Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
Zonnestroom productie van een - deels - reeds 19 jaar oud PV systeem

Nieuw record gecertificeerd PV vermogen: februari CertiQ 2019 + 165 MWp toegevoegd

NL voorbij België met PV volume, maar niet in relatieve zin
Eerste afschatting PV markt 2018 door CBS - bijna 1.397 MWp groei, eindejaars-accumulatie 4,3 GWp
Europese solar branche organisatie SPE publiceert voorlopige marktgroei cijfers EU incl. NL
Enexis jaarverslag - aantallen aansluitingen "met teruglevering" en Enexis revisited again
Veldopstellingen - "officiële" stand van zaken SDE realisaties (RVO, 7 januari 2019) vs. status Polder PV

19 februari 2019 en recenter nieuws

 

<<< recenter

actueel 152 151 150-141 140-131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights



 
^
TOP

14 maart 2019: Zonnestroom productie van een - deels - reeds 19 jaar oud PV systeem. Gisteren is het 19 jaar geleden dat op het dak van de huurcorporatie - met een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd - de eerste 4 "duizend gulden per stuk" kostende Shell Solar panelen bij Polder PV aan het net werden aangesloten. Enkele dagen eerder waren ze reeds door een toen nog bestaande Nuon dochter op het dak geplaatst. Sedertdien heeft Polder PV de producties intensief gemonitord. Lange tijd bijna dagelijks. En de laatste jaren in ieder geval per kalender-maand, om de producties in de gaten te blijven houden.

Het systeem blijft prima produceren, ondanks breed geventileerde verwachtingen van systeem "degradatie" over zo'n lange tijd. Maar natuurlijk ook met de "compenserende factor" van gemiddeld meer instraling de afgelopen jaren (intensieve analyse KNMI data tm. 2018 alhier voorhanden op Polder PV). In dit artikel wat grafieken om de producties te illustreren.

In deze vaak getoonde grafiek de maandproducties van de eerste vier zonnepanelen vanaf maart 2000, totdat er oktober 2001 nog eens 6 aan werden toegevoegd. Vanaf dat moment is dit het "stabiele kern-systeem" van Polder PV, 10 panelen, met een opgestelde capaciteit van 1,02 kWp, wat langjarig gemeten wordt. De producties vanaf november 2001 tm. februari 2019 zijn dus goed vergelijkbaar. 2010 was dak renovatie jaar, vandaar dat in de "getroffen maanden" (systeem volledig van net gekoppeld of schaduw van steigers, sep. - nov. 2010) de producties niet representatief zijn (met name oktober niet).

In de grafiek zijn januari en februari 2019 toegevoegd. De eerste maand lag wat onder-gemiddeld, februari echter beslist boven-gemiddeld qua productie. Al haalde die natuurlijk niet het verbazingwekkende record van februari 2018 (zie rapportage). De dikke zwarte lijn geeft de gemiddelde maandopbrengst over de compleet gemeten reeks weer, met uitzonderling van okt. 2010 (dakrenovatie, niet representatief, maand waarde niet meegenomen).

Dezelfde grafiek als boven, maar nu met de maandproducties van alleen de afgelopen 3 jaar + eerste 2 maanden van 2019, voor het 1,02 kWp kern-systeem. Duidelijk zijn de forse verschillen tussen de jaren onderling te zien, en wederom het gemiddelde per maand over alle gemeten jaren. De zomermaanden mei tm. juli vechten regelmatig om de eerste plaats, tot nog toe zijn mei en juli elkaars evenknie bij de gemiddeld hoogste maandproductie. December is zonder uitzondering de slechtst producerende maand, met zo'n 12% van de productie in mei of juni.

In deze grafiek staat de totale zonnestroom productie van het kern-systeem (en voor 2001 tm. oktober van de eerste 4 panelen) in de maanden januari en februari van elk weergegeven jaar. Die productie kan fors verschillen, sterk afhankelijk van de weers-condities in deze, gemiddeld genomen, nog relatief licht-arme wintermaanden. In een gemiddeld zonnige, vorstrijke wintermaand, kan de productie fors hoger liggen dan in een zwaar bewolkte maand in een ander jaar. Van een minimum van 48 kWh in 2007 tot een maximum van 92 kWh in (voormalig) record jaar 2003. Ook 2018 was, zoals we weten, vooral wat februari betreft uitzonderlijk zonnig, vandaar de 2e positie. 2019 deed het wat rustiger aan, maar ligt met 79 kWh in die eerste 2 maanden nog wel op een 18% hoger niveau dan het langjarig gemiddelde voor deze eerste 2 maanden (67 kWh, oranje kolom achteraan, alleen bepaald over de periode 2002-2019, toen er constant 10 panelen aanwezig waren).

De productie voor de 10 langst in het systeem aanwezige zonnepanelen was in januari 2019 20,7 kWh (ruim 11% onder-gemiddeld), in februari 58,6 kWh (34% boven-gemiddeld).

Oudste vier zonnepanelen - 19 jaar in bedrijf

In bovenstaande grafiek de cumulerende zonnestroom productie van onze oudste vier (93 Wp) Shell Solar panelen, elk voorzien van een OK4E-100 micro-inverter, gedurende een onafgebroken productie periode van 19 jaar lang. De curve (gele stippen, maandelijkse productie volumes geaccumuleerd sedert start) heeft "opwaartse" en "neerwaartse" richtingen, die de ingaande (hoog-productieve) zomerperiode en (laag-productieve) winterperiode weergeven. Door de accumulatie curve heen heb ik een rechtlijnige trendlijn door Excel laten berekenen, die weergeeft dat de productie vrijwel rechtlijnig verloopt over deze zeer lange productie periode. Dit betekent, dat eventuele degradatie effecten en toenemende zonne-instraling elkaar - blijkbaar - ongeveer in balans houden. En dat de gemiddelde productie "op orde blijft". In 19 jaar tijd hebben die eerste vier panelen in ieder geval al zo'n 6.350 kWh geproduceerd sedert de eerste netkoppeling, tot en met 13 maart 2019 (6.926 dagen sedert start).


^^^
KLIK
op plaatje voor uitvergroting (komt in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)

In dit laatste plaatje de fysieke maand producties van de eerste vier zonnepanelen over de afgelopen negentien jaar (in kWh/mnd). In blauw de laagst gemeten maand opbrengst van deze set, 4 kWh in december 2002. In rood de hoogst gemeten maand opbrengst. Nota bene in juli van het afgelopen jaar, toen de installatie al ruim 18 jaar oud was, met 54 kWh (145 kWh/kWp in die maand).

In een rode stippellijn heb ik wederom een lineaire trendlijn door de maandwaarden laten berekenen door Excel. Deze loopt bijna horizontaal, met slechts een marginale, neerwaartse afloop naar rechts. Wat op een extreem lichte achteruitgang van de gemiddelde maandopbrengsten wijst. De gemiddelde maand productie van deze 19 jaar oude groep panelen is 27,7 kWh. De specifieke opbrengst bedraagt 74,5 kWh/kWp.mnd over deze lange periode.

Polder PV is nog steeds uitzonderlijk content met deze prima aankoop. Duurzaamheid van corporatie dak, georganiseerd door de huurder ...

Bron: maandelijkse productie data metingen Polder PV sedert maart 2000


13 maart 2019: CertiQ maandrapport februari 2019. Deel 2 - zonnestroom productie. In het eerste artikel van deze reeks gaf ik u de nieuwe record PV capaciteit en aantallen installaties volgens het vandaag gepubliceerde CertiQ maandrapport over februari. In dit artikel behandelen we de gecertificeerde productie volgens CertiQ, en andere bronnen die iets over (totale) volume energie productie van fotovoltaïsche installaties in ons land zeggen.

Gecertificeerde productie seizoens-gerelateerd - alleen gecertificeerd volume (CertiQ)

De accumulatie van de (gecertificeerde) PV capaciteit volgens de CertiQ data (magenta curve) is terug te vinden op de linker Y-as. Let op dat de GvO productie (blauwe curve, rechter Y-as, in GWh uitgegeven GvO's per maand) een maand achter loopt bij die voor de toegevoegde capaciteiten.

Het voorgaande record volume van 165,2 GWh in juli 2018 blijft met het nu besproken februari rapport, wat de - voorlopig bepaalde - productie van januari 2019 weergeeft, uiteraard ongebroken. Voor januari is tot nog toe alweer een wat hoger niveau aan Garanties van Oorsprong door CertiQ aangemaakt voor zonnestroom, voor 27,1 GWh, al 11% hoger dan het volume in december (24,5 GWh). De opgaande lijn is dus alweer ingezet. De cijfers liggen voor die wintermaanden alweer een stuk hoger dan de laagste niveau's in de winters van 2015/2016, 2016/2017 en 2017/2018 (januari 2016 4,5 GWh; december 2016 10,4 GWh; dec. 2017 & jan. 2018 13,8 GWh). Deze "winterdips", steeds hoger wordend qua output, zijn in de grafiek met blauwe pijltjes weergegeven. Het vierde pijltje, december 2018, geeft het laagste niveau voor de winter 2018/2019 weer. Dat minimum ligt, zoals reeds door Polder PV was aangekondigd, substantieel hoger dan in voorgaande jaren.

Hierbij moet ook nog aangetekend worden, dat er beslist nog GvO's uitgegeven zullen worden voor de productie in het afgelopen jaar. Aangezien 2019 een nieuw record jaar gaat worden zal de blauwe curve in 2019 een nog veel extremer verloop gaan krijgen dan in de laatste drie jaar al het geval is geweest. De zomer "piek" van de gecertificeerde productie zal zéér hoog gaan worden, waarschijnlijk al richting een halve TWh zonnestroom productie per maand medio dit jaar.

Genoemde 27,1 GWh voor januari 2019 is reeds ruim 96% méér dan de hoeveelheid GvO's gerapporteerd in januari 2018 (13,8 GWh), wat de hoge tussentijdse groei van (bij CertiQ bekende) gecertificeerde PV capaciteit weergeeft, in combinatie met de in die maanden opgetreden fysieke instraling. Wel is het uiteraard, omdat we een van de meest licht-arme winter maanden beschouwen, slechts beperkt (10,6%) meer dan in december 2018.

Oorzaak: forse groei PV capaciteit
D
e steeds hogere niveaus van de aangegeven "winter-dips" zijn vooral het resultaat van de zeer forse tussentijdse groei van de gecertificeerde PV capaciteit, vanwege de massieve portfolio's aan SDE beschikte projecten, die anderhalf tot drie jaar de tijd krijgen voor realisatie. De gemeten meer-productie van die te verwachten hoge volumes aan nieuwe installaties, komt bovenop de output van de al bestaande projecten. Daarbij dient wel rekening gehouden te worden met het feit, dat zeker de recenter gepubliceerde volumes achteraf altijd nog - meestal relatief bescheiden - aangepast kunnen gaan worden. De vorm van de curve kan dan ook nog enigszins gaan wijzigen (in ieder geval: een gladder verloop krijgen). Zie voor een mooie analogie ook de dagopbrengst verwachtingen curve, gemaakt uit de En-Tran-Ce database voor de bekende energieopwek.nl site, van de hand van Martien Visser.

Daar nog eens overheen komt een effect wat minder goed bekend zal zijn: de gemiddelde toename van de instraling in Nederland, waar fotovoltaïsche installaties direct op zullen reageren met hogere momentane output, én hogere jaar opbrengsten. Polder PV heeft daar over recent weer een omvangrijke, uitgebreid geïllustreerde analyse afgerond. Die kunt u hier bekijken.

De komende maand rapportages zullen, tot het voorjaar van 2019, geen nieuwe record volumes aan uitgegeven zonnestroom GvO's meer tonen, omdat we in de lagere productie niveaus per - winterse - maand zijn beland. En de tussentijdse (veronderstelde) capaciteit bijbouw, met de daarmee gepaard gaande extra berekende zonnestroom opbrengsten, die terugval niet genoeg kan "opvangen". Juli 2018 was wat maand productie betreft absolute record houder bij veel recent opgeleverde PV installaties. Met een flinke extra hoeveelheid tussentijds gebouwde capaciteit, kunnen we in 1 van de maanden mei tm. juli dit jaar, afhankelijk van het gemiddelde weer in die top-productie maanden, waarschijnlijk weer de nodige nieuwe record volumes gaan verwachten bij zowel duizenden nieuwe particulieren, bedrijfs-installaties, als, uiteraard, uiteindelijk ook bij CertiQ.

De tot nog toe record - gecertificeerde - zonnestroom productie van 165,2 GWh in juli 2018, is het equivalent van het gemiddelde maandelijkse stroom-verbruik van ruim 693.150 gemiddelde Nederlandse huishoudens. Dat was 2.860 kWh/HH.jr anno 2017 volgens gegevens van het CBS, en is nog exclusief het op landelijk totaal bezien nog relatief lage eigen verbruik van zonnestroom.

Uiteraard is het gecertificeerde volume tot nog toe slechts een onderdeel van de totale, onbekende Nederlandse zonnestroom productie. Die inmiddels mogelijk grofweg een derde van de productie bekend bij CertiQ zou kunnen omvatten, dus - voor juli 2018 - het equivalent van het (elektra) verbruik van zo'n 2,0 tot 2,7 miljoen Nederlandse huishoudens. Echter, de capaciteit toename van de CertiQ bijschrijvingen groeit al lang, en snel, zoals wederom de jaarcijfers van 2018, en met name weer van record maand februari 2019, hebben laten zien. Het is te voorzien dat een steeds groter aandeel van de totale fysieke zonnestroom productie in ons land afkomstig zal zijn van die rap groeiende, bij CertiQ bekend wordende populatie van - soms zéér grote - SDE gesubsidieerde PV projecten.


Gecertificeerde PV capaciteit en gecertificeerde zonnestroom productie per jaar volgens (gereviseerde) jaar overzichten CertiQ

In een vorig maand overzicht heb ik ook de eerste resultaten voor het hele kalenderjaar 2017 weergegeven, n.a.v. het eerste verschenen jaar rapport van CertiQ. Die data zijn later fors bijgesteld in de revisie die CertiQ recent heeft gepubliceerd. Zie uitgebreide analyse van de wijzigingen en de stand van zaken, van de hand van Polder PV. Een nieuw (voorlopig) rapport van CertiQ over 2018 is reeds separaat behandeld. Daar zal later dit jaar nog een revisie van gaan komen.


Landelijke zonnestroom en andere duurzame productie - berekend

Voor het destijds - mogelijk conservatief berekende (!) - nationale zonnestroom dagproductie record op de Energieopwek.nl site van 1 juni 2017 verwijs ik naar de korte bijdrage in de bespreking van een vorig maandrapport. Voor overige "oude records" in dat portal, zie de analyse van de september 2017 rapportage. De hoogst behaalde, berekende "momentane" (piek) vermogens bij zonnestroom, die zeer kort zullen zijn aangehouden waren per maand, de afgelopen jaren, als volgt (tabel verderop). In mei - juli 2018 volgde het ene record snel op het andere in dat portal. Sommige data kunnen in recentere versies zijn en/of worden aangepast op basis van nieuwe inzichten en berekenings-methodieken.

Check van de laatst bekende historische waardes heb ik gedaan op 4 september 2018, voor alle maand records in 2018 tot en met februari 2019, op 13 maart 2019. De historische reeks is nu langer beschikbaar voor PV output (vanaf eind januari 2016), en er zijn bij de systeem wijziging kennelijk capaciteit aanpassingen gedaan in het brondata bestand. Want er doken soms nieuwe record output dagen op per maand voor zonnestroom. Het tot nog toe door Energieopwek.nl geregistreerde, berekende momentane output record midden op de dag was voorheen voor 2 juli 2018 genoteerd: 2.394 megawatt, zie de Tweet van Polder PV, en de oude tabel bijgewerkt tot en met de CertiQ update van juli 2018. Dit is in de nieuwe opzet, en met een kennelijke tussentijdse aanpassing van de aan de berekeningen ten grondslag liggende (vermeend) opgestelde capaciteit, grover weergegeven als 2,65 Gigawatt, wat trouwens nu ook voor de 1e juli 2018 als maximum wordt weergegeven.

Let op, dat n.a.v. hernieuwde inzichten in de ontwikkeling van de capaciteit over recente jaren, de maandelijkse output data alsnog met terugwerkende kracht aangepast kunnen worden !

Max. output zonnestroom (GW nieuw)
Jan.
Feb.
Mrt.
Apr.
Mei
Jun.
Jul.
Aug.
Sep.
Okt.
Nov.
Dec.
2016
0,262 *
(31e)
1,05**
(29e)
0,957
(17e)
1,20
(21e)
1,29
(5e)
1,32
(6e)
1,33
(19e, 20e)
1,33
(17e)
1,18
(7e)
1,04
(5e)
0,760
(29e)
0,711
(5e)
2017
0,922
(22e)
0,938
(14e)
1,44
(27e)
1,66
(30e)
1,78
(26e, 27e)
1,82
(1e)
1,75
(9e)
1,67
(14e)
1,46
(3e, 23e)
1,19
(15e)
0,918
(6e)
0,654
(17e)
2018
0,897
(21e)
1,55
(25e)
1,93
(20e)
2,18
(19e)
2,44
(6e, 7e)
2,63
(30e)
2,65 ***
(1e, 2e)
2,59
(6e)
2,30
(2e)
1,95
(10e)
1,54
(8e)
1,14
(4e)
2019
1,60
(19e)
2,36
(27e)
2,02
(5e)
                 

* Eerst bekende berekende waarde 30 jan. 2016, hoogste waarde op 31 jan. 2016.

** Een eerdere "onmogelijk hoge" waarde van 1,81 GW gegeven voor 29 feb. 2016 (gesignaleerd in bespreking van een eerdere maandrapportage van CertiQ) is zo te zien later gecorrigeerd.

*** Voorlopig hoogste resultaat op 2 juli 2018 in de orginele, fijnere output cijfers weergevende opzet Energieopwek.nl site: 2.394 MW. In de nieuwe opzet, die de maximale output in Gigawatten weergeeft (boven 1 GW output), is voor zowel de 1e als de 2e juli 2018 een momentaan, kort durende vermogen output van 2,65 GW weergegeven door het - fors aangepaste - portal.

In maart 2019 is, vóór publicatie van dit artikel (13 maart 2019), op de 5e het "voorlopig hoogste niveau in maart" te zien (2,02 GW, 13h40 wintertijd). Daar komt later ongetwijfeld een nog hogere waarde overheen.

Voor inhoudelijk commentaar op de nieuwe cijfers van het Energieopwek.nl portal, zie de rapportage over augustus 2018. In november 2018 is de 8e de hoogste waarde voor die maand gehaald, 1,54 GW. Dit is 68% hoger dan de hoogste waarde berekend voor november 2017 (6e: 0,918 GW). 4 december gaf de hoogste waarde te zien in de laatste maand van 2018, 1,14 GW, 74% hoger dan de hoogste waarde in december 2017 (de 17e). Januari 2019 zat, met een spectaculaire 1,6 GW, al 74% boven de max. berekende output op 22 jan. 2017 (voormalig record in de getoonde januari reeks, jan. 2018 was vrij somber). Februari 2019 had al een 52% hoger maximum output dan de 1,55 GW op 25 februari van het voorgaande jaar.

Per jaar zijn naast de hoogst gevonden waarden (rood) per maand ook de laagste output maxima weergegeven in blauw. Uiteraard altijd in de wintermaanden december of januari te vinden. Voor 2016, met slechts de laatste 2 dagen in januari gemeten, lag het "maximum" op 262 MW (31e), maar er kan die maand uiteraard beslist een hogere waarde zijn geweest als die in de meetreeks opgenomen zou zijn. In 2017 werd het "minimale maximum" op 17 december gevestigd (654 MW). Dat was alweer een stuk hoger in 2018, deze waarde vinden we op 21 januari van dat jaar terug, 897 MW. December 2018 lag alweer fors hoger (1,14 GW op de 4e).

In de nieuwe opzet van het energieopwek.nl portal zijn ook "profielen" met de dag maxima te zien per maand, en per jaar.

In de nieuwe opzet van het portal, kunnen bovenop de reeds genoemde energie opwek opties nog eens momentaan berekende vermogens van 7 andere modaliteiten gestapeld worden, alsmede een "restpost" met kleine opties (waar ook thermische zonne-energie onder valt). Zo was voor 26 september 2018, met alle opties aangevinkt, de maximale output van alle "duurzame" energie opties (bijgesteld) 7,63 gigawatt, waarbij midden op de dag zonnestroom ongeveer 28% van de output verzorgde. Deze totaal output werd ook op 7 december van dat jaar bereikt. 20 november ging er echter, met (bijgesteld) 8,78 GW in de ochtend, met flink veel wind, en een hoge contributie (berekend !) van o.a. houtkachels, "off the chart", vet overheen. Maar dat kan natuurlijk per dagdeel fors variëren, zeker met de variabele input bronnen wind- en zonnestroom. In de koudere winter periode brengen warmtepompen ook een behoorlijk variabele input in (tussen 527 en 69 MW op genoemde 26e september). Vanaf 1 oktober lijken inmiddels ook houtkachels (kunstmatig) te zijn "ingeprogrammeerd", met op 2 oktober bijvoorbeeld een geprognosticeerde energie output tussen de 855 en 72 MW op dezelfde dag. Op 30 september waren die nog helemaal niet te zien, wat weer aangeeft dat het in het portal om rekenkundige aannames gaat. En niet om de (in dit geval niet fysiek te bemeten) werkelijkheid.

Friesland Campina sub-portal
Nota bene: En-Tran-Ce heeft inmiddels ook voor de wind- en zonnestroom productie van de bij Friesland Campina aangesloten boeren een portal opgetuigd met daarin een vergelijkbaar (berekend) wind- en zonnestroom productie beeld als voor de landelijke Energieopwek.nl website. De zonnestroom komt van de eerste boerderijen die de succesvolle Heerenveense project ontwikkelaar Groenleven in 2018 heeft aangesloten, in hun enorme SDE project in samenwerking met de grote melk-producent. In totaal zouden er, volgens het jaarverslag over 2018 (download pagina), 772 melkveehouders gaan participeren in dit reuzen-project (in 2 fases beschikt met SDE subsidies, alle boerderijen krijgen - of hebben al - een grootverbruik aansluiting). In 2018 zouden de eerste 50 daken reeds zijn opgeleverd, in 2019 zouden daar nog eens zo'n 400 bij moeten gaan komen. Voor productie cijfers zie: https://frieslandcampinaopwek.nl


Energie producties - alleen actueel voorhanden, of per maand in nieuwsbericht SER cq. En-Tran-Ce

Op het nieuwe portal is helaas uitsluitend voor de actueel geldende dag de dagelijkse energie productie weergegeven, o.a. in de vorm van een "teller" die vanaf het begin van die dag de energie productie weergeeft in MWh "equivalenten". Voor eerdere dagen is deze optie niet meer te raadplegen, wat dus een verslechtering van de data verstrekking betekent. Vandaar dat er ook geen staatjes met de minimale en maximale energie producties (in inwoner equivalent energie verbruik) per maand meer gegeven kunnen worden. Voor een laatste staatje, dat van juli 2018, zie het desbetreffende artikel op Polder PV. De gemiddelde energie productie per maand kan alleen maar indirect bepaald worden, zoals Martien Visser op 30 november in een tweet aangaf n.a.v. een vraag daar over (zie ook vervolg in het draadje). In 2018 waren de extremen gemiddelde outputs van 83 MW in januari, resp. 803 MW in juli. Vermenigvuldigd met 24 uur en het aantal dagen in die maanden (beiden 31), kwam dat dus neer op berekende gemiddelde energie producties van 62 GWh, resp. 597 GWh.

Jaarproducties & aandelen elektra resp. energie verbruik 2018, feb. 2019

Voor een terugblik van de aandelen van zon- en windstroom in de jaren 2017-2018, zie de beschouwing van de cijfers die op de Energieakkoord website werden gepubliceerd, in het artikel over december 2018. Volgens de Energieakkoord site van de SER zou de productie van zonnestroom in februari 2019 flink zijn toegenomen, wat natuurlijk met name aan de heftige capaciteits-uitbouw heeft gelegen in 2018, en de eerste maanden van 2019. De berekende energie productie in die maand zou t.o.v. februari 2018 zijn gestegen van 0,6 naar 0,8 PJ. Een toename van 33%. Martien Visser van En-Tran-Ce berekende in een Tweet 228 GWh zonnestroom productie voor februari, gebaseerd op een veronderstelde opgestelde capaciteit van 4.450 MWp aan het begin van die maand (veronderstelde toename van 150 MWp gemiddeld per maand in 2019). Overigens werd, ondanks een wederom magere windproductie in februari, wel op de 9e een record gevestigd, met ruim 4 Gigawatt gezamelijke output (4,22 GW om 16h20) van alle windturbines (on- en off-shore). Er zou volgens de SER 17 procent van de totale stroom productie zijn opgewekt uit hernieuwbare bronnen in die maand. Interessant is ook het speciale gedeelte over biogas in het SER nieuwsbericht, wat ongeveer een equivalente energie hoeveelheid produceerde aan het volume wind op zee in februari (0,9 PJ).

En-Tran-Ce

De berekeningen van het Groningse onderzoeks-instituut En-Tran-Ce zijn gebaseerd op o.a. aannames over de opgestelde capaciteit in ons land, zeker wat het opgestelde PV vermogen betreft. Bij windstroom, biogas en andere bronnen zijn de cijfers makkelijker en zeer actueel te verkrijgen, het gaat daarbij, behalve bij warmtepompen, om relatief geringe aantallen. Zonnestroom capaciteit is een compleet ander verhaal: er zijn enkele honderdduizenden installaties. Zie ook een eerdere analyse door Polder PV. Het CBS heeft haar cijfers vorig jaar herzien, de gereviseerde aantallen PV installaties vindt u op de speciaal daarvoor ververste pagina met CBS statistieken over zonnestroom. Eind 2017 zouden er volgens de nationale statistiek producenten al 576.340 PV installaties zijn in Nederland (waarvan 524.010 op woningen, resp. 52.330 projecten op "niet-woningen"). De groei (2017 t.o.v. 2016: ruim 136 duizend nieuwe installaties) blijft ook op dat vlak fenomenaal. Het is jarenlang nauwelijks mogelijk geweest om daar een accuraat beeld van te krijgen, gezien de langdurig brakke cijfers over zonnestroom.

2018 is zoals bekend een zoveelste record jaar geweest. Alleen al in het netgebied van Enexis kwamen er achter kleinverbruik aansluitingen (KVB) zo'n 76 duizend nieuwe PV-installaties bij. Een groei van meer dan een kwart t.o.v. de aanwas in het voorgaande jaar. De verwachting is, dat dit nationaal het geval zal zijn geweest. Ook bij Stedin werden zeer hoge groeicijfers in het KVB segment zichtbaar (aantallen en capaciteiten), evenals bij Enduris (capaciteit KVB), en Liander (capaciteit alle systemen, incl. grootverbruik). U moet dus niet gek staan te kijken dat we dat jaar al een aardig eind op weg kunnen zijn gegaan richting de 700 duizend PV projecten. Of er mogelijk al ver voorbij zijn.

Voor meer informatie over de berekeningen van diverse energie modaliteiten van En-Tran-Ce, verwijs ik naar het recent verschenen februari rapport van 2019 (pdf downloads alhier).

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV), Energieopwek.nl (landelijk berekend voor Energieakkoord), en "Renewable Energy in The Netherlands" maand rapportages (En-Tran-Ce / Energy Transition Centre, Groningen).

Zon houdt duurzame productie overeind (4 maart 2019, overzicht februari door Energieakkoord / SER)

Verder uitermate interessant (volgen, die man !):

Tweet Martien Visser (11maart 2019): Fraaie grafiek met maandelijkse berekende producties wind op land, off-shore, én zonnestroom, in een stapel grafiek (2014-begin 2019)
Tweet Martien Visser (10 maart 2019): Grafiek met dagelijkse fluctuaties van de (berekende) combinatie zonnestroom- en windstroom productie per dag, op 5 dagen in jan. 2019
Tweet Martien Visser (7 maart 2019): "Wat kun je met gemiddelde opbrengst van een zonnepaneel?" (plm. 0,75 kWh/dag)
Tweet Martien Visser (7 maart 2019): Wind en zon gezamelijk zouden (per dag) richting de 3% aandeel van finaal energieverbruik gaan, eind 2018; totaal officieel als "hernieuwbaar" geteld (grotendeels biomassa stook in talloze vormen) gaat richting de 8%
Tweet Martien Visser (6 maart 2019): Voortschrijdend 12-maandelijkse gemiddelde percentage elektra opwek uit hernieuwbare bronnen in februari 2019 boven 17% gekomen
Tweet Martien Visser (4 maart 2019): Record percentage elektra productie uit hernieuwbare bronnen, 35,4% (vooral wind, aangevuld met zonnestroom en elektra uit biomassa)
Tweet Martien Visser (3 maart 2019): Aandeel energie opwek uit hernieuwbare bronnen (incl. elektra, warmte, transport brandstof) richting 8% in jan/feb. '19. We moeten naar 14% in 2020 (gaat met beste wil niet gehaald worden, PBL voorspelt mogelijk 12,2%), en naar 16% in 2023.
Tweet Martien Visser (3 maart 2019): (Veronderstelde) opgestelde capaciteit PV begin feb. 4.450 MWp, berekende zonnestroom productie in februari 228 GWh. Opmerkelijk: productie PV in februari niet ver van totale productie van wind off-shore, of die van kerncentrale Borssele (NB: in winderige februari maanden is dit beeld compleet anders, kan dus fors verschillen)
Tweet Martien Visser (1 maart 2019): Percentage energie uit hernieuwbare bronnen 7,6% (voorgaand jaar: 6,9%). Relatief aandeel van "grote winnaar" zonnestroom nam met 30% toe in 1 jaar tijd.

"Rustige start" 2018 - 1e maandrapport CertiQ 2019, 51,1 MWp nieuw gecertificeerde PV (8 feb. 2019: bespreking voorgaande maandrapport CertiQ, jan. 2019, op Polder PV)


13 maart 2019: Na "rustige" start explosieve - nieuwe record - bijbouw gecertificeerd PV vermogen: maandrapport februari CertiQ 2019, 165 MWp toegevoegd. deel 1. Na de relatief "rustig" verlopen maand januari (51,1 MWp netto toevoeging), is er in februari wederom een verpletterend record aan nieuwe gecertificeerde PV capaciteit gerapporteerd bij TenneT dochter CertiQ. Netto werd in februari met 245 nieuwe PV projecten een capaciteit van 165 MWp toegevoegd, waarmee al een accumulatie werd bereikt van 1.739,4 MWp.

In dit artikel de grafische en numerieke weergave van de door CertiQ gepubliceerde data. Als vanouds elke maand voor u samengesteld door Polder PV. In dit artikel deel 1: aantallen, capaciteiten, en systeem-gemiddelde capaciteiten.

In het pas op 13 maart dit jaar over de maand februari van 2019 gepubliceerde maandrapport van TenneT dochter CertiQ worden de volgende data gepresenteerd in historische context.

Wat de maandelijkse toevoegingen (of: tijdelijke afnames) van aantallen installaties betreft in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de linker Y-as, zijn er in februari 2019 "netto" 245 nieuwe PV projecten bij gekomen, iets minder dan de 252 in januari. In november 2018 was het "record" dat jaar 298 exemplaren. Genoemde 245 stuks in februari is ook nog steeds fors minder dan het record volume (netto) 445 nieuwe PV projecten in juli 2017 (weergegeven in grafiek). Kijken we naar het voortschrijdend gemiddelde per kalenderjaar, zit er echter beslist al langer weer een stijgende lijn in, sedert medio 2017, met minder opvallende uitschieters naar boven of naar onder. Op z'n hoogst zo'n 300 nieuwe installaties per maand lijkt voorlopig "de trend" bij CertiQ, het laatste jaar.

De jaar gemiddeldes in de (deels verouderde) maand rapportages lagen achtereenvolgens voor 2016 op 105 nieuwe projecten per maand, in 2017 158, en het - voorlopige - gemiddelde in 2018 is op 210 stuks per maand gekomen. In de eerste 2 maanden van 2019 ligt het gemiddelde (249 stuks/mnd) daar dus fors boven. Neem echter goed notie van het feit, dat zowel de aantallen als de capaciteiten later in jaarlijkse revisies worden bijgewerkt door CertiQ. Voor de medio 2018 verschenen update voor 2017 lag deze op gemiddeld 143 nieuwe installaties per maand (1.717 nieuwe installaties in 2017). 9,5% lager dan uit de oorspronkelijke maand rapportages afgeleid kon worden. Altijd moeten gepubliceerde Nederlandse solar statistieken met prudentie worden genoten, omdat veel data achteraf nog (fors) kunnen worden bijgesteld vanwege trage administratieve processen.

De accumulatie is te zien aan de blauwe kolommen curve in bovenstaande grafiek (referentie: rechter Y-as) die, na het "plateau" in 2013-2015, de laatste 3 jaar weer opvallend is gaan stijgen. De curve geeft eind februari 2019 een accumulatie van 17.443 gecertificeerde PV projecten in de database van CertiQ (gemarkeerd data punt rechts bovenaan). De 15.000 stuks werd in april 2018 overschreden.

In de grafiek zijn ook 2 belangrijke startdata opgenomen die tot de sterke groei van de bijschrijvingen in de CertiQ databanken hebben bijgedragen: (1) de start van de eerste SDE regeling op 1 april 2008 (in de eerste 3 jaar, met vertraging, met name heel veel residentiële installaties ingeschreven), en (2) de start van de eerste "SDE +" regeling (SDE 2011, per 1 juli 2011). Waarbij de "bovencap" van 100 kWp per aanvraag werd ge-elimineerd, en er, na een periode van vertraagde oplevering (en eerder gesignaleerde aberratie in 2013-2015, periode van her-inschrijvingen), een begin werd gemaakt met de vele duizenden grote(re) projecten. Met name op bedrijfs-daken, rooftops op diverse typen instellingen, en, de laatste jaren tevens, stapsgewijs, op de grond.

Zie ook de volgende grafiek voor de trends per jaar bij de aantallen installaties / projecten, op basis van de maand rapportages. NB, voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand.

Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. De fluctuaties kunnen fors zijn. Het gemiddelde installatie niveau is sedert 2011 behoorlijk terug gevallen, werd in de grafiek door de her-registratie operatie in 2013-2015 flink vertroebeld, maar trekt zeker het laatste jaar weer aan. De nu door CertiQ gerapporteerde 12 maanden van 2018 laten weer een behoorlijke maandelijkse groei van de aantallen nieuwe registraties zien. Met als kers op de taart het maandrecord van november voor dat jaar (netto 298 nieuwe projecten, hoogste paarse kolom rechts). Na tegenvallend december, met "slechts" 189 netto nieuwe projecten, zijn inmiddels de eerste 2 maanden van 2019 toegevoegd (252 resp. 245 nieuwe projecten in januari en februari). Het gemiddelde voor de maand rapportages kwam voor 2018 op 210 nieuwe projecten per maand. Voor de afgeronde kalenderjaren 2016 en 2017 waren die gemiddeldes 105 resp. 158 stuks per maand (bijpassende gekleurde horizontale stippellijnen). Gemiddeld genomen nam het niveau in de maand rapportages in 2018 dus toe met 33% t.o.v. dat in 2017.

Het nieuwe jaarvolume voor 2018 is gekomen op 2.516 installaties. In 2017 was dat nog maar 1.898 (volgens de maand rapportages), dus op het vlak van aantallen is er duidelijk groei. Wederom hierbij het voorbehoud, dat totale volumes per jaar achteraf kunnen - en zullen - worden bijgesteld door CertiQ. Bijgestelde data voor 2018 komen we pas later dit jaar te weten.

Dat er weer "aardige" groei volumes van de aantallen bij CertiQ geregistreerde projecten zijn te zien is voor een aanzienlijk deel te wijten aan de lopende realisaties van omvangrijke volumes onder de diverse SDE "+" regelingen beschikte PV projecten (voor overzicht beschikkingen en "officiële" realisaties, zie de door Polder PV gepubliceerde analyse van RVO cijfers van 7 januari jl., gevolgd door een detail analyse van de grondgebonden projecten). De grootste groei zit hem echter de laatste jaren niet zozeer in het "aantal" installaties, maar met name in de opgestelde productie capaciteit, wat daarmee wordt ingebracht. Dat stijgt ronduit spectaculair, zoals we hier onder weer zullen zien. Dat heeft alles te maken met het feit dat het om (gemiddeld en absoluut) véél grotere PV projecten gaat dan wat enkele jaren geleden "gebruikelijk" was voor Nederland. Hier bovenop zijn de nu daadwerkelijk fysiek gebouwde grondgebonden zonneparken gekomen. Die stuk voor stuk bij CertiQ worden aangemeld, en die met hun enorme capaciteit volumes in de databank worden opgenomen. In december 2018 is op dit punt alweer een nieuwe mijlpaal bereikt bij de toevoegingen. Januari 2019 deed het wat rustiger aan. Februari echter, liet alweer een - spectaculair - nieuw record zien.


Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor sep. 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast. Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage !

"Rustige" eerste maand 2019 gevolgd door nieuw record
In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit al een tijdje echt om opvallende, substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Het verloop van de kolommen in 2018 is sterk verschillend van de situatie bij de "aantallen" projecten! Voor 2018 (paarse kolommen) waren de volumes ongekend hoog, culminerend in het - voorlopig - laatste record in december (netto +125,5 MWp toegevoegd).

Januari 2019 begon "relatief rustig", met 51,1 MWp netto nieuw toegevoegd volume. Wat echter t.o.v. voorgaande jaren alweer het hoogste volume was in die maand. Februari zet weer een compleet andere toon, en laat alle voorgaande records opdrogen waar je bijstaat. Er werd een verpletterend volume van maar liefst 165,0 MWp toegevoegd. Een factor 2,9 maal zo hoog dan het al hoge volume van 56,6 MWp in 2018. Het is bovendien alweer 31,5% hoger dan het voorgaande record, nog niet zo lang geleden, in december 2018 (125,5 MWp). Hierdoor is het maand gemiddelde van de 1e 2 maanden alweer op een hoog niveau van ruim 108 MWp/mnd gekomen (gele stippellijn), ruim anderhalf maal zoveel dan het kalenderjaar gemiddelde voor de 12 maanden in 2018 (bijna 71 MWp/mnd, paarse stippellijn).

Op basis van de voorlopige maand rapportages, werd in 2018 al een totaal volume van 851,3 MWp netto nieuwe gecertificeerde PV capaciteit gerapporteerd, dik drie maal zo hoog dan in 2017. Zie de aparte grafiek die ik voor de jaargangen bij CertiQ heb gemaakt in een vorige analyse, die wederom is gereviseerd n.a.v. de laatste aanpassing van de CertiQ cijfers voor 2017, begin dit jaar (2e grafiek in intro, volledige analyse hier).

De verwachting is, dat Nederland in 2019 weer een record jaar tegemoet zal gaan zien, uiteraard vooral ook weer binnen de zwaar door SDE subsidies gedreven projecten markt. De grote vraag is natuurlijk: hoe "groot" wordt het CertiQ volume dit jaar? Over een paar maanden zal er wat meer duidelijk worden over de mogelijke trend, en zal Polder PV daar beslist aandacht aan gaan besteden. Het is nu nog te vroeg om daar een zinnige extrapolatie over te maken, maar een record jaar gaat het sowieso worden. Hier werd eerder tijdens de wintersessie (dec. 2018) van The Solar Future conferentie van SolarPlaza over gespeculeerd. Toen al werd door sommigen (waaronder ondergetekende) 2 GWp nieuwe PV capaciteit (totaal volume) in 2019 als "haalbaar" gezien. Recent werd dit ook door Daan Witkop van Dutch New Energy Research als zodanig uitgesproken.

Gemiddelde capaciteit PV projecten februari 2019
Als we uitgaan van "relatief weinig uitstroom" uit de CertiQ bestanden, en de maandelijkse netto toevoeging van 245 nieuwe installaties, met genoemde 165,0 MWp netto nieuwe capaciteit combineren, zou hier uit resulteren dat een "netto nieuw toegevoegd project" in de februari 2019 update een gemiddeld systeem vermogen zou hebben gehad van, alweer een record, zo'n 674 kWp per stuk (grofweg 2.247 PV modules à 300 Wp). Dat is alweer wat hoger dan het record niveau van december vorig jaar (gemiddeld 664 kWp per stuk). Net als in december, zal een hoog volume van zeer grote rooftops, maar vooral, van netgekoppelde grote zonneparken, in februari, dit zeer hoge maandgemiddelde project vermogen hebben veroorzaakt.



Trendlijn in de grafiek is in een vorige versie aangepast (rood: 6e graads polynoom, "best fit")

Na het bereiken van de halve GWp aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit in het rapport van mei 2017 ging de groei verder, en na de heftige "correctie" t.a.v. het september rapport, op een behoorlijk consistent, gemiddeld hoog niveau in de laatste maand rapportages. In het juni 2018 rapport werd eindelijk de eerste "Gieg" in de CertiQ annalen bereikt voor zonnestroom capaciteit. In 2018 vond er een duidelijke versnelling van de gerapporteerde capaciteiten plaats, culminerend in een record toevoeging in december.

Na de "relatief bescheiden" toevoeging van ruim 51 MWp in januari, en het nieuwe record volume van 165,0 MWp in februari, bereikte de zonnestroom databank van CertiQ al een geaccumuleerde gecertificeerde capaciteit van 1.739,4 MWp. Een factor 79 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al ruim 13,4 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. De tussenpozen tussen het bereiken van een nieuwe "100 MWp" grens bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar in ieder geval steeds korter geworden. Ik heb, vanwege de forse groei, deze in de grafiek sedert het rapport van augustus 2018 vervangen door "piketpalen" voor het bereiken van, telkens, 200 MWp aan volume groei. Evident is, dat de afstanden tussen de vertikale blauwe stippellijnen bij het bereiken van een nieuwe hoeveelheid van 200 MWp (ook) steeds korter zijn geworden. De vraag is hoe lang deze enorme versnelling in de capaciteitsgroei kan - en zal - aanhouden in het CertiQ dossier.



Systeemgemiddelde capaciteit
Met de aanhoudend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, blijft ook de gemiddelde projectgrootte nog steeds sterk groeien in de cijfers van CertiQ. Zoals weergegeven in bovenstaande grafiek, met een "best fit" 6e graads polynoom als trendlijn (rood). Het systeemgemiddelde nam afgelopen jaar sterk toe, van 46,6 kWp (eind december 2017) naar 89,9 kWp gemiddeld eind 2018. In januari en februari nam het weer verder sterk toe, van 91,5 naar zelfs 99,7 kWp. Dit is inmiddels een factor 17,2 maal het gemiddelde begin 2010. En is al ruim een factor 6,6 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn). Een minimum wat mogelijk nog "opgetrokken" gaat worden voor nieuwe aanvragen onder, mogelijk, de najaars-ronde van SDE 2019? Zie het voorspel in de bespreking van de kamerbrief van Min. Eric Wiebes. Onder SDE 2018 II gold nog de bestaande ondergrens van 15 kWp. En ook in de voorjaars-ronde voor SDE 2019 blijkt die geplande verhoging nog niet te zijn gematerialiseerd (zie tabel 7 in de 21 pagina's tellende kamerbrief van 21 december 2018).

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoegingen in de februari 2019 rapportage lag, wederom, op een veel hoger niveau, 674 kWp. Het gemiddeld hoge niveau wordt structureler, omdat er steeds meer zeer grote (druppelsgewijs ook grondgebonden) projecten worden opgeleverd. Het gemiddelde van de toevoegingen in de 12 maandrapporten van 2018 lag dan ook al op een substantieel niveau: 354 kWp.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten bij elkaar een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben (zie grafiek met de actuele aantallen per grootte categorie). Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.

Voor zonnestroom producties (gecertificeerd gemeten, resp. nationaal berekend), zie deel 2

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV)


1 maart 2019: Enexis revisited again - wederom met wat vraagtekens. + nagekomen (onderaan)

Ik heb dit jaar nu al twee maal over nieuwe cijfers van de op een na grootste netbeheerder van Nederland, Enexis, gerapporteerd. Eenmaal naar aanleiding van een grafiek gepubliceerd op het bekende ZEP portal van de netbeheerder, met spectaculaire groei cijfers van aantallen aangesloten PV projecten achter kleinverbruik aansluitingen (6 feb. 2019). En niet lang daarna, op basis van het net verschenen jaarverslag 2018, met nog enkele aanvullende opmerkingen, en presentatie van verschillen vanuit 3 bronnen over die KVB aansluitingen (21 feb. 2019).

Er is net alweer een nieuw artikel op hetzelfde ZEP portal verschenen, met wederom dezelfde grafiek als behandeld in het eerste bericht (identiek). Maar het artikel, gepubliceerd op 28 februari 2019, bevat ook een tweede grafiek, waar wat meer mee aan de hand is.

(1) Nieuw in het bericht is de melding dat er achter uitsluitend KVB aansluitingen een nieuwe capaciteit van 314 MWp* zou zijn aangesloten. Dit is 3% minder dan de gok van Solar Magazine op basis van een (verondersteld) systeemgemiddelde en de opgegeven aantallen installaties, die eerder op "ruim 324 MWp" uitkwam (nieuw PV vermogen KVB in Enexis gebied in 2018). Halen we hierbij het in het jaarverslag weergegeven aantal van 78.346 nieuwe PV installaties (KVB) in dat jaar, wat in het nieuwe artikel erg ruw wordt afgerond als "ruim 75 duizend sets", zou het gemiddelde systeem vermogen van die installaties bijna afgerond 4,00 kWp per stuk zijn geweest. Dat komt overeen met een eerdere claim van Enexis medewerker van Daalen in een tweet van 8 oktober 2018. Zie echter ook * onderaan (!).

Dit nieuwe volume zou "ruim 100 MWp en 20.000 sets zonnepanelen meer [zijn] dan in 2017". Het jaarverslag repte van 54.192 installaties, EOY 2017, het verschil komt dus, nauwkeuriger, op 24.154 KVB installaties. In een eerdere afleiding van een grafiek gepubliceerd medio 2018 (ook op het ZEP portal), was door Polder PV ongeveer een EOY volume van 214 MWp voor 2017 (KVB) vastgesteld, wat met deze opgaves lijkt te corresponderen. Als we met bovenstaande gegevens voor de nieuwbouw in 2017 rekenen, zouden we ongeveer op een nieuwe systeemgemiddelde capaciteit komen van bijna 4,2 kWp per installatie in dat jaar. Let op dat dat het gemiddelde voor alle KVB installaties is, waar ook de nodige projecten op scholen, sporthallen, winkels, e.d. bij zullen zitten. Die trekken het gemiddelde omhoog. Normaliter worden op "klassieke" (schuine) residentiële daken zo'n 10-12 panelen van 280-300 Wp geplaatst tegenwoordig (2,8 - 3,6 kWp), bij huurhuizen ligt dat volume een stuk lager (vaak tussen de 6 en 8, minder vaak 10-12 panelen).

(2) ZEP vindt het opmerkelijk dat ondanks aankondigingen van Minister Wiebes (EZK) over het afscheid van salderen en nog steeds onzekerheden over "het nieuwe incentive systeem" (zie waslijst berichten op aparte pagina "het nieuwe salderen"), de groei in de KVB markt zo hoog is als wat ze in eigen netgebied vaststellen. Dat zal deels te maken hebben met het feit dat de meeste mensen geen, of weinig benul hebben van hoe het principe werkt, ook al hebben ze al jaren, of net een nieuw PV systeem. Zonnepanelen zijn normaal geworden, en zéér goed betaalbaar. Veel mensen hebben het nodige spaargeld wat feitelijk niets meer opbrengt op de bank, er is een enorme versnelling van de plaatsingen in de huursector, én de nieuwbouw produceert aardige volumes aan PV installaties. En duurzaamheid zit zo'n beetje tussen de meeste oren, er is niet meer omheen te gaan. Dus het is beslist niet verbazingwekkend dat het ook in de KVB markt zo hard blijft gaan.

(3) Wederom opvallend, een nieuwe grafiek (zie hieronder), met begeleidende tekst. Hier staan per provincie in Enexis gebied kolommen per jaar vermeld. Niet duidelijk is wat exact wordt weergegeven.

In de tekst van het oorspronkelijke artikel wordt door ZEP geclaimd dat "wederom in de provincie Noord-Brabant de meeste zonnepanelen in het voorzieningsgebied van Enexis werden geïnstalleerd". En wel, volgens ZEP "De Brabanders plaatsten 50 MWp aan zonvermogen bij in 2018". Ten eerste dient hier uiteraard altijd zeer duidelijk te worden gesteld dat het nog steeds uitsluitende om KVB installaties gaat. Ten tweede lijkt er hier iets goed fout te gaan. Als de bewering namelijk waar zou zijn, en dat volume van 50 MWp uit de grafiek zou moeten blijken, kun je niet anders "concluderen" dat dan in de grafiek kennelijk het verschil tussen de kolom hoogtes van 2017 en 2018 is afgelezen (dat is inderdaad "ongeveer 50 MWp"). En dat die grafiek dan "dus" de eindejaars-accumulaties in het KVB segment zou moeten tonen. Maar dat kán helemaal niet, omdat voor Groningen en Overijssel er in 2016 fors minder vermogen zou "zijn overgebleven" dan in het voorgaande jaar 2015. Dat kan alleen maar toenemen (drama's uitgesloten, wat hier extreem onwaarschijnlijk is).

Derhalve, klopt die claim helemaal niet. En ook de vervolg claims kloppen niet, want die gaan volgens ZEP uit van "eveneens een (behoorlijke) groei van zonvermogen van 18 MWp voor Overijssel, 17 MWp voor Limburg, 9 MWp voor Groningen, en 3,5 MWp voor Drenthe". Als je die getallen zo ziet, lijken die net als voor Noord-Brabant ontleend te zijn aan de verschillen tussen de kolom hoogtes in de grafiek. Maar als je die "groeicijfers voor 2018" nuchter beschouwt, slaan ze nergens op. Want een "behoorlijke" groei van 3,5 MWp voor de kleinverbruikers-markt in heel provincie Drenthe in record jaar 2018 is natuurlijk pure polderkolder, dat is extreem weinig. En moet véél hoger zijn geweest. Ditto voor de andere genoemde capaciteiten per provincie.

Niet EOY, maar YOY grafiek (!)
Derhalve concludeer ik, dat bovenstaande grafiek, met een slechte, ontoereikende titel, de jaargroei cijfers per provincie moet bevatten (alleen KVB). En dat Noord-Brabant niet "slechts 50 MWp" toevoegde in kalenderjaar 2018. Maar een spectaculair volume van maar liefst zo'n 125 MWp (KVB), een factor 2,5 maal zo veel ! Ditto voor de overige provincies in Enexis gebied: jaargroei cijfers van, ongeveer (herleid via Excel overlay grafiek methodiek van Polder PV) 34 MWp voor Drenthe (ongeveer 10x meer dan oorspronkelijk geclaimd), 48 MWp voor Groningen, 5,3 maal zo veel), 75 MWp voor Limburg (4,5 maal zo veel), en 51 MWp voor Overijssel (2,8 maal zo veel dan geclaimd). De jaargroei voor 2018 in Noord-Brabant (met diverse grote steden en actieve gemeente besturen en woningcorporaties) in het KVB segment is maar liefst een factor plm. 2,7 maal zo hoog dan de volume groei in de jaren 2015 en 2016.

Een andere controle op mijn "inzicht" is de nu dus veronderstelde jaarvolumes voor 2018 voor de vijf provincies optellen. Dan kom je op nogal wat meer (zo'n 333 MWp) t.o.v. het totale jaarvolume wat ZEP in het begin van het artikel claimde (groei van 314 MWp KVB in Enexis gebied, in 2018). Ongeveer, omdat interpolatie van data vanaf een gepubliceerde grafiek natuurlijk nooit een "zuivere" methode kan zijn om de bron cijfers nauwkeurig te kunnen achterhalen. Omdat die niet werden gepubliceerd, moeten we het dus via een omweg zien te doen. Zie verderop, * voor aanpassingen door ZEP (!).

Het lijkt er dus op dat, wederom, de persdienst van ZEP de eigen Enexis grafieken niet goed kan lezen. Iets wat ik in het verleden al meermalen heb gesignaleerd (en waardoor artikelen zelfs weer van de website zijn gehaald).

(4) Over grootverbruik wordt wederom in het artikel in het geheel niets gezegd noch gesuggereerd. Kennelijk "mag" daar over geen informatie naar buiten treden? Het zaait in ieder geval de nodige verwarring, want bekende twitteraar Hotze Hofstra begon op 1 maart 2019 een Twitter draadje, vertwijfeld met "Daar klopt geen hout van @Enexis", waar de nodige reacties van Polder PV op volgden.


https://twitter.com/hotzehofstra/status/1101551021023744000

Want Hofstra "miste" enorm veel volume in provincie Groningen. En dat komt, in eerste instantie, omdat de getoonde grafiek jaargroei cijfers bevat (niet EOY accumulaties). En (2), omdat in al die cijfers die door Enexis zijn / werden gepubliceerd, het enorm hard gegroeide grootverbruik segment (GVB) stelselmatig wordt genegeerd, en er geen woord aan "vuil" wordt gemaakt. Een extreme omissie van Enexis, waarvan nog steeds gehoopt gaat worden, dat die flux zal worden hersteld. Want het gaat in die deelmarkt om extreem hoge capaciteits-volumes die er bij die netbeheerder zijn bijgekomen, in 2018 ... Dat volume in dit soort artikelen feitelijk doodzwijgen geeft een compleet verwrongen beeld van wat er geschiedt in het netgebied van de op een na grootste netbeheerder van Nederland. En het draagt niet bij aan een beter inzicht met betrekking tot gepubliceerde cijfers over zonnestroom capaciteit volumes door zo'n belangrijke partij in de Nederlandse energietransitie.

Pas erg laat, nog wel voor middernacht, kwam er dan het verlossende woord van ZEP zelf. Het was precies als ik had verwacht, "De cijfers in het overzicht hebben betrekking tot het kleinverbruiksegement (t/m 3x80 A). En zijn per jaar, dus niet cumulatief". Zie tweet van ZEP:


https://twitter.com/ZEPenexis/status/1101606541373984768

Al snel werd de tekst bij de tweede grafiek gewijzigd door ZEP, naar aanleiding van de kritische opmerkingen van Polder PV in de time-line van het bericht van Hofstra. Hier onder vindt u bovenaan de oorspronkelijke tekst. Er onder de nieuwe tekst. Nog steeds echter, is de grafiek titel onduidelijk, omdat er niet expliciet in wordt vermeld dat het om jaargroei volumes gaat ...


(oorspronkelijke tekst)

(aangepaste tekst)

Als we bovenstaande (nieuwe) jaarvolumes voor 2018 bij elkaar optellen voor genoemde vijf provincies, komen we op een totale jaargroei voor Enexis gebied (KVB) uit van 333 MWp. Dat is substantieel hoger (6%) dan de in de oorspronkelijke versie geclaimde 314 MWp ... Die is nu dan ook in de aangepaste versie alweer vervangen* door genoemde 333 MWp nieuwbouw in 2018. Wat de gemiddelde systeem capaciteit nu weer fors hoger doet uitkomen, 4,25 kWp gemiddeld per nieuwe installatie (KVB) in 2018. En waarmee het eerder gepubliceerde (berekende) cijfer van Solar Magazine (324 MWp) i.p.v. onderboden nu dus weer wordt overvleugeld. Met 3% ...

Nóg weer later werd dan ook nog eens de op voorhand al essent-iële (pun intended) zinsnede "Alle gegevens in dit artikel hebben betrekking op kleinverbruikersaansluitingen (t/m 3x80A) binnen het voorzieningsgebied van Enexis." onderaan de tweede grafiek toegevoegd. Die opmerking mag voortaan wat mij betreft in koeienletters bovenaan een dergelijk artikel worden vermeld. Met s.v.p. daarbij ook een duidelijke en niet mis te verstane verklaring, waaróm Enexis het enorme volume achter grootverbruik aansluitingen blijft doodzwijgen, en daarmee dus impliciet desinformatie lijkt te (willen ?) verspreiden ...

Nagekomen (3 maart 2019)

Op de website van Enexis zelf verscheen nóg een bericht, gedateerd 1 maart 2019, waarin werd aangekondigd dat in februari 2019 het 300.000e PV systeem in haar netgebied aangesloten zou zijn. Wederom geldt dit uitsluitend voor de kleinverbruik aansluitingen. Ook dit is weer een tegenspraak met datgene wat op de reeds geciteerde website Zelf Energie Produceren van Enexis is weergegeven. Want in de progressie grafiek (voor uitsluitend PV achter KVB aansluitingen), reeds eerder besproken door Polder PV, wordt expliciet gerept van "Tot 1 januari 2019 werden er ruim 300.000 sets zonnepanelen in het netwerkgebied van Enexis geplaatst". Waarin dus werd gesuggereerd, dat het driehonderd-duizendste (KVB) PV-systeem al eind vorig jaar zou zijn opgeleverd...

De cijfers uit het jaarverslag werden in dit nieuwste artikel - afgerond - herhaald: "record ruim 54.000" nieuwe (KVB) PV installaties in 2017 (jaarverslag: 54.192), gevolgd door alweer een nieuwe mijlpaal van "record verpulverd met meer dan 78.000 nieuwe zonnepanelensystemen" in 2018 (jaarverslag: 78.346). In het artikel wordt ook een progressie grafiek getoond met de accumulatie van het aantal PV installaties achter KVB aansluitingen tussen 1 januari 2017 en 1 januari 2019. Waarbij ongeveer vanaf het 1e kwartaal van 2018 er een duidelijke versnelling lijkt te zijn ingezet.

Bronnen:

Enexis netbeheer sluit 300.000e zonnepanelensysteem aan (website Enexisgroep, 1 maart 2019)

Bijna 1,3 GWp aan zonnepanelen in voorzieningsgebied van Enexis (bericht op portal Zelf Energie Produceren van netbeheerder Enexis, 26 feb. 2019; de titel is misleidend, en zou als tussenvoegsel tussen zonnepanelen en in "achter kleinverbruik aansluitingen" moeten bevatten om grootschalige verwarring te voorkomen. Het bericht is na de commotie op Twitter tekstueel gewijzigd, zie de tekst hier boven)


1 maart 2019: NL voorbij België met PV volume, maar niet in relatieve zin. Naar aanleiding van het nu eerste officiële - voorlopige - CBS cijfer voor het PV volume tot en met 2018 in Nederland, is het ook interessant om te kijken naar wat er bij de zuider- en oosterburen is geschied. En wat de verhoudingen dan wel zijn geworden, nu het zo opschiet met de nieuwbouw van PV capaciteit in Nederland.

Met het eerste "officiële cijfer", 4.300 MWp eind 2018, blijkt Nederland "in absolute zin" net haar jaren lang voor liggende zuiderburen, België, iets te zijn voorbij gestreefd. Volgens het meestal zeer goed ingelichte Apere portal, had België namelijk eind 2018 een vermogen van 4.255 MWp aan PV staan, verdeeld over 3.035 MWp in Vlaanderen, 1.136 MWp in Wallonië, en een opvallende 83 MWp voor Brussel*. Zie onderstaande, door Polder PV gereconstrueerde verzamel grafiek, met data van het Apere portal.

* Ter vergelijking: Amsterdam had eind 2018 nog maar 46 MWp geaccumuleerde PV capaciteit volgens de laatst bekende cijfers van Alliander.

Grafiek ontleend aan portal "Observatoire Photovoltaïque" van Apere, die haar data heeft van de 3 marktwaakhonden voor de energiemarkten in Brussel (Brugel), Wallonië (CWaPE), resp. Vlaanderen (VREG). De data voor zowel 2017 als, met name, voor 2018, kunnen nog worden bijgesteld wegens lang lopende administratieve procedures voor de verwerking van alle PV gegevens. De groei zit er in ieder geval weer in, sedert de "ineenstorting" in 2014-2015 (met name van de dominante Vlaamse deelmarkt). Al zullen de spectaculaire groei volumes in met name de jaren 2011 en 2012 voorlopig niet meer worden behaald. Het hoogste jaarvolume in een Belgisch marktsegment, al jaren sowieso gedomineerd door Vlaanderen, was 897 MWp nieuwbouw in 2011 in die deelmarkt. In 2018 kwam er, met de nu nog voorlopige cijfers volgens Apere, in Vlaanderen al 218 MWp bij. Dat is alweer 6 MWp meer dan de huidige status op de zonnepanelen in Vlaanderen app van de Vlaamse Energie Autoriteit (vandaag staat daar 212 MWp nieuwbouw voor 2018 genoteerd, en lijkt daar dus wat achter te lopen). De 367 MWp voor de hele Belgische markt, is in ieder geval slechts ruim een kwart van het volume van 1,4 GWp nieuwbouw in 2018, bij de Nederlandse buren. Maar wij hebben dan ook "nogal" wat in te halen.

Zonnestroom productie België
In 2018 zou er volgens de laatste stand van zaken in het Apere portal 3.563 GWh aan zonnestroom zijn geproduceerd in België. Dat is 12% meer dan de 3.182 GWh in 2017 in heel België. En het is 13% meer dan wat het CBS met een zeer grove rekenmethodiek voor 2018 in Nederland heeft berekend (zie onderstaand artikel). Dat ligt niet alleen aan het feit dat België iets zuidelijker ligt, maar dat er veel meer grote populaties PV systemen daadwerkelijk worden geméten, en dat er veel realistischer prognoses gedaan kunnen worden. Ook in België was het een record jaar qua zonnestroom output, als we naar de relatieve maatvoering specifieke opbrengst gaan kijken. Was de gemiddelde specifieke opbrengst in België volgens het Apere portal in de periode 2009 tm. 2018 995 kWh/kWp.jaar, was dat voor spektakel jaar 2018 zelfs 1.062 kWh/kWp. In de getoonde periode lag de laagste gemeten gemiddelde specifieke opbrengst op 927 kWh/kWp in 2010. Dat is nog steeds 6% hoger dan de al enkele jaren gehanteerde "gemiddelde specifieke opbrengst voor Nederland", volgens Univ. Utrecht 875 kWh/kWp.jaar (tevens vanaf het jaar 2011 gehanteerd volgens het "Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie" van RVO, herziening 2015).

Voor daadwerkelijk gemeten (representatieve) specifieke producties in 2018 in Nederland, zie ook de SolarCare data opgenomen in het zeer uitgebreide KNMI instralings-artikel op Polder PV (data tm. 2018).

Duitsland
Over Duitsland kunnen we ook het nodige zeggen, er is veel documentatie beschikbaar in wat nog steeds de grootste markt van Europa is. We beperken ons hier tot de hoofdzaken. Het onge-evenaarde Energy-charts portal van Fraunhofer ISE geeft de totale volumes op, met groei van de eindejaars-accumulaties van 42,98 GWp (2017) tot 45,93 GWp (2018). Ergo, een jaargroei van 2,95 GWp, ruim twee maal zo veel dan het "booming" Nederland nieuw on-line heeft gebracht in dat jaar. Volgens het maart (2019) nummer van Photon heeft Beieren weer het hoogste volume bijgeplaatst (664 MWp), maar waren de hoogste relatieve groei percentages allen in de voormalige oost-Duitse bondsstaten terug te vinden. Er werd een maximale (momentane) zonnestroom output bereikt van 20,2 GW op 1 maart 2018, volgens het Energy-charts portal. En op jaarbasis werd bij de oosterburen een volume van maar liefst 45,79 TWh zonnestroom geproduceerd. Dat is het equivalent van 38% van het totale Nederlandse stroomverbruik in 2017 (120 TWh) ...

Relatief terugrekenen: Nederland nog een tandje bij zetten s.v.p.

Vergelijken we het absolute PV volume in België, 4.255 MWp, met dat van Nederland, eind 2018, is ons land daar dus iets overheen gegaan, met haar accumulatie van zo'n 4,3 GWp. Maar, voordat we ons op de borst mogen kloppen, als we terugrekenen naar het aantal inwoners, komt België er nog heel wat beter vanaf, met 374 Wp/inwoner volgens Apere. Met 4.300 MWp eind 2018, en volgens Statline / CBS toen 17.282.753 inwoners, zou Nederland dan echter maar op 249 Wp per inwoner komen, wat dus nog maar op twee-derde van het volume in België zou komen. In Duitsland is volgens Photon eind 2018 maar liefst 549 Wp per inwoner geaccumuleerd, een factor 2,2 maal het volume in ons land. De variatie daar is al sowieso lokaal bezien extreem, van slechts 26 Wp per inwoner in de qua uitvoerings- mogelijkheden zeer beperkte stads-staat Hamburg, tot een verpletterende 1.526 Wp/inwoner in de oost-Duitse deelstaat Brandenburg. Die dan ook bekend staat om haar vele zeer grote zonneparken (in relatief arm bevolkt gebied).

Gaan we naar opgestelde PV capaciteit per land oppervlak kijken komen we ook aan enkele interessante vergelijkings-cijfers. Voor Duitsland is dit eind 2018 volgens Photon gemiddeld 129 kWp/km² (variërend van 61 kWp/km² in Hamburg tot 183 kWp/km² in Saarland). In België is het, afgaand op een land-oppervlak van 30.530 km² (World Bank portal) en het hierboven weergegeven totaal volume van 4.255 MWp, nationaal dus zelfs al hoger dan Duitsland, 139 kWp/km². Gaan we naar Nederland kijken, resulteert het met de door World Bank gegeven 41.540 km², in combinatie met eind 2018 4.300 MWp, in slechts 104 kWp/km². Dus zelfs in die relatieve maatvoeringen moeten we nog steeds een tandje bij zetten, om de buurlanden te kunnen inhalen. 2019 wordt in Nederland een nieuw record jaar, dus we gaan uitzien naar het resultaat ...

Observatoire Photovoltaïque van Apere (zonnestroom statistiek België integraal, drie regio)
Energy Charts van ISE Fraunhofer (belangrijk deel van energie statistieken Duitsland, in een ongekend fraai portal)


1 maart 2019: Eerste afschatting PV markt 2018 door CBS - bijna 1.397 MWp groei, eindejaars-accumulatie 4,3 GWp. Het CBS is met een eerste afschatting gekomen voor de eindejaars-accumulatie van de zonnestroom capaciteit in Nederland, voor het kalenderjaar 2018. Deze eerste afschatting komt al op 4,3 GWp ("4.300 megawatt"). Het eindejaars-volume voor 2017 is, met een cijfer achter de komma, aangescherpt tot 2.903,4 MWp. Hieruit volgt een voorlopige jaargroei van bijna 1.397 MWp in 2018. Dat is halverwege de range die Polder PV al enige tijd heeft gehanteerd als potentieel voor dat jaar (1,3-1,5 GWp). Deze eerste cijfers zijn uiteraard nog voorlopig, en kunnen later nog worden bijgesteld. De afgelopen jaren zijn deze bijstellingen altijd opwaarts geweest.

CBS bericht elektriciteit productie uit hernieuwbare bronnen
In het bericht van 1 maart stelt het CBS dat in 2018 afgerond (bijna) 8% meer elektriciteit uit hernieuwbare bronnen is geproduceerd dan in 2017: 16,7 TWh* werd in 2018 18 TWh. Uiteraard blijft windenergie hierin nog het grootste aandeel houden, 55%, al was het een matig windjaar. Biomassa in diverse modaliteiten bracht het in totaal tot een aandeel van 27%. Ronduit opvallend is het gegroeide aandeel van zonnestroom. Dat had in 2017 nog slechts 13% aandeel op het totaal "hernieuwbaar" bij de elektra productie. In 2018 is de zonnestroom productie al gegroeid naar bijna 18% van alle "hernieuwbare" bronnen (elektra). Dit heeft minimaal een bekende oorzaak, de enorm toegenomen capaciteits-groei. CBS hanteert daarnaast nog steeds een conservatieve berekening met 875 kWh/kWp.jaar aan specifieke opbrengst, met een geinterpoleerde capaciteit medio 2018, waaruit de jaaropbrengst wordt bepaald. Dit is een zeer grove berekening, en dient aangepast te gaan worden, minimaal middels de methodiek die En-Tran-Ce voor het energieopwek.nl portal hanteert. Waarbij ook de fors toegenomen instraling, die in 2018 bovenmatig hoog is geweest, meegenomen dient te worden.

Met deze alweer verouderde systematiek heeft het CBS de volgende jaarlijkse zonnestroom producties berekend sedert 2012 (2018 nog zeer voorlopig), eerder al door Polder PV weergegeven in een grafiek van de aangepaste CBS cijfers tm. 2017:

  • 2012 191 GWh
  • 2013 410 GWh (+115%)
  • 2014 725 GWh (+ 77%)
  • 2015 1.109 GWh (+ 53%)
  • 2016 1.602 GWh (+ 44%)
  • 2017 2.204 GWh (+ 38%)
  • 2018** 3.150 GWh (+ 43%)

Het eerst geschatte volume voor kalenderjaar 2018, 3,15 TWh aan zonnestroom, is ongeveer 79% van de maximale jaar productie van kerncentrale Borssele. In 2019 gaan we daar, met alweer een record jaar tegemoet ziend voor zonnestroom, al vet overheen.

Nieuwe grafiek met de eerste afschatting van de productie van zonnestroom in 2018:

Grafiek vergelijkbaar met exemplaar van eind 2018, met kalenderjaar 2018 (nog zeer voorlopige resultaten) rechts toegevoegd. Groen gearceerde kolommen: berekende zonnestroom productie in GWh per jaar, in 2018 culminerend tot 3,15 TWh (= 3.150 GWh) volgens eerste cijfers van het CBS. Het aandeel van die productie in de bruto elektriciteits-productie (= consumptie) zou 2,59% hebben bedragen in dat jaar, 0,76 procentpunt meer dan in 2017 (1,83%). Als we naar het aandeel op de netto elektriciteitsproductie zouden kijken, zou het aandeel zijn neergekomen op zelfs 2,67%, volgens een separate berekening door het CBS.

De grote toename van de (berekende) productie heeft met de forse groei van het opgestelde vermogen te maken. Volgens de eerste ramingen van het CBS, die meestal later omhoog worden bijgesteld, zou er in 2018 bijna 1.397 MWp (afgerond: 1,4 GWp) aan PV capaciteit bijgekomen zijn, waarmee het eindejaars-volume dat jaar ongeveer 4.300 MWp zou hebben bereikt. Zie de bijgewerkte data in de nieuwe evolutie grafiek.

Grafiek met 3 (primaire en afgeleide) data van de brontabellen van het CBS. In donkerblauw de eindejaars-accumulaties die het CBS heeft opgegeven, inclusief het nieuwe voorlopige cijfer voor 2018 (4.300 MWp). Alle oudere data zijn ongewijzigd gebleven t.o.v. de laatst bekende update van 20 december 2018 (zie uitwerking van die voorlaatste data in artikel Polder PV van 21 dec. 2018). Uit deze eindejaars-accumulaties zijn de jaargroei cijfers berekend, weergegeven in oranje kolommen (beide cijfer reeksen rechter Y-as als referentie, in MWp). De afgeleide jaargroei voor 2018 is, met de ongewijzigde EOY accumulatie van 2.903 MWp voor 2017, in 2018 dus voorlopig zo'n 1.397 MWp geweest. In de lijnvormige curve (groen), met als referentie de linker Y-as, is het aandeel van de jaargroei cijfers in jaar "x" vergeleken met de jaargroei in jaar "x-1", en in procenten uitgedrukt. Deze relatieve groeicijfers zijn in de onstuimig groeiende Nederlandse markt zeer hoog, soms zelfs excessief (jaargroei 2008 t.o.v. die in 2007 meer dan 500 procent). Ondanks een al hard groeiende markt, zijn de laatste jaren de relatieve aanwas percentages van de jaargroei cijfers nog steeds spectaculair. Vanaf 2014 100 procent of meer groei per jaar dan in het voorgaande jaar. Met een spectaculaire 182% meer jaargroei in 2018, dan de al hoge groei in 2017 (768 MWp). Nogmaals: dit zijn voorlopig cijfers die later nog kunnen / zullen worden bijgesteld.

Bovengenoemde 1,4 GWp jaargroei in 2018 ligt halverwege mijn eerdere ramingen (1,3-1,5 GWp, waarbij ik als max. 1,6 GWp had opgegeven). Maar het kan later mogelijk nog meer worden. Het CBS cijfer is mogelijk als bron gebruikt voor de inschattingen van de Europese PV branche organisatie Solarpower Europe, die recent 1,4 GWp als groeicijfer gebruikte voor Nederland in 2018 (zie bespreking). Het ligt in ieder geval al dik 5% boven de prognose van het Nationaal Solar Trendrapport 2019, NSTR 2019 (1,33 GWp).

Segmentatie PV
Ook opvallend is dat CBS voor het eerst in een dergelijk overzicht een uitspraak doet over de verhouding tussen "grotere" en "kleine" PV installaties: "Ruim de helft van deze toename, zo’n 800 megawatt**, kwam voort uit het plaatsen van grotere installaties op daken van gebouwen en op zonneweiden. De capaciteit van de kleinere installaties, vaak op daken van woningen, nam toe met ongeveer 600 megawatt." Een verhouding van ongeveer 57% resp. 43%" (groot resp. klein, waarbij verder geen duidelijk onderscheidende definities worden gegeven die deze 2 "klassen" haarscherp afperken). In ieder geval, zoals al lang duidelijk was geworden voor het "brekende" jaar 2018: meer nieuw volume geplaatst "buiten" de residentiële sector, dan, tot en met 2017 te doen gebruikelijk, op woningen. Het NSTR 2019 hanteerde een verhouding van 38% "residentieel", versus 62% "zakelijke" installaties voor de nieuwe capaciteiten in 2018. Derhalve, een iets zwaardere impact van het laatstgenoemde segment.

Andere HE modaliteiten
De (toename van de) productie van windenergie bleef beduidend achter, met een stijging van slechts 3% naar 9,9 TWh in 2018. Oorzaak: nauwelijks (netto) bijbouw van capaciteit, én een zeer matig windjaar. Gezien de portfolio's aan SDE gesubsidieerde windparken die er aan gaan komen, gaat dat in 2019 beslist in positieve zin wijzigen, als er niet teveel aan oude capaciteit afgevoerd zal gaan worden, en de wind condities gunstiger zullen worden. Op land stond eind 2018 ongeveer 3,3 GW aan windturbine capaciteit, op zee bleef het volume bijna 1 GW.

Ook zoals bekend mag worden verondersteld, blijft het aandeel van waterkracht in ons vlakke land zéér beperkt, met slechts een half procent aandeel van totaal "hernieuwbaar". Het zal niet erg veel meer kunnen worden, mede ook gezien de hoge uitbouwcijfers bij de andere modaliteiten, zoals zonnestroom.

De productie van elektriciteit uit een assortiment aan biomassa opties (waar onder, helaas, ook middels SDE gesubsidieerde bijstook in de Amer centrale te Geertruidenberg, lang nadat die was stilgelegd omdat de oude MEP subsidies niet meer werden verstrekt) is met 2% gestegen tot een volume van 4,8 TWh. Dit had behoorlijk meer kunnen zijn, vanwege een opvallende, door CBS opgegeven reden: "De groei wordt getemperd door onder andere onderhoud aan enkele grote biomassa-installaties." Hier worden duidelijk risico's zichtbaar van dergelijke installaties, die per stuk zeer groot zijn, en nog niet "met velen". Onderhoud bij PV systemen is zelden nodig. Bovendien zijn er daar vele honderdduizenden van, en dan valt selectief onderhoud aan een kleine deel populatie weg tegen het geheel. Bovendien is onderhoud van PV systemen, als dat al nodig zou zijn, meestal slechts van (zeer) korte duur.

Ten opzichte van het totale stroom verbruik in ons land, nam het aandeel van de productie van elektra uit hernieuwbare bronnen toe van 14 (2017) naar 15 procent in 2018. Het gaat nog steeds traag, maar we gaan wel weer een stukje vooruit.

* 1 TWh = 1 miljard kWh (= 1.000 GWh = 1 miljoen MWh)

** Vermoedelijk wordt hier het - voorlopig bepaalde - jaarvolume bedoeld wat afgeleid kan worden uit het eerste jaar rapport van TenneT dochter CertiQ voor 2018, en het gereviseerde rapport voor 2017, 794 MWp groei in het CertiQ dossier in 2018, wat in extremo wordt gedomineerd door installaties met SDE beschikkingen. Zie analyse door Polder PV. Ook dat jaar volume kan later nog door CertiQ worden bijgesteld (in afgelopen jaren was dat ook weer: opwaarts).

Vooral meer groene stroom uit zon (CBS bericht 1 maart 2019)

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen (Statline tabel zonnestroom, aangepast 1 maart 2019)


21 februari 2019: Europese solar branche organisatie SPE publiceert voorlopige marktgroei cijfers EU incl. NL. Solar Power Europe (SPE), in naamgeving opvolgend op het vroegere EPIA, en met 200 leden uit 35 landen, publiceerde als aantoongevende branche organisatie voor de Europese PV markt voorlopige marktcijfers voor het kalenderjaar 2018. Daarin ook een opvallend (nieuw) cijfer voor de (mogelijke) jaargroei in Nederland.

Europa is bij de gepresenteerde groeicijfers hetzij "geografisch breed" (bijvoorbeeld: inclusief Turkije *), hetzij strict gedefinieerd (alleen Europese Unie, 28 lidstaten). Met voorlopige cijfers, hetzij verkregen van staats-organen, of, als die informatie (nog) niet beschikbaar was, via leden van de betreffende landen, kwam SPE voor "Europa totaal" tot een jaargroei van 11 GWp in 2018, wat 20% hoger is dan de groei in 2017 (9,16 GWp). Voor EU 28 waren de groei cijfers nog gunstiger, de jaarlijkse toename van 5,91 GWp in 2017 werd gevolgd door een 26% grotere groei in 2018, 8 GWp. De groeicijfers worden gezien als een "begin van een lange opwaartse trend voor zonnestroom in Europa", aldus SPE CEO Walburga Hemetsberger.

3 haantjes de voorste, ja NL inclusief !
Bij het drietal grootste deel markten was lang-jarig kampioen Duitsland weer haantje-de-voorste, met 2,96 GWp nieuwbouw in 2018, 68% hoger dan de voor dat land schamele (en wijd verbreid beklaagde) 1,76 GWp in 2017. Turkije, nog goed voor 2,59 GWp in 2017, viel "vanwege financiële problemen", fors terug, met 37%, naar een volume van 1,64 GWp nieuw in 2018. En, daar is eindelijk onze "rising star", Nederland, die volgens (de bronnen achter) SPE, gestegen zou zijn van een PV marktvolume van 0,77 GWp (2017), naar 1,40 GWp in 2018. Dat zou een groei van de jaarlijkse aanwas volumes inhouden van 82%. Hiermee zou Nederland, dat was al veel langer bekend, (voor het eerst) lid zijn geworden van de "solar gigawatt-club".

Check-out
Kloppen deze cijfers voor Nederland ? Wat 2017 betreft moet daar een "voorlopig ja" op volgen, want de laatste update van CBS (de enige officiële instantie op dit gebied) rapporteerde eindejaars-volumes, waaruit een jaargroei van 768 MWp zou zijn gevolgd voor dat jaar. Maar het is nog steeds geen definitief cijfer. Niet alleen omdat jarenlang de "traditie" was, dat aan het eind van het opvolgende jaar pas finale revisies worden gegeven voor de voorgaande jaren (voor update van die revisies tot en met 2016, zie bericht van 21 december 2017 bij Polder PV). Maar óók, omdat in 2018 de analyse methodiek van het CBS volledig op de schop is genomen. Die tot voornoemde volledige herzieningen heeft geleid (laatste: 20 dec. 2018), ook voor de oudere jaargangen. Het kan best zo zijn, dat er nog addertjes onder het gras zitten van die nieuwe onderzoeks-systematiek van het CBS. En dat daaruit nog wel een bijstelling voor in ieder geval het eindcijfer voor 2017 zou kúnnen gaan volgen. Zeker is dat nog niet.

Voor 2018 duikt nu beslist een interessant nieuw cijfer op. Want Polder PV had het al langere tijd over een mogelijk traject van 1,3-1,5 GWp (met een absolute max. van 1,6 GWp), voor de mogelijke jaargroei in record jaar 2018. Het Nationaal Solar Trendrapport 2019 kwam met een nieuwbouw van 1,33 GWp voor 2018. Dus waar die "1,4" nu vandaan komt is beslist interessant, alleen wordt die verder door SPE niet toegelicht. Het cijfer is alweer een opwaartse bijstelling van 6% t.o.v. het SPE bericht van 31 oktober 2018, waarin nog een groei van 1,32 GWp werd afgeschat voor Nederland. Het is in ieder geval véél meer dan begin 2018 nog door velen werd gedacht. Toen internationale analisten het nog wel hadden over "NL [probably] to become a GW market". Maar een groei van 1,4 GWp in 2018 natuurlijk een iets andere dimensie heeft dan "a" GWp. Maar, net als Polder PV dat nog niet met zekerheid kan weten, is dat definitieve cijfer bij SPE ook nog steeds niet bekend. Al is 1,4 GWp al een fantastisch resultaat voor 2018, als dat er op uit zou gaan draaien. Alleen het CBS kan het definitieve, en enige officiële antwoord gaan geven. Daar zullen we op moeten wachten.

Had nog hoger kunnen zijn
Michael Schmela van SPE claimt dat de groei in 2018 nog hoger had kunnen zijn, omdat er een (verondersteld ?) tekort aan hoge kwaliteits-panelen in Europa geweest zou zijn door een hoge vraag in China zelf aan het eind van het jaar, "waardoor meerdere ontwikkelaars de completering van hun projecten heeft moeten verzetten naar 2019". Ik denk dat, wat de Nederlandse situatie betreft, een combinatie van een zeer hoge vraag naar moeilijk vindbaar technisch personeel, en, in zeer sterk gegroeide mate, talloze problemen rond het (tijdig) beschikbaar komen van de net aansluiting, minimaal bijkomende redenen kunnen zijn geweest waarom de volumes in ons land niet nog hoger zijn geweest dan ze al waren, in 2018. SPE hanteert immers - terecht - als "tellend voor de jaar capaciteit", de fysieke netkoppeling als ultieme datum stempel. Alle installaties die eind van het jaar nog géén ("groene") stroom hebben opgeleverd, omdat die netkoppeling nog niet was gerealiseerd, tellen ook voor het SPE niet mee bij de jaarlijkse marktgroei.

Schmela voegt er verder aan toe, dat 2019 een nog veel mooier jaar zal gaan worden. Voor Nederland is dat, gezien de massieve beschikte SDE portfolio's, die onder hoge tijdsdruk afgerond moeten gaan worden, inmiddels al een zekerheid.

"Policy director" Aurélie Beauvais van SPE voegt aan de mooie groeicijfers voor Europa ook nog toe dat de opwaartse trend mede veroorzaakt wordt door de verplichte invulling van de Europese doelstellingen, die landen vooral zouden kunnen / willen opvullen met wat zij "low-cost solar" noemt. De situatie verbetert verder door het opheffen van de langjarige heffingen op import PV modules (en kristallijne PV-cellen) uit China, en het aannemen van de "Clean Energy for All Europeans" package wetgeving.

* Europa "geografisch breed" omvat volgens SPE ook nog, buiten de EU-28: Belarus, Noorwegen, Rusland, Servië, Turkije, Ukraïne, en Zwitserland, en nog enkele andere niet met name genoemde landen.

Disclaimer: cijfers voor 2018 zullen nog worden aangepast, met name omdat data voor het vierde kwartaal vaak nog niet compleet beschikbaar zijn.

EU Solar Market Grows 36% in 2018 (nieuwsbericht Solar Power Europe, 20 februari 2019)


21 februari 2019: Enexis jaarverslag - aantallen aansluitingen "met teruglevering". Vandaag verscheen het jaarverslag van Enexis over het jaar 2018, met officiële cijfers. Enigszins teleurstellend was de rapportage over zonne-energie. Er werd slechts een overzicht van de jaarlijkse toename van "het aantal aansluitingen waarop wordt teruggeleverd" gegeven. Die een jaar langer cijfers geeft dan die in januari dit jaar door Solar Magazine werden gepubliceerd, en waarin 1 cijfer werd gewijzigd. Maar die verder geen inhoudelijke behandeling verstrekt, noch bijbehorende capaciteiten. Ook worden nogal wat woorden gespendeerd aan de reeds optredende en verder dreigende capaciteits-problemen op het net van Enexis.

Ik geef hieronder een grafiek met de data die ik uit drie rapportages heb gehaald, waarin enkele verschillen zijn waar te nemen. Ik ga ervan uit dat de data in het Enexis jaarverslag "definitief" zullen zijn. Al moeten we daar niet al te zwaar op gokken, want het is herhaaldelijk voorgekomen, dat data later alsnog met terugwerkende kracht werden aangepast.

In bovenstaande grafiek drie oorspronkelijke datasets (referentie: rechter Y-as), en 1 afgeleide curve (linker Y-as). Deze betreffen, zoals het jaarverslag van Enexis formuleert, "aansluitingen waarop wordt teruggeleverd" in hun netgebied. Nota bene: het gaat hier wederom uitsluitend om kleinverbruik aansluitingen, ook al wordt dat er in het jaarverslag helemaal niet bij verteld ... Daarbij kunnen nog steeds "andersoortige" aansluitingen zitten dan die met fotovoltaïsche zonnepanelen (denk aan kleine windturbientjes, kleinschalige waterkracht, etc.), maar die zijn en blijven veruit ondergeschikt aan die van de dominante PV aansluitingen. In donkergeel de jaargroei cijfers die zijn verkregen door de eindejaars-accumulaties getoond in een grafiek gepubliceerd door Solar Magazine (SM) op 22 januari van elkaar af te trekken. In blauw de beperkte jaargroei cijfers, zoals, afgerond, gereconstrueerd uit een grafiek getoond op de Enexis site Zelfenergieproduceren.nl (ZEP) sedert begin februari (zie artikel van 6 februari jl.). In magenta tot slot de meest recente cijfers uit het jaarverslag van Enexis van vandaag.

De cijfers gereconstrueerd uit de ZEP data zijn duidelijk "te hoog" voor de jaren 2015-2017. Die voor 2018 zijn juist láger dan die in het jaarverslag (3%). De data gereconstrueerd uit de grafiek in het SM artikel zijn bijna 1 op 1 hetzelfde als die in het jaarverslag. De data voor 2011 ontbrak in het SM artikel (jaarverslag: 3.505 nieuwe "aansluitingen met teruglevering" in dat jaar), bovendien is het cijfer voor 2015 licht gewijzigd: 38.005 (SM) werd in het jaarverslag 38.369 nieuwe aansluitingen, 1 procent meer.

In de paarse curve, met als referentie de linker Y-as, heb ik de groei van de nieuwe volumes per jaar vergeleken met die van het voorgaande jaar (YOY groei), in procenten. In 2012 was er een massieve groei (430% t.o.v. jaargroei in 2011) vanwege de aanschaf subsidie regeling, voortgekomen uit het destijds afgesloten Lenteakkoord, die de sector helemaal niet wilde, er toch is gekomen, maar die in 2013 alweer op zijn einde liep. In 2014 was in Enexis gebied zelfs sprake van een lichte terugval van de jaargroei t.o.v. die in 2013 (minus 8%). In 2015 trok dat weer flink aan (43% toename t.o.v. jaargroei in 2014), waarna weer een terugval naar (plus) 3% in 2016 plaatsvond. 2017 en 2018 lieten weer fors hogere jaargroei volumes zien bij de nieuwe "teruglever aansluitingen" dan in de voorgaande jaren: 31% in 2017 (t.o.v. groei 2016), resp. zelfs een zeer respectabele 45% groei in 2018, t.o.v. het nieuwe volume in 2017. Ook hier lijkt duidelijk, dat de blijvende onzekerheid over de toekomst van de bestaande salderings-regeling, (nog) geen negatief effect op de bereidheid tot het laten plaatsen van zonnepanelen bij kleinverbruikers heeft gehad. Integendeel zelfs, het lijkt die bereidheid zelfs verder flink te hebben aangewakkerd. Of dat fenomeen een blijvertje is, zult u zelf uw gedachten maar eens over moeten laten gaan ...

Accumulaties
Wat de accumulaties betreft is ook nog vermeldenswaardig dat, waar de ZEP site nog een accumulatie van 305.329 PV systemen achter kleinverbruik aansluitingen vermeldt voor eind 2018, hier niets over wordt gezegd in het jaarverslag. Als we de jaargroei cijfers voor de getoonde jaren 2011 tm. 2018 uit het jaarverslag optellen, komen we op een volume van 290.311 installaties uit. Daar zit een verschil tussen van 15.018 installaties. Kennelijk moeten we er dan van uitgaan, dat er tot en met 2010 15 duizend installaties zouden zijn geaccumuleerd in het verzorgingsgebied van Enexis (niet getoond in de grafiek in het jaarverslag). Dit lijkt te corresponderen met data die ik al veel eerder van Enexis opgaves heb vernomen (grafieken met status update oktober 2016).

Zoals al eerder bekend was geworden meldt het jaarverslag dat in 2018 het kwart miljoenste particuliere zonnepanelensysteem werd aangesloten in het verzorgingsgebied van Enexis (in Assen, in de voorzomer). De 300 duizendste aansluiting, die, volgens de ZEP data, ook al voor het eind van het jaar zou zijn bereikt, vermeldt het jaarverslag dan weer niet. Linksom of rechtsom blijft natuurlijk gelden: op naar de 400 duizendste.

Ook meldt Enexis door o.a. steeds meer apparatuur in huizen (en kantoren), een toename van 1,7% van de stroom consumptie in hun netgebied, in 2018, te hebben waargenomen. Een groei van 33.544 GWh tot 34.112 GWh. De netbeheerder verwacht dat die vraag "blijft stijgen door toenemende elektrificatie van mobiliteit en verwarming".

Grootverbruik: blijvend Groot Vraagteken !
Ronduit teleurstellend is het blijvend afwezig zijn van statistieken over de zeker in Enexis gebied enorm hard gegroeide grootverbruikers-markt, die dominant wordt gevoed door SDE subsidies. Bij de hierboven gemelde kleinverbruiks-volumes, moet immers nog een ronduit omvangrijk volume van vele honderden Megawattpieken worden opgeteld, maar nog steeds weten we niets over officiële cijfers. Ze worden doodgezwegen. Ronduit curieus, zeker vanwege het niet benoemen daarvan in een officieel jaarverslag. We kunnen dus nog steeds niet een enigszins verantwoorde totaal markt afschatting doen van de omvang van de Nederlandse markt in 2018, gezien de omvang van deze zeer belangrijke netbeheerder. Voor enkele bespiegelingen daar over, en het volume wat ik zelf al aan capaciteit bij grote PV projecten in Enexis netgebied zichtbaar heb staan, zie onder de analyse van de eerder gepubliceerde ZEP cijfers. U moet niet verbaasd zijn als Enexis inmiddels al fors meer dan een GWp aan PV projecten achter alleen al de grootverbruik aansluitingen zal blijken te hebben staan ...

Netproblemen
Enexis meldt uiteraard op diverse plekken de zeer grote problemen met de capaciteit beperkingen, in met name Noord-oost Nederland. Zuid-Oost Groningen, Drenthe, en delen van Overijssel worden specifiek benoemd. Waar intussen al snel een "hete kern" bijgekomen is, en wel in het grensgebied van noord-oostelijk Noord-Brabant en noordelijk Limburg. Waar inmiddels (niet gemeld in het jaarverslag), géén aanvullende transport capaciteit voor invoeding van decentraal opgewekte elektra (incl. zon) op de hoog- en middenspannings-stations meer mogelijk is, in de Brabantse gemeenten Cuijk en Haps, en in het aangrenzende Limburgse Gennep aan de oostzijde van de Maas (zie capaciteits update document Enexis van 14 februari jl.). De netbeheerder pleit dan ook "voor nieuwe wettelijke kaders om de energietransitie te versnellen en bekijken we welke technische oplossingen er mogelijk zijn". Want dat het fout loopt met de snelle groei van, met name, zeer grote zonneparken, is evident in dunbevolkte regio. Enexis probeert door "slim" te zijn om netverzwaringen te voorkomen, ook lokaal (onder andere door implementatie van "smart grid", intensieve bemeting e.d.), maar zal er niet aan ontkomen om lokaal netten aan te passen daar waar de vraag voor transportcapaciteit structureel veel groter is geworden. Dure aanpassingen kunnen echter beslist voorkomen worden als de kennelijk als "knellend" ervaren wetgeving wordt aangepast

Opvallende intro - buiten het jaarverslag
In het geheel niet in het jaarverslag opgenomen vinden we nogal verstrekkende claims in een separaat nieuwsbericht wat het jaarverslag vergezelt, getiteld "Meer wind- en zonneparken aansluiten mogelijk bij aangepaste regelgeving", waarin CEO Peter Vermaat aan het woord komt. Hierin wordt gesteld "Op het bestaande elektriciteitsnet kunnen 20 tot 30 procent meer wind- en zonneparken aangesloten worden, mits het elektriciteitsnetwerk efficiënter gebruikt mag worden". Hierin een verkapte claim om optredende - vaak kort durende opwek pieken - te "mogen scheren" (aftoppen, curtailment), zodat zo efficiënt mogelijk gebruik gemaakt kan worden van de bestaande netcapaciteit, en/of er zo min mogelijk "verzwaard" hoeft te worden. Ook hierin weer een expliciete oproep aan Den Haag om wetgeving aan te passen, om problemen zoals in Noord-Oost Nederland te voorkomen. Kleine lokaal geïnitieerde PV projecten kunnen daar vaak niet aan het net omdat de capaciteit al "vol geclaimd is" door grote projecten van binnen- en buitenlandse project ontwikkelaars. Zie o.a. bericht van Dagblad van het Noorden, en antwoorden van Min. Wiebes van EZK op een serie vragen van diverse hoog verontruste leden van het parlement (vrij nietszeggend en ontwijkend, en ook nog meermalen in herhalingen vallend).

Enexis roept hier ook weer op tot meer regie op locatie, én capaciteit, voor (wind- en) zonneparken, door de (nationale) overheid. En vraagt daarbij ook nog aan Den Haag dat, voor een gezonde bedrijfsvoering, bij gebleken daadwerkelijk benodigde investeringen voor uit te bouwen infrastructuur, dat deze vooraf verwerkt moeten kunnen worden in de (door ACM nader te bepalen) net / transport tarieven. Die iedereen betaalt. Of die nu zonnepanelen op het eigen dak heeft liggen of niet.

De zekerheid van nu - de energie van morgen. Jaarverslag 2018 (Enexis Groep, 21 februari 2019; pdf)

Voorwoord van Raad van Bestuur (Enexis Groep, 21 februari 2019)

Meer wind- en zonneparken aansluiten mogelijk bij aangepaste regelgeving (persbericht Enexis Groep, 21 februari 2019)


19 februari 2019: Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 7 januari 2019) II - "veldopstellingen" in vergelijking met projectenlijst Polder PV.

Na de uitgebreide bespreking van de laatste stand van zaken rond de realisaties van alle SDE regelingen (deel 1 van dit tweeluik) is het weer interessant om te kijken naar een specifiek door RVO gemarkeerd "type" installatie, de veld opstellingen. Ik heb 29 augustus vorig jaar al in detail gerapporteerd over de status van de SDE beschikkingen voor genoemde "veld opstellingen" van RVO, tot en met de voorjaars-ronde van SDE 2018. Op 7 januari 2019 heb ik een eerste presentatie gegeven over de status van de feitelijke realisaties van die beschikkingen, en deze vergeleken met de status van alle grondgebonden PV projecten die in de omvangrijke projecten lijst van Polder PV zijn opgenomen, en die destijds al waren gerealiseerd. De bevindingen waren beslist opmerkelijk: Polder PV had toen al meer dan de dubbele capaciteit als gerealiseerde grondgebonden projecten staan, dan de categorie "veld opstellingen" bij RVO.

Als "realisatie" markeert Polder PV altijd de fysieke netkoppeling, omdat het lang kan duren voordat een gebouwd zonnepark eindelijk de eerste stroom kan leveren. Er kunnen soms (vele) maanden zitten tussen de afronding van de bouw van een zonnepark, en de dag dat de netbeheerder de aansluiting fysiek oplevert. Soms gaat dat "over de jaargrens" heen, en het is dan gezien de grote volumes die gepaard gaan met de grotere zonneparken, essentieel voor de nationale statistieken om te weten wannéér die netkoppeling dan wel precies heeft plaatsgevonden: in het "afgelopen" jaar, of pas aan het begin van het opvolgende kalenderjaar. Zodra een zonnepark fysiek aan het net is gekoppeld, wordt het project ingeschreven in de CertiQ registers, begint het aanmaken van garanties van oorsprong voor het betreffende project, en worden de data doorgestuurd naar RVO om de voorschot betalingen voor de SDE subsidie beschikking(en) te gaan opstarten. Pas in een later stadium, soms véél later, komt er een "ja vinkje" in de SDE dossiers bij RVO te staan. Ook hier treden vaak forse administratieve vertragingen op. En ook hier kunnen er weer vele maanden overheen gaan, voordat het project "officieel" wordt ingeschreven bij RVO (lees: "ja vinkje" in de database). Een periode van een half jaar tussen officiële netkoppeling en een vinkje bij RVO is doodnormaal, dat zie ik vaker gebeuren. In sommige gevallen kan het zelfs langer duren.

Polder PV selecteerde de specifieke projecten gemarkeerd met zo'n "ja-vinkje" in de kolom "veld opstelling" in de RVO database, en rekende uit wat er - volgens die data - is opgeleverd. Hierbij dient goed te worden beseft, dat zelfs RVO kennelijk niet altijd weet of een project grondgebonden is, want ik heb meerdere gevallen gezien, waarbij er geen marker "veld opstelling" werd gegeven, terwijl het beslist (of: deels) om grondgebonden projecten is gegaan. Er is ook een omvangrijke categorie "n.b." (waarschijnlijk "niet bekend") in de overzichten van RVO, waarvan ik al enkele gevallen heb gevonden waar het beslist een grondgebonden project betreft (en dus een "ja vinkje" bij RVO had moeten krijgen). Ergo: ook op dit punt is de database van RVO beslist niet 100% "OK", er zitten altijd bugs in de publieke data.

Impact veldopstellingen op totale volumes beschikkingen
Opvallend is ook de verdeling van de volumes als we naar de kolom veld opstelling kijken. Wat de aantallen beschikkingen betreft, is de verdeling "veld opstelling" 1,1%, "n.b." 40,7%, resp. "Nee" 58,2%. Maar als we naar de capaciteit kijken, zijn de verhoudingen compleet anders: "veld opstelling" 25,1% (!), "n.b." 1,8%, en "Nee" 73,2%. Wederom kunnen we hier aan zien, dat er weliswaar zeer weinig grondgebonden projecten in de database staan, maar dat ze qua capaciteit reeds een kwart van het totaal uitmaken! Ook interessant is te zien dat de categorie "n.b." omvangrijk is bij de aantallen, maar minder dan 2% van de capaciteit uitmaakt. Het gaat daarbij dan ook grotendeels om beschikkingen uit de oudere SDE regelingen, die werden gedomineerd door zeer kleine residentiële projecten. Die maken bij de capaciteit nauwelijks impact in vergelijking tot de per stuk extreem véél grotere grondgebonden projecten, zelfs niet als je ze allemaal bij elkaar neemt.

In bovenstaande grafiek wordt, per grootte categorie die ik al langer voor grondgebonden zonneparken hanteer (X-as, 7 klassen), de status van de totale capaciteit aan (overgebleven) beschikkingen (groene kolommen) getoond. Alsmede de in de RVO update weergegeven "officieel opgeleverde veld opstellingen" zoals gemarkeerd in de openbare lijst van 7 januari 2019 (rode kolommen). Alle volumes weergegeven in MWp. De totale volumes van deze 7 klassen zijn in de inset linksboven weergegeven, waarbij in de update van 7 januari jl. er nog een totaal volume van 1.881 MWp aan "veld-opstellingen" blijkt te zijn beschikt onder de diverse SDE regimes. En de realisaties (volgens RVO) optellen tot nog maar 395 MWp. Dat is 21% van het beschikte volume. Wat het aantal projecten betreft, hier niet getoond, zijn er 301 "veld opstellingen" onder SDE beschikt, waarvan er tot nog toe bij RVO 88 een "ja vinkje" hebben gekregen, 29% van beschikte aantallen. Het systeemgemiddelde bij de beschikkingen is 6,25 MWp per project (!), bij de realisaties volgens RVO is het 4,49 MWp gemiddeld. Het feit dat RVO in het geheel géén gerealiseerde grondgebonden projecten telt in de laagste project categorie, terwijl die er beslist wel zijn (meestal zonder, maar ook beslist de nodige gevallen mét SDE beschikking), maakt dat het systeemgemiddelde vermogen van de door RVO gemarkeerde veld opstellingen zo hoog ligt.

Ook hier goed in de oren knopen, dat zowel "beschikt" als "gerealiseerd" volume bij RVO beslist niet altijd de feitelijk opgeleverde capaciteit hoeft weer te spiegelen. Detail data bekend bij Polder PV laat zien, dat volumes van opgeleverde zonneparken nogal kunnen afwijken van de beschikking. Gelukkig wordt er inmiddels vaker door RVO "bijgesteld", maar het lijkt niet consistent te gebeuren, waardoor een niet correct beeld ontstaat van de werkelijk opgeleverde capaciteiten. Voor kleinere projecten is dat niet zo'n onoverkomelijk probleem, al blijft het beslist irritant. Voor grote projecten als grondgebonden zonneparken, is dat echter beslist byzonder problematisch, omdat je vele megawatten aan capaciteit mis kunt zitten, als je met "verkeerde" module vermogens rekent (áls het aantal toegepaste zonnepanelen al duidelijk is, wat ook beslist geen gegeven is).

We zien bij de kleinere grootte-klassen nog binnen de perken blijvende verschillen tussen beschikte en opgeleverde volumes (4 van 17 MWp in categorie 50-500 kWp gerealiseerd, een kwart van beschikt, resp. 11 van 24 MWp in categorie 500-1.000 kWp gerealiseerd, een record van 48%). Bij de grotere project categorieën moet er echter nog heel veel geschieden, gezien de extreme discrepantie tussen beschikte en gerealiseerde volumes. Het verschil is het grootst in de project categorie 15 tot 30 MWp, met 31 MWp gerealiseerd op een beschikte omvang van 215 MWp (slechts ruim 14% gerealiseerd). Voor de grootste parken (>=30 MWp) moet nog bijna 0,6 GWp worden opgeleverd van het volume aan overgebleven beschikkingen (704 MWp, waarvan nog maar 116 MWp is opgeleverd). Kijken we naar de totale volumes van alle categorieën, is er volgens RVO 395 van 1.881 MWp opgeleverd, een aandeel van 21% (bij de aantallen projecten is het aandeel van veld opstelling realisaties volgens de RVO data 29%).

In deze tweede grafiek worden de realisaties van veld opstellingen volgens RVO SDE update van 7 jan. 2019 (rode kolommen) vergeleken met de fysieke opleveringen van (alle) grondgebonden projecten die Polder PV al die jaren heeft gevonden (blauwe kolommen). Daartoe heb ik me beperkt tot de opleveringen tm. eind 2018, om een eerlijke vergelijking met de data van RVO mogelijk te maken. Er is mij inmiddels namelijk alweer een nieuw project volume (opgeleverd) bekend van bijna 24 MWp aan grondgebonden zonneparken, wat in 2019 aan het net is gekoppeld. Dat volume wordt hier buiten de vergelijking gehouden. Wederom in de inset linksboven de totaal volumes aan realisaties volgens RVO (alleen SDE projecten, 395 MWp) en volgens Polder PV (alle projecten, 538 MWp). Hier zien we duidelijk een "inhaalslag" die de data van RVO hebben doorgemaakt t.o.v. de update van oktober 2018, er kwam 148 MWp bij t.o.v. de toen nog gerapporteerde 247 MWp (toename: 60%). De cijfers van Polder PV stegen heel wat minder spectaculair: van 521 naar 538 MWp (toename: slechts ruim 3%). Toch heeft Polder PV nog steeds, tm. 2018, 143 MWp meer grond-gebonden project volume staan dan de beschikte hoeveelheid veld-opstelling van RVO, 36% (!). Dat is een zeer substantieel verschil, wat zich niet "zomaar laat weg verklaren". Of de administratie van RVO loopt ook op dit punt nog steeds fors achter.

Let ook op, dat alle andere reeds gerealiseerde "afwijkend type projecten" zoals floating solar, vrijstaande carports, zonne"wallen" / geluidsschermen, etc., die je bij een ruime definitie onder "veld opstellingen" zou kunnen scharen, NIET in de cijfers van Polder PV zijn opgenomen. Ergo, als je die volumes zou meerekenen, zou het verschil met de RVO data nog een stuk groter zijn. De blauwe kolommen geven dus uitsluitend klassieke grond opstellingen weer, waarbij nog wel kan worden benoemd, dat installaties op afval- en/of slib depots daar weer een deel van uitmakende, byzondere sub-categorie in zijn (die wat verschijningsvorm betreft ook weer de nodige variatie kent).

Veel kleinere grondgebonden projecten bij Polder PV
Je zou kunnen stellen, dat Polder PV veel "niet SDE gesubsidieerde" grondgebonden projecten in zijn overzicht heeft staan. Dat klopt weliswaar, maar het gaat daarbij grotendeels om de kleinste projecten. Ik heb 67 grondgebonden zonneparken in mijn lijst staan waarvan ik geen SDE beschikking heb gevonden, of waarvoor überhaupt geen toekenning is gedaan (of gevraagd). Dat is maar liefst 38% van het totale volume van 175 grondgebonden projecten groter of gelijk aan 15 kWp (de door mij gehanteerde "onder-cap"). Als we echter kijken naar de capaciteit die daarmee gepaard gaat, is dat minder dan 6 MWp, wat slechts ruim 1% van het totaal gerealiseerde volume van genoemde 175 projecten is (ruim 538 MWp). Derhalve vinden wij dergelijke kleine projecten helemaal links in de grafiek (blauwe kolommen). Bijna alle door Polder PV geturfde grondgebonden projecten groter dan 300 kWp per stuk hebben SDE beschikkingen. Die vinden we in de vijf grootste project categorieën, en zoals u ziet aan de grafiek, bevatten die by far de grootste gerealiseerde totaal volumes. En is dus een 1 op 1 vergelijking tussen de blauwe en rode balken met name voor het grootste deel van het volume 100 procent te verantwoorden.

In de categorie 50 tot 500 kWp vinden we dubbel zo veel volume in de projecten lijst bij Polder PV dan in de "veld-opstellingen" reeks bij RVO. Opvallend is, dat in de volgende categorie, 500 tot 1.000 kWp, RVO juist zo'n 60% meer volume telt dan wat Polder PV heeft geturfd. De redenen kunnen divers zijn. (1) Ten eerste heeft RVO meestal slechts "beschikte", niet de feitelijk gerealiseerde volumes in hun lijsten staan. (2) Er kan meer dan 1 beschikking per project lokatie zijn afgegeven (RVO telt dan feitelijk "dubbel", Polder PV telt altijd op project basis, zelfs al zijn er meerdere beschikkingen per project aanwezig). Polder PV zal zeker naar de afzonderlijke beschikkingen gaan kijken om te bezien waar het opvallende verschil (in uitsluitend deze grootte klasse) mogelijk aan ligt.

In de hoogste vier categorieën heeft Polder PV veel meer capaciteit staan dan RVO in haar update van 7 januari jl. Dat kan oplopen van een factor 1,12 in de categorie 1 tot 5 MWp, tot zelfs een factor 2,05 in de grootte klasse 15 tot 30 MWp. Hier "wreken" de langdurige administratieve processen tussen feitelijke netkoppeling en de finale "goedkeuring" (lees: "ja-vinkje") door RVO.

Alle volumes bij elkaar opgeteld, heeft Polder PV 36% meer capaciteit staan in grondgebonden zonneparken, dan RVO in haar laatste update voor (beschikkingen van) veld opstellingen (tot en met 2018). Kijken we naar de aantallen projecten, 175 stuks bij Polder PV, en 88 bij RVO, is het verschil fors groter: 99 procent.

Het systeemgemiddelde van alle gerealiseerde grondgebonden projecten bij elkaar is in de spreadsheet van Polder PV 3,08 MWp. Voor de veld opstellingen in de database van RVO is het 4,49 MWp. Het gemiddelde bij Polder PV ligt een stuk lager dan bij RVO, vanwege de vele "kleine" projecten die in mijn eigen overzicht worden meegeteld.

Aandeel op totale capaciteit
Het is nog wat vroeg om het aandeel van de door Polder PV getelde opgeleverde grondgebonden projecten t.o.v. een nog (officieel) onbekend totaal volume van de hele Nederlandse zonnestroom markt te kunnen bepalen. Hier kan alleen maar "enigszins onderbouwd worden gegokt". Ik ga hierbij voorlopig nog uit van mijn prognose van 1,5 GWp jaargroei in 2018 (i.t.t. de 1,33 GWp volgens Nationaal Solar Trendrapport 2019 / NSTR 2019), waarmee, met EOY 2017 volgens CBS (voorlopig nog steeds 2.903 MWp), een eindejaars-volume van zo'n 4,4 GWp zou kunnen zijn bereikt, in 2018. Op basis van mijn meest recente verzameling van 538 MWp aan fysiek opgeleverde grondgebonden zonneparken, zou het aandeel van alleen dit specifieke marktsegment al opgelopen kunnen zijn tot 12%. Zouden we van de conservatievere groei van het NSTR 2019 uitgaan, zou het aandeel grondgebonden op totaal zelfs al bijna 13% kunnen zijn geweest. Het wordt wederom interessant wat het CBS van de marktgroei zal gaan vinden in 2018, en op welk aandeel we uiteindelijk "officieel" zullen gaan komen ...

Disclaimer
Zowel de cijfers van RVO, als die van Polder PV, kunnen over het kalenderjaar 2018 nog steeds achteraf worden bijgesteld. Naar verwachting: omhoog. De opgaves zijn dus minimale hoeveelheden, waarschijnlijk is er reeds meer (netgekoppeld) opgeleverd in 2018.

Voor deel 1 van dit twee-luik, zie artikel "Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 7 januari 2019) - record toevoeging, 13 beschikkingen Tata Steel project †" van 18 februari 2019.

Bron:

Feiten en cijfers SDE(+) Algemeen / SDE Projecten in beheer januari 2019

 
 
 
© 2019 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP