Status grote PV projecten PPV actueel: 9-8-'19
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

PV projecten >= 15 kWp

Stand van zaken grote PV projecten overzicht van Polder PV, status 9 augustus 2019

1. Introductie en enkele kerncijfers

Toevoegingen sedert voorlaatste update (okt. 2018)

2. Progressie projecten lijst Polder PV

3. Inventarisatie PV projecten lijst Polder PV

Kerncijfers
Groei van volumes per deelcategorie
Relatie met CertiQ data
Gemiddelde systeem-grootte accumulaties en toevoegingen
I. Schaalvergroting gevisualiseerd
II. Schaalvergroting 10 grootste projecten per kalenderjaar
III. Schaalvergroting - historie van "het grootste PV project van Nederland", incl. Floriade Vijfhuizen nieuw

Verdeling over de kalenderjaren in de onderzochte populatie PV projecten

Paneeltype - weinig impact artikel FtM

Kernthema - grondgebonden installaties nieuw / sectie uitgebreid

I. Gerealiseerde grondgebonden vrijeveld installaties per kalenderjaar update
Markt impact grondgebonden zonneparken jaargroei volumes tabel nieuw
II. Gerealiseerde grondgebonden vrijeveld installaties EOY accumulaties nieuw
Vergelijking cijfers zonneparken Polder PV versus CBS nieuw
Markt impact grondgebonden zonneparken EOY accumulaties nieuw
Kaartje verdeling zonneparken / niet residentiële / totaal PV accumulatie EOY 2018 nieuw & warm aanbevolen
Politiek & onderzoekers polderkolder: "exacte gegevens zonneparken onbekend" nieuw
III. Segmentatie zonneparken in grootte categorieën
IV Geografische verspreiding zonneparken per provincie
V. Status van zonneparken in Nederland - cijfers & oppervlakte claim realisaties update
VI Byzondere "grondgebonden" Nederlandse PV projecten - floating solar & carports nieuw

4. Segmentatie single site projecten per provincie

Aantal gevonden single site projecten per provincie
Aantal zonnepanelen in grote single site projecten per provincie
Geaccumuleerde PV capaciteit in grote single site projecten per provincie
Gemiddelde module capaciteit in grote projecten per provincie
Gemiddelde aantal zonnepanelen per project per provincie
Gemiddelde opgestelde PV-capaciteit per project per provincie

Relatieve verhoudingen single site projecten per provincie:
(1) Aantal grote PV-projecten per 100.000 inwoners per provincie
(2) PV-project capaciteit in Wp per inwoner per provincie
(3) Aantal grote PV-projecten per 100.000 hectare landoppervlak per provincie
(4) PV capaciteit in grote projecten in Wp/hectare landoppervlak per provincie

5. Segmentatie single site projecten per netbeheer gebied update Enexis loopt uit op Liander

6. Segmentatie naar project lokatie en Standaard Bedrijfs-Indeling update zonneparken dominant segment

7. Multi-sites, "vermogen gerealiseerd onbekend", en totaal in drie project dossiers totaal tellingen

2 nieuw piketpalen: projectenmarkt grootste accumulatie capaciteit & naar 1 miljoen Nederlandse PV daken / projecten nieuw

8. Status implementatie SDE / SDE "+" update SDE 2017 meest opgeleverde capaciteit

SDE realisaties single-sites naar jaar ronde
Officiële beschikkingen & realisaties SDE / SDE "+" RVO 5 aug. 2019

9. Postcoderoos projecten beperkte invloed

Andere coöperatieve projecten / crowdfunding

10. "Plannen" project portfolio gi-gan-tisch

Tot slot

Dankwoord

11. Bronnen en referenties

Foto's project voorbeelden van Polder PV:

Zonnepark Zierikzee
Renovatie huurwoningen Woonforte met PV
Groene Hoek fase II
Floriade Expo Vijfhuizen anno 2011
Grondgebonden agrarisch zonnepark centraal Nederland
Drijvend zonnepark pilot west Nederland
Kleine solar carport centraal Nederland
Rooftop installatie aannemer Alphen aan den Rijn

En verder:

Belangrijke eenheden & kengetallen

Disclaimer

Oproep bijdrage project lijsten


1. Introductie en enkele kerncijfers

Update statistiek PV projecten lijst Polder PV - Record toevoeging 838 MWp single-site projecten >= 15 kWp. Accumulatie single-sites: 2.016 MWp, ongeveer 7,5 miljoen zonnepanelen.

De vorige analyse van de bijgewerkte "solar" projectenlijst van Polder PV was van 16 oktober 2018 (introductie cq. samenvatting alhier). Ik was al langer van plan weer een update te gaan doen van mijn zeer hard groeiende projectenlijst analyse. Maar wederom gooiden diverse tussentijdse, veeleisende statistiek operaties, en natuurlijk, de "waanzinnige" actualiteit van de huidige PV business in Nederland, langdurig roet in het eten. Na flinke recente cijfer operaties van de halfjaar statistieken van Alliander, het Garanties van Oorsprong dossier van CertiQ in de eerste 6 maanden van 2019, heftig bijgestelde zonnestroom cijfers over de maand juli bij dezelfde TenneT dochter, voor de zoveelste maal verwarrende cijfers van Enexis, die om nogal wat cijfermatige bijstellingen vroegen van hun PV data, en, tot slot, de laatste uitgebreide cijfer update van de SDE projecten voor PV installaties van RVO, werd het nu echt de hoogste tijd om met de eigen data aan het werk te gaan.

In onderstaand diep gravend artikel over de al jaren vergaarde, en ook regelmatig door nieuwe bevindingen bijgestelde cijfers in de database van Polder PV vindt u wederom de laatste volledige analyse van de met record volumes gegroeide huidige projecten lijst met grotere PV installaties, vergaard door Polder PV. Het reeds in voorgaande jaren steeds belangrijker geworden thema "zonneparken" is, gezien de zeer snelle actuele groei van dat marktsegment, een belangrijk centraal thema geworden van de huidige update. Dit is dan ook op meerdere punten statistisch belicht in de huidige update, met een tale-telling nieuw kaartje voor Nederland met de impact van grondgebonden PV, als slagroom op de taart. Voor een eerste introductie van de huidige markt analyse, en een cijfermatige samenvatting van belangrijke bevindingen, zie de nieuwspagina van 30 augustus 2019.

RVO updates deels al gecheckt

Er is er weer een nieuw record volume (capaciteit in MWp-en) bijgekomen in het al lang door mij voorspelde "nieuwe record jaar 2019". Naast alle projecten die ik zelf al had gevonden, overal verspreid over honderden sites, foto's, filmpjes, social media, e-mails van collega's en installateurs, en talloze andersoortige berichten en bronnen, heb ik de laatste jaren diverse RVO overzichten in ieder geval "top-down" deels afgegraasd. Om met name, vanwege de daarmee gepaard gaande zeer grote volumes in MWp, eventueel missende grote projecten te kunnen traceren, en op te nemen in mijn eigen lijst. Immers, over lang niet alle projecten wordt "iets" gerapporteerd in de publieke ruimte. Vandaar dat het zeer handig en nuttig is dat in ieder geval voor de enorme SDE volumes (die dominant bepalend zijn geworden voor de ontwikkeling van de projecten markt in Nederland), door RVO overzichten worden gepubliceerd.

Eerder al had ik voor het RVO overzicht van oktober 2017 alle gerealiseerde projecten met SDE beschikking tot minimaal zo'n 90 kWp gecross-checkt met mijn eigen lijst (alle nog niet gevonden realisaties toegevoegd, dat was reeds een fors volume). De april 2018 versie is van bovenaf tot zo'n 130 kWp geheel gecross-checkt en ook aangevuld in mijn lijst. De tussentijdse versie van juni 2018 is nagelopen tot zo'n 1,3 MWp per project. Een forse klus was het navlooien van alle geaccumuleerde projecten in het voorlaatste overzicht van 6 mei 2019. Die heb ik van bovenaf tot en met een omvang van 400 kWp per beschikking geheel kunnen checken, wat weer het nodige aan nog "onbekend spul" heeft opgeleverd. Al die extra vondsten zijn, met andere details zoals locatie, dakrichting, eventueel alsnog gevonden extra info, ingevoerd in de uitdijende overzichten van Polder PV. Uiteraard zijn talloze van de kleinere installaties nog niet gecheckt, waarvan ik er sowieso al veel van wel, maar inmiddels ook veel nog niet zal hebben. Maar hun impact op het totaal is wel relatief bescheiden. De top prioriteit blijft liggen op de grootste / grotere projecten.

Waar de tijd beschikbaar is, zal ik alle relevante lijsten blijven nalopen, altijd van "bovenaf" werkend. Daarbij zal ik, prioritair, de meest recente lijst van 5 augustus, verder gaan afscannen (voor eerste analyse van die lijst, zie mijn artikel van 19 augustus 2019). Wederom bovenaan (de grootste projecten) beginnend. Ik kwam al meteen, bij een eerste blik op die recente lijst, een paar zonneparken tegen die een "ja" vinkje hebben gekregen, maar die had ik al als opgeleverd in mijn eigen overzicht staan. Alle kleinere installaties die ik nog niet ken zullen ook worden opgenomen. Er zal dus sowieso nog het nodige aan volume in MWp (en aantallen projecten) bij gaan komen.

Status van en voorbehoud rond de projecten lijst(en) van Polder PV

De lijsten worden door Polder PV vrijwel dagelijks bijgewerkt, de huidige analyse geeft de status weer van 9 augustus 2019. De inmiddels alweer aan de actuele lijst toegevoegde nieuw gevonden projecten ná die datum zijn niet in deze analyse meegenomen. Die zullen in een volgend exemplaar bij de totaal resultaten worden geteld. Alle cijfers die u ziet in deze analyse blijven absolute minimum afschattingen van wat er al netgekoppeld staat in Nederland. Ik "zie" uiteraard niet alles, soms is info over projecten pas vindbaar langer dan een jaar na realisatie (!), en er zijn daarnaast beslist de nodige PV projecten die nooit in de pers of elektronische media zullen voorkomen. Ook, uiteraard, bij de projecten zonder SDE beschikking. In werkelijkheid staat er dus beslist méér volume. Hoeveel meer, blijft onbekend totdat er een degelijke nationale statistiek bank wordt gecreëerd die bij Wet wordt afgedwongen, waarin álle PV projecten dienen te worden opgenomen. Zelfs het CBS claimt bij haar nieuwe methodiek nog steeds forse onzekerheden, en zal pas zéér laat (zelfs nog voor het jaar 2018 mogelijk pas definitief eind 2019, en dan zonder detaillering op project niveau) rapporteren over de door hen uit diverse grote bestanden uitgesleutelde cijfers op het gebied van PV. Desondanks blijft mijn inschatting, dat met name bij de grotere projecten, Polder PV een aardig representatief, "behoorlijk volledig", én, ook zeer belangrijk, gezien de zeer sterk groeiende projecten markt, "relatief actueel" beeld heeft van wat er daadwerkelijk minimaal is opgeleverd in dat belangrijke segment.

Sedert de analyse van de voorlaatste versie van de single-site projecten lijst (met accumulatie van 7.190 projecten, en een capaciteit van 1.177 MWp, medio oktober 2018) heb ik weer een record aantal van 1.020 grotere PV projecten bijgeschreven in mijn spreadsheet, met een zeer hoge nieuwe capaciteit van ruim 838 MWp. Tale-telling is, dat die capaciteits-toename ruim 2 en een half maal zo veel is dan de toevoeging in de voorgaande update, toen er 326 MWp aan volume werd bijgeschreven. Nooit eerder werd er zoveel nieuw volume tussen 2 updates in opgenomen in mijn spreadsheet. Dit is uiteraard (mede) te wijten aan een al omvangrijk volume aan grondgebonden PV projecten, die grote hoeveelheden nieuwe capaciteit inbrengen. Maar ook een grote hoeveelheid omvangrijke rooftop installaties liet met name die capaciteits-toename aanzwellen tot het huidige niveau. Ook werden er alweer 280 projecten méér toegevoegd dan de ook al veel nieuwe exemplaren bevattende update van oktober vorig jaar (toen bedroeg de toevoeging 740 exemplaren).

Het gaat hierbij zoals gebruikelijk om een mix aan nieuwe PV projecten, opgeleverd in de periode 2017-2019. Én van oudere installaties waarvan ik nu pas berichten heb gevonden, dat ze aan het net zijn gekoppeld danwel zijn "opgeleverd". Of waarvan ik nu pas informatie over het werkelijk opgestelde vermogen cq. aantallen panelen heb kunnen vinden. Ook wordt nog steeds frequent de capaciteit van "oudere" projecten aangepast, omdat er nieuwe / betere info beschikbaar is gekomen. Zeker bij de grotere installaties is en blijft het ronduit bizar hoe vaak sterk uiteenlopende project capaciteiten worden genoemd. Een al wat ouder voorbeeld betrof 6 (!) verschillende capaciteits-opgaves voor een en hetzelfde project, afhankelijk van de betrokken partij dan wel verslaggevende entiteit (tweet) ... Ook bij de opgaves voor het aantal opgeleverde zonnepanelen bij dergelijke projecten lopen de cijfers soms vér uiteen. Recent stuitte ik op een opgeleverd grondgebonden project waarbij de opgaves van de ontwikkelaar en van de leverende omvormer producent 10% uit elkaar lagen bij het aantal panelen wat zou zijn gerealiseerd. Het verschil was vér over de zesduizend zonnepanelen (tweet).

Het huidige toegevoegde aantal nieuwe en nieuw gevonden oudere projecten ligt ook een stuk hoger dan in de update van februari 2018 (toen nieuw: 923 projecten).

Met de nieuwe aanwinsten is het systeemgemiddelde van de nieuw aan mijn lijst toegevoegde installaties t.o.v. dat in de update van oktober 2018 (441 kWp/installatie) weer zeer sterk toegenomen, tot 822 kWp (toename: 86% !). Ook dit ligt uiteraard aan, met name, de enorme impact hebbende grote grondgebonden installaties die in de tweede helft van 2018 en in de eerste helft van 2019 daadwerkelijk zijn opgeleverd. De gemiddelde project capaciteit van de toevoegingen ligt ook weer ver boven het gemiddelde van alle nu geaccumuleerde projecten in mijn single site lijst (inclusief nieuw toegevoegd). Want die ligt nu op 246 kWp. In de vorige update (okt. 2018) was het 164 kWp (toename: 50%). Ook op dat vlak is er dus nog steeds een sterk door stijgende lijn te zien, ook al zitten er in de verzamel lijst heel erg veel kleinere projecten, die van nature dergelijke cumulatieve systeemgemiddelden onder druk zetten (zie verder).

Toevoegingen per segment sedert oktober 2018

In onderstaand staatje de toevoegingen in aantallen projecten en het toegevoegde volume in kWp in de single site projecten lijst van Polder PV, t.o.v. de voorlaatste update, per onderscheiden grootte-categorie:

Het is in absolute zin wederom met met name hard gegaan bij de aantallen (blauw) nieuw toegevoegde projecten in de hogere midden categorieën >=100-250 kWp (236 nieuw, groei 17%), en >=250-500 kWp (227 nieuw, hoge groei van 43%). Daarnaast mooie groei bij de categorie >=50-100 kWp (164 nieuw, groei 10%), en >=25-50 kWp (121 nieuw, groei 6%). Kijken we echter naar de relatieve groei percentages per categorie, hebben wederom juist de grootste categorieën de opvallendste groei cijfers. Maar liefst 81% toename bij single site installaties groter of gelijk aan 1 MWp (101 nieuwe projecten !), en 66% bij de daar op volgende categorie vanaf 500 kWp (ook een hoog volume, van zelfs 123 nieuwe installaties)

Bij de relatieve groei percentages van de capaciteiten (rood) zien we zeer hoge groeicijfers bij de grootste project categorie. Een spectaculair volume van 606 MWp nieuw, resp. 137% groei bij de installatie categorie vanaf 1 MWp. NB, in de oktober 2018 update was dat nog slechts 191 MWp, de huidige groei is daar een ruime verdrievoudiging van! Vervolgens 93 MWp groei (50%) bij de categorie >=250-500 kWp, op de voet gevolgd door categorie >=500-1.000 kWp (83 MWp nieuw absoluut, 69% relatieve toename). In de kleinste project categorie >=15-25 kWp, die sowieso vanwege het vrijwel ontbreken in media berichten, zwaar onderbelicht blijft in de spreadsheet van Polder PV (en waarvoor tijd tekort schiet om die onderkant van de projecten markt geïnventariseerd te krijgen), kwam er, net als in de voorgaande update, maar 1 MWp capaciteit bij. Met een bescheiden groei van slechts 4%.

Alles bij elkaar optellend (laatste 2 kolommen), zijn er sedert de voorlaatste update dus 1.020 nieuwe projecten aan mijn single site projecten sheet toegevoegd. Het record werd eerder gevestigd in de update van juni 2017 (976 stuks toegevoegd), dat is dus alweer verbroken. Genoemde 1.020 nieuw toegevoegde projecten is 14% meer dan de accumulatie van het aantal single-site projecten in de oktober 2018 update (7.190 exemplaren). Wat de capaciteiten betreft, is er een nieuw historisch record volume van 838 MWp toegevoegd, goed voor een groei van ruim 71% t.o.v. de geaccumuleerde capaciteit in de oktober 2018 update (1.177 MWp).

Accumulaties status 9 augustus 2019

Ook hiervoor een tabelletje. Zie ook de figuur in paragraaf 3 voor grafische verbeelding.

In de single site projecten lijst van Polder PV staan inmiddels al 2.944, fysiek aan het net gekoppelde zonnestroom genererende installaties van elk 100 kWp of groter (okt. 2018: 2.257). Van die deel-populatie was van 17 stuks, met een gezamenlijk volume van ongeveer 13 MWp, de status van netkoppeling op de peildatum 9 augustus nog niet bekend, kon deze echter beslist wel al zijn ge-effectueerd, of het kon elk moment geschieden (waarschijnlijke realisatie: 2019). Dit gezamenlijk is de optelsom van de eerste 4 categorieën in bovenstaande tabel. Een realiteit die zeer waarschijnlijk, ondanks herhaalde vingerwijzingen van ondergetekende, nog steeds slecht bekend is in de PV sector.

Van die grote verzameling grote PV projecten vanaf 100 kWp per stuk zijn er inmiddels al 225 exemplaren (vorige update van oktober 2018 nog slechts 124 stuks, in de update van feb. 2018 70, in die van juni 2017 nog maar 45) die per installatie 1 MWp of groter zijn qua omvang. Sommige van die projecten hebben zelfs meer dan 1 SDE beschikking. Polder PV gaat echter bij zijn analyses van eigen data en projecten altijd uit van "project sites", om nauwkeuriger de fysieke installaties in beeld te krijgen. Alleen al die 225 projecten hebben bij elkaar een verzamelde capaciteit van meer dan 1 GWp (nauwkeuriger: 1.048 MWp). In de vorige updates waren die cijfers nog 443 MWp (okt. 2018), 221 MWp (feb. 2018, resp. 123 MWp (juni 2017). Het is dus met name in deze grootste project categorie zeer hard gegaan. Genoemd volume van 1.048 MWp is al groter dan het geaccumuleerde volume van álle PV installaties in ons land, eind 2014 (1.007 MWp volgens recentste CBS data). Van slechts 3 >1 MWp grote projecten (totaal ruim 11 MWp) is de netkoppelings-status nog niet duidelijk. De hardware staat er, soms al langere tijd. Deze 3 projecten zouden inmiddels al aan het net kunnen zijn gekoppeld (en leveren dus groene stroom, dé statistiek piketpaal), nog zonder opleverings-bericht. Of het geschiedt op zeer korte termijn, hoogstwaarschijnlijk nog dit jaar (2019).

In totaal heeft Polder PV nu ruim 8.200, (vorige update: bijna 7.200) individueel benoemde, en van talloze project eigenschappen voorziene, single site installaties groter of gelijk aan 15 kWp in zijn projecten sheet staan. De gezamenlijke capaciteit ervan is 2.016 MWp (vorige update: 1.177 MWp). Polder PV is met zijn inventarisaties inmiddels dus alweer over de tweede GWp heen, voor de Nederlandse projecten markt. Ook bij de kleinere projecten staan nog de nodige exemplaren met "netkoppeling nog onzeker". Aan de andere kant, gaan de bijschrijvingen in de lijst dagelijks door. Sedert de "afgesloten" update van 9 augustus jl. zijn er bijvoorbeeld alweer de nodige grotere rooftop projecten bijgekomen (gezamenlijk bijna 7,5 MWp toegevoegd). Ook is er een behoorlijke hoeveelheid (grote) zonneparken in bouw, en gaat daarvan de komende tijd, in ieder geval dit jaar nog, een groot volume daadwerkelijk opgeleverd worden.

Afbraak / destructie
Nog vrij zeldzaam zijn installaties die afgebroken worden, of die om andere reden uit de projecten sheet van Polder PV worden afgevoerd. Vaak gaat het om kleinere projecten, die bijvoorbeeld door brand verloren gaan, of waar heftige stormen - vaak onbekende - schade hebben aangebracht. Ook worden oudere installaties die begin deze eeuw zijn gekocht soms om "economische redenen" vervangen. Polder PV, waarvan de eerste 4 PV modules al ruim 19 jaar op het dak van ons appartementen complex staan, peinst er niet over om die prima werkende panelen "voortijdig" te vervangen.

Een enkele keer gaat het bij schade gevallen om in het oog lopende projecten, waar media aandacht aan wordt besteed. Twee van de meest prangende recente voorbeelden zijn het drijvende zonnepark te Bergerden, waar helaas op 4 juni dit jaar een windhoos flink heeft huisgehouden (project wordt, of is mogelijk zelfs alweer hersteld). En, vanwege de mogelijke impact als er publiek aanwezig had geweest, veel media reuring over het op 10 augustus jl. deels ingestorte dak van voetbalstadion AFAS van AZ, met een dunnelaag generator op het dak die waarschijnlijk als "afgeschreven" moet worden beschouwd. Gemeente Alkmaar suggereerde zelfs "vernietiging" van de PV modules, wat me een nogal prematuur en bovendien vanuit noodzakelijke recyling gedachte fout uitgangspunt lijkt (zie tweet PPV). Er wordt zelden over "teloorgegaan volume" geschreven, dus afgeschreven volumes zijn alleen met een zeer natte vinger in de lucht te schatten. Momenteel heeft Polder PV in een klein "afgeschreven" lijstje een volume van ruim 5 MWp staan. Deels is daarvoor trouwens weer nieuwe capaciteit in de plaats gekomen, bijvoorbeeld geholpen door uitkering van een schade verzekering. Details daarover zijn vrijwel non-existent.

Project segmentaties
In de voorlaatste analyses heb ik eerste aanzetten tot segmentaties van mijn projecten sheet gemaakt, die gaandeweg steeds beter en veelomvattender worden, een steeds groter deel van het totaaloverzicht omvattend. De belangrijkste primaire segmentaties zijn verschillende exemplaren voor de verdeling over de provincies, en over de netgebieden. De verfijnde segmentatie voor het type bedrijf waar PV projecten zijn gerealiseerd, is inmiddels al aardig op dreef. Van alle projecten heb ik inmiddels uitgesleutelde "bedrijfscodes" voor 78% van de aantallen projecten, en bijna 97% van de totale capaciteit in het single-site overzicht. Verder zijn ververste, en diverse nieuwe grafieken over het zeer belangrijk geworden thema grondgebonden parken, over de enorme schaalvergroting, en, voor zover dat was bij te werken, over de status van postcoderoos ("verlaagd tarief") projecten gepubliceerd. Alle nieuwe grafieken vindt u op deze speciale webpagina, met tekst en uitleg. Voor de eerste versie van deze uitgebreide analyse (21 juli 2016), zie deze link. Voor de vervolg analyses, zie overzichtje onderaan deze web pagina.


Belangrijke eenheden & kengetallen, toelichting

  • 1 kWp = 1.000 Wp = ruim "3,3" moderne kristallijne (c-Si) zonnepanelen met een nominaal (STC) vermogen van, inmiddels gangbaar, 300 Wp. Anders gezegd: 10 kWp zou ruim 33 van dergelijke PV-modules "bevatten".

  • 15 kWp = ondergrens van projecten lijst Polder PV, tevens SDE "+" minimum. Omvang: 50 moderne 300 Wp modules.

  • 1 MWp = 1.000 kWp = ruim 3.300 modules van 300 Wp, een fysieke paneel oppervlakte van ongeveer 5.400 vierkante meter (uitgangspunt: 1,62 m² per paneel).

  • 100 MWp = ruim 333.000 modules van 300 Wp, een fysieke paneel oppervlakte van bijna 540.000 vierkante meter (54 hectare). Bijna 75 voetbalvelden van het "maximale" formaat verordonneerd door de KNVB (69x 105 m.), waarbij de panelen "plat op de grond" zouden liggen. Wat natuurlijk in werkelijkheid nooit gebeurt.

  • In de inmiddels stapsgewijs daadwerkelijk gebouwde, grondgebonden zonneparken staan modules in rijen achter elkaar op frames, in wisselende configuraties, soms zelfs met 2 of meer rijen modules boven elkaar per rij (6 rijen, en zelfs al 10 rijen - "Lange Runde" Barger Compascuum - al gesignaleerd, landscape oriëntatie). En in recentere vormen zelfs in "kasdek" configuratie met panelen op (globaal) oost en west gericht, zoals Garyp (Fr.). Ook het vermogen van de ingezette zonnepanelen kan extreem verschillen, zeker als je dunnelaag (bij Solar Frontier CIS modules inmiddels max. 185 Wp, bij amorf Si nog veel lagere vermogens) versus "klassiek" kristallijn Si beschouwt. De vermogens bij laatstgenoemde "standaard" panelen kunnen tegenwoordig al minstens 300 Wp of al veel hoger zijn. Ik ken inmiddels al gevallen dat er zonnepanelen van maar liefst 350 Wp of zelfs al fors hoger per stuk worden ingezet. Modules met nog veel krachtiger vermogens worden al vaker aangeboden in de commerciële handel. Er zijn zelfs al "exoten" met nog hogere vermogens dan 400 Wp per stuk, maar het is nu nog vrij onwaarschijnlijk dat die nu al standaard zullen worden ingezet voor grootschalige opwek: te duur. Op een mij nu bekende unieke uitzondering na (Zeeland Refinery zonnepark), waarbij high-power, back-contact mono Sunpower panelen zijn ingezet.

    Dit alles maakt dat "standaarden" voor zonneparken onmogelijk zijn vast te pinnen. Het hangt van de business-case af, de fysieke mogelijkheden, de gekozen hardware leveranciers (incl. de daar aan verbonden garantie claims), beperkende voorwaarden voor de maximale hoogte van de "tafels" van de installatie, en andere variabelen. Voorbeeld Zonnepark Ameland: gemiddeld plm. 600 kWp capaciteit aan kristallijn Si modules per hectare, bij toepassing van 2 rijen modules per frame. Maar er zijn in Nederland ook al de nodige vrijeveld installaties opgeleverd met kristallijne Si modules, met een "vermogens-dichtheid" die al (veel) hoger ligt. Ik heb zelfs al 9 projecten met een vermogens-"dichtheid" van meer dan 1.300 kWp/ha in mijn overzicht staan. Daar tegenover staat bijvoorbeeld het al oudere project te Azewijn. Een zonnepark met oorspronkelijk dunnelaag amorf Si modules: slechts 225 kWp/ha opgestelde capaciteit. Daarvan is de PV generator trouwens wegens allerlei problemen verwijderd. Deze is grotendeels, of mogelijk al geheel vervangen (door een klassiek c-Si project), met een nieuwe SDE beschikking. Bij al deze overwegingen moet trouwens ook meegenomen worden wat als de "buitengrens" van het park wordt beschouwd. Sommige parken hebben behoorlijk wat vrije ruimte rond de module velden binnen de - meestal aanwezige - omheining. De vraag is of die ruimte geteld moet worden als onderdeel van het park, of niet. Dit zal namelijk een zeer sterke invloed hebben op de uiteindelijk gerapporteerde ratio kWp/hectare.

  • De fysieke stroomproductie verschilt per lokatie in het land, is afhankelijk van lokale factoren, van oriëntatie en hellingshoek van de PV generator, van (partiële) beschaduwing en van specifieke systeem eigenschappen. Optimale installaties kunnen makkelijk 900 kWh per opgestelde capaciteit van 1 kWp per kalenderjaar opwekken. Veel projecten halen zonder problemen specifieke opbrengsten tussen de 900 en 1.000 kWh/kWp.jaar. Nogal wat goede installaties halen opbrengsten die er zelfs nog ver boven liggen. Er zijn Polder PV projecten - meestal in de zon-rijke kustregio liggend - bekend die zelfs meer dan 1.100 kWh/kWp.jaar blijken op te wekken. Hier is documentatie van (NB: ook bij particuliere installaties !). Voor kengetallen gebaseerd op een geavanceerd instralings-model, zie Siderea.nl! Zeer veel ontwikkelaars en installatie bedrijven rekenen (extreem) conservatief bij hun productie prognoses.

  • Module oppervlakte. Moderne kristallijne zonnepanelen met 60 cellen hebben een oppervlak van grofweg zo'n 1,62-1,64 m². 72-cels modules zitten rond de 1,94 m². Nieuwere typen met 120 "half-cells", zoals die van REC Solar, Hanwha Q-Cells, Suntech, etc. hebben een iets groter oppervlak dan "klassieke" 60-cels panelen (1,67 m²). De "footprint" op een plat dak is een stuk kleiner, zeker als de panelen erg scheef staan. Dat hangt van de hellingshoek af. Uiteraard gaat er dan wel veel dakruimte verloren, naar gelang de hellingshoek groter is (schaduw vooraan staande rij op volgende rij, dus forse afstand tussen rijen nodig). Tegenwoordig wordt met veel lagere hellingshoeken gewerkt dan vroeger, en/of wordt maximale dak oppervlakte geclaimd met alternatieve "oost-west" opstellingen. Hierdoor kan een forse hoeveelheid capaciteit op platte daken worden gerealiseerd. Dit gebeurt al zeer frequent, van kleine tot zéér grote rooftop projecten. Lees dit ook als: het is een "normale" wijze van module plaatsing geworden, zeker in NL.

  • STC ("Standard Test Conditions"): 1.000 Watt/m² loodrechte instraling op het zonnepaneel, 25 graden Celsius cel temperatuur, en een zogenaamde "air-mass" van 1,5. Zie Fraunhofer ISE.

  • Single site PV project: Categorie grotere PV-projecten op 1 (dak of) erf met (daken van) bij elkaar horende gebouwen, onder dezelfde BV, instelling, en/of hetzelfde KvK nummer. Het kan hierbij voorkomen dat er op meer dan 1 "EAN nummer" is geschakeld, waardoor bijvoorbeeld meerdere SDE aanvragen / beschikkingen voor een en hetzelfde project "gescoord" kunnen worden. Dit soort info is meestal niet bekend. Polder PV gaat uit van "projecten", samenhangende eenheden op 1 lokatie. Daarbij worden dus ook uitbreidingen van bestaande installaties meegeteld om een project totaal volume te bepalen. Voor de goede orde: uitbreidingen van bestaande PV installaties worden in Nederland extreem slecht gedocumenteerd. Alleen als je toevallig nieuwe foto's ziet, of een specifieke vermelding aantreft, kom je ze op het spoor. Dit gebeurt echter weinig, dus ook hiervoor geldt: altijd zal de "vastgestelde" capaciteit voor een bepaalde lokatie de minimale zijn. Er kan ondertussen al zijn uitgebreid!

  • Multi-site PV project: Idem, grotere PV-projecten met fysiek van elkaar gescheiden lokaties, meerdere flats of andere objecten met zonnepanelen, soms zelfs met verschillende KvK entries. Het zijn wel vaak onder een "project" en/of een "hoofd-eigenaar" vallende objecten. Dergelijke projecten kunnen van zéér verschillend kaliber zijn: meerdere nevenvestigingen van een bedrijf of school bestuur in het land, verschillende flats van een corporatie met zonnepanelen in diverse straten in een gemeente of meerdere gemeentes, grote PV projecten op industrie terreinen met meerdere bedrijven. Maar ook expliciet afgebakende portfolio's van, bijvoorbeeld, daken hurende lease bedrijven, over een groot aantal objecten / woningen, etc. Multi-sites worden separaat gedocumenteerd door Polder PV, als er wel info is over de totale volumes, maar geen detail info over de separate objecten binnen zo'n multi-site "project". Soms komt dergelijke info later wel voorhanden. In dergelijke gevallen wordt het multi-site project door Polder PV "opgeknipt" in de separate entiteiten, en worden deze in de "single-site main sheet" ingevoegd. Lang niet alle gerapporteerde "portfolio's" geven detail info over de samenstellende onderdelen, die belanden dan vooralsnog in Polder PV's multi-site overzicht.

  • Bovenstaand onderscheid is niet "keihard", maar is vooral pragmatisch ingegeven, omdat bij multi-sites meestal niet informatie over (aantal panelen of capaciteit op) de onderliggende objecten wordt gegeven, maar alleen van het totale project verdeeld over meerdere lokaties.

2. Progressie single site projecten lijst Polder PV

In deze bijgewerkte grafiek de historische progressie die mijn single site projecten lijst heeft doorgemaakt sinds ik die vanaf eind 2014 systematisch ben gaan bijhouden. Ik ben aanvankelijk begonnen met - voor die tijd - "grote" projecten in een lijst te zetten (eind 2014). Vandaar dat het systeemgemiddelde toen ook "relatief hoog" lag (bijna 84 kWp voor de eerste verzameling van ruim 1.000 projecten). In het voorjaar van 2015 begon ik er serieuzer werk van te maken, en begon toen ook (veel) kleinere mij bekende gerealiseerde systemen er aan toe te voegen (en regelmatig weer een nieuwe grafiek update in mijn archief). Met daarbij als praktische ondergrens 15 kWp per project. Niet alleen omdat dat de ondergrens is in de SDE regelingen sedert SDE 2011. Maar ook omdat het anders gigantisch veel (extra) werk zou gaan worden, en dat bovendien op vele extra problemen zou gaan stuiten. Want installaties onder 15 kWp waren zelfs toen al "doodnormaal" geworden in Nederland. En het wordt steeds lastiger om die terug te vinden in berichten, overzichten, etc. Je gaat gewoon ontzagwekkend veel installaties missen als je onder de 15 kWp zou gaan "zoeken".

Feitelijk wordt ik ook al langere tijd met dit "probleem" geconfronteerd bij het vinden van projecten onder de 50 kWp. Er wordt tot dat niveau nog steeds fors bijgebouwd, maar veel installaties halen nooit in een of andere vorm de publiciteit. En verschijnen dus ook niet op de Polder PV radar. Tenzij ik via "andere wegen" (bruikbare) informatie over dat soort projecten vind. Ik heb zeer veel inputs, van zeer verschillende soort, maar bij het uitblijven van een centrale - publiek toegankelijke - registratie, blijf ik op het punt van de "kleine grotere" installaties gewoon veel missen. Gezien de volumes bij de wel goed bijgehouden grootste project categorieën, raken die "gemiste" capaciteiten echter wel steeds verder ondergesneeuwd in het grote projecten geweld. Immers, binnen 1 project met een capaciteit van 1 MWp passen maar liefst 40 projecten van elk 25 kWp. Je moet dus grote aantallen kleine projecten vinden om op het totaal bezien "enigszins verschil te maken".

Segmentatie grootteklasse SDE beschikkingen
Om een indruk te geven van de mogelijke verdeling van "capaciteit" over de grootte categoriën, heb ik de meest recente SDE beschikkingen lijst van RVO bekeken (versie 5 augustus 2019, hier al eerder tegen het licht gehouden). Daarin zitten 30.237 beschikkingen, met een totaal beschikte capaciteit van 10,3 GWp aan PV projecten. 77% van de totale beschikte capaciteit valt binnen het traject 400 kWp en hoger, verdeeld over ruim vijfduizend beschikkingen. 23% valt in het traject 15 tot 400 kWp, waar het grootste deel van de aantallen beschikkingen onder valt (bijna 16.000 stuks). Slechts minder dan 1% valt binnen het traject 15 tm. 50 kWp. Dat laatste omvat nog een volume van ruim drieduizend beschikkingen. Dat is dus, om enigszins in de gaten te houden wat er in totaal aan project capaciteit wordt / zal worden opgeleverd, vrijwel verwaarloosbaar (t.o.v. de totale SDE populatie), en heeft dus al langere tijd een zeer lage prioriteit bij Polder PV. Top prioriteit blijft het deel vanaf 400 kWp houden, gezien het feit dat ruim driekwart van het beschikte volume (capaciteit) daar onder valt. Daar waar mogelijk, zal ik beslist ook de wat kleinere project beschikkingen onder de 400 kWp blijven screenen, waar ik sowieso al veel van in mijn lijst zal hebben staan. Bovendien, en dat mag beslist niet vergeten worden: veel volume wat is beschikt, zal het sowieso niet gaan halen, en alsnog uit de RVO overzichten gaan afvallen (voor overzicht forse verliezen van beschikte projecten zie mijn laatste SDE analyse, hier boven gelinkt). Dat is dan ook de reden, dat ik me niet op "alle" beschikkingen richt, maar uitsluitend op de met een door RVO van een "ja" vinkje voorziene projecten (= officieel gerealiseerd). Om veel zinloos, en tijd vretend werk te voorkomen.

Bovenstaande heb ik toegevoegd, om een idee te krijgen van mijn overwegingen waarom ik blijf inzetten, om in ieder geval de grootste projecten zo goed mogelijk op het vizier te krijgen. Omdat daarmee de hoogste capaciteiten worden gerealiseerd, die een zeer significant aandeel op de totale volumes hebben. Het is ook een belangrijke reden waarom ik zoveel werk maak van het bijhouden van de grondgebonden zonneparken in Nederland, waar ik deze update zeer veel aandacht aan besteed (zie aparte paragraaf)

Grafiek
In de grafiek zijn drie variabelen terug te vinden voor de opgeleverde projecten. (1) het aantal single site installaties >=15 kWp (blauw, rechter Y-as); (2) de totale accumulatie van de capaciteit ("het opgestelde STC vermogen"), in MWp (rood, linker Y-as); en (3) de uit voorgaande 2 variabelen volgende "gemiddelde systeemgrootte" in kWp (groen, linker Y-as). Duidelijk is dat er continu progressie zit in de lijst, waarbij er af en toe een lichte versnelling of vertraging is te zien in het "bijschrijf tempo", afhankelijk van de bekeken variabele. De progressie in capaciteit toename zakte iets terug in 2015 (t.o.v. progressie in aantallen), dit had te maken met een flinke tussentijdse "inhaalrace" bij het invoeren van heel veel "kleinere grote" installaties. Derhalve is het systeemgemiddelde in die periode ook licht achteruit gegaan. Maar sedert de update van Kerst 2015 is die weer gestaag aan het toenemen.

Opvallend is de forse "knik" omhoog in zowel de aantallen projecten, als de ermee gepaard gaande geïnstalleerde capaciteit sinds een tussentijdse update van november 2018 (niet gepubliceerd). Dit heeft alles te maken met het verschijnen van een omvangrijke nieuwe update bij RVO, over realisatie van SDE gesubsidieerde installaties, met datum stempel oktober van dat jaar. In eerste instantie heeft Polder PV in een forse inhaalrace, alle projecten groter of gelijk dan 100 kWp in die enorme lijst per stuk bekeken, en bijgewerkt in zijn eigen overzicht. Daar overheen is een flinke hoeveelheid extra grote projecten gekomen bij de cross-checks van de grotere projecten in de updates van januari en mei 2019. Hierbij is zéér duidelijk te zien, dat de capaciteits-toename veel sneller gaat dan het aantal bijgeschreven projecten: de gemiddelde capaciteit per (groot) project is snel toegenomen, er worden - voor Nederlandse begrippen - sedert 2018 zéér grote projecten opgeleverd! Dit laat onverlet, dat de groei op alle fronten plaatsvindt. Dus ook bij de kleinere projecten.


^^^
Grondgebonden project in Zierikzee, Zeeland, vanaf een speciaal aangebrachte hoge aarden wal, kennelijk in de bedoeling om het fraaie zonnepark "te verstoppen" voor de vrijwel afwezige omwonenden. Het betreft hier een oost-west opstelling met maximaal vermogen per hectare, met 6 module rijen landscape op de tafels. Rond het project zijn fraaie bloemenperken ingezaaid (zie o.a. Polder PV tweet). Gefotografeerd tijdens korte fietsvakantie vanuit huis in Leiden, op en neer naar Zeeuws Vlaanderen en aanpalend Belgisch grensgebied, medio juni 2019. Dit project valt in de SDE en projecten analyses van Polder PV (voorbeeld) in de categorie 5 tot 15 MWp. Het is een van al een aardige, doch nog steeds overzichtelijke hoeveelheid opgeleverde zonneparken in Nederland. Waarvan de aantallen relatief beperkt zullen blijven, zeker in vergelijking met de reeds gerealiseerde, honderd-duizenden rooftop installaties. Maar waarvan de gezamenlijke capaciteit een grote invloed gaat hebben op het totaal aan PV realisaties in heel Nederland.

Sedert 2017 ben ik verder "omlaag gaan werken" in de toen en later beschikbaar gekomen RVO updates, en zijn er naast grote hoeveelheden eigen inputs, ook veel kleinere projecten in die RVO lijst toegevoegd. Waarbij de beschikte vermogens zijn gebruikt, als er geen andere info over die installaties gevonden kon worden. Ook in latere updates van RVO ben ik stelselmatig van boven naar onder aan het checken of ik nog projecten tegenkom waar ik nog geen weet van had, zoals in de inleidende opmerkingen van deze marktstudie uitgelegd. De main focus daarbij ligt op de grootste projecten, vanwege hun zwaar wegende aandeel bij de voor de markt essentiële MWp-en die ze "meebrengen".

Bij grofweg rechtlijnige voortzetting van het aantal nieuwe projecten in de Polder PV sheet, is de gelijktijdige sterke toename van de capaciteit zeer opvallend te noemen. In de update van 9 augustus 2019 waren er ruim 8.200 PV installaties, met een gezamenlijke capaciteit van 2.016 MWp in de single site projecten sheet van Polder PV te vinden. Het systeemgemiddelde van alle geaccumuleerde (single site) projecten is sedert de voorlaatste updates sterk toegenomen: van 108 kWp (juni 2017), via 132 kWp (25 februari 2018), 164 kWp (16 oktober 2018), naar al 246 kWp in de laatste update van 9 augustus 2019.


3. Inventarisatie PV projecten lijst Polder PV

De projecten lijst groeit al lange tijd snel. Aanvankelijk vooral door de implementatie van de SDE 2014 portfolio, waarvoor oorspronkelijk 883 MWp was beschikt door RVO. Deze heeft de laatste twee jaar gezelschap gekregen van een sterk toenemend contingent aan projecten met SDE 2016 en SDE 2017 beschikkingen, waarvoor omvangrijke volumes zijn toegekend (tabel in laatste overzicht). Daar zijn inmiddels reeds een flinke hoeveelheid SDE 2018 beschikkingen bijgekomen, grotendeels uit de voorjaars-ronde. Ik heb vele tientallen bronnen tot mijn beschikking, en, al houd ik de vinger aan de pols bij de belangrijkste, en heb ik al het nodige uitgezocht, er zijn er nog vele om (verder) uit te zoeken. Er wordt immers overal over zonnestroom - en (grote) realisaties gepubliceerd, vaak ook slechts eenmalig, op goed verstopte digitale lokaties. Het blijft daarom belangrijk om er op te blijven hameren: wat er tot nog toe in de accumulatie lijst staat is een absoluut minimum, er staat al (veel) meer aan grote installaties, alleen heb ik die nog lang niet allemaal op het netvlies. Ik heb bijvoorbeeld alweer heel wat projecten die in 2018 zijn gerealiseerd toegevoegd, en soms zelfs oudere projecten. Desondanks mag het hier getoonde volume al zonder meer als spectaculair worden beschouwd voor diegenen die de groei in de Nederlandse projecten markt slecht hebben gevolgd.

De diverse versies van de projectenlijst van Polder PV blijven, zoals al eerder gemeld, strict geheim. Niet alleen vanwege de paar duizend uren onbetaalde arbeid die hier al in is gaan zitten. Maar ook omdat er al de nodige PV-installaties in staan van leveranciers en installatie bedrijven met forse portfolio's die deze informatie alleen vertrouwelijk wilden delen. Waarvoor natuurlijk grote dank, zie ook de oproep aan anderen om hetzelfde te doen, verderop in het gele kader. Goed is om te benadrukken dat er in mijn lijst ook al de nodige particuliere installaties zijn opgenomen (NB: >=15 kWp...), op adressen waarvoor geen KvK inschrijving bekend is. Een deel daarvan betreft bijvoorbeeld boerderijen waarop in eerdere jaren zonnepanelen zijn geplaatst, de agrariër er mee is opgehouden (of overleden), en de locatie is vervolgens door een particulier (zonder eigen bedrijf) gekocht. Inclusief de PV-generator.

Op basis van de huidige lijst heb ik de bekende grafiek weer van een update voorzien, met de segmentatie van aantallen en opgesteld vermogen per "vermogensklasse" (in kWp), aflopend van links naar rechts. Geaccumuleerde capaciteiten per categorie zijn in de grafiek in MWp vermeld. Zie ook de tabellen eerder weergegeven op deze pagina. Let op de separate Y-assen voor de aantallen en het vermogen. En houdt s.v.p. in gedachten dat (a) multi-sites projecten niet in deze grafiek zijn opgenomen. (b) Projecten waarvan wel mededelingen zijn gedaan dat ze zijn opgeleverd, maar waarvoor helaas geen systeem vermogen (noch aantallen modules) is genoemd, staan hier ook niet in. Alleen "enigszins" tot "zeer goed" gedocumenteerde single site projecten met totaal systeem vermogen en/of aantal modules bekend, zitten in dit overzicht. (c) Beslist niet álle grote(re) projecten die al (lang) aan het net zijn gekoppeld staan in de spreadsheet van Polder PV, omdat er nooit iets over wordt gepubliceerd, waarmee die projecten zich dus aan de "waarneming" van derden onttrekken. En, tot slot, (d) de kleinere installaties, met name onder de 50 kWp, zijn structureel onder-vertegenwoordigd in mijn overzichten - daarvan is veel meer gerealiseerd dan ik heb kunnen bijhouden.

Conclusie: het schema, met inmiddels 2.016 MWp geaccumuleerde capaciteit, geeft een absolute bottom-line weer, er is reeds meer gerealiseerd. Zoals, indirect, ook al uit het meest recente CertiQ overzicht van eind juli 2019 is te destilleren. Bij de TenneT dochter stond toen al een volume van al 2.229 MWp geaccumuleerd in de databank. Waarvan een beperkt deel kleine, per stuk enkele kWp-en tellende, residentiële installaties betreft. Het CertiQ volume van eind juli is al 11% meer dan de 2.016 MWp aan zonnestroom projecten "verzameld" door Polder PV tm. 9 augustus dit jaar. Gelukkig is dat wel hetzelfde percentage verschil als bij de vorige update, maar het gaat absoluut bezien natuurlijk wel om meer capaciteit. Dit laat onverlet, dat, wat het geaccumuleerde vermogen betreft, het overgrote merendeel van het project volume in Nederland al "bekend" is bij Polder PV, en zelfs met veel individuele details staat genoteerd in de - unieke - overzichten.

Kerncijfers


Disclaimer

Bovenstaande grafiek geeft de situatie weer tijdens de aangegeven peildatum. De aan de basis ervan liggende projecten spreadsheet wordt bijna dagelijks bijgewerkt. Niet alleen met zowel "oude", in diverse bronnen terug gevonden exemplaren, als nieuwe ingaves. Maar ook: Oude opgegeven of voorheen afgeschatte data kunnen wijzigen (nieuwe inzichten, nieuwe bronnen, correcties van project eigenaren of betrokkenen, etc.). Ergo: de aantallen en de (totale) vermogens per categorie veranderen mee met elke aanvulling/wijziging. De "verhoudingen" tussen de categorieën veranderen echter niet in opvallende mate met deze soms dagelijkse wijzigingen. Wel is de verwachting dat, met name door implementatie van via de SDE (momenteel vooral 2016, 2017 en latere) gesubsidieerde projecten, vooral de grotere categorieën een (nog) hogere impact gaan krijgen in het totale volume (MWp). De "linkerkant" van de grafiek, reeds aanzienlijk in omvang toegenomen, zal met name wat de capaciteit betreft nog flink verder gaan groeien. De categorie indeling op de X-as is in kWp klassen opgegeven, van groot (links) naar "klein" (rechts).

Belangrijk is, om te beseffen dat vooral de "kleinere" categorieën van 25-50 en, met name, 15-25 kWp structureel, en chronisch zullen zijn, en blijven onder-vertegenwoordigd. Dit, omdat er steeds minder aandacht aan wordt besteed in zowel pers-uitingen, als op webpagina's van installateurs vanwege het feit dat ze al lang niet meer als "byzonder" dan wel "vermeldenswaardig" worden beschouwd. En mijn aandacht vooral gevestigd blijft op de grotere projecten, gezien hun hoge impact op het totale geïnstalleerde vermogen. Vandaar dat ik met een vertikale stippellijn heb aangegeven dat aan de rechterzijde van de grafiek (de kleinste installaties tot zo'n 50 kWp) er heel veel aantallen installaties zullen, en opgestelde capaciteit (MWp) zal ontbreken, het meest in de kleinste categorie. Ook heb ik de kolommen doorzichtig gemaakt voor deze kleinste twee van de grote projecten categorieën, om aan te geven dat in werkelijkheid er veel meer aanwezig zal zijn.

Het zwaartepunt van mijn inventarisatie blijft op de "echt grote" projecten liggen, en dat is dus aan de linkerkant van die stippellijn. Die natuurlijk ook niet als "absoluut" dient te worden gezien, er zullen inmiddels beslist ook wel veel grotere projecten dan 50 kWp niet of nauwelijks in de media zijn terechtgekomen, al lijkt die kans geringer te worden naarmate die projecten (nog) groter zijn. Maar vergis u s.v.p. niet: er zijn beslist partijen, die in het geheel géén ruchtbaarheid aan hun gerealiseerde "zeer grote" solar-moois willen geven. Ik heb daar verschillende, soms zelfs ronduit spectaculaire voorbeelden van in mijn spreadsheet, die ik desondanks via verschillende (andere) kanalen op het spoor ben gekomen.

NB: De grafiek geeft alleen de "single site" projecten weer. Zogenaamde "multi-sites" (PV installaties die vaak binnen één projectmatige aanpak vallen, maar die op duidelijk van elkaar verschillende locaties in het land, binnen een provincie of gemeente worden gerealiseerd, (2) die op verschillende, fysiek gescheiden flats met tientallen appartementen worden gerealiseerd, (3) en/of projecten die duidelijk fysiek van elkaar gescheiden gebouwen / adressen op bijvoorbeeld een industrieterrein betreffen) vallen hier buiten. Diverse projecten van corporaties vallen hier onder (flats), gemeentelijke projecten met verschillende gebouwen, maar ook bijvoorbeeld puur commerciële trajecten als snellaad-stations met PV modules (FastNed, inmiddels minimaal 93 stations over heel Nederland), diverse tenders van gerealiseerde residentiële projecten van specialist Solease, en filialen van diverse supermarkt e.a. retail ketens.

Vaak worden niet de afzonderlijke vermogens gepubliceerd binnen multi-site projecten, vandaar de benodigde separate categorie. Dit kan later ook weer wijzigen, als dat soort info over de deelprojecten bekend wordt. Dan worden onderdelen opgenomen in de single-site lijst, als ze per stuk 15 kWp of groter zijn. Zo zijn de verschillende locaties van het eind 2015 afgeronde project van 3 MWp bij 8 vestigingen van Heineken aanvankelijk als multi-site opgenomen. Inmiddels zijn van alle deel-projecten de volumes bekend geworden, deze zijn inmiddels in de single-site sheet opgenomen, en de multi-site entry is verwijderd.

Deze scheidslijn single- / multi-site blijft natuurlijk artificieel, twijfelgevallen zullen er altijd zijn. Zonnestroom is zo enorm breed toepasbaar, en er worden zoveel verschillende "business-modellen" gehanteerd. Dat overschrijdt alle mogelijke "hokjes" die je ervoor zou kunnen verzinnen.


Met alle nieuwe projecten bij elkaar staat er nu zo'n 2.016 MWp in mijn single site projectenlijst, verdeeld over ruim 8.200 installaties, met gezamenlijk al bijna 7,5 miljoen zonnepanelen. De huidige spreadsheet versie bevat een omvangrijk volume, 838 MWp, meer dan beschreven in de update van oktober 2018. Wederom een nieuw "bijschrijf record", een factor 2,6 méér dan de voorgaande toevoeging (326 MWp nieuw volume in okt. 2018). Het aantal zonnepanelen is bepaald op basis van werkelijke opgaves, indien aanwezig (en twijfel over volume opgaves) tellingen van (meestal satelliet) foto's, of is afgeleid van opgegeven project vermogens in combinatie van het jaar van installatie, waar dit bepaald kon worden. Altijd is gepoogd om individuele hardware info van elk project te vinden op internet, in talloze bronnen. Indien er geen opgave was voor het gebruikte module type, is rekening gehouden met het jaar van installatie (module vermogens zijn in de loop der jaren toegenomen bij alle technologie platforms). Ook is rekening gehouden met - soms fors - lagere vermogens per module indien dunnelaag technologie is ingezet (een klein, doch opvallend deel van de totale, door kristallijne Si technologie gedomineerde Nederlandse markt). Zeker bij grote dunnelaag projecten, zoals, in eerdere jaren, de installaties bij ThyssenKrupp (Veghel en Zwijndrecht), Plantion (Ede), Jumbo in Veghel en, met name, zonneparken met "thin-film" panelen (Groene Hoek I, Rundedal, Roodehaan), is dat zeer belangrijk om goed in de gaten te houden. Anders maak je enorme afschatting-blunders met dit soort forse volumes.

Binnen de in de grafiek 7 onderscheiden grootte-klassen zijn wat de aantallen projecten betreft de categorieën > 25-50 kWp (inmiddels 2.104 stuks, 121 exemplaren meer dan in de okt. 2018 update, 1.983 stuks), resp. > 50-100 kWp (1.788 stuks, 164 meer dan in de okt. 2018 update, 1.624 stuks) dominant. Dat de kleinste categorie, > 15-25 kWp, gezien haar potentie, "relatief ondergewaardeerd" is met, momenteel, slechts 1.374 exemplaren, komt o.a. door genoemde reden ("projectjes niet veel meer in media terechtkomend"), en het feit dat mijn aandacht vooral naar de echt grote projecten blijft gaan bij de inventarisaties (geen tijd over voor invoeren van talloze kleine "micro" projectjes). Álles wat ik op het vlak van grotere projecten tegenkom "moet direct in de spreadsheet", het kleinere grut kan wat langer wachten, heeft veel minder impact op de totale MWp volumes, en staat laag op het prioriteiten lijstje. De verwachting is natuurlijk, dat die kleinste categorie in werkelijkheid waarschijnlijk de mééste aantallen projecten zal bevatten, maar hoogstwaarschijnlijk niet, gezien de enorme groei trend bij de hogere project categorieën, "het meeste vermogen". Het CBS had in hun nieuwe cijferoverzicht tm. 2017 al meer dan 52 duizend PV-installaties die bij "bedrijven" (lees: "niet-woningen") zouden staan. In de huidige Klimaatmonitor update met nog voorlopige cijfers voor 2018 staan al ruim 68 duizend exemplaren vermeld als "installaties bij bedrijven" (= niet-residentieel, dus ook op instellingen e.d.). Een substantieel deel daarvan zal kleine projectjes onder de 50 kWp hebben betroffen, al geeft het CBS noch Klimaatmonitor segmentatie naar project omvang van die data.

Oproep bijdrage project lijsten

Mocht u Polder PV willen helpen om de grote projecten sheet >= 15 kWp verder te vervolmaken, stuurt u dan s.v.p. een e-mail om uw eventuele contributie kenbaar te maken. Wat niet reeds publiek is gemaakt, zal beslist niet door mij aan derden worden doorgegeven of met naam en toenaam worden geopenbaard. Eventueel verstrekte project gegevens blijven geheim, tenzij expliciet anders aangegeven. Polder PV is bereid om een Non-Disclosure Agreement te ondertekenen, mocht dat gewenst zijn. Met grote dank voor uw hulp. Deze klus is en blijft een majeure operatie...



Groei van volumes per deelcategorie

Er zijn t.o.v. de vorige update 687 PV projecten groter of gelijk aan 100 kWp aan mijn lijst toegevoegd (in de vorige update waren dat 460 nieuwe exemplaren). Het gaat daarbij om een volume van ongeveer 822 MWp (in de vorige update nog slechts om 313 MWp). Dus met 49% meer nieuwe projecten een heftige toename van 163% aan toegevoegde capaciteit. Relateren we het geaccumuleerde volume van projecten vanaf 100 kWp per stuk, totaal 2.944 stuks, aan het niveau van eind 2011 (nog maar 52 exemplaren >= 100 kWp), zien we dat het aantal grote projecten is ge-explodeerd (factor 57 maal zo veel t.o.v. EOY 2011). Met de nieuwe toevoeging van 687 projecten in de categorie "single sites vanaf 100 kWp", moet echter in gedachten gehouden blijven worden dat ik beslist nog steeds grote projecten over het hoofd kan hebben gezien.

Er waren op 9 augustus 2019 in Nederland al minimaal 225 single site projecten, elk met een vermogen van 1 MWp of groter, aan het net gekoppeld. Er kwamen 101 projecten (goed voor maar liefst 606 MWp) in deze grootste categorie bij t.o.v. de oktober 2018 update. Het totale volume in deze ene categorie is inmiddels geaccumuleerd tot plm. 1.048 MWp. Een factor 2,4 maal zoveel dan de 443 MWp in oktober 2018. Eind 2016 was dat nog maar 100 MWp, dus in 2 en een half jaar tijd is dat volume in de grootste project categorie reeds ruim vertienvoudigd. Het is de enige categorie waarbinnen nu al meer dan 1 GWp aan PV capaciteit zit, en deze zal haar impact op de totale volumes de komende jaren beslist verder gaan vergroten, gezien de enorme project portfolio's aan grote PV projecten onder de SDE regimes die nog opgeleverd moeten gaan worden.

De tweede categorie (500 - 1.000 kWp) kreeg er sinds de update van oktober 2018 123 projecten bij (83 MWp). De derde categorie, 250-500 kWp, groeide met maar liefst 227 stuks (93 MWp).

De toename voor de categorie 100-250 kWp was 236 installaties, met een gezamenlijk vermogen van 40 MWp. De aanwas van de er op volgende categorie, 50-100 kWp, was 164 projecten, met slechts 12 MWp.

Ongeveer 12% van alle toevoegingen en, vooral, capaciteits-wijzigingen sedert oktober 2018 betreft enkele nieuwe, of recent "ontdekte", middels SDE 2014 gesubsidieerde oudere installaties (capaciteit van toevoegingen 9% van totaal toegevoegd/gewijzigd). Dat gaat in totaal om bijna 1.200 projecten, met een nieuwe of gewijzigde capaciteit van in totaal 921 MWp. Zoals al verwacht kon worden, is inmiddels SDE 2017 dominant bij de nieuwe / gewijzigde projecten, met 39% van de aantallen, en zelfs 58% bij de capaciteit van het totaal aan toevoegingen / wijzigingen. Voor SDE 2016 liggen deze volume aandelen op 15 resp. 21% van het totaal. De eerste bekend gerealiseerde volumes voor de twee SDE 2018 jaarrondes brachten het al tot 5 resp. ruim 7% van de totalen. Voor ruim een kwart van de nieuwkomers / gewijzigde projecten heb ik (nog) geen SDE subsidie toekenning kunnen traceren, maar dat betreft slechts 3 procent van het totaal volume bij de capaciteit. Het gaat daarbij dus vooral om kleinere projecten, die vaak geen SDE aanvraag hebben gedaan, maar wellicht wel een andere incentive (zoals EIA, VAMIL, postcoderoos, crowdfunding e.d.) hebben "gescoord".

Verdere verschuiving capaciteit naar grootste project categorie
Bij de accumulaties van de vermogens per categorie is er reeds in de updates van februari en oktober 2018 een forse wijziging geweest t.o.v. de situatie medio 2017. Was er toen nog een concentratie rond de projecten >= 100-250 kWp in het overzicht van Polder PV (139 MWp verdeeld over 913 projecten), is die piek al in de versie van 25 februari 2018 sterk "naar links" in de grafiek verschoven, naar de grootste project categorie, >= 1 MWp (251 MWp verdeeld over slechts 74 projecten).

In de huidige update van 9 augustus 2019, is de situatie nog schever gegroeid. Ten eerste, moest genoemde categorie >= 100-250 kWp haar 2e positie al afgeven aan de 1 stap kleinere categorie >= 250-500 kWp op het vlak van contribuerende capaciteit (261 versus 277 MWp). Dit, ondanks het feit, dat eerstgenoemde categorie inmiddels ruim twee maal zoveel projecten omvat (1.653 versus 756 stuks).

Ten tweede, de impact van de grootste categorie is bij de capaciteit rap verder toegenomen. Met in de huidige update relatief weinig, maar per stuk (dus) zeer grote installaties: 225 projecten, met al 1.048 MWp, resulterend in een systeemgemiddelde capaciteit van 4,7 MWp/project in die categorie. In feb. 2018 was dat nog 3,4 MWp gemiddeld per project in deze categorie, in juni 2017 nog maar 2,7 MWp/project. Hier treedt dus een constante vergroting van de schaal van de grootste projecten op. Wellicht dat ik in latere versies deze grootste project categorie verder ga splitsen, om een nog beter beeld van de grootste projecten te krijgen in relatie tot de rest van de verzameling bij Polder PV.

De verhouding in capaciteit accumulatie tussen deze grootste categorie, en de op 1 na grootste (>= 250-500 kWp) is inmiddels al opgelopen tot een factor 3,8 staat tot 1. In de oktober 2018 update was dat nog maar een factor 2,4 : 1. Bij de aantallen installaties binnen deze 2 grootste project categorieën is die verhouding inmiddels precies andersom, factor 1 : 3,4.

Momenteel op de derde plaats bij de geaccumuleerde capaciteit staat de klasse >= 100-250 kWp, met 261 MWp verdeeld over 1.653 projecten. De categorie met installaties >= 500 - 1.000 kWp volgt kort daar op, met 205 MWp en 310 projecten. Categorie >= 50-100 kWp blijft daarbij steeds verder achter, met nu 122 MWp (slechts 11 MWp meer dan in de vorige update), verdeeld over 1.788 projecten. Ook hier dus weer een verder uit elkaar lopen bij de accumulaties van capaciteit tussen twee project categorieën, ten faveure van de grotere project categorie. De kleinere categorieën hebben weliswaar wel "veel projecten", maar de capaciteits-volumes die al die kleine projecten inbrengen krijgt een steeds minder groot aandeel op het totaal.

Wederom sterk achtergebleven t.o.v. laatst-genoemde categorie, is de groep >= 25-50 kWp, met 76 MWp (slechts 5 MWp meer dan in vorige update), en momenteel 2.104 projecten. De groei is dus alweer zeer beperkt gebleven, al zal ik beslist binnen deze groep al een zeer grote hoeveelheid projecten "missen" omdat ze geen nieuwswaarde meer zullen hebben, en de tijd ontbreekt om daar heel veel energie in te gaan stoppen (vandaar de doorzichtig weergegeven kolom in de grafiek).

De kleinste categorie (>= 15-25 kWp), zoals bekend mag worden verondersteld nog chronischer "onder-gewaardeerd" in de talloze media uitingen over PV-projecten, heeft nog maar 1 MWp meer verzameld dan in voorgaande update, momenteel 27 MWp in mijn database. Met "slechts" 1.374 installaties. In werkelijkheid is het natuurlijk véél meer. Hoeveel meer is vooralsnog niet goed op het netvlies te krijgen, de markt is veel te chaotisch en dynamisch, om goed te kunnen doorgronden op dit lage niveau. Derhalve: de resultaten rechts van de vertikale stippellijn pro memori, de werkelijkheid zal wat deze "kleine" categorieën betreft een stuk groter zijn dan lijkt in deze grafiek. Qua impact op de MWp accumulaties zal dat echter relatief "beperkt" zijn (en wordt steeds minder groot van betekenis). De aantallen zijn in werkelijkheid veel hoger.


^^^
Nog niet afgesloten PV installatie project van huurwoningen van corporatie Woonforte (voorheen: WonenCentraal), in de Componistenbuurt in noord-oostelijk Alphen aan den Rijn. Aangezien het PV project nog niet afgesloten was tijdens het maken van deze foto, is ook nog niet bekend wat de totale project omvang zal gaan worden. Het is een vervolg op een isolatie project van 112 huurwoningen in deze buurt, tm. het voorjaar van 2017 uitgevoerd door BAM Woningbouw. Er lijken (maximaal ?) 10 all-black panelen per woning te zijn aangesloten. Als het totaal volume bekend wordt (max. 1.120 ? panelen, mogelijk zo'n 325 kWp ?), zal het project opgenomen worden in Polder PV's "multi-site" overzicht. Het is onderdeel van een veel grotere operatie, waarbij tussen het najaar van 2018 en 2022 in totaal zo'n 3.000 eengezinswoningen van Woonforte zonnepanelen zouden moeten gaan krijgen, zonder kosten voor de huurders. Gefotografeerd door de webmaster van Polder PV, tijdens een fietstocht van Leiden naar Huizen, 19 juli 2019.


Relatie met CertiQ data

In een update van april 2016 werd door mij vastgesteld dat het totale vermogen (destijds 271 MWp) in de single site spreadsheet toen ruim 6% hoger lag dan het laatst bekende volume wat CertiQ in haar maart 2016 rapportage had gepubliceerd voor de gecertificeerde capaciteit, 255 MWp. Over de drie mogelijke oorzaken heb ik toen al enkele opmerkingen gemaakt, zie aldaar (paragraaf onder de foto van project Wageningen).

In de huidige update staat er alleen aan single-sites al een capaciteit van 2.016 MWp geaccumuleerd. Verminderd met ruim 10 MWp aan projecten, waarvan de netkoppelings-status nog niet zeker was op peildatum 9 augustus 2019, resteert dus minimaal zo'n 2.006 MWp als zeker fysiek aan het net gekoppeld. Alleen al voor deze (single site) verzameling van Polder PV geldt, dat het volume daar in vertegenwoordigd bijna 90% geaccumuleerde PV capaciteit t.o.v. het eind juli 2019 in het register van CertiQ geregistreerde gecertificeerde installaties. Dat was namelijk 2.229 MWp.

Een ondergeschikt deel van die capaciteit in het CertiQ register, eind juli jl. verdeeld over 19.257 PV projecten, betreft duizenden kleine installaties bij - grotendeels - particulieren, die destijds een SDE 2008-2010 beschikking hebben weten te verzilveren. Het eerste, nog niet gereviseerde CertiQ jaaroverzicht over 2018 liet zien dat daarvan maximaal rond de 8.500 exemplaren een omvang hebben van 1 tot max. 5 kWp ("typische residentiële categorie"). De gezamenlijke capaciteit van die 8.500 kleine, meestal residentiële installaties is bescheiden, minder dan 21 MWp. Trekken we dat volume af van de eerder genoemde 2.229 MWp, houden we zo'n 2.208 MWp over bij CertiQ, eind juli 2019. Van dat volume is de Polder PV verzameling dus zelfs al 91%. Met de aantekening, dat Polder PV óók projecten in zijn lijst heeft waarvoor geen SDE beschikking kan worden gevonden, en die waarschijnlijk niet bij CertiQ staan geregistreerd. Die projecten zijn deels mogelijk met EIA belasting korting gefinancierd of vergelijkbare regeling, deels betreft het nieuwbouw waarbij de PV generator waarschijnlijk in de bouwsom is meegenomen. Een ander deel betreft een "andersoortige financiering", een beslist al vaker gebruikte optie. Postcoderoos ("verlaagd tarief" in de energiebelasting) is daarbij slechts 1 van diverse opties. Behalve bij crowfunding platforms, en bij sommige (beslist niet alle) PCR projecten, zijn publiek beschikbare details over dat soort anderszins ge(co)financierde PV installaties helaas vaak non-existent.


Gemiddelde systeem-grootte accumulaties en toevoegingen - enorme schaalvergroting

Zoals hierboven al kort vastgesteld, neemt globaal genomen de gemiddelde grootte van de nieuwe grote PV projecten toe. Gekwantificeerd in meer detail ziet dat er als volgt uit:
  • systeemgemiddelde van toevoegingen in periode 12 april 2015 - 9 augustus 2019 (6.807 projecten, 1.907 MWp): 280 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 25 dec. 2015 (5.578 projecten, 1.808 MWp): 324 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 11 april 2016 (4.987 projecten, 1.745 MWp): 350 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 21 juli 2016 (4.494 projecten, 1.686 MWp): 375 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 22 dec. 2016 (3.659 projecten, 1.517 MWp): 415 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 5 juni 2017 (2.683 projecten, 1.420 MWp): 529 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 25 februari 2018 (1.760 projecten, 1.165 MWp): 662 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 16 oktober 2018 (1.020 projecten, 838 MWp): 822 kWp
  • systeemgemiddelde van geaccumuleerde totaal volume per 9 augustus 2019 (8.210 projecten, 2.016 MWp): 246 kWp

U ziet hieraan dat het systeemgemiddelde van de nieuwe installaties vanaf 12 april 2015 met elke update is toegenomen. Het systeemgemiddelde van de toevoegingen nam zeer sterk toe van 280 naar 822 kWp, bijna drie maal zoveel. Veroorzaakt door opname van inmiddels al de nodige grote grondgebonden projecten, en omvangrijke nieuwe rooftop installaties. Als we kijken naar de accumulatie van alle projecten in de laatste update van 9 augustus 2019 (laatste regel), blijkt het systeemgemiddelde ook daar al op een hoog niveau te liggen van 246 kWp, wat een forse toename is t.o.v. de 164 kWp in de vorige update (50%).

Deze sterke toenames lagen aanvankelijk vooral aan de hoge instroom van forse projecten met SDE 2014 subsidie beschikkingen. Daar is het laatste jaar vooral veel volume overheen gekomen van veel grote projecten uit de SDE 2016 en 2017 subsidie regelingen (2 jaar rondes, vier deel-regelingen), en ook al de nodige uit met name de voorjaars-ronde van SDE 2018. Binnen SDE 2014 lag de gemiddelde installatiegrootte zelfs op een hoge 297 kWp bij het toegekende volume. Het volgens RVO "gerealiseerde beschikte" gemiddelde ligt wel lager, op 270 kWp (status update 5 augustus 2019). Er moeten echter nog steeds zeer veel grote projecten (met name grondgebonden installaties) opgeleverd worden met recentere SDE beschikkingen. Zo lang die nog niet zijn gerealiseerd, blijft het systeemgemiddelde bij zowel de tussentijdse toevoegingen, als bij de accumulaties, op een lager niveau hangen dan bij de grote hoeveelheid toekenningen voor die regelingen in de laatste twee jaar.

Schaalvergroting gevisualiseerd

Met bovenstaande cijfer reeksen wordt het steeds duidelijker dat er een enorme schaalvergroting is gekomen in de feitelijke realisaties van de grotere zonnestroom projecten in Nederland. Ik heb die schaalvergroting voor de februari 2018 update voor het eerst in twee nieuwe grafieken gevisualiseerd. Hier onder voeg ik de nieuwe plaatjes toe met de meest recent bekende data in de update van 9 augustus 2019. Belangrijke opmerking bij de 2 volgende grafieken: 2019 is uiteraard nog lang niet compleet. Niet alleen omdat we nog dik 4 (drukke) maanden hebben te gaan (behoorlijk wat zonneparken zouden nog eind dit jaar worden opgeleverd volgens gepubliceerde plannen). Maar ook, omdat nog heel veel eerder gerealiseerd volume uit dit jaar nog helemaal niet bekend is (maar wel al lang opgeleverd, zoals o.a. is te zien in actuele satelliet foto's). De verwachting is dan ook, dat de resultaten voor 2019 later nog flink opwaarts bijgeplust zullen gaan worden. Min of meer vergelijkbaar voor de resultaten van 2018 in voorgaande updates, die forse opwaartse bijstellingen hebben laten zien. Alleen in nog heviger mate, aangezien 2019 alweer een nieuw record jaar bijplaatsing van PV gaat worden.

I Schaalvergroting bij de accumulatie van projecten, per project update

Daartoe heb ik in eerste instantie het totaal aantal zonnepanelen en de gezamenlijke capaciteit van de grootste geaccumuleerde 10 projecten in mijn projectenlijst (installaties van minimaal 15 kWp) in de loop van de tijd bij elkaar gezet. En, apart, hetzelfde gedaan voor uitsluitend de rooftop projecten (bijna uitsluitend plat dak installaties, meestal op industriële daken). Beiden alleen voor de "single-site" lijst (multi-sites niet meegerekend).

In de gestreepte ---- blauwe curve is het aantal zonnepanelen in de tien grootste rooftop projecten in mijn database getoond in versies tussen september 2014 en het laatste exemplaar van 9 augustus 2019. De aantallen bij de tien grootste (single-site) rooftop projecten namen toe van bijna 56.500 tot ruim 188.000 panelen in deze periode. Een toename van 233%. Kijken we naar de capaciteit van de 10 grootste rooftop projecten (continue blauwe curve), nam deze toe van 11 naar 53 MWp (toename 382%). Bij de rooftops is de relatieve capaciteits-toename dus sterker geweest, dan die bij de aantallen panelen. Een duidelijk teken dat het vermogen per paneel flink is toegenomen, de afgelopen jaren.

Bij álle projecten (rode curves), die dus óók grote grondgebonden projecten bevatten (in de meeste gevallen "klassieke" vrijeveld projecten, maar ook bijv. vrijstaande carports, projecten op / tegen aarden wallen e.d.), zijn de ontwikkelingen zelfs explosief geweest m.b.t. zowel de aantallen panelen als de capaciteiten die er mee gepaard zijn gegaan. Bij de aantallen (gestreepte ---- rode curve) bevatten de tien grootste projecten (rooftops én grondgebonden installaties e.a. projecten indien van toepassing, zoals luifels, een handvol drijvende zonneparken, e.d.) in mijn database in september 2014 nog bijna 90.000 panelen. Dat volume was, na een zeer opvallende versnelling vanaf eind 2016, al ge-explodeerd tot bijna 1,02 miljoen (!) exemplaren in de update van 9 augustus 2019. Een toename van 1.037% (factor 11,4 maal zo veel) ! Dat komt natuurlijk omdat er in de laatste updates (sinds 25 feb. 2018) alléén nog maar grondgebonden installaties in de grootste tien single-site projecten voorkwamen. En die brengen, met name de grootste exemplaren, zeer grote hoeveelheden geïnstalleerde zonnepanelen (en capaciteit in MWp-en) met zich mee.

Heftige capaciteits-toename bij 10 grootste projecten
Bij de capaciteit is het nog heftiger geweest: daar was het volume voor de grootste tien projecten toegenomen van 13 MWp (september 2014, grotendeels nog rooftop projecten bij de eerste 10), met een duidelijke groei versnelling vanaf eind 2016, een tijdelijke afvlakking in de update van november 2018, en wederom een sterke groei daarna, tot 323 MWp (augustus 2019, alle 10 grootste projecten grondgebonden). Een groei van 2.396% (factor 25 maal zo groot!). Dat wordt niet alleen veroorzaakt door de steeds grotere omvang van opgeleverde grondgebonden installaties. Maar is tevens te wijten aan de sterk toegenomen capaciteit van zonnepanelen, zelfs bij dergelijke grote projecten. In 2014 lag dat nog op zo'n 250 Wp per stuk. In 2017 werden veelvuldig installaties met 270 Wp modules voorzien, in 2018 280 Wp. Maar bij de nodige grote projecten werden en worden zelfs al zonnepanelen toegepast met nominale capaciteiten tussen de 290 en 350 Wp. Of, sporadisch, zelfs nog hoger. Dit is vooral te wijten aan het feit, dat de industrie massaal aan het overstappen is op zogenaamde PERC cellen en andere innovaties (zoals de zogenaamde "half-cut cell" technologie). Waarmee beduidende hogere module capaciteiten zijn te bereiken, op dezelfde productie lijnen.

Als we in detail naar de tussentijdse evaluaties gaan kijken, zien we in september 2014 nog slechts 2 grondgebonden installaties opdoemen bij de 10 grootste gerealiseerde single-site projecten. Dat wisselde van 1 tot 2 in de versies tm. juli 2016. Afhankelijk van de progressie van de omvang bij rooftop projecten. In de status update van december 2016 waren het er al drie (tevens top drie bezettend). In die van juni 2017 werden de eerste 5 plaatsen al door grondgebonden projecten geclaimd, en in februari 2018 waren alle eerste tien posities al vrijeveld installaties. Gecontinueerd in de updates van 16 oktober 2016 en 9 augustus 2019, deels met andere (nieuwe), nog grotere zonneparken. De grootste drie in de laatste update hebben een gezamenlijke capaciteit (136 MWp) die een factor 10 en een half maal zo groot is, dan het gezamenlijke volume van de tien grootste projecten in september 2014 (bijna 13 MWp).

Opvallend is de "neerwaartse knik" bij de capaciteits-grafiek in de periode feb. - okt. 2018 (getrokken rode lijn). Dit komt, omdat in de update van oktober 2018 er bij de eerste tien grote (grondgebonden) projecten 2 extra dunnelaag exemplaren zijn bijgekomen (er stond er al 1 in het lijstje van februari dat jaar). Die leveren wel "veel PV panelen" (gestreepte rode lijn continu doorgroeiend), maar ze dragen, naar rato t.o.v. klassieke, hoog vermogen hebbende kristallijne (c-Si) zonnepanelen, veel minder bij aan de toename van de capaciteit. In de laatste update is nog maar 1 dunnelaag project (Groene Hoek Hoofddorp fase I) in de top-tien over, waardoor vanwege de dominantie van de krachtige c-Si panelen hebbende 9 overige exemplaren, de curve een steile sprong naar boven heeft gemaakt.

Verwachting: "schaar" gaat nog verder open
De verwachting is dat het verschil tussen "de tien grootste" single-sites, en "de tien grootste rooftop single-sites" nog verder zal gaan toenemen, naarmate de grondgebonden zonneparken die in 2019 en later zullen worden opgeleverd groter van stuk gaan worden, en hun intree zullen gaan maken in het "top tien lijstje". Zonnepark Scaldia, nog een punt van discussie in de voorgaande update, is inmiddels al lang als grootste gerealiseerde park opgenomen. Er volgen nog grotere projecten, waarvan "Zonnepark Midden-Groningen" in Sappemeer, met 103 MWp, dit najaar opgeleverd moet gaan worden. Later zullen nog minimaal 2 grotere projecten kunnen gaan volgen: Harpel - Vlagtwedde (Groningen, 110 MWp, en alweer een aanvraag om dat al zeer grote project fors te gaan uitbreiden). En Dorhout-Mees te Biddinghuizen (Flevoland), wat 125 MWp groot zou moeten gaan worden (voorlopig grootste concrete project van NL, waartegen geen "zienswijzen" zijn ingebracht).

Grondgebonden versus rooftop: vergelijking impact
In andere bewoordingen kunnen we de schaalvergroting ook als volgt benoemen. De grootste 33 projecten in het overzicht van Polder PV zijn grondgebonden installaties. Deze hebben een geaccumuleerde capaciteit van 603 MWp (al 30% van totaal volume in projecten lijst !). Als we het totale geaccumuleerde volume van de 33 grootste rooftop projecten optellen, komen we slechts op een capaciteit van 124 MWp uit ("slechts" ruim 6% van totaal volume). Een verschil van bijna factor vijf.

II Schaalvergroting bij de evolutie van nieuw opgeleverde projecten per kalenderjaar

Ik heb in een aparte grafiek ook een vergelijkbaar beeld opgetuigd voor de per kalenderjaar nieuw opgeleverde grootste tien projecten. Wederom voor de 10 grootste (alle projecten), en voor de 10 grootste rooftops in het betreffende kalenderjaar. Dan krijgen we de volgende grafiek.

Ook hier zijn de verschillen tussen "10 grootste nieuwe rooftop projecten per kalenderjaar" (blauwe curves), en de "10 grootste nieuwe projecten" (inclusief grondgebonden projecten e.a. grote installaties, rode curves) zeer opvallend. De curves liggen vrijwel tegen elkaar in eerdere jaren (nog vrijwel geen grondgebonden installaties van enige omvang).

Hierbij echter wel een belangrijke voetnoot. In een vorige versie (feb. 2018), was het aantal panelen van de eerste 10 projecten in 2011 nog opvallend hoog (rode streepjeslijn), en viel dat het volgende jaar weer terug. Dat had te maken met de oplevering van het toen byzondere zonnepark in Azewijn in dat jaar, een de facto "grondgebonden park" van speciale categorie: op een oude afvalberg. Wat voor die tijd, uniek, gepaard ging met de installatie van een omvangrijke hoeveelheid van 36.000, laag vermogen (50 Wp) hebbende dunnelaag amorf silicium zonnepanelen. Dat had enorme impact op het totale volume van de eerste tien projecten (46.325 panelen incl. Azewijn). Azewijn had daarin een aandeel van maar liefst 78%. Daarna is die rood-gestreepte curve weer ingezakt, omdat dergelijke unieke gebeurtenissen (in een toen nog relatief kleine totale markt) verder niet meer zijn voorgekomen. Of die zijn verzopen in het veel grotere plaatsings-geweld van de jaren vanaf 2014.

Zoals te zien aan bovenstaande update, is dat kortstondige 2011 "Azewijn piekje" niet meer terug te zien. Dat komt, omdat het project al sinds de voorgaande versie van oktober 2018 uit mijn primaire spreadsheet is verdwenen (naar deel sheet afgevoerde installaties), omdat de PV generator in de vroege herfst van 2018 is verwijderd. Er is alweer een nieuwe (kristallijne) generator aangebracht, of grotendeels opgeleverd. Er is nog geen bericht met melding "netgekoppeld" voor de nieuwe installatie, dus wellicht volgt die pas in een volgende update.

Vanaf 2014 begint een zeer opvallend verschil tussen de rode en blauwe curves te ontstaan, wat te maken heeft met de realisatie van met name grote grondgebonden PV projecten, met duizenden zonnepanelen, die gemiddeld genomen véél groter zijn dan zelfs de tien grootste nieuwe rooftop projecten in die jaren. Het verschil was in 2015 nog relatief klein, maar al behoorlijk groot in 2016. Na een lichte "terugval" in de progressie van het tempo in 2017, is in 2018 het gas er vol op gegaan, en zijn beide curves voor de tien grootste projecten, in casu, uitsluitend grondgebonden zonneparken, zowel bij de aantallen panelen, als bij de capaciteiten in MWp, extreem snel gestegen.

Dit resulteert in de update voor 9 augustus 2019 voorlopig al voor het kalenderjaar 2018 in een verschil bij het aantal panelen van een factor 6,0 tussen de 10 nieuwe grootste single-site projecten (958.642 / bijna een miljoen zonnepanelen, uitsluitend grondgebonden zonneparken) t.o.v. de 10 nieuwe grootste rooftops in 2018 (159.378 panelen). Bij de opgestelde capaciteit van de 10 nieuwe grootste projecten is deze verschil factor bijna 5,8, in het voordeel van "alle 10 grootste projecten" (allen grondgebonden), met, afgerond, 257 MWp, t.o.v. alleen de 10 nieuwe grootste rooftops (45 MWp). Dit komt wederom, omdat er nog 1 dunnefilm project bij de tien grootste (grondgebonden) projecten zit in dat kalenderjaar. Wat de totale capaciteit drukt in die categorie. Bij de grootste tien rooftop projecten zitten al lang geen dunnelaag projecten meer, dus daar is dat "drukkende effect" afwezig.

De toenames bij de 10 nieuwe grootste rooftop projecten waren ruim 12.300 tot bijna 160.000 panelen tussen 2011 en 2018 bij de aantallen (bijna factor 13 verschil), met de huidige status update. Bij de capaciteit was het verschil toegenomen van 2,8 tot 44,6 MWp. Zelfs een factor meer dan 16 maal zo groot dan in 2011.

Bij "alle tien grootste" projecten (incl. de grondgebonden projecten) was de netto groei ruim 12.300 panelen in 2011 (oude project Azewijn ge-elimineerd, zie hierboven) tot bijna 959 duizend panelen in 2018, met de huidige status update (toename factor 78x). Bij de totale capaciteit van de tien grootste nieuwe PV projecten ging het van slechts 2,7 MWp in 2011 (excl. oude Azewijn project), naar een spectaculaire 256,6 MWp in 2018. Een groei met een factor bijna 94 maal zo groot, in minder dan 7 jaar tijd. De schaalvergroting in ultimo in beeld gebracht. Een van de structurele oorzaken van deze enorme schaalvergroting vindt u verder hieronder in beeld weergegeven door Polder PV: de groei van zonneparken in Nederland.

2019 - totaal volumes nog lang niet duidelijk, maar naar verwachting: zeer hoog
In de grafiek vindt u rechts ook de datapunten voor het jaar 2019, zoals in de huidige status update al duidelijk is geworden. Uiteraard moet daar nog heel erg veel capaciteit en panelen bijkomen, omdat er nog heel veel niet bekend is voor het huidige jaar, en omdat er nog vier maanden zijn te gaan, met, wederom, forse extra te verwachten volumes, inclusief zeer grote projecten die toe kunnen gaan treden tot het nu nog zeer voorlopige top tien lijstje. Voorlopig liggen de cijfers tot en met de projecten update van 9 augustus 2019 bij Polder PV op de volgende niveaus. Alleen rooftop projecten tot nog toe gerealiseerd bekend ruim 119 duizend panelen, met een geaccumuleerd volume van ruim 36,5 MWp bij de grootste tien exemplaren. Bij de tien grootste projecten inclusief rooftops tellen we wederom uitsluitend grondgebonden installaties. Met reeds bijna 555 en een half duizend zonnepanelen, tezamen een capaciteit vertegenwoordigend van 165 MWp. De verwachting is dat deze cijfers voor kalenderjaar 2019 nog (zeer) fors opgewaardeerd zullen gaan worden. Waarbij het natuurlijk interessant zal zijn om te zien hoe de verhoudingen dan zullen zijn t.o.v. de nu reeds behoorlijk geconsolideerde cijfers voor het voorgaande jaar, 2018. Vooral de totale capaciteit van de tien grootste, eind dit jaar fysiek aan het net gekoppelde installaties, zal zeer hoog kunnen uitpakken, als de nu grote, in bouw zijnde projecten voor het eind van het jaar zullen worden afgerond.


^^^
Een van de grote recente toevoegingen aan de projecten database van Polder PV was de reeds lang verwachte fase II van zonnepark "De Groene Hoek" bij Hoofddorp (Haarlemmermeer, NH). In tegenstelling tot fase I, waarbij CdTe dunnelaag modules zijn toegepast (zie foto in de update van oktober 2018), bestaat de toevoeging uit "klassieke" 60-cels kristallijne zonnepanelen. Aan weerszijden van fase I (noord, resp. zuidzijde) zijn twee percelen toegevoegd, met in totaal 18 MWp nieuwe capaciteit, bovenop de reeds eerder gerealiseerde ruim 15 MWp uit fase I. Op de foto een trafo station van regionaal netbeheerder Liander, die ook alles uit de kast moet halen om "bij te blijven" met de rappe groei van de zonneparken in hun netgebied. Zeker in combinatie met de ook sterk toegenomen vraag vanuit de agrarische sector, groeitijger Schiphol, én de hoge, bijkomende stroom-vraag vanuit de datacenters in een groot gebied rondom Amsterdam.

Er zijn twee fors uiteenlopende opgaves voor het aantal panelen in fase II (10% verschil ...), ik heb de betrouwbaarste opgave meegenomen in mijn overzicht. In totaal is er op deze lokatie, met twee SDE beschikkingen, dus een volume van ruim 33 MWp gerealiseerd, met 2 fundamenteel van elkaar verschillende module technologieën. Omdat de twee delen gescheiden van elkaar zijn gebouwd, verschillende SDE beschikkingen hebben uit twee jaargangen, en aan het net gekoppeld met minimaal een jaar verschil bij de fysieke opleveringen, heb ik, uitzonderlijk, beide fases separaat, als twee verschillende projecten, in de spreadsheet ingevoerd. Voor de oplettende lezer: het complete project is fraai te zien vanuit de trein, voordat u vanuit richting Leiden noordwaarts de Schipholtunnel in verdwijnt. In dat geval van tevoren alvast klaar gaan zitten bij een raam aan de linker (west)zijde van de trein, nadat u station Hoofddorp verlaat. Enjoy ! Gefotografeerd door de webmaster van Polder PV, terug fietsend naar huis, na het 25-jarige jubileum van het aan de Polderbaan van Schiphol grenzende Bulderbos van Milieudefensie, 15 juni 2019.

III Grootste project en de "historie" van grootschalige PV in Nederland - Floriade dak uit top 100

Heel erg lang is het in 2002 opgeleverde PV dak op de Floriade te Vijfhuizen (NH) het grootste zonnestroom project van Nederland geweest, en had het bij oplevering naar zeggen het grootste geïntegreerde PV dak ter wereld. Het is 2,3 MWp groot, had op maat gemaakte PV glas laminaten van 118 Wp per stuk, en gaat mogelijk binnen niet al te lange tijd zelfs vervangen worden.



^^^
Toen het nog "even" het grootste PV project van Nederland "mocht" zijn. Floriade Expo
te Vijfhuizen, in de winter van 2011. Net aan zijn bij de voorste kap de panelen te onderscheiden.
Het zijn er erg veel, want het vermogen per module was in de tijd van oplevering niet te vergelijken
met de module capaciteiten die we tegenwoordig kennen. Bovendien waren het destijds byzondere,
deels licht doorlatende, speciaal gemaakte panelen (Siemens / Shell).

Het in mei 2015 reeds aangekondigde Wehkamp rooftop project op Hessenpoort te Zwolle (Ov.) werd iets groter, en was sedert haar oplevering in het najaar van 2015 kort, met bijna 10% meer capaciteit (2,5 MWp), "het nieuwe grootste PV project" van Nederland. Dat was echter van korte duur, want eind 2015 werd al het zonnepark Ballum op Ameland aan het net gekoppeld, wat vanaf dat jaar meteen de ommekeer inluidde. Want het was, met bijna 6 MWp, niet alleen met stip de grootste PV-installatie van Nederland. Maar meteen ook het grootste grondgebonden PV project (daarvoor was dat het inmiddels al van haar oude generator gestripte zonnepark Azewijn in Gelderland, met dunnelaag modules, 1,8 MWp).

Sedertdien zijn er beslist zeer grote rooftops bijgekomen, met tot nog toe het DC van Michael Kors / Etriplus te Venlo (L.) als grootste rooftop project, met maar liefst 28.386 zonnepanelen. Maar voor "de grootste PV-installatie" was het toen al lang definitief aan de grondgebonden projecten om de eer op het gebied van de opgestelde capaciteit onderling onder elkaar te gaan verdelen. Daar kon geen enkel dakgebonden project meer tegenop.

En zo sprong het project volume achtereenvolgens, per kalenderjaar, naar bijna 31 MWp bij de imposante veld-installatie van Sunport te Farmsum / Delfzijl, (netkoppeling eind 2016). En in de herfst van 2018 alweer naar ruim 54 MWp bij Zonnepark Scaldia op de grens van gemeentes Borsele en Vlissingen (Zld), bovenop een complexe, strategische leidingstraat voor de zware industrie waar toch niets anders mee was te doen. Eind 2019 zal dat project alweer naar de 2e plaats worden geschoven door het ooit door Powerfield ontwikkelde 103 MWp grote Zonnepark Midden-Groningen wat momenteel te Sappemeer wordt gebouwd door Chint-Astronergy met de aannemers-combinatie Goldbeck / Greencells.

Ondertussen zijn er al talloze grote "kleinere" projecten gerealiseerd, zowel op daken, als, in rap toenemende mate, op de grond. Het ooit grootste PV project van Nederland, Floriade, zonk, met elke toevoeging van alweer een groter project, stapsgewijs omlaag in de rating. Inmiddels zijn alle grote projecten al lang grondgebonden installaties. Pas op de twee-en-der-tig-ste (!) plaats komen we de grootste rooftop installatie (het reeds genoemde Michael Kors DC te Venlo) tegen. Daarna volgt een bonte mix van nog meer grondgebonden projecten, gelardeerd door af en toe een vette dakgebonden installatie op - meestal - een groot distributie centrum. En pas op rangorde 104 komen we nu dat veelbesproken, ooit grootste (rooftop) project Floriade tegen. Definitief verstoten uit "de top honderd" van grootste zonnestroom projecten in Nederland. Voor wie de historie van zonnestroom in ons land op waarde weet te schatten, mag dat wel als byzonder moment worden gezien. Het is de laatste jaren met solar snoeihard gegaan ...


Verdeling over de kalenderjaren in de onderzochte populatie PV projecten

Over het hete thema "jaar van oplevering van PV projecten" heb ik reeds het nodige gezegd als begeleidend commentaar bij de destijds voor het eerst gepubliceerde grafiek over dat thema, en in de daar op volgende updates. Ik verwijs u daarvoor met name naar de artikelen van 25 december 2015, en van 12 april 2016.

De resultaten in onderstaande grafiek zijn voor de jaren vanaf in ieder geval 2018 hoogstwaarschijnlijk nog lang niet volledig, en mogelijk zelfs voor 2017 nog niet. Áls er al iets over projecten wordt gepubliceerd, kan dat beslist pas veel later geschieden dan rond de datum van oplevering. Of de informatie is zo goed "verstopt", dat ik het pas zeer laat ontdek. Soms krijg ik alsnog via allerlei omwegen info over oude projecten toegespeeld, of vind ik oude artikelen over dergelijke projecten. 2017 en, met name, 2018 zijn drukke jaren geweest, ik weet zeker dat ik nog wel het e.e.a. uit die periode (alsnog) zal ontdekken, wat al lang is opgeleverd. Ook denk ik dat er zeker nog wel wat volume uit eerdere jaren bij zal komen, naar gelang mijn navorsingen meer van dergelijke oude projecten boven tafel zullen gaan halen, of er eindelijk info over "anonieme" projecten boven water zal komen. Al schat ik in dat het voor de oudere jaargangen niet om veel vermogen zal gaan. Voor 2018 geldt in ieder geval nog meer dan voor 2017, dat daar nog wel het nodige aan volume bij zou kunnen komen, ook gezien mijn ervaringen met de recente bijschrijvingen.

Het niveau voor het geaccumuleerde vermogen in 2017 ligt in mijn huidige project update op een relatief bescheiden niveau boven van dat van 2016 (282 t.o.v. 247 MWp nieuw volume bij single-site projecten >= 15 kWp, 14% verschil), terwijl er een hogere totale marktgroei is geweest (CBS laatste afschatting 768 MWp nieuwbouw in 2017, wat 26% meer volume is dan de 609 MWp in 2016; een substantieel deel daarvan zal [SDE] projecten hebben betroffen). Dus óf ik heb nog "te weinig" van de grotere projecten in 2017 gevonden, óf het ligt aan een groter volume niet grote projecten, of mogelijk ligt het aan beide oorzaken. Wel is al kristalhelder, dat ik nu al substantieel meer volume voor 2018 heb staan dan in de update van oktober 2018. Logisch, omdat er toen nog zeker 2 en een halve maand voor dat kalenderjaar was te gaan, én omdat er een hoop projecten eerder in dat jaar gerealiseerd, nog niet bekend waren in die voorgaande update. De verwachting is, dat er nog wel meer bij gaat komen, ik kom nog regelmatig projecten opgeleverd in 2018 tegen, die ik voorheen nog niet kende.

Toelichting grafiek

Resultaten voor 2019 zijn met stippellijnen resp. open data punten weergegeven, omdat er uiteraard nog zeer veel volume toegevoegd zal gaan worden voor dit jaar. De resultaten voor de eerdere jaren zijn, waarschijnlijk op 2016-2018 na, reeds aardig "geconsolideerd". Er zal voor met name de 2 laatste jaren nog steeds project volume kunnen bijkomen, gaande het onderzoek van Polder PV. Dit gezien praktijk ervaringen met de evolutie van de statistiek cijfers in voorgaande periodes. De Y-as is logarithmisch weergegeven voor alle 5 getoonde datareeksen.

Helemaal rechts in deze bijgewerkte grafiek met de hier onderzochte populatie van 8.210 projecten (2.016 MWp) de grote hoeveelheid (1.315, 16% van totaal, bijna 51 MWp = 2,5% van totale capaciteit) projecten waarvoor ik nog geen jaar van oplevering heb kunnen vinden in de beschikbare documentatie. Het aandeel op de totalen is verder afgenomen t.o.v. de vorige update (17% aantallen, 4% bij capaciteit), Het betreft door de bank genomen de wat kleinere projecten, het gemiddelde van die nog niet aan een kalenderjaar toe te wijzen deel-populatie is namelijk maar 38 kWp per project. Het gemiddelde van alle hier weergegeven installaties ligt, met de nog zéér voorlopige cijfers voor 2019, een factor 6,5 maal zo hoog (246 kWp). Als er meer info over die nu nog niet aan een kalenderjaar toewijsbare projecten beschikbaar komt, zal dat in toekomstige updates weer worden gecorrigeerd. Dit is trouwens op geringe schaal ook al geschied met projecten met destijds "onbekend" jaar van oplevering in de vorige (eerste) updates. En er zijn wederom alweer de nodige oudere (anonieme) projecten geïdentificeerd en getraceerd, dus de "historische data" zijn t.o.v. de voorgaande versies van deze belangrijke grafiek weer wat verder in positieve zin bijgesteld.

Ter referentie heb ik ook twee relevante "subsidie" data in de vorm van vertikale rode streepjeslijnen in de grafiek gezet. Links de startdatum van de aller-eerste SDE regeling, SDE 2008 op 1 april 2008. Rechts ditto voor de start van de eerste zogenaamde "SDE+" regeling, SDE 2011. Die pas op 1 juli van dat jaar van start ging (en direct werd overtekend). Bij de introductie van "SDE+" werden alle particulieren de facto uit de regeling gegooid door de nieuwe eis van minimaal 15 kWp project capaciteit. Een eis die later nog verder werd verzwaard door het moeten hebben van een grootverbruik aansluiting (>3x 80 ampère). Lees: SDE + alleen nog maar als hoogst interessante subsidie voor bedrijven en instellingen, waar burgers vrijwel niks meer hebben "te zoeken". Tenzij er ook nog crowdfunding bij zou worden gehaald, wat weer een hele organisatie structuur vergt, en administratie (en kosten).

Inhoudelijk commentaar data in grafiek

Het aantal projecten waarvoor het opleverings-jaar bekend is, in blauw, was in het begin extreem bescheiden, met een grillig verloop vanwege de toen al beruchte knipperlicht regelingen (NOVEM, MAP, EPA), die nooit zelfs een deukje in een pak boter hebben kunnen maken voor de grotere projecten. Het aantal grote projecten > of gelijk aan 15 kWp stijgt sedert 2008 snel, en lijkt enigzins af te vlakken, maar dat is schijn, omdat de Y-as logaritmisch is weergegeven. Was het aantal tot nog toe gevonden, in 2009 opgeleverde projecten nog slechts 6, in 2012 was het al gestegen naar, inmiddels, 411 stuks (eerste effecten SDE 2009-2011). Na een lichte, mogelijk statistisch niet relevante inzinking in 2014, zitten we in 2015 al op 1.024 nieuwe grotere projecten. En in 2016, met waarschijnlijk nog steeds de nodige projecten die ik tot nog toe over het hoofd heb gezien, en die ik in de loop van de tijd alsnog hoop te vinden, nu al op een record van 1.222 nieuwe grote projecten. In vorige updates waren dat er nog maar 802 (dec. 2016), 1.097 (juni 2017), 1.203 (feb. 2018), resp. 1.228 (okt. 2018). In de huidige update is er dus weer, ondanks een lichte neerwaartse bijstelling, inmiddels zo'n 52% aan gescoorde installaties voor 2016 bijgekomen t.o.v. de projectenlijst versie van december 2016. Bovendien zijn het er in werkelijkheid natuurlijk sowieso veel meer geweest, vooral vanwege de zware onderwaardering van de kleinste project categorieën die niet in de publiciteit zullen zijn gekomen. Ik vind nog steeds regelmatig grote projecten die in 2015 (of zelfs eerder) zijn gerealiseerd. Voor 2016 verwacht ik beslist nog wel het een en ander aan toevoegingen, omdat veel projecten nog niet in de publiciteit zullen zijn gekomen. Als ook dat achterwege blijft, zal het lastig worden om dergelijke realisaties alsnog via andere wegen op het spoor te komen.

Voor opleverings-jaar 2017 heb ik tot nog toe al 1.030 projecten weten te traceren, ruim 6% meer dan de 969 in de update van oktober 2018. En dat zullen er ook beslist nog meer kunnen gaan worden, ik vind af en toe nog steeds "nieuwe" installaties die in dat jaar zijn opgeleverd. Maar omdat mijn focus uit blijft gaan naar de grote projecten, kan het beslist zijn dat voor de "kleinere" installaties hier nog het nodige aan inhaalwerk verricht moet worden, wat zeer arbeids-intensief is. Het tot nog toe gevonden aantal is wel al 84% van het volume voor "record" jaar 2016. 2018 is natuurlijk t.o.v. de voorgaande update zeer fors opwaarts bijgesteld. In de update van oktober dat jaar had ik nog maar 505 projecten staan, dat is inmiddels al aangezwollen tot 1.081 stuks, ruim het dubbele volume (en: al 5% meer dan de huidige status in 2017).

2019 is vooralsnog een enigma, omdat we nog heel veel niet weten. Een recordjaar wordt het sowieso. Tot nog toe heb ik al 324 projecten opgeleverd in dit jaar geteld open blauw rondje in grafiek), maar dat is nog maar een schijntje van wat er daadwerkelijk opgeleverd gaat worden, en bijna een derde deel van het volume in tot nog toe "record" jaar op dit punt, 2016. In een volgende update kunnen we wat realistischer countouren gaan verwachten voor het hele kalenderjaar volume bij de grotere projecten.

De bovenste, groene curve geeft het totale aantal per project bekende, dan wel uit opgegeven vermogens en jaar van oplevering afgeleide aantal panelen van alle getelde installaties bij elkaar weer. Na een flinke dip in "Brinkhorst Droogte" jaren 2005-2008 nam dit ook snel toe, van (nog zwaar onderschat, nog bij te plussen) 1.098 stuks in 2009, naar een zeer sterk gestegen volume van 2,81 miljoen nieuwe exemplaren tot nog toe geteld voor het waarschijnlijk nog lang niet afgeronde jaar 2018 (dat was in de oktober 2018 update nog maar 1,25 miljoen stuks). Ter vergelijking: in 2015 waren dat er "nog maar" bijna 549.000 exemplaren. Voor het jaar 2018 zijn er nu dus al ruim een factor 5,1 maal zo veel nieuw geplaatste panelen in grote projecten bekend dan in dat jaar. Veel van die panelen zijn in grote boerderij complexen gaan zitten waarvan ik de ene na de andere voorbij heb zien komen, de afgelopen jaren. En veel volume zit natuurlijk ook in de qua aantallen relatief geringe, maar wat opgestelde capaciteit betreft spraakmakende "grote projecten" op industrie hallen, distributie centra, e.d.

Daarbij komen dan ook nog de qua aantallen groeiende grotere vrije veld installaties, die per stuk hoge aantallen panelen "inbrengen" in de cijfers. Tot nog toe, bij de gerealiseerde projecten nieuw recordhouder op dit vlak, Zonnepark Budel-Dorplein in de Brabantse gemeente Cranendonck, opgeleverd in december 2018, bracht bijna 154 duizend kristallijne modules in. Opvallend is, dat dit volume bijna 9% hoger ligt dan het aantal panelen bij huidig kampioen op het vlak van capaciteit, het iets eerder (eind oktober 2018) opgeleverde Zonnepark Scaldia in Borsele / Vlissingen (Zld). Maar dat park heeft dan ook modules met een fors hoger nominaal STC vermogen, en scoort daarbij op het belangrijkste criterium om "de grootste" aan af te meten in de PV wereld: het opgestelde vermogen in MWp.

Nieuw toegevoegde vermogens per jaar, vermogen per paneel

Natuurlijk nauw gerelateerd aan het vorige exemplaar is de nieuwe capaciteit in kWp die per jaar is toegevoegd binnen de getelde populatie, weergegeven in de belangrijke rood-bruine curve in de grafiek. Daarbij moet echter wel worden beseft, dat het gemiddelde vermogen per kristallijn zonnepaneel flink is toegenomen, van grofweg 100 Wp begin deze eeuw, naar inmiddels al - commercieel veel toegepast - een (ook fysiek een stuk groter) module van zo'n 290-300 Wp. En vaak bij residentiële projecten alweer hoger. Een kennelijke anomalie (verstoring van de trend bij de twee curves), "relatief veel" panelen, en "relatief weinig" nieuw vermogen, in 2011, zou verklaard kunnen worden vanwege relatief veel projecten met amorf / microkristallijn Si dunnelaag panelen t.o.v. het nog relatief bescheiden aantal van 268 nieuwe (grote) installaties in dat jaar. Die panelen hadden gemiddeld genomen een veel lager vermogen (grofweg zo'n 130 Wp) dan de toen al populaire kristallijne zusjes met vermogens (ver) boven de 200 Wp per stuk. Veel van die dunnelaag projecten werden destijds gerealiseerd door de succesvolle, met name bij agrariërs installerende leverancier Agro-NRG. Ergo: in die periode de grotere daken, met dus relatief veel dunnelaag modules, maar nog wel een relatief bescheiden vermogen per installatie.

Ondanks het feit dat 2018 waarschijnlijk nog niet is afgerond, is nu al duidelijk dat het ook in mijn projecten overzicht begin augustus 2019 al een record jaar is, wat volume betreft. Waar 2017 in de huidige update nog "maar" 282 MWp toevoegde (excl. categorie "onbekend", jaar van oplevering nog niet traceerbaar), is het in deze update voor het huidige jaar al 788 MWp, een factor 1,8 maal zo veel. En er gaat waarschijnlijk nog e.e.a. aan volume bijkomen.

Bovengenoemde "anomalie" voor 2011 zien we natuurlijk ook terug in de oranje curve, "gemiddelde module grootte", berekend uit het totaal nieuw toegevoegde vermogen en het aantal nieuw geplaatste zonnepanelen per kalenderjaar. Daar zien we een lichte dip in de curve. Het gemiddelde paneel vermogen is tijdelijk iets minder hoog geweest. Maar de globale trend blijft natuurlijk ook stapsgewijs gaan naar steeds grotere paneel vermogens. Dat lag begin deze eeuw nog rond de 100 Wp voor kristallijne panelen in de onderzochte project populatie. In 2015 was het al 246 Wp, en met de meest recent bekende data voor 2016 zijn we gemiddeld genomen, in het flink gegroeide projecten overzicht, al gearriveerd bij 258 Wp. In 2017 lijkt dit iets te zijn afgenomen, tot 255 Wp, maar voor dat jaar moet mogelijk nog e.e.a. aan capaciteit worden bijgeschreven. Dus dat kan nog licht wijzigen. Die kleine "dip" kan zijn veroorzaakt vanwege het in dat jaar door Statkraft opgeleverde Lange Runde zonnepark in zuid-oost Drenthe, met dik 118 duizend laag vermogen hebbende dunnelaag First Solar (CdTe) modules. Wat de nodige impact op het gemiddelde gehad zal hebben. Met de 1.081 reeds in de lijst opgenomen projecten voor 2018 zitten we inmiddels alweer op gemiddeld 280 Wp per paneel. Dat was in de voorgaand update nog vrij bescheiden, 259 Wp, omdat er toen al 2 parken met dunnelaag modules bij de eerste voor 2018 geïnventariseerde volumes zaten, waarvan het effect later door grote hoeveelheden projecten met hoog vermogen hebbende kristallijne Si panelen flink is gedempt. Ook dit voorlopige eindresultaat zal mogelijk nog licht gaan wijzigen, als er meer volume voor 2018 zal worden bijgeschreven in de Polder PV lijst.

De nog vrij bescheiden populatie projecten opgeleverd in 2019 bevatten kennelijk al vrij krachtige modules: het gemiddelde paneel vermogen komt al op een niveau uit van 300 Wp (open oranje rondje in grafiek). De verwachting is dat dit nog wel zal wijzigen, als zeer grote hoeveelheden panelen en capaciteit aan de Polder PV database zullen worden toegevoegd voor dit jaar.

Voor commentaar op de in Nederland op kleine schaal relatief populaire dunnelaag panelen (die het gemiddelde module vermogen in de blijvend door kristallijne Si technologie gedomineerde afzetmarkt enigszins "onder druk" zetten), gelieve verder ook de betreffende paragraaf in de update van december 2015 te lezen.

Aandeel (single site !) projecten 2015-2018 op totale Nederlandse PV markt

Bij het nieuw geïnstalleerde vermogen binnen de onderzochte project populatie, zien we een flinke toename van 2014 naar 2015. Er kwam met de meest recent beschikbare data 135 MWp nieuw gevonden volume bij, waar dat in 2014 nog slechts 51 MWp was. Een factor 2,6 maal zo groot, bij de jaarlijkse capaciteits-groei aan grote projecten. Bezien moet worden of bij latere updates hierin nog veel verandering komt. Er zijn immers nog veel onzekerheden en lang niet alle data zijn bekend. Wel is het zo dat t.o.v. de laatst bekende CBS jaargroei cijfers voor 2015 (verkregen via de nieuwe onderzoeks-methodiek door het CBS), 519 MWp voor de totale Nederlandse zonnestroom markt, het hierboven genoemde volume van 135 MWp zou neerkomen op een aandeel van (minimaal) 26% van het totaal in dat jaar. NB: alleen bestaand uit de zogenaamde single site projecten groter of gelijk aan 15 kWp. En exclusief de nog niet bekende volumes "missende" kleine projecten vanaf 15 kWp (aandeel op totaal zal echter waarschijnlijk relatief bescheiden zijn).

De momenteel beschikbare data voor 2016 laten al een toename zien van 247 MWp, ruim 1,8 maal zo veel capaciteits-groei dan in 2015. Relateren we dat volume aan de laatst bekende, door CBS afgeschatte 609 MWp totale marktgroei in 2016, zou het aandeel van de single-site projecten markt >=15 kWp al zijn gestegen naar (minimaal) 41% van het totale nieuwe marktvolume in dat jaar. Ik verwacht dat daar nog steeds e.e.a. aan "nog niet bekend volume" bij kan komen. Zeker gezien de grote dynamiek in de markt van dat jaar. Ik zal beslist nog wel wat projecten gerealiseerd in dat jaar nog over het hoofd hebben gezien.

Voor 2017 is m.i. nog lang niet "het laatste woord" gezegd. Tot nog toe heb ik 282 MWp aan grotere projecten gerealiseerd in de spreadsheet staan. En dat gaat waarschijnlijk nog meer worden. Al was het alleen maar vanwege de laatst bekende - mogelijk ook nog bij te stellen - afschatting van 768 MWp van het CBS voor dat jaar. Genoemd volume is nu nog "maar" 37% van de huidige CBS schatting voor het totaal, en zal ongetwijfeld naar boven gaan worden bijgesteld (mede ook gezien de hierboven vermelde 41% in 2016).

Voor 2018 geldt dit in nog hogere mate, ik verwacht hiervoor nog forse volume toevoegingen, in ieder geval voor mijn projecten overzicht, en wellicht ook nog bij de totale markt in de CBS cijfers. Tot nog toe liggen de verhoudingen op 788 MWp nieuwe projecten in het Polder PV overzicht voor dat jaar, waarbij het laatste CBS cijfer voor de totale markt voorlopig op 1.511 MWp groei ligt (er zijn diverse bijstellingen geweest van dat laatste cijfer). Wat betekent, dat de verhouding al op 52% van grotere projecten op totaal volume is komen te liggen, een nieuw record. Het Solar Trendrapport 2019 heeft het over 62% van de totale capaciteit gerealiseerd in de "zakelijke markt", en nog maar 38% in het "residentiële" markt-segment, in 2018. Onduidelijk is waar de grens tussen die twee wordt gelegd, maar het is duidelijk dat de projectenmarkt (grotendeels "zakelijk", maar ook op tal van gemeentelijke instellingen, scholen, stichtingen, etc.), zeer flink is aangetrokken in 2018, zoals regelmatig geventileerd door Polder PV. Volgens genoemd trendrapport zou de verhouding tussen "zakelijk" en "residentieel" in 2017 nog ongeveer fifty-fifty (51% / 49%) hebben gelegen. De vrijwel exclusieve reden: een enorme hoeveelheid SDE beschikkingen, die ook onder tijdsdruk, gecombineerd, in versneld tempo al in 2018 werden opgeleverd. De verder gaande kosten-verlaging van zonnepanelen is alleen maar een extra versnellende katalysator geweest in dat proces. De PV-modules zouden voor het grootste deel toch wel zijn gekocht, omdat ze al zeer goedkoop zijn geworden, en de SDE subsidie beschikkingen die in 2016-2017 al waren afgegeven zeer lucratieve business-cases zouden opleveren.

De eerste 324 bijschrijvingen voor 2019 tellen nu al op tot 377 MWp. Daar gaat uiteraard nog zéér veel volume bijkomen. T.o.v. mijn recente afschattingen van mogelijk zo'n 2 GWp nieuwbouw aan PV in Nederland, zou het gevonden volume nu nog "maar" 19% van dat (vermeende) totale nieuwe vermogen zijn, dit jaar. Maar u kunt er vergif op innemen: dat percentage gaat (wederom) meer dan 50% worden, als alle informatie voor 2019 uiteindelijk zal zijn uitgekristalliseerd. Ondanks een ook al zeer hard groeiende kleinverbruik sector (dominant residentieel), zoals de Enexis statistieken ons recent hebben laten zien. De "zakelijke" markt groeit qua capaciteit harder. Vanwege implementatie van de SDE "+" volumes.

Terug naar de grafiek - laatste, belangrijke curve

Een laatste curve in bovenstaande grafiek is die voor het gemiddelde systeem vermogen per project, de paarse lijn (in kWp). Na de chaotisch verlopen "begintijd", met maar een paar projecten (niet representatieve steekproeven), bleef het gemiddelde nieuwe project vermogen lang hangen tussen de 30 en 70 kWp in de >= 15 kWp projecten markt. Echter, wederom is ook hier een zeer duidelijke trendbreuk zichtbaar. Na een eerste aanzet daartoe in 2014 (gemiddelde nieuwe grote projecten 71 kWp), ging in 2015 dat systeem-gemiddelde, over veel meer projecten dan in het afgelopen decennium per jaar werd toegevoegd, fors omhoog. En belandde het in de onderzochte populatie dat jaar al op een hoog gemiddelde van 132 kWp per nieuw project. De implementatie van de succesvolle SDE 2014 regeling deed zich dat jaar al volop gelden, en die trend heeft in 2016, met de tot nog toe bekende installaties, een flinke versnelling laten zien. Het systeem gemiddelde van de nu al bekende populatie nieuwe gerealiseerde grote PV projecten ligt in 2016 al op een hoog gemiddelde van 202 kWp. Uiteraard zijn de toen opgeleverde grote projecten als Solar Campus (Purmerend), Solarpark Kwekerij (Bronckhorst), en Sunport Delfzijl, er mede verantwoordelijk voor, dat het systeemgemiddelde zo fors is opgelopen. Al blijft het deels wel artificieel, omdat mijn aandacht zich vooral op de grotere project realisaties blijft richten. Als ik ook alle kleinere projecten daadwerkelijk in m'n spreadsheet zou hebben staan, zou het systeemgemiddelde omlaag worden gedrukt.

In 2017 is de stijging van het project gemiddelde wederom duidelijk, en bereikte het in de augustus 2019 update een niveau van, voorlopig, 274 kWp. Dit is iets lager dan in de voorgaande update, omdat er de nodige kleinere projecten zijn bijgeschreven voor dat jaar. Met latere toevoegingen kan dat cijfer nog, waarschijnlijk relatief bescheiden, gezien de al grote hoeveelheid geregistreerde projecten, alnog gaan wijzigen. Voor 2018, waarvoor nog wel het nodige aan bijstellingen valt te verwachten, zitten we al op een véél hoger niveau, vooral veroorzaakt door bijschrijving van een behoorlijk volume aan grote grondgebonden zonneparken. Het systeemgemiddelde ligt nu al op 729 kWp, een factor 2,7 maal zo hoog dan het gemiddelde in het voorgaande jaar !

De eerste bijgeschreven 324 projecten in het nog lang niet afgesloten jaar 2019 hebben zelfs alweer een gemiddelde capaciteit van 1.165 kWp per stuk. Maar de verwachting is dat dat fors naar onderen bijgesteld zal gaan worden. Omdat vooral de grootste projecten actief werden / worden gezocht, en opgenomen, vanwege de totale impact op de opgestelde capaciteit. En de kleinere installaties pas "later" zullen worden toegevoegd.

In ieder geval, blijft de sterk opwaartse trend bij de systeemgemiddeldes een realiteit. De hoofdoorzaken, nogmaals: SDE subsidies, in combinatie met blijvende kostprijs ontwikkeling van "solar": verder omlaag...


Zonnepaneel types - weinig impact van artikel Follow the Money

Polder PV heeft als een van meerdere parameters in zijn projecten overzicht ook een veld met het module type staan wat in een specifiek project is gebruikt. Als dat bekend is (geworden, soms pas veel later dan bij eerste invoer), staat daar het merk en/of type paneel, met regelmatig ook het opgegeven vermogen per module, ingevuld. 1 van de merken "waar wat over te doen is geweest" was Hanwha Q-Cells, wat destijds de bekende Duitse fabrikant heeft opgekocht na het faillissement, en in Zuid Korea en elders hoog-kwalitatieve zonnepanelen onder dat merk is gaan produceren en verkopen. Follow the Money had eind november 2018 in samenwerking met RTV Noord een nogal heftig artikel in samenhang met activiteiten rond clustermijn productie van een onderdeel van de moeder holding van Hanwha gepubliceerd, waarna wat negatieve berichten volgden in de Nederlandse pers. Zie de analyse van Polder PV.

Heeft bovengenoemd artikel de kooplust bij instellingen en bedrijven in de PV projecten markt ingeperkt? We weten natuurlijk niet de absolute verkoop volumes van Hanwha in Nederland. Wel kunnen we traceren wat er aan reeds bekend volume in de projecten markt is terug te zien in het detail overzicht van Polder PV. Van alle projecten bij elkaar waarvan ik module merken benoemd heb, heeft Hanwha ruim 3% van het aantal projecten, en zelfs 12% van de totale capaciteit in die projecten (10% van het aantal panelen). Sedert het FtM bericht is het aandeel van Q-Cells in het aantal projecten met bekende module merken gestegen naar bijna 10%, maar het aandeel in de capaciteit is gedaald naar 6%. Dit lijkt dus een "mixed" boodschap af te geven, maar vermoedelijk is gezien de sample omvang van de toevoegingen sedert begin december 2018 (247 nieuwe projecten op naam kunnen brengen wat module merk betreft), dit nog geen goede representatieve steekproef. Ook gezien het hoge aantal potentiële module leveranciers.

In ieder geval zijn al sedert begin december vorig jaar minimaal 24 nieuwe projecten, met een totaal vermogen van bijna 24 MWp, met Hanwha Q-Cells panelen terug te vinden in mijn spreadsheet. En gezien het grote bestand aan projecten zonder bekend merk opgeleverd sinds dat tijdstip, kan het aandeel van deze module fabrikant beslist nog wel hoger zijn geweest. Het FtM bericht lijkt op zijn hoogst "beperkte invloed" te hebben gehad. Wat ook niet vreemd is, gezien de prijzen winnende modules van deze bekende producent. Eind januari dit jaar, 2 maanden na het bericht van FtM, werd door EuPD Research voor het zesde achtereenvolgende jaar een "Top Brand PV Seal" uitgereikt aan de Koreaanse module fabrikant (tevens 4e jaar op rij in Australië).


Grondgebonden zonneparken - sterk groeiende component in de energie transitie. Een zes-luik.

I. Gerealiseerde grondgebonden vrijeveld installaties - groei aantallen en capaciteit per kalenderjaar

Na vele jaren een beetje "prutsen", lijkt met de realisatie van het 6 MWp vrijeveld project op Ameland, eind 2015, een feitelijke trendbreuk gezet, die een potentiële versnelling van deze belangrijke categorie zonnestroom installaties heeft ingeluid. Er volgden nog enkele enkele spraakmakende projecten in de periode 2016-2017, die reeds in een vorige update meer specifiek zijn uitgelicht. Deze sectie gaat dieper in op dit voor Nederland zeer belangrijk wordende type installatie. Wat met name vanaf 2018 al een behoorlijke impact heeft gekregen. Deze ontwikkeling is weliswaar niet van maatschappelijk verzet verschoond, zoals wel vaker bij "nieuwe fenomenen" in het kunstmatige Nederlandse landschap is geschied (gedenk de windturbine discussies). Maar wat in korte tijd al een hoge impact op de totale volumes binnen de PV markt heeft gekregen, en wat in komende jaren nog groter zal gaan worden.

In 2018 is er een zeer opvallende versnelling in de realisatie van de grondgebonden "zonneparken" gekomen, zoals zeer duidelijk wordt uit onderstaande grafiek. Hierin zijn uitsluitend netgekoppelde projecten opgenomen per stuk groter of gelijk aan 15 kWp. Zonneparken op afval depots zijn hier in meegenomen, solar carports (sensu lato), geluidswallen met zonnepanelen e.d. echter niet (dit zijn aparte categorieën bij Polder PV). Ook de categorie drijvende zonneparken wordt buiten de "klassieke grondopstellingen" gehouden door Polder PV, en is dus niet in deze grafiek opgenomen.

Na een "pionierende" start begin deze eeuw (een projectje bij een waterleidingbedrijf in Drenthe in 2001, niet getoond in bovenstaande grafiek), en langdurige stilstand op het gebied van grondgebonden installaties, is de realisatie van (kleinere) zonneparken pas in 2011 op gang gekomen. Al is Azewijn (eerste project opgeleverd 2010/2011), nog aanwezig in de grafiek in de februari update, sedert het exemplaar met status 16 oktober 2018 verwijderd. De oorspronkelijke PV generator is inmiddels volledig ontmanteld, en grotendeels al door een nieuwe, SDE gesubsidieerde generator vervangen. Het aantal projecten (blauwe kolommen) groeide sinds 2012 gestaag, maar ze bleven aanvankelijk qua project omvang (opgestelde capaciteit, oranje kolommen) relatief (zeer) klein. In 2015 kwam daar verandering in, toen de eerste grotere parken het licht zagen. In 2016 werd Sunport Delfzijl (bijna 31 MWp, grootste Nederlandse PV project tot de ingebruikname van Scaldia Vlissingen, ruim 54 MWp, in 2018) opgeleverd. Wat de trend zette voor meer grote zonneparken. In 2017 werden al 27 grondgebonden zonneparken (grote zowel als kleinere exemplaren) opgeleverd, met een gezamenlijke capaciteit van 80 MWp. Bijna de dubbele hoeveelheid van het volume in 2016 (44 MWp), met slechts 7 projecten meer.

2018 zette er flink de sokken in, met in de vorige update, van oktober dat jaar, nog maar 44 nieuwe vrijeveld installaties met een gezamenlijke capaciteit van 172 MWp. In mijn huidige overzicht van 9 augustus 2019 staat voorlopig voor het kalenderjaar 2018 echter al een forse hoeveelheid van 73 nieuwe grondgebonden zonneparken genoteerd, met een spectaculair volume van 444 MWp. Hier kan nog wel iets bijkomen, al verwacht ik niet veel (dit hangt weer met name af of "late" projecten voor of na het eind van het kalenderjaar aan het net zijn gekoppeld). Dat volume is een factor 5,6 maal het nieuwe volume in 2017, er is dus een enorme sprong gemaakt in de toepassing cq. feitelijke realisatie van deze belangrijke zonnestroom genererende grote installaties.

Markt-impact groei zonneparken bij de nieuwe jaarvolumes
Als we even terug-grijpen naar de nog steeds niet definitieve CBS cijfers tot en met 2018, kunnen we hierbij al vaststellen, dat de impact van zonneparken bij de nieuwbouw al zeer sterk is gegroeid, en een significante impact begint te krijgen. Dat laat ik zien in onderstaand tabelletje.

Kalenderjaar
Nieuw volume zonneparken PPV (MWp)
Nieuw volume NL cf. CBS (MWp)
Aandeel ZP's op totaal volume (%)
2014
0,7
357
0,2%
2015
8
519
1,5%
2016
44
609
7,2%
2017
80
768
10,4%
2018*
444
1.511
29,4%

Was in 2014 het aandeel van nieuwe zonneparken op de jaarlijkse groei van de hele markt nog verwaarloosbaar (0,2%), en ook in 2015 nog matig (1,5%), is het vanaf 2016 in de versnelling gegaan. In 2016 was er al een markt aandeel van ruim 7% voor zonneparken, in 2017 ging dat al over de 10% heen. En, het zal menig Nederlander die zich niet met de materie bezighoudt, verbazen: al dik 29% van het totale nieuwe PV volume gebouwd in 2018 is met de huidig beschikbare cijfers al in de vorm van grondgebonden zonneparken geweest. De verwachting is, dat dit aandeel verder zal gaan oplopen. En dat zonneparken dus een significant deel van het totaal gaan vormen, wat de capaciteit (en dus ook: van de te verwachten zonnestroom productie) betreft.

Voor het effect op de eindejaars-accumulaties, zie de 2e tabel onder de volgende grafiek.

Voor het jaar 2019 zijn nog lang niet de volumes tm. augustus goed bekend, en met de vier nog volgende maanden valt er nog heel erg veel capaciteit aan grote veld-installaties te verwachten. Derhalve, zijn de 52 projecten die nu al bekend zijn (zie grafiek hier boven), met een gezamenlijke capaciteit van 234 MWp, nog slechts het topje van de ijsberg. Hier gaat nog veel volume bijkomen. Vandaar dat de kolommen voor 2019 gearceerd zijn weergegeven. Vooral de kolom met de capaciteit zal nog fors hoger gaan worden. Alleen al zonnepark Sappemeer in Midden-Groningen gaat daar al 103 MWp aan toevoegen. En er worden nog heel wat meer grotere zonneparken gebouwd, waarvan een deel beslist dit jaar nog opgeleverd zal gaan worden.

Het systeemgemiddelde vermogen van deze parken is sedert 2014 (slechts gemiddeld 56 kWp per installatie) rap gestegen. Dat bereikte in 2018 al een niveau van gemiddeld 6,1 MWp (grijze curve in de grafiek, referentie: rechter Y-as), zeg maar het equivalent van bijna 22 duizend 280 Wp modules. Slechts relatief weinig zeer grote zonneparken, drukken hier hun zware stempel op dat gemiddelde. De referentie van het aantal projecten netgekoppeld per kalenderjaar, en de totale toegevoegde capaciteit in dat jaar, is de linker Y-as.

Er zijn ook nog 17 zonneparkjes waarvan het jaar van netkoppeling onbekend is (kolommen-paar achteraan in de grafiek). Dit zijn echter erg zeer kleine exemplaren, met een gezamenlijke capaciteit van slechts 345 kWp, en een gemiddelde project omvang van zo'n 20 kWp (deels particuliere systeempjes die o.a. met Google Maps zijn gevonden). Er zijn veel meer van dergelijke grondgebonden systeempjes, met een omvang kleiner dan 15 kWp. Ik heb er al vele tientallen getraceerd in Nederland. Deze worden niet in de cijfers meegenomen.

In totaal heb ik in ieder geval al een volume van 813 MWp als "opgeleverd" in mijn single-site projecten sheet staan voor grondgebonden projecten, verdeeld over 233 installaties. Die gezamenlijk een omvang hebben van 2,93 miljoen zonnepanelen. In de vorige update was dit nog slechts 310 MWp, verdeeld over 154 installaties. De groei van het destijds nog niet "gekende" volume in 2018 en in de eerste helft van 2019 is dus al met name voor de capaciteit toevoeging zeer groot geweest. Een factor 2,6 maal zo hoog dan het niveau in oktober 2018.


II. Grondgebonden PV projecten aantallen en capaciteiten - accumulaties EOY nieuw

In deze tweede, in de huidige versie van 9 augustus 2019 nieuw geconstrueerde grafiek geef ik de accumulatie van opgestelde, fysiek netgekoppelde grondgebonden projecten weer voor het eind van elk jaar (EOY volumes), zowel voor de aantallen projecten (blauwe kolommen), als voor de daarmee gepaard gaande capaciteit, in MWp (oranje kolommen). 2019 (rechts, achteraan) is nog lang niet geheel bekend, de kolommen voor dit lopende jaar zijn gearceerd weergegeven.

Na een vrij gezapige aanloop periode, met weinig activiteit op dit gebied, is er vanaf 2016 een toename zichtbaar, en is met name al in 2018 een zeer significante versnelling te zien. De toenames in de aantallen zonnestroom projecten op de grond zijn nog relatief bescheiden te noemen, opklimmend van 44 > 64 > 91 > 164 stuks in de jaren 2015 > 2016 > 2017 > 2018. Maar de groei in capaciteit is veel harder gegaan bij deze specifieke categorie, met steeds grotere opgeleverde vrijeveld installaties. Eind van het jaar groeiend van 10 > 54 > 134 > 579 MWp in de jaren 2015 > 2016 > 2017 > 2018. Eind 2018 stond er volgens de gedetailleerde database van Polder PV dus al een factor 58 (!) maal zoveel capaciteit in grondgebonden projecten, bij een factor van slechts 3,7 meer bij de aantallen installaties, t.o.v. 2015. De systeemgemiddelde capaciteit van alle grondgebonden zonneparken is eind 2018 reeds opgelopen tot 3,5 MWp (grijze curve). Bij een fictief uitgangspunt met 280 Wp modules zou dat een omvang zijn van zo'n 12 en een half duizend zonnepanelen gemiddeld per project. Voor 2019 is de verwachting dat dit alweer fors hoger zal worden, maar veel is natuurlijk nog niet bekend. Daarvoor moet eerst bekend zijn wat er in totaal zal zijn bijgeplaatst tm. eind van dat jaar.

Voor de eerste resultaten voor 2019, tot en met 9 augustus dit jaar bekend geworden, zijn die volumes al verder toegenomen tot 216 grondgebonden projecten, met 813 MWp geaccumuleerd vermogen. Dat volume is exclusief 17 kleine projecten waarvan het jaar van oplevering nog onbekend is. Volgens mijn statistieken is de eerste driekwart GWp (750 MWp) aan netgekoppelde, grondgebonden projecten reeds begin juli 2019 gehaald. Opmerkelijk, als je bedenkt dat het totale volume nog slechts rond de 10 MWp lag, eind 2015.

In het aparte spreadsheet blad "pending" heb ik vervolgens nog eens een volume van minimaal 226 grondgebonden projecten staan met SDE beschikking, goed voor een beschikte capaciteit van maar liefst bijna 2,1 GWp (!). Als we alle andere projecten hier buiten beschouwing laten (nogal wat grondgebonden projecten met postcoderoos insteek, floating solar, carports, geluidswallen, een grote hoeveelheid plannen nog zonder SDE beschikking (alleen die categorie al minimaal 4,3 GWp), en de kleine verzameling kleine projectjes nog zonder jaar van oplevering, telt het door mij getelde volume van "zonneparken reeds gerealiseerd" (veelal met SDE, maar niet exclusief), 813 MWp, plus het volume aan grondgebonden projecten met SDE beschikking, al op tot minimaal 2,9 GWp, verdeeld over 442 project locaties, waarvan de reeds beschikte projecten voor het allergrootste deel beslist gerealiseerd zullen gaan worden.

Vergelijking status zonneparken bij Polder PV met cijfers van het CBS

In een bericht van 1 maart 2019 kwam het CBS met eerste cijfers voor zonnestroom in het jaar 2018, en publiceerde het data instituut ook - voor het eerst - cijfers over een grove marktsegmentatie, met verdelingen van aantallen en capaciteiten over vier categoriëen. Deze zijn besproken in een artikel op 26 april 2019, op Polder PV. CBS kwam met behoorlijk afwijkende getallen, t.o.v. de eigen cijfers van Polder PV, hierboven afgebeeld: EOY 2017 98 MWp grondgebonden zonneparken aanwezig in Nederland, EOY 2018 444 MWp, en een impliciete jaargroei in 2018 van 346 MWp in alleen dat marktsegment. Polder PV heeft, gezien de hierboven getoonde grafiek, voor die twee jaren al 134 MWp staan (2017, 36 MWp meer dan CBS opgave, 37% !), resp. 579 MWp (2018, 135 MWp meer, 30% !). En een daar uit resulterende jaargroei van 445 MWp in dit marktsegment in 2018 (99 MWp meer dan CBS opgave, 29%).

CBS gaf in hun artikel in maart dit jaar voor EOY 2017 een totaal van "22 parken met zonnepanelen" (grondgebonden PV installaties) op, en voor EOY 2018 "65 parken". Voor alle projecten groter dan 15 kWp had Polder PV reeds 91 exemplaren staan eind van 2017 (factor 4,1 maal zoveel dan CBS claimde !). Waarvan per stuk diverse systeem details, foto's, en exacte locatie bekend zijn. En voor eind 2018 had Polder PV al 164 exemplaren als netgekoppeld opgeleverd in zijn overzicht (zie grafiek, factor 2,5 maal zo veel dan de opgave van het CBS). Ook hierbij lijkt het kristalhelder, dat het CBS ook, net als RVO, de "kleinere zonneparken" compleet over het hoofd lijkt te zien. Ze geeft iig geen nadere precisering van wat er dan wel aan installaties onder de door hen beschouwde "zonneparken" zou moeten vallen.

Wat de capaciteiten betreft, heb ik een en ander weer samengevat in een nieuwe tabel, met daarin ook opgenomen de veel te lage opgaves van het CBS voor de EOY accumulaties van zonneparken in NL (in rode cijfers achter mijn opgaves):

Impact groei zonneparken - eindejaars-accumulaties
Hier onder een vergelijkbare tabel als eerder getoond voor de impact van zonneparken op de jaargroei cijfers. In dit tweede exemplaar laat ik de impact op de evoluerende eindejaars-accumulaties (EOY) zien.

Eind van kalenderjaar (EOY)
Accumulatie zonneparken PPV (MWp)
In rood zeer lage opgaves CBS !
EOY volume NL cf. CBS (MWp)
Aandeel ZP's op totaal volume cf. cijfers Polder PV (%)
2014
3
1.007
0,3%
2015
10
1.526
0,7%
2016
54
2.135
2,5%
2017
134 (98)
2.903
4,6%
2018*
579 (444)
4.414
13,1%

In 2014-2015 is het totale aandeel van grondgebonden zonneparken op alle reeds geplaatste PV volume in Nederland nog marginaal, 0,3-0,7%. Vanaf 2016 neemt het al merkbaar toe tot 2,5%. Dit verdubbelt bijna in 2017, tot een aandeel van 4,6%. Eind 2018 staat er volgens de - nauwkeurige, en goed gedocumenteerde - opgaves van Polder PV al 13,1% van de totale, door CBS opgegeven zonnestroom genererende capaciteit (4.414 MWp) in de vorm van grondgebonden zonneparken aan het net gekoppeld. Als we van de m.i. veel te lage cijfers van het CBS uit zouden gaan (444 MWp accumulatie eind 2018), zou dat aandeel nog maar 10% bedragen. Het CBS heeft wel een voorbehoud bij haar destijds gepubliceerde cijfers: "Wel is bekend dat registraties naijlen waardoor voorlopige cijfers het opgesteld vermogen in dat jaar kunnen onderschatten". Vermoedelijk is een belangrijk deel van hun "onderschatting" te wijten aan deze door mij al jaren (m.b.t. het SDE dossier) gesignaleerde "trage administratieve processen". Vooral in de verwerking van de SDE documentatie tussen CertiQ (die snel reageert / moet reageren op aanmeldingen, omdat direct garanties van oorsprong uitgegeven moeten worden voor de geproduceerde groene stroom) en RVO (die allerlei ingewikkelde checks & balances op de projecten moet uitvoeren, en sowieso door het zeer complexe, veeleisende SDE dossier al jaren compleet overbelast is).

Daarnaast is het ook zo, dat CBS - op intelligente wijze - capaciteit en opleveringen "reconstrueert" uit allerlei data koppelingen die alleen zij kan maken (toegang tot unieke bestanden). Het instituut heeft waarschijnlijk beslist geen gedetailleerd overzicht van fysieke, individuele opgeleverde projecten en daarbij behorende opgeleverde volumes, module capaciteiten, e.d. Polder PV in de meeste gevallen beslist wel. Ondergetekende doet daar al langere tijd grondig onderzoek naar, en meent een zo goed mogelijk, actueel beeld van de opleveringen rond grondgebonden projecten te hebben.

Het is ook mogelijk dat de data voor "veldinstallaties", aangeleverd door RVO via de SDE beschikkingen lijsten, deels incorrect zijn, en dat die verkeerde toewijzingen door het CBS - ongecontroleerd - worden gebruikt. Ik heb al meermalen bemerkt, dat niet alle veld-installaties correct staan aangeduid bij RVO. Er zijn in hun lijsten sowieso te weinig projecten als zodanig gemarkeerd (zie ook dit vergelijkende artikel). Daarbij is het ook nog zo, zoals ook wederom meermalen door Polder PV opgemerkt, dat de beschikte volumes van talloze SDE projecten significant kunnen afwijken van de daadwerkelijk gerealiseerde volumes. De vraag is dus, welke cijfers er uiteindelijk bij het CBS belanden, en welke capaciteiten er worden gebruikt. Met name in het geval van de hoge impact op de totale capaciteit hebbende grondgebonden projecten. Ik blijf erbij, dat mijn data zo accuraat mogelijk zijn, mede ook omdat ik van vrijwel alle door mij opgevoerde gerealiseerde grond-opstellingen fotomateriaal in archief heb, en veel individuele project data, verkregen via verschillende bronnen. En dat de volumes bij grondgebonden parken dus, voor de twee benoemde laatste jaren, fors hoger (moeten) liggen, dan in het aangeduide artikel "officieel berekend" door het CBS.

Inperken van schaal geeft nog steeds dezelfde conclusie
Zelfs als we mijn gedetailleerde project overzicht fors inperken tot uitsluitend de grotere grondgebonden projecten groter dan 500 kWp (een halve MWp), komt het CBS nog steeds "te kort" bij mijn huidige cijfers. Ik vind namelijk bij die grotere projecten accumulaties terug van 22 projecten met 128 MWp, EOY 2017, resp. 74 projecten met 568 MWp, EOY 2018. Nog steeds zijn de volumes bij het CBS dan kleiner: 22 / 98 MWp resp. 65 / 444 MWp. M.a.w., dan heb ik nog steeds voor de accumulaties in die twee jaren 31% resp. 28% meer gerealiseerde capaciteit staan, en zelfs nog 9 grotere grondgebonden projecten meer EOY 2018 (14%): het CBS schiet gewoon structureel tekort bij deze harde kerncijfers, zélfs al zou je je beperken tot de grotere installaties vanaf een halve MWp ...

Ook Elsevier haalde de - te lage - CBS cijfers aan in hun nogal - voorspelbaar ? - gepikeerde recente artikel over de groei van zonneparken in Nederland. En ze voegden er nog een cijfer voor de vermeende aantallen aan toe, waarvan ik niet weet waar ze dat vandaan hebben, namelijk: "Halverwege dit jaar, in mei, stond de teller alweer op een kleine 120" (bij de "veld-opstellingen"). Ook dat cijfer slaat de plank zeer ver mis. Eind mei 2019 had ik al 223 grondgebonden zonneparken in mijn overzicht "realisaties" staan (bijna het dubbele volume). Met een geaccumuleerde capaciteit van ruim 664 MWp ...

Kaartje impact zonneparken op provinciale en op landelijke schaal - tm. 2018 nieuw

Voor onderstaand nieuwe kaartje heb ik per provincie, en landelijk, berekend wat eind 2018 het percentage van de door Polder PV gevonden opgestelde capaciteit aan zonneparken is geweest t.o.v. het door CBS / Klimaatmonitor opgestelde totale PV volume in die provincies (cijfers van status update van 29 mei jl.). Hierbij wordt dus het al in 2019 opgeleverde, en door Polder PV reeds getraceerde nieuwe volume niet meegerekend (!). Voor details daar over, zie deel 4 van dit zes-luik over grondgebonden zonneparken. Desondanks blijkt de impact van zonneparken op de totaal volumes voor heel Nederland, en ook op provinciaal niveau, vorig jaar al aanzienlijk. Ongetwijfeld al veel hoger dan menig burger, en zelfs de vakmensen, in Nederland denken.


^^^
"Zonneparken" exclusief drijvende PV-installaties, carports, geluidswallen e.d.
Maar inclusief grondgebonden projecten op afval depots.
(ondergrond kaartje: Pixabay)

Per provincie zijn van links naar rechts drie data koloms-gewijs weergegeven: de geaccumuleerde capaciteit in grondgebonden zonneparken, EOY 2018, volgens Polder PV (groene kolom), de opgestelde capaciteit bij "bedrijven" (zijnde "niet residentieel") EOY 2018 volgens de meest recente update van Klimaatmonitor / CBS (blauwe kolom), en de totale PV capaciteit in heel Nederland EOY 2018 volgens Klimaatmonitor / CBS (gele kolom). Alle opgaves zijn in MWp opgesteld generator vermogen. Onder de groene kolom is ook het procentuele aandeel van de capaciteit van zonneparken t.o.v. het totaal (gele kolom) aangegeven (in %). Rechts vinden we nog een marginale categorie "onbekend", waarvoor nog geen toewijzing aan een provincie gegeven kon worden, maar wat vrijwel geen volume bevat (eerste 2 cijfers "achter de komma", dus hier op nul MWp afgerond). Links-boven zijn de totale cijfers voor heel Nederland aangegeven, zoals hier boven reeds in de vorm van tabellen is gegeven (incl. EOY 2018 bij accumulatie).

Uit laatstgenoemde kolommen groepje wordt wederom duidelijk dat er eind 2018 al meer capaciteit in zonneparken stond opgesteld dan het CBS (in maart dit jaar) had aangegeven: 13,1% van het totaal opgestelde volume van 4.414 MWp stond 31 december 2018 reeds, netgekoppeld, "op de grond" (579 MWp). Volgens het CBS stond er toen in totaal buiten de residentiële sector ("bedrijven") 2.106 MWp. Zouden we het aandeel van zonneparken op dát volume nemen, was dat al dik 27%. Disclaimer: Als het CBS later totale volumes gaat wijzigen (wat de laatste jaren regelmatig is geschied), kunnen de aandelen van zonneparken op die volumes uiteraard ook weer gaan wijzigen.

Deelcijfers - grote variatie
Zoals aan de deel cijfers in het hierboven getoonde kaartje is te zien, is de variatie tussen de provincies groot. In Limburg stond eind 2018 nog vrijwel geen PV volume in de vorm van zonneparken, het aandeel was slechts 0,6% op totaal (2 van 363 MWp). Andere provincies scoorden toen ook nog laag, zoals Gelderland (4%, 24 van 553 MWp was zonnepark), Utrecht (5%, 12 van 258 MWp), en Overijssel (8%, 28 van 369 MWp). Aan de andere kant van het spectrum waren de provincies met de hoogste impact, van nr. 3 tot nr. 1 achtereenvolgens Friesland (28%, 78 van 282 MWp), Groningen (36%, 95 van 264 MWp), en, tot slot, "kampioen" aandeelhouder, de zonnigste provincie, Zeeland, met 43% ! (97 MWp) van het totaal volume (225 MWp), in de vorm van zonneparken op haar bodem. Daar was ook in absolute zin eind 2018 het hoogste volume aan zonneparken te vinden. Uiteraard heeft met name 1 zonnepark, Scaldia (ruim 54 MWp, toen het grootste PV project van Nederland, en 56% van totaal volume zonneparken in Zeeland, eind 2018 !) daar een zeer belangrijke rol in gespeeld.

Dat dit echter slechts een "tijdelijk beeld" geeft, wordt direct al geïllustreerd aan mijn status update van 9 augustus 2019, waarbij Zeeland het stokje "meeste PV capaciteit in zonneparken" al rap weer moest doorgeven aan provincie Groningen. Die er later dit jaar nog een flinke boost overheen zal krijgen met (o.a.) het grootste zonnepark in aanbouw in ons land (Sappemeer).

Kijken we naar het totaal aan capaciteit buiten de residentiële sector ("bedrijven", blauwe kolommen), inclusief genoemde volumes aan zonneparken, was volgens de CBS cijfers provincie Noord-Brabant veruit leidend, o.a. vanwege haar zeer grote agrarische achterland (boerderijen rooftops), en groot areaal aan grote, deels al met zonnepanelen "gevulde" distributie centra in de steden. Waar in deze deelsector al 354 MWp was geaccumuleerd.

Door een combinatie met ook al een hoog residentieel volume, is datzelfde Noord-Brabant ook bij de totale volumes (gele kolommen) nog steeds heer en meester, met eind 2018 al 698 MWp PV capaciteit op haar grondgebied. Dat is bijna 16% van het landelijke volume. Gelderland scoorde ook hoog, met 553 MWp (bijna 13%), gevolgd door weinig van elkaar verschillende provincies Zuid- en Noord-Holland (493 resp. 485 MWp, beiden ongeveer 11% van het landelijke totaal volume, eind 2018).

In bovenstaande is natuurlijk nog niet meegenomen, dat de CBS cijfers nog zullen gaan wijzigen, zowel op deel-niveau, als, waarschijnlijk, bij de landelijke cijfers. Daardoor zullen ook onderlinge verhoudingen nog enigszins kunnen gaan wijzigen. Als definitieve cijfers bekendgemaakt gaan worden, zal Polder PV waarschijnlijk een aangepaste versie van dit kaartje gaan maken.

De politiek en de onderzoekers: "Informatie niet goed bekend" ?

Ook sterk opvallend is, dat recent genoemde CBS data zelfs zijn gebruikt als "officiële realisaties" van zonneparken in een 13 pagina's lange kamerbrief van Wiebes (23 augustus 2019), waarin het "politieke antwoord" op de uitvoering van de motie van Dik-Faber (ChristenUnie) cs. over de "zonneladder" staat verwoord. Kennelijk wordt er nog steeds geen eigen onderzoek gedaan door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, en worden eerdere gepubliceerde studies van Polder PV stelselmatig genegeerd (ik heb er echter al meermalen uitgebreid over bericht). Zelfs in een begeleidend rapport van Bosch & van Rijn ("Beleidskaders zon-pv. Inventarisatie en analyse"), waarin Polder PV nota bene diverse malen wordt geciteerd, en er zelfs een grafiek van mijn hand worden getoond (p. 7, echter foutief (!) geciteerde cijfers over "grondgebonden" installaties, het betreft hier de - voorlopige - jaargroei van het nog door rooftop installaties gedomineerde complete CertiQ bestand, resp. het eindejaars- accumulatie volume van PV projecten bij CertiQ, zie jaaroverzicht (!), p. 9 brondata voor Energeia grafiek van Polder PV, p. 22 hele oude grafiek die ik maakte van CertiQ data tm. okt. 2018), wordt niet ingegaan op de eerdere detail publicaties over grondgebonden zonneparken die ik al heb gepubliceerd. Sterker nog, op pagina 22 van dat door Economische Zaken en Klimaat geciteerde, en gelinkte rapport staat letterlijk (bold door Polder PV uitgelicht):

"In de beschikbare datasets wordt helaas geen onderscheid gemaakt tussen dakgebonden en grondgebonden pv-installaties. In bovenstaande grafiek [NB: de geciteerde grafiek die Polder PV lang geleden van toen actuele CertiQ data maakte] zijn bijvoorbeeld ook grootschalige installaties op dak opgenomen. Het ontbreekt aan exacte gegevens over de ontwikkeling van grondgebonden zon-pv."

Dat laatste is natuurlijk ver bezijden de waarheid, Polder PV laat al lang als enige in Nederland (!) met hard ondersteunend bewijsmateriaal zien wat de fysieke oplevering van grondgebonden projecten is, en breidt deze informatie met deze update zelfs nog verder uit met zinvolle en zo accuraat mogelijke informatie. Wat wel ronduit stuitend is, dat Den Haag tot nog toe op het vlak van de broodnodige (m.i.: te verplichten) duurzame energie statistieken nog geen enkele actie heeft ondernomen, en kennelijk denkt dat het allemaal wel "goed zal komen" met de cijfers. Dit is volslagen bezopen beleid, natuurlijk, en grenst aan extreme, bijna kwaad willende naïviteit. Klimaat beleid vereist immers snoeiharde, geverifieerde statistieken, die door de Staat afgedwongen dienen te worden. Polder PV verschaft die informatie, naar beste kunnen, al jaren, onbetaald, en wordt vervolgens totaal genegeerd op dit belangrijke dossier ...

Op pagina 8 van dit rapport van B&vR staat ook een passage die in andere bewoordingen door Wiebes in zijn kamerbrief wordt overgenomen. Pagina 2 van deze kamerbrief meldt namelijk:

"Uit cijfers van RVO.nl (april, 2019) blijkt dat het totaal aantal zonneparken (beschikt in de SDE+ en gerealiseerd) ruim 300 bedraagt".

Ook dit is een understatement hors categorie, zoals ik hierboven heb laten zien. Ik heb reeds een totaal volume van 216 realisaties met jaar van oplevering (grotendeels, doch niet exclusief gerealiseerd onder SDE - SDE "+" beschikkingen), plus 226 nieuwe projecten met SDE "+" beschikking (deels al in bouw), totaal 442 grondgebonden projecten staan. Dat is maar liefst anderhalf maal zoveel volume bij de aantallen, dan MinEZK suggereert in haar recente brief. Nogmaals: het ministerie kent haar eigen gesubsidieerde markt volumes dus niet eens naar behoren, en zit er gewoon ver naast ...

Ook het tweede begeleidende document, "Zonneparken natuur en landbouw" van de WUR, geeft geen enkele indicatie van eigen, onafhankelijk detail onderzoek door betaalde instanties, maar citeert bronnen als het CBS (die, zoals hierboven getoond, structureel te weinig volume in aantallen en capaciteit opgeeft voor grondgebonden PV projecten). En een website als "Zon op kaart" van ROM3D, die direct, ongefilterd, data vanuit RVO lijsten "op een digitale kaart plot", maar daarbij uitsluitend de beschikte project omvang weergeeft, en niet de fysiek gerealiseerde capaciteit. Bovendien staat niet van alle SDE beschikkingen het vinkje "veldopstelling" goed (er zijn er veel te weinig), en heb ik ook al fouten gezien bij het geclaimde "jaar van oplevering" (die niet stroken met de opgave door RVO). Ook worden floating solar (drijvende PV) projecten hier bij betrokken, die zelfs bij het CBS niet als zodanig worden gekwalificeerd, noch, in oudere SDE jaargangen, door RVO worden gelabeld. Verder lopen de RVO lijsten enorm achter met de realisaties t.o.v. de actuele realiteit, Polder PV heeft al veel meer volume als gerealiseerd staan. Alle niet onder SDE subsidies opgeleverde capaciteit bij grondgebonden parken wordt op deze website sowieso volslagen genegeerd: die informatie heeft RVO namelijk helemaal niet. Polder PV daarentegen wel. Op basis van jarenlang onderzoek, en het scannen van duizenden webpagina's en andere informatie.

Uit dit alles blijkt wel, hoe slecht zowel "de officiële", door de Staat gestuurde, als de "commerciële" partijen in Nederland op de hoogte zijn van de feitelijke realisaties van grootschalige zonnestroom. En blijven ze hopeloos op de feiten achter lopen.


III. Verdeling over grootte categorieën bij door Polder PV gevonden grondgebonden zonneparken

Ook interessant is het in deze update weer om te kijken naar de verschillende grootte categorieën onder de reeds opgeleverde grondgebonden projecten (alleen de realisaties, dus, tm. de huidige update, 9 aug. 2019). Dat heb ik in deze derde grafiek voor u uitgelicht. Ook hiervoor geldt: unieke informatie die u nergens anders in de publieke ruimte zult terugvinden.

In blauwe kolommen het aantal grondgebonden PV projecten per grootte klasse, in oranje kolommen de totale capaciteit van die projecten per klasse (in MWp, beide variabelen referentie: linker Y-as). In groen is het aantal zonnepanelen van de projecten per grootte klasse weergegeven (referentie: rechter Y-as, in duizend-tallen). Er zijn vrij veel "kleinere" grondgebonden parkjes (eerste 2 categorieën, tot een halve MWp), met een beperkte hoeveelheid volume (bovengenoemde 2 laagste grootte categorieën met een totale capaciteit van slechts 13 MWp). Ook in de categorie tussen een halve en 1 MWp is vrij weinig capaciteit gerealiseerd (tot nog toe 11 MWp), al zullen veel mensen dergelijke installaties mogelijk al als "groot" ervaren. 1 MWp met 300 Wp modules is immers al een omvang van ruim 3.300 zonnepanelen op een perceel van 0,8 tot zo'n 1,2 hectare (sterk afhankelijk van wijze van opstelling).

Het "echte werk" begint pas in de categorie 1 tot 5 MWp, met inmiddels al 57 projecten (groei van 27 stuks t.o.v. oktober '18 update), een verzamelde capaciteit van al 138 MWp (bijna 2x de 71 MWp in de okt. 2018 update), en rond de 492 duizend panelen (okt. '18 update: 251 duizend stuks).

De zonder meer hoogste impact makende categorie was al sedert de februari 2018 update de opvolgende, projecten tussen 5 en 15 MWp. Ondanks het feit dat deze categorie maar 29 projecten bevat (okt. '18 16 stuks), hadden deze een gezamenlijke capaciteit van maar liefst 282 MWp (okt. '18 163 MWp). En een spectaculaire hoeveelheid van al ruim 1,1 miljoen zonnepanelen (okt. '18 683.000 stuks). De twee grootste categorieën, 15 tot 30 MWp, resp. vanaf 30 MWp, hebben elk nu 7, resp. al 6 projecten (NB: laatste categorie nog maar 1 project in okt. 2018 update !). Met 138 resp. 231 MWp aan capaciteit.

De in de update van 9 aug. 2019 3 grootste opgeleverde PV installaties van Nederland zijn inmiddels zonnepark Scaldia in Zeeland, Budel-Dorplein in Cranendonck (NB), en zonnepark Adriaanpolder te Ooltgensplaat (Goeree-Overflakkee, ZH). Gezamenlijk zijn alleen al deze 3 parken goed voor 136 MWp aan capaciteit. Dat is al ruim het dubbele volume van de grootste drie projecten in de update van oktober 2018 (62 MWp). Dit volume van slechts 3 grote projecten kwam al in de buurt van de eindejaars-accumulatie voor álle PV projecten in Nederland, in 2011 (149 MWp, zie CBS laatste stand van zaken). Rooftop installaties zijn al lang uit de top tien verdwenen, ook al worden ook die gemiddeld genomen steeds groter (zie verderop).

Er zullen bij de grotere categorieën forse verdere wijzigingen in deze grafiek gaan komen, in 2019 en later. Alleen al de grootste 2 project categorieën zijn zeer sterk gegroeid t.o.v. de update van oktober 2018, met slechts weinig toegevoegde projecten. Ze hebben de accumulatie bij het vermogen van de categorie 1 - <=5 MWp inmiddels ge-evenaard (categorie 15 - <=30 MWp: 138 MWp totaal in deze categoriën), of ver overvleugeld (grootste categorie, al dik 67% meer capaciteit). De voorspelling is dat bij toevoeging van nog enkele (zeer) grote zonneparken, de laatste 2 project categorieën, met slechts een bescheiden aantal installaties, de capaciteit volumes flink zullen gaan domineren. Het zwaartepunt van de gerealiseerde capaciteit zal steeds meer aan de rechterkant van deze grafiek komen te liggen.

De SDE beschikking hebbende, nog te bouwen portfolio met grondgebonden parken is immens groot. Momenteel, met de meest recente informatie van Polder PV in beschouwing nemend, dik 2 GWp, verdeeld over 226 projecten. Het lijkt vrij waarschijnlijk dat de meeste projecten met zo'n beschikking op termijn zullen worden gerealiseerd (niet noodzakelijkerwijs al in 2019, maar in de komende paar jaar). Talloze andere grondgebonden projecten hebben een andere insteek, waar onder de beroemde (beruchte?) postcoderoos, maar daar ben ik minder zeker van, of daar een substantieel aandeel van zal gaan lukken, op enkele goed georganiseerde exemplaren na. Je hebt er namelijk enorm veel "klanten" voor nodig, ook nog eens "uit de buurt" (de "postcoderoos"). De vraag is of die volumes zullen worden gehaald in de meeste gevallen. Er is vaak enorm veel tijd mee gemoeid, er is langjarige commitment voor nodig (voor én na oplevering moet continu met leden worden gecommuniceerd), en je kunt je met rede afvragen of je dat wel van de vaak betrokken vrijwilligers kunt "eisen". Wat we wel steeds vaker zien, is dat van een groot SDE project een klein deel fysiek wordt "afgesneden", en met eigen bruto productie meters voor, bijvoorbeeld, een postcoderoos project via de lokale energiecoöperatie wordt "vermarkt". Sommigen zijn succesvol, maar vaak kost het grote moeite om voldoende "leden" bij elkaar te krijgen, zelfs voor het kleine, van het grote project afgescheiden deelproject.



^^^
Zuid-oostelijk gericht zonnepark in centraal Nederland, met arrays met 4 multikristallijne modules landscape boven elkaar geplaatst. In totaal zijn
ruim 7 duizend modules geplaatst, later is er een qua omvang nog niet goed bekende kleine uitbreiding bij gekomen (nog niet opgenomen in
realisaties, itt het reeds opgeleverde grote park). Initiatief van de aanpalend wonende agrariër.

Het park valt in de grote spreadsheet van Polder PV in de categorie 1 - <=5 MWp.
Gefotografeerd tijdens fietstocht, 21 juli 2019.


IV. Geografische spreiding van grondgebonden zonneparken over de provincies nieuw

Omdat er inmiddels al de nodige zonneparken zijn, is het interessant om te laten zien wat de geografische spreiding van deze vaak grote projecten is over de 12 provincies in ons land. Zie ook het hier boven gepubliceerde kaartje met de verhoudingen tussen de volumes aan zonneparken, PV op niet-residentiële daken, en totale capaciteit per provincie, tot en met 2018.

Hier onder de volgende nieuwe grafiek met de verdelingen van totale capaciteit, het aantal projecten, en het systeemgemiddelde vermogen per project. Dit is inclusief de reeds gevonden volumes voor 2019, tm. de peildatum, 9 aug. 2019. Daardoor zijn ook de verhoudingen tussen de provincies onderling al gewijzigd.

De Y-as voor de aantallen projecten (per stuk groter of gelijk aan 15 kWp), en voor de totale capaciteit (MWp) aan reeds gerealiseerde grondgebonden zonneparken per provincie vindt u aan de linkerkant van de grafiek, voor de gemiddelde capaciteit per zonnepark per provincie, gelieve de rechter Y-as te raadplegen (in MWp).

Op het vlak van aantallen, is momenteel Noord-Holland de provincie met de meeste projecten (31 exemplaren gelokaliseerd, met de nodige systeem variabelen in spreadsheet). In Gelderland en Groningen heb ik ook al 28 realisaties terug gevonden. Noord-Brabant komt met 27 exemplaren nog goed mee. Het niveau is een stuk lager bij de overige provincies, van 22 exemplaren in Friesland, tot slechts 10 in Flevoland en in Zeeland.

Kijken we echter naar de geaccumuleerde capaciteit bij deze aantallen projecten, tekent zich een sterk afwijkend beeld af. Hierbij is Groningen kampioen, met al 126 MWp geaccumuleerd, wat al bijna 13% meer is dan de 112 MWp in nummer twee, Zeeland. Wat tm. 2018 nog op dit punt de eerste plaats bezette, zie kaartje. Noord-Brabant komt met deze variabele op de derde plaats, met 104 MWp is dat alweer 7% minder dan in Zeeland.

Vervolgens komen weer andere provincies om de hoek kijken, met op plaats 4 Flevoland (89 MWp), Friesland (85 MWp), en dan pas Noord-Holland (nr. 1 bij "aantallen" projecten, 80 MWp). Drenthe en Zuid-Holland volgen met beiden 64 MWp, maar daarna worden de volumes rap minder, zelfs bij grote provincies. Nog maar 34 MWp voor Overijssel, en 28 MWp voor Gelderland. Om te besluiten met 17 MWp voor Limburg, en slechts 12 MWp voor het sowieso "lastige" (kleine, dicht bevolkte, en veel infrastructuur hebbende) Utrecht.

Uiteraard staat er zeer veel capaciteit beschikt klaar, verdeeld over tientallen SDE beschikkingen in alle provincies, maar bovenstaande is de fysiek opgeleverde realiteit op peildatum 9 augustus 2019. De verwachting is dat 2019 nog heel veel extra vermogen gaat toevoegen, én dat de verhoudingen tussen de provincies onderling nog flink zal gaan wijzigen.

Kijken we naar de derde getoonde variabele, het systeemgemiddelde van de zonneparken per provincie (gele kolommen), is de verdeling alweer anders. Dit komt, omdat zonneparken zéér verschillend van omvang kunnen zijn, en je daardoor sterk afwijkende verdelingen krijg als je terugrekent naar de gemiddelde capaciteit van alle projecten binnen een provincie.

Bij deze laatste variabele zien we, dat Zeeland hier met kop en schouders boven alles uitsteekt, met gemiddeld genomen maar liefst 11,2 MWp per grondgebonden project. Dit komt natuurlijk omdat er maar een bescheiden aantal van 10 zonneparken in deze provincie is opgeleverd, waarbij de dicht bij elkaar liggende projecten Zeeland Refinery en Scaldia natuurlijk zeer grote volumes in brengen. Dit drukt het gemiddelde over alle tien de projecten fors omhoog.

"Goede tweede" is Flevoland, met gemiddeld 8,9 MWp per project, wat vooral ligt aan de drie grootste projecten daar, Zuyderzon (HVC), Flevokust (Engie), en De Munt (GroenLeven). Daarna valt het niveau al flink terug, naar gemiddeld 4,5 MWp per grondgebonden project in Groningen, 4,3 MWp in Drenthe, 3,9 MWp in Friesland, 3,8 MWp in Noord-Brabant, 3,5 MWp in Zuid-Holland, 2,6 MWp in Noord-Holland, en 2,0 MWp in Overijssel. De drie hekkensluiters op dit gebied zijn Limburg en Utrecht (beiden gemiddeld 1,1 MWp per grondgebonden project), resp. Gelderland. Waar de gemiddelde project omvang van installaties op de grond slechts 1,0 MWp is.

Ook hier is de verwachting dat, na een volgende periode, de kaarten op diverse vlakken weer flink opnieuw geschud zullen zijn / worden, zeker bij de lagere regionen per "rating".


V. Status grondgebonden installaties, oppervlakte claim

Momenteel is in ieder geval, inclusief de belangrijke toevoegingen hierboven genoemd, de status van de feitelijke realisaties (lees: netgekoppelde, al zonnestroom producerende grond gebonden projecten) bij deze scherp door Polder PV in de gaten gehouden categorie >= 15 kWp als volgt.

  • Totaal 233 grondgebonden "vrije-veld" installaties, per stuk groter of gelijk aan 15 kWp, met opgesteld vermogen van 813 MWp (systeemgemiddelde: 3,5 MWp). Dit is inclusief 16 exemplaren waarvoor jaar van netkoppeling nog niet duidelijk is, maar die wel al lang zijn opgeleverd.

  • Netkoppeling status van 2 grondgebonden projecten nog niet zeker (projecten wel al lang gebouwd).

  • De verwachting is dat de totale opgestelde capaciteit van vrije-veld installaties snel zal gaan toenemen met elk toevoegd project.

  • Ook het systeemgemiddelde van de hele populatie zal verder omhoog gaan. Dit is t.o.v. de vorige update (2,0 MWp) al bijna verdubbeld.

  • Van alle grondgebonden projecten zijn groter of gelijk aan 50 kWp: 175 installaties met een totale capaciteit van 812 MWp (gemiddelde project omvang: 4,6 MWp per stuk). In de okt. 2018 update waren die getallen nog 102 stuks, 309 MWp en 3,0 MWp/installatie. Het systeemgemiddelde wordt hierbij uiteraard fors verder omhoog gestuwd door meerdere grote nieuwe zonneparken met vele MWp-en project vermogen. Het aandeel van de capaciteit van deze deel-populatie op het geheel (projecten vanaf 15 kWp) is 99,8%, dus representatief.

  • Dit is nog exclusief vele tientallen kleine "vrije-veld" installaties bij particulieren en bedrijven, vaak slechts maximaal een paar tiental zonnepanelen. Dat soort installaties blijkt verbazingwekkend populair. Ik vind ze regelmatig bij zoektochten op o.a. Google Maps (voorbeelden "klein", en "wat groter"), en kom ze ook af en toe tegen tijdens fietstochten door Nederland.

  • Het aantal grondgebonden PV-projecten zal relatief bezien echter bescheiden blijven, in vergelijking tot de aantallen grote projecten op daken ("rooftop"). Sterker nog: die aantallen vallen bij rooftop compleet weg in de statistieken (er waren volgens Klimaatmonitor's laatste update eind 2018 in Nederland in totaal al ruim 718 duizend PV installaties. Van dat volume is het totaal aantal gerealiseerde grondgebonden projecten gevonden door Polder PV (233 >= 15 kWp) slechts 0,03%.

  • In bovenstaande zijn "byzondere" projecten op grond lokaties niet opgenomen. Zoals de enorme "motorport" ook wel bekend als Zonnepark XXL op het TT terrein te Assen. Dit laatste exemplaar schaar ik onder (een byzonder geval van) carports. Afhankelijk van je definitie zou je het in theorie (ook) onder "grondgebonden" projecten kunnen scharen. Maar voorlopig houd ik de verzameling carports apart. Ook zonnepanelen projecten op geluidswallen, schermen e.d. houd ik separaat als aparte categorie.

  • Ecopark Waalwijk (hoog-potige, dynamische frame opbouw tegen een afvalberg aan) is (ook) een twijfelgeval. Het is in 2017 gerenoveerd (met SDE subsidie), voor foto van de oude installatie, zie hier, en de oude project bespreking van Polder PV, uit 2005. Gezien het feit dat de afvalberg de draagconstructie ondersteunt, heb ik dit specifieke project toch bij de grondgebonden projecten ondergebracht.

  • Een "klassieke" grote grondgebonden installatie op een afvalberg is het spectaculaire, in de herfst van 2017 opgeleverde, 12 MWp grote Woldjerspoor project te Groningen, van GroenLeven. Zie ook hun persbericht, en een foto vanaf de zuidzijde, van de hand van Polder PV (aug. 2018). Er worden nog steeds afwijkende capaciteiten voor dat project opgegeven.

  • Ook zonneparken drijvend op water worden door Polder PV niet onder de klassieke grondgebonden project categorie geschaard, en wederom apart gehouden in een separate categorie.

  • In het realisaties overzicht van Polder PV beweegt de capaciteits-claim (zeg maar "power footprint") van gerealiseerde zonneparken en -parkjes zich over een vrij breed spectrum. Wat ook afhankelijk is van lokale byzonderheden, infrastructurele beperkingen, tijdsgewricht, en "aard" van het project. Zo is er van alles vertegenwoordigd, variërend van "recreatie park met zonnepanelen" (Solarpark Kwekerij Hengelo, slechts 265 kWp/hectare), tot "maximale capaciteit per oppervlakte eenheid". Ik heb inmiddels al 9 opgeleverde zonneparken die een zeer hoge "power footprint" hebben, hoger dan 1.300 kWp/ha, in mijn overzicht van grondgebonden projecten. De hoogste waarde vond ik bij een zonnepark in Noord Nederland, met een combinatie van opgaves van geïnstalleerd vermogen en de grondclaim door de ontwikkelaar: dat kwam uit op bijna 1.650 kWp/ha.

  • Voor een interview bij Vroege Vogels is destijds nagerekend wat de maximale grondclaim zou kunnen zijn / worden van álle gerealiseerde, met SDE beschikte, en verder bij Polder PV bekende, met name genoemde grondgebonden PV projecten. Dat was minder dan 4.900 hectare, maximaal 0,14% van alle beschikbare land-oppervlak in Nederland (3,4 miljoen hectare, waarvan "landbouwgrond" 53% uitmaakt). En het equivalent van maximaal 0,27% van het oppervlak aan landbouwgrond. Anders gezegd, het equivalent van ongeveer 95% van alle voetbalvelden in heel Nederland. Lang niet alle gerealiseerde of "geplande" zonneparken staan of komen op "landbouwgrond". Veel plannen zullen nooit gerealiseerd worden vanwege diverse redenen. Dus de totale "footprint" van de nu bekende (cq. geplande) projecten is nog steeds vrij marginaal. Zelfs al groeit het "absolute volume" natuurlijk met elk toegevoegd zonnepark.

  • Er is voor de huidige update gekeken naar de mogelijke oppervlakte claim van de huidige bij Polder PV bekende opgeleverde zonneparken vanaf 50 kWp per stuk. Daartoe is van de exemplaren met bekende oppervlaktes een kengetal berekend voor de gerealiseerde opgestelde vermogens-dichtheid. Het gemiddelde blijkt al op een aardig hoge 879 kWp/ha te liggen. Voor de meestal kleinere projectjes waarvoor (nog) geen oppervlakte claim bekend is gemaakt of gevonden, en die vaak wat minder efficiënt zijn ingericht dan de grote projecten, is een wat lager kengetal gebruikt, 850 kWp/ha. Ik kom met beide volumes bij elkaar opgeteld in de huidige update op ongeveer 927 hectare voor alle projecten vanaf 50 kWp. De kleinere grondgebonden zonneparkjes brengen slechts zeer bescheiden grondclaims extra in.

  • Weliswaar groeit de portfolio aan "plannen" voor grondgebonden zonneparken nog steeds zeer sterk in het "pending" overzicht van Polder PV. Maar de totale ruimte claim zal "zeer beperkt" blijven, en talloze projecten zullen überhaupt niet doorgaan, om verschillende redenen. Holland Solar rekent met 0,2% van het agrarische areaal in 2030, voor realisatie van grondgebonden PV projecten die ruim 20 PJ/jaar aan zonnestroom zouden kunnen produceren, afkomstig van ruim 6 GWp aan capaciteit. De lijn doortrekkend, zou dat zo'n 53 PJ kunnen worden in 2050 (als Nederland "energieneutraal" zou moeten zijn geworden). Waarmee ruim 16 GWp aan capaciteit op de grond zou kunnen zijn gerealiseerd, maar de claim op (voormalige) landbouw grond nog steeds minder dan een half procent zou zijn (persbericht Holland Solar van 24 mei 2018).

  • Het CBS heeft recent becijferd, dat tussen 1996 en 2015 er in Nederland ruim 59 duizend hectare bijgekomen is, bestemd voor de functies wonen, werken en infrastructuur. Het merendeel is woon- en werkterrein (90%). Deze uitbreidingen zijn grotendeels gerealiseerd op (voormalige) landbouwgronden, die natuurlijk ook ooit van natuurlijke omgevingen zijn ontnomen (en waar je niemand over hoort). Over bovengenoemde volume uitbreidingen op landbouw gronden hoor je zelden iemand. Dit even, om de cijfers in perspectief te plaatsen. De door Polder PV berekende reeds gerealiseerde 927 hectare zonnepark is t.o.v. de hier boven genoemde 59 duizend hectare een volume van slechts 1,6%. En een substantieel deel van die zonneparken staat dan ook nog niet op (voormalige) landbouwgrond. Zie ook tweet van Polder PV over de nogal scheve impact die deze verschillen in de publieke ruimte hebben.

VI. Byzondere "grondgebonden" projecten nieuw

In deze sectie ga ik voor het eerst nader in op twee "nieuwe" categorieën, die vaak op de grote hoop worden gegooid, meestal onder "rooftop". Wat, gezien hun byzondere karakter natuurlijk ver bezijden de waarheid ligt. Het betreft hier de drijvende zonneparken / parkjes, en de carports "sensu lato".

Inmiddels zijn er al aardig wat van dit soort projecten gerealiseerd, en vanwege hun byzondere karakter heb ik ze ook al snel apart opgevoerd in mijn project overzichten. De tijd is aangebroken om hun status kort uit te lichten, ook omdat er nogal wat "verwacht" wordt van deze byzondere typen installaties in ons met (al dan niet vermeend) "ruimtegebrek" kampende land.



^^^
Typische "pilot" installatie met drijvende zonnepanelen in west Nederland, in een langgerekte strook in een sloot, ter voeding van
een nabijgelegen infra project. De module fabrikant is failliet, de vogels gebruikten de installatie als toilet, de natuur ging haar gang,
en groeide gewoon door, zoals ze al miljoenen jaren doet. Maar dat hoort er allemaal bij, alle begin is immers moeilijk.
Als alle problemen eenmaal zijn "getackeld", kan binnenwater beslist een groot potentieel voor zonnestroom aanboren. Linksom of rechtsom.
En dan hebben we ook geen azijnpissers meer nodig die alleen maar moeilijkheden zien, en geen mogelijkheden.
Deze installatie valt bij Polder PV in de project categorie >=100 - 250 kWp. Foto genomen tijdens fietstocht in juli 2019.

Drijvende zonneparken

Momenteel heb ik als "gerealiseerd" (netgekoppeld) staan in mijn overzichten een volume van 13 zeer kleine tot al enkele aardig grote drijvende zonneparken. Installaties waarbij de zonnepanelen op geschakelde drijvende vlotten van verschillende signatuur zijn bevestigd, afhankelijk van de ontwikkelaar. Die o.a. door met name een lagere omgevingstemperatuur (vanwege het verkoelende water oppervlak) een hoger rendement zouden hebben dan "klassieke" veld installaties. En die niet direct "grond" bezetten. Het ook veel gebezigde "hogere efficiëntie a.g.v. reflecties van zonlicht op het water" lijkt een veelvuldig nagepraat broodje aap argument. De meeropbrengst blijkt nauwelijks meetbaar. Wel is het natuurlijk zo dat, als er bifacial panelen toegepast zouden worden, er vanwege de aard van de ondergrond (reflecterend water oppervlak), wel degelijk "extra productie van hetzelfde oppervlak aan panelen" verwacht mag worden. Hoeveel dat daadwerkelijk zal uitmaken, zal de harde praktijk van alledag uit moeten wijzen, en wel van verschillende (type) projecten.

Daarbij zal ook reiniging van panelen mogelijk een extra punt van aandacht gaan worden. Ik heb al meermalen gezien dat dergelijke constructen ideale plekken lijken te zijn voor allerlei gevogelte, wat zelfs plompverloren, zeker op zwak hellende panelen, hun behoefte daar achterlaat (zie foto hier boven). Elk voordeel heeft zijn nadeel, ventileerde een bekend voetballer ooit eens. Voor de oudere medelander is de beeldspraak "elk huisje heeft zijn kruisje" wellicht meer van toepassing, om aan te geven dat geen enkel technologie platform louter alleen maar voordelen kent. Utopia bestaat immers niet.

Dit alles terzijde, de gezamenlijke gerealiseerde capaciteit van bovengenoemde kleine populatie van 13 drijvende zonneparkjes is op status datum 9 augustus 2019 5,5 MWp. Het grootste opgeleverde object claimt al ruim een derde van dat volume en ligt te drijven in noord Nederland. Het kleinste is slechts 84 panelen groot en bevindt zich in het westen van ons land. Er zijn ook nog kleinere proef parkjes, maar die vallen onder de "15 kWp limiet" van Polder PV, dus buiten de scope van het huidige overzicht. Er is veel in planning, tot zeer grote projecten aan toe, deels al met omvangrijke SDE beschikkingen (tot bijna 50 MWp !). Deze staan voor een groot deel op naam van Fries ontwikkelaar GroenLeven, die er als gebruikelijk weer vroeg bij was met hun initiatieven. Daarbij wel een waarschuwing: veel van het geclaimde dan wel al beschikte volume gaat nooit gerealiseerd worden. Door o.a. verzet tegen de plannen, beginnende zorgen bij natuur organisaties, flinke inkrimping van projecten, om niet te veel wateroppervlak te bezetten, e.d. Wat er van alle plannen (iig SDE beschikt, nog "open" staand: 24 projecten, met een waanzinnig beschikt volume van bijna 300 MWp) uiteindelijk gerealiseerd gaat worden, is dus nog een open vraag. De ambities - van, uiteraard, weer een nationaal consortium - zijn hoog. Zon op Water claimt 2.000 hectare ontwikkeld te willen hebben in 2023. Dat is niet zo ver in de toekomst meer ...

Carports

Carports zijn duurder dan "gewone" grondgebonden projecten. Zeker de grotere exemplaren moeten vaak een zeer fors gewicht aan zonnepanelen en ondersteunende constructie "vrij zwevend" dragen, op slechts enkele, meters hoge "funderende" palen. Die moeten tegen orkaankracht kunnen, dus dat moet zeer goed ge-engineered worden, en van zeer robuuste kwaliteit. Anders gebeuren er ongelukken. Daar staat tegenover, dat vanwege hun aard, er van hetzelfde stuk grond een dubbele functie verkregen kan worden, parkeren en duurzame stroom opwekken. Auto mijdende Polder PV blijft er bij dat de hoeveelheid auto's inclusief het opkomende elektrische equivalent (!) fors omlaag moet, omdat het ruimtebeslag van die apparaten gigantisch is, en het natuurlijk onzin is dat elk huishouden 1 of zelfs meer van dergelijke vehikels "in bezit" zou moeten hebben. En de mobiliteitsgekte van tegenwoordig een zeer zware tol eist van de samenleving, in de vorm van vervuiling, dramatisch verbruik van fossiele brandstoffen, ruimtebeslag, en ga zo maar door. Maar zolang dat maatschappelijke probleem door nota bene 130 kilometer per uur promotende overheden in de onderste bureaulade wordt gehouden, lijken carports een mooie schaamlap om het fenomeen "auto" nog wat vooruitstrevend cachet mee te geven in klimaat crisis tijd ...

Er zijn er in ieder geval al wat meer van dan drijvende zonneparken, maar ze worden ook zelden uitgelicht in de media of vakpers. Ik tel momenteel al 30 afzonderlijke exemplaren, goed voor een gerealiseerde capaciteit van ruim 12 MWp. Het grootste exemplaar is meteen weer een byzondere: het is de "motorport" XXL TT Assen. Waar onder zo'n 14 duizend motoren van bezoekers geparkeerd kunnen worden, en die een omvang heeft van 5,6 MWp. Het wordt weer "saai": ook dit project is van de hand van de innovaties beslist niet schuwende bouwers van GroenLeven, de constructie werd geleverd door de specialisten van Mannen Van Staal (Leeuwarden). Het project is medio 2016 al opgeleverd.

Ook het op 1 na grootste project werd door GroenLeven gebouwd, en betreft het carport gedeelte naast ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten (Fr.), waar 5.500 zonnepanelen fungeren als stroom opwekkend dak boven de parkeerplaats, sedert juni dit jaar (2019). Er zijn daar ook nog 3.500 modules op de platte daken van het ziekenhuis zelf aangebracht. Die tellen echter niet mee voor mijn verzameling "carports" (uiteraard wel voor het totaal overzicht van Polder PV). De "kleinste" carport die ik tot nog toe heb gevonden heeft 78 panelen en is voor een gemeenschappelijke project bij enkel nieuwbouw huizen in centraal Gelderland ingezet. De gemiddelde systeem grootte van de gevonden 30 >=15 kWp projecten is 410 kWp per project. Met, uiteraard, forse spreiding naar onder en naar boven.



^^^
Een wat kleinere carport met 170 multikristallijne zonnepanelen, onderdeel van een innovatie project waarvoor ook Europese subsidie werd verkregen.
Gespot tijdens fietstocht in centraal Nederland, medio juli 2019.

Er zijn talloze "zeer kleine" PV carports. Niet alleen bij huizen, waarvan de eigenaar bijvoorbeeld maximaal zonnestroom wil invoeden in een elektrische auto (indien zonder accu alleen overdag). Maar ook bij gemeenschappelijke voorzieningen, bij supermarkten e.d. Veel daarvan is kleiner dan 15 kWp, en valt dus ook buiten mijn projecten verzameling. Het is al snel een populairder wordend type installatie. Ook de grotere projecten lijken versneld ontwikkeld te (gaan) worden. Ik heb reeds 7 projecten met openstaande SDE beschikking gespot, waarschijnlijk zijn er meer (maar worden deze - nog - niet als "carport" geopenbaard). Vaak worden dergelijke projecten ook in combinatie met (gedeeltelijke) bedekking van aanpalende daken met zonnepanelen uitgevoerd. De afzonderlijke onderdelen worden vaak niet benoemd, dus daar moet je dan maar net specifieke informatie over hebben of op het spoor komen. Ook hierbij zal Polder PV als gebruikelijk "de vinger aan de pols houden", om te kijken hoe dit interessante markt-segment zich zal gaan ontwikkelen, bij de grotere projecten.


4. Segmentatie single site projecten per provincie

Voor de zesde maal publiceer ik in deze sectie een verdeling van de tot nog toe gevonden grote (>=15 kWp) single site PV projecten per provincie. Daarbij gebruik ik verschillende onderscheidende criteria, die meestal anders uitpakken bij de daar uit volgende ratings tussen de provincies onderling. Gemiddeldes in de grafieken zijn bepaald van alleen de provincies zelf, de categorie "onbekend" is hier buiten gelaten. Er is telkens gesorteerd van groot naar klein (van links naar rechts in de grafieken). Met het gemiddelde van alle provincies op de correcte positie in de reeks (rood gearceerde kolom).

Aantal gevonden single site projecten per provincie

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Bij het aantal tot nog toe gevonden single site PV projecten groter of gelijk aan 15 kWp (totaal tussenstand: 8.210 stuks) is slechts 1 positionele wijziging opgetreden: Noord-Holland, wat in de vorige update tijdelijk stuivertje had gewisseld met haar concurrent Noord-Brabant, is weer naar de 2e plaats verwezen, waarbij de zuidelijke, grote agrarische provincie inmiddels zelfs een stuk is uitgelopen, met maar liefst 100 installaties meer dan NH in mijn projectenlijst. Inmiddels al met 1.209 grote installaties (206 exemplaren meer dan in de vorige update van okt. 2018, toen nog met 1.003 exemplaren). In beide provincies is er sowieso veel activiteit op het vlak van implementatie van grote projecten. Noord-Brabant en Noord-Holland (die 100 projecten toevoegde sedert de okt. 2018 update) worden op gepaste afstand gevolgd door de steden, en deels boerderijen rijke provincie Gelderland (1.017 projecten, 129 meer dan in de okt. 2018 update).

Dit drietal werd gevolgd door de dichtst-bevolkte provincie van ons land, mijn eigen provincie Zuid-Holland, met 966 projecten (een mooie hoeveelheid van 113 projecten meer dan in de vorige update). En het nog steeds actieve Overijssel, waar alleen al een partij als Zonnegilde de ene na de andere grote installatie in hun huis-regio blijven bouwen (Kampen en omgeving), daarbij gesteund door forse investeringen vanuit het provinciale Energiefonds (tweede financierings-ronde in juni 2018 toegezegd). Overijssel heeft ook al 914 projecten (112 meer dan in de voorgaande update). Daarna valt er een behoorlijk groot "gat".

Friesland heeft inmiddels 535 projecten in mijn overzicht staan (76 meer dan in de vorige update). De provincie haalde Flevoland in de vorige update in, die momenteel op 506 blijft steken (62 exemplaren meer dan in de okt. 2018 update). Limburg en provincie Utrecht gaan nek aan nek, met 489 resp. 484 projecten, in voorgaande update nog 426 resp. 422).

De laatste drie provincies liggen weer op een stuk lager niveau: Groningen 352, Drenthe 332, resp. Zeeland, met slechts 222 projecten (update okt. 2018 nog 188 projecten). Achteraan is nog een rest-categorie van beslist netgekoppelde grote projecten waarvan de lokatie echter nog niet duidelijk is geworden (75 stuks). En in een rood-gearceerde kolom links van het midden vindt u het gemiddelde van de 12 provincies (excl. "rest" post), wat uitkomt op 678 projecten per provincie (okt. 2018: 593).

Wijzigingen / kengetallen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Noord-Brabant heeft weer de koppositie van Noord-Holland overgenomen
  • De aantallen zijn overal - fors - toegenomen
  • Het verschil tussen de top 5 en de rest van de provincies is nog steeds groot en lijkt toe te nemen
  • Het gemiddelde is toegenomen van 593 tot 678 sites/provincie (stijging 14%)
  • Het verschil tussen de "best" (NBH) resp. "worst performer" (Zld) is een factor 5,4 (vergelijkbare ratio als in vorige update)

Aantal zonnepanelen in grote single site projecten per provincie

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Een beduidend andere rating krijgen we, als we het totaal aantal zonnepanelen tellen (of: uit opgegeven vermogen, installatie datum, en eventuele circumstantial evidence, berekenen) bij de hierboven getoonde >= 15 kWp grote single site projecten. Bij deze parameter is de invloed van zonneparken en grote rooftop projecten, soms met vele duizenden zonnepanelen, groot. Hier is Noord-Brabant al lang heer en meester, en heeft deze provincie zelfs fors afstand tot de nummer twee genomen. Met (afgerond) 1,23 miljoen panelen (vorige update okt. 2018: nog maar 640 duizend stuks). De oorzaak is opname van 6 grotere zonneparken (Budel-Dorplein in Cranendonck als grootste), en veel grote distributie centra waarvan de daken "vol" panelen zijn gelegd (o.a. in "hot-spot" Tilburg). Noord-Brabant wordt nu op behoorlijke afstand gevolgd door de sedert de vorige versie nieuwe nummer 2, Noord-Holland (907 duizend panelen geteld). Drie provincies, Zuid-Holland, Friesland en Zeeland, schoven 2 plaatsen naar voren. Zuid-Holland belandde daardoor op de 3e plaats (732 duizend panelen in projecten, met name vanwege de grote zonneparken op Goeree-Overflakkee). Groningen zakte 1 plek, met momenteel in de sheet 708 duizend exemplaren.

Gelderland is daardoor ook 1 plaats terug-gevallen, met momenteel zo'n 637 duizend PV modules in grotere projecten in die provincie. Stapsgewijs zien we het aantal panelen afnemen bij de overige provincies. Na Overijssel, met 576 duizend panelen, en met geringe verschillen Flevoland (573 duizend), resp. Friesland (564 duizend). Dan weer een duidelijke sprong neerwaarts, naar de groep met Drenthe (426 duizend), en, op gelijke hoogte, Zeeland en Limburg (beiden 404 duizend panelen in projecten). Nieuwe hekkensluiter Utrecht, had weliswaar een toename van zo'n 130 duizend panelen t.o.v. de vorige update, maar heeft nu nog "slechts" 315 duizend PV-modules in de single-site sheet van Polder PV staan. De "rest" categorie (onbekende lokatie), helemaal rechts, omvat zo'n 12 duizend modules. Het provinciale gemiddelde, rood gearceerd, komt momenteel op ongeveer 623 duizend zonnepanelen (vorige update: 389 duizend). Een forse groei, dus.

Het totaal aantal panelen aanwezig in de grotere single site projecten, tot nog toe "verzameld" door Polder PV, ligt inmiddels op een al hoog niveau van bijna 7,5 miljoen exemplaren (vorige update 4,7 mln). Grofweg al bijna 1 paneel voor elke 2 Nederlanders (bevolking begin 2019 richting de 17,3 mln inwoners volgens CBS Opendata / Statline).

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Verschil tussen Noord-Brabant en nummer 2 is zeer sterk toegenomen
  • Zuid-Holland, Friesland en Zeeland 2 plaatsen geklommen
  • Drenthe haalde Limburg in en klom 1 positie
  • Utrecht viel terug naar de laatste plek
  • Het gemiddelde is toegenomen van 389 tot 623 duizend panelen per provincie (forse stijging van ruim 60%)
  • Het verschil tussen de "best" (NB) resp. "worst performer" (Ut.) is verder terug gevallen naar een factor 3,9 (een stuk minder dan 4,6 in update van okt. 2018, in feb. 2018 was het verschil nog een factor 5,2)

Geaccumuleerde PV capaciteit in grote single site projecten per provincie

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Bij de geaccumuleerde capaciteit in MWp (totaal ongeveer 2.016 MWp), blijft landskampioen Noord-Brabant ook bij de single site projecten >= 15 kWp, met 341 MWp, ongeslagen ver boven de rest uitsteken (vorige update: 166 MWp, stijging 105% !). En is de afstand tot numero twee, Noord-Holland, met 224 MWp, opvallend groter dan bij de aantallen panelen. Dit heeft te maken met een kennelijk gemiddeld iets groter module vermogen wat in het zuiden des lands is en/of werd toegepast. Voor leken verrassend is mogelijk de nieuwe provincie op de derde plek, Zuid-Holland, met 197 MWp (vorige update 111 MWp), die daardoor 3 plaatsen naar voren is geschoven. Dit is echter mede het gevolg van de grote zonneparken op Goeree-Overflakkee, die alleen daar al 48 MWp hebben toegevoegd (netkoppeling eind 2018). Een zoveelste aanwijzing, dat, door toevoeging van slechts "een paar" zonneparken, zelfs op het hoge provinciale niveau de kaarten meteen opnieuw worden geschud.

Flevoland rukte zelfs 4 plaatsen op in de nieuwe rating, en kwam rond het gemiddelde voor alle provincies uit (168 MWp). Door deze forse verschuivingen, zakte de grote provincie Gelderland (123 MWp) weg uit de top (3e plek in okt. 2018 update), en staat nu op de 6e plaats, met 165 MWp (bijna gelijk aan volume voor Friesland). Wel nog net voor "zonnepark specialist" Groningen, wat inmiddels 160 MWp in grotere projecten heeft staan. Naast de grotere zonneparken, is de groei bij de minder grote, veelal dakgebonden projecten in die provincie relatief matig. Wat diverse niet makkelijk oplosbare redenen heeft, ook al schreeuwen sommigen lieden moord en brand over het achterblijven van de "rooftop volumes" (er zelf iets aan doen is meestal teveel gevraagd bij deze lieden).

Daarna gaat het rapper bergafwaarts met de volumes, van 153 MWp voor Overijssel, via 135 MWp voor Zeeland, 115 MWp voor Limburg, en 105 MWp voor Drenthe, naar nog maar 84 MWp voor Utrecht. Er staat ook nog een magere 3 MWp in de "rest" categorie (lokatie onbekend). Het provinciale gemiddelde is inmiddels sterk gegroeid naar 168 MWp (rood gearceerde kolom). Dat lag in de vorige update een stuk lager (98 MWp, in februari 2018 was het zelfs nog maar 70 MWp).

De 341 MWp in de grotere (gevonden) PV projecten in "kampioens-provincie" Noord-Brabant lijkt weliswaar indrukwekkend, maar het is nog steeds slechts een klein deel van wat er inmiddels in totaal aan capaciteit in die provincie moet staan. De laatste cijfers gepubliceerd door Klimaatmonitor (bron: CBS) tonen voor eind 2018 in Noord-Brabant een geaccumuleerd PV vermogen van 698 MWp. Zie ook het recente artikel over de Enexis cijfers waar hun eigen data nader tegen het licht wordt gehouden. Voornoemde gevonden 341 MWp in de projecten sheet van Polder PV (begin augustus 2019) is daarvan nog maar 49%, al is het aandeel op het totaal beslist al fors toegenomen (in update van okt. 2018 nog 39% t.o.v. CBS volume begin dat jaar). Nieuwbouw cijfers voor (het eerste half jaar van) 2019 zijn bij het CBS nog niet bekend, en zullen, uiteraard, resulteren in al veel hogere geaccumuleerde capaciteiten in het hele land. Ergo, het aandeel van de door Polder PV gevonden projecten zal sowieso veel lager komen te liggen dan genoemde 49%, als je de peildatum 9 augustus 2019 als uitgangspunt zou nemen.

Als we uitgaan van het laatst bekende, nog steeds voorlopige officiële totaal cijfer voor heel Nederland, voor eind 2018 (CBS: 4.414 MWp accumulatie), en vergelijken we het volume van projecten totaal (single-sites) daar mee, 2.016 MWp, is dat een aandeel van 46% (vorige update: 41%). Als we eerdere afschattingen van Polder PV voor de mogelijke nieuwbouw in 2019 (mogelijk 2 GWp) nemen, zouden we, werkend met een daar uit afgeleid puur theoretisch nieuw maandgemiddelde van 167 MWp, voor begin augustus 2019 ongeveer op zo'n 5.585 MWp aan geaccumuleerde capaciteit kunnen zijn gekomen (bij aanname: gemiddeld ongeveer gelijke volumes nieuwbouw per maand). T.o.v. die nogal speculatieve prognose, zou alleen al het single-site volume van de projecten bekend bij Polder PV rond begin augustus al op een fors aandeel van zo'n 36% kunnen zijn gekomen t.o.v. dat totaal volume. In de update van oktober 2018 zat ik nog maar op een aandeel van 28%. Ergo: de schaalvergroting lijkt gecontinueerd te worden. Zelfs al moeten we voorzichtig blijven met de absolute percentages, er lijkt beslist steeds meer "volume" (MWp-en) terug te vinden bij de grotere PV projecten, wat ten koste zal gaan van het aandeel van met name de residentiële markt (die ook nog steeds fors door blijft groeien).

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Het relatieve verschil van Noord-Brabant met de nummer 2 is fors toegenomen
  • Zuid-Holland verschoof 3 plaatsen in positieve zin, en belandde op de derde plek, achter NH
  • Flevoland schoof zelfs 4 plaatsen naar voren op, Zeeland 2 plaatsen, Overijssel met 1 positie
  • Groningen viel drie plaatsen terug
  • Het provinciale gemiddelde is fors toegenomen van 98 tot 168 MWp per provincie (stijging 71%)
  • Het verschil tussen de "best" (NB) resp. "worst performer" (Ut.) is een factor 4,1 (was in vorige update nog factor 4,0)

Gemiddelde module capaciteit in grote projecten per provincie

Vergelijk grafiek met status okt. 2018 feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Een ronduit verrassende grafiek volgt als je per provincie het gemiddelde module vermogen (bepaald uit aantal panelen en totale project vermogen) gaat vaststellen. Je zou verwachten dat er dan relatief weinig variatie zou optreden op zo'n "hoog" gebiedsniveau. Maar dat blijkt bij het aanschouwen van deze (gesorteerde) grafiek toch een iets ander verhaal op te leveren dan je in eerste instantie zou denken. In vorige updates is er nogal wat gewisseld in de volgordes. Deze factor blijkt dan ook erg "gevoelig" te zijn voor wijzigingen in de primaire database. Dat is in de huidige update wederom opvallend, en dat heeft alles te maken met de implementatie van zonneparken van een bepaald kaliber.

Dat er wat lichte variatie tussen de provincies bestaat OK, maar het verschil tussen Zeeland (gemiddeld nu 334 Wp, dat was in de vorige update nog 294 Wp per module !) en Groningen (gemiddeld slechts 227 Wp, in de vorige update 236 Wp per paneel) is nog steeds zeer opvallend te noemen. De positie van Overijssel (van 255 naar 266 Wp, eerder zelfs nog maar 244 Wp) lijkt inmiddels geheel te zijn "genormaliseerd", door toevoeging van grote projecten met fors hogere capaciteiten dan veel van de oudere projecten nog hadden geïmplementeerd, in het pionierende verleden van deze provincie. Het gemiddelde in die provincie ligt nu niet meer ver af van het gemiddelde voor het hele land (nu 272 Wp).

Zeeland, wat in de vorige update een forse sprong omhoog maakte, van de 4e naar de eerste plaats, heeft haar reputatie op dit interessante punt verstevigd, van 294 Wp naar maar liefst 334 Wp gemiddeld. Voor verklaring, zie hier onder.

Ook Friesland en Flevoland scoorden opvallend hoog, het module gemiddelde nam verder toe van 284 Wp (Fr.) resp. 277 Wp (Fl.) naar 293 Wp, veroorzaakt door enkele zonneparken met zonnepanelen met capaciteiten vér over de 300 Wp per stuk. Een vergelijkbaar effect zien we bij Limburg, wat van de 6e naar de 4e positie migreerde. Waarschijnlijk grotendeels te wijten aan de opname van slechts 1 groot grondgebonden project met, wederom, krachtige high-power modules, in de Polder PV projecten lijst.

1 of weinig grote projecten verschil > grote slok op een borrel
Wederom het effect van toevoeging van slechts 1 groot zonnepark. Zeeland heeft hierdoor haar 1e positie verder verstevigd. Die eerste positie werd in de vorige update veroverd door de opname van het Zeeland Refinery project te Nieuwdorp (Borsele, industriegebied Vlissingen Oost), met hoge capaciteit hebbende Sunpower modules. Daar overheen is nu de opname van nu nog het grootste opgeleverde zonnepark van Nederland gekomen, Scaldia, de facto "om de hoek" bij voornoemd project, wat dik 54 MWp toevoegde met, wederom, hoog-rendementspanelen (à 385 Wp per stuk). Door het enorme aantal panelen (dik 140 duizend), heeft dit bewerkstelligd, dat voor de "kleine" provincie Zeeland, het gemiddelde module vermogen per project verder flink is gestegen t.o.v. de voorgaande update (met 14% omhoog naar 334 Wp gemiddeld). Er zijn "te weinig nieuwe andere projecten" met modules met bescheidener vermogens, om die machtsgreep "vanwege Scaldia" te onderdrukken, vandaar de hoge eindwaarde.

Als we van de totale volumes PV projecten in Zeeland de 5 grootste (grondgebonden) exemplaren zouden verwijderen, die een hoog gemiddeld paneel vermogen hebben (355 Wp), zouden we op een gemiddeld vermogen uitkomen van slechts 273 Wp per paneel voor de dan resterende projecten. Dat is maar liefst 18% minder dan wanneer deze 5 parken wel worden meegerekend. En het resultaat ligt slechts een half procent hoger dan het gemiddelde van alle provincies, weergegeven met rode arcering in de grafiek (272 Wp). Dit is een aanwijzing, dat in zonneparken (met kristallijne silicium modules) gemiddeld genomen fors hogere capaciteit panelen ingezet lijken te worden, dan in kleinere rooftop projecten.

Het werkt echter ook de andere kant op, zoals we aan de neerwaartse positie verschuiving van Groningen zien (van de tiende naar de laatste plaats in de rij provincies). In februari 2018 stond deze provincie nog op de 2e plaats bij deze parameter, vooral vanwege het grote kristallijne Sunport project, wat toen nog de capaciteit in de provincie domineerde. Wat is er gebeurd? Sedert begin 2018 is Groningen 2 forse zonneparken met dunnelaag modules rijker, in Stadskanaal en, recent, ten oosten van gemeente Groningen (Roodehaan). Deze hebben grote aantallen panelen (bij elkaar meer dan 200 duizend stuks !). Als we alleen deze 2 parken uit de totale project verzameling voor provincie Groningen verwijderen, houden we, bij de resterende projecten, een gemiddeld module vermogen over van maar liefst 267 Wp. Slechts 2% minder dan het gemiddelde van alle projecten in alle provincies (272 Wp). Genoemde 267 Wp is bijna 18% meer dan de gemiddelde waarde als beide projecten niet worden uitgesloten (227 Wp, zie grafiek). Het al dan niet meenemen van slechts 2 grote projecten, heeft dus een nogal dramatisch effect op deze parameter.

De verwachting van Polder PV is dat, als de totale volumes per provincie flink door blijven groeien, dit soort specifieke effecten op termijn stapsgewijs minder zullen gaan worden, en zullen gaan ondersneeuwen in de totale volumes. Een project meer of minder, met modules van een sterk afwijkend type t.o.v. doorsnee, zal dan niet heel erg veel "verschil" meer gaan maken op het provinciale niveau. Tenzij het bijvoorbeeld weer om een gigantisch gróót project zou gaan, met een sterk van een gangbaar module afwijkend type zonnepanelen. Gezien de enorme kostprijs reductie in de door klassieke silicium panelen gedomineerde markt, verwacht ik, ten opzichte van de totale marktafzet, vooralsnog geen "boom" van grote projecten met dunnelaag panelen. Dat laat onverlet, dat "thin-film" projecten voorlopig nog wel tot de portfolio zullen blijven behoren, zei het in een ondergeschikte rol.

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Groningen omlaag gezakt naar de laatste plek
  • Flevoland 2 plaatsen naar voren
  • Utrecht en Drenthe 1 positie opgeschoven in positieve zin
  • Categorie "onbekend", met hoge gemiddelde module capaciteit 278 Wp, omvat echter slechts 0,9% van totaal aantal projecten
  • Het gemiddelde module vermogen groeide van 243 Wp (dec. 2016) via 245 Wp (juni 2017), 248 Wp (feb. 2018), en 254 Wp (okt. 2018), verder door naar 272 Wp (huidige update). Een behoorlijke groei van 7,1% sinds de update van okt. 2018
  • Het verschil tussen de "best" (Zld) resp. "worst performer" (Gr) is een factor 1,5. Dat is vrijwel gelijk gebleven t.o.v. de voorgaande update. In de versie van feb. 2018 was het nog een factor 1,4

Gemiddelde aantal zonnepanelen per project per provincie

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Weer een andere "maat der dingen" vinden we als we het gemiddelde aantal zonnepanelen per project per provincie bepalen uit de stamdata in Polder PV's single site projecten sheet. Naast meerdere wijzigingen in de volgorde, staat nog steeds sedert de vorige updates, provincie Groningen, in de juli 2016 versie nog op de achtste plaats, vooraan in de rij. Met gemiddeld maar liefst 2.010 (vorige update: 1.556) zonnepanelen per groot project. Wat volkomen verklaarbaar is, want het grote grondgebonden Sunport project van eind 2016 wordt inmiddels vergezeld van nog eens 19 (veel minder grote) zonneparken, nog exclusief meerdere grote rooftop projecten. En die drukken gezamenlijk het gemiddelde voor alle grote PV projecten in deze aardgas-provincie sterk omhoog.

Wel is er alweer een belangrijke wijziging t.o.v. de vorige update te zien. Zeeland, destijds nog op de 4e plek, is met stip op de 2e plaats terechtgekomen (ten koste van Friesland, wat met gemiddeld 1.055 panelen per project naar de 5e plek werd terug verwezen). Deze kleine, zonnige provincie heeft in korte tijd 3 nieuwe grote grondgebonden projecten verwelkomd op haar grondgebied, waaronder het nu nog grootste Nederlandse project, zonnepark Scaldia, zoals reeds in de vorige update aangegeven. Daardoor is in een keer het gemiddelde aantal zonnepanelen per groot project met een factor 2,4 toegenomen, van 747 naar 1.822 panelen per installatie. Het "gat" t.o.v. Groningen lijkt echter onoverbrugbaar, mede gezien de vele andere projecten gepland voor Groningen, mét SDE beschikking, met name op het vlak van de grote grondgebonden installaties (zie cumulatie overzicht van de hand van Polder PV).

Drenthe, op de derde positie, wist weliswaar ook de nodige capaciteit toe te voegen (toename t.o.v. vorige update met 46%, tot 1.283 panelen per project gemiddeld). Maar kon het forse verschil met de twee hierboven genoemde provincies (nog) niet overbruggen. Dit zal mogelijk in positieve zin gaan wijzigen, omdat er meerdere forse SDE beschikkingen voor veld-installaties klaarstaan in Drenthe. Dat is ook de belangrijkste reden, waarom een groot deel van die provincie inmiddels in de gevarenzone terecht is gekomen bij aanvragen voor transportcapaciteit achter grootverbruik aansluitingen (zie laatste kaart update schaarste netcapaciteit Enexis van 18 juli 2019).

Net als in de vorige update, is Gelderland wederom gedaald in de rangorde. Sterker nog, ze is in deze rating zelfs op de laatste plaats terecht gekomen. Weliswaar is het aantal panelen per project licht gestegen, maar uiteindelijk op slechts 626 modules per project beland, iets achter Overijssel. Zowel Gelderland als Overijssel waren er vroeg bij met de bouw van "grotere" projecten, maar de omvang van die wat oudere installaties haalt het niet bij de veel grotere projecten die in de laatste jaren worden gebouwd, zoals in Noord-oost Nederland (veld-opstellingen), en op de grote distributie centra in met name Noord-Brabant en Limburg (rooftops). Als Gelderland enkele nieuwe grondgebonden projecten en grote rooftops weet te bouwen de komende tijd, kan haar positie t.o.v. de lager in de rangorde zittende provincies weer in positieve zin gaan wijzigen. Er zit echter niet bijster veel volume voor veldopstellingen in de pijplijn, slechts 189 MWp tm. SDE 2018 (zie artikel met grafiek). Buur provincie Overijssel heeft al wat meer volume beschikt staan (233 MWp).

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Zeeland schoof 2 posities naar voren, naar de 2e plaats
  • Friesland verloor 3 plaatsen en eindigt op de 5e plek
  • Gelderland is naar de laatste plek omlaag getuimeld
  • Over alle provincies bezien steeg het gemiddelde aantal panelen per project site wederom fors, van 656 naar 920 stuks (toename ruim 40%)
  • Het verschil tussen de "best" (Gr) resp. "worst performer" (Gld) is een factor 3,2. Dat was in de vorige update nog een factor 3,5

Gemiddelde opgestelde PV-capaciteit per project per provincie

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Globaal genomen leek deze grafiek, die de gemiddelde systeem capaciteit per project per provincie weergeeft, in afgelopen versies op het hier voor getoonde exemplaar (gemiddeld aantal panelen per project). Wat natuurlijk logisch is, het aantal panelen correspondeert normaliter grofweg met het opgestelde vermogen. Maar gezien aberraties zoals grote projecten met dunnelaag modules (bijvoorbeeld, de oude Azewijn en nieuwe Plantion projecten in provincie Gelderland in voorgaande discussies), kan het best voorkomen dat op detail niveau de volgorde in deze rating afwijkt van die voor het aantal panelen. Wederom is dat ook met deze "maatvoering" geschied in de huidige update.

Ten eerste, heeft provincie Zeeland in de huidige update, zoals in de voorgaande reeds verwacht, de collegae van provincie Groningen naar de tweede plek verwezen, i.p.v. andersom zoals in de voorgaande grafiek. Zeeland evolueerde van 220 kWp naar 608 kWp per project, een heftige groei met factor 2,8 (grotendeels te wijten aan opname van 2 grote nieuwe zonneparken in de PPV spreadsheets). Groningen groeide "slechts" van 368 naar 456 kWp, een factor 1,2 maal zo veel capaciteit gemiddeld per project. Friesland viel sterk terug naar de 5e positie (bij een groei van 260 naar 309 kWp per project), waardoor Flevoland de derde plek kon bezetten (groei van 193 naar 331 kWp per project), nog steeds voor Drenthe (groei van 172 naar 318 kWp gemiddelde per project).

Limburg en Noord-Brabant, Zuid- en Noord-Holland, én Utrecht en Overijssel wisselden telkens paars-gewijs van plek. De algehele volgorde is t.o.v. de voorgaande grafiek door deze wijzigingen dan ook anders dan in eerdere updates.

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Zeeland stoomde verder op, van de 3e naar de 1e positie
  • Friesland viel 3 plaatsen terug, en is uit de top-drie verdwenen
  • 3 paren provincies wisselden telkens van plaats met elkaar: L / NB, ZH / NH, en Ut / Ov
  • De gemiddelde systeem capaciteit is weer toegenomen t.o.v. de vorige update, van 165 naar 247 kWp/project (groei 50%)
  • Het verschil tussen de "best" (Zld) resp. "worst performer" (Gld) is een factor 3,8. Dat is weer een stuk hoger dan in de vorige update, toen deze verschil factor nog op 3,2 lag (daarvoor lag deze factor ook hoger, op 3,6)

Relatieve verhoudingen: (1) Aantal grote PV-projecten per 100.000 inwoners per provincie

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Bij de relatieve verhoudingen krijgen we ook weer hele andere volgordes te zien. In deze eerste grafiek het aantal projecten per 100.000 inwoners per provincie (aantal inwoners per provincie gehaald uit CBS OpenData / StatLine status 17 mei 2019. Hier torent de kleine provincie Flevoland - al langere tijd - dominant boven alle andere provincies uit. 121 grotere PV projecten op genoemd aantal inwoners (nog 108 in okt. 2018 update, 99 in feb. 2018, 91 in versie juni 2017, 77 in die van dec. 2016, 63 in exemplaar van juli 2016) is een factor 2,1 maal het provinciale gemiddelde (rood gearceerde kolom: 59 stuks, was in vorige update 52 exemplaren).

Friesland (83 projecten, 12 minder in okt. 2018 update), is inmiddels iets verder uitgelopen op Overijssel (met nu 79 projecten per 100.000 inwoners, 9 meer dan in vorige update). Daarna gaat het stapsgewijs bergafwaarts. De meeste provincies tobben met hoge inwoner aantallen (sterk verstedelijkte provincies) of een combinatie van relatief weinig projecten en een laag inwoner aantal (Drenthe, Groningen, Zeeland). In deze rating blijft mijn eigen provincie Zuid-Holland, natuurlijk het meest dicht bevolkt van allemaal (inmiddels bijna 3,7 miljoen inwoners), de sluitpost, met gemiddeld maar 26 grote PV projecten op 100.000 ingezetenen (vorige update: 23 stuks, dus relatief weinig progressie op dit punt).

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Geen positionele wijzigingen in de rangorde lijst
  • Het verschil tussen de nrs. 1 en 2 is iets afgenomen (van naar 52% naar 46%)
  • Het gemiddelde is toegenomen van 52 naar momenteel 59 grotere projecten per 100.000 inwoners (groei: ruim 13%)
  • Het verschil tussen de nrs. 1 (Flevoland) en de slechtst "presterende" provincie, Zuid-Holland, blijft stabiel op factor 4,7

Relatieve verhoudingen: (2) PV-project capaciteit per inwoner per provincie (Wp)

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Met deze tweede relatieve maat blijft Flevoland nog steeds een flink eind vooruit rennen t.o.v. de rest van de provincies, waarbij de verschillen met de nrs. 2 en 3 weer verder zijn opgelopen. Flevoland heeft inmiddels 402 Wp gemiddeld per inwoner aan grote >=15 kWp zonnestroom producerende projecten (okt. 2018 update: 208 Wp, groei 93% !). Met een 2,2 maal zo grote relatieve capaciteit dan het provinciale gemiddelde (179 Wp/inwoner, vorige update 100 Wp). Daarmee begint deze provincie al een beetje in de buurt te komen van het vermogen per inwoner in de veel eerder flink aan de weg timmerende regio Vlaanderen in België, waar volgens het Vlaams Energie Agentschap eind juni dit jaar 443 Wp per Vlaming op de teller kwam te staan (solar stats pagina VEA). Voorlopig loopt buurman Duitsland nog wel een tijdje "voor de meute uit", met 47,95 GWp op 83,02 miljoen inwoners uitkomend op ongeveer 578 Wp/ingezetene.

Zeeland heeft in de huidige update Groningen en Friesland van de 2e en 3e naar resp. de 3e en 4e plek verwezen. Wederom ligt dit natuurlijk aan de grote nieuwe zonneparken in deze zonnige, en dunbevolkte provincie. Die, samen met andere grote (veelal rooftop) projecten de gemiddelde capaciteit omhoog joeg naar inmiddels 352 Wp/inwoner (vorige update: 108 Wp, groei 226% !).

Groningen viel in relatieve zin flink terug t.o.v. kampioen Flevoland en heeft nu 275 Wp per inwoner gemiddeld (update okt. 2018: 206 Wp, groei 33%). Friesland is Groningen wat dichter genaderd, van 185 Wp/inwoner (update okt. 2018) tot 255 Wp/inwoner bij de grote projecten. Een groei van 38%. Ook deze verhoudingen zullen met elk groot zonnepark in met name dunbevolkte provincies met elke volgende update flink op de schop genomen kunnen worden.

Noord-Brabant en Overijssel zijn t.o.v. de voorlaatste update van plaats gewisseld, en hebben nu bijna even grote relatieve vermogens staan: 134 resp. 133 Wp per inwoner. De dichtst-bevolkte provincie Zuid-Holland blijft ook bij deze maatvoering, en ondanks forse relatieve groei, rode lantaarndrager: slechts 54 Wp per ingezetene bij de grote projecten (okt. 2018 update: 30 Wp/inwoner, groei 80%). In "moderne zonnepanelen" gemeten: genoemde 54 Wp/inwoner komt neer op een "groot project paneel" van 325 Wp op 6 inwoners. Het verschil tussen Flevoland en Zuid-Holland is bij dit vergelijkings-criterium wederom gestegen naar een factor 7,4, na in de vorige update (factor 6,9) tijdelijk te zijn gedaald.

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Zeeland wint 2 posities en wordt 2e
  • Verschillen tussen de nr. 1, Flevoland, en nrs. 2 en 3 lopen weer flink op
  • Noord-Brabant en Overijssel zijn van plaats gewisseld
  • Het gemiddelde nam toe van 100 naar 179 Wp per inwoner (stijging: 79%)
  • Verschil tussen de "best" (Fl) resp. "worst performer" (ZH) is een factor 7,4 (okt. 2018: 6,9, feb. 2018: 7,5)

Relatieve verhoudingen: (3) Aantal grote PV-projecten per 100.000 hectare landoppervlak per provincie

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Wederom een andere volgorde, als we het aantal grote PV installaties relateren aan het beschikbare landoppervlak per provincie. Een beetje redelijke getallen krijgen we als we 100.000 hectare als referentie nemen, wat gelijk is aan 1.000 vierkante kilometer. De oppervlaktes per provincie heb ik gehaald uit deze Opendata / StatLine tabel (update 7 september 2018, laatst beschikbare cijfers).

Nu krijgen we weer geheel andere "spelers" in de voorhoede te zien. Achtereenvolgens de kleinste, doch op de solar projecten markt actieve provincie Utrecht (334 projecten per 1.000 km², was in okt. 2018 update nog 291; groei 15%), die wederom een klein beetje verder is uitgelopen op haar volgers. Op enige afstand gevolgd door Zuid-Holland (283 projecten, voorheen 250), die iets voor blijft t.o.v. haar noorderbuur, Noord-Holland (271 projecten).

Overijssel kan nog net aanklampen bij de kopgroep, met 267 projecten/1.000 km² (dat was 234). Dan valt er een relatief groot gat. Na Noord-Brabant (238 projecten/1.000 km²) volgen Limburg (221), Flevoland (210 projecten/1.000 km²) en Gelderland (198 stuks). Drenthe en Groningen zijn van plaats verwisseld t.o.v. de update van okt. 2018, en hebben inmiddels 124 resp. 119 projecten/1.000 km². De qua oppervlakte grootste provincie, Friesland (575.000 hectare, 93 projecten per 1.000 km²), en hekkensluiter Zeeland, met slechts 76 grotere single site projecten op hetzelfde oppervlak, kunnen slechts met moeite aanhaken bij de rest. Het verschil tussen koploper Utrecht en de rode lantaarndrager Zeeland is iets gedaald, van factor 4,5, naar 4,4.

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Kampioen Utrecht liep iets verder uit op de nummer twee (Zuid-Holland) - verschil van 17% naar 18% t.o.v. volume ZH
  • Drenthe en Groningen zijn van plaats gewisseld
  • Het gemiddelde steeg van 178 naar 203 grotere PV projecten per 100.000 hectare (stijging: 14%)
  • Verschil tussen de "best" (Ut) resp. "worst performer" (Zld) is een factor 4,4

Relatieve verhoudingen: (4) PV capaciteit in grote projecten in Wp/hectare landoppervlak per provincie

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Bij deze laatste relatieve maatvoering, de geaccumuleerde capaciteit van de grote projecten, terug gerekend naar een hanteerbare Wp per hectare per provincie, zijn er ook weer enkele mutaties t.o.v. de situatie in de update van okt. 2018 (zie aldaar).

Flevoland deed hier een eerste machtsgreep, en verwisselde de 2e voor de 1e plaats, met inmiddels 695 Wp/ha (okt. 2018 update: 356 Wp/ha, stijging van 95% !). Noord-Brabant stoomde zelfs drie plaatsen naar voren, van de 5e naar de 2e positie, met inmiddels 670 Wp/ha (vorige update 326 Wh/ha, stijging: 106% !). Ook Utrecht won een positie, en kwam op de derde plaats met 581 Wp/ha. Dat was nog 331 Wp/ha in de oktober 2018 versie, een stijging van 76%. Daarmee blijft deze kleine provincie grotere broer Zuid-Holland net aan voor (577 Wp/ha).

Provincie Noord-Holland is inmiddels terug gevallen, van de derde naar de 5e positie (van 331 naar 548 Wp/ha, groei 66%). De val van Groningen was nog dieper. Was deze provincie nog nr. 1 in de update van okt. 2018, is ze in een klap op de zesde plaats beland, met 542 Wp/ha in de versie van 9 augustus 2019, ondanks een groei van 34%. Het relatief "kleine" Zeeland klom maar liefst vier plaatsen, en bracht haar schamele (laagste) 141 Wp/ha omhoog naar een "decente" 460 Wp/ha in de huidige update. Een groei van maar liefst 226%, met dank aan (o.a.) groot project Scaldia.

Provincie Drenthe klom vanaf de op een na laatste plaats 2 posities omhoog, en bereikte een volume van 394 Wp/ha, een groei van 110%. Dit is o.a. te wijten aan het zeer grote Oranjepoort Nieuw-Dordrecht complex, wat door GroenLeven is opgeleverd (reeds voorspeld / benoemd in de voorgaande update). Nieuwe hekkensluiter op dit criterium is inmiddels Friesland geworden, wat met haar grote oppervlakte natuurlijk niet in de bovenste regionen terecht kan komen. De provincie groeide wel met 38%, en bereikte met haar laatste positie een niveau van 287 Wp/ha.

Het gemiddelde van alle provincies ligt momenteel op 504 Wp/ha.

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van okt. 2018:

  • Flevoland van nr. 2 naar de 1e positie
  • Noord-Brabant van de 5e naar de 2e plek
  • Utrecht klom 1 plaats, Drenthe won 2 posities, Zeeland maar liefst 4
  • Terugval voor Groningen, Noord-Brabant en Zuid-Holland
  • Het provinciale gemiddelde steeg van 289 naar 504 Wp/ha (stijging: 74%)
  • Het verschil tussen de "best" (Fl) resp. "worst performer" (Fr) is gedaald van 3,5 (feb. '18), via 2,9 (okt. '18), naar een factor 2,4 in de huidige update van 9 aug. 2019.

Conclusie "provinciale ratings"

Uit dit alles volgt, dat afhankelijk van de gekozen variabele, verschillende provincies in de bovenste regionen opduiken bij de single site PV projecten. Zonne-energie kent talloze winnaars. Het is maar op welk aspect in de vergelijkingen je de nadruk legt - of wilt leggen. Ook zijn er soms opvallende verschuivingen van de posities binnen een tijdsbestek van driekwart jaar. Met name grote zonnestroom projecten, zoals recent opgeleverde grondgebonden installaties als de zonneparken in Groningen, Friesland, Drenthe, Zuid-Holland en Zeeland, kunnen tot op provinciaal niveau een forse positieve wijziging forceren van de positie van de betrokken provincie.




^^^
Het bedrijfsleven is reeds enkele jaren, "geholpen" door SDE subsidies (en/of EIA e.a. belasting"vriendelijke" incentives), versterkt aan het inzetten op een van de meest ''zichtbare" van de MVO maatregelen die ze kan inzetten, en waarmee ze een "groen punt" kan scoren: zonnepanelen. Hier een voorbeeld in Alphen aan den Rijn, bij een aannemer waarvan een dochter enkele jaren ook zelf PV installaties aanlegde. Met op de foto panelen verdeeld over segmenten waarvan de ondergrond wit is gemaakt (verhoging reflectie, stimulans voor iets beter rendement en tevens betere warmte huishouding in het pand). Het is onderdeel van meerdere daken met ver over de 300 zonnepanelen op het erf. De hele installatie, aangelegd in 2018, valt in de categorie >= 50 - 100 kWp in het overzicht van Polder PV (reeds 1.788 projecten bevattend in de augustus 2019 update). Foto genomen tijdens fietstochtje door de webmaster van Polder PV, op 19 juli 2019.


5. Segmentatie single site projecten per netbeheer gebied

Voor de vijfde maal presenteer ik van de single site PV projecten lijst van Polder PV ook een grafisch overzicht van de verdeling van 5 variabelen per netgebied. We hebben in Nederland momenteel "formeel" nog maar 7 netbeheerders voor de lagere spanningsniveaus hebbende elektricteitsnetten. Plus hoogspannings-netbeheerder TenneT. Er is begin 2016 een forse uitwisseling geweest tussen de netgebieden van Enexis en Liander. O.a. de Noordoostpolder, met veel PV capaciteit, en delen van Friesland gingen over van Enexis naar Liander. Het oorspronkelijk door Liander overgenomen netgebied van Endinet, ging toen ook over in handen van Enexis. Ik heb Endinet nog steeds als aparte entiteit opgegeven, al is hun eigen website inmiddels opgeheven en geïntegreerd in die van Enexis. ACM voerde deze regionale netbeheerder, met een klein netgebied (Eindhoven), tot voor kort nog steeds apart op, dus heb ik deze voor dit overzicht nog even aangehouden. Coteq (het vroegere Cogas NB) is een kleine netbeheerder voor elektra in Almelo, Oldenzaal en Goor in Overijssel. "Rendo Netwerken" (officieel volgens KvK N.V. RENDO Holding, de oude Rendo Netwerken BV is uitgeschreven uit het register) is een kleintje in de regio Steenwijk en Hoogeveen (Overijssel - Drenthe). Hoe de toekomst van de kleinere netbeheerders er uit zal zien, gezien de monumentale taak die de energietransitie voor al deze partijen nu al is geworden, is onzeker.

Een in de voorlaatste update reeds genoemde laatste wijziging betreft de status van het alleen in Zeeland actieve Enduris. Formeel is die netbeheerder overgenomen door de Stedin Groep [Stedin Holding N.V.] per 13 juni 2017 (bericht Enduris, 1e halfjaar bericht Stedin Groep). Echter, vanwege de historische context, het feit dat Enduris nog steeds haar eigen website heeft, tezamen met de duidelijke geografische afgrenzing van het netgebied ("Zeeland"), blijf ik de data voor Enduris onder die naam aanhouden.

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

In deze grafiek vijf variabelen die ik van de installaties in de betreffende netgebieden heb kunnen bepalen vanuit de basis spreadsheet met de single site projecten van Polder PV. Er is ook een categorie "onbekend" (wel systeem gegevens bekend, maar geen opgave van lokatie, dus netgebied onbekend). En ik heb een aparte categorie gemaakt voor "TenneT aansluitingen" (overkoepelende hoogspanningsnet-beheerder). Het eerste grote PV project, Sunport, 30,8 MWp, ligt in Groningen, wat tot het "natuurlijke" verzorgingsgebied behoort van Enexis. Het 220 kV TenneT station Weiwerd ligt letterlijk "om de hoek" van het park. Die ene installatie heeft, in combinatie met 2 kleine projectjes op trafostations van TenneT zoals u ziet, enorme impact in vergelijking tot de hoogtes van sommige kolommen bij kleinere netbeheerders.

Voor een recent overzicht van de gebieds-verdeling voor elektra, zie deze pagina van Energieleveranciers.nl (NB: documentatie bij ACM is niet meer aanwezig !). Met dien verstande, dat de "enclave Weert" in Noord-Brabant al lang geen onderdeel meer is van Stedin, maar per 1 juli 2017 is overgedragen aan Enexis. De netbeheers-tak van Cogas is per september 2017 omgedoopt in Coteq Netbeheer. Voor hun verzorgings-gebied in Twente, zie deze webpagina .

Per variabele is de hoogste waarde aangegeven in cijfers boven de betreffende kolom. Hieruit blijkt dat bij de eerste variabele, aantal projecten, Liander nog steeds het hoogste scoort, met inmiddels 3.383 grotere PV projecten. Wat niet vreemd is, omdat het de grootste netbeheerder is, én ze bovendien de zonnepanelen en PV projecten rijke (gemeente) Noordoostpolder er bij hebben gekregen (uitruil gebieden met Enexis). Maar ze worden op de voet gevolgd door "die andere" grote netbeheerder, Enexis (3.195 projecten).

Zoals ik al verwacht had, is de trend echter bij de volgende 2 variabelen beslist omgeslagen in het voordeel van Enexis. Ik heb daar recent nog duidelijke achtergrond informatie over voor het voetlicht gebracht, in mijn analyse van de Enexis data over de laatste jaren, waar uit eindelijk ook voor het eerst de grootverbruik cijfers redelijk duidelijk naar voren kwamen. In dat, door aanvankelijke inconsequenties van brondata, fors gereviseerde artikel van 16 augustus jl, wordt kristalhelder, dat er al veel meer capaciteit achter grootverbruik aansluitingen Bij Enexis is opgeleverd, dan bij de collegae van Liander. Laatstgenoemde lijkt, volgens die analyse, eind 2018 28% minder capaciteit achter grootverbruik aansluitingen te hebben, dan Enexis (487 MWp versus 677 MWp).

Het zal u dan ook niet bevreemden, dat in bovenstaande grafiek, met peildatum 9 augustus 2019, de verhouding bij het totaal aantal "getelde" PV modules al in het voordeel van Enexis is uitgevallen: 3,17 miljoen exemplaren, t.o.v. 2,78 miljoen stuks bij de grotere projecten in Liander netgebied (12% minder dan bij Enexis). Waarbij natuurlijk niet vergeten moet worden, dat talloze kleinere projecten hier nog niet eens bij zitten. Enexis heeft een gigantisch achterland met duizenden boerderijen, en zal hier dus waarschijnlijk nog meer volume in brengen. Bij de totale door Polder PV geregistreerde project capaciteit is, i.t.t. de vorige update, toen Liander net aan wat meer capaciteit had staan, zoals toen ook al werd verwacht, een duidelijke trendbreuk ontstaan. Bij Enexis had ik op de peildatum namelijk al 828,6 MWp in grotere PV projecten staan. Liander bleef steken op 747,7 MWp, bijna 10% minder. Ook dit kan in komende updates beslist nog verder wijzigen, in Enexis gebied wordt zéér veel grote capaciteit gepland, en niet alleen in de vorm van grondgebonden zonneparken !

Bij bovenstaande gaarne goed beseffen, dat een - onbekend - deel van de kleinere installaties die ik in mijn overzichten heb staan beslist op een kleinverbruik aansluiting aangesloten kan zijn (dat kan zeker nog met installaties tot zo'n 50 kWp, afhankelijk van de bedrijfs-situatie, en de toepassing van eventuele vermogens-begrenzers). Maar op het totaal zal dat een "beperkte" hoeveelheid zijn, omdat de grotere projecten enorme capaciteits-volumes zijn gaan inbrengen.

Spreiding en toename
Bij het aantal in de Polder PV spreadsheet staande single site projecten zijn de extremen (afgezien van "onbekend" en TenneT) 12 stuks in het netgebied van het kleine Rendo (actief in Hoogeveen en Steenwijk) tot genoemde 3.383 exemplaren in het grote netgebied van Liander (4 provincies omvattend). Een groei van ruim 13% t.o.v. het volume in de okt. 2018 update (2.984 sites). Bij het aantal "getelde" dan wel berekende zonnepanelen liggen de extremen tussen 7.777 stuks (wederom Rendo) en, inmiddels, bijna 3,17 miljoen exemplaren bij Enexis (vorige update nog 1,93 mln, groei ongeveer 64%). Wat de geaccumuleerde capaciteit betreft zitten we tussen 2.049 kWp (Rendo) en 828,6 MWp (Enexis; groei t.o.v. okt. 2018, 473,3 MWp: 75% !). Bij Liander was de groei sedert de voorgaande update "slechts" 54%, beduidend minder dus.

Bij het gemiddelde module vermogen (4e kolommen cluster) zien we sinds de vorige update bij Enduris de hoogste waarde opdoemen, een zeer hoog gemiddelde van 334 Wp. Dit is vooral het resultaat van slechts een paar grote zonneparken, met heel erg veel hoog-rendement panelen. Bij de andere netbeheerders, met veel grotere volumes aansluitingen en PV projecten, worden dergelijke vermogens van nieuwe panelen in het gemiddelde over alle installaties "verwaterd" door de aanwezigheid van tien- tot honderd-duizenden panelen in oudere installaties, die uiteraard meestal fors lagere vermogens hebben. Het minimum bij het gemiddelde module vermogen vinden we wederom in het netgebied van Westland Netbeheer in Zuid-Holland, 240 Wp (dit is wel verder toegenomen t.o.v. de 232 Wp, 222 Wp, 212 Wp resp. 200 Wp in de okt. 2018, feb. 2018, juni 2017 en dec. 2016 updates). Dit komt, omdat in dit relatief kleine netgebied een project is opgeleverd met vijf en een half duizend (!), zeer kleine paneeltjes in een experimentele set-up, en er ook nog een fors dunnelaag project met micromorf / amorf Si modules in dat relatief kleine netgebied staat. Die twee installaties drukken het gemiddelde paneel vermogen bij deze relatief kleine netbeheerder (WN) behoorlijk naar beneden. Ik heb inmiddels nog maar 90 grotere PV projecten in dat netgebied in mijn lijst staan, dan hebben dergelijke "anomalieën" een relatief groot effect op de totale gemiddelde waarden. Ook hiervoor geldt: in grote netgebieden vallen dergelijke byzonderheden al gauw weg tegen de massa van het resterende volume.

Het laagste systeemgemiddelde vermogen (laatste kolommen-serie) vinden we nu ook in het netgebied van Westland Netbeheer, 127 kWp, ook al is dat met bijna 9,5% gegroeid t.o.v. de 116 kWp in de voorgaande update. In het kleine netgebied van Coteq (voorheen kleinste gemiddelde installatie), is het gemiddelde namelijk sterk gestegen, van 98 naar 170 kWp per project (hoge groei van 73%). Boven alles uit torenend staat nog steeds eenzaam Sunport in Delfzijl, aangesloten bij TenneT, met haar 30,8 MWp vermogen, waarvan de capaciteit zo'n beetje door drie wordt gedeeld door kleine projectjes bij 2 van hun hoogspannings-stations. Van een "gemiddelde" kunnen we nog niet spreken, daarvoor moeten echt meer grote installaties direct op een trafostation van de hoogspannings-netbeheerder worden aangesloten.

Als we die combinatie even "vergeten", heeft tot nog toe voormalig regionaal netbeheerder Enduris (momenteel onder Stedin Groep vallend) nog steeds het hoogste gemiddelde systeem vermogen bij de grote PV projecten in de Polder PV spreadsheet. Het groeide zelfs zeer fors door, van 220 kWp naar maar liefst 612 kWp (groei: 178%). De oorzaak, het wordt saai: grote zonneparken zoals de exemplaren op Goeree-Overflakkee, in een relatief klein netgebied. Wat dat laatste betreft, staat ons weer een "byzonder exemplaar" te wachten. Want in het zeer kleine netgebied van Rendo wordt een zonnepark voorbereid, waarvoor een 30 MWp grote SDE beschikking is afgegeven. Zelfs als dat park een fors stuk kleiner gebouwd zou gaan worden (wat regelmatig voorkomt), als het eenmaal aangesloten gaat worden, gaat het systeemgemiddelde in dat kleine netgebied als een raket de lucht in ...

Stedin, het van Eneco per 31 januari 2017 uiteindelijk afgesplitste netbedrijf, en de op twee-na-grootste regionale netbeheerder, is in alle opzichten bij deze variabelen "een hoge middenmoter", met inmiddels 1.134 grotere PV projecten (groei t.o.v. vorige update, 996 stuks, 14%), en een geaccumuleerde PV capaciteit van 235 MWp (vorige update 122 MWp, groei 93%), verzameld in mijn single-site spreadsheet. Voor een totaal overzicht met alle cijfers voor Stedin, medio 2018, zie de betreffende PPV analyse gepubliceerd op 20 augustus 2018. Grove cijfers voor groot- en kleinverbruik tm. EOY 2018 vindt u hier, voor kleinverbruik aansluitingen is een detail analyse, met nagekomen berichten gepubliceerd. Latere cijfers zijn nog niet bekend gemaakt. Het GVB volume eind 2018 was ongeveer 150 MWp volgens Stedin. Met de grote projecten tm. begin augustus 2019 verzameld door Polder PV is daar dus minimaal alweer 85 MWp bijgekomen. Waarbij er wel beseft moet worden, dat een deel van de kleinere projecten achter kleinverbruik schuil zal gaan.


6. Segmentatie naar project lokatie en Standaard Bedrijfs-Indeling

Het met een bedrijfs-type "markeren" van de project lokaties in mijn omvangrijke lijst is een omvangrijke klus. Het is nog niet "af", al heb ik inmiddels van een substantieel deel van de projecten al de zogenaamde "standaard bedrijfs-indeling" codes kunnen toekennen, zoals het CBS die al jaren hanteert. Dat doe ik al langere tijd automatisch voor alle nieuw toegevoegde (en om wat voor reden dan ook gewijzigde) project realisaties. En als de tijd gevonden kan worden, wordt dat ook voor nog niet gemarkeerde, al lang in mijn overzicht opgenomen projecten gedaan. Dat blijft dus "ongoing business". Het is niet altijd makkelijk om zo'n bedrijfs-code te geven, van lang niet alle bedrijven is helder wat hun "core-business" nu feitelijk is. Dus dat vergt soms wat denk- en zoekwerk.

Voor een toelichting van de lettercode van de toegepaste "Standaard Bedrijfs-Indeling" (SBI), zie onderstaande tabel van de overheidscijfers.nl website (NB: dat is geen overheids-site, maar een zeer hoog gewaardeerd initiatief van LiqueFactive.com):

Wat de aantallen projecten in mijn lijst betreft (8.210 stuks), heb ik inmiddels voor 78% reeds bedrijfscodes kunnen toebedelen (inclusief categorie "onbekend", X). Dat was in de update van oktober 2018 nog maar ruim 71 procent. Kijken we echter naar de capaciteit van alle projecten bij elkaar (2.016 MWp), heb ik voor dat volume reeds bijna 97% van totaal ingevuld. Dit, omdat ik me vooral op de grotere projecten concentreer. We zijn dus al een heel eind op weg, onderstaande overzicht is waarschijnlijk goed representatief voor de verdeling bij alle grotere PV projecten in ons land. Voor de vele duizenden kleinere projecten is de indeling echter nog lang niet voldoende, omdat die sterk ondergewaardeerd zijn in de Polder PV overzichten.

Polder PV deelt in op de fysieke bedrijven waarop een PV project is aangebracht. Ik houd geen rekening met allerlei - soms zeer complexe - lease constructies, waarbij alleen de PV generator eigendom is van een derde partij (die vaak niet eens in de regio haar zetel heeft). Er wordt een uitzondering gemaakt voor grondgebonden zonneparken. Die zijn in bijna alle gevallen (zelfs bij de kleinere installaties) zo groot, dat alle opwek direct, of voor het overgrote merendeel, het net op vloeit, en de facto als onderdeel van de activiteit "energievoorziening" (SBI code D) gerekend wordt. Natuurlijk zijn alle PV installaties "energie voorzienende" installaties, maar in veel gevallen wordt een groot of substantieel deel van de opwek on-site verbruikt door de eigenaar (of dak verhurende partij). Vandaar de toebedeling aan de bedrijven waar die generatoren op zijn gebouwd. Sowieso is bij complexe lease constructies bijna nooit te achterhalen wat er precies m.b.t. de stroomverkoop op genoemde lokatie geschiedt, zijn dan ook nog vaak de garanties van oorsprong (GvO's) losgekoppeld van de fysieke stroom verkoop, en kunnen die GvO's zelfs aan particulieren worden "door verkocht" via portals als Vandebron, Powerpeers, e.d. Daar kan ik allemaal geen rekening mee houden bij de toebedeling van de generator aan het fysiek betreffende bedrijfs-type. Want dat levert alleen maar grote verwarring op (en, natuurlijk: houdt tevens een extreme, zinloze verzwaring van de work-load in).


Vergelijk grafiek met status okt. 2018

SBI code, A-U, op horizontale as, X toegekend voor bedrijven met expliciet bekende PV installaties groter of gelijk aan 15 kWp, waarvan echter verder niets bekend is gemaakt. En het bedrijfs-"type" dus ook niet kon worden vastgesteld. In blauwe kolommen per bedrijfs-"segment" het aantal projecten in mijn overzicht wat in de betreffende categorie valt (referentie: linker Y-as). In een donker-oranje kleur de totale capaciteit die voor dat bedrijfs-segment in mijn projecten lijst staat genoteerd, in MWp (rechter Y-as). Uit deze 2 variabelen is het gemiddelde systeem vermogen (in kWp, linker Y-as) berekend per categorie, en weergegeven in de groene kolommen.

Uit de grafiek wordt kristalhelder, dat de agrarische sector (SBI code A) zowel bij de aantallen projecten, als de totale capaciteit in mijn projectenlijst hoog scoort. Een boodschap die al langer door mij wordt geventileerd - het is jaren lang een van de dragende "zuilen" bij de opwek van niet residentiële zonnestroom in Nederland. Het gaat bij de in totaal al 6.393 van een bedrijfsletter code voorziene projecten voor dat segment inmiddels om 2.170 sites. Dat is 34% van het totaal, en dus 1% minder dan de 35% in de okt. 2018 update. Van de totale capaciteit in die reeds toegekende deel-portfolio, 1.947 MWp, is het volume "agrarische sector" inmiddels 341 MWp, een aandeel van zo'n 17,5%. Dat is wederom een stuk lager dan de ruim 20% in de oktober update van vorig jaar.

Nieuwe piketpaal verder uitgebreid: agrarisch sec niet meer grootste deel-sector

Dat laatste is vrijwel geheel terug te voeren op de volgende oorzaak. Categorie D, "energievoorziening", scoort reeds sedert de voorgaande 2 updates nog veel hoger dan het eerder al deed. Energievoorziening is in een groot deel van de gevallen beslist niet de "core-business" van de bedrijven en instellingen waar de generator op is aangebracht. Dat is beslist wél zo voor de inmiddels populair wordende vaak al grote grondgebonden installaties, die, expliciet met de bedoeling (veel) zonnestroom op te wekken (als hoofd activiteit), in deze categorie door mij zijn ondergebracht. Dan zien we in eerste instantie al meteen een enorme discrepantie tussen het bescheiden aantal projecten en het opgestelde vermogen bij dat bescheiden aantal installaties. Momenteel tel ik in deze "buitengewone" categorie 176 projecten, 2,8% van de installaties waarvoor inmiddels een SBI index door mij werd toegekend. In de okt. 2018 update was dat nog 96 stuks, 1,9% van totaal.

Kijken we echter naar het opgestelde vermogen wat daarmee gepaard gaat, zijn de verhoudingen compleet anders. Genoemde 176 projecten hebben namelijk 816 MWp, bijna 42% (!) van het totaal van SBI code voorziene volume in de aug. 2019 update (1.947 MWp). Dat was in de vorige update nog "maar" 308 MWp (28% van het toen bekende, met SBI codes gelabelde volume, 1.093 MWp). Het "historisch moment", waarbij een nieuwe piketpaal is gezet in de Nederlandse zonnestroom statistiek geschiedenis in de vorige update, aandeel "energievoorziening" het grootst, heeft dus een spectaculair vervolg gekregen, met een toename van 14% bij het relatieve aandeel op het totaal. Het huidige niveau ligt inmiddels 2,4 maal zo hoog dan de capaciteit bij de (rooftop) agrarische sector. In de vorige update was die verhouding nog slechts 1,3 in het voordeel van de sector "energievoorziening". Bij de aantallen lagen die verhoudingen compleet anders. Dat was in de vorige update nog 18,7 zoveel projecten categorie A dan bij D. Inmiddels is die verhouding wel minder extreem, maar heb ik nog steeds 12,3 maal zoveel projecten A dan D staan in de overzichten.

Ook hier uit blijkt kristalhelder: genoemde, grotendeels grondgebonden sector is verder aan het uitlopen op de al hoge impact hebbende, grote verzameling agrarische (rooftop) installaties. Op het vlak van aantallen projecten marginaal inlopend op de reeds hoge volumes in de agrarische rooftop sector. Maar wat met die bescheiden aantallen projecten meegebrachte capaciteit betreft, is er een extreme versnelling aan het ontstaan bij de grondgebonden installaties.

Het is gezien bovenstaande dan ook niet verwonderlijk, dat categorie D ook by far het hoogste gemiddelde project vermogen kent: ruim 4,6 MWp (hoge groene kolom). Dat is weer substantieel hoger dan de 3,2 MWp in de oktober 2018 update (in feb. dat jaar lag het niveau rond de 3 MWp). En is al een factor 30 (!) maal zo hoog dan het systeemgemiddelde vermogen in categorie A. Alle andere categorieën, bijna uitsluitend uit rooftop projecten bestaand (exclusief de paar gevallen waarbij er een klein PV veldje op de grond naast het bedrijf is geplaatst, niet zijnde de "hoofd activiteit" van dat bedrijf), hebben véél lagere gemiddelde project vermogens.

Andere categorieën

Wat impact op capaciteit betreft, heeft categorie G, handel, met 546 projecten (8,5% van totaal), goed voor 178 MWp (ruim 9% van totaal) inmiddels categorie C (industrie) naar de vierde plaats verwezen. Veel loodsen van groothandels, distributie centra van onder anderen supermarkt ketens e.d. vallen hier onder. Categorie C, "industrie" heeft inmiddels 495 projecten (bijna 8% van aantal met SBI code) met 159 MWp (ruim 8%) in de sheets staan. Hier zit een aardig aantal forse rooftop projecten op industriële daken bij in diverse sectoren. Tot, voor velen wellicht verrassend, de zware metaal, scheepvaart-, en betonproducten industrie aan toe.

Transport en opslag (categorie H) komt bij de "gewone" rooftop categorieën op de vierde plaats m.b.t. het opgestelde vermogen, en heeft een beperkter aantal projecten (287 stuks, 4,5%), maar desondanks grote capaciteit op haar daken staan (131 MWp, bijna 7% van totaal). Hier onder vallen grote platte daken van de nodige opslag loodsen, inclusief grote koelhuizen: stroom vreters bij uitstek, met name midden op de dag, wanneer de zonnestroom productie op haar hoogste punt ligt. En dus een populair segment voor de eigenaren en project ontwikkelaars. Deze verhouding leidt ertoe, dat het systeemgemiddelde onder "H" op het hoogste niveau ligt (afgezien van "grondgebonden" hoofdcategorie D), 456 kWp. De "vergelijkbare" categorie handel, G, zit slechts op gemiddeld 325 kWp. Wel is het geaccumuleerde, gemarkeerde vermogen bij G inmiddels verder uitgelopen op dat onder H (verhouding in vorige update nog G : H 1,04, in het huidige exemplaar 1,36).

Categorie L bevat de nodige appartementen complexen met PV projecten op platte daken in de huursector (349 projecten, 5,5% van totaal, resp. 43 MWp, ruim 2% van totaal). Dit is uiteraard slechts een bescheiden onderdeel van wat er in totaal binnen de huursector is geplaatst, die dominant residentieel is georiënteerd. Het grootste volume is daar op grondgebonden huurwoningen geplaatst "achter de meter", en komt dus niet voor in mijn single-site projectenlijst. De activiteit in deze sector is hoger dan ooit tevoren, ik heb 2 bomvolle ordners vol projecten waarmee de sector reeds heeft uitgepakt, of die nog volop in uitvoering zijn. Helaas zijn, wat gerealiseerde PV capaciteit betreft, accurate cijfers over deze sector nog steeds zeer lastig boven tafel te krijgen.

Een qua omvang nog niet zo erg opvallende, doch wel maatschappelijk belangrijke categorie, "Openbaar bestuur en overheidsdiensten", O, heeft momenteel 190 projecten, 17 MWp, en een systeemgemiddelde capaciteit van 89 kWp. Alle gemeentehuizen en gemeentewerven (milieustraten), brandweerkazernes e.d. vinden we hier onder. Echter weer niet gemeentelijke sporthallen e.d. (die vallen onder categorie R, zie verderop). Ook een relatief populaire categorie geworden, dus. Menig gemeente heeft op haar stadhuis inmiddels een aardige batterij aan zonnepanelen. Helaas niet mijn eigen gemeente (Leiden). Het grootste project, nota bene een dunne laag installatie met zo'n 3.300 zonnepanelen, is aangelegd in 3 fases, op gemeentehuis Zevenaar (Gld). En daar bekend onder de projectnaam Zonnedak HAL12. 1.400 panelen zouden zijn gereserveerd voor een postcoderoos (PCR) project. Daarvan waren er in het voorjaar van 2017 420 verkocht aan deelnemers van de lokale coöperatie. Het PCR gedeelte is separaat opgenomen in het projecten overzicht van Polder PV, vanwege de (ook voor de Belastingdienst) strict te scheiden status van PCR en SDE installaties op een en hetzelfde complex.

Onderwijs instellingen (scholen) zijn ook zeer actief, zowel met, als zonder SDE subsidies, en hebben binnen categorie P al zo'n 545 grotere, als zodanig gemarkeerde projecten staan (ongeveer 8,5% van totaal), en 45 MWp aan capaciteit (ruim 2% van totaal). Het systeem-gemiddelde is op scholen vooralsnog echter vrij beperkt, 82 kWp. De meeste scholen verbruiken niet zeer veel elektriciteit, en hun maatschappelijke core-business is meestal niet verenigbaar met het produceren van grote hoeveelheden stroom, die weer verkocht moeten worden aan een leverancier (zeker in de onvermijdelijke, lange zomer vakanties, wanneer er grote hoeveelheden van de zonnestroom opwek het net op zullen vloeien). Een substantieel deel van de eigen stroom consumptie op jaarbasis proberen af te dekken is al een mooi doel voor veel scholen, als ze de financiën voor de aanschaf op orde weten te krijgen. Het aantal scholen met grote PV daken neemt overigens wel toe. Vaak komen hier "ontzorgende partijen" om de hoek kijken, deels ook in combinatie met SDE beschikkingen.

NB: er is ook een aanzienlijk aantal scholen met slechts zeer kleine PV projectjes. Die komen niet in de aan de onderkant op 15 kWp "afgetopte" projectenlijst van Polder PV als ze kleiner zijn dan dat volume. Bovendien zal ik heel veel van de iets meer dan 15 kWp hebbende projecten op scholen nog niet in mijn lijst hebben staan. Het initiatief de Schooldakrevolutie van Urgenda en Sungevity claimt, zonder detail cijfers te geven over capaciteiten, dat van de ongeveer 7500 lagere en middelbare scholen in Nederland er al 1000 scholen zonnepanelen zouden hebben. Mijn inschatting is, dat heel veel van die scholen kleinere installaties hebben, die niet in de grote projecten lijst van Polder PV zullen voorkomen. De ambitie is hoog: in 6 jaar tijd zouden 6.800 scholen van zonnepanelen moeten worden voorzien ...

Ook in de welzijn / zorgsector zien we een dergelijke ontwikkeling als in het onderwijs, al staat die nog maar aan het begin van haar potentieel. Tot nog toe heb ik 217 grotere projecten gemarkeerd met de SBI code Q (Gezondheids- en welzijnszorg), 3,4% van totaal (gemarkeerd) volume, met ruim 21 MWp (1,1 procent van het totaal aan projecten met SBI code). Ook daar is de gemiddelde systeemgrootte relatief bescheiden (98 kWp). Deze sector heeft veel potentieel. Verschillende "ontzorgers" hebben hun oog al op het concept "PV op zorginstellingen" laten vallen. Zoals het, wederom door Urgenda in het leven geroepen, "Zon op Zorg" project.

Categorie R valt ook op door een behoorlijk aantal projecten. Dit is de sector cultuur, sport en recreatie. Hier vallen alle sporthallen onder, een behoorlijk populaire bestemming voor zonnepanelen, hetzij direct via de gemeente, hetzij via crowdfunded of zelfs postcoderoos trajecten. Ook is de populaire EDS regeling waarschijnlijk een belangrijke stimulans in dit segment geweest. Deze regeling is vervangen door een complexere incentive, waarvan de impact nog moet blijken (SBOS).

Er staan al 492 projecten onder deze SBI code (bijna 8% van totaal), met een gezamenlijk vermogen van 69 MWp (3,5% van totaal; de op 5 na grootste sector wat capaciteit betreft) in de projecten sheet van Polder PV. Het gemiddelde systeem vermogen in deze categorie ligt redelijk hoog (140 kWp). Waarschijnlijk omdat er on-site een vrij hoge stroombehoefte (deels) moet worden afgedekt (verlichting, elektrische apparatuur, e.d.).


Vergelijk grafiek met status okt. 2018

In deze tweede grafiek heb ik het aandeel van de totale capaciteit (MWp) van alle met SBI codes gemarkeerde projecten op het totaal volume berekend per SBI categorie, en van onder naar boven aflopende aandelen gesorteerd als een gestapelde 100 procents-kolom (100% = 1.947 MWp, het totale volume aan reeds met SBI code voorziene projecten in de 9 aug. 2019 update). Zoals reeds hierboven gemeld, heeft de categorie energievoorziening (D) nu al een dominante positie ingenomen, en al reeds langer de belangrijke landbouwsector (A) naar de tweede plaats verdrongen bij de geaccumuleerde capaciteit van de "gemarkeerde" projecten. Alleen deze 2 categorieën claimen inmiddels al 59% van de totale capaciteit (dat was nog ongeveer de helft in de okt. 2018 update). Nemen we de volgende sector, Handel (G), er bij, is het al 69% van totaal (gemarkeerd) volume (aangegeven in de grafiek, links van de stapel kolom, totaal 1.335 MWp). Dat was in de vorige update (toen Industrie nog de op 2 na grootste sector was) nog 60% bij de eerste drie. Als we dit vergelijken met de vorige grafiek in de oktober 2018 update, is vooral door de enorme expansie van categorie D, de grote capaciteits-toename bij de grondgebonden projecten, de impact van de eerste drie categorieën fors toegenomen.

Drie opvolgende sectoren hebben aandelen van 8,2% (C, Industrie, 159 MWp), 6,7% (H, Vervoer / opslag, 131 MWp), resp. 3,5% per stuk (R, Cultuur / Sport, 69 MWp). Daarna worden de aandelen snel kleiner naar boven toe in de stapel projecten. Voor de letter codes, links weergegeven volgens de volgorde in de kolom, zie het eerder in deze paragraaf weergegeven staatje.

De categorie "onbekend" (X, nog niet gecategoriseerd, of, ondanks onderzoek er naar, niet bepaalbaar), omvat momenteel 42 MWp van het totaal "geoormerkte" volume. Dat is van 3,8% in de voorgaande update inmiddels verder afgenomen tot nog maar 2,2% van het totaal "geoormerkte" volume in de spreadsheet van Polder PV.


7. Multi-sites, "vermogen gerealiseerd onbekend", en totaal in drie project dossiers

De al eerder aangestipte "multi-site" projecten breng ik onder in een apart spreadsheet gedeelte, mede omdat van de afzonderlijke deel-installaties meestal geen informatie wordt verstrekt. Deze folder telt in deze laatste update 282 van dergelijke meervoudige locaties omvattende projecten, met een gezamenlijk vermogen van nog eens ruim 100 MWp (okt. 2018 update: 279 projecten / 94 MWp, feb. 2018 265 projecten / 87 MWp; juni 2017 237 projecten / 71 MWp). De opvallendste "nieuwkomer" in deze categorie is een samenwerkingsverband tussen Windunie en Zonnegilde, waarbinnen op 11 boerenbedrijven met windturbines tevens zonnepanelen op stallen werden geplaatst, en gebruik gemaakt werd van een combi wind/zon aansluiting (wat flink in kosten scheelt). Het zogenaamde "poolen" van dezelfde net-kabel. Het ging daarbij om een project van 3,3 MWp, verdeeld over 10.500 zonnepanelen, wat 3 GWh/jaar zou moeten opleveren.

Soms verdwijnen er ook weer projecten uit deze multi-site lijst, als er later nadere info over de deel installaties wordt gevonden. Zo zijn de meeste deelprojecten van het uit 8 vestigingen bestaande Heineken multi-site project, verspreid over Nederland, nu wel bekend. Deze staan inmiddels afzonderlijk in de grote single-site lijst (het totale project had een omvang van 3 MWp).

Pro memori is bijvoorbeeld ook nog vermeld de Zon voor Asbest regeling in Nederland, die in totaal zo'n 89 MWp opgeleverd zou hebben (NB: web link niet meer beschikbaar), en al een tijdje formeel is afgesloten. Asbest vervanging wordt nog steeds gesubsidieerd, maar een directe koppeling met het aanbrengen van zonnepanelen is er niet meer, al duiken er nog steeds af en toe weer regionale regelingen op (zoals in Flevoland). Hierin zitten echter veel dubbeltellingen met reeds separaat in de "single-site" lijst opgevoerde installaties. Beslist niet altijd wordt vermeld of bij een bepaald agrarisch project gebruik is gemaakt van de oude regeling, vandaar dat ik die categorie pro memori heb gezet zonder dat deze bijdraagt tot volume in de multi-site categorie.

Categorie "onbekend"

De categorie "beslist al gerealiseerd", maar nog geen indicatie voor het opgestelde vermogen hebbend heeft momenteel een omvang van 85 projecten in mijn spreadsheet. Ik heb veel van de vroeger gevonden grote projecten met SDE beschikking eerder al in mijn "single site" lijst opgenomen, omdat ze een "ja" vinkje van RVO hebben gekregen. Van de project details is echter nog niets te vinden, behalve de gemeente waar het project in staat. Ik wil proberen te voorkomen dat er "dubbelingen" optreden die ik over het hoofd zou kunnen zien als ik teveel separate lijsten aanhoud, vandaar de nog lopende migratie naar de primaire single site lijst. Dit heeft een vrij lage prioriteit, de impact op het totaal zal immers gering zijn. Maar het blijft de aandacht houden om deze categorie op termijn te verkleinen.

Van sommige projecten in deze "rest" lijst heb ik wel een redelijke afschatting kunnen maken van het mogelijk aangebrachte volume aan PV. Voor het geheel is echter een afschatting gemaakt op basis van het systeemgemiddelde van alle single- en multi-sites, wat immers een grote verzameling representatieve installaties omvat. Dan komt het potentieel hier nog op een extra 21 MWp. Hier zijn verder de resterende, door RVO geanonimiseerde projecten niet in opgenomen, want er is niets zinnigs met die informatie te doen. Vandaar dat onderstaande totaal uitkomst een absoluut minimum is: er is beslist al (veel) meer gerealiseerd dan tot nog toe is gevonden en opgenomen in de projecten spreadsheet. Er zitten nogal wat "maatschappen" onder die geanonimiseerde (al gerealiseerde) beschikkingen (boerderijen), en er zijn nogal wat van die bedrijven die een forse dak oppervlakte tot hun beschikking hebben. Hier kan beslist nog wel het nodige aan megawatten "missen".


Totaal: minimum schatting

Gaan we alleen op de "gerealiseerde" projecten >= 15 kWp af, single site + multi-site, en nog een geschatte hoeveelheid van zo'n 21 MWp "mogelijk gerealiseerd" in het "reserve lijstje", kom ik nu al uit op 8.577 stuks (vorige update: 7.552, groei bijna 14%), met een gezamenlijk vermogen van minimaal 2.137 MWp (reeds gevonden) "gerealiseerde >=15 kWp grote PV projecten" in Nederland. Dat is weer een forse 851 MWp meer dan de plm. 1.286 MWp in de okt. 2018 update, een groei van 66%.

De laatst bekende afschatting van het CBS voor de geaccumuleerde capaciteit aan zonnestroom projecten, eind 2018, was 4.414 MWp. Het hierboven genoemde volume "gerealiseerde PV projecten in Excel sheet bij Polder PV" zou daarvan al zo'n 48% kunnen omvatten. T.o.v. de mogelijke accumulatie van zo'n 5.585 MWp begin augustus (zie berekening), zou het, realistischer, dan "actueel" ongeveer 38% kunnen zijn geworden.

Aangezien ik nog veel project vermogen lijk te missen, vanwege talloze bronnen die nog moeten worden nagekeken, én vanwege het razendsnelle tempo, waarin de uitbouw van projecten zich tegenwoordig voltrekt, zou het me niet verbazen als het aandeel van alléén deze grote projecten meer dan 45% van de accumulatie van de capaciteit zal blijken te bevatten. Dan tel ik de mogelijk paar duizend projecten in de lagere project categorieën (onder de 50 kWp per stuk) niet mee, die ik ongetwijfeld ook in grote getalen mis. Al zullen die gezamenlijk niet zeer veel extra volume claimen, gezien hun omvang. Daarbij komen ook nog alle bedrijfsmatige installaties, en talloze projecten in de utiliteits-sector kleiner dan 15 kWp waar je nooit meer iets over hoort. Ergo: het aandeel van de "niet residentiële sector" zal beslist behoorlijk verder zijn toegenomen t.o.v. het totale volume in 2018.

Tweede piketpaal evolutie Nederlandse PV markt, en derde in aantocht (naar 1 miljoen PV projecten)

De omvang van de accumulatie van het "niet-residentiële" marktsegment was, volgens een eerste berekening van het CBS voor het kalenderjaar 2018, al bijna 48% (2.106 MWp van totaal 4.414 MWp). Het is duidelijk dat het aandeel, mede gezien de bevindingen van de volumes in mijn projecten overzicht, beduidend groter zal zijn geworden in 2019. En verder zal gaan groeien. Ergo: de niet residentiële markt zal zelfs bij de accumulatie, de komende jaren meer dan de helft van de totale volumes gaan claimen. Dát zal de tweede grote piketpaal worden in de evolutie van de langdurig zwaar residentieel gefocuste Nederlandse markt. Nadat de jaargroei cijfers in 2018 al op het vlak van toegevoegde capaciteit in het voordeel van de projectenmarkt zijn omgebogen, zal 2019 het jaar worden, waarbij ook bij de eindejaars-accumulatie, zeer waarschijnlijk het residentiële segment niet meer het grootste zal zijn.

Bij de aantallen installaties is dat uiteraard beslist niet het geval: daarin zal residentieel altijd, "by far", de grootste volumes blijven behouden. Klimaatmonitor had voor eind 2018 bij een totaal van al 781.216 PV installaties, daarvan 712.890 op woningen aangegeven. Dat was toen een aandeel van al ruim 91%. In 2018 zijn er volgens die cijfers bijna 184 duizend installaties op woningen bij gekomen, een zeer groot volume (NB: in 2017 kwamen er "maar" 132 duizend residentiële installaties bij volgens dezelfde databank). Gezien de ontwikkelingen in het residentiële segment bij netbeheerder Enexis, waarbij er in het eerste half jaar al 38% (!) meer PV installaties achter kleinverbruik aansluitingen (dominant residentieel) werden gerealiseerd dan in het eerste half jaar van 2018, is die groei in 2019 zelfs nog fors toegenomen. Het kan dus beslist zo zijn, dat er ver over de 200 duizend, misschien zelfs wel rond de kwart miljoen residentiële installaties bij zouden kunnen gaan komen in 2019. Als dat daadwerkelijk materialiseert, beginnen we, met bovenstaande cijfers meegerekend, eind 2019 mogelijk al in de buurt van bijna 1 miljoen PV installaties op Nederlandse woningen te komen. En anders gebeurt dat wel in het eerste kwartaal van 2020. Met de niet residentiële projecten meegerekend, zal het miljoen aantal PV-projecten in Nederland mogelijk al voor eind 2019 bereikt gaan worden ...


8. Status implementatie SDE / SDE "+"

Ik heb ook weer een selectie van de daadwerkelijk reeds "positief herkende" projecten met SDE subsidies (SDE 2008 tm. 2010, en SDE "+" 2011 tot en met SDE 2018 - ronde II) gemaakt. Uiteraard is de SDE een zeer belangrijk, doch beslist niet exclusief onderdeel van het totaal aan projecten in mijn overzicht. Daar vallen "neutraal" met SDE subsidie geoormerkte projecten buiten, als niet duidelijk werd gemaakt welke regeling precies werd bedoeld, en het project niet op naam kon worden getraceerd in de beschikkingen lijsten. Ook alle projecten waarvan geen beschikking was te achterhalen, omdat bijvoorbeeld "een derde partij" de subsidie toewijzing heeft overgenomen, en die partij niet (meer) is terug te vinden in de RVO lijsten, vallen daarbuiten. Tevens alle anonieme, niet aan een exact project of locatie toewijsbare beschikkingen, heb ik achterwege gelaten. Dat laat onverlet, dat ik, door slimme combinatie technieken, inmiddels al behoorlijk wat "anonieme" projecten heb kunnen terugvinden en kunnen identificeren.

Daar staat tegenover, dat er nogal wat project lokaties zijn met meer dan 1 beschikking. Vaak uit diverse jaargangen, maar ook kom ik projecten tegen met meer dan 1 SDE beschikking uit dezelfde ronde per lokatie, zelfs uit recentere regelingen. Dit vertroebelt natuurlijk de aantallen ingevulde SDE beschikkingen, maar mijn prioriteit is voorlopig het aantal lokaties met SDE beschikking(en), omdat dit interessanter is om weer te geven. Dat, bovenop het feit dat bij PV projecten zonder SDE beschikking ook niet zo'n soort "onderscheid" te maken is.

Zo kom ik tot absolute minimum aantallen en vermogens van aanwijsbare, gedocumenteerde SDE gesubsidieerde projecten die al in mijn spreadsheet "realisaties" zijn terug te vinden. Vooral van de oudere regelingen moet ik nog het nodige boven tafel zien te krijgen, met name bij de project categorie "klein", die in de eerste jaren afgetopt werd op maximaal 15 kWp. Er zijn de nodige projecten die op die grens capaciteit zijn beschikt, en die vallen dus ook onder mijn "ondergrens". Ik verwacht echter dat er weliswaar wel het nodige aan "aantallen" projecten uit voort zou kunnen komen, maar beslist niet meer veel volume, omdat het nog maar om kleine projecten gaat bij de rest inventarisatie. Daar heb je er erg veel van nodig om "MWp-en" te kunnen maken (67 stuks 15 kWp beschikking per MWp).

Opgegeven vermogens zijn minima: niet van alle getraceerde SDE projecten kon de gerealiseerde capaciteit worden achterhaald. Al moet daar ook bij worden gezegd dat er zowel talloze installaties met SDE beschikking fors kleiner worden opgeleverd dan er is beschikt, als veel projecten die (fors) groter worden uitgevoerd dan de beschikte capaciteit. Het kan daarbij gaan om volumes tot zelfs 30% minder of meer t.o.v. de beschikte (= gepubliceerde) capaciteit. Een fenomeen waar je zelden iemand over hoort, maar wat gewoon harde realiteit is. De opgegeven cijfers zijn de totalen van de single-sites, multi-sites, en het beperkte aantal lokaties met SDE beschikking waar nog geen verder info van was. Waarbij is gerekend met gemiddelde parameters voor de projecten waarvoor die info er wel was.

Achteraan in onderstaand tabelletje met opgeleverde SDE gesubsidieerde projecten in de lijst van Polder PV, heb ik in rode haken de door RVO opgegeven volumes aan (NB: overgebleven) project beschikkingen weergegeven uit de meest recent gepubliceerde update van 5 augustus 2019 (overzicht zie hier). Daarin, voor de eerste 3 "klassieke SDE" regelingen de totale capaciteit van de opgeleverde beschikkingen die per stuk 15 kWp of groter zijn (eerste getal), en de totale beschikte volumes inclusief de beschikkingen met lagere volumes per toekenning (2e cijfer). Voor de latere SDE "+" regelingen alleen 1 getal (alle beschikkingen hadden minstens een capaciteit van 15 kWp). Belangrijk om te blijven benadrukken, dat RVO voor een aanzienlijk deel van de door hen bijgehouden projecten geen "realisaties" publiceert, maar de voor de subsidie beschikte capaciteit. Feitelijke realisaties kunnen zowel (veel) minder groot zijn dan de beschikte capaciteit, als (veel) groter zijn. Status data Polder PV: Excel lijsten van 9 augustus 2019.

  • SDE 2008 5 projecten met 861 kWp (meerdere beschikkingen per project!) [0 van 9,7 MWp - max. per beschikking 3,5 kWp!]
  • SDE 2009 109 projecten met 14,9 MWp (deels idem) [15,7 van 22,2 MWp]
  • SDE 2010 109 projecten met 6,1 MWp [4,5 van 17,6 MWp]
  • SDE "+" 2011 326 projecten met 23,1 MWp [18,5 MWp]
  • SDE "+" 2012 34 projecten met 5,0 MWp [4,8 MWp]
  • SDE "+" 2013 333 projecten met 67,9 MWp [59,8 MWp]
  • SDE "+" 2014 1.735 projecten met 595,4 MWp [577,0 MWp]
  • SDE "+" 2015 23 projecten met 7,0 MWp [8,1 MWp]
  • SDE "+" 2016 690 projecten met 430,5 MWp [109,6 + 368,3 = 477,9 MWp]
  • SDE "+" 2017 702 projecten met 618,4 MWp [550,6 + 231,4 = 782 MWp]
  • SDE "+" 2018 64 projecten met 67,2 MWp [46,4 + 6,8 = 53,2 MWp]

Totaal SDE en SDE "+" beschikt in PPV spreadsheet: 4.130 gerealiseerde grote projecten, totaal daadwerkelijk gerealiseerde capaciteit minimaal 1.836 MWp, en een systeem gemiddelde van 445 kWp per project (okt. 2018 update: 3.369 projecten, 304 kWp/installatie, 1.025 MWp; feb. 2018: 2.839 projecten, 229 kWp/installatie, 708 MWp; juni 2017: 2.301 projecten, 461 MWp; dec. 2016: 1.792 projecten, 379 MWp; juli 2016: 1.159 projecten, 195 MWp). Sommige projecten hebben SDE beschikkingen uit verschillende jaren, deels zullen die niet allemaal zijn ingevuld, maar veel dubbelaars beslist wel. Bij de totalen zitten ook inmiddels 47 SDE-gesubsidieerde multi-site projecten met een capaciteit van minimaal 28 MWp, en ook nog eens 23 projecten met SDE beschikkingen waarvan de omvang nog in het geheel onbekend is ("reserve lijst").

Met het huidige overzicht is (ook) bij Polder PV inmiddels SDE 2017 als jaar-ronde hoogste impact makende subsidieregeling geworden, waarbij langdurig "kampioen" SDE 2014 inmiddels naar de tweede plaats is verwezen. Hier kunnen nog de nodige verschuivingen in gaan komen, in relatie tot met name de SDE 2018, waarvoor zeer grote PV volumes zijn beschikt.

Belangrijk is om hier te benadrukken, dat RVO in haar eigen officiële update van 5 augustus jl., aan opgeleverde, feitelijk beschikte capaciteit 2.031 MWp voor realisatie van SDE en SDE "+" had staan (projecten vanaf 15 kWp, zie ook grafiek verderop, onder paragraaf "'Officiële' status"). Als we dat volume - onterecht - gelijk zouden stellen aan "daadwerkelijk fysiek opgeleverd", zou dat dus 11% méér capaciteit zijn, dan ik reeds als feitelijk opgeleverd had staan op 9 augustus 2019 (met daarbij sowieso de zekerheid dat ik beslist niet alle opleveringen "zie" en vooral wat kleinere projecten betreft fors achter loop). Vooralsnog onzeker is hoeveel meer of minder de feitelijke realisaties zullen blijken te zijn van bovengenoemde beschikte capaciteit bij RVO. Ik spot zeer frequent realisaties minder dan er beschikt is, zeker de laatste tijd, van de latere regelingen. Maar ook realisaties die een hogere capaciteit blijken te hebben gekregen dan er is beschikt. Om daar een duidelijk beeld van te krigen moet exact bekend zijn wat er daadwerkelijk is gerealiseerd onder de met een "ja" vinkje voorziene RVO beschikkingen. Helaas is die informatie niet bekend voor de complete database bij RVO.

Voor SDE 2014 stond in de laatste update van bij RVO 577 MWp aan beschikkingen voor gerealiseerde projecten. Momenteel zit ik daar met mijn minimum hoeveelheid van ruim 595 MWp realisaties op 9 augustus dit jaar ruim 3 procent boven. Daar tegenover staat, dat RVO wel al 2.135 ingevulde SDE 2014 beschikkingen in haar recente update had staan, terwijl ik nu "slechts" minimaal 1.753 projecten single sites heb staan met beschikkingen voor die regeling. Dit komt enerzijds waarschijnlijk door het feit dat ik me in de huidige update vooral weer op de grootste projecten heb geconcentreerd, waarvan nogal wat volume nog niet "bekend" kan zijn bij RVO. En ik heb nogal wat "inhaal werk" te doen bij de kleinere projecten, die natuurlijk wat aantallen betreft rap zullen aantikken, als ik die ga nalopen. Ten tweede zijn er ook project sites, die zowel oude als recentere SDE beschikkingen hebben ontvangen, die waarschijnlijk in mijn lijst onder de oudere regeling zijn gesorteerd (het is erg veel werk om op detail niveau alles te gaan zitten navlooien). Anderszijds, is het mij ook al diverse malen opgevallen dat sommige grotere "single sites" meerdere ingevulde recente SDE (2014) beschikkingen blijken te hebben (wat formeel niet zou kunnen). Dat zou een deel van het verschil bij de aantallen (22% meer bij RVO dan in mijn huidige overzicht) kunnen verklaren.

Het tot nog toe door Polder PV gevonden ingevulde volume voor met name SDE 2014 is bovendien nog steeds een onderschatting, omdat er veel anonieme beschikkingen zijn die al zijn ingevuld, die echter niet (positief) geïdentificeerd kunnen worden. Dit zal zeker een behoorlijk deel van het verschil kunnen verklaren.

Voor de recente SDE 2018 regelingen heb ik ook meer volume al als opgeleverd staan, dan bij RVO als beschikt met "ja" vinkje staat aangegeven, 67,2 versus 53,2 MWp, een verschil van 26% meer dan bij RVO. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de trage administratieve procedures, waardoor "recente" opgeleverde beschikkingen pas heel laat zo'n vinkje krijgen bij het agentschap. Uit mijn ervaring blijkt, dat hier soms vele maanden overheen kunnen gaan. RVO loopt dus chronisch achter op de werkelijkheid bij de administratie.

Aan de andere kant, scoort RVO juist (wat beschikte volumes betreft) weer een stuk hoger bij de SDE 2016 en SDE 2017 regelingen. 11% meer onder SDE 2016, resp. een forse 26% bij SDE 2017. Ik kom nog zeer regelmatig projecten tegen uit die regelingen, de volumes zijn zeer groot, dus ik verwacht dat ik veel van dat volume t.z.t. grotendeels alsnog zal gaan tegenkomen. In ieder geval op satellietfoto's, maar daar moet je dan wel updates van tegenkomen met recente opnames. Als die beschikbaar komen, en de foto's duidelijk genoeg zijn, kan er een inhaalslag worden gemaakt. Dit is mij al meermalen gelukt bij updates van verschillende portals.


SDE single sites - in grafiekvorm

Ik heb - het grootste deel van - de SDE implementatie voor uitsluitend de single site projecten ook visueel zichtbaar gemaakt in de vorm van twee grafieken.

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

In deze grafiek, qua opzet iets gewijzigd t.o.v. de oude versie, per SDE regeling het aantal tot nog toe getraceerde (>= 15 kWp) single sites in de spreadsheet van Polder PV (aantal en systeemgemiddelde capaciteit (kWp) linker Y-as, en capaciteit totaal op eigen as, rechts, in MWp). Categorieën "multi-sites" en "onbekend" zijn dus niet opgenomen in deze grafiek. Ook is er geen rekening gehouden met meerdere beschikkingen per project site. Alleen voor SDE 2014 is het totaal aantal gerealiseerde project sites in cijfer weergegeven om de grafiek niet te chaotisch te maken. De regeling heeft nu nog steeds het hoogst aantal (gevonden) gerealiseerde project sites: 1.700 exemplaren van de in totaal gevonden 4.060 single-site projecten, 42% van dat volume. Dit was in de vorige updates zelfs nog 49%, en eerder 53%, wat aangeeft dat de latere jaar rondes (met name nu nog SDE 2016 en 2017) de "rol" van SDE 2014 als meest succesvolle regeling beginnen over te nemen.

SDE 2016 en 2017 zijn inmiddels ook al behoorlijk op stoom gekomen (683 resp. 699 stuks gevonden, beiden ongeveer 17% van totaal). Gevolgd door SDE 2011 met 322 exemplaren (bijna 8%), resp. SDE 2013 (319, ook bijna 8%, beide regelingen zijn reeds formeel afgesloten).

Voor de geaccumuleerde capaciteiten voor de single sites liggen de cijfers in verhouding op een nogal verschillend niveau t.o.v. de aantallen. Wat, zoals al eerder duidelijk is geworden, ligt aan de enorme schaalvergroting van gerealiseerde projecten. Inmiddels heeft SDE 2017 namelijk, in een enorme groeispurt, "met stip" al SDE 2014 naar de tweede plaats verwezen, en zal SDE 2016 mogelijk op termijn een tweede bedreiging gaan vormen voor die regeling. In de vorige update had SDE 2014 nog veruit het meeste volume, nu is dat SDE 2017. Deze jaargang, bestaande uit een voorjaars- en najaars-ronde, heeft in totaal al 617 MWp, uitkomend op ruim 34% van totaal gerealiseerde (gevonden) capaciteit op single sites met SDE / SDE "+" beschikking (1.801 MWp). SDE 2014 heeft "slechts" 572 MWp (32%, in vorige update 52%, daarvoor nog 64% van totaal volume). SDE 2016, ook met twee jaar-rondes, volgt met 427 MWp (24%). SDE 2018, wederom met twee jaar-rondes, waarvan vooral de eerste inmiddels op stoom begint te komen, heeft al 67 MWp staan (bijna 4%). Deze laatste jaargang wordt nu nog even op de voet gevolgd door SDE 2013 met 63 MWp (ruim 3%), waar echter niets meer bij zal gaan komen (alle resterende beschikkingen zijn reeds ingevuld).

In een oranje streepjes-lijn heb ik ook het gemiddelde project vermogen van de single sites per regeling weergegeven. De regelingen met maar een paar gevonden projecten (SDE 2008, 2012, 2015) kunnen hier niet representatief worden geacht. Pas als daar veel projecten in zouden zitten, zou een betrouwbaarder beeld kunnen worden gegeven. Dat SDE 2009 en 2010, met redelijke aantallen projecten het getoonde beeld vertonen (SDE 2009 een relatief hoog systeem gemiddelde, 130 kWp, SDE 2010 laag, 49 kWp), komt omdat de eerste werd gedomineerd door projecten uitgevoerd door Horizon Energy. Die zijn bijna allemaal op 100 kWp/beschikking gemaximeerd, er zijn zelfs projecten met 2-3 beschikkingen, met dus per site een totaal vermogen van 200-300 kWp, uit voortgevloeid. Terwijl SDE 2010 werd gedomineerd door talloze projecten uitgevoerd door Sununited. Die destijds bijna uitsluitend standaard installaties van 23 kWp per stuk heeft opgeleverd, naast enkele grote (tot 100 kWp) projecten van andere partijen. Pas met SDE 2011, toen de "bovencap" werd verwijderd, begon het systeemgemiddelde weer rap te stijgen. Culminerend in de "representatief" vertegenwoordigde SDE 2014, met 337 kWp gemiddeld per (geïdentificeerd) single site project (dit was in de okt. 2018 update nog 313 kWp, in feb. 2018 294 kWp, in juni 2017 258 kWp, in dec. 2016 263 kWp, in juli 2016 234 kWp).

Maar bij het verloop van de curve is de verdere schaalvergroting, eerder in deze analyse ook al gesignaleerd bij de grootste tien projecten, alweer goed te zien. Voor de al "representatief vertegenwoordigde" SDE 2016 ligt het gemiddelde gerealiseerde systeem vermogen van een paar honderd projecten al op 625 kWp per installatie. Dit is alweer verder flink gestegen naar een project gemiddelde capaciteit van 883 kWp onder SDE 2017. Aangezien daar nogal wat zonnepark beschikkingen onder zitten die nog gerealiseerd moeten gaan worden, is de verwachting dat dat gemiddelde nog kan gaan stijgen.

SDE 2018 is nog niet echt representatief te noemen, met nog een relatief bescheiden aantal realisaties. Daaronder zitten enkele grote zonneparken, die er aan hebben bijgedragen dat het gemiddelde tot nog toe zo hoog is geworden, 1.050 kWp per single-site. Vermoedelijk zal dat nog gaan dalen. Het hangt sterk af van de realisatie verhouding tussen de kleinere, en de zeer grote projecten, op welk niveau dat gemiddelde op termijn zal gaan stabiliseren.

Voor alle regelingen bij elkaar ligt het niveau tot nog toe gemiddeld op 444 kWp per installatie. Dat is een hoog niveau (equivalent aan een installatie van bijna 1.500 moderne 300 Wp panelen). Wat vooral ligt aan het feit dat heel veel kleinere installaties in mijn overzicht missen, waardoor het project-gemiddelde kunstmatig hoog wordt gehouden.


Voor alleen de single sites heb ik ook alle SDE regelingen waarvan ik project realisaties heb geïdentificeerd gestapeld weergegeven in deze grafiek, die de geaccumuleerde gerealiseerde capaciteiten weergeeft. Vergelijk deze grafiek s.v.p. met het voorafgaande exemplaar van de okt. 2018 update, en die van feb. 2018, juni 2017, resp. van december 2016, om de forse wijzigingen te kunnen zien (met name SDE 2014, en later SDE 2016 en SDE 2017). Het totale gerealiseerde volume van deze single-sites is 1.801 MWp. Dit is 91% van het volume van alle tot nog toe door Polder PV gevonden / geïdentificeerde single site projecten, dus de overgrote meerderheid betreffend. Bij de aantallen projecten ligt het aandeel van SDE op een veel lager niveau, slechts 50% van totaal volume. De andere helft betreft een groot aantal wat kleinere projecten waarvoor (nog) geen SDE beschikking is gevonden, of die ze nooit hebben gehad of aangevraagd. "Kleinere" projecten kunnen in dit opzicht echter beslist "groot" zijn. Ik ken genoeg projecten van enkele honderden kWp waarvoor ik geen SDE beschikking heb kunnen vinden, en er ook bij de "anonieme" exemplaren beslist geen "passend exemplaar" gevonden kon worden.

Volgens de volgorde in de kolom variëren de volumes in de update van 9 augustus 2019, van SDE 2008 onderaan ("onzichtbaar", 0,3 MWp), tot SDE 2018 bovenaan (67 MWp). In totaal omvat het volume momenteel 1.801 MWp (okt. 2018 update 985 MWp, feb. 2018 668 MWp, juni 2017 434 MWp, dec. 2016 360 MWp, juli 2016 179 MWp).

Daarvan draagt SDE 2014 572 MWp bij (in okt. 2018 update 508 MWp, feb. 2018 430 MWp, in juni 2017 318 MWp, in dec. 2016 263), wat inmiddels 32% van totaal volume is. Maar inmiddels is SDE 2014 niet meer de regeling met het grootste effect, op het gebied van gerealiseerde capaciteit.

Dat is nu SDE 2017, met al 617 MWp, 34% van totaal volume (in okt. 2018 update nog slechts 92 MWp, ruim 9% van totaal). SDE 2016 volgt nu op plek 3, met 427 MWp (24%). Dat was in de update van okt. 2018 nog 274 MWp, 28% van totaal, dus het aandeel op het totaal is al wat afgenomen. Het totaal van deze 3 de grootste effecten op het gebied van capaciteit realisaties hebbende regelingen is 1.616 MWp, bijna 90% van alle gevonden single sites met SDE beschikking.

Het blijft belangrijk om te benadrukken dat het hier weergegeven volume slechts 91% is van het totale volume in mijn single site spreadsheet (2.016 MWp). Afgezien van het feit dat ik veel van de kleinere SDE beschikkingen nog moet nalopen of die al in mijn projecten sheet blijken te staan: er zijn sowieso talloze projecten zónder SDE beschikking, die via diverse andere "kanalen" zijn gefinancierd. Daarbij kan gedacht worden aan oudere eenmalige aanschaf subsidies, EIA, VAMIL, KIA, versnelde afschrijving, (gedeeltelijke) gemeentelijke ondersteuning, zon-voor-asbest subsidies, provinciale regelingen, Europese incentives van bont pluimage, crowdfunding, postcoderoos, diverse lease concepten, gunstige, lage rentes hebbende leningen, groene financieringen, en ga zo maar door. Het is goed om dit op het netvlies te krijgen: beslist niet álle grotere PV projecten worden via de SDE regelingen gesubsidieerd of (mede) ondersteund!


"Officiële" status overgebleven SDE beschikkingen RVO, incl. SDE 2018 II

Elders ben ik reeds uitvoerig ingegaan op de "officiële stand van zaken" m.b.t. de SDE beschikkingen (goed lezen: niet "realisaties"). De laatste keer dat ik dat kon doen was kort geleden, met de update van 5 augustus van RVO, waarin echter nog steeds talloze projecten, die ik reeds als "gerealiseerd" heb staan in mijn omvangrijke overzicht, als "niet (officieel) opgeleverd" staan opgegeven ("nee" vinkje). Uit die uitgebreide analyse hier onder nogmaals de belangrijkste grafiek met overgebleven beschikte volumes versus "gerealiseerde beschikte" volumes:


Linker "stapel" in bovenstaande grafiek: totaal aan overgebleven (!) beschikkingen voor alle SDE 2008 tm. SDE 2018 II rondes, volgens RVO status update 5 augustus 2019. Alleen voor de enigszins significante hoeveelheden volumes brengende regelingen zijn ook de bijbehorende cijfers getoond. Een reusachtige hoeveelheid van bijna 10,3 GWp was er, met deze combinatie, nog over voor PV. Meer dan voldoende om de reeds tot grote omvang gegroeide zonnestroom sector jaren bezig te houden, bovenop de hier niet getoonde "niet SDE markt" (grotendeels: residentieel), wat ook nog allemaal uitgevoerd dient te worden (en wat ook al zeer hard blijkt te groeien).

In het rechter kolommen stapeltje de volgens RVO op 5 augustus 2019 gerealiseerde hoeveelheid beschikkingen tm. SDE 2018 II. In totaal telt die stapelkolom "realisaties" 2.031 MWp op die peildatum. Wat nog maar 20% van het totaal aan beschikt volume zou zijn (linker stapel-kolom, zie ook rode pijl). Daarbij wel 3 belangrijke kanttekeningen:

  • RVO publiceert alleen de beschikte hoeveelheden, niet, of slechts mondjesmaat, de werkelijk gerealiseerde capaciteit van opgeleverde projecten. Polder PV publiceert daadwerkelijk opgeleverde volumes. Er kan een substantieel verschil zitten tussen "beschikt" volume, en "gerealiseerde" capaciteit. Dit is over het hele spectrum aan realisatie het geval, zowel (fors) boven, als (fors) onder beschikt volume wordt daadwerkelijk opgeleverd, zowel bij kleine, als, zeer belangrijk voor de statistieken, bij de zeer grote projecten.

  • Elke status update van RVO loopt altijd achter de feiten aan vanwege administratieve vertragingen in het proces tussen netkoppeling en een "ja" vinkje bij RVO. Er is dus altijd al meer volume gerealiseerd, dan de RVO updates tonen op de datum van publicatie ("peildatum").

  • Polder PV had begin augustus 2019 reeds 1.801 MWp aan SDE beschikte single-site projecten als gerealiseerd staan (zie vorige grafiek). Met multi-sites en categorie "onbekend" meegerekend waarschijnlijk zelfs al 1.836 MWp. Waarbij als disclaimer beschouwd moet worden, dat met name de kleinere projecten zeer sterk ondergewaardeerd zijn in het projecten overzicht. Gelukkig brengen die in totaal wel veel minder volume in dan de waarschijnlijk wel behoorlijk volledige "pool" aan grote, gerealiseerde projecten. Maar genoemde 1.836 MWp begin augustus 2019, is dus een absolute "bodem" in het reeds gerealiseerde "SDE volume". Het kan in werkelijkheid misschien wel om ruim 2 GWp zijn gegaan, als veel volume aan kleine projecten nog niet op het netvlies is gekomen. CertiQ gaf in ieder geval voor eind juli 2019 reeds 2.229 MWp op, dit is vrijwel uitsluitend (doch niet exclusief) SDE beschikte capaciteit. Daar is Polder PV nog enige afstand van verwijderd.

 


9. Postcoderoos projecten

Na een zeer moeizame start periode, en de "doorbraak" van volledige vrijstelling van de energiebelasting (exclusief SDE opslag, "ODE"), is het aantal gerealiseerde postcoderoos (PCR, "verlaagd tarief") projecten zeker de afgelopen 2 jaar (2017-2018) snel toegenomen. Ook daarvan houdt Polder PV zo goed en kwaad als het in de totale chaos van de nationale zonnestroom markt gaat, een aparte spreadsheet bij. Bovenop mijn eigen continue inventarisaties, heb ik daarbij in vorige versies veel gehad aan het uitstekende overzicht van Anne Marieke Schwencke et al, de status van de Nederlandse coöperatieve beweging op energiegebied, Lokale Energie Monitor 2017 (LEM 2017).

Omdat ik mijn aandacht vooral op grotere projecten blijf richten, zal er beslist het een en ander aan kleinere PCR projecten aan mijn aandacht zijn ontsnapt, ook omdat de activiteiten over honderden coöperaties zijn verspreid, die door mij onmogelijk ook op de voet gevolgd kunnen worden. Wat ik tegenkom aan realisaties vul ik in in mijn lijst, maar ik vermoed dat die onvolledig is. Daarvoor verwijs ik u door naar de nieuwe LEM 2018, en de komende dit najaar, waarvoor mevrouw Schwencke al volop aan het inventariseren is geslagen.

Inmiddels heb ik de volgende data samengesteld, een update van de eerste presentatie in de overzichten van februari en oktober 2018. NB: het gaat hierbij uitsluitend om zonnestroom installaties. Dit is beslist een "onderste" schatting van het totaal wat er daadwerkelijk zal zijn opgeleverd. In de komende publicatie van Schwencke et al, zal blijken, hoeveel PCR projecten ik gemist zal hebben.

Vergelijk grafiek met status okt. 2018, feb. 2018, juni 2017

Voor uitgebreidere discussie over de cijfers rond de opgeleverde postcoderoos projecten, toen ik waarschijnlijk nog aardig "bij" was met het bijhouden ervan, zie de voorgaande update onder de betreffende paragraaf. Hier onder verder slechts op hoofdlijnen. NB: ook bij PCR projecten kan het voorkomen dat capaciteiten achteraf worden aangepast. Als ik nieuwe informatie heb over een project, voeg ik die namelijk altijd toe aan de hoofdlijst en de afgeleide sheets. Er zijn geringe wijzigingen geweest bij enkele projecten.

2014 begon moeizaam met maar 2* projecten met een volume van 107 kWp. In 2015 verzevenvoudigde het aantal (15 stuks) en werd er 1,1 MWp gerealiseerd. 2016 liet bijna een verdubbeling zien, met 26 nieuwe PCR projecten en een volume van 1,8 MWp. Voor het "booming" kalenderjaar 2017 vond Polder PV nog eens 71 nieuwe exemplaren, met al een capaciteit van 5,3 MWp (licht bijgesteld). Tot nog toe heb ik voor 2018 een "record" aantal van 78 projecten met tevens een hoogste volume van 11,5 MWp gevonden. Hierbij zijn de postcoderoos projecten steeds groter geworden. Niet alleen omdat er gemiddeld genomen veel meer panelen per project werden ingezet en verkocht. Maar ook omdat de gebruikte module capaciteit bij veel projecten fors is toegenomen. Het is waarschijnlijk dat er nog een paar aan het netvlies zijn ontsnapt voor dat jaar, vandaar het sterretje bij het jaar. Voor 2019 lijkt er helaas nog relatief weinig activiteit te zijn, ik heb nog maar 12 opgeleverde projecten gevonden met 2,2 MWp. Ik verwacht zeker dat er nog de nodige projecten bij zullen komen die nog niet op mijn netvlies zijn gekomen, en/of die nog zullen worden opgeleverd. Maar waarschijnlijk is de bljivende onzekerheid over de toekomst van het PCR gebeuren, en, vooral, het ontbreken van duidelijkheid over wat er exact voor in de plaats zou moeten komen (kamerbrieven Wiebes), debet aan het kennelijk stuiten van de groei van dit typische Hollandse fenomeen.

De gemiddelde systeem grootte, aanvankelijk in 2014 op 54 kWp liggend, stabiliseerde in 2015-2017 tussen de 70 en 73 kWp per project, en nam slechts licht toe tot 75 kWp per nieuw project in 2017. De tot nog toe gevonden projecten in 2018 laten echter al een fors hoger gemiddelde zien van 147 kWp, wat bij de nog weinig gevonden projecten in 2019 alweer opgehoogd is naar 181 kWp. Een duidelijk teken van schaalvergroting bij de lokale energie coöperaties.

In ieder geval kunnen we met bovenstaande grafiek niet anders concluderen, dan dat de postcoderoos beslist geen succesnummer is geworden, ondanks de bergen werk en energie die zijn gestoken in talloze projecten. Waarvan er ook nog steeds een paar honderd in de lijst "pending" staan van Polder PV (nog niet gerealiseerd, wel gepland: 310 stuks). In totaal is er tot nog toe door mij namelijk nog maar 22 MWp opgetekend aan realisaties, verdeeld over 204 projecten. Dat valt volkomen weg in de totale volumes die er in Nederland worden opgeleverd aan PV, dit jaar mogelijk zelfs 2 GWp. Waarvan het PCR volume, zelfs als we dat ruimhartig naar 30 MWp naar boven bijstellen, slechts (als accumulatie!) anderhalf procent van zou uitmaken.

Het grootste mij nu bekende postcoderoos project is een grondgebonden (deel-) installatie van het zonnepark de Vlaas in Deurne (NB). Het heeft 8.095 panelen en een omvang van bijna 2,2 MWp, en werd in november 2018 door Greenspread, in opdracht van Energy Port Peelland (EPP), opgeleverd. Het is een complex project, waarbij drie postcoderozen elkaar "overlappen", die ook apart gemonitord worden voor de leden van de drie verschillende betrokken cooperaties (!). Het heeft een grotere "zus", die, fysiek gescheiden wat de bruto productie meting betreft, met een SDE beschikking is opgeleverd op hetzelfde terrein. Het totale complex heeft een omvang van bijna 5 MWp.

Er zijn meerdere "aanzetten" tot vergelijkbare projecten, waarbij van een (zeer) groot SDE project een klein segment wordt gereserveerd voor de lokale coöperatie. Wat er dan vervolgens mee gebeurt, is echter zeer mistig, je hoort nauwelijks iets over concrete cijfers van dergelijke projecten. En of datgene wat zou zijn aangeboden door de projectontwikkelaar ook daadwerkelijk "in zijn geheel is opgeleverd" aan de coöperatie. Want als de intekening niet voldoende is, zeker in dunbevolkte streken een cruciaal punt, zal mogelijk toch het niet verkochte deel alsnog door de projectontwikkelaar binnen de SDE beschikking verder ge-exploiteerd gaan worden, lijkt mij. Nogmaals: details over dit soort creatieve constructies hoor je zelden. Dus wellicht is hier ook het nodige aan "nog missend volume" te verwachten. Het gaat vaak om grote projecten, dus de daar van af te splitsen PCR delen zullen beslist significant kunnen zijn, zelfs al is het maar een zeer klein deel van het totale project.

* Het project Zonnegrond in Langedijk (NH) werd in 2014 opgeleverd, maar door het al snel volgende faillissement werd het al in 2015 volledig ontmanteld. Er is niets meer van te zien (zie reportage Polder PV). Ook een zeer klein project in Tynaarlo (Dr.) is al vrij snel afgebroken na oplevering vanwege gebrek aan belangstelling.


Andere coöperatieve projecten, crowdfunding

Voor de veel grotere "deelmarkt" crowdfunding en andere projecten gerealiseerd onder een zeer diverse verzameling coöperatieven, verwijs ik gaarne naar het uitmuntende werk van Zonnepanelendelen.nl (ZPD) die regelmatig updates toont van hun grote verzameling projecten (inclusief die van derden). Edwin Res van ZPD heeft inmiddels (status update 4 augustus 2019) 585, voor een groot deel nog niet gerealiseerde projecten, inclusief "slechts" 175 opgeleverde postcoderoos installaties, verzameld in het data portal http://bit.ly/collectievezon.

Voor een uitgebreid overzicht en duiding van coöperatieve zon- en andere projecten tot en met 2018, zie wederom de geweldige analyse "Lokale Energie Monitor 2018" van Anne Marieke Schwencke cs. voor HierOpgewekt.nu. Daarin werd tm. 2018 een "coöperatieve" verzameling van 74,5 MWp aan PV projecten gemeld, waarvan bijna 27 MWp PCR zou betreffen, en er ook een aparte categorie SDE/PCR (4 MWp) werd benoemd. Dat zou minimaal 5 MWp meer zijn dan ik tot nog toe tot laat in 2019 heb gescoord, maar ook duidelijk is, dat van talloze projecten de exacte (opleverings-) status helemaal niet duidelijk is geweest, ook in dat overzicht niet. Ook kunnen er overschattingen van project volumes zijn geweest. Ik zie vaak dat er minder opgeleverd wordt, dan er is gepland. Zeer veel projecten stuiten bovendien regelmatig op ernstige vertragingen bij de uitvoering, dus projecten die voor 2018 staan "geboekt" zouden best pas in 2019 kunnen zijn opgeleverd. Ik turf alleen projecten als opgeleverd als ik dat zeker weet, en er duidelijke, concrete aanwijzingen voor zijn.

Er komt in november dit jaar een nieuwe versie aan, waarbij ik weer benieuwd ben, hoeveel volume daarvan ik tot nog toe niet in the picture had.


10. "Plannen" project portfolio gigantisch en immer groeiend

In een eerdere projecten update en de het exemplaar van december 2016, heb ik voor het eerst wat woorden vuil gemaakt aan de gigantische zeepbel aan plannen voor zonnestroom projecten in Nederland. Hoe staat het daar inmiddels mee? Regelmatig wordt er inderdaad zo'n plan gerealiseerd, en schuif ik deze door naar de "realisaties" map (de enige die "telt", natuurlijk, plannen produceren immers geen kilowatturen). Maar er staat nog absurd veel open, en die map "pending" groeit nog steeds als kool. Lees mijn commentaar in de gelinkte artikelen.

Momenteel heb ik minimaal 8,8 GWp (okt. 2018 update 6,9 GWp, feb. 2018 5,7 GWp; juni 2017 3,6 GWp), verdeeld over bijna 2.000 geplande project lokaties, en gesegmenteerd naar aard van de installatie, in de "pending" lijst staan, die tot nog toe in vele honderden pers- en nieuwsberichten zijn benoemd. Dat is het dubbele volume aan "potentieel geplande nieuwbouw", dan er tot en met eind 2018 daadwerkelijk al gerealiseerd kan zijn in ons land, in een al zeer hard gegroeide markt. Zeker in 2018, eind dat jaar zou de totale capaciteit inclusief de toen nog dominante residentiële markt 4,4 GWp zijn geweest (voorlopige, laatste afschatting door CBS).

Genoemde 8,8 GWp "potentieel" is nog slechts een absoluut minimum, omdat van lang niet alle project plannen bekend is wat er aan capaciteit wordt nagestreefd. Een gooi er naar doen is zinloos, gezien de nog soms extreem premature status van veel plannen. Die niet gekende project volumes zijn op dat punt dan ook open gelaten. Hier onder ga ik kort in op enkele deel-markt segmenten.

Een relatief bescheiden gedeelte uit die omvangrijke "plannen" lijst, bijna 900 - vaak grotere - rooftop projecten met een minimaal volume van 1,8 GWp lijkt meer of minder serieus te zijn, gezien al vrij gedetailleerde project data, (groten)deels al financiële dekking via SDE, PCR, crowdfunding, andersoortige fondsen e.d. Al zijn er de nodige projecten bij waarvoor de plannings-termijn (ver) over die van 2018 heen gaat. Soms zelfs tot in 2021-2024 en later aan toe.

Daarnaast is er ook een al ronduit spectaculair volume van, begin augustus 2019, 2,1 GWp aan "vrijeveld" installaties (226 "klassieke" grondgebonden projecten), waarvoor de kansen relatief gunstig liggen gezien de aanwezigheid van een SDE beschikking (SDE 2014 of later). Verder heb ik een lijst met in principe, gezien de omvang, op relatief korte termijn realiseerbare postcoderoos projecten in de "pending" map staan, 310 stuks met al bijna 38 MWp specifiek geoormerkt (in werkelijkheid meer, van veel projecten is nog niets bekend over de geplande capaciteit). De vraag is wat er met deze qua aantal projecten omvangrijke portfolio gaat gebeuren, gezien de onzekerheden rond het "vervolg op de postcoderegeling", waarover nog steeds niets vast staat.

Alleen bovengenoemde 3 project blokken bij elkaar tellen op tot ruim 3,9 GWp. Daar zitten de nog niet in pers- en nieuwsartikelen met name genoemde geplande SDE rooftop projecten nog niet bij, dus het volume "serieuze kandidaten voor de wat kortere termijn" (2019-2020) zal sowieso veel groter zijn, waarschijnlijk ver over de 5 GWp. Potentie is echter iets anders dan "invulling", dus we moeten zien of dat ook daadwerkelijk gaat geschieden. Ook gezien de nodige probleem gebieden zoals beschikbaarheid van netcapaciteit in met name Noord-Oost Nederland (Enexis), maar inmiddels (in Liander gebied) ook al op andere plekken in ons land.

Tot en met de najaars-ronde van SDE 2018 is er in totaal 10,3 GWp aan beschikkingen over, voor alle SDE regelingen voor zonnestroom (zie grafiek hierboven). Trekken we daar het opgeleverde, bij CertiQ bekende volume van 2.229 MWp van af voor eind juli, houden we nog steeds een zeer hoog volume van 8,1 GWp "nog in te vullen beschikte capaciteit" over. Een opvallende categorie bij de nog niet gerealiseerde beschikte PV installaties, drijvende zonneparken, claimt tot nog toe, volgens cijfers van RVO, in totaal 299 MWp (beschikt volume), verdeeld over 24 projecten.

Ik heb in bovenstaande ook nog een volume postcoderoos project plannen met grondgebonden installaties niet meegeteld (23 stuks, minimaal mogelijk zo'n 40 MWp). De vraag is of dergelijke grote projecten in veel gevallen haalbaar zullen blijken te zijn in een vanwege de begrenzing beperkte postcoderoos set-up, want er moeten veel mensen uit de nabije regio (binnen dezelfde postcode"roos") voor intekenen. Er zijn beslist projecten die het toch hebben gehaald, zoals zonneparken Welschap (Eindhoven), de Vlaas (Deurne, beiden NB, en beiden slim gebruik gemaakt van een "postcodeboeket" constructie), Korenstreep fase I (Veghel, NB), en Sunbrouck fase I (Menterwolde, Gr.). Er staan alweer enkele grote trajecten klaar met duizenden panelen. Deze categorie staat verder als pro memori in de enorme plannen lijst van Polder PV. Zodra een project toch wordt gerealiseerd, wordt deze uiteraard toegevoegd aan de betreffende realisatie lijsten.

Bizarre portfolio grondgebonden projecten "nog zonder beschikking"

De aller belangrijkste categorie staat al jaren apart. Dit betreft de enorme hoeveelheid plannen voor grondgebonden installaties waarvoor nog geen SDE beschikkingen bekend zijn geworden, en waarvoor geen postcoderoos constructie is geopperd. Zonder zo'n beschikking kun je dergelijke projecten sowieso wel vergeten, vandaar dat die lijst separaat van de rest wordt gehouden. Dat aparte overzicht telt inmiddels alweer op tot een volume van minimaal 4,3 GWp, verdeeld over 388 projecten (wederom fors meer dan de 317 in de vorige update). Waar ook een nog zeer premature portfolio van nog eens bijna 880 MWp aan "verkenningen" naast staat. Ook heb ik nog aparte categorieën "pending" projecten zonder SDE beschikking, "projecten op water", geluidsscherm, "zon op dijk" plannen, en grote carports. Alleen in deze categorieën zit bij elkaar totaal al minimaal een "benoemd" volume van 214 MWp. En dat wordt nog veel meer.

Overigens zullen veel van de grondgebonden project plannen het niet gaan halen. Over al behoorlijk wat projecten is maatschappelijke onrust ontstaan, er zijn en worden diverse rechtszaken gevoerd, en veel plannen zijn nog nauwelijks concreet te noemen. Daar overheen komt nog de "politieke uitvoering" van de beruchte (flink aangepaste) "motie Dik-Faber" (brief Wiebes), waarbij ingezet wordt op het invoeren van een breed toepasbaar "zonneladder" concept, waarbij grondgebonden zonneparken "onderaan de voorkeurs-ladder" zouden moeten komen komen te staan bij beleidsmakers. Wederom een zoveelste spaak in het wiel van progressieve ontwikkeling, maar tot een verbod komt het (natuurlijk) niet. Den Haag doet vreemde dingen, maar ze zijn daar niet op hun achterhoofd gevallen.

Het fenomeen wordt hier wel benoemd, omdat er overal dergelijke plannen uit de kast worden getrokken, en veel gemeentes er beslist, zei het onder voorwaarden, in mee willen gaan. Ook om eindelijk wat "meters" te kunnen maken bij de door henzelf opgelegde duurzame energie opwek- en klimaat ambities. Te stoppen is deze trend absoluut niet. Motie Dik-Faber of niet, er komen meer zonneparken. Maar ze zullen beslist ook niet het land "overspoelen", zoals af en toe wordt gesuggereerd. Wel zullen ze een significant aandeel op de totale zonnestroom productie gaan krijgen, omdat ze per stuk zo groot zijn, en "optimaal zijn ge-engineered".

De conclusie: het wemelt van de plannen voor (grote) PV projecten in Nederland, en de beschikkingen voor SDE 2019 ronde I moeten nog definitief bekend worden gemaakt. Bij een tussenstand rapportage in juli bleek dat alweer zonnestroom een groot deel van de beschikkingen heeft weten te verzilveren (3.025 stuks, zie analyse). We gaan "interessante tijden" tegemoet, dat is een feit wat zeker is. Als er geen al te "gekke" zaken (meer) geschieden rond de SDE regelingen (wat absoluut geen garantie is), wordt de reeds ingezette, forse groei van de PV markt de komende jaren bestendigd.


Tot slot

Wederom laat deze uitgebreide update zien dat er in 9 maanden weer veel is gewijzigd in het projecten overzicht van Polder PV. Mede gezien de blijvende, enorme activiteit op talloze fronten op het gebied van zonnestroom, de grote hoeveelheid SDE beschikte projecten die klaar staan, de paar honderd postcoderoos projecten die zijn aangekondigd, en de concrete plan info die op mijn "pending" lijst is opgenomen buiten de genoemde categorieën, gaat het de komende tijd wederom extreem druk worden, nadat het nieuwe recordjaar 2019 zal zijn afgesloten. En niet alleen dat. Ik denk, mede door de zeer lage kosten voor PV modules, dat ook de jaren daarna best wel een spectaculaire markt ontwikkeling kunnen laten zien. Maar, ook al is dat vloeken in de Solar Kerk: politieke "ingrepen" voorbehouden, natuurlijk.


Dankwoord

Ik wil iedereen hartelijk danken voor alle "inputs" voor het verbeteren en aanvullen van informatie over de zonnestroom projecten in Nederland. Soms zelfs al enkele jaren achter elkaar. Het aantal contribuanten voert hier te ver om separaat op te noemen, maar ik wil wel twitteraar Speksteenkachel in het byzonder danken voor een niet aflatende stroom spannende links naar talloze installaties, die ik mogelijk deels over het hoofd gezien zou hebben. Plus natuurlijk vakblad en dagelijks solar nieuws site Solar Magazine, wat frequent over installaties rapporteert. Daarnaast beschikt Polder PV over tientallen andere inputs van zeer verschillend pluimage en kaliber. Iedereen die heeft bijgedragen, of dat nog steeds doet: dank, en "keep 'em coming" ! Deze projecten lijst is beslist het resultaat van een collectieve poging om met name het "gerealiseerde grote projecten potentieel" voor solar in Nederland zo goed mogelijk op tafel te krijgen. Mach weiter so!


11. Bronnen en referenties

Continu bijgewerkte projecten lijsten van Polder PV (gerealiseerd, gepland, etc.)

Eerdere analyse updates van Polder PV's grote PV projectenlijst:

Update projecten spreadsheet Polder PV: +740 nieuwe installaties, en record capaciteit (326 MWp) nieuwe zonnestroom genererende, grote projecten (7 november 2018, inclusief gelinkte uitgebreide analyse, waarvan de huidige de meest recente update is)
Update projecten spreadsheet Polder PV: +923 nieuwe installaties, en record capaciteit (255 MWp) nieuwe zonnestroom genererende, grote projecten (7 maart 2018, inclusief gelinkte uitgebreide analyse)
Update projecten spreadsheet Polder PV: +97 MWp capaciteit, record (976) nieuwe zonnestroom genererende, grote installaties (9 juni 2017, inclusief gelinkte uitgebreide analyse)
Record toevoeging nieuw PV vermogen aan projecten spreadsheet Polder PV: +169 MWp capaciteit, 835 nieuwe zonnestroom genererende, grote installaties (28 december 2016, inclusief gelinkte uitgebreide analyse)
Update statistiek PV projecten lijst Polder PV - Meer dan 700 single site installaties >= 100 kWp (25 juli 2016)
Update PV projectenlijst Polder PV - weer forse groei met 63 MWp (12 april 2016)
Nieuwe records bij inventarisatie grote PV projecten Nederland - meer dan 200 MWp single sites in database (25 december 2015)
The Solar Future VII - 6. Nieuwe mijlpaal - 2.000 grote PV projecten in spreadsheet (18 augustus 2015)
Tip of the iceberg - grote projecten lijst Polder PV inmiddels met 100 MWp gevuld (24 feb. 2015)
Nieuwste megaproject van Polder PV - eerste "duizend" binnen (15 dec. 2014)

(Eerder) gepubliceerde uitgebreide analyses:

Status oktober 2018
Status februari 2018
Status juni 2017
Status december 2016
Status juli 2016


Web pagina samengesteld vanaf 9 augustus 2019; gepubliceerd: 30 augustus 2019

Toegevoegd: forse verschillen in opgaves CBS en Polder PV van accumulatie van aantallen zonneparken in 2017 en 2018, zie nieuwe alinea (3 sep. 2019)
Toegevoegd korte toelichting systeemgemiddelde capaciteit zonneparken bij accumulatie grafiek, en herstel inconsequentie eenheid legenda versus Y-as in grafiek (7 sep. 2019)
Toegevoegd impact 33 grootste grondgebonden projecten versus 33 grootste rooftop installaties in overzicht PPV in sectie "schaalvergroting" (9 sep. 2019)

Figuur caption aangepast na tip i.v.m. verkeerde opgave gemiddelde, figuur zelf ongewijzigd (13 dec. 2019)

 
 
 
© 2019 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP