Status grote PV projecten PPV actueel: 16-10-'18
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

PV projecten >= 15 kWp

Stand van zaken grote PV projecten overzicht van Polder PV, status 16 oktober 2018

1. Introductie en enkele kerncijfers

Toevoegingen sedert voorlaatste update (dec. 2016)

2. Progressie projecten lijst Polder PV

3. Inventarisatie PV projecten lijst Polder PV

Kerncijfers
Groei van volumes per deelcategorie
Relatie met CertiQ data
Gemiddelde systeem-grootte accumulaties en toevoegingen
Schaalvergroting gevisualiseerd update
Verdeling over de kalenderjaren in de onderzochte populatie PV projecten
Gerealiseerde grondgebonden vrijeveld installaties update

4. Segmentatie single site projecten per provincie

Aantal gevonden single site projecten per provincie
Aantal zonnepanelen in grote single site projecten per provincie
Geaccumuleerde PV capaciteit in grote single site projecten per provincie
Gemiddelde module capaciteit in grote projecten per provincie
Gemiddelde aantal zonnepanelen per project per provincie
Gemiddelde opgestelde PV-capaciteit per project per provincie

Relatieve verhoudingen single site projecten per provincie:
(1) Aantal grote PV-projecten per 100.000 inwoners per provincie
(2) PV-project capaciteit in Wp per inwoner per provincie
(3) Aantal grote PV-projecten per 100.000 hectare landoppervlak per provincie
(4) PV capaciteit in grote projecten in Wp/hectare landoppervlak per provincie

5. Segmentatie single site projecten per netbeheer gebied

6. Segmentatie naar project lokatie en Standaard Bedrijfs-Indeling update

7. Multi-sites, "vermogen gerealiseerd onbekend", en totaal in drie project dossiers

8. Status implementatie SDE / SDE "+"

Figuur presentatie Vakbeurs Energie - status SDE tm. SDE "+" 2018 I nieuw

9. Postcoderoos projecten update

10. "Plannen" project portfolio

Tot slot

Dankwoord

11. Bronnen en referenties

Foto's project voorbeelden van Polder PV:

Carport Drenthe
NOM project Zuidlaren
Groene Hoek fase I
Klein grondgebonden project Ubbena - Assen
Rooftop groothandel Haarlemmermeer

En verder:

Belangrijke eenheden & kengetallen

Disclaimer

Oproep bijdrage project lijsten


1. Introductie en enkele kerncijfers

Update statistiek PV projecten lijst Polder PV - 1.177 MWp single-site projecten >= 15 kWp, ongeveer 4,7 miljoen zonnepanelen.

De vorige analyse van de bijgewerkte "solar" projectenlijst van Polder PV was van 25 februari 2018 (introductie alhier). Omdat het zeer hectisch is geweest met het bijhouden van (grote) PV project realisaties, het is nu al een record jaar qua volume groei, is het er niet eerder van gekomen. Maar het is weer de hoogste tijd voor een volledige analyse van de hard gegroeide, huidige projecten lijst met grotere PV installaties, vergaard door Polder PV. Voor een eerste introductie van de huidige markt analyse, en samenvatting van belangrijke bevindingen, zie de nieuwspagina van 7 november 2018.

RVO updates deels al gecheckt

Er is er weer zeer veel volume (capaciteit in MWp-en) bijgekomen. Naast alle projecten die ik zelf al had gevonden, overal verspreid over honderden sites, foto's, filmpjes, e-mails van collega's en installateurs, en talloze andersoortige berichten, heb ik enkele updates van RVO in ieder geval "top-down" deels afgegraasd om met name, vanwege de daarmee gepaard gaande volumes in MWp, eventueel missende grote projecten te kunnen traceren, en op te nemen in mijn eigen lijst. Voor het RVO overzicht van oktober 2017 ben ik tot gerealiseerde projecten met beschikking van zo'n 90 kWp gekomen (alles groter opgenomen in mijn lijst, een fors volume). De april 2018 versie is van bovenaf tot zo'n 130 kWp geheel gecrosscheckt en aangevuld in mijn lijst. De tot deze publicatie laatst bekende versie van juni 2018 is nagelopen tot zo'n 1,3 MWp per project. Uiteraard zijn veel van de kleinere installaties nog niet gecheckt, waarvan ik er sowieso al veel van wel, en sommige nog niet zal hebben. Maar hun impact op het totaal is wel relatief bescheiden. Waar de tijd beschikbaar is, zal ik alle relevante lijsten blijven nalopen, altijd van "bovenaf" werkend. Er zal dus sowieso nog het nodige aan volume in MWp (en aantallen projecten) bij gaan komen.

Status van en voorbehoud rond de projecten lijst(en) van Polder PV

De lijsten worden door Polder PV vrijwel dagelijks bijgewerkt, de huidige analyse geeft de status weer van 16 oktober 2018. De inmiddels alweer toegevoegde nieuw gevonden projecten ná die datum zijn niet in deze analyse meegenomen. Die zullen in een volgend exemplaar bij de totaal resultaten worden geteld. Alle cijfers die u ziet in deze analyse blijven absolute minimum afschattingen van wat er al netgekoppeld staat in Nederland. Ik "zie" uiteraard niet alles, ben wat de kleinere installaties met "ja" vinkje in RVO overzichten betreft niet "bij" met checken, er zitten vaak - forse - vertragingen in rapportages over opgeleverde projecten (soms pas info vindbaar langer dan een jaar na realisatie !), en er zijn daarnaast beslist de nodige PV projecten die nooit in de pers of elektronische media zullen voorkomen. Ook, uiteraard, bij de projecten zonder SDE beschikking. In werkelijkheid staat er dus beslist méér volume. Hoeveel meer, blijft onbekend totdat er een degelijke nationale statistiek bank wordt gecreëerd die bij Wet wordt afgedwongen, waarin álle PV projecten dienen te worden opgenomen. Zelfs het CBS claimt bij haar nieuwe methodiek nog steeds forse onzekerheden, en zal pas zéér laat (voor het jaar 2018 mogelijk pas definitief eind 2019, en dan zonder detaillering op project niveau) rapporteren over de door hen uit diverse grote bestanden uitgesleutelde cijfers op het gebied van PV. Desondanks blijft mijn inschatting, dat met name bij de grotere projecten, Polder PV een aardig representatief, "behoorlijk volledig", én, ook zeer belangrijk, gezien de zeer sterk groeiende projecten markt, "relatief actueel" beeld heeft van wat er daadwerkelijk minimaal is opgeleverd.

Sedert de analyse van de voorlaatste versie van de single-site projecten lijst (6.450 projecten met capaciteit van 851 MWp, eind februari 2018) heb ik weer een groot aantal van 740 grotere PV projecten bijgeschreven in mijn spreadsheet, met een, spectaculaire, geaccumuleerde capaciteit van 326 MWp. Die capaciteits-toename is wederom forser dan de voorgaande (255 MWp toegevoegd in voorlaatste update). Nooit eerder werd er zoveel nieuw volume tussen 2 updates in bijgeschreven in mijn spreadsheet. Dit is uiteraard (mede) te wijten aan de nodige grote grondgebonden PV projecten, die grote hoeveelheden volume inbrengen. Maar ook een behoorlijke hoeveelheid (zeer) grote rooftop installaties, liet met name die capaciteits-toename aanzwellen tot het huidige niveau.

Het gaat hierbij zoals gebruikelijk om een mix aan nieuwe PV projecten, opgeleverd in 2017-2018, én oudere installaties waarvan ik nu pas berichten heb gevonden, dat ze aan het net zijn gekoppeld danwel zijn "opgeleverd". Of waarvan ik nu pas informatie over het werkelijk opgestelde vermogen cq. aantallen panelen heb kunnen vinden. Ook wordt frequent de capaciteit van "oudere" projecten aangepast, omdat er nieuwe / betere info beschikbaar is gekomen. Zeker bij de grotere installaties is het ronduit bizar hoe vaak sterk uiteenlopende project capaciteiten worden genoemd. Het meest extreme voorbeeld tot nog toe zijn 6 (!) verschillende capaciteits-opgaves voor een en hetzelfde project, afhankelijk van de betrokken partij dan wel verslaggevende entiteit (tweet) ... Het toegevoegde aantal nieuwe / nieuw gevonden oudere projecten ligt een stuk lager dan het niveau van de voorgaande update in februari (toen nieuw: 923 projecten).

Met de nieuwe aanwinsten is het systeemgemiddelde van de nieuw aan mijn lijst toegevoegde installaties t.o.v. dat in de update van februari 2018 (277 kWp/installatie) zeer fors toegenomen tot 441 kWp (toename: 59% !). Ook dit ligt uiteraard aan, met name, de enorme impact hebbende grote grondgebonden installaties die in 2018 daadwerkelijk zijn opgeleverd. Het systeemgemiddelde van de toevoegingen ligt ook weer ver boven het gemiddelde van alle nu geaccumuleerde projecten in mijn single site lijst (inclusief nieuw toegevoegd). Want die ligt nu op 164 kWp. In de vorige update (feb. 2018) was het 132 kWp (toename: 24%). Ook op dat vlak is er dus nog een fors door stijgende lijn te zien, ook al zitten er in de verzamel lijst heel erg veel kleinere projecten (zie verder).

Toevoegingen per segment sedert februari 2018

In onderstaand staatje de toevoegingen in aantallen projecten en het toegevoegde volume in kWp in de single site projecten lijst van Polder PV, t.o.v. de voorlaatste update, per onderscheiden grootte-categorie:

Het is in absolute zin wederom met met name hard gegaan bij de aantallen (blauw) nieuw toegevoegde projecten in de middelste categorieën >=100-250 kWp (218 nieuw, groei 18%), >=250-500 kWp (144 nieuw, hoge groei van 37%), >=50-100 kWp (122 nieuw, groei 8%), en >=25-50 kWp (105 nieuw, groei 6%). Kijken we naar de relatieve groei percentages per categorie, hebben wederom juist de grootste categorieën de opvallendste groei cijfers. 68% toename bij single site installaties groter of gelijk aan 1 MWp, en 35% bij de daar op volgende categorie vanaf 500 kWp, en 37 resp. 18% bij de daar direct op volgende categorieën >=250-500 kWp en >=100-250 kWp. Bij de relatieve groei percentages van de capaciteiten (rood) zien we de hoogste groeicijfers bij de grootste project categorie. Maar liefst 191 MWp (feb. 2018 update: 124 MWp) toename, resp. 76% groei bij de installatie categorie vanaf 1 MWp. Vervolgens 52 MWp groei (40%) bij de categorie >=250-500 kWp, op de voet gevolgd door categorie >=500-1.000 kWp (32 MWp nieuw absoluut, 36% relatieve toename). In de kleinste project categorie >=15-25 kWp, die sowieso vanwege het vrijwel ontbreken in media berichten, zwaar onderbelicht blijft in de spreadsheet van Polder PV (en waarvoor tijd tekort schiet om die onderkant van de projecten markt geïnventariseerd te krijgen), kwam er maar 1 MWp capaciteit bij t.o.v. de update van februari dit jaar. Met een bescheiden groei van slechts 4%.

Alles bij elkaar optellend (laatste 2 kolommen), zijn er sedert de voorlaatste update 740 nieuwe projecten aan mijn single site projecten sheet toegevoegd. Het record werd eerder gevestigd in de update van juni 2017 (976 stuks toegevoegd). Genoemde 740 nieuw toegevoegde projecten is bijna 11½ % meer dan de accumulatie van het aantal single-site projecten in de februari 2018 update (6.450 exemplaren). Wat de capaciteiten betreft, is er een ongekend record volume van 326 MWp toegevoegd, goed voor een groei van ruim 38% t.o.v. de geaccumuleerde capaciteit in de februari 2018 update (851 MWp).

Accumulaties status 16 oktober 2018

Ook hiervoor een tabelletje. Zie ook de figuur in paragraaf 3 voor grafische verbeelding.

In de single site projecten lijst van Polder PV staan inmiddels al bijna 2.260, fysiek aan het net gekoppelde zonnestroom genererende installaties van elk 100 kWp of groter (feb. 2018: bijna 1.770). Van 33 stuks, met een gezamenlijk volume van ongeveer 70 MWp, kan netkoppeling inmiddels al zijn geschied, maar is dat nog niet bekend, kan het beslist wel al zijn ge-effectueerd, of het kan elk moment geschieden (waarschijnlijke realisatie: 2018). Dit gezamenlijk is de optelsom van de eerste 4 categorieën in bovenstaande tabel. Een realiteit die zeer waarschijnlijk, ondanks herhaalde vingerwijzingen van ondergetekende, nog steeds slecht bekend is in de PV sector. Van die grote verzameling grote PV projecten zijn er inmiddels al 124 (vorige update van feb. 2018 70, die van juni 2017 45) stuks die per installatie 1 MWp of groter zijn qua omvang. Sommige van die projecten hebben zelfs meer dan 1 SDE beschikking. Polder PV gaat echter uit van "project sites", om nauwkeuriger de installaties in beeld te krijgen. Alleen al die 124 projecten hebben bij elkaar een verzamelde capaciteit van ongeveer 443 MWp (vorige update van feb. 2018 221, die van juni 2017 123 MWp). Dat is zo'n beetje de capaciteit die vroeg in de tweede jaarhelft van 2012 was geaccumuleerd bij álle PV installaties in ons land (grafiek). Van 8 >1 MWp grote projecten (totaal zo'n 62 MWp, 7 van de 8 grondgebonden installaties, grootste deel van hier boven genoemde 70 MWp nog niet bekend wel gebouwd / netkoppeling onzeker installaties >= 100 kWp) is de netkoppelings-status nog niet duidelijk. De hardware staat er, soms al langere tijd. Deze 8 projecten zouden inmiddels al aan het net kunnen zijn gekoppeld (en leveren dus groene stroom, dé statistiek piketpaal), nog zonder opleverings-bericht. Of het geschiedt op zeer korte termijn, waarschijnlijk nog in 2018.

In totaal heeft Polder PV nu bijna 7.200, (vorige update: ruim 6.500) individueel benoemde, en van talloze project eigenschappen voorziene, single site installaties groter of gelijk aan 15 kWp in zijn projecten sheet staan. De gezamenlijke capaciteit ervan is 1.177 MWp (vorige update: 851 MWp). Polder PV is met zijn inventarisaties dus al vér over de eerste GWp heen, voor de Nederlandse projecten markt. Naast voornoemde 33 >=100 kWp projecten (70 MWp), waarvan de netkoppeling status nog onzeker is, zijn er nog eens een 27-tal met bijna 1,2 MWp met die onzekere status bij de kleinere projecten (totaal "onzeker" dus dik 71 MWp). Daar staat tegenover, dat de bijschrijvingen in de lijst dagelijks doorgaan, en er afgelopen week bijvoorbeeld alweer 2 netgekoppelde zonneparken en een groot rooftop project zijn geregistreerd (gezamenlijk 13 MWp toegevoegd).

Een vorige keer heb ik voor het eerst een detail analyse gedaan m.b.t. de verschillen tussen de provincies. In de voorlaatste analyse heb ik daar een eerste status van de verdeling van de projecten en hun capaciteit over de verschillende netbeheerders aan toegevoegd. Ik ben nog steeds bezig aan een nog verfijnder marktsegmentatie, maar daar moet nog e.e.a. aan arbeid in worden gestoken. Wel heb ik van de wel uitgesleutelde "bedrijfscodes" inmiddels updates van de eerste 2 grafieken gemaakt, met segmentatie tussen die categorieën. Verder zijn grafieken over grondgebonden parken, over sterke schaalvergroting, en over de status van postcoderoos ("verlaagd tarief") projecten nieuw gepubliceerd. Alle nieuwe grafieken vindt u op deze speciale webpagina, met tekst en uitleg. Voor de eerste versie van deze uitgebreide analyse (21 juli 2016), zie deze link. Voor de vervolg analyses, zie overzichtje onderaan deze web pagina.


Belangrijke eenheden & kengetallen, toelichting

  • 1 kWp = 1.000 Wp = ruim "3 en een halve" moderne kristallijne (c-Si) zonnepanelen met een nominaal (STC) vermogen van, inmiddels gangbaar, 280 Wp. Anders gezegd: 10 kWp zou bijna 36 van dergelijke PV-modules "bevatten".

  • 15 kWp = ondergrens van projecten lijst Polder PV, tevens SDE "+" minimum. Omvang: plm. 54 moderne 280 Wp modules.

  • 1 MWp = 1.000 kWp = bijna 3.600 modules van 280 Wp, een fysieke paneel oppervlakte van ongeveer 5.800 vierkante meter.

  • 100 MWp = ruim 357.000 modules van 280 Wp, een fysieke paneel oppervlakte van bijna 579.000 vierkante meter. Ongeveer 80 voetbalvelden van het "maximale" formaat verordonneerd door de KNVB (69x 105 m.), waarbij de panelen "plat op de grond" zouden liggen. Wat natuurlijk in werkelijkheid nooit gebeurt.

  • In de inmiddels stapsgewijs daadwerkelijk gebouwde, grondgebonden zonneparken staan modules in rijen achter elkaar op frames, in wisselende configuraties, soms zelfs met 2 of meer rijen modules boven elkaar per rij (6 rijen, en zelfs al 10 rijen - "Lange Runde" Barger Compascuum - al gesignaleerd, landscape oriëntatie). En in recentere vormen zelfs in "kasdek" configuratie met panelen op (globaal) oost en west gericht, zoals Garyp (Fr.). Ook het vermogen van de ingezette zonnepanelen kan extreem verschillen, zeker als je dunnelaag (bij Solar Frontier CIS modules inmiddels max. 185 Wp, bij amorf Si nog veel lagere vermogens) versus "klassiek" kristallijn Si beschouwt. De vermogens bij laatstgenoemde "standaard" panelen kunnen tegenwoordig al minstens 280 Wp of al veel hoger zijn. Ik ken inmiddels al gevallen dat er zonnepanelen van maar liefst 350 Wp of zelfs al fors hoger per stuk worden ingezet. Modules met nog veel krachtiger vermogens komen er al aan. Er zijn zelfs al "exoten" met nog hogere vermogens dan 400 Wp per stuk, maar het is zeer onwaarschijnlijk dat die nu al worden ingezet voor grootschalige opwek: te duur. Op een mij nu bekende unieke uitzondering na (Zeeland Refinery zonnepark), waarbij high-power, back-contact mono Sunpower panelen zijn ingezet.

    Dit alles maakt dat "standaarden" voor zonneparken onmogelijk zijn vast te pinnen. Het hangt van de business-case af, de fysieke mogelijkheden, de gekozen hardware leveranciers (incl. de daar aan verbonden garantie claims), beperkende voorwaarden voor de maximale hoogte van de "tafels" van de installatie, en andere variabelen. Voorbeeld Zonnepark Ameland: gemiddeld plm. 600 kWp capaciteit aan kristallijn Si modules per hectare, bij toepassing van 2 rijen modules per frame. Maar er zijn in Nederland ook al de nodige vrijeveld installaties opgeleverd met kristallijne Si modules, met een "vermogens-dichtheid" variërend van 627 kWp/ha tot 811 kWp/ha. En ik heb al twee voorbeelden gezien die ver daar boven liggen: meer dan 1.300 kWp/ha. Daar tegenover staat bijvoorbeeld het al oudere project te Azewijn. Een zonnepark met oorspronkelijk dunnelaag amorf Si modules: slechts 225 kWp/ha opgestelde capaciteit (de PV generator wordt trouwens vervangen, met een nieuwe SDE beschikking, in september 2018 bleken alle oude a-Si panelen al te zijn verwijderd van de frames, pers. comm. aan PPV). Bij deze overwegingen moet trouwens ook meegenomen worden wat als de "buitengrens" van het park wordt bepaald. Sommige parken hebben behoorlijk wat vrije ruimte rond de module velden binnen de - meestal aanwezige - omheining. De vraag is of die ruimte geteld moet worden als onderdeel van het park, of niet. Dit kan behoorlijk wat invloed hebben op de uiteindelijk gerapporteerde ratio kWp/hectare.

  • De fysieke stroomproductie verschilt per lokatie in het land, is afhankelijk van lokale factoren, van oriëntatie en hellingshoek van de PV generator, van (partiële) beschaduwing en van specifieke systeem eigenschappen. Optimale installaties kunnen makkelijk 900 kWh per opgestelde capaciteit van 1 kWp per kalenderjaar opwekken. Veel projecten halen zonder problemen specifieke opbrengsten tussen de 900 en 1.000 kWh/kWp.jaar. Nogal wat goede installaties halen opbrengsten die er zelfs nog ver boven liggen. Er zijn Polder PV projecten - meestal in de zon-rijke kustregio liggend - bekend die zelfs meer dan 1.100 kWh/kWp.jaar blijken op te wekken. Hier is documentatie van (NB: ook bij particuliere installaties !). Voor kengetallen gebaseerd op een geavanceerd instralings-model, zie Siderea.nl!

  • Module oppervlakte. Moderne kristallijne zonnepanelen met 60 cellen hebben een oppervlak van grofweg zo'n 1,62-1,64 m². 72-cels modules zitten rond de 1,94 m². Nieuwere typen met 120 "half-cells", zoals die van REC Solar, hebben een iets groter oppervlak dan "klassieke" 60-cels panelen (1,67 m²). De "footprint" op een plat dak is een stuk kleiner, zeker als de panelen erg scheef staan. Dat hangt van de hellingshoek af. Uiteraard gaat er dan wel veel dakruimte verloren, naar gelang de hellingshoek groter is (schaduw vooraan staande rij op volgende rij, dus forse afstand tussen rijen nodig). Tegenwoordig wordt met veel lagere hellingshoeken gewerkt dan vroeger, en/of wordt maximale dak oppervlakte geclaimd met alternatieve "oost-west" opstellingen. Hierdoor kan een forse hoeveelheid capaciteit op platte daken worden gerealiseerd. Dit gebeurt al zeer frequent, van kleine tot zéér grote rooftop projecten. Lees dit ook als: het is een "normale" wijze van module plaatsing geworden, zeker in NL.

  • STC ("Standard Test Conditions"): 1.000 Watt/m² loodrechte instraling op het zonnepaneel, 25 graden Celsius cel temperatuur, en een zogenaamde "air-mass" van 1,5. Zie Fraunhofer ISE.

  • Single site PV project: Categorie grotere PV-projecten op 1 (dak of) erf met (daken van) bij elkaar horende gebouwen, onder dezelfde BV, instelling, en/of hetzelfde KvK nummer. Het kan hierbij voorkomen dat er op meer dan 1 "EAN nummer" is geschakeld, waardoor bijvoorbeeld meerdere SDE aanvragen / beschikkingen voor een en hetzelfde project "gescoord" kunnen worden. Dit soort info is meestal niet bekend. Polder PV gaat uit van "projecten", samenhangende eenheden op 1 lokatie. Daarbij worden dus ook uitbreidingen van bestaande installaties meegeteld om een project totaal volume te bepalen. Voor de goede orde: uitbreidingen van bestaande PV installaties worden in Nederland extreem slecht gedocumenteerd. Alleen als je toevallig nieuwe foto's ziet, of een specifieke vermelding aantreft, kom je ze op het spoor. Dit gebeurt echter weinig, dus ook hiervoor geldt: altijd zal de "vastgestelde" capaciteit voor een bepaalde lokatie de minimale zijn. Er kan ondertussen al zijn uitgebreid!

  • Multi-site PV project: Idem, grotere PV-projecten met fysiek van elkaar gescheiden lokaties, meerdere flats of andere objecten met zonnepanelen, soms zelfs met verschillende KvK entries. Het zijn wel vaak onder een "project" en/of een "hoofd-eigenaar" vallende objecten. Dergelijke projecten kunnen van zéér verschillend kaliber zijn: meerdere nevenvestigingen van een bedrijf of school bestuur in het land, verschillende flats van een corporatie met zonnepanelen in diverse straten in een gemeente of meerdere gemeentes, grote PV projecten op industrie terreinen met meerdere bedrijven. Maar ook expliciet afgebakende portfolio's van, bijvoorbeeld, daken hurende lease bedrijven, over een groot aantal objecten / woningen, etc. Multi-sites worden separaat gedocumenteerd door Polder PV, als er wel info is over de totale volumes, maar geen detail info over de separate objecten binnen zo'n multi-site "project". Soms komt dergelijke info later wel voorhanden. In dergelijke gevallen wordt het multi-site project door Polder PV "opgeknipt" in de separate entiteiten, en worden deze in de "single-site main sheet" ingevoegd.

  • Bovenstaande onderscheid is niet "keihard", maar is vooral pragmatisch ingegeven, omdat bij multi-sites meestal niet informatie over (aantal panelen of capaciteit op) de onderliggende objecten wordt gegeven, maar alleen van het totale project verdeeld over meerdere lokaties.

2. Progressie single site projecten lijst Polder PV

In deze bijgewerkte grafiek de historische progressie die mijn single site projecten lijst heeft doorgemaakt sinds ik die vanaf eind 2014 systematisch ben gaan bijhouden. Ik ben aanvankelijk begonnen met - voor die tijd - "grote" projecten in een lijst te zetten (eind 2014). Vandaar dat het systeemgemiddelde toen ook "relatief hoog" lag (bijna 84 kWp voor de eerste verzameling van ruim 1.000 projecten). In het voorjaar van 2015 begon ik er serieuzer werk van te maken, en begon toen ook (veel) kleinere mij bekende gerealiseerde systemen er aan toe te voegen (en regelmatig weer een nieuwe grafiek update in mijn archief). Met daarbij als praktische ondergrens 15 kWp per project. Niet alleen omdat dat de ondergrens is in de SDE regelingen sedert SDE 2011. Maar ook omdat het anders gigantisch veel (extra) werk zou gaan worden, en dat bovendien op vele extra problemen zou gaan stuiten. Want installaties onder 15 kWp waren zelfs toen al "doodnormaal" geworden in Nederland. En het wordt steeds lastiger om die terug te vinden in berichten, overzichten, etc. Je gaat gewoon ontzagwekkend veel installaties missen als je onder de 15 kWp zou gaan "zoeken".

Feitelijk wordt ik al langere tijd met dit "probleem" geconfronteerd bij het vinden van projecten onder de 50 kWp. Er wordt tot dat niveau nog steeds fors bijgebouwd, maar veel installaties halen nooit in een of andere vorm de publiciteit. En verschijnen dus ook niet op de Polder PV radar. Tenzij ik via "andere wegen" (bruikbare) informatie over dat soort projecten vind. Ik heb zeer veel inputs, van zeer verschillende soort, maar bij het uitblijven van een centrale - publiek toegankelijke - registratie, blijf ik op het punt van de "kleine grotere" installaties gewoon veel missen. Gezien de volumes bij de wel goed bijgehouden grootste project categorieën, raken die "gemiste" capaciteiten echter wel steeds verder ondergesneeuwd in het grote projecten geweld. Immers, binnen 1 project met een capaciteit van 1 MWp passen maar liefst 40 projecten van elk 25 kWp. Je moet dus grote aantallen kleine projecten vinden om op het totaal bezien "enigszins verschil te maken".

In de grafiek zijn drie variabelen terug te vinden. (1) het aantal single site installaties >=15 kWp (blauw, rechter Y-as); (2) de totale accumulatie van de capaciteit ("het opgestelde STC vermogen"), in MWp (rood, linker Y-as); en (3) de uit voorgaande 2 variabelen volgende "gemiddelde systeemgrootte" in kWp (groen, linker Y-as). Duidelijk is dat er continu progressie zit in de lijst, waarbij er af en toe een lichte versnelling of vertraging is te zien in het "bijschrijf tempo", afhankelijk van de bekeken variabele. De progressie in capaciteit toename zakte iets terug in 2015 (t.o.v. progressie in aantallen), dit had te maken met een flinke tussentijdse "inhaalrace" bij het invoeren van heel veel "kleinere grote" installaties. Derhalve is het systeemgemiddelde in die periode ook licht achteruit gegaan. Maar sedert de update van Kerst 2015 is die weer gestaag aan het toenemen.

Opvallend is de forse "knik" omhoog in zowel de aantallen projecten, als de ermee gepaard gaande geïnstalleerde capaciteit sinds een tussentijdse update van november 2016 (niet gepubliceerd). Dit heeft alles te maken met het verschijnen van een omvangrijke nieuwe update bij RVO, over realisatie van SDE gesubsidieerde installaties, met datum stempel oktober van dat jaar. In eerste instantie heeft Polder PV in een forse inhaalrace, alle projecten groter of gelijk dan 100 kWp in die enorme lijst per stuk bekeken, en bijgewerkt in zijn eigen overzicht. Vandaar dat de aantallen en het totale vermogen behoorlijk sterk zijn toegenomen in die korte periode. Waarbij de toename van het vermogen zelfs rapper is gegaan dan dat voor de aantallen nieuw opgenomen projecten. Mede door het feit dat ik me vooral op de hoge impact hebbende grootste projecten heb geconcentreerd in die lijst, én omdat het grootste Nederlandse PV project, Sunport (30,8 MWp), er enkele maanden later bij is gekomen (uiteraard toen nog niet door RVO als "ja" afgevinkt in hun oktober rapportage, dat geschiedde later pas), is ook het systeemgemiddelde vermogen toen weer verder toegenomen.


^^^
1 van 2 vrij staande carport "luifels" in provincie Drenthe, inclusief afwatering infra. Polder PV neemt dergelijke byzondere PV objecten als aparte "grondgebonden" categorie op (valt dus niet onder "klassieke rooftops"). De uitvoering van dergelijke projecten kan nogal divers zijn, er is in dit specifieke markt segment ook alweer een fors, en gevarieerd aanbod. In de inset linksonder is ook het tweede exemplaar (in de grote foto "links" buiten het kader vallend) in schuin aanzicht te zien (hellingshoek is vrij gering). In de grote foto zijn 2 in het frame gehangen moderne Fronius Symo omvormers (bekend Oostenrijkse fabrikant) te zien. Uiteraard waren er ook oplaadpunten voor elektrisch vervoer aanwezig. Gefotografeerd tijdens korte fietsvakantie in Drenthe en Friesland, maart/april 2018. Dit project valt in de grote spreadsheet van Polder PV in de categorie 100 - 250 kWp.

Sedert begin 2017 ben ik verder "omlaag gaan werken" in de toen beschikbaar gekomen RVO update van januari dat jaar, en zijn er naast grote hoeveelheden eigen inputs, ook veel kleinere projecten in die RVO lijst toegevoegd. Waarbij de beschikte vermogens zijn gebruikt, als er geen andere info over die installaties gevonden kon worden. Ook in latere updates van RVO ben ik stelselmatig van boven naar onder aan het checken of ik nog projecten tegenkom waar ik nog geen weet van had, zoals in de inleidende opmerkingen van deze marktstudie uitgelegd. De main focus daarbij ligt op de grootste projecten, vanwege hun zwaar wegende aandeel bij de voor de markt essentiële MWp-en die ze "meebrengen".

Er kwamen in de periode tot juni 2017 wel de nodige grote projecten bij, maar die zijn toen enigszins ondergesneeuwd in de grote hoop nieuwe "kleinere" PV installaties (tientallen tot honderden kWp per stuk). Vanaf medio juni 2017 is juist de capaciteit weer sterk verder gegroeid, omdat veel beschikkingen uit met name de SDE 2014 regeling ingevuld moesten gaan worden, om te voorkomen dat de beschikking verloren zou gaan. Dat betrof een forse hoeveelheid grotere projecten, inclusief enkele grote grondgebonden installaties. Die veel volume (lees: capaciteit) inbrengen. Sinds december vorig jaar is die stijging bij de capaciteit verder gecontinueerd, o.a. doordat projecten uit met name de SDE 2016 en eerste SDE 2017 regelingen begonnen te worden gebouwd. Maar is juist het aantal nieuwe projecten flink minder geworden (tijdelijke knik in de blauwe lijn voor de aantallen).

In 2018 is het aantal project bijschrijvingen echter weer toegenomen, maar de helling van de lijn is bij de capaciteits-evolutie veel hoger. Ook hier uit wordt duidelijk, dat het sedert begin 2018 om gemiddeld genomen omvangrijke PV projecten is gegaan (niet extreem veel, maar per stuk gemiddeld genomen wel zeer groot). Het is daarom ook niet verrassend, dat de groene curve met de gemiddelde capaciteit verder is gestegen in 2018.

In de update van 16 oktober 2018 waren er bijna 7.200 PV installaties, met een gezamenlijke capaciteit van 1.177 MWp in de single site projecten sheet van Polder PV te vinden. Het systeemgemiddelde van alle geaccumuleerde (single site) projecten is sedert de voorlaatste updates sterk toegenomen: van 108 kWp (juni 2017), via 132 kWp (25 februari 2018), naar 164 kWp (16 oktober 2018).


3. Inventarisatie PV projecten lijst Polder PV

De projecten lijst groeit al lange tijd snel, met name door de implementatie van de SDE 2014 portfolio, waarvoor oorspronkelijk 883 MWp was beschikt door RVO. Deze heeft de laatste twee jaar gezelschap gekregen van een sterk toenemend contingent aan projecten met SDE 2016 en SDE 2017 beschikkingen, waarvoor omvangrijke volumes zijn toegekend (tabel in laatste overzicht). Ik heb vele tientallen bronnen tot mijn beschikking, en, al heb ik al het nodige uitgezocht, er zijn er nog vele om (verder) uit te zoeken. Er wordt immers overal over zonnestroom - en (grote) realisaties gepubliceerd, vaak ook slechts eenmalig, op goed verstopte digitale lokaties. Het blijft daarom belangrijk om er op te blijven hameren: wat er tot nog toe in de accumulatie lijst staat is een absoluut minimum, er staat al (veel) meer aan grote installaties, alleen heb ik die nog lang niet allemaal op het netvlies. Desondanks mag het hier getoonde volume al zonder meer als spectaculair worden beschouwd voor diegenen die de groei in de Nederlandse projecten markt slecht hebben gevolgd.

De diverse versies van de projectenlijst van Polder PV blijven, zoals al eerder gemeld, strict geheim. Niet alleen vanwege de paar duizend uren onbetaalde arbeid die hier al in is gaan zitten. Maar ook omdat er al de nodige PV-installaties in staan van leveranciers en installatie bedrijven met forse portfolio's die deze informatie alleen vertrouwelijk wilden delen. Waarvoor natuurlijk grote dank, zie ook de oproep aan anderen om hetzelfde te doen, verderop in het gele kader. Goed is om te benadrukken dat er in mijn lijst ook al de nodige particuliere installaties zijn opgenomen (NB: >=15 kWp...), op adressen waarvoor geen KvK inschrijving bekend is. Een deel daarvan betreft bijvoorbeeld boerderijen waarop in eerdere jaren zonnepanelen zijn geplaatst, de agrariër er mee is opgehouden (of overleden), en de locatie is vervolgens door een particulier (zonder eigen bedrijf) gekocht. Inclusief de PV-generator.

Op basis van de huidige lijst heb ik de bekende grafiek weer van een update voorzien, met de segmentatie van aantallen en opgesteld vermogen per "vermogensklasse" (in kWp), aflopend van links naar rechts. Geaccumuleerde capaciteiten per categorie zijn in de grafiek in MWp vermeld. Zie ook de tabellen eerder weergegeven op deze pagina. Let op de separate Y-assen voor de aantallen en het vermogen. En houdt s.v.p. in gedachten dat (a) multi-sites projecten niet in deze grafiek zijn opgenomen. (b) Projecten waarvan wel mededelingen zijn gedaan dat ze zijn opgeleverd, maar waarvoor helaas geen systeem vermogen (noch aantallen modules) is genoemd, staan hier ook niet in. Alleen "enigszins" tot "zeer goed" gedocumenteerde single site projecten met totaal systeem vermogen en/of aantal modules bekend, zitten in dit overzicht. (c) Beslist niet álle grote(re) projecten die al (lang) aan het net zijn gekoppeld staan in de spreadsheet van Polder PV, omdat er nooit iets over wordt gepubliceerd, waarmee die projecten zich dus aan de "waarneming" van derden onttrekken.

Conclusie: het schema, met 1.177 MWp geaccumuleerde capaciteit, geeft een absolute bottom-line weer, er is reeds meer gerealiseerd (!). Zoals, indirect, ook al uit de CertiQ overzichten van eind september en eind oktober 2018 is te destilleren. Bij de TenneT dochter stonden toen volumes van bijna 1.250 MWp resp. 1.370 MWp geaccumuleerd in de databank. Waarvan een beperkt deel kleine, per stuk enkele kWp-en tellende, residentiële installaties betreft. Medio oktober zou er dus grofweg al zo'n 1.310 MWp aan gecertificeerde PV capaciteit kunnen zijn opgenomen bij CertiQ. Dat is 11% meer dan de 1.177 MWp aan zonnestroom projecten "verzameld" door Polder PV op 16 oktober dit jaar.

Kerncijfers


Disclaimer

Bovenstaande grafiek geeft de situatie weer tijdens de aangegeven peildatum. De aan de basis ervan liggende projecten spreadsheet wordt bijna dagelijks bijgewerkt. Niet alleen met zowel "oude", in diverse bronnen terug gevonden exemplaren, als nieuwe ingaves. Maar ook: Oude opgegeven of voorheen afgeschatte data kunnen wijzigen (nieuwe inzichten, nieuwe bronnen, correcties van project eigenaren of betrokkenen, etc.). Ergo: de aantallen en de (totale) vermogens per categorie veranderen mee met elke aanvulling/wijziging. De "verhoudingen" tussen de categorieën veranderen echter niet in opvallende mate met deze soms dagelijkse wijzigingen. Wel is de verwachting dat, met name door implementatie van via de SDE (2014, 2016, 2017 en latere) gesubsidieerde projecten, vooral de grotere categorieën een (nog) hogere impact gaan krijgen in het totale volume (MWp). De "linkerkant" van de grafiek zal met name wat de capaciteit betreft flink verder gaan groeien. De categorie indeling op de X-as is in kWp klassen opgegeven, van groot (links) naar "klein" (rechts).

Belangrijk is, om te beseffen dat vooral de "kleinere" categorieën van 25-50 en, met name, 15-25 kWp structureel, en chronisch zullen zijn, en blijven onder-vertegenwoordigd. Dit, omdat er steeds minder aandacht aan wordt besteed in zowel pers-uitingen, als op webpagina's van installateurs vanwege het feit dat ze al lang niet meer als "byzonder" dan wel "vermeldenswaardig" worden beschouwd. En mijn aandacht vooral gevestigd blijft op de grotere projecten, gezien hun hoge impact op het totale geïnstalleerde vermogen. Vandaar dat ik met een vertikale stippellijn heb aangegeven dat aan de rechterzijde van de grafiek (de kleinste installaties tot zo'n 50 kWp) er heel veel aantallen installaties zullen, en opgestelde capaciteit (MWp) zal ontbreken, het meest in de kleinste categorie. Ook heb ik de kolommen doorzichtig gemaakt voor deze kleinste twee van de grote projecten categorieën, om aan te geven dat in werkelijkheid er veel meer aanwezig zal zijn.

Het zwaartepunt van mijn inventarisatie blijft op de "echt grote" projecten liggen, en dat is dus aan de linkerkant van die stippellijn. Die natuurlijk ook niet als "absoluut" dient te worden gezien, er zullen inmiddels beslist ook wel veel grotere projecten dan 50 kWp niet of nauwelijks in de media zijn terechtgekomen, al lijkt die kans geringer te worden naarmate die projecten (nog) groter zijn. Maar vergis u s.v.p. niet: er zijn beslist partijen, die in het geheel géén ruchtbaarheid aan hun gerealiseerde "zeer grote" solar-moois willen geven. Ik heb daar verschillende, soms zelfs ronduit spectaculaire voorbeelden van in mijn spreadsheet, die ik desondanks via verschillende (andere) kanalen op het spoor ben gekomen.

NB: De grafiek geeft alleen de "single site" projecten weer. Zogenaamde "multi-sites" (PV installaties die vaak binnen één projectmatige aanpak vallen, maar die op duidelijk van elkaar verschillende locaties in het land, binnen een provincie of gemeente worden gerealiseerd, (2) die op verschillende, fysiek gescheiden flats met tientallen appartementen worden gerealiseerd, (3) en/of projecten die duidelijk fysiek van elkaar gescheiden gebouwen / adressen op bijvoorbeeld een industrieterrein betreffen) vallen hier buiten. Diverse projecten van corporaties vallen hier onder (flats), gemeentelijke projecten met verschillende gebouwen, maar ook bijvoorbeeld puur commerciële trajecten als snellaad-stations met PV modules (FastNed, inmiddels 78 stations over heel Nederland), de verschillende locaties van het eind 2015 afgeronde project van 3 MWp bij 8 vestigingen van Heineken, en filialen van diverse supermarkt e.a. retail ketens. Vaak worden niet de afzonderlijke vermogens gepubliceerd binnen multi-site projecten, vandaar de benodigde separate categorie. Dit kan later ook weer wijzigen, als expliciete info over de deelprojecten bekend wordt. Dan worden onderdelen opgenomen in de single-site lijst, als ze per stuk 15 kWp of groter zijn.

Deze scheidslijn single- / multi-site blijft natuurlijk artificieel, twijfelgevallen zullen er altijd zijn. Zonnestroom is zo enorm breed toepasbaar, en er worden zoveel verschillende "business-modellen" gehanteerd. Dat overschrijdt alle mogelijke "hokjes" die je ervoor zou kunnen verzinnen.


Met alle nieuwe projecten bij elkaar staat er nu zo'n 1.177 MWp in mijn single site projectenlijst, verdeeld over bijna 7.200 installaties, met gezamenlijk al ruim 4,7 miljoen zonnepanelen. De huidige spreadsheet versie bevat een forse 326 MWp aan capaciteit méér dan beschreven in de update van februari dit jaar. Een nieuw "bijschrijf record". Het aantal zonnepanelen is bepaald op basis van werkelijke opgaves, indien aanwezig (en twijfel over volume opgaves) tellingen van foto's, of is afgeleid van opgegeven project vermogens in combinatie van het jaar van installatie, waar dit bepaald kon worden. Altijd is gepoogd om individuele hardware info van elk project te vinden op internet, in talloze bronnen. Indien er geen opgave was voor het gebruikte module type, is rekening gehouden met het jaar van installatie (module vermogens zijn in de loop der jaren toegenomen bij alle technologie platforms). Ook is rekening gehouden met - soms fors - lagere vermogens per module indien dunnelaag technologie is ingezet (een klein, doch opvallend deel van de totale, door kristallijne Si technologie gedomineerde Nederlandse markt). Zeker bij grote dunnelaag projecten, zoals de installaties bij ThyssenKrupp (Veghel en Zwijndrecht), Plantion (Ede), en in 2017, Jumbo in Veghel, is dat zeer belangrijk om goed in de gaten te houden. Anders maak je enorme afschatting-blunders met dit soort forse volumes.

Binnen de in de grafiek 7 onderscheiden grootte-klassen zijn wat de aantallen betreft de categorieën > 50-100 kWp (inmiddels 1.624 stuks, 122 exemplaren meer dan in de feb. 2018 update, 1.502 stuks) resp. > 25-50 kWp (1.983 stuks, 105 meer dan in de feb. 2018 update, 1.878 stuks) dominant. Dat de kleinste categorie, > 15-25 kWp, gezien haar potentie, "relatief ondergewaardeerd" is met, momenteel, slechts 1.326 exemplaren, komt o.a. door genoemde reden ("projectjes niet veel meer in media terechtkomend"), en het feit dat mijn aandacht vooral naar de echt grote projecten blijft gaan bij de inventarisaties (geen tijd over voor invoeren van talloze kleine "micro" projectjes). Álles wat ik op het vlak van grotere projecten tegenkom "moet direct in de spreadsheet", het kleinere grut kan wat langer wachten, heeft veel minder impact op de totale MWp volumes, en staat lager op het prioriteiten lijstje. De verwachting is natuurlijk, dat die kleinste categorie in werkelijkheid waarschijnlijk de mééste aantallen projecten zal bevatten, maar hoogstwaarschijnlijk niet, gezien de heftige groeitrend bij de hogere project categorieën, "het meeste vermogen".

Oproep bijdrage project lijsten

Mocht u Polder PV willen helpen om de grote projecten sheet >= 15 kWp verder te vervolmaken, stuurt u dan s.v.p. een e-mail om uw eventuele contributie kenbaar te maken. Wat niet reeds publiek is gemaakt, zal beslist niet door mij aan derden worden doorgegeven of met naam en toenaam worden geopenbaard. Eventueel verstrekte project gegevens blijven geheim, tenzij expliciet anders aangegeven. Polder PV is bereid om een Non-Disclosure Agreement te ondertekenen, mocht dat gewenst zijn. Met grote dank voor uw hulp. Deze klus is en blijft een majeure operatie...



Groei van volumes per deelcategorie

Er zijn t.o.v. de vorige update 460 PV projecten groter of gelijk aan 100 kWp aan mijn lijst toegevoegd (in de vorige update waren dat 457 exemplaren). Het gaat daarbij om een volume van ongeveer 313 MWp (in de vorige update nog slechts om 233 MWp). Dus met 0,7% meer projecten een heftige toename van ruim 34% aan toegevoegde capaciteit. Relateren we het geaccumuleerde volume van projecten vanaf 100 kWp per stuk, totaal 2.257 stuks, aan het niveau van eind 2011 (nog maar 46 exemplaren >= 100 kWp), zien we dat het aantal grote projecten is ge-explodeerd (factor 49 maal zo veel t.o.v. EOY 2011). Met de nieuwe toevoeging van 460 projecten in de categorie "single sites vanaf 100 kWp", moet echter in gedachten gehouden blijven worden dat ik beslist nog steeds grote projecten over het hoofd kan hebben gezien.

Er zijn in Nederland nu al minimaal 118 single site projecten, elk met een vermogen van 1 MWp of groter, aan het net gekoppeld. Daar kunnen nog eens 6 exemplaren bij komen waarvan de netkoppeling nog niet zeker is. Die projecten zijn echter wel al volledig gebouwd. Er kwamen 50 projecten (191 MWp) in deze grootste categorie bij t.o.v. de februari 2018 update. Het totale volume in deze ene categorie is inmiddels geaccumuleerd tot plm. 443 MWp, 1,8 maal zoveel dan de 251 MWp in februari 2018.

De tweede categorie (500 - 1.000 kWp) kreeg er sinds de update van februari dit jaar 48 projecten bij (32 MWp). De derde categorie, 250-500 kWp, groeide met maar liefst 144 stuks (52 MWp).

De toename voor de categorie 100-250 kWp was 218 installaties, met een gezamenlijk vermogen van 37 MWp. De aanwas van de er op volgende categorie, 50-100 kWp, was 122 projecten, met slechts 9 MWp.

Grofweg een kwart van alle toevoegingen en wijzigingen sedert 25 feb. 2018 betreft nieuwe, of recent "ontdekte", middels SDE 2014 gesubsidieerde installaties (aantallen projecten 24%, capaciteit 26%). Van het aantal nieuwe / gewijzigde projecten heeft verder 21% een SDE 2016 beschikking, 23% een SDE 2017 beschikking, en zelfs 30% geen toekenning (of: kan niet als zodanig worden geïdentificeerd). Bij de capaciteiten is dat voor deze drie deel-categorieën 45%, 23%, resp. ruim 4%.

Verdere verschuiving capaciteit naar grootste project categorie
Bij de accumulaties van de vermogens per categorie is er reeds in de update van februari 2018 een forse wijziging geweest t.o.v. de situatie in juni 2017. Was er toen nog een concentratie rond de projecten >= 100-250 kWp (139 MWp verdeeld over 913 projecten), is die piek in de versie van 25 februari 2018 sterk verschoven naar de grootste project categorie, >= 1 MWp, met 251 MWp (verdeeld over slechts 74 projecten). 36% meer volume dan de tweede categorie, de reeds genoemde >= 100-250 kWp klasse (184 MWp verdeeld over 1.199 projecten). In de juni 2017 update stond de grootste project klasse nog op plaats 2 (128 MWp verdeeld over 48 projecten).

In de huidige update van 16 oktober 2018, is de situatie nog schever gegroeid. De grootste project categorie heeft nu al 443 MWp verzameld, het dubbele van het volume in de categorie >= 100-250 kWp (221 MWp). Die verhouding was nog een factor 128:139 (0,92) in juni 2017. Vooral de capaciteit is dus flink toegenomen bij de grootste projecten. Met in de huidige update relatief weinig, maar per stuk zeer grote installaties. En een systeemgemiddelde capaciteit van 3,6 MWp/project in die categorie. In juni 2017 was dat nog slechts gemiddeld 2,7 MWp/project. De verwachting is dat bij elk toegevoegd groot >= 1 MWp project, dat verschil nog groter gaat worden, omdat er een enorme portfolio aan met SDE beschikkingen "gezegende" grote grondgebonden projecten, én grote rooftops, klaar staat om uitgevoerd te worden. Regelmatig zien we dergelijke project realisaties nu langskomen in de berichtgeving.

Momenteel op de derde plaats bij de geaccumuleerde capaciteit staat de klasse >= 250-500 kWp, met 184 MWp verdeeld over 529 projecten. De categorie met installaties >= 500 - 1.000 kWp, met 121 MWp en 187 projecten, heeft inmiddels de nu numero vijf, projecten >= 50-100 kWp ingehaald, die nu 111 MWp omvat, verdeeld over 1.624 projecten. Ook hier dus weer een verschuiving bij accumulaties van capaciteit tussen twee project categorieën.

Sterk achtergebleven t.o.v. laatst-genoemde categorie, is de groep >= 25-50 kWp, met 71 MWp en 1.983 projecten. De groei in deze categorie is beperkt gebleven in mijn lijst (toename 4 MWp t.o.v. update feb. 2018). Maar ik zal beslist al binnen deze groep een zeer grote hoeveelheid projecten "missen" omdat ze geen nieuwswaarde meer zullen hebben, en de tijd ontbreekt om daar heel veel energie in te gaan stoppen (vandaar de doorzichtig weergegeven kolom in de grafiek).

De kleinste categorie (>= 15-25 kWp), zoals bekend mag worden verondersteld nog chronischer "onder-gewaardeerd" in de talloze media uitingen over PV-projecten, heeft nog maar 26 MWp verzameld in mijn database (1 MWp meer dan in de voorgaande update), met "slechts" 1.326 installaties. Maar het is natuurlijk in werkelijkheid veel meer. Hoeveel meer is vooralsnog niet goed op het netvlies te krijgen, de markt is veel te chaotisch en dynamisch, om goed te kunnen doorgronden op dat lage niveau. Derhalve: de resultaten rechts van de vertikale stippellijn pro memori, de werkelijkheid zal wat deze "kleine" categorieën betreft een stuk groter zijn dan lijkt in deze grafiek. Qua impact op de MWp accumulaties zal dat echter relatief "beperkt" zijn, de aantallen zijn in werkelijkheid veel hoger.


^^^
Een "typisch twijfgeval". Meerdere geschakelde (nieuwbouw) "rijtjes"woningen in Zuidlaren (Gr.), met uiteraard allen eigen elektra aansluitingen. Maar uitgevoerd als een project, met NOM inslag ("nul op de meter" renovatie project, sloop oud-bouw, gevolgd door nieuwbouw, in opdracht van woningcorporatie Woonborg). Dergelijke fysiek samenhangende projecten beschouwt Polder PV als "eenheid" op het gebied van PV installaties, ook al hebben ze (waarschijnlijk) separate deel aansluitingen in-house. Met 125 panelen daarom (bij uitgangspunt minimaal 280, mogelijk zelfs 300 Wp of hoger per monokristallijn, zwart paneel), opgenomen in de project categorie >= 25-50 kWp, in Polder PV's overzicht. Gefotografeerd door de webmaster van Polder PV, tijdens een ruim een week durende fietsvakantie in noord-oost Nederland, in augustus 2018.


Relatie met CertiQ data

In een update van april 2016 werd door mij vastgesteld dat het totale vermogen (destijds 271 MWp) in de single site spreadsheet toen ruim 6% hoger lag dan het laatst bekende volume wat CertiQ in haar maart 2016 rapportage had gepubliceerd voor de gecertificeerde capaciteit, 255 MWp. Over de drie mogelijke oorzaken heb ik toen al enkele opmerkingen gemaakt, zie aldaar (paragraaf onder de foto van project Wageningen).

In de huidige update staat er alleen aan single-sites al een capaciteit van 1.177 MWp geaccumuleerd. Verminderd met ongeveer 71 MWp aan projecten, waarvan de netkoppelings-status nog niet zeker is, resteert dus minimaal zo'n 1.106 MWp als zeker fysiek aan het net gekoppeld. Alleen al voor deze (single site) verzameling van Polder PV geldt, dat het volume daar in vertegenwoordigd ruim 88% geaccumuleerde PV capaciteit omvat van het eind september 2018 in het register van CertiQ geregistreerde gecertificeerde installaties. Dat was namelijk bijna 1.250 MWp.

Een ondergeschikt deel van die capaciteit in het CertiQ register, eind september verdeeld over 16.218 PV projecten, betreft duizenden kleine installaties bij - grotendeels - particulieren, die destijds een SDE 2008-2010 beschikking hebben weten te verzilveren. Het gereviseerde CertiQ jaaroverzicht over 2017 liet zien dat daarvan maximaal zo'n 8.500 exemplaren een omvang hebben van 1 tot max. 5 kWp ("typische residentiële categorie"). De gezamenlijke capaciteit van die 8.500 kleine, meestal residentiële installaties is bescheiden, minder dan 21 MWp. Trekken we dat volume af van de eerder genoemde 1.250 MWp, houden we zo'n 1.229 MWp over bij CertiQ, eind sep. 2018. Van dat volume is de Polder PV verzameling dus zelfs al 90%. Met de aantekening, dat Polder PV óók projecten in zijn lijst heeft waarvoor geen SDE beschikking kan worden gevonden, en die waarschijnlijk niet bij CertiQ staan geregistreerd. Die projecten zijn deels mogelijk met EIA belasting korting gefinancierd of vergelijkbare regeling, deels betreft het nieuwbouw waarbij de PV generator waarschijnlijk in de bouwsom is meegenomen. Een ander deel betreft een "andersoortige financiering", een beslist al vaker gebruikte optie. Behalve bij crowfunding platforms zijn publiek beschikbare details daar omtrent helaas vaak non-existent.


Gemiddelde systeem-grootte accumulaties en toevoegingen - enorme schaalvergroting

Zoals hierboven al kort vastgesteld, neemt globaal genomen de gemiddelde grootte van de nieuwe grote PV projecten toe. Gekwantificeerd in meer detail ziet dat er als volgt uit:
  • systeemgemiddelde van toevoegingen in periode 12 april 2015 - 16 oktober 2018 (5.787 projecten, 1.069 MWp): 185 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 25 dec. 2015 (4.558 projecten, 969 MWp): 213 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 11 april 2016 (3.967 projecten, 906 MWp): 229 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 21 juli 2016 (3.474 projecten, 848 MWp): 244 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 22 dec. 2016 (2.639 projecten, 678 MWp): 257 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 5 juni 2017 (1.663 projecten, 581 MWp): 350 kWp
  • systeemgemiddelde van toevoegingen (ditto) sinds update van 25 februari 2018 (740 projecten, 326 MWp): 441 kWp
  • systeemgemiddelde van geaccumuleerde totaal volume per 16 oktober 2018 (7.190 projecten, 1.177 MWp): 164 kWp

U ziet hieraan dat het systeemgemiddelde van de nieuwe installaties vanaf 12 april 2015 met elke update toenam. Het systeemgemiddelde van de toevoegingen nam zeer sterk toe van 185 naar 441 kWp, veroorzaakt door opname van inmiddels al de nodige grote grondgebonden projecten, en omvangrijke nieuwe rooftop installaties. Als we kijken naar de accumulatie van alle projecten in de laatste update van 16 oktober 2018 (laatste regel), blijkt het systeemgemiddelde op een hoog niveau te liggen van 164 kWp, wat een forse toename is t.o.v. de 132 kWp in de vorige update (voorlaatste update nog maar 108 kWp).

Deze sterke toenames liggen vooral aan de enorme instroom van forse projecten met SDE 2014 subsidie beschikkingen, met toevoegingen van al veel grote projecten uit de SDE 2016 en 2017 subsidie regelingen (2 jaar rondes, vier deel-regelingen). Binnen SDE 2014 lag de gemiddelde installatiegrootte zelfs op een spectaculaire 297 kWp bij het toegekende volume. Er moeten echter nog steeds zeer veel grote projecten (met name grondgebonden installaties) opgeleverd worden met recentere SDE beschikking. Zo lang die nog niet zijn gerealiseerd, blijft het systeemgemiddelde bij zowel de tussentijdse toevoegingen, als bij de accumulaties, op een stuk lager niveau hangen dan bij de grote hoeveelheid toekenningen voor die regelingen in de laatste twee jaar.

Schaalvergroting gevisualiseerd

Met bovenstaande cijfer reeksen wordt het steeds duidelijker dat er een enorme schaalvergroting is gekomen in de feitelijke realisaties van de grotere zonnestroom projecten in Nederland. Ik heb die schaalvergroting voor de februari 2018 update voor het eerst in twee nieuwe grafieken gevisualiseerd. Hier onder voeg ik de nieuwe plaatjes toe met de meest recent bekende data in de update van 16 oktober 2018. Belangrijke opmerking bij de 2 volgende grafieken: 2018 is uiteraard nog lang niet compleet. Niet alleen omdat we nog 2 (drukke) maanden hebben te gaan (behoorlijk wat zonneparken zouden nog eind dit jaar worden opgeleverd volgens gepubliceerde plannen). Maar ook, omdat nog veel eerder gerealiseerd volume uit dit jaar nog helemaal niet bekend is (maar wel opgeleverd). De verwachting is dan ook, dat de resultaten voor 2018 later nog flink opwaarts bijgeplust zullen gaan worden. Min of meer vergelijkbaar voor de resultaten van 2017 in voorgaande updates, alleen in nog heviger mate (aangezien 2018 alweer nieuw record jaar bijplaatsing van PV gaat worden).

I Schaalvergroting bij de accumulatie van projecten, per project update

Daartoe heb ik in eerste instantie het totaal aantal zonnepanelen en de gezamenlijke capaciteit van de grootste geaccumuleerde 10 projecten in mijn projectenlijst (installaties van minimaal 15 kWp) in de loop van de tijd bij elkaar gezet. En, apart, hetzelfde gedaan voor uitsluitend de rooftop projecten (bijna uitsluitend plat dak installaties, meestal op industriële daken). Beiden alleen voor de "single-site" lijst (multi-sites niet meegerekend).

In de gestreepte ---- blauwe curve is het aantal zonnepanelen in de tien grootste rooftop projecten in mijn database getoond in versies tussen september 2014 en het laatste exemplaar van 16 oktober 2018. De aantallen bij de tien grootste (single-site) rooftop projecten namen toe van bijna 56.500 tot bijna 163.500 panelen in deze periode. Een toename van 189%. Kijken we naar de capaciteit van de 10 grootste rooftop projecten (continue blauwe curve), nam deze toe van 11 naar 45 MWp (toename 309%). Bij de rooftops is de relatieve capaciteits-toename dus sterker geweest, dan die bij de aantallen panelen. Een duidelijk teken dat het vermogen per paneel flink is toegenomen, de afgelopen jaren.

Bij álle projecten (rode curves), die dus óók grote grondgebonden projecten bevatten (meestal "klassieke" projecten, maar ook bijv. vrijstaande carports, projecten op / tegen aarden wallen e.d.), zijn de ontwikkelingen zelfs explosief geweest m.b.t. zowel de aantallen panelen als de capaciteiten die er mee gepaard zijn gegaan. Bij de aantallen (gestreepte ---- rode curve) bevatten de tien grootste projecten (rooftops én grondgebonden installaties e.a. projecten indien van toepassing, zoals luifels, een handvol drijvende zonneparken, e.d.) in mijn database in september 2014 nog bijna 90.000 panelen. Dat was, na een zeer opvallende versnelling vanaf eind 2016, al ge-explodeerd tot bijna 752 duizend exemplaren in de update van 16 oktober 2018. Een toename van 737% (factor 8,4 maal zo veel) ! Dat komt natuurlijk omdat er in die laatste update alleen nog maar grondgebonden installaties in de grootste tien single-site projecten voorkwamen. En die brengen, met name de grootste exemplaren, zeer grote hoeveelheden geïnstalleerde zonnepanelen (en capaciteit in MWp-en) met zich mee.

Heftige capaciteits-toename bij 10 grootste projecten
Bij de capaciteit is het nog heftiger geweest: daar was de toename 13 MWp (september 2014, grotendeels nog rooftop projecten bij de eerste 10) tot 153 MWp (oktober 2018, alle grondgebonden). Een groei van 1.077% (factor bijna 12 maal zo groot!). Dat wordt niet alleen veroorzaakt door de steeds grotere omvang van opgeleverde grondgebonden installaties. Maar is tevens te wijten aan de sterk toegenomen capaciteit van zonnepanelen, zelfs bij dergelijke grote projecten. In 2014 lag dat nog op zo'n 250 Wp per stuk. In 2017 werden veelvuldig installaties met 270 Wp modules voorzien, in 2018 280 Wp. Maar bij sommige grote projecten werden en worden zelfs al zonnepanelen toegepast met nominale capaciteiten tussen de 290 en 350 Wp. Of, sporadisch, zelfs nog hoger.

Als we in detail naar de tussentijdse evaluaties gaan kijken, zien we in september 2014 nog slechts 2 grondgebonden installaties opdoemen bij de 10 grootste gerealiseerde single-site projecten. Dat wisselde van 1 tot 2 in de versies tm. juli 2016. Afhankelijk van de progressie van de omvang bij rooftop projecten. In de status update van december 2016 waren het er al drie (tevens top drie bezettend). In die van juni 2017 werden de eerste 5 plaatsen al door grondgebonden projecten geclaimd, en in februari 2018 waren alle eerste tien posities al vrijeveld installaties. Gecontinueerd in de update van 16 oktober 2016, deels met andere (nieuwe), nog grotere zonneparken. Zelfs al zouden we daar 2 van aftrekken, omdat weliswaar de parken al zijn gebouwd, maar expliciete netkoppeling nog niet bekend is, zijn zelfs de opvolgende 5 posities nog steeds grondgebonden parken (sensu lato, incl. 1 park op een afval depot), in de oktober 2018 update.

Opvallend is de "knik omlaag" bij de capaciteits-grafiek in het laatste tijdvak (getrokken rode lijn). Kennelijk is er tot nog toe wat minder volume aan grondgebonden projecten bijgekomen, dan in de voorgaande update. Dit kan beslist in een nieuwe update weer andersom zijn, gezien de enorme portfolio aan SDE beschikte grondgebonden projecten, die al langere tijd stapsgewijs wordt uitgevoerd.

Verwachting: "schaar" gaat nog verder open
De verwachting is dat het verschil tussen "de tien grootste" single-sites, en "de tien grootste rooftop single-sites" nog verder zal gaan toenemen, naarmate de grondgebonden zonneparken die in 2018 en later zullen worden opgeleverd groter van stuk gaan worden. Zonnepark Scaldia op de grens van Vlissingen / Borsele (Nieuwdorp), Zeeland, het tijdens het samenstellen van dit artikel grootste Nederlandse zonnepark in aanbouw, en in juli jl. nog op de fiets bezocht door Polder PV, zou zelfs eind oktober opgeleverd moeten zijn (volgens Technisch Weekblad / Solar Magazine). Het door het Duitse ib vogt ontwikkelde, en in eigendom van SolarFields verworven zonnepark heeft een omvang gekregen van bijna 54,4 MWp (wordt vaak afgerond op "54,5 MWp"), maar is lange tijd, nogal verwarrend, door ib vogt als een "49 MWp" park op een andere webpagina op dezelfde website opgevoerd. Dit pas zeer recent opgeleverde park zit nog niet in de op deze pagina besproken statistieken (peildatum: 16 okt. 2018), en zal pas bij een volgende update in de cijfers zijn / worden ondergebracht! Invoering er van zal sowieso weer een forse impact hebben op de verhoudingen in de trendlijnen tussen "alle grootste projecten" en "alleen grootste rooftop installaties", zoals in de volgende grafieken "nog zonder Scaldia" getoond.

II Schaalvergroting bij de evolutie van nieuw opgeleverde projecten per kalenderjaar

Ik heb in een aparte grafiek ook een vergelijkbaar beeld opgetuigd voor de per kalenderjaar nieuw opgeleverde grootste tien projecten. Wederom voor de 10 grootste (alle projecten), en voor de 10 grootste rooftops in het betreffende kalenderjaar. Dan krijgen we de volgende grafiek.

Ook hier zijn de verschillen tussen "10 grootste nieuwe rooftop projecten per kalenderjaar" (blauwe curves), en de "10 grootste nieuwe projecten" (inclusief grondgebonden projecten e.a. grote installaties, rode curves) zeer opvallend. De curves liggen vrijwel tegen elkaar in eerdere jaren (nog vrijwel geen grondgebonden installaties van enige omvang).

Hierbij echter wel een belangrijke voetnoot. In de vorige versie (feb. 2018), was het aantal panelen van de eerste 10 projecten in 2011 nog opvallend hoog (rode streepjeslijn), en viel dat het volgende jaar weer terug. Dat had te maken met de oplevering van het toen byzondere zonnepark in Azewijn in dat jaar, een de facto "grondgebonden park" van speciale categorie: op een oude afvalberg. Wat voor die tijd, uniek, gepaard ging met de installatie van een omvangrijke hoeveelheid van 36.000, laag vermogen (50 Wp) hebbende dunnelaag amorf silicium zonnepanelen. Dat had enorme impact op het totale volume van de eerste tien projecten (46.325 panelen incl. Azewijn). Azewijn had daarin een aandeel van maar liefst 78%. Daarna is die rood-gestreepte curve weer ingezakt, omdat dergelijke unieke gebeurtenissen (in een toen nog relatief kleine totale markt) verder niet meer zijn voorgekomen. Of die zijn verzopen in het veel grotere plaatsings-geweld van de jaren vanaf 2014.

Zoals te zien aan bovenstaande update, is dat kortstondige 2011 "Azewijn piekje" niet meer terug te zien. Dat komt, omdat het project uit mijn primaire spreadsheet is verdwenen (naar deel sheet afgevoerde installaties), omdat de PV generator in de vroege herfst van 2018 is verwijderd. En in afwachting is van een nieuwe, met SDE subsidie beschikking verzilverde, installatie met "klassieke" kristallijne Si panelen met een veel groter vermogen (pers. comm. aan Polder PV, bron bekend).

Vanaf 2014 begint een zeer duidelijk verschil tussen de rode en blauwe curves te ontstaan, wat te maken heeft met de realisatie van met name grote grondgebonden PV projecten, met duizenden zonnepanelen, die gemiddeld genomen véél groter zijn dan zelfs de tien grootste nieuwe rooftop projecten in die jaren. Het verschil was in 2015 nog relatief klein, maar al zeer groot in 2016. Na een lichte "terugval" in het tempo in 2017, is bij met name de capaciteits-curves in 2018 weer een versnelling zichtbaar geworden (terwijl het jaar nog lang niet over is).

Dit resulteert in de update voor 16 oktober voorlopig al in een verschil bij het aantal panelen van een factor 3,8 tussen de 10 nieuwe grootste single-site projecten (520.368 panelen) t.o.v. de 10 nieuwe grootste rooftops in 2018 (138.644 panelen). Bij de opgestelde capaciteit van de 10 nieuwe grootste projecten is deze verschil factor ruim 2,9, in het voordeel van "alle 10 grootste projecten" (9 grondgebonden, en 1 zeer grote rooftop installatie van plm. 28.000 panelen), met 115 MWp, t.o.v. alleen de 10 nieuwe grootste rooftops (39 MWp). Overigens is van vier van deze nieuwe grootste zonneparken nog niet zeker of ze al aan het net zijn gekoppeld.

De toenames bij de 10 nieuwe grootste rooftop projecten waren ruim 11.000 (2011) tot bijna 139.000 panelen (status 16 okt. 2018) bij de aantallen (11.406%), en bij de capaciteit 2 > 39 MWp, zelfs 18.500% (factor bijna 20 maal zo groot dan in 2011).

Bij "alle tien grootste" projecten (incl. de grondgebonden projecten) was de netto groei ruim 11.000 panelen in 2011 (oude project Azewijn ge-elimineerd, zie hierboven) tot ruim 520.000 panelen, status 16 oktober 2018 (45.606% toename / toename factor 47). Bij de totale capaciteit van de tien grootste nieuwe PV projecten ging het van slechts 2 MWp in 2011 (excl. oude Azewijn project), naar een spectaculaire 115 MWp op status datum 16 okt. 2018. Een groei van 56.500%, of: een factor bijna 58 maal zo groot, in minder dan 7 jaar tijd. Met nog mogelijk enkele grotere projecten in petto die die verhouding voor kalenderjaar 2018 nog verder zal doen vergroten. De schaalvergroting in ultimo in beeld gebracht. Een van de structurele oorzaken van deze enorme schaalvergroting vindt u hieronder in beeld weergegeven door Polder PV.


^^^
Steeds vaker worden spectaculaire PV projecten opgeleverd in Nederland. Dit is momenteel het grootste dunnelaag project, Groene Hoek bij Hoofddorp (Haarlemmermeer, NH, fase I). Met meer dan 125 duizend CdTe dunnelaag modules van de Amerikaanse producent First Solar, en Duitse SMA omvormer stations (1 in beeld), en definitief opgeleverd in het eerste kwartaal van 2018. Polder PV was bij de officiële opening, toen ook bekend werd gemaakt, dat het park door de in Utrecht zetelende ontwikkelaar SolarEnergyWorks was doorverkocht aan het Duitse investerings-huis Blue Elephant Energy. Toen werd ook gemeld dat het project, vanwege een tweede SDE subsidie beschikking, ook nog minstens 2 maal zo groot zal gaan worden. Fase I is opgenomen in de project categorie >= 15-30 MWp, in Polder PV's overzicht. Gefotografeerd door de webmaster van Polder PV, terug fietsend naar huis, na een onderhoudsdag in het aan de Polderbaan van Schiphol grenzende Bulderbos van Milieudefensie, juli 2018.


Verdeling over de kalenderjaren in de onderzochte populatie PV projecten

Over het hete thema "jaar van oplevering van PV projecten" heb ik reeds het nodige gezegd als begeleidend commentaar bij de destijds voor het eerst gepubliceerde grafiek over dat thema, en in de daar op volgende updates. Ik verwijs u daarvoor naar de artikelen van 25 december 2015, en van 12 april 2016.

De resultaten in onderstaande grafiek zijn voor de jaren vanaf in ieder geval 2017 hoogstwaarschijnlijk nog lang niet volledig, en mogelijk zelfs voor 2016 nog niet. Áls er al iets over projecten wordt gepubliceerd, kan dat beslist pas veel later geschieden dan rond de datum van oplevering. Of de informatie is zo goed "verstopt", dat ik het pas zeer laat ontdek. Soms krijg ik alsnog via allerlei omwegen info over oude projecten toegespeeld, of vind ik oude artikelen over dergelijke projecten. 2016 en 2017 zijn drukke jaren geweest, ik weet zeker dat ik nog wel het e.e.a. uit die periode (alsnog) zal ontdekken, wat al lang is opgeleverd. Ook denk ik dat er zeker nog wel wat volume uit eerdere jaren bij zal komen, naar gelang mijn navorsingen meer van dergelijke oude projecten boven tafel zullen gaan halen, of er eindelijk info over "anonieme" projecten boven water zal komen. Al schat ik in dat het voor de oudere jaargangen niet om veel vermogen zal gaan. Voor 2017 geldt nog meer dan voor 2016, dat ik verwacht dat daar nog wel het nodige aan volume bij zal gaan komen. Het niveau voor het geaccumuleerde vermogen in dat jaar ligt in mijn huidige project update slechts licht boven het niveau van dat van 2016 (278 t.o.v. 253 MWp nieuw volume bij single-site projecten >= 15 kWp), terwijl er zeer significante marktgroei is geweest (CBS laatste, nog steeds niet definitieve afschatting 738 MWp in 2017, wat 21% meer volume is dan de voorlopige 609 MWp in 2016; een substantieel deel daarvan zal [SDE] projecten hebben betroffen). Dit moet vroeg of laat in mijn projecten lijst duidelijk gaan worden, vermits er niet te veel info over gerealiseerde projecten geheim is of nooit is / wordt gepubliceerd.

Toelichting grafiek

Resultaten voor 2018 zijn met stippellijnen resp. open data punten weergegeven, omdat er uiteraard nog zeer veel volume toegevoegd zal gaan worden voor dit jaar. De resultaten voor de eerdere jaren zijn, waarschijnlijk op 2016-2017 na, reeds aardig "geconsolideerd". Er zal voor met name de 2 laatste jaren nog steeds project volume kunnen bijkomen, gaande het onderzoek van Polder PV. Dit gezien praktijk ervaringen met de evolutie van de statistiek cijfers in voorgaande periodes. De Y-as is logarithmisch weergegeven voor alle 5 getoonde datareeksen.

Helemaal rechts in deze bijgewerkte grafiek met de hier onderzochte populatie van 7.190 projecten (1.177 MWp) de grote hoeveelheid (1.230, 17% van totaal, 47 MWp = 4% van totaal) projecten waarvoor ik nog geen jaar van oplevering heb kunnen vinden in de beschikbare documentatie. Het betreft door de bank genomen de wat kleinere projecten, het gemiddelde van die nog niet aan een kalenderjaar toe te wijzen deel-populatie is 38 kWp per project. Het gemiddelde van alle hier weergegeven installaties ligt, met de nog voorlopige cijfers voor 2018, een factor 17 maal zo hoog (641 kWp, het volume ligt zeer hoog omdat er meerdere grote zonneparken bij zitten, en nog niet zoveel projecten). Als er meer info over die nu nog niet aan een kalenderjaar toewijsbare projecten beschikbaar komt, zal dat in toekomstige updates worden gecorrigeerd. Dit is trouwens op geringe schaal ook al geschied met projecten met destijds "onbekend" jaar van oplevering in de vorige (eerste) updates. En er zijn wederom alweer de nodige oudere (anonieme) projecten geïdentificeerd, dus de "historische data" zijn t.o.v. de voorgaande versies van deze belangrijke grafiek weer wat verder bijgesteld.

Ter referentie heb ik ook twee relevante "subsidie" data in de vorm van vertikale rode streepjeslijnen in de grafiek gezet. Links de startdatum van de aller-eerste SDE regeling, SDE 2008 op 1 april 2008. Rechts ditto voor de start van de eerste zogenaamde "SDE+" regeling, SDE 2011. Die pas op 1 juli van dat jaar van start ging (en direct werd overtekend). Bij de introductie van "SDE+" werden alle particulieren de facto uit de regeling gegooid door de nieuwe eis van minimaal 15 kWp project vermogen. Een eis die later nog verder werd verzwaard door het moeten hebben van een grootverbruik aansluiting (>3x 80 ampère). Lees: SDE + alleen nog maar als hoogst interessante subsidie voor bedrijven en instellingen, waar burgers vrijwel niks meer hebben "te zoeken". Tenzij er ook nog crowdfunding bij zou worden gehaald, wat weer een hele organisatie structuur vergt, en administratie (en kosten).

Inhoudelijk commentaar data in grafiek

Het aantal projecten waarvoor het opleverings-jaar bekend is, in blauw, was in het begin extreem bescheiden, met een grillig verloop vanwege de toen al beruchte knipperlicht regelingen (NOVEM, MAP, EPA), die nooit zelfs een deukje in een pak boter hebben kunnen maken voor de grotere projecten. Het aantal grote projecten > of gelijk aan 15 kWp stijgt sedert 2008 snel, en lijkt enigzins af te vlakken, maar dat is schijn, omdat de Y-as logaritmisch is weergegeven. Was het aantal tot nog toe gevonden, in 2009 opgeleverde projecten nog slechts 6, in 2012 was het al gestegen naar, inmiddels, 418 stuks (eerste effecten SDE 2009-2011). Na een lichte, mogelijk statistisch niet relevante inzinking in 2014, zitten we in 2015 al op 1.028 nieuwe grotere projecten. En in 2016, met waarschijnlijk nog steeds de nodige projecten die ik tot nog toe over het hoofd heb gezien, en die ik in de loop van de tijd alsnog hoop te vinden, nu al op een record van 1.228 nieuwe grote projecten. In vorige updates waren dat er nog maar 802 (dec. 2016), 1.097 (juni 2017), resp. 1.203 (feb. 2018). In de huidige update is er dus weer zo'n 53% aan gescoorde installaties voor 2016 bijgekomen t.o.v. de projectenlijst versie van december 2016. Bovendien zijn het er in werkelijkheid natuurlijk sowieso veel meer geweest, vooral vanwege de zware onderwaardering van de kleinste project categorieën die niet in de publiciteit zullen zijn gekomen. Ik vind nog steeds regelmatig grote projecten die in 2015 (of zelfs eerder) zijn gerealiseerd. Voor 2016 verwacht ik beslist nog wel het een en ander aan toevoegingen, omdat veel projecten nog niet in de publiciteit zullen zijn gekomen. Als ook dat achterwege blijft, zal het lastig worden om dergelijke realisaties alsnog via andere wegen op het spoor te komen.

Voor opleverings-jaar 2017 heb ik tot nog toe al 969 projecten weten te traceren, en dat zullen er ook beslist nog meer gaan worden, ik vind regelmatig "nieuwe" installaties die in dat jaar zijn opgeleverd. Maar omdat mijn focus uit blijft gaan naar de grote projecten, kan het beslist zijn dat voor de "kleinere" installaties hier nog het nodige aan inhaalwerk verricht moet worden, wat zeer arbeids-intensief is. Het tot nog toe gevonden aantal is wel al 79% van het volume voor "record" jaar 2016. Voor 2018 gaat er nog heel veel volume bij komen. Zowel voor de laatste maanden, als voor de - vele - projecten die eerder dit jaar al zijn opgeleverd, maar waar ik nog geen opleverings-bericht van heb kunnen traceren. Inmiddels staan er wel al 505 projecten in mijn lijst netgekoppelde installaties voor het huidige jaar (52% van huidige volume in 2017).

De bovenste, groene curve geeft het totale aantal per project bekende, dan wel uit opgegeven vermogens en jaar van oplevering afgeleide aantal panelen van alle getelde installaties bij elkaar weer. Na een flinke dip in "Brinkhorst Droogte" jaren 2005-2008 nam dit ook snel toe, van (nog zwaar onderschat, nog bij te plussen) 1.098 stuks in 2009, naar een zeer sterk gestegen volume van bijna 1,25 miljoen nieuwe exemplaren tot nog toe geteld voor het nog lang niet afgeronde jaar 2018. Ter vergelijking: in 2015 waren dat er "nog maar" ruim 558.000 exemplaren. Voor het jaar 2018 zijn er nu dus al ruim een factor 2,2 maal zo veel nieuw geplaatste panelen in grote projecten bekend dan in dat jaar. Veel van die panelen zijn in grote boerderij complexen gaan zitten waarvan ik de ene na de andere voorbij heb zien komen, de afgelopen jaren. En veel volume zit natuurlijk ook in de qua aantallen relatief geringe, maar wat opgestelde capaciteit betreft spraakmakende "grote projecten" op industrie hallen, distributie centra, e.d. Daarbij komen dan ook nog de qua aantallen groeiende grotere vrije veld installaties, die per stuk hoge aantallen panelen "inbrengen" in de cijfers. Tot nog toe recordhouder, Sunport Delfzijl, opgeleverd eind 2016, bracht ver over de 116.000 kristallijne modules in, een aanzienlijke hoeveelheid.

NB: het zeer recent definitief opgeleverde Scaldia project van ib vogt, met ruim 140.000 kristallijne zonnepanelen (grens Vlissingen / Borsele, Zld), en enkele andere grotere grondgebonden projecten, zitten nog niet bij deze cijfers van de update van 16 oktober 2018, en zullen daar een extra zware stempel op gaan drukken ! Die zullen pas in een volgende update in de dan ververste cijfers zichtbaar worden. Ergo: 2018 is nog zeer sterk "ondergewaardeerd" in deze grafiek.

Nieuw toegevoegde vermogens per jaar, vermogen per paneel

Natuurlijk nauw gerelateerd aan het vorige exemplaar is de nieuwe capaciteit in kWp die per jaar is toegevoegd binnen de getelde populatie, weergegeven in de belangrijke rood-bruine curve in de grafiek. Daarbij moet echter wel worden beseft, dat het gemiddelde vermogen per kristallijn zonnepaneel flink is toegenomen, van grofweg 100 Wp begin deze eeuw, naar inmiddels al - commercieel veel toegepast - een (ook fysiek een stuk groter) module van zo'n 280 Wp. En vaak bij residentiële projecten alweer hoger. Een kennelijke anomalie (verstoring van de trend bij de twee curves), "relatief veel" panelen, en "relatief weinig" nieuw vermogen, in 2011, zou verklaard kunnen worden vanwege relatief veel projecten met amorf / microkristallijn Si dunnelaag panelen t.o.v. het nog relatief bescheiden aantal van 269 nieuwe (grote) installaties in dat jaar. Die panelen hadden gemiddeld genomen een veel lager vermogen (grofweg zo'n 130 Wp) dan de toen al populaire kristallijne zusjes met vermogens (ver) boven de 200 Wp per stuk. Veel van die dunnelaag projecten werden destijds gerealiseerd door de succesvolle, met name bij agrariërs installerende leverancier Agro-NRG. Ergo: in die periode de grotere daken, met dus relatief veel dunnelaag modules, maar nog wel een relatief bescheiden vermogen per installatie.

Ondanks het feit dat 2018 nog bij lange na niet is afgerond, zowel niet wat de laatste maanden betreft, als de nog niet bekende "oudere" projecten, is nu al duidelijk dat het ook in mijn projecten overzicht medio oktober al een record jaar is, wat volume betreft. Waar 2017 in de huidige update nog "maar" 278 MWp toevoegde (excl. categorie "onbekend", jaar van oplevering nog niet traceerbaar), is het in deze update voor het huidige jaar al 324 MWp (17% meer). En er gaat nog heel veel volume bijkomen. Zie daarvoor ook de recente update van CertiQ voor oktober, en de op basis van de historische gegevens van de TenneT dochter door Polder PV gemaakte meest recente "eindejaars-prognose" voor 2018.

Bovengenoemde "anomalie" voor 2011 zien we natuurlijk ook terug in de oranje curve, "gemiddelde module grootte", berekend uit het totaal nieuw toegevoegde vermogen en het aantal nieuw geplaatste zonnepanelen per kalenderjaar. Daar zien we een lichte dip in de curve. Het gemiddelde paneel vermogen is tijdelijk iets minder hoog geweest. Maar de globale trend blijft natuurlijk ook stapsgewijs gaan naar steeds grotere paneel vermogens. Dat lag begin deze eeuw nog rond de 100 Wp voor kristallijne panelen in de onderzochte project populatie. In 2015 was het al 246 Wp, en met de meest recent bekende data voor 2016 zijn we gemiddeld genomen, in het flink gegroeide projecten overzicht, al gearriveerd bij 258 Wp. In 2017 lijkt dit iets te zijn afgenomen, tot 255 Wp, maar voor dat jaar moet nog veel capaciteit worden bijgeschreven. Dus dat kan beslist nog gaan wijzigen. Die kleine "dip" kan zijn veroorzaakt vanwege het in dat jaar door Statkraft opgeleverde Lange Runde zonnepark in zuid-oost Drenthe, met dik 118 duizend laag vermogen hebbende dunnelaag First Solar (CdTe) modules. Wat de nodige impact op het gemiddelde gehad zal hebben. Met de 505 reeds in de lijst opgenomen projecten voor 2018 zitten we inmiddels alweer op gemiddeld 259 Wp per paneel (ook hier weer: 2 grote zonneparken met dunnelaag panelen inclusief opgeleverd). Ook dat zal ongetwijfeld nog gaan wijzigen, er gaat dit jaar immers nog zeer veel volume bijkomen.

Voor commentaar op de in Nederland op kleine schaal relatief populaire dunnelaag panelen (die het gemiddelde module vermogen in de blijvend door kristallijne Si technologie gedomineerde afzetmarkt enigszins "onder druk" zetten), gelieve verder ook de betreffende paragraaf in de update van december 2015 te lezen.

Aandeel (single site !) projecten 2015-2017 op totale Nederlandse PV markt

Bij het nieuw geïnstalleerde vermogen binnen de onderzochte project populatie, zien we een flinke toename van 2014 naar 2015. Er kwam met de meest recent beschikbare data ruim 137 MWp nieuw gevonden volume bij, waar dat in 2014 nog slechts 52 MWp was. Een factor 2,6 maal zo groot, bij de jaarlijkse capaciteits-groei aan grote projecten. Bezien moet worden of bij latere updates hierin nog veel verandering komt. Er zijn immers nog veel onzekerheden en lang niet alle data zijn bekend. Wel is het zo dat t.o.v. de laatst bekende CBS jaargroei cijfers voor 2015 (revisie / nieuwe methodiek van CBS), 518 MWp voor de totale Nederlandse zonnestroom markt, het hierboven genoemde volume van 137 MWp zou neerkomen op een aandeel van (minimaal) ruim 26% van het totaal in dat jaar. NB: alleen bestaand uit de zogenaamde single site projecten groter of gelijk aan 15 kWp. En exclusief de nog niet bekende volumes "missende" kleine projecten vanaf 15 kWp (aandeel op totaal zal echter waarschijnlijk relatief bescheiden zijn).

De momenteel beschikbare data voor 2016 laten al een toename zien van ruim 253 MWp, 1,8 maal zo veel capaciteits-groei dan in 2015. Relateren we dat volume aan de "voorlopig nieuwe" 609 MWp totale marktgroei in 2016 door het CBS, zou het aandeel van de single-site projecten markt >=15 kWp al zijn gestegen naar (minimaal) 42% van het totale nieuwe marktvolume in dat jaar! Ik verwacht dat daar nog steeds e.e.a. aan "nog niet bekend volume" bij kan komen. Zeker gezien de extreme dynamiek in de markt van dat jaar. Ik zal beslist nog de nodige projecten gerealiseerd in dat jaar nog over het hoofd hebben gezien.

Voor 2017 is m.i. nog lang niet "het laatste woord" gezegd. Tot nog toe heb ik ruim 278 MWp aan grotere projecten gerealiseerd in de spreadsheet staan (alweer 30 MWp meer dan in de update van feb. 2018). En dat gaat zeker nog meer worden. Al was het alleen maar vanwege de laatst bekende - beslist nog bij te stellen - afschatting van 738 MWp van het CBS voor dat jaar. Ik verwacht echter nog veel van de "oudere" projecten opgeleverd in 2017 te gaan tegenkomen. Genoemd volume is nu nog "maar" 38% van de eerste CBS schatting voor het totaal, en zal ongetwijfeld naar boven gaan worden bijgesteld (mede ook gezien de hierboven vermelde 42% in 2016).

De eerste half duizend bijschrijvingen voor 2018 tellen nu al op tot 324 MWp. Daar gaat nog zéér veel volume bijkomen. T.o.v. mijn recente afschattingen van mogelijk 1,5 GWp nieuwbouw aan PV in Nederland, zou het gevonden volume nu nog "maar" 22% van data (vermeende) totale nieuwe vermogen zijn, dit jaar. Maar ook dat cijfer zal beslist nog - fors - hoger kunnen gaan worden, als "definitievere" cijfers bekend zullen gaan worden.

Terug naar de grafiek - laatste, belangrijke curve

Een laatste curve in bovenstaande grafiek is die voor het gemiddelde systeem vermogen per project, de paarse lijn (in kWp). Na de chaotisch verlopen "begintijd", met maar een paar projecten (niet representatieve steekproeven), bleef het gemiddelde nieuwe project vermogen lang hangen tussen de 30 en 70 kWp in de >= 15 kWp projecten markt. Echter, wederom is ook hier een zeer duidelijke trendbreuk zichtbaar. Na een eerste aanzet daartoe in 2014 (gemiddelde nieuwe grote projecten 72 kWp), ging in 2015 dat systeem-gemiddelde, over veel meer projecten dan in het afgelopen decennium per jaar werd toegevoegd, fors omhoog. En belandde het in de onderzochte populatie dat jaar al op een hoog gemiddelde van 134 kWp per nieuw project. De implementatie van de succesvolle SDE 2014 regeling deed zich dat jaar al volop gelden, en die trend heeft in 2016, met de tot nog toe bekende installaties, een flinke versnelling laten zien. Het systeem gemiddelde van de nu al bekende populatie nieuwe gerealiseerde grote PV projecten ligt in 2016 al op een hoog gemiddelde van 206 kWp. Uiteraard zijn de toen opgeleverde grote projecten als Solar Campus (Purmerend), Solarpark Kwekerij (Bronckhorst), en Sunport Delfzijl, er mede verantwoordelijk voor, dat het systeemgemiddelde zo fors is opgelopen. Al blijft het deels wel artificieel, omdat mijn aandacht zich vooral op de grotere project realisaties blijft richten. Als ik ook alle kleinere projecten daadwerkelijk in m'n spreadsheet zou hebben staan, zou het systeemgemiddelde omlaag worden gedrukt.

In 2017 is de stijging van het project gemiddelde wederom duidelijk, en bereikte het in de oktober 2018 update een niveau van, voorlopig, 287 kWp. In de februari update lag dat hoger, 320 kWp. Dat komt, omdat er behoorlijk wat kleinere PV projecten voor 2017 zijn bijgeschreven in het overzicht. Met latere toevoegingen kan dat cijfer nog, waarschijnlijk relatief bescheiden, gezien de al grote hoeveelheid geregistreerde projecten, alnog gaan wijzigen. De eerste bijgeschreven 505 projecten in het jaar 2018 hebben zelfs alweer een gemiddelde capaciteit van 641 kWp per stuk. Maar de verwachting is dat dat fors naar onderen bijgesteld zal gaan worden. Omdat vooral de grootste projecten actief worden gezocht, en opgenomen, vanwege de totale impact op de opgestelde capaciteit. En de kleinere installaties pas "later" zullen worden toegevoegd.

In ieder geval, blijft de sterk opwaartse trend bij de systeemgemiddeldes een realiteit. De hoofdoorzaken: SDE subsidies, in combinatie met blijvende kostprijs ontwikkeling van "solar": verder omlaag...


Gerealiseerde grondgebonden vrijeveld installaties

Na vele jaren een beetje "prutsen", lijkt met de realisatie van het 6 MWp vrijeveld project op Ameland, eind 2015, een feitelijke trendbreuk gezet, die een potentiële versnelling van deze belangrijke categorie zonnestroom installaties zou kunnen inluiden. Dit is in ieder geval, wat enkele spraakmakende projecten betreft, inderdaad geschied, zoals voor 2016-2017 reeds in de vorige update meer specifiek uitgelicht.

In 2018 is er een duidelijke versnelling in de realisatie van de grondgebonden "zonneparken" gekomen, zoals zeer duidelijk wordt uit onderstaande grafiek. Hierin zijn uitsluitend projecten opgenomen per stuk groter of gelijk aan 15 kWp. Zonneparken op afval depots zijn hier in meegenomen, solar carports (sensu lato), geluidswallen met zonnepanelen e.d. echter niet (aparte categorieën bij Polder PV). Het kennelijk voor het grootste deel al eind 2017 netgekoppelde project "Groene Hoek" in de Haarlemmermeer (eerste fase) zit hier inmiddels bij, omdat het pas definitief in het voorjaar is opgeleverd. Al aardig wat grote projecten zijn dat zonnepark (waar ook nog een tweede fase achteraan komt, vermoedelijk, gezien een westwaartse blik uit de trein als je de Schiphol tunnel in gaat, pas in 2019) dit jaar reeds gevolgd. Belangrijk is ook om te melden, dat er na 16 oktober alweer enkele nieuwe projecten zijn opgeleverd, inclusief het (nu) grootste van Nederland, Scaldia, met een gezamenlijke capaciteit van zo'n 82 MWp. Deze "nieuwkomers" zijn echter, om de status update van deze pagina logisch en consequent te houden, nog niet in deze grafiek verwerkt. Ze komen pas bij de volgende update aan bod (!).

Na een "pionierende" start begin deze eeuw (een projectje bij een waterleidingbedrijf in Drenthe), en langdurige stilstand op het gebied van grondgebonden installaties, is de realisatie van (kleinere) zonneparken pas in 2011 op gang gekomen. Al is Azewijn (eerste project opgeleverd 2010/2011), nog aanwezig in de grafiek in de februari update, in het huidige exemplaar met status 16 oktober 2018, verwijderd. De oorspronkelijke PV generator is inmiddels volledig ontmanteld, en gaat door een nieuwe, SDE gesubsidieerde generator vervangen worden. Het aantal projecten (blauwe kolommen) groeide sinds 2012 gestaag, maar ze bleven aanvankelijk qua project omvang (opgestelde capaciteit, oranje kolommen) relatief (zeer) klein. In 2015 kwam daar verandering in, toen de eerste grotere parken het licht zagen. In 2016 werd Sunport Delfzijl (bijna 31 MWp, grootste Nederlandse PV project tot recente ingebruikname van Scaldia Vlissingen) opgeleverd, wat de trend zette voor meer grote zonneparken. In 2017 werden al 27 grondgebonden zonneparken (grote zowel als kleinere exemplaren) opgeleverd, met een gezamenlijke capaciteit van 82 MWp.

2018 startte meteen voortvarend (ruim 30 MWp in de eerste 2 maanden), en heeft medio oktober het kalenderjaar 2017 al ver ingehaald. Mij zijn in 2018 al 44 nieuwe vrijeveld installaties bekend met een gezamenlijke capaciteit van 172 MWp. Daarvan is de status van de netkoppeling voor 6 reeds gebouwde parken / parkjes nog niet zeker (zie melding onderaan grafiek). Er zal, daar naast, nog heel veel volume bij gaan komen, omdat er enkele tientallen projecten in diverse fases van de werkelijke bouw zijn, en daarvan beslist een fors deel nog dit jaar opgeleverd zal gaan worden. Vandaar dat de kolommen voor 2018 gearceerd zijn weergegeven. Vooral de kolom met de capaciteit zal nog fors hoger gaan worden. Met bovengenoemde 82 MWp toegevoegd ná 16 oktober zitten we sowieso al op een spectaculair nieuw volume van 254 MWp in 2018. Het gaat nog veel meer worden.

Het systeemgemiddelde vermogen van deze parken is sedert 2014 (slechts gemiddeld 56 kWp per installatie) rap gestegen. Dat bereikte medio oktober 2018 al een niveau van gemiddeld 3,9 MWp (grijze curve, referentie: rechter Y-as), zeg maar het equivalent van bijna 14 duizend moderne 280 Wp modules. Slechts enkele zeer grote zonneparken, drukken hier hun zware stempel op dat gemiddelde. De referentie van het aantal projecten netgekoppeld per kalenderjaar, en de totale toegevoegde capaciteit in dat jaar, is de linker Y-as.

Er zijn ook nog zo'n 16 parkjes waarvan het jaar van netkoppeling onbekend is (kolommen-paar achteraan). Dit zijn echter erg zeer kleine exemplaren, met een gezamenlijke capaciteit van slechts 315 kWp (deels particuliere systeempjes die o.a. met Google Maps zijn gevonden). Er zijn veel meer van dergelijke grondgebonden systeempjes, met een omvang kleiner dan 15 kWp. Ik heb er al vele tientallen getraceerd in Nederland. Deze worden hier verder niet in de cijfers meegenomen.

In totaal heb ik in ieder geval al een volume van 310 MWp als "opgeleverd" in mijn single-site projecten sheet staan voor grondgebonden projecten, verdeeld over 154 installaties.

Ook interessant is om te kijken naar verschillende grootte categorieën onder de reeds opgeleverde grondgebonden projecten. Dat heb ik in een tweede grafiek voor u uitgelicht.

In blauwe kolommen het aantal grondgebonden PV projecten per grootte klasse, in oranje kolommen de totale capaciteit van die projecten per klasse (in MWp, beide variabelen referentie: linker Y-as). In groen is het aantal zonnepanelen van de projecten per grootte klasse weergegeven (referentie: rechter Y-as, in duizend-tallen). Er zijn vrij veel "kleinere" grondgebonden parkjes (eerste 2 categorieën, tot een halve MWp), met een beperkte hoeveelheid volume (bovengenoemde 2 laagste grootte categorieën met een totale capaciteit van slechts 9 MWp). Ook in de categorie tussen een halve en 1 MWp is vrij weinig capaciteit gerealiseerd (tot nog toe 6 MWp). Het "echte werk" begint pas in de categorie 1 tot 5 MWp, met 30 projecten (groei van 17 stuks t.o.v. feb. '18 update), een verzamelde capaciteit van 71 MWp (dik 3x de 22 MWp in de februari update), en zo'n 251 duizend panelen (feb. '18 update: 111 duizend stuks).

De zonder meer hoogste impact makende categorie was al sedert de februari 2018 update de opvolgende, projecten tussen 5 en 15 MWp. Ondanks het feit dat deze categorie maar 16 projecten bevat (feb. '18 9 stuks), hadden deze een gezamenlijke capaciteit van maar liefst 163 MWp (feb '18 90 MWp). En een spectaculaire hoeveelheid van al 683 duizend zonnepanelen (feb. '18 393.000 stuks). De twee grootste categorieën, 15 tot 30 MWp, resp. vanaf 30 MWp, hebben elk nu 2, resp. nog steeds 1 project. Dit zijn de 3 grootste PV installaties van Nederland (op net opgeleverd Scaldia Zeeland na), Groene Hoek / Hoofddorp, Veendam, resp. Delfzijl. Gezamenlijk zijn deze 3 parken goed voor 62 MWp.

Er zullen bij de grotere categorieën forse verdere wijzigingen in deze grafiek gaan komen, in 2018 en later. De SDE beschikking hebbende, nog te bouwen portfolio met grondgebonden parken is immens groot. Momenteel dik anderhalve GWp, verdeeld over 180 projecten. Het lijkt vrij waarschijnlijk dat de meeste projecten met zo'n beschikking op termijn zullen worden gerealiseerd (niet noodzakelijkerwijs al in 2018). Talloze andere grondgebonden projecten hebben een andere insteek, waar onder de beroemde (beruchte?) postcoderoos, maar daar ben ik minder zeker van, of daar een substantieel aandeel van zal gaan lukken, op enkele goed georganiseerde exemplaren na. Je hebt er namelijk enorm veel "klanten" voor nodig, ook nog eens "uit de buurt" (de "postcoderoos"). De vraag is of die volumes zullen worden gehaald in de meeste gevallen. Er is vaak enorm veel tijd mee gemoeid, er is langjarige commitment voor nodig (voor én na oplevering moet continu met leden worden gecommuniceerd), en je kunt je met rede afvragen of je dat wel van de vaak betrokken vrijwilligers kunt "eisen".



^^^
Klein zonnepark, bijna pal Z. gericht, met arrays met 2 modules portrait boven elkaar geplaatst, op (voormalige) stortplaats Zeijen in het
gehucht Ubbena
noordelijk van Assen (Dr.), niet lang na de oplevering. Hier een foto van de omvormer array, 20 SolarEdge omvormers die
worden gevoed vanuit optimizers van dezelfde fabrikant. Het project, wat eind 2017 werd opgeleverd, is een initiatief van Energierijk Zeijen,
Natuur en Milieu Drenthe, en Prov. Drenthe, en werd gerealiseerd door energie leverancier Vrij Op Naam. Die daarvoor zogenaamde "panelenopnaam"
verkoopt, waarmee je direct kunt investeren in een zonnepark (of rooftop) elders in Nederland (NB: geen postcoderoos project).
Het zonnepark heeft ruim 2.200 PV modules, er waren op 4 november 2018 nog bijna 400 panelen te koop.

Het park valt in de grote spreadsheet van Polder PV in de categorie 500 - 1.000 kWp.
Gefotografeerd tijdens korte fietsvakantie tussen Steenwijk en Assen, eind maart / begin april 2018.

Naast voornoemde categorie grondgebonden vrijeveld projecten zijn er ook nog beschikkingen voor "drijvende" solarparken afgegeven, die inmiddels alweer optellen tot 323 MWp, verdeeld over 22 projecten. Daarnaast zijn er ook al veel projecten op geluidswallen, grote carports e.d. waar nog (vrijwel) geen SDE beschikkingen voor zijn waargenomen. En er is ook nog een gigantische lijst met plannen voor grondgebonden parken, nog zonder SDE beschikking, waar ongetwijfeld ook weer veel van gaat afvallen (ruim bijna 320 projecten, sowieso ver over de 3 GWp heen gaand, niet van alle plannen worden capaciteiten genoemd).


Status grondgebonden installaties, oppervlakte claim

Momenteel is in ieder geval, inclusief de belangrijke toevoegingen hierboven genoemd, de status van de feitelijke realisaties (lees: netgekoppelde, al zonnestroom producerende grond gebonden projecten) bij deze scherp door Polder PV in de gaten gehouden categorie >= 15 kWp als volgt.

  • Totaal 154 grondgebonden "vrije-veld" installaties met opgesteld vermogen van 310 MWp (systeemgemiddelde: 2,0 MWp).
  • Netkoppeling status van 6 projecten nog niet zeker (projecten wel al lang gebouwd).
  • Van alle grondgebonden projecten zijn groter of gelijk aan 50 kWp: 102 installaties met een totale capaciteit van 309 MWp (gemiddelde project omvang: 3,0 MWp per stuk). In de feb. 2018 update waren die getallen nog 64 stuks, 167 MWp en 2,6 MWp/installatie. Het systeemgemiddelde wordt hierbij uiteraard fors verder omhoog gestuwd door meerdere grote nieuwe zonneparken met vele MWp-en project vermogen.
  • Dit is nog exclusief vele tientallen kleine "vrije-veld" installaties bij particulieren en bedrijven, vaak slechts maximaal een paar tiental zonnepanelen. Dat soort installaties, zoals het hierboven afgebeelde exemplaar, blijkt verbazingwekkend populair. Ik vind ze regelmatig bij zoektochten op o.a. Google Maps (voorbeelden "klein", en "wat groter"), en kom ze ook af en toe tegen tijdens fietstochten door Nederland.
  • De verwachting is dat de totale opgestelde capaciteit van vrije-veld installaties snel zal gaan toenemen met elk toevoegd project.
  • Het aantal grondgebonden PV-projecten groter of gelijk aan 50 kWp zal relatief bezien echter bescheiden blijven, in vergelijking tot de aantallen grote projecten op daken ("rooftop").
  • In bovenstaande zijn "byzondere" projecten op grond lokaties niet opgenomen. Zoals de enorme "motorport" ook wel bekend als Zonnepark XXL op het TT terrein te Assen. Dit laatste exemplaar schaar ik onder (een byzonder geval van) carports. Afhankelijk van je definitie zou je het in theorie (ook) onder "grondgebonden" projecten kunnen scharen. Maar voorlopig houd ik de verzameling carports apart. Ook zonnepanelen project op geluidswallen, schermen e.d. houd ik separaat als aparte categorie.
  • Ecopark Waalwijk (hoog-potige, dynamische frame opbouw tegen een afvalberg aan) is (ook) een twijfelgeval. Het is in 2017 gerenoveerd (met SDE subsidie), voor foto van de oude installatie, zie hier, en de oude project bespreking van Polder PV, uit 2005. Gezien het feit dat de afvalberg de draagconstructie ondersteunt, heb ik dit specifieke project toch bij de grondgebonden projecten ondergebracht.
  • Een "klassieke" grote grondgebonden installatie op een afvalberg is het spectaculaire, in de herfst van 2017 opgeleverde, 12 MWp grote Woldjerspoor project te Groningen, van GroenLeven. Zie ook hun persbericht, en een foto vanaf de zuidzijde, van de hand van Polder PV (aug. 2018).
  • In het realisaties overzicht van Polder PV beweegt de capaciteits-claim (zeg maar "power footprint") van gerealiseerde zonneparken en -parkjes zich over een vrij breed spectrum. Wat ook afhankelijk is van lokale byzonderheden, infrastructurele beperkingen, tijdsgewricht, en "aard" van het project. Zo is er van alles vertegenwoordigd, variërend van "recreatie park met zonnepanelen" (Solarpark Kwekerij Hengelo, slechts 265 kWp/hectare), tot "maximale capaciteit per oppervlakte eenheid" (voorbeeld Groene Hoek Hoofddorp, 1.020 kWp/hectare). Ik heb inmiddels al recent opgeleverde zonneparken die een nog hogere "power footprint" hebben toegevoegd in de laatste overzichten.
  • Voor een interview bij Vroege Vogels is destijds nagerekend wat de maximale grondclaim zou kunnen zijn / worden van álle gerealiseerde, met SDE beschikte, en verder bij Polder PV bekende, met name genoemde grondgebonden PV projecten. Dat was minder dan 4.900 hectare, maximaal 0,14% van alle beschikbare land-oppervlak in Nederland (3,4 miljoen hectare, waarvan "landbouwgrond" 53% uitmaakt). En het equivalent van maximaal 0,27% van het oppervlak aan landbouwgrond. Anders gezegd, het equivalent van ongeveer 95% van alle voetbalvelden in heel Nederland. Lang niet alle gerealiseerde of "geplande" zonneparken staan of komen op "landbouwgrond". Veel plannen zullen nooit gerealiseerd worden vanwege diverse redenen. Dus de totale "footprint" van de nu bekende projecten is nog steeds vrij marginaal.
  • Weliswaar groeit de portfolio aan "plannen" voor grondgebonden nog steeds sterk in het "pending" overzicht van Polder PV. Maar de totale ruimte claim zal "zeer beperkt" blijven. Holland Solar rekent met 0,2% van het agrarische areaal in 2030, voor realisatie van grondgebonden PV projecten die ruim 20 PJ/jaar aan zonnestroom zouden kunnen produceren, afkomstig van ruim 6 GWp aan capaciteit. De lijn doortrekkend, zou dat zo'n 53 PJ kunnen worden in 2050 (als Nederland "energieneutraal" zou moeten zijn geworden). Waarmee ruim 16 GWp aan capaciteit op de grond zou kunnen zijn gerealiseerd, maar de claim op (voormalige) landbouw grond nog steeds minder dan een half procent zou zijn (persbericht Holland Solar van 24 mei 2018).

4. Segmentatie single site projecten per provincie

Voor de vijfde maal publiceer ik in deze sectie een verdeling van de tot nog toe gevonden grote (>=15 kWp) single site PV projecten per provincie. Daarbij gebruik ik verschillende onderscheidende criteria, die meestal anders uitpakken bij de daar uit volgende ratings tussen de provincies onderling. Gemiddeldes in de grafieken zijn bepaald van alleen de provincies zelf, de categorie "onbekend" is hier buiten gelaten. Er is telkens gesorteerd van groot naar klein (van links naar rechts in de grafieken). Met het gemiddelde van alle provincies op de correcte positie in de reeks (rood gearceerde kolom).

Aantal gevonden single site projecten per provincie

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Bij het aantal tot nog toe gevonden single site PV projecten groter of gelijk aan 15 kWp (totaal tussenstand: 7.190 stuks) heeft inmiddels Noord-Holland wederom stuivertje gewisseld met haar concurrent Noord-Brabant, met 6 installaties meer in mijn projectenlijst. Inmiddels al met 1.009 grote installaties (100 meer dan in de vorige update van feb. 2018, toen nog met 909 exemplaren). In beide provincies is er sowieso veel activiteit op het vlak van implementatie van grote projecten. Noord-Holland en Noord-Brabant (die 93 projecten toevoegde sedert de feb. 2018 update) worden op gepaste afstand gevolgd door de steden, en deels boerderijen rijke provincie Gelderland (888 projecten, 76 meer dan in de feb. 2018 update).

Dit drietal werd gevolgd door de dichtst-bevolkte provincie van ons land, mijn eigen provincie Zuid-Holland, met 853 projecten (een mooie hoeveelheid van 103 projecten meer dan in de vorige update). En het nog steeds actieve Overijssel, waar alleen al een partij als Zonnegilde de ene na de andere grote installatie in hun huis-regio blijven bouwen (Kampen en omgeving), daarbij gesteund door forse investeringen vanuit het provinciale Energiefonds (tweede financierings-ronde in juni 2018 al toegezegd). Overijssel heeft ook al 802 projecten (79 meer dan in de voorgaande update). Daarna valt er een behoorlijk groot "gat".

Een tweede uitwisseling vond plaats bij de 6e en 7e positie. Friesland, inmiddels met 459 projecten (63 meer dan in de vorige update), haalde Flevoland in, die op 444 bleef steken (slechts 39 exemplaren meer dan in de feb. 2018 update). Vervolgens heeft Limburg provincie Utrecht net aan ingehaald (426 resp. 422 projecten, in voorgaande update nog 366 om 368).

De volgorde van de laatste drie provincies is ongewijzigd gebleven: Groningen 326, Drenthe 294, resp. Zeeland, met slechts 188 projecten (update feb. 2018 nog 167 projecten). Achteraan is nog een rest-categorie van beslist netgekoppelde grote projecten waarvan de lokatie echter nog niet duidelijk is geworden (76 stuks). En in een rood-gearceerde kolom links van het midden vindt u het gemiddelde van de 12 provincies (excl. "rest" post), wat uitkomt op 593 projecten per provincie (feb. 2018: 531).

Wijzigingen / kengetallen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Noord-Holland heeft weer de koppositie van Noord-Brabant overgenomen
  • Friesland en Flevoland zijn van positie gewisseld ten faveure van eerstgenoemde
  • Ook Limburg en Utrecht zijn van positie gewisseld, Utrecht staat nu weer iets onder Limburg
  • De aantallen zijn overal - fors - toegenomen
  • Het verschil tussen de top 5 en de rest van de provincies is nog steeds groot
  • Het gemiddelde is toegenomen van 531 tot 593 sites/provincie (stijging 12%)
  • Het verschil tussen de "best" (NH) resp. "worst performer" (Zld) is een factor 5,4 (vergelijkbare ratio als in vorige update)

Aantal zonnepanelen in grote single site projecten per provincie

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Een beduidend andere rating krijgen we, als we het totaal aantal zonnepanelen tellen (of: uit opgegeven vermogen, installatie datum, en eventuele circumstantial evidence, berekenen) bij de hierboven getoonde >= 15 kWp grote single site projecten. Bij deze parameter is de invloed van zonneparken en grote rooftop projecten, soms met vele duizenden zonnepanelen, groot. Hier blijft Noord-Brabant nog steeds heer en meester met (afgerond) 640 duizend panelen (vorige update feb. 2018: 505 duizend stuks). Op enige afstand gevolgd door de nieuwe nummer 2, Noord-Holland (605 duizend modules, sterk beïnvloed door o.a. oplevering van het vele dunnelaag modules tellende project Groene Hoek). Groningen, de nieuwe nummer drie, heeft momenteel in de sheet 507 duizend exemplaren. Dat was in de feb. 2018 update nog slechts 338 duizend, wederom is de reden daar vooral: nieuwe zonneparken.

Gelderland is terug gevallen naar de vierde plaats. Dit heeft vooral te maken met het feit, dat het 36.000 dunnelaag zonnepanelen tellende (oorspronkelijke) Azewijn zonnepark is ontmanteld, en de "natuurlijke groei" van grote projecten die "klap" niet voldoende heeft kunnen opvangen. In de oktober update staan er zo'n 483 duizend PV modules in grotere projecten in die provincie.

Stapsgewijs zien we het aantal panelen afnemen bij de overige provincies. Na Zuid-Holland, met 434 duizend panelen, is Friesland op plaats 6 terecht gekomen, met 420 duizend exemplaren. Hekkensluiter Zeeland, met weliswaar een toename van zo'n 42 duizend panelen t.o.v. de vorige update, heeft nu nog "slechts" 140 duizend PV-modules in de single-site sheet van Polder PV staan. De "rest" categorie (onbekende lokatie), helemaal rechts, omvat zo'n 13 duizend modules. Het provinciale gemiddelde, rood gearceerd, komt op ongeveer 389 duizend zonnepanelen (vorige update: 285 duizend).

Het totaal aantal panelen aanwezig in de grotere single site projecten, tot nog toe "verzameld" door Polder PV, ligt inmiddels op ruim 4,7 miljoen exemplaren (vorige update 3,4 mln). Grofweg 1 paneel voor elke 3-4 Nederlanders (bevolking begin 2018 richting de 17,2 mln inwoners volgens CBS Statline).

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Verschil tussen Noord-Brabant en nummer 2 is behoorlijk afgenomen
  • Gelderland terug gevallen, van 2e naar 4e plaats
  • Friesland klom 1 positie ten koste van Overijssel
  • Limburg klom 1 plaats ten koste van Drenthe
  • Het gemiddelde is toegenomen van 285 tot 389 duizend panelen per provincie (stijging van zo'n 36%)
  • Het verschil tussen de "best" (NB) resp. "worst performer" (Zld) is terug gevallen naar een factor 4,6 (stuk minder dan 5,2 in update feb. 2018)

Geaccumuleerde PV capaciteit in grote single site projecten per provincie

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Bij de geaccumuleerde capaciteit in MWp (totaal ongeveer 1.177 MWp), blijft landskampioen Noord-Brabant ook bij de single site projecten >= 15 kWp, met 166 MWp, ongeslagen (vorige update: 128 MWp, stijging 30%). En is de afstand tot numero twee, Noord-Holland, met 135 MWp, opvallend groter dan bij de aantallen panelen. Dit heeft te maken met een kennelijk gemiddeld iets groter module vermogen wat in het zuiden des lands is en/of werd toegepast. De grote provincie Gelderland (123 MWp) heeft weer terrein verloren t.o.v. concurrent Noord-Holland, maar ligt nog net op de derde positie.

Al in de vorige update kreeg Gelderland een nieuwe collega die al in haar nek blies. Groningen, waar weer grote zonneparken zijn bijgebouwd, heeft inmiddels echter gezelschap gekregen van het ook actiever gewordem Friesland, met gelijke volumes (120 MWp). Het gat tussen Overijssel en Flevoland is toegenomen: 103 versus 86 MWp (feb. 2018 update: 71 resp. 68 MWp). Limburg kan nog "enigszins" meekomen, met 72 MWp (25 MWp meer dan in vorige update). Drenthe, Utrecht en het zeer zonnige Zeeland sluiten achteraan, met 50, 48, resp. 41 MWp. Er staat ook nog 4 MWp in de "rest" categorie (lokatie onbekend). Het provinciale gemiddelde is inmiddels 98 MWp (rood gearceerde kolom). Dat lag in de vorige update een stuk lager (70 MWp).

NB: de 166 MWp in de grotere (gevonden) PV projecten in "kampioens-provincie" Noord-Brabant lijkt weliswaar indrukwekkend, maar het is nog steeds slechts een klein deel van wat er inmiddels in totaal aan capaciteit in die provincie moet staan. Nieuwe cijfers gepubliceerd door het CBS tonen voor eind 2017 in Noord-Brabant een geaccumuleerd PV vermogen van 428 MWp. Voornoemde gevonden 166 MWp in de projecten sheet van Polder PV (medio okt. 2018) is daarvan nog maar 39%. Nieuwbouw cijfers voor 2018 zijn bij het CBS nog niet bekend, en zullen, uiteraard, nog veel hoger liggen (en het aandeel "grote projecten op totaal" in Brabant dus veel lager).

Als we uitgaan van het laatst bekende, nog steeds voorlopige officiële totaal cijfer voor heel Nederland, voor eind 2017 (CBS: 2.873 MWp accumulatie), en vergelijken we het volume van projecten totaal (single-sites) daar mee, 1.177 MWp, is dat een aandeel van 41%. Als we eerdere afschattingen van Polder PV voor de mogelijke nieuwbouw in 2018 (minimaal 1,5 GWp) nemen, zouden we, werkend met een daar uit afgeleid puur theoretisch nieuw maandgemiddelde van 125 MWp, voor medio oktober 2018 ongeveer op zo'n 4.185 MWp kunnen zijn gekomen. T.o.v. die speculatieve prognose, zou alleen al het single-site volume van de projecten bekend bij Polder PV rond dat tijdstip toch al op een fors aandeel van zo'n 28% kunnen zijn gekomen t.o.v. dat totaal volume.

Het overgrote merendeel van de opgestelde capaciteit in ons land blijft vooralsnog residentieel. Zie daarvoor de markt segmentatie tot en met 2017, volgens nieuwe cijfers van het CBS. Die voor dat jaar al een geaccumuleerd volume van 1.652 MWp voor het segment "woningen" liet zien, 58% van de totaal geaccumuleerde 2.873 MWp volgens het statistiek instituut. Dat is een iets lager aandeel dan de 59% die de residentiële sector nog in 2016 gehad zou hebben volgens dezelfde dataset met nieuw berekende cijfers van het CBS (1.261 MWp "woningen" op totaal 2.135 MWp). Maar het is beslist zo, dat het aandeel van het residentiële volume stapsgewijs verder zal afnemen, vanwege de forse groei van de (grote) projecten markt. Er staan immers nog enkele GWp-en aan SDE projecten in de pijplijn (overzicht tm. SDE 2018 ronde I, voor status eerdere SDE regelingen tm. SDE 2017 II, inclusief uitgevallen beschikkingen, zie tabel in update van juni 2018). En, zoals de CertiQ progressies laten zien: de projecten markt groeit als nooit tevoren, per maand wordt in 2018 al zeer veel volume nieuw aangemeld bij de TenneT dochter.

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Het relatieve verschil van Noord-Brabant met de nummer 2 is wat afgenomen
  • Friesland schoof 2 plaatsen naar voren in de rating, en kwam op gelijk niveau met Groningen
  • Limburg groeide relatief hard t.o.v. voorliggend Flevoland, en achterliggend Drenthe
  • Utrecht en Zeeland maakten wat meer achterstand goed op Drenthe
  • Het gemiddelde is toegenomen van 70 tot 98 MWp per provincie (stijging 40%)
  • Het verschil tussen de "best" (NB) resp. "worst performer" (Zld) is een factor 4,0 (was in vorige update nog factor 4,9)

Gemiddelde module capaciteit in grote projecten per provincie

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Een ronduit verrassende grafiek volgt als je per provincie het gemiddelde module vermogen (bepaald uit aantal panelen en totale project vermogen) gaat vaststellen. Je zou verwachten dat er dan relatief weinig variatie zou optreden op zo'n "hoog" gebiedsniveau. Maar dat blijkt bij het aanschouwen van deze (gesorteerde) grafiek toch een iets ander verhaal op te leveren dan je in eerste instantie zou denken. In vorige updates is er nogal wat gewisseld in de volgordes. Deze factor blijkt dan ook erg "gevoelig" te zijn voor wijzigingen in de primaire database. Dat is in de huidige update wederom opvallend, en dat heeft alles te maken met de implementatie van zonneparken van een bepaald kaliber.

Dat er wat lichte variatie tussen de provincies bestaat OK, maar het verschil tussen Zeeland (gemiddeld nu 294 Wp, dat was in de vorige update nog 263 Wp per module !) en Drenthe (gemiddeld slechts 195 Wp, in de vorige update zelfs nog maar 189 Wp per paneel) is nog steeds opvallend te noemen. De positie van Overijssel (van 244 naar 255 Wp) lijkt verder te zijn "genormaliseerd", door toevoeging van grote projecten met fors hogere capaciteiten dan veel van de oudere projecten nog hadden geïmplementeerd, in het pionierende verleden van deze provincie.

Wederom heeft Zeeland een forse sprong omhoog gemaakt, van de 4e naar de eerste plaats. Dat ligt grotendeels aan het Zeeland Refinery project te Nieuwdorp (Borsele, industriegebied Vlissingen Oost), met dik 28 duizend panelen, wat medio 2018 is opgeleverd (netkoppeling echter nog niet zeker, wel waarschijnlijk). En wat unieke, zeer hoog rendement hebbende panelen van Sunpower bevat. Omdat Zeeland nog niet zoveel capaciteit heeft, en een zo'n groot, "afwijkend" type zonnepark een forse impact op zo'n totaal volume maakt, zie je meteen ook de effecten op de hier besproken gemiddelde capaciteit per paneel. Wat zelfs ver boven het landelijke gemiddelde ligt (gearceerde rode kolom 1 positie verder naar rechts verschoven t.o.v. de februari 2018 update).

Ook Friesland scoort opvallend hoog, het module gemiddelde nam verder toe van 266 naar 284 Wp, veroorzaakt door enkele zonneparken met zonnepanelen met capaciteiten vér over de 300 Wp per stuk. Een vergelijkbaar effect zien we bij Limburg, wat van de 6e naar de 4e positie migreerde. Waarschijnlijk grotendeels te wijten aan de opname van slechts 1 groot grondgebonden project met, wederom, krachtige high-power modules, in de Polder PV projecten lijst.

1 groot project verschil > grote slok op een borrel
Wederom het effect van toevoeging van slechts 1 groot zonnepark, Groningen, is juist zeer sterk terug gevallen. Van de 1e naar de op 2 na laatste plaats (270 >> 236 Wp). De reden: opname van slechts één groot zonnepark met vele tienduizenden dunnelaag (First Solar) modules in de lijst van Polder PV, sedert de voorlaatste update. Dit heeft meteen enorme consequenties voor het totale gemiddelde, in deze provincie met nog niet zo heel veel totale capaciteit aan PV projecten. Dat ging dus meteen onderuit, met maar liefst bijna 13%.

Hetzelfde geldt voor Noord-Holland, waar zonnepark Groene Hoek fase I, ook weer met First Solar dunnelaag panelen, pas in maart van dit jaar werd opgenomen in de projecten sheet van Polder PV. Daarmee, en met de andere wijzigingen mee gerekend, kwam het totale gemiddelde module vermogen in die provincie uit op slechts 224 Wp per stuk, i.p.v. de 245 Wp in de feb. 2018 update (bijna 9% lager).

Het werkt ook de andere kant op, zoals we aan de positie verschuiving van Gelderland zien (van de voorlaatste naar de 9e plek in de rij provincies). Gelderland stond eerder zo "laag" omdat in de februari 2018 update zonnepark Azewijn, met zéér laag vermogen hebbende 50 Wp amorf Si modules, nog in de lijst stond. Vanwege de dit najaar verwijderde generator, is dat project uit de lijst gehaald. En verplaatst naar de uit-gebruik genomen installaties sheet, totdat er weer nieuwe (kristallijne, veel hoger vermogen hebbende) panelen zijn aangebracht en aan het net gekoppeld. Pas dan wordt het project weer "als nieuw" ingevoerd, met een totaal andere impact dan toen er nog dunnelaag modules waren gemonteerd. Doordat dit laag vermogen hebbende project uit het databestand is gehaald, stéég het gemiddelde module vermogen bij de projecten in de main-sheet van Polder PV, voor Gelderland. Ondanks dat het om een "relatief gering" totaal vermogen is gegaan (Zonnepark Azewijn had een totale capaciteit van slechts 1,8 MWp), is die toename behoorlijk groot geweest: van 227 naar 254 Wp (bijna 12%).

De verwachting van Polder PV is dat, als de totale volumes per provincie flink door blijven groeien, dit soort specifieke effecten op termijn stapsgewijs minder zullen gaan worden, en zullen gaan ondersneeuwen in de totale volumes. Een project meer of minder, met modules van een sterk afwijkend type t.o.v. doorsnee, zal dan niet heel erg veel "verschil" meer gaan maken op het provinciale niveau. Tenzij het bijvoorbeeld weer om een gigantisch gróót project zou gaan, met een sterk van een gangbaar module afwijkend type zonnepanelen. Gezien de enorme kostprijs reductie in de door klassieke silicium panelen gedomineerde markt, verwacht ik, ten opzichte van de totale marktafzet, vooralsnog geen "boom" van grote projecten met dunnelaag panelen. Zeker niet sedert het welbekende Solar Frontier (Japanse dunnelaag CIS modules, oorspronkelijk ontwikkelt onder de paraplu van een Shell dochter) zich om kosten-technische redenen wat de verkoop betreft van de Europese markt heeft terug-getrokken. Het enige levensvatbare initiatief is de reeds genoemde super-producent van cadmium-telluride dunnelaag panelen, First Solar. Dat laat onverlet, dat dunnelaag projecten beslist ook tot de portfolio zullen blijven behoren. Het eerste, relatief bescheiden CIGS thin-film project is inmiddels al in bouw ...

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Groningen fors omlaag, van 1e positie naar op 2 na laatste plek
  • Zeeland van 4e naar 1e positie gestegen (NB: in juni 2017 update nog op 8e plek !)
  • Limburg van 5e naar 3e positie
  • Gelderland is 2 posities omhoog geschoven
  • Categorie "onbekend", met hoge gemiddelde module capaciteit 277 Wp, omvat echter slechts 1,1% van totaal aantal projecten
  • Het gemiddelde module vermogen groeide van 243 Wp (dec. 2016) via 245 Wp (juni 2017), en 248 Wp (feb. 2018), verder door naar 254 Wp (huidige update). Een groei van 2,4% sinds de update van feb. 2018
  • Het verschil tussen de "best" (Zld) resp. "worst performer" (Dr) is een factor 1,5. Dat was in de feb. 2018 update nog factor 1,4

Gemiddelde aantal zonnepanelen per project per provincie

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Weer een andere "maat der dingen" vinden we als we het gemiddelde aantal zonnepanelen per project per provincie bepalen uit de stamdata in Polder PV's single site projecten sheet. Naast meerdere wijzigingen in de volgorde, staat nog steeds sedert de vorige updates, provincie Groningen, in de juli 2016 versie nog op de achtste plaats, vooraan in de rij. En is, door uitbouw van meer zonneparken, zelfs nog verder uitgelopen op de rest van het land. Met gemiddeld maar liefst 1.556 (vorige update: 1.159) zonnepanelen per groot project steekt het met kop en schouders boven de rest van de provincies uit. Wat volkomen verklaarbaar is, want het grote grondgebonden Sunport project van eind 2016 wordt inmiddels vergezeld van nog eens 9 (veel minder grote) zonneparken, nog exclusief meerdere grote rooftop projecten. En die drukken gezamenlijk het gemiddelde voor alle grote PV projecten in deze aardgas-provincie zeer sterk omhoog.

Friesland is 1 plaats opgeschoven naar de 2e plek op het erepodium, ten koste van Drenthe. Het heeft meerdere grotere grondgebonden projecten er bij gekregen sedert de update van februari dit jaar. Het "gat" t.o.v. Groningen lijkt echter onoverbrugbaar, mede gezien de vele andere projecten gepland voor Groningen, mét SDE beschikking (zie cumulatie overzicht van de hand van Polder PV). Om vergelijkbare redenen als bij Friesland, schoof Zeeland 1 plaats op, en belandde op de vierde plek. Dit zal waarschijnlijk nogmaals in positieve zin gaan wijzigen, als het nieuwste grote zonnepark van Nederland opgenomen zal gaan worden in een volgende update. Scaldia is namelijk net opgeleverd (na "bevriezing" van de cijfers voor deze update voor 16 oktober 2018), en zal dan maar liefst 54,5 MWp - en ruim 140.000 zonnepanelen - toevoegen aan de capaciteits-cijfers van het "relatief kleine", doch zeer zonnige Zeeland.

Opvallende "daler" is Gelderland, wat 2 posities kwijt raakte. Dit is het gevolg van het uit de projecten sheet schrappen van het 36.000 dunnelaag modules tellende Azewijn project, waardoor de provincie op dit punt tijdelijk weer terugviel. Dat kan met de bouw van nieuwe grondgebonden projecten en grote rooftops echter beslist weer in positieve zin gaan wijzigen.

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Friesland belandde met 1 positie winst op de 2e plaats
  • Zeeland schoof 1 positie naar voren
  • Gelderland verloor 2 posities
  • Over alle provincies bezien steeg het gemiddelde aantal panelen per project site wederom fors, van 537 naar 656 stuks (toename ruim 22%)
  • Het verschil tussen de "best" (Gr) resp. "worst performer" (Ut) is een factor 3,5. Dat was in de vorige update nog een factor 3,3

Gemiddelde opgestelde PV-capaciteit per project per provincie

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Globaal genomen leek deze grafiek, die de gemiddelde systeem capaciteit per project per provincie weergeeft, in de afgelopen versies op het hier voor getoonde exemplaar (gemiddeld aantal panelen per project). Wat natuurlijk logisch is, het aantal panelen correspondeert normaliter grofweg met het opgestelde vermogen. Maar gezien aberraties zoals grote projecten met dunnelaag modules (bijvoorbeeld, de oude Azewijn en nieuwe Plantion projecten in provincie Gelderland in voorgaande discussies), kan het best voorkomen dat op detail niveau de volgorde in deze rating afwijkt van die voor het aantal panelen. Dat is ook met deze "maatvoering" wederom geschied in de huidige update.

De eerste twee posities bleven hetzelfde, met, ver voor de rest uitlopend, provincie Groningen (368 kWp gemiddeld per project) op de rest, inclusief nr. 2, Friesland (260 kWp, 29% minder). Uiteraard is dit weer het gevolg van de opname van forse nieuwe zonneparken voor Groningen in de hoofd spreadsheet. Nota bene: In de versie van juli 2016, vóór oplevering van het Sunport project, was het project gemiddelde in onze "aardgas wingewest provincie" nog slechts 89 kWp. Het huidige provinciale gemiddelde gaf een stijging van 18% te zien t.o.v. de vorige update (313 kWp).

Zeeland, momenteel met een project gemiddelde capaciteit van 220 kWp (voorheen 154 kWp), schoot weer 2 plaatsen naar voren, vooral vanwege 2 nieuwe zonneparken (waarvan trouwens voor 1 exemplaar netkoppeling nog steeds niet definitief is bevestigd), in Borsele en Terneuzen. En zal met recent, na bevriezing van de huidige cijfers opgeleverd Scaldia, en nog een tweede zonnepark in Zierikzee, nog 1 plek verder naar voren schuiven, is de verwachting.

Ook Limburg en Noord-Holland wisten een plaats te winnen in de provinciale ranglijst. Limburg ging van 128 naar 168 kWp gemiddeld per project (groei 31%), NH van 105 naar 134 kWp (groei 28%).

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Zeeland stoomde op, van de 5e naar de 3e positie
  • Limburg en Noord-Holland wonnen elk 1 positie
  • De gemiddelde systeem capaciteit is weer toegenomen t.o.v. de vorige update, van 133 naar 165 kWp/project (groei 24%)
  • Het verschil tussen de "best" (Gr) resp. "worst performer" (Ut) is een factor 3,2. Dat is een stuk lager dan in de vorige update, toen deze verschil factor nog op 3,6 lag

Relatieve verhoudingen: (1) Aantal grote PV-projecten per 100.000 inwoners per provincie

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Bij de relatieve verhoudingen krijgen we ook weer hele andere volgordes te zien. In deze eerste grafiek het aantal projecten per 100.000 inwoners per provincie (aantal inwoners per provincie gehaald uit CBS StatLine status 6 sep. 2018. Hier torent de kleine provincie Flevoland dominant boven alle andere provincies uit. 108 grotere PV projecten op genoemd aantal inwoners (nog 99 in feb. 2018 update, 91 in versie juni 2017, 77 in die van dec. 2016, 63 in exemplaar van juli 2016) is een factor 2,1 maal het provinciale gemiddelde (rood gearceerde kolom: 52 stuks, was in vorige update 47 exemplaren).

Friesland (71 projecten, 10 minder in feb. 2018 update), heeft inmiddels krap aan Overijssel (met nu 70 projecten per 100.000 inwoners, 7 meer dan in vorige update) ingehaald. Daarna gaat het stapsgewijs bergafwaarts. De meeste provincies tobben met hoge inwoner aantallen (sterk verstedelijkte provincies) of een combinatie van relatief weinig projecten en een laag inwoner aantal (Drenthe, Groningen, Zeeland). Ditmaal is mijn eigen provincie Zuid-Holland, natuurlijk het meest dicht bevolkt van allemaal (inmiddels bijna 3,7 miljoen inwoners), de sluitpost, met gemiddeld maar 23 grote PV projecten op 100.000 ingezetenen (vorige update: 21 stuks).

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Friesland en Overijssel hebben stuivertje gewisseld in de top 3, ten bate van eerstgenoemde
  • Geen andere positionele wijzigingen in de rangorde lijst
  • Het gemiddelde is toegenomen van 47 naar momenteel 52 grotere projecten per 100.000 inwoners (groei: 11%)
  • Het verschil tussen de nrs. 1 (Flevoland) en de slechtst "presterende" provincie, Zuid-Holland, is gestabiliseerd op factor 4,7

Relatieve verhoudingen: (2) PV-project capaciteit per inwoner per provincie (Wp)

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Met deze tweede relatieve maat leek in oudere updates de positie van Flevoland (nog) superieur en onaantastbaar te zijn t.o.v. de rest van de provincies. Met inmiddels 208 Wp (feb. 2018 update: 166 Wp) gemiddeld per inwoner aan grote >=15 kWp zonnestroom producerende projecten is dat weliswaar - krap aan - nog steeds zo. Met een 2,1 maal zo grote relatieve capaciteit dan het provinciale gemiddelde (100 Wp/inwoner, vorige update 73 Wp). Alleen heeft ze inmiddels gezelschap gekregen van 2 stevige "concurrenten", die gezamenlijk met Flevoland nu een duidelijke kopgroep vormen op dit punt. Groningen kon, vanwege de enorme contributie van Sunport (30,8 MWp), en het afgelopen jaar versterkt met andere toegevoegde nieuwe grondgebonden projecten, goed meekomen. Met inmiddels 206 Wp/inwoner (vorige update: 157 Wp).

Friesland is inmiddels, mede ook vanwege nieuwe zonneparken, op een iets lager niveau "expliciet toegetreden" tot die kopgroep, al was het volume nog veel lager in de update van februari dit jaar, toen ze ook al die derde positie hadden. De capaciteit nam voor Friesland toe van 109 Wp/inwoner (update feb. 2018) tot 185 Wp/inwoner bij de grote projecten, een opmerkelijke groei van bijna 70% in dik 7 maanden tijd. Friesland is de op 4 na dunst bevolkte provincie, en dan tikken grote zonneparken bij een dergelijke ratio flink aan.

Zeeland is wederom 1 positie verder opgerukt (vanwege een paar zonneparken), en ging van 67 naar 108 Wp/inwoner (61% toename). De dichtst-bevolkte provincie Zuid-Holland blijft ook bij deze maatvoering rode lantaarndrager: slechts 30 Wp per ingezetene bij de grote projecten (feb. 2018 update: 22 Wp/inwoner, groei 36%). In "moderne zonnepanelen" gemeten: genoemde 30 Wp/inwoner komt neer op een zielig "groot project paneeltje" van 285 Wp op 9,5 inwoners. Het verschil tussen Flevoland en Zuid-Holland is bij dit vergelijkings-criterium gelukkig wel gedaald, tot een factor 6,9 (vorige update: factor 7,5).

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Verschil 2 "kampioenen", Flevoland en Groningen bijna genivelleerd
  • Friesland ratio sterk toegenomen, met beide voorgaande opvallende kopgroep vormend
  • Zeeland verstevigt positie ten koste van Drenthe
  • Het gemiddelde nam toe van 73 naar 100 Wp per inwoner (stijging: 37%)
  • Verschil tussen de "best" (Fl) resp. "worst performer" (ZH) is een factor 6,9 (feb. 2018: 7,5)

Relatieve verhoudingen: (3) Aantal grote PV-projecten per 100.000 hectare landoppervlak per provincie

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Wederom een andere volgorde, als we het aantal grote PV installaties relateren aan het beschikbare landoppervlak per provincie. Een beetje redelijke getallen krijgen we als we 100.000 hectare als referentie nemen, wat gelijk is aan 1.000 vierkante kilometer. De oppervlaktes per provincie heb ik gehaald uit deze StatLine tabel (update 7 september 2018).

Nu krijgen we weer geheel andere "spelers" in de voorhoede te zien. Achtereenvolgens de kleinste, doch op de solar projecten markt actieve provincie Utrecht (291 projecten per 1.000 km², was in feb. 2018 update nog 254; groei 15%), die wederom een klein beetje verder is uitgelopen op haar volgers. Op enige afstand gevolgd door Zuid-Holland (250 projecten, voorheen 222), die haar noorderbuur, Noord-Holland (247 projecten) net aan heeft ingehaald t.o.v. de update van februari 2018.

Overijssel kan nog net aanklampen bij de kopgroep, met 234 projecten/1.000 km² (dat was 211). Dan valt er een relatief groot gat. Na Noord-Brabant (197 projecten/1.000 km²) hebben Limburg (193) en Flevoland (184 projecten/1.000 km²) stuivertje gewisseld ten faveure van eerstgenoemde. Groningen en Drenthe zitten nu beiden op ongeveer gelijke hoogte (110 projecten/1.000 km². De qua oppervlakte grootste provincie, Friesland (575.000 hectare, 80 projecten per 1.000 km²), en hekkensluiter Zeeland, met slechts 64 grotere single site projecten op hetzelfde oppervlak, kunnen slechts met moeite aanhaken bij de rest. Het verschil tussen koploper Utrecht en de rode lantaarndrager Zeeland is gestabiliseerd op factor 4,5.

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Zuid-Holland, Limburg, en (marginaal) Groningen schoven alle drie een plaats naar boven in de rating
  • Kampioen Utrecht liep iets verder uit op de nummer twee (Zuid-Holland)
  • Het gemiddelde steeg van 159 naar 178 grotere PV projecten per 100.000 hectare (stijging: 12%)
  • Verschil tussen de "best" (Ut) resp. "worst performer" (Zld) is een factor 4,5

Relatieve verhoudingen: (4) PV capaciteit in grote projecten in Wp/hectare landoppervlak per provincie

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

Bij deze laatste relatieve maatvoering, de geaccumuleerde capaciteit van de grote projecten, terug gerekend naar een hanteerbare Wp per hectare per provincie, zijn er ook weer enkele mutaties t.o.v. de situatie in de update van feb. 2018 (zie aldaar).

Echter nog niet in de top, want provincie Groningen verstevigde haar voorsprong nog eens. Met 405 Wp/ha, terwijl dat nog maar 309 Wp/ha was in de voorgaande update. Een stijging van 31%. Wederom, met als belangrijkste reden: extra gerealiseerde zonneparken in 2018, in de lijst van Polder PV.

Tweede provincie is Flevoland gebleven, die groeide van 280 naar 356 Wp/ha (toename van 27%). Provincie Noord-Holland is inmiddels op de derde positie beland, de ratio nam toe van 252 naar 331 Wp/ha (groei net als bij Groningen: 31%). Utrecht deed een zeer stevige duit in het zakje, en kwam met een groei van 221 naar 331 Wp/ha (50% !) op gelijke voet met Noord-Holland, vlak voor drie andere provincies. Hier is een belangrijke reden de oplevering van het "tijdelijke", uit 8.914 PV modules bestaande zonnepark Galecop in Nieuwegein, "Het grootste zonnepark van de provincie Utrecht". Wat recent trouwens gezelschap kreeg van een veel kleinschaliger postcoderoos "derivaat", vlak naast dat park, voor deelnemers aan de lokale energie coöperatie, E-Lekstroom. Ook al is dat nieuwe zonnepark niet groot, t.o.v. het oppervlak van 's Neerlands kleinste provincie, maakt dat bij deze rating beslist het verschil.

Provincie Drenthe is in bovengenoemde rating een "verliezer", met een terugval van 1 positie, naar de voorlaatste plaats (van 167 naar 188 Wp/ha, een groei van slechts 13%). Dit kan zo maar weer veranderen, want ook voor Drenthe staan veel grote zonneparken in de planning, en een zeer grote is al zeer ver gevorderd (Oranjepoort Nieuw-Dordrecht, 88.000 zonnepanelen gebouwd door GroenLeven in samenwerking met de lokale Vereniging Parkmanagement Bedrijventerreinen Emmen). En zal hoogstwaarschijnlijk in een volgende update van Polder PV de data voor Drenthe flink opwaarderen. Provincie Zeeland blijft hekkensluiter, maar groeide desondanks hard bij deze ratio (van 88 naar 141 Wp/ha, 60% toename).

Het gemiddelde van alle provincies ligt momenteel op 289 Wp/ha.

Wijzigingen in deze rating t.o.v. de update van feb. 2018:

  • Noord-Holland en Utrecht beiden een positie geklommen, ex aequo op derde plaats komend
  • Koploper Groningen weer iets verder uitgelopen op nr. 2
  • Drenthe verloor 1 positie
  • Ook al nam deze ratio nog steeds flink toe bij Zeeland, deze provincie blijft hier nog steeds fors achter bij de rest
  • Het provinciale gemiddelde steeg van 209 naar 289 Wp/ha (stijging: 38%)
  • Verschil tussen de "best" (Gr) resp. "worst performer" (Zld) is gedaald van 3,5 naar een factor 2,9

Conclusie "provinciale ratings"

Uit dit alles volgt, dat afhankelijk van de gekozen variabele, verschillende provincies in de bovenste regionen opduiken bij de single site PV projecten. Zonne-energie kent talloze winnaars. Het is maar op welk aspect in de vergelijkingen je de nadruk legt - of wilt leggen. Ook zijn er soms opvallende verschuivingen van de posities binnen een tijdsbestek van dik een half jaar. Met name grote zonnestroom projecten, zoals recent opgeleverde grondgebonden installaties als de zonneparken in Groningen, Friesland, Drenthe, en Zeeland, kunnen tot op provinciaal niveau een forse positieve wijziging forceren van de positie van de betrokken provincie.




^^^
Grote rooftop installatie verdeeld over het zichtbare, en een deel van het achterste dak van een groothandel in gemeente Haarlemmermeer (NH), met ruim 1.400 zonnepanelen. Deze grote installatie valt in de categorie >= 250 - 500 kWp in het overzicht van Polder PV (reeds 529 projecten bevattend in de oktober 2018 update). Foto genomen tijdens fietstocht door de webmaster van Polder PV, op 7 juli 2018.


5. Segmentatie single site projecten per netbeheer gebied

Voor de vierde maal presenteer ik van de single site PV projecten lijst van Polder PV ook een grafisch overzicht van de verdeling van 5 variabelen per netgebied. We hebben in Nederland momenteel "formeel" nog maar 7 netbeheerders voor de lagere spanningsniveaus hebbende elektricteitsnetten. Plus hoogspannings-netbeheerder TenneT. Er is begin 2016 een forse uitwisseling geweest tussen de netgebieden van Enexis en Liander. O.a. de Noordoostpolder, met veel PV capaciteit, en delen van Friesland gingen over van Enexis naar Liander. Het oorspronkelijk door Liander overgenomen netgebied van Endinet, ging toen ook over in handen van Enexis. Ik heb Endinet nu nog wel als aparte entiteit opgegeven, al is hun eigen website inmiddels opgeheven en geïntegreerd in die van Enexis. ACM voerde deze regionale netbeheerder, met een klein netgebied (Eindhoven), tot voor kort nog steeds apart op, dus heb ik deze voor dit overzicht nog even aangehouden. Cogas NB is een kleine netbeheerder voor elektra in Almelo, Oldenzaal en Goor in Overijssel. Rendo NB is een kleintje in de regio Steenwijk en Hoogeveen (Overijssel - Drenthe).

Een laatste wijziging betreft de status van het alleen in Zeeland actieve Enduris. Formeel is die netbeheerder overgenomen door de Stedin Groep [Stedin Holding N.V.] per 13 juni 2017 (bericht Enduris, 1e halfjaar bericht Stedin Groep). Echter, vanwege de historische context, het feit dat Enduris nog steeds haar eigen website heeft, en de duidelijke geografische afgrenzing van het netgebied ("Zeeland"), blijf ik de data voor Enduris onder die naam aanhouden.

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

In deze grafiek vijf variabelen die ik van de installaties in de betreffende netgebieden heb kunnen bepalen vanuit de basis spreadsheet met de single site projecten van Polder PV. Er is ook een categorie "onbekend" (wel systeem gegevens bekend, maar geen opgave van lokatie, dus netgebied onbekend). En ik heb een aparte categorie gemaakt voor "TenneT aansluitingen" (overkoepelende hoogspanningsnet-beheerder). Het eerste grote PV project, Sunport, 30,8 MWp, ligt in Groningen, wat tot het "natuurlijke" verzorgingsgebied behoort van Enexis. Het 220 kV TenneT station Weiwerd ligt letterlijk "om de hoek" van het park. Die ene installatie heeft, in combinatie met een klein project op een nieuw trafostation bij Emmeloord zoals u ziet, enorme impact in vergelijking tot de hoogtes van sommige kolommen bij kleinere netbeheerders. Voor een recent overzicht van de gebieds-verdeling voor elektra, zie deze pagina van Energieleveranciers.nl (NB: documentatie bij ACM is niet meer aanwezig !). Met dien verstande, dat ook de "enclave Weert" in Noord-Brabant niet meer onderdeel is van Stedin, maar per 1 juli 2017 is overgedragen aan Enexis. De netbeheers-tak van Cogas is per september 2017 omgedoopt in Coteq Netbeheer. Voor hun verzorgings-gebied in Twente, zie deze webpagina .

Per variabele is de hoogste waarde aangegeven in cijfers boven de betreffende kolom. Hieruit blijkt dat bij de eerste variabele, aantal projecten, Liander het hoogste scoort, met 2.984 projecten. Wat niet vreemd is, omdat het de grootste netbeheerder is, én ze bovendien de zonnepanelen en PV projecten rijke Noord-Oost Polder er bij hebben gekregen (uitruil gebieden met Enexis). Maar ze worden op de voet gevolgd door "die andere" grote netbeheerder, Enexis. De verhouding bij het aantal PV modules is zelfs net iets in het voordeel van Enexis. Bij de totale door Polder PV geregistreerde project capaciteit is echter Liander net aan weer ietsje verder. Ook dit kan in komende updates beslist nog wijzigen, in Enexis gebied wordt zéér veel grote capaciteit gepland!

Bij het aantal in de Polder PV spreadsheet staande single site projecten zijn de extremen (afgezien van "onbekend" en TenneT) 12 stuks in het netgebied van het kleine Rendo (actief in Hoogeveen en Steenwijk) tot inmiddels 2.984 exemplaren in het grote netgebied van Liander (4 provincies omvattend). Een groei van bijna 12% t.o.v. het volume in de feb. 2018 update (2.668 sites). Bij het aantal "getelde" dan wel berekende zonnepanelen liggen de extremen tussen 6.238 stuks (Coteq NB) en, inmiddels, meer dan 1,9 miljoen exemplaren bij Enexis (vorige update nog 1,4 mln, groei ongeveer 36%). Wat de geaccumuleerde capaciteit betreft zitten we tussen 1.469 kWp (Coteq NB) en 485,9 MWp (Liander; groei t.o.v. feb. 2018, 336,2 MWp: 45%). Enexis zit daar vlak onder, met momenteel 473,3 MWp in mijn projecten sheet.

Bij het gemiddelde module vermogen zien we inmiddels bij Enduris de hoogste waarde opdoemen, 294 Wp. Bij de andere netbeheerders, met veel grotere volumes aansluitingen en PV projecten, worden dergelijke vermogens van nieuwe panelen in het gemiddelde over alle installaties "verwaterd" door de aanwezigheid van tien- tot honderd-duizenden panelen in oudere installaties, die uiteraard meestal fors lagere vermogens hebben. Het minimum bij het gemiddelde module vermogen vinden we ditmaal in het netgebied van Westland Netbeheer in Zuid-Holland, 232 Wp (dit is wel verder toegenomen t.o.v. de 222 Wp, 212 Wp resp. 200 Wp in de feb. 2018, juni 2017 en dec. 2016 updates). Dit komt, omdat in dit relatief kleine netgebied een project is opgeleverd met vijf en een half duizend (!), zeer kleine paneeltjes in een experimentele set-up, en er ook nog een fors dunnelaag project met micromorf / amorf Si modules in dat gebied staat. Die twee installaties drukken het gemiddelde paneel vermogen bij deze relatief kleine netbeheerder (WN) behoorlijk naar beneden. Ik heb inmiddels nog maar 83 projecten in dat netgebied in mijn lijst staan, dan hebben dergelijke "anomalieën" een relatief groot effect op de totale gemiddelde waarden.

Het laagste systeemgemiddelde vermogen (laatste kolommen-serie) vinden we weer in het netgebied van CoteQ, 98 kWp (NB: data voor CoteQ ongewijzigd t.o.v. voorgaande update, het is een vrij klein netgebied). Boven alles uit torenend staat nog steeds eenzaam Sunport in Delfzijl, aangesloten bij TenneT, met haar 30,8 MWp vermogen, waarvan de capaciteit bijna "gehalveerd" wordt door een klein project op een hoogspannings-station in de Flevopolder. Van een "gemiddelde" kunnen we nog niet spreken, daarvoor moeten echt meer grote installaties direct op een trafostation van de hoogspannings-netbeheerder worden aangesloten. Als we die combinatie even "vergeten", heeft tot nog toe voormalig regionaal netbeheerder Enduris (momenteel onder Stedin Groep vallend) nu het hoogste gemiddelde systeem vermogen bij de grote PV projecten in de Polder PV spreadsheet: 220 kWp.

Stedin, het van Eneco per 31 januari 2017 eindelijk afgesplitste netbedrijf, en de op twee-na-grootste regionale netbeheerder, is in alle opzichten bij deze variabelen "een hoge middenmoter", met inmiddels 996 grotere PV projecten en een geaccumuleerd PV vermogen van bijna 122 MWp, verzameld in mijn single-site spreadsheet (update feb. 2018 nog: 884 grotere PV projecten, resp. ruim 90 MWp). Voor een totaal overzicht met alle cijfers voor Stedin, zie een recente PPV analyse gepubliceerd op 20 augustus 2018. Daar was medio 2018 "slechts" een volume van 112 MWp aan "grootverbruik" projecten bekend. Maar onder "kleinverbruik" kan beslist nog het nodige aan volume een PV project grootte hebben tussen 15 en, globaal, 50 tot 60 kWp. Dus evt. "missende" volumes getraceerd door Polder PV, kunnen zeker nog in die grote KVB categorie voorkomen.


6. Segmentatie naar project lokatie en Standaard Bedrijfs-Indeling (nieuw)

Het met een bedrijfs-type "markeren" van de project lokaties in mijn omvangrijke lijst kost meer tijd dan ik had gedacht. Het is nog niet "af", al heb ik inmiddels van een substantieel deel van de projecten al de zogenaamde "standaard bedrijfs-indeling" codes kunnen toekennen, zoals het CBS die al jaren hanteert. Dat doe ik al langere tijd automatisch voor alle nieuw toegevoegde (en om wat voor reden dan ook gewijzigde) project realisaties. En als de tijd gevonden kan worden, wordt dat ook voor nog niet gemarkeerde, al lang in mijn overzicht opgenomen projecten gedaan. Dat blijft dus "ongoing business". Het is niet altijd makkelijk om zo'n bedrijfs-code te geven, van lang niet alle bedrijven is helder wat hun "core-business" nu feitelijk is. Dus dat vergt soms wat denk- en zoekwerk. Ik geef hier onder een voorlopig beeld van de tot nog toe al wel "gescoorde" projecten. En dat zijn er al met al, reeds zeer veel.

Voor een toelichting van de lettercode van de toegepaste "Standaard Bedrijfs-Indeling" (SBI), zie onderstaande tabel van de overheidscijfers.nl website:

Inmiddels zijn er 5.125 PV projecten in mijn lijst van 16 oktober al van een SBI code voorzien (71% van het totaal in mijn projecten lijst rond die datum, 7.190 stuks). In de feb. 2018 update waren het er nog 4.248, dus er is 21% aan gecodeerde projecten bij gekomen. In de vorige lijst had ik nog maar 66% van het totaal gecodeerd op bedrijfs-type, dus er zit progressie in. Het gaat momenteel om een gecodeerde totale capaciteit van 1.093 MWp. 43% meer dan de 762 MWp in februari dit jaar. Genoemd volume is zelfs al bijna 93% van het totale project vermogen in de lijst met status 16 oktober 2018 (1.177 MWp). In februari dit jaar lag dat niveau 3 procent lager. Dat zijn dus al behoorlijk representatieve volumes, als je opgestelde capaciteit als belangrijkste parameter beschouwt. Wat gezien de te verwachten energie productie ook een logisch uitgangspunt is, die is immers nauw gerelateerd aan het opgestelde vermogen.

SBI code, A-U, op horizontale as, X toegekend voor bedrijven met expliciet bekende PV installaties groter of gelijk aan 15 kWp, waarvan echter verder niets bekend is gemaakt. En het bedrijfs-"type" dus ook niet kon worden vastgesteld. In blauwe kolommen per bedrijfs-"segment" het aantal projecten in mijn overzicht wat in de betreffende categorie valt (referentie: linker Y-as). In een donker-oranje kleur de totale capaciteit die voor dat bedrijfs-segment in mijn projecten lijst staat genoteerd, in MWp (rechter Y-as). Uit deze 2 variabelen is het gemiddelde systeem vermogen (in kWp, linker Y-as) berekend per categorie, en weergegeven in de groene kolommen.

Uit de grafiek wordt kristalhelder, dat de agrarische sector (SBI code A) zowel bij de aantallen projecten, als de totale capaciteit in mijn projectenlijst hoog scoort. Het gaat bij de in totaal al 5.125 van een bedrijfsletter code voorziene projecten voor dat segment om 1.792 sites. Dat is 35% van het totaal, en dus 3% minder dan de 38% in de feb. 2018 update. Van de totale capaciteit in die reeds toegekende deel-portfolio, 1.177 MWp, is het volume "agrarische sector" inmiddels 241 MWp, een aandeel van ruim 20%. Dat is behoorlijk ver terug gevallen t.o.v. de ruim 27% in de februari update van dit jaar.

Nieuwe piketpaal: agrarisch sec niet meer grootste deel-sector

Dat laatste is vrijwel geheel terug te voeren op de volgende oorzaak. Categorie D, "energievoorziening", scoort nog veel hoger dan het al in de vorige update deed. Natuurlijk dragen álle projecten weergegeven in de grafiek bij aan die (duurzame) energie voorziening (meer specifiek: elektra). Maar het is in de een groot deel van de gevallen beslist niet de "core-business" van de bedrijven en instellingen waar de generator op is aangebracht. Dat is beslist wél zo voor de al aardig populair wordende grote grondgebonden installaties, die, expliciet met de bedoeling (veel) zonnestroom op te wekken (als hoofd activiteit), in deze categorie door mij zijn ondergebracht. Dan zien we in eerste instantie al meteen een enorme discrepantie tussen het bescheiden aantal projecten (momenteel in de 16 okt. 2018 update 96 stuks, 1,9% van totaal waarvoor inmiddels een SBI index werd toegekend), en het opgestelde vermogen wat daarmee gepaard gaat. Dat was in de vorige update nog 166 MWp, maar is in het overzicht van 16 oktober al uitgegroeid naar een forse omvang van 308 MWp. Dat is dus al 28% meer dan het volume in de agrarische sector "exclusief grote grondgebonden parken", en illustreert daarmee de facto dus een zoveelste "historisch moment", waarbij een nieuwe piketpaal is gezet in de Nederlandse zonnestroom statistiek geschiedenis.

Het is gezien bovenstaande dan ook niet verwonderlijk, dat deze categorie ook het hoogste gemiddelde project vermogen kent: 3,2 MWp (hoge groene kolom). Dat is weer iets meer dan de 3 MWp in de februari update. Alle andere categorieën, bijna uitsluitend uit rooftop projecten bestaand (exclusief de paar gevallen waarbij er een klein PV veldje op de grond naast het bedrijf is geplaatst, niet zijnde de "hoofd activiteit" van dat bedrijf), hebben véél lagere gemiddelde project vermogens.

Genoemde 308 MWp in de categorie "energievoorziening" is al 28% van het in het overzicht van 16 oktober van SBI code voorziene totaal volume (1.093 MWp).

Andere categorieën

Een derde opvallende categorie is C, "industrie", wat met 353 projecten (6% van aantal met SBI code) inmiddels 102 MWp (ruim 9%) van het totale, met SBI index gemarkeerde project volume omvat. Hier zit een aardig aantal forse rooftop projecten op industriële daken bij in diverse sectoren. Tot de zware metaal industrie aan toe.

Ook categorie G valt op, handel, met 365 projecten (7% van totaal), goed voor 91 MWp (ruim 8% van totaal) van de reeds gemarkeerde capaciteit. Veel loodsen van groothandels, distributie centra e.d. vallen hier onder. Transport en opslag (categorie H) heeft een beperkter aantal projecten (199 stuks, 4%), maar desondanks grote capaciteit op haar daken staan (87 MWp, 8% van totaal). Hier onder vallen grote platte daken van de nodige opslag loodsen, inclusief grote koelhuizen: stroom vreters bij uitstek, met name midden op de dag, wanneer de zonnestroom productie op haar hoogste punt ligt. En dus een populair segment voor de eigenaren en project ontwikkelaars. Deze verhouding leidt ertoe, dat het systeemgemiddelde onder "H" vrij hoog ligt, 437 kWp (handel, G, zit slechts op gemiddeld 249 kWp). Wel is het geaccumuleerde, gemarkeerde vermogen bij G inmiddels groter geworden dan onder H (4e grootste deel-categorie op dat punt).

Categorie L bevat de nodige appartementen complexen met PV projecten op platte daken in de huursector (295 projecten, bijna 6% van totaal, resp. 35 MWp, ruim 3% van totaal). Dit is slechts een bescheiden onderdeel van wat er in totaal binnen de huursector is geplaatst, die dominant residentieel is georiënteerd. Het grootste volume is daar op grondgebonden huurwoningen geplaatst "achter de meter"), en komt dus niet voor in mijn single-site projectenlijst. De activiteit in deze sector is hoger dan ooit tevoren, ik heb 2 ordners vol projecten waarmee de sector reeds heeft uitgepakt, of nog volop in uitvoering is.

Een qua omvang nog niet zo erg opvallende, doch wel maatschappelijk belangrijke categorie, "Openbaar bestuur en overheidsdiensten", O, heeft momenteel 175 projecten, 15 MWp, en een systeemgemiddelde capaciteit van 86 kWp. Alle gemeentehuizen en gemeentewerven (milieustraten), brandweerkazernes e.d. vinden we hier onder. Echter weer niet gemeentelijke sporthallen e.d. (die vallen onder categorie R, zie verderop). Ook een relatief populaire categorie geworden, dus. Menig gemeente heeft op haar stadhuis inmiddels een aardige batterij aan zonnepanelen. Helaas niet mijn eigen gemeente (Leiden). Maar ik heb nu al zo'n 125 grotere PV projecten op gemeentehuizen, provinciehuizen, en stadskantoren gevonden (de kleintjes met vermogen lager dan 15 kWp natuurlijk daarbij over het hoofd ziend). Het grootste project, nota bene een dunne laag installatie met zo'n 3.300 zonnepanelen, is aangelegd in 3 fases, op gemeentehuis Zevenaar (Gld). En daar bekend onder de projectnaam Zonnedak HAL12. 1.400 panelen zouden zijn gereserveerd voor een postcoderoos (PCR) project. Daarvan waren er in het voorjaar van 2017 420 verkocht aan deelnemers van de lokale coöperatie. Het PCR gedeelte is separaat opgenomen in het projecten overzicht van Polder PV, vanwege de strict te scheiden status van PCR en SDE installaties op een en hetzelfde complex.

Onderwijs instellingen (scholen) zijn ook zeer actief, zowel met, als zonder SDE subsidies, en hebben binnen categorie P al zo'n 495 grotere, als zodanig gemarkeerde projecten staan (bijna 10% van totaal), en 38 MWp aan capaciteit (bijna 3,5% van totaal). Het systeem-gemiddelde is op scholen vooralsnog echter vrij beperkt, 76 kWp. De meeste scholen verbruiken niet zeer veel elektriciteit, en hun maatschappelijke core-business is meestal niet verenigbaar met het produceren van grote hoeveelheden stroom, die weer verkocht moeten worden aan een leverancier (zeker in de onvermijdelijke, lange zomer vakanties, wanneer er grote hoeveelheden van de zonnestroom opwek het net op zullen vloeien). Een substantieel deel van de eigen stroom consumptie op jaarbasis proberen af te dekken is al een mooi doel voor veel scholen, als ze de financiën voor de aanschaf op orde weten te krijgen. Het aantal scholen met grote PV daken neemt overigens wel toe. Vaak komen hier "ontzorgende partijen" om de hoek kijken, deels ook in combinatie met SDE beschikkingen.

NB: er is ook een aanzienlijk aantal scholen met slechts zeer kleine PV projectjes. Die komen niet in de aan de onderkant op 15 kWp "afgetopte" projectenlijst van Polder PV als ze kleiner zijn dan dat volume. Het initiatief de Schooldakrevolutie van Urgenda en Sungevity claimt, zonder detail cijfers te geven over capaciteiten, dat van de ongeveer 7500 lagere en middelbare scholen in Nederland er al 1000 scholen zonnepanelen zouden hebben. Mijn inschatting is, dat heel veel van die scholen kleinere installaties zullen hebben, die niet in de grote projecten lijst van Polder PV zullen voorkomen.

Ook in de welzijn / zorgsector zien we een dergelijke ontwikkeling als in het onderwijs, al staat die nog maar aan het begin van haar potentieel. Tot nog toe heb ik 181 grotere projecten gemarkeerd met de SBI code Q (Gezondheids- en welzijnszorg), 3,5% van totaal volume, met 14 MWp (1,3 procent van het totaal aan projecten met SBI code). Ook daar is de gemiddelde systeemgrootte relatief bescheiden (78 kWp). Deze sector heeft veel potentieel. Verschillende "ontzorgers" hebben hun oog al op het concept "PV op zorginstellingen" laten vallen. Zoals het, wederom door Urgenda in het leven geroepen, "Zon op Zorg" project.

Categorie R valt ook op door een behoorlijk aantal projecten. Dit is de sector cultuur, sport en recreatie. Hier vallen alle sporthallen onder, een behoorlijk populaire bestemming voor zonnepanelen, hetzij direct via de gemeente, hetzij via crowdfunded of zelfs postcoderoos trajecten. Er staan al 429 projecten onder deze SBI code (8,4% van totaal), met een gezamenlijk vermogen van ruim 61 MWp (bijna 6% van totaal; de op 5 na grootste sector wat capaciteit betreft) in de projecten sheet van Polder PV. Het gemiddelde systeem vermogen in deze categorie ligt redelijk hoog (143 kWp). Waarschijnlijk omdat er on-site een vrij hoge stroombehoefte (deels) moet worden afgedekt (verlichting, elektrische apparatuur, e.d.).

Tot slot is er nog een categorie die opvalt door een behoorlijk hoog systeemgemiddelde capaciteit, en dat is SBI categorie J. Die staat voor de "informatie en communicatie sector". Daar heb ik nog maar weinig projecten gemarkeerd, 12 stuks, maar die hebben wel een gezamenlijke capaciteit van ruim 3,4 MWp. Derhalve komt het systeemvermogen gemiddeld uit op 287 kWp. Dit ligt met name zo hoog omdat Hitachi Data Systems in Zaltbommel binnen deze categorie valt, wat al sedert 2013 een fors dak met een PV generator van 1,6 MWp heeft. Als er weinig projecten binnen een categorie staan, heeft een zo'n groot project natuurlijk een grote impact op de systeemgemiddelde capaciteit van die categorie. Dit soort "aberraties" gelieve altijd in het achterhoofd te houden bij het beschouwen van grafieken als het hier gepresenteerde exemplaar.

In deze tweede grafiek heb ik het aandeel van de totale capaciteit (MWp) van alle met SBI codes gemarkeerde projecten op het totaal volume berekend per SBI categorie, en van onder naar boven aflopende aandelen gesorteerd als een gestapelde 100 procents-kolom (100% = 1.093 MWp, het totale volume aan reeds met SBI code voorziene projecten). Zoals reeds hierboven gemeld, heeft de energievoorziening (D), de eerste plaats van de landbouwsector (A) overgenomen bij de geaccumuleerde capaciteit van de "gemarkeerde" projecten. Alleen deze 2 categorieën claimen de helft van de totale capaciteit. Nemen we de volgende sector, Industrie (C), er bij, is het al 60% van totaal (gemarkeerd) volume (aangegeven in de grafiek, links van de stapel kolom, totaal 651 MWp). Drie opvolgende sectoren hebben aandelen van 8,3% (G, Handel, 91 MWp), 8,0% (H, Vervoer / opslag, 87 MWp; in de vorige update was de volgorde van deze 2 categorieën omgekeerd), resp. 5,6% per stuk (R, Cultuur / Sport, 61 MWp). Daarna worden de aandelen snel kleiner naar boven toe in de stapel projecten. Voor de letter codes, links weergegeven volgens de volgorde in de kolom, zie het eerder in deze paragraaf weergegeven staatje.

De categorie "onbekend" (X, nog niet gecategoriseerd, of niet bepaalbaar), omvat momenteel 42 MWp van het totaal "geoormerkte" volume, 3,8%.


7. Multi-sites, "vermogen gerealiseerd onbekend", en totaal in drie project dossiers

De al eerder aangestipte "multi-site" projecten breng ik onder in een apart spreadsheet gedeelte, mede omdat van de afzonderlijke deel-installaties meestal geen informatie wordt verstrekt. Deze folder telt in deze laatste update 279 van dergelijke meervoudige locaties omvattende projecten, met een gezamenlijk vermogen van nog eens 94 MWp (feb. 2018 update: 265 projecten met 87 MWp; juni 2017 237 projecten met 71 MWp). De opvallendste "nieuwkomer" in deze categorie is stichting Wocozon, wat bij de laatste stand van zaken reeds 21.088 zonnepanelen geplaatst bleek te hebben, verdeeld over huurwoningen bij 13 corporaties (geschatte capaciteit minimaal zo'n 5,7 MWp). De stichting is zeer voortvarend bezig, en zal beslist nog zeer veel volume gaan realiseren.

Soms verdwijnen er ook weer projecten uit deze multi-site lijst, als er later nadere info over de deel installaties wordt gevonden. Zo zijn de meeste deelprojecten van het uit 8 vestigingen bestaande Heineken multi-site project, verspreid over Nederland, nu wel bekend. Deze staan inmiddels afzonderlijk in de grote single-site lijst (het totale project had een omvang van 3 MWp).

Pro memori is bijvoorbeeld ook nog vermeld de Zon voor Asbest regeling in Nederland, die in totaal zo'n 89 MWp opgeleverd zou hebben, en al een tijdje formeel is afgesloten. Asbest vervanging wordt nog steeds gesubsidieerd, maar een directe koppeling met het aanbrengen van zonnepanelen is er niet meer, al duiken er nog steeds af en toe weer regionale regelingen op (zoals recent weer in Flevoland). Hierin zitten echter veel dubbeltellingen met reeds separaat in de "single-site" lijst opgevoerde installaties. Beslist niet altijd wordt vermeld of bij een bepaald agrarisch project gebruik is gemaakt van de oude regeling, vandaar dat ik die categorie pro memori heb gezet zonder dat deze bijdraagt tot volume in de multi-site categorie.

Categorie "onbekend"

De categorie "beslist al gerealiseerd", maar nog geen indicatie voor het opgestelde vermogen hebbend heeft inmiddels een omvang van 85 projecten in mijn spreadsheet. In de vorige update waren dat er 5 minder. Ik heb veel van de vroeger gevonden grote projecten met SDE beschikking eerder al in mijn "single site" lijst opgenomen, omdat ze een "ja" vinkje van RVO hebben gekregen. Van de project details is echter nog niets te vinden, behalve de gemeente waar het project in staat. Ik wil proberen te voorkomen dat er "dubbelingen" optreden die ik over het hoofd zou kunnen zien als ik teveel separate lijsten aanhoud, vandaar de nog lopende migratie naar de primaire single site lijst.

Van sommige projecten in deze "rest" lijst heb ik wel een redelijke afschatting kunnen maken van het mogelijk aangebrachte volume aan PV. Voor het geheel is echter een afschatting gemaakt op basis van het systeemgemiddelde van alle single- en multi-sites. Hier zijn verder de resterende, door RVO geanonimiseerde projecten niet in opgenomen, want er is niets zinnigs met die informatie te doen. Vandaar dat onderstaande totaal uitkomst een absoluut minimum is: er is beslist al (veel) meer gerealiseerd dan tot nog toe is gevonden en opgenomen in de projecten spreadsheet. Er zitten nogal wat "maatschappen" onder die geanonimiseerde (al gerealiseerde) beschikkingen (boerderijen), en er zijn nogal wat van die bedrijven die een forse dak oppervlakte tot hun beschikking hebben. Hier kan beslist nog wel het nodige aan megawatten "missen".


Totaal: minimum schatting

Gaan we alleen op de "gerealiseerde" projecten >= 15 kWp af, single site + multi-site, en nog een geschatte hoeveelheid van zo'n 14 MWp "mogelijk gerealiseerd" in het "reserve lijstje", kom ik nu al uit op 7.552 stuks (vorige update: 6.795, groei ruim 11%), met een gezamenlijk vermogen van minimaal 1.286 MWp (reeds gevonden) "gerealiseerde >=15 kWp grote PV projecten" in Nederland. Dat is weer een forse 342 MWp meer dan de plm. 944 MWp in de feb. 2018 update, een groei van ruim 36%.

De laatst bekende afschatting van het CBS voor de geaccumuleerde capaciteit aan zonnestroom projecten, eind 2017, was 2.873 MWp. Het hierboven genoemde volume "gerealiseerde PV projecten in Excel sheet bij Polder PV" zou daarvan al zo'n 45% kunnen omvatten. T.o.v. de mogelijke accumulatie van zo'n 4.185 MWp medio oktober (zie berekening), zou het, realistischer, dan "actueel" ongeveer 31% kunnen zijn geworden.

Aangezien ik nog veel project vermogen lijk te missen, vanwege talloze bronnen die nog moeten worden nagekeken, zou het me niet verbazen als het aandeel van alléén deze grote projecten meer dan 35% van de accumulatie van de capaciteit zal blijken te bevatten. Dan tel ik de mogelijk paar duizend projecten in de lagere project categoriëen (onder de 50 kWp per stuk) niet mee, die ik ongetwijfeld ook in grote getalen mis. Al zullen die gezamenlijk niet zeer veel extra volume claimen, gezien hun omvang. Daarbij komen ook nog alle bedrijfsmatige installaties, en talloze projecten in de utiliteits-sector kleiner dan 15 kWp waar je nooit meer iets over hoort. Ergo: het aandeel van de "niet residentiële sector" zal beslist behoorlijk verder zijn toegenomen t.o.v. het totale volume in 2017. De omvang van de accumulatie van de niet-residentiële markt was, volgens een berekening van het CBS voor het kalenderjaar 2017, al 42% (1.221 MWp van totaal 2.873 MWp). Het is duidelijk dat dat aandeel, mede gezien de bevindingen van de volumes in mijn projecten overzicht, beduidend groter zal zijn geworden in 2018. En verder zal gaan groeien.

Dit grote volume aan reeds getraceerde, grotendeels individueel geïdentificeerde grote PV projecten is al een "zeer hoog" volume voor ons land, wat jarenlang vrijwel uitsluitend werd bepaald door de evolutie in residentiële installaties. Nog steeds is de residentiële markt, versterkt door het flink toegenomen aantal projecten getrokken door woningbouw corporaties, en in de nieuwbouw (al dan niet met "EPC schaampanelen") het dominante segment in het totaal afgezette volume, zoals de medio 2018 gepubliceerde laatste marktsegmentatie van het CBS liet zien. Maar de projectenmarkt is, zeker bij de toegevoegde vermogens al een tijdje aan een inhaal "race" bezig. En zal verder in de versnelling gaan.


8. Status implementatie SDE / SDE "+"

Ik heb ook wederom een selectie van de daadwerkelijk reeds "positief herkende" projecten met SDE subsidies (SDE 2008 tm. 2010, en SDE "+" 2011 tot en met SDE 2018 - ronde 1) gemaakt. Dit, omdat er nog steeds geen nieuwe update van RVO is verschenen sedert de status van juni 2018 (een status rapport wat sowieso qua actualiteit altijd flink achterloopt op de realiteit). Uiteraard is de SDE een zeer belangrijk, doch beslist niet exclusief onderdeel van het totaal aan projecten in mijn overzicht. Daar vallen "neutraal" met SDE subsidie geoormerkte projecten buiten, als niet duidelijk werd gemaakt welke regeling precies werd bedoeld, en het project niet op naam kon worden getraceerd in de beschikkingen lijsten. Ook alle projecten waarvan geen beschikking was te achterhalen, omdat bijvoorbeeld "een derde partij" de subsidie toewijzing heeft overgenomen, en die partij niet (meer) is terug te vinden in de RVO lijsten, vallen daarbuiten. Tevens alle anonieme, niet aan een exact project of locatie toewijsbare beschikkingen, heb ik achterwege gelaten.

Daar staat tegenover, dat er nogal wat project lokaties zijn met meer dan 1 beschikking. Vaak uit diverse jaargangen, maar ook kom ik projecten tegen met meer dan 1 SDE beschikking uit dezelfde ronde per lokatie, zelfs uit recentere regelingen. Dit vertroebelt natuurlijk de aantallen ingevulde SDE beschikkingen, maar mijn prioriteit is voorlopig het aantal lokaties met SDE beschikking(en), omdat dit interessanter is om weer te geven. Dat, bovenop het feit dat bij PV projecten zonder SDE beschikking ook niet zo'n soort "onderscheid" te maken is.

Zo kom ik tot absolute minimum aantallen en vermogens van aanwijsbare, gedocumenteerde SDE gesubsidieerde projecten die al in mijn spreadsheet "realisaties" zijn terug te vinden. Vooral van de oudere regelingen moet ik nog het nodige boven tafel zien te krijgen, met name bij de project categorie "klein", die in de eerste jaren afgetopt werd op maximaal 15 kWp. Er zijn de nodige projecten die op die grens capaciteit zijn beschikt, en die vallen dus ook onder mijn "ondergrens". Ik verwacht echter dat er weliswaar wel het nodige aan "aantallen" projecten uit voort zal komen, maar beslist niet meer veel volume, omdat het nog maar om kleine projecten gaat bij de rest inventarisatie. Daar heb je er erg veel van nodig om "MWp-en" te kunnen maken.

Opgegeven vermogens zijn minima: niet van alle getraceerde SDE projecten kon de gerealiseerde capaciteit worden achterhaald. Al moet daar ook bij worden gezegd dat er zowel talloze installaties met SDE beschikking fors kleiner worden opgeleverd dan er is beschikt, als veel projecten die (fors) groter worden uitgevoerd dan de beschikte capaciteit. Het kan daarbij gaan om volumes tot zelfs 30% minder of meer t.o.v. de beschikte (= gepubliceerde) capaciteit. Een fenomeen waar je zelden iemand over hoort, maar wat gewoon harde realiteit is. De opgegeven cijfers zijn de totalen van de single-sites, multi-sites, en het beperkte aantal lokaties met SDE beschikking waar nog geen verder info van was. Waarbij is gerekend met gemiddelde parameters voor de projecten waarvoor die info er wel was.

Achteraan in onderstaand tabelletje met opgeleverde SDE gesubsidieerde projecten in de lijst van Polder PV, heb ik in rode haken de door RVO opgegeven volumes aan project beschikkingen weergegeven uit de meest recent gepubliceerde update van 8 juni 2018 (overzicht zie hier). Daarin, voor de eerste 3 "klassieke SDE" regelingen de totale capaciteit van de opgeleverde beschikkingen die per stuk 15 kWp of groter zijn (eerste getal), en de totale beschikte volumes inclusief de beschikkingen met lagere volumes per toekenning (2e cijfer). Voor de latere SDE "+" regelingen alleen 1 getal (alle beschikkingen hadden minstens een capaciteit van 15 kWp). Belangrijk om te blijven benadrukken, dat RVO geen "realisaties" van projecten publiceert, maar de voor de subsidie beschikte capaciteit. Feitelijke realisaties kunnen zowel (veel) minder groot zijn dan de beschikte capaciteit, als (veel) groter zijn. Status data Polder PV: Excel lijsten van 16 oktober 2018.

  • SDE 2008 5 projecten met 861 kWp (meerdere beschikkingen per project!) [0 van 9,8 MWp - max. per beschikking 3,5 kWp!]
  • SDE 2009 108 projecten met 14,2 MWp (deels idem) [15,7 van 22,32 MWp]
  • SDE 2010 108 projecten met 5,4 MWp [4,5 van 17,7 MWp]
  • SDE "+" 2011 327 projecten met 20,8 MWp [18,5 MWp]
  • SDE "+" 2012 34 projecten met 5,0 MWp [4,8 MWp]
  • SDE "+" 2013 333 projecten met 65,2 MWp [59,7 MWp]
  • SDE "+" 2014 1.664 projecten met 538,2 MWp [519,9 MWp]
  • SDE "+" 2015 21 projecten met 6,5 MWp [3,7 MWp]
  • SDE "+" 2016 528 projecten met 276,2 MWp [67,6 + 106,4 = 174 MWp]
  • SDE "+" 2017 237 projecten met 91,6 MWp [57,3 + 1,6 = 58,9 MWp]
  • SDE "+" 2018 (I) 4 projecten met 611 kWp [0,0 MWp]

Totaal SDE en SDE "+" beschikt in PPV spreadsheet: 3.369 gerealiseerde grote projecten, totaal daadwerkelijk gerealiseerde capaciteit minimaal 1.025 MWp, en een systeem gemiddelde van 304 kWp per project (feb. 2018 update: 2.839 projecten, 229 kWp/installatie, 708 MWp; juni 2017 update: 2.301 projecten, 461 MWp; dec. 2016: 1.792 projecten, 379 MWp; juli 2016: 1.159 projecten, 195 MWp). Sommige projecten hebben SDE beschikkingen uit verschillende jaren, deels zullen die niet allemaal zijn ingevuld. Bij de totalen zitten ook inmiddels 45 SDE-gesubsidieerde multi-site projecten met een capaciteit van minimaal 32 MWp, en ook nog eens 27 projecten met SDE beschikkingen waarvan de omvang nog in het geheel onbekend is ("reserve lijst").

Belangrijk is om hier te benadrukken, dat RVO in haar eigen officiële update van juni 2018, aan opgeleverde, feitelijk beschikte capaciteit nog maar 889 MWp voor realisatie van SDE en SDE "+" had staan (projecten vanaf 15 kWp, zie ook grafiek verderop, onder paragraaf "'Officiële' status"). Als we dat volume - onterecht - gelijk zouden stellen aan "daadwerkelijk fysiek opgeleverd", zou dat dus ruim 13% minder capaciteit zijn, dan ik reeds als feitelijk opgeleverd had staan op 16 oktober 2018 (met daarbij ook de zekerheid dat ik beslist niet alle opleveringen "zie" en vooral wat kleinere projecten betreft fors achter loop). Uiteraard zit er bijna 5 maanden tussen die twee cijfers, een lange periode. Maar het is een groot verschil. We zijn erg benieuwd waar een nieuwe status update op uit zal gaan komen, bij RVO.

Voor SDE 2014 stond in de laatste update van 8 juni 2018 bij RVO 520 MWp aan beschikkingen voor gerealiseerde projecten. Momenteel zit ik daar met mijn minimum hoeveelheid van 538 MWp op 16 oktober 2018 3,5 procent boven. Daar tegenover staat, dat RVO wel al 1.982 ingevulde SDE 2014 beschikkingen in haar juni update had staan, terwijl ik nu "slechts" minimaal 1.664 projecten single sites heb staan met beschikkingen voor die regeling. Dit komt enerzijds waarschijnlijk door het feit dat ik me in de huidige update vooral weer op de grootste projecten heb geconcentreerd, waarvan nogal wat volume nog niet "bekend" kan zijn bij RVO. En ik heb nogal wat "inhaal werk" te doen bij de kleinere projecten, die natuurlijk wat aantallen betreft rap zullen aantikken, als ik die ga nalopen. Ten tweede zijn er ook project sites, die zowel oude als recentere SDE beschikkingen hebben ontvangen, die waarschijnlijk in mijn lijst onder de oudere regeling zijn gesorteerd (het is erg veel werk om op detail niveau alles te gaan zitten navlooien). Anderszijds, is het mij ook al diverse malen opgevallen dat sommige grotere "single sites" meerdere ingevulde recente SDE (2014) beschikkingen blijken te hebben (wat formeel niet zou kunnen). Dat zou een deel van het verschil bij de aantallen (19% meer bij RVO dan in mijn huidige overzicht) kunnen verklaren.

Het tot nog toe door Polder PV gevonden ingevulde volume voor met name SDE 2014 is bovendien nog steeds een onderschatting, omdat er veel anonieme beschikkingen zijn die al zijn ingevuld, die echter niet (positief) geïdentificeerd kunnen worden. Er is natuurlijk nog steeds het nodige uit die regeling in te vullen (er was 883 MWp beschikt voor SDE 2014, al was daar in juni 2018 volgens RVO nog maar driekwart van over). Die regeling zal al vrijwel op haar laatste tandvlees lopen, wat nog opgeleverd zou kunnen worden zijn projecten die een eenmalige verlenging of "onderbouwd verzoek tot uitstel" hebben kunnen krijgen. Maar genoemde 538 MWp SDE 2014 door mij gevonden, is inmiddels wel al 61% van dat beschikte volume. Gaan we uit van de overgebleven hoeveelheid beschikkingen in de juni 2018 update van RVO (642,5 MWp), is mijn gevonden "minimum" hoeveelheid voor SDE 2014 zelfs al opgelopen tot 84% van dát volume.


SDE single sites - in grafiekvorm

Ik heb de SDE implementatie voor uitsluitend de single site projecten ook visueel zichtbaar gemaakt in de vorm van twee grafieken.

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017, dec. 2016

In deze grafiek per SDE regeling het aantal tot nog toe getraceerde single site (>= 15 kWp) projecten in de spreadsheet van Polder PV (aantal linker Y-as, capaciteit totaal en systeemgemiddelde capaciteit op eigen as, rechts). Categorieën "mult-sites" en "onbekend" zijn dus niet opgenomen in deze grafiek. De aantallen zijn in de grafiek alleen aangegeven voor SDE 2014, de nu rap geïmplementeerde SDE 2016, en SDE 2008-2018 totaal volumes. SDE 2017 is inmiddels ook aardig op gang gekomen, ik heb al 237 beschikte projecten onder de 2 daar onder vallende regelingen (voorjaars- en najaars-ronde) als gerealiseerd gevonden. Zoals was te verwachten domineert SDE 2014, met 1.624 van de in totaal 3.297 gevonden projecten (49%, dit was in de vorige update zelfs nog 53%), inmiddels gevolgd door SDE 2016 met 522 exemplaren (bijna 16%), resp. SDE 2011 (323 = bijna 10%).

Voor de geaccumuleerde capaciteiten voor de single sites zijn de bijbehorende cijfers: SDE 2014 508 van in totaal 985 MWp (52%, in vorige update nog 64%). SDE 2016 volgt met 274 MWp (ruim 8%). Inmiddels heeft SDE 2017 de derde plaats van SDE 2013 (in feb. 2018 update) overgenomen. Deze jaargang, bestaande uit een voorjaars- en najaars-ronde, heeft inmiddels in totaal al 92 MWp, uitkomend op bijna 3% van totaal gerealiseerde (gevonden) capaciteit met SDE / SDE "+" beschikking. En de eerste 1 MWp voor de voorjaars-ronde van SDE 2018 heb ik inmiddels ook al geturfd op peildatum 16 oktober 2018 (verdeeld over 4 project realisaties).

In een oranje streepjes-lijn heb ik ook het gemiddelde project vermogen van de single sites per regeling weergegeven. De regelingen met (nog) maar een paar gevonden projecten (SDE 2008, 2015, 2018) kunnen (nog) niet representatief worden geacht. Pas als daar veel projecten in zouden zitten, zou een betrouwbaarder beeld kunnen worden gegeven. Dat SDE 2009 en 2010, met redelijke aantallen projecten het getoonde beeld vertonen (SDE 2009 een relatief hoog systeem gemiddelde, 130 kWp, SDE 2010 laag, 49 kWp), komt omdat de eerste werd gedomineerd door projecten uitgevoerd door Horizon Energy. Die zijn bijna allemaal op 100 kWp/beschikking gemaximeerd, er zijn zelfs projecten met 2-3 beschikkingen, met dus per site een totaal vermogen van 200-300 kWp, uit voortgevloeid. Terwijl SDE 2010 werd gedomineerd door talloze projecten uitgevoerd door Sununited. Die bijna uitsluitend standaard installaties van 23 kWp per stuk heeft opgeleverd, naast enkele grote (tot 100 kWp) projecten van andere partijen. Pas met SDE 2011, toen de "bovencap" werd verwijderd, begon het systeemgemiddelde weer rap te stijgen. Culminerend in de "representatief" vertegenwoordigde SDE 2014, met 313 kWp gemiddeld per (geïdentificeerd) single site project (dit was in de feb. 2018 update nog 294 kWp, in juni 2017 258 kWp, in dec. 2016 263 kWp, in juli 2016 234 kWp).

Maar bij het verloop van de curve is de verdere schaalvergroting, eerder in deze analyse ook al gesignaleerd bij de grootste tien projecten, alweer goed te zien. Voor de al "representatief vertegenwoordigde" SDE 2016 ligt het gemiddelde gerealiseerde systeem vermogen van een paar honderd projecten al op 525 kWp per installatie. Voor het nog relatief beperkte aantal realisaties van SDE 2017 ligt het op een lager niveau, 386 kWp. Al moet bij veel te realiseren projecten uit die regeling nog gaan blijken wat een "representatief gemiddelde" zal gaan worden, mede gezien het feit dat er erg veel grote zonneparken zijn beschikt binnen die jaargang. Die moeten bijna allemaal nog worden opgeleverd.

De in een vorige analyse uitgesproken verwachting dat, bij voldoende realisaties onder met name, de SDE 2016 regeling (2 rondes), het project gemiddelde zeker rond of zelfs boven de 200 kWp zou kunnen komen te liggen, is nu dus al een aardig understatement gebleken. Het daadwerkelijk gerealiseerde gemiddelde ligt inmiddels al minimaal een factor 2,5 hoger. Met daarbij de waarschuwing, dat de kleinere projecten nog flink zijn onderbelicht, en het feitelijke project gemiddelde vermogen dus lager zal komen te liggen. Voor alle regelingen bij elkaar ligt het niveau tot nog toe gemiddeld op 299 kWp per installatie (oranje datapunt helemaal rechts in de grafiek).


Voor alleen de single sites heb ik ook alle SDE regelingen waarvan ik project realisaties heb geïdentificeerd gestapeld weergegeven in deze grafiek, die de geaccumuleerde gerealiseerde capaciteiten weergeeft. Vergelijk deze grafiek s.v.p. met het voorafgaande exemplaar van de feb. 2018 update, en die van juni 2017, resp. van december 2016, om de forse wijzigingen te kunnen zien (met name SDE 2014). Volgorde in de kolom: SDE 2008 onderaan (0,3 MWp), SDE 2018 (ronde 1) bovenaan (nog niet goed zichtbaar, 0,6 MWp). In totaal omvat het volume momenteel 984,9 MWp (feb. 2018 update 668,4 MWp, juni 2017 433,6 MWp, dec. 2016 359,6 MWp, juli 2016 179,2 MWp). Waarvan SDE 2014 met 508,0 MWp (in feb. 2018 update 430,1 MWp, in juni 2017 318,2 MWp, in dec. 2016 263,4), 52%, SDE 2016 met 274,0 MWp (28%), en SDE 2017 met 91,6 MWp (ruim 9%) het grootste volume voor hun rekening nemen (totaal deze 3 regelingen: bijna 89% van alle gevonden single sites met SDE beschikking).

Het hier weergegeven volume is, mind you, slechts 84% van het totale volume in mijn single site spreadsheet. Afgezien van het feit dat ik veel van de kleinere SDE beschikkingen nog moet nalopen of die al in mijn projecten sheet blijken te staan: er zijn sowieso talloze projecten zónder SDE beschikking, die via diverse andere "kanalen" zijn gefinancierd. Daarbij kan gedacht worden aan oudere eenmalige aanschaf subsidies, EIA, VAMIL, KIA, versnelde afschrijving, (gedeeltelijke) gemeentelijke ondersteuning, zon-voor-asbest subsidies, provinciale regelingen, Europese incentives van bont pluimage, crowdfunding, postcoderoos, diverse lease concepten, gunstige, lage rentes hebbende leningen, groene financieringen, en ga zo maar door. Het is goed om dit op het netvlies te krijgen: beslist niet álle grotere PV projecten worden via de SDE regelingen gesubsidieerd of (mede) ondersteund!


"Officiële" status overgebleven SDE beschikkingen RVO, incl. SDE 2018 I

Vergeet m.b.t. het bovenstaande ook niet, dat het door mij gevonden reeds gerealiseerde volume van SDE projecten, nog steeds "peanuts" is t.o.v. de enorme stapel, volgens RVO overgebleven beschikkingen die in de loop van de jaren zijn uitgegeven, sedert de eerste SDE regeling in 2008 het licht zag. Voor een tale-telling grafiek van de "officiële status volgens RVO", zie de hier onder staande grafiek, die ik tijdens mijn presentatie voor de Vakbeurs Energie heb laten zien op 9 oktober dit jaar. Het is een samentrekking van de officiële status (volgens RVO) op 8 juni dit jaar (tm. SDE 2017 II, zie analyse PPV, 12 juli 2018), met daarbij opgeteld de eerste cijfers voor de SDE 2018 I regeling (zie ook data gepresenteerd op 24 augustus 2018).


Linker "stapel" in bovenstaande grafiek: totaal aan overgebleven (!) beschikkingen voor alle SDE 2008 tm. SDE 2017 II rondes, volgens RVO status update 8 juni 2018, met daar bovenop de eerst vrijgegeven cijfers voor de beschikkingen voor de voorjaars-ronde van SDE 2018, voor zonnestroom, in MWp. Alleen voor de enigszins significante hoeveelheden volumes brengende regelingen zijn ook de bijbehorende cijfers getoond. Een reusachtige hoeveelheid van dik 7,7 GWp was er, met deze combinatie, nog over voor PV. Meer dan voldoende om de reeds forse zonnestroom sector jaren bezig te houden, bovenop de hier niet getoonde "niet SDE markt" (grotendeels: residentieel), wat ook nog allemaal uitgevoerd dient te worden.

In het rechter kolommen stapeltje de volgens RVO op 8 juni 2018 gerealiseerde hoeveelheid beschikkingen tm. SDE 2017 II (voor SDE 2018 I bij publicatie, dik een maand later, nog geen aanwijsbaar volume gerealiseerd). In totaal telt die stapelkolom "realisaties" 889 MWp. Wat slechts 11% van het totaal aan beschikt volume zou zijn, tm. SDE 2018 I (linker stapel-kolom, zie ook rode pijl). Daarbij wel 3 kanttekeningen:

  • RVO publiceert alleen de beschikte hoeveelheden, niet, of slechts mondjesmaat, de werkelijk gerealiseerde capaciteit van opgeleverde projecten. Polder PV publiceert daadwerkelijk opgeleverde volumes. Er kan een substantieel verschil zitten tussen "beschikt" volume, en "gerealiseerde" capaciteit. Dit is over het hele spectrum aan realisatie het geval, zowel (fors) boven, als (fors) onder beschikt volume wordt daadwerkelijk opgeleverd, zowel bij kleine, als, zeer belangrijk voor de statistieken, bij de zeer grote projecten.
  • Elke status update van RVO loopt altijd achter de feiten aan vanwege administratieve vertragingen in het proces tussen netkoppeling en een "ja" vinkje bij RVO. Er is dus altijd al meer volume gerealiseerd, dan de RVO updates tonen op de datum van publicatie ("peildatum").
  • Polder PV had medio oktober 2016 reeds zo'n 985 MWp aan SDE beschikte single-site projecten als gerealiseerd staan (zie vorige grafiek). Met multi-sites en categorie "onbekend" meegerekend waarschijnlijk zelfs al 1.025 MWp. Waarbij als disclaimer beschouwd moet worden, dat met name de kleinere projecten zeer sterk ondergewaardeerd zijn in het projecten overzicht. Gelukkig brengen die in totaal wel veel minder volume in dan de waarschijnlijk wel behoorlijk volledige "pool" aan grote, gerealiseerde projecten. Maar genoemde 1.025 MWp medio oktober 2018 is dus een absolute "bodem" in het reeds gerealiseerde "SDE volume". Het kan medio oktober in totaal beslist om veel meer dan 1 GWp zijn gegaan, als veel volume aan kleine projecten nog niet op het netvlies is gekomen.

 


9. Postcoderoos projecten (update)

Na een zeer moeizame start periode, en de "doorbraak" van volledige vrijstelling van de energiebelasting (exclusief SDE opslag, "ODE"), is het aantal gerealiseerde postcoderoos projecten zeker de afgelopen 2 jaar (2017-2018) snel toegenomen. Ook daarvan houdt Polder PV zo goed en kwaad als het in de totale chaos van de nationale zonnestroom markt gaat, een aparte spreadsheet bij. Bovenop mijn eigen continue inventarisaties, heb ik daarbij veel gehad aan het uitstekende overzicht van Anne Marieke Schwencke et al, de status van de Nederlandse coöperatieve beweging op energiegebied, Lokale Energie Monitor 2017 (LEM 2017). Waarvan op 23 november 2018 weer een nieuwe versie zal gaan verschijnen (presentatie verwacht op evenement HIER opgewekt te Bussum).

Inmiddels heb ik de volgende data daar over samengesteld, een update van de eerste presentatie in het februari 2018 overzicht. NB: alle PCR projecten in mijn overzicht zijn zonnestroom installaties. De eerste aanzetten voor kleinschalige wind, en nu zelfs ook voor biovergisting, lijken daarvoor in de markt te worden gezet. Zie daarvoor de eerste "dorpsmolen" te Hellum (gem. Slochteren, Gr.), de ambities van Greenchoice om zeker zo'n 100 oudere Lagerwey windturbines te gaan vervangen middels postcoderoos projecten. En het eerste biogas project onder een postcoderoos constructie, wederom in samenwerking met Greenchoice, te Emmeloord (NOP, Flevoland).

Polder PV concentreert zijn inspanningen op de zonnestroom projecten, waarvoor de volgende grafiek. Omdat het meestal om kleine projecten gaat van een paar tiental kWp, zal ik in mijn speurtocht naar vooral de grotere PV projecten beslist niet alles hebben gezien. Dus ook dit is een "onderste" schatting van het totaal wat er daadwerkelijk zal zijn opgeleverd. In de komende publicatie van Schwencke et al, zal blijken, hoeveel PCR projecten ik gemist zal hebben.

Vergelijk grafiek met status feb. 2018, juni 2017

2014 begon moeizaam met maar 3 projecten met een volume van 141 kWp. In 2015 vervijfvoudigde het aantal (15 stuks) en werd er 1,1 MWp gerealiseerd. 2016 liet bijna een verdubbeling zien, met 26 nieuwe PCR projecten en een volume van 1,82 MWp (licht bijgesteld) . Voor het "booming" kalenderjaar 2017 vond Polder PV nog eens 69 nieuwe exemplaren, met al een capaciteit van 5,24 MWp. Mogelijk dat er nog een paar aan het netvlies zijn ontsnapt voor dat jaar, vandaar het sterretje bij het jaar. Tot nog toe heb ik voor het huidige jaar, 2018, nog slechts een relatief bescheiden aantal van 48 opgeleverde PCR projecten gevonden, met, dat wel, een "record" volume van 6,66 MWp. Wat aangeeft dat de postcoderoos projecten steeds groter worden. Ik verwacht zeker dat er nog de nodige projecten bij zullen komen die nog niet op mijn netvlies zijn gekomen, en/of die nog zullen worden opgeleverd, in kalenderjaar 2018. Maar een "revolutie" bij de implementatie lijkt nog niet te zijn gearriveerd, dit jaar (afgezien van het feit dat de projectgrootte wel toeneemt).

In totaal tot nog toe gevonden door Polder PV (met als kanttekening: het nodige kleine spul zal nog aan mijn aandacht zijn ontsnapt): 161 PCR projecten met zonnepanelen, met een gezamenlijke capaciteit van bijna 15 MWp (tm. 2017: 113 projecten met 8,3 MWp*). De gemiddelde systeem grootte, aanvankelijk in 2014 op 47 kWp liggend, stabiliseerde in 2015-2017 tussen de 70 en 73 kWp per project, en nam licht toe tot 76 kWp per nieuw project in 2017. Een equivalent van ongeveer 281 moderne panelen à 270 Wp per project in dat jaar. De tot medio oktober gevonden projecten in 2018 laten al een fors hoger gemiddelde zien van 139 kWp, een duidelijk teken van schaalvergroting bij de lokale energie coöperaties.

Er is veel activiteit in dit markt segment, maar, aan de andere kant heeft het desondanks relatief weinig impact op het vlak van capaciteit. Ten opzichte van het totaal aan geaccumuleerde capaciteit in de projecten spreadsheet van Polder PV, in oktober 2018 opgelopen tot 1.177 MWp, is het volume PCR projecten slechts 1,3%. Dit gaat weliswaar enigszins veranderen door verdergaande opschaling, en het grote aantal "pending" PCR projecten (zie verderop), maar de te realiseren capaciteiten zullen desondanks relatief bescheiden blijven ten opzichte van de totale volumes in de projecten markt.

Er is inmiddels een nieuw grootste PCR project gerealiseerd, wat het "toen grootste" exemplaar in de februari update heeft vervangen. Dat was eerder dit jaar de zoutopslagloods van Rijkswaterstaat bij Houten (Ut.) geworden, met 1.584 zonnepanelen / 412 kWp. Inmiddels is een eerste deel van het zogenaamde BuurtZon project in samenwerking met woningcorporatie Stichting Volkshuisvesting Arnhem opgeleverd, 3.252 zonnepanelen in Arnhem (vermoedelijk iets minder dan 1 MWp). Een zeer complex project, waarbij op maar liefst 266 adressen (niet eens allemaal eigen huurwoningen) zonnepanelen zijn gelegd, deze buiten de huisaansluiting om op het net invoeden, en de "stroom" (lees: garanties van oorsprong) aan participanten wordt/worden verkocht, huurders van de corporatie. Er is geen inschrijfgeld, maar wel een verplichte overstap op energieleverancier BudgetEnergie (onderdeel van de Nuts Groep). De opgerichte specifieke postcoderoos coöperatie staat op hetzelfde adres ingeschreven als de woningcorporatie. Er zijn zeer hoge ambities voor dit project, er zouden uiteindelijk zelfs 40.000 zonnepanelen onder dit concept geplaatst moeten gaan worden ... De vraag of dit als een "typisch lokaal PCR project" gezien moet worden, laat ik verder aan uw eigen fantasie over.

* LEM 2017 had het over 114 postcoderoos projecten met een gezamenlijke project capaciteit van 8,7 MWp, eind 2017. Dat ik wat lager zit met het volume heeft o.a. te maken met het feit dat ik van de meeste projecten gedetailleerde hardware info heb gevonden, en dat ik beslist niet standaard uitga van "260 Wp per paneel", zoals in LEM 2017 wordt gedaan (introductie tot de cijfer bijlage). Met name bij dunnelaag projecten ga je dan zwaar de fout in (er zitten er al 3 bij in de lijst). Van een 21-tal andere projecten zijn momenteel de module capaciteiten (fors) lager dan 260 Wp. Daar staat tegenover, dat er inmiddels beslist ook PCR projecten zijn opgeleverd, met veel krachtiger modules dan 260 Wp. Dat is zelfs de overgrote meerderheid in de oktober update, 112 projecten van de 161. 15 daarvan hebben al modules van 300 Wp of hoger gebruikt. 1 project heeft zelfs al modules van 385 Wp geïmplementeerd! Dit geeft aan, dat je vreemde dingen kunt verwachten als je "standaard" van een (relatief laag vermogen hebbend) gemiddeld type paneel uitgaat om een totaal aan capaciteit voor postcoderoos projecten te berekenen.

Dat ik - inmiddels - op 113 projecten, eind 2017, ben uitgekomen, en LEM 2017 op 114, heeft mogelijk te maken met verkeerde aannames over de datum van netkoppeling. Er zijn projecten geweest waarvan de panelen eind 2017 al op het dak lagen, maar waarbij de aansluiting pas veel later, begin 2018, is gerealiseerd. Voor de statistieken geldt uitsluitend de datum van netkoppeling: pas dan wordt de eerste groene stroom geleverd. Een ander probleem is, dat energiecoöperaties in hun communicaties soms meer dan 1 project onder 1 paraplu scharen, waarbij het zelfs om fysiek ver van elkaar verwijderde, verschillende lokaties kan gaan. In die gevallen dat ik duidelijke individuele project data heb gevonden, heb ik die "onderdelen" gesplitst in afzonderlijke projecten, zoals ik ook standaard doe bij alle andere installaties in mijn projectenlijst. Bovenstaande illustreert, dat er, bij verschillende interpretatie van wat als "een PCR project" wordt beschouwd, de uitkomst van de aantallen projecten iets anders zal zijn, afhankelijk van de cijfer publicist. De verschillen zijn echter klein. Bij de gerealiseerde capaciteit zijn de verschillen wat groter, vanwege de hierboven weergegeven redenen.


Andere coöperatieve projecten, crowdfunding

Voor de veel grotere "deelmarkt" crowdfunding en andere projecten gerealiseerd onder een zeer diverse verzameling coöperatieven, verwijs ik gaarne naar het uitmuntende werk van Zonnepanelendelen.nl (ZPD) die regelmatig updates toont van hun grote verzameling projecten (inclusief die van derden). Edwin Res van ZPD heeft inmiddels (status update 5 november 2018) 576, deels nog niet gerealiseerde projecten, verzameld in het data portal http://bit.ly/collectievezon. Voor een uitgebreid overzicht en duiding van coöperatieve zon- en andere projecten tot en met 2017, zie wederom de geweldige analyse "Lokale Energie Monitor 2017" van Anne Marieke Schwencke cs. voor HierOpgewekt.nu. Er komt in november dit jaar een nieuwe versie aan, waarbij ik zeer benieuwd ben, hoeveel volume daarvan ik nog niet in the picture had.


10. "Plannen" project portfolio gigantisch en immer groeiend

In een eerdere projecten update en de het exemplaar van december 2016, heb ik voor het eerst wat woorden vuil gemaakt aan de gigantische zeepbel aan plannen voor zonnestroom projecten in Nederland. Hoe staat het daar inmiddels mee? Regelmatig wordt er inderdaad zo'n plan gerealiseerd, en schuif ik deze door naar de "realisaties" map (de enige die "telt", natuurlijk, plannen produceren immers geen kilowatturen). Maar er staat nog absurd veel open, en die map "pending" groeit nog steeds als kool. Lees mijn commentaar in de gelinkte artikelen.

Momenteel heb ik minimaal 6,9 GWp (feb. update 5,7 GWp; juni 2017 3,6 GWp), verdeeld over ruim 1.700 project lokaties in de "pending" lijst staan, alweer 200 meer dan in mijn vorige update. Dat is dus een factor 2,4 maal het volume aan "potentieel geplande nieuwbouw", dan er tot en met eind 2017 daadwerkelijk al gerealiseerd kan zijn in ons land (totale capaciteit inclusief nu nog dominante residentiële markt bijna 2,9 GWp, voorlopige, laatste afschatting door CBS). En dat is nog een minimum, omdat van lang niet alle projecten bekend is wat er aan capaciteit is/wordt gepland. Een gooi er naar doen is zinloos, gezien de nog extreem premature status van veel plannen. Die niet gekende project volumes zijn op dat punt dan ook open gelaten. Een relatief bescheiden gedeelte uit die omvangrijke "plannen" lijst, 800 rooftop projecten met een minimaal volume van 1,7 GWp lijkt meer of minder serieus te zijn, gezien al vrij gedetailleerde project data, (groten)deels al financiële dekking via SDE, PCR, crowdfunding, andersoortige fondsen e.d. Al zijn er de nodige projecten bij waarvoor de plannings-termijn (ver) over die van 2018 heen gaat. Soms zelfs tot in 2020 aan toe.

Daarnaast is er ook een al ronduit spectaculair volume van, medio oktober, ruim 1,5 GWp aan "vrijeveld" installaties (179 grondgebonden projecten), waarvoor de kansen relatief gunstig liggen gezien de aanwezigheid van een SDE beschikking (SDE 2014 of later). Verder heb ik een zeer sterk gegroeide lijst met de populair wordende, en vaak op relatief korte termijn realiseerbare postcoderoos projecten in de "pending" map staan, 305 (!) stuks met al bijna 38 MWp specifiek geoormerkt (in werkelijkheid meer, van veel projecten is nog niets bekend over de geplande capaciteit). Alleen al deze drie "wat serieuzere" project blokken bij elkaar tellen op tot ruim 3,2 GWp. Daar zitten de nog niet in pers- en nieuwsartikelen met name genoemde geplande SDE rooftop projecten nog niet bij, dus het volume "serieuze kandidaten voor de wat kortere termijn" (2018-2020) zal sowieso veel groter zijn, waarschijnlijk ver over de 5 GWp.

Tot en met de voorjaars-ronde van SDE 2018 is er in totaal zo'n 7,7 GWp aan beschikkingen over, voor alle SDE regelingen voor zonnestroom (zie grafiek hierboven). Trekken we de tot nog toe door Polder PV gevonden 985 MWp aan gerealiseerde PV projecten met SDE beschikking, en een klein volume aan multi-sites en "onbekend" (totaal drie SDE groepen ongeveer 1.025 MWp) daar van af, houden we nog steeds een zeer hoog volume van 6,7 GWp "nog in te vullen beschikte capaciteit" over. Een opvallende categorie bij de beschikte PV installaties, floating solar, claimt tot nog toe, volgens cijfers van RVO, in totaal 323 MWp (beschikt volume), verdeeld over ruim 20 projecten.

Binnen de voorjaars-ronde van SDE 2018 werd chronisch "ondervraagd", en bleef, na het uitziften van ook nog eens projecten waarvan de aanvraag niet in orde bleek, een volume van "slechts" 1.710 MWp aan PV projecten over. Die voor veel lagere basisbedragen hebben ingeschreven dan in eerdere jaren, en waarvoor alles uit de kast moet om dat "rendabel" opgeleverd te krijgen. De najaars-ronde loopt nog (tm. 8 november), wederom met verder aangescherpte financiële condities. Het is nog niet zeker hoe die zal uitpakken voor zonnestroom.

Ik heb in bovenstaande ook nog een volume postcoderoos project plannen met grondgebonden installaties niet meegeteld (21 stuks, minimaal zo'n 35 MWp). De vraag is of dergelijke grote projecten haalbaar zullen blijken te zijn in een vanwege de begrenzing beperkte postcoderoos set-up, want er moeten veel mensen uit de nabije regio voor intekenen. Er zijn beslist projecten die het toch zullen halen, de grootste reeds opgeleverde, Sunbrouck, heeft 800 zonnepanelen in een PCR project. En er staan grote trajecten klaar voor projecten in Duiven en in Eindhoven, met duizenden panelen. Deze categorie staat verder als pro memori in de enorme plannen lijst van Polder PV. Zodra een project toch wordt gerealiseerd, wordt deze uiteraard toegevoegd aan de betreffende realisatie lijsten.

Bizarre portfolio grondgebonden projecten "nog zonder beschikking"

Ook apart staan de enorme hoeveelheid plannen voor grondgebonden installaties waarvoor nog geen SDE beschikkingen bekend zijn geworden. Zonder zo'n beschikking kun je dergelijke projecten wel vergeten, vandaar dat die lijst separaat van de rest wordt gehouden. Dat separate overzicht telt nu al op tot een volume van 3,1 GWp, verdeeld over 317 projecten (fors meer dan de 231 in de vorige update). Waar ook een nog zeer premature portfolio van nog eens bijna 880 MWp aan "verkenningen" naast staat. Ook heb ik nog aparte categorieën "pending" projecten zonder SDE beschikking, "projecten op water", geluidsscherm plannen, en grote carports. Alleen in deze 3 categorieën zit bij elkaar totaal al minimaal een "benoemd" volume van 132 MWp. En dat wordt nog veel meer.

De conclusie: het wemelt van de plannen voor (grote) PV projecten in Nederland, en de beschikkingen voor SDE 2018 ronde II moeten nog bekend worden gemaakt. We gaan "interessante tijden" tegemoet, dat is een feit wat zeker is. Als er geen al te "gekke" zaken (meer) geschieden rond de SDE regelingen (wat absoluut geen garantie is), wordt de reeds ingezette, forse groei van de PV markt de komende jaren bestendigd.


Tot slot

Wederom laat deze uitgebreide update zien dat er in ruim 7 maanden weer veel is gewijzigd in het projecten overzicht van Polder PV. Mede gezien de blijvende, enorme activiteit op talloze fronten op het gebied van zonnestroom, de grote hoeveelheid SDE beschikte projecten die klaar staan, de paar honderd postcoderoos projecten die zijn aangekondigd, en de concrete plan info die op mijn "pending" lijst is opgenomen buiten de genoemde categorieën, gaat 2019 wederom een extreem druk jaar worden, nadat een nu al duidelijk recordjaar, 2018, zal zijn afgesloten. En niet alleen dat. Ik denk, mede door de zeer lage kosten voor PV modules, dat ook de jaren daarna best wel een spectaculaire markt ontwikkeling kunnen laten zien. Maar, ook al is dat vloeken in de Solar Kerk: politieke "ingrepen" voorbehouden, natuurlijk.


Dankwoord

Ik wil iedereen hartelijk danken voor alle "inputs" voor het verbeteren en aanvullen van informatie over de zonnestroom projecten in Nederland. Soms zelfs al enkele jaren achter elkaar. Het aantal contribuanten voert hier te ver om separaat op te noemen, maar ik wil wel twitteraar Speksteenkachel in het byzonder danken voor een niet aflatende stroom spannende links naar talloze installaties, die ik mogelijk deels over het hoofd gezien zou hebben. Plus natuurlijk vakblad en dagelijks solar nieuws site Solar Magazine, wat frequent over installaties rapporteert. Daarnaast beschikt Polder PV over tientallen andere inputs van zeer verschillend pluimage en kaliber. Iedereen die heeft bijgedragen, of dat nog steeds doet: dank, en "keep 'em coming" ! Deze projecten lijst is beslist het resultaat van een collectieve poging om met name het "gerealiseerde grote projecten potentieel" voor solar in Nederland zo goed mogelijk op tafel te krijgen. Mach weiter so!


11. Bronnen en referenties

Continu bijgewerkte projecten lijsten van Polder PV (gerealiseerd, gepland, etc.)

Eerdere analyse updates van Polder PV's grote PV projectenlijst:

Update projecten spreadsheet Polder PV: +923 nieuwe installaties, en record capaciteit (255 MWp) nieuwe zonnestroom genererende, grote projecten (7 maart 2018, inclusief gelinkte uitgebreide analyse, waarvan de huidige de meest recente update is)
Update projecten spreadsheet Polder PV: +97 MWp capaciteit, record (976) nieuwe zonnestroom genererende, grote installaties (9 juni 2017, inclusief gelinkte uitgebreide analyse)
Record toevoeging nieuw PV vermogen aan projecten spreadsheet Polder PV: +169 MWp capaciteit, 835 nieuwe zonnestroom genererende, grote installaties (28 december 2016, inclusief gelinkte uitgebreide analyse)
Update statistiek PV projecten lijst Polder PV - Meer dan 700 single site installaties >= 100 kWp (25 juli 2016)
Update PV projectenlijst Polder PV - weer forse groei met 63 MWp (12 april 2016)
Nieuwe records bij inventarisatie grote PV projecten Nederland - meer dan 200 MWp single sites in database (25 december 2015)
The Solar Future VII - 6. Nieuwe mijlpaal - 2.000 grote PV projecten in spreadsheet (18 augustus 2015)
Tip of the iceberg - grote projecten lijst Polder PV inmiddels met 100 MWp gevuld (24 feb. 2015)
Nieuwste megaproject van Polder PV - eerste "duizend" binnen (15 dec. 2014)

(Eerder) gepubliceerde uitgebreide analyses:

Status februari 2018
Status juni 2017
Status december 2016
Status juli 2016


Web pagina samengesteld eind oktober - begin november 2018; gepubliceerd: 7 november 2018

 
 
 
© 2018 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP