zontwikkelingen "oud"
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina 136

meest recente bericht boven

Specials:
"Definitieve" cijfers zonnestroom CBS over kalenderjaar 2015
Grootste zonnestroompark Nederland - by far 30,8 MWp
Aangepast motie saldering zonnestroom aangenomen Tweede Kamer
CertiQ november 2016 wederom 21 MWp PV erbij
SDE 2017 - gas er op met mogelijk 12 miljard Euro
Progressie SDE-gesubsidieerde zonnestroom projecten in oktober update RVO
Vermindering stroomgebruik computer Polder PV
Verbruikscijfers Polder PV met nare verrassing: lekkage

5 november 2016 - 23 december 2016

Voor belangrijke "highlights" voor ons PV-systeem, zie pagina nieuws_PVJSS22.htm

actueel 137 136 135 134 133 132 131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights


 
^
TOP

21 december 2016: CBS updates 2. Zonne-energie - zonnestroom versus thermisch. In de CBS updates zijn ook cijfers terug te vinden over thermische zonne-energie installaties, die ik in de volgende grafieken verder uitlicht.

In deze grafiek de tijdreeks voor het aantal in-gebruik genomen (afgedekte) zonnecollector systemen (geel), en onder de X-as het in dat jaar (door CBS berekende) aantal uit-gebruik genomen installaties (blauw). Linksboven het resulterende volume aantal installaties aan het eind van het betreffende jaar (EOY), in 2015 opgelopen tot 152.843 stuks. De record jaarlijkse toevoeging vond alweer lang geleden plaats: 10.714 nieuwe afgedekte zonnecollectoren in 2009. De neergaande lijn bij de nieuw geïnstalleerd aantal systemen (5.145 in 2015) en het in dat jaar berekende forse aantal van 3.300 (vermeend) "uit-gebruik genomen" installaties, laat een niet al te beste trend zien voor de specifieke thermische zonne-energie sector. Uiteraard zal daar in 2016 hopelijk e.e.a. in zijn gewijzigd vanwege de dit jaar lopende ISDE regeling, een aanschaf subsidie op duurzame apparatuur "niet zijnde zonnestroom producerende installaties". Maar in de harde statistieken van RVO blijken zonnecollectoren bij particulieren zelfs het minst populaire product te zijn waarvoor subsidies werden aangevraagd (status updates op aparte pagina van RVO). Voor zakelijke aanvragen waren alleen de pellet kachels minder gewild. In beide categoriëen waren warmtepompen veruit het populairst. De vraag is, of de extra 70 miljoen Euro subsidie in 2017, én de verbeterde condities voor zonnecollectoren (50% hogere subsidie per kWh output equivalent bij kleine systemen, en 20% meer bij de systemen vanaf 10 m² apertuur oppervlak), deze negatieve trend zal kunnen stoppen. Er is nog steeds budget over voor de regeling in 2016.

Deze grafiek toont de door het CBS berekende (niet gemeten) jaarlijkse output van zonnestroom (geel) en zonnewarmte (oranje), in vergelijkbare energie equivalenten (terajoule, TJ). Daarnaast is in groene kolommen de totale (berekende) output van beide opties bij elkaar weergegeven. Over alle drie de datasets heb ik een zwevend gemiddelde trendlijn laten berekenen door Excel (gestippelde curves). Hierin is ook kristalhelder terug te zien dat, terwijl de output van zonnewarmte in ons land weinig meer toeneemt (zelfs enigszins is afgevlakt), die voor PV (zonnestroom) explosief is gestegen de afgelopen jaren. De "cross-over" geschiedde in 2013, en eind 2015 heeft PV, met 4.037 TJ (berekende) productie, al een factor 3,6 maal zoveel (berekende) output dan thermische zonne-energie (1.137 TJ). En bereikte een aandeel van 78% in de totale output voor zonnewarmte en PV bij elkaar (bijna 5,2 petajoule zonne-energie).

In de laatste grafiek de door het CBS berekende percentages aandelen van zonnewarmte (oranje) en zonnestroom (geel), en de cumulatie van die twee (vetgedrukte cijfers bovenaan kolommen) in het totaal aan "vermeden emissies CO2 vanwege de inzet van hernieuwbare bronnen". De totale impact voor zonne-energie is, vooral door de zeer sterke groei van zonnestroom productie, rap toegenomen. Van vijf-honderdste procent in 2010, naar reeds een halve procent in 2015. De verwachting is dat dat aandeel rap verder zal toenemen, vooral gedreven door de zeer dynamische, en sterk groeiende PV markt.

Zonnewarmte; aantal installaties, collectoroppervlak en warmteproductie (CBS Statline tabel, update 21 dec. 2016)
Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing (idem)


 
^
TOP

21 december 2016 - 11h15: CBS publiceert "definitieve eindstand" PV capaciteit Nederland 2015. Als vanouds heeft het nationale statistiek instituut de "definitieve" eindstand voor statistieken betreffende, o.a., de opgestelde vermogens van duurzame energie producerende installaties gepubliceerd. En wel, over het vóórgaande jaar, 2015, pas gepubliceerd aan het eind van het opvolgende jaar (2016, dus, 21 december). Zo ook voor zonnestroom.

Wederom is het voorlopige cijfer, door het CBS gepubliceerd in het voorjaar (20 mei 2016), op basis van mijn fors herziene, achtste lijst met leveranciers van zonnestroom systemen en zonnepanelen (verstuurd op 30 augustus 2016), in positieve zin bijgesteld. In mei werd nog van een eindejaars-accumulatie (EOY) van 1.485 MWp gesproken voor 2015. Dit is weer opwaarts bijgesteld naar 1.515 MWp, een toename van 30 MWp, 2% hoger. Het eind-resultaat is bovendien iets hoger dan de 1.498 MWp die ik destijds, met slechts zeer ruwe, en onzekere informatie, voor eind 2015 als "hoog scenario" had voorspeld in het Nationaal Solar Trendrapport 2016 (op basis van informatie die eind 2015 voorhanden was). Derhalve, is het marktvolume dus alweer hoger dan de meeste voorspellingen lieten zien. En dat is "doodnormaal" voor elke markt in zonnestroom, die in een expanderende fase zit, zoals de Nederlandse. Ook in talloze andere landen is de groei altijd harder gegaan dan zelfs de nationale zonne-energie specialisten voorspelden of verwachtten.

Om te laten zien hoe, op basis van mijn leverancierslijst updates, verstuurd aan het CBS, het verloop van de bijstellingen is gegaan de afgelopen jaren, laat ik het volgende staatje zien:

In de eerste kolom het betreffende statistiek jaar, vervolgens de eerste afschatting van het eindejaars-volume (EOY) van dat jaar door CBS, gepubliceerd in mei van het opvolgende jaar. De derde kolom geeft de "voorlopig definitieve" EOY stand weer zoals gepubliceerd aan het eind van het opvolgende jaar (december update). De vierde kolom geeft het verschil tussen de eerste (mei) en "laatste" (december) afschattingen in MWp weer. De vijfde kolom geeft dat verschil in procent t.o.v. het in mei afgeschatte eerste EOY volume. In totaal tellen de bijstellingen voor de jaren 2011-2015 a.g.v. mijn leverancierslijst updates verstuurd aan het CBS al op tot een niet gering volume van 118 MWp (equivalent van zo'n 454.000 moderne 260 Wp PV modules, "goed" voor zo'n 38.000 huizen met elk 12 panelen).

We zien in de laatste 2 kolommen, dat het zelfs niet bij die "december bijstellingen" hoeft te blijven. CBS heeft namelijk ook nog historische correcties gepubliceerd, waarbij de cijfers voor de jaren 2011 tm. 2013 nogmaals licht verder zijn opgewaardeerd: 4 MWp extra voor zowel 2011 als 2012. En zelfs nog eens 7 MWp extra voor 2013. In totaal nog eens 15 MWp bovenop de eerder al gesignaleerde 118 MWp. De CBS statistieken zijn beslist niet "statisch", maar kunnen zeker in het dynamische wereldje van de zonnestroom, regelmatig worden bijgesteld. En elke keer weer: opwaarts.

In ieder geval hadden, zonder de door mij continu bijgewerkte leverancierslijsten, dergelijke volumes mogelijk een "blinde vlek" geweest voor het CBS en de internationale statistiek rapportages waarin Nederland wordt opgenomen (denk aan IEA, Solar Power Europe / ex EPIA, EurObserv'ER, etc.).

Vergelijking Klimaatmonitor en PIR
In de al lang ongewijzigde data van de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat, staat voor eind 2015 al een tijdje 1.491,2 MWp accumulatie voor de 9 "geïntegreerde" en ontdubbelde deel-dossiers. Als we van dat cijfer uitgaan, zou dat integrale dossier (wat ik KMt noem) voor dat jaar inmiddels ongeveer 1,6% achterlopen op de CBS cijfers. Ik heb al enkele malen laten zien, dat het KMt cijfer steeds dichter naar de CBS data toe kruipt (als deze eenmaal, helaas vrij laat, zijn "gesetteld"). Echter, als we naar de data in het PIR (productie installatie register) van de netbeheerders kijken, volgt een andere conclusie. Het laatst bekende cijfer van hen werd door Solar Magazine gepubliceerd (zie mijn uitgebreide analyse), en was wat bijgesteld: 1.339 MWp, eind 2015. Daarin mist dus een zeer substantieel volume, en wel 186 MWp, dik 12% t.o.v. de EOY accumulatie van CBS. Mijn vrees is, dat dit in 2016 nog fors zal zijn verergerd. Want de grote installaties, die een enorme nieuwbouw boom hebben gekend dit jaar, en die per stuk een forse capaciteit extra in de statistieken brengen, zijn voor een fors deel NIET vertegenwoordigd in dat veelbesproken, en blijvend slecht begrepen, PIR register van de netbeheerders...

Productie
Met nieuwe rekenmethodieken is door CBS ook de vermeende (niet gemeten) productie uit genoemde aangepaste capaciteiten berekend. Die steeg aanvankelijk van 487 GWh (2013) naar 785 GWh (2014). Het eerste cijfer voor 2015 in mei, 1.108 GWh, is inmiddels bijgesteld naar 1.122 GWh. Dus dik 1,1 TWh zonnestroom in dat jaar. T.o.v. 2014 een toename van 43%. Indien dat correct zou zijn berekend zouden alle Nederlandse PV centrales, met de door het CBS bijgestelde hoeveelheid geproduceerde zonnestroom, puur rekenkundig bezien al een factor 2,7 maal meer stroom produceren dan het off-shore Amalia windpark van Eneco (eigen opgave: 422 GWh/jaar).

Wat het relatieve aandeel van het stroomverbruik betreft zijn er twee rekenmethodieken. Bij de bruto elektriciteitsproductie (inclusief eigen verbruik van alle bronnen, nationaal) is het aandeel zonnestroom in drie jaar gestegen van 0,41 (2013) via 0,66 (2014) naar 0,94 procent (2015, groei met 0,28 procent). Bij de netto stroomproductie (zonder eigenverbruik) was de groei van 0,42 (2013) via 0,69 (2014) naar 0,99% in 2015 t.o.v. het totale binnenlandse elektriciteitsverbruik (gedomineerd door de stroom vretende industrie). Een toename van 0,3% in een jaar tijd. We staan nog maar aan het begin van de potentie, maar de EOY accumulatie curve blijft nog steeds steil omhoog gaan. Zoals de grafiek hier onder laat zien.

In blauwe kolommen de eindejaars accumulatie (EOY) in MWp, na de update van 21 december 2016. In oranje de jaarlijkse nieuwbouw (YOY, in MWp), afgeleid uit deze EOY cijfers (beide cijfer reeksen: rechter Y-as). Deze laatste kunnen door CBS wellicht nog licht worden aangepast omdat ze ook theoretisch berekende "afgevoerde" capaciteit mee hebben genomen in eerdere overzichten. Maar daar rept het CBS de laatste tijd helemaal niet meer over. Het zal wat de trends betreft verder ook nauwelijks verschil maken, er is in ieder geval fysiek bezien nog steeds weinig PV capaciteit "verdwenen" uit onze markt. Zeker nog niet in 2015. In 2016 zou het beruchte hagel event in Noord Brabant wel het nodige aan "afvoer" hebben kunnen opleveren, maar dat jaar weten we wat het CBS betreft nog niets van. En dit artikel gaat over de "officiële status tot en met 2015".

De nieuwbouw van PV capaciteit in 2015 is nu dus bijgesteld, van aanvankelijk 437 MWp (eerste afschatting in mei 2016), naar inmiddels 467 MWp. Daarmee is en blijft 2015 tot nog toe het beste jaar voor de verkoop activiteiten rond zonnestroom in ons land, met een 24% hoger afzet volume dan in het vorige record jaar, 2013 (met 377 MWp nieuwbouw).

De jaarlijkse aanwas in procenten van de nieuwbouw in MWp t.o.v. het eindejaars-volume van het voorgaande jaar is in de grafiek weergegeven in een grijze stippellijn, met bijbehorende data en de linker Y-as. De groeipercentages in 2012 en 2013 waren zeer hoog vanwege de nationale subsidieregeling voor particulieren. Ondanks een forse "val" van 148% YOY groei (2012) en 102% (2013) naar 40% in 2014, mocht de sector zich op de borst blijven kloppen voor zulke hoge groeicijfers. En in 2015 is de jaargroei alweer 45% t.o.v. de EOY accumulatie in 2014 geweest, met de laatst bekende officiële cijfers van het CBS. In geen enkele andere energie sector zie je dergelijke cijfers terug, zeker niet continu zo hoog - sinds 2010.

De verwachting is dat 2016 beslist nog hogere groeicijfers zal laten zien. Dat heeft niet alleen met een blijvend hoge afzet in de residentiële sector te maken (mogelijk niet zo hoog als in 2015, maar de belangrijkste steunpilaar van de sector blijvend). Maar vooral met alle extra activiteit. Hiervan is de implementatie van met name de SDE 2014 regeling een enorme boost factor gebleken, waar ik u nog verder over zal informeren. Maar bij het CBS is al die info nog niet "beland". Hun eerste afschatting voor 2016 zal pas weer in het voorjaar van 2017 gaan komen.

Bron: CBS Statline Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen 21 december 2016, officieel "bijstelling" van data

20 mei 2016 Eerste afschatting volumes PV capaciteit voor het jaar 2015

17 december 2015 Bijstelling cijfers voor 2014


 
^
TOP

15 december 2016: Grootste zonnepark van Nederland aan het net. + nagekomen 1 & 2 onderaan.

Hij zat er al een lange tijd aan te komen, "de grootste" van ons land, in de provincie Groningen. Als de planvorming eenmaal keurig op de tafel ligt, de financiering op orde is, en de hardware klaar staat, is het dan weer zo "gepiept". Althans, het is natuurlijk wel een flinke klus, om dik 116.000 zonnepanelen aan te brengen, maar de Duitse project ontwikkelaar Wirsol (onderdeel van WIRCON GmbH), heeft zeer ruime ervaring in eigen land en daarbuiten, met grote zonneparken. En daarvoor was het bijna 31 MWp grote exemplaar, ZO van Delfzijl dan ook gewoon, ook al was het een grote knaap, "business as usual". Wel van ongekende Nederlandse dimensies, want het "apparaat" wat nu aan het net is gekoppeld, is maar liefst dik een factor 5 maal zo groot als het eind 2015 opgeleverde zonnepark op Ameland (Friesland, bijna 6 MWp). En dát was bij de oplevering alweer een factor 3,3 maal zo groot als het toen al oude Solarpark in Azewijn (Gelderland, 1,8 MWp). Laatstgenoemde, door Pfixx Solar met forse "crisis"-steun van de provincie in 2010-2011 opgeleverd, was ook van een compleet andere "orde", want dat bestaat uit Chinese amorf silicium dunne laag panelen met een laag vermogen van 50 Wp per stuk. Bijna alle echt grote PV parken, inclusief Ameland, bestaan uit klassieke kristallijne modules, die steeds hogere vermogens krijgen. De exemplaren in Sunport hebben een vermogen van 265 Wp per stuk, een factor 5,3 maal zo krachtig dan "Azewijn". NB: het formaat is ook fors groter, maar dat maakt bij dergelijke projecten, waar ruimtebeslag niet het grootste probleem is, ook niet echt uit, de opstelling is ook compleet anders, O/W, met hoge "pakkingsgraad".

Polder PV was tijdens zijn fietsvakantie in september - uiteraard - ook in de polder ten zuiden van de zware industrie in Delfzijl, op bezoek bij het formeel in het dorp Farmsum liggende zonnepark in aanbouw. Waar toen duizenden frames werden opgebouwd, en de eerste dozen PV modules waren gearriveerd. Enkele plaatjes van dat korte bezoekje (tijdens een schitterende zonnige dag in een lange, warme periode).

De modules worden in "oost-west" opstelling aangebracht. Dat is niet nieuw, want GroenLeven uit Heerenveen heeft dat eerder al uitgetest in Klazienaveen Noord (Drenthe), en in hun Zuiderdiep zonnepark in Tweede Exloërmond (1,4 MWp). Je kunt hiermee veel vermogen op een "relatief kleine" oppervlakte kwijt.

Nu is dat "relatief kleine" inderdaad relatief, bij het grote PV monster in Farmsum, want het is wel 30 hectare, wat daar in 4 en een halve maand bouw tijd (begin augustus - 13 december 2016) is bedekt met zonnepanelen. Niet helemaal bedekt, er is uiteraard ook manoeuvreer ruimte nodig voor machines e.d., om de "plukken" module velden heen (zie luchtopnames RTV Noord video). Maar het is een goede referentie voor het oppervlak wat als "bebouwd" kan worden beschouwd. Met die 30 hectare, en de door Wirsol op het bouwbord opgegeven ruim 30,8 MWp geïnstalleerd vermogen, kom je dan op een ratio van 1.028 kWp/hectare uit. Fors hoger dan bij gebruikelijke "zuid" opstellingen, waarbij je slechts ongeveer op de helft van die ratio zou kunnen komen. Bijvoorbeeld Klepperstee in Ouddorp, waar al het nodige aan "optimalisatie" was gedaan om zoveel mogelijk capaciteit op een beperkt veld te kunnen krijgen, haalde met een ZZO opstelling slechts 649 kWp/hectare (opgeleverd voorjaar 2012).

Voetnoten bij de bouwbord tekst

De op het bouwbord aangekondigde netkoppeling voorzien voor oktober 2016 werd niet gehaald, maar twee maanden later is voor zo'n project beslist niet vreemd, en voor Nederland beslist ambitieus. Stephan Hartlieb maakte een leuk understatement dat het park simpel "plug and play" werk was. Dat in de nabijheid van het park het 220 kV hoogspannings-station Weiwerd ligt van Tennet, wil natuurlijk wel "helpen" om de zaak op dat cruciale punt niet al te gecompliceerd te maken...

Er wordt een aantal van "circa" 116.334 zonnepanelen genoemd. De RTV Noord video rept van 116.400 stuks, 66 meer. Op zulke aantallen maken een paar modules meer of minder niet echt meer uit. Er zijn er trouwens, volgens het RTV Noord bericht, slechts 8 kapot gegaan tijdens de werkzaamheden. Een bescheiden aandeel van 0,7 promille van het aantal aangebrachte, netstroom leverende exemplaren.

De door het ervaren Wirsol voorspelde stroom productie zou ruim 27,6 GWh/jaar bedragen, wat voor deze oost-west installatie zou neerkomen op een voor veel Nederlandse installateurs "onvoorstelbaar" geachte 896 kWh/kWp.jr. Nogmaals: oost-west. Dit reuzen solar park zou die opbrengst best wel eens kunnen gaan halen. Wel is aan systeem optimalisatie gedacht. Niet met micro inverters of "power-optimizers". Er zijn immers klassieke, en betrouwbare Duitse SMA Sunny Tripower string omvormers ingezet, zoals het filmpje toont. De slagschaduw van een aan de zuidzijde staande windturbine (van het windpark van "concurrent" Eneco ...), in deze winterse maand nu bijna niet te voorkomen, met laagstaande zon (zie video RTV noord), zal beslist nu effect hebben op de nog relatief bescheiden winterse opbrengsten. Zelfs in aanmerking nemend dat die schaduw gedurende de dag verplaatst over - slechts - het zuidelijke deel van het enorme zonneveld. Maar of het veel effect zal hebben in het grootste deel van het jaar is nog niet zeker. U kunt er zeker van zijn dat Wirsol daar aan gerekend zal hebben, en ook schakeltechnisch bezien de strings zo slim mogelijk hebben "uitgelegd", om die effecten te minimaliseren. De "optimalisatie" waar ik het nu over heb is het reinigingswerk in deze dicht bij de Waddenkust gelegen installatie, waar vogels mogelijk een zwaardere vervuilingsdruk zouden kunnen veroorzaken vanwege hun uitwerpselen. De medewerker van Wirsol stelt in de RTV video, dat ze overwegen om in ieder geval in de zomermaanden een robot met hogedruk spuit in te zetten om de modules zo schoon mogelijk te houden. Voor dergelijke projecten essentieel, er is immers 30 miljoen Euro in geïnvesteerd (NB: minder dan 1 Euro per Wp opgesteld vermogen), en die moet in de SDE subsidieperiode van 15 jaar minimaal worden terug verdiend uit de exploitatie subsidie (SDE 2014 beschikking, laatste fase, maximaal over exploitatie periode 47,6 mln Euro).

Wirsol / WIRCON GmbH heeft becijferd dat met de productie van zonnestroom uit dit megapark een CO2 reductie bewerkstelligd zou kunnen worden van bijna 18 duizend ton per jaar.

Mooie contrasten in het Groningse landschap: een eind 2013 gefaillieerde, en in het voorjaar van 2015 weer "doorgestarte", extreem stroom intensieve aluminiumsmelter (Aldel van Klesch) met schuine transportband op de achtergrond, er omheen de windturbines waar de windrijke Groningse waddenkust mee gezegend is. En op de voorgrond de voorbereidingen voor de grootste zonnestroom centrale van Nederland in de klei van de Groningse polders in het achterland, Sunport.

De Solar Statistieken nader bekeken

Het nieuwe zonnepark, inmiddels aan het net gekoppeld volgens de RTV video, heb ik derhalve van mijn lange "pending" lijst naar mijn nog véél langere "realisaties" lijst van Nederlandse zonnestroom projecten verplaatst, waar hij eenzaam bovenaan staat te prijken. Ik ga over die enorme waslijst gerealiseerde PV projecten deze maand nog een spectaculaire update publiceren (voor de voorlaatste: zie bericht en uitwerking van 25 juli dit jaar).

In een keer is de provincie Groningen bijna 31 MWp aan nieuwe PV capaciteit rijker in 2016. Volgens de, helaas, zwaar op de actuele feiten achterlopende database van Klimaatmonitor (status PIR daarin van eind 2015, status SDE dossier begin maart 2016, het totale dossier KMt omvat 9 deel-dossiers), zou Delfzijl, waar het gehucht Farmsum onder valt, "toen" slechts 1.488 PV installaties hebben gehad. Met een gezamenlijk vermogen van 7.773 kWp. Een systeem gemiddeld vermogen van 5,2 kWp per installatie. Als we nu even alle tussentijds toegevoegde capaciteit (nog onbekend) vergeten, en alleen van deze ene "reuzen" toevoeging, Sunport, uitgaan, zou Delfzijl met deze cijfers uitkomen op "1.489 installaties met 38.602 kWp", dus een systeem gemiddeld vermogen van, opeens 25,9 kWp. Met de toevoeging van een zo'n "reuzen" park, kunnen er dus schoksgewijze wijzigingen in dergelijke belangrijke kengetallen optreden.

Hoe zit het met de ratio t.o.v. het inwoner aantal in de betreffende gemeente? Delfzijl had volgens CBS Statline eind 2015 25.409 inwoners. Als we bovenstaande 38,6 MWp aan PV vermogen (oude status KMt + Sunport) gebruiken, komen we op gemiddeld 1,52 kWp per inwoner. NB: dat zijn bijna 6 moderne kristallijne zonnepanelen van elk 260 Wp per inwoner. Het Friese eiland Ameland had volgens het CBS eind 2015 slechts 3.590 inwoners. Met hun cijfers (oude KMt slechts 133 installaties met 6.502 kWp, 48,9 kWp systeem gemiddeld vermogen, dit is inmiddels inclusief Zonnepark Ameland), komen zij nu op 1,81 kWp per inwoner (ouder cijfer eind 2015: 1,7 kWp/inwoner, en bevestiging daarvan sedert oplevering). Ergo: ondanks de gigantische nieuwe, tevens "grootste" Nederlandse zonnecentrale in de Groningse polder, blijft het Friese eiland op dat vlak nog steeds ongeklopt, kampioen!

Er komen meer grote PV projecten aan. De oorspronkelijke ontwikkelaar van Sunport, is nu in Vlissingen bezig met "een nog groter plan" waar nog wel "even" SDE subsidie voor gescoord moet worden (50 MWp). Wat echter, gezien de berichten uit België (Lommel Kristalpark III 100 MWp plan), beslist niet meer "de grootste van de Benelux" zal gaan worden. Ténzij er in Noord-oost Nederland wellicht ... Voorlopig ziet het er naar uit dat Sunport nog wel even een tijdje "de grootste" zal blijven. Maar Nederland zou Nederland niet zijn, als ze niet alsnog een konijn uit de goochelhoed zou kunnen toveren. Ik heb een hele lange lijst met grote project plannen klaar staan, en regelmatig verschijnt er weer wat nieuws in de categorie "zeer groot" in de media. Maar dat zijn allemaal nog wat ze zijn: leuke plannetjes. Wie weet wat daar nog van gerealiseerd zou kunnen gaan worden. We gaan het zien.

De officiële openings-ceremonie voor Sunport is pas op 19 januari 2017. Maar voor de statistieken hoort dit megapark uiteraard (al lang) in het kalenderjaar 2016 thuis.

Nagekomen (1)
In een tweet op 25 november jl. maakte ik, n.a.v. de netkoppeling van Zonnewijde te Breda, al melding van het feit dat het vermogen van grondgebonden PV installaties groter of gelijk aan 50 kWp, in ons land reeds een geaccumuleerde capaciteit van 20 MWp had bereikt. Met de toevoeging van dat ene "parkje", genaamd Sunport Delfzijl, is dat inmiddels alweer ver boven de 50 MWp gekomen. Daar gaat de komende jaren nog wel "het een en ander" bij komen, is mijn inschatting.

Nagekomen (2) 19 jan. 2017
Op 19 januari 2017 plaatste grondeigenaar van de bodem onder Sunport, Groningen Seaports, een Tweet met bijpassende foto, dat het grootste PV park van Nederland nu ook "officieel" is gestart. Het bijpassende persbericht met toelichting vindt u in het lijstje onderaan. Het zonnepark leverde natuurlijk al in december 2016 de eerste stroom, wat voor de statistieken betekent dat deze grootste installatie echt "in het kalenderjaar 2016 statistisch is opgeleverd". En niet "begin 2017" (openings-handelingen). Voor zo'n enorme installatie is dat natuurlijk erg belangrijk om dat goed op het netvlies te krijgen, anders krijgen we "vreemde effecten" op de jaar statistieken. En dat moeten we natuurlijk niet hebben. Op naar "een nog grotere" (hetzij Vlissingen, wederom initiatief van Hans Hoven, hetzij, veel later pas, Sappemeer, in Groningen).

Wirsol, de Duitse ontwikkelaar, die met een Duitse (!) banklening het project financierde, heeft de smaak te pakken, en claimt dat ze meer van dit soort projecten in Nederland willen gaan ontwikkelen. Uiteraard, want er staat alleen al voor SDE 2017 mogelijk 12 miljard Euro in twee rondes aan subsidies te lonken. En dat "trekt de aandacht" van ontwikkelaars all over the world...

Overigens neemt Eneco sedert begin januari 2017 de stroom "af" van Sunport, al verdwijnen de elektronen fysiek gezien natuurlijk direct in het hoogspanningsstation van TenneT ter plaatse. Groningen Seaports maakt er in haar persbericht zelfs een byzonder product van, "oranje-groene" stroom. Nu nog het predikaat "Koninklijk" zien te verzilveren...

Ik hoop dat de woorden van de wethouder Rijzebol tijdens de opening van Sunport nog lang zullen naklinken in de gemeenteraad van Delfzijl: "Uiteindelijk zijn we als Chemiepark en gemeente samen in staat met respect voor het Waddenwerelderfgoed (Natura 2000) onze industrie steeds meer duurzaam in te richten". Mooi. Dat betekent natuurlijk, als we niet al te hypocriet willen zijn, in een van de meest fossiele energie intensieve regio van Nederland, dat de geplande "el cheapo kolen hoogspanningslijn" van Duitsland naar o.a. stroom zuiper Aldel (aluminiumsmelter, ruim een kilometer verder noordwaarts) nu definitief van de baan is. Anders wordt hem - of een van zijn opvolgers - dat vast wel onder de neus gewreven als dat onzalige oerhollandse VOC plannetje alsnog van stal zal worden gehaald ...

Grootste zonnepark van Nederland officieel in gebruik! (persbericht Goningen Seaports, 19 januari 2017)
Zo ziet het grootste zonnepark van Nederland eruit (RTV Noord met interessante video, 13 december 2016)
Voortgang Sunport Delfzijl (fraaie luchtfoto van het bijna afgebouwde Sunport park in bericht van 14 november 2016 op site van Groningen Seaports)
Final agreement on realization of the largest solar energy park in the Netherlands (contract ondertekening definitief, persbericht Wirsol van 15 januari 2016)

Fotoreportage Polder PV fietstocht Leiden - Texel - Ameland - Eemshaven - Helmond (september 2016), talloze foto's van grondgebonden projecten (grotendeels in bouw)

"Zonneparken als windmolens zo groot" (Frietema.com, 9 december 2016). Lezenswaardig, als kritische reminder


 
^
TOP

13 december 2016 - 16h15: Stemming over aangepaste motie salderingsregeling (e.a. energie moties). Vandaag was een spannende dag. Want er zou in de Tweede Kamer, nadat een emotioneel afscheid was genomen van vertrekkend PvdA voorman Diederik Samsom, gestemd worden over een voor de inmiddels honderdduizenden kleine zonnestroom opwekkers belangrijke motie van Jan Vos (PvdA) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks). Daar kwam op het laatst nog een forse tekstuele wijziging in, want de oorspronkelijke versie onder dossier nummer 31 239 nr. 228 werd zelfs vervangen door een nieuw geformuleerd exemplaar, wat ter stemming werd ingebracht.

De oorspronkelijke tekst luidde:

"De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat steeds meer mensen zonnepanelen op hun huis willen;
overwegende dat er nu heel veel onzekerheid bestaat rond de salderingsregeling van Zon-PV;
verzoekt de regering om, de salderingsregeling voor zonne-energie in stand te houden tot in ieder geval 2023,
en daarmee burgers, net zoals bedrijven, gedurende de periode van het energieakkoord investeringszekerheid te bieden,

en gaat over tot de orde van de dag."

In rood de originele passage. Deze is in de vervangende motie gewijzigd cq. "enigszins afgezwakt" als volgt:

"De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat steeds meer mensen zonnepanelen op hun huis willen,
overwegende dat er nu heel veel onzekerheid bestaat rond de salderingsregeling van zon PV,
verzoekt de regering om de salderingsregeling voor zonne-energie te continueren of te verbeteren op basis van de evaluatie,
en daarmee burgers, net zoals bedrijven, gedurende de periode van het Energieakkoord investeringszekerheid te bieden.

en gaat over tot de orde van de dag.
"

De gewijzigde motie werd vandaag rond kwart voor vier 's middags in stemming gebracht en ... aangenomen. Wat hiervan de betekenis zal zijn is echter nog ongewis, want "continueren" is hier niet gedefinieerd, en ook eventuele "verbetering" van de salderingsregeling voor zonnestroom is hier nog helemaal niet concreet gemaakt. Maar het lijkt een winstpunt voor wat betreft de "politieke stemming" in het parlement over dit zeer gevoelige thema. Hoe die (vermeende) winst verder verzilverd zal worden in "zekerheid voor de salderings-markt" blijft nog onduidelijk. Blijvend werk aan de winkel voor de sector, dus.

Andere energie moties
E
r waren nog veertien-tal andere "energiezaken gerelateerde" moties n.a.v. het eerdere overleg (VAO Energie) van 8 december jl. Één exemplaar, nr. 31239 nr. 232 van de heer Smaling (SP) werd voor de stemming door hem als "aangehouden" gekwalificeerd, deze wordt waarschijnlijk een week later in stemming gebracht (motie gaat over alternatieven voor grote windparken in de Drentse Veenkoloniën). Motie nr. 227 werd een hoofdelijke stemming (Agnes Mulder over behoud van de werkgelegenheid bij ECN/TNO in Petten), die alsnog tot het staken van de stemmen leidde (evenveel voor als tegen). Die motie zou opnieuw in stemming moeten worden gebracht.

De meeste ander moties werden aangenomen, waaronder het exemplaar nr. 230 van Jan Vos over geen nieuwe (!!) subsidie meer voor bijstook in steenkolen centrales. Dat is natuurlijk een beetje boter ná de vis, want er is al anderhalf miljard Euro toegezegd in de eerste SDE 2016 ronde, en RWE heeft al laten weten dat ze in de tweede ronde nog twee beschikkingen hebben weten te verzilveren. Ergo: de "winst" is voor een groot deel al binnen bij de grote energie bobo's. Die miljarden, letterlijk eenmalig te verbranden Euro's, voor de helft te betalen door de burgers, de rest door het bedrijfsleven, neemt niemand ze meer af. Ténzij er alsnog een verordening komt om alle kolencentrales te sluiten. U mag zelf hier een wedje op doen. Ik niet, die dingen mogen van The Powers That Be gewoon open blijven. Mark my words.

Verworpen werden moties van Klever (PVV), nr. 231 over "geen windmolens in de Drentse Veenkoloniën", van Van Tongeren (GroenLinks), nr. 235, over verplichting tot energiebesparing voor de energie-intensieve industrie. Een zelfde lot zag haar gewijzigde motie nr. 236 (wet normering topinkomens bij energiebedrijven). En als laatste verwierp het parlement een gezamenlijke motie van Van Veldhoven (D'66) en Dik-Faber (Christen-Unie), nr. 237, over compensatie van negatieve consequenties van windmolens op zee voor de lokale economie.

Motie 31 239 nieuw (vervangende motie waar over werd gestemd, code nummer 2016D48750, van 13 december 2016)

Motie 31 239 nr. 228 (oorspronkelijk, van 8 dec. 2016, niet in stemming gebracht)

Andere moties zijn vandaag hier nog te raadplegen, en komen later in de handelingen van de Tweede Kamer te staan.

Uiteraard was Solar Magazine, met haar eigen salderings-dossier (Polder PV heeft er ook al jaren een lopen), er als de kippen bij en publiceerde meteen na de uitkomst van de stemming, alhier.


 
^
TOP

11 december 2016: Ook november bovengemiddelde maandproductie bij Polder PV. November had weer een meer dan gemiddelde output bij de zonnestroom productie - van het inmiddels deels al 16 jaar oude PV systeem. De grafieken met de tale-telling numbers kunt u hieronder bekijken.

Alle jaargrafieken over elkaar heen geplot voor het uit 10 panelen bestaande "kern" systeem (1,02 kWp). Ieder jaar met z'n eigen kleur (legenda, rechts). Het lang-jarige gemiddelde per maand in de dikke zwarte curve. 2016 tot en met de laatst toegevoegde maand, november, in oud-rose (en dikke stippen). Tot en met een deel van oktober 2001 bestond het systeem slechts uit 4 panelen, vandaar dat die twee maand opbrengst curves op een veel lager niveau liggen. In 2010 was de productie in de maanden oktober - november niet-representatief omdat toen het complete PV systeem vanwege een dakrenovatie van het net was los-gekoppeld (die resultaten zijn dan ook niet meegenomen in de lang-jarige gemiddeldes voor die maanden).

Om 2016 er goed "uit te lichten" hier slechts een vergelijking van de maandproducties 2016 van het 1,02 kWp "kern" systeem met die van vorig jaar, 2015, en met de langjarige gemiddeldes per maand (zwarte curve). Hieruit blijkt duidelijk dat 2016 naast twee zeer grote tegenvallers (april en juni, belangrijke productie maanden), in de tweede jaarhelft maar liefst 5 maal achter elkaar bovengemiddelde productie cijfers heeft laten zien. Ook in november, wat met 30 kWh voor de 1,02 kWp installatie zo'n 15% boven het langjarige gemiddelde voor dat systeem (26 kWh) lag qua output. In 2015 lag dat nog zo'n 8% lager.

In deze grafiek de geaccumuleerde jaar producties van het 1,02 kWp "kern" systeem van januari tot en met de maand november. Hieraan is direct te zien, dat ondanks de forse verliezen in de belangrijke productie maanden april en juni (vorige grafieken), de accumulatie tm. november in 2016 toch nog blijkt mee te vallen. Dit komt door het zeer goede "naseizoen", met bovengemiddelde maand producties. Het zeer goede productie jaar 2015, met 916 kWh tm. november, is al bijna benaderd in 2016, met nog maar 4 kWh "achterstand". Uiteraard zal december dit niet meer gaan goedmaken, maar zelfs als het relatief somber blijft deze laatste productiemaand van 2016, zal dit jaar niet als "verloren" hoeven te worden beschouwd. Wat trouwens sowieso een vreemd statement zou zijn, want elke geproduceerde kWh is er natuurlijk 1, en dat is meer dan nul (overdrachtelijk gesproken).

Het langjarige gemiddelde van de accumulaties tm. november komt tot nog toe op 907 kWh voor het 1,02 kWp deelsysteem (gemeten vanaf het "volledig representatieve" kalenderjaar 2002, en met uitzondering van het "niet representatieve" dak renovatie jaar 2010). Daar zit 2016 dus al 0,6% boven. Voorwaar: een goed productie jaar dus. Het is niet waarschijnlijk dat er nog veel verschil zal optreden in de "slechtste productiemaand van het jaar", december.

In de grafiek nog enkele kengetal lijnen per (theoretische) kalenderjaar opbrengst: bruin als de antieke CBS referentie "700 kWh/kWp.jaar" aangehouden zou worden (compleet achterhaald, en altijd veel te laag geweest als gemiddelde voor Nederland). Blauwe idem indien de "nieuwe referentie 875 kWh/kWp.jaar" aangehouden zou worden (op drie "normale" kalenderjaren excl. 2010 na alle producties al boven dat niveau, met nog 1 productie maand te gaan). Groen is de referentie "gemiddelde van de kalenderjaar opbrengsten van 2002 tm. 2015", 928 kWh/jaar. Bij alle overwegingen blijft staan, dat het jaar 2003 in deze lange reeks als "uitzonderlijke uitschieter" beschouwd dient te blijven worden. Veel mensen beseffen dat niet, mede omdat er toen nog maar zeer weinig (goed gemeten) PV installaties aanwezig waren in ons land.

Tot slot de fysieke productie in kWh, en de daar van afgeleide specifieke productie (kWh/kWp) per PV module groep bij Polder PV. Hierbij heb ik de resultaten voor november (rechts) naast die voor oktober (links) gezet, om duidelijk te maken dat de maandproducties zo'n beetje zijn gehalveerd. Niets om je druk over te maken, dat is de "natuurlijke gang van zaken", zoals ik in mijn maandaandeel grafiek al jaren laat zien (aparte pagina).

De twee in serie gekoppelde "50 Wp" Kyocera modules blijven als vanouds het beste presteren. In oktober lag de specifieke productie van die twee kleinoden 8% boven die van alle 14 panelen bij elkaar (67,6 t.o.v. 62,7 kWh/kWp). In november was het zelfs bijna 15% (35,1 t.o.v. 30,6 kWh/kWp). Dit wordt veroorzaakt door het feit dat schaduw effecten de totale prestatie van het hele systeem onder druk zetten in deze winterse maand. De Kyocera panelen hebben geen last van beschaduwing omdat ze geïsoleerd staan t.o.v. de rest, en ver genoeg van de relatief hoge dakrand zijn geplaatst. Én ze hebben al sedert ze in het systeem zijn opgenomen altijd het best gepresteerd. Dat alles maakt de verschillen in de winterse maand november extra groot.

Let op dat de 4 in de achterste rij staande modules (oranje band) weer wat "last" krijgen van beschaduwing van de voorste rij in november (vooral op dagen dat de zon niet gehinderd wordt door wolken, en de schaduwen van de voorste module rijen op het dak zich haarscherp zullen aftekenen bij laagstaande zon). In oktober was de productie in die deelgroep nog 94% van de specifieke opbrengst van de gelijkwaardige exemplaren in de voorste rij (rode band). In november is dat terug gevallen naar 82%. Daar is weinig aan te doen, maar het effect blijft op jaarbasis vrij marginaal. Daar heb ik al 12 jaar geleden de harde cijfers van boven tafel gekregen. Ik heb na de dakrenovatie in 2010 alleen de module rijen wat netter uitgelijnd. Verder heb ik de installatie configuratie intact gelaten.

Andere productie resultaten
Voor interessante overzichten van talloze andere residentiële installaties, zie de entries in Sonnenertrag.eu / Zonnestroomopbrengst.eu (tab PV opbrensten > Landenvergelijking > Nederland en verder neerwaarts via provincie, gemeente e.d.). Of, bijvoorbeeld, het door Anton Boonstra bijgehouden PV Output overzicht van de contribuanten van Gathering of Tweakers. Waarin al behoorlijk wat installaties die reeds ver boven de 1.000 kWh/kWp zitten dit jaar, en sommigen daar nog eens vér overheen (WaddenSolar: 1.228 kWh/kWp tm. laatste meting in december !!). Er zijn diverse andere - selectieve - publieke overzichten, van omvormer fabrikanten als SMA, of van de succesvolle optimizer producent, Solar Edge.

Bron: monitoring Polder PV (sedert maart 2000)


 
^
TOP

5 december 2016: Record groei gecertificeerde zonnestroom capaciteit CertiQ bestendigd. Na het vorige maandrecord van oktober, geven de nieuwste cijfers van CertiQ voor de afgelopen maand, november, wederom een "bijna" record volume te zien. Er werd netto wederom 21 MWp toegevoegd aan de databank. En, i.t.t. de trend in het voorgaande maandrapport (lichte achteruitgang), groeide het netto aantal geregistreerde gecertificeerde PV systemen in de CertiQ databank sterk: er kwamen 202 projecten bij. In dit artikel de detail cijfers, en analyse van de dynamiek van het groencertificaten systeem.

Ten eerste, in grafiek-vorm, de progressie van de netto nieuwbouw van het aantal bij CertiQ geregistreerde gecertificeerde PV projecten, zoals weergegeven in de maand rapportages.

De grafiek geeft de netto groei (of: afname) van het eind van de maand bij CertiQ "netto" geregistreerde aantal gecertificeerde PV projecten weer. Deze vertoonde - soms zeer forse (-449 in jan. 2014) - negatieve groeicijfers, in de periode dat de vaak al vele jaren bestaande projecten in 2013-2014 moesten "her-registreren" (vanwege wettelijke voorschriften). Dit is weergegeven in blauwe cijfers onder de X-as. Maar ook lange tijd daarna, tot ver in 2015, bleef het "onrustig" bij de netto balans aan het eind van de maand. Netto toenames bij de aantallen wisselden af met netto afnames. Vanaf mei 2016 leek eindelijk de rust weergekeerd, en hadden we weer 5 maanden achter elkaar continu positieve netto bijbouw wat aantallen installaties betreft. Wat altijd het verschil is tussen het volume aan in die periode bij CertiQ geregistreerde nieuwe projecten minus de daar (om wat voor reden dan ook) weer uitgeschreven (meestal oude?) PV installaties. In het oktober 2016 rapport werd voor het eerst in langere tijd weer een - bescheiden - netto "verlies" van 11 PV projecten vastgesteld. Wel direct volgend op september, toen er een "respectabel" aantal van netto 289 nieuwe installaties werden toegevoegd. November liet gelukkig weer een stevige groei van - netto - 202 nieuwe installaties zien.

In deze grafiek in rood de complete reeks vanaf 2003, met forse schommelingen in de netto toegevoegde aantallen gecertificeerde PV projecten per maand. De eerste SDE regelingen (start SDE 2008 bij vertikale zwarte streepjeslijn) hadden pas laat effect. Pas in 2009 begonnen, na een zeer lange periode van "stand-still" in de Nederlandse markt, meestal kleine residentiële, onder SDE 2008 en SDE 2009 gesubsidieerde projecten bij CertiQ "binnen te komen", en die groei ging nog door tot ver in 2011. Met een "historisch piekje" in mei 2011, toen er netto 412 PV projecten in een maand bij kwamen (apart gemarkeerd punt). Maar sinds residentiële projecten binnen de "nieuwe structuur onder SDE+" de facto (bijna) onmogelijk zijn geworden met de nieuwe ondergrens van 15 kWp per installatie, is er wat de nieuwe aantallen betreft fors de klad in gekomen. Sedert 2012 stromen er vooral slechts relatief weinig "grote" projecten onder de SDE "+" regimes in, bij CertiQ. En de her-inschrijvings-operatie van de bestaande projecten in 2013-2014 heeft ook zijn "sporen" nagelaten in deze statistiek. Heftige schommelingen tussen positieve en negatieve netto groei per maand waren het gevolg, en ook al lijkt de trend de laatste tijd gemiddeld genomen weer positief, negatieve uitschieters blijven voorkomen. November 2016 gaf echter weer een relatief forse netto groei te zien.

De gele curve laat de door CertiQ gepubliceerde eindstand van het totaal aantal geregistreerde PV projecten per maand zien. Na een tijd van "stand-still" en zelfs licht "negatieve groei" (artificieel vanwege benodigde her-registratie van de projecten) in 2014, is de draad weer opgepakt, en is er gemiddeld genomen weer positieve groei bij de (geaccumuleerde) aantallen. Na het kleine dipje in het oktober 2016 rapport (netto licht negatieve groei bij aantallen), laat de samenvatting van de data in november weer een nieuw accumulatie record zien (apart gemarkeerd in de grafiek): 12.432 PV projecten.

Steevast zijn er in het afgelopen jaar forse (netto) nieuw toegevoegde capaciteiten bijgeschreven in het CertiQ register. Na het "record" nieuwe volume in oktober, voegt het november rapport een vrijwel identiek hoog volume toe. 21,0 MWp netto nieuw erbij. Dat betekent, dat de laatste vijf maanden er gemiddeld genomen 20,4 MWp per maand is bijgekomen, een "substantiële, en langdurige" groei, dus. Het gevolg voor de accumulatie van de gecertificeerde PV capaciteit betreft zien we in het volgende plaatje:

De groei van het CertiQ dossier lijkt al langere tijd onstuitbaar, ook met de forse toevoeging van het resultaat uit het november rapport. De blauwe stippellijnen geven het overschrijden van de 100 MWp grenzen aan. Sinds het begin van de heftige groeilijn, veroorzaakt door met name de implementatie van vele honderden SDE 2014 projecten, in juni 2015 (toen accumulatie 129,5 MWp), is de gemiddelde groei ruim 15 MWp per maand geweest. In de lange periode tot en met juni 2015 lag die groei gemiddeld genomen op slechts 1,7 MWp per maand, een fractie van het recente gemiddelde volume! In totaal stond er eind november 2016 385,3 MWp aan gecertificeerd PV vermogen bij CertiQ in de databank genoteerd. Uiteraard staat er fysiek bezien het veelvoudige in ons land, wat nooit bij CertiQ werd geregistreerd (of, in zeer beperkte mate: daar weer is uitgeschreven). We zijn nog steeds bezig met de cijfers voor 2015, over 2016 kan alleen nog maar druk worden gespeculeerd (met hele natte vingers). Wel kan ik u meedelen dat alleen al in mijn single-site project register inmiddels een netgekoppeld volume is geaccumuleerd van meer dan 430 MWp, en dat is een absolute bottom-line voor wat er mogelijk zou kunnen staan aan >=15 kWp installaties in ons land (er staat in werkelijkheid nog veel meer). Ergo: zelfs bij CertiQ staan lang niet alle "grotere" PV projecten in de databank.

Wat in ieder geval wederom duidelijk wordt aan het verloop van deze grafiek: als bij benadering in december een "vergelijkbaar volume" als in de afgelopen vijf maanden zal worden toegevoegd, zal de CertiQ databank aan het eind van dit jaar dik over de 400 MWp aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit omvatten.

In onderstaande grafiek bekijken we het "gevolg" van bovenstaande twee trends voor het systeemgemiddelde van de geaccumuleerde volumes PV capaciteit bij CertiQ.

Onherroepelijk gevolg van de twee geschetste trends (een relatief bescheiden toename van de accumulatie van het aantal projecten, bij een gelijktijdige forse toename van de capaciteits-accumulatie van gecertificeerde PV projecten) blijft een flinke verder toename van de systeemgemiddelde capaciteit voor alle bij CertiQ bekende PV installaties. In de grafiek weergegeven in kWp opgesteld vermogen per installatie. De vorige record waarde (bijna 30 kWp) is alweer verbroken, we zitten nu al op gemiddeld 31 kWp. Dat is meer dan het dubbele van de toegelaten "ondergrens" in de SDE "+" regelingen sedert SDE 2011 (15 kWp, blauwe stippellijn). De verwachting is, dat deze trend verder zal doorzetten, als met name de talloze grote gerealiseerde PV projecten met een SDE 2014 beschikking, blijven instromen in de CertiQ database. Er komen sowieso twee zeer grote grondgebonden ("vrije-veld") projecten aan, bijna 31 MWp Sunport in Delfzijl, en 7 MWp Garyp. Alleen die twee toevoegingen zullen straks een major impact gaan maken op de gemiddelde installatiegrootte (vermoeden: zo'n 3 kWp/project meer over het totaal genomen). Het systeemgemiddelde in de CertiQ databank is sedert begin 2010 al met een factor 5,3 toegenomen.

Bij de garanties van oorsprong is nu voor de derde achtereenvolgende maand (tot nog toe) minder productie van de geregistreerde PV capaciteit vastgelegd (blauwe curve). Na het record van juli 2016 (32,9 GWh), is het niveau in het november rapport terug gezakt naar 19,6 GWh in de maand oktober (laatst bekende gegevens). Deze data zullen later nog worden bijgesteld, omdat nog lang niet alle data binnen zullen zijn bij CertiQ. Bovendien lopen ze een maand achter op de cijfers voor de accumulatie van de capaciteit (magenta curve). Maar dat ze veel hoger liggen dan een jaar geleden, is kristalhelder. De "certificaten productie machine" is, door de snel toegenomen, zwaar door SDE subsidies gedreven gecertificeerde PV capaciteit, op volle toeren gegaan. Alleen zakt deze uiteraard nu tijdelijk weer in, omdat er in de winter nu eenmaal fors minder stroom wordt geproduceerd dan in de zomer. Een "natuurlijk" fenomeen van PV, omdat zonnepanelen direct reageren op zonlicht. In winterse maanden is, ondanks het gunstige "bij-effect" van gemiddeld lage omgevingstemperatuur, de productie zoals gebruikelijk fors lager dan in de zomermaanden (zie mijn seizoenseffect diagram voor de eigen installatie). Dat komt door een combinatie van (a) vaak bewolkt weer, (b) zeer lage zonnestanden (zelfs midden op de dag), dus zeer ongunstige instralingshoek op de meeste zonnepanelen, (c) zeer korte daglengte. En (d), in steeds zeldzamer gevallen in ons land, soms tijdelijke sneeuwbedekking (dan: geen fysieke productie, tenzij een zeer dunne laag, maar dan nog: verwaarloosbaar).


Wijzigingen aantallen/vermogen bij CertiQ geregistreerde installaties en productie

Er is in november netto bezien een forse groei van het aantal "duurzame elektriciteit producerende" installaties te zien t.o.v. het oktober rapport van CertiQ. Die werd vooral "gedragen" door de forse (netto) toename van 202 PV projecten (en een groei van 21 MWp nieuwe netto PV capaciteit, +5,8%). Maar er kwamen ook netto weer 2 bio-vergisters (+ 3,6 MW), 2 stortgas installaties (netto toevoeging 1,0 MW), en 3 installaties in de categorie "biomassa overig" (niet zijnde bijstook in kolencentrales - neutraal op 5 exemplaren) bij. Die een forse netto capaciteits-toename opleverde in die categorie van 89,0 MW (+27,0%!). Ook werden netto wederom 5 windturbine projecten toegevoegd, bij een gelijktijdige netto capaciteits-toename van 23,1 MW bij diezelfde optie (groei 0,5%). Verheugend mag hier ook geconstateerd worden dat er eindelijk weer eens (netto) een kleine waterkracht centrale is toegevoegd, al droeg de gelijktijdige netto capaciteitstoename in die categorie slechts 0,1 MW bij (+0,3%).

De enige grote verliezer in het geheel was ditmaal de categorie afvalverbranding (AVI). Die bleef weliswaar steken op (netto) 15 centrales. Maar de door CertiQ aan "duurzaam" toegerekende capaciteit nam fors af, 71,0 MW, een verlies van 9,8%.

De netto balans bij de vermogens (alle plussen en minnen optellend) resulteerde in een netto toename van 215 installaties "duurzame" capaciteit (+1,6%). Terwijl de geaccumuleerde productie capaciteit tegelijkertijd met 66,8 MW toenam (+0,8%). Bekijken we de wat langere termijn: er is van de op 1 december 2013 nog bij CertiQ geregistreerde 9,0 GW "duurzaam productie vermogen" begin december 2016 nu ruim 8,8 GW over. Deels met nieuwe installaties, en een deel van de oude capaciteit verdwenen cq. uitgeschreven bij CertiQ.

In de november rapportage bestaat, ondanks de blijvend forse groei bij gecertificeerde zonnestroom capaciteit en andere opties, nog steeds 40,1% van het geaccumuleerde vermogen uit "dubieuze" opties biomassa bijstook in fossiele steenkolencentrales (5), en AVI's ("grondstoffencrematoria", 15), 48,1% is windturbine capaciteit, inmiddels alweer 4,4% PV vermogen (stapje voor stapje verder groeiend), en 0,4% hydropower. De restpost valt toe aan "andere" biomassa modaliteiten ("overig", vergisting, en een klein beetje stortgas), het aandeel in het totaal daarvan nam toe van 6 naar 7%. Daarbij moet ook een relativering: opgestelde capaciteit is iets heel anders dan daadwerkelijk geproduceerde energie, en wat daarvan uiteindelijk als "duurzaam" toegewezen zal worden (of er nu discussie over is of niet).

NB: "netto" toename of afname is altijd een combinatie van het verschil tussen (nieuwe) inschrijvingen en uitschrijvingen in dezelfde maandrapportage bij CertiQ. Er kan dus "negatieve" groei optreden tussen twee maandrapportages in, ook per categorie.


Totale - gecertificeerde - productie van stroom uit duurzaam veronderstelde bronnen

CertiQ geeft op dat er, tot nog toe geregistreerd, 14.235 GWh stroom uit (verondersteld) duurzame bronnen is geproduceerd in de laatste 12 maanden tot en met november 2016 (laatst beschikbare actuele cijfer). Dat is ruim 2% meer dan in het oktober rapport werd gepubliceerd (13.949 GWh). Er kan echter nog een hoop volume bij komen, omdat de administratieve procedures voor het verwerken van alle data lang zijn. De meeste van de duizenden particuliere PV installaties met SDE 2008 tm. SDE 2010 beschikking worden bijvoorbeeld maar een keer per jaar door de netbeheerders "bemonsterd" (gemeten), en het kan lang duren voordat die gegevens zijn verwerkt. Tot nog toe is er voor de laatste 12 maanden tot en met november 2016 288,1 GWh zonnestroom genoteerd (oktober: 269,8 GWh, dus weer bijna 7% meer). Dat is ruim 2,0% van het totaal (veronderstelde "duurzame" productie), wederom een tiende procent hoger dan in het vorige maandrapport. Enkele maanden geleden lag dat niveau nog op 1,5%, maar het percentage zal waarschijnlijk nog gaan wijzigen bij toevoeging van nieuwe data voor alle bronnen.

Tot nog toe is er voor alleen de (laatst bekende) maand oktober 2016 een volume van 982,2 GWh (september: 873,3 GWh) gecertificeerde "duurzame" productie genoteerd, waarvan 19,6 GWh (sep.: 29,1 GWh) zonnestroom (aandeel terug gezakt naar 2,0%, dat was in vorige maand rapportages nog 2,3 tot 4,1%, sep.: 3,3%). Die hoeveelheid zonnestroom komt, bij een gemiddeld verondersteld netto verbruik van, inmiddels nog maar 2.980 kWh/HH.jr (CBS Statline data 2015, excl. eigenverbruik zelf opgewekte zonnestroom, zie analyse), neer op een equivalent van het elektra verbruik van plm. 79.000 huishoudens in die maand. Belangrijk om te blijven benadrukken, dat dit uitsluitend bij CertiQ bekende gecertificeerde opwek betreft. Het is slechts een klein gedeelte van de totale, niet bij CertiQ bekende zonnestroom productie in ons land.


Import / export GvO's

Ik laat u hier onder weer de import- en export staatjes voor garanties van oorsprong (GvO's) van CertiQ zien, met de door mij berekende aandelen per optie (percentages in geel), en per land (idem in blauw/rood, rechts), t.o.v. de totalen aan geïmporteerde resp. ge-exporteerde GvO's.

In november hebben we een - met de hakken over de sloot - nieuwe "kampioen" te pakken. Denemarken, wat de laatste maanden sowieso opvallend veel GvO's aan de Nederlandse stroomboeren leverde, kon net voor Italië een greep naar de macht doen. Kennelijk een "stategie wijziging" vanwege de permanente discussies over de herkomst van groencertificaten in ons land ? (zie ook verderop). Het vooruitstrevende Scandinavische land leverde 24,6% van het totaal aan groene certificaten voor het vergroenen van onze intens vieze stroom-mix. Italië zat vlak daar achter, met 24,2%. Alleen Noorwegen (14,3%) en Finland (12,1%) konden nog een beetje bijbenen. De rest werd verdeeld over een scala aan landen. Waar inmiddels volgens de CertiQ opgaves het mediterrane zon- en windrijke Spanje aan is toegevoegd (een-na-laatste rij, zie link nieuwsbericht onderaan). In totaal droegen maar liefst 11 landen bij aan de levering van de felbegeerde groene papierwaren voor ons land. Mede door de bijdrage van "windreus" Denemarken, is ditmaal niet "de eeuwige waterkracht" (22,1%, in oktober was dit nog 61,0%), maar windenergie de grootste leverancier van GvO's geweest. Opvallend trouwens, dat naast de 264 GWh uit Denemarken, zelfs een substantieel aandeel van 161 GWh aan wind GvO's uit Italië kwam (Spanje was ook een opvallende contribuant). Net zo opvallend was het ook al substantiële aandeel aan zonnestroom GvO's, wederom uit Italië (124 GWh), wat resulteerde in een opvallend hoog aandeel van PV certificaten in het totaal: 9,1%. In het oktober rapport was dat zonnestroom GvO aandeel nog maar 2,9%. Biomassa (met name uit bosnatie Finland) GvO's hadden in november een aandeel van 18,1% in het totaal.

Het totale volume aan import is, na een heftige stijging in oktober (4,2 TWh aan GvO's geïmporteerd), opeens weer fors omlaag gegaan, er werd "maar" voor 1,4 TWh aan GvO's geïmporteerd, 3x zo weinig.

Over de laatste 12 maanden bezien is met name de positie van Denemarken zeer opvallend geworden. Nog steeds blijft echter Noorwegen ver aan kop bij de export van GvO's naar Nederland, met inmiddels weer een licht gestegen 26,0% van het totale volume wat ons land in totaal in die periode ontving. Italië is ook verder uitgelopen, met nu al 19,9% (vorige maanden nog 19,6% resp. 18,0%). Frankrijk is behoorlijk gedaald op de ladder, van 14,7 (sep.) via 13,4 (okt.) naar nog maar 11,3% in november. En werd daarbij zeer rap ingehaald door het reeds genoemde Denemarken. Wat groeide van een aandeel van 12,4 (sep.) via 13,2 (okt.) naar zelfs 14,5% in november. Zweden begint nu een "bedreiging" te vormen voor het sterk zakkende aandeel van Frankrijk (10,7%, aandeel is wel gedaald, was in oktober nog 11,5%). De rest zit nog net boven (6,1% Finland) tot ver onder de 5%.

Interessant is om te zien, wat de positie van nieuwkomer Spanje in dit geheel zal gaan worden. We gaan het het komende jaar allemaal op de voet volgen.

Export

Het export plaatje voor de GvO's, al sterk vereenvoudigd de laatste maanden omdat feitelijk nog maar 2 landen die verhandelde groene "overschot" (?) papierwaren ontvingen, is nu wel heel erg simpel. Want Noorwegen kreeg in november zelfs álle export toegeschoven (tegen een waarschijnlijk bescheiden handelsprijs). Slechts 125,2 GWh aan handelswaar wisselden van eigenaar, bijna alles uit wind-certificaten bestaand (mogelijk door-verhandeld uit buitenlandse bron). Omdat het volume van de import behoorlijk laag lag in november (eerste tabel in dit artikel), omvat genoemd export volume toch nog een "respectabele" 9,2% van de gelijktijdig optredende import hoeveelheid. Die verhouding was vorige maand slechts 4,3% (export als aandeel van het geïmporteerde volume).

Onderaan het beeld over de laatste 12 maanden, waarbij ditmaal Noorwegen weer een inhaalslag heeft gemaakt (omdat België in november niets toegeschoven kreeg van Nederland). Het aandeel nam toe naar 47,9%, het aandeel van België daalde weer van 54,2% (oktober) naar 49,6%. Zelfs Groene Stroom Productie Kampioen Duitsland ontving in de afgelopen 12 maanden nog steeds wat export certificaatjes van ons land (2,3%). Bij dit 12 maandelijkse plaatje is het export volume, ruim 1,3 TWh, ondanks een ietwat bijgetrokken "verhouding" in de november rapportage, nog steeds een schim van de totale import van GvO's in dezelfde periode (37.614 GWh, voorgaande taartdiagram): 3,4%. Ergo, Nederland blijft massaal netto importeur van "papieren groenheid". Een unieke situatie in Europa.

Veel te doen met / over GvO's
Er is veel te doen over de "groene certificaten", en dat zal nog wel even een hot issue blijven. Wise, jarenlang voorvechter voor "echte" groene stroom, heeft recentelijk het fors bijgestelde beleid van de Staat der Nederlanden becommentarieerd bij de "vergroening van hun stroommix". Daarnaast "schrokken" ze van het fenomeen dat dierenkadavers (uit de bioindustrie) kennelijk worden afgevoerd naar destructiebedrijven die van die kadavers (deels) groene stroom blijken te maken. Dat is echter beslist geen "nieuwe" praktijk, ik heb er zeven jaar geleden bij "de maatregelen volgend op de Q-koorts epidemie" (in geitenstallen), al de nodige woorden aan vuil gemaakt (geitenlijkenstroom, artikel van 21 december 2009). De verwachting is dat bij elke volgende, hopelijk niet optredende "besmettelijke vee ziekte" in ons van bioindustrie uitpuilende land, een vergelijkbare "route" gekozen zal gaan worden voor de opeens af te voeren grote hoeveelheden kadavers (van vermoorde dieren). Het is een van de vele pijnlijke issues in een land wat slechts met de allergrootste moeite een "echt duurzame koers" lijkt in te slaan (daar hoort bioindustrie m.i. niet bij, en dus ook de gevolgen ervan niet).

Op de aparte Wise pagina "Welke energiebedrijven zijn duurzaam, en wie zijn de grootste vervuilers?" kunt u de "prestaties" van alle energie leveranciers zien op het gebied van "groenheid", al is er continu discussie over de aanpak van het onderzoek, en zal dat ook voorlopig nog wel flink worden bekritiseerd. Zie o.a. de - terechte - onderbouwde reactie van de "super-coop" Noordelijk Lokaal Duurzaam, op hun eigen website, op het onderzoek van Wise et al.

Dit alles daargelaten: er verschijnen regelmatig interessante stukken over groene stroom (en het gedoe rond kernenergie) op de nieuws site van Wise, meestal zijn ze goed onderbouwd en geïnformeerd.


Fysieke elektriciteit stromen tussen Nederland en 4 landen Europa in 2015

Niets in gewijzigd. Zie presentatie en korte bespreking in oktober rapport.


Warmte incl. thermische zonne-energie

In de separaat verschenen "warmte equivalent" maandrapporten blijken er wederom (netto) 3 biomassa projecten te zijn bijgekomen, waarmee het aantal installaties op 227 kwam. Waarvan, al een tijd lang ongewijzigd, slechts 12 geothermie projecten betreft. De totale productie-capaciteit voor de gecertificeerde duurzame energie "drager" warmte kwam op ruim 1.526 MWth, gedomineerd door biomassa installaties. Dit is ruim 8 MWth meer dan in de oktober rapportage, waarin een tijdelijk netto verlies van 2,7 MWth aan warmte contribuerende capaciteit in het register werd vastgesteld t.o.v. de voorgaande maand. Geothermie claimt met een bescheiden aantal gecertificeerde installaties nog steeds ruim 176 MWth, bijna 12% van het totaal voor warmte.

De tot nog toe geregistreerde hoeveelheid (gecertificeerde) duurzame warmte, waarvoor ook door CertiQ "warmte GvO's" worden verstrekt, kwam over de laatste 12 maanden op een equivalent van 2.340 GWh (thermisch). Bijna 2% minder dan in het oktober rapport (2.386 GWh). Gezien dit nog "jonge" dossier, kan er nog een hoop daadwerkelijk geproduceerde energie bij gaan komen, omdat de rapportage verplichtingen vooral op het gebied van warmte complex zijn, en veel tijd kosten. Genoemde hoeveelheid duurzaam geproduceerde warmte is energetisch bezien ruim 16% van de ruim 14,2 TWh die in de laatste 12 maanden tot en met november 2016 uit elektriciteit "duurzaam" werd geregistreerd volgens het al jaren lang lopende equivalente dossier bij CertiQ.

(Voorgaande) analyses van maand rapportages CertiQ, door Polder PV:

2016:
November (dit artikel)
Oktober
Augustus-September
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari

2015:
Eerste (voorlopige) jaaroverzicht 2015
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari

Statistische overzichten CertiQ (extern)

Eerste afboeking Spaanse GvO's (site CertiQ, 1 december 2016, n.a.v. toetreding Spaanse CNMC tot de "Association of Issuing Bodies, AIB", zie ook verschijnen van eerste "Spaanse import GvO's" in de hierboven getoonde elektra tabel)


 
^
TOP

30 november 2016: SDE 2017 - gas er op met mogelijk 12 miljard Euro

Vele jaren lang heeft Den Haag de kop in de poldermodder gestoken en de duurzame energie revolutie gelaten voor wat ze was. Inmiddels is het besef - en de bijbehorende paniek - pas goed doorgebroken. Want de magische doelstelling ("14% energie uit hernieuwbare bronnen in 2020") is en blijft nog ver verwijderd van de feitelijke ontwikkeling op dit gebied. Een trend die En-Tran-ce in hun maandelijkse rapportages pijnlijk duidelijk laat zien (pagina 5 van de oktober presentatie).

Ergo: "gassen" !!
Vandaar dat "het gas er op moet". Een beetje een foute uitspraak, in een tijd dat vele bewindslieden die tijdelijke gas euforie, sedert de oprichting van de NAM in 1963, het liefst zo snel mogelijk achter zich zouden willen laten. Maar u begrijpt de intentie, en met energie zaken mag je af en toe chargeren, gezien de deplorabele staat van dit land op het gebied van "hernieuwbaar". We zagen dat eerder al bij de SDE 2016 regeling, toen er een magische, door het ministerie van Economische Zaken (MinEZ) verzonnen "tweede ronde" uit de mouw werd getoverd. Aanvankelijk nog met "slechts" 4 miljard Euro per ronde. Maar MinEZ zou niet het ministerie van de vele verrassingen zijn als ze daar niet alsnog een mouw aan pasten. Er was nog een miljardje over (zeer waarschijnlijk uit, o.a., de vele honderden "verdwenen" beschikkingen voor zonnestroom uit eerdere regelingen). Dus werd het budget voor die tweede SDE 2016 ronde ook weer opeens opgehoogd tot een spectaculaire 5 miljard Euro. Zo kon het gebeuren, dat in een jaar tijd (SDE 2015 had nog "slechts" een budget plafond van 3,5 miljard Euro), het gemaximeerde budget in een keer met een factor 2,6 toenam.

Dat was allemaal natuurlijk "nodig" om die verfoeide bijstook van buitenlandse houtsnippers in onze nagelneue steenkolencentrales te faciliteren, maar dat mag kennelijk nooit zo worden gezegd. Ik doe dat wel, want het lijkt te onwaarschijnlijk voor woorden dat het niet zo is.

Maar, zoals gezegd, de doelstellingen zijn nog oneindig ver weg gezien de trends, dus gaat de "gaskraan" nog even wat verder open. Henk Kamp kondigde dit aan in zijn kamerbrief voor de volgend jaar te openen SDE 2017, de TIENDE SDE regeling alweer. Een tweede lustrum, dus. En bovendien inmiddels de 7e regeling onder de "nieuwe opzet genaamd SDE+". Waarbij alle opties met elkaar moeten knokken om hetzelfde geld (basisbedrag per kWh stroom, of per m³ gas equivalenten). En "dure" opties dus per definitie meestal het onderspit zullen delven.

SDE 2017
Ook SDE 2017 zal twee rondes kennen, een in het voorjaar en een in het najaar. En u voelde hem al aankomen: er gaat per ronde (!) 6 miljard Euro budgetplafond worden gecreeërd. Althans, dat is de intentie. Of die tweede 6 miljard in het najaar ook gestalte zal krijgen, zal afhangen van het verloop van de aanvragen in de eerste ronde van 2017, zo liet Kamp weten. Maar in theorie is het dus mogelijk dat volgend jaar er maar liefst 12 miljard Euro aan beschikkingen kán worden uitgegeven. Dat is bij mijn weten in de Nederlandse geschiedenis nog nooit voorgekomen. En het tekent het - bij MinEZ "gevoelde" - politieke klimaat feilloos: het Binnenhof is in paniek vanwege de trage vooruitgang bij de productie van energie uit hernieuwbare bronnen in Nederland. En de geldkraan mag derhalve wijd open, om nog te redden wat er te redden is.

Polderiaense grafiek
Ik heb de intentie voor 2017, en de historie van eerdere jaargangen in onderstaande grafiek weergegeven. Ik heb daarbij alle relevante Staatscourant publicaties nagekeken op de oorspronkelijke, en eventuele gewijzigde budget plafonds per jaargang. Wijzigingen zijn er geweest in de gealloceerde budget plafonds voor de eerste drie "klassieke" SDE regelingen, SDE 2008 tm. SDE 2010. En er is een miljard Euro extra toegewezen voor de tweede ronde binnen SDE 2016. Het resultaat:

U ziet een explosieve ontwikkeling in de "laatste 2 jaargangen". In een keer werd het jaarbudget ruim 2 en een halve maal zo hoog in 2016 (twee rondes, 4 resp. 5 miljard Euro). In 2017 zou dat, afhankelijk van het verloop van de eerste geplande budget ronde (formulering kamerbrief Henk Kamp), kunnen oplopen tot twee maal 6 = (max.?) 12 miljard Euro. Ergo: maximaal een factor 3,4 maal het jaarbudget voor SDE 2015. Indien die 12 miljard voor 2017 gestalte krijgt, is het langjarige gemiddelde budget voor de periode 2008 tm. 2017 ruim 4 miljard Euro/jaar. Het theoretisch te alloceren budgetplafond voor 2017 zou kunnen neerkomen op het drievoudige van dat gemiddelde volume... Ik heb al gewaarschuwd, dat hiermee ook partijen naar Nederland gelokt zouden kunnen worden die uitsluitend die enorme bedragen zien, met Euro - of wellicht dollar tekens in de ogen. En die "duurzame ontwikkeling" ondergeschikt zien aan "profijt".

SDE heffing - "ODE"
Want, laten we wel wezen: uiteindelijk betaalt iedereen in Nederland die netto kilowatturen op zijn/haar nota afrekent (ook bij salderende zonnestroom opwekkers, over het "rest verbruik"), mee aan de SDE regelingen. Postcoderoos gebruikers inclusief, over hun volledige verbruik (inclusief het "deel gegenereerd op vreemd dak" !). Zoals het er nu naar uitziet, waren vóórdat de nieuwe budgetten voor SDE 2017 bekend werden gemaakt, de nieuwe ODE heffingen (ongelukkigerwijs "opslag duurzame energie" geheten*) voor 2017 al in zeer forse mate opgekrikt volgens het volgende staatje (zie ook links onderaan). Tarieven uitsluitend voor kleinverbruikers, ex btw (energiebelasting EB + ODE heffing is ook nog apart aangegeven incl. btw, maar EB status 2017 is nog niet duidelijk). Voor andere verbruiksgroepen gelden andere tarieven, zie de originele kamerstukken. Ik maakte deze tabel n.a.v. een - deels - fictief tarieven overzicht in een recente brief van Vattenfall / Nuon (zie Tweet van 27 november jl.). Relevant hier zijn de oranje gemarkeerde regels met de ODE heffingen (die - calamiteiten daargelaten - al vast staan, i.t.t. de gesuggereerde energiebelasting equivalenten voor 2017, weergegeven in grijs):

De verhogingen die er aan komen in de ODE heffingen voor kleinverbruikers zijn al zónder het effect van de aankomende "majeure" SDE 2017 regelingen, aanzienlijk te noemen: ruim 32% er bij voor elektriciteit (heffing per kWh netto afname). En bijna 41% voor gas er bovenop t.o.v. de tariefstelling voor 2016 (heffing per m³ netto afname).

Als in die verhoging nog niet de enorme budget stijging a.g.v. de huidige aangekondigde SDE 2017 is verwerkt, waar het op lijkt, kunnen we voor de jaren vanaf 2018 nog wel wat verwachten, van die tot voor kort nog relatief "bescheiden" SDE heffing...

* Nota Bene, ook in de kamerbrief SDE 2017 verwoord: ook de ISDE regelingen (aanschaf subsidies voor andersoortige duurzame energie apparatuur als thermische zonnecollectoren, warmtepompen, pelletketels e.d.) worden gefinancierd uit / middels diezelfde ODE heffingen. Echter, de budgetten voor ISDE zijn slechts een schijntje t.o.v. die van de SDE, zie verderop.

Indien de 12 miljard Euro voor SDE 2017 daadwerkelijk gestalte gaat krijgen, wat we pas te weten zullen komen als MinEZ over de resultaten van de eerste half jaar ronde haar "gedachten" heeft laten gaan, zou in theorie de accumulatie van de budget plafonds van SDE 2008 tm. SDE 2017 neerkomen op 40,1 miljard Euro.

Uiteraard is daar al het e.e.a. aan verloren gegaan, ik heb dat voor zonnestroom tot in detail voor u uitgewerkt (artikel 16 november jl.). Maar de grote "volumes" zitten natuurlijk in de nog zeer jonge SDE 2016 en de komende SDE 2017. Als daar bij de uitvoering nogal wat fout gaat, en talloze (forse capaciteiten, en dus deelbudgetten claimende) projecten alsnog niet door zullen gaan, om wat voor reden dan ook, kunnen we stellen dat hier wat poker regels kunnen gaan gelden. Of het bluf van MinEZ zal worden moet nog blijken. Maar gezien die ver van ons af liggende doelstellingen, moeten we daar maar geen kaarten op zetten.

Zonnestroom (PV)
Voor zonnestroom verandert er verder weinig in SDE 2017. Ondanks geluiden uit de sector, dat er betere regels zouden moeten komen voor de kwetsbare categorie grondgebonden PV installaties, die soms tientallen MWp groot kunnen zijn en forse investeringen vergen, is er niets over te vinden in de kamerbrief. Wel is het basisbedrag nog verder omlaag bijgesteld. EZ stelt dat dit door de globale ontwikkelingen (lees: Chinese dump, gecontinueerd omdat er enorme productie overcapaciteit is) omlaag kon. Van 45,9 cent/kWh onder SDE 2009, naar nu nog maar 12,5 cent/kWh onder de eerste ronde van SDE 2017. "Een daling van maar liefst 73%". Sowieso wordt door kostprijs reducties bij energie uit hernieuwbare bronnen het maximaal haalbare basisbedrag in de nieuwste SDE regeling standaard verlaagd van 15 naar 13 Eurocent/kWh.

Wel is er nog een specifiek onderwerp kort aangeroerd in de kamerbrief, over zonnestroom. ECN, die alle cijferwerk voor de SDE regelingen in samenwerking met DNV-GL (vroegere "Kema") uitvoert, had gevraagd om de toepasbare specifieke opbrengst voor zogenaamde "drijvende zonnestroom systemen" op 1.190 kWh/kWp.jaar vast te stellen. In plaats van de sedert SDE 2016 gehanteerde 950 kWh/kWp.jr (voor "klassieke" projecten). Kamp gaat hier niet in mee, ziet er te weinig aanleiding toe om daarvoor een uitzondering te maken, en laat deze "speciale" systemen dus gewoon meedoen met de rest van de PV projecten, onder de "standaard condities". Met dus maximaal haalbaar 12,5 ct/kWh basisbedrag in de laatste fase. De vraag is of die überhaupt gehaald kan worden, gezien de continue heftige overtekening van de SDE regelingen "in de eerste fases" (fase 2 bij laatste SDE 2016 ronde 2). Overigens heb ik momenteel 8 "drijvende PV" projecten in mijn sterk uitgedijde "pending" lijst staan. Het blijft vooralsnog een vrij kleine, zeer specialistische categorie in het zonnestroom gebeuren.

Het voorlopig vastgestelde "correctiebedrag" voor zonnestroom, zeg maar, "de verwachte marktprijs voor elektra" voor systemen achter een grootverbruik aansluiting, bedraagt 3,3 Eurocent/kWh. Dat is zeer laag, en het lijkt er niet op dat hier substantieel verbetering in gaat komen in de komende paar jaar.

Thermische zonne-energie
Ook hier weinig nieuws te melden. De minimale grootte voor aanvragen onder SDE 2017 blijft, net als bij SDE 2016, 140 kilowatt thermische vermogen, met een basisbedrag van slechts 9,5 ct/kWh th. (equivalent), en een bijpassend voorlopig correctiebedrag van 2,9 cent/kWh th. Resultante verwachte "SDE subsidie": maximaal 6,6 cent/kWh th.

Voor "kleinverbruikers" cq. systemen kleiner dan genoemde 140 kW thermisch vermogen, is de ISDE regeling nog steeds geldig. Die trouwens voor dit jaar nog bij lange na niet is uitgeput. In dezelfde kamerbrief geeft Kamp de laatste stand van zaken per 31 oktober, die trouwens apart regelmatig door RVO wordt bijgehouden. Er is nog maar 29,5 miljoen Euro van de voor 2016 (!) beschikbare 70 miljoen geclaimd (42%). Waarvoor door particulieren voor 9.848 apparaten subsidie is aangevraagd, en door bedrijven 7.069 stuks (totaal 16.917, bij bedrijven gaat het vaak om meerdere apparaten per aanvraag, bij particulieren om slechts 1). Hiervan is echter slechts een zeer bescheiden deel aangevraagd voor thermische zonne-energie. Kamp noemt dit niet, maar de RVO rapportages laten daarover geen twijfel bestaan. Bij particulieren is het de minst populaire optie. Bij bedrijven staat alleen de optie pelletkachels er nog achter, maar zijn ook daar thermische zonnecollectoren ("zonneboilers") veruit een minder populaire optie. Warmtepompen zijn bij beide categoriën aanvragers veruit het meest "gewild" (particulieren: ruim de helft, bedrijven bijna driekwart van aanvragen).

Ondanks de trage vooruitgang bij de ISDE regeling, die voor 2016 slechts een budget heeft ter grootte van 0,8% van de 9 miljard Euro voor de SDE "+" in dat jaar, stelt Kamp ook in 2017 nogmaals 70 miljoen Euro beschikbaar onder vergelijkbare condities als voor de regeling in 2016. Met wat meer tijd voor particulieren om de aanvraag in te dienen. Dat was eerst binnen 3 maanden na aanschaf, en dat gaat een half jaar na installatie van het gekochte apparaat worden. Hij verwacht, mede door het bekender worden van de regeling, en ook van overheidswege, meer geplande "reclame" er voor, dat er in 2017 een flinke toename van het aantal aanvragen valt te verwachten. Maar in dat jaar is het ISDE budget nog maar 0,6% van het SDE "+" budget voor dat jaar, als beide half jaar rondes 6 miljard Euro mogen gaan claimen...

Voor meer info over de SDE 2017, zie de 13 pagina's lange kamerbrief van 30 november 2016.

Openstelling van de SDE+ in 2017 Kamerbrief SDE 2017, met bijlage "Basisbedragen, basisenergieprijzen, voorlopige correctiebedragen en vollasturen in de SDE+ 2017", Min. EZ, 30 november 2016

Wijziging van de Wet opslag duurzame energie in verband met de vaststelling van tarieven voor 2017. Eerste Kamer, 22 nov. 2016. Nieuwe tarieven "ODE" heffing voor het jaar 2017.
Wijziging van de Wet opslag duurzame energie in verband met de vaststelling van tarieven voor 2017. Nota naar aanleiding van het overleg. KST 34497 Nr. 6 (met de tarief voorstellen in tabellen).


 
^
TOP

16 november 2016: Progressie "officiële" cijfers SDE regelingen RVO - oktober update. RVO heeft een "recente" update gepubliceerd met cijfers over de progressie van de SDE regelingen, op peildatum 11 oktober 2016. Polder PV heeft deze data voor alle via de SDE / SDE "+" gesubsidieerde zonnestroom projecten vergeleken met de voorlaatste van juli, en deze in detail uitgewerkt. Er zijn tot en met de update bijna 12.000 PV projecten gerealiseerd onder 9 SDE jaar-rondes, met een gezamenlijk beschikt vermogen van 319 MWp. Ongeveer 270 MWp daarvan komt uit de "SDE +" regelingen en valt derhalve onder "grote projecten", meestal op bedrijven en utiliteit. Ook al is er beslist progressie waar te nemen, is er aan de andere kant ook weer de nodige uitval van beschikkingen vast te stellen. Voor zonnestroom zijn er sedert de juli update weer 138 toegekende projecten verloren gegaan met een capaciteit van ruim 50 MWp en een maximaal gereserveerd budget van ruim 71 miljoen Euro. Sinds de start van de eerste SDE regeling (april 2008) zijn er 7.120 beschikkingen verdwenen, met een totale beschikte capaciteit van 243 MWp. De klap kwam voor SDE 2014 het hardst aan wat vermogen betreft: met de bijna 500 teloor gegane beschikkingen voor die succesvolste van alle SDE jaargangen, ging al een capaciteit van 120 MWp verloren.

Ik heb de nieuwe data in de vorm van twee tabellen uitgewerkt.

Ten eerste de globale verschil cijfers tussen de juli en oktober rapportages van RVO, dit jaar.


^^^
KLIK
op plaatje voor uitvergroting (komt in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)

In deze tabel achtereenvolgens van links naar rechts:

  • Beschrijving inhoud van de data rechts.
  • De weergegeven eenheid van die data.
  • (3e kolom): Accumulatie beschikkingen alle SDE regelingen voor zonnestroom installaties op 6 juli 2016.
  • (4e kolom): Accumulatie beschikkingen alle SDE regelingen voor zonnestroom installaties op 11 oktober 2016.
  • (5e kolom in blauw): Volumes aan door RVO (evt. op aangeven aanvrager) verwijderde beschikkingen voor PV tussen deze 2 data (verloren gegaan).
  • (6e kolom in groen): Accumulatie van daadwerkelijke realisaties van PV-projecten op 6 juli 2016.
  • (7e kolom in groen): Accumulatie van daadwerkelijke realisaties van PV-projecten op 11 oktober 2016.
  • (8e kolom in groen): Toename aan "officiële" realisaties van SDE gesubsidieerde PV-projecten tussen deze 2 data.
  • Tot slot herhaling van de 2e kolom (eenheid van de betreffende data).

Enkele punten die opvallen in deze tabel.

(a) Verloren gegane beschikkingen

  • Er zijn 138 beschikkingen verdwenen in de weergegeven registratie periode, "goed" voor ruim 50 MWp aan niet gerealiseerde PV capaciteit.
  • Daarmee ging een maximaal haalbaar PV-subsidie volume ter waarde van ruim 71 miljoen Euro verloren (max. over 15 jaar uit te keren).
  • Weliswaar komt dit uiteindelijk terug "in de SDE pot", maar dat geld kan best ook voor hoogst dubieuze bijstook op steenkolen worden gebruikt...
  • Het systeemgemiddelde van de uitgeschreven beschikkingen (365 kWp) is véél hoger dan dat van de accumulaties (77 kWp in status 11 okt. 2016).
  • Ook het daar aan gekoppelde "gereserveerde" subsidie budget ligt derhalve veel hoger bij de uitschrijvingen (gemiddeld ruim 517 duizend Euro/project i.p.v. ruim 114 duizend Euro bij accumulatie dd. 11 okt. 2016).
  • Ergo: vooral grotere projecten halen de realisatie drempel niet en worden al vervroegd afgeschreven. Die zouden juist "meters kunnen hebben gemaakt" bij de evolutie van de PV markt in NL.
  • Onder de uitgeschreven subsidie beschikkingen bevinden zich maar liefst 15 projecten, individueel groter of gelijk aan 1 MWp, met een totaal aan 22 MWp capaciteit, verloren gegaan in die categorie.
  • Het systeemgemiddelde binnen de groep >= 1 MWp projecten ligt bij de accumulatie (2,7 MWp/project op 11 okt. 2016) hoger dan het uitgeschreven systeemgemiddelde (1,4 MWp/project). Ergo: vooral de "subtop" binnen die categorie wordt aangetast, de "zeer grote" projecten, die het systeemgemiddelde in hoge mate beïnvloeden in deze relatief beperkte subgroep, blijven vooralsnog overeind.

(b) Registratie van fysieke realisaties tussen begin juli en oktober "volgens de officiële RVO cijfers"

  • In de periode van 6 juli tot 11 oktober 2016 zijn er volgens de RVO registraties 262 nieuwe SDE-gesubsidieerde PV projecten met een gezamenlijk toegekend vermogen van ruim 60 MWp gerealiseerd.
  • "Realisatie" betekent hier: de genoemde projecten hebben alle formele stappen doorlopen om bij RVO het vinkje "Ja" op te leveren. Polder PV zijn projecten met SDE subsidie beschikking bekend die soms zelfs al jaren fysiek zonnestroom produceren, maar die nog steeds niet zo'n "vinkje Ja" hebben gekregen. Daar is dus kennelijk iets niet "in orde" in de registratie procedure...
  • Het cohort aan "formeel opgeleverde", gerealiseerde SDE projecten hierboven genoemd is goed voor een 15-jarige subsidie claim van maximaal zo'n 88 miljoen Euro (afhankelijk van werkelijke productie, bereiken basis elektriciteitsprijs drempel, etc.).
  • Dat is slechts beperkt hoger dan de verloren gegane (max.) 71 miljoen Euro SDE subsidie hierboven genoemd, maar het vloeit wel naar fysieke zonnestroom opwek.
  • Het systeemgemiddelde van de "officieel genoteerde" nieuwe realisaties, 231 kWp per project, ligt véél hoger dan die van de accumulatie op 11 oktober (27 kWp/project)
  • Dit komt, omdat het systeemgemiddelde bij de accumulatie in hevige mate wordt bepaald door de vele duizenden oude SDE beschikkingen voor meestal particuliere installatie van slechts een paar kWp per stuk uit de eerste drie SDE jaren (2008-2010).
  • Het systeemgemiddelde van nieuwe registraties wordt de laatste 2 jaar in aanzienlijke mate bepaald door een beperkte toename van de aantallen installaties, die per stuk echter vaak hoge capaciteiten toevoegen (zie systeemgemiddelde grafiek in laatste overzicht CertiQ analyse van oktober jl).
  • Ook de (15-jarige) subsidie claim bij de nieuwe projecten (gemiddeld ruim 335.000 Euro/project) ligt derhalve veel hoger dan bij de accumulatie (bijna 47.000 Euro/project status 11 okt. 2016).
  • Bij de (officieel geregistreerde) nieuwkomers, zitten slechts 10 SDE-gesubsidieerde projecten van 1 MWp of hoger per stuk, met een gezamenlijk vermogen van 14,1 MWp (systeemgemiddelde ruim 1,4 MWp/project).
  • Dat is fors minder aan nieuwe realisaties in deze grote categorie, dan de hierboven vermelde, verloren gegane beschikkingen (15 projecten, 22 MWp verdwenen).
  • Overigens heeft deze grote categorie projecten bij de accumulatie cijfers voor de beschikkingen een zeer beperkt aandeel van slechts 1% bij het totaal aantal beschikkingen.
  • Maar t.o.v. de totaal beschikte (overgebleven) capaciteit is het aandeel aanzienlijk te noemen: status 11 okt. 2016 bijna 35%.
  • Ergo: deze grote categorie drukt zwaar op de potentie aan te realiseren PV vanuit de SDE regimes. Als het hier binnen "fout loopt", zal de impact op het te realiseren totale PV volume aanzienlijk zijn.

(c) Werkelijke realisaties

In werkelijkheid wordt al meer (SDE) volume gerealiseerd in de "grotere PV projecten" markt dan uit de RVO cijfers is af te leiden. Dit komt doordat de "bureaucratische weg naar het Ja vinkje" lang is, en fysieke opleveringen dus niet momentaan in deze cijfers verschijnen. Bovendien worden ook buiten de SDE regelingen nog steeds grotere projecten gerealiseerd, o.a. via de "EIA" route die niet meer mag worden gedubbeld met een SDE beschikking. Als voorbeeld kan ik een vergelijking met de progressie van mijn eigen (grote) PV projecten spreadsheet aanhalen (waar alles in staat wat ik kan vinden, en nog steeds "niet alles" omvat wat reeds is gerealiseerd). Als we de progressie terug rekenen naar nieuw opgenomen volumes per dag voor de meest recent bekende cq. bekend geworden cijfers, komen we op het volgende:

  • Nieuw geregistreerd SDE volume RVO lijsten: gemiddeld 3,2 projecten per dag, met toename van 0,74 MWp nieuwe capaciteit per dag (juli - okt.)
  • Nieuw geregistreerde PV projecten lijst Polder PV: gemiddeld 4,0 projecten per dag, toename van 0,81 MWp nieuwe capaciteit per dag (juli - medio nov.)

Ergo: de progressie van toevoegingen verloopt bij Polder PV op een iets hoger niveau dan bij RVO.nl binnen alleen het "SDE gebeuren".


Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen


^^^
KLIK
op plaatje voor uitvergroting (komt in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)

In deze forse tabel wederom een vergelijking van verschillende data sets, maar dan voor de afzonderlijke jaar rondes, hier deels ook nog gesplitst in de "klassieke" SDE regeling (SDE 2008 tm. SDE 2010), en de "nieuwe opzet" (geen "schotten" meer tussen techniek opties, maar bikkelharde - en oneerlijke? - concurrentie tussen de opties onderling binnen dezelfde fases), "SDE+", vanaf SDE 2011.

In deze tabel achtereenvolgens van links naar rechts data voor SDE beschikkingen m.b.t. PV:

  • Jaar-ronde SDE regeling cq. verzamelpost (SDE vs. "SDE+").
  • Oorspronkelijk toegekende (beschikte) aanvragen, in aantallen resp. totaal vermogen in MWp. RVO meldt deze data NIET.
  • Overgebleven beschikte volumes, zoals gemeld door RVO in hun meest recente overzichten, in aantallen projecten, en MWp.
  • Uit laatstgenoemde 2 kolommen berekende gemiddelde systeemgrootte van "overgebleven" beschikkingen, in kWp.
  • In het volgende blok door Polder PV berekende "totaal verliezen" (blauw), nog niet gerealiseerde projecten (zwart), resp. reeds gerealiseerde PV projecten met SDE subsidie beschikking (groen), per jaar-ronde.
  • Blauw: Verloren gegane beschikkingen t.o.v. de oorpronkelijke (!) hoeveelheden, in aantallen, en percentage van oorspronkelijke volume.
  • Idem, verloren gegane beschikte capaciteiten in MWp, en in percentage van oorspronkelijk beschikte volumes.
  • Zwart: Nog niet gerealiseerde aantal projecten vanaf SDE 2013 (daarvóór staan bij RVO géén PV projecten meer met een beschikking, die zijn dus óf gerealiseerd, óf ze zijn definitief afgevoerd). In de tweede kolom percentage van de overgebleven beschikte volumes bij RVO.
  • Idem, vervolgens ook voor de nog niet gerealiseerde beschikte capaciteit in MWp, en wederom het percentage van de overgebleven beschikte capaciteit bij RVO.
  • Groen: Tot slot de status bij de aantallen en MWp realisaties zoals opgenomen door RVO in hun publicaties, dd. 11 oktober 2016.
  • Daar uit berekend door Polder PV de systeemgemiddelde capaciteit in kWp.

Uit de tabel zijn de volgende zaken te destilleren:

(a) Oorspronkelijke en overgebleven beschikte volumes PV projecten met SDE beschikking

  • Er zijn aanzienlijke verschillen tussen de oorspronkelijk beschikte volumes, en de "meest recent door RVO gehanteerde" hoeveelheden, in de tabel weergegeven in rode cijfers. Over het eerste zwijgt RVO als het graf, uitgangspunt bij al hun presentaties is datgene wat is overgebleven. Er is dus gaandeweg al substantieel veel aan PV projecten en -capaciteit uitgevallen sinds de oorspronkelijk vastgestelde volumes. De hoeveelheden per jaar-ronde vindt u in de blauwe sectie.
  • Als referentie, heb ik van de overgebleven hoeveelheden beschikkingen uit de aantallen en totale vermogens de systeemgemiddelde capaciteit (in kWp) per jaarronde berekend (6e kolom).
  • Dat systeem gemiddelde was zeer bescheiden in de eerste 3 SDE jaar-rondes, 2,1 kWp (SDE 2008), 9,1 kWp (SDE 2009) tot 6,1 kWp in SDE 2010. Pas na opheffing van de "bovencap" van 100 kWp per aanvraag, nam onder het nieuwe "SDE+ regime" het beschikte vermogen flink toe. Van 47,5 kWp onder SDE 2011 tot een vooropige record waarde van 307,1 kWp bij de overgebleven hoeveelheid beschikkingen (2.483 stuks) onder de meeste succesvolle regeling voor PV tot dusver, SDE 2014. Bij de fors tegenvallende SDE 2015 en de "iets minder tegenvallende" SDE 2016 ronde I viel dat niveau terug naar 205-215 kWp gemiddeld per beschikking.
  • Resumerend: onder SDE "klassiek" was het gemiddelde (overgebleven) beschikte vermogen 5 kWp per installatie. Onder de opvolgende, compleet gewijzigde "SDE +" regelingen is dat ruim ver-vijftig-voudigd, tot gemiddeld bijna 251 kWp (zie tabel onderaan).
  • Bij de absolute beschikte vermogens is die factor een stuk kleiner (SDE+ / SDE = 21,1), bij de aantallen beschikte projecten is het zelfs andersom: een factor 0,4 maal het gemiddelde volume onder "SDE+" dan onder klassieke "SDE".

(b) Verloren gegane beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes (blauwe sectie in tabel)

  • Bij de oude SDE regelingen is het gemiddelde uitval percentage ruim 37% (onderaan tabel), met SDE 2008 individueel de op dit punt meest dramatische regeling (41,8% uitval t.o.v. oorspronkelijk beschikt).
  • Bij de capaciteit is het iets minder erg, SDE "klassiek" bijna 28% verlies aan MWp, met 34,8% individueel voor SDE 2008. Maar het is natuurlijk onacceptabel dat dit is geschied. De enorme voorafgaande uitval van vele duizenden aanvragen was voor Marjan Minnesma de reden om eind 2010 onder de paraplu van Urgenda de collectieve inkoop actie "Wijwillenzon" te starten. Daar ná is er dus nog een enorme aderlating bij de toekenningen geweest in die eerste drie jaar onder het SDE regime.
  • Onder de opvolgende "SDE+" regimes was de gemiddelde uitval (onderaan tabel) weliswaar geringer, 21% tm. SDE 2016 ronde I voor aantallen, nog geen 18% bij de capaciteit in MWp. Maar ten eerste is dit beeld nog niet volledig, omdat er nog een hoop beschikkingen kunnen - en zullen - verdwijnen uit de laatste jaar rondes. Ten tweede zijn ook hier drama's te zien, in de vorm van de 68,2% (!) uitval bij de aantallen onder SDE 2012, en hoge uitval bij de capaciteiten bij dezelfde jaar-ronde (71,8% uitval!) en bij SDE 2011 (63,1% t.o.v. oorspronkelijk beschikt!).
  • Dat er "nog maar" 13,6% van het vermogen van het oorspronkelijk beschikte volume bij SDE 2014 is verdwenen zegt ook nog niet zoveel. Ten eerste, gaat er nog enorm veel beschikt vermogen op termijn alsnog worden weg geschrapt door RVO. Ten tweede, die bijna 14% is wel een record hoeveelheid van 120,1 MWp aan potentiële PV capaciteit (geel gemarkeerd vakje), die nu al uit die succesvolle regeling is verdwenen! Nog nooit eerder verdween er zo'n groot volume aan beschikt vermogen binnen één jaar-ronde, in de SDE historie! Ruim het dubbele volume van het verlies binnen de voorgaande jaar-ronde (SDE 2013 verloor 57,5 MWp, 43% van oorspronkelijk beschikt).
  • De meest recente SDE jaar-rondes hebben tot nog toe relatief weinig verlies geleden (2,1 resp. 0,3 MWp voor SDE 2015 resp. SDE 2016 ronde I), maar dat kan nog gaan veranderen.
  • Kijken we naar de totale volumes die binnen de opeenvolgende jaar-rondes SDE 2008 tm. SDE "+"2016 ronde I verloren zijn gegaan t.o.v. de oorspronkelijke hoeveelheid toezeggingen, zijn de verliezen al uitermate pijnlijk te noemen. Die alles hebben te maken met de wijze waarop de SDE regelingen "werken". Er zijn al 7.120 beschikte projecten ge-elimineerd (ruim 33% van oorspronkelijk beschikt), met een totale (dus niet gerealiseerde) capaciteit van 243,3 MWp (geel gemarkeerd vakje met rode rand), ruim 18% van oorspronkelijk toegekend. Dat is vergelijkbaar met het totale in Nederland geaccumuleerde (toen nog grotendeels residentiële) vermogen wat medio 2011 in Nederland stond opgesteld volgens de CBS data.

(c) Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel)

  • Deze sectie geeft weer "wat er in theorie nog in het vat zit" bij RVO, voor PV met SDE beschikking. Ook hierbij de waarschuwing: veel van de hier genoemde aantallen en, vooral ook, capaciteiten, zullen verloren gaan omdat de beschikkingen niet ingevuld zullen worden of om andere reden voortijdig worden ingetrokken.
  • Zoals aangegeven, is er niets meer uit de SDE regelingen tot en met SDE 2012 te "halen", er staan geen beschikkingen meer open. Alleen vanaf SDE 2013 is er nog potentieel, al zal die eerste regeling met nog 89 openstaande beschikkingen en bijna 25 MWp niet echt veel meer gaan bijdrag. Ten opzichte van het door RVO bestempelde "resterende totaal" is dat 22% (aantallen) resp. 32% (MWp) van overgebleven, deels al ingevulde, beschikkingen.
  • De hoop is natuurlijk vooral gevestigd op SDE 2014, waarvoor nog 1.482 beschikkingen "open" staan. Althans: bij RVO, ik heb nogal wat realisaties in mijn spreadsheet staan die nog niet zijn doorgedrongen tot de registraties op de RVO burelen. Met een gezamenlijk vermogen van ruim 572 MWp. Daar zal beslist nog behoorlijk veel van gaan afvallen. De vraag is, hoeveel. Time will tell.
  • Uiteraard staat met name nog voor SDE 2016 ronde I behoorlijk wat volume open, maar 800 projecten met 176 MWp zet niet voldoende zoden aan de dijk. Zeker niet in vergelijking met SDE 2014. Het is te weinig voor een gezonde continuïteit.
  • In totaal staat er nog een volume open van 2.404 beschikkingen met een gezamenlijk vermogen van ruim 780 MWp. Een forse hoeveelheid, maar zoals gezegd: er gaat nog veel van verdwijnen.

(d) Fysieke realisaties per SDE jaar-ronde "volgens de officiële RVO cijfers" (groene sectie in tabel)

  • Achteraan tot slot de door RVO geregistreerde "realisaties van met SDE beschikking voorziene PV projecten". Zoals eerder al vermeld, is dit een onderschatting van de realiteit omdat de ambtelijke weg naar het bekende "ja" vinkje bij RVO lang is. Een project kan al maanden on-line zijn (statistisch het belangrijkste moment), terwijl er bij RVO nog een "Nee" staat genoteerd.
  • Daarbij komt ook nog het nauwelijks in de publiciteit komende feit, dat de fysieke oplevering van de projecten met SDE beschikking structureel, en vaak aanzienlijk af kan wijken van de "beschikte capaciteit" zoals RVO die noteert. Ik heb talloze projecten die uiteindelijk veel kleiner zijn gerealiseerd dan de SDE beschikking, soms zelfs tot ver onder de 70% van het beschikte volume. Daar tegenover staat dat ik ook veel projecten ken, die fors groter zijn gerealiseerd dan genoemde beschikking. Ergo: de cijfers van RVO geven niet de "fysieke realiteit" weer, maar slechts de (late) invulling van een SDE beschikking, die is gemaximeerd op een bepaald "te subsidiëren" volume. Ook dat laatste is echter niet in beton gegoten: ik heb alweer aanpassingen van beschikte capaciteiten gezien bij diverse grote projecten in het laatste overzicht van oktober 2016...
  • Binnen de "oude" SDE regelingen SDE 2008-2010 zijn de meeste projecten gerealiseerd, wat niet verwonderlijk was omdat het grotendeels kleine PV systeempjes bij particulieren zijn geweest (naast ook de nodige projectjes op daken van bijv. scholen, appartementencomplexen, etc.). De onderaan gesommeerde ruim 10.000 exemplaren omvatten 85% van het totaal aan door RVO van vinkje "ja" voorziene beschikkingen voor PV (11.824 stuks). Daar steekt het volume van de opvolgende 6 "SDE+" regelingen, 1.786 exemplaren, schriel bij af.
  • Bij de capaciteit echter, is het net andersom. Wat alles heeft te maken met de vaak zeer grote projecten die onder de nieuwe SDE + regelingen zijn gerealiseerd, met name die uit de succesvolle SDE 2014 ronde. 269 MWp van het totaal aan "geregistreerde beschikking realisaties", 319 MWp, 84%, valt toe aan SDE 2011 - SDE 2016 ronde I.
  • De meest succesvolle individuele SDE ronde, het zal u niet verbazen, SDE 2014, heeft tot nog toe bij RVO 1.001 PV projecten opgeleverd (NB: dat is 34% van de oorspronkelijk beschikte 2.973 stuks). En een dominante 190,3 MWp aan (beschikte!) capaciteit. Dat is 60% (!) van de totale realisaties voor alle SDE regelingen. Maar het is tot nog toe nog steeds maar 22% van het oorspronkelijk toegekende volume van 883 MWp. Er zit beslist nog heel veel vermogen in de pijplijn, en er is inmiddels al wat meer gebouwd, maar hoeveel het uiteindelijk te realiseren volume voor die regeling gaat worden blijft afwachten. Veel tijd is er niet meer, voordat beschikkingen ongeldig worden verklaard vanwege "verjaring".
  • De enige andere SDE regeling die "meer dan een deuk in een pakje boter" kon maken op het vlak van vermogen was voorganger regeling SDE 2013. Die tot nog toe 51,4 MWp aan beschikt vermogen heeft opgeleverd volgens RVO, 38% van het oorspronkelijk beschikte volume van bijna 134 MWp.
  • In theorie moet de gezamenlijke realisatie, bijna 319 MWp aan SDE beschikt opgeleverd vermogen, bij CertiQ zichtbaar zijn / worden. Daar stond eind oktober echter al 364 MWp geaccumuleerd (analyse). Waar nauwelijks nog een betekenisvol volume uit de oude MEP regeling tussen zal zitten. Ergo: er zit een fors "gat" (van minimaal 40, mogelijk 45 MWp) tussen die twee registraties, en ik denk dat er nog heel wat "CertiQ volume" kenbaar moet worden bij RVO, wat nu dus nog niet in de cijfers is verwerkt. Bovendien is ook CertiQ afhankelijk van input van de netbeheerders en de project ontwikkelaars, en ook die database loopt dus altijd achter op de realiteit (ook al rapporteren ze maandelijks).

  • Tot slot achteraan de afgeleide systeemgemiddelde project vermogens bij de realisaties. Zoals al aan de beschikkingen hierboven vermeld te zien zeer kleine installaties onder de oudste drie SDE regimes. Vanaf SDE 2013, "nog niet afgewikkeld", nieuwe cijfers, in lichtgele velden weergegeven, voor de realisaties. De hier weergegeven gemiddelde systeemgroottes wijken significant, en wel allemaal naar beneden af, van de gemiddeldes bepaald uit de data voor de overgebleven beschikkingen links in de tabel. SDE 2013: 162 i.p.v. 187 kWp, SDE 2014 190 i.p.v. 307 kWp, SDE 2015 90 i.p.v. 205 (!) kWp, en SDE 2016 ronde I, nog maar enkele installaties, dus niet representatief te achten, 101 i.p.v. 215 kWp. Het gemiddelde bij de realisaties van alle projecten ligt op een laag niveau van zo'n 27 kWp. Bij de (overgebleven) beschikkingen was het ruim 77 kWp, bijna drie maal zo hoog...
  • Voor "SDE +" was het "gerealiseerde" gemiddelde systeem vermogen, 150,6 kWp, ook fors lager dan het gemiddelde bij de overgebleven hoeveelheid beschikkingen volgens RVO (250,5 kWp).
  • Ergo: qua omvang liggen alle realisaties tot nog toe op een beduidend lager niveau, dan de beschikte volumes suggereren. Anders gesteld: tot nog toe zijn de feitelijk gerealiseerde systemen gemiddeld genomen een stuk kleiner dan de overgebleven beschikkingen aan potentieel lieten zien. Grote installaties realiseren (1) kost veel tijd, en (2) veel van dergelijke projecten trekken het niet, komen sowieso daardoor in tijdnood, en worden mogelijk opgegeven.
  • Er zijn desondanks meerdere grote projecten (met name uit SDE 2014) nu in een "definitief ontwikkelings-stadium" beland, of ze worden zelfs al gebouwd (Polder PV heeft in september meerdere grondgebonden projecten in aanbouw bezocht tijdens een fietsvakantie door Nederland). Bovenstaand beeld kan dus enigszins worden bijgesteld. Maar de teneur lijkt overeind te blijven: er zijn uitvoerings-problemen met de grotere installaties. Een fors deel daarvan lijkt terug te voeren op de financierbaarheid van deze kapitaal-intensieve projecten (zie actie Holland Solar om beschikkingen vlot te trekken).

 

Eindconclusie

De SDE regelingen blijven geïmplementeerd worden, en er wordt relatief veel volume gerealiseerd, met name uit de succesvolle SDE 2014 regeling. Maar er vallen ook veel beschikkingen, capaciteit, en dus stroomopwek productie potentieel voor zonnestroom weg. Het is niet te voorzien dat hier structureel verandering in gaat komen onder het huidige (reeds meermalen aangepaste) SDE regime.

Bronnen:

Feiten en cijfers SDE(+) (RVO)

Halfjaar update SDE regelingen RVO laat positieve en minder fijne zaken zien (Polder PV, 10 aug. 2016)

PV projecten sheets Polder PV (niet openbaar)


 
^
TOP

6 november 2016: Verbruiksdata Polder PV 2 - verdere energiebesparing met computer. In navolging van het grote "verbruiksdata artikel" nog een interessant "toetje". Polder PV werkt thuis excessief veel en langdurig achter / op de computer. Het is derhalve zaak om daarvoor een energie zuinig exemplaar te hanteren, en tegelijkertijd maximaal type-comfort te hebben en te houden. Een laptop of andersoortig klein grut met onooglijke toetsenborden e.d. is daartoe volkomen ongeschikt, dan zou ik binnen no-time RSI of erger riskeren. We hebben daar bij een vorige computer aanschaf al terdege rekening mee gehouden, door een mini desktop computer te kiezen met gemeten beduidend betere prestaties dan de destijds op z'n einde lopende, lang gebruikte "tower" (met een veel grotere kast die ook veel ruimte in beslag nam). Een grafiekje met het sterk verminderde stroomverbruik, gemeten van die "mini" computer in combinatie met een ouder LCD scherm en spaarlamp voor in de avonduren (gemeten achter een Wetekom verbruiksmeter in het stopcontact) had ik begin 2015 al tijdens een presentatie van verbruiks-cijfers over 2014 laten zien.

Helaas heeft die nieuwe mini-computer het niet lang uitgehouden. Het moederbord gaf binnen vier jaar de geest, gelukkig kon de data schijf onbeschadigd gered worden (kort bericht 30 juni 2015). Deze werd vervolgens in een nieuw gekochte*, nóg zuiniger micro-computer gezet, een Intel® NUC, die het zelf nog als "mini-PC" karakteriseert. Een volwaardige PC met zeer bescheiden dimensies van ongeveer 11 bij 11 bij 4 cm (!). Helaas had dat apparaat niet een goede aansluiting voor het (ook al zeer oude) kleine LCD scherm, dus ook daarvoor werd een nieuw groot, maar ook zeer energiezuinig exemplaar gekocht. De volgende grafiek laat zien dat op het gebied van energiezuinigheid van mijn computer verbruik - in combinatie met een grote LCD monitor - de "pijngrens" inmiddels wel aardig bereikt lijkt te zijn. Al moeten we met zo'n uitspraak voorzichtig blijven, want er zit nog steeds bizar veel technologische ontwikkeling in de computer industrie. Ook op het vlak van energiebeheer en bezuiniging op het stroomverbruik.

* Polder PV is beslist geen kooplustig type, en hoeft beslist niet "het nieuwste van het nieuwste" te hebben. De webmaster doet het liefst zo lang mogelijk met dergelijke apparatuur. Helaas geven zeker intensief gebruikte computers op een gegeven moment de geest. En dan rest niets anders dan óf met Polder PV te stoppen. Óf met een nog zuiniger nieuw exemplaar verder te gaan. En de ecologische footprint van "de activiteiten gepaard gaand met het verschijnsel Polder PV" zoveel mogelijk binnen de perken te houden.

Grafiek met het gecombineerde maandelijkse stroom verbruik van computer + spaarlamp + 2 generaties LCD monitors sedert 2005. Diepe "dips" omlaag geven periodes weer dat we langere tijd in een maand afwezig waren (vakanties). En er dus langdurig niet op het computer systeem werd gewerkt. In rood de oude grote "tower", in blauw een veel zuiniger opvolgende mini-computer. In de tweede jaarhelft van 2014 werd excessief veel op deze computer gewerkt, vandaar het "relatief verhoogde" verbruik in die periode. In groen de nieuwe micro "NUC", die, bij een vergelijkbaar zeer hoog, dagelijks computer gebruik, een significant lagere gemiddelde stroom consumptie laat zien dan de al behoorlijk zuinige, voortijdig "overleden" mini-computer. Waar deze trend zal stoppen? Ik zou het niet weten.

Bron: maandelijkse aflezing Wetekom verbruiks-meter Polder PV


 
^
TOP

6 november 2016: Verbruiksdata Polder PV - met hoogst onaangename verrassing. Polder PV heeft in het verleden zeer vaak, en regelmatig, zijn verbruiksdata gepubliceerd op maandelijkse basis. Voor elektra, kookgas, stadswarmte, en drinkwater. Ik heb er destijds zelfs in extremo, en frequent, in grafiek vorm over gerapporteerd. U vindt vele data terug in de grafiek sectie op Polder PV, onder het hoofdje Energie (en water) verbruiksgrafieken. Gezien de zeer veel tijd in beslag nemende - andere - cijfer operaties op het vlak van zonnestroom in de laatste jaren, is daar steeds minder tijd voor over. Bovendien ken ik mijn gemiddelde - zeer lage - maandverbruiken na al die jaren meten en rapporteren wel zo'n beetje, dus de sjeu is er wat dat betreft wel een beetje vanaf. Wel blijf ik uiteraard mijn meterstanden maandelijks trouw op papier opnemen. Want zonder dergelijke meterstanden begin je helemaal niets als er ooit iets vreemds zou gebeuren. En dat is nu net, wat er bij Polder PV dit jaar bij één modaliteit is geschied. Jammer alleen dat ik er zo laat achter kwam, getriggerd door de meterstanden die ik direct na onze fietsvakantie in september weer heb opgenomen. In dit artikel mijn terugblik op dat "incident", na een evaluatie van onze andere, "normale" verbruiksdata. Die, ik waarschuw u, "nogal afwijken" van de landelijke gemiddeldes. Besparing zit hier in het bloed, en dat merkt u als u uw eigen data er naast zult houden (als u die heeft ...). In ieder geval mag mijn evaluatie van de door mij pas laat ontdekte anomalie een ieder voor de zoveelste maal er op wijzen, dat het bijhouden van, en vooral ook, het regelmatig "visualiseren" van verbruiksdata zeer belangrijk blijft. Voor iedereen. Inclusief Polder PV...


Elektra

Uiteraard het "kernthema" van Polder PV, elektriciteit en zonnestroom, als eerste. Hier i.t.t. wat u wellicht vreesde gelukkig "geen verrassingen", in deze full history van ons stroomverbruik op het huidige adres. Of het moet de blijvend spectaculaire "overkill" aan zonnestroom zijn waarop het relatief energie zuinige huishouden van Polder PV al vele jaren drijft. Met een inmiddels grotendeels 15-16 jaar oude, totaal "achterhaalde" PV installatie, met een bescheiden opgestelde capaciteit van 1,34 kWp. Met prehistorische en inefficiënte micro-inverters. Die desondanks, op een wat lager pitje dan wat tegenwoordig te doen gebruikelijk is bij hun moderne zusjes, gewoon noest en braaf blijven doorwerken. Daarbij de DC (gelijk-)stroom van de zonnepanelen per stuk omzetten en doorgeven, en het als schone "zonneprik" in de vorm van AC (wisselspanning) elektra aan ons huisnet ter beschikking stellen. Waarbij, als er in huis minder wordt verbruikt dan er momentaan wordt opgewekt, dat volautomatisch via de meterkast naar "buiten" wordt gestuurd, waar het feitelijk direct weer door de buren in ons complex wordt verbruikt. Via hun eigen net-meters, inclusief energiebelasting, ODE, en btw, door hen te betalen aan hun eigen leverancier... Dat gaat allemaal vanzelf, dus deze grafiek kan nog wel wat langer het beeld gaan vertonen zoals u dat nu tot en met oktober 2016 voor u ziet. Lichte variaties op het thema, maar globaal een vergelijkbaar beeld per jaar. Het langjarig gemiddelde verbruik is weergegeven in de rode lijn, nog geen 88 kWh/maand gemiddeld (minder dan 3 kWh/dag), grofweg 1.056 kWh/jaar over de hele periode. Door vrijwel continu thuis werken achter de (energiezuinige) computer de laatste jaren op een wat hoger niveau liggend. 2015: 1.115 kWh. In 2016 waarschijnlijk weer wat lager liggend gezien de tm. oktober beschikbare meet data.

Per maand hebben we als vanouds van maart tot en met september "netto stroom over". Dat is te zien aan de geel gekleurde, naar beneden gerichte kolommen onder de X-as. De hoge negatieve pieken van afgelopen jaren zijn er een beetje uit (vakantie periodes waarbij we het grootste deel van de maand weg waren, en het grootste deel van de opwek het "interne" net op ging, exclusief overblijvend verbruik van de mechanische ventilatie in ons appartement). Maar september 2016, toen we drie weken weg waren, en het zeer zonnig was, laat wederom een mooie "negatieve piek" zien van 81 kWh productie overschot waarmee we toen de afname van de buren impliciet hebben "vergroend". Uiteraard verbruiken we 's avonds / 's nachts sowieso stroom "uit het net" (lees: grijze mix, grotendeels gedomineerd door vieze gas/kolenstroom, tenzij het fors waait, want dan "verrijkt" met een flinke dot windstroom), de grafiek laat immers het "netto resultaat per maand" zien. Er zijn slechts vijf maanden dat we netto stroom nodig hebben op maand basis, oktober tm. december, en januari tm. februari. U ziet dat aan de "oranje" kolom segmentjes boven de X-as (contract Greenchoice), die in eerdere jaren verkleuren van grijs tm. 1997 (geen keuze mogelijkheid), via groen vanaf 1998 (achtereenvolgens Ecostroom bij Nuon voorganger EWR > Natuurstroom bij Nuon). Vervolgens switch naar Echte Energie met windstroom (NL blauw) aanvulling op eigen zonnestroom consumptie. Die vervolgens door Eneco werd opgekocht, waarna we "zijdelings instroomden" bij Greenchoice. Sindsdien diverse contracten daar (inclusief microscopisch beetje kookgas). We betalen daar al jaren kruiwagens vol aan vastrecht, en nauwelijks kosten voor de feitelijke "commodities" (stroom restant en beetje kookgas). Stadswarmte is een compleet ander verhaal: daar aan zijn we als huurder vooralsnog "vastgenageld" aan Vattenfall dochter Nuon (zie verderop). Daar blijft het meeste (vastrecht) geld naar toe lekken, en Den Haag vindt dat blijkbaar OK.

Kijken we op kalenderjaar basis, komen we in 2016 op mogelijk ruim 1.220 kWh (gemeten) productie zonnestroom uit, bij een verwacht jaarverbruik van elektra wat bijna 120 kWh lager ligt. We hebben dus op jaarbasis wat zonnestroom over, waar Greenchoice een "decente" vergoeding voor geeft (sedert dit jaar alweer een nieuwe policy, die gunstig lijkt te zijn). Niet gemeten, en dus niet in deze grafiek verwerkt, is de opbrengst van een zonnepaneeltje wat ik af en toe (onregelmatig) buiten zet op het terras als het zonnig is, en ik thuis ben ("+ 93 Wp" indicatie in grafiek *). Die heb ik over gehouden van het verwijderen van een oude - nog goed werkende - PV installatie bij een collega, waarvan 3 panelen aan het dierenasiel in onze wijk zijn geschonken. En die daar alweer enige tijd werkend op het dak staan, zoals het "hoort".

In deze grafiek, een verkleind exemplaar van het vorige, is ook het gemiddelde maandelijkse stroomverbruik van een Nederlands huishouden geplot (rode lijn). Het is het laatst bekende cijfer van het CBS voor 2014, 2015 is nog niet bekend. Het is te vinden in de "Kerncijfers wijken en buurten 2014" data van StatLine, en komt neer op een gemiddeld verondersteld netto verbruik van 3.050 kWh/HH.jr. Ergo: gemiddeld zo'n 254 kWh/maand, zie grafiek. NB: dit is exclusief het eventuele (niet gemeten) eigenverbruik van zelf opgewekte zonnestroom. Dat betreft natuurlijk nog maar een zeer beperkt deel van de Nederlandse huishoudens. De laatste update van het register van de netbeheerders suggereert een voorlopig getal van bijna 400.000 PV installaties "achter kleinverbruik aansluitingen". Wat beslist niet allemaal "particuliere huishoudens" zullen zijn, maar by far het grootste deel zal betreffen bij de aantallen adressen. Er zijn volgens de laatste count van het CBS inmiddels 7.720.787 huishoudens in Nederland. Met gemiddeld 2,2 personen per huishouden, en al bijna 38% van het totaal eenpersoonshuishoudens betreffend (status update 25 juli 2016). Die 400.000 PV installaties in het PIR zou "idealiter" dus slechts ruim 5% van het totaal aantal huishoudens kunnen omvatten. Ook al is het PIR verre van compleet (veel minder goed gevuld dan het totaal register bij Klimaatmonitor, waar PIR het grootste onderdeel van is), het zal in het echt niet heel veel meer zijn.

Voor een correcte vergelijking tussen het "residuele" stroomverbruik per maand bij Polder PV, en het landelijk gemiddelde verbruik (in 2014), gelieve in bovenstaand grafiekje de bovenzijde van de zwarte kolommen te vergelijken met de rode lijn. In veel maanden produceert Polder PV (veel) meer stroom dan hij en zijn partner in die maand zelf verbruiken (oranje kolommen onder de X-as).


Kookgas

In onze wijk is de "relatief byzondere doch niet unieke" situatie dat we zowel een stadswarmte aansluiting als een aansluiting voor (uitsluitend) "kookgas" hebben. Dat is natuurlijk gewoon "standaard laagcalorisch gas" zoals de meeste Nederlanders nu nog in hun CV ketels voor zowel ruimteverwarming als voor tapwater verstoken. Maar er ligt hier een lagedruk netje, wat natuurlijk geen capaciteit heeft voor massaal "weg-switchen" naar hyperefficiënte gas-ketels. Ergo: het wordt hier uitsluitend voor koken gebruikt, en het verbruik is dan ook, i.t.t. wat vaak wordt gedacht, marginaal. We kunnen dat snoeihard bewijzen, omdat we een geijkte, bemeterde kookgas aansluiting hebben. Wel de "kleinste" huishoudelijke gasmeters. Normaal gesproken zult u een "G4", of hoogstens een "G6" gasmeter hebben (als u een CV ketel heeft). Wij hebben in de hele wijk slechts "G1,6" gas-metertjes in de huizen hangen...

Deze grafiek is enigszins samen te vatten als "Polder PV's contributie aan het verlagen van de druk op Groningen", al moet daar natuurlijk ook weer een relativering bij. Ons kookgas verbruik was sowieso altijd zeer laag, grofweg 2-3,5 kuub per maand, wat natuurlijk in geen enkele verhouding staat tot het gemiddelde gas verbruik in een doorsnee "gas-woning". Zelfs al zijn de CV ketel technieken verder verbeterd, en is het gasverbruik dientengevolge bij de huishoudens continu gedaald, anno 2014 was het gemiddelde verbruik nog steeds volgens het CBS (Statline data) 1.200 m³/jaar, wat neerkomt op ongeveer 100 m³ per maand. M.a.w., het zet slechts zeer beperkt zoden aan de Groningse dijk, zo'n verbruik aan kookgas. Wel had het verruilen van de fluitketel op gas voor de elektrische waterkoker in 2012 bij Polder PV een aanzienlijk effect. We zitten nu nog maar grofweg op minder dan 1,5 m³/maand, op jaarbasis komen we in 2016 volgens mijn prognose nog maar op een ruime 15 m³. Het stelde al weinig voor, en het is nog minder geworden. Maar: alle kleine beetjes helpen om Groningen minder te laten beven.


Stadswarmte

Ik ben er niet gelukkig mee, onze vastrecht bijdrage aan die in Leiden uit fossiel gas verkregen voorziening (anno 2016 vastrecht stadswarmte Vattenfall: EUR 465,65/jaar) is en blijft onverteerbaar, maar er van af komen is vers twee. Het enige wat we kunnen doen is de radiator kranen zo laag mogelijk zetten, een dikke trui of fleece aan, en zo kort mogelijk "stoken", om de financiële waanzin die over ons wordt afgeroepen (met medewerking van ACM en Den Haag) nog enigszins te beperken. Op Twitter kunt u mijn regelmatige bijdragen aan deze materie "tot u nemen". Hier nu eerst de harde feiten, het feitelijke verbruik van ons huishouden.

Onze stadswarmte voorziening "bedient" zowel de radiatoren voor de ruimteverwarming, als het tapwater verbruik (koken gaat op aardgas, zie hier boven). We sluiten de veel te lange leidingen van de meterkast (buiten het appartement) naar de radiatoren af zodra de vorst uit de grond is (grofweg in april), en deze gaat pas weer aan tegen eind oktober. De tussenliggende tijd verbruiken we uitsluitend warm tapwater, op een zéér bescheiden, "on-hollands" (!) niveau. Dat is inmiddels zo'n beetje onder de 0,2 GJ/maand gezakt in die lange periode, dat zijn maximaal zo'n 6,5 m³ per maand voor warm tapwater. Daar maak je geen "leverancier" blij mee, maar dat boeit ons verder niet. Nog veel lager ligt dat "basis" verbruik natuurlijk als we een paar weken van huis zijn in die maand. Alleen in de wintermaanden gaat de verwarming aan. Weliswaar nog steeds "beperkt", en we gebruiken van de 8 aanwezige radiatoren in onze huurwoning de helft nooit. Maar u ziet meteen de enorme klapper die het "aanzetten" van de radiatoren bij het verbruik maakt. Het is niet voor niets de grootste verbruiks- en kostenpost in elk huishouden (nog even afgezien van gemotoriseerd vervoer, buiten de scope van dit artikel). Zelfs in een extreem zuinig huishouden als het onze. Daar op besparen loont dus altijd, voor iedereen. Derhalve, indien mogelijk (lastig zelf te realiseren in de huursector): isoleren, isoleren, isoleren, en nog eens isoleren. En gelijktijdig verstandig ventileren, bij voorkeur, indien mogelijk, met gebruikmaking van een warmtewisselaar. Dat laatste is hier helaas nog niet het geval, en is ook zeer lastig in te passen (klein appartement begane grond, ventilatie unit op plat dak 4e verdieping). Wel hebben we inmiddels, na lang zeuren, een gelijkstroom (DC) buisventilator op het dak, i.p.v. de stroom slurpende oude AC variant. Dus dat is wederom een extra besparings-stap, al is die wat laat gearriveerd.

Terug naar het warmte verbruik: zeer sterk afhankelijk van de omgevingstemperatuur, in koude jaren een zeer hoog (relatief) verbruik, in de steeds warmer wordende recente jaren vallen die verbruikspieken van de (dominant) ruimteverwarming een fors eind naar beneden. Vandaar ook, dat de voortschrijdend gemiddelde trendlijn (12 maanden gemiddelde) sterk schommelt - al blijven de extremen daar liggen tussen gemiddeld 0,5 en 1 GJ/mnd (extreme winterverbruiken worden over het hele jaar uitgemiddeld). Het maximum maandverbruik voor het huidige jaar was voor januari (1,6 GJ), daarna viel het dramatisch terug. Dat was in januari 2015 nog 1,9 GJ, de meest extreme piek viel in december 2010 (3,1 GJ). Het was toen volgens het KNMI "de koudste december sinds 1969". Met de huidig bekende cijfers voor dit jaar, en een "aangenomen rest verbruik" voor de laatste twee maanden, schat ik dat we op jaarbasis een totaal verbruik van minder dan 7 GJ zouden kunnen krijgen. Mits november en december niet te koud worden, dan gaan we wat naar boven met het kalenderjaar verbruik. Tot nog toe ligt ons langjarige gemiddelde iets boven de 8 GJ/jaar, dus we zouden daar, bij niet te koude "eindspurt" dit jaar, aardig onder kunnen blijven. 6,8 GJ is een equivalent gas verbruik van slechts zo'n 215 m³. Dat is extreem laag, en ligt zelfs ver onder de (artificiële) "300 m³" grens, waar onder je veel minder vastrecht voor een klassieke gas aansluiting "zou hoeven" betalen. Zelfs als we daar nog, apart bemeten, ons jaarverbruik kookgas bij optellen (zie boven), 15 m³, blijf je ver onder die grens. En "spaar" je Groningen voor lange tijd. Tientallen gemeentes, en alle provincies, hebben zich recent hard gemaakt voor een spoedige uitfasering van gas in de gebouwde omgeving. Met verstandig eigen initiatief is sowieso het verbruik in de persoonlijke situatie zeer flink omlaag te brengen. Er leiden immers meer wegen naar Rome.


Water ... something's amiss ...

U heeft tot nog toe nog niets gehoord over "de anomalie" in de verbruiksdata bij Polder PV. Die gaat nu komen. Polder PV heeft een tijd lang geen grafieken van een update kunnen voorzien, door drukke werkzaamheden. En, het is al gezegd: ik ken onze "gemiddelde verbruikscijfers" inmiddels wel. Dus was er niet zo'n "noodzaak" om elke maand weer veel tijd te gaan spenderen aan een nieuwe set grafieken en uitleg. Er liggen stapels ingewikkelde dossiers op mijn bureau, er is weinig tijd (meer) voor. Ik méét echter wel degelijk. Elke maand alle meterstanden, sinds we hier wonen. Als - betrouwbaar - documentatie en referentie materiaal. De meterstanden lees ik ook altijd uit direct voor en na een lange vakantie. Een gewoonte, die is blijven "hangen", volstrekt onschuldig, en constructief. Zo heb ik er in het verleden uit kunnen destilleren dat onze mechanische ventilatie unit een flink aandeel heeft in ons totale stroomverbruik, omdat tijdens onze vakantie alles uit het stopcontact is gehaald behalve de zonnepanelen (waarvan de productie bekend is uit de omvormer uitlezingen). En de mechanische ventilatie unit geen "uit" stand kent (de bekende drie-standen schakelaar). Dat was ook de reden waarom ik af en toe "druk op de ketel" zette bij de verhuurder, om die ventilatie units te (laten) vervangen door zuiniger DC exemplaren.

Afijn. Terugkerend van onze fietsvakantie in september jl. vergeleek ik als gebruikelijk "on the fly" eventjes de meterstanden voor en na, meestal met de focus op de gevolgen van de zonnestroom productie op het resultaat (saldo van netinvoeding en netafname), wat de Ferraris net-meter laat zien. Bij ons is dit al sedert eind negentiger jaren van de vorige eeuw een prima werkende enkeltarief meter, zonder gesodemieter met "hoge" resp. "lage" tarieven. Ergo: alles gesaldeerd voor een uniform tarief. Ditmaal viel mij bij dat korte "screen moment" opeens een zeer opvallend verschil in de meterstanden bij drinkwater op. Een absurd verschil van 4,7 m³ tijdens onze afwezigheid, bijna 5.000 liter kostbaar drinkwater! Dat konden onze planten oppassers tijdens onze vakantie nooit hebben opgemaakt (die konden sowieso ook uit de bij ons vertrek nog volle regentonnen "putten"). Dus moest er iets vreemds zijn gebeurd. Alleen kon ik dat niet achterhalen. Ik checkte alle leidingen die in onze woningen (zichtbaar) aanwezig zijn, alle kranen, aansluiting wasmachine, toilet, en zelfs de meter en leidingen in de meterkast (die ver weg onder de centrale trap in ons complex ligt, buiten ons appartement). Ik kon niets ontdekken. Maar natuurlijk "vrat" het aan me, dus ik ben regelmatig meterstanden op gaan nemen ter documentatie. Daaruit bleek al rap dat we beslist met een fors "bovengemiddeld verbruik" zaten, wat ik met geen mogelijkheid kon verklaren gezien ons zeer stabiele, langjarig zéér lage water verbruik.

"Gelukkig" hadden we al lang voor onze vakantie besloten dat onze oude, dunne parketvloer, van bijna 25 jaar oud, waar de stukken van af begonnen te breken, en die al forse slijtage plekken vertoonde, echt aan vervanging toe was. We hadden een afspraak voor de tweede week van oktober, voor de aanleg van een (prachtig geworden) duurzame bamboe vloer. Omdat we zelf geen auto hebben, en ik het erg druk had met cijfer analyses en andere activiteiten, zou het parket bedrijf op dinsdag de oude vloer verwijderen, en de grote stapel rommel afvoeren. Op woensdag hadden we een dag ingepland om de in de loop van de jaren deels verkleurde muren meteen maar weer eens opnieuw te witten met minder milieu belastende muurverf (Maril). En op donderdag-vrijdag zou de nieuwe vloer worden gelegd. Nadat dinsdag de oude vloer die we destijds van de vorige huurders hadden overgenomen, geheel was verwijderd, kwamen er opeens twee voor ons onbekende kruipruimte luiken tevoorschijn, die we natuurlijk nog nooit hadden gezien. De oude parketvloer lag er immers overheen.

Ik natuurlijk meteen er onder kijkend. En afgezien van de enorme puinhoop aan bouwafval, was het al rap duidelijk: onder het toilet/badkamer lekte dwars door een schuimrubber isolatie manchet een leiding waarvan ik aanvankelijk dacht dat het een stadswarmte leiding was. Maar dat kon natuurlijk niet, daarvan had ik de hoofdkranen sowieso dicht staan, én het was drinkwater wat weggelekt was. Als het interne stadswarmte net had gelekt, hadden we dat vast wel direct gemerkt (is ook een gesloten circuit, wat niet met het drinkwater circuit verbonden is).


^^^
Nadat de schuimrubber manchet door de loodgieter was weg gesneden, spoot het drinkwater uit de leiding.
De verklaring voor het bizar hoge verbruik in de vakantie was gevonden...

Een lang verhaal kort makend: we konden via de verhuurder een loodgieter laten komen, die tussen de puinhopen in de kruipruimte kruipend, de isolatie van de leiding sneed, waarna het water, daarvoor slechts "druppelend", er uit begon te spuiten. Uit een gat in een drinkwaterleiding, volgens de (ervaren) loodgieter "dit heb ik nog nooit eerder gezien!". Euvel ontdekt, binnen no-time gerepareerd, maar alléén mogelijk omdat we opeens, vanwege de vervanging van onze oude vloer, toegang hadden tot die voor ons tot dan "ontoegankelijke" en "onbekende" kruipruimte. We moesten zelfs het "legplan" voor de bamboe vloer laten aanpassen, omdat dat rot-luik maar liefst een meter uit de drempel van onze voordeur lag (ja, hoe verzinnen "ze" het!). En we niet wilden dat bij een theoretische nieuwe calamiteit onze nieuwe vloer, over het luik liggend, weer opengebroken zou moeten worden. We hebben dus een nogal grote vloermat moeten leggen bij de voordeur, om dat luik toegankelijk te houden. De nieuwe bamboe vloer is daar keurig met een metalen hoekprofiel door de vloer legger afgewerkt. Die heeft een prachtige, vakkundige job afgeleverd, in een lastig appartement, met "scheve muren", en derhalve, een ingewikkeld gevormde vloer (ook de plinten zijn fantastisch mooi afgewerkt). Ons appartement zit precies op de plek van een stompe hoek in een complex op de hoek van de straat, vandaar deze wat vreemde configuratie.


^^^
Fraaie nieuwe, en duurzame bamboe vloer. Voor geïnteresseerden, zie website Moso

Gevolg: administratie bijwerken

Gelukkig was het mysterie hiermee vooral fysiek opgelost, maar wat waren de ongetwijfeld forse gevolgen voor onze verbruikscijfers? Wat is het verlies geweest? Dat had ik nog niet echt goed op het netvlies, behalve dan het "bezopen" verschil tijdens onze vakantie. Want het was duidelijk, en nu aantoonbaar, een lekkage. Maar, was die in de vakantie ontstaan, of wellicht al eerder? Goed dat ik al mijn maandelijkse meterstand opnames nog had, dus toog ik daarmee aan het werk. Met de volgende, tale-telling uitkomst, waarbij de "Y-as" voor onze drinkwater grafiek helaas flink aangepast moest worden...

Zoals u aan bovenstaande grafiek kunt zien, blijkt de lekkage helaas al langer aan de gang te zijn geweest. En wel, vanaf april dit jaar, zie de enorme verbruiks-piek rechts in de grafiek. Door blind af te gaan op het "bekende, langjarige, historische" verbruik, in combinatie met te drukke werkzaamheden gedurende het hele jaar, heb ik dat abnormale hoge verbruik helaas niet eerder ontdekt. Het is daarbij ook nog eens sluipenderwijs gegaan, in het begin was dat lastig hard te maken geweest. Zitten we normaliter gemiddeld genomen met het drinkwater verbruik (rode lijn voortschrijdend gemiddelde over 12 maanden) rond een voor Nederlandse begrippen zéér lage 2,5 m³ per maand, was dat in april "stiekem" gestegen naar 3,6 m³. Wat nog geen "alarmvlaggen" af had hoeven doen gaan als ik dat had gezien indien ik destijds een grafiek update zou hebben gemaakt. Omdat we historisch bezien ook soms maandverbruiken hebben gehad rond de 4 m³ *. Daarna, kennelijk door groei van dat mysterieuze "gat in de waterleiding" (oorzaak ??), groeide het verbruik echter stapsgewijs verder uit naar een voor ons "absurde piek" van maar liefst 7,7 m³ in augustus. Waarna, gedurende onze 3 weekse afwezigheid in september (en dus een "zeer laag residueel normaal gebruik" te verwachten in die maand, als er geen lekkage was geweest) het maandvolume weer afnam. Wat mij kennelijk wel "triggerde" toen de standen "voor/na de vakantie" op m'n netvlies vielen, "dit kan niet normaal zijn!", als conclusie. In oktober is dat maandverbruik weliswaar bijna even hoog, maar dat kwam omdat tot en met de middag van 17 oktober, de - ook nog eens erger wordende - lekkage nog heeft voortgeduurd. Ik heb na de ontdekking van het lek in de tot dan "onbereikbare" kruipruimte de hoofdkraan meteen dicht gedraaid, in afwachting van de loodgieter. Sinds de reparatie een dag later, is het gemiddelde dagelijkse verbruik weer terug op het normale, zeer lage niveau. Oorzaak bekend, helaas, pijnlijk voor Polder PV, "wel een beetje laat" ontdekt. Achteraf bezien deels een overmacht situatie.

* De "diepe dips" in de historische verbruiksdata zijn maanden waarin we meestal enkele weken of "gedurende langere tijd" op vakantie waren.

Als ik de nieuwe data "inclusief weggelekt drinkwater" naast de historische data leg, zouden we van april tot en met (medio) oktober zo'n 28,5 m³ drinkwater zijn kwijtgeraakt op die "mysterieuze plek onder onze toilet-unit vloer". Dat is zuur, als je een normaal jaarverbruik hebt van ruim 24 m³. N.a.v. een suggestie van een opzichter van de verhuurder, gaat getracht worden om deze voor ons forse lekkage "verhaald" te krijgen. Omdat dit buiten onze macht om is geschied. Alles wel weer even in perspectief plaatsend: het gemiddelde jaarlijkse drinkwaterverbruik binnen een Nederlands huishouden, met "gemiddeld 2,17 personen", zou 43,4 m³ per persoon zijn volgens VEWIN (sector cijfer overzicht 2015). Als je dat zou converteren naar ons huishouden met "2 personen", zou je op een gemiddelde van bijna 87 m³ moeten komen. Zelfs mét maandenlange, onbemerkte drinkwater lekkage, zitten we met "normaal verbruik" van 24 m³ plus lekkage van bijna 29 m³ (totaal ongeveer ingeschat voor dit jaar: plm. 53 m³) nog steeds op slechts ruim 60% van dat "gemiddelde huishouden". Het kan dus nog veel erger...


Niemand is te oud om te leren ... zelfs Polder PV niet

De wijze les bij dit alles: zélfs al denk je je (historische) verbruiken te kennen, check desondanks toch regelmatig steekproefsgewijs je verbruik. Een absolute, en onoverkomelijke must hierbij blijft goede en zuivere documentatie, anders sta je gegarandeerd met je mond vol tanden in het geval dát. Ergo: een maandelijkse gang naar de meterkast(en), op een vaste dag, blijft een onmisbare backup voor als het onverhoopt, zoals in het geval van Polder PV duidelijk is gemaakt, mis gaat. Want waar iets mis kán gaan, blijkt dit, hoe onwaarschijnlijk ook, op termijn ook daadwerkelijk te (kunnen) gebeuren. Shit happens all the time... En als u bij uzelf denkt, "dat overkomt mij nooit", spreek ik u vast wel eens over "dat event wat nooit had kunnen gebeuren" ...

Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Bron: meterstanden Polder PV. Maandelijks sedert eind 1996.


actueel 137 136 135 134 133 132 131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights

 
 
 
© 2016 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP