zontwikkelingen "oud"
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina 148

meest recente bericht boven

Specials:
Revisie van cijfers zonnestroom in jaar rapportage 2017 bij CertiQ
SDE 2018 I - Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle (overgebleven) SDE beschikkingen
SDE 2018 I - Evolutie aantallen en capaciteit van beschikkingen zonnestroom onder SDE "+" regime
SDE 2018 I vol beschikt - 41% "onderbenutting", ruim 1,7 GWp PV toegekend
CertiQ juli rapportage 3. Bijstelling PV capaciteit prognose voor eind 2018
Nieuwe zonnestroom capaciteit cijfers netbeheerder Stedin
Record juli maand in de Bilt - opbrengst zonnestroom Polder PV hoog, geen record
CBS zonnestroom data gereviseerd (2) - marktsegmentatie

1 augustus 2018 - 4 september 2018

actueel 148 147 146 145 144 143 142 141 140-131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights



 
^
TOP

4 september 2018: Revisie van cijfers zonnestroom in jaar rapportage 2017 bij CertiQ. De TenneT dochter CertiQ publiceert, naast haar maandelijkse cijfer rapportages, als enige in Nederland door Polder PV maandelijks ge-evalueerd, ook elk jaar een jaarrapport met veel cijfers. In januari van het opvolgende jaar wordt altijd een eerste, zeer voorlopig rapport, gepubliceerd, met nog onvolledige cijfers. Ik heb dat voorlopige eerste rapport over 2017 besproken in een analyse op 6 januari 2018. Eind augustus heeft CertiQ haar "definitieve" revisie van de cijfers in een update van dat jaar rapport gepubliceerd. Deze heb ik wederom cijfermatig voor zonnestroom uitgeplozen, en daar van diverse grafieken gemaakt zoals onderstaand exemplaar.

T.o.v. het eerste jaar rapport zijn de volumes voor zonnestroom met 1,9% toegenomen bij de aantallen geregistreerde, gecertificeerde zonnestroom projecten (eind 2017: 14.706 PV projecten). De toename bij de gecertificeerde capaciteit is een stuk hoger geweest, 8,5%. Waarmee het gecertificeerde eindejaars-volume in 2017 een niveau heeft bereikt van 729,1 MWp. De gemiddelde systeem capaciteit van alle geregistreerde PV installaties is daarmee, ondanks de aanwezigheid van duizenden kleine residentiële systemen met oude SDE beschikking, toegenomen tot bijna 50 kWp per (gecertificeerd) project.

CertiQ heeft eind 2017 weliswaar maar 2,6% van het totaal aantal door CBS geregistreerde PV projecten in Nederland. Maar dat bevatte wel al ruim 25% van de totale capaciteit in ons land, zoals vastgesteld door het CBS in haar recente revisie over o.a. dat jaar.

Voor de volledige analyse en diverse grafieken en overzichten van de "definitieve" status voor 2017, en de evolutie t.o.v. de voorgaande jaren, zie:

Evolutie gecertificeerde PV systemen en capaciteit in jaar rapportages CertiQ (tm. 2017, definitief)

 


29 augustus 2018: SDE 2018 voorjaarsronde 3 - Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle (overgebleven) SDE beschikkingen. Omdat grondgebonden PV projecten forse volumes kunnen opleveren als ze daadwerkelijk worden gebouwd, is het belangrijk om te achterhalen wat er zoal aan dergelijke projecten onder de diverse SDE regimes wordt en al is toegekend door RVO en haar rechtsvoorgangers. Polder PV inventariseert in dit artikel de nieuwe toevoegingen onder de recent gepubliceerde voorjaars-ronde van SDE 2018, en laat de totale volumes (overgebleven) beschikkingen zien voor "veldopstellingen" gemarkeerd door RVO, onder alle SDE regimes tot en met laatstgenoemde. In totaal is er inmiddels een volume toegekend van 1.883 MWp, verdeeld over 305 beschikkingen. Van de capaciteit zou er ruim 9% "officieel" zijn opgeleverd (172 MWp), maar inmiddels is dat volume al fors hoger vanwege administratieve vertragingen in de rapportages.

Polder PV houdt zich al langere tijd bezig met inventarisatie van gerealiseerde PV projecten en project plannen. In september vorig jaar deed hij een eerste inventarisatie wat er aan grondgebonden projecten in de diverse SDE regelingen kon zitten, en kwam destijds op een volume van 1.113 MWp tot en met SDE 2017 I, waarbij toegekende "floating solar" (PV projecten op water bassins) werden meegerekend. In zijn uitgebreide update van door hem zelf geïnventariseerde projecten kwam hij voor eind februari 2018 op een reeds gerealiseerd volume van 167 MWp (NB, projecten vanaf 50 kWp per installatie). Voor zowel onder SDE vallende, als "anderszins" gefinancierde zonneparken (inleiding / samenvatting, en detail bespreking). In juni openbaarde hij zijn uitgebreide inventarisatie van de beschikkingen en plannen zoals hij die kende voor de maand mei 2018. Er was toen al een volume van bijna 231 MWp gerealiseerd. Voor alle grondgebonden project(plann)en met SDE beschikkingen, vermeerderd met niet onder SDE beschikkingen vallende exemplaren (zoals projecten met postcoderoos insteek), kwam ik toen tot een totaal potentieel volume van 1.826 MWp.

In het huidige artikel ga ik in op uitsluitend de SDE beschikte projecten volgens de officieel gepubliceerde cijfers. Daarbij ga ik uit van het nieuwe data veld "veldopstelling" wat door RVO aan haar projecten lijsten is toegevoegd. Daar zijn beslist de nodige problemen mee, ik heb al meerdere inconsequenties kunnen vaststellen aan de hand van een grote quick-scan van de door hen opgegeven projecten (analyse en voorbeelden in artikel van 14 juli jl.). Maar ik ga er van uit dat het merendeel van hun opgaves "correct" is, en dat hieruit dus "de officiële" cijfers zouden moeten volgen. Tot en met SDE 2017 was het volume van door RVO gemarkeerde "veldopstellingen" binnen alle SDE beschikte projecten 1.627 MWp, verdeeld over 243 beschikkingen (voor verschil tussen beschikkingen en projecten, zie recent commentaar van Polder PV).

(1) Beschikte volumes "veldopstellingen" binnen SDE 2018 I

Eerst laat ik twee grafieken zien met de volumes die door RVO zijn gemarkeerd als "veldopstelling" binnen de laatst beschikte SDE regeling, die van de voorjaars-ronde van SDE 2018.

* Beschikking is niet altijd identiek met "project", zie commentaar.

In deze grafiek wordt, naar analogie van de capaciteits-indeling weergegeven in de recente analyse van alle SDE "+" regelingen, een segmentatie gemaakt van de door RVO gemarkeerde veldopstellingen naar aantallen beschikkingen (linker kolommen groep), en naar de totale capaciteit per grootte-categorie van die toekenningen (rechter kolommen groep). Wat aantallen beschikkingen voor grondgebonden projecten betreft, is het totaal vrij beperkt gebleven, 62 stuks (het totaal aantal PV beschikkingen in SDE 2018 I was 3.774, dus 1,6% daarvan toekenningen voor veldopstelling aanvragen). De totale capaciteit, 225,2 MWp stelt heel wat meer voor t.o.v. de 1.710 MWp toegekend: 13,2% van het totaal.

Bij de verdeling van de aantallen zijn de volgende drie grootte categorieën het best vertegenwoordigd: 21 maal voor beschikkingen per stuk vanaf 1 tot 5 MWp, 17 maal voor categorie 50-500 kWp, en 13 voor de groep 5 tot 15 MWp. Categorie 15-30 MWp had ditmaal geen beschikkingen. Althans: dat is het oppervlakkige beeld wat je krijgt als je alleen focust op de beschikkingen. De capaciteit verdeling laat iets anders zien.

Daar is categorie 5-15 MWp dominant, met ruim 110 MWp bijna de helft van het totaal claimend. Gevolgd door de grootste categorie (>=30 MWp, bijna 80 MWp, ruim 35% van totaal), en beschikkingen per stuk 1-5 MWp (ruim 56 MWp, een kwart van het totale volume).

Zoals in het vorige artikel al gesignaleerd, blijken er echter maar liefst 7 beschikkingen te zijn voor het samenhangende grondgebonden project op oude vloeivelden van de Suikerunie te Puttershoek (Hoeksche Waard, Zuid-Holland). Die beschikkingen claimen bij elkaar een totale project omvang van 21,92 MWp. Maar per stuk zijn die beschikkingen bijna allemaal ongeveer 2 MWp groot (derhalve 6 maal in de categorie 1-5 MWp vallend), en er is er nog een van 8,95 MWp, die in de categorie 5 tot 15 MWp valt. Puur naar de beschikkingen kijkend, vallen deze dus in deze 2 opeenvolgende grootte klassen. Maar als we, logischer, naar "projecten" zouden kijken (single-sites), moet Puttershoek eigenlijk in de categorie 15-30 MWp opgenomen worden, zoals ik heb gevisualiseerd in de grafiek (doorzichtige oranje kolom).

Dit is dus eigenlijk een tekortkoming van de beschikkingen lijsten van RVO. Ze geven geen zuiver beeld van het "aantal projecten". Omdat er kennelijk meerdere beschikkingen voor 1 (meestal groter) project kunnen worden afgegeven. In de begin-dagen van de SDE regelingen zijn we zelfs nog sterkere staaltjes tegengekomen, zoals de tientallen beschikkingen voor het toen nog zeer byzondere Klepperstee project in Ouddorp. Overigens, ook op een Zuid-Hollands eiland, maar dan een eiland verder zuidwaarts: in de Kop van Goeree-Overflakkee.

De volumes in de kleinste 3 grootte klassen zijn zeer bescheiden, bij elkaar slechts 8,7 MWp, wat slechts 3,8% is van het totaal volume veldinstallaties volgens de toewijzing van RVO binnen de voorjaars-ronde van SDE 2018.

Provincies
In de volgende grafiek geeft ik de verdeling van de capaciteit van door RVO aangewezen veldopstellingen weer over de 12 provincies.

Provincies op alfabetische volgorde. Opvallend is, dat in de voorjaars-ronde van SDE 2018 niet een "usual suspect" uit de noordelijke provincies, maar provincie Gelderland de meeste beschikte capaciteit claimt bij de veldopstellingen. En wel 65,5 MWp, 29% van het totale volume, verdeeld over (slechts) 7 beschikkingen. Flevoland volgt op afstand, met 45,3 MWp (ruim 20% van totaal volume), met zelfs maar 3 beschikkingen. Friesland (35,7 MWp, 16% van totaal, 5 beschikkingen), en Zuid-Holland (28,4 MWp, bijna 13% van totaal, 14 beschikkingen), volgen op plaatsen 3 en 4. De rest van de provincies claimen fors lagere volumes, met het kleine, dichtbevolkte Utrecht, als absolute rode lantaarn-drager in deze regeling (beschikking van 176 kWp, voor een kleine uitbreiding aan het afgelopen voorjaar opgeleverde Galecop project (grootste zonnepark van Utrecht, bij oplevering 8.914 zonnepanelen).

Als we naar de totale volumes beschikt onder alle SDE regelingen kijken, zien we een geheel ander beeld, zie de vierde grafiek in dit artikel (2e paragraaf). Daar is Gelderland slechts een onopvallende middenmoter, wat de beschikte capaciteit betreft.

Type projecten

Zoals eerder al gemeld, zijn er twee zeer grote projecten beschikt, beiden (fors) groter dan 30 MWp per stuk (Wilp/Voorst Gld, en Almere Zuyderzon, Flevoland). Het Puttershoek project in Zuid-Holland, eerder al bekend in de map "pending" bij Polder PV (maar toen nog niet met een duidelijk volume), is byzonder vanwege de 7 beschikkingen waarin het is onderverdeeld. De meeste projecten waarvoor beschikkingen zijn afgegeven tussen zo'n 5 en 10 MWp waren ook al bekend in de lange pending lijst van Polder PV. Beschikkingen onder de 3 MWp waren deels wel al voor bekende project sites, maar deels ook nieuw. Hoe kleiner het project, hoe makkelijker het aan de aandacht ontsnapt, omdat er vaak geen (vroege) publiciteit aan wordt gegeven. In ieder geval zijn alle nu bekende grondgebonden projecten met geïdentificeerde SDE (2018 I) beschikking versleept naar de aparte verzameling SDE beschikte projecten in de grote spreadsheet van Polder PV. Omdat deze verzameling een substantieel stempel zal gaan drukken op de totaal te realiseren hoeveelheid capaciteit, gezien de volumes die er mee gepaard gaan.

Drie zaken vallen verder op: beschikkingen voor uitbreidingen van net gerealiseerde, of reeds langer geplande grondgebonden projecten, zoals een 8,5 MWp grote "fase 2" voor een zonnepark van de lokale ondernemers-vereniging, op het enorme bedrijventerrein Hessenpoort NO van Zwolle, nog eens 4,8 MWp voor Schipsloot (Wolvega), 4,6 MWp extra beschikt voor een Scheldezon project voor de RZWI in Rilland (project van bekend ondernemer Hopman, die ook nog op eigen grond een zonnepark laat bouwen bij de Kreekraksluizen), een kleine uitbreiding van een mogelijk al opgeleverd groter grondgebonden project bij een agrariër in Lelystad (op naam van dochter van een buitenlandse firma), 2 beschikkingen voor grondgebonden uitbreiding(en) van het floating solar project Everstekoog op Texel, nota bene een toevoeging aan een compleet nieuwe, reeds eerder beschikte (kristallijn Si ?) installatie in de plaats van het oude, slecht functionerende amorf Si Azewijn project, en een 2e SDE beschikking voor het byzondere project "Het Oor", een "groen eiland" tussen de Prorail sporen aan de Loolaan in oostelijk Den Haag.

Daarnaast enkele beschikkingen voor interessante projecten bij bedrijven die werkzaam zijn in de fossiele en energie intensieve industrie, zoals een 7 MWp beschikking voor een veldopstelling bij Solvay Chemie in Herten (L.) (die het eerdere voorbeeld van Shell op Moerdijk lijkt te volgen). Een bijna 4 MWp groot, door Nuon uit te voeren project bij papierwaren producent Eska in Sappemeer (Midden-Groningen, Gr.), een ruim 3 MWp grote beschikking voor een zeer byzondere lokatie, Zuidwending te Veendam, waar Gasunie bezig is met een energie opslag en buffering project genaamd Hystock, een 2,4 MWp beschikking voor het al vanuit de slib verbranding stroom "over" hebbend bedrijf Slibverwerking Noord-Brabant op Moerdijk, en ook een zeer kleine toevoeging aan een grote, recent door Polder PV bezochte "zonneweide" bij de Zeeland Refinery te Nieuwdorp (Zld, zie foto 1).

(foto 1) Polder PV bezocht met zijn partner al fietsend het grootste zonnepark in aanbouw van Nederland (Scaldia) in de derde week van juli dit jaar, en ging daarna ook nog even bij dit andere, veel minder bekende exemplaar langs, "Zeeland Solar". Weliswaar kleiner, maar nog steeds een forse, onder een SDE 2016 beschikking vallende oost-west georiënteerde installatie van ruim 28 duizend panelen van de krachtigste soort op onze planeet, monokristallijne Sunpower back-contact panelen. Die al ver over de 400 Wp per stuk aan nominale capaciteit kunnen hebben. Niet verwonderlijk, want de er achter gelegen raffinaderij (Zeeland Refinery, Nieuwdorp), is een joint-venture van Lukoil en Total. Het park werd aangelegd door Total Solar, een dochter van de Total Group. En Total is sedert 2011 meerderheids-aandeelhouder van deze van origine Amerikaanse PV module producent. In de beschikkingen van de voorjaarsronde van SDE 2018 vond Polder PV een toekenning voor een kleine toevoeging voor dit project terug. Nog niet bekend is of de grote installatie al definitief aan het net is gekoppeld (ik heb er nog geen expliciet bevestigend bericht over gezien, "oplevering" was echter beslist gepland voor eind juni).

Verder mag beslist ook het nu serieus aangepakte, al oude plan voor een zonnepark op de beroemde Belvedère afvalberg benoorden Maastricht worden genoemd. Het zou nu met een 12 MWp grote SDE 2018 I beschikking op zak gebouwd moeten gaan worden in opdracht van afvalberg beheerder Bodemzorg Limburg, (handelsnaam Nazorg Limburg). De eerste vergunningen waren al afgegeven in 2011, maar door het faillissement van de toenmalige project ontwikkelaar Imtech, is het lang op de plank blijven liggen. Sweco (voorheen: Grontmij) heeft voorbereidende ontwikkeling voor de nieuwe opzet gedaan, Universiteit Maastricht zou als participant bij het project worden betrokken.

Ook opvallend zijn meerdere beschikkingen voor veldopstellingen bij rioolwater zuiverings-installaties (RWZI's), voor het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en waterschap Hunze en Aa's. Er zitten bij laatstgenoemde enkele opvallend kleine bij van enkele tientallen kWp per stuk, de kleinste, ruim 18 kWp, is voor RWZI 2e Exloërmond (Borger-Odoorn, Dr.).

Een van de weinige - naast het reeds genoemde "het Oor" (Den Haag) - andere als min of meer "collectieve" projecten te kwalificeren beschikkingen betreft een door gemeente Waalre (NB) geïnitieerde installatie op een oud honkbalveld. Wat bijna 4.200 panelen zou moeten krijgen, waarvan 400 exemplaren naar participanten van de lokale coöperatie WEL zouden moeten gaan. Wat via een fysiek van het SDE deel te scheiden postcoderoos project uitgevoerd zou moeten gaan worden.

Over twee door RVO als "veldopstellingen" gekwalificeerde project beschikkingen heb ik twijfels. Een in de Havikerwaard te Dieren (Gld), wat mogelijk zelfs een floating solar project zou kunnen betreffen (te weinig detail info voor uitsluitsel). En een beschikking van slechts 25 kWp (ongeveer 90 moderne 280 Wp panelen) voor een nieuw te bouwen deel van een zorgcentrum in Wassenaar. Volgens mij zou dat wel eens een "gewone rooftop" kunnen worden. Zo niet, ga ik daar zeker eens op de fiets langs om de boel te inspecteren ...


(2) Accumulatie van beschikte volumes "veldopstellingen" alle SDE regelingen tm. SDE 2018 I

In tweede instantie, toon ik 2 grafieken met de accumulatie van de volumes die door RVO zijn gemarkeerd als "veldopstelling", een integratie van het dossier van juni jl. (alle overgebleven beschikkingen tm. SDE 2017 II), tezamen met het net verschenen overzicht van de voorjaars-ronde van SDE 2018.

(gg zonneparken = grondgebonden zonneparken)

In de grafiek wederom zowel de aantallen (blauwe kolommen) als het geaccumuleerde vermogen wat met de betreffende beschikkingen gepaard gaat, per grootte categorie (oranje kolommen). Zoals al langer bekend, blijft het aantal beschikkingen voor grote(re) veldopstellingen relatief bescheiden. Van de in totaal nu bekende overgebleven beschikkingen voor alle SDE regelingen (SDE + SDE "+": 27.244 stuks) is het volume van 305 exemplaren voor door RVO gemarkeerde veldopstellingen slechts een schijntje (1,1%). Van het volume (overgebleven) beschikkingen van SDE 2011 tm. SDE 2018 I, 17.226, waar binnen feitelijk alleen maar projecten van 15 kWp of groter konden worden aangevraagd, is het 1,8%. Het aantal overgebleven beschikkingen zal ondertussen voor de oudere regelingen weer lager zijn geworden, dus mogelijk ligt dat percentage inmiddels nog iets hoger.

De grootste volumes "aantallen" vinden we in de categorieën 1-5 MWp (110 stuks), 5-15 MWp (71 exemplaren), resp. 50-500 kWp (66 beschikkingen). De kleinste categorie van 15-50 kWp heeft het minste aantal veldopstelling toekenningen, slechts 5 exemplaren, wat logisch is (meestal zonder SDE aanvraag gerealiseerd door particulieren en bedrijven, op eigen erf). Desondanks heb ik al enkele tientallen van dergelijke, reeds gerealiseerde mini projectjes, in een aparte lijst staan. De grootste categoriëen, van 15-30 Mp, resp. vanaf 30 MWp per beschikking, hebben 11 resp. 14 beschikkingen. De categorie 500-1.000 kWp zit op een gemiddeld niveau van 28 exemplaren.

Capaciteiten - a different story
Een compeet ander beeld zien we bij de (overgebleven) capaciteiten die met dit relatief gering aantal beschikkingen gepaard gaan. Alle SDE regelingen bij elkaar hebben momenteel, tm. SDE 2018 I, een (overgebleven) capaciteit van 7.746 MWp. Het totale volume aan (overgebleven) beschikkingen voor door RVO gemarkeerde veldopstellingen is 1.883 MWp. Dat is al een aandeel van ruim 24%. Beperken we ons tot de relevante SDE "+" (overgebleven) beschikkingen bij SDE 2011 tm. SDE 2018 I, 7.696 MWp, gaan we over de 24,5% (bijna een kwart van dat totaal). Ook hiervoor geldt, dat het, bij verdere wegval van beschikte capaciteit (grotendeels optredend bij kleinere rooftop projecten), dat percentage nog kan toenemen.

Bij de beschikte capaciteiten tot en met SDE 2018 I steken met name de grootste categorie (>=30 MWp), met 703,6 MWp (ruim 37% van totaal volume beschikte veldinstallaties, met maar 14 beschikkingen) en 5 tot 15 MWp, met 637,1 MWp (34%) ver boven de rest uit. Alleen categorie 1-5 MWp kan nog een beetje meekomen, met 288,0 MWp (ruim 15%). Ook de op een na grootste categorie, 15 tot 30 MWp, heeft nog een behoorlijk volume, 215,4 MWp (ruim 11%, met maar 11 beschikkingen). De drie kleinste categorieën (beschikkingen kleiner dan 1 MWp per stuk) komen in totaal maar op 38,4 MWp (slechts 2% van totaal). Wat voor de zoveelste maal aangeeft, dat voor "betekenis-volle" progressie op het vlak van capaciteit van zonnestroom, je echt die grote projecten nodig zult hebben. Want als je alleen de kleine schaal zou ambiëren, schiet het allemaal niet op.

Bij de accumulatie van alle SDE beschikkingen heeft de grootste project categorie, >=30 MWp, zonder meer het hoogste volume van alle onderscheiden grootte-klasses. Dit was duidelijk anders in alleen de SDE 2018 I ronde, waarin de categorie 1-5 MWp het grootste volume claimde (eerste grafiek in dit artikel). Zélfs al zouden we een "correctie Puttershoek" toepassen.

Gemiddelde omvang beschikkingen
Uit de beschikkingen tabellen is voorts ook nog te destilleren, dat de gemiddelde capaciteit per beschikking van alle overgebleven, door RVO gemarkeerde veldinstallatie projecten, inmiddels neerkomt op bijna 6,2 MWp per toekenning (meestal, doch niet altijd, 1 beschikking per project). Kijken we uitsluitend naar de "niet-veldinstallaties" (althans: de overgrote meerderheid van projecten die RVO geen "ja" vinkje geeft in het betreffende data veld), ergo, de veronderstelde rooftop projecten, 26.939 beschikkingen met 5.863 MWp, is dat gemiddelde slechts 218 kWp per toewijzing. Kijken we naar alle projecten bij elkaar, is het gemiddelde 284 kWp per beschikking. Een equivalent van 1.014 panelen à 280 Wp, met een oppervlakte van zo'n 1.650 m². Hieruit blijkt, dat de enorme hoeveelheid rooftop projecten een dominant neerwaartse invloed heeft op het totale gemiddelde. En dat een gemiddelde rooftop beschikking véél kleiner is dan een gemiddelde toewijzing voor een veldinstallatie. In dit geval is de laatste gemiddeld genomen maar liefst ruim een factor 28 maal zo groot dan een gemiddelde toewijzing voor een rooftop project.

Waarschuwing consequenties "geen grote zonneparken !" *
Stel, dat je grote projecten groter dan 15 MWp om wat voor (al dan niet verzonnen) reden niet zou willen. Dan gooi je in een keer 49% van de totale beschikte capaciteit overboord. En bij knagen aan de ook zeer omvangrijke categorie 5-15 MWp nog veel meer. Je gaat het nooit "redden" om dat goed te maken met dan beslist "af te dwingen" zonnestroom projecten op daken. Want dan heb je voor het equivalente missende volume van 919 MWp maar liefst 4.216 daken nodig, op élk dak met een bovengenoemd gemiddelde van 218 kWp per beschikking. Dik 1.260 m² bedekt met zonnepanelen, voor ál die daken die dan gezocht moeten worden. Waarvan de eigenaar dan ook nog eens verleid dient te worden om dat daadwerkelijk toe te staan. Laat staan om de financiën voor die majeure operatie geregeld te krijgen. Nog afgezien van de enorme berg papierwerk voor die duizenden benodigde - forse - rooftops. In een huidige zonnemarkt, waar de 1.600 aanbieders zich al dagelijks de schompes uit het lijf werken om alle normale opdrachten voor zonne-energie projecten (zijnde residentiële rooftops en utiliteit) uitgevoerd te krijgen ...

Provincies - totale volumes
Ook voor provincies kunnen we uiteraard een optelsom laten zien voor de aantallen en capaciteiten die met alle overgebleven en uit SDE 2018 I komende nieuwe beschikkingen voor veldinstallaties gepaard gaan. Zoals in deze laatste grafiek getoond. Totalen (zie vorige grafiek): 305 beschikkingen, 1.883 MWp. Gemiddelde waarden: 25 projecten, 157 MWp, resp. 6,2 MWp per beschikking, per provincie.

In doorzichtig blauwe kolommen (referentie: linker Y-as) de aantallen beschikkingen voor veldopstellingen, zoals toegekend door RVO. In oranje kolommen (referentie: rechter Y-as) de capaciteiten die daarmee gepaard gaan (MWp). Tot slot, uit bovenstaande twee variabelen de berekende gemiddelde omvang per beschikking per provincie (MWp), groene datapunten (wederom referentie: linker Y-as). Het gemiddelde vermogen per project (eigenlijk: per beschikking) is voor alle installaties bij elkaar 6,2 MWp.

Was het in de grafiek voor uitsluitend veld-opstellingen in SDE 2018 I provincie Gelderland die de hoogste capaciteit claimde, gevolgd door Flevoland en Friesland, is de verdeling compleet anders, als we alle (overgebleven) beschikkingen bij elkaar nemen. Hier is dominant, boven alle andere provincies uitstekend, onze "van gas af te krijgen" winnings-provincie Groningen die de toon zet. Met maar liefst 465 MWp (een kwart van totaal volume) verdeeld over 40 beschikkingen voor veld-installaties (13% van totaal volume). En met een gemiddelde capaciteit van maar liefst 11,6 MWp per beschikking, bijna het dubbele van het gemiddelde voor alle beschikkingen (6,2 MWp), kan geen enkele andere provincie tippen aan die zware claim op het beschikte vermogen. De enige andere provincies die op het gebied van capaciteit nog een gooi de goede kant op doen zijn - veelbesproken - Drenthe, met 217 MWp (12% van totaal, 8,3 MWp gemiddeld per beschikking) en 26 beschikkingen (8,5% van totaal), en, wellicht voor velen verrassend, het - beslist niet vaak besproken - Zuid-Holland op de derde plaats. Met 200 MWp aan beschikte capaciteit, verdeeld over 33 beschikkingen (beiden: bijna 11% van totaal). En een bijna landelijk gemiddelde van 6,1 MWp per beschikking. Dat "mijn" provincie Zuid-Holland zo hoog scoort bij de beschikkingen, heeft vooral veel te maken met enkele grote projecten op het grote eiland, tevens gemeente, Goeree Overflakkee (in totaal 4 parken gepland). Waarvan Polder PV er 2 in ogenschouw heeft kunnen nemen, medio juli (foto 2).

(foto 2) In dezelfde week dat we - van huis af fietsend - Zeeland bezochten (eerste foto in dit artikel), zijn we ook langs het grootste zonnepark van Zuid-Holland in aanbouw, Ooltgensplaat op Goeree-Overflakkee gefietst. Het was al een fors eind op weg, met een groot deel van de PV modules reeds op de duizenden frames gemonteerd. Het in de Adriaanpolder aangelegde, door het in Pijnacker (ZH) domicilie hebbende ingenieurs-bureau Sunstroom ontworpen grote zonnepark zou 37,6 MWp groot moeten worden, en zo'n 132 duizend kristallijne zonnepanelen moeten gaan omvatten, verspreid over een in het verleden marginale opbrengsten opleverende aardappel akker van 37 hectare. De zeer laag hellende frames dragen lange rijen van 6 portrait boven elkaar bevestigde zonnepanelen, die, ondanks het NW-ZO gerichte, lang gerekte perceel, zo goed mogelijk richting zuid in deze instralings-rijke regio zijn georiënteerd. Het project is al verkocht aan het in Hamburg zetelende, talloze duurzame energie projecten in portfolio hebbende investerings-bedrijf Encavis (voorheen Capital Stage). Toen wij er op 19 juli dit jaar langs fietsten, waren oost-Europeaans sprekende medewerkers nog grondkabels aan het "trekken" in de enorme hitte van die zomerse dagen. Vermoedelijk wordt het grote park dit jaar nog opgeleverd. Met een tweede exemplaar in Melissant (ook bezocht), gaan deze - en nog enkele andere geplande - projecten een forse bijdrage leveren aan de totale zonnestroom capaciteit in dichtbevolkt Zuid-Holland.

Surprise - Fryslân non boppe
Misschien verrassend voor velen is, dat Friesland, ook vaak over de tong gaand als het over (grote) zonneparken gaat, en deels zelfs "op slot gezet" door netbeheerder Liander voor de aansluiting van nieuw aangemelde projecten, pas op de - ongeveer ex aequo met Gelderland - 6e plaats komt. Met slechts 149 MWp (Gelderland 148 MWp), nog achter Zeeland en Flevoland. Wel met de nodige "kleinere" grote projecten, 34 stuks, waardoor het gemiddelde per beschikking relatief bescheiden blijft, 4,4 MWp. Beduidend lager dan het over-all gemiddelde van 6,2 MWp per beschikking.

Een ander opmerkelijk fenomeen zien we bij provincie Noord-Holland. Dat heeft weliswaar het meeste aantal beschikkingen voor veldopstellingen op haar conto staan (41 stuks, fors meer dan het gemiddelde van 25 exemplaren), maar het totale volume wat daarmee gepaard gaat, blijft zeer bescheiden, 114 MWp. Dat ligt 27% onder het landelijke gemiddelde van 157 MWp per provincie. De gemiddelde grootte per beschikking ligt dan ook zeer laag, slechts 2,8 MWp (minder dan de helft van landelijk gemiddeld).

De kleintjes - mogelijk met verschillende redenen
Twee kleine provincies kunnen de rest niet goed bijbenen, wat waarschijnlijk verschillende oorzaken heeft. Qua capaciteit scoort Utrecht het slechtst (kleinste provincie, 114.913 ha vlg. CBS Open Data), maar 31 MWp beschikt (een vijfde van het landelijk gemiddelde). Verdeeld over slechts 7 beschikkingen (28% van gemiddeld), wat een gemiddelde grootte van 4,4 MWp per beschikking oplevert (71% van gemiddeld). Hier zal het extreme ruimte beslag in deze bomvol infrastructuur liggende kleinste provincie beslist een rol spelen. Voor de veel landbouwgrond en industrieterreinen hebbende, op een na kleinste provincie Limburg ligt het waarschijnlijk zeker aan nog een tweede reden.

Met 44 MWp (28% van gemiddeld), 18 beschikkingen (72% van gemiddeld), en een gemiddelde omvang van 2,4 MWp per beschikking (39% van gemiddeld), zelfs het laagste van alle provincies, kan het Bourgondië van Nederland zich niet op de borst kloppen. Kennelijk heeft dat iets te maken met de trots op het landschap, en een gemiddeld gering animo, of mogelijk zelfs aversie, om daar iets aan te "wijzigen"? In ieder geval was de wereld te klein toen, nota bene het grote chemische concern, en belangrijk regionaal werkgever, DSM, met plannen voor een 100 hectare groot zonnepark op de helft van het nog groene Graetheide kwam. Het betreft eigen grondgebied, maar de reacties waren niet misselijk. Van de regionale landbouw organisatie LLTB kunnen we ons de reactie wel voorstellen, die volgt de generale aversie van landelijke lobby vereniging LTO in haar afwijzing van dat interessante project. Hyperbolen als "een woestijn van zonnepanelen", en, nog erger (en compleet onbewezen), "dodelijk voor de biodiversiteit in het gebied" (van een organisatie waarvan de achterban de biodiversiteit in ons land mede naar de filistijnen heeft geholpen), worden door dergelijke belangenverenigingen maar al te graag in het publieke domein gegooid om de stemming in negatieve zin aan te wakkeren. Maar ook regionale dorpsverenigingen, die kennelijk al sedert begin dit jaar overleggen met DSM over de plannen, blijken "fel gekant" tegen het project. Omdat ze vinden dat er al "genoeg industrie" zou zijn in hun provincie, en dat men de daken zou moeten gaan benutten (de gebruikelijke dooddoener, waar echter geen handreiking of inzet van middelen voor wordt gegeven). Hoe dat nog goed gaat komen, in het licht van bovenstaande zeer magere prestatie van provincie Limburg bij het daadwerkelijk ingediende volume aan beschikkingen voor veldopstellingen (let wel: nog geen realisaties, op een ukkie van 270 panelen na...), moeten we nog gaan zien. En anders blijven ze, samen met het kleine Utrecht, gewoon rode lantaarndrager op dit vlak.


(3) Realisaties - totaal volumes volgens RVO

Tot slot nog even de "officiële" stand van zaken bij wat RVO vindt dat er al gerealiseerd zou zijn op het vlak van de door hen als zodanig gemarkeerde veldopstellingen binnen de SDE regelingen. Tot en met SDE 2018 I (waar nog geen realisaties van bekend zijn), zouden er 46 van de in totaal 305 veldopstelling beschikkingen zijn gerealiseerd volgens het agentschap ("ja" vinkje in lijst juni 2018, die overgebleven beschikkingen tot en met SDE 2017 II omvat), 15,1% van het totaal aantal beschikkingen voor dergelijke projecten. Wat capaciteit betreft liggen de cijfers echter op een stuk lager niveau: slechts 172 van de in totaal 1.883 MWp beschikte capaciteit aan veldopstellingen is door RVO van een "ja" vinkje voorzien. Dat is slechts 9,1% van het totaal. Volgens hun status update zou er in juni dus nog 90% van het totale beschikte volume aan zonneparken gerealiseerd moeten worden. Ik heb echter al van meerdere zonneparken die nog niet door RVO als "opgeleverd" werden beschouwd in dat maand overzicht, meldingen binnen van oplevering, in mijn overzicht gepubliceerd in juni had ik al 231 MWp als gerealiseerd in mijn lijsten staan. We zitten inmiddels mogelijk al een eind richting de 300 MWp. Hierbij is de definitie of een zonnepark daadwerkelijk al aan het net gekoppeld is een doorslaggevend criterium. Van enkele reeds gebouwde zonneparken is die status nog steeds niet duidelijk. Ik kom daar op een later tijdstip, bij een nieuw, eigen projecten overzicht, nog op terug.

* Dank aan anonieme lezer voor wijzen op een foutje in de tekst. Is inmiddels hersteld (8 sep. 2018)

Zie voor SDE 2018 I resultaten ook de recente artikelen op Polder PV:

SDE 2018 voorjaarsronde 2 - Evolutie aantallen en capaciteit van beschikkingen zonnestroom onder SDE "+" regime (25 augustus 2018)

SDE 2018 voorjaars-ronde vol beschikt - 41% "onderbenutting", ruim 1,7 GWp PV toegekend (> 2 miljard Euro), 860 MWp afgewezen (1e artikel SDE 2018, 24 augustus 2018)

Analyse gebaseerd op:

Stand van zaken SDE aanvragen (lijsten voorjaar 2018 en eerdere overzichten, RVO)


25 augustus 2018: SDE 2018 voorjaarsronde 2 - Evolutie aantallen en capaciteit van beschikkingen zonnestroom onder SDE "+" regime. Uit de cijfers gepresenteerd in een nieuwe projecten tabel door RVO heeft Polder PV een nieuwe evolutie lijn uitgezet voor de overgebleven (!) beschikkingen uit de SDE regimes sedert SDE 2011 (collectief ook wel bekend als "SDE +"), aangevuld met de laatste vol beschikte ronde, SDE 2018 I ("voorjaars-ronde"). Voor een eerste beschouwing over de resultaten van SDE 2018 I, zie het voorgaande artikel.

In onderstaand eerste overzicht de evolutie van de overgebleven aantallen beschikkingen voor SDE 2011 tm. SDE 2018 I. Voor de regelingen tm. SDE 2017 II is hierbij de momenteel laatste bekende RVO update van 8 juni 2018 gebruikt, waarin al behoorlijk veel uitval van oudere beschikkingen is gesignaleerd. U vindt de cijfers daarvan terug in de analyse van Polder PV, van 12 juli 2018. Van de oorspronkelijke hoeveelheid beschikkingen voor SDE 2011 tm. 2017 II, 15.679 exemplaren (beschikt: 6.509 MWp), waren toen nog maar 13.452 exemplaren overgebleven (86% van oorspronkelijk volume), met een toegekende capaciteit van 5.986 MWp (92%). Die cijfers zitten dus ook in onderstaande grafieken. De nieuwe cijfers voor de voorjaars-ronde van SDE 2018 zijn aan die volumes toegevoegd, in het laatste kolommen groepje rechts in de grafiek.

In deze grafiek een aangepast exemplaar van degene getoond in een eerder artikel met data voor SDE 2016-2017 van 9 mei 2018 (zie ook disclaimer aldaar). Met per SDE regeling een uitsplitsing van de overgebleven aantallen beschikkingen voor zonnestroom projecten per grootteklasse. Ik heb hierbij de indeling zoals gebruikt in mijn zonnepark overzicht van 14 juli jl. (ge-ent op de indeling in mijn projecten overzicht) overgenomen, en niet de "fijnere" indeling zoals eerder gebruikt in het mei artikel. Dit, omdat er in de laatste SDE rondes een forse schaalvergroting is doorgezet, en ik met name in de grotere categorieën wat meer onderscheid wil tonen. In het artikel in mei was de grootste categorie "groter of gelijk aan 10 MWp". Er zijn echter inmiddels al, inclusief de toegevoegde SDE 2018 I ronde hoeveelheden, 73 beschikkingen van 10 MWp of hoger, met een totaal volume van 1.763 MWp in de SDE+ regelingen bekend. Vandaar dat daar extra segmentatie in is aangebracht, volgens de opbouw weergegeven in de legenda. De grootste categorie die ik nu heb onderscheiden is er een van 30 MWp en groter. Daarvan zijn er al 19 bekend bij RVO. De grootste, zoals al langer bekend, Harpel / Vlagtwedde, een project van Powerfield (gepland: 109,8 MWp, mogelijk grootste project van de Benelux wordend). We zijn daar tijdens onze fietsweek in noord-oost Nederland van begin augustus nog in de buurt geweest.

In de figuur is duidelijk te zien dat in de beginperiode exclusief tijdens het als "byzonder" te beschouwen SDE 2014 regime, er weinig activiteit viel te bespeuren bij de aantallen beschikkingen (SDE 2011 tm. 2015). SDE 2014 was exceptioneel omdat het heel erg lang duurde voordat het aantal aanvragen op gang kwam, en met intreding van de laatste (6e) fase, er enorm veel (ook grotere) PV projecten werden ingediend - en met succes met een hoog basisbedrag werden verzilverd (zie overzicht evolutie aanvragen, er werd uiteindelijk 883 MWp beschikt, voor die tijd een record volume). Van de oorspronkelijke hoeveelheid van 2.973 beschikkingen voor SDE 2014 waren er in de RVO update van 8 juni 2018 nog 2.189 exemplaren over (tabel in artikel van 12 juli 2018). De hier weergegeven kleinste categorieën kregen de grootste volumes toebedeeld, er zijn er nog 289 (15-50 kWp) resp. 1.747 (50-500 kWp) van over. Waarvan het grootste deel inmiddels al is gerealiseerd. Daarbij ook nog enkele tientallen beschikkingen tot en met 15 MWp, en 2 exemplaren in de grootste twee deel-categorieën (waar onder Sunport, eind 2016 opgeleverd, nu nog grootste project van Nederland).

In de eerste ronde voor SDE 2016 begon, na de snel te vergeten SDE 2015 ronde, de boel weer een beetje aan te trekken. Met name in de 2 kleinste grootte segmenten, 15-50 kWp (158 overgebleven beschikkingen) en, vooral, 50-500 kWp (451 exemplaren). In de najaars-ronde van hetzelfde jaar trok dat verder aan (280 resp. 1.155 overgebleven beschikkingen in de kleinste twee project categorieën), en werden ook grotere projecten in "zichtbare" hoeveelheden manifest (met name 500-1.000 kWp, 58 stuks, resp. 1-5 MWp, 88 stuks, en ook nog 11 exemplaren in categorie 5-15 MWp).

Grote volumes vanaf SDE 2017
Daarna ging de boel echt "los", in de twee SDE 2017 rondes zijn er nog record hoeveelheden beschikkingen over voor PV, met als meest opvallende grootte klasse die van 50-500 kWp, met een record van (overgebleven) 3.326 stuks voor de voorjaars-ronde, en ook een spectaculaire hoeveelheid van 2.977 exemplaren voor de najaars-ronde. Hier voegde de net vol-beschikte SDE 2018 voorjaars-ronde nog eens 2.875 beschikkingen aan toe (kolommen set helemaal rechts in grafiek). Voor de kleinste categorie, 15-50 kWp, werd een maximum bereikt in de najaars-ronde van SDE 2017 (455 exemplaren over). In de SDE 2018 I ronde is het volume nog maar 264 exemplaren.

De categorie 500-1.000 kWp heeft inmiddels haar maximum liggen in de net afgesloten SDE2018 I, met maar liefst 382 (!) exemplaren toegevoegd aan het totaal. Hier zitten veel grote rooftop projecten tussen, een logische evolutie van de al lang ingezette schaalvergroting bij de SDE subsidies. De opvolgende grootte klasse, 1-5 MWp beschikkingen, heeft haar maximum onder SDE 2017 I (258 beschikkingen over). SDE 2018 I voegde aan het geaccumuleerde totaal binnen deze categorie nog eens 224 project beschikkingen toe. En ook de daar op volgende klasse, 5-15 MWp heeft het meest aantal (overgebleven) beschikkingen onder die voorjaars-regeling in 2017: 40 stuks. Een jaargang later zijn het er een stuk minder, 26 exemplaren. In de categorie 15-30 MWp valt weinig leven te bespeuren. Er zijn er in totaal (alle SDE "+" regelingen) maar 21 terug te vinden, met wederom SDE 2017 I de prijswinnaar, met 9 exemplaren (bijna niet zichtbaar op deze schaal). Bij SDE 2018 I is er nog maar 1 terug te vinden.

Ook de grootste categorie (totaal 19 beschikkingen elk 30 MWp of hoger, in de grafiek niet zonder vergrootglas in het origineel terug te vinden), heeft haar "top" onder die succesvolle voorjaars-ronde in 2017: 8 exemplaren. SDE 2018 I voegt daar nog eens 2 exemplaren aan toe. Beiden zijn reeds al een tijd bekend bij Polder PV, in de grote map "pending" projecten. Een beschikking voor een zonnepark op initiatief van familie Gooiker, van maar liefst 45 MWp in Wilp (gemeente Voorst, Gld). En een exemplaar van Zuyderzon Almere B.V., een samenwerkingsverband tussen Wassenaars ingenieursbureau Sunwatt, en afval verwerker HVC, waarbij ook lokale energie coöperatie De Groene Reus wordt betrokken. Er is in de documentatie sprake van mogelijk 30 MWp, bij een uitgegeven beschikking van 32,5 MWp voor een 25 hectare groot zonnepark genaamd "Zonneveld Zuyderzon" op een braakliggend bedrijfsterrein aan de Grote Vaartweg (Almere Buiten). Dit zou onderdeel zijn van de gemeente om een "Growing Green City" te worden, en "zoden aan de dijk [te zetten] op weg naar een energieneutrale stad". Bewoners zouden via De Groene Reus financieel kunnen participeren in het park, wat medio 2019 opgeleverd zou moeten gaan worden.

Evolutie van capaciteit bij SDE "+" beschikkingen RVO
Net als voor de aantallen (overgebleven) SDE "+" beschikkingen voor zonnestroom projecten bij RVO, heb ik ook voor de overgebleven capaciteiten die met die toekenningen gepaard gaan een vergelijkbare grafiek gemaakt. Deze toont, zoals gebruikelijk in de projecten markt "een ietwat ander" beeld dan bij de aantallen toegekende projecten.

Ook bij de capaciteiten (in grafiek in MWp getoond) weer het bekende beeld tot en met SDE 2015: tot die jaar ronde weinig impact, behalve voor de "uniek verlopen" SDE 2014. Die voor de overgebleven beschikkingen (eerste grafiek) voor categorie 50-100 kWp 331 MWp aan capaciteit heeft staan, waarvan het grootste deel al (lang) is gerealiseerd. Categorieën 1-5 MWp en 5-15 MWp staan op plaatsen 2 en 3, met 124 resp. 78 MWp (overgebleven) capaciteit. In totaal is er in SDE 2014 643 MWp beschikte capaciteit "over", wat echter beslist niet het daadwerkelijk gerealiseerde vermogen hoeft te zijn. Er wordt, zoals regelmatig door Polder PV gesignaleerd, vaak veel minder, en in veel andere gevallen juist vaak veel meer vermogen gerealiseerd dan dat er door RVO is beschikt. Dit dient u altijd in uw achterhoofd te houden als u grafieken zoals onderhavig exemplaar bekijkt, waarvan de brondata afkomstig zijn van de subsidie verstrekker. Polder PV houdt in zijn eigen spreadsheets met realisaties per project de werkelijk opgeleverde vermogens bij, als die gegevens zijn te vinden. Of hij schat die af als die niet zijn geopenbaard.

In SDE 2016 I is er al duidelijk een teken van opleving na de feitelijk "non-issue" SDE 2015. De voorjaars-ronde van 2016 gaf weer een kleine boost te zien bij categorie 50-100 kWp (bijna 70 MWp). Die werd al een stuk opvallender in de najaars-ronde, dat jaar, met 216 MWp overgebleven beschikt volume. Maar die grootte-klasse werd in dezelfde ronde afgetroefd door de grootste categorie, >=30 MWp. Waar nog slechts 5 (!) projecten in zitten, met een gezamenlijk volume van 293 MWp. Ook de categorieën 1-5 MWp en 5-15 MWp scoren hoog in deze SDE 2016 II ronde (173 resp. 118 MWp beschikte capaciteit over).

Onder de succesvolste aller SDE ("+") regelingen, SDE 2017 I, hebben de meeste grootte-klassen record hoeveelheden (overgebleven) beschikte capaciteiten. Wederom een absoluut record in de populaire categorie 50-500 kWp (747 MWp), een zeer goede tweede plaats voor de beschikkingen per stuk tussen de 1 en 5 MWp (cumulatief: 498 MWp), en bijna ex aequo, categorieën 5-15 MWp (335 MWp), en >=30 MWp (over 332 MWp, verdeeld over slechts 8 projecten). Ook categorie 15-30 MWp, grote grondgebonden projecten betreffend, bereikte een record niveau t.o.v. de andere SDE jaargangen: 203 MWp (slechts 9 beschikkingen).

De najaars-regeling van SDE 2017 was ook zeer succesvol, al was het allemaal iets minder dan bij de voorjaars-ronde. De categorie 50-500 kWp bracht het tot een (overgebleven) volume van 663 MWp, in dezelfde volgorde gevolgd door categorie 1-5 MWp (463 MWp totaal), 5-15 MWp (261 MWp totaal), en >=30 MWp (191 MWp, slechts 3 beschikkingen). Dit viertal wordt ongeveer ex aequo gevolgd door categorieën 500-1.000 kWp resp. 15-30 MWp (159 resp. 158 MWp). Deze regeling laat wel een klein record zien: de kleinste grootte categorie (15-50 kWp) had een totaal volume van bijna 15 MWp (ook bij aantallen het meest: 455 stuks overgebleven).

Ondanks een minder groot totaal volume (ruim 10% minder beschikt dan overgebleven voor najaars-ronde SDE 2017), heeft de nieuw toegevoegde SDE 2018 I regeling op 1 punt een record te pakken. En wel, het beschikte volume voor categorie 500-1.000 kWp, wat totaal 277 MWp onder de leden heeft zitten, verdeeld over 382 beschikkingen. Categorie 50-500 kWp had zelfs weer meer volume dan (overgebleven) onder SDE 2017 II: 693 kWp. Daarna vallen de totaal volumes echter al flink naar beneden t.o.v. de voorgaande regeling(en). Categorie 1-5 MWp en 5-15 MWp konden nog enigszins bijbenen, met 419 resp. 207 MWp. Maar de neergaande lijn bij de "maatschappelijk bezien mogelijk gevoeligste" project categorieën, grote grondgebonden projecten in de klassen 15-30 MWp en >=30 MWp, kwamen op een substantieel lager niveau te liggen dan bij SDE 2017 II: 25 MWp (1 project, 84% minder volume dan de 158 MWp in dezelfde klasse in SDE 2017 II), resp. 80 MWp (2 projecten, 58% minder dan de 181 MWp in SDE 2017 II). De kleinste categorie, 15-50 kWp, moest het met slechts 9 MWp doen (verdeeld over 264 beschikkingen).

Samenvattend totaalbeeld
Het over-all beeld van de evolutie van de capaciteiten bij de beschikkingen is: nog steeds hoge toegekende volumes in de afgelopen SDE ronde(s), maar voorlopig lijkt het maximum haalbare onder de SDE "+" regimes wel bereikt. En is er zeker in de hogere vermogens-categorieën een verontrustende dalende lijn te zien. Met name de "gevoelige" projecten, de grootste categorieën, zijn wat het totaal beschikte volume betreft al fors afgenomen. De verdergaande sterke neerwaartse bijstellingen van de basisbedragen voor PV, de ingevoerde verslechtering voor de middelgrote rooftops (installaties met een hoog eigenverbruik worden de facto "bestraft" met een hoger correctiebedrag), en fors verzet vanuit vaak slecht geïnformeerde belangengroepen en de bevolking m.b.t. grondgebonden projecten maakt, dat het perspectief voor de grotere projecten is verminderd. Dat bleek sowieso al uit de vrij dramatisch verlopen voorjaars-ronde dit jaar, waarin maar liefst 41% van de beschikbare 6 miljard Euro niet werd toegekend (ook niet aan de andere duurzame energie modaliteiten). Of het opheffen van de importheffingen van massaal geproduceerde Chinese zonnepanelen hieraan, wat zonnestroom onder SDE betreft, weer een andere (opwaartse) richting zal kunnen gaan geven onder de najaars-ronde van SDE 2018, en, met name onder de te verwachten 2 rondes van SDE 2019, is nu nog in de sterren geschreven.


Opvallend: de "499 kWp beschikkingen"

Bij het navlooien van de data uit de RVO lijsten is er nog een ander punt wat opvalt. Ook weer bij het bekijken van de beschikkingen lijst voor SDE 2018 I. Een opvallend grote hoeveelheid beschikkingen met een (opgegeven) capaciteit tussen de 499 kWp en "iets onder de 500 kWp". Dit heeft te maken met de per SDE 2014 ingestelde nieuwe regel, dat er een financiële haalbaarheids-studie ingeleverd dient te worden bij aanvragen vanaf 500 kWp (zie geconsolideerde algemene uitvoeringsregeling, artikel 2a). Ook "portfolio's" van een en dezelfde beschikking aanvrager betreffend, die genoemd volume van, voor PV, 500 kWp (met gezamenlijk gevraagde projecten) overstijgen. Een "natuurlijke" ondernemers-reactie bij het opwerpen van zo'n ambtelijke barrière, is het aanvragen van "iets minder" capaciteit om aan de veilige kant te blijven. Zodat er geen haalbaarheids-studie hoeft te worden ingeleverd of gevoelige financiële bedrijfs-info hoeft te worden verstrekt. Ik heb in het verleden meermalen gewezen op het feit, dat, ondanks het veelvuldig voorkomen van "499 kWp" bij talloze projecten in de RVO lijsten, dergelijke installaties vaak (soms fors) groter worden uitgevoerd, dan is beschikt (in ieder geval ver over de 500 kWp). Uiteraard komt, ook veelvuldig gesignaleerd door Polder PV, een uitvoering fors kleiner dan het beschikte volume voor (daklast te hoog voor full-generator, ontoereikende financiën voor het complete project, aansluiting te krap, etc.). Maar dat er frequent fors groter wordt gebouwd dan "499 kWp beschikt" staat als een paal boven water in de projecten sheet van Polder PV.

Om wat voor volumes gaat het eigenlijk? Ik heb de RVO overzichten van alle voorgaande SDE regelingen vanaf SDE 2014 (tm. SDE 2010 was er een "bovencap" van 100 kWp per aanvraag, tm. SDE 2013 speelde de issue nog niet), met status datum 8 juni, en het nieuwe overzicht van SDE 2018 I bij elkaar gestopt, en de boel op een rijtje gezet. Ik heb hierbij alle (overgebleven) projecten opgeteld die een beschikking hebben tussen de 499,00 en 499,99 kWp. Niet mee geteld, maar mogelijk ook nog als "opportunistisch aangevraagd" te kwalificeren, zijn nogal wat projecten vanaf 495 kWp. Van oudere regelingen zijn sowieso veel beschikkingen in deze grootte categorie al lang afgevoerd uit de nieuwste project lijsten. Dit is het resultaat (SDE 2014 - 2017 II overgebleven beschikkingen, status 8 juni 2018; SDE 2018 I nieuw gepubliceerd). Binnen de sowieso voor PV extreem beperkt beschikte SDE 2015 zijn geen (overgebleven) beschikkingen in deze grootte categorie bekend:

  • SDE 2014 - 59 stuks (2,7%, resp. 29 MWp, 4,6% van totaal volumes)*
  • SDE 2016 I - 5 stuks (0,8%, resp. 2 MWp, 1,8% van totaal volumes)
  • SDE 2016 II - 37 stuks (2,3%, resp. 18 MWp, 2,1% van totaal volumes)
  • SDE 2017 I - 168 stuks (3,9%, resp. 84 MWp, 3,6% van totaal volumes)
  • SDE 2017 II - 173 stuks (4,4%, resp. 86 MWp, 4,5% van totaal volumes)
  • SDE 2018 I - 181 stuks (4,8%, resp. 90 MWp, 5,3% van totaal volumes)
  • Totaal SDE 2014 - SDE 2018 I - 623 stuks (3,8% van 16.403 stuks, resp. 311 MWp, 4,1% van 7.604 MWp)

* SDE 2014, de regeling waar dit fenomeen het eerst sterk opdook, had in een RVO versie van oktober 2016 nog 72 exemplaren in deze grootte klasse staan, daar zijn anno juni 2018 dus alweer 13 exemplaren van afgevoerd door RVO.

Ook al zijn de opgetelde volumes ten opzichte van de totale beschikte hoeveelheden tussen SDE 2014 en SDE 2018 I relatief beperkt gebleven, 3,8% van totaal aantal overgebleven beschikkingen, en 4,1% van totaal (overgebleven) capaciteit, het blijft een opmerkelijk aandeel op het geheel. Het totale beschikte volume, 311 MWp, zou goed zijn voor een dikke 1,1 miljoen moderne zonnepanelen van 280 Wp per stuk...


Beschikking is niet altijd gelijk aan project!

Tot slot. In dit artikel en vele andere wordt meestal over "projecten" gesproken. Eigenlijk moeten we het over "beschikkingen" hebben. Want het is meermalen voorgekomen dat op 1 gebouwen complex, erf, of "site", er meerdere beschikkingen zijn afgegeven. Terwijl de PV generator in 1 projectmatige aanpak is aangelegd. Ik heb talloze voorbeelden uit het verleden in de verzamel lijsten van Polder PV staan nogal wat van dergelijke projecten.

En meteen valt dan ook in de recente SDE 2018 I beschikkingen lijst ook een - waarschijnlijk - grondgebonden project in Puttershoek op het Zuid Hollandse eiland Putten (bezuiden de Oude Maas) op, waarvoor maar liefst 7 (!) beschikkingen in die ene ronde zijn afgegeven. Voor verschillende, maar verder bijna eensluidende kadastrale perceel nummers, op naam van dezelfde hoofd aanvrager (een serie gerelateerde dochters van de Suikerunie, inclusief het Centraal Kantoor). Die project delen moeten dan op verschillende "adres lokaties" cq. EAN code objecten worden aangesloten, want er mag onder SDE "+" formeel maar 1 project per adres per SDE ronde worden aangevraagd in ons land. In het buitenland, ook bij de oosterburen, zijn grote projecten vaak opgeknipt in meerdere delen. Die werden vervolgens apart opgeleverd om het risico van overschrijding van de beruchte netkoppelings-datum te voorkomen, en aldus een groot deel van het totale project te kunnen veilig stellen voor het hoger(re), 20 jaar vast staande tarief. Die datum (vaak 31 december of halverwege het jaar) was in het verleden, in Duitsland, essentieel om nog binnen de "oude", hogere FIT klasse te vallen, toen er nog heftig vanuit de politiek werd gemorreld aan de - schoksgewijze - degressie van de Einspeise Vergütungen.

In Nederland speelt dat niet, maar heeft het "opknippen" mogelijk een andere reden, zoals hierboven vermeld. De 7 beschikkingen van Puttershoek bij elkaar komen op 1 gezamelijk project van bijna 22 MWp. Het wordt hoogstwaarschijnlijk gerealiseerd op een 20 hectare groot stuk van het zuidelijke deel van de voormalige vloeivelden van Suikerunie, langs de Oude Maas. Een compromis volgend uit een jarenlange strijd tussen het bedrijf en gemeente Binnenmaas (per 1 januari 2019 opgaand in de nieuwe gemeente Hoeksche Waard), over wijzigingen van de bestemming van deze lokatie (artikel AD van 5 juli 2017). Dit heeft uiteraard gevolgen voor de "indeling in grootte categorie", zoals in de tweede grafiek in dit artikel. Ik kom hier later nog even op terug.

Zie voor SDE 2018 I resultaten ook de recente artikelen op Polder PV:

SDE 2018 voorjaarsronde 3 - Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle (overgebleven) SDE beschikkingen (29 augustus 2018)

SDE 2018 voorjaars-ronde vol beschikt - 41% "onderbenutting", ruim 1,7 GWp PV toegekend (> 2 miljard Euro), 860 MWp afgewezen (1e artikel SDE 2018, 24 augustus 2018)

Stand van zaken SDE aanvragen (RVO, extern, 24 aug. 2018)

Zie ook de zoals gebruikelijk gedetailleerde berichtgeving over SDE 2018 I door het team van Solar Magazine (4 artikelen, deels gelinkt onder hoofdartikel)


24 augustus 2018: SDE 2018 voorjaars-ronde vol beschikt - 41% "onderbenutting", ruim 1,7 GWp PV toegekend (> 2 miljard Euro), 860 MWp afgewezen. Zie ook nagekomen berichten onderaan

Gisteren verscheen opeens een artikel op de website van Solar Magazine met de (definitieve) stand van zaken rond de beschikkingen voor de voorjaars-ronde van SDE 2018. Er was, en is voor publicatie van dit artikel, echter nog geen kamerbrief gepubliceerd. Wel bleek er een tabel met het eindresultaat op de website van RVO te staan. Solar Magazine checkt kennelijk continu deze sites of er iets nieuws is gepubliceerd, en was er als de kippen bij. Dit artikel doet iets diepgaander uit de doeken wat de status is van deze nu formeel "afgesloten" SDE regeling, waar het de toekenningen betreft. Met uiteraard specifiek aandacht aan zonnestroom. Maar ook, het zal u misschien niet verbazen gezien de enorme complexe pyramide die het SDE bouwwerk inmiddels geworden is, met de talloze cijfers die worden gepubliceerd, een bizarre fout (?) bij de cijfers voor windenergie.

In onderstaande tabel de uiteindelijke resultaten voor alle door Min. EZK opgevoerde (hoofd) modaliteiten, met de aanvragen, de definitieve hoeveelheden cq. volumes aan beschikkingen, het aandeel wat er is overgebleven ("toegekend") in procent van het volume aan aanvragen, en nog een paar data. Klik op figuur voor tabel in apart venster:

NB: voor windenergie data: zie nagekomen voetnoot* onderaan !

Aantallen aanvragen
In het eerste blok de aantallen aanvragen, het daar uit resulterende aantal beschikkingen, en de "score" in procent van het oorspronkelijke aantal aanvragen, voor de 7 onderscheiden modaliteiten. Onder de modaliteit "biomassa warmte & WKK" heb ik de door RVO separaat opgegeven categorieën "ketel vast / vloeibaar", "mest (co-) vergisting", en "RWZI thermofiele gisting secundair slib" opgenomen om een directe vergelijking "op hoofdlijnen", met de tabel voor de najaars-ronde van SDE 2017 mogelijk te maken. Zonnestroom - focus van Polder PV - in gele band weergegeven, thermische zonne-energie in licht oranje band. Wind op land - gepokt en gemazelde spelers die al jaren SDE aanvragen doen, en het klappen van de zweep kennen, hadden wederom een zeer hoog scorings-percentage van bijna 96% van de aanvragen (voorgaande regeling: 95%).

Zonnestroom kwam er - met haar grote aantal aanvragen - weer een stuk minder goed van af. Maar heeft ondanks de heftige "onderuitputting" van het totale budget (bijna 41% van beschikbare 6 miljard Euro, 2.437 miljoen Euro, werd niet beschikt!) toch een respectabel scorings-percentage van ruim 86% behaald. Van de 4.369 aanvragen werden er 3.774 toegekend. Sedert de tussenstand van 10 juli (tabel 2 in kamerbrief van Wiebes), zijn er dus nog eens 1.460 PV projecten beschikt door RVO, een fors volume. Het resultaat is in ieder geval beduidend beter dan de tegenvallende ruim 72% in de najaars-ronde van de vorige jaargang. Maar er zijn modaliteiten die het slechter deden wat de "aantallen" projecten betreft: slechts 22 van de 35 aangevraagde thermische zonne-energie installaties kregen de zegen van RVO, een score van 63%. Maar ook dat was - beduidend - beter dan de magere 28% in de voorgaande regeling (SDE 2017 II).

De verzamel categorie biomassa warmte / WKK deed het niet slecht, met 50 toegekende uit 67 gevraagde projecten (75%). Biomassa gas en waterkracht deden het weer matig (beiden 40% toekenning bij de aanvragen), maar daarvoor waren ook slechts een beperkt aantal aanvragen gedaan. Grote winnaar in de huidige ronde is geothermie: beide aanvragen werden gehonoreerd (100%).

Capaciteit - hoogst curieuze cijfers voor wind ! (zie voetnoten onderaan, nagekomen 1 en 2*)
Bij de aangevraagde capaciteit en de beschikte volumes is er iets heel vreemds aan de hand wat ik nog niet eerder heb gezien. Ik heb de data nogmaals gecheckt, maar ze staan er echt. Bij de aanvragen in de tabel (figuur 1, pagina 2) van de kamerbrief van Wiebes van 16 mei jl., stonden voor wind energie "slechts" 47 aanvragen vermeld, met een gezamelijke capaciteit van 68 MW, en een budget claim van 150 miljoen Euro. Gezien de bijlage werden die allemaal in de eerste fase ingediend. Echter, in de net verschenen tabel met beschikkingen van RVO zou er, met slechts 2 projecten mínder beschikt dan aangevraagd, opeens maar liefst 107 MW aan capaciteit zijn toegekend, met een iets lagere budget claim van 149 miljoen Euro. Wat capaciteit betreft dus ruim 57% méér dan er was aangevraagd! Dit is nogal bizar, ook gezien de bijna gelijk blijvende budget claim, wat onmogelijk lijkt gezien de forse, en onbegrijpelijke verhouding tussen aangevraagde en beschikte capaciteit. Kennelijk is er in de oorspronkelijke gegevens van de aanvragen een blunder gemaakt door RVO (veel te weinig vermogen opgegeven). Of het opgegeven beschikte volume klopt niet.

Was het aantal toegekende projecten voor zonnestroom nog behoorlijk hoog (ruim 86%), is de toekenning bij de capaciteit een stuk minder florissant geweest, slechts 66,5% (1.710 MWp toegekend op vraag voor 2.570 MWp). In de voorgaande ronde (SDE 2017 II) was dat percentage echter nóg slechter bij de capaciteit: ruim 59%. In beide gevallen betekent dat dus, dat vooral de "kleinere" projecten een toewijzing hebben gekregen. En dat de nodige "grote" projecten (bijvoorbeeld grondgebonden installaties van vele megawatten die dachten een aanvraag te kunnen doen met een - volgens RVO beslist niet toereikende - "tijdelijke vergunning") bij de toewijzingen zijn gestrand / niet beschikt. Waardoor er dus weer veel aangevraagd volume verloren is gegaan. Weinig grote projecten kunnen immers een enorm stempel drukken op de capaciteits-claim! Desondanks is de resulterende toekenning voor zonnestroom wat capaciteit betreft dus dominant in deze regeling: van de totaal beschikte capaciteit voor alle modaliteiten, 2.339 MW, claimt zonnestroom een spectaculaire 73%.

Wat andere modaliteiten betreft volgden bij de capaciteit ketels met vaste of vloeibare biomassa (hier onderdeel van biomassa warmte & WKK), 399 MW (17%), en windenergie (op land), 107 MW (4,6%). De rest zit daar ver onder, met als opvallende modaliteit, geothermie, met maar 2 beschikkingen, op 65 MW (2,8%). Voor relativering van het hoge aandeel bij PV (m.b.t. de relatief lage capaciteits-factor voor zonnestroom), zie ook toelichting bij bespreking van beschikte volumes voor SDE 2017 II.

Opvallend zéér lage scores hier bij wederom thermische zonne-energie, met maar 8 van 19 MW beschikt, 0,3% van de totaal toegekende capaciteit (nog iets lager dan de 0,5% in de voorgaande regeling). Dat gaat om 22 toegekende aanvragen, met gemiddeld 364 kWth(ermisch) vermogen. Er gingen 13 aanvragen verloren, "goed" voor maar liefst 11 MWth aan gevraagde capaciteit. Wederom ging het bij de afwijzingen dus om fors grotere installaties (gemiddeld 846 kWth). Ook waterkracht blijft het slecht doen. Afgerond voerde RVO zelfs maar "0" MW toegekende capaciteit op en ditto "0" miljoen Euro budget claim (verdeeld over 2 kleine installaties). Omdat het in totaal om 1 GWh aan "subsidiabele productie" gaat, zijn dat maar zeer kleine projecten.

De €€€€s
Het derde blok laat de aangevraagde cq. toegekende maximale bedragen zien per modaliteit, in miljoen Euro's (MEUR).
Er is in totaal maar voor (maximaal) 3.563 miljoen Euro beschikt, wat slechts 59,4% is van de maximaal beschikbare 6 miljard Euro. Dit is een historische "low". Slechts een maal eerder werd er minder toegekend dan er budget was gereserveerd. In de voorjaars-ronde van SSDE 2017 werd, ondanks overschrijding bij de aanvragen, 168 miljoen Euro minder beschikt dan de toen ook beschikbare 6 miljard Euro (grafiek in artikel van 4 september 2017). Maar de "onderuitputting" in de huidige besproken regeling, SDE 2018 I, is veel extremer uitgepakt, in negatieve zin, met dik 2,4 miljard Euro budget wat niet zal worden gebruikt! Ondanks het feit dat Wiebes er in zijn kamerbrief met de tussenstand (10 juli) wat opmerkingen over maakte, en voor de najaars-ronde van SDE 2018 alsnog 6 miljard Euro extra heeft gereserveerd, zal dit beslist tot kamervragen gaan leiden. Mede gezien de op ons land afstormende deadline om 14% duurzame energie eind 2020 te hebben gehaald. Dat zal nu als een schier onmogelijke taak worden gezien in Den Haag, schat ik zo in. De SDE regeling wordt al jaren, zwaar aangewakkerd door het uitvoerende ministerie, EZK, door de politiek als de belangrijkste regeling gezien om die (en de klimaat) doelstellingen te behalen. Als er nu een scherp dalende lijn in de toegekende budget beschikkingen komt, hoe moet dat dan opgelost worden? Ik heb geen idee hoe.

In de tabel zijn de verhoudingen ongeveer vergelijkbaar met die bij de (aangevraagde resp. toegekende) capaciteiten, afgezien van de hierboven al gesignaleerde, hoogst curieuze anomalie bij wind. Want ondanks een veel hógere toegekende capaciteit dan er zou zijn aangevraagd, is de toegekende maximale subsidie (MEUR 149) slechts fractioneel lager dan de MEUR 150 oorspronkelijk gevraagd. Onbegrijpelijk. In ieder geval is de resulterende MEUR 149 (4,2% van totale budget beschikking), een "schim" vergeleken bij de 2.763 miljoen Euro voor wind beschikt in de voorgaande SDE ronde (2017 II, dat was toen zelfs 46% van de totale budget claim, ruim 6 miljard Euro). Ook bij wind zitten de orderportefeuilles kennelijk bomvol, en is er even "rust in de tent" nodig voordat men weer (forse) capaciteiten gaat aanvragen.

Naast kampioen beschikte capaciteit is zonnestroom nu ook, ongeevenaard, de optie met de hoogste budget claim bij de toekenningen. Want er is voor 2.030 miljoen Euro aan PV aanvragen beschikt door RVO, bijna 57% van het (tegenvallende) totaal! Wat weliswaar ook betekent, dat er voor 932 miljoen Euro aan aanvragen verloren is gegaan (aangevraagd voor 2.962 miljoen Euro). Wat beslist te verteren zal zijn door de vele honderden PV bedrijven, wier order portefeuilles sowieso al langere tijd uit de voegen barsten. Biomassa "ketels" claimden ook een fors volume, MEUR 946 (bijna 27% van totaal, verdeeld over 48 projecten, onderdeel van Bm warmte & WKK). Hierna valt een fors gat, en waren er nog slechts significante bedragen te verdelen voor geothermie (2 beschikte projecten - MEUR 216), "hernieuwbaar gas" (4 projecten toegekend - MEUR 211, en windenergie (45 beschikkingen - MEUR 149). De overige opties claimden marginale hoeveelheden budget, met thermische zonne-energie als "grootste", met slechts 6 miljoen Euro voor 22 beschikte projecten.

Van de in totaal onder het budget plafond liggende oorspronkelijke gevraagde maximale subsidies, 5.297 miljoen Euro (ruim 88% van het budget plafond), is slechts in totaal MEUR 3.563 toegekend. Ruim 67% van aangevraagd, en zoals eerder gesteld: slechts ruim 59% van het beschikbaar gestelde budget ...

Energie hoeveelheden toegekend
In het vierde blok alleen de toegekende (maximale) hoeveelheden energie per modaliteit. Er is daarbij door RVO weer in de oorspronkelijke vorm "gigawattuur equivalenten" over de gehele (per modaliteit verschillende) subsidie periode opgegeven (in de voorgaande jaar-ronde werd dat nog in petajoules gedaan, en wel per jaar). Voor zonnestroom is totaal maximaal 24.363 GWh over de subsidie periode van 15 jaar toegekend (42% van totaal maximaal te subsidiëren, bijna 58 TWh voor alle modaliteiten). Per jaar is dat voor zonnestroom 1.624 GWh. Het equivalent van ongeveer 41% van de maximale stroom productie van kerncentrale Borssele (max. zo'n 4 TWh/jaar).

Opvallende tweede kandidaat, met veel meer draaiuren mogelijk dan bij zonnestroom, zijn de biomassa ketels, die 19.483 GWh equivalenten maximaal krijgen beschikt (grootste deel van verzamel categorie bm warmte & WKK, 19.812 GWh eq.). Dat is bijna 34% van het totale volume (bij de capaciteit was het nog "maar" 27%). Geothermie claimt, met maar 2 projecten (!) 5.851 GWh equivalenten (ruim 10%), biomassa gas met 4 projecten maximaal 4.389 GWh equivalenten (bijna 8%), en windenergie (45 projecten) max. 3.485 GWh over de voor haar geldende subsidie periode (6%). De andere modaliteiten krijgen veel lagere energie volumes (maximaal) beschikt. Thermische zonne-energie, met 22 projecten, 89 GWh equivalenten, heeft een taart stukje van slechts 0,2%.

Afgevoerde aanvragen
In het laatste blok de aanvragen die het niet hebben gered in deze eerste SDE 2018 ronde, hier weergegeven in de vorm van het "verloren gegane aangevraagde vermogen". Zonnestroom wederom als meest dramatisch negatieve exemplaar (echter meer dan genoeg gecompenseerd met de grote hoeveelheid wel beschikte capaciteit). Er is voor 860 MWp aan aangevraagde capaciteit verloren gegaan (niet 870 MWp zoals Solar Magazine claimt), nog steeds ruim 33% (!) van de oorspronkelijk aangevraagde capaciteit (2.570 MWp). Ondanks de forse toekenning dus nog steeds ook een hoge uitval, al is die minder geweest dan in de SDE 2017 II ronde (uitval toen 41% van aangevraagde capaciteit). Een cursus "hoe vul ik een maximaal kansrijke aanvraag in voor het SDE circus" lijkt nog steeds een must voor de vele aanvragers van PV projecten, zoals ook in de voorgaande analyse geopperd.

Bij de andere modaliteiten zijn de afgekeurde / afgewezen beschikkingen qua absolute capaciteit volumes een stuk minder geweest. Al was het bij de biomassa warmte / WKK ook, met 17 aanvragen die een verloren gegane capaciteit van 225 MWth lieten zien ook niet prettig (36% van aangevraagd). Het verlies bij thermische zonne-energie (17 projecten afgewezen, 11 MWth, 58% van aangevraagde volume) was ook pijnlijk. Bij de overige opties zijn de volumes te klein om iets zinnigs over de resultaten te kunnen zeggen. 1 afwijzing op een beperkt aantal aanvragen heeft daarmee al grote impact. Omdat bij waterkracht er zeer kleine volumes achter de komma blijken te staan, komt het "verloren gegane" volume per ongeluk op 100% (maar er zijn 2 kleine projecten beschikt).

De anomalie wind wreekt zich hier extra: geen "verloren gegane" capaciteit, maar "winst" t.o.v. de aanvragen. En dat kan natuurlijk niet, met 2 projecten minder beschikt dan aangevraagd. Hier zit iets goed fout, vandaar de in rood aangegeven cijfers in de tabel. Als gevolg hiervan, kloppen ook de totalen onderaan natuurlijk niet. Die zullen wijzigen, als er "correcte" cijfers voor wind worden gegeven.


Evoluties voor zonnestroom

In de volgende grafiek de evolutie van het aantal oorspronkelijk aanvragen voor PV voor alle SDE en SDE "+" regelingen, tot en met de voorjaars-ronde voor SDE 2018.

Na een enorme "boom" van aanvragen in SDE 2010 (ruim 52.000, de overgrote meerderheid werd al snel door de rechtsvoorganger van RVO geshredderd), zijn de hoeveelheden extreem terug gevallen in latere regelingen. Pas vanaf SDE 2015 werden de aantallen aanvragen weer beduidend hoger (SDE 2014 was een exceptioneel geval, 3.715 aanvragen, vanwege de zeer lang durende invulling ervan), groeide aan tot maximaal 5.456 aanvragen onder SDE 2017 II. Maar is weer licht gedaald in de laatste - nu vol beschikte - regeling, SDE 2018 I. Met 4.485 aanvragen 18% minder dan in de voorgaande ronde.

Cumulatief kwam het aantal aanvragen ooit oorspronkelijk gedaan voor zonnestroom onder de SDE - SDE "+" regelingen, tm. SDE 2018 I, op 98.541 stuks.

In onderstaande evolutie diagram (NB: Y-as logarithmisch) 3 parameters voor de oorspronkelijke (!!) beschikkingen voor alle SDE (2008-2010) en opvolgende SDE "+" regelingen.

Toegevoegd t.o.v. een voorgaande versie rechts in het diagram de nieuwe cijfers voor de beschikkingen voor zonnestroom voor SDE 2018 I. We zien dat t.o.v. de voorgaande twee regelingen, SDE 2017 I en II, een neerwaartse lijn is ingezet bij zonnestroom. Waarbij de algehele trend sedert SDE 2015 juist eerder een sterke stijging inluidde. Sedert SDE 2017 I gingen de hoeveelheden omlaag van 4.386 via 3.945 naar 3.774 beschikte PV projecten (blauwe kolommen). De toegekende PV capaciteiten daalden van 2.354 via 1.911 naar 1.710 MWp. En ook de gemiddelde project omvang daalde na het maximum behaald onder SDE 2017 I (537 kWp), via 484 kWp, naar nog maar 453 kWp gemiddeld per project onder de laatst vol beschikte SDE "+" regeling, SDE 2018 I. Polder PV is benieuwd hoe die trend gekeerd gaat worden in komende regelingen, of dat we "over de max" zijn, met de potentie van de SDE subsidie voor zonnestroom ...

NB: de hoge volumes bij de aantallen in SDE 2008-2010 zijn het resultaat van toen nog geaccepteerde grote aantallen beschikkingen voor woningen. Per SDE 2011 werd de "ondercap" verhoogd naar 15 kWp, per SDE 2012 werd een grootverbruik aansluiting verplicht. Waarmee de facto huishoudelijk "potentieel" uit de SDE regeling werd gegooid.

Cumulatief is er vanaf SDE 2008 tot en met SDE 2018 I nu door RVO en haar voorgangers een oorspronkelijk volume van 35.500 beschikkingen afgegeven, goed voor ruim 8.288 MWp, en een resulterend systeem gemiddelde van ongeveer 233 kWp per beschikking. Genoemde 35.500 beschikkingen is wat aantallen betreft ongeveer 36% van het totale volume aan oorspronkelijke aanvragen (eerste grafiek). Aangevraagde capaciteiten zijn niet altijd opgegeven, dus daar is geen zuivere uitspraak over te doen.


Nagekomen 1 - financiële impact overzicht. (30 aug. 2018)

Enkele dagen na het verschijnen van de eerste cijfers over de voorjaars-ronde van SDE 2018, publiceerde RVO ook het totaal overzicht over de aangegane financiële verplichtingen over alle SDE rondes vanaf SDE 2012, als gevolg van de uitgezette beschikkingen. Hierin is, ondanks een nog zeer sterke financiële claim van de deelmarkt zonnestroom onder SDE 2018 I, veroorzaakt door de blijvend hoge toegekende volumes aan capaciteit (donkergele velden in de figuur), een opmerkelijke neergang van de totale subsidie claim waar te nemen in deze ronde, ten opzichte van de drie voorgaande rondes. Mogelijk een teken voor wat "politieke onrust" in de Residentie, gezien de toch al zeer moeilijk haalbare duurzame energie productie doelstellingen voor 2020 en later ?


Nagekomen 2 - Late kamerbrief SDE 2018 I. (16 september 2018)

Pas op 13 september 2018, een beetje als mosterd na de maaltijd, werd door Min EZK een kamerbrief gepubliceerd met de "officiële" status van de voorjaarsronde van SDE 2018. Nadat de essentie van de uitkomst van die regeling al dik twee weken bekend was bij RVO (artikel hierboven). In die brief staat trouwens in de tekst een fout van "3.889" beschikte projecten. In de tabel op p. 2 staat echter de correcte, reeds eerder door RVO gepubliceerde opgave van 3.899 beschikkingen (volgt ook uit de optelling van de groslijst aan projecten, zie tabel aan het begin van dit artikel). De oorspronkelijk foutieve (RVO) opgave voor wind op land (107 MW beschikt) is inmiddels in de door Min. EZK weergegeven tabel in deze brief gecorrigeerd, naar slechts 66,6 MWp toegekend vermogen. Wat het totaal aan (feitelijk onvergelijkbare), beschikte capaciteiten op 2.299,4 MW brengt. Waarvan zonnestroom, met 1.710,2 MWp beschikt, een aandeel van 74,4% zou claimen. Qua maximaal te subsidiëren subsidie claimen de 3.774 beschikkingen voor PV (bijna 97% van 3.899 toekenningen) maar liefst 57% van het toegekende budget van 3.563 miljoen Euro. De maximaal te subsidiëren hoeveelheid energie equivalenten over de subsidieperiode (van 15 tot maximaal 16 jaar uitloop) is voor zonnestroom 5,85 PJ, 37,1% van het toegekende totaal van 15,78 PJ. Wind op land claimt in deze regeling slechts 0,84 PJ (met een licht gecorrigeerde maximale budget claim van MEUR 149 verdeeld over 45 projcten). Maar dat zal, naar verwachting van Wiebes, in komende regelingen beslist heel anders komen te liggen. Overigens is wat maximaal te claimen te subsidiëren energie equivalenten niet zonnestroom, maar biomassa (warmte en elektriciteit), met 50 projecten, en "slechts" 950 miljoen Euro beschikt (bijna 27% van totaal), met 6,35 PJ, de grootste claimende - zeer breed op te vatten - energie modaliteit (40,2%).

In de kamerbrief van Minister Wiebes o.a. het ook door Solar Magazine benadrukte nieuws, dat van de oorspronkelijke hoeveelheid van 4.535 PV aanvragen voor subsidie (dominant PV, 4.369 stuks, 96,3%), er 328 door de aanvragers zijn ingetrokken, "vrijwel uitsluitend zonne-energieprojecten". Dat is een fors volume van 7,2% van de oorspronkelijke aantallen. Onbekend is echter, om hoeveel capaciteit het is gegaan. Van die ingetrokken 328 aanvragen waren er 6 die "onvolledig" waren. De rest van die projecten beschikten niet over de juiste vergunningen, "of voldeden niet aan andere voorwaarden". Ook zouden projecten zijn afgewezen "op grond van ondermaatse technische en/of financiële haalbaarheid". Onbekend is hoeveel PV projecten zijn afgewezen die gepoogd hebben om met een "tijdelijke vergunning" (die niet de 15-16 jaar SDE subsidie periode kon dekken) een hoopvolle gooi naar een beschikking te doen. RVO heeft eerder al gesuggereerd dat dergelijke aanvragen kansloos zijn, toen de teugels op dat gebied strak bij het Agentschap werden aangehaald, n.a.v. een arrest van de Raad van State, over het geplande zonnepark de Watering te Coevorden (uitspraak RvS: 4 april 2018). Wat de Volkskrant onterecht als achterdeurtje zag naar meer van dergelijke zonneparken op basis van een "tijdelijke vergunning" waarmee een SDE "+" subsidie zou kunnen worden aangevraagd. Dat achterdeurtje (beroep op de zogenaamde "kruimel regeling"), was al lang door RVO dicht-gegooid. Wido Heemstra van RVO heeft daar nogmaals expliciet op gewezen tijdens de laatste Solar Future conferentie (17 mei 2018), in Utrecht (artikel Solar Magazine 23 mei 2018).

Verbreding SDE aangekondigd - very nasty indeed
Naast talloze andere onderwerpen stipt Wiebes ook een onderwerp aan waar ongetwijfeld de nodige reuring over gaat ontstaan. Namelijk, de al langer geplande "verbreding" van de grondslag van de SDE. Ook "andere CO2-reducerende technieken" zouden daarvoor in aanmerking moeten gaan komen. Hij laat nog niet het achterste van zijn tong zien op dit gebied, en kondigt voorstellen hiervoor aan in een komende Kamerbrief over de openstelling van SDE 2019 (voorjaars-ronde). Maar Energeia heeft al het onuitspreekbare "C" woord laten vallen in een analyse n.a.v. een technische meeting over de SDE (13 sep. 2018, pay-wall). De mogelijkheid van, voluit, "carbon capture and storage" (CCS). Het peperdure speeltje van de steenkolen boeren. Die tot nog toe niets hebben bereikt op dit gebied. Maar die straks, als het allemaal zo gaat lopen zoals het wel vaker "loopt" in Den Haag, weer vele miljarden Euro's subsidies mogen gaan "scoren". Omdat ze hun CO2 uitstoot van "business-as-usual" gecontinueerde steenkolen centrale exploitatie straks niet meer de lucht in blazen. Maar, zwaar gesubsidieerd, "ergens in de grond gaan stoppen". Uiteraard, want zo "werkt" de SDE, te betalen uit een flink deel van een straks waarschijnlijk nog veel hogere SDE heffing (ODE) om die ongein van te kunnen betalen.

Dit alles, na de al miljarden Euro's aan beschikkingen die zijn vergeven aan de steenkolen centrale exploitanten voor het "bijstoken" van - vrijwel uitsluitend buitenlandse - biomassa (houtpellets, grotendeels tot nog toe uit Noord Amerika geïmporteerd). Al vroeg gesignaleerd door Polder PV, de grootste "profiterende partij" (een buitenlandse) kan flink incasseren, met vier smaakvolle deel-projecten (2 grote lokaties hier en hier genoemd). Daarmee kan RWE in theorie aanspraak doen op een lief sommetje van al maximaal 2,67 miljard SDE Euro's. Dat is bijna 74% van het totaal aantal beschikkingen voor bij- en meestook in steenkolencentrales (7 beschikkingen, totaal max. 3,63 miljard Euro te vergeven, grotendeels in de 2 SDE 2016 rondes, met nog een kleine toegift in de voorjaars-ronde van SDE 2017). Die subsidies kunnen ruim op tijd allemaal worden opgeslokt door slechts een paar grote multinationals. Voordat de deur "definitief" dicht gaat, met het reeds aangekondigde wetsvoorstel om per 1 januari van het nog ver in de toekomst liggende jaar 2030 (!) voorgoed van deze vieze steenkolenstook voor de opwekking van elektriciteit af te zijn in ons land (kamerbrief EZK dd. 20 augustus 2018). De door Rutte III ook nog te vergeven vrijstelling van dividend belasting aan dergelijke multi-nationals zijn de Nederlanders tegen die tijd wellicht al lang weer vergeten ...


Zie voor SDE 2018 I resultaten ook de recente artikelen op Polder PV:

SDE 2018 voorjaarsronde 3 - Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle (overgebleven) SDE beschikkingen (29 augustus 2018)

SDE 2018 voorjaarsronde 2 - Evolutie aantallen en capaciteit van beschikkingen zonnestroom onder SDE "+" regime (25 augustus 2018)

* Voetnoot n.a.v. door Polder PV onafhankelijk vastgestelde "anomalie windenergie cijfers", nagekomen (pers. comm. met SM). Via Solar Magazine werd ik verwezen naar een publicatie in Windenergiecourant.nl (24 aug. 2018, zelfde uitgever als SM, Dé Duurzame Uitgeverij), waarin het vermoeden werd geuit, dat een windenergie project in Tolbert niet "40 MW" groot zou kunnen zijn, maar "slechts 0,4 of zelfs 0,04 megawatt". De redactie van het magazine heeft RVO van deze kennelijke fout op de hoogte gesteld. Vrij kort daarna verscheen in het downloads overzicht van RVO bij de tabel de volgende opmerking: "Abusievelijk staat er een onjuist beschikt vermogen in deze download voor winderenergie op land. We zoeken momenteel uit wat de juiste gegevens zijn." Iets later verscheen een tweet van het magazine met de mededeling: "niet 106,6 maar 67 megawatt wind op land goedgekeurd en 2,4 miljard euro budget over". Ergo: van de oorspronkelijk aangevraagde 68 MW aan nieuw te plaatsen windturbine capaciteit blijkt 99% (67 MW) te zijn beschikt.

Eerdere PPV artikelen over het wel en wee van de voorjaarsronde van SDE 2018:

Tussenstand beschikkingen SDE 2018 ronde I (voorjaar) (11 juli 2018)

Fasering SDE 2018 ronde I (18-19 mei 2018)

Kamerbrief voorjaars-ronde SDE 2018 - "onderuitputting" budget, 2,6 GWp PV projecten aangevraagd (18 mei 2018)

Resultaat eerdere SDE rondes:

Definitieve toekenning najaarsronde SDE 2017 - zonnestroom 1,9 GWp toegekend, maar 1,3 GWp afgewezen (9 mei 2018)

Data SDE 2017 ronde I bekend - record toegekend budget en capaciteit voor PV (4 september 2017)

Record capaciteit beschikt PV vermogen in een SDE ronde: SDE 2016 ronde II (28 januari 2017)

Extern (met inmiddels voor wind op land gecorrigeerde tabel):

Stand van zaken SDE aanvragen (RVO, 24 aug. en latere versie, 2018)

Extern (nagekomen MinEZK):

Kamerbrief over resultaten SDE+ voorjaarsronde en toezeggingen AO Energie & Klimaat (13 september 2018)


23 augustus 2018: CertiQ juli rapportage 3. Bijstelling PV capaciteit prognose voor eind 2018. Naar aanleiding van het verschijnen van het juni rapport van CertiQ, heb ik op 6 juli jl. voor het eerst een poging gedaan om een prognose te doen voor de mogelijke evolutie van de gecertificeerde PV capaciteit, tot en met eind 2018 (EOY 2018). Dit wordt een belangrijke issue om te vervolgen, omdat het bij de evolutie van het CertiQ dossier, met vrijwel uitsluitend projecten met SDE ("+") subsidies, enorm hard gaat, sedert de zomer van 2015. Om een "beeld" te kunnen krijgen van de toenemende impact van deze belangrijk wordende "sub" markt op de totale markt volumes (nu nog geaccumuleerd gedomineerd door residentiële PV systemen), doe ik in dit artikel weer een nieuwe poging om dat mogelijke eindejaars-volume bij CertiQ scherper te krijgen. Ik doe dat, uiteraard, aan de hand van de cijfers uit de begin augustus verschenen nieuwe rapportage over de maand juli.

Net als bij de eerste poging n.a.v. het juni rapport, heb ik op basis van de nieuwe toevoeging voor juli zowel een rechtlijnige (zwart), als een (best-fit 6e graads) polynoom (rood) trendlijn uitgezet. Eerstgenoemde, die door de begin- en eind-waarden van de snelle groei periode is getrokken (juni 2015 resp. juli 2018), geeft een "logische minimum waarde" van, eind 2018, grofweg zo'n 1.225 MWp. Minimum, omdat er een enorme groei versnelling in die periode heeft plaatsgevonden, zoals weergegeven door de gele kolommen (= data uit maandrapportages CertiQ). Een "logischer" curve is de best-fit 6e graads polynoom (berekend door Excel), die bij gecontinueerde (doch niet "zekere") trend, uit zou komen op een "maximale" waarde van zo'n 1.470 MWp, eind 2018.

Om aan de voorzichtige kant te blijven, nemen we het midden tussen deze twee uitersten als voorlopige nieuwe extrapolatie voor het te behalen geaccumuleerde volume aan gecertificeerde capaciteit bij CertiQ. Polder PV verwacht nu dus (minimaal) zo'n 1.348 (afgerond: 1.350) MWp capaciteit in de boeken bij de TenneT dochter, eind dit jaar. Als ook de - zeer onzekere - prognose voor het totale volume van de Nederlandse markt er naast wordt gelegd (4.377 MWp op basis van extrapolaties vanuit halfjaar cijfers Alliander), zou dat kunnen betekenen dat het aandeel van CertiQ (bijna gehele volume: SDE gesubsidieerd) op het totaal van die accumulatie richting de 31% zou kunnen gaan, eind dit jaar. Of dat ook uit gaat komen, zullen we t.z.t. wel zien, als alle cijfers min of meer als "definitief" kunnen worden beschouwd. Er kan beslist nog het een en ander aan die uitgangs-data gaan veranderen. Zie dit s.v.p. dan ook als een "denkrichting", en niet als een betrouwbaar eind resultaat.

In onderstaande tabel de verschillen tussen de EOY 2018 prognoses zoals gedaan op basis van de maandrapportages van juni en juli 2018.

trendlijn extrapolaties CertiQ PV volume EOY 2018 (MWp)
Juni 2018
Juli 2018
Verschil juni - juli (MWp)
Verschil juni - juli (%)
rechtlijnig
1.180
1.225
45
+3,8%
polynoom
1.425
1.470
45
+3,2%
gemiddelde
1.303
1.348
45
+3,5%

Hieraan is te zien dat er alweer een opwaartse bijstelling van 3,8% voor de rechtlijnige extrapolatie, 3,2% voor de verwachting op basis van een polynoom trendlijn, en 3,5% voor het gemiddelde van die twee trends is geweest, t.o.v. de voorspelling gedaan op basis van de juni maand rapportage van CertiQ.

In een volgende update zal ik weer een nieuwe, bijgestelde prognose gaan doen. Deze zal "steeds beter" worden, omdat een steeds langere data reeks aan de basis zal staan van de berekende trendlijnen. En we zijn inmiddels natuurlijk al aardig op streek in de tweede helft van het jaar.

CertiQ rapportage bespreking juli 2018 1 - zonnestroom
CertiQ rapportage bespreking juli 2018 2 - garanties van oorsprong
Prognoses evolutie CertiQ capaciteit 2018: juni, juli (huidige artikel)

Brondata: CertiQ, uitwerking: Polder PV



22 augustus 2018: CertiQ juli rapportage 2. Aanmaak, import en export van groencertificaten, warmte dossier. Dit artikel beschrijft de evolutie van de uitgifte en import / export van garanties van oorsprong (GvO's) voor duurzame elektriciteit en warmte, volgens de CertiQ rapportages over juli 2018. Voor de aparte analyse van de evolutie van gecertificeerde zonnestroom capaciteit, en productie, zie deel 1. De unieke dynamische grafiek die de variërende contributie van GvO's voor elektra per land, voor import Nederland in toont, is weer bijgewerkt.

Import / export GvO's

Hier onder vindt u de import- en export staatjes voor GvO's van CertiQ, met de door mij berekende aandelen per optie (percentages in geel, bovenaan), en per land (idem in blauw/rood, rechts), t.o.v. de totalen aan geïmporteerde resp. ge-exporteerde GvO's.

Er is in juli 2018 weer fors meer volume aan GvO's Nederland in ge-importeerd dan in juni. Toen ging het nog om 2.481 GWh , in juli is er volgens CertiQ voor 3.673 GWh aan groene papierwaren ingevoerd ter vergroening van grotendeels in Nederland geproduceerde en geconsumeerde grijze stroom. Een heftige 48% meer. In maart was het echter nog een beetje meer, 4,1 TWh. In juli 2017 lag het niveau echter heel wat lager dan in dezelfde maand in 2018: 2.811 GWh (ruim 23% minder dan in juli 2018). Dus in dat opzicht lijkt er weer een achteruitgang waar te nemen.


^^^
Tabel zoals verschenen op 3 augustus 2018 op de CertiQ website. Percentages berekend door Polder PV.

De landen die als "grootste GvO exporteur naar Nederland" kunnen worden bestempeld wijzigen meestal met de maand. In juli was het echter alweer, net als in de vijf voorgaande maanden, wederom nieuwe "kampioen" Italië (20,0%). Ditmaal was Spanje tweede, met 19,3% van de aan Nederlandse handelaren verkochte GvO's. Noorwegen volgde met 16,9%. Deze eerste drie landen namen in juli 56% van het totaal van de import van NL voor hun rekening. In juni was dat voor de eerste drie nog 48%.

In juli werden GvO's geïmporteerd voor 4 getoonde energie modaliteiten, met windenergie wederom aan kop, op 53% (grootste contribuant nota bene Spanje, met 36% van dat volume), en nog eens 9 andere landen als leverancier - in sterk wisselende omvang. Waterkracht (hydropower) volgde met 42%, met ditmaal "oude bekende" Noorwegen vooraan (558 GWh, 36% van totaal aan geïmporteerde hydropower GvO's). Maar liefst 7 andere landen droegen redelijke (Zweden, Italië), tot zeer kleine hoeveelheden bij aan het totaal volume waterkracht GvO's. Hier is zeer opvallend, dat Duitsland, wat jaren lang vanwege de eigenaardigheden van 's lands Erneuerbare Energien Gesetz, slechts marginale hoeveelheden groencertificaten aan Nederland verkocht, nu opeens als 4e leverancier van, nota bene, hydropower GvO's staat ingeboekt! Volgens Fraunhofer ISE's fabuleuze energycharts.de website, was het opgestelde vermogen aan hydropower slechts 5,5 GW in Duitsland (2018), terwijl er 7,4 GW aan biomassa installaties, 44,3 GWp aan PV, en 58,2 GW aan windturbine capaciteit stond. Maar van de laatste 2 modaliteiten is niets terug te zien in de export cijfers naar Nederland, in de (record zonnige) maand juli ...

Zonnestroom volgde met een klein aandeel van 1,4% (Italië met de overgrote meerderheid aan PV GvO's, 98% aandeel, Tsjechië zoals gebruikelijk met een kleine rest-hoeveelheid). Biomassa had een aandeel van 3,6%. Het grootste deel, net als in het vorige maand rapport, geleverd door Italië (59%). En kleinere hoeveelheden uit nog eens 4 andere landen (inclusief een gering deel uit Duitsland).

In totaal waren er 13 contribuerende landen bij de export van GvO's naar Nederland. Duitsland, groene stroom kampioen van Europa, en lang bijna afwezig op het gebied van de verstrekking van GvO's aan de westerburen (toelichting in een vorige update), is opeens een factor van betekenis geworden, met in totaal 5,3% van de import, Nederland in. Vermoedelijk is de oorzaak de expansie van "direct-vermarkting" van steeds grotere hoeveelheden groene stroom, die niet via standaard feed-in tarieven worden vergoed. Waarbij de GvO's losgekoppeld kunnen worden van de directe stroom-verkoop bij de oosterburen. En voor de GvO-"hongerige" Nederlanders worden aangeboden.

Het relatief lage totaal volume aan Nederland in geïmporteerde zon-GvO's, 50,8 GWh (NB: dat was nog 296,7 GWh in juni !), zou, bij 2.910 kWh/HH.jr (plm. gemiddeld 243 kWh/HH.mnd), theoretisch bezien, in die maand ongeveer het stroomverbruik van bijna 210.000 normaliter 100% "grijze stroommix" afnemende huishoudens kunnen hebben "vergroend". Dit komt nog eens bovenop de door de SER op 31 juli verkondigde berekende productie van 1,9 PJ (ongeveer 0,53 TWh) wat in Nederland met eigen PV installaties zou zijn opgewekt in die maand (voor publicatie van het huidige artikel nog geen En-Tran-Ce maand rapportage over juli beschikbaar). Totaal "eigen opwek" + "zonnestroom GvO import" in juli: 579 GWh, wat puur theoretisch bezien het stroomverbruik van bijna 2,2 miljoen huishoudens heeft kunnen vergroenen in die maand. Ook al trokken al die huishoudens de hele maand lang grijze stroommix uit hun vele stopcontacten.


Totale import GvO's

Absoluut bezien is de import van GvO's t.o.v. de voorgaande maand met 48% toegenomen, na een terugval van het hoge volume in januari (van 6,0 naar 3,3 in februari) een tussentijdse stijging naar 4,1 TWh in maart, en fors minder in april tot en met juni (2,3 - 2,2 - 2,5 TWh). Zie ook discussie in de bespreking van het december 2017 rapport).

In historisch perspectief bezien waren de - soms fors fluctuerende - totale import volumes per maand als volgt (jan. 2016 - juli 2018):

Import per maand (TWh)
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
2016
5,0*
1,2*
2,6*
3,2*
2,9*
3,3
5,3
0,6
1,6
4,2
1,4
5,4
2017
4,2
4,3
4,4
2,7
2,2
1,9
2,8
<1,8
2,0
2,8
2,3
7,1
2018
6,0
3,3
4,1
2,3
2,2
2,5
3,7

* Tot en met mei 2016 waren hierin ook nog in NL aangemaakte certificaten die eerder Nederland uit ge-exporteerd werden en later weer werden ge-importeerd bij inbegrepen. Die zijn er vanaf juni 2016 uit gehaald door CertiQ, dus vanaf die datum alleen nog maar echt uit het buitenland afkomstige GvO's (certificaten gebaseerd op aldaar geproduceerde duurzame elektriciteit).

De 7,1 TWh aan import van groene papierwaren in "record maand" december 2017 is het equivalent van bijna 6% (!) van de fysieke jaarlijkse stroom consumptie in ons land (laatst bekend, voorlopig cijfer: 119,9 TWh in 2017). Om een andere vergelijking te gebruiken: die 7,1 TWh aan groene papier import was het equivalent aan een factor 1,8 maal de normale totale jaarproductie van kernsplijter Borssele. Ook al is het in de eerste zeven maanden van 2018 fors lager (gemiddeld ruim 3,4 TWh/mnd), de volumes blijven hoog. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het rap "vergroenen" van bestaande (fysiek grijze) stroom contracten. Niet alleen bij burgers (die ontwikkeling is al jaren gaande). Maar vooral, bij het bedrijfsleven. En daar gaat het niet om maar een paar duizend kWh per jaar, maar al gauw om tienduizenden tot vele malen meer kilowatturen. Dan gaat het hard bij de "druk" op de beschikbare GvO's. En dus "moet" er massaal extra "groen" worden geïmporteerd. Want die tover je niet zomaar ineens uit je goochelhoed, zelfs al zijn de volumes "echt groen geproduceerde stroom van Hollandse bodem" aan het toenemen ...

In bovenstaand taartdiagram het exemplaar voor juli 2018, met daarin de aandelen van de landen die GvO's "verscheepten" naar Nederland in de laatste 12 maanden. Italië, wat al langer de eerste plaats ten koste van Noorwegen heeft ingenomen, heeft weer wat terrein veroverd sedert de status in juni (24,4%), en zit nu op 25,2% van het totaal (dat was nog 16,9% in december 2017, het record werd geboekt in mei, 26,3%).

Het aandeel van Noorwegen, in de juli 2017 rapportage voor het eerst niet meer het hoogste aandeel, is gedaald tot 15,7% (was 0,4 procent-punt lager in juni). Denemarken verloor weer terrein t.o.v. juni (14,0%), en kwam op 12,5%. In dec. 2016 was dat nog 16,3%.

Spanje heeft sedert haar late start, via 1,1% (januari 2016), een sterke evolutie doorgemaakt. Het land had in juli 2017 Finland ingehaald. Wel viel het weer terug t.o.v. de 12,9% in het december 2017 rapport, naar een niveau van 10,5% (feb.: 12,5%), waarmee het weer na Zweden kwam in de rangorde. In april echter haalde het land dat weer in, en nam het aandeel verder toe naar, inmiddels alweer 12,3% in de juli rapportage. En daarmee dus op de vierde plek gekomen, vlak achter Denemarken. Zweden ging aanvankelijk van 7,5% (januari 2016) naar 10,4% in oktober 2017, haalde Frankrijk in januari 2018 in (12,0%), en zakte daarna weer iets terug (juli 2018: 11,5%). In juni 2016 was het aandeel nog 15,8%, die tijden lijken voorbij.

De andere landen zitten onder de 5% aandeel op het totaal. Frankrijk had Finland weer ingehaald in de mei 2018 rapportage, maar is inmiddels op een dieptepunt beland t.o.v. het totaal: 4,9% (dat was in juni 2016 nog 17,0%). Finland heeft al langer veren gelaten sedert het hoogste niveau in juli 2017 (7,5%), en eindigt momenteel op nog maar 4,8%. België (3,9% in juli 2018, een terugval van de 5,2% in november 2017), IJsland stabiel t.o.v. juni, op 3,2% (record tot nog toe jan. 2017, 4,2%). Estland bleef stabiel t.o.v. juni, op 1,3%. Verrassing deze maand: Europees groene stroom productie kampioen Duitsland steeg door naar 1,2%, maar haalde nog niet de max. van 1,4% in december 2017. Slovenië won weer een tiende procentpunt, en eindigde in die maand op 1,1%. Ook Tsjechië, links bovenaan zichtbaar geworden als smal segment, stabiliseerde, op een niveau van 1,0%. Evenals Oostenrijk (0,8%). Ierland verdubbelde haar percentage in juli, en ging van 0,3 naar 0,6%. Kroatië tot slot, blijft stabiel sedert april dit jaar op 0,1% hangen.


Verschuiving GvO import naar land van herkomst

Het continue verschuiven in de verdeling van de GvO's over de landen had Polder PV in de januari bijdrage van 2017 voor het eerst grafisch al verder uitgediept. Zie aldaar voor de (statische) grafieken en toelichting. Sinds de februari rapportage van 2017 is Polder PV nog een stapje verder gegaan, door de resultaten in de loop van de tijd in de vorm van een dynamische grafiek te presenteren in alle opvolgende updates.

Polder PV heeft van de afgelopen 26 maandelijkse rapportages, waarbij Nederland als "zelf-importerend land" uit de basis cijfers is gegooid door CertiQ (sedert het juni 2016 rapport), een animatie gemaakt. Tsjechië, nieuw ingetreden bij CertiQ, is voor het eerst in de update van juli 2017 toegevoegd. Het filmpje is als een oneindige "loop" getoond, met een pauze aan het eind van de reeks. De rangschikking is met België telkens bovenaan beginnend (blauw), en kloksgewijs de landen volgorde alfabetisch afwerkend, via Italië onderaan (donkergrijs), uiteindelijk eindigend met Zweden (geel):


Voor een uitgebreide toelichting op de jaarcijfers van CertiQ, import, export, en "consumptie" van groene stroom certificaten in eigen land ("afboekingen"), zie de details in een vorige bespreking. Goed is in de animatie te zien dat Noorwegen haar langjarige leiders-positie in juli 2017 kwijt raakte aan Italië, en dat het aandeel van laatstgenoemde gemiddeld genomen verder is toegenomen. Dat Zweden haar aanvankelijk prominente plaats zag afzwakken in de loop van de tijd, maar recent weer iets aangroeide. Verder is goed de groei van Denemarken en, later, van Spanje te zien als belangrijke nieuwe contribuanten aan de GvO import, Nederland in. Frankrijk, lang een significante GvO leverancier, fluctueerde fors qua absoluut aandeel en is inmiddels opvallend ver terug gevallen.

In de afgelopen 12 maanden inclusief juli 2018 werd volgens CertiQ voor een volume van maar liefst 39.878 GWh aan GvO's Nederland in geïmporteerd, afgerond, 2,3 procent meer dan het 12-maandelijkse import volume tm. juni (39.016 GWh). Over de afgelopen 19 maanden heb ik de wijzigingen in die import van een aaneengesloten periode van een jaar op een rijtje gezet (omvang import Garanties van Oorsprong, afgerond in TWh). Per maand is de verandering t.o.v. de voorgaande maand weergegeven, in procent. Tot en met juli 2018 is er een forse hoeveelheid meer in die 12 maanden geïmporteerd, dan in de 12 maanden tm. juli 2017: 39,9 t.o.v. 35,6 TWh, een stijging van 12,1%.

Import 12 mnd. (TWh)
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
2017
35,6
38,8
40,6
40,3
39,6
38,2
35,6
36,8
37,2
35,8
36,7
38,2
Wijziging
-2,2%
+9,0%
+4,6%
-0,7%
-1,7%
-3,5%
-6,8%
+3,4%
+1,1%
-3,8%
+2,5%
+4,1%
2018
40,1
39,1
38,9
38,4
38,4
39,0
39,9
Wijziging
+5,0%
-2,5%
-0,5%
-1,3%
+0,05%
+1,6%
+2,3%

In de periode van 12 maanden tm. juni 2018 werd er, met nog voorlopige cijfers voorhanden, slechts voor ruim 15,8 TWh fysiek aan eigen opwek (op eigen bodem, inclusief de Noordzee) van stroom uit hernieuwbare bronnen gerealiseerd. Een equivalent van slechts 41% van het volume aan import GvO's tm. juni werd in eigen land opgewekt. Zelfs al moet er nog het nodige volume aan fysieke opwek bijgeschreven worden in toekomstige updates, en stijgt de eigen opwek traag verder: het gat tussen eigen groene productie, en de import van GvO's voor het vergroenen van onze voornamelijk gas/steenkolen gevoedde stroommix, blijft onverminderd groot.


Export

Het "detail" plaatje voor de export van GvO's in juli 2018. Veel simpeler dan dat voor de import.

In juli 2018 werd wederom een hoger volume aan GvO's Nederland uit ge-exporteerd dan in de voorgaande maand, 259 (juni) resp. 289 GWh (juli). In maart lag het volume op een veel lager niveau, 67 GWh. Voor de progressie in de loop van de tijd, zie de tabel hier onder.

Tijdens het regelmatig stuivertje wisselen tussen de lange tijd enige overgebleven "export kandidaten" was het in juli i.p.v. "verrassing" Duitsland (juni rapport) nu weer middels hoogspanningskabel Norned aan Nederland verbonden Noorwegen wat het overgrote deel van de groene papierwaren mocht ontvangen van Nederland. 254 GWh, bijna 88% van het totaal. "The usual suspects" België (6,9%) en Duitsland (5,2%) kregen de rest van de door Nederlandse leveranciers verhandelde export certificaten.

Opvallend was dat ditmaal biomassa certificaten de overhand hadden bij de export, ruim 44% van totaal (volledige volume richting Noorwegen). Slecht iets minder, bijna 44%, betrof windcertificaten. Waarvan Noorwegen ook het grootste deel afnam (88%), de rest naar Duitsland.

Een ander opvallend detail, is dat er nooit eerder zoveel GvO's voor zonnestroom uit Nederland werden ge-exporteerd, maar liefst voor 20,1 GWh (een fors aandeel van 7,0% van totaal). Verdeeld over Noorwegen en België in porties van ongeveer 2/3e resp. 1/3e. Ook byzonder is het volume van 15 GWh aan hydropower GvO's (5,2% van totaal, alles naar België). Nederland heeft slechts een extreem klein, tot nog toe benut, potentieel aan waterkracht, en heeft dus kennelijk hier uit het buitenland aangekochte certificaten doorverkocht aan de zuiderburen ?

Onderaan in de tabellen / figuren het taartdiagram voor de laatste 12 maanden, waarbij het aandeel van Noorwegen slechts marginaal is toegenomen. Het nam in de reeks vanaf november 2016 toe van 48% naar ruim 81% in december 2017. Daarna zakte het weer in, via 79% (januari) naar nog maar 67,5% in juli 2018. Het aandeel van België daalde van 54% (oktober 2016) naar ruim 11% in december 2017. Daarna steeg het weer tot ruim 15% in het april rapport, en zakte weer naar ruim 14% in juni-juli. Duitsland klom de afgelopen 12 maanden snel omhoog, maar zakte van bijna 15% naar 14,4% van het totaal in juli. Vooral veroorzaakt door de "machtsgrepen" in februari, en april tot en met juni. Dit ging ook ten koste van de positie van Zweden. Die aanvankelijk op de derde plaats kwam vanwege de contributie in augustus 2017, (7,1% van totaal), maar sindsdien fors daalde naar een aandeel van nog maar 3,8%. Opvallende nieuwkomer: Italië, met 0,2%, het land wat de grootste contribuant voor de import van GvO's is, Nederland in...

De ratio export / import van GvO's is in juli 2018 weer wat verminderd: 7,8% t.o.v. de "relatief hoge" 10,4% in juni. Hoe deze - soms sterk wisselende - verhoudingen in 2018 en in het het afgelopen jaar zijn geweest, toon ik in de volgende tabel (percentages berekend met aangegeven waarden, hoeveelheden weergegeven in Terawattuur; 1 TWh = 1.000 GWh). De import cijfers zijn identiek aan die in de eerste tabel in dit artikel.

 
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Export per mnd. (TWh)
2017
0,27
0,19
0,004
0,08
0,11
0,12
0,11
0,28
0,24
0,19
0,29
0,68
Import per mnd (TWh)
 
4,2
4,3
4,4
2,7
2,2
1,9
2,8
<1,8
2,0
2,8
2,3
7,1
Exp / Imp verhouding
 
6,4%
4,4%
4,4%
3,0%
5,0%
6,3%
3,9%
16,0%
12,0%
6,8%
12,6%
9,6%
Export per mnd. (TWh)
2018
0,21
0,28
0,07
0,25
0,23
0,26
0,29
Import per mnd (TWh)
6,0
3,3
4,1
2,3
2,2
2,5
3,7
Exp / Imp verhouding
3,5%
8,5%
1,7%
10,9%
10,5%
10,4%
7,8%

Over de laatste 12 maanden gemeten is het export volume tm. juli 2018 3.255 GWh geweest. Wat nog steeds een zeer bescheiden deel is t.o.v. de totale import van GvO's in dezelfde periode (39.878 GWh; tweede tabel in dit artikel): 8,2%. Dat was in juni nog 7,9%, in mei 7,6%, april 7,3%, maart 6,8%, in februari 6,6%, in januari 6,2%, in december 2017 6,7%, in november 4,8%, in oktober 5,4%, in september 5,2%, in augustus 4,8%, in juli 4,3%, in juni 4,1%, in mei 4,0%, in april 3,7%, en in januari 2017 was het 4,2%. Dus zelfs al is die ratio gemiddeld genomen beslist wel verder gestegen: Nederland blijft, uniek in Europa, nog steeds massaal netto importeur van "papieren groenheid" op het gebied van (verduurzaming van) grotendeels fossiel opgewekte elektriciteit.


Warmte incl. thermische zonne-energie

In het separaat verschenen "warmte equivalent" maandrapport van juli blijken de aantallen projecten biomassa verwerkende installaties met 2 exemplaren te zijn toegenomen, tot 279 stuks, en er kwam weer een geothermie project bij (totaal nu 17 projecten). Netto bezien gingen deze wijzigingen gepaard met een totale capaciteit uitbreiding van 200,7 MWth.

Met de 3 (netto) toegevoegde biomassa- en geothermie projecten, komt bij de geaccumuleerde opgestelde thermische capaciteiten in juli 2018 de verdeling uit op 88,8% voor biomassa (2.388 MWth), 11,2% voor geothermie (300 MWth), en nog een verwaarloosbaar aandeel voor thermische zonne-energie projecten (14 stuks, 4,02 MWth., ruim 0,1% van totale gecertificeerde warmte capaciteit). NB: dit betreft uiteraard alleen de gecertificeerde (grotere) installaties. Er staat in Nederland natuurlijk veel meer zonnecollector capaciteit: zie de bijgewerkte statistiek van het CBS voor de kleine installaties tot 6 m², en de totale impact op de energie productie, in vergelijking met de evolutie bij PV (zonnestroom).

Voor korte bespreking van het grootste thermische zonne-energie project in Nederland, zie stukje in analyse van juni 2018.

Productie "warmte uit HE bronnen"
De tot nog toe geregistreerde hoeveelheid (gecertificeerde) duurzame warmte, waarvoor ook door CertiQ "warmte GvO's" worden verstrekt, kwam over de laatste 12 maanden tm. mei / juni 2018 (grafiek in rapport) op een warmte equivalent van 4.127 GWh (th.). Weer 3,6% meer dan de 3.984 GWh in het vorige rapport. Maar gezien dit nog "jonge" dossier, kan er nog een hoop daadwerkelijk geproduceerde energie bij gaan komen, omdat de rapportage verplichtingen vooral op het gebied van warmte complex zijn, en veel tijd kosten. Onder de door CertiQ getoonde progressie grafiek in het maand rapport staat dan ook een expliciete disclaimer, "De grafiek ... laat gedurende het lopende kalenderjaar ... altijd slechts het totaal van productiecijfers zien dat door CertiQ is ontvangen en vastgesteld". Genoemde hoeveelheid duurzaam geproduceerde warmte is in ieder geval energetisch bezien het equivalent van al 26% van de 15,8 TWh (el.) die in de laatste 12 maanden tot en met juni 2018 bij elektriciteit "duurzaam" werd geregistreerd volgens het al vele jaren lang lopende vergelijkbare dossier bij CertiQ.

(Voorgaande) analyses van maand rapportages CertiQ, door Polder PV:

2018:
Juli 2 (huidige artikel, focus op import/export GvO's, warmte)
Juli 1 (focus op evolutie zonnestroom, 1,1 GWp gecertificeerde PV capaciteit gepasseerd)
Juni 2 (import/export GvO's, warmte)
Juni 1 (focus op evolutie zonnestroom, historisch record: gecertificeerde capaciteit zonnestroom passeert 1 GWp)
Mei 2 (import/export GvO's, warmte)
Mei 1 (focus op evolutie zonnestroom)
April 2 (import/export GvO's, warmte)
April 1 ((focus op evolutie zonnestroom, wederom nieuw registratie record van bijna 80 MWp in 1 maand tijd)
Maart 2 (import/export GvO's, warmte)
Maart 1 (focus op evolutie zonnestroom, registratie record van bijna 71 MWp)
Januari & Februari 2 (import/export GvO's, warmte)
Februari 1 (focus op evolutie zonnestroom, nieuw registratie record bijna 57 MWp)
Januari 1 (focus op evolutie zonnestroom)

2017:
Jaaroverzicht 2017 (eerste, voorlopige jaar rapport - intro resp. grafische uitwerking)
December 2 (import/export GvO's, warmte)
December 1 (focus op evolutie zonnestroom)
November 2 (import/export GvO's, warmte)
November 1 (focus op evolutie zonnestroom, bijna 650 MWp geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in databank)
Oktober 2 (import/export GvO's, warmte)
Oktober 1 (focus op evolutie zonnestroom)
September 3 (... majeure neerwaartse correctie van cijfers zonnestroom in eerste rapport vanwege fouten netbeheerder en onoplettendheid CertiQ !)
September 2 (import/export GvO's, warmte)
September 1 (focus op evolutie zonnestroom, spectaculaire, voorheen ongekende record toevoeging gecertificeerde PV capaciteit ... zie verder deel 3 !)
Augustus 2 (import/export GvO's, warmte)
Augustus 1 (focus op evolutie zonnestroom, wederom nieuw maandelijks productie record / GvO evolutie zonnestroom)
Juli 2 (import/export GvO's, warmte)
Juli 1 (focus op evolutie zonnestroom, nieuw maand record aantal netto toegevoegde PV installaties)
Juni 2 (import/export GvO's, warmte)
Juni 1 (focus op evolutie zonnestroom, nieuw maand productie record / GvO's zonnestroom)
Mei 2 ( import/export GvO's, warmte)
Mei 1 (focus op evolutie zonnestroom; doorbreking 500 MWp accumulatie, nieuw maand productie record)
April 2 (import/export GvO's, warmte / thermische zonne-energie)
April 1 (focus op evolutie zonnestroom; maandrecord uitgegeven aantal GvO's zonnestroom)
Maart 2 (import/export GvO's en warmte)
Maart 1 (focus op evolutie zonnestroom)
Februari 2 (import/export GvO's en warmte; primeur - dynamische weergave import GvO's)
Februari 1 (focus op evolutie zonnestroom)
Januari 2 (import/export GvO's en warmte)
Januari 1 (focus op evolutie zonnestroom; record toename capaciteit/mnd)

2016-2015: zie links onderaan november rapportage 2017; zie verder voor oudere artikelen overzichten via index (vrijwel altijd aan begin van de maand bespreking nieuwe CertiQ maandrapport)

Statistische overzichten CertiQ (extern)


20 augustus 2018: Nieuwe zonnestroom capaciteit cijfers netbeheerder Stedin. Ongeveer 5 maanden na bekendmaking van gedetailleerde cijfers door de derde netbeheerder van Nederland, Stedin, heeft het bedrijf nieuwe data over de bij hen bekende zonnestroom productie capaciteit, tot en met het eerste half jaar 2018, gepubliceerd. Ze tonen, net als bij grote broer Alliander, een zeer stevige groei. Ook oudere cijfers zijn - licht - bijgesteld. Polder PV doet uit de doeken wat de wijzigingen zijn, wat de evolutie is geweest, en wat dit jaar voor Stedin zou kunnen gaan opleveren aan capaciteit.

In tegenstelling tot de door Polder PV gedetailleerde berichtgeving in maart dit jaar, heeft Stedin wat minder details gepubliceerd. De totale capaciteit ontwikkeling in het netgebied, en een lijstje met de gemeentes met de grootste volumes. Daar staat tegenover dat ze middels een steekproef eigen onderzoek heeft gedaan naar de PV installaties in haar netgebied. Op basis van satellietfoto's (Delft en Rotterdam) concluderen ze dat een kwart van de capaciteit in het hele verzorgingsgebied niet bij hen aangemeld zou zijn. Grafieken zouden ontleend zijn aan het Productie Installatie Register (PIR) van Stedin. Daarbij moet wel worden vermeld, dat het onmogelijk is om via de bekende website energieleveren.nl installaties van 100 kWp of groter aangemeld te krijgen. Dat moet dus via "een andere route" gebeuren (waar geen aanwijzingen voor worden gegeven op die website).

Historische bijstellingen
In de data voor de capaciteit ontwikkeling heeft Stedin aangepaste cijfers voor oudere jaren getoond, waar ze zelf verder geen enkele melding van maken. Toch is het belangrijk om te beseffen dat eerder gepubliceerde cijfers geen "vast gegeven" zijn. Er wordt voortdurend onderzoek gedaan aan de eigen cijfers, en er worden af en toe daadwerkelijk wijzigingen aangebracht in de databases. Zo ook bij Stedin. T.o.v. maart dit jaar zijn de wijzigingen voor de eindejaars-accumulaties (EOY) als volgt geweest bij Stedin:

Voor de kleinverbruik data (die we in het Productie Installatie Register, PIR zouden moeten terugvinden), KVB, was de grootste afwijking eind 2012 (ruim 18% minder capaciteit dan eerder gedacht, dus het nodige "opgeschoond"). Later namen deze percentages flink af, tot nog maar 2,2% minder capaciteit bij kleinverbruik aansluitingen dan eerder gedacht (eind 2017). Wat al aangeeft dat de grootste wijzigingen eerdere jaren betreffen. Voor grootverbruik (GVB) waren de eerste 2 jaar niet af te lezen in de door Stedin gepubliceerde grafiek, daarvoor heb ik de oude cijfers van maart aangenomen. In 2013 was er opeens een nogal forse opwaartse bijstelling van maar liefst 20% van het eerder bekende volume, maar het ging maar om slechts 1 MWp verschil op - aanvankelijk gedacht - 5 MWp. Eind 2014 was het verschil nog 12,5%, maar ook daarna nam het fors af. Al groeide het t.o.v. het verschil eind 2016 (5%) weer licht aan tot 5,3% méér capaciteit in het grootverbruik segment, dan Stedin in het voorjaar nog dacht voor de situatie, eind 2017.

Als we de twee deelmarkten KVB en GVB bij elkaar optellen en dan de verschillen bekijken, was dat eind 2012 nog een forse 17% negatief. Maar eind 2017 is het totale verschil voor het hele netgebied van Stedin nog maar 0,7% negatief: er is dus netto een zeer bescheiden volume minder in de boeken beland, dan in maart nog werd verondersteld.

Eindejaars-accumulatie - de nieuwe cijfers inclusief eerste half jaar 2018
In de volgende grafiek geef ik mijn versie voor de accumulatie grafiek. Waarbij ik, in navolging van het exemplaar getoond in de versie van maart, grootverbruik bovenaan heb gezet. Het is in ieder geval het segment wat het hardste groeit. De verwachting is dat de projecten markt (waar het hier over gaat, zeer zwaar gestimuleerd door miljarden Euro's aan SDE beschikkingen) verder zal gaan aantrekken, en een nog groter deel van de totale taart zal gaan claimen.

Nieuwe grafiek van de eindejaars-accumulatie aan PV capaciteit in Stedin netgebied, in MWp. Met aangepaste historische cijfers tm. 2017. Zie de procentuele wijzigingen in de eerste tabel. Kleinverbruik, inclusief residentieel / huishoudens, én een onbekend contingent kleine installaties bij MKB bedrijven, instellingen, e.a. utiliteit met KVB aansluiting, is ook in Stedin gebied nog steeds dominant wat het absolute volume betreft. Maar het neemt, net als in andere netgebieden, wel af vanwege de harde groei van de projecten markt, die meestal (maar niet exclusief), achter een grootverbruik aansluiting schuil gaat. In haar eigen artikel stelt Stedin trouwens onterecht dat kleinverbruik hetzelfde zou zijn als PV capaciteit bij huishoudens. Er zijn veel meer daken achter een KVB aansluiting, dan alleen op woningen. De kolom voor het eerste halve jaar van 2018 heb ik grotendeels doorzichtig weergegeven, omdat de tweede jaarhelft er nog bij zal komen.

De volumes in de kleinverbruikers-markt evolueerden bij Stedin van 14 MWp eind 2011 (totaal vrijwel uitsluitend KVB), via 122 MWp eind 2014 (KVB 93% aandeel op totaal), 169 MWp eind 2015 (ruim 88%), 215 MWp eind 2016 (84%), naar 281 MWp eind 2017 (78%). Aan het eind van de eerste jaarhelft van 2018 stond er alweer 326 MWp in het KVB segment. Dat betekent al een groei van 45 MWp in het eerste halve jaar, wat 16% meer capaciteit is dan EOY 2017 aanwezig was. Stedin claimt dat die 45 MWp twee maal zo hoog zou zijn dan het nieuwe volume KVB in de eerste jaarhelft in 2017, en daarmee een nieuw record gevestigd zou hebben. Het bedrijf geeft de aantrekkende economie en (PV op) nieuwbouw woningen op als mogelijke reden. Ze verzwijgt daarbij echter de grote volumes die ook in de huursector (bestaande bouw) worden gerealiseerd. Belangrijk, omdat Stedin sterk verstedelijkt gebied heeft (Randstad), waarin veel huurwoningen voorkomen.

De in het eerste halve jaar van 2018 bereikte 326 MWp (KVB) is "nog maar" ruim 74% van het totaal van 438 MWp, een aandeel dat alweer 4% lager ligt dan eind 2017. Hierbij dienen we wederom niet te vergeten dat Stedin haar netgebied in dichtbevolkte, stedelijke contreien heeft, en dat daarbij de residentiële component sowieso hoger zal zijn dan in netgebieden van andere netbeheerders waar een veel hoger deel landelijk gebied haar stempel drukt. Liander en, vooral, Enexis, hebben zéér grote volumes aan projecten inclusief grondgebonden zonneparken in hun "grootverbruik portfolio". Ergo: wat dat betreft geeft Stedin een enigszins "vertekend beeld" van de waarschijnlijke nationale trend. Het residentiële cq. KVB gedeelte is daar relatief over-vertegenwoordigd. Als we alleen naar woningen kijken, had het CBS voor heel Nederland voor dat segment eind 2017 met haar nieuwe reken methodiek nog maar 59% aandeel op het totaal becijferd. Ook daaruit blijkt, dat de volumes van de grote projecten steeds sterker het landelijke totaal gaan beïnvloeden.

Grootverbruik groeide bij Stedin in het eerste halve jaar van 2018 (voor zover nu bekend, er zitten namelijk vaak grote vertragingen in de administratieve afwikkeling van dergelijke, meestal SDE gesubsidieerde projecten) met 32 MWp. Een groei van 40% t.o.v. het EOY volume van 2017. GVB heeft een geaccumuleerd vermogen van 112 MWp bereikt, halverwege 2018. En zal, ook in het netgebied van Stedin, snel verder groeien.

Aan de eerste cijfers voor het eerste halve jaar zien we al dat 2018 een record jaar zal worden, zoals ik al bij de uitwerking van de cijfers voor Alliander uitgebreid heb toegelicht, inclusief een mogelijke prognose voor de landelijke volumes eind dit jaar (artikel). Er is in totaal al 77 MWp groei ingeboekt in dat eerste halve jaar. Als de tweede jaarhelft dezelfde dynamiek zou hebben (is beslist niet zeker!), zou de totale groei op ruim 150 MWp kunnen gaan komen. Dat is dik de helft meer dan de groei in 2017 (361-257 = 104 MWp). Extrapolerend uit de voorlopig cijfers voor Alliander had ik nationaal een nog veel hogere groei voorspeld, ongeveer een factor 1,9 maal zo hoog dan in 2017 (bijstellingen van data Alliander onder voorbehoud!).

Afgeleide jaargroei cijfers Stedin
Uit voorgaande EOY data kunnen we de jaargroei cijfers destilleren, inclusief de doorgevoerde historische aanpassingen aan de data voor voorgaande jaren. Dan krijgen we deze tweede belangrijke grafiek.

In deze afgeleide grafiek de jaargroei cijfers voor zowel de KVB als de GVB markt segmenten. Eerste jaarhelft van 2018 met doorzichtige kolom, omdat de tweede jaarhelft daar nog bij moet komen.

Ten eerste is wederom opvallend dat ook bij Stedin 2014 geen "dipjaar" is geweest. Dit was al eerder opgemerkt door Polder PV, maar n.a.v. recente en nieuwe cijfers voor Alliander en het CBS is dat nu ook nationaal vastgesteld (min of meer flat-line met groei in 2013, itt eerdere cijfers). Al vinden we de door niemand weersproken "officiële 2014 dip" nog steeds in het Annual Report van het International Energy Agency terug (IEA-PVPS pdf, publicatie datum 25 mei 2018) ... 2014 had in het netgebied van Stedin zelfs een lichte groei t.o.v. het voorgaande jaar (48 resp. 45 MWp). Het KVB segment stabiliseerde feitelijk in Stedin gebied, tussen 2013 en 2016. In 2017 groeide het echter fors, van 46 MWp (2016) naar 66 MWp (jaargroei 43% hoger). In het eerste halve jaar van 2018 is er al ongeveer evenveel volume als in het héle kalenderjaar in de periode 2013-2016 gedocumenteerd (45 MWp). Als de tweede jaarhelft dezelfde dynamiek zou kennen, zou er mogelijk zelfs 90 MWp kunnen komen in 2018. Wat een groei van weer 36% zou betekenen voor KVB, t.o.v. de al hoge groei in 2017. Maar we moeten natuurlijk nog zien, of dat ook gaat uitkomen.

De GVB / projecten-markt heeft een hoge dynamiek doorgemaakt. Tot en met 2014 waren de nieuwe jaar-volumes nog zeer bescheiden, zo'n 3 MWp per jaar. In 2015 begon de groei echter flink toe te nemen, ondersteund door de heftige expansie vanaf de zomer dat jaar, in de CertiQ cijfers voor heel Nederland. 2015 nam met ruim een factor 4 toe, van 3 naar 13 MWp nieuwbouw. In 2016 was de groei minder extreem: 7 MWp extra jaargroei, 54% hoger dan de groei in 2015. Maar in 2017 weer bijna een verdubbeling, van 20 naar 38 MWp (90% toename van de jaargroei). De eerste jaarhelft van 2018 laat al een toename zien van 32 MWp, niet ver van het volledige jaar-volume voor 2017. Als een zelfde hoeveelheid toegevoegd zou worden in de 2e jaarhelft, zou de groei t.o.v. 2017 kunnen uitkomen op zo'n 68% in het GVB segment (van 38 naar 64 MWp). Ook daarvan moeten we nog zien of dat ook daadwerkelijk materialiseert.

Tellen we KVB en GVB bij elkaar op, is in het eerste halve jaar van 2018 al 77 MWp nieuw PV vermogen bekend. Bij gelijkblijvende - doch beslist niet gegarandeerde - trend in het tweede halve jaar, zou bij Stedin een nieuwe capaciteit van 154 MWp aan zonnestroom opwekkende installaties toegevoegd kunnen worden in heel 2018. Als dat zou uitkomen, zou dat een totale jaargroei zijn van 48% t.o.v. de 104 MWp nieuwbouw in 2017.

Aandeel PV capaciteit achter grootverbruik aansluiting op totaal stijgt
Uit de (bijgestelde) cijfers van Stedin blijkt ook duidelijk dat het aandeel van GVB volume (MWp-en) bij zowel de EOY als bij de jaargroei cijfers (YOY) toeneemt. Zoals duidelijk wordt in het volgende tabelletje.

Aandeel projecten GVB op totaal
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018 HI
EOY
0%
7,9%
7,2%
6,9%
11,5%
16,3%
22,2%
25,6%
YOY
12,5%
6,7%
6,3%
21,7%
30,3%
36,5%
41,6%

Bij de eindejaars-accumulatie nam het aandeel PV capaciteit achter GVB aansluitingen toe van nihil naar 22% in 2017, en steeg verder door naar al bijna 26% halverwege 2018. Bij de jaargroei cijfers is de groei nog opvallender wat aandeel betreft. Al schommelde dat aandeel in eerdere jaren nog op en neer (mede vanwege de toen nog bescheiden absolute toenames). Sedert 2014 gaat de groei bij de nieuwe jaar-volumes rap: van ruim 6% bij het nieuwe volume in 2014, tot bijna 37% van de aanwas in heel 2017. En alweer bijna 42% van de nieuwe capaciteit in de eerste jaarhelft van 2018.

In ieder geval vinden we al meer dan een kwart van de totaal bekende geaccumuleerde PV capaciteit bij Stedin achter een GVB aansluiting. En, zoals het er naar uitziet, zal het zal niet lang meer gaan duren, voordat de grote projecten markt achter zo'n grote, dure aansluiting meer dan de helft van de jaarlijkse aanwas voor haar rekening gaat nemen bij Stedin.

Lijstje gemeentes
Lijstjes zijn altijd leuk. Ze "prikkelen" de fantasie, en geven mogelijk wat gemeente bestuurders een tik op de vingers om zich wat meer in te spannen als de gemeente het slecht blijkt te doen op het vlak van de populair geworden zonne-energie. Niet dat gemeentes altijd fysiek in staat zullen zijn om grote stappen voorwaarts te maken. Zeker dichtbevolkte, hoog-urbane oorden, zullen slechts met moeite forse slagen kunnen maken op het gebied van PV capaciteit. Zelfs als er heel erg veel (helaas vaak ook zéér kleine) PV installaties te vinden zijn binnen de gemeentegrenzen. Voor zonnestroom uitbouw sensu stricto heb je namelijk veel "oppervlak" nodig. Niet alle gemeentes hebben dat. Het is de reden waarom Amsterdam al lang haar langjarig leidende positie heeft verloren in ons land (in Klimaatmonitor databank momenteel op de 7e plek, de talloze PV-boerderijen rijke, grote Flevo gemeente Noordoostpolder bovenaan). Aan gemeentes met veel landelijk gebied en veel boerderijen waar op al jaren lang enorme volumes op stallen worden gerealiseerd. De grondgebonden zonneparken zijn daar de laatst jaren bijgekomen, en realisatie van dat soort oppervlakte claimende projecten lukt bijna nooit in dichtbevolkte steden met een zeer beperkt "buiten gebied".

Stedin publiceerde ook weer een ranglijstje, maar dan alleen voor "de huishoudens". Waarmee, neem ik aan, echter "KVB" wordt bedoeld, omdat er weer naar het PIR register wordt verwezen. Een lijstje waarin weinig wijziging is gekomen in de hogere regionen. Met Utrecht nog steeds de boventoon voerend (medio 2018 23,5 MWp, met een groei van bijna 15% in de eerste jaarhelft dit jaar). Amersfoort (16,2 MWp, met een verkeerd overgenomen groei percentage van bijna 23% in de tabel, in de broodtekst van het artikel echter "bijna 28%"), en Den Haag (15,0 MWp) bezetten de 2e en 3e plaats. Den Haag wordt op de voet gevolgd door Rotterdam in het KVB dossier (14,6 MWp). Goed om te beseffen hier, is dat het alleen om KVB gaat, want in de Klimaatmonitor databank staan als daar bekende "totale" volumes al 28,2 MWp voor Utrecht (20% meer), 19,8 MWp voor Den Haag (32% meer), en 19,1 MWp voor Rotterdam (31% meer) gemeld. Voor Amersfoort, wat het hoogste groei percentage in het eerste half jaar liet zien in de top tien, echter wat minder: Bijna 15,0 MWp (ruim 7% minder), waar dus kennelijk de nodige project capaciteit (SDE) lijkt te ontbreken? Ik heb in zowel mijn eigen realisaties lijst, als in het overzicht met "pending" projecten, geen opvallend grote PV projecten voor Amersfoort staan die dat verschil (mede) zouden kunnen verklaren.

In het lijstje met 10 gemeentes, eindigend met Pijnacker (7,4 MWp), staat een gecumuleerd volume van 120 MWp "KVB" (2018 HI), wat ruim 27% van het totale volume in Stedin netgebied zou omvatten. In de Klimaatmonitor databank staat voor dezelfde tien gemeentes een capaciteit van al ruim 139 MWp opgetekend, voor eind 2017 (recentere data nog niet bekend daar). Toen al 16% meer capaciteit. De Utrechtse gemeente De Ronde Venen, waartoe ook de grootste plaats Mijdrecht behoort, zou nieuw zijn in Stedin's top tien lijstje bij kleinverbruik (groei HI 2018 bijna 19%).

... en nog wat capaciteit te traceren: de "vergeten" installaties
Bovenstaande is wat "de beschikbare statistieken" ons vertellen. Maar, zoals te doen gebruikelijk in dit bizarre land, er is beslist meer capaciteit dan er in de statistieken is terug te vinden. Dat stel ik al vele jaren, en dat heeft te maken met het feit dat ondanks suggesties in die richting, er geen wettelijk afdwingbare plicht tot registratie van PV capaciteit bestaat. Althans: er staat geen sanctie op niet melding. Netbeheerders wringen zich in allerlei bochten om dat verbeterd te krijgen, en smeken regelmatig om nog niet gemelde capaciteit alsnog te melden. Een vroege suggestie om financieel voordeel voor zo'n melding te leveren heeft het destijds (jaren geleden, vlak na openstelling website energieleveren.nl) nooit gehaald. En dus "mist" er capaciteit. Stedin doet weer voorkomen alsof het alleen maar huishoudens zou betreffen, maar ik zou er niet van uitgaan dat alle "niet-residentiële capaciteit" wel bij hen gemeld zou staan. Zeker niet als het kleinverbruik aansluitingen betreft.

In ieder geval, blijkt deze netbeheerder nu zelf ook onderzoek te hebben gedaan. Ze hebben satelliet foto's van "wijken in Rotterdam en Delft" bekeken, en de daar op gevonden PV installaties vergeleken met hun lijst van geregistreerde PV projecten. De conclusie: "Hieruit bleek dat 25% van zonnepanelen niet is doorgegeven aan Stedin" *. Aangezien het in de zin er na over "capaciteit" gaat, neem ik dus aan dat Stedin claimt 25% van het PV vermogen (bij alleen KVB, of ook GVB ??) in hun netgebied "te missen". De netbeheerder is zelfs zo boud om te extrapoleren, en stelt vervolgens: "Als je de conclusie uit de steekproef doortrekt voor het hele verzorgings-gebied van Stedin (Zuid-Holland en Utrecht) zou er voor 81,5 megawatt aan vermogen zonnestroom onbekend zijn. Omgerekend zo’n 326.000 zonnepanelen" **. Dat "is nogal wat", wat Stedin daar claimt. Want als dat verondersteld missende vermogen opgeteld zou worden bij het voorlopige cijfer voor medio 2018 (438 MWp), zou Stedin dus kennelijk suggereren dat ze in werkelijkheid mogelijk 520 MWp aan capaciteit zouden kunnen hebben staan.

Stedin roept "consumenten" op om zich alsnog (bij energieleveren.nl) te melden met hun installaties. Over het bedrijfsleven en andere (grotere) eigenaren van PV daken rept het netbedrijf niet.

Of deze cijfers ook "zomaar" ge-extrapoleerd zouden mogen worden naar de andere netgebieden kunnen we vraagtekens bij stellen. 25% is veel, wat mogelijk ook met het hoge residentiële aandeel in Stedin gebied heeft te maken. Solar Magazine meldde op 18 okt. 2016 het volgende: "Een recente pilot van Enexis met een vergelijking tussen luchtfoto’s en het PIR-register toonde aan dat in dat gebied 86 procent van de aanwezige installaties in het PIR-register staat". Daar lijkt "het missende volume" dus minder groot te zijn. Maar weer niet duidelijk werd toen of het aantal installaties of opgestelde capaciteit betrof. Een fundamenteel verschil, gezien de enorme dynamiek in de projecten markt, met relatief (t.o.v. volume residentieel) weinig installaties, maar wel zeer veel capaciteit mee brengend. Wel duidelijk was toen al, dat de enorme volumes van SDE beschikte projecten nauwelijks doordrongen tot het PIR register zoals Enexis het toen "kende". Voor discussies over die verschillen tussen de registers, zie ook het onderzoek van CBS (bespreking Polder PV).

* Nagekomen: in artikel achter pay-wall op Energeia werd op 21 augustus gemeld dat op basis van vergelijkbare onderzoeken door Enexis 15% mogelijk niet in PIR aanwezig zou zijn, en bij de grootste netbeheerder, Liander, mogelijk zelfs - specifiek benoemd alleen huishoudens (!) - 20%. Er wordt echter niets gezegd over "capaciteit", maar over "installaties" (Enexis), resp. "de panelen" (Liander). Dit is niet per definitie gelijk te stellen aan "capaciteit", omdat bij projecten meestal, op enkele uitzonderingen na, lagere vermogens worden gebruikt, dan op residentiële daken.

** Hierbij wordt, nogal bizar, kennelijk gerekend met een gemiddeld paneeltype met een capaciteit van 250 Wp per stuk. Dat is echter totaal achterhaald. Standaard wordt tegenwoordig in de residentiële sector minimaal 280 Wp uitgeleverd, en regelmatig ook al vaak hoger (290-300 Wp). Vaak ook bij projecten, al komt daar 270 Wp ook nog regelmatig voor. Maar 250 Wp is niet meer "van deze tijd".

Details progressie zonnestroom capaciteit Stedin netgebied (gedetailleerde stats, ook met aantallen PV projecten in Stedin gebied, tot en met 2017. Polder PV, 12 maart 2018)

Kwart van de zonnepanelen niet in beeld (extern - Stedin persbericht, 20 augustus 2018)


13 augustus 2018: Voortgaande progressie gecertificeerde zonnestroom capaciteit bij CertiQ. Na het snel passeren van de eerste GWp aan gecertificeerde PV capaciteit in juni 2018, is de progressie bij TenneT dochter CertiQ in juli verder gegaan, op een iets lager, doch nog steeds hoog niveau. Met een netto toevoeging van 260 nieuwe gecertificeerde zonnestroom projecten, die netto een hoeveelheid van 62,2 MWp nieuwe capaciteit toevoegden, werd eind juli een geaccumuleerd, gecertificeerd volume van alweer 1.106,6 MWp bereikt. In dit artikel de grafische en numerieke weergave van de historische progressie, als vanouds elke maand voor u samengesteld door Polder PV.

In het op 3 augustus dit jaar over de maand juli gepubliceerde maandrapport van TenneT dochter CertiQ worden de volgende data gepresenteerd in historische context.

Wat de maandelijkse toevoegingen (of: tijdelijke afnames) van aantallen installaties betreft in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de rechter Y-as, zijn er in juli "netto" 260 nieuwe PV projecten bij gekomen (juni rapport 184, dus in juli dik 41% meer). Dit is net aan het hoogste maand volume dit jaar, 4 meer dan in de maart rapportage. Het blijft weliswaar fors minder dan het opvallende maand record van (netto) 445 nieuwe PV projecten in juli 2017, maar wat voortschrijdend gemiddelde per kalenderjaar betreft zit er beslist al langere tijd weer een stijgende lijn in, zoals rechts in de grafiek goed is te zien. In 2016 was dat bij de (deels verouderde) maand rapportages nog gemiddeld 105 nieuwe projecten per maand, in 2017 158, en het gemiddelde in de 7 maanden van 2018 ligt inmiddels op 193 stuks per maand (zie ook stippellijnen in de volgende grafiek). Overigens worden de aantallen later in jaarlijkse revisies bijgewerkt, voor 2017 lag deze in het voorlopige jaar rapport op 120 installaties gemiddeld nieuw per maand, dus een stuk lager dan uit de maand rapportages afgeleid kon worden. Zie de volgende grafiek voor de trends per jaar bij de aantallen installaties / projecten, op basis van de maand rapportages. NB, voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand.

De accumulatie is te zien aan de gele curve in bovenstaande grafiek (referentie: linker Y-as) die, na het "plateau" in 2013-2015, de laatste 3 jaar weer opvallend is gaan stijgen. De curve geeft eind juli 2018 een accumulatie van 15.784 gecertificeerde PV projecten in de database van CertiQ (gemarkeerd data punt rechts bovenaan). De 15.000 stuks werd, zoals al in een vorige analyse voorspeld, in april dit jaar overschreden.

Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. Voor het eerst zijn voor het huidige (juli 2018) rapport net als al langer voor de grafiek met capaciteiten (volgende exemplaar), de gemiddelde maandelijkse toevoegingen per jaar voor 2016 en 2017, en het gemiddelde voor jan.-juli 2018 in de vorm van horizontale stippellijnen toegevoegd. Dit zijn de cijfers zoals volgen uit de maand rapportages, die later kunnen worden bijgesteld. Maar in ieder geval is dan een 1-op-1 vergelijking tussen de jaren onderling mogelijk. De gemiddeldes lagen in de jaren 2009-2011 nog een stuk hoger, toen heel veel kleine residentiële installaties nog onder de oude regimes (SDE 2008-2010) werden opgeleverd. De trend van de laatste drie jaar kan uitsluitend worden toegerekend aan de progressie bij installaties bij bedrijven, instellingen, e.d. (vanwege de minimale ondergrens van 15 kWp, én de voorwaarde van het hebben van een grootverbruik aansluiting sedert SDE 2012). De fluctuaties tussen de maanden onderling kunnen fors zijn. Het gemiddelde installatie niveau is sedert 2011 behoorlijk terug gevallen, werd in de grafiek door de her-registratie operatie in 2013-2015 flink vertroebeld, maar trekt zeker het laatste jaar weer aan.

De eerste zeven maanden van 2018 laten weer een gezonde gemiddelde maandelijkse groei van de aantallen nieuwe registraties zien. Dat ligt tm. juli gemiddeld genomen op een niveau van 193 installaties per maand. In 2017 was dat - in de maand rapportages - gemiddeld 158 stuks/maand over het hele jaar bezien, in 2016 slechts 105 installaties per maand (zie gekleurde stippellijnen).

Dat er weer "aardige" groei volumes van de aantallen bij CertiQ geregistreerde projecten zijn te zien is voor een aanzienlijk deel te wijten aan de lopende realisaties van omvangrijke volumes onder de diverse SDE "+" regelingen beschikte PV projecten (voor overzicht beschikkingen en "officiële" realisaties, zie meest recente analyse van RVO cijfers van 8 juni jl.). De grootste groei zit hem echter niet in het "aantal" installaties, maar met name in de opgestelde productie capaciteit, wat daarmee wordt ingebracht. Dat stijgt ronduit spectaculair, zoals we hier onder zullen zien. Dat heeft alles te maken met het feit dat het om (gemiddeld en absoluut) véél grotere PV projecten gaat dan wat enkele jaren geleden "gebruikelijk" was voor Nederland. Hier bovenop zijn de nu daadwerkelijk fysiek gebouwde grondgebonden zonneparken gekomen. Die stuk voor stuk bij CertiQ worden aangemeld - en die met hun enorme capaciteit volumes in de databank worden opgenomen.


Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor sep. 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast. Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage !

In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit nu echt om substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Het verloop van de kolommen in 2018 is sterk verschillend van de situatie bij de "aantallen" projecten! Voor 2018 (paarse kolommen) heb ik voor het vierde jaar op rij alweer een nieuw capaciteits-bouw record voorspeld voor de totale Nederlandse markt. Onder anderen tijdens de informele winter-sessie van SolarPlaza, en recent nog in artikelen in Energeia, en bij SolarPlaza / The Solar Future). Gevolgd door mijn recente extrapolatie van de nieuwste data over het eerste halve jaar van de grootste netbeheerder, Alliander (artikel 26 juli 2018). Het was derhalve niet vreemd dat ook in de sub"markt" van het CertiQ dossier, in januari dit jaar, alweer netto 38,6 MWp nieuwe capaciteit werd toegevoegd. Februari volgde direct met een nieuw record voor CertiQ, met 56,6 MWp. En, waarschijnlijk de reden dat het zo lang duurde voordat het maart rapport door CertiQ werd geopenbaard: er werd in die maand alweer een record van netto 70,9 MWp gecertificeerde PV capaciteit bijgeschreven, een kwart meer dan in februari, en bijna het dubbele volume van dat in de eerste maand van het jaar. Maar ook dat record was een kort leven beschoren. April 2018 ging daar, met maar liefst 79,6 MWp alweer fors overheen (met ruim 12%). Daarmee werd het record voor kalenderjaar 2017 (45,7 MWp nieuwbouw januari) al met 74% verpletterd.

In mei viel de toevoeging wat terug naar 51,3 MWp. Ook in juni is er weliswaar geen record toevoeging geweest, maar werd er toch een voor Nederlandse begrippen zeer substantiële, inmiddels de op een na grootste qua historische updates toevoeging gerealiseerd, 75,4 MWp. In vakantie maand juli 2018 werd weliwaar een lager, maar nog steeds hoog volume van 62,2 MWp aan netto nieuwe PV capaciteit toegevoegd aan de databank van CertiQ. Een factor 2,5 maal het netto nieuwe volume in juli 2017 (24,7 MWp). Wel 22% minder dan het record in april 2018 (79,6 MWp). Maar ook: de 4e maand wat nieuw (netto) volume betreft.

In de eerste zeven maanden van 2018 is nu door CertiQ in de maand rapportages maar liefst 434,6 MWp netto nieuwe gecertificeerde PV capaciteit gerapporteerd. Dat was in 2017, in dezelfde 1e 7 maanden, nog slechts 159,0 MWp, dus dat is al een factor 2,7 maal zo hoog! Genoemd volume voor de eerste 7 maanden in 2018 is zelfs al een factor 4,5 hoger dan de 95,8 MWp in die periode in het jaar 2016. De groei in het opgeleverde project vermogen gaat onvervaard door, dat mag duidelijk zijn. De groei cijfers in het eerste halve jaar werden voor de jaren 2010-2017 reeds in de rapportage voor juni 2018 grafisch weergegeven.

Het maandelijkse gemiddelde van januari - juli 2018, gestabiliseerd op 62,1 MWp/mnd (paarse stippellijn in de grafiek), komt hiermee ver (172%) uit boven het maandelijkse gemiddelde voor 2017, (bijna 22,8 MWp/mnd, groene stippellijn). Het gemiddelde over 2016 (rose stippellijn) lag nog veel lager, rond de 16 MWp/mnd, zo'n 30% minder dan in 2017. De reden dat de volumes in de eerste zeven maanden van 2018 weer zo hoog liggen, kan haast niet anders liggen aan het feit dat er, naast de "reguliere", nu al regelmatig gerapporteerde grote SDE rooftop projecten, waarschijnlijk "enkele" grondgebonden installaties doorgedrongen moeten zijn tot de CertiQ databank. Druppelsgewijs voeg ik ook meer opleveringen van dergelijke projecten toe aan mijn eigen projectenlijst. Enkele van dergelijke grote grondgebonden projecten zijn inmiddels in twee weken fietsvakantie deze zomer, in ZW, en NO Nederland, door Polder PV met een bezoekje vereerd. Zoals onderstaand exemplaar.

Klein stukje van pal zuid gericht zonnepark Woldjerspoor (oostelijk Groningen), gebouwd op een verzegelde afvalberg in een spectaculaire setting. Vanwege het relief met "gebogen" module tafels (4 rijen modules portrait, met 3 steunen per "tafel"). Het park zou het grootste zijn op een afvalberg in Nederland, heeft een opgestelde capaciteit van ruim 12 MWp verdeeld over zo'n 43.000 kristallijne 120-cels zonnepanelen, en heeft bovendien als zeer interessant pilot project ook nog een klein waterstof productie station op het nabijgelegen, uitgestrekte gemeentewerf terrein. Waarmee bijvoorbeeld in tijden van piek productie zonnestroom overschotten zijn te "bufferen" in het opslag medium H2, wat elders (op een ander tijdstip) nuttig ingezet kan worden, o.a. voor bussen met geschikte waterstof faciliteiten. Voor beknopte info en een fraaie video met luchtopnames, zie de project pagina van de bekende ontwikkelaar Groenleven uit Heerenveen. De nabijheid van een hoogspannings-traject is natuurlijk altijd een fijne bijkomstigheid, zeker in onderhavig geval. Want de constructie op een mogelijk in de tijd "bewegende", grote afvalberg (decompositie organisch afval) zal beslist niet goedkoop zijn. De kosten voor de aansluiting zullen echter "beperkt" zijn geweest in vergelijking met andere zonneparken met grote afstand tot een geschikt trafo-station. Zonnepark Woldjerspoor is al in het najaar van 2017 opgeleverd en is derhalve hoogstwaarschijnlijk al in de databank van CertiQ opgenomen. Het park werd 21 september 2017 officieel geopend door o.a. vaker op PV project openings-ceremoniëen gesignaleerde provinciaal gedeputeerde Nienke Homan en 2 wethouders.

Foto © 2018 Peter J. Segaar / Polder PV, genomen op 8 augustus 2018 tijdens week fietskamperen in noord-oost Nederland.

Gemiddelde capaciteit PV projecten in juli

Als we uitgaan van "relatief weinig uitstroom" uit de CertiQ bestanden, en de maandelijkse netto toevoeging van 260 nieuwe installaties, met genoemde 62,2 MWp netto nieuwe capaciteit combineren, zou hier uit resulteren dat een "netto nieuw toegevoegd project" in de juli 2018 update een gemiddeld systeem vermogen zou hebben van zo'n 239 kWp per stuk. Dat ligt beduidend lager dan in een vorige (record) update van april (460 kWp gemiddeld), wat waarschijnlijk te maken heeft met minder en/of minder grote bijschrijvingen in juli dan in april dit jaar. Aangezien het hier om een gemiddelde gaat, zitten er beslist weer (veel) grotere projecten bij, mogelijk een of meer grondgebonden zonneparken, en zeker ook de nodige grote rooftop projecten. Die per stuk al enkele megawattpieken groot kunnen zijn tegenwoordig. CertiQ geeft geen informatie over individuele projecten, dus die kunnen niet als zodanig "getraceerd" worden in de geopenbaarde cijfers. Zie ook foto hierboven en disclaimer: zeker weten dat Woldjerspoor al is ingeschreven bij CertiQ weten we niet, maar het is wel zéér waarschijnlijk. Zeker ook omdat in de huidig bekende RVO data het project als "gerealiseerd in 2017" staat opgegeven. Zo'n melding volgt pas nadat het project de procedures via CertiQ ambtelijk goedgekeurd heeft doorlopen.

Zowel de grotere als de kleinere grondgebonden zonneparken, als de talloze (middel-) grote rooftop installaties zijn de drijvende kracht achter de flink gestegen maandgemiddelde volumes bij CertiQ. Als ze tenminste daadwerkelijk als "administratief opgeleverd" in de betreffende maand worden opgenomen in het CertiQ register. Daar kan beslist een vertraging van een maand, of wellicht zelfs (veel) langer in zitten. Dit is voor het publiek echter "onzichtbare materie". We kennen immers in het geheel geen verplichte registratie zoals in Duitsland, waar zelfs de inbedrijfstellings-datum openbaar wordt gemeld (die is immers doorslaggevend voor het betreffende feed-in tarief wat die installaties gaan krijgen) ...


Na het bereiken van de halve GWp aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit in het rapport van mei 2017 ging de groei verder, en na de heftige "correctie" t.a.v. het september rapport, op een behoorlijk consistent, gemiddeld hoog niveau in de laatste maand rapportages. De eerste zeven maanden van 2018 gaven bovenop die recente trend weer een zeer flinke - record - "boost" te zien. De Y-as van deze grafiek werd, daartoe gebruikelijk, diverse malen aangepast. En, een primeur, zoals reeds enkele malen voorspeld dat 'ie er aan zat te komen: In het juni rapport werd eindelijk de eerste "Gieg" in de CertiQ annalen bereikt voor zonnestroom capaciteit.

In het huidig besproken juli maandrapport is bij CertiQ inmiddels al een omvang bereikt van bijna 1.107 MWp. Een factor van ruim 50 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al 8,5 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. De tussenpozen tussen het bereiken van een nieuwe "100 MWp" grens bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar in ieder geval steeds korter geworden (afstand tussen de vertikale blauwe stippellijnen in de grafiek, intersecties van de 100 MWp lijnen met de rode trendlijn).

En er zal nog heel veel op bovenstaande gaan volgen, gezien de grote hoeveelheid SDE beschikkingen die er op het vlak van zonnestroom al eerder zijn afgegeven door RVO. Verhevigd door de enorme toevoeging van de eerste SDE 2017 ronde (4.386 beschikte projecten met een nieuwe record omvang van 2.354 MWp, analyse Polder PV hier). De recent gepubliceerde extra hoeveelheid van de najaars-ronde in dat jaar (nog eens 3.945 toegekende projecten, totaal volume 1.911 MWp). En de nog niet volledig bekende volumes die uit de eerste ronde voor SDE 2018 beschikt zullen gaan worden (voor aanvragen zie hier, voorlopige tussenstand beschikkingen - met reeds 2.314 toegekende aanvragen voor PV projecten - in artikel van 11 juli jl.).

De rode trendlijn in de grafiek is de "best match" bepaald via Excel, met een 4e graads polynoom trendlijn.


Aandeel CertiQ t.o.v. "CBS totale PV capaciteit" sterk gegroeid sedert 2014

In de "hernieuwbare energie rapportage" voor heel Nederland stelde En-Tran-Ce voor juni (laatst beschikbare rapport voor publicatie van huidige artikel) een record percentage "hernieuwbaar" vast bij de totale energie productie (8,6%, waarbij alleen elektra uit hernieuwbare bronnen een aandeel van 15,4% haalde op de totale stroom consumptie). Daar vinden we ook de laatst bekende "potentiële" capaciteits-data voor PV. Hierbij is met terugwerkende kracht het destijds eerst afgeschatte cijfer van het CBS voor eind 2017 genomen (afgerond 2.750 MWp, pers. comm.*). En wordt er - mogelijk zelfs nog conservatief - van uitgegaan dat er gemiddeld dit jaar 100 MWp per maand bijgebouwd zou kunnen worden in 2018. Vorig jaar nog werd de maandelijkse groei van 40 naar 50 MWp opgehoogd, en dit - theoretische - volume is in 2018 dus alweer verdubbeld. Derhalve wordt door En-Tran-Ce nu voor begin juni verondersteld dat er 3.250 MWp zou staan opgesteld in ons land. Voor eind juni zou dat 3.350 MWp gaan worden, en voor eind juli 3.450 MWp. In het CertiQ rapport gepubliceerd 3 augustus stond voor eind juli 1.107 MWp geaccumuleerd. Derhalve zou er bij de TenneT dochter eind van die maand dus mogelijk al 32% van die veronderstelde nationale capaciteit daar bekend staan als "gecertificeerd vermogen". Als de nationale groei in 2017 nog hoger zou zijn geweest, zoals Solar Trendrapport suggereert, is het aandeel echter kleiner op het totaal.

* Inmiddels door CBS alweer opgewaardeerd naar 2.873 MWp (vierde CBS cijfer voor voorgaand jaar).

Als we december 2014 als ijkpunt van vóór de versnelling bij CertiQ gebruiken (118,6 MWp volgens gereviseerd jaar rapport 2014, wat 4,6% hoger ligt dan de 113,4 MWp in de eerder gepubliceerde, "voorlopige" december rapportage voor dat jaar), en het officiële (internationaal erkende) nieuwste CBS cijfer ernaast leggen (1.008 MWp, zie grafiek in mijn recentste artikel over CBS stats), komen we voor dát jaar op een verhouding van slechts bijna 12% uit! Ergo: eind juli 2018, ruim 3 en een half jaar later, is dat aandeel van CertiQ capaciteit bij zonnestroom met een factor 2,7 toegenomen, een ronduit opmerkelijke groei. Een trend die waarschijnlijk gaat doorzetten, als de groei snelheid in de projecten markt ("niet woningen") hoger blijft liggen dan die in de residentiële markt "woningen" (zie 3e grafiek in mijn recente artikel over nieuwe CBS markt segmentatie).


Systeemgemiddelde capaciteit
Met de aanhoudend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, blijft ook de gemiddelde projectgrootte nog steeds sterk groeien in de cijfers van CertiQ. Zoals weergegeven in bovenstaande grafiek, wederom met een "best fit" 4e graads polynoom als trendlijn (rood). Het systeemgemiddelde nam afgelopen maanden verder sterk toe, van 46,6 kWp (eind december 2017) naar 70,1 kWp gemiddeld voor alle eind juli 2018 bij CertiQ bekende (grotendeels SDE-gesubsidieerde) projecten. Dit is een factor 12,1 maal het gemiddelde begin 2010. En is al een factor 4,7 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn). Een minimum wat mogelijk binnenkort "opgetrokken" gaat worden voor nieuwe aanvragen onder de najaars-ronde van SDE 2018 (zie bespreking kamerbrief Min. Eric Wiebes).

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoegingen in de juli rapportage lag, zoals gebruikelijk, op een nog veel hoger niveau, 239 kWp. Dit hoge niveau wordt structureler, omdat er steeds meer zeer grote (druppelsgewijs ook grondgebonden) projecten worden opgeleverd.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten bij elkaar een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). Die grote hoeveelheid kleine, puur residentiële beschikkingen wordt nog steeds in de meeste verwijzingen naar de CertiQ databank geheel verzwegen. Wat nogal merkwaardig is, om het voorzichtig uit te drukken.

De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben. Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.


"Niet SDE projecten" bij CertiQ
Zie hiervoor het commentaar bij het augustus rapport van 2017 in een vorig verslag. Het CBS heeft inmiddels haar eerste resultaten gepubliceerd uit het nieuwe onderzoek naar deze tot nog toe qua omvang "onbekende deelpopulatie" in de CertiQ registers. Ze zegt daarover in haar rapport (1e bespreking PPV) het volgende (vetdruk van Polder PV):

"Gezien het belang van registratie bij CertiQ voor het verkrijgen van SDE subsidie was de verwachting
dat CertiQ redelijk compleet zou zijn voor vermogen bij (middel)grote bedrijven. Vergelijking met EIA
data voor oudere jaren en PIR data voor recente jaren laat zien dat CertiQ zeker niet compleet is
voor middelgrote vermogens bij bedrijven. Via de EIA en PIR hebben we ontbrekende installaties
toegevoegd aan het bestand. De ervaring leert wel dat registratie via PIR soms traag is, wat leidt tot
onzekerheid in voorlopige cijfers".

Polder PV heeft al diverse malen gerapporteerd, dat een fors deel van de daadwerkelijk opgeleverde "kleinere", middelgrote, en zelfs de nodige grote PV projecten, géén SDE beschikking (blijken te) hebben in zijn omvangrijke projecten lijst. En derhalve ook niet noodzakelijkerwijs bij CertiQ hoeven te zijn aangemeld (lees in bovenstaande citaat "dat CertiQ zeker niet compleet is"). Tenzij de ontwikkelaar persé (nu nog niet zeer lucratieve) Garanties van Oorsprong voor de geproduceerde (dan wel zelf verbruikte) zonnestroom zou hebben willen laten verzilveren. Niets nieuws onder de zon, dus, en beslist niet byzonder. Ook is het al langer beslist mogelijk dat er zowel zonder SDE als EIA PV projecten worden opgeleverd. Hierbij is zeker de nieuwbouw sector mogelijk een blinde vlek bij het CBS, omdat vaak PV intrinsiek wordt opgenomen in de bouwsom, en er geen claim wordt gedaan op genoemde regelingen. Er wordt tegenwoordig veel nieuwbouw gepleegd, dus er kan het nodige aan volume aan de aandacht ontsnappen wat niet bij CertiQ zal worden ingeboekt. De vraag is ook, of bijvoorbeeld dergelijke nieuwbouw projecten daadwerkelijk ingeschreven zullen worden in het PIR register. Zeker niet als ze groter blijken te zijn dan 99,999 kWp (een hogere capaciteit kan niet via het ingave portal voor het PIR, www.energieleveren.nl worden aangeleverd...). Er staat geen sanctie op niet inschrijving, en het is een blijvend probleem dat we de omvang van de non-registratie van wel gerealiseerde PV capaciteit daar nog steeds niet kennen.


Gecertificeerde productie seizoens-gerelateerd

De accumulatie van de (gecertificeerde) PV capaciteit (magenta curve) is terug te vinden op de linker Y-as.

Het voorgaande zomer record volume van 69,5 GWh aan Garanties van Oorsprong door CertiQ aangemaakt voor zonnestroom (blauwe curve; referentie: rechter Y-as, in GWh per maand) in juli 2017 heeft het lang volgehouden. Maar werd in het mei 2018 rapport "verpletterd", met een nieuw historisch record van maar liefst 132,1 GWh aan gecertificeerde productie (gemarkeerd blauwe data punt met rode rand). Dat is alweer 54% (!) hoger dan het vorige record voor april (85,9 GWh). Maar mei was dan ook een relatief uitzonderlijke maand qua productie (zie ook eigen productie data). Het verondersteld nieuw bijgeplaatste volume in juni kon blijkbaar, volgens de meest recente - voorlopige - productie data van CertiQ, die hoge piek in mei niet bijbenen, gezien de kleine knik omlaag naar een nog steeds respectabele hoeveelheid van 124,9 GWh. Het kan echter ook zo zijn, dat er nog veel volume moet worden bijgeschreven, zowel voor juni, als voor eerdere maanden. Dus dat is afwachten totdat gereviseerde data beschikbaar komen. CertiQ publiceert echter tot nog toe helaas alleen revisies per jaar, niet per maand. In ieder geval is de voorspelling in een vorige analyse, dat juni weer een nieuw record zou kunnen laten zien, (nog) niet gematerialiseerd in de huidig bekende CertiQ cijfers.

De voorlopig nieuwe record - gecertificeerde - zonnestroom productie van 132,1 GWh in mei, is het equivalent van het gemiddelde maandelijkse stroom-verbruik van bijna 545.000 gemiddelde Nederlandse huishoudens (2.910 kWh/HH.jr anno 2016 volgens Open Data van CBS, dat is nog exclusief het op landelijk totaal bezien nog relatief lage eigen verbruik van zonnestroom).

De curve voor de GvO's loopt het eerste halve jaar van 2018 steil omhoog. Interessant wordt, wat de productie aan geboekte Garanties van Oorsprong in "mogelijke record maand" juli zal gaan tonen voor de populatie bij CertiQ geregistreerde PV projecten.

De steeds hogere niveaus van de aangegeven "winter-dips" (blauwe pijltjes) zijn het resultaat van de forse tussentijdse groei van de gecertificeerde PV capaciteit, en de meer-productie van die nieuwe installaties bovenop de output van de al bestaande projecten. Te verwachten valt dat, door de reeds door CertiQ gepubliceerde, als nog te verwachten, aanzienlijke komende capaciteits-toevoegingen in 2018, die "winter dip" in de komende koude periode (winter 2018-2019) alweer flink hoger zal komen te liggen. Let op dat de GvO productie grafiek een maand achter loopt bij die voor de toegevoegde capaciteiten. En ook, dat zeker de recenter gepubliceerde volumes achteraf altijd nog - meestal relatief bescheiden - aangepast kunnen gaan worden. De vorm van de curve kan dan ook nog enigszins gaan wijzigen (in ieder geval: een gladder verloop krijgen). Idealiter, zou die curve ongeveer de vorm moeten krijgen van de prachtige grafiek die Martien Visser van En-Tran-Ce maakte voor de berekende nationale zonnestroom productie (in GWh per dag), op basis van de databank, die ook gebruikt wordt voor de inmiddels aardig bekende energieopwek.nl website. De site waarop in de voorzomer het ene na het ander dagelijkse - berekende - momentane output, en dag productie record werd vermeld.

Uiteraard is het gecertificeerde volume tot nog toe slechts een onderdeel van de totale, onbekende Nederlandse zonnestroom productie. Die inmiddels mogelijk (maximaal) het 3 tot 4-voudige van de productie bekend bij CertiQ zou kunnen omvatten, dus het equivalent van het (elektra) verbruik van zo'n 1,6 tot ruim 2 miljoen Nederlandse huishoudens. Echter, de capaciteit toename van de CertiQ bijschrijvingen groeit al lang, en snel, zoals we dit maandrapport voor de zoveelste maal hebben kunnen vaststellen. Het is te voorzien dat een steeds groter aandeel van de totale fysieke zonnestroom productie in ons land afkomstig zal zijn van die rap groeiende, bij CertiQ bekend wordende populatie van - soms zéér grote - SDE gesubsidieerde PV projecten.


Gecertificeerde PV capaciteit en gecertificeerde zonnestroom productie per jaar volgens (gereviseerde) jaar overzichten CertiQ

In een vorige maand overzicht heb ik ook de eerste resultaten voor het hele kalenderjaar 2017 weergegeven, n.a.v. het eerste verschenen jaar rapport van CertiQ. Die data gaan nog bijgesteld worden. Al zijn die begin augustus 2018 nog steeds niet gepubliceerd. Voor een korte beschouwing van de eerste jaarcijfers, met bijbehorende, tale-telling grafiek, zie de bespreking in het artikel van 15 januari jl.


Landelijke zonnestroom en andere duurzame productie - berekend
Voor het destijds - mogelijk conservatief berekende (!) - nationale zonnestroom dagproductie record op de Energieopwek.nl site van 1 juni 2017 verwijs ik naar de korte bijdrage in de bespreking van een vorig maandrapport. Voor overige "records" in dat portal, zie de analyse van de september 2017 rapportage. De hoogst behaalde, berekende "momentane" (piek) vermogens bij zonnestroom, die in de meeste gevallen zeer kort zullen zijn aangehouden waren per maand dit, en afgelopen jaar als volgt (tabel). In mei - juli volgde het ene record snel op het andere in dat portal. Sommige data kunnen in recentere versies zijn aangepast op basis van nieuwe inzichten en berekenings-methodieken. Check van de laatst bekende historische waardes gedaan op 13 augustus 2018 (alleen wijzigingen voor 2018, vanwege capaciteit aanpassing). Het tot nog toe door Energieopwek.nl geregistreerde, berekende momentane output record midden op de dag is inmiddels gevallen op 2 juli: 2.394 megawatt, zie de Tweet van Polder PV.

Max. output zonnestroom (MW)
Jan.
Feb.
Mrt.
Apr.
Mei
Jun.
Jul.
Aug.
Sep.
Okt.
Nov.
Dec.
2017
608
(22e)
687
(24e)
1.182
(27e)
1.448
(30e)
1.596
(26e)
1.632
(1e)
1.573
(9e)
1.455
(7e)
1.238
(3e)
909
(15e)
647
(6e)
417
(17e)
2018
587
(30e)
1.168
(25e)
1.564
(20e)
1.878
(21e)
2.155
(21e)
2.373
(30e)
2.394*
(2e)
2.248*
(6e)

* Hoogste (bekende) resultaat tot nog toe: 2 juli 2018. * Voorlopig hoogste resultaat voor augustus 2018, vóór publicatie van dit artikel. Januari 2018 was erg somber, zonder extreem zonnige dagen. Vandaar dat het resultaat onder dat van januari 2017 bleef steken, ondanks de tussentijdse groei van de capaciteit. Februari was een prachtige, zonnige, en koude maand. De 25e werd een spectaculair record voor die maand gevestigd, met een tijdelijke maximum output van 1.168 MW aan PV vermogen in Nederland. België piekte, met nog een veel groter basis bestand aan PV capaciteit, zelfs op 2,17 GW op die dag. Sowieso waren er meer mooie zonnige dagen in februari. April kende met name in de derde week prachtig zonnig weer, culminerend in het momentane output record voor die maand, berekend voor de 21e. In mei was het zeer zonnig, met o.a. een prachtige eerste week. De record output werd echter berekend op de 21e, een maximum van - kort durend - 2.155 MW. Juni liet meerdere nieuwe records zien, maar wachtte tot de laatste dag om het puntje op de i te zetten (met 2.373 MW). Dat werd echter verder aangescherpt op de 2e juli, die zeer waarschijnlijk het nieuwe jaar record voor 2018 zal gaan optekenen: 2.394 MW berekende momentane output midden op de dag. De hete en gort-droge juli maand was in zoverre ook "exceptioneel", dat er midden op de dag al op 20 van de 31 dagen een output van meer dan 2 GW aan zonnestroom output werd berekend via het energieopwek.nl portal. Soms zelfs meerdere uren lang.

Voor een uitgebreider intermezzo "stroom productie records" van het energieopwek.nl portal, zie de bespreking bij januari 2018. Het vorige record voor het totaal aan berekende output voor windstroom, zonnestroom, en elektra opwek uit biogas was gevestigd op 2 mei dit jaar. Door een combinatie van met name harde wind en stralend zonnig weer, werd voor die dag kort (berekend) een gezamenlijke output van 5.522 megawatt genoteerd door Energieopwek.nl (Tweet Polder PV). Maar dat is nota bene op de langste dag van 2018, 21 juni, alweer verbroken. Wederom door een combi van stralend weer met veel wind, werd toen een momentane output gehaald van maar liefst 5.990 MW (bijna 6 Gigawatt) door deze drie modaliteiten. Alleen 1 juli kwam daar nog enigszins - onder vergelijkbare omstandigheden - in de buurt, met max. 5.863 MW. Daarna zijn nog geen exceptionele hoge co-producties van wind én PV (én biogas) gelijktijdig opgetreden die zelfs in de buurt van de 5 GW output komen.

Dagelijkse energie productie records voor juli 2018 op het Energieopwek.nl portal **:

  • 1 juli. De berekende zonnestroom opwek (uitsluitend elektra) was het equivalent aan het energie (stroom + warmte + transport !) verbruik van "een stad met 247.270 inwoners"
  • 9 juli was het minimum voor alleen zonnestroom opwek in die maand: equivalent aan "een stad met 116.972 inwoners"
  • Factor verschil 1e / 9e juli zonnestroom opwek: 2,1 maal.
  • 1 juli. Idem, maar dan voor de drie modaliteiten wind + zon + biogas: maximale energie opwek gelijk aan het equivalente energie verbruik van "een stad met 885.175 inwoners".
  • 23 juli. Idem, minimale dagelijkse energie opwek in juli, equivalent aan energie verbruik van "een stad met 328.578 inwoners".
  • Factor verschil 3 opwek modaliteiten 1e / 23e juli: 2,7 maal.

** De borgingscommissie van het Energieakkoord (SER) presenteerde op 31 juli haar meest recente bevindingen van de energieopwek.nl cijfers. Voor zonnestroom als volgt: "De maand juli was een topmaand voor de opwekking van zonnestroom. Er werd bijna 75 procent meer opgewekt dan dezelfde maand vorig jaar. De helft van deze groei kwam door het zonnige weer. De andere helft kwam door extra zonnepanelen". In haar bericht gaf ze ook, o.a., het volgende interessante plaatje met de via de website berekende zonnestroom producties per maand sedert januari 2017. Met - tot nog toe - "top"maanden juli, mei, resp. juni 2018 boven de rest uitstekend (in die volgorde):


^^^
Grafiek uit evaluatie van resultaten energieopwek.nl site door borgingscommissie SER (31 juli 2018):
berekende nationale zonnestroom productie per maand sedert jan. 2017, in petajoule (PJ).
1 PJ = (ongeveer) 278 GWh = 278 miljoen kWh. De door SER genoemde 1,9 PJ voor juli 2018 staat
derhalve gelijk aan plm. 528 GWh (berekende) productie uit de (afgeschatte capaciteit van de)
Nederlandse zonnestroom installaties. Dat is - voor juli - al 59% meer dan de gemiddeld maandelijkse
stroom productie van kernsplijter Borssele (max. plm. 4 TWh/jr, is ongeveer 333 GWh/mnd gemiddeld).

De berekeningen van het Groningse onderzoeks-instituut En-Tran-Ce zijn gebaseerd op o.a. aannames over de opgestelde capaciteit in ons land, zeker wat het opgestelde PV vermogen betreft. Bij windstroom en biogas zijn de cijfers makkelijker en zeer actueel te verkrijgen, het gaat daarbij om relatief geringe aantallen. Zonnestroom capaciteit is een compleet ander verhaal: er zijn enkele honderdduizenden installaties. Zie daarvoor een eerdere analyse, de daar op volgende synthese op basis van nieuwe Klimaatmonitor data voor het jaar 2016, en de meest recent bekende nieuwe cijfers van het CBS (eind 2017 569 duizend installaties, waarvan 516 duizend op woningen). De groei blijft ook op dat vlak fenomenaal. Het is jarenlang nauwelijks mogelijk geweest om daar een accuraat beeld van te krijgen, gezien de langdurig brakke cijfers over zonnestroom. Met het oog op de recente berichtgeving van CBS, inclusief de eerste resultaten van hun nieuwe cijfer methodiek, besproken door Polder PV op 30 mei 2018, lijkt er nu eindelijk ook in dat opzicht een doorbraak te zijn gekomen.

De laatst bekende berekeningen van En-Tran-Ce lieten voor de maanden mei resp. juni 2018 zonnestroom producties zien van ongeveer 0,48 resp. 0,42 TWh, voor heel Nederland (1 TWh = 1.000 GWh = 1 miljard kWh). De 0,48 TWh voor mei zou volgens hun eigen (historische) berekeningen maar liefst 71% hoger hebben gelegen dan het niveau in mei 2017 (0,28 TWh). Het was dan ook een zeer goede maand wat aantal zonuren betreft volgens het KNMI (landelijk 36% meer "zonuren" dan het langjarig gemiddelde). De berekende opbrengst in juni 2018 ligt 40% hoger dan de 0,30 TWh bepaald voor juni 2017. Die voor juli (SER: 1,9 PJ / plm. 0,53 TWh) ligt maar liefst 77% hoger dan de 0,30 TWh berekend voor juli 2017 (waarschijnlijk afrondings-verschil met de door SER genoemde 75%).

De werkelijke producties zullen in 2017 (en wellicht ook in 2018) mogelijk wat hoger hebben gelegen. Recente - lichte - ophoging van de voorlopige cijfers voor het markt volume door CBS, en hun suggestie dat er mogelijk nog meer bij gaat komen in hun definitieve afschattingen, zou er toe kunnen leiden dat er mogelijk in 2017 meer capaciteit stond dan waar En-Tran-Ce nog van uit gaat. Genoemde 0,48 TWh voor mei is nog steeds een factor 3,6 maal de 132,1 GWh aan GvO's die (tot nog toe bekend / gepubliceerd) door CertiQ zijn afgegeven voor de bij hen bekende gecertificeerde PV installaties in deze voorjaars-maand. Voor juni (0,30 TWh nationaal berekende zonnestroom productie) was het - voorlopige - volume GvO's gepubliceerd door CertiQ (juli rapport) 124,9 GWh: een factor 2,4, dus al beduidend minder. De relatieve volumes bekend bij CertiQ nemen in ieder geval gemiddeld genomen verder toe t.o.v. de oudere rapportages. Wat logisch is, want de met SDE subsidies gebouwde grote projecten van tegenwoordig, produceren relatief bezien zeer grote volumes gecertificeerde zonnestroom, en die nemen een steeds groter deel in van de totale nationale productie.

Voor de uitgebreide maand rapportages van En-Tran-Ce, zie de website.

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV), Energieopwek.nl (landelijk berekend voor Energieakkoord), en "Renewable Energy in The Netherlands" maand rapportages (En-Tran-Ce / Energy Transition Centre, Groningen)

Top voor zonne-energie, dip voor wind, totaal hoger (31 juli 2018, website borgings-commissie Energie Akkoord / SER, cijfers voor de maand juli 2018)

Tweet Martien Visser, Hanzehogeschool / En-Tran-Cel, Groningen (3 aug. 2018) "De NL #zonnepanelen produceerden in juli 5,7% van de Nederlandse elektriciteitsvraag. Het maximum was 8,4%, op zondag 1 juli". Met bijbehorende, onge-evenaarde productie grafiek (berekend) per dag, direct uit de omvangrijke database van En-Tran-Ce.


 
^
TOP

3-12 augustus 2018: Polder PV korte fietsvakantie (o.a. bezoek zonneparken NO Nederland).


2 augustus 2018: Record juli maand in de Bilt - opbrengst zonnestroom Polder PV hoog, geen record. Zie ook nagekomen "disclaimers" onderaan het bericht !

De zomer van 2018 zal Nederland nog lang heugen, als er tenminste niet weer zo'n hitte periode volgt in het nieuwe jaar. Verschroeide aarde, leeg staande poldersloten, tropische temperaturen, Nederland de heetste plek in de Europese Unie (26-27 juli), badend in het zweet de nachten doorbrengend, klagende landbouwers, "nationale hitteprotocollen", crisis (waterbeheer) beraad bij Rijkswaterstaat, en wat al dies meer zei. "Het was me het maandje wel", die juli 2018, na al een prachtige mei maand voor de kiezen te hebben gehad, gevolgd door een "redelijk normale" juni (met "normale hoeveelheid zonneschijn" volgens het KNMI). Ons nationale weer instituut kwalificeerde juli 2018 in hun maandbericht als een "Recorddroge juli met buitengewoon veel zon".


^^^
Weinig plekken in Nederland die er aan zijn ontkomen, die bloedhete juli 2018.
"Scorched earth" zag je overal in Nederland. Ook in onze gemeenschappelijke tuin ...

Het hitte record van 38,6 graden (Warnsveld 1944) werd net niet gebroken, maar Arcen (noordelijk Limburg) kwam tijdens de 13 dagen durende nationale hittegolf dicht in de buurt (2 dagen 38,1-38,2 graden C). Wat het aantal zonuren betreft, hees het KNMI de vlag echter alsnog, met de volgende bewoordingen:

"Juli was ook een uitzonderlijk zonnige maand met in De Bilt een totaal aantal zonuren van maar liefst 341 uur, tegen 206 uur normaal. Hiermee verslaat deze julimaand niet alleen het record van zonnigste julimaand, maar is het ook de zonnigste maand ooit. Het record van mei 1989 is gesneuveld."

Wat heeft die maar liefst 66 procent (!) hoger "aantal zonuren" dan gemiddeld (NB, ijkperiode vlg. KNMI: "Normaal = het langjarig gemiddelde over het tijdvak 1981-2010") in de Bilt voor gevolg gehad voor de zonnestroom productie van het antieke, grotendeels al 18 jaar oude PV systeem van Polder PV in het zonrijke westen van het land? Een installatie, die al fors "gedegradeerd" zou moeten zijn, als we de veronderstellingen daarover zouden moeten geloven? Dat blijkt erg mee te vallen. Een productie record werd het - uiteraard - niet voor die extreem hete, voor ons "gevoelige" systeem nadelig uitwerkende maand. Maar hoog in de boom van onze fysiek bemeten productie historie is de output van onze stokoude zonnepanelen beslist terug te vinden.

Bijgewerkte maandelijkse zonnestroom productie grafiek voor ons uit 10 Shell Solar zonnepanelen bestaande PV deel-systeem (aanvankelijk vanaf maart 2000 4x 93 Wp, per oktober 2001, met toevoeging van 6x 108 Wp de 1,02 kWp kern-installatie vormend).

De maandelijkse productie kent altijd een wisselend verloop van jaar tot jaar, met uiteraard in de zomermaanden gemiddeld genomen de hoogste producties, in de wintermaanden veel lagere waarden. De maandgemiddeldes over de compleet gemeten periode zijn weergegeven in de zwarte curve. Sommige jaren, zoals ook 2018, kennen een zéér grillig verloop van de actuele maand producties, die sterk kunnen afwijken van dat langjarige gemiddelde. Ik heb daarover al een paar keer wat gezegd in vorige updates (laatste alhier, waar ook de hittestress problemen van onze installatie worden aangestipt). En met de zonrijke juli van 2018 is die curve voor dit jaar alleen nog maar "gekker" geworden. Na een iets subgemiddelde juni output na een zeer hoge opbrengst in mei, nu weer een forse piek omhoog. In ieder geval - dat was natuurlijk zeker te verwachten - een maand productie record voor het huidige jaar, met een heftige 145,4 kWh voor dit 1,02 kWp systeem (specifieke maandopbrengst: 142,6 kWh/kWp). Maar we zien ook al, dat dit net werd overvleugeld door een andere, voor onze installatie, nóg spectaculairder uitpakkende juli maand. En wel, die van het record jaar 2006 (149,1 kWh, 2,5% hoger, voor een leuke animatie van dat voor Polder PV historische maandrecord, "Moeder aller productierecords", zie hier). Daar zitten uiteraard wel al 12 jaren tussen. Wat betekent dat de prestatie van het huidige, al flink "gedegradeerde" systeem* in geen geval 1 op 1 vergeleken "kan" worden met de installatie zoals die toen op het dak lag. Zelfs al zouden we rekening houden met gemiddeld genomen meer licht in de trendlijn van de instraling van de KNMI weerstations (analyse Polder PV van begin dit jaar).

Polder PV merkte ook in juli weer tijdelijk drop-outs op van sommige van de oude OK4E-100 omvormers, die flink "lijden" onder de hoge omgevings-temperaturen, in combinatie met hoge DC input van de zijde van de vier verdiepingen hoger staande zonnepanelen. Die drop-outs zullen beslist een negatieve invloed hebben gehad op de totale output over de hele maand.

In deze tweede grafiek 2018 met alleen de recentste jaren 2015, 2016 en 2017 ter vergelijking. De curves voor die jaren wijken niet byzonder opvallend af van de langjarig gemiddelde trend (zwarte curve, dit is al inclusief de maandproducties voor 2018, inclusief juli). 2018 echter, kent hele vreemde output afwijkingen t.o.v. de gemiddelde trend, vanwege het grillige weer. Februari en mei waren exceptioneel zonnige maanden, maart en april vielen echter zwaar tegen voor Polder PV. Juli 2018, tot slot, springt er ver bovenuit. En is in dit korte tijdsbestek van vier jaar bezien de allerbeste maand. Met vlag en een mooie wimpel. Een maandproductie (145 kWh) die bijna 18 procent hoger ligt dan het langjarige gemiddelde (123 kWh) in de boeken. Dat mag worden gevierd, met zo'n oude installatie!

Productie deelsystemen

In juli werden door onze deel installaties de volgende hoeveelheden zonnestroom geproduceerd. Tussen haakjes de specifieke opbrengst, terug gerekend naar kWh/kWp ("genormeerde opbrengst").

  • 4x 93 Wp iets W. van Z. 54,132 kWh (145,5 kWh/kWp)
  • 6x 108 Wp iets W. van Z. (2 voorste, 4 achterste rij) 91,270 kWh (140,8 kWh/kWp)
  • 2x 108 Wp pal Z. 31.404 kWh (145,4 kWh/kWp)
  • 2x "50" Wp" (geflasht: 98,3 Wp) Kyocera iets W. van Z. 14,976 kWh (152,3 kWh/kWp)
  • alle 14 zonnepanelen totaal (1,34 kWp) 191,782 kWh (143,1 kWh/kWp)

Zonder meer hoge opbrengsten. Al blijven ze achter bij de resultaten die Anton Boonstra zoals te doen gebruikelijk elke maand voor "zijn" verzameling van data uit het Tweakers.net portal samenstelt. En die hij op 1 augustus weer heeft geopenbaard. Landelijk kwam de - gemiddeld van véél recenter datum stammende - populatie van 811 verschillende (grotendeels residentiële) PV installaties op maar liefst 156,7 kWh/kWp specifieke opbrengst in die maand. Met een spreiding tussen 149 (zuidelijk Limburg) en 167 kWh/kWp (zuidelijk Zuid-Holland). De omgeving van Polder PV, (noordelijk) Zuid Holland (postcode gebied 2000-2999) zat fractioneel gemiddeld iets onder het landelijke gemiddelde (156 kWh/kWp). Derhalve bleef zelfs onze als vanouds "best presterende" OK4 / zonnepaneel combinatie (2 in serie geschakelde Kyocera "50 Wp" panelen) daar nog een - bescheiden - 2,4% onder steken, en het systeem als geheel (14 panelen, 1,34 kWp) zelfs 8,3%. Maar Polder PV blijft content met het resultaat. Alleen onder "minder stressvolle" condities, zoals in record maand februari dit jaar, kan zelfs een oude installatie als de onze, in exceptionele omstandigheden, bovenmatig blijven presteren.

Siderea, al jaren eenzaam op hoogte qua nauwkeurigheid van opbrengst prognoses in ons land, waar u ook uw eigen opbrengsten kunt laten verifiëren op plausibiliteit (en evt. problemen), kwalificeerde juli 2018 zelfs als "een recordmaand met 30% hogere opbrengsten dan normaal". Zo'n maand komt niet vaak voor, maar wie weet: wat niet is, kan nog komen.

Cumulatieve productie eerste 7 maanden

Ook als we naar de totale productie van januari tot en met juli kijken, en we vergelijken die met de productie in dezelfde periode in voorgaande jaren, kunnen we alleen maar tevreden terugblikken. Zoals uit onderstaande bijgewerkte grafiek blijkt.

Tot en met juli produceerde ons kernsysteem (10 panelen, deels al 18 jaar oud) 654 kWh in 2018. Dat is al 3,8% meer dan het langjarige gemiddelde, weergegeven in de oranje kolom en de groene stippellijn (630 kWh). In de vorige update (eerste half jaar 2018) lag de totale opbrengst nog maar krap boven dat langjarige gemiddelde. Met het juli resultaat er bij geteld, komt 2018 tot nog toe, met de eerste zeven maanden van het jaar, op de derde plaats in de productie historie van Polder PV. Record jaar 2003, met een spectaculaire cumulatie van 723 kWh, 14,8% hoger dan gemiddeld, en 2006, met 655 kWh, gingen 2018 nog voor. Maar alle andere jaren was de productie in die eerste 7 maanden dus (veel) lager.

In deze al jaren lang bijgewerkte grafiek met de "elektriciteits-huishouding" van Polder PV (vergroening door eigen zonnestroom opwek en rest inkoop van steeds groenere bronnen) helemaal rechts het netto effect in juli 2018. Hieruit blijkt een flink negatieve stroombalans in juli, met een netto maand overschot van 105 kWh t.o.v. het begin van de maand (enkeltarief Ferrarismeter netkoppeling). T.o.v. begin januari hebben we zelfs al een overschot opgebouwd van 273 kWh t.o.v. onze totale stroom consumptie. Dat gaat in ieder geval in augustus, en misschien nog in september (sterk afhankelijk van het weer), nog verder oplopen, voordat we weer netto "aan de dalende lijn de winter in" zullen beginnen.

Hier spreekt een tevreden, langjarig zonnestroom producent

* Disclaimers / toelichting "degradatie" (nagekomen, via Twitter en per e-mail).

(1) Twitter discussie

Van de heer Fintelman mag ik absoluut niet stellen dat onze PV panelen "zouden zijn gedegradeerd" in - deels - 18 jaar tijd. Ook al wijst alles daar op, mede gezien de literatuur daar over (recent exemplaar degradatie modules in India, 2017, oudere meta studie van het bekende Amerikaanse NREL, 2008). Alle module producenten hebben uiteraard niet voor niets allerlei "vermogens degradatie garanties" in hun papier waren opgenomen, omdat ze weten dat de output van alle panelen in de loop van de tijd achteruit zal gaan. Zelfs bij "hoog-kwalitatieve" zonnepanelen, al is die degradatie daarbij waarschijnlijk milder, en zullen ze langer meegaan, met nog steeds een hoge output t.o.v. hun onder STC condities geflashte "beginwaarde".

Volg een van de Twitter draadjes naar aanleiding van mijn originele post (onschuldige link naar het huidige artikel). Met als tekst daar gepresenteerd: "Zeer hoge, maar net geen record #zonnestroom productie in juli 2018 bij Polder PV. Reden: veroudering na 18 jaar keihard werken voor het baasje ... ". Veroudering, die op het PV systeem als geheel slaat, en de daarmee te verwachten "verminderde prestaties" van die installatie, gereconstrueerd uit de maandelijkse opbrengsten, gemeten aan AC zijde, 25 meter verwijderd van de zonnepanelen zelf, op het dak. Zelfs al is juli 2018 een record maand qua zonneschijnduur voor de Bilt (sedert begin metingen). En weten we dat voor de relevante zoninstraling (Joule per cm²) in Leiden helaas niet met absolute zekerheid, omdat het ongeveer op 3,5 km. afstand liggende oude weerstation Valkenburg (record maand instraling voor juli in 2006, in totaal bezien sedert begin metingen in 1987 echter mei 1989, zie berichtgeving) per mei 2016 is opgeheven. En het ongeveer even ver, doch een stuk meer naar het zuiden liggende nieuwe meetstation Voorschoten pas 22 juli 2014 in bedrijf ging. Wat dus helaas géén meet data heeft voor de voorgaande jaren.

De kritiek van Fintelman zorgde voor een "geanimeerde" discussie op Twitter. De door mij bedoelde "lager dan provinciale gemiddelde maand opbrengst op forum Tweakers" van onze installatie is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van "verouderde" zonnepanelen (common knowledge die ik kennelijk niet op onze specifieke panelen van toepassing mag verklaren), én kabel / contact degradatie (meerdere verbindingen op dak en in huis, lange DC bedrading), én, vooral, regelmatig gesignaleerd, de nodige hittestress gerelateerde problemen bij de omvormers in huis. Af en toe werd de "discussie" gelardeerd met kennelijk niet van toepassing te verklaren grafieken en module testen door Polder PV. Conclusio van de verhitte discussie na maandenlange droogte in het land: Polder PV mag kennelijk beslist NIET stellen dat hij "degradatie gemeten zou hebben" (wat hij niet in die bewoordingen beweert), noch, daar, al dan niet indirect, uitlatingen over doen. Uiteindelijk was de conclusie zelfs, dat Polder PV dus kennelijk #fakenews zou verspreiden. Ik verexcuseer me bij dezen derhalve, zoals gevraagd, bij onze Shell Solar paneeltjes voor de voor hen "harde woorden" (?). Die niet alleen hen betreffen, maar het hele PV systeem. Ik heb het immers in generieke termen over systeem output gehad. Eigenlijk heb ik geen idee waarom die excuses nodig zouden zijn. Misschien kunnen die panelen het me ooit gaan "vertellen".

Verder mag er in Nederland dagelijks ongegeneerd, en on-bekritiseerd, door tallozen (professionals included) lulkoek of, laten we het neutraler houden, onzin, over zonnestroom worden verspreid. Waar Polder PV zeer regelmatig op wijst, vaak ondersteund door hard bewijs materiaal. Maar Polder PV's woorden moeten vanaf nu kennelijk elke dag op gouden schaaltjes worden gewogen. In een onschuldig medium als Twitter mogen kennelijk alleen - ook door leken of amateurs - "wetenschappelijk onderbouwde" (??) claims worden gemaakt. En anders zou je op dat medium moeten zwijgen (?). Zo lijkt de intentie.

Nader "onderzoekje" (disclaimer: this is not science ...)

De "discussie" wordt bemoeilijkt door de huidig bekende instralingsdata voor Voorschoten en De Bilt. Verkrijgbaar via deze KNMI pagina. Er ontbreekt namelijk een dag instralingsdata voor Voorschoten in juli 2018, de 20e. Ik heb met omwegen geprobeerd te berekenen wat het totaal zou kunnen zijn. In juli 2017 was de instraling in Voorschoten 113,5% t.o.v. die in De Bilt (vrij logisch, het is een kust station, De Bilt ligt in het gemiddeld genomen instralings-armere binnenland). In juli 2018 exclusief 20 juli lag dat verschil een stuk lager, 102,8%. Als we dat voor 30 van de 31 dagen juli 2018 geldende gemiddelde op de 20e van toepassing verklaren, en we reconstrueren aldus het mogelijke maand totaal voor de hele maand (totdat De Bilt mogelijk alsnog met data voor de 20e juli komt), komen we op een ratio instraling van 102,6% Voorschoten t.o.v. De Bilt in juli 2018. Bijna 3% meer instraling, dus. Het uiteindelijke resultaat zal, bij invulling van die ene missende dag in de records, beslist niet veel daarvan afwijken. In ieder geval: duidelijk positief blijven t.o.v. De Bilt.

Onze record juli productie hadden we, zoals al in het hoofd artikel gemeld, in juli 2006. Toen had, wederom gehaald uit de historische KNMI data, het nabijgelegen weerstation Valkenburg 107,7% meer instraling dan De Bilt, fors hoger, dus. De instraling in De Bilt was in juli 2018 t.o.v. die in juli 2006 111,7%, dus ook op het vlak van fysieke instraling lijkt dat een record maand te zijn geweest (net als bij het record gemelde aantal zonneuren door het KNMI). Als (kust station) Valkenburg in juli 2006 fors meer instraling had dan De Bilt, en De Bilt in juli 2018 fors meer instraling dan in 2006, kunnen we er voorlopig veilig van uitgaan (dit is uiteraard geen "wetenschappelijk bewijs"), dat in het nabij gelegen kust station Voorschoten in juli 2018 er ook beslist een fors hogere instraling moet zijn geweest dan in Valkenburg in 2006. In de overlap periode van de metingen bij het KNMI (exact: 16 juli 2014 tm. 2 mei 2016), had Valkenburg gemiddeld genomen 5,4% meer instraling dan De Bilt. Voorschoten iets minder, 3,8% (Valkenburg had in de overlap periode 1,6% meer instraling dan gemeten in Voorschoten). Beide kuststations hadden in ieder geval duidelijk meer instraling dan "inland" station De Bilt, wat gezien de duidelijke west-oost instralingsgradiënt in ons land logisch is.

Ondanks dit alles hebben we momenteel qua output van ons zonnestroom systeem (dicht bij Voorschoten én bij Valkenburg gelegen) iets minder opwek vastgesteld in juli 2018, dan in juli 2006. Met beslist fors meer instraling. Uit dit alles concludeer ik nog steeds: de prestaties van ons systeem zijn achteruit gegaan, want met meer zonlicht, hadden we zonder "degradatie" (veroudering / etc.) van het systeem (niet alleen van de zonnepanelen), beslist een hogere productie moeten meten dan in juli 2006.

Natuurlijk, dit alles is géén wetenschappelijk verantwoorde, peer-reviewed publicatie. Maar ik ga er van uit dat er niet van mij verwacht kan worden dat ik als langjarig "self-made zonnestroom amateur" zonder specifieke opleiding in die richting "wetenschappelijk onderbouwde" uitspraken zal (kunnen dan wel mogen) doen. Zeker niet op een social medium als Twitter. M.a.w., het stempel "fake news" wat de heer Fintelman Polder PV wil opdringen, is geheel en al voor zijn rekening. U mag zelf oordelen of die typering raak was, of slechts een niet ter zake doende oprisping in komkommertijd.


(2) Reactie Siderea op stellingname(s)

Per e-mail kreeg ik tijdens een week afwezigheid (5 aug. 2018) nog een andere reactie op het "fenomeen degradatie", en stellingnames alhier (en op Twitter) gebezigd. Ik mocht deze na ruggespraak hier onder weergeven van Rob de Bree van de op de Polder PV website al meermalen aangehaalde monitoring website Siderea.nl. Waar de maand producties van de oudste vier Polder PV panelen al jaren worden gecross-checkt met de prognoses van Siderea's unieke (en door Univ. Utrecht als zeer betrouwbaar bevonden) instralings-model:

"Kanttekeningen bij PPV disclaimer/toelichting degradatie van 2 aug 2018.

Volgens PPV heeft het 4x93 Wp systeem in juli 2006 53,372 kWh geproduceerd (op dat moment een record).
In juli 2018 werd, volgens PPV, met hetzelfde systeem 54,132 kWh geproduceerd (een nieuw record dus).

Volgens de Siderea PV Simulator lag de verwachte opbrengst over juli 2018 4% hoger dan over juli 2006.
Jouw metingen geven 1,4% meeropbrengst. Een verschil dus van 2,6% over een periode van 12 jaar.

Rekening houdend met onzekerheden in berekening Siderea, meetfouten, uitval omvormers, afstand tot meetstations, enz. kun je op basis van deze gegevens niet met 100% zekerheid concluderen dat er sprake is van degradatie".


Aldus Rob de Bree van Siderea.nl. Ik zal voortaan "iets voorzichtiger" over het fenomeen "degradatie" (van zonnepanelen) communiceren, met verwijzing naar onderhavige info-box. Al heb ik nooit beweerd dat ik "degradatie gemeten" zou hebben (PPV).

Zie ook:

Landelijke opbrengst berekening PV juli 2018 (Siderea.nl: bij goede, niet reeds "fors gedegradeerde, zwaar verouderde" PV installaties zoals die van Polder PV, specifieke opbrengsten in die maand mogelijk van 157-163 kWh/kWp bij optimale plaatsing / oriëntatie, en nog steeds een byzonder hoge mogelijke opbrengst van 154-160 kWh/kWp voor "gemiddelde oriëntatie" van de betreffende installaties)

Maandopbrengsten per postcodegebied (maandelijkse overzichten van specifieke opbrengsten, samengesteld door Anton Boonstra op Tweakers forum)

Eerste half jaar 2018 zeer gunstig voor bezitters zonnepanelen (nieuwsbericht Essent, 11 juli 2018)

Bericht Energeia (paywall, 1 aug. 2018; Eneco heeft in België ook zeer hoge zoninstraling gemeten, 20-30% meer dan normaal)

Goede zomer voor zonnepanelen, maar staar je niet blind op cijfers KNMI. Het ene zonne-uur is het andere niet. (Univ. Utrecht, 2 aug. 2018). Wilfried van Sark van Universiteit Utrecht doet nog eens uit de doeken waarom het begrip "zonneschijnduur" niet mag worden verward met "ingestraalde hoeveelheid energie". Een fenomeen wat door Polder PV begin dit jaar al (voor de tweede maal) grafisch werd belicht in zijn analyse van de nationale instralings-data van hetzelfde instituut.


1 augustus 2018: CBS zonnestroom data gereviseerd (2) - marktsegmentatie. In het reeds uitgebreid besproken recente CBS rapport over de eerste resultaten van het compleet nieuwe onderzoek naar (betere) cijfers voor de zonnestroom evolutie in Nederland ditmaal een belangrijk deelaspect. De segmentatie van de door CBS gevonden opgestelde volumes over verschillende sectoren. In de huidige bijdrage wordt ingegaan op (a) correctie marktsegmentatie 2016; (b) ontwikkelingen aantallen, capaciteit, en systeemgemiddeld vermogen bij bedrijfsleven en huishoudens; (c) detail ontwikkelingen in de evolutie van capaciteiten bij verschillende bedrijfs-sectoren. De analyse wordt besloten met een disclaimer.

Hierbij in eerste instantie de oude en de nieuwe resultaten, voor het kalenderjaar 2016.


^^^
KLIK
op plaatje voor vergroting in nieuw venster

In de linker grafiek ziet u de oude stand van zaken, zoals door Polder PV gereconstrueerd uit de door CBS gegeven markt segmentaties per jaar, sedert 2011. Uitgebreid besproken in de analyse van 4 januari 2018, zie aldaar voor inhoudelijk commentaar.

In de rechter grafiek de nieuwe segmentatie die het CBS heeft gereconstrueerd voor 2016 op basis van de compleet nieuwe systematiek van hun cijfer analyses. De schaal is identiek gehouden aan die voor de linker grafiek, zodat de rechter kolom met de "oude cijfers" een op een is te vergelijken met deze nieuwe data. Er vallen hier een paar zaken op.

Ten eerste: er zijn in deze opzet 2 nieuwe "marktsegmenten" toegevoegd door het CBS, die nog niet waren te zien in de oude cijfers. Te weten "Waterbedrijven en afvalbeheer", SBI* code E (in grafiek legenda afgekort tot "Waterbedrijven / AVB", die 9 MWp opgesteld PV vermogen zouden bevatten. En "Delfstoffenwinning" (SBI code: B), die echter het volume "0 MWp" kreeg toebedeeld in 2016. Ik heb deze twee nieuwe categorieën toegevoegd in het rechter diagram. Benamingen van de overige categorieën zijn soms ook iets gewijzigd, ook al zijn deze in de rechter grafiek overgenomen van het linker exemplaar. Bijvoorbeeld, "Energiebedrijven" is in de CBS studie geworden "Energievoorziening", "Diensten" werd "Dienstensector (en onbekend)", en "Huishoudens" is "Woningen" geworden.

* SBI = Standaard Bedrijfsindeling (2008), zie link

Ten tweede: de totale capaciteit is, zoals al besproken in het vorige artikel, flink toegenomen. Van 2.049 naar 2.135 MWp (toename: 4,2%). Dat is beslist fors, maar het CBS doet dat min of meer (voor het geheel aan nieuwe cijfers) af met "De nieuwe methode geeft andere cijfers, al komt het beeld op hoofdlijnen wel overeen", in haar rapportage.

Ten derde: de volumes van de deelmarkt segmenten zijn voor 2016 ook gewijzigd. En wel als volgt, van onder naar boven in de kolommen (meest significante aandeel > minst belangrijke contribuant):

  • Huishoudens 1.340 > 1.261 MWp (-5,9%). Aandelen op totaal volumes 65,4% > 59,1%
  • Diensten 285 > 384 MWp (+34,7%). Aandelen op totaal volumes 13,9% > 18,0%
  • Landbouw (, bosbouw & visserij) 256 > 307 MWp (+19,9%). Aandelen op totaal volumes 12,5% > 14,4%
  • Energiebedrijven (sensu lato !) 99 > 88 MWp (-11,1%). Aandelen op totaal volumes 4,8% > 4,1%
  • Industrie 41 > 58 MWp (+41,5%). Aandelen op totaal volumes 2,0% > 2,7%
  • Bouw (-nijverheid) 28 > 27 MWp (-3,6%). Aandelen op totaal volumes 1,4% > 1,3%
  • Water- en afvalbedrijven 0 > 9 MWp (NIEUW). Aandelen op totaal volumes 0% > 0,4%
  • Delfstoffenwinning 0 > 0 MWp (NIEUW). Aandelen op totaal volumes blijvend 0%.

Opvallend in bovenstaande is dat het aandeel huishoudens met de nieuwe rekenmethodiek van het CBS al is afgenomen in 2016, tot minder dan 60% van het totaal geaccumuleerde volume. Dit zal beslist nog veel minder gaan worden, gezien de enorme ontwikkelingen in de (SDE subsidie gestuurde) projecten markt, die al in 2017 "full-swing" is gegaan (zie verdere segmentatie hier onder).

Ook de verschuiving in de diensten sector is opmerkelijk te noemen, bijna 35% volume extra. Of dit alleen ligt aan het feit dat er in de nieuwe opzet "en onbekend" bij staat, en dus waarschijnlijk ook bedrijven en instellingen betreft die niet aan een van de andere sectoren konden worden toegewezen, is niet duidelijk. Maar deels wel waarschijnlijk. De verschuiving bij landbouw is ook significant, bijna 20% extra volume werd aan deze sector "toegewezen" door CBS in de nieuwe opzet. Daarmee heeft het haar positie in 2016 verder versterkt als derde belangrijkste deelsegment in de Nederlandse markt.

Energiebedrijven verloren, verrassend, ondanks de nieuwe "ruime" omschrijving van deze sector door het CBS (als "Energievoorziening") de nodige ruimte. Er ging ruim 11% aan volume "verloren" aan andere typen bedrijven. Dit kan deels liggen aan het feit dat er ook in 2016 al de nodige lease activiteit van specifieke bedrijven was, waarbij "vreemde daken" gehuurd worden bij andere bedrijven, en bijvoorbeeld er een deal wordt gemaakt voor goedkope groene stroom "van eigen dak". Het CBS stelt dat uit vergelijkingen met de CertiQ database blijkt dat "soms" andere bedrijven ("veelal een energiebedrijf") eigenaar zijn van de PV installatie(s), dan het bedrijf waar de generator zich daadwerkelijk op bevindt. CBS stelt daarbij: "Het definitieverschil leidt voor energiebedrijven tot een verschil in aandeel van 2 procentpunt. Dit is dermate klein dat we dit verschil vooralsnog negeren en alleen uitgaan van de hoofdactiviteit op de betreffende locatie".

Ook mag nog de forse toevoeging van maar liefst bijna 42% in de sector Industrie worden genoemd. Maar het aandeel van die vooralsnog kleine sector was in 2016 nog maar 2,7% (nieuwe cijfers). Dus zelfs een forse relatieve volume wijziging maakt op het geheel weinig impact.

Kennelijk heeft CBS in haar nieuwe analyse het noemen van de twee nieuw toegevoegde sectoren (water / afval bedrijven resp. delfstoffenwinning) relevant gevonden voor het "vergelijkings-jaar" 2016. Alleen eerstgenoemde heeft een bescheiden deel van 9 MWp toebedeeld gekregen in deze nieuwe opzet, de tweede nog niets. Althans, dat is niet helemaal waar, want een (naar beneden) afgerond cijfer. Zie de verdere segmentatie in de evolutie grafiek hier onder.

Tot slot mag, met de keuze van CBS om op de nieuwe cijfer systematiek over te stappen, en met het voorbehoud dat er beslist nog de nodige onnauwkeurigheden in detail kwesties zullen zitten (uitgebreid besproken door CBS in hun rapport), het rechter deel van genoemde grafiek als "de nieuwe status quo" voor de marktsegmentatie voor het jaar 2016 dienen. Zie ook de verdere uitsplitsing in de volgende grafiek. Inclusief voorlopige cijfers voor kalenderjaar 2017.


Uitsplitsing naar sector bij huishoudens en bedrijven op landelijk niveau - historische evolutie

(1) Bedrijven versus huishoudens

Ten eerste is door CBS een splitsing opgegeven in de evoluties van de berekende nieuwe zonnestroom capaciteiten tussen bedrijven en woningen (huishoudens). Ik heb de resultaten, door het CBS in tabelvorm gepresenteerd, in een drietal grafieken voor u weergegeven, want die geven een zeer belangrijk, en interessant beeld weer van de evolutie in die twee grote marktsegmenten weer. De derde grafiek geeft een voor mij zeer belangrijke extra indicator weer, berekend uit de CBS data: de ontwikkeling van de gemiddelde systeemgrootte in de loop der tijd.

In de eerste grafiek de aantallen PV installaties in de nieuwste cijfers van het CBS. Zoals te doen gebruikelijk worden die in absolute zin gedomineerd door residentiële installaties, PV daken bij particuliere huishoudens (woningen). Van het totale aantal, eind 2017 in de voorlopige cijfers van CBS 569.000 PV installaties, nemen de huishoudens met 516.000 systemen met de vinger in de neus "the lead". Met een aandeel van 91% op het totaal. Toch heeft ook het bedrijfsleven niet stilgezeten: eind 2017 zouden er al zo'n 53.000 projecten ("installaties") daar zijn gerealiseerd. Nota bene: het gaat daarbij ook om erg veel kleine projecten. Maar het aantal grote installaties neemt rap toe. Zoals de tweede grafiek laat zien, met de totale capaciteit van de installaties.

Overigens is het aandeel van bedrijven bij de aantallen zelfs wat gedaald. In 2012 lag dat volume op 11,3% van het totaal, in 2017 is het nog maar 9,3%. Verder is ook te zien, dat er zelfs, ondanks reuring over de aankomende wijzigingen in de salderingsregeling voor kleinverbruik aansluitingen, een lichte toename is geweest in de trend in 2017 (voorlopige cijfers). Mogelijk heeft dat deels ook te maken met zeer fors toegenomen activiteit met plaatsingen van duizenden PV installaties in de huursector.

De 516.000 residentiële systemen waar het CBS nu mee komt, ligt iets lager dan mijn eerste afschatting van 534.000 stuks in de grafiek in het hierboven gelinkte artikel over het afscheid van salderen, van 18 juni jl. (zie kader "Intermezzo"). Aan de andere kant was mijn, o.a. op basis van (onvolledige) Klimaatmonitor data gereconstrueerde, tongue-in-cheek schatting, dus slechts ruim 3% hoger dan het huidige CBS cijfer voor dat jaar. Bovendien ligt het nieuwe "officiële" volume nog steeds dik 12% boven de oorspronkelijke inschatting van 460.000 "salderende huishoudens" van destijds nog Ministerie van Economische Zaken voor dat jaar.

Zoals te doen gebruikelijk liggen de kaarten heel anders, als we de evolutie van de geaccumuleerde capaciteit (in MWp) bekijken, zoals in deze tweede deel-grafiek. Hierin is veel meer "balans" tussen de residentiële markt, en het bedrijfsleven te zien. Uiteraard het gevolg van de veel grotere installaties bij bedrijven, én een forse versnelling in de implementatie ervan (zie ook systeemgemiddelde, derde grafiek). Het bedrijfsleven begint zelfs weer langzaam aan in te lopen op de evolutie bij de woning sector, na de tijdelijke "boom-jaren" 2012-2013 in de residentiële sector (Lenteakkoord subsidie effect).

Residentieel groeide van 182 MWp (2012) naar, voorlopig, 1.652 MWp, in 2017. Wat een "Compound annual growth rate" (CAGR) oplevert van gemiddeld 55% per jaar. Het aandeel in de totale capaciteit volumes nam gemiddeld genomen af van ruim 63% (2012) tot bijna 58% (2017), met een kort maximum van 66-67% in 2013-2014 (een gevolg van de "Lenteakkoord aanschaf subsidies" voor particulieren).

PV capaciteit op/bij bedrijven groeide in dezelfde periode van 105 MWp (2012) naar, voorlopig, 1.221 MWp (2017). Hiervan is de CAGR hoger dan bij de residentiële markt ontwikkeling: ruim 63% gemiddeld per jaar! Het relatieve aandeel van de capaciteit nam toe van bijna 37% (2012) naar bijna 43% in 2017. En dit, terwijl het relatieve aandeel bij de aantallen installaties juist is afgenomen (vorige grafiek bespreking). Een zoveelste teken aan de wand, door mij al meermalen in besprekingen van CertiQ rapporten gesignaleerd, dat het met de aantallen projecten bij het bedrijfsleven wel "losloopt". Maar dat die per stuk wel steeds groter worden, en een steeds hogere impact op het totaal gaan krijgen bij de evolutie van de belangrijke parameter capaciteit (opgesteld vermogen).

Nog steeds is residentieel het grootste hoofd-marktsegment. De verhouding residentieel / bedrijfsleven ligt in 2017 op een factor 1,4 staat tot 1. Maar die verhouding zal beslist gaan wijzigen, in het "nadeel" van de residentiële sector.

Wat het totaal betreft (zwarte curve): Deze nam toe van 287 MWp in 2012, naar 2.873 MWp in 2017 (voorlopig cijfer). Een CAGR opleverend van gemiddeld bijna 59% per jaar. Een spectaculair hoog groei percentage, over een periode van 6 jaar gemeten. En het eind is nog lang niet in zicht, "politieke ingrepen in Den Haag" daargelaten.

De laatste grafiek in deze sub-paragraaf laat een voor mij zeer wezenlijke markt factor zien: de evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit in kWp, voor beide marktsegmenten, en voor het totaal. Ik laat al jaren een vergelijkbare ontwikkeling zien bij de evolutie van de bij CertiQ geregistreerde (vrijwel uitsluitend SDE gesubsidieerde) PV projecten. Waaruit kristalhelder de voortdurende schaalvergroting in de projecten markt zichtbaar wordt (zie laatste exemplaar in de juni 2018 rapport bespreking).

De residentiële sector heeft een licht gemiddelde systeemgrootte verhoging laten zien in 2013, maar daarna is er nauwelijk meer "beweging" in gekomen. Deze evolueerde van 2,56 kWp in 2012 naar 3,09 kWp in 2014. En steeg slechts marginaal naar 3,2 kWp in 2017 (25% hoger dan in 2012). Dat heeft alles te maken met de beperkte dakruimte van een gemiddeld genomen "vrij klein" rijtjeshuis in ons land. De vele dakkapellen, ventilatiekokers, en de nog resterende miljoenen (?) schaduwen werpende oude schoorstenen, maken dat er in 2017 slechts een maximum van zo'n 12 panelen van gemiddeld 270 Wp op zo'n "gemiddeld dak" konden worden geplaatst. En de capaciteit van het systeem kan dan alleen nog maar vergroot worden door betere, efficiëntere panelen te kopen. Anno 2018 zijn 280 Wp modules en hoger al gangbaar, er zijn al vaak prijswaardige panelen met vermogens boven de 300 Wp per stuk te koop. Ergo: de groei van het gemiddelde residentiële systeem vermogen zal vooral door die voortgaande module efficiëntie verbetering worden gestuurd. Of je moet "kunstgrepen" gaan toepassen, zoals extra panelen op het vaak beschaduwde schuurdak erbij e.d. Maar dat is niet zeer zinvol, omdat je met 3,2 kWp, en een in veel gevallen volstrekt haalbare 900 kWh/kWp.jaar specifieke opbrengst al op een (nu nog) saldeerbare jaar productie van 2.880 kWh komt. Dat ligt al dicht bij het gemiddelde stroomverbruik (exclusief eigen verbruik van zonnestroom in heel Nederland) van 2.910 kWh per huishouden per jaar, in 2016 (PPV analyse hier).

Uiteraard hangt het sterk af van én het woningtype (zie grafiek in artikel hierboven gelinkt), én, in hoge mate, van het verbruiks-gedrag van het betreffende huishouden, hoe opwek en verbruik zich tot elkaar verhouden. Maar gezien de al behaalde gemiddelde jaarverbruiks-cijfers, is het onwaarschijnlijk dat in het systeemgemiddelde vermogen in de residentiële sector structureel iets gaat veranderen de komende jaren. Verwachting dus, voor residentieel: min of meer flat-line vanaf 2018, of: marginaal stijgend.

Compleet anders is de situatie bij bedrijven. Zoals veelvuldig door Polder PV gesignaleerd, gaat de schaalvergroting daar al jaren in de versnelling. In de grafiek zichtbaar gemaakt als een toename van de systeemgemiddelde capaciteit, van 11,7 kWp in 2012, tot 12,9 kWp in 2014. Daarna "ging het gas er op", vooral vanwege de toen sterk groeiende implementatie van duizenden SDE "+" gesubsidieerde PV projecten. In drie jaar tijd is de systeemgemiddelde capaciteit van alle PV projecten op bedrijven toegenomen naar maar liefst 23 kWp. Bijna het dubbele volume van dat in 2012 (97% hoger). Hier zal voorlopig geen eind aan komen, er staat gigantisch veel PV volume in de pijplijn voor bedrijven met een grootverbruik aansluiting (SDE tabel in artikel van 12 juli jl.), en een aanzienlijk deel daarvan zal gegarandeerd worden gerealiseerd. De verwachting is dus dat die sterk gestegen evolutie lijn flink zal doorzetten. En dat het verschil in gemiddelde systeem capaciteit tussen bedrijven en huishoudens (2017: factor 7,2 maal) fors zal toenemen.

De curve voor alle systemen bij elkaar (zwart) ligt vlak boven die voor de huishoudens. Wat logisch is, de honderdduizenden installaties in die deel-sector zetten een belangrijk stempel op het systeemgemiddelde van de complete populatie. Maar er is al een duidelijke vergroting van het "gat" tussen de twee curves waar te nemen in de loop van de tijd. Een duidelijk extra signaal, dat de evolutie bij het bedrijfsleven begint door te werken in het systeemgemiddelde van alle installaties. Die lag in 2012 nog op 3,6 kWp per installatie. In 2017 is dit al gegroeid naar 5 kWp, 39% hoger (bij residentieel was het 25%, bij bedrijven 97%, zie boven).


(2) Segmentatie PV volumes in de bedrijfs-sector

Het CBS heeft in haar zeer uitgebreide rapportage ook van de in de eerste sub-paragraaf weergegeven data een fijnere verdeling gemaakt voor alleen de bedrijfs-sector. En daarbij evolutie cijfers laten zien voor in totaal maar liefst 21 hoofd categorieën uit de door hen al langer gevoerde SBI index indeling (hoofdletters van het alfabet, A-U, en X voor niet in andere categorieën "plaatsbare" bedrijfs-installaties), en toegevoegd een categorie "onbekend". Deze SBI indeling heeft Polder PV zelf al voor het eerst toegepast op zijn eigen grote PV projecten overzicht met status datum 28 februari dit jaar (analyse), en zal die verder gebruiken bij nieuwe updates van dat overzicht. Deze nieuwe cijfers zijn door het CBS verstrekt voor de kalenderjaren 2012 tot en met 2017, waarbij laatstgenoemd jaar nog wel de nodige wijzigingen mag verwachten. Samengevat in onderstaande tabel met uitleg van de gebruikte lettercodes (SBI indeling, zie overheidscijfers.nl website), en de daar op volgende detail grafiek geconstrueerd door Polder PV.

Zoals ook al eerder door Polder PV opgemerkt m.b.t. zijn eigen overzicht (landbouw: 27% van totaal volume opgenomen projecten claimend), is categorie A, Landbouw (über-)dominant in de nieuwe cijfers van het CBS voor het bedrijfsleven. Deze categorie begon al hoog, in 2012, op 40% van het totale volume, en heeft een hoog aandeel behouden. Al is het vanwege de opkomst van andere deelsectoren wat terug gevallen naar 31% in 2017 (voorlopig cijfer). De absolute volumes zijn ongekend voor deze bedrijfs-sector, volgens de cijfer methode van het CBS: de landbouw sector groeide qua zonnestroom capaciteit van 42 MWp in 2012, tot zelfs al 376 MWp in 2017. Geen enkele andere deel-sector kan daar aan tippen, maar de kenners wisten dit al jaren. Bovenstaande evolutie vertaalt zich in een gemiddeld groeipercentage (CAGR) van 55% per jaar, bij een reeds hoog start volume. Een hoog percentage. Polder PV's jarenlang opgebouwde projecten sheet is "vergeven" van de grote PV projecten op boerderijen, en dat zal voorlopig, wat geaccumuleerde capaciteit betreft, door geen enkele andere sector worden ge-evenaard. Behalve, waarschijnlijk, 1 zeer geduchte concurrent, de grondgebonden zonneparken.

We zien namelijk aan de sector Energiebedrijven, in nieuwe terminologie van het CBS "Energievoorziening", SBI code D, al dat daar een unieke, door geen enkele andere sector ge-evenaarde (noch binnen afzienbare tijd te evenaren) versnelling heeft plaatsgevonden, sedert 2016. Dit correspondeert zeer goed met het verloop van daadwerkelijke realisaties van grondgebonden zonneparken, zoals eerder al getoond door Polder PV (eerste grafiek in sectie zonneparken van het meest recente projecten overzicht). Energiebedrijven en alle gelieerde ondernemingen, als leasende bedrijven die rooftop PV projecten op vreemde daken exploiteren, leveren uiteraard steeds vaker - en steeds grotere - dak projecten op. Maar tegen een paar zeer grote zonneparken is geen kruid gewassen: het volume in deze deel-sector is in zeer korte tijd ge-explodeerd, en overvleugelt de reeds verworven, en nog verder uitgebouwde capaciteit bij de rooftops in hoge mate. Zie ook grafiek schaalvergroting in mijn meest recente projecten overzicht. CBS maakt echter geen onderscheid tussen rooftop en zonneparken in de energie sector, en gooit alles bij elkaar.

Dit alles leidt in de betreffende curve tot een groei van 7 (2012) naar 147 MWp in 2017 (voorlopig cijfer), met de al gesignaleerde versnelling in 2016-2017 als drijvende kracht. Deze sector heeft, samen met sector R (Cultuur, sport en recreatie), het hoogste groeipercentage bij de CAGR berekening voor de periode 2012-2017: gemiddeld 86% per jaar!

Het kan overigens best zijn dat het cijfer voor 2017 nog flink moet worden opgewaardeerd. Polder PV heeft in zijn huidige projecten sheet 137 MWp aan alleen al grondgebonden zonneparken staan als opgeleverd tot en met 2017. Daar moeten alle rooftop projecten die door CBS toegewezen worden aan "Energievoorziening" nog bij. Ik verwacht daarom dat er mogelijk reeds in 2017 opgeleverde zonnepark capaciteit nog niet in de huidige CBS cijfers zit.

Als de trend zo doorzet, en het tempo van daadwerkelijke bouw van grote zonneparken (5 - 50 MWp en nog veel hoger) blijft aanhouden, wat gezien de reeds grote portfolio met SDE ("+") beschikkingen, én de continue berichtgeving over progressie en opleveringen vanzelfsprekend is, zal de sector "Energievoorziening" zelfs binnen niet al te lange tijd een machtsgreep kunnen doen naar de positie van grootste impact makende deelsector in ons land. Daarbij langjarig kampioen PV op landbouwbedrijven (rooftops) naar de tweede plaats verwijzend, zeker als het tempo van de uitbouw daar zou gaan verslappen. Gezien de enorme schaalvergroting die al lang gaande is, is mijn verwachting dat dit beslist gaat gebeuren. Het is overal ter wereld geschied. Nederland zal daarop geen uitzondering zijn. Wat u daar ook van zou vinden.

Door de enorme versnelling van de voorgaande sector, is de voorheen nog 2e deelsector (2016), Handel (SBI code G) al met de nog voorlopig cijfers in 2017 net aan ingehaald. Het is de derde sector geworden. Beslist met respectabele volumes, gegroeid van 9 MWp (2012) naar 142 MWp (2017). Een CAGR van gemiddeld 73% per jaar, zonder meer een bloemetje waard.

Verder is nog noemenswaard de sector Industrie (SBI: C), die van 5 naar 82 MWp groeide in dezelfde periode (CAGR: 78%/jaar). Deze wordt gevolgd door een forse categorie "Onbekend" waar CBS nog geen toewijzing voor heeft kunnen maken (en die buiten de SBI codes valt). Wat in 2017 een fors volume van bijna 60 MWp vertegenwoordigt. 5% van het totale volume tot nog toe opgetekend door CBS.

Onderaan volgt een grote groep deelsectoren die dicht bij elkaar liggen wat geaccumuleerde volumes betreft. Er zijn er een paar bij die de laatste jaren een versnelling laten zien, zoals "Openbaar bestuur en overheidsdiensten" (SBI: O), die vooral door forse activiteit bij talloze gemeentes wordt gestuwd (PV op gemeente gebouwen, vaak met SDE, maar ook al meermalen, al zijn ze vaak bescheiden van omvang, in combinatie met een postcoderoos project). Verder een versnelling in de categorie "Vervoer en opslag" (SBI: H), waar bijvoorbeeld populair wordende (grote) daken op distributiecentra, koel loodsen e.d. onder vallen. En de categorie "Verhuur en handel van onroerend goed" (SBI: L), waar, neem ik aan, de vele projecten op huurcorporatie appartementen complexen en de talloze eengezins-woningen-met-zonnepanelen projecten onder vallen. En talloze andere private initiatieven om - meestal platte - daken van nieuw vastgoed mee te vergroenen.

Er zijn 2 categorieën zonder capaciteit. Het eerder ter sprake komende "Delfstoffenwinning" (SBI: B) blijkt in 2017 een bescheiden volume van 2 MWp te hebben verworven. Maar categorieën "Huishoudens als werkgever" (SBI: T) en "Extraterritoriale organisaties" (SBI: U) hebben nog niets. Uiteraard valt eerstgenoemde eigenlijk (?) onder "huishoudens algemeen", wat nu nog de grootste deelmarkt in ons land is, zie daarvoor de eerste grafieken in deze paragraaf!

In deze "100 procents-grafiek" van de verdeling van de capaciteiten bij bedrijven in 2017 volgens de SBI indeling van onder naar boven in afnemende volgorde de meest belangrijke contribuanten. De drie grootste sectoren, landbouw (A), energievoorziening (D) en handel (G), zijn tezamen goed voor ruim 665 MWp van het totaal (1.221 MWp). Dat is maar liefst (afgerond) 55% van het totaal. In de andere sectoren vinden we veel kleinere volumes terug (zie ook bespreking bij de vorige grafiek).


Disclaimer

Indeling in categorieën volgens de SBI codering blijkt volgens paragraaf 3.5 in het CBS rapport een nogal complexe operatie. Er zijn door koppeling van allerlei data bestanden wel de nodige correcties doorgevoerd, maar niet alle correcties zullen dekkend zijn, en alsnog fouten of mis-interpretaties opleveren. Er zijn immers de nodige complexe eigenaars- en gebruikers- verhoudingen ontstaan in relatie tot PV installaties. CBS stipt diverse probleem velden aan, en de oplossingsrichting die zij hebben gezocht om zo veel mogelijk goed te kunnen toekennen. Alleen al indeling in "bedrijven" versus "woningen" is een ingewikkeld proces, omdat die twee categorieën elkaar niet hard uitsluiten. Denk bijvoorbeeld aan thuis werkende ZZP-ers, maar ook aan fundamentele verschillen tussen zonnepanelen voor centrale voorzieningen op flats (indien woningstichting bekend > "woningen", maar indien grootverbruik aansluiting en woningstichting in info ontbreekt > "bedrijven"), zonnepanelen die (bijvoorbeeld via Stroomverdeler) aan de aparte appartementen worden "toebedeeld", en de grote hoeveelheden grondgebonden huurwoningen met schuin dak die tegenwoordig van zonnepanelen worden voorzien (deze laatsten worden als "woningen" toegewezen, ondanks "eigendom van woningcorporatie", zelfs al is in veel gevallen het aangebrachte PV systeem eigendom hetzij ook van de corporatie, of van een derde, ontzorgende partij). Er blijft ook nog een onbevredigende "rest" post over, waarover het CBS het volgende zegt ("KB" is hier "kleinverbruik aansluiting"):

"Wanneer geen enkele informatie uit KB bedrijven of KB woningen is gekoppeld en de gebruiksfunctie van het verblijfsobject is woning wordt de installatie bij woningen ingedeeld, bij andere gebruiksfuncties bij bedrijven. Wanneer helemaal geen informatie beschikbaar is worden installaties vanuit PIR en BTW als woning ingedeeld en installaties vanuit CertiQ bij bedrijven."

Extra complicaties treden op als installaties op wooncomplexen door derden worden geïnstalleerd en beheerd, en de stroom (grotendeels) in het betreffende complex wordt verbruikt (dan wel "verkocht"). Er zijn al verschillende vormen van eigendom en gebruik van de PV installaties gangbaar in ons land. Dit leidt ook tot de nodige complicaties bij de toewijzingen. Ook zijn er onjuiste indelingen van sommige deel-categorieën (bij typering O en J gaan regelmatig toewijzingen fout). CBS gaat daar op eigen wijze mee om, zo blijkt uit de duiding in de betreffende paragraaf. Een van de oplossingsrichtingen is te zoeken naar indeling van de gesignaleerde PV capaciteit naar de SBI code van de gebruiker van de opgewekte stroom (lees: hoofdgebruiker, in veel gevallen zal namelijk beslist nog een - fors - deel het net op gaan). Dit zou beter aansluiten bij de energie statistieken die CBS al langer voert. Maar of het een bevredigende oplossing is, blijft de vraag.

Polder PV deelt zijn projecten in op basis van de bedrijfs-functie van de lokatie waar het project is uitgevoerd (die is in de meeste gevallen bij Polder PV bekend). Wat er dan vervolgens met de opgewekte elektriciteit, en/of met de daar aan te koppelen garanties van oorsprong (GvO's) gebeurt is een heel ander verhaal. Daar op "indelen" lijkt me nogal tricky. Ook gezien de constante wijzigingen op de elektriciteitsmarkt, waarbij weer hele andere "verhoudingen" kunnen gaan ontstaan, in relatief korte tijd. Denk bijvoorbeeld aan massale opkopers van aan zonnestroom opwek gerelateerde GvO's - die een steeds hogere waarde zullen krijgen, zeker buiten de middag-spits. Aan power purchase agreements van zonneparken. Die per stuk ook soms weer zeer complexe eigendoms-verhoudingen hebben, en binnen no-time - zelfs in delen - kunnen worden doorverkocht aan andere partijen. Aan postcoderoos segmenten die tegenwoordig als onderdeel van dergelijke zonneparken worden opgetuigd (maar van de Belastingdienst daar fysiek gescheiden van dienen te blijven). Of aan toekomstige projecten met bijvoorbeeld gedeelde buurt-accu's, waar "collectief opgewekte zonnestroom" in kan worden opgeslagen - en op enig moment weer verbruikt. Zonnestroom afkomstig van zowel particulieren, als van bedrijven. En wat je allemaal nog meer niet kunt verzinnen op dit gebied.

Ondanks al deze probleem punten, is bovenstaande indeling van het CBS het beste wat er tot nog toe is, waar ongetwijfeld op detail niveau nog de nodige vraagtekens over open blijven staan. Daar zal zeker nader aandacht aan besteed gaan worden. Perfect krijgen ze het waarschijnlijk toch nooit. Wat te maken heeft met de onwaarschijnlijk talloze mogelijkheden om zonnestroom in te zetten, in en buiten de gebouwde omgeving. Dat maakt "indelen" van capaciteit per "sector" gewoon erg lastig. Gaarne deze complicaties in het achterhoofd houden bij het kennis nemen van de nu gepresenteerde segmentatie van zonnestroom capaciteit per SBI code.

Deel 1 van analyses nieuwe CBS statistieken zonnestroom (Polder PV, 31 juli 2018)

Zonnestroom (extern: onderzoek CBS naar nieuwe cijfers PV statistieken Nederland, 22 juni 2018)

 
 
 
© 2018 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP