen op een "geloofwaardig" niveau van 401 kWp. Vanaf december 2024 lijkt, ondanks de zeer forse bijstelling voor die maand, voor het project gemiddelde de normale routine weer een paar maanden te zijn teruggekeerd, met aan het eind van die maand een netto project gemiddelde capaciteit van 452 kWp. Eind januari 2025 steeg het naar 475 kWp, viel eind februari terug, nam weer toe tm. eind april (450 kWp), om, in juli 2025, weer flink terug te vallen (414 kWp), en na continu, licht toenemende volumes in de volgende maand updates, eind december dat jaar, voorlopig te eindigen op een niveau van 421 kWp. Tot en met begin mei 2026 nam het, vanwege een gestabiliseerde capaciteit bij afnemende aantallen projecten, stapsgewijs verder toe, naar 430 kWp.

Dat gemiddelde staat wel steeds duidelijker onder invloed van de fors lagere aantallen netto geregistreerde projecten. Hoe meer (kleine) installaties uitgeschreven zullen worden, hoe hoger de te verwachten gemiddelde capaciteit van de overgebleven populatie zal worden. Zeker in combinatie met de blijvende schaalvergroting bij nieuwe, de databank van VertiCer instromende projecten, zal dat het gemiddelde op termijn vermoedelijk verder omhoog gaan drijven.

** Beter: "het netto overblijvende nieuwe volume, wat het verschil is tussen de (niet qua volume geopenbaarde) uitschrijvingen en de volumes aan nieuwe inschrijvingen".

2b. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer EOY 2009 - 2026

Ik geef hieronder de volledig gereviseerde grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties weer. Hierbij is gebruik gemaakt van een separaat verschenen historische update (24 augustus 2024), van de oudere jaargangen, destijds gepubliceerd in CertiQ rapportages, waarin alleen zeer marginale wijzigingen zijn te vinden, en die dus nauwelijks effect hebben gehad op de hoogte van de kolommen. En waarbij de nu bekende, inmiddels deels weer gewijzigde cijfers in het nieuwe rapport van VertiCer (6 mei 2026), voor de jaren 2021 tm. 2025, en de eerste cijfers voor 2026 zijn opgenomen. De cijfers voor 2024 en later dienen nog als (zeer) voorlopig te worden beschouwd, en kunnen nog behoorlijk gaan wijzigen in komende updates (gearceerde kolommen). Het capaciteits-cijfer voor 2024 heeft inmiddels een minder onrealistisch niveau bereikt in vergelijking met de evident foutieve waardes in de augustus-oktober rapportages in dat jaar, vandaar dat ik de laatste kolom voor de capaciteit, weliswaar gearceerd (zeer voorlopige cijfers), weer in normale kleurstelling heb weergegeven. Echter, vanwege de onwaarschijnlijke hoge actuele opgave voor eind december, zal in ieder geval voor de capaciteit, het huidige cijfer alsnog drastisch neerwaarts aangepast moeten gaan worden. Data voor 2025 lijken grotendeels correct, op de hoge piek in januari na. De data voor 2026 zijn met open kolommen resp. cirkel weergegeven, omdat ze uiteraard (a) nog zéér onvolledig zijn, en (b) ze later ook nog fors bijgesteld zullen gaan worden.

De tweede grafiek in deze sectie geeft niet de maandelijkse progressie (paragraaf 2a), maar de evolutie van de eindejaars-accumulaties van 2009 tm. 2025, en, achteraan, de eerste resultaten voor 2026 weer, met alle ondertussen weer gewijzigde data in de huidige VertiCer update. De opbouw van de grafiek is vergelijkbaar met die voor de laatste maand-cijfers, maar om alle data in 1 grafiek te krijgen zonder extreme verschillen, is de Y-as voor alle drie de parameters hier logaritmisch gekozen. Het aantal installaties is fors toegenomen, van 3.767 exemplaren, eind 2009, naar 34.030, eind 2022, resulterend in een Compound Annual Growth Rate (CAGR) van gemiddeld 18,4% per jaar in 2009-2022. Eind december 2023 staat de teller alweer op 35.459 projecten; de CAGR voor de periode 2009-2023 heeft, met de nog voorlopige data voor met name 2023, een gemiddelde van 17,4% per jaar.

Bij de capaciteits-ontwikkeling is het echter nog veel harder gegaan. Deze nam toe van 18,7 MWp, eind 2009, tot alweer 9.838,9 MWp, eind 2022. Resulterend in een byzonder hoge CAGR, van gemiddeld 61,9% per jaar (!). Wel begint er, voorstelbaar, na zo'n langdurige, spectaculaire groei periode, een afvlakking zichtbaar te worden in de expansie. Wat veel te maken heeft met overal optredende problemen met beschikbare netcapaciteit, gestegen project kosten, forse competitie met andere CO2 besparende opties binnen de nieuwste SDE regelingen, diverse verzwarende omstandigheden voor planning en realisatie van nieuwe projecten (verzekeringen, participatie trajecten, eisen m.b.t. aansluiting en ecologie), beschikbaar personeel, etc. Eind december 2023 is de capaciteit fors doorgegroeid naar een voorlopig volume van 12.649,1 MWp, resulterend in een voorlopige CAGR van gemiddeld 59,3% per jaar, in de periode 2009-2023. Hierbij moet ook worden vermeld, dat het eindejaars-cijfer voor 2023 fors is bijgesteld in eerdere updates van VertiCer. Vermoedelijk is er toen veel capaciteit bijgeschreven na de nodige vertragingen in de administratieve verwerking ervan.

Uit voorgaande twee parameters werd door Polder PV weer de gemiddelde systeem-capaciteit aan het eind van elk kalenderjaar berekend (groene curve in bovenstaande grafiek). Ook deze nam spectaculair toe, van slechts 5,0 kWp, eind 2009 (bijna uitsluitend kleinere residentiële installaties), tot alweer 356,7 kWp, eind 2023 (bestand VertiCer inmiddels gedomineerd door duizenden middelgrote tot zeer grote projecten incl. zonneparken). Een factor 72 maal zo groot, in 14 jaar tijd. Wat de enorme schaalvergroting in de projecten sector goed weergeeft.

2024 ff.

Voor 2024 volgt een waarschijnlijk "logisch", doch beslist nog niet definitief aantal van 36.484 installaties. Inmiddels resulterend in een voorlopige netto toename van 1.025 projecten in een jaar tijd (in een vorige update was dat nog een netto verlies van 221 projecten) sedert eind 2023. En met een bijgesteld, maar, op basis van andere marktcijfers, zeer waarschijnlijk véél te hoog volume van 16.490 MWp (NB: in een vorige update nog "slechts" 14.929 MWp!) voor de capaciteit, waaraan sowieso al flinke correcties zijn voorafgegaan, na de al eerder gememoreerde "augustus anomalie". Dit resulteert voorlopig in een systeemgemiddelde capaciteit van 452 kWp, beduidend hoger dan de 357 kWp eind 2023.

Voor de nog zeer voorlopige, en aantoonbaar foutieve eindstand van 2024 zou de CAGR over de periode 2009-2024 inmiddels in een nog steeds respectabele gemiddelde toename van 16,3% per jaar voor de aantallen projecten. Een percentage, wat echter onder druk komt te staan door de netto uitstroom verliezen bij VertiCer. Voor de capaciteit komt de CAGR in de periode 2009-2024 inmiddels uit op een gemiddelde groei van 57,1%/jaar. Een percentage wat waarschijnlijk neerwaarts bijgesteld zal moeten worden, gezien de reeds vastgestelde, nog niet herstelde "december 2024 anomalie".

Sowieso zal er voor kalenderjaar 2024 nog veel volume bijgeschreven en gewijzigd gaan worden in de vervolg rapportages in het nieuwe jaar.

Uiteraard zijn ook voor de nog zeer voorlopige cijfers voor 2025 diverse wijzigingen doorgevoerd. Het netto aantal overgebleven projecten zou eind dat jaar, met 35.788 exemplaren, inmiddels wel iets boven het niveau van eind 2023 zijn gekomen (35.459). Bij de capaciteit, 15.077 MWp, ligt het echter al flink bóven het eindejaarsvolume van 2023. Het systeemgemiddelde vermogen zou zijn gedaald naar 421 kWp, maar omdat die berekende waarde van 2 input cijfers afhankelijk is, die nog in beide richtingen kunnen wijzigen, zegt dat nog niet zoveel.

Voor 2026 zijn nog slechts zeer premature data voorhanden, weergegeven in open kolommen, rechts in de grafiek. Bij de aantallen (35.074 exemplaren) liggen deze, begin mei dit jaar, onder de eindejaars-cijfers voor 2025. De nu bekende capaciteit (15.080 MWp), ligt marginaal boven het nu bekende eindejaars-volume voor 2025. Hier kan nog veel in gaan wijzigen.

Waar dit alles zal "eindigen", inclusief nog te verwachten andere correcties, is nog een niet te beantwoorden vraag. Er komen in ieder geval nog flink wat aanvullingen en wijzigingen aan met name voor recente jaargangen 2024 ff. aan. Veel vragen kunnen nog niet worden beantwoord op basis van deze vaak grillig verlopende cijfers. Nederland is immers Duitsland niet, waar álle solar statistieken actueel, en grondig worden bijgehouden, geregeld bij Wet (zie energy-charts.de).


3. Maandelijkse, kwartaal-, half-jaar- en jaarlijkse toenames aantallen en capaciteiten bij VertiCer

3a. Maandelijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer augustus 2021 - april 2026

Ook al moet ook bij deze grafiek de blijvende waarschuwing, dat de cijfers nog lang niet zijn uitgekristalliseerd, en we nog de nodige bijstellingen kunnen verwachten, de trend bij de nieuwe (netto) aantallen projecten door VertiCer, en rechtsvoorganger CertiQ, geregistreerd van maand tot maand, laten, ook in de huidige versie van april 2026, een zeer duidelijke afkoeling van de PV-projectenmarkt zien sedert begin 2021 (vanaf feb. 2021 netto maandgroei bekend). Dit heeft deels te maken met het feit, dat er netto bezien, per maand, steeds meer (oudere) projecten uitstromen bij VertiCer, dan er nieuw worden gerapporteerd en opgenomen in de databank.

In de grafiek is tevens met Excel een voortschrijdend gemiddelde trendlijn (gestippeld) berekend, met een periode van een jaar (12 maanden), die de neerwaartse trend goed weergeeft.

Werden er in januari 2022 nog netto 385 nieuwe gecertificeerde PV-projecten bijgeschreven, is dat in de rest van het jaar al zeer duidelijk minder geworden, en vanaf augustus dat jaar zelfs zeer sterk "afgekoeld". Met wat ups en downs, is het laagste volume in de er op volgend jaren bereikt in november 2022 (107 netto nieuwe installaties), augustus 2023 (25 stuks), en juli 2024 (96 exemplaren), waarna tot nog toe bijna uitsluitend netto negatieve groeicijfers per maand resulteren, op uitzondering januari 2025 na (177 netto exemplaren in de plus), en maart dat jaar inmiddels op "netto 0" is uitgekomen. Het grootste deel van de nu nog negatieve netto groeicijfers in de recente jaargangen zal waarschijnlijk in latere updates omslaan in positieve, doch relatief lage groei.

Eerder getoonde negatieve groeicijfers voor 2023 zijn inmiddels, zoals gebruikelijk, omgezet in positieve aanwas, a.g.v. de voortdurend wijzigende historische cijfers in de VertiCer bestanden. In de huidige update, van 6 mei 2026, zijn in totaal voor 21 maanden de waarden inmiddels weer aangepast sinds het exemplaar tm. maart 2026. De oudste wijziging was voor maart 2024 (netto 1 project toegevoegd). Vanaf mei hebben ook alle recentere maanden dat jaar gewijzigde cijfers gekregen sedert de vorige update, behalve juli, oktober en november 2024. Het volume alle maanden in 2025, en in het eerste kwartaal van 2026, zijn ook gewijzigd (minder negatieve groeicijfers), het voorlopige cijfer voor april 2026 is voor het eerst gepubliceerd.

Al zullen de meeste maandwaarden in positieve zin ombuigen in latere updates, zoals in het recente verleden is geschied, de trend is bij de aantallen onmiskenbaar: er worden, netto bezien, nog maar relatief weinig netgekoppelde projecten bijgeschreven bij VertiCer, per maand. Dit is goed te zien in de aan de grafiek toegevoegde trendlijn met het voorschrijdend gemiddelde. Een van de belangrijkste redenen zal zijn, dat er een toenemend aantal uitschrijvingen uit de databank van de TenneT / Gasunie dochter is begonnen, die de instroom (tijdelijk) afremt of zelfs overvleugelt. Waarschijnlijk is de oorzaak de beginnende uitval van de oudste onder SDE 2008 tm. 2010 gesubsidieerde kleine projectjes, die immers 15 jaar subsidie konden genieten. Gevolgd door, inmiddels de eerste SDE "+" regeling, SDE 2011.

Voor de kleinste, residentiële installaties moet die uitschrijving wel actief geschieden, anders blijven ze in het VertiCer bestand aanwezig. We moeten gaan zien hoe het verloop bij de aantallen zich ontwikkelt, nu de subsidie termijn voor de eerste projecten reeds is verstreken, of aan het aflopen is. Uiteraard betekent uitschrijving uit de VertiCer databank verder beslist niet dat de betreffende projecten fysiek zijn, of worden verwijderd. Ze kunnen nog vele jaren lang met een aardig rendement worden ge-exploiteerd door de eigenaren, zonder SDE-gerelateerde inkomsten, gezien de fysieke levensduur van ver over de 25 jaar van de PV generatoren. Hier is byzonder weinig zicht op, cijfers over het al of niet verder exploiteren van deze oudere projecten ontbreken in het geheel in statistiek moeras Nederland, en officiële, harde statistieken rond formeel "afgevoerde" installaties, zijn non-existent (behalve bij Polder PV, althans, voor de afgevoerde grotere projecten die hij gaande het gecontinueerde onderzoek tegenkomt).


Een vergelijkbare grafiek als voor de aantallen (vorige exemplaar), maar ditmaal de ermee gepaard gaande netto maandelijkse toename (of tijdelijke, soms zelfs dramatische afname) van de capaciteit van gecertificeerde PV-projecten, in MWp. In een vorige update is de Y-as fors aangepast, al vallen er nog steeds extremen buiten de nieuwe grenzen. En ook ditmaal is een trendlijn met het voortschrijdend gemiddelde (periode 12 maanden), als een rode stippellijn, toegevoegd.

De evolutie laat een nogal afwijkend, zo u wilt, zeer chaotisch beeld t.o.v. dat bij de aantallen zien, met sterk fluctuerende verschillen tussen de maanden onderling. Ik heb dit exemplaar dan ook al langere tijd als koosnaampje de "chaosgrafiek" toebedeeld.

Ook deze vaak al flink aangepaste maand waardes kunnen uiteraard naderhand nog worden bijgesteld. Als voorbeeld: de "netto negatieve groei" in september 2022, al gesignaleerd in het januari 2023 rapport, is uiteindelijk in latere updates in ieder geval omgeslagen in "normale, positieve groei", van, inmiddels, 74,1 MWp. Door de extreem wisselende trend van de maandelijkse aanwas cijfers, is zelfs de trendlijn zeer grillig, en wordt deze ook in bovenmatige zin ernstig verstoord door de augustus 2024 anomalie, en de sterk negatieve "bijstelling" in juli 2025.

Bizarre nieuwe pieken voor eerste maand in jaren 2023 en 2024

Zoals al bij de eerst-rapportage gemeld (jan. 2024 rapport), is er een byzonder verschijnsel zichtbaar voor de maand januari 2023. Die maand had al lang de hoogste piekwaarde ooit meegekregen, en is in veel latere maandrapportages continu bijgeplust, tot het in het december 2023 rapport een al zeer hoog volume bereikte van 433 MWp. In het "klassieke" CertiQ december rapport van 2022 was nog een zeer hoge november piek zichtbaar bij de capaciteit. Het lijkt er op, dat een groot volume daarvan naar het begin van het nieuwe jaar is geschoven (de vermoedelijke feitelijke datum van netkoppeling). Ook in januari 2022 zagen we eerder al een "nieuw-jaars-piek", maar die is duidelijk kleiner, inmiddels neerkomend op 307 MWp nieuw volume (ongewijzigd in de laatste updates).

In de rapportage van januari 2024 is dat al hoge volume opeens extreem opgehoogd naar 770 MWp, en is dat momenteel aanbeland, bij bijna 804 MWp in de huidige update van 6 mei 2026.

Tweede en derde groei piek & "negatieve pieken"

Hetzelfde is geschied met het nieuwe volume voor januari 2024. Dat was in de update voor die maand nog een negatieve groei van -84,6 MWp. In de februari 2024 rapportage sloeg dat in een keer om in een "record positieve aanwas" van 973 MWp, wat inmiddels in de huidige update nog verder is opgehoogd, naar alweer ruim 1.470 MWp (buiten de huidige Y-as vallend). Een onwaarschijnlijk hoog volume waar Polder PV, net als bij de vorige piek voor januari 2023, geen plausibele verklaring voor heeft. Ik heb in een eerste rood omkaderd venster aangegeven dat het bij beide maandgroei pieken om "uitzonderlijke", vooralsnog onverklaarbare volumes gaat.

Voor februari 2023 was er aanvankelijk een magere positieve groei van 28,1 MWp positief. Deze sloeg echter in de maart rapportage in dat jaar om in een grote negatieve bijstelling van 316 MWp negatief (!), bij een netto aanwas van 65 nieuwe projecten. In de april 2023 update was er een marginale opwaartse correctie naar -312 MWp. In de rapportages voor mei 2023 tm. april 2026 is de negatieve "groei" verder fors geslonken naar minus 202 MWp.

In de rapportage van maart 2024 heeft dit proces zich herhaald, voor het eerste groeicijfer voor die maand. Terwijl de groei in februari 2024 evolueerde van een "bescheiden" negatieve 11,7 MWp naar een inmiddels "normale" positieve 181 MWp, kwam maart opeens met een record negatief groei volume van -1.141 MWp. Dat is in de huidige, april 2026 update, weliswaar verminderd, maar is nog steeds sterk negatief (-929 MWp). Ook deze extreme netto negatieve groei is zeer slecht verklaarbaar. Of het moet een verder niet door VertiCer toegelichte "correctie" betreffen van het veel te hoge volume in januari dat jaar.

Het eerste beschikbare "groei" cijfer voor april 2024 was ook negatief, maar niet zo extreem als in de voorgaande maand, -219 MWp. Dit is inmiddels weer minder sterk negatief geworden, in het april 2026 rapport neerkomend op een negatieve aanwas van -118 MWp. De verwachting is dat dit volume nog opwaarts aangepast zal gaan worden.

Mei 2024 verraste weer in twee opzichten. Ten eerste, was het eerst gepubliceerde aanwas volume meteen al fors positief was, netto 198 MWp, wat tot de oktober update langzaam doorgroeide naar 208 MWp. In de november 2024 update, echter, is er een enorm volume bijgeplust, en zou de netto aanwas, in de huidige update, zelfs neerkomen op ruim 946 MWp, op een 4,5-voudig niveau t.o.v. de oktober update. Ook dit is weer een raadselachtige wijziging, zonder plausibele verklaring.

Juni en juli 2024 begonnen weer op een negatief niveau, maar hebben inmiddels ook positieve aanwas cijfers (160 - 159 MWp).

Zoals al vaker gemeld, kunnen de redenen voor zulke, soms aanzienlijke bijstellingen, en, meestal tijdelijk, zelfs fors negatieve, of positieve netto groei cijfers, zeer divers zijn, zoals destijds gerapporteerd door CertiQ na vragen van Polder PV daar over (artikel 16 januari 2023). Mogelijk zijn er, daar bovenop, deels forse correcties doorgevoerd van foutieve opgaves, al zullen we nooit weten wat precies de oorzaken zijn geweest van deze, hoge impact hebbende, merkwaardige data updates.

Augustus anomalie met gigantische impact - waarschijnlijk in twee stappen hersteld

De eerder al meermalen vermelde, grote anomalie in het augustus 2024 rapport van VertiCer heeft natuurlijk een enorme impact bij de afgeleide maandgroei cijfers. Volgens de huidige data, in het rapport van april 2026, zou namelijk in augustus een groei opgetreden zijn van 4.290 MWp. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, een volslagen onmogelijk groeicijfer en moet op een zeer ernstige fout bij VertiCer en/of (een) data aanleverende netbeheerder(s) berusten†. Deze enorme fout is zichtbaar gebleven in de september- en oktober 2024 updates. Kennelijk is of zijn de fout(en) in twee stappen hersteld, in de oktober update ging er zeer veel volume van af, en ook in de update van november is er weer een substantieel volume verwijderd, waardoor de accumulatie op een "meer normaal" niveau is gekomen. U vindt die aanzienlijke bijstellingen onder de betreffende maand aanwas cijfers, als negatieve volumes van -2.204 resp. -1.928 MWp. Maar het aanwas volume voor augustus staat nog steeds op de onwaarschijnlijk hoge omvang, de betreffende kolom is dan ook doorzichtig gemaakt en rood omlijnd, met een extra commentaar venstertje.

Het beknopte antwoord van VertiCer, met vérstrekkende consequenties voor de betrouwbaarheid van hun (actuele) statistieken, is besproken in een apart intermezzo in het vervolg artikel van een vorige analyse, door Polder PV.

Na augustus blijvend verrassingen

September 2024 begon met minus 86 MWp, wat inmiddels minder negatief is geworden, -20,0 MWp. De verwachting is, dat dit in komende updates opwaarts zal worden aangepast, en mogelijk zelfs positief zal gaan worden, zoals in de "normale historie" van de VertiCer records.

December 2024 verraste weer in positieve zin, met een direct al hoog "start" volume wat in de april 2025 update nog neerkwam op 486 MWp. In de mei 2025 update is dat echter plotsklaps ruim ver-drie-voudigd, en komt inmiddels, in de rapportage van april 2026, op een zeer onwaarschijnlijk hoge aanwas van 1.834 MWp. Een vrijwel onmogelijk nieuw volume in een maand tijd, in tijden van structurele netcongestie.

2025

Januari 2025 zat van meet af aan al hoog in de boom, en zit momenteel al ruim 924 MWp in de plus.

Daarna kwam in februari 2025 met een grote verrassing: het inmiddels weer marginaal bijgestelde volume voor die maand is wederom zeer sterk negatief, een netto groei van -1.593 MWp. Inmiddels kijkt Polder PV nergens meer van op, en moeten we dergelijke extreme wisselingen in de maandgroei cijfers bij VertiCer dus gewoon "voor lief" gaan nemen. Gelukkig is het eerste maandgroei cijfer voor maart niet al te schokkend, na de eerste entry (-18,5 MWp), is deze recent op een, geringe, positieve groei van, inmiddels, 100 MWp beland. April 2025 begon meteen sterk positief, en vertoont inmiddels een groei van 566 MWp. Mei en juni 2025 begonnen beiden weer negatief, mei kwam in de huidige update op een netto (negatieve) aanwas van -138. Juni heeft inmiddels, na de 13 MWp in de min in de update van maart 2026, in de huidige versie een positieve groei van 39 MWp.

Juli verraste weer, met een start volume van 1.422 MWp in de min, inmiddels minder sterk negatief, -1.332 MWp. Mogelijk zit hier al een correctie voor eerdere, veel te hoog opgegeven (positieve) volumes in verwerkt (?).

Tot en met 2026

Ook augustus 2025 tm. april 2026 startten allen aan de onderzijde van de X-as, waarbij in latere versies inmiddels voor de maanden oktober en november 2025, en voor januari en maart 2026, gering positieve groeicijfers zijn vastgesteld. April 2026 startte netto negatief, met -85 MWp.

Forse wijzigingen in VertiCer data

In het tabelletje hier onder heb ik, voor 2023 tm. 2026, de wijzigingen tussen de oorspronkelijk gepubliceerde groeicijfers per maand en de huidige, meest recent bekende weergegeven. Waar duidelijk de, soms zeer forse, continue veranderingen uit blijken die in het VertiCer dossier worden doorgevoerd, in de loop van de tijd. Achteraan cursief weergegeven = wijziging sedert de update van 2 april 2026. 2023: geen wijzigingen.

  • januari 2023 354,4 MWp >>> 803,5 MWp
  • februari 2023 28,1 MWp >>> -202,4 MWp
  • maart 2023 197,4 MWp >>> 342,8 MWp
  • april 2023 -15,4 MWp >>> 206,7 MWp
  • mei 2023 -0,2 MWp >>> 182,7 MWp
  • juni 2023 -0,7 MWp >>> 157,0 MWp
  • juli 2023 -14,6 MWp >>> 134,3 MWp
  • augustus 2023 -25,5 MWp >>> 177,9 MWp
  • september 2023 -41,6 MWp >>> 227,5 MWp
  • oktober 2023 82,7 MWp >>> 219,2 MWp
  • november 2023 -60,2 MWp >>> 173,6 MWp
  • december 2023 -52,5 MWp >>> 387,4 MWp

  • januari 2024 -84,6 MWp >>> 1.470,0 MWp
  • februari 2024 -11,7 MWp >>> 180,7 MWp
  • maart 2024 -1.140,9 MWp (!) >>> -928,6 MWp
  • april 2023 -218,5 MWp >>> -118,4 MWp
  • mei 2024 198,4 MWp >>> 946,5 MWp
  • juni 2024 -20,0 MWp >>> 159,6 MWp
  • juli 2024 -55,9 MWp >>> 159,3 MWp
  • augustus 2024 4.175,7 MWp >>> 4.290,2 MWp (volstrekt onmogelijke opgaves !)
  • september 2024 -86,0 MWp >>> -20,0 MWp
  • oktober 2024 -2.655,0 MWp >>> -2.203,6 MWp
  • november 2024 -2.058,3 MWp >>> -1.928,2 MWp (okt. & nov. vermoedelijk forse correcties op foute augustus ingave)
  • december 2024 450,9 MWp >>> 1.833,7 MWp (onwaarschijnlijk! NB: in april 2025 update nog slechts 485,5 MWp!)

  • januari 2025 557,7 MWp >>> 924,4 MWp
  • februari 2025 -1.716,3 MWp >>> -1.592,9 MWp
  • maart 2025 -18,5 MWp >>> 100,1 MWp
  • april 2025 414,1 MWp >>> 566,0 MWp
  • mei 2025 -355,7 MWp >>> -137,8 MWp
  • juni 2025 -123,4 MWp >>> 39,1 MWp (nog -2,0 MWp in update nov. 2025)
  • juli 2025 -1.422,3 MWp >>> -1.332,4 MWp
  • augustus 2025 -114,7 MWp >>> -26,1 MWp
  • september 2025 -101,1 MWp >>> -9,5 MWp
  • oktober 2025 -150,6 MWp >>> 8,0 MWp (nog -17,0 MWp in update april 2026)
  • november 2025 26,8 MWp >>> 52,6 MWp
  • december 2025 -33,9 MWp >>> -4,7 MWp
  • januari 2026 -97,1 MWp >>> 39,1 MWp
  • februari 2026 -63,0 MWp >>> -37,3 MWp
  • maart 2026 -104,4 MWp >>> 85,1 MWp
  • april 2026 eerste opgave -84,6 MWp

In de huidige update zijn voor in totaal 20 maanden de nieuwe capaciteit volumes inmiddels weer, allemaal opwaarts, aangepast sinds het exemplaar tm. maart 2026, voor 5 maanden in 2024, voor alle maanden van 2025, en de eerste drie van 2026. April 2026 betreft een nieuwe, eerste opgave.

De augustus 2024 opgave is en blijft onmogelijk, en berust op (een) enorme blunder(s) bij de data verstrekkende netbeheerder(s). De negatieve groei in september van dat jaar is al wat minder geworden. Oktober en november beginnen met de grootste netto negatieve groei cijfers ooit gedocumenteerd, ook al zijn ze later wat bijgesteld, en zijn vermoedelijk forse correcties voor de evident foute opgave in het augustus rapport. Ook het nieuwe, hoge volume van ruim 1,8 GWp voor december 2024 is zeer waarschijnlijk incorrect. Althans: kan nooit de marktgroei in die maand weergeven.

In 2025 zijn de extremen in positieve zin januari (+924 MWp), maar februari en juli springen er in negatieve zin bovenuit (-1.593 resp. -1.332 MWp). In de eerste vier maanden van 2026 zijn er nog slechts "relatief bescheiden" eerste negatieve groeicijfers voor februari en april, en redelijk positieve volumes voor januari en maart (bijstellingen t.o.v. eerst negatieve netto volumes).

Bij de jaargroei volumes komen we inmiddels op een groei uit van bijna 1.992 MWp voor 2022. Voor 2023 was de groei in een recente update nog maar 1.298 MWp (en daarmee fors lager dan 2022), maar mede door de bizarre toename in januari, en de daar op volgende extra wijzigingen, is de jaargroei voor 2023 inmiddels stevig bijgesteld, naar een record jaarvolume van momenteel ruim 2.810 MWp. Wat inmiddels 41,1% hóger is, dan in 2022. Bij de aantallen was er een groot negatief verschil, 44,9% minder netto nieuwe projecten in 2023 (1.429), dan de 2.592 exemplaren in 2022.

De meest waarschijnlijke oorzaak van de verschillen tussen de aantallen en capaciteiten in deze 2 jaren, is de flinke terugval in aanwas cijfers bij de aantallen, grotendeels veroorzaakt wordt door wegval van (SDE gesubsidieerde) kleine installaties, en dat alleen nog maar grote(re), inclusief nieuw toegevoegde, projecten overblijven, die een zwaar stempel op de nieuwe, en de geaccumuleerde capaciteit zijn gaan zetten.

2024 komt, vooral door de zeer hoge aanpassing voor december, en de daar op volgende wijzigingen, momenteel op een volstrekt onwaarschijnlijk netto jaargroei volume uit van ruim 3.841 MWp, wat zelfs ruim 36% hoger zou zijn dan het recordjaar 2023. Dit is de facto onmogelijk, ook vanwege recent aangepaste CBS cijfers voor dat jaar. En zal vermoedelijk flink aangepast gaan worden in komende updates. Dit betreft overduidelijk een "nieuwe anomalie", in de solar cijfers van de VertiCer databank.

2025 heeft tot nog toe nog steeds een netto negatieve groei bij de capaciteit, van -1.413 MWp. Dit zal deels beslist minder sterk negatief gaan worden, maar de vraag is of het überhaupt nog in netto positieve groei kan omslaan in latere updates.

3b. Kwartaal groeicijfers QIV 2021 - QII 2026

In een eerdere update heb ik de kwartaal cijfers weer van stal gehaald en in grafiek weergegeven tm. de toen net "volledig", geworden cijfers voor de kwartalen QIV 2021 tot en met QI 2023. In het huidige exemplaar heb ik de soms weer licht gewijzigde data gebruikt, en nog lang niet definitief vastgestelde, ook aangepaste resultaten voor QII 2023 tot het eerste resultaat voor QII 2026 rechts toegevoegd. Met name de volumes van de meest recente kwartalen zullen nog flink wijzigen, gezien de continue wijzigingen in door Polder PV bijgehouden data historie van VertiCer en haar rechts-voorganger CertiQ. De grote anomalie voor de capaciteit in augustus 2024 heeft ook hier een enorme impact, en is dan ook wederom in een aparte kleurstelling in de betreffende kolom weergegeven ("kan niet" / geeft absoluut niet de feitelijke marktontwikkeling weer).

Ook voor deze grafiek is de Y-as aangepast, en zijn voor zowel de aantallen (blauwe stippellijn) als voor de capaciteit (rode stippellijn) trendcurves voor de voortschrijdende gemiddeldes ingetekend. Deze hebben ook een periode van 1 jaar (4 kwartalen).

Wederom met bovengenoemde disclaimer in het achterhoofd, waardoor de verhoudingen tussen kwartalen onderling dus ook nog lang niet vaststaan (deze zijn sowieso al aanzienlijk gewijzigd in recente updates), lijkt een conclusie wel al duidelijk getrokken te kunnen worden: Met name de aantallen netto nieuw geregistreerde PV projecten per kwartaal, zijn sinds het laatste kwartaal van 2021 in globale zin stapsgewijs beduidend verminderd. Het aantal nieuwe projecten per kwartaal is afgenomen van, momenteel, 1.053 exemplaren in QIII 2021, tot nog maar 452, met de nu bekende cijfers, voor QIV 2022, toegenomen naar 596 exemplaren in het eerste kwartaal van 2023, waarna het een bodem bereikte in QIII 2023 (158 netto nieuwe exemplaren). QIV 2023 zit momenteel op een plus van 342 nieuwe projecten. QI 2024 vertoont, mede door de bizarre negatieve groei in maart, en de later komende correcties, inmiddels, na een periode van netto negatieve aanwas, een positieve groei van netto 662 projecten. QII 2024 had in een vorige update nog een netto negatieve groei van 37 projecten, maar dat is in de december 2024 tm. december 2025 updates inmiddels omgeslagen in een netto positieve groei van 450 stuks. Wat ongetwijfeld nog verder bijgesteld zal gaan worden, in positieve zin.

Hetzelfde geldt voor QIII 2024, met in de huidige update een lichte, netto positieve aanwas van 80 projecten, in een vorige update was dit nog een licht negatieve netto groei. Het inmiddels ook weer aangepaste volume voor QIV, is nog steeds flink negatief, -167 projecten. Alleen QI 2025, in de januari 2026 update nog -73 MWp, is inmiddels omgeslagen naar netto 161 boven de X-as. De resultaten voor QII tm. QIV van 2025 en QI en (1e volume voor) QII 2026 starten allemaal onder de nullijn, met inmiddels 148, 315, 394, 489, resp. 225 projecten netto negatief. We zullen later zien of voor de laatstgenoemde kwartalen uiteindelijk ook nog een "positief" resultaat gehaald zal worden, al zal dat resultaat dan bescheiden blijven t.o.v. de netto aanwas in die kwartalen in eerdere jaargangen. De trendlijn voor de netto aantallen nieuwe projecten per kwartaal spreekt in ieder geval boekdelen, die is sterk neerwaarts gericht.

Capaciteit wijzigingen per kwartaal

Bij de nieuwe gerapporteerde netto capaciteit is het verhaal compleet anders, wat vooral werd veroorzaakt door de eerder gesignaleerde "excessieve" extra netto groei voor januari 2023 en 2024, en alle tussentijdse, soms bizarre cijfer wisselingen bij die belangrijke parameter.

Het netto volume per kwartaal nam even toe, van, momenteel, 535 MWp in QII 2021, naar 627 MWp, in QI 2022, maar is daarna ook, gemiddeld genomen, enkele kwartalen minder geworden. Om een voorlopig dieptepunt te bereiken in QIV 2022, met 375 MWp netto nieuw gerapporteerd volume, gebaseerd op de huidige, meest recente cijfers.

En toen kwam de "grote verrassing", QI 2023 telde in een vorige update nog 449 MWp nieuw volume, maar dat is, met name door de zeer hoge toevoeging in januari 2023, en de daar op volgende wijzigingen in de maandrapportages, nu alweer een voorlopig record volume van 944 MWp. Wat nu alweer de helft hoger zou zijn dan de groei in QI in 2022 (627 MWp). Voor de aanwas in QII 2023 geldt momenteel een netto groei van 546 MWp. Het niveau is daarmee, zoals eerder al voorspeld door Polder PV, gestegen, naar 11% boven het volume van 492 MWp in QII 2022. De nog premature aanwas in QIII 2023 is inmiddels 540 MWp in de plus. Zoals was te verwachten, is dat inmiddels 8,7% méér dan het nieuwe netto volume in QIII 2022 (497 MWp). Tot en met de november 2024 update lag dat nog iets lager.

Voor het laatste kwartaal van 2023 is het totale volume, al flink toegenomen in de januari 2024 update, in de versies van mei 2024 tm. april 2026 verder gegroeid, naar momenteel 780 MWp. Dit is al ruim het dubbele volume, t.o.v. de 375 MWp in QIV 2022.

2024

De tweede grote verrassing zien we bij de eerste, nog voorlopige resultaten voor QI 2024. Januari was in een vorige rapportage extreem in positieve zin bijgesteld, maart vertoonde een record negatieve groei, en ook in april was de groei negatief. Met de opvolgende extra bijstellingen, is het voorlopige tussen-resultaat voor het hele kwartaal na even "negatieve aanwas" te hebben gekend, inmiddels op een positieve groei van 722 MWp beland.

Het tweede kwartaal van 2024 gaf de derde verrassing. Het startte met een negatieve aanwas, maar groeide al rap in positieve zin in de vorige updates. Door de enorme toename voor de maand mei (zie capaciteit grafiek voor de wijzigingen van maand tot maand), is dit volume abrupt toegenomen naar, inmiddels een record niveau van 988 MWp groei. Dat is 4,7% hoger dan de groei bij de vorige recordhouder, QI 2023. In een eerdere update lag het niveau voor QII 2024 zelfs nog hoger dan 1 GWp, maar dat is weer wat terug gezakt in de laatste rapportages.

Het derde kwartaal van 2024 is, met de extreme anomalie voor augustus, vooralsnog een enigma, waar natuurlijk de hoge negatieve correcties op zijn gevolgd in het laatste kwartaal. De rood gemarkeerde kolom voor dit kwartaal heeft een onverklaarbare en onwaarschijnlijke toename van, momenteel, 4.429 MWp. Goed is te zien, dat de rood gestippelde voortschrijdend gemiddelde trendlijn in ernstige mate wordt "verstoord" door genoemde, extreme, augustus anomalie.

Het vierde kwartaal van 2024 start, met eerder doorgevoerde, zeer forse negatieve correcties, én het bizarre nieuwe voorlopige aanwas volume voor december, met een resulterende "historisch negatieve groei" van maar liefst 2.298 MWp in de min. Als we de nu bekende cijfers voor QIII en QIV middelen, komen we op een gemiddelde groei van 1.066 MWp per kwartaal, wat op een onwaarschijnlijk, erg hoog niveau is komen te liggen. Uiteraard moeten we gaan afwachten wat voor verdere wijzigingen in de latere updates zullen gaan komen, voordat we hier meer klaarheid in kunnen brengen.

2025 - QII 2026

QI 2025 zit inmiddels op 568 MWp in de min (negatief volume februari overcompenseerde het positieve volume voor januari, maart had een bescheiden positieve, april een duidelijk hogere groei).

QII 2025 laat een positieve netto groei van totaal 467 MWp laat zien.

QIII 2025 zit weer op een forse, netto negatieve groei van -1.368 MWp.

De groei in QIV is in de vorige update omgeslagen, van een negatieve aanwas van -15 MWp in de eerste update, naar inmiddels 56 MWp positief.

De nog zeer voorlopige eerste resulaten voor het 1e kwartaal van 2026 gaven aanvankelijk een negatieve aanwas te zien van -264 MWp, maar ook dat is inmiddels bescheiden positie, 87 MWp.

Van QII 2026 is alleen nog het eerste resultaat voor april bekend, een netto aanwas van -85 MWp.

Hoe eventuele verdere wijzigingen bij de capaciteit van gecertificeerde projecten zal gaan verlopen blijft gezien bovenstaande, soms extreme wisselingen, elke keer weer spannend.

Voor de evolutie van de gemiddelde systeem omvang (per maand), zie ook de grafiek onder paragraaf 2a.

3c. Halfjaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer 2022 - 2026 HI

Omdat een tijdje geleden de eerste resultaten voor het 1e half-jaar van 2023 beschikbaar waren gekomen, en alweer gewijzigd, heb ik in een vorige analyse ook weer de half-jaar grafiek van stal gehaald. Die had ik voor het laatst gepubliceerd op basis van de oude CertiQ data in het bericht van 9 januari 2023. Het huidige exemplaar bevat echter alleen de laatst bekende resultaten gebaseerd op de compleet gereviseerde publicatie systematiek bij VertiCer. In deze grafiek worden de resultaten vanaf de 1e jaarhelft van 2021 (alleen januari ontbrekend, kolommen gearceerd), tm. de eerste resultaten voor HI 2026 getoond. Vanaf 2024 zullen er ongetwijfeld nog de nodige aanvullingen, en forse bijstellingen komen (gearceerde kolommen).

Ook uit deze nog zeer voorlopige halfjaarlijkse groei cijfers blijkt een duidelijke afname van het aantal (overgebleven) projecten in het VertiCer dossier, wat waarschijnlijk heeft te maken met verwijderde, meestal kleine projectjes waarvan de oudste SDE beschikkingen zijn vervallen, danwel actief uitgeschreven bij VertiCer. Bij de aantallen projecten nam de bij VertiCer geregistreerde half-jaarlijkse netto aanwas af, van 1.956 nieuwe projecten in HII 2021, via 1.525 exemplaren in HI 2022 (22% minder), 1.067 stuks in HII 2022 (30% minder), naar nog maar een (voorlopige) groei van slechts 929 nieuw in HI 2023. Wederom bijna 13% minder. De tweede jaarhelft van 2023 heeft nog maar 500 netto nieuwe projecten (-46%), maar daar kan mogelijk nog wel iets aan gaan wijzigen. In HI 2024 is tot nog toe weer een duidelijk hoger volume bekend, netto 1.112 nieuwe installaties, maar vanaf HII 2024 zien we voor alle recente half-jaren, behalve HI 2025, nog netto negatieve groeicijfers: -87 voor HII 2024, -709 voor HII 2025, resp. -714 voor HI 2026 (alleen nog 1e vier maanden 2026 bevattend). De in de maart update nog negatieve netto aanwas van -144 voor HI 2025, is in de huidige update omgeslagen naar nog marginale netto positieve groei, +13 exemplaren.

Bij de capaciteit is het beeld compleet anders (geworden, in de meest recente updates), en is er zelfs een behoorlijke opleving te zien in beide jaarhelften van 2023 en het eerste van 2024. Met de huidige bekende cijfers 1.135 MWp nieuw in HII 2021, 1.119 MWp in HI 2022 (ruim 1% minder), 872 MWp in HII 2022 (22% minder), en, vanwege de bizarre, eerder al besproken toename in 1 maand (januari 2023), nu alweer een 1.490 MWp nieuwe capaciteit in HI 2023. Dat is 33% meer dan in HI 2022, en zelfs al bijna 71% meer dan in HII 2022. In de update van december 2023 was het netto aanwas volume voor HI 2023 nog maar 923 MWp.

De tweede jaarhelft van 2023 geeft, met de netto groei van, momenteel 1.320 MWp, al een fors hoger volume te zien dan in eerdere recente updates, en laat momenteel dan ook alweer een ruim 51% hoger volume zien, dan de aanwas in HII 2022.

Voor het eerste half-jaar van 2024 zijn de data nog zeer fluïde. Het voorlopige resultaat voor het eerste half-jaar is, van een licht negatieve aanwas tm. mei (-12 MWp), inmiddels omgeslagen in een record positieve, netto groei van al 1.710 MWp. Dat is al bijna 15% hoger dan het vorige record, in HI 2023. Het nog zeer voorlopige netto volume in HII 2024, 2.132 MWp (in april 2025 update nog maar 706 MWp!), laat een ogenschijnlijk nieuw record volume zien, maar met de waarschuwing dat hier de nieuwe "extreme" anomalie december 2024 bij zit, moeten we daar de nodige korrels zout naast leggen.

Het eerste half-jaar van 2025 bracht, met name door het flink negatieve aandeel van februari, gevolgd door de flinke negatieve aanwas in mei, een netto negatieve groei van -101 MWp met zich mee. HII 2025, startte alweer met een sterk negatieve netto groei van, inmiddels, -1.312 MWp. De eerste netto aanwas cijfers voor HI 2026 waren tm. de maart update nog negatief, maar, met april toegevoegd, en wijzigingen voor de overige maanden, inmiddels omgeslagen in een krap netto positieve aanwas van +2 MWp.

Het zal nog wel even gaan duren voordat er beter zicht komt op de (definitieve) groeicijfers voor de half-jaren, met name voor de recente jaargangen. Uiteraard gaat met name voor de periode vanaf 2024 nog wel flink wat wijzigen in deze cijfers.

Mogelijk wordt de trend van véél minder netto overgebleven (want: deels bij VertiCer uitgeschreven) aantallen installaties, en nog steeds relatief hoge groeicijfers voor de capaciteit, nog verder versterkt, doordat er regelmatig kleinere projecten worden uitgeschreven bij VertiCer (zie tabellen onder paragraaf 5), terwijl de overblijvende (en nieuwe) projecten in de bestanden gemiddeld genomen zelfs al veel groter zijn dan de oude (deels zelfs residentiële) kleine installaties.

3d. Jaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer YOY 2009 - 2024*

Wederom naar analogie van de grafiek voor de eindejaars-volumes, ditmaal de daar uit afgeleide netto jaargroei cijfers volgens de laatste data update van VertiCer, in bovenstaande grafiek (alle drie parameters met referentie de rechter schaal, logaritmisch weergegeven). Tot en met kalenderjaar 2020 zijn de data gebruikt uit de in 2024 beschikbaar gestelde update (24 aug. 2024), waarin echter nauwelijks wijzigingen zijn opgenomen. De meest recente cijfers voor 2021**, 2022**, 2023*, en 2024*, rechts toegevoegd, komen uit de huidige update van de data tm. april 2026, zoals recentelijk geopenbaard door VertiCer. De grafiek toont dus de meest recente situatie, met de laatst beschikbare bron-cijfers. Vanaf 2025 zijn de afgeleide netto jaargroei cijfers nog steeds negatief, en kunnen dus nog niet in deze grafiek worden weergegeven (vanwege de logaritmische Y-as). Mochten toekomstige "historische" jaarcijfers alsnog wijzigen, en wereldkundig worden gemaakt, zullen die in latere updates worden toegevoegd aan deze grafiek. Het is waarschijnlijk, dat eventuele nagekomen correcties, met name voor de oudere jaargangen, marginaal zullen zijn.

Goed is te zien dat er een duidelijk verschil is in de trend bij de nieuwe jaarlijkse aantallen installaties (blauwe kolommen) en bij de nieuwe capaciteit per jaar (gele kolommen). Bij de aantallen beginnen we op een hoog niveau van 3.765 [overgebleven †† !] nieuwe installaties in 2009, het gevolg van de enkele duizenden grotendeels particuliere kleine SDE beschikkingen die in de eerste jaren van de SDE (2008 tm. 2010) werden opgeleverd. Die bron droogde al snel op omdat particuliere installaties de facto uit de opvolger regelingen werden gedwongen (eis minimaal 15 kWp, later ook nog verplicht grootverbruik aansluiting), en zakte de hoeveelheid nieuwe installaties dan ook stapsgewijs naar het dieptepunt van 259 nieuwe projecten in 2014. Daarna zwol het jaarlijkse volume weer aan door een lange reeks van (deels) succesvol geïmplementeerde SDE "+" beschikkingen, tot een voorlopig maximum van 5.503 nieuwe projecten in Corona jaar 2020.

Daarna is, zelfs met grote hoeveelheden nieuw beschikte projecten onder de SDE "++" regimes, het tempo weer fors afgenomen, ook vanwege massieve wegval van beschikte projecten, waar met name de wijdverspreide netcongestie problemen een belangrijke (maar niet de enige) oorzaak van zijn. In 2021 en 2022 zijn met de recentste cijfers nu netto 3.889, resp. 2.592 nieuwe projecten toegevoegd. Dat laatst bekende volume voor 2022 is 47,1% van het record niveau in 2020.

In 2023 is een beperkt volume van 1.429 (netto) nieuwe projecten bekend (eerste gearceerde blauwe kolom). Het inmiddels positieve volume voor 2024 is nog steeds aan het toenemen, naar, inmiddels, netto 1.025 projecten. Met name voor 2024 ff. kan nog het nodige aan deze data wijzigen, in de te verwachten maandelijkse cijfer updates in 2026. Duidelijk is, dat er netto bezien steeds minder aantallen projecten bijkomen. Zoals al vaker gememoreerd, komt dit grotendeels door een toenemende uitstroom van projecten, waarvan grotendeels de subsidie termijn is verlopen. Er komen daarvoor in de plaats slechts relatief weinig nieuwe projecten bij (grotendeels met SDE beschikking), waardoor de netto groei per jaar sterk afneemt, bij de aantallen projecten. Deze trend is duidelijk zichtbaar vanaf 2021.

Capaciteit andersoortige trend, met een nieuw record jaar (2023), 2024 nog zeer ongewis

Bij de capaciteit is de jaarlijkse aanwas in de beginjaren relatief "stabiel" geweest, met wat kleine op- en neerwaartse bewegingen, van 18,7 MWp nieuw in 2009, tijdelijk zakkend naar 13,0 MWp nieuw volume in 2010, nog eens 4 jaar iets boven dat niveau blijvend, om vanaf 2015 sterk te stijgen. Dat was in het begin vooral vanwege de implementatie van de toen succesvolle SDE 2014 regeling. Er werd elk jaar weer meer capaciteit toegevoegd, gestuwd door de opvolgende SDE "+" regelingen met miljarden budgetten, tot een voorlopig maximum van 2.436,9 MWp, wederom in het Corona jaar 2020. Maar ook de nieuwe capaciteit begon in de jaren 2021-2022 af te nemen, al was het op een veel minder dramatisch niveau dan bij de aantallen projecten.

In 2021 was het nieuwe netto volume nog 2.007,6 MWp, dat is in 2022 momenteel nog maar 1.991,6 MWp met de bekende cijfers in de huidige update. Dat is voor 2022, met 81,7% van het maximale nieuwbouw volume in 2020, in ieder geval beduidend beter dan de flinke terugval bij de (netto) aantallen nieuwe projecten (47,1%). Met, uiteraard, de blijvende disclaimer, dat ook deze jaargroei cijfers nog niet "in beton zijn gegoten", en nog verder licht kunnen wijzigen. Opvallend blijft in ieder geval, dat met de updates in de afgelopen 2 jaar, het jaargroei volume voor de capaciteit in 2022 continu, maar traag, dichter is toegekropen naar dat van het voorgaande jaar. Het verschil is nog maar 16,0 MWp.

In 2023 is inmiddels, vooral vanwege de eerder besproken, bizar hoge toevoeging in januari dat jaar, en de nodige toevoegingen in de meest recente updates, een netto volume bijbouw van 2.810,1 MWp geconstateerd (enkele updates hiervoor was dat nog slechts 1.223 MWp!). Dat is nu dus al hoger dan de nu bekende groei in zowel 2021 en 2022, en heeft de eerder vastgestelde record groei in Corona jaar 2020 al met ruim 373 MWp overtroefd. 2023 is dus een nieuw recordjaar, wat de groei van gecertificeerde capaciteit betreft. Met de huidige stand van zaken zou de jaargroei in 2023 dus al ruim 41% hoger hebben gelegen dan de aanwas in 2022, en 15,3% meer dan in vorig record jaar 2020. We hebben echter ook gezien dat data regelmatig (flink) worden bijgesteld, dus de relatieve verhouding van de jaargroeicijfers in deze laatste jaren ligt beslist nog niet vast.

Achteraan in de grafiek heb ik ook de capaciteits-aanwas in 2024 weergegeven. Daar moeten we helaas nog een zeer groot vraagteken bij zetten, want met de nog zeer voorlopige resultaten voor dat jaar zouden we nu al aan een "nieuw record volume" zitten, van bijna 3.841 MWp (in de april 2025 update was dit nog "maar" 2.282 MWp). Gezien de problematische, extreme, met terugwerkende kracht bekend geworden toevoeging voor, met name, december 2024, in de analyse hierboven uitgebreid becommentarieerd, moeten we hier voorzichtig mee zijn. Want die december groei is uiterst onwaarschijnlijk, en kan nog fors neerwaarts worden bijgesteld, en/of er komen nog hoge "negatieve maandgroei cijfers" in komende maand rapportages overheen. De grote vraag is echter: wanneer kómen die bijstellingen dan wel? Dit kan erg lang duren, gezien eerder commentaar wat ik ontving van VertiCer na vragen daarover ...

Het Nationaal Solar Trendrapport 2025 van Dutch New Energy claimde voor 2024 een verkoop van 2,3 GWp PV vermogen in het zakelijke segment, wat, opvallend, véél lager is dan de afgeleide cijfers van VertiCer tot nog toe laten zien (ruim 3,8 GWp netto nieuw volume in de daar geregistreerde projecten markt). Dat verschil is "kolossaal", liefst 1,5 GWp, en neemt bovendien nog steeds toe. En is daarmee "onverklaarbaar groot". Hier moeten grote fouten en/of in de VertiCer bestanden doorgevoerde correcties en/of aanpassingen in zitten. Hier is dus beslist nog niet alles mee gezegd, de finale data voor 2024 zijn immers nog lang niet bekend!

Gemiddelde project omvang

Wederom heb ik, uit deze uit de eindejaars-data afgeleide jaargroei cijfers, uiteraard ook weer de gemiddelde systeemcapaciteit van de nieuwe aanwinsten per jaar berekend, en getoond in de groene curve in bovenstaande grafiek (vermogen in kWp gemiddeld per nieuwe installatie). Deze vertoont, na een lichte inzinking tussen 2009 en 2010, een zeer sterke progressie, van 5,0 kWp bij de nieuwe projecten in 2009, tot alweer ruim 768 kWp gemiddeld per nieuw project in 2022. Een factor 155 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Deze enorme schaalvergroting, sterk gedreven door de oplevering van honderden zonneparken en enorme distributiecentra bomvol zonnepanelen op de uitgestrekte platte daken, is een van de belangrijkste oorzaken, van de nieuwe realiteit bij de stroomvoorziening in Nederland: de overal zichtbaar geworden netcongestie, met name op de middenspannings-netten. Voor de bijna actuele situatie, met details, zie de nieuwe gedetailleerde capaciteitskaart van Netbeheer Nederland (gescheiden in netafname resp. -invoeding, in de kaarten is reeds al lang van tevoren gereserveerde capaciteit voor nieuwe, nog te bouwen projecten, ingesloten). Wat uiteraard ook zijn weerslag heeft gekregen op de progressie van de uitbouw van de gecertificeerde nieuwe volumes in de VertiCer databank: die is sterk aan het vertragen. En slechts met veel moeite, onder anderen, door schaalvergroting van de individuele projecten, "op niveau" te houden. Die schaalvergroting zien we met name ook in de belangrijke zonnepark sector, zie de diepgaande analyse daarvan, begin maart 2026 gepubliceerd op de Polder PV website.

Voor 2023 is een sterke toename van de gemiddelde capaciteit zichtbaar, naar inmiddels 1.967 kWp per project (!). Echter, omdat deze maatvoering van 2 input variabelen afhankelijk is (die beiden netto volumes betreffen, verschillen tussen instroom en uitstroom bij VertiCer), die beiden nog flink, in beide richtingen, kunnen gaan afwijken van de huidige waarden, is er nog niet veel te zeggen over wat dit uiteindelijk op kalenderjaar basis zal gaan opleveren. Het is echter wel waarschijnlijk, dat die gemiddelde nieuwe project capaciteit op een hoog niveau zal komen te liggen, vanweg de sterk neerwaartse trend bij het netto aantal nieuwe projecten, bij een blijvend hoog niveau voor de nieuwe totale capaciteiten.

Het voorlopige gemiddelde voor 2024 ligt nog op een veel hoger niveau, 3.748 MWp. In een vorige update was dit zelfs extreem hoog, 28,4 MWp (ver buiten het bereik van de getoonde Y-as vallend). Dit lag aan het feit dat in een eerste update een zeer laag netto positief groei volume bij de aantallen was te zien, bij een zeer hoge netto capaciteit toevoeging. De verwachting dat dit zeer stevig bijgesteld zou gaan worden, is reeds uitgekomen. Maar het eindresultaat zal nog lang op zich laten wachten. En zal mogelijk flink afwijken van het huidige niveau, vooral gezien de nog zeer onzekere, nog lang niet vaststaande, met dikke mistflarden omgeven capaciteits-data voor dat jaar.

†† Met name uit de oudere SDE regelingen, vallen regelmatig lang geleden bij VertiCer voorganger CertiQ ingeschreven projecten weg. Hier zijn verschillende redenen voor. In de uitgebreide SDE project analyses van Polder PV wordt hier regelmatig, en gedetailleerd over gerapporteerd (exemplaar 1 april 2026, zie hier).


4. 100 procents-grafieken en segmentatie naar grootteklasse

Een van de nieuwe mogelijkheden van de compleet herziene presentaties bij VertiCer, is de segmentatie naar grootteklasse. Daar kon tot enkele jaren geleden uitsluitend iets over gezegd worden op basis van de jaaroverzichten, waar, al lang geleden op basis van een verzoek in die richting door Polder PV, inderdaad werk van gemaakt is door rechtsvoorganger CertiQ. Zoals in de eerste analyses al duidelijk werd, is dit nu ook op maandelijkse basis mogelijk. Met, we blijven dit herhalen, de waarschuwing, dat alle cijfers bijgesteld kunnen worden in latere updates, met name m.b.t. de meest recente data. Bij de al wat oudere periodes vinden wijzingen minder vaak plaats, en zijn ze meestal van een bescheiden omvang.

In het 3e artikel over de eerste resultaten van januari 2023 heb ik al meer-jaarlijkse trends laten zien bij de evolutie van de diverse grootte klasses. Inclusief een toen nog in de bestanden van CertiQ voorkomende enorme anomalie, die niet bleek te zijn hersteld (artikel 14 februari 2023). Van dat historische overzicht is medio 2024 een recente update verschenen, maar daar blijkt nauwelijks iets in te zijn gewijzigd (marginale bijstellingen). De huidige grafiek geeft voor de kortere termijn de nieuwe data tot en met begin april 2026, en de aangepaste waarden voor de maanden in de meest recente periode daar aan voorafgaand.

In de gereviseerde data overzichten van VertiCer is sinds de update van 2 april 2026 ook het grootste deel van de eerste jaarhelft van 2021 (vanaf eind januari) bekendgemaakt, die data zijn vooraan in deze grafieken toegevoegd. De grafiek toont de meest recent gewijzigde data, gepubliceerd op 6 mei 2026.

4a. 100 procents-grafiek aantallen per categorie

Een zogenaamde "100-procents-grafiek" voor de evolutie trends van de 8 door VertiCer en haar rechtsvoorganger onderscheiden grootteklassen van de gecertificeerde PV-populatie die zij bijhouden, dit exemplaar voor de aantallen projecten aan het eind van elke maand. Voor begin mei 2026 zijn de absolute waarden per grootteklasse rechts weergegeven. Globaal genomen namen in de loop van de tijd de kleinste categorieën (1-5 kWp, 5-10 kWp, en 10-50 kWp) in betekenis af sedert begin 2021, de impact van de grotere categorieën werd groter. Vervolgens kwam er een stabilisatie, omdat het tempo bij de aantallen nieuw netgekoppelde (danwel netto overgebleven) projecten onder de SDE regimes weer flink is afgenomen. Dit wordt getoond door de in de grafiek opgenomen streepjeslijn, die het "laagste" niveau voor de kleinste categorie weergeeft (derde kwartaal 2024). In de laatste maand cijfers zien we het relatieve aandeel van de kleinste project categorie weer duidelijk toenemen t.o.v. de overige categorieën, waarschijnlijk omdat de uitval (uitschrijving uit het VertiCer register) vooral wat grotere projecten betreft. Hierdoor komt het bovenste blauwe segment voor de kleinste categorie weer iets onder de streepjeslijn te liggen.

In de update van 6 mei 2026, is het totale aantal installaties groter of gelijk aan 50 kWp, eind januari 2021 al bijna de helft (48,7%), met het gezamenlijke volume al op 58,8% van het totaal gekomen (20.627 van, in totaal, 35.074 netto overgebleven projecten). De categorie 100-250 kWp omvat het grootste aantal overgebleven projecten, 7.771 exemplaren (weer een flinke toename van 184 projecten sinds de update van 2 april 2026), afgezien van de kleinste installaties tot 5 kWp (overgebleven 8.519 stuks). Uiteraard hebben de grotere project categorieën, vanaf 250 kWp, relatief weinig tot bescheiden aantallen. Maar schijn bedriegt: ze omvatten, by far, de allergrootste volumes bij de capaciteit, en hebben een zéér grote impact op de totale populatie, en dus ook op de te verwachten stroomproductie. Zie de volgende grafiek, in paragraaf 4b.

Plussen en minnen

Een klein deel van de afnemende betekenis van de kleinste project categorieën wordt veroorzaakt door continue uitval uit het databestand van VertiCer (diverse redenen mogelijk, ook al heel lang waargenomen bij de SDE portfolio's, analyse status 1 januari 2026). Daar staat ook weer tegenover dat volledig buiten de populaire SDE regelingen om gerealiseerde kleinschalige projecten bijgeschreven kunnen worden in de registers van VertiCer. Een fenomeen wat compleet onbekend lijkt in de PV sector in ons land, er wordt in ieder geval nooit over gerept, behalve dan bij Polder PV. In 2023 werden er bijvoorbeeld, met de meest recente data, netto 38 installaties in de kleinste project categorie uitgeschreven, maar kwam er tegelijkertijd een verrassende hoeveelheid van 143 exemplaren bij in de categorie 5 tm. 10 kWp, waarvoor normaliter beslist géén (nieuwe) SDE beschikking afgegeven kan zijn sedert SDE 2011, vanwege de 15 kWp "onder-cap" bij de afgegeven beschikkingen (zie ook tabel paragraaf 5b). Tot nog toe waren het al netto 36 uitgeschreven projecten voor de kleinste categorie, resp. netto 25 nieuw ingeschreven projecten voor categorie 5-10 kWp, in 2024.

Dat soort kleine projecten zijn mogelijk afkomstig uit portfolio's van bedrijven zoals Powerpeers, Vandebron, en Allinpower, en het in België al actieve EnergySwap, die geoormerkt garanties van oorsprong (GvO's) van door de afnemer aangewezen projecten afboeken, ter "vergroening" van de stroomconsumptie van de klant. Daar kunnen ook (zeer) kleine residentiële projecten, of bijvoorbeeld kleine installaties op scholen, gymzalen e.d. bij zitten. Om dat soort transacties in Nederland te kunnen / mogen doen, moeten de betrokken projectjes ook verplicht geregistreerd worden bij VertiCer. En die zien we hier dus tevoorschijn komen.

Voor 2025 zijn deze voorlopige volumes inmiddels ook bekend. In de kleinste categorie verdwenen netto 68 projecten. Maar bij de categorie installaties tussen 5 en 10 kWp is daar ook inmiddels een groot volume verdwenen. Het netto resultaat van eventuele bijschrijvingen, en uitschrijvingen is voor die categorie in dat jaar inmiddels sterk negatief, -403 stuks, t.o.v. de update van maart 2026. De (netto) uitval bij de iets grotere categorieën lijkt dus inmiddels haar beslag gekregen te hebben.

Bijstellingen aantallen per categorie

De grootste categorie, projecten (of eigenlijk: "registraties") groter dan 1 MWp per stuk, omvat begin mei 2026 1.860 installaties. Dit is, na een behoorlijke afname in de voorgaande update (-24 stuks), nu weer een forse netto toename van 48 projecten. Ook in deze grootste categorie kan de "dynamiek" tussen enkele updates dus groot zijn.

Wat de aantallen projecten in deze grootste project klasse betreft, is dit slechts 5,3% van het totale aantal op dit moment. Op herhaalde verzoeken van Polder PV, om deze grote "verzamelbak" verder op te splitsen, gezien de dominante hoeveelheid capaciteit in deze categorie (zie grafiek onder paragraaf 4b), is, destijds, CertiQ, helaas niet ingegaan, en zal waarschijnlijk onder hoede van haar rechtsopvolger niet gaan geschieden.

4b. 100 procents-grafiek capaciteit per categorie - augustus 2024 anomalie lijkt hersteld, maar trend beslist niet stabiel in 2023-2025

Een vergelijkbare "100 procents-grafiek" als voor de aantallen projecten, maar nu voor de periode eind januari 2021 tm. begin mei 2026, voor de daarmee gepaard gaande, bij VertiCer geregistreerde netto capaciteiten in MWp. Voor eind april 2026 zijn wederom de absolute volumes rechts weergegeven, alsmede, voor de grootste categorie, voor de status quo vlak voor "De Grote Augustus Anomalie" (2024). Een totaal ander beeld is hier te zien, met "überdominant" de grootste project categorie (installaties groter dan 1 MWp). Ook is direct te zien, waar de enorme capaciteits-anomalie voor augustus, eerder reeds beschreven, zijn grondslag heeft. Eind juli 2024 was het volume in die categorie, met projecten per stuk groter dan 1 MWp, namelijk "nog maar" 9.749 MWp groot (wel alweer, door voortdurende bijstellingen / nagekomen volume, 18,3% meer dan de eind van die maand gerapporteerde 8.238 MWp). Wat in lijn is met de historie van de voorgaande evolutie.

In augustus tm. september 2024 zou, volgens de oorspronkelijke cijfers van VertiCer, er al een absurd hoog volume van 14,0 GWp zijn geaccumuleerd in die categorie. Dit is terug te voeren op de toen nog niet publiekelijk gecorrigeerde grote anomalie voor augustus dat jaar, en heeft een enorme impact op de kwaliteit van deze 100-procents-grafiek. In de augustus 2024 update ben ik kort ingegaan op de onmogelijkheid van deze accumulatie cijfers (paragraaf "29 Dorhoutmeessen"). Omdat de cijfers voor deze 2 maanden onwaarschijnlijk hoog zijn, heb ik deze gearceerd weergegeven, met rode kolom rand. Ook voor oktober zien we een nog steeds onwaarschijnlijk hoge status van, inmiddels, 11,8 GWp, waarbij er kennelijk al een eerste "correctie ronde" over de data heen is gegaan bij VertiCer. In november lijken de data weer "genormaliseerd", en is het volume op een voorstelbaar niveau van 9.883 MWp uitgekomen, zoals in een vorige update al was voorspeld door Polder PV. Vandaar dat ik ook oktober hier gearceerd heb weergegeven, toen was er waarschijnlijk nog steeds sprake van gedeeltelijk incorrecte (veel te hoge) data. De sterk verstorende invloed op de evolutie van alle data in deze 100% grafiek is duidelijk zichtbaar bij de maandelijkse aandeel-percentages voor augustus tm. oktober.

Status > 1 MW segment begin mei 2026

De toegevoegde, alweer licht gewijzigde cijfers voor december 2024 en januari 2025 laten in de huidige update wederom een "onwaarschijnlijk hoog" accumulatie niveau zien voor het > 1 MW segment, van 11,7 tot bijna 12,6 GWp. In een vorige update waren die volumes nog maar 10,3 tot 11,0 GWp, hier is dus direct alweer een verdachte, waarschijnlijk veel te hoge capaciteit in de databank van VertiCer geslopen, zoals we eerder al hebben gezien. In december 2024 zou in 1 keer de 10 GWp accumulatie in de grootste categorie ruimschoots zijn gepasseerd.

In maart tm. juni 2025 is er weer globaal genomen een lichte groei cq. plateau fase te zien, naar een niveau rond de 11,5 GWp, maar in de juli update is er weer een terugval te zien, naar bijna 10,2 GWp, wat in de opvolgende periode augustus 2025 - begin mei 2026 marginaal groeide naar 10.408 MWp. Waarmee het aandeel op het totaal volume in die periode verder is toegenomen, naar 69,0% van de weer opwaarts bijgestelde totale capaciteit (bijna 15,1 GWp). Eind januari 2021 was dat aandeel van de grootste categorie nog bijna 52%. Het relatieve verschil is dus, ondanks de soms curieuze cijfer bijstellingen, behoorlijk groot geworden, in bijna 5 jaar tijd. De combinatie forse opwaartse (dec. '24 / jan. '25) / neerwaartse capaciteit bijstelling in februari 2025 is in ieder geval wederom slecht verklaarbaar. Mogelijk is een van de oorzaken genoemd door, destijds, CertiQ, hier debet aan.

"Afwijkingen van de normaal"

Om de "afwijkingen van de normaal" voor de grootste projecten categorie (>1 MW) beter zichtbaar te maken, heb ik vanaf de mei 2025 update een rechtlijnige gele stippellijn in bovenstaande grafiek toegevoegd, interpolerend tussen de eerste en de laatste maand waarde. Daarmee is direct duidelijk waar (te) grote afwijkingen van een normaal verloop van het procentuele aandeel van die categorie opdoemen. In de periode 2023 tm. medio 2025 zijn de accumulaties in ieder geval beduidend hoger dan "normaal", eind 2025 en in de eerste maanden van 2026 is er een stagnatie zichtbaar. De beruchte augustus 2024 anomalie, die tot in oktober dat jaar voortduurde, steekt duidelijk boven alles uit, en heeft te maken met een veel te hoge capaciteit accumulatie, die nog steeds zichtbaar is in de publiek beschikbare data van VertiCer.

Met een horizontale zwarte lijn is het snijpunt van genoemde referentielijn voor eind 2024 weergegeven. Dat komt neer op een capaciteit volume van zo'n 8,6 MWp, het vermoedelijk minimale niveau, in vergelijking met de huidige, veel te hoge eindejaars-waarde die nog in de VertiCer cijfers is terug te vinden (11,7 GWp). In werkelijkheid zal het niveau toch hoger hebben gelegen, omdat er altijd veel volume is wat pas later wordt opgenomen in de actuele cijfers bij VertiCer, vanwege blijvende administratieve vertragingen. Ergens tussen de "extremen" 8,6 en 11,7 GWp zal het werkelijke eindejaars-volume van 2024 moeten liggen. Waar precies, blijft de onbeantwoorde vraag.

Meer cijfers project categorieën

De grootste categorie heeft, bij een blijvend zeer hoog capaciteits-volume, tegelijkertijd een relatief bescheiden aantal projecten, de hierboven al genoemde 1.860 exemplaren. Dit resulteert in een steeds hoger wordende systeemgemiddelde capaciteit binnen deze categorie. Eind januari 2021 was dat nog 4.377 kWp gemiddeld, begin mei 2026 is dat alweer opgehoogd naar 5.596 kWp, een toename van bijna 28% in 63 maanden tijd. De grote projecten gaan een steeds hogere impact op de totale volumes krijgen bij VertiCer, dat is al lang duidelijk.

Voor de overige categorieën blijft er dan niet zeer veel "ruimte" meer over op het totaal. Nemen we ook nog de drie opvolgende categorieën mee (flinke projecten van een halve - 1 MWp, 250 - 500 kWp, resp. 100 - 250 kWp), claimen de grootste vier project categorieën het allergrootste geregistreerde volume in de totale markt. Dit was eind januari 2021 al 93,0%, eind april 2026 is dat, met de meest recente data in de huidige update, 96,6% geworden. De kleinste 2 categorieën zijn op deze schaal al vrijwel niet meer zichtbaar. Hun aandeel is begin mei 2026 geslonken naar nog maar 0,10% van totaal volume (15,6 MWp, projecten van elk 5 - 10 kWp), resp. 0,14% (21,7 MWp, projecten van elk 1 - 5 kWp).

Dan resteren, eind april 2026, nog relatief bescheiden volumes voor de categorieën projecten van 50-100 kWp (totaal volume nog maar 359 MWp, 2,4%), resp. 10-50 kWp (116 MWp, 0,8%).


5. Jaarvolume segmentaties 2022 -2024

5a. 2022 - status update publicatie 6 mei 2026

In de maandrapport analyse voor januari 2023 publiceerde ik ook een tabel met de nieuw gereconstrueerde cijfers voor de jaargroei voor kalenderjaar 2022. Daar zijn natuurlijk in de tussenliggende rapportages weer veel wijzigingen in gekomen, waarbij ik de laatste stand van zaken in de april 2026 update hier onder weergeef in tabelvorm. Voor nadere toelichting, zie de analyse bij het januari 2023 rapport. In de meeste voorgaande rapportages waren er geen wijzigingen meer in deze tabel. In de update van 1 december 2025 is er bij de categorie 500 - 1.000 kWp 1 installatie bijgekomen, daarna is er niets meer gewijzigd. Voor tabel en toelichting, zie de update van 2 januari 2026.

5b. Groei in 2023 - status update publicatie 6 mei 2026

Er is sinds de update van maart 2026 geen wijziging geweest voor sub-categorieën in 2023. Voor de volledige tabel, zie paragraaf 5b in die update, en bijbehorend commentaar en duiding.

5c. Groei in 2024 - status update publicatie 6 mei 2026

In onderstaande tabel geef ik de nog steeds premature eerste (al enkele malen flink gewijzigde) cijfers voor de groei van de volumes per categorie in kalenderjaar 2024. Cursief (broncijfers) zijn wijzigingen sedert de vorige (maart 2026) update.

Nieuwe jaarvolumes 2024 (YOY)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
Gemiddelde capaciteit per nieuwe / uitgeschreven installatie (kWp)
1-5 kWp
-36
-3,5%
-0,039
-0,001%
1,1
5-10 kWp
25
2,4%
0,201
0,005%
8,0
10-50 kWp
-5
-0,5%
-0,037
-0,001%
7,4
50-100 kWp
138
13,5%
10,961
0,29%
79,4
100-250 kWp
354
34,5%
56,339
1,5%
159,1
250-500 kWp
210
20,5%
77,627
2,0%
369,7
500-1.000 kWp
126
12,3%
90,414
2,4%
717,6
> 1 MWp
213
20,8%
3.605,811
93,9%
16.928,7
Totaal
1.025
100%
3.841,277
100%
3.747,6

Nog sterker dan in de tabel voor 2023, blijkt de enorme dominantie van de grootste project categorie, registraties groter dan 1 MWp. Daarvan zijn er tot nog toe 213 geteld (2 meer t.o.v. de vorige update), wat al bijna 21% van alle nieuwe installaties is. Maar de capaciteit claimt, met 3,6 GWp, al bijna 94% van het totale volume. De populatie nieuwe projecten in dat jaar bestaat qua capaciteit, en, derhalve, theoretische stroom productie, bijna alleen maar uit zéér grote installaties, met een gemiddelde voor die categorie van zelfs 16,9 MWp per project (!). De volumes aan kleine installaties drogen op waar je bij staat.

Deze cijfers zullen in komende updates waarschijnlijk nog wat gaan wijzigen en verder aangevuld worden. De forse capaciteit anomaliëen in augustus en in december van dat jaar, drukken nu nog een zeer stevig stempel op de nog zeer onzekere cijfers. Die hopelijk in komende rapportages enigszins zullen normaliseren. Al blijven verrassingen endemisch, bij de VertiCer rapportages, zoals we de laatste jaren al vaak hebben gezien.

Vooralsnog is de nu bekende totale kalender jaargroei, volgens de VertiCer broncijfers, een zogenaamd record volume van ruim 3.841 MWp in 2024, zie ook de optelling van de twee half-jaren in de grafiek in paragraaf 3c. 1.710 MWp toename in het eerste half-jaar, en nog eens 2.132 MWp (in een vorige update was dat nog maar 706 MWp!) in de tweede jaarhelft. Wat in beide gevallen hoogst onwaarschijnlijke nieuwbouw volumes in de projecten markt zijn. Maar die cijfers zullen sowieso nog dramatisch gewijzigd (moeten) worden. Pro memori, dus.

2025 nog niet gepresenteerd

Voor 2025 zijn de cijfers nog lang niet compleet, noch "logisch". Uit de huidige status update volgt, dat er een netto negatieve jaargroei van (minus) 696 projecten, resp. een zeer hoge negatieve netto aanwas van de capaciteit (-1.413 MWp) in de boeken staat bij VertiCer. Pas als er meer zicht op "normale" cijfers komt, na de noodzakelijke, forse correcties in eerdere gegevens, zal Polder PV hier weer een deel overzicht tabel van maken.

In een vervolg analyse zal nader ingegaan worden op de afgegeven Garanties van Oorsprong in het VertiCer dossier. Zie deel II.


Conclusie

Het is natuurlijk fijn, dat er weer, sinds de update van maart, nieuwe cijfers zijn van VertiCer, en dat de maandelijkse rapportage wordt gecontinueerd. Tegelijkertijd moet vastgesteld worden, dat de oude problemen, van inconsistente, en soms zelfs onmogelijk lijkende cijfers, blijven bestaan. De vraag is ook, hoe, en wat voor data er uiteindelijk bij het CBS terecht zullen komen, en hoe zij eventuele (grote) fouten uit de aangeleverde data zullen gaan halen. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.


6. Bronnen

Intern - eerdere rapportages CertiQ / VertiCer

Zie ook deel II van dit tweeluik voor april 2026 (GvO's)

Vorige maandrapportages 2026:

Maart 2026: gepubliceerd op 13 april 2026 (capaciteit, resp. Garanties van Oorsprong)

Januari - februari 2026: géén data (uniek in CertiQ / VertiCer historie)

December 2025: gepubliceerd op 5 januari 2026

November 2025: gepubliceerd op 2 december 2025

Oktober 2025, gepubliceerd op 5 november 2025

September 2025, gepubliceerd op 3 oktober 2025

Augustus 2025, gepubliceerd op 3 september 2025

Juli 2025, gepubliceerd op 5 augustus 2025

Juni 2025, gepubliceerd op 4 juli 2025

Mei 2025, gepubliceerd op 11 juni 2025

April 2025, gepubliceerd op 7 mei 2025

Maart 2025, gepubliceerd op 3 april 2025

Februari 2025, gepubliceerd op 4 maart 2025

Januari 2025, gepubliceerd op 5 februari 2025

Voor 2024: zie de lijst gepubliceerd in de update van 6 januari 2025

Voor 2023: zie de lijst gepubliceerd in de update van 1 februari 2024

Voor 2022 en 2021, zie overzichtje onderaan analyse van 9 januari 2023

CertiQ herziet cijfer presentatie methodiek - een nieuw tijdperk ? (8 februari 2023)

Meer licht in de duisternis (?) omtrent ontwikkeling gecertificeerde zonnestroom portfolio in (2019-) 2020 bij CertiQ. (4 november 2020; vroege signalering van sterk wijzigende historische CertiQ data door Polder PV)

Extern

Data overzichten website VertiCer (opgelet, tijdens laatste upload blijken alleen nog maar de 3 laatste maandrapportages voor elektra, en 1 voor "groen gas", aanwezig te zijn, alle voormalige rapportages zijn verdwenen van de site!)

Data overzichten garanties van oorsprong weer beschikbaar per april 2026 (nieuwsbericht met wijziging indeling primaire data bij VertiCer, 25 maart 2026)

Wijziging correctie meetwaarden (nieuwsbericht voor handelaren op site VertiCer, 6 januari 2025)

NB: de oude website van CertiQ is niet meer actief, de url verwijst door naar de site van rechtsopvolger VertiCer !


     
 
 
© 2026 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP