![]() |
![]() |
||||||||
|
Nieuws
zonnestroom actueel |
|||||||||
|
|
<<<
recenter |
actueel
209
208
207
206 205
204 203
202 201
200-191
190-181
180-171
170-161 160-151
150-141
140-131
|
7 augustus 2026: Energieleveren.nl - sub 1 MWac PV markt juli 2026: stabilisatie op laag niveau. De update van de stand van zaken in het sub 1 MWac PV segment is weer gepubliceerd in het energieleveren.nl portal. In een eerdere rapportage werd het jaar 2024 afgesloten, met 53% minder nieuwe capaciteit in dit marktsegment, dan in record jaar 2023. Medio januari 2026 volgde de rapportage voor 2025, met ruim 45% minder aanwas dan in 2024, en een record lage aanwas in de maand december. Bij de aantallen registraties waren die percentages zelfs 53% (2024 t.o.v. 2023) en ruim 46% minder (2025 t.o.v. 2024). Januari 2026 gaf vervolgens een nieuw dieptepunt te zien bij de geregistreerde aanwas. In februari tm. juli bleven de groeicijfers op een bescheiden, laag niveau.
Het volume aan nieuwe registraties in juli 2026 is marginaal lager dan in juni, in dit door residentiële installaties gedomineerde, grote marktsegment. Er werden voor juli 10.066 nieuwe registraties genoteerd, 5% minder dan in juni. Het was zelfs 26% minder dan het nieuwe volume een jaar eerder, in juli 2025.
In cumulatie werd een opgesteld vermogen van 19.658 MWac capaciteit bereikt, verdeeld over ruim 3,35 miljoen installaties.
In de eerste analyse van de energieleveren.nl cijfers, medio september 2024, maakte ik al gewag van de "instorting" van het kleine PV marktsegment in Nederland, op basis van de in dat jaar voor het eerst daar gepubliceerde marktcijfers van de "sub 1 MWac markt". In augustus 2024 werd destijds een voorlopig dieptepunt bereikt, met slechts 14 duizend nieuwe installaties, met een toegevoegd omvormer vermogen van 82 MWac. Een tweet van Polder PV (toen nog op "X") over deze markt "instorting" werd zeer vaak bekeken (laatste stand van zaken: 16.500 maal).
In de daar op volgende periode was de trend duidelijk negatief, met af en toe een kleine "opklaring" (maart - april 2024), maar het hele kalenderjaar werd beduidend minder volume geregistreerd dan in record jaar 2023.
Ook in 2025 bleven de nieuwbouw volumes zeer laag, tussen de 17.329 exemplaren in april, en enkele tussentijdse "laagte records", waaronder, uiteindelijk, het nieuwe dieptepunt in december, met 9.635 exemplaren. Het gemiddelde vermogen per nieuwe registratie, opvallend hoog in juni 2025 (6,18 kWac), bleef flink op en neer gaan. Na een nieuwe low in november 2025 (5,04 kWac), schommelde de gemiddelde capaciteit bij de nieuwkomers zeer sterk, bereikte een piek van 6,51 kWac in maart, maar is dat eind juli 2026 alweer ingezakt naar 5,50 kWac gemiddeld per nieuwe registratie.

^^^
Grafiek met, per maand, de nieuwe aantallen registraties per maand,
opgetekend door energieleveren.nl, tm. juli 2026.
2024 in magenta gekleurde
kolommen, die de forse terugval in nieuwe installaties in het <1
MWac segment goed laat zien.
2025 begon weer op een
laag niveau, en in de tweede jaarhelft is het niveau zelfs "zeer
laag" geworden.
Het nieuwe dieptepunt vinden we in januari
2026, met slechts 6.897 nieuwe exemplaren,
wat in de opvolgende maanden slechts gering werd verbeterd.
In juli bleef het nieuwe volume op 10.066 stuks steken. Dat is 26%
lager dan in juli 2025, en slechts 17% van het record niveau in juli
2023.
Met de weer bescheiden toevoeging in juli 2026 zijn er begin augustus in totaal nu ruim 3,35 miljoen PV installaties per stuk < 1 MWac bekend bij energieleveren.nl, volgens de optelling van de drie grootte-categorieën. Hierbij nogmaals de bekende disclaimer: dat is niet het aantal woningen, of dergelijke claims. Er worden immers zeer regelmatig uitbreidingen (= "installaties") aan bestaande projecten toegevoegd, zowel residentieel, als in de projecten markt, een endemisch verschijnsel in Nederland. Het aantal "objecten", "erven", "project sites", is, derhalve, altijd (veel) lager, dan bovengenoemd getal. Wat, desondanks, natuurlijk zonder meer een spectaculair volume blijft weergeven.
Het is nog zeer onzeker of deze "sub 1 MWac" markt zich in enige mate zal herstellen. Voorlopig zullen de nieuwbouw cijfers waarschijnlijk erg laag blijven. Wat vooral ligt aan de "schrik" in de residentiële markt, over het ook door de Senaat aangenomen wetsvoorstel van het vorige kabinet (Schoof), om de salderingsregeling per 1 januari 2027 definitief af te schaffen. En dat, in combinatie met de vrijwel bij alle leveranciers ingevoerde invoedings-heffingen voor kleinverbruikers met zonnepanelen, resulterend in forse extra af te dragen bedragen bij, met name, de grotere residentiële installaties.
Wel is het zo, dat er eerste signalen zijn dat de invoedings-vergoedingen weer afnemen (contract Vattenfall, zie Bluesky post van 3 februari 2026). Bovendien zijn we in een bizarre "energie-gerelateerde" oorlog in het Midden-Oosten beland, die de piketpalen mogelijk weer zou kunnen verzetten. Al is er op dit niveau bij de registraties van nieuwe kleinschalige PV-systemen nog weinig van te merken, in tegenstelling tot een zéér progressieve ontwikkeling bij de geregistreerde batterij systemen, zie daarvoor de separate analyse.
Of dat voldoende stimulans zal zijn om de residentiële markt weer een duw in de rug te geven blijft echter nog zeer onzeker. Tale-telling is, in ieder geval, dat de grootste partij die meer dan 50 duizend huurwoningen van zonnepanelen heeft voorzien, waarvan het businessmodel voor een belangrijk deel van het mogen salderen van zonnestroom bij de betreffende huurders afhangt, de overkoepelende BV van Wocozon, het faillissement had aangevraagd, o.a. vanwege corona schulden, in combinatie met een "ingestorte markt". Gelukkig volgde eind maart de aankondiging, dat het Amsterdamse Klimaat & Energiefonds gaat proberen om de boel daar weer op de rails te krijgen.
Ruim 19,6 GWac capaciteit in cumulatie - en langzaam verder groeiend

In de september 2024 rapportage werd het passeren van de piketpaal 18 GWac gemeld, en eind augustus 2025 de 19 GWac grens, in alleen het sub 1 MWac segment. Eind juli 2026 staat nu al een totaal volume van 19.658 MWac vermogen geaccumuleerd. 37% daarvan, een enorm volume van 7,2 GWac, is bijna exclusief residentieel (installaties kleiner dan 5 kWac, blauwe segmenten in de grafiek). Daarbovenop komt nog een deel van de op 1 na grootste categorie, installaties tussen de 5 en 15 kWac, die begin augustus 2026 in totaal nog eens ruim 4,8 GWac omvatte. Het grootste deel van deze 2 segmenten, plus nog een aardige hoeveelheid van het grootste segment, mag de opgewekte zonnestroom nog steeds salderen, tot en met eind 2026.
Als we de - ter discussie te stellen - 5% meer generator vermogen dan AC vermogen volgens energieleveren.nl als uitgangspunt nemen, zou eind september 2025 voor het eerst in de geschiedenis alleen al dit sub 1 MWac marktsegment, een generator vermogen omvatten wat de 20 GWp zou zijn gepasseerd. Vermoedelijk is het echter al een stuk meer, omdat uit CBS statistieken blijkt, dat die verhouding DC / AC ver boven de 5% ligt (meer richting 11% of zelfs hoger). Eind juli 2026 zou met de door energieleveren.nl gehanteerde, conservatieve, 5% conversie, er minimaal 20,6 GWp generator vermogen kunnen zijn geaccumuleerd in dit grote marktsegment.
Relatieve aandelen op totaal volumes
Voor eind 2025, met volgens de Open Data van energieleveren.nl 19.270 MWac omvormer capaciteit, zou dat met bovengenoemde 5%, op een potentiële 20,23 GWp nominale generator capaciteit gekomen kunnen zijn. Het CBS rapporteerde op 10 juni dit jaar voor eind 2025 voor het eerst een totaal generator vermogen (alle installaties, dus inclusief de grote projecten) van 29,43 GWp. Wat met deze aannames, zou inhouden, dat energieleveren.nl eind dat jaar bijna 69% van dat totaal volume zou bevatten. En dat voor het >= 1 MWac segment, de grote projecten, 31% van het totale capaciteits-volume daar niet is terug te vinden.
Kijken we uitsluitend naar het < 5 kW marktsegment in het energieleveren.nl dossier, zou het aandeel van deze "exclusief residentiële" kleine installaties t.o.v. de totale CBS volumes (AC capaciteit omvormers), iets zijn toegenomen, van 27,4% in 2022, naar 27,9% in record residentieel jaar 2023. En weer wat zijn afgenomen naar 27,3%, EOY 2024. Voorlopig komt EOY 2025 op hetzelfde aandeel uit als in het voorgaande jaar. Dit kan nog wijzigen, met name vanwege het pas zeer laat "doorsijpelen" van de toevoegingen van grotere projecten, die o.a. via het SDE dossier van RVO instromen.
Groei capaciteit per maand ook na dieptepunt in januari 2026 relatief laag, marginaal verbeterd

In bovenstaande grafiek wordt de maandelijkse groei van de AC capaciteit bij de drie categorieën sub 1 MWac installaties getoond, afgeleid uit de accumulatie cijfers voor het eind van de maand, getoond in het vorige exemplaar. Hierin is goed te zien dat het nieuwbouw niveau voor de capaciteit in januari 2025 iets onder dat van augustus 2024 is komen te liggen, en toen een nieuw "all-time-low" had bereikt.
Dat werd verder neerwaarts bijgesteld in, achtereenvolgens, mei, juli, november en december 2025, en bereikte het voorlopig diepste punt in januari 2026. Daarna ging het weer iets meer de positieve kant op, maar de aanwas cijfers tot en met 2023-2024 zijn niet meer haalbaar onder de huidige condities.
De gemiddelde aanwas in de eerste 7 maanden van 2026 ligt zeer laag, op 55,5 MWac (korte streepjeslijn rechtsonder in de grafiek). Dat ligt 24,5% onder het gemiddelde jaar niveau in 2025.
Ik heb in een vorige update 1 nieuwe grafiek toegevoegd, met de bekende volumes, voor de accumulatie aan het eind van het jaar, en de jaarlijkse aanwas cijfers, voor zowel de capaciteit (grote grafiek), als voor de aantallen installaties (inset linksboven), tussen 2021 en 2024. Hier onder staan de resultaten voor de complete jaargangen tm. 2025, tot en met het nu afgeronde 2e kwartaal van 2026. Een volgende update volgt als de resultaten voor het derde kwartaal van 2026 bekend zijn gemaakt (waarschijnlijk begin oktober).

Goed is te zien, dat 2023 het jaar met de hoogste toevoeging is geweest in dit grote deel-dossier, met 635 duizend nieuwe installaties en een toegevoegde capaciteit van 3.403 MWac. 2024 ging hard onderuit, met minder dan de helft van de nieuwe volumes in 2023 (298 duizend nieuwe installaties, 1.616 MWac). 2025 zakte nog verder onderuit, met een capaciteits-volume van 882 MWac, resp. 160 duizend nieuwe registraties. Wat 45% lager ligt dan de toevoeging in het ook al tegenvallende jaar 2024, en wat slechts ruim een kwart is van de record toevoeging in 2023.
De eerste zeven maanden van 2026 begonnen ook weer op een laag niveau, met ruim 66 duizend nieuwe registraties, goed voor 389 MWac vermogen. Dat is 67% van het volume in dezelfde periode in 2025 (capaciteit).
Zie voor de mogelijke impact, andere grafieken, waaronder ook de update van het recent nieuw toegevoegde exemplaar met segmentatie in klein- en grootverbruik aansluiting, en duiding van dat alles, de bespreking van de meest recente cijfers in mijn update, hier onder gelinkt:
Statistieken PV markt segment registraties < 1 MWac bij energieleveren.nlupdate 1 augustus 2026 |
Voor het eerste deel van dit tweeluik, betreffende de accu opslag (BESS) statistiek van hetzelfde marktsegment, zie het vorige artikel.
Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")
7 augustus 2026: Nieuwe update registratie opslag (accu) systemen sub 1 MWac markt - groei vermogen in juli 10% hoger dan in juni 2026. In het sub 1 MWac segment is voor de bij energieleveren.nl geregistreerde accu (BESS) systemen weer een update verschenen. Deze statistiek werd voor het eerst publiekelijk toegankelijk in maart 2026. In de huidige korte introductie geef ik de belangrijkste nieuwe grafiek in deze vijfde update van dit explosief evoluerende "BESS" markt segment (BESS = battery energy storage systems, ook wel afgekort als EOS).
Deze geeft de nieuwbouw van het opgegeven vermogen van de bij energieleveren.nl (verplicht) gerapporteerde opslag systemen (accu's, BESS, EOS-en), zoals nu bekend, vanaf mei 2024, tot en met de laatste rapportage maand, juli 2026:

De grafiek geeft de stapeling van het opslag vermogen van drie categorieën weer, met bovenaan de stapelkolommen de totale volumes (cijfer weergave in MWac aangesloten uitgangs-vermogen, dus niet de opslag capaciteit, die wordt uitgedrukt in MWh, maar is niet bekend bij energieleveren.nl). Onderaan de kleinste categorie, opslag installaties tot 5 kWac, vrijwel uitsluitend beperkt tot implementatie bij huishoudens (zalmroze kolomsegmenten), die in juli een totaal niveau van 9,3 MWac toevoegden aan de al rap toegenomen marktvolumes.
Daar bovenop gestapeld zijn de nieuwe opslag systemen tussen de 5 en 15 kWac, naar analogie van de indeling bij de (vermogens van de) PV-installaties behandeld in een separate analyse (magenta). Na wat op en neergaande bewegingen, groeit dat volume de laatste maanden ronduit opmerkelijk, tot een nieuw record niveau van 66,6 MWac nieuw vermogen in april. Dit lag echter aan een flinke hoeveelheid nagekomen projecten, die eerder verkeerd waren geregistreerd, wat hiermee een "data anomalie" veroorzaakt.
In mei lag het op een veel lager niveau, al was de geregistreerde nieuwbouw van 24,4 MWac na het april record de tweede hoogste toevoeging in de geschiedenis. In juni en juli werd dat alweer verbeterd, met 31,6 MWac, resp. 31,5 MWac, aan nieuw geregistreerd uitgangs-vermogen. Het nieuwe volume in juli is een factor 3,4 maal de toename in het kleinste marktsegment.
De grootste categorie, het segment met 15 - 1.000 kWac aan uitgangs-vermogen (paarse kolom segmenten), groeide zeer hard, en bereikte met een nieuwbouw van 72,4 MWac in maart zelfs een record volume. Ook in april 2026 was het nog steeds zeer hoog, 50,7 MWac, maar in mei tm. juli 2026 viel het nieuwe volume flink terug, naar 21,0, resp. 21,4 en 24,5 MWac aan uitgangs-vermogen. De verwachting is, dat deze grootste categorie forse volumes in de markt zal blijven zetten, zeker als de crisis in het Midden-Oosten aan blijft houden, en accu technologie bovendien "als een razende" in kostprijs blijft dalen.
Het nieuwe totaal volume was in juli 65,3 MWac, 10% hoger dan de aanwas in juni 2026. Het toegevoegde volume in juli was 53% van de record toevoeging in april (123,2 MWac), waarmee het de op 2 na hoogste totale maandelijkse nieuwbouw is geworden in de getoonde reeks. Dit is nog zonder alle nog niet geregistreerde installaties, en ook nog zonder de separaat door CBS bijgehouden grote BESS projecten (met een vermogen groter dan 1 MW). Ergo, de elektra opslag markt is in werkelijkheid nog veel groter dan hier getoond.
De eerste "halve GWac" aan cumulatie is reeds in maart gepasseerd. In totaal is er begin augustus 2026 in deze drie marktsegmenten bij elkaar al 878 MWac opslag vermogen geregistreerd. De eerste "gieg" in dit deel dossier zal niet lang meer op zich laten wachten. In 2026 is in de eerste 7 maanden al 155 MWac meer nieuw opslag vermogen toegevoegd in dit dossier, dan in het gehele jaar 2025. We gaan dus naar een record jaar toe, al is het eindresultaat nog verre van duidelijk.
Capaciteit
Tot slot, is ook, met hulp van de altijd uitmuntende Duitse Energiewende cijfers van Energy-charts.de, een poging gedaan, om het door energieleveren.nl gerapporteerde "uitgangs-vermogen" om te rekenen naar opgestelde batterij capaciteit. Dit leidt voor eind juli 2026 tot 1.326 MWh in de sub 1 MWac markt, met, naar verwachting, nog veel capaciteit "missend".
Voor de volledige analyse, met meer grafieken en toelichtingen, zie:
Statistieken markt segment registraties < 1 MWac voor opslag systemen bij energieleveren.nlupdate 1 augustus 2026 |
Voor het vervolg, met de historie van de bij energieleveren.nl geregistreerde zonnestroom installaties in het sub 1 MWac marktsegment, tot en met juli 2026, zie alhier.
Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")
4 augustus 2026. Zonnestroom productie PV systeem Polder PV extreem droog en zonnig juli 2026, 5e maand op rij - ruim - bovengemiddeld. De maandproducties waren in de eerste zeven maanden grotendeels bovengemiddeld. Na iets terug gevallen productie in juni, scoort juli weer ver boven het langjarig gemiddelde, de reden is bekend: extreem droog, en zeer zonnig, met weinig bewolking.
In deze analyse de cijfers voor juli 2026, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis, begin augustus 2026, inmiddels 9.637 dagen in bedrijf is. Voor een verslagje van de systeemrevisie op 8 maart, bij het eerste kwart eeuw jubileum, 13 maart 2025, zie hier. De in een eerdere rapportage uitgesproken hoop dat "alles weer normaal" zou worden in 2025, als gevolg van die systeem renovatie, blijkt met de cijfers voor april tot en met december dat jaar, volledig te zijn uitgekomen. En zelfs tot de derde beste jaarproductie ooit te hebben geleid.
In onderstaand verslag de resultaten met het gerenoveerde, ruim een kwart eeuw oude Polder PV (kern) systeem. In verband met familie omstandigheden en diverse technische malheur als gevolg van een modem vervanging iets later dan gebruikelijk.
In eerste instantie de gebruikelijke tabel met de fysiek gemeten maandopbrengsten per deelgroep in het kleine PV systeem van Polder PV, die hier onder zijn weergegeven.

De tabel met de gemeten / deels geïnterpoleerde producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, voor juli 2026, en voor de sommatie van de producties in januari tm. juli 2026, in vergelijking met de (specifieke) opbrengst in juli 2025, en de cumulatieve opbrengsten voor de eerste zeven maanden in 2025, helemaal rechts (zie aparte analyse op Polder PV). Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. De productie viel voor de eerste zeven maanden van 2025, mede vanwege de forse infra problemen die al langer in 2023-2024 speelden, wat tegen, omdat een deel van die periode nog vóór de infra renovatie werd geturfd. Die situatie is, net als in mei 2025 tm. juni 2026, volledig gewijzigd. Alle productie resultaten liggen in 2026 weer redelijk dicht bij elkaar (kWh/kWp).
In de "zonnige" maand juli 2026 is, wederom, de vaak in het verleden goed presterende set met 2 Kyocera 50 Wp paneeltjes in serie op 1 micro-inverter, net als in de voorgaande maanden, de beste, en steekt weer behoorlijk uit boven de rest uit, met een specifieke opbrengst van 135,9 kWh/kWp. Dat is flink hoger dan de ook zonnige maand juni, toen 128,2 kWh/kWp werd behaald door dezelfde set panelen. Op de 2e en 3e plek staan ook ditmaal het oudste kwartet zonnepanelen, 4x 93 Wp Shell Solar modules (131,3 kWh/kWp), gevolgd door relatief dicht bij elkaar liggende producties van de andere sets (tussen de 130 en 126 kWh/kWp).
Vergelijk met juli 2025 en met cumulatie januari tm. juli 2025
De productie verschillen in afgelopen juli t.o.v. de "iets zonnige" maand juli 2025 zijn voor alle paneel combi's positief, tussen 3,6% meer, voor de vier in de achterste rij staande 108 Wp panelen (oranje band), tot zelfs 12,1% meer productie bij de Kyocera set.
Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van 131,4 kWh in juli, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 128,8 kWh/kWp. Dat ligt 5,6% hoger dan de 122,0 kWh/kWp in juni 2026. Normaliter zal, vanwege een combinatie van weer afnemende daglengtes, en de gemiddeld weer kleiner wordende hoogte van de zon t.o.v. de horizon, wat een nog sterker effect heeft (uitleg bij KNMI), in ieder geval vanaf juli de productie weer gaan afnemen t.o.v. de voorgaande maand. Juli had echter beduidend meer zonuren dan in juni, toen er, met name in de eerste helft, nog de nodige regen is gevallen (279 t.o.v. 246 uren zon). Dit is precies een omgekeerde situatie als in de vergelijking tussen mei en juni dit jaar, wat aangeeft dat weer onvoorspelbaar blijft, en van jaar tot jaar, en van maand tot maand, flink kan verschillen.
Voor de totale productie in de eerste zeven maanden van 2026, blijft wederom de Kyocera set veruit het beste jongetje van de klas (694,9 kWh/kWp), en is ook hier weer de achterste set 108 Wp panelen rode lantaarndrager (650,0 kWh/kWp). Omdat in maart 2025 het systeem door een infra renovatie weer op orde is gebracht, is er in de eerste 7 maanden van 2025 nog een - steeds kleiner wordend - deel van de productie achtergebleven t.o.v. een "normale" situatie, vandaar dat ik nog een rood kader heb gezet bij de meest problematische set panelen (2 stuks 108 Wp exemplaren in de voorste rij), die in die periode nog wat achterblijven bij de rest. De verwachting is dat over een langere periode in het jaar, het relatieve verschil verder zal afnemen.
Ondanks de zeer productieve juli-maand, hadden alle paneel sets in januari tm. juli 2026 nog steeds een wat lagere productie dan in de eerste zeven maanden in 2025, tussen de 6,5% minder voor de oudste set zonnepanelen, tot 1,0% minder voor de in 2025 deels nog "problematische set" van 2 vooraan staande 108 Wp modules (rode band). Dit heeft grotendeels te maken met, tot nog toe, minder zonuren in 2026 (zie verder).
KNMI maandbericht
Juli 2026 kreeg van het KNMI de kwalificatie "Zeer warm, zonnig en droog" (voorlopig overzicht van 1 augustus 2026), waarbij de maand de 6e warme maand op rij is, en slechts 7 maal eerder een warmere juli voor zich moest laten.
Met 279 zonuren t.o.v. het langjarige gemiddelde van 222 voor die maand, lag dat alweer bijna 26% boven het historisch gemiddelde [referentie periode 1991-2020]. Juli 2026 was daarmee de "5e zonnige maand op rij", dit jaar. In juli werden 33 zonne-uren meer geconstateerd dan in 1 dag korter durend juni 2026 (246 zonuren), en lag het ook beduidend hoger, bijna 25%, t.o.v. de 224 zonuren in de als gemiddeld bestempelde maand juli 2025. De verschillen binnen Nederland waren echter wel weer groot. In noord Nederland werd ongeveer de gemiddelde hoeveelheid zonuren bereikt (ongeveer 220 uren), maar in het zuiden was het veel zonniger dan gemiddeld, bijna 100 zonuren meer. De landelijke referentie in centraal Nederland, de Bilt, had met juli 2026 de zevende zonnigste juli maand (279 zonuren, t.o.v. 214 langjarig gemiddeld).
Kijken we naar de cumulatie van het aantal zonuren in de eerste 7 maanden, zien we dat 2026 inmiddels nog maar 4,3% minder uren zon liet zien dan in 2025 (1.405 om 1.468 zonuren), wat een verklaring is voor bovengenoemde "minder opbrengst" in die periode in het huidige kalenderjaar. Het verschil is wel flink geslonken, tm. juni was het namelijk nog 8,5% minder. Januari en juli hebben meer zonuren dan in dezelfde maanden in 2025, de overige maanden hadden in 2026 minder zonuren, dan hun evenknie in 2025. Februari liet het grootste negatieve verschil zien (-23,3%).
Het productie resultaat voor het nog steeds prima functionerende 1,02 kWp kernsysteem in juli 2026 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2026 heeft een eigen kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.
Voor een korte bespreking van de maandproducties tm. juli 2025, zie de rapportage over augustus. Voor de overige maanden van 2025, zie de rapportage over december van dat jaar.
Januari 2026 kwam, met een productie van 23,1 kWh, minder dan 1% onder het langjarige gemiddelde (23,2 kWh) voor die maand uit. Februari zit, met 35,3 kWh, 18% onder het langjarige gemiddelde. Maart, daarentegen, komt, met 97,5 kWh, weer bijna 16% hoger uit dan het gemiddelde voor die maand. In april is er ook een flinke meeropbrengst t.o.v. het langjarige gemiddelde: 130,9 kWh t.o.v. 113,6 kWh, een verschil van ruim 15%. De extremen voor april lagen tussen de 87,8 kWh in 2024 (structureel problemen met infra op het dak), tot het hoogste niveau, 141,2 kWh, in april 2007 (24% meer dan gemiddeld). Zie ook de daarvoor in elkaar gezette animatie ("moeder aller april records"), op Polder PV. Mei presteerde bovengemiddeld, maar kwam in de sequentie op de historisch bezien 9e plaats, met 4,7% meer productie dan langjarig gemiddeld. Mei 2020 was kampioen, met ruim 21% meer productie dan het gemiddelde. Het was, voor het toen ruim 20 jaar bestaande kernsysteem bij Polder PV, zelfs het hoogste maandrecord ooit. Juni 2026 was weliswaar bovengemiddeld (1,3% meer productie dan langjarig gemiddeld), maar moest desondanks 13 jaren voor zich laten met hogere output. Waarbij juni van record jaar 2003 duidelijk boven de rest uitsteekt (met 139,4 kWh 13,5% meer dan het gemiddelde).
In juli 2026 werd weer een hoge opbrengst gehaald, 8,3% meer dan langjarig gemiddeld. Alleen juli 2022, 2018, en recordhouder juli 2006 (zie door Polder PV gemaakte animatie van dat record, met 149,1 kWh 13% hoger dan het gemiddelde), gingen haar voor.
Opvallend blijft, dat bij Polder PV, de maand met de gemiddeld hoogste productie over alle jaren, alweer een tijdje de maand mei is geworden. Dit heeft vermoedelijk te maken met de combinatie van hoge instraling, met een nog relatief lage luchttemperatuur. In warme zomermaanden, heeft het PPV systeem te maken met hittestress, met name bij de in ons appartement hangende micro-inverters, die op zeer hete dagen geforceerd worden gekoeld met computer ventilatoren. Ook is de lucht in mei koeler dan in de latere zomermaanden, en minder vochtig, waardoor de instraling gemiddeld genomen intenser is, ook over langere periodes.
Afgelopen juni en juli stonden de computer ventilatortjes overdag regelmatig rondjes te draaien om de micro inverters te koelen. Het was "ongenadig warm".

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. 2022 is verwijderd, en 2026 is begin dit jaar toegevoegd in deze nieuwe grafiek. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Vooral 2025 steekt bij de voorjaar-zomer producties duidelijk boven de 2 eerdere jaren uit, met zeer hoge producties. Dit heeft deels met de infra problemen in 2023-2024 te maken (vooral in 2024 tot zeer lage opbrengsten leidend), en deels wordt het veroorzaakt door hoge instraling in deze maanden in 2025. In 2026 zijn met name maart en april duidelijk bovengemiddeld bij de productie, mei en juni zitten nog steeds iets boven het gemiddelde, maar op een lager niveau. Juli is vanwege het langdurig zonnige weer flink boven het resultaat voor juli 2025 uitgekomen.
De eerste 7 maand producties in 2026 laten tot nog toe onder (februari) tot duidelijk bovengemiddelde niveaus zien (maart - juli). Januari 2024 scoorde bovenmatig hoog in deze periode, wat in februari echter weer ten negatieve werd "gecompenseerd". Maart tm. juli 2025 gaven hoge tot exceptionele producties te zien, wat gezien de hoge, tot zelfs record hoeveelheden instraling in die maanden, ook weer niet hoeft te verbazen.

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel. Momenteel is dat, voor het nieuwe jaar, de periode januari tm. juli. De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in het eerste half-jaar is in de laatste oranje kolom weergegeven, en door de horizontale zwarte streepjeslijn, en bedraagt (periode 2002-2026) inmiddels 632,6 kWh voor dit deel-systeem.
De spreiding in de cumulatieve opbrengsten is voor de eerste 7 maanden nog steeds behoorlijk hoog. De verschillen worden echter later over een langere periode uitgemiddeld, en zullen lager gaan worden tussen de jaren onderling. De extremen voor januari tm. juli liggen momenteel tussen de 534 kWh (2024, jaar met toen nog deels niet herstelde infra problemen), en 723 kWh (2003). 2026 zit, met 673 kWh, relatief hoog in de boom, en komt inmiddels op de 4e plek in de langjarige historie. En is daarmee een positie geklommen t.o.v. de update tm. juni.
In bovenstaande grafiek is ook weer de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2026 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt marginaal onder het gemiddelde, op een niveau van 629,4 kWh.

In deze vierde grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. 2023 (lichtgeel) was, door diverse infra problemen, tot voor kort het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het toen nog laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).
2024 heeft, helaas "met stip", 2023 in negatieve zin overtroefd, en kwam, door een combinatie van structurele problemen met de oude installatie, en het beslist niet meewerkende weer door het jaar heen, tot en met december bij de productie op een nieuw laagte-record, 806 kWh (gemiddelde over alle jaren: 922 kWh).
2025 heeft, vanwege een combinatie van zeer zonnige condities, én de systeem infra renovatie in maart, de op twee na hoogste productie ooit opgebracht, voor dit deelsysteem: 1.003 kWh.
2026 begon in januari met een gemiddelde productie, februari ondergemiddeld, en maart tm. juli weer beduidend tot licht bovengemiddeld. Begin augustus kwam de cumulatie al op 673 kWh.
De cumulatieve jaarproducties van de drie hoogst (2003, 2022 en 2025), en 2 slechtst presterende jaargangen (2024, 2023) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.
Data Anton Boonstra, Siderea.nl, NKP, Energieopwek.nl
Instraling en productie data via Boonstra
Er is in juli 2026 gemiddeld 179,9 kWh/m² instraling gemeten door het KNMI in Nederland, wat 9,0% meer zou zijn dan in juli 2025. De extremen zijn weer flink, tussen 161,1 kWh/m² in Groningen, en in 200,1 kWh/m² in Zeeland. De relatieve verschillen met juli 2025 lagen tussen de +0,4% in Fryslân, en +14,7% in Noord-Brabant.
De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor de PVOutput data van de (ruim 1.000) Nederlandse contribuanten op 128,6 kWh/kWp in juli 2026, wat, volgens Boonstra, 8,7% meer was dan in dezelfde maand in 2025. Rode lantaarndrager was ditmaal Groningen, met 113 kWh/kWp. Zeeland had weer de hoogste gemiddelde productie, 143 kWh/kWp, gevolgd door Zuid-Holland en Limburg (137 kWh/kWp). De productie in Zeeland lag daarmee gemiddeld 27% hoger dan in Groningen.
De productie van het gereviseerde PV-systeem van Polder PV kwam, met gemiddeld 129 kWh/kWp (eerste tabel aan het begin van dit artikel), voor de tweede maal dit jaar, en al voorspeld in een vorige update, bijna 6% onder het provinciale gemiddelde (Zuid-Holland, 137 kWh/kWp) uit. Dit komt waarschijnlijk door het voortdurend warme weer, wanneer onze oude, niet zeer efficiënte micro-inverters vaak aan "hittestress" leiden.
De relatieve afwijkingen t.o.v. de productie cijfers in juli 2025 hadden een spreiding van +0,8% in Fryslân, tot +13,2% in Gelderland.
Cumulaties
In de eerste 7 maanden van 2026 is, volgens de KNMI data extracten van Boonstra, een hoeveelheid van gemiddeld 827,0 kWh/m² aan horizontale instraling gemeten. Dit was 1,6% lager dan de instraling in dezelfde periode in 2025 (tm. juni nog -4,2%). De gemiddeld genomen laagste instraling in die zeven maanden werd gemeten in Groningen, 792,9 kWh/m². Zeeland heeft inmiddels de 1e plek van Zuid-Holland afgepakt, met 857,6 kWh/m². Daarbij ontving ze gemiddeld 3,7% meer instraling dan in Groningen. Bij de relatieve verschillen t.o.v. de instraling in januari tm. juli 2025, liggen deze tussen de extremen -3,1% in Zuid- en Noord-Holland, resp. +2,7% in Fryslân.
Voor de eerste 7 maanden van 2026 kwam Boonstra met een specifieke productie van gemiddeld 627,0 kWh/kWp, 3,3% minder productie, dan in dezelfde periode in 2025 (tm. juni was dit nog -6,0%). De extremen kwamen ditmaal weer voor in Drenthe (592 kWh/kWp), resp. Zeeland, met 666 kWh/kWp (12,5% hoger dan in Drenthe). In relatieve zin, was de minder opbrengst t.o.v. januari - juli 2025 inmiddels het hoogst in Noord-Holland (-5,3%), en het laagst in Overijssel (-1,0%). Het oude PV systeem van Polder PV deed het inmiddels, na de uitgebreide systeem revisie in het voorjaar van 2025, in januari tm. juli 2026, in Leiden, 1,9% beter (660 kWh/kWp, tabel bovenaan dit artikel) dan het provinciale gemiddelde van 648 kWh/kWp. Dit was nog 3,9% tm. juni dit jaar.
Verschillen
instraling vs. productie
De (positieve) verschillen van de gemeten producties zijn normaliter
kleiner t.o.v. dezelfde periode in het voorgaande jaar, dan bij de
instralings-data. Dit is al langere tijd zo, en is waarschijnlijk
deels terug te voeren op extra problemen, zoals veroudering, tijdelijk
uitvallende omvormers bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet
- gebieden (woonwijken e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling
van PV installaties bij klanten met een dynamisch stroom contract,
in periodes met negatieve stroomprijzen. Deze problemen zullen vermoedelijk
stapsgewijs gaan toenemen, zeker vanaf begin 2027, wanneer er niet
meer zonnestroom "gesaldeerd" mag worden.
In 2025 was de situatie echter omgekeerd: bij 11,7% meer horizontale instraling, heeft Boonstra, in een vorige update, 12,3% meer productie geconstateerd in de door hem beheerde groep installaties, tussen de jaren 2024 en 2025. Het is onduidelijk waar dit aan ligt. Mogelijk ligt het verschil binnen de statistische afwijkingen, en/of is de door hem geraadpleegde installatie populatie niet representatief voor het totaal aan PV projecten in Nederland. Dit blijft vooralsnog echter speculatie. In de 1e 7 maanden van 2026 was de situatie weer als vanouds.
Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening (LOB), met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad. Voor diverse nieuwe zaken op de website, zie samenvatting onder het bericht van 1 mei 2026.
Resultaten Siderea.nl
Voor juli 2026 ("uitstekende maand", 10% hogere haalbare opbrengst dan in referentie periode 2006-2025) worden haalbare specifieke opbrengsten van 127 kWh/kWp in Groningen, tot 161 kWh/kWp in Zeeland, voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO getoond. Tot waarden van 130, resp. 164 kWh/kWp voor dezelfde stations, voor installaties met optimale oriëntaties, op Z.
Voor januari tm. juli 2026 liggen de prognoses tussen de 704 kWh/kWp voor centraal Gelderland, tot 769 kWh/kWp in Zeeland. Omdat dit nog niet een volledig jaar betreft, zijn de data bij Siderea in rood weergegeven.
Voor de door Siderea nieuw-vastgestelde langjarige referentie periode 2006-2025 (voorheen daar: 2001-2020) berekende Siderea voor alleen de maand juli haalbare gemiddelde opbrengsten, tussen de 123 kWh/kWp (centraal Gelderland) en 140 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "licht beschaduwde zonnepanelen met hellingshoek 40 graden op ZW of ZO". En van 125 kWh/kWp (Veluwe, Gld), tot 144 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "optimale oriëntaties" op zuid.
Voor de kalenderjaar (januari tm. december) potenties, voor genoemde, aangepaste "referentie" periode van 2006-2025, liggen de laagste waarden in centraal Gelderland (Veluwe, 911 resp. 969 kWh/kWp), de hoogste in de Kop van Noord-Holland (1.016 resp. 1.087 kWh/kWp), resp. Zeeland (1.004 resp. 1.072 kWh/kWp), op de voet gevolgd door het Friese Stavoren (1.000 resp. 1.071 kWh/kWp).
Ideaal versus realiteit
Zoals vaker gememoreerd, zijn door Siderea finaal berekende cijfers allemaal ideale gevallen. De meeste van de recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet (zoals al jaren blijkt uit de verzamelde data van Boonstra), omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd, of, tegenwoordig, moeten opereren. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties. Dit zal sowieso niet gaan verbeteren, maar eerder nog minder gaan worden. In ieder geval in de "zonnige" maanden. Wat de door de Eerste Kamer aangenomen wet afschaffen salderen voor extra negatieve gevolgen zal gaan hebben voor de te verwachten (specifieke) productie volumes is nog afwachten. Dit kan beslist een significante rol gaan spelen. 2026 wordt het aller-laatste jaar waarin er gesaldeerd mag worden, op 1 januari 2027 is het einde verhaal. In de op 4 september officeel gepubliceerde "Solar Bible", "Zon in de polder", wordt op pagina's 289-291 dieper ingegaan op de "mogelijke" resp. te verwachten (specifieke) opbrengsten van zonnestroom installaties in Nederland.
Nationaal Klimaat Platform had voor het eerst in langere tijd weer een kwartaalbericht (QII van 2026), gepubliceerd op 1 juli 2026, met als boodschap: "productie energie uit hernieuwbare bronnen groeit, maar oplevering van nieuwe productie vermogens stagneert". Zie de vorige bespreking voor een samenvatting. Hierna is geen nieuwe update verschenen voor juli.
De actueel berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV. Eerder leek te worden gesuggereerd, dat de energieopwek.nl site in de 2e helft van 2024 zou worden opgeheven, en in het NED zal worden ondergebracht. Begin augustus 2026 is deze echter nog steeds als separate entiteit actief, zie hier onder.
Energieopwek.nl
De brondata voor, achtereenvolgens, Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en het Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (al een tijdje gepensioneerd), die met steeds geavanceerder modelleringen worden gevoed (energieopwek.nl website). Hierbij dient echter de nodige prudentie betracht te worden. Zoals al langer verwacht door Polder PV, zijn door het CBS recent de capaciteits-cijfers voor zonnestroom in ieder geval voor 2023 en 2024 fors bijgesteld, in laatstgenoemd jaar in sterk neerwaartse richting. Inmiddels lijken de nu actuele productie cijfers op energieopwek.nl als gevolg van die forse bijstellingen, ook te zijn aangepast, want record volumes liggen nu op lagere niveaus dan in eerdere overzichten. Toen de cijfers nog niet waren aangepast, was er een opmerkelijk verschil met de officiële waarden gepubliceerd door het CBS te zien, met name in 2024 ff., zie de grafiek vergelijking met de maandproducties van CBS versus energieopwek.nl, gemaakt door Polder PV en besproken in het artikel van 21 november jl. De volgende bespreking gaat van de nu actuele (in een vorige update gecorrigeerde) volumes op de energieopwek.nl site uit.
In juli 2026 werd het hoogste gemiddelde vermogen voor de berekende zonnestroom productie op de 15e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 7,2 GW, slechts marginaal lager dan het record in de voorgaande maand, 7,22 GW op 22 juni 2026. Het is dus ook nog steeds iets lager dan het nieuwe historische record berekend, voor 2025, inmiddels voor 12 juni (7,24 GW). We zullen dus zeer waarschijnlijk dit jaar geen nieuw record meer krijgen. Augustus is vaak gemiddeld warmer, wat de output efficiëntie van kristallijn silicium onderdrukt, en de zon komt alweer rap lager aan de hemelkoepel te staan.
In juli 2025 werd de (record) maximale waarde op de 1e bereikt, met gemiddeld 6,75 GW. Juli 2026 piekt nu dus duidelijk, bijna 7% hoger, 14 dagen later. Ondanks het efficiëntie drukkende warme weer, is de uitbundige hoeveelheid zoninstraling in juli 2026 debet geweest aan dit positieve verschil.
Record waarden per maand
In de voorliggende maand en werden, met de huidige energieopwek.nl cijfers, de gemiddelde record waarden bereikt op de volgende (meest recente) data:
22 juni 2026 (7,22 GW), 28 mei (7,16 GW), 29 april (6,74 GW), 19 maart (5,01 GW), 25 februari (3,60 GW), 22 januari (1,78 GW).
25 december 2025 (1,93 GW), 21 november (2,23 GW), 1 oktober (3,97 GW), 7 september (5,07 GW), 11 augustus (6,18 GW), 1 juli (6,75 GW), 12 juni (7,24 GW, het nieuwe all-time-high maand record), 19 mei (6,89 GW), 27 april (6,60 GW), 27 maart 2025 (5,39 GW), 17 februari 2025 (3,99 GW), 13 januari (2,13 GW).
En voor 2024: 1 december 2024 (1,54 GW), 3 november (2,31 GW), 5 oktober (3,95 GW), 1 september (4,4 GW), 12 augustus (5,64 GW), 29 juli (5,97 GW), resp. voormalig record houder in dat jaar, 26 juni 2024, met 6,46 GW gemiddeld, flink lager dan oorspronkelijk 7,33 GW).
In 2023 werd het voorgaande jaar record, ook in juni, op de 13e vastgesteld op 6,23 GW gemiddeld (bij eerst-publicatie was dat nog maar 5,85 GW).
Het nieuwe dag-"record" voor de maand juli 2026, op de 15e die maand, komt neer op een berekende zonnestroom productie van 7,2 (GW) x 24 (uren) = 172,8 GWh. Dat ligt, zoals al gezegd, marginaal, 6,7% hoger dan het hoogste (record) niveau in juli 2025 (1e: 162,0 GWh).
Momentane vermogens-pieken
Voor de maand juli 2026 werd de hoogste momentane berekende output piek voor zonnestroom, 20,34 GW, niet op de 15e (19,8 GW), maar 2 dagen eerder, op de 13e behaald. Het is daarmee een nieuw momentaan record, wat het voormalige hoogste niveau, 20,06 GW op 12 juni 2025, nu naar de 2e plaats heeft verwezen. De in de vorige update gewekte suggestie, dat dit niet waarschijnlijk leek te zijn, gezien de grote warmte in deze maanden (die de vermogens-output normaliter flink onderdrukt), kan daarmee alweer in de prullenbak.
Op 10, 14, en 15 juli 2026 kwam het momentane vermogen ook tijdelijk hoog uit, maar nog wel onder de 20 GW. Genoemde pieken liggen niet veel lager dan het nieuwe historische record van 13 juni 2026.
Hierbij is verder geen rekening gehouden met al enige tijd optredende curtailment (afschakel) volumes, in periodes van negatieve dan wel zeer onaantrekkelijke marktprijzen, die de werkelijk geproduceerde (dus: niet berekende) volumes verder onder druk zullen gaan zetten. Deze zijn beslist niet exact te becijferen, omdat veel van dergelijke informatie bedrijfsgeheim is, tenzij wettelijke voorschriften publicatie van die volumes zullen verplichten.
Solarcare 2025
Het bekende monitoring platform van Solarcare had eerder in 2024 reeds haar bevindingen over het kalenderjaar 2024 gepubliceerd. Zij kwamen met minder hoge gemiddelde opbrengsten dan in het zonniger jaar 2023. De gemiddelde specifieke opbrengst die zij hebben bepaald over hun deel-populatie (22 MWp, 2.500 installaties, dus gemiddeld vrij klein, 8,8 kWp per stuk), is 820 kWh/kWp.jaar. In 2023 was het nog 870 kWh/kWp.jr.
Zoals reeds verwacht, zijn begin 2026 de resultaten over 2025 gepubliceerd. Deze zijn beduidend hoger dan in 2024. Toen werden door ongeveer 2.000 geselecteerde PV-installaties (totaal plm. 20 MWp, dus gemiddeld zo'n 10 kWp per project) genormeerde producties behaald van gemiddeld 930 kWh/kWp, wat gemiddeld genomen zo'n 13% hoger was dan in 2024. De spreiding over heel Nederland was een zeer lage 780 kWh/kWp in Drenthe, tot een max. van 990 kWh/kWp voor Zeeland, en zelfs een regionale outlier van 1.050 kWh/kWp op Texel. Een "verondersteld gemiddelde installatie", met een opgesteld generator vermogen van 3,5 kWp zou in 2025 een jaaropbrengst van gemiddeld 3.287 kWh hebben gehad, volgens Solarcare. Opvallend is wederom, dat mei 2025 als meest productieve maand wordt gezien in de Solarcare analyse.
Het is hierbij goed om te beseffen, dat belangrijke deelpopulaties, die normaliter veel hogere specifieke opbrengsten halen, de zonneparken, en de grote rooftop projecten op DC's van meerder MWp-en hierbij niet vertegenwoordigd lijken te zijn.
Anton Boonstra vergeleek later zijn productie resultaten met die van Solarcare voor 2025 (Bluesky post van 2 februari 2026), en kwam tot enkele opvallende verschillen, met name voor de provincies Drenthe (veel lager bij Solarcare) en voor Flevoland (beduidend hoger bij Solarcare). De oorzaak van die verschillen zijn vooralsnog onbekend. De gemiddelde waarden voor heel Nederland ontlopen elkaar echter niet veel (919 AB, 930 kWh/kWp Solarcare).
Solarcare heeft helaas haar activiteiten be-eindigd, Pierre Gerrissen kondigde dit in mei 2026 op Linkedin aan. De links naar de specifieke opbrengsten van de gemonitorde systemen per kalenderjaar zijn niet meer te vinden, de website naam staat inmiddels te koop ...
Bronnen, achtergrond artikelen
Meetdata Polder PV sedert maart 2000
Extern:
Juli 2026. Zeer warm, zonnig en droog (1 augustus 2026, maandbericht KNMI, voorlopig)
Zeer droge, warme juli (31 juli 2026, nieuwsbericht KNMI)
Jaar 2025. 2025 was zeer warm, droog en zeer zonnig (definitief jaaroverzicht KNMI 2025, 7 januari 2026)
Jaar 2024. Extreem warm en zeer nat met vrijwel de normale hoeveelheid zon (definitief jaaroverzicht over 2024, KNMI, 10 januari 2025)
Schonere lucht zorgt voor meer zonneschijn (zeer interessant artikel, KNMI, 18 juni 2025)
De staat van ons klimaat 2025: Nederlands weer in tijden van klimaatverandering (29 januari 2026, nieuwsbericht KNMI met link naar volledige rapportage. Let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 10, de progressie van de instraling per kalenderjaar [slide 11], en het berekende zonne- plus windenergie [potentieel] per dag, op slide 15. Op de berekende zonnestroom productie had Polder PV echter wel onderbouwd commentaar, zie draadje op Bluesky, 28 januari 2026)
De staat van ons klimaat 2024: Weer een recordwarm jaar (31 januari 2025, nieuwsbericht KNMI, met link naar volledige rapportage over dat jaar)
Klimaatstreepjescode krijgt nieuw streepje voor 2025 (nieuwsbericht 30 december 2025, KNMI)
Klimaatstreepjescode vanaf het begin van de jaartelling (nieuwsbericht 8 januari 2025, KNMI, incl. "klimaatstreepjescode" tm. 2024)
En verder:
Overzichten Anton Boonstra op Bluesky
Gemiddelde horizontale instraling per provincie in juli 2026, resp. januari tm. juli 2026 (post 3 aug. 2026)
Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie van ruim 1.000 installaties per provincie in juli 2026 (post 3 aug. 2026)
Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie per provincie in januari tm. juli 2026 (post 3 aug. 2026)
Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)
Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea
2025: Meer duurzame energie, ook meer ongebruikte overschotten. Voorlopig overzicht status Nationaal Klimaat Platform voor kalenderjaar 2025
SolarCare en Solar Boulevard monitoring gaat stoppen! (Linkedin, mei 2026)
2025 solar resource overview in maps: A year of exceptional highs and lows (7 januari 2026; blog artikel instralings-specialist Solargis over globale verschillen in instraling in 2025 t.o.v. langjarig gemiddelde. Europa deels 4-10% meer instraaling, oost Azië 15-20% meer, India en delen van Zuid en Midden Amerika 7-14% minder dan langjarig gemiddeld)
Solargis data helps unveil new insights into Europe’s solar radiation trends (16 februari 2026; blog artikel Solargis over langjarige trends van instraling in periode 1994-2023 in Europa. Gemiddeld 2,1 W/m² per jaar toename van de instraling, niet homogeen verdeeld over Europa, combinatie van effecten verminderde aerosol concentratie / luchtvervuiling en wijzigingen in wolkendek)
Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden / selectie. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet). Vanaf maart worden hier de Bluesky links geplaatst, direct toegankelijk voor account houders aldaar (equivalent op Twitter blijft voorlopig nog actief). Overigens, "detail", Visser is inmiddels gepensioneerd, maar zet diverse activiteiten zoals onderhavige gewoon door:
Aandeel energie uit hernieuwbare bronnen tm. juli 2026 boven 2 eerdere prognoses, maar onder 39% scenario voor 2030 (posted 4 augustus 2026)
Profielfactor zonnestroom juni - juli 2026 hoger dan helft baseload stroomprijs (posted 4 augustus 2026)
De "worteltjesgrafiek" van juli 2026 - met zeer lange penen - 23% van de tijd zonnestroom + wind productie goed voor totale stroom vraag (posted 4 augustus 2026)
CO2 footprint Nederlandse stroom mix na langere tijd flink daling naar stabilisatie op lager niveau (posted 3 augustus 2026)
Hernieuwbare bronnen leverden over periode van een jaar gerekend in juli 2026 ruim 57% van in Nederland gebruikte elektriciteit (posted 2 augustus 2026)
Zonnestroom productie januari 2020 tm. juli 2026 in 1 grafiek. Berekend: 6% meer productie in juli dan in dezelfde maand in 2025 (posted 1 augustus 2026)
Lichte stijging stroomverbruik Nederland begint eindelijk wat vorm te krijgen, maar veel lager dan voorspeld (posted 1 augustus 2026)
"Landen met veel zonnestroom hebben vaak negatieve stroomprijzen" (maar curves in diverse landen knikken alweer omlaag) (posted 28 juli 2026)
28 juli 2026: Slecht nieuws SDE statistieken continued, fors uitgeklede update status 1 juli 2026. Naar aanleiding van publicatie van het SDE overzicht van 1 april jl. door RVO signaleerde Polder PV reeds ernstige problemen met de informatie voorziening, die fors is ingekrompen, naar aanleiding van een uitspraak door de voorzieningen rechter over al dan niet te publiceren SDE statistiek data (WOB verzoek Financieel Dagblad), zie bericht van 30 april 2026. Ondertussen is duidelijk geworden dat er géén vermogens-data meer zullen worden gepubliceerd, noch zullen worden (na) geleverd, over de status quo van de SDE regelingen, wat een genadeschot voor de reeds jaren door Polder PV gepubliceerde, gedetailleerde statistieken is geworden. Vandaar dat vanaf de huidige publicatie van de cijfers per 1 juli dit jaar, er een fors uitgeklede versie van deze status update plaatsvindt. Met alleen cijfers over de (resterende) aantallen beschikte en gerealiseerde projecten, en enkele andere bespiegelingen. Voor een bijna volledige update tot en met april dit jaar, toen nog inclusief de zeer belangrijke capaciteits-data, zie de vorige analyse.
Genadeschot - vermogens-info definitief door RVO ge-elimineerd
Op 23 juli 2026 werd de SDE update van 1 juli 2026 door RVO gepubliceerd. Zoals al gevreesd door Polder PV (zie het "onder voorbehoud" in de introductie van het april rapport), waren, net als in de april update, de vermogens, en de maximale subsidiebedragen geschrapt, en kan er alleen iets worden gezegd over de evolutie van de aantallen project beschikkingen, en de ooit voor die plannen door RVO vastgestelde ongewijzigde, dan wel neerwaarts bijgestelde (bij kleiner dan beschikt uitvoering) maximaal uit te keren subsidie. Omdat Polder PV bij de april update bij navraag een geanonimiseerd cumulatieven lijstje per SDE regeling kreeg geleverd door RVO, kon hij het grootste deel van zijn al jaren uitgevoerde analyses continueren, zie aldaar (link hier boven). Echter, toen ik deze maal weer zo'n in feite eenvoudig, volautomatisch uit de primaire bestanden te extraheren cumulatieven lijstje, en de realisaties per kalenderjaar opvroeg, kreeg ik ditmaal van RVO nul op rekest. Met als motivatie (mijn vetdruk):
"... hoewel uw suggesties gewaardeerd worden ... kan ik u niet toezeggen dat we deze ook daadwerkelijk gaan opvolgen. Het is ook niet de bedoeling dat RVO voor elke situatie maatwerk publiceert, de cijfers zijn immers voor algemeen gebruik. Daar kan wel eens een uitzondering op worden gemaakt, maar het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat we aan elk verzoek gehoor geven. Uw verzoek kan ik dus niet honoreren, en u zult het dus moeten doen met de informatie zoals deze is gepresenteerd."
Wat dus impliciet inhoudt, dat we vermogens-data van de SDE regeling, zelfs op aanvraag geanonimiseerd in cumulatieven, op onze buik kunnen schrijven. En we dus maar moeten afwachten, of daar überhaupt nog iets over gepubliceerd zal gaan worden. Áls dat al zou geschieden, dan vermoedelijk in de "Monitor Zon-PV", voor 2024 voor het laatst verschenen, maar die verschijnt maar 1 maal per jaar, in het najaar, en is beslist niet zo detailrijk over de SDE regelingen zoals in de kwartaal rapportages tot april 2026.
Dat houdt dus ook in dat álle afgeleide berekeningen, waarbij vermogen een essentieel basis element vormt (gemiddelde vermogen per beschikking, per regeling, en evoluties daarvan) niet meer gemaakt kunnen worden, en dat dus een aanzienlijk deel van de jarenlange rapportages van Polder PV niet meer kan worden gecontinueerd.
U kunt zich wellicht voorstellen, dat Polder PV, die zich al vele jaren druk maakt omtrent de talloze drama's rond de PV statistieken in Nederland, hier inmiddels behoorlijk giftig van wordt...
Resultaten status SDE regelingen 1 juli 2026
Blijft over wat er nog aan magere resultaten uit het gepubliceerde maandrapport ge-extraheerd kan worden, daar ga ik nu, in deze "uitgeklede analyse", op in.

Deze nieuwe grafiek geeft de evolutie weer van de status updates van de accumulatie van alle gerealiseerde SDE beschikkingen voor zonnestroom, sinds begin 2020. Elke kolom is een stapeling van alle SDE regelingen, van SDE 2008-2010 (blauwe tinten), de omvangrijke hoeveelheid onder de SDE "+" regimes (SDE+2011 tm. SDE+2020 I, rode-gele tinten), en bovenaan, de recentere SDE "++" regelingen (SDE++2020 II tm. SDE++2024, groene tinten). De resultaten voor de laatst toegevoegde update, van 1 juli 2026, vindt u helemaal rechts.
Zeer duidelijk is, voor de cumulatie van de aantallen beschikkingen die zijn gerealiseerd ("ja-vinkje" in de RVO overzichten), dat er een flinke groei plaatsvindt tot het voorjaar van 2025 (van 18.489 gerealiseerde beschikkingen in de update van januari 2020 naar 30.623 exemplaren in april 2025), maar dat bij de overgebleven realisaties in de RVO bestanden sindsdien weer een duidelijk neergaande lijn is te zien. Tot nog maar 27.161 exemplaren begin juli 2026 (5,6% minder dan begin april 2026). Hoe komt dat?
Dit is het gevolg van het feit, dat, net zoals bij de databank van VertiCer (laatste update tm. juni 2026, in 2 delen, alhier), de status bij RVO het netto resultaat is van nieuw bijgeschreven realisaties in een bepaalde periode, minus het aantal uitschrijvingen dan wel "vervallen beschikkingen". Jarenlang zijn er vele duizenden ooit toegekende beschikkingen vervroegd af- danwel uit-geschreven, vanwege een complex aan redenen (slecht onderbouwde aanvraag, dak ongeschikt, dak eigenaar niet (meer) akkoord, netcapaciteit niet meer toereikend bij start planning bouw, daardoor veroorzaakte dreigende overschrijding van de gedoogde realisatie datum voor het project, business-case niet (meer) rond te krijgen, gestegen kosten, andere veranderde marktomstandigheden, etc., etc.). Dat was de hoofdoorzaak, dat de basis voor de overgebleven volumes steeds kleiner werd. Deze ontwikkeling is echter jaren lang volledig gemaskeerd door het feit dat er, tegelijkertijd, óók heel erg veel nieuwe projecten daadwerkelijk werden gerealiseerd. Die groei was jarenlang zo groot, dat het totaal aan (netto overgebleven) realisaties, zoals in de grafiek getoond, elke rapportage weer toenam.
Bestand SDE erodeert snel
We zien de laatste rapportages inmiddels, dat de ook al vele jaren durende "erosie" bij de eerste drie SDE regelingen (blauwe kolom segmenten), die ook altijd cijfermatig zijn onderbouwd en getoond door Polder PV in zijn ruim vijftig rapportages over de SDE regelingen, nu een hoog niveau heeft gekregen. Talloze van die oudere SDE projecten, hebben hun maximale subsidie periode (meestal 15 jaar) achter de kiezen, en velen daarvan zijn ook actief uitgeschreven uit de RVO databank, en dus niet meer zichtbaar. Het zegt echter niets over eventuele gecontinueerde exploitatie van onderhavige projecten, mede vanwege het feit dat de meeste goed aangelegde PV systemen een véél langere levensduur hebben. Ook al verdwijnen ze uit de RVO bestanden (en ook uit deze grafiek), ze kunnen beslist nog verder worden ge-exploiteerd door de eigenaren. Al is er verder geen enkel "zicht" op dergelijke situaties, dat wordt namelijk helemaal niet bijgehouden in Nederland ...
Sinds begin 2020 is van de eerste drie SDE regelingen aan gerealiseerde beschikkingen medio 2026 nog maar ruim de helft (52,4%) over in de bestanden van RVO, de rest is daar al uitgeschreven.
De sterk neerwaartse curve voor deze 3 eerste SDE regelingen is de belangrijkste oorzaak, dat het netto overgebleven totale volume van álle SDE regelingen (tm. SDE 2024) al langere tijd ook duidelijk neerwaarts bijgesteld wordt, bij elke nieuwe update.
Bestand SDE "+" na piek weer wat kleiner wordend
We zien de totale netto aantallen gerealiseerde beschikkingen onder de SDE "+" regimes (rode tot geel gekleurde kolom segmenten) in dit overzicht rap groeien, van 8.545 exemplaren in de update van begin 2020 (SDE 2011 tm. eerste 40 exemplaren voor SDE 2019 I), naar maximaal 19.261 stuks, voor alle betreffende 14 SDE "+" regelingen, in de update van 1 januari 2025. Daarna neemt ook bij deze serie regelingen het netto overgebleven volume weer wat af, door uitschrijvingen van gerealiseerde projecten uit de RVO databank, tot er in de update van juli 2026 nog maar 18.998 zijn overgebleven. Dat is nog wel 99% van het genoemde piek volume voor de SDE "+" projecten.
Bestand realisaties SDE "++" nog vrij klein, wel continu doorgroeiend
Realisaties uit de eerste SDE "++" regeling, de najaarsronde van SDE 2020, verschijnen vanaf de RVO update van 1 oktober 2020, gevolgd door de latere regelingen onder dat regime (groene kolom segmenten). Stapsgewijs nemen de volumes toe, om in de update van juli 2026 voorlopig te eindigen op 2.956 exemplaren, al 57 maal het eerst bekende volume. De verwachting is dat hier nog veel gerealiseerde beschikkingen aan zullen worden toegevoegd. Wel is duidelijk, dat het enorme gerealiseerde volume onder SDE "+" beslist niet gehaald zal gaan worden, ook al omdat bij de aantallen beschikte aanvragen al jaren een sterk neerwaartse trend zichtbaar is (netcongestie en felle competitie om de subsidie miljarden met talloze andere CO2 verminderende technologie platforms).
Dynamiek totaal anders dan bij capaciteit
De hier getoonde dynamiek bij de cumulaties van de overgebleven aantallen is compleet anders dan bij de capaciteiten, zoals bekend tot en met de update van 1 april 2026. Daar zijn de totale realisaties continu toegenomen, al is wel degelijk ook daar het volume onder met name de oudste 3 SDE regelingen duidelijk afgenomen. Omdat het in die eerste regelingen echter sowieso om zeer lage totale capaciteiten is gegaan (zie de flinterdunne schijfjes helemaal onderaan de capaciteitsgrafiek in genoemde update), vallen die verliezen totaal in het niet bij de zeer grote capaciteits-volumes die latere realisaties in de SDE "+", en SDE "++" regelingen hebben toegevoegd. Met andere woorden, terwijl bij de aantallen realisaties het netto totaal volume duidelijk aan het afnemen is, was die bij de capaciteit jaren lang continu door gegroeid. Dit is het gevolg van de voortdurende, enorme schaalvergroting van gerealiseerde projecten, met name binnen de diverse SDE regimes. Die schaalvergroting vindt zowel plaats op daken (met name grote distributie centra e.d.), als in het veld.
Details bij verliezen aantallen beschikkingen
Per SDE regeling zijn wel weer het aantal uitgeschreven beschikkingen sinds de vorige update (april 2026) te bepalen. Helaas niet meer voor de capaciteit, daar is niets zinnigs meer over te melden, omdat die cijfers niet meer door RVO worden verstrekt (zie de april 2026 update voor het laatste staatje op dat vlak). Uitschrijving wil zeggen: niet meer aanwezig in het RVO databestand. Dat kan meerdere oorzaken hebben, zoals een ramp (brand, storm), waarna besloten zou kunnen zijn om geen nieuw of vervangend project meer aan te leggen (en actief uit te schrijven bij RVO), een actief besluit om geen beroep meer te doen op de SDE subsidie (ander verdienmodel o.i.d., nieuwe eigenaar van het gebouw die de regeling laat voor wat die is), of, in de meeste gevallen, verlopen van de maximale subsidie termijn incl. eventueel bonus jaar (max. 16 jaar bij PV). Dit alles dan wel, gepaard gaand met actieve uitschrijving bij RVO. Wat verder niets zegt over eventuele continuering van de exploitatie zonder SDE subsidie.
In bovenstaand overzicht blijkt de afvoer van aantallen beschikkingen wederom, net als in de voorlaatste updates, als een normale gang van zaken te zijn opgetreden, de meeste regelingen zijn weer beschikkingen (en, ongetwijfeld, maar getalsmatig niet meer bekend gemaakt, capaciteit) kwijtgeraakt. Record houder voor de aantallen is wederom de oudste SDE regeling, SDE 2008, met een nieuwe uitschrijving van 637 beschikkingen in een kwartaal tijd. Daarmee zijn er, van de oorspronkelijk toegekende 8.033 exemplaren, inmiddels nog maar 1.465 over, die kennelijk nog staan ingeschreven bij RVO. Het overgebleven volume is nu zelfs al lager dan de overgebleven 2.233 exemplaren bij SDE 2010, wat echter ook al met een aardig verlies werd geconfronteerd (zie tabelletje hierboven).
Opvallend in de basis-lijst van RVO is, dat nu voor de derde maal een onterecht opgevoerde "dubbelaar" (zonnepark Broekstraat) voorkomt. Ik heb deze inmiddels gemeld bij het Agentschap, er zou door de data specialisten naar gekeken worden ...
De totale, netto uitval t.o.v. de vorige update betreft een volume van 1.789 beschikkingen, ruim drie maal het verlies in de april 2026 update (582 exemplaren verdwenen). Hierbij is genoemde anomalie (de "dubbelaar") weer niet meegenomen. Dit is echter niet het hoogste uitval volume. In de update van 1 april 2022 ging een bizar hoog, historisch volume van 4.062 beschikkingen verloren.
In de volgende grafiek heb ik de verliezen van de aantallen beschikkingen in de loop van de tijd zichtbaar gemaakt, per SDE regeling. De grafiek voor capaciteiten is niet meer bij te werken, aangezien die data niet meer zijn gepubliceerd, zie daarvoor het exemplaar in de april 2026 update.
Aantallen beschikkingen per SDE regeling - uitval in beeld

In de hierboven weergegeven grafiek wordt de evolutie van de overgebleven aantallen SDE beschikkingen voor PV projecten in de loop van de tijd vervolgd, per regeling, en met een markering per peildatum, beginnend op 1 januari 2020. Toen waren de meeste SDE regelingen al langer "actief". Later actief geworden regelingen zijn, vanaf de peildatum dat er voor het eerst data van bij RVO verschenen, met een eigen kleurstelling opgenomen, van SDE "+" 2019 II tm. SDE "++" 2024.
Sommige SDE regelingen kenden slechts geringe volumes beschikkingen en/of het verloop is zeer gering in de loop van de tijd. Maar er zijn meerdere SDE regelingen waarbij de verliezen groot, tot zelfs catastrofaal zijn geweest. De meest impact hadden de uitschrijvingen onder SDE 2020 I, waarvoor de overgebleven volumes in de getoonde periode onderuit gingen, van 6.882 naar nog maar 2.383 beschikkingen, begin QIII 2026. Er was toen nog maar minder dan 35% over van de beginwaarde in de grafiek. Ook de aantallen in andere "recente" regelingen, eroderen sterk, wat voor een belangrijk deel te maken heeft met de overal optredende netcongestie, die realisatie van veel nieuwe projecten onmogelijk maakt. Meestal omdat de periode waarin de beschikking verzilverd moet worden te kort is geworden in combinatie met andere factoren.
Let ook op de structurele, voortgaande uitholling van het aantal overgebleven exemplaren onder de oudste regeling, SDE 2008. Waarvan de uitschrijving bij RVO sinds het 2e kwartaal van 2024 al in de versnelling leek te zijn gegaan. En in de 4 laatste updates een zeer forse neerwaartse trend laat zien, met talloze nieuwe "uitschrijvingen" uit de RVO databank. Bij de SDE 2009 en SDE 2010 zijn nu ook duidelijke dips in de curves te zien, met veel uit de databank verdwenen project realisaties als oorzaak. Ook laat, opvallend, de vrij recente regeling SDE 2023, al een merkbaar neerwaartse trend zien. Wat laatstgenoemde regeling betreft, zal dat zeker om problemen met aansluiting aan het net zijn gegaan, waardoor de ontwikkelaars nogal wat projecten hebben moeten staken, vermoedelijk omdat de realisatie datum niet meer gehaald kon worden.
In de update van oktober 2025 is ook voor het eerst SDE 2024 opgenomen, die niet zeer veel beschikkingen had verzilverd voor solar, en die in dit diagram rechtsonderaan zichtbaar is geworden, met nog weinig geregistreerd verlies.
Verlies percentages
Wat de totale aantallen verloren gegane beschikkingen betreft, zijn de procentuele "verliezen" (lees: uitschrijvingen) momenteel het hoogst: onder de 3 SDE regelingen SDE 2008 (-81,8% t.o.v. oorspronkelijk beschikt), onder de 14 SDE "+" regelingen SDE 2012 (-72,7%), resp. onder de 5 SDE "++" regelingen SDE 2021, die met 70,5% verlies de vorige "kampioen", SDE 2020 II (-67,9%), in negatieve zin heeft ingehaald. Voor de capaciteiten zijn deze helaas niet meer actueel bepaalbaar vanwege de door RVO geschrapte basis data. Voor de laatste stand van zaken, zie de tabel in de 1 april 2026 update.
Het allergrootste deel van de omvangrijke verliezen betreft beschikkingen voor dakgebonden projecten. Toekenningen voor grondgebonden en/of drijvende zonneparken werden in een lange periode zelden terug getrokken, omdat er door ontwikkelaars vaak al veel geld in de plannen was gestoken, er al vroeg netcapaciteit was gecontracteerd met de regionale netbeheerder, en er een grondige (soms zelfs jaren lange) voorbereiding had plaatsgevonden. De meeste grondgebonden projecten met SDE beschikking(en) die in het verleden waren gestaakt, en die Polder PV in een apart overzicht bijhoudt, betreft kleinere projecten, met enkele honderden kWp tot een paar MWp in de oorspronkelijke plannen. Hier is voor het eerst in de update van oktober 2023 verandering in gekomen, toen een behoorlijke hoeveelheid grotere zonnepark beschikkingen waren ingetrokken, en waarvan destijds door Polder PV werd gehoopt, dat ze onder iets minder ongunstige condities, onder SDE 2023 opnieuw konden indienen. Uit een recente analyse van de gepubliceerde SDE 2023 regeling blijkt inderdaad, dat vrijwel het gehele volume aan toen ingetrokken grondgebonden projecten, daadwerkelijk weer een (of meer) beschikkingen onder SDE 2023 hebben weten te verzilveren (analyse PPV).
Desondanks staat er in de "afvoer" map van Polder PV inmiddels ook al een fors volume aan - deels SDE beschikte - zonnepark plannen. In de omvangrijke zonnepark update van begin 2026 is Polder PV daar wederom kort op ingegaan.
12,0 miljard Euro uit boeken verdwenen en/of misgelopen
In vergelijking met de oorspronkelijk toegezegde maximaal haalbare budgetten voor alle toegenende SDE beschikking, is reeds een enorme hoop potentieel beschikbaar subsidiegeld verdwenen. Dit heeft drie oorzaken. Ten eerste zijn er reeds vele duizenden beschikkingen actief ingetrokken om een veelheid aan redenen. Ten tweede, zijn veel toekenningen uiteindelijk door RVO ongeldig gemaakt, omdat de projecten niet binnen de gestelde termijn en voorwaarden gerealiseerd konden worden. Ten derde, is er al een flinke toename van actief bij RVO uitgeschreven project beschikkingen, waarvoor de 15 jaar (plus evt. bonus-jaar) subsidie termijn is verstreken. En, ten vierde, zijn heel veel beschikkingen, soms veel, kleiner uitgevoerd, dan waarvoor oorspronkelijk capaciteit werd toegekend. Met een neerwaartse bijstelling van de capaciteit, wordt ook het maximaal haalbare subsidie bedrag voor de betreffende beschikking in negatieve zin aangepast (als alle administratie volgens de boekingsregels verloopt).
Dit alles leidt ertoe, dat er veel minder geld, grotendeels al toegekend voor daadwerkelijk gerealiseerde productie, is, of nog wordt uitgekeerd aan de (overgebleven) PV projecten onder de verschillende SDE regimes.
Alle beschikte (overgebleven) PV projecten tm. SDE 2024 hebben een maximale subsidie claim van, inmiddels, ruim 14,3 miljard Euro (over een periode van maximaal 15 jaar exclusief "banking year"), tm. SDE 2022 is dat momenteel nog ruim 13,3 miljard Euro. In de versie van 1 april 2026 was het overgebleven maximale subsidie bedrag tm. SDE 2022 nog ruim 13,5 miljard Euro, waarmee inmiddels alweer maximaal 226 miljoen Euro in een kwartaal tijd is uitgeschreven, dan wel verdampt voor de sector. In de vorige update was dat nog 150 miljoen Euro. In april 2022 was er een catastrofaal verlies van zelfs 1.284 miljoen Euro vanwege de enorme hoeveelheid (rooftop) beschikkingen die toen met name voor de SDE 2020 I regeling verloren gingen.
Oorspronkelijk is er vanaf SDE 2008 tot en met SDE 2024 voor zonnestroom maximaal voor zo'n 26,3 miljard Euro aan subsidie toekenningen uitgegeven door RVO en haar voorgangers. Gezien bovenstaande cijfers, hebben de zonne-energie branche, en de talloze niet aangesloten binnenlandse en buitenlandse organisaties die ook PV projecten ontwikkelen, in totaal al voor 12,0 miljard Euro aan potentieel niet ingevuld, is dat verloren gegaan, of zijn de oudere projecten niet meer zichtbaar in de cijfers, omdat ze bij RVO zijn uitgeschreven.
Uiteraard staat tegenover het kolossale verlies aan potentieel ook een zeer groot volume aan daadwerkelijk gerealiseerde PV projecten via de diverse SDE regelingen. Maar de toevoegingen per kwartaal zijn niet meer te vergelijken met die in de "gouden jaren" 2018-2022. In de april 2026 update werden nog 69 nieuwe realisaties toegevoegd, in het afgelopen kwartaal tm. eind juni 2026 waren het er nog maar 55, verdeeld over de laatste 4 SDE "++" regelingen (6, 10, 34, en 5 nieuwe exemplaren voor SDE 2021 tm. SDE 2024). In de april update was de toegevoegde nieuw gerealiseerde, beschikte capaciteit nog 243 MWp, vanaf de juli 2026 update is daar slechts naar te raden, omdat alle vermogens-data zijn ge-elimineerd uit de publieke lijst van RVO (zie ook introductie). Daarbij komt ook nog de complicatie, dat van veel project beschikkingen, de capaciteit door RVO neerwaarts wordt aangepast als de betreffende projecten zijn opgeleverd. Een trend die ik al jaren signaleer, talloze aangevraagde projecten worden uiteindelijk, soms veel, minder groot gerealiseerd dan waarvoor oorspronkelijk is toegekend. Dat heeft grotendeels te maken met de overgebleven beschikbare netcapaciteit op de betreffende lokaties: vaak kan het oorspronkelijk geplande grote project niet worden gerealiseerd, en wordt er in veel gevallen dan maar een kleine(re) installatie aangelegd. Wellicht in de hoop dat er later alsnog kan worden uitgebreid.
Het absolute record bij de capaciteit nieuwbouw was te vinden in de update van 4 januari 2021, toen er netto 891 MWp werd toegevoegd aan de SDE data bij RVO. In eerdere regelingen werden hogere aantallen beschikkingen gerealiseerd, maar die waren per stuk flink kleiner, dan wat er tegenwoordig gemiddeld genomen wordt opgeleverd vanuit de SDE regelingen.
Met alle SDE regelingen bij elkaar, was het in de update van 1 januari 2024 voor het eerst in de geschiedenis, dat er meer dan dertigduizend toekenningen de status "realisatie" hadden bereikt, en die niet om een of andere reden weer waren afgevoerd uit de RVO databank. In de vorige 3 en huidige updates is dat door de forse netto negatieve groei weer afgenomen, naar inmiddels 27.161 overgebleven exemplaren (zie eerste grafiek in dit artikel), en zal het niveau van dertigduizend overgebleven beschikkingen niet meer kunnen worden behaald gezien de voortgaande, forse uitval van gerealiseerde beschikkingen. De bescheiden nieuwbouw van projecten uit de SDE "++" regimes zal dat tij niet kunnen keren.
Potentieel vermogens-volume - voor het eerst netto negatieve groei?
Om, voor medio 2026, resp. voor de toename in het tweede kwartaal van 2026, toch een poging te doen om het opgestelde, gerealiseerde vermogen te kunnen bepalen, hebben we de oorspronkelijke capaciteits-cijfers nodig, die RVO echter niet meer publiceert. Zouden we uitgaan van de cijfers voor de update van 1 april jl., een accumulatie van 13.853 MWp, bij een maximaal uit te keren subsidie van 12,97 miljard Euro, zou dat grofweg neerkomen op een kengetal van 936.141 Euro per MWp (max. haalbare subsidie). Passen we dat kengetal toe op de nu actuele, overgebleven 12,89 miljard Euro voor de update van 1 juli 2026, zou, volstrekt theoretisch, het geaccumuleerde beschikte gerealiseerde vermogen toen neergekomen kunnen zijn op 13.768 MWp. Hierbij dient een belangrijke disclaimer te worden opgenomen, want de dynamiek van zowel de nieuw ingeschreven (gerealiseerde) projecten (meestal grotere installaties), als de in de tussentijd uit de RVO databank uitgeschreven installaties (veelal wat kleinere projecten), kan nogal verschillend zijn, in de loop van de tijd. Dat heeft onherroepelijk invloed op de hoogte van de diverse getallen, en dus ook op de uitkomsten van zo'n berekening. Ergo, het "kengetal" van april toepassen op dat van juni, om het resterende gerealiseerde vermogen te berekenen, is risico-vol, de dynamiek van genoemde volumes kan beslist verschillen in de diverse periodes.
Als we bovenstaande kritische overwegingen terzijde schuiven, en de berekende 13.768 MWp als "goede benadering" zouden beschouwen, zou dit voor het eerst in de SDE historie resulteren in een negatief, netto nieuw toegevoegd vermogen van (13.768-13.853 =) -85 MWp. Dit zou voor het eerst zijn, dat ook bij de capaciteit inmiddels een "netto negatieve groei" van de in de databank van RVO overgebleven populatie met gerealiseerde PV project beschikkingen tussen twee kwartaal rapportages zou zijn opgetreden, als de hierboven weergegeven "terug rekening" hout snijdt. Bij de aantallen overbleven projecten is dit al veel langer het geval (eerste grafiek in dit artikel). Een vergelijkbare situatie zien we al heel lang in de databank van VertiCer, die uitsluitend gecertificeerde PV projecten kent, en wat al jaren met negatieve groei cijfers wordt geconfronteerd op maandelijkse basis, zowel bij de aantallen, als bij de capaciteiten.
Disclaimer extra
Let hierbij ook altijd op, dat de "capaciteit" (deze update berekend als 85 MWp negatieve groei t.o.v. het april rapport, excl. de zonnepark dubbelaar blunder van RVO), beslist niet het daadwerkelijke, fysiek gerealiseerde volume is, of hoeft te zijn. RVO geeft dat namelijk in de meeste gevallen niet op. Zoals meermalen gesteld, heb ik van talloze projecten met SDE subsidies fors verschillende opgeleverde capaciteiten in mijn spreadsheet staan, die soms wel tot 30% kunnen afwijken van het capaciteit cijfer getoond in de RVO lijsten. Zowel afwijkend naar boven, als naar onder. RVO stelde de laatste paar jaar wel frequent de opgevoerde toegekende projecten middels (neerwaartse !) correcties bij t.o.v. de eerder beschikte volumes. Ze noemen dat "vrijval", maar ze beperken, erg vreemd, het tellen daarvan tot project beschikkingen waarvan de realisatie minder dan 90% bedraagt t.o.v. de oorspronkelijke beschikking ("gedeeltelijke vrijval" van capaciteit, wat 5% van de totale vrijval zou zijn geweest in 2024 [totaal = grotendeels ingetrokken beschikkingen + "gedeeltelijke vrijval"], zie Monitor 2025). Daar staat tegenover, dat voor projecten die groter worden uitgevoerd dan waarvoor staat beschikt, zeker in het verleden vaak gesignaleerd, RVO de beschikte capaciteiten vrijwel nooit aanpast in hun overzichten. Bovendien kunnen we nog heel wat meer neerwaartse bijstellingen gaan verwachten van reeds opgeleverde projecten, omdat informatie over feitelijke realisaties pas (zeer) laat op de RVO burelen kan arriveren. Die correcties verschijnen dan pas achteraf, in toekomstige updates.
Bovenstaande zal steeds moeilijker te traceren zijn, omdat vanaf de update van 1 april 2026, de individuele beschikte vermogens per beschikking niet meer worden gepubliceerd, alleen nog maar de maximale subsidiebedragen die van toepassing zijn ...
Dit alles, ook nog zonder de nieuwe projecten die géén SDE beschikking(en) hebben, maar die wel degelijk worden gerealiseerd. Ook daarvan heeft Polder PV al een forse, nog immer groeiende hoeveelheid in zijn project overzichten, die dus niet in de RVO records voorkomt. Ergo: de "betekenis" van de SDE populatie, is ook al enige tijd aan het eroderen, nogal wat nieuwe projecten worden immers al langer zonder SDE opgeleverd. En zijn dus helemaal niet bekend bij RVO.
Voor de details van alle wijzigingen en "overgebleven" aantallen bij de verschillende categorieën, en de diverse SDE regelingen, zie de volgende tabel hier onder. Hierin zijn alle vermogens-gerelateerde cijfers grijs gemaakt (laatst bekende status: update 1 april 2026), voor de aantallen zijn de huidige, nieuwe cijfers voor de update van 1 juli 2026 gebruikt.
Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen - update 1 juli 2026
Voor uitgebreide toelichting bij de (inhoud van de) tabel, zie artikel met analyse status 3 april 2017, en details tot en met de update voor april 2026 (laatste vermogens-data beschikbaar) in het artikel van 30 april 2026.

^^^
KLIK op plaatje voor uitvergroting (komt
in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)
In deze regelmatig door Polder PV ververste hoofd-tabel alle relevante bijgewerkte zonnestroom cijfers voor de aantallen en de Megawatten voor alle (bekende) SDE regelingen, waarbij de vijfde SDE "++" ronde (SDE 2024) in de update van oktober 2025 was toegevoegd, met inmiddels al enkele realisaties. De tabel bevat verder de actuele cijfers voor de aantallen projecten van de update van 1 juli 2026 voor alle oudere regelingen. Alle capaciteit gerelateerde data zijn van de laatst beschikbare update, 1 april 2026, daarna zijn deze gegevens NIET meer door RVO wereldkundig gemaakt ...
Links de oorspronkelijk beschikte volumes, in rood de actuele status van wat RVO met de huidige (detail) update nog in portfolio heeft staan, in blauw de daar uit resulterende, verloren gegane hoeveelheden t.o.v. oorspronkelijk toegekend. In groen volgen de fysieke volumes, volgens administratieve normen van RVO geldende "opgeleverde" (gerealiseerde) project beschikkingen. De laatste vier kolommen betreffen de overgebleven hoeveelheden, nog in te vullen (of t.z.t. af te voeren) beschikkingen van de betreffende SDE regimes. Ook wel: de projecten "pijplijn" genoemd.
Record hoeveelheden bij de oorspronkelijk toegekende beschikkingen vinden we bij SDE 2008 resp. SDE 2009 voor aantallen resp. capaciteit, onder de latere SDE regimes bij SDE 2020 I voor de aantallen, resp. voor SDE 2021 voor de toegekende capaciteit.
SDE 2022 - SDE 2024
Zowel de SDE 2022 als SDE 2023 hebben bij de oorspronkelijke toekenningen geen records gebroken, mede omdat de competitie met andere CO2 verminderende modaliteiten fel was, er al langer structurele netproblemen zijn waardoor in veel gevallen er geen aanvraag voor grote projecten gedaan kunnen worden in veel locaties, omdat de eisen voor zonnestroom projecten steeds stringenter zijn geworden, én omdat de kostprijzen tijdelijk waren gestegen i.p.v. gedaald.
Volgens de Kamerbrief voor SDE 2022 zouden er oorspronkelijk 1.505 beschikkingen voor PV projecten zijn afgegeven, goed voor 1.913,1 MWp, maar bij RVO bleken oorspronkelijk iets hogere volumes te zijn genoteerd, waar verder niets over is geventileerd op de sites van Min. EZK of RVO (zie update juli 2023). Voor deze regeling zijn vanaf een vorige update de startwaarden bij RVO weergegeven onder de "oorspronkelijk beschikte volumes".
Voor SDE 2023 is er geen verschil tussen de opgaves in de betreffende Kamerbrief, en de eerste publicatie van de beschikkingen lijst door RVO.
Voor SDE 2024 zijn er voor zonnestroom projecten relatief weinig aanvragen binnengekomen, 319 stuks, met een gevraagd vermogen van 2.023 MWp (kamerbrief van Hermans / MinKGG, van 17 december 2024, webarchive link). In een tweede kamerbrief, van 6 juni 2025, ging de inmiddels demissionaire minister in op de status bij de beschikkingen. Voor het domein Elektriciteit was alles al door RVO nagekeken, zonnestroom heeft ondanks de felle concurrentie, en de moeilijke marktomstandigheden, een nog redelijk volume van 281 beschikkingen, resp. 1.792 MWp, toebedeeld gekregen. Waarbij met name de schaalvergroting als opmerkelijk mag worden bestempeld (gemiddeld 6,38 MWp per beschikking, bij de grondgebonden zonneparken zelfs gemiddeld 23,8 MWp per stuk!).
In het document "Eindstand SDE++ 2024" van RVO, uitgewerkt door Polder PV in zijn analyse van 10 september 2025, en verschenen ná de tweede kamerbrief, waren er opeens 2 beschikkingen méér opgetekend door de ambtenaren, en een verzameld vermogen van 1.851,3 MWp, duidelijk meer dan in genoemde kamerbrief. Echter, in het totaal overzicht van 1 oktober 2025, van dezelfde ambtelijke organisatie, wordt weer gewag gemaakt van de oorspronkelijke volumes, 281 afgegeven beschikkingen, met 1.792 MWp capaciteit. Het is onduidelijk waar dat tijdelijke verschil aan heeft gelegen. Het zou erg toevallig zijn, dat tussentijdse wegval van beschikkingen op precies de in de Kamerbrief genoemde volumes terecht zou zijn gekomen. Ik houd, naar analogie van de situatie onder SDE 2023, de oorspronkelijke RVO volumes als "startwaarden" aan voor de SDE 2024.
Wegval beschikkingen
In oranje veldjes heb ik in het blok "overgebleven beschikte volumes" bij de primaire data wederom aangegeven dat er negatieve wijzigingen zijn geweest t.o.v. de status in de voorgaande update, van april 2026. Bij de aantallen overgebleven beschikkingen zijn voor alle regelingen, op 2 na, de volumes inmiddels verder omlaag bijgesteld, er vindt dus een forse uitstroom van geregistreerde projecten plaats, en/of er zijn veel beschikkingen alsnog ingetrokken. Details over de weg gevallen hoeveelheden capaciteit zijn niet meer voorhanden (grijs gemaakte waarden = status 1 april 2026).
Niet zichtbaar is het feit dat nog steeds zonnepark Broekstraat in Gelderland dubbel is opgevoerd in de huidige update. Deze evidente fout is inmiddels door Polder PV gemeld bij RVO. Daarmee zal een extra beschikking onder SDE 2019 I gaan uitvallen (alsmede de daarmee gepaard gaande, maar niet meer "zichtbare" capaciteit).
Over commentaar op de teloor gegane hoeveelheden beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes, verwijs ik naar de laatste update met beschikbare capaciteits-cijfers, die van 1 april 2026.
Grafiek update oorspronkelijke versus overgebleven aantallen beschikkingen
Om goed zichtbaar te maken wat de volumes aan teloor gegane (beschikte) aantallen zijn, heb ik in deze analyse wederom de volgende, bijgewerkte grafiek opgenomen. Voor de capaciteit kon die helaas niet meer worden gemaakt omdat RVO die, uiteraard ook aangepaste cijfers niet meer publiceert (zie de april update).
In bovenstaande grafiek links de stapel kolom met de aantallen oorspronkelijk uitgegeven PV beschikkingen, voor alle SDE (2008-2010), SDE "+" (2011-2020 I), resp. SDE "++" (2020 II-2024) regelingen. Met bovenaan de sommatie van wat ooit is uitgegeven voor solar: 62.811 beschikkingen tm. de recentelijk nieuw opgenomen SDE 2024. NB: het gaat hierbij niet om "projecten", omdat heel veel project sites meerdere beschikkingen hebben gekregen. In de rechter kolom de hoeveelheden die er in de RVO update van 1 juli 2026, tot en met SDE 2024, in totaal zijn overgebleven, als gevolg van voortdurende eliminatie van om wat voor reden dan ook weer verwijderde project beschikkingen uit de RVO database. Er zijn nu nog in totaal 27.822 beschikkingen over. Dat laatstgenoemde totaal cijfer is 44,3% van het oorspronkelijke toegekende volume (blauwe pijl). In de vorige update was dit percentage nog 47,1%, wat op een versnelling van de netto uitschrijvingen wijst. Ergo: ruim de helft, 55,7% van alle oorspronkelijk toegekende project beschikkingen is alweer verdwenen bij RVO. Bij de oudste regelingen betreft dit grotendeels uitschrijvingen, bij recentere exemplaren zijn de verliezen vooral te wijten aan grote hoeveelheden niet gerealiseerde projecten of om andere redenen weer ingetrokken beschikkingen.
Wat betreft de SDE "+" en opvolger regelingen, vallen de forse verliezen bij de populaire SDE "+" 2017-2018 regelingen hier op, en, recenter, onder SDE 2020 I, de eerste SDE "++" regeling, SDE 2020 II, en inmiddels ook SDE 2021: De hoeveelheid overgebleven beschikkingen is nog maar 34,6% onder SDE 2020 I. SDE 2020 II heeft haar zelfs in negatieve zin ingehaald, met nog maar 32,1% van oorspronkelijk beschikt volume. SDE 2021, de nieuwe "verlies kampioen", heeft die regeling ook in negatieve zin gevolgd, en zit nog maar op een resterend volume van 29,5%. Onder de oude 3 SDE regelingen zijn er de afgelopen jaren continu plukjes beschikkingen uitgeschreven, in vrijwel elke RVO update. Die volumes nemen de laatste tijd fors toe; in de huidige update is weer een verlies van 637 beschikkingen onder het SDE 2008 regime vastgesteld, de twee opvolgende regelingen raakten er ditmaal 478, resp. 376 kwijt. RVO besteedt vrijwel geen aandacht aan de wegval van die oudere, reeds lang geleden opgeleverde project beschikkingen. Van de oorspronkelijk uitgegeven 16.047 beschikkingen voor genoemde eerste drie SDE regelingen zijn er inmiddels nog maar 5.207 over (32,4%). Hoogstwaarschijnlijk heeft het verdwijnen van met name de oudere beschikkingen te maken met het verstrijken van de subsidie termijn (15 jaar vanaf 2008-2010 = 2023-2025), gevolgd door actieve uitschrijving bij zowel VertiCer, als bij RVO.
Voor de feitelijke realisaties t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de desbetreffende grafiek, verderop.
Realisaties per kalenderjaar - status 1 juli 2026
RVO geeft bij de opgeleverde beschikkingen ook het jaar van oplevering weer, indien volgens haar administratieve normen aan alle voorwaarden daartoe is voldaan. Ook al strookt dit niet met de oplevering, zoals VertiCer die hanteert (sterker nog, RVO zet zeer vaak pas "ja" vinkjes, vele maanden nadat een project al lang groene stroom levert, vaak pas in het opvolgende jaar, of nóg later), het geeft wel een interessant doorkijkje naar de evolutie van de (beschikte) realisaties per kalenderjaar. Polder PV heeft daartoe in de update van januari 2024 een nieuwe grafiek gemaakt, met, per kalenderjaar van oplevering, de aantallen projecten, de cumulatieve beschikte capaciteit volgens RVO (MWp), en het gemiddelde capaciteit niveau per beschikking (kWp), volgens de publieke informatie van het Agentschap.
Omdat er, zoals al gezegd, een serieuze verslechtering van de statistiek voorziening is opgetreden, is het niet meer mogelijk om de vermogens per jaar voor de afzonderlijke beschikkingen meer in cumulatie te krijgen. Derhalve, kan ik alleen maar de grafiek met de aantallen beschikkingen weergeven. Die geef ik hier onder weer, met de data uit de 1 juli 2026 update. Voor de laatste grafiek met de capaciteit, zie het exemplaar in de update van 1 januari 2026. De geaccumuleerde capaciteit was toen nog 13.612 MWp.
In dit diagram zijn uiteraard niet de beschikkingen met "nee" vinkje opgenomen. Dat waren in de update van 1 juli 2026 661 overgebleven exemplaren. Weer flink lager dan in de vorige update (848 exemplaren over), vanwege de combinatie van tussentijds daadwerkelijk opgeleverde projecten, en de continue uitstroom van uitgeschreven project plannen (grotendeels vanwege intrekking van de SDE beschikking).

Uit deze grafiek resulteren de volgende waarnemingen:
De SDE beschikkingen zijn wat aantallen (blauwe kolommen) betreft eerst explosief gestegen, en stapsgewijs afgenomen, maar door forse uitval uit de eerste regelingen vertoont nu niet meer 2009 de eerste piek waarde (overgebleven nog maar 575 exemplaren, dat was in de 1 april 2025 update nog een piek van 2.587 stuks), maar, sinds de update van 1 juli 2025 was dat tijdelijk kalenderjaar 2010. Wat in de tussentijd uiteraard ook weer veel in dat jaar gerealiseerde beschikkingen kwijtraakte (1 juli 2025 nog 2.504 stuks, 1 april 2025 2.237 stuks, in de huidige update van 1 juli 2026 nog maar 1.393 exemplaren over). Met de grote uitstroom van beschikkingen voor realisatie jaren 2009 en 2010, heeft nu 2011 het stokje overgenomen met (nu nog) het hoogst overgebleven aantal beschikkingen bij de oudere regelingen, 2.037 exemplaren. De eerste 3 SDE regelingen, die in deze eerste jaren de grootste volumes hebben gerealiseerd, omvatten bijna uitsluitend residentiële mini-projectjes, op enkele uitzonderingen na, zoals het met tientallen SDE 2009 beschikkingen "gezegende" Klepperstee veldinstallatie project, opgeleverd in het voorjaar van 2012, en nog steeds figurerend in de huidige RVO update.
De "all-time low" werd onder het nieuwe SDE "+" regime bereikt in kalenderjaar 2014, met slechts 209 nieuwe (overgebleven) opleveringen dat jaar. Gelukkig was daar de zeer succesvolle SDE 2014, die voor nieuwe energie zorgde, en voor die tijd een record aantal toekenningen. Gaandeweg namen de volumes weer rap toe, uiteraard extra versneld door met name de enorme hoeveelheid beschikkingen voor de SDE 2016 en latere regelingen. De uiteindelijke max. kwam in Corona jaar 2020, met 4.506 opgeleverde, overgebleven beschikkingen dat jaar (weer 36 minder overgebleven t.o.v. de vorige update). Daarna gingen de volumes rap omlaag, grotendeels vanwege landelijk optredende congestie op de netten. Het realisatie tempo nam flink af, om in 2023 haar voorlopige dieptepunt te bereiken, momenteel 1.199 nieuw opgeleverde beschikkingen, althans, volgens de RVO administratie (4 meer dan in de vorige update).
In de update van 1 juli 2026 zijn inmiddels 665 opgeleverde beschikkingen aan kalenderjaar 2024 toegewezen, 279 exemplaren aan 2025, en ook 37 beschikkingen die in het eerste half-jaar van 2026 "officieel" zijn opgeleverd. Waar nog veel volume bij zal gaan komen in latere updates. Deels door grote administratieve vertragingen bij RVO zelf. Deels doordat opleveringen in 2026 veel later dit jaar, pas in het volgende jaar of zelfs later nog, doorgegeven zullen gaan worden.
Voor de capaciteiten, en, uiteraard, ook de gemiddelde capaciteit per realisatie, verwijs ik naar de beschouwingen in de update van januari 2026. De optellingen van de realisaties per kalenderjaar zijn niet meer te maken omdat deze essentiële data uit de huidige spreadsheet van RVO zijn verdwenen.
Vergelijking aantallen nieuwe beschikkingen RVO / projecten VertiCer per kalenderjaar
Om te kijken hoe de nieuwe opleveringen, zoals RVO die bijhoudt voor het SDE dossier, zich verhouden tot de gecertificeerde PV projecten, die TenneT/Gasunie dochter VertiCer (opvolger van CertiQ) registreert sedert er Garanties van Oorsprong worden uitgegeven in Nederland (2003), heb ik een update toegevoegd met een vergelijking tussen de meest recent beschikbare data van de twee instanties. De aantallen beschikkingen / projecten vindt u hier onder, wederom kon een zelfde exemplaar voor opgeleverde capaciteiten wegens het ontbreken van die informatie niet meer worden opgemaakt.

In dit diagram worden de uit de oudere CertiQ, en meer recente VertiCer updates ge-extraheerde aantallen nieuwe gecertificeerde PV-projecten per kalenderjaar (groene kolommen) vergeleken met de uit de vorige grafiek overgezette aantallen SDE beschikkingen die per jaar zouden zijn opgeleverd volgens de RVO administratie (oranje kolommen). Direct valt op, dat de aantallen bij de CertiQ/VertiCer data stelselmatig een stuk hoger liggen dan die voor de SDE beschikkingen bij RVO. De laatste liggen op niveaus tussen de 15% (2009) en 78% (2011), tot ruim 93% (2022) ten opzichte van die van VertiCer. In een eerdere update was de verhouding voor 2023 nog in het voordeel van de data van RVO, maar ook dat is het inmiddels, met de meeste recente data, in het voordeel van de cijfers van VertiCer omgeslagen, zoals in een voorgaande update al was voorspeld. Voor 2024 was de situatie ongeveer gelijk, maar met de meest recente cijfers is wederom het VertiCer dossier "leading" t.o.v. de huidige status bij de SDE realisaties bij RVO. Door de hoge uitstroom van project registraties in, met name, de oudste jaargangen bij RVO (huidige analyse), zijn de procentuele verschillen met de data van VertiCer in die jaren zelfs groter aan het worden. Dat is in de laatste updates vooral voor het jaar 2009 zeer duidelijk geworden. Waarbij natuurlijk ook gerealiseerd moet worden, dat zelfs het VertiCer dossier een netto verschil tussen instroom en uitstroom in een bepaalde periode vertegenwoordigt.
Voor 2025 en 2026 is de situatie nog lang niet duidelijk. Nu is er voor beide jaren nog een flinke "negatieve groei" zichtbaar in de VertiCer cijfers, maar dat trekt in latere updates altijd weer bij, zoals hun continu evoluerende historische data tonen. En kan flink positief gaan worden. Veel volume is nog helemaal niet bekend, bij zowel VertiCer, als het ver achter de feiten aan lopende RVO dossier, dus er is over deze jaargangen nog niet veel zinnigs te zeggen.
Blijft over de vraag: waar ligt het structurele verschil tussen de RVO en VertiCer data aan, in de eerdere jaargangen?
Bij RVO staan, in dit dossier, uitsluitend SDE beschikkingen geregistreerd. VertiCer verstrekt Garanties van Oorsprong, ook aan projecten zónder SDE subsidie (!). Daar staat dus sowieso meer volume (ook: aantallen projecten), en kennelijk is dat een behoorlijk, doch van jaar tot jaar wisselend volume.
Mogelijk is er, daarnaast, verschil in de wijze van "tellen". In theorie zou er bij RVO dan méér SDE aantallen kunnen staan dan bij VertiCer, als de laatstgenoemde alleen projecten "per aansluiting" of "per adresnummer" telt. Polder PV heeft immers al lang vastgesteld, dat er meer dan 1 SDE beschikking per adres / project locatie afgegeven kan zijn, wat bij verschil in wijze van "tellen" tot flinke discrepanties kan leiden. Het is echter nog het geheel niet duidelijk of zo'n theoretisch verschillende wijze van tellen tot genoemde, soms aanmerkelijke discrepanties (2009, 2020) bijdragen.
Een ander verschil is, dat bij RVO beschikkingen onherroepelijk uit de databank worden verwijderd als de subsidie periode is verstreken. Bij VertiCer kunnen Garanties van Oorsprong ook gewoon nog na de (SDE) subsidie periode verstrekt blijven worden, de installaties kunnen immers nog vele jaren worden ge-exploiteerd.
Ook zouden er, in theorie, verschillen bij zowel de aantallen als de capaciteiten kunnen ontstaan, bij het weer uitschrijven van projecten, uit de (publiek zichtbare) bestanden, zowel bij VertiCer, als bij RVO. We hebben in het huidige dossier van RVO al gezien, dat de uitstroom bij de oudste SDE regelingen nu al een flink tempo heeft gekregen, wat een extra complicerende factor is in de vergelijking tussen deze verschillende datasets. Het hangt maar helemaal af van de wijze van administratie, hoe e.e.a. uit zal pakken bij de (overgebleven) nieuwe volumes per kalenderjaar, bij beide instanties.
Feit blijft, dat VertiCer stelselmatig, structureel meer volume heeft staan bij de nieuwe aanwas per jaar, dan bij RVO. In ieder geval bij de aantallen.
Voor de vermogens, en de daarvan afgeleide gemiddelde vermogen per gerealiseerde beschikking, is geen zinnige vergelijking meer te maken. De data voor capaciteit ontbreken bij de beschikkingen vanaf de 1 april 2026 update van RVO. Zie aparte paragraaf in de update van januari 2026 voor een laatste exemplaar.
Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel)
Dit alles (oorspronkelijk beschikt minus verloren gegane beschikkingen cq. realisaties) leidt tot een "overgebleven" pool aan beschikte projecten die nog opgeleverd moet gaan worden. Of, bij pech, tot extra verlies om wat voor reden dan ook. Zie de laatste, zwarte sectie in de tabel. Door de toevoeging van de beschikkingen voor SDE 2024 in een recente update, in combinatie met tussentijdse realisaties, en wegval, bij andere regelingen, is hier weer e.e.a. in gewijzigd.
Er zijn nog maar 7 nog niet ingevulde beschikkingen over onder de 2 laatste SDE "+" regimes. Die zullen weinig verschil gaan maken, gezien het feit dat de 14 beschikkingen die in de 1 april update nog over waren nog maar goed waren voor 35 MWp. Voor de 5 opvolgende SDE "++" regelingen resteren nu nog 650 openstaande beschikkingen, de grootste hoeveelheden voor SDE 2023 (282 exemplaren), resp. SDE 2024 (235 stuks). Wat daarvan nog zal overblijven, en wat uiteindelijk de werkelijk gerealiseerde capaciteit zal zijn / worden, is een nog niet te beantwoorden vraag, in een tijd met talloze problemen rond de invulling van dergelijke projecten.
Onderaan twee velden in de grote verzamel-tabel heb ik weer de ratio berekend van de officieel overgebleven beschikte volumes voor alle SDE "+" t.o.v. de oude SDE regelingen (rode veld), en dit herhaald voor de reeds door RVO als opgeleverd beschouwde project beschikkingen (groene veld). Die verhouding ligt, vanwege heftige toevoegingen van beschikkingen onder met name de laatste acht SDE "+" rondes, verminderd met de tussentijdse aanzienlijke hoeveelheden reeds verloren gegane exemplaren, inmiddels rond de 3,7 voor de aantallen overgebleven beschikkingen. In de update van juli 2017 was het slechts een factor 0,6. De SDE werd door duizenden particuliere toekenningen gedomineerd, en die was tot niet zo lang geleden bepalend voor deze inmiddels aardig "recht getrokken" verhouding. Bij de realisaties is die verhouding marginaal kleiner, een factor 3,6.
Bij de capaciteiten lag die verhouding precies andersom, omdat SDE "+" gedomineerd werd door talloze zeer grote projecten, maar deze kan vanwege het achterwege blijven van publicatie van de actuele vermogens-cijfers, niet meer worden bepaald. Ook de verhouding bij het af te leiden gemiddelde vermogen per beschikking is voor de capaciteit niet meer bepaalbaar.
Ratio SDE++/SDE+
Helemaal onderaan heb ik ook weer berekeningen gemaakt voor dergelijke verhoudingen tussen de beschikkingen en realisaties van de tot nog toe bekende 5 SDE "++" rondes (SDE 2020 II tm. SDE 2024). Omdat er veel meer volume onder SDE "+" is afgegeven dan tot nog toe onder SDE "++", is die verhouding telkens kleiner dan 1.
Bij de (overgebleven) beschikkingen is die verhouding SDE++/SDE+ bij de aantallen een factor 0,19 : 1, bij de realisaties 0,16 : 1. Bij de capaciteiten was die factor groter dan 1 : 1, een gevolg van de voortdurende schaalvergroting van aangevraagde en gerealiseerde projecten, maar ook hier is deze niet meer goed bepaalbaar vanwege de door RVO verwijderde vermogens-cijfers.
Verzamel grafiek alle SDE regelingen - Aantallen bij beschikkingen / realisaties
In deze paragraaf toon ik weer de meest recente versie van 1 van de 2 bekende "stapel grafieken" met de begin juli 2026 overgebleven volumes bij de beschikkingen (weergegeven in de grafiek hierboven), en bij de door RVO opgegeven "realisaties". Die vindt u hier onder.

Stapelgrafiek met links de kolommen stapel met de overgebleven (!!) hoeveelheden beschikkingen van SDE 2008 tm. SDE "++" 2024 (laatstgenoemde als smalle azuurblauwe segment bovenaan zichtbaar). In combinatie met de voortgaande uitval bij de oudere SDE regelingen, zien we momenteel een cumulatie in de resterende, overgebleven hoeveelheid van 27.822 toekenningen voor zonnestroom (project beschikkingen, vorige update: 29.611 exx.). Dat waren bij de ooit oorspronkelijk vergeven exemplaren nog 62.811 beschikkingen (zie tabel en de eerste grafiek), waarvan dus al een aanzienlijk deel in de (digitale) papiershredder is verdwenen. De rechter stapel kolom geeft de in de update van 1 juli 2026 door RVO formeel als "gerealiseerd" verklaarde hoeveelheden beschikkingen per regeling weer. Met als voorlopige cumulatie 27.161 beschikkingen gerealiseerd. Dat is wederom een flinke afname t.o.v. de voorgaande update (28.763 exx.), door een toegenomen aantal uitschrijvingen uit de RVO databank. Dit overgebleven volume is 97,6% van het overgebleven aantal "totaal overgebleven beschikt" (linker stapel) is. Weer een toename t.o.v. de 97,1% in de vorige update.
Goed is hier het grote verschil tussen de SDE 2019 II en SDE 2020 I regelingen te zien. De eerste had relatief zeer weinig beschikkingen, die gemiddeld per stuk echter wel "zeer groot" waren. De laatste SDE "+" regeling, 2020 I, had een record aantal aan gemiddeld genomen véél kleinere toekenningen, waar, ondanks de massieve uitval, nog steeds veel volume van over is. Bij de realisaties is de verhouding tussen de 2 regelingen vergelijkbaar met de nu actuele stand van zaken bij de overgebleven beschikkingen.
Daar bovenop zijn links de nieuwe volumes voor SDE 2020 II tm. SDE 2024 gestapeld. Van de laatste 3 regelingen zijn nog maar relatief weinig beschikkingen opgeleverd. "Onderin" de kolommen stapel is er tot en met SDE 2019 vrijwel geen activiteit meer, omdat al die oudere regelingen geen openstaande beschikkingen meer hebben, of nog maar een handvol (SDE 2019 II). Wel blijft er zeer regelmatig, en zelfs in toenemende mate, uitval bij de oudere SDE regelingen optreden. Voor de oudste regeling, SDE 2008, is deze wegval al zeer groot geworden. Met de 222 + 47 + 84 + 271 + 828 + 384 + 251 + 637 extra weggevallen beschikkingen uit de RVO bestanden in de vorige 7, en de huidige updates, zijn de resterende volumes inmiddels op een veel lager niveau beland, dan de ooit ruim 4 duizend exemplaren. Op momenteel 1.465 exemplaren, om precies te zijn.
Wederom is er geen informatie meer beschikbaar voor de actuele vermogens van de SDE regelingen. Voor de laatste grafiek met de status voor 1 april 2026, zie aldaar.
Over dit kleine andere zonne-energie dossier was al wat langer niet zeer veel zinnigs te melden, gezien de trage ontwikkeling. Dit deel-dossier begint inmiddels zelfs op haar eind te lopen.
In de update van 1 juli 2026 zijn er 2 beschikkingen verdwenen uit de RVO records, waarvan 1 een gerealiseerd project was (SDE 2014, in het Zeeuwse Annaland), en 1 een nog niet ingevuld exemplaar uit SDE 2021 (Oldebroek, Gld). Ook hiervoor geldt, dat vermogens-informatie niet meer beschikbaar is.
Er resteert nog slechts 1 openstaande beschikking, voor een klein project in Nijmegen. Verder moet nog afgewacht worden of het ene project, toegekend onder SDE 2025 (analyse van 11 juli 2026), nog een kans maakt op realisatie. SDE 2025 is nog niet formeel afgerond bij RVO, opname daarvan komt pas in een van de volgende updates.
Voor de laatste status grafiek van de beschikte capaciteit tm. de update van 1 april 2026, zie de betreffende analyse.
Frequente updates over de SDE regelingen bij Polder PV, sedert 2008. Huidig exemplaar: status 1 april 2026 (QI 2026)
Bronnen (extern):
Feiten en cijfers SDE(+)(+) - RVO, status 20 juli 2026
Monitoring zonne-energie - RVO, status 23 september 2025 (cijfers betreffende stand van zaken tm. 2024)
Monitoring zonne-energie - RVO, status 10 oktober 2024 (cijfers betreffende stand van zaken tm. 2023)
Bronnen (intern):
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2026
Roet in het eten bij statistiek voorziening 2026
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2025
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2024
Deel dossier SDE 2024 - zie eerste rapportage en vervolgen (bronnen)
|