Zontwikkelingen "oud"
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
   
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws & analyses P.V. pagina 191

meest recente bericht boven

Specials:
VertiCer update april 2024 - 2023 21% hogere jaargroei (gecertificeerde PV capaciteit) dan 2022
SDE update RVO voor PV in QI 2024 - 437 MWp realisaties, 657 MWp beschikkingen verloren gegaan
QI 2024 slechtste productie eerste kwartaal Polder PV

1 april 2024 - 31 mei 2024


 
^
TOP

3 mei 2024: VertiCer update april 2024 - 2023 jaargroei naar 2.384 MWp nieuwbouw, 21% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022. Voor uitgebreide toelichting van de voorliggende historie van de CertiQ data voor gecertificeerde zonnestroom in Nederland, zie de bespreking van 7 maart 2023 (februari rapportage). Voor de transitie van CertiQ naar de nieuwe organisatie VertiCer, zie introductie in de analyse, van 19 juli 2023.

In de huidige rapportage brengt Polder PV de nieuwe resultaten uit de data rapportage van VertiCer, voor de maand april 2024, waarmee de jaargroei in kalenderjaar 2023 weer iets verder blijkt te zijn uitgelopen op het volume in 2022. Tevens worden tm. maart 2024, de verstrekte Garanties van Oorsprong voor gecertificeerde PV projecten gereconstrueerd en grafisch verbeeld over de afgelopen periode. Er is inmiddels een verklaring voor de merkwaardige anomalie in de maart rapportage gearriveerd bij Polder PV. In de laatste rapportage verschenen deels weer de nodige gewijzigde (maand) cijfers sedert oktober 2021, de capaciteit aan het eind van april 2024 is verder neerwaarts bijgesteld t.o.v. het eerder al fors aangepaste volume, voor eind maart dit jaar. Wederom is er géén update van nog oudere data verschenen. Ook voor die gegevens en grafieken daaromtrent, verwijs ik naar de hier boven gelinkte analyse van het oudere CertiQ rapport, waarin die gegevens wel waren bijgesteld in een separate rapportage.

Bijstellingen - niets nieuws onder de zon

Benadrukt zal hier blijven worden, dat de voor sommigen wellicht verwarrende, continu wijzigende maand-cijfers bij VertiCer, en haar rechtsvoorganger CertiQ, beslist geen "nieuw fenomeen" betreffen. Dit is altijd al staande praktijk geweest bij CertiQ, en wordt gecontinueerd onder VertiCer. Niet alleen werd dat zichtbaar in de soms fors gewijzigde cijfers in de herziene jaar rapportages tot en met het exemplaar voor 2019. Helaas zijn daarna geen jaarlijkse revisies meer verschenen. In een tussentijdse analyse van oorspronkelijk gepubliceerde, en toen actuele, bijgestelde cijfers, werd al duidelijk, dat de databank van de destijds alleen onder TenneT vallende dochter continu wijzigingen ondergaat, zoals geïllustreerd in de Polder PV analyse van 4 november 2020. In dit opzicht, is er dan ook niets nieuws onder de zon. De wijzigingen zijn er altijd al geweest, alleen zijn ze inmiddels, met weliswaar de nodige moeite, regelmatig zichtbaar te maken, door de nieuwe wijze van rapporteren van VertiCer. De cijfermatige consequenties daarvan worden weer besproken in de huidige analyse.

Voordat we de huidige resultaten bespreken, blijft de belangrijke, al lang geleden door Polder PV geïntroduceerde, en tussentijds verder aangepaste disclaimer bij alle (zonnestroom) data van VertiCer / CertiQ recht overeind:

* Disclaimer: Status officiële VertiCer (ex CertiQ) cijfers
volgens maandelijkse rapportages !


I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en gemiddeld genomen steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan het bedrijf (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van Polder PV niet uit, dat de huidige status bij rechts-opvolger VertiCer niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021. En, helaas, herhaalde dit zich wederom in de december rapportage van 2022.

Met betrekking tot afgegeven Garanties van Oorsprong, werd in de maart 2024 rapportage ook al een anomalie gevonden, die, bij navraag, wederom op een ingave fout van een netbeheerder bleek te berusten (zie voetnoot in rapportage april 2024 update).

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij VertiCer, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij VertiCer. Wat de directe gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

Voor 2020 en 2021 zijn de consequenties van deze continu optredende bijstellingen opnieuw berekend - in de rapportage voor december 2021. Deze bijstellingen werden in analyses van de maand rapportages tot en met 2022 bijgehouden door Polder PV, waaruit o.a. de meest actuele jaargroei volumes werden berekend.

Vanaf januari 2023 is er een complete revisie van de publicatie systematiek van CertiQ in gang gezet, inmiddels gecontinueerd onder de regie van rechtsopvolger VertiCer.

CertiQ heeft op basis van diverse opmerkingen van Polder PV over deze problematiek destijds stelling genomen met belangrijke achtergrond informatie over de totstandkoming van hun cijfers.

Zie ook aangescherpte voorwaarden voor correcte invoer van installaties voor de VertiCer databank, gericht aan netbeheerders en meetbedrijven (bericht 6 september 2023). Hierbij is, voor meetprotocol-verplichte installaties achter grootverbruik aansluitingen (incl. alle SDE gesubsidieerde installaties), de datum van ondertekening van het meetprotocol door de producent gelijk aan de ingangsdatum van zijn productie-installatie, volgens de documentatie van VertiCer.

Het overzicht met de eerste cijfers voor april 2024 verscheen in de nieuwe, drastisch gewijzigde vorm op de website van VertiCer, op 1 mei 2024. Referenties naar eerder verschenen historische data zijn uiteraard impliciet als CertiQ gegevens geanalyseerd, in oudere analyses.


2. Evoluties basis parameters

2a. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer juli 2021 - april 2024

In deze grafiek, met de meest recente actuele en gewijzigde data uit de april 2024 rapportage van VertiCer, en deels oudere data uit de CertiQ updates, de stand van zaken vanaf juli 2021 tm. april 2024. De blauwe kolommen geven de ontwikkeling van de aantallen installaties weer (ref.: rechter Y-as), voorlopig culminerend in 34.776 exemplaren, begin mei 2024. Wat, wederom, een negatieve groei weergeeft van 71 projecten** t.o.v. de status, eind maart 2024 (gereviseerd, 34.847 exemplaren). Wel is er, t.o.v. het ook weer herziene eindejaars volume van 2022, netto bezien in kalenderjaar 2023 een groei geweest van 929 projecten in het gecombineerde VertiCer / CertiQ bestand. Wat bijna 64% minder is dan de groei in 2022 (gereviseerd: 2.555 nieuwe projecten genoteerd; voor de half-jaar volumes, zie ook nieuwe half-jaar grafiek verderop). Diverse historische data zijn wederom gewijzigd t.o.v. de maart update. Zo is de stand van zaken voor eind (december) 2022 inmiddels 33.990 projecten, in de vorige rapportage waren dat er nog 33.986.

In de gele kolommen (ref. rechter Y-as, in MWp) de bijbehorende geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit, die begin mei 2024 weer verder is afgewaardeerd, naar 12.087,643 MWp. Wat, t.o.v. de weer aangepaste status voor eind maart, nogmaals een negatieve groei inhoudt (revisie maart 12.306,167 MWp, nog steeds flink minder dan de 13,4 GWp in februari). Dit kan uiteraard nog steeds / wederom substantieel gaan wijzigen in komende updates, zoals ook in alle vorige exemplaren is geschied. Afhankelijk van komende revisies van historische cijfers, lijkt de 10 GWp in dit grote PV dossier, in ieder geval inmiddels ergens begin januari 2023 te zijn gepasseerd.

Deze ronduit opmerkelijke, forse wisselingen in de netto (overgebleven) volumes aan het eind van de laatste maanden, heeft uiteraard ook gevolgen gehad voor de systeemgemiddelde capaciteit, die eind maart weer wat lager is geworden, waar dit begin 2024 nog een opvallende tóename was (groene curve).

Eind 2022 is de geaccumuleerde capaciteit inmiddels op een niveau gekomen van 9.817,4 MWp. In het eerste flink gewijzigde januari rapport voor 2023 was dat nog 9.409,3 MWp. Voor EOY 2022 is sindsdien dus alweer ruim 408 MWp / 4,3% meer volume bijgeschreven dan oorspronkelijk gerapporteerd. Het is goed om deze flink opgelopen verschillen voor reeds "lang" verstreken jaren op het netvlies te blijven houden, want dit gaat natuurlijk ook geschieden met de cijfers voor 2023, én voor de data voor 2024.

Groei 2023 t.o.v. 2022 volume

Met de huidige, gereviseerde cijfers, is de voorlopige groei in het hele kalenderjaar 2023 2.384 MWp geweest. Dat lijkt, in grote tegenstelling tot eerdere maandrapportages door Polder PV (in december 2023 rapportage nog slechts een jaar-aanwas van 1.298 MWp!), nu juist op een redelijke marktgroei te wijzen, t.o.v. de jaarlijkse aanwas in 2022, zelfs al weten we dat alle cijfers nog steeds regelmatig zullen worden bijgesteld. In dezelfde periode in 2022 was het - nu weer licht aangepaste - groei volume namelijk ruim 1.970 MWp. De toename in 2023 is tot nog toe dus 21,0% hóger dan het nu bekende nieuwe volume in 2022 (in de update van december 2023 was het nog 34% láger!). Bij de aantallen nieuwe projecten was juist een zeer hoge netto negatieve groei vast te stellen uit de huidige cijfers (minus 64%). Deze combinatie is op zijn zachtst gezegd, "hoogst curieus", als je niet beter zou weten hoe deze cijfers tot stand komen.

In de groene curve is de uit voorgaande parameters berekende systeemgemiddelde capaciteit voor de gehele, overgebleven gecertificeerde populatie PV-projecten bij VertiCer, in kWp (referentie linker Y-as) weergegeven. Dit blijft door de bank genomen almaar toenemen, en is sedert eind 2022 verder gegroeid, van 289 naar 349 kWp, eind vorig jaar. In januari - februari 2024 nam dit fors toe, naar 380 resp. ruim 384 kWp. Eind maart nam dit echt weer stevig af, vanwege de forse neerwaartse capaciteits-bijstelling, en eindigde voorlopig op 353 kWp gemiddeld. Wat in april nog wat lager werd, bijna 348 kWp. Ook dit niveau kan bij latere data bijstellingen weer wijzigen, zowel in negatieve, als in positieve zin.

Links in de grafiek vindt u ook de meest recent bekende EOY cijfers voor 2021 weergegeven. Die zijn ditmaal stabiel gebleven, 31.435 projecten, respectievelijk, 7.847,1 MWp. Deze data zijn belangrijk voor de vaststelling van de aangepaste jaargroei cijfers voor 2022, zie paragraaf 3d. Het ziet er niet naar uit dat er dit jaar nog substantiële wijzigingen in die eindejaars-cijfers zullen komen, alleen marginale aanpassingen.

** Beter: "het netto overblijvende nieuwe volume, wat het verschil is tussen de (niet qua volume geopenbaarde) uitschrijvingen en de volumes aan nieuwe inschrijvingen".

2b. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer EOY 2009 - 2023

Ik geef hieronder de begin 2023 volledig gereviseerde grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties weer, waarbij alleen de nu bekende weer gewijzigde cijfers in het april 2024 rapport van VertiCer, voor de jaren 2021 tm. 2023, zijn opgenomen. Alle oudere data zijn ontleend aan eerder gepubliceerde CertiQ updates. Waarvan nog geen eventuele herziening bekendgemaakt is na 1 maart 2023. De cijfers voor 2024, achteraan toegevoegd, zijn uiteraard nog zeer voorlopig en kunnen nog behoorlijk gaan wijzigen in komende updates (gearceerde kolommen, status eind april 2024).

De tweede grafiek in deze sectie geeft niet de maandelijkse progressie (paragraaf 2a), maar de evolutie van de eindejaars-accumulaties van 2009 tm. 2023, en de huidige status in 2024 (achteraan) weer, met alle ondertussen weer gewijzigde data in de huidige VertiCer update. De opbouw van de grafiek is vergelijkbaar met die voor de laatste maand-cijfers, maar om alle data in 1 grafiek te krijgen zonder extreme verschillen, is de Y-as voor alle drie de parameters hier logarithmisch gekozen. Het aantal installaties is fors toegenomen, van 3.767 exemplaren, eind 2009, naar, inmiddels, 33.990, eind 2022, resulterend in een Compound Annual Growth Rate (CAGR) van gemiddeld 18,4% per jaar in 2009-2022. Eind december 2023 staat de teller alweer op 34.919 projecten; de CAGR voor de periode 2009-2023 heeft, met de nog zeer voorlopige data voor met name 2023, een gemiddelde van 17,2% per jaar.

Bij de capaciteits-ontwikkeling is het echter nog veel harder gegaan. Deze nam toe van 18,7 MWp, eind 2009, tot alweer 9.817,4 MWp, eind 2022. Resulterend in een byzonder hoge CAGR, van gemiddeld 61,9% per jaar (!). Wel begint er, voorstelbaar, na zo'n langdurige, spectaculaire groei periode, een afvlakking zichtbaar te worden in de expansie. Wat veel te maken heeft met overal optredende problemen met beschikbare netcapaciteit, gestegen project kosten, beschikbaar personeel, etc. Eind december 2023 is de capaciteit fors doorgegroeid naar een voorlopig volume van 12.201,4 MWp, resulterend in een nog zeer voorlopige, doch hoge CAGR van gemiddeld 58,9% per jaar, in de periode 2009-2023. Hierbij moet ook worden vermeld, dat het eindejaars-cijfer voor 2023 fors is bijgesteld in eerdere updates van VertiCer. Vermoedelijk is er toen veel capaciteit bijgeschreven na de nodige vertragingen in de administratieve verwerking ervan.

Historische bijstellingen

Dat de cijfers in de databank behoorlijk worden bijgesteld, bezien over een langere periode, laten de nu actuele eindejaars-cijfers voor 2021 weer goed zien. Die zijn momenteel, ongewijzigd t.o.v. de voorgaande update, namelijk 31.435 installaties, en een verzamelde capaciteit van 7.847,1 MWp. In het "klassieke" maandrapport voor (eind) december 2021, alsmede in het gelijktijdig verschenen eerste jaaroverzicht, waren die volumes nog maar 30.549 installaties, resp. 7.417,8 MWp. In de laatste cijfer updates zijn de verschillen t.o.v. de oorspronkelijke, "klassieke" maandrapport opgaves van, destijds, CertiQ, derhalve, opgelopen tot 2,9% (aantallen), resp. bijna 5,8% (capaciteit). Uiteraard hebben deze continu voorkomende bijstellingen ook gevolgen voor de uit de EOY cijfers te berekenen jaargroei volumes (YOY).

Helemaal rechts in de grafiek zijn ook de nog zeer premature cijfers voor eind april 2024 getoond, 34.776 installaties, met 12.088 MWp. Daar komt nog heel veel volume bij, en ook de data voor de eerste maanden zullen nog flink worden bijgesteld.

Uit voorgaande twee parameters werd door Polder PV weer de gemiddelde systeem-capaciteit aan het eind van elk kalenderjaar berekend (groene curve in bovenstaande grafiek). Ook deze nam spectaculair toe, van slechts 5,0 kWp, eind 2009 (bijna uitsluitend kleinere residentiële installaties), tot alweer 349,4 kWp, eind 2023 (bestand VertiCer inmiddels gedomineerd door duizenden middelgrote tot zeer grote projecten incl. zonneparken). Een factor 70 maal zo groot, in 14 jaar tijd. Wat de enorme schaalvergroting in de projecten sector goed weergeeft.


3. Maandelijkse, kwartaal-, half-jaar- en jaarlijkse toenames aantallen en capaciteiten bij VertiCer

3a. Maandelijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer augustus 2021 - april 2024

Ook al moet ook bij deze grafiek de waarschuwing, dat de cijfers nog lang niet zijn uitgekristalliseerd, en we nog de nodige bijstellingen kunnen verwachten, de trend bij de nieuwe (netto) aantallen projecten door VertiCer, en rechtsvoorganger CertiQ, geregistreerd van maand tot maand, laten, ook in de huidige versie van april 2024, een zeer duidelijke afkoeling van de PV-projectenmarkt zien sedert de zomer van 2021. Werden er in januari 2022 nog netto 385 nieuwe gecertificeerde PV-projecten bijgeschreven, is dat in de rest van het jaar al zeer duidelijk minder geworden, en vanaf augustus dat jaar zelfs zeer sterk "afgekoeld". Met wat ups en downs, is het laagste volume in dat jaar voorlopig bereikt in november 2022, met, inmiddels, 97 (netto) nieuwe installaties. Daarna veerde het weer even op, daalde stapsgewijs, leidde tijdelijk tot negatieve groei cijfers in augustus 2023 en vervolgens weer positieve groei in september tm. december. De eerste 4 maanden van 2024 laten nu nog negatieve groei cijfers zien, maar voor januari tm. maart is dat al duidelijk minder geworden dan in het voorgaande rapport. Zeer waarschijnlijk worden in latere updates ook voor deze maanden weer positieve aanwas cijfers genoteerd.

Eerder getoonde negatieve groeicijfers voor 2023 zijn inmiddels, zoals gebruikelijk, omgezet in positieve aanwas, a.g.v. de voortdurend wijzigende historische cijfers in de VertiCer bestanden. Dit zal ongetwijfeld ook volgen voor de maanden waar op dit moment nog negatieve groeicijfers van bekend zijn. In de huidige update zijn in totaal voor 13 maanden de waarden inmiddels weer aangepast sinds het exemplaar tm. maart 2024. De oudste (kleine) wijziging was ditmaal voor juni 2022 (2 extra projecten toegevoegd), in dat jaar zijn voor 3 maanden de data weer gewijzigd, en in 2023 zijn er voor 7 van de 12 maanden weer nieuwe cijfers vastgesteld. De groei in januari tm. maart 2024 is ook weer bijgesteld, in opwaartse richting (alle drie de maanden "minder negatief" dan in het vorige, maart rapport). April 2024 start met een nu nog flink negatieve aanwas van -71 installaties.

Al zal de nu nog vastgestelde "negatieve netto groei" in augustus 2023 en januari tm. april 2024 beslist ook nog in positieve zin ombuigen in latere updates, zoals in het recente verleden is geschied, de trend is bij de aantallen onmiskenbaar: er worden, netto bezien, nog maar relatief weinig netgekoppelde projecten bijgeschreven bij VertiCer, per maand. Een van de belangrijkste redenen zal zijn, dat er een toenemend aantal uitschrijvingen uit de databank van de Gasunie/TenneT dochter is begonnen, die de instroom (tijdelijk) afremt of zelfs overvleugelt. Waarschijnlijk is de oorzaak de beginnende uitval van de oudste onder SDE 2008 gesubsidieerde kleine projectjes, die immers 15 jaar subsidie konden genieten. We moeten gaan zien hoe het verloop bij de aantallen zich ontwikkelt, nu de subsidie termijn voor de eerste projecten aan het aflopen is. Uiteraard betekent uitschrijving uit de VertiCer databank verder beslist niet dat de betreffende projecten fysiek zijn, of worden verwijderd. Ze kunnen nog vele jaren lang met een aardig rendement worden ge-exploiteerd door de eigenaren, zonder SDE-gerelateerde inkomsten. Hier is byzonder weinig zicht op, cijfers over het al of niet verder exploiteren van deze oudere projecten ontbreken in het geheel in statistiek moeras Nederland.

Een vergelijkbare grafiek als voor de aantallen (vorige exemplaar), maar ditmaal de ermee gepaard gaande netto maandelijkse toename (of zelfs tijdelijk zelfs afname) van de capaciteit van gecertificeerde PV-projecten, in MWp. De evolutie laat een nogal afwijkend beeld van dat bij de aantallen zien, met sterk fluctuerende verschillen tussen de maanden onderling. Ook deze kunnen uiteraard naderhand nog worden bijgesteld. De "netto negatieve groei" in september 2022, al gesignaleerd in het januari 2023 rapport, is uiteindelijk in latere updates in ieder geval omgeslagen in "normale, positieve groei", van, inmiddels, 74,1 MWp.

Bizarre nieuwe pieken voor eerste maand in jaren 2023 en 2024

Wel is er, zoals al bij de eerst-rapportage gemeld (jan. 2024 rapport), een exceptioneel "verschijnsel" zichtbaar voor de maand januari 2023. Die maand had al lang de hoogste "piekwaarde" ooit meegekregen, en is in veel latere maandrapportages continu bijgeplust, tot het in het december 2023 rapport een al zeer hoog volume bereikte van 432,6 MWp. In het "klassieke" CertiQ december rapport van 2022 was nog een zeer hoge november piek zichtbaar bij de capaciteit. Het lijkt er op, dat een groot volume daarvan naar het begin van het nieuwe jaar is geschoven (de vermoedelijke feitelijke datum van netkoppeling). Ook in januari 2022 zagen we eerder al een "nieuw-jaars-piek", maar die is duidelijk kleiner, inmiddels neerkomend op 306,7 MWp nieuw volume (ongewijzigd in de laatste updates).

In de rapportage van januari 2024 is dat al hoge volume opeens extreem opgehoogd naar 770,2 MWp, en is dat momenteel enigszins gestabiliseerd op 770,9 MWp in de huidige april 2024 update (buiten de hier weergegeven Y-as vallend).

Tweede extreme groei piek & "negatieve pieken"

En dat is nog niet alles, want hetzelfde is geschied met het nieuwe volume voor januari 2024. Dat was in de update voor die maand nog een negatieve groei van -84,6 MWp. In de februari 2024 rapportage sloeg dat in een keer om in een "record positieve aanwas" van 973,2 MWp, wat in de vorige rapportage verder is opgehoogd naar 990,9 MWp (!), en in de huidige gestabiliseerd. Een onwaarschijnlijk hoog volume waar Polder PV, net als bij de vorige piek voor januari 2023, geen plausibele verklaring voor heeft. Ik heb in een rood omkaderd venster aangegeven dat het bij beide maandgroei pieken om "uitzonderlijke" volumes gaat.

Voor februari 2023 was er aanvankelijk een magere positieve groei van 28,1 MWp positief. Deze sloeg echter in de maart rapportage in dat jaar om in een enorme negatieve bijstelling van 316,1 MWp negatief (!), bij een netto aanwas van 65 nieuwe projecten. In de april 2023 update was er een marginale opwaartse correctie naar 312,3 MWp. In de rapportages voor mei 2023 tm. april 2024 is de negatieve "groei" verder fors geslonken naar, inmiddels, minus 205,0 MWp.

In de vorige rapportage (maart 2024) heeft dit proces zich herhaald, voor de eerste rapportage van het groeicijfer voor die maand. Terwijl de groei in februari evolueerde van een "bescheiden" negatieve 11,7 MWp naar een inmiddels "normale" positieve 162,3 MWp, kwam maart opeens met een record negatief groei volume van -1.140,9 MWp (!). Dat is in de huidige, april 2024 update, weliswaar iets verminderd, maar is nog steeds sterk negatief (-1.097,4 MWp). Ook deze extreme netto negatieve groei is zeer slecht verklaarbaar, of er moeten weer dramatische wijzigingen in de status van de administratie bij VertiCer hebben plaatsgevonden.

Het eerste beschikbare "groei" cijfer voor april 2024 is ook negatief, maar niet zo extreem als in de voorgaande maand, -218,5 MWp. De verwachting is dat dit volume nog behoorlijk "opwaarts" aangepast zal gaan worden.

Zoals al vaker gemeld, kunnen de redenen voor zulke, soms aanzienlijke bijstellingen, en, meestal tijdelijk, zelfs fors negatieve netto groei cijfers, zeer divers zijn, zoals destijds gerapporteerd door CertiQ na vragen van Polder PV daar over (artikel 16 januari 2023). Mogelijk zijn er forse correcties doorgevoerd van foutieve opgaves, al zullen we nooit weten wat precies de oorzaken zijn geweest van deze, hoge impact hebbende, merkwaardige data updates.

Zeer forse wijzigingen in VertiCer data

In het tabelletje hier onder heb ik, voor 2023, en voor januari tm. april 2024, de wijzigingen tussen de oorspronkelijk gepubliceerde groeicijfers per maand en de huidige, meest recent bekende weergegeven, waar duidelijk de forse veranderingen uit blijken die in het VertiCer dossier worden doorgevoerd, in de loop van de tijd. Achteraan cursief weergegeven = wijziging sedert update maart 2024:

  • januari 2023 354,4 MWp >>> 770,9 MWp (!)
  • februari 2023 28,1 MWp >>> -205,0 MWp (!)
  • maart 2023 197,4 MWp >>> 224,4 MWp
  • april 2023 -15,4 MWp >>> 195,3 MWp (!)
  • mei 2023 -0,2 MWp >>> 161,1 MWp
  • juni 2023 -0,7 MWp >>> 123,1 MWp
  • juli 2023 -14,6 MWp >>> 69,3 MWp
  • augustus 2023 -25,5 MWp >>> 129,3 MWp (!)
  • september 2023 -41,6 MWp >>> 217,8 MWp (!)
  • oktober 2023 82,7 MWp >>> 224,0 MWp
  • november 2023 -60,2 MWp >>> 146,5 MWp (!)
  • december 2023 -52,5 MWp >>> 325,9 MWp (!)

  • januari 2024 -84,6 MWp >>> 990,9 MWp (!)
  • februari 2024 -11,7 MWp >>> 162,3 MWp
  • maart 2024 -1.140,9 MWp (!) >>> -1.097,4 MWp (!)
  • april 2024 -218,5 MWp (!) >>> ?

In de huidige update zijn voor in totaal 10 maanden de nieuwe capaciteit volumes inmiddels weer, allemaal opwaarts, aangepast sinds het exemplaar tm. maart 2024, 2 voor 2022, en 6 van de 12 maanden in 2023 kregen nieuwe cijfers. De capaciteit voor februari en maart 2024 zijn (ook) weer aangepast, zoals in het staatje hierboven getoond.

Als we de nieuwe maandvolumes voor 2022 optellen, komen we op een groei uit van 1.970,2 MWp. Voor 2023 was de groei in een recente update nog maar 1.298 MWp (en daarmee fors lager dan 2022), maar mede door de bizarre toename in januari, en de daar op volgende extra wijzigingen, is de jaargroei voor 2023 inmiddels zeer fors bijgesteld, naar momenteel 2.382,6 MWp, wat inmiddels alweer 20,9% hoger is, dan in 2022. Bij de aantallen was er een fors negatief verschil, ruim 64% minder netto nieuwe projecten in 2023 (929), dan de 2.555 stuks in 2022.

Deze twee trends bij elkaar nemend, en accepterend dat er ook wegval van waarschijnlijk met name kleine oude installaties uit het VertiCer register zal zijn geweest, lijkt de hogere jaargroei bij de capaciteit in 2023 nog steeds slecht te rijmen, met het gering aantal overgebleven nieuwe aantal projecten, in vergelijking tot de situatie in 2022. We zullen moeten afwachten, of toekomstige cijfers over deze 2 kalenderjaren meer klaarheid in deze vreemde situatie zullen gaan geven. En anders moeten we, als meest waarschijnlijke oorzaak, accepteren, dat de flinke terugval in aanwas cijfers bij de aantallen, grotendeels veroorzaakt wordt door wegval van (SDE gesubsidieerde) kleine installaties, en dat alleen nog maar grote(re), inclusief nieuw toegevoegde, projecten overblijven, die een zwaar stempel op de nieuwe, en de geaccumuleerde capaciteit zullen zetten.

3b. Kwartaal groeicijfers QIV 2021 - QII* 2024

In een eerdere update heb ik de kwartaal cijfers weer van stal gehaald en in grafiek weergegeven tm. de toen net "volledig", geworden cijfers voor de kwartalen QIV 2021 tot en met QI 2023. In het huidige exemplaar heb ik de soms weer licht gewijzigde data gebruikt, en nog lang niet definitief vastgestelde, ook aangepaste resultaten voor QII 2023 - QII 2024 rechts toegevoegd. Met name de volumes van de meest recente kwartalen zullen nog flink wijzigen, gezien de continue wijzigingen in door Polder PV bijgehouden data historie van VertiCer en haar rechts-voorganger CertiQ.

Wederom met bovengenoemde disclaimer in het achterhoofd, waardoor de verhoudingen tussen kwartalen onderling dus ook nog lang niet vaststaan (deze zijn sowieso al fors gewijzigd in recente updates), lijkt een conclusie wel al duidelijk getrokken te kunnen worden: Met name de aantallen netto nieuw geregistreerde PV projecten per kwartaal, zijn sinds het laatste kwartaal van 2021 in globale zin stapsgewijs beduidend afgenomen. Het aantal nieuwe projecten per kwartaal is afgenomen van, momenteel, 902 exemplaren in QIV 2021, tot nog maar 422, met de nu bekende cijfers, voor QIV 2022, iets toegenomen naar 436 exemplaren in het eerste kwartaal van 2023, waarna het een bodem bereikte in QIII 2023 (28 netto nieuwe exemplaren). QIV 2023 zit momenteel op een plus van 247 nieuwe projecten. QI 2024 vertoont, mede door de bizarre negatieve groei in maart, een netto negatieve aanwas van -72 projecten. De eerste maand uit QII 2024 laat een negatieve groei van 71 projecten zien, wat ongetwijfeld nog fors bijgesteld zal gaan worden.

Bij de nieuwe gerapporteerde netto capaciteit is het verhaal compleet anders, wat vooral is veroorzaakt door de eerder gesignaleerde "excessieve" extra netto groei voor januari 2023 en 2024.

Het netto volume per kwartaal nam even toe, van, momenteel, 557 MWp in QIV 2021, naar 627 MWp, in QI 2022, maar is daarna ook, gemiddeld genomen, enkele kwartalen minder geworden. Om een voorlopig dieptepunt te bereiken in QIV 2022, met 365 MWp nieuw gerapporteerd volume, gebaseerd op de huidige cijfers.

En toen kwam de "grote verrassing", QI 2023 telde in een vorige update nog 449 MWp nieuw volume, maar dat is, met name door de zeer hoge toevoeging in januari 2023, nu alweer 792 MWp, wat nu ruim 26% hoger zou zijn dan de groei in QI in 2022 (627 MWp). Voor de aanwas in QII 2023 geldt momenteel een netto groei van 480 MWp, waar later waarschijnlijk nog e.e.a. aan zal gaan wijzigen, vermoedelijk in positieve zin. Het niveau is daarmee momenteel gestegen naar bijna 98% van de 491 MWp in QII 2022, en kan dus, in theorie, een iets grotere omvang gaan bereiken, als er later nog veel volume aan wordt toegevoegd. De nog premature aanwas in QIII 2023 is inmiddels al toegenomen tot 416 MWp in de plus, al is dat nu nog maar 85% van het nieuwe netto volume in QIII 2022 (488 MWp).

Voor het laatste kwartaal van 2023 is het totaal volume, al flink toegenomen in de januari 2024 update, in de versie van april 2024 verder gegroeid, naar momenteel 696 MWp. Dit is al een opvallende 91% hóger, dan de 365 MWp in QIV 2022, en met nog latere updates aan toevoegingen te verwachten.

De tweede grote verrassing zien we bij de eerste, nog zeer onvolledige resultaten voor QI 2024. Januari was in een vorige rapportage extreem in positieve zin bijgesteld, maart vertoonde een record negatieve groei, en ook in april was de groei negatief. Het voorlopige tussen-resultaat voor het hele kwartaal leidt tot een voorlopig "negatieve groei" van -72 MWp. Een dramatisch verschil met de 792 MWp netto (positieve) groei in QI 2023...

Ook het tweede kwartaal van 2024 start met een negatieve groei (-219 MWp, voor de eerste maand), maar daar zal nog veel aan gaan wijzigen.

Hoe eventuele verdere wijzigingen bij de capaciteit van gecertificeerde projecten zal gaan verlopen blijft gezien bovenstaande elke keer weer spannend. Mede gezien de verbazingwekkend hoge groeicijfers in 2023, bij Liander, zoals in een recente analyse in detail besproken op Polder PV.

Voor de evolutie van de gemiddelde systeem omvang (per maand), zie ook de grafiek onder paragraaf 2a.

3c. Halfjaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer 2022-2024 HI

Omdat een tijdje geleden de eerste resultaten voor het 1e half-jaar van 2023 beschikbaar waren gekomen, en alweer gewijzigd, heb ik in een vorige analyse ook weer de "half-jaar grafiek" van stal gehaald. Die had ik voor het laatst gepubliceerd op basis van de oude CertiQ data in het bericht van 9 januari 2023. Het huidige exemplaar bevat echter alleen de laatst bekende resultaten gebaseerd op de compleet gereviseerde publicatie systematiek bij VertiCer. De (aangepaste) cijfers voor de tweede jaarhelft van 2021 zijn niet volledig bekend, vandaar dat we nu nog slechts de resultaten vanaf de 1e jaarhelft van 2022 kunnen laten zien, tm. de eerste "complete" cijfers voor HII 2023 (tm. december), en de nog zéér voorlopige eerste resultaten voor HI 2024, waarvoor we ongetwijfeld nog de nodige aanvullingen, en forse bijstellingen voor kunnen verwachten (gearceerde kolommen).

Ook uit deze nog zeer voorlopige halfjaarlijkse groei cijfers blijkt een duidelijke afname van het aantal (overgebleven) projecten in het VertiCer dossier, wat waarschijnlijk heeft te maken met verwijderde kleine projectjes waarvan de oudste SDE beschikkingen zijn vervallen, danwel actief uitgeschreven bij VertiCer. Bij de aantallen projecten nam de bij VertiCer geregistreerde half-jaarlijkse netto aanwas af, van 1.523 nieuwe projecten in HI 2022, via 1.032 stuks in HII 2022 (32% minder), naar nog maar een (voorlopige) groei van slechts 654 nieuw in HI 2023. Wederom bijna 37% minder. De tweede jaarhelft van 2023 heeft nog maar 275 netto nieuwe projecten (-58%), maar daar zal waarschijnlijk nog wel het nodige aan gaan wijzigen. Achteraan vinden we (gearceerd) de eerste resultaten voor de eerste jaarhelft van 2024, met nog slechts zeer voorlopige data, een netto negatieve groei van -143 installaties in de eerste 4 maanden, en nog veel addities en wijzigingen te verwachten.

Bij de capaciteit is het beeld compleet anders (geworden, in de meest recente updates), en is er zelfs een aardige opleving te zien in beide jaarhelften van 2023. Met de huidige bekende cijfers 1.118 MWp nieuw in HI 2022, 852 MWp in HII 2022 (24% minder), en, vanwege de bizarre, eerder al besproken toename in 1 maand (jan. 2023), nu alweer 1.271 MWp nieuwe capaciteit in HI 2023, ruim 49% méér dan in HII 2022 (in de update van december 2023 was dit volume nog 923 MWp ...).

De tweede jaarhelft van 2023 geeft, met de netto groei van, momenteel alweer 1.113 MWp, al een fors hoger volume te zien dan in eerdere recente updates, en laat momenteel dan ook alweer een 31% hoger volume zien, dan de aanwas in HII 2022. Voor het eerste half-jaar van 2024 zijn de data uiteraard nog zeer fluïde, na de grote positieve groei in het februari rapport, gevolgd door een licht negatieve groei van 5 MWp in de maart rapportage, en de fors negatieve groei in april, voor het eerste kwartaal. Het voorlopige resultaat voor de eerste vier maanden is nu nog een negatieve aanwas van -114 MWp. Het zal nog wel even gaan duren voordat er beter zicht komt op de (definitieve) groeicijfers voor de half-jaren, met name voor de recente jaargangen.

Mogelijk wordt de trend van véél minder netto overgebleven (want: deels bij VertiCer uitgeschreven) aantallen installaties, en nog steeds relatief hoge groeicijfers voor de capaciteit, nog verder versterkt, doordat er regelmatig kleinere projecten worden uitgeschreven bij VertiCer (zie tabellen onder paragraaf 5), terwijl de overblijvende (en nieuwe) projecten in de bestanden gemiddeld genomen zelf al veel groter zijn dan de oude (deels zelfs residentiële) kleine installaties.

3d. Jaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer YOY 2009 - 2022** - 2023*

Wederom naar analogie van de grafiek voor de eindejaars-volumes, ditmaal de daar uit afgeleide jaargroei cijfers volgens de laatste data update van VertiCer, in bovenstaande grafiek (alle drie parameters met referentie de rechter schaal, logarithmisch weergegeven). Omdat de langjarige historie het laatste driekwart jaar van 2023 geen update meer heeft gehad bij CertiQ, noch in de huidige update van de hand van VertiCer, is de grafiek samengesteld uit de (gereviseerde) data beschikbaar in de update van 1 maart 2023, tot en met het jaar 2020 (toen nog bij CertiQ gepubliceerd). En zijn de data voor 2021**, 2022**, en 2023*, toegevoegd, gebruikmakend van de huidige update van de data tm. april 2024, zoals geopenbaard door rechtsopvolger VertiCer. De grafiek toont dus de huidige situatie, met de laatst beschikbare bron-cijfers. Mochten toekomstige "historische" jaarcijfers alsnog wijzigen, en wereldkundig worden gemaakt, zullen die in latere updates worden toegevoegd aan deze grafiek.

Goed is te zien dat er een duidelijk verschil is in de trend bij de nieuwe jaarlijkse aantallen installaties (blauwe kolommen) en bij de nieuwe capaciteit per jaar (gele kolommen). Bij de aantallen beginnen we op een hoog niveau van 3.765 [overgebleven † !] nieuwe installaties in 2009, het gevolg van de enkele duizenden grotendeels particuliere kleine SDE beschikkingen die in de eerste jaren van de SDE (2008 tm. 2010) werden opgeleverd. Die bron droogde al snel op omdat particuliere installaties de facto uit de opvolger regelingen werden gedwongen (eis minimaal 15 kWp, later ook nog verplicht grootverbruik aansluiting), en zakte de hoeveelheid nieuwe installaties dan ook stapsgewijs naar het dieptepunt van 259 nieuwe projecten in 2014. Daarna zwol het jaarlijkse volume weer aan door een lange reeks van (deels) succesvol geïmplementeerde SDE "+" beschikkingen, tot een voorlopig maximum van 5.503 nieuwe projecten in Corona jaar 2020.

Daarna is, zelfs met grote hoeveelheden nieuw beschikte projecten onder de SDE "++" regimes, het tempo weer fors afgenomen, waar met name de wijdverspreide net-problemen een belangrijke (maar niet de enige) oorzaak van zijn. In 2021 en 2022 zijn met de recentste cijfers nu netto 3.885, resp. 2.555 nieuwe projecten toegevoegd. Dat laatst bekende volume voor 2022 is ruim 46% van het record niveau in 2020.

In 2023 is nog maar een zeer beperkt volume van 929 (netto) nieuwe projecten bekend (gearceerde blauwe kolom achteraan). Hier kan nog het nodige aan wijzigen, in de te verwachten maandelijkse cijfer updates later in 2024.

Capaciteit andersoortige trend

Bij de capaciteit is de jaarlijkse aanwas in de beginjaren relatief "stabiel" geweest, met wat kleine op- en neerwaartse bewegingen, van 18,7 MWp nieuw in 2009, tijdelijk zakkend naar 13,0 MWp nieuw volume in 2010, nog eens 4 jaar iets boven dat niveau blijvend, om vanaf 2015 sterk te stijgen. Dat was in het begin vooral vanwege de implementatie van de toen succesvolle SDE 2014 regeling. Er werd elk jaar weer meer capaciteit toegevoegd, tot een maximum van 2.436,9 MWp, wederom in het Corona jaar 2020. Maar ook de nieuwe capaciteit begon in de jaren 2021-2022 duidelijk af te nemen, al was het op een veel minder dramatisch niveau.

In 2021 was het nieuwe netto volume nog 2.007,4 MWp, dat is in 2022 momenteel nog maar 1.970,4 MWp met de bekende cijfers in de huidige update. Dat is voor 2022, met 81% van het maximale nieuwbouw volume in 2020, in ieder geval beduidend beter dan de flinke terugval bij de (netto) aantallen nieuwe projecten (46%). Met, uiteraard, de blijvende disclaimer, dat ook deze jaargroei cijfers nog niet "in beton zijn gegoten", en nog verder kunnen wijzigen. Opvallend blijft in ieder geval, dat met de laatste updates, het jaargroei volume voor de capaciteit in 2022 steeds dichter is toegekropen naar dat van het voorgaande jaar. Het verschil is momenteel nog maar 37 MWp (vorige rapportage 41 MWp).

In 2023 is inmiddels, vooral vanwege de eerder besproken, bizar hoge toevoeging in januari dat jaar, een netto volume bijbouw van 2.383,9 MWp geconstateerd (enkele updates hiervoor was dat nog slechts 1.223 MWp!). Dat is nu dus al hoger dan de nu bekende groei in zowel 2021 en 2022, en begint zelfs al dicht in de buurt te komen van de tot nog toe vastgestelde record groei in Corona jaar 2020 (98%). We hebben echter ook gezien dat data regelmatig (flink) worden bijgesteld, dus de verhouding van de jaargroeicijfers in deze 3 jaren ligt beslist nog niet vast.

Gemiddelde project omvang

Wederom heb ik, uit deze uit de eindejaars-data afgeleide jaargroei cijfers, uiteraard ook weer de gemiddelde systeemcapaciteit van de nieuwe aanwinsten per jaar berekend, en getoond in de groene curve in bovenstaande grafiek (vermogen in kWp gemiddeld per nieuwe installatie). Deze vertoont, na een lichte inzinking tussen 2009 en 2010, een zeer sterke progressie, van 5,0 kWp bij de nieuwe projecten in 2009, tot alweer 771 kWp gemiddeld per nieuw project in 2022. Een factor 154 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Deze enorme schaalvergroting, sterk gedreven door de oplevering van honderden zonneparken en enorme distributiecentra bomvol zonnepanelen op de uitgestrekte platte daken, is een van de belangrijkste oorzaken, van de nieuwe realiteit bij de stroomvoorziening in Nederland: de overal zichtbaar wordende netcongestie, met name op de middenspannings-netten. Wat uiteraard ook zijn weerslag heeft gekregen op de progressie van de uitbouw van de gecertificeerde nieuwe volumes in de VertiCer databank: de uitbouw is sterk aan het vertragen. En slechts met moeite "op niveau" te houden.

Voor 2023 is een sterke toename van de gemiddelde capaciteit zichtbaar, naar inmiddels 2.566 kWp per project (!). Echter, omdat deze maatvoering van 2 input variabelen afhankelijk is (die beiden netto volumes betreffen, verschillen tussen instroom en uitstroom bij VertiCer), die beiden nog flink, in beide richtingen, kunnen gaan afwijken van de huidige waarden, is er nog niet veel te zeggen over wat dit uiteindelijk op kalenderjaar basis zal gaan opleveren. Het is echter wel waarschijnlijk, dat die gemiddelde nieuwe project capaciteit op een hoog niveau zal komen te liggen, vanweg de sterk neerwaartse trend bij het aantal nieuwe projecten, bij een blijvend hoog niveau voor de nieuwe totale capaciteiten.

† Met name uit de oudere SDE regelingen, vallen regelmatig lang geleden bij VertiCer voorganger CertiQ ingeschreven projecten weg. Hier zijn verschillende redenen voor. In de uitgebreide SDE project analyses van Polder PV wordt hier regelmatig, en gedetailleerd over gerapporteerd (exemplaar 1 april 2024, zie hier).


4. 100 procents-grafieken en segmentatie naar grootteklasse

Een van de nieuwe mogelijkheden van de compleet herziene presentaties bij VertiCer, is de segmentatie naar grootteklasse. Daar kon tot voor kort uitsluitend iets over gezegd worden op basis van de jaaroverzichten, waar, al lang geleden op basis van een verzoek in die richting door Polder PV, inderdaad werk van gemaakt is door rechtsvoorganger CertiQ. Zoals in de eerste analyses al duidelijk werd, is dit nu ook op maandelijkse basis mogelijk. Met, we blijven dit herhalen, de waarschuwing, dat alle cijfers bijgesteld kunnen worden in latere updates, met name m.b.t. de meest recente data. Bij de al wat oudere periodes vinden wijzingen minder vaak plaats, en zijn ze meestal van een bescheiden omvang.

In het 3e artikel over de eerste resultaten van januari 2023 heb ik al meer-jaarlijkse trends laten zien bij de evolutie van de diverse grootte klasses. Inclusief een toen nog in de bestanden van CertiQ voorkomende enorme anomalie, die niet bleek te zijn hersteld (artikel 14 februari 2023). Van dat historische overzicht zijn, om onbekende redenen, tm. de huidige maand cijfers bij rechtsopvolger VertiCer, nog steeds geen recentere updates verschenen. Maar uiteraard wel op de wat kortere termijn. De nieuwe data voor april 2024, en de aangepaste waarden voor de maanden in de meest recente periode daar aan voorafgaand vindt u hier onder.

4a. 100 procents-grafiek aantallen per categorie

Een zogenaamde "100-procents-grafiek" voor de evolutie trends van de 8 door VertiCer en haar rechtsvoorganger onderscheiden grootteklassen van de gecertificeerde PV-populatie die zij bijhouden, dit exemplaar voor de aantallen projecten aan het eind van elke maand. Voor eind april / begin mei 2024 zijn de absolute waarden per grootteklasse rechts weergegeven. Globaal genomen namen de kleinste categorieën (1-5 kWp, 5-10 kWp, en 10-50 kWp) in betekenis af sedert juli 2021, de impact van de grotere categorieën werd groter. Er is echter weer een stabilisatie gekomen, omdat het tempo bij de aantallen nieuw netgekoppelde (danwel neto overgebleven) projecten onder de SDE regimes weer flink is afgenomen. In de april 2024 update, is het totale aantal installaties groter of gelijk aan 50 kWp, medio 2021 al meer dan de helft, met het gezamenlijke volume al op bijna 57% van het totaal gekomen (19.816 van, in totaal, 34.776 netto overgebleven projecten). De categorie 100-250 kWp omvat het grootste aantal projecten, 7.491 exemplaren, afgezien van de kleinste installaties tot 5 kWp (overgebleven 8.634 stuks, eind april 2024). Uiteraard hebben de grotere project categorieën, vanaf 250 kWp, relatief weinig tot bescheiden aantallen. Maar schijn bedriegt: ze omvatten de allergrootste volumes bij de capaciteit, en hebben dus een zéér grote impact op de totale populatie, zie de volgende grafiek.

Plussen en minnen

Een klein deel van de afnemende betekenis van de kleinste project categorieën wordt veroorzaakt door continue uitval uit het databestand van VertiCer (diverse redenen mogelijk, ook al heel lang waargenomen bij de SDE portfolio's, analyse status 1 april 2024). Daar staat ook weer tegenover dat volledig buiten de populaire SDE regelingen om gerealiseerde kleinschalige projecten bijgeschreven kunnen worden in de registers van VertiCer. Een fenomeen wat compleet onbekend lijkt in de PV sector in ons land, er wordt in ieder geval nooit over gerept, behalve dan bij Polder PV. In 2023 werden er bijvoorbeeld netto 40 installaties in de kleinste project categorie uitgeschreven, maar kwam er tegelijkertijd een verrassende hoeveelheid van 140 exemplaren bij in de categorie 5 tm. 10 kWp, waarvoor normaliter beslist géén (nieuwe) SDE beschikking afgegeven kan zijn sedert SDE 2011 (zie ook tabel paragraaf 5b). Dat soort kleine projecten zijn mogelijk afkomstig uit portfolio's van bedrijven zoals Powerpeers, Vandebron, en Allinpower, en het in België al actieve EnergySwap, die geoormerkt garanties van oorsprong (GvO's) van door de afnemer aangewezen projecten afboeken, ter "vergroening" van de stroomconsumptie van de klant. Daar kunnen ook (zeer) kleine residentiële projecten, of bijvoorbeeld kleine installaties op scholen, gymzalen e.d. bij zitten. Om dat soort transacties te kunnen / mogen doen, moeten de betrokken projectjes ook verplicht geregistreerd worden bij VertiCer.

De grootste categorie, projecten (of eigenlijk: "registraties") groter dan 1 MWp per stuk, omvat eind april 2024 1.607 installaties (wederom 23 meer dan in de vorige update tm. maart 2024), wat slechts 4,6% van het totale aantal is op dat moment. Op herhaalde verzoeken van Polder PV, om deze grote "verzamelbak" verder op te splitsen, gezien de dominante hoeveelheid capaciteit in deze categorie (zie grafiek onder paragraaf 4b), is, destijds, CertiQ, helaas niet ingegaan.

4b. 100 procents-grafiek capaciteit per categorie

Een vergelijkbare "100 procents-grafiek" als voor de aantallen projecten, maar nu voor de periode juli 2021 tm. april 2024, voor de daarmee gepaard gaande capaciteiten in MWp. Voor eind april 2024 zijn wederom de absolute volumes rechts weergegeven. Een totaal ander beeld is hier te zien, met "überdominant" de grootste project categorie (installaties groter dan 1 MWp). Waarvan het aandeel op het totale volume in de getoonde periode alweer flink is toegenomen, van bijna 51% eind juli 2021, tot al ruim 63% begin mei 2024 (7.657 MWp, t.o.v. het totale volume van 12.088 MWp, in de vorige update was het percentage nog bijna 64%). Duidelijk is te zien, dat dit wel een terugval is t.o.v. de situatie in februari, wat te maken heeft met de forse neerwaartse bijstelling van de gecumuleerde (netto) capaciteit in het maart rapport. Door deze, soms merkwaardige bijstellingen, krijgt de normaliter continu groeiende curve, vreemde "sprongen" in het verloop (andere, opwaartse sprongen zichtbaar in jan. 2023 en jan. 2024). Steekhoudende, actuele verklaringen voor die merkwaardige, abrupte sprongen in de broncijfers, geeft VertiCer helaas niet.

Afgezien van voornoemde neerwaartse bijstelling, en een verdere vermindering van het totale volume in de april update, blijft de dominante impact van de grootste projecten categorie t.o.v. alle bij VertiCer geregistreerde PV projecten duidelijk, alsmede de daar mee gepaard gaande, voortdurende schaalvergroting in de projecten sector. Dit, met tevens een vingerwijzing naar het relatief bescheiden aantal projecten (vorige grafiek: 1.607 projecten in april 2024), terug te voeren op een steeds hoger wordende systeemgemiddelde capaciteit van de projecten in deze grootste categorie. In juli 2021 was dat nog 4.024 kWp gemiddeld, begin mei 2024 is dat alweer toegenomen naar 4.765 kWp, een toename van ruim 18% in 33 maanden tijd.

Voor de overige categorieën blijft er dan niet zeer veel "ruimte" meer over op het totaal. Nemen we ook nog de drie opvolgende categorieën mee (flinke projecten van een halve - 1 MWp, 250 - 500 kWp, resp. 100 - 250 kWp), claimen de grootste vier project categorieën het allergrootste geregistreerde volume in de totale markt. Dit was in juli 2021 al 93,3%, eind april 2024 is dat 96% geworden. De kleinste 2 categorieën zijn op deze schaal al vrijwel niet meer zichtbaar. Hun aandeel is begin mei 2024 geslonken naar nog maar 0,13% van totaal volume (15,6 MWp, projecten van elk 5 - 10 kWp, ondanks tussentijdse groei), resp. 0,18% (21,9 MWp, projecten van elk 1 - 5 kWp).

Dan resteren nog relatief bescheiden volumes voor de categorieën projecten van 50-100 kWp (totaal bijna 364 MWp eind 2023, 3,0%), resp. 10-50 kWp (totaal 127 MWp, 1,1%).


5. Jaarvolume segmentaties 2022 - 2023

5a. 2022 revisited - status update publ. 1 mei 2024

In de maandrapport analyse voor januari 2023 publiceerde ik ook een tabel met de nieuw gereconstrueerde cijfers voor de jaargroei voor kalenderjaar 2022. Daar zijn natuurlijk in de tussenliggende rapportages weer veel wijzigingen in gekomen, waarbij ik de laatste stand van zaken in de april 2024 update hier onder weergeef in tabelvorm. Voor nadere toelichting, zie de analyse bij het januari 2023 rapport. Wijzigingen van de oorspronkelijke gegevens (aantallen en capaciteit) t.o.v. het voorgaande exemplaar, van maart 2024, zijn cursief weergegeven. Ook nu is er een mix van zowel ongewijzigd gebleven data, alsmede weer enkele gewijzigde exemplaren. De meeste afgeleide cijfers zijn uiteraard (deels "achter de komma") mee veranderd.

Nieuwe jaarvolumes 2022 (YOY)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
Gemiddelde capaciteit per nieuwe installatie (kWp)
1-5 kWp
-56
-2,2%
-0,069
-0,004%
1,2
5-10 kWp
50
2,0%
0,406
0,02%
8,1
10-50 kWp
220
8,6%
6,868
0,35%
31,2
50-100 kWp
431
16,9%
33,027
1,7%
76,6
100-250 kWp
795
31,1%
137,403
7,0%
172,8
250-500 kWp
525
20,5%
181,615
9,2%
345,9
500-1.000 kWp
269
10,5%
192,169
9,8%
714,4
> 1 MWp
321
12,6%
1.418,926
72,0%
4.420,3
Totaal
2.555
100%
1.970,345
100%
771,2

Aantallen nieuw "totaal" wijzigde in de huidige update, van 2.551 naar 2.555; de capaciteit "totaal" nam ook toe, van 1.966,310 MWp naar 1.970,345 MWp. De systeemgemiddelde capaciteit van de toevoegingen in 2022 veranderde mee, en is ditmaal weer iets hoger geworden: van 770,8 kWp naar 771,2 kWp bij de totale volumes. Zie de tabel voor de overige details bij alle segmentaties.

Overduidelijk blijft, dat de grootste groei bij de aantallen nieuwe projecten in 2022 lag bij de installaties van 100 tm. 250 kWp (inmiddels 795 nieuwe exemplaren bekend, 31,1% van totale jaarvolume), met categorie 250 tm. 500 kWp als goede tweede (525 nieuwe projecten, 20,5%). Opvallend blijft het forse volume van 321 nieuwe installaties in de grootste projecten categorie >1 MWp (12,6%), waar de meeste grondgebonden zonneparken en grote rooftop installaties op distributiecentra e.d. onder vallen. Ook valt de negatieve groei van de kleinste project categorie op, er zijn inmiddels netto 56 projecten uit de databank van VertiCer "uitgeschreven" in 2022. Daarvoor zijn diverse redenen mogelijk, waar onder misschien eerste oude projecten met een SDE 2008 beschikking, die door hun subsidie termijn heen zijn, en waarvan de eigenaren actief de registratie bij de rechtsopvolger van CertiQ hebben be-eindigd.

Bij de capaciteit is het verhaal compleet anders. Hier blijft de categorie projecten groter dan 1 MWp alles veruit domineren, met maar liefst 1.418,9 MWp van het totale 2022 jaarvolume (72,0%) op haar conto, een zoveelste illustratie van de schaalvergroting in de projecten markt. De drie opvolgende categorieën kunnen nog enigszins - op grote afstand - meekomen, met aandelen van 9,8, 9,2, resp. 7,0% van het totale toegevoegde project volume (capaciteit). De kleinste 3 categorieën doen uitsluitend voor spek en bonen mee bij dit grote projecten-geweld (aandelen 0,35% of veel minder bij de capaciteit).

5b. Groei in 2023 (zeer voorlopig) - status update publ. 1 mei 2024

Naar analogie van de - gewijzigde - cijfers voor de nieuwe aanwas in heel 2022 (vorige tabel), geef ik hier onder de uiteraard nog voorlopige data voor de 12 maanden van 2023 (cumulatie januari tm. december), volgens de cijfers in het laatste maandrapport verschenen op de VertiCer website. Hier gaat waarschijnlijk nog wel e.e.a. aan veranderen, dus nog zéér voorlopige cijfers voor dat jaar (cursief: wijziging t.o.v. rapportage maart 2024):

Nieuwe "jaar" volume 2023 (jan. tm. dec.)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
1-5 kWp
-40
-4,3%
-0,041
-0,002%
5-10 kWp
140
15,1%
1,231
0,05%
10-50 kWp
-18
-1,9%
-0,465
-0,02%
50-100 kWp
153
16,5%
11,929
0,50%
100-250 kWp
178
19,2%
29,562
1,2%
250-500 kWp
156
16,8%
48,279
2,0%
500-1.000 kWp
135
14,5%
99,305
4,2%
> 1 MWp
225
24,2%
2.194,135
92,0%
Totaal
929
100%
2.383,935
100%

Uit dit overzicht blijken 2 zaken kristalhelder: de groei is in 2023 in bijna alle kleinere categorieën "niet van betekenis" geweest, en/of, vanwege de vele wijzigingen in de actuele databestanden bij VertiCer, hebben deze zelfs (tijdelijk ?) tot negatieve groeicijfers geleid t.o.v. de herziene status aan het begin van het jaar (= status EOY 2022, vorige tabel). Er zijn vanaf begin 2023 nogal wat wijzigingen geweest in de updates van dat jaar. Sommige voorheen "negatieve groeicijfers" zijn inmiddels omgeturnd in positieve exemplaren, en vice versa. Nogmaals wijs ik op het oorspronkelijke, uitgebreide commentaar van CertiQ, hoe dergelijke (tijdelijke) negatieve groeicijfers en wijzigingen daarin tot stand kunnen komen in hun databestanden. Het berekenen van systeemgemiddeldes bij negatieve groeicijfers heeft niet zoveel zin, dus die heb ik voor dit specifieke overzicht voorlopig weggelaten. Dat komt later wel, als er enig zicht is op meer gesettelde, volledige jaarcijfers.

Negatieve groei cijfers zijn er voor zowel aantallen als bij de capaciteit bij de categorieën 1-5 kWp (-40, resp. -0,041 MWp), en 10-50 kWp (-18, resp. -0,465 MWp).

In totaal zijn er netto bezien in 2023 nog maar 929 nieuwe projecten bijgekomen, 19 meer dan in de voorgaande update. Dat zal nog wel aardig bijgesteld kunnen gaan worden in komende updates. Het is in ieder geval extreem laag, dat is al een tijdje duidelijk. Een neergaande trend bij de netto bijkomende projecten was al veel langer zichtbaar in de klassieke maand rapportages. Zie de eerste grafiek in de analyse van het laatste "gangbare" maandrapport van rechtsvoorganger CertiQ (december 2022). Deze trend lijkt zich te hebben versterkt, vooral bij de netto aantallen nieuwkomers (netto = nieuwe aanwas minus bij VertiCer uitgeschreven projecten per maand).

Flinke wijziging bij groei capaciteit in 2023

Wat overblijft, is het enige positieve punt, namelijk de groei van de capaciteit, ondanks de vele, structurele problemen in de markt (met name voorhanden netcapaciteit en hogere project kosten). De facto is die vrijwel exclusief neergekomen op een toename in, het wordt eentonig, de grootste project categorie (registraties per stuk groter dan 1 MWp). Want daar werd tussen januari en eind december 2023 een aanzienlijk volume van 2.194,1 MWp aan toegevoegd, 92% van het totale nieuwe volume van 2.383,9 MWp. Dit was in de update van eind 2023 nog maar 1.298 MWp, de bizarre toename van het bij VertiCer geregistreerde vermogen in januari 2023 is hier grotendeels debet aan.

De in een vorige update gerapporteerde disclaimer, dat voor de grootste project categorie een schier onmogelijk hoog project gemiddelde van 31,5 MWp per project resulteerde voor het eerste kwartaal, lijkt met de diverse gepasseerde latere forse bijstellingen in ieder geval alweer achterhaald, zoals toen ook al voorspeld. Het gemiddelde met de huidige cijfers is inmiddels uitgekomen op een "logischer" gemiddelde van 9,8 MWp voor de grootste project categorie. Dat ligt echter nog steeds op een hoog niveau. Deze categorie blijft een zeer dominant stempel op het totale gerealiseerde volume zetten, en de projecten in deze categorie zijn per stuk ook nog eens gemiddeld zeer groot.

De enige categorieën die nog enigszins iets voorstellen zijn de 3 op een na grootsten, met projecten tussen de 500 en 1.000 kWp, resp. 250-500 kWp, en 100-250 kWp, die momenteel cumulatief in 2023 een verzameling van 99 MWp, resp. 48 MWp en 30 MWp nieuw toegevoegde capaciteit tellen. De overige categorieën stellen weinig voor bij de nieuwe capaciteit in deze periode.


6. Evolutie van gecertificeerde zonnestroom productie / uitgifte van GvO's tm. maart 2024

Ook voor deze parameter, afgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong (GvO's), geldt, dat er geen update van de historische cijfers is gegeven, behalve voor de meer recente data vanaf mei 2021. In onderstaande grafiek daarom ook alleen de situatie van de meeste recente jaren. Voor een fraaie grafiek die verder terug gaat in de tijd, zie de update in de bespreking van het februari rapport van 2023, en het commentaar daarbij. Nadat in een recente update voor het eerst een nog zéér voorlopige, totale jaarproductie bekend is geworden voor 2023, zijn inmiddels de eerste resultaten voor januari tot en met maart in het nieuwe jaar, 2024, gepubliceerd. Met wederom een bizarre anomalie wat februari betreft.***

De extractie van een continue reeks van zonnestroom productie data uit de nieuwe spreadsheets van VertiCer is niet eenvoudig omdat er terug gerekend moet worden naar maand van productie, er continu wijzigingen / bijstellingen zijn, en alle over verschillende periodes uitgegeven garanties van oorsprong (GvO's) voor gecertificeerde zonnestroom uiteindelijk per maand opgeteld moeten worden. Bovenstaande grafiek is het uiteindelijke resultaat, met de meest recent beschikbare reeks van mei 2021 tm. maart 2024. In de maand rapportages lopen de productie resultaten altijd 1 maand achter op die van de opgestelde generator capaciteit. De productie is weergegeven in de blauwe curve (rechter Y-as als referentie, eenheid GWh = 1 miljoen kWh).

Er zijn twee "drijvende krachten" achter het verloop van deze curve. Ten eerste natuurlijk de seizoens-variabiliteit, die zich uit in hoge producties in de zomermaanden ("toppen"), resp. lage output in de wintermaanden ("dalen"). Meestal is december de minst producerende maand. Eerder zagen we al dat, sterk afhankelijk van de gemiddelde instralings-condities in de betreffende maand, in de zomerperiodes hetzij mei (2020), juni (2019, 2021, 2022), of juli (2017, 2018) de best performer waren bij de productie. Voor de hier getoonde recentere periode zijn de waargenomen "zomer pieken" alle 3 in juni gevallen. De huidige piek waarden zijn hetzelfde als in de vorige update.

De tot nog toe gecertificeerde productie in juni 2023 heeft een nieuw record niveau van 1.536 GWh bereikt sedert de vorige revisie. Dat is al 23,7% hoger dan in juni 2022. Anton Boonstra had voor heel Nederland, voor juni 2023, 11% meer instraling vastgesteld dan in juni 2022, de maand was dan ook "record zonnig" volgens het KNMI. Dit opmerkelijke resultaat voor juni is dus niet verbazingwekkend. Dat, in combinatie met de continu voortschrijdende nieuwbouw van PV projecten (al dan niet met SDE subsidie), maakt dat we eind juni 2023 al een (gecertificeerd) productie record te pakken hebben. Deze piek kan in theorie nog steeds wat hoger kan gaan worden in komende updates.

Ook de piek volumes uit met name 2021 en 2022 kunnen later nog, zij het marginaal, worden bijgeplust. Zeker van de kleinere projecten, die niet maandelijks door een meetbedrijf worden gemeten, komen productiecijfers namelijk heel erg laat pas beschikbaar, en worden ze dan pas aan de databestanden van VertiCer toegevoegd. En worden ze "zichtbaar" in de hier getoonde productie historie. De impact zal echter relatief bescheiden zijn.

Juli duidelijk minder productie dan juni

Het resultaat voor juli 2023 laat een scherpe neerwaartse knik in de grafiek zien, en komt, voorlopig, uit op een productie van 1.194 GWh in die maand. Wat 1,3% lager is dan de 1.210 GWh in de zeer zonnige juli maand van 2022. Ten eerste was juli 2023, i.t.t. juni, een historisch bezien "normale" maand wat het aantal zonne-uren betreft. Boonstra meldde dat er in die maand 11,3% minder instraling was dan in juli 2022, en productie is altijd direct gerelateerd aan de hoeveelheid instraling, dus een lagere output voor juli was sowieso al de verwachting.

Ten tweede. In juli 2023 steeg het aantal uren met negatieve prijzen op de stroommarkt behoorlijk, volgens de bekende grafiek van Martien Visser van Entrance op "X" (28 oktober 2023). Het kan beslist zo zijn geweest, dat hierdoor met name grotere projecten tijdelijk hun productie hebben gestaakt, om geen geld te moeten betalen i.p.v. te ontvangen. Geen productie = geen GvO's. De omvang daarvan is echter nog steeds een aardig mysterie, want die afschakelingen worden bij mijn weten niet nationaal bijgehouden cq. geopenbaard ...

Augustus 2023 zit momenteel op 1.057 GWh, wat bijna 10% lager is dan de 1.169 GWh, die tot nog toe voor ook zeer zonnig augustus 2022 door VertiCer zijn uitgegeven.

Voor september 2023 is tot nog toe voor 903 GWh aan GvO's afgegeven. Dat is al ruim 17% meer, dan de al meer geconsolideerde uitkomst voor september 2022 (769 GWh). Dit is in lijn met het feit, dat Anton Boonstra uit de KNMI data 6,8% meer horizontale instraling in september 2023 heeft berekend dan in september 2022 (platform "X", 1 oktober 2023), in combinatie met de toegenomen capaciteit in het tussenliggende jaar.

Oktober 2023 heeft een voorlopig volume van 457 GWh, 8,0% onder het voorlopige resultaat voor oktober 2022. November 2023 heeft tot nog toe een vergelijkbare relatieve minder opbrengst, dan in november van het voorgaande jaar, in december is het verschil ruim 5% negatief. In zeer zonnig januari werd voorlopig bijna 204 GWh genoteerd, wat al ruim 29% meer was dan de 158 GWh in januari 2023.

Nog niet herstelde anomalie: GvO uitgifte februari 2024***

En toen kwam februari, met een volstrekt onwaarschijnlijk niveau van, inmiddels zelfs 2.120 GWh (!) aan "kennelijk" afgegeven volume van GvO's (blauwe stippellijn). Vooral voor de categorie "Aantal uitgegeven GvO's (niet-netlevering)" was de uitgifte in die maand extreem hoog, bijna 1.933 GWh (91% van totale uitgifte niveau verminderd met een marginaal niveau van teruggetrokken GvO's voor zonnestroom, 9 GWh). Dit is volstrekt onbestaanbaar, en leek toen op een grote fout in het VertiCer systeem te wijzen, waarover ik destijds al een e-mail had verstuurd. Het antwoord kwam op 15 april 2024 binnen bij Polder PV:

*** Naar aanleiding van mijn e-mail aan VertiCer ter opheldering van de hoogst merkwaardige anomalie m.b.t. de gerapporteerde afgegeven hoeveelheid GvO's in de februari rapportage, kreeg ik op 15 april een kort, maar zeer duidelijk antwoord: "De oorzaak ligt in een foutieve meetwaarde die de netbeheerder heeft ingestuurd en geaccordeerd. De netbeheerder heeft na onze constatering een gecorrigeerde meetwaarde ingestuurd". We kunnen dus een herstel van deze grote fout gaan verwachten in een van de komende updates, hij is in ieder geval nog niet doorgevoerd in de update van april 2024. Met dank aan VertiCer voor deze verklaring. Vanwege de nog niet herstelde anomalie, is het betreffende gedeelte in de grafiek gestippeld weergegeven. Duidelijk blijft, dat zelfs bij gecertificeerde meetwaarden opgaves, dus fouten kunnen arriveren op de VertiCer burelen. Alleen zeer stricte controles op die waarden, kunnen garanderen dat het GvO systeem 100 procent waterdicht blijft.

Met name voor de laatst gerapporteerde maanden zullen er sowieso nog het nodige aan uitgegeven GvO's bij gaan komen. Standaard bij de GvO data van VertiCer is, dat de eerstpublicatie voor een willekeurige maand al het grootste volume GvO's voor die maand oplevert. Afgiftes die later worden gepubliceerd, zijn al veel geringer van omvang, en worden stapsgewijs kleiner qua volume. Het "doorsijpelen" van later afgegeven GvO's, die met terugwerkende kracht voor de betreffende maand worden bijgeschreven, kan echter heel lang doorgaan. Dat kan minstens langer dan een jaar duren in veel gevallen.

De tweede drijvende kracht achter deze curve is uiteraard de in het recente verleden zeer onstuimige groei van de projecten markt, met telkens flink meer, gemiddeld genomen steeds grotere PV projecten, wier nieuwe productie volumes in de loop van het kalenderjaar toegevoegd worden aan de output van het eerder al bestaande productie "park". Dat is dé drijvende kracht achter de steeds hoger wordende pieken (bovenop de verschillen in instraling van jaar tot jaar). Alle nieuwe capaciteit zal bijdragen aan het verhogen van de pieken, zelfs al hebben ze in toenemende mate oost-west opstellingen.

Progressie in winter"dips"

In de productie curve is goed te zien dat de zogenaamde "winter-dips" in de al wat meer "gesettelde" jaren (hier 2021, 2022), ook op een steeds hoger niveau komen te liggen, a.g.v. de almaar toenemende productie capaciteit, die ook in de winter aan een toenemende hoeveelheid zonnestroom productie bijdragen. In deze laatste update blijkt december 2022 weer een marginaal hoger volume te zijn toegerekend, 136,5 GWh. Dat is wel al 12,9% hoger dan in december 2021 (120,9 GWh), en is zelfs al een factor 4,6 maal het niveau van de "dip" in het winterseizoen van 2017/18 (jan. 2018 29,8 GWh, zie eerder gepubliceerde historische grafiek).

December 2023, in de vorige rapportage voor het eerst in de data historie van VertiCer qua afgegeven aantal GvO's december 2022 voorbij, heeft inmiddels 143,5 GWh staan (5% meer dan december 2022). De verwachting is dat met name de recentere maand productie cijfers later nog wat opgeplust zullen gaan worden, en dat december 2023 ook nog verder kan uitlopen met de latere toevoegingen.


7. Jaarproducties volgens Garanties van Oorsprong

Een herziene versie van de grafiek met de jaarlijkse uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's) werd gegeven in de analyse van de februari cijfers van 2023 (link). Er is nog steeds geen nieuwe revisie van de oudere cijfers, alleen van de data vanaf mei 2021. Omdat de oudere cijfers ondertussen flink gewijzigd kunnen zijn, kunnen er nog geen nieuwe totale volumes worden bepaald.

Als we alleen naar de geregistreerde volumes in de data van de huidige update van april 2024 kijken, zou 2021 in totaal 4.504 GWh gecertificeerde productie hebben, en 2022 al 8.550 GWh, exclusief alle andere volumes van niet bij VertiCer geregistreerde installaties (waar onder vrijwel de gehele residentiële markt). In 2023 is tot nog toe al 8.937 GWh gecertificeerde zonnestroom productie geregistreerd, dus al ruim boven het kalenderjaar volume van 2022. Hierbij komt ook nog, dat de nodige nakomende volumes van eerdere maanden worden bijgeplust. Het zal daarbij interessant zijn, te zien, wat de balans zal gaan worden tussen de méér productie van de toegevoegde nieuwe gecertificeerde capaciteit in 2023, in relatie tot het feit, dat de cumulatieve instraling in dat jaar, 7,2% láger lag, dan in het relatief zonnige jaar 2022, aldus de data-extracten en waarnemingen van Anton Boonstra.

Voor 2024 is uiteraard nog weinig van de gecertificeerde zonnestroom productie bekend. De cumulatie komt momenteel, tm. maart, op 2.947 GWh uit, maar daar zit nog de volstrekt foutieve waarde van februari bij. Zolang die nog niet is hersteld in de publieke cijfers, valt er nog niet veel te zeggen over de geregistreerde productie in het eerste kwartaal van 2024.


8. Bronnen

Intern - rapportages CertiQ / VertiCer 2023, aflopend gesorteerd

VertiCer update maart 2024 - 2023 wederom verder omhoog, naar 2.364 MWp nieuwbouw, 20% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (3 april 2024)

VertiCer update februari 2024 - 2023 verder uitlopend naar 2.321 MWp nieuwbouw, 18% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (3 maart 2024)

VertiCer update januari 2024 wederom surprise - 2023 naar 2.012 MWp nieuwbouw, nu 2,4% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (?) (4 februari 2024)

VertiCer update december 2023 - voorlopig 1.298 MWp nieuwe gecertificeerde PV capaciteit, 34% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (7 januari 2024)

VertiCer update november 2023 - eerste 11 maanden 1.223 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 31% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (4 december 2023)

VertiCer update oktober 2023 - eerste 10 maanden 1.127 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 33% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (2 november 2023)

VertiCer update september 2023 - eerste 3 kwartalen 867 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 46% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (4 oktober 2023)

VertiCer update augustus 2023 - eerste 8 maanden 835 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 45% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (7 september 2023)

VertiCer update juli 2023 - eerste zeven maanden 646 MWp, (voorlopig) 46% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (2 augustus 2023)

VertiCer (ex CertiQ) update juni 2023 - "negatieve maandgroei", stabilisatie capaciteit; eerste half jaar 546 MWp, (voorlopig) 49% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (19 juli 2023)

CertiQ / VertiCer update mei 2023 - "negatieve maandgroei" aantal installaties, stabilisatie capaciteit; eerste vijf maanden 356 MWp, 38% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (3 juni 2023)

CertiQ / VertiCer update april 2023 - wederom "negatieve maandgroei"; eerste vier maanden slechts 14% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (4 mei 2023)

CertiQ / VertiCer update maart 2023 - nieuwe en bijgestelde cijfers gecertificeerde zonnestroom, eerste kwartaal 41% van nieuw volume QI 2022 (4 april 2023)

CertiQ / VertiCer update februari 2023 - nieuwe en bijgestelde cijfers gecertificeerde zonnestroom, hoge toevoeging capaciteit januari, zeer lage hoeveelheden in februari (7 maart 2023)

Revisie van historische maand- en jaarcijfers CertiQ. Deel II. Grafieken, nieuwe jaarvolumes (hoger in 2018-2020, lager in 2021), volledige sequentie Garanties van Oorsprong. (14 februari 2023)

Januari 2023 flinke toename geregistreerde gecertificeerde zonnestroom capaciteit, 354 MWp, maar het verhaal is complexer bij CertiQ. Deel I. (8 februari 2023)

CertiQ herziet cijfer presentatie methodiek - een nieuw tijdperk ? (8 februari 2023)

Sinterklaas surprise november rapport CertiQ 2022 bleek een fopspeen: december rapport wederom "negatieve groei", 1e status update. (9 januari 2023, laatste analyse van "klassieke" maandrapportage, en links naar eerdere analyses in 2021 en 2022)

Meer licht in de duisternis (?) omtrent ontwikkeling gecertificeerde zonnestroom portfolio in (2019-) 2020 bij CertiQ. (4 november 2020; vroege signalering van sterk wijzigende historische CertiQ data door Polder PV)

Extern

Data overzichten website VertiCer (vooralsnog alleen rapportages over 2023 en 2024, en 1 ouder overzicht met data tot juni 2021)

NB: de oude website van CertiQ is niet meer actief, de url verwijst door naar de site van rechtsopvolger VertiCer !



1 mei 2024. Wederom een sombere - april - maand, lage producties Polder PV. Het nieuwe jaar schiet nog niet erg goed op, met de zonnestroom productie bij Polder PV. Ook April was een "sombere" maand, volgens het KNMI. In deze analyse de cijfers voor april en voor het de eerste vier maanden van 2024, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis inmiddels 8.815 dagen in bedrijf is.

De tabel met de producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV. Alleen voor april in de eerste kolommen, en daarnaast de cumulatie voor januari tm. april 2024. Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. Helemaal rechts, de vergelijkbare staatjes voor de specifieke opbrengsten in april, resp. januari tm. april 2023, ontleend aan het bericht over die maand, op de Polder PV website.

In april was de oudste zonnepanelen set, 4x 93 Wp Shell Solar modules, wederom de best performer, met een specifieke opbrengst van 94,17 kWh/kWp, wat flink lager was dan de 107,08 kWh/kWp in april 2023. Ook de Kyocera panelen (2x 50 Wp in serie op 1 OK4E-100 micro-inverter), en de 4 achterste 108 Wp modules (oranje band) deden het redelijk, met beide groepjes een specifieke opbrengst van ruim 90 kWh/kWp. De 2 problematische panelen (rode band, met donker rood kader) hadden weer de laagste opbrengst, 64,43 kWh/kWp, slechts een derde van de opbrengst in april 2023. Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van bijna 88 kWh, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 86,1 kWh/kWp. Dat is, ook vanwege de langere dagen en de hogere zonnestanden, wel al duidelijk hoger dan de 64,4 kWh/kWp in de ook al sombere maand maart dit jaar.

Vergelijken we de specifieke producties in april 2024 met die in april 2023 (laatste kolom rechts), blijkt 2024 gemiddeld genomen duidelijk slechtere resultaten te laten zien. De Kyocera set had slechts 2,9% minder opbrengst dan in april van het voorgaande jaar. De 2 "problematische" panelen in de voorste rij presteerden zelfs 24,3% slechter. Het KNMI kwalificeerde april 2024 in een voorlopig bericht als "extreem nat, vrij warm en aan de sombere kant". Met 168 zonuren i.p.v. langjarig gemiddeld (1991-2020) 196 zonuren. Maastricht droeg de rode lantaren, met slechts 130 zonuren, Hoek van Holland in Polder PV's provincie Zuid-Holland, kon redelijk tevreden zijn, met 185 uren zon.

Het tegenvallende resultaat voor het 1,02 kWp kernsysteem in 2024 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2024 heeft weer een nieuwe kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.

Januari 2024 begon ver bovengemiddeld met de maandproductie, voor de 10 kernsysteem panelen ruim 30,6 kWh. Daarna was het, spreekwoordelijk bezien, "armoe troef". Februari dook er, dankzij vele sombere, en regenachtige dagen, onder, en bereikte net geen dieptepunt, met bijna 27,6 kWh. Ook maart 2024 bracht het er niet best vanaf, met een productie van 65,7 kWh, en slechts 3 jaren die nog lager uitkwamen. Somber april 2024 bracht het zelfs, in combinatie met een slecht werkend paneel / verbinding, tot het slechtste resultaat ooit gemeten. Met 87,8 kWh gemeten productie was dit 2,6% lager dan het vorige laagterecord voor deze maand, april 2012.

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Zoals in de maanden mei, juli en augustus. Het relatieve verschil in maart was het hoogst, omdat die maand in 2022 zéér hoog scoorde (zelfs hoger dan de opvolgende maand april). Goed is te zien dat 2024 zeer slecht is begonnen. Na een (bijna) record januari opbrengst (30,6 kWh t.o.v. 23,3 kWh langjarig gemiddeld), lag de productie in februari 2024, in de getoonde vier jaren op een zeer laag niveau, en zelfs ónder dat van de eerste productiemaand dit jaar. Maart kwam slechts marginaal boven het al karige, fors ondergemiddelde resultaat in maart 2023 uit, met 65,7 kWh. April brak het laagte-record in 2024, deels vanwege somber, regenachtig weer, en een slechte verbinding met 1 zonnepaneeel. We blijven optimistisch, maar er mag in ieder geval wel wat meer zon gaan komen.

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel (momenteel: april). De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in januari tm. april is in de laatste oranje kolom weergegeven en bedraagt (periode 2002-2024) inmiddels 263,3 kWh voor dit deel-systeem.

We zien een grote spreiding in de cumulatieve opbrengst voor de eerste vier maanden, met 8 jaar die flink boven het gemiddelde uitsteken, en nogal wat jaren er flink onder. Het overall zeer zonnige jaar 2003 had bij Polder PV al in februari de macht gegrepen, en heeft haar positie tm. april bestendigd, met een cumulatieve opbrengst van 326,0 kWh voor de eerste 4 maanden (24% meer dan het langjarige gemiddelde), gevolgd door 2022 en 2002.

De opbrengst in januari (hoge productie), februari (zeer lage productie), en maart 2024 (beduidend ondergemiddeld), en april (laagste score ooit), totaal 211,7 kWh, geeft, in totaal bezien, voor Polder PV's grootste deel installatie, voor de tweede maand achter elkaar, het slechtste cumulatieve resultaat in de volledige productie periode sedert 2002, al 20% lager dan het langjarige gemiddelde. Dit wordt deels veroorzaakt door een slechte verbinding bij (minimaal) een paneel, natuurlijk in combinatie met de niet erg beste weers-omstandigheden in het eerste kwartaal, en een grotendeels regenrijke april-maand. De productie resultaten in heel Nederland waren ook niet best (zie ook verderop, cijfers Boonstra).

In de grafiek is wederom de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2024 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt iets onder het gemiddelde, op een niveau van 260,6 kWh. De productie in januari-april 2024 ligt 18,8% onder deze mediaan waarde.

In deze grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. We zien voor het jaar 2023 (lichtgele kleurstelling), na aanvankelijk een gemiddelde start in januari-februari, dat, vanwege problemen met de installatie, de curve duidelijk onder het langjarige gemiddelde (zwarte streepjeslijn) duikt, in juni een korte opleving laat zien, om vervolgens weer weg te zakken, naar een voorlaatste positie, eind van het jaar. Rekenen we 2010 als niet representatief jaar (dakrenovatie, anderhalve maand niet gerealiseerde productie), is 2023 tot nog toe dus het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het tot nog toe laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).

De cumulatieve jaarproducties van de twee hoogst (2003 en 2022), en slechtst presterende jaargangen (2023, 2012) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.

2024 begon gelukkig weer met een zeer hoge, "bijna record" opbrengst in januari, maar door de sombere maanden februari tm. april werd het cumulatieve resultaat weer duidelijk gedrukt, en kwam het uit op een nieuw laagte-record, 212 kWh (gemiddelde over alle jaren: 261 kWh).


Data Anton Boonstra, Siderea.nl, Energieopwek.nl

Boonstra publiceerde, zeer getrouw, al snel weer de volledige set van 4 kaartjes met de instraling en productie in april, en in de 1e 4 maanden van 2024, per provincie bepaald van opgaves van het KNMI, en het PVOutput.org portal, van 1.262 grotendeels residentiële installaties (links in bronnen overzicht, onderaan).

De instraling in april 2024 lag in Nederland gemiddeld beduidend lager, -6,3%, dan in dezelfde maand in 2023, met gemiddeld 113,2 kWh/m², en een beperkte spreiding. De extremen lagen voor die maand tussen de 105,4 kWh/m² (Limburg) en 119,1 kWh/m² (Zeeland). De relatieve verschillen met april 2023 lagen tussen de -9,5% in Groningen, en -2,7% in Noord-Brabant.

De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor heel Nederland op 89,9 kWh/kWp in april 2024, wat, volgens Boonstra, 10,1% lager lag dan in april 2023. De extremen lagen hier in Flevoland (86,0 kWhkWp), resp. 99,0 kWh/kWp in Zeeland (15% meer dan in Flevoland). In relatieve zin was het verschil met april 2023 het grootst in Overijssel (-14,4%), terwijl in Zeeland het laagste negatieve verschil werd vertoond (-3,5%).

Voor de cumulatieve instraling in de maanden januari tm. april liet Boonstra uiteraard ook weer een kaartje zien. Over heel Nederland was dit 238,7 kWh/m², wat 5,9% lager lag dan het niveau in jan-april 2023. Groningen heeft de rode lantaren overgenomen van Drenthe, en kwam het laagst uit, met maar 225,8 kWh/m². Zoals meestal, was Zeeland weer de gelukkige provincie, met 253,1 kWh/m² (12% meer instraling dan in Groningen). In relatieve zin lagen de verschillen met jan. - april 2023 tussen de -11,2% in Groningen, tot -2,3% in Noord-Brabant.

Kijken we naar de PVOutput.org installaties, is de gemeten (specifieke) productie in de 1e 4 maanden van 2024 uitgekomen op gemiddeld 199,0 kWh/kWp geweest, wat 9,1% lager is dan de productie in die periode in 2023. Friesland presteerde nog steeds het slechtst (182 kWh/kWp), gevolgd door Drenthe, Utrecht, en Groningen (184, 186, resp. 188 kWh/kWp). Zeeland is, met 218 kWh/kWp, inmiddels Limburg weer voorbij, wat inmiddels, net als Noord-Holland, gemiddeld 207 kWh/kWp op de teller heeft staan.

Opvallend blijft ook ditmaal, dat de oude installatie van Polder PV, met de gemeten specifieke opbrengst van 208 kWh/kWp in de eerste 4 maanden (tabel bovenaan dit artikel), en de aanhoudende problemen met een slechte verbinding, nog steeds een iets betere uitkomst gaf te zien dan het gemiddelde in zijn provincie, Zuid-Holland (206 kWh/kWp).

In relatieve zin waren de (negatieve) verschillen met hetzelfde tijdvak in 2023 als volgt. Het laagste verschil werd ditmaal in Noord-Brabant gemeten (-6,1%, waarbij Zeeland nu, met -6,7%, op de 2e plaats is beland). Het hoogste verschil werd nog steeds vastgesteld in Drenthe (-15,5%).

Verschillen instraling vs. productie
Zowel voor april, als voor de periode januari tm. april, zijn de negatieve verschillen van de gemeten producties groter t.o.v. dezelfde periodes in 2023, dan bij de instralings-data. Dit is al langer zo, en is waarschijnlijk terug te voeren op extra problemen, zoals tijdelijk uitvallende omvormers bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet - gebieden (woonwijken e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling van PV installaties bij klanten met een dynamisch stroom contract, in periodes met negatieve stroomprijzen.


Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening, met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. In een kort statement op het blog claimt de webmaster "De stroomproductie uit zonnepanelen was in april 2024 circa 15% LAGER dan het langjarig gemiddelde (april 2001-2020)". De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad.

Met de data op de LOB pagina komt Siderea voor april 2024 tot hoge haalbare specifieke opbrengsten van 87 (Noord-Limburg) tot 105 kWh/kWp (Zeeland, en de Kooy NH), voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO. Tot waarden van 91 kWh/kWp voor Limburg, tot 112 kWh/kWp (de Kooy), resp. 111 kWh/kWp (Zeeland), voor installaties met optimale oriëntaties, op pal Z. Schiphol (NH) bleek tijdens publicatie nog geen volledige instralingsreeks te hebben, en is bij Siderea.nl met een aparte kleurstelling (rood) weergegeven.

Voor de langjarige periode 2001-2020 berekende Siderea voor april haalbare opbrengsten, tussen de 106 kWh/kWp (Veluwe) en 122 kWh/kWp (de Kooy - kop van NH) voor "gemiddelde oriëntaties", en 113 en 131 kWh/kWp voor "optimale oriëntaties", voor de Veluwe - noord Limburg, resp. de Kooy.

Voor de periode jan.-apr. 2024 komt Siderea voor "gemiddelde oriëntatie" op waarden tussen de 207 kWh/kWp (noord-Limburg) en 244 kWh/kWp in Zeeland. En voor "optimale oriëntaties" tussen de 225 en 267 kWh/kWp voor dezelfde locaties.

Zoals eerder al gememoreerd, zijn dit allemaal ideale gevallen, veel recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet, omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties.


Nationaal Klimaat Platform had nog geen nieuwsbericht over de productie van energie uit hernieuwbare bronnen tijdens publicatie van dit artikel. De berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV.

Nagekomen: zie bericht over april 2024 op de NKP site.


Energieopwek.nl

De brondata voor het Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (energieopwek.nl website). In april 2024 werd het hoogste gemiddelde vermogen op de 29e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 5,54 GW over dat etmaal. Het hoogste niveau in april 2023 lag op 5,03 GW (19 april 2023, aangepaste cijfers, bij eerst-publicatie was het namelijk nog maar 4,77 GW).

Het dag-"record" van 29 april 2024 komt neer op een berekende zonnestroom productie van 5,54 (GW) x 24 (uren) = 133,0 GWh. Dat ligt ruim 10% hoger dan het hoogste niveau in april 2023 (120,7 GWh).

Voor de maand april 2024 werd de hoogste momentane output piek voor zonnestroom door energieopwek.nl midden op de dag ook op 19 april aangetikt, op een niveau van 15,36 GW. Deze berekende piek is alweer fors hoger dan de hoogste piek berekend voor maart dit jaar. Die werd in die maand op de 15e gehaald, met (herberekend) 12,51 GW.

Het absolute record tot nog toe zou, met wederom iets bijgestelde data, nu niet meer op 13 en op 14 juni 2023 zijn behaald (herberekend: 16,88 GW), maar al op 3 juni 2023, waarvoor nu 16,9 GW piek opbrengst is vastgesteld. De verwachting is, dat, gezien de flink gegroeide PV capaciteit in Nederland, dat record weer aan diggelen gaat vanaf de normaliter instralings-rijke voorjaars- tot zomermaanden, in het huidige jaar.


Bronnen:

Meetdata Polder PV sedert maart 2000

April was extreem nat, vrij warm en aan de sombere kant (kort bericht KNMI, 30 april 2024)

April 2024. April was extreem nat, vrij warm en aan de sombere kant (maandbericht, 30 april 2024, voorlopig overzicht)

De staat van ons klimaat 2023: warmste en natste jaar ooit gemeten (nieuwsbericht KNMI, 31 januari 2024, met link naar volledige rapportage, let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 12 !)

Anton Boonstra (grafieken met gemiddelde waarden van KNMI weerstations resp. PVOutput.org, gelumpt per provincie)

1 mei 2024. Instraling KNMI weerstations, voor april 2024, en voor januari tm. april 2024

1 mei 2024 Gemiddelde productie in april 2024 t.o.v. ditto 2023 bij 1.262 zonnestroom installaties op het PVOutput.org platform

1 mei 2024. Gemiddelde cumulatieve productie in jan-april 2024 t.o.v. ditto in 2023, bij 1.262 zonnestroom installaties op het PVOutput.org platform

14 april 2024. Instraling tm. april 2024 blijft flink achter t.o.v. afgelopen 13 jaar (met grafiek, natuurlijk!)

(april instralingsdata volgen mogelijk nog)

Evolutie van aantal uren met neerwaarts bijgestelde day ahead stroomprijzen 2021 tm. 30 april 2024 (opmerkelijke toename, Tweet Boonstra op 29 aug. 2024, met grafiek)

En verder:

Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)

Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea

Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2024)

Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet):

Berekende zonnestroom productie april 2024 20% hoger dan april 2023 (voor belangrijk deel door capaciteits-toename, 30% van nationale stroom vraag; 1 mei 2024)

Voortschrijdend aandeel stroomproductie HE bronnen t.o.v. nationale stroomvraag naar 51,9% (1 mei 2024)

Al bijna het hoogste vermogens- output record voor solar in NL, op 29 april 2024 (dag waarde grafiek, 30 april 2024)

April 2024 gecorrigeerd voor schrikkeldag 4% lager dan "normaal" bij NLs stroomverbruik (30 april 2024)

Inmiddels n aar 10% van finaal energie verbruik uit bronnen zon en wind (27 april 2024)


10 april 2024: RVO update alle SDE regelingen zonnestroom tm. SDE 2022, eerste kwartaal 2024 - 437 MWp realisaties PV projecten sedert 1 januari 2024, en 657 MWp beschikte capaciteit verloren gegaan. Nieuwe jaargroei 2023 voorlopig 1.571 MWp.

Begin april 2024 is het eerste kwartaal overzicht voor de SDE regelingen in het nieuwe jaar bij RVO verschenen, met peildatum (1) april 2024, met alle overgebleven beschikkingen en realisaties. In deze analyse wordt het grote zonnestroom deel-dossier weer in detail tegen het licht gehouden. In deze eerste kwartaal update voor 2024 werd wederom een behoorlijke groei zichtbaar, van 437 MWp, verdeeld over netto 273 nieuw gerealiseerde beschikkingen, incl. verliezen bij oudere regelingen. Daarnaast is er ook weer, met name bij de aantallen, een zeer groot verlies opgetreden, van beschikkingen die zijn verdwenen uit de RVO records. Met 657 MWp aan verloren gegane capaciteit, zijn er namelijk alweer 1.262 toekenningen uit de boeken uitgeschreven. Het grootste verlies was ditmaal wederom te zien bij de SDE 2021 regeling, die in de huidige update maar liefst 1.188 beschikkingen, resp. 507 MWp aan toegekende capaciteit verloren zag gaan. Bij de overige regelingen waren de verliezen véél lager, en met name bij de capaciteit enigszins relevant (SDE 2022 minus 58 MWp).

De nieuwe realisaties leidden, in cumulatie, begin april 2024, tot een volume van 11.264 MWp aan (SDE) beschikt gerealiseerd PV vermogen, verdeeld over inmiddels 30.392 gerealiseerde aanvragen. De nieuwe toevoeging van ruim 437 MWp beschikt vermogen is bijna 7% lager dan de 468 MWp toename in de voorgaande update. En ligt, met genoemde 437 MWp, 2% boven het gemiddelde groei volume in de vier kwartalen van 2023 (429 MWp/kwartaal). Gerekend naar het jaar van oplevering van de afzonderlijke beschikkingen, zou er een zeer voorlopige toename van slechts 1.571 MWp aan beschikte capaciteit zijn geweest in 2023, ruim 24% minder dan de huidig vastgestelde aanwas in 2022. De verwachting is, dat deze cijfers nog behoorlijk zullen worden aangepast, maar dat de groei veel lager blijft dan in 2022.

De najaars-ronde van SDE 2018 blijft, met inmiddels met een iets toegenomen accumulatie van 1.751 MWp aan beschikte realisaties, kampioen van alle SDE regelingen, op behoorlijke afstand van de numero 2, de voorjaars-ronde van SDE 2017, waar 1.493 MWp van is gerealiseerd (volgens beschikt volume). De najaars-, resp. voorjaars-ronde van SDE 2019 hebben inmiddels wat beschikt gerealiseerde capaciteit betreft de najaars-ronde van SDE 2017 naar de vijfde plek verwezen. Relateren we de nieuwe volumes aan het opgeleverde (beschikte) vermogen per dag, is er in de huidige versie, voor het totaal van alle SDE regelingen, in het 1e kwartaal van 2024, gemiddeld 4,8 MWp per dag gerealiseerd, iets lager dan de 5,1 MWp/dag in het laatste kwartaal van 2023. Opvallend is ook de prestatie van de najaarsronde van SDE 2019, deze heeft bij de capaciteit inmiddels een realisatie percentage van bijna 70% bereikt.

Onder de overblijvende SDE "+" regimes staan niet erg veel beschikkingen meer open, 160 exemplaren, resp. 767 MWp. De grootste resterende volumes vinden we onder de voorjaars-regeling van SDE 2020 (112 exx. / 423 MWp).

De verliezen van talloze eerder beschikte projecten blijven ook in de huidige update aanhouden. Voor alleen de SDE "+" regelingen is, mede door het enorme, historisch geaccumuleerde verlies onder SDE 2020 I, al ruim 42% (8.082 MWp) van het oorspronkelijk toegekende vermogen verloren gegaan. In totaal is er bij alle ooit toegekende SDE beschikkingen (SDE, SDE "+", en de eerste 3 SDE "++" regelingen, SDE 2020 II, SDE 2021 en SDE 2022) inmiddels al ruim 11,2 GWp aan beschikte PV capaciteit, verdeeld over bijna 28 duizend oorspronkelijke beschikkingen verdwenen. Hiermee heeft de PV sector reeds een maximale marktwaarde aan subsidies van bijna 9,9 miljard Euro laten verdampen sedert de start van de eerste SDE regeling, SDE 2008.

Met deze update resteert, tot en met de in een recente update toegevoegde SDE 2022, de derde officiële SDE "++" ronde, een nog in te vullen, beschikt volume van bijna 6,0 GWp, verdeeld over nog 2.960 overgebleven PV project beschikkingen in dit omvangrijke dossier. Dit artikel behandelt de actuele status update volgens de recentste cijfers gepubliceerd door RVO.

Voor SDE 2023, al lang qua inschrijving afgerond, zijn nog géén data beschikbaar over de toegekende beschikkingen. RVO is nog steeds bezig met het uitzoeken van de resterende aanvragen. Er moesten nog 189 (van totaal 1.970) aanvragen, vermoedelijk de "ingewikkelde" exemplaren, worden verwerkt in de status update van 8 april jl.



Introductie / samenvatting

Dit artikel behandelt in ieder geval de status update voor zonnestroom en, kort, thermische zonne-energie, gedateerd 1 april 2024. De vorige analyse, voor de status op 1 januari 2024, vindt u hier. Voor een overzicht van alle oudere detail analyses, vanaf mei 2017, zie de opsomming in de introductie van de update van 1 oktober 2023.

In deze meest recente update is bij de opgeleverde capaciteit, door RVO een "officieel" SDE beschikt zonnestroom volume opgegeven van 11.264 MWp (voor peildatum 1 januari 2024 was dat 10.826 MWp), verdeeld over 30.392 project beschikkingen. In het overzicht van 1 januari 2024 lag dat laatste nog op een volume van 30.119 gerealiseerde toekenningen, waarbij toen dus voor het eerst in de lange SDE geschiedenis, sedert SDE 2008, er meer dan dertigduizend beschikkingen daadwerkelijk bleken te zijn "verzilverd" (gerealiseerd).

Onder SDE 2017 staan er nog slechts 4 beschikkingen open, in de voorgaande update was SDE 2018 I zelfs al formeel afgerond, met 1.864 ingevulde beschikkingen (1 exemplaar verdwenen), met een totale, overgebleven capaciteit van slechts 788,3 MWp.

De SDE 2017 I regeling had al sinds lange tijd het stokje van SDE 2014 overgenomen m.b.t. de door RVO bestempelde gerealiseerde capaciteit, en was de eerste SDE regeling ooit, waarvoor de invulling meer dan 1 GWp was. Dat is in de huidige update 1.493 MWp gebleven. Het realisatie niveau is al langere tijd beduidend hoger onder nieuwe kampioen SDE 2018 II, die weer verder is uitgelopen naar 1.751 MWp aan gerealiseerd beschikt volume. Inmiddels zijn de nieuwe nummers 2 en 3 de najaarsronde van SDE 2019, met 1.366 MWp, en de voorjaarsronde van die jaargang, met 1.273 MWp. SDE 2017 II, met nog steeds 1.265 MWp, is door de 2 SDE 2019 regelingen inmiddels, wat beschikt gerealiseerde capaciteit betreft, naar de vijfde plaats verwezen.

Vanaf SDE 2016 II zijn er al 8 SDE regelingen die het gerealiseerde volume van langjarig oud-kampioen, de SDE 2014 (ruim 572 MWp), zijn gepasseerd.

Op het vlak van opgeleverde aantallen beschikkingen is SDE 2017 I weer 1 exemplaar verder uitgelopen op SDE 2014, met 2.757 t.o.v. 2.124 exemplaren. Er staat nog maar 1 beschikking voor SDE 2017 I open (371 kWp), dus het verschil kan nog marginaal oplopen. SDE 2018 II, SDE 2019 I, en SDE 2017 II, zijn op dat punt de SDE 2014 ook al voorbij gestreefd, met inmiddels 2.444, 2.342, resp. 2.211 stuks. SDE 2020 I heeft, met inmiddels 2.328 realisaties, die historisch succesvolle oude regeling ook al ingehaald, ook al heeft die regeling tegelijkertijd met kolossale verliezen van beschikte projecten te maken gehad.

Er is, tm. de hier besproken RVO update, die alle resterende beschikkingen omvat incl. SDE 2022, in totaal al een enorm volume van ruim 11,2 GWp, aan beschikte SDE capaciteit, verdeeld over 27.995 beschikkingen, voor zonnestroom verloren gegaan (!) om diverse redenen. Hier wordt verderop in dit artikel dieper op ingegaan. In de huidige update staan, gecombineerd met de gecontinueerde verliezen onder oudere project beschikkingen, nog resterende volumes open van nog maar 2.960 beschikkingen, resp. 5.977 MWp. Vanaf 4 overgebleven exemplaren voor SDE 2017, tm. de slechts 112 overgebleven exemplaren voor "grote verliezer" SDE 2020 I (SDE "+"), en de 289 resterende beschikkingen voor SDE 2020 II (SDE "++"). Nog maar 1.333 overgebleven exemplaren voor SDE 2021 (groot verlies in de huidige update), en 1.178 voor de in een vorige update toegevoegde SDE 2022 completeren het geheel aan resterend potentieel.

In het huidige artikel presenteer ik zoveel mogelijk de harde, actuele, "officiële" cijfers, mijn commentaar, en interpretaties. En geef ik uiteraard ook weer actuele updates van grafieken en tabellen.

Voetnoot
Zeer veel projecten worden de laatste jaren (soms fors) kleiner gerealiseerd dan waarvoor ze oorspronkelijk zijn beschikt. Wat mogelijk (deels) met de grote problemen met aansluitingen, en overgebleven capaciteit voor grootverbruikers op het net heeft te maken. In ieder geval is het gevolg de al jaren door Polder PV gesignaleerde trend, dat RVO de omvang van de gepubliceerde beschikkingen neerwaarts bijstelt in de meest actuele updates over de SDE regelingen. Als dit geschiedt bij een SDE regeling, waarbinnen weinig "activiteit" (lees: nieuwbouw) is geweest sinds de voorlaatste rapportage, kan het gevolg zijn, dat de totale overgebleven beschikte capaciteit binnen die regeling lager uitpakt dan in de voorgaande update.


Complete evolutie SDE dossier voor zonnestroom


Update van de grafiek gepresenteerd voor de status van 1 januari 2024, met de nieuwe cijfers voor 1 april 2024 toegevoegd (laatste kolom achteraan). Ik heb voor het huidige overzicht wederom de fysieke optelling genomen van de (overgebleven) beschikte volumes van alle gerealiseerde projecten in de recent gepubliceerde spreadsheet van RVO. In deze update zijn de volumes aan gerealiseerde PV beschikkingen van de SDE 2019 II, SDE 2021, en SDE 2020 I rondes het meest significant gegroeid.

Merkwaardige correcties SDE 2022 alweer ingehaald door de realiteit

In een vorige update rapporteerde ik een merkwaardig fenomeen, dat in de eerste SDE lijst incl. SDE 2022 hogere volumes voor die laatste regeling werden getoond, dan in de eerste kamerbrief over de afronding ervan. De realiteit heeft die anomalie alweer ingehaald. Door de bij alle regelingen optredende uitval van zowel aantallen als capaciteit van beschikte projecten, zijn de huidige overgebleven volumes alweer een stuk lager. De Kamerbrief repte van 1.505 beschikkingen, resp. 1.913 MWp toegekend vermogen. De update van begin april 2024 geeft nog maar 1.382 overgebleven toekenningen, resp. 1.364 MWp op. Dat zijn al forse uitval percentages van 8,6% (aantallen), resp. 29,1% (!) voor de capaciteit, t.o.v. de eerst-rapportage in de Kamerbrief van Jetten. Met name dat laatste heeft een hoge impact op de "haalbaarheid" van doelstellingen, de te verwachten volumes eroderen waar we bij staan.

Dit alles daargelaten, de totale groei is in het eerste kwartaal van 2024 weer op een redelijk niveau gekomen, al was het iets lager t.o.v. de aanwas in het laatste kwartaal van 2023, zoals getoond rechtsboven in bovenstaande grafiek. De wijzigingen t.o.v. de vorige update zijn als volgt. Voor de details, zie ook de bekende tabel, verderop in deze analyse.

Tot en met SDE 2018 I is er, op neerwaartse correcties van oudere aantallen beschikkingen en capaciteiten (incl. wederom 10 bij de oudste 3 SDE regelingen) na, weinig gewijzigd. Pas vanaf SDE 2017 I is er wat nieuw gerealiseerd vermogen terug te vinden in het RVO overzicht, 147 kWp voor (netto) 1 toegevoegde beschikking, waarmee die regeling op 1.493 MWp beschikte capaciteit kwam bij de realisaties. Vanaf SDE 2018 II zijn er bij alle regelingen ook nieuwe volumes gerealiseerd. Kampioen SDE 2018 II zelf kreeg er 4 realisaties bij, met 12,7 MWp, totaal gerealiseerd nu 1.751 MWp. SDE 2019 I kwam met 10 nieuwe realisaties, en belandde met 41,9 MWp nieuw gerealiseerd vermogen momenteel op geaccumuleerd 1.273 MWp. De eerder met massieve afwijzingen geconfronteerde SDE 2019 II voegde 13 realisaties toe, en was onder de huidige update kampioen, met 102,7 MWp nieuwe capaciteit, resulterend in een netto accumulatie van 1.366 MWp. SDE 2020 I realiseerde met 29 beschikkingen een nieuw volume van 85,4 MWp, en kwam daarbij op een realisatie niveau van totaal 928 MWp.

Wat nieuw gerealiseerde aantallen beschikkingen betreft, vinden we de hoogste realisaties bij de 1e 3 SDE "++" regelingen. SDE 2020 II voegde met 60 beschikkingen 65,2 MWp toe, leidend tot een voorlopige totale realisatie van 540 MWp. Hier bovenop kwam een volume van een record aantal van 116 beschikkingen met 88,4 MWp nieuw volume, culminerend in 356 MWp onder de SDE 2021 regeling. Die echter tegelijkertijd ook met het hoogste verlies aan ingetrokken beschikkingen werd geconfronteerd: er gingen 1.188 beschikkingen, resp. 507 MWp verloren in de huidige update!

Onder de laatste officiële SDE "++" regeling, SDE 2022, werd, met 58 beschikkingen, 41,7 MWp aan realisaties toegevoegd. Waarmee het totaal volume aan gerealiseerde beschikkingen uitkwam op 87 MWp.

Systeemgemiddelde capaciteit bij de realisaties

Als we terugrekenen naar gemiddelde capaciteit per beschikking die in het laatste kwartaal is gerealiseerd zien we, zoals is te verwachten, een behoorlijke spreiding tussen de SDE regelingen onderling. Deze varieert tussen de 719 kWp bij de nieuwkomer projectjes onder SDE 2022 (al ruim het dubbele volume t.o.v. de aanwas in de vorige update), tot al flinke (gemiddelde) projecten onder de 2 SDE 2019 regelingen: 7,9 MWp onder SDE 2019 II (gemiddelde van 13 gerealiseerde beschikkingen), resp. 4,2 MWp onder SDE 2019 I (gemiddelde van 10 gerealiseerde toekenningen). Onder die laatste opleveringen vallen uiteraard grotere zonneparken en grote rooftop projecten, die de gemiddeldes flink opstuwen.

Totale progressie - realisatie

Sedert de voorlaatste update van januari 2024 (10.826 MWp geaccumuleerd) is er netto 437,1 MWp gerealiseerde beschikte capaciteit bijgekomen. Dit is het netto effect van (a) gerealiseerde groei bij meestal recentere SDE regelingen, (2) extra gerealiseerde nieuwe volumes bij de in een recente update pas opgenomen SDE 2022, en (c) de uit de voorgaande bestanden weer verwijderde beschikte capaciteit (diverse redenen mogelijk). Het netto resultaat is bijna 7% lager dan de 467,9 MWp groei in QIV 2023.

Toenames afgelopen updates; evolutie MWp realisaties PV projecten per dag

Achtereenvolgens waren de nieuwe volumes t.o.v. de voorgaande RVO updates als volgt: Tussen januari en juni 2022 zeer sterke terugval naar een toename van slechts 189 MWp. Een toename naar 584 MWp nieuw beschikt vermogen genoteerd door RVO, tussen juli en begin oktober 2022. In het laatste kwartaal van 2022 werd daar nog eens 505 MWp nieuw beschikt vermogen aan toegevoegd. In het eerste kwartaal van 2023 viel het nieuw bijgeschreven volume terug, naar ruim 317 MWp, in het tweede kwartaal was er weer een stevige toename van ruim 598 MWp, maar het derde kwartaal gaf weer een duidelijke terugval te zien van 331 MWp nieuw netto vermogen. Het laatste kwartaal van 2023 gaf weer een positief resultaat van 468 MWp. Het eerste kwartaal van 2024 kwam iets lager uit, op 437 MWp.

Als we, voor een eerlijker vergelijking, terug rekenen naar het aantal dagen tussen de peildata, (die behoorlijk kunnen verschillen, zie de afstanden tussen de updates in de grafiek), komen we met de volgende bevindingen. In het kwartaal tussen april en juli 2022 was de groei sterk ondermaats, slechts 2,1 MWp gemiddeld per dag. We moeten naar de update van 4 oktober 2018 teruggrijpen voor nog lagere relatieve groeicijfers (iets lager dan 2 MWp/dag). Dat is ruim 5 jaar geleden, dus dat zegt wel iets over de status quo in de recente projecten markt. Tussen juli en oktober 2022 hadden we tijdelijk weer een hoog niveau te pakken, van gemiddeld 6,3 MWp/dag. Gevolgd door een iets lager, maar nog steeds hoog niveau, van 5,5 MWp/dag tussen begin oktober en eind december 2022. In het eerste kwartaal in 2023 viel het verder terug naar gemiddeld 3,5 MWp/dag, maar in het tweede kwartaal was er weer een gezonde groei van de bijschrijvingen, van gemiddeld 6,6 MWp/dag. Dat is in het 3e kwartaal echter weer terug gevallen naar een niveau van gemiddeld 3,6 MWp/dag, en in het laatste kwartaal weer toegenomen naar gemiddeld 5,1 MWp/dag. Het eerste kwartaal van 2024 zakte dat iets in, naar gemiddeld 4,8 MWp/dag.

Genoemde 4,8 MWp gemiddeld per dag in het SDE dossier komt uiteraard bovenop andere realisaties bij projecten die andere incentives kennen (zoals EIA, SCE - "postcoderoos 2.0", subsidies voor sportinstellingen, VvE's, MIA / Vamil, Dumava, etc.), of zelfs helemaal geen subsidies. Zoals vaak bij nieuwbouw projecten, waarin eventuele PV daken in de bouwsom worden meegenomen. Dit nog exclusief de ook nog steeds booming residentiële markt, inclusief de grote portfolio's die bij de huur corporaties worden uitgerold (volumes: qua toegevoegde MWp-en onbekend, maar groot).

Voor de evolutie van deze relatieve maatvoering in uitsluitend het RVO - SDE dossier, heb ik een nieuwe versie van de in een recente update nieuw gemaakte grafiek hier onder getoond:

Deze grafiek toont de gemiddelde groei van de nieuwe capaciteit per dag tussen twee RVO updates, daarbij rekening houdend met het aantal dagen tussen de peildata van de gepubliceerde rapportages. Tm. 2015 gebeurde er relatief weinig, met de laagste toename eind 2013 (22 kWp gemiddeld per dag nieuw volume gerealiseerd in die periode). Vanaf 2016 zijn de administratieve bijschrijvingen in de SDE gedreven projectenmarkt merkbaar gegroeid, vielen ze in Corona jaar 2020 kort terug, en lieten daarna nog sterkere wisselingen van het tempo te zien. Om te culmineren in het eerste kwartaal van 2022, met een record niveau van gemiddeld 8.776 kWp per dag toegevoegd in die periode. Het tweede kwartaal was heel wat minder actief, er volgde nog een "piek" van 6,3 MWp/dag in het derde kwartaal. Daarna namen de gemiddelde volumes weer sterk af, naar 3.527 kWp/dag in het eerste kwartaal van 2023. In het tweede kwartaal werd er gemiddeld weer een bijna dubbel zo groot volume bijgeschreven, 6.575 kWp/dag. De vijfde hoogste toename in de administratie historie van de SDE regelingen. Het daar op volgende QIII viel echter weer terug naar het niveau van QI 2023, met 3.593 kWp/dag gemiddeld nieuwe realisaties, gevolgd door alweer een opleving, van 5.086 kWp/dag in het laatste kwartaal van 2023. QI 2024 maakt het rijtje vol, met 4.804 kWp/dag gemiddelde nieuwe toevoeging.

Alles bij elkaar opgeteld is er inmiddels, binnen het SDE dossier, voor een beschikt volume van 11.264 MWp aan "officieel gerealiseerde" PV-projecten, en dus met "ja vinkje" in de gepubliceerde lijst, bekend bij RVO, die een (of meer) SDE beschikking(en) hebben. Zoals te zien bovenaan de laatste kolom in de eerste grafiek in dit artikel. In werkelijkheid is er echter al meer aan het net gekoppeld, omdat (a) er flinke administratieve vertragingen zijn in de verwerking van data bij RVO, en (b) er ook heel veel projecten zijn die groter uitgevoerd worden dan het gemaximeerde volume in de beschikking, waarvan de "meer-capaciteit" door RVO echter niet wordt geopenbaard. Polder PV heeft hier honderden voorbeelden van in zijn eigen project overzichten.


(Nieuwe) afvallers update 1 april 2024

Terugkerend naar de eerste grafiek: bij de oudste regelingen, SDE 2008 tm. SDE 2016 II, plus SDE 2018 I, zal er niets meer bijkomen, er staan geen beschikkingen meer "open" voor die regelingen. Wel zijn er in recentere updates nog steeds, regelmatig, om niet gespecificeerde redenen beschikkingen, soms zelfs voor reeds (lang) gerealiseerde projecten, afgevallen. Redenen zouden kunnen zijn: brand, diefstal, hagel schade, installatie afgebroken, verhuizing / nieuwe eigenaar niet geïnteresseerd in subsidie perikelen, of een onbekende, andere reden. Die verloren gegane volumes zijn hier onder in detail weergegeven t.o.v. de update van 1 januari 2024. Zie ook de bespreking van de uitgebreide update voor de totale volume accumulaties in de tabel verderop.

Let hierbij op, dat het aantal verloren gegane beschikkingen en de capaciteiten beslist niet hoeven te "corresponderen". Zoals eerder in een voetnoot opgemerkt, zie ik al langere tijd, dat RVO, inmiddels zeer regelmatig forse (altijd: neerwaartse) bijstellingen van eerder beschikte capaciteiten doorvoert in haar SDE lijsten, die dus niet gepaard gaan met uitschrijving van de betreffende beschikte projecten. NB: "projecten" derhalve beter te lezen als "beschikkingen", omdat er regelmatig meer dan 1 beschikking voor een en hetzelfde "PV project" wordt aangevraagd en afgegeven (meestal uit verschillende jaargangen, maar niet noodzakelijkerwijs). RVO besteedde zeer recent ook weer aandacht aan wat zij de "vrijval" van capaciteit noemen, met de nodige cijfers, "Monitor Zon-pv 2023 in Nederland" (9 okt. 2023). Polder PV bericht hier al vele jaren over, en documenteert de volumes op basis van de meest recente RVO data.

Polder PV heeft van projecten met meer dan 1 SDE beschikking honderden voorbeelden in zijn overzichten staan. De grootste projecten, vanaf 500 kWp per stuk, waarvoor SDE beschikkingen zijn uitgegeven in mijn overzicht, 2.598 stuks, hebben gemiddeld zo'n 1,28 beschikking per project. Ook dat is in de sector kennelijk extreem slecht bekend, want je hoort er verder niemand over, en/of de implicaties worden verzwegen. Zelfs door bekende analisten in de markt. Ook bij RVO wordt hier met geen woord over gerept.

  • SDE 2008 wederom weer 8 beschikkingen minder, 13 kWp (waarschijnlijk grotendeels residentieel, of kleine projecten achter andersoortige kleinverbruik aansluiting; mogelijk verder gaande uitval van oorspronkelijk beschikte eerste SDE projecten bij beginnende afloop subsidie periode ?)
  • SDE 2009 1 beschikking minder, 15 kWp
  • SDE 2010 1 beschikking minder, 8 kWp
  • SDE 2011 1 beschikking minder, 29 kWp
  • SDE 2012 1 beschikking minder, 47 kWp (er zijn nog maar 31 beschikkingen, gerealiseerd, over, slechts 4,3 MWp!)
  • SDE 2016 II 3 beschikkingen minder, 240 kWp
  • SDE 2017 I 1 beschikking minder, 253 kWp
  • SDE 2017 II 3 beschikkingen minder, 724 kWp
  • SDE 2018 I 1 beschikking minder, 31 kWp
  • SDE 2018 II aantal beschikkingen constant, maar wel 1.559 kWp minder (!)
  • SDE 2019 I 2 beschikkingen minder, 22,1 MWp)
  • SDE 2019 II 7 beschikkingen minder, 24,7 MWp
  • SDE 2020 I 8 beschikkingen afgevoerd, 5,0 MWp minder
  • SDE 2020 II 24 beschikkingen afgevoerd, 38,2 MWp
  • SDE 2021 1.181 (!) beschikkingen minder (hoogste wegval voor aantallen in huidige update), 506,6 MWp minder (idem)
  • SDE 2022 13 beschikkingen minder, 57,7 MWp minder.

Wederom opvallend in bovenstaand overzicht, is, dat het grootste deel van alle SDE regelingen inmiddels zowel beschikkingen als capaciteit hebben verloren in de huidige RVO update. Alleen SDE 2013 tm. SDE 2016 I zijn ditmaal "ongeschonden" gebleven. Met het verlies van alweer een beschikking, is de overgebleven realisatie onder SDE 2012 nog marginaler geworden dan het al was.

De totale uitval t.o.v. de vorige update betreft een volume van 1.262 beschikkingen (in de vorige update lag dat veel lager, 578 stuks), met, een verlies van 657,1 MWp aan (oorspronkelijk) beschikte capaciteit. Dat was weer flink hoger dan het hoge niveau in de vorige update (verlies toen ruim 433 MWp), maar geen record. In de update van 1 april 2022 ging zelfs een bizar hoog volume van 4.062 beschikkingen verloren.

Ditmaal was het verlies bij zowel de aantallen als bij de capaciteit onder de tweede SDE "++" regeling, SDE 2021, het grootst, (bijna 3 maal zo veel dan in de vorige update, verloren gegaan: 1.181 beschikkingen, resp. 507 MWp minder). Bij de capaciteit trad het verlies record ook op in de update van april 2022. Toen viel zelfs 1.624 MWp weg, het grootste volume onder SDE 2020 I. In nog oudere updates waren het vooral de twee SDE 2017 rondes die zeer fors moesten incasseren met talloze verdwenen beschikkingen en capaciteiten. De grote klappen werden daarna vooral aan de twee SDE 2018 rondes, SDE 2019 I en SDE 2020 I toebedeeld. De verliezen blijven op een hoog niveau, wat ongetwijfeld te maken heeft met de vele problemen in de oververhitte markt, met de netcapaciteit als permanent etterende zweer die realisaties niet makkelijk maakt.

Triest lijstje verliezen, impact wel minder in huidige update

In de historie van het SDE gebeuren zijn grote volumes aan afgegeven beschikkingen, gerelateerd aan capaciteit verloren gegaan, per RVO update. In de oktober 2023 update heb ik die voor het laatst op een rijtje gezet, zie aldaar. Ook zijn daar de percentages verliezen per regeling gememoreerd. Die vindt u verder ook terug in de grote SDE tabel verderop. Hier komt nu dus weer 657 MWp nieuw verlies bovenop. Om u een idee te geven van de impact van dat laatste cijfer: gerekend met moderne PV modules van 450 Wp (plm. 2,21 m²) per stuk, hebben we het, wat het verlies in de huidige, laatste update betreft, alweer over een niet gerealiseerd potentieel van 1,46 miljoen zonnepanelen, met een gezamenlijke oppervlakte van zo'n 323 hectare, in een periode van 3 maanden tijd...

Uitval totalen en percentages t.o.v. oorspronkelijke beschikkingen

Wat de totale aantallen verloren gegane beschikkingen betreft, zijn de procentuele verliezen momenteel het hoogst: onder de 3 SDE regelingen SDE 2008 (-47,0% t.o.v. oorspronkelijk beschikt), onder de 14 SDE "+" regelingen SDE 2012 (-71,8%), resp. onder de 3 SDE "++" regelingen SDE 2020 II (-64,2%). Bij de capaciteit zijn de grootste verliezers voor deze 3 super categorieën te vinden bij dezelfde regelingen. Dus, wederom SDE 2008 (-40,6%), SDE 2012 (-74,9%), resp. SDE 2020 II (-37,7%).

Het allergrootste deel van de omvangrijke verliezen betreft beschikkingen voor dakgebonden projecten. Toekenningen voor grondgebonden en/of drijvende zonneparken werden in een lange periode zelden terug getrokken, omdat er door ontwikkelaars vaak al veel geld in de plannen was gestoken, er al vroeg netcapaciteit was gecontracteerd met de regionale netbeheerder, en er een grondige (soms zelfs jaren lange) voorbereiding had plaatsgevonden. De meeste grondgebonden projecten met SDE beschikking(en) die in het verleden waren gestaakt, en die Polder PV in een apart overzicht bijhoudt, betreft kleinere projecten, met enkele honderden kWp tot een paar MWp in de oorspronkelijke plannen. Hier is voor het eerst in de update van oktober 2023 verandering in gekomen, toen een behoorlijke hoeveelheid grotere zonnepark beschikkingen waren ingetrokken, en waarvan gehoopt is, dat ze onder iets minder ongunstige condities, onder SDE 2023 opnieuw konden indienen. Dat indienen is waarschijnlijk wel gelukt, maar omdat die regeling extreem overtekend is, is er een behoorlijk groot gevaar, dat die herindieningen alsnog (deels) zijn / worden afgewezen door RVO. Daar horen we later ongetwijfeld meer over. RVO is nog steeds niet klaar met het controleren van alle aanvragen ingediend onder SDE 2023.

Voor de eerder gesignaleerde forse uitval onder SDE 2017 was al vroeg gewaarschuwd, door Siebe Schootstra op Twitter (m.b.t. SDE 2017 en 2018, en later wederom m.b.t. SDE 2018). Dit in verband met een geclaimd slecht business model voor bedrijven met hoog eigenverbruik van via een SDE beschikking gegenereerde hoeveelheid zonnestroom, waarvoor lagere subsidie bedragen dan voor directe net-invoeding zijn gaan gelden (rooftop projecten). Het verlies voor de voorjaars-ronde van SDE 2018 is weer iets opgelopen, door een extra uitgevallen beschikking in de huidige update. Er staan vanaf de vorige update sowieso geen beschikkingen meer open voor die regeling.

De grote gesignaleerde en gedocumenteerde verliezen in de eerdere updates zijn in ieder geval beslist slecht nieuws, ook voor Den Haag. Alle moeite die voor de hier dus definitief afgevoerde projecten is gedaan, honderden miljoenen Euro's aan SDE subsidie toezeggingen, alle duur betaalde ambtelijke tijd (en flinke consultancy uitgaven voor ontwikkelaars) die hiermee zinloos is verspild: dat alles is voor niets geweest...

Bijna 9,9 miljard Euro misgelopen door de PV sector

Bovendien is het voor de branche organisatie ook zeer slecht nieuws, zeker in de huidige crisis tijd, met de hoge (doch weer afnemende) energie- en grondstof prijzen, flinke problemen bij de uitvoering van - vaak enorme - project portfolio's, grote krapte op de arbeidsmarkt voor gespecialiseerd - en kundig - personeel, en chronische problemen met beschikbare net-capaciteiten. Alle beschikte (overgebleven) PV projecten tm. SDE 2022 hebben een maximale subsidie claim van, inmiddels, 14,9 miljard Euro (over een periode van max. 15 jaar exclusief "banking year"), tm. SDE 2021 is dat momenteel nog 14,2 miljard Euro. In de versie van 1 januari 2024 was het overgebleven maximale subsidie bedrag tm. SDE 2022 nog bijna 15,4 miljard Euro, waarmee inmiddels alweer maximaal 392 miljoen Euro in een kwartaal tijd is verdampt voor de sector. Dat is alweer flink hoger dan de 269 miljoen verlies in de vorige update. In april 2022 was er een catastrofaal verlies van 1.284 miljoen Euro vanwege de enorme hoeveelheid beschikkingen die toen met name voor de SDE 2020 I regeling verloren gingen.

Oorspronkelijk is er vanaf SDE 2008 tot en met SDE 2022 voor zonnestroom maximaal voor zo'n 24,8 miljard Euro aan subsidie toekenningen uitgegeven door RVO en haar voorgangers. Gezien bovenstaande cijfers, hebben de zonne-energie branche, en de talloze niet aangesloten binnenlandse en buitenlandse organisaties die ook PV projecten ontwikkelen, nu al voor bijna 9,9 miljard Euro aan (maximaal haalbare) subsidie beschikkingen voor fotovoltaïsche capaciteit laten liggen. Daar hadden mooie dingen mee gedaan kunnen worden, de afgelopen jaren ...


Het goede nieuws - (nieuwe) realisaties update 1 april 2024

Uiteraard zijn er ook projecten cq. beschikkingen tussentijds "volgens de administratieve definities" van RVO gerealiseerd. Deze zijn, per regeling, benoemd in de sectie onder de eerste grafiek in dit artikel.

Bij elkaar is er een totaal van 291 nieuwe formeel gerealiseerde beschikkingen, met een beschikt volume van 438,1 MWp t.o.v. de januari 2024 update toegevoegd tm. SDE 2022. Tegelijkertijd zijn er echter ook, bij 8 van de oudste regelingen, 18 beschikkingen verdwenen, en is er in totaal 995 kWp aan beschikte capaciteit afgeschreven. Dit betreft zeer waarschijnlijk deels neerwaartse bijstellingen van kleiner dan beschikt opgeleverde projecten. Bij elkaar genomen is het netto resultaat van al deze wijzigingen, t.o.v. de status in januari 2024 (incl. SDE 2022), dus 273 meer beschikkingen met "ja vinkje", resp. 437,1 MWp capaciteit toegevoegd.

Het absolute record bij de capaciteit nieuwbouw was te vinden in de update van 4 januari 2021, toen 891 MWp werd toegevoegd aan de SDE records bij RVO. In eerdere regelingen werden hogere aantallen beschikkingen gerealiseerd, maar die waren per stuk flink kleiner, dan wat er tegewoordig gemiddeld genomen wordt opgeleverd vanuit de SDE regelingen.

Met alle SDE regelingen bij elkaar, was het in de vorige update van 1 januari 2024 voor het eerst in de geschiedenis, dat er meer dan dertigduizend toekenningen de status "realisatie" hebben bereikt, en die niet om een of andere reden weer zijn afgevoerd uit de RVO databank. In de huidige update is dat verder gegroeid, naar inmiddels 30.392 exemplaren.

Disclaimer

Let altijd op, dat de "capaciteit" (deze update, 437 MWp "netto groei" sedert januari 2024) beslist niet het daadwerkelijke, fysiek gerealiseerde volume is, of hoeft te zijn. RVO geeft dat namelijk in de meeste gevallen niet op. Zoals meermalen gesteld, heb ik van talloze projecten met SDE subsidies fors verschillende opgeleverde capaciteiten in mijn spreadsheet staan, die soms wel tot 30% kunnen afwijken van het capaciteit cijfer getoond in de RVO lijsten. Zowel afwijkend naar boven, als naar onder. RVO stelt de laatste paar jaar wel, en steeds vaker, de opgevoerde toegekende projecten middels (neerwaartse !) correcties bij t.o.v. de eerder beschikte volumes. Ze noemen dat "vrijval", maar ze beperken, erg vreemd, het tellen daarvan tot project beschikkingen waarvan de realisatie minder dan 90% bedraagt t.o.v. oorspronkelijk beschikking (capaciteit, zie Monitor 2023). Daar staat tegenover, dat voor projecten die groter worden uitgevoerd dan waarvoor staat beschikt, zeker in het verleden vaak gesignaleerd, RVO de beschikte capaciteiten vrijwel nooit aanpast in hun overzichten. Bovendien kunnen we nog heel wat meer neerwaartse bijstellingen gaan verwachten van reeds opgeleverde projecten, omdat informatie over feitelijke realisaties pas (zeer) laat op de RVO burelen kan arriveren. Die correcties verschijnen dan pas achteraf, in toekomstige updates.

Voor de details van alle wijzigingen en "overgebleven" aantallen bij de verschillende categorieën, en de diverse SDE regelingen, zie de volgende tabel hier onder.


Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen

Voor uitgebreide toelichting bij de (inhoud van de) tabel, zie artikel met analyse status 3 april 2017.


^^^
KLIK
op plaatje voor uitvergroting (komt in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)

In deze regelmatig door Polder PV ververste hoofd-tabel alle relevante bijgewerkte zonnestroom cijfers voor de aantallen en Megawatten voor alle (bekende) SDE regelingen, waarbij de derde SDE "++" ronde (SDE 2022) in een vorige update is toegevoegd, en, na al rappe eerste wijzigingen t.o.v. de Kamerbrief waarin de afronding van die regeling werd aangekondigd, al snel met forse verliezen is geconfronteerd. De tabel bevat verder de actuele cijfers van de update van 1 april 2024 voor alle oudere regelingen. Links de oorspronkelijk beschikte volumes, in rood de actuele status van wat RVO met de huidige (detail) update nog in portfolio heeft staan, in blauw de daar uit resulterende, verloren gegane hoeveelheden t.o.v. oorspronkelijk toegekend. In groen volgen de fysieke volumes, volgens administratieve normen van RVO geldende "opgeleverde" (gerealiseerde) project beschikkingen. De laatste vier kolommen betreffen de overgebleven hoeveelheden, nog in te vullen (of t.z.t. af te voeren) beschikkingen van de betreffende SDE regimes. Ook wel: de projecten "pijplijn" genoemd.

Zowel voor de aantallen als voor de beschikte capaciteit waren de oorspronkelijke toevoegingen onder de najaars-ronde van SDE 2018 aanvankelijk wederom record hoeveelheden, die de voorgaande records onder de voorjaars-ronde van 2017 hebben vervangen. Het aantal beschikkingen onder de voorjaars-ronde van SDE 2019 had het stokje op dat punt van die van het voorgaande jaar overgenomen, met een record van 4.738 toekenningen door RVO. SDE 2019-II viel echter weer sterk terug, vanwege zeer hoge uitval als gevolg van de extreme overtekening van het beschikbare budget. En het feit, dat door felle competitie met andere projecten, alleen de beschikkingen overbleven die laag hebben ingezet met het betreffende fase bedrag. Dat zijn grotendeels alleen de grotere projecten geweest, talloze aanvragen voor kleinere rooftop projecten zijn binnen die regeling gesneuveld.

De laatste SDE "+" ronde, SDE 2020 I, verzette wederom alle piketpalen. Onder die ronde zijn zowel bij de aantallen oorspronkelijk goedgekeurde beschikkingen (6.882 exemplaren), als de daarmee gepaard gaande toegekende capaciteit (3.440,1 MWp), destijds nieuwe records gevestigd (dikke rode kader voor aantallen). Waarbij ook rekenschap gehouden moet worden met het feit, dat onder SDE 2017 I tm. SDE 2018 II er telkens 6 miljard Euro was te vergeven, sedert SDE 2019 I echter nog maar 5 miljard Euro per ronde (NB: voor álle projecten, niet alleen voor zonnestroom). Op het gebied van de toegekende capaciteit, werd dat record echter al snel verbroken onder de SDE 2020 II regeling, met 3.602,9 MWp aan toegekende capaciteit. Dat was geen lang leven beschoren, want SDE 2021 heeft dat alweer verbeterd naar 3.790 MWp (rood kader), met slechts ruim de helft van het aantal beschikkingen onder SDE 2020 I. Daarbij de voortdurende schaalvergroting in de projecten markt nogmaals benadrukkend: er worden gemiddeld genomen steeds grotere projecten aangevraagd, en toegekend.

Bij de oudere "SDE" voorgangers waren de oorspronkelijk beschikte aanvragen maximaal bij SDE 2008 (8.033 oorspronkelijke beschikkingen), bij de capaciteit was het SDE 2009, die voor de twee varianten bij elkaar ("klein" resp. "groot" categorie) 29,0 MWp kreeg beschikt (dunne rode kaders).

SDE 2022

SDE 2022 heeft geen records gebroken, mede omdat de competitie met andere CO2 verminderende modaliteiten fel was, er al langer structurele netproblemen zijn waardoor in veel gevallen er geen aanvraag voor grote projecten gedaan kunnen worden in veel locaties, omdat de eisen voor zonnestroom projecten steeds stringenter zijn geworden, én omdat de kostprijzen tijdelijk waren gestegen i.p.v. gedaald.

Volgens de Kamerbrief zouden er oorspronkelijk 1.505 beschikkingen voor PV projecten zijn afgegeven, goed voor 1.913,1 MWp, maar bij RVO bleken oorspronkelijk iets hogere volumes te zijn genoteerd, waar verder niets over is geventileerd op de sites van Min. EZK of RVO (zie update juli 2023). Voor deze regeling zijn vanaf de huidige update de startwaarden bij RVO weergegeven onder de "oorspronkelijk beschikte volumes".

Wegval beschikkingen en capaciteiten

In oranje veldjes heb ik in het blok "overgebleven beschikte volumes" bij de primaire data wederom aangegeven dat er negatieve wijzigingen zijn geweest t.o.v. de status in de voorgaande update (januari 2024, alleen wijzigingen t.o.v. de eerste komma plaats bij capaciteit). Ditmaal zijn weer bij veel regelingen deze negatieve wijzigingen zowel bij de aantallen als bij de capaciteit voorgekomen. Met name de meest recente regelingen kennen de meest forse neerwaartse bijstellingen, bij zowel de aantallen als de daarmee gepaard gaande capaciteiten van de project beschikkingen.

Data in de overige "blanco" veldjes zijn niet meer gewijzigd sedert de vorige update van 1 januari 2024.


(a) Verloren gegane beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes (blauwe sectie in tabel), accumulaties - ruim 11,2 GWp aan capaciteit teloor gegaan

Er is t.o.v. de accumulatie status getoond in de vorige update wederom een fors verlies aan beschikkingen en daarmee gepaard gaande, eerder toegekende capaciteit gesignaleerd. Beschikkingen die, om wat voor reden dan ook, zijn ingetrokken, of die alsnog ongeldig zijn verklaard door RVO, zie ook paragraaf "nieuwe afvallers" hier boven. Voor de langdurig een dominante rol spelende, in een vorige update formeel afgesloten SDE 2014 is na al die jaren in totaal een (theoretische) capaciteit van 310 MWp verspeeld (overgebleven: 2.124 project beschikkingen, inclusief latere uitval van realisaties). Het capaciteits-verlies is opgelopen tot 35% (aantallen: bijna 29%) ten opzichte van oorspronkelijk beschikt. Nog steeds "lekt" er af en toe wat volume weg uit deze, en andere oudere regelingen.

Deze populaire oudere regeling is op het gebied van capaciteit verlies echter in (extreem) negatieve zin overtroefd door meerdere latere regelingen. Cumulatief gingen daarbij met name de volgende grote volumes aan beschikte capaciteiten verloren: 385,4 MWp onder SDE 2016 II, 637,4 MWp onder SDE 2017 II, 860,9 MWp onder SDE 2017 I, 921,9 MWp onder de in de vorige update "formeel afgesloten" SDE 2018 I, 1.194,8 MWp onder de voorjaars-regeling van SDE 2019, resp. 1.199,2 MWp onder SDE 2018 II, en, bij fast riser met de capaciteits-uitval, SDE 2020 II, met al een verlies van 1.356,8 MWp. Absoluut record houder blijft de eerder al regelmatig met catastrofale verliezen geconfronteerde laatste SDE "+" regeling, SDE 2020 I, die er in de huidige update nog een kleine schep bovenop heeft gedaan. Inmiddels is deze regeling, waarvoor ooit 3.440 MWp was toegekend voor zonnestroom projecten, al een record volume van 2.089,5 MWp aan beschikte capaciteit kwijtgeraakt, bijna 61% van oorspronkelijk toegekend volume (gemarkeerd in de tabel). Bij de aantallen beschikkingen was het nog erger, er is al 64,5% van de beschikkingen verdwenen (4.442 stuks). Een waar slachtveld voor die regeling.

De najaars-regeling van SDE 2019 heeft nog een relatief beperkt teloorgegaan volume van 303,5 MWp, maar bekend is dat er voornamelijk (zeer) grote beschikkingen zijn overgebleven, na een grote slachtpartij onder de kleinere rooftop aanvragen vanwege de enorme overtekening in die ronde. De verwachting is dat de meeste van dergelijke grote beschikkingen wel gerealiseerd zullen gaan worden, ook omdat er grote (financiële) belangen bij zullen spelen. Er staat nog een behoorlijk volume van bijna 285 MWp open voor deze ronde.

Voor SDE 2021 waren de verliezen, sedert haar opname in de RVO lijsten (zomer 2022), tm. een vorige update nog "relatief beperkt", maar daar is met de 2 laatste updates, helaas, duidelijk verandering in gekomen. Ze verloor in de vorige en huidige update de grootste volumes. Inmiddels zijn de verliezen geaccumuleerd tot 1.205,9 MWp (verdubbeling t.o.v. vorige update), respectievelijk, 1.796 afgevoerde toekenningen (verdrievoudiging t.o.v. vorige update). Vooral bij de kleinere rooftop projecten is ook hier een "slachting" ontstaan bij de toekenningen.

De eerste update voor de in juli 2023 toegevoegde SDE 2022 bracht meteen slecht nieuws: er ging toen al in 1 keer een fors volume van 420,8 MWp aan beschikte capaciteit verloren. Daar is in de vorige en huidige update nog eens behoorlijk volume aan toegevoegd. De verliezen zijn al opgelopen naar 558,7 MWp, verdeeld over 130 beschikkingen.

Gezamenlijk verloren alle SDE regelingen bij elkaar, "geholpen" door o.a. de massieve verliezen onder SDE 2020 I, 27.995 project beschikkingen met een geaccumuleerde capaciteit van 11.225 MWp. Al ver over de 11 GWp aan ooit toegekende capaciteit is dus al verloren gegaan ... Voor alleen de regelingen onder het SDE "+" regime waren die hoeveelheden 17.065 stuks, wat al sedert de april 2020 update meer is dan het geaccumuleerde verlies van de oude drie SDE regelingen (inmiddels alweer 6.693 beschikkingen teloor gegaan / niet meer ingeschreven bij RVO). Dat is t.o.v. de enorme hoeveelheid oorspronkelijke beschikkingen (36.470 onder SDE "+", incl. SDE 2020 I) al bijna 47%. Kijken we naar de beschikte capaciteit, is het totaal verlies voor SDE "+" 8.082 MWp (!). T.o.v. het oorspronkelijk beschikte volume (19.082 MWp) is dat al een totaal verlies van ruim 42%.

Voor de drie opvolgende SDE "++" regelingen is het verlies al opgelopen tot 4.237 beschikkingen (48%, dus al een hoger relatief verlies dan onder SDE "+"), resp. 3.121 MWp (33,5%). Deze cijfers vindt u onderaan in het blauwe veld van de tabel.

Claim Schootstra deels onwaar

Energie specialist Siebe Schootstra plaatste op 5 september 2018 een nogal onrustbarende tweet waarin hij claimde: "dat van de voorjaarsronde van 2018 nog niet de helft gerealiseerd zal worden. Voor 2017 geldt ook zoiets". Wat de aantallen beschikkingen voor SDE 2017 betreft, heeft hij echter al geruime tijd ongelijk gekregen, het realisatie percentage is daar inmiddels al opgelopen naar 62,9 resp. 56,0%, met nog 4 beschikkingen te gaan. Wat de beschikte capaciteit betreft, is dat voor SDE 2017 I inmiddels op 63,4% gearriveerd (1.493 MWp). De najaars-ronde van SDE 2017 heeft echter al een invulling van 66,2% van de lagere oorspronkelijk beschikte capaciteit bereikt. Dus ook in dat opzicht, heeft Schootstra voor in ieder geval de SDE 2017 regelingen reeds ongelijk gekregen. Er staat bovendien nog een volume van 9,2 MWp open voor beide SDE 2017 regelingen, dus de relatieve prestatie zal bij de capaciteit nog iets verder gaan toenemen, zelfs als er alsnog uitval zal zijn.

SDE 2018 I heeft 50% inderdaad (net) niet gehaald

De voorjaars-ronde van SDE 2018 is de laatste 2 resterende beschikkingen kwijtgeraakt in de vorige update, en is inmiddels op 49,4% van realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt volume gekomen bij de aantallen. En is uiteindelijk 53,9% van de ooit toegekende capaciteit kwijtgeraakt (ingetrokken of anderszins). In ieder geval is voor SDE 2018 I Schootstra's claim correct gebleken, zowel wat de aantallen beschikkingen, als de capaciteit betreft. Dit alles nog zonder aanname van verdergaande uitval van gerealiseerde beschikkingen.

Het totaal verloren gegane volume van 11.225 MWp aan ooit beschikte SDE capaciteit voor zonnestroom (SDE, SDE "+", en eerste, forse verliezen voor SDE "++"), is inmiddels al hoger dan de eindejaars-accumulatie in heel Nederland (11.108 MWp), aan het eind van 2020, volgens de meest recente CBS cijfers van 7 maart 2024. Het totale verlies is al 39,4% van de oorspronkelijk beschikte volumes voor al die regelingen tezamen, inclusief de in een recente update toegevoegde SDE 2022 regeling, die nog eens een volume van 1,9 GWp aan beschikte capaciteit inbracht in het totaal.

Aan dit reeds kolossale verloren volume kan beslist nog het nodige worden toegevoegd, gezien de vele "riskante" grote project beschikkingen van de afgelopen rondes in 2017-2022. M.b.t. de aantallen is het verlies al fors groter, 27.995 projecten, 45,6% van oorspronkelijk toegekend door RVO en haar voorgangers. Dat lag aanvankelijk vooral aan de enorme verliezen bij de oude SDE regelingen, zoals hierboven gemeld. Die staan boven de eerste stippellijn in de tabel. Het betreft veelal beschikkingen voor particulieren, maar ook woningbouw projecten die niet zijn doorgegaan, of die om diverse andere redenen zijn ge-cancelled. Helaas is de SDE "+" al langere tijd ook bij de aantallen project beschikkingen massale verliezen aan het lijden, cumulerend in de enorme afschrijvingen onder SDE 2020 I, en de nog steeds optredende behoorlijke verliezen bij andere regelingen. Het SDE "+" regime heeft de hoeveelheden teloor gegane project beschikkingen bij de oude SDE regelingen sedert de update van april 2020 ingehaald. Inmiddels komt dat alweer neer op 17.065 om 6.693 stuks. Onder SDE "++" zien we een vergelijkbare trend.

Nieuwe grafieken oorspronkelijke versus overgebleven beschikkingen - updates

Om goed zichtbaar te maken wat de volumes aan teloor gegane (beschikte) aantallen en capaciteiten zijn, heb ik in deze analyse wederom de 2 volgende, bijgewerkte grafieken opgenomen.


In bovenstaande grafiek links de stapel kolom met de aantallen oorspronkelijk uitgegeven PV beschikkingen, voor alle SDE (2008-2010), SDE "+" (2011-2020 I), resp. SDE "++" (2020 II-2022) regelingen. Met bovenaan de sommatie van wat ooit is uitgegeven voor solar: 61.347 beschikkingen tm. SDE 2022. NB: het gaat hierbij niet om "projecten", omdat heel veel project sites meerdere beschikkingen hebben gekregen. In de rechter kolom de hoeveelheden die er in de RVO update van 1 april 2024, tot en met SDE 2022, in totaal zijn overgebleven, als gevolg van voortdurende eliminatie van om wat voor reden dan ook weer verwijderde project beschikkingen uit de RVO database. Er zijn nu nog in totaal 33.352 beschikkingen over. Inclusief de in een recente update toegevoegde SDE 2022 beschikkingen (zie later). Dat laatstgenoemde totaal cijfer is 54,4% van het oorspronkelijke toegekende volume (blauwe pijl). In de vorige update was dit percentage nog 56,4%. Ergo: reeds bijna 46% van alle oorspronkelijk toegekende project beschikkingen is alweer verdwenen bij RVO.

Vooral de forse verliezen bij de populaire SDE "+" 2017-2018 regelingen vallen hier al op, en, recenter, onder SDE 2020 I, de eerste SDE "++" regeling, SDE 2020 II, en inmiddels ook SDE 2021: De hoeveelheid overgebleven beschikkingen is nog maar minder dan 36% (x2), resp. 52%, t.o.v. de oorspronkelijke volumes voor die regelingen, in relatief korte tijd. Onder de oude 3 SDE regelingen zijn destijds ook al grote volumes verloren gegaan, waarvan de nodige op kleinzakelijke projecten, en bij veel particulieren. Nog steeds "lekken" er ook van de oudste, al lang formeel afgeronde regelingen, af en toe gering aantallen beschikkingen weg, in vrijwel elke RVO update. Zo ook in de huidige. RVO besteedt vrijwel geen aandacht aan de wegval van die oudere, reeds lang geleden opgeleverde project beschikkingen. Van de oorspronkelijk uitgegeven 16.047 beschikkingen voor genoemde eerste drie SDE regelingen zijn er inmiddels nog maar 9.354 over (ruim 58%). Mogelijk heeft inmiddels een klein deel van het verdwijnen van de oude beschikkingen te maken met het (bijna) verstrijken van de subsidie termijn (15 jaar vanaf 2008 = 2023), maar dat is vooralsnog speculatie.

Voor de feitelijke realisaties t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder aantallen in sectie f.


In deze tweede grafiek een vergelijkbaar beeld als bij de aantallen beschikkingen, maar ditmaal met de oorspronkelijk beschikte capaciteit per regeling (in MWp, links), resp. de daarvan overgebleven beschikte volumes in de update van 1 april 2024 (ditto, MWp, rechter kolommen stapel). Aan de stapels zijn in een recente update ook de actuele volumes voor de derde SDE "++" regeling, SDE 2022, toegevoegd, die hier in gewijzigde vorm met de meest actuele data zijn gevuld (links oorspronkelijk volume volgens RVO; rechts overgebleven in april 2024 update).

In totaal is er, tm. SDE 2022, een spectaculair volume van 28.466 MWp (28,5 GWp) ooit beschikt onder SDE en haar opvolger regelingen, onder de noemers SDE "+", resp. SDE "++". Daarvan zou op 1 april van het nieuwe jaar, 2024, een volume van in totaal 17.241 MWp zijn overgebleven volgens de RVO boekhouding, een nog steeds relatief hoge score van 60,6% (blauwe pijl bovenaan). In de vorige update was dit nog 62,9%.

Dat het totale percentage, in verhouding tot de aantallen beschikkingen (54,4%, vorige grafiek), zo hoog ligt, komt vooral doordat de verliezen bij de aantallen zeer groot zijn geweest, aanvankelijk bij de drie oude SDE regelingen, en culminerend onder SDE 2020 I. Terwijl de in een recente update toegevoegde regeling SDE 2022, met oorspronkelijk beschikt 1.923 MWp, weer een behoorlijke positieve impact op de relatieve verhoudingen heeft gemaakt. Al is er inmiddels ook in die recente regeling alweer vrij snel, een forse hoeveelheid capaciteit verdwenen.

In het "kader" gevormd door de twee lange zwarte stippellijnen heb ik de volumes voor de vier "historisch succesvolle" SDE 2017 en 2018 regelingen weergegeven. Oorspronkelijk was dat een volume van 8.928 MWp, maar daar is inmiddels nog maar 5.308 MWp van overgebleven. Derhalve, een verhouding van bijna 60%. Dat is minder dan de bijna 61% voor alle project beschikkingen bij elkaar. Wat aangeeft, dat de verliezen bij deze vier, bij zowel de aanvragen als de beschikkingen succesvolle regelingen bovenmatig hoog zijn geweest. Een vergelijkbaar lot gaan de opvolger regelingen SDE 2019 I, en SDE 2020 I tegemoet, waarvoor nog maar 52,5%, resp. 39,3% (!) van de oorspronkelijk beschikte capaciteit van over is.

Voor het feitelijke gerealiseerde volume aan beschikte capaciteit t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder capaciteit in sectie f.


(b) Fysieke realisaties per SDE jaar-ronde "volgens de officiële RVO cijfers" (groene sectie in tabel), accumulaties

In totaal is er tot en met de huidige officiële RVO update een volume van 11.264 MWp "SDE beschikt" opgeleverd (bijna 11,3 GWp), verdeeld over 30.392 project beschikkingen, waarbij we de forse interne administratieve vertragingen bij RVO voor lief nemen. De volumes zijn derhalve minimale hoeveelheden, er is aan het begin van het 2e kwartaal van 2024 al veel meer netgekoppelde, (grotendeels) SDE gesubsidieerde capaciteit opgeleverd.

De opleverings-sequentie van de beschikte capaciteiten, en de relatieve percentages in de loop van de tijd, volgens berekeningen n.a.v. de RVO updates, kunt u onder paragraaf (b) in de update van 1 oktober 2023 terugvinden.

Genoemde aantal van ruim 30 duizend opgeleverde beschikkingen geaccumuleerd in de huidige update betreft echter beslist veel minder projecten, omdat er veel sites meerdere beschikkingen hebben, een van vele eigenaardigheden van de SDE regelingen die nooit de pers halen, maar die Polder PV al vele jaren signaleert en inhoudelijk toelicht. Aanvankelijk kwam het merendeel van dat "aantal" uit de oude SDE regelingen, toen duizenden particulieren mee konden doen. Dat is echter al in latere updates omgeslagen naar het SDE "+", en de later toegevoegde SDE "++" volumes, die vrijwel exclusief op en door bedrijven, instellingen, gemeentes e.d. wordt gerealiseerd, achter grootverbruik aansluitingen. Veel grote rooftop projecten hebben meerdere beschikkingen, deels onder dezelfde regeling, deels onder verschillende SDE rondes. Een deel betreft uitbreidingen van eerder gerealiseerde projecten, een fors deel is gewoon opsplitsing van projectplannen voor dezelfde lokatie, verdeeld over meerdere tranches. Hetzelfde geldt voor diverse grote veld-installatie projecten. Alle individuele beschikkingen moeten separaat, fysiek gecertificeerd en geijkt bemeten worden (pers. comm. met, destijds, CertiQ), dus dat gaat vaak om technisch-logistiek bezien nogal complexe bedradings-, en, gezien de hoge capaciteiten die daarmee gepaard gaan, ingewikkelde afzekerings-trajecten.

Alle anderszins gefinancierde projecten, inclusief de al vele honderden PCR of, recenter, SCE ("postcoderoos 2.0") gesubsidieerde installaties die geen SDE "component" hebben, recentere installaties met EIA belasting voordelen, diverse andere subsidie regimes, en ook de projecten zonder enige vorm van directe overheids-subsidie, zult u in de hier geanalyseerde SDE overzichten in het geheel niet terugvinden. Er zullen steeds meer niet-gesubsidieerde projecten worden opgeleverd. Goed om dat in de oren te blijven knopen.

Aandeel SDE t.o.v. latere SDE "+" en SDE "++" regelingen

Het aandeel van alleen SDE op totaal realisatie SDE + SDE "+" + SDE "++" bedraagt momenteel 9.354 (overgebleven !) beschikkingen = 30,8% bij de aantallen, inclusief de in een vorige update toegevoegde SDE 2022 regeling. Dat aandeel was nog 60% in de augustus 2019 update (zonder de SDE 2019 - SDE 2022 rondes), en dit zal stapsgewijs verder blijven dalen, naarmate er meer SDE "+" en SDE "++" projecten zullen worden opgeleverd. Bovendien verdwijnen er nog steeds druppelsgewijs eerder afgegeven beschikkingen, maar dat geschiedt zowel bij de oude SDE, als bij de latere SDE "+" en SDE "++" rondes.

Het aandeel van alleen opgeleverde SDE beschikkingen is slechts 47,6 MWp op een totaal van momenteel 11.264 MWp (SDE + SDE "+" + SDE "++"), is 0,42%. In juli 2017 was dat aandeel nog ruim 10%. Wezenlijk verschillend, dus, van de situatie bij de aantallen beschikkingen.

Dat heeft alles te maken met de enorme schaalvergroting onder de SDE "+" regimes, waar onder de "bovencap" van, ooit, 100 kWp is ge-elimineerd, en er enorm grote projecten werden beschikt, en inmiddels, in een steeds rapper tempo, zijn, en worden opgeleverd. Zoals Zonnepark Harpel / Vlagtwedde, het daar op volgende nog grotere Zonnepark Vloeivelden Hollandia, het recenter opgeleverde grote Dorhout Mees project op de oude golfbaan in Biddinghuizen. Nog grotere projecten staan al enige tijd op stapel, zoals Energielandgoed Wells Meer (Limburgse gemeente Bergen), en het inmiddels al 2 SDE beschikkingen hebbende dubbel-project Eekerpolder, op de grens van Groninger gemeentes Midden-Groningen en Oldambt. Als alle beschikkingen voor de "zon op dijken" projecten van drie ontwikkelaar groepen voor de westkust van de Noordoostpolder (Fl.) bij elkaar worden geveegd, zou je op mogelijk zelfs op een nog groter project volume komen (beschikt ruim 400 MWp). Ik houd de aparte delen daarvan echter vooralsnog gescheiden, vanwege het gesplitste eigenaarschap van die grote deelprojecten.

Relevant in dit aspect blijft, dat de opgevoerde beschikte capaciteit bij RVO zeker bij de duizenden oudere installaties bijna nooit het daadwerkelijk gerealiseerde vermogen van de installaties weergeeft. Daar kunnen behoorlijke afwijkingen in zitten. Bovendien kunnen beschikkingen door RVO later nog aangepast worden. Zo verloor de beschikking voor het bekende, in 2017 opgeleverde Woldjerspoor project van GroenLeven in Groningen maar liefst 6 MWp (!) t.o.v. de oorspronkelijk beschikte capaciteit. Het resultaat lijkt echter, met de huidige update van 1 april 2024, nog steeds niet de daadwerkelijk opgeleverde capaciteit weer te geven, volgens de detail project informatie beschikbaar bij Polder PV, het verschil is dik 20%. Er zijn geen andere (al dan niet anonieme) veldopstelling beschikkingen bekend in dit gebied. Ook van andere (grote) projecten heb ik realisaties die (veel) hoger, óf véél lager uitvallen dan de beschikking van RVO toont.

Relatieve recordhouders bij de realisaties

Kijken we bij de realisaties naar de percentages t.o.v. de oorspronkelijke beschikkingen, duiken andere "record houdende SDE jaarrondes" op dan bij de absolute volumes. Voor de "oude SDE" was dat SDE 2009 voor zowel aantallen en capaciteiten (inmiddels, door historische uitval ruim 64 resp. 75 procent van oorspronkelijk beschikt). Hierin zal geen (positieve) wijziging meer komen, die regelingen zijn al lang "afgerond". Alleen wegval van dergelijke projecten zou nog tot kleine neerwaartse bijstellingen kunnen gaan leiden. Waarbij "wegval" beslist niet persé hoeft te betekenen, dat het project is afgebroken o.i.d. Het kan zijn verhuisd (zonder de beschikking "mee te nemen"), of overgenomen, waarbij de nieuwe eigenaar geen trek had in SDE administratie "gedoe", of er zijn andere redenen waarom de beschikking zou kunnen zijn vervallen. Wie weet hoort "fraude" daar ook bij, al hoor je daar nooit iets over in relatie tot de oude, kleine beschikkingen jaren geleden verstrekt.

Voor het SDE "+" regime zijn de "records" inmiddels voor de aantallen (ruim 71%) nog steeds de inmiddels afgesloten SDE 2014 regeling, ook al is in absolute zin al in latere updates SDE 2017 I deze ooit populaire regeling voorbij gestreefd, gevolgd door meerdere andere regelingen. Door wijzigingen bij de overgebleven beschikkingen onder SDE 2016 I, heeft deze nu slechts 68,1% t.o.v. oorspronkelijk volume gerealiseerd bij de aantallen (lager dan in de vorige update vanwege wegval van enkele beschikkingen), en is ze net aan ingehaald door SDE 2015, die op 68,8% staat.

Bij de capaciteit blijft SDE 2015, met nog maar 33 realisaties "kampioen", met 72% t.o.v. oorspronkelijk beschikt. SDE 2016 I was even tweede, verloor die positie door een neerwaartse aanpassing van de beschikte capaciteit in de update van januari 2020, maar was alweer enige tijd terug op de tweede positie vanaf de rapportage van april 2020. Met inmiddels een relatief aandeel van 68,2% realisatie t.o.v. het oorspronkelijk beschikte volume. Tussentijds is SDE 2014, met 64,9%, ook al voorbijgestreefd door de najaars-ronde van SDE 2017 (66,2%) onder het SDE "+" regime.

(Bijna) nieuwe kampioen SDE 2019 II

We hebben op dit punt inmiddels een nieuwe kampioen te pakken, als we de qua absolute volumes matig presterende SDE 2015 even terzijde leggen. De najaars-ronde van SDE 2019 heeft namelijk inmiddels een relatief realisatie percentage van 69,9% bereikt (1.366,2 MWp t.o.v. oorspronkelijk toegekend 1.954,4 MWp). En kan, met nog 285 MWp "open" staand, zelfs nog wat verder gaan komen.

Opvallend is de zeer slechte prestatie voor de (ook reeds lang afgeronde) SDE 2012: slechts 28,2% van aantal oorspronkelijke beschikkingen opgeleverd (door wederom een neerwaartse aanpassing in de huidige update). En zelfs maar ruim 25% van de capaciteit. Uiteraard was er ook maar heel weinig beschikt (oorspronkelijk 17,1 MWp, waarvan er nu echter maar een bedroevend volume van 4,3 MWp is overgebleven), anders had dat een "ramp-subsidie-jaar" geworden.

De latere regelingen gaan nog spannend worden, mede gezien de enorme verliezen van beschikkingen binnen die rondes, die waarschijnlijk nog verder zullen gaan oplopen. SDE 2017 I zit nog op maar 63,4% realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt, en heeft nog maar 1 kleine beschikking te gaan. De najaarsronde van dat jaar zit met de realisaties zelfs al wat hoger, 66,2% bij de capaciteit, met nog 8,8 MWp (0,5% van oorspronkelijk beschikt volume) te gaan. Deze kan bij beperkte verdere wegval dus nog rond de 66,5% realisatie worden.

De eerder afgeronde SDE 2016 II is op 60,3% uitgekomen. SDE 2018 II zit op 59,3%, maar daarvoor staat nog maar 3,2 MWp aan beschikte capaciteit open. SDE 2019 I zit momenteel op 50,6% realisatie, en kan, met nog bijna 47 MWp open staand, flink boven de helft gaan uitkomen bij beperkte uitval. Afgezien van al genoemde SDE 2019 II zitten alle recente SDE regelingen bij de capaciteits-realisatie nu nog op beperkte realisatie percentages t.o.v. de oorspronkelijk beschikte volumes.

Gemiddelde beschikking grootte bij de realisaties

In de kolom realisaties ziet u achteraan de uit de aantallen en beschikte capaciteiten berekende gemiddelde omvang per beschikking, volgens de toekenningen van RVO. Hierin is een duidelijk trend van schaalvergroting herkenbaar. Van zeer klein (gemiddeldes van zo'n 2-9 kWp per beschikking onder de 1e 3 SDE regimes), tot fors uit de kluiten gewassen in groeiende tendens onder de "SDE+" regimes vanaf SDE 2011. Groeiend van gemiddeld 48 kWp onder SDE 2011 tot volumes tussen de 215 en 270 kWp gemiddeld in de SDE 2014-2016 I regelingen. Een vorig recordhouder, SDE 2016 II in de april 2020 update nog op 489 kWp zittend, is door de nieuwe, gemiddeld genomen kennelijk kleinere realisaties in de latere updates uiteindelijk een stuk lager uitgekomen, 457 kWp.

In een van de vorige updates is een nieuwe recordhouder opgedoken, de najaars-ronde van SDE 2019, die momenteel op een record van 2.498 kWp gemiddeld per beschikking is gekomen. Dat was ooit slechts 184 kWp, en was in de januari 2024 update nog 2.366 kWp. Dat gemiddelde is dus aanzienlijk gegroeid in de loop van de tijd, er zijn dus zeer forse project realisaties toegevoegd aan dat deel-dossier. Er zijn relatief weinig beschikkingen ingevuld, 547 stuks, maar dat is wel al meer dan de helft van de oorspronkelijk beschikte hoeveelheid. Door ook tussentijdse uitval van beschikkingen, staan er nog maar 26 exemplaren open voor die regeling, goed voor maximaal 285 MWp.

Na het hoge niveau van deze najaars-ronde van SDE 2019, vallen de overige gemiddeldes globaal genomen weer terug naar 716 kWp (SDE 2018 II), 572 kWp (SDE 2017 II), 541 kWp (SDE 2017 I), 457 kWp voor SDE 2016 II, en 423 kWp onder SDE 2018 I. De inmiddels 2.328 gerealiseerde beschikkingen van SDE 2020 I betreffen nog relatief kleinere projecten, met gemiddeld slechts 399 kWp per stuk (volgens beschikking). Omdat de verliezen binnen deze regeling kolossaal waren, en er nog maar 112 beschikkingen open staan, zal hier vermoedelijk weinig verandering in gaan optreden. SDE 2020 II heeft nog maar 1.002 gerealiseerde beschikkingen, met ook nog een relatief bescheiden gemiddelde van 539 kWp per realisatie. De SDE 2021 zit op gemiddeld 607 kWp, voor 587 opgeleverde beschikkingen. Onder SDE 2022 zijn tot nog toe 204 beschikkingen gerealiseerd, met gemiddeld slechts 426 kWp per stuk. Typische "beginner" projectjes bij een recent opgenomen SDE regeling in de RVO verzameling. Maar al wel beduidend groter van omvang, dan bij de eerste SDE / SDE "+" regelingen.

Voor alle realisaties bij elkaar heeft het gemiddelde per beschikking inmiddels al een omvang bereikt van 371 kWp. In de vorige updates waren die gemiddeldes achtereenvolgens, van "nieuw" naar "oud": januari 2024 359 kWp, oktober 2023 347 kWp, juli 2023 338 kWp, april 2023 321 kWp, januari 2023 314 kWp, oktober 2022 300 kWp, juli 2022 287 kWp, april 2022 286 kWp, januari 2022 266 kWp, oktober 2021 251 kWp, juli 2021 245 kWp, apr. 2021 229 kWp, jan. 2021 215 kWp, sep. 2020 184 kWp, juli 2020 175 kWp, apr. 2020 167 kWp, jan. 2020 150 kWp, nov. 2019 138 kWp, aug. 2019 121 kWp, mei 2019 114 kWp, jan. 2019 90 kWp, daar voor 77 kWp. Ook al groeit dat gemiddelde dus continu door, het wordt nog steeds fors gedrukt door de vele kleine residentiële projecten onder de 3 oudste SDE regimes, zoals ook al bekend is uit de maandelijks door Polder PV geanalyseerde VertiCer (ex CertiQ) data over de gecertificeerde zonnestroom capaciteit in ons land.

Splitsen we de inmiddels 3 verschillende regimes uit (onderaan in de tabel), is de oude SDE op de gemiddelde overgebleven beschikking grootte blijven steken van 5,1 kWp. SDE "+" heeft een aanzienlijk groter gemiddelde bij de realisaties, inmiddels 532 kWp. Dat is inmiddels weer lager geworden dan het gemiddelde volume van alle overgebleven beschikkingen (rode cijfer veld, 567 kWp).

Onderaan vinden we, tot slot, de gemiddeldes bij de 3 SDE "++" rondes. Met inmiddels 548 kWp is dat inmiddels alweer duidelijk hoger t.o.v. de 506 kWp in de vorige update. Er is nog veel volume (incl. voor veel grotere projecten) te gaan, dus dat kan nog flink verder bijtrekken.

De gemiddelde project groottes bij de overgebleven beschikkingen (rode veld in tabel) zijn, voor de regelingen waarvoor nog (veel) projecten open staan, ook bij de deel regelingen hoger dan die bij de realisaties. Dit komt omdat vele (zeer) grote projecten nog niet zijn gerealiseerd. Als die worden opgeleverd, zullen ze een opwaartse druk geven aan het systeem gemiddelde van de uiteindelijk gerealiseerde projecten cumulaties.

(c) Realisaties per kalenderjaar (update)

RVO geeft bij de opgeleverde beschikkingen ook het jaar van oplevering weer, indien volgens haar administratieve normen aan alle voorwaarden daartoe is voldaan. Ook al strookt dit niet met de oplevering, zoals VertiCer die hanteert (sterker nog, RVO zet zeer vaak pas "ja" vinkjes, vele maanden nadat een project al lang groene stroom levert), het geeft wel een interessant doorkijkje naar de evolutie van de (beschikte) realisaties per kalenderjaar. Polder PV heeft daartoe in de update van januari 2024 een nieuwe grafiek gemaakt, met, per kalenderjaar van oplevering, de aantallen projecten, de cumulatieve beschikte capaciteit volgens RVO (MWp), en het gemiddelde capaciteit niveau per beschikking (kWp), volgens de publieke informatie van het Agentschap. Hier onder geef ik de meest recente versie van die grafiek.

In dit diagram zijn uiteraard niet de beschikkingen met "nee" vinkje opgenomen. Dat waren in de 1 april 2024 update nog maar 2.960 exemplaren, met een verzamelde capaciteit van 5.977 MWp.

Uit deze grafiek, die uiteraard sterk lijkt op het exemplaar voor de administratie van VertiCer (paragraaf 3d in de meest recente analyse), maar die geen projecten bevat zonder SDE beschikking, resulteren de volgende waarnemingen:

De SDE beschikkingen zijn wat aantallen (blauwe kolommen) betreft eerst explosief gestegen, en stapsgewijs afgenomen, vanaf 2008, met de max. in 2009 (2.895 beschikkingen overgebleven gerealiseerd). Dit waren bijna uitsluitend residentiële mini-projectjes, op enkele uitzonderingen na (zoals het met tientallen SDE 2009 beschikkingen "gezegende" Klepperstee veldinstallatie project, opgeleverd in het voorjaar van 2012). De "all-time low" werd bereikt in 2014, met slechts 225 nieuwe opleveringen dat jaar. Gelukkig was daar de zeer succesvolle SDE 2014, die voor nieuwe energie zorgde, en voor die tijd een record aantal toekenningen. Gaandeweg namen de volumes weer rap toe, uiteraard extra versneld door met name de enorme hoeveelheid beschikkingen voor de SDE 2016 en latere regelingen. De uiteindelijke max. kwam in Corona jaar 2020, met 4.558 opgeleverde, overgebleven beschikkingen dat jaar. Daarna gingen de volumes rap omlaag, grotendeels vanwege landelijk optredende congestie op de netten. Het realisatie tempo nam flink af, om in 2023 haar voorlopig dieptepunt te bereiken, momenteel 943 nieuw opgeleverde beschikkingen, althans, volgens de RVO administratie. Die bij de update begin april inmiddels ook al 53 opgeleverde beschikkingen aan kalenderjaar 2024 heeft toegewezen.

Bij de capaciteit (oranje kolommen) zien we in het begin nauwelijks "waarneembare" volumes op deze schaal, wat natuurlijk te wijten is aan het feit dat het in het begin om uitsluitend (zeer) kleine project beschikkingen is gegaan. Tot en met 2013 was de max. 21 MWp nieuw volume, in 2011, waarna het weer even inzakte. In 2014 begon het gerealiseerde (beschikte) niveau weer toe te nemen bij de realisaties. Vanaf 25 MWp in dat jaar, waarna het gaspedaal werd ingedrukt, veroorzaakt door de combinatie van vrijgave van de zogenaamde "ondercap" in de SDE systematiek, vanaf SDE 2011, en de daar op volgende enorme schaalvergroting van aangevraagde, beschikte, en daadwerkelijk gerealiseerde projecten (veel trouwens met meer dan 1 beschikking die werd verzilverd). Ook de (beschikte) capaciteit van de realisaties had haar maximum in 2022, 2.438 MWp. Opvallend is dat, bij reeds "instortende" nieuwe aantallen gerealiseerde beschikkingen, de nieuwe capaciteit in de jaren 2021 en 2022 nog redelijk "op niveau" bleef, 2.122 resp. 2.080 MWp. In 2023 was het pleit echter voorlopig beslecht, met een fors lager niveau, 1.571 MWp nieuw beschikt vermogen onder de SDE regelingen, ruim 24% lager dan de aanwas in 2022. Dat wil niet zeggen dat dit het "definitieve" cijfer is. Bij RVO worden heel vaak, vele maanden nadat een project daadwerkelijk al netgekoppeld groene stroom staat te produceren, pas een "ja" vinkje gezet. Die administratieve vertraging kan soms oplopen tot langer dan een jaar. Derhalve, kan het volume voor 2023 (en in veel mindere mate mogelijk ook voor 2022 nog) beslist nog enigszins worden bijgeplust. Maar het niveau van de jaren 2021 - 2022 gaat dat jaar zeer waarschijnlijk niet halen.

Uit bovenstaande 2 primaire parameters heb ik, zoals te doen gebruikelijk, het gemiddelde vermogen per beschikking per kalenderjaar berekend, weergegeven in de groene curve. In het begin was de gemiddelde capaciteit van de opgeleverde beschikkingen vrijwel niet waarneembaar, maar de lijn begint vanaf 2013 duidelijk te stijgen: de opgeleverde beschikkingen worden continu groter. De curve stijgt tm. 2018, heeft dan even een kleine dip, maar begint vanaf 2020 zeer opvallend verder te stijgen. Let wel: bij instortende aantallen beschikkingen, en stapsgewijs afnemende capaciteiten opgeleverd per jaar. Dit is een perfecte illustratie voor het fenomeen wat ik al jaren signaleer. In recente jaren is er sprake van een enorme schaalvergroting van de daadwerkelijk opgeleverde projecten en beschikkingen. Deze bereikte voorlopig haar maximum in 2023, met gemiddeld 1.666 kWp per opgeleverde beschikking. Het geringe aantal projecten tot nog toe opgeleverd in 2024 heeft een al veel hoger gemiddelde omvang (2.116 kWp), maar dat is nog lang niet representatief voor alle nieuwe beschikkingen die opgeleverd gaan worden in dit jaar. Vandaar dat ik het laatste lijnstuk gestippeld heb weergegeven.

Vergelijking aantallen nieuwe beschikkingen RVO / projecten VertiCer per kalenderjaar

Om te kijken hoe de nieuwe opleveringen, zoals RVO die bijhoudt voor het SDE dossier, zich verhouden tot de gecertificeerde PV projecten, die TenneT/Gasunie dochter VertiCer (opvolger van CertiQ) registreert sedert er Garanties van Oorsprong worden uitgegeven in Nederland (2003), heb ik updates voor twee nieuwe grafieken toegevoegd met een vergelijking tussen de beschikbare data van de twee instanties. Eerst de aantallen beschikkingen / projecten:

In deze grafiek worden de uit de oudere CertiQ, en meer recente VertiCer updates ge-extraheerde aantallen nieuwe gecertificeerde PV-projecten per kalenderjaar (groene kolommen) vergeleken met de uit de vorige grafiek overgezette aantallen SDE beschikkingen die per jaar zouden zijn opgeleverd volgens de RVO administratie (oranje kolommen). Direct valt op, dat de aantallen bij de CertiQ/VertiCer data bijna stelselmatig een stuk hoger liggen dan die voor de SDE beschikkingen bij RVO. De laatste liggen op niveaus tussen de 74% (2013) en ruim 93% (2011) van die van VertiCer. 2023 is het enige, statistisch bezien "enigszins gesettelde" jaar, waar de verhoudingen andersom liggen. Echt goede verklaringen voor deze verschillen heb ik (nog) niet, behalve dan, dat VertiCer méér dan alleen SDE gesubsidieerde projecten in de registers zal hebben staan, omdat het hebben van zo'n beschikking geen "verplichting" is om Garanties van Oorsprong aan te vragen voor een willekeurig PV-project (wel is het verplicht om te registreren bij VertiCer, als men GvO's van eigen productie wil laten verzilveren resp. verhandelen). Het kan, bij de registraties bij VertiCer, ook om andere subsidies gaan (projecten die dan niet in het SDE dossier van RVO zullen voorkomen), of zelfs om helemaal géén subsidies.

Het verschil in 2023 is nog niet goed te duiden. Wel is al jaren duidelijk, dat recente data altijd later fors worden opgewaardeerd. Maar het is wel vreemd dat RVO meer projecten zou hebben, met de kennis, dat ze sowieso bij VertiCer geregistreerde projecten zónder SDE beschikking zullen missen. Wellicht ligt het aan de wijze waarop "het jaar van installatie" wordt geregistreerd door beide instanties. Dan zou er bij RVO mogelijk een jaar "te laat" een beperkt volume installaties opgeleverd in 2022 voor kalenderjaar 2023 zijn opgenomen. Ik ben zeker meermalen projecten tegengekomen, waarvoor het toekenningsjaar voor de betreffende SDE beschikking(en) niet kán kloppen (voorbeeld). Maar of dat de reden is, of kan zijn, voor deze "anomalie" t.o.v. de trend (VertiCer méér nieuwe projecten per jaar dan SDE beschikkingen toegewezen door RVO aan genoemd jaar), is beslist niet zeker. Mogelijk verdwijnt dit verschil in latere updates van de beide - dynamische, continu verschuivende - datasets.

Voor 2024 zijn de verschillen nog groter, maar daar moet nog veel aan worden toegevoegd, én met name de cijfers van VertiCer (nu nog "negatieve groei"), zullen nog fors opwaarts worden bijgesteld.

Vergelijking capaciteit nieuwe beschikkingen RVO / projecten VertiCer per kalenderjaar

Bij de capaciteit toewijzingen per "jaar van oplevering", zoals getoond in bovenstaande nieuwe grafiek, lijkt, wat bovenstaande betreft, er in drie recente kalenderjaren een onlogische verhouding te ontstaan tussen de meest recente cijfers van VertiCer, en, voor alleen de SDE beschikte projecten, van RVO.

Tot en met 2019 ligt ook bij de nieuwe PV capaciteit per kalenderjaar, het SDE volume toegewezen door RVO onder dat van alle gecertificeerde PV projecten door VertiCer als opgeleverd beschouwd in het betreffende jaar. Wat in ieder geval strookt met de trend bij de aantallen projecten. Die percentages liggen wel verder uit elkaar, tussen de 33% (2009) en 96% (2017), een grote spreiding, dus. Van 2020 tm. 2022 zijn de volumes bij RVO echter groter dan bij VertiCer, de omgekeerde wereld, dus. Het grootste verschil zien we in 2021 en 2022, waarbij RVO bij alleen de SDE beschikkingen 106% meer volume heeft staan, dan VertiCer voor álle gecertificeerde (PV) projecten die Garanties van Oorsprong ontvangen. In 2023 is echter de "klassieke verhouding" weer aanwezig in de huidige data, waarbij RVO inmiddels (zeker in tegenstelling tot in de voorgaande update), zelfs véél minder volume staan dan VertiCer momenteel heeft (ruim 66%), terwijl de verhouding bij de aantallen juist andersom was (vorige grafiek).

Het kan zijn dat hier deels een andere factor in het spel komt, waar ik regelmatig op heb gewezen. Bij RVO worden namelijk de capaciteiten van SDE beschikkingen waarvan de projecten (veel) kleiner zijn uitgevoerd dan waarvoor oorspronkelijk is beschikt, vooral de laatste jaren neerwaarts bijgesteld. Als een project echter (veel) gróter is uitgevoerd dan waarvoor (oorspronkelijk) is beschikt, wordt dit níet door RVO aangepast. Ergo: capaciteit die wél is gerealiseerd (VertiCer data), maar die niet in de publieke cijfers van RVO is meegenomen, zouden deze verschillen in theorie deels kunnen verklaren. Voor veel projecten uit oudere jaren, zijn capaciteiten vaak niet (meer) aangepast, in de beschikkingen overzichten van RVO.

Een ander aspect wat benoemd moet blijven worden, is dat de cijfers van beide instanties "nogal vloeibaar" blijken te zijn, en van update tot update kunnen wijzigen. Vooral bij VertiCer treden regelmatig forse wijzigingen in historische cijfers op, en kunnen dus vreemde verschillen ontstaan t.o.v. de RVO data. Bovendien zijn alleen van de laatste vier jaren actuele cijfers voorhanden bij VertiCer, mogelijk zijn de data van oudere jaren ook ondertussen gewijzigd (maar niet publiekelijk bekend). Pas veel later kunnen we, terugkijkend op de historische cijfers, hopelijk wat steviger conclusies trekken t.o.v. de nu gesignaleerde, soms vreemde, verschillen.

Het kan zijn dat bij latere updates van beide instanties dergelijke nog niet goed begrepen verschillen zullen verdwijnen. Met dien verstande, dat de algemene trend in ieder geval bij cijfers van eerdere jaren duidelijk is: meer volume (zowel bij de aantallen als bij de capaciteiten) in de VertiCer cijfers, dan bij (alleen) de SDE data van RVO.

Project gemiddelde capaciteit verschillen

Een andere observatie is de trend bij de gemiddelde project dan wel beschikking omvang. Bij RVO ontwikkelde de gemiddelde omvang per beschikking zich, bij de nieuwe installaties per kalenderjaar, tussen 1,85 en 2,12 kWp in 2008-2009 (vrijwel uitsluitend residentiële mini projectjes) tot 884 kWp gemiddeld in 2022, en zelfs al 1.666 kWp in 2023. Bij VertiCer is de evolutie vanaf het eerst bekende jaar, 2009, 4,97 kWp, tot 771 kWp in 2022, en alweer 2.598 kWp in 2023 (!). De verwachting is, dat de cijfers in de laatste 2 jaren nog wel behoorlijk kunnen wijzigen, maar de onherroepelijke trend is, en blijft: een enorme schaalvergroting bij de nieuwe PV projecten per jaar, in beide dossiers.

Mocht u commentaar hebben op deze observaties, hoor ik die gaarne van u (via het bekende mail-adres).


(d) Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel), accumulaties

Dit alles (oorspronkelijk beschikt minus verloren gegane beschikkingen cq. realisaties) leidt tot een "overgebleven" pool aan beschikte projecten die nog opgeleverd moet gaan worden. Of, bij pech, tot extra verlies om wat voor reden dan ook. Zie de laatste, zwarte sectie in de tabel. Door de toevoeging van de beschikkingen voor SDE 2022 in een recente update, en de alweer forse wijzigingen daarin, in de huidige update, in combinatie met tussentijdse realisaties, en wegval, bij andere regelingen, is hier weer e.e.a. in gewijzigd.

Sequentie overgebleven, nog te realiseren beschikte capaciteit

In de april 2024 update waren er bij RVO voor SDE 2017 I tm. SDE 2022 nog 2.960 beschikkingen over, resp. 5.977 MWp door RVO toegekende capaciteit. In de update van januari 2024 was dat nog 7.072 MWp, in oktober 2023 7.973 MWp, juli 2023, met SDE 2022, 9,8 GWp, april 2023, nog zónder SDE 2022, 8,7 GWp, januari 2023 9,2 GWp, oktober 2022 10,4 GWp, juli 2022, mét SDE 2021 11,7 GWp, april 2022, nog zónder SDE 2021, 8,5 GWp, januari 2022 10,9 GWp, oktober 2021, incl. SDE 2020 II, 11,8 GWp, juli 2021, nog zónder SDE 2020 II, bijna 9,0 GWp, april 2021 9,8 GWp, januari 2021 10,9 GWp, sep. 2020, met SDE 2020 I toegevoegd, 12,1 GWp, juli 2020, nog zonder SDE 2020 I 9,4 GWp, apr. 2020, nog zonder SDE 2019 II 8,1 GWp, jan. 2020 nog 9,3 GWp, nov. 2019 10,1 GWp, aug. 2019, nog zonder SDE 2019 I, nog ruim 8,2 GWp.

Deze resterende capaciteit van bijna 6 GWp is weliswaar een zeer groot volume, voor een klein land wat eind 2023, volgens de meest recente CBS update, inclusief de projecten markt, én residentieel, na al die jaren, 23.904 MWp aan PV capaciteit had staan. Puur theoretisch zou dat volume alleen al vanwege de resterende, nog niet ingevulde SDE beschikkingen met bijna een kwart kunnen toenemen, maar helaas gaat daar natuurlijk nog heel veel capaciteit om diverse redenen van wegvallen. Zoals de soms schokkende cijfer historie bij RVO heeft aangetoond, de laatste jaren.

Het kleine resterende volume voor SDE 2017, 9,2 MWp, zal, afhankelijk van realisatie of definitieve "afvoer", niet veel meer uitmaken gezien de geringe omvang. Wat de som nog forse resterende volumes voor de opvolgende regelingen betreft, vanaf SDE 2018 II, moet daar deels wel voor worden gevreesd, als ze niet op tijd gebouwd of aan het net kunnen worden gekoppeld. Mede gezien de smaller geworden tijd-vensters voor de oplevering, gecombineerd met de hardnekkige, continu om zich heen grijpende netcapaciteit problemen en tekorten aan personeel bij de netbeheerders. Voorspellingen zullen op dit vlak met prudentie moeten worden genoten (zie tweet over een dergelijke suggestie), want het aantal onzekerheden over de (potentie aan) realisaties neemt alleen maar toe. Zelfs als we er van uitgaan dat verschillende "oplossingsrichtingen" voor de beperkte net capaciteit al lang in gang zijn gezet. Makkelijk zal het allemaal beslist niet gaan.


(e) Ratio SDE+/SDE

Onderaan twee velden in de grote verzamel-tabel heb ik ook nog de ratio berekend van de officieel overgebleven beschikte volumes voor alle SDE "+" t.o.v. de oude SDE regelingen (rode veld), en dit herhaald voor de reeds door RVO als opgeleverd beschouwde project beschikkingen (groene veld). Die verhouding ligt, vanwege heftige toevoegingen van beschikkingen onder met name de laatste acht SDE "+" rondes, verminderd met de tussentijdse aanzienlijke hoeveelheden reeds verloren gegane exemplaren, net als in de vorige updates, rond de 2,1 voor de aantallen overgebleven beschikkingen. In de update van juli 2017 was het slechts een factor 0,6. De SDE werd door duizenden particuliere toekenningen gedomineerd, en die was tot niet zo lang geleden bepalend voor deze inmiddels aardig "recht getrokken" verhouding. Bij de realisaties is die verhouding inmiddels op hetzelfde niveau beland, een factor 2,1.

Bij de capaciteiten is de verhouding precies andersom, omdat SDE "+" gedomineerd werd door talloze zeer grote projecten. Bij de overgebleven beschikkingen, incl. de zeven toegevoegde SDE 2017-2019 en SDE 2020 I regelingen, is die factor flink gedaald, naar een verhouding 231 : 1 (SDE "+" staat tot SDE; in update van sep. 2020 nog 326 : 1).

Bij de realisaties ligt die verhouding lager, al is ze wel flink toegenomen, inmiddels een factor 215 : 1 (in update van januari 2024 nog 210 : 1). In de update van juni 2018 update was dat nog 17 : 1, die ratio is dus aanzienlijk opgelopen sinds dat jaar. Nogal wat grote projecten in de resterende verzameling beschikkingen zijn nog niet opgeleverd, inclusief grote volumes uit de recentere regelingen. Als ze worden gebouwd, zal de ratio verder gaan toenemen t.o.v. de SDE volumes.

Tot slot, bij de gemiddelde systeemgrootte vinden we die trend wederom terug. SDE "+" staat tot SDE bij de overgebleven beschikkingen 111 : 1, maar bij de realisaties nog "maar" een factor 104 : 1 (juni 2018 update 43 : 1). Ook deze verhoudingen kunnen wijzigen, naar gelang er een fors aantal grote "SDE + projecten" daadwerkelijk alsnog gerealiseerd zal gaan worden.

Uiteraard zijn dergelijke vergelijkingen ook te maken tussen de SDE en SDE "++" regelingen, of tussen SDE "+" en SDE "++", maar omdat de eerste 3 SDE "++" rondes nog beperkte volumes hebben opgeleverd, heeft dat nog niet veel zin. Wellicht wil ik daar in een later stadium nog wat woorden aan spenderen.


(f) Evolutie systeemgemiddelde capaciteit volgens RVO beschikkingen

In een van de artikelen over de effecten van de beschikkingen van SDE 2019 I, heb ik reeds uitgebreid stil gestaan bij de belangrijke factor "gemiddelde capaciteit" per beschikking, en bij de realisaties. Zie daarvoor het 5e artikel in die reeks (16 november 2019), paragraaf 3.


(g) Verzamel grafieken alle SDE regelingen - Aantallen en capaciteit bij beschikkingen / realisaties

In deze paragraaf toon ik weer de meest recente versies van de 2 bekende "stapel grafieken" met de begin april 2024 overgebleven volumes bij de beschikkingen (weergegeven in de grafiek hierboven, onder a), en bij de door RVO opgegeven "realisaties". Die vindt u hier onder.


Stapelgrafiek met links de kolommen stapel met de overgebleven (!!) hoeveelheden beschikkingen van SDE 2008 tm. SDE "++" 2022. SDE 2022 is in een recente update toegevoegd, met momenteel alweer flink wat minder beschikkingen (1.382) dan oorspronkelijk door RVO opgegeven (1.512; groene segment bovenaan). In combinatie met de voortgaande uitval bij de oudere SDE regelingen, zien we momenteel een cumulatie in de resterende, overgebleven hoeveelheid van 33.352 toekenningen voor zonnestroom (project beschikkingen). Dat waren bij de ooit oorspronkelijk vergeven exemplaren nog 61.347 beschikkingen (zie tabel en eerste grafiek onder a), waarvan dus al een aanzienlijk deel in de (digitale) papiershredder is verdwenen. De rechter stapel kolom geeft de in de update van 1 april 2024 door RVO formeel als "gerealiseerd" verklaarde hoeveelheden beschikkingen per regeling weer. Met als voorlopige cumulatie 30.392 beschikkingen gerealiseerd. Wat 91,1% van het overgebleven aantal "totaal overgebleven beschikt" (linker stapel) is. Wederom een behoorlijke toename t.o.v. de 87,0% in de vorige update. Dit komt vanwege de combinatie van enorme uitval van bestaande beschikkingen in de recentere updates (linker kolom flink lager geworden), en, natuurlijk, de continue toename van het aantal realisaties (rechter stapelkolom weer iets hoger geworden).

Goed is hier het grote verschil tussen de SDE 2019 II en SDE 2020 I regelingen te zien. De eerste had relatief zeer weinig beschikkingen, die gemiddeld per stuk echter wel "zeer groot" waren. De laatste SDE "+" regeling, 2020 I, had een record aantal aan gemiddeld genomen véél kleinere toekenningen, waar, ondanks de massieve uitval, nog steeds veel volume van over is. Bij de realisaties is de verhouding tussen de 2 regelingen vergelijkbaar met de nu actuele stand van zaken bij de overgebleven beschikkingen.

Daar bovenop zijn links de nieuwe volumes voor SDE 2020 II tm. SDE 2022 gestapeld, waarvan echter nog maar relatief weinig beschikkingen zijn opgeleverd. "Onderin" de kolommen stapel is er tot en met SDE 2018 I vrijwel geen activiteit meer, omdat al die oudere regelingen geen openstaande beschikkingen meer hebben, of nog maar een handvol (SDE 2017 I en II). Wel blijft er zeer regelmatig uitval bij de oudste SDE regelingen optreden. Die uitvallers zien we druppelsgewijs in deze, en de voorgaande grafiek terug komen, al hebben ze relatief weinig impact. Er lijkt echter wel een toename te zijn, bij de hoeveelheden uitval.


Vergelijkbare stapelgrafiek, met nu niet de aantallen (overgebleven) beschikkingen, maar links ditto, de totale capaciteit in MWp die er over is gebleven in de laatste update (met reeds aanzienlijke volumes door RVO virtueel weg gekieperd en dus niet meer zichtbaar). Zie ook de tweede grafiek onder paragraaf (a), voor een vergelijking tussen oorspronkelijk beschikte volumes en op 1 april 2024 daarvan overgebleven hoeveelheden.

De in een recente update nieuw toegevoegde SDE 2022 regeling had oorspronkelijk, met 1.923 MWp, bijna 10 MWp meer beschikt vermogen staan dan in de oorspronkelijke kamerbrief was vermeld. Daar is echter alweer, met de voorgaande en huidige updates, een substantieel volume van 559 MWp (ruim een halve GWp!) van afgevallen, er resteert nog maar 1.364 MWp per 1 april 2024. Het totale volume voor alle regelingen inclusief SDE 2022 is momenteel 17.241 MWp. Dat was bij het ooit oorspronkelijk vergeven / beschikte project volume nog 28.466 MWp (zie tabel en grafiek onder paragraaf a). Vooral de verliezen bij de SDE 2017 tm. SDE 2020 II regelingen, en onder de drie SDE "++" opvolgers, zijn al substantieel. Rechts het nog beperkte "gerealiseerde" volume, althans van de beschikkingen (voor een belangrijk deel niet de werkelijk opgeleverde capaciteit !). Met in totaal "officieel" 11.264 MWp gerealiseerd. In de juli 2023 update werd de 10 GWp grens gepasseerd bij deze parameter. Genoemde 11,3 GWp is 65,3% van het (overgebleven) beschikte volume (vorige update 60,5%, incl. SDE 2022 regeling, alweer een substantieel verschil). Er is dus in ieder geval wat het RVO - SDE dossier betreft, op het gebied van te realiseren capaciteit, nog zo'n 35% van het nu (overgebleven) beschikte volume te gaan.

VertiCer / RVO

Het VertiCer (voorheen CertiQ) dossier, met fysiek gerealiseerde volumes, blijkt in hun laatste status update van eind maart 2024, zoals te doen gebruikelijk, alweer een stuk verder te zijn, t.o.v. de gerealiseerde volumes beschikkingen van RVO. Bij VertiCer stond begin april 2024 namelijk alweer 12.172 MWp aan fysieke opleveringen, waarvan het allergrootste deel SDE beschikte projecten betreft (en nog een onbekend, hoogstwaarschijnlijk "zeer beperkt" deel zonder SDE beschikking). Wat, ondanks de huidige, zeer recente RVO update inclusief de recent toegevoegde SDE 2022 regeling, alweer 8,1% meer geaccumuleerd volume is dan wat er aan het eind van het eerste kwartaal van 2024 in totaal als gerealiseerd beschikt staat bij het RVO Agentschap. Zouden we het reeds bereikte VertiCer volume afmeten aan het overgebleven beschikte totaal volume bij RVO, zouden we al op 70,6% realisatie komen, duidelijk hoger dan de status bij RVO zelf (kader in grafiek). Met de voorbehouden die daar bij horen.

Normaliter liggen de cijfers bij VertiCer altijd (ver) voor op het RVO - SDE dossier. Feit blijft, dat sowieso bij RVO talloze reeds netgekoppelde projecten nog niet met een "ja" vinkje zijn gezegend in de publiek beschikbare data overzichten. Die dus nog niet in hun (actuele) cijfers kunnen zitten. Die projecten staan al lang in de VertiCer databank, omdat er al meteen garanties van oorsprong aangemaakt moeten gaan worden, "zodra de stekker in het betreffende project gaat". Voor de meeste projecten achter grootverbruik aansluitingen worden maandelijks (automatisch) meetgegevens via de meet-gemachtigde ingediend, die direct naar VertiCer worden doorgesluisd na validatie door de betreffende netbeheerder. Registratie bij VertiCer gebeurt in het grootste deel van de gevallen zeer rap na fysieke netkoppeling. Dagelijks worden updates gedraaid met de nieuwste toevoegingen die door de exploitanten worden doorgegeven, en waarvoor de netbeheerders hun formele fiat hebben gegeven (pers. comm. Polder PV met medewerker van VertiCer rechtsvoorganger CertiQ, in 2022). Wat daarna geschiedt in het RVO traject kan echter vele maanden kosten, voordat dit leidt tot een "formeel ja vinkje" in hún databestand. Ik kom soms nieuwe "ja" vinkjes tegen van projecten die vroeg in 2022, of zelfs in het voorgaande jaar netgekoppeld zijn opgeleverd, dus die vertraging kan bij sommige projecten zeer fors oplopen.

Het verschil tussen "overgebleven beschikt" volume en "gerealiseerd volume status 1 april 2024" bedraagt 17.241 - 11.264 = 5.977 MWp (bijna 6,0 GWp). Dat is de nu nog overeind gebleven "pijplijn" aan PV projecten binnen alle SDE regelingen. Dit is alweer substantieel (1.095 MWp) minder, dan de 7.072 MWp pijplijn in de update van januari 2024.

Sowieso gaat hier ook nog heel veel volume van afvallen, gezien de trend van de afgelopen overzichten van RVO. En het is nog steeds niet het "gerealiseerde" volume. Dat kunnen we alleen te weten komen als exacte project informatie beschikbaar komt, zoals in ultimo bij de netbeheerders en VertiCer bekend moet zijn of worden. Polder PV heeft in ieder geval van de "top" in de markt, de grootste projecten, inclusief de inmiddels alweer alhier bekende bijna 850 reeds gerealiseerde, netgekoppelde grondgebonden zonneparken (> 15 kWp per stuk, excl. andere "niet rooftop" projecten zoals drijvende projecten), die de grootste volumes aan MWp-en inbrengen, het meest complete, continu ververste, en gedetailleerde overzicht van Nederland.


RES & uitgebreid "klimaat doel elektra"

RVO insereerde in voorgaande updates ook een tabblad bij de projecten status sheets, waaruit bleek dat ze al ruim 5 TWh tekort zouden komen voor het behalen van de oorspronkelijke RES doel (35 TWh productie elektra uit hernieuwbare bronnen op land in 2030), als je alleen van het SDE potentieel zou uitgaan. In de meest recente updates is echter géén nieuwe berekening cq. prognose toegevoegd door RVO.

Recent heeft het CBS echter, voor nadere duiding van de RES doelen, data tot en met 2022 gepubliceerd, met de berekende productie voor wind + zon op land, die eind dat jaar al neerkomen op een volume van 30,47 TWh. Het doel in 2030 is 35 TWh, dus, zelfs al moeten we rekening houden met eventuele tussentijdse bijstellingen van de data door het CBS, dat gaan we spreekwoordelijk (toch) "met de vingers in de neus" halen. Polder PV heeft het verloop van die producties getoond in 1 van de talloze grafieken van zijn recent gepubliceerde "Ultimate solar CBS overzicht" (met ook al veel data tm. medio 2023).

Het zeer ambitieuze nieuwe doel voor 2030, 55 TWh elektra uit wind en zon op land, is een compleet ander verhaal. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft daar in een persbericht en bijbehorend rapport, begin december 2023, harde noten over gekraakt. Ondanks herzieningen van het (positief gegroeide) aandeel van, met name kleinschalig opgewekte zonnestroom, en opwaardering van de resultaten, stelde het PBL toen: "het streefdoel van 55 TWh [zal] nog steeds buiten beeld blijven". De vraag is, of een nader te vormen "rechtser dan rechts kabinet" van plan is om nóg meer incentives in de markt te gaan gooien, om die doelstellingen te kunnen bereiken. Drie van de beoogde "coalitie" partijen vinden de duimschroeven kennelijk al hard genoeg aangedraaid, en wensen niet nog strakker beleid op dit gebied ...


Thermische zonne-energie

Over dit kleine andere zonne-energie dossier was al wat langer niet zeer veel zinnigs te melden, gezien de trage ontwikkeling. In de vorige en huidige versies is er echter wel een en ander gewijzigd t.o.v. de voorgaande update van oktober 2023. In de versie van januari werden er 7 nieuwe realisaties gemeld, en werd er 1 beschikking afgevoerd uit de RVO databank. In de update van 1 april 2024 zijn er wederom 5 nieuwe realisaties bekendgemaakt. 1 maal een beschikking uit de SDE 2019 II (493 kWth. toegevoegd), 2x SDE 2020 I (841 kWth.), en de eerste SDE 2020 II (350 kWth.), resp. SDE 2021 beschikkingen (232 kWth.), die zijn opgeleverd. Daarnaast is 1 al langer geleden opgeleverde SDE 2016 II beschikking (140 kWth.) afgevoerd, om onbekende reden.

De gevolgen voor onderstaande grafiek met realisaties zijn dus voor het eerst in langere tijd "van enige betekenis", zie de laatste 2 kolommen voor de meest recente updates.

Tezamen met voorgaande verliezen van oorspronkelijk toegekende beschikkingen, zijn er, met het extra verlies van 1 beschikking in deze laatste update, nog maar 83 beschikkingen voor thermische zonne-energie projecten over, met een geaccumuleerd vermogen van 109,6 MWth. De oudste beschikking komt uit de SDE 2012 (al lang gerealiseerd), SDE 2015 en SDE 2017 II hebben géén beschikkingen voor dergelijke thermische warmte projecten (meer). Er zijn inmiddels in totaal 69 SDE beschikkingen gerealiseerd middels deze zonne-energie techniek, met als gerealiseerd vermogen 58,9 MWth.

Er staan nog 14 beschikkingen open. De oudste nog openstaande beschikking is voor een project voor Landgoed Leudal te Haelen (L.), van de SDE 2016 II regeling. De meest significante toekenning is voor het 12 hectare grote Dorkwerd thermische zonnepark in Groningen, wat op het lokale warmtenet moet gaan invoeden, en wat een beschikt thermisch vermogen heeft van 37,4 MWth. Op de project site van Novar stond langer tijd gemeld, dat het park in november 2023 on-line gegaan zou moeten zijn, maar er staat nog steeds geen "ja" vinkje bij de beschikking, dus dat is nog niet "officieel". Dat lijkt te sporen met de observatie van drone bestuurder Anton Boonstra, eind maart 2024, dat het park "al aardig vorm begon te krijgen" (en dus nog niet af was). Inmiddels blijkt op de Novar site dan ook een geplande oplevering voor QII 2024 te staan.

Naast deze puur thermische zonne-energie installaties ontdekte ik in een vorige update ook nog een "innovatief" project in de groslijst met SDE beschikkingen. Dat is een PVT-project in combinatie met een warmtepomp, met een beschikking voor 3,75 MW thermisch vermogen, die door RVO in de deel-categorie "CO2-arme warmte" van SDE 2021 is ondergebracht. Dat gaat dus deels om een combi-systeem thermische zonnewarmte / fotovoltaïsche omzetting, en deels om genoemd warmtepomp systeem om de opgewekte warmte (ook) direct te gebruiken. Het betreft een project van Escom.nu in een flatgebouw vlakbij metrostation Reigersbos in Amsterdam. Ook deze beschikking staat nog open.

Voor details van de status quo bij de realisaties, zie ook onder de analyse van de 1 april 2022 update (onderaan het artikel).

Bronnen

Frequente updates over de SDE regelingen bij Polder PV, sedert 2008. Huidig exemplaar: status 1 april 2024.

Bronnen (extern):

Feiten en cijfers SDE(+)(+) - RVO, status 9 april 2023)

Monitoring zonne-energie - RVO, status 10 oktober 2023 (cijfers betreffende stand van zaken tm. 2022)

Bronnen (intern):

Polder PV analyse vorige SDE update (status 1 januari 2024)

Voor analyses omtrent de meest recent gepubliceerde (kamerbrieven over de) SDE 2022 en SDE 2023 regelingen zie verder:

Derde SDE "++" ronde (nazomer 2022) iets meer aangevraagd dan subsidie plafond. Zonnestroom blijvend populair, maar significant lager dan in SDE 2021 (2.268 MWp) (28 november 2022)

Toekenningen SDE 2022 (derde SDE "++") gepubliceerd, deel 1 - grofweg halvering beschikte aanvragen PV sedert SDE 2021 onder moeilijke marktomstandigheden (27 april 2023)

SDE 2022 (derde SDE "++"). Deel 2. Kern parameters cumulaties alle SDE - SDE "++" beschikkingen (27 april 2023)

SDE 2022 (derde SDE "++"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (7 juni 2023)

SDE 2022 (derde SDE "++"). Deel 4. RVO update alle SDE regelingen zonnestroom tm. SDE 2022, 1 juli 2023 - weer versnelde groei, 598 MWp nieuwe realisaties in 2e kwartaal, en 143 MWp beschikte capaciteit verloren gegaan (25 juli 2023)

Vierde SDE "++" ronde (najaar 2023). Record aangevraagd / overtekend budget 16,3 md Euro; zonnestroom blijvend hoge vraag, met 3.361 MWp helft hoger dan in SDE 2022 (27 oktober 2023)

SDE 2023 nog geen uitsluitsel bij kamerbrief, wel transportindicaties bekend (6 maart 2024)



3 april 2024: VertiCer update maart 2024 - 2023 wederom verder omhoog, naar 2.364 MWp nieuwbouw, 20% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022. Voor uitgebreide toelichting van de voorliggende historie van de CertiQ data voor gecertificeerde zonnestroom in Nederland, zie de bespreking van 7 maart jl (februari rapportage). Voor de transitie van CertiQ naar de nieuwe organisatie VertiCer, zie introductie in de analyse, van 19 juli 2023. Zie ook nagekomen opmerking ** (15 april 2024)!

In de huidige rapportage brengt Polder PV de nieuwe resultaten uit de data rapportage van VertiCer, voor de maand maart 2024, waarmee de jaargroei in kalenderjaar 2023 wederom verder blijkt te zijn uitgelopen op het volume in 2022. Tevens worden tm. februari 2024, de verstrekte Garanties van Oorsprong voor gecertificeerde PV projecten gereconstrueerd en grafisch verbeeld over de afgelopen periode, waarbij weer een hoogst merkwaardige anomalie is te zien. In de rapportage verschijnen deels weer de nodige gewijzigde (maand) cijfers sedert oktober 2021, de capaciteit aan het eind van maart is nu weer fors neerwaarts bijgesteld t.o.v. het volume, eind februari dit jaar. Wederom is er géén update van nog oudere data verschenen. Ook voor die gegevens en grafieken daaromtrent, verwijs ik naar de hier boven gelinkte analyse van het oudere CertiQ rapport, waarin die gegevens wel waren bijgesteld in een separate rapportage.

Bijstellingen - niets nieuws onder de zon

Benadrukt zal hier blijven worden, dat de voor sommigen wellicht verwarrende, continu wijzigende maand-cijfers bij VertiCer, en haar rechtsvoorganger CertiQ, beslist geen "nieuw fenomeen" betreffen. Dit is altijd al staande praktijk geweest bij CertiQ, en wordt gecontinueerd onder VertiCer. Niet alleen werd dat zichtbaar in de soms fors gewijzigde cijfers in de herziene jaar rapportages tot en met het exemplaar voor 2019. Helaas zijn daarna geen jaarlijkse revisies meer verschenen. In een tussentijdse analyse van oorspronkelijk gepubliceerde, en toen actuele, bijgestelde cijfers, werd al duidelijk, dat de databank van de destijds alleen onder TenneT vallende dochter continu wijzigingen ondergaat, zoals geïllustreerd in de Polder PV analyse van 4 november 2020. In dit opzicht, is er dan ook niets nieuws onder de zon. De wijzigingen zijn er altijd al geweest, alleen zijn ze inmiddels, met weliswaar de nodige moeite, regelmatig zichtbaar te maken, door de nieuwe wijze van rapporteren van VertiCer. De cijfermatige consequenties daarvan worden besproken in de huidige analyse.

Voordat we de huidige resultaten bespreken, blijft de belangrijke, al lang geleden door Polder PV geïntroduceerde, en tussentijds verder aangepaste disclaimer bij alle (zonnestroom) data van VertiCer / CertiQ recht overeind:

* Disclaimer: Status officiële VertiCer (ex CertiQ) cijfers
volgens maandelijkse rapportages !


I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en gemiddeld genomen steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan het bedrijf (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van Polder PV niet uit, dat de huidige status bij rechts-opvolger VertiCer niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021. En, helaas, herhaalde dit zich wederom in de december rapportage van 2022.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij VertiCer, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij VertiCer. Wat de directe gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

Voor 2020 en 2021 zijn de consequenties van deze continu optredende bijstellingen opnieuw berekend - in de rapportage voor december 2021. Deze bijstellingen werden in analyses van de maand rapportages tot en met 2022 bijgehouden door Polder PV, waaruit o.a. de meest actuele jaargroei volumes werden berekend.

Vanaf januari 2023 is er een complete revisie van de publicatie systematiek van CertiQ in gang gezet, inmiddels gecontinueerd onder de regie van rechtsopvolger VertiCer.

CertiQ heeft op basis van diverse opmerkingen van Polder PV over deze problematiek destijds stelling genomen met belangrijke achtergrond informatie over de totstandkoming van hun cijfers.

Zie ook aangescherpte voorwaarden voor correcte invoer van installaties voor de VertiCer databank, gericht aan netbeheerders en meetbedrijven (bericht 6 september 2023). Hierbij is, voor meetprotocol-verplichte installaties achter grootverbruik aansluitingen (incl. alle SDE gesubsidieerde installaties), de datum van ondertekening van het meetprotocol door de producent gelijk aan de ingangsdatum van zijn productie-installatie, volgens de documentatie van VertiCer.

Het overzicht met de eerste cijfers voor maart 2024 verscheen in de nieuwe, drastisch gewijzigde vorm op de website van VertiCer, op 2 april 2024. Referenties naar eerder verschenen historische data zijn uiteraard impliciet als CertiQ gegevens geanalyseerd, in oudere analyses.


2. Evoluties basis parameters

2a. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer juli 2021 - maart 2024

In deze grafiek, met de meest recente actuele en gewijzigde data uit de maart 2024 rapportage van VertiCer, en deels oudere data uit de CertiQ updates, de stand van zaken vanaf juli 2021 tm. maart 2024. De blauwe kolommen geven de ontwikkeling van de aantallen installaties weer (ref.: rechter Y-as), voorlopig culminerend in 34.708 exemplaren, begin april 2024. Wat, wederom, een negatieve groei weergeeft van 85 projecten** t.o.v. de status, eind februari 2024 (gereviseerd, 34.793 exemplaren). Wel is er, t.o.v. het ook weer herziene eindejaars volume van 2022, netto bezien in kalenderjaar 2023 een groei geweest van 910 projecten in het gecombineerde VertiCer / CertiQ bestand. Wat ruim 64% minder is dan de groei in 2022 (gereviseerd: 2.551 nieuwe projecten genoteerd; voor de half-jaar volumes, zie ook nieuwe half-jaar grafiek verderop). Diverse historische data zijn wederom gewijzigd t.o.v. de februari update. Zo is de stand van zaken voor eind (december) 2022 inmiddels 33.986 projecten, in de vorige rapportage waren dat er nog 33.979.

In de gele kolommen (ref. rechter Y-as, in MWp) de bijbehorende geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit, die begin april 2024 flink is afgewaardeerd, naar 12.172,354 MWp. Wat, t.o.v. de weer aangepaste status voor eind februari, ditmaal netto een fors negatieve groei inhoudt (revisie feb.: 13.313,283 MWp, wat weer flink meer is t.o.v. de voorgaande update, met 13,094 GWp). Dit kan uiteraard nog steeds / wederom substantieel gaan wijzigen in komende updates, zoals ook in alle vorige exemplaren is geschied. Afhankelijk van komende revisies van historische cijfers, lijkt de 10 GWp in dit grote PV dossier, in ieder geval inmiddels ergens begin januari 2023 te zijn gepasseerd.

Deze ronduit opmerkelijke, forse wisselingen in de netto (overgebleven) volumes aan het eind van de laatste maanden, heeft uiteraard ook gevolgen gehad voor de systeemgemiddelde capaciteit, die eind februari nu weer een flinke sprong omláág heeft gemaakt, waar dit begin 2024 nog een opvallende tóename was (groene curve).

Eind 2022 is de geaccumuleerde capaciteit inmiddels op een niveau gekomen van 9.813,4 MWp. In het eerste flink gewijzigde januari rapport voor 2023 was dat nog 9.409,3 MWp. Voor EOY 2022 is sindsdien dus alweer ruim 404 MWp / 4,3% meer volume bijgeschreven dan oorspronkelijk gerapporteerd. Het is goed om deze flink opgelopen verschillen voor reeds "lang" verstreken jaren op het netvlies te blijven houden, want dit gaat natuurlijk ook geschieden met de cijfers voor 2023, én voor de data voor 2024.

Groei 2023 t.o.v. 2022 volume

Met de huidige, gereviseerde cijfers, is de voorlopige groei in het hele kalenderjaar 2023 2.364 MWp geweest. Dat lijkt, in grote tegenstelling tot eerdere maandrapportages door Polder PV (in december 2023 rapportage nog slechts een jaar-aanwas van 1.298 MWp!), nu juist op een redelijke marktgroei te wijzen, t.o.v. de jaargroei in 2022, zelfs al weten we dat alle cijfers nog steeds regelmatig zullen worden bijgesteld. In dezelfde periode in 2022 was het - nu weer licht aangepaste - groei volume namelijk rum 1.966 MWp. De toename in 2023 is tot nog toe dus 20,2% hóger dan het nu bekende nieuwe volume in 2022 (in de update van december 2023 was het nog 34% láger!). Bij de aantallen nieuwe projecten was juist een zeer hoge netto negatieve groei vast te stellen uit de huidige cijfers (minus 64%). Deze combinatie is op zijn zachtst gezegd, "hoogst curieus", als je niet beter zou weten hoe deze cijfers tot stand komen.

In de groene curve is de uit voorgaande parameters berekende systeemgemiddelde capaciteit voor de gehele, overgebleven gecertificeerde populatie PV-projecten bij VertiCer, in kWp (referentie linker Y-as) weergegeven. Dit blijft door de bank genomen almaar toenemen, en is sedert eind 2022 verder gegroeid, van 289 naar 349 kWp, eind vorig jaar. In januari - februari 2024 nam dit fors toe, naar 378 resp. 383 kWp. Eind maart nam dit echt weer stevig af, vanwege de forse neerwaartse capaciteits-bijstelling, en eindigde voorlopig op 351 kWp gemiddeld. Ook dit niveau kan bij latere data bijstellingen weer wijzigen, zowel in negatieve, als in positieve zin.

Links in de grafiek vindt u ook de meest recent bekende EOY cijfers voor 2021 weergegeven. Die zijn ditmaal weer licht gestegen van 31.434 naar, momenteel, 31.435 projecten, respectievelijk, iets bijgesteld "achter de komma", naar momenteel 7.847,1 MWp. Deze data zijn belangrijk voor de vaststelling van de aangepaste jaargroei cijfers voor 2022, zie paragraaf 3d. Het ziet er niet naar uit dat er dit jaar nog substantiële wijzigingen in die eindejaars-cijfers zullen komen, alleen marginale aanpassingen.

** Beter: "het netto overblijvende nieuwe volume, wat het verschil is tussen de (niet qua volume geopenbaarde) uitschrijvingen en de volumes aan nieuwe inschrijvingen".

2b. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer EOY 2009 - 2023

Ik geef hieronder de begin 2023 volledig gereviseerde grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties weer, waarbij alleen de nu bekende weer gewijzigde cijfers in het maart 2024 rapport van VertiCer, voor de jaren 2021 tm. 2023, zijn opgenomen. Alle oudere data zijn ontleend aan eerder gepubliceerde CertiQ updates. Waarvan nog geen eventuele herziening bekendgemaakt is na 1 maart 2023. De cijfers voor 2024, achteraan toegevoegd, zijn uiteraard nog zeer voorlopig en kunnen nog behoorlijk gaan wijzigen in komende updates (gearceerde kolommen, status eind maart 2024).

De tweede grafiek in deze sectie geeft niet de maandelijkse progressie (paragraaf 2a), maar de evolutie van de eindejaars-accumulaties van 2009 tm. 2023, en de huidige status in 2024 (achteraan) weer, met alle ondertussen weer gewijzigde data in de huidige VertiCer update. De opbouw van de grafiek is vergelijkbaar met die voor de laatste maand-cijfers, maar om alle data in 1 grafiek te krijgen zonder extreme verschillen, is de Y-as voor alle drie de parameters hier logarithmisch gekozen. Het aantal installaties is fors toegenomen, van 3.767 exemplaren, eind 2009, naar, inmiddels, 33.986, eind 2022, resulterend in een Compound Annual Growth Rate (CAGR) van gemiddeld 18,4% per jaar in 2009-2022. Eind december 2023 staat de teller alweer op 34.896 projecten; de CAGR voor de periode 2009-2023 heeft, met de nog zeer voorlopige data voor met name 2023, een gemiddelde van 17,2% per jaar.

Bij de capaciteits-ontwikkeling is het echter nog veel harder gegaan. Deze nam toe van 18,7 MWp, eind 2009, tot alweer 9.813,4 MWp, eind 2022. Resulterend in een byzonder hoge CAGR, van gemiddeld 61,9% per jaar (!). Wel begint er, voorstelbaar, na zo'n langdurige, spectaculaire groei periode, een afvlakking zichtbaar te worden in de expansie. Wat veel te maken heeft met overal optredende problemen met beschikbare netcapaciteit, gestegen project kosten, beschikbaar personeel, etc. Eind december 2023 is de capaciteit fors doorgegroeid naar een voorlopig volume van 12.177,3 MWp, resulterend in een nog zeer voorlopige, doch hoge CAGR van gemiddeld 58,8% per jaar, in de periode 2009-2023. Hierbij moet ook worden vermeld, dat het eindejaars-cijfer voor 2023 fors is bijgesteld in de vorige 2 updates van VertiCer. Vermoedelijk is er toen veel capaciteit bijgeschreven na de nodige vertragingen in de administratieve verwerking ervan.

Historische bijstellingen

Dat de cijfers in de databank behoorlijk worden bijgesteld, bezien over een langere periode, laten de nu actuele eindejaars-cijfers voor 2021 weer goed zien. Die zijn momenteel namelijk 31.435 installaties, en een verzamelde capaciteit van 7.847,1 MWp. In het "klassieke" maandrapport voor (eind) december 2021, alsmede in het gelijktijdig verschenen eerste jaaroverzicht, waren die volumes nog maar 30.549 installaties, resp. 7.417,8 MWp. In de huidige cijfer update, zijn de verschillen t.o.v. de oorspronkelijke, "klassieke" maandrapport opgaves van, destijds, CertiQ, derhalve, opgelopen tot 2,9% (aantallen), resp. bijna 5,8% (capaciteit). Uiteraard hebben deze continu voorkomende bijstellingen ook gevolgen voor de uit de EOY cijfers te berekenen jaargroei volumes (YOY).

Uit voorgaande twee parameters werd door Polder PV weer de gemiddelde systeem-capaciteit aan het eind van elk kalenderjaar berekend (groene curve in bovenstaande grafiek). Ook deze nam spectaculair toe, van slechts 5,0 kWp, eind 2009 (bijna uitsluitend kleinere residentiële installaties), tot alweer 349,0 kWp, eind 2023 (bestand VertiCer inmiddels gedomineerd door duizenden middelgrote tot zeer grote projecten incl. zonneparken). Een factor 70 maal zo groot, in 14 jaar tijd. Wat de enorme schaalvergroting in de projecten sector goed weergeeft.


3. Maandelijkse, kwartaal-, half-jaar- en jaarlijkse toenames aantallen en capaciteiten bij VertiCer

3a. Maandelijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer augustus 2021 - maart 2024

Ook al moet ook bij deze grafiek de waarschuwing, dat de cijfers nog lang niet zijn uitgekristalliseerd, en we nog de nodige bijstellingen kunnen verwachten, de trend bij de nieuwe (netto) aantallen projecten door VertiCer, en rechtsvoorganger CertiQ, geregistreerd van maand tot maand, laten, ook in de huidige versie van maart 2024, een zeer duidelijke afkoeling van de PV-projectenmarkt zien sedert de zomer van 2021. Werden er in januari 2022 nog netto 385 nieuwe gecertificeerde PV-projecten bijgeschreven, is dat in de rest van het jaar al zeer duidelijk minder geworden, en vanaf augustus dat jaar zelfs zeer sterk "afgekoeld". Met wat ups en downs, is het laagste volume in dat jaar voorlopig bereikt in november 2022, met, inmiddels, 97 (netto nieuwe installaties. Daarna veerde het weer even op, daalde stapsgewijs, leidde tijdelijk tot negatieve groei cijfers in augustus 2023 en vervolgens weer positieve groei in september tm. december. De eerste 3 maanden van 2024 laten nu nog negatieve groei cijfers zien, maar voor januari en februari is dat al duidelijk minder geworden dan in het voorgaande rapport. Zeer waarschijnlijk worden in latere updates ook voor deze maanden weer positieve aanwas cijfers genoteerd.

Eerder getoonde negatieve groeicijfers voor 2023 zijn inmiddels, zoals gebruikelijk, omgezet in positieve aanwas, a.g.v. de voortdurend wijzigende historische cijfers in de VertiCer bestanden. Dit zal ongetwijfeld ook volgen voor de maanden waar op dit moment nog negatieve groeicijfers bekend zijn. In de huidige update zijn in totaal voor 18 maanden de waarden inmiddels weer aangepast sinds het exemplaar tm. februari 2024. De oudste (kleine) wijziging was ditmaal voor juni 2023 (1 extra project toegevoegd), in dat jaar zijn voor 6 maanden de data weer gewijzigd, en in 2023 zijn er voor 10 van de 12 maanden weer nieuwe cijfers vastgesteld. De groei in januari en februari 2024 is ook weer bijgesteld, in opwaartse richting (beiden "minder negatief" dan in het vorige, februari rapport).

Al zal de nu nog vastgestelde "negatieve netto groei" in augustus 2023 en januari tm. maart 2024 beslist ook nog in positieve zin ombuigen in latere updates, zoals in het recente verleden is geschied, de trend is bij de aantallen onmiskenbaar: er worden, netto bezien, nog maar relatief weinig netgekoppelde projecten bijgeschreven bij VertiCer, per maand. Een van de belangrijkste redenen zal zijn, dat er een toenemend aantal uitschrijvingen uit de databank van de Gasunie/TenneT dochter is begonnen, die de instroom (tijdelijk) afremt of zelfs overvleugelt. Waarschijnlijk is de oorzaak de beginnende uitval van de oudste onder SDE 2008 gesubsidieerde kleine projectjes, die immers 15 jaar subsidie konden genieten. We moeten gaan zien hoe het verloop bij de aantallen zich ontwikkelt, nu de subsidie termijn voor de eerste projecten aan het aflopen is. Uiteraard betekent uitschrijving uit de VertiCer databank verder beslist niet dat de betreffende projecten fysiek zijn, of worden verwijderd. Ze kunnen nog vele jaren lang met een aardig rendement worden ge-exploiteerd door de eigenaren, zonder SDE-gerelateerde inkomsten. Hier is byzonder weinig zicht op, cijfers over het al of niet verder exploiteren van deze oudere projecten ontbreken in het geheel in statistiek moeras Nederland.

Een vergelijkbare grafiek als voor de aantallen (vorige exemplaar), maar ditmaal de ermee gepaard gaande netto maandelijkse toename (of zelfs tijdelijk zelfs afname) van de capaciteit van gecertificeerde PV-projecten, in MWp. De evolutie laat een nogal afwijkend beeld van dat bij de aantallen zien, met sterk fluctuerende verschillen tussen de maanden onderling. Ook deze kunnen uiteraard naderhand nog worden bijgesteld. De "netto negatieve groei" in september 2022, al gesignaleerd in het januari 2023 rapport, is uiteindelijk in latere updates in ieder geval omgeslagen in "normale, positieve groei", van, inmiddels, 74,1 MWp.

Bizarre nieuwe pieken voor eerste maand in jaren 2023 en 2024

Wel is er, zoals al bij de eerst-rapportage gemeld (jan. 2024 rapport), een exceptioneel "verschijnsel" zichtbaar voor de maand januari 2023. Die maand had al lang de hoogste "piekwaarde" ooit meegekregen, en is in veel latere maandrapportages continu bijgeplust, tot het in het december 2023 rapport een al zeer hoog volume bereikte van 432,6 MWp. In het "klassieke" CertiQ december rapport van 2022 was nog een zeer hoge november piek zichtbaar bij de capaciteit. Het lijkt er op, dat een groot volume daarvan naar het begin van het nieuwe jaar is geschoven (de vermoedelijke feitelijke datum van netkoppeling). Ook in januari 2022 zagen we eerder al een "nieuw-jaars-piek", maar die is duidelijk kleiner, inmiddels neerkomend op 306,7 MWp nieuw volume (ongewijzigd in de laatste updates).

In de rapportage van januari 2024 is dat al hoge volume opeens extreem opgehoogd naar 770,2 MWp, en is dat momenteel enigszins gestabiliseerd op 770,9 MWp in de huidige maart 2024 update (buiten de hier weergegeven Y-as vallend).

Tweede extreme groei piek & "negatieve pieken"

En dat is nog niet alles, want hetzelfde is geschied met het nieuwe volume voor januari 2024. Dat was in de update voor die maand nog een negatieve groei van -84,6 MWp. In de februari 2024 rapportage sloeg dat in een keer om in een "record positieve aanwas" van 973,2 MWp, wat in de huidige rapportage verder is opgehoogd naar 990,9 MWp (!). Een onwaarschijnlijk hoog volume waar Polder PV, net als bij de vorige piek voor januari 2023, geen plausibele verklaring voor heeft. Ik heb in een rood omkaderd venster aangegeven dat het bij beide maandgroei pieken om "uitzonderlijke" volumes gaat.

Voor februari 2023 was er aanvankelijk een magere positieve groei van 28,1 MWp positief. Deze sloeg echter in de maart rapportage in dat jaar om in een enorme negatieve bijstelling van 316,1 MWp negatief (!), bij een netto aanwas van 65 nieuwe projecten. In de april update was er een marginale opwaartse correctie naar 312,3 MWp. In de rapportages voor mei 2023 tm. maart 2024 is de negatieve "groei" verder fors geslonken naar, inmiddels, minus 205,0 MWp.

In de huidige rapportage (maart 2024) heeft dit proces zich herhaald, voor de eerste rapportage van het groeicijfer voor die maand. Terwijl de groei in februari evolueerde van een "bescheiden" negatieve 11,7 MWp naar een inmiddels "normale" positieve 145,0 MWp, komt maart nu opeens met een record negatief groei volume van -1.140,9 MWp (!). Ook deze extreme netto negatieve groei is zeer slecht verklaarbaar, of er moeten weer dramatische wijzigingen in de status van de administratie bij VertiCer hebben plaatsgevonden.

Zoals al vaker gemeld, kunnen de redenen voor zulke, soms aanzienlijke bijstellingen, en zelfs fors negatieve netto groei cijfers, zeer divers zijn, zoals destijds gerapporteerd door CertiQ na vragen van Polder PV daar over (artikel 16 januari 2023). Mogelijk zijn er forse correcties doorgevoerd van foutieve opgaves, al zullen we nooit weten wat precies de oorzaken zijn geweest van deze, hoge impact hebbende, merkwaardige data updates.

Zeer forse wijzigingen in VertiCer data

In het tabelletje hier onder heb ik, voor 2023, en voor januari tm. maart 2024, de wijzigingen tussen de oorspronkelijk gepubliceerde groeicijfers per maand en de huidige, meest recent bekende weergegeven, waar duidelijk de forse veranderingen uit blijken die in het VertiCer dossier worden doorgevoerd, in de loop van de tijd:

  • januari 2023 354,4 MWp >>> 770,9 MWp (!)
  • februari 2023 28,1 MWp >>> -205,0 MWp (!)
  • maart 2023 197,4 MWp >>> 224,4 MWp
  • april 2023 -15,4 MWp >>> 195,3 MWp (!)
  • mei 2023 -0,2 MWp >>> 161,1 MWp
  • juni 2023 -0,7 MWp >>> 122,8 MWp
  • juli 2023 -14,6 MWp >>> 66,4 MWp
  • augustus 2023 -25,5 MWp >>> 128,2 MWp (!)
  • september 2023 -41,6 MWp >>> 217,4 MWp (!)
  • oktober 2023 82,7 MWp >>> 224,0 MWp
  • november 2023 -60,2 MWp >>> 144,8 MWp (!)
  • december 2023 -52,5 MWp >>> 313,7 MWp (!)

  • januari 2024 -84,6 MWp >>> 990,9 MWp (!)
  • februari 2024 -11,7 MWp >>> 145,0 MWp
  • maart 2024 -1.140,9 MWp (!) >>> ?

In de huidige update zijn voor in totaal 18 maanden de nieuwe capaciteit volumes inmiddels weer, allemaal opwaarts, aangepast sinds het exemplaar tm. januari 2024, 6 voor 2022, en 10 van de 12 maanden in 2023 kregen nieuwe cijfers. De capaciteit voor januari en februari 2024 zijn (ook) weer flink aangepast, zoals in het staatje hierboven getoond.

Als we de nieuwe maandvolumes voor 2022 optellen, komen we op een groei uit van 1.966,3 MWp. Voor 2023 was de groei in een recente update nog maar 1.298 MWp (en daarmee fors lager dan 2022), maar mede door de bizarre toename in januari, en de andere wijzigingen, is de jaargroei voor 2023 inmiddels zeer fors bijgesteld, naar momenteel 2.364,0 MWp, wat 20,2% hoger is, dan in 2022. Bij de aantallen was er een fors negatief verschil, ruim 64% minder netto nieuwe projecten in 2023 (910), dan de 2.551 stuks in 2022.

Deze twee trends bij elkaar nemend, en accepterend dat er ook wegval van waarschijnlijk met name kleine oude installaties uit het VertiCer register zal zijn geweest, lijkt de hogere jaargroei bij de capaciteit in 2023 nog steeds slecht te rijmen, met het gering aantal overgebleven nieuwe aantal projecten, in vergelijking tot de situatie in 2022. We zullen moeten afwachten, of toekomstige cijfers over deze 2 kalenderjaren meer klaarheid in deze vreemde situatie zullen gaan geven. En anders moeten we als waarschijnlijke oorzaak accepteren, dat de flinke terugval in aanwas cijfers bij de aantallen, grotendeels veroorzaakt wordt door wegval van (SDE gesubsidieerde) kleine installaties, en dat alleen nog maar grote(re) projecten overblijven, die een zwaar stempel op de nieuwe, en de geaccumuleerde capaciteit zullen zetten.

3b. Kwartaal groeicijfers QIV 2021 - QI 2024

In een eerdere update heb ik de kwartaal cijfers weer van stal gehaald en in grafiek weergegeven tm. de toen net "volledig", geworden cijfers voor de kwartalen QIV 2021 tot en met QI 2023. In het huidige exemplaar heb ik de soms weer licht gewijzigde data gebruikt, en nog lang niet definitief vastgestelde, ook aangepaste resultaten voor QII 2023 - QI 2024 rechts toegevoegd. Met name laatstgenoemde volumes zullen nog fors wijzigen, gezien de continu door Polder PV bijgehouden data historie van VertiCer en haar rechts-voorganger CertiQ.

Wederom met bovengenoemde disclaimer in het achterhoofd, waardoor de verhoudingen tussen kwartalen onderling dus ook nog lang niet vaststaan (deze zijn sowieso al fors gewijzigd in recente updates), lijkt een conclusie wel al duidelijk getrokken te kunnen worden: Met name de aantallen netto nieuw geregistreerde PV projecten per kwartaal, zijn sinds het eerste kwartaal van 2022 in globale zin stapsgewijs beduidend afgenomen. Het aantal nieuwe projecten per kwartaal is afgenomen van, momenteel, 902 exemplaren in QIV 2021, tot nog maar 421, met de nu bekende cijfers, voor QIV 2022, iets toegenomen naar 434 exemplaren in het eerste kwartaal van 2023, waarna het een bodem bereikte in QIII 2023 (20 netto nieuwe exemplaren). QIV 2023 zit momenteel op een plus van 240 nieuwe projecten. QI 2024 vertoont, mede door de bizarre negatieve groei in maart, een netto negatieve aanwas van -188 projecten.

Bij de nieuwe gerapporteerde netto capaciteit is het verhaal compleet anders, wat nu vooral is veroorzaakt door de eerder gesignaleerde "excessieve" extra netto groei voor januari 2023 en 2024.

Het netto volume per kwartaal nam even toe, van, momenteel, 557 MWp in QIV 2021, naar 627 MWp, in QI 2022, maar is daarna ook, gemiddeld genomen, enkele kwartalen minder geworden. Om een voorlopig dieptepunt te bereiken in QIV 2022, met 363 MWp nieuw gerapporteerd volume, gebaseerd op de huidige cijfers.

En toen kwam de "grote verrassing", QI 2023 telde in een vorige update nog 449 MWp nieuw volume, maar dat is, met name door de zeer hoge toevoeging in januari 2023, nu alweer 790 MWp, wat nu 26% hoger zou zijn dan de groei in QI in 2022 (627 MWp). Voor de aanwas in QII 2023 geldt momenteel een netto groei van 479 MWp, waar later waarschijnlijk nog e.e.a. aan zal gaan wijzigen, vermoedelijk in positieve zin. Het niveau is daarmee momenteel gestegen naar bijna 98% van de 489 MWp in QII 2022, en kan dus, in theorie, een iets grotere omvang gaan bereiken, als er later nog veel volume aan wordt toegevoegd. De nog premature aanwas in QIII 2023 is inmiddels al toegenomen tot 412 MWp in de plus, al is dat nu nog maar 84% van het nieuwe netto volume in QIII 2022 (488 MWp).

Voor het laatste kwartaal van 2023 is het totaal volume, al flink toegenomen in de januari 2024 update, in de versie van maart 2024 verder gegroeid, naar momenteel 682 MWp. Dit is al een opvallende 88% hóger, dan de 363 MWp in QIV 2022, en met nog latere updates aan toevoegingen te verwachten.

De tweede grote verrassing zien we bij de eerste, nog zeer onvolledige resultaten voor QI 2024. Januari was in de vorige rapportage extreem in positieve zin bijgesteld, maar maart heeft flink roet in het eten gegooid, met haar record negatieve groei. Het voorlopige tussen-resultaat voor het hele kwartaal leidt tot een voorlopig "negatieve groei" van -5 MWp. Een dramatisch verschil met de 790 MWp netto (positieve) groei in QI 2023...

Hoe eventuele verdere wijzigingen bij de capaciteit van gecertificeerde projecten zal gaan verlopen blijft gezien bovenstaande elke keer weer spannend. Mede gezien de verbazingwekkend hoge groeicijfers in 2023, bij Liander, zoals in een recente analyse in detail besproken op Polder PV.

Voor de evolutie van de gemiddelde systeem omvang (per maand), zie ook de grafiek onder paragraaf 2a.

3c. Halfjaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer 2022-2024 HI

Omdat een tijdje geleden de eerste resultaten voor het 1e half-jaar van 2023 beschikbaar waren gekomen, en alweer gewijzigd, heb ik in een vorige analyse ook weer de "half-jaar grafiek" van stal gehaald. Die had ik voor het laatst gepubliceerd op basis van de oude CertiQ data in het bericht van 9 januari 2023. Het huidige exemplaar bevat echter alleen de laatst bekende resultaten gebaseerd op de compleet gereviseerde publicatie systematiek bij VertiCer. De (aangepaste) cijfers voor de tweede jaarhelft van 2021 zijn niet volledig bekend, vandaar dat we nu nog slechts de resultaten vanaf de 1e jaarhelft van 2022 kunnen laten zien, tm. de eerste "complete" cijfers voor HII 2023 (tm. december), en de nog zéér voorlopige eerste resultaten voor HI 2024, waarvoor we ongetwijfeld nog de nodige forse bijstellingen voor kunnen verwachten (gearceerde kolommen).

Ook uit deze nog zeer voorlopige halfjaarlijkse groei cijfers blijkt een duidelijke afname van het aantal (overgebleven) projecten in het VertiCer dossier, wat waarschijnlijk heeft te maken met verwijderde kleine projectjes waarvan de oudste SDE beschikkingen zijn vervallen. Bij de aantallen projecten nam de bij VertiCer geregistreerde half-jaarlijkse netto aanwas af, van 1.521 nieuwe projecten in HI 2022, via 1.030 stuks in HII 2022 (32% minder), naar nog maar een (voorlopige) groei van slechts 650 nieuw in HI 2023. Wederom 37% minder. De tweede jaarhelft van 2023 heeft nog maar 260 netto nieuwe projecten (-60%), maar daar zal waarschijnlijk nog wel het nodige aan gaan wijzigen. Achteraan vinden we (gearceerd) de eerste resultaten voor de eerste jaarhelft van 2023, met nog slechts zeer voorlopige data, een netto negatieve groei van -188 installaties in de eerste 3 maanden, en nog veel addities en wijzigingen te verwachten.

Bij de capaciteit is het beeld compleet anders (geworden, in de meest recente updates), en is er zelfs een aardige opleving te zien. Met de huidige bekende cijfers 1.116 MWp nieuw in HI 2022, 850 MWp in HII 2022 (24% minder), en, vanwege de bizarre, eerder al besproken toename in 1 maand (jan. 2023), nu alweer 1.270 MWp nieuwe capaciteit in HI 2023, ruim 49% méér dan in HII 2022 (in de update van december 2023 was dit volume nog 923 MWp ...).

De tweede jaarhelft van 2023 geeft, met de netto groei van, momenteel alweer 1.094 MWp, al een fors hoger volume te zien dan in eerdere recente updates, en geeft momenteel dan ook alweer een 29% hoger volume te zien, dan de aanwas in HII 2022. Voor het eerste half-jaar van 2024 zijn de data nog zeer fluïde, na de grote positieve groei in het februari rapport, gevolgd door een licht negatieve groei van 5 MWp in het huidige rapport, voor het eerste kwartaal. Het zal nog wel even gaan duren voordat er beter zicht komt op de (definitieve) groeicijfers voor de half-jaren, met name voor de recente jaargangen.

Mogelijk wordt de trend van véél minder netto overgebleven (want: deels bij VertiCer uitgeschreven) aantallen installaties, en nog steeds relatief hoge groeicijfers voor de capaciteit, nog verder versterkt, doordat er regelmatig kleinere projecten worden uitgeschreven bij VertiCer (zie tabellen onder paragraaf 5), terwijl de overblijvende (en nieuwe) projecten in de bestanden gemiddeld genomen zelf al veel groter zijn dan de oude (deels zelfs residentiële) kleine installaties.

3d. Jaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer YOY 2009 - 2022** - 2023*

Wederom naar analogie van de grafiek voor de eindejaars-volumes, ditmaal de daar uit afgeleide jaargroei cijfers volgens de laatste data update van VertiCer, in bovenstaande grafiek (alle drie parameters met referentie de rechter schaal, logarithmisch weergegeven). Omdat de langjarige historie het laatste driekwart jaar van 2023 geen update meer heeft gehad bij CertiQ, noch in de huidige update van de hand van VertiCer, is de grafiek samengesteld uit de (gereviseerde) data beschikbaar in de update van 1 maart 2023, tot en met het jaar 2020 (toen nog bij CertiQ gepubliceerd). En zijn de data voor 2021**, 2022**, en 2023*, toegevoegd, gebruikmakend van de huidige update van de data tm. maart 2024, zoals geopenbaard door rechtsopvolger VertiCer. De grafiek toont dus de huidige situatie, met de laatst beschikbare bron-cijfers. Mochten toekomstige "historische" jaarcijfers alsnog wijzigen, en wereldkundig worden gemaakt, zullen die in latere updates worden toegevoegd aan deze grafiek.

Goed is te zien dat er een duidelijk verschil is in de trend bij de nieuwe jaarlijkse aantallen installaties (blauwe kolommen) en bij de nieuwe capaciteit per jaar (gele kolommen). Bij de aantallen beginnen we op een hoog niveau van 3.765 [overgebleven † !] nieuwe installaties in 2009, het gevolg van de enkele duizenden grotendeels particuliere kleine SDE beschikkingen die in de eerste jaren van de SDE (2008 tm. 2010) werden opgeleverd. Die bron droogde al snel op omdat particuliere installaties de facto uit de opvolger regelingen werden gedwongen (eis minimaal 15 kWp, later ook nog verplicht grootverbruik aansluiting), en zakte de hoeveelheid nieuwe installaties dan ook stapsgewijs naar het dieptepunt van 259 nieuwe projecten in 2014. Daarna zwol het jaarlijkse volume weer aan door een reeks van (deels) succesvol geïmplementeerde SDE "+", tot een voorlopig maximum van 5.503 nieuwe projecten in Corona jaar 2020.

Daarna is, zelfs met grote hoeveelheden nieuw beschikte projecten onder de SDE "++" regimes, het tempo weer fors afgenomen, waar met name de wijdverspreide net-problemen een belangrijke (maar niet de enige) oorzaak van zijn. In 2021 en 2022 zijn met de recentste cijfers nu netto 3.885, resp. 2.551 nieuwe projecten toegevoegd. Dat laatst bekende volume voor 2022 is ruim 46% van het record niveau in 2020.

In 2023 is nog maar een zeer beperkt volume van 910 (netto) nieuwe projecten bekend (gearceerde blauwe kolom achteraan). Hier kan nog het nodige aan wijzigen, in de te verwachten maandelijkse cijfer updates later in 2024.

Capaciteit andersoortige trend

Bij de capaciteit is de jaarlijkse aanwas in de beginjaren relatief "stabiel" geweest, met wat kleine op- en neerwaartse bewegingen, van 18,7 MWp nieuw in 2009, tijdelijk zakkend naar 13,0 MWp nieuw volume in 2010, nog eens 4 jaar iets boven dat niveau blijvend, om vanaf 2015 sterk te stijgen. Dat was in het begin vooral vanwege de implementatie van de toen succesvolle SDE 2014 regeling. Er werd elk jaar weer meer capaciteit toegevoegd, tot een maximum van 2.436,9 MWp, wederom in het Corona jaar 2020. Maar ook de nieuwe capaciteit begon in de jaren 2021-2022 duidelijk af te nemen, al was het op een veel minder dramatisch niveau.

In 2021 was het nieuwe netto volume nog 2.007,4 MWp, dat is in 2022 momenteel nog maar 1.966,3 MWp met de bekende cijfers in de huidige update. Dat is voor 2022, met 81% van het maximale nieuwbouw volume in 2020, in ieder geval beduidend beter dan de flinke terugval bij de (netto) aantallen nieuwe projecten (46%). Met, uiteraard, de blijvende disclaimer, dat ook deze jaargroei cijfers nog niet "in beton zijn gegoten", en nog verder kunnen wijzigen. Opvallend blijft in ieder geval, dat met de laatste updates, het jaargroei volume voor de capaciteit in 2022 steeds dichter is toegekropen naar dat van het voorgaande jaar. Het verschil is momenteel nog maar 41 MWp.

In 2023 is inmiddels, vooral vanwege de eerder besproken, bizar hoge toevoeging in januari dat jaar, een netto volume bijbouw van 2.364,0 MWp geconstateerd (enkele updates hiervoor was dat nog slechts 1.223 MWp!). Dat is nu dus al hoger dan de nu bekende groei in zowel 2021 en 2022, en begint zelfs al dicht in de buurt te komen van de tot nog toe vastgestelde record groei in Corona jaar 2020 (97%). We hebben echter ook gezien dat data regelmatig (flink) worden bijgesteld, dus de verhouding van de jaargroeicijfers in deze 3 jaren ligt beslist nog niet vast.

Gemiddelde project omvang

Wederom heb ik, uit deze uit de eindejaars-data afgeleide jaargroei cijfers, uiteraard ook weer de gemiddelde systeemcapaciteit van de nieuwe aanwinsten per jaar berekend, en getoond in de groene curve in bovenstaande grafiek (vermogen in kWp gemiddeld per nieuwe installatie). Deze vertoont, na een lichte inzinking tussen 2009 en 2010, een zeer sterke progressie, van 5,0 kWp bij de nieuwe projecten in 2009, tot alweer 771 kWp gemiddeld per nieuw project in 2022. Een factor 154 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Deze enorme schaalvergroting, sterk gedreven door de oplevering van honderden zonneparken en enorme distributiecentra bomvol zonnepanelen op de uitgestrekte platte daken, is een van de belangrijkste oorzaken, van de nieuwe realiteit bij de stroomvoorziening in Nederland: de overal zichtbaar wordende netcongestie, met name op de middenspannings-netten. Wat uiteraard ook zijn weerslag heeft gekregen op de progressie van de uitbouw van de gecertificeerde nieuwe volumes in de VertiCer databank: de uitbouw is sterk aan het vertragen. En slechts met moeite "op niveau" te houden.

Voor 2023 is een sterke toename van de gemiddelde capaciteit zichtbaar, naar inmiddels 2.598 kWp per project (!). Echter, omdat deze maatvoering van 2 input variabelen afhankelijk is (die beiden netto volumes betreffen, verschillen tussen instroom en uitstroom bij VertiCer), die beiden nog flink, in beide richtingen, kunnen gaan afwijken van de huidige waarden, is er nog niet veel te zeggen over wat dit uiteindelijk op kalenderjaar basis zal gaan opleveren. Het is echter wel waarschijnlijk, dat die gemiddelde nieuwe project capaciteit op een hoog niveau zal komen te liggen, vanweg de sterk neerwaartse trend bij het aantal nieuwe projecten, bij een blijvend hoog niveau voor de nieuwe totale capaciteiten.

† Met name uit de oudere SDE regelingen, vallen regelmatig lang geleden bij VertiCer voorganger CertiQ ingeschreven projecten weg. Hier zijn verschillende redenen voor. In de uitgebreide SDE project analyses van Polder PV wordt hier regelmatig, en gedetailleerd over gerapporteerd (exemplaar 1 januari 2024, zie hier).


4. 100 procents-grafieken en segmentatie naar grootteklasse

Een van de nieuwe mogelijkheden van de compleet herziene presentaties bij VertiCer, is de segmentatie naar grootteklasse. Daar kon tot voor kort uitsluitend iets over gezegd worden op basis van de jaaroverzichten, waar, al lang geleden op basis van een verzoek in die richting door Polder PV, inderdaad werk van gemaakt is door rechtsvoorganger CertiQ. Zoals in de eerste analyses al duidelijk werd, is dit nu ook op maandelijkse basis mogelijk. Met, we blijven dit herhalen, de waarschuwing, dat alle cijfers bijgesteld kunnen worden in latere updates, met name m.b.t. de meest recente data. Bij de al wat oudere periodes vinden wijzingen minder vaak plaats, en zijn ze meestal van een bescheiden omvang.

In het 3e artikel over de eerste resultaten van januari 2023 heb ik al meer-jaarlijkse trends laten zien bij de evolutie van de diverse grootte klasses. Inclusief een toen nog in de bestanden van CertiQ voorkomende enorme anomalie, die niet bleek te zijn hersteld (artikel 14 februari 2023). Van dat historische overzicht zijn, om onbekende redenen, tm. de huidige maand cijfers bij rechtsopvolger VertiCer, nog steeds geen recentere updates verschenen. Maar uiteraard wel op de wat kortere termijn. De nieuwe data voor maart 2024, en de aangepaste waarden voor de maanden in de meest recente periode daar aan voorafgaand vindt u hier onder.

4a. 100 procents-grafiek aantallen per categorie

Een zogenaamde "100-procents-grafiek" voor de evolutie trends van de 8 door VertiCer en haar rechtsvoorganger onderscheiden grootteklassen van de gecertificeerde PV-populatie die zij bijhouden, dit exemplaar voor de aantallen projecten aan het eind van elke maand. Voor eind maart / begin april 2024 zijn de absolute waarden per grootteklasse rechts weergegeven. Globaal genomen namen de kleinste categorieën (1-5 kWp, 5-10 kWp, en 10-50 kWp) in betekenis af sedert juli 2021, de impact van de grotere categorieën werd groter. Er is echter weer een stabilisatie gekomen, omdat het tempo bij de aantallen nieuw netgekoppelde projecten onder de SDE regimes weer flink is afgenomen. In de maart 2024 update, is het totale aantal installaties groter of gelijk aan 50 kWp, medio 2021 al meer dan de helft, met het gezamenlijke volume al op bijna 57% van het totaal gekomen (19.742 van, in totaal, 34.708 projecten). De categorie 100-250 kWp omvat het grootste aantal projecten, 7.459 exemplaren, afgezien van de kleinste installaties tot 5 kWp (8.634 stuks, eind maart 2024). Uiteraard hebben de grotere project categorieën, vanaf 250 kWp, relatief weinig tot bescheiden aantallen. Maar schijn bedriegt: ze omvatten de allergrootste volumes bij de capaciteit, en hebben dus een zéér grote impact op de totale populatie, zie de volgende grafiek.

Plussen en minnen

Een klein deel van de afnemende betekenis van de kleinste project categorieën wordt veroorzaakt door continue uitval uit het databestand van VertiCer (diverse redenen mogelijk, ook al heel lang waargenomen bij de SDE portfolio's, analyse status 1 januari 2024). Daar staat ook weer tegenover dat volledig buiten de populaire SDE regelingen om gerealiseerde kleinschalige projecten bijgeschreven kunnen worden in de registers van VertiCer. Een fenomeen wat compleet onbekend lijkt in de PV sector in ons land, er wordt in ieder geval nooit over gerept, behalve dan bij Polder PV. In 2023 werden er bijvoorbeeld netto 40 installaties in de kleinste project categorie uitgeschreven, maar kwam er tegelijkertijd een verrassende hoeveelheid van 140 exemplaren bij in de categorie 5 tm. 10 kWp, waarvoor normaliter beslist géén (nieuwe) SDE beschikking afgegeven kan zijn sedert SDE 2011 (zie ook tabel paragraaf 5b). Dat soort kleine projecten zijn mogelijk afkomstig uit portfolio's van bedrijven zoals Powerpeers, Vandebron, en Allinpower, en het in België al actieve EnergySwap, die geoormerkt garanties van oorsprong (GvO's) van door de afnemer aangewezen projecten afboeken, ter "vergroening" van de stroomconsumptie van de klant. Daar kunnen ook (zeer) kleine residentiële projecten, of bijvoorbeeld kleine installaties op scholen, gymzalen e.d. bij zitten. Om dat soort transacties te kunnen / mogen doen, moeten de betrokken projectjes ook verplicht geregistreerd worden bij VertiCer.

De grootste categorie, projecten (of eigenlijk: "registraties") groter dan 1 MWp per stuk, omvat eind maart 2024 1.584 installaties (wederom 17 meer dan in de vorige update tm. februari 2024), wat slechts 4,6% van het totale aantal is op dat moment. Op herhaalde verzoeken van Polder PV, om deze grote "verzamelbak" verder op te splitsen, gezien de dominante hoeveelheid capaciteit in deze categorie, is, destijds, CertiQ, helaas niet ingegaan.

4b. 100 procents-grafiek capaciteit per categorie

Een vergelijkbare "100 procents-grafiek" als voor de aantallen projecten, maar nu voor de periode juli 2021 tm. maart 2024, voor de daarmee gepaard gaande capaciteiten in MWp. Voor eind maart 2024 zijn wederom de absolute volumes rechts weergegeven. Een totaal ander beeld is hier te zien, met "überdominant" de grootste project categorie (installaties groter dan 1 MWp). Waarvan het aandeel op het totale volume in de getoonde periode alweer flink is toegenomen, van bijna 51% eind juli 2021, tot al bijna 64% begin april 2024 (7.754 MWp, t.o.v. het totale volume van 12.172 MWp in die maand, in de vorige update was het percentage nog 66%). Duidelijk is te zien, dat dit wel een terugval is t.o.v. de situatie in februari, wat te maken heeft met de forse neerwaartse bijstelling van de gecumuleerde (netto) capaciteit in het maart rapport. Door deze, soms merkwaardige bijstellingen, krijgt de normaliter continu groeiende curve, vreemde "sprongen" in het verloop (andere, opwaartse sprongen zichtbaar in jan. 2023 en jan. 2024). Steekhoudende, actuele verklaringen voor die merkwaardige, abrupte sprongen in de broncijfers, geeft VertiCer helaas niet.

Afgezien van voornoemde neerwaartse bijstelling, blijft door de zelfs nog verder toegenomen, dominante impact van de grootste projecten categorie t.o.v. alle bij VertiCer geregistreerde PV projecten, de almaar voortdurende schaalvergroting in de projecten sector wederom duidelijk. Dit, met tevens een vingerwijzing naar het relatief bescheiden aantal projecten (vorige grafiek: 1.584 projecten in maart 2024), terug te voeren op een steeds hoger wordende systeemgemiddelde capaciteit van de projecten in deze grootste categorie. In juli 2021 was dat nog 4.024 kWp gemiddeld, begin april 2024 is dat alweer toegenomen naar 4.895 kWp, een toename van 22% in 32 maanden tijd.

Voor de overige categorieën blijft er dan niet zeer veel "ruimte" meer over op het totaal. Nemen we ook nog de drie opvolgende categorieën mee (flinke projecten van een halve - 1 MWp, 250 - 500 kWp, resp. 100 - 250 kWp), claimen de grootste vier project categorieën het allergrootste geregistreerde volume in de totale markt. Dit was in juli 2021 al 93,3%, eind maart 2024 is dat 96% geworden. De kleinste 2 categorieën zijn op deze schaal al vrijwel niet meer zichtbaar. Hun aandeel is begin april 2024 geslonken naar nog maar 0,13% van totaal volume (15,5 MWp, projecten van elk 5 - 10 kWp, ondanks tussentijdse groei), resp. 0,18% (21,9 MWp, projecten van elk 1 - 5 kWp).

Dan resteren nog relatief bescheiden volumes voor de categorieën projecten van 50-100 kWp (totaal 363 MWp eind 2023, 3,0%), resp. 10-50 kWp (totaal 127 MWp, 1,0%).


5. Jaarvolume segmentaties 2022 - 2023

5a. 2022 revisited - status update publ. 2 april 2024

In de maandrapport analyse voor januari 2023 publiceerde ik ook een tabel met de nieuw gereconstrueerde cijfers voor de jaargroei voor kalenderjaar 2022. Daar zijn natuurlijk in de tussenliggende rapportages weer veel wijzigingen in gekomen, waarbij ik de laatste stand van zaken in de maart 2024 update hier onder weergeef in tabelvorm. Voor nadere toelichting, zie de analyse bij het januari 2023 rapport. Wijzigingen van de oorspronkelijke gegevens (aantallen en capaciteit) t.o.v. het voorgaande exemplaar, van februari 2024, zijn cursief weergegeven. Ditmaal is er een mix van zowel ongewijzigd gebleven data, alsmede weer een flink aantal gewijzigde exemplaren. De meeste afgeleide cijfers zijn uiteraard (deels "achter de komma") mee gewijzigd.

Nieuwe jaarvolumes 2022 (YOY)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
Gemiddelde capaciteit per nieuwe installatie (kWp)
1-5 kWp
-56
-2,2%
-0,069
-0,004%
1,2
5-10 kWp
50
2,0%
0,406
0,02%
8,1
10-50 kWp
218
8,5%
6,810
0,35%
31,2
50-100 kWp
431
16,9%
33,027
1,7%
76,6
100-250 kWp
795
31,2%
137,403
7,0%
172,8
250-500 kWp
525
20,6%
181,615
9,2%
345,9
500-1.000 kWp
269
10,5%
191,169
9,8%
714,4
> 1 MWp
319
12,5%
1.414,949
72,0%
4.435,6
Totaal
2.551
100%
1.966,310
100%
770,8

Aantallen nieuw "totaal" wijzigde in de huidige update, van 2.545 naar 2.551; de capaciteit "totaal" nam ook toe, van 1.964,738 MWp naar 1.966,310 MWp. De systeemgemiddelde capaciteit van de toevoegingen in 2022 veranderde mee, en is wederom door alle wijzigingen lager geworden: van 772,0 kWp naar 770,8 kWp bij de totale volumes. Zie de tabel voor de overige details bij alle segmentaties.

Overduidelijk blijft, dat de grootste groei bij de aantallen nieuwe projecten in 2022 lag bij de installaties van 100 tm. 250 kWp (inmiddels 795 nieuwe exemplaren bekend, 31,2% van totale jaarvolume), met categorie 250 tm. 500 kWp als goede tweede (525 nieuwe projecten, 20,6%). Opvallend blijft het forse volume van 319 nieuwe installaties in de grootste projecten categorie >1 MWp (12,5%), waar de meeste grondgebonden zonneparken en grote rooftop installaties op distributiecentra e.d. onder vallen. Ook valt de negatieve groei van de kleinste project categorie op, er zijn inmiddels netto 56 projecten uit de databank van VertiCer "uitgeschreven" in 2022. Daarvoor zijn diverse redenen mogelijk, waar onder misschien eerste oude projecten met een SDE 2008 beschikking, die door hun subsidie termijn heen zijn, en waarvan de eigenaren actief de registratie bij de rechtsopvolger van CertiQ hebben be-eindigd.

Bij de capaciteit is het verhaal compleet anders. Hier blijft de categorie projecten groter dan 1 MWp alles veruit domineren, met maar liefst 1.414,9 MWp van het totale 2022 jaarvolume (72,0%) op haar conto, een zoveelste illustratie van de schaalvergroting in de projecten markt. De drie opvolgende categorieën kunnen nog enigszins - op grote afstand - meekomen, met aandelen van 9,8, 9,2, resp. 7,0% van het totale toegevoegde project volume (capaciteit). De kleinste 3 categorieën doen uitsluitend voor spek en bonen mee bij dit grote projecten-geweld (aandelen 0,35% of veel minder bij de capaciteit).

5b. Groei in 2023 (zeer voorlopig) - status update publ. 2 april 2024

Naar analogie van de - gewijzigde - cijfers voor de nieuwe aanwas in heel 2022 (vorige tabel), geef ik hier onder de uiteraard nog voorlopige data voor de 12 maanden van 2023 (cumulatie januari tm. december), volgens de cijfers in het laatste maandrapport verschenen op de VertiCer website. Hier gaat waarschijnlijk nog wel e.e.a. aan veranderen, dus nog zéér voorlopige cijfers voor dat jaar:

Nieuwe "jaar" volume 2023 (jan. tm. dec.)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
1-5 kWp
-40
-4,4%
-0,041
-0,002%
5-10 kWp
140
15,4%
1,231
0,05%
10-50 kWp
-18
-2,0%
-0,439
-0,02%
50-100 kWp
147
16,2%
11,509
0,49%
100-250 kWp
173
19,0%
28,600
1,2%
250-500 kWp
155
17,0%
47,879
2,0%
500-1.000 kWp
134
14,7%
98,645
4,2%
> 1 MWp
219
24,1%
2.176,580
92,1%
Totaal
910
100%
2.363,964
100%

Uit dit overzicht blijken 2 zaken kristalhelder: de groei is in 2023 in bijna alle kleinere categorieën "niet van betekenis" geweest, en/of, vanwege de vele wijzigingen in de actuele databestanden bij VertiCer, hebben deze zelfs (tijdelijk ?) tot negatieve groeicijfers geleid t.o.v. de herziene status aan het begin van het jaar (= status EOY 2022, vorige tabel). Er zijn vanaf begin 2023 nogal wat wijzigingen geweest in de updates van dat jaar. Sommige voorheen "negatieve groeicijfers" zijn inmiddels omgeturnd in positieve exemplaren, en vice versa. Nogmaals wijs ik op het oorspronkelijke, uitgebreide commentaar van CertiQ, hoe dergelijke (tijdelijke) negatieve groeicijfers en wijzigingen daarin tot stand kunnen komen in hun databestanden. Het berekenen van systeemgemiddeldes bij negatieve groeicijfers heeft niet zoveel zin, dus die heb ik voor dit specifieke overzicht voorlopig weggelaten. Dat komt later wel, als er enig zicht is op volledige jaarcijfers.

Negatieve groei cijfers zijn er voor zowel aantallen als bij de capaciteit bij de categorieën 1-5 kWp (-40, resp. -0,041 MWp), en 10-50 kWp (-18, resp. -0,439 MWp).

In totaal zijn er netto bezien in 2023 nog maar 910 nieuwe projecten bijgekomen, 46 meer dan in de voorgaande update. Dat zal nog wel aardig bijgesteld kunnen gaan worden in komende updates. Het is in ieder geval extreem laag, dat is al een tijdje duidelijk. Een neergaande trend bij de netto bijkomende projecten was al veel langer zichtbaar in de klassieke maand rapportages. Zie de eerste grafiek in de analyse van het laatste "gangbare" maandrapport van rechtsvoorganger CertiQ (december 2022). Deze trend lijkt zich te hebben versterkt, vooral bij de netto aantallen nieuwkomers (netto = nieuwe aanwas minus bij VertiCer uitgeschreven projecten per maand).

Flinke wijziging bij groei capaciteit in 2023

Wat overblijft, is het enige positieve punt, namelijk de groei van de capaciteit, ondanks de vele, structurele problemen in de markt (met name voorhanden netcapaciteit en hogere project kosten). De facto is die vrijwel exclusief neergekomen op een toename in, het wordt eentonig, de grootste project categorie (registraties per stuk groter dan 1 MWp). Want daar werd tussen januari en eind december 2023 een aanzienlijk volume van 2.176,6 MWp aan toegevoegd, ruim 92% van het totale nieuwe volume van 2.364,0 MWp. Dit was in de update van eind 2023 nog maar 1.298 MWp, de bizarre toename van het bij VertiCer geregistreerde vermogen in januari 2023 is hier grotendeels debet aan.

De in een vorige update gerapporteerde disclaimer, dat voor de grootste project categorie een schier onmogelijk hoog project gemiddelde van 31,5 MWp per project resulteerde voor het eerste kwartaal, lijkt met de diverse gepasseerde latere forse bijstellingen in ieder geval alweer achterhaald, zoals toen ook al voorspeld. Het gemiddelde met de huidige cijfers is inmiddels uitgekomen op een "logischer" gemiddelde van 9,9 MWp voor de grootste project categorie. Dat ligt echter nog steeds op een hoog niveau. Deze categorie blijft een zeer dominant stempel op het totale gerealiseerde volume zetten, en de projecten in deze categorie zijn per stuk ook nog eens gemiddeld zeer groot.

De enige categorieën die nog enigszins iets voorstellen zijn de 3 op een na grootsten, met projecten tussen de 500 en 1.000 kWp, resp. 250-500 kWp, en 100-250 kWp, die momenteel cumulatief in 2023 een verzameling van 99 MWp, resp. 48 MWp en 29 MWp nieuw toegevoegde capaciteit tellen. De overige categorieën stellen weinig voor bij de nieuwe capaciteit in deze periode.


6. Evolutie van gecertificeerde zonnestroom productie / uitgifte van GvO's tm. februari 2024

Ook voor deze parameter, afgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong (GvO's), geldt, dat er geen update van de historische cijfers is gegeven, behalve voor de meer recente data vanaf mei 2021. In onderstaande grafiek daarom ook alleen de situatie van de meeste recente jaren. Voor een fraaie grafiek die verder terug gaat in de tijd, zie de update in de bespreking van het februari rapport van 2023, en het commentaar daarbij. Nadat in de voorlaatste update voor het eerst een nog zéér voorlopige, totale jaarproductie bekend is geworden voor 2023, zijn inmiddels de eerste resultaten voor januari en februari in het nieuwe jaar gepubliceerd. Met wederom een bizarre anomalie wat februari betreft.**

De extractie van een continue reeks van zonnestroom productie data uit de nieuwe spreadsheets van VertiCer is niet eenvoudig omdat er terug gerekend moet worden naar maand van productie, er continu wijzigingen / bijstellingen zijn, en alle over verschillende periodes uitgegeven garanties van oorsprong (GvO's) voor gecertificeerde zonnestroom uiteindelijk per maand opgeteld moeten worden. Bovenstaande grafiek is het uiteindelijke resultaat, met de meest recent beschikbare reeks van mei 2021 tm. februari 2024. In de maand rapportages lopen de productie resultaten altijd 1 maand achter op die van de opgestelde generator capaciteit. De productie is weergegeven in de blauwe curve (rechter Y-as als referentie, eenheid GWh = 1 miljoen kWh).

Er zijn twee "drijvende krachten" achter het verloop van deze curve. Ten eerste natuurlijk de seizoens-variabiliteit, die zich uit in hoge producties in de zomermaanden ("toppen"), resp. lage output in de wintermaanden ("dalen"). Meestal is december de minst producerende maand. Eerder zagen we al dat, sterk afhankelijk van de gemiddelde instralings-condities in de betreffende maand, in de zomerperiodes hetzij mei (2020), juni (2019, 2021, 2022), of juli (2017, 2018) de best performer waren bij de productie. Voor de hier getoonde recentere periode zijn de waargenomen "zomer pieken" alle 3 in juni gevallen. Ditmaal is alleen de piek voor juni 2023 bijgewerkt, de eerder getoonde piekwaarden voor juni 2021 en juni 2022 zijn ongewijzigd.

De tot nog toe gecertificeerde productie in juni 2023 is weer iets verder opgeschroefd, naar een nieuw record niveau van 1.536 GWh, in de huidige revisie. Dat is al 23,7% hoger dan in juni 2022. Anton Boonstra had voor heel Nederland, voor juni 2023, 11% meer instraling vastgesteld dan in juni 2022, de maand was dan ook "record zonnig" volgens het KNMI. Dit opmerkelijke resultaat voor juni is dus niet verbazingwekkend. Dat, in combinatie met de continu voortschrijdende nieuwbouw van PV projecten (al dan niet met SDE subsidie), maakt dat we eind juni 2023 al een (gecertificeerd) productie record te pakken hebben. De verwachting is dat die piek nog steeds wat hoger kan gaan worden in komende updates.

Ook de piek volumes uit met name 2021 en 2022 kunnen later nog, zij het marginaal, worden bijgeplust. Zeker van de kleinere projecten, die niet maandelijks door een meetbedrijf worden gemeten, komen productiecijfers namelijk heel erg laat pas beschikbaar, en worden ze dan pas aan de databestanden van VertiCer toegevoegd. En worden ze "zichtbaar" in de hier getoonde productie historie. De impact zal echter relatief bescheiden zijn.

Juli duidelijk minder productie dan juni

Het ook weer bijgestelde resultaat voor juli 2023 laat een scherpe neerwaartse knik in de grafiek zien, en komt, voorlopig, uit op een productie van 1.194 GWh in die maand. Wat 1,3% lager is dan de 1.210 GWh in de zeer zonnige juli maand van 2022. Ten eerste was juli 2023, i.t.t. juni, een historisch bezien "normale" maand wat het aantal zonne-uren betreft. Boonstra meldde dat er in die maand 11,3% minder instraling was dan in juli 2022, en productie is altijd direct gerelateerd aan de hoeveelheid instraling, dus een lagere output voor juli was sowieso al de verwachting.

Ten tweede. In juli 2023 steeg het aantal uren met negatieve prijzen op de stroommarkt behoorlijk, volgens de bekende grafiek van Martien Visser van Entrance op "X" (28 oktober 2023). Het kan beslist zo zijn geweest, dat hierdoor met name grotere projecten tijdelijk hun productie hebben gestaakt, om geen geld te moeten betalen i.p.v. te ontvangen. Geen productie = geen GvO's. De omvang daarvan is echter nog steeds een aardig mysterie, want die afschakelingen worden bij mijn weten niet nationaal bijgehouden cq. geopenbaard ...

Augustus 2023 zit momenteel op 1.056 GWh, wat bijna 10% lager is dan de 1.168 GWh, die tot nog toe voor ook zeer zonnig augustus 2022 door VertiCer zijn uitgegeven.

Voor september 2023 is tot nog toe voor 902 GWh aan GvO's afgegeven. Dat is al ruim 17% meer, dan de al meer geconsolideerde uitkomst voor september 2022 (769 GWh). Dit is in lijn met het feit, dat Anton Boonstra uit de KNMI data 6,8% meer horizontale instraling in september 2023 heeft berekend dan in september 2022 (platform "X", 1 oktober 2023), in combinatie met de toegenomen capaciteit in het tussenliggende jaar.

Oktober 2023 heeft een voorlopig volume van 453 GWh, 8,9% onder het voorlopige resultaat voor oktober 2022. November 2023 heeft tot nog toe een vergelijkbare minder opbrengst, dan in november van het voorgaande jaar, in december is het verschil ruim 4% negatief. In zeer zonnig januari werd voorlopig bijna 202 GWh genoteerd, wat al 28% meer was dan de 158 GWh in januari 2023.

En nóg een anomalie: GvO uitgifte februari 2024**

En toen kwam februari, met een volstrekt onwaarschijnlijk niveau van 2.109 GWh (!) aan "kennelijk" afgegeven volume van GvO's (blauwe stippellijn). Vooral voor de categorie "Aantal uitgegeven GvO's (niet-netlevering)" was de uitgifte in die maand extreem hoog, bijna 1.931 GWh (92% van totale uitgifte niveau verminderd met een marginaal niveau van teruggetrokken GvO's voor zonnestroom, 6 GWh). Dit is volstrekt onbestaanbaar, en lijkt op een grote fout in het VertiCer systeem te wijzen? Onduidelijk is, waar dit dan aan zou liggen. En of de fout in een volgend rapport hersteld zal zijn / worden, of dat deze enorme toewijzing iets geheel anders zou betreffen. Een verklaring wordt, wederom, niet door VertiCer gegeven.

Met name voor de laatst gerapporteerde maanden zullen er sowieso nog het nodige aan uitgegeven GvO's bij gaan komen. Standaard bij de GvO data van VertiCer is, dat de eerstpublicatie voor een willekeurige maand al het grootste volume GvO's voor die maand oplevert. Afgiftes die later worden gepubliceerd, zijn al veel geringer van omvang, en worden stapsgewijs kleiner qua volume. Het "doorsijpelen" van later afgegeven GvO's, die met terugwerkende kracht voor de betreffende maand worden bijgeschreven, kan echter heel lang doorgaan. Dat kan minstens langer dan een jaar duren in veel gevallen.

De tweede drijvende kracht achter deze curve is uiteraard de in het recente verleden zeer onstuimige groei van de projecten markt, met telkens flink meer, gemiddeld genomen steeds grotere PV projecten, wier nieuwe productie volumes in de loop van het kalenderjaar toegevoegd worden aan de output van het eerder al bestaande productie "park". Dat is dé drijvende kracht achter de steeds hoger wordende pieken (bovenop de verschillen in instraling van jaar tot jaar). Alle nieuwe capaciteit zal bijdragen aan het verhogen van de pieken, zelfs al hebben ze in toenemende mate oost-west opstellingen.

** Naar aanleiding van mijn e-mail aan VertiCer ter opheldering van deze hoogst merkwaardige anomalie, kreeg ik op 15 april een kort, maar zeer duidelijk antwoord: "De oorzaak ligt in een foutieve meetwaarde die de netbeheerder heeft ingestuurd en geaccordeerd. De netbeheerder heeft na onze constatering een gecorrigeerde meetwaarde ingestuurd". We kunnen dus een herstel van deze grote fout gaan verwachten in komende updates. Met dank aan VertiCer voor deze verklaring.

Progressie in winter"dips". December 2023 haalt december 2022 in

In de productie curve is goed te zien dat de zogenaamde "winter-dips" in de al wat meer "gesettelde" jaren (hier 2021, 2022), ook op een steeds hoger niveau komen te liggen, a.g.v. de almaar toenemende productie capaciteit, die ook in de winter aan een toenemende hoeveelheid zonnestroom productie bijdragen. In deze laatste update blijkt december 2022 weer een marginaal hoger volume te zijn toegerekend, 136,4 GWh. Dat is wel al 12,8% hoger dan in december 2021 (120,9 GWh), en is zelfs al een factor 4,6 maal het niveau van de "dip" in het winterseizoen van 2017/18 (jan. 2018 29,8 GWh, zie eerder gepubliceerde historische grafiek).

December 2023 is in het huidige rapport voor het eerst in de data historie van VertiCer qua afgegeven aantal GvO's inmiddels december 2022 voorbij, met 141,8 GWh (4% meer dan december 2022). De verwachting is dat met name de recentere maand productie cijfers later nog wat opgeplust zullen gaan worden, en dat december 2023 ook nog verder kan uitlopen met de latere toevoegingen.


7. Jaarproducties volgens Garanties van Oorsprong

Een herziene versie van de grafiek met de jaarlijkse uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's) werd gegeven in de analyse van de februari cijfers (link). Er is nog steeds geen nieuwe revisie van de oudere cijfers, alleen van de data vanaf mei 2021. Omdat de oudere cijfers ondertussen flink gewijzigd kunnen zijn, kunnen er nog geen nieuwe totale volumes worden bepaald.

Als we alleen naar de geregistreerde volumes in de data van de huidige update van maart 2024 kijken, zou 2021 in totaal 4.504 GWh gecertificeerde productie hebben, en 2022 al 8.549 GWh, exclusief alle andere volumes van niet bij VertiCer geregistreerde installaties (waar onder vrijwel de gehele residentiële markt). In 2023 is tot nog toe al 8.929 GWh gecertificeerde zonnestroom productie geregistreerd, dus al ruim boven het kalenderjaar volume van 2022. Hierbij komt ook nog, dat de nodige nakomende volumes van eerdere maanden worden bijgeplust. Het zal daarbij interessant zijn, te zien, wat de balans zal gaan worden tussen de méér productie van de toegevoegde nieuwe gecertificeerde capaciteit in 2023, in relatie tot het feit, dat de cumulatieve instraling in dat jaar, 7,2% láger lag, dan in het relatief zonnige jaar 2022, aldus de data-extracten en waarnemingen van Anton Boonstra.

Voor 2024 is uiteraard nog weinig van de gecertificeerde zonnestroom productie bekend. In januari werd tot nog toe een volume van 191 GWh aan GvO's aangemaakt door VertiCer. De bizarre toevoeging van 2.109 GWh in februari laten we voorlopig even voor wat het is: een onbestaanbaar volume, gezien de data historie bij VertiCer ...


8. Bronnen

Intern - rapportages CertiQ / VertiCer 2023, aflopend gesorteerd

VertiCer update februari 2024 - 2023 verder uitlopend naar 2.321 MWp nieuwbouw, 18% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (3 maart 2024)

VertiCer update januari 2024 wederom surprise - 2023 naar 2.012 MWp nieuwbouw, nu 2,4% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (?) (4 februari 2024)

VertiCer update december 2023 - voorlopig 1.298 MWp nieuwe gecertificeerde PV capaciteit, 34% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (7 januari 2024)

VertiCer update november 2023 - eerste 11 maanden 1.223 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 31% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (4 december 2023)

VertiCer update oktober 2023 - eerste 10 maanden 1.127 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 33% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (2 november 2023)

VertiCer update september 2023 - eerste 3 kwartalen 867 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 46% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (4 oktober 2023)

VertiCer update augustus 2023 - eerste 8 maanden 835 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 45% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (7 september 2023)

VertiCer update juli 2023 - eerste zeven maanden 646 MWp, (voorlopig) 46% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (2 augustus 2023)

VertiCer (ex CertiQ) update juni 2023 - "negatieve maandgroei", stabilisatie capaciteit; eerste half jaar 546 MWp, (voorlopig) 49% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (19 juli 2023)

CertiQ / VertiCer update mei 2023 - "negatieve maandgroei" aantal installaties, stabilisatie capaciteit; eerste vijf maanden 356 MWp, 38% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (3 juni 2023)

CertiQ / VertiCer update april 2023 - wederom "negatieve maandgroei"; eerste vier maanden slechts 14% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (4 mei 2023)

CertiQ / VertiCer update maart 2023 - nieuwe en bijgestelde cijfers gecertificeerde zonnestroom, eerste kwartaal 41% van nieuw volume QI 2022 (4 april 2023)

CertiQ / VertiCer update februari 2023 - nieuwe en bijgestelde cijfers gecertificeerde zonnestroom, hoge toevoeging capaciteit januari, zeer lage hoeveelheden in februari (7 maart 2023)

Revisie van historische maand- en jaarcijfers CertiQ. Deel II. Grafieken, nieuwe jaarvolumes (hoger in 2018-2020, lager in 2021), volledige sequentie Garanties van Oorsprong. (14 februari 2023)

Januari 2023 flinke toename geregistreerde gecertificeerde zonnestroom capaciteit, 354 MWp, maar het verhaal is complexer bij CertiQ. Deel I. (8 februari 2023)

CertiQ herziet cijfer presentatie methodiek - een nieuw tijdperk ? (8 februari 2023)

Sinterklaas surprise november rapport CertiQ 2022 bleek een fopspeen: december rapport wederom "negatieve groei", 1e status update. (9 januari 2023, laatste analyse van "klassieke" maandrapportage, en links naar eerdere analyses in 2021 en 2022)

Meer licht in de duisternis (?) omtrent ontwikkeling gecertificeerde zonnestroom portfolio in (2019-) 2020 bij CertiQ. (4 november 2020; vroege signalering van sterk wijzigende historische CertiQ data door Polder PV)

Extern

Data overzichten website VertiCer (vooralsnog alleen rapportages over 2023 en 1 ouder overzicht met data tot juni 2021)

NB: de oude website van CertiQ is niet meer actief, de url verwijst door naar de site van rechtsopvolger VertiCer !


1 april 2024. Laagste opbrengst eerste kwartaal bij Polder PV. Het nieuwe jaar start moeizaam met de zonnestroom productie bij Polder PV. Dat is bij iedereen het geval, er zijn veel sombere dagen geweest. Maart was ook al "somber" volgens het KNMI. We hebben het er mee te doen, veranderen kunnen we het niet. In deze analyse de cijfers voor maart en voor het eerste kwartaal, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis inmiddels 8.785 dagen in bedrijf is.

De tabel met de producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV. Alleen voor maart in de eerste kolommen, en daarnaast de cumulatie voor januari tm. maart 2024. Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. Helemaal rechts, de vergelijkbare staatjes voor de specifieke opbrengsten in maart, resp. januari tm. maart 2023, ontleend aan het bericht over die maand, op de Polder PV website.

In maart was de oudste zonnepanelen set, 4x 93 Wp Shell Solar modules, weer de best performer, met een specifieke opbrengst van 67,62 kWh/kWp. Dat was iets hoger dan de 66,90 kWh/kWp in maart 2023. Ook de Kyocera panelen (2x 50 Wp in serie op 1 OK4E-100 micro-inverter) deden het prima, met een specifieke opbrengst van 66,98 kWh/kWp, wat duidelijk hoger was dan in maart vorig jaar, toen er wat problemen met dat setje waren. De 2 problematische panelen (rode band) hadden weer de laagste opbrengst, 58,27 kWh/kWp, wat lager is dan de opbrengst in maart 2023. Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van bijna 66 kWh, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 64,4 kWh/kWp. Dat is al beduidend hoger dan de 27,0 kWh/kWp in de zeer sombere februari dit jaar.

Vergelijken we de specifieke producties in maart 2024 met die in maart 2023 (laatste kolom rechts), blijkt 2024 gemiddelde genomen iets betere resultaten te laten zien. Het grootste relatieve verschil was voor de Kyocera set, wat 14% beter presteerde. De 2 "problematische" panelen in de voorste rij presteerden 4% slechter. Het KNMI kwalificeerde maart 2024 in een nog zeer voorlopig bericht wat al op 29 maart werd gepubliceerd als "Recordwarm, droog en aan de sombere kant". Met 130 zonuren i.p.v. langjarig gemiddeld (1991-2020) 145 zonuren. Maar daar moet nog wat aan bijgesteld worden, er ontbreken nog 2 dagen.

De lage opbrengst van maart 2024 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2024 heeft weer een nieuwe kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.

Januari 2024 begon ver bovengemiddeld met de maandproductie, voor de 10 kernsysteem panelen ruim 30,6 kWh. Februari dook er, dankzij vele sombere, en regenachtige dagen, onder, en bereikte net geen dieptepunt, met bijna 27,6 kWh. Ook maart 2024 bracht het er niet best vanaf. Met een productie van 65,7 kWh waren er nog 3 jaren die nog lager uitkwamen, maart 2023, maart 2019, en laagterecord houder 2005 (58,0 kWh), toen er enkele problemen waren bij de destijds nog buiten onder de panelen bevestigde micro-inverters.

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Zoals in de maanden mei, juli en augustus. Het relatieve verschil in maart was het hoogst, omdat die maand in 2022 zéér hoog scoorde (zelfs hoger dan de opvolgende maand april). Goed is te zien dat 2024 met "mixed feelings" is begonnen. Na een (bijna) record januari opbrengst (30,6 kWh t.o.v. 23,3 kWh langjarig gemiddeld), lag de productie in februari 2024, in de getoonde vier jaren op een zeer laag niveau, en zelfs ónder dat van de eerste productiemaand dit jaar. Maart kwam slechts marginaal boven het al karige, fors ondergemiddelde resultaat in maart 2023 uit, met 65,7 kWh.

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel (momenteel: maart). De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in januari tm. maart is in de laatste oranje kolom weergegeven en bedraagt (periode 2002-2024) inmiddels 150,9 kWh voor dit deel-systeem.

We zien een grote spreiding in de cumulatieve opbrengst voor het eerste kwartaal, met 7 jaar die flink boven het gemiddelde uitsteken, en nogal wat jaren er flink onder. Het overall zeer zonnige jaar 2003 had bij Polder PV al in februari de macht gegrepen, en heeft haar positie tm. maart bestendigd, met een cumulatieve opbrengst van 197,5 kWh voor de eerste 3 maanden (31% meer dan het langjarige gemiddelde), gevolgd door 2022 en 2002.

De opbrengst in januari (hoge productie), februari (zeer lage productie), en maart 2024 (beduidend ondergemiddeld), totaal 123,9 kWh, geeft, in totaal bezien, voor Polder PV's grootste deel installatie inmiddels het slechtste cumulatieve resultaat in de volledige productie periode sedert 2002, 18% lager dan het langjarige gemiddelde. Dit wordt deels veroorzaakt door een slechte verbinding bij (minimaal) een paneel, natuurlijk in combinatie met de niet erg beste weers-omstandigheden in het eerste kwartaal. De eerste twee maanden maken deel uit van de "meteorologische winter" van 2023/2024. Deze was volgens het KNMI, ondanks de zonnige januari, "met landelijk gemiddeld 173 uren zon tegen een langjarig gemiddelde van 218 uur zeer somber". Dit, in combinatie met de ook al sombere maand maart, maakt dat de productie resultaten in heel Nederland niet erg best waren (zie ook verderop, cijfers Boonstra).

In de grafiek is wederom de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2024 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt inmiddels flink onder het gemiddelde, op een niveau van 144,6 kWh. De productie in januari-maart 2024 ligt 14,3% onder deze mediaan waarde.

In deze grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. We zien voor het jaar 2023 (lichtgele kleurstelling), na aanvankelijk een gemiddelde start in januari-februari, dat, vanwege problemen met de installatie, de curve duidelijk onder het langjarige gemiddelde (zwarte streepjeslijn) duikt, in juni een korte opleving laat zien, om vervolgens weer weg te zakken, naar een voorlaatste positie, eind van het jaar. Rekenen we 2010 als niet representatief jaar (dakrenovatie, anderhalve maand niet gerealiseerde productie), is 2023 tot nog toe dus het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het tot nog toe laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).

De cumulatieve jaarproducties van de twee hoogst (2003 en 2022), en slechtst presterende jaargangen (2023, 2012) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.

2024 begon gelukkig weer met een zeer hoge, "bijna record" opbrengst in januari, maar door de sombere maanden februari én maart maand werd het cumulatieve resultaat weer duidelijk gedrukt, en kwam het uit op een voorlopig nieuw laagte-record, 124 kWh (gemiddelde over alle jaren: 149 kWh).


Data Anton Boonstra, Siderea.nl, NKP

Boonstra publiceerde, zeer getrouw, al snel weer de volledige set van 4 kaartjes met de instraling en productie in maart, en in de 1e 3 maanden van 2024, per provincie bepaald van opgaves van het KNMI, en het PVOutput.org portal, van 1.253 grotendeels residentiële installaties (links in bronnen overzicht, onderaan).

De instraling in maart 2024 lag in Nederland gemiddeld iets hoger, 0,6%, dan in dezelfde maand in 2023, met gemiddeld 72,4 kWh/m². Er waren wel opvallende regionale verschillen. De extremen lagen voor die maand tussen de 65,5 kWh/m² (Groningen) en 75,7 kWh/m², ditmaal, zeer opvallend, in het hart van Nederland, in Utrecht. De relatieve verschillen met maart 2023 lagen tussen de -9,7% (Groningen), en +9,7% (Limburg).

De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor heel Nederland op 62,8 kWh/kWp in maart 2024, wat, volgens Boonstra, een geringe 0,8% hoger lag dan in maart 2023. De extremen lagen ditmaal in Friesland (55,0 kWh/kWp), resp. 68,6 kWh/kWp in Limburg. Een verschil van bijna 25% t.o.v. Friesland. In relatieve zin was het verschil met maart 2023 het grootst, in negatieve zin, in Drenthe (-9,4%), terwijl in Limburg het hoogste positieve verschil werd vertoond (+10,0% t.o.v. gemiddelde productie in maart 2023).

Voor de cumulatieve instraling in de maanden januari tm. maart liet Boonstra uiteraard ook weer een kaartje zien. Over heel Nederland was dit 125,5 kWh/m², wat 5,6% lager lag dan het niveau in jan-mrt. 2023. Drenthe zat wederom het laagst, met maar 114,3 kWh/m², en was, zoals meestal, Zeeland, weer de gelukkige provincie, met 133,9 kWh/m². In relatieve zin lagen de verschillen met jan-mrt. 2023 tussen de -12,9% in Groningen, tot +1,5% in Limburg. Dat is een omdraaiing van de situatie in de periode januari tm. februari, dit jaar.

Kijken we naar de PVOutput.org installaties, is de gemeten (specifieke) productie in de 1e 3 maanden van 2024 uitgekomen op gemiddeld 109,1 kWh/kWp geweest, wat 8,2 lager is dan de productie in die periode in 2023. Wederom is dat verschil weer hoger dan het verschil bij de instraling, wat zou kunnen betekenen dat er "meer aan de hand is" met de betreffende installaties. Wellicht kwaliteits-issues, en/of al dan niet bewuste tijdelijke afschakeling (netproblemen e.a.). Friesland presteerde weer het slechtst (93,7 kWh/kWp), gevolgd door Drenthe en Groningen (94,5 resp. 96,4 kWh/kWp). Zeeland is, met 119 kWh/kWp, inmiddels gepasseerd door het weer verrassende Limburg, wat inmiddels gemiddeld 120 kWh/kWp op de teller heeft staan.

Opvallend blijft ook ditmaal, dat de oude installatie van Polder PV, met de gemeten specifieke opbrengst van ruim 121 kWh/kWp in de eerste 3 maanden (tabel bovenaan dit artikel), een betere uitkomst gaf te zien dan het gemiddelde in zijn provincie, Zuid-Holland (113 kWh/kWp).

In relatieve zin waren de (negatieve) verschillen met hetzelfde tijdvak in 2023 als volgt. Het laagste verschil werd in Limburg gemeten (-3,2%, waarbij Noord-Brabant nu, met -5,0%, op de 2e plaats is beland). Het hoogste verschil werd nog steeds vastgesteld in Drenthe (-17,7%).


Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening, met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. In een kort statement op het blog claimt de webmaster "De stroomproductie uit zonnepanelen was in maart 2024 circa 12% LAGER dan het langjarig gemiddelde (mrt 2001-2020)".

Met de data op de LOB pagina komt Siderea voor maart 2024 tot hoge haalbare specifieke opbrengsten van 62 (Drenthe, Friesland) tot 75 kWh/kWp (de Kooy NH), resp. 73 kWh/kWp (Zuid-Limburg, Zeeland, W. Gelderland) voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO. Tot waarden van 68 kWh/kWp voor Drenthe N en Friesland, tot 84 kWh/kWp (de Kooy), resp. 82 kWh/kWp (Z. Limburg, W. Gelderland), voor installaties met optimale oriëntaties, op pal Z.

Voor de langjarige periode 2001-2020 berekende Siderea voor maart haalbare opbrengsten, tussen de 74 kWh/kWp (Veluwe) en 84 kWh/kWp (de Kooy - kop van NH) voor "gemiddelde oriëntaties", en 84 en 96 kWh/kWp voor "optimale oriëntaties", voor de Veluwe - noord Limburg, resp. de Kooy.

Voor de periode jan.-mrt. 2024 komt Siderea voor "gemiddelde oriëntatie" op waarden tussen de 112 kWh/kWp (zuid Drenthe) en 138 kWh/kWp in Zeeland. En voor "optimale oriëntaties" tussen de 125 en 156 kWh/kWp voor dezelfde locaties.

Zoals eerder al gememoreerd, zijn dit allemaal ideale gevallen, veel recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet, omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties.


Nationaal Klimaat Platform had nog geen nieuwsbericht over de productie van energie uit hernieuwbare bronnen tijdens publicatie van dit artikel.


Energieopwek.nl

De brondata voor het Klimaatakkoord worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (energieopwek.nl website). In maart 2024 werd het hoogste gemiddelde vermogen op de 25e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 4,05 GW over dat etmaal. Het hoogste niveau in maart 2023 lag op 3,23 GW (27 mrt. 2023, aangepaste cijfers, bij eerst-publicatie was het namelijk nog 3,18 GW). Ook op 8 en 14 maart 2024 kwamen deze gemiddeldes hoger uit dan de (her)berekende piek in maart 2023 (3,84, resp. 3,6 GW).

Het dag-"record" van 25 maart 2024 komt neer op een berekende zonnestroom productie van 4,05 (GW) x 24 (uren) = 97,2 GWh. Dat ligt al ruim 25% hoger dan het hoogste niveau in maart 2023 (77,5 GWh).

Voor de maand maart 2024 werd de hoogste momentane output piek voor zonnestroom door energieopwek.nl midden op de dag niet op de 25e behaald, maar om 13h20 op 14 maart aangetikt, op een niveau van 14,12 GW. Deze berekende piek is al fors hoger dan de hoogste piek berekend voor februari dit jaar. Die werd in die maand op de 27e gehaald, met (herberekend) 9,98 GW.

Het absolute record tot nog toe zou, met kennelijk wederom bijgestelde data, op 13 en op 14 juni 2023 zijn behaald, met een momentane (berekende) output van maar liefst 16,56 - 16,57 GW. De verwachting is, dat, gezien de flink gegroeide PV capaciteit in Nederland, dat record weer aan diggelen gaat vanaf de instralings-rijke voorjaars- tot zomermaanden, in het huidige jaar.


Bronnen:

Meetdata Polder PV sedert maart 2000

Maart was recordwarm maar wel somber (kort bericht KNMI, 29 maart 2024)

Maart 2024. Recordwarm, droog en aan de sombere kant (maandbericht, 29 maart 2024, nog zeer voorlopig overzicht)

Winter 2023-2024 (december, januari, februari). Zeer zacht, zeer nat en zeer somber (bericht KNMI, 5 maart 2024)

De staat van ons klimaat 2023: warmste en natste jaar ooit gemeten (nieuwsbericht KNMI, 31 januari 2024, met link naar volledige rapportage, let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 12 !)

Anton Boonstra

1 april 2024 Horizontale instraling per provincie in maart 2024, in vergelijking met het niveau in maart 2023

1 april 2024 Gemiddelde productie in maart 2024 t.o.v. ditto 2023 bij 1.253 zonnestroom installaties op het PVOutput.org platform

1 april 2024. Cumulatieve horizontale instraling per provincie in jan-mrt. 2024, in vergelijking met hetzelfde tijdvak in 2023

1 april 2024. Gemiddelde cumulatieve productie in jan-mrt. 2024 t.o.v. ditto in 2023, bij 1.253 zonnestroom installaties op het PVOutput.org platform

En verder:

Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)

Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januai 2024)

Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet):

Zon en wind productie eerste kwartaal 2024 op 43% van Nederlandse stroomvraag (1 april 2024)

26% meer zonnestroom productie berekend voor maart 2024 t.o.v. maart 2023 (31 maart 2024)

Day-ahead stroomprijs in maart 2024 bijna 40% lager dan in maart 2023, wind en zon drukken de markt prijs, ruim 40% effect (31 maart 2024)

Laatste week van maart 59% van alle Nederlandse elektra uit hernieuwbare bronnen (31 maart 2024)

Nederland eindelijk Verenigd Koninkrijk voorbij bij aandeel elektra uit hernieuwbare bronnen (30 maart 2024)

Capaciteit zon en wind in landen rond Noordzee momenteel dubbele van momentane stroomvraag, in 2030 zou dat 4x zo veel kunnen worden (28 maart 2024)

Tm. 28 maart in die maand 4x negatieve stroomprijzen op de groothandelsmarkt (28 maart 2024)

Interessante CO2 emissie grafiek Nederland. Per dag geplot, vanaf januari 2014 (27 maart 2024)

De beroemde "regenboog grafiek" voor PV, berekende dagproducties tm. 26 maart 2024; 25e "top" dag, 100 GWh (26 maart 2024)

 
 
 
© 2024 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP