Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws & analyses P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
SDE 2020 ronde I deel 6 (slot) - totaal overzicht alle beschikkingen voor veldsystemen en "watersystemen" vlg. RVO

13 november 2020 en recenter


 
^
TOP

18 november 2020: SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 6. Grondgebonden & 'floating solar' installaties - cumulaties bij alle SDE "+" regelingen volgens RVO data. N.a.v. het bekend worden van de beschikkingen voor de voorjaars-ronde van SDE 2020 (september 2020), heb ik reeds vijf gedetailleerde analyses gepubliceerd die de "actuele status" van de cumulaties in de SDE en opvolgende SDE "+" regelingen weergeven, zie lijstje onderaan dit artikel. In deze laatste bijdrage inventariseert Polder PV het totaal aan "officiële" beschikkingen voor grondgebonden installaties, en voor de door RVO gemarkeerde "drijvende" exemplaren (floating solar), inclusief de nieuwste toevoegingen onder de voorjaars-ronde van SDE 2020. In totaal is er, in de status update van 22 september 2020, een volume toegekend cq. overgebleven, van 5.455 MWp aan "veldsystemen", verdeeld over 704 beschikkingen. Van de capaciteit zou er, volgens RVO, ongeveer een kwart "officieel" zijn opgeleverd (1.357 MWp), maar dat volume ligt in werkelijkheid aanzienlijk hoger vanwege forse administratieve vertragingen in de rapportages. Bovendien ziet RVO nogal wat opgeleverde zonneparken niet, zoals blijkt uit jarenlang detail onderzoek van Polder PV. RVO onderscheidt bijvoorbeeld slechts 17 beschikkingen voor projecten op water, met een gezamenlijke beschikte capaciteit van bijna 66 MWp, maar dit is een ronduit chronische onderschatting van de werkelijke volumes. Polder PV doet in onderstaand artikel uit de doeken wat de huidige "officiële" status quo is rond beschikte volumes volgens de RVO cijfers. En zal in een later stadium de feitelijke opleveringen gaan behandelen.

Polder PV heeft voorheen al meerdere malen inventarisaties van de grondgebonden en andersoortige "niet rooftop danwel gebouw-gebonden" projecten in Nederland gedaan. Het laatste detail overzicht werd gepubliceerd in de projecten update met status van 9 augustus 2019 (inleiding, voor details zie hier). Een vergelijking met de stand van zaken bij het CBS tot en met de voorlopige cijfers in 2019 werd op 22 juni 2020 jl. gepubliceerd door Polder PV. In een volgend project overzicht van mijn continue inventarisaties zal ik uiteraard de actuele stand van zaken in detail gaan behandelen. In dat overzicht staan sowieso méér projecten dan bekend zijn bij RVO, omdat die met name de wat kleinere projecten helemaal niet ziet, deze niet heeft kunnen identificeren in hun eigen overzichten, en/of er helemaal geen SDE subsidie is vergeven voor de betreffende "missende" installaties. Het is goed om dit te beseffen: datgene wat RVO markeert als "veldopstelling" is het minimale volume in heel Nederland. Bovendien geven de cijfers van RVO meestal slechts de beschikte volumes weer. Lang niet altijd gerealiseerde capaciteiten. Zeker bij zonneparken, grote projecten, is dit een essentieel verschil, waarbij de realiteit sterk kan afwijken van dat wat RVO weergeeft.

In het huidige artikel ga ik in ieder geval in op de officiële status zoals RVO die weergeeft, alle beschikkingen voor zowel de grondgebonden projecten, als die voor de kleine verzameling drijvende installaties. De door RVO gemarkeerde beschikkingen zijn pas vanaf de SDE 2014 ronde vergeven, maar er zijn bij Polder PV al lang oudere projecten bekend, die niet als zodanig bekend zijn bij dit agentschap. Zowel projecten zonder SDE beschikking, als installaties mét zo'n toekenning, die echter niet als zodanig zijn gemarkeerd door RVO.


(1) Accumulatie van beschikte volumes "veldsystemen" en "watersystemen" alle SDE regelingen tm. SDE 2020 I volgens officiële RVO data

Ten eerste , toon ik een grafiek met de accumulatie van de volumes die door RVO zijn gemarkeerd als "veldsysteem" (voorheen "veldopstelling"), met in de inset linksboven het bescheiden volume aan gemarkeerde "watersystemen" (PV installaties drijven op wateroppervlaktes, structureel verschillend van hun klassieke grondgebonden zusjes). Hierbij heb ik de (aangepaste) splitsing gehanteerd in grootte-klasses, zoals ik die in het vijfde artikel over SDE 2020 I heb gepubliceerd.

In het grote diagram is in de linker kolommen verzameling het aantal beschikkingen per grootteklasse weergegeven voor de veldsystemen, in het rechter kolommen blok de daarbij behorende beschikte (!) capaciteit, in MWp. Dergelijke "officieel aangewezen" beschikkingen vinden we pas vanaf de SDE 2014 ronde terug in de RVO overzichten, oudere projecten zijn niet als zodanig gemarkeerd. Wat aantallen toekenningen betreft, blijft het bij bescheiden aantallen, variërend van 7 exemplaren in de grootteklasse 15 tot 50 kWp (per beschikking), tot maximaal 232 exemplaren in de populaire categorie 1-5 MWp, waarna de boel weer inzakt, tot er uiteindelijk nog een respectabel aantal van 44 beschikkingen zichtbaar is voor de allergrootste categorie, beschikkingen van minimaal 30 MWp. Grote zonnepark toekenningen, dus. Het totale volume aan beschikkingen, door RVO als zodanig gemarkeerd als "veldsysteem", omvat binnen de SDE "+" regelingen (SDE 2014 tm. SDE 2020 I) 704 exemplaren. De 232 exemplaren tussen 1-5 MWp maken daar een derde deel (33%) van uit. Alleen de opvolgende klasse, beschikkingen tussen de 5 en 15 MWp per stuk, kan wat aantallen betreft, nog een beetje meekomen, met 157 exemplaren goed voor 22% van het totale aantal.

Bij de capaciteiten, rechts, zien we een sterk afwijkende verdeling. Marginale volumes aan toegekende capaciteit bij de kleinste klassen beschikkingen, slechts 0,2 MWp voor klasse 15-50 kWp, tot nog een "aardig" volume van 65 MWp voor de klasse met beschikkingen tussen de 500 en 1.000 kWp. Daarna schieten de toegekende volumes hard omhoog, van 604 MWp voor de klasse met toekenningen van elk 1 tot 5 MWp, 1.471 MWp voor degenen tussen de 5-15 MWp. Dan krijgen we een terugval naar 1.159 MWp voor project beschikkingen per stuk gelegen tussen de 15 en 30 MWp. En tot slot zien we een enorm, record volume voor de grootste klasse, met "slechts" 44 beschikkingen elk minimaal 30 MWp: 2.120 MWp. Dat laatste is maar liefst 39% van het totale geaccumuleerde aantal door RVO als zodanig gemarkeerde veldopstelling toekenningen, 5.455 MWp. Sterker nog, rekenen we de vier grootste categorieën bij elkaar, projecten vanaf 1 MWp per stuk (wat sommige mensen al "heel groot" vinden, grofweg bijna 2.900 moderne modules van 350 Wp per stuk), neemt dat volume al een spectaculair aandeel in van 5.354 MWp, wat 98% van de totale capaciteit is voor de als zodanig gemarkeerde veldopstellingen ! Als je dergelijke grote projecten zou afwijzen, om wat voor reden dan ook, houd je dus bijna niets over van het totaal toegekende volume.

In de inset, linksboven in het grote diagram, is een vergelijkbaar overzichtje gemaakt voor het bescheiden aantal van door RVO "officieel" onderscheiden watersystemen. Dat is een uitermate mager aantal van slechts 17 stuks, met een totaal beschikte capaciteit van slechts 66 MWp. Het werkelijke volume, waar Polder PV later over zal uitweiden, ligt veel hoger, maar dit artikel gaat over de "officiële" stand van zaken, gepresenteerd door een Rijks-agentschap. Ook bij dit beperkte aantal is het grootste aantal beschikkingen, 5 stuks, bij de categorie beschikkingen van 1-5 MWp terug te vinden. De grootste categorie ontbreekt echter, de klasse met het grootste volume is nu het exemplaar met toekenningen tussen 5 en 15 MWp, met een totaal volume van 33 MWp. Dat is de helft van het volume voor alle door RVO (h)erkende "watersysteem" toewijzingen. De op een na grootste categorie, beschikkingen per stuk tussen de 15 en 30 MWp, heeft 18 MWp toegekend gekregen, 27% van het totaal volume. Nogmaals: deze volumes zijn chronisch onderschat, de markeringen in de lijsten van RVO zijn volstrekt onvoldoende, het agentschap mist heel veel volume aan drijvende solar projecten, en lijkt dat niet "te kennen". Althans: niet volgens de officiële cijfers.

Andere categorieën - non-existent bij RVO

Het is goed om het onderscheid tussen "klassieke" veldopstellingen en "floating solar" te blijven maken, het gaat immers om wezenlijk verschillende installatie types. Polder PV onderscheid zelfs meer types, zoals carports en vergelijkbare "vrij staande" installaties die beslist niet als klassieke "rooftops", noch als klassieke veldsystemen kunnen worden gezien. En heeft verder ook nog een apart segment geluidswallen, trackers e.d. Al deze essentieel verschillende categorieën worden niet eens onderscheiden door RVO, en worden ook in talloze berichten over de (verdeling van) zonnestroom installaties compleet verzwegen. Ook hier zal Polder PV in een later stadium tot in detail op terugkomen.

In deze tweede grafiek zijn ditmaal zowel de aantallen beschikkingen voor alleen de door RVO als zodanig gemarkeerde grondgebonden zonneparken / veldsystemen (blauwe kolommen) als het geaccumuleerde vermogen wat met de betreffende beschikkingen gepaard gaat, per grootte categorie (oranje kolommen) weergegeven. Per grootteklasse (grote grafiek), en de totale volumes (inset linksboven). Van de in totaal nu bekende overgebleven beschikkingen voor alle SDE regelingen (SDE + SDE "+" tm. SDE 2020 I: 37.800 stuks) is het volume van 704 exemplaren voor door RVO gemarkeerde veldsystemen, slechts een schijntje (1,9%).

De grootste volumes "aantallen" vinden we in de categorieën 1-5 MWp (232 stuks), 5-15 MWp (157 exemplaren), resp. 500-1.000 kWp (84 beschikkingen). De kleinste categorie van 15-50 kWp heeft het minste aantal veldopstelling toekenningen, slechts 7 exemplaren, wat logisch is. Dergelijke kleine installaties worden meestal zonder SDE aanvraag gerealiseerd door particulieren en bedrijven, op eigen erf. Desondanks heb ik al vele tientallen van dergelijke, reeds gerealiseerde mini projectjes, in een aparte lijst staan, zoals onderstaand, in september dit jaar tijdens onze fietsvakantie aangetroffen exemplaar bij een particulier adres in Gelderland. Ook goed voor het "draagvlak" voor (grondgebonden) solar, maar op mysterieuze wijze in het geheel verzwegen door de sector.

(foto 1) "Particuliere veld-installatie" van 24 zonnepanelen in Winterswijk (Gld). Te klein voor een SDE "+" beschikking, dus anderszins gefinancierd (waarschijnlijk salderen toegepast in deze context). Tegengekomen tijdens grote fietstocht door zuid en oost Nederland in de zonnige september maand van 2020, in de buurt van de plek waar het grootste zonnepark van Gelderland zou moeten komen. Dit soort projecten zult u niet tegenkomen in de SDE overzichten van RVO, maar Polder PV heeft reeds vele tientallen van dergelijke, en ook niet door RVO als zodanig onderscheiden grotere projecten, die beslist "SDE subsidiabel" hadden geweest gezien hun omvang, in zijn overzichten staan ...

De grootste categoriëen, van 15-30 Mp, resp. vanaf 30 MWp per beschikking, hebben inmiddels 57 resp. 44 beschikkingen, grofweg een verdubbeling van het aantal sedert de analyse tm. SDE 2018 II. De categorie 250-500 kWp omvat reeds 70 exemplaren, de op een na kleinste klasse, beschikkingen tussen de 50 en 250 kWp, 53 stuks.

Capaciteiten - a different story

Een compeet ander beeld zien we bij de (overgebleven) capaciteiten die met dit relatief gering aantal beschikkingen gepaard gaan (oranje kolommen in de grafiek). Alle SDE / SDE "+" regelingen bij elkaar hebben momenteel, tm. SDE 2020 I een (overgebleven) capaciteit van 16.115 MWp. Daarvan is een hoog volume van 5.455 MWp voor (door RVO als zodanig bestempelde) beschikkingen voor veldsystemen gereserveerd. Een aandeel van maar liefst 34% (tm. SDE 2018 II was dat, t.o.v. het toen bekende totaal volume, nog 27%)! Hiervoor geldt, dat, bij verdere wegval van beschikte capaciteit (normaliter grotendeels optredend bij kleinere rooftop projecten), het percentage voor grondgebonden projecten t.o.v. het totaal overblijvende (beschikte) volume nog kan toenemen.

Bij de beschikte capaciteiten tot en met SDE 2020 I steken met name de grootste categorie (>=30 MWp), met 2.120,0 MWp (39% van totaal volume beschikte veldinstallaties, met maar 44 beschikkingen, dat relatieve niveau is gelijk aan dat van de situatie tm. SDE 2018 II) en 5 tot 15 MWp, met 1.471,4 MWp (27%) ver boven de rest uit. De categorie 15 tot 30 MWp is inmiddels in absolute, én relatieve zin ook weer verder uitgelopen. Met 1.158,8 MWp op ruim 21% (dat was nog maar ruim 18% tm. SDE 2018 II). De categorie 1-5 MWp is, met momenteel beschikt 604,4 MWp op nog maar dik 11% van het totaal gekomen. Dit was nog ruim 12% tm. SDE 2018 II, en zelfs nog ruim 15% aandeel tm. SDE 2018 I. Ergo: de relatieve betekenis van deze grootteklasse is aan het afnemen t.o.v. het totaal volume.

De vier kleinste categorieën (beschikkingen kleiner dan 1 MWp per stuk) komen in totaal maar op 100,9 MWp (slechts 1,8% van totaal, dat was tm. SDE 2018 II nog 2%). Wat voor de zoveelste maal aangeeft, dat voor "betekenis-volle" progressie op het vlak van capaciteit van zonnestroom, je echt die grote projecten nodig zult hebben. Want als je alleen de kleine schaal zou ambiëren, schiet het nauwelijks op. Wat onverlet laat, dat óók kleine installaties honderd procent bestaansrecht hebben, en voor met name het kleinere bedrijfsleven en, bijvoorbeeld, voor lokale coöperatieve projecten, een structurele verduurzaming van hun activiteiten zal zijn. Laat daar geen misverstand over bestaan !


Gemiddelde omvang beschikkingen

Uit de beschikkingen tabellen is voorts ook nog te destilleren, dat de gemiddelde capaciteit per beschikking van alle overgebleven, door RVO gemarkeerde veldsystemen, inmiddels neerkomt op ruim 7,7 MWp per toekenning (meestal, doch niet altijd, 1 beschikking per project). Dit was tm. SDE 2018 II nog maar 7 MWp, en tm. SDE 2018 I slechts 6,2 MWp. Een zoveelste bewijs van de schaalvergroting bij de aangevraagde projecten, ook, natuurlijk, op de grond.

Daarnaast hebben we ook nog een relevante, doch zeer incomplete "a-typische" categorie watersystemen, waarbij er tot en met SDE 2020 II nu volgens de toewijzing van RVO 17 beschikkingen zouden zijn goed voor 66 MWp en een systeemgemiddelde capaciteit van 3,9 MWp per beschikking. De realiteit is hier echter anders, omdat veel (oudere) project beschikkingen foutief zijn gecodeerd door RVO.

Kijken we uitsluitend naar de "niet-veldsystemen" (althans: de overgrote meerderheid van projecten die RVO niet als zodanig heeft gemarkeerd in het betreffende data veld), en gooien we ook de drijvende zonnepark beschikkingen uit het totaal, die RVO heeft geoormerkt, zouden we de veronderstelde rooftop projecten moeten overhouden. Dat zijn, tot en met SDE 2020 I, inmiddels 37.079 beschikkingen met 10.594 MWp, en een systeemgemiddelde capaciteit van slechts 286 kWp per toekenning. Dat is inmiddels wel al flink hoger dan de 240 kWp gemiddeld tm. SDE 2018 II, dus in dit segment is er beslist óók groei geweest (gemiddeld steeds grotere rooftop projecten aangevraagd en toegekend). Houdt er hier wel rekening mee, dat er van bijna 11 duizend projecten (niet zijnde veldsysteem of watersysteem volgens RVO), er géén categorie is aangegeven ("n.b.", vermoedelijk "niet bekend", grotendeels beschikkingen uit de 3 eerste SDE regelingen die dominant residentieel danwel kleinzakelijk rooftop waren georiënteerd). Omdat dit volume maar 134 MWp omvat, en de gemiddelde capaciteit per beschikking van die "rest categorie" slechts minder dan 13 kWp is, kunnen we er van uitgaan dat dit dominant kleinere rooftops betreft.

Kijken we naar alle (overgebleven) toegekende projecten bij elkaar, is het gemiddelde 426 kWp per beschikking (tm. SDE 2018 II 339 kWp; tm. SDE 2018 I 284 kWp). Een equivalent van 1.332 panelen à 320 Wp, met een oppervlakte van zo'n 2.160 m². Hieruit blijkt, dat de enorme hoeveelheid rooftop projecten een dominant neerwaartse invloed blijft hebben op het totale gemiddelde. En dat een gemiddelde rooftop beschikking (incl. categorie "n.b.") véél kleiner is dan een gemiddelde toewijzing voor een veldsysteem. In dit geval is de laatste gemiddeld genomen maar liefst ruim een factor 27 maal zo groot dan een gemiddelde toewijzing voor een rooftop project (incl. categorie "n.b.", over alle SDE subsidie beschikkingen tm. SDE 2020 I gerekend).

(foto 2) Polder PV fietste met zijn partner in september dit jaar in 3 weken tijd van huis uit (Leiden) naar zuid, oost, noord en midden-Nederland, en bezocht daarbij gaandeweg tientallen (op de topo kaarten door ondergetekende gemarkeerde) zonneparken. Dit opmerkelijke, intrigerende exemplaar, Zonnepark IJsselmeerdijk, het eerste kwartaal van 2020 opgeleverd door en in beheer van Sunvest, noordoostelijk van Lelystad (Fl.) stond al langer op het verlanglijstje. Een 2,1 kilometer lang PV project aan de landwaarts gerichte voet van de IJsselmeerdijk langs de Forellentocht, met 2 enorme, in segmenten onderverdeelde rijen met ZO / NW opstelling. Elke zijde van de twee rijen is samengesteld uit naast elkaar gemonteerde, uit 120 "half-cells" bestaande moderne kristallijne panelen, 3 stuks portrait boven elkaar geplaatst. Er is een lichtspleet in het midden open gelaten. U ziet dat het "groen" welig tiert, naast de opstelling werd op de dijk zelf driftig gemaaid. Het rond de 24 duizend modules tellende, 9,5 MWp grote project met Huawei string-omvormers, is in samenwerking met Staatsbosbeheer (grondeigenaar) tot stand gekomen. Vanwege de grote lengte moesten speciale maatregelen genomen worden om het project technisch optimaal ingepast te krijgen. Links enkele havenkranen van het compleet nieuw gebouwde Overslag Flevokust Haven project van de gemeente. Aan de horizon zijn nog net windturbines en het hoogspannings-station bij de op een eiland gelegen Máximacentrale van Engie te zien (waar ook al een zonneparkje op is aangelegd), iets verder landinwaarts bevindt zich het (nu) 3e grootste zonnepark van Flevoland ("Visvijvers" project van Engie, iets kleiner dan 30 MWp).

Waarschuwing consequenties "geen grote zonneparken !" - update

Stel, dat je grote projecten groter dan 15 MWp om wat voor (al dan niet verzonnen) reden niet zou willen. Dan gooi je in een keer ruim 60% van de totale beschikte capaciteit overboord (dat was tm. SDE 2018 II nog "maar" 49%). En bij knagen aan de ook zeer omvangrijke categorie 5-15 MWp nog veel meer. Je gaat het nooit "redden" om dat goed te maken met dan beslist "af te dwingen" zonnestroom projecten op daken. Want dan heb je voor het equivalente missende volume van 3.279 MWp (uitsluitend veldsystemen met beschikkingen vanaf 15 MWp) maar liefst 11.464 daken nodig, op élk dak met een bovengenoemd "rooftop" gemiddelde van 286 kWp per beschikking. Dik 1.448 m² bedekt met zonnepanelen, voor ál die daken die dan gezocht moeten worden. Die allemaal een forse PV generator moeten kunnen dragen. Anders zijn peperdure aanpassingen nodig, als het al zou kunnen. Waarvan de eigenaar dan ook nog eens verleid dient te worden om dat daadwerkelijk toe te staan. Laat staan om de financiën voor die majeure operatie geregeld te krijgen. Nog afgezien van de enorme berg papierwerk voor die duizenden benodigde - forse - rooftops. In een huidige zonnemarkt, waar de 1.700 aanbieders zich al dagelijks de schompes uit het lijf werken om alle normale opdrachten voor zonne-energie projecten (zijnde, nog steeds, residentiële rooftops, huur- en nieuwbouw markt, en utiliteit) uitgevoerd te krijgen. Fijntjes vergezeld van de nodige, arbeidsefficiëntie inperkende Covid maatregelen. Ik wens u daarbij veel sterkte, maar heb er een hard hoofd over in dat u zelfs maar een schijntje van dat benodigde volume binnen "afzienbare" tijd voor elkaar zult krijgen. Specialist in deze materie, Zonnepanelendelen, heeft er zes jaar over gedaan om de eerste 100 zakelijke daken gefinancierd, partieel gecrowdfund, en gebouwd te krijgen. Ik kan u daarbij zeggen: dat is een bijna bovenmenselijke prestatie geweest ...


(2) Provincies - totale volumes

Ook voor provincies kunnen we uiteraard wederom een optelsom laten zien voor de aantallen en capaciteiten die met alle overgebleven beschikkingen voor veldsystemen tm. SDE 2020 I gepaard gaan. Zoals in de volgende grafiek getoond. Totalen (zie vorige grafiek): 704 beschikkingen, 5.455 MWp. Gemiddelde waarden per provincie (tussen haakjes volume tm. SDE 2018 II): 59 (34) projecten, 455 (236) MWp, resp. 8,0 (6,9) MWp gemiddelde capaciteit per beschikking, per provincie.

In doorzichtig blauwe kolommen (referentie: linker Y-as) de aantallen beschikkingen voor veldsystemen, zoals door RVO in hun lijsten zichtbaar gemaakt. In oranje kolommen (referentie: rechter Y-as) de toegekende (dus niet per definitie "gerealiseerde" danwel "te realiseren") capaciteiten die daarmee gepaard gaan (MWp). Tot slot, uit bovenstaande twee variabelen de berekende gemiddelde omvang per beschikking per provincie (MWp), groene datapunten (wederom referentie: linker Y-as). Het gemiddelde vermogen per beschikking is voor alle installaties bij elkaar 8,0 MWp (dat was tm. SDE 2018 II nog 6,9 MWp, tm. SDE 2018 I 6,2 MWp/beschikking, dus ook hier weer: gemiddelde groei van de omvang per toekenning).

Een opvallend verschil t.o.v. de grafiek tm. SDE 2018 II (analyse) is de sterk verminderde verschillen voor de provincies Frevoland, Friesland, en Gelderland, t.o.v. de twee daar omheen liggende "kampioenen" Drenthe (838 MWp totaal beschikt voor veldopstellingen) resp. Groningen (1.034 MWp). Met name het volume voor Gelderland nam fors toe, van 189 naar 689 MWp. Meer naar rechts, heeft Noord-Brabant inmiddels Overijssel met beschikte capaciteit voor veldsystemen ingehaald, met 449 om 398 MWp (Overijssel had iets meer volume staan tm. SDE 2018 II). Ook zeer significant in dezen is de sterke groei van Zeeland. Die had nog maar 169 MWp tm. SDE 2018 II staan, maar dat is nu al 408 MWp geworden, veel meer dan voor Zuid-Holland, die in die vorige update nog een stuk hoger uitkwam dan Zeeland. Het dichtbevolkte Utrecht blijft de laatste in het peloton, vlak achter Limburg, met 138 MWp beschikt voor zonneparken (Limburg: 145 MWp).

Bij de aantallen beschikkingen voor grondgebonden zonnestroom, was tm. SDE 2018 II Noord-Holland kampioen (met toen 53 beschikkingen). Maar die moet nu, met 71 toekenningen voor veldsystemen zowel Gelderland (95 stuks) Overijssel (82 exemplaren), én, ex aequo, Drenthe en Friesland (beiden 74 beschikkingen) voor laten gaan. Er kan in relatief korte tijd dus op dit soort ijkpunten flink wat wijzigen. Ook bij het aantal beschikkingen is Utrecht echter de rode lantaarndrager, met 20 stuks. Limburg heeft, bij grofweg een vergelijkbaar niveau bij de capaciteit, maar liefst 35 beschikkingen, die dus per stuk gemiddeld kleiner zijn dan in Utrecht.

Utrecht heeft wel ambitieuze plannen, o.a. voor de polders Rijnenburg en Reijerscop, waar maximaal 230 hectares aan zonneparken zouden kunnen komen, naast enkele windturbines. Maar in een eerste "tender" zijn er nog maar plannen voor zo'n 35 hectare aan zonnepark geboden door drie aanbieders, waarvan er twee een drijvend zonnepark op hetzelfde water willen ontwikkelen (beide opterend voor 20 ha op de Nedereindse Plas, W. van de A2 tussen IJsselsstein en Nieuwegein).

Mijn eigen provincie, Zuid-Holland heeft, na de paar grote projecten op Goeree-Overflakkee (2 al lang gebouwd, een derde in aanbouw), ook niet echt veel meer in de melk te brokkelen gehad, wat natuurlijk met de hoge bevolkingsdichtheid, vele infrastructuur, en dure grond heeft te maken alhier. Zuid-Holland bezet dan ook de op 2-na-laatste positie, nog net voor (of achter) Noord-Holland, met 230 MWp beschikt (NH: 234 MWp, om dezelfde reden achterblijvend). Wel is het aantal beschikkingen voor grondgebonden projecten in Zuid-Holland beduidend lager dan in haar noordelijker gelegen zuster kust provincie (44 versus 71 beschikkingen). Dit is direct terug te zien aan de gemiddelde capaciteit per beschikking. Voor Zuid-Holland 5,2 MWp per toekenning, de beschikkingen in Noord-Holland zijn gemiddeld veel kleiner, 3,3 MWp.

Gemiddelde omvang per beschikking per provincie
Wat dat laatste betreft: dat is het laagste niveau van alle provincies. Zoals reeds gesteld lag het gemiddelde voor alle 12 provincies op 8,0 MWp per beschikking. Maar liefst 8 provincies zitten onder dat gemiddelde niveau. De overige 4 provincies hebben door de bank genomen met fors grotere projecten cq. beschikkingen te maken, en trekken dat gemiddelde flink omhoog. Drenthe zit al op 11,3 MWp gemiddeld per beschikking, waarbij echter meteen duidelijk gemaakt moet worden, dat de cluster die gezamenlijk gepresenteerd wordt als "Vloeivelden Hollandia", met ruim 288 duizend modules in bouw, deels op een "extreme" vrijstaande "dak constructie" boven voormalige vloeivelden van Avebe tussen Nieuw-Buinen en Eerste Exloërmond, al vier separate SDE beschikkingen kent. Zie voor uitgebreidere toelichting van dat project bij foto (3) hier onder.

Verrassend Zeeland ligt hier op de derde plaats, met 13,2 MWp gemiddeld per beschikking, voor slechts 31 exemplaren. Dan volgt "usual suspect" Groningen, wat met 74 beschikking op een gemiddelde komt van 14,0 MWp per toekenning. Mogelijk voor velen verrassend, staat het "kleine" Flevoland bij deze belangrijke parameter, aan kop, met maar liefst 14,6 MWp gemiddeld per beschikking, waarvan er 37 door RVO als zodanig zijn gemarkeerd als toegekend voor een veldsysteem. Er zijn diverse beschikte grote parken al gerealiseerd, zoals het ruim 39 MWp grote Solarvation project op een gerenoveerde lokatie van een onderzoeks-instelling van de WUR, oostelijk van Lelystad, met meerdere beschikkingen (en twee crowdfunding rondes via Zonnepanelendelen, 1 en 2). Het ruim 34 MWp grote zonnepark Zuyderzon van HVC bij Almere, het ruim 29 MWp grote "Visvijver" project van Engie NO van Lelystad, en het ruim 12 MWp grote, al wat oudere project "De Munt" van GroenLeven bij Emmeloord in de Noordoostpolder. Ergo: het "nieuwe land" in de voormalige Zuiderzee claimt niet voor niets haar 1e positie bij de hoogste gemiddelde capaciteit per beschikking.

(foto 3) Eerder tijdens de bij de eerste foto vermelde fietsvakantie "moesten" we zo'n beetje bij het noordelijkste punt van onze trektocht natuurlijk nog even langs, bij het toen grootste zonnepark in aanbouw*, al heeft dit enorme langgerekte complex zeker vier SDE beschikkingen (de grootste 50 MWp), voor twee samenwerkende ontwikkelaars die elkaar daar, in die lege vlaktes, "gevonden" hebben: Solarfields, en eigenaar van een deel van de percelen, het aannemers-bedrijf Avitec. Grofweg de helft van de gronden voor het zonnepark Vloeivelden Hollandia, is eigendom van aardappelverwerker Avebe. Het hele complex wordt in opdracht van Solarfields gebouwd, deels op een enorme, heftige "overkapping" zichtbaar op de foto, omdat dat deel een serie "vloeivelden" tussen hoge aarden wallen betreft, een restant van de aardappel industrie. Een deel blijft in gebruik als waterbuffer voor Avebe ("water retentie reservoir"), en er zijn plannen om zelfs, middels opslag, afvloeiing, en weer verpompen van water naar een ander bekken, te proberen opwek pieken te scheren en deze beter te verdelen over de dag. Er wordt schapen-beweiding onder de grote overkappingen overwogen.

Het geheel bestaat uit zes separate percelen met WZW / ONO gerichte PV-modules, waarvan het grootste deel op het grondgebied van Nieuw-Buinen ligt, en een kleiner deel op dat van Eerste Exloërmond, beiden dorpen in de Drentse gemeente Borger-Odoorn. Een segment van het project, wat normale, doch qua omvang wel zeer grote "tafels" zoals in de meeste zonneparken krijgt, ligt zelfs benoorden de bebouwde kom van Nieuw-Buinen, het grootste deel echter zuidelijk van die lintbebouwing, in een lange strook zuid-waarts. De afstand tussen het noordelijkste punt van het N. segment, en de zuidelijke "basis" van het grootste perceel, is zo'n 3,5 kilometer. De foto is 19 september 2020 genomen vanaf de meest zuid-oostelijke hoek, op het grondgebied van Eerste Exloërmond, bij een van de enorme overkappingen boven een van de vloeivelden. Er zouden maar liefst 288.116 PV modules worden gemonteerd, het park zou een omvang kunnen krijgen tussen de 116 en 120 MWp en zo'n 80 miljoen Euro gaan kosten. De feitelijke bouwplannen voor dergelijke projecten worden vaak in een laat stadium nog aangepast aan het actuele aanbod van modules op de wereldmarkt, dus over de definitieve capaciteit durf ik nog geen uitspraak te doen, ook naar aanleiding van ervaringen bij andere soortgelijke grote PV projecten. Bouwer is het bekende Duitse bedrijf ibvogt, wat ook, bijvoorbeeld, het complexe Scaldia project op de kabelstroken rond het havengebied van Oost-Vlissingen, Zeeland, heeft gebouwd (herfst 2018 opgeleverd). De bedoeling is, dat zonnepark Vloeivelden Hollandia nog voor eind 2020 wordt opgeleverd. Financiering van het grote project geschiedt via de Nederlandse Rabobank, maar ook fondsen vanuit het Erneuerbare Energien programma van de bekende Duitse KfW bank worden voor dit Nederlandse solar project aangewend. Op de foto zijn aan de achterkant van dit perceel al modules aangebracht. Rechts achteraan is een oude silo naast het bedrijfsterrein van Avitec te zien.

* Foto genomen vlak nadat het toen de facto grootste gerealiseerde Nederlandse PV project, Harpel / Vlagtwedde (Gr.), van Powerfield / Solarcentury, nieuwe eigenaar Impax (109 MWp) net formeel aan het net was gekoppeld. Voor dat project is trouwens alweer een uitbreiding van 76 hectare aan de noord-oost zijde in voorbereiding, waarvoor door gemeente Westerwolde een omgevingsvergunning is afgegeven. De race voor "de grootste" blijft dus gecontinueerd worden. In Biddinghuizen is tot nog toe het grootste beschikte "enkele" project in voorbereiding, wederom door Solarfields, 86 hectare op het Dorhout-Mees golfterrein, een vooralsnog "unieke" beschikking voor een project van 147 MWp (de beschikking is iets groter). Uiteraard zijn er nog grotere plannen in voorbereiding, zoals voor het grote energiepark Wells Meer te Bergen (L.), waarvoor inmiddels 264 hectare zonnepark(en) worden voorzien, maar daarvoor zijn nog geen SDE beschikkingen aangevraagd of toegekend. Dat enorme project moet nog door een complete MER procedure heen gezien de grote omvang.


(3) Veldsystemen naar SDE beschikking ronde

Nieuw in dit overzicht is, dat ik ook een grafiek heb gemaakt met de aantallen en capaciteiten aan "officieel herkende" veldsystemen, die als zodanig zijn gemarkeerd door RVO, gerangschikt naar SDE regeling. Zoals al eerder gemeld, begint dit pas onder SDE 2014, waarvoor door het agentschap voor het eerst beschikkingen expliciet zijn gemarkeerd als "veldopstelling" (in de toenmalige terminologie).

Onder SDE 2014 werd door RVO - volgens de laatste update - al een aardig volume van 36 beschikkingen getypeerd als veldsysteem, met een verzamelde - beschikte - capaciteit van 127,5 MWp. Onder de "biomassa bijstook" regeling SDE 2015, die desastreus heeft uitgepakt voor solar, met slechts een mager aantal PV beschikkingen, is er slechts 1 toekenning van dit type, het Waternet "Plettenburg" project in Nieuwegein, gebouwd door ProfiNRG. Dat heeft weliswaar een beschikking van 2,9 MWp, maar het zonnepark project is veel groter uitgevoerd dan er door RVO is toegekend, wat een zoveelste waarschuwing dient te zijn voor diegenen die blind data van RVO overtypen als zijnde "de uitgevoerde realiteit". Wat veel mensen absoluut niet (willen) snappen, is dat het agentschap alleen beschikte volumes opgeeft, heel vaak geen uitgevoerde capaciteiten. En al helemaal niet capaciteiten die de oorspronkelijke (of bijgestelde) volumes (flink) overstijgen, die "meer" volumes worden daar niet bijgehouden. In ieder geval niet in de publiek beschikbare lijsten ...

De eerste ronde van SDE 2016 begon ook bescheiden, met slechts (overgebleven) 9 beschikkingen, goed voor een toegekend volume van ruim 39 MWp. Pas vanaf SDE 2016 II kwam er vaart in zowel de aantallen beschikkingen voor grondgebonden zonneparken, als bij de daarmee gepaard gaande volumes. Die najaarsronde had al ruim 4 maal zo veel beschikkingen dan in de voorjaars-ronde (42 stuks), en 312 MWp aan beschikte capaciteit voor veldsystemen (8 maal zo veel vermogen toegekend). De daar op volgende twee SDE 2017 rondes deden er nog wat scheppen bovenop, met 77 resp. 70 nieuwe (overgebleven) beschikkingen, goed voor 544 resp. 665 MWp aan toegekend vermogen. Onder de voorjaars-ronde van 2018 kwam er tijdelijk de klad in, met weliswaar een behoorlijk aantal toegekende projecten voor PV op de grond, 58 stuks, maar een opvallend laag vermogen, slechts 246 MWp. Dat resulteerde in het laagste gemiddelde volume per beschikking in de reeks SDE 2016 I tm. 2020 I, slechts 4,2 MWp per toekenning. Alleen in de voorganger regelingen werden nog lagere gemiddeldes per (veldsysteem) beschikking gehaald (3,5 MWp per toekenning onder SDE 2014, SDE 2015 had er maar 1, zoals genoemd, 2,9 MWp, maar dik 30 procent groter gebouwd).

Zowel de aantallen beschikte projecten voor veldsystemen, als de daarmee gepaard gaande (toegekende) capaciteiten, zijn sinds SDE 2018 II flink toegenomen. RVO laat in de update van 22 september jl. 102, 85, een record aantal van 121 toekenningen onder SDE 2019 II, resp. nog steeds veel, 103 exemplaren onder de laatste SDE "+" regeling, SDE 2020 I zien. Ook de daarmee gepaard gaande beschikte (= niet gelijk aan werkelijk te realiseren) capaciteiten zijn hoog. 883 MWp resterend voor SDE 2018 II, 601 MWp onder SDE 2019 I, wederom een record volume van 1.504 MWp (!) onder SDE 2019 II, en, tot slot, een ietwat tegenvallende 531 MWp onder SDE 2020 I. Waarvan bekend was, dat het karakter ervan een nieuwe trendbreuk was t.o.v. de "unieke" voorganger regeling, SDE 2019 II. Die immers extreem was overschreven, en waarbinnen in totaal slechts relatief weinig, maar wel veel grote projecten overbleven, waaronder met name de grotere zonnepark beschikkingen.

Het zal u niet verbazen, dat onder SDE 2019 II tevens de gemiddelde capaciteit per beschikking tot ongekende hoogte steeg, maar liefst 12,4 MWp (gemiddeld !). Het op een na hoogste niveau werd bereikt onder SDE 2017 II (gemiddeld 9,5 MWp per beschikking voor veldsystemen), SDE 2018 II kwam daarbij op plaats 3, met gemiddeld 8,3 MWp per toewijzing voor grondgebonden projecten.

Het zijn met name de SDE rondes die hoge volumes hebben opgeleverd aan beschikte capaciteiten voor zonneparken, die een fors stempel drukken op de realisaties van zowel de opgestelde capaciteit, als de daardoor straks gegenereerde hoeveelheden zonnestroom. Immers: grootschalige uitval vindt tot nog toe vrijwel exclusief plaats bij (kleinere) dakgebonden projecten. De grote ontwikkelaars hebben hun zaken al vroeg goed op orde gebracht, alle risico's gemitigeerd, al vroeg netcapaciteit voor hun projecten gereserveerd bij de regionale netbeheerders (waardoor een groeiend aantal regio in de problemen is gekomen), financiering verworven, etc. De (financiële) belangen bij dergelijke projecten zijn immers zeer groot. Derhalve, worden vrijwel alle SDE gesubsidieerde grondgebonden zonneparken ook daadwerkelijk gerealiseerd. En die hebben een steeds grotere invloed op het totaal aan realisaties.


(4) Realisaties - totaal volumes volgens RVO

Tot slot nog even de "officiële" stand van zaken bij wat RVO vindt dat er al gerealiseerd zou zijn op het vlak van de door hen als zodanig gemarkeerde veldsystemen binnen de SDE regelingen. Dat vinden we terug onder de beroemde "ja" vinkjes in hun lijsten. Tot en met SDE 2020 I zouden er al 249 (voorgaande update tm. SDE 2018 II: 87) van de in totaal 704 veldopstelling beschikkingen zijn gerealiseerd volgens het agentschap ("ja" vinkje in de lijst van 22 september 2020). Dat is, inclusief recent beschikte volumes voor SDE 2020 I, al een respectabele 35,4% van het totaal aantal beschikkingen voor dergelijke projecten. Wat capaciteit betreft liggen de cijfers echter, zoals eerder ook al opgemerkt, op een stuk lager niveau: 1.357 MWp (voorgaande update zelfs nog maar 393 MWp) van de in totaal 5.455 MWp aan, let wel, "beschikte capaciteit" aan veldopstellingen, is door RVO van een "ja" vinkje voorzien. Dat is slechts 24,9% van het (beschikte) totaal. Volgens de laatste status update van RVO zou er dus nog driekwart van het totale beschikte volume aan zonneparken gerealiseerd moeten worden, inclusief alle exemplaren onder SDE 2020 I, waarvoor tot nog toe slechts enkele kleinere rooftop installaties zijn opgeleverd.

Van de veel te weinig door RVO gemarkeerde beschikkingen voor "watersystemen" (slechts 17), zijn er maar 2 volgens het agentschap opgeleverd, goed voor slechts 1,6 MWp aan beschikte capaciteit. Hier klopt sowieso niets van (zelfs in september dit jaar niet), maar de realisaties van twee drijvende projecten (Netterden Gld en Middenmeer NH) waren mij wel al langer bekend. Alle oudere beschikkingen, die zeer grote drijvende PV systemen betreffen, deels al opgeleverd, zijn nog steeds niet door RVO als zodanig gemarkeerd, vallen grotendeels, totaal onzinnig, onder "daksystemen", en ook diverse kleinere projecten zijn niet bekend bij RVO (deels hebben die projecten zelfs geen herleidbare SDE beschikking, dus die komen überhaupt niet in de RVO lijsten voor).

Net als in de update tm. SDE 2018 II, heb ik van nogal wat zonneparken die nog niet door RVO als "opgeleverd" werden beschouwd in het overzicht van 22 september, meldingen binnen van oplevering (= netkoppeling in mijn definitie). Hier zitten ook veel kleinere projecten bij, waarvan een deel niet eens door RVO gemarkeerd is als veldopstelling, en die voor lieden, die uitsluitend op die lijsten afgaan, dus een complete blinde vlek vormen. Ik komt hier in een later stadium nog in detail op terug. U snapt waarschijnlijk wel, dat Polder PV al lang meer gerealiseerd volume in zijn overzichten heeft staan, net als bij de vorige inventarisaties.

Dit was voorlopig het laatste deel (6) in de serie detail artikelen die naar aanleiding van het verschijnen van de SDE 2020 voorjaarsronde beschikkingen is gepubliceerd op Polder PV. En hiermee rond ik voorlopig de complete status update van "alle SDE en SDE + beschikkingen" af. Voor de eerste 5 artikelen zie:

(1) SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 1. Beschikkingen - record 3.440 MWp PV inclusief. 137 miljoen Euro meer beschikt dan gepland. Portfolio PV beschikt: 16,1 GWp (2 oktober 2020)

(2) SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 2. Kern parameters cumulaties alle SDE - SDE "+" beschikkingen (5 oktober 2020)

(3) SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (25 oktober 2020)

(4) SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 4. Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 22 september 2020)

(5) SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 5. Synthese alle SDE en SDE "+" regelingen incl. laatste ronde - gemiddelde omvang beschikkingen en evoluties per grootteklasse (10 november 2020)

(6) huidige exemplaar

Extern:

Feiten en cijfers SDE(+) (RVO)

 
 
 
© 2020 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP