Zonneparken in Nederland, tm. 2021
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Zonneparken in Nederland - statistieken

Evolutie grondgebonden PV-projecten & aanverwante installaties in cijfers

Basisgegevens © projecten sheets Polder PV status update (peildatum) 26 april 2022

Alle grafieken © 2022 Peter J. Segaar/www.polderpv.nl


Dit is de tweede separaat verschenen uitgebreide review over dit onderwerp op Polder PV, voor het vorige exemplaar (status 10 aug. 2021) zie hier.

Voor eerdere analyses zie bronnen overzicht onderaan.

Voor uitgebreide introductie en samenvatting van de analyse op deze nieuwe webpagina, zie bijdrage van 4 mei 2022


Introductie

4 mei 2022: Status update van zonneparken in Nederland. Er wordt veel geschreven over grondgebonden zonneparken, maar als het om harde cijfers gaat wordt veel in het ongewisse gelaten. Dat heeft deels te maken met het feit dat een gevalideerde, complete centrale registratie van PV projecten van Rijkswege ontbreekt, én dat marktpartijen in Nederland er met de pet naar gooien met de rapportage van harde, verifieerbare data. Polder PV presenteerde meermalen gedetailleerde overzichten van de status bij de overheid (SDE gesubsidieerde projecten, volgens RVO data), en, in augustus 2019 in een grote sectie van zijn toenmalige project overzicht. In januari 2021 presenteerde ik een eerste grote update met al de nodige eerste resultaten voor het jaar 2020.

Naar analogie van de zeer uitgebreide detail analyses voor alle zonnestroom capaciteit volgens de officiële CBS cijfers, die ondergetekende vaker publiceert, werd in augustus 2021 voor het eerst een uitgebreid, met grafieken gelardeerd overzicht van de status rond dit zeer belangrijke solar thema in Nederland door Polder PV geopenbaard. In deze vervolg detail analyse geef ik de meest recente status van mijn lopende onderzoek op het gebied van de Nederlandse zonneparken, met als peildatum 26 april 2022. Waarbij weer de waarschuwing geldt, dat er van enkele projecten nog steeds het nodige onduidelijk is over hun status van netkoppeling rond de jaarwisseling 2021-2022*. Zolang er geen duidelijke uitspraak is gepubliceerd over levering van (groene) stroom, staan die projecten, zelfs al zijn ze al maanden geleden "gebouwd", nog steeds op de "pending" lijst van Polder PV, en zijn ze nog niet tot de gros-lijst met "realisaties" doorgedrongen. Voorts zijn van meerdere projecten opgeleverd in 2021 nog weinig details bekend. Net als voor 2020, sijpelt dat soort info pas laat via diverse kanalen in de publiciteit, of komen bijvoorbeeld in de loop van de tijd recente satellietfoto's van dergelijke projecten beschikbaar, waardoor de omvang ervan beter afgeschat kan worden, als er geen andere informatie over is gepubliceerd.

Zeker voor projecten opgeleverd rond de jaarwisseling is het essentieel om te weten te komen wannéér die netkoppeling heeft plaatsgevonden, omdat voor de statistieken uitsluitend die datum telt, voor een correcte toewijzing aan een "jaar van oplevering". Vaak komen we pas achteraf te weten, wannéér een specifiek zonnepark daadwerkelijk de eerste zonnestroom is gaan leveren, en dus, aan welk kalenderjaar het toegewezen "mag" worden. Maar dit kost allemaal tijd. Waarschijnlijk zijn de cijfers voor 2020 al aardig geconsolideerd; de volumes voor 2021 kunnen nog wel wat wijzigen. Uiteraard zijn de cijfers voor 2022 nog slechts zeer voorlopig. Hier zal de komende 8 maanden uiteraard nog zéér veel volume bij gaan komen.

Ook moet altijd in het achterhoofd gehouden worden, dat rapportages en berichten over cijfers over zonneparken in Nederland vaak zo slecht en onnauwkeurig zijn, dat zelfs ooit gepubliceerde capaciteiten alsnog achteraf gewijzigd kunnen worden, als recentere informatie noopt tot aanpassing. Dit gebeurt bij Polder PV, ook bij talloze rooftop projecten, regelmatig met oudere "records". Er zijn bijvoorbeeld nogal wat wijzigingen doorgevoerd voor recente projecten uit 2020 en 2021. En daarmee wijzigen dus ook historische cijfers in de grafieken. Vandaar dat dergelijke overzichten altijd een "moving target" blijven, er vinden regelmatig aanpassingen plaats.


Inhoudsopgave

Foto's in deze analyse, allen © Peter J. Segaar / www.polderpv.nl

 


(1) Status klassieke grondgebonden zonneparken nieuw opgeleverd per kalenderjaar

In mijn project overzicht tot en met 26 april 2022 vinden we de volgende klassieke grondgebonden zonneparken terug (grafiek). Waarbij talloze details van alle parken bekend zijn bij Polder PV, en andere niet bekende zijn afgeschat op basis van wel bekende data. Polder PV heeft een schat aan ervaring opgedaan bij de beschouwing van dergelijke projecten, en heeft een enorm data bestand opgebouwd van referenties, foto's, en andere info. Data kunnen regelmatig wijzigen, op basis van nieuwe inzichten en nagekomen informatie, deze wordt continu verwerkt in het actuele projecten overzicht van Polder PV.

Polder PV is verder ook "project gericht". Er zijn talloze projecten met meerdere SDE beschikkingen (zelfs bij veel rooftop projecten !), die lumpt Polder PV onder de specifieke lokaties waarvoor die toekenningen zijn afgegeven. Het is dus een "echte" inventarisatie, niet een die uitsluitend van losse beschikkingen uitgaat, die een vals beeld van de realiteit geven. Er zijn ook al de nodige zonneparken zonder SDE beschikking, die dus helemaal niet terug te vinden zijn in de bekende overzichten bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Van het grootste deel van de zonneparken heeft Polder PV ook - soms uitgebreid - fotografisch materiaal, satelliet beelden, en veel detail info tot zijn beschikking. Daarnaast heeft Polder PV al vele tientallen zonneparken zelf bezocht op de fiets, door heel Nederland, en veel extra fotografische documentatie opgebouwd. Regelmatig worden daar voorbeelden van op Twitter gezet ( te volgen via https://twitter.com/Polder_PV ). Recent werd nog met de vouwfiets een bezoekje gebracht aan drie Utrechtse zonneparken, n.a.v. de open dag bij het project van Sunvest bij Cothen (tweet 23 april 2022).

Technische voetnoten

Een belangrijke technische voetnoot betreft de fysieke afgrenzing van de capaciteit. Vanaf deze update volg ik strict de Regionale Energie Strategie insteek, en heb ik voor de huidige analyse alle projecten groter dan 15 kWp geïnventariseerd. Alle kleinere projecten, dus nu ook de projecten met "exact" 15 kWp, zijn hier dus niet (meer) in meegenomen. Het verschil is verder marginaal, het gaat om vrij weinig projecten die net op die drempel zitten. De zonneparkjes met een capaciteit tm. 15 kWp kent Polder PV echter beslist wel voor een behoorlijk deel. Separaat zijn in een projecten map grondgebonden installaties kleiner of gelijk aan 15 kWp opgenomen, dit zijn er al een paar honderd. Meestal is er niets over dergelijke projecten gepubliceerd. Polder PV komt ze fysiek in het veld, op foto's van bedrijven, en/of op satelliet foto's tegen.

Hierbij dient nogmaals duidelijk te worden gesteld, dat bij RVO genoemde volumes voor onder SDE regimes gesubsidieerde projecten (de meeste, maar beslist niet alle !), meestal uitsluitend de beschikte capaciteit betreft. En heel vaak niet de fysiek opgeleverde capaciteit, die (veel) hoger of (veel) lager kan zijn uitgepakt. Wel moet daarbij benoemd worden, dat de laatste jaren vaak door RVO capaciteiten van beschikte SDE projecten neerwaarts worden bijgesteld, omdat veel projecten kleiner worden uitgevoerd dan waarvoor ze een subsidie beschikking hebben ontvangen. Echter, daar staat tegenover, dat het vrijwel nooit gebeurt, dat voor projecten, die groter worden opgeleverd dan waarvoor ze (een) SDE beschikking(en) hebben verkregen, er een opwaartse aanpassing volgt door RVO. Waardoor klakkeloos uitgaan van RVO data een nogal riskante onderneming is geworden om fysiek opgeleverde capaciteiten te kunnen bepalen. Daarvoor is veel meer extra detail kennis nodig. Regelmatig verschijnen er "kaartjes" op het internet, met blind gekopieerde RVO data, die dus slechts een beperkt deel van de "waarheid" laten zien. In de overzichten van RVO staan ook de nodige elementaire fouten en domweg blunders, die bijna niemand - behalve Polder PV - ziet of, in de eigen overzichten, corrigeert.

In de grafieken toon ik verder uitsluitend de volumes aan "klassieke" grondgebonden zonneparken, inclusief de exemplaren op afvalbergen, grond depots, e.d. Alle andere projecten, zoals drijvende zonneparken, PV projecten op geluidswallen / barrières, carports en daarvan afgeleide "vrij zwevende", niet gebouwgebonden projecten zitten niet bij die optelsommen, en worden wederom in de huidige analyse in paragraaf 8 in dit artikel kort geïnventariseerd, om het totaal plaatje over de "niet klassiek gebouwgebonden" projecten compleet te maken. Hierover worden bijna nooit afschattingen gepubliceerd, omdat bijna niemand de projecten goed kent, en dus ook niet kan segregeren. Vaak is ook absoluut niet duidelijk of dergelijke projecten wél of juist niét onder de categorie "zonneparken" worden geschaard. Drijvende zonneparken lijken door het CBS in de categorie "grondgebonden" projecten te worden gegooid, maar het statistiek instituut is bepaald niet helder over die indeling, en geeft geen segregatie. Ook is er veel verwarring over de categorie vrijstaande carports en dergelijke opstellingen, omdat ze soms wel, en soms niet onder "vrije-veld opstellingen" worden gerekend (en helaas ook vaak, onbenoemd, en onopgemerkt, in de enorme hoeveelheid rooftop projecten zijn opgenomen). Polder PV heeft die - nauwkeurige - informatie beslist wel, want die staan allemaal, gesegregeerd, uitgesplitst in zijn project overzichten.

Grafiek nieuwbouw zonneparken YOY

Voor een eerdere versie van deze grafiek, zie ook het exemplaar van 12 augustus 2021

"jvi" = jaar van ingebruikname

In bovenstaande grafiek de evolutie van drie variabelen m.b.t. de feitelijk nieuw opgeleverde klassieke grondgebonden zonneparken, vanaf 2011, per kalenderjaar (YOY). Twee oude projecten uit 2001 zijn eerder uit de database verwijderd. Een kleine veldopstelling bij Hoek van Holland is nooit "terug gevonden" op recente satellietfoto's, en het oude project bij de waterzuivering van Annen in Drenthe is bij nadere beschouwing niet als zuivere grond-opstelling, maar als "byzonder rooftop" systeem ingedeeld. In de subcategorie (betonnen daken van) reinwaterkelders.

Een ander byzonder project betreft het kleine zonneparkje op industrieterrein Aalsvoort in Lochem (Gld), een projectje van de lokale coöperatie Lochem Energie. Dit project is nog steeds, SDE beschikt en wel, in de laatste RVO update terug te vinden (als gerealiseerde toekenning). Het project is echter al in 2020 verwijderd, om plaats te maken voor nieuwbouw. Het is ondanks navraag door Polder PV niet duidelijk wat er met de zonnepanelen is gebeurd. Voorlopig staat dit project nog als "formeel aanwezig" genoteerd, totdat duidelijk is geworden wat er definitief met de generator is geschied.

Project data per jaar kunnen zelfs nog wijzigen voor eerdere jaren. Die wijzigingen zijn meestal een gevolg van verbeterde inzichten in de opgestelde capaciteiten op basis van nieuwe informatie, als die nauwkeuriger is dan de vaak karige oudere info. De cijfers in de grafiek geven de meest recente inzichten van Polder PV weer, waarvoor alles is gedocumenteerd, per individueel project.

Omdat er, voor zover de kennis van Polder PV reikt, in Nederland langdurig niets is geschied op het gebied van grondgebonden zonneparken sensu stricto, begint de grafiek sedert de vorige update in 2011, toen het kleine pilot veld systeem van Acrres van de Landbouwuniversiteit van Wageningen in het buitengebied van Lelystad werd opgeleverd. En wat tot op de dag van vandaag actief is. Zie ook een oudere productie resultaten bespreking van Polder PV, begin 2013.

In oranje kolommen in de grote grafiek zijn de nieuwe capaciteiten per jaar getoond, met aanvankelijk zeer lage toevoegingen per jaar, maar met een enorme groei sinds de 81 MWp nieuwbouw in 2017. Wat al bijna een verdubbeling was t.o.v. de 44 MWp in 2016. In 2018 kwam er een bijna 5 en een half maal zo groot nieuw volume bij, 438 MWp. 2019 liet in de meest recente data van Polder PV 500 MWp nieuwbouw aan zonneparken zien, 14% meer. De bijstelling t.o.v. de vorige update van augustus 2021 is gering, slechts 2 MWp in de plus, en dus inmiddels behoorlijk geconsolideerd. Het inmiddels weer bijgestelde opgeleverde volume in 2020 is 3 MWp lager uitgekomen dan in genoemde update, en staat nu op bijna 1.047 MWp. In de update van 4 januari 2021 was dat nog maar 893 MWp. Het is ruim het dubbele volume van de nieuwbouw in 2019, en steekt nog steeds met kop en schouders boven de rest uit. De vraag is of, met alle netproblemen die er zijn, en die zeer structureel zijn, of een dergelijk hoog volume de komende jaren gehaald zal kunnen gaan worden.

De groei in 2021 is tot nog toe nog in ieder geval achtergebleven bij de enorme aanwas in 2020. Momenteel heb ik een toename van bijna 855 MWp aan klassieke netgekoppelde veldopstellingen staan voor afgelopen jaar. Dat is wel al een factor 2,2 maal zo hoog dan het volume wat nog in de vorige update bekend was met status datum 12 augustus dat jaar (382 MWp). Maar omdat er nog de nodige onzekerheden zijn omtrent enkele grotere zonneprojecten, kan dat nog enigszins bijtrekken t.o.v. het jaarvolume in 2020. Het nu bekende groei volume in 2021 ligt in ieder geval nog ruim 18% achter op het spectaculaire volume in het eerste Covid jaar, 2020.

Kwartaal en half jaar segmentaties

Voor de vorige update heb ik voor een enigszins verantwoorde voorspelling voor 2020 ook uitgerekend wat de verdeling over de kwartaal en halfjaar volumes was bij de klassieke veldopstellingen. Voor 2020 was het verschil, ook met de huidige, licht bijgestelde cijfers, opvallend. De verdeling was 21%, 7%, 29% en 43% van de jaarlijks toegevoegde capaciteit over de vier kwartalen. Dat resulteert in 29% resp. 71% in het eerste en tweede half jaar, bij 47% van het aantal projecten in de 2e jaarhelft gerealiseerd. Tot nog toe tekent voor 2021 zich een minder scherp contrast af. Met in de vier kwartalen 31%, 16%, 20%, en 33% van het jaarvolume m.b.t. de capaciteit. Resulterend in een evenwichtiger verdeling van 48% resp. 52% over de 2 jaarhelften. Waarbij echter wel maar 42% van het aantal projecten dat jaar in de tweede jaarhelft werd opgeleverd. Mogelijk zullen nieuwe, meer definitieve cijfers voor 2021, deze verhoudingen nog enigszins gaan veranderen.

In de inset (kleine deelgrafiek linksboven) zijn de met de genoemde capaciteiten gepaard gaande nieuwe jaarlijkse aantallen grondgebonden PV projecten (dus niet "SDE beschikkingen" of iets dergelijks) afgebeeld (blauwe kolommen). Tot en met 2017 was de groei van die aantallen gestaag, en bijna rechtlijnig, tussen de 1 (2011 nieuw) en 29 nieuwe projecten / zonnepark "sites" in 2017. In 2018 was er een verdrievoudiging, tot 87 nieuwe zonneparken dat jaar. Nieuw in 2019 zijn er tot nog toe 105 exemplaren terug gevonden, 21% meer dan in 2018. In 2020 zijn, met een vermoedelijk al vrijwel definitieve afschatting, alweer 149 exemplaren nieuw bijgebouwd en aan het net gekoppeld. Een record, wat 42% boven het nieuwe niveau in 2019 ligt. 2021 moet het tot nog toe nog maar met 130 nieuw gevonden projecten doen (gearceerde kolom), 13% minder dan de toename in record jaar 2020. Dit kan echter nog steeds enigszins worden bijgesteld, al is niet de verwachting dat 2020 ge-evenaard zal gaan worden, daarvoor is het verschil te groot.

2022 - nog zéér voorlopig volume

Tot nog toe is voor 2022 een volume van 275 MWp aan netgekoppelde grondgebonden zonneparken gevonden door Polder PV, verdeeld over 25 nieuwe installaties (projecten). Uiteraard zal hier nog zeer veel gaan bijkomen. Er staan "de nodige" grote(re) SDE gesubsidieerde veldinstallatie projecten klaar om opgeleverd te worden dit jaar. Dat kan zeker wat capaciteit betreft om een substantieel volume gaan. Informatie over opleveringen laat vaak vele maanden of langer op zich wachten, dus er zal straks sowieso met terugwerkende kracht bijgewerkt moeten gaan worden. Dit is ook een van de belangrijkste redenen waarom CBS cijfers de laatste jaren zeer fors worden bijgewerkt na een eerste publicatie: dit komt vooral doordat er veel capaciteit wordt "na gerapporteerd", en opgenomen in de nationale statistieken. Daarbij zitten vooral grote volumes van opgeleverde veld-installaties. Ook in de RVO bestanden zijn dergelijke vertragingen goed terug te zien. "ja"-vinkjes verschijnen soms lang nadat de betreffende projecten al lang aan het net zijn gekoppeld.

Jaar van oplevering (nog) niet bekend

Er is ook nog een kleine restcategorie. Dit betreft veldopstellingen die beslist al (lang) zijn opgeleverd, maar waarvan nog niet met zekerheid een jaar van oplevering bekend is geworden. Het gaat momenteel om nog maar 18 projecten (vorige update nog 21 exemplaren), met een gezamenlijke capaciteit van slechts 0,4 MWp, zeer kleine projectjes dus, met een gemiddelde capaciteit van slechts 22 kWp. Wel nog boven de vanaf deze update strict genomen grens voor de RES doelen (projecten groter dan 15 kWp). Het "grootste" van deze 18 projectjes omvat slechts 182 door Polder PV "getelde" zonnepanelen. Ze tellen mee om "35 Terawattuur" aan elektriciteit uit hernieuwbare bronnen op land in 2030 voor elkaar gebokst te hebben. En die horen dan ook, hoe klein ze ook zijn, beslist in dit overzicht thuis. De meeste instanties kennen talloze van dit soort kleine (en ook de nodige grotere) zonneparkjes helemaal niet, en die zult u dan ook tevergeefs in publieke overzichten zoeken. Polder PV heeft deze wel.

De meesten ervan zijn al van wat oudere, doch nog niet met zekerheid te bepalen datum, vandaar dat in de cumulatieven grafiek, deze categorie vanaf het jaar 2016 is opgenomen in de eindejaars-volumes. Soms wordt achteraf van dergelijke projecten alsnog het jaar van oplevering "gevonden" in nieuwe bronnen, en wordt het betreffende project naar het correcte kalenderjaar overgeheveld.

Systeemgemiddelde capaciteit nieuwe projecten

Uit de capaciteiten en de aantallen projecten zijn, als vanouds bij Polder PV, de belangrijke systeemgemiddelde capaciteiten berekend van de nieuw per kalenderjaar gebouwde projecten. De evolutie ervan is in de grote grafiek afgebeeld als een grijze curve, met aparte bijbehorende Y-as (linker-zijde). Zoals was te verwachten, groeit die gemiddelde capaciteit sterk, van (bijgesteld) 441 kWp in 2015, tot 5,0 MWp in 2018, ruim 11 maal zo groot. In 2019 is er een lichte terugval van de nieuwe capaciteit per project, naar 4,8 MWp. Die tijdelijke terugval werd echter alweer door een nieuw record, gemiddeld 7,0 MWp per grondgebonden installatie, in 2020 al naar het korte termijn geheugen verbannen. Met alweer veel nieuwe installaties toegevoegd in 2021, ligt het nieuwe gemiddelde in dat jaar niet ver van het nog zeer voorlopig vastgestelde in de vorige update: 6,7 MWp werd momenteel 6,6 MWp gemiddeld voor de 130 tot nog toe gevonden netgekoppelde nieuwe projecten in dat jaar. Lager dan in "record" jaar 2020, maar blijvend hoog.

De in de vorige update aangekondigde vermoedens van verdergaande schaalvergroting, ook bij de zonneparken, zijn met de eerst gevonden nieuwe netgekoppelde projecten tm. april in 2022 volledig uitgekomen. De reeds ingeschreven 25 nieuwe projecten hebben namelijk al een zeer hoog gemiddelde capaciteit van 11,0 MWp. Dit kan later in het jaar beslist nog wel neerwaarts aangepast gaan worden, als ook nog onbekende kleine(re) projecten ontdekt worden die nog worden, of wellicht zelfs al zijn opgeleverd. Maar er staan ook de nodige grote projecten in de pijplijn te wachten, deels al gebouwd, dus vermoedelijk zal het gemiddelde vermogen van de nieuwe projecten dit jaar substantieel hoog blijven. We weten pas hoe hoog, als alle installaties opgeleverd in 2022 bekend zijn geworden (vermoedelijk pas ergens in 2023).


Cothen. 1 van de meest recente toevoegingen aan de grote verzameling netgekoppeld opgeleverde zonneparken in Nederland, in de overzichten van Polder PV. Tijdens een open dag (23 april 2022) mochten geïnteresseerden kennismaken met dit zonnepark, aan de zuidrand van Cothen in de Utrechtse gemeente Wijk bij Duurstede, gebouwd op een voormalige peren boomgaard (aan de horizon is nog een bestaande boomgaard met "harde infra" te zien). Het project is ontwikkeld door Sunvest, omwonenden hebben via de lokale energie coöperatie EWEC middels een achtergestelde obligatie lening kunnen participeren. De beoogde kwart miljoen Euro werd bij de inschrijving ruim overschreden, 60 deelnemers uit de omgeving claimden EUR 437.500 aan obligaties (à EUR 500), dat is 3% van het ingelegde kapitaal van het totale project, wat via een aparte project BV is ingebracht. Er is in de aanloop van de planvorming inspraak geweest over de "landschappelijke inpassing", zoals dat heet. Dat heeft onder anderen geleid tot een 75 meter brede groenstrook waar vandaan de foto is genomen door Polder PV, een extra groene buffer tussen de aanpalende woonwijk en het zonnepark. Deze is reeds met struweel beplant, ook andere zijdes om het project krijgen vergelijkbare groenstroken. Het project heeft een omvang van 11 hectare, en een capaciteit van 14 MWp, de grofweg 30 duizend PV modules, half-cels exemplaren van 450-455 Wp per stuk, staan op pal zuid gericht, 2 panelen portrait hoog onder een zeer lage hellingshoek, de bovenzijde ligt daarmee op slechts anderhalve meter boven het maaiveld. Hiermee wordt een hoog vermogen op het perceel bereikt, en blijft licht toetreding tot de grond maximaal mogelijk. Na de uitgebreide testperiode, waarin ook de 58 Huawei omvormers doorgelicht zullen worden op optimaal functioneren, wordt het project voor exploitatie overgedragen door de bouwer. Schapen zullen de vegetatie perceels-gewijs in bedwang gaan houden. De jaarlijkse productie wordt geprognosticeerd op 13 GWh (specifieke opbrengst plm. 929 kWh/kWp.jr). Zie ook de project sites bij Sunvest, en bij EWEC.

Markt-impact groei zonneparken bij de nieuwe jaarvolumes

Het totale volume van zonneparken bij de nieuwbouw is al zeer sterk is gegroeid in de laatste jaren, en zal een significante impact krijgen, bovenop de al massaal ontwikkelde hoeveelheden op de daken, van residentieel, tot daken van zeer grote distributiecentra. Dat laat ik zien in onderstaande, aangepaste tabel, waarbij ik gebruik heb gemaakt van de laatste CBS "totaal" cijfers op dit gebied (status update 7 maart 2022), en mijn nieuwbouw cijfers voor uitsluitend de "klassieke" grondgebonden zonneparken. Dit is een update van de tabel getoond in mijn overzicht van augustus 2021. Voor de grotere volumes heb ik afgerond op "hele MWp".

Nieuw jaarvolume (YOY, capaciteit in MWp)
Nieuw volume zonneparken PPV (MWp)
Nieuw volume NL cf. CBS (MWp)
Aandeel ZP's op totaal volume (%)
2014
0,53
357
0,15%
2015
8
519
1,5%
2016
44
609
7,2%
2017
81
776
10,5%
2018
438
1.698
25,8%
2019
500 †
2.617
19,1%
2020**
1.047 †
3.724
28,1%
2021*
855 †
3.299
25,9%
2022
275 *
onbekend
--

Met † heb ik in de tweede kolom aangegeven dat volgens de meest recente inzichten, met de meest actuele data, de geaccumuleerde capaciteiten van klassieke grondgebonden zonneparken, voor het betreffende jaar, zijn gewijzigd sedert de vorige update. Hiermee zijn voor die jaren ook de relatieve percentages weergegeven in de laatste kolom (licht, tot, voor 2021, fors) gewijzigd. De status voor 2019 is voor de CBS cijfers definitief, voor 2020 nog steeds "nader voorlopig", en voor 2021 nog "voorlopig". Het reeds fors aangepaste nieuwe totale jaarvolume van het CBS is voor 2020 met twee sterretjes aangegeven in de tabel. Het kan beslist ook nog zo zijn dat de cumulatie voor de capaciteit van grondgebonden zonneparken in de projectsheets van Polder PV nog enigszins kan wijzigen voor met name de recentere jaren.

Afgezien van bovenstaande: met de licht bijgestelde cijfers wordt bevestigd dat we in 2020 een historische gebeurtenis hebben meegemaakt in Nederland. In dat jaar is voor het eerst een nieuw jaarvolume van meer dan 1 GWp aan klassiek grondgebonden zonneparken gerealiseerd (1.047 MWp).

Met de huidige, nog voorlopige CBS cijfers voor 2021, en de ook nog zeker niet "definitieve" data voor de status van de zonneparken in dat jaar, blijkt voorlopig sprake van zowel een absolute, als een relatieve terugval, naar 855 MWp nieuw volume aan klassieke grondgebonden PV-projecten. Dat is wel 71% hoger dan de aanwas van 500 MWp aan zonneparken in 2019.

Voor 2022 zijn er uiteraard nog in het geheel geen data van het CBS. Die volgen vermoedelijk in eerste, nog zeer ruwe versie, in het voorjaar van 2023. En ook de status van (netgekoppelde) zonneparken, eind april dit jaar (2022) is natuurlijk nog bij benadering niet het uiteindelijk volume voor het hele jaar. Maar inmiddels is er al in de eerste vier maanden met zekerheid minimaal 275 MWp * netgekoppeld ingeschreven, de nog niet bekende volumes in de eerste jaarhelft moeten daar ook nog bijkomen. In een volgende update zullen we meer zicht krijgen op de werkelijke verhoudingen voor 2022, als ook data van later in het jaar beschikbaar gaan komen.

We zien aan de aandelen van de nieuwbouw aan zonneparken per kalenderjaar, in de laatste kolom, dat dit rap is toegenomen, van verwaarloosbaar in 2014, via 1,5% in 2015, 7,2% in 2016, en 10,5% in 2017, tot al bijna 26% in toenmalig record jaar 2018. In 2019 lijken de nieuw toegevoegde zonneparken iets aan betekenis ten opzichte van het totaal volume te hebben ingeboet, met een aandeel van 19,1%. In 2020 is dat inmiddels, ook al zijn de data nog niet definitief, alweer een nieuw record niveau geworden van 28,1% van de totale nieuwe capaciteit die in heel Nederland is bijgeplaatst in dat jaar. Wat dus, impliciet, nog steeds in 2020 voor de overgrote meerderheid op daken is geplaatst.

In 2021 is er een relatieve terugval van de capaciteit aan zonneparken wat in dat jaar werd toegevoegd, met 25,9% van het totale volume ongeveer op het niveau komend van 2018. Maar aan die relatieve verhouding kan nog het een en ander gaan wijzigen, als "definitieve" cijfers voor afgelopen jaar beschikbaar komen. Overeind blijft, dat reeds "een zeer significant volume" in de Nederlandse zonnestroom markt "in het veld" is gerealiseerd in 2021. Wat een belangrijke boodschap aan de bevolking is: "Als je dit (in het geheel) niet wilt, moet je die zes-en-twin-tig procent aan capaciteit 'ergens anders' vandaan zien te toveren". Bovendien met de reminder: alle andere reeds gerealiseerde, meer exotischer installaties zoals drijvende zonneparken etc., zijn hier nog niet in meegerekend. Als je die ook tot de categorie "veld-installaties" zou rekenen, wordt het aandeel daarvan nog een stuk groter ... (zie verderop).


(2) Grondgebonden PV projecten aantallen en capaciteiten - accumulaties EOY

In de tweede grafiek geef ik de status weer van de accumulaties van de aantallen en capaciteiten van grondgebonden zonneparken aan het eind van elk kalenderjaar (EOY), en het daar van afgeleide systeemgemiddelde van die geaccumuleerde volumes. Alles, wederom, met de meest recent beschikbare data in de overzichten van Polder PV. Hierin zijn wederom twee "historische piketpalen" weergegeven.

Grafiek accumulatie zonneparken EOY

In de grafiek is de "rest categorie" van 18 kleine grondgebonden projectjes, met een gezamenlijk vermogen van 0,4 MWp, waarvan het jaar van netkoppeling (nog) niet met zekerheid vastgesteld kon worden, niet afgebeeld. Deze oudere projectjes zijn, op basis van wel bekende satelliet foto beelden, al voor 2016 opgeleverd, en kunnen dus vanaf dat jaar virtueel worden meegeteld bij de grote massa projecten waarvan het jaar van netkoppeling wel duidelijk is. Derhalve, zijn de werkelijke cumulaties op de peildatum 26 april 2022 (helemaal rechts in de grote grafiek en de inset) 586 + 18 = 604, resp. 3.249,1 + 0,4 = 3.249,5 MWp. "jvi" = jaar van ingebruikname.

Uiteraard is de snelle toename van de evolutie van de grondgebonden zonneparken in Nederland ook bij de eindejaars-accumulaties (EOY) zeer duidelijk zichtbaar. Volgens de deels bijgestelde detail data verzameld door Polder PV, groeiden de volumes van 135 MWp EOY 2017, via 573 MWp EOY 2018, door naar 1.073 MWp EOY 2019. Die eerste GWp werd in de status update van 8 december 2019 reeds aangekondigd door Polder PV.

In 2020 ging er alweer een zeer dikke schep bovenop. Met de huidige, aangepaste data, is al een niveau bereikt van ruim het dubbele niveau, bijna 2.120 MWp. Deze tweede "Gieg" is dus al binnen een jaar bereikt, zoals in een vorige update reeds werd gesuggereerd door Polder PV.

2021 is nog lang niet zeker, omdat nog de nodige info over reeds gebouwde zonneparken ontbreekt. Met name de voor deze overzichten essentiële status van de netkoppeling aan het einde van dat jaar. Met de huidige gegevens, zitten we eind van het jaar al zeker op 2.974 MWp aan geaccumuleerde capaciteit in uitsluitend grondgebonden zonneparken. Het was in de eerste maanden van 2022 dus wachten op de volgende piketpaal.

Nieuwe mijlpaal - 3 GWp aan grondgebonden zonneparken

Op peildatum 26 april 2022 staat er in ieder geval alweer een geaccumuleerd volume van 3.249 MWp in de sheets van Polder PV. De nieuwe mijlpaal, 3,0 GWp aan grondgebonden zonneparken, werd op 28 maart 2022 in de projecten sheet van Polder PV bijgeschreven. Het ging daarbij ditmaal om een flinke nieuwe "knaap", Zonnepark Mosselbanken van Gutami in Hoek (Terneuzen, Zld), met ruim 111 duizend zonnepanelen op het lege bedrijventerrein Valuepark Terneuzen westelijk van de Braakmanhaven. De oplevering van dat 60 MWp grote zonnepark (het grootste van Zeeland, wat groter dan het in 2018 aan het net gekoppelde Scaldia project op de grens van Vlissingen / Borsele), is vrij uitgebreid in de pers gemeld. Zie o.a. het artikel in PZC van 28 maart 2022.

Gezien de enorme, onder diverse SDE subsidie regimes beschikte volumes voor zonneparken, zal de volgende piketpaal van 4 GWp niet heel erg lang op zich laten wachten, al zullen netproblemen wel wat vertraging van het bereiken daarvan gaan opleveren. Grondgebonden zonneparken horen er in ieder geval al helemaal "bij", en brengen zeer substantiële volumes in die met geen mogelijkheid zijn uit te gummen, noch door - vooralsnog volstrekt fictieve - alternatieven zijn in te ruilen. Er is geen enkele andere "optie" die met zo'n hoog tempo zulke grote hoeveelheden duurzaam productie vermogen, en dus een hoog, snel te realiseren fysiek productie- en CO2 reducerend potentieel, kan leveren. Tegen een zeer acceptabele "prijs".

Zonneparken domineren grootste projecten overzicht (realisaties) & capaciteit verhouding t.o.v. grootste rooftop projecten

In mijn grote projecten spreadsheets kan ik goed bepalen wat de verhouding is tussen de grootste opgeleverde zonneparken in Nederland, en de grootste gerealiseerde dakgebonden systemen (voor de incrowd: rooftops). Ik deed dat voor het eerst in de vorige update, het is nu tijd om deze verhouding opnieuw te bepalen, met de laatste stand van zaken. Tot en met nummer 46 in de "single-site" lijst zijn de grootste projecten allen grondgebonden veld-installaties, hetzij, drijvende zonneparken (drie maal), of een zeer grote vrijstaande carport (Lowlands - Walibi, Biddinghuizen, Fl). Deze 46 grootste projecten hebben een geaccumuleerd vermogen van 1.783 MWp (incl. de 3 drijvende zonneparken & carport), resp. 1.650 MWp voor de 42 exclusieve, klassieke veld-opstellingen. Als we in de lijst naar de grootste netgekoppelde rooftop projecten kijken, en we nemen dáárvan de eerste 46 exemplaren, is het totale vermogen van die sub-populatie slechts 363 MWp. Kijken we naar uitsluitend de 42 grootste dak-systemen, is het zelfs maar 345 MWp.

Dit betekent, dat de 46 grootste non-rooftop single site projecten al een capaciteit hebben die een factor 4,9 maal het opgestelde vermogen is dan dat van de 46 grootste rooftop projecten. Kijken we exclusief naar de veld-opstellingen, is het gezamenlijke vermogen van de 42 grootste daarvan nog steeds een factor 4,8 maal dat van de 42 grootste rooftops. Dat betekent, dat het vrijwel onmogelijk zal zijn, om "potentieel van veld-opstellingen op land" in te ruilen voor (af te dwingen cq. te verplichten !) potentieel op grote industriële daken. Dat gaat nooit lukken, het verschil in gemiddelde omvang van deze 2 typen projecten is enorm groot, en realisatie van grote rooftop projecten in korte tijd kunt u wel helemaal op uw buik schrijven. Ze worden wel degelijk aangelegd, zelfs in een versneld tempo, maar het volume wat ingebracht wordt door grote rooftops is doodgewoon véél kleiner dan de grote hoeveelheden capaciteit die worden gerealiseerd in veld-opstellingen. Als je om wat voor reden dan ook, de veld-opstellingen fors zou willen afremmen, snij je diep in eigen vlees, want het wordt onmogelijk om een hoog tempo te houden bij de pas gestarte energietransitie (in dit geval: duurzame elektra).

Overigens is het grootste gerealiseerde rooftop project nog steeds de VE Commerce Campus van de Heylen Groep op het Trade Port Noord van Venlo (bericht via Web.archive.org), wat met ruim 18 MWp sedert juni 2020 volgens eigen zeggen 's werelds grootste rooftop project zou zijn, gebouwd op "1 dak". Dergelijke zeer grote projecten zijn echter relatief dun gezaaid, de meeste installaties op grote daken zijn véél kleiner.

Ter vergelijking: de omvang van het momenteel nog grootste opgeleverde zonnepark, Vloeivelden Hollandia op de grens van Nieuw-Buinen en 1e Exloërmond (gemeente Borger-Odoorn, Drenthe) zou 114 MWp zijn, een factor 6,3 maal zo groot. Alleen al bij de eerste honderd grootste gerealiseerde single-site projecten zitten in de verzameling van Polder PV 84 klassieke veld-opstellingen, die bijna 88% van het totaal volume van 2.548 MWp claimen, 8 drijvende zonneparken (bijna 7% van dat volume), 1 grote vrijstaande carport (1,4%), waarna er nog maar 7 grote rooftops overblijven, met een aandeel van slechts 4,1% van de totale capaciteit voor de honderd grootste projecten. In de vorige update was dat aandeel voor de klassieke rooftop projecten in de top 100 nog 14 exemplaren resp. bijna 7% van de totale capaciteit. Derhalve, is dat aandeel verder afgekalfd, zelfs bijna gehalveerd. De boodschap blijft hierbij kristal helder: de hoge volumes inbrengende grote projecten, die essentieel zijn voor het behalen van lokale en nationale RES doelstellingen, worden compleet gedomineerd door veld-opstellingen, met op afstand ook nog eens drijvende zonneparken. De ook gerealiseerde (zeer) grote rooftop projecten vormen daarbij de spreekwoordelijke "kers op de taart".

En nog een mijlpaal - 600+ zonneparken

Wat de aantallen grondgebonden veld projecten geaccumuleerd aan het eind van elk jaar betreft (inset in de grafiek, linksboven), was er een gestage stijging tm., licht aangepast, 90 installaties, eind 2017, en trok de markt vervolgens stevig door, met EOY 2018 177 van dergelijke veldopstellingen, en eind 2019 al 282 exemplaren, elk groter dan 15 kWp.

Covid jaar 2020 was een zeer belangrijk jaar voor zonneparken, het volume nam met een record hoeveelheid van nog eens 149 exemplaren toe tot 431 projecten, een groei van 53%. Het tweede Covid jaar, 2021, liet wat afkoeling van het tempo zien, maar wist toch ook nog, met de nu bekende data, nog eens 130 nieuwe gerealiseerde projecten op tafel te krijgen. Waardoor het eindejaars-volume alweer is aangezwollen tot 561 grondgebonden projecten >15 kWp (voorlopig, waarschijnlijk nog bij te stellen resultaat, gearceerde kolom). Daar zijn in bovenstaande grafiek in de laatste, dubbel gearceerde kolom, de 25 eerste nieuwe exemplaren in 2021 alweer aan toegevoegd, maar daar komt natuurlijk nog heel veel volume bij, de rest van het jaar.

In ieder geval zaten we op 26 april 2022 met zekerheid al minimaal op 586 "klassieke" grondgebonden projecten op Nederlands grondgebied. Daarbij komt bovendien, dat ik in de hier direct boven getoonde grafiek(en) de volumes met jaar van netkoppeling "onbekend" niet heb meegenomen, omdat niet bekend is aan welk jaar die toegevoegd zouden moeten worden. Die moeten in ieder geval wel bij bovengenoemd volume worden opgeteld, omdat het om bewezen fysieke realisaties gaat. Zoals we eerder al zagen, gaat het daarbij echter om beperkte hoeveelheden (18 projecten, 401 kWp). Dat betekent, dat we op 26 april jl. al op 604 gerealiseerde zonneparken zijn uitgekomen in Nederland.

Ik heb zelfs bijgehouden welk exemplaar de 600e toetreder was tot mijn zonnepark spreadsheet. Dat was het byzondere, bijna 4 kilometer lang gerekte, 20,3 MWp grote "Zonneweide Groetpolder" project, met 44.712 zonnepanelen in Lutjewinkel in de uitgestrekte Noord-Hollandse gemeente Hollands Kroon. Deze werd op 22 april jl. reeds, tezamen met een van de kleinste, nog wel "RES-fähige" veldopstellingen projecten, van slechts 56 modules in Reeuwijk (ZH), bijgeschreven in de projecten sheet van Polder PV.

Dit alles is uiteraard ook nog exclusief de byzondere "Caribische gebiedsdelen" die tot het Koninkrijk der Nederlanden horen. De zonneparken daar zijn hier niet verder in deze beschouwing betrokken. Voor een voorbeeld, zie het in 2 fases gebouwde 4,5 MWp exemplaar op Sint Eustatius (met accu opslag), en het 1 MWp grote, sterk hellende zonnepark van Ecorus op Saba.

In de grote grafiek is wederom het verloop van de systeemgemiddelde capaciteit van de eind van elk jaar geaccumuleerde zonneparken getoond (grijze streepjeslijn, met aparte Y-as, links). Afgezien van de niet erg "representatieve" periode 2011-2014, met marginale volumes inclusief lichte terugval in 2014, is de groei van de gemiddelde capaciteit van alle projecten continu doorgezet. Van 248 kWp eind 2015, via 1,5 MWp eind 2017, 3,2 MWp eind 2018, naar al 3,8 MWp eind 2019. Aan het eind van 2020, zou de systeemgemiddelde capaciteit al opgelopen kunnen zijn naar 4,9 MWp. Ruim drie maal het gemiddelde drie jaar eerder. In 2021 is dat alweer verder bijgeplust naar gemiddeld 5,3 MWp per project. En met de eerste toevoegingen bekend geworden tm. eind april 2022, staat de teller alweer op gemiddeld 5,5 MWp per zonnepark. Een duidelijke aanwijzing, dat de grotere zonneparken een flinke impact gaan krijgen op de totale volumes. 5,5 MWp is het equivalent van al 13.750 moderne zonnepanelen à 400 Wp, bij een oppervlakte claim van gemiddeld 4,9 hectare. Afhankelijk van de mix aan nog te realiseren volumes van de kleinere én de grote grondgebonden projecten, zal de gemiddelde capaciteit aan het eind van 2022 mogelijk nog verder kunnen gaan oplopen.

Vergelijking EOY status zonneparken bij Polder PV met cijfers van het CBS en andere bronnen

In mijn zonnepark update van 8 december 2019, en later in de analyses van 22 juni 2020, en die van 5 januari 2021 en 12 augustus 2021, heb ik reeds uitgebreid stilgestaan bij de verschillen tussen de nauwkeurige data van Polder PV op het gebied van zonneparken, en de sterk daarbij achterlopende data van zowel RVO (uitsluitend SDE beschikkingen), resp. het CBS, waar veel volume ook nog steeds onbekend is. In de huidige update gaan we opnieuw vergelijken met de meest recente data van het nationale statistiek instituut. We doen dit, uiteraard, voor de eindejaarsvolumes, en, voor de tweede maal, een poging voor de status medio 2021, waarvoor het CBS eind vorig jaar voor het eerst voorlopig detail cijfers heeft gepubliceerd. Uiteraard treden er ook bij de nieuwe jaarvolumes verschillen op, die zijn / worden afgeleid van de EOY cijfers. Het CBS heeft (nog) geen tabel met de evolutie over de jaren in 1 overzicht, wat de door hen gesuggereerde volumes aan zonneparken betreft.

CBS rekent drijvende zonneparken mee bij "veld" installaties

Het oudere cijfer voor 2017, 98 MW, komt uit de CBS tussen rapportage van 26 april 2019. Het aangepaste cijfer voor 2018 (533 MWp) en een voorlopige afschatting voor 2019 vinden we in de reeds eerder door Polder PV besproken CBS maatwerktabel van juni 2020 terug. Nieuwe cijfers voor zowel 2019 (definitief), 2020 (nader voorlopig), en een zeer voorlopige afschatting voor medio 2021, worden gegeven in de tabel "Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio" van 10 december 2021.

Daarbij moet meteen een heftige disclaimer. Onder genoemde categorie "groot vermogen" dient volgens het CBS te worden verstaan: "Het groot vermogen is verder uit te splitsen naar zonnestroom op dak en op land (veld). Installaties op binnenwateren worden gerekend tot veldinstallaties". Kennelijk rekent het CBS dus floating solar (in Nederland tot nog toe op 2 kleine experimenten op de Noordzee na, exclusief op zandwinnings-plassen en andere "binnenwateren" geplaatst) ordinair tot de véél grotere, door Polder PV daar hard van gescheiden categorie van de fysieke grond (niet zijnde "water") gebonden "veld" opstellingen. En rekent dus in principe, als ze tenminste alle installaties daadwerkelijk zou kénnen, "te veel vermogen" toe aan hun gekunstelde "veldopstelling categorie". Ik kom daar later in deze analyse, in paragraaf 8, nog op terug, maar voor de vergelijking met mijn harde, gesegregeerde data, hanteer ik in onderstaande tabel dus genoemde volumes aan zogenaamde "veld-opstellingen volgens het CBS".

Genoemde gekunstelde CBS data heb ik in rood in onderstaande tabel, kolom 2, toegevoegd, achter mijn waarnemingen die op exacte project data voor uitsluitend grondgebonden veld-opstellingen (niet zijnde floating solar of anderszins) zijn gebaseerd, en die al stelselmatig groter zijn dan wat CBS "kent". De meest recente status van de totale markt cijfers zijn op 7 maart dit jaar door het CBS gepubliceerd. Die vindt u in de hoofdsectie van mijn uitgebreide detail analyse van hun data tm. 2020, en deze zijn in de derde kolom opgenomen.

De qua volumes kleine categorie met onbekend jaar van oplevering in de project sheets van Polder PV, is vanaf 2016 bij de EOY accumulaties geteld, omdat het bijna uitsluitend oudere projectjes betreft die op satellietfoto's van dat jaar al aanwezig waren. Dit maakt, gezien de bijgeschreven geringe volumes, vrijwel niets uit voor de resulterende eindstanden.

Capaciteit eind van kalenderjaar (EOY)
Accumulatie zonneparken PPV (MWp), links
In rood (rechts) lage opgaves CBS !
EOY volume NL cf. CBS (MWp)
Aandeel ZP's op totaal volume CBS cf. cijfers Polder PV (%)
2014
2,2
1.007
0,2%
2015
10
1.526
0,7%
2016
54
2.135
2,5%
2017
135
(98)
2.911
4,7%
2018
573
(533)
4.609
12,4%
2019
1.073 †
(1.039)
7.226
14,9%
2020**
2.120 †
(2.027)
10.950
19,4%
2021*
2.974
(HI: 2.191)
14.249
20,9%
status 26 april 2022
3.249
(onbekend)
(onbekend)

Data van Polder PV gemarkeerd met † zijn licht gewijzigd t.o.v. de status van augustus 2021. De EOY status voor 2019 is voor CBS "definitief", die voor 2020 zijn, ondanks al forse wijzigingen eerder dat jaar, nog steeds een nader voorlopige afschatting. 2021 is al behoorlijk redelijk in het vizier, maar ook hier kan nog wel het een en ander in wijzigen, de cijfers voor dat jaar gelden bij het CBS nog als "voorlopig". Uiteraard is 2022 nog maar net begonnen, daar worden sowieso pas begin 2023 de eerste ietwat vollediger cijfers van verwacht van officiële zijde (CBS).

Ook aan de relatieve aandelen van de eindejaars-accumulatie van de capaciteit aan zonneparken (laatste kolom), is het forse tempo te zien van de versnelling van de betekenis van dergelijke projecten. In 2014 nog marginaal, 0,2% van het totale eindejaars-volume, tot 12,4 procent in 2018. Het aandeel voor het geaccumuleerde volume eind 2019 is al gestegen naar 14,9%, de nog nader voorlopige EOY volumes voor 2020 komen alweer op 19,4%, met de bijgestelde CBS en PPV data. Met nog zeker cijfermatige aanpassingen te verwachten voor 2021, zitten we eind van dat jaar, met de meest actuele Polder PV data, en het huidig gecommuniceerde eindejaarsvolume voor de hele markt van het CBS, eind dat jaar al op bijna 21%. Ergo, ruim een vijfde van het totaal aanwezige volume in ons land, in de vorm van uitsluitend klassiek grondgebonden zonneparken .... Zie paragraaf 8 voor de totale impact, als we ook de wat meer byzondere "niet klassieke rooftop" project volumes mee gaan tellen.

CBS loopt achter bij Polder PV

In de tweede kolom zien we de verschillen tussen de hard vastgestelde minimale volumes van, uitsluitend, de grondgebonden zonneparken in de projecten sheet van Polder PV, in relatie tot de in rood weergegeven, veel lagere cijfers van het CBS. Die, zo lijkt uit de recente toelichting van het data instituut, óók (onder anderen ?) door Polder PV separaat gehouden floating solar en andere byzondere "veld" projecten zou moeten omvatten, en dus zelfs een "overschatting" zou moeten inhouden. Het statistiek instituut kent aan het eind van de jaren 2017 tm. 2019 tot nog toe slechts 73% (2017), 93% (2018), 97% (2019), resp. 96% (2020) van de wel al lang bij Polder PV bekende volumes aan zonneparken. Voor 2021 heeft het CBS slechts de voorlopige status voor halverwege dat jaar gepubliceerd. Dat volume (2.191 MWp "alle" veld systemen die zij kennen) is nog maar 74% van het volume aan uitsluitend grondgebonden, klassieke zonneparken wat Polder PV tm. eind dat jaar al heeft gevonden (2.974 MWp).

Bij de aantallen projecten heb ik de verschillen ook weer gecheckt. Voor de jaren 2017 en 2018 kwam het CBS destijds met 22 zonneparken in 2017, resp. 65 in 2018. Polder PV heeft voor die jaren momenteel in totaal, al exclusief 108, resp. 195 grondgebonden zonneparken groter dan 15 kWp staan (!). Later zijn de verschillen wel bijgetrokken, met dien verstande, dat in de CBS cijfers ook niet klassieke veldopstellingen meegenomen lijken te zijn, en dus altijd overschattingen betreft. Voor het jaar 2019 "kent" CBS slechts 206 projecten, waarbij Polder PV al minimaal 300, uitsluitend klassieke grondgebonden projecten heeft genoteerd. Eind 2020 "vindt" het CBS tot nog toe 431 projecten, Polder PV heeft voor dat jaar "al" 449 vrijeveld exemplaren staan. Bij de nog zeer voorlopige cijfers voor 2021 zit het CBS medio dat jaar op 493 veld projecten "totaal" (groei t.o.v. EOY 2020 44 exemplaren). Polder PV heeft voor het hele jaar alweer 579 grondgebonden veld installaties genoteerd, nog exclusief floating solar, geluidswal, vrijstaande carport projecten e.d. Dat is een jaargroei van 130 stuks. Als het CBS cijfer voor het hele jaar 2x de aanwas in het 1e half jaar zou zijn geweest, zou dat 88 nieuwe exemplaren opleveren. Bij lange na niet het totaal volume voor alleen de veld-installaties in de overzichten van Polder PV. Zie, wederom, paragraaf 8 voor het "totaal plaatje" in de vergelijking tussen "alle" veld projecten bij Polder PV (inclusief de byzondere categorieën), en de verzameling bekend bij het CBS.


De netbeheerders krijgen veel werk te verstouwen in de energietransitie. Zo ook hier bij 1 van 2 zonneparken in Boekel (NB), waar de elektrische infrastructuur door Enexis op orde moet worden gebracht om de relatief snel gebouwde zonneparken aan het net te kunnen koppelen. Het is dus niet vreemd als er nog enige tijd allerlei werkzaamheden rond de aansluiting van dergelijke projecten zijn te zien. In onderhavig geval, rond een trafostation voor een 3,7 MWp groot veld met zonnepanelen op een voormalige maisakker. Foto genomen tijdens fietstocht Maastricht - Noord Brabant - stukje Duitsland - Gelderland - Arnhem, juni 2021.


(3) Zonneparken per grootteklasse

In onderstaande derde grafiek heb ik alle tot nog toe door mij gevonden en geklassificeerde "klassieke" grondgebonden zonneparken onderverdeeld in de al langer door Polder PV gehanteerde grootte categorie indeling. Zo wordt duidelijk waar de grootste volumes zitten, en welke klasse het meest bijdraagt aan de onstuimige groei in deze belangrijk geworden marktsector in Nederland. De overige typen "veld" installaties zoals de drijvende zonneparken, vrijstaande carports e.d., zitten hier wederom niet bij, zie daarvoor paragraaf 8.

Polder PV onderscheidt 7 grootteklassen vanaf (groter dan) 15 kWp. Er zijn waarschijnlijk honderden kleinere projectjes die buiten de scope van deze analyse vallen, en die vrijwel onbenoemd blijven in de pers. Polder PV probeert die wel bij te houden in een apart overzicht. Het zijn vaak toevalstreffers gevonden tijdens fietstochten zoals dit exemplaar op Nieuwjaarsdag 2021, en deze sjieke tijdens een fietsvakantie in Noord-Brabant. Of ontdekt tijdens scans van satellietfoto's, toevallige "encounters" op websites van installateurs, e.d. Soms vinden we de kleinere installaties op vrij onverwachte plekken (voorbeeld). In de grafiek gaat het echt om "het grotere werk", installaties groter dan 15 kWp (uitgangspunt voor de RES indeling), en laten we het kleine grut dus links liggen. Een in juli 2021 ontdekt exemplaar in Gelderland mocht gezien de strenge rand-condities nog net mee, en zit dus reeds in dit overzicht.

Bij de aantallen, in de inset linksboven, blauwe kolommen, ligt het zwaartepunt links, bij de categorieën 50 tot 500 kWp (142 projecten, 19 meer dan in de vorige update van aug. 2021) en 1 tot 5 MWp (141 exemplaren, 16 meer), met een "gat" in de kennelijk niet erg populaire grootteklasse 500-1.000 kWp (slechts 64 stuks, 10 meer). Wat waarschijnlijk te maken heeft met een combinatie van hoge grondkabel en aansluitkosten in relatie tot de berekende financiële opbrengsten voor dergelijke projecten. Natuurlijk vinden we ook een hoog aantal bij de kleinste categorie, installaties op de grond van > 15 tot 50 kWp, 98 stuks (9 meer). Ook die kleine categorie wordt vaak compleet over het hoofd gezien in de pers, en zelden inhoudelijk benoemd.

We vinden verder al een opmerkelijk aantal van 107 klassieke grondgebonden systemen in de al grote categorie 5 tot 15 MWp (percelen tot grofweg zo'n 15 hectare). Dat is een stevige toename van maar liefst 29 exemplaren t.o.v. de vorige update. De twee grootste project categorieën, 15-30 MWp, resp. groter of gelijk aan 30 MWp, hebben 29 resp. 23 realisaties staan. Dat betreft toenames van 12, resp. 4 exemplaren sedert de status van augustus 2021.

Het totaal aan getelde projecten > 15 kWp is al toegenomen tot 604 exemplaren, waarvan van 18 kleine projectjes het jaar van inbedrijfstelling (nog) niet bekend is.

Aantallen en onzekerheden

In de grote grafiek vinden we twee parameters terug, de opgestelde nominale capaciteit die met bovengenoemde aantallen projecten gepaard gaat in MWp accumulatie per categorie (oranje kolommen, linker Y-as als referentie), resp. het daadwerkelijk getelde, door installateurs opgegeven, of "onderbouwd berekende" aantal zonnepanelen per project (gecumuleerd per grootteklasse, groene kolommen, aparte Y-as, rechts, in duizend-tallen). Polder PV gaat daarbij niet over een nacht ijs, en gebruikt diverse tools om een zo betrouwbaar mogelijke afschatting te geven van gerealiseerde volumes, als daar geen expliciete opgaves voor zijn gedaan. En doet dat voor elk project afzonderlijk.

Het is helaas op dit punt in Nederland een grote chaos bij opgaves voor dergelijke projecten. En het wordt verder verergerd door het feit dat in veel omgevingsplannen weliswaar cijfers worden genoemd in de planning, maar dat nog in een zeer laat stadium door projectontwikkelaars een compleet ander module type wordt aangeschaft dan oorspronkelijk gepland, met meestal een hoger vermogen, zodat het aantal panelen ook flink minder wordt. Project data gepubliceerd op websites spreken elkaar soms tegen, en zijn vaak compleet verouderd. Aantallen die door de installerende partij worden genoemd, komen regelmatig niet overeen met de hoeveelheid panelen die in andere publicaties tevoorschijn komen (zoals persberichten).

Ook wordt er vaak, de "goeden" daargelaten, ongelofelijk aan gerotzooid met opgaves van project vermogens, ik vind soms meerdere opgaves voor een en hetzelfde project terug, bij verschillende betrokken partijen, en de pers maakt er vervolgens een nog grotere puinhoop van, als ze energie eenheden niet begrijpen, en vervolgens cryptografische cijfers op het net smijten, waar niemand meer uit kan komen. Het heeft geen enkele zin om hier met een natte vinger met "mogelijk gemiddelde paneel vermogens" te werken. Dat heeft de kwaliteit van het schieten met een kanon op een mug, maar het wordt beslist wel gedaan in sommige kringen. De module vermogens-range waaruit gekozen kan worden is immers extreem groot. Tegenwoordig is zo'n beetje alles mogelijk tussen de 270 Wp en vér over de 400 Wp, en wordt ook daadwerkelijk aangelegd. De eerste zonneparken met module vermogens over de 500 Wp (tot zo'n 540 Wp per stuk) zijn ook al langere tijd gesignaleerd bij Polder PV. Bij grote aantallen panelen kun je hier vér over de schreef gaan met het geschatte project vermogen, als je aantallen met "verondersteld vermogen per paneel" gaat vermenigvuldigen. Dat kan vele megawatten schelen bij de uitkomst !

Ook de regelmatig gepubliceerde opgave "aantal huishoudens" slaat helemaal nergens op, omdat er nooit bij wordt verteld, van wat voor (vermeende) gemiddelde verbruik er uit wordt gegaan, met welke specifieke opbrengst er dan wel wordt gerekend, en wat "dus" de geclaimde opgestelde project capaciteit dan wel zou moeten zijn. Dit is rekenen met onbekende variabelen in een black box, en u kunt er vergif op innemen, dat de uitkomsten bagger zullen blijken te zijn. Helaas zijn dergelijke zinloze, en niets-zeggende opgaves er dermate diep ingesleten in Nederland, dat ze blind, ongecheckt, niet gevalideerd, op het net worden gegooid, zonder feitelijke project data te publiceren. Dit maakt het zo duivels lastig om harde data boven tafel te krijgen van veel opgeleverde installaties.

Hier is dus echt veel ervaring nodig, om te proberen te achterhalen wat er daadwerkelijk is opgeleverd, aan de hand van geschreven en beeldende informatie. Ik vraag regelmatig zaken na, als de informatie te basaal of zelfs afwezig is, en soms krijg ik gedetailleerde antwoorden over opleveringen, waarvoor grote dank aan betrokkenen. Wat heel erg helpt om zaken scherp te krijgen. Hier wordt dus beslist geen "generieke alles over 1 kam scheren methodiek" gebruikt, maar een project specifieke afschatting, waarbij met alle bekende factoren van het betreffende project rekening wordt gehouden. Polder PV stelt daarnaast op basis van nieuwe informatie regelmatig aantallen zonnepanelen en project vermogens bij in zijn overzichten. Vandaar ook, dat historische cijfers af en toe wijzigen in de diagrammen gepresenteerd door Polder PV. Vaak gaat het, bij de geaccumuleerde volumes, gelukkig niet om zeer grote aanpassingen bij de totale volumes, maar per project zijn de aanpassingen soms fors.

Capaciteiten per categorie

In de grote grafiek zien we dat, i.t.t. bij de aantallen projecten, hier het zwaartepunt van de capaciteiten en aantallen panelen per grootteklasse duidelijk aan de rechterzijde ligt, bij de grotere projecten. Met name categorieën 5-15 MWp per installatie (accumulatie 1.014 MWp, inmiddels de tweede deelcategorie met meer dan 1 GWp, en alweer 302 MWp meer dan in de update van aug. 2021), en de grootste klasse >= 30 MWp (totaal 1.212 MWp, een toename van 152 MWp sinds de voorlaatste update) steken ver boven de rest uit. Laatstgenoemde grootste klasse claimt dus al ruim 37% van het totaal volume van bijna 3.250 MWp aan klassieke grondgebonden zonneparken. Zelfs al is dat aandeel iets afgenomen sedert de vorige update (ruim 42%), het zou waanzin zijn om die categorie uit te sluiten vanwege onderbuik gevoelens over grond claims. Het totale areaal reeds geclaimd blijft ondanks de forse groei van de volumes, nog steeds marginaal (zie verder paragraaf 7). En wordt in rap tempo met groene en blauwe rand- en tussenzones voorzien, om de lokale biodiversiteit te helpen verhogen, met een scala aan extra maatregelen.

De "tussenklasse", projecten per stuk tussen de 15 en 30 MWp, heeft tot nog toe 601 MWp verzameld, een forse toename van 248 MWp sinds de vorige update. Deze wordt gevolgd door project categorie 1 tot 5 MWp (acccumulatie 341 MWp, 34 MWp toename sinds vorige update). De kleinste drie categorieën hebben zeer geringe verzamelde vermogens van, achtereenvolgens 3 MWp (projecten van > 15 tot 50 kWp), 32 MWp (ditto, 50 tot 500 kWp), en 47 MWp (idem, 500 tot 1.000 kWp). En stellen dus op het totaal, hoe belangrijk dergelijke kleinere projectjes voor de betrokken partijen (ondernemers, coöperaties, gemeentes) ook zijn, relatief weinig voor. In procenten: gezamenlijk 2,5% van het totale volume. De "meters" worden duidelijk gemaakt door de grootste project categorieën ! De aanwas in deze kleinste 3 categorieën was sinds de update van augustus 2021 zeer bescheiden (1 MWp, 5 MWp, resp. 7 MWp).

Het aantal zonnepanelen bij deze categorieën telt op tot 9 duizend in de kleinste categorie, bijna 1,1 miljoen bij projecten tussen 1 en 5 MWp, 3,0 miljoen bij installaties tussen 5 en 15 MWp, ruim 1,7 miljoen in de op een na grootste categorie, en al een spectaculair volume van 3,3 miljoen zonnepanelen bij de 23 grootste zonneparken, vanaf een opgesteld vermogen van, elk, minimaal 30 MWp.

Het nu bekende grootste project, het Vloeivelden Hollandia complex in Nieuw-Buinen / Eerste Exloërmond in NO Drenthe, met bijna 290 duizend panelen (vermoedelijk 114 MWp, meerdere beschikkingen, en in september 2020 op de fiets bezocht door Polder PV), is begin 2021 ook opgeleverd, en zelfs op 21 mei van dat jaar formeel geopend door Koning Willem-Alexander. Al blijven er nog wel wat vraagtekens rond de exact opgeleverd capaciteit van dat momenteel nog grootste "netgekoppelde" project van Nederland. Ontwikkelaar Solarfields heeft een speciale aansluiting geregeld met de Avebe productie lokatie in Gasselternijveen, 4 kilometer verder noordwaarts, waar een groot deel van de opgewekte stroom wordt verbruikt. Het project is dus niet "op het net" (van Enexis of TenneT) aangesloten, er is een uitgebreid protocol opgesteld waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van eigen stroom consumptie op het Avebe complex, en afschakelen van vermogen als onbalans binnen het bedrijf te groot wordt.

De 2 opvolgende zonneparken, Vlagtwedde en Midden-Groningen, hebben beiden veel meer zonnepanelen (bijna 350 resp. bijna 320 duizend stuks), maar het vermogen daarvan is veel lager dan die gebruikt in Nieuw-Buinen, waardoor hun totale project capaciteit een stuk lager uitvalt (110 resp. 103 MWp). Aangezien dát altijd de maat der dingen is in de solar community, en niet het aantal panelen, wordt bij Polder PV altijd gerangschikt op project vermogen.

Alle 604 klassieke grondgebonden zonneparken bij elkaar hebben in mijn gedetailleerde projecten overzicht al bijna 9,4 miljoen zonnepanelen staan. Ongeveer 1,8 miljoen zonnepanelen meer dan in de update van augustus vorig jaar.


(4) Zonneparken per provincie

Deze grafiek, met segmentatie naar provincie, is op vergelijkbare wijze opgezet als de exemplaren die ik voor diverse SDE subsidie beschikking overzichten heb gemaakt (zie bijvoorbeeld het exemplaar in overzicht van SDE voorjaarsronde 2019, paragraaf 2).

In de status update van 26 april 2022 vinden we, met de 604 reeds netgekoppeld opgeleverde grondgebonden zonneparken, en een verzameld volume van bijna 3.250 MWp, de volgende sets kampioenen terug. Van 1 klein zonnepark projectje kon nog geen lokatie of provincie aanduiding worden gevonden, zie laatste kolom in de grafiek.

Bij de aantallen klassieke grondgebonden zonneparken > 15 kWp (doorzichtige kolommen met blauw kader; referentie linker Y-as):

  • Gelderland 97 exemplaren (24 meer dan in update van augustus 2021)
  • Noord-Brabant 74 exemplaren (nieuw op plaats 2, 13 meer, en Noord-Holland van 2e plaats verdrongen)
  • Noord-Holland 71 exemplaren (10 meer, naar 3e plaats gezakt)
  • Slechtste "performer" Flevoland met 18 exemplaren (1 toegevoegd t.o.v. update aug. 2021).

De drie provincies met de meeste zonneparken hebben een aandeel van 40% op het totaal aan reeds door Polder PV gevonden (opgeleverde) zonneparken in Nederland. Een lichte toename t.o.v. de 39% in de vorige update.

Bij de geaccumuleerde capaciteit van de geturfde grondgebonden zonneparken > 15 kWp zijn de drie best presterende provincies (oranje kolommen, referentie rechter Y-as):

  • Groningen 686 MWp (84 MWp meer dan in update van augustus 2021)
  • Drenthe 452 MWp (64 MWp meer)
  • Gelderland (nieuw op plaats 3, waarbij Friesland, nr. 3 in de vorige update, van de derde naar de 7e plaats is gegaan) 342 MWp. 103 MWp meer dan in de vorige update
  • Slechtste "performer" Utrecht met 89 MWp (dit is wel ruim 2,5 maal zo veel dan in de vorige update, toen er nog maar 34 MWp stond voor deze provincie). Limburg volgt op de voet (93 MWp).

De drie provincies met de meeste nominale capaciteit in zonneparken hebben zelfs een aandeel van bijna 46% op het totaal aan reeds gevonden zonneparken in Nederland, een stuk hoger dan bij de aantallen projecten. Het is wel afgenomen sedert de vorige update, toen er nog sprake was van een aandeel van zelfs 49% op het totaal bij de eerste drie provincies.

Zeer opvallend is het verschil bij de slechtste "performers". Met 5 opgeleverde zonneparken minder, heeft Flevoland een veel groter volume gerealiseerd dan Utrecht, 153 om 89 MWp. Dat komt omdat het bij de projecten in Flevoland om gemiddeld veel grotere installaties is gegaan. Dat vinden we terug in het systeemgemiddelde weergegeven door de groene stippellijn (referentie linker Y-as): gemiddeld 8,5 MWp per project in Flevoland, en slechts 3,9 MWp gemiddeld in Utrecht. Het verschil is wel minder extreem geworden dan in de voorgaande update.

De provincies met de gemiddeld hoogste project omvang bij de grondgebonden installaties zijn Groningen, met 11,2 MWp gemiddeld (wel een stuk lager dan de 12,8 MWp in de update van aug. 2021), de nieuwe nummer 2 Zeeland (10,5 MWp), en naar de derde plaats verwezen Drenthe (10,3 MWp). De meeste provincies zitten op een globaal gemiddelde tussen de 3 en 4,5 MWp per grondgebonden veld-systeem. Het gemiddelde exclusief het ene nog niet in een specifieke provincie gelokaliseerde project, is 5,90 MWp per grondgebonden project (vorige update nog 4,97 MWp). Hierbij doet de invloed van de drie provincies met de hoogste gemiddelde project omvang zich dus duidelijk gelden. En de voortgaande schaalvergroting van de opgeleverde projecten is hiermee wederom aangetoond.


Kaartje verdeling capaciteit en zonneparken over de provincies aan het eind van 2020 & voorlopige status EOY 2021

In onderstaand kaartje heb ik weer drie data voor alle provincies ingevoerd, om de verhoudingen te laten zien van verschillende parameters op regionaal niveau, zoals is vastgesteld met de meest actuele data voor eind 2020 (meest recente cijfers van zowel CBS als van Polder PV). De wijzigingen ten opzichte van de versie van augustus vorig jaar zijn niet zeer groot voor dat jaar, maar toch belangrijk genoeg om hier te tonen. Voor 2021 was dit bij de regionale verdeling helaas nog niet mogelijk, het CBS heeft tot nog toe alleen nog zeer voorlopige data voor medio dat jaar gepubliceerd. Wel heb ik voor de totale capaciteit voor eind 2021 (CBS status "voorlopig", en nog e.e.a. aan modificaties voor de volumes aan zonneparken te verwachten bij Polder PV) alvast een extra kolommenpaar toegevoegd, links bovenaan in het diagram.

Getoond worden - voor 2020 - achtereenvolgens de capaciteiten van uitsluitend de grondgebonden zonneparken per provincie, bij uitsluiting van alle andere vrijveld projecten zoals drijvende zonneparken op water, vrijstaande carport en derivaten, PV projecten op geluidsschermen en/of op andere infra (zie paragraaf 8). Deze kolommen zijn in groen weergegeven. Vervolgens is in blauwe kolommen het volume weergegeven van "niet-woning" projecten, ook wel "bedrijfsmatige installaties sensu lato" (inclusief niet commerciële, niet woning projecten, zoals gemeentelijk vastgoed e.d.), zoals CBS die heeft gepubliceerd, in hun update van 10 december 2021. Tot slot de totale PV volumes die het CBS in dezelfde update heeft vastgesteld voor alle projecten (derhalve, alle residentiële capaciteit, én alle "niet-woningen" volume inclusief de diverse soorten veldopstellingen sensu lato), in gele kolommen. Alle capaciteiten zijn in MWp weergegeven. Onder de groene kolom is het percentage aandeel van de door Polder PV gevonden volumes aan veldopstellingen ten opzichte van de totale CBS volumes (geel) weergegeven in rood.


^^^
NB: In dit diagram wordt onder veldopstellingen strict grondgebonden zonneparken bedoeld groter dan 15 kWp aan opgestelde capaciteit. Alle andere installaties "niet zijnde rooftop projecten in het vrije veld" waaronder op water drijvende PV projecten, vrijstaande grotere carports en derivaten (zoals grotere fietsenstallingen met PV overkappingen, netgekoppelde agri-PV pilots), projecten langs en op infrastructuur (geluidsschermen etc.) zitten hier dus niet bij. Wel zijn alle grondgebonden projecten op afvalbergen, slibdepots, RWZI's etc. opgenomen onder de categorie veldopstellingen.

Links bovenaan zijn rechts de drie volumes voor kalenderjaar 2020 weergegeven. Daar links van de nu beschikbare - nog voorlopige - data voor de veldopstellingen (Polder PV) resp. het totale marktvolume (CBS) voor 2021. Zeker deze data zullen nog flink kunnen wijzigen. De provinciale segmentatie van het CBS was voor 2021 ten tijde van deze publicatie nog niet beschikbaar.

Ondergrond kaartje: Wikipedia, auteur Lencer, onder de Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported.

Voor een ouder kaartje met de toen bekende situatie tot en met eind 2018, zie de uitgebreide analyse van het projecten bestand van Polder PV op peildatum 9 augustus 2019.

De absolute volumes aan veldopstellingen verschillen sterk tussen de provincies, van slechts 34 MWp in Utrecht, tot al een zeer hoog volume van 585 MWp in Groningen, in 2020. In het totale plaatje voor heel Nederland, linksboven weergegeven, staat het complete volume zoals door Polder PV vastgesteld, 2.120 MWp, eind 2020. Dat is inclusief een zeer klein deel wat nog niet aan een provincie kon worden toegewezen, maar wat toen wel al lang was opgeleverd (apart rechts van het midden vermeld, 0,02 MWp).

Kijken we naar de relatieve aandelen van de capaciteiten ten opzichte van de totale, door het CBS in hun update van 10 december 2021 gerapporteerde volumes voor eind 2020, krijgen we nog veel sterker uiteenlopende verschillen. In Utrecht en Limburg is het aandeel maar 6%. In kampioen bij de meeste volumes (zie o.a. de blauwe en gele kolommen, en detail analyse data tm. 2020), Noord-Brabant, is het ook zeer bescheiden, 7%. Tot en met 2020 is het vooral de combinatie van grote volumes op rooftops in de agrarische sector, vele grote distributiecentra, én een hoog residentieel volume, wat de totale capaciteiten en aantallen in Noord-Brabant zo'n vlucht heeft doen nemen. In 2021 kwam daar beslist al verandering in, er werd toen al zeker 119 MWp aan zonneparken toegevoegd, en er staat veel in de pijplijn voor die provincie.

Ook in de belangrijke totaal volumes "leverende" provincies Gelderland en Noord- en Zuid-Holland zijn de aandelen van de zonneparken nog relatief gering (10 resp. 2x 11%). Overijssel zit al een stuk hoger in de boom met 16%, maar moet het afleggen tegen vier provincies die al een flink hoger relatief aandeel hebben, Friesland (31%), Flevoland (33%), Zeeland (38%), en Drenthe (42%). Geen enkele provincie is echter in staat om het exceptioneel hoge aandeel van veld-installaties op het totale gerealiseerde volume (incl. alle rooftops) van provincie Groningen zelfs te benaderen. Dat aandeel was eind 2020 namelijk al 62%, wat wordt veroorzaakt door een flinke verzameling (zeer) grote zonneparken op het grondgebied daar. Hiermee is de kampioens-status van Zeeland ontnomen, die eind 2018 nog een relatief aandeel had van 43% van zonneparken t.o.v. de totaal geplaatste capaciteit. Dat werd destijds met name veroorzaakt door het hoge impact makende, toen grootste zonnepark van Nederland, Scaldia op de grens van Borsele en Vlissingen.

Impact zonneparken op totale volumes

In de twee kolommen "sets" linksbovenaan in het diagram is de vergroting van het aandeel van zonneparken op de totaal volumes goed te zien. Was het aandeel in 2020 nog 19,4%, is dat, met nog zeer voorlopige cijfers, voor 2021 alweer verder gegroeid naar 20,9%, ruim een vijfde van de totale PV capaciteit in Nederland.

Niet residentiële volumes per provincie

Ook de aandelen van de "niet-woning" installaties (incl. zonneparken), in de blauwe kolommen, zijn fors verschillend. In absolute zin varieert dit tussen de 267 MWp (wederom Utrecht) en, eind 2020 als enige boven de 1 GWp uitkomend, Noord-Brabant (1.121 MWp, flink opwaarts bijgesteld door het CBS). In relatieve zin is het wederom Utrecht, met 47% van het totale volume "niet op woningen", die het minst presteert bij dat aandeel. In Provincie Groningen wordt het hoogste aandeel - vooral gedreven door de grote zonneparken - wederom gehaald, met 79% van het totale volume "niet op woning daken" liggend.

Kijken we naar het aandeel van de door Polder PV gevonden veld-opstellingen t.o.v. het door CBS vastgestelde volume aan "niet-woning" installaties, variëren de aandelen zelfs tussen de ruim 11% bij Limburg, en, wederom 79% bij Groningen. In laatstgenoemde provincie hebben de zonneparken dus al een enorme footprint bij zowel het totaal gerealiseerde volume, als bij de projecten die niet op woningen liggen.


(5) Zonneparken op RWZI's blijvend succesverhaal

Ik heb meerdere malen al eens aandacht besteed aan het fenomeen zonneparken op rioolwaterzuiverings-installaties (RWZI's), en op de terreinen van drinkwater productie bedrijven. Dat heeft een aardige vlucht genomen in Nederland, en mag zelfs inmiddels als "common practice" worden gekarakteriseerd, na enkele jaren van flinke groei in dit specifieke segment. Momenteel zijn van de 604 gevonden grondgebonden zonneparken er door Polder PV alweer 112 exemplaren bij RWZI's aangetroffen (18,5% van het totale aantal gerealiseerde projecten), en 14 op productie cq. opslag lokaties van drinkwater bedrijven (ruim 2% van totaal). Een foto van 1 ervan vindt u in onderstaande afbeelding. Bij de geaccumuleerde capaciteiten is die verhouding beduidend anders: ruim 116 MWp bij RWZI's, resp. bijna 17 MWp bij water productie bedrijven, waarbij de aandelen t.o.v. de totale volumes (3.250 MWp, status 26 april 2022) heel wat bescheidener zijn, nl. 3,6% (RZWI's), resp. 0,5% (waterproductie bedrijven). Dit komt, omdat zonneparkjes bij dergelijke "voor het algemene nut" werkende instanties een nevenfunctie hebben, waarbij de verduurzaming van de productie processen een nieuwe beleidslijn vertegenwoordigt. Bovendien is de ruimte op dergelijke lokaties meestal beperkt, en dit zien we terug bij de gemiddelde systeemcapaciteit bij deze instanties. In de huidige projecten sheet van Polder PV komt dat neer op 1,04 MWp gemiddeld bij de RWZI's, en 1,18 MWp bij de drinkwater productie bedrijven. Dit, terwijl het systeemgemiddelde van alle 604 zonneparken bij elkaar neerkomt op 5,4 MWp per stuk. Dat is een ruime factor vijf maal zo hoog.

Bij de subsidie beschikkingen voor SDE 2019 ronde I was het aandeel van RWZI's nog 23% bij de aantallen projecten, bij de capaciteit was het destijds 3,8%. De totalen bij alle beschikkingen kwamen toen nog neer op 24% bij de aantallen toegekende projecten, en 3,4% bij de toegekende capaciteiten (artikel 21 november 2019). De relatieve verhoudingen lijken dus te zijn bestendigd in de realisaties voor alle projecten. In genoemde status update was van de toen reeds opgeleverde 34 zonneparkjes op RWZI's het systeemgemiddelde vermogen ook gemiddeld iets meer dan 1 MWp per stuk. Dat lijkt dus een goed uitgangspunt te zijn voor eventuele afschattingen van het potentieel bij andere kandidaten van de ruim 350 RWZI's in Nederland. Tenzij fysieke onmogelijkheden zoals te weinig ruimte on-site realisatie van een dergelijk project in de weg staan. In ieder geval was dus al bij een derde van alle RWZI's in het voorjaar van 2022 een zonnepark(je) aanwezig.


Enkele van de vijftien tafels met moderne monokristallijne half-cels zonnepanelen, 3 stuks portrait hoog per tafel, op het terrein van de kleine rioolwaterzuivering van waterschap Vechtstromen, te Vriezenveen (Twenterand, Ov.). Dergelijke installaties kunnen een substantieel deel van de vrij homogeen over de dag verdeelde hoge stroom consumptie van RWZI's afdekken, vandaar ook dat ze ook zo populair geworden zijn bij de beheerders van dergelijke installaties. Dit zonnestroom project heeft een omvang van bijna 1.200 zonnepanelen. Voor lieden, die al te makkelijk suggeren, dat zonneparken de dood in de pot voor natuur resp. ecologie zijn geen fijne foto. De kamille en de grassen tierden welig tussen, langs en onder de module opstellingen. Ook wat het dierenleven betreft, worden regelmatig verrassende (?) observaties gerapporteerd (bijvoorbeeld door Statkraft, ZP Budel, NB). Gefotografeerd tijdens tweeweekse fietsvakantie tussen Maastricht en Arnhem, kronkelend door oost Nederland (juni 2021).

Wat de installaties op de terreinen van drinkwaterbedrijven betreft, dient er scherp onderscheid gemaakt te worden tussen klassieke veldopstellingen (vergelijkbaar met die op RWZI's), en projecten die op de betonnen daken van de vaak grote reinwaterkelders zijn aangebracht. Deze laatste categorie heb ik bij nadere beschouwing tegenwoordig geklassificeerd als byzonder type "rooftop", omdat het "gebouwen" betreft, die echter als byzonderheid hebben dat ze meestal "in de grond" zijn gebouwd, en vaak ook nog eens boven op het betonnen dak een graslaag hebben. In diverse gevallen is daarop een "veldje" zonnepanelen aangebracht, wat bij Polder PV dus onder de categorie zon op daken is komen te vallen. En wat niet (meer) als "grondgebonden veld-installatie" wordt beschouwd.

In de Lokale Participatie Monitor over het jaar 2020 werd melding gemaakt van slechts 50 zonneparken op terreinen van waterschappen en drinkwater bedrijven. Polder PV had voor dat jaar al bijna het dubbele volume staan (90 stuks). Deze monitor claimt "lokaal eigenaarschap" van deze projecten, omdat die feitelijk "aan de lokale gemeenschap" zouden zijn toe te schrijven via de regionaal actieve eigenaar-beheerders (de rode draad door het hele rapport). Dat rapport onderschat dus chronisch het potentieel wat daartoe werkelijk gerekend dient te worden, als je van die veronderstelling zou uitgaan. Polder PV is benieuwd waar een nieuwe "Monitor" op uit zal gaan komen voor het jaar 2021, op het vlak van deze belangrijke sub-categorie.


(6) Zonneparken per netbeheerder

Omdat van bijna alle 604 door Polder PV gevonden en gedocumenteerde zonneparken ook de betreffende netbeheerder bekend is, heb ik wederom een overzicht gemaakt op wiens grondgebied de meeste projecten cq. het hoogste vermogen aan grondgebonden projecten is te vinden. Zonneparken worden meestal in de wat afgelegener gebieden aangelegd (als je daar in goed befietsbaar postzegel landje Nederland wel van mag spreken), en de netten zijn daar meestal niet erg "dik" uitgevoerd. Wat in de nodige gevallen al tot een sterke toename van - forse - netcapaciteit problemen heeft geleid, met uitstraling in de wijde omgeving. We krijgen vanuit de zorgvuldig opgebouwde database van Polder PV de volgende resultaten.

In de linker "set" kolommen de aantallen gevonden zonneparken per netgebied, de verzameling kolommen rechts geeft de cumulatieve capaciteit van die zonneparken per netbeheerder aan. Bij de aantallen gaat het om "overzichtelijke" hoeveelheden, van 1-2 exemplaren in het verzorgingsgebied van Westland Netbeheer, TennetTSO en Rendo Netbeheer, via 3 bij CoteQ, 25 bij het onder de Stedin Groep vallende (Zeeuwse) Enduris, en 57 bij Stedin zelf (Randstad), tot beduidend veel meer exemplaren bij de 2 met stip grootste netbeheerders, Liander (240 zonneparken), resp. Enexis (270 exemplaren). Er is 1 project waarvoor nog geen provincie noch netbeheerder bekend is bij Polder PV ("Onbekend"). 1 project is niet op het net van de netbeheerder, maar op een zogenaamd "GDS-net" gekoppeld ("gesloten distributie systeem", Vloeivelden Hollandia / Avebe, helemaal rechts).

Er zijn enkele regio uitgewisseld tussen de netbeheerders de laatste jaren. Enexis en Liander hebben in Friesland en Flevopolder gebieden geruild, de hele Noordoostpolder is bijvoorbeeld overgeheveld naar Liander netgebied, met nogal wat gevolgen voor de statistieken bij beide netbeheerders vanwege het daar destijds al aardig geaccumuleerde volume aan PV. Weert (L.) is van Stedin naar Enexis overgegaan. En voormalig netbeheerder Endinet is in zijn geheel overgeheveld van Liander naar Enexis en is de facto opgehouden te bestaan. Dat betreft het netgebied van Eindhoven en Oost-Brabant. Een van de nog overgebleven curiosa is Heemstede in Noord-Holland, wat nog steeds onderdeel is van het netgebied van Stedin (wat haar kernactiviteiten in de zuidelijke Randstad heeft), maar wat midden in het verzorgingsgebied van Liander ligt.

Als je alleen naar de aantallen projecten zou kijken, zou je kunnen concluderen dat de 2 grootste netbeheerders, Liander en Enexis, elkaar aardig in evenwicht houden op dit vlak. Dat is echter beslist niet zo, als je naar het opgestelde vermogen kijkt van de verzamelde projecten. Iets waar ik al vaker aandacht aan heb besteed, bij een vergelijking van de totale opgestelde volumes inclusief alle andere PV projecten (incl. residentieel), in een separaat intermezzo op de eind 2021 gepubliceerde uitgebreide CBS zonnestroom statistiek pagina. Op dit vlak is Enexis absolute "alleenheerser", met een verzamelde capaciteit van 1.564 MWp (vorige update 1.323 MWp) aan - uitsluitend ! - zonneparken, terwijl bij de "grootste netbeheerder", Liander slechts 895 MWp (vorige update 697 MWp) is geaccumuleerd, 43% minder ! Dat komt, omdat juist in de Enexis provincies de meeste en, vooral, de grootste projecten zijn gerealiseerd, in Groningen, Drenthe, Noord-Brabant en Overijssel. Het is een belangrijke (niet de enige) reden, waarom de beschikbare capaciteit voor invoeding op het net vanuit grootverbruik aansluitingen juist in de Enexis regio al langere tijd grootschalig op rood is komen te staan, of dat, in hoog tempo (Noord-Brabant), zal gaan worden (zie capaciteitskaartjes bij Enexis zelf, of bij de overkoepelende kaart van Netbeheer Nederland).

Enexis (48%) en Liander (28%) hebben gezamenlijk, afgerond, 76% van de totale door Polder PV vastgestelde capaciteit in Nederlandse zonneparken (3.250 MWp) staan.

Daarbij vergeleken is het bij de kleinere netbeheerders categorie "klein bier", met 262 MWp bij Enduris, en een iets minder hoog volume bij de andere dochter uit de Stedin Groep, het in de Randstad dominant actieve Stedin Netbeheer (254 MWp). Hoogspannings-netbeheerder TenneT komt daar aardig bij mee, met ruim 118 MWp, maar dat komt vooral door de directe aansluiting van het 103 MWp grote zonnepark Midden-Groningen op hun hoogspannings-station Kropswolde, wat nogal wat voeten in de aarde had als "pilot" voor Nederland. De kleine netbeheerder Rendo NB heeft ook een respectabel volume van bijna 42 MWp staan, het resultaat van 2 zonneparken nabij Hoogeveen (Dr.). CoteQ heeft slecht 1,0 MWp, en Westland Netbeheer, actief in het gelijknamige kassengebied in Zuid-Holland, draagt de rode lantaarn met maar 102 kWp verdeeld over 2 kleinere zonneparkjes.

Byzondere projecten

Er komen ook anderszins byzondere projecten voor wat de netaansluiting betreft. Beroemd is het grootste particuliere zonnepark van Nederland, Zonneakker Voorst op het erf van Maatschap Gooiker te Wilp. Dat ruim 45 MWp grote project ligt volledig in het netgebied van Liander, in oost Gelderland. Maar, de netaansluiting is gerealiseerd middels een kilometers lange kabel die onder de IJssel door is geboord, en aangesloten op een trafostation van Enexis in Deventer in provincie Overijssel (!). Dat project staat in mijn overzicht dus onder Enexis, niet bij Liander ! Een ander byzonder project betreft het zonnepark te Buinerveen (Borger-Odoorn, Dr.), wat samen met het grote Stadskanaal project van Powerfield / Chint Solar gezamenlijk is aangesloten in de provincie Groningen via een 8 kilometer lang privaat kabeltracé. Dat was een extra uitdagend project, omdat er ook voldaan moest worden aan zeer strenge eisen vanwege de naburige, zeer gevoelige Lofar radiotelescoop.

Ook wordt er al druk ge-experimenteerd met combinatie aansluitingen met windparken middels cable-pooling (voorbeelden coöperatief wind/zonnepark de Grift in Lent / Nijmegen, en het al eerder gememoreerde Groetpolder project in Hollands Kroon, NH), zijn er al diverse opslag projecten om pieken te scheren en/of met een kleinere aansluiting te werken dan normaliter gevraagd (Altweerterheide, L.), om nog wat van de middag overschotten in de avonduren te kunnen gebruiken, en/of om de lokale netbalans op orde te houden (Middelharnis, ZH). In Den Haag voedt een van de zonneparkjes in 't Oor in op het gelijkstroom circuit van de HTM (EVHB bericht 14 april 2021). Combinaties met laad infra beginnen van de grond te komen, en er is al een flinke pilot opgetuigd om zonnestroom overschotten op te slaan in mobiele batterij stations in een aanpalend "trading hub" (De Dijken, gemeente Schagen, NH). Het Groningse zonnepark Woldjerspoor gebruikt een deel van de (over)productie om on-site waterstof voor regionaal vervoer te maken. In Zeewolde, wordt het zonnepark Bloesemlaan van TP Solar door Liander aangesloten op de "reservestrook" van de net infra, wat mogelijk is geworden door een door de netbeheerders gevraagde - en gehonoreerde - aanpassing in de wetgeving. In het door historische omstandigheden ingeperkte infra landschap van dit moment is geen experiment te gek, of het wordt wel uitgeprobeerd.

De netbeheerders verwachten nog zéér grote volumes aan zonneparken, die zijn gedocumenteerd in hun toekomst-scenario's. Die volumes zijn vrijwel exclusief gebaseerd op verwachtingen van invulling van de opgebouwde SDE subsidie portfolio's. Voor het laatste overzicht van resterend gealloceerd, en al gerealiseerd volume, zie de update van 1 april 2022.



Late bouw fase van een van de oudere "grote" zonneparken waarmee de zonnesector in de versnelling is gegaan en "meters" is gaan maken in de energietransitie. Het in 2018 opgeleverde "Zonnepark Friesland" (Hildenberg) van GroenLeven te Appelscha (Ooststellingwerf, Fr.), wat niet zonder slag of stoot is gegaan. Er waren wat protesten vanuit de aanpalende golfclub, maar die zijn in den minne geschikt. Het in bezit van een Nederlandse dochter van het Duitse BayWa r.e. gekomen park heeft een omvang van 12 en een halve MWp, met dik 36 duizend zonnepanelen, en heeft een viertal SDE (2014) beschikkingen. Het zonneparken ecologie onderzoek van de WUR (pdf) rept van een bovengemiddeld aantal plantensoorten op de aarden wal rond het project, en een "vrij hoog" biodiversiteit potentieel. Maar daartoe dient wel het beheer aangepast te worden. Foto genomen tijdens lang kampeerweekend met als basis Zorgvlied (Dr.), waarvandaan enkele fiets- en wandeltochten werden ondernomen, eind maart / begin april 2018.


(7) a. Evolutie van gemiddelde oppervlakte claim zonneparken en relatieve vermogens MWp/ha

In een dichtbevolkt land waar gebruik van "de ruimte" altijd een gevecht is tussen diverse belanghebbende partijen, rijst regelmatig de vraag op naar het ruimtebeslag van decentrale stroomopwek opties als zonneparken. Uiteraard is Polder PV daar met zijn eigen, in jaren opgebouwde harde project data mee aan de slag gegaan. Om de feiten daarover onafhankelijk vast te stellen. Van alle zonneparken heb ik, zodra daar duidelijk foto materiaal van beschikbaar was, met name satellietfoto's, de oppervlakte bepaald. Niet, zoals Univ. Wageningen in hun zonneparken rapport doet, met automatische algorithmes waarbij een "vaste" pixel afstand tot de randen van de gedetecteerde generator wordt genomen, en waarbij ook - soms zeer forse - tussenruimtes "binnen" het zonnepark van de grondclaim worden uitgesloten. Ik benader de materie ten eerste pragmatischer, omdat die binnenruimte bijna nooit voor iets anders dan de facto "braak" legging wordt gebruikt, en dus bijvoorbeeld ook niet aan "landbouw" toegewezen kan worden of iets anders. Vaak worden ze gelaten voor wat het is, en/of voor verhoging van de biodiversiteit binnen het geheel. Soms vindt er schapen beweiding plaats binnen de grenzen van het park, waardoor de grens tussen zonnepark (bestemming) en "agrarisch medegebruik" vervaagt. Die binnenpercelen neem ik mee in de totale oppervlakte berekening, tenzij een zonnepark uit duidelijk verschillende onderdelen bestaat, zoals het recent opgeleverde Beemte-Broekland project van Statkraft / Solarcentury in het noord-oosten van Apeldoorn Gld. (6 segmenten), of het Zonneweihoek project bij Roosendaal NB, wat uit 3 separate onderdelen bestaat. Mijn metingen volgen bijna altijd de met hekwerken afgezette buitenrand van de betreffende zonneparken, die immers ook de juridische basis van dergelijke entiteiten vormen (erfafscheiding). Of er wordt een logischer periferie genomen als het om kleinere deel percelen op een groter erf gaat, zoals heel vaak bij rioolwaterzuiverings-installaties gebeurt. Google Maps heeft hiervoor een zeer handige tool waarmee goed, en nauwkeurig, de oppervlaktes van zonneparken en -segmenten zijn te bepalen.


In de hierboven afgebeelde grafiek worden twee belangrijke parameters weergegeven voor klassieke grondgebonden zonneparken. Ten eerste, in blauwe kolommen (referentie: rechter Y-as), de gemiddelde oppervlakte van de zonneparken per jaar van netkoppeling, in hectare per project. In de begin jaren, toen er nog maar een handvol projecten per jaar werden opgeleverd, ging het nog maar om kleine projecten tussen de 0,1 en 0,5 hectare gemiddeld per stuk. Vanaf 2015 zien we een duidelijke stijging, startend met ruim 0,8 ha, via 2,6 ha in 2016 en 3,3 ha in 2017, en vervolgens tijdelijk "piekend" in 2018, met gemiddeld 5,7 ha per project. In 2019 zakte de ruimte claim van de nieuwe projecten iets in, met gemiddeld 5,2 ha per project, maar dat is in 2020 weer toegenomen naar de hoogste claim tot nog toe voor een volledig kalenderjaar: gemiddeld, per project, ruim 6,0 ha. Daarbij zaten uiteraard uitschieters naar boven en naar onder, tussen 84 ha voor het toen even grootste zonnepark Vlagtwedde (Groningen), en 0,01 ha voor een kleine veldopstelling in Dinkelland (Ov.).

De huidige, nog incomplete data voor 2021, laten weer een lichte terugval zien, naar gemiddeld 5,6 ha voor de tot nog toe bekende 130 nieuwe zonneparken dat jaar. Die trend is direct weer ongedaan gemaakt met de eerste, tm. 26 april al bekend geworden, 25 geregistreerde netgekoppelde projecten in 2022. Waarbij het niveau extreem veel hoger is komen te liggen, op gemiddeld maar liefst 9,1 ha per zonnepark. Dat zegt echter nog niet zoveel, want ten eerste zijn waarschijnlijk de nodige opgeleverde kleinere projecten nog niet bekend geworden. En, er zal nog heel veel aan zonneparken en zonneweitjes worden opgeleverd in de rest van het jaar. Dit zal het totale gemiddelde voor 2022 beslist meer in het "gareel" gaan brengen in vergelijking tot voorgaande jaren. Waar dat eindigt zullen we moeten afwachten. Vooral ook omdat er heel wat project volume gerealiseerd zal gaan worden, van kleine zonneveldjes, tot zeer grote projecten.

Er is ook nog een rest hoeveelheid waarvan het jaar van oplevering (nog) niet bepaald kon worden, maar het volume daarvan is zeer beperkt (18 projectjes), en de gemiddelde systeem omvang zeer klein (0,04 ha; laatste kolom).

Opgesteld vermogen terug gerekend naar oppervlakte eenheid

In de groene kolommen, met als referentie de linker Y-as, wordt een afgeleide parameter getoond, de "potentiële energie dichtheid" die is gerealiseerd. Dat is hier uitgedrukt in opgestelde nominale capaciteit van de PV generator (voor zonneparken meestal in MWp [grotere] of kWp opgesteld vermogen voor de kleinere projecten) gedeeld door het gemeten oppervlak van het project (methode Polder PV: buiten perimeter, meestal de hekwerken volgend). Dan krijgen we een interessante variabele, uitgedrukt in kWp/ha (kilowattpiek nominaal generator vermogen per hectare). Deze begint, met het pilot projectje in 2011 zeer laag, op 119 kWp/ha, maar neemt al rap toe. In de drie jaren erna waarden tussen de 679 en 726 kWp/ha bereikend, waarna het niveau duidelijk verder toeneemt. Tussen de 827 en 972 kWp/ha in de jaren 2015 tm. 2019, met een tussentijdse, lichte dip van 815 kWp/ha voor de inmiddels 20 gevonden zonneparken, netgekoppeld in 2016.

In 2020 is er een zeer duidelijk sprong voorwaarts gemaakt, wat veroorzaakt wordt door inzet van steeds krachtiger PV modules op dezelfde oppervlakte, én diverse "oost-west" georiënteerde zonneparken die het mogelijk maken een hoge capaciteit per oppervlakte eenheid te halen, al is het meestal minder geschikt voor bevordering van de biodiversiteit vanwege beperkte licht-toetreding tot de grond. In dat jaar werd in ieder geval een hoge gemiddelde factor van 1.137 kWp per hectare behaald door de toen 149 nieuwe zonneparken. Al heel wat meer dan een MWp per 10 duizend vierkante meter "footprint".

Maar daar bleef het niet bij. Met de tot nog toe gevonden 130 nieuwe exemplaren ging de schaalvergroting bij de zonneparken in 2021 verder, en bereikte deze nieuwe deelpopulatie alweer een footprint van 1.217 kWp/ha (gearceerde groene kolom). En, alsof dat nog niet genoeg was, deden de eerste vondsten voor 2022, 25 nieuwe projecten daar alweer een dikke schep bovenop. En werd het voorlopige record van 1.263 kWh/ha gehaald bij de nu bekende nieuwkomers (dubbel gearceerde groene kolom). Dat getal zal echter beslist nog substantieel kunnen gaan wijzigen, met alle nog te verwachten toevoegingen in de rest van het huidige jaar, plus de eventueel nog niet bekende exemplaren opgeleverd in de eerste vier maanden.

De 18 projecten waarvan het jaar van oplevering (nog) niet bekend waren (vermoedelijk allen vóór 2016 opgeleverd) hadden een gemiddelde claim van 701 kWp/ha, en zitten dus een beetje in de range die in de jaren 2012-2014 werd bereikt.

b. Jaarlijkse en totale oppervlakte claim Nederlandse zonneparken

Van de op peildatum 26 april 2022 604 reeds opgeleverde zonneparken kon de oppervlakte van 582 exemplaren reeds goed resp. redelijk betrouwbaar vastgesteld worden. Deze claimen, inclusief de niet bezette "binnen percelen" binnen eventuele hekwerken, een volume van 2.959 hectare (2.354 ha in update van augustus 2021). Hieruit volgt een gemiddelde van ongeveer 5,1 ha per gerealiseerd zonnepark, iets hoger dan de 4,9 ha in de voorgaande update. Van de 22 nog niet bekende projecten is het oppervlakte relatief bescheiden, het gaat meestal om kleinere projecten. Die data worden later bekend, als goede / betere / actuele satellietfoto's van die lokaties tot de beschikking komen van Polder PV.

Tot 2015 is er vrijwel "niets" gebeurd op het vlak van ruimte beslag door zonneparken. In 2016-2017 begon er een merkbare claim te komen (49 ha nieuw in 2016, 96 ha in 2017, blauwe kolommen, referentie linker Y-as). In 2018 en 2019 was er een progressieve ontwikkeling, met toevoegingen van 475 resp. 532 ha. 2020 is tot nog toe recordhouder, met 894 hectare grond claim toegevoegd (niet noodzakelijkerwijs alles op voorheen als zodanig "bestemde" cultuurgrond). Met de voorlopige cijfers voor 2021 was dat een stuk minder, een nieuwe claim van 687 hectare. Het handvol nieuw bekende zonneparken in 2022 voegde nog eens 209 hectare toe (gemiddeld redelijk grote projecten).

De categorie kleine projecten waarvoor nog geen inbedrijfname jaar bekend is, heeft een marginale grond claim van slechts 0,6 hectare, het betreft zeer kleine projectjes (wel binnen de RES norm, > 15 kWp per stuk). Deze zijn helemaal rechts in de grafiek te vinden, en worden in de cumulatie curve vanaf 2016 meegenomen in de totale oppervlakte.

De cumulatieve grond claim van de door Polder PV gescoorde zonneparken wordt in de oranje streepjes lijn getoond (referentie rechter Y-as), waarbij in 2019 de eerste duizend hectare werd overschreden, en eind 2020 net aan de 2e duizend. Afhankelijk van eventuele nieuwe vondsten voor 2021 en 2022, zou in het voorjaar van het huidige jaar de 3e duizend hectare "bezet" kunnen zijn door de klassieke grondgebonden veld projecten.

Nederland zou eind 2021 een totaal areaal van 1,812 miljoen hectare aan landbouwgrond ("cultuurgrond") hebben gehad volgens het Open Data portal van het CBS. Genoemd volume van, afgerond, momenteel drieduizend hectare gerealiseerde zonneparken, goed voor 3,25 GWp aan opgestelde PV capaciteit, is het equivalent van slechts 0,16% van dat areaal (vorige update: 0,14%). Waarbij uiteraard beseft moet worden dat reeds een behoorlijk volume niet op (voormalige) landbouwgrond (voorheen: "natuur") is aangebracht, maar op afvalbergen, industrieterreinen, niet ingevulde bestemmingen voor nieuwbouw wijken, op gronden van al vele tientallen rioolwater zuiverings-installaties, e.d. Ook de "binnenruimtes" binnen de door Polder PV gemeten zonneparken zijn hierbij als "zonnepark" geteld, terwijl er geen panelen op staan. Dit, uiteraard, allemaal nog exclusief de claims van de exotischer vormen van vrijeveld projecten, die behandeld worden in paragraaf 8.

c. Aandeel "oost-west" bij zonneparken

Gezien bovenstaande is het ook interessant om te kijken naar de "aard" van de zonneparken wat oriëntatie betreft. Die kan alle kanten op zijn, maar het aantal projecten met "oost-west" sensu lato opstellingen en projecten met deels zo'n opstelling is al zo'n 31% (zo'n 200) van het totaal aantal netgekoppelde zonneparken (vorige update nog 29%). Kijken we chronologisch, is het aandeel zonneparken met zo'n oost-west opstelling danwel component gestegen van 14% in 2017, tot zelfs al 44% in 2020. In 2021 is bij de nu bekende zonneparken het aandeel iets terug gezakt naar 40% van het totale aantal nieuwe projecten. Hierbij dient beseft te worden dat de uitvoering van dergelijke projecten zeer verschillend kan zijn, waarbij naast zeer compacte opstellingen er ook talloze zijn met een veel "lossere" structuur, bijvoorbeeld gesegmenteerd in deelvelden met de nodige tussenruimtes. Of er worden bewust brede spleten aangebracht in de nok van de tafels, zodat er toch nog licht en regenwater kan doordringen op de bodem onder de tafels. Er zijn ook heel veel opstellingen met ZW/NO resp. ZO/NW oriëntaties, of combinaties daarvan, zodat er onder flinke delen van de tafels voor een groot deel van de dag behoorlijke licht intreding mogelijk is, vooral in de randzones. Veel van de kleinere "O/W" opstellingen, met maar een paar tafels, zoals op veel RWZI's, ontvangen een redelijke hoeveelheid licht vanaf de zijkanten, vanwege de relatief beperkte omvang van dergelijke projecten.

d. Relatie tussen opgestelde capaciteit en oppervlakte claim zonneparken per grootte categorie

In deze grafiek geef ik de relatie weer tussen de opgestelde capaciteit van zonneparken (X-as) en de oppervlakte claim van de projecten (Y-as; 582 projecten waarvan oppervlakte bekend is). Daarbij heb ik onderscheid gemaakt tussen de 7 project categorieën, variërend van "kleine" projecten van > 15 tot 50 kWp en 50 tot 500 kWp (nog net zichtbaar, helemaal links, lichtblauwe resp. oranje punten), tot de grootste, elk 30 MWp of meer qua omvang (bruine punten rechts). Door de puntenwolken heb ik middels Excel rechtlijnige trendlijnen laten berekenen voor alle 7 categorieën. Die geven wat variatie in de spreiding te zien, met de hoogste hellingshoeken bij de kleinere project categorieën ("relatief veel oppervlakte per opgesteld vermogen"), bovengemiddelde hellingshoeken voor de drie opvolgende grootte categorieën (tussen 500 kWp en 15 MWp), en relatief lage hellingshoeken bij de twee grootste categorieën (tussen 15 en 30 MWp en groter dan 30 MWp, "relatief weinig oppervlakte per opgesteld vermogen"). De grootste categorieën gaan dus het meest efficiënt met de beschikbare ruimte om, ze worden dan ook meestal optimaal ge-engineered, en zijn hoog efficiënt, ook omdat het om zeer omvangrijke investeringen gaat, die natuurlijk met een voor de investeerders interessant rendement terug verdiend moeten worden, met het liefst een prettige financiële marge op het eindresultaat.

Uiteraard zal elk project individueel bekeken moeten worden, omdat altijd de lokale omstandigheden anders zullen zijn, en de voorwaarden voor dergelijke projecten dan ook flink uiteen kunnen lopen. We zien dat ook in de spreiding van de puntenwolken terug. Er zijn relatief kleine projecten die een flink eind onder de trendlijn zitten, en dus ook een relatief hoog vermogen per oppervlakte eenheid hebben kunnen realiseren. Maar ook vinden we bij grotere projecten punten terug die hoog op de Y-as scoren. Zo zit het 103 MWp grote Midden-Groningen project, aanvankelijk ontwikkeld door Powerfield, en uitgevoerd door Chint / Greencells, relatief "hoog in de boom" omdat er nogal wat brede open stroken door het project lopen waar geen zonnepanelen zijn geplaatst. Die stroken worden echter wel meegenomen in de oppervlakte claim berekening, waardoor het resultaat dus lager is dan bij andere grote projecten.

e. Relatieve verhouding capaciteit en grond-claim zonneparken in Nederland

In de vierde grafiek van deze paragraaf geef ik de relatieve oppervlakte-claim van de zonneparken met volledige data, berekend als kWp opgestelde nominale generator capaciteit per hectare (Y-as), als functie van het opgestelde vermogen (X-as) weer. Het gemiddelde voor alle zonneparken blijkt inmiddels, met de 582 exemplaren waarvan de oppervlakte bekend is, iets boven de 1 MWp per hectare te liggen, 1.031 kWp/ha (horizontale stippellijn, in de vorige update was dit nog 986 kWp/ha). Wederom zijn de zonneparken in de 7 grootte categorieën onderverdeeld en van een eigen kleur voorzien. De spreiding tussen de datapunten is groot, wat wederom een aanwijzing is voor nogal verschillende rand-condities voor elk individueel zonnepark, en/of sterk uiteenlopende wijzen van uitvoering van de projecten. Die ook door geografische beperkingen en eventuele aanvullende eisen van de lokale overheden beïnvloed kunnen worden.

Kijken we naar de gemiddeldes per project categorie, komen we tot de volgende getallen:

  • 15 - < 50 kWp: 804 kWp/ha
  • 50 - < 500 kWp: 922 kWp/ha
  • 500 - < 1.000 kWp: 986 kWp/ha
  • 1 - < 5 MWp: 966 kWp/ha
  • 5 - < 15 MWp: 1.049 kWp/ha
  • 15 - < 30 MWp: 1.119 kWp/ha
  • >= 30 MWp: 1.191 kWp/ha

Ook hieruit blijkt weer kristalhelder, dat de kleinste project categorieën het hoogste "ruimtebeslag" per opgesteld vermogen hebben (804-922 kWp/ha), dat de drie opvolgende categorieën rond de 1 MWp/ha scoren, en dat de twee grootste project categorieën hoog in de boom zitten, met 1.119 tot zelfs 1.191 kWp/ha. Deze ontwikkeling zal vermoedelijk nog doorgaan, ook omdat er steeds efficiëntere panelen worden ingezet, met hoge vermogens. Zelfs in (grote) zonneparken.

f. Evolutie van relatieve grondclaim zonneparken per jaargang (nieuw)

In deze laatste grafiek van de paragraaf "oppervlakte en zonneparken" een nieuw diagram, waarbij de schaalvergroting bij de zonneparken per jaar van ingebruikstelling goed zichtbaar wordt. Op de horizontale as wordt het nominale vermogen van alle zonneparken waarvan de oppervlakte gemeten is, en/of via andere info al bekend was gemaakt (582 stuks) getoond op een enkel logarithmische schaal (MWp). De vertikale as geeft de berekende relatieve capaciteit van deze zonneparken, opgegeven in kWp opgesteld vermogen per hectare (kWp/ha). De zonneparken zijn voorts ingedeeld naar jaar van inbedrijfstelling, waarbij ieder jaar een aparte kleur heeft gekregen (kleine punten). Per jaargang is de gemiddelde relatieve capaciteits-"dichtheid" vervolgens berekend, en in de bijbehorende kleur, in hetzelfde diagram geplot als grote diamantjes.

We zien een grote spreiding van de individuele zonneparken bij deze verbeelding, wat wederom heeft te maken met de zeer verschillende fysieke, historische, en economische condities waar onder die projecten zijn gebouwd, en de grote verscheidenheid aan uitvoering en layout. De variatie is enorm. Gaan we echter naar de gemiddeldes per jaar kijken (grote diamantjes met de waarde erbij weergegeven), zien we beslist 2 duidelijke trends.

Ten eerste is er een algehele progressie van steeds groter wordende zonneparken per jaargang, de diamantjes bevinden zich gemiddeld genomen steeds meer naar rechts op de schaal van de X-as, naarmate de jaren vorderen. Wel zijn er even "pauze momenten", zoals bij de jaar koppels 2018/2019 en 2020/2021, waarbij de gemiddelde omvang ongeveer vergelijkbaar is, of tijdelijk iets afneemt in het laatst genoemde jaar. Maar de trend is onontkoombaar, de gemiddelde - absolute - capaciteit van de zonneparken wordt steeds groter.

Ten tweede, is er een toename te zien van de relatieve dichtheden van nieuw gebouwde capaciteit per oppervlakte eenheid. In de beginjaren zijn deze nog relatief bescheiden, variërend van een zeer lage dichtheid van het ene, byzondere project uit 2011, 119 kWh/ha, tot een range van 679 kWp/ha (2014) tm. 827 kWp/ha (2015), met 2016 op een iets lager niveau (815 kWp/ha). De cluster 2017-2019 bevindt zich alweer in een hoger segment tussen de 839 kWp/ha (2017) en 972 kWp/ha (2019).

De laatste drie jaar heeft een duidelijk verdere schaalvergroting plaatsgevonden, waarbij de gemiddelde capaciteits-claim per hectare verder is opgelopen van 1.137 kWp/ha in 2020, naar 1.217 kWp/ha in 2021. Waarbij de eerste 25 gevonden projecten in 2022 de lat gemiddeld genomen zelfs nóg hoger hebben gelegd, op 1.263 kWp/ha.

Deze laatste drie jaargangen hebben relatief hoge opgestelde vermogens per oppervlakte eenheid, die duidelijk uitkomen boven het gemiddelde over alle 582 projecten, weergegeven door de horizontale streepjeslijn, 1.031 kWp/ha.

Een van de belangrijkste oorzaken van deze opvallende relatieve schaalvergroting (bij kWp/ha) is dat, naast steeds slimmere opstellings-vormen in moderne zonneparken (lage hellingshoeken, meer modules per tafel, O/W oriëntaties), met name de inzet van zeer hoge vermogens hebbende nieuwe zonnepanelen (tot zo'n 540 Wp per stuk), de capaciteit op dezelfde oppervlakte flink omhoog hebben gejaagd in de laatste jaren. Het zal sterk afhangen van verdere rendements-verbeteringen van de zonnecellen zelf, of deze al hoge behaalde vermogens-"dichtheden" nog verder omhoog geschroefd zullen kunnen worden in nieuw op te leveren grondgebonden installaties.


(8) "Klassieke" grondgebonden zonneparken nog lang niet alles

In de chaotische cijferbrei die af en toe op het wereldwijde web wordt gegooid met betrekking tot (o.a.) zonneparken, wordt zelden nauwkeurig gedefinieerd wat er nu precies "bedoeld" wordt met de afperking van die categorie. Vaak lijkt het alsof "alle" volume wat ergens op de grond (niet zijnde een dak of complex aan daken) staat, in die verzamelcategorie wordt ondergebracht, maar zelden worden daar expliciet uitspraken over gedaan. Polder PV, die al jaren exact segmenteert, doet dat uiteraard wel.

In de hierboven weergegeven analyses van Polder PV's overzichten wordt uitsluitend het klassieke segment "grondgebonden zonneparken" behandeld, waaronder ook projecten op afval depots worden gerekend. Dat kunnen afvalbergen zijn, met flink reliëf (voorbeelden AVRI Geldermalsen, Armhoede Lochem, Koggenrandweg Middenmeer / HVC, en het spectaculaire Fort de Pol project te Zutphen), of zeer vlakke grond- en slib depots, zoals de zonneparken op de Krimweg te Coevorden, de grondbank Bredeweg in Zevenhuizen, en slibdepot Geefsweer te Meedhuizen. Er zit ook al een forse hoeveelheid zonneparken op rioolwaterzuiveringen (RWZI's) bij, waarbij door Polder PV altijd alle "echte rooftops" die vaak ook gelijktijdig zijn aangebracht op dergelijke percelen, separaat worden gehouden. En die dus niet meetellen bij de bepaling van de volumes panelen en capaciteiten voor "vrijeveld installaties". Ook over een dergelijke wezenlijke splitsing lezen we in de media verder nooit iets. Polder PV doet dit wel, om zo zuiver mogelijk op de graat te kunnen klassificeren op "type installatie".


Een byzonder beeld van een "speciale" installatie. Niet alleen omdat het een drijvend zonnepark betreft, maar op de foto zelfs drie verschillende deel-generatoren, waarna in het najaar van 2021 nog een vierde, dunnefilm generator is toegevoegd. Het betreft het netgekoppelde proefproject van het Fieldlab Green Economy Westvoorne, in het Oostvoornse Meer (gem. Westvoorne, ZH), waarbij diverse typen drijvende PV generatoren uitgebreid worden getest om later op commerciële schaal elders de meest succesvolle projecten te kunnen bouwen. Het gaat hier om een onderzoeksproject door een consortium onder leiding van TNO, met partners SABIC, het Noorse energiebedrijf Equinor, en gemeente Westvoorne. Met name golf weerstand en effecten op de onderwater ecologie van de afzonderlijke installaties worden in dit brakwater bassin getest. Het project wordt ondersteund door het Innovatieprogramma Energie & Klimaat van de Metropool regio, TNO en Prov. Zuid-Holland.

De projecten worden een jaar lang intensief gemonitord. Nog onduidelijk is of deze blijven liggen, of dat ze na beeindiging van het monitoring project worden weg gehaald (in dat geval zal Polder PV deze installatie uit zijn projecten lijst verwijderen). De drie getoonde installaties, elk met een generator omvang van ongeveer 50 kWp, zijn gebouwd door de Nederlandse combinatie Texel4Trading / SolarFloat, Solarisfloat (Portugal, betreft roterende installatie met ook azimuth tracking van het generator veld), en Isifloating by Isigenere (Spanje). Het in november 2021 toegevoegde, op de foto nog niet aanwezige, 20 kWp grote dunnelaag CIGS project op 2 drijvers, is een ontwikkeling van Bluewater en Genap. Foto door Polder PV in oktober 2021 genomen vanaf mountainbike route op de dijk langs de noordoever van het brakwater meer.

Er zijn minimaal drie andere categorieën met PV constructies op de grond, die "zelfstandig dragend" zijn aangebracht, en die beslist niet als (klassiek) "rooftop" kunnen worden geklassificeerd. Drijvende zonneparken zoals het voorbeeld hier boven, vrijstaande carports en aanverwante objecten, en geluidschermen en daarvan afgeleide vormen op grootschalige verkeers-infra. Waarbij, uiteraard, "klassieke" veldopstellingen die langs of in de buurt van snel- of spoorwegen liggen niet onder deze duidelijk afwijkende project categorie worden geschaard. We komen dan aan het volgende "totaal staatje" in het projecten overzicht van Polder PV (tabel verderop). Met eind 2019, 2020, 2021 (voorlopige data) geaccumuleerde netgekoppelde PV installatie volumes. En de daar uit volgende jaargroei cijfers voor 2020, 2021, en de eerste aanwas tm. 26 april 2022 in het nieuwe jaar. Nota bene, ook hier weer, alle project categorieën met installaties groter dan 15 kWp per stuk betreffend.

Polder PV heeft daarnaast vele tientallen kleinere grondgebonden (en enkele kleinere drijvende) gerealiseerde zonneparkjes in zijn overzichten staan, die zelden tot nooit worden benoemd in nieuwsberichten of in de vakpers. In onderstaande overzichtje staan ook nog niet de nog "exotischer" categorieën als (meestal vrij staande) trackers, 2 pilot projectjes op de Noordzee (NB: niet netgekoppeld, dus sowieso overal buiten vallend), en de diverse solaroad experimenten benoemd. Ook deze worden al enkele tijd separaat geïnventariseerd door Polder PV. Vaak worden geen capaciteiten genoemd bij dergelijke pilot projecten. Sommige pilots zijn zelfs alweer "opgeruimd" (enkele geflopte solaroad experimenten, bijvoorbeeld, maar ook enkele kleine drijvende experimenten op, o.a. de Slufter zijn reeds weer verdwenen). Als een specifieke categorie voldoende "volume" krijgt, en er zinnige, enigszins verifieerbare zaken zijn te zeggen over opgesteld vermogen, zal Polder PV die in de toekomst in een dergelijk staatje gaan opnemen. Zo ver is het echter nog niet.

Next kid on the block - agri-solar

Agri-solar begint inmiddels wel wat "body" te krijgen, de eerste pilots zijn inmiddels omgebouwd tot grotere installaties, maar fysieke netkoppeling van diverse pilots is beslist nog niet zeker. Dit betreft overkappingen boven diverse fruitsoorten. Van 2 grotere projecten, beiden op eigen risico gebouwd door GroenLeven, is netkoppeling bekend. Het al vaak gememoreerde grote experiment met 10.250 half doorzicht zonnepaneel kappen boven frambozen en rode bessen bij Piet Albers in het Gelderse Babberich (40% doorlaatbaarheid van de op maat gemaakte glas-glas panelen). En de pilot met rode bessen bij Kusters in het Gelderse Wadenoijen, met 4.500 op maat gemaakte doorzicht modules "in het veld" boven de fruitbomen. Er zullen er meer volgen, afhankelijk van succes bij de combinatie gewasteelt / opwekking van zonnestroom. Vooralsnog zijn deze paar, en qua type vergelijkbare projecten vermeld onder de vrijstaande "overkappingen" installatie categorie, waarbinnen carports de al van meet af aan dominante sub-catgegorie zijn.

Hierbij dient men ook goed te beseffen, dat zowel bij de SDE overzichten van RVO, als in de zeer summiere segmentaties bij CBS, niet consequent met carport- en vergelijkbare vrijstaande overkappingen wordt omgegaan. Ze zijn zowel bij "daksystemen", als bij "veldsystemen" te vinden, soms zelfs met verkeerd "type" label. Daar is dus geen chocolade van te breien, wat de segmentatie statistieken betreft ...

Tabel vier typen vrijeveld installaties en totalen gerealiseerde capaciteiten

Overzicht vier niet klassieke rooftop zonnestroom, "vrije veld" project categorieën - realisaties. Data © 2022 Peter J. Segaar / www.polderpv.nl. Alle opgaves zijn minimale positief vastgestelde volumes, er kan meer zijn opgeleverd op de weergegeven peil momenten. Vaak worden nog niet actueel bekende projecten pas achteraf gevonden, en in nieuwe versies van dit overzicht toegevoegd. Optellingen kunnen door afrondingen licht afwijken.

Categorieën
EOY 2019 (MWp)
EOY 2020 (MWp)
EOY 2021* (MWp)
 
groei 2020 (MWp)
groei 2021* (MWp)
toename 2022 tm.
26 april* (MWp)
klassiek grondgebonden
1.073
2.120
2.975
 
1.047
855
275
drijvende zonneparken
("op water")
5
84
202
 
79
118
--
car-, motor- en fiets "ports" (overkappingen incl. agri-PV)
16
24
63
 
8
39
--
geluidsschermen / wallen / tunneldaken
1,5
7,1
13,5
 
5,6
6,4
--
Totaal volume vier "non-rooftop" categorieën
1.096
2.235
3.254
 
1.140
1.018
275

Uit bovenstaande blijkt dat de groei van alleen al deze vier "niet-rooftop" categorieën minimaal 1.140 MWp heeft bedragen in 2020. Gaan we uit van de mogelijke nieuwe totale jaargroei van 3.724 MWp in 2020 (update 7 maart 2022), zou bovenstaande hoeveelheid al bijna 31% van dat volume kunnen zijn geweest. Dat is dus exclusief de grote volumes aan capaciteit op bedrijfsdaken, instellingen e.d., en het nieuwe vermogen in het residentiële marktsegment, de huursector, nieuwbouw, meer exotische marktsegmenten, etc.

Floating solar in 2021 flink gegroeid

In 2021 zitten we, met de momenteel bekende, nog verre van complete data, op een wat lagere jaargroei voor alle vier "vrije veld" categorieën, 1.018 MWp. Daar kan echter nog wel het een en ander aan capaciteit bij gaan komen, als meer definitieve cijfers beschikbaar komen. Opvallend is in ieder geval, dat floating solar beduidend impact heeft gemaakt in dat jaar, met 118 MWp nieuwbouw t.o.v. de 79 MWp in 2020. Dat ligt natuurlijk aan het feit, dat er enkele zeer grote projecten door GroenLeven, met grootaandeelhouder het Duitse BayWa.re, zijn gerealiseerd dat jaar, van het bijna 7 MWp grote project bij Nij Beets (Opsterland, Fr.), wat voor de definitieve verankering in augustus 2020 was losgeslagen na noodweer, en deels gerepareerd moest worden, tot het grootste in Nederland / Europa, het Beetser Koeln project op de Sellingerbeetse plas, met een hoog vermogen van dik 41 MWp in het Groningse Sellingen (gem. Westerwolde). Er werden dat jaar zelfs 13 nieuwe drijvende zonneparken opgeleverd, 2 meer dan in 2020. Een paar van dergelijke projecten vlak na elkaar, kunnen hier meteen het verschil maken. Er staan nog wel een dertien-tal subsidie beschikkingen open voor vergelijkbare projecten (en nog eens het drievoudige aantal in de vorm van plannen), maar het grootste volume van de al wat langer lopende actuele pijplijn lijkt nu wel zo'n beetje gebouwd. Waarbij ook moet worden gezegd dat vele megawattpieken die oorspronkelijk zijn toegezegd (beschikt door RVO) niet zijn gerealiseerd.

Enorme carport

Ook opvallend is de flinke toename van het nieuwe volume aan carports en dergelijke vrijstaande overkappingen "in het veld", van 8 MWp in 2020, naar maar liefst 39 MWp in 2021. Dit ligt bijna geheel aan de realisatie van de reusachtige (naar verluidt 's werelds grootste) solar carport boven de parkeerplekken naast het festival terrein van Lowlands te Biddinghuizen (Fl.). Waar Solarfields in opdracht van MOJO 90 duizend zonnepanelen met een gezamenlijke capaciteit van 35 MWp liet aanbrengen op carports, verdeeld over 35 hectare. Ondanks het geringer aantal nieuwe vrije overkappingen incl. carports in 2021 (slechts 11 gevonden tot nog toe), is de opgestelde capaciteit ruim ver-vier-voudigd t.o.v. het nieuwbouw volume van 18 exemplaren in 2020. Natuurlijk worden dit soort zeer grote speciale projecten niet vaak gebouwd, maar als ze gerealiseerd worden, hebben ze een bovenmatig hoge impact op het totale jaar volume binnen zo'n specifiek markt segment.

In het segment geluidsschermen / zon op verkeers-infra is nog niet heel veel beweging te zien, met 6,4 MWp nieuwbouw in 2021 t.o.v. de 5,6 MWp in 2020. Het grootste wat onder deze categorie valt is de door Powerfield gebouwde "zonnewal" (Zonnepark Emmen) langs de testbaan voor elektrische voertuigen op het Pottendijk complex te Emmer-Compascuum (Dr.). Er is binnen dat complex ook een carport gebouwd, wat onder de desbetreffende categorie is ondergebracht in de overzichten van Polder PV (oplevering voorjaar 2021). Er is daar ook een laad infrastructuur aangebracht, met een snel-laad punt van 60 kilowatt.

Er staat wel het nodige aan project plannen klaar, maar daarbij moet wel gerealiseerd worden dat grootschalige plannen voor PV parken "naast" snelwegen (spoor, kanalen, e.d.) onder de grote categorie grondgebonden zonneparken worden ingedeeld bij Polder PV. Daarvan zijn er meerdere gerealiseerd de afgelopen jaren. Een bericht over een recent door Pure Energie gerealiseerd exemplaar met 1.410 zonnepanelen, "Adelaar-Brinkeveld", in de oksel van de A1 bij Deventer, vindt u hier.

Kasdek systemen off the record

Uiteraard buiten de categorie "vrije-veld sensu lato" valt een zich redelijk snel ontwikkelende categorie, waarbij kassen (deels) worden gebruikt voor grote PV installaties. Ik beperk me daar tot de grotere projecten, waarbij PV modules soms "op" de glazen kasdekken worden gemonteerd, maar ook steeds vaker als onderdeel van het kasdek zelf zijn ingepast, en daarbij dus het glas vervangen. Deze speciale rooftop categorie is er een om in de gaten te houden. Van 9 gevonden grotere projecten is het gezamenlijke volume namelijk al een respectabele, bijna 25 MWp.

Totale verschil capaciteit "vrije-veld sensu lato" met non-rooftop CBS

Als we de accumulaties van de vier hier boven in de tabel weergegeven categorieën aan het eind van elk jaar nemen, en we vergelijken die met de CBS cijfers die lijken te suggereren dat alle niet rooftop projecten, waar onder ook de belangrijke categorie drijvende zonneparken, in hun "veldsysteem" categorie zouden vallen, vallen de volgende verschillen op.

1.096 MWp voor EOY 2019 volgens Polder PV, 1.039 MWp volgens CBS (2e tabel in dit artikel), die dus voor dat lang vervlogen jaar al ruim 5% onder het PPV volume zou zitten. In 2020 is het verschil zelfs een stuk groter, 2.235 MWp volgens bijgestelde cijfers van PPV, en slechts 2.027 MWp volgens de meest actuele data van het CBS. Wat daarmee zelfs ruim 9% onder het niveau van de Polder PV cijfers zou zijn blijven hangen. Daarbij moet wel de disclaimer, dat het CBS mogelijk nog de cijfers voor 2020 enigszins kan aanpassen, dus het verschil kan nog wat kleiner gaan worden.

Het zal natuurlijk in deze context, zeer interessant zijn, met wat voor volume het CBS voor eind 2021 gaat komen. Polder PV zit met de huidige bekende data al op 3.254 MWp. Het CBS zat met nog een zeer voorlopige afschatting medio dat jaar op 2.191 MWp voor "veld systemen", de vraag is wat er voor het hele jaar uit gaat komen. Mogelijk vernemen we eind mei een eerste afschatting van het statistiek bureau op dit vlak.

Aandeel "alle" veldsystemen sensu lato richting 23% van totaal

In ieder geval kunnen we wel al voorzichtig bovengenoemde 3.254 MWp in vier "veld project" categoriëen sensu lato, relateren aan het voorlopig opgegeven eindejaars-volume voor 2021. Het CBS gaf daarvoor 14.249 MWp op (zie tabel). Met deze cijfers, zou het aandeel van deze verzamel categorie dus zelfs al zo'n 22,8% zijn op het totale geaccumuleerde volume. Bijna 23% "niet op de daken" gerealiseerd.

Aantallen vrijeveld projecten - fors verschil tussen CBS en Polder PV data

Wat de aantallen projecten betreft is de situatie t.o.v. het CBS een stuk dramatischer. Ik kom namelijk voor genoemde vier categorieën op geaccumuleerde volumes van 367 projecten voor eind 2019, 552 voor eind 2020, resp. 709 voor eind 2021. Dat is nog steeds de status quo op 26 april 2022, maar mogelijk worden er nog enkele exemplaren gevonden als meer informatie beschikbaar komt, met name over 2021-QI 2022.

CBS kwam voor eind 2019 met slechts 206 "veld" installaties, bijna 44% minder projecten dan Polder PV in deze vier non-rooftop categorieën had staan. Voor 2020 was het verschil minder heftig, maar het CBS had met hun 431 projecten, eind dat jaar, toch nog steeds 22% minder aantallen projecten onder "veld" staan, dan de vier hier genoemde Polder PV non-rooftop categorieën. Het is hiermee duidelijk, dat het CBS op deze cruciale punten duidelijk achterloopt bij de hard op papier staande volumes bij Polder PV, en dat ze geen correcte data weet te genereren voor, met name, de zeer belangrijk geworden sector grondgebonden, "niet klassieke rooftop" projecten. Ook voor de statistieken van de RES regio is de "officieel gepubliceerde" informatie dus behoorlijk inaccuraat in Nederland.

Ook hier ziet Polder PV met spanning uit naar de aantallen projecten die het CBS voor 2021 onder "veldsysteem" zal gaan scharen.


Verwarrend in veel solar statistieken, worden zogenaamde solar carports zoals onderhavig exemplaar niet consequent ingedeeld. Soms belanden ze in de enorme berg "daksystemen", soms worden ze onder "veldinstallatie" geschaard. De officiële statistieken doen u dus in drijfzand belanden. Polder PV heeft dergelijke installaties al lang in een aparte categorie staan, samen met vergelijkbare "vrij staande opstellingen in het veld" (niet zijnd een dak van een woon / werkgebouw of andere utiliteit). Het zijn er, eind april 2022, alweer 73, die door Polder PV zijn getraceerd. Bovengenoemde installatie staat al sedert het voorjaar van 2017 bij een camping in de gemeente Midden-Drenthe, en heeft een omvang van 432 zonnepanelen. Derhalve, een punt scorend voor de regionale "RES-index". Foto een jaar na oplevering genomen tijdens een kampeerweekend op de grens van Drenthe en Friesland.


(9) Andere cijfers en relatie tot die van Polder PV

In het overzicht van 5 januari 2021 heb ik het al gehad over cijfers van "derden" over (inventarisaties van) zonneparken. Dat ga ik hier niet overdoen, daarvoor gelieve paragraaf 6 in dat artikel na te lezen. Polder PV heeft altijd veel meer projecten en capaciteit in gerealiseerde zonneparken staan dan andere partijen aandragen, dat is in ieder geval de rode lijn door het betoog.

In een vervolg vergelijking werd in de update van augustus 2021 ook nog de status in een studie van de Universiteit van Wageningen tegen het licht gehouden, die in de zomer van 2020 verscheen. Ook daar rammelt een en ander aan de aantallen en (capaciteit) volumes, worden soms projecten gelumpt of juist gescheiden opgevoerd, staan er aantoonbaar foute project lokaties (niet zijnde zonneparken) in hun opsomming, en wordt er niet consequent een eigen regel (ondergrens van 0,5 hectare) nageleefd bij de inventarisatie. Polder PV bleek ook toen al veel meer gerealiseerde (netgekoppelde) zonneparken (incl. de exotischer categorieën) te hebben staan dan de WUR via automatische foto routines van satelliet foto's wist op te sporen. Gelieve paragraaf 9 van de augustus 2021 update na te lezen voor commentaar van Polder PV.

Eind vorig jaar heeft Polder PV de status update van de "lokale participatie monitor" nagevlooid om hun bevindingen te vergelijken op het gebied van zonneparken. Wederom was hier de boodschap: Polder PV had toen (soms veel) meer vermogen en aantallen staan, dan in die presentatie werd gegeven, en ook daar weer werden fouten in aannames ontdekt. Voor een bespreking van die verschillen verwijs ik u wederom naar mijn analyse, van 19 november 2021.

Tot slot, werd in een artikel in De Limburger van 24 september 2021 een rapport van CE Delft en Merosch aangehaald, "De zonnige kant van parkeren", die repte over "op slechts twintig plekken in Nederland parkeerterreinen verbouwd tot zonnecarports". Ook dat rapport heb ik stuksgewijs nagevlooid, en, het wordt saai, Polder PV had toen al veel meer (louter) zonnecarports (RES fähig, dus >15 kWp) staan, dan deze onderzoeksbureaus uit hun mouw wisten te schudden, al hadden ze het over "grotere" carports. Dat laat onverlet, dat de inmiddels 66 gerealiseerde solar carports die Polder PV tm. eind 2021 al heeft weten te vinden, een gemiddeld vermogen hebben, van een respectabele 864 kWp. De webmaster van Polder PV wijdde een tweet aan zijn bevindingen (4 oktober 2021).

Oproep bijdrage project lijsten

Mocht u Polder PV willen helpen om de grote projecten sheet > 15 kWp verder te vervolmaken, ook op het gebied van realisaties van zonneparken, stuurt u dan s.v.p. een e-mail om uw eventuele contributie kenbaar te maken. Wat niet reeds publiek is gemaakt, zal beslist niet door mij aan derden worden doorgegeven of met naam en toenaam worden geopenbaard. Eventueel verstrekte project gegevens blijven geheim, tenzij expliciet anders aangegeven. Polder PV is bereid om een Non-Disclosure Agreement te ondertekenen, mocht dat gewenst zijn. Met grote dank voor uw hulp. Deze klus is en blijft een majeure operatie...

(10) Bronnen, eerdere analyses zonneparken op Polder PV (2019-2021)

Weer nieuw overzicht zonneparken "Participatie monitor" - vergeleken met actuele status Polder PV (19 november 2021)

SDE 2020 najaarsronde (eerste SDE "++"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (28 oktober 2021)

Nieuwe historische records voor zonnestroom in Nederland - medio augustus 2,5 GWp aan grondgebonden zonneparken netgekoppeld, verdeeld over ruim 500 projecten (17 augustus 2021; laatste update voor de huidige analyse, met uitgebreide detail analyse gelinkt, alhier)

Status van zonneparken in Nederland - een update (5 januari 2021)

SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 6. Grondgebonden & 'floating solar' installaties - cumulaties bij alle SDE "+" regelingen volgens RVO data (18 nov. 2020)

SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (25 okt. 2020)

SDE 2019 najaarsronde. Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (8 juli 2020)

CBS update (4). Oude en nieuwe indelingen voor RES data; status grondgebonden zonneparken, Polder PV versus "officiële nationale statistiek" (22 juni 2020)

Historisch unicum numero zoveel in de Nederlandse zonnestroom markt - Ruim 1 GWp netgekoppelde grondgebonden PV parken geregistreerd (9 december 2019)

SDE 2019 voorjaarsronde. Deel 6. Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle (overgebleven) SDE beschikkingen (21 nov. 2019)

PV projecten >= 15 kWp. Stand van zaken grote PV projecten overzicht van Polder PV, status 9 augustus 2019 (laatste complete status update projecten Polder PV)

PV projecten database Polder PV, extracten zonneparken (sensu lato), status update 26 april 2022

 

 
 
 
© 2022 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP